Kindermisbruik (algemeen)

  • Dit onderwerp bevat 95 reacties, 8 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 22/06/2021 om 21:40 door Luka.
25 berichten aan het bekijken - 1 tot 25 (van in totaal 96)
  • Auteur
    Berichten
  • #217940
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    In dit topic vind je websites en online artikelen met informatie over:

    Kindermisbruik in het algemeen

    Wil je zelf een website of online artikel toevoegen? Plaats dan eerst de url en daaronder eventueel een korte beschrijving.

    Kindermisbruik komt veel voor binnen de eigen familie. We spreken dan over incest. Voor meer informatie over incest, klik hier >>

     

    #216098
    Luka
    Moderator

    stukonline.com

    Eerst dacht ieder van ons dat ie de enige was die het thuis of in de omgeving meemaakte. Dat blijkt niet zo te zijn…
    Honderdduizenden jongeren in Nederland en Vlaanderen maken elke dag mee dat ze verwaarloosd, mishandeld,
    vernederd of misbruikt worden. Of dat andere rechten worden geschonden.

    WIJ VINDEN DAT NIET NORMAAL.

    Daarom maken we FILMPJES | THEATER | STUKBOEK | geven we WORKSHOPS en meer.
    Als steun voor anderen die in de shit zitten en om met elkaar te bespreken. Help elkaar!

    #216897
    Luka
    Moderator

    ‘Angstaanjagend veel misbruik bij kinderen met een handicap’

    Emine en Bram schrikken als de revalidatiearts begint over de ‘seksuele ontwikkeling’ van Sara. Voor kinderen met een beperking is het nóg belangrijker dat ze leren hun grenzen aan te geven.

    ,,Ook op het gebied van seksuele ontwikkeling moet Sara assertiever worden’’, zegt de revalidatiearts tijdens de teambespreking bij revalidatiecentrum Rijndam.

    Lees verder op de site van het AD >>

    #217941
    Mark
    Moderator

    Seksueel kindermisbruik is een vorm van mishandeling waarbij een (jong) volwassene een kind dwingt om seksueel contact te hebben. Dat kunnen verschillende dingen zijn. Als iemand aan je borsten zit, bijvoorbeeld, of aan je vagina of piemel. Of als iemand jou vraagt om hem of haar aan te raken, met je hand of je mond. Of seks met je wil hebben. Seksueel misbruik is een vorm van kindermishandeling en het is verboden.

    Lees verder op kindermishandeling.hetklokhuis.nl >>

    #217943
    Mark
    Moderator

    Ieder kind heeft recht op bescherming tegen seksueel misbruik, zowel online als offline

    Het Expertisebureau Online Kindermisbruik (EOKM) is een onafhankelijke stichting die zich bezig houdt met het voorkomen en bestrijden van (online) seksueel kindermisbruik en seksuele uitbuiting van kinderen. Naast een kennisbank heeft de stichting verschillende programma’s die hieraan bijdragen:

    Het EOKM is voortgekomen uit het in 1995 opgerichte Meldpunt Kinderporno op Internet. Het bureau is aangesloten bij INHOPE, het internationale netwerk van internet hotlines (meldpunten) in de hele wereld.

    Meer over EOKM op eokm.nl >>

    #218096
    Mark
    Moderator

    Voor het leven getekend?
    Psychologisch broodje aap: wie seksueel misbruikt is in z’n jeugd, krijgt later een persoonlijkheidsstoornis

    Psychologie is overal: in het tijdschriftenrek in de supermarkt, op de tafel in de boekwinkel, in films en op televisie. Maar met al die kennis komen ook een hoop misverstanden in de wereld: broodjes aap, of zoals de schrijvers van het nieuwe boek “De vijftig grootste misvattingen in de psychologie” het noemen, psychomythologie. Kennislink zet de tien meest frappante mythes op een rijtje. Deze week: mensen die seksueel misbruikt is in hun jeugd, krijgen als ze volwassen zijn bijna zonder uitzondering last van persoonlijkheidsproblemen.

    Ik ken eigenlijk maar één film waarin een van de hoofdpersonen als kind seksueel wordt misbruikt en daar niet voor de rest van zijn leven door getekend is. De film heet The adventures of Priscilla, queen of the desert en gaat over twee travestieten en een transseksueel die door in een roze-geverfde bus door Australie touren. Eén van hen (Felicia) heeft in zijn jeugd een onaangename ervaring gehad met een van zijn ooms. De oom vroeg Felicia, terwijl hij in bad zat, of die zachtjes wilde trekken, ‘daar beneden’. Felicia doet dat, eventjes, en trekt vervolgens de stop eruit, waardoor de testikels van de vieze oom vast komen te zitten in de afvoer van het bad.

    Felicia is eerder geamuseerd dan getraumatiseerd. Maar dat is een uitzondering. Waar je ook kijkt, in boeken, op de zelfhulpafdeling van de plaatselijke boekhandel, in films of televisieseries: iemand die als kind seksueel misbruikt is, draagt altijd littekens mee van vroeger. Hij of zij kan niet meer intiem zijn met anderen, heeft geen zelfvertrouwen, is gesloten en/of emotioneel labiel en niet zelden zelf ook gewelddadig of misbruikerig. Hun persoonlijkheid heeft er kortom ernstig onder te lijden gehad – een aanname die ook nog eens door meer dan tweederde van de mensen wordt onderschreven. Maar klopt dit Hollywood-beeld van misbruikte kinderen eigenlijk wel?

    Veerkrachtiger dan je zou vermoeden

    Niet per se, zegt Linsey Raymaekers, die aan de Universiteit Maastricht promoveert op hervonden herinneringen aan seksueel misbruik. “Natuurlijk lijden slachtoffers van seksueel kindermisbruik onder de gevolgen van het misbruik, vaak tot lang nadat het misbruik is afgelopen. Sommigen van hen ontwikkelen op lange termijn zelfs een fors psychologisch probleem. Toch is het zeker niet zo dat de meerderheid van de slachtoffers er ernstige problemen aan overhoudt.”

    Veel slachtoffers zijn namelijk veerkrachtiger dan je zou vermoeden, als je opgaat op wat je op televisie ziet. “Sommige jonge slachtoffers tonen zelfs zoveel veerkracht dat ze als volwassene net een verrassend sterke en gezonde persoonlijkheid vertonen”, vertelt Raymaekers. “Denk bijvoorbeeld aan Sabine Dardenne, een van de slachtoffers van Marc Dutroux. Zij werd ontvoerd en maandenlang fysiek en seksueel mishandeld. Toch vormt zij het toonbeeld van een onverwachte kracht waarover een mens kan beschikken.”

    Niet iedereen is hetzelfde

    Dat betekent natuurlijk niet dat elk slachtoffer er zonder kleerscheuren doorheen komt. “Uit recent onderzoek blijkt dat seksueel kindermisbruik gerelateerd is aan een reeks persoonlijkheidsstoornissen op latere leeftijd waaronder de paranoïde, schizoïde, borderline en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis,” zegt Raymaekers. Maar dat wil nog niet zeggen dat het misbruik ook de óórzaak is van die problemen, benadrukt ze. En bovendien: niet elk slachtoffer is hetzelfde. “Individuele slachtoffers reageren verschillend op hun misbruikverleden.”

    Een zwak verband

    Daardoor blijft het verband tussen misbruik aan de ene kant en persoonlijkheidsstoornissen aan de andere kant, erg zwak, melden ook Scott Lilienfeld & co in hun boek De 50 grootste misvattingen in de psychologie. Zij halen een onderzoek aan van drie psychologen uit 1998, waaruit blijkt dat de link tussen beide zaken bijna nul was. De reacties op dat onderzoek waren toentertijd niet mals, schrijft Lilienfeld. De wetenschappers in kwestie werden er zelfs van beschuldigd dat ze eigenlijk wilden bepleiten dat pedofilie geen kwaad kon.

    Ook in Raymaekers ervaring is de link tussen seksueel misbruik en latere problemen niet erg sterk, hoewel iets duidelijker aanwezig dat in het onderzoek uit 1998. “Er is dus zeker geen sprake van een sterk verband”, zegt ze.

    Het gevaar van een foute diagnose

    Toch blijven veel therapeuten bij de Hollywood-veronderstelling dat seksueel misbruik wel zijn sporen moet nalaten, schrijft Lilienfeld. En dat is eigenlijk ook niet zo verwonderlijk, want zij zien op hun spreekuur natuurlijk alleen die mensen met een misbruikverleden die al in de problemen zitten. Maar het is belangrijk dat ook de therapeuten zich realiseren dat er een gat zit tussen de hun werkelijkheid en de wetenschappelijke feiten.

    Raymaekers onderschrijft dat. “Onderzoekers waarschuwen terecht voor het geven van een foute diagnose aan slachtoffers van seksueel kindermisbruik. Zou je bijvoorbeeld een persoonlijkheidsstoornis vaststellen waar er eigenlijk sprake is van posttraumatische stress, dan krijgt het slachtoffer niet de juiste behandeling. En dan kan het gebeuren dat de patiënt vast blijft hangen in zijn of haar klachten.” Zo kan een psychologisch broodje aap er juist voor zorgen dat slachtoffers wél zijn hele leven last houdt. En dat kan niemands bedoeling zijn.

    Bron: Nemo Kennislink >>

    #218098
    Mark
    Moderator

    Versnipperd verdriet

    Een wat ouder artikel (2006), maar zeker nog actueel, waarin Iva Bicanic, toen nog werkzaam als gz-psycholoog bij het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht, uitvoerig ingaat op de gevolgen van seksueel misbruik en seksueel geweld bij kinderen en jongeren.

    Slachtoffers van een aanranding of verkrachting kunnen langdurig last hebben van wat hen is overkomen. Vooral omdat ze het vaak geheimhouden. Gezondheidszorgpsycholoog Iva Bicanic behandelt adolescenten die eenmalig slachtoffer waren van seksueel geweld. Een behandeling die angst moet verminderen en de grote eenzaamheid moet doorbreken. Een nieuwe start met verse gedachten, nog niet in je hoofd, maar in je broekzak.

    Slachtoffers kunnen langdurige en ernstige problemen overhouden aan een aanranding of verkrachting. Iva Bicanic heeft er in haar werk dagelijks mee te maken. Ze is gz-psycholoog bij het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Ze behandelt slachtoffers van aanranding of verkrachting, ook wel eenmalig seksueel geweld genoemd. Voor adolescenten die dit hebben meegemaakt, heeft het centrum een traumagerichte groepsbehandeling ontwikkeld, gebaseerd op cognitief-gedragstherapeutische principes. Het Psychotraumacentrum richt zich primair op opvang en behandeling van eenmalige traumatische gebeurtenissen.

    Eenmalig seksueel geweld
    Voorheen behandelde Bicanic slachtoffers van langdurig seksueel misbruik. Er zijn grote overeenkomsten te vinden tussen eenmalig seksueel geweld en langdurig seksueel misbruik. In beide gevallen wordt de lichamelijke integriteit en het vertrouwen in de omgeving ernstig geschaad. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. Van eenmalig seksueel geweld zijn vooral meisjes en jonge vrouwen het slachtoffer. Meisjes tussen de 14 en 24 jaar hebben een vier keer grotere kans op verkrachting dan anderen.

    Van eenmalig seksueel geweld zijn vooral meisjes en jonge vrouwen het slachtoffer. Meisjes tussen de 14 en 24 jaar hebben een vier keer grotere kans op verkrachting dan anderen.

    Er is ook een kleine groep jongens die slachtoffer wordt. Zij vormen een vergeten groep, omdat ze nog moeilijker met hun verhaal naar buiten treden dan meisjes. Overigens zijn prevalentiecijfers speculatief, omdat slechts een klein deel van de slachtoffers aangifte doet.

    Landurig misbruik
    Slachtoffers van langdurig seksueel misbruik zijn doorgaans jonger. Het misbruik begint vaak vanaf een jaar of zes. De verdeling jongens/meisjes is minder scheef dan bij eenmalig seksueel geweld: schattingen gaan ervan uit dat eenderde van de slachtoffers een jongen is en tweederde een meisje.

    Tussen dader en slachtoffer is er altijd een machtsverschil. De dader is ouder, sterker, slimmer of dreigt met een wapen of fysiek geweld. Maar ook de daders verschillen onderling. Bij eenmalig seksueel geweld is de dader soms de ‘man in de bosjes’, maar meestal gaat het om vriendjes, vrienden van vriendjes, of het vriendje van de zus. De dader van langdurig seksueel misbruik komt vaker binnen de kring van het gezin of de familie voor: vader, opa of een oom.

    Verder gaat er aan langdurig seksueel misbruik geregeld een zogenaamd grooming-proces vooraf. De relatie tussen de dader en het kind wordt ‘opgewarmd’ en begint met aaien, aandacht en cadeautjes geven. De dader schept bewust een vertrouwensband waar hij (of zij) later misbruik van maakt. Seksueel geweld komt meestal plotseling. Het basisgevoel van veiligheid is in één klap weg.

    Onthullen
    Over de effecten van de verschillende vormen van seksueel misbruik of geweld is veel literatuur beschikbaar. Langdurig seksueel misbruik zou dieper op de persoonlijkheid ingrijpen in vergelijking met eenmalig seksueel geweld. En seksueel misbruik binnen het gezin is extra verwarrend en creëert ambivalente gevoelens bij het slachtoffer. Hoe kan een vertrouwd persoon tegelijkertijd van je houden en je gebruiken? Onthullen, de technische term voor het naar buiten brengen van seksueel misbruik, kan ingrijpende gevolgen hebben voor het gezin als de dader een familielid is.

    Onthullen is echter van groot belang, stelt Bicanic. ‘Hoe langer het misbruik duurt, en hoe langer ze wacht met onthullen, hoe later ze hulp krijgt en hoe dieper het ingrijpt op de persoon.’ Slachtoffers van langdurig misbruik hebben eetproblemen, leiden aan angst en depressie, zijn suïcidaal en automutileren. De effecten van eenmalige verkrachting kunnen echter net zo ingrijpend zijn, verzekert ze. Bij de meisjes in de groepsbehandeling, ziet ze even zware problematiek.

    Douchen en gewoon naar bed
    De eerste en automatische reactie op seksueel misbruik is vaak ‘dit mag nooit naar buiten komen’. Bicanic vindt dat een hartverscheurend fenomeen, omdat slachtoffers intense emotionele en lichamelijke reacties kunnen ervaren tijdens en vlak na de verkrachting. ’Adolescenten die verkracht zijn, praten er meestal niet over. Ze komen thuis, douchen zich lang en gaan “gewoon” naar bed. Of ze kijken nog wat televisie. Ze doen hun uiterste best om normaal over te komen.

    Het zwijgen belemmert steun die ze in contact met anderen zouden kunnen krijgen en slachtoffers komen zo vaak in een isolement terecht. De eenzaamheid is groot.’ Door dit zwijgen verergeren ook de gevolgen van het trauma. De meeste slachtoffers worden gekweld door hardnekkige herbelevingen. Niemand kan ze uitleggen dat dit een normale reactie is op een schokkende gebeurtenis. Ze vinden de beelden verschrikkelijk, ze denken dat ze daardoor gek worden of zullen gaan huilen, waardoor hun geheim dreigt uit te komen. Zulke cognities remmen de verwerking. Daarnaast zijn ze bang van de herbelevingen en duwen de beelden weg. Het onderdrukken van herbelevingen is contraproductief en ontlokt juist meer herbelevingen.

    ‘Adolescenten die verkracht zijn, praten er meestal niet over. Het zwijgen belemmert steun die ze in contact met anderen zouden kunnen krijgen en slachtoffers komen zo vaak in een isolement terecht. De eenzaamheid is groot.’

    Bovendien gaan slachtoffers zaken vermijden, die met de verkrachting geassocieerd zijn en angst oproepen. Als ze bijvoorbeeld ’s nachts op weg naar huis verkracht zijn, kunnen ze het donker mijden. Of ze fietsen niet meer of willen bepaalde kleren niet meer dragen. Deze vermijding kan zich makkelijk uitbreiden naar situaties die niet direct iets met de gebeurtenis te maken hebben. Dat kan leiden tot grote beperkingen.

    Een derde groep van symptomen bij trauma is een verhoogde alertheid. De slachtoffers schrikken snel, worden boos of maken ruzie om niks, kunnen niet slapen of kunnen zich niet concentreren.

    Herbelevingen, vermijding en alertheid zijn symptomen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Na een verkrachting is de kans op PTSS groter dan na andere eenmalige trauma’s. Dit heeft verschillende oorzaken. Het trauma wordt geheim gehouden, het gaat om interpersoonlijk geweld, er is vaak sprake geweest van doodsdreiging en er is niet zelden fysiek letsel. Verder voelen de slachtoffers zich schuldig en door hun zwijgen worden de herbelevingen extra angstaanjagend.

    Stil leed
    Aanvankelijk probeert een slachtoffer de verkrachting weg te duwen, het uit zijn leven te gummen. De meisjes in de groep deden er gemiddeld twee tot drie jaar over om tot onthulling te komen. In die tijd groeien er allerlei cognities over zichzelf en wat er gebeurd is. Dan loopt langzaam de spanning op en wordt het lijden voor de omgeving zichtbaar. Haar vriendje vindt dat ze raar doet of haar ouders vinden haar prikkelbaar. Of school zegt dat ze zich niet kan concentreren. Of ze vertelt het verhaal uiteindelijk aan een vriendin die erop aandringt actie te ondernemen. Onder druk van de omgeving melden slachtoffers zich uiteindelijk aan voor therapie. Dat geldt in mindere mate voor jongens die verkracht zijn. Bicanic: ‘Ze zijn er wel, maar ze melden zich minder snel aan bij de hulpverlening. Jongens krijgen we niet in groepstherapie, wel individueel.’ Moslimmeisjes ziet Bicanic vooralsnog evenmin in de groep. Adolescenten kunnen dagelijks worden aangemeld en komen uit verschillende delen van het land.

    Aanvankelijk probeert een slachtoffer de verkrachting weg te duwen, het uit zijn leven te gummen. De meisjes in de groep deden er gemiddeld twee tot drie jaar over om tot onthulling te komen.

    Een aparte categorie vormen slachtoffers die door meerdere daders verkracht zijn. Vorig jaar kwam een aantal gevallen in het nieuws. In Rotterdam bleken minderjarige meisjes te zijn verkracht door groepjes minderjarige jongens. Dat gebeurt ook op andere plaatsen, weet Bicanic. Zij heeft het afgelopen jaar een aantal meisjes behandeld die een groepsverkrachting hebben meegemaakt in de regio Utrecht. Volgens schattingen gaat het bij eenderde van de zedendelicten om groepsverkrachtingen. Of het toeneemt, weet ze niet. Gek genoeg voelen slachtoffers van groepsverkrachtingen zich schuldiger. Ze doen er daarom ook langer over om te onthullen, waardoor de problemen verergeren.

    Vermijdingsgedrag
    De groepsbehandeling die het centrum aanbiedt, bestaat uit een geprotocolleerde cognitieve gedragstherapie bij een groep van vier of vijf meisjes, en parallel een begeleidingsgroep voor de ouders. Samen met een gedragstherapeutisch werker, geeft Bicanic de groepstherapie. De meisjes leren in de behandeling hun irreële gedachten te veranderen in reële gedachten. En ze leren dat vermijdingsgedrag de angst – hun grootste klacht – in stand houdt. Alleen door de confrontatie met de angstige stimuli lang en vaak genoeg aan te gaan, kan de angst uitdoven.

    Bicanic geeft een voorbeeld: ‘Een meisje dat in een zwembad is verkracht, durft niet meer te zwemmen. Toch zou ze dolgraag gewoon met haar vriendinnen meegaan. Ze moet zich realiseren dat zwemmen op zichzelf niet eng is. De gedachte dat je in een zwembad elk moment verkracht kunt worden, is niet reëel. Doorgaans gebeurt er niets. Ze moet leren leven met de kleine kans dat er eventueel iets zou kunnen gebeuren, net zoals ze dat deed voor de verkrachting. Met deze wetenschap moet ze langzaam situaties opzoeken die ze lang vermeden heeft. Als eerste gaat ze naar het zwembad. Daarna gaat ze bij de ingang staan, gaat ze naar binnen, dan gaat ze een pashokje binnen, enzovoorts. Reële gedachten kunnen haar helpen de oefening uit te voeren. Daarnaast wordt er met gedragsexperimenten gewerkt, zodat de meisjes kunnen onderzoeken of hun gedachten kloppen.’

    Stapsgewijze aanpak
    De groepsbehandeling wordt voorafgegaan door de afname van vragenlijsten en een individueel gesprek. Daarin komt onder meer aan de orde wat er in grote lijnen is gebeurd, wat de klachten zijn, welke cognities er zijn ontstaan en tot welk vermijdingsgedrag dit heeft geleid. Daarna wordt al dan niet gekozen voor groepsbehandeling. Als alternatief kan ook worden gekozen voor individuele cognitieve gedragstherapie of EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing).

    De groepsbehandeling bestaat uit acht sessies voor de adolescenten en vier voor de ouders. De eerste twee sessies van de adolescentengroep staan in het teken van psycho-educatie. Er wordt informatie gegeven over de rationale achter de behandeling, over het effect van extreme stress en over de symptomen van PTSS. In de derde sessie doen de deelnemers uitgebreid hun verhaal. Het doel van deze ‘reconstructie’ is het uiten van gevoelens en gedachten gerelateerd aan het seksueel geweld. Ook wordt het helder waarom sommige ‘triggers’ beangstigend zijn. De reconstructie maakt een coherent verhaal van de gebeurtenis, die soms slechts in snippers wordt herinnerd. En doordat de herinnering wordt opgeroepen, kunnen disfunctionele cognities ter discussie worden gesteld. Bicanic: ‘Veel meisjes zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat ze hadden moeten wegrennen. Dat blijft maar in hun hoofd rondmalen. Als ze hun verhaal vertellen en schetsen hoe bang ze waren en hoe groot en sterk die ander was, gaan ze beseffen dat het geen situatie was die ze makkelijk konden ontvluchten. We leggen ze uit dat bij extreme angst en dreiging iemand kan verlammen door vrijkomen van het stresshormoon adrenaline.’

    “Veel meisjes zijn er van overtuigd dat ze hadden moeten wegrennen. Dat blijft maar in hun hoofd rondmalen. Als ze hun verhaal vertellen en schetsen hoe bang ze waren en hoe groot en sterk die ander was, gaan ze beseffen dat het geen situatie was die ze makkelijk konden ontvluchten.” (foto: Perttu Lämsä)

    In deze therapie leren ze ook dat disfunctionele cognities hun gevoel en gedrag beïnvloeden en bijdragen tot het in stand houden van de klachten. Vanaf sessie vier worden de disfunctionele cognities bewerkt en worden ‘reële gedachtes’ gevormd. Die nieuwe gedachtes worden op kaartjes vastgelegd, die ze bij zich dragen. Dit ter ondersteuning van de gedragsoefeningen die ze tussen de sessies door uitvoeren. ‘Het is wat gekunsteld dat je de gedachtes nog niet in je hoofd, maar in je broekzak hebt, maar oefenen is nodig om de gedachtes eigen te maken en in te prenten.’ Uiteindelijk is de bedoeling dat ze dat kaartje niet meer nodig hebben.

    In sessie vijf staat het thema seksualiteit centraal en komt er een gynaecoloog langs die vragen beantwoordt. De meisjes hebben veel verkeerde cognities en zorgen. ‘Er zitten zaadjes in mijn buik’, of ‘ik kan nooit meer zwanger worden’. Allemaal vragen die ze nooit hebben kunnen stellen. Zo nodig kunnen meisjes een afspraak maken voor medisch onderzoek.

    Gedurende sessie zeven komen jeugd- en zedenrechercheurs langs die uitleg geven over het doen van aangifte. Dat laatste is zelden gebeurd. Aangifte doen is zwaar, als je de gebeurtenis nog nooit verwoord hebt of als je je niet veilig voelt. De politie luistert anders naar het verhaal dan hulpverleners. Bicanic: ‘Ze zijn in een verhoor gericht op het vinden van bewijs. De meisjes moeten echt alle details vertellen. Wij vinden niet dat aangifte per se moet gebeuren, maar ze hebben wel recht op informatie over deze mogelijkheid.’

    In de laatste sessie gaat het om terugvalpreventie. Bicanic ‘Hoe zorgen we er samen met je ouders voor dat het normaliseren standhoudt? Na de achtste sessie hebben we een adviesgesprek met apart elk meisje en haar ouders. Ondersteund met nametingen bekijken we of ze nog individuele hulp nodig hebben of baat kunnen hebben bij haptonomie of een cursus zelfverdediging.’

    Parallel aan de acht groepssessies met de jongeren vinden onder begeleiding van maatschappelijk werkers vier ondersteunende groepssessies met de ouders plaats. Ouders krijgen uitleg over stressreacties van hun kind. Ook krijgen ze advies over hoe ze hun kind adequaat kunnen opvangen en kunnen ondersteunen bij hun huiswerk en de oefeningen. Bij de oudergroep komen de gynaecoloog en de jeugd- en zedenrechercheurs eveneens langs.

    In de oudergroepen krijgen ouders ook de gelegenheid hun verhaal te doen. Ze zitten met andere cognities, als: hoe kan het dat ik dit niet heb gezien bij mijn kind? Ben ik een slechte ouder? Sommige ouders geloven niet dat er iets is gebeurd. Andere ouders blijven trekken aan hun kind om het verhaal te vertellen. Of ze durven hun kind niet meer naar buiten te laten. Sommige ouders zijn zelf misbruikt, wat de verwerking van hun kind negatief kan beïnvloeden.

    Wederzijdse herkenning
    De meerwaarde van behandeling in de groep in plaats van individueel is voor deze meisjes groot. Bicanic: ‘Meisjes die de verkrachting voor zich houden, zijn erg eenzaam. Door een groepsbehandeling kan die eenzaamheid doorbroken worden en voelen de meisjes zich gehoord. Als ze andere meisjes over verkrachting horen vertellen, herkennen ze veel. Een therapeut kan van alles uitleggen, maar als ze het van elkaar horen, gaat de herkenning verder. Het is zo belangrijk omdat menigeen zich schaamt voor de verkrachting en zich verachtelijk voelt. Alsof ze het zelf hebben uitgelokt. Als ze geconfronteerd worden met andere meisjes die hetzelfde hebben meegemaakt, is dat vaak een grote opluchting. Ook is het mogelijk in zo’n groepsbehandeling gastsprekers uit te nodigen.

    “Meisjes die de verkrachting voor zich houden, zijn erg eenzaam. Door een groepsbehandeling kan die eenzaamheid doorbroken worden en voelen de meisjes zich gehoord. Als ze andere meisjes over verkrachting horen vertellen, herkennen ze veel.”

    In de therapie worden disfunctionele cognities gecorrigeerd en vermijdingssituaties doorbroken. Maar er gebeurt meer. Bicanic: ’Een meisje zei ooit in de groep: we lopen geen kans op herhaling, want we hebben het al meegemaakt. Dat is onjuist. Ze moeten weten dat de kans even groot is als voor ieder ander. Sterker: de kans dat je nog een verkrachting meemaakt, als je al eens verkracht bent, is zelfs iets groter. Hoe dat komt, weten we niet precies. We weten wel dat vroeg seksueel misbruik een voorspeller is voor seksueel geweld in de adolescentieleeftijd. Als iemand over jouw grenzen gaat, je zegt nee en iemand neemt dat niet serieus, dan leer je iets over jezelf. Je kunt geen nee zeggen. Of je leert dat anderen niet naar je luisteren.

    Er zijn meisjes die na een verkrachting zo bang zijn, dat ze de deur niet meer uit durven. Andere meisjes laten acting-outgedrag zien en komen wel in gevaarlijke situaties die ze niet als zodanig taxeren. Veel meisjes die seksueel geweld hebben meegemaakt, voelen niet veel meer. Ze drukken die ervaring weg en drukken tegelijkertijd alle gevoelens en gedachtes weg. Wat overblijft, is een emotioneel dof gevoel. Misschien voelen ze het niet als iemand te dichtbij staat of over hun grens gaat. Dit thema komt binnen de therapie ook aan de orde.’

    Follow-up
    Een half jaar en een jaar na de behandeling vindt een follow-up plaats. Bicanic zou liever nog verder gaan. ‘Eigenlijk zou je ze tien jaar nadien nog eens willen spreken, om te weten hoe ze sociale relaties verdragen.’ Ze is bezig met een onderzoek naar de effectiviteit van de behandeling. Ze wil weten of de behandeling effectief is in het verminderen van PTSS-symptomen in vergelijking met alternatieven. Daarnaast wil ze nagaan of je het effect van de behandeling lichamelijk kunt meten. ‘Je kunt natuurlijk vragen of iemand iets aan de therapie heeft gehad, maar ik wil ook weten of de veranderingen in het lichaam zijn terug te vinden.’ Voor, tijdens en na de behandeling zullen de adolescenten worden gevraagd om ‘s ochtends speeksel te verzamelen. In speeksel bevindt zich cortisol, een maat voor het functioneren van het stresssysteem in het lichaam.’

    Acht sessies is weinig, weet Bicanic na een jaar draaien. ‘We denken erover om het uit te breiden.’ Er waren verschillende redenen om het aantal sessies te beperken, legt ze uit. ‘Het betreft een eenmalige gebeurtenis. Achteraf blijkt die dieper in te grijpen dan ik aanvankelijk dacht. De doelgroep bestaat verder uit adolescenten, waarvan we dachten dat ze wel een betere besteding hebben voor hun woensdagochtend, de tijd dat de groepssessie plaatsvindt.’ Inmiddels is duidelijk dat het aan de korte kant is en dat er wel degelijk animo is om vaker bij elkaar te komen. ‘We gaan waarschijnlijk naar tien sessies en voor ouders naar zes.’

    Binnen het centrum wordt niet aan daderbehandeling gedaan. ‘We verwijzen eventueel door’, stelt Bicanic, om eraan toe te voegen: ‘Maar daders zelf behandelen… ik zou het niet kunnen.’

    Bron: Nemo Kennislink >>

    #218660
    Mark
    Moderator

    Als je het vertelt dan…

    Verbale dreigementen aan slachtoffers van seksueel misbruik

    Slechts een fractie van de slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd komt tot een disclosure, zo blijkt uit onderzoek. Gevoelens van schuld, schaamte en angst zijn de voornaamste beweegredenen om te zwijgen. Over angst van slachtoffers voor de dreigementen van de dader is minder bekend in de literatuur. Daarom vroeg Iva Bicanic op Twitter aan mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt welke woorden de dader gebruikte om er voor te zorgen dat de feiten het daglicht niet zouden bereiken. Het resultaat is een duizelingwekkend lange lijst met uitspraken van het type: “Als je het vertelt, dan…..!”

    Kinderen worden niet zelden bedreigd en monddood gemaakt door de dader, zo blijkt uit de onthullingen van volwassen slachtoffers die terugkijken op die tijd waar- in ze werden misbruikt. Slachtoffers houden zich stil, omdat de dader hen de schuld in de schoenen schuift met uitspraken als: “Het is allemaal jouw schuld”, en “je wilde het zelf.” En soms zetten daders mindtwisters in om het misbruik goed te praten, bijvoorbeeld: “In de bijbel/koran staat dat het mag”, of “het is voor je eigen bestwil.”

    Lees verder op psycho-trauma.nl >>

    #218980
    Luka
    Moderator

    Dit doet seksueel misbruik met je brein

    Seksueel misbruik laat littekens na in het zich ontwikkelende kinderbrein, zo wordt steeds duidelijker uit onderzoek. Hoe ernstiger het misbruik, hoe groter de schade op volwassen leeftijd in het brein blijkt te zijn. Vooral als kinderen niemand hebben bij wie ze zich veilig voelen, zijn hun hersenen kwetsbaar voor de impact van een traumatische ervaring als seksueel misbruik. Een kind dat wordt misbruikt, maakt grote hoeveelheden stresshormonen aan. Het hormoonsysteem raakt daardoor ontregeld en hersencellen worden beschadigd of sterven zelfs af. Zo zijn de cortex en het corpus callosum – de verbinding tussen de beide hersenhelften – vaak dunner bij volwassenen die als kind seksueel zijn misbruikt. Dat kan leiden tot meer moeite met leren, concentreren, focussen en plannen.

    Ook dieper gelegen hersengebieden die te maken hebben met geheugen en emoties – de hippocampus en de amygdala – kunnen worden aangetast. Dit zou kunnen verklaren waarom slachtoffers van seksueel misbruik meer moeite hebben met hechting en het reguleren en benoemen van hun emoties, vaker last hebben van geheugenverlies en nare herbelevingen, en eerder geneigd zijn zich tijdelijk af te sluiten voor wat er om hen heen gebeurt.

    Door de toename van de stresshormonen gaan bepaalde genen ook anders werken, met als gevolg dat de productie in de hersenen van sommige boodschapperstoffen als serotonine en dopamine drastisch wordt beïnvloed. Dat zijn stofjes die zorgen dat we kunnen genieten van dingen en toenadering zoeken tot anderen; mensen die als kind zijn misbruikt, hebben daar vaker moeite mee. Ze hebben ook een grotere gevoeligheid voor verslaving aan drugs en alcohol, meer problemen met relaties en een grotere kans op depressie en persoonlijkheidsstoornissen.

    Gelukkig kunnen therapie, goede ervaringen met anderen en zelfreflectie veel ten goede keren, zo blijkt uit onderzoek. In 2002 ontdekte de Amerikaanse psycholoog Glenn Roisman bijvoorbeeld dat mensen die als kind seksueel waren misbruikt, op latere leeftijd beter functioneerden wanneer ze in staat waren het misbruik als onderdeel van hun leven te accepteren en het van een betekenis te voorzien; vaak is dat ook waar in therapie naartoe wordt gewerkt.

    Bron: psychologiemagazine.nl

    #219001
    Luka
    Moderator

    Seksueel kindermisbruik
    Als ouder of verzorger doet u wat u kunt om uw kind te beschermen tegen misbruik. De omgeving van een kind hoort veilig en betrouwbaar te zijn. Wanneer uw kind is misbruikt of u vermoedt dat uw kind misbruikt wordt, voelt u verdriet, boosheid en misschien angst. Het is niet altijd eenvoudig om te weten wat u kunt doen in deze moeilijke situatie.

    10 signalen dat er misschien sprake is van seksueel misbruik
    Bij seksueel misbruik gedragen kinderen zich soms anders of krijgen ze last van lichamelijke klachten. De onderstaande signalen kunnen erop wijzen dat het kind mogelijk seksueel wordt misbruikt. Herkent u veel signalen bij uw kind? Bespreek het met uw huisarts of met Veilig Thuis om te bepalen wat u kunt doen.

    • Slaapproblemen, bang in het donker, nachtmerries, extreme angst voor ‘monsters’.
    • Verlies van eetlust, eetproblemen, voortdurend buikpijn zonder duidelijke reden.
    • Plotselinge wisselingen in de stemming van het kind: boos of teruggetrokken gedrag bij een kind dat meestal vrolijk is.
    • Angst voor bepaalde mensen: het kind wil niet alleen gelaten worden met een oppas, kennis of familielid.
    • Angst voor bepaalde plekken.
    • Een ouder kind dat zich gedraagt alsof het jonger is en bijvoorbeeld weer gaat bedplassen, duimzuigen of heel eenkennig wordt.
    • Niet willen praten over een ‘geheimpje’ dat het kind met een volwassene heeft.
    • Praten over een nieuwe, oudere vriend en daar vaak op bezoek gaan.
    • Plotseling veel zakgeld hebben.
    • Seksueel gedrag dat niet bij de leeftijd past.

    Slachtofferhulp – Kindermisbruik

    Slachtofferhulp – Signalen kindermisbruik

    Slachtofferhulp – Praten met een kind

    #236949
    Mark
    Moderator

    Gerapporteerde problemen van slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd

    Seksueel misbruik van kinderen is een onderwerp dat met aanzienlijke maatschap- pelijke commotie gepaard gaat. In Nederland is de samenleving de afgelopen twee jaar meerdere keren opgeschrikt door ernstige zedenzaken waarbij soms zeer jonge kinderen waren betrokken. Hieronder waren onder meer het seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk (onderzocht door de Commissie-Deet- man), het seksueel misbruik van minderjarigen die onder verantwoordelijkheid van de overheid in (rijks)instellingen zijn geplaatst (onderzoek door de Commissie-Sam- son) en een zaak van grootschalig seksueel kindermisbruik in Amsterdam.

    Het Landelijk Expertisecentrum Kinderporno van het Openbaar Ministerie (OM) scherpte mede naar aanleiding van deze zaken haar onderzoek naar pedofielen- vereniging Vereniging Martijn verder aan. Vereniging Martijn is een vereniging die stelt te pleiten ‘voor acceptatie van ouderen-kinderen relaties’. Naar aanleiding van dit laatstgenoemde onderzoek heeft het OM besloten Vereniging Martijn via een civielrechtelijke procedure te proberen te laten ontbinden. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie is hierop verzocht een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van (gerapporteerde) problemen van diverse aard na seksueel kinder- misbruik (SKM). Hierover is al veel informatie beschikbaar, maar deze literatuur is meestal gericht op het beschrijven van één of enkele gerapporteerde problemen (zoals nachtmerries), terwijl een completer overzicht van meerdere problemen tot op heden ontbreekt. Ook is nog niet exact bekend onder welke omstandigheden de problemen in meer of mindere mate aanwezig (kunnen) zijn. De belangrijkste doel- stellingen van het onderhavige rapport waren dan ook:

    1. het bieden van een zo volledig mogelijk overzicht van de gerapporteerde proble- men van slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd door volwassenen;
    2. het bieden van een overzicht van de omstandigheden die van invloed (kunnen)
      zijn op de ernst van de gerapporteerde problemen van slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd door volwassenen.

    Lees het hele rapport op wodc.nl >> (probeer het in een andere browser als het rapport niet goed laadt)

    #220369
    Luka
    Moderator

    Het verhaal van een dakloze jongere: Seks voor een slaapplek

    Dit is het verhaal van Roos, die op jonge leeftijd drie jaar dakloos was. Ze wil haar verhaal delen, maar dan wel anoniem.

    ‘Als kind had ik het niet leuk thuis. Mijn moeder voedde mij alleen op en daar was ze niet zo goed in. Ze dronk veel en ging vaak uit. Dan bleef ik alleen thuis. Toen ik zeven jaar oud was, ben ik door Jeugdzorg uit huis geplaatst. In de instelling had ik voor het eerst geen honger meer, er was genoeg te eten. Dat was fijn. Ik heb bij diverse pleeggezinnen gewoond en in instellingen. Het was niet leuk om zo vaak te verhuizen. Ik voelde me nergens thuis en daarom maakte ik vaak ruzie, ik was echt niet makkelijk, denk ik nu.’

    Veel mensen denken dat dakloze jongeren niet bestaan in Nederland. Het tegendeel is helaas waar. Cijfers variëren omdat de groep moeilijk in beeld te krijgen is. De laatste officiële telling komt neer op minimaal 9000 dakloze jongeren onder de 23 jaar. De meesten hebben in hun kindertijd te maken gehad met problemen thuis: één of beide ouders konden niet voor hen zorgen. De jongeren slapen op straat of logeren bijna iedere nacht op een ander adres. Dakloze jongens komen vaker voor dan meisjes. Van de zwerfjongeren is veertig procent vrouw.

    Lees verder op tussenvoorziening.nl >>

    #221086
    Luka
    Moderator

    Hoe jeugdtrauma’s je geestelijke en lichamelijke gezondheid blijvend kunnen beïnvloeden.

    Prof. Dr. Vincent Felitti, Onderzoeker ACE Studies (2010): ‘Adverce childhood experiences are the most basic and longlasting determinants of health riskbehaviors, mental ilness, social disfunction, disease, disability, death and health costs’.

    Uit grootschalige epidemiologische onderzoeken blijkt dat volwassenen die in hun kinderjaren chronisch getraumatiseerde zijn een algemene psychische, somatische en maatschappelijke kwetsbaarheid hebben. De relatie tussen chronische traumatisering in de kinderjaren en gezondheids- en maatschappelijke problemen in de volwassenheid is het sterkst bij een combinatie van meerdere vormen van traumatisering. De aard en ernst varieert met de leeftijd waarop de traumatisering begon, de relatie met de agressor, de duur en ernst van de traumatisering en de emotionele en sociale ondersteuning uit de omgeving. De levensverwachting van mensen met jeugdtrauma’s is twintig jaar korter ten opzichte van diegenen die opgroeien in een veilige omgeving. Chronische traumatisering in de kinderjaren staat in lineaire relatie tot een complexiteit van vaak samenhangende geestelijke, lichamelijke en sociale problemen. Er kan sprake zijn van:
    en met verstoring van de ontwikkelingsfasen.

    Lees verder op de site van Celevt.nl >>

    #221087
    Luka
    Moderator

    De gevolgen van jeugdtrauma’s verdwijnen niet vanzelf ook niet bij het volwassen worden.

    Bij jeugdtrauma’s gaat het om langdurende traumatisering binnen de interpersoonlijke context. Met andere woorden: traumatisering door diegenen die het kind in feite hadden moeten beschermen. Wat houdt dat in? Kijk ook KRO de Wandeling met Aaltje van Zweden, Therese Evers en Hans Dorrestijn.

    Experts geven de volgende omschrijving:

    Bij vroegkinderlijke traumatisering gaat het om de schadelijke psychologische, biologische en sociale gevolgen van (een combinatie van) stressvolle en potentieel traumatische gebeurtenissen tijdens de kinderjaren. Deze gebeurtenissen zijn aanhoudend, langdurig, binnen de interpersoonlijke context en met verstoring van de ontwikkelingsfasen.

    Voorbeelden :

    • Mishandeling (emotioneel, fysiek, seksueel);
    • Aanhoudende en langdurige verwaarlozing (psychisch, pedagogisch, fysiek);
    • Getuige zijn van aanhoudend en langdurig geweld in het gezin;
    • Verkeren in oorlogsomstandigheden en / of hebben moeten vluchten;
    • Langdurig moeten ondergaan van pijnlijke medische handelingen;
    • Meerdere traumatische verliezen (met als gevolg voortdurende verstoring van (de kwaliteit van) de hechtingsrelatie).

    Deze gebeurtenissen zijn aangevangen voor het achtste levensjaar (soms wordt ook wel het twaalfde levensjaar aangehouden). Daarbij moet traumatisering gezien worden als een subjectieve respons van een iemand op een gebeurtenis, en niet als de kwaliteit van de gebeurtenis.

    Lees verder op de site van Celevt.nl >>

    #221254
    Luka
    Moderator

    “Ik voel het in mijn buik als ik iets niet wil”
    Kinderen voelen welk fysiek contact te ver gaat, maar hoe leer je ze ‘nee’ te zeggen? Een kijkje in een les over weerbaarheid.

    Marloes Hellings (32) loopt langs de tafels van groep 5, haar klas. Bij de stoel van Keetje (9) staat ze stil. Ze pakt Keetjes hand en geeft er een kus op. Nieuwsgierig volgt de klas de bewegingen van de juf, die terug naar haar bureau loopt. “Wat vond je ervan, dat ik jou een kus gaf?” vraagt Hellings aan haar leerling. Keetje haalt haar schouders op. “Niet heel erg, maar ook niet heel leuk.”

    Het is de Week van de Lentekriebels, een project van Rutgers dat basisschoolleerlingen helpt na te denken over thema’s als weerbaarheid, relaties en seksualiteit. Basisschool ’t Ven in Rosmalen is een enthousiaste deelnemer: deuren en muren zijn versierd met hartjes en letterslingers.

    Op de tafels van de kinderen liggen rode, groene en oranje kaartjes. Daar hebben ze blijkbaar vaker mee gewerkt, want ze weten precies wat ze ermee moeten doen. Op het digiboard verschijnt een vraag. “Je hebt verkering met de leukste jongen of het leukste meisje uit de klas, maar je wilt niet zoenen.” De oranje kaartjes gaan massaal de lucht in.

    “Waarom heb jij de twijfelkaart gekozen?” vraagt Hellings aan een leerling. “Omdat ik dan misschien toch met diegene zou kussen, zodat ik ervan af ben.” Het illustreert de noodzaak om seksualiteit bespreekbaar te maken en kinderen te leren dat zij hun grenzen mogen aangeven. “Want”, legt Hellings haar leerlingen uit, “rekenen is iets wat je soms gewoon moet doen om ervan af te zijn. Kussen niet.”

    Lees verder op de site van One World >>

    #221384
    Mark
    Moderator

    PRISCILLA WERD SLACHTOFFER VAN VERKRACHTING ALS GEVOLG VAN FAKE-ACCOUNTS

    ‘Het hebben van een fake-account is doodnormaal.’ Dat was de stelling die deze week in CritiX besproken werd. Het hebben van fake-accounts lijkt misschien onschuldig, maar het kan vergaande gevolgen hebben. Dat bewijst Priscilla wel. Zij werd dankzij fake-accounts tot twee keer toe slachtoffer van verkrachting. Ze belde naar de studio en gaf alle FunX-luisteraars letterlijk een wake-up call: “Doe het gewoon never nooit niet, wees jezelf, je bent perfect zoals je bent, ga niet lopen faken.”

    FAKE DATINGPROFIELEN
    Het is een bizar verhaal waarmee Priscilla naar FunX-dj Ingrid belde. Ze vertelde dat ze op school gepest werd en haar pesters fake-accounts van haar aanmaakten op meerdere datingsites. Onder haar naam en met haar foto’s op het profiel, voerden de fakers allerlei pikante gesprekken. “Ze hadden tegen de mannen gezegd dat ik door middel van seks aan een baan wilde komen. Ik wist van niks en liep nietsvermoedend over straat, toen ik opeens een steeg werd ingetrokken en bruut verkracht werd.”

    Lees verder en beluister het radiofragment op funk.nl >>

    #221426
    Mark
    Moderator

    DE CONSEQUENTIES VAN SEKSUEEL MISBRUIK VAN MINDERJARIGEN

    Ten behoeve van de commissie van onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk
    Rapport Commissie Deetman, Balans, 2011, Deel 2 – Passages uit Hoofdstuk 10

    Seksueel misbruik van kinderen is van alle tijden, maar pas sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft het in de wetenschap en de media de aandacht gekregen die het verdient.
    […]
    Aanvankelijk ging dit gepaard met vele controverses, maar intussen, meer dan dertig jaar later, bestaat er voldoende consensus over de feiten, de gevolgen en de onderliggende theorieën.

    Bij seksueel misbruik moeten we denken aan…
    …het seksueel (genitaal) manipuleren van een kind door een volwassene van wie dat kind op enigerlei wijze afhankelijk is of waarmee het in een vertrouwensrelatie staat, met als doel de seksuele behoeftebevrediging van die ander. Het manipuleren varieert van seksueel gericht betasten boven de kleding tot penetratie, van vagina, anus of mond, al of niet met geweld en bedreiging. Het leeftijdsverschil moet van dien aard zijn dat van overwicht of een machtsverhouding sprake is. Gebruikelijk wordt een leeftijdsverschil van minimaal vijf jaar genoemd, bij voorbeeld bij broer-zus incest, maar als er bijvoorbeeld een dreiging is met geweld of wapens valt dit leeftijdsverschil weg tegen de verschillen in macht en fysiek overwicht.

    Seksueel misbruik wordt in dit essay conform het wetenschappelijke en juridische gebruik gedefinieerd als:
    ‘seksueel contact van een volwassene met een kind onder de zestien, waarbij het kind het contact niet kan weigeren en waarbij de volwassene overwicht, macht of controle heeft. Het doel van het seksuele contact is de bevrediging van de volwassene.’

    Er is dus geen expliciete in- of toestemming van het kind. Voor een kind onder de twaalf wordt verondersteld dat deze die ook niet kan geven, door de beperkte cognitieve en emotionele mogelijkheden van een kind om de consequenties van daden te overzien.

    Lees verder op human-being.nl >>

    #222620
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    Hoe herken je seksueel misbruik bij kinderen?
    STAND VAN ZAKEN 28-05-2018

    Thekla F. Vrolijk-Bosschaart, Michelle Nagtegaal, Sonja N. Brilleslijper-Kater, Marc A. Benninga, Ramón J.L. Lindauer en A.H. (Rian) Teeuw

    De kans dat een arts in zijn of haar loopbaan te maken krijgt met patiënten bij wie sprake is van seksueel misbruik of aanwijzingen hiervoor is groot. Onderzoek uit 2014 van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen toont aan dat in Nederland 1 op de 3 kinderen vóór het 18e levensjaar een vorm van seksueel geweld meemaakt.

    Het herkennen en vaststellen van seksueel misbruik bij een kind is complex. Vooralsnog is er geen gevalideerd instrument dat op zichzelf staand gebruikt kan worden bij de diagnostiek naar seksueel misbruik.

    Een vermoeden van seksueel misbruik moet systematisch en multidisciplinair (medisch en psychosociaal) worden onderzocht door professionals met voldoende expertise, bij voorkeur in een gespecialiseerd centrum.

    Bij psychische klachten na seksueel misbruik is het advies een kind te verwijzen voor psychosociale hulp, en bij kinderen zonder psychische klachten zijn psycho-educatie en waakzaam afwachten (‘watchful waiting’) aan te raden.

    Artsen kunnen de richtlijn ‘Diagnostiek bij (een vermoeden van) seksueel misbruik bij kinderen’ van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde raadplegen en advies inwinnen bij Veilig Thuis, het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling en het Centrum Seksueel Geweld.

    Toch kan het voor zorgprofessionals moeilijk zijn om signalen die passen bij doorgemaakt seksueel misbruik te herkennen en een vermoeden van seksueel misbruik verder te onderzoeken om dit al dan niet waarschijnlijker te maken. Daarnaast ervaren veel artsen een drempel om het gesprek over seksueel misbruik – en kindermishandeling in het algemeen – aan te gaan en een vermoeden verder te onderzoeken.

    Dat seksueel misbruik moeilijk te herkennen is bleek wel eind 2010, toen Nederland werd opgeschrikt door de ‘Amsterdamse zedenzaak’. Een medewerker van een kinderdagverblijf werd veroordeeld voor seksueel misbruik van 67 kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar. De Amsterdamse zedenzaak was aanleiding voor wetenschappelijk onderzoek naar de korte- en langetermijngevolgen van seksueel misbruik op jonge en zeer jonge leeftijd (Vrolijk-Bosschaart et al, schriftelijke mededeling, 2018).

    Het is belangrijk seksueel misbruik in een vroeg stadium op te sporen, omdat de gevolgen op korte en lange termijn ernstig kunnen zijn. Er bestaat een groter risico op psychosociale problemen, op lichamelijke klachten en aandoeningen en op problemen rond seksualiteit.

    In dit artikel beschrijven we waarom het herkennen van seksueel misbruik bij kinderen moeilijk is, wat de mogelijke gevolgen zijn van dit misbruik en hoe men om moet gaan met een vermoeden van seksueel misbruik. Dit doen wij aan de hand van de richtlijn ‘Diagnostiek bij (een vermoeden van) seksueel misbruik bij kinderen’ van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), en de KNMG-meldcode ‘Kindermishandeling en huiselijk geweld’.In deze richtlijn staan de systematische zoekacties beschreven, die per onderwerp verschillen. Daarnaast raadpleegden we voor deze bijdrage een aantal relevante artikelen die na het verschijnen van de richtlijn zijn gepubliceerd of die niet in de richtlijn waren opgenomen.

    Lees verder als lid van LSG in het ledendeel.

    Lees ook de eerdere studie ‘Signalen van seksueel misbruik herkennen’ uit 2016.

    #222621
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    Op goede grond
    De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen

    Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen

    Kinderen hebben recht op bescherming tegen alle vormen van seksueel geweld. Hun bescherming is de voortdurende verantwoordelijkheid van een ieder die met hen in aanraking komt. De urgentie blijkt uit de cijfers: naar schatting worden jaarlijks 62.000 kinderen voor het eerst slachtoffer van strafbaar seksueel geweld. Twee van de tien jongens en zelfs vier van de tien meisjes wordt slachtoffer. Dat kunnen ‘hands-of ’ vormen van seksueel geweld zijn, zoals ongewenst geslachtskenmerken zien, zowel digitaal als in de reële wereld. Maar ook ongewenst aangeraakt door een ander, ongewenst gezoend, ongewenst manuele of orale seks gehad, en, voor nog altijd één op de twintig meisjes, ongewenste geslachtsgemeenschap.

    De eerste reactie zou zijn: dat kan niet, dat moet stoppen. Maar het geheel voorkómen dat kinderen slachtoffer worden van seksueel geweld is een illusie. Beter dan het najagen van een illusie, die per definitie vaag is, is het zoeken naar concrete mogelijkheden om de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen te verbeteren.

    Lees het rapport op nationaalrapporteur.nl >> (347 pagina’s, open het in een andere browser als het rapport niet goed laadt)

    #222643
    Mark
    Moderator

    ZEDENDELINQUENT ZIET ER ZELDEN UIT ALS ‘DE VIEZE MAN’

    De bankdirecteur, de opa, de vader van het vriendinnetje. Iedereen kan een zedendelinquent zijn. En ze slaan vaak toe in hun eigen omgeving, onder de mensen die ze kennen.

    Yet van Mastrigt ziet de bankdirecteur nog voor zich, die in dat ene moment van opwinding alles vergooide. Zijn baan, zijn huis, zijn relatie, zijn gezin. Hij was het, die het vriendinnetje van een dochter bij hem op schoot zo betastte, dat hem verkrachting ten laste werd gelegd. “Eén moment van opwinding zorgde dat hij alles kwijt raakte.”

    Lees dit premium artikel verder op ad.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #233693
    Mark
    Moderator

    INVLOED VAN KINDERMISBRUIK OP DE HERSENFUNCTIES

    Masterproef van Ilse Six, voorgedragen in de 2de Master in het kader van de opleiding tot
    MASTER OF MEDICINE IN DE GENEESKUNDE aan de universiteit van Gent.

    Voor u ligt de scriptie van mijn masterproef in het kader van de Masteropleiding Gemeenschappelijk gedeelte Master in de geneeskunde die ik volg aan Universiteit Gent. Mijn interesse in de kinder- en jeugdpsychiatrie is al een eind geleden ontstaan, namelijk in de periode dat bij mijn jongere broer, Tuur, de diagnose van autisme werd gesteld. Ik vind het interessant hoe de hersenen, zo’n klein hoopje massa, gans je redeneren en denken bepaalt, al je herinneringen opslaat en ervoor zorgt dat gans je lichaam functioneert. Er is nog relatief weinig gekend over hoe de hersenen precies werken en ik vind het boeiend om naar die werking op zoek te gaan. Toen de lijst met onderwerpen voor literatuurstudie in het kader van de masterproeven op Minerva, het digitale leerplatform van de UGent, kwam, was mijn keuze voor een onderwerp dan ook onmiddellijk gemaakt.

    Voordat ik echt begon met mijn thesis ben ik in augustus en september 2012 anderhalve maand op vrijwillige stage geweest naar een ‘Child development centre’ in Chiang Mai, Thailand. Daar kreeg ik een eerste kennismaking met de kinderpsychiatrie in de praktijk. Ook ben ik toen naar een internationaal congres in Bangkok over mentale gezondheid geweest.

    De zoektocht naar artikels en informatie over het onderwerp was een zeer leerzame periode. Graag wil ik in mijn voorwoord een dankwoordje richten aan een aantal mensen die geholpen hebben met de totstandkoming van deze masterproef. Allereerst wens ik mijn promotor te bedanken. Hij heeft het onderwerp aangeboden en heeft mij gedurende twee jaar goed begeleid. Daarnaast wil ik ook mijn familie en vrienden bedanken. Zij hebben gezorgd voor een gezond evenwicht tussen studie en ontspanning en gaven mij wel eens feedback op mijn werk. Hierbij bedank ik in het bijzonder mijn ouders voor het bekostigen van mijn studies en Stevie Van Overtveldt voor de controle op spelling, taal en zinsbouw.

    Gent, april 2014 Ilse Six

    Lees de scriptie op lib.ugent.be >>

    #223596
    Mark
    Moderator

    Slachtoffermonitor Seksueel geweld tegen kinderen 2016

    “De Staat zal kinderen beschermen tegen elke vorm van seksuele exploitatie of seksueel misbruik.”
    Zo luidt kort samengevat artikel 34 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1989. Het verdrag is later aangevuld. Het eerste aanvullende protocol (in 2005 door Nederland geratificeerd) roept op tot extra bescherming van kinderen, onder meer tegen kinderpornografie. Op die manier geeft het Verdrag uitdrukking aan de fundamentele opdracht van de staat om kinderen, gezien hun bijzondere kwetsbaarheid en afhankelijkheid, adequaat te beschermen. Een opdracht die in mijn ogen niet is voorbehouden aan de overheid, maar gericht is aan ons allen.

    Seksueel geweld tegen kinderen kan zeer verschillende vormen aannemen. Het kan vergezeld gaan van fysieke of psychische machtsuitoefening of dwang. Het kan plaatsvinden in huiselijke omgeving, op school of op de sportvereniging. Of online. Het kan plaatsvinden tussen volwassenen en kinderen, maar ook tussen jongeren onderling.

    Reeds bestaande psychische problematiek, een licht verstandelijke beperking of een achterblijvende ontwikkeling op een ander gebied kunnen het kind extra kwetsbaar maken voor seksueel misbruik. Maar elk kind kan slachtoffer worden, door manipulatie door de dader zien ze soms zelf hun slachtofferschap niet meer als zodanig.

    Seksueel geweld tegen kinderen is een ernstig maatschappelijk probleem. Het kan leiden tot ingrijpende en langdurige negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van het kind. Zowel op lichamelijk, psychisch als sociaal vlak. Allereerst wil je seksueel geweld daarom voorkomen: essentieel daarbij is effectieve preventie.

    Jaarlijks ervaren heel veel kinderen een ernstige vorm van seksueel geweld. Over die kinderen gaat dit rapport. Voor hen zijn vroegdiagnostiek en triagering, effectieve hulp en begeleiding van groot belang.

    Voor u ligt de eerste ‘Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen’, mijn eerste rapport als Natio- naal Rapporteur, en het eerste rapport in een tweejaarlijkse reeks. Dit rapport moet inzicht gaan bieden in hoe veel kinderen slachto er worden van seksueel geweld en voor hoe veel kinderen het misbruik een vervolg krijgt in de vorm van een melding, onderzoek en verder. Dit rapport moet worden bezien tegen de achtergrond ‘Op goede grond’, dat mijn voorganger in 2014 uitbracht.

    Voor dat inzicht zijn beschikbare relevante data onontbeerlijk. Die data vormen immers de basis voor onderzoek en analyse van relevante ontwikkelingen en bieden aanknopingspunten om de e ectiviteit van beleid te volgen en te stimuleren. In dit rapport zal het grote belang hiervan duidelijk naar voren komen.

    Er zijn veel actuele ontwikkelingen in de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen in Nederland; het onderwerp staat ook hoog op de politiek-bestuurlijke agenda. Daarnaast ze en veel organisaties en uitermate betrokken professionals zich dagelijks vol overgave in voor de bescherming van kinderen tegen seksueel geweld of de hulp aan kinderen die slachtoffer geworden zijn van seksueel geweld. Het is een wezenlijke opdracht en verantwoordelijkheid voor iedereen: overheid, professionals en burgers, jong en oud. Opdat kinderen in ons land zich veilig en vrij kunnen ontplooien. Jeugd behoort immers toekomst te kunnen hebben. De sleutel daarvoor ligt bij ons allen in het heden.

    Als Nationaal Rapporteur hoop ik de komende jaren te kunnen helpen bij het vinden en gebruiken van die sleutel. Met dit rapport beoog ik dan ook een bijdrage te leveren aan een verdere duurzame verbetering van de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen in Nederland. In dit verband wil ik graag dank zeggen aan de verschillende organisaties die gegevens ter beschikking hebben gesteld of anderszins medewerking hebben verleend: het Centraal Bureau voor de Statistiek, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, diverse jeugdhulpinstellingen aangesloten bij de brancheverenigingen Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland, Rutgers, Soa Aids Nederland, en het WODC.

    De medewerkers van mijn bureau hebben al hun vakkundigheid en betrokkenheid in de totstandkoming van dit rapport gelegd. Dank daarvoor!
    Herman Bolhaar
    Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen

    Lees het hele rapport op nationaalrapporteur.nl >>

    Bekijk de factsheet >>

    Gebruik een andere browser als de pagina’s niet goed laden

    #223622
    Luka
    Moderator

    OOK SEKSDATE MET VIRTUEEL MINDERJARIGE NU STRAFBAAR

    Terre des Hommes is verheugd dat met het wetsvoorstel ‘Computercriminaliteit III’ ook de strafbaarstelling van het aansturen op een sexdate met een ‘virtuele creatie van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt’ vanmiddag in de Eerste Kamer is aangenomen.

    De nieuwe wet maakt inzet van de lokpuber mogelijk, waarbij volwassen politierechercheurs zich voordoen als minderjarigen. Deze methodiek werd al door de politie uitgeprobeerd om personen te traceren die zich bezighouden met grooming of het online ronselen van minderjarigen voor de prostitutie. Maar de rechter oordeelde dat het benaderen van een virtuele minderjarige voor seks door een volwassen persoon in tegenstelling tot het benaderen van een persoon van vlees en bloed geen strafbaar feit oplevert. Dat wordt nu dus anders. Terre des Hommes heeft lange tijd voor deze wetswijziging gelobbyd.

    Terre des Hommes maakt al enige jaren gebruik van lokpubers. Dat doen wij met de programma’s Sweetie en WATCH Nederland.

    Sweetie
    Sweetie is een virtueel 10-jarig Filippijnse meisje, dat zich ophoudt in duistere online chatrooms, die worden bezocht door mannen op zoek naar webcamseks met minderjarigen. Duizenden mannen boden geld voor seks met Sweetie. In landen als Engeland, Australië en Polen leidde dat tot veroordelingen. Maar niet in Nederland, omdat de wet hier niet voorzag in strafbaarstelling van het verleiden tot seks met een virtuele minderjarige.

    Lees verder op de site van Terres des Hommes >>

    #224249
    Luka
    Moderator

    Care-Free
    App helpt slachtoffers van kindermishandeling

    Tot nu toe was informatie over kindermishandeling vooral gericht op volwassenen. Naomy Rojnik ontwikkelde de app Care-Free, speciaal voor kinderen. Door de informatie aan te bieden via een app wordt deze makkelijk en goed toegankelijk voor kinderen die zelf te maken hebben met mishandeling of kinderen die mishandeling vermoeden bij een vriendje of vriendinnetje.

    De app is gratis en anoniem te gebruiken. De app kan gedownload worden via Google Play Store of de Apple App Store. Kijk voor meer informatie op de Facebook-pagina van Care-Free.

    #224952
    Mark
    Moderator

    Dit is ons geheim. Als je je mond opendoet, zal ik je wat aandoen.

    De manier waarop Jehovah’s Getuigen met misbruikzaken omgaan, is traumatisch voor slachtoffers, blijkt uit onderzoek van Trouw. Slachtoffer Marianne de Voogd kreeg les in tongzoenen van de ouderling.

    Marianne de Voogd is dertien jaar als de ouderling voor het eerst haar twee erwtjes, zoals ze haar beginnende borsten noemt, masseert. Hij knijpt er ook in als ze samen op de achterste bank zitten bij een bijbelstudie van de Jehovah’s Getuigen in Meppel, vertelt Marianne, nu 53. Zij moet de bijbel ervoor houden.

    Lees dit premium artikel verder op trouw.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

25 berichten aan het bekijken - 1 tot 25 (van in totaal 96)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 15 ▪︎ leden online: 1
Ronnieflay
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.893, berichten: 15.413, leden: 1.734