Overige websites

  • Dit onderwerp bevat 71 reacties, 5 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 09/11/2022 om 21:24 door Luka.
2 berichten aan het bekijken - 71 tot 72 (van in totaal 72)
  • Auteur
    Reacties
  • #275121
    Luka
    Moderator

    3 dingen die je herkent als je als kind altijd ‘op eieren moest lopen’

    Met ‘op eieren lopen’ bedoelen we dat je als persoon steeds bezig bent om een uitbarsting van iemand anders te voorkomen. Dit komt overal voor maar als je in een huis opgroeit waar je als kind altijd op eieren moest lopen, kan dit impact hebben op de rest van je leven.

    Opgevoed worden in een omgeving waar je altijd op je hoede moet zijn, is niet makkelijk maar je vind vaak maniertjes om hiermee om te gaan.

    Op eieren lopen in je jeugd
    Altijd maar op eieren lopen zorgt ervoor dat je je eigen gevoelens onderdrukt en die van een ander angstvallig in de gaten houdt. Dit kan gebeuren als ouders opvliegerig zijn, snel boos worden of altijd teleurgesteld zijn.

    Als kind wil je het graag goed doen en als je aldoor kritiek en wrede opmerkingen naar je hoofd geslingerd krijgt, is dit moeilijk om te verdragen.

    Je komt in een modus waarbij je je zintuigen altijd op scherp hebt staan en conflicten probeert te vermijden. Het liefst kruip je weg maar dit kan niet altijd.

    Je vertelt alleen nog maar wat je ouders willen horen, verzwijgt dingen waarvan je denkt dat het voor opschudding zorgt en verwacht vooral niet veel. Als deze patronen zich jarenlang voordoen, kan dit iets doen met hoe je je als volwassene gedraagt.

    1. Verontschuldigen wanneer het niet nodig is
    Wanneer je in je jeugd altijd op je hoede was, heb je de neiging om je te over-verontschuldigen. Dit gebeurt vooral als je een situatie lastig vindt, een antwoord niet weet of wanneer je je schaamt. Vaak is het nergens voor nodig om je te excuseren.

    2. Andermans behoefte voor die van jezelf plaatsen
    Als je als kind jouw behoeften wegstopt, verbind je daar de conclusie aan dat wat jij wilde er niet toe deed en dat je dus niets te willen had. Om je veilig en gewaardeerd te voelen, heb je geleerd om eigen behoeften en verlangens weg te stoppen.

    In plaats daarvan ging je vooral doen wat er van je verwacht werd. Je wilde niemand tot last zijn en leerde al vroeg om behoeften van anderen aan te voelen en erin te voorzien. Ook al betekende dit dat je jezelf weg moest cijferen. Al vroeg werd de pleaser in jou geboren.

    3. Conflicten vermijden
    Je wilt het liefst geen ruzie met anderen. De sfeer op je werk moet altijd gemoedelijk zijn. Je zegt niet wat je voelt of vindt. Kortom: je wilt conflicten vermijden en altijd de lieve goede vrede bewaren.

    Nu is het vermijden van een conflict menselijk want een conflict kost energie, maar wanneer het je leven gaat beïnvloeden, zou je er iets aan kunnen doen.

    Wanneer je begrijpt waarom je conflicten vermijdt, is het al makkelijker om hiermee om te gaan. Probeer de volgende keer als je in een conflictsituatie terecht komt, rustig te blijven en op te komen voor jezelf.

    Tijd voor verandering
    Op een gegeven moment kom je op een punt dat je denkt: vanaf nu ga ik alleen maar doen wat ik zelf wil. Maar wat wil je eigenlijk? Soms raak je zo verwijderd van jouw eigen behoeften dat je het even niet meer weet.

    Dit komt doordat je je hele jeugd lang, dag in dag uit, getraind bent om aan de behoefte van een ander te voldoen. Gevoelens van eenzaamheid, stress en mislukking komen dan om de hoek kijken. (EMDR) therapie kan je helpen om jouw eigen pad weer te bewandelen en om trauma’s uit je jeugd te verwerken.

    Bron: Bedrock >>

    #275409
    Luka
    Moderator

    ‘Soms roepen collega’s: ‘Nu hou je op!’, terwijl die persoon misschien niet anders kán’

    Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak ingrijpend heeft veranderd. Ingrid Tensen (47) leert haar collega’s dat ze bij mensen met psychische problemen altijd kalm moeten blijven. ‘Schreeuw nooit terug.’


    Beeld Anne Stooker

    ‘Ik werkte vijf jaar bij de politie toen ik zwanger werd van mijn eerste kind, een zoontje. Al snel merkte ik dat er iets met hem aan de hand was. Hij hing erg aan mij, kon niet tegen verandering en huilde veel.

    ‘Op zijn 7de kreeg hij de diagnose die ik al vermoedde: autisme. Omdat ik mijn zoon wilde begrijpen ging ik daar veel over lezen, bekeek documentaires, werd lid van de Nederlandse Vereniging voor Autisme en bezocht congressen. Daar leerde ik veel van. En ik dacht: daardoor doe ik privé dingen die goed werken bij mijn zoon, maar bij de politie doen we niet altijd het juiste bij mensen met psychische problemen. Soms roepen collega’s: ‘Nu hou je op!’, of ‘Doe eens normaal!’, terwijl de persoon in kwestie misschien niet anders kán.

    ‘Ik volgde – heel toevallig – een cursus ‘presenteren en profileren’. We kregen de opdracht: maak een presentatie die voor je collega’s bruikbaar zou kunnen zijn, dus ik fabriceerde iets over autisme. Na mijn voordracht werd gezegd: ‘Dit zou iederéén moeten horen.’ Mijn chef zei: ga maar doen.

    ‘Ik begon op ons bureau, hier in Hoofddorp. Ik hield een powerpointpresentatie en vertelde dat je iemand met autisme moet benaderen met zo min mogelijk prikkels. Laat één collega het woord doen, praat er niet doorheen. Blijf altijd rustig, ook als diegene schreeuwt. Ga nooit terugschreeuwen. Wees duidelijk over elk stapje dat je gaat doen, en dóé dat vervolgens ook. Die aanpak werkt meestal ook bij mensen met psychische problemen of zwakbegaafden.

    ‘Kort daarna kwam de melding van een moeder die in paniek 112 had gebeld: haar zoon had tegenover haar staan schreeuwen met een mes, waarna hij het huis uit was gevlucht.

    ‘Met twee auto’s reden we die kant op. Mijn collega en ik herkenden de jongen aan het signalement op een parkeerplaats. Over de mobilofoon zei ik tegen de collega’s in de tweede auto: ‘Rijden jullie naar die moeder, kom hier niet langs.’

    ‘We stapten uit en liepen in V-formatie naar hem toe, zodat je nooit tegelijk kunt worden aangevallen. Op een paar meter afstand stopte ik en zei: ‘Ik ben van de politie, ik wil je handen zien.’ De jongen spreidde zijn armen. ‘We kregen de melding dat jij je moeder met een mes hebt bedreigd’, zei ik, en hij antwoordde dat het niet goed met hem ging, maar dat hij nu wat rustiger was en naar huis wilde.

    ‘‘We gaan eerst kijken of je echt geen scherpe spullen bij je hebt’, vervolgde ik. ‘Dus we komen dichterbij en dan gaat mijn collega je aanraken. Hij gaat voelen bij je broekzakken, over je benen, overal.’ De jongen knikte.

    ‘Mijn collega was al die tijd stil. Na mijn uitleg fouilleerde hij die jongen en zei: ‘Hij is schoon.’ Vervolgens liepen we met hem naar zijn moeder. Onze collega’s hadden de voordeur – zoals altijd in onzekere situaties – op een kier laten staan. ‘Politie!’, riep ik, ‘We zijn hier met uw zoon.’ Ik vroeg zijn moeder waar de jongen op een rustige, veilige plek kon wachten totdat de crisisdienst kwam. Dat was boven, ik liep met hem mee naar zijn slaapkamer. Hij ging op bed liggen en ik vroeg waar ik mocht gaan zitten. Hij wees zijn bureaustoel aan. Ik legde uit dat er een hulpverlener zou komen die met hem wilde praten, en dat ik tot die tijd in die stoel bleef zitten vanwege ieders veiligheid. ‘Ik ga niks zeggen’, zei ik, ‘maar als je vragen hebt, mag je die gewoon stellen.’ Hij bleef stil liggen en ik heb daar zo’n halfuur zwijgzaam gezeten totdat de crisisdienst het van ons overnam.

    ‘Buiten praatte ik na met mijn drie collega’s. Toen zei de collega met wie ik op de auto zat: ‘Wat goed dat ik laatst jouw presentatie heb bijgewoond. Daardoor wist ik precies wat ik wel en niet moest doen.’

    ‘Daarna heb ik veel meer presentaties gegeven. Aan andere eenheden, maar ook aan officieren van justitie, leden van de cellenwacht en straatcoaches van de gemeente. Ik heb mijn zoon netjes gevraagd of ik voorbeelden van hem in mijn presentaties mag gebruiken, zoals zijn problemen met de avondklok tijdens corona, door zijn vaste structuren. Hij zei: ‘Mama, van mij mag je dit aan de hele wereld vertellen, want als mensen mij beter begrijpen, gaat het ook beter met mij.’

    ‘Voor de moeder van de jongen met het mes hebben we een Afspraak Op Locatie in ons systeem gezet, een AOL. Dan weet de politie meteen wat er aan de hand is als zij 112 belt. En dat is nodig. ‘Hij wordt steeds groter en sterker’, vertelde ze, terugkijkend. ‘Ik was altijd al bang voor de dag dat ik hem niet meer aankan. Nu is het zover.’

    Bron: de Volkskrant >>

2 berichten aan het bekijken - 71 tot 72 (van in totaal 72)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 16 ▪︎ leden online: 2
Dina, hertje
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.437, reacties: 18.992, leden: 2.302