Aangifte doen & juridische hulp

  • Dit onderwerp bevat 33 reacties, 3 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 01/07/2022 om 23:15 door Luka.
10 berichten aan het bekijken - 11 tot 20 (van in totaal 34)
  • Auteur
    Reacties
  • #236942
    Mark
    Moderator

    Van aangifte tot vonnis

    Bron: langzs.nl >>

    #237397
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    Politie Podcast: Wat staat je te wachten als je slachtoffer bent van seksueel geweld en aangifte wil doen?

    Midden-Nederland – “We houden heel veel rekening met de wensen en behoeften van slachtoffers van zedenzaken. Als iemand belt, gaan wij niet als een olifant door de porseleinkast. We kijken eerst globaal wat er is gebeurd en nodigen iemand uit voor een informatief gesprek op het bureau.” Aan het woord is Yet van Mastrigt, zedenexpert van de politie. Samen met Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld, vertelt zij in de nieuwste Politie Podcast wat slachtoffers van seksueel geweld te wachten staat als zij de politie bellen, welke dilemma’s kunnen spelen voor het slachtoffer en welke zorg er is.

    “Als politie gaan we met zedenaangiften anders om dan met andere aangiften, omdat de verdachte vaak een bekende is van het slachtoffer, zoals een vader, trainer of leraar. Vaak gaat het om een 1 tegen 1 verklaring: er zijn geen getuigen. En bij slachtoffers spelen vaak gevoelens van schaamte en loyaliteit.”

    Informatief gesprek
    Van Mastrigt: “Om uit te zoeken wat er aan de hand is en het slachtoffer zo goed mogelijk te informeren, nodigen we iemand uit op het bureau voor een informatief gesprek met twee speciaal opgeleide zedenrechercheurs. We praten over wat er is gebeurd en wat we kunnen betekenen. Wij leggen uit dat er mogelijk sporen zijn die we veilig kunnen stellen en dat we bij een aangifte van seconde tot seconde willen weten wat er is gebeurd. De zedenrechercheurs helpen het slachtoffer zo goed mogelijk, maar het verhaal moet echt van het slachtoffer komen en het is belangrijk dat het ook de waarheid is. Het slachtoffer bepaalt daarna of hij/zij bedenktijd wil, en kan dan bijvoorbeeld overleggen met een slachtofferadvocaat of vertrouwenspersoon. Daarna hebben we weer contact.”

    “Stel je voor: je vader heeft jou misbruikt. Je komt bij de politie en hoort dat als je aangifte doet, wij mensen in je omgeving gaan horen. Zo’n hele familie komt overhoop te liggen. Dan kunnen er gevoelens van schuld en loyaliteit komen. Het is belangrijk dat je daarom in alle rust kunt overwegen of je aangifte wilt doen. Een strafproces kan ingrijpend zijn, maar het kan ook helpen als je wil dat de dader wordt gestraft of dat je wil voorkomen dat de vermoedelijke dader het bij iemand anders doet.”

    Regie bij het slachtoffer
    Van Mastrigt: “Het is de gedachte van de media, politiek, maatschappij dat ieder slachtoffer aangifte moet doen, dat iedere zaak moet worden opgepakt en dat iedere verdachte achter de dikke deur moet. En daar kan ik een heel eind in meekomen”, vertelt Van Mastrigt. “Maar wij hebben wel het verhaal van het slachtoffer nodig. En als het slachtoffer daar niet toe in staat is, ben ik blij dat de regie bij het slachtoffer ligt. Tijdens het seksueel misbruik was het slachtoffer die regie kwijt. Het is belangrijk dat wij die regie weer teruggeven.”

    Onderzoek zedenzaak
    Als het slachtoffer besluit om aangifte te doen, start het politieonderzoek. “We houden het slachtoffer op de hoogte van alle relevante momenten. We gaan bijvoorbeeld getuigen horen, doen onderzoek naar sporen op het plaats delict, onderzoeken computers, camerabeelden et cetera. Per zaak is het verschillend wat we precies kunnen delen over het onderzoek.”

    Is iedere zedenzaak strafbaar?
    Van Mastrigt: “We moeten iedere keer bekijken of een zaak strafbaar is. Het is echt maatwerk. Voor de wet speelt bij bijvoorbeeld aanranding of verkrachting dwang een rol. Of dat de verdachte had kunnen weten dat het gebeuren niet gewenst was. Als politie zijn we voor waarheidsvinding en strafrechtelijk onderzoek. Het kan gebeuren dat we een zaak niet kunnen oppakken, maar dat het slachtoffer wel doorgaat naar hulpverlening.”

    Hulp voor slachtoffers
    In het Centrum Seksueel Geweld werken alle partijen samen om slachtoffers goede zorg te geven. “Dat gebeurt zoveel mogelijk op één plek zodat het slachtoffer niet onnodig wordt belast. Met bijvoorbeeld steeds maar weer het verhaal vertellen of nog een keer uit de kleren voor een onderzoek”. Aan het woord is Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld. Wat de juridische status is van het seksueel geweld, wél of niet strafbaar, doet er voor het centrum niet toe. “Als iemand het zo heeft ervaren, kan hij of zij bij ons terecht. Altijd.”

    De politie en het Centrum Seksueel Geweld werken nauw samen. Bicanic: “Het eerst wat wij vragen als iemand ons belt is: wil je contact met de politie. Want dan gaan we dat direct regelen. Andersom is het net zo. Zij zullen aan acute slachtoffers vragen; heb je behoefte aan medische zorg of aan psychologische zorg.”

    Onderzoek arts
    Slachtoffers van seksueel geweld kunnen bij het geweld verschillende dingen oplopen. “Je kunt een soa oplopen, zwanger worden, lichamelijk letsel oplopen. Daarom is het zo belangrijk dat deze mensen zo snel mogelijk naar het centrum komen om daar door een arts te worden onderzocht.”

    Bicanic zegt dat bij seksueel geweld eigenlijk altijd haast geboden is. “De meeste mensen die slachtoffer zijn geworden, willen eigenlijk alleen maar naar huis, douchen en in bed liggen en alles vergeten. We zeggen dan: kom toch naar het centrum. Neem iemand mee. Ga niet je tanden poetsen. Neem je kleding mee in een papieren zak. Als je wil gaan plassen, vang het op, ga niet meer eten en drinken. In de eerste zeven dagen liggen er kansen voor het onderzoek, en die willen we zo goed mogelijk benutten.”

    Steun
    De zorg gaat verder dan medisch onderzoek, zegt Bicanic. “Mensen denken heel snel: ik word nooit meer de oude. Ik word gek in mijn hoofd. Al die herbelevingen waar ze last van hebben. Dan geven we ze ook uitleg daarover. Alles wat je nu voelt en denkt is heel normaal. Het blijft niet zo.”

    “Vier weken lang krijgen slachtoffers in ons centrum psychologische zorg. En als na vier weken blijkt dat het helemaal niet goed gaat, hetzelfde nog als dag 1, dan krijgen de mensen een traumabehandeling. Dat geldt voor iedereen. Van 0 tot 100. Met of zonder verblijfsvergunning. Iedereen is welkom.”

    Melding doen van seksueel geweld
    Bel de politie op 0900 8844 of 112 als iedere seconde telt. Ontdek meer over aangifte doen van zedenmisdrijven.

    Bron: politie.nl

    #240357
    Mark
    Moderator

    Let op, dit artikel beschrijft de situatie in België!

    Als seksueel misbruik voor de rechter komt

    Per dag worden in België 8 aangiftes gedaan van verkrachting. Slechts 1 op de 10 slachtoffers doet effectief aangifte. Het werkelijke aantal ligt dan ook veel hoger; naar schatting 80 verkrachtingen per dag. Hoe gaat het verder als daar gevolg aan wordt gegeven met een gerechtelijke procedure? En hoe kan het dat daders vaak onbestraft blijven?

    Hoewel de grote psychologische en fysieke gevolgen van verkrachting bekend zijn, leiden in België slechts 120 van de 3.000 jaarlijkse aangiftes daadwerkelijk tot een veroordeling. Dat cijfer ligt lager dan het Europese gemiddelde. België behoort daarmee tot de zeven Europese landen waarbij een aangifte het minst vaak leidt tot veroordeling.

    Tussen 2009 en 2011 werd 44% van de verkrachtingszaken bij het parket geseponeerd zonder gevolg: daarvan 56% wegens gebrek aan bewijzen en 17% omdat de dader onbekend was. Als andere redenen waarom verkrachtingszaken geseponeerd worden, werden onder meer het gedrag van het slachtoffer, de beperkte maatschappelijke weerslag of het feit dat het ging om een misdrijf van relationele aard (terwijl verkrachting binnen het huwelijk wel degelijk strafbaar is) als reden aangehaald om een zaak te seponeren, blijkt uit onderzoek van Amnesty International.

    Ook blijkt uit nieuw onderzoek van rechtspsycholoog André de Sutter dat 95% van de aangiftes wel degelijk echt is en vooral dat de meeste verkrachtingen geen typische gewelddadige verkrachtingen zijn zoals we ze kennen uit Hollywoodfilms.

    Wij spraken met Yente Neelen, doctoraatstudent seksueel strafrecht aan de UGent, en vroegen haar hoe dit eigenlijk allemaal in zijn werk gaat op juridisch vlak.

    Laten we beginnen met de bewijzen. Wat voor bewijs kan er gebruikt worden als seksueel misbruik leidt tot een strafzaak?
    “In principe kunnen er in strafzaken allerlei soorten bewijs aangebracht worden. Voorbeelden die gebruikt kunnen worden zijn vaststellingen door een geneesheer, die het slachtoffer heeft onderzocht. Of resultaten van de SAS, dat is de zogenaamde ‘seksueel agressie set’, waarmee gekeken wordt of er sporen van geweld of dna zijn achtergebleven op het lichaam van een slachtoffer. Daarnaast zijn er de verklaringen van de beklaagde, het slachtoffer en eventuele getuigen. Wanneer de politie huiszoekingen heeft gedaan, dan kunnen de resultaten daarvan ook als bewijs dienen. Tot slot zijn er nog de psychologische onderzoeken van beklaagde en slachtoffer.”

    “Over het algemeen vindt de rechter enkel een verklaring van het slachtoffer niet voldoende bewijs om iemand te veroordelen.”

    In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij aanranding zonder getuigen, kan het echter zo zijn dat er geen bewijs is. Wat als het enkel jouw woord is tegen dat van een ander?
    “De magistraat beoordeelt de bewijswaarde van een verklaring. Het gebeurt niet vaak, maar er is een beperkt aantal zaken waarbij consistente verklaringen van het slachtoffer als voldoende werden beschouwd en een dader veroordeeld kon worden. Maar over het algemeen vindt de rechter enkel een verklaring van het slachtoffer niet voldoende bewijs om iemand te veroordelen. Of een zaak sterk genoeg is om ermee naar een rechter te stappen, wordt bepaald door het vervolgingsbeleid van het betrokken parket. We hebben geen overzicht van de klachten die uiteindelijk bij de rechtbank terechtkomen, die gegevens zijn niet openbaar. Het parket heeft hier zicht op.”

    Hoe gaat de rechter te werk bij het nemen van een beslissing in een zaak rond seksueel misbruik?
    “De rechter heeft altijd de bevoegdheid om te individualiseren. De rechter bekijkt per zaak welke elementen er precies hebben meegespeeld. Binnen de wet is er altijd een minimum- en maximumstraf, en de rechter gaat op zoek naar een passende straf binnen de minimum- en maximumstraf. Bepaalde factoren spelen een rol in het vaststellen van de strafmaat, of die hoger of lager zal uitvallen. Zo’n factor kan bijvoorbeeld de leeftijd van het slachtoffer zijn, maar het kan ook de band tussen slachtoffer en dader zijn. Als er bijvoorbeeld een bepaalde relatie is tussen dader en slachtoffer kan het zijn dat de rechter daar ook rekening mee gaat houden. Maar dat verschilt van zaak tot zaak. De rechter is een neutraal, onpartijdig en onafhankelijk persoon, die al de feiten in acht moet nemen.”

    “Het is zo dat verkrachting op dit moment nog altijd automatisch gecorrectionaliseerd kan worden.”

    Hoe kan het dat een verkrachtingszaak soms nog heel licht bestraft wordt?
    “Dat moet in een groter geheel gekaderd worden. Het is zo dat verkrachting op dit moment nog altijd automatisch gecorrectionaliseerd kan worden. Dat wil zeggen dat een misdrijf dat in ons strafwetboek als misdaad wordt gekwalificeerd, geherkwalificeerd wordt tot een wanbedrijf waardoor de minimumstraf in de wet de maximumstraf in de realiteit wordt. Dat gebeurt automatisch en is het beleid in België. Minister van Justitie Koen Geens heeft wel plannen om dit te veranderen.

    Anderzijds is het ook zo dat er het strafuitvoeringsbeleid is. Door de aard van het misdrijf kan het zijn dat er bepaalde voorwaarden worden gekoppeld aan de straf. Dat komt ook voor bij seksuele misdrijven waarbij er bijvoorbeeld probatievoorwaarden gekoppeld worden aan de gevangenisstraf. Dit houdt concreet in dat de uitvoering van de gevangenisstraf uitgesteld wordt mits de opgelegde voorwaarden nageleefd worden. Een voorbeeld van een voorwaarde kan het volgen van therapie zijn, maar evengoed ook het uitvoeren van vrijwilligerswerk, contactverbod met het slachtoffer of het zoeken van werk. De gevangenisstraf moet worden uitgezeten wanneer de maatregelen niet nageleefd worden.”

    Uit onderzoek blijkt dat in 75% van de gevallen de verkrachter een bekende is voor het slachtoffer. Bij minderjarige slachtoffers kent 85% de dader. Wordt dat in de juridische praktijk ook duidelijk?
    “Uit internationaal onderzoek blijkt dat bij gerechtelijke zaken het grootste aantal zaken over bekenden gaat, dus daders die het slachtoffer kent. Dat is ook niet geheel onlogisch omdat, het gemakkelijker is om te vervolgen als de dader bekend is. Wanneer de dader onbekend is, is het veel moeilijker om over te gaan tot vervolging. Er is ook juridisch gezien dus meer bekend van zaken waarbij de slachtoffers de daders kennen.”

    “Studie heeft ook uitgewezen dat er een nauw contact moet zijn tussen de diensten die te maken krijgen met de slachtoffers.”

    Waar kunnen slachtoffer vandaag terecht?
    “In 2017 zijn er drie proefcentra opgericht voor slachtoffers van seksueel geweld in Brussel, Gent en Luik. Hier kunnen zowel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld terecht. Hulpverleners komen hier samen met politie en justitie onder een dak . Dus op een plaats kunnen ze de klacht neerleggen terwijl er ook de nodige medische en psychische toestand bekeken wordt. Studie heeft ook uitgewezen dat er een nauw contact moet zijn tussen de diensten die te maken krijgen met de slachtoffers.”

    De #MeToo-beweging begon een jaar geleden. Is er al iets veranderd?
    “Op juridisch vlak zijn er geen veranderingen op dit moment. In 2007 werd er een wet ingevoerd die specifiek over ongewenst seksueel gedrag op het werk gaat. Later, in 2014, kwam daar de seksismewet bij, die verder gaat dan de bestrijding van ongewenst seksueel gedrag op de werkvloer, maar ook betrekking heeft op straatintimidatie. Maar dat was dus voor MeToo.

    Op wetenschappelijk vlak is het heel moeilijk te zeggen of er veranderingen hebben plaatsgevonden. Wetenschappelijke onderzoeken starten eigenlijk nu pas, om te kijken of er iets veranderd is. Een voorbeeld van dergelijk onderzoek is het onderzoek naar de psychologisch impact op slachtoffers van seksueel geweld na de #MeToo-campagne.

    Er zijn natuurlijk wel maatschappelijke veranderingen, in die zin dat er meer getuigenissen aan het licht zijn gekomen en dat seksueel geweld meer aandacht krijgt. Maar juridisch zijn er dus geen veranderingen op dit moment. ”

    We weten nu iets meer over de juridische kant van seksueel geweld, maar seksueel geweld is uiteraard niet enkel een juridische zaak. Zoals Magda de Meyer, voorzitter van de Vrouwenraad een tijd geleden al tegen De Morgen zei: “Seksueel geweld is nog altijd een miskend probleem, omdat het vaak als een privézaak wordt afgedaan. Maar dat is het niet: het is een maatschappelijk probleem dat een dringende aanpak verlangt.”

    Bron: charliemag.be

    #240359
    Mark
    Moderator

    Ik ben seksueel misbruikt, dien ik klacht in of niet? (België)

    Wanneer iemand je verplicht heeft tot seksueel contact zonder dat jij dit wilde, kan je beslissen om klacht in te dienen. Je zaak wordt dan onderzocht. Als wordt vastgesteld dat je inderdaad geen toestemming gaf, kan deze persoon gestraft worden.

    Je kan een klacht indienen tot 15 jaar nadat het seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden. Ben je minderjarig op het moment van de feiten? Dan begint de 15 jaar pas te lopen op het moment dat je 18 jaar wordt.

    We zouden je zeker willen aanmoedigen om een klacht in te dienen. Weet wel dat het niet altijd eenvoudig is om de afwezigheid van toestemming aan te tonen. Een klacht indienen kan dan een lang en moeilijk proces worden en bovendien heb je geen garanties dat je de uitkomst krijgt waar je op hoopt of die je verdient. Laat dit je echter niet ontmoedigen, maar laat je zeker goed begeleiden en ondersteunen!

    Bron en meer informatie: fara.be

    #240965
    Mark
    Moderator

    De mythe van de valse aangifte

    Hoe vaak komt het eigenlijk voor, en in welke vorm?

    Het is een terugkerend thema in het #MeToo-tijdperk: wat als het (vermeende) slachtoffer liegt, en zo het leven ruineert van een vals beschuldigde? Maar is dit een reëel probleem? OneWorld sprak er Andre de Zutter over, die zijn promotieonderzoek naar valse aangiftes van verkrachting deed.

    onterecht beschuldigd te worden. Zo schoof bij RTL Late Night onlangs rechtspsycholoog Andre de Zutter aan, die onderzoek deed naar valse aangiftes, naast een onterecht van seksueel misbruik beschuldigde man. Die redactionele keuze, om een onterecht beschuldigd persoon uit te nodigen in plaats van bijvoorbeeld een slachtoffer dat niet geloofd werd, heeft belangrijke gevolgen voor de beeldvorming.

    Los van het strafrecht met haar onschuldpresumptie (grondbeginsel van het strafrecht, dat bepaalt dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen) staan we in onze persoonlijke levens vaak voor de morele keuze: geloven of niet geloven. De nadruk op vals beschuldigden in dit debat leidt tot meer scepsis en tot het niet geloven van slachtoffers – zelfs bij de politie. Maar hoe vaak komen valse aangiftes nu werkelijk voor, en in welke vorm?

    De cijfers
    In Nederland is geen grootschalig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar valse aangiftes. Volgens docent criminologie aan de Vrije Universiteit Andre de Zutter komt dat vooral doordat het een heel moeizaam proces is om toegang te krijgen tot de data die je als onderzoeker nodig hebt: gegevens van het Openbaar Ministerie, van Justitie en politie. Bovendien is het thema sterk gepolitiseerd.

    De meest betrouwbare cijfers komen volgens de Zutter uit de Verenigde Staten, waar ongeveer 5 procent van de aangiftes van seksueel geweld – verzameld van alle politiedepartementen van het land – als vals werden gelabeld. De Zutter: “Er is geen reden om te vermoeden dat de cijfers in Nederland enorm van die uit de VS verschillen.”

    Die 5 procent kan op twee manieren worden uitgelegd. Eén interpretatie is: 95 procent van de aangiften is écht, dus valse aangiftes zijn een heel klein probleem: waar hebben we het eigenlijk over? De andere interpretatie: één op de twintig is vals, dat is vijf keer zoveel als bij andere typen misdrijven, dus is het juist een heel groot probleem.

    Maar moeten we valse aangiften afzetten tegen het percentage valse aangiften bij andere misdrijven, of tegen het aantal werkelijke slachtoffers van verkrachting dat nooit gerechtigheid ziet? Slechts een klein deel van de slachtoffers doet überhaupt aangifte, en van dat kleine deel wordt in Nederland 80 procent geseponeerd (ofwel: het OM besluit niet te vervolgen) vanwege onvoldoende of geen bewijs voor een strafzaak.

    Slechts een klein deel van verkrachtingsslachtoffers doet überhaupt aangifte, en van dat kleine deel wordt in Nederland 80 procent geseponeerd

    De Nederlandse politie was niet blij met de resultaten van het promotieonderzoek van De Zutter: daaruit blijkt onder meer dat zedenrechercheurs niet beter zijn dan leken in het herkennen van valse aangiften van verkrachting, maar wél zelfverzekerder zijn in het beoordelen van verkrachtingsverhalen op waarheid.

    Zedenrechercheurs zijn niet beter dan leken in het herkennen van valse aangiften van verkrachting, maar wél zelfverzekerder

    De Zutters onderzoek laat zien dat de politie, die belast is met deze belangrijke taak, het vaak mis heeft. Er is vaak sprake van een ‘forensische bevestigingstendens’ – dat wil zeggen: de eerste indruk van een criminele zaak kan het politieonderzoek bederven. Als een rechercheur een aangever gelooft, zal hij of zij er alles aan doen om aan te tonen dat het is gebeurd, en andersom. “Hoe beter de politie wordt in het herkennen van valse aangiften, hoe gemakkelijker het wordt om bij aangifte het (vermeende) slachtoffer te geloven. Dan is enorme scepsis namelijk minder nodig, je hoeft niet zo bang te zijn dat er valse aangiften doorheen glippen.”

    ‘Politieagenten hebben een onterecht sceptische houding ten opzichte van echte aangiftes, en een te lichtgelovige houding tegenover valse aangeefsters’, schrijft De Zutter in zijn onderzoek. Bij de politie in Nederland circuleert volgens de onderzoeker het idee dat 80 procent van de aangiften vals is, omdat 80 procent van de aangiften niet tot vervolging leidt door het OM. “De conclusie was: bij geen officiële aangifte en/of vervolging, heeft er geen verkrachting plaatsgevonden.” Dit biedt de basis om aan te nemen dat de politie in eerste instantie eerder geneigd zal zijn een slachtoffer níet te geloven, dan wél, met alle nare gevolgen van dien.

    Hoe herken je een valse aangifte?
    De Zutter heeft op basis van zijn onderzoek een ‘tool’ ontwikkeld om valse van echte aangiften te kunnen onderscheiden. Zeker weten kan een beoordelaar het natuurlijk nooit, maar deze tool heeft een betrouwbaarheidsgehalte van zo’n 90 procent. Dat is aanzienlijk beter dan gokken.

    Uit zijn onderzoek blijkt dat verzonnen aangiften vaak minder gedetailleerd en minder uitgebreid zijn, en zijn gebaseerd op beelden en verhalen van verkrachtingen die populaire media uitlichten. Daar draait het vaak om een onbekende dader en veel fysieke dwang. In werkelijkheid zijn daders vaak bekenden en is er veel minder sprake van hevig geweld en verzet. Ook worden verkrachtingen in valse aangiften vaak als kortdurend omschreven (ongeveer een kwartier) terwijl verkrachtingen in werkelijkheid vaak langer duren, en gaat het vaak alleen om verkrachting in coïtale zin, terwijl er in de realiteit vaak ook andere seksuele handelingen plaatsvinden.

    Verkrachters vertonen in werkelijkheid ook vaak ‘pseudo-intiem’ gedrag: ze zoenen of complimenteren hun slachtoffers bijvoorbeeld. De Zutter: “In sommige gevallen biedt de verkrachter zelfs nog aan om het slachtoffer naar huis te brengen, omdat er op straat gevaar op de loer ligt.” Bij valse aangiftes wordt dat gedrag nauwelijks omschreven, omdat het ook weinig terugkomt in de media.

    De politie in Frankrijk gebruikt De Zutters methode al, in Nederland nog niet. Het risico is dat verkrachters zijn tool kunnen misbruiken door zich zo te gedragen dat hun aangevers niet worden geloofd, of dat valse aangevers hun verhaal juist geloofwaardiger kunnen maken.
    De volgende stap is meer degelijk en betrouwbaar onderzoek naar valse aangiftes. Volgens De Zutter is het probleem in omvang van niet geloofde, werkelijke slachtoffers groter dan het probleem van valse aangiften. “Maar ook voor de vals beschuldigden is het waardevol als er meer onderzoek komt naar het onderscheid tussen valse aangiftes en echte aangiften. Het mes snijdt aan twee kanten: het voorkomt valse beschuldigingen, maar ook dat slachtoffers onterecht niet worden geloofd.”

    Bron: oneworld.nl

    #241955
    Luka
    Moderator

    Jonge slachtoffers van seksueel misbruik worden te veel als volwassenen behandeld.

    In het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties zijn de rechten van kinderen vastgelegd. Op Amerika na, heeft ieder land in de wereld dit verdrag getekend. Ook Nederland. Maar houden we ons ook echt aan de internationale afspraken? Defence for Children monitort dat en komt op voor de rechten van kinderen. Nadat er steeds meer klachten op hun Kinderrechtenhelpdesk binnenkwamen over de manier waarop minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik in het strafproces worden behandeld, werd er een onderzoek gestart met financiering van het Fonds Slachtofferhulp. Wat blijkt? Twaalf- tot achttienjarigen worden in ons land te veel behandeld alsof ze volwassenen zijn. En dat kan écht niet.

    Om daders van seksueel misbruik van kinderen te kunnen veroordelen, is onderzoek heel belangrijk. Omdat er lang niet altijd meer fysiek bewijs –zoals sporen op het lichaam – is, is het verhoor van het slachtoffer een belangrijk onderdeel van dat onderzoek. Ook als het slachtoffer minderjarig is. Dat je die kwetsbare groep slachtoffers op een aangepaste manier moet behandelen staat in het VN-Kinderrechtenverdrag.

    “Die afspraken worden in Nederland goed nageleefd als het gaat om kinderen van nul tot twaalf jaar,” vertelt onderzoeker Ytje Minke Hokwerda. “Voor hen is er bijvoorbeeld een kindvriendelijke verhoorstudio met speelgoed en worden vragen door een speciaal opgeleide verhoorder gesteld om geen verdere schade aan te richten bij het kind. Zo hoort het! Maar wat meteen opviel tijdens ons onderzoek, is het enorme contrast vanaf het moment dat je twaalf bent. Je bent dan nog steeds minderjarig, een kind nog. Toch is er voor deze groep weinig geregeld waardoor ze te veel behandeld worden als een volwassene.”

    Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat zedenrechercheurs, officieren van justitie, rechters en advocaten, niet getraind hoeven te zijn om met deze minderjarige slachtoffers om te gaan. Daardoor krijgen tieners soms het gevoel niet te worden geloofd of wordt hun schuldgevoel aangewakkerd. Dat moet anders.

    Voorbeelden uit de praktijk
    “Van de professionals die we hebben geïnterviewd, horen we dat er soms erg botte vragen worden gesteld tijdens het verhoor”, zegt Hokwerda verontwaardigd. Met enige gêne noemt ze het voorbeeld van een 12-jarige jongen die is misbruikt door iemand die zijn opa had kunnen zijn. “Aan hem werd gevraagd of hij zich wel eens aftrekt. Vervolgens werd geïnsinueerd dat als hij dát doet, hij misschien ook wel gewoon seks met de 67-jarige wilde hebben.” Een kind moet vrijuit kunnen praten tijdens het verhoor. Als je niet op de juiste manier verhoort en een kind klapt dicht, zal het bovendien nog moeilijker worden om de zaak rond te krijgen voor de rechter.

    Twee keer slachtoffer
    Minderjarige slachtoffers, hun ouders en hulpverleners vertellen allemaal hetzelfde verhaal: door deze benadering gebeurt het dat slachtoffers zich niet serieus genomen voelen, aangetast worden in hun privacy en ontmoedigd raken of zich schuldig gaan voelen. Hierdoor zien ze soms maar helemaal af van aangifte. En doen ze die wel, dan wacht hen een soms traumatische en impactvol proces, want ook in de rechtszaal mogen weer vragen gesteld worden. Hokwerda: “Een geïnterviewde zedenrechercheur vertelt dat een advocaat van een verdachte, een minderjarig slachtoffer van verkrachting vroeg: ‘vertel eens meisje, hoe ben jij geneukt?’ Natuurlijk wordt er bezwaar gemaakt als zo’n vraag wordt gesteld, maar dan ben je al te laat.” Door deze manier van vragen stellen, word je eigenlijk een tweede keer slachtoffer, stelt de rechercheur. Je haalt een minderjarige voor wie het al heel moeilijk is om te praten over wat er is gebeurd, zo totaal uit haar evenwicht. “Ik ben helemaal niet tegen het stellen van kritische vragen, maar zoals de rechercheur uit het onderzoek ook zei, ze moeten wel goed worden ingeleid en op een nette manier worden gesteld.”

    Het eerste positieve nieuws is er al: naar aanleiding van dit rapport zijn in de Tweede Kamer vragen gesteld.

    Droombeeld 2020
    Er moet veel verbeteren, en zoiets kost tijd. Zeker omdat er zoveel partijen bij betrokken zijn. Met de onderzoeksresultaten onder de arm, kunnen we nu de volgende stappen zetten. “We hebben de komende maanden gesprekken gepland met bijvoorbeeld het OM, de Politie en mensen van het Ministerie. Samen gaan we kijken hoe we de situatie voor deze minderjarige slachtoffers kunnen verbeteren.” Hokwerda heeft goed voor ogen wat er over pakweg 5 jaar moet zijn verbeterd: “Voor de 12-plus groep, willen wij allereerst dat zij standaard verhoord worden in een ruimte die geschikt is voor hun leeftijd en dat zij alleen verhoord worden en spreken met mensen die daar specifiek voor zijn opgeleid en weten wat trauma met deze kinderen doet. Verder moeten ze goed worden voorbereid op het proces, door bijvoorbeeld informatiemateriaal te ontwikkelen dat voor jongeren leesbaar is, zodat ze begrijpen wat ze kunnen verwachten. Bovendien moet hun privacy goed worden beschermd. Tot slot vinden wij het belangrijk dat de jonge slachtoffers, als ze dat willen, gedurende het hele strafproces zelf geïnformeerd worden over wat er gebeurt en over de volgende stappen.”

    Kortom: een waslijst aan verbeterpunten. Wij geloven er in dat Defence for Children dit voor elkaar weet te boksen en daarom steunen we hen waar mogelijk. Het eerste positieve nieuws is er al: naar aanleiding van dit rapport zijn in de Tweede Kamer vragen gesteld. De minister van Veiligheid en Justitie heeft gezegd dat hij voor de Kerst met een schriftelijke reactie komt.

    Defence for Children
    Defence for Children is een internationale organisatie die opkomt voor de rechten van kinderen. Defence for Children bevordert kinderrechten in Nederland en daarbuiten op basis van het VNKinderrechtenverdrag. Daadwerkelijke versterking van kinderrechten kan alleen worden gerealiseerd als de rechten van kinderen vastgelegd zijn in wet- en regelgeving en er continu toezicht is op de naleving ervan. Daarom werken er bij de organisatie vooral juristen. Op het terrein van seksueel misbruik bij kinderen werken wij graag met hen samen.

    Bron: Fonds Slachtofferhulp >>

    #242850
    Mark
    Moderator

    Natacha Harlequin en Yet van Mastrigt over campagne meldingsbereidheid van slachtoffers van seksueel misbruik

    Aan tafel zit Spraakmaker Natacha Harlequin. Ze is strafrechtadvocaat en heeft ze zich gespecialiseerd in zedenzaken. We gaan praten over de meldingsbereidheid van slachtoffers van seksueel misbruik, want na de zomer start een campagne om die bereidheid te vergroten. Yet van Mastrigt, zedenexpert van de Nationale Politie, schuift aan om uit te leggen dat een melding niet altijd hoeft te leiden tot een aangifte.

    Beluister de uitzending op nporadio1.nl >>

    Lees ook het bijbehorende artikel ‘Melden seksueel misbruik: ‘Had ik het maar eerder gedaan’ >>

    #247219
    Luka
    Moderator

    Aangifte doen is vaak enorme drempel voor zedenslachtoffer. ‘Maar elke zaak doet er voor ons toe’


    Opa heeft mij jarenlang misbruikt, vertelt het kleinkind aan zedenrechercheurs. De stap naar de politie is na lange twijfel eindelijk gezet. Aangifte doen, wil kleindochter niet. Opa en oma vieren groots hun diamanten bruiloft. Een aangifte zal de familie verscheuren. En ach, opa is ook best een lieve man.

    Het praktijkvoorbeeld illustreert hoezeer slachtoffers van zedenmisdrijven geregeld klem komen te zitten, zegt Yet van Mastrigt, zedenexpert bij de nationale politie. Zedendaders zijn bijna altijd bekenden, familie, vrienden, zelden de enge man in de bosjes.

    De politie kampt bij de aanpak van zedenzaken met een forse achterstand. Zaken gaan niet zomaar op de plank. Wie zegt slachtoffer te zijn van een zedenzaak, krijgt altijd een gesprek. Dat informatieve gesprek gebeurt zoveel mogelijk binnen zeven dagen en bij spoed op de dag zelf.

    Inwendige sporen
    Het eerste gesprek wordt benut om te kijken of er sprake is van sporen die kwijt kunnen raken, zegt Ralf van den Heuvel, teamchef van de zedenpolitie Oost-Nederland. ,,Zoals camerabeelden of telefoongegevens. Indien noodzakelijk ondergaat het slachtoffer een forensisch medisch onderzoek om eventuele inwendige sporen vast te leggen. Een aangifte proberen we binnen vier weken op papier te krijgen.”

    Als het slachtoffer nadrukkelijk geen aangifte wil doen, zoals bij de ‘lieve opa’, dan accepteren we dat, zeggen Van Mastrigt en Van den Heuvel. ,,Als buitenstaander is het makkelijk gezegd: dit accepteer je toch niet. Dat wordt anders als je de afweging moet maken dat door jouw aangifte de familie overhoop wordt gehaald.”

    Ingezoomd
    Dat betekent niet dat de politie zonder aangifte de zaak zomaar laat rusten. Op opa wordt wel ingezoomd. Komt hij voor in de politieregistraties? Is de situatie veilig? Lopen er ook nu kinderen gevaar? Van Mastrigt: ,,Als opa beheerder blijkt te zijn van een speeltuin, dan kijken we er anders naar.’’

    De inhoud van het eerste gesprek, het informatieve gesprek wordt altijd voorgelegd aan de officier van justitie. Die kan beslissen dat ook zonder aangifte er toch een politie-onderzoek start.

    Veel aandacht
    Dankzij #MeToo, waarbij slachtoffers mannen publiekelijk via sociale media aanklagen, is er enorm veel aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Toch leidde dat niet tot een extra hausse aan aangiften. In de politiecijfers zie je geen #MeToo-effect, erkent Van Mastrigt. ,,#MeToo heeft pijnlijk duidelijk gemaakt wat wij al wisten. Seksueel misbruik was er al. En heel veel. Het is alleen zichtbaarder geworden.”

    De afdeling zeden van de politie Oost-Nederland telt 114 rechercheurs, plus een kinderpornoteam met 15 agenten. Er wordt gewerkt vanuit Apeldoorn, Arnhem, Enschede, Nijmegen en Zwolle. In Nijverdal en in Nijmegen beschikt de politie over een aparte verhoorstudio. Hier werken gespecialiseerde zedenrechercheurs met kinderen en kwetsbare mensen, slachtoffers van een zedendelict.

    Spoed of geen spoed
    Zaken worden onderverdeeld in twee categorieën: spoed of geen spoed. Als gevaar van herhaling of maatschappelijke onrust dreigt, wordt direct opgetreden. Zoals in dat zwembad in Arnhem, waar een stagiair van ontucht wordt verdacht. ,,De rest van de zaken is prio 2. De oudste zaak doen we naast de spoedzaken het eerst. Of dat nu een verkrachting is of aanranding maakt niet uit. Elke zaak doet er voor ons toe.”

    Zedenrechercheurs werken onder enorm hoge druk, zeggen Van Mastrigt en Van den Heuvel. ,,Je moet vitaal zijn om dit werk te doen. Slachtoffers weten naderhand exact hoe de gesprekken bij de politie zijn verlopen. Om elke dag de ellende van een ander aan te kunnen horen moet je zelf heel goed in je vel zitten. Elk jaar krijgen zedenrechercheurs een mental check-up door de psycholoog. Agenten worden ook niet bij zeden geplaatst. Dat zou niet goed zijn. Ze moeten zelf solliciteren. Er zijn gelukkig voldoende politiemensen die dit werk willen doen.”

    Alert op schennisplegers
    Een man die op straat met ontbloot geslachtsdeel staat te zwaaien. Soms zaait hij paniek en angst. Soms wordt de potloodventer honend weggelachen.

    Lang niet alle incidenten worden gemeld. Tot teleurstelling van de zedenpolitie.
    De politie reageert serieus op schennisplegers. Niet zelden groeien ze uit tot aanranders en verkrachters. Of zijn ze het al, zegt zedenexpert Yet van Mastrigt. ,,Het gaat me niet om de mannen die in het uitgaansleven dronken hun piemel aan de politie laten zien. Op de mannen die het uit een seksueel kick doen, moet je heel alert zijn. Het is belangrijk dat vrouwen het melden.”

    Bron: de Gelderlander >>

    #250479
    Mark
    Moderator

    Wat kan de politie voor mij doen?

    In de animatie ‘Ik ben seksueel misbruikt. Wat kan de politie voor mij doen?’ leggen we u in vijf minuten uit de politie voor u kan doen bij seksueel misbruik. U krijgt antwoord op vragen als: ‘Wat er gebeurt met sporen aan mijn lichaam?’, ‘Hoe doet de politie onderzoek?’, en ‘Welke hulp kan ik krijgen als ik niet naar de politie wil of geen aangifte doe?’. Aan het eind van de animatie kunt u kiezen voor één of meerdere (kortere) vervolganimaties over bijvoorbeeld welke rechten u als slachtoffer heeft.

    Walter van Kleef, programmanager van het Landelijk Programma Zeden, Kinderporno en Kindersekstoerisme, legt uit waarom de politie de animatie heeft gemaakt. ‘We willen slachtoffers zo goed mogelijk over het aangifteproces van seksueel misbruik informeren. Bij zedendelicten gaat dat namelijk anders dan het aangifteproces van bijvoorbeeld een mishandeling. Onze zedenrechercheurs leggen u dit uitgebreid uit tijdens een informatief gesprek met u. We hebben deze informatie over het aangifteproces daarnaast ook op een speciale pagina op politie.nl staan, in onze brochure, én nu ook via een animatie. Mensen vinden het immers prettig om op verschillende manieren informatie te verkrijgen.’

    Wilt u met iemand praten?
    Bel bij seksueel misbruik met 0900 8844 en vraag naar de zedenpolitie bij u in de buurt. U kunt ook naar een politiebureau gaan. U krijgt dan zo snel mogelijk een afspraak voor een informatief gesprek met speciaal opgeleide zedenrechercheurs. De politie behandelt elke melding van mogelijk seksueel misbruik serieus. Daarom maken we hiervoor een aparte afspraak. Bij spoed belt u altijd 112.

    Bron: politie.nl

    #251803
    Luka
    Moderator

    Waarom aangifte doen na een verkrachting zo ongelooflijk moeilijk is

    “Mijn advies: ga in ieder geval het informatief gesprek voeren, om te kijken wat ze kunnen doen. Ook al heb je het gevoel dat er te weinig bewijs is, doe het dan alsnog.”

    Julia* (25) verstijfde tijdens haar verkrachting. Ze had op reis een jongen ontmoet, die ze drie maanden geleden in een Amsterdams café weer tegenkwam, vertelt ze aan de telefoon. “We dronken wat, en die avond nam ik hem mee naar huis. In eerste instantie wilde ik met hem naar bed, maar tijdens de seks deed hij het condoom gelijk af. Ik zei dat ik het niet fijn vond, dat ik dit niet wilde. Hij luisterde niet en bleef doorgaan. Ik dacht alleen maar: ik wil dat hij weggaat, maar het kwam niet uit m’n mond. Mijn lichaam schoot op slot, ik kón niet schreeuwen. Het voelt alsof hij een deel van me heeft afgepakt.”

    Als je wordt verkracht, is het volgens de wet pas strafbaar als kan worden bewezen dat er geweld of dwang is gebruikt. Maar in werkelijkheid is er lang niet altijd sprake van geweld bij zo’n situatie: 70% van de slachtoffers ‘bevriest’ tijdens een verkrachting. Ook kan er bijvoorbeeld sprake zijn van drogering.

    Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) vindt dat dit anders moet. Hij wil de wet uitbreiden met ‘seks tegen de wil’ als een nieuw strafdelict. Wat die wetgeving wil bewerkstelligen − onvrijwillige seks strafbaar maken − is heel goed, maar de uitvoering is volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International halfslachtig. Voor ‘seks tegen de wil’ kan je een maximumstraf van zes jaar krijgen, terwijl dit bij verkrachting twaalf jaar kan zijn. Amnesty vindt dat slachtoffers hiermee ook onvoldoende worden gesteund; alsof wat zij hebben meegemaakt minder erg is dan verkrachting. Ze roepen Minister Grapperhaus op om onvrijwillige seks in de wet als verkrachting te erkennen.

    De meeste slachtoffers van verkrachting zijn vrouw: in Nederland is meer dan 10% van de vrouwen verkracht. Op dit moment doen maar weinig slachtoffers aangifte: naar schatting wordt 30% gemeld bij de politie. Volgens cijfers die het AD opvroeg bij politie en justitie kwamen er van januari tot oktober vorig jaar 1224 mensen bij de politie om melding te maken van een verkrachting. Daarvan leidden 499 meldingen tot aangifte. Bij 172 van die aangiftes kwam het tot een rechtszaak, en 102 keer tot een veroordeling.

    Dat zijn opvallend weinig veroordelingen. Ik bel strafrechtadvocaat Leonie van der Grinten (30) om te vragen hoe dat kan. “Het is lastig, omdat een zedenzaak vaak in een intieme setting plaatsvindt. In principe is één getuige, geen getuige, en dat is echt een probleem. Want hoe bewijs je dat er sprake was van dwang?”

    Dat betekent niet dat een slachtoffer van verkrachting de zaak altijd bij voorbaat verliest, benadrukt Van der Grinten. “Het is echt niet zo dat de verkrachter alleen veroordeeld wordt als alles zwart op wit staat. Er zijn allerlei dingen die kunnen meespelen als steunbewijs. Als het slachtoffer na de verkrachting iemand emotioneel opbelt, wordt dat in het dossier meegenomen, of bijvoorbeeld als er extreem hardhandige porno wordt aangetroffen op de computer van de verdachte.”

    Dat niet alle slachtoffers uiteindelijk aangifte doen, komt vaak omdat het voor hen een te pijnlijk proces is. “Het is voor slachtoffers moeilijk om aangifte te doen, omdat je meerdere keren in detail moet vertellen wat er is gebeurd. Ook vindt er soms een lichamelijk onderzoek plaats, wat heftig kan zijn. In het merendeel van de gevallen is de verkrachter een bekende van het slachtoffer, wat aangifte tegen iemand doen nog lastiger kan maken.”

    Dat het een bekende was, speelde ook bij Julia een rol. “Ik ben bang dat het uitkomt in de stad waar ik woon. Aangifte doen heb ik sowieso niet overwogen. Ik trek het niet om zo’n traject in te gaan, en heb tijdens m’n verkrachting niet geschreeuwd of gehuild. Dat neem ik mezelf nog steeds kwalijk. Hoe weet hij dat hij mijn grens is overgegaan? Ik denk dat hij zich van geen kwaad bewust is − hij was fucked up, van de drank en drugs. Misschien dat als hij een beter mens was geweest, hij had doorgehad dat het tegen m’n zin in was.”

    Hoe kan je het beste juridische stappen zetten na een verkrachting? Van der Grinten: “De eerste stap is juridisch advies vragen aan een specialist. Veel mensen stappen naar een Juridisch Loket, dat kan ook, maar zij zullen je doorverwijzen naar de politie. Als je bij de politie een melding hebt gemaakt, krijg je een informatief gesprek met de afdeling Zeden. Dat is nog geen aangifte, maar een gesprek waarin je kort uiteen kunt zetten wat er is gebeurd, en je de regels en procedure van een aangifte uitgelegd krijgt. Daarna krijg je twee weken bedenktijd. Na die 14 dagen kan het informatieve gesprek worden omgezet in een officiële aangifte. In tegenstelling tot wat veel mensen denken kun je een aangifte niet meer terugtrekken. De officier van justitie bepaalt of de zaak wordt doorgezet of niet. De kans dat een aangifte tot een veroordeling leidt is niet altijd groot. Als er te weinig bewijs is voor een veroordeling, kan het gebeuren dat je je onheus bejegend voelt door de rechtbank en de hele procedure. Dat noem je secundaire victimisatie. Als de zaak wordt geseponeerd, kan je altijd nog de artikel 12-procedure starten. Dan vraag je, samen met een advocaat, of het gerechtshof je zaak alsnog wil laten voorkomen.”

    Merel* (23) stapte wel naar de politie, maar het leidde niet tot een aangifte. Op haar zestiende werd ze een jaar lang seksueel misbruikt door een oudere jongen van school. “Hij had naaktfoto’s en -video’s van mij, en dreigde dat hij de foto’s online zou zetten als ik er iets van zou zeggen. Ik was zo bang, hij had totale macht over me. Op mijn zeventiende ging ik in een andere stad studeren. Na een half jaar kreeg ik nachtmerries en raakte ik in een depressie. Ik kreeg de diagnose PTSS en ben jarenlang in therapie geweest. Een halfjaar geleden voelde ik me ineens heel krachtig. Na jarenlange schaamte, denken dat het mijn schuld was, voelde ik voor het eerst het onrecht dat mij was aangedaan. Ik wilde dat hij gestraft werd. Ik heb de politie gebeld en gezegd dat ik aangifte wilde doen. Een maand later had ik een gesprek met twee vrouwen van de zedenpolitie. Na mijn verhaal zeiden ze: ‘Misschien is het niet verstandig om aangifte te doen. Zo’n traject kan veel oproepen, traumatiserend zijn. Het is nu heel mooi hoe goed het met je gaat. Wees daar dankbaar voor.’ Ze zeiden dat een paar mails en Whatsapp-berichten onvoldoende bewijs waren, dat het zijn woord tegen de mijne zou zijn. Ik was verdrietig, ik voelde me niet gezien. Heel naar, alsof ze me het recht op aangifte ontnamen. Júist van de politie wilde ik horen dat het goed was dat ik er was. Het voelde alsof ze de strijd niet voor me aan wilden gaan, een strijd die ik wilde voeren. Na twee weken bedenktijd, zei ik daarom dat ik het alsnog wilde doen. Ik legde uit dat ik het recht heb om dit te doen en het een stukje afsluiting zou zijn. Toen ze me weer zeiden dat de kans dat het zou lukken heel klein was, dacht ik: ja, hoe gaat het ooit lukken als zij niet achter mijn aangifte staan? Ik zei: ‘Ik vind het heel jammer, dan doe ik het niet.’”

    Merel is zeker niet de enige die dit zo ervaart. Deze week verscheen het onderzoek ‘Verschillende Perspectieven’ van Justitie en Veiligheid (J&V). Hieruit blijkt dat “de werkwijze van zedenrechercheurs niet aansluit op de behoefte en verwachtingen van slachtoffers, en daardoor tot frictie leidt”. Op de site van J&V staat dat die negatieve ervaringen met name op drie specifieke momenten voorkomen: tijdens het informatieve gesprek, omdat de zedenrechercheurs veel nadruk leggen op de onmogelijkheden van een zaak; rondom de bedenktijd, omdat slachtoffers het als een drempel ervaren zelf weer contact te moeten leggen; en na het doen van aangifte, omdat slachtoffers zich onvoldoende geïnformeerd voelen over het onderzoek. Eind dit jaar wil J&V weten welke maatregelen de politie heeft genomen om dit te verbeteren.

    Ondanks dat het je als slachtoffer vaak niet makkelijk wordt gemaakt, is het in sommige gevallen wel beter om toch aangifte doen, zegt Van der Grinten. “Mijn advies: ga in ieder geval het informatief gesprek voeren, om te kijken wat ze kunnen doen. Ook al heb je het gevoel dat er te weinig bewijs is, doe het dan alsnog, al is het maar zodat de politie de cijfers in de gaten kan houden. En zodat er een melding in het systeem komt te staan.”

    Merel* is wat dat betreft toch blij dat ze naar de politie is gestapt. “Ik ben trots dat ik deze stap heb durven te zetten. Anders zou het altijd door mijn hoofd spoken: wat nou als ik wél aangifte had gedaan? Ik vind het heel fijn dat er een melding is gedaan, dat er iéts staat. Zijn naam en geboortedatum staan genoteerd. Als er weer een meisje zijn naam noemt, is er misschien meer bewijs. Dat is iets wat de laatste tijd door m’n hoofd spookt: misschien heeft hij dit bij meerdere meisjes gedaan, terwijl hij nog vrij rondloopt. Misschien dat ik nog een keer advies vraag bij Centrum Seksueel Geweld, maar voor nu geef ik mezelf even wat rust. Gelukkig gaat het nu goed met me. Ik hoop echt dat er verandering in het aangiftetraject komt, misschien is het delen van mijn verhaal een begin.”

    *Beide voornamen zijn gefingeerd. Namen bekend bij de redactie.

    Heb je een ongewenste seksuele ervaring meegemaakt? Het telefoonnummer van Centrum Seksueel Geweld is 0800-0188. Of check hun website voor meer informatie: www. centrumseksueelgeweld.nl. Ook kun je terecht bij Slachtofferhulp Nederland (0900-0101) en de Nationale Politie (0900-8844).

    Bron: Vice >>

10 berichten aan het bekijken - 11 tot 20 (van in totaal 34)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 12 ▪︎ leden online: 1
Leentje
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.285, reacties: 17.837, leden: 2.129