Aangemaakte reacties

10 berichten aan het bekijken - 111 tot 120 (van in totaal 718)
  • Auteur
    Reacties
  • In reactie op: Aangifte doen & juridische hulp #252884
    Mark
    Moderator

      Stijgende verkrachtingscijfers, falende opsporing

      Slachtoffers van seksueel geweld laten vaker van zich horen, de afgelopen jaren nam het aantal geregistreerde verkrachtingen bij de politie flink toe. Optimisme over deze slachtofferemancipatie lijkt echter misplaatst: meldingen resulteren steeds minder in aangiften.

      ‘Niet te geloven, het is bijna een verdubbeling.’ Woordvoerder Jytte Reichert van Slachtofferhulp kijkt verbaasd naar de cijfers die ze zelf overhandigt. In 2014, ziet ze, klopten 804 verkrachtingsslachtoffers bij haar aan, vorig jaar waren dat er 1447. Een andere hulpverlener, van het Centrum Seksueel Geweld, ziet de toename ook. Vorig jaar zochten 4148 slachtoffers hulp bij een van hun centra, een stijging van 28 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

      Worden er dan meer mensen verkracht? Nee, zeggen hulpverleners en experts. ‘Er is geen enkele reden om aan te nemen dat verkrachting nu meer voorkomt dan een paar jaar geleden. Ik heb daar geen verklaring voor en we zien dat ook niet in andere landen’, zegt Iva Bicanic, psycholoog en coördinator van Centrum Seksueel Geweld.

      Waar komt de stijging dan vandaan? Succesvolle campagnes die slachtoffers van seksueel geweld aanmoedigen hulp te zoeken, zegt Reichert. Hulpverleners die beter samenwerken dan voorheen, zegt Bicanic. In die zin is de stijging eigenlijk ‘goed nieuws’. Want, zeggen beiden, de seksuele moraal verandert. De #MeToo-beweging heeft een taboe doorbroken: laat je horen als slachtoffer van een ongewenste seksuele ervaring, schaam je niet, wees zichtbaar, praat erover.

      Bij de politie nam het aantal geregistreerde verkrachtingen de afgelopen zeven jaar dan ook toe, met maar liefst zestig procent. Sinds de vorming van de Nationale Politie in 2013 worden cijfers landelijk bijgehouden, in dat jaar meldden 1245 verkrachtingsslachtoffers zich bij de politie. Zeven jaar later, in 2019, waren dat er tweeduizend. Ook de politie is opgetogen. ‘Als ons inbraakcijfer of overvalcijfer groeit, dan moet de korpsleiding zich zorgen maken. Maar als de korpschef vraagt waarom de verkrachtingscijfers zo toenemen, dan zeg ik: daar ben ik trots op, omdat het goed is dat slachtoffers naar de politie stappen’, zegt Yet van Mastrigt, die bij de politie als landelijk zedenexpert de teams overziet.

      Dat optimisme lijkt echter misplaatst. Onderzoek van Investico voor De Groene Amsterdammer en Trouw laat zien dat die bejubelde toegenomen meldingsbereidheid slachtoffers strafrechtelijk gezien niets oplevert. Een steeds groter deel van de slachtoffers ziet er na de eerste melding van verkrachting bij de politie vanaf om aangifte te doen, blijkt uit cijfers. Volgens zedenrechercheurs vergen de zaken meer tijd dan vroeger, bijvoorbeeld omdat WhatsApp-gesprekken, foto’s en locatiegegevens uit Google Maps het verzamelen van bewijs complexer en tijdsintensiever maken. Bovendien is er, net als bij alle onderdelen van de politie, ook bij ‘zeden’ een gebrek aan rechercheurs. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft weliswaar negentig extra zedenrechercheurs toegezegd, maar die kunnen nog niet volledig aan de slag door gebrek aan opleidingscapaciteit.

      Zo stapelt het aantal zedenzaken zich op. Politie en OM hebben zichzelf opgelegd om de eerste rechtszitting in verkrachtingszaken binnen dertien maanden na de aangifte te laten plaatsvinden, maar in slechts de helft van de gevallen lukt dat. En hoewel zich meer slachtoffers aandienen, vindt de politie nu minder verdachten dan voorheen. Het aantal strafdossiers dat de politie aanlevert bij het OM schommelt al jaren rond hetzelfde aantal. Per saldo, na opsporing en vervolging, belanden er niet méér daders achter de tralies dan zeven jaar geleden, blijkt uit de opgevraagde cijfers.

      Méér daders achter de tralies, dat is precies wat minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid wil. Sinds mei 2019 werkt hij aan een herziening van de zedenwet. Om verkrachting te bewijzen moet het slachtoffer aantonen dat de dader dwang uitoefende. Maar de wet moet ook slachtoffers beschermen die zich niet verzetten, doordat zij bevriezen of verstijven. Een nieuw artikel moet daarom ook ‘seks tegen de wil’ strafbaar maken, in gevallen waar dwang niet te bewijzen is. Zo moet het voor slachtoffers makkelijker worden om aangifte te doen. Maar kan de politie dat wel aan? Nee, zegt iedereen die wij spreken. Zonder extra zedenrechercheurs heeft de nieuwe zedenwet, de kroon op de slachtofferemancipatie van de afgelopen jaren, maar weinig effect.

      ‘Rug recht, tanden op elkaar.’ In hun kantoor aan het eind van een winkelstraat in IJmuiden vertellen zedenadvocaten Kate Lans en Louke Korfker hoe ze hun cliënten voorbereiden op hun eerste gesprek met de politie. ‘Het wordt heel heftig, vervelend en persoonlijk. Ze doen het bij iedereen, het heeft niks met jou te maken. Als je echt aangifte wilt doen, moet je je niet laten ontmoedigen.’ Natuurlijk is het goed dat de politie erop wijst dat de aangifte van een zedenmisdrijf loodzwaar zal zijn, maar slachtoffers ervaren die waarschuwing meer als een afrader, vertellen ze. ‘Allemaal’, zegt Korfker, ‘zonder uitzondering.’

      ‘Ik word weer boos als ik eraan denk’, vertelt Lans. ‘Een meid was door twee jongens verkracht. Heel extreem, heel naar. Echt een horrorfilm.’ De vrouw ging naar de politie en er volgde een ‘informatief gesprek’, de standaardprocedure bij zedenzaken. In zo’n gesprek vertelt een slachtoffer het verhaal, achterhalen zedenrechercheurs of er sprake is van een strafbaar feit en leggen zij uit welke rechten een slachtoffer heeft. Als die besluit om aangifte te doen, begint het strafrechtelijk proces.

      Maar zo ging het met dit slachtoffer niet, zegt de advocaat. Die kreeg in het informatief gesprek te horen dat het weinig zin had om aangifte te doen omdat vervolging volgens de agenten ‘onwaarschijnlijk’ zou zijn. Daarom besloot de vrouw ervan af te zien. Pas na jaren van therapie en traumabehandeling klopte ze aan bij Lans en besloot ze alsnog aangifte te doen. Opnieuw volgde een informatief gesprek. ‘Ik heb doorgedrukt dat ik daarbij aanwezig mocht zijn’, zegt de advocaat. ‘Als ik er niet bij geweest was, had ze binnen vijf minuten weer buiten gestaan. “Wat voor zin heeft het? Hoe kunnen wij die dwang vaststellen? Hoe weten wij nou dat jij het niet wilde?” vroeg de verbalisant. Het slachtoffer klapte helemaal dicht. Ze was af.’ Opnieuw besloot de vrouw geen aangifte te doen. ‘Terwijl het geen kansloze zaak was – er waren WhatsApp-berichtjes, er was indirect bewijs. Maar ze kon het niet meer aan.’

      ‘Ik denk ook dat slachtoffers een informatief gesprek niet altijd als een fijn gesprek ervaren’, reageert Silvia Berendsen, zedenrechercheur in Nijverdal bij de eenheid Oost-Nederland. ‘Elk slachtoffer dat hier komt, wil horen: “We gaan nu direct de aangifte opnemen, we gaan de verdachte daarna aanhouden, over drie weken verschijnt-ie voor de rechter en gaat-ie voor vijf jaar de gevangenis in.” Maar zo gaat het gewoon niet’, vult haar collega Christa Kistemaker aan. We treffen beiden in een geavanceerde verhoorstudio die met kleurige muurschilderingen speciaal is ingericht op het horen van kinderen en mensen met een beperking. Naast het verhoren van kwetsbare slachtoffers en verdachten doen beiden ook al meer dan tien jaar ‘gewone’ zedenzaken.

      ‘Onze taak is waarheidsvinding, dus we moeten feitelijk zijn en neutraal blijven’, zegt Berendsen. Bovendien is een vervelende seksuele ervaring heel naar maar niet altijd strafbaar. ‘We proberen altijd zo goed mogelijk uit te leggen wat wel en niet vervolgd kan worden en waarom we gedetailleerd naar bepaalde dingen zullen vragen.’ En ja, die gedetailleerde vragen zijn volgens haar nodig, want bewijs moet voor de rechter niet alleen ‘wettig’ zijn, maar ook ‘overtuigend’. Veruit de meeste verkrachtingen vinden plaats in een-op-een-situaties en dat maakt het een van de lastigste wetsartikelen omdat de bewijslast moeilijk is. Onduidelijkheden zijn koren op de molen van de advocaat van de verdachte. Het is voor hen de kunst om de zaak meteen zo helder mogelijk op papier te krijgen, zodat een slachtoffer niet tijdens de zitting opnieuw vragen krijgt, zegt Berendsen. ‘We horen vaak: je gelooft me toch wel? Ja, we geloven wel wat je is overkomen, maar we weten niet of we het kunnen bewijzen. Dat is iets anders.’

      Ook politie-zedenspecialist Yet van Mastrigt erkent dat het informatieve gesprek soms inderdaad ontmoedigend werkt voor slachtoffers. ‘Toch gaan mijn nekharen overeind staan bij het woord “ontmoediging”. Zedenrechercheurs willen boeven vangen!’ Ze zucht. ‘Weet je, ik steek mijn hand er ook niet voor in het vuur. Onze mensen doen soms uitspraken omdat ze het slachtoffer willen beschermen’, zegt ze op het hoofdkantoor van de politie in Den Haag. ‘“Het is misschien wel strafbaar, maar het wordt zo lastig”, zeggen ze dan. Maar dat soort uitspraken moeten ze overlaten aan slachtofferadvocaten.’

      Niet voor niets is er vanuit de leiding steeds meer aandacht voor de informatieve gesprekken, zegt ze. Zo wordt nu begonnen met ‘intervisie’. Daarbij luisteren zedenrechercheurs zelf hun informatieve gesprekken terug om zich bewust te worden van wat ze zeggen. Waar gaat het mis en wat moet dus beter? Soms schiet de kwaliteit van opsporingscollega’s ook tekort, suggereert de zedenexpert diplomatiek: ‘Er zit een aantal rechercheurs tussen van wie we zeggen “hou op tijd functioneringsgesprekken”.’

      De klachten over ontmoediging duiken echter zo vaak op dat de Inspectie Justitie en Veiligheid in 2019 onderzoek deed naar de bejegening van zedenslachtoffers door de politie. Het resultaat liegt er niet om: de intenties van zedenrechercheurs mogen dan goed zijn, ze bespreken tijdens het informatieve gesprek ‘impliciet en expliciet de slagingskans van een zaak door de kenmerken van de zaak en het slachtoffer in de voorlichting te betrekken. Wanneer de onmogelijkheden van de zaak en de negatieve consequenties van het doen van aangifte de boventoon voeren, voelen slachtoffers zich gestuurd om geen aangifte te doen.’

      Ook cijfers onderschrijven het beeld van ontmoediging en laten zien dat verkrachtingsslachtoffers na het informatieve gesprek vaker afzien van aangifte. Het gat tussen het aantal meldingen en het aantal aangiften groeit, blijkt uit politiecijfers. De meldingen van verkrachting namen in vijf jaar met zo’n zestig procent toe, terwijl de aangiften slechts met 23 procent stegen. In 2015 besloot 49 procent van de slachtoffers na het eerste gesprek over te gaan tot aangifte. Vorig jaar was dat nog maar 38 procent.

      ‘Wanneer de onmogelijkheden van de zaak en de negatieve consequenties van het doen van aangifte de boventoon voeren, voelen slachtoffers zich gestuurd om geen aangifte te doen’

      De politie houdt zelf niet bij waarom er zoveel meldingen stranden bij de balie. De cijfers hoeven niet op ontmoediging te duiden, zegt een woordvoerder van de korpsleiding: ‘Het zou kunnen zijn dat wij in heel veel van de zaken die mensen nu melden, constateren dat er geen strafbaar feit is gepleegd. Of misschien gaat het wel om een strafbaar feit, maar is er te weinig bewijs.’ Maar dat is precies waar het wringt: slachtoffers kunnen zich ontmoedigd voelen wanneer rechercheurs al vóór de aangifte wijzen op de beperkte kans van slagen van hun zaak. Bovendien is het niet zo dat nu vooral de kansrijke zaken doorgang vinden en de weinig kansrijke zaken al eerder in het proces stranden. Uit analyse van de cijfers blijkt dat bijna zestig procent van de verkrachtingszaken uitmondt in een sepot, vaak vanwege een gebrek aan bewijs. Dat was in 2013 zo en in 2019 is dat nog steeds het geval.

      En er zijn meer zorgwekkende cijfers. In 2013 registreerde de politie bijvoorbeeld volgens het CBS 705 verdachten van verkrachting. Dat aantal liep terug tot 565 in 2019. Het aantal dossiers van verkrachtingszaken dat de politie aflevert bij het OM schommelt al jaren tussen de 500 en 650. In 2013 waren het er 650, in de jaren erna wat minder, en in 2019 weer 634. De politie levert dus eerder minder dan meer verdachten en dossiers af dan vóór die enorme toename in meldingen.

      Politie en OM hebben zichzelf in 2016 ook opgelegd dat ze in tachtig procent van alle zedenzaken het onderzoek binnen een half jaar na aangifte moeten afronden, maar uit het Inspectierapport blijkt dat dat afgelopen jaar slechts in 59 procent van de zaken lukte. En zoals gezegd: binnen dertien maanden na aangifte moet de eerste zitting in de rechtszaal zijn, maar dit lukt slechts in de helft van de zedenzaken, zo geeft Van Mastrigt toe. Dus ook hier overschrijden politie en OM de eigen normen.

      De Inspectie vond zelfs zaken uit 2017 die in juni 2020 nog steeds ‘in afwachting zijn van afronding’. In Nijverdal vertelt zedenrechercheur Christa Kistemaker hoe ze zo’n zaak kreeg toegewezen en dan het slachtoffer belt. ‘“Maar het is al drie jaar geleden gebeurd”, is de reactie dan. Op zo’n moment zit ik echt met schaamrood op mijn wangen aan de telefoon.’

      ‘We zijn een kleine afdeling en het werk neemt alleen maar toe’, vertelt Kistemaker. Niet alleen door de toename in aangiften; ook doordat het recherchewerk steeds ingewikkelder wordt: ‘Door de digitalisering hebben we veel meer onderzoekswerk: filmpjes, foto’s, locatiegegevens van Google Maps, app-conversaties.’ Al die gegevens kunnen dienen als aanvullend bewijs, wat in zedenzaken vaak doorslaggevend is bij de beslissing van het OM om over te gaan tot vervolging én later bij het oordeel van de rechter. Kistemaker: ‘We hebben voor de bewijsvoering zeker profijt van alle nieuwe mogelijkheden, maar het is enorm tijdrovend.’ Een hele WhatsApp-geschiedenis doornemen op zoek naar dat ene bericht dat kan dienen als bewijs, kost Kistemaker en Berendsen soms zomaar een hele werkdag. Voor de zedenrecherche is de digitalisering, kortom, een zegen én een vloek.

      Extra zedenrechercheurs zijn volgens Kistemaker en Berendsen hard nodig. Maar in hun beleving is Team Zeden een beetje het ondergeschoven kindje van het politiekorps. ‘Zeden wordt weleens de “praatpolitie” genoemd’, zegt Kistemaker. ‘Ik hoorde eens dat iemand verrast was dat het hier zo druk is. Collega’s hebben soms het idee dat we alleen maar een beetje kletsen met mensen’, vult Berendsen aan. In september 2019 gaf de minister eindelijk gehoor aan de vraag om meer mensen. Grapperhaus stelt structureel vijftien miljoen euro extra beschikbaar voor de zedenpolitie. De capaciteit zal met zestig fte worden verhoogd, wat in de praktijk neerkomt op negentig nieuwe zedenrechercheurs.

      Maar ook aan dit goede nieuws zit een nare bijsmaak. ‘De nacht na de toezegging van de minister heb ik niet geslapen’, zegt zedenexpert Yet van Mastrigt. ‘Gaan we straks bij andere afdelingen rechercheurs wegtrekken voor Team Zeden?’ Ze weet dat de werving van zedenrechercheurs vooral intern zal plaatsvinden. In dat geval volstaat een eenjarige zedenopleiding aan de Politieacademie. Voor mensen van buiten de politie zou gelden dat ze zelfs eerst nog een driejarige opleiding tot ‘gewone’ politieambtenaar moeten volgen. Het ministerie verlegt het capaciteitsprobleem gewoon naar een andere afdeling binnen de politie.

      De Politieacademie, die de interne of externe kandidaten moet opleiden voor Team Zeden, kampt ook met een capaciteitstekort. Voor de door de minister beloofde uitbreiding van 2019 lukte het al niet om alle zedenrechercheurs op te leiden, hoe dat voor de negentig nieuwe rechercheurs moet gaan is onduidelijk. De Inspectie constateert dat mensen die bij Zeden willen gaan werken nu al een jaar moeten wachten. Rechercheurs binnen Team Zeden zonder die opleiding mogen niet alle handelingen in een opsporingsonderzoek uitvoeren en kunnen alleen aan de slag onder supervisie van collega’s die wel het certificaat op zak hebben.

      Slechts één partij heeft wel baat bij vertraging in een zedenonderzoek. ‘Hoe langer een zaak stilligt, hoe beter een verdachte ervan afkomt’, zegt zedenadvocaat Kate Lans op het kantoor in IJmuiden. Lans en Korfker staan naast slachtoffers ook verdachten bij en weten daardoor heel goed hoe het in de praktijk gaat. De kwaliteit van een dossier neemt af als een onderzoek pas laat op gang komt of lang duurt. Getuigenverklaringen zijn met het verstrijken van de tijd bijvoorbeeld minder gedetailleerd en betrouwbaar. ‘De kans op een bewezenverklaring, of überhaupt een vervolging, wordt met de dag kleiner’, vult Korfker aan.

      Een verdachte krijgt bij vertraging alle kans om het verhaal ‘helemaal te kneden’ of zelfs bewijs te wissen. Verdachten kunnen hun telefoon nog leegmaken bijvoorbeeld, voordat de politie die uitleest. ‘Advocaten adviseren hun cliënt dat ook, als het een verdachte is.’ In de rechtspraak geldt bovendien een ‘redelijke termijn’ van twee jaar. Als die overschreden wordt, kan strafvermindering optreden.

      Cijfers van de rechtspraak leggen dit probleem pijnlijk bloot. In 2013 deelde de rechter 134 keer een straf uit voor verkrachting, in 2019 was dat 129 keer. Die bejubelde toestroom aan meldingen levert slachtoffers strafrechtelijk dus bar weinig op: bijna achthonderd meldingen meer, maar niet één extra dader achter de tralies.

      Welk effect de nieuwe zedenwet precies gaat hebben voor de politie is nog onzeker. ‘Dat is koffiedik kijken’, zegt strafrechter Jacco Janssen. Maar met het conceptvoorstel dat nu voorligt, kunnen ‘de sluizen opengaan’. Daarin staat dat iets ‘seks tegen de wil’ is als de verdachte ‘weet of redelijkerwijs moet vermoeden’ dat het slachtoffer niet wilde. ‘Als er meer strafbaar is, kan er meer aangifte worden gedaan. De politie kan dan minder vaak zeggen dat ze niets met een zaak kunnen’, zegt Janssen. ‘Het is afhankelijk van waar de minister uiteindelijk de grens wil leggen. Hij wil meer strafbaar stellen, dus ik vermoed dat die grens misschien wel laag komt te liggen. Dat zal bepalen of er al dan niet een hausse komt aan nieuwe zaken bij de politie.’

      Toch waarschuwt Janssen voor valse hoop: ‘Dit nieuwe wetsartikel wordt nu gepresenteerd als het tovermiddel voor al uw seksuele delicten, maar dat zal het niet blijken te zijn.’ In het advies dat de Raad voor de rechtspraak half augustus publiceerde staat dan ook dat een ‘winstwaarschuwing’ aan de samenleving op zijn plaats zou zijn. Het beeld dat seksuele misdrijven veel sneller en makkelijker bewezenverklaard zullen worden is waarschijnlijk te optimistisch, vindt de raad. De wet verandert niks aan de bewijslast. Met andere woorden: zaken worden niet makkelijker, het worden er alleen meer.

      ‘Wij horen hetzelfde van zedenrechercheurs’, zegt Jan Struijs, voorzitter van politievakbond NPB. ‘Ze kunnen het nu al bij lange na niet aan en het wordt alleen maar erger.’ Verkrachting is een van de ernstigste en meest ingrijpende misdrijven die er zijn. ‘Honderden slachtoffers worden nu onvoldoende geholpen doordat rechercheurs niet genoeg tijd hebben om alles te onderzoeken. Als zaken stranden, blijven daders vrij rondlopen. Zo simpel is het’, zegt Struijs. ‘Slachtoffers raken zo hun vertrouwen in de rechtsstaat kwijt en als politie zet je je legitimiteit ermee op het spel. Seksueel geweld zou topprioriteit moeten zijn. We moeten dit nu eindelijk eens serieus gaan nemen.’

      De slachtofferemancipatie van de laatste jaren levert tot nu toe weinig concreet resultaat op en het is nog maar de vraag of de nieuwe zedenwet daar verandering in gaat brengen. Zonder extra mensen gaat het niet, zeggen alle zedenrechercheurs. Op een politiebureau in Eindhoven vertelt rechercheur Marja de Louw hoe ze nog elke verkrachtingszaak met evenveel bevlogenheid oppakt als haar eerste in 1982. En hoe ze na een werkdag altijd naar huis fietst. ‘Dat doe ik graag, zo kan ik alles achter me laten’, zegt ze. ‘Maar als het zo druk is denk ik aan alles wat ik nog had kunnen doen. Je moet met zeventig procent tevreden zijn. Niet omdat ik iets niet weet of niet kan, maar gewoon omdat het te druk is. Dat geeft een heel vervelend gevoel.’

      Bron: groene.nl

      In reactie op: Victim blaming #252728
      Mark
      Moderator

        Of het nu moord of seksueel geweld is, het is nooit de schuld van het slachtoffer.

         

        In reactie op: Victim blaming #252663
        Mark
        Moderator

          WAAROM WE SLACHTOFFERS GRAAG DE SCHULD GEVEN

          In elkaar geslagen? Vast agressie uitgelokt. Lastiggevallen? Niet vreemd met zo’n kort rokje. Slachtoffers krijgen vaak de schuld van wat hen wordt aangedaan, en zijn geneigd de oorzaak bij zichzelf te zoeken. Waar komt onze behoefte aan victim blaming vandaan?

          Yasmine Pierards (23) had beter moeten opletten wie ze in haar huis liet, zegt ene Nicolas op Facebook. Ze was vast aan het flirten en drinken, denkt Richard. Ze is zelf ook niet op haar mondje gevallen, zegt een andere Facebookgebruiker. Ze is arrogant, vindt iemand. En als ze geen feestje had gegeven, merkt ene Cedric op, was dit allemaal niet gebeurd.

          Dit is een greep uit de reacties die verschenen nadat de Vlaamse realityster Yasmine Pierards bekendmaakte dat ze zwaar mishandeld is. Op Instagram schreef ze eerder deze maand dat ze na een feestje bij haar thuis in elkaar is geslagen door een man die niet weg wilde gaan. Ze hield er een blauw oog en gebroken neus aan over en lag twee dagen in het ziekenhuis. Foto’s en filmpjes tonen haar beurse gezicht en appartement vol bloedsporen.
          Al snel werd de gebeurtenis opgepikt door Belgische en Nederlandse media en reageerden honderden mensen op Facebook en andere platforms. Velen wensten de realityster sterkte toe, maar tientallen anderen vonden dat Pierards de mishandeling op een of andere manier over zich af had geroepen.

          VICTIM BLAMING
          Een sterk staaltje victim blaming – in het Nederlands slachtofferbeschuldiging. Hierbij krijgt het slachtoffer zelf de schuld van een misdrijf of andere nare gebeurtenis die hem of haar is overkomen. De term wordt het vaakst gebruikt bij (seksueel) geweld, maar ook slachtoffers van ziekten (‘ze eet vast te veel’) en ongelukken (‘waarom rijdt hij dan ook ’s nachts?’) vallen regelmatig ten prooi aan het fenomeen.

          WE ZIJN GENEIGD TE GELOVEN DAT DE WERELD EEN RECHTVAARDIGE PLEK IS, EN IEDEREEN KRIJGT WAT HIJ VERDIENT

          Er bestaan eindeloos veel voorbeelden van victim blaming. Van het verkrachte meisje uit Ierland wiens ondergoed in de rechtszaal werd gebruikt als bewijs dat ze zelf uit was op seks, tot de in 2018 omgekomen Orlando Boldewijn uit Rotterdam, die volgens sommigen niet via een datingapp had moeten afspreken met een onbekende man.
          Blijkbaar zijn we geneigd het slachtoffer van een traumatische gebeurtenis de schuld in de schoenen te schuiven. De vraag is: waarom?

          DE MECHANISMEN ACHTER VICTIM BLAMING
          Een terugkerend concept bij wetenschappelijk onderzoek naar victim blaming is ‘Belief in a Just World’ van de Amerikaanse sociaal-psycholoog Melvin Lerner. Volgens Lerner zijn mensen geneigd te geloven dat de wereld een rechtvaardige plek is, waar alles om een reden gebeurt en iedereen krijgt wat hij verdient. Als iemand iets traumatisch overkomt, vraagt men zich in lijn met deze gedachte af wat diegene heeft gedaan om dat te veroorzaken.

          DE VERKLARING VAN MISHANDELING WORDT GEZOCHT IN HET GEDRAG VAN HET SLACHTOFFER

          In plaats van de dader te betichten van kwade wil (wat zou indruisen tegen het idee van een rechtvaardige wereld), wordt de verklaring gezocht in het gedrag van het slachtoffer. We schrijven negatieve eigenschappen aan die persoon toe (‘Ze is arrogant’) of geven het slachtoffer rechtstreeks de schuld van wat er is gebeurd (‘Ze had beter moeten opletten wie ze in haar huis liet’).

          De aan de University of Massachusetts verbonden sociaal-psycholoog Ronnie Janoff-Bulman schrijft in een mail dat victim blaming ook een soort beschermingsmechanisme is. “Mensen zoeken naar manieren om het slachtoffer de schuld te geven omdat ze daardoor kunnen geloven dat zulke extreem negatieve gebeurtenissen henzelf niet kunnen overkomen.” Dit geeft een gevoel van controle: zolang je zelf niets doet om ongeluk over je af te roepen, zal jou niets gebeuren.

          Victim blaming na seksueel geweld in Nederland
          Hoe vaak victim blaming precies voorkomt, is moeilijk te zeggen. Onderzoek van kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers en kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis Atria laat in elk geval zien dat slachtofferbeschuldiging bij seksueel geweld tegen vrouwen vaak aan de orde is.

          Uit een enquête die afgelopen juni is gepubliceerd, blijkt dat 11 procent van de Nederlandse jonge mannen (15 tot 30 jaar) vindt dat een vrouw die ’s avonds alleen over straat loopt, erom vraagt aangerand of verkracht te worden. 15 procent van hen vindt bovendien dat als een vrouw ‘sexy kleding’ draagt, het haar eigen schuld is als ze wordt aangerand of verkracht. Bij jonge vrouwen liggen deze percentages op 4 en 7 procent.

          Een enquête van de Belgische tak van Amnesty International onder Belgen van 15 tot en met 75 jaar laat zien dat van hen zelfs 19 procent vindt dat slachtoffers van seksueel geweld deels verantwoordelijk zijn als ze ‘sexy kledij’ aanhadden. In dat onderzoek zijn respondenten niet uitgesplitst op geslacht.

          Victim blaming gebeurt niet alleen door buitenstaanders, maar ook door de slachtoffers zelf, benadrukt Janoff-Bulman. En zij doen het om dezelfde reden: uit zelfbescherming en voor een gevoel van veiligheid. “Self blaming is een manier om je gevoel van kwetsbaarheid te minimaliseren.”
          Veel slachtoffers vragen zich af wat eraan heeft bijgedragen dat zij zijn aangevallen, verkracht of een ongeluk hebben gehad. Door zich voor te nemen niet meer alleen door een bos te fietsen, met onbekenden af te spreken of in het donker auto te rijden, krijgen ze weer een gevoel van controle. Ook in een (inmiddels niet meer zichtbare) Instagramstory van Yasmine Pierards was zelfverwijt terug te lezen: ze zei dat ze “dom en naïef” was geweest en “niet zomaar iedereen moest vertrouwen”.

          WIE DOET HET?
          Na het nieuws over Pierards’ mishandeling werden ook talloze steunbetuigingen geplaatst. Wat maakt dat sommigen wel en anderen niet aan slachtofferbeschuldiging doen? Die vraag probeerde psycholoog Laura Niemi van de Amerikaanse Cornell University in 2016 te beantwoorden. Ze ontdekte dat er een verband bestaat tussen victim blaming en onze morele waarden.

          Volgens de moral foundations theory van de Amerikaan Jonathan Haidt kunnen morele waarden in twee groepen worden onderverdeeld. De eerste groep zijn de zogenoemde individualiserende waarden. Mensen die deze aanhangen zijn erop uit de rechten en veiligheid van het individu beschermen. Zij hechten veel waarde aan zorg voor anderen en streven naar veiligheid voor iedereen.

          De tweede groep morele waarden zijn de bindende waarden. Voorstanders daarvan focussen meer op het belang van de groep/gemeenschap en onderlinge relaties tussen mensen. Voor deze mensen zijn eerbied voor autoriteit, loyaliteit en ‘zuiverheid’ belangrijk. Dit zijn de waarden die zij willen beschermen – ook als dat in sommige gevallen ten koste gaat van een individu. Een extreem voorbeeld hiervan is eerwraak.

          DOOR VICTIM BLAMING WORDT EEN SLACHTOFFER NA EEN MISDRIJF OF NARE GEBEURTENIS NÓG EEN KEER BENADEELD

          Uit het onderzoek van Niemi blijkt dat hoe sterker mensen bindende waarden aanhangen, hoe sneller zij geneigd zijn een slachtoffer de schuld te geven. Dit heeft er volgens de wetenschapper mogelijk mee te maken dat voorstanders van bindende waarden willen voorkomen dat groepen of relaties worden ‘gedestabiliseerd’. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een slachtoffer niet-loyaal is richting de machthebbers (denk aan de Amerikaanse Christine Blasey Ford die de voor het supreme court genomineerde rechter Brett Kavanaugh van seksueel misbruik beschuldigde) of zich zogenaamd onzuiver gedraagt (door drank en drugs te gebruiken of vrije seks te hebben).

          Dat maakte Pierards een makkelijk doelwit voor victim blaming. De realityster is bekend van programma’s als Temptation Island en Ex on the Beach waar ze openlijk drinkt, seksueel actief is en ruzie maakt. Daarmee schopt ze tegen de nog altijd bestaande maatschappelijke norm dat vrouwen zich kuis horen te gedragen.

          En wie zijn die aanhangers van bindende waarden? Haidt en Niemi toonden in eerdere onderzoeken een verband aan met conservatieve en religieuze mensen, en linkten individualiserende waarden aan vrouwen (vanwege het verband tussen zorgende waarden en vrouwen, dat ze ook vonden) en progressief denkenden. Niemi benadrukt dat dit niet betekent dat progressieven nooit bindende waarden hebben en nooit zullen victim blamen – hetzelfde geldt andersom.

          GEVOLGEN
          ‘Eigen schuld, dikke bult’ is gemakkelijk gedacht als we zien dat iemand iets ergs is overkomen. Maar die gedachte is zelf verre van onschuldig, stelt Willy van Berlo van kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers. Zij noemt victim blaming een vorm van ‘secundaire victimisatie’, waarbij het slachtoffer na een misdrijf of nare gebeurtenis nóg een keer wordt benadeeld.

          VICTIM BLAMING KAN ERTOE LEIDEN DAT SLACHTOFFERS ZICH EEN VOLGENDE KEER NIET DURVEN UIT SPREKEN

          “Slachtoffers van (seksueel) geweld hebben vaak last van gevoelens van schaamte en schuld, die door victim blaming kunnen worden versterkt”, zegt zij. Dit kan leiden tot angst en depressiviteit. Ook kan de verwerking van het trauma door slachtofferbeschuldiging langer duren. In Libelle vertelt psycholoog Iva Bicanic dat ze in haar praktijk ziet dat slachtoffers van seksueel misbruik vaak meer last hebben van de reactie van anderen dan van de gebeurtenis zelf.

          Ook kan victim blaming ertoe leiden dat slachtoffers zich een volgende keer niet durven uit te spreken, zegt de Amerikaanse psychiater Anju Hurria tegen U.S. News & World Report. “Het vermindert de kans dat mensen in de toekomst melding maken van misbruik, uit angst dat ze niet worden geloofd of negatieve feedback krijgen.”

          Wat voor invloed de beschuldigende opmerkingen op Yasmine Pierards hebben, is (nog) niet te zeggen. De realityster heeft aangegeven dat ze zich voorlopig terugtrekt uit het openbare leven zodat ze mentaal kan herstellen en reageert niet op persvragen. De woorden in haar laatste post laten zien dat haar geloof in de just world in elk geval niet verdwenen is. Over haar belager schrijft ze: “karma will get him.”

          Bron: oneworld.nl

          In reactie op: Therapieën, behandelingen & traumaverwerking #252449
          Mark
          Moderator

            Denk niet: snel vergeven. Gedwongen vergeving kan zorgen voor nieuw onrecht

            Niet willen vergeven hoort ook bij herstelproces, bijvoorbeeld na seksueel misbruik.


            Dat de dader berouw heeft getoond, wordt soms gezien als teken dat het nu dus ook goed moet zijn voor het slachtoffer. (beeld Getty Images)

            Als coach voor kerkverlaters (en/of hun kerkblijvende geliefden) spreek ik regelmatig personen die worstelen met het thema vergeving. Wat daarbij opvalt, is dat men vaak vanuit de kerk en het geloof extra druk ervaart om te vergeven, het liefst zo snel mogelijk. Ook naar aanleiding van het stuk over seksueel misbruik (Nederlands Dagblad 4 juli), ontving ik enkele schrijnende mails waarin het thema ‘gedwongen vergeving’ terugkeert. Zo schreef iemand door de kerkenraad verplicht te zijn tot zwijgen en het onrecht ‘te bedekken met de mantel der liefde’. Ook ervaart men soms angst naar aanleiding van teksten als: ‘maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven’ (Matteüs 6:15).

            In de praktijk blijkt echter dat wanneer iemand druk of noodzaak ervaart om te vergeven, dit ten koste kan gaan van een gezond rouwproces. Hierdoor wordt geen recht gedaan, maar ontstaat er juist nieuw onrecht.

            Lees dit premium artikel verder op nd.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

             

            Mark
            Moderator

              Geen spoedeisend belang, hof vindt verwijdering rapport Jehova’s niet nodig

              Arnhem, 04 augustus 2020

              In opdracht van de Minister (van Justitie en Veiligheid, voor Rechtsbescherming) heeft de Universiteit Utrecht een onderzoek gedaan naar de afhandeling van seksueel misbruik binnen de gemeente van Jehovah’s getuigen. Jehovah’s getuigen wilden via een kort geding bij de rechtbank publicatie van het rapport dat daarvan is opgemaakt tegenhouden. De rechtbank heeft die vordering afgewezen, waarna de Minister het rapport naar de Tweede Kamer heeft gestuurd en het rapport op verschillende websites is gepubliceerd.

              Hoger beroep
              In hoger beroep vorderen de Jehovah’s Getuigen verwijdering van het rapport van twee websites en het plaatsen van een rectificatie op deze sites. Daarnaast vorderen zij de Minister op te dragen een brief te sturen aan de Tweede Kamer met rectificerende mededelingen over het rapport.

              De beslissing
              Het hof beslist dat de Jehovah’s getuigen geen spoedeisend belang (dat is een belangrijk vereiste in een kort geding) meer hebben bij die vorderingen: het rapport is inmiddels al gepubliceerd, ook op andere websites, zodat voor verwijdering of rectificatie onvoldoende urgentie bestaat. Bovendien is niet aannemelijk dat verwijdering van het rapport van de websites ertoe zal leiden dat het parlement het onderwerp niet zal bespreken. Daarnaast geldt nog dat het zich niet verdraagt met de staatsrechtelijke verhoudingen dat de civiele rechter een Minister opdraagt een brief te sturen naar de Tweede Kamer, waarin staat wat de Tweede Kamer moet doen of laten naar aanleiding van het rapport.

              Bron: rechtspraak.nl

              Mark
              Moderator

                In een wetsvoorstel wordt ‘seks tegen de wil’ strafbaar. Amnesty wil dat dat ook als verkrachting wordt opgevat.


                In Spanje werd twee jaar geleden gedemonstreerd toen mannen niet werden veroordeeld voor groepsverkrachting. Hun beschonken slachtoffer had zich niet verzet. Daardoor was er volgens de rechter ‘slechts’ sprake van seksueel misbruik.
                Foto Jesus Diges / EPA

                De Nederlandse wetgeving tegen verkrachting schiet tekort in de bescherming van slachtoffers, en ook een nieuw wetsvoorstel verandert daar weinig aan. Dat schrijft Amnesty International Nederland maandag in een aanbeveling aan het ministerie van Justitie en Veiligheid.

                Aanleiding voor dat advies is het wetsvoorstel Wet seksuele misdrijven van het ministerie. Daarmee wil minister Grapperhaus (CDA) de strafbaarstelling van seksuele misdrijven aanpassen in het Wetboek van Strafrecht. De „lat voor strafbaarheid ligt bij onvrijwillige seks nu soms te hoog”, stelt hij.

                Amnesty voerde een jurisprudentieanalyse uit van 72 verkrachtingszaken, tussen 2017 en eerder dit jaar. Volgens de organisatie blijkt uit dat onderzoek dat het bewijs van dwang, cruciaal in het huidige verkrachtingsdelict, slachtoffers tekortdoet. Zo moeten rechters beoordelen of het slachtoffer zich verzet heeft of dat door dwang of geweld het slachtoffer zich redelijkerwijs niet kon verzetten. Uit het overzicht van uitspraken blijkt echter dat dwang moeilijk is aan te tonen. Vaak zitten rechters in een spagaat: in meerdere gevallen weidden zij uit over situaties waarin duidelijk was dat slachtoffers geen seks wilden, maar vervolgens moesten ze concluderen dat daarmee nog geen sprake was geweest van dwang of geweld. Dan kon er niet worden gestraft voor verkrachting.

                In meer situaties aangifte
                Grapperhaus wil dat slachtoffers in meer situaties aangifte kunnen doen. Om hen ook te beschermen in situaties waarin niet overduidelijk geweld kan worden aangetoond, stelt hij een „verruiming van de wet” voor: de slachtoffers kunnen dan aangifte doen van ‘seks tegen de wil’. Dat zou een nieuw delict zijn. Bijvoorbeeld in gevallen waarin het slachtoffer niet in staat was om zich te verzetten. Soms is er sprake van freezing, waarbij het slachtoffer ‘bevriest’ of verstijft. Er is veel klinisch onderzoek naar die ‘overlevingsreactie’ gedaan, die volgens het Centrum Seksueel Geweld, een samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen, GGD, GGZ, politie en Slachtofferhulp Nederland, in 70 procent van de incidenten voorkomt.

                De oude wet biedt slachtoffers in zo’n geval inderdaad onvoldoende bescherming, stelt Martine Goeman, onderzoeker op het gebied van gender voor Amnesty International. „We vinden het heel goed dat Grapperhaus de wet wil wijzigen. Hij ziet het probleem.”

                Maar, zegt ze: „De introductie van ‘seks tegen de wil’ is niet de goede oplossing.” Volgens de mensenrechtenorganisatie ontstaat in het wetsvoorstel een „tweedeling” en een „hiërarchie” van misdrijven. De straffen voor ‘seks tegen de wil’ liggen de helft lager dan die voor verkrachting. „Bovendien blijft de focus op het gedrag van het slachtoffer”, aldus Goeman. „Terwijl het gaat om wat de dader deed: die wilde seks, ook zonder instemming. Dat moet altijd als verkrachting worden opgevat.” Er zijn meer scenario’s te bedenken waarin het slachtoffer niet kan aangeven dat seks ongewild is, bijvoorbeeld door drank of drugs, of omdat zij of hij sliep.

                Het voorstel voor de nieuwe wet, op 12 mei gepubliceerd, is nu ter consultatie aangeboden. Amnesty schrijft in zijn inbreng daarvoor dat het beter zou zijn als de minister alsnog de instemming voor seks centraal stelt. Dan wordt seks tegen de wil ook als verkrachting bestraft. De focus op instemming betekent volgens Amnesty bovendien dat de Nederlandse wetgeving meer in lijn komt met internationale mensenrechten, waarin de integriteit van elke persoon van het hoogste belang is.

                De Amnesty-onderzoeker verwijst naar de bekende La Manada-zaak in Spanje, die stamt uit 2016. Vijf mannen misbruikten tijdens volksfeesten in Sevilla een achttienjarige, beschonken vrouw. „De Spaanse wet maakte destijds ook onderscheid tussen seksueel misbruik en verkrachting onder dwang. Het land was te klein toen bleek dat die mannen niet voor verkrachting werden veroordeeld”, zegt Goeman. In Spanje is een wetswijziging aangekondigd, zonder tweedeling. In Zweden wordt al uitgegaan van instemming als belangrijkste criterium in verkrachtingszaken.

                Onvoldoende geholpen
                Door de verschillende delicten worden de slachtoffers niet alleen in hun rechtsgang onvoldoende geholpen, schrijft Amnesty verder. Het woordgebruik is ook schadelijk voor hun persoonlijke verwerking. Zij moeten kunnen erkennen wat ze is overkomen. In het aanbevelingsdocument dat maandag is ingediend, reageert een slachtoffer op dat onderscheid: ‘Seks tegen de wil of verkrachting? Hoor je hoe verschillend die woorden klinken?’

                Daarbij, stelt Goeman, vindt een ruime meerderheid van de Nederlanders dat „penetratie zonder instemming verkrachting is”, ook als daarbij geen geweld is gebruikt. Uit een opinieonderzoek door I&O Research, dat vorige maand werd gepubliceerd, blijkt dat 76 procent het met die stelling eens is.

                Bron: nrc.nl

                In reactie op: Audrie & Daisy – Netflix #252436
                Mark
                Moderator
                Topic starter

                  Netflix-docuster Daisy Coleman op 23-jarige leeftijd overleden

                  Daisy Coleman, die te zien is in de Netflix-documentaire Audrie & Daisy, is onverwacht overleden op 23-jarige leeftijd. Volgens haar moeder stapte Daisy zelf uit het leven omdat ze bleef worstelen met haar donkere gedachten. Daisy werd in 2012 op 14-jarige leeftijd verkracht op een feestje, maar niemand werd ooit verantwoordelijk gehouden voor de feiten. In Audrie & Daisy vertelde Coleman openhartig over de lijdensweg die ze moest afleggen.

                  Volgens Melinda, de moeder van Daisy, maakte haar dochter op dinsdag een einde aan haar leven. Haar lichaam werd aangetroffen nadat Melinda zich zorgen maakte en de politie inschakelde. ,,Ze was mijn beste vriendin en een geweldige dochter”, reageert Melinda op het overlijden. ,,Ze liet ons denken dat ik zonder haar kon leven. Ik kan het niet. Ik zou willen dat ik de pijn van haar had kunnen wegnemen! Ze is nooit hersteld van wat die jongens haar hebben aangedaan. Het is gewoon niet eerlijk. Mijn kleine meid is weg.”

                  Daisy droeg een zware bagage met zich mee. In Audrie & Daisy getuigde ze dat ze in januari 2012 op 14-jarige leeftijd op een feestje seksueel werd aangevallen door Matthew Barnett, toen een 17-jarige jongen die zwaar onder invloed zou geweest zijn. Haar moeder beschreef hoe ze haar dochter de volgende ochtend buiten vond op de veranda, met nat haar en alleen een T-shirt en joggingbroek aan. De temperaturen doken op dat moment stevig onder nul.

                  Dader vrijuit
                  De vermeende dader werd officieel beschuldigd van seksueel misbruik, maar de zaak werd uiteindelijk zonder gevolgen geklasseerd. Volgens de familie van Daisy was dit te wijten aan de politieke connecties van de familie van Matthew Barnett, die stelde dat de seks met wederzijdse toestemming gebeurde.

                  Na het proces probeerde Daisy haar trauma om te vormen tot iets positiefs: ze werd mede-oprichter van de organisatie SafeBAE, die seksueel geweld onder scholieren wil beëindigen en slachtoffers te hulp schiet. ,,Nadat mijn zaak zoveel aandacht kreeg nam ik een pauze. Maar in die periode merkte ik dat veel andere slachtoffers en overlevenden naar voren waren gekomen”, zei ze toen. ,,Ik had het gevoel dat ik hen de ruimte gaf om hun eigen verhaal te vertellen en daar werd ik echt door geïnspireerd.”

                  Negatief zelfbeeld
                  Daisy gaf evenwel ook toe dat het ‘niet goed ging’ met haar na het incident en dat ze zich ‘heel negatief’ over zichzelf voelde. En toch zei ze ook: ,,Ik voel geen wrok naar de aanvaller toe, omdat ik ben gaan beseffen dat hij een vorm van negativiteit aan mij heeft doorgegeven die op een gegeven moment aan hem werd doorgegeven. Dat realiseer ik me nu, waardoor ik hem in zekere zin heb vergeven. Ook al bood hij nooit zijn verontschuldigingen aan.”

                  In Audrie & Daisy komt overigens ook aanrandingszaak van Audrie Pott uit 2012 aan bod. Zij koos er 10 dagen na de feiten voor een einde te maken aan haar leven.

                  Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn ‘113 Zelfmoordpreventie’. Telefoon 0900-0113 of 113.nl.

                  Bron: ad.nl

                  In reactie op: Seksueel misbruikt door een vrouw #252412
                  Mark
                  Moderator

                    Seksueel misbruik door vrouwen

                    Als er nog één thema is dat bovenal taboe is om te bespreken is het seksueel misbruik door meisjes en vrouwen. De meesten zullen beweren dat het zelfs onmogelijk is en dat vrouwen altijd slachtoffer en nooit dader kunnen zijn. En in de gevallen waar het ging om misbruik door een vrouw van een man , had deze er wellicht met heel veel plezier mee ingestemd. Het is inderdaad waar dat het grootste aantal gevallen van seksueel misbruik van de kant van mannen komt en dat is nog steeds een spijtige en verschrikkelijke vaststelling. In heel wat landen worden dagelijks vrouwen tegen hun wil seksueel misbruikt en mishandeld en gedwongen tot de meest weerzinwekkende vormen van seks.

                    Mannen zijn wat dat betreft potentaten die alleen maar uit zijn op seks en gaan daarbij wetende dat ze fysiek of materieel sterker zijn, vaak geweld niet schuwen. Als er hierna toch een taboe-onderwerp besproken wordt , willen we zeker nooit minimaliseren dat vrouwen inderdaad de grootste groep slachtoffers zijn en dat het aantal vrouwelijke misbruikers wellicht relatief klein zal zijn in vergelijking met het aantal mannelijke daders.

                    Maar er de ogen voor sluiten zou ook niet getuigen van enig wetenschappelijke en sociologisch inzicht. ‘Daders van seksueel misbruik zijn niet alleen mannen, het stereotype, maar het is slechts de halve waarheid’ was de openingszin van de VRT Eén Koppen XL uitzending van 17/09/2013. Het is een kwestie die onderschat wordt, zeggen therapeuten, omdat we het niet weten of niet willen zien. Slachtoffers komen er maar heel zelden mee naar buiten.

                    Een man getuigde ‘Ze geloven je niet als je zegt dat je moeder je misbruikt heeft. Dat is niet de normale moeder zoals ze in de maatschappij voor ogen staat’. Zijn moeder verplichtte hem haar seksueel te bevredigen. Een andere vrouw nam het haar dochter kwalijk dat haar man, de vader van het meisje, haar verlaten had en dwong haar tot verregaande seksuele handelingen. Op volwassen leeftijd is de vrouw nog steeds getekend door de perverse dingen die ze met haar moeder moest doen. Toen ze nog kind was, liet de moeder uitschijnen dat het hoorde bij normale seksuele opvoeding, maar toen de dochter wilde dat het stopte, dwong de moeder haar fysiek en psychisch.

                    De Berlijnse hulporganisatie ‘Het kind centraal’ behandelt al jaren de jeugdige slachtoffers van seksueel misbruik door vrouwen. Therapeute Christa Brasch vertelt dat seksueel misbruik door vrouwen er in kan bestaan dat ze aan de geslachtsdelen van het kind zitten, met hun vinger binnendringen in de anus of de vagina, dat ze kinderen er toe aanzetten om met hun borsten te spelen, hun geslachtsorganen te strelen of te masseren of er voor te zorgen dat ze seksueel opgewonden geraken. Er kan ook oraal geslachtsverkeer zijn.

                    Op grond van wat slachtoffers van misbruik door vrouwen aan haar vertelden, besluit ze dat de ervaringen van die slachtoffers tijdens het seksuele misbruik even afschuwelijk zijn als wanneer ze door een man misbruikt zijn. Je mag daar volgens haar geen verschil in zien.

                    Empirische studies naar volwassen vrouwelijke zedendelinquenten zijn schaars, schrijft Hendriks (2004) in zijn overzichtsartikel in het Tijdschrift voor Seksuologie. Hij verwijst naar diverse auteurs maar merkt op dat er amper onderzoek naar werd gedaan naar voorkomen en beweegredenen. Alle studiewerk concentreert zich altijd op seksueel misbruik door mannen. Vrouwelijke zedendelinquenten en in het bijzonder meisjes die zedendelicten plegen vormen een groep die in veel criminologisch onderzoek wordt overgeslagen. Natuurlijk wordt minder vaak bij forensische instellingen een meisje aangemeld dat als dader bij een zedendelict betrokken is geweest.

                    Een eerste oorzaak daarvan is het feit dat vrouwen en meisjes die zedendelicten plegen kwantitatief een (erg) kleine groep vormen. Ten tweede wordt vaak gemeld dat de problematiek bij en achtergrond van deze meisjes waarschijnlijk heel anders zijn dan van jongens die zedendelicten plegen. Van alle typen (jeugdige) zedendelinquenten is naar de vrouwelijke daders tot nu toe de minste aandacht uitgegaan. Met de diagnostiek en behandeling van deze meisjes werd ook nauwelijks ervaring opgebouwd. Meisjes die zedendelicten plegen, vormen daardoor een vrijwel onbekende groep.

                    Hendriks (2004) verwijst naar Green (1999) die aangeeft dat 14 tot 24% van de jongens en 6 tot 14% van de meisjes misbruikt zou zijn door een vrouw. Allen (1991 in Hendriks, 2004) vergelijkt mannen met vrouwen die seksueel misbruik hebben gepleegd bij een kind. Uit deze studie blijkt onder meer dat de relatie tussen de ouders van de vrouwelijke daders slechter is dan die tussen de ouders van misbruikende mannen. Verder wordt opgemerkt dat deze vrouwelijke daders vaker in hun gezin van oorsprong slachtoffer zijn geweest van verwaarlozing, fysieke mishandeling en seksueel misbruik. Meer dan de helft van de slachtoffers van vrouwen blijken eigen, geadopteerde, stief- of pleegkinderen te zijn. Bumby en Bumby (in Hendriks, 2004) geven een overzicht van de belangrijkste bevindingen die vaak in de wetenschappelijke literatuur omtrent volwassen vrouwelijke daders vermeld worden :

                    • het misbruik vindt bijna altijd plaats in verzorgingssituaties en kan onafhankelijk of onder druk van een mannelijke mededader plaatsvinden;
                    • alcohol- en drugsmisbruik bij de dader dat vaak al in de adolescentie begint;
                    • emotionele labiliteit en eerdere behandeling voor psychische/psychiatrische stoornissen;
                    • langdurig matig presteren op school;
                    • sociale isolatie;
                    • seksueel misbruik in de kindertijd/adolescentie met daarnaast een hoog percentage slachtofferschap van fysiek misbruik.

                    Hendriks(2004) refereert naar een typologie voor vrouwelijke daders van Matthews et al.
                    Zij onderscheiden vijf typen vrouwelijke zedendelinquenten:

                    • exploration/exploitation type: een teenager die een jonger kind op seksuele wijze streelt;
                    • predisposed type: een vrouw met een zeer belaste voorgeschiedenis van fysiek en/of seksueel misbruik, die haar eigen of een haar bekend kind misbruikt;
                    • teacher-lover type: een volwassen vrouw wordt ‘verliefd’ op een minderjarige jongeman;
                    • psychologically disturbed type: een labiele vrouw met ernstige psychiatrische problemen en/of alcohol- of drugsproblemen die een kind misbruikt;
                    • male coerced type: een afhankelijke vrouw die participeert in het misbruik van een kind of kinderen, geïnitieerd door haar man of vriend.

                    In vergelijking met vrouwen die andere vormen van delicten plegen, valt vooral op dat de vrouwen die seksuele delicten plegen ongeveer twee maal zo vaak misbruikt waren en dat zij vaker zelf slachtoffer waren van een familielid. Een andere auteur namelijk Matravers (2002, in Hendriks 2004) presenteert een enigszins afwijkende typologie. Zij onderscheidt op de eerste plaats de moeder die (vaak onder dwang) haar eigen kinderen (mee) misbruikt, als tweede de crimineel actieve vrouw die seksueel geweld gebruikt als intimidatie of afstraffing, vaak van rivalen, en als laatste de prostituees exploiterende vrouw, die zelf de voor haar werkende vrouwen misbruikt. Opvallend is dat in beide typologieën telkenmale het element dwang prominent aanwezig is alsof het lijkt dat vrouwen nooit misbruiken omwille van lust of nastreven van seksueel genot, wat bij mannen bijna uitsluitend prominent aanwezig is.

                    Mannen gebruiken seksuele aanranding meestal voor seksuele bevrediging, terwijl vrouwen seksueel misbruik eerder zien in het kader van een zoektocht naar intimiteit. Vrouwelijke daders zijn vaak eenlingen en hebben moeite met het vormen van relaties. De meesten komen zelf uit misbruiksituaties en hebben weinig normbesef. In tegenstelling tot mannen, gebruiken vrouwen over het algemeen veel minder geweld, tenminste geen fysiek geweld, maar eerder psychische dwang, chantage of doen ze het normoverschrijdend gedrag met heel kleine kinderen die amper beseffen dat het om seksueel misbruik gaat.

                    Vrouwen die verkrachten?
                    Het komt maar zelden voor, maar het bestaat blijkbaar wel degelijk. Vrouwen verkrachten echter om een andere reden dan mannen. Mannen verkrachten voor de seksuele lust of vanuit een pure machtssituatie. Vrouwen die een man verkrachten , doen dat vanuit haat of erge woede, uit wraak of om macht over een man te kunnen hebben uit reactie op onderdrukking door een man. Vrouwen zullen nooit genieten van de seks als ze verkrachten beweren auteurs. Het doet denken aan het verhaal vann Lisbeth Salander, die in het Milleniumboek ‘Vrouwen die mannen haten’ van Stieg Larsson eerst zwaar verkracht wordt door haar advocaat-toezichthouder en daarna de man aanpakt door hem eerst met een stroomstoot onschadelijk te maken en hem vervolgens verkracht door een staaf in zijn anus te duwen. De meeste vrouwen ervaren niet onmiddellijk seksueel genot bij de verkrachting, maar hebben gewoon plezier in het vernederen van hun slachtoffer.

                    We zien echter ook een generatie vooral jonge zedenloze meisjes naar voor komen die verkrachten en seksueel misdrijf plegen voor de fun, als middel om zich uit te leven, om hun macht te tonen, om gewoonweg hun seksuele lusten bot te vieren bij een meestal zeer jong slachtoffer die zich niet kan verdedigen of niet ten volle de aard van dit gedrag beseft zoals bijvoorbeeld in babysitterssituaties. Hun slachtoffers zijn dan zowel jongens als meisjes. Het grote probleem bij misbruik door vrouwen is dat het vaak als niet strafbaar overkomt. Volgens de Belgische wetgeving kan iemand maar slachtoffer van verkrachting zijn als die gepenetreerd wordt.

                    Dat verkrachting door een vrouw niet strafbaar is maar omgekeerd wel werd midden april 2011 door een uitspraak van het Antwerpse hof ironisch genoeg in realiteit vastgesteld. (HBvL 9/04/2011). Een vrouw verkrachtte een man met verstandelijke leeftijd van 7 jaar en werd toch vrijgesproken door de rechter. Bij het in beroep gaan midden oktober 2011 werd het vonnis bekrachtigd. Vrouwen kunnen niet verkrachten en kunnen ook geen seksueel misdrijf plegen. Door een lacune in onze wetgeving moest de Antwerpse strafrechter bijgevolg de 43-jarige vrouw vrijspreken voor de verkrachting van een 23-jarige jongeman. Het slachtoffer was bevriend met de dochter van de beklaagde. De vrouw wist dat de man een verstandelijke beperking had, maar maakte toch avances naar hem. Op 13 maart 2010 had ze hem verleid tot seks. Toen zijn moeder ontdekte wat er gebeurd was, diende ze klacht in. De vrouw bekende dat ze seks met hem had, maar aangezien het slachtoffer haar penetreerde, is er juridisch gezien geen sprake van verkrachting. Het moet immers de dader zijn die de daad van penetratie verricht op het slachtoffer. Ook voor aanranding van de eerbaarheid werd ze vrijgesproken. De vrouw had hem seksueel getinte sms’jes gestuurd, waardoor hij volgens de rechtbank wist wat er zou gebeuren als hij naar haar thuis ging. De rechtbank noemde het gedrag van de vrouw verwerpelijk maar meer kon ze niet doen. De wet in België voorziet immers niet dat een vrouw een man kan verkrachten.

                    Gevolgen voor slachtoffers
                    Seksueel misbruik door vrouwen kan zowel bij mannen als vrouwen op latere leeftijd leiden tot ernstige psychische letsels, zelfs posttraumatische stoornissen, depressie, slaap- en angststoornissen. Kenmerken daarvan zijn : vermijdingsdrang, herbeleven, blijvende waakzaamheid, depressie, onmacht om nog gezonde liefdesrelaties aan te gaan, minderwaardigheidsgevoelen, soms ook agressie en frustratie, geweld en vijandigheid. Mannen én vrouwen die als kind seksueel misbruikt werden gaan soms zelf als volwassene misbruiken Ze voelen zich gereduceerd tot een voorwerp en kunnen er maar heel moeilijk over praten. Bij de behandeling van door vrouwen verkrachte kinderen moet veel meer dan anders het zelfbeeld en de eigenwaarde weer worden hersteld.

                    Verschil in beoordeling
                    Het grootste probleem volgens Wakefield.H. & Underwager,R. (1991) is het komen tot een bruikbare omschrijving van wat seksueel misbruik door vrouwen eigenlijk is. Het kind liefdevol aanraken ook op zijn intieme delen door vrouwen wordt door de meesten niet echt als misbruik aanzien, terwijl als een man dit zou doen, het ontegensprekelijk als pedofilie wordt bestempeld. Het probleem zit vooral in de intentie. Als de moeder haar kind overal streelt, is het een blijk van liefde en genegenheid, niet de intentie om daar voor zichzelf seksuele gevoelens uit te puren. Dit is bij mannen meestal anders. Vrouwen kunnen het misbruik ook beter verdoezelen, omdat ze het integreren in het wassen van het kind, in het aankleden of medisch verzorgen. Zo is er het verhaal van de moeder die het plassertje van haar kindje continu met zalf insmeerde zodat het rood zag en zo weer een reden had om het plassertje van haar kind telkenmale opnieuw te kunnen aanraken. Verder is er discussie over naaktheid. Een moeder die haar kinderen mee in bad of bed neemt, is niets bijzonders, maar wanneer de vader zijn dochtertje mee in bad of bed neemt, wordt dit heel anders bezien.

                    Bron: seksuologischehulp.be

                    In reactie op: Seksueel geweld en seksueel misbruik (algemeen) #252407
                    Mark
                    Moderator

                      Suzanne (31) werd jarenlang misbruikt door haar vader: ‘Wat heeft die man een schade aangericht’

                      Suzanne (foto) zag haar vader vorige maand voor het eerst in acht jaar terug, in de rechtszaal in Dordrecht. Hij is veroordeeld voor ontucht met zijn (toen) minderjarige dochter. © Shody Careman

                      Vanaf haar negende werd Suzanne* (31) seksueel misbruikt door haar vader. Hij is veroordeeld tot drie jaar cel. De psychische schade verwoestte haar leven, maar Suzanne zette zichzelf terug op de rails. ,,Als ik straks oud en krakkemikkig ben, wil ik niet terugkijken op m’n leven en denken: joh, wat heb ik het verkloot.’’

                      Acht jaar na hun contactbreuk waren Suzanne en haar vader in juni voor het eerst weer samen in een ruimte, in de rechtszaal in Dordrecht. De Heerjansdammer zat in het verdachtenbankje, zijn dochter op de publieke tribune. ,,Het was raar om hem na al die tijd weer te zien’’, vertelt ze nadien vanuit haar huiskamer in haar huidige woonplaats Wageningen.

                      Lees dit premium-artikel verder op ad.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

                      In reactie op: Seksueel geweld en seksueel misbruik (algemeen) #252374
                      Mark
                      Moderator

                        Seksuele intimidatie op de werkvloer? Dit kun je ertegen doen


                        © GETTY

                        Ineens legt je baas een hand op je been of net iets te laag in je rug. Of je collega noemt jou consequent ‘die lekkere blonde.’ Seksuele intimidatie op de werkvloer komt nog altijd regelmatig voor: 1 op de 13 Nederlanders krijgt ermee te maken. Wat kan je in zo’n geval het beste doen?

                        Als Danielle 14 jaar oud is krijgt zij een bijbaantje bij een opticien. Alles lijkt goed te gaan, tot haar baas haar vraagt mee te helpen bij een andere zaak die te kampen heeft met een personeelstekort. Nietsvermoedend gaat zij aan de slag bij de opticien, een man van middelbare leeftijd. “Het was rustig en ik vroeg of ik iets kon doen. Hij zei: ‘Ja dat kan wel, maar dat wordt dan na werktijd’.” Danielle vindt deze opmerking wel vreemd, maar besluit hem verder te negeren. Tot de opticien voorstelt om haar ogen op te meten, aangezien het toch heel rustig is in de winkel.

                        ‘Ik was 14 en durfde niet tegen hem in te gaan’

                        Ze gaat met hem mee in het daarvoor bedoelde kamertje en hij draait de deur op slot. “Ik was 14 en durfde niet tegen hem in te gaan. Hij legde een hand op mijn been en die kroop steeds verder omhoog.” Danielle slaat zijn hand weg, weet het slot open te krijgen en rent het kamertje uit. Als ze weer in de winkel staat, begint ze hard te huilen. Ze vertelt aan klanten die op dat moment de winkel in komen lopen dat ze ziek is. Zij vragen de opticien om haar naar huis te sturen. “Ik heb het thuis meteen aan mijn ouders verteld. Die hebben contact opgenomen met de manager van mijn eigen filiaal. Er zijn toen vervolgstappen genomen en er is een onderzoek geweest waar ik niet veel mee te maken heb gehad.”

                        Goed gehandeld
                        Danielle – nu 32 – heeft vandaag de dag geen last meer van dit incident, maar nu zij zelf kinderen heeft, kijkt zij er vol walging op terug. “Ik voel me er op zich prima over. Ik heb geen blijvende schade opgelopen. Ik kon nog helder nadenken en een ontsnappingsplan bedenken. Maar als ik er nu op terugkijk, denk ik: hoe vies dat je zoiets bij een 14-jarige doet, als je zelf dik in de veertig bent.” Ze is wel tevreden met hoe er destijds gehandeld is. “Mijn werkgever is er goed achteraan gegaan en de opticien in kwestie is ontslagen.” Ze is achteraf blij dat ze zelf ook direct actie heeft ondernomen. “Vertel het aan een vertrouwenspersoon of je familie. Ga het vooral niet bij jezelf zoeken of jezelf de schuld geven.”

                        Arbeidsrecht advocaat Mirjam Decoz bevestigt hoe belangrijk het is om je uit te spreken als je te maken krijgt met seksuele intimidatie op de werkvloer. Decoz heeft zich gespecialiseerd in zaken waarin integriteit of ongewenste omgangsvormen aan de orde zijn. Ze staat niet alleen werknemers bij in de klachtprocedure, maar adviseert ook werkgevers bij het opstellen en implementeren van een beleid op dit gebied en is voorzitter van klachtencommissies bij meerdere bedrijven. Wij vroegen haar naar concrete stappen die je kan nemen als je te maken krijgt met seksuele intimidatie op de werkvloer.

                        Wat is seksuele intimidatie?
                        Een van de obstakels die zich daarbij voordoen, is dat het soms moeilijk te bepalen is waar de grens ligt. Gaat die hand op jouw bovenbeen of die ene opmerking al te ver? Soms kan het heel duidelijk zijn, maar vaak is het een glijdende schaal. Grapjes en complimenten kunnen snel omslaan in grensoverschrijdend gedrag. Volgens Decoz is seksuele intimidatie omschreven in de wet als ‘gedrag met een seksuele connotatie’. “Een arm om een collega slaan die net zijn moeder is verloren, kan troostend bedoeld zijn. Maar een gemiddeld mens weet goed het verschil te merken tussen die troostende arm en een met een andere intentie.”

                        Een ander element van de definitie is dat je door gedrag in je waardigheid wordt aangetast, omdat het gedrag vernederend of kwetsend is. Hierdoor voel je je namelijk onveilig in je werkomgeving.

                        ‘Je komt terecht in een tosti-ijzer: je zit aan twee kanten klem’

                        Als jij bijvoorbeeld wordt aangeduid als ‘die ene met de lange benen’, kan dit een vorm van seksuele intimidatie zijn, zo stelt Decoz. “Als er zo over jou gesproken wordt, word je aangetast in je waardigheid. Dit kan komen door zowel opmerkingen of fysieke gebaren als blikken. Er zijn verschillende uitingsvorming.” Het kan helpen om met vrienden of andere dierbaren over jouw ervaringen te praten. Zo voel je je gehoord en kan je peilen of er inderdaad raar gedrag heeft plaatsgevonden. “Zorg goed voor jezelf en wees je bewust van het feit dat jij bepaald gedrag niet prettig vindt”, adviseert Decoz. “Bespreek het met je partner, familie of vrienden zodat ze je kunnen helpen bepalen wat is normaal is en wat niet.”

                        Het is belangrijk om te zorgen dat je steun hebt, hoe ingewikkeld dit ook kan zijn. Volgens Decoz durven veel mensen bijvoorbeeld niet aan hun partner te vertellen wat hen overkomt op werk omdat een partner vanuit emoties kan reageren. “Een partner kan bijvoorbeeld boos reageren dat mensen van zijn vrouw af moeten blijven.” Dit is niet altijd de reactie waar je op zit te wachten als jou iets naars is overkomen. “Een vrouw komt dan in een tosti-ijzer terecht: op je werk zit je klem en thuis kan je niet je ei kwijt.” Uiteraard geldt dat voor mannen die met seksuele intimidatie op hun werk te maken krijgen precies hetzelfde.

                        Zelfzorg
                        Naast het zoeken van steun, is het belangrijk dat je eventueel bewijs veiligstelt. Advocaat Decoz raadt aan om zoveel mogelijk bij te houden wat jou overkomt en dit ook aan anderen te communiceren. “Als er appjes zijn, bewaar die dan en gooi ze niet weg. Dit kan namelijk bewijs zijn.” Zorg ook dat je niet alleen mensen vertelt wat jou overkomt, maar zorg voor schriftelijk bewijs. “Schrijf zo snel mogelijk op wat jou overkomt in de vorm van een dagboek. Hou bij wat jou precies overkwam en op welke datum dit gebeurde. Je kan het ook appen aan een vriend of vriendin.” Herinneringen vervagen en met goede notities blijven details helder. “Het is een vorm van zelfzorg, want als je bewijs weggooit sta je 1-0 achter”, zo stelt Decoz. “Vaak zijn collega’s wel bereid te verklaren in een klachtonderzoek, maar dan ben je afhankelijk van iemand anders.”

                        Waar kan je terecht
                        Het tijdig aanpakken van ongewenst gedrag kan verdere escalatie voorkomen. Als het niet te ernstig is, kan gewoon aanspreken een uitstekend middel zijn. “Dat kan met een knipoog. Zeg bijvoorbeeld: lees jij het beleid er nog maar eens even op na”, aldus Decoz. Weet jij niet goed hoe je iemand het beste kan aanspreken? “De vertrouwenspersoon op je werk kan je tips en tricks meegeven om zelf iets op te lossen. Ook kan zo iemand functioneren als een filter en je behouden voor te grote stappen. Of juist andersom: wat zit jij klem, laten we kijken wat er mogelijk is.”

                        Mocht jouw werkgever om welke reden dan ook geen degelijk vertrouwenspersoon hebben, valt hier omheen te werken. “Het is mogelijk om via een arbodienst een abonnement af te sluiten bij een vertrouwenspersoon”, adviseert Decoz. “Je hoeft alleen te betalen als je diegene ook daadwerkelijk nodig hebt. De kans zit er dik in dat je werkgever dat wil doen: zij hebben namelijk ook baat bij een goede klachtafwikkeling. Geef je werkgever de kans om het intern op te lossen.” Hier kan je alles lezen over hoe een vertrouwenspersoon je kan helpen.

                        Kan je blijven?
                        Kan je na het indienen van een klacht over seksuele intimidatie bij je werkgever blijven? “Als je gelijk hebt gekregen, zou je gewoon je baan moeten kunnen houden”, legt Decoz uit. Maar in de praktijk blijken de arbeidsverhoudingen daarna vaak verstoord te zijn. In twee derde van de klachten die zij behandelt, loopt het uit op een beëindiging van de arbeidsrelatie.

                        En als voorzitter van klachtencommissies merkt zij goed hoe veel stress zo’n onderzoek veroorzaakt. “Ook na het indienen van een klacht denkt een slachtoffer: ‘Nou sorry, maar bij dit bedrijf wil ik niet meer werken’.” Decoz is van mening dat er momenteel nog te weinig wetgeving is die een klachtenonderzoek in goede banen leidt. Dan wordt het bijvoorbeeld onzorgvuldig of niet grondig genoeg aangepakt, waardoor niet alle feiten boven water komen. Terwijl het juist zo belangrijk is dat een slachtoffer zich serieus genomen voelt. “Je moet zorgen dat diegene zich gesteund en geholpen voelt, zodat hij of zij kan aanblijven.”

                        Verlaagde drempel
                        Een goede vertrouwenspersoon en een strak georganiseerde klachtenregeling kunnen de drempel voor vrouwen en mannen om zich uit te spreken, verlagen. Je weet dan als werknemer dat je melding of klacht serieus wordt genomen en het werkt bovendien preventief. Ook na de opkomst van de #MeToo-beweging in 2017 blijft het namelijk knap lastig om een melding te maken van seksueel overschrijdend gedrag. En bij lang niet iedereen loopt het zo goed af als bij Danielle. Ondanks dat zij tevreden is met hoe haar klacht behandeld is, heeft het incident zijn sporen achtergelaten. “Ik durfde een tijd niet alleen te zijn met volwassen mannen. Wanneer ik alleen was met iemands vader dacht ik al snel: oei, hij zou toch geen rare dingen doen.”

                        Ook een klein incident kan een grote impact hebben. Maar je machteloos voelen, hoeft niet: zoek steun, verzamel bewijs, maak het bespreekbaar en praat zo nodig met een vertrouwenspersoon. Dan weet ook een dader dat zijn of haar blikken, opmerkingen of handtastelijkheden echt te ver gaan en dat je bereid bent om voor jezelf op te komen.

                        Bron: evajinek.nl

                      10 berichten aan het bekijken - 111 tot 120 (van in totaal 718)