Overige websites

  • Dit onderwerp bevat 68 reacties, 5 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 07/06/2022 om 16:35 door Luka.
9 berichten aan het bekijken - 61 tot 69 (van in totaal 69)
  • Auteur
    Reacties
  • #258812
    Luka
    Moderator

    Zo luister je het best naar een ander (volgens de wetenschap)

    Zeg eens eerlijk: zijn er momenten dat je niet echt luistert naar de persoon die tegenover je zit? In sommige situaties overkomt mij dit vaker dan ik zou willen. Er zit dus maar één ding op: ik moet naar een school die mij leert om beter te luisteren.

    Vóór corona had ik eens een verjaardagsetentje in een restaurant met een groep mensen. Een tafelgenoot kletste ruim een uur over van alles en nog wat. Ondanks dat ik hem aankeek en braaf ja knikte, had ik eigenlijk niet door wat hij nou allemaal vertelde.

    Hetzelfde gebeurde standaard in de schoolbanken en soms gaat het ook langs me heen als mijn vriend me iets vertelt wat ik eigenlijk niet zo interessant vindt.

    Uit onderzoek blijkt dat ik niet de enige ben: liefst acht op de tien Nederlanders luistert niet altijd goed tijdens een gesprek. Helaas hoor ik dus daar ook bij. Het is niet zo dat ik nooit luister. Ik kan aandachtig luisteren naar die vriendin in nood en ik kan als journalist tot in detail terug vertellen wat mijn interview kandidaat vertelde. Niks aan de hand zou je denken, maar er zijn momenten dat er helemaal niks binnenkomt.

    Een irritante eigenschap, dus ik besluit een les te volgen bij de Luisterschool van Saskia Zwijnenburg (49). Ze is afgestudeerd psycholoog en werkt sinds 2015 als luistercoach. Ik haak aan bij de masterclass Holding Space, een cursus die mij moet leren hoe ik écht goed kan luisteren.

    Vertraging opzoeken
    Voorafgaand krijg ik een thuisoefening mee: probeer alledaagse dingen te vertragen. Trek langzaam je jas aan, poets langzaam je tanden en drink langzaam je kop thee leeg. Daar ga ik gelijk al de mist in. Ik doe alles in de derde versnelling, op de automatische piloot en het liefst alles tegelijkertijd.

    Tijdens mijn gesprek met Saskia kom ik al snel tot de conclusie dat dit een van de oorzaken is van mijn problemen. Hoe kan ik verwachten dat ik rustig naar iemand kan luisteren als alles in mijn leven snel en gehaast gaat? “Door gedurende de dag vertraging in de kleine dingen op te zoeken, kun je ook beter de tijd vinden om te luisteren,” drukt de luistercoach mij op het hart.

    Stiltes laten vallen
    Saskia legt me uit dat ze voorstander is van communiceren vanuit een ‘holding space’. Hierin is het belangrijk dat je de tijd maakt voor een gesprek, jezelf niet passief opstelt en je grens durft te bewaken. Dat laatste is iets dat we tegenwoordig te weinig doen.

    “We leven in een maatschappij met ontzettend veel kennisoverdracht en we communiceren heel erg horizontaal. De een vertelt en de ander reageert daar direct op. Het is vaak niet gewenst om een lange stilte te laten vallen of om tegen iemand te zeggen: ik heb even de tijd nodig om op je verhaal te reageren. Gek eigenlijk, want dit is heel belangrijk om goed te kunnen luisteren.”

    Ik weet van mezelf dat ik soms de tijd nodig heb om iets dat iemand vertelt een paar seconden te laten bezinken, maar tegelijkertijd vind ik stiltes ongemakkelijk aanvoelen. Daarin ben ik overigens niet de enige. Het internet staat vol met tips over hoe je een vervelende stilte’ kan voorkomen en ook in series en films vinden ze het heerlijk om een stilte zo ongemakkelijk mogelijk weg te zetten.

    Het perfecte antwoord
    In de masterclass leer ik over nog een groot obstakel dat optreedt tijdens het luisteren. Een hoop mensen zijn namelijk vooral bezig met hun eigen reactie voorbereiden wanneer iemand praat. Hier is in 2020 uitgebreid onderzoek naar gedaan door de Duitse psycholinguïst Mathias Barthel.

    Dit is een probleem waar ik zelf ook tegenaan loop wanneer mijn vriend over een hobby vertelt waar ik weinig van begrijp. Ik dacht dat het desinteresse was, maar als Saskia mij laat terugdenken, ging er tijdens die gesprekken alleen maar door mijn hoofd: ik snap het niet. Wat moet ik nu zeggen? Help!

    Tijdens de masterclass legt de luistercoach uit dat een perfect antwoord helemaal niet nodig is om te laten merken dat je luistert naar iemand. “Luister niet alleen naar de inhoud die iemand vertelt, maar ook naar de emotie die daar inzit. In plaats van dat je een slim antwoord wil geven, kun je ook zeggen: ‘Wat leuk dat je zo enthousiast bent’ of ‘Ik merk dat dit je raakt’.”

    Luistergrens
    Ik heb altijd geroepen dat ik slecht ben in lang naar iemand luisteren, maar nu besef ik me dat ik misschien niet altijd heb geweten hoe ik moet luisteren. De situaties waarin ik wél goed kan luisteren, een interview of iemand die dicht bij me staat met een probleem, daar creëerde ik eigenlijk al die holding space waar Saskia het over heeft. Ik maak tijd, doe mijn telefoon in mijn tas, ik merk de emoties van een ander op en geef het aan als het gesprek te snel gaat. Waarom pas ik dat eigenlijk niet nog meer in mijn dagelijkse leven toe?

    Een verandering in mijn gehaaste levenspatroon en het bewaken van mijn ‘luistergrens’ moeten me in de toekomst gaan helpen om nog beter te gaan luisteren. En die ongemakkelijke stiltes? Die wil en ga ik voortaan juist omarmen. Hallo? Ben je daar nog?

    Bron: NPO 3 / Brandpunt Plus >>

    #258860
    Luka
    Moderator

    Emotionele mishandeling – Je komt als slachtoffer vaak in een existentiële crisis terecht

    Psychiatrische problemen zijn vaak het gevolg van de emotionele mishandeling die cliënten hebben ondergaan in hun verleden. Ze worden soms zelfs vrij letterlijk gek gemáákt. Dat zegt Tako Engelfriet, voorzitter van stichting ‘Het verdwenen zelf’.

    Over hoe psychoses, depressie en bipolariteit ontstaan zijn boeken vol geschreven. Eén van de oorzaken als gevolg van emotionele mishandeling kan trauma zijn. Emotionele mishandeling komt veel voor en laat diepe traumasporen achter. Dat beschrijven we in dit artikel. Minder bekend is dat dit trauma meestal actief veroorzaakt is.

    Emotionele mishandeling is als koolmonoxide: onzichtbaar en giftig
    Iris Koops, auteur van twee boeken over de gevolgen van emotionele mishandeling, beschrijft hoe complex trauma ontstaat: niet door een ernstige gebeurtenis, maar door ‘een serie onzichtbare, ontwrichtende ervaringen’. Slachtoffers belanden zonder het te weten ‘in het land van duisternis’.

    “Mijn moeder liet mij nooit met rust toen ik klein was”
    Dit vertelt bijvoorbeeld Roos, slachtoffer van ernstige emotionele mishandeling in haar jeugd: “Mijn moeder liet mij nooit met rust toen ik klein was. Ze speelde in op mijn schuldgevoel. Altijd moest ik er voor haar zijn. Ze manipuleerde op verschillende manieren als ik ook maar iets van een grens aan gaf. Ze kon me nooit alleen laten, en zelfs als ik me op de wc had opgesloten om een paar minuten op mezelf te kunnen zijn, stond ze door de deur heen tegen me aan te praten. Dat ging met grote emoties gepaard, want hoe haalde ik het in mijn hoofd om me voor haar af te willen sluiten. Ik heb er nu, dertig jaar later, nog steeds last van. Het invasieve heeft me bijna gek gemaakt.”

    Slachtoffers denken vaak dat ze labiel zijn en dat hun ernstige symptomen aan henzelf liggen
    Ze twijfelen vaak aan zichzelf en hun ervaringen. Klopt het wel dat ze dit hebben meegemaakt? Overdrijven ze niet? Slachtoffers kregen vaak te horen dat ze ‘een zwak kind’ waren of ‘gestoord’ zijn. Als ze zich verweerden kregen ze reacties als “Jij haalt je ook altijd van alles in je hoofd” of “Stel je toch niet zo aan”. De moeder van Roos speelde juist in op haar schuldgevoelens, met opmerkingen als “Weet je wel hoe erg het voor mama is wat je nu doet”.

    Over plegers van emotionele mishandeling weten we steeds meer
    Het betreft vaak mensen met narcisme of psychopathie (van trekken tot stoornis). Plegers hebben weinig empathie of geweten, ze houden koste wat kost hun eigen opgeblazen zelfbeeld overeind en misbruiken anderen voor hun eigen behoeften. Kinderen of partners van lopen een groot risico op trauma.
    Plegers gebruiken vaak manipulatie om hun destructieve gedrag te maskeren en dit zet slachtoffers voortdurend op het verkeerde been. Plegers zeggen bijvoorbeeld met een glimlach de meest vreselijke dingen of uiten cryptisch geformuleerde bedreigingen. Dat is beangstigend, verwarrend en vernederend tegelijk.

    Manipulatie kent veel vormen
    Woorden zijn wapens. De meeste mensen weten bijvoorbeeld wel dat interpretaties en emoties rondom feiten per persoon verschillen. Bij mensen met narcistische trekken of een stoornis is dat anders. Iris zegt in haar boek ‘Herstellen van narcistische mishandeling’ hierover: “Simpel gezegd doet een narcist precies het tegenovergestelde: omdat hij de realiteit niet verdraagt, probeert hij zowel zijn eigen realiteit als die van anderen structureel te manipuleren.”

    Dubbelzinnig taalgebruik is vrijwel standaard. Iris: “De pleger gebruikt mooie woorden om zijn luchtkasteel mee te bouwen. Maar iets wordt pas waar als je het daadwerkelijk ervaart. Als hij dus woorden gebruikt als ‘met elkaar omgaan op basis van respect’, dan schreeuwen die woorden om toetsing. Hoe gaat hij met jou en anderen om? Narcistische mensen zetten dergelijke taal in om het gedrag van lastige mensen bij te sturen. Woorden zijn dus wapens.”

    Plegers zijn niet alleen maar destructief, dat is het verwarrende eraan
    Ze wisselen een leuke avond af met kleinerende opmerkingen, aperte leugens doen ze af met een charmante ontkenning of ze laten op een grapje een stiltebehandeling volgen. Slachtoffers ervaren zonder dat ze het door hebben een langdurig schadelijke mix van chaos, schaamte, angst en schuldgevoelens.
    Uit onderzoek blijkt dat emotionele mishandeling schade kan aanrichten in het zenuwstelsel en de hersenen van slachtoffers. Manipulatie en machtsmisbruik zorgt voor een verwrongen realiteitsbesef, een permanent gespannen lichaam en een verstoord zelfbeeld.

    Het gevolg?
    De authentieke kern van slachtoffers vervaagt of ontwikkelt zich nooit: het verdwenen zelf. Ernstig trauma bepaalt steeds meer hun leven. Iris: “Je komt als slachtoffer vaak in een existentiële crisis terecht, omdat je zo wordt uitgedaagd in je geloof in de wereld en de mensheid, dat je het op een gegeven moment echt niet meer weet.” Vaak ontstaat dan een psychiatrisch probleem als een psychose, depressie, angsten of andere ernstige traumasymptomen.

    Deze problemen zijn niet aan slachtoffers zelf te wijten
    Ze zijn vaak vrij letterlijk gek gemáákt. Een afstandelijke of alleen op symptoombestrijding gerichte behandeling werkt vaak niet: de oorzaak wordt immers niet aangepakt. Slachtoffers hebben empathische traumatherapeuten nodig die hen ondersteunen bij het ontschuldigen van hun problemen. Gekoppeld aan goede psycho-educatie helpt dit om van ‘de duisternis naar het licht’ te komen. Herstel is dan echt mogelijk.

    Bron: Psychosenet.nl >>

    #258861
    Luka
    Moderator

    Marloes kiest bewust voor openheid over psychische problemen: ‘Taboe is jammer en onnodig’

    Psychische klachten zijn doodnormaal. Maar je merkt er bijna nooit iets van, want velen verbergen ze, uit schaamte en angst voor onbegrip. In de Week van de Psychiatrie staat ‘meedoen’ van mensen met een psychische kwetsbaarheid centraal. Drie vertellen er hier over hun twijfels. ,,Moet ik nu eerlijk zijn over een opname of niet?’’

    ‘Bij drie borden op het aanrecht, schiet ik al in de stress’
    Nova van Wolfswinkel (55): ,,Twee keer per week krijg ik thuisbegeleiding. Eerlijk gezegd schaam ik me daar best een beetje voor. De hulpverlener helpt me mijn huishouden en administratie te ordenen. Want bij drie borden op het aanrecht en een stapel post op tafel, schiet ik al in de stress. Dus met deze ondersteuning ben ik vooral heel blij; het helpt me mijn leven onder controle te houden.

    Pas zes jaar geleden werd duidelijk dat ik ADD heb (Attention Deficit Disorder, een subtype van het bekendere ADHD, waarbij hyperactiviteit een belangrijke rol speelt). Dat verklaarde dus ook mijn chaotische hoofd. Mijn incestverleden leverde me al PTSS op (Post Traumatische Stress Stoornis).


    Nova van Wolfswinkel (55). © Manon van der Zwaal

    De combinatie van mijn verleden en de psychische aandoeningen trok al met al diepe sporen in mijn leven. Omdat ik zo snel mogelijk uit huis wilde, ging ik al op mijn 17de samenwonen. Na het afronden van mijn studie Mode en Kleding, werkte ik als model in Italië en runde ik een eigen lingeriezaak. Toen liep in korte tijd alles stuk: ik verloor mijn zaak, mijn relatie en mijn huis. Mentaal stortte ik compleet in. Ik werd opgenomen op de PAAZ-afdeling, de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Tijdens het intensieve traject dat volgde, kreeg ik het advies om naar de buitenwereld eerlijk te zijn over mijn opname. Weer opgekrabbeld begon ik na een paar maanden vol goede moed aan een opleiding tot grafisch vormgever. In sollicitatiegesprekken was ik, zoals geadviseerd, open over de PAAZ. Dat pakte niet goed uit. Werkgevers knapten er keihard op af.

    In die tijd rustte er nog een groot taboe op psychische kwetsbaarheid. Ik werd minder open en was tegenover de buitenwereld altijd bezig mijn verleden te omzeilen. Daardoor raakte ik in een isolement. Ik voelde me eenzaam en depressief. Na een tweede opname in een psychiatrische kliniek, begon ik mezelf wat beter te begrijpen. Heel langzaam is mijn zelfvertrouwen gegroeid en vind ik mezelf weer wat waard.

    Ik ben spontaan, voel me meestal blij en wek een zorgeloze indruk. Maar dat gaat niet vanzelf, met therapieën werk ik daar nog steeds hard aan

    Weinig mensen snappen iets van mentale worstelingen of nemen de moeite zich erin te verdiepen. Ik put veel kracht uit de onvoorwaardelijke liefde van dieren. Mijn hond heeft me destijds – zogezegd – boven de grond gehouden. Ik ben spontaan, voel me meestal blij en wek een zorgeloze indruk. Maar dat gaat niet vanzelf, met therapieën werk ik daar nog steeds hard aan.

    Laatst had ik weer te maken met vooroordelen. Door een ongelukkige val tijdens een dansworkshop liep ik een paar botbreuken op. De revalidatiearts bekeek mijn dossier en weet het trage herstel doodleuk aan psychische oorzaken. Wat voelde ik me afgeserveerd. Het maakt dat ik toch blijf twijfelen over eerlijk zijn. Laat ik voortaan mijn mond maar houden, denk ik nu. Terwijl ik eigenlijk wil pleiten voor openheid. Want met geheimen rondlopen; dat deed ik vroeger al te lang.’’

    ‘Aan elektrische schokjes herken ik de voortekenen’
    Martijn Voerman (47): ,,Met mijn angststoornis ben ik behoorlijk vertrouwd geraakt, dat kun je wel zeggen na 25 jaar. Mijn paniekaanvallen worden vooral uitgelokt door een combinatie van stress en vermoeidheid. De voortekenen herken ik inmiddels in mijn lichaam; een soort kleine elektrische schokjes. Als ik die voel, let ik op mijn ademhaling en probeer ik mijn gedachten om te buigen. Inmiddels krijg ik mezelf op deze manier weer rustig. Cognitieve gedragstherapie heeft me daar in de loop van de jaren goed bij geholpen. De hevigheid van de aanvallen is afgenomen maar het is een chronische aandoening, die gaat nooit over.


    Martijn Voerman (47). © Manon van der Zwaal

    Zo’n stoornis houdt natuurlijk geen rekening met je agenda dus ook op mijn werk, als manager in een grote organisatie, kan ik een paniekaanval krijgen. Daarmee kan ik nu beter omgaan dan vroeger. Gelukkig is er tegenwoordig in de hele samenleving veel meer aandacht voor psychische kwetsbaarheid. Voetballers die uitkomen voor hun angststoornis, zoals Gregory van der Wiel en Ricardo Kishna, zijn belangrijke rolmodellen. Dat werkt als breekijzer om het ook voor anderen bespreekbaar te maken. Ook goede voorbeelden: de Britse prins Harry die open is over zijn depressie. Dat is taboe doorbrekend. Hierdoor zie je dat niet alleen de psychische ziektebeelden verschillend zijn, maar de klachten ook.

    Ik adviseer mensen niet snel om open te zijn bij een sollicita­tie. Dan is de kans klein dat je wordt aangenomen

    Ik zet me sinds een paar jaar in om psychische kwetsbaarheid bespreekbaar te maken in organisaties, vooral tussen managers en medewerkers. Dat doe ik vrijwillig vanuit mijn rol als werkambassadeur bij Samen Sterk Zonder Stigma, een stichting die werkt aan een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig wordt behandeld, ook als je een psychische aandoening hebt. We geven trainingen aan managers. Die zitten vaak verlegen om handvatten: wat houdt een stoornis eigenlijk in en wat kun je als manager nou wel en niet doen? Sommige organisaties lijken er verkrampt mee om te gaan maar wij merken: vaak is het geen onwil maar weten ze gewoon niet hoe. Eigenlijk net als bij rouw, dan kun je met al je goeie bedoelingen soms bang zijn dat je het verkeerde zegt. Met voorlichting en trainingen helpen we bedrijven daarmee.

    Toch adviseer ik mensen niet snel om open te zijn bij een sollicitatie. Dan is de kans klein dat je wordt aangenomen. Ik ben dus niet in alle gevallen een voorstander van openheid. Wel van bespreekbaarheid, een groot verschil. Je hoeft echt niet te zeggen dat je depressief bent maar vertel wat je nodig hebt om je werk goed te kunnen blijven doen. Zelf ben ik net begonnen in een nieuwe baan als Teamleider bij de Rijksoverheid. In mijn cv ben ik open over mijn werk voor Samen Sterk zonder Stigma. Het blijft toch best een drempel om je psychische kwetsbaarheid steeds opnieuw bespreekbaar te maken. Maar bij deze sollicitatie was het geen onderwerp van gesprek.’’

    ‘Voor het slikken van die pillen heb ik me echt gegeneerd’
    Marloes Wesselink (45): ,,Een baan, twee jonge kinderen en een hoop twijfels aan m’n kop. Als een hamster in een rad bleef ik rondjes rennen terwijl ik eigenlijk maar één ding wilde: in het zaagsel liggen. Ik zat niet lekker in mijn baan en in mijn vel. Met een therapeut ben ik mijn problemen gaan ontleden, laagje voor laagje. Er volgden zes pittige maanden, werken lukte me niet meer. Ik ben in het zaagsel geploft en vanaf dat moment is het balletje gaan rollen.

    Ik voelde me onzeker, verward en mislukt. Het leek alsof ik in een donkere, diepe put zat met langs de wand zo’n ijzeren trapje. Het liefst wilde ik vooruit en weer richting het licht maar ik wist niet hoe. Dankzij psychotherapie ben ik toch gaan klimmen. Kleine stapjes omhoog en soms weer eentje terug. Ik leerde veel over mijn negatieve denkpatronen en hoe die in de toekomst te herkennen en te doorbreken. Toch bleef ik me zwaar en down voelen.


    Marloes Wesselink (45). © Manon van der Zwaal

    De psychiater – die het de ‘Piekerziekte’ noemde – schreef me antidepressiva voor. Niets voor mij, vond ik. Fijn als het anderen helpt, maar niet voor mij. Ik vind mezelf best ruimdenkend, ik vind niet gauw iets gek. Maar mijn zelfstigma, dat bleek enorm: de schaamte over het negatieve beeld dat nu op mijzelf sloeg. Voor het slikken van die pillen heb ik me echt gegeneerd. Onzinnig, want de combinatie therapie en medicijnen heeft goed gewerkt. Ik werd me bewust van mijn angsten, leerde mijn eigen gedachten weer te sturen en de ‘piekermodus’ te herkennen.

    Na zes maanden voelde ik me beter en ben ik op m’n werk gaan praten; mijn baan paste niet meer bij me. Toen ben ik voor mezelf begonnen als tekstschrijver en dat bevalt goed.

    Het taboe op psychische kwetsbaar­heid vind ik jammer en onnodig. Daarom kies ik bewust voor openheid

    Het taboe op psychische kwetsbaarheid vind ik jammer en onnodig. Daarom kies ik bewust voor openheid. Zo schreef ik vier jaar geleden een symbolische afscheidsbrief aan mijn antidepressiva en plaatste die op Facebook en LinkedIn. De reacties waren heel fijn. De herkenbaarheid leverde mooie gesprekken op. Verbazing was er ook, want: huh? die leuke vrouw? zo kennen we haar niet. Er zijn vast ook mensen weggedraaid, die hier niets mee kunnen, maar dat is helemaal niet erg.

    Een officiële diagnose heb ik nooit gehad. Destijds vond ik dat jammer want ik wilde graag concrete handvatten voor mijn probleem. Een ‘labeltje’ kan je duidelijkheid geven en helpen de juiste hulp te vinden. Maar inmiddels ben ik blij dat ik geen stempel heb. Dat had ik nu best vervelend gevonden. Idioot, he? En dat voor iemand die het taboe wil doorbreken en juist pleit voor openheid? Het geeft maar aan hoe hardnekkig het zelfstigma is. Hierin is echt nog een wereld te winnen. ‘Schaamte overleeft het niet door schaamte uit te spreken’; in deze uitspraak zit voor mij de kracht van openheid.’’

    Bron: AD.nl >>

    #267345
    Luka
    Moderator

    De agressieve man krijgt zelden hulp – maar die kan hij wel gebruiken, zegt hoogleraar Arno van Dam

    Het voetbalgeweld was terug – tot de stadions weer op slot gingen. Arno van Dam behandelt agressieve mannen. De kersverse hoogleraar ziet dat ze al snel tot psychopaat worden verklaard, terwijl ze tegelijkertijd te weinig hulp krijgen.

    ostcorona-hooliganisme’ wordt het genoemd, de golf van voetbalgeweld die Nederland de afgelopen maanden heeft overspoeld. Rellen, vechtpartijen, de bestorming door Feyenoord-aanhangers van een restaurant waar voetbalbestuurders rustig een hapje zitten te eten, zwaargewonde supporters na een van de dieptepunten, NEC-Vitesse; voetbal lijkt voor de man met een kort lontje de ideale gelegenheid om erop los te slaan. Keihard aanpakken, die idioten? Vraag het aan psycholoog Arno van Dam (56) en nee, dat is niet zijn eerste reflex. Integendeel, hij is geneigd zulk gedrag te relativeren: ‘Dit soort geweld komt in alle tijden en in alle culturen voor, groepen vechtende jonge mannen zullen er altijd zijn. Na een bepaalde leeftijd stoppen ze er ook weer mee. Er zijn maar weinig hooligans van 50. De meesten worden brave huisvaders.’

    Een massapsycholoog zegt in NRC: ‘Voetbal is een plek waar mensen zich niet storen aan god en gebod. Waar ze hele heftige emoties krijgen van een soort die in onze buitengewoon vreedzame maatschappij is uitgebannen.’ Te zeer uitgebannen?
    ‘Agressie is onderdeel van het mens-zijn, dat vergeten we weleens. De tolerantie voor wat afwijkend of grensoverschrijdend is, lijkt af te nemen in de maatschappij. Lastig gedrag? Ho, paniek, dat is niet normaal. Het krijgt tegenwoordig al snel het label ‘persoonlijkheidsstoornis’ en wordt gepsychiatriseerd en gemedicaliseerd.’

    De agressieve man is Van Dams specialiteit. Hij behandelde er honderden de afgelopen twintig jaar bij de GGZ Westelijk Noord-Brabant, hij doet wetenschappelijk onderzoek naar antisociaal gedrag en ontwikkelde de behandelmethode ‘Niet meer door het lint’. Sinds 1 oktober is hij bovendien hoogleraar antisociaal gedrag, psychiatrie en maatschappij aan de universiteit van Tilburg. Prangende boodschap van zijn oratie: agressieve mensen worden steeds meer in de hoek van de psychiatrie geschoven. Anderzijds hebben ze weinig toegang tot psychiatrische zorg.

    Legt u dat eens uit?
    ‘De antisociale persoonlijkheidsstoornis is in het handboek DSM opgenomen als psychiatrische aandoening. Kenmerken zijn: moeite met aanpassen aan regels, impulsief, roekeloos, agressief, moeite met verantwoordelijkheid, ontbreken van berouw. Voldoe je aan drie kenmerken, dan heb je het label al te pakken. Het woord ‘psychopaat’ valt al snel. Dat is volkomen ten onrechte.

    ‘Tot 1980 werd in de DSM nog onderscheid gemaakt tussen de psychopathie, wat echt een stoornis is, en antisociaal gedrag, aangeleerd in de jeugd in een achterstandswijk bijvoorbeeld, waarin je moet zien te overleven. Daar leer je wel van je af te slaan, want toon je zwakte, dan ben je de klos. Tegenwoordig wordt iedereen op een hoop gegooid. Je bent niet aangepast? Dan zul je wel een persoonlijkheidsstoornis hebben. Daarmee belandt deze groep in de ggz, die vervolgens weinig hulp biedt. Er is nogal wat weerzin tegen deze groep.’

    Die weerzin is toch ook wel logisch?
    ‘Hij is wel verklaarbaar, ja. In de zorg ligt de solidariteit eerder bij slachtoffers dan bij daders. Veel psychologen zijn jonge vrouwen, die vinden dit soort mannen ook bedreigend. Waardoor de afgelopen decennia bijvoorbeeld wél de vrouwen die leden onder huiselijk geweld werden opgevangen en weerbaar gemaakt, maar de plegers ervan nergens terechtkonden. Een gemiste kans, want die mannen willen het zelf vaak ook anders, ze weten alleen niet hoe. Maar als die zich aanmelden bij de ggz worden ze weggestuurd. De diagnose antisociale persoonlijkheidsstoornis is zelfs vaak een uitsluitingscriterium voor behandeling.’


    Arno van Dam: ‘Tegenwoordig wordt iedereen op een hoop gegooid. Je bent niet aangepast? Dan zul je wel een persoonlijkheidsstoornis hebben. ‘Beeld Maurice van den Bosch

    U zegt: ze melden zichzelf aan?
    ‘Jazeker, dat gebeurt, via de huisarts bijvoorbeeld. Geweldplegers lijden bovengemiddeld vaak aan depressies, angsten, trauma’s. Maar daar wordt niet op doorgevraagd in het intakegesprek. Toont iemand tekenen van agressie, bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Ik heb mezelf niet in de hand’, dan sluit bij de ggz al snel de deur.’

    Er is geen evidencebased behandelmethode voor de antisociale persoonlijkheidsproblematiek, schrijft u in uw oratie.
    ‘Nee, maar er zijn genoeg hoopvolle resultaten om toch tot behandeling over te gaan. Nog een van de redenen waarom het niet gebeurt, is het idee dat je deze mannen niet moet behandelen omdat ze daar alleen maar slechter van worden. Bied je ze psychologische inzichten, dan zouden ze leren anderen nóg gewiekster te manipuleren. Onzin, echt. Dat beeld rees uit onderzoek naar groepstherapie in de jaren zeventig, een slecht uitgevoerde studie die volkomen achterhaald is.

    ‘Maar het idee heerst nog steeds. Net als de aanname dat deze groep niet gemotiveerd is voor behandeling. Maar ga eens na: deze mannen hebben vaak conflicten op hun werk, hun relaties lopen stuk, ze hebben financiële problemen, hun kinderen worden uit huis geplaatst – denk je echt dat ze zelf niet anders willen? Maar de zorg is zo ingericht dat ze afhaken. Er zijn protocollen, wachtlijsten, intakegesprekken, eindeloos veel afspraken bij steeds wisselende hulpverleners. Het is bijna ondoenlijk om je naar dat systeem te voegen als het juist je probleem is dat je je niet aan regels en afspraken kunt houden, impulsief bent en weinig verantwoordelijkheid aankunt.’

    Een probleem is ook, zegt Van Dam, dat de kloof tussen hulpverlener en cliënt groot is. ‘Er is veel onderling wantrouwen. De hulpverlener is doorgaans hoogopgeleid, progressief, heeft een redelijk inkomen, keurige omgangsvormen – een totaal ander leven dan dat van de gemiddelde cliënt. Die heeft bovendien meestal niet geleerd te praten over wat er in hem omgaat. En dat wordt juist van je verwacht in therapie.’

    U heeft de behandelmethode ‘Niet meer door het lint’ ontwikkeld, met technieken uit de cognitieve gedragstherapie. Hoe leert de agressieve man niet meer door het lint te gaan?
    ‘De meesten herkennen te laat dat hun agressieve gevoelens aan het oplopen zijn. Ze zeggen: opeens werd het zwart voor mijn ogen en sloeg ik erop los. De methode leert hun de signalen van oplopende spanning te herkennen in hun lichaam, zodat ze op tijd een time-out kunnen nemen. Uit de situatie stappen, dat leren we overigens ook aan de partner, zodat het niet escaleert. Ga naar buiten, een rondje lopen, zorg dat de stress het niet overneemt. En leer te snappen wat je triggert. Veel van deze mannen zijn buitengewoon gevoelig voor krenking, onrechtvaardigheid, het gevoel niet gezien en gehoord te worden. Reageert hun vrouw niet als ze iets zeggen, dan denken ze: zie je wel, niemand neemt me serieus. Vervolgens reageren ze met woede. We leren ze in plaats daarvan te zeggen: ik heb behoefte om met jou iets leuks te doen.

    ‘Het zijn vaak mannen die ontzettend hun best doen. Die een heel huis verbouwen voor hun schoonfamilie met hun blote handen, hè? Daar krijgen ze natuurlijk nooit genoeg waardering voor, althans, zo voelen ze dat. Wat weer boosheid oproept, et cetera.’

    Ik hoor u zeggen: eigenlijk zijn het heel onzekere mannen. Grote bek, klein hartje?
    ‘Ja, en die onzekerheid is niet zo vreemd omdat aan antisociaal gedrag vaak emotionele verwaarlozing in de jeugd ten grondslag ligt. Of erger: mishandeling, andere trauma’s, alleen maar slechte voorbeelden gehad. Heel basale dingen zijn hun nooit geleerd, waardoor ze hun eigen gevoelens niet herkennen. Alles wordt vertaald naar boosheid. Dat ze eigenlijk verdrietig zijn of angstig, realiseren ze zich niet.

    ‘Ze zijn ook slecht in het inschatten van emoties bij anderen. We doen onderzoek waarbij antisociale mannen via virtual reality projecties van gezichten te zien krijgen. Wat blijkt: ze detecteren boosheid sneller dan gemiddeld, hyperalert op dreiging in hun omgeving als ze zijn. Maar angst en verdriet kunnen ze niet goed aflezen aan anderen. Waarop die ander zich onbegrepen voelt, zich terugtrekt, wat weer een gevoel van afwijzing oproept – al die mechanismen komen in de behandelmethode aan bod.

    ‘Er loopt een promotieonderzoek naar de effectiviteit van de methode. Voorlopige conclusies zijn dat de agressie afneemt, depressieve gevoelens nemen iets toe. Dat is misschien wel logisch: je bent niet meer de man voor wie iedereen bang was, dat heeft statusverlies tot gevolg. Daarbij gaan deze mannen hun leven overzien en nadenken: wat ben ik voor iemand, wat heb ik gedaan?’


    Beeld Ricardo Tomás

    Ze worden sadder and wiser dus. Daarnaast zijn er zelfhulpgroepen Mannen tegen Agressie en is er de inzet van ervaringsdeskundigen bij uw ggz. De agressieve mannen helpen elkáár?
    ‘Ja. Aanvankelijk was er veel scepsis: zou het niet alleen maar erger worden door ze bij elkaar te zetten? Maar het wordt landelijk overgenomen, want we zien dat het goed werkt. De mannen hebben steun aan elkaar en ze spreken elkaars taal, het is ook een vorm van vriendschap die ze in hun leven vaak ontberen. Daarbij kan het ook hoop geven om te zien dat een man met net zo’n gewelddadig verleden als jij zijn leven op de rit gekregen heeft.

    ‘Mensen met antisociale persoonlijkheidsproblematiek gedijen vaak juist in sociale netwerken. Ze zoeken het op in motorbendes, criminele netwerken of groepen hooligans. Met die zelfhulpgroepen keren we dat op een positieve manier om.’

    Over hooligans gesproken: moeten die gewelddadige voetbalsupporters ook in therapie?
    ‘Zeker niet, ik verzet me juist tegen de medicalisering van iedereen die afwijkt. Met therapie leg je het probleem bij het individu: jij deugt niet, jij moet er iets aan doen. Terwijl ik denk dat een deel van het voetbalgeweld ook voortkomt uit het gevoel niet verbonden te zijn met de maatschappij. Uit onderzoek na onderzoek blijkt dat het vertrouwen in de overheid afneemt. Er is toenemende kansenongelijkheid, armoede, de toeslagenaffaire helpt ook niet mee. Een hele groep wordt vermalen door het systeem. Dat systeem zou als geheel het vertrouwen moeten herstellen door in te zetten op buurtwerk, onderwijs, schuldhulpverlening, allemaal zaken in het sociale domein. Het probleem is veel complexer dan simpelweg te zeggen: het is jouw schuld, jij hebt een persoonlijkheidsstoornis, jij moet maar in therapie.’

    Bron: de Volkskrant >>

    #269063
    Luka
    Moderator

    Waarom we over het algemeen niet goed tegen kritiek kunnen

    Leuk, maar we hadden toch afgesproken dat we het op die manier zouden doen?’ Of: ‘zou je die jurk nou wel aantrekken?’ Klinkt dat bekend? Met kritiek hebben we allemaal wel eens te maken, maar leuk is het nooit. Jij voelt je er lang neerslachtig door, maar kijk je naar je vriend of vriendin, dan kunnen zij 10 minuten later alweer lachen. Waarom trekken sommige mensen kritiek zich dan zo erg aan?

    Over het algemeen kunnen we allemaal niet goed tegen kritiek, maar sommige mensen hebben er meer last van anderen. Dit is waarom.

    Het geheim van kritiek
    Kritiek is natuurlijk nooit leuk. Daar zijn we het allemaal waarschijnlijk wel over eens. Maar hoe je omgaat met die kritiek en hoe erg het je raakt, hangt eigenlijk helemaal niet af van hoe heftig de kritiek was. Wat blijkt; het gaat om de relatie die je hebt met jezelf. Het geheim zit hem in hoe leuk we onszelf vinden.

    Maar sommige kritiek is heftiger dan andere kritiek, toch? Waarom heeft het dan minder te maken met de ‘aanval’ en meer met wie wij zelf zijn?

    Dat komt door het volgende; voor mensen die genoeg van zichzelf houden, is kritiek nooit meer dan een beetje gemopper. Ze weten dat mensen het niet persoonlijk bedoelen en ze zijn het de volgende dag alweer vergeten. Accepteren dat niet iedereen hen aardig vindt en dat niet alles wat ze doen perfect is, is voor hen geen enkel probleem.

    Andere mensen snappen niet hoe anderen kritiek zo makkelijk van zich afschudden. Mensen die meer kwetsbaar zijn, voelen kritiek aan als een aanval op hun bestaan. Die opmerking die je krijgt op je werk over een taak die je niet goed gedaan hebt? Dat is niet simpelweg alleen een negatieve opmerking. In plaats daarvan voelt het alsof iemand tegen je zegt dat je maar beter kan verdwijnen.

    Kritiek van binnenuit
    Waarom maakt die kritiek dan zo’n heftige reactie bij je los? Waarom hebben sommige mensen zo’n moeite om te zien dat je gewoon één ding fout hebt gedaan en dat je niet als persoon fout bent?

    Dat komt weer omdat kritiek van buitenaf, dus van andere personen, samensmelt met een soort kritiek die al lang bij je vanbinnen zit.

    Stel, je hebt een stem in je hoofd die tegen je zegt dat je lelijk of niet de moeite waard bent, dan maakt dat het accepteren van jezelf al veel moeilijker dan het zou moeten zijn. Komt daar ook nog eens een reminder van iemand anders over hoe onhandig je bent bovenop, dan maakt dat het verafschuwen van jezelf alleen maar erger.

    Wat daarop volgt zijn gedachtes dat de hele wereld kan zien hoe belachelijk je bent, dat je nooit over de negatieve beoordeling heen kan stappen, dat wat er gebeurde een ramp is.

    Moeilijke jeugd
    Wat je vooral niet mag vergeten als je niet goed tegen kritiek kan en negatieve opmerkingen vaak hard aankomen, is dat je waarschijnlijk een moeilijkere jeugd hebt gehad dan gemiddeld. Er zijn diepere redenen die de basis zijn voor het probleem.

    Misschien ben je ooit weleens vernederd als kind zonder dat je daarna getroost of vastgehouden werd. Daarom trek je je de kritiek nu ook zo erg aan. Een gebrek aan waardering in je jeugd zorgde ervoor dat je nu niet weet hoe je je tegen ‘vijanden’ moet beschermen.

    Eigenlijk reageer je op ‘volwassen’ tegenslagen met de kwetsbaarheid van een kind, die op een te jonge leeftijd met te veel minachting te maken kreeg.

    Kunnen we dat veranderen?
    In zekere zin, ja. Het is misschien moeilijk om niet langer unhappy te zijn met kritiek, maar je kan wel veranderen waar je je precies ongelukkig over voelt. Kwetsbaarheid is niet een teken dat je als persoon niet deugt. Wel is het een bewijs dat je vroeger, in je jeugd, niet de liefde kreeg die je nodig had om nu makkelijker om te gaan met moeilijke momenten.

    Als je je dat realiseert word je daar misschien boos van. En dat mag best.

    Bron: Bedrock >>

    #270354
    Luka
    Moderator

    Toen hij de boerderij in Ruinerwold was ontvlucht, werd hem verteld dat hij en zijn broers en zussen nooit écht werden vastgehouden. Wie dat zegt, begrijpt volgens Israel van Dorsten niet dat ook een deur die niet op slot zit, gesloten kan voelen. Nu wil hij meer aandacht voor psychisch geweld. “Slachtoffers voelen zich niet serieus genomen.”

    Vooropgesteld, alle reacties op wat hij en zijn broers en zussen hebben meegemaakt, heeft hij alleen maar als heel positief ervaren. En toch. Bijna een jaar na het verschijnen van de documentaire-serie De Kinderen van Ruinerwold, waarbij in de nabespreking toch vaak de focus lag op de fysieke en seksuele mishandeling, vraagt Israel van Dorsten ook aandacht voor de gevolgen van psychisch geweld. Israel: “Psychisch geweld heeft meer impact dan we denken.”

    Door over zijn eigen ervaringen te vertellen hoopt hij bij te kunnen dragen aan de oplossing van een probleem waar wat hem betreft nog te weinig Nederlanders überhaupt van weten dat het bestaat.

    Spil in de wijk
    Gek eigenlijk: in 2020 waren bijna 700.000 Nederlanders boven de 16 jaar slachtoffer van psychisch geweld. Bij bijna de helft van alle gevallen van kindermishandeling is sprake van emotionele verwaarlozing en mishandeling. Hoe kan het dat daar maar zo weinig aandacht voor is?

    Israel: “Ik denk omdat mensen het zich moeilijker kunnen voorstellen, het is minder vatbaar. Toen ik de term psychisch geweld voor het eerst hoorde, merkte ik ook dat ik het lastig vond om te zeggen wat het nu precies was.”

    Slachtoffers wordt soms verweten dat ze niet eerder uit het patroon van psychisch geweld zijn gestapt. Was dat bij jullie ook het geval?
    “Bij ons was dat niet zo aan de orde, omdat de meeste mensen onze extreme situatie kenden en wij van kinds af aan erin opgroeiden. Maar iets dergelijks kwam wel naar voren toen mensen zich afvroegen waarom de oudste drie van de kinderen nooit bij een instantie aan de bel hebben getrokken. Zij waren namelijk al tien jaar van de boerderij vertrokken, maar hebben hun verhaal toen niet aan iemand verteld. Veel buitenstaanders begrepen dat niet. Het is voor hen lastig voor te stellen dat je mentaal zo onder druk bent gezet en gemanipuleerd bent, dat het bijna onmogelijk is om daar tegenin te gaan.”

    Waarom denk je dat dat moeilijk te begrijpen is?
    “Je kan het vergelijken met iemand die in een kamer zit waarvan de deur op slot zit. Als die deur fysiek afgesloten is, kunnen mensen heel makkelijk begrijpen dat je er niet uit kan. Maar als je jarenlang gemanipuleerd bent en je verteld is dat je die kamer niet uit kunt, dan zit je óók opgesloten, ook al zit er geen fysiek slot op de deur. In mijn ogen zijn beide gevallen even erg, want het resultaat is hetzelfde: je zit opgesloten. Maar die mentale opsluiting is voor een buitenstaander niet zichtbaar en daarom ook moeilijker om te begrijpen.

    Zelf maakte ik dat ook mee, toen ik voor de eerste keer ging nadenken over of ik kon ontsnappen van de boerderij. Op mijn telefoon zocht ik de website van de politie op, om te kijken of ik daar iets over hulp kon vinden. Toen ik die site had aangeklikt, raakte ik helemaal in paniek. Ik was zo geconditioneerd met het idee dat de politie slecht was, dat het intypen van die website al voelde als een enorme shock. Ik durfde daarna een week lang überhaupt niet meer op die telefoon te kijken.

    Dat laat zien dat het geen spelletje is, psychisch geweld. Gemanipuleerde gedachten die bij jou zijn ingeprent, zijn echt de werkelijkheid voor jou op dat moment.”

    Zijn er duidelijke momenten aan te wijzen waarop dat psychisch geweld plaatsvond?
    “Zeker, maar die maken het ook weer lastiger om het probleem echt te omvatten en te begrijpen. Bij fysieke mishandeling kan er bijvoorbeeld sprake zijn van één klap, bij psychische mishandeling is het vaak langduriger en is er meer sprake van een patroon.

    Misschien een gek voorbeeld, maar toen ik laatst het tv-programma Special Forces VIPS keek, moest ik denken aan wat bij ons gebeurde. In dat programma krijgen BN’ers een zware militaire training. Wat me opviel, is dat ik de manier waarop de trainers tegen de BN’ers in opleiding praten, heel erg herken in hoe Gerrit Jan (de vader van Israel, red.) tegen ons sprak. De stemverheffing, het steeds maar weer benadrukken dat je de groep schaadt als jij als individu iets fout doet. Dat patroon herkende ik.

    Gerrit Jan zei steeds dat iedereen gestraft zou worden als je iets fout deed. Daardoor voelde ik me constant schuldig. In het geval van Special Forces VIPS is er waarschijnlijk geen sprake van psychische mishandeling, want daar is het een nuttige manier om mensen tot het uiterste te brengen. Maar als je die manier van praten in het gewone leven toepast, kun je dat zien als psychische mishandeling. Je manipuleert mensen namelijk om dingen te gaan doen die ze anders niet zouden doen en zet ze constant onnodig onder druk.”

    Vaak duurt het een tijdje voordat mensen die psychisch mishandeld zijn beseffen dat er sprake was van psychisch geweld. Hoe ging dat bewustwordingsproces voor jou?
    “Stapje voor stapje. Je realiseert je namelijk pas dat je gemanipuleerd bent als je er van een andere kant naar kunt kijken. Bij mij kwam die realisatie geleidelijk aan, doordat ik steeds meer van de buitenwereld ging zien. Ik kon steeds beter vergelijken hoe de situatie bij ons thuis was geweest met hoe het er in de gewone wereld aan toegaat.

    Ik ben er ook meer over gaan lezen en ontdekte dat er veel overeenkomsten waren tussen wat er bij ons gebeurde en hoe mensen in sektes leefden. Dat hielp me, omdat ik steeds beter kon inzien dat de psychische mishandeling niet alleen bij ons plaatsvond, maar dat er bepaalde patronen gebruikt werden die andere mensen ook gebruiken. Het was niet een toevallige situatie waar we in zaten.”

    Geef je jezelf weleens ergens de schuld van?
    “Er zijn natuurlijk dingen in het leven waar ik mezelf de schuld van geef, maar niet als het gaat over wat er gebeurd is op Ruinerwold. In het verleden was dat anders, toen gaf ik mezelf overal de schuld van. Dat is onderdeel van de psychische mishandeling: Gerrit Jan zei constant dat alles wat verkeerd ging mijn schuld was. Dat gevoel kon ik loslaten toen ik daar weg ging.

    Ik zette een soort knop om en voelde ook gelijk: ik ben hier niet schuldig aan, ook al begreep ik nog niet helemaal waarom. Geleidelijk aan is dat overgaan in het besef dat ik in een systeem gevangen zat waar ik niet schuldig aan was.”

    Een term die rondom psychisch geweld vaak wordt gebruikt is ‘gaslighting.’ Ken je dat?
    “Nee.”

    Het is een vorm van emotionele manipulatie, waarbij de ‘gaslighter’ de waarheid en het wereldbeeld van het slachtoffer geleidelijk aan verdraait, waardoor hij of zij steeds meer op de dader gaat leunen. Is dat iets wat jij herkent?

    “Dat past denk ik meer bij mensen die vanuit een normale wereld in een manipulatief systeem terecht komen, waardoor hun perceptie van de werkelijkheid verandert. Iemand die in een sekte terecht komt, beperkt steeds meer zijn visie tot wat er in de sekte geloofd wordt.

    Bij ons is dat eigenlijk precies andersom gegaan. Wij zijn namelijk in die manipulatieve wereld opgeroeid, dat was voor ons normaal. Geleidelijk aan ben ik steeds meer de realiteit gaan zien en heb ik kunnen ontdekken dat er meer was dan dat wij eigenlijk wisten.”

    Slachtoffers van psychisch geweld vertellen vaak dat het het moeilijkst was om zich van hun manipulatieve situatie te ontworstelen. Ben je het daarmee eens?
    “Ja. Fysieke mishandeling kun je nog aan de kant zetten. Als je geslagen bent, kun je nog ergens anders aan denken zodat je de pijn minder voelt. Maar als je psychisch onder druk staat, kun je daar niet aan ontsnappen. Je kunt je mind er niet vanaf halen, want dat is juist de plek waar de mishandeling plaatsvindt.

    Psychische mishandeling heeft volgens mij ook meer impact. Als je geslagen bent, gaat de fysieke pijn in principe na een tijdje weer over, je lichaam herstelt in principe vanzelf. Maar de consequenties van psychische mishandeling gaan niet vanzelf over, daar moet je echt moeite voor doen en hulp voor zoeken.”

    Kun je zeggen dat je nu nog last hebt van die jarenlange psychische mishandeling?
    “Zeker. Ik heb goede hulpverlening gehad, dus ik heb wel geleerd er goed mee om te gaan. Maar het is iets waar ik mee moet blijven dealen en wat ook zeker nog niet over is.

    Ik weet nu niet wat er allemaal nog boven gaat komen, het is namelijk iets wat in iedere fase weer kan opspelen. Als ik bijvoorbeeld later kinderen zou krijgen, dan zou dat weer iets op kunnen roepen. Maar die pijn kan ik nu nog niet oplossen, dat komt er pas uit als ik in die fase zit.”

    Sommige ervaringsdeskundigen op het gebied van psychisch geweld kijken terug op hun situatie met de gedachte: als ik toen had geweten wat ik nu wist, had ik veel eerder uit die ongezonde situatie kunnen stappen. Speelt dat weleens door jouw hoofd?
    “Het heeft weleens door mijn hoofd gespeeld, maar ik vind dat een beetje een nutteloze gedachte. Het was nou eenmaal zo, aan dat verleden kan ik niks meer veranderen. Ik vind het wel een nuttige gedachte als je ‘m naar de toekomst richt. Wellicht helpt het ons om manieren te bedenken om een ander sneller uit een ongezonde situatie te halen.”

    Waarom vind je het belangrijk om meer aandacht te vragen voor psychisch geweld?
    “Ik denk dat het belangrijk is dat er meer bewustzijn over komt, omdat het mensen die in eenzelfde situatie zitten kan helpen. Ik ben steeds meer gaan inzien dat wij lang niet de enigen zijn die dit hebben meegemaakt. Dat is ook waarom ik mijn ervaringen deel, het is echt een groot probleem.

    Daarnaast is psychisch geweld in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld al strafbaar en hier nog niet. Slachtoffers voelen zich daardoor minder serieus genomen. Als je psychisch mishandeld bent, is het vaak al moeilijk om je verhaal naar buiten te brengen, omdat dat juist ook onderdeel is van de mishandeling. Als je dat dan toch doet en je ook nog eens niet goed begrepen wordt, maakt dat de situatie alleen nog maar moeilijker.

    Voor mij voelt het vertellen over mijn ervaringen ook als een manier om dat deel van mijn leven extra waarde te geven. Ik heb het allemaal meegemaakt, dus ik heb een soort kennis en ervaring die niemand anders heeft op dit gebied. Als ik daar niets mee doe, voelt het bijna als een weggegooide waarde. Terwijl ik het ook kan gebruiken om bij te dragen aan de oplossing van dit probleem. Zo kan ik iets waardevols halen uit alles wat ik heb meegemaakt.”

    Bron: Human >>

    #270455
    Luka
    Moderator

    Seksueel wangedrag is niet opgelost met het straffen van één dader. Het is een patroon dat we allemaal in stand helpen houden

    We zijn allemaal subjectief als het gaat om grensoverschrijdend gedrag. Daarvoor hoeven we niet eens zelf misbruikt te zijn geweest, en we hoeven ook niet zelf over de schreef te zijn gegaan, schrijft Maartje Laterveer. Zo lang we blijven hangen in retoriek over schuld en boete, en het debat zich blijft beperken tot incidenten, zal er niets veranderen, waarschuwt zij.

    Zeven miljoen mensen hebben gekeken naar de uitzending van Boos, waarin Tim Hofman het seksueel wangedrag bij The Voice aankaartte. Zeven miljoen mensen die zagen hoe de grote baas van The Voice het een ‘maatschappelijk probleem’ noemde dat vrouwen hier niet over aan de bel trekken.

    Zeven miljoen min één moet ik zeggen, want ik was al afgehaakt bij de eerste onherkenbaar gemaakte vrouw die vertelde over seks die ze niet wilde, maar waartegen ze niet durfde te protesteren. Niet omdat het me niet interesseerde, maar omdat ik al kon uittekenen wat komen ging. Dat kunnen we allemaal sinds #MeToo in oktober 2017 losbarstte. De discussies aan de talkshowtafels over wie wat heeft gedaan en of vrouwen zelf verantwoordelijk zijn als ze in iemands auto stappen. De sensatiebeluste media die achter elk incident aan rennen.

    Zo verandert er niets. Want niets zal er veranderen als we blijven hangen in retoriek over schuld en boete, en het debat zich blijft beperken tot incidenten. Deze ontnemen ons het zicht op waar het werkelijk om gaat: seksueel wangedrag is geen incident. Het is een patroon. En er liggen maatschappelijke wetten aan ten grondslag die we allemaal in stand houden.

    Vieze spelletjes
    Toen ik 10 jaar was, vertelde ik aan mijn vader dat mijn jongste broer ‘s nachts bij mij op mijn kamer kwam. Het is 35 jaar geleden, maar ik zal de scène nooit vergeten. Het was in onze keuken, na het eten. Aan tafel had mijn vader aan mijn moeder verteld over zijn dag, zoals hij wel vaker deed. Hij werkte als huisarts, soms had hij patiënten met verhalen waar hij mee worstelde. Die dag was er een patiënt bij hem gekomen met het verhaal dat het buurjongetje ‘vieze’ spelletjes deed met zijn dochtertje. Iets met stokjes. Ik spitste mijn oren.

    Mijn broer kwam al jaren ’s nachts bij mij in bed om dingen te doen waarvan ik niet begreep wat ze waren, maar waarvan ik wel wist dat ik ze niet prettig vond. Vies. Kennelijk was mijn vader een man die daar iets tegen kon doen. Dus na het eten, toen mijn moeder en de rest van ons gezin de keuken uit waren, verzamelde ik al mijn moed. Mijn vader stond bij de vaatwasser en ik bij de koelkast. Ik peuterde wat aan de rand van de koelkast, en zei zo zacht als ik kon: ‘Pap, wat jij net over dat buurjongetje vertelde, dat doet Thomas ook weleens bij mij.’ ‘Oh’, zei mijn vader. ‘Wat doet hij dan?’ Mijn keel zat zo dicht dat ik bijna stikte. Het enige wat ik er nog uit kreeg, was: ‘Dat moet je hem maar vragen.’ Toen rende ik de keuken uit.

    Het zou tien jaar duren voor ik besefte dat mijn vader nooit iets heeft gedaan met de wetenschap dat zijn zoon (die in werkelijkheid anders heet) aan zijn dochter zat. Er waren nochtans genoeg signalen dat het niet zo goed ging met mij. Ik was een boze puber. Ik liet mij door niets of niemand kennen. Ik ontwikkelde een haatverhouding met mijn lichaam. Op het randje van anorexia belandde ik als student bij een psycholoog, die op een dag mijn ouders wilde spreken. Ook die scène zie ik nog voor me. Mijn ouders zwijgend tegenover de psycholoog achter zijn bureau. ‘Herinnert u zich’, vroeg deze aan mijn vader, ‘dat uw dochter iets over uw zoon aan u vertelde in de keuken?’ Ja, dat wist mijn vader nog. ‘Wat heeft u toen gedaan?’ Mijn vader zei: ‘Niets.’

    Hadden mijn ouders toen naar mij gekeken, dan hadden ze misschien gezien hoe dat ene, simpele woord bij mij insloeg als een bom. Mijn vader was mijn held. Nooit was het in mij opgekomen dat hij niets had gedaan om mij te beschermen. Dat mijn broer niettemin was doorgegaan, kon maar één ding betekenen: het was mijn schuld.

    Zoals het ook mijn schuld was dat de oude buurman van een paar huizen verderop op een dag zijn hand in mijn onderbroekje stak en mij op de bank trok, een andere buurman zijn bevende tong in mijn mond stak in het muffige, nauwe gangetje van zijn huis waar de foto’s van zijn overleden vrouw aan de muur hingen, dat ik op mijn 16de tegen mijn wil werd ontmaagd door een doorgesnoven Britse student die me pijn deed. Het was allemaal mijn schuld.

    ‘Waarom heeft u niets gedaan?’, vroeg de psycholoog. Mijn vader haalde nauwelijks merkbaar zijn schouders op. ‘Ik wilde niet dat dit in mijn gezin gebeurde.’

    Ik schrijf dit niet op om medelijden te wekken. Ik schrijf het niet op om mijn vader of broer in een kwaad daglicht te stellen. Beiden zijn goede mensen. Mijn broer heeft zijn excuses gemaakt, jaren later, toen we beiden volwassen waren en ik bleef worstelen met mijn verleden. Het spijt hem nog altijd dat hij niet de grote broer is geweest die mij juist beschermde, en staat volledig achter dit stuk. Mijn vader heeft zijn fouten ruimschoots erkend en vergiffenis gevraagd. Toen ik hem belde om te vragen of hij het oké vond dat ik dit opschreef, zei hij zonder aarzelen: ‘Natuurlijk, ik zie geen reden waarom niet. Het is waar. En het lijkt me alleen maar goed dat je dit verhaal vertelt.’

    Ik moet bekennen dat ik dat liever niet doe, want ik weet dat ik hiermee het risico loop dat ik als journalist minder serieus genomen zal worden. Mij is iets naars overkomen, dus ik ben subjectief. Alles wat ik hierover zeg, is gekleurd door mijn ervaringen. Dat ik het toch opschrijf, is omdat ik denk dat we allemaal subjectief zijn als het gaat om grensoverschrijdend gedrag. We zijn allemaal gekleurd. Daarvoor hoeven we niet eens zelf misbruikt te zijn geweest, en we hoeven ook niet zelf over de schreef te zijn gegaan. Het enige wat we daarvoor hoeven te doen is opgroeien in onze maatschappij: een maatschappij waarin seksueel wangedrag besloten ligt in ons manbeeld en vrouwbeeld. Ik schrijf het op omdat ik denk dat de inertie van mijn vader voor een breder probleem staat.

    Boys will be boys
    Naar schatting 14 procent van de meisjes maakt vóór hun 18de verjaardag een vorm van ernstig seksueel geweld mee. Het aantal jongens met vergelijkbare ervaringen wordt geschat op 3 procent. Bijna de helft (47 procent) van de jongvolwassen vrouwen heeft ooit te maken gehad met enige vorm van seksueel geweld, uiteenlopend van online intimidatie tot verkrachting. Dit geldt voor 13 procent van de jongvolwassen mannen.

    Deze cijfers gelden onder voorbehoud, want er zijn ook gevallen van seksueel geweld die niet als zodanig worden herkend of om andere redenen niet gemeld worden. Zeker mannelijke slachtoffers van seksueel geweld treden niet gauw naar buiten met hun ervaringen. Twee conclusies worden door de wetenschap echter zonder reserves getrokken: seksueel geweld komt regelmatig voor, en treft vaker meisjes dan jongens.

    Vaak wordt een genetische verklaring aangevoerd voor het feit dat de daders merendeels mannen zijn. De man is nu eenmaal een jager, het is evolutionair bepaald dat hij zoveel mogelijk nageslacht moet produceren. Het is de reden waarom mannen wegkomen met misogyne praat onder de noemer van locker room talk. Boys will be boys.

    Alleen: het klopt niet. Er bestaat niet zoiets als een libido dat gestild moet worden, weten we onder anderen dankzij de gerenommeerde seksuoloog Ellen Laan die onlangs overleed. Onvermoeibaar streed zij om de mythes over de vrouwelijke én de mannelijke seksualiteit uit de wereld te helpen. Mannen en vrouwen zijn helemaal niet zo verschillend als we denken, zei zij altijd. Mannen hebben net zomin als vrouwen spontaan zin in seks, beiden raken uitsluitend opgewonden door prikkels.

    Het is ook onzin om testosteron het mannelijk sekshormoon te noemen, want ook bij vrouwen is dit het enige hormoon dat direct invloed heeft op de seksualiteit. Weliswaar hebben vrouwen er zeven keer minder van dan mannen, maar ze zijn er gevoeliger voor en hebben in hun bloed zelfs tien keer zoveel testosteron als oestrogeen.

    Als mannen geen testosteronbommen zijn, hoe kan het dan dat het vaak mannen zijn die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen? Omdat ze ermee wegkomen, meent Jackson Katz, een Amerikaanse genderwetenschapper die in een miljoenen keren bekeken TED-talk uit 2012 seksueel geweld als mannenprobleem op de kaart zet. Sterker, volgens Katz voedt onze westerse cultuur de idee dat mannelijkheid synoniem is met dominantie en misogynie.

    Dit betekent niet dat individuen niet verantwoordelijk zijn voor hun gedrag, maar wel dat we het probleem niet moeten individualiseren. We moeten vraagtekens zetten bij onze religieuze instituten, de helden die we vereren, onze media, onze reclame, ons taalgebruik, de mainstream porno die toegankelijk is voor jan(tje) en alleman, bij de samenleving die wij vormen en de manier waarop jongens hierin worden gesocialiseerd tot mannen.

    Sociale wetten
    De emancipatie is voltooid, zeggen velen. Mannen en vrouwen zijn immers voor de wet gelijk. Maar ons doen en laten wordt niet alleen bepaald door juridische wetten. Er zijn ook ongeschreven regels die ons worden geleerd door onze opvoeding, door rolmodellen, door films en televisie, door media en reclames. Zij vormen onze sociale normen en komen met verwachtingen die nauw gelieerd zijn aan onze sekse.

    Zo wordt van een vrouw verwacht dat ze lief is en zorgzaam en mooi, en van een man dat hij onafhankelijk is, ambitieus en stoer. Van een man verwachten we bovendien dat hij graag de bloemetjes buiten zet, terwijl een vrouw nog altijd wordt geacht kuis te wachten tot ze veroverd wordt door haar prins.

    Zoals Harvard-professor Cass R. Sunstein midden jaren negentig al schreef, sturen deze normen in hoge mate ons gedrag omdat we als de dood zijn er niet aan te voldoen. Zo zijn er mannelijke studenten aan Ivy League-universiteiten die vrouwen versieren die ze helemaal niet aantrekkelijk vinden, maar die binnen hun fraternity gelden als ‘hot’. Ze doen dit omdat ze bang zijn anders voor mietje te worden versleten. Die angsten zijn niet onterecht. Zo blijkt dat mannen die empathie tonen of zich kwetsbaar opstellen – wat niet wordt gezien als mannelijk – minder kans maken op promotie of überhaupt op een baan. En vrouwen die niet voldoen aan het schoonheidsideaal worden soms ronduit agressief bejegend. Deze wetten, hoewel ongeschreven, zijn dus reëel.

    Uit de norm dat mannen ongevoelige jagers zijn en vrouwen kuis en sexy tegelijk, vloeien gevaarlijke wetten voort. Zoals: als vrouwen A zeggen, moeten ze ook B zeggen. En als ze een kort rokje dragen of lief lachen, tja, dan vragen ze erom. Maar ook: mannen hebben altijd zin in seks. En: mannen hoeven geen rekening te houden met gevoelens van anderen. En: nee betekent eigenlijk ja. En: vrouwen die erop los neuken zijn sletten, terwijl mannen ‘een flirt’ zijn. En: vrouwen moeten niet zeuren over avances van mannen, en grappen over hun kont of tieten hebben ze ook te dulden – het moet immers wel gezellig blijven. En als ze 10 zijn en hun sterkere broer kruipt naakt op hen, dan hebben ze daarover te zwijgen.

    Wij zijn de maatschappij
    De gevolgen zijn allesbehalve onschuldig en beperken zich niet tot de verhalen die naar buiten komen onder de hashtag #MeToo. Er is ook de dissociatie die optreedt bij meisjes zodra ze worden gezien als lustobject en leren dat hun gevoelens, hun grenzen, er niet toe doen. De dissociatie die optreedt bij jongens als hen wordt geleerd een wezenlijk deel van zichzelf – hun gevoelens – te onderdrukken omdat het niet past bij onze definitie van mannelijkheid. Er zijn de verzwegen gevoelens van schuld en van schaamte, om grenzen die onbewust en onbedoeld zijn overschreden. Er zijn de talloze gemiste kansen op fijne, bevredigende en intieme seks, die je meer dan wat ook kan laten voelen dat je leeft.

    Voor deze drama’s is niet één enkele dader verantwoordelijk, en ze zullen ook niet opgelost zijn als die ene enkele dader achter slot en grendel zit. Wij zijn allemaal verantwoordelijk, want wij zijn die maatschappij. En vooralsnog doen we hetzelfde als wat mijn vader 35 jaar geleden deed: we sluiten onze ogen.

    De belangrijkste reden waarom we dat volgens de wetenschap doen, is omdat ons brein de wereld verdeelt in stereotypen. We denken bij seksueel geweld aan aanranders en verkrachters, en die plaatsen we in de categorie slechte mensen. Daartegenover staan de ‘goede’ mensen, voor wie we niet bang hoeven te zijn, die aardig zijn en respectvol, die zijn zoals wij. Voor mijn vader was het moeilijk om zijn zoon te zien als een slecht iemand, zoals het wellicht ook voor een John de Mol moeilijk is zijn zwager te zien als een bad guy, en zoals het voor de meesten van ons een uitdaging is om twee tegenstrijdige visies over iemand met elkaar te verenigen.

    De werkelijkheid is natuurlijk dat niemand helemaal goed is of helemaal slecht, en helaas ook dat aanranders en verkrachters niet alleen maar kwaadaardige mannen in donkere steegjes zijn. Slechts een klein deel (7 procent) van gerapporteerd misbruik wordt gepleegd door een onbekende van het slachtoffer, veruit het grootste deel van de daders komt uit de familie-, vrienden- of kennissenkring.

    Complicerende factor daarbij is niet alleen dat van mannen wordt verwacht dat ze uit zijn op seks, maar ook dat we twijfelen of iets wel grensoverschrijdend gedrag is. Is een schunnige toespeling out of line? Een hand op een been? Zelfs als mensen vermoeden dat iets niet door de beugel kan, beseffen ze vaak niet de impact ervan. Zoals mijn moeder jaren na die scène bij de psycholoog toegaf: ‘We hebben het onderschat.’ Ik kan uit eigen ervaring vertellen dat als anderen het bagatelliseren, slachtoffers dat zelf ook doen. Maar gevoelens van angst, machteloosheid en woede laten zich niet zomaar bagatelliseren. Als ze nergens geventileerd kunnen worden, zullen ze hun vernietigende weg naar binnen vinden.

    Zolang wij onze ogen sluiten, zegt Jackson Katz, zijn wij allemaal medeplichtig. Laten we ze openen en beseffen wat we nu allemaal onderschatten, bagatelliseren of gewoonweg negeren. Laten we een voorbeeld nemen aan wat mijn vader óók deed, een paar jaar geleden. Hij was de zeventig al gepasseerd, maar hees zijn broze lijf in de trein om mij op te zoeken en te luisteren naar alles wat ik als 10-jarig meisje niet kon zeggen. Toen ik was uitgepraat, stonden de tranen in zijn ogen en zei hij: ‘Ik kan het verleden niet goedmaken. Maar wat kan ik doen om het nu beter te maken?’

    **

    Na lezing van dit essay hebben de vader en de broer van de auteur aan de Volkskrant bevestigd dat de voorstelling van zaken correct is.

    Bron: de Volkskrant >>

    #270456
    Luka
    Moderator

    Ook bij jou op de werkvloer is sprake van ongewenst gedrag: ‘Veel te lang weggemoffeld’


    Portret van Inge te Brake, voorzitter landelijke vereniging voor vertrouwenspersonen. © Frank de Roo

    Grensoverschrijdend gedrag zoals bij Ferm Werk in Woerden is voor Inge te Brake (64) uit Gouda dagelijkse kost. Als voorzitter van de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen weet ze als geen ander de vinger op de zere plek te leggen.

    Uw telefoon zal roodgloeiend staan deze dagen? Wat vindt u van alle aandacht voor grensoverschrijdend seksueel en ongewenst gedrag op de werkvloer?
    ,,Dat klopt, ik ben blij dat dit allemaal loskomt, net als dat ik vijf jaar geleden al heel blij was met #MeToo. Om verschillende redenen: ik doe dit werk al veertig jaar en al net zo lang weet ik dat dit aan de hand is. Laat het maar naar boven komen, het wordt al veel te lang weggemoffeld.”

    ,,Ongewenste omgangsvormen zijn er altijd, in elk bedrijf. Dus waarom doen we daar zo ingewikkeld over? Ten tweede vind ik het fijn voor de mensen die het overkomt. Zij zullen zich gesteund voelen in de wetenschap dat zij dus niet de enige zijn. Dat is tegelijkertijd dubbel, het is een spannende tijd voor hen. En ook voor mensen die het hebben meegemaakt, voor hen wordt alles opgerakeld. Vertrouwenspersonen krijgen steeds meer meldingen. Dus de mensen hebben nu wel het gevoel dat ze makkelijker kunnen melden.

    Ik ben er geen slachtof­fer van geworden, omdat ik me vanaf minuut één verweerd heb

    Inge te Brake

    Maar waarom gebeurt dat juist nu, u zegt net ook: seksueel ongewenst gedrag is van alle tijden? Komt het door The Voice of Holland?
    ,,Het is een soort vliegwiel, The Voice. Het is een vooraanstaand programma met impact. Als je daarover kunt melden, dan kan ik het ook, denken mensen. Dan durven ze. Want wat erbij komt, is dat de buitenwereld het gedrag van slachtoffers nog steeds veroordeelt. ‘Ik heb het gedaan, ik wordt verguisd’, dat is wat slachtoffers denken. En nu alles bij The Voice, maar ook Ajax naar boven komt: dat sterkt mensen.”

    ,,Toen ik net bij de politie werkte als achttienjarige, dacht men ook nog: dit komt bij ons niet voor. We hebben heel hard moeten vechten om oren en ogen te krijgen voor iemand die iets te melden had. Begin jaren zestig was er een enorme aanwas van vrouwen die gingen werken. De top en de politiek vond dat het moest, maar de mannen op de werkvloer moesten er niets van hebben. ‘Hoezo gaan jullie ons werk doen, jullie zijn niet sterk, niet krachtig’, dat werd gezegd. Alsof je alleen maar grote handen nodig hebt. Volgens mij heb je vooral veel verstand nodig.”

    ,,Een goed gesprek kunnen voeren lost meer op dan die grote handen. Ik was in die tijd elke dag aan de beurt voor seksuele intimidatie. Het was het middel om te kijken hoe je vrouwen weg kon krijgen. Ik ben er geen slachtoffer van geworden, omdat ik me vanaf minuut één verweerd heb. Ik trok mijn mond open. Dat zit in mij als persoon, dat is wie ik ben, maar dat mogen we niet van iedereen verwachten.”


    Portret van Inge te Brake, voorzitter landelijke vereniging voor vertrouwenspersonen. © Frank de Roo

    U zegt: ‘Ik was elke dag aan de beurt’. Is dat uw drijfveer geweest?
    ,,Absoluut. Ik heb toen gedacht, het kan niet waar zijn dat we niet kunnen doen wat we willen doen omdat er een andere categorie is die ons het leven zuur maakt. Of dat nou werken is, of sporten. Als achttienjarige, de eerste paar jaren, onderga je het. Ik roerde me wel, maar andere vrouwelijke collega’s waren bang.”

    ,,Bijvoorbeeld voor het weerwoord of het verlies van hun baan. ‘Je zult het er wel naar gemaakt hebben, je zult het wel uitgelokt hebben’. Als dat de reactie is die al zoveel jaren over vrouwen wordt uitgestort, ga je bijna geloven dat het zo is. En dus dan laat je het wel uit je hoofd je mond open te doen.”

    Als we bij elke kwestie iemand wegsturen, wordt het heel dun op de vloer

    Inge te Brake

    Wat is ongewenst gedrag volgens u eigenlijk?
    ,,Het is de subjectiviteit van de beleving, zo stelt de Arbowet het. De meeste mensen krijgen het liefst een lijstje met wat ze wel en niet mogen doen. Maar zo werkt het niet. Je moet voortdurend met elkaar blijven kijken, wat is het effect van mijn woorden op jou? Wat is het effect van mijn daden op jou? En het erover hebben met elkaar. Dat is natuurlijk veel moeilijker dan dat lijstje.”

    ,,Als een bedrijf tegen mij zegt, moet ik me zorgen maken dat het bij mij gebeurt? Dan zeg ik ja, het komt overal voor. Dan kan het op papier keurig geregeld zijn, maar hoe zit het met de dingen die je echt moet doen? Veel dingen worden in de juridische hoek getrokken. Juristen, advocaten de meest dure mensen met maar één belang: een zaak starten. Maar de vraag is of degene die het is overkomen, zit te wachten op een juridische aanpak van de zaak. Die wil vaak zijn verhaal kwijt. Die wil misschien wel gewoon in gesprek met een leidinggevende, maar weet niet hoe.”

    ,,Naar de rechter is vaak het laatste wat een slachtoffer wil. Een onderzoek is dramatisch, niet alleen voor een slachtoffer. Ook voor die leidinggevende en een bedrijf zelf.”


    Portret van Inge te Brake, voorzitter landelijke vereniging voor vertrouwenspersonen. Foto: Frank de Roo © Frank de Roo

    Ook in het Groene Hart komen verhalen los. Zoals over Ferm Werk in Woerden. Daar zou sprake zijn van een angstcultuur. Een leidinggevende zou meerdere collega’s hebben geprobeerd te verleiden. Als er sprake is van zo’n giftige werkvloer, is dat nog op te lossen?
    ,,Ja, het hoeft niet voorgoed beschadigd te zijn. Dat kan niet zomaar, en dat kost tijd. Stel ook vertrouwenspersonen aan. En daarbij is belangrijk dat een vertrouwenspersoon goed opgeleid en gecertificeerd is. Opgeleid bij een bureau dat is getoetst door de Kiwa waardoor ze geaccrediteerd zijn. En als die persoon dan aan de slag gaat, moet er goed geluisterd worden naar mensen. En nou zeggen veel mensen, ik kan goed luisteren. Maar echt goed luisteren is anders.”

    Wat bedoelt u daarmee?
    ,,Niet alleen de vraag stellen, maar ook kijken, wat betekent die vraag. Ik zie emotie, wat raakt je zo. Kun je me vertellen wat het met je heeft gedaan? Hoe ben je thuisgekomen, wat betekent het voor je privéleven? Doorvragen dus, goed doorvragen. En tussen de regels doorlezen. Het tweede, heel belangrijk: heb geen oordeel. En dan het allerbelangrijkste, de vraag stellen, wat willen betrokkenen zelf? Minstens dat het wordt opgelost, maar hoe? Met een gesprek, een mediator? Misschien kun je daarna weer samen door een deur.”

    ,,Er zijn heel veel mogelijkheden voordat we bij een onderzoek uitkomen. Maar hier, bij Ferm Werk had een signaalonderzoek moeten plaatsvinden. Iemand had moeten onderzoeken, wat gebeurt hier. Zo krijg je een stevig plaatje. En met dat plaatje kun je beslissen tot het starten van een integriteitsonderzoek op de persoon. Pas dan kun je besluiten, wat gaan we doen voor het team, voor de leidinggevende en het slachtoffer.”


    Het gebouw van Ferm Werk. © Rianne den Balvert

    Maar een dergelijke situatie is dus niet per se einde werkvloer?
    ,,Nee, want als we bij elke kwestie iemand wegsturen, wordt het heel dun op de vloer. Veel mensen die een melding doen, willen ook helemaal niet dat iemand wordt weggestuurd. En het zou me een lief ding waard zijn als mensen stoppen met zomaar zeggen: we gaan naar de politie.”

    ,,Een aangifte is vaak een doekje voor het bloeden. In te veel zaken is er gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Een onderzoek betekent dat de relatie tussen mensen onderling sowieso kapot is. Kijk wat de melder graag wil. Een vertrouwenspersoon kan het repareren. Dat duurt vaak lang, maar dat is niet erg.”

    Met een gewenste flirt tussen twee mensen is niets mis, maar heb besef wat je doet

    Inge te Brake

    Wat moet er juist gebeuren om dit soort situaties te voorkomen?
    ,,Als je bijvoorbeeld weet dat een leidinggevende verschillende relaties probeert aan te gaan, dan roep je zo’n man binnen en dan zeg je ‘stop ermee’. Het gebeurt nu niet, omdat onze leidinggevenden niet weten wat ze moeten doen als ze een casus hebben of iets zien gebeuren. En dan mag je al blij zijn dat ze iets zien. Ze weten niet waar ze op moeten letten en hebben angst dit thema aan te pakken. Er is geen kennis, leidinggevenden weten niet wat ze moeten doen. Daar zit dus de grootste winst. Leidinggevenden moeten worden opgeleid. Zorg dat je met regelmaat een gesprek voert over grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer.”

    Een ander geluid op dit moment is dat er gedacht wordt dat alles wat er op een werkvloer gebeurt op een weegschaal wordt gelegd. En dat dit juist niet goed is. Wat vindt u daarvan, slaan we door?
    ,,Ik kreeg net een tweet doorgestuurd van een groep vrouwen die meent dat we niet meer openlijk mogen flirten, want dat raken we kwijt. Er gebeurt veel en dat moet weer in balans komen. Maar wat zij hiermee doen is weer ontkennen dat het er is. Het is onzin dat je niets meer kunt. Maar blijf goed kijken naar elkaar.”

    ,,Met een gewenste flirt tussen twee mensen is niets mis, maar heb besef wat je doet. Mensen die dit zeggen, zoeken een vrijbrief voor zichzelf om door te gaan met wat ze aan het doen zijn. Doorgaan met onhebbelijk gedrag wat we hebben. Waarom kunnen we niet loyaal zijn aan de mensen die dit overkomt en slachtoffer zijn?”

    Dus daarom moeten we alles juist wel op die weegschaal blijven gooien?
    ,,Dat vind ik het allerbelangrijkste, als er iets gebeurt dat we met een aantal mensen kijken: wat is er aan de hand? En dat we tegelijkertijd aan de slachtoffers vragen: wat zouden jullie willen? Zelfs als je na twee gesprekken besluit dat het genoeg is, dan mag dat ook. We moeten respect hebben voor elke keuze.”

    Gaat het veranderen, de aankomende jaren?
    ,,Laat ik het zo zeggen, er is een kans op verandering. Maar dan moeten we wel met elkaar de goede dingen doen. Elke organisatie moet verplicht een vertrouwenspersoon krijgen. Bij 42 procent van de bedrijven is dat nog niet het geval. Ongewenste omgangsvormen en ongewenst gedrag zal er altijd zijn, het hoort bij mensen. Maar laten we nou zorgen dat we als organisatie de tools in handen hebben om het de kop in te drukken. En dat begint thuis, als kinderen nog klein zijn.”

    ,,Ik hoorde het zesjarige dochtertje van vrienden vorige zomer tegen haar vader zeggen ‘nee, stop houd op, ik vind dit niet leuk, je moet ermee ophouden’, met een handje in de lucht. Ja, zei de vader, dat leren ze tegenwoordig op school dat als ze iets niet fijn vinden, dat je dan op deze manier dat tegen je klasgenoten mag zeggen. Maar ook tegen je vader. Toen dacht ik: dat is wat we onze kinderen te leren hebben in dat sociale contact met elkaar. Daar hoort ook bij wat we niet moeten doen. Dat je nee mag zeggen.”

    En dan is een zesjarige met een handje omhoog dus perfect?
    ,,Het kan toch niet duidelijker zijn? Als we het een kans van slagen geven door iedereen het gesprek te laten voeren over dat grenzen stellen heel normaal is, dan gaan we goed op weg.”

    Bron: Tubantia >>

    #272930
    Luka
    Moderator

    Hoe trauma’s in je jeugd je dagelijks leven nog steeds beïnvloeden

    Laten we in eerste instantie voorop stellen dat trauma’s uit je jeugd k*t zijn, met een hoofdletter K. Ze hebben voor de rest van de leven invloed op hoe je je voelt, relaties aangaat en hoe je met bepaalde situaties omgaat. Maar hoe beïnvloeden ze jouw dagelijkse leven eigenlijk? Hoewel daar al best veel over bekend is, blijkt uit nieuw onderzoek nu dat een trauma ook invloed heeft op hoe je beslissingen neemt.

    Hoe zit dat precies?

    Trauma’s uit je jeugd
    Wat voor jeugd je hebt gehad, heeft ontzettend veel invloed op latere leeftijd. Een veilige jeugd zorgt er voor dat je op latere leeftijd voldoende zelfvertrouwen hebt en dat je het leven goed aankan. Wanneer je een onveilige jeugd hebt gehad, dan kan dit er bijvoorbeeld voor zorgen dat je niet goed bent in het aangaan van relaties of het kan zorgen voor heftigere psychische problemen.

    Een onveilige jeugd kan er heel verschillend uitzien. Alexander Lloyd, een onderzoeker aan de Universiteit van Londen, verdeelt negatieve ervaringen uit de kindertijd in in drie hoofdcategorieën:

    • Dreigende gebeurtenissen: fysieke mishandeling, emotionele mishandeling en seksueel misbruik
    • Verwaarlozing: fysieke en emotionele verwaarlozing
    • Familie tegenspoed: gescheiden ouders, middelenmisbruik door ouders, psychische aandoeningen binnen het huishouden

    De invloed op je dagelijkse leven
    Helaas kunnen de trauma’s uit je jeugd veel invloed hebben op je dagelijkse leven.

    Angst en depressie
    Vooral angsten en depressie zijn bekende gevolgen van trauma. Als je opgroeit in een onveilige gezinssituatie leer je namelijk niet goed hoe je een innerlijk gevoel van veiligheid kunt ontwikkelen. Je hebt je waarschijnlijk altijd aangepast en was voortdurend op je hoede.

    Als je altijd op je hoede bent, staat je zenuwstelsel altijd aan. Daardoor kun je op volwassen leeftijd vaak ook stressvolle situaties niet het hoofd bieden en je emoties goed reguleren.

    Die angsten en depressie kunnen trouwens veel invloed hebben op je slaap. En wanneer je ‘s nachts niet goed slaapt, merk je dat overdag. Je bent minder creatief, minder gefocust en kunt het leven minder goed aan.

    Onveilige hechting
    Trauma’s uit je jeugd hebben ook veel invloed op je hechtingsstijl. Als je niet in een veilige omgeving bent opgegroeid, raak je onveilig gehecht. Dat kan op verschillende manieren: angstig, vermijdend en angstig-vermijdend.

    • Angstige gehechte mensen zijn vaak in de steek gelaten als kind, daardoor klampen ze zich nu aan mensen vast.
    • Vermijdend gehechte mensen kregen weinig liefde, waardoor ze als het ware een muurtje om zichzelf heen hebben gebouwd.
    • Angstig-vermijdend gehechte mensen hebben vaak veel behoefte aan liefde, maar geloven niet dat ze het waard zijn en trekken daarom mensen sterk aan, waarna ze ze weer afstoten.

    Elke vorm van onveilige hechting heeft veel invloed op het hebben van relaties, maar ook veel op de vriendschappen.

    Beslissingen nemen
    Maar dat is niet het enige. Negatieve ervaringen uit je jeugd kunnen veel invloed hebben op de ontwikkeling van je hersenen. Daar is al veel onderzoek naar gedaan. Nu is uit nieuw onderzoek gebleken dat het ook veel invloed heeft op hoe we beslissingen nemen.

    Tijdens het onderzoek moesten deelnemers een computerspelletje spelen. Tijdens dit spelletje moesten ze appels verzamelen die uit de boom vielen. Hoe langer ze bij de boom bleven staan, hoe minder appels er zouden vallen. Wel konden ze naar een andere boom toegaan om daar verse appels te verzamelen.

    Uit dit spelletje is gebleken dat mensen met negatieve ervaringen in de kindertijd langer bij de boom bleven hangen en minder snel op zoek gingen naar andere bomen. De keuze leken ze niet te kunnen maken en de realisatie dat naar een andere boom gaan meer appels op zou leveren leek ook niet binnen te komen.

    Mocht je te maken hebben met een trauma uit je jeugd, dan is het altijd goed om hulp in te schakelen. Kies direct voor een therapeut die gespecialiseerd is in trauma’s of ga langs bij je huisarts. Die kan je verder helpen.

    Bron: Bedrock >>

9 berichten aan het bekijken - 61 tot 69 (van in totaal 69)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 18 ▪︎ leden online: 2
Gloria, Dina
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.309, reacties: 17.990, leden: 2.172