Aangemaakte reacties

10 berichten aan het bekijken - 31 tot 40 (van in totaal 1,685)
  • Auteur
    Reacties
  • In reactie op: Jongensprostitutie #277128
    Luka
    Moderator

      Seksuele uitbuiting, dat overkomt een jongen niet. Toch?! | Column Linda Terpstra

      Linda Terpstra. Beeld: FD

      Delano* is zestien jaar. Zijn vader heeft een kort lontje. Als hem iets niet aan staat dan slaat en schopt hij Delano en zijn broertjes. Delano durft er niet over te praten; hij durft er niet aan te denken wat er zou gebeuren als zijn vader erachter kwam dat hij het iemand had verteld.
      Online kan hij zijn verhaal wél kwijt. Anoniem. Er zijn een paar andere jongens op internet met wie hij contact heeft. Met Peter klikt het. Ze vertellen elkaar steeds meer en delen intieme verhalen met elkaar.

      Op een dag vraagt Peter of Delano naaktbeelden wil sturen. Delano twijfelt eerst, maar hij doet het dan toch. Daarna gaat het vreselijk mis: Peter chanteert hem. Het gaat van kwaad tot erger. Delano moet betaalde seks hebben met volwassen mannen, anders zet Peter de naaktfoto’s op internet.

      Delano geeft toe omdat Peter zegt dat het één keer is en dat Delano dan van hem af is. Maar nu chanteert Peter Delano niet meer alleen met de naaktfoto’s maar ook met de seks waar hij stiekem opnames van heeft gemaakt. Delano kan geen kant meer op.

      We weten allemaal dat meisjes en jonge vrouwen risico lopen op seksueel geweld maar óók op seksuele uitbuiting; dat ze door ‘foute’ mannen en vrouwen gedwongen worden tot betaalde seks met vreemde mannen. Een goed verdienmodel voor mensenhandelaren, uitbuiters, pooierboys, loverboys of hoe je deze mannen en vrouwen ook wilt noemen. Je moet er niet aan denken dat het je eigen dochter of kleindochter, je buurmeisje, je nicht of klasgenootje overkomt. Ik word daar koud van.

      Onder de oppervlakte
      Ik heb bij Fier zoveel beschadigde meisjes en jonge vrouwen gezien: seksueel gebruikt, misbruikt en uitgebuit. Ze moeten zo hard werken om hun leven weer op de rit te krijgen en van hun trauma’s af te komen. Maar niet alleen meisjes en jonge vrouwen zijn slachtoffer van seksuele uitbuiting; jongensslachtoffers blijven verborgen.

      Het overkwam Delano ook, net zoals veel andere jongens in Nederland. Dat kunnen we ons maar moeilijk voorstellen. Een jongen die seksueel gebruikt, misbruikt en uitgebuit wordt? Dat laat je je als jongen toch niet gebeuren? We zien jongens niet als slachtoffer en zeker niet als slachtoffer van seksuele uitbuiting. Dat geldt niet alleen voor ouders, leerkrachten, hulpverleners en de politie bijvoorbeeld, maar ook voor jongens zelf.

      Een jongen zei daarover: ,,Heel veel jongens willen geen slachtoffer zijn. Omdat je dan kwetsbaar bent. Je wilt een stoere jongen zijn, toch? Je moet je als jongen bewijzen. Je moet je bewijzen naar je vrienden. Haantjesgedrag. Als jij je als jongen kwetsbaar opstelt, dan gaat iedereen het tegen je gebruiken. Daarom deed ik dat nooit.”

      Impact even groot
      Veel mensen denken dat jongens en mannen die seksueel geweld meemaken, relatief ongeschonden blijven. Dat komt door het beeld dat we van jongens hebben. Jongens zijn sterk. Slachtoffers zijn zwak. Jongens kunnen zichzelf wel redden. Jongens slaan wel van zich af. Daar klopt uiteraard niks van, de impact van seksueel geweld is even erg voor jongens als voor meisjes. En net zoals bij meisjes tast seksueel misbruik het zelfvertrouwen van jongens aan.

      Een jongen die slachtoffer is van seksuele uitbuiting vertelde dat hij ,,het heeft weggestopt. Gewoon nooit meer aan denken, dan komt het wel goed, weet je wel. Het was gewoon mijn eigen schuld dacht ik altijd.” Maar het kwam niet goed. Jongens hebben net zoals meisjes hulp nodig, traumabehandeling.

      Fier heeft al een aantal jaren een behandelgroep voor jongens die met geweld te maken hebben gehad, ook seksueel geweld. Voor het vijfjarig jubileum van het L.A.P. Atelier werd een van hen een bijzonder verzoek voorgelegd: of hij een limited edition vlaggenlijn wilde ontwerpen. Dat mensen het vertrouwen in hem hebben om wat hij kan, gaf hem een trots gevoel.

      Ogen openhouden
      De focus ligt op de toekomst, niet op zijn verleden. Dat is wat alle jongens, ongeacht of ze slachtoffer zijn, nodig hebben: steun, persoonlijke aandacht, verbinding en perspectief in het leven. Zo kunnen zij verder bouwen aan hun leven, los van wat hun is aangedaan.

      Ook uw zoon of kleinzoon, uw buurjongen, uw neef, de jongen op school of van de sportvereniging kan slachtoffer zijn of worden van seksueel geweld. Laten we met elkaar alert zijn. Die stoere jongen met zijn grote mond kan ook slachtoffer zijn. Laten we goed op onze jongens en jonge mannen passen zodat zij geen slachtoffer worden. En laten we ze steunen als ze slachtoffer zijn van seksueel geweld of seksuele uitbuiting.

      We moeten onze ogen openhouden: de schreeuw om hulp van een slachtoffer kan dichterbij zijn dan je denkt.

      Meer informatie is te vinden in het onderzoeksrapport ‘ Jongens aan het woord’ (zie hierboven).

      Linda Terpstra is voorzitter van de raad van bestuur van Fier; landelijk expertise- en behandelcentrum bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. Iedere maand schrijft ze een column voor het Friesch Dagblad.

      Bron: Friesch Dagblad >>

      In reactie op: Jongensprostitutie #277127
      Luka
      Moderator

        Onderzoek en factsheets: (potentiële) jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting

        07 april 2023
        (Potentiële) jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting praten veelal niet over slachtofferschap en worden door hun omgeving niet of nauwelijks (h)erkend. Hierdoor krijgen zij niet tijdig de hulp en bescherming die zij nodig hebben.

        Dat komt naar voren uit het onderzoek ‘Jongens aan het woord’ van het Consortium seksuele uitbuiting jongens en jonge mannen: een samenwerking tussen zorg- en expertiseorganisaties Koraal, Fier, Lumens, Pretty Woman/Best Man en Sterk Huis. Dit Consortium heeft de afgelopen jaren onderzoek uitgevoerd naar de achtergrond en ondersteuningsbehoeften van deze jongens en gewerkt aan de doorontwikkeling van (zorg)methodieken. Door in het onderzoek jongens zelf aan het woord te laten over seksuele uitbuiting en seksueel geweld en wat eraan vooraf ging, is er inzicht verkregen in hun unieke levensverhalen en behoeften.

        De opgedane kennis en inzichten uit het project zijn samengebracht in een onderzoeksrapport en een reeks factsheets. De factsheets bundelen kennis en geven professionals in de zorg, het onderwijs en bij de politie handvatten voor het signaleren, handelen en het bieden van passende (preventieve) zorg en ondersteuning.

        Onderzoek: Jongens aan het woord
        Onderzoek: Jongensslachtoffers op Chat met Fier! (volgt nog)
        Het signaleren van jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting
        Jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting: handreiking voor zorg- en wijkteamprofessionals
        Jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting: handreiking voor onderwijsprofessionals
        Jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting: handreiking voor politie
        Ouders van jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting: een handreiking voor ouders en professionals

        Het project onderstreept het belang van bewustwording rondom slachtofferschap bij jongens. Zowel vanuit het perspectief van professionals als de jongens zelf en hun omgeving. Daarnaast is het belangrijk dat het zorg- en ondersteuningsaanbod beter aan gaat sluiten bij de ondersteuningsbehoeften.

        Projectleider en onderzoeker Gabriëlle Mercera: “Ondanks dat deze jongens vaak al op jonge leeftijd in aanraking komen met hulpverlening, slagen we er niet in om hen de juiste hulp en bescherming te bieden om slachtofferschap te voorkomen. Door onderzoek en praktijkervaring begrijpen we wel steeds beter wat (potentiële) jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting nodig hebben. Dat gaat van laagdrempelige, anonieme online hulp voor jongens die – veelal door taboes – niet durven te praten over wat ze meemaken, outreachende hulp om meer (potentiële) slachtoffers te bereiken en voorlichting tot aan directe vormen van jeugd- en gezinshulp, zoals gespecialiseerde traumabehandeling.”

        Het bieden van betere bescherming en hulp aan jongensslachtoffers vraagt al met al om een integrale aanpak, waarin domein overstijgend en maatschappij breed samengewerkt wordt aan het voorkomen, signaleren en behandelen van slachtoffers en de aanpak van daders en klanten.

        Wil je meer informatie over het onderzoek of de factsheets, neem dan contact op met Gabriëlle Mercera, projectleider en onderzoeker bij het Consortium seksuele uitbuiting jongens en jonge mannen (Koraal, Fier, Lumens, Pretty Woman/Best Man, Sterk Huis). Je kan haar mailen (GMercera@koraal.nl) of bellen (06 – 22 04 44 77)

        Bron: Koraal >>

        In reactie op: Overige websites #277125
        Luka
        Moderator

          Iedereen heeft wel iets

          Psychologie Magazine vroeg de Nederlandse bevolking naar de psychische klachten waar ze in hun leven tegenaan zijn gelopen. En wat bleek: vrijwel iedereen heeft weleens iets. Dit sluit aan bij een nieuwe manier van denken die steeds meer terrein wint in de wetenschap: we hebben allemaal krachten én kwetsbaarheden.

          Meer dan een derde van de Nederlanders verzwijgt hoe hij zich echt voelt, uit angst erom veroordeeld te worden
          Deze en tientallen andere ervaringen legde Psychologie Magazine voor aan een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. Duizend mensen van boven de 18 dachten terug aan verschillende perioden in hun leven en gaven zo eerlijk mogelijk antwoord.

          De uitkomst: psychisch leed, ongemak en lastige persoonlijkheidstrekjes komen heel veel voor. Maar we praten er lang niet altijd open over.

          Een kleine greep uit de onderzoeksresultaten: bijna twee derde van de Nederlanders heeft angst- en spanningsklachten gehad. Meer dan de helft van de Nederlanders heeft last gehad van somberheid, bijna een derde heeft zich zelfs weleens afgevraagd of zijn leven nog wel zin heeft.

          En zelfs ongeveer 1 op de 10 mensen heeft weleens relatief zeldzame ervaringen gehad als stemmen horen, dingen zien die er niet zijn of zich heel erg vervreemd voelen van de werkelijkheid.

          Slechts 4 procent van de Nederlanders – minder dan 1 op de 20 – herkende of herinnerde zich geen enkele klacht uit onze lijst. Dat waren voornamelijk mannen van boven de 65 met een middelbare beroepsopleiding. Wie echt nóóit iets heeft, is dus pas écht uitzonderlijk.

          Normaler dan we denken
          Onze onderzoeksuitkomsten sluiten aan bij wat er uit andere, nog veel grotere, bevolkingsonderzoeken naar voren komt, zoals het langlopende NEMESIS-onderzoek van het Trimbos-instituut.

          Hieruit blijkt onder andere dat 43 procent van de Nederlanders in zijn leven weleens voldoet aan de criteria voor een psychische stoornis. En daar zijn bijvoorbeeld eetstoornissen, burn-out, autisme en persoonlijkheidsstoornissen nog niet eens in opgenomen.

          Zijn we dan allemaal een beetje ‘gek’? Of is het misschien wel veel normaler dan we denken om vroeg of laat een keer mentaal voor de bijl te gaan of lastige trekjes te hebben?

          Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan het UMC Utrecht Hersencentrum, denkt dat laatste: ‘Als de helft van de mensen een stoornis heeft gehad kun je je afvragen of je het wel een stoornis moet noemen. Blijkbaar vallen al deze klachten onder normale menselijke variatie.

          Iedereen heeft genetische aanleg in zich voor allerlei psychische klachten als somberheid, angst en psychoses. Er zitten namelijk eigenschappen onder die we óók nodig hebben om te overleven. Hoe zou het zijn als je niet in staat was angsten te voelen, of niet in staat was te wantrouwen? Dit zijn normale en gezonde eigenschappen maar ze kunnen je onder bepaalde omstandigheden gaan belemmeren.’

          We hebben dus allemaal weleens ‘iets’. Maar in plaats van ons op dit vlak verbonden te voelen met elkaar, voelen veel Nederlanders zich anders dan ‘de rest’. Meer dan de helft van de mensen voelde zich weleens afwijkend of onbegrepen, blijkt uit ons onderzoek.

          Het gevoel een buitenbeentje te zijn, je afvragen of je wel normaal bent, het gevoel dat niemand je begrijpt; de meerderheid van de mensen kent het. Alleen weten we het niet van elkaar.

          De helft van de mensen met dit soort gevoelens, zo blijkt uit ons onderzoek, vertelt dit namelijk aan niemand. Meer dan een derde van de Nederlanders verzweeg hoe hij zich echt voelde, uit angst erom veroordeeld te worden.

          Een angst die niet geheel onterecht is; wie denkt dat hij ‘niet spoort’ en bovendien de enige is met bepaalde gevoelens, is bang het te delen omdat hij dan weleens een negatief stempel kan krijgen. En dan ben je voor altijd ‘diegene met borderline’, ‘die met een eetstoornis’, of ‘die met een dwangneurose’.

          Even uit balans

          De tijd is gekomen dat we anders moeten gaan denken over psychische ‘afwijkingen’. Een groeiend aantal wetenschappers vindt het door de psychiatrie gemaakte onderscheid tussen ‘gestoord’ en gezond namelijk volstrekt achterhaald.

          De DSM-5, het handboek vol psychische ziekten aan de hand waarvan psychiaters en psychologen dagelijks diagnoses stellen en etiketjes plakken, zou linea recta de prullenbak in kunnen.

          Of op zijn minst drastisch moeten worden herzien. Er bestaat namelijk helemaal geen hard onderscheid tussen psychisch ziek en psychisch gezond, tussen ‘gek’ en normaal, stellen deze wetenschappers.

          Iedereen heeft klachten en krachten. Alleen onder bepaalde omstandigheden raakt de balans tussen die twee verstoord en worden de klachten of trekjes te.

          Een hoge mate van empathie en gevoeligheid leidt dan tot somberheid, een perfectionist wordt dan echt dwangmatig, een waakzaam persoon komt dan de deur niet meer uit vanwege de angst.

          Maar dat hoeft lang niet altijd blijvend te zijn. Je hoeft geen stempel te krijgen waar je de rest van je leven niet meer vanaf komt. Op deze manier kijken naar psychische problemen is relativerend, veel milder en menselijker.

          Psychiater Jim van Os is een belangrijke voorvechter van deze nieuwe beweging. Van Os: ‘Iedereen bevindt zich ergens in het spectrum van wat ik “psychische variatie” noem.

          Al het psychisch lijden gaat eigenlijk over bepaalde kwetsbaarheden die afhankelijk van de omstandigheden en je weerbaarheid af en toe de kop op kunnen steken.’

          Volgens Van Os dringt dit inzicht gelukkig steeds meer door onder zijn vakgenoten. Hij legt uit dat autisme vroeger bijvoorbeeld als een zeldzame ziekte gold, maar dat men er nu al van doordrongen is dat er veel mensen zijn met autistische trekken.

          ‘Nu spreken we van het autistische spectrum. Dit geldt in werkelijkheid voor alle psychische klachten. Zelfs voor iets wat vrij heftig klinkt, zoals het horen van stemmen of het hebben van waanideeën, heeft iedereen genetische aanleg.

          Alleen is niet iedereen op alle vlakken even gevoelig. Je hebt mensen die gevoelig zijn voor depressies maar zich met een paar goede gesprekken en wat sporten weer beter gaan voelen.

          En je hebt mensen die echt jarenlang gestut moeten worden. Het is goed om je eens af te vragen waar je zelf staat in het spectrum. Wat is je eigen kwetsbaarheid?’

          Positieve bril
          Maar het is ook – en misschien wel juist voor kwetsbare mensen – belangrijk om te kijken naar waar je goed in bent, en wat je wél kunt.

          In tegenstelling tot wat we vaak denken, staan er namelijk tegenover negatieve gevoelens en klachten bij de meeste mensen ook een heleboel positieve gevoelens en kwaliteiten. Dat blijkt uit het onderzoeksproject Hoe gek is Nederland? van de Rijksuniversiteit Groningen, in internationale publicaties vertaald als:

          How nuts are the Dutch? Op hoegekis.nl kan iedereen vragenlijsten over psychische klachten invullen en direct zien hoe hij zich verhoudt tot de rest van de invullers.

          Bertus Jeronimus, psycholoog en onderzoeker verbonden aan dit project, vindt dat we meer aandacht moeten hebben voor deze positieve gevoelens, en niet alleen voor de klachten.

          Jeronimus: ‘Je kunt ook met klachten namelijk best gelukkig zijn. Een sombere, werkeloze man die voelt dat hij weinig betekenis aan zijn leven kan geven, kan nog steeds een blij gevoel krijgen als hij aan de waterkant zit te vissen.

          Iemand die gevoelig is voor angsten, heeft vaak ook oog voor de gevoelens van andere mensen en kan daardoor bijvoorbeeld een heel goede leraar of verpleegkundige zijn. Het is allemaal niet zo zwart-wit als vaak gedacht wordt.’

          Volgens psychiater Jim van Os moeten we dan ook stoppen met onszelf en onze medemensen te bestempelen als psychisch ziek, of over iemand met een depressie of psychoses te zeggen dat-ie een hersenziekte heeft.

          Van Os: ‘Dat geeft een veel te pessimistische en hopeloze boodschap die niet klopt met de werkelijkheid. Je moet mensen juist vertrouwen geven in hun weerbaarheid en capaciteiten. Zelfs iemand met ernstige klachten en beperkingen kan geholpen worden weer een zinvol bestaan te ervaren.’

          Bertus Jeronimus is het hiermee eens: ‘Mensen gaan zich vaak te veel identificeren met een diagnose. Aan de ene kant begrijpelijk, want het geeft erkenning. Maar het is ook beperkend.

          Uit onderzoek blijkt dat mensen juist minder kwetsbaar worden als ze weten dat je er niet te veel waarde aan moet hechten en dat je ook weer over een crisis heen kunt komen.’

          Jim van Os: ‘Sommige mensen met een bepaalde gevoeligheid ontwikkelen op een gegeven moment behoefte aan zorg. Maar dan ben je in mijn ogen nog steeds niet ziek, het is eerder een signaal dat je bent vastgelopen en dat er iets moet veranderen.’

          In de toekomst ziet Van Os diagnoses veranderen van stoornissen en ziekten naar syndromen: ‘Een gesprek met de patiënt verloopt dan heel anders, bijvoorbeeld: “We weten niet precies wat u heeft, maar het zit ergens in de hoek van angst. En vanuit die diagnose gaan we heel goed naar uw specifieke klachten, zorgbehoefte en omgevingsfactoren kijken.”

          Een goede hulpverlener kan de patiënt vervolgens leren hoe hij moet omgaan met zijn kwetsbaarheid en zijn weerbaarheid kan vergroten. Daardoor kunnen ze zich veel beter gaan voelen, zelfs als de klachten of symptomen niet weggaan.’

          Taboe
          Op dit moment is de maatschappij echter nog erg gewend te denken in termen van stoornissen en ziektes. Misschien dat we daarom ook zo weinig praten over onze klachten.

          Uit Brits onderzoek bleek al eens dat het taboe op psychische aandoeningen groot is; we vertellen eerder over onze seksuele geaardheid en financiële problemen dan over onze mentale issues.

          Ook uit ons eigen onderzoek blijkt dat we veel verborgen houden. Soms omdat we ons schamen, soms omdat we niet willen dat anderen een verkeerd beeld van ons krijgen of ons anders gaan behandelen. We zijn bang voor de (voor-)oordelen van onze medemensen.

          En dat is ergens wel te begrijpen. Hoe graag we ook zouden willen dat er meer openheid over psychische problemen is, in de praktijk kan iemand die eerlijk vertelt waarmee hij heeft geworsteld lang niet altijd op begrip rekenen.

          Dat merkt ook Anne, die tien jaar terug een aantal keer een psychose had. Inmiddels is ze fulltime werkzaam bij een grote organisatie, maar vertelde haar baas hier niets over.

          Anne: ‘Dat je ook goed kunt functioneren als je kwetsbaar bent voor psychoses weet ik zelf wel, maar een groot deel van de maatschappij nog niet. Ik ken mensen die open zijn geweest en daar nu enorm veel spijt van hebben. Psychoses worden nog altijd gezien als een ernstige psychische stoornis.’

          En hoewel er voor sommige andere klachten zoals burn-out en depressie al veel meer openheid mogelijk is dan jaren geleden, geldt ook daarvoor dat het stigma in je nadeel kan werken.

          Een werkgever vreest dat iemand die een depressie heeft gehad wellicht niet zal functioneren en kiest er toch maar voor een contract niet te verlengen, een nieuwe liefde schrikt als hij hoort dat zijn date ooit een psychose had.

          Zelf oplossen

          We vertellen dus weinig over onze psychische klachten aan onze vrienden en al helemaal niet aan onze collega’s en leidinggevenden, zo blijkt uit onze cijfers, maar tegelijkertijd stappen we redelijk makkelijk naar een arts of hulpverlener.

          Ruim een derde van de Nederlanders is al eens bij een psycholoog geweest. En liefst 71 procent denkt op dit moment dat hij baat zou kunnen hebben bij gesprekken met een psycholoog of coach. De behoefte aan steun lijkt het grootst onder de jongere generatie (18-34 jaar), 8 van de 10 millennials denkt er iets aan te hebben.

          Uit de onderzoekscijfers blijkt ook dat een arts of hulpverlener bij bepaalde problemen meer in vertrouwen wordt genomen dan ouders, andere familie of de vriendenkring.

          Mensen praten graag met een buitenstaander, dat merken de psychologen en maatschappelijk werkers van MIND Korrelatie ook. Zij krijgen per jaar tussen de 15.000 en 17.000 hulpvragen. Bij hen kan iedereen volledig anoniem blijven.

          Volgens senior hulpverlener Paul vinden bellers of chatters dat heel prettig: ‘Mensen willen vaak toetsen of het normaal is wat ze voelen of waarmee ze worstelen. Hoelang mag je rouwen als je een dierbare bent verloren? Als ik bang ben, welk beroep mag ik dan doen op mijn familie? Dat is fijn om bij een buitenstaander te checken die niet meteen een oordeel over je heeft of anders over je gaat denken.

          Samen structureren we gedachten en kunnen we vaak duidelijker krijgen wat er nou wel en niet aan de hand is. We bekijken samen hoe iemand zelf verder aan de slag kan gaan met zijn problemen.

          Heel vaak vertellen we mensen dat hun worstelingen heel normaal zijn. Iedereen die leeft, relaties aangaat, kinderen krijgt, of werkt, loopt weleens tegen problemen aan. Af en toe struikel je. Dat hoort bij een normale levenswandel. We denken tegenwoordig vaak dat alles in het leven maakbaar is, of zou moeten zijn.

          Maar pijn en verdriet maken integraal onderdeel uit van het leven. Het hoort bij je ontwikkeling dat je daarmee leert omgaan en voor een deel ook leert het te verdragen.’

          De opluchting van praten
          Uit het onderzoek van Psychologie Magazine blijkt dat Nederlanders hun dierbaren vaak niet willen belasten met hun sores.

          ‘Dit moet ik zelf oplossen’ was verreweg de meest gekozen reden om te zwijgen over verschillende psychische klachten. Op de voet gevolgd door: ‘ik wil niet klagen’. Terwijl ook 62 procent van de Nederlanders aangeeft dat het helpt om je hart te luchten. Wat zegt dat over ons en onze maatschappij?

          Paul van MIND Korrelatie: ‘We zijn individualistisch, en we vinden het een teken van zwakte als mensen hun problemen niet alleen kunnen oplossen. Maar dat is een gemiste kans, want er zijn zoveel manieren om steun en erkenning te krijgen.

          Zorgen delen haalt de scherpe kantjes ervanaf. Als mensen met ons gepraat hebben voelen ze meestal enorme opluchting: het is vrijwel altijd minder erg met ze dan ze dachten.

          Soms lopen ze er al heel lang alleen mee rond en is het in hun hoofd heel erg groot geworden. Dat is verdrietig, en had niet gehoeven. Na praten kan het weer kleiner worden.’

          Benieuwd naar hoe vaak jouw psychische klachten voorkomen bij andere Nederlanders? Vul de checklist in op psychologiemagazine.nl/wathebjij

          Projectmanager Anne (39) kreeg een aantal psychoses

          ‘Een psychose voelt een beetje alsof je in een rare film bent beland. Mijn beleving van de werkelijkheid werd anders; ik legde allerlei verbanden die er niet waren en trok me terug in een eigen wereld.

          Na de psychose begon het eigenlijk pas – een heftig rouwproces, schaamte, verdriet. Dit was niet wat ik voor mezelf in gedachten had gehad.

          Ik was intelligent en ambitieus, maar nu was me verteld dat mijn gedachten helemaal niet klopten. Het voelde alsof ik opnieuw moest beginnen: control-alt-delete.

          Inmiddels werk ik weer bij een interessante organisatie in een leuke functie. Maar iedereen die zoiets heeft meegemaakt weet dat het vervelende consequenties kan hebben als je dit deelt op je werk.

          Ik wil voorkomen dat het mijn identiteit wordt en daarom wil ik ook niet herkenbaar op de foto; mensen die psychosegevoelig zijn hebben te maken met een hardnekkig vooroordeel.’

          Anne richtte een stichting op voor werkende mensen met psychosegevoeligheid: vandewereld.org

          Hoogleraar psychiatrie Jim van Os is verslavingsgevoelig

          ‘Ik weet van mezelf dat ik heel dorstig ben. In mijn studententijd heb ik daar behoorlijk aan toegegeven.

          De genetische kwetsbaarheid heb ik hiervoor meegekregen, maar ik heb ook de gevolgen ervan gezien bij mensen in mijn familie. Het leidt tot een zekere weerzin als je ziet dat iemand elke dag op het middaguur al dronken is.

          Ik heb een modus gevonden om met mijn verslavingsgevoeligheid om te gaan: door de week drink ik niet, maar ik zit me dan wel al enorm te verheugen op dat biertje in het weekend.

          Nog steeds vind ik het heel leuk om met verslavingsproblematiek te werken. Het gevoel dat je een glas alcohol ziet staan en het moet nemen intrigeert me mateloos. En verslavingsgevoelige mensen zijn vaak heel aardig!’

          Rowena (33) Peer educator en student Spraak & Drama-therapie, heeft ADHD
          ‘Regelmatig verlies ik de regie over mijn leven en ik vind het heel lastig om aan anderen uit te leggen wat er op die momenten precies in mijn hoofd gebeurt. Soms geloven ze niet dat er geen opzet in het spel is als het misgaat.

          Daardoor voel ik me vaak onbegrepen. Misschien dat ik mezelf daarom heb aangeleerd heel goed naar anderen te luisteren.

          Ik onthoud ook echt alles: van je lievelingsbloemen en je favoriete boek tot de verjaardag van je hond. Ik krijg vaak terug dat ik zo attent ben en dat is natuurlijk weer heel leuk.

          Door mijn impulsiviteit ben ik bovendien enorm creatief, een echte outside the box-denker. Ik schrijf veel van mijn gedachten op, vaak in de vorm van een gedicht. Hoewel ik graag zonder die constante onrust in mijn hoofd zou leven, ben ik trots op wie ik ben.’

          Last van psychische klachten?
          Praten helpt. Je kunt anoniem chatten, bellen, mailen en appen met een hulpverlener van MIND korrelatie via mindkorrelatie.nl

          Bron: Pschologie Magazine >>

          In reactie op: Kindermisbruik (algemeen) #277124
          Luka
          Moderator

            Sophie (35) onderging op haar elfde een abortus: ‘De arts vroeg mijn moeder of ik al ongesteld was’

            Sophie (35) is getrouwd en moeder van twee zoontjes van zes en vier jaar. Ze onderging op haar elfde een abortus, nadat ze zwanger bleek van de man die haar had verkracht. “In de twee weken verplichte bedenktijd die er toen nog was, heb ik de avondvierdaagse zelfs nog gelopen, dat wilde ik per se.”

            “Wat mij is overkomen hoor je altijd als hypothetisch verhaal. Ik zit op Twitter en las het vorig jaar, toen de discussie over abortus vanuit Amerika weer oplaaide, ook regelmatig terug. Na een verkrachting vindt vrijwel iedereen abortus geoorloofd. Ik vind dat het in nog veel meer situatie geoorloofd is: de reden is voor iedereen persoonlijk.”

            Verkrachting
            “Ik was elf en had bij een vriendinnetje gespeeld. Ik wilde daar blijven eten, maar dat mocht niet van mijn moeder. Aan het einde van de middag fietste ik terug naar huis, de zon scheen – het was zomer. Ik had mijn nieuwe walkman op en hoorde daardoor niets. De man die ik tegenkwam ook niet: ik dacht dat ik hem in de weg fietste en zei nog ‘sorry’.

            Toen ik stapvoets ging rijden en mijn koptelefoon afzette, hoorde ik wat hij zei: ‘Neuk me.’ Ik ben meteen keihard gaan trappen, maar hij had me zo te pakken. Hij trok me van mijn fiets en sleurde me mee een steegje tussen garages in. Ik kende mensen die daar woonden en ben gaan roepen, maar ze waren niet thuis.

            Ik ben op mijn hoofd geslagen en verkracht, veel heb ik van dat bewuste moment verdrongen. Lang heeft het niet geduurd, maar voor hem wel lang genoeg om het af te maken. Ik weet nog dat hij van me af werd getrokken door iemand die me wél had gehoord. Een vrouw nam me daarna mee haar huis in en zij belde mijn moeder. De man werd ondertussen buiten in een schuur opgesloten, tot de politie kwam.”

            Zwanger
            “Ik was in shock. Ik kom te laat voor het eten, dacht ik nog. Mijn moeder was in een soortgelijke shock, denk ik, want zij vroeg zich hardop af of ze het gas thuis wel had uitgedraaid. Ik weet nog goed dat ik niet durfde te zeggen wat die man had gezegd. Zulke woorden gebruikten wij thuis niet. Er kwam een ambulance en ik werd naar het ziekenhuis gebracht. Daar ben ik onderzocht op bewijsmateriaal en gehecht. De arts vroeg mijn moeder of ik al ongesteld was. Omdat dit niet het geval was, ging men ervan uit dat ik dus ook wel niet vruchtbaar zou zijn.

            Ik was vooral moe en bang. Slachtofferhulp wilde ik niet. Ik wilde er juist níét over praten. Juist níét meer aan denken. School wed ingelicht en mijn juf vertelde het aan de kinderen in mijn klas. Er open over zijn zou mij helpen. Ik vond dat lastig. Er was een jongen die er van alles over wilde weten, terwijl ik het juist zo snel mogelijk wilde vergeten.

            De moeheid bleef aanhouden en ik viel ook een paar keer flauw. Dat deed bij mijn moeder de alarmbellen afgaan. Toen zij zwanger was, viel ze ook geregeld flauw. We zijn opnieuw naar het ziekenhuis gegaan, nu voor een inwendige echo, opnieuw een traumatische gebeurtenis voor mij. Dat ik inderdaad zwanger was, kwam amper bij me binnen. Ik kon de informatie niet plaatsen: ik was pas elf en we hadden het thuis nog helemaal niet over voortplanting gehad. Het was een ver-van-mijn-bed-show.”

            Abortus
            “Mijn ouders gingen in de regelmodus. Ik kan me niet herinneren dat er aan mij gevraagd is of ik een abortus wilde, het werd voor me besloten en dat was goed, want ik overzag het niet. Ik vraag me af of een meisje van elf een zwangerschap kan voldragen en bevalling overleeft. Je lijf is daar nog niet klaar voor. In die tijd was er nog een verplichte bedenktijd van twee weken, ook als je zwanger was geraakt na een verkrachting. We hadden naar de rechtbank gekund om het eerder voor elkaar te krijgen, maar dat zou ook weer heel veel losmaken.

            Ik beleefde die twee weken in een roes. Ik heb de avondvierdaagse zelfs nog gelopen, dat wilde ik per se. Onderweg ben ik talloze keren gestopt, omdat ik me niet goed voelde. Niemand wist er dit keer van. Ik liep letterlijk met een groot geheim rond.”

            Getekend
            “De abortus vond plaats in het ziekenhuis, onder algehele narcose. De arts die mij hielp, was heel vriendelijk, hij stelde me ontzettend op mijn gemak. De eerste tijd na mijn abortus leek het goed met me te gaan. Het duurde nog anderhalf jaar voordat ik voor het eerst ongesteld werd. Van kleins af aan wist ik al dat ik moeder wilde worden, ik ben in die tijd heel bang geweest dat dit door de verkrachting en de abortus niet meer mogelijk was.

            Op de middelbare school vertelde ik het een vriendin. Ik gaf haar een briefje waarop ik had geschreven: ‘Wat is het ergste dat je ooit hebt meegemaakt?’ ‘Het overlijden van mijn opa,’ schreef ze terug. Ik vertelde haar daarop mijn verhaal, ook per brief trouwens. Het was te groot voor haar en achteraf gezien snap ik dat ook – we waren veertien. ‘O wat erg,’ reageerde ze. En daar bleef het bij.

            Op m’n zestiende ben ik in therapie gegaan. Een jaar later ontmoette ik de man met wie ik nu getrouwd ben en twee kinderen heb. Hij heeft zo veel geduld met mij gehad. De verkrachting heeft mijn jeugd getekend. Ik had een veel vrolijker en open kind kunnen zijn, dat is me afgenomen. De man was ontsnapt uit een psychiatrische kliniek, waar het personeel de avond ervoor een feestje had gehad en was vergeten een deur te sluiten. Of hij nu nog vastzit, weet ik niet.

            Als ik langs de plek rijd waar het allemaal gebeurd is, denk ik er nog aan terug. Ik zou mijn kinderen er nooit alleen laten fietsen, de kliniek zit er nog steeds namelijk.

            Ik snap pro-life mensen wel, maar beperk je met je mening tot jezelf of tot je eigen situatie. Geen vrouw ondergaat een abortus voor de lol.”

            Bron: Flair.NL >>

            In reactie op: Nu praat ik erover (België) #277123
            Luka
            Moderator
            Topic starter

              HILDE CREVITS VERSTERKT CHAT VOOR JONGEREN NUPRAATIKEROVER.BE

              Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits versterkt de chatlijn van de Vertrouwenscentra Kindermishandeling Nupraatikerover.be. Dat is nodig omdat de chatlijn meer oproepen krijgt.

              Jongeren en meerderjarige slachtoffers van seksueel geweld kunnen er terecht met vragen over mishandeling, verwaarlozing of seksueel geweld zoals grensoverschrijdend gedrag. Het jaarlijkse budget van Nupraatikerover.be stijgt zo naar 280.000 euro. De investering maakt deel uit van het crisis- en investeringsplan jeugdhulp.

              “Uit resultaten van de HBSC-studie afgelopen week bleek nog dat jongeren meer te maken te krijgen met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Een grotere bewustwording over grensoverschrijdend gedrag kan daarvoor een mogelijke verklaring zijn. Het is belangrijk dat jongeren ergens terechtkunnen met hun bezorgdheden en vragen. We zien dat steeds meer jongeren hun weg vinden naar online hulp. Daarom versterken we de chat nupraatikerover.be. Jongeren die seksueel lastiggevallen worden of met vragen zitten over seksuele mishandeling of misbruik kunnen er chatten met gespecialiseerde medewerkers van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Met deze middelen kan Nupraatikerover.be ruimere openingstijden en extra chatlijnen openhouden”, zegt Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits.

              STEEDS MEER OPROEPEN
              Gedurende de coronapandemie zijn heel wat online hulplijnen tijdelijk versterkt om het hoofd te bieden aan het stijgende aantal oproepen. Vandaag blijft het aantal oproepers bij de chat Nupraatikerover.be in stijgende lijn. Jongeren kunnen er anoniem en gratis terecht voor een luisterend oor. Vorig jaar ging het in totaal over 1074 gesprekken. Een stijging met 16% tegenover 2021. 8 op de 10 van de oproepers zijn meisjes of vrouwen. De oproepers bevinden zich voornamelijk in de leeftijdscategorieën 12-14 jaar (33%) en 15-17 jaar (32%). Zes op de 10 gemelde misbruiken gaan over seksueel misbruik en lichamelijke mishandeling en verwaarlozing.

              Minister Crevits heeft nu beslist om de hulplijn en chatbox Nupraatikerover.be vanaf volgend jaar structureel financieel te versterken. De extra investering maakt deel uit van het crisis- en investeringsplan jeugdhulp.

              Bron: Focus WTV >>

              In reactie op: Lichamelijke klachten door seksueel geweld #277091
              Luka
              Moderator

                Stress – herken de fysieke signalen

                Wie voortdurend meer dingen te doen heeft dan er uren in de dag zitten, kan een akelig opgejaagd gevoel krijgen. Dat zo’n overvolle agenda óók allerlei fysieke klachten kan opleveren, is minder bekend. Over de link tussen hoofdpijn, darmklachten en ons oeroude stress-systeem.

                Hartkloppingen kunnen een verontrustende ervaring zijn. Voor Annemarie (40), moeder van vier kinderen, zelfs zo verontrustend dat ze er meerdere keren mee naar de eerste hulp snelt omdat ze een hartinfarct vreest.

                “Maar dat stress zich ook en vooral zelfs lichamelijk uit, beseffen mensen zelden.”
                – Christina van der Feltz-Cornelis

                Het blijkt telkens loos alarm, maar voor de zekerheid laat de cardioloog toch een hartkatheterisatie verrichten. Geen afwijking te vinden. De steeds terugkerende hartkloppingen van Annemarie hebben dus geen fysieke oorzaak.

                Zo belandt ze in het Tilburgse Centrum voor lichaam, geest en gezondheid, dat wordt geleid door hoogleraar psychiatrie Christina van der Feltz-Cornelis. ‘Heeft u veel stress?’ vraagt deze deskundige op het gebied van lichamelijk onverklaarde klachten aan Annemarie. Daar heeft die niet direct een antwoord op.

                Na enig doorvragen krijgt Van der Feltz echter een verhaal te horen dat bol staat van de spanningen. Haar patiënt heeft sinds kort een au pair in huis, maar die lijkt haar verantwoordelijkheid voor de kinderen niet zo serieus te nemen.

                Een ernstig gesprek met het meisje heeft geen verbetering opgeleverd. Haar wegsturen wil Annemarie ook niet, want ze kan niet zonder oppas. Ze slaapt slecht door deze situatie en daardoor kan ze overdag maar met moeite de aandacht bij haar werk houden.

                Kortom: Annemarie is gespannen, oververmoeid en – al heeft ze dat zelf niet in de gaten doordat de hele toestand haar zo boos maakt – angstig. Dat alles resulteert bij haar in een heftig bonzend hart.

                Hartkloppingen en andere hartklachten zijn een bekend en op zich ongevaarlijk bijverschijnsel van stress, net als ademnood of pijn op de borst. Maar wie dat niet weet, kan er flink van schrikken.

                Tintelende vingers

                ‘Dat zie ik voortdurend in ons centrum,’ zegt Van der Feltz, ‘mensen die zich vreselijk veel zorgen maken over wat in feite normale fysieke stressverschijnselen zijn.

                De psychische signalen herkennen ze vaak nog wel; dan klagen ze bijvoorbeeld over een opgejaagd gevoel. Maar dat stress zich ook en vooral zelfs als lichamelijke klachten uit, beseffen ze zelden.’

                Vandaar dat de psychiater haar boek Het stressbeeld uitbracht, over alle manieren waarop spanning zich kan uiten. ‘Ik vind het belangrijk dat mensen beter leren herkennen wat stress met hun lichaam doet. Dat je bijvoorbeeld darmproblemen, allergische reacties, hartkloppingen of of chronische pijnklachten van kunt krijgen. Alle orgaansystemen doen immers mee aan een stressreactie.’

                Ze schreef het boek ook voor collega-artsen. ‘Die slagen er lang niet altijd in hun patiënten uit te leggen hoe het kan dat zij lichamelijke klachten krijgen van stress, door bijvoorbeeld een te hoge werkdruk of financiële problemen.’ Dat is dan ook een verhaal waar je echt even de tijd voor moet nemen, erkent ze.

                Want natuurlijk loopt er geen kaarsrechte lijn tussen iemands hypotheekperikelen en aanhoudende diarree. En hoe maak je een patiënt met tintelende vingers in vredesnaam duidelijk dat zijn klachten best kunnen samenhangen met de stress van die onderbezetting op het werk?

                Stress-spaghetti
                Van der Feltz zet in Het stressbeeld helder uiteen hoe het een het ander tot gevolg kan hebben. En maakt daarmee goed inzichtelijk dat al die zogeheten ‘lichamelijk onverklaarde klachten’ waarmee ze dagelijks in haar praktijk wordt geconfronteerd, doorgaans prima verklaarbaar zijn. ‘Stress speelt bijna altijd een rol in de klachten van de mensen die naar mij worden doorverwezen. Het is een zwaar onderschat probleem.’

                Toch schreef Van der Feltz geen anti-stressboek. ‘Streven naar een spanningsloos bestaan is streven naar een kort bestaan,’ schrijft ze zelfs, ‘want stress is het signaal dat er iets moet gebeuren om ons voortbestaan te waarborgen.’

                Van tijd tot tijd een stresspiek is dus geen probleem. Integendeel, dat houdt lichaam en geest veerkrachtig. Problematisch wordt het pas als mensen dagelijks zo’n piek voor hun kiezen krijgen.

                Of, erger nog: als hun leven een aaneenschakeling van stresspiekjes is. Bijvoorbeeld doordat ze op hun werk meer taken krijgen dan ze aankunnen, hun relatie niet lekker loopt en er ook nog een zieke op hun zorg is aangewezen.

                Dan kan het bijvoorbeeld gebeuren dat de verhoogde spierspanning die bij acute stress hoort, overgaat in vastzittende schouders en hoofdpijn. Dat kan weer inslaapproblemen veroorzaken. Ook de verhoogde alertheid die bij acute stress hoort, kan mensen wakker houden.

                Als dat slaapgebrek vervolgens leidt tot concentratieproblemen, is de cirkel rond. De stress begint zichzelf in stand te houden. Zeker als ze op zo’n moment een verwijtende toon tegen zichzelf aanslaan: waarom heeft iedereen meer energie dan ik?

                Want ook iemands eigen verwachtingen kunnen een bron van stress zijn, schrijft Van der Feltz. Een geniepige bovendien, want vaak zien mensen zelf helemaal niet hoezeer die hen onder druk zetten. Ze lijken immers zo vanzelfsprekend.

                Natúúrlijk kun je een carrière combineren met een spetterend sociaal leven. Natúúrlijk heb je halverwege de dertig een koophuis. En natúúrlijk verlicht een au pair de werk-zorgcombi.

                Blijkt dat levensgeluk in de praktijk toch minder maakbaar, dan levert dat spanningen op. En klaar is de stress-spaghetti, die bijna onontwarbare knoedel van stressaanjagers en -onderhouders.

                Slechte weerstand
                Zo is stress, en de klachten die ermee gepaard gaan, in veel levens een min of meer chronisch fenomeen geworden. Heel ongezond, want in de meeste gevallen gaat dat gepaard met een voortdurend iets te hoge cortisolspiegel. Dat stresshormoon onderdrukt het immuunsysteem.

                Op zich logisch: een immuunsysteem dat dagelijks op volle toeren draait, put mensen uit. Maar met een verminderde weerstand zijn ze natuurlijk stukken vatbaarder voor verkoudheden, blaasontstekingen en ander ongemak. Op de lange termijn maakt zo’n hoge cortisolspiegel hen zelfs kwetsbaarder voor kanker.

                Ook geeft al die cortisol het lichaam als het ware het seintje: slechte tijden, reserves aanleggen. Vandaar dat mensen door chronische stress flink kunnen aankomen. Vooral rond hun middel, waar dat vet vervolgens een eigen leven gaat leiden (zie ook het kader onderaan).

                Doodmoe wakker
                Bij sommige mensen leidt chronische stress juist tot het tegenovergestelde: hun stress-systeem crasht, met als resultaat een duurzaam verlaagd cortisolniveau. Dat is evenmin fijn, want cortisol is óók het hormoon dat ons ’s ochtends op gang helpt. Deze mensen worden dus al doodmoe wakker.

                Ook voelen ze overal vage pijntjes, doordat het pijndempende effect van cortisol ontbreekt. Tot slot zijn ze vatbaar voor auto-immuunaandoeningen – allergieën, reuma, schildklierklachten – doordat hun immuunsysteem juist níét wordt onderdrukt.

                Hoe kan het in vredesnaam bij zoveel mensen zó gierend uit de hand lopen? Je zou toch denken dat de natuur ons met een ‘chronische-stress-alarm’ heeft uitgerust. Niet dus, zegt Van der Feltz.

                ‘Je hebt gewoon een zekere afstand nodig om te zien dat je leven niet in balans is. En dat hebben mensen in stress-situaties niet. Acute stress beïnvloedt het beoordelingsvermogen; je bent zó gefocust op handelen dat er geen ruimte is voor reflectie. Bij chronische stress weten mensen vaak al niet beter meer dan dat de situatie is zoals die is.’

                Toch kan het helpen om alerter te worden op de signalen die het lichaam geeft. Kom je al dagen thuis met hoofdpijn, ben je vaak misselijk of duizelig, zijn je darmen voortdurend onrustig of word je iedere ochtend verkrampt wakker? Vraag je dan af of stress een rol kan spelen bij die klachten.

                ‘Mensen weten vaak wel wat bij henzelf de “verklikkerklacht” is,’ zegt Van der Feltz. Heb je geen idee hoe spanningen zich bij jou fysiek uiten, bekijk dan het lijstje met klachten door stress hieronder. Wie op tijd terugschakelt bij stress, kan voorkomen dat zijn klachten chronisch worden.

                Aanpakker of vermijder?
                Heb je veel stress? Vraag je dan eens af hoe je doorgaans reageert als de druk oploopt, oftewel: welke coping-stijl je als eerste toepast. Schiet je bijvoorbeeld meteen in de actiestand, ook wel taakgerichte coping genoemd? Dat kan goed uitpakken als je daadwerkelijk iets kunt veranderen aan de situatie.

                In situaties die lastig te veranderen zijn roept al die oplossingsgerichtheid juist frustraties op. Dan werkt een meer emotiegerichte coping beter: leren accepteren, iets meer berusting tonen. Yoga, meditatie en mindfulness kunnen daarbij helpen.

                Heb je van nature al de neiging berustend te reageren, dan is de kans groot dat je stress vooral voortkomt uit het feit dat je niet assertief genoeg bent. Wat meer oplossingsgerichtheid kan je goeddoen.

                Dan is er nog de vermijdende coping. Ook die heeft haar merites: gewoon een week in retraite gaan kan een prima manier zijn om een situatie meer in perspectief te gaan zien.

                Bovendien lossen veel problemen zichzelf op. Maar wie naar drank of drugs grijpt om stress langdurig vol te houden of wie de oplossing altijd van anderen verwacht, kan beter iets anders uitproberen.

                Fysieke klachten bij stress
                Stress kan allerlei lichamelijke klachten veroorzaken. Welke dat zijn, hangt af van de vraag of iemand last heeft van acute stress of al is beland in de fase van chronische stress, schrijft Christina van der Feltz-Cornelis in haar boek Het stressbeeld. Mensen kunnen overigens lang blijven hangen in de acute fase als ze af en toe nog weten te ontspannen.

                Bij acute stress staat het zelfbehoud centraal. Daarvoor wordt het sympathische zenuwstelsel actief, de ‘actietak’ van het autonome zenuwstelsel. Ademhaling en hartslag versnellen, de spieren spannen zich, de zintuigen worden extra scherp.

                Blaas en darmen geven te kennen dat ze geleegd moeten worden en de maag dat eten even niet welkom is; wie moet vechten of vluchten, kan geen overbodige ballast meezeulen.

                In deze fase kunnen mensen doorgaans wel aangeven dat ze zich angstig of boos voelen; fysieke stressverschijnselen herkennen ze vaak niet. Deze kunnen daardoor extra stress veroorzaken.

                ‘Lichamelijke angst-equivalenten’ noemen deskundigen deze verschijnselen. Het gaat om:

                ademnood
                beven
                droge mond
                duizeligheid
                hartkloppingen
                inslaapproblemen
                misselijkheid, diarree
                spierspanning
                pijn op de borst
                transpireren
                veel plassen

                Bij chronische stress worden mensen vaak somber. Logisch: wanneer we te lang in een lastige situatie zitten, worden we moedeloos. Doordat het lichaam al zo ver heen is, kunnen de klachten die bij deze fase horen hardnekkig zijn. Als zogeheten ‘lichamelijke depressie-equivalenten’ kunnen de volgende verschijnselen optreden:

                vermoeidheid
                doorslaapstoornis
                eetlustverandering
                gewichtsverandering
                pijnklachten, zoals gewrichtspijn en rugpijn

                Waarom stress dik maakt
                Bijna de helft van de volwassen Nederlanders is te dik en zo’n 15 procent heeft te veel buikvet. ‘Stress speelt daarbij vaak een belangrijke rol,’ stelt psychiater Christina van der Feltz-Cornelis.

                Een van de mechanismen waardoor stress tot overgewicht kan leiden, is dat op een stresspiek doorgaans een fase van ontspanning volgt waarin de maag weer ‘aan’ gaat en de insulinespiegel stijgt.

                Een logische reactie van het lichaam op die eerdere fase van verhoogde paraatheid, want de uitgeputte cellen moeten snel energie bijtanken. En dus slaan we na het wegebben van spanningen vaak aan het bunkeren.

                Wat ernstiger is: cortisol, het hormoon dat vrijkomt bij langer aanhoudende stress, bevordert de opslag van buikvet. Sinds eind vorige eeuw weten we dat zulk lichaamsvet rond de navel een gevaarlijk ‘orgaan’ op zich vormt.

                Het produceert allerlei boodschapperstofjes die elders in het lichaam van alles in de war sturen. Ze verhogen het cholesterolgehalte in het bloed, ontregelen de bloedsuikerspiegel en produceren ontstekingsfactoren die onder meer kunnen bijdragen aan het ontstaan van aderverkalking, suikerziekte, depressies en alzheimer.

                Buikvet is hardnekkig; voorkomen is dus beter dan genezen. Nog een reden om het stresspeil niet te hoog te laten oplopen.

                Bron: Psychologie Magazine >>

                In reactie op: Alcohol, drugs en verslaving #277090
                Luka
                Moderator

                  Als je rent om te vergeten ligt een sportverslaving op de loer

                  Bewegen is goed. Maar niet als het een manier is om te ontsnappen aan mentale problemen.

                  Er zijn twee manieren om aan hardlopen te doen, stellen Noorse onderzoekers. De eerste draait om een cognitief proces van zelfontplooiing. Je realiseert jezelf, je denkt na over wat belangrijk voor je is, je laat je gedachten gaan over je plannen en verlangens. De tweede manier houdt verband met een tegenovergesteld proces van zogenaamde zelfonderdrukking. Via sporten hou je onaangename gedachten of emoties op afstand. Zo wordt sporten escapisme: je ontsnapt aan een pijnlijke mentale toestand. Je hoeft even niet te denken aan het aanpakken van problemen, of piekeren over pijnlijke episodes uit het verleden. Dat komt doordat langdurige fysieke inspanning leidt tot een afname van hersenactiviteit in de frontale kwab.

                  Goed plan? Toch niet. Uit het Noorse onderzoek blijkt dat de ‘escapisten’ na het hardlopen een dip in hun welzijn ervaren. Daardoor hebben ze de neiging snel opnieuw te gaan sporten, om te vergeten hoe slecht ze zich voelen. Zo ligt een sportverslaving op de loer.

                  Om daar uit te geraken, is er maar één oplossing: identificeren wat je motivatie is om te sporten. Als je beseft dat je moet hardlopen om aan problemen te ontsnappen, dan moet je die problemen aanpakken, eventueel met een therapeut. Sport kun je beter reserveren voor zelfontplooiing. Want vergeten, zelfs met sportschoenen aan, duurt niet lang.

                  Bron: EOS wetenschap >>

                  Luka
                  Moderator
                  Topic starter

                    De danswereld kampt met ‘een breed scala aan misstanden’

                    Grensoverschrijdend gedrag Vier op de tien actieve dansers hadden afgelopen jaar te maken met minstens één vorm van grensoverschrijdend gedrag. 11 procent met de seksuele variant. „In een versnipperd landschap neemt niemand verantwoordelijkheid.”


                    Onderzoeksleiders Marjan Olfers en Anton van Wijk maandag bij de presentatie van hun rapport in Amsterdam.
                    Foto Koen van Weel/ANP

                    „Dansen doe je niet, dat bén je’’, zegt een van de professionele dansers die geïnterviewd is voor het maandag verschenen onderzoeksrapport naar grensoverschrijdend gedrag in de danswereld. Het onderzoek richt zich op alle georganiseerde dansstijlen: van klassiek ballet en stijldansen, tot urban, salsa en musical.

                    Voor dansers is dansen een manier om hun emoties uit te drukken, ontdekte hoogleraar sport en recht Marjan Olfers, die het onderzoek samen met criminoloog Anton van Wijk leidde. „Ze zijn verbaal niet altijd sterk, ze spreken vooral met hun lichaam.” Dansers vormen een kleine en vaak hechte gemeenschap. „De mensen met wie zij dansen voelen als familie. Ze zien elkaar vaak ook nog na werk.” Dat zijn ingrediënten die volgens Olfers jarenlang voor een zwijgcultuur hebben gezorgd, waardoor de omvang van grensoverschrijdend gedrag in die sector pas de laatste jaren zichtbaarder is geworden.

                    En dat gedrag is in de danswereld aan de orde van de dag, blijkt uit het rapport Schaduwdansen, in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), dat eerder al voor een deel uitlekte. Vier op de tien actieve dansers hebben afgelopen jaar te maken gehad met ten minste één vorm van grensoverschrijdend gedrag. Bij 11 procent gaat het om seksueel wangedrag, dat varieert van ongewenste toespelingen en aanrakingen tot verkrachting. De meeste misstanden komen voor bij professionele en semiprofessionele dansers, en plegers van het grensoverschrijdende gedrag zijn vooral docenten en coaches. De dansstijlen waarin het meest grensoverschrijdend gedrag wordt gerapporteerd zijn salsa, bachata en zouk.

                    Ook veel mannen slachtoffer
                    Uit de zelfgerapporteerde ervaringen van dansers uit het bevolkingsonderzoek blijkt dat verbaal grensoverschrijdend gedrag het meest voorkomt (16 procent), gevolgd door mentaal grensoverschrijdend gedrag (12 procent). Fysiek grensoverschrijdend gedrag wordt in 7 procent van de gevallen genoemd. Seksueel grensoverschrijdend gedrag komt in 11 procent van de gevallen voor.

                    Een van de opvallendste bevindingen vindt Olfers het hoge aantal mannen dat aangeeft slachtoffer te zijn van grensoverschrijdend gedrag. „Er gaat vaak veel aandacht naar vrouwelijke slachtoffers, en dat is ook terecht want ze zijn over het algemeen in de meerderheid. Maar in dit onderzoek hebben we gezien dat ook veel mannen last hebben van grensoverschrijdend gedrag.” Volgens een van de vragenlijsten uit het onderzoek heeft 45 procent van de dansende mannen grensoverschrijdend gedrag ervaren tegenover 55 procent van de vrouwen.

                    De onderzoekers stuitten op een breed scala aan misstanden. „Wij hoorden veel schrijnende verhalen, onder meer over ernstig seksueel misbruik, dat soms jaren voortduurde”, staat in het rapport, dat ruim driehonderd pagina’s telt. „Deze verhalen kwamen vooral uit het stijldansen. Uit de balletwereld hoorden wij verhalen over een fysiek en mentaal veeleisende wereld, waardoor de dansers die alles in dienst stellen van de kunst er soms – letterlijk – aan onderdoor gaan.”

                    De onderzoekers zien het ontbreken van een duidelijke structuur als een belangrijke oorzaak van het ontstaan en verborgen blijven van grensoverschrijdende gedrag. „In een versnipperd landschap neemt niemand verantwoordelijkheid”, zegt Olfers, die eerder al een onderzoek naar misstanden in de turnwereld leidde.

                    Sport of kunstvorm?
                    Het danslandschap is zowel versnipperd qua organisatie – er is geen overkoepelend, vertegenwoordigd orgaan – als qua stijlen en cultuur. Er is weliswaar een enorme hoeveelheid aan dansorganisaties, maar die kunnen lang niet allemaal met elkaar door één deur en hebben vaak verschillende standpunten. Het gebrek aan structuur „bemoeilijkt de doorontwikkeling van het dansen”. Soms wordt dansen behandeld als sport, terwijl anderen het als kunstvorm beschouwen. Dansers die grensoverschrijdend gedrag meemaken, voelen zich niet thuis bij bestaande meldpunten, zoals Mores. „Je ziet dat meldpunten de taal van dansers niet spreken”, zegt Olfers. „Ik heb verhalen gehoord van dansers die bang waren dat hun verhaal op straat zou komen te liggen als ze daar melding zouden doen.”

                    Een van de aanbevelingen die de onderzoekers doen, is het stellen van kwaliteitseisen aan dansscholen voordat zij een vergunning krijgen voor bijvoorbeeld een evenement. „Zo’n eis kan bijvoorbeeld zijn dat er een vierogenprincipe moet geleden – dat er altijd een tweede persoon meekijkt. Of een opendeurenbeleid.” Wie moeten die regels dan gaan handhaven? Olfers denkt aan een samenwerking tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. „Het is een langetermijnproject.”

                    Afhankelijk van kleine groep
                    Het is opvallend dat twee derde van de ondervraagde slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag aangeven dat het geen impact op hun leven heeft gehad. Ze geven hun dansperiode een ruime voldoende. Dat cijfer wordt lager naarmate het langer geleden is dat zij deel uitmaakten van de danswereld. „We denken”, zegt Olfers, „dat mensen meer wangedrag accepteren als ze nog deel uitmaken van die wereld. Pas later kunnen ze reflecteren en vertoond gedrag op andere manier zien.” Een kwart van de slachtoffers geeft aan dat zij in therapie zijn gegaan na wat hen overkwam.

                    Dansers zijn voor hun inkomen vaak heel afhankelijk van een beperkte groep mensen op bepalende posities, die vaak ook nog eens conflicterende belangen hebben. Coaches zitten bijvoorbeeld vaak ook in jury’s van danswedstrijden of als choreograaf. „Er is veel competitie en dansers verdienen niet veel geld. Het is zwaar om het hoofd boven water te houden. Ze doen er vaak nog van alles naast, zoals lesgeven.” Dat werkt een zwijgcultuur in de hand, stellen de onderzoekers.

                    Je ziet dat meldpunten de taal van dansers niet spreken
                    – Marjan Olfers hoogleraar sport en recht

                    Marjan Olfers en haar team deden onder meer 167 interviews met dansers en mensen uit hun omgeving, zoals ouders en coaches. 527 dansers, die werden benaderd via onder meer dansscholen en andere dansorganisaties, vulden daarnaast een vragenlijst in over hun recente ervaringen, en nog eens honderden mensen rapporteerden over ervaringen van langer dan een jaar geleden. Via een bevolkingsonderzoek dat werd uitgevoerd zijn nog eens 11.000 mensen benaderd, van wie 742 respondenten die dansen of dansende kinderen hebben diepgaander werden ondervraagd.

                    Het onderzoek kwam anderhalf jaar geleden van de grond, toen danseres Kim Koumans haar verhaal over grensoverschrijdend gedrag en dat van lotgenoten in de media vertelde en meermaals vroeg om meer aandacht voor dit onderwerp. Hoewel veel partijen uit de danswereld welwillend waren, liep het onderzoek flinke vertraging op omdat sommige „belangrijke partijen”, zoals een aantal opleidingen, niet mee wilden werken, zegt Olfers. „Ze waren bang dat het negatief op ze af zou stralen.”

                    Bron: NRC >>

                    In reactie op: Therapieën, behandelingen & traumaverwerking #277085
                    Luka
                    Moderator

                      Iva Bicanic over helen na seksueel trauma: ‘Praten moét niet, maar het moet wél altijd kunnen’

                      Door seksueel trauma kan je de seksuele verbinding met jezelf verliezen, met problemen op het gebied van intimiteit en veiligheid tot gevolg. Maar voor veel vrouwen is het mogelijk deze verbinding te herstellen.

                      Klinisch psycholoog Iva Bicanic van Centrum Seksueel Geweld legt uit aan LINDA.meiden hoe je dat herstel zou kunnen realiseren.

                      SEKSUEEL TRAUMA
                      “De term seksueel trauma verwijst naar een wond of schade die een vrouw heeft opgelopen als gevolg van een situatie waarin iemand misbruik heeft gemaakt van zijn of haar macht om iets seksueels met jou te doen”, vertelt Bicanic. “Dit kan op alle leeftijden plaatsvinden; zowel in de vroege jeugd als in een (jong)volwassen leven.”

                      Het oplopen van seksueel trauma is heel ingrijpend en heeft de nodige gevolgen, stelt Bicanic. “Nachtmerries, herbelevingen en vermijdingsgedrag zijn veelvoorkomende gevolgen. Ook kan het zijn dat je snel schrikt, omdat je je als slachtoffer regelmatig – ook na het misbruik nog – onveilig voelt. Ook kan je concentratieproblemen ondervinden en loopt het zelfbeeld van slachtoffers vaak een flinke deuk op. Negatieve gedachtes over jezelf en de wereld zijn daardoor in deze voor slachtoffers heel gewoon, maar daardoor niet minder vervelend.”

                      “Uit seksueel trauma komen ook vaak intimiteitsproblemen voort. Deze problemen kunnen zich uiten in het vermijden van seksuele handelingen, walgen van seksuele handelingen of het ervaren van extreme spanning voor, tijdens en/of na het verrichten hiervan. Ook kan het zijn dat je al panikeert zodra iemand je – op welke manier dan ook – überhaupt aanraakt.”

                      SEKSUELE VERBINDING
                      “Veel mensen hebben door de gevolgen van seksueel trauma moeite met het vinden en accepteren van hun identiteit. Ze voelen zich beroofd van een groot deel van zichzelf en verliezen als gevolg daarvan ook vaak de verbinding met zichzelf en/of de seksuele verbinding die zij hiervoor met zichzelf hadden. Ook geven slachtoffers zichzelf vaak de schuld van het oplopen van het trauma. En dat terwijl de schuld van een zo’n trauma in geen enkele situatie bij het slachtoffer ligt.”

                      Volgens Bicanic zijn er (gelukkig) verschillende dingen die je kan doen om de seksuele verbinding met jezelf – al is het maar een beetje – te herstellen. “Het is belangrijk veel te lezen over het onderwerp, omdat dit kan bijdragen aan het hebben van compassie voor jezelf. Als je eenmaal compassie voor jezelf hebt en niet alleen denkt, maar ook echt voèlt dat niets hiervan jouw schuld is geweest, is het voor veel slachtoffers al makkelijker om hulp te zoeken. En dat kan bijdragen aan het geloof in het feit dat herstellen van seksueel trauma voor veel vrouwen samen fijner is dan alleen.”

                      COMMUNICEREN
                      Bicanic weet uit ervaring echter hoe moeilijk het voor sommige vrouwen is om open te zijn en erover te praten. “Praten over seksueel trauma móét niet, maar het moet wél altijd kunnen. Ik adviseer slachtoffers van seksueel trauma dan ook altijd om open te zijn op het moment dat zij daar zelf klaar voor zijn. Voor de naasten van het slachtoffer is het belangrijk om geen vragen te stellen die het slachtoffer zichzelf mogelijk ook al heel lang stelt. Op die manier impliceer je voor slachtoffers vaak indirect dat zij op een andere manier had kunnen handelen. Maar dat is nooit het geval. Als het slachtoffer daartoe in staat was geweest, dan had zij dat wel gedaan.”

                      Slachtoffers die overwegen om het gesprek over hun seksuele trauma met hun naasten aan te gaan, adviseert Bicanic het volgende: “Je mag ervan uitgaan dat je naasten van je houden. En mensen die van je houden, die zullen liefdevol reageren. Doen ze dat – hoeveel ze ook van je houden – toch niet, dan is dat vaak omdat naasten van slachtoffers zich niet altijd de juiste houding weten te geven. Dit als gevolg van de heftigheid van de gebeurtenis. Onthoudt in dat geval dat ook dát niet aan jou ligt. Want nogmaals: niets hiervan is jouw schuld. Dat is het nooit geweest – en dat zal het ook nooit zijn.”

                      Bron: Linda meiden >>

                      In reactie op: NPO 2 – Kijk Over Leven ‘Vera Pauw’ #277083
                      Luka
                      Moderator
                      Topic starter

                        ‘Ik kan weer genieten van dingen’

                        Voetbalcoach en voormalig international Vera Pauw

                        In de jaren dat voetbalcoach Vera Pauw bij de KNVB werkte, werd ze verkracht en meerdere malen aangerand. En, wat haar nog het meest steekt: de afgelopen vijf jaar werd haar nalatenschap gewist uit de voetbalgeschiedenis. Op het complex van de KNVB vind je geen standbeeld of zaal die naar haar vernoemd is. “Er is alleen een Vera Pauw-hoekje”.

                        Vera Pauw moest er lang over nadenken of ze haar verhaal nog een keer wilde vertellen. Vorig jaar, in een groot interview met NRC, bracht ze naar buiten wat ze tussen 1985 en 2010 heeft meegemaakt als medewerker van de KNVB: verkrachting, aanranding, uitsluiting, en, in de woorden van Pauw: ‘gepland vernederingsbeleid’. NRC sprak voor het artikel met 25 betrokkenen, waaronder de coach die door Pauw wordt beschuldigd van verkrachting en kwaadsprekerij. De coach ontkent in NRC, en later nogmaals in het AD, dat er van verkrachting sprake was.

                        Waarom Vera Pauw toch besloot om met Coen Verbraak in gesprek te gaan voor Over Leven? Omdat ze duidelijk wil maken hoeveel tegenwerking en ontkenning je meemaakt als je als slachtoffer van seksueel geweld met je verhaal naar buiten komt. Want Pauw is niet alleen misbruikt, maar ook zwartgemaakt. “Er zou niet met mij te werken zijn, ik zou een moeilijk mens zijn. Dat verhaal werd verspreid door mensen die nooit met mij gewerkt hadden. Een paar jaar geleden hadden ze alle artikelen op de website van de KNVB over mij verwijderd.” Alsof ze nooit bondscoach was geweest, nooit de basis had gelegd voor de profcompetitie voor vrouwen, of voor het gemengd spelen. Alsof ze er niet toe deed.

                        Geen plek voor een meisje
                        En dat is pijnlijk, zeker als je bedenkt hoe erg Vera Pauw er als meisje al naar snakte om erbij te horen. Ze voetbalde iedere dag op straat met haar tweelingbroers en de jongens uit de buurt. Maar zich aansluiten bij een voetbalclub, zoals haar broers, dat zat er voor haar niet in. Er was geen plek voor meisjes bij de KNVB. Als haar broers een wedstrijd speelden, rende Vera langs de lijn mee met de bal. Tot het echt niet meer ging en haar ouders dispensatie aanvroegen bij de voetbalbond. Of ze alsjeblieft bij de vrouwen mocht voetballen. Op haar dertiende kwam de brief met het verlossende antwoord: ze mocht doen wat ze het allerliefste wilde. Voetballen, bij een club. Maar Pauw voelt dat de KNVB haar nooit echt heeft geaccepteerd.

                        Toch, ondanks al die tegenwerking en uitsluiting, is het de moeite waard om haar pijnlijke verleden onder ogen te komen. Want Pauw werd er een andere vrouw van.

                        Einde van het zwijgen
                        Jarenlang hield ze haar ‘echte ik’ verborgen achter een deur. “Ik kan die deur zo voor je uittekenen. Groot, bruin, met rode tegels. En onkruid.” Die deur zat potdicht, haar pijn droeg ze in haar eentje. Totdat ze zoveel psychische klachten kreeg en irreële angsten kreeg, dat haar trauma zich fysiek begon te uiten. “Ik kreeg vreselijke astma. Heb alles geprobeerd om er vanaf te komen, maar niets hielp. Uiteindelijk heeft een longspecialist me doorverwezen naar een instituut in Zwolle. Daar zeiden ze: ‘Als we zoveel onderzoeken hebben gedaan en er komt niets uit, betekent dat vaak dat er pijn onder zit.’ Toen brak ik. Dat is het allerbelangrijkste moment geweest.”

                        ‘Ga het aan’
                        Pauw begon te praten over haar trauma. Eerst met de KNVB, die een intern onderzoek instelde. Maar toen dat onderzoek uitkwam, was de teleurstelling bij Pauw groot: machtsmisbruik en seksueel misbruik bleken geen onderdeel uit te maken van het rapport. Dus stapte ze naar de pers. En hoewel de KNVB geen excuses heeft gemaakt voor wat haar is overkomen, heeft het praten over haar trauma en intensieve therapie haar wel veel opgeleverd: “De deur is weg. Mijn man, Bert van Lingen, zei: ‘Je bent er weer.’ Ik kan weer genieten van dingen. Daarom wil ik tegen iedereen zeggen: als je met zo’n verhaal rondloopt, realiseer je wat je gaat tegenkomen, maar ga het toch aan. Het is de moeite waard.”

                        Bron: Human >>

                      10 berichten aan het bekijken - 31 tot 40 (van in totaal 1,685)