Zwangerschap en opvoeding na seksueel misbruik

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Zwangerschap en opvoeding na seksueel misbruik

  • Dit onderwerp bevat 18 reacties, 3 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 07/05/2021 om 22:36 door Luka.
19 berichten aan het bekijken - 1 tot 19 (van in totaal 19)
  • Auteur
    Berichten
  • #216043
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    In dit topic vind je websites en online artikelen met informatie over:

    Zwangerschap en opvoeding na seksueel misbruik

    Wil je zelf een website of online artikel toevoegen? Plaats dan eerst de url en daaronder eventueel een korte beschrijving.

    #216290
    Mark
    Moderator

    Seksueel misbruik en zwangerschap

    Wanneer je een verleden hebt van seksueel misbruik, dan kan zwangerschap en met name de geboorte moeilijk voor je zijn. Zwanger zijn van de misbruiker is natuurlijk een bekend dramatisch voorbeeld van problemen. Veel minder bekend is dat seksueel misbruik je nog altijd parten kan spelen wanneer je, veel later in een liefdevolle relatie bijvoorbeeld, gewenst zwanger bent.

    Flashbacks
    Wat mensen zich niet realiseren, is dat de geboorte een trigger kan zijn voor herbelevingen en flash-backs. Vandaar dat verloskundigen leren om, al in de intake, te vragen naar seksueel misbruik en negatieve seksuele ervaringen. Want een gewaarschuwd mens telt voor twee en je kunt een hoop stress en paniek voorkomen door je goed voor te bereiden.

    Waarom wordt die vraag aan iedereen gesteld?
    Maar liefst één op de vier vrouwen heeft in haar jeugd op één of andere manier seksueel misbruik meegemaakt. Tel daarbij op het aantal vrouwen dat op latere leeftijd een verkrachting of aanranding hebben meegemaakt en je kunt niet anders dan concluderen dat een behoorlijk percentage van de zwangere vrouwen te maken hebben gehad met negatieve seksuele ervaringen. Met dergelijke grote aantallen is de vraag stellen beslist niet overbodig. Vandaar dat hij in principe aan iedereen wordt gesteld.

    Seksueel misbruik en de geboorte van je baby
    Met name het controleverlies dat vrouwen ervaren tijdens de geboorte, het lichaam dat het roer overneemt van je, kan voor vrouwen met negatieve seksuele ervaringen een zware dobber zijn. Dat lijkt namelijk erg op de ervaring van misbruik: er gebeurt van alles bij je geslachtsorganen en er gebeurt van alles met je lichaam waar jij geen invloed op hebt. Het controleverlies, vreemde sensaties in je bekkengebied, de verloskundige die van alles doet aan je vagina: Het is voor iemand zonder negatieve seksuele ervaringen al niet prettig, maar als je seksueel misbruikt bent, kan de paniek toeslaan.

    Grote paniek tijdens de geboorte!
    Een voorbeeld van hoe het kan gaan: Er gebeurt van alles waar je geen controle over hebt. Langzaam voel je dat je jezelf niet meer in de hand hebt. Je krijgt gedachten die niet helemaal kloppen met de realiteit. Je krijgt het gevoel dat het wéér gebeurt: Dat je opnieuw misbruikt wordt. Dat de aanwezigen er op uit zijn om jou te vernederen en te misbruiken voor hun eigen plezier. Iets in jou weet nog dat je zwanger bent en op het punt staat te bevallen, maar een ander deel van jou is volslagen in paniek. Een geboorte kan een enorme trigger zijn naar een verleden van seksueel misbruik.

    Dissociatie en andere afweermechanismen
    Hoe je reageert op de gevoelens van paniek verschilt van persoon tot persoon. De reactiepatronen zijn automatisch. Dissociatie is er één van: je verliest het contact met je lichaam. Ineens doet het er allemaal niet meer toe en kijk je als het ware van een afstandje toe. Andere mogelijke afweermechanismen zijn: Dat je heel agressief wordt, lichamelijk of verbaal. De totale paniek en doodsangst kunnen maken dat je verstard en verkrampt, in plaats van mee te gaan op de golfbeweging van je weeën. Of het kan je allemaal ineens niets meer schelen. Soms blijft dat gevoel na de bevalling nog lang hangen en kun je dus ook niet genieten van je baby.

    Probeer de paniek voor te zijn
    Tijdens de geboorte is er weinig tijd en ruimte voor de paniek van de moeder. Het helpt om van te voren een manier te oefenen om opkomende paniek het hoofd te bieden. Hoe je omgaat met grote stress in je dagelijkse leven kan je helpen, om ook in deze belastende situatie het hoofd koel te houden. Wat ook kan helpen is een goede voorbereiding.

    Afspraken maken over hoe jij rustig kunt blijven
    Het helpt om een plannetje klaar te hebben liggen waarin afspraken staan over hoe mensen met je om moeten gaan op het moment dat het dreigt mis te lopen. Dat kan de complete paniek en totale ontreddering tijdens de bevalling voorkomen.

    In je plan hoe te handelen bij opkomende paniek, kan bijvoorbeeld staan:

    • Dat er iemand specifiek voor jou aanwezig is
    • Dat mensen je aanraken. Geef aan waar en hoe voor jou veilig is of juist niet
    • Specifieke dingen die je van te voren hebt geoefend, zoals ademhalingsoefeningen
    • Laat mensen je ‘hier en nu’ dingen vragen:
    • In welk ziekenhuis ben je?
    • Wat is de naam van je verloskundige?
    • Hoe heet je partner?

    Zorg dat je omringd bent door mensen die veilig voor je zijn. Het is geen schande om bijvoorbeeld om een vrouwelijke arts, verpleegkundige of verloskundige te vragen. Dat is alleen maar een manier om goed voor jezelf te zorgen.

    Je weet zelf het beste wat voor jou werkt tegen de paniek
    Ieder mens heeft haar eigen strategieën om met dreigende paniek om te gaan. De dingen die jou zekerheid geven, zijn van groot belang bij de bevalling. Zorg dus dat je een plan hebt en dat de mensen om je heen van je plan op de hoogte zijn. Je hebt het recht om goed ondersteund te worden, zodat je bevalling het hoogtepunt is van je zwangerschap en geen dieptepunt in je leven.

    Bron: gezondtotaal.nl >>

    Dit artikel is geschreven door Ivonne Meeuwsen. Zij heeft over dit onderwerp ook een boek geschreven. Meer informatie over het boek ‘Zwanger na seksueel misbruik’ vind je hier.

    #218993
    Luka
    Moderator

    Seksueel misbruik heeft impact op je zwangerschap
    Seksueel misbruik heeft een grote impact. Veel vrouwen weten niet dat tijdens de zwangerschap, de bevalling of het kraambed het seksueel misbruik verleden een grote rol kan spelen. Ook weten ze niet wat ze mogen en kunnen verwachten van een verloskundige.

    Wij, Joanne de Kat en Hanna van Meijeren, zijn twee verloskunde studenten. We hebben literatuur onderzoek gedaan naar de lichamelijke en psychische gevolgen van seksueel misbruik in de zwangerschap, tijdens de bevalling en het kraambed. Ook hebben we gekeken naar de verloskundige begeleidingservaring van vrouwen die seksueel misbruikt zijn. Hieronder volgens onze belangrijkste conclusies uit het onderzoek.

    Lichamelijke gevolgen
    De lichamelijke gevolgen van seksueel misbruik die tijdens de zwangerschap een rol kunnen spelen zijn:

    • verhoogde kans op risicogedrag (alcoholgebruik of roken)
    • moeite hebben met de medische onderzoeken en controles
    • extreme misselijkheid
    • blaasontstekingen
    • eetstoornissen
    • verhoogde kans op vroegtijdige weeën
    • vaginisme, verkramping in het bekkenbodem gebied
    • Psychische gevolgen

    De psychische gevolgen die tijdens de zwangerschap, bevalling en daarna voor problemen kunnen zorgen zijn:

    • extreme angst (voor onderzoeken, voor de baring, voor moederschap)
    • angsten over de moeder-kindbinding
    • herbelevingen tijdens de baring (controleverlies in het bekkengebied)
    • dissociatie
    • verstoorde lichaamsbeleving, het lichaam haten
    • niet goed om kunnen gaan met hevige emoties
    • depressieve gevoelens
    • verhoogde kans op postpartum depressie
    • post traumatische stress stoornis

    “De ervaringen van de bevalling (…) en de periode erna heb ik als uh.. traumatisch ervaren”. (aldus een cliënte)

    Te weinig gesproken over seksueel misbruik
    Uit het onderzoek blijkt dat er door verloskundigen en cliënten nog te weinig gesproken wordt over seksueel misbruik. Dit komt deels doordat er op seksueel misbruik nog steeds een taboe rust en deels doordat de cliënten niet altijd weten welke impact seksueel misbruik kan hebben op de zwangerschap, bevalling en het kraambed.

    Vragen naar negatieve seksuele ervaringen
    Vanaf 2007 vragen verloskundigen standaard bij de intake naar een negatieve seksuele ervaring. Op deze manier proberen ze klanten uit te nodigen om het seksueel misbruik bespreekbaar te maken. Alleen als het seksueel misbruik bekend is, kan de begeleiding tijdens de zwangerschap hierop aangepast worden. Uit de ervaring van een enkeling bij wie seksueel misbruik wel uitgebreid van te voren besproken is, blijkt dat er toen minder klachten waren, vooral omdat de verloskundige begeleiding daarop is aangepast.

    “Ik maakte het direct bekend… (…).. en.. zij gingen daar ook gelijk goed mee om.. (…) toen kwam er direct ook heel veel op.. en dat was ook direct van.., hoe wil je dat zien eigenlijk.. Ze begon er ook direct over, dat het bekend is..(…) dat was eigenlijk wel heel fijn hoe ze dat deden.. dat vond ik wel.” (aldus een cliënte)

    Voorkomen is beter dan achteraf beseffen
    In dit onderzoek bleek dat de meeste vrouwen pas achteraf beseften welke invloed hun verleden heeft gehad op het krijgen van een kind. Dat is jammer want met aangepaste begeleiding had hen wellicht veel leed bespaard kunnen blijven. Alle vrouwen in het onderzoek gaven aan dat zij een aangepaste begeleiding hadden willen krijgen.

    Wat is van belang in de begeleiding?
    Wat de onderzochte vrouwen van belang vonden in de verloskundige begeleiding is:

    • het bespreekbaar maken van seksueel misbruik
    • uitleg over de impact van seksueel misbruik
    • een vertrouwensband
    • een luisterend oor
    • het serieus nemen van de wensen
    • persoonlijke betrokkenheid van de verloskundige
    • uitleg bij alle handelingen die de verloskundige verricht
    • een coachende rol van de verloskundige

    Bij de vrouwen van wie het seksueel misbruik bekend was bij de verloskundige, was er over het algemeen sprake van een positieve begeleidingservaring. De verloskundige stemde dan zijn of haar zorg af op de wensen van de cliënte.

    “Het deed mij goed om te horen dat ze zei, dat ze mijn signalen zou volgen, zeg maar.. en dat ze mijn tempo zou volgen”.

    Voor een enkeling was de zwangerschap zelfs een helende ervaring:

    “Ik oordeel mijn lichaam vaker dan ik moet veroordelen, omdat ik de schuld bij mij leg.. En op het moment dat ik beviel en het kindje bij mij in mijn buik groeide.. dan.. ik heb daar wel respect voor gekregen.. voor mijn lichaam..”

    Wat mag je verwachten van de verloskundige
    Als je als vrouw seksueel misbruikt bent, mag je verwachten van de verloskundige dat:

    • je dit bij hem of haar, in vertrouwen, bespreekbaar kunt maken
    • hij of zij de zorg aan jou zal aanpassen
    • hij of zij advies kan geven over mogelijkheden van andere hulpverlening met wie je seksueel misbruik kunt bespreken

    Het doel van al die zorgvuldigheid is dat je, ondanks de impact die seksueel misbruik met zich mee kan brengen, een onvergetelijk mooie ervaring krijgt wanneer je moeder wordt.

    Bron: Helen van seksueel misbruik >>

    #218994
    Luka
    Moderator

    Verkracht en ook nog eens zwanger

    Voor de zwangere vrouw is het belangrijk dat de hulpverlener laat merken rekening te houden met de mogelijkheid van seksueel geweld, aldus de Rutgers Nisso Groep.

    Vraag als hulpverlener altijd naar seksueel misbruik, ook als er geen antwoord komt. Wees duidelijk, leg uit dat er soms pijnlijke vragen aan de orde zullen komen. De hulpverlener moet ook laten merken de problematiek vaker te hebben meegemaakt, dat de vrouw in kwestie niet de enige is.

    Rutgers Nisso beveelt ook internet aan als therapie. Esther (22) was twaalf weken zwanger toen ze de hulp van maatschappelijk werker Lia Miltenburg van FIOM inschakelde. Ze wilde een abortus. “Het was niet de eerste keer dat ze ongewenst zwanger was geraakt”, vertelt de medewerker van het centrum voor psychosociale hulpverlening bij abortus, onbedoelde zwangerschap en adoptie. “Dit zou al haar derde abortus worden. Ik vroeg haar of ze iets meer over haar situatie wilde vertellen.”

    De jonge vrouw keek naar de grond. De eerst zo zelfverzekerde Esther viel plots stil, vertelt Miltenburg. Haar wangen kleurden vuurrood en in haar nek verschenen vlekken. “Ik zag zweetdruppeltjes op haar voorhoofd staan.” Met horten en stoten deed Esther uiteindelijk haar verhaal. Ze was nu voor de derde keer zwanger geraakt van haar eigen vader. Als twaalfjarige werd ze voor het eerst door haar vader betast en het einde van de incest leek nog altijd niet in zicht. “Ze verhuisde een aantal keren, maar hij vond haar elke keer opnieuw.”

    Het zijn ingewikkelde zaken om te herkennen en te begeleiden, weet de maatschappelijk werker. Ook huisartsen staan volgens haar onvoldoende stil bij de mogelijkheid van seksueel misbruik als ze een zwangere in hun praktijk krijgen. Begrijpelijk, als gezond mens denk je daar niet direct aan: ” Maar het komt vaker voor dan je denkt.”

    Het kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers Nisso Groep bevestigt dit. Uit recent onderzoek blijkt dat acht van de duizend Nederlandse vrouwen zwanger raken door verkrachting al dan niet door bekenden. Van die acht plegen er vijf abortus en dragen er drie de zwangerschap uit. Op dit moment lopen naar schatting 14.000 Nederlanders rond die zijn verwekt na seksueel misbruik.

    Snelle hulp is noodzakelijk omdat de zwangere vrouwen ernstige klachten kunnen krijgen. Slapeloosheid, psychosomatische klachten, seksuele problemen en zelfdestructief gedrag worden veelvuldig gerapporteerd. Bovendien staan de vrouwen voor moeilijke keuzes over het houden van het kind of abortus.

    Seksueel misbruik en incest komen voor in alle sociale klassen, ook in zogenaamde ‘gewone gezinnen’. Lia Miltenburg legt vandaag op een conferentie over seksueel misbruik in Amersfoort uit, hoe hulpverleners de problematiek kunnen herkennen, wanneer ze de misbruikte, zwangere vrouwen zelf kunnen helpen en wanneer doorverwijzing naar een therapeut beter is. Zelf ‘afschuwelijk’ uitroepen als een vrouw je haar verhaal toevertrouwt, is een verkeerde, te emotionele reactie, zegt ze: “Incestslachtoffers hebben vaak dubbele gevoelens over het misbruik. De pleger houdt zijn slachtoffer onder de duim. Hij intimideert haar. En samen hebben ze een geheimpje.” Maar mocht ze het in haar hoofd halen om het aan iemand door te vertellen, zo dreigt hij, dan zal hij er ook persoonlijk voor zorgen dat ze haar moeder of haar hondje kwijtraakt. Esthers vader dreigde haar zus te pakken als zij hem niet zou bevredigen. Veel slachtoffers kampen met schuldgevoelens, gaan zich vragen stellen over hun eigen aandeel. “Als manier om het misbruik te overleven leren de slachtoffers hun gedachten uit te zetten. Maar hun lichaam kan bijvoorbeeld wel reageren op de aanrakingen.” Daar maken daders misbruik van.

    Hulpverleners dienen hun ogen te openen en hun oren te spitsen. Een slachtoffer begint namelijk zelden uit zichzelf over het misbruik, stelt ook de Rutgers Nisso Groep. Uit schaamte, of uit angst het kind kwijt te raken. Maar de slachtoffers geven vaak onbewust signalen af. Ze ontwijken oogcontact, geven vage antwoorden en maken een eenzame indruk.

    Miltenburg opperde de mogelijkheid dat Esther aangifte tegen haar vader zou doen. “Dat wilde ze uiteindelijk toch niet. Laatst belde ze me nog. Ze is weer verhuisd. Dit keer heeft haar vader haar nog niet gevonden. Laten we hopen dat dit zo blijft.”

    * De naam Esther is uit privacyoverwegingen gefingeerd.

    Bron: BN de Stem >>

    #218995
    Luka
    Moderator

    Zwanger door incest: een geheim binnen een geheim

    De geschokte reacties op de situatie van de Groningse moeder van 12 jaar oud houden een taboe in stand, en maken het andere slachtoffers moeilijk om erover te praten.

    Het 12-jarige meisje dat vorige week in Groningen is bevallen, maakt veel emoties los. Zeker nu het erop lijkt dat haar vader ook de vader van de baby is. Deze heftige reacties maken het voor andere slachtoffers moeilijk om over hun ervaring te praten.  En dat brengt hen (nog meer) in een isolement.

    Dat door seks zonder voorbehoedmiddelen een zwangerschap kan ontstaan, is voor de meeste seksueel actieven bekend. Dat er seksueel misbruik door familieleden plaatsvindt, is ook een feit. Een combinatie van deze twee: een zwangerschap veroorzaakt door incest, gaat het voorstellingsvermogen van veel mensen te boven.

    Hierdoor is het voor een jonge vrouw/meisje die dit overkomt, moeilijk om over haar zwangerschap te praten. Ze veronderstelt dat de incestpleger gelijk heeft als hij haar zegt dat ze toch niet geloofd zal worden, of dat ze niet de moeite waard is om naar te luisteren. Reacties vol afschuw van mensen uit haar omgeving of hulpverlening nodigen naderhand ook niet uit tot het delen van deze ervaring.

    Uit mijn onderzoek (‘Zwanger door incest: een geheim binnen een geheim’, Fiom, 2003), naar de ervaring van vrouwen die zwanger zijn geweest door incest en hulp hebben gezocht bij de Stichting Ambulante Fiom, blijkt dat meisjes die op jonge leeftijd seksueel misbruikt worden, niet stilstaan bij het feit dat zij zwanger kunnen raken. Ze zijn bezig met overleven; hebben geen of niet de juiste seksuele voorlichting gehad.

    Wanneer de zwangerschap eindigt (in een miskraam, abortus of afstand ter adoptie), blijven zij door angst en schaamte zwijgen. Loyaliteit aan de pleger en de rest van de familie kan daarbij een belangrijke rol spelen. Wanneer een slachtoffer zwijgt, komt de waarheid niet snel aan het licht, ook al uiten mensen uit de omgeving hun vermoedens.

    Om het zwijgen te doorbreken, moet het meisje voor zichzelf erkennen dat zij seksueel misbruikt is en zwanger is geraakt. De zwangerschap is vaak een geheim binnen een geheim en gaat een laagje dieper dan het seksueel misbruik op zichzelf. Het schuldgevoel wordt groter.

    Het gaat niet alleen de vrouw/het meisje aan, maar ook het kind. Jaren later vragen vrouwen zich af hoe ze de zwangerschap hadden kunnen voorkomen en hoe ze het kind hadden kunnen beschermen. Tegenstrijdige gevoelens kunnen opspelen: door de zwangerschap zijn zij ook moeder geworden en kunnen ze liefde voelen voor het kind, ondanks de manier waarop het is ontstaan. Ook de relatie met de pleger is verwarrend: de vader van het meisje is ook de vader van haar kind.

    Aan de buitenkant is niet te zien of een zwangerschap door incest is ontstaan. Hulpverleners zijn afhankelijk van de informatie van de vrouw. Slachtoffers benoemen deze problemen bijna nooit rechtstreeks. Vaak zijn andere klachten aanleiding om hulp te zoeken.

    De zwangerschap door incest wordt al dan niet bewust verzwegen. Van de hulpverlener wordt een grote intuïtie gevraagd. Als die vermoedt dat er iets niet klopt, is het besef belangrijk dat zwangerschap door incest voorkomt en dat dat mogelijk een verklaring kan zijn voor bepaalde klachten. Een meisje of vrouw kan over haar zwangerschap door incest gaan praten, wanneer iemand luistert, wanneer ze weet dat ze iemand kan vertrouwen, dat haar verhaal wordt geloofd.

    Meeleven mag, maar zonder dat de hulpverlener te veel zijn of haar eigen gevoelens van onmacht, boosheid of onbegrip op haar projecteert. Deze gevoelens mogen er wel zijn, maar kunnen beter geuit worden bij een collega. De vrouw/het meisje heeft al genoeg aan haar eigen emoties. Het gevaar bestaat dat ze de hulpverlener wil beschermen.

    Geef vrouwen/meisjes die hun zwangerschap door incest willen verwerken en dus ook het Groningse meisje de tijd en de ruimte, maar help ze ook begrenzen: niet alles hoeft in één keer te worden verteld. En niet alles hoeft met iedereen te worden gedeeld. Ook al is ze nog maar twaalf: luister naar haar en probeer te achterhalen wat ze wil zodat ze uiteindelijk de regie kan nemen over haar eigen leven.

    Weet dat de situatie van dit meisje geen uitzondering is. Acht op de duizend vrouwen in de vruchtbare leeftijd is dit in Nederland overkomen, blijkt uit onderzoek van de Rutgers Nisso groep in 2006. Wie was het te weten gekomen wanneer de zwangerschap eerder was herkend en een abortus nog mogelijk was geweest? Of wanneer de bevalling thuis, op zaterdagmiddag was begonnen? Een oproep aan iedereen: besef dat jonge meisjes seksueel misbruikt worden en dat zij hierdoor zwanger kunnen raken. Benoem deze mogelijkheid bij een vermoeden en verwijs haar zonodig naar de juiste hulp; ook als een vrouw later in haar leven pas de ruimte heeft om haar ervaring bespreekbaar te maken.

    De Fiom doet onderzoek naar en biedt hulp bij onbedoelde zwangerschap, zwangerschapsverlies, ongewenste kinderloosheid, afstand ter adoptie, adoptienazorg en (inter)nationale zoekacties naar biologische familie.

    Bron: Trouw >> (artikel uit 2011)

    #218996
    Luka
    Moderator

    Geweld en dwang
    Sommige vrouwen raken zwanger door seksueel geweld.
    Je hoort er misschien weinig over, maar toch komt het voor.

    Wat is seksueel geweld?
    Een eenmalige verkrachting, langdurig seksueel misbruik en alles ertussen. Je kunt verkracht of misbruikt zijn door een vreemde, maar ook door een bekende.

    Een geheim binnen een geheim
    Veel slachtoffers van seksueel misbruik voelen zich schuldig. Meestal lopen ze lang met dit geheim rond. Als je dan ook nog zwanger wordt, heb je een geheim binnen een geheim. In Nederland raken 8 op de 1000 vrouwen zwanger door seksueel misbruik.

    Hulp
    Is jou dit overkomen en ben je nu zwanger? En heb je vragen als:
    Zal ik de zwangerschap af laten breken?
    Kan ik de zwangerschap en bevalling geheim houden?
    Zal ik zelf voor mijn kind gaan zorgen of niet? En zo niet: Wie dan wel?
    Wie kan mij helpen zodat het seksueel misbruik stopt?
    Waar vind ik goede hulp om te verwerken wat er is gebeurd?
    Blijf niet met je vragen zitten. Neemt contact op met Fiom. Wij kunnen je helpen bij je keuze. Of doorverwijzen naar de juiste instantie voor hulp.
    Daarnaast kun je gebruik maken van onze online keuzehulp.

    Zwanger door incest
    We noemen het incest als je seksueel misbruikt bent door een familielid. Of door iemand anders die dicht bij je staat. Ben je zwanger door incest? Neem dan contact op met Fiom. Wij kunnen je helpen bij je keuze of je doorverwijzen naar de juiste instantie voor hulp.
    Fiom heeft een speciale brochure ‘Zwanger door incest’ ontwikkeld.

    Brochure ‘Zwanger door incest’

    Aanmelden voor ‘Zwanger, wat nu?

    Bron: Fiom.nl >>

    #222716
    Luka
    Moderator

    Online keuzehulp biedt vrouwen steun bij hun keuze over ongewenste zwangerschap

    In oktober 2014 is de online keuzehulp ‘Zwanger, wat nu?’ met bijbehorende website online gegaan. Sindsdien hebben bijna 4.000 vrouwen gebruik gemaakt van deze keuzehulp bij een ongeplande zwangerschap. Heeft het hen geholpen om tot een keuze te komen? En hoe kijken zij later op hun gemaakte keuze terug? Lees hieronder wat de ervaring is van de gebruikers van de online keuzehulp ‘Zwanger, wat nu?’.

    Resultaten onderzoek

    Meer dan de helft van de gebruikers (54%) geeft aan dankzij ‘Zwanger, wat nu?’ een beter beeld te hebben gekregen van wat zij zelf belangrijk vindt. 44% voelt zich erdoor gesteund en 39% is erdoor aangezet meer na te denken over het nemen van een besluit over het al dan niet uitdragen van de zwangerschap.

    “De oefeningen en vragenlijsten van Fiom hebben mij enorm geholpen om alles op een rijtje te zetten. Heel mijn wereld stond op zijn kop. Door de oefeningen te maken en daarna weer terug te lezen kreeg ik meer helderheid in de chaos. Ik heb ook echt het gevoel dat ik doordacht mijn keuze heb gemaakt en heb dan ook geen spijt van mijn beslissing.”

    De uitkomsten sluiten goed aan bij de doelstellingen van ZWN: zicht krijgen op eigen wensen en behoeftes en goed geïnformeerd en weloverwogen een keuze kunnen maken. Dat laatste wordt nog eens bevestigd als we de gebruikers achteraf vragen waar ze zich bij het maken van de keuze door hebben laten leiden: 81% zegt zich (volledig) te laten leiden door de eigen afwegingen, gevoelens/emoties. Andere factoren die meespelen in de beslissing zijn o.a. praktische bezwaren (45%), advies van anderen (39%) en tijdsdruk (32%).

    “Ik vond het heel verhelderend voor mezelf om terug te zien wat mijn normen en waarden zijn bij een zwangerschap. Ik was vooral overweldigd door emoties en ondanks dat ik heel veel steun kreeg van mijn partner en een vriendin, konden zij niet voor mij beslissen. De online hulp heeft mij geholpen helder te krijgen wat ik dacht en voelde, zodat ik een goede keuze heb gemaakt.”

    Het onderdeel van ‘Zwanger, wat nu?’ waar men het meest aan heeft gehad is de online keuzehulp (54%), gevolgd door ervaringsverhalen (31%), informatie over de mogelijkheden (26%) en contact met hulpverlener (26%). Dit sluit aan bij de doelstellingen die we hebben met deze keuzehulp: aansluiten bij de vraag van de cliënt en niet meer hulp bieden dan nodig (stepped-care). Veel gebruikers hebben voldoende aan de informatie over alle mogelijkheden bij een ongeplande zwangerschap. Anderen vinden het fijn om (daarnaast) ervaringen van anderen te lezen die hetzelfde hebben meegemaakt.

    Zelf aan de slag
    De online keuzehulp is bedoeld als een ‘doe-het-zelf’-module, dat wil zeggen dat je er voor jezelf mee aan de slag kunt, waar en wanneer je maar wilt. 87% van de gebruikers zou de online hulp aanbevelen.

    Wil je graag dat een gespecialiseerd hulpverlener met je mee kijkt en denkt, dan kan dat vanuit de module via een beveiligde omgeving, gratis en anoniem. Wij garanderen dat je binnen 24 uur (op werkdagen) een reactie krijgt.

    Verhalen van anderen
    Op de website van Fiom kun je verhalen lezen van vrouwen die met een ongeplande zwangerschap te maken kregen. De komende periode gaan we ervaringen van anderen beter toegankelijk maken. Ook hier is de vraag: hoe heeft de keuze voor hen uitgepakt? En wat voor tips of adviezen willen zij anderen meegeven die voor dezelfde keuze komen te staan? Houd onze site in de gaten of deel je eigen ervaringen met ons.

    Bron: FIOM >>

    #226842
    Luka
    Moderator

    Ouders aan het woord
    Over vader- en moederschap na seksueel misbruik in het verleden

    “Ik deed mijn kinderen nooit in bad. Bewust niet. Ik schoof het af naar mijn vrouw: doe jij het maar, want ik heb geen tijd, of ik moet nog zus of zo. In bad doen, dat wilde ik zelf op een of andere manier niet, ik was daarin geremd.”
    Voor vaders en moeders die zelf vroeger seksueel misbruikt zijn is het ouderschap een nog grotere uitdaging dan voor andere ouders. Marijke Naezer deed hier in opdracht van de VSK onderzoek naar. In 2011 verscheen de publicatie “Ouders aan het woord”. In de publicatie wordt beschreven welke invloed het vroegere misbruik heeft op de emotionele, lichamelijke en seksuele opvoeding. Een van de meest prominente thema’s die ouders aan het licht brachten, was de angst voor herhaling van het geweld: angst voor geweld door anderen, maar ook angst om zelf grenzen te overschrijden. Ouders blijken soms drastische maatregelen te nemen om dit te voorkomen, met verstrekkende gevolgen.

    Uit de verhalen is op te maken dat vooral zelfreflectie een positieve bijdrage kan leveren. Zelfreflectie maakt het mogelijk om het heft in eigen hand te nemen, verantwoordelijkheid te nemen, en stappen te zetten om eventuele negatieve gevolgen van het misbruik te beperken.

    Download Ouders aan het woord >>

    #233620
    Mark
    Moderator

    Vaderschap na seksueel misbruik

    Het onderstaande is het verhaal van een oma. Haar zoon werd op school seksueel misbruikt. Dat verwerkte zij, samen met haar gezin, zo goed mogelijk. Er was in die tijd weinig hulp en haar zoon ging agressief gedrag vertonen, iets waar ze moeilijk mee om kon gaan. Het gezin overleefde het zo goed en kwaad als het kon en zoonlief groeit op en krijgt een relatie. Dan komen de kleinkinderen …

    Een tweeling!
    Dolblij ben ik, met de geboorte van mijn twee kleinkinderen. Regelmatig pas ik op de tweeling. Het voelt haast onwerkelijk fijn, na alle jaren van overleven en opletten dat ik mijn zoon niet trigger. Mijn schoondochter betrekt ook mijn zoon bij de zorg rondom de kinderen. Al vrij snel zie ik problemen opdoemen.

    Mijn zoon is géén goede vader
    Het is naar om het te moeten zeggen, maar mijn zoon is géén goede vader. Hij weet niet hoe je met baby’tjes om moet gaan. Als ze huilen wordt hij ongeduldig en gaat hij schelden. Als ik het aankaart krijg ik de volle laag.Toch wring ik mij in alle staten om er iets van te zeggen, omdat ik mij verantwoordelijk voel en in de hoop dat hij er iets van oppikt.

    De kinderen in bad doen
    Ik zie dat mijn zoon moeite heeft om de baby’s in bad te doen en biedt aan om te helpen. Gelukkig accepteert hij de hulp en ik probeer hem het goede voorbeeld te geven hoe je met baby’s omgaat. Het gaat vaak goed, maar ik moet wel oppassen dat ik hem niet het gevoel geef dat hij het niet kan. Zo gaat het ook met het verschonen van de luier, wat veel te hardhandig gaat. Of het op afstand houden van de baby, tijdens het fles geven. Alles gaat om controle houden en angst voor gezonde intimiteit. Als er iets tegenzit ben ik het haasje. Dan wordt hij agressief. Ik word er wanhopig van.

    Mijn zoon is al sinds het seksueel misbruik agressief
    Ik weet dat er een link is met het misbruik, want mijn zoon is al langer agressief. Mijn zoon kan het niet velen dat iemand anders de aandacht krijgt, zelfs zijn eigen kinderen niet. Dan raakt hij gespannen en bij het minste geringste begint hij de schelden. Hij heeft grote behoefte aan controle en als hij die niet voelt, wordt hij agressief.

    Zomaar een incident, één uit velen
    De tweeling is twee jaar en we gaan naar de speeltuin, alles staat klaar. We staan bij de auto en zijn zoon zegt dat hij dorst heeft. Mijn zoon vloekt en schreeuwt: ‘Je gaat nu in de auto, we gaan nu weg!’ Ik neem het voor mijn kleinzoon op en vervolgens schreeuwt hij tegen mij. Hij keert zich tegen mij en zegt: ‘Wat jammer dat jij het nou verpest!’

    Seksueel misbruik is niet bespreekbaar
    Ik probeer wat ik kan om de sfeer goed te houden en om hem op een positieve manier contact met zijn kinderen te laten hebben, maar het lukt niet. Steeds weer krijg ik agressie over mij heen. Als ik probeer om de link terug naar het misbruik te leggen, word ik niet serieus genomen. Het mag er niet zijn. Ik heb er inmiddels veel over gelezen en ben bereid er met hem over te praten, maar hij blijft zich tegen zijn moeder verzetten, met de opmerking: ‘Mama. jij met je boekjes.’ Ook ‘ouders aan het woord’, waar hij baat bij zou kunnen hebben, ik krijg het hem niet aangereikt.

    Hij verliest zijn werk en relatie
    Mijn zoon verliest een paar jaar later zijn werk, vanwege agressief gedrag op de werkvloer. Om dezelfde reden gaat zijn relatie stuk en heeft hij geen dak meer boven zijn hoofd. Hij komt regelmatig met de jongens bij ons overnachten. Het is een drama. Als de jongens ‘s nachts huilen, gaat hij ze niet troosten al ligt hij bij ze op de kamer. Als ik de baby`s wel ga troosten, krijg ik de kous op mijn kop.

    Ik zoek hulp
    Ik zoek hulp, omdat ik het niet meer kan aanzien. De agressiviteit van hem naar de kinderen zwakt af naarmate ze ouder worden. de kinderen worden verbaal ook sterker, maar ik vraag ze regelmatig hoe ze het hebben met elkaar. Zijn er ergens lotgenotengroepen rondom vaderschap na seksueel misbruik? Of is er een plek waar ík met mijn zorgen terecht kan? Mijn zoon is vast niet de enige die hier last van heeft? Overal krijg ik nee. Vaderschapscursussen of gespreksgroepen bestaan niet. Overal krijg ik te horen: ‘Ja, het zou er moeten zijn, maar het is er niet.’

    Ouders aan het woord
    Na lang zoeken vind ik het boekje van Marijke Naezer: ‘Ouders aan het woord’. Het boekje is niet meer in print, omdat de Vereniging tegen Seksuele Kindermishandeling opgeheven is. Maar via deze link is het verkrijgbaar. Het is een verademing: er zijn anderen die dit probleem tegenkomen.

    Inmiddels gaat het beter met mijn zoon
    Mijn zoon heeft, mede dankzij zijn nieuwe vriendin, hulp gezocht bij zijn verleden en de invloed die dit heeft op zijn vaderschap. Zelf blijf ik achter met het gevoel dat de hulpverlening mij en mijn zoon gefaald heeft. Dat mijn kleinkinderen daar het slachtoffer van zijn geworden, zodat ze in hun vroege jeugd te maken hebben gehad met een agressieve vader.

    Hoe zal het mijn kleinkinderen vergaan?
    Mijn kleinkinderen zijn opgegroeid in een onveilige thuissituatie. Gelukkig is mijn zoon inmiddels in staat om liefdevol met hen om te gaan. Maar de jongens zijn nog niet volwassen, wat als ze straks in de puberteit terechtkomen? Dat mij lijkt weer een fase die om enige assistentie vraagt, waar je niet voor bij je moeder wilt aan kloppen.

    De invloed van het verleden op ouderschap
    In ons geval viel het mij op dat onze zoon zelf niet het initiatief nam om hulp te zoeken, terwijl het een kritieke situatie betrof. Het is bekend dat de meeste mannen niet snel zelf hulp zoeken, door schaamte en/of schuldgevoel. Omstanders, familie, of vrienden, zouden dan toch de moed moeten hebben, de ouders te wijzen op hun gedrag zodat er hulp gezocht wordt. Daarnaast is het naar mijn idee zeer nodig dat er betere hulp wordt aangereikt specifiek aan mannen. Ook omdat zij medeverantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kinderen. Dit probleem serieus nemen kan helpen de ernstige gevolgen van geweld en misbruik in het verleden te laten stoppen bij de huidige generatie.

    Bron: helenvanseksueelmisbruik.nl >>

    #236096
    Mark
    Moderator

    Het krijgen van een kind kan je trauma naar boven halen

    De mannen die in de documentaire ‘Leaving Neverland’ vertellen hoe ze jarenlang door Michael Jackson misbruikt zijn, noemen de komst van hun eigen kind als het moment dat ze braken. Daarom vertellen ze hun geheim nu pas voor het eerst.

    “Heel herkenbaar”, zegt Ivonne Meeuwsen, zelf slachtoffer van seksueel misbruik en als coach gespecialiseerd is in de langetermijneffecten van seksueel misbruik. “Het krijgen van een kind kan oude gevoelens ‘triggeren’. Het verleden komt dan in een vloedgolf terug. Als een bom in je hoofd.”

    Zwangerschap
    Bij vrouwen gebeurt dat vaak tijdens de zwangerschap, vertelt Meeuwsen. “De controle raken ze dan kwijt. Het lijf neemt het over. En juist die controle is waardoor ze jarenlang hebben kunnen overleven. Gevoelens die jarenlang onderdrukt zijn, komen dan boven.”

    Bij zowel mannen als vrouwen kan die trigger ook het moment zijn waarop hun eigen kind de leeftijd bereikt waarop de ouder misbruikt is.

    Loyaliteit
    Meeuwsen kan wel verklaren waarom de twee mannen in de documentaire, Wade Robson en James Safechuck, al die jaren gezwegen hebben over het misbruik. In een eerdere rechtszaak getuigde Robson zelfs in het voordeel van Michael Jackson. Het heeft alles te maken met gemengde loyaliteit. “Kinderen voelen zich vaak mede-verantwoordelijk voor wat er is gebeurd. Er treedt schaamte op. Ze hebben het idee dat ze verliefd zijn geweest op de dader en dat zij het misbruik zelf hebben uitgelokt.”

    De effecten van het misbruik kunnen groot en langdurig zijn, zegt Meeuwsen. “Gemiddeld zwijgt een slachtoffer 15 jaar voor hij of zij er over spreekt. Het kan tot in het bejaardentehuis last geven. Een broeder die op de dader lijkt en je op privéplaatsen wast, kan het trauma bijvoorbeeld opnieuw bovenhalen.”

    Ik heb bewust geen kinderen gekregen. Ik wilde mijn trauma eerst verwerken. En daarna was het te laat.

    Levenslange effecten
    Het kan levenslange effecten geven, vertelt Meeuwsen: bij het eerste vriendje, de eerste seksuele ervaring, kinderen krijgen, of kinderen zien opgroeien. “Omgaan met autoriteiten is vaak ook lastig voor slachtoffers. En dan is er nog de angst om zelf kinderen te krijgen, bang zijn misbruik bij hun eigen kind niet te herkennen.”

    Het zijn effecten die Meeuwsen ook in haar eigen leven terug ziet. “Ik heb bewust geen kinderen gekregen. Ik wilde mijn trauma eerst verwerken. Maar dat duurde zo’n 10 jaar. Daarna was het te laat, vond ik. Ook heb ik nooit onder een baas kunnen werken. Ik kan niet goed met autoriteit omgaan.”

    Bron: eenvandaag.avrotros.nl

    #236215
    Mark
    Moderator

    Presentatie van het onderzoek van Lotte Waard en Jurren Albers over de vraagstelling naar Negatieve Seksuele Ervaringen (seksueel misbruik) door verloskundigen tijdens de zwangerschap. Zij vroegen twee groepen vrouwen (met en zonder negatieve seksuele ervaringen) wat de beste manier zou zijn voor de verloskundige om te vragen naar seksueel misbruik.

    #239099
    Mark
    Moderator

    Brochure Zwanger door incest

    Een zwangerschap is meestal iets moois. Er wordt naar de komst van het kindje uitgekeken. Maar wat als de zwangerschap is veroorzaakt door incest? Als een meisje of vrouw zwanger is geraakt omdat ze door haar vader, broer, opa, oom of neef seksueel is misbruikt?

    Dat deze zwangerschappen voorkomen is misschien moeilijk voor te stellen, toch bestaan ze. Want juist bij incest is veelal sprake van onbeschermde seks. Dat betekent dat een vrouwelijk slachtoffer risico loopt zwanger te raken. Een zwangerschap die vaak omgeven is met geheimhouding, net als de incest. Een geheim binnen een geheim dus.

    Doel
    De Stichting Ambulante Fiom (Fiom) wil een bijdrage leveren aan het zichtbaar en bespreekbaar maken van deze problematiek. Het doel van deze brochure is hulpverleners alert te maken op het bestaan van zwangerschappen door incest. Het ontwikkelen van een professioneel bewustzijn kan helpen in het (h)erkennen van dit soort zwangerschappen. Hulp bieden bij de verwerking van een zwangerschap die door incest is ontstaan, komt dan binnen bereik en biedt de getroffen vrouwen waar ze recht op hebben: erkenning en professionele ondersteuning. Het doel voor hen: het heroveren van de regie over hun eigen leven.

    In principe is de informatie in deze brochure bruikbaar voor alle hulpverleners1 die werken met vrouwelijke cliënten. Het is van belang dat zij alert zijn op signalen die wijzen op ervaringen met sek- sueel misbruik en de gevolgen daarvan. Meer specifiek is dit boekje gericht op hulpverleners die in hun werk te maken kunnen krijgen met vrouwen die in het verleden zwanger zijn geweest door incest, mogelijk in combinatie met problemen rondom (tiener)moeder- schap, abortus, afstand ter adoptie of zwangerschapsverlies. Basiskennis over de verwerking van seksueel misbruikervaringen, het proces van trauma & herstel, wordt bekend verondersteld.

    Ervaring
    Veel informatie in deze brochure is afkomstig van ervarings­ deskundigen. De Stichting Ambulante Fiom startte in 1999 als pilot een verwerkingsgroep voor vrouwen die zwanger zijn geweest door incest. Dit gebeurde mede naar aanleiding van de zoektocht van een cliënte naar gepaste hulp. Zij gaf aan dat ze zich niet thuis voelde in het bestaande hulpverleningsaanbod. De verwerkingsgroep abortus, verwerkingsgroep afstand ter adoptie, verwerkingsgroep ongewenste kinderloosheid, verwerkingsgroep incest: overal herkende ze wel iets, maar ze miste het contact met lotgenoten die net als zij zwanger waren geweest door incest.

    In 2002/2003 werd de groep herhaald met gebruikmaking van de eerder opgedane ervaringen. De pilot is geëvalueerd in een kwalitatief onderzoek (Giepmans, 2003). Voor dit onderzoek zijn negen vrouwen geïnterviewd die zwanger zijn geweest door incest. Hun ervaringen zijn in deze brochure verwerkt.

    Lees de brochure op fiom.nl >>

    #246665
    Luka
    Moderator

    perfecteoudersbestaanniet.nl

    Opvoeden & opgroeien
    Het opvoeden van kinderen is niet altijd makkelijk. Elke fase brengt weer andere vragen met zich mee. Praat ik wel genoeg met mijn peuter? Wat doe ik als mijn kind steeds uit bed komt? Zit mijn zoon niet teveel op zijn telefoon? Hoe zorg ik dat mijn kinderen geen last krijgen van onze scheiding?

    Over welke levensfase wil je meer weten?

    • Zwangerschap
    • Baby
    • Peuter
    • Basisschoolkind
    • Pubertijd
    • Jongvolwassene

    Praat erover. Met familie, vrienden of met ons.

    #247612
    Luka
    Moderator

    7 factoren die beschermen tegen overdracht van geweld en verwaarlozing

    Ongeveer een derde van de ouders die als kind slachtoffer van kindermishandeling zijn geweest, mishandelt of verwaarloost zijn eigen kinderen. Daar staat tegenover dat ongeveer twee derde de problematiek níet doorgeeft. Hoe lukt hun dat? Wat helpt die ouders hierbij?

    Marjon Donkers is zelfstandig adviseur kinderrechten, jeugdbeleid en preventie kindermishandeling. Ze dook in diverse wetenschappelijke studies en literatuur over ouders die zelf als kind mishandeld of verwaarloosd zijn. Deze zeven factoren blijken (aanstaande) ouders te beschermen tegen intergenerationele overdracht:

    Factor 1: een stabiele, betrouwbare partner kiezen
    We weten uit onderzoek dat adolescenten en volwassenen met ingrijpende jeugdervaringen geneigd zijn te kiezen voor een partner met een soortgelijke achtergrond. Herkenning, erkenning en het vinden van troost bij iemand die weet hoe het is: dit alles is een logische basis voor relatievorming. Een stabiele en betrouwbare partner kiezen is voor mensen met een mishandelingsverleden dus zeker niet eenvoudig. Maar diverse onderzoeken laten zien dat zij er met een harmonieuze relatie met een stabiele partner zonder zo’n verleden vaker in slagen om het patroon van geweld of verwaarlozing te doorbreken.

    Een belangrijke verklaring hiervoor komt uit de gehechtheidstheorie. Die stelt dat je in je vroege jeugd op basis van het contact met je ouders een soort blueprint ontwikkelt voor hoe intermenselijke relaties eruit horen te zien. Deze blueprint hanteer je vervolgens bij het aangaan van andere affectieve relaties in je leven. Wanneer je als kind geen veilige gehechtheid hebt gekend in het contact met je ouders of verzorgers blijkt het moeilijk om later in je leven veilige en gezonde relaties met anderen aan te gaan. Ook met je eigen kinderen.

    Maar gelukkig kan zo’n op onveiligheid gestoelde blueprint wel ten goede veranderen als iemand een stabiele, liefdevolle, ondersteunende partner heeft. Daardoor wordt het vermogen tot veilige hechting en positieve relaties, ook met de kinderen, vergroot.

    Factor 2: de eigen traumatische jeugdervaringen verwerken
    ‘We zijn niet zozeer veroordeeld tot het onbeperkt herhalen, maar we zijn veroordeeld om dát te herhalen wat we ons niet kunnen herinneren,’ zo vatten de onderzoekers Main en Goldwyn (1984) overdracht van geweld en mishandeling samen. Voor een ouder die als kind een slechte start had, is het dus belangrijk voor de relatie met het kind dat hij of zij heeft leren omgaan met pijnlijke herinneringen en negatieve gevoelens over de eigen jeugd, bijvoorbeeld met therapie of (trauma)behandeling.

    Uit onderzoek weten we namelijk dat ouders die een patroon van kindermishandeling niet herhalen – méér dan ouders die dat wel doen – onder ogen zien wat hun zelf als kind is overkomen en zij hebben het op enigerlei wijze verwerkt. Deze ouders weten zich meer van vroeger te herinneren, staan meer open voor hun gevoelens over hun jeugd, onderkennen zowel wat er goed, als wat er fout was aan de eigen ouders en eigen kindertijd, en ontwikkelen meer oog voor de conflicten en spanningen die inherent zijn aan ouderschap en opvoeding.

    Ouders die de oude pijn verwerkt hebben, blijken met meer empathie en inleving te reageren op de behoeften van hun eigen kinderen. Andersom geldt ook dat ouders die hun kinderen tekortdoen en die hulp krijgen bij het onder ogen zien van de pijn daarvan bij het kind, vaak meer openstaan voor de eigen nare jeugdervaringen. Dat helpt bij weer bij het verwerken ervan.

    Factor 3: een loyaal en steunend sociaal netwerk hebben
    Ouders die een intergenerationeel patroon van geweld of mishandeling weten te doorbreken, blijken meer en bevredigender sociale contacten te hebben dan ouders die dat niet lukt. Dit zegt wellicht ook iets over wat deze ouders zelf aan steun hebben ervaren in hun jeugd. Immers: mishandelde kinderen die in hun jeugd iemand hadden – vaak buiten het eigen gezin – die aardig voor hen was, een persoon die hen vertrouwen en steun gaf (denk aan een opa/oma, een juf/meester of de ouders van een vriendje/vriendinnetje), blijken veelal over meer mentale veerkracht te beschikken, en minder last te hebben van schadelijke gevolgen op de lange termijn.

    Uiteraard is het ontvangen van hulp en steun uit je sociale omgeving belangrijk voor iedere ouder. Het is een belangrijke ‘buffer’ die beschermt tegen overbelasting. Maar voor ouders met ingrijpende jeugdervaringen is steun zo mogelijk nog belangrijker. Het helpt ze om bij stress en gevoelens van onmacht te kunnen rekenen op een helpende hand vanuit de omgeving. Niet alleen voor praktische zaken, maar ook op emotioneel gebied.

    Emotionele steun betekent dat de ouder zich ook als ouder gezien en gehoord voelt en in staat wordt gesteld om ‘goede ouder’-ervaringen op te doen: de ouder ervaart dat hij of zij er werkelijk toe doet voor het kind. Zo bouwt hij of zij zelfvertrouwen op in het ouderschap.

    Factor 4: reële en gepaste verwachtingen koesteren
    Ouders die reële verwachtingen koesteren van het ouderschap en van hun kinderen, zullen minder gauw teleurgesteld of gefrustreerd raken en meer voldoening en plezier beleven aan het ouderschap. Dit geldt voor alle ouders, maar zij die zelf als kind mishandeld of verwaarloosd zijn, koesteren vaak overspannen verwachtingen. Meer of minder bewust verlangen zij dat het ouderschap hun iets brengt wat zij zelf als kind niet gekregen hebben. Ook willen ouders vaak koste wat kost voorkomen dat ze hun kind aandoen wat ze zelf hebben meegemaakt. Deze intenties en verwachtingen kunnen echter leiden tot gevoelens van teleurstelling wanneer het grootbrengen van een kind in de praktijk niet meevalt. En dit kan weer van negatieve invloed zijn op de relatie tussen ouders en kind.

    Iedere (aanstaande) ouder zou zich moeten verdiepen in het ontwikkelingsverloop van een kind

    Naast verwachtingen over ouderschap, kunnen de verwachtingen omtrent het kind irreëel of ongepast zijn. Irreële verwachtingen gaan over wat een kind van een bepaalde leeftijd (aan)kan. Bij onvoldoende kennis over zijn ontwikkeling, kan de ouder zijn kind overschatten of juist onderschatten. Dit geldt overigens ook voor alle ouders, niet alleen voor hen met een mishandelingsverleden. Het is voor iedere (aanstaande) ouder van belang om zich te verdiepen in het ontwikkelingsverloop van een kind.

    Ongepaste verwachtingen gaan over wat een kind de ouder zal brengen. Uit onderzoek en uit de praktijk blijkt dat ouders die zelf als kind mishandeld of verwaarloosd zijn vaker ongepaste verwachtingen hebben. Dat is wel verklaarbaar. De behoefte aan liefde, waardering en erkenning is bij deze ouders vaak groot. Dit kan ertoe leiden dat zij die van het eigen kind hopen te krijgen. Deze ongepaste verwachtingen kunnen het kind overbelasten: het kan niet aan die eisen voldoen. De eisen worden vaak niet uitgesproken, maar leggen wel een druk op het kind om te voldoen aan de behoeften van de ouder.

    Ze denken vaak dat hun kinderen niet van hen houden, voelen zich miskend

    Opvallend is dat ouders die hun kinderen mishandelen of verwaarlozen eerder geneigd zijn om het gedrag van hun kinderen als negatief en lastig te ervaren. Ook als dat gedrag objectief gezien niet zo gekenmerkt kan worden. Ze denken vaak dat hun kinderen niet van hen houden, voelen zich (als ouder) miskend en dichten hun kinderen soms negatieve intenties toe die ze niet hebben. Kortom: mishandelende ouders hebben relatief vaak een negatieve interpretatie van het gedrag van hun kinderen. Zij voelen daarover ergernis en beleven minder plezier aan het contact met het kind.

    Ergernis is vaak het resultaat van een gebrek aan zelfvertrouwen, van zich niet competent en gewaardeerd voelen en van het toedichten van kwade bedoelingen aan het kind. De verklaring hiervoor is dat de beleving van het kind door de ouders ook weer sterk samenhangt met de mate waarin de verwachtingen uitkomen. Onderzoek laat zien dat mishandelende of verwaarlozende ouders vaker het gevoel hebben dat het kind of het ouderschap tegenvalt – wat logisch is gezien de hoge verwachtingen die ze koesteren.

    Voor ouders die zelf als kind liefde, aandacht en erkenning tekort zijn gekomen is het van belang dat zij deze onvervulde verlangens niet projecteren op hun eigen kinderen. Dit vergt reflectie op de eigen jeugd en de onderkenning van eigen gemiste ervaringen en onvervulde behoeften.

    Professionals kunnen aandacht besteden aan de beleving van de ouder van het eigen ouderschap en aan het (gedrag van het) kind, aan de verwachtingen die daar een rol in spelen, evenals aan de belevingen en (on)vervulde behoeften en verlangens van de ouder toen hij of zij zelf kind was. Dit helpt om de doorwerking van onuitgesproken, ‘ongepaste’ verwachtingen, de blinde vlekken voor eigen oude emoties en voor negatieve belevingen van het kind tegen te gaan.

    Factor 5: goede keuzes maken
    Ouders die zelf als kind veel nare ervaringen meemaakten hebben een minder grote kans om dit door te geven aan hun eigen kinderen als zij op cruciale momenten in hun leven de juiste keuzes maken. Dit blijkt uit onderzoek waarbij twee groepen ouders met elkaar vergeleken werden: zij die wel en zij die niet in staat waren gebleken om de cirkel van geweld en verwaarlozing te doorbreken.

    Ouders die er wel toe in staat waren, hadden op belangrijke momenten keuzes gemaakt waardoor ze zich wisten te onttrekken aan een leven dat hun als het ware leek te overkomen in een aaneenschakeling van negatieve ervaringen. Het ging daarbij over bijvoorbeeld de keuze voor een opleiding, een baan en voor een partner. De ouders kozen ervoor om hun eigen leven vorm te geven, min of meer tegen de verdrukking van een slechte start in.

    Uiteraard vergt dit vermogen tot het maken van ‘goede keuzes’ een bepaalde mate van veerkracht en wellicht ook de aanwezigheid van een aantal andere van de hier genoemde beschermende factoren, zoals de beschikbaarheid van een steunend netwerk. Ook intelligentie en copingstijl zijn van invloed. En hulp van een mentor, coach of een andere vertrouwensfiguur kan dit soort positieve keuzes stimuleren.

    Factor 6: kunnen omgaan met stress en tegenvallers
    Helaas is een van de negatieve langetermijngevolgen van kindermishandeling dat slachtoffers vaak last hebben van een permanent ontregeld stresssysteem. Bij de minste of geringste spanning kan iemand doorslaan naar een survivalstand (vecht! vlucht! bevries!). Een ouder die zo reageert op stress en negatieve prikkels heeft bijvoorbeeld ‘een kort lontje’ (vecht) of loopt weg (vlucht) of onderdrukt zijn woede of pijn (bevriest).

    Met psycho-educatie kan ouders geleerd worden hoe hun ontregelde stresssysteem werkt en indien nodig kan therapie en hulp aangeboden worden voor traumaverwerking en stressregulatie. Zo voorkom je dat een ontregeld stresssysteem bij de ouder resulteert in geweld tegen, of verwaarlozing van, de kinderen. Ook uit onderzoek onder ouders die al dan niet geweld of verwaarlozing overdragen op hun eigen kinderen blijkt dat kunnen omgaan met stress een belangrijke beschermende factor is.

    En natuurlijk is ook hier de copingstijl – de wijze waarop iemand met problemen omgaat – van belang. Die is wel enigszins te beïnvloeden. Bijvoorbeeld met bewustmaking van de manier waarop iemand ‘van nature’ reageert op problemen of negatieve situaties, zoals tegenvallers, kritiek, nare omstandigheden en conflicten. Een hulpverlener kan de ouder helpen bij het ontwikkelen van een meer effectieve copingstijl en als het ware de overlevingstactiek die de ouder zelf als kind heeft ontwikkeld overschrijven.

    Factor 7: geluk hebben
    Op sommige factoren die de overdracht van geweld en verwaarlozing beïnvloeden hebben we nauwelijks invloed. Ze zijn aangeboren of genetisch van aard. Het gaat bijvoorbeeld om de fysieke en mentale reactie op prikkels. Maar ook om intelligentie.

    Intelligentie is geen beschermende factor an sich, maar de bescherming is een gevolg van het volgende: als kind haal je met intelligentie meer waardering en aandacht naar je toe, vervolgens biedt het de mogelijkheid voor een betere en meer gewaardeerde opleiding met in het verlengde daarvan een grotere kans op meer gewaardeerd en beter betaald werk. Dus intelligentie is behulpzaam bij het creëren van positieve kansen, het aanboren van hulpbronnen en het vergroten van mogelijkheden. Kortom: een beetje genetisch geluk hebben, helpt bij het doorbreken van de cirkel van geweld en verwaarlozing.

    Bron: Augeo Magazine

    #248055
    Luka
    Moderator

    Het geheim van een levenslange goede relatie met je kind

    ‘Zorg maar dat je je eigen rommel hebt opgeruimd voordat je kinderen puber worden’ – er zit zeker wat in. En belangrijker nog: er is hulp onderweg. Wat ouders kunnen leren om op een prettige manier verbonden te zijn met hun kind – of het nou 6 is of 36.

    Het ene moment moet je de veters nog strikken, het andere kan het dat ‘allang’ zelf. Willen ze bij de ene huilbui niets liever dan hun snotneus in je mouw duwen, bij de volgende moet je ‘alsjeblieft’ weg, hun kamer uit. En zelf, wat verlangt u zelf eigenlijk van uw ouders nu u volwassen bent? Dat ze geïnteresseerd vragen naar uw nieuwe baan – maar niet als u na een lange werkdag net met de krant op de bank ploft? Dat ze wel op de kinderen passen, maar zich niet met de opvoeding bemoeien?

    Opvoeden, het is moeilijk om het goed te doen. Maar het is wel belangrijk om het goed te doen. Belangrijker dan ooit.

    Toponderzoekers en -therapeuten komen samen op het congres ‘Creating connections’ in Kaatsheuvel. Relatietherapeuten, psychiaters, ontwikkelingspsychologen, gezinstherapeuten en neuropsychologen: ze spreken over het fundamentele belang van hechting. Want een kind dat zich veilig voelt bij zijn ouders, veilig genoeg om zelf op onderzoek uit te gaan, veilig genoeg om te zijn wie hij is, boos of blij, om te spreken wanneer hij iets te vertellen heeft en te zwijgen wanneer hij stil wil zijn, heeft een fundament onder zijn leven dat geen storm omver kan rukken.

    Maar de mogelijkheid om dat fundament te creëren, wordt bedreigd. Terwijl de stormen steeds harder waaien. Psycholoog en hoogleraar gezinstherapie Jim Furrow, dagvoorzitter op het congres: ‘Meer en meer gezinnen vallen uit elkaar. We hebben het druk. En het leven wordt steeds ingewikkelder. Vroeger waren gemeenschappen kleiner, was alles duidelijker en vertrouwder, tegenwoordig handelen we met de hele wereld. En er is van alles in die wereld wat we niet begrijpen. Dat maakt angstig. En angst kan een goede hechting in de weg staan.’

    Onze eigen angsten en onzekerheden: naast gebrek aan tijd zijn het de grootste bedreigers voor de veilige basis die elke ouder zijn kind wil bieden. Als één ding naar voren komt uit de gesprekken met Furrow en de Nederlandse psychotherapeut Berry Aarnoudse, de organisator van het congres in Kaatsheuvel, dan is dat het. Dat, plus het goede nieuws dat het nooit te laat is om er iets aan te doen.

    Een huis vol ruzies en stiltes
    Die belofte huist in de lessen uit Emotionally focused family therapy (EFFT), een gezinsvariant op de zeer succesvolle Emotionally focused couple therapy voor stellen. Die therapie is ontwikkeld door relatietherapeut en hoogleraar klinische psychologie Sue Johnson. Zij ontdekte een patroon in de ruzies en meningsverschillen van haar cliënten met relatieproblemen, en zag dat ze allemaal op zoek waren naar één ding: emotionele verbondenheid. Het veilige gevoel bij hun partner terecht te kunnen, met wat dan ook, en door de ander gezien te worden. Gehechtheid zoals kinderen die bij hun ouders zoeken. Johnson richtte haar therapie in op die behoefte, en boekte ongekende resultaten. 70 tot 75 procent van de mensen met relatieproblemen loste hun conflicten op met EFT- en wist hun hervonden verbonden gevoel ook vast te houden, bleek uit follow-up onderzoeken na twee jaar.

    Waarom zou je gezinnen waar geruzied of gezwegen wordt niet hetzelfde leren? Als die veiligheid ergens van belang is, dan is het tussen ouders en hun kinderen tenslotte. Zou het misschien kunnen dat de verbondenheid in deze gezinnen verstoord is door vergelijkbare emotionele blokkades?

    EFFT, de familievariant dus, staat nog in de kinderschoenen. Een grootschalig gerandomiseerd onderzoek naar het effect ervan loopt op dit moment, vertelt Furrow, maar de resultaten laten nog tot 2014 op zich wachten.

    In EFFT probeert een therapeut de emotionele relatie tussen gezinsleden te herstellen. Twee patronen komen in getroebleerde gezinnen vaak voor: de ouders zijn heel kritisch geworden op het kind, of ze zijn juist helemaal niet beschikbaar. De kinderen reageren daar op hun beurt weer op door zich terug te trekken of juist herrie te schoppen. Samen met de therapeut wordt onderzocht welke verlangens en behoeften onder het gemopper of de stilte liggen. Wat maakt dat een kind zich is gaan afsluiten voor de ouders? Wat maakt dat een ouder zo fel reageert op het kind? Beetje bij beetje wordt de houding van ouders en kinderen ‘zachter’ gemaakt, waardoor het voor de gezinsleden makkelijker wordt elkaar te bereiken. Zo wordt de veiligheid in het gezin vergroot en komen ouders en kinderen dichter bij elkaar.

    Ruimte voor alle gevoelens
    Het belangrijkste wat je daarvoor als ouder moet leren, is responsief en ontvankelijk te zijn. Berry Aarnoudse, die als psychotherapeut is gespecialiseerd in relatie- en gezinstherapie: ‘Responsief en ontvankelijk zijn, dat betekent dat je betrokken bent bij je kind, dat je oog hebt voor wat er in je kind omgaat. Een responsieve ouder laat merken dat hij zijn zoon of dochter echt ziet. En hij laat weten dat het kind bij hem terecht kan.’

    In de maanden na de geboorte betekent dat: reageren op huilen door te troosten of voeden. Maar ook vertellen wat het kind ziet: ‘Dat is een hond. Ik zag jou schrikken van het blaffen, dat is best een hard geluid hè.’ En naarmate het kind opgroeit, gaat het over het opmerken van verdriet, van opgetogenheid of boosheid, en het kind helpen die gevoelens te begrijpen. ‘Ik zie dat je met tranen in je ogen thuiskomt. Wil je me vertellen wat er gebeurd is?’ Een responsieve ouder begeleidt het kind zo bij het reguleren van zijn of haar emoties.

    Aarnoudse legt uit hoe belangrijk het daarbij is dat er ruimte is voor alle gevoelens van een kind. ‘Een van mijn cliënten was als kind met haar moeder bij de huisarts geweest vanwege haar somberheid. De huisarts had geadviseerd wat meer samen te doen. Eenmaal buiten stak de moeder haar arm door die van haar dochter en zei: “Kom, we gaan een paar mooie schoenen voor je halen!” Zo ging het altijd, vertelde deze vrouw. Problemen werden “opgelost” door spullen te gaan kopen. De boodschap die zij indirect van haar moeder kreeg, is dat er geen plek was voor haar neerslachtigheid.’

    Hij dóét het erom!
    En daar wordt het interessant. Want natuurlijk hebben alle ouders de goede bedoelingen om open te staan voor hun kind, ze het beste te geven en er voor ze te zijn. ‘Geen enkele ouder staat op met het idee dat kind vandaag eens even lekker op de huid te gaan zitten’, zoals Aarnoudse het verwoordt. Of met het idee eens even flink voorbij te gaan aan het gevoel van hun kind, zoals in het voorbeeld hier-boven. Maar blijkbaar is het moeilijk. Blijkbaar zijn er zaken die die ontvankelijkheid en responsiviteit in de weg staan. En daarmee komen we aan bij die angsten en onzekerheden uit het begin van dit verhaal, die een goede hechting ondermijnen. Hoe sluipen die er toch in?

    ‘Een kind brengt iets bij een ouder teweeg,’ vertelt gezinstherapeut Berry Aarnoudse. ‘Zonder het door te hebben, of zonder dat je het wilt, spreken kinderen je eigen behoefte aan erkenning aan, aan waardering, niet afgewezen willen worden. Als een kind duidelijk iets dwarszit maar het wil er niet over praten, dan kan de vraag opkomen: doe ik het wel goed? Die eigen behoeften, die maken het soms zo lastig om responsief en ontvankelijk te zijn. Om goed contact te houden met je kind, moet je die soms even opzij schuiven. Laten blijken dat je zijn worsteling gezien hebt, vertellen dat hij bij je terecht kan, en hem vervolgens zelf laten kiezen of en wanneer hij iets vertelt.’

    De persoonlijke behoeften van ouders spelen in alle fases op. De lastige dreumes die ouders doet uitroepen: ‘Hij dóét het erom!’ Aarnoudse: ‘Echt, een eenjarige heeft nog geen idee. Dat een ouder het gevoel heeft gemanipuleerd te worden, zegt iets over de behoefte die de ouder heeft. Namelijk om een competente vader of moeder te zijn, die serieus genomen wordt in zijn opvoedpogingen.’ Aarnoudse had onlangs een gezin in behandeling waarin het goed ging zolang de kinderen nog gevoeglijk waren. ‘Maar wat is eigen aan opgroeiende kinderen: ze verstoren wat ouders in hun hoofd hebben. Dat gaat van “Ik wil niet eten” tot “Ik heb geen zin meer om om negen uur naar bed te gaan omdat jij dat zegt”.

    Gaandeweg wordt er steeds meer van je gevraagd. En in dit gezin ontwikkelde zich een heel destructief patroon. Waarin de vader zich steeds meer tekort voelde schieten, en dat probeerde te compenseren door controle te houden over zijn kinderen. Hij kon door zijn eigen gevoel van falen niet meer openstaan voor wat zijn kinderen gezien hun leeftijd nodig hadden: niet een vader die zei wat ze moesten doen, maar een vader die iets meer naast ze ging staan, ze hun gang liet gaan onder de woorden ‘Klop je bij me aan als het niet lukt?’

    Inzicht in je eigen behoeften
    Wat het er natuurlijk niet makkelijker op maakt, is dat kinderen een afwijking of stoornis kunnen hebben die het open en betrokken blijven weleens flink in de weg kunnen zitten. Een kind dat moeite heeft zijn impulsen te bedwingen of ernstig oppositioneel gedrag vertoont, kan zijn ouders af en toe tot wanhoop brengen.

    Juist als kinderen opgroeien naar zelfstandigheid kan het flink botsen tussen de behoeften die ouders en kinderen hebben. Het is niet voor niets dat de puberteit altijd de moeilijkste fase wordt genoemd. ‘Alleen gaat dat niet zozeer over de kinderen,’ aldus Aarnoudse. ‘Vooral ook met de ouders gebeurt veel in deze fase. Als je veerkrachtig genoeg bent, dan kun je meegroeien met je kind in de puberteit, en ontvankelijk blijven voor wat je kinderen in deze turbulente levensfase nodig hebben. Maar ben je als ouder zelf wat onveilig gehecht, of niet zo stabiel, dan bestaat het gevaar dat jouw angst of onzekerheid een goed contact in de weg staat. Angstige ouders worden vaak rigide.’ Verbonden zijn komt dan alleen maar verder buiten bereik – wie opgelucht het ouderlijk huis verliet zodra de mogelijkheid zich aandiende, zal dat herkennen.

    Vaak dragen ouders hun eigen onvervulde behoeften op hun beurt ook al sinds hun kindertijd met zich mee. Dat maakt duidelijk hoe een goede of minder goede hechting van generatie op generatie kan doorwerken. Hoe veilig gehecht je zélf was, bepaalt mede hoe responsief en ontvankelijk je op je eigen kind kunt reageren. Gelukkig toont meer en meer breinonderzoek aan dat dit soort negatieve patronen later in het leven weer ten goede valt te keren.

    Ouders die op zoek gaan naar hun eigen behoeften, ontdekken al snel hoe die een goed contact met het kind kunnen dwarsbomen. Alleen het inzicht voorkomt al een groot deel van de mogelijke gezinsproblemen. Maar hoe ontdek je dat, dat het je eigen angst of onzekerheid is die maakt dat je boven op je kind gaat zitten? ‘Wat helpt is in plaats van je af te vragen “doe ik het wel goed voor mijn kind” jezelf af en toe eens de vraag te stellen: “Wat zijn mijn emotionele behoeften”,’ suggereert Aarnoudse. ‘Daarvoor moet je je kwetsbaar kunnen opstellen. En dan is een goede relatie met je partner belangrijk. Kun je vertellen dat je je afgewezen voelt als je kind je vragen negeert? Kun je de ander zeggen dat je alles zo graag voor je dochter regelt omdat dat je het gevoel geeft nodig te zijn? Zo krijgen die gevoelens de ruimte en kun je er verantwoordelijkheid voor nemen. Hoe sterker je het gevoel hebt dat je partner er is voor jou, hoe beter ouderschap er is.’

    Raak niet in paniek als het kind uit balans is
    Daar knelt overigens ook meteen de schoen, want onze relaties staan onder druk. Voor alleenstaande ouders is het volgens de therapeuten dan ook van groot belang iemand te vinden die zó veilig voelt, dat ze de dingen waar ze tegenaan lopen op volwassen niveau kunnen delen. In een gesprek tussen volwassenen kun je de ervaring opdoen dat je je zwaktes en twijfels kunt tonen zonder ergens bang voor te hoeven zijn. En daardoor is het voor zo’n ouder ook weer makkelijker om ervoor open te staan wanneer zijn of haar kind laat merken dat het ergens onzeker over is. En toe te laten dat het kind uit balans is, zonder daarvan zelf in paniek te raken, of zich ervoor af te sluiten. Hetzelfde geldt in gezinnen waar een of meerdere kinderen kampen met een stoornis. Ouders die onderling goed verbonden zijn, worden daar veerkrachtiger van, en zijn daarmee ook beter in staat om om te gaan met ontwikkelingsproblemen.

    Zo begon een moeder bij Aarnoudse in therapie in te zien dat ze zich in het gezin waar ze uit kwam altijd had moeten afvragen: doe ik het wel goed genoeg? En dat haar 21-jarige dochter diezelfde angst nu bij haar losmaakte, omdat de dochter zo weinig aan haar vertelde. Toen ze haar eigen angst begon te herkennen, kon ze zich vanzelf weer makkelijker voor haar dochter openstellen – zonder haar dochter die geslotenheid te verwijten.

    Om open en ontvankelijk te kunnen zijn, en de dingen niet op jezelf te betrekken, moet je dus ook in je eígen relaties een goede hechting hebben. In alles klinkt, kortom, het belang van hechting door. Is dat een alarmbel die rinkelt, in deze tijden van drukte en verwarring? Misschien. Een warme, onthaastende gedachte is het ook. Een gedachte die wel past in deze tijd. Bij elkaar kruipen en zorgen dat we het met elkaar kunnen delen – meer hebben we niet nodig.

    5 adviezen voor ouders die problemen met hun kind hebben

    1. Stel u erop in dat de behoeften van uw kind veranderen. Waar een kind in de ene fase wil dat u helpt problemen op te lossen, wil het een paar jaar later juist het vertrouwen dat hij of zij het zelf wel af kan. Psycholoog Jim Furrow: ‘Leer het verschil kennen tussen “Ik heb je nodig” en “Ik heb het nodig dat je me begrijpt”.’

    2. Hecht aan familierituelen. Het zondagochtendontbijt, het jaarlijkse weekendje weg in de lente, pizzabakavond: ze laten je zien dat je ergens deel van bent, dat je waardevol bent, erbij hoort. Die verbondenheid kunt u doelbewust vergroten door zomaar eens een ritueel in te voeren. Zaaidag, bijvoorbeeld.

    3. Leun op een andere volwassene. Om een goede ouder voor uw kind te zijn, is het belangrijk dat u met uw frustraties, onzekerheden of vragen terecht kunt bij uw partner of een vriend of vriendin. Zodat uw dochter niet hoeft mee te denken over de vraag waarom u zo onzeker wordt van haar opbloeiende liefdesleven.

    4. Werk aan uw relatie. Om met uw kind verbonden te zijn, is het belangrijk om samen verbonden te zijn. Praat bij ruzies niet over de inhoud (‘Lekker handig als je ook nog eens op mij gaat vitten als ik op de kinderen aan het vitten ben.’ ‘Nou, alsof dat gekat van jou de problemen oplost’), maar over de onderliggende behoeften: ‘Ik heb je steun nodig als de kinderen zo lastig zijn, want ik schiet dan eerder uit mijn slof.’

    5. Werk aan uzelf. ‘Gebruik de mogelijkheid die het hebben van kinderen brengt om zelf te groeien,’ zegt therapeut Furrow. Wat is het belangrijkste wat u van uw kinderen kunt leren?

    Scheefgetrokken relaties zijn van alle levensfasen
    Twee veelvoorkomende kwesties:

    ‘Mijn dochter van 16 is tegenwoordig degene die bepaalt of we het ergens over hebben of niet. Ik ben in deze fase voor het eerst onzeker. Onze verbondenheid is ineens onvoorspelbaar geworden. Ik ben niet overal meer vanzelfsprekend voor nodig.’

    Gezinstherapeut Berry Aarnoudse: ‘De verbondenheid tussen ouder en kind komt in deze fase op een andere manier tot uiting. Als je je stabiel en veilig genoeg voelt als ouder, kun je tegen jezelf zeggen: dit heeft niks met mij te maken, het heeft alles met de ontwikkeling van mijn kind te maken. Het is heel natuurlijk om een eigen leven te leiden en je kunt zelfs blij voor haar zijn dat ze geleerd heeft dingen zelf op te lossen. Openstaan betekent niet: alles maar delen. Belangrijk puntje is dan wel om, als ze wél je hulp vraagt, nooit te zeggen: “Ik dacht dat je al zo volwassen was?” Want dat is dus niet responsief.’

    ‘Hoewel ik 43 ben en een eigen gezin heb, claimt mijn moeder me nog steeds. Ze maakt vaak opmerkingen als “De meeste mensen zien hun kleinkinderen wel wat vaker” of “Ik dacht dat je nou wel eens een keertje zou bellen.”‘

    ‘Wat we in het leven nodig hebben, is het gevoel iets te betekenen in de ogen van een ander. In latere levensfases krijgen veel mensen het gevoel van mindere betekenis te worden. Toch moet het nooit zo zijn dat de behoefte van de óúders om waardering te krijgen, gezien te worden, erkenning te krijgen, moet worden ingelost door het kind. Als je dat wilt aankaarten bij je ouders is het zaak het bij je eigen behoeften te houden en niet verwijtend te zijn, want dan is het voor de ander moeilijk om zich open te stellen. Dus niet: “Ik voel me geclaimd door jou” maar liever: “Ik heb iets meer ruimte nodig om mijn eigen tijd in te delen.”‘

    Hechting, wat is dat ook alweer?
    De Engelse psychiater John Bowlby ontwikkelde halverwege de vorige eeuw zijn hechtingstheorie. Een pasgeboren kind is volledig afhankelijk van zijn verzorgers, en heeft daarom een aangeboren behoefte om een hechte band met hen te ontwikkelen, stelde Bowlby. Met het groeien kan het kind eerst met huilen en later in woorden duidelijk maken wat het van zijn ouders nodig heeft. Reageren de ouders daar consistent op, dan kan een kind zich veilig hechten. Zijn de ouders niet beschikbaar, of reageren ze de ene keer vol liefde en de andere keer volledig afwijzend, dan ontstaat er een afwijkend hechtingspatroon. En dat heeft gevolgen.

    Bijvoorbeeld voor de manier waarop een opgroeiend kind omgaat met het feit dat zijn vader of moeder hem af en toe alleen laat. Is een kind veilig gehecht, dan groeit het vertrouwen om in dat geval ook zelfstandig te spelen en ontdekken. Maar is het onveilig gehecht, dan levert een scheiding van de verzorgers zoveel stress op dat het ontdekken van de wereld geen optie is.

    Bron: Psychologie Magazine >>

    #249691
    Luka
    Moderator

    Augeo Magazine
    Editie 17 – maart 2020

    Aandacht voor verwaarlozing
    Verwaarloosde kinderen worden niet alleen door hun ouders, maar vaak ook door professionals over het hoofd gezien. Daarom gaat deze editie helemaal over verwaarlozing. Hoe kun je het herkennen? En wat kun je als professional doen om ernstige schade bij kinderen te helpen voorkomen? Je leest er alles over.

    Inhoud
    Verwaarlozing in sprookjes loopt altijd goed af
    •••• 1 ••••
    Achtergrond
    Hoe signaleer je emotionele verwaarlozing?
    •••• 2 ••••
    Interview
    ‘Als arts moet je verwaarlozing wíllen zien’
    •••• 3 ••••
    In de praktijk
    Hoe help je een verwaarloosd kind?
    •••• 4 ••••
    Ervaringsverhaal
    ‘Ik wilde óók ouders die me knuffelden’
    •••• 5 ••••
    In de praktijk
    6 professionals: ‘Zo bespreek ik verwaarlozing’
    •••• 6 ••••
    In de praktijk
    ‘Psycho-educatie over verwaarlozing is vaak niet genoeg’
    •••• 7 ••••
    BN’er aan het woord
    Topmodel Maxime van der Heijden ging van pleeggezin naar pleeggezin
    •••• 9 ••••
    Over Augeo
    Samen geven we kindermishandeling geen toekomst
    •••• 10 ••••

    Bron: Augeo Magazine >>

    #251919
    Luka
    Moderator

    Sex education: ‘Ga vooral niet voor het Grote Gesprek’


    Seksuele voorlichting, veel ouders vinden het moeilijk. Wanneer begin je ermee? Wat bespreek je wel en niet met je kinderen? En doe je dat zelf of laat je dat over aan Dokter Corrie? Journalist Franke van Hoeven vraagt het seksuoloog Eveline Stallaart: “Juist nu, met deze lockdown, moet je je kinderen waarschuwen voor de gevaren van porno.”

    Ondanks mijn vrije, hippie-achtige jarenzeventig/tachtig opvoeding, werd er thuis niet over seks gesproken. Gelukkig maar. Mijn moeder kocht ooit een voorlichtingsboek voor kinderen en liet dat achteloos in mijn kamer slingeren, zo van: kijk maar of je er iets mee wilt doen. Dat boek heb ik met rode oortjes doorgebladerd en verder heb ik als kind het een en ander opgestoken van Theo en Thea, die mij kennis lieten maken met de ‘voorbibs’, tongen en ‘jeweetjewellen’.

    Stiekem hoop ik het ook zo met mijn kinderen aan te kunnen pakken. Natuurlijk hebben we de basis tussen neus en lippen door besproken, praten we over de verkeringen van de kinderen en wat de grenzen van ‘je eigen lichaampje’ zijn, maar het grote gesprek hebben we nog niet met hen gevoerd. Maar ja, is dat wel wijsheid, dat losseflodderige van mij? Of moet je de boel juist heel erg bespreken met je kinderen, zoals een collega oppert als we het over dit onderwerp hebben? En als ik dan al iets bespreek met Puk (8) en Olle (5), hoe ver moet ik dan gaan? Wat vertellen we wel en niet?

    Nieuwe preutsheid

    Wij blijken niet de enigen te zijn die het niet goed weten. Seks blijkt nog altijd een lastig onderwerp, zo ontdekten opvoedkundigen Marina van der Wal en psychiater Bram Bakker, die samen het puber-voorlichtingsboek Vrijbewijs schreven. Zij merkten dat ouders over heel veel facetten van de opvoeding een mening hebben, maar dat seks gevoelig ligt. Sterker nog: Van der Wal is ervan overtuigd, zegt zij in het AD-artikel Ouders van nu hebben meer moeite met seksuele voorlichting, dat de komst van internet onze kijk op seks heeft veranderd tot iets afstandelijks en technisch, waardoor we preutser zijn geworden dan de generatie voor ons.

    “’Ouders onderschatten de leeftijd waarop kinderen de belangrijkste dingen al weten’

    Is seksuologe Eveline Stallaart het daarmee eens? Zijn wij, moderne ouders, preutser dan onze ouders? En hoe komt dat dan? Stallaart: “Wat vaak zie in mijn praktijk is dat ouders vooral problemen ondervinden met de nieuwe aspecten van seks. Met internetfenomenen zoals sexting en online porno is er een heel nieuwe wereld bijgekomen waarvan we nog niet goed weten wat we daarmee moeten. Daarnaast is het nog steeds taboe om het als ouder met je kind over seks te hebben. Maar alsjeblieft, het is zo belangrijk om dit wel te doen. Juist nu seksualiteit, na #MeToo, en met de gevaren van internet, weer een stuk gevoeliger is geworden. Vroeger was het: pas op dat je niet zwanger wordt, nu is het: pas op dat er online geen naaktfoto’s van je rondzwerven.”

    Vroeg wijs

    Er zijn, zegt Stallaart, een aantal bekende valkuilen. “Het is de weg van de minste weerstand om te denken: dat leren ze wel op school. Of: de kinderen komen wel naar me toe als ze iets willen weten. Of: dan breng ik ze alleen maar op ideeën. Ouders onderschatten de leeftijd waarop kinderen de belangrijkste dingen al weten. Dan beginnen ze met voorlichting als hun kind rond de 12 jaar oud is. Kinderen zijn op die leeftijd vaak al van het meeste op de hoogte, via vriendjes, internet, school… Het gevaar daarvan is dat ze uit nieuwsgierigheid zelf gaan rondkijken en op informatie kunnen stuiten die niet voor hen is bedoeld, of die niet zo vriendelijk gebracht wordt. Daar kunnen kinderen een misplaatste terughoudendheid van krijgen, of juist te veel interesse tonen voor zaken die niet voor hen zijn bedoeld. Voorlichting geef je net voordat het nodig is, en dat is dus eerder dan de meeste mensen denken.”

    Angst voor het Grote Gesprek

    Volgens Stallaart hebben veel ouders moeite om de juiste toon te vinden om zo’n gesprek te voeren, en om de juiste informatie te geven. “Dat vinden ouders zo moeilijk, dat ze het gesprek dan maar helemaal uit de weg gaan. De belangrijkste indicatie om er met je kind over te praten is als je kind vragen heeft. Haak daarop in. Als je kleuter vraagt: waar komen baby’s vandaan, dan begin je niet over zaadjes en een eitje. Maar dan kun je wel vertellen: als twee mensen knuffelen, kan er één zwanger worden. Dan geef je antwoord op de vraag op het niveau van het kind. Wat je niet moet doen is dingen zeggen als: ‘Daar ben je te klein voor’, of ‘Dat komt nog wel’. Nee, neem de vraag serieus. Geef antwoord op zijn of haar niveau. Grijp zo’n vraag aan om net iets meer te vertellen dan nodig, maar ook weer op het niveau van het kind.

    Wanneer begin je met die uitleg, als je er op tijd bij wilt zijn? “Je kunt dus al met kleuters een gesprek aangaan. En als kinderen zo rond de 7 zijn, wordt meer informatie belangrijk. Wat daarbij goed helpt, is een voorlichtingsboek. Zo’n boek kun je gebruiken als opening voor je kind om door te mogen vragen: ‘Lees dit een keer, en als je meer wilt weten, ben ik er voor je.’ Ga vooral niet zitten voor het Grote Gesprek. Kinderen vinden dat gênant, die lopen weg, geven weerstand. Nee, je wilt inhaken op interesses, maar vooral niet één moeilijk gesprek voeren. In zo’n boek gaan kinderen echt wel kijken. Ze zijn nieuwsgierig, alleen willen ze dat volwassenen niet laten zien. Het belangrijkste is dat kinderen voelen en weten dat ze bij hun ouders terecht kunnen, dat ze zich veilig voelen.”

    “’Kinderen die op die manier worden opgevoed, maken later veiligere keuzes’

    In de loop der jaren kun je het zo aan blijven pakken. Stallaart: “Seks is heel intiem, en voor kinderen veelal schaamtelijk. Je wilt het er niet met je ouders over hebben, maar het is goed als de mogelijkheid er altijd wél is. Informatie moet je vooral niet op willen dringen, maar het is wel fijn als je kind weet dat het altijd bij je terechtkan en dat je er altijd bent om te helpen. Kinderen die op die manier worden opgevoed, hebben later een veiliger seksleven en maken veiliger keuzes, blijkt uit onderzoek. Een veilige basis zorgt ervoor dat je kind binnen een veilig kader opereert.

    Gevaren van porno

    Als kinderen in de vroege puberteit komen, kun je ze informatie opleggen, bijvoorbeeld om uit te leggen wat de risico’s van sexting en porno zijn: dat porno niet echt is, dat het niet goed is om te veel naar te kijken. Kinderen moeten weten dat porno geen voorlichting is, maar volwassen entertainment, dat is iets heel anders. Ook het beeld van vrouwen klopt natuurlijk niet, hoe vrouwen eruitzien en hoe ze zich horen te gedragen.

    Wat porno voor jongeren extra schadelijk maakt, is dat ze eraan verslingerd kunnen raken. Als jongeren elke keer dat ze masturberen, bijvoorbeeld dagelijks, porno kijken, dan raakt het brein gewend aan de dopamineshot die het krijgt. Ik zie in mijn praktijk jongens die op hun dertiende veel porno kijken en die een paar jaar later niet kunnen genieten van echte seks met een meisje. ‘Brave seks met een leuk meisje’ valt in het niets bij dopamineshot van die porno.

    Jongens worden daar heel onzeker van en krijgen seksuele problemen, en hebben geen idee hoe dat is ontstaan. Je kunt ervan afkicken, maar dat is vergelijkbaar aan een drugs- of alcoholprobleem. Een jong brein raakt van die porno sneller van slag. Pak je dit niet aan dan heeft het mogelijk depressies en angst tot gevolg. Zeker nu, met die lockdown, is veel porno kijken een serieus gevaar. Pornhub heeft bijvoorbeeld een flinke stijging van bezoekers en laat nu nog meer gratis zien waar je normaal gesproken member voor moet zijn.”

    “’Vergeet vooral niet aan meisjes te vertellen dat ze van seks mogen genieten’

    Goed. Praten dus. Maar wat als je als ouder daar echt te verlegen bent of het onderwerp seks niet aan durft te kaarten, om welke reden dan ook, bij je kinderen. Wat doe je dan? Stallaart: “Je kinderen een boek geven werkt fantastisch. Als je er niets bij wilt zeggen, zou je een appje kunnen sturen, of er een briefje bij kunnen doen. Het doel is dat kinderen zich bij de ouders kunnen en mogen uiten, dus er moet wel een communicatiemiddel voorhanden zijn. Een briefje, met daarop de tekst, ‘Ik heb hier een boek voor je, als je erover wilt praten of vragen hebt, kun je bij me terecht’, is al goed. Het enige belangrijke is dat je blijft zenden.

    Vergeet daarbij vooral ook niet meisjes de boodschap mee te geven dat ze van seks mogen genieten. Leer ze op onderzoek uit te gaan wat ze fijn vinden. In onze maatschappij hebben vrouwen nog steeds te veel een pleasende rol. We willen nog altijd die man tevreden houden. Veel meiden hebben pijn bij het vrijen, vaak omdat ze niet genoeg opgewonden zijn maar dan toch seks hebben, dat moet echt anders. Kortom, leg een veilige basis, laat je kinderen weten dat ze bij je terecht kunnen, dan ben je al heel eind op de goede weg.”

    Eveline Stallaart is seksuoloog en psycholoog en heeft een praktijk in Amsterdam, ESSH. Ze is vaste seksuoloog bij onder meer RTL Boulevard en Married at First Sight en schrijft voor verschillende magazines.

    Bron: evajinek.nl >>

    #252791
    Luka
    Moderator

    KIJKTIP: ‘THEY FUCK YOU UP’, OVER DOORGEGEVEN TRAUMA’S IN OPVOEDING

    Dat je ouders je – hoe goed hun opvoeding ook bedoeld was – opzadelen met hun trauma’s en jij weer op jóuw beurt je eigen kinderen daarvan wat meegeeft, zien we in de docu ‘Your Mum and Dad’.

    ‘They fuck you up, your mum and dad. They may not mean to, but they do. They fill you with all the faults they had. And add some extra, just for you”: het zijn weinig opbeurende woorden waarmee de docu begint.

    VERDRIET
    Toch is dat precies het punt dat filmmaker Klaartje Quirijns wil onderzoeken in dit egodocument. Welke trauma’s hadden haar eigen ouders? En wat heeft zij op haar dochters overgebracht van dit – waarschijnlijk onbewuste – verdriet? Zo had Quirijns een zusje dat ze nooit heeft gekend, ze verdronk voordat zij werd geboren. Haar ouders spraken nooit over het meisje, waarschijnlijk om haar te beschermen en omdat haar moeder nog steeds in shock is, zo denkt psychoanalyticus Kirkland Vaughans, die tijdens de hele docu aan het woord komt.

    Hij vertelt hoe onze identiteit voor een groot deel wordt gevormd door onze ouders. “Er bestaat niet zoiets als één heel eigen identiteit. Het deel dat we ons ‘ik’ noemen, bestaat uit deeltjes van iedereen die in onze opvoeding iets voor ons betekend heeft, samen met het oordeel van anderen dat we hebben geïnternaliseerd. Het gevoel van hechting met je moeder, je cultuur: het is onderdeel van jouw ‘ik’.

    FAMILIESYSTEMEN
    Quirijns zoektocht naar deze familiesystemen brengt haar ook naar haar eigen familie. Ze spreekt haar ouders – haar moeder praat met moeite over haar overleden kind – en vraagt haar dochters wat ze van haar als moeder vinden. En zo blijkt dat elk huisje zijn kruisje heeft, of, zoals Quirijns zo treffend zegt in haar voice-over: “De kindertijd is een fantasie in scene gezet door volwassenen, een nauwkeurig uitgewerkte belofte van geluk. Maar naarmate de kinderen opgroeien wordt het moeilijker je aan die belofte te houden.”

    Bekijk de 2DOC op NPO Start >>

    Bron: Linda.NL >>

    #258871
    Luka
    Moderator

    Wat is een POP-poli?

    De letters POP staan voor Psychiatrie, Obstetrie (Verloskunde) en Pediatrie (Kindergeneeskunde). In de POP poli bundelen zorgverleners van verschillende disciplines hun krachten om u voor en tijdens uw zwangerschap, bevalling en kraambed te ondersteunen.

    Zwanger worden, je zwangerschap en je kraamtijd zijn spannende periodes in je leven. Is het door psychische klachten moeilijk voor jou om hiermee om te gaan? Dan kan je terecht bij de POP-poli. Wat is een POP-poli en hoe word je door dit team begeleid?

    Wat is een POP-poli?
    Een POP-poli bestaat uit een team van medische deskundigen. Je kan hier terecht als je een kinderwens hebt of zwanger bent en je daarnaast psychische klachten hebt. POP is een afkorting van psychiatrie, obstetrie (verloskunde) en pediatrie (kindergeneeskunde). Ook als je tijdens je zwangerschap klachten krijgt, kan de POP-poli ondersteuning bieden. Je kan hierbij denken aan bevalangst, sombere gevoelens en hevige stemmingswisselingen.

    Het team van de POP-poli bestaat uit een kinderarts, psychiater, gynaecoloog, verloskundige en maatschappelijk werker. Met elkaar geven zij jou de begeleiding die je nodig hebt om je zwangerschap en kraamtijd goed te laten verlopen. De volgende zaken kunnen een reden zijn voor aanmelding bij de POP-poli:

    • Je hebt een psychische aandoening (gehad) of vermoedt dat je dit hebt
    • Je gebruikt medicijnen ter behandeling van angst, depressie of verwardheid
    • Tijdens je zwangerschap krijg je last van psychische klachten
    • Er is sprake van een verslaving aan alcohol, medicatie en/of drugs
    • Je hebt eerder last gehad van een postnatale depressie
    • Je leeft in moeilijke sociale omstandigheden
    • Je hebt eerder een kraambedpsychose gehad
    • Er is sprake van een tienerzwangerschap
    • Je hebt een verstandelijke beperking

    Hoe verloopt de intake bij een POP-poli?
    Je wordt naar een POP-poli verwezen door je huisarts, verloskundige, psychiater of psycholoog. Hebben zij het vermoeden dat je extra steun kan gebruiken bij je zwangerschap en bevalling? Of geef je zelf aan dat je hulp kan gebruiken? Dan zorgen zij voor een doorverwijzing.

    Na aanmelding bij de POP-poli heb je een intakegesprek met een gynaecoloog of verloskundige van het team. Ook je partner is bij dit gesprek en bij vervolggesprekken welkom. Tijdens het intakegesprek vraagt de gynaecoloog of verloskundige hoe het met je gaat en welke hulp je kan gebruiken. Hierbij informeert hij of zij naar je lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ook je thuissituatie en eventuele medicijnen die je gebruikt komen ter sprake.

    Na het intakegesprek bepalen de zorgverleners welke hulp het best bij jou past en hoe zij jou kunnen helpen. Vervolgens leggen ze de begeleidingsopties aan je voor. Samen stellen jullie een behandelplan op. Het team stelt degene die jou doorverwezen heeft op de hoogte van dit plan.

    Het team van de POP-poli
    Het samenwerkingsverband van de POP-poli bestaat uit de volgende zorgverleners:

    • Psycholoog. Heb je last van psychische klachten of heb je een psychische aandoening? Dan begeleidt de psycholoog je hierbij met behulp van gesprekken en/of therapie.
    • Psychiater. Gebruik je tijdens je zwangerschap medicijnen? Dan is een psychiater betrokken bij de begeleiding. Deze kan je informeren over medicijngebruik tijdens je zwangerschap en eventueel helpen met het (tijdelijk) afbouwen ervan.
    • Gynaecoloog. Tijdens de intake controleert de gynaecoloog je lichamelijke gezondheid. Ook kan hij of zij inschatten of er risico’s aan je zwangerschap verbonden zijn.
    • Kinderarts. De kinderarts kan je vertellen welke zorg je baby nodig heeft. Gebruikte je tijdens de zwangerschap antidepressiva of angstremmende medicijnen? Dan controleert hij of zij of deze invloed hebben gehad op de gezondheid van je baby.

    Wat kan je verwachten van de POP-poli?

    Het behandelplan dat je samen met het team van de POP-poli opstelt, zorgt ervoor dat je de juist hulp krijgt. Bovendien kan het team de begeleiding door verschillende zorgverleners zo goed op elkaar afstemmen. De POP-poli kan je helpen bij de volgende zaken:

    Advies bij kinderwens
    Heb je een kinderwens en last van psychische problemen? Dan kan de POP-poli je hierbij helpen. Het team begeleidt je bij de keuze voor een kindje en informeert en adviseert je over alles wat daarbij komt kijken.

    Psychische hulp
    De POP-poli geeft je voor, tijdens en na je zwangerschap de psychische hulp die jij nodig hebt. Dit doet het team door middel van gesprekken en, indien nodig, therapie of medicatie. Was je voor je aanmelding bij de POP-poli al in behandeling voor psychische klachten? Dan stemt het team de begeleiding af met je behandelaar.

    Advies over medicijngebruik
    Het gebruik van bepaalde medicijnen kan gevaren opleveren voor je ongeboren kindje. Ook tijdens je borstvoedingsperiode kunnen sommige medicijnen een risico vormen voor je baby. De poli adviseert je hierover en helpt je met afbouwen als je (tijdelijk) met de medicijnen stopt.

    Begeleiding bij de bevalling
    Soms is de angst voor de naderende bevalling zo groot, dat deze je dagelijks leven beïnvloedt. Wanneer je last hebt van bevalangst, kan de POP-poli je hierbij helpen. Gedurende je zwangerschap kunnen gesprekken met een psycholoog je helpen om te gaan met je angsten. Heb je behoefte aan extra begeleiding tijdens je bevalling? Dan kan een psychiatrisch verpleegkundige je bijstaan.

    Klinisch kraambed
    De eerste dagen met je baby kunnen heftige dagen zijn. Kan je tijdens deze periode extra begeleiding gebruiken? Dan is het mogelijk dat de POP-poli je adviseert om de eerste dagen na je bevalling in het ziekenhuis door te brengen. Dit heet een klinisch kraambed. Gespecialiseerde verpleegkundigen geven je extra ondersteuning en begeleiding bij het verzorgen van je baby.

    Zorg rondom je baby
    Een kinderarts houdt in het oog hoe de hechting tussen jou en je kleine verloopt. Je krijgt begeleiding bij het opbouwen van een veilige band met je kind. Gebruikte je tijdens je zwangerschap medicijnen voor je psychische klachten? In dit geval worden jij en je baby 24 uur in het ziekenhuis geobserveerd. De kinderarts controleert of de medicijnen invloed hebben gehad op de gezondheid van je baby.

    Begeleiding na de bevalling
    Na de bevalling draagt de POP-poli de zorg over aan je eigen verloskundige en de kraamzorg. Het team wijst een contactpersoon aan bij wie je met problemen of vragen terecht kan. Dit kan je huisarts of een psycholoog zijn. Indien nodig blijf je in het ziekenhuis in behandeling bij een psycholoog.

    Heb je behoefte aan een nagesprek? Dan kan je ongeveer zes weken na de bevalling terecht bij de gynaecoloog van de POP-poli. Tijdens dit gesprek bespreken jullie hoe je je zwangerschap, de bevalling en je verblijf in het ziekenhuis ervaren hebt.

    Bron: 24baby.nl >>

19 berichten aan het bekijken - 1 tot 19 (van in totaal 19)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 26 ▪︎ leden online: 1
Toughcookie
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.759, berichten: 14.841, leden: 1.609
Scroll Up