Kindermisbruik (algemeen)

  • Dit onderwerp bevat 100 reacties, 8 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 24/03/2022 om 15:21 door Luka.
10 berichten aan het bekijken - 1 tot 10 (van in totaal 101)
  • Auteur
    Reacties
  • #217940
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    In dit topic vind je websites en online artikelen met informatie over:

    Kindermisbruik in het algemeen

    Wil je zelf een website of online artikel toevoegen? Plaats dan eerst de url en daaronder eventueel een korte beschrijving.

    Kindermisbruik komt veel voor binnen de eigen familie. We spreken dan over incest. Voor meer informatie over incest, klik hier >>

     

    #216098
    Luka
    Moderator

    stukonline.com

    Eerst dacht ieder van ons dat ie de enige was die het thuis of in de omgeving meemaakte. Dat blijkt niet zo te zijn…
    Honderdduizenden jongeren in Nederland en Vlaanderen maken elke dag mee dat ze verwaarloosd, mishandeld,
    vernederd of misbruikt worden. Of dat andere rechten worden geschonden.

    WIJ VINDEN DAT NIET NORMAAL.

    Daarom maken we FILMPJES | THEATER | STUKBOEK | geven we WORKSHOPS en meer.
    Als steun voor anderen die in de shit zitten en om met elkaar te bespreken. Help elkaar!

    #216897
    Luka
    Moderator

    ‘Angstaanjagend veel misbruik bij kinderen met een handicap’

    Emine en Bram schrikken als de revalidatiearts begint over de ‘seksuele ontwikkeling’ van Sara. Voor kinderen met een beperking is het nóg belangrijker dat ze leren hun grenzen aan te geven.

    ,,Ook op het gebied van seksuele ontwikkeling moet Sara assertiever worden’’, zegt de revalidatiearts tijdens de teambespreking bij revalidatiecentrum Rijndam.

    Lees verder op de site van het AD >>

    #217941
    Mark
    Moderator

    Seksueel kindermisbruik is een vorm van mishandeling waarbij een (jong) volwassene een kind dwingt om seksueel contact te hebben. Dat kunnen verschillende dingen zijn. Als iemand aan je borsten zit, bijvoorbeeld, of aan je vagina of piemel. Of als iemand jou vraagt om hem of haar aan te raken, met je hand of je mond. Of seks met je wil hebben. Seksueel misbruik is een vorm van kindermishandeling en het is verboden.

    Lees verder op kindermishandeling.hetklokhuis.nl >>

    #217943
    Mark
    Moderator

    Ieder kind heeft recht op bescherming tegen seksueel misbruik, zowel online als offline

    Het Expertisebureau Online Kindermisbruik (EOKM) is een onafhankelijke stichting die zich bezig houdt met het voorkomen en bestrijden van (online) seksueel kindermisbruik en seksuele uitbuiting van kinderen. Naast een kennisbank heeft de stichting verschillende programma’s die hieraan bijdragen:

    Het EOKM is voortgekomen uit het in 1995 opgerichte Meldpunt Kinderporno op Internet. Het bureau is aangesloten bij INHOPE, het internationale netwerk van internet hotlines (meldpunten) in de hele wereld.

    Meer over EOKM op eokm.nl >>

    #218096
    Mark
    Moderator

    Voor het leven getekend?
    Psychologisch broodje aap: wie seksueel misbruikt is in z’n jeugd, krijgt later een persoonlijkheidsstoornis

    Psychologie is overal: in het tijdschriftenrek in de supermarkt, op de tafel in de boekwinkel, in films en op televisie. Maar met al die kennis komen ook een hoop misverstanden in de wereld: broodjes aap, of zoals de schrijvers van het nieuwe boek “De vijftig grootste misvattingen in de psychologie” het noemen, psychomythologie. Kennislink zet de tien meest frappante mythes op een rijtje. Deze week: mensen die seksueel misbruikt is in hun jeugd, krijgen als ze volwassen zijn bijna zonder uitzondering last van persoonlijkheidsproblemen.

    Ik ken eigenlijk maar één film waarin een van de hoofdpersonen als kind seksueel wordt misbruikt en daar niet voor de rest van zijn leven door getekend is. De film heet The adventures of Priscilla, queen of the desert en gaat over twee travestieten en een transseksueel die door in een roze-geverfde bus door Australie touren. Eén van hen (Felicia) heeft in zijn jeugd een onaangename ervaring gehad met een van zijn ooms. De oom vroeg Felicia, terwijl hij in bad zat, of die zachtjes wilde trekken, ‘daar beneden’. Felicia doet dat, eventjes, en trekt vervolgens de stop eruit, waardoor de testikels van de vieze oom vast komen te zitten in de afvoer van het bad.

    Felicia is eerder geamuseerd dan getraumatiseerd. Maar dat is een uitzondering. Waar je ook kijkt, in boeken, op de zelfhulpafdeling van de plaatselijke boekhandel, in films of televisieseries: iemand die als kind seksueel misbruikt is, draagt altijd littekens mee van vroeger. Hij of zij kan niet meer intiem zijn met anderen, heeft geen zelfvertrouwen, is gesloten en/of emotioneel labiel en niet zelden zelf ook gewelddadig of misbruikerig. Hun persoonlijkheid heeft er kortom ernstig onder te lijden gehad – een aanname die ook nog eens door meer dan tweederde van de mensen wordt onderschreven. Maar klopt dit Hollywood-beeld van misbruikte kinderen eigenlijk wel?

    Veerkrachtiger dan je zou vermoeden

    Niet per se, zegt Linsey Raymaekers, die aan de Universiteit Maastricht promoveert op hervonden herinneringen aan seksueel misbruik. “Natuurlijk lijden slachtoffers van seksueel kindermisbruik onder de gevolgen van het misbruik, vaak tot lang nadat het misbruik is afgelopen. Sommigen van hen ontwikkelen op lange termijn zelfs een fors psychologisch probleem. Toch is het zeker niet zo dat de meerderheid van de slachtoffers er ernstige problemen aan overhoudt.”

    Veel slachtoffers zijn namelijk veerkrachtiger dan je zou vermoeden, als je opgaat op wat je op televisie ziet. “Sommige jonge slachtoffers tonen zelfs zoveel veerkracht dat ze als volwassene net een verrassend sterke en gezonde persoonlijkheid vertonen”, vertelt Raymaekers. “Denk bijvoorbeeld aan Sabine Dardenne, een van de slachtoffers van Marc Dutroux. Zij werd ontvoerd en maandenlang fysiek en seksueel mishandeld. Toch vormt zij het toonbeeld van een onverwachte kracht waarover een mens kan beschikken.”

    Niet iedereen is hetzelfde

    Dat betekent natuurlijk niet dat elk slachtoffer er zonder kleerscheuren doorheen komt. “Uit recent onderzoek blijkt dat seksueel kindermisbruik gerelateerd is aan een reeks persoonlijkheidsstoornissen op latere leeftijd waaronder de paranoïde, schizoïde, borderline en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis,” zegt Raymaekers. Maar dat wil nog niet zeggen dat het misbruik ook de óórzaak is van die problemen, benadrukt ze. En bovendien: niet elk slachtoffer is hetzelfde. “Individuele slachtoffers reageren verschillend op hun misbruikverleden.”

    Een zwak verband

    Daardoor blijft het verband tussen misbruik aan de ene kant en persoonlijkheidsstoornissen aan de andere kant, erg zwak, melden ook Scott Lilienfeld & co in hun boek De 50 grootste misvattingen in de psychologie. Zij halen een onderzoek aan van drie psychologen uit 1998, waaruit blijkt dat de link tussen beide zaken bijna nul was. De reacties op dat onderzoek waren toentertijd niet mals, schrijft Lilienfeld. De wetenschappers in kwestie werden er zelfs van beschuldigd dat ze eigenlijk wilden bepleiten dat pedofilie geen kwaad kon.

    Ook in Raymaekers ervaring is de link tussen seksueel misbruik en latere problemen niet erg sterk, hoewel iets duidelijker aanwezig dat in het onderzoek uit 1998. “Er is dus zeker geen sprake van een sterk verband”, zegt ze.

    Het gevaar van een foute diagnose

    Toch blijven veel therapeuten bij de Hollywood-veronderstelling dat seksueel misbruik wel zijn sporen moet nalaten, schrijft Lilienfeld. En dat is eigenlijk ook niet zo verwonderlijk, want zij zien op hun spreekuur natuurlijk alleen die mensen met een misbruikverleden die al in de problemen zitten. Maar het is belangrijk dat ook de therapeuten zich realiseren dat er een gat zit tussen de hun werkelijkheid en de wetenschappelijke feiten.

    Raymaekers onderschrijft dat. “Onderzoekers waarschuwen terecht voor het geven van een foute diagnose aan slachtoffers van seksueel kindermisbruik. Zou je bijvoorbeeld een persoonlijkheidsstoornis vaststellen waar er eigenlijk sprake is van posttraumatische stress, dan krijgt het slachtoffer niet de juiste behandeling. En dan kan het gebeuren dat de patiënt vast blijft hangen in zijn of haar klachten.” Zo kan een psychologisch broodje aap er juist voor zorgen dat slachtoffers wél zijn hele leven last houdt. En dat kan niemands bedoeling zijn.

    Bron: Nemo Kennislink >>

    #218098
    Mark
    Moderator

    Versnipperd verdriet

    Een wat ouder artikel (2006), maar zeker nog actueel, waarin Iva Bicanic, toen nog werkzaam als gz-psycholoog bij het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht, uitvoerig ingaat op de gevolgen van seksueel misbruik en seksueel geweld bij kinderen en jongeren.

    Slachtoffers van een aanranding of verkrachting kunnen langdurig last hebben van wat hen is overkomen. Vooral omdat ze het vaak geheimhouden. Gezondheidszorgpsycholoog Iva Bicanic behandelt adolescenten die eenmalig slachtoffer waren van seksueel geweld. Een behandeling die angst moet verminderen en de grote eenzaamheid moet doorbreken. Een nieuwe start met verse gedachten, nog niet in je hoofd, maar in je broekzak.

    Slachtoffers kunnen langdurige en ernstige problemen overhouden aan een aanranding of verkrachting. Iva Bicanic heeft er in haar werk dagelijks mee te maken. Ze is gz-psycholoog bij het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Ze behandelt slachtoffers van aanranding of verkrachting, ook wel eenmalig seksueel geweld genoemd. Voor adolescenten die dit hebben meegemaakt, heeft het centrum een traumagerichte groepsbehandeling ontwikkeld, gebaseerd op cognitief-gedragstherapeutische principes. Het Psychotraumacentrum richt zich primair op opvang en behandeling van eenmalige traumatische gebeurtenissen.

    Eenmalig seksueel geweld
    Voorheen behandelde Bicanic slachtoffers van langdurig seksueel misbruik. Er zijn grote overeenkomsten te vinden tussen eenmalig seksueel geweld en langdurig seksueel misbruik. In beide gevallen wordt de lichamelijke integriteit en het vertrouwen in de omgeving ernstig geschaad. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. Van eenmalig seksueel geweld zijn vooral meisjes en jonge vrouwen het slachtoffer. Meisjes tussen de 14 en 24 jaar hebben een vier keer grotere kans op verkrachting dan anderen.

    Van eenmalig seksueel geweld zijn vooral meisjes en jonge vrouwen het slachtoffer. Meisjes tussen de 14 en 24 jaar hebben een vier keer grotere kans op verkrachting dan anderen.

    Er is ook een kleine groep jongens die slachtoffer wordt. Zij vormen een vergeten groep, omdat ze nog moeilijker met hun verhaal naar buiten treden dan meisjes. Overigens zijn prevalentiecijfers speculatief, omdat slechts een klein deel van de slachtoffers aangifte doet.

    Landurig misbruik
    Slachtoffers van langdurig seksueel misbruik zijn doorgaans jonger. Het misbruik begint vaak vanaf een jaar of zes. De verdeling jongens/meisjes is minder scheef dan bij eenmalig seksueel geweld: schattingen gaan ervan uit dat eenderde van de slachtoffers een jongen is en tweederde een meisje.

    Tussen dader en slachtoffer is er altijd een machtsverschil. De dader is ouder, sterker, slimmer of dreigt met een wapen of fysiek geweld. Maar ook de daders verschillen onderling. Bij eenmalig seksueel geweld is de dader soms de ‘man in de bosjes’, maar meestal gaat het om vriendjes, vrienden van vriendjes, of het vriendje van de zus. De dader van langdurig seksueel misbruik komt vaker binnen de kring van het gezin of de familie voor: vader, opa of een oom.

    Verder gaat er aan langdurig seksueel misbruik geregeld een zogenaamd grooming-proces vooraf. De relatie tussen de dader en het kind wordt ‘opgewarmd’ en begint met aaien, aandacht en cadeautjes geven. De dader schept bewust een vertrouwensband waar hij (of zij) later misbruik van maakt. Seksueel geweld komt meestal plotseling. Het basisgevoel van veiligheid is in één klap weg.

    Onthullen
    Over de effecten van de verschillende vormen van seksueel misbruik of geweld is veel literatuur beschikbaar. Langdurig seksueel misbruik zou dieper op de persoonlijkheid ingrijpen in vergelijking met eenmalig seksueel geweld. En seksueel misbruik binnen het gezin is extra verwarrend en creëert ambivalente gevoelens bij het slachtoffer. Hoe kan een vertrouwd persoon tegelijkertijd van je houden en je gebruiken? Onthullen, de technische term voor het naar buiten brengen van seksueel misbruik, kan ingrijpende gevolgen hebben voor het gezin als de dader een familielid is.

    Onthullen is echter van groot belang, stelt Bicanic. ‘Hoe langer het misbruik duurt, en hoe langer ze wacht met onthullen, hoe later ze hulp krijgt en hoe dieper het ingrijpt op de persoon.’ Slachtoffers van langdurig misbruik hebben eetproblemen, leiden aan angst en depressie, zijn suïcidaal en automutileren. De effecten van eenmalige verkrachting kunnen echter net zo ingrijpend zijn, verzekert ze. Bij de meisjes in de groepsbehandeling, ziet ze even zware problematiek.

    Douchen en gewoon naar bed
    De eerste en automatische reactie op seksueel misbruik is vaak ‘dit mag nooit naar buiten komen’. Bicanic vindt dat een hartverscheurend fenomeen, omdat slachtoffers intense emotionele en lichamelijke reacties kunnen ervaren tijdens en vlak na de verkrachting. ’Adolescenten die verkracht zijn, praten er meestal niet over. Ze komen thuis, douchen zich lang en gaan “gewoon” naar bed. Of ze kijken nog wat televisie. Ze doen hun uiterste best om normaal over te komen.

    Het zwijgen belemmert steun die ze in contact met anderen zouden kunnen krijgen en slachtoffers komen zo vaak in een isolement terecht. De eenzaamheid is groot.’ Door dit zwijgen verergeren ook de gevolgen van het trauma. De meeste slachtoffers worden gekweld door hardnekkige herbelevingen. Niemand kan ze uitleggen dat dit een normale reactie is op een schokkende gebeurtenis. Ze vinden de beelden verschrikkelijk, ze denken dat ze daardoor gek worden of zullen gaan huilen, waardoor hun geheim dreigt uit te komen. Zulke cognities remmen de verwerking. Daarnaast zijn ze bang van de herbelevingen en duwen de beelden weg. Het onderdrukken van herbelevingen is contraproductief en ontlokt juist meer herbelevingen.

    ‘Adolescenten die verkracht zijn, praten er meestal niet over. Het zwijgen belemmert steun die ze in contact met anderen zouden kunnen krijgen en slachtoffers komen zo vaak in een isolement terecht. De eenzaamheid is groot.’

    Bovendien gaan slachtoffers zaken vermijden, die met de verkrachting geassocieerd zijn en angst oproepen. Als ze bijvoorbeeld ’s nachts op weg naar huis verkracht zijn, kunnen ze het donker mijden. Of ze fietsen niet meer of willen bepaalde kleren niet meer dragen. Deze vermijding kan zich makkelijk uitbreiden naar situaties die niet direct iets met de gebeurtenis te maken hebben. Dat kan leiden tot grote beperkingen.

    Een derde groep van symptomen bij trauma is een verhoogde alertheid. De slachtoffers schrikken snel, worden boos of maken ruzie om niks, kunnen niet slapen of kunnen zich niet concentreren.

    Herbelevingen, vermijding en alertheid zijn symptomen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Na een verkrachting is de kans op PTSS groter dan na andere eenmalige trauma’s. Dit heeft verschillende oorzaken. Het trauma wordt geheim gehouden, het gaat om interpersoonlijk geweld, er is vaak sprake geweest van doodsdreiging en er is niet zelden fysiek letsel. Verder voelen de slachtoffers zich schuldig en door hun zwijgen worden de herbelevingen extra angstaanjagend.

    Stil leed
    Aanvankelijk probeert een slachtoffer de verkrachting weg te duwen, het uit zijn leven te gummen. De meisjes in de groep deden er gemiddeld twee tot drie jaar over om tot onthulling te komen. In die tijd groeien er allerlei cognities over zichzelf en wat er gebeurd is. Dan loopt langzaam de spanning op en wordt het lijden voor de omgeving zichtbaar. Haar vriendje vindt dat ze raar doet of haar ouders vinden haar prikkelbaar. Of school zegt dat ze zich niet kan concentreren. Of ze vertelt het verhaal uiteindelijk aan een vriendin die erop aandringt actie te ondernemen. Onder druk van de omgeving melden slachtoffers zich uiteindelijk aan voor therapie. Dat geldt in mindere mate voor jongens die verkracht zijn. Bicanic: ‘Ze zijn er wel, maar ze melden zich minder snel aan bij de hulpverlening. Jongens krijgen we niet in groepstherapie, wel individueel.’ Moslimmeisjes ziet Bicanic vooralsnog evenmin in de groep. Adolescenten kunnen dagelijks worden aangemeld en komen uit verschillende delen van het land.

    Aanvankelijk probeert een slachtoffer de verkrachting weg te duwen, het uit zijn leven te gummen. De meisjes in de groep deden er gemiddeld twee tot drie jaar over om tot onthulling te komen.

    Een aparte categorie vormen slachtoffers die door meerdere daders verkracht zijn. Vorig jaar kwam een aantal gevallen in het nieuws. In Rotterdam bleken minderjarige meisjes te zijn verkracht door groepjes minderjarige jongens. Dat gebeurt ook op andere plaatsen, weet Bicanic. Zij heeft het afgelopen jaar een aantal meisjes behandeld die een groepsverkrachting hebben meegemaakt in de regio Utrecht. Volgens schattingen gaat het bij eenderde van de zedendelicten om groepsverkrachtingen. Of het toeneemt, weet ze niet. Gek genoeg voelen slachtoffers van groepsverkrachtingen zich schuldiger. Ze doen er daarom ook langer over om te onthullen, waardoor de problemen verergeren.

    Vermijdingsgedrag
    De groepsbehandeling die het centrum aanbiedt, bestaat uit een geprotocolleerde cognitieve gedragstherapie bij een groep van vier of vijf meisjes, en parallel een begeleidingsgroep voor de ouders. Samen met een gedragstherapeutisch werker, geeft Bicanic de groepstherapie. De meisjes leren in de behandeling hun irreële gedachten te veranderen in reële gedachten. En ze leren dat vermijdingsgedrag de angst – hun grootste klacht – in stand houdt. Alleen door de confrontatie met de angstige stimuli lang en vaak genoeg aan te gaan, kan de angst uitdoven.

    Bicanic geeft een voorbeeld: ‘Een meisje dat in een zwembad is verkracht, durft niet meer te zwemmen. Toch zou ze dolgraag gewoon met haar vriendinnen meegaan. Ze moet zich realiseren dat zwemmen op zichzelf niet eng is. De gedachte dat je in een zwembad elk moment verkracht kunt worden, is niet reëel. Doorgaans gebeurt er niets. Ze moet leren leven met de kleine kans dat er eventueel iets zou kunnen gebeuren, net zoals ze dat deed voor de verkrachting. Met deze wetenschap moet ze langzaam situaties opzoeken die ze lang vermeden heeft. Als eerste gaat ze naar het zwembad. Daarna gaat ze bij de ingang staan, gaat ze naar binnen, dan gaat ze een pashokje binnen, enzovoorts. Reële gedachten kunnen haar helpen de oefening uit te voeren. Daarnaast wordt er met gedragsexperimenten gewerkt, zodat de meisjes kunnen onderzoeken of hun gedachten kloppen.’

    Stapsgewijze aanpak
    De groepsbehandeling wordt voorafgegaan door de afname van vragenlijsten en een individueel gesprek. Daarin komt onder meer aan de orde wat er in grote lijnen is gebeurd, wat de klachten zijn, welke cognities er zijn ontstaan en tot welk vermijdingsgedrag dit heeft geleid. Daarna wordt al dan niet gekozen voor groepsbehandeling. Als alternatief kan ook worden gekozen voor individuele cognitieve gedragstherapie of EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing).

    De groepsbehandeling bestaat uit acht sessies voor de adolescenten en vier voor de ouders. De eerste twee sessies van de adolescentengroep staan in het teken van psycho-educatie. Er wordt informatie gegeven over de rationale achter de behandeling, over het effect van extreme stress en over de symptomen van PTSS. In de derde sessie doen de deelnemers uitgebreid hun verhaal. Het doel van deze ‘reconstructie’ is het uiten van gevoelens en gedachten gerelateerd aan het seksueel geweld. Ook wordt het helder waarom sommige ‘triggers’ beangstigend zijn. De reconstructie maakt een coherent verhaal van de gebeurtenis, die soms slechts in snippers wordt herinnerd. En doordat de herinnering wordt opgeroepen, kunnen disfunctionele cognities ter discussie worden gesteld. Bicanic: ‘Veel meisjes zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat ze hadden moeten wegrennen. Dat blijft maar in hun hoofd rondmalen. Als ze hun verhaal vertellen en schetsen hoe bang ze waren en hoe groot en sterk die ander was, gaan ze beseffen dat het geen situatie was die ze makkelijk konden ontvluchten. We leggen ze uit dat bij extreme angst en dreiging iemand kan verlammen door vrijkomen van het stresshormoon adrenaline.’

    “Veel meisjes zijn er van overtuigd dat ze hadden moeten wegrennen. Dat blijft maar in hun hoofd rondmalen. Als ze hun verhaal vertellen en schetsen hoe bang ze waren en hoe groot en sterk die ander was, gaan ze beseffen dat het geen situatie was die ze makkelijk konden ontvluchten.” (foto: Perttu Lämsä)

    In deze therapie leren ze ook dat disfunctionele cognities hun gevoel en gedrag beïnvloeden en bijdragen tot het in stand houden van de klachten. Vanaf sessie vier worden de disfunctionele cognities bewerkt en worden ‘reële gedachtes’ gevormd. Die nieuwe gedachtes worden op kaartjes vastgelegd, die ze bij zich dragen. Dit ter ondersteuning van de gedragsoefeningen die ze tussen de sessies door uitvoeren. ‘Het is wat gekunsteld dat je de gedachtes nog niet in je hoofd, maar in je broekzak hebt, maar oefenen is nodig om de gedachtes eigen te maken en in te prenten.’ Uiteindelijk is de bedoeling dat ze dat kaartje niet meer nodig hebben.

    In sessie vijf staat het thema seksualiteit centraal en komt er een gynaecoloog langs die vragen beantwoordt. De meisjes hebben veel verkeerde cognities en zorgen. ‘Er zitten zaadjes in mijn buik’, of ‘ik kan nooit meer zwanger worden’. Allemaal vragen die ze nooit hebben kunnen stellen. Zo nodig kunnen meisjes een afspraak maken voor medisch onderzoek.

    Gedurende sessie zeven komen jeugd- en zedenrechercheurs langs die uitleg geven over het doen van aangifte. Dat laatste is zelden gebeurd. Aangifte doen is zwaar, als je de gebeurtenis nog nooit verwoord hebt of als je je niet veilig voelt. De politie luistert anders naar het verhaal dan hulpverleners. Bicanic: ‘Ze zijn in een verhoor gericht op het vinden van bewijs. De meisjes moeten echt alle details vertellen. Wij vinden niet dat aangifte per se moet gebeuren, maar ze hebben wel recht op informatie over deze mogelijkheid.’

    In de laatste sessie gaat het om terugvalpreventie. Bicanic ‘Hoe zorgen we er samen met je ouders voor dat het normaliseren standhoudt? Na de achtste sessie hebben we een adviesgesprek met apart elk meisje en haar ouders. Ondersteund met nametingen bekijken we of ze nog individuele hulp nodig hebben of baat kunnen hebben bij haptonomie of een cursus zelfverdediging.’

    Parallel aan de acht groepssessies met de jongeren vinden onder begeleiding van maatschappelijk werkers vier ondersteunende groepssessies met de ouders plaats. Ouders krijgen uitleg over stressreacties van hun kind. Ook krijgen ze advies over hoe ze hun kind adequaat kunnen opvangen en kunnen ondersteunen bij hun huiswerk en de oefeningen. Bij de oudergroep komen de gynaecoloog en de jeugd- en zedenrechercheurs eveneens langs.

    In de oudergroepen krijgen ouders ook de gelegenheid hun verhaal te doen. Ze zitten met andere cognities, als: hoe kan het dat ik dit niet heb gezien bij mijn kind? Ben ik een slechte ouder? Sommige ouders geloven niet dat er iets is gebeurd. Andere ouders blijven trekken aan hun kind om het verhaal te vertellen. Of ze durven hun kind niet meer naar buiten te laten. Sommige ouders zijn zelf misbruikt, wat de verwerking van hun kind negatief kan beïnvloeden.

    Wederzijdse herkenning
    De meerwaarde van behandeling in de groep in plaats van individueel is voor deze meisjes groot. Bicanic: ‘Meisjes die de verkrachting voor zich houden, zijn erg eenzaam. Door een groepsbehandeling kan die eenzaamheid doorbroken worden en voelen de meisjes zich gehoord. Als ze andere meisjes over verkrachting horen vertellen, herkennen ze veel. Een therapeut kan van alles uitleggen, maar als ze het van elkaar horen, gaat de herkenning verder. Het is zo belangrijk omdat menigeen zich schaamt voor de verkrachting en zich verachtelijk voelt. Alsof ze het zelf hebben uitgelokt. Als ze geconfronteerd worden met andere meisjes die hetzelfde hebben meegemaakt, is dat vaak een grote opluchting. Ook is het mogelijk in zo’n groepsbehandeling gastsprekers uit te nodigen.

    “Meisjes die de verkrachting voor zich houden, zijn erg eenzaam. Door een groepsbehandeling kan die eenzaamheid doorbroken worden en voelen de meisjes zich gehoord. Als ze andere meisjes over verkrachting horen vertellen, herkennen ze veel.”

    In de therapie worden disfunctionele cognities gecorrigeerd en vermijdingssituaties doorbroken. Maar er gebeurt meer. Bicanic: ’Een meisje zei ooit in de groep: we lopen geen kans op herhaling, want we hebben het al meegemaakt. Dat is onjuist. Ze moeten weten dat de kans even groot is als voor ieder ander. Sterker: de kans dat je nog een verkrachting meemaakt, als je al eens verkracht bent, is zelfs iets groter. Hoe dat komt, weten we niet precies. We weten wel dat vroeg seksueel misbruik een voorspeller is voor seksueel geweld in de adolescentieleeftijd. Als iemand over jouw grenzen gaat, je zegt nee en iemand neemt dat niet serieus, dan leer je iets over jezelf. Je kunt geen nee zeggen. Of je leert dat anderen niet naar je luisteren.

    Er zijn meisjes die na een verkrachting zo bang zijn, dat ze de deur niet meer uit durven. Andere meisjes laten acting-outgedrag zien en komen wel in gevaarlijke situaties die ze niet als zodanig taxeren. Veel meisjes die seksueel geweld hebben meegemaakt, voelen niet veel meer. Ze drukken die ervaring weg en drukken tegelijkertijd alle gevoelens en gedachtes weg. Wat overblijft, is een emotioneel dof gevoel. Misschien voelen ze het niet als iemand te dichtbij staat of over hun grens gaat. Dit thema komt binnen de therapie ook aan de orde.’

    Follow-up
    Een half jaar en een jaar na de behandeling vindt een follow-up plaats. Bicanic zou liever nog verder gaan. ‘Eigenlijk zou je ze tien jaar nadien nog eens willen spreken, om te weten hoe ze sociale relaties verdragen.’ Ze is bezig met een onderzoek naar de effectiviteit van de behandeling. Ze wil weten of de behandeling effectief is in het verminderen van PTSS-symptomen in vergelijking met alternatieven. Daarnaast wil ze nagaan of je het effect van de behandeling lichamelijk kunt meten. ‘Je kunt natuurlijk vragen of iemand iets aan de therapie heeft gehad, maar ik wil ook weten of de veranderingen in het lichaam zijn terug te vinden.’ Voor, tijdens en na de behandeling zullen de adolescenten worden gevraagd om ‘s ochtends speeksel te verzamelen. In speeksel bevindt zich cortisol, een maat voor het functioneren van het stresssysteem in het lichaam.’

    Acht sessies is weinig, weet Bicanic na een jaar draaien. ‘We denken erover om het uit te breiden.’ Er waren verschillende redenen om het aantal sessies te beperken, legt ze uit. ‘Het betreft een eenmalige gebeurtenis. Achteraf blijkt die dieper in te grijpen dan ik aanvankelijk dacht. De doelgroep bestaat verder uit adolescenten, waarvan we dachten dat ze wel een betere besteding hebben voor hun woensdagochtend, de tijd dat de groepssessie plaatsvindt.’ Inmiddels is duidelijk dat het aan de korte kant is en dat er wel degelijk animo is om vaker bij elkaar te komen. ‘We gaan waarschijnlijk naar tien sessies en voor ouders naar zes.’

    Binnen het centrum wordt niet aan daderbehandeling gedaan. ‘We verwijzen eventueel door’, stelt Bicanic, om eraan toe te voegen: ‘Maar daders zelf behandelen… ik zou het niet kunnen.’

    Bron: Nemo Kennislink >>

    #218660
    Mark
    Moderator

    Als je het vertelt dan…

    Verbale dreigementen aan slachtoffers van seksueel misbruik

    Slechts een fractie van de slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd komt tot een disclosure, zo blijkt uit onderzoek. Gevoelens van schuld, schaamte en angst zijn de voornaamste beweegredenen om te zwijgen. Over angst van slachtoffers voor de dreigementen van de dader is minder bekend in de literatuur. Daarom vroeg Iva Bicanic op Twitter aan mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt welke woorden de dader gebruikte om er voor te zorgen dat de feiten het daglicht niet zouden bereiken. Het resultaat is een duizelingwekkend lange lijst met uitspraken van het type: “Als je het vertelt, dan…..!”

    Kinderen worden niet zelden bedreigd en monddood gemaakt door de dader, zo blijkt uit de onthullingen van volwassen slachtoffers die terugkijken op die tijd waar- in ze werden misbruikt. Slachtoffers houden zich stil, omdat de dader hen de schuld in de schoenen schuift met uitspraken als: “Het is allemaal jouw schuld”, en “je wilde het zelf.” En soms zetten daders mindtwisters in om het misbruik goed te praten, bijvoorbeeld: “In de bijbel/koran staat dat het mag”, of “het is voor je eigen bestwil.”

    Lees verder op psycho-trauma.nl >>

    #218980
    Luka
    Moderator

    Dit doet seksueel misbruik met je brein

    Seksueel misbruik laat littekens na in het zich ontwikkelende kinderbrein, zo wordt steeds duidelijker uit onderzoek. Hoe ernstiger het misbruik, hoe groter de schade op volwassen leeftijd in het brein blijkt te zijn. Vooral als kinderen niemand hebben bij wie ze zich veilig voelen, zijn hun hersenen kwetsbaar voor de impact van een traumatische ervaring als seksueel misbruik. Een kind dat wordt misbruikt, maakt grote hoeveelheden stresshormonen aan. Het hormoonsysteem raakt daardoor ontregeld en hersencellen worden beschadigd of sterven zelfs af. Zo zijn de cortex en het corpus callosum – de verbinding tussen de beide hersenhelften – vaak dunner bij volwassenen die als kind seksueel zijn misbruikt. Dat kan leiden tot meer moeite met leren, concentreren, focussen en plannen.

    Ook dieper gelegen hersengebieden die te maken hebben met geheugen en emoties – de hippocampus en de amygdala – kunnen worden aangetast. Dit zou kunnen verklaren waarom slachtoffers van seksueel misbruik meer moeite hebben met hechting en het reguleren en benoemen van hun emoties, vaker last hebben van geheugenverlies en nare herbelevingen, en eerder geneigd zijn zich tijdelijk af te sluiten voor wat er om hen heen gebeurt.

    Door de toename van de stresshormonen gaan bepaalde genen ook anders werken, met als gevolg dat de productie in de hersenen van sommige boodschapperstoffen als serotonine en dopamine drastisch wordt beïnvloed. Dat zijn stofjes die zorgen dat we kunnen genieten van dingen en toenadering zoeken tot anderen; mensen die als kind zijn misbruikt, hebben daar vaker moeite mee. Ze hebben ook een grotere gevoeligheid voor verslaving aan drugs en alcohol, meer problemen met relaties en een grotere kans op depressie en persoonlijkheidsstoornissen.

    Gelukkig kunnen therapie, goede ervaringen met anderen en zelfreflectie veel ten goede keren, zo blijkt uit onderzoek. In 2002 ontdekte de Amerikaanse psycholoog Glenn Roisman bijvoorbeeld dat mensen die als kind seksueel waren misbruikt, op latere leeftijd beter functioneerden wanneer ze in staat waren het misbruik als onderdeel van hun leven te accepteren en het van een betekenis te voorzien; vaak is dat ook waar in therapie naartoe wordt gewerkt.

    Bron: psychologiemagazine.nl

    #219001
    Luka
    Moderator

    Seksueel kindermisbruik
    Als ouder of verzorger doet u wat u kunt om uw kind te beschermen tegen misbruik. De omgeving van een kind hoort veilig en betrouwbaar te zijn. Wanneer uw kind is misbruikt of u vermoedt dat uw kind misbruikt wordt, voelt u verdriet, boosheid en misschien angst. Het is niet altijd eenvoudig om te weten wat u kunt doen in deze moeilijke situatie.

    10 signalen dat er misschien sprake is van seksueel misbruik
    Bij seksueel misbruik gedragen kinderen zich soms anders of krijgen ze last van lichamelijke klachten. De onderstaande signalen kunnen erop wijzen dat het kind mogelijk seksueel wordt misbruikt. Herkent u veel signalen bij uw kind? Bespreek het met uw huisarts of met Veilig Thuis om te bepalen wat u kunt doen.

    • Slaapproblemen, bang in het donker, nachtmerries, extreme angst voor ‘monsters’.
    • Verlies van eetlust, eetproblemen, voortdurend buikpijn zonder duidelijke reden.
    • Plotselinge wisselingen in de stemming van het kind: boos of teruggetrokken gedrag bij een kind dat meestal vrolijk is.
    • Angst voor bepaalde mensen: het kind wil niet alleen gelaten worden met een oppas, kennis of familielid.
    • Angst voor bepaalde plekken.
    • Een ouder kind dat zich gedraagt alsof het jonger is en bijvoorbeeld weer gaat bedplassen, duimzuigen of heel eenkennig wordt.
    • Niet willen praten over een ‘geheimpje’ dat het kind met een volwassene heeft.
    • Praten over een nieuwe, oudere vriend en daar vaak op bezoek gaan.
    • Plotseling veel zakgeld hebben.
    • Seksueel gedrag dat niet bij de leeftijd past.

    Slachtofferhulp – Kindermisbruik

    Slachtofferhulp – Signalen kindermisbruik

    Slachtofferhulp – Praten met een kind

10 berichten aan het bekijken - 1 tot 10 (van in totaal 101)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 11 ▪︎ leden online: 1
Peerke
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.284, reacties: 17.827, leden: 2.125