Aangifte doen & juridische hulp

This topic contains 18 reacties, has 3 deelnemers, and was last updated by Luka 16/12/2019 om 20:56.

19 berichten aan het bekijken - 1 tot 19 (van in totaal 19)
  • Auteur
    Berichten
  • #216071

    LSG
    Beheer

    In dit topic vind je websites en online artikelen met informatie over:

    Aangifte doen & juridische hulp

    Wil je zelf een website of online artikel toevoegen? Plaats dan eerst de url en daaronder eventueel een korte beschrijving.

    #216506

    Luka
    Moderator

    Slachtofferwijzer.nl

    Als slachtoffer van seksueel misbruik kun je ervoor kiezen om aangifte te doen tegen de pleger. Dit is voor veel mensen een lastige beslissing. Wees je ervan bewust dat seksueel misbruik strafbaar is, ook als het blijft bij bedreigingen. De politie kan je helpen bij het nemen van een besluit. Mocht je aangifte willen doen en wil je voorkomen misschien lang op het politiebureau te moeten wachten, maak dan van tevoren een afspraak via 0900-8844.

    Lees verder op slachtofferwijzer.nl >>

    #216507

    Luka
    Moderator

    Politie.nl

    Heeft u aanwijzingen dat iemand slachtoffer is van een zedendelict? Een vriendin, broer of zus? Of een kind bij u in de buurt of op de sportvereniging? Of bent u zelf slachtoffer van seksueel misbruik? Hier leest u wat de politie voor u kan doen en waar u verder hulp kunt vragen.

    Lees verder op politie.nl >>

    #216509

    Luka
    Moderator

    Seksueelmisbruik.info

    Slachtoffers van seksueel geweld kunnen op het politiebureau terecht om te vertellen wat er gebeurd is. Dit betekent niet dat er perse aangifte gedaan hoeft te worden. De politie heeft de taak om een slachtoffer goed op te vangen.

    In principe maakt een informatief gesprek altijd deel uit van de opvang door de politie. In dit gesprek vertelt ze onder meer over de juridische mogelijkheden en de vereisten voor het doen van een melding of een aangifte Ook beschikt de politie over adressen in de regio waar het slachtoffer hulp kan krijgen. Bij een melding van seksueel geweld wordt er door de politie geen proces-verbaal opgemaakt. Dit betekent dat het vervolg, een politieonderzoek, achterwege blijft. Er vindt dus ook geen strafrechtelijke vervolging van de dader plaats.

    Een melding kan ook door iemand anders dan het slachtoffer worden gedaan. Het is bovendien mogelijk een anonieme melding te doen: het is namelijk niet verplicht om naam en adres van het slachtoffer op te geven.
    Voor de politie is het belangrijk dat seksueel geweld in ieder geval gemeld wordt. Deze informatie kan van belang zijn, als er andere aangiften of meldingen over dezelfde verdachte bij de politie binnenkomen.

    Lees verder op seksueelmisbruik.info >>

    #224225

    Luka
    Moderator

    Slachtoffer van geweld app voor jongeren

    Slachtoffer app

    Kijk welke instanties jou kunnen helpen bij schade en herstel

    Waar kun je als jongere met je hulpvraag terecht als je slachtoffer van geweld bent? De online tool is bedoeld voor jeugdprofessionals om samen met jongeren te gebruiken.

    Deze app is tot stand gekomen in samenwerking met het Ministerie van Veiligheid en Justitie, Slachtofferhulp Nederland, Perspectief Herstelbemiddeling (voorheen Slachtoffer in Beeld) en Schadefonds Geweldsmisdrijven en maakt deel uit van het JeugdConnect platform.

    #225982

    Luka
    Moderator

    Een individuele beoordeling op kwetsbaarheid is vanaf 1 juni 2018 onderdeel van de aangifte

    Vanaf 1 juni starten politie, Openbaar Ministerie (OM) en Slachtofferhulp Nederland met een werkwijze waarbij meer aandacht is voor het beschermen van slachtoffers van een misdrijf.

    Vanaf het eerste persoonlijke contact met de politie wordt beoordeeld of er sprake is van een verhoogde kans op herhaling. Sommige slachtoffers lopen meer risico op herhaald slachtofferschap, secundaire victimisatie (slachtoffer van het systeem), intimidatie en vergelding dan andere slachtoffers. Deze werkwijze van beoordelen en beschermen komt voort uit de EU-richtlijn ‘Minimumnormen voor slachtoffers’ en helpt bij het beter kunnen beoordelen en beschermen van kwetsbare slachtoffers.

    Wat houdt de nieuwe werkwijze in?
    De politie beoordeelt vanaf 1 juni 2018 bij de fysieke aangifte of een slachtoffer kwetsbaar is en of er een beschermbehoefte is vanuit Slachtofferhulp Nederland nodig is. Bij bepaalde slachtoffers zijn extra maatregelen nodig, zoals afscherming van woon- of verblijfadres, contact- of gebiedsverbod, afspraak op locatie of bijstand bij verhoor. Vervolgens is in alle stappen van het rechtsproces aandacht voor het slachtoffer en werken de Politie, OM en Slachtofferhulp nauw samen.

    Deze werkwijze van beoordelen en beschermen van slachtoffers is de eerste mijlpaal in de Meerjarenagenda Slachtofferbeleid 2018-2021 die de minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker op 22 februari jongstleden presenteerde. Minister Dekker: “De nieuwe werkwijze van politie, OM en Slachtofferhulp Nederland stelt het slachtoffer centraal. En biedt betere bescherming en begeleiding waar nodig. Dit kan veel extra leed voor slachtoffers voorkomen. Eén keer slachtoffer zijn is al erg genoeg.”

    Rol Slachtofferhulp Nederland
    In al onze cliënt contacten hebben wij straks structureel aandacht voor de beschermingsbehoefte van een slachtoffer door opgestelde criteria en verdiepingsvragen. En daarmee informatie welke aanleiding kan zijn tot wijzigen van een beschermingsmaatregel. Denk aan informatie over financieel/juridische, psychische, lichamelijke en sociaal/ maatschappelijke gevolgen van het delict voor het slachtoffer. En of het slachtoffer zelf van mening is dat er sprake is van een onveilige situatie of een risico is op herhaald slachtofferschap. Slachtofferhulp Nederland heeft een signalerende en monitorende functie en heeft een rol om het slachtoffer te informeren, adviseren en indien nodig het slachtoffer te ondersteunen om een (gewijzigde) beschermingsbehoefte kenbaar te maken aan de politie of het OM.

    Met deze implementatie van de richtlijn gaat het beoordelen en beschermen van alle slachtoffers die aangifte doen structureel en gestructureerd plaatsvinden. De werkwijze individuele beoordeling van slachtoffers is al op veel plekken getest in de praktijk.

    Bron: Slachtofferhulp.nl >>

    #227577

    Luka
    Moderator

    Als seksueel misbruik voor de rechter komt

    Per dag worden in België 8 aangiftes gedaan van verkrachting. Slechts 1 op de 10 slachtoffers doet effectief aangifte. Het werkelijke aantal ligt dan ook veel hoger; naar schatting 80 verkrachtingen per dag. Hoe gaat het verder als daar gevolg aan wordt gegeven met een gerechtelijke procedure? En hoe kan het dat daders vaak onbestraft blijven?

    Hoewel de grote psychologische en fysieke gevolgen van verkrachting bekend zijn, leiden in België slechts 120 van de 3.000 jaarlijkse aangiftes daadwerkelijk tot een veroordeling. Dat cijfer ligt lager dan het Europese gemiddelde. België behoort daarmee tot de zeven Europese landen waarbij een aangifte het minst vaak leidt tot veroordeling.

    Tussen 2009 en 2011 werd 44% van de verkrachtingszaken bij het parket geseponeerd zonder gevolg: daarvan 56% wegens gebrek aan bewijzen en 17% omdat de dader onbekend was. Als andere redenen waarom verkrachtingszaken geseponeerd worden, werden onder meer het gedrag van het slachtoffer, de beperkte maatschappelijke weerslag of het feit dat het ging om een misdrijf van relationele aard (terwijl verkrachting binnen het huwelijk wel degelijk strafbaar is) als reden aangehaald om een zaak te seponeren, blijkt uit onderzoek van Amnesty International.

    Ook blijkt uit nieuw onderzoek van rechtspsycholoog André de Sutter dat 95% van de aangiftes wel degelijk echt is en vooral dat de meeste verkrachtingen geen typische gewelddadige verkrachtingen zijn zoals we ze kennen uit Hollywoodfilms.

    Wij spraken met Yente Neelen, doctoraatstudent seksueel strafrecht aan de UGent, en vroegen haar hoe dit eigenlijk allemaal in zijn werk gaat op juridisch vlak.

    Laten we beginnen met de bewijzen. Wat voor bewijs kan er gebruikt worden als seksueel misbruik leidt tot een strafzaak?
    “In principe kunnen er in strafzaken allerlei soorten bewijs aangebracht worden. Voorbeelden die gebruikt kunnen worden zijn vaststellingen door een geneesheer, die het slachtoffer heeft onderzocht. Of resultaten van de SAS, dat is de zogenaamde ‘seksueel agressie set’, waarmee gekeken wordt of er sporen van geweld of dna zijn achtergebleven op het lichaam van een slachtoffer. Daarnaast zijn er de verklaringen van de beklaagde, het slachtoffer en eventuele getuigen. Wanneer de politie huiszoekingen heeft gedaan, dan kunnen de resultaten daarvan ook als bewijs dienen. Tot slot zijn er nog de psychologische onderzoeken van beklaagde en slachtoffer.”

    In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij aanranding zonder getuigen, kan het echter zo zijn dat er geen bewijs is. Wat als het enkel jouw woord is tegen dat van een ander?
    “De magistraat beoordeelt de bewijswaarde van een verklaring. Het gebeurt niet vaak, maar er is een beperkt aantal zaken waarbij consistente verklaringen van het slachtoffer als voldoende werden beschouwd en een dader veroordeeld kon worden. Maar over het algemeen vindt de rechter enkel een verklaring van het slachtoffer niet voldoende bewijs om iemand te veroordelen. Of een zaak sterk genoeg is om ermee naar een rechter te stappen, wordt bepaald door het vervolgingsbeleid van het betrokken parket. We hebben geen overzicht van de klachten die uiteindelijk bij de rechtbank terechtkomen, die gegevens zijn niet openbaar. Het parket heeft hier zicht op.”

    Hoe gaat de rechter te werk bij het nemen van een beslissing in een zaak rond seksueel misbruik?
    “De rechter heeft altijd de bevoegdheid om te individualiseren. De rechter bekijkt per zaak welke elementen er precies hebben meegespeeld. Binnen de wet is er altijd een minimum- en maximumstraf, en de rechter gaat op zoek naar een passende straf binnen de minimum- en maximumstraf. Bepaalde factoren spelen een rol in het vaststellen van de strafmaat, of die hoger of lager zal uitvallen. Zo’n factor kan bijvoorbeeld de leeftijd van het slachtoffer zijn, maar het kan ook de band tussen slachtoffer en dader zijn. Als er bijvoorbeeld een bepaalde relatie is tussen dader en slachtoffer kan het zijn dat de rechter daar ook rekening mee gaat houden. Maar dat verschilt van zaak tot zaak. De rechter is een neutraal, onpartijdig en onafhankelijk persoon, die al de feiten in acht moet nemen.”

    Hoe kan het dat een verkrachtingszaak soms nog heel licht bestraft wordt?
    “Dat moet in een groter geheel gekaderd worden. Het is zo dat verkrachting op dit moment nog altijd automatisch gecorrectionaliseerd kan worden. Dat wil zeggen dat een misdrijf dat in ons strafwetboek als misdaad wordt gekwalificeerd, geherkwalificeerd wordt tot een wanbedrijf waardoor de minimumstraf in de wet de maximumstraf in de realiteit wordt. Dat gebeurt automatisch en is het beleid in België. Minister van Justitie Koen Geens heeft wel plannen om dit te veranderen.

    Anderzijds is het ook zo dat er het strafuitvoeringsbeleid is. Door de aard van het misdrijf kan het zijn dat er bepaalde voorwaarden worden gekoppeld aan de straf. Dat komt ook voor bij seksuele misdrijven waarbij er bijvoorbeeld probatievoorwaarden gekoppeld worden aan de gevangenisstraf. Dit houdt concreet in dat de uitvoering van de gevangenisstraf uitgesteld wordt mits de opgelegde voorwaarden nageleefd worden. Een voorbeeld van een voorwaarde kan het volgen van therapie zijn, maar evengoed ook het uitvoeren van vrijwilligerswerk, contactverbod met het slachtoffer of het zoeken van werk. De gevangenisstraf moet worden uitgezeten wanneer de maatregelen niet nageleefd worden.”

    Uit onderzoek blijkt dat in 75% van de gevallen de verkrachter een bekende is voor het slachtoffer. Bij minderjarige slachtoffers kent 85% de dader. Wordt dat in de juridische praktijk ook duidelijk?
    “Uit internationaal onderzoek blijkt dat bij gerechtelijke zaken het grootste aantal zaken over bekenden gaat, dus daders die het slachtoffer kent. Dat is ook niet geheel onlogisch omdat, het gemakkelijker is om te vervolgen als de dader bekend is. Wanneer de dader onbekend is, is het veel moeilijker om over te gaan tot vervolging. Er is ook juridisch gezien dus meer bekend van zaken waarbij de slachtoffers de daders kennen.”

    Waar kunnen slachtoffer vandaag terecht?
    “In 2017 zijn er drie proefcentra opgericht voor slachtoffers van seksueel geweld in Brussel, Gent en Luik. Hier kunnen zowel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld terecht. Hulpverleners komen hier samen met politie en justitie onder een dak . Dus op een plaats kunnen ze de klacht neerleggen terwijl er ook de nodige medische en psychische toestand bekeken wordt. Studie heeft ook uitgewezen dat er een nauw contact moet zijn tussen de diensten die te maken krijgen met de slachtoffers.”

    De #MeToo-beweging begon een jaar geleden. Is er al iets veranderd?
    “Op juridisch vlak zijn er geen veranderingen op dit moment. In 2007 werd er een wet ingevoerd die specifiek over ongewenst seksueel gedrag op het werk gaat. Later, in 2014, kwam daar de seksismewet bij, die verder gaat dan de bestrijding van ongewenst seksueel gedrag op de werkvloer, maar ook betrekking heeft op straatintimidatie. Maar dat was dus voor MeToo.

    Op wetenschappelijk vlak is het heel moeilijk te zeggen of er veranderingen hebben plaatsgevonden. Wetenschappelijke onderzoeken starten eigenlijk nu pas, om te kijken of er iets veranderd is. Een voorbeeld van dergelijk onderzoek is het onderzoek naar de psychologisch impact op slachtoffers van seksueel geweld na de #MeToo-campagne.

    Er zijn natuurlijk wel maatschappelijke veranderingen, in die zin dat er meer getuigenissen aan het licht zijn gekomen en dat seksueel geweld meer aandacht krijgt. Maar juridisch zijn er dus geen veranderingen op dit moment. ”

    We weten nu iets meer over de juridische kant van seksueel geweld, maar seksueel geweld is uiteraard niet enkel een juridische zaak. Zoals Magda de Meyer, voorzitter van de Vrouwenraad een tijd geleden al tegen De Morgen zei: “Seksueel geweld is nog altijd een miskend probleem, omdat het vaak als een privézaak wordt afgedaan. Maar dat is het niet: het is een maatschappelijk probleem dat een dringende aanpak verlangt.”

    Op het nummer 1712 (elke werkdag bereikbaar tussen 9 en 17 u) kan je terecht om situaties van seksueel geweld te melden of hulp te vragen. Meer info is ook op hun website te vinden.

    #229327

    Luka
    Moderator

    Het is nog steeds zijn woord tegen het hare, #MeToo

    Je bent slachtoffer van verkrachting en de rechter straft de dader. Zo gaat het dus vaak niet.
    Het verhaal van Lisa, Ana en Miranda, die op zoek gingen naar gerechtigheid.

    Ook in Nederland leiden ervaringen van seksueel geweld maar zelden tot de berechting van een dader.
    De eerste hobbel is de aangifte zelf. In Nederland doet ongeveer 13 procent van de slachtoffers aangifte, meldt het Centrum Seksueel Geweld.

    Onderzoeksbureau Regioplan onderzocht vorig jaar in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid wat de motieven zijn om wel of niet aangifte te doen. Schuldgevoelens, schaamte en een perceptie van machteloosheid – ‘Ik heb toch geen bewijs’ – bleken veel mensen ervan te weerhouden naar de politie te stappen.

    Die gevoelens worden versterkt doordat de verdachte in bijna 85 procent van de gevallen een bekende is – de ervaringen van Lisa en Ana op straat vormen de uitzondering.

    Lees dit premium artikel op volkskrant.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #233752

    Mark
    Moderator

    Hoe wordt een gepaste straf voor kindermisbruik bepaald?

    Zedenzaken waarbij kinderen zijn betrokken zorgen vaak voor onderbuikgevoelens. Geen straf is hoog genoeg, maar wat zijn eigenlijk de geldende wetten en bijbehorende strafmaten voor seksueel misbruik van minderjarigen?

    Het seksueel misbruiken van twee dochters vanaf hun geboorte, waaronder het seksueel binnendringen en masturberen in het bijzijn van de kinderen, leidde tot een celstraf van drie jaar, waarvan één voorwaardelijk. Een veelgehoorde reactie op het artikel over deze zaak was: waarom zo laag?

    “Zedenmisdrijven en de daarbij horende wetgeving zijn uiterst complex”, geeft landelijk officier Huiselijk Geweld en Zedenzaken Eva Kwakman, onmiddellijk toe. “Je hebt met zo veel factoren te maken. Wat is er gebeurd? Hoe vaak? Wat is het bewijs? En welke straf moet iemand krijgen?”

    Tel daarbij op dat dit vaak tegen de achtergrond van maatschappelijke onrust gebeurt. “Er is vaak sprake van heel veel begrijpelijke emotie, terwijl de politie neutraal onderzoek moet doen”, aldus Kwakman.

    De officier wil wel gelijk duidelijk maken dat Nederland een van de zwaarst straffende landen in Europa is, ook als het om zedenmisdrijven gaat. “Er zijn weleens lezersjury’s (willekeurige mensen die zittingen bijwonen en beoordelen, red.) die vinden vaak dat we te streng straffen als ze alle details kennen.”

    Naar type delict kijken om zedenzaak goed te begrijpen
    Om een zedenzaak die om kindermisbruik en de vervolging hiervan draait goed te kunnen begrijpen, is het goed om naar het type delict te kijken.

    Bij de meeste misdaden heeft er een misdrijf plaatsgevonden en is het aan de politie om de daders hiervan op te sporen.

    Bij zedenzaken is er juist al een naam van de verdachte of verdachten, en richt het onderzoek zich op de vraag of er sprake was van een misdrijf. In dit geval ontucht, en zo ja: welke onvrijwillige seksuele handelingen er hebben plaatsgevonden.

    Tel daarbij op dat de ontucht soms in een ver verleden heeft plaatsgevonden. “Er is dus vaak geen ondersteunend bewijs”, verduidelijkt Bart Swier, een in zedenmisdrijven gespecialiseerde advocaat. Dat zorgt ervoor dat hij cliënten duidelijk moet maken dat zaken moeilijk bewijsbaar zijn of sterker nog: dat het hem “enorm zou verbazen” als iemand ervoor veroordeeld wordt.

    “Zedenmisdrijven en de daarbij horende wetgeving zijn uiterst complex”
    Eva Kwakman, landelijk officier van justitie Huiselijk Geweld en Zeden

    In zedenzaken wordt vaak afgezien van vervolging
    Swiers verhaal vindt steun in een Kamerbrief (pdf) van minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) uit juni 2018. Daarin werd geconcludeerd dat in de periode 2015-2018 in gemiddeld 54 procent van de zedenzaken is afgezien van vervolging. In 75 procent van de gevallen was gebrek aan bewijs daarvoor de aanleiding.

    Een harde conclusie, maar Swier wijst erop dat in het strafrecht geldt dat één verklaring niet telt. “Eén getuige is geen getuige”, verduidelijkt hij. “Seksueel misbruik is zeer moeilijk te bewijzen. Het is vrijwel kansloos als het jaren geleden is gebeurd. Zeker als een verdachte ontkent.”

    Het is moeilijk om ontucht te bewijzen
    Maar als het dan toch tot een vervolging komt, is de volgende stap het aantonen van de ontucht. Sporen van verkrachting zijn, los van een seksuele overdraagbare aandoening (soa), tot zeven dagen na de gebeurtenis nog veilig te stellen.

    Maar wat als er sprake was van betasting of, zoals eerder gesteld, misbruik dat lang geleden heeft plaatsgevonden? Een belangrijk bewijsstuk in zaken die draaien om heel jonge kinderen is de verklaring van het slachtoffer zelf. “Want waarom zou een kind daarover liegen?”, verduidelijkt Swier.

    “Het lastigste is wel dat de verklaring van het slachtoffer zo min mogelijk beïnvloed moet zijn door anderen”, voegt Kwakman daaraan toe. “Als ouders horen van het misbruik, gaan zij hun kinderen – heel voorstelbaar – vaak uitgebreid vragen stellen. Dit kan de verklaring beïnvloeden, terwijl er voor een veroordeling geen enkele twijfel mag zijn.”

    Dankzij een beslissing van de Hoge Raad geldt de verklaring van een getuige die van het slachtoffer te horen heeft gekregen dat ze is misbruikt als ondersteunend bewijs.

    Een goed voorbeeld hiervan is de veroordeling van een man die zijn kleindochter heeft misbruikt, van 24 januari jongstleden. Het meisje vertelde in de auto aan haar moeder dat ze was misbruikt. De verklaring van de vrouw en een derde medepassagier werden door de rechter gebruikt bij de veroordeling van de man.

    De vier categorieën voor strafbepaling
    Categorie 1: Ontuchtige handelingen waarbij de minderjarige wordt geconfronteerd met seksuele handelingen zonder aanraking.
    Categorie 2: Ontuchtige handelingen waarbij er sprake is van aanraking.
    Categorie 3: Ontuchtig aanraken van de naakte geslachtsdelen en het oraal, vaginaal of anaal binnendringen anders dan met een geslachtsdeel.
    Categorie 4: Alle ontuchtige handelingen waarbij er sprake is van oraal, vaginaal of anaal binnendringen met een geslachtsdeel.

    Welke straf past bij welk delict?
    Het is aan de officier van justitie om de strafeis te bepalen. Ook hierbij gebruikt Kwakman het woord “complex”. “Er zijn seksuele handelingen die onder verschillende wetsartikelen vallen, met hun eigen strafmaximum. Daarom gaat de zedenwet ook aangepast worden. We gaan bij strafmaat zo veel mogelijk uit van de feitelijke gedraging.”

    Waar Kwakman op doelt, zijn de vier categorieën uit de richtlijn die het OM hanteert, elk met hun eigen zogenoemde strafbandbreedtes, met de vierde categorie als zwaarste. De richtlijn omvat onder meer alle ontuchtige handelingen tegen minderjarigen waarbij er sprake is van oraal, vaginaal of anaal binnendringen met een geslachtsdeel.

    Bij een oordeel wegen strafverhogende en verlagende factoren mee
    De bandbreedte is daarbij minimaal vijftien maanden en een maximum van vier jaar. Deze gaat uit van eenmalig misbruik door een meerderjarige die niet eerder iemand heeft misbruikt.

    Bij het oordeel wordt er vervolgens rekening gehouden met veel mogelijke strafverhogende en -verlagende factoren, zoals bijvoorbeeld recidive.

    Andere strafverzwarende factoren zijn bijvoorbeeld de leeftijd van het kind. De frequentie van het misbruik . Was er sprake van dwang, geweld en wat was de positie van de meerderjarige ten opzichte van het slachtoffer.

    Ter verduidelijking: de maximumstraf voor verkrachting van een minderjarige is twaalf jaar, en dat kan hoger worden door strafverzwarende omstandigheden.

    Zo kreeg Robert M. in 2013 negentien jaar cel en tbs. De voormalige kinderoppas en crèchemedewerker werd schuldig bevonden aan het misbruik van 67 zeer jonge kinderen.

    Robert M. werd in 2013 tot negentien jaar cel en tbs veroordeeld (Foto: ANP)

    Omstandigheden van delict zijn belangrijk voor het oordeel
    Juist de omstandigheden zijn belangrijk bij de strafeis, en bij het oordeel van de rechter.

    In de zaak van de vader die zijn dochters heeft misbruikt, werd er vastgesteld dat hij een laag IQ had, niet over een eerder strafblad beschikte, spijt betuigde en onder behandeling stond. Dat alles zorgde voor een straf die lager is dan het wettelijke strafmaximum.

    Mate van recidive is laag als het om misbruik gaat
    “Je wilt bij een zedenmisdrijf weten of er kans op is herhaling. Je wilt dat als iemand vrijkomt, het niet nog een keer gebeurt”, legt Kwakman uit. “Dus je wilt behandelen als dat nodig is.”

    “De mate van recidive bij zedenzaken is trouwens lager dan veel mensen denken. Zedendaders stoppen vaak als ze gepakt worden. Misbruik van kinderen komt ook lang niet altijd voort uit een stoornis, maar is in veel gevallen situationeel en een gevolg van andere problematiek.”

    Wat Kwakman bedoelt, is dat een van de ouders zich soms aan hun kinderen vergrijpt omdat die ‘binnen bereik’ zijn.

    De strafmaat in misbruikzaken zal daarmee altijd een onderwerp van gesprek zijn en is gebaat bij een heldere uitleg.

    Bron: nu.nl

    #233771

    Luka
    Moderator

    Rechter: Seksueel binnendringen kan ook digitaal gebeuren

    De rechtbank Limburg heeft een 55-jarige man uit Kerkrade veroordeeld voor het seksueel binnendringen van minderjarige meisjes, terwijl hij nooit fysiek contact had met zijn slachtoffers.

    De ontucht gebeurde via internet, waar hij meekeek via de webcam, terwijl hij zijn slachtoffers bij zichzelf handelingen liet verrichten.

    De uitspraak is opvallend, omdat minister Ferd Grapperhaus van justitie en veiligheid de Tweede Kamer eind 2017 nog liet weten dat ‘iemand dwingen tot het seksueel binnendringen bij zichzelf buiten de reikwijdte van het misdrijf verkrachting valt’. Wel zei de minister te werken aan een modernisering van de wet, zodat er meer duidelijkheid komt over die digitaal gepleegde zedenmisdrijven. Daar wordt nog steeds aan gewerkt op het ministerie.

    Lees verder op Trouw.nl >>

    #234382

    Luka
    Moderator

    Aangifte doen of melding maken van seksueel misbruik bij de politie, hoe gaat dat in Nederland?

    #236942

    Mark
    Moderator

    Van aangifte tot vonnis

    Bron: langzs.nl >>

    #237397

    LSG
    Beheer
    Topic starter

    Politie Podcast: Wat staat je te wachten als je slachtoffer bent van seksueel geweld en aangifte wil doen?

    Midden-Nederland – “We houden heel veel rekening met de wensen en behoeften van slachtoffers van zedenzaken. Als iemand belt, gaan wij niet als een olifant door de porseleinkast. We kijken eerst globaal wat er is gebeurd en nodigen iemand uit voor een informatief gesprek op het bureau.” Aan het woord is Yet van Mastrigt, zedenexpert van de politie. Samen met Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld, vertelt zij in de nieuwste Politie Podcast wat slachtoffers van seksueel geweld te wachten staat als zij de politie bellen, welke dilemma’s kunnen spelen voor het slachtoffer en welke zorg er is.

    “Als politie gaan we met zedenaangiften anders om dan met andere aangiften, omdat de verdachte vaak een bekende is van het slachtoffer, zoals een vader, trainer of leraar. Vaak gaat het om een 1 tegen 1 verklaring: er zijn geen getuigen. En bij slachtoffers spelen vaak gevoelens van schaamte en loyaliteit.”

    Informatief gesprek
    Van Mastrigt: “Om uit te zoeken wat er aan de hand is en het slachtoffer zo goed mogelijk te informeren, nodigen we iemand uit op het bureau voor een informatief gesprek met twee speciaal opgeleide zedenrechercheurs. We praten over wat er is gebeurd en wat we kunnen betekenen. Wij leggen uit dat er mogelijk sporen zijn die we veilig kunnen stellen en dat we bij een aangifte van seconde tot seconde willen weten wat er is gebeurd. De zedenrechercheurs helpen het slachtoffer zo goed mogelijk, maar het verhaal moet echt van het slachtoffer komen en het is belangrijk dat het ook de waarheid is. Het slachtoffer bepaalt daarna of hij/zij bedenktijd wil, en kan dan bijvoorbeeld overleggen met een slachtofferadvocaat of vertrouwenspersoon. Daarna hebben we weer contact.”

    “Stel je voor: je vader heeft jou misbruikt. Je komt bij de politie en hoort dat als je aangifte doet, wij mensen in je omgeving gaan horen. Zo’n hele familie komt overhoop te liggen. Dan kunnen er gevoelens van schuld en loyaliteit komen. Het is belangrijk dat je daarom in alle rust kunt overwegen of je aangifte wilt doen. Een strafproces kan ingrijpend zijn, maar het kan ook helpen als je wil dat de dader wordt gestraft of dat je wil voorkomen dat de vermoedelijke dader het bij iemand anders doet.”

    Regie bij het slachtoffer
    Van Mastrigt: “Het is de gedachte van de media, politiek, maatschappij dat ieder slachtoffer aangifte moet doen, dat iedere zaak moet worden opgepakt en dat iedere verdachte achter de dikke deur moet. En daar kan ik een heel eind in meekomen”, vertelt Van Mastrigt. “Maar wij hebben wel het verhaal van het slachtoffer nodig. En als het slachtoffer daar niet toe in staat is, ben ik blij dat de regie bij het slachtoffer ligt. Tijdens het seksueel misbruik was het slachtoffer die regie kwijt. Het is belangrijk dat wij die regie weer teruggeven.”

    Onderzoek zedenzaak
    Als het slachtoffer besluit om aangifte te doen, start het politieonderzoek. “We houden het slachtoffer op de hoogte van alle relevante momenten. We gaan bijvoorbeeld getuigen horen, doen onderzoek naar sporen op het plaats delict, onderzoeken computers, camerabeelden et cetera. Per zaak is het verschillend wat we precies kunnen delen over het onderzoek.”

    Is iedere zedenzaak strafbaar?
    Van Mastrigt: “We moeten iedere keer bekijken of een zaak strafbaar is. Het is echt maatwerk. Voor de wet speelt bij bijvoorbeeld aanranding of verkrachting dwang een rol. Of dat de verdachte had kunnen weten dat het gebeuren niet gewenst was. Als politie zijn we voor waarheidsvinding en strafrechtelijk onderzoek. Het kan gebeuren dat we een zaak niet kunnen oppakken, maar dat het slachtoffer wel doorgaat naar hulpverlening.”

    Hulp voor slachtoffers
    In het Centrum Seksueel Geweld werken alle partijen samen om slachtoffers goede zorg te geven. “Dat gebeurt zoveel mogelijk op één plek zodat het slachtoffer niet onnodig wordt belast. Met bijvoorbeeld steeds maar weer het verhaal vertellen of nog een keer uit de kleren voor een onderzoek”. Aan het woord is Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld. Wat de juridische status is van het seksueel geweld, wél of niet strafbaar, doet er voor het centrum niet toe. “Als iemand het zo heeft ervaren, kan hij of zij bij ons terecht. Altijd.”

    De politie en het Centrum Seksueel Geweld werken nauw samen. Bicanic: “Het eerst wat wij vragen als iemand ons belt is: wil je contact met de politie. Want dan gaan we dat direct regelen. Andersom is het net zo. Zij zullen aan acute slachtoffers vragen; heb je behoefte aan medische zorg of aan psychologische zorg.”

    Onderzoek arts
    Slachtoffers van seksueel geweld kunnen bij het geweld verschillende dingen oplopen. “Je kunt een soa oplopen, zwanger worden, lichamelijk letsel oplopen. Daarom is het zo belangrijk dat deze mensen zo snel mogelijk naar het centrum komen om daar door een arts te worden onderzocht.”

    Bicanic zegt dat bij seksueel geweld eigenlijk altijd haast geboden is. “De meeste mensen die slachtoffer zijn geworden, willen eigenlijk alleen maar naar huis, douchen en in bed liggen en alles vergeten. We zeggen dan: kom toch naar het centrum. Neem iemand mee. Ga niet je tanden poetsen. Neem je kleding mee in een papieren zak. Als je wil gaan plassen, vang het op, ga niet meer eten en drinken. In de eerste zeven dagen liggen er kansen voor het onderzoek, en die willen we zo goed mogelijk benutten.”

    Steun
    De zorg gaat verder dan medisch onderzoek, zegt Bicanic. “Mensen denken heel snel: ik word nooit meer de oude. Ik word gek in mijn hoofd. Al die herbelevingen waar ze last van hebben. Dan geven we ze ook uitleg daarover. Alles wat je nu voelt en denkt is heel normaal. Het blijft niet zo.”

    “Vier weken lang krijgen slachtoffers in ons centrum psychologische zorg. En als na vier weken blijkt dat het helemaal niet goed gaat, hetzelfde nog als dag 1, dan krijgen de mensen een traumabehandeling. Dat geldt voor iedereen. Van 0 tot 100. Met of zonder verblijfsvergunning. Iedereen is welkom.”

    Melding doen van seksueel geweld
    Bel de politie op 0900 8844 of 112 als iedere seconde telt. Ontdek meer over aangifte doen van zedenmisdrijven.

    Bron: politie.nl

    #240357

    Mark
    Moderator

    Als seksueel misbruik voor de rechter komt

    Let op, dit artikel beschrijft de situatie in België!

    Per dag worden in België 8 aangiftes gedaan van verkrachting. Slechts 1 op de 10 slachtoffers doet effectief aangifte. Het werkelijke aantal ligt dan ook veel hoger; naar schatting 80 verkrachtingen per dag. Hoe gaat het verder als daar gevolg aan wordt gegeven met een gerechtelijke procedure? En hoe kan het dat daders vaak onbestraft blijven?

    Hoewel de grote psychologische en fysieke gevolgen van verkrachting bekend zijn, leiden in België slechts 120 van de 3.000 jaarlijkse aangiftes daadwerkelijk tot een veroordeling. Dat cijfer ligt lager dan het Europese gemiddelde. België behoort daarmee tot de zeven Europese landen waarbij een aangifte het minst vaak leidt tot veroordeling.

    Tussen 2009 en 2011 werd 44% van de verkrachtingszaken bij het parket geseponeerd zonder gevolg: daarvan 56% wegens gebrek aan bewijzen en 17% omdat de dader onbekend was. Als andere redenen waarom verkrachtingszaken geseponeerd worden, werden onder meer het gedrag van het slachtoffer, de beperkte maatschappelijke weerslag of het feit dat het ging om een misdrijf van relationele aard (terwijl verkrachting binnen het huwelijk wel degelijk strafbaar is) als reden aangehaald om een zaak te seponeren, blijkt uit onderzoek van Amnesty International.

    Ook blijkt uit nieuw onderzoek van rechtspsycholoog André de Sutter dat 95% van de aangiftes wel degelijk echt is en vooral dat de meeste verkrachtingen geen typische gewelddadige verkrachtingen zijn zoals we ze kennen uit Hollywoodfilms.

    Wij spraken met Yente Neelen, doctoraatstudent seksueel strafrecht aan de UGent, en vroegen haar hoe dit eigenlijk allemaal in zijn werk gaat op juridisch vlak.

    Laten we beginnen met de bewijzen. Wat voor bewijs kan er gebruikt worden als seksueel misbruik leidt tot een strafzaak?
    “In principe kunnen er in strafzaken allerlei soorten bewijs aangebracht worden. Voorbeelden die gebruikt kunnen worden zijn vaststellingen door een geneesheer, die het slachtoffer heeft onderzocht. Of resultaten van de SAS, dat is de zogenaamde ‘seksueel agressie set’, waarmee gekeken wordt of er sporen van geweld of dna zijn achtergebleven op het lichaam van een slachtoffer. Daarnaast zijn er de verklaringen van de beklaagde, het slachtoffer en eventuele getuigen. Wanneer de politie huiszoekingen heeft gedaan, dan kunnen de resultaten daarvan ook als bewijs dienen. Tot slot zijn er nog de psychologische onderzoeken van beklaagde en slachtoffer.”

    “Over het algemeen vindt de rechter enkel een verklaring van het slachtoffer niet voldoende bewijs om iemand te veroordelen.”

    In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij aanranding zonder getuigen, kan het echter zo zijn dat er geen bewijs is. Wat als het enkel jouw woord is tegen dat van een ander?
    “De magistraat beoordeelt de bewijswaarde van een verklaring. Het gebeurt niet vaak, maar er is een beperkt aantal zaken waarbij consistente verklaringen van het slachtoffer als voldoende werden beschouwd en een dader veroordeeld kon worden. Maar over het algemeen vindt de rechter enkel een verklaring van het slachtoffer niet voldoende bewijs om iemand te veroordelen. Of een zaak sterk genoeg is om ermee naar een rechter te stappen, wordt bepaald door het vervolgingsbeleid van het betrokken parket. We hebben geen overzicht van de klachten die uiteindelijk bij de rechtbank terechtkomen, die gegevens zijn niet openbaar. Het parket heeft hier zicht op.”

    Hoe gaat de rechter te werk bij het nemen van een beslissing in een zaak rond seksueel misbruik?
    “De rechter heeft altijd de bevoegdheid om te individualiseren. De rechter bekijkt per zaak welke elementen er precies hebben meegespeeld. Binnen de wet is er altijd een minimum- en maximumstraf, en de rechter gaat op zoek naar een passende straf binnen de minimum- en maximumstraf. Bepaalde factoren spelen een rol in het vaststellen van de strafmaat, of die hoger of lager zal uitvallen. Zo’n factor kan bijvoorbeeld de leeftijd van het slachtoffer zijn, maar het kan ook de band tussen slachtoffer en dader zijn. Als er bijvoorbeeld een bepaalde relatie is tussen dader en slachtoffer kan het zijn dat de rechter daar ook rekening mee gaat houden. Maar dat verschilt van zaak tot zaak. De rechter is een neutraal, onpartijdig en onafhankelijk persoon, die al de feiten in acht moet nemen.”

    “Het is zo dat verkrachting op dit moment nog altijd automatisch gecorrectionaliseerd kan worden.”

    Hoe kan het dat een verkrachtingszaak soms nog heel licht bestraft wordt?
    “Dat moet in een groter geheel gekaderd worden. Het is zo dat verkrachting op dit moment nog altijd automatisch gecorrectionaliseerd kan worden. Dat wil zeggen dat een misdrijf dat in ons strafwetboek als misdaad wordt gekwalificeerd, geherkwalificeerd wordt tot een wanbedrijf waardoor de minimumstraf in de wet de maximumstraf in de realiteit wordt. Dat gebeurt automatisch en is het beleid in België. Minister van Justitie Koen Geens heeft wel plannen om dit te veranderen.

    Anderzijds is het ook zo dat er het strafuitvoeringsbeleid is. Door de aard van het misdrijf kan het zijn dat er bepaalde voorwaarden worden gekoppeld aan de straf. Dat komt ook voor bij seksuele misdrijven waarbij er bijvoorbeeld probatievoorwaarden gekoppeld worden aan de gevangenisstraf. Dit houdt concreet in dat de uitvoering van de gevangenisstraf uitgesteld wordt mits de opgelegde voorwaarden nageleefd worden. Een voorbeeld van een voorwaarde kan het volgen van therapie zijn, maar evengoed ook het uitvoeren van vrijwilligerswerk, contactverbod met het slachtoffer of het zoeken van werk. De gevangenisstraf moet worden uitgezeten wanneer de maatregelen niet nageleefd worden.”

    Uit onderzoek blijkt dat in 75% van de gevallen de verkrachter een bekende is voor het slachtoffer. Bij minderjarige slachtoffers kent 85% de dader. Wordt dat in de juridische praktijk ook duidelijk?
    “Uit internationaal onderzoek blijkt dat bij gerechtelijke zaken het grootste aantal zaken over bekenden gaat, dus daders die het slachtoffer kent. Dat is ook niet geheel onlogisch omdat, het gemakkelijker is om te vervolgen als de dader bekend is. Wanneer de dader onbekend is, is het veel moeilijker om over te gaan tot vervolging. Er is ook juridisch gezien dus meer bekend van zaken waarbij de slachtoffers de daders kennen.”

    “Studie heeft ook uitgewezen dat er een nauw contact moet zijn tussen de diensten die te maken krijgen met de slachtoffers.”

    Waar kunnen slachtoffer vandaag terecht?
    “In 2017 zijn er drie proefcentra opgericht voor slachtoffers van seksueel geweld in Brussel, Gent en Luik. Hier kunnen zowel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers van seksueel geweld terecht. Hulpverleners komen hier samen met politie en justitie onder een dak . Dus op een plaats kunnen ze de klacht neerleggen terwijl er ook de nodige medische en psychische toestand bekeken wordt. Studie heeft ook uitgewezen dat er een nauw contact moet zijn tussen de diensten die te maken krijgen met de slachtoffers.”

    De #MeToo-beweging begon een jaar geleden. Is er al iets veranderd?
    “Op juridisch vlak zijn er geen veranderingen op dit moment. In 2007 werd er een wet ingevoerd die specifiek over ongewenst seksueel gedrag op het werk gaat. Later, in 2014, kwam daar de seksismewet bij, die verder gaat dan de bestrijding van ongewenst seksueel gedrag op de werkvloer, maar ook betrekking heeft op straatintimidatie. Maar dat was dus voor MeToo.

    Op wetenschappelijk vlak is het heel moeilijk te zeggen of er veranderingen hebben plaatsgevonden. Wetenschappelijke onderzoeken starten eigenlijk nu pas, om te kijken of er iets veranderd is. Een voorbeeld van dergelijk onderzoek is het onderzoek naar de psychologisch impact op slachtoffers van seksueel geweld na de #MeToo-campagne.

    Er zijn natuurlijk wel maatschappelijke veranderingen, in die zin dat er meer getuigenissen aan het licht zijn gekomen en dat seksueel geweld meer aandacht krijgt. Maar juridisch zijn er dus geen veranderingen op dit moment. ”

    We weten nu iets meer over de juridische kant van seksueel geweld, maar seksueel geweld is uiteraard niet enkel een juridische zaak. Zoals Magda de Meyer, voorzitter van de Vrouwenraad een tijd geleden al tegen De Morgen zei: “Seksueel geweld is nog altijd een miskend probleem, omdat het vaak als een privézaak wordt afgedaan. Maar dat is het niet: het is een maatschappelijk probleem dat een dringende aanpak verlangt.”

    Bron: charliemag.be

    #240359

    Mark
    Moderator

    Ik ben seksueel misbruikt, dien ik klacht in of niet? (België)

    Wanneer iemand je verplicht heeft tot seksueel contact zonder dat jij dit wilde, kan je beslissen om klacht in te dienen. Je zaak wordt dan onderzocht. Als wordt vastgesteld dat je inderdaad geen toestemming gaf, kan deze persoon gestraft worden.

    Je kan een klacht indienen tot 15 jaar nadat het seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden. Ben je minderjarig op het moment van de feiten? Dan begint de 15 jaar pas te lopen op het moment dat je 18 jaar wordt.

    We zouden je zeker willen aanmoedigen om een klacht in te dienen. Weet wel dat het niet altijd eenvoudig is om de afwezigheid van toestemming aan te tonen. Een klacht indienen kan dan een lang en moeilijk proces worden en bovendien heb je geen garanties dat je de uitkomst krijgt waar je op hoopt of die je verdient. Laat dit je echter niet ontmoedigen, maar laat je zeker goed begeleiden en ondersteunen!

    Bron en meer informatie: fara.be

    #240965

    Mark
    Moderator

    De mythe van de valse aangifte

    Hoe vaak komt het eigenlijk voor, en in welke vorm?

    Het is een terugkerend thema in het #MeToo-tijdperk: wat als het (vermeende) slachtoffer liegt, en zo het leven ruineert van een vals beschuldigde? Maar is dit een reëel probleem? OneWorld sprak er Andre de Zutter over, die zijn promotieonderzoek naar valse aangiftes van verkrachting deed.

    onterecht beschuldigd te worden. Zo schoof bij RTL Late Night onlangs rechtspsycholoog Andre de Zutter aan, die onderzoek deed naar valse aangiftes, naast een onterecht van seksueel misbruik beschuldigde man. Die redactionele keuze, om een onterecht beschuldigd persoon uit te nodigen in plaats van bijvoorbeeld een slachtoffer dat niet geloofd werd, heeft belangrijke gevolgen voor de beeldvorming.

    Los van het strafrecht met haar onschuldpresumptie (grondbeginsel van het strafrecht, dat bepaalt dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen) staan we in onze persoonlijke levens vaak voor de morele keuze: geloven of niet geloven. De nadruk op vals beschuldigden in dit debat leidt tot meer scepsis en tot het niet geloven van slachtoffers – zelfs bij de politie. Maar hoe vaak komen valse aangiftes nu werkelijk voor, en in welke vorm?

    De cijfers
    In Nederland is geen grootschalig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar valse aangiftes. Volgens docent criminologie aan de Vrije Universiteit Andre de Zutter komt dat vooral doordat het een heel moeizaam proces is om toegang te krijgen tot de data die je als onderzoeker nodig hebt: gegevens van het Openbaar Ministerie, van Justitie en politie. Bovendien is het thema sterk gepolitiseerd.

    De meest betrouwbare cijfers komen volgens de Zutter uit de Verenigde Staten, waar ongeveer 5 procent van de aangiftes van seksueel geweld – verzameld van alle politiedepartementen van het land – als vals werden gelabeld. De Zutter: “Er is geen reden om te vermoeden dat de cijfers in Nederland enorm van die uit de VS verschillen.”

    Die 5 procent kan op twee manieren worden uitgelegd. Eén interpretatie is: 95 procent van de aangiften is écht, dus valse aangiftes zijn een heel klein probleem: waar hebben we het eigenlijk over? De andere interpretatie: één op de twintig is vals, dat is vijf keer zoveel als bij andere typen misdrijven, dus is het juist een heel groot probleem.

    Maar moeten we valse aangiften afzetten tegen het percentage valse aangiften bij andere misdrijven, of tegen het aantal werkelijke slachtoffers van verkrachting dat nooit gerechtigheid ziet? Slechts een klein deel van de slachtoffers doet überhaupt aangifte, en van dat kleine deel wordt in Nederland 80 procent geseponeerd (ofwel: het OM besluit niet te vervolgen) vanwege onvoldoende of geen bewijs voor een strafzaak.

    Slechts een klein deel van verkrachtingsslachtoffers doet überhaupt aangifte, en van dat kleine deel wordt in Nederland 80 procent geseponeerd

    De Nederlandse politie was niet blij met de resultaten van het promotieonderzoek van De Zutter: daaruit blijkt onder meer dat zedenrechercheurs niet beter zijn dan leken in het herkennen van valse aangiften van verkrachting, maar wél zelfverzekerder zijn in het beoordelen van verkrachtingsverhalen op waarheid.

    Zedenrechercheurs zijn niet beter dan leken in het herkennen van valse aangiften van verkrachting, maar wél zelfverzekerder

    De Zutters onderzoek laat zien dat de politie, die belast is met deze belangrijke taak, het vaak mis heeft. Er is vaak sprake van een ‘forensische bevestigingstendens’ – dat wil zeggen: de eerste indruk van een criminele zaak kan het politieonderzoek bederven. Als een rechercheur een aangever gelooft, zal hij of zij er alles aan doen om aan te tonen dat het is gebeurd, en andersom. “Hoe beter de politie wordt in het herkennen van valse aangiften, hoe gemakkelijker het wordt om bij aangifte het (vermeende) slachtoffer te geloven. Dan is enorme scepsis namelijk minder nodig, je hoeft niet zo bang te zijn dat er valse aangiften doorheen glippen.”

    ‘Politieagenten hebben een onterecht sceptische houding ten opzichte van echte aangiftes, en een te lichtgelovige houding tegenover valse aangeefsters’, schrijft De Zutter in zijn onderzoek. Bij de politie in Nederland circuleert volgens de onderzoeker het idee dat 80 procent van de aangiften vals is, omdat 80 procent van de aangiften niet tot vervolging leidt door het OM. “De conclusie was: bij geen officiële aangifte en/of vervolging, heeft er geen verkrachting plaatsgevonden.” Dit biedt de basis om aan te nemen dat de politie in eerste instantie eerder geneigd zal zijn een slachtoffer níet te geloven, dan wél, met alle nare gevolgen van dien.

    Hoe herken je een valse aangifte?
    De Zutter heeft op basis van zijn onderzoek een ‘tool’ ontwikkeld om valse van echte aangiften te kunnen onderscheiden. Zeker weten kan een beoordelaar het natuurlijk nooit, maar deze tool heeft een betrouwbaarheidsgehalte van zo’n 90 procent. Dat is aanzienlijk beter dan gokken.

    Uit zijn onderzoek blijkt dat verzonnen aangiften vaak minder gedetailleerd en minder uitgebreid zijn, en zijn gebaseerd op beelden en verhalen van verkrachtingen die populaire media uitlichten. Daar draait het vaak om een onbekende dader en veel fysieke dwang. In werkelijkheid zijn daders vaak bekenden en is er veel minder sprake van hevig geweld en verzet. Ook worden verkrachtingen in valse aangiften vaak als kortdurend omschreven (ongeveer een kwartier) terwijl verkrachtingen in werkelijkheid vaak langer duren, en gaat het vaak alleen om verkrachting in coïtale zin, terwijl er in de realiteit vaak ook andere seksuele handelingen plaatsvinden.

    Verkrachters vertonen in werkelijkheid ook vaak ‘pseudo-intiem’ gedrag: ze zoenen of complimenteren hun slachtoffers bijvoorbeeld. De Zutter: “In sommige gevallen biedt de verkrachter zelfs nog aan om het slachtoffer naar huis te brengen, omdat er op straat gevaar op de loer ligt.” Bij valse aangiftes wordt dat gedrag nauwelijks omschreven, omdat het ook weinig terugkomt in de media.

    De politie in Frankrijk gebruikt De Zutters methode al, in Nederland nog niet. Het risico is dat verkrachters zijn tool kunnen misbruiken door zich zo te gedragen dat hun aangevers niet worden geloofd, of dat valse aangevers hun verhaal juist geloofwaardiger kunnen maken.
    De volgende stap is meer degelijk en betrouwbaar onderzoek naar valse aangiftes. Volgens De Zutter is het probleem in omvang van niet geloofde, werkelijke slachtoffers groter dan het probleem van valse aangiften. “Maar ook voor de vals beschuldigden is het waardevol als er meer onderzoek komt naar het onderscheid tussen valse aangiftes en echte aangiften. Het mes snijdt aan twee kanten: het voorkomt valse beschuldigingen, maar ook dat slachtoffers onterecht niet worden geloofd.”

    Bron: oneworld.nl

    #241955

    Luka
    Moderator

    Jonge slachtoffers van seksueel misbruik worden te veel als volwassenen behandeld.

    In het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties zijn de rechten van kinderen vastgelegd. Op Amerika na, heeft ieder land in de wereld dit verdrag getekend. Ook Nederland. Maar houden we ons ook echt aan de internationale afspraken? Defence for Children monitort dat en komt op voor de rechten van kinderen. Nadat er steeds meer klachten op hun Kinderrechtenhelpdesk binnenkwamen over de manier waarop minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik in het strafproces worden behandeld, werd er een onderzoek gestart met financiering van het Fonds Slachtofferhulp. Wat blijkt? Twaalf- tot achttienjarigen worden in ons land te veel behandeld alsof ze volwassenen zijn. En dat kan écht niet.

    Om daders van seksueel misbruik van kinderen te kunnen veroordelen, is onderzoek heel belangrijk. Omdat er lang niet altijd meer fysiek bewijs –zoals sporen op het lichaam – is, is het verhoor van het slachtoffer een belangrijk onderdeel van dat onderzoek. Ook als het slachtoffer minderjarig is. Dat je die kwetsbare groep slachtoffers op een aangepaste manier moet behandelen staat in het VN-Kinderrechtenverdrag.

    “Die afspraken worden in Nederland goed nageleefd als het gaat om kinderen van nul tot twaalf jaar,” vertelt onderzoeker Ytje Minke Hokwerda. “Voor hen is er bijvoorbeeld een kindvriendelijke verhoorstudio met speelgoed en worden vragen door een speciaal opgeleide verhoorder gesteld om geen verdere schade aan te richten bij het kind. Zo hoort het! Maar wat meteen opviel tijdens ons onderzoek, is het enorme contrast vanaf het moment dat je twaalf bent. Je bent dan nog steeds minderjarig, een kind nog. Toch is er voor deze groep weinig geregeld waardoor ze te veel behandeld worden als een volwassene.”

    Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat zedenrechercheurs, officieren van justitie, rechters en advocaten, niet getraind hoeven te zijn om met deze minderjarige slachtoffers om te gaan. Daardoor krijgen tieners soms het gevoel niet te worden geloofd of wordt hun schuldgevoel aangewakkerd. Dat moet anders.

    Voorbeelden uit de praktijk
    “Van de professionals die we hebben geïnterviewd, horen we dat er soms erg botte vragen worden gesteld tijdens het verhoor”, zegt Hokwerda verontwaardigd. Met enige gêne noemt ze het voorbeeld van een 12-jarige jongen die is misbruikt door iemand die zijn opa had kunnen zijn. “Aan hem werd gevraagd of hij zich wel eens aftrekt. Vervolgens werd geïnsinueerd dat als hij dát doet, hij misschien ook wel gewoon seks met de 67-jarige wilde hebben.” Een kind moet vrijuit kunnen praten tijdens het verhoor. Als je niet op de juiste manier verhoort en een kind klapt dicht, zal het bovendien nog moeilijker worden om de zaak rond te krijgen voor de rechter.

    Twee keer slachtoffer
    Minderjarige slachtoffers, hun ouders en hulpverleners vertellen allemaal hetzelfde verhaal: door deze benadering gebeurt het dat slachtoffers zich niet serieus genomen voelen, aangetast worden in hun privacy en ontmoedigd raken of zich schuldig gaan voelen. Hierdoor zien ze soms maar helemaal af van aangifte. En doen ze die wel, dan wacht hen een soms traumatische en impactvol proces, want ook in de rechtszaal mogen weer vragen gesteld worden. Hokwerda: “Een geïnterviewde zedenrechercheur vertelt dat een advocaat van een verdachte, een minderjarig slachtoffer van verkrachting vroeg: ‘vertel eens meisje, hoe ben jij geneukt?’ Natuurlijk wordt er bezwaar gemaakt als zo’n vraag wordt gesteld, maar dan ben je al te laat.” Door deze manier van vragen stellen, word je eigenlijk een tweede keer slachtoffer, stelt de rechercheur. Je haalt een minderjarige voor wie het al heel moeilijk is om te praten over wat er is gebeurd, zo totaal uit haar evenwicht. “Ik ben helemaal niet tegen het stellen van kritische vragen, maar zoals de rechercheur uit het onderzoek ook zei, ze moeten wel goed worden ingeleid en op een nette manier worden gesteld.”

    Het eerste positieve nieuws is er al: naar aanleiding van dit rapport zijn in de Tweede Kamer vragen gesteld.

    Droombeeld 2020
    Er moet veel verbeteren, en zoiets kost tijd. Zeker omdat er zoveel partijen bij betrokken zijn. Met de onderzoeksresultaten onder de arm, kunnen we nu de volgende stappen zetten. “We hebben de komende maanden gesprekken gepland met bijvoorbeeld het OM, de Politie en mensen van het Ministerie. Samen gaan we kijken hoe we de situatie voor deze minderjarige slachtoffers kunnen verbeteren.” Hokwerda heeft goed voor ogen wat er over pakweg 5 jaar moet zijn verbeterd: “Voor de 12-plus groep, willen wij allereerst dat zij standaard verhoord worden in een ruimte die geschikt is voor hun leeftijd en dat zij alleen verhoord worden en spreken met mensen die daar specifiek voor zijn opgeleid en weten wat trauma met deze kinderen doet. Verder moeten ze goed worden voorbereid op het proces, door bijvoorbeeld informatiemateriaal te ontwikkelen dat voor jongeren leesbaar is, zodat ze begrijpen wat ze kunnen verwachten. Bovendien moet hun privacy goed worden beschermd. Tot slot vinden wij het belangrijk dat de jonge slachtoffers, als ze dat willen, gedurende het hele strafproces zelf geïnformeerd worden over wat er gebeurt en over de volgende stappen.”

    Kortom: een waslijst aan verbeterpunten. Wij geloven er in dat Defence for Children dit voor elkaar weet te boksen en daarom steunen we hen waar mogelijk. Het eerste positieve nieuws is er al: naar aanleiding van dit rapport zijn in de Tweede Kamer vragen gesteld. De minister van Veiligheid en Justitie heeft gezegd dat hij voor de Kerst met een schriftelijke reactie komt.

    Defence for Children
    Defence for Children is een internationale organisatie die opkomt voor de rechten van kinderen. Defence for Children bevordert kinderrechten in Nederland en daarbuiten op basis van het VNKinderrechtenverdrag. Daadwerkelijke versterking van kinderrechten kan alleen worden gerealiseerd als de rechten van kinderen vastgelegd zijn in wet- en regelgeving en er continu toezicht is op de naleving ervan. Daarom werken er bij de organisatie vooral juristen. Op het terrein van seksueel misbruik bij kinderen werken wij graag met hen samen.

    Bron: Fonds Slachtofferhulp >>

    #242850

    Mark
    Moderator

    Natacha Harlequin en Yet van Mastrigt over campagne meldingsbereidheid van slachtoffers van seksueel misbruik

    Aan tafel zit Spraakmaker Natacha Harlequin. Ze is strafrechtadvocaat en heeft ze zich gespecialiseerd in zedenzaken. We gaan praten over de meldingsbereidheid van slachtoffers van seksueel misbruik, want na de zomer start een campagne om die bereidheid te vergroten. Yet van Mastrigt, zedenexpert van de Nationale Politie, schuift aan om uit te leggen dat een melding niet altijd hoeft te leiden tot een aangifte.

    Beluister de uitzending op nporadio1.nl >>

    Lees ook het bijbehorende artikel ‘Melden seksueel misbruik: ‘Had ik het maar eerder gedaan’ >>

    #247219

    Luka
    Moderator

    Aangifte doen is vaak enorme drempel voor zedenslachtoffer. ‘Maar elke zaak doet er voor ons toe’

    Opa heeft mij jarenlang misbruikt, vertelt het kleinkind aan zedenrechercheurs. De stap naar de politie is na lange twijfel eindelijk gezet. Aangifte doen, wil kleindochter niet. Opa en oma vieren groots hun diamanten bruiloft. Een aangifte zal de familie verscheuren. En ach, opa is ook best een lieve man.

    Het praktijkvoorbeeld illustreert hoezeer slachtoffers van zedenmisdrijven geregeld klem komen te zitten, zegt Yet van Mastrigt, zedenexpert bij de nationale politie. Zedendaders zijn bijna altijd bekenden, familie, vrienden, zelden de enge man in de bosjes.

    De politie kampt bij de aanpak van zedenzaken met een forse achterstand. Zaken gaan niet zomaar op de plank. Wie zegt slachtoffer te zijn van een zedenzaak, krijgt altijd een gesprek. Dat informatieve gesprek gebeurt zoveel mogelijk binnen zeven dagen en bij spoed op de dag zelf.

    Inwendige sporen
    Het eerste gesprek wordt benut om te kijken of er sprake is van sporen die kwijt kunnen raken, zegt Ralf van den Heuvel, teamchef van de zedenpolitie Oost-Nederland. ,,Zoals camerabeelden of telefoongegevens. Indien noodzakelijk ondergaat het slachtoffer een forensisch medisch onderzoek om eventuele inwendige sporen vast te leggen. Een aangifte proberen we binnen vier weken op papier te krijgen.”

    Als het slachtoffer nadrukkelijk geen aangifte wil doen, zoals bij de ‘lieve opa’, dan accepteren we dat, zeggen Van Mastrigt en Van den Heuvel. ,,Als buitenstaander is het makkelijk gezegd: dit accepteer je toch niet. Dat wordt anders als je de afweging moet maken dat door jouw aangifte de familie overhoop wordt gehaald.”

    Ingezoomd
    Dat betekent niet dat de politie zonder aangifte de zaak zomaar laat rusten. Op opa wordt wel ingezoomd. Komt hij voor in de politieregistraties? Is de situatie veilig? Lopen er ook nu kinderen gevaar? Van Mastrigt: ,,Als opa beheerder blijkt te zijn van een speeltuin, dan kijken we er anders naar.’’

    De inhoud van het eerste gesprek, het informatieve gesprek wordt altijd voorgelegd aan de officier van justitie. Die kan beslissen dat ook zonder aangifte er toch een politie-onderzoek start.

    Veel aandacht
    Dankzij #MeToo, waarbij slachtoffers mannen publiekelijk via sociale media aanklagen, is er enorm veel aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Toch leidde dat niet tot een extra hausse aan aangiften. In de politiecijfers zie je geen #MeToo-effect, erkent Van Mastrigt. ,,#MeToo heeft pijnlijk duidelijk gemaakt wat wij al wisten. Seksueel misbruik was er al. En heel veel. Het is alleen zichtbaarder geworden.”

    De afdeling zeden van de politie Oost-Nederland telt 114 rechercheurs, plus een kinderpornoteam met 15 agenten. Er wordt gewerkt vanuit Apeldoorn, Arnhem, Enschede, Nijmegen en Zwolle. In Nijverdal en in Nijmegen beschikt de politie over een aparte verhoorstudio. Hier werken gespecialiseerde zedenrechercheurs met kinderen en kwetsbare mensen, slachtoffers van een zedendelict.

    Spoed of geen spoed
    Zaken worden onderverdeeld in twee categorieën: spoed of geen spoed. Als gevaar van herhaling of maatschappelijke onrust dreigt, wordt direct opgetreden. Zoals in dat zwembad in Arnhem, waar een stagiair van ontucht wordt verdacht. ,,De rest van de zaken is prio 2. De oudste zaak doen we naast de spoedzaken het eerst. Of dat nu een verkrachting is of aanranding maakt niet uit. Elke zaak doet er voor ons toe.”

    Zedenrechercheurs werken onder enorm hoge druk, zeggen Van Mastrigt en Van den Heuvel. ,,Je moet vitaal zijn om dit werk te doen. Slachtoffers weten naderhand exact hoe de gesprekken bij de politie zijn verlopen. Om elke dag de ellende van een ander aan te kunnen horen moet je zelf heel goed in je vel zitten. Elk jaar krijgen zedenrechercheurs een mental check-up door de psycholoog. Agenten worden ook niet bij zeden geplaatst. Dat zou niet goed zijn. Ze moeten zelf solliciteren. Er zijn gelukkig voldoende politiemensen die dit werk willen doen.”

    Alert op schennisplegers
    Een man die op straat met ontbloot geslachtsdeel staat te zwaaien. Soms zaait hij paniek en angst. Soms wordt de potloodventer honend weggelachen.

    Lang niet alle incidenten worden gemeld. Tot teleurstelling van de zedenpolitie.
    De politie reageert serieus op schennisplegers. Niet zelden groeien ze uit tot aanranders en verkrachters. Of zijn ze het al, zegt zedenexpert Yet van Mastrigt. ,,Het gaat me niet om de mannen die in het uitgaansleven dronken hun piemel aan de politie laten zien. Op de mannen die het uit een seksueel kick doen, moet je heel alert zijn. Het is belangrijk dat vrouwen het melden.”

    Bron: de Gelderlander >>

19 berichten aan het bekijken - 1 tot 19 (van in totaal 19)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.

gasten online: 11 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 1.840, reacties: 10.470, actieve leden: 677