Aangemaakte reacties

10 berichten aan het bekijken - 111 tot 120 (van in totaal 1,685)
  • Auteur
    Reacties
  • In reactie op: Boos: This Is The Voice #273986
    Luka
    Moderator
    Topic starter

      TVOH: OVER LINDE DE JONG, RICK BRUG EN JOHN DE MOL | BOOS S08E01

      Lees hier de verklaringen na onze brieven met verzoek om wederhoor:

      Reactie ITV namens Rick Brug en ‘Contactpersoon’: https://bit.ly/ITV-reactie

      Reactie Paul op transcript en de verstuurde opmerkingen terug van BOOS erbij in het rood: https://bit.ly/mails-paulromer-boos

      Reactie Talpa namens John de Mol en Linde de Jong: https://bit.ly/Talpa-reactie

      Luka
      Moderator
      Topic starter

        Boos: John de Mol wist mogelijk van meer meldingen over seksueel wangedrag door Jeroen Rietbergen

        In de top van Talpa waren in 2019 niet één maar vier meldingen bekend van seksueel grensoverschrijdend gedrag van Jeroen Rietbergen, bandleider van The Voice of Holland en in die periode zwager van John de Mol. Dat meldt het YouTube-programma Boos (BNNVara) donderdag.


        De nieuwe YouTube-aflevering van Boos over grensoverschrijdend gedrag bij The Voice Holland. Beeld Elisa Maenhout

        De grote vraag blijft echter of Talpa-oprichter John de Mol (67) ook van deze drie meldingen op de hoogte was. In een eerdere uitzending van Boos, in januari van dit jaar, beweerde hij expliciet dat hij in april 2019 slechts hoorde over één geval van seksueel wangedrag van Rietbergen.

        Die uitspraak leidde tot verwarring bij een toenmalige werknemer, die zou zijn lastiggevallen door Rietbergen en daar destijds melding van maakte bij de vertrouwenspersoon. Zij vroeg zich af waarom De Mol haar melding niet noemde. Na de uitzending besloot ze de vertrouwenspersoon te bellen en het gesprek op te nemen.

        Het bandje deelde ze een half jaar later, in juni, met Boos. Op die tape is te horen dat ook de vertrouwenspersoon verbaasd was. Volgens haar had zij de meldingen van vier vrouwen – inclusief die van de toenmalig werknemer – doorgegeven aan Rick Brug en Linde de Jong, respectievelijk zakelijk en creatief directeur van Talpa. De vertrouwenspersoon zei dat zij op hun beurt John de Mol over die vier meldingen hadden geïnformeerd.

        Rick Brug reageerde niet inhoudelijk in de uitzending. Linde de Jong zegt nu dat ze haar baas maar over één geval heeft verteld.

        Dat leidt volgens Boos tot twee overgebleven scenario’s: óf John de Mol loog tijdens de januari-uitzending van Boos en hoorde wel degelijk van Brug en De Jong over meerdere incidenten waarbij Rietbergen betrokken was. Óf de twee ondergeschikten besloten hem slechts te vertellen over één incident waarbij een kandidaat betrokken was – de andere drie vrouwen waren werknemers. In dit laatste geval zouden Brug en De Jong tegen de vertrouwenspersoon hebben gelogen.

        Nare ervaringen
        De Volkskrant sprak een vrouw die zegt rond 2019 te zijn gebeld door een vertrouwenspersoon van Talpa, die vroeg of zij tijdens haar stage bij The Voice in 2017 last had gehad van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De vertrouwenspersoon wilde daarbij geen namen noemen. De voormalige stagiair zei zich te kunnen voorstellen dat mensen nare ervaringen hadden gehad met Rietbergen – hij zou ook onsmakelijke opmerkingen tegen haar hebben gemaakt. Volgens de vrouw, die anoniem wil blijven, bevestigde de vertrouwenspersoon daarop dat het over Rietbergen ging en dat ze meerdere klachten over hem had gekregen.

        Talpa wilde donderdagavond niet inhoudelijk reageren.

        De Boos-aflevering van begin dit jaar leidde tot veel beroering en won de Zilveren Nipkowschijf. The Voice werd van de televisie gehaald. Vier kopstukken van het programma werden beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Verscheidene vrouwen deden aangifte: tegen Rietbergen vanwege aanranding, tegen jurylid Ali B tweemaal vanwege verkrachting, tegen jurylid Marco Borsato vanwege onzedelijke betastingen en tegen een regisseur vanwege aanranding. Strafrechtelijke onderzoeken zijn gaande.

        Bron: de Volkskrant >>

        Luka
        Moderator
        Topic starter

          Vrouwen uit verschillende landen beschuldigen een ‘shibari healer’ die nu in Nederland is van seksueel misbruik. Tijdens de betaalde sessies zou Bodhi Zapha, zoals hij zichzelf noemt, misbruik hebben gemaakt van hun kwetsbare en afhankelijke positie. Drie van hen, onder wie een Nederlandse, vertellen hier hun verhaal.

          Bij de shibari-sessies, een Japanse vorm van bondage, knoopt Zapha cliënten in touwen en hangt ze horizontaal aan een constructie. Waar dat volgens hem goed voor is en hoe deskundigen daarnaar kijken, staat in dit artikel.

          Hagar Ben Israel deed in 2016 een sessie bij hem in Israël. Ze deed haar verhaal eerder in de krant Haaretz: “Ik had altijd het gevoel dat er iets onopgelost in me was, dat mijn lichaam een gevangenis was. Ik hoopte dat als ik iets extreems als shibari zou doen, ik mezelf helemaal zou kunnen laten gaan en dat het mijn lichaam zou verlaten.”

          Ze vervolgt: “Eerst beloofde hij dat er geen seksualiteit in welke vorm dan ook zou zijn. Toen ik later was vastgebonden, haalde hij het touw op een heel pijnlijke manier over mijn tepel. Daarna deed hij zijn penis diep in mijn mond en duwde hij mijn hoofd tegen zich aan. Het ging zo hard dat ik geen adem meer kreeg. Maar hij stopte niet. Toen ik bijna stikte, zei hij: ‘Uitstekend, dit is je reiniging’. Het moedigde hem aan om agressief door te gaan, zo’n vijf keer. Steeds zei hij: ‘Mijn penis is heilig, dit is mijn tempel, dit is hoe ik mijn cliënten dien’.”

          Bodhi Zapha, wiens echte naam Christopher Bold is (afgekort Chris Bold), wilde niet concreet op vragen van de NOS ingaan. “Het is niet in mijn belang dat er nog een publicatie komt”, zegt hij telefonisch (eerder schreef de Israëlische krant Haaretz over hem). Over Hagar Ben Israel zegt hij dat zij niet zijn cliënt was. Over Kaitlin zegt hij dat zij hem niet heeft beschuldigd van “iets seksueels”. Voor zover bekend, loopt er naar Bold geen strafrechtelijk onderzoek en is hij niet veroordeeld.

          ‘Het deed zo’n pijn, maar hij liet me hangen’
          De Canadese Kaitlin deed vorig jaar een sessie in Portland, Oregon (VS). “Ik ben vaak misbruikt in mijn leven. Bodhi Zapha had gezegd dat als het touw wordt losgelaten, dat kan helpen bij het loslaten van trauma’s.

          Vooraf zei ik dat ik aan mijn vertrouwen wilde werken. Hij vroeg al snel of het goed was als er penetratie zou zijn. Ik zei hem dat ik het niet wilde, dat mijn lichaam van binnen in paniek raakte. Maar als het een diepgaand genezingspunt zou zijn, dan zou ik ‘ja’ zeggen, ik wilde een open mind houden.”

          Ze beschrijft wat er vervolgens gebeurde: “Eerst had hij me heel strak ingebonden en lag ik in een foetushouding. Ik voelde me voor het eerst in mijn leven veilig. Toen zei hij: ‘dit is symbool voor wie je vanbinnen bent, zo gestoord en gewond’. Hij ging op me zitten en deed mijn bh uit.

          We zaten naast het bed. Mijn hele lichaam was gespannen en ik wilde geen seks met hem. Hij vroeg: ‘als je mij niet binnen kan laten, hoe ga je dan iemand anders of de liefde binnenlaten? Mijn innerlijke healer wil jou gewoon genezen en je laat dat haar niet doen’. Toen begon hij te huilen.

          Het laatste deel noem ik het ‘strafgedeelte’. Hij bond me in met mijn handen op mijn rug. Ik zei dat ik niet meer wilde. Toen zei hij dat ik eindelijk mijn grenzen aangaf. Er was nog één onderdeel, in de lucht. Ik wilde nog steeds waar voor mijn geld, ik had 1200 dollar betaald. Hij hing me aan de touwen en ik ging keihard schreeuwen. Het deed zó’n pijn, maar hij liet me hangen. Ik werd woest en zei dat hij me naar beneden moest halen. Hij raakte in paniek en uiteindelijk deed hij dat.”

          “Nog steeds moeite om mannen echt te vertrouwen’
          De Nederlandse ‘Emma’ (werkelijke naam bij de redactie bekend) deed ‘een tijdje geleden’ een sessie bij Bodhi Zapha die zou ontaarden in veel meer. “Het duurde minstens acht uur. Hij vroeg me om hem te pijpen. Na de sessie was ik in een totaal andere staat, heel kwetsbaar en kon ik niet helder denken. Hij nam me mee naar zijn huis en we hadden seks. Het voelde alsof ik helemaal niet meer verbonden was met de realiteit.

          Daarna gingen we elkaar vaker zien. Hij zei direct dat hij mijn grenzen beter kende dan ikzelf. Als ik iets fijn vond, verloor hij zijn interesse en wilde hij dingen doen die ik eigenlijk niet wilde. Het had veel negatieve gevolgen. Lange tijd was ik niet in staat om me open te stellen voor iets subtiel seksueels. Ik heb veel healings gedaan, maar ik heb nog steeds moeite om mannen echt te vertrouwen.”

          Bron: NOS.NL >>

          In reactie op: Zwangerschap en opvoeding na seksueel misbruik #273838
          Luka
          Moderator

            Seks na de bevalling: veel vrouwen pleasen hun man

            Er zijn van die verwachtingen over het moederschap die niet bepaald uitkomen als het eenmaal zo ver is. Soms sta je zelfs compleet versteld van wat er met jou als mens, met je lijf of in je omgeving gebeurt. In deze rubriek lees je wat niemand je vooraf vertelde over moeder zijn, maar wat je graag had willen weten. Dit keer: seksualiteit na de bevalling.

            Seks na de bevalling staat misschien niet bovenaan je prioriteitenlijstje. Slaapgebrek, lichamelijk herstel van de bevalling, een compleet nieuwe rol, angst, een veranderd zelfbeeld: verschillende factoren kunnen van invloed zijn op je libido en je seksleven na de komst van een baby. Een studie uit 2005 laat zien dat 83 procent van de stellen drie maanden na de bevalling seksuele problemen ervaart, en na zes maanden was dat nog altijd 64 procent. “Seksualiteitsproblemen zijn helemaal niet gek na een zwangerschap”, zegt medisch seksuoloog Woet Gianotten van de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS).

            Pijn bij vrijen
            “Voor die problemen zijn zowel lichamelijke als psychische oorzaken te vinden. Eigenlijk kun je die twee niet loskoppelen”, zegt Gianotten, die expert is op het gebied van verloskunde en seksualiteit. “Beide zaken werken op elkaar in, en kunnen voor een vicieuze cirkel zorgen. Heb je bijvoorbeeld door lichamelijke bevallingsschade de eerste keer pijn bij het vrijen, dan kan dat leiden tot angst voor pijn. Daardoor span je de volgende keer je bekkenbodem te veel aan, word je onvoldoende vochtig en ontstaat opnieuw pijn bij penetratie. Zo kun je in een onwenselijk patroon terechtkomen.”

            Borstvoeding en pijn
            Ook het geven van borstvoeding kan tot veranderingen in seksualiteit leiden, weet Gianotten. “Borstvoeding geven heeft natuurlijk veel voordelen voor je kindje en voor je eigen gezondheid, maar de veranderde hormoonspiegel beïnvloedt ook je seksleven. Door het tekort aan oestrogeen blijft het slijmvlies van je vagina vaak heel droog, en door het tekort aan testosteron raak je minder makkelijk opgewonden. Ga je dan toch voor penetratie, dan kan de pijn die erdoor ontstaat tot de eerder genoemde cirkel leiden”, legt hij uit.

            Het advies dat Gianotten veel vrouwen en hun mannen na de bevalling geeft, luidt dan ook: begin niet aan penetratie als je er nog niet écht klaar voor bent. “Veel vrouwen vinden het zielig voor hun man om ze geen seks te geven, en gaan er dan toch in mee terwijl ze er zelf lichamelijk of mentaal nog niet aan toe zijn. Als jij bang bent voor pijn, pijn hebt, je lelijk voelt, geen behoefte voelt: doe het dan nog niet. Je kunt er lange termijn-problemen mee voorkomen.”

            Andere intimiteit
            Samen zoeken naar een andere oplossing, iets dat wel fijn voelt, is een mogelijkheid. “Bespreek waar je tegenaan loopt en kijk hoe je intiem kunt zijn zonder penetratie bijvoorbeeld. Zoenen, vrijen, het met de hand afmaken: jullie kunnen samen wennen aan een andere vorm voor zo lang als dat nodig is”, zegt Gianotten. “Probeer dit al tijdens de zwangerschap eens, daar kun je na de bevalling baat bij hebben. Voel je ook vrij om seksualiteit al tijdens de zwangerschap met je verloskundige te bespreken: deel je twijfels en zorgen gerust.”

            De medisch seksuoloog benadrukt dat het ook zo kan zijn dat je als kersverse moeder juist geen problemen ervaart op seksueel vlak. “Ook dat is niet gek. Waar sommige vrouwen zich wanstaltig voelen over hun veranderde lijf, voelen anderen zich prachtig door hun vollere borsten. De ene vrouw is bang voor lekkende borsten tijdens een orgasme of heeft een partner die dat onsmakelijk vindt, bij het andere stel voegt het juist erotiek toe. In alle gevallen geldt: seksualiteit kan veranderen na de zwangerschap, praat er samen écht over.”

            Bron: Nu.NL >>

            In reactie op: Lichamelijke klachten door seksueel geweld #273837
            Luka
            Moderator

              Duidelijke conclusie helpt patiënt met conversie
              Betere prognose na adequate diagnostiek en uitleg door neuroloog

              Een conversiestoornis hangt – volgens de ­laatste inzichten – lang niet altijd samen met psychische factoren. Een heldere diagnose door de neuroloog en een goede uitleg aan de patiënt over deze aandoening kan een lange weg door de gezondheidszorg voorkomen.

              Een conversiestoornis hangt – volgens de ­laatste inzichten – lang niet altijd samen met psychische factoren. Een heldere diagnose door de neuroloog en een goede uitleg aan de patiënt over deze aandoening kan een lange weg door de gezondheidszorg voorkomen.

              Lange tijd associeerden artsen verlammingsverschijnselen, tremoren, gevoelsstoornissen en op epilepsie lijkende aanvallen in het kader van conversie met een psychische achtergrond, een ingrijpende gebeurtenis of traumatiserende ervaringen. Zo was een conversiestoornis ook gedefinieerd tot en met de DSM-IV. Maar sinds de DSM-5 is de vereiste veronderstelde samenhang met psychische factoren komen te vervallen.1 Uit onderzoek is namelijk gebleken dat van een dergelijke achtergrond lang niet altijd sprake is. In de DSM-5 kan een conversiestoornis (of func­tioneel-neurologisch-symptoomstoornis) gespecificeerd ­worden: met of zonder psychische stressor. Nu is de DSM een classificatiesysteem, maar het laten vallen van de samenhang met psychische factoren heeft gevolgen voor de diagnose. Waar het op neerkomt is dat patiënten met conversie onderscheiden moeten worden van (andere) neurologische aandoeningen, wat bij uitstek tot het vakgebied van de neurologen behoort. In het leerboek neurologie heet conversie nu functionele neuro­logische stoornis.2

              Positieve conclusie
              De huisarts zal de meeste patiënten met vermoedelijke conversieverschijnselen naar de neuroloog verwijzen. Wat daar in de spreekkamer gebeurt, blijkt van zeer groot belang voor de prognose. Is de conclusie: ‘Ik kan op mijn terrein geen afwijkingen vinden, u hebt geen neurologische aandoening, het moet iets ­psychisch zijn of met stress samenhangen’, dan kan dat het begin zijn van een lange weg in de gezondheidszorg met een slechte uitkomst. Patiënten zijn gebaat bij een duidelijke, positieve conclusie van de neuroloog: ‘U hebt een functionele neurologische stoornis, bij dit ziektebeeld gaat er iets mis met de signalen van de hersenen naar delen van het lichaam. Er is geen schade aan de zenuwen.’ Begin liever niet met te zeggen wat de patiënt niet ‘heeft’. Vertel net als bij andere patiënten wat de diagnose is, gevolgd door een korte uitleg. Dat kan met gebruik van metaforen, bijvoorbeeld: de ‘hardware’ is intact, de ‘software’ werkt niet goed.

              Het is van belang aan te sluiten bij wat de patiënt zelf denkt over wat er aan de hand is en te letten op verwijzingen daarnaar, zoals: ‘Ik kreeg een raar gevoel in mijn arm dat leek op wat mijn nichtje ook had en zij heeft MS.’ Dan uitleggen waarom de diagnose wel een functionele stoornis is en niet MS. Pak ook signalen op als de patiënt een verband oppert met psychische stress of ingrijpende gebeurtenissen: die kunnen zeker een rol spelen. Benadruk dat de prognose meestal gunstig is: ‘Het gaat vaak vanzelf snel weer over, of anders met de hulp van een fysiotherapeut en soms met de hulp van een psycholoog.’ Aansluitend het adres van een goede website meegeven, waarderen patiënten zeer (stichtingfns.nl en voor op epilepsie lijkende aanvallen de brochure PNEA op sein.nl).

              Een adequate inzet van de neuroloog is cruciaal bij de aanpak van conversie

              Diagnose
              Dit is de aanpak volgens de hedendaagse neurologische inzichten: de neuroloog stelt de diagnose functionele neurologische stoornis of conversie aan de hand van positieve criteria die de diagnose ondersteunen, zoals toename van kracht bij aanspannen van een contralaterale niet-aangedane antagonist, niet kunnen lopen, wel kunnen zwemmen, niet op commando kunnen bewegen, wel een spontane beweging kunnen uitvoeren, vermindering van de tremor bij nadoen tremor aan contralaterale niet-aangedane zijde en verdeling van sensorische stoornis die past bij een functionele stoornis. In sommige gevallen zal aanvullend onderzoek nodig zijn zoals hersenscan of eeg.3

              Ook de Zorgstandaard Conversiestoornis voor de ggz benadrukt het belang van een snelle diagnose door de neuroloog op basis van positieve aanwijzingen voor dit ziektebeeld.4 Op de website van de stichting Functionele Neurologische Stoornis (FNS) staat een informatiefilmpje over deze diagnostiek.5

              Helaas hebben nog niet alle neurologen dit in de vingers, of ze houden conversiepatiënten liever af en sturen patiënten zonder diagnose terug naar de huisarts, of ze suggereren een psychiater of psycholoog. Dit zal bij de patiënt veelal leiden tot onbegrip of zich in de steek gelaten voelen, persisteren van de klachten, veel lijden en secundaire psychische klachten en psychosociale problemen. Áls een verwijzing naar een psycholoog of psychiater al tot stand komt, zal de diagnose conversiestoornis op een gegeven moment wel aan de orde komen, maar het momentum voor een adequate aanpak met een gunstige uitkomst is gemist. Onderzoek laat consequent zien dat een lange duur tussen het begin van de klachten en het stellen van de diagnose functionele neurologische stoornis geassocieerd is met een slechte prognose.6 Dit betekent dat een adequate inzet van de neuroloog cruciaal is bij de aanpak van conversie.

              Uitleg alleen kan al voldoende zijn. Als dat niet het geval is, is verwijzing door de neuroloog of de huisarts naar een fysiotherapeut zinvol, of als dat meer passend lijkt en de patiënt dat ook wil een psycholoog. Een psychiater komt vooral in aanmerking bij (veronderstelde) comorbiditeit (depressie, angststoornis, PTSS, persoonlijkheidsproblematiek).

              Huisartsen
              Het is uiteraard van belang dat ook huisartsen op de hoogte zijn van een adequate diagnostiek en de behandelmogelijkheden van een functionele neurologische stoornis en dat zij de diagnose kunnen toelichten met metaforen: bijvoorbeeld de piano is ontstemd, maar de toetsen en snaren zijn intact. De informatie over conversiestoornis op thuisarts.nl is adequaat, alleen de zinsnede dat het een psychische aandoening is, is verouderd. Gebruik ­daarom liever stichtingfns.nl voor de uitleg aan patiënten. Een anamnese volgens het Scegs-model, waarbij gevraagd wordt naar somatische, cognitieve, emotionele, gedragsmatige en sociale aspecten van de klachten, kan helpen als de klachten niet snel ­verdwijnen.

              Op stichtingfns.nl zijn fysio- en oefentherapeuten te vinden die opgeleid zijn om patiënten met een functionele neurologische stoornis te behandelen. Dit is van belang omdat lang niet alle fysiotherapeuten bij deze aandoening iets te bieden hebben.

              Voor patiënten die een psychologische of psychiatrische behandeling nodig hebben, is eveneens een probleem dat lang niet alle psychologen en psychiaters ervaring hebben met deze problematiek. Dat kan leiden tot een grote vertraging bij het op gang komen van hulp, door wachtlijsten en door het van het kastje naar de muur gestuurd worden. Een verwijzing naar een SOLK-poli (voor patiënten met somatisch onvoldoende verklaarde ­lichamelijke klachten) of een ziekenhuispsycholoog of -psychiater zal vaak het beste aansluiten. Instellingen die hulp bieden voor patiënten met conversiestoornis zijn te vinden op nolk.info.

              Er zijn diverse behandelmogelijkheden: cognitieve gedrags­therapie, hypnotherapie, EMDR (eye movement desensitization ­reprocessing), psycho­dynamische psychotherapie, schematherapie of psychomotorische therapie.4 Ook zijn er goede ervaringen met virtual reality. Het betrekken van de naasten bij de behandeling is aan te bevelen, bij kinderen en jeugdigen komt gezinstherapie in aanmerking. Bij hardnekkige, complexe of sterk invaliderende problematiek kan een multi­disciplinaire aanpak geïndiceerd zijn, zo nodig in een klinische setting.

              Regionale netwerken
              Het zou goed zijn als er regionale netwerken gerealiseerd worden, vergelijk­baar met die voor parkinsonpatiënten of hoofdpijnpatiënten, waarin neurologen, fysiotherapeuten, revalidatieartsen, psychologen en psychiaters samenwerken. En waarbij ook ervaringsdeskundigen betrokken zijn, omdat zij met hun inbreng vanuit het patiëntperspectief van grote meerwaarde zijn voor professionals en patiënten. Bij kinderen is uiteraard samenwerking met kinderarts en kinderpsycholoog van belang.

              Tot slot de gebruikte terminologie. Conversie betekent omzetting en dit past bij de verouderde kijk waarbij het altijd gaat om de uiting van iets psychisch in lichamelijke verschijnselen. Het lijkt dan ook beter de term functionele neurologische stoornis of kortweg FNS te gebruiken. De DSM-5-term functioneel-neurologisch-symptoomstoornis kan ook, maar lijkt minder handig.

              Onze belangrijkste boodschap: bij het vermoeden van conversie of FNS is een goed begin bij de neuroloog met een op positieve aanwijzingen gebaseerde diagnose, die aan de patiënt wordt verteld en uitgelegd, het halve werk. En ga niet bij voorbaat uit van een psychische achtergrond van de klachten!

              Bron: Medisch Contact >>

              In reactie op: Seksueel misbruikt door een vrouw #273835
              Luka
              Moderator

                SHARON (25) WERD MISBRUIKT DOOR ZUS: ‘ZE ZOENDE ME ALS WE VADER EN MOEDERTJE SPEELDEN

                Op de zolder: daar werd Sharon* (25) rond haar zevende levensjaar meerdere maanden achter elkaar misbruikt door haar zus, toen tien jaar oud. Misbruik waar ze nog steeds de gevolgen van voelt.

                Anoniem deelt ze haar verhaal.

                NIET DOORVERTELLEN
                “Ik wist dat wat er gebeurde niet oké was, omdat mijn zus me altijd op het hart drukte dat ik het aan niemand mocht vertellen. Het was de manier waarop ze het zei waardoor ik jarenlang heb gezwegen.”

                ZOENEN
                Er is volgens Sharon nooit sprake geweest van daadwerkelijke seksuele handelingen in of rondom haar geslachtsdelen. “Maar ze had in die bewuste zomervakantie een soort rollenspel bedacht waarbij ze vrijwel dagelijks wilde zoenen met me. We speelden dan bijvoorbeeld vadertje en moedertje waarbij ze me uitdaagde te kijken wie het zoenen het langs zou volhouden.”

                Ook wil Sharons zus dat haar zusje haar aanraakt op een manier waarbij Sharon zich totaal niet fijn voelt. “Ze zei dat het bij het spelletje hoorde. Maar ik dacht op die momenten vooral aan de mensen om me heen. Ik geloofde toen nog in Sinterklaas en vroeg me bijvoorbeeld af wat hij hiervan zou vinden. Het voelde echt niet goed.”

                GESTOPT
                Wanneer het uiteindelijk is gestopt weet Sharon niet zo goed. “Het is lastig om me exact te herinneren hoe het verloop van tijd was in mijn kindertijd. In mijn vage herinnering is het ooit wel op school ter sprake gekomen, waarna het wel echt stopte. Maar ik weet niet precies hoe lang dat na de start van het misbruik was. Ik denk een paar maanden, maar misschien wel langer. In ieder geval lang genoeg om daar behoorlijk last van te hebben.”

                De ouders van Sharon hebben voorzover zij weet nooit iets gemerkt. “Mijn ouders waren toen uit elkaar aan het gaan, dus de sfeer thuis was niet veilig genoeg om daarover te praten. En dat gevoel heb ik nog steeds niet. Zij waren op dat moment vooral met zichzelf bezig, dus ik heb niet het idee dat ze ook maar iets opmerkten. Daarnaast vond het altijd plaats op zolder, waar niemand het kon zien.”

                HULP
                In de jaren na het stoppen van het misbruik stopt Sharon haar gevoelens weg, maar merkt ze wel dat er iets aan haar knaagt. “Bijna twaalf jaar later heb ik pas hulp gezocht, omdat ik er toen achterkwam waar mijn depressieve gevoelens vandaan kwamen. Daarvoor was ik in de veronderstelling dat het te maken had met de scheiding van mijn ouders.”

                CONTACT MET ZUS
                Door middel van EMDR leert Sharon uiteindelijk met haar gevoelens om te gaan. “Met mijn zus heb ik het er nooit meer over gehad. Er is veel gebeurd in de jaren erna, waarin zij verslaafd raakte aan alcohol en drugs. Ik spreek haar niet meer, maar zie haar af en toe bij onze moeder thuis. Ik heb totaal geen behoefte aan haar in mijn leven.”

                Verder zijn er maar een paar mensen die ervan afweten. “Er zijn een paar vriendinnen die het weten en ook mijn exen heb ik het verteld. Ik merk in de slaapkamer dat ik af en toe dichtklap. Maar dit is niet iets waarover ik van plan ben me meer open te stellen. Er zijn maar een paar mensen met wie ik het erover wil hebben en dat is voldoende.”

                *De naam van Sharon is gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

                Bron: Linda >>

                In reactie op: Therapieën, behandelingen & traumaverwerking #273834
                Luka
                Moderator

                  Wetenschap toont aan: hulphonden helpen mensen met PTSS, nu de vergoeding nog


                  Veteraan Ronald Stevens met zijn hulphond Preston. Beeld © Ronald Stevens

                  Mensen met een posttraumatische stressstoornis hebben baat bij een hulphond. Dat is nu voor het eerst ook wetenschappelijk onderbouwd. Stichting Hulphond en KNGF Geleidehonden hopen dat dit het laatste zetje is voor verzekeraars om de dure honden te vergoeden. De politie heeft al besloten dit te gaan doen.

                  “Wij betalen de opleiding voor deze buddyhonden nu uit eigen zak”, zegt Eric Brouwer, algemeen directeur bij Hulphond Nederland. “We zijn totaal afhankelijk van donaties en kunnen daardoor maar een beperkt aantal mensen helpen.” Wekelijks krijgt de stichting aanvragen van mensen die in aanmerking komen voor een hond, maar ze kan er slechts 15 per jaar opleiden. KNGF Geleidehonden kampt met dezelfde problemen.

                  43.000 euro
                  Zo’n hond is niet goedkoop, door de intensieve training en begeleiding die erbij komen kijken. De kosten zijn 43.000 euro, gerekend van geboorte van de hond totdat deze 10 jaar is, dan gaan hulphonden met pensioen.

                  Zorgverzekeraars vergoeden dit voor mensen met PTSS nog niet, omdat dit type hulphond relatief ‘nieuw’ is. “Blindengeleidehonden bestaan al 85 jaar en daar snapt iedereen het nut van”, zegt Brouwer. “De buddyhond voor mensen met PTSS is er pas sinds een jaar of 12.” Eerst moet er meer bewijs komen voor het nut van de honden, is het idee.

                  Dat wetenschappelijke bewijs ligt er nu. Samen met de Politieacademie deed de Radboud Universiteit onderzoek naar de meerwaarde van een zogeheten buddyhond bij mensen met PTSS. “Door een buddyhond normaliseert het leven van iemand met PTSS aanmerkelijk”, vertelt een van de onderzoekers Annika Smit.

                  In het onderzoek werden drie groepen met elkaar vergeleken: mensen met PTSS en een buddyhond, mensen met PTSS en een gezinshond (een normale hond) en mensen zonder PTSS en een gezinshond. Tijdens testen registreerden de onderzoekers bij iedereen de hersenactiviteit. De hersenwaarden van iemand met PTSS schoven meer op naar de waarden van mensen zonder PTSS als zij een hulphond bij zich hadden. Een gezinshond gaf niet hetzelfde effect.

                  Helpen bij nachtmerries
                  “Een buddyhond wekt iemand bijvoorbeeld bij nachtmerries”, vertelt Smit. “Daarnaast kan de buddyhond letterlijk contact blokkeren in situaties waar de spanning oploopt. Gewoon, door tussen de baas en de gesprekspartner te gaan staan.”

                  Ook de universiteit Utrecht kwam afgelopen week met wetenschappelijke resultaten over dit thema. Wetenschappers onderzochten onder andere de stresslevels bij veteranen op basis van het stresshormoon cortisol. “Resultaten tonen aan dat veteranen dankzij hun hulphond beter kunnen omgaan met hun PTSS symptomen”, schrijft de Universiteit.

                  “De fysiologische kenmerken van PTSS (zoals het stresshormoon cortisol) veranderden niet. Toch voelden de veteranen zich significant beter. Ze hadden minder nachtmerries, sliepen beter en hadden minder klinische symptomen.”

                  Ronald Stevens was één van de veteranen die aan het onderzoek meewerkte. Sinds twee jaar heeft hij hulphond Preston. Hij hoefde de onderzoeksresultaten niet af te wachten om te weten dat Preston een positief effect heeft op zijn leven. “Ik ben door mijn hond weer de vader die ik voor mijn kinderen wil zijn”, zegt hij.

                  In 2007 deed Ronald zijn laatste missie voor Defensie in Afghanistan. Door de traumatische dingen die hij er meemaakte en collega’s die hij verloor liep hij PTSS op. “Alles was gevaar en ik had veel last van slapeloosheid, een kort lontje, herbelevingen”, zegt hij.

                  Ander mens
                  Door Preston is hij ‘totaal veranderd in positieve zin’. “Mensen merken het ook aan me. Ik heb echt zulke grote sprongen gemaakt de afgelopen twee jaar. Ik durf nu weer over het strand te lopen en door het bos, op pad met de kinderen. Dat durfde ik allemaal niet omdat ik bang was om in een herbeleving te schieten.”

                  Als Ronald nu slecht in zijn vel zit, voelt de hond dat aan en komt hij troosten of trekt hij Ronald uit zijn ‘super focus’ zoals hij het zelf noemt. Een voorbeeld: “Als ik op straat loop en ik zie een oneffen wegdek, dan schiet ik meteen in een focus, om te kijken of er dreiging is in de grond zoals bermbommen, totaal irrelevant natuurlijk in Nederland. Preston voelt het aan wanneer ik in zo’n focus schiet en dan leidt hij me af. Dan trekt ‘ie even aan de riem, of trekt hij op een andere manier de aandacht, waardoor hij me letterlijk uit die focus trekt.”

                  ‘Dochter kan weer kind zijn’
                  Ook de rest van het gezin wordt ontzorgd door de hond. “Mijn dochter van 9 ging altijd bij me zitten als ik te veel in mijn hoofd zat. Die voelde dan aan dat het slecht met me ging en wilde dan helpen. Nu doet Preston dat en kan zij gewoon weer mijn dochter zijn en ik weer papa voor haar.”

                  Ronald zet zich ook in voor Stichting Hulphond om donateurs te werven. Hij hoopt dat er snel verandering komt in de vergoeding van de hulphonden, zodat meer mensen er gebruik van kunnen maken.

                  Voor wie dat al op korte termijn verandert, zijn mensen die bij de politie werken of gewerkt hebben. Het onderzoek van de Politieacademie en de Radboud Universiteit was namelijk een proef, die nu wordt omgezet in nieuw beleid. Dat houdt in dat de buddyhond vanaf nu een officieel hulpmiddel is voor getraumatiseerde (oud-)werknemers en ook vergoed wordt.

                  KNGF Geleidehonden leverde tijdens het onderzoek als enige honden aan de politie, ‘maar we gaan uitbreiden met andere partijen’, laat onderzoeksleider Bas Smets namens de politie weten.

                  Zorgverzekeraars
                  Voor de overige partijen aan wie KNGF Geleidehonden levert, is voorlopig dus nog geen vergoeding. Hetzelfde geldt voor Stichting Hulphond. Zorgverzekeraars Nederland wil op dit moment ook nog niet zeggen of er veranderingen in de vergoedingen vanuit zorgverzekeraars gaan komen.

                  “We willen de uitkomsten bespreken met het Zorginstituut Nederland, dat de aanspraak op vergoedingen uit de Zorgverzekeringswet bepaalt”, laat een woordvoerder aan RTL Nieuws weten.

                  Bron: RTL Nieuws >>

                  In reactie op: Overige websites #273830
                  Luka
                  Moderator

                    Hoe pesten je leven totaal overhoop gooit: 4 ervaringsverhalen

                    ‘Hey dikzak, wat kijk je nou?’ Op de middelbare school werd ik jarenlang gepest, met als gevolg dat mijn hele leven op zijn kop ging. Ik vertel mijn verhaal en ga in gesprek met anderen die al vroeg in hun leven werden beschadigd door pesten.

                    Het begon eigenlijk al op dag 1 van de middelbare school. We zaten in de klas. Een nieuwe klas. Op de basisschool zit je jarenlang in de klas met ongeveer dezelfde mensen. Dat kan goed en slecht uitpakken, maar in mijn geval had ik er nooit problemen mee.

                    Ik was een kind met twee kanten: druk en vrolijk, maar ook timide en één van de braafste jongetjes van de klas. Wel was ik regelmatig ‘ziek’, omdat ik geen zin had om naar school te gaan. Of niet durfde. Of het niet zag zitten. Ik weet het niet, maar mijn mentale systeem faalde toen al volgens mij. Toch ging het allemaal vrij goed en school ging me prima af. Ik stroomde door naar de havo/vwo.

                    De middelbare maakt je of breekt je
                    De middelbare school verandert je voorgoed: het maakt je of het breekt je. Ik behoor tot de tweede categorie. Ik zat onzeker te zijn in die nieuwe klas op de eerste dag van de middelbare school. Mij werd gevraagd om mezelf voor te stellen. Dat deed ik netjes. Twee jongens keken naar me, fluisterden elkaar iets toe en lachten me uit. Het eerste stukje werd uit mijn hart gehakt.

                    Wat volgde was twee jaar van bijna dagelijkse pesterijen, vooral om mijn overgewicht. Ik was een makkelijke prooi, omdat de onzekerheid met de dag groeide en mijn zelfvertrouwen steeds verder naar de bodem zakte. Ik deed niks terug als ze iets zeiden, me uitlachten, me buitensloten. Ik trok me verder en verder terug, tot er niks van me over was.

                    Ik heb er over geprobeerd te praten. Dat moest wel, want veel van de pesterijen waren helemaal niet zo zichtbaar. Ik denk dat als ik met sommige van mijn klasgenoten van toen zou praten, ze zouden schrikken omdat ze nooit iets door hebben gehad. Het waren opmerkingen of gedragingen die soms amper opvielen, maar die me langzaam deden afbrokkelen. Toch was het meest pijnlijke dat degenen die er iets aan konden doen niks deden.

                    Pesten? Eigen schuld volgens mijn mentor
                    Eén van mijn pijnlijkste herinneringen is dat ik met een mentor ging praten over dat ik werd gepest. Ik weet nog dat ik op een vriend stond te wachten bij de snoepautomaat in de aula. Ik stond daar gewoon, maar omdat ik dik was werden daar pijnlijke opmerkingen over gemaakt. Een paar dagen later vertelde ik het mijn mentor. Ik vertelde over dat incident, maar ook wat andere dingen die er gebeurd waren. Zijn reactie: ‘Wat doe jij dan ook bij de snoepautomaat?’

                    Sindsdien heb ik er nooit meer met leraren over gepraat. Ook niet toen mijn cijfers dramatisch bleven dalen. Ik ben niet dom, ik kon het niveau heus wel aan, maar ik zat in de put, deed niks meer aan school en gaf op. Ik stroomde in de derde af naar het vmbo en haalde mijn diploma uiteindelijk makkelijk.

                    Gepest worden bracht me een jarenlange depressie, eenzaamheid, een eetstoornis en een sociale angststoornis. Daarover kun je elders op deze site alles lezen. Maar ook praktisch heeft het heel mijn leven op zijn kop gezet. Ik kon door mijn angststoornis mijn mbo-opleidingen niet afmaken en ging al vroeg werken, de leerplichtambtenaar tot mijn achttiende ontwijkend.

                    Omweg
                    Op het moment van schrijven studeer ik aan de Pabo. Daar kwam ik met een hele omweg. Niet alleen moest ik door mijn vmbo-diploma, zonder het pesten had ik de havo zeker gehaald, vijf toelatingstoetsen doen, ook heb ik vaak het gevoel dat ik tussen mijn zes of zeven jaar jongere klasgenoten achterloop in mijn leven. Gelukkig kan ik het steeds meer accepteren. Toch vraag ik me regelmatig af waar ik zou zijn zonder gepest te worden. Ik mag inmiddels wel zeggen dat de middelbare school me niet voorgoed gebroken heeft. Wat wel altijd blijft zijn de littekens.

                    Ik ben lang niet de enige die te maken heeft of heeft gehad met pesten en wiens leven totaal op zijn kop is gezet door één of meerdere mensen die hen het leven zuur probeerden te maken. Dat blijkt ook uit de verhalen van drie mensen die ik sprak over hun pestverleden.

                    Zelfmoordpogingen na jarenlang pesten
                    Eén van hen is de 39-jarige Ilone. Ze werd vanaf het begin van de basisschool tot in haar volwassen leven gepest. ‘Ik viel buiten de groep en was anders dan de rest. Ik was een stijve hark en werd als laatste gekozen met gym. Ook was ik heel erg serieus en hield niet van dollen in de klas in tegenstelling tot de rest van mijn klasgenoten.’ Het leidde zelfs tot enkele zelfmoordpogingen bij Ilone. ‘Het pesten heeft op de lange termijn een depressie veroorzaakt die er voor zorgde dat ik tot in 2020 aan het worstelen ben geweest.’

                    ‘Ook had het als gevolg dat ik mensen niet meer vertrouwde. Ik wist ook niet meer hoe ik moest voelen. Ik kon heel rationeel praten over de meest zware onderwerpen, zonder dat ik mijn gevoel liet spreken’, aldus Ilone. ‘Ik ben ook anders in het leven gaan staan. Het is veel minder onbevangen dan voorheen.

                    Ook bij de 18-jarige Nora begonnen de pesterijen al op de kleuterschool. ‘Het was eigenlijk al direct duidelijk dat ik er niet bij hoorde. Ik was wat dikker, ik ben autistisch en dus ‘anders’ en ben van nature best onzeker. Dan ben je al snel het pispaaltje.’ Het brengt bij Nora veel pijnlijke herinneringen naar boven. ‘Iets wat me veel pijn heeft gedaan is dat iemand naar me toe kwam en een briefje gaf met wat ze allemaal van me vond. Er stond in dat ik raar, te druk en lelijk ben.’

                    ‘Ik vertrouw niemand meer’
                    Acht jaar lang werd Nora buitengesloten en gepest. ‘Daardoor heeft mijn zelfzekerheid een enorme klap gekregen, en ik had al niet zo veel. Mede door het pesten ben ik depressief geworden. Nu heb ik nog steeds last van nachtmerries en ben ik bang in grote groepen. Ik heb altijd die angst dat mensen me niet leuk vinden of weer gaan pesten. Ik vind het ook heel moeilijk om mensen te vertrouwen.’ Nora volgt momenteel therapie om er weer bovenop te komen.

                    Net als voor Ilone en Nora begon het voor Nikki als kleuter. ‘Ik had een bril en een beetje overgewicht. Ook was ik anders dan de anderen. Sommigen noemen het ‘een oude ziel’.’ Het pesten was bij Nikki echter niet altijd zo duidelijk zichtbaar. ‘Tijdens de vertelmomenten op de basisschool moest ik altijd horen dat er een verjaardagsfeestje was geweest waar ik niet voor was uitgenodigd. Dat deed pijn. Mijn pesters waren ook heel stiekem en vielen me lastig als de juf niet keek. Als ik dan riep dat ze me met rust moesten laten, kreeg ik straf voor het verstoren van de orde.’ Het pesten ging door tot Nikki 16 was.

                    Door het pesten, en de angst ervoor, had Nikki nooit veel vrienden. En als ze dan vriendschappen had, werd er vaak misbruik gemaakt van haar goedheid. ‘Ik heb hierdoor een muur opgetrokken en liet niemand meer binnen, wat uiteindelijk mede tot een burn-out en depressie heeft geleid. Omdat ik heb geleerd dat mensen altijd bijbedoelingen hebben, vertrouw ik tot op de dag van vandaag niemand meer. Als iemand aardig doet, is mijn eerste reactie achterdocht. Dat is jammer, want het bezoedeld vaak de goede bedoeling van de ander.’

                    Praten over pesten
                    Wat voor mij een grote struggle was, was dat ik nauwelijks over het pesten kon praten. Thuis wel een beetje, maar op school niet. Heel herkenbaar voor Ilone, die ook weinig steun kreeg. ‘Ik heb er met mijn ouders en al mijn mentoren op het voortgezet onderwijs over gesproken. Helaas nam alleen mijn mentor van VWO 3 alles serieus. Wel had ik een hele fijne leerlingbegeleider en een maatschappelijk werker met wie ik kon praten.’

                    Nora kon gelukkig wel met haar ouders praten na enkele jaren pesten. ‘Zij bevestigden dat ik me echt niet aanstelde. Dat ik het er met hen over kon helpen hielp me wel. Ik denk dat ik er eigenlijk altijd over had moeten praten, maar dat is achteraf praten.’ Nikki had een juf die ze in vertrouwen nam en later kwam er een opvoedkundige die heel veel voor haar betekende. ‘Zij ging met mij aan de slag met mijn eigenwaarde en daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor. Ze had een speciaal fotolijstje voor me gemaakt en dat staat nu nog steeds naast mijn bed, als herinnering en opkikkertje.’

                    Daarom ook de oproep van de geïnterviewden aan scholen en andere opvoeders om op te letten en met kinderen in gesprek te gaan. ‘Houd je ogen open en wees een luisterend oor. Zeg niet ‘het ligt aan jezelf’. Dat werkt averechts’, roept Ilone op. Nikki stelt dat pestgedrag thuis begint. ‘Ga grondig na waarom iemand pest, want een pester aanpakken zonder dat er thuis iets verandert doet niks.’

                    Wortelrot
                    Ik sluit me aan bij Nikki als ze zegt dat er niks mis is met jou als je wordt gepest. Of je nou een jongere of een volwassene bent die gepest wordt. ‘Je bent uniek op je eigen manier en er zullen altijd mensen zijn die jouw waarde zullen zien. Zoek hulp, ga met iemand praten’, aldus Nikki.

                    Pesten maakt meer kapot dan je lief is. Het begint meestal op de plek waar jonge mensen worden gevormd voor de maatschappij. Een maatschappij waarin mentale problemen groter zijn dan ooit en waarin vertrouwen, liefde en verdraagzaamheid soms ver te zoeken zijn. De wachtlijsten van de GGZ worden nog steeds langer. We proberen uit alle macht deze zieke boom weer op te lappen. Maar is dat niet dweilen met de kraan open als de wortels door rot worden aangevreten en onherstelbaar beschadigd zijn?

                    Bron: Commen >>

                    In reactie op: Therapieën, behandelingen & traumaverwerking #273828
                    Luka
                    Moderator

                       

                      Omgaan met pijn en lijden: vermijding, controle of acceptatie?

                      Het leven is niet altijd gemakkelijk en fijn, dat geldt voor ieder mens. De manier waarop we reageren op deze psychische pijn, bepaalt hoeveel we lijden en hoeveel impact deze situaties hebben op ons leven. In dit artikel bespreek ik de manieren om met pijn en lijden om te gaan die ons niet echt helpen, namelijk vermijding en controle. Daarna leg ik ook uit hoe accepteren dat pijn bij het leven hoort, kan helpen om minder te strijden tegen pijn en lijden.

                      Iedereen maakt vervelende en moeilijke situaties mee in zijn of haar leven. Bijvoorbeeld een ziekte, ongeluk, sterfgeval, ontslag of scheiding. Het is een onvermijdelijk onderdeel van je leven. We hebben het soms moeilijk, omdat het leven soms moeilijk is. Dit noemen we ook wel onze (psychische) pijn.

                      Hoe we met deze dingen omgaan, bepaalt voor een groot deel hoeveel last we ervan hebben. De pijn van het leven kan zorgen voor lijden en heeft dan nog meer impact op je leven.

                      Verschil tussen pijn en lijden
                      Pijn wordt niet meer of minder door bepaalde gedachten of emoties, maar je kunt de pijn wel erger beleven. Je kunt dit vergelijken met slecht weer. Als je vrolijk bent is het nog steeds slecht weer, maar dan heb je er minder last van dan wanneer je al chagrijnig was.

                      Zo gaat dat ook met pijn. Negatieve gedachten en gevoelens kunnen ervoor zorgen dat je meer lijdt onder nare omstandigheden. Andersom geldt het ook. Als je je hier bewust van bent, kun je proberen dit bij te sturen. De pijn vermindert niet, maar de manier waarop je ermee omgaat wel. Dat vermindert dan de pijn niet, maar het lijden wel.

                      Hoe maak je het onderscheid tussen pijn en lijden? Kijk of er een directe oorzaak is voor je angst, somberheid, spanning of verdriet. Speelt er iets in je leven? Dit is pijn. Denk na over de strategieën die je gebruikt om met je pijn om te gaan. Hoe probeer je je pijn te bestrijden of te vermijden? Dat is lijden.

                      Omgaan met pijn en lijden
                      Het is logisch dat we geen angst, somberheid of verdriet willen voelen en dat we alles proberen om dit te voorkomen of verminderen. Alleen… werken deze copingstrategieën wel? Ik ga het met je hebben over ‘vermijding’ en ‘controle’.

                      1. Vermijding
                      Als we iets vervelends meemaken, dan hebben we van nature de neiging om die situatie in de toekomst te vermijden. We willen controle over gevoelens, gedachten en gebeurtenissen en denken dat vermijden daarbij helpt.

                      Zelf heb ik de neiging om afspraken of feestjes af te zeggen vanwege mijn angst om afgewezen of afgekeurd te worden. Ook zoek ik afleiding op bijvoorbeeld mijn telefoon als ik mijn somberheid of verdriet niet wil voelen.

                      Belangrijk! Iedereen vermijdt, dat is natuurlijk en normaal. Veroordeel jezelf dus niet. Maar, helpt het je ook op de langere termijn? Waarschijnlijk weet je het antwoord wel. Vermijding heeft vaak negatieve consequenties: sociale isolatie, geen leuke dingen meer doen, carrièreambities laten liggen of het gevoel niet vrij te zijn omdat de angst bepaalt wat je wel of niet doet.

                      2. Controle
                      Het gevoel dat je geen controle hebt is doodeng. Daarom willen we dolgraag onze gedachten en het gedrag van jezelf en anderen controleren. We hebben het idee dat we onze negatieve gedachten moeten bestrijden met positievere, meer realistische gedachten. Dat is ook de kern van bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie.

                      Maar in de praktijk blijkt het heel lastig zijn om van de moeilijke gedachten af te komen. Waarschijnlijk komt het doordat opletten en reageren op gevaar en angst ons vroeger hielp overleven. Het is dus evolutionair bepaald dat ons brein 70 procent van de tijd negatief is.

                      Het gedrag van onszelf en anderen proberen we te beïnvloeden door leefregels. Het zijn vaak leefregels die we oprecht belangrijk vinden. Maar de strengheid voor het naleven ervan zorgt voor problemen. Strenge leefregels zijn herkenbaar aan woorden als ‘altijd’, ‘moet’ of ‘nooit’. Dingen belangrijk vinden is niet hetzelfde als vinden dat jij je altijd precies zo moet gedragen.

                      Als voorbeeld een aantal van mijn eigen leefregels die voor mijzelf gelden: ‘ik moet altijd aardig zijn’, ‘ik mag nooit falen’, ‘ik mag anderen nooit tot last zijn’, ‘ik moet altijd nuttig bezig zijn’ en ‘ik moet altijd rekening houden met de gevoelens van anderen’.

                      Ook voor de mensen om me heen zijn er leefregels: ‘mensen mogen nooit roddelen’ en ‘mensen moeten altijd hun afspraken nakomen’. Je kunt je vast voorstellen dat het moeten naleven van deze leefregels een enorme druk oplevert.

                       

                      Erkennen dat controle en vermijding niet werkt
                      Je weet misschien best wel dat controle en vermijding uiteindelijk niets opleveren, maar je doet het toch omdat het (op de korte termijn) een fijn gevoel geeft. Het is moeilijk om deze patronen te doorbreken.

                      Acceptatie begint met het inzicht dat je geen controle hebt over je gedachten, gevoelens en veel van je omstandigheden. Of met andere woorden: het begint met het besef dat vechten en vermijden niet werkt en juist zorgt voor extra problemen. Als je kunt erkennen dat vermijden en controle uitoefenen je niet helpen, dan kun je die vermijding en controle ook loslaten. Erkenning is dus een mooie eerste stap.

                      Misschien heb je het gevoel dat je ‘opgeeft’ als je alle gevoelens, gedachten en omstandigheden waar je niet voor hebt gekozen en waar je geen invloed op hebt toelaat. Acceptatie voelt als een zwak alternatief voor de strijd tegen deze negatieve gevoelens, gedachten en omstandigheden. We gaan liever strijdend ten onder dan dat we toegeven dat we machteloos staan.

                      Je verleden omarmen
                      Vaak dragen we een grote rugzak uit ons verleden met ons mee. Je verleden heeft je misschien geleerd dat je niet goed genoeg, lelijk, slecht, zwak of waardeloos bent. Je kunt geen afstand doen van je verleden, waardoor je het voor altijd met je mee zult dragen. De rugzak hoort dus bij jou.

                      Acceptatie heeft te maken met het omarmen van je verleden. Als je erkent wat je hebt meegekregen, dan hoef je niet langer te worstelen met wat je denkt, voelt en ervaart op basis van je verleden. En je bent beter in staat om het leven te leiden dat jij graag wilt.

                      Mijn persoonlijke eyeopener: de zwerver
                      Zoals ik hiervoor schreef hebben we de neiging om te weigeren om vervelende gedachten, gevoelens en omstandigheden toe te laten in ons leven. Maar wordt jouw leven daar eigenlijk leuker of beter van? Waarschijnlijk niet, het is meer helpend om te accepteren dat sommige emoties en situaties naar zijn, maar dat dat nou eenmaal bij het leven hoort.

                      Een mooie metafoor uit de Acceptance and Commitment Therapie (ACT) om dit duidelijk te maken vind ik die van de zwerver:

                      Stel, je viert een feest en de hele buurt is uitgenodigd. Plotseling staat er een vieze en irritante zwerver voor de deur. Hij staat symbool voor alles wat je liever niet wilt hebben in je leven. Hij moet en zal naar binnen.

                      Optie 1: Jij doet er alles aan om hem buiten de deur te houden. Vervolgens klopt hij op de ramen en probeert hij het via de achterdeur. Wat je ook doet, je komt niet van hem af. Je feest is verpest, omdat je alleen maar bezig bent met de zwerver.

                      Optie 2: Je nodigt de zwerver uit om binnen te komen. Hij gaat lekker op de bank zitten en drinkt het biertje dat je hem hebt gegeven. Jij kunt nu genieten van je feest.

                      (Gebaseerd op: Uit liefde voor jezelf – Gijs Jansen)

                       

                      Ik vond het een enorme eyeopener toen dit in mijn therapie ter sprake kwam. Ik wil mijn problemen bestrijden en vermijden (de zwerver buiten de deur houden), maar dat gaat ten koste van mijn geluk (het feest).

                      Nieuw biertje
                      Het alternatief is het probleem toelaten en het ‘er gewoon laten zijn’ (de zwerver binnenlaten en geen aandacht meer geven). Als ik weer veel negatieve gedachten over mezelf heb, geef ik de zwerver in gedachten een nieuw biertje zodat hij weer stil is.

                      Dit is misschien wat abstract, dus laat ik een paar concrete voorbeelden geven. Mijn zwerver geeft mij bijvoorbeeld stress door te zeggen dat ik alles perfect moet doen om oké te zijn. Daarom heb ik vaak de neiging om te vervallen in totale passiviteit, omdat het toch nooit perfect is, of om door te streven naar perfectie mezelf juist compleet te overvragen. Nu kan ik steeds vaker tegen mijn zwerver zeggen: ‘Ik doe mijn best en dat is genoeg’ en verder geen aandacht geven aan alles wat hij roept.

                      Ook zegt mijn zwerver tegen me dat ik een mislukt mens ben en dat andere mensen niet met mij om willen gaan. Dat zorgt ervoor dat ik het liefst sociale contacten vermijd of alles vooraf en achteraf eindeloos analyseer. Je kunt je vast voorstellen dat dat heel veel energie kost en dat dat het plezier van sociale activiteiten wegneemt. Ik kan nu de zwerver in gedachten een biertje geven en meer genieten van mijn sociale contacten.

                      Dit lukt niet altijd, mijn zwerver schreeuwt heel hard en veel. Daarom is het fijn als de mensen om me heen ook af en toe de zwerver tegenspreken (een biertje geven), zodat ik het niet allemaal op eigen kracht hoef te doen. Mij helpt dit om mijn leven minder te laten leiden door de angst en somberheid die ik soms voel. Die gevoelens mogen er zijn, maar ze hoeven niet mijn complete leven te bepalen.

                      Bron: Commen >>

                      In reactie op: Eetstoornissen #273673
                      Luka
                      Moderator

                        VERMOEIDHEID IN EETSTOORNISHERSTEL

                        Misschien herken je het wel: het is nog niet eens 11 uur ’s ochtends, maar je hebt al het gevoel een hele dag erop te hebben zitten. Terwijl als je bijvoorbeeld een programma of een film kijkt, je ogen al dichtvallen van vermoeidheid. Het gevoel de hele dag te kunnen slapen, dat elke stap te veel is, terwijl je je tegelijkertijd ‘lui’ en ‘nutteloos’ voelt.

                        Been there, done that. Nog steeds eigenlijk.

                        Vermoeidheid is iets wat veel voorkomt: bij het herstel van een eetstoornis of andere mentale klachten, maar ook onder ‘gezonde’ mensen of mensen met een lichamelijke ziekte of aandoening. Het kan lastig zijn, zeker als je nare gedachten hebt rondom rust of slapen of je bijvoorbeeld schuldig voelt.

                        Zelf heb ik er een weg in gevonden, maar dit heeft lang geduurd. Ook weet ik dat, bij mij persoonlijk, vermoeidheid ook deels komt door overprikkeling. Ik kan bijvoorbeeld slecht tegen drukke ruimtes met veel mensen om me heen en ook harde geluiden kunnen hard binnenkomen. Vooral als ik al redelijk overprikkeld ben, kan ik weinig hebben.

                        Anderzijds komt het ook door mijn eetstoornis. Een eetstoornis slurpt energie. Niet alleen omdat je je lichaam te lang te weinig hebt gegund, ook omdat je veel in te halen hebt. Herstellen hiervan kost tijd, veel tijd. Hier is geen quick-fix voor.

                        Persoonlijk heb ik inmiddels een routine gevonden die voor mij werkt en die ik fijn vind. Ik probeer alle ‘belangrijke’ dingen en afspraken ’s ochtends te plannen, omdat ik dan nog het minst vermoeid ben. Zo heb ik de middag voor mezelf. Elke middag lig ik minimaal een uur in bed. Wat ik dan doe, verschilt. Meestal een tv-programma kijken of slapen. Eerst vond ik het lastig om mezelf die rust te gunnen, nu kan ik niet meer zonder.

                        Ik vind het fijn, kan even bijkomen van de ochtend die ik achter de rug heb. Ik heb mezelf dit echt aan moeten wennen en kan inmiddels zeggen dat ik dit zonder schuldgevoelens en nare gedachten kan doen. Dit gun ik jou ook. Rust is een essentieel onderdeel van herstel en wordt – naar mijn mening – te vaak onderschat.

                        Je hebt waarschijnlijk lange tijd het uiterste gevraagd van zowel je lichaam als geest. Dit heeft tijd nodig om te herstellen; niet alleen met eten, ook met rust en het aanleren van nieuwe gedachtenpatronen.

                        Wat mij hierbij heeft geholpen is om klein te beginnen: begin met 10 minuten. Zoek een filmpje op dat ongeveer 10 minuten duurt en kijk hoe het gaat. Waarschijnlijk is het de eerste keer enorm moeilijk, maar na verloop van tijd wordt het steeds makkelijker. Je kunt het qua tijd steeds verder uitbouwen. Ik vond het persoonlijk fijn om van tevoren al uit te zoeken welke serie/film/programma ik ging bekijken, zodat ik al was voorbereid. Ook vind ik het fijn om dan ‘feel good’-programma’s te kijken die niet veel te maken hebben met mentale gezondheid. Zo vind ik programma’s als ‘Puberruil’ of ‘Waar doen ze het van?’ heel fijn om te kijken op dat soort momenten. Niet te zwaar en ik val gegarandeerd in slaap.

                        En onthoud vooral: het is oké om te rusten. Het herstel van een eetstoornis of andere mentale problemen is zwaar; onderschat dat niet.

                        Herstel is al een fulltime baan op zichzelf.

                        Bron: Proud2bMe >>

                      10 berichten aan het bekijken - 111 tot 120 (van in totaal 1,685)