Overige websites

  • Dit onderwerp bevat 62 reacties, 5 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 07/05/2021 om 20:53 door Luka.
25 berichten aan het bekijken - 1 tot 25 (van in totaal 63)
  • Auteur
    Berichten
  • #216653
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    In dit topic vind je websites en online artikelen met informatie over:

    Overige websites

    Wil je zelf een website of online artikel toevoegen? Plaats dan eerst de url en daaronder eventueel een korte beschrijving.

    #216939
    Luka
    Moderator
    #221084
    Luka
    Moderator

    genderklik.be

    Genderklik.be maakt komaf met hokjes voor meisjes, jongens, vrouwen en mannen in de samenleving en helpt jou de genderklik te maken op een leuke en interactieve manier.

    Waarom houden meisjes van roze en jongens van blauw? Is het waar dat jongens niet thuis horen in de balletwereld? Klopt het dat meisjes van nature zorgender zijn dan jongens? Waarom zijn er zo weinig huismannen? Zijn jongens die graag jurken dragen per definitie homo?

    Op deze website gaan we dieper in op deze en andere vragen over gender en gendermechanismen die verweven zijn met ons dagelijks leven. Voor wie niet bekend is met het thema doen we het hele genderverhaal uit de doeken. Wie zich al stevig verdiept heeft in het onderwerp, bieden we actuele voorbeelden en praktische tips.

    Niet iedereen herkent zich in de opsplitsing man-vrouw. Maar iedereen wordt hoe dan ook geconfronteerd met genderrollen en -verwachtingen, en daar gaat deze site over.

    Je kan thematisch aan de slag gaan of samen met ons het genderverhaal doorlopen. Maar daar stopt het niet: wie graag op de hoogte blijft van wat er zoal rond gender gebeurt in de wereld kan terecht op de actualiteitspagina die geregeld geüpdatet wordt met gendergerelateerd nieuws, verrassende gastblogs, leuke acties, boeiende projecten, must read artikels en onmisbare events.

    Genderklik.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

     

    #221257
    Luka
    Moderator

    Voorkom #MeToo vanuit het klaslokaal, Den Haag

    De strijd tegen seksuele grensoverschrijding en seksueel geweld moet overal worden gevoerd, zeker ook in het klaslokaal. Maar dan moeten leraren wel de kennis en vaardigheden in huis hebben om met hun leerlingen over deze thema’s te praten. Ze verdienen onze steun. En die van politiek Den Haag.

    Het liefst zou ik zo’n les zelf geven, maar ik zou niet weten hoe”, zei een leraar een tijd terug tegen me, na de workshop die ik vlak daarvoor met collega-vrijwilligers van stichting Emancipator had gegeven aan jongens uit 4- en 5-havo. Twee uur lang spraken we met de groep over gendernormen, grenzen, seksualiteit, en seksueel geweld. “Sommige oefeningen maakten écht iets los bij de jongens, ik weet niet of dat mij of m’n collega’s was gelukt.”

    Als er iets is dat me opvalt in de reacties van de middelbare scholen en MBO’s waar we workshops geven, is het wel de enorme behoefte aan meer kennis en kunde bij docenten over thema’s als gender en seksualiteit. Ze willen er graag meer aandacht aan besteden, ‘zeker nu, door MeToo’, maar durven het niet aan. In sommige gevallen is onze komst zelfs het enige moment waarop leerlingen op school leren over gendernormen en seksueel geweld.

    Doelstellingen zijn niet genoeg
    Dit beeld wordt voor een deel bevestigd door onderzoek van de onderwijsinspectie uit 2016. Hoewel seksualiteit en seksuele diversiteit ‘inclusief aandacht voor seksuele weerbaarheid en seksuele vorming’ door de overheid zijn opgenomen in de kerndoelen voor het onderwijs, concludeert de inspectie dat lang niet altijd voldoende invulling wordt gegeven aan deze doelstelling. Bovendien gebeurt het in de meeste gevallen incidenteel, zonder expliciet geformuleerde visie of structureel kader.

    De inspectie noemt verschillende redenen: van onzekerheid bij leraren en een gebrek aan sturing van schooldirecties, tot (vermeende) verschillen in opvatting over de thema’s tussen scholen en ouders, en soms tussen docenten onderling. Wat de precieze redenen ook zijn: seksualiteit, seksuele diversiteit, seksuele weerbaarheid, en seksuele vorming zijn – terecht – verankerd in de kerndoelen. Wanneer blijkt dat scholen er te weinig invulling aan geven, ligt er een heldere taak voor de overheid: zorg ervoor dat dit wél gebeurt. Niet door net het vingertje te wijzen naar scholen, en al helemaal niet naar leraren. Wel door hen te steunen en handvatten te bieden die ze nodig hebben om aan de slag te gaan.

    Lees verder op de site van One World >>

    #221398
    Luka
    Moderator
    #221400
    Luka
    Moderator
    #221401
    Luka
    Moderator
    #221537
    Luka
    Moderator

    3FM TUSSENUUR MAAKT ZICH HARD VOOR BETERE SEKSUELE VOORLICHTING

    Op veel middelbare scholen is seksuele voorlichting nog steeds heel stoffig en awkward. Zo zegt 77 procent van de jongeren te weinig of geen informatie te krijgen over de leuke kanten van seks.

    Seksuele voorlichting moet en kan positiever, en meer uitgebreid. Op veel scholen zijn lessen nog steeds heel erg gericht op de biologische kant van seksuele voorlichting. ‘Een man en een vrouw. Piemel en vagina. Seks. Zwanger. Soa’s. Pas op! Seks is gevaarlijk!’ Dat werk.

    (Bron: Rutgers & Soa Aids Nederland)

    Weinig aandacht voor seksuele diversiteit en de leuke kanten voor seks dus, vinden scholieren. Om te onderzoeken wat er beter kan, gingen we in gesprek met scholieren, seksuele voorlichting-expert Belle Barbé van Wipsite en het COC. Samen formuleerden we vier thema’s die bij seksuele voorlichting vaak onderbelicht zijn. Zo hebben we het te weinig over seksuele diversiteit, weerbaarheid, genot en erogene zones en communicatie en consent.

    #KUTVOORLICHTING
    Vrienden van 3FM Tussenuur, 3FM-DJ Eva Koreman en seks-YouTuber Linda de Munckvinden het net als wij belachelijk dat seksuele voorlichting zo kut is. En daarom starten wij de actie #kutvoorlichting.

    ZELF LES GEVEN OVER SEKSUELE DIVERSITEIT
    3FM Tussenuur staat deze hele week in het teken van #kutvoorlichting. Zo gaan we in gesprek met YouTuber Hjalmar Kemperman over voorlichting over homoseksualiteit, gaan onze panelleden Eva en Hannah op bezoek bij Linda de Munck en spreken we met transgender Jim die zelf les is gaan geven over diversiteit.

    Eva en Hannah uit ons panel brachten ons op het spoor hiervan. Daarvan maakten we eerder al een video.

    Bron: 3FM Tussenuur >>

    #221899
    Luka
    Moderator

    Over narcisme: Hoe herken je een verborgen narcist?

    Een onderbelicht onderwerp van narcisme, is de verborgen narcist. Doordat deze vorm van narcisme weinig aandacht krijgt, wordt het vaak ook niet herkend als een vorm van narcisme. In dit artikel wil ik uitleggen wat verborgen narcisme inhoudt.

    In tegenstelling tot de openlijke narcist die graag in de aandacht staat, flamboyant voorkomt, verbaal erg sterk is, etc., staat de verborgen narcist, die juist gekenmerkt wordt door introversie, defensiviteit, angst en kwetsbaarheid voor de stressoren van het leven.

    De gemene deler van beiden is echter dat het eigen belang altijd voorop staat en ze egocentrisch zijn, met weinig empatisch vermogen en zelfreflectie. Verborgen narcisten proberen heel gevoelig over te komen en zijn veelal verlegen, maar zodra ze in conflictsituaties komen, komt er een geladen woede naar buiten, waarbij ze tot enorme woede-uitbarstingen kunnen komen.

    De verlegenheid van dit type narcisme is echter geen verlegenheid, maar een op zichzelf gerichte eigen wereld waar dit persoonlijkheidstype zich in bevindt. Het zijn mensen die veel tijd nodig hebben voor zichzelf en derhalve niet genoeg tijd besteden aan het verbinden met de buitenwereld. Deze mensen hebben vaak een lage eigenwaarde, zijn erg gesloten en onzeker en beweren, vaak in contact met de partner, dat deze de verborgen narcist voortdurend onder de loep neemt en dit type voelt zich erg snel gecontroleerd.

    Lees verder op Ze.nl >>

    #222544
    Luka
    Moderator
    #222597
    Luka
    Moderator

    Waarom het oké is om niet te weten wat je wil in het leven

    “Wat is jouw passie?” Geen enkele vraag jaagt me meer angst aan, want ik heb geen idee wat ik met mijn leven wil. De wanhopige pogingen om mijn passie te vinden leverden niets op en maakten me alleen maar onrustiger. Maar moeten we allemaal een passie vinden? Is het echt zo erg om niet te weten wat je wil? En hoe vind je rust in die onwetendheid?

    Zoeken en niet vinden is een rode draad in mijn leven. Ik startte met de studie toegepaste taalkunde en begon enthousiast met Spaans. Tegen het einde van het eerste trimester besefte ik dat het niets voor mij was en ik besloot om met journalistiek te starten. Ik begon in Gent, maar was niet tevreden en wilde meer video maken, dus stapte ik over naar Mechelen. Daar studeerde ik af als televisiejournaliste. En toch was dit het ook niet helemaal, ik miste nog iets. Ik zocht dat gemis in theater. Ik startte met een 7de jaar woord in Brussel, met het plan om daarna een bachelor spel te volgen. Het liep echter helemaal anders dan ik had verwacht. Mijn goesting voor theater verdween, ik botste op duizend (eigen) muren en tegen het einde van dat jaar was ik een hoopje verloren. Het was het dieptepunt van mijn zoektocht naar mijn passie.

    Ik stortte mijn wanhopig hart uit bij iemand dicht bij mij, die toevallig ook therapeute is. Om een urenlang gesprek samen te vatten: ik moest ‘het niet weten’ aanvaarden en de zoektocht even loslaten. Zij was de eerste die tegen mij zei dat het oké was dat ik het niet wist. Opgelucht dat ik mijn verlorenheid met iemand gedeeld had, probeerde ik dat ‘loslaten’. Het lichtere gevoel dat ik had na dat gesprek bleef even duren en ik besloot mezelf tijd te geven om het niet te weten. Totdat ik toch weer ongeduldig werd en mijn frustratie met mezelf toenam.

    Juist toen kwam ik een Ted Talk van marketeer Terri Trespicio tegen, met de titel ‘Stop met het zoeken naar je passie’. Trespicio vertelt dat ze – net als ik – geen idee had wat ze met haar leven wilde en dat dat haar heel ongelukkig maakte. Ze durfde aan niets te beginnen, want wat als zou blijken dat het toch niet was wat ze echt wilde? In haar talk vertelt ze hoe de vraag “Wat is jouw passie?” veel druk legt op mensen, terwijl passie maar een emotie is – en dus ook kan veranderen. Je hoeft niet die ene passie te vinden die je je hele leven nastreeft.

    En daarnaast: waarom kun je maar één passie hebben? Van kinds af aan leren we dat we een keuze moeten maken. Hoewel er inderdaad mensen zijn met één grote passie, zijn er ook veel mensen met meerdere interesses. Emilie Wapnick, schrijver, coach, ondernemer en nog veel meer, introduceerde de term ‘multipotentialites’. Een overkoepelend woord voor mensen met meerdere interesses, passies en jobs in hun leven. Haar punt is dat je niet moét kiezen. Je kan meerdere passies combineren en je kan altijd van passie veranderen als de huidige je begint te vervelen.

    Lees verder op Charliemag.be >>

    #224467
    Luka
    Moderator

    Hoe vertel je je baas dat je psychische problemen hebt?

    Een gesprek aan moeten knopen met je baas en hem of haar vertellen dat het op geestelijk vlak niet zo goed met je gaat, kan doodeng zijn. Wat als diegene afkeurend reageert? Helemaal niet begrijpt waarom je met jezelf in de knoop zit, omdat er van de buitenkant niets mis lijkt te zijn? Of (mijn persoonlijke, grootste angst – al is deze vrij irrationeel) er heimelijk een beetje om moet lachen, en je naderhand belachelijk maakt bij je collega’s, terwijl ze tijdens de lunchpauze anekdotes aanhalen die stuk voor stuk uitwijzen hoe koekoek jij wel niet bent? Precies niemand heeft er behoefte aan op de werkvloer te boek te staan als ‘die ene depressieveling’.

    Ik heb dit gesprek in het verleden zelf verschillende keren aan moeten gaan; mijn psychische problemen maken al zo’n vijftien jaar deel van me uit. Inmiddels gaat het een stuk beter, maar nog steeds is het lang niet altijd koek en ei: ook nu nog maak ik depressieve episodes door en moet ik mezelf regelmatig streng toespreken, om te voorkomen dat ik volledig terugval in mijn eetgestoorde, antisociale en depressieve gedrag. Die ongezonde neigingen worden voornamelijk getriggerd wanneer ik in mijn werk- en privéleven een hoop stress ervaar. Op zulke momenten is het van groot belang mijn leidinggevende in te lichten over mijn situatie, zodat ik aan kan geven dat het op sommige dagen essentieel is dat ik vanuit huis werk en er begrip getoond wordt voor mijn situatie. De keren dat ik het gesprek met toenmalige leidinggevenden ben aangegaan, lag ik van tevoren altijd minstens twee nachten wakker van de zenuwen en liep ik alle mogelijke uitkomsten na in mijn hoofd. In de praktijk bleek het overigens altijd reuze mee te vallen; vrijwel al mijn voormalige leidinggevenden probeerden zo goed mogelijk met de situatie om te gaan – ook al begrepen ze natuurlijk lang niet altijd wat er precies in mijn hoofd omging. En dat is ook niet nodig.

    Op de momenten dat ik dergelijke gesprekken aanga, improviseer ik eigenlijk altijd maar een eind weg. Ik probeer de ernst van de situatie zo goed als ik kan uit te leggen, en geef aan waar ik behoefte aan heb. Omdat het me waardevol lijkt de kennis van een professional erop na te slaan, neem ik contact op met Tosca Gort. Tosca is organisatie- en arbeidspsycholoog en staat aan het hoofd van haar eigen coachingbureau. Ik bel Tosca op, en ze steekt meteen van wal over hoe belangrijk het is om de juiste setting te creëren: “Een setting waarin je rustig met elkaar gaat zitten, waarin je niet gebeld kan worden en niet gestoord zal worden door collega’s. Maak je leidinggevende duidelijk dat je een afspraak wil inplannen omdat je hem of haar iets belangrijks gaat vertellen. Benadruk dat je je verhaal in vertrouwen wil doen. Zo creëer je een situatie waarin iemand begrijpt dat hij of zij aandachtig moet luisteren.” Vlak voordat het gesprek daadwerkelijk plaats gaat vinden, is het zaak dit nog eens te herhalen: “Door het onderwerp nog eens extra in te leiden, weet de ontvanger dat er iets belangrijks aankomt.”

    “Probeer erop te vertrouwen dat mensen om je geven, en je om die reden ook willen helpen. De kans is groot dat ze vanuit hun bezorgdheid reageren.”

    Volgens Tosca gaan veel mensen met psychische problemen ervan uit dat een ander, in dit geval de baas, heel negatief op hun verhaal zal reageren. Aan de andere kant van de lijn knik ik bevestigend. “Maar probeer dat niet te doen. Probeer er in plaats daarvan op te vertrouwen dat mensen om je geven, en je om die reden ook willen helpen. De kans is veel groter dat ze vanuit hun bezorgdheid reageren.” Als je leidinggevende in het ergste geval toch negatief of niet op de gewenste manier reageert, geef diegene dan even te tijd om een nieuwe reactie te formuleren. Tosca legt uit: “Meestal volgt zo’n ongewenste reactie vanuit iemands onwetendheid, maar dat betekent niet dat diegene ook daadwerkelijk die intentie had.”

    Als je je directe baas echt niet vertrouwt, is het volgens Tosca de beste oplossing een andere leidinggevende op de werkvloer in te lichten over je situatie, in wie je meer vertrouwen hebt. Daarna is het van belang je baas de tijd te geven adequaat te reageren. “Op zo’n moment ben je natuurlijk erg met jezelf en de spanning van de hele situatie bezig, en kun je blind worden voor hoe de ander reageert. Misschien was de eerste reactie nogal hard, maar geef de ander de tijd daar nuance in aan te brengen,” vertelt Tosca. Ze raadt ook ten zeerste aan een dergelijk gesprek met je baas niet te lang uit te stellen. “Als je er tegenaan zit te hikken, wordt het vooruitzicht alleen maar vervelender. En als jouw psychische problemen van grote invloed zijn op je functioneren, zullen mensen na een tijdje toch wel doorhebben dat er iets niet helemaal goed zit. Dan word je misschien wel gedwongen je verhaal te doen, en dat wil je voorkomen.” Want wanneer je met je rug tegen de muur staat, heb je veel minder controle over de situatie dan wanneer je zelf je verhaal kunt doen.

    “Als je psychische problemen geen invloed hebben op je functioneren, ben je echt niet verplicht iemand op je werk in te lichten.”

    Ook is het belangrijk, voor jezelf af te wegen of je psychische problemen überhaupt wel consequenties hebben voor hoe goed je functioneert. “Als ze geen invloed hebben op je functioneren, ben je echt niet verplicht iemand op je werk in te lichten. Als we de DSM erop naslaan, zit veertig procent van de mensheid op het stoornisspectrum. Dat is een erg grove schattig, en puur een kwestie van definiëren. Het betekent weinig meer dan dat de mensheid op psychisch vlak veel diverser is dan je op het eerste gezicht misschien zou denken, en dat hoeft niet van invloed te zijn op hoe goed of slecht jij je werk doet.”

    Ten slotte raadt Tosca aan om van tevoren zelf met een plan van aanpak te komen. “Als je je afhankelijk opstelt naar je leidinggevende toe, gaat die waarschijnlijk voor jou bepalen wat de volgende stap gaat zijn.” Terwijl hij of zij (waarschijnlijk) geen ervaringsdeskundige, psycholoog of arts is – en dus ook niet in kan schatten wat jij de komende tijd nodig hebt. Tosca vertelt: “Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat je twee weken de tijd voor jezelf moet nemen, en je daarna weer aan de slag gaat. Of geef aan dat je twee maanden met een psychotherapeut aan jezelf gaat werken, en daarna naar verwachting weer gemotiveerd bent weer aan de slag te gaan. Denk na over waar jíj behoefte aan hebt.”

    Jaap van den Broek, die als arbeidspsycholoog werkzaam is voor Arbeids Psychologie Amsterdam, vult Tosca aan: “Vaak spreken wij mensen pas nadat ze hebben aangegeven ziek te zijn, of rust nodig te hebben. In eerste instantie gaan de werkgever en werknemer met elkaar in gesprek en bespreek je met elkaar wat wijsheid is. Jouw directe leidinggevende moet je eventuele gedeeltelijke afwezigheid namelijk ook weer kunnen verantwoorden naar degene die boven hem of haar staat.” Jaap zegt dat er bij hoger gekwalificeerde beroepen vaak meer begrip is vanuit de werkgever. “Mensen zeggen dan makkelijker tegen elkaar: ‘Ik heb teveel hooi op de vork genomen en nu wat rust of ruimte nodig.’ Dan wordt de kwestie intern opgelost en hoeft er geen externe bedrijfsarts of arbeidspsycholoog aan te pas te komen.” Jaap is, net als Tosca, van mening dat je er als werknemer goed aan doet van tevoren een stappenplan op te stellen, zodat jij degene bent die de touwtjes in handen heeft.

    Maar natuurlijk komt het ook voor dat je mentaal helemaal geen ruimte of energie hebt om zo’n plan voor jezelf in elkaar te zetten. “Dat kan voorkomen wanneer je bijvoorbeeld al middenin een burn-out zit,” zegt Jaap. “Geef dit dan ook aan bij je leidinggevende, en die zal jou waarschijnlijk doorverwijzen naar de bedrijfsarts. Die kan dan bijvoorbeeld bepalen om je zes weken uit de running te halen, zodat je weer op krachten kunt komen.” Volgens Jaap kan het dan nog wel even duren voordat alles geregeld is, en je ook daadwerkelijk thuis je rust kunt nemen. “Dan zijn er trucjes die we als arbeidspsycholoog toe kunnen passen, waardoor het autonome zenuwstelsel van de werknemer minder heftig reageert op prikkels vanuit de omgeving. Denk bijvoorbeeld aan ademhalingsoefeningen. Voor sommige mensen helpt het ook om meditatietechnieken toe te passen, al zal dat minder snel werken wanneer je bijvoorbeeld middenin een zware burn-out zit.”

    “Werk kan ook heel veel afleiding bieden, en deel uitmaken van de oplossing.”

    En wat nou als jouw werkgever, ondanks jouw herhaaldelijke uitleg, je situatie echt niet serieus lijkt te nemen? Jaap: “Dan is het wijsheid om een bedrijfsarts in te schakelen. Onthoud ook dat je, wanneer je heel moe gestreden bent, vaak overmatig gevoelig bent voor dat soort signalen uit je omgeving – signalen dat je niet serieus genomen zou worden. Samen met de bedrijfsarts en mogelijk een arbeidspsycholoog ga je dan een proces in waarin je je geleidelijk aan meer serieus genomen voelt.” Tosca voegt hieraan toe dat het slim kan zijn een andere leidinggevende in te lichten: “Het is zeker een optie iemand anders bij de situatie te betrekken. Blijf te allen tijde rustig, probeer je situatie nog eens uit te leggen en bedenk dat de reactie van je baas voortkomt uit onwetendheid.”

    Tosca benadrukt dat het lang niet altijd een goed idee is om je werk op een lager pitje te zetten. Ze legt uit: “Werk kan ook heel veel afleiding bieden, en deel uitmaken van de oplossing. Als je bijvoorbeeld een angststoornis hebt, kan werk ervoor zorgen dat je toch de deur uitgaat, en wanneer je depressief bent kan werk je de motivatie geven toch uit bed te komen. Dat is voor iedereen anders.” Dit geldt ook wanneer je een burn-out hebt, geeft Tosca aan: “Vóór het burn-outtijdperk werden we ook niet supergelukkig van alleen maar thuis zitten – het tegenovergestelde zelfs, veel mensen worden daar juist heel gedeprimeerd of zelfs depressief van.”

    En stel je voor dat je baas uiteindelijk wel goed reageert, maar daar zakelijk gezien toch niet helemaal naar handelt? Je contract wordt bijvoorbeeld uiteindelijk niet verlengd, je beoordelingsgesprek is negatief, of er is geen begrip voor het feit dat je niet snel genoeg beter wordt. Tosca vertelt: “Het gaat uiteindelijk allemaal om het normaliseren van menszijn, en het is kwalijk als je baas daar niet goed op reageert. Ik kan me voorstellen dat je door zulke reacties de volgende keer toch je mond maar niet opentrekt.” Toch is het zaak om te bedenken, vervolgt ze, dat het echt het beste is om al je professionele onzekerheden tijdens dat gesprek met je leidinggevende bespreekbaar te maken. “Dan weten beide partijen waar ze aan toe zijn. Mocht de uitkomst uiteindelijk toch negatief zijn, dan is dat natuurlijk heel jammer – maar dan heb jij in ieder geval gedaan wat je kon.” En, zegt Tosca, in bepaalde gevallen kán een leidinggevende ook gewoon weinig anders dan je contract niet verlengen: “Als je echt langere tijd totaal niet meer functioneert en er is geen verbetering zichtbaar, is dat natuurlijk een logisch gevolg. De werkgever moet uiteindelijk in het belang van het bedrijf denken.” Zorg er dus voor dat je tijdens het gesprek – voor zover dat mogelijk is – de touwtjes in handen hebt, en kom beslagen ten ijs. De kans dat jouw leidinggevende positief op het nieuws reageert, is veel groter dan een negatieve reactie. Of zoals Tosca concludeert: “Bedenk zelf ook: als je van mens tot mens met elkaar in gesprek gaat en de ontvanger reageert negatief op zo’n mededeling, heeft diegene weinig empathisch vermogen – en dat is niet iets waar je jezelf de schuld van moet geven.”

    Bron: Tonic.Vice >>

    #224704
    Luka
    Moderator

    Genen geven nieuw inzicht in verbanden tussen psychiatrische stoornissen

    Er is een grote variatie aan psychiatrische stoornissen, zoals ADHD, schizofrenie, depressie en het syndroom van Tourette. Ze werden onlangs onder de loep genomen in een zeer grootschalige studie.

    Het is reeds langer bekend dat het risico op een psychiatrische stoornis mee afhankelijk is van onze genen. Het huidige onderzoek ging na hoe verschillende stoornissen beïnvloedt kunnen worden door dezelfde genen. Hieruit bleek dat verschillende psychiatrische stoornissen genetisch erg overlappen. Er werden sterke verbanden gevonden tussen ADHD, bipolaire stoornis, depressie en schizofrenie. Er was eveneens grote overlap tussen anorexia nervosa en de obsessief-compulsieve stoornis, en tussen de obsessief-compulsieve stoornis en het syndroom van Tourette.

    Het ontdekken van een gezamenlijke biologische basis voor verschillende psychiatrische stoornissen, kan helpen om hun diagnostiek en behandeling verder te verfijnen.

    De onderzoekers gingen nog een stap verder. Ze onderzochten de genetische basis voor sommige algemene kenmerken en gedragingen, zoals bijvoorbeeld een algemene neiging tot zenuwachtigheid, maar ook het behalen van een universitair diploma. De genen die de aanleg voor deze persoonlijkheidskenmerken en gedragingen beïnvloeden, werden vergeleken met de genen die mee aan de grondslag liggen van psychiatrische stoornissen.

    Hieruit bleek dat een genetische aanleg tot zenuwachtigheid gecorreleerd is met de genetische aanleg tot bijna elke psychiatrische stoornis. Dit toont aan dat dezelfde hersengebieden en processen die verantwoordelijk zijn voor zenuwachtigheid in het algemeen, eveneens betrokken zijn bij vele psychiatrische stoornissen. Onderzoek naar zenuwachtigheid in het algemeen, kan dus leiden tot doorbraken in het onderzoek naar psychiatrische stoornissen. En vice versa.

    Het aantal jaren dat iemand studeert, heeft een genetische basis. Sommige mensen hebben meer aanleg om te studeren dan anderen. Echter, diezelfde genen die het behalen van een universitair diploma bevorderen, kunnen ook mee verantwoordelijkheid zijn voor psychiatrische stoornissen zoals anorexia nervosa, bipolaire stoornis en autisme. Dit maakt dat er geen “ideale” genen bestaan. Mocht het technisch mogelijk zijn om het genoom van iemand zodanig te veranderen dat zij meer kans maakt op het voltooien van haar studies, dan zou zij misschien eveneens meer kans maken op een bipolaire stoornis. En het veranderen van iemands genen om zijn kans te verminderen op autisme, zou hem minder intelligent kunnen maken.

    Bron: eoswetenschap.eu

    #225974
    Luka
    Moderator

    5 tips over omgaan met stalking

    Op 31 juli 2018 werd de 40-jarige Ragna op het Sint-Jansplein in Antwerpen aangevallen met zwavelzuur. De dader bleek haar ex-partner die haar stalkte. Onze dienst slachtofferhulp geeft je tips over hoe je moet omgaan met een stalker.

    Elke situatie is natuurlijk anders en er staan verschillende vormen van stalking. Meest voorkomend is de afgewezen partner die een relatie wil herstellen na een breuk. Maar er bestaan ook obsessieve waanstalkers, die bijvoorbeeld beroemdheden stalken. Elke vorm en elke situatie vraagt uiteraard een andere aanpak. Maar belangrijk is dat je er niet alleen mee blijft zitten!

    “Slachtoffers van stalking zijn vaak bang om niet geloofd of niet serieus genomen te worden.” vertelt Ann Castrel, beleidscoördinator bij CAW Antwerpen. “Het is dan niet evident een klacht in te dienen, maar toch is dat belangrijk. Het komt vaak voor dat slachtoffers te laat of zelfs helemaal geen klacht indienen. Ze denken dat ze niet geloofd worden of ze zijn bang dat ze nog meer gestalkt zullen worden. Maar het kan natuurlijk evengoed zijn dat het stalken juist erger wordt als ze niets doen.”

    Onze dienst Slachtofferhulp ondersteunt slachtoffers zo goed mogelijk. Om te beginnen door te luisteren naar het verhaal en nadien door samen te bekijken welke stappen gezet kunnen worden. Zowel op juridisch als op emotioneel vlak.

    Tips

    1. Zeg duidelijk ‘nee’. Hoe moeilijk dat soms ook is. En krabbel zéker niet terug wanneer je nee hebt gezegd. Dat kan voor de stalker een signaal zijn dat zijn aanpak werkt.
    2. Ga niet in op de communicatie van de stalker.
    3. Houdt een logboek bij. Zo heb je een duidelijk overzicht van de feiten wanneer je een klacht gaat neerleggen bij de politie.
    4. Verzamel voldoende bewijzen. Elk berichtje of briefje houd je best bij. Het zijn allemaal nuttige bewijzen.
    5. Blijf er niet alleen mee zitten! Zoek hulp. In je eigen omgeving, bij Slachtofferhulp of bij de politie.

    Bron: CAW.be

    #225985
    Luka
    Moderator

    Stalking: vijf vragen en antwoorden

    Wat houdt stalking in? Hoe vaak komt het voor? Wat weten we over stalkers? Wat zijn gevolgen? En wat kun je als hulpverlener doen? Naast antwoorden op deze vragen biedt dit artikel je handige adressen en leestips voor als je je verder in dit thema wilt verdiepen.

    (…)

    Tien tips en aandachtspunten

    1. Werk samen met andere betrokken professionals, zodat je een zo compleet mogelijk beeld krijgt van de hele situatie en het patroon. Leg incidenten en signalen bij elkaar. Deel zo mogelijk informatie of haal informatie bij anderen op. En volg de stappen van de meldcode.
    2. Lees de folder ‘Als u wordt gestalkt’ (Voerman & Brandt, Movisie, 2018) en geef deze aan het slachtoffer. Daarin staan verschillende praktische tips, uitleg over wat de politie kan doen en waarop je kunt letten in het contact met de politie.
    3. Is een slachtoffer zelf erg bang voor geweld? Heeft de stalker laten weten dat hij/zij ten einde raad is, geen andere uitweg meer ziet dan geweld? Of heeft hij/zij gedreigd met (zelf)moord? Heeft de stalker eerder geweld gebruikt of wordt het gedrag erger? Dit zijn enkele signalen om extra alert op te zijn. Het kan wijzen op een groter risico op geweld. Meer hierover is ook te lezen in de folder ‘Als u wordt gestalkt’, in het boek ‘Eerste hulp bij stalking’ (Voerman & Brandt, 2016). Of lees dit hoofdstuk van Groenen, Uzieblo & Michaux (2014) waarin ingegaan wordt op ‘rode vlaggen’, algemene risicofactoren en risicofactoren bij afgewezen minnaars.
    4. De politie en De Waag hebben het risicotaxatieinstrument ‘Stalking Risk Profile’ in het Nederlands vertaald. Trainingen in het gebruik ervan zijn online te vinden, bijvoorbeeld bij RINO Groep.
    5. Is er bij de stalker sprake van psychopathologie of middelengebruik dat ook aangepakt moet worden?
    6. Zijn er kinderen in het gezin, en is de stalker een van de ouders? Wat betekent dit voor de eventuele omgang? Hoe gaat het met de kinderen, laten ze bijvoorbeeld op school ander gedrag zien?
    7. Kijk of de inzet van AWARE van toepassing is in jouw gemeente en hoe en onder welke voorwaarden iemand hiervoor in aanmerking komt.
    8. Je kunt een slachtoffer helpen haar of zijn gedachten te ordenen, overzicht te krijgen/bewaren van de situatie en de situatie te duiden, helpen een logboek van incidenten bij te houden, en eventueel oefenen met betrekking hoe consequent (niet!) te reageren op een stalker. Raadpleeg voor tips en informatie de folder ‘Als u wordt gestalkt’ of het boek ‘Eerste hulp bij stalking’.
    9. Voor informatie over hoe je de online veiligheid van slachtoffers helpt bevorderen: neem contact op met SafetyNed.
    10. Wijs het slachtoffer op meer informatie, hulpverleningsorganisaties. Kijk voor een overzicht in de folder ‘Als u wordt gestalkt’. Of wijs bijvoorbeeld op organisaties of projecten die werken met vrijwilligers die zelf ervaring hebben met (ex-)partnergeweld zoals Stichting Zijweg of het project ‘Maatje achter de voordeur’.

    Lees verder op de site van Movisie.nl >>

    #226474
    Luka
    Moderator

    Waarom mensen die huilen eigenlijk heel sterk zijn

    Waarschijnlijk sta je niet te springen om midden op straat (of waar dan ook) in tranen uit te barsten. Sterker nog, veel mensen zien huilen als een teken van zwakte en doen het liever helemaal niet. Maar wist je dat huilen juist heel goed voor je is?

    Er wordt al eeuwenlang onderzoek gedaan naar de positieve gezondheidseffecten van huilen, zowel fysiek als mentaal. Laten we voorop stellen dat de effecten niet op iedereen hetzelfde zijn; de sociale omgeving is van grote invloed. Een omgeving met mensen die steun bieden, zorgt voor meer gevoelens van opluchting, net als een situatie waarin de oorzaak van de huilbui al opgelost is. Mensen die snel schaamte voelen, ervaren ook minder opluchting als ze huilen, zeggen onderzoekers van de University of South Florida en de Universiteit van Tilburg. Bovendien ondervind je minder voordelen van huilen als je moeite hebt met het begrijpen van emoties, of als je depressief bent.

    Toch kan huilen voor de meeste mensen heel goed zijn. Het zorgt ervoor dat de spanning uit je lichaam verdwijnt, wat zou zorgen voor minder hoofdpijn en slapeloosheid. Ook wekken tranen natuurlijke opioïden en oxytocinen op, hormonen die kalmerend werken. Maar naast de fysieke voordelen, is huilen natuurlijk vooral mentaal heel voordelig. Deze goede eigenschappen heb je als je vaak huilt:

    Je durft je kwetsbaar op te stellen
    Kwetsbaarheid is de (hoofd)reden dat mensen het ongemakkelijk vinden om te huilen. Helaas leven we nog steeds in een maatschappij waarin kwetsbaarheid niet de norm is, en de vraag is of het dat snel zal worden. Toch is het heel goed om kwetsbaarheid te omarmen. Dr. Brené Brown, onderzoeker aan de Universiteit van Houston, schreef er zelfs een heel boek over: ‘The gifts of imperfection’, vertaald ‘De kracht van kwetsbaarheid’. Daarin schrijft ze onder andere dat kwetsbaarheid nodig is voor een liefdevol leven met diepe connecties met anderen. Huilen als je daar zin in hebt, toont bovendien ook aan dat je je er niets van aantrekt wat andere mensen denken, een eigenschap die voor veel mensen buiten handbereik ligt.

    Je kunt stress sneller loslaten
    Hoewel het opluchtende effect van een huilbui niet in elke situatie kan worden aangetoond (in het laboratorium schijn je zelfs verdrietiger te worden van huilen), ervaren veel mensen dat gevoel wel. Al in 1983 beweerde de American Psychological Association dat een meerderheid van de mensen zich opgelucht voelt na een huilbui die het gevolg was van een ruzie of van verdrietige gedachten. Huilen helpt om die emoties los te laten en daarna verder te gaan; je kunt het zelfs zien als een teken van je lichaam dat het dat nodig heeft. Laat die tranen dus lekker de vrije loop!

    Je bent niet bang voor je gevoelens
    Veel mensen zijn niet alleen bang om zich kwetsbaar op te stellen tegenover anderen, maar willen hun gevoelens ook naar zichzelf toe niet erkennen. Het is gemakkelijker om jezelf voor te houden dat het allemaal prima gaat, dan toe te geven dat het je eigenlijk iets te veel wordt. Maar ook al doen we het nog regelmatig, het is algemeen bekend dat het niet goed is om je emoties op te kroppen. Het onderdrukken van gevoelens verhoogt zelfs het risico om te overlijden aan hartziekten, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Rochester en de Harvard School of Public Health. Het getuigt dus van moed om je gevoelens niet te ontwijken, maar ze gewoon onder ogen te zien en er iets mee te doen.

    Bron: Bedrock.nl >>

    #226480
    Luka
    Moderator
    #228707
    Luka
    Moderator

    De oplossing voor eenzaamheid

    In de Whatsapp groep waar ik met wat vrienden in zit zie ik hoe drie van die vrienden met elkaar afspreken om samen iets te gaan eten. “Zullen we dan zo en zo laat doen? Wel op deze dag, want anders kan ik niet.” Vanaf m’n bank lees ik mee, zonder te reageren. Wel vraag ik me af waarom ze mij niet uitnodigen. Misschien had ik het ook wel leuk gevonden om mee te gaan eten, maar nee, het blijft bij hun drie. Ik trek een deken over me heen en wil het liefst verdwijnen hier op de bank. Is er een oplossing voor deze eenzaamheid?

    Niet alleen, toch eenzaam
    Meer dan duizend facebookvrienden, een telefoon vol met contacten, lieve teamgenootjes op m’n sportclub, leuke mensen op m’n studie en toch voelde ik me zo eenzaam. Ik ben iemand die makkelijk contact maakt met anderen. Ik ben niet altijd even goed in small talk, maar ik ben zeker niet verlegen. Toch kon ik me soms ontzettend eenzaam voelen.

    Het leek soms een beetje alsof ik er wel bij mocht zijn, maar dat het ook niet uit zou maken als ik er niet was. De wereld zou wel door gaan zonder mij. In zekere zin is dat ook zo, maar zo wil je het niet voelen. Op de momenten dat ik dit gevoel ook maar een beetje opmerkte kon ik er helemaal in wegzinken tot ik mezelf niets meer waard vond. Iedereen deed leuke dingen met elkaar, maar mij vergaten ze gewoon!

    Je eenzaam voelen is een ontzettend naar gevoel. Voor mij voelde het alsof ik niet leuk of goed genoeg was. Hoe kon ik mezelf dan nog leuk en goed genoeg vinden? Nu kan ik zeggen dat een gevoel slechts een gevoel is en dat dat niet is wie je werkelijk bent. Dat je je eenzaam voelt, wil dus niet zeggen dat je daadwerkelijk eenzaam bent. Ja, lekker makkelijk gezegd, maar ik kwam er niet uit voor mezelf. Mijn gedachten gingen met me op de loop. Hoezo spraken mensen niet met me af?

    Alleen het negatieve zien
    Toen ik dit in therapie vertelde vroeg m’n therapeut of het echt zo was dat dit de hele tijd gebeurde. “Nou, ja, zo voelt het wel!” Zei ik. “Je komt op mij over als een hele leuke en interessante meid. Ik kan me niet voorstellen dat mensen jou stom vinden. Laten we de proef op de som nemen.” Meten is weten. Om uit te zoeken of dat gevoel wel klopte moest ik de komende tijd bij gaan houden hoe vaak mensen contact met mij opzochten of op een andere manier een blijk van waardering lieten merken. Van een glimlach op straat tot een Whatsappje om af te spreken en wat bleek…?

    De volgende dag al had ik drie berichtjes gekregen van mensen die uit zichzelf contact met mij hadden opgenomen. Was dit altijd zo? Nee, dat nou ook weer niet. Toevallig waren het er ineens drie, maar het was ook niet zo dat niemand me ooit een berichtje stuurde. Ook de kleinere gebaren zoals die glimlach op straat of een winkeldeur die wordt opengehouden kwamen plotseling beter binnen nu ik er open voor stond. Mensen vonden mij blijkbaar helemaal niet stom en afschuwelijk. Toen ik dit vol verbazing bij de volgende therapiesessie vertelde keek m’n therapeut tevreden. “Zie je wel. Jij dacht zo negatief over jezelf. Je was alleen maar opzoek naar bevestiging waardoor er geen ruimte meer was voor het positieve.” Het was waar. Keer op keer zocht ik naar bevesting. Bij elke tegenvaller dacht ik: “Zie je wel, ik ben gewoon stom.”

    Natuurlijk is het niet zo dat iedereen altijd naar je lacht op straat. Natuurlijk is niet iedereen de hele dag bezig jou te bereiken. Mensen hebben hun eigen leven. Hun eigen gedachten en gevoelens. Mensen hebben óók andere vrienden waar ze graag tijd mee doorbrengen. Het is dus niet zo moeilijk om die bevestigingen te zoeken over dat jij niks waard zou zijn, maar het is niet de waarheid. Ik ben toch ook niet heel erg gericht op één persoon? Ik heb ook niet altijd zin of tijd om overal op in te gaan? Ik lach niet naar iedereen op straat als ik geen goede bui heb, maar dat ligt dan helemaal niet aan de andere persoon. Zou dit dan ook voor mij gelden? Het moest wel.

    Interesse in anderen tonen
    Aan de andere kant was de wens dat mensen uit zichzelf contact met mij op zouden zoeken ook een grote valkuil. Waarom zouden zij contact met mij op nemen als ik dat zelf ook niet met hun deed? Misschien niet leuk voor mezelf om te beseffen, maar dat is toch behoorlijk egoïstisch. Tenzij het natuurlijk altijd éénrichtingsverkeer is.

    Het is eigenlijk best een logisch gevolg dat als je veel met jezelf bezig bent je ook letterlijk veel met jezelf bent en minder open staan voor anderen. Het was voor mij belangrijk om te beseffen dat ik zelf ook contact moest maken met anderen en dat mijn gesloten, afwachtende en soms zelfs vijandige houding niet heel erg uitnodigde voor een gesprek. Ja, ik kon namelijk best wel eens een boze houding aannemen. Een soort van zelfverdediging die eigenlijk helemaal niet leidt tot waar je naar verlangt.

    Het was zelfs zo dat ik op die momenten juist extra veel leuke dingen op social media ging posten. Ze zullen wel zien hoe leuk ik het heb zonder hun, maar ja, het was allemaal schijn en intussen dachten m’n vrienden misschien ook: “Ach, zij doet allemaal leuke dingen zonder ons.” Ik heb zelfs een keer te horen gekregen dat iemand dacht dat ik het vast ontzettend druk had en nooit tijd zou hebben om af te spreken. Dit, terwijl ik juist naar contact verlangde.

    Je bent niet alleen
    Praten helpt. Je gevoel delen helpt. Vul geen gedachten voor een ander in, maar vraag ernaar als iets je onzeker maakt. We schrijven er hier op Proud over, maar ook ik heb dit telkens weer naar m’n hoofd geslingerd gekregen in therapie. “Maar wat als ik teleurgesteld word?” Teleurstellingen horen bij het leven. Betrek het niet teveel op jezelf en/of probeer het te relativeren. Je weet dan in ieder geval waar je aan toe bent, maar de kans is veel groter dat je het in je hoofd veel erger maakt dan dat het werkelijk is.

    Om het Whatsapp gesprek uit het intro maar weer even als voorbeeld te nemen: Het is niet zo dat we met z’n viertjes in die groep zaten en dat ik werd buitengesloten. We zaten wel met z’n vijftienen in die chat! Daar dacht ik ‘voor het gemak’ even niet aan toen ik zo gefrustreerd op de bank zat. Toen ik een paar dagen later aan één van die drie vrienden vertelde waar ik mee zat was het antwoord dat ik terug kreeg niet wat ik verwachtte:

    “Oh ja heel herkenbaar hoor! Dat heb ik soms ook als mensen onderling in de groep wat afspreken! Ik moet me daar echt overheen leren zetten en proberen om het niet persoonlijk op te vatten, maar ik vind het lastig soms. Dit, terwijl ik zelf ook wel eens behoefte heb om mensen één op één of een bepaald groepje te zien, maar dan vind ik de rest niet stommer ofzo… Is toch ook wel logisch? Natuurlijk ben je ontzettend welkom. Als je had aangegeven dat je ook kon had ons dat alleen maar leuk geleken. Ik bedoel, we bespreken het niet voor niks in de groep… Dan kunnen mensen aanhaken!”

    Huuuhhhh wat? Die had ik niet zien aankomen. Een gevoel van herkenning, maar ook een volkomen logische verklaring. Als ik met twee vrienden ga lunchen (of iets anders ga doen) betrek ik daar ook niet altijd mijn hele contactenlijst bij terwijl ik helemaal niet minder over andere mensen denk. Het is even oefenen geweest, maar door anders te leren kijken en denken en me zelf ook wat assertiever op te stellen kwam dat gevoel van eenzaamheid helemaal niet meer zo hard binnen. Natuurlijk heb ik nog steeds wel eens mijn mindere dagen, ik ben ook maar een mens, maar m’n zelfvertrouwen is al een heel stuk toegenomen.

    Heel veel mensen worstelen met gevoelens van eenzaamheid. Het is dus niet zo dat je gek of raar bent als jij dit ook ervaart. Natuurlijk is de situatie voor iedereen anders, maar deze blog verteld mijn ervaring met dit gevoel. Ik hoop dat je er iets aan hebt.

    Wat doe jij als je je eenzaam voelt?

    Bron: Proud2bme.nl

    #229003
    Stijn
    Lid LSG

    Hai Luka,
    Ik vind het een eerlijk, verhelderend maar ook herkenbaar stukje.

    Bedankt, Stijn

    #229034
    Luka
    Moderator

    Als je als kind niet werd gezien: gevolgen en stappen naar heling

    Het besef dat je als kind niet werd gezien is pijnlijk. Zo pijnlijk, dat we het meestal verdringen en ons er pas veel later bewust van worden. Omdat onze kindertijd al lang achter ons ligt, is het lastig om duidelijk zicht te krijgen op de gevolgen. En soms relateer je problemen in je huidige leven niet aan het feit dat je als kind geen erkenning hebt gekregen.Toch zijn de gevolgen meeromvattend dan we in eerste instantie denken.

    Gevolgen in de kindertijd
    Hoe is het wanneer je als kind niet wordt gezien? Door je ouders, maar vaak ook door anderen. En wat is dat eigenlijk, niet gezien worden?
    Wat mensen het meest bij is gebleven, is het feit dat er geen plaats was voor hun emoties. Als kind ervoer je verdriet en boosheid, maar dat mocht er niet zijn. Wanneer je verdrietig was, kreeg je als reactie vaak “dat je je niet aan moest stellen”. Je veegde je tranen snel weg om geen negatieve reacties teweeg te brengen. Na verloop van tijd leerde je steeds beter je verdriet te onderdrukken en kwamen er geen tranen meer. De poort van het verdriet was gesloten.
    Ook voor boosheid was er geen ruimte. Wanneer je boos was, stuitte je op onbegrip en afkeuring. En misschien zelfs geweld. De onmacht van je ouders om op een gezonde manier met gevoelens om te gaan, maakte dat ze niet in staat waren om jouw gevoelens toe te laten. Deze moesten zo snel mogelijk onderdrukt worden.
    Maar ook positieve bevestiging vanuit je ouders bleef uit. Een knuffel, lieve woorden of bemoediging waren jou vreemd. Soms werd het wel gezegd, maar ontbrak de bijbehorende emotie. Waardoor de woorden leeg waren, ze hadden geen betekenis. Uit angst voor toekomstige teleurstelling zonderde je je in emotioneel opzicht af van je ouder(s). En misschien ook wel voor anderen.

    Je hooggevoeligheid mocht er niet zijn
    Misschien heb je wel liefde en aandacht ontvangen, maar niet onvoorwaardelijk. Een deel van jou werd niet erkend: je hooggevoeligheid. Zolang je je ‘binnen de lijntjes’ gedroeg, was er niets aan de hand. Maar wanneer je gedrag voortkwam uit je hooggevoeligheid, werd je afgewezen: vragen over het leven, emoties die intenser waren dan gebruikelijk, het dromerige, de wens om je buiten de gebaande paden te begeven en meer. Dit voelde voor jou als een onzichtbare, maar voelbare grens die niet overschreden mocht worden. Je kon niet ten volle jezelf zijn.
    Wanneer je als kind niet wordt gezien, wordt je bestaan niet erkend. Je hoort er niet bij. Daarom paste je je zo veel mogelijk aan en je deed je best om niet op te vallen.
    Sommige kinderen lukt dit niet en ze worden vanuit hun onmacht en niet begrepen worden juist heel opstandig. Wat leidt tot nog meer afkeuring en afwijzing.

    Gevolgen op latere leeftijd
    Wanneer je de erkenning als kind niet hebt gekregen, zoek je hem op latere leeftijd onbewust bij anderen. Bij een partner, vrienden of in het werk.
    In een liefdesrelatie kan dit leiden tot afhankelijkheid, jaloezie en voortdurende onzekerheid. Omdat het als kind niet veilig was om jezelf te zijn, is dat op latere leeftijd ook moeilijk.
    Ook een patroon in de andere richting komt vaak voor. Omdat je als kind in emotioneel opzicht grotendeels op jezelf was aangewezen, heb je een gevoel ontwikkeld dat je het wel alleen doet: ‘Ik heb niemand nodig’. Dit leidt tot andere problemen binnen de relatie. Je verbindt je op emotioneel niveau maar tot op zekere hoogte met je partner. Je kwetsbare kant ligt deels verborgen en je laat jezelf niet helemaal zien. Wanneer er een moment komt dat je leven wat stroever verloopt, laat je de ander niet toe. Je bent immers gewend om het zelf wel te rooien.

    Je wordt niet gezien door anderen
    Door de ervaringen in onze jeugd hebben we geleerd ons onzichtbaar te maken. Dit patroon wordt vaak buitenshuis voortgezet. Op school en later op het werk of in andere situaties waarin we met meerdere mensen te maken hebben. Deze situaties zijn moeilijk te overzien en voelen onveilig. Door je op de achtergrond te houden, creëer je je veilige cocon.
    Het gevolg is, dat ook anderen ons daadwerkelijk niet ‘zien’. En onbewust interpreteren we dit vervolgens als bevestiging dat we niet goed zijn zoals we zijn.

    Stappen naar het erkennen van jezelf
    Je bewust worden dat je als kind deze erkenning hebt gemist, is een belangrijke eerste stap. Sta stil bij je kindertijd. Hoe was het contact met je ouders nu écht? Neem de tijd om herinneringen en gevoelens in je bewustzijn te laten komen, ook als ze pijnlijk zijn.
    Het is belangrijk om de pijn die je voelt, het verdriet en de boosheid, toe te laten. In stukjes, in het tempo dat bij je past. Loslaten begint met toelaten: door je emoties toe te laten en uit je te laten stromen, kun je ze los laten. Laat je tranen de vrije loop en geef ruimte aan je boosheid. Ook al begrijp je waarom je ouders je niet konden bieden wat je nodig had, je gevoelens willen erkend worden. Wanneer jij je gevoelens erkent uit je kindertijd, erken je het kind in jou. Het mag er zijn, met al zijn boosheid, verdriet en onbegrip.
    Maak contact met het kleine meisje of de kleine jongen die nog steeds deel uit maakt van jou. Troost hem of haar en zeg de woorden die jij destijds had willen horen van je ouder(s).

    Loslaten door toelaten
    Het toelaten van verdriet is eng. Het gevoel overheerst dat als je nu je tranen toelaat, je niet meer stopt met huilen. Als een stuwmeer dat veilig dicht is. Deze angst is onterecht.
    Open beetje bij beetje de poort naar je emoties die je in je kindertijd hebt gesloten. Vraag hulp aan het universum om te helpen je verdriet draaglijk te maken. Wanneer je ruimte geeft aan je weggestopte emoties, zul je achteraf opluchting ervaren. Je voelt je lichter, je hebt ruimte in jezelf gecreëerd.
    Op onbewust niveau zijn we huiverig voor deze leegte. Deze angst is de angst van het ego. Omdat het ego gewend en gehecht is aan de pijn, is het moeilijk om deze los te laten. Het ego heeft geen idee wat ervoor in de plaats zal komen. Deze angst is ongegrond. Je zult ervaren dat je ruimte schept voor andere gevoelens: rust, vertrouwen, kracht en liefde. Liefde voor anderen maar vooral ook voor jezelf. Door deze zelfliefde toe te laten, erken je jezelf.

    De functie van boosheid
    Ook het toelaten van boosheid helpt je helen. Door boosheid toe te laten, word je je bewust van je eigen grens. En hoe deze in het verleden overschreden is. Omdat je niet mocht zijn wie je was. Ik merk dat veel hooggevoelige mensen moeite hebben met boosheid. Het mag er niet zijn. Toch is deze emotie waardevol en functioneel. Het kan het vuurtje laten ontbranden om dichter bij jezelf te komen. En voor jezelf te gaan staan: ‘ik laat de oordelen en afkeuring van mijn ouders niet verder mijn leven bepalen’.
    Als je de boosheid steeds meer toelaat en loslaat, schep je ook ruimte in jezelf. Voor zelfliefde en wellicht in een later stadium voor een andere kijk op je ouders. Doordat er ruimte in jou vrij komt, kunnen diepe inzichten naar boven drijven over jouw ouders. Je begrijpt en voelt waarom het moeilijk voor ze was om jou volledig erkenning te geven.

    Je ouders los laten
    Onbewust snakken velen nog op volwassen leeftijd naar erkenning van hun ouders. Daarmee maak je jezelf afhankelijk. Want wat als die erkenning nooit komt? Het gebeurt weinig dat ouders uit eigen beweging alsnog de erkenning geven. Ook zij zitten al jaren in dit patroon, ze zijn zich er waarschijnlijk niet eens van bewust. Wanneer je het toch bespreekbaar maakt, is de kans groot dat je op weerstand stuit en ze het weg wuiven.
    Pijnlijk, maar het kan je helpen in je proces. Door de afwijzing bewust te ervaren en de gevoelens die het teweeg brengt bewust toe te laten. Doorvoel de boosheid en het verdriet en laat het los. Dit helpt je om je ouders meer los te laten.
    Wanneer je je ouders energetisch loslaat op zielsniveau, neemt je behoefte aan erkenning af. Door energetisch contact te maken verkrijg je inzicht in hun motieven en wordt hun onvermogen voelbaar. Dit helpt om te aanvaarden wat er gebeurd is en het los te laten.

    Niet thuis voelen op aarde
    Het gevoel dat je niet bij het gezin hoorde, kan als gevolg hebben dat je ook niet thuis voelt op aarde. Je bent zoekende, vraagt je af wat je bestemming is en vindt moeilijk aansluiting bij anderen.
    In sessies ontdekken mensen regelmatig dat dit thema al langer speelt dan dit huidige leven. Al lang geleden zijn ze verstoten door hun omgeving, terechtgesteld door het gezag en afgewezen door dierbaren. Vaak vanwege hun gaven. Nu is het tijd om dit thema definitief los te laten. Je gaven mag je ontdekken, erkennen en gebruiken.

    Herinner jezelf
    De sleutel tot erkenning vind je in jezelf. In deze tijd van een groeiend collectief bewustzijn maken we de ontwikkeling om onze erkenning en bevestiging niet meer van anderen te verkrijgen, maar onszelf hierin te voorzien. Het is een behoorlijke transformatie, waar we allemaal onze weg in zoeken. Het zijn processen van jaren, steeds een stapje verder. Wanneer we ons verlangen naar erkenning door anderen loslaten, kunnen wij ons zelf gaan zien. En als we ons zelf zien, zien anderen ons ook.
    Het is het herinneren van jezelf, je ziel. Dit is ook de betekenis van gnosis: herinner jezelf.

    Bron: nieuwetijdskind.com

    #229211
    Luka
    Moderator

    Ik ben bang voor ruzie

    Ruzie. Het kan nog zo bij het leven horen, maar het is alles behalve leuk. Het kan nog zo gezond zijn, maar op het moment zelf ervaar ik vooral angst en paniek. Emoties die misschien tevens heel gezond zijn, maar echt niet prettig. De herinneringen en ervaringen die je hebt opgedaan met ruzies thuis of elders in je omgeving, kunnen er mede voor zorgen dat je het het liefst weg wil maken. Een hoofdstuk dat je niet in je leven wilt hebben en het liefst zo veel mogelijk vermijdt. Iets wat ook ik een lange tijd een prima oplossing vond, tot ik ontdekte dat die aanpak mij eigenlijk niet hielp. Hoe moet het dan wel? Goed ruzie maken?

    Het voelde soms als een extra zintuig, een extra voelspriet die feilloos aanvoelde wanneer iemand geïrriteerd raakte. Hoe iemands stem klonk of hoe iemand de deur open deed. Uit al dit soort handelingen probeerde ik op te maken hoe de sfeer de was. Met als grote doel een mogelijke woede uitbarsting of ruzie te signaleren nog voor het daadwerkelijk zo ver kon komen. Zodat ik op tijd kon zorgen dat die confrontatie er nooit zou komen. Ruzie vond ik het ergste dat er was, in mijn hoofd was dat het teken dat alles misging. Alles was verpest, ik had alles fout gedaan en ik zou alleen achterblijven. Slechts een voetstamp was nodig om mij meteen die conclusie te laten trekken. Nee, ruzie mocht nooit gebeuren.

    Ik wist ook totaal niet hoe ik daarmee om zou moeten gaan. Mijn eerste reactie was alleen maar om er alles aan te doen om het te laten stoppen, terwijl dat de situatie eigenlijk nooit ten goede kwam. Wegduiken, stil blijven en ja knikken; dat zou de boel wel sussen. Dat ik daarmee totaal aan mijzelf voorbij ging en mijzelf volledig wegcijferde merkte ik pas toen ik ouder werd.

    Misschien lees je dit en denk je: dit gaat over mij! Die angst voor een escalatie. Angst voor ruzie en vooral de angst voor wat er daarna kan gebeuren. Ja, ruzie hoort erbij, maar tegelijkertijd hebben we allemaal in meer of mindere mate misschien wel ervaren dat ruzie ook kan leiden tot een breuk. Het kan leiden tot verliezen, afwijzing en vervolgens alleen achter blijven. Alles liever dan dat, dan liever nooit ruzie! Precies die overtuiging had ik ook.

    Pas veel later kwam ik erachter dat ruzie maken ook echt een functie kon hebben. Een functie die eigenlijk over iets heel positiefs gaat en voor mij was het nodig om die positieve insteek meer te belichten. Een leven lang ruzie vermijden, dat ging mij niets opleveren en waarschijnlijk niet eens lukken ook. Hoe kon ik dan toch ruzie maken, toch die angsten onder ogen komen en dat zonder mijzelf te verstoppen?

    Ook het voorkomen van ruzies ging mij niet de garantie geven dat mensen bij mij gingen blijven. Er zal altijd een deel zijn waar ik geen invloed op heb. Dus voor iets waar ik geen invloed op had, wilde ik toch mijzelf wegcijferen. Dus juist omdat het voor mij geen garantie was, zag ik het als een extra drijfveer om in het hier en nu, met de persoon om wie het nu gaat, op de meest gezonde manier ruzie te maken. Omdat ik uiteindelijk ook met mijzelf verder zal moeten. Niet weggedoken uit angst voor boosheid en afwijzing, maar rechtop en klaar om voor mijzelf op te komen.

    Het maakt uit
    Persoonlijk denk ik dat het hoofdthema van ruzie maken is; dat het je uitmaakt. Het maakt je zo onwaarschijnlijk en verdomde veel uit, dat je je er ongelofelijk over op kunt winden en dingen doet die je normaal niet echt van jezelf gewend bent. Het doet iets met je. Deze persoon, deze actie, deze situatie doet iets met je en dat is waar je in eerste instantie zo veel emotie door voelt.

    Wanneer er ruzie ontstaat is dat niet fijn en die sfeer kan echt kippenvel opleveren, maar buiten dat zijn er eigenlijk vooral twee mensen die iets heel erg belangrijk vinden. Dat ‘belangrijk vinden’ vind ik denk ik altijd nog beter dan onverschilligheid. Wanneer iets of iemand je niet meer uitmaakt, is er ook geen reden meer om ruzie te maken. Ruzie maken betekent dus eigenlijk: Het gaat hier even niet goed, maar we willen allebei dat het wél goed gaat! Die gedachte kan mij nog altijd helpen om tijdens (oké, soms pas erna) zo’n ruzie alles weer van bovenaf te bekijken en ook om mijn angsten te relativeren. Als iemand bij mij weg had gewild, had deze ruzie waarschijnlijk ook niet gehoeven. Het maakt dus uit, het is belangrijk. In ieder geval belangrijk genoeg om er ruzie over te maken.

    Het moet eruit
    Het vermijden zorgde er bij mij altijd voor dat ik het eigenlijk alleen maar uitstelde. Niets werd opgelost, niets werd uitgesproken, ik wilde er gewoon niets van weten en het al helemaal niet voelen. Dat uitstellen zorgde ervoor dat de confrontatie slechts verplaatst werd, maar ook dat er meer bij kon komen. Alle gevoelens, van beide kanten, werden opgekropt en één ding is zeker; daar is nog nooit iets minder vervelend van geworden. Er is ook nog nooit iets van weggegaan, dus hoe erg ik er ook tegenop zag, het eruit laten was altijd de enige manier om het toch een weg naar buiten te geven. Out in the open zijn er altijd meer mogelijkheden dan wanneer je het allemaal in moet slikken.

    Dit moment, die doodenge confrontatie, kan ook een kans zijn. Een kans om vanuit jouw eigen ervaring en opvatting te vertellen waar je tegenaan loopt. Hoe jij dat aanpakt, hoe jij die ruzie vorm geeft, mag je natuurlijk zelf weten. Ik had zelf bijvoorbeeld een hekel aan het verheffen van mijn stem, dus besloot ik dat in mijn ruzie’s zo min mogelijk te doen. Je mag zelf uitproberen wat het beste werkt voor jou en hoe jij jezelf het beste duidelijk kunt maken. Op jouw manier kun jij, gelijkwaardig aan de ander, jouw probleem voorleggen. Hoe dichter je bij jezelf blijft, hoe meer die andere persoon doorheeft hoe jij iets ervaart. Namelijk, dat je wilt dat het beter wordt en dat je uiteindelijk allebei beter uit deze ruzie komt.

    Veroordeel niemand, dus ook jezelf niet
    Het lastige vond ik altijd dat, waar de ruzie ook over ging, ik het altijd op mijzelf betrok. Als ik iets deed wat de ander niet leuk vond, dacht ik dat ik als persoon niet leuk of niet goed genoeg was. Voor mij was dit één van de belangrijkste dingen om van elkaar te scheiden, hoe moeilijk dat gevoelsmatig ook kan zijn. Je leeft, je doet elke dag je best en voor een groot deel doe je misschien ook maar wat. Tenminste, ik wel. Het kan zijn dat je tussen al die dingen door soms iets doet dat een ander niet leuk vindt, kwetst of boos maakt. Hoe graag je het ook wil voorkomen, als je daar naar gaat leven gaat alle spontaniteit en vooral je eigen persoonlijkheid verdwijnen. Zie het als buitenspelen. Elke dag spreek je af met vriendjes en vriendinnetjes en lang niet altijd ging het goed. Iemand speelde vals, iemand speelde de baas, iemand gooide de bal op je hoofd, een schop in je gezicht bij het koppeltje duikelen.. Toch stond je elke avond na het eten weer voor elkaars deur. Want die vriendjes waren niet stom, wat ze deden was alleen een beetje stom.

    Zo werkt het denk ik nog steeds. Iemands acties of woorden kunnen verkeerd zijn en leiden tot een ruzie, maar het staat bijna altijd los van de persoon. Dat geldt voor de ander en zeker ook voor jezelf. Toen ik mij dat echt besefte en belangrijk nog, echt geloofde, werd het ook veel makkelijker om de ruzies op te lossen. Ik hoefde niet te veranderen, want ik was oké. Wat ik heb gedaan of gezegd was niet zo fijn dus daar kan ik een aanpassing in maken of voortaan rekening mee houden. Dat is vaak veel beter te verwerken en te behappen.

    Het kan helpen om daarin zo duidelijk mogelijk te zijn. Wat vind je niet leuk en hoe zou je het graag anders zien? Voor beide partijen kan het een hoop schelen als dat al duidelijk is, de oplossing is immers al in zicht. Hoewel ik ook weet dat dat lang niet altijd zo makkelijk gaat. Soms heb je even geen oplossing en ben je gewoon boos op elkaar. Ik geloof dat je dat ten alle tijden uit kunt spreken. Heb je nog even geen oplossing of weet je even niet hoe het zelf zou willen? Dat geeft niets, maar wees er open over. Zodra je wel weet hoe je het zou willen, weet je meteen dat die deur altijd open staat en kun je het er alsnog over hebben. Het is geen voorwaarde dat je alle oplossingen meteen moet hebben, je mag daar best samen even de tijd voor nemen. Het gaat immers om iets belangrijks.

    Leerproces
    Als je van kinds af aan niet zo goed hebt leren ruzie maken en het vooral angsten met zich mee heeft gebracht, betekent dat niet dat je dat nu niet alsnog kunt leren. Ruzie maken hoort erbij en is zelfs gezond. Hoe kun je dat dan op de beste manier doen? Zelf vind ik ruzie maken inmiddels een belangrijke sociale vaardigheid. Niet iets om lekker regelmatig te oefenen, maar als het zich voordoet hoeft het niet uit de weg. Het omgaan met boosheid en frustratie en vooral het onder woorden kunnen brengen van alles wat je op dat moment voelt en wilt. Het voor jezelf opkomen, juist nu je even recht tegenover elkaar staat. Het is oké om grenzen te stellen, te verschillen van mening en al die gevoelens te uiten. Dat is allemaal oké en daar hoeven geen consequenties aan te hangen. Jij bent namelijk ook nog steeds oké!

    Het belangrijkste is denk ik dat ruzie niets hoeft te zeggen over de relatie die je hebt. Ja, het gaat even ergens fout. Er is even ruzie, maar tegelijkertijd kan er nog net zo veel liefde, vriendschap en verbondenheid zijn. Het is niet het één of het ander. Het kan in alle harmonie naast elkaar bestaan en er bestaat bijna geen fijner gevoel dan het na een ruzie weer bij te leggen. Er was even iets aan de hand, groot of klein, maar daarna is er weer alle ruimte om van elkaar te houden en elkaar te waarderen. Dat moment probeer ik zo veel mogelijk te vieren en van te genieten, want dat is ook de realiteit.

    Hoe ga jij om met ruzies?

    Bron: Proud2bme.nl

    #229581
    Mark
    Moderator

    ontdekseks.nl

    Als huisarts hoor je heel wat verhalen van mensen. Sommige van deze verhalen hebben me diep geraakt. Ik ben verbaasd over de ongelofelijke impact van seks op het leven van mensen. Hoe weldadig en goed kan seks zijn binnen een gezonde context, maar hoe groot zijn de gevolgen van seksueel misbruik! Seksualiteit is prachtig, maar het kan ook vreselijk vernietigend zijn.

    Arjan Munneke

    #230992
    Luka
    Moderator

    Let op: van deze drie dingen worden we het ongelukkigst

    Je baalt van de opmerking van je baas, en ligt de hele nacht wakker omdat je het maar niet los kan laten. Of je bent boos op jezelf omdat je wéér een sportklasje hebt overgeslagen. Dit soort dingen kunnen ons flink ongelukkig maken. En de dingen die ons ongelukkig maken kun je volgens life coach Susie Moore in drie hoofdthema’s onderverdelen. Zo kun je makkelijker signaleren waardoor het komt dat je je ongelukkig voelt én het meteen tackelen.

    Je baalt van de opmerking van je baas, en ligt de hele nacht wakker omdat je het maar niet los kan laten. Of je bent boos op jezelf omdat je wéér een sportklasje hebt overgeslagen. Dit soort dingen kunnen ons flink ongelukkig maken. En de dingen die ons ongelukkig maken kun je volgens life coach Susie Moore in drie hoofdthema’s onderverdelen. Zo kun je makkelijker signaleren waardoor het komt dat je je ongelukkig voelt én het meteen tackelen.

    1. Je vindt dat bepaalde dingen op jouw manier moeten gaan
    Je vriend vraagt aan je of je zin hebt in pasta als avondeten. In je hoofd heb je al bedacht dat je vanavond een salade wilde eten. ‘Pfff, waarom wil hij nu pasta eten?’ Of je hebt gesolliciteerd bij een bedrijf dat je geweldig lijkt, maar je krijgt de baan niet. ‘Heb ik weer.’ Of het regent net als je op de fiets stapt. ‘Waarom regent het altijd als ik de deur uit wil?’ Gedachtes die weleens door een ieders hoofd flitsen. Maar het wordt tijd dat je gaat realiseren dat het leven niet een aaneenschakelingen van succesjes is. Het gaat vaak niet zoals je zelf had bedacht, en dat is helemaal oké.

    Als je merkt dat je hier tegenaan loopt, is het goed om na te denken over een eerder voorval waarin iets je tegen zat. Is het uiteindelijk allemaal goed gekomen? Heb je na die sollicitatie die tot niets leidde uiteindelijk een veel leukere baan gekregen? Denk hier eens echt goed over na. Grote kans dat dit soort dingen voor een reden zijn gebeurd, en je uiteindelijk beter terecht bent gekomen, júist omdat iets niet ging zoals je in eerste instantie hoopte.

    2. Je vindt dat mensen je op een bepaalde manier moeten behandelen
    Dit lijkt een beetje op punt één: je hebt een verwachting die niet uitkomt. Je gaat ergens vanuit, en als dat niet gebeurt, baal je. Als je bijvoorbeeld keihard werkt, veel overuren draait en soms in het weekend doorwerkt, verwacht je dat je baas dat ziet en je beloont. Maar dat gebeurt niet, en dan kun je je flink ongelukkig voelen. ‘Waarom ziet hij niet wat ik allemaal doe?’

    Maar mensen hoeven zich niet te gedragen precies zoals jij vindt dat ze zich moeten gedragen. Iedereen leeft hun eigen leven, en handelt en denkt vanuit hun eigen ervaring. Als jij de hele tijd rekening met anderen zou moeten houden, zou je dat ook extreem vermoeiend vinden. Wij hebben dus helemaal geen controle over de handelingen van anderen.

    Zodra je stopt met verwachten dat andere mensen zich gedragen zoals jij wil dat ze zich gedragen, voel je je bevrijd. Je maakt je dan niet meer zo druk om anderen, waardoor je je ook meer op jezelf gaat focussen. Dit is echt de live and let live-mentaliteit. Laat die vriendin maar daten met die foute man, en laat je baas maar blind zijn voor je harde werken. Jij weet hoe de vork in de steel steekt, en als je wil dat je collega’s zien wat je allemaal doet, is het tijd dat je zélf je mond opentrekt en niet meer in de afwacht- en verwacht-modus zit.

    3. Je gelooft dat je het niet goed genoeg doet
    Deze komt extreem vaak voor. Zelfs de ogenschijnlijke succesvolste mensen willen meer, en vinden dat ze het niet goed genoeg doen. Meer verdienen, meer aanzien, meer vrienden en ga zo maar door. Wanneer heb je ooit iemand horen zeggen: ‘Wow, ik ben echt zó lekker bezig en ben echt alles aan het nailen in het leven. Er gaat nooit wat mis en ik ben super trots op mezelf’?

    Probeer even terug te blikken. Wat heb je gedurende de afgelopen 12 maanden bereikt? Sta hier echt even bij stil. Welke nieuwe uitdagingen ben je aangegaan? Welke nieuwe mensen heb je ontmoet? Welke nieuwe kansen heb je aangepakt? Wees eens wat liever voor jezelf. Je bent al hartstikke goed bezig.

    Heb je een tegenslag meegemaakt? Dat is balen. En het is helemaal oké om je daar even flink k*t over te voelen. Maar het gaat erom hoe je er daarna mee omgaat. Op een gegeven moment sta je weer op en ga je verder. Want wat je ook doet, it’s good enough.

    Bron: Bedrock.nl

    #233480
    Luka
    Moderator

    Waarom met je kinderen over seks praten zo belangrijk is, uitgelegd in een TED Talk

    Wat zorgt ervoor dat er leven is op aarde? Wat is de beste manier om je tijd goed in te delen? En waarom lachen we eigenlijk? Dat lijken heel ingewikkelde vragen, maar over bijna elk gecompliceerd onderwerp is ooit een TED Talk gehouden waarin iemand je haarfijn alle ins en outs uitlegt. En dat in slechts 10 à 20 minuten! Om de week delen we op Bedrock zo’n talk over iets wat de wereld – of jouw leven – een beetje beter maakt. Deze keer: een TED Talk van Peggy Orenstein over het belang van praten over seks met je kinderen.

    Wij Nederlanders zijn over het algemeen vrij open over seksualiteit. Toch is praten over seks soms nog steeds ‘een ding’. Zeker als het gaat om praten over seks met je kinderen. Maar dat is nergens voor nodig en volgens de Amerikaanse schrijfster Peggy Orenstein is het juist ontzettend belangrijk.

    Alleen de gevaren
    Vaak wordt er wel met kinderen over seks gepraat, maar wordt niet alles verteld. Meestal worden alleen de gevaren verteld: besmettelijke ziektes, seksuele intimidatie en ongewenste zwangerschappen. Vooral in Amerika is dit het geval.

    Bij seksuele voorlichting en biologie op school is dit niet anders. Waar bij jongens wordt uitgelegd hoe hun geslachtsdeel werkt, wordt hier bij meiden omheen gedraaid. Er wordt vooral gesproken over de menstruatie(cyclus) van een vrouw.

    Waarom met je kinderen praten over seks zo belangrijk is
    Peggy Orenstein heeft tientallen jonge vrouwen geïnterviewd over seks. Hoe zelfverzekerd de meiden ook waren, op seksueel gebied waren ze dit niet. Ze vonden vooral dat het plezier van de jongen voorop stond en dachten niet zo na over wat zij zelf eigenlijk fijn vinden.

    Maar hoe kan een meisje weten wat ze fijn vindt, als ze haar eigen lichaam niet goed kent? Met je kinderen praten over seks is ontzettend belangrijk. Niet alleen zodat dochters weten wat de gevaren zijn en hoe ze het veilig kunnen doen, maar óók de positieve kant van seks. Zodat ze hun eigen lichaam leren kennen en ontdekken wat ze zelf fijn vinden. Zodat ze leren dat het om meer gaat dan alleen het plezier van de jongen: dat het ook gaat om hun eigen plezier en intimiteit met elkaar.

    Dit alles – en nog meer redenen – wordt duidelijk uitgelegd in de interessante TED Talk van Peggy Orenstein, die je hieronder bekijkt.

    Bron: Bedrock.nl

     

    #237221
    Luka
    Moderator

    Stop met jezelf tegenwerken

    Vechten voor herstel is niet altijd makkelijk. Vaak niet zelfs. Het heeft met zo veel verschillende factoren te maken. Kunnen genezen en je beter voelen is niet altijd vanzelfsprekend. Het kost veel energie. Zelf speel je continu de hoofdrol. Ikzelf was mijn grootste vijand. Ik zat mijzelf in de weg of maakte mijn situatie onbewust erger. Door kleine dingen, die eigenlijk onopgemerkte gewoontes waren geworden, hield ik mijzelf tegen. Ik kwam niet verder en zakte dieper in mijn eetstoornis.

    Ik was echt niet moedwillig roet in het eten aan het gooien, maar het waren juist kleine dingetjes die mij in het dagelijks leven niet verder hielpen. Misschien maakte het het ook niet altijd erger, maar ik werkte mijzelf wel degelijk tegen. Natuurlijk hebben we allemaal wel een aantal gewoontes die misschien niet per se gezond zijn, maar als je een eetstoornis hebt of last hebt van andere problematiek, kan dit je herstel wel in de weg staan.

    Alles wat ik deed leek ineens heel belangrijk, alles deed ertoe. Dat vond ik vermoeiend, maar bood ook mogelijkheden, want ik merkte dat ik het mijzelf ook een stuk makkelijker kon maken. Veranderen is nooit makkelijk, maar is wel mogelijk als je je er bewust van bent.

    Stop met vermijden
    Eigenlijk in de breedste zin van het woord. Misschien hoef je niet elke dag honderd uitdagingen tegelijk aan te gaan, maar wanneer ik dagelijks dingen vermeed, werd het ook steeds moeilijker om die draad weer op te pakken. Ik ging contacten uit de weg of stelde dat telefoontje ‘gewoon’ even uit. Niets ernstigs natuurlijk, maar het was niet iets dat mij hielp. Ik wilde gewoon even rust en zag veel contacten als een verstoring daarvan, want dan moest ik weer van alles. Vaak vulde ik dit zelf in, omdat het mij op dat moment energie kostte. In werkelijkheid merkte ik altijd dat als ik dat contact toch bleef aangaan, het steeds makkelijker ging en ik er juist veel steun en energie voor terugkreeg. Het kost alleen maar meer moeite om dat na een tijdje onschuldig uitstellen, weer op te bouwen.

    Ook het licht en buitenlucht vermijden werd iets waar ik in kon vluchten. Tuurlijk mag je lekker een dagje binnen blijven in je pyjama, maar diep van binnen wist ik vaak wel dat een rondje in de buitenlucht mij goed kon doen. Alleen al de gordijnen opendoen maakte verschil in mijn dag, dus het kon echt iets toevoegen om die stap te zetten voor mijzelf.

    Je moet helemaal niets, maar hoe eerlijker je hierover kunt zijn tegenover jezelf, hoe minder je jezelf in de weg zit door die dingen te laten. Al die kleine dingen die je eventjes omzeilt, kunnen bij elkaar een groot negatief effect hebben.

    Lees een keer niet het nieuws
    Zelf kun je denk ik het beste aanvoelen welke factoren van buitenaf je helpen en welke een negatieve invloed hebben. Ik merkte al snel dat ik heel erg gevoelig was voor nieuwsberichten. Helemaal niet erg, de één trekt zich dat meer aan dan de ander en daar is niets mis mee. Wel kan het handig zijn om dat een beetje te reguleren voor jezelf, want ik hoefde die extra impulsen niet altijd erbij te hebben. Soms had ik echt genoeg aan mijzelf, had ik genoeg aan mijn hoofd en mijn handen vol aan mijn gevoel. Om daar rust in te krijgen hielp het mij meer om positieve en rustige dingen toe te laten, in plaats van heftige of negatieve berichten op te zoeken.

    Op zich natuurlijk geen probleem om goed geïnformeerd te willen zijn, maar als het veel invloed heeft op jouw dag, is het het dan nog wel waard? Er komt vast een ander moment waarbij je dat beter aankunt en je mag je altijd eerst focussen op jezelf. Wat helpt jou nu? Daar mag je voor kiezen, ook als dat afwijkt van je dagelijkse routine.

    Zeg wat je bedoelt
    Waarom we dit vaak niet doen, is mij nog niet helemaal duidelijk. Misschien omdat we de vrede willen bewaren? Misschien omdat we rekening houden met wat iemand zou willen horen? Misschien weten we zelf niet altijd wat we willen? Willen we niet teleurstellen? In ieder geval is dit iets geweest waarin ik mijzelf enorm heb tegengewerkt en wat overigens nog steeds een punt van aandacht is. Het lijkt soms makkelijker om gewoon ja te zeggen, terwijl je eigenlijk nee denkt. Meer kun je jezelf niet in de weg zitten denk ik.

    Het gaat op alle vlakken fout. Ik vul iets in voor de ander, luister vervolgens niet naar mijzelf, kan zo nooit de situatie krijgen die ik eigenlijk graag wilde en ben uiteindelijk niet blij. De ander trouwens ook vaak niet…

    Het vergt even wat oefening, zeker als je het niet gewend bent, maar uiteindelijk kun je echt zeggen wat je bedoelt. Durf eerlijk te zijn naar jezelf en vaak wordt het dan ook makkelijker om te communiceren. Dat is voor iedereen, maar uiteindelijk vooral voor jezelf, een stuk makkelijker. Ook wanneer je het gewoon even niet weet, betekent dat niet dat je altijd meteen een antwoord klaar hoeft te hebben. Gun jezelf wat tijd, zodat je echt kunt kiezen voor iets dat goed voelt.

    Niet onnodig piekeren of te lang overdenken
    Het is niet makkelijk om die vloedgolf aan piekergedachtes een halt toe te roepen. Het is iets wat er soms gewoon is, veel te lang duurt en je compleet kan overnemen. Vaak hou je er voornamelijk een rotgevoel aan over en heeft het piekeren niet geleid tot een oplossing. Zelf was ik de enige die hier iets aan kon doen, die het in ieder geval kon proberen. Dat piekeren ging mij nergens brengen en kostte bovendien veel tijd en energie. Ik moest iets anders proberen om mijzelf hierin te helpen. Actief proberen om hiermee te stoppen, afleiding zoeken, je hart luchten, of desnoods een piekerwekkertje zetten.

    Soms krijg je iets gewoon niet uit je hoofd en krijg je dat echt niet ineens losgelaten, hoe graag je ook zou willen. Zelf las ik soms wel eens een piekermomentje in. Als iets mij heel erg bezighoudt geef ik mijzelf een kwartier de tijd om daar over na te denken. Misschien heb ik het nodig om even een muziekje op te zetten en er dingen over op te schrijven? Misschien wil ik het gewoon even laten bezinken en er een kwartiertje om huilen? Dat mag allemaal, maar wanneer daar een eindtijd aan zit, is het toch iets makkelijker om daarna weer verder te gaan.

    Je geeft het de aandacht die het blijkbaar nodig heeft. Doe in dat kwartier waar je behoefte aan hebt en wat kan helpen om het los te laten. Het hielp mij altijd om te bedenken dat alles wat ik daarbuiten nog ging bedenken, echt niet de meester-oplossing zou worden. Als ik die oplossing nu toch nog niet gevonden had, hoefde het ook mijn dag niet te verpesten.

    Het is natuurlijk best lastig om je eigen gedrag en gewoontes te veranderen. Die zitten nu eenmaal best wel vastgeroest en bieden bovendien ook houvast. Het voelt vertrouwd en hoort misschien zelfs een beetje bij je. Toch kan het je misschien veel opleveren om eens kritisch te kijken naar die gewoontes en te ontdekken of je jezelf ergens in tegenwerkt? Hoe fijn zou het zijn als je het jezelf daarin gemakkelijker kon maken? De rest is al namelijk al moeilijk genoeg.

    Hoe zit jij jezelf in de weg?

    Bron: Proud2bme.nl

25 berichten aan het bekijken - 1 tot 25 (van in totaal 63)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 24 ▪︎ leden online: 1
Toughcookie
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.759, berichten: 14.841, leden: 1.609
Scroll Up