Aangemaakte reacties

10 berichten aan het bekijken - 21 tot 30 (van in totaal 1,685)
  • Auteur
    Reacties
  • In reactie op: PTSS & CPTSS #277327
    Luka
    Moderator

      ‘Een groot deel herstelt en kan het leven weer oppakken’

      De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor posttraumatische stressstoornis (PTSS) en de impact ervan op mensenlevens. In de 2Doc: Verdwaalde Veteranen volgen we een groep Nederlandse veteranen met chronisch PTSS. Maar wat is PTSS precies? GZ psycholoog Ytje van Pelt is gespecialiseerd diagnostiek en behandeling van aan trauma en traumagerelateerde problematiek. “Het is heel hoopvol werk, een groot deel herstelt en kan zijn leven weer oppakken.” We spreken met Ytje over de ziekte.

      Een groot percentage van de mensen met PTSS herstelt (bijna) volledig, vertelt Ytje van Pelt, die al 19 jaar met mensen die lijden aan deze problematiek werkt. “Maar dan moeten patiënten er wel actief mee aan de slag. Van Pelt werkte als beginnend therapeut bij een justitiële jeugdinrichting, waar ze zag hoe het jongeren niet lukt om de stortvloed aan vaardigheidstrainingen toe te passen. Veel van de jongeren waar ze mee werkte hadden ernstige trauma’s meegemaakt, maar daar werd nauwelijks over gesproken. Ze kregen gewoon het label ‘anti-sociale stoornis’ of ‘gedragsstoornis’.

      De psycholoog besloot zich te verdiepen in trauma-gerelateerde stoornissen en begon de jongeren op die manier te behandelen. En wat bleek: velen van hen konden toch leren die vaardigheden in te zetten.

      Inmiddels werkt Van Pelt als psycholoog in de omgeving van Groningen, waar ze zich richt op problematiek voortkomend uit trauma. Naast haar werk als behandelaar doet ze onderzoek naar de effectiviteit van behandelmethoden, en is ze hoofdredacteur – samen met Erik ten Broeke – van het EMDR Magazine.

      Is dat niet zwaar, de hele dag met trauma bezig zijn?
      “Rondom het herstellen van PTSS bestaan veel misverstanden. Veel mensen denken, ten onrechte, dat je gewoon met PTSS moet leren leven. Dat tijd alle wonden heelt, of zelfs dat hun zenuwstelsel voorgoed beschadigd is en nooit meer zal kunnen herstellen. Een ander misverstand is dat traumabehandeling enorm langdurig is, dat je eerst jarenlang stabilisatietrajecten moet doorlopen voordat je überhaupt aan de behandeling kunt beginnen. In werkelijkheid is de traumabehandeling zelf het meest effectief en leidt tot afname van klachten. We behandelen niet de gebeurtenissen zelf, maar de klachten die voortkomen uit de herinneringen aan deze gebeurtenissen. En in veel gevallen kunnen we die klachten verminderen of zelfs volledig oplossen.

      Zo was er een honderdjarige man die gebukt ging onder de herinneringen aan traumatische ervaringen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Toen de therapeut aan hem vroeg of hij bereid was om dit aan te pakken, antwoordde hij: ‘Als ik de laatste maanden van mijn leven nog kan doorbrengen zonder deze ellende, dan wil ik dat graag.’ Na zijn behandeling heeft hij nog een half jaar lang een leven geleid zonder de nachtmerries en flashbacks. Dat is werkelijk prachtig. Vaak hebben mensen met PTSS, zeker ook de veteranen, het idee dat ze tekortschieten. Ze hebben gedachten als: echte mannen huilen niet. Of: het is al zo lang geleden, dus hou op met zeiken. Het feit dat ze desondanks de behandeling durven aangaan, raakt me diep.”

      Wat valt allemaal onder de noemer PTSS?
      “Mensen die de diagnose PTSS krijgen, zijn blootgesteld aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld. Deze blootstelling kan direct zijn, waarbij je het zelf hebt meegemaakt of getuige was van de gebeurtenis. Maar het kan ook indirect zijn, wanneer een geliefde zoals een familielid, vriend of vriendin de traumatische ervaring heeft meegemaakt. Daarnaast kan herhaalde blootstelling aan gruwelijke details van traumatische gebeurtenissen ook leiden tot het ontwikkelen van PTSS. Denk bijvoorbeeld aan hulpverleners die stoffelijke resten moeten opruimen of politieagenten die steeds opnieuw worden geconfronteerd met kindermisbruik.

      Niet elke traumatische ervaring leidt automatisch tot PTSS. Het is normaal dat je er in het begin veel over droomt en er vaak aan denkt. Na verloop van tijd neemt dit meestal af, maar bij sommige mensen blijven deze symptomen aanhouden. Mensen met PTSS ervaren langer dan een maand symptomen, zoals herbelevingen (herinneringen aan de traumatische gebeurtenis die zich herhaaldelijk opdringen). Ze kunnen ook last hebben van nachtmerries of een combinatie van herbelevingen en nachtelijke schrikreacties. Chronisch slaaptekort is dan ook niet bijzonder bij mensen met PTSS.

      Mensen met PTSS kunnen negatieve gedachten ontwikkelen. Ze denken dat ze een slecht persoon zijn, of dat het allemaal hun schuld is. Ze voelen zich vaak verantwoordelijk voor wat er is gebeurd. Daarnaast zie je ook dat bepaalde delen van de traumatische herinnering niet goed toegankelijk zijn, alsof er stukken ontbreken. Angst en afschuw kunnen aanhouden, waardoor iemand zich minder verbonden voelt met de wereld en andere mensen. Dit kan leiden tot een gevoel van vervreemding of onthechting. Naasten van een persoon met PTSS spelen daarbij een belangrijke rol. Het is goed om steun te bieden en er voor iemand te zijn, zelfs als je niet precies weet hoe je moet reageren. Het tonen van empathie en het maken van verbinding zijn belangrijk. Mensen met PTSS merken vaak dat activiteiten die ze voorheen leuk vonden, nu geen of minder plezier meer bieden. Ze kunnen het gevoel hebben dat bepaalde emoties, zoals geluk of blijheid, niet meer worden ervaren.

      Daarnaast hebben mensen met PTSS last van schrikreacties. Er hoeft maar een deur dicht te vallen en jij schrikt je rot, terwijl degene naast jou rustig doorwerkt. Vaak zijn mensen met PTSS erg prikkelbaar en in sommige gevallen hebben ze last van woedeaanvallen. Vroeger werkte ik bij wat toen nog een justitiële jeugdinrichting heette. Bij de jongeren waarmee ik daar werkte, zag ik hetzelfde gebeuren. Stel je voor dat een bepaalde blik, een bepaalde bril of een specifieke beweging meteen herinneringen oproept. Dan reageer je automatisch. Deze jongens reageerden vaak naar buiten toe. Ze werden snel boos en kregen daar weer kritiek op. En die kritiek bevestigde het gevoel dat ze niks waard zouden zijn. Dat ze slecht zouden zijn.”

      Werkt het om dat soort ‘triggers’ uit de weg te gaan?
      “Het vermijden van pijnlijke herinneringen is juist een belangrijk aspect van de problematiek bij mensen met PTSS. Het is een instinctieve reactie om deze herinneringen weg te duwen, en vaak worden bepaalde mensen, plaatsen, gedachten of gevoelens vermeden. Men wil alles vermijden wat aan de traumatische gebeurtenis doet denken. Dat vermijdingsgedrag is ontzettend begrijpelijk, maar het kan het probleem juist verergeren.

      Er is een video op YouTube die ik vaak aan mijn cliënten laat zien. Hierin wordt een metafoor gebruikt van een buffel en een koe. Wanneer een storm nadert, blijft de buffel standvastig staan en trotseert de storm, ondanks de angst die het oproept. De koe rent daarentegen weg en loopt eigenlijk met de storm mee. Hij blijft daardoor veel langer in dezelfde storm. Die storm symboliseert de pijnlijke herinneringen en gedachten. In de behandeling streven we ernaar om als buffels naar deze herinneringen toe te gaan, in plaats van ervan weg te rennen. Door ervan weg te rennen blijft de problematiek immers aanwezig.”

      “Het doel van mijn behandelingen is om de confrontatie met de herinneringen aan te gaan, bijvoorbeeld door middel van Imaginary Exposure. De bedoeling is dan dat je ontdekt dat je de confrontatie aankunt. Maar goede begeleiding van een goed opgeleide en gespecialiseerde psycholoog, psychotherapeut of psychiater die bekend is met traumabehandelingstechnieken zoals EMDR of Imaginary Exposure is essentieel. Tussentijds stoppen met de herinnering aangaan, stoppen met de behandeling kan juist leiden tot meer stress en angst.”

      Hoe ziet zo’n behandeling als EMDR of Imaginary Exposure eruit?
      “Bij de behandeling van PTSS worden verschillende effectieve methoden toegepast, zoals EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing), Imaginary Exposure en Exposure in Vivo.

      EMDR is een vorm van psychotherapie waarbij je actief aan de slag gaat met de traumatische herinnering. Samen met je therapeut beschrijf je nauwkeurig welke klachten je ervaart en welke herinneringen daarmee samenhangen. Vervolgens creëer je een levendig beeld van de traumatische herinnering die spanning oproept. Je activeert deze herinneringen, zoals ze dat noemen, waardoor ze in je zogeheten werkgeheugen komen. Tegelijkertijd probeert de therapeut je af te leiden, bijvoorbeeld door gebruik te maken van oogbewegingen of tellen. Er ontstaat als het ware een ‘wedstrijd’ in je werkgeheugen. Het resultaat is dat de emotionele lading van de herinneringen afneemt en ze vager worden. Ze komen meer op afstand te staan, en uiteindelijk verandert ook de betekenis die je aan deze herinneringen hebt gegeven. EMDR helpt je bijvoorbeeld te erkennen dat het niet jouw schuld is of dat je geen slecht persoon bent, iets wat je rationeel wellicht weet maar nog niet emotioneel voelt. Met EMDR kun je je weer veilig voelen.

      Bij Imaginary Exposure en Exposure in Vivo, of Prolonged Exposure, werk je ook met de traumatische herinneringen. Voordat je begint, maak je een lijst van de gebeurtenissen die je opnieuw wilt beleven. In tegenstelling tot EMDR beleef je deze gebeurtenissen bewust opnieuw, waarbij je alle zintuiglijke aspecten zoals beelden, geluiden, geuren en smaken in het heden ervaart. Je herbeleeft de gebeurtenis keer op keer totdat er een zogenaamde ‘disconformatie van de negatieve verwachting’ ontstaat. Dat betekent dat de negatieve verwachting die mensen vaak hebben bij het praten over de traumatische gebeurtenis niet uit komt. Vaak denken ze dat het praten hen zo uit balans zal halen, dat ze voortdurend zullen huilen, zelfmoordgedachten krijgen, gek worden of worden opgenomen. Deze verwachtingen worden bijgesteld door de gebeurtenis opnieuw te beleven en uiteindelijk besef je dat je het aankunt. Het herbeleven klinkt natuurlijk ontzettend eng. Traumabehandeling zal ook nooit makkelijk zijn, maar onder goede begeleiding kan het daadwerkelijk helpen.

      Natuurlijk is er ook een deel van de mensen dat nog onvoldoende herstelt. Dit komt deels doordat slechts 39% van de volwassenen met een vastgestelde PTSS een evidence-based behandelmethode, zoals EMDR, aangeboden krijgt. Dat is veel te weinig. Als therapeuten dienen wij de patiënten de juiste behandeling te bieden, afgestemd op hun behoeften en in samenspraak met hen. Dat dit onvoldoende gebeurt is een pijnlijk punt als je het mij vraagt!

      Maar onze strategieën en traumabehandelingen moeten ook nog verder onderzocht en ontwikkeld worden. In de afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor posttraumatische stressstoornis (PTSS) en de impact ervan op mensenlevens. Gelukkig groeit het bewustzijn rondom psychologische zorg en worden klachten naar aanleiding van trauma steeds minder gezien als een teken van zwakte. Iedereen heeft recht op hulp.

      Bron: Human >>

      In reactie op: Kindermisbruik (algemeen) #277326
      Luka
      Moderator

        Hulpverleners en slachtoffers over seksueel kindermisbruik: ‘Het taboe moet worden doorbroken’

        ‘Je stopt het in een kluis en die zit dan ook écht dicht’. Zo omschrijven misbruikslachtoffers hun ervaringen. En dus is erover praten ontzettend moeilijk. Maar ook hulpverleners zijn vaak verlegen met het onderwerp. Volgens Fetzen de Groot, coördinator bij Centrum Seksueel Geweld Groningen-Drenthe (CSG), moet het taboe doorbroken worden. De Groot: ‘Bij kindermishandeling zeggen we: dat is zo erg, daar moeten we wat aan doen. Bij seksueel kindermisbruik zeggen we: dat is zo erg, dat zal wel niet waar zijn.’

        Volgens De Groot komt seksueel kindermisbruik veel vaker voor dan we denken en houden we elkaar voor de gek door er niet over te praten.
        ‘Seksueel kindermisbruik is zo erg dat mensen de neiging hebben het niet te willen zien’, stelt De Groot. Scholen weten bijvoorbeeld niet hoe ze vermoedens bespreekbaar kunnen maken, maar ook hulpverleners weten vaak niet wat te doen. De Groot: ‘Verslaving, schulden en huiselijk geweld: naar al die onderwerpen wordt gevraagd. Maar niet naar seksueel misbruik.’

        Topje van de ijsberg
        Michel van Vliet is kinderarts in het UMCG. Per jaar ziet hij zo’n veertig tot vijftig kinderen die te maken hebben gehad met seksueel misbruik. Het is volgens hem slechts het ‘topje van de ijsberg’.

        Als het misbruik minder dan zeven dagen geleden is, kan er – als het slachtoffer dat wil – sporenonderzoek worden gedaan door een forensisch arts. De kinderarts kijkt of er verwondingen zijn, maar onderneemt ook actie om seksueel overdraagbare aandoeningen of zwangerschap te voorkomen.
        Daarna wordt er gekeken welke verdere hulpverlening er nodig is. Voor het kind, maar zeker ook voor de ouders. Van Vliet: ‘Wij zien bijvoorbeeld ook gevallen waarbij een 14-jarige zijn jongere zusje misbruikt. Dan kom je uit bij een hele andere organisatie dan wanneer een 17-jarige in het uitgaansleven is aangerand.’

        Tenzij er duidelijk schade is, is het volgens Van Vliet heel moeilijk vast te stellen of een kind werkelijk misbruikt is. ‘Aan één op de drie kinderen die misbruikt wordt, zie je helemaal niets af. Niet lichamelijk, maar ook niet in het gedrag.’

        Van Vliet gaat altijd af op het verhaal van het kind en de ouders: ‘Het maakt niet uit of het wel of niet plaatsgevonden heeft. Als iets in het hoofd van iemand plaatsgevonden heeft, dan speelt er een probleem en dan moeten we dat oplossen.’

        Misbruikt door opa
        Miranda Hoekstra (24) werd als kind jarenlang seksueel misbruikt door haar opa. Vlak voor haar achttiende verjaardag durfde ze het aan haar ouders te vertellen. Hoekstra: ‘Ik liep op heel veel gebieden vast. Ik kon het niet langer met me meedragen, toen heb ik het op tafel gegooid.’

        Haar ouders geloven haar meteen. Hoekstra doet aangifte, haar opa wordt veroordeeld tot drie jaar cel waarvan een jaar voorwaardelijk. Ook Hoekstra merkt dat seksueel misbruik nog altijd een onderwerp is waar we moeilijk over praten. ‘Ik merk dat wanneer ik over mijn achtergrond vertel, mensen niet goed weten hoe ze erop moeten reageren.’

        Ik heb ervoor gekozen om open te zijn, zo hoop ik anderen te kunnen helpen
        Miranda Hoekstra

        No need to hide
        ‘Ik was ongeveer veertien jaar toen ik erachter kwam dat wat er mij gebeurde, niet klopte’, vertelt Hoekstra. ‘Ik ben toen op internet op zoek gegaan naar informatie, en wat er zou gebeuren als ik het zou vertellen.’ Online kwam ze alleen verhalen tegen van mensen bij wie het niet goed was gegaan, doordat ze niet werden geloofd of families uit elkaar vielen. ‘Had ik positieve verhalen gehoord, dan had mij dat misschien wel overgehaald het toen al te vertellen.’

        Ze hoopt dat andere geluid nu zelf te laten horen. ‘Ik heb ervoor gekozen om open te zijn, zo hoop ik anderen te kunnen helpen.’ Hoekstra richtte de stichting no need to hide op, een buddy-project waarin ervaringsdeskundigen gekoppeld worden aan slachtoffers. Ze wil laten zien dat het, ook na zo’n ervaring, goed met je kan gaan: ‘Juist die positieve verhalen heb ik gemist.’

        Traumateam

        Anne Koning is GZ-psycholoog, ze werkt als gedragswetenschapper en behandelaar bij het traumateam van jeugdhulporganisatie Elker. Dit team helpt kinderen en (pleeg)ouders die te maken hebben gehad met trauma’s, zoals huiselijk geweld. Daar hoort ook seksueel misbruik bij.

        De impact van dit misbruik is volgens Koning enorm. Kinderen kunnen fors getraumatiseerd raken door het misbruik. Hoe die impact zich uit, verschilt per kind. ‘Sommige kinderen doen alles om maar lief gevonden te worden. Met anderen is geen land meer te bezeilen.’

        Met verschillende vormen van therapie worden kinderen geholpen om de traumatische gebeurtenissen te verwerken. ‘Sommige kinderen kunnen praten over wat er is gebeurd. Andere kinderen zijn zo ontregeld dat ze onder tafel kruipen en helemaal niks meer zeggen.’

        Speltherapie
        Een vorm van therapie die goed werkt bij jonge kinderen is speltherapie. In de spelkamer staan allerlei spelmaterialen die kunnen helpen om met een kind in gesprek te komen. Koning: ‘Spel is ook een gesprek, maar dan een gesprek zonder woorden. Op die manier kan een kind ons toch vertellen wat er in hem of haar omgaat.’ Dat kan heel letterlijk zijn door gebeurtenissen uit te beelden met Playmobil. Andere kinderen vinden het fijn om een hut te bouwen, een veilige plek waarin ze wel durven te vertellen.’

        Sommige kinderen zijn volgens Koning zo ontregeld dat ze niet meer kunnen voelen. Door bijvoorbeeld te spelen met zand of water, ervaren ze het verschil tussen koud of warm en hard of zacht. ‘Voordat je met hen kunt praten over wat ze hebben meegemaakt en wat ze voelden, moeten ze eerst leren herkennen wat die emoties zijn.’

        Tegelijk met de kinderen worden ook de (pleeg)ouders van het kind geholpen. ‘Je ziet vaak dat ouders in paniek raken. Het is ontzettend belangrijk om hen te steunen zodat er ze voor hun kind kunnen zijn.’

        Nooit helemaal over
        ‘Als een kind kan vertellen wat het heeft meegemaakt, zonder dat het daarbij overspoeld raakt door emoties, dan zijn we klaar’, vertelt Koning. Toch betekent afsluiting van de therapie niet dat het ‘over’ is. Koning: ‘We hebben helaas geen gummetje waarmee we de herinneringen uit het brein kunnen wegvegen.’ Soms ziet ze kinderen op latere leeftijd terug, bijvoorbeeld in de pubertijd. ‘Bij bepaalde life-events speelt het trauma weer op, en dan moet je daar iets mee.’

        Ook Hoekstra herkent dat: ‘Begin dit jaar is mijn relatie uitgegaan. Ik merk dat ik me kwetsbaar voel nu ik weer alleen ben.’ Vorige week zag ze haar opa en oma voor het eerst in jaren terug. Het oudere echtpaar had haar via een bemiddelingsbureau benaderd. Hoekstra: ‘In eerste instantie schrok ik, ik vroeg me af wat ik eruit kon halen.’ Toch gaat ze. ‘Mijn ouders wonen nog altijd in hetzelfde dorp. Als ik daarheen ga, merk ik dat ik gespannen ben. Ik ga niet snel even naar de winkel uit angst om ze tegen te komen.’

        De vragen waarmee ik jarenlang in mijn hoofd zat, heb ik nu aan hem kunnen stellen. Dat geeft rust
        Miranda Hoekstra

        Vanaf het moment dat haar opa binnenkwam, viel die angst weg. ‘In mijn hoofd had ik altijd het beeld van iemand die gevaarlijk was, nu zag ik dat deze oude man helemaal geen bedreiging meer is.’ De man die haar altijd in zijn macht leek te hebben en haar met zijn blik uit kon kleden, was niet langer een gevaar.

        ‘Hij heeft oprecht zijn excuses aangeboden. Dat voelde toch wel als een opluchting, en een bevestiging dat ik gelijk heb gehad.’ In de rechtszaak had haar opa verschillende feiten ontkend. Hoekstra: ‘Je gaat dan toch aan jezelf twijfelen.’ Het gesprek werkte voor haar dan ook bevrijdend. ‘De vragen waarmee ik jarenlang in mijn hoofd zat, heb ik nu aan hem kunnen stellen. Dat geeft rust.’

        Zorg dat je kind weerbaar is
        ‘Het kan jouw kind ook overkomen’, zegt De Groot. ‘We denken dat we het wel in de gaten hebben, maar dat is niet zo.’ De plegers herken je niet aan de buitenkant, het kan ook die aardige vader of grappige buurman zijn. Kinderen die seksueel misbruikt zijn, doen er vaak alles aan om dit te verbergen. Uit loyaliteit richting de pleger, uit schaamte, of omdat ze het gevoel hebben zelf verantwoordelijk te zijn.

        ‘Zorg dat je kind seksueel weerbaar is’, stelt kinderarts Van Vliet. Dat betekent dat seksuele voorlichting begint wanneer je kind drie jaar is. ‘Gesprekken over welke plekken van jou zijn, en dat mensen daar niet aan mogen zitten. Dat je papa en mama knuffelt, maar een vreemde niet. Dat zijn de eerste stappen.’ Koning: ‘Leer een kind dat het grenzen aan mag geven. Als het geen kus of knuffel wil, is dat oké.’

        Wanneer een slachtoffer geen hulp krijgt, is de kans dat het wéér te maken krijgt met misbruik groot. Daarom is het zo belangrijk dat je ermee naar voren durft te komen, stelt Van Vliet. ‘Daders ruiken het als het ware dat je kwetsbaar bent.’

        Ook Hoekstra hoopt dat jongens en meiden die seksueel misbruik meemaken het durven te vertellen: ‘Je hoeft het niet alleen te doen. Er is hulp, als je het taboe doorbreekt.’

        Bron: RTV Noord >>

        In reactie op: Therapieën, behandelingen & traumaverwerking #277325
        Luka
        Moderator

          Deze jongens gingen wél in therapie: ‘Hoop dat minder mannen suïcide plegen als ze hulp zoeken’

          Het cliché is waar: mannen zeggen notoir vaak ‘nee’ tegen mentale hulp. Jay en Theun gingen wel in behandeling. “Mijn leven staat stil, en ik kan het alleen in beweging krijgen door hulp te zoeken.”

          Corona, klimaat, kansenongelijkheid, de wooncrisis: het leven voor jonge mensen is er de afgelopen jaren niet makkelijker op geworden. En dat wordt steeds voelbaarder: jongeren bereikten afgelopen jaar een dieptepunt in hun mentale gezondheid. Stress onder studenten, constateerde Trimbos deze maand, is hoger dan ooit.

          Wat ook uit de data blijkt: mannen zoeken veel minder vaak hulp dan vrouwen, zowel voor fysieke als mentale problemen – met soms fatale gevolgen. Wat kunnen we tegen deze kloof doen?

          Voor dit stuk spraken we twee jonge Nederlandse mannen die hulp zochten voor hun psychische problematiek. Beiden zitten ze op een ander punt in hun traject – en geen van hen ging het makkelijk af – maar unaniem zeggen ze: geestelijke gezondheidszorg (ggz) voor mannen moet bespreekbaarder worden.

          Littekens
          Jay* (25) uit Zuid-Holland ging bijvoorbeeld in behandeling voor emotieregulatieproblemen en trauma. Zijn ouders kwamen beiden uit milieus die ‘niet goed’ voor ze waren. “Ik ben opgegroeid met mensen die zelf niet goed met hun emoties konden omgaan, en dat vaak op mij afreageerden.”

          Jay wil de cyclus van trauma in zijn familie breken. Hij geldt als een uitzondering: Jay zocht namelijk wél hulp voor zijn problemen. Jay: “Zowel aan de Nederlandse als de Hindoestaanse kant van mijn familie was het ongebruikelijk dat mannen in therapie gaan. En als iemand ging, waren het de vrouwen die therapie aanraadden.”

          Praten over zelfmoordgedachten kan anoniem: chat via http://www.113.nl, bel 113 of bel gratis 0800-0113

          Bij Jay speelde zijn moeder een grote rol. “Ik kreeg al vroeg mee dat zij naar therapie ging, nadat haar zusje suïcide pleegde. Ze veroordeelde me niet, maar nam me direct mee naar de huisarts voor een verwijzing naar de psycholoog, toen ze littekens op mijn armen zag.”

          Inmiddels vindt hij dat de meeste mensen baat hebben bij een psycholoog: “Als je je been breekt, dan ga je naar het ziekenhuis om gips te zetten, en als je mentaal iets hebt dat niet weggaat, dan ga je óók naar een medische specialist, toch?”

          Theun (24) is op een ander punt in zijn ggz-reis: hij heeft net de eerste stap genomen om in therapie te gaan voor zijn angst- en motivatieproblemen. Hij zit al lange tijd veel ‘vast in zijn hoofd’, maar de hobbel om psychische hulp te vragen was tot nu toe te hoog. “Ik dacht altijd dat therapie een allerlaatste redmiddel was voor wanneer je suïcidaal bent of niet meer functioneert. Maar mijn leven staat momenteel stil, en de enige manier waarop ik het in beweging kan krijgen is door hulp te zoeken.”

          De praktische kanten van het zoeken naar hulp – een verwijsbrief naar ggz vragen bij de huisarts, een ggz-behandelaar uitzoeken en contacteren – zaten zowel Theun als Jay in de weg. Jay: “Ik negeerde het feit dat ik therapie moest zoeken, omdat ik het simpelweg te veel moeite en gedoe vond. Mijn vrienden hebben me er uiteindelijk ook mee geholpen.” Wat Jay weerhield van het zoeken, waren de wachttijden (die momenteel oplopen tot een halfjaar), en dat niet alle therapieën worden vergoed. “Ik moest iets vinden wat paste, én wat betaald werd door mijn verzekeraar.”

          Bij Theun stapelden zich de problemen op omdat hij, onder meer in zijn thuissituatie en op werk, niet op zijn plek was. Na een blessure die hij door werk opliep kwam hij ook nog eens thuis te zitten, in de Ziektewet.

          Op het moment dat hij besefte dat hij niet verder kwam, toen hij al enige tijd thuiszat, maakte Theun een lijst met problemen waar hij tegenaan liep. “Toen ik ze bij elkaar zag, was het eigenlijk erger dan ik dacht. Het zette dingen in perspectief, en deed me realiseren dat ik hulp nodig had. Ik mailde mijn vraag om hulp naar een aantal verschillende praktijken. Dat voelde als een grote stap, ook omdat het iets is dat ik al langer uitstel.”

          Wél problemen, geen hulp vragen
          Theun en Jay zijn inderdaad een uitzondering, zeggen de drie specialisten die we voor dit stuk spreken. Mannen zoeken minder vaak en snel hulp. Dat is niet omdat ze het niet nodig hebben: ze hebben evenveel psychische problemen als vrouwen, en in de suïcidecijfers zijn ze zoals gezegd nota bene sterk oververtegenwoordigd.

          Pinés Nuku werkt als klinisch psycholoog en psychotherapeut en specialiseert zich in de mentale gezondheid van adolescenten. Hij heeft het idee dat mannen de laatste jaren meer bezig zijn met hun mentale gezondheid – onderzoek van een grote beroepsorganisatie voor therapeuten in Engeland van eind 2022 suggereert dat het stigma inderdaad lijkt te verminderen. Maar, leert het onderzoek, hoewel de houding van mannen ten opzichte van therapie is veranderd, vertaalt zich dat niet direct naar hulpzoekend gedrag.

          Ook Nuku geeft die kanttekening: “Ik zie in de loop der jaren geen echte verschuiving in de man-vrouwverdeling binnen de ggz.” Ook het soort problematiek – vrouwen meer emotionele stoornissen zoals depressie en angst en mannen meer gedragsstoornissen zoals agressie – verandert niet veel, zegt hij. Vrouwen maken bijna twee keer zoveel gebruik van ggz-voorzieningen als mannen, terwijl therapie net zo goed werkt voor mannen als voor vrouwen.

          Klein vocabulair
          Maar hoe komt dat nu, die kloof? ‘Traditioneel mannelijk gedrag’ komt vaak voorbij als verklaring voor het hulpmijdende gedrag van mannen. We checken het bij Hannah Mars. Hen is projectcoördinator voor stichting Emancipator, een stichting die mannen meer wil betrekken in genderemancipatie. Voor Emancipator geeft Mars cursussen om mannen en jongens te leren hun masculiniteit om te zetten in iets constructiefs.

          Mars ziet dat mannen al vanaf jonge leeftijd weinig vocabulair aangeleerd krijgen om te praten over hun emoties. “Uit onderzoek blijkt dat ouders al vóór de geboorte op andere manieren communiceren met hun ongeboren kind zodra ze het geslacht weten.”

          Dit merkt de 24-jarige Theun ook bij zijn vrienden en de mannen in zijn omgeving: die lijken vaak geen idee te hebben hoe ze moeten praten over hun emoties. Dat merkt hij in het bijzonder als hij over zijn emoties begint. Ze zijn bang zielig gevonden te worden, denkt hij: mannen draaien er omheen, en als je doorvraagt, kappen ze je af. Hoort erbij, zeggen ze dan. C’est la vie.

          Vereenzamen
          Het resultaat: mannen kampen vaak in hun eentje met (steeds erger wordende) psychische klachten. De afgelopen decennia zijn ze gestaag aan het vereenzamen. “Mannen hebben geïnternaliseerd dat ze het helemaal zelf moeten doen”, zegt Hannah Mars daarover. Daarom zien ze psychische hulp vaak niet eens als mogelijkheid.

          Voor dit stuk spraken we ook kinder- en jeugdpsychiater Anne Pelzer. Zij noemt nog een drempel: in de Nederlandse ggz wordt de nadruk gelegd op praten, terwijl mannen het vaak moeilijker vinden om zich op die manier kwetsbaar op te stellen. De sector wordt daarnaast ook nog eens gedomineerd door vrouwelijke behandelaars, zegt Pelzer: zo’n 70% van de behandelaars is vrouw, ook al willen veel mannen liever een mannelijke behandelaar. Want de wetenschap leert ons: mensen worden nou eenmaal liever behandeld door iemand die op ze lijkt – en dit geldt trouwens ook voor andere minderheidsgroepen.

          Symptoom weg, probleem weg
          Klinisch psycholoog Pinés Nuku krijgt in zijn dagelijkse werk te maken met mannen die wél de weg naar psychologische hulp hebben gevonden. En die vereisen over het algemeen inderdaad een andere aanpak, zegt hij. Bij mannen moet je bijvoorbeeld expliciet steunend zijn over hun keuze om naar therapie te gaan, en goed de verwachtingen bespreken. Veel mannen zijn namelijk eerder geneigd vroegtijdig te stoppen met de behandeling, en maken daarin vaak ‘pragmatische’ keuzes. “Ze denken snel: symptoom weg, probleem weg,” ziet Nuku.

          Ook wanneer ze lijden, voelen mannen vaak de druk om rolbevestigend – ‘stoer’ en pragmatisch – op te treden. Niet omdat ze oppervlakkiger zijn of minder lijden, maar omdat ze aan maatschappelijke verwachtingen willen voldoen. Daarnaast zijn mannen anders ‘bedraad’: “Door bepaalde neurobiologische factoren zijn mannen gemiddeld minder geduldig – dus houden ze niet van langdurig gepraat – en nemen ze meer risico’s, zoals vroegtijdig stoppen met praattherapie.”

          Hoe ziet zo’n sessie eruit? Dat verschilt, zegt Jay. “Therapie voor mij is praten over wat je dwarszit. Het hoeft niet altijd over de meest complexe problemen te gaan. Soms praat ik over dagelijkse dingen, maar vaak gaat het ook over grotere problemen waar ik mee worstel.”

          Hij probeert zo open mogelijk te praten met zijn behandelaar: “Ik vind dat je niet moet liegen tegen je therapeut. Je bent er om geholpen te worden, en hoe meer ze weten over je, hoe beter de therapie wordt, vind ik. In het eerste gesprek wordt meestal ook gevraagd wat je ervan verwacht. En als je meer sessies, een andere therapeut of therapievorm wilt, kun je dat altijd bespreken met je behandelaar.”

          Jay zette zijn behandeling door. Therapie gaf hem controle over zijn drang naar automutilatie. “Ik kreeg inzicht in waarom ik verdriet en woede voel, en hoe ik er gezond mee om kan gaan zonder schade aan te richten.”

          Women are sad, men are bad
          Jay heeft elke week een gesprek met zijn behandelaar, soms eens in de twee weken. “Het helpt me een structuur op te bouwen in mijn leven. En het is fijn om iemand te hebben die simpelweg naar je luistert en je problemen erkent”, vertelt Jay. “Je hebt iemand voor je die er verstand van heeft, en waarmee je verder geen connecties hebt, los van het feit dat diegene je therapeut is.”

          Gemiddeld gezien hebben mannen dus niet minder problemen dan vrouwen, maar ze geven er wél anders uiting aan, zien de specialisten die we voor dit stuk spreken. Women are sad, men are bad, luidt het credo onder psychologen.

          Als jongens hun emoties uiten, worden ze afgestraft, aldus Hannah Mars van stichting Emancipator. “De enige emotie die mannen mogen laten zien is woede. Je kunt je voorstellen dat het snel heel toxisch wordt wanneer je verdriet alleen kunt uiten door woede.”

          Niet toevalligerwijs wordt het meeste geweld in de wereld gepleegd door mannen, en is het overgrote deel van de bedden in gevangenissen gereserveerd voor mannen. Een groot deel van de gedetineerden kampte al vóór ze in de gevangenis belandden met (onbehandelde) mentale klachten. Dit beschrijft kinder- en jeugdpsychiater Anne Pelzer in haar onderzoek Waar zijn de jongens gebleven?, waarin ze met haar onderzoeksteam analyseerde waarom in de crisishulp vier keer zoveel meisjes behandeld worden als jongens.

          Een ABC van de ggz
          Eigenlijk zouden kinderen op basisscholen sneller voorlichting moeten krijgen over mentale gezondheid, vindt Jay. “In groep 7 en 8 krijg je seksuele voorlichting. Waarom bestaat zoiets niet voor geestelijke gezondheidszorg? Laat kinderen weten dat ze erover kunnen praten, en om hulp kunnen vragen. Ik heb dat gemist; ik heb nooit aan therapie gedacht tot mijn moeder ermee kwam.”

          Klinisch psycholoog Nuku onderstreept dit: de ggz kan maatschappelijke organisaties als de overheid, werkgevers en scholen steunen, bijvoorbeeld met een voorlichtingscampagne zoals het eerdere Hey, het is oké.

          Naast een divers aanbod van behandelaars kunnen er ook meer verschillende zorgvormen komen, denkt jeugdpsychiater Anne Pelzer. “Bijvoorbeeld een zorgaanbod waarbij de focus minder ligt op praten maar op beweging, muziek of creatieve therapie. Dat kan ook bijdragen aan een inclusievere ggz.”

          Kracht
          Jay wil andere mannen aansporen ook te praten over hun psychische klachten: “Misschien is het een cliché, maar het is oké om hulp te vragen. Je bent er niet zwakker door. Het laat juist je kracht zien.”

          Dat wil hij benadrukken, want ook in zijn directe omgeving ziet hij de consequenties van het hulpmijdende gedrag van mannen. Suïcide is de grootste doodsoorzaak onder jonge mensen, en Jay zag recent meerdere suïcides in zijn omgeving – stuk voor stuk mannen. “Ik hoop dat ik dat niet meer mee hoef te maken, als mannen sneller hulp zoeken.”

          Bron: NPO3 / Brandpuntplus >>

          Luka
          Moderator

            Annes zoon werd seksueel misbruikt: ‘Het verhaal werd alleen maar groter en heftiger’

            Het zal je maar gebeuren: je kind komt thuis en vertelt dat hij seksueel wordt misbruikt. Het overkwam Anne (33) met haar destijds 7-jarige zoon. “We voelden ons zo machteloos. We wilden eigenlijk alleen maar horen dat het goedkomt met onze zoon.”

            Week van de lentekriebels
            “Mijn zoon kwam na het buitenspelen binnen en hij vertelde over wat zijn vriendinnetje hem had verteld. Het was bij haar op school de week van de lentekriebels en ze had uitgelegd wat ze had geleerd. ‘Dat is met mij gebeurd’, zei hij plotseling. Zo dropte hij die bom bij ons. Ik voelde gelijk dat ik van slag raakte, maar op de één of andere manier reageerden mijn man en ik heel rustig op hem. We lieten niet zien hoe erg we van slag waren, maar we zeiden: hier moeten we wat mee.

            We zagen de laatste tijd al bepaalde gedragsveranderingen bij onze zoon. Daar waren we al mee bezig, met de huisarts en de fysiotherapeut. Op school liep hij opeens achter, terwijl hij altijd heel snel leerde. We hadden al wel door dat er iets aan de hand was, maar we dachten toen dat hij misschien overprikkeld was. We konden er niet precies de vinger opleggen, dus toen hij dit vertelde, vielen alle puzzelstukjes in elkaar.

            Nog meer verhalen
            Toen hij het ons vertelde, voelde het echt even als het einde van de wereld. Er gingen gelijk allemaal beelden door mijn hoofd en ik dacht: mijn kind is voor het leven getraumatiseerd. Wat moeten we nu doen? Komt het nog wel goed? Hij kwam de dagen daarop iedere avond met nog meer verhalen aanzetten, dat er nog meer was gebeurd en het veel vaker plaatsvond dan we dachten. Nu weet ik dat dat normaal is, dat een kind eerst kijkt hoe je op iets reageert en of het veilig voelt. We hadden dus aan het begin nog niet door dat het zo ernstig was als dat het nu is gebleken.

            De dader was een minderjarige tiener en we kenden hem en zijn familie goed. Voor ons kwam daar ook nog een rouwverwerking bij, omdat die mensen dichtbij ons stonden. We kennen hun opvoeding door en door, daar heeft het ook niet aan gelegen. We hebben onze kinderen altijd gewaarschuwd voor die volwassenen in de speeltuin met snoepjes en een busje. Dat ze nooit zomaar mee moeten gaan met iemand en dat deden ze ook netjes. We hadden dit absoluut nooit verwacht. Hij heeft ook nooit bij die jongen gelogeerd, het gebeurde gewoon op verjaardagen en feestjes, in periodes van nog geen half uur toen ze boven aan het spelen waren. Juist wanneer je denkt dat je kind veilig is.

            Veilig Thuis
            We hebben diezelfde avond dat onze zoon van het seksueel misbruik vertelde, de ouders van de dader op de hoogte gebracht. De dag daarna hebben we Veilig Thuis gebeld om informatie te vragen. Zij zeiden toen dat ze zich over ons kind geen zorgen maakten, want jonge kinderen groeien daar wel overheen. Zij hebben daar weinig last van, we moesten het maar even aankijken. Over de dader maakten ze zich wel zorgen, het gedrag dat hij op zijn leeftijd vertoont, hoort niet. Daar moesten ze mee aan de slag. Dat vonden wij een verschrikkelijke reactie. Wij wisten wel degelijk dat onze zoon er veel last van had.

            We hebben dit wel met de ouders van de dader besproken, omdat wij ook niet willen dat de jongen andere kinderen hetzelfde aandoet. Zijn ouders hebben gelijk hulp ingeschakeld, zij zijn ook de volgende dag al geholpen door Veilig Thuis. Wij kregen dus te horen dat we het maar even moesten aankijken, maar de dagen daarop werd het verhaal alleen maar groter en heftiger. Ik weet nog dat mijn man en ik een paar avonden later letterlijk huilend op de grond zaten, nadat onze zoon nog drie keer uit bed was gekomen, omdat hij niet kon slapen. We wisten niet wat we moesten doen. We voelden ons zo machteloos. We wilden eigenlijk alleen maar horen dat het goedkomt met onze zoon.

            Nachtmerries

            We gingen de volgende dag naar de huisarts waar we een verwijzing kregen naar een psycholoog. Die hebben we gelijk opgebeld, maar toen kregen we te horen dat er een wachtlijst van minimaal drie maanden was. En dat was het, meer konden ze niet doen. Alleen bleven de verhalen maar komen, elke avond kwam onze zoon weer naar beneden, want hij had nachtmerries. Het was verschrikkelijk om te zien, het kwam helemaal los bij hem, alles kwam eruit. We hebben toen naar alle instanties die we konden vinden gebeld en we zeiden dat we gewoon handvatten nodig hadden van een hulpverlener. We hoefden misschien niet meteen in behandeling, maar we moesten als ouders horen of we het goed deden of niet. Reageren we wel goed? Pakken we het goed op? Maar iedereen zei dat zolang er geen intake is, ze niks konden doen, want straks gaven ze een verkeerd advies.

            Uiteindelijk hebben we een medewerker van het centrum seksueel geweld (CSG) gesproken die even de tijd aan de telefoon nam. Zij bevestigde dat we het goed deden, dat we rustig op hem reageerden, hem open vragen stelden en alleen met hem in gesprek gingen als hij ermee kwam. Zij is oprichtster van CSG en raadde aan om het boek Dichtbij Huis te lezen. Daar staan verhalen in over wat je kunt tegenkomen vanaf dat moment, op mentaal vlak, maar ook op juridisch vlak. Dat gaf ons eindelijk wat handvatten en tips wat we nog moesten doen. We hebben uiteindelijk een afspraak met de zedenpolitie gemaakt en een melding gemaakt van het seksueel misbruik. We hebben besloten geen aangifte te doen, omdat het om een minderjarige gaat.

            Het deurtje was dicht

            Na drie maanden kwamen we bij de psycholoog en zij wilde meteen beginnen met EMDR, omdat zij er vanuit ging dat onze zoon nog steeds zo open was als eerst. Helaas ging dat niet, want op het moment dat we met de therapie wilden starten, was het deurtje alweer dicht. Onze zoon had er al zo vaak over verteld en er kwam maar geen hulp, dat hij weer gesloten was. Hij vond het ontzettend spannend en hij wilde er alleen maar met ons over praten. Dus er kwam wel hulp, alleen heeft het bijna een jaar geduurd voor hij zich open durfde te stellen. Uiteindelijk was de therapie wel heel fijn voor hem, hij kon ergens terecht en hij kon aan de slag met allerlei verschillende behandelingen.

            Wij misten als ouders wel iemand die de ouder ook begrijpt. Wij hadden een psycholoog van 25 jaar, die zelf nog weinig levenservaring had. Ze wist goed vanuit de theorie hoe ze onze zoon moest behandelen, maar hoe wij als ouders er het beste mee om konden gaan, dat wist zij niet. Dat kun je haar op die leeftijd helemaal niet kwalijk nemen, maar dat is wel iets wat je als ouder mist. Je wilt het er graag met iemand over hebben die het snapt, die het uit ervaring begrijpt. Dat is er gewoon niet. Daardoor gingen wij zelf boeken lezen en mensen opzoeken om gesprekken mee te voeren. Alle informatie hebben we opgeslurpt, om er voor te zorgen dat we er zo goed mogelijk voor onze zoon konden zijn.

            Invloed op het leven
            Het is nu drie jaar geleden dat we achter het misbruik kwamen. Op alle levensgebieden heeft het invloed gehad. Onze zoon liep achter op school en hij durfde geen vrienden te maken. We konden niet naar verjaardagen waar meerdere mensen waren, omdat hij dat te spannend vond. Nachtenlang had hij nog last van nachtmerries en hij had een heel laag zelfbeeld. We gingen ook naar de osteopaat voor zijn lichamelijke klachten. Hij had namelijk veel buikpijn en hij kon bepaalde voedingsmiddelen niet eten, want dat voelde niet fijn in zijn mond. Het heeft gewoon heel veel impact op hem gehad.

            Ook op ons als ouders heeft de hele ervaring veel impact gehad. Je hebt het idee dat je alle ballen hoog moet houden, voor je kind, omdat hij ook door moet. Mijn zoon vertelde zo levendig wat er was gebeurd, waardoor die plaatjes ook heel levendig in mijn hoofd kwamen. Ik kreeg daar toen ook EMDR-therapie voor, alleen dat ging niet samen met mijn werk en alle andere verplichtingen van het gezin. Op een gegeven moment ging het gewoon niet meer en kwam ik ziek thuis te zitten. Na een half jaar kreeg ik te horen dat ze mij op het werk niet meer wilden, omdat wat ik had meegemaakt een te groot risico was op vaker herhaling van ziekmelding. Er was eigenlijk totaal geen begrip voor de situatie waar wij in zaten.

            Effecten van seksueel misbruik op een gezin
            Omdat dit alles ook heel veel invloed had op onze levens, wilden wij daar iets mee. Er moet onder docenten en hulpverleners bekendheid komen over de effecten van seksueel misbruik op een gezin en hoe ze daarmee moeten omgaan. Want wij hadden toentertijd namelijk geen idee en niemand kon ons helpen. Daarom ben ik een onderneming gestart om andere ouders en hulpverleners te helpen om kennis te krijgen over wat seksueel misbruik met een kind en het gezin daaromheen doet.

            We zijn mega trots op hoe ver onze zoon nu is gekomen. We kunnen nu wel weer naar een feestje en hij eet ook weer alles. Met zijn schoolwerk is hij bijna bij op zijn leeftijdsgenoten. We hebben er vertrouwen in dat het weer goedkomt. We zijn dankbaar dat we er als gezin samen zijn uitgekomen. Het seksueel misbruik zal altijd bij ons blijven, het gaat nooit weg en het zal altijd in een zekere mate weer terugkomen bij mijn zoon. Bijvoorbeeld als hij gaat puberen of wellicht een eigen gezin krijgt. Maar ik heb het idee dat we een goede basis hebben neergelegd en dat we er met veel liefde in het gezin doorheen komen. We zien het dus wel positief in, maar ondanks dat zal het altijd spannend blijven.”

            Bron: JM Ouders >>

            Luka
            Moderator

              Seksueel misbruik in tienerrelaties komt vaak voor, sociaal pedagoog geeft advies

              Opvoeden blijft een lastige kwestie, elke ouder heeft vragen hoe hij iets het beste aanpakt. Daarom stellen we elke week een vraag aan een expert. Deze week geeft sociaal pedagoog en tevens ervaringsdeskundige Lyona Rose antwoord op de vraag: wat als mijn kind seksueel misbruik ervaart binnen zijn of haar relatie?

              Het is de nachtmerrie van elke ouder: je kind wordt seksueel misbruikt. Als je kind een relatie heeft, verwacht je dit misschien minder snel, maar toch gebeurt het helaas wel. Vaak weten ouders in eerste instantie hier niets vanaf. Hoe kun je seksueel misbruik herkennen bij je dochter of je zoon?

              Alert blijven
              “Het belangrijkste is om alert te blijven”, vertelt Rose. “Ouders kennen hun tiener het beste en als je zoon of dochter zich anders gaat gedragen, dan is het goed om alert te zijn. Let dus op afwijkend gedrag bij je tiener. Na of tijdens een traumatische ervaring kunnen tieners zich anders gaan gedragen. Ze kunnen bijvoorbeeld:

              – Zich terugtrekken en stiller worden
              – Emotionele uitbarstingen hebben
              – Meer of minder eetlust hebben
              – Minder goed concentreren op school of een achteruitgang in schoolresultaten hebben
              – Een verslaving krijgen, bijvoorbeeld blowen of andere drugs, om de pijn te verdoven
              – Vermijdingsgedrag laten zien of angstig zijn voor bepaalde plekken of plaatsen
              – Zichzelf verstoppen achter kleding of een zonnebril of zichzelf juist extremer laten zien
              – Automutilatie: zichzelf beschadigen uit schaamte of om zichzelf te willen straffen

              Heftig reageren
              Hoewel bepaalde gedragsveranderingen normaal zijn in de puberteit, denk aan hormonale schommelingen, is het toch verstandig om scherp te blijven. Als je kind op kleine dingen heftig reageert, bijvoorbeeld door middel van een flinke huiluitbarsting of dingen stukgooit in een woedeaanval, is dat niet meer een ‘normale’ gedragsverandering.

              Het is lastig als jij vermoedt dat je kind te maken heeft met seksueel misbruik binnen zijn/haar relatie, maar hij of zij het ontkent of er niet over wil praten. Het is dan belangrijk om altijd te proberen het gesprek aan te gaan, maar zorg ervoor dat je in dat gesprek geen dingen invult. Veel ouders hebben de neiging direct het gesprek te sturen, omdat ze een bepaald beeld in hun hoofd hebben. Mijn advies is om dat een beetje los te laten en open het gesprek in te gaan. Stel open vragen en benoem wat je ziet. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik merk dat je wat stiller bent’.

              Luisteren
              Als dan uiteindelijk blijkt dat je kind seksueel misbruikt wordt binnen zijn of haar relatie, is het belangrijk om te luisteren. Doe dat zonder direct zelf in te vullen wat er is gebeurd. Probeer, hoe lastig en pijnlijk het ook is, te luisteren naar het verhaal. Stel je onbevooroordeeld open en geef zeker nooit je tiener de schuld van seksueel geweld/misbruik. Ook wanneer je tiener bijvoorbeeld is vreemdgegaan in zijn of haar relatie geeft het een ander nog niet het recht om te mishandelen.

              Leg duidelijk uit dat seksueel geweld en lichamelijke mishandeling strafbaar is in Nederland. Stel voor om samen aangifte te doen, zodat de kans op herhaling in de toekomst bij een andere vriendin of vriend afneemt. Neem contact op met de ouders van de dader en vertel rustig wat de situatie is. Hoe boos je ook bent, onthoud dat ouders van de dader niet de dader zijn. Voor hun kan de situatie ook pijn, woede en schaamte oproepen.

              Bevriezen tijdens de gebeurtenis
              Tieners kunnen zich, na het meemaken van seksueel geweld, schuldig voelen of schamen. Deze gedachten kunnen ontstaan doordat de tiener bijvoorbeeld tijdens de gebeurtenis bevroor of geen weerstand heeft geboden. Een grote fout die mensen maken, is dat ze er vanuit gaan dat je jezelf tijdens een nare gebeurtenis zoals seksueel geweld altijd kan verzetten. Maar wanneer het brein weet dat er geen kans is om het lichamelijk te winnen, dan kan het ook als het ware bevriezen en in de overlevingmodus schieten.

              Het is dus niet zo dat iemand zich altijd en in iedere situatie automatisch kan verzetten. Ook een lichamelijke reactie kan een overlevingsreactie zijn vanuit het lichaam om de pijn dragelijker te maken. Een lichaam is erop gericht om te overleven. Dus hoe je lichaam ook reageerde, dit was een reactie om te overleven. Leg dit duidelijk uit aan je tiener, zodat ze zichzelf niks verwijten.

              Psychische gevolgen
              Een traumatische ervaring zoals seksueel geweld, of het nou één keer of meerdere keren is gebeurd, gaat niet in de koude kleren zitten. Het kan vervelende psychische gevolgen met zich meebrengen die in het heden, maar ook in de toekomst, een obstakel vormen. Professionele hulp is daarom ook zeker aan te raden. Iemand die verder van de situatie afstaat en bij wie je kind vrijuit kan praten, kan een uitkomst bieden en een goede invloed hebben op het herstel.

              EMDR kan goed werken om de scherpe rand van de gebeurtenis af te halen. Een sport uitoefenen zoals kickboksen om de woede eruit te slaan kan ook helpen. Quality time met je tiener is altijd waardevol, zeker na een traumatische gebeurtenis is het belangrijk om leuke activiteiten te ondernemen. Laat zien dat het leven ook nog fijn kan zijn. Probeer weer meer positieve herinneringen te maken. Vertel ook dat je tiener waardig, mooi en lief is. Geef liefdevolle en echte complimenten.

              Eigen ervaring
              Ik was zelf ook als tiener slachtoffer van seksueel misbruik binnen mijn relatie. Ik weet nu dat het belangrijk is om als ouders vragen te blijven stellen, want dat deed mijn pleegouder niet. En uit jezelf vertel je als tiener niet alles, omdat je dus vaak die schaamte voelt. Geef je kind een veilig gevoel, zodat ze weten dat ze met alles bij jou terechtkunnen.

              Omdat ik uit mijn eigen ervaring weet hoe schadelijk het is om seksueel misbruik binnen je relatie te ervaren, wil ik mij inzetten om zoveel ouders en tieners te helpen hoe ze om moeten gaan met zo’n situatie. Ik heb daarom het boek Losse Handjes geschreven, wat over mezelf gaat. Met dit boek wil ik inzicht bieden in het ontstaan van seksueel misbruik binnen een tienerrelatie. Ook kunnen tieners door middel van het boek met hun ouders het gesprek aangaan en bied ik tools om ze daarbij te helpen.”

              Bron: JM Ouders >>

              Luka
              Moderator
              Topic starter
                Luka
                Moderator

                  Leven met emotionele en seksuele onzekerheid na seksueel misbruik

                  “Ik moet verliefd zijn om te voelen dat ik besta.”

                  Yoan (40) is homoseksueel. Hij werd als tiener seksueel misbruikt. Tijdens een uitwisseling in Vlaanderen, misbruikte een vriend van het gastgezin hem meerdere keren. Die daad heeft een zware impact gehad op zijn zelfvertrouwen. Schaamte, schuldgevoel en angst maakten een groot deel uit van zijn zelfontplooiing. Vandaag spelen zijn onzekerheden een grote rol in zijn dagelijkse leven, zeker op relationeel en seksueel vlak.

                  Volgens een enquête uit 2021 onder toezicht van prof. dr. Ines Keygnaert van de Universiteit Gent-ICRH, ervaren zo’n 48% van Belgische mannen seksueel geweld tijdens hun leven. De psychologische gevolgen van seksueel misbruik hebben op lange termijn een impact op de slachtoffers. Seksuele intimidatie gaat vaak samen met anxiety, posttraumatische stress, een laag zelfbeeld, schaamte en – in vele gevallen – depressie.

                  Yoan praat met Michel-Ange Vinti over de gevolgen van het misbruik dat hij meemaakte. Hij vertelt hoe moeilijk het – nog steeds – is voor hem om een gezonde relatie te hebben met een man, of om zelfs nog maar fysiek benaderd te worden. Does hoe kan hij zijn schaamte overwinnen en zijn leven seksueel vervullen?

                  Ik groeide op in het Waalse platteland. In het begin had ik vaak romantische relaties met meisjes. Toen ze begonnen te zeggen “O, dat is goed. Mijn lief dringt niet te veel aan op seksueel vlak,” haakte ik meestal af en begon redenen te zoeken om de relatie stop te zetten. Tijdens mijn tienerjaren had ik meer “speelse aanrakende” relaties met vrienden. En dan vonden er vrij snel een aantal gebeurtenissen plaats. Vanuit mijn standpunt speelden ze part in de constante onzekerheid waarin ik vandaag leef.

                  Ik ging een jaar lang bij een gastgezin gaan wonen. Tijdens die periode werd ik misbruikt door een volwassene, een vriend van de familie. En ergens in die periode besefte ik dat ik me enorm schaamde, maar ook een verlangen ervaarde. Als 15-jarige reageert je lichaam op eender welke fysieke stimulus. Ik werd gedwongen iets te doen dat ik niet wou, en tegelijk, desondanks alles, leefde er een verlangen. Het heeft me vele jaren gekost om die verhouding te begrijpen, tussen een slachtoffer van een volwassene te zijn, en een tiener die een seksueel ontwaken doorging.

                  Dan, nog in datzelfde jaar en vrij snel, kwam ik ongewenst uit de kast bij mijn ouders. Het was mijn gastgezin die mijn mails had gelezen en – zonder mijn weten – het hadden doorverteld aan mijn ouders. Dus toen ik verklaarde dat ik iets moest vertellen, zeiden ze dat er iets gaande was tussen mij en een man. Het misbruik was voorbij. Ik had er een einde aan gemaakt. Ik had die zaak achter me gelaten. Maar ik zat net in mijn eerste echte relatie als een gay man, met iemand die zich ook identificeerde als gay. En dus in de tijdspanne van een enkele nacht, had ik het vertrouwen met mijn ouders beschadigd. De kwestie van mijn misbruik was volledig op de achtergrond geraakt. Mijn gastgezin claimde dat ik de verhalen had verzonnen zodat mijn ouders me niet zouden afwijzen omdat ik gay ben, dat ik probeerde hun affectie te behouden.

                  Mijn ouders hielden me constant in de gaten, ik mocht zelfs niet meer naar buiten. Zelfs toen ik naar Brussel ging om te studeren, mocht ik er niet blijven in het weekend zodat ik niet zou uitgaan op gay plekken. En dus was er altijd wel een vorm van schaamte aanwezig, veel schuldgevoelens en heel wat anxiety in het uitzoeken wie ik ben. Die twijfels hebben zich op verschillende manieren gemanifesteerd, ik heb al angstaanvallen gehad, en depressieve periodes.

                  Vanaf mijn eerste dagen in Brussel, toen ik op kot ging, leerde ik de eerste jongen kennen met wie ik een prachtig liefdesverhaal heb gehad. Een aanhankelijke relatie, zoals alle verhalen van eerste liefdes. Maar het was een relatie waarin onmiddellijk ook onze onzekerheden, luid en duidelijk, zichtbaar werden. En hoewel we verboden waren uit te gaan, lukte het hem toch op de een of andere manier. Maar toen het weekend daar was, en het stil was van mijn kant, toen kwamen alle twijfels opborrelen. Het was een heel mooie romance, best intens, maar het eindigde nogal slecht. Zoals elk liefdesverhaal.

                  En vanaf dan ben ik altijd op zoek gegaan naar relaties die me veiligheid leken te bieden… monogamie dus. Om voor mezelf te zorgen, om ons ver weg te houden van de gay scene, wiens waarden en codes niet overeenstemden met de mijne. Zo is alles wat te maken heeft met fysieke losbandigheid iets wat mij snel stoort. Door het herhaaldelijke misbruik dat ik moest verduren, verschillende maanden lang, heeft mijn lichaam een redelijk snelle reactie en wijs ik alles af. Het is niet echt de persoon zelf die ik afwijs maar de lichamelijkheid als het te direct is. Sommigen zeggen dat ik me een beetje “als een vrouw gedraag”, heel gegenderd. Voor mij is intimiteit, het doorlopen van enkele rituelen – een goeie maaltijd delen, elkaar kunnen omarmen – een vereiste voordat ik verlangens kan krijgen en ze kan uitdrukken.

                  Bootycalls zijn ondenkbaar. Ik heb al heel wat geweldige mensen leren kennen op datingapps die niet enkel seks willen hebben of die seks niet als een vereiste zien. Voor mij is een bootycall volledig onmogelijk als de persoon in kwestie mij niet ziet als persoon, met een volledige persoonlijkheid. En als er zijn die het me toch voorstellen, dan zeg ik gewoon “ga iemand anders gaan zoeken.” Ik moet gezien worden als een individu met een persoonlijkheid, met kwetsbaarheden. En het is ook door die kwetsbaarheden dat vele mooie dingen kunnen bloeien.

                  “Waar ik altijd spijt van heb gehad, is dat ik geen steunende groep meer had.”

                  Het doet echt iets met me om constant de vraag te stellen waarom ik niet zoals anderen kan zijn, me kan gedragen als andere mensen, waarom seks met mij niet zo toegankelijk is als met anderen, zonder er te veel vragen bij te stellen, zonder al die angsten te moeten trotseren die ook relateren aan mijn generatie – ik zat middenin de angstcultuur rondom AIDS in de late jaren van de ‘90s.

                  Voor velen kan het gebruiken van ontremmende middelen bevorderend werken, of zelfs ervoor zorgen dat ze beter presteren. Er was een tijdje waarin ik ook die drugs nam, exact met de reden om seks gemakkelijker te maken. Dat was niet noodzakelijk altijd binnen gay ruimtes, soms was dat ook thuis. Maar sommige van mijn ervaringen brachten me eigenlijk in situaties waar ik achteraf bij dacht dat het best gevaarlijk was. Ik had zo’n dwangmatig gebruik, met doel te relaxeren, dat ik me er soms achteraf niets meer van herinnerde. En dan waren er andere kopzorgen: als ik iemand uitnodigde in mijn huis, zonder er iemand anders aanwezig was, was er het mogelijke gevaar voor agressie, overvallen, gijzeling en andere dingen.

                  Ik heb het nu wel kunnen accepteren door therapie. Toen ik mijn therapeut zag, was ik altijd aan het klagen “waarom kan ik niet zoals andere gay mannen zijn? Waarom is er zo’n druk om te presteren? Waarom pas ik niet binnen die codes?” Mijn therapeut hielp me om dit alles te verwoorden en begrijpen dat “je bent wie je bent, je hebt deze weg afgelegd en je gaat geen zelfrespect vinden door korte binnenweggetjes en psychoactieve drugs te nemen.”

                  Vandaag heb ik me erbij neergelegd dat ik niet meedoe aan die codes. Soms lijkt het dat, wanneer ik iemand vertel dat ik geen interesse heb in bootycalls, ik de personen die een natuurlijke lossere seksualiteit beleven veroordeel. Maar het is geen oordeel over hen dat ik vel – lang heb ik zelf ook zo mijn seksualiteit willen beleven. Maar dit is wie ik ben, en ik moet mezelf waarderen om wie ik ben, en mijn zwakke punten in achting nemen, en een gevoel van veiligheid creëren dat stabiel genoeg is zodat ik kan liefhebben en, daarnaast, ook mijn seksualiteit kan ontplooiien.

                  Wanneer je als twintiger uitgaat met vrienden zit je precies opeens in de marathon van het leven. Ik had een heel verslavende persoonlijkheid, ik wou alles heel intens beleven. Als ik mezelf beschrijf dan zou ik ‘hypersensitiviteit’ gebruiken, omdat ik mijn highs heel sterk ervaar en mijn lows heel zwaar ervaar. Deze verheven manier van leven komt daar op een bepaalde manier mee overeen. Met de jaren heb ik leren zeggen tegen mezelf dat wanneer vrienden na een feestje nog een ander feestje gaan doen, het oké is voor mij om naar huis te gaan of met een kleiner groepje vrienden nog iets te doen – vaker met mijn hetero vrienden dan mijn gay vrienden. Ik keer terug naar een levensstijl van minder high zijn, meer genieten van mijn weekends, en andere dingen te doen.

                  Ik heb nog steeds een speciale band met anxiety en angsten. Het komt meer voor wanneer ik niets doe, wanneer ik aan selfcare zou moeten doen door een boek te lezen, of een serie te kijken, of een film of zo. Op zo’n momenten komt mijn anxiety omhoog en doet me denken dat iedereen plezier aan het beleven is, een te gek leven heeft als je hun foto’s op Instagram ziet. En dan vraag ik mij af waarom ik niet zo’n aanwezigheid heb op sociale media, maar tegelijk stel ik mezelf gerust dat ‘andere’ mensen misschien gewoon niet op Instagram of dating apps zitten. Dat helpt me om de focus wat te verleggen. Waar ik altijd spijt van heb gehad, is dat ik geen steunende groep meer had. Misschien is de oplossing om je eigen groep te zoeken, iets vreedzaams, die af en toe ook eens gaat feesten.

                  Hoewel ik de zekerheid die monogamie brengt zeker apprecieer, voel ik me soms ook een beetje opgesloten. Ik besef dat er grenzen zijn, limieten, en ik vind het moeilijk ze zelf te stellen. Wanneer ik dan verliefd word op iemand, wil ik ze koste wat kost tevredenstellen. En dat natuurlijk ten koste van mijn eigen noden, want ik wil dat het goed gaat. Ik wil in een werkende relatie zitten, en me veilig voelen, maar ik heb het vaak moeilijk om de tijd te nemen. Tijd te geven om iets te zien een vorm aannemen, en flexibel te zijn zodat niet alles te rigide is. Hiervoor begrip hebben zal uiteindelijk helpen over die fixatie op veiligheid te raken, die tijdens het begin van een relatie verheven wordt.

                  Ik moet verliefd zijn om te voelen dat ik besta. De afgelopen maanden heb ik mijn best gedaan om daaraan te werken. Onlangs ervaarde ik een zoveelste teleurstelling op vlak van liefde en begreep ik dat ik desondanks alles toch besta, buiten die relatie. Maar toch blijft een relatie, verliefd zijn, een bestaansreden voor mij.

                  Bron: Vice >>

                  In reactie op: Zorgcentra na Seksueel Geweld (België) #277179
                  Luka
                  Moderator
                  Topic starter

                    We stapten binnen bij het Zorgcentrum na Seksueel Geweld in Brussel
                    VICE ging naar Hoogstraat 320 om in detail uit te leggen hoe het centrum werkt. Een slachtoffer vertelde ons over haar verzorging.

                    Er is een goede reden waarom deze plekken – speciaal ontworpen om slachtoffers van seksueel geweld op te vangen – weinig publiciteit krijgen. Bij hun opening in 2017 waren de teams van de eerste drie centra – Brussel, Gent en Luik – nog te klein om een groot aantal slachtoffers op te vangen. Daarom wilde men in eerste instantie de promotie van het ZSG (Zorgcentrum na Seksueel Geweld) bij het grote publiek niet aanmoedigen, om de diensten niet te overbelasten en een kwaliteitsvolle opvang van de slachtoffers mogelijk te maken. De trieste realiteit van een tekort aan middelen.

                    Sindsdien is het personeelsbestand geleidelijk uitgebreid om een groter aantal slachtoffers op te kunnen vangen zonder dat de kwaliteit daarvan vermindert. Afgelopen januari is het centrum in Brussel zelfs uitgebreid – ze hebben een heleboel nieuwe mensen aangeworven – om meer mensen tegelijk te kunnen opvangen. Tegelijkertijd werd het ZSG in de Hoogstraat, dat oorspronkelijk alleen werkte met de politiezone Brussel-Hoofdstad/Elsene, opengesteld voor alle politiezones van het gerechtelijk arrondissement Brussel.

                    Om je een idee te geven van de drukte: in januari ontving het Brusselse team 83 slachtoffers – de maand ervoor waren dat er 55. Dat zijn meerdere mensen per dag. Céline Van Vaerenbergh (35), coördinator van de Brusselse vestiging, vertelt dat er sindsdien geen dag meer is geweest zonder dat er minstens één slachtoffer binnenkwam.

                    Wat is een ZSG?
                    De missie van het Zorgcentrum na Seksueel Geweld is om alle slachtoffers van seksueel geweld 24/7 op te vangen. Het biedt medische en forensische zorg, de mogelijkheid om een klacht in te dienen, psychologische ondersteuning en follow-up voor volwassenen en kinderen, ongeacht hun geslacht. Het idee is om de verschillende beroepen waarmee een slachtoffer van seksueel geweld tijdens de behandeling tot aan het indienen van een klacht en tijdens de langdurige psychologische follow-up kan worden geconfronteerd, onder één dak samen te brengen. Dit gebeurt op drie manieren: spontaan, via de politie of via de spoeddienst van het ziekenhuis.

                    Het ZSG-model is niet uit het niets ontstaan. De structuur had al een basis in het UMC Sint-Pieter, waar protocollen bestonden voor de behandeling van seksueel geweld. Het was dan ook vanzelfsprekend dat dit ziekenhuis werd geselecteerd voor het Brusselse centrum, naast die in Luik en Gent. Na een eerste proefproject van twee jaar namen het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, de FOD Volksgezondheid en de politie het ZSG over, waardoor het project een permanent karakter kreeg in het kader van het federale gelijkekansenbeleid.

                    In welke steden zijn ze te vinden?
                    De eerste proefjaren bewezen de doeltreffendheid van deze specifieke ondersteuning in Gent, Brussel en Luik. Vanaf 2017 liepen zo’n 930 mensen door de deuren van de drie centra – in vergelijking met de verwachte 600. De centra in Charleroi en Antwerpen gingen open in 2021, Roeselare en Leuven in 2022 en Genk en Namen in 2023. Aarlen is de volgende op de lijst. De verschillende centra communiceren met elkaar en de kleinere profiteren van de ervaring van het Brusselse centrum, dat hen opleidingen geeft. Voortaan kan elk slachtoffer van seksueel geweld op Belgisch grondgebied op maximaal een uur rijden door een ZSG worden opgevangen.

                    Wat kan ik verwachten als ik naar een ZSG ga?
                    Er is een protocol, maar geen standaardbehandeling. Elk slachtoffer krijgt tijdens het proces de behandeling die het best is aangepast aan diens behoeften, en consent is de drijvende kracht achter het hele proces.

                    We ontmoeten Jade*, die ons vertelt hoe ze werd opgevangen en verzorgd na een aanranding in Brussel. Begin 2023 meldde Jade zich de dag na het voorval aan bij het ZSG. Ze had er nog nooit van gehoord. Via een vriendin ontdekte ze het bestaan ervan. Ze vertelt ons over haar behandeling, stap per stap. Om haar anonimiteit te bewaren en aanvullende informatie te verstrekken, zijn haar ervaringen getoetst aan de getuigenissen van verschillende hulpverleners.

                    17.00 uur: “Samen met een vriendin ging ik naar het ZSG in de Hoogstraat. Er waren nogal veel mensen, dus moesten we een tijdje wachten. Ondertussen kreeg ik een cola en wat snacks om als tijdverdrijf. Uiteindelijk werd ik ontvangen door een verpleegster voor een eerste gesprek. Haar warme uitstraling contrasteerde met het medische aspect van de plek. De verpleegster legde me uit hoe alles werkte. Ik vertelde haar in detail over de aanval en zij maakte aantekeningen. Het duurde twee uur.

                    Het was best cool, ze gaf me een ziektebriefje voor een hele week, gratis begeleiding en ze stelde mij gerust. Het was een goede omgeving, ik kon zeggen wat me was overkomen zonder veroordeeld te worden. Ik voelde me gesteund en dat is al een soort genezen op zich.

                    Daarna kreeg ik een medisch en forensisch onderzoek aangeboden. De verpleegster nam staaltjes af waar dat nodig was. Ik moest er ook mijn kleren achterlaten, maar had geen reservekleren, dus gaven ze me dat ook nog. En dan kon ik eindelijk douchen.”

                    19.00 uur: “Na het onderzoek had ik de mogelijkheid om een klacht in te dienen. Ik wilde ik dat eerst eigenlijk niet, maar de verpleegster moedigde me aan om het toch te doen. De politieagenten in het centrum zijn speciaal opgeleid voor dit soort klachten en waren toch al aanwezig, dus deed ik het wel. Daardoor was het niet meer nodig om naar het politiebureau te gaan.

                    De verpleegster had me vooraf goed ingelicht, dat was geruststellend. Zo vertelde ze mij dat het feit dat ik gedronken had, bijvoorbeeld, in mijn voordeel zou werken – terwijl je eerder het tegenovergestelde zou denken – omdat het een verzwarende factor is voor de agressor. Voor ik mijn verklaring kon afleggen moest ik weer twee uur wachten in een soort ziekenhuiskamer. We keken wat video’s met mijn vriendin, maar het duurde erg lang.”

                    21.00 uur: “Uiteindelijk werd ik ontvangen in de verhoorkamer van het ZSG om het verhaal van de aanval een tweede keer te vertellen, het was nogal zwaar en de ruimte was krap. Mijn vriendin mocht wel bij mij blijven. De rechercheurs waren best aangenaam en eerlijk gezegd niet oordelend. Het was waarschijnlijk minder intimiderend dan in een normaal politiebureau, maar het werd gefilmd dus was het wel een beetje stressvol.”

                    00.30 uur: “De rechercheurs hebben mij aangeboden om mij terug te brengen naar de plaats van de aanval. Het was erg laat, ik was echt kapot en ik geef toe dat ik het niet echt verwachtte, maar ik ben wel meegegaan. Ze wilden controleren waar de bewakingscamera’s waren. Gelukkig was mijn vriendin nog bij me. Toen werd ik naar huis gebracht.

                    Van begin tot eind werd ik echt goed ontvangen. In alle chaos was er toch nog licht aan het einde van de tunnel, ik kon zelfs een beetje lachen. De werknemers zijn sterke mensen. Ik ben blij dat deze plek bestaat, het zou overal moeten bestaan.”

                    De nasleep: “In de weken die daarop volgden belde een verpleegster mij om te kijken hoe het met me ging, of ik iets nodig had, of ik het nodig vond langs te komen. Dat deed me heel goed, want de eerste dagen, de eerste weken zelfs, was ik echt onwel. Ik was voortdurend alert en angstig. Ik had lange momenten van depressie en hun steun was een houvast. Als ik niet opnam, lieten ze voicemails achter. Ook nu nog blijven die voicemails een goede steun.

                    Het forensisch onderzoek
                    Naast een blik op het ZSG zelf, dat verschilt van de traditionele begeleiding, besloten we het forensisch onderzoek en het indienen van een klacht nader te bekijken. Het onderzoek wordt uitgevoerd door verpleegkundigen die een opleiding voor forensisch wetenschapper hebben genoten. Hun onderzoek naar geweld is vergelijkbaar met de set voor seksueel geweld (de SAS-kit) die wordt uitgevoerd bij het indienen van een klacht. Céline, de coördinator, legt de verschillen uit tussen de methode van het ZSG en dat van de SAS-kit.

                    Ten eerste bevat de SAS-kit een lijst met instructies en instrumenten voor het nemen van monsters van slachtoffers van seksueel geweld. Volgens de coördinator worden ze vaak uitgevoerd door ongekwalificeerde mensen die soms gehaast te werk gaan en gewoon stap voor stap de procedure volgen. In het ZSG nemen de forensisch verpleegkundigen monsters op basis van de verklaring van het slachtoffer, d.w.z. als er bijvoorbeeld geen aanraking van de genitaliën heeft plaatsgevonden, wordt daar geen monster genomen.

                    Een tweede belangrijk verschil is de toegang tot de SAS-kit. Voor het uitvoeren van de SAS-kit is het indienen van een klacht verplicht. Bij het ZSG daarentegen worden de monsters uit voorzorg 6 maanden in koelkasten bewaard. Als een slachtoffer zich bedenkt en uiteindelijk besluit een klacht in te dienen, kan men toegang tot de monsters vragen.

                    Een klacht indienen

                    De politieagenten die in het ZSG aanwezig zijn, zijn zedeninspecteurs die zijn opgeleid om dit soort klachten in ontvangst te nemen, om secundaire victimisatie te voorkomen. Ze kleden zich in burgerkleding en zijn gewend om met slachtoffers van seksueel geweld om te gaan.

                    Tussen 50% en 60% van de klachten wordt bij het ZSG in Brussel ingediend, tegenover 10% die gewoonlijk via de klassieke weg wordt waargenomen. Deze vorm van ondersteuning heeft duidelijk tot doel het hoge cijfer te verminderen door slachtoffers een kader te bieden dat hen ertoe aanzet een klacht in te dienen, hoewel dit niet noodzakelijk het doel is voor elk slachtoffer, aangezien de reconstructie niet altijd deze fase omvat.

                    Wanneer de juridische procedure zich niet langer beperkt tot het centrum, wordt het slachtoffer helaas opnieuw geconfronteerd met instellingen die niet in deze specifieke gevallen zijn opgeleid, waarbij zowel de communicatie als de resultaten teleurstellend zijn.

                    Voor wie is het ZSG bedoeld?
                    Ze staan open voor iedereen, maar in feite verwelkomen ze vooral vrouwen. Slechts 10% van de slachtoffers die bij hen aankloppen zijn mannen.

                    In Brussel is een groot deel van het team tweetalig, Frans/Nederlands, en onder het personeel worden verschillende andere talen gesproken, wat het makkelijker maakt om zoveel mogelijk mensen op te vangen. Er wordt Engels, Spaans, Pools en Arabisch gesproken. Als alternatief is er Google Translate en Deepl.

                    De dienst is gratis voor iedereen. Je hebt geen ID nodig om binnen te komen. Je geeft je volledige naam en een adres op. Als die er niet zijn, blijft het hokje leeg, maar staat de deur toch nog open. In dat geval zal het team overwegen om parallel sociale zorg op te zetten.

                    Kwetsbare bevolkingsgroepen – LGBTQIA+ groepen, mensen in zeer precaire situaties of van buitenlandse afkomst – zijn soms moeilijk te bereiken. Aangezien zij over het algemeen minder gebruik maken van zorg, situeert dit toegangsprobleem zich logischerwijze op het niveau van het ZSG. Het team werkt hieraan via een werkgroep verbonden aan het Instituut voor gelijke kansen, waar inclusiviteit wordt besproken om mensen te bereiken die niet zo zichtbaar en ondervertegenwoordigd zijn in verhouding tot de omvang van seksueel geweld tegen deze bijzonder getroffen groepen.

                    Een uniek voorbeeld in Europa
                    Zoals we hebben gezien, zijn de ZSG’s bijzonder omdat ze over multidisciplinaire teams beschikken, zodat de mensen die zich melden op één plaats een uitgebreide zorg kunnen verkrijgen. Hoewel België verplicht is dit soort opvang aan te bieden, zijn de centra een modelleerling in de uitvoering daarvan.

                    Door samen met alle lidstaten het Verdrag van de Raad van Europa inzake de voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, of de Istanbul-Conventie, te ondertekenen, heeft België zich ertoe verbonden passende, gemakkelijk toegankelijke en voldoende talrijke centra voor spoedhulp aan slachtoffers van verkrachting en seksueel geweld te openen. Het Verdrag legt echter geen model als zodanig op. Het voordeel van het Belgische model is dat het ook forensisch onderzoek omvat, iets wat door de slachtoffers vaak als zeer traumatisch wordt ervaren. België was ook niet verplicht om ZSG’s op te richten die 24 uur per dag en 7 dagen per week open zijn of om ze in ziekenhuizen te integreren.

                    Tussen november 2017 en eind 2019 werd de werking van de eerste drie centra geëvalueerd door de Universiteit Gent. Na een geslaagde crashtest werd het project overgenomen door het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, omdat de permanente financiering door een van de ministeriële portefeuilles moest gebeuren. De staatssecretaris voor Gelijke Kansen erfde het project.

                    Hoewel het model zijn gebreken vertoont, met name wanneer de klachten de centra verlaten naar de rechtbanken waar ze uiteindelijk worden geseponeerd, betekent het Belgische ZSG een echte vooruitgang in de zorg voor en de genezing nadien van slachtoffers van seksueel geweld.

                    Bron: Vice >>

                    In reactie op: Seksueel geweld en seksueel misbruik (algemeen) #277178
                    Luka
                    Moderator
                    Topic starter

                      Petra (53): “Omdat zijn vrouw MS had, wilde mijn collega met mij naar bed”

                      Grensoverschrijdend gedrag is – helaas – van alle tijden en daarom iets waar we het over moeten blijven hebben. Als les voor daders, als steun voor slachtoffers. Omdat victim blaming écht moet stoppen. In de wekelijkse rubriek ‘Waarom heb ik toen niets gezegd?’ delen lezeressen grensoverschrijdende situaties waarin ze verstijfden. Deze week Petra (53) die seksuele intimidatie meemaakte op de werkvloer.

                      “Joris en ik zitten samen achter de computer. Hij droeg me ineens op om over te werken. Dat gebeurt nooit. Ik voel zijn lijf, dat akelig dichtbij het mijne zit en steeds dichterbij lijkt te komen. Terwijl we samen een nieuw programma installeren – iets wat plotseling met spoed moest gebeuren – begint Joris over zijn vrouw. ‘Ze heeft MS’, vertelt hij me meelijwekkend. ‘We hebben geen seks meer. Ik mis het heel erg.’ Ik voel hoe mijn maag zich samenkrimpt. Wat zijn Joris’ bedoelingen? ‘Ik zoek iemand waar ik dat mee kan doen’, vervolgt Joris. ‘Iemand die ik goed ken. Zoals jij. Je weet toch dat ik heel goed bevriend met de baas ben?’ Ik zeg geen woord. Ik voel me vies en in de val gelokt. Hoe kom ik hier weg?”

                      Een hand langs mijn borsten
                      “In het bedrijf waar ik enkele jaren geleden werkte, was ik de enige vrouw. ‘Hé typmiep’, werd er steevast naar me geroepen als ik op kantoor verscheen. ‘Ben je dit weekend nog van bil gegaan?’ Ik vond het vreselijk, de neerbuigende opmerkingen en het seksuele sfeertje, maar ik durfde er niets van te zeggen. Vaak negeerde ik de opmerkingen, deed ik alsof ik het niet hoorde. Nu denk ik vaak: ik had gewoon moeten zeggen dat ze hun mond moesten houden.

                      Joris deed nooit mee met het ordinaire geroep. Hij was juist mijn baken binnen het bedrijf. Mijn baas kon behoorlijk uit zijn slof schieten. Als een van zijn beste vrienden wist Joris hem altijd te kalmeren en vaak nam hij het voor me op. Toch viel het me op dat hij steeds vaker heel dichtbij me kwam. Hij liep vlak achter me langs, raakte me zachtjes aan of streek met zijn hand langs mijn borsten. Ik verstijfde op zo’n moment en durfde er niets van te zeggen. Het gebeurde toch vast per ongeluk? Toen hij plotseling voorstelde – nee – verkondigde dat ik samen met hem moest overwerken, was ik op mijn hoede.

                      Ik had die baan echt nodig
                      Ik praatte mezelf de hele dag in dat ik niets achter zijn gedrag moest zoeken en dat ik hem niet mocht wantrouwen. Toen hij over zijn vrouw en over een seksmaatje begon, gingen alle alarmbellen af. Ik had moeten zeggen dat ik niet gediend was van dat soort privé-informatie, maar wederom bevroor ik. Zeker toen Joris meermaals benadrukte hoe goed hij bevriend was met onze baas, durfde ik geen woord tegen hem in te brengen. Hij zei het niet zo expliciet, maar ik voelde aan alles dat het een dreigement was: denk maar niet dat je tegen me in kunt gaan, ik heb macht en kan je zo uit het bedrijf laten zetten.

                      Hij wist dat ik me dat niet kon permitteren. Als alleenstaande moeder met drie kinderen had ik iedere cent nodig. Misschien bleef ik daarom ook wel zo lang bij een bedrijf werken waar seksuele intimidatie en denigrerende opmerkingen aan de orde van de dag waren.

                      Steeds meer fouten maken
                      Terwijl Joris steeds meer uitweidde over zijn seksuele behoeftes, bedacht ik godzijdank een uitweg waarmee ik geen stampij hoefde te maken of mijn baan op het spel zette. In een paar zinnen berichtte ik mijn nieuwe vriend dat mijn collega het op me gemunt had en dat hij me moest komen redden. Nog geen tien minuten later werd er op de deur gebonsd. ‘Wat doet hij nou hier?’, vroeg Joris, niet echt geamuseerd van het gezelschap.

                      Ik verzon dat mijn vriend ‘toevallig in de buurt was’. Plotseling sloeg Joris helemaal om. Weg was zijn vriendelijke houding naar mij. Sterker nog, het overwerken was ineens niet meer nodig. Ik kon gaan. Dat bevestigde voor mij dat hij maar één reden had om met mij op kantoor te willen blijven. Die ene avond en de andere seksuele opmerkingen van mijn collega’s maakten me zo ongemakkelijk dat ik steeds meer fouten maakte op de werkvloer en binnen een maand uit het bedrijf werd gebonjourd. Financieel was dat even ingewikkeld, maar als ik nu terugkijk was het maar goed ook.

                      Lag het aan mij?
                      De afgelopen jaren dacht ik nog vaak aan het incident. Gek genoeg nam ik het mezelf lang kwalijk. Had ik iets gedaan waardoor ik Joris een verkeerde indruk van onze band had gegeven? Was ik te uitdagend gekleed? En waarom had ik niet gewoon korte metten gemaakt met dit ongepaste gedrag van mijn collega’s? Ik had hem een klap moeten geven toen hij langs mijn borsten streek; ik had hem moeten zeggen dat hij zijn seksuele behoeftes maar met zijn vrouw moest bespreken.

                      Hoe meer ik erover praat met vriendinnen, hoe meer ik ontdek dat het niet aan mij lag. Dat werd maar weer bevestigd toen het nieuws naar buiten kwam over grensoverschrijdend gedrag bij The Voice. Het laat zien hoe venijnig machtsmisbruik is. Ik hoop dan ook dat mannen, vooral mannen in machtsposities, zien hoe voorzichtig ze met hun positie moeten omgaan. Doe aan zelfreflectie, realiseer je in welke positie je zit en let op je gedrag. Geen enkele functieomschrijving kan het goedpraten dat je je respectloos gedraagt tegenover anderen.”

                      Bron: Libelle >>

                      In reactie op: Relationele problemen #277174
                      Luka
                      Moderator

                        Wat is traumabinding? En hoe weet ik of ik in een traumaband zit?

                        Heb je ooit in een explosieve relatie gezeten, waarin je van aanbidding naar kritiek ging en niets wat je deed ooit goed genoeg leek? Dit kan een teken zijn van traumabinding (of trauma bonding in het Engels). Maar wat zijn de signalen van een traumaband en waarom is het zo moeilijk om eruit te stappen?

                        Een traumaband ontstaat wanneer je je emotioneel bindt aan iemand die je beschadigd. Het wordt gekenmerkt door misbruik, waarbij de dader manipulatieve tactieken gebruikt om controle te behouden. Dit misbruik kan emotioneel, fysiek, seksueel, huiselijk, financieel en/of cultureel zijn. Traumabanden kunnen gemakkelijk worden verward met gevoelens van passie en nabijheid.

                        Wat is traumabinding?
                        Dr. Patrick Carnes, een expert op het gebied van verslaving en trauma, bedacht de term ‘trauma bond’ om uit te leggen waarom mensen soms in misbruikrelaties blijven. Het is afgeleid van het ‘Stockholm-syndroom’, dat verklaart waarom gijzelaars een psychologische band ontwikkelen met hun gijzelnemers en sympathie hebben voor hun doelen.

                        Mensen raken verstrikt in traumabanden doordat ze heen en weer geslingerd worden tussen intense emoties. Het begint met overweldigende gevoelens van passie en bewondering. Maar uiteindelijk voel je je niet meer jezelf en vind je het bijna onmogelijk om los te komen van de relatie, ook al weet je diep van binnen dat het niet goed voor je is.

                        Stadia van traumabinding
                        Na de aanvankelijke fase van overweldigende liefde zijn er meestal nog zes stadia van traumabinding. Deze zeven stadia verklaren waarom het in de eerste plaats kan gebeuren dat je in een traumaband terecht komt én waarom het zo moeilijk is om te stoppen:

                        Vertrouwen en afhankelijkheid
                        Alles voelt zo goed dat je verslaafd raakt – niets of niemand anders doet er nog toe. Je wilt steeds meer tijd met die persoon doorbrengen en bent afhankelijk van zijn of haar aanwezigheid om je geliefd te voelen. Ze testen je: ben je er helemaal voor hen?

                        Kritiek
                        De overweldigende aanbidding neemt af en de realiteit dringt door. Het begint met kleine kritiek, zoals met wie je omgaat, waaraan je je geld uitgeeft of wat je draagt. Je begint aan jezelf te twijfelen of zelfs je excuses aan te bieden. Het voelt als hard werken om je geliefde tevreden te stellen, maar je komt nooit echt ergens.

                        Gaslighting
                        Nu wordt het intenser en begin je te twijfelen aan je eigen gezond verstand. Je relatie beschuldigd jou van alle problemen in de relatie en ontkent misbruik, waardoor het lijkt alsof jij dingen verzint. Gaslighting is een manipulatieve manier om je te overtuigen dat je het helemaal verkeerd ziet en het is verbonden aan narcistisch misbruik.

                        Resignatie
                        Je hebt geprobeerd het misbruik ter discussie te stellen en grenzen te stellen, maar het put je alleen maar uit. Hij of zij versnelt het tempo, omdat ze zien dat je toegeeft aan de manipulatie. Je verlangt naar hoe het in het begin was, maar je voelt je zo losgekoppeld van je eigen gedachten dat het bijna onmogelijk lijkt om iets aan de situatie te veranderen.

                        Verlies van identiteit
                        Je weet niet meer wie je bent, je bent je ware zelf uit het oog verloren. Al je energie gaat nu naar het zorgen dat je misbruiker in orde is, maar wat je ook doet, het is nooit goed genoeg. Mensen die om je geven maken zich echt zorgen, omdat je niet meer jezelf bent en ze zich afvragen waarom je niet gewoon opstaat en weggaat.

                        Emotionele verslaving
                        De extreme hoogte- en dieptepunten lijken nu normaal te zijn; je brein hunkert nu naar de dopaminekick die gepaard gaat met deze eindeloze cyclus van misbruik. Hij of zij kan opnieuw beginnen met love-bombing, waardoor je denkt dat het nu beter zal worden. Het voelt alsof je niet zonder die persoon kunt leven.

                        Hoe herken je een trauma bond?
                        Let op deze rode vlaggen:

                        • Het voelt alsof je partner het middelpunt van jouw wereld is en je niet zonder hem of haar kunt.
                        • Je begint je te distantiëren van anderen, vooral degenen die wijzen op het misbruik.
                        • Je negeert adviezen en waarschuwingen van anderen.
                        • Je blijft gefixeerd op je partner en je gevoelens voor hem of haar, zelfs als de relatie is beëindigd.
                        • Het voelt alsof je op eieren moet lopen en altijd het ‘juiste’ antwoord moet geven uit angst diegene te ‘triggeren’.
                        • Je twijfelt aan je eigenwaarde en gelooft dat niemand anders interesse in je zou hebben.
                        • Je raakt steeds meer afstandelijk van het misbruik, alsof het normaal is, en voelt vaak verwarring over wat je wilt en wie je bent.
                        • Het is onmogelijk om je partner te verlaten of je vreest voor je welzijn als hij of zij jou verlaat.
                        • Je twijfelt aan je herinneringen of vraagt je af of je dingen verzint.

                        Waarom is het zo moeilijk om een trauma bond te verbreken?
                        Misbruikers zijn vaak bedreven manipulators en maken gebruik van technieken zoals gaslighting en love bombing om de band te versterken. Ze isoleren je vaak van vrienden en familie door je ervan te weerhouden om uit te gaan of mensen te ontmoeten. Dit maakt het nog moeilijker om weg te gaan.

                        Als je vermoedt dat je in een traumaband zit, zoek dan hulp van vrienden, familie of een professional. Zij kunnen je helpen de situatie te beoordelen en een veilig plan te maken om los te komen van de relatie. Weet dat er altijd hulp beschikbaar is.

                        Bron: Bedrock >>

                      10 berichten aan het bekijken - 21 tot 30 (van in totaal 1,685)