Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

  • Dit onderwerp bevat 107 reacties, 7 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 14/07/2022 om 21:19 door Luka.
8 berichten aan het bekijken - 101 tot 108 (van in totaal 108)
  • Auteur
    Reacties
  • #270553
    Luka
    Moderator

    Psycholoog Marcia van Marion leerde leven met psychische kwetsbaarheid

    Als psycholoog weet Marcia van Marion (49) niet alleen theoretisch wat psychische kwetsbaarheid is. Gedurende tien jaar was ze zelf af en aan onder behandeling. In ”De draad weer oppakken” geeft ze de lezers zicht op het leven met een psychische diagnose. „Het zijn labels die vaak geen recht doen aan de realiteit.”

    Het is voor de groep deeltijdstudenten van de Hogeschool Utrecht een verrassende ervaring. Ze zijn naar de domstad gekomen voor een college over vooroordelen en stigma’s rond psychische aandoeningen. Er zal een ervaringsdeskundige bij aanwezig zijn, maar die zien ze niet. „Er komt toch een patiënt vandaag?” informeert een van de studenten. Waarop Marcia ter Laak-van Marion, docent management voor de studierichting technische bedrijfskunde, zich omkeert en antwoordt: „Jazeker, hier ben ik.”

    Met deze scène uit december 2019 opent Marcia van Marion haar boek ”De draad weer oppakken”. Daarin geeft ze aan de hand van haar eigen leven een blik in de wereld van de psychiatrie. Het boek beschrijft het gezinsklimaat waarin ze opgroeide, haar klachten, de gestelde diagnoses, de impact daarvan en de therapieën die volgden. De persoonlijke gedeelten worden afgewisseld met achtergrondinformatie.

    Hoewel ze al jaren ambassadeur is van Samen Sterk zonder Stigma, intussen ondergebracht bij stichting MIND, vond de docent van Hogeschool Utrecht het schrijven van haar debuut en vooral de verschijning ervan een angstig avontuur. Dat maakt haar dubbel dankbaar voor de positieve ontvangst.

    Waarom ging u na de studie bedrijfskunde aan Nyenrode psychologie studeren?

    „Als kind was ik al heel betrokken op andere mensen en geïnteresseerd in andere denkwijzen dan die waarmee ik opgroeide. Mijn oma van moeders kant was heel lief, maar ook een beetje raar. Ze had een klap van de molen gehad, zoals mijn moeder dat noemde. Bij ons thuis ging het vaak niet goed, door het complexe gedrag van mijn vader. De ene dag was hij lief, een volgende dag agressief. Ik wilde door dat alles meer inzicht krijgen in het doen en denken van mensen.”

    Speelde ook uw eigen psyche een rol?

    „Niet bewust; indirect denk ik wel. Voor het oog was ik de geslaagde student, innerlijk voelde ik me labiel. Zolang mijn leven overvol was, had ik er niet zo veel last van. In rustiger perioden kwam er een gevoel van onrust en somberheid over me.

    In mijn studietijd heb ik al een randpsychose gehad, zeg ik met de kennis van nu. Na het behalen van mijn diploma heb ik jarenlang keihard gewerkt. Dat is een van de manieren om psychische kwetsbaarheid te onderdrukken. Ik trouwde met een psycholoog, we kregen twee kinderen, uiterlijk leek er niets met me aan de hand. Innerlijk voelde ik dat er iets niet in orde was. Mijn man, onze rots in de branding, totaal het tegenovergestelde van mij, had het ook in de gaten, maar hij neemt alle mensen zoals ze zijn.”

    Waardoor ging het in 2010 mis?

    „Wist ik het maar. Dankzij mijn psychologische kennis besefte ik dat er nu echt iets moest gebeuren. Aan de andere kant zat die kennis me behoorlijk in de weg. Ik wílde niet geloven dat ik een stoornis had.”

    Hoe kijkt u terug op alle therapeuten die daarna uw pad kruisten?

    „Ik heb me altijd gezien, gehoord en gesteund gevoeld, dat mag ook weleens worden gezegd. Het probleem zit in de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg. In 2010 kreeg ik intensieve psychische thuiszorg, een zeer goede vorm van hulpverlening, maar die is wegbezuinigd. Door die begeleiding kon ik gewoon blijven werken, deels voor mijn eigen bedrijfje en deels op de hogeschool. In 2014 ging het echt mis en werd het tijd voor een diagnostische opname, in Zeist.”

    Daar werd de diagnose ”persoonlijkheidsstoornis met borderlinetrekken” gesteld.

    „Dat vond ik heel schokkend. De beeldvorming bij psychiatrische problematiek verschilt sterk per diagnose. PTSS roept compassie op: die man of vrouw is iets ergs overkomen. Persoonlijkheidsstoornis met borderlinetrekken doe je jezelf aan. Je manipuleert, je bent onbetrouwbaar… Zo’n diagnose wordt een last op zich. Ik durfde die aan niemand te vertellen. Wie wil er dan nog met je te maken hebben?

    Na het stellen van de diagnose heb ik de ”Scheme Focused Therapy” gevolgd, waarmee je ongezonde schema’s in je denken leert onderkennen. Het blijven hangen in een bepaalde modus roept psychische problematiek op of houdt die in stand.

    Gezien het effect van de behandeling kun je stellen dat de diagnose bij mij juist was, maar hij klopt niet in het licht van het stigma dat erop rust. Niemand van mijn collega’s die mij moeten typeren, komt met kenmerken van borderline, zoals instabiele relaties. Dat is mijn grote bezwaar tegen etiketten. Ze doen vaak geen recht aan de realiteit, en gaan gepaard met sterke vooroordelen. Mijn hoofdprobleem is een defect in het mengpaneel voor emoties. Ik ben vrolijk of bedroefd, voel me veilig of angstig, het is zwart of wit. Daar hoef je niet meteen een stoornis aan te hangen.”

    Wat hebt u in Zeist geleerd?

    „Dat ik niet voor alles wat verkeerd gaat de schuld bij mezelf moet zoeken en denken voor alles verantwoordelijk te zijn. Je raakt die neiging niet kwijt, maar ik begrijp nu waar die vandaan komt. Dat zelfinzicht helpt me om anders te reageren dan ik gewend was, al wordt dat geen automatisme. Het blijft mentale topsport, zoals mijn therapeut het noemt. Daardoor ben ik aan het eind van de dag vaak doodmoe.”

    Na 2014 ging u nog twee keer onderuit.

    „De opname in 2015 was het gevolg van de afbouw van mijn medicatie. Ik weet nu dat ik niet zonder kan. In 2019 was er een aanwijsbare trigger. Ik kwam toen op een wachtlijst voor traumabehandeling.

    Later bleek dat ik eigenlijk iets anders nodig had. Het was geen gespecialiseerde therapeut, maar de praktijkondersteuner van de huisarts die me uiteindelijk op de goede plaats wist te krijgen. Zij vroeg klip-en-klaar: „Hoe is het met uw gedachten over de dood?” Mijn bevestigende antwoord was voor haar reden om door te pakken.”

    Wat moet er anders in de ggz?

    „Er wordt sterk gefocust op de wachtlijstproblematiek, terwijl er veel meer aandacht zou moeten zijn voor herstelondersteuning na ontslag uit de ggz. Daarmee maak je de kans op heropname een stuk kleiner. De laatste tijd zie ik een toenemend aantal initiatieven voor herstelondersteuning. Ik hoop dat cliënten vanuit de gespecialiseerde ggz soepel kunnen doorstromen naar deze vorm van hulp.

    Nog belangrijker is relativering van de betekenis van diagnoses. Onderzoek heeft aangetoond dat er bij een nieuwe intake vaak een andere diagnose wordt gesteld. Het is maar net welke therapeut ernaar kijkt en wat de klachten van dat moment zijn. Je hebt een diagnose nodig als toegangsticket voor een behandeling, maar tegelijk krijg je daarmee een label dat je blijft meedragen, in je dossier en in je hoofd. Vaak is de psychische problematiek nauw verbonden aan het levensverhaal van mensen, maar het meenemen daarvan in de therapie is te tijdrovend en daarom te duur.”

    Zijn psychische problemen te voorkomen?

    „Voor een deel wel. Heel belangrijk is dat kinderen al vroeg psychische veerkracht ontwikkelen. Ik kan me vinden in de opvatting van psychiater Dirk De Wachter dat zorg en verdriet bij het leven horen. We moeten niet alle narigheid wegpoetsen. Volgens onderzoek van het Trimbos-instituut komt 40 procent van de Nederlandse volwassenen in aanmerking voor een classificatie uit de DSM, het overzicht van psychiatrische stoornissen. Dat geeft toch te denken.

    De ggz moet zich meer richten op de complexe gevallen. Het merendeel van de mensen met psychische klachten kan prima worden geholpen door de praktijkondersteuner van de huisarts. Er is ook veel in de gemeenschap op te lossen, door aandacht voor elkaar. Aan psychische ontregeling ligt vaak eenzaamheid ten grondslag.”

    Voelt u zich nu psychisch volledig stabiel?

    „Nee, maar wel goed genoeg. Met deze instabiliteit kan ik prima leven, zolang ik ernstige stress maar voorkom. Door dat verkregen zelfinzicht grijp ik vroeger in als ik de innerlijke spanning voel oplopen.”

    Omstreden handboek van de psychiatrie
    Om internationaal eenheid in taal onder psychiaters te bevorderen, werd in 1952 de ”Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders” (DSM) gepubliceerd. Het document geldt als het handboek van de psychiatrie. In 2014 verscheen een vijfde versie. Daarin worden 300 stoornissen beschreven, verdeeld over 20 overkoepelende categorieën. De definities berusten niet op hard wetenschappelijk onderzoek, maar kwamen tot stand via stemmingen en het zoeken van consensus.

    De DSM werd ontwikkeld als classificatiesysteem, en heeft als zodanig een nuttige functie. In Nederland wordt het handboek onder druk van zorgverzekeraars ook gebruikt als diagnostisch instrument. Op basis van de stoornis die de patiënt krijgt toebedeeld, kan een behandeling met bijbehorende vergoeding plaatsvinden.

    Bekende psychiaters als Floortje Scheepers en Jim van Os, beiden hoogleraar, zijn uitermate kritisch over de DSM. Die werkt volgens hen stigmatisering in de hand, versimpelt de complexiteit van psychiatrische stoornissen en suggereert dat psychische problematiek per definitie continu en levenslang is. Bovendien doet diagnostiek op basis van de DSM geen recht aan het levensverhaal van mensen en de invloed daarvan op hun psychische gesteldheid. Scheepers en Van Os, grondlegger van de beweging ”Nieuwe ggz”, spreken daarom liever over psychische kwetsbaarheid of ontregeling dan over een psychische stoornis. Die ontregeling vraagt om maatwerk in de behandeling.

    Bron: RD.nl >>

    #271778
    Mark
    Moderator

    Online band opbouwen blijkt soms weerbarstig


    Dr. Mariken de Koning. beeld familie de Koning

    Tijdens de lockdowns grepen behandelaren noodgedwongen massaal naar de telefoon, tablet of laptop voor het contact met psychiatrische cliënten. Inmiddels worden deze online behandelingen onderzocht en geëvalueerd. Heeft zorg-op-afstand de toekomst?

    Dr. Mariken de Koning, die mensen met een ernstige en complexe psychiatrische aandoening behandelt, begon zelf zo snel mogelijk haar cliënten weer daadwerkelijk te ontmoeten. „Ik merkte dat ik in het online contact belangrijke zaken miste. Normaal ga ik vaak bij mensen op huisbezoek. Dan zie ik of de woning opgeruimd is en of iemand er verzorgd uitziet. Ik maak een praatje over hoe het gaat met de kat. Zo probeer ik een goede band op te bouwen met mijn cliënten. Online lukt dat mijns inziens niet”, vertelt de Amstelveense psychiater.

    „De mensen die ik behandel, hebben doorgaans op meerdere levensgebieden te kampen met problemen. Denk bijvoorbeeld aan geldtekort, geen relaties kunnen opbouwen en geen geschikte woonruimte hebben. Tijdens de coronacrisis heb ik alles geprobeerd om contact te houden. Maar mijn cliënten hadden vaak geen rustige ruimte om te zitten of geen computer. Het contact was dus vaak telefonisch. En dan miste ik de non-verbale communicatie.”

    Uitgepraat
    De Koning merkte het verschil tussen een fysieke ontmoeting en een online sessie ook in tijdsduur; sprak ze cliënten op kantoor een halfuur, achter het scherm was ze soms al met een kwartier uitgepraat.

    Toch zijn deze ervaringen niet van toepassing op de hele geestelijke gezondheidszorg, merkt De Koning direct op. Bij sommige cliënten verliep de zorg-op-afstand juist wel goed, hoort ze van collega’s.

    Samen met de psycholoog Edwin de Beurs en andere wetenschappers deed De Koning onderzoek naar online behandelen. Een steekproef van cliënten van Arkin, een grote ggz-instelling, werd gevraagd naar hun ervaringen met de overstap van afspraken op locatie naar online behandelen. Een meerderheid, namelijk 57 procent, bleek vooral face-to-fac contact te willen met de therapeut. Daarbij gaven veel cliënten wel aan blij te zijn met de mogelijkheid van online sessies.

    Ook vergeleek Edwin de Beurs de effectiviteit van beide behandelvormen bij mensen met milde tot matig ernstige psychische aandoeningen. Daarbij bleek er geen verschil in effectiviteit tussen de online behandelingen en de face-to-facesessies.

    Sneller moe
    „In het onderzoek zeiden veel cliënten dat ze het contact met hun therapeut vluchtig en minder persoonlijk vinden. Daarnaast zijn behandelaren sneller moe”, somt De Koning wat nadelen van online zorg op. Voordelen zijn er echter ook. „Een cliënt maakt geen reistijd en reiskosten, en een afspraak is makkelijker in te plannen. Heeft iemand een lichte griep, dan zou hij waarschijnlijk zijn afspraak op locatie afzeggen. Nu kan een sessie in zo’n geval vaak wel doorgaan, maar dan online.”

    Vooral voor mensen die kampen met psychische klachten en daarvoor hulp nodig hebben, maar verder hun leven goed op orde hebben, is zorg-op-afstand een goede optie, merkt De Koning uit ervaring. „Met deze mensen kun je ook online een goede therapeutische relatie opbouwen.”

    Zelf ziet de psychiater vooral toekomst in een mengvorm van online en face-to-facecontact. „Online behandelen is een mooie toevoeging aan ons arsenaal aan contactmogelijkheden. Maar een fysieke ontmoeting moet wat mij betreft ook tot de mogelijkheden blijven behoren.”

    Bron: rd.nl

    #271780
    Mark
    Moderator

    Ewout Kattouw raakte zwaar beschadigd door de psychiatrie


    Als dierverzorger voelde Kattouw zich geaccepteerd en gewaardeerd. beeld Sjaak Verboom

    Zijn 25-jarige trektocht door de psychiatrie leverde Ewout Kattouw 22 diagnoses op. Ze werden bestreden met veertig verschillende medicijnen, die hem alleen maar zieker maakten. In (zijn boek) ”Wie is er nou eigenlijk gek?” blikt de Fries terug met oud-behandelaars en onafhankelijke deskundigen.

    Voor het oog mankeert Ewout Kattouw (46) niets meer. Rustig en trefzeker verwoordt hij zijn ervaring met psychiaters en psychotherapeuten. Op de woonkamertafel liggen enorme stapels boeken. Nu hij zich weer kan concentreren, wil hij de schade van de verloren jaren inhalen.

    Het waren identiteitsproblemen en minderwaardigheidsgevoelens die de inwoner van Hardegarijp als adolescent bij de huisarts brachten. Hij verwachtte dat die met hem op zoek zou gaan naar de oorzaak. In plaats daarvan kreeg hij een recept mee voor het antidepressivum Efexor. Het eerste middel in een lange reeks. Vanwege bijwerkingen of gebrek aan effect werden ze weer afgebouwd of vervangen door iets anders.

    De klachten namen alleen maar toe. Door zijn psychiatrische ziekte, zeiden de psychiaters. Door de pillen, zegt Kattouw met de kennis van nu. Hij weet zich daarin gesteund door deskundigen zoals Dick Bijl, een autoriteit op het gebied van medicijnen en hun bijwerkingen. Ook de hoogleraren Trudy Dehue en Jim van Os, strijders voor een nieuwe ggz, weet hij aan zijn zijde. Ze behoren tot de onafhankelijke deskundigen die hij voor zijn boek interviewde, naast oud-behandelaars die bereid waren hem te woord te staan.

    Wat deed het schrijven van het boek met u?

    „Het riep een rollercoaster aan emoties op, vooral de hoofdstukken waarvoor ik in mijn geschiedenis moest duiken. Traumatische opnames, suïcidepogingen, het verblijf van soms dagen in een separeercel, alles kwam weer langs. Het vroeg meerdere EMDR-sessies, een therapie voor een posttraumatische stressstoornis, om die delen te kúnnen schrijven. Als ik in mijn herinnering terugging naar die perioden, was het of mijn keel werd dichtgeknepen.

    Toch heeft het uitspitten van mijn eigen dossier, het lezen van literatuur over psychiatrie en het spreken met oud-behandelaars en deskundigen me enorm geholpen bij het verwerken van mijn verleden. Vooral de erkenning van deskundigen zoals Trudy Dehue, Jim van Os, Paul Verhaeghe en Philippe Delespaul betekende veel voor me. Ze bevestigden dat de psychiatrie in mijn leven veel leed heeft veróórzaakt. De presentatie van het boek ervoer ik als het afsluiten van een zwart tijdperk en de start van een nieuw leven. Ik was geen psychiatrisch patiënt en ben het ook nooit geweest.”

    Hoe zien uw oud-behandelaars dat?

    „Wisselend. Aan twee gesprekken hield ik een minder goed gevoel over, omdat deze behandelaars totaal niet op hun eigen rol reflecteerden. Ze verscholen zich achter wetenschappelijke kennis, terwijl die op het terrein van de psychiatrie vaak flinterdun is. Dehue en Van Os zijn daar heel eerlijk in. Psychiaters pretenderen het te weten, terwijl we op het terrein van de psychiatrie vooral veel níét weten.

    Een heel mooi gesprek had ik met Henk van der Pol, de enige psychiater die me van de pillen af wilde hebben. Destijds kon ik absoluut niet met hem door één deur. Ik was zo geïndoctrineerd door alles wat me was verteld, dat ook ik geloofde dat er iets mis was in mijn hersenen. Zonder medicatie zou ik het niet redden. De werkelijkheid is dat die pillen me steeds zieker maakten en zelfs een ernstig hartprobleem veroorzaakten. Ik stond al op de lijst voor een harttransplantatie. Sinds de afbouw van de pillen gaat de conditie van mijn hart met sprongen vooruit.”

    Hoe breed leeft het besef dat psychofarmaca schadelijk kunnen zijn?

    „Daar is weinig oog voor, door gebrek aan kennis. En onwil. Dick Bijl levert zeer gefundeerde kritiek op antidepressiva, maar die wordt hem door de meeste psychiaters niet in dank afgenomen. Ze voelen zich aangevallen. De psychiater is een medicus, die zijn identiteit en autoriteit ontleent aan het voorschrijven van pillen. Val je die aan, dan raakt dat zijn medische status. De Amerikaanse onderzoeksjournalist Robert Whitaker spreekt over gildebelang. Laten we ook de rol van de farmaceuten niet vergeten. Psychofarmaca zijn booming business.”

    Wat is voor u de toegevoegde waarde van psychiaters binnen de psychiatrie?

    „De Deense arts Peter Gøtzsche vindt het een overbodig specialisme. Zo ver ga ik niet. In sommige gevallen zijn psychofarmaca wel degelijk zinvol. Dan heb je mensen nodig die daarin gespecialiseerd zijn. Het probleem is dat de doorsnee psychiater nauwelijks kennis heeft van medicatie, laat staan van de combinatie van middelen. Hij benoemt stoornissen op basis van de DSM-5, het handboek voor de psychiatrie, en schrijft aan de hand daarvan pillen voor. Zonder zicht te hebben op de soms ernstige bijwerkingen en ontwenningsverschijnselen bij afbouw.”

    Op Groot Lankum had u het meest aan de pastor en de activiteitenbegeleider dierverzorging. Waardoor kwam dat?

    „Voor hen was ik geen patiënt die begrensd en gedisciplineerd moest worden, maar Ewout en een collega. Dat normale menselijke contact droeg het meest bij aan een stuk herstel. Op de afdeling werd alles wat we zeiden of deden bekeken en verklaard vanuit een aanvechtbaar ziektemodel.”

    Wat moet er anders in de diagnostiek?

    „De problematiek van de hulpvrager moet eerst zorgvuldig in kaart worden gebracht. Wie ben je? Wanneer en waardoor zijn de problemen ontstaan? Waar heb je op dit moment last van? Wat zijn factoren die deze situatie in stand houden? Hoe kunnen we die wegnemen? Dat is een totaal andere benadering dan het invullen van scorelijstjes waarmee wordt bepaald in welke DSM-categorie je past. Ik heb ruim twintig categorisaties toebedeeld gekregen. Dat zegt genoeg. De diagnostiek in de psychiatrie is heel subjectief en afhankelijk van de persoon van de hulpverlener. Tref je iemand die gespecialiseerd is in persoonlijkheidsstoornissen, dan is de kans groot dat hij bij jou de diagnose persoonlijkheidsstoornis stelt.”

    Volgens u werken de DSM-categorisaties als een selffulfilling prophecy.

    „Absoluut. Ik kwam met een identiteitscrisis in de psychiatrie. Ik wist niet goed wie ik was en wat ik moest. Als er dan wordt beweerd dat er iets mis is met je hersenen, en het heeft ook nog een naam, dan wordt dát je identiteit. Ik was niet meer in de eerste plaat Ewout, maar een psychiatrisch patiënt met borderline, ADHD en noem het allemaal maar op.

    Vervolgens ga je daarnaar leven. Je kunt er niks aan doen dat dingen misgaan, want je hebt… Vul maar in. Voor ouders is dat ook prettig. Het ligt niet aan u, uw kind heeft een stoornis.”

    Hoe moet het dan wel?

    „De meeste psychiaters geven aan dat ze met het bio-psychosociale model werken. Dat bio zou ik naar achteren verplaatsen. In acute fases van ernstige psychische problematiek, waarin niet valt te ontkomen aan medicatie, is een psychiater van betekenis. Daarbuiten heb je meer aan een goede psychotherapeut. Sinds een jaar loop ik bij zo iemand. Deze vrouw had ik op mijn achttiende moeten hebben, dan was alle ellende door overbodige en schadelijke medicatie me bespaard gebleven.

    In die 25 jaar heb ik weinig psychotherapie gehad en áls ik die kreeg was het effect beperkt door de pillen die ik slikte. Die maakten me heel onrustig en druk, of juist apathisch. De antipsychotica veroorzaakten depersonalisatie. Je hebt het idee voortdurend in een droom te leven. Volgens de Amerikaanse psychiater Peter Breggin is de grootste uitdaging voor de psychiatrie in de komende decennia mensen veilig van die pillen af te krijgen.”

    Hoe verliep dat bij u?

    „In 2018 stopte ik met het laatste antidepressivum; van de bijwerkingen van alle pillen ben ik nog steeds niet af. Ik ben snel moe en heb last van zenuwpijnen en een brandend gevoel in spieren en gewrichten. Psychisch ben ik vaak nog afgesneden van mijn emoties. Ook cognitief ben ik er nog niet. Concentreren en logisch nadenken kosten me heel veel moeite.

    Ik word frequent benaderd door mensen met vergelijkbare ervaringen. De beweringen vanuit de academische wereld over psychofarmaca stroken vaak niet met de ervaringen van gebruikers, maar hun verhaal wordt genegeerd of gebagatelliseerd.”

    Intussen volgde u de opleiding tot ervaringsdeskundige. Wat houdt die studie in?

    „De naam is wat misleidend. Je wordt opgeleid in herstel ondersteunende zorg. Behandeling in de psychiatrie maakt je tot iemand met ervaring, niet meer dan dat. Als je die kunt koppelen aan andere ervaringen, wordt het ervaringskennis. Leer je die professioneel inzetten, dan kun je pas spreken over ervaringsdeskundigheid.

    In september wil ik de hbo-opleiding social work gaan volgen. Als ervaringsdeskundige blijf je toch min of meer de ex-patiënt, die jas wordt me te krap. Ik wil me inzetten voor verbetering van de psychiatrie. Het effect van een behandeling is grotendeels afhankelijk van de relatie tussen hulpvrager en hulpverlener en de bereidheid van de hulpvrager om te investeren in het veranderen van de eigen situatie. Het belangrijkste is dus een vertrouwensband met mensen die je verder kunnen helpen. Dat kan een psychiater zijn, maar ook een psychotherapeut, een activiteitenbegeleider, een geestelijk verzorger, een ervaringsdeskundige, familieleden, een goede vriend…”

    Hoe verloopt de door u opgestarte schadeprocedure tegen GGZ Friesland?

    „Een onafhankelijke psychiater is bezig met het schrijven van een rapport op basis van een analyse van mijn dossier. Het belangrijkste is dat er een kentering komt in het denken over en voorschrijven van psychofarmaca, maar daarnaast vind ik een schadeclaim niet onredelijk. Door 25 jaar schadelijke behandeling in de psychiatrie heb ik geen carrière kunnen maken, geen pensioen kunnen opbouwen, geen huis kunnen kopen, noem maar op. Enige genoegdoening daarvoor lijkt me billijk.”

    Bron: rd.nl

    #272168
    Luka
    Moderator

    Pyschiater gaat in tegen vooroordelen over trauma: ‘Praten en pillen zijn zeker niet altijd de beste remedie’

    Het woord ‘trauma’ is overal, of het nu gaat over de pandemie, de oorlog, #MeToo, kindermisbruik of slachtoffers van ‘toxische’ relaties. ‘Gelukkig groeit het besef over wat zoveel mensen doormaken, maar de misverstanden blijven hardnekkig’, vertelt psychiater Bessel van der Kolk (Boston University School of Medicine).

    In tijden van oorlog, virusellende en peperdure energie zou je denken dat dikke nonfictieboeken over zware thema’s weinig kans maken. Een frappant bewijs van het tegendeel is The Body Keeps the Score, vertaald als Traumasporen, van psychiater Bessel van der Kolk (Boston University School of Medicine).

    De klepper van 464 pagina’s uit 2014 start met de enorme aantallen mensen die zijn misbruikt of mishandeld en legt uit hoe traumatische gebeurtenissen onze hersenen, blik op de wereld, identiteit en relaties in de war sturen. Het is een fascinerend, maar ook triest verslag van de huiveringwekkendste dingen die wij elkaar kunnen aandoen. Er zijn al drie miljoen exemplaren verkocht, in allerlei talen. Ook staat het werk al meer dan drie jaar erg hoog en vaak op één in de bestsellerlijst van The New York Times. Op sociale media zijn citaten uit de psychiatrische baksteen een hit.

    De conclusie van Van der Kolks onderzoek luidt dat trauma diepe fysieke afdrukken nalaat zoals een overactief alarmsysteem in de hersenen, te veel stresshormonen en veranderingen in het systeem dat relevante van irrelevant informatie scheidt. Ons rationele brein duwt bovendien soms de herinneringen weg om te blijven functioneren. Zolang ze niet verwerkt zijn, staan traumatische gebeurtenissen op scherp, klaar om ons ook jaren later nog te overmannen.

    “Daarom volstaat de ratio niet om te herstellen”, lezen we. “Het lichaam moet op diepe niveaus ervaringen meemaken die het tegendeel zijn van de hulpeloosheid, woede en radeloosheid die ons overspoelt bij trauma.” Dat werkt het best, zo ontdekte Van der Kolk, met fysieke methodes als yoga, ademtraining, EMDR (een therapie die werkt op basis van oogbewegingen, BDB). De pionier in onderzoek naar het posttraumatische stresssyndroom (PTSS) schrijft ook nog de klassiekers praten en pillen voor, maar nooit volstaat één aanpak en iedereen heeft een combinatie op maat nodig.

    “Ik heb er ook het raden naar waarom het boek al bijna vier jaar zo’n hit is”, zegt de Amerikaanse Nederlander vanuit Boston, waar hij al vijftig jaar woont. “Misschien is er een verband met het politieke klimaat in de VS. Dat is zoals opgroeien in een mishandelend gezin. Mensen mogen de waarheid niet vertellen, zichzelf niet zijn, de sfeer is agressief. Dat resoneert bij de velen die trauma meemaakten.”

    Het begrip ‘trauma’ is ook overal. Mediaplatform Vox riep het uit tot woord van het decennium.

    “Klopt. Maar zo dreigt het betekenisloos te worden. Ieder leven is lastig. En wij zijn erg goed in omgaan met moeilijkheden. Maar trauma gaat niet over iemand die je berichten niet beantwoordt. Trauma gaat over horror en hulpeloosheid, iets dat je vermogen te boven gaat en niemand die je komt helpen. Veel media bellen me met de vraag om het te hebben over het collectieve trauma van de pandemie. Maar ook de pandemie is geen collectief trauma. Ik woon in een fijn huis en heb een goed huwelijk. Al dat zoomen is niet leuk, maar het is niet traumatisch. Verpleegkundigen die elke dag mensen zien stikken en niet naar huis kunnen uit besmettingsangst kunnen wel trauma doormaken.”

    U hoopt dat de wereld beter gaat beseffen wat trauma is en wat het doet met mensen. Hoe staat het daarmee?

    “Ik en mijn collega’s dachten: als mensen trauma begrijpen, zullen ze medelevender worden en zullen we in een betere wereld leven. De laatste vijf jaar tonen hoe dat niet is gebeurd. Ik zie de oorlog in Oekraïne niet bepaald als een eerbetoon aan ons werk. Tegelijkertijd zijn er velen die geweldig werk doen, van India tot Jordanië, de VS tot Europa. Het inzicht en de gevoeligheid ervoor nemen stilaan toe, al zijn er nog veel misverstanden.”

    Zien we te weinig wat anderen meedragen?

    “Ja. Maar ook de psychiatrie zag het lang niet. Het is ironisch dat we trauma al lang kenden uit de oorlog en dat ik en mijn collega’s, toen we voor het eerst de ­diagnose posttraumatische stressstoornis beschreven, het hadden over een uitzonderlijke gebeurtenis buiten de normale menselijke ervaring. We waren compleet blind voor hoeveel vrouwen en kinderen misbruikt worden.”

    U ziet hoe diepe angst door geweld en dreiging onze neurobiologie verandert. Kan dat door verwaarlozing?

    “Ja. Maar het hangt af van je leeftijd. Wanneer je kinderen bezig ziet, zou je denken dat ze de hele tijd een trauma’s meemaken (lacht). Maar ouders pakken hen op en troosten. Dat is de essentie. Zo leren wij dat het dat het niet erg is om overspoeld te worden door iets ergs. Er zijn mensen die je opvangen.

    “Maar wanneer je huilend thuiskomt en er is niemand, je krijgt enkel afwijzing of degene die voor je zou moeten zorgen blijkt een bron van gevaar, dan laat dat diepe sporen na, zeker wanneer we klein zijn. Daan zien je al die neurobiologische veranderingen die onder andere wijzen op proberen om helemaal niets meer te voelen of heel geagiteerd zijn in een poging om gevoelens van hulpeloosheid te managen. De impact op de ontwikkeling en gezondheid is groot en nefast.”

    U gelooft dat er ook fysieke ­methodes zijn waarmee je kan herstellen zoals yoga, theater en ademtraining?

    “Inderdaad. Dat is misschien ook een reden voor het succes van dit boek. Er is een positieve boodschap. Het is mogelijk te herstellen van onbeschrijfelijke dingen. Eerst en vooral moet het ­lichaam kalmeren, zichzelf terugvinden en zich opnieuw in harmonie kunnen voelen met anderen.”

    Het klinkt soft. Is er veel scepsis?

    “Dat hangt af van met wie je spreekt. Als clinici zien wij als eerste nieuwe dingen die werken en dan bots je op de gevestigde orde. Uiteraard is er scepsis over methodes die gek lijken. Ik was ook terughoudend toen ik voor het eerst hoorde over EMDR en psychomotorische therapie. Maar ik zag keer op keer positieve resultaten. EMDR maakt van trauma een verre herinnering. Zonder erover te praten, maar enkel door terug te keren naar de zware scènes, stil te staan bij hoe je je voelt en de ogen van links naar rechts te bewegen.”

    Is EMDR aanvaard in de psychiatrie?

    “Er wordt mee gewerkt, maar er is nauwelijks onderzoek en het zit niet in de opleiding. Wij deden vijftien jaar geleden een studie die toont hoe EMDR betere resultaten geeft dan Prozac bij PTSS. Maar ik heb moeten smeken om die onderzoeksfondsen te verzilveren. Psychiatrie en psychotherapie vormen dan ook nog altijd een ideologische, religieuze wereld. De ene ­gelooft in gedragstherapie en in niets ­anders, de andere in praten. Dat is nefast, want zo ben je niet bezig met hoe je ­iemand het best kunt helpen. Het is ook een cultureel fenomeen dat de westerse psychiatrie neerkijkt op fysieke therapie.”

    Hoezo?

    “Wij hebben twee manieren om met erge dingen om te gaan. Vroeger was dat alcohol, maar nu zijn pillen een aanvaardbaar alternatief. Je slikt iets om je beter te voelen. Daarnaast praten we. Andere culturen gaan anders om met psychisch leed. In China doet iedereen qi gong, in California en India is het yoga, in Brazilië capoeira. Dat is niet voor de toeristen, maar omdat die bewegingen helpen om het lichaam en zo de geest kalmeren wanneer we bang, boos of nerveus zijn.”

    U schrijft praten en pillen niet af?

    “Nee, ik ben niet dogmatisch. Toen ik meewerkte aan het vroege onderzoek naar psychofarmaca zoals Prozac waren we erg hoopvol. Mentale aandoeningen bleken een chemische onbalans en dat zouden de pillen oplossen. Maar het heeft ons die aandoeningen niet beter doen begrijpen en behandelen. Medicatie kan helpen om beter te slapen en te kalmeren, maar je verdooft er ook systemen mee die essentieel zijn om volop het leven te beleven. De psychiatrie is te verslaafd aan symptomen met medicijnen te bestrijden zonder te willen begrijpen wat er is gebeurd.

    “Ook praten heeft twee kanten. Taal is cruciaal om onze gemeenschappelijke realiteit te beschrijven en om een verhaal voor jezelf te ontwikkelen, bijvoorbeeld in psychotherapie. Maar bij trauma is erover praten vaak onmogelijk. Bij een traumatische gebeurtenis sluit ons taalcentrum. Daarom zijn er vaak geen woorden voor wat is gebeurd. Bovendien is het niet omdat je uiteindelijk wel kan verwoorden dat je soms woedeaanvallen hebt omdat je als kind bent misbruikt, dat die aanvallen weg zijn. Die zitten in je lijf.”

    U stelt ook vast hoe mensen zich een trauma soms pas veel later herinneren. ‘Onwetenschappelijk’, ­hekelen sommige collega’s.

    “Dat zijn mensen met sterke religieuze overtuigingen die het onderwerp echt niet goed genoeg kennen. Het is niet omdat je er een artikeltje over schrijft dat je het traumatische geheugen kent. Ik heb duizenden getraumatiseerde mensen gezien, talloze studies gedaan.

    “Het fenomeen van geheugenverlies na zware ongevallen of oorlogservaringen is trouwens al meer dan een eeuw geleden beschreven en er zijn honderden wetenschappelijke artikels over verschenen. Een ervan toont hoe 38 procent van een groep vrouwen die als kind misbruikt werden zich niets herinnert van wat nochtans in hun medisch verslag stond. In 1980 is geheugenverlies ook opgenomen in de Diagnostic Statistical Manual (waar Van der Kolk toen aan meewerkte, BDB) als mogelijk kenmerk bij PTSS.

    “In het labo zien we hoe bij mensen die hun trauma oproepen de frontale kwabben gedeactiveerd worden, inclusief de regio’s die nodig zijn om gevoelens in woorden om te zetten, om tijd en plaats te bepalen en om gebeurtenissen op te slaan in een logische volgorde. De enorme shock schiet de ­samenwerking tussen het emotionele en rationele brein aan flarden. Daardoor is trauma anders opgeslagen dan gewone herinneringen. Het zit als ongeorganiseerde zintuiglijke en emotionele flarden in je systeem. Daarom kan een slachtoffer ook jaren later helemaal van slag raken van een geluid, een geur. Er zit geen logisch verhaal in het rationele brein, alleen onsamenhangende brokstukken die soms pas later bovendrijven.”

    Vanwaar de kritiek?

    “Omdat je het niet kan tonen in een labo, zoals sommigen eisen. Dan zou je een trauma vanuit het niets moeten organiseren. Critici verwijzen ook naar experimenten waarbij mensen valse herinneringen worden aangepraat, zoals ‘als kind liep jij verloren in een winkelcentrum’. Dat lukt inderdaad. Maar dat gaat helemaal niet over de diepe angst die kinderen overspoelt wanneer ze misbruikt worden.”

    In 2009 stelde u met collega’s voor om ontwikkelingstrauma te erkennen als stoornis omdat veel problemen bij kinderen voortvloeien uit trauma. Dat werd niet aanvaard?

    “Wij baseerden ons nochtans op onderzoeken bij tienduizenden kinderen die tonen dat veel getraumatiseerde kinderen problemen hebben met concentratie, impulsiviteit en relaties. Meestal krijgen zij de diagnoses als ADHD en worden ze behandeld met pillen. Ik vermoed dat ons voorstel onder druk van de farma-industrie is afgevoerd. Maar iedere clinicus die ik ken, hanteert nu het begrip ontwikkelingstrauma. Wie zegt dat het niet bestaat, behandelt geen kinderen.

    “Het grootste probleem blijft dat als je als kind enorm bang bent in je eigen omgeving, je impulsief, agressief, vol zelfhaat en onvoorspelbaar kan worden. Als een hulpverlener niets weet over trauma, krijg je al die diagnoses die enkel over gedrag gaan, zoals als Oppositionele Opstandige Stoornis. Maar die kinderen verzetten zich niet omdat ze een aangeboren hekel aan zijn ouders hebben, maar omdat er met hen gesold is.”

    Psychiater John Bowlby beschreef hoe wij ons als kind veilig of onveilig hechten. Beschermt een ‘veilige hechting’ ­tegen trauma?

    “Zeker. Zo bleek dat de kinderen die tijdens WO II bij hun ouders in Londen bleven tijdens bombardementen het later beter stelden dan de kinderen die waren weggestuurd naar het platteland. Dat is nu weer een groot probleem in Oekraïne. Duizenden kinderen zijn van hun ouders gescheiden. Dat is erg gevaarlijk, want zij hangen compleet af van hun ouders voor hun gevoel van veiligheid. Zolang je ouders er zijn en zij kalm zijn, voelt een kind zich veilig, zelfs te midden van rampen.”

    Leg je zo niet te veel de schuld voor psychische problemen bij ouders?

    “In mijn boek lees je hoe ik dat zeker niet doe. Opvoeden is erg complex en iedereen doet zijn best. Als je zelf een geschiedenis van trauma hebt, verknoei je het meer met je kinderen. Maar niemand heeft iets aan beschuldigingen. Wel is het belangrijk te beseffen dat je je kind schaadt wanneer je het slaat, emotioneel verwaarloost of erger. En dat je je afvraagt wat je misschien anders kan doen wanneer je kind in de problemen raakt en bijvoorbeeld suïcidaal is of niet meer eet. Het kan dat je dan op eigen trauma’s botst. Misschien is het soms moeilijk je liefhebbend op te stellen omdat je vader je sloeg. Zo’n inzicht is dan de start van herstel, niet het einde zoals velen denken. Dan pas kun je gaan werken aan genezen van de traumasporen die je meesleurt.”

    Bron: De Morgen >>

    #272928
    Luka
    Moderator

    10 signalen dat het tijd is om naar een psycholoog te stappen

    Het is al lang geen geheim meer: in Nederland zijn we druk, druk, druk. Zó druk dat 1 op de 6 werknemers kampt met burn-outklachten, het aantal burn-outs steeds meer stijgt terwijl de gemiddelde leeftijd van iemand met een burn-out steeds meer daalt. Gelukkig wordt er over mentale gezondheid steeds meer gesproken en geschreven, maar wanneer is het nou écht tijd om naar een professional te stappen?

    We belden met BEDROCK’s huispsycholoog, Josje Smeets, om te vragen wanneer je het gewoon wat rustiger aan moet doen, en wanneer het toch echt tijd wordt om met een psycholoog in gesprek te gaan.

    Wanneer het tijd is om naar een psycholoog te gaan
    Volgens gelukspsycholoog Smeets, en tevens auteur van het boek Happy in 100 dagen, wordt het tijd om aan de bel te trekken wanneer je tenminste 4 of 5 onderstaande signalen herkent:

    1. Eten
    “Dat is heel duidelijk, als je merkt dat je eetlust verandert, dan is dat een héél duidelijk teken om aan de bel te trekken,” vertelt Smeets. Ga je ineens meer snoepen, of verdwijnt je eetlust juist, dan is dat bij uitstek één van de belangrijkste tekenen, dat er misschien iets niet helemaal goed gaat.

    2. Slaap
    “Eigenlijk is dit een gedeelde nummer #1, samen met eten. Wanneer je ineens moeite gaat krijgen met slapen, inslapen of als je ‘s nachts ineens wakker wordt of juist heel vroeg, dan is dat één van de belangrijkste tekenen om naar een psycholoog te gaan,” vervolgt Smeets.

    Deze eerst twee eerste punten neemt een psycholoog erg serieus. Natuurlijk niet als je een keer niet goed slaapt, maar als dit maanden aanhoudt, dan wél.

    3. Moe zijn
    Moe zijn, is een natuurlijk gevolg van slecht slapen, maar ook een teken dat je geen energie meer hebt. “En dat klopt natuurlijk niet. Dat betekent dat je te veel bezig bent met dingen die je energie kosten in plaats van met dingen die je energie opleveren.”

    4. Meer prikkelbaar
    Je merkt dat je prikkelbaarder bent, je lontje korter is en je minder veel dingen kan hebben voordat je uit je slof schiet. Zéker als je normaliter vrolijk en relaxed bent, dan is dit signaal een hele belangrijke.

    5. Negatieve gedachten
    Als je steeds vaker negatief gaat denken of dingen die je eerst wel altijd leuk vond, nu ineens niet meer leuk vindt, kan dat een slecht teken zijn. Feestjes die je ineens niet meer ziet zitten of een collega die je uit het niets niet meer kan uitstaan bijvoorbeeld. Je denkt over steeds meer dingen negatief.

    6. Minder zin in leuke dingen
    Doordat je steeds meer negatief gaat denken, heb je nergens meer echt zin in. Je hebt er gewoon geen puf meer voor, waarschijnlijk door de bovenstaande punten. Je zit vast in een negatieve spiraal.

    7. Vastzitten
    Dat brengt ons meteen op punt #7: het gevoel dat je niet vooruit kunt maar letterlijk vastzit op dit punt in je leven. Het lukt je hier al niet eens meer om lekker een stukje te gaan hardlopen of te mediteren om je beter te voelen.

    8. Sociaal terugtrekken
    De alarmbellen gaan ook af wanneer je je steeds meer gaat terugtrekken, sociaal gezien. Als je niet lekker in je vel zit, heb je waarschijnlijk steeds minder zin om naar sociale verplichtingen te gaan, want je wilt er anderen niet mee belasten.

    Je hebt dan simpelweg niet de energie om sociaal en gezellig te doen. Je kruipt dus maar liever in je schulp.

    9. Opgejaagd gevoel
    Een opgejaagd, stress-achtig gevoel hebben en dat rusteloze gevoel in je lichaam hebben, zijn tekenen dat het misschien toch echt tijd wordt om hulp te vragen.

    10. Weinig focus
    Je kunt je slecht concentreren en kan je focus niet houden op één ding. Maar ook geheugenverlies hoort daarbij. Dat betekent niet dat je direct zwarte gaten in je geheugen hebt, maar wel dat je merkt dat je steeds meer kleine dingen niet meer kunt herinneren.

    Kortom
    Iedereen komt natuurlijk weleens moeilijk in slaap en concentreren lukt uiteraard ook niet altijd, maar herken jij je in 4 tot 5 van de bovenstaande signalen? En zitten punt #1 en punt #2 daarbij? Dan is écht tijd om hulp te vragen aan een psycholoog.

    Blijf je goed eten en slapen en heb je even wat minder energie, dan kan het ook zijn dat je klaar bent met je huisgenoot of je baan, maar niet per se dat je tekenen van depressiviteit vertoont bijvoorbeeld.

    Steeds meer mensen kampen in Nederland met angsten en mentale gezondheidsklachten. Weet dat je niet alleen bent, en vooral dat er professionele hulp is om jou te helpen! Klopt daarvoor eerst bij de huisarts aan.

    Bron: Bedrock >>

    #273015
    Luka
    Moderator

    Eva Breda: ‘Na maanden therapie moest het nu toch juist beter met me gaan?’

    Onze mentale gezondheid is er nog nooit zo slecht aan toe geweest. Ervaringsdeskundige Eva Breda, ook journalist voor Libelle, onderzoekt in haar columns hoe dat beter kan. Deze week: therapie doorstaan.

    Na jaren ontkennen, worstelen, wikken, wegen en realiseren maakte ik anderhalf jaar geleden de stap naar therapie. Ik durfde niet meer alleen te zijn, uit angst dat ik zou worden aangevallen met een mes. Zelfs op klaarlichte dag in mijn eentje naar de wc was een uitdaging. Maar nú, nu zou het beter gaan. Ik had hulp gezocht! Ik zou vast met een paar sessies klaar zijn.

    Ruim negen maanden later, halverwege de therapie, schoof ik bijna iedere nacht stilletjes uit bed om zonder iemand wakker te maken mijn ziel uit mijn lijf te janken. Wat wás ik verdrietig. Soms wist ik waar ik verdrietig om was. Vroeger, verlies, mijn vader. Soms had ik geen idee en piekerde ik redenen bij elkaar. Was ik wel gelukkig in mijn werk? Vonden mijn vrienden me eigenlijk wel leuk? Het is grappig hoe je eigen instabiliteit je kan laten geloven dat het fundament wankelt.

    Pingpongen tussen angst en verdriet
    Helen is een lineair proces, denken we vaak. Een kwestie van in de put. Praten, praten, praten. Uit de put. Wat ik las over mentale gezondheid leek overzichtelijk. Een angsthiërarchie om angsten mee te overwinnen… Even doorlopen en klaar, toch?

    Ondanks dat de wetenschap over psychologie vergevorderd is, geeft het soms een vertekend beeld. Een beeld van stapjes, de trap op. Van lijstjes om af te vinken. Van fases om doorheen te glijden. Soms misschien met wat stagnatie, maar nooit met achteruitgang. Helen, is het. Niet aanmodderen.

    Tijdens ieder herstelpro­ces kom je momenten van tegenslag, oude patronen of negatieve emoties tegen

    Dorianne Hoek

    Maar nog nooit in mijn leven voelde ik me zo aanmodderend als tijdens mijn therapieproces. Soms had ik een angst overwonnen en voelde ik me geweldig. Alle laatjes in mijn hoofd op orde. Maar vaak was het daarboven een stuk minder georganiseerd en kwamen er emoties los die ik van mezelf niet eens kende. Ik pingpongde tussen angst, verdriet, woede, vergeving, overwinnen, trauma, terug naar angst en, hoppa, daar was verdriet weer. Waarom nu? Na maanden therapie moest het nu toch juist beter met me gaan?

    Vallen en opstaan
    ,,Herstellen gaat met vallen en opstaan”, verzekerde mijn psycholoog Dorianne Hoek me toen ik haar dat vroeg. Soms met frisse moed, soms met lood, cement én baksteen in mijn schoenen zat ik in haar behandelkamer. Ze zag mijn overwinningen én worstelingen en drukte me op het hart dat zo’n hak-op-de-takproces hartstikke normaal is. Hoek: ,,Tijdens ieder herstelproces kom je momenten van tegenslag, oude patronen of negatieve emoties tegen. Hier leer je juist van.” We moeten therapie dan ook niet enkel zien als heelproces maar als leerproces.

    Tijdens therapie open je laatjes die je geheugen bewust gesloten houdt. Wat er al jaren achter rommelt, komt ineens vrij en heeft tijd nodig om een nieuwe plek te vinden. En daar schuurt het soms. ,,Maar negatieve emoties of onverwerkt verdriet, zijn meestal een teken dat je met het juiste aan de slag bent”, vertelt Hoek.

    Rotgevoelens horen erbij
    Toch is het knap lastig om nog nét even verder te zinken dan waar je al was toen je therapie zocht. Des te meer reden om op tijd aan de bel te trekken en niet te wachten tot je de bodem al bijna raakt. Want toen ik mezelf betraand door de dagen sleepte, was de motivatie om weer die behandelkamer in te duiken soms laag. ,,Tegen therapie opzien is begrijpelijk, het is soms ook gewoon zwaar. Geef het aan bij je psycholoog als het te zwaar is, te snel gaat of als je overweegt te stoppen,” adviseert Hoek. ,,Samen kunnen jullie een keuze maken die het beste is voor jou.”

    Al is het soms goed om je te realiseren waar je het allemaal voor doet en dat die rotgevoelens allemaal horen bij de weg daarnaartoe. Therapie is geen lineair proces. Het is ontkennen, worstelen, wikken, wegen en realiseren.

    Bron: AD.NL >>

    #273405
    Luka
    Moderator

    Psychologen beginnen podcast als tegenreactie op lange wachtlijsten ggz

    De wachtlijsten bij de ggz blijven maar groeien en een oplossing lijkt nog niet in zicht. Psychologen bij Psyned lanceren daarom de podcast Waar wacht je op? Om de week beantwoorden zij vragen van patiënten en gaan ze in op ‘de geheimen van de behandelkamer’. De podcast moet worden gezien als handreiking naar iedereen die niet direct bij een psycholoog terechtkan.

    In de podcast wordt antwoord gegeven op vragen als ‘hoe kom je uit een burn-out?’, ‘wanneer is het een trauma en wanneer is het PTSS?’ en ‘hoe kom je van je negatieve gedachtes af?’ Volgens Aerjen Tamminga, relatietherapeut en psycholoog bij behandelorganisatie Psyned, kan de podcast worden gezien als een laagdrempelige manier om kennis te maken met mentale zorg.

    De podcast is niet hét antwoord op de lange wachtlijsten die al jaren bestaan, zegt hij. ,,Ik zie het meer als een manier van kennis overdragen, een manier om mensen te vertellen wat ze zelf kunnen doen terwijl ze wachten op hulp.” Als relatietherapeut ziet Tamminga vaak dezelfde vragen en dilemma’s voorbijkomen. ,,Ik hoor regelmatig dat mensen denken dat alles in een relatie vanzelf moet gaan. Terwijl we het allemaal gewend zijn om te investeren in onze loopbaan, vriendschappen en sporten, maar voor het belangrijkste in ons leven zou dat niet nodig zijn?”

    Podcast kan een duwtje in de rug zijn
    Iedere week staat een ander thema centraal, en luisteraars kunnen vragen insturen die tijdens de aflevering besproken worden. Elk mens en iedere situatie is anders, benadrukt Tamminga. ,,Dat neemt niet weg dat mensen zich misschien in elkaar kunnen herkennen. Ik moet de persoon nog tegenkomen die zegt zich nergens mee te identificeren, en wie weet helpt het je minder alleen te voelen in je gevoel en denken.”

    Het kan een duwtje in de rug zijn, luisteren naar een podcast waarin mentale gezondheid wordt besproken, denkt psycholoog Anita Hubner. Ze tipt ook de podcast waarin journalist Eva Breda haar eigen ervaringen deelt met haar psycholoog. ,,Maar alleen luisteren is één ding, probeer daarnaast in contact te komen met mensen die iets soortgelijks doormaken. Als iemand zijn steun kan uitspreken, dan heeft dat echt een meerwaarde.”

    Heb jij psychologische hulp nodig en kan de huisarts jou niet verder behandelen, dan verwijst hij of zij jou door naar de Basis-ggz of gespecialiseerde ggz. Kijk op Independer voor meer informatie over een vergoeding vanuit je zorgverzekering.

    Hubner waarschuwt ervoor dat het misschien goed is naar aanleiding van een podcast je gedachten de vrije loop te laten, daar staat tegenover dat het er ook voor kan zorgen dat je minder snel hulp zoekt. ,,Het kan ertoe leiden dat je je eigen ideeën ontwikkelt over wat er mis is, maar feedback van lotgenoten of communiceren met een therapeut of andere deskundige kan zo behulpzaam zijn.”

    Tips voor het verbeteren van je mentale gezondheid
    Ook Tamminga heeft niet de illusie dat je door het luisteren naar de podcast in één klap van al je ‘problemen’ verlost bent. ,,Maar ik hoop wel dat het de mensen voldoende prikkelt om zelf iets te doen. Zeker in het beginstadium kan het echt helpen als je op tijd aan de bel trekt. In sommige gevallen kan het dan zelfs zo zijn dat je uiteindelijk minder zorg nodig hebt, waardoor de volgende persoon op de wachtlijst misschien sneller aan de beurt is.”

    Hubner deelt een aantal tips om aan je mentale gezondheid te werken, waar je meteen mee kunt beginnen:

    Lotgenotengroepen of websites met chatfuncties op internet

    Voordeel: gratis, soms ook anoniem, en geen wachtlijsten. Voorbeelden:

    • Bipolaire stoornis: Petraetcetera

    • Psychosegevoeligheid, trauma, stemming: Psychosenet

    • Eetstoornissen: Proud2bme

    Fysiek (of online) contact bij herstelacademies door en voor ervaringsdeskundigen

    Hier helpen ervaringsdeskundigen elkaar onder andere door middel van groepen. Ook welkom voor een kop koffie. In principe gratis en geen wachtlijst of diagnosestelling. Voorwaarden kunnen wel per regio of gemeente verschillen. Voorbeeld: Enik Recovery College in Utrecht.

    Herstelondersteunende intake (HOI) bij ggz-instelling Noord Holland Noord

    Er wordt niet alleen naar klachten gevraagd, maar juist iemands volledige verhaal en iemands sterke kanten. Ook kan je iemand meenemen, waardoor er een breder beeld ontstaat. Dit in tegenstelling tot reguliere intakes: daar wordt vooral naar de klachten gevraagd en kom je in principe alleen naar de intake. Zie hier als voorbeeld hoe dat in zijn werk gaat bij ggz-instelling Noord Holland Noord: sta je op een wachtlijst, dan is het mogelijk om in de tussentijd naar groepen op de herstelacademie te gaan of een online aanbod te volgen.

    Bron: AD >>

    #273406
    Luka
    Moderator

    #Waar wacht je op (Teaser)
    Wachten op antwoorden, daar geloven wij niet in. In Waar wacht je op? zoekt Amy uit wat je kan doen als het even niet zo lekker gaat. Elke aflevering gaat ze in gesprek met een Psyned psycholoog.

    #relatietherapie – Waarom een relatietherapeut je relatie júíst niet wil redden
    Werkt relatietherapie nou echt? En wanneer is dit iets voor jullie? Hoe kan je elkaar weer vinden na overspel? Is er een code die we kunnen kraken voor een lang en gelukkig leven samen? En wat kunnen we en mogen we eigenlijk van onze partners en onszelf verwachten in een relatie? In deze aflevering beantwoordt relatiepsycholoog Aerjen Tamminga de meest gegoogelde vragen over relatieproblemen (en daar hadden we makkelijk twee afleveringen mee kunnen vullen).

    #Hechting – Waarom het leven een spiegel is van jouw hechtingsstijl
    Onze relatie met onze ouders bepalen voor een groot deel hoe we ons nu door het leven bewegen. Hechtingspatronen zijn eigenlijk een soort aangeleerde overlevingsstrategieën die je niet zomaar kwijt raakt. Maar wat is eigenlijk een gezonde hechting? Welke hechtingsproblemen zijn er? En wat kan je leren door naar je eigen hechtingsstijl te kijken? Psyned psycholoog Roanne Helwig beantwoordt de meestgegooglede vragen over hechting. Ze stelt dat bijna elk obstakel in het leven wel ‘iets’ met hechting te maken heeft. Maar dat betekent gelukkig niet dat je er vandaag niks meer mee kan.

    #Burnout – Wat als je opbrandt door ambitie of loyaliteit?
    Een burn-out is vaak het ‘eindstadium’ van een lange stressvolle periode. Maar hoe komt het eigenlijk dat steeds meer mensen letterlijk opbranden? Wat zijn de eerste signalen? Wat kan je het beste doen als je in een burn-out zit? En waarom is de rol van je omgeving zo belangrijk? Psyned psycholoog Susannah Chernowitz beantwoordt de meest gegoogelde vragen over burn-outs. Ze is o.a. gespecialiseerd in prestatie(druk), burn-outs en perfectionisme.

8 berichten aan het bekijken - 101 tot 108 (van in totaal 108)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 23 ▪︎ leden online: 3
Dina, Gloria, Zonnetje
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.309, reacties: 17.990, leden: 2.172