Aangemaakte reacties
-
AuteurReacties
-
22 mei 2023 om 21:29 In reactie op: Koen Pieter van Dijk open over verleden met seksueel geweld: ‘Groot trauma’ #277081
Koen Pieter van Dijk: ‘Op mijn zeventiende werd ik verkracht door een grote, oudere man’
Presentator Koen Pieter van Dijk (30) wil de foute man inruilen voor een liever exemplaar. Al zit het duiveltje nog steeds in hem, omdat hij op zijn zeventiende verkracht is.
“Ik heb me ervoor geschaamd”, vertelt Koen Pieter in de nieuwe LINDA.
KOEN PIETER VAN DIJK
Koen Pieter valt vooral op mannen “van het type honderd-jaar-celstraf”, vertelt hij in het dubbelinterview met Frédérique Spigt. “Ze moesten in ieder geval niet zeggen dat ze van me hielden. Dan raakte ik in paniek, was ik weg.”Inmiddels is hij toe aan een liefdevolle relatie. “Maar het duiveltje zit ook nog in mij. Komt ook omdat ik op mijn zeventiende verkracht ben. Ik was nog niet uit de kast, dacht dat ik aan het chatten was met een beeldige surfdude van 25. Maar toen we uiteindelijk bij hem thuis afspraken, werd ik bruut verkracht door een grote, oudere man.”
THERAPIE
Levensbepalend, zegt hij nu. “Het was de hel. Door die verkrachting heb ik altijd een ongezond seksleven gehad. Ik was continu op zoek naar mannen die tegen me schreeuwden, die me sloegen en vastbonden – ik was feitelijk op zoek naar mijn verkrachter. Het was verschrikkelijk. Ik heb het lang niet durven vertellen, heb me ervoor geschaamd.”“Maar ik ben ervoor in therapie geweest. Het gaat elke dag beter met me en ik wil het nu vooral gaan gebruiken om voorlichting te geven aan jonge mensen. Of aan mensen die iets dergelijks hebben meegemaakt. Natuurlijk is het een trauma, maar ik ben nog altijd positief. Ik ben niet verzuurd en ik heb mijn humor niet verloren. Maar het geeft misschien wel aan waar mijn gedrag vandaan komt.”
Bron: Linda >>
PTSS-expert: ‘Traumabehandelingen zijn maatwerk’

Praten met getraumatiseerde mensen? Totaal zinloos, stelt de Nederlands-Amerikaanse PTSS-deskundige Bessel van der Kolk. Laat ze eerst maar weer leren hun lichaam te kalmeren, bijvoorbeeld met yoga. Zijn aanpak is omstreden, maar hij boekt er veel succes mee.
Er wordt tegenwoordig wat snel van een trauma gesproken, erkent Bessel van der Kolk, maar dan nog komt het veel voor. Naar schatting 8 tot 12 procent van de bevolking leeft met een echte posttraumatische stressstoornis (PTSS).
Deze mensen hebben een ingrijpende ervaring doorgemaakt zoals een verkeersongeluk of verkrachting, of zijn langdurig blootgesteld aan bijvoorbeeld oorlogsgeweld of verwaarlozing in de kindertijd.
Gebeurtenissen die nog lang diepe sporen kunnen trekken. In de geest en, volgens Bessel van der Kolk, vooral ook in het lichaam. Dat is soms over-alert: het staat als het ware nog altijd klaar om te vechten of te vluchten.
‘Heb je een trauma, dan is het probleem ten diepste dat je je niet veilig voelt in deze wereld, met name je lichaam niet,’ zo formuleert Bessel van der Kolk het. Hij is auteur van de bestseller The Body Keeps the Score, in het Nederlands vertaald als Traumasporen.
Trauma behandelen
Na enige aarzeling vertelt de Amerikaanse psychiater met de Hollandse roots dat zijn interesse in PTSS geen toeval is.Hij groeide op in het Den Haag van vlak na de oorlog, als kind van getraumatiseerde ouders. ‘Zij hielden hun hele leven last van de oorlog en van de gruwelijke armoede vóór die tijd.
Er waren geen sociale voorzieningen; was je arm, dan moest je maar zien hoe je overleefde. Vooral mijn moeder wist niet hoe ze moest ontspannen, of hoe ze moest omgaan met haar familie.
Ik denk met droefheid terug aan het ongelukkige leven dat ze heeft geleid. Als men in haar tijd wist wat we nu allemaal weten, had iemand haar trauma kunnen behandelen.’
Bessel van der Kolk is altijd geïnteresseerd geweest in zowel harde als sociale wetenschappen. Door te kiezen voor de psychiatrie kon hij zowel hersenwetenschapper als humanist zijn.
‘Ik heb allerlei behandelingen persoonlijk uitgeprobeerd, zoals psychoanalyse, lichaamsgerichte therapie en yoga, en ook uitvoerige wetenschappelijke studies gedaan naar het effect van medicijnen zoals Prozac, EMDR, neurofeedback en psychedelische drugs. Kortom, zo’n beetje alles wat ik nu mijn patiënten aanbied.’
U bent steeds meer met het lichaam gaan werken, en praten steeds meer gaan relativeren. U waarschuwt zelfs tegen ‘de tirannie van taal’.
Bessel van der Kolk: ‘Het is natuurlijk ontzettend belangrijk om na een trauma in een veilige omgeving te kunnen vertellen wat er met je gebeurd is. Vaak genoeg is een trauma een geheim dat eruit moet.Maar alleen praten en begrijpen waarom je pijn hebt, lost die pijn niet op. Het neemt de inprenting van angst en walging niet weg. Dat zijn primitieve lichamelijke reacties die uit een ander, niet-talig deel van het brein komen. Dus daar moet je je lichaam mee helpen.
Een traumareactie is een dierlijke vecht- of-vluchtrespons, met stresshormonen als motor. Bij mensen met een PTSS is daar iets fout gegaan: ze maakten een schokkende gebeurtenis mee waar niet tegen te vechten of van weg te vluchten was. Hun stressreactie is chronisch geworden, waardoor zij overdreven heftige reacties blijven vertonen.
Zij voelen de drang om te slaan of weg te rennen bij de kleinste voorvallen. Hun lichaam moet daarom eerst kalmeren. Als jouw baby ’s nachts huilend wakker wordt, ga je daar toch ook geen gesprek mee voeren?
Nee, je houdt hem vast, wiegt en troost hem, en daarmee herstel je het evenwicht op een heel elementair niveau. Daar moet de behandeling van PTSS ook mee beginnen.’
Dus de therapeuten in uw behandelcentrum wiegen en troosten de patiënten?
‘Nee, daar hebben we andere hulpverleners voor. Die geven onze patiënten massages, doen een zachte deken om hen heen, laten ze op een trampoline springen. Het is fascinerend om te zien wat dat laatste doet met kinderen met PTSS.Als die beginnen te springen of aanrakingen voelen, gaat hun taalgebruik vooruit. Ze ontwikkelen het vermogen om in complete en complexe zinnen te spreken.
Zolang die kinderen vervuld zijn van angst, gedragen ze zich als angstige diertjes. Maar wanneer het regulatiesysteem achter in de hersenen gekalmeerd raakt, gaat ook het voorste deel van het brein gezonder functioneren.
Er kan dan beter onderscheid gemaakt worden tussen verleden, heden en toekomst. En dan kan doordringen dat het gevaar in het heden is geweken.’
Was er een bepaald moment waarop u dacht: al dat praten leidt nergens toe?
‘Ik werd heel váák bekropen door het gevoel: verdorie, de patiënt en ik praten volop en we geven om elkaar in deze therapeutische relatie, maar toch knapt hij niet op. Dus ging ik op zoek naar nieuwe manieren om PTSS en sporen van trauma te behandelen.Ik was dertig jaar geleden de eerste behandelaar die het effect van Prozac bij PTSS bestudeerde. Toen ik tot de conclusie was gekomen dat het middel onvoldoende verschil maakte, begon ik andere dingen te onderzoeken.’
Dat was EMDR, indertijd nog zeer omstreden.
Bessel van der Kolk: ‘Inderdaad. Maar EMDR is een fantastische behandeling gebleken voor trauma en PTSS. Sommige mensen denken dat ik een EMDR-fanaticus ben, maar ik zie het bovenal als een techniek die deuren heeft geopend.Het is zó anders dan op je kont zitten en praten. Je zegt eigenlijk heel weinig; de patiënt roept het traumatiserende beeld in zijn herinnering op en volgt daarbij met zijn ogen jouw vinger die heen en weer gaat. En de herinnering verandert!
Maar er bleef een groep patiënten over bij wie EMDR niet werkte, dus moesten we weer verder zoeken. Zo kwam ik uit bij yoga. Ook dat helpt sommige mensen, maar evenmin iedereen. Je hebt gewoon een heel arsenaal aan trucs nodig, want niet één behandelingsmethode werkt altijd en bij iedereen.’
Hoe kan yoga getraumatiseerde mensen helpen?
‘Dankzij yoga kun je meer accepterend worden over jezelf en je emoties; meer in het hier en nu komen. Yoga betekent mindful zijn, je adem reguleren en je lichaam voelen: drie wezenlijke componenten van beter worden.Het kan ook helpen om de triggers in je lichaam te accepteren. Neem de “happy baby-houding”. Je doet daarbij je benen in de lucht en spreidt die zo wijd mogelijk, je onderbuik naar boven gericht. Dat is géén fijne houding als je seksueel misbruikt bent.
Maar je kunt niet echt in je lichaam wonen als je jezelf niet kunt openen. Dus vragen wij mensen met PTSS om het langzamerhand te proberen, heel voorzichtig: knieën omhoog, rustig ademend.
Een patiënte vertelde hoe zij toen écht aan den lijve kon ervaren dat er niets vreselijks meer gebeurt. Zo’n nieuwe reële ervaring in het hier en nu overschrijft de oude, irreële angst dat ze weer verkracht wordt. En dan kan er iets helen.’
Is praten nog wel nodig?
‘Zeker. Mensen met een trauma schamen zich vaak en begrip en zelfliefde is dan hard nodig. Praten helpt daarbij. Maar bij trauma is dé grote uitdaging om het lichamelijke gevoel van veiligheid te herstellen.Uit breinonderzoek blijkt dat wanneer mensen flashbacks hebben van hun traumatische ervaring, het hele verbale deel van hun brein blokkeert. Ze zijn dan weer helemaal dat angstige dier wiens leven in gevaar is.
Het zijn dit soort onderzoeksuitkomsten die mij ertoe brachten dingen te gaan proberen waarbij het gesprek niet zo’n rol speelt. We wisten uit de praktijk al dat mensen die zijn verkracht door hun vader, een aanslag hebben meegemaakt of in een concentratiekamp hebben gezeten, daar vaak niet over kunnen praten. Je móét daarom wel een andere ingang dan de taal zien te vinden.
Wat mij altijd weer diep raakt bij mijn patiënten, is dat ze hun lichaam nauwelijks voelen. Daardoor herkennen ze ook signalen als moeheid, pijn en blijheid niet.
Al die emoties zijn lichaamsgebaseerde ervaringen. Dat verklaart waarom getraumatiseerde mensen vaak zo weinig betrokken overkomen: ze kúnnen zich niet echt levendig, betrokken of blij voelen.’
Waarom is er zo veel controverse rond uw persoon geweest?
Bessel van der Kolk: ‘We waren het eerste centrum ter wereld dat yoga toepaste bij een groep zeer chronische traumapatiënten die al jaren geen vooruitgang boekten. Hun symptomen verminderden met gemiddeld 30 procent.Ook neurofeedback onderzochten we bij zo’n resistente groep patiënten, en weer zagen we een afname van gemiddeld 30 procent van de klachten.
Samen zingen, bewegen, ritmes aannemen, blijkt sommige patiënten ook te helpen. Maar mensen zijn bang voor nieuwe zaken. Als je komt met iets waaraan niemand nog gedacht heeft, ontmoet je scepsis.
De eerste keus-traumabehandeling in de VS is nu cognitieve gedragstherapie – dat wordt het meest onderwezen. Maar in mijn kringen, die vrij groot zijn, doet niemand dat. PTSS-klachten nemen er gemiddeld met een derde mee af, ongeveer net zoveel als met een placebo. Dat is niet goed genoeg!
EMDR doet het beter, maar dat vonden mensen in het begin maar raar. Daarbij wiebel je met je vingers, en respectabele mensen wiebelen niet met hun vingers.
Nu werken we weer met psychedelische drugs: nog raarder! Maar een middel als MDMA leidt tot diepe lichamelijke ervaringen, waardoor mensen met PTSS eindelijk durven voelen wat ze altijd hebben tegengehouden.
Onder veilige omstandigheden kunnen ze terug naar een gebeurtenis in het verleden om te ontdekken: ja het is gebeurd, maar het is nu weg. Trauma is niet wat er met je gebeurd is, maar wat er nog steeds met je gebeurt terwijl je een gevoel ervaart.’
De vraag is dus vooral: wat werkt voor wie?
‘Precies. En dat is deels een kwestie van temperament van de cliënt; je moet samen zoeken naar de passendste behandeling. Gelukkig werk ik in een kliniek waar we het hele scala aan behandelingen bieden; daarom knappen bij ons gemiddeld meer mensen op.Op de universiteit krijgen behandelaars nog steeds vaak “formules” aangeleerd: dit werkt bij deze aandoening. Onze missie is dat therapeuten meerdere methodes kunnen gebruiken in hun werk.
Zij moeten de patiënt helpen in het hier en nu te komen, en er is niet één “beste manier” om dat te bereiken. Als je ooit iemand hoort beweren dat hij hét antwoord op trauma heeft, geloof hem dan vooral niet.’
Bron: Psychologie magazine >>
KIB kan zowel therapeut als cliënt ondersteunen bij ontwrichte behandeling
Een ggz-behandeling kan een intens traject zijn, zowel voor de cliënt die de behandeling ondergaat als voor de betrokken therapeut(en). In sommige gevallen doet de situatie zich voor dat een traject volledig stagneert, en de cliënt samen met de therapeut of het behandelteam niet verder komt. Er kan sprake zijn van ontwrichtend gedrag en de behandelrelatie kan zijn aangetast. In deze gevallen kan een Kliniek voor Intensieve Behandeling – ofwel KIB – ondersteuning bieden aan de cliënt en/of de zorgprofessional(s), met als doel om de weg naar herstel alsnog te kunnen voortzetten.
De Klinieken Intensieve Behandeling zijn een derdelijnsvoorziening in het ggz-zorglandschap. De experts van de KIB’s bieden directe en indirecte zorg aan zowel professionals als cliënten in de ggz. Zij bieden onder andere consultatie, second opinion, in-company teamtrainingen, observatie en diagnostiek en tijdelijke opname.
De cliënten of patiënten die door een KIB worden begeleid zijn doorgaans volwassenen (soms jongeren) met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) in combinatie met gedragsproblemen en intensieve zorgbehoeftes. Zij verblijven vaak al geruime tijd in de klinische ggz. Het belangrijkste overeenkomstige kenmerk van KIB-cliënten is dat er sprake is van een ontwrichte behandelrelatie. Er is sprake van een zodanig problematische wisselwerking tussen de cliënt en zijn omgeving dat het systeem waarvan hij deel uitmaakt, dreigt te desintegreren. Mede als gevolg van de heftigheid en aanhoudendheid van het probleemgedrag is de behandelrelatie ontregeld. Pogingen om de interactie om te buigen in een positieve, constructieve richting hebben niet tot resultaat geleid.
Complexe en/of meervoudige problematiek
Het gaat vaak om cliënten met complexe meervoudige psychische problematiek en vaak een langdurige psychiatrische voorgeschiedenis. Voorgaande behandelingen hadden onvoldoende resultaat. De KIB’s zien onder meer cliënten met:• Psychotische stoornissen, waarbij sprake is van ernstige gedragsproblematiek zoals (fysieke/verbale) agressie, (fysieke/verbale) bedreigingen en (seksuele) intimidatie;
• Ernstige persoonlijkheidsstoornissen, dissociatieve stoornissen en traumagerelateerde problematiek waarbij onder andere ‘acting out’, zelfdestructief en suïcidaal gedrag op de voorgrond staat zoals snijden, branden, stranguleren, bonken en het innemen van (brandende, giftige) stoffen en voorwerpen;
• Autismespectrumstoornissen.
Gerichte ondersteuning
Het doel van een KIB is om de hulpverlening in de reguliere ggz zo te ondersteunen en te adviseren dat zij de behandeling op een positieve manier kunnen voortzetten ófwel dat de KIB de behandeling tijdelijk overneemt om de behandelimpasse te doorbreken. In beide gevallen is het uiteindelijke doel de relatie tussen patiënt en hulpverlening zodanig te herstellen dat de patiënt met ondersteuning van de hulpverlening kan werken aan zijn herstel.Een aantal manieren waarop een Kliniek Intensieve Behandeling kan helpen, zijn:
• Door het ondersteunen van een behandelteam en cliënt in het inzetten van een andere benadering;
• Door beide partijen een time out te bieden;
• Door iemand een tijdlang in een ander gestructureerd behandelklimaat de kans te geven tot rust te komen;
• Door het verwijzend behandelteam duurzame tools te geven hierin te ondersteunen;
• Door de juiste randvoorwaarden voor herstel te creëren, zodat de cliënt terug of verder kan.Meer informatie over de mogelijkheden van KIB’s vind je in de folder KIB in de Keten of op de website van KIB Nederland.
Bron: GGZ.nl >>

‘Belangrijke stap’ gezet om afbouwen antidepressiva te verbeteren
Donderdag, 11 mei 2023Vanaf vandaag beschikken artsen, apothekers en patiënten over een uitgebreide handleiding om het gebruik van alle antidepressiva veilig af te bouwen. Veel artsen missen de kennis om mensen hierbij te begeleiden, hoewel deze medicijnen veelvuldig worden voorgeschreven.
De wetenschappelijke beroepsverenigingen van psychiaters, huisartsen, apothekers en patiëntenkoepel Mind hebben daarvoor nu richtlijnen geformuleerd. In 2018 stelden ze al afbouwrichtlijnen samen voor veelgebruikte antidepressiva. Met de nieuwe handleiding is er ook een helder stappenplan voor de overige antidepressiva.
De behoefte aan verbetering van het afbouwproces is groot omdat veel mensen antidepressiva gebruiken. Zo slikken 250.000 mensen ze langdurig. Het gaat dan naast mensen met een depressie ook om mensen met angststoornissen, PTSS of neuropatische pijn.
Voorkomen van terugval vereist precisieVeel mensen willen op een bepaald moment stoppen. Soms omdat mensen al jaren geen depressie meer hebben gehad en willen proberen of ze ook zonder medicatie kunnen. Andere redenen kunnen de bijwerkingen zijn, zoals traagheid of een verlaagd libido.
Afbouwen is echter niet altijd eenvoudig. Als de afbouw te snel gaat, kunnen mensen terugvallen in een depressie of een psychose. Maar er zijn ook onttrekkingsverschijnselen zoals grieperigheid, slaapproblemen en hartkloppingen. Die zijn niet per se een voorbode van een terugval, maar kunnen wel angst opwekken bij patiënten. Soms moeten de doseringen daarom over een langere periode stapsgewijs verlaagd worden.
Ook kunnen er psychische klachten optreden. Als die een week na de afbouwperiode aanhouden, is er kans op een terugval. Daar moet een arts scherp op zijn.
“Dus in deze handleiding wordt naast richtlijnen rondom de doseringen ook uitgelegd op welke signalen artsen moeten letten om tijdens het afbouwen op tijd te zien of er een terugval dreigt”, vertelt Eric Ruhe. Als psychiater aan het Radboudumc en namens de beroepsvereniging van psychiaters schreef hij mee aan het document.
‘Belangrijke stap’
“Op deze manier hopen we dat meer artsen het aandurven om mensen te begeleiden. Want als je de stappen volgt, zal je een heel eind komen. En als je er niet uitkomt, kun je overleggen met een psychiater of apotheker. Dat is ook het mooie van deze multidisciplinaire handleiding, het is echt een gezamenlijke onderneming van de verschillende disciplines.”
Ook psychiater en hoogleraar Christiaan Vinkers van het Amsterdam UMC, die niet betrokken was bij het samenstellen van de handleiding, is enthousiast. “Dit kan echt een belangrijke stap zijn in het breed toegankelijk maken van de mogelijkheid van afbouwen, mits dat verstandig is. Het zal lang niet bij iedereen kunnen.”
Als medeoprichter van een van de weinige gespecialiseerde afbouwpoli-klinieken doet zijn stem ertoe. “Je ziet sinds tien jaar dat er een kentering in het denken over afbouwen is. En deze handleiding is daarvan een concreet voorbeeld”, aldus Vinkers. “Vroeger waren artsen vooral blij dat er een goedwerkend medicijn was. Over afbouwen werd toen nauwelijks nagedacht. Die tijd is voorbij.”
Naast het document voor artsen en apothekers is ook informatie voor patiënten en naasten ontwikkeld door de patiëntenvereniging. Daarin staat voor patiënten overzichtelijk en helder uitgelegd wanneer en hoe je kunt stoppen met antidepressiva, welke verschijnselen je kunt verwachten, hoe je je kunt voorbereiden op afbouw en stoppen en welke hulp er mogelijk is.
Bron: NOS.nl >>

Internationale lof voor Klokhuis-aflevering over ongewenste aanrakingen
Het NTR-kinderprogramma Het Klokhuis is wereldwijd in de aandacht gekomen dankzij een recente aflevering over ongewenste aanrakingen bij kinderen.
Zo is de aflevering geselecteerd voor Input 2023, een groot evenement in Taiwan voor publieke omroepen wereldwijd, en viel de aflevering in Japan in de prijzen op het bekendste educatiefestival van de wereld. Ook werd de aflevering genomineerd voor een Gouden Roos, een van de meest prestigieuze tv-prijzen in Europa.
In Je lijf is van jou spreekt presentator Nizar El Manouzi met een kinderpsycholoog en een slachtoffer van kindermisbruik over aanrakingen en de grenzen die daarbij horen. Er wordt onder meer uitgelegd dat volwassenen kinderen niet zomaar overal mogen aanraken en dat het niet de schuld is van het kind als dat toch gebeurt.
Evenwichtsoefening
Op sociale media zijn docenten en ouders lovend over de manier waarop Het Klokhuis het onderwerp bespreekbaar maakt. Dat merkt ook eindredacteur Anneke Dorsman. “Misbruik van kinderen is een van de ergst denkbare onderwerpen om te bespreken. Maar het is wel iets dat veel kinderen overkomt”, zegt ze tegen het ANP. Volgens cijfers van de Nationaal Rapporteur Seksueel Geweld tegen Kinderen krijgt een op de drie de kinderen voordat ze 18 zijn te maken met ongewenste aanrakingen.Volgens Dorsman was het maken van de aflevering een behoorlijke uitdaging, onder meer omdat de makers kinderen niet onnodig angstig wilden maken: “Het was een flinke evenwichtsoefening om dat op een goede manier te doen. Je wilt waarschuwen voor wat er kan gebeuren, maar je wilt kinderen tegelijkertijd niet bang maken voor intimiteit en seks.” Kinderpsycholoog Iva Bianic, die ook in de aflevering te zien is, was daarom ook nauw betrokken bij de voorbereiding van de aflevering.
Naast de interviews is ook het lied ‘Een soort van’ te horen, geschreven door Jurrian van Dongen en gezongen door Marie-Mae van Zuilen. Dat nummer beschrijft de gevoelens van een meisje dat misbruikt wordt door een kennis. Een soort van werd deze week beloond met de Willem Wilmink Prijs voor het beste kinderlied.
Je lijf is van jou is terug te kijken op de website van het Klokhuis.
Bron: NOS.nl >>
Langdurige lichamelijke bijwerkingen en klachten bij PTSS

De langdurige lichamelijke bijwerkingen van PTSS (post traumatische stressstoornis) zijn minder bekend en worden minder besproken omdat PTSS vaak wordt gezien als een mentale gezondheidsaandoening. Hierdoor ligt de focus voornamelijk op de psychologische symptomen en behandelingen. Lichamelijke symptomen worden dan ook vaak genegeerd of toegeschreven aan andere oorzaken.
Chronische pijn
Als je PTSS hebt dan ervaar je ook vaker chronische pijn, vaak in de vorm van hoofdpijn, rugpijn, spierpijn en gewrichtspijn. Als je constant gespannen bent en ‘aanstaat’ krijgt het lichaam onvoldoende rust. Ook is er de hypothese dat PTSS leidt tot veranderingen in de manier waarop ons lichaam stress en pijn verwerkt. Dit kan leiden tot fysieke spanning in het lichaam, waardoor spieren gespannen en stijf worden, wat op zijn beurt weer zorgt pijn en ongemak.“Ik heb PTSS en heb veel last, vooral in mijn rug en nek, als gevolg van de constante spanning die ik voel.”
Slaapproblemen
PTSS kan leiden tot slapeloosheid en andere slaapproblemen, waardoor vermoeidheid en uitputting ontstaan. Dit kan te wijten zijn aan de verhoogde alertheid en angst die vaak gepaard gaan met PTSS, waardoor het moeilijker wordt om in slaap te vallen of door te slapen. Bovendien kan de herbeleving van traumatische gebeurtenissen in nachtmerries de slaapkwaliteit negatief beïnvloeden. Een andere mogelijkheid is dat PTSS gepaard gaat met een verstoring van de biologische klok, die het slaap-waakritme regelt.“Ik slaap slecht en weinig waardoor ik minder honger heb en overdag minder doe.”
Problemen spijsverteringsstelsel
Als je PTSS hebt, kun je vaker last hebben van problemen zoals prikkelbare darmsyndroom, maagpijn en misselijkheid. Er zijn verschillende theorieën over waarom deze symptomen vaker voorkomen bij PTSS. Een theorie is dat de fysieke en emotionele stress die gepaard gaat met PTSS het spijsverteringsstelsel kan beïnvloeden en de beweging van de darmen kan verstoren. Een andere theorie is dat de symptomen van prikkelbare darmsyndroom en maagpijn kunnen worden veroorzaakt door ontstekingen en veranderingen in de bacteriële samenstelling van de darmen, die op hun beurt kunnen worden beïnvloed door PTSS. Meer onderzoek is nodig om het precieze verband tussen PTSS en prikkelbare darmsyndroom en maagpijn te begrijpen.Hart- en vaatziekten
Onderzoek heeft aangetoond dat PTSS het risico op hart- en vaatziekten kan verhogen. PTSS kan leiden tot verhoogde activiteit in het sympathische zenuwstelsel en een verhoogde productie van stresshormonen, zoals adrenaline en cortisol. Dit kan leiden tot verhoogde hartslag, bloeddruk en ontstekingsniveaus, die op hun beurt kunnen leiden tot beschadiging van de bloedvaten en verhoogd risico op hartaandoeningen en beroertes. Bovendien vertoon je vaker risicovol gedrag, zoals roken, alcohol- en drugsgebruik en gebrek aan lichaamsbeweging, wat ook kan bijdragen aan het hogere risico op hart- en vaatziekten.“Ik heb vaak hartkloppingen door mijn triggers. Om dit tegen te gaan drink ik soms een glaasje sterke drank. Dat helpt mij om te kalmeren.”
Verzwakt immuunsysteem
PTSS kan het immuunsysteem verzwakken, waardoor je vatbaarder kunt zijn voor infecties en ziekten. Dit kan komen door de langdurige stress en ontregeling van het autonome zenuwstelsel die gepaard gaat met PTSS. De constante afgifte van stresshormonen, zoals cortisol, kan leiden tot chronische ontstekingen en onderdrukking van het immuunsysteem. Bovendien kan PTSS leiden tot veranderingen in je slaap (zoals hierboven ook al is beschreven) en voeding en levensstijl die allemaal bijdragen aan een verzwakt immuunsysteem.“Mijn moeder heeft PTSS en is echt heel vaak ziek. Ik heb er nooit bij stil gestaan dat PTSS mogelijk een oorzaak was.”

Auto-immuunziekten
Er is ook onderzoek dat suggereert dat PTSS geassocieerd kan worden met auto-immuunziekten, zoals reumatoïde artritis en lupus. Dit onderzoek suggereert dat chronische stress de immuun functie kan veranderen en kan leiden tot een toename van ontstekingsreacties in het lichaam. Dit kan vervolgens bijdragen aan de ontwikkeling van auto-immuunziekten. Hoewel meer onderzoek nodig is om deze associatie volledig te begrijpen, benadrukt dit de noodzaak om goed te letten op je lichamelijke gezondheid.Voorkom lichamelijke klachten door PTSS
Het is belangrijk om iets aan PTSS te doen omdat de aandoening gepaard kan gaan met een verhoogd risico op lichamelijke klachten. Behandeling van PTSS kan deze fysieke klachten verminderen en zo de algehele fysieke gezondheid verbeteren. Het is belangrijk om te benoemen dat niet iedereen met PTSS alle genoemde bijwerkingen zal ervaren en dat sommige mensen helemaal geen lichamelijke bijwerkingen hebben.Bron: Gezondheid.nl >>
DEZE ZEDENRECHERCHEURS VERHOREN JONGE KINDEREN: ‘VALT GEWICHT VAN SCHOUDERTJES AF’

Jonge kinderen zijn vaak enorm opgelucht als ze over iets naars vertellen dat ze (lang) geheimhielden, merken zedenrechercheurs Pieter Melsen en Wouter Vaessen in hun werk. Ze schreven er een kinderboek over.
In Sam en het niet-leuke geheim worstelt een jongen met een vervelend geheim. En dat blijft maar groeien, omdat hij er niet over durft te praten.
GEHEIMEN
Melsen en Vaessen zijn studioverhoorders bij de zedenpolitie in Rotterdam en Limburg. Ze zijn onder andere gespecialiseerd in gesprekken met kinderen tussen de vier en twaalf jaar die mogelijk het slachtoffer zijn van seksueel misbruik. “Als kinderen op het politiebureau komen, gaan ze vaak letterlijk gebukt onder het geheim wat ze met zich meedragen”, vertelt Melsen. “Als wij dan de juiste vragen stellen, en ze er tóch over durven te vertellen, zie je vaak dat ze achteraf enorm opgelucht zijn en soms zelfs vrolijk. Het is bizar wat er aan gewicht van die schoudertjes afvalt.”Bij kinderen worden andere verhoortechnieken gebruikt dan bij volwassenen. Ze zijn kwetsbaarder en eerder geneigd om mee te praten, leggen de zedenrechercheurs uit. Het lijkt een ingewikkeld beroep. “Zeden is een vak apart”, beaamt Vaessen. “Het klinkt misschien gek, maar met kinderen praten over dit soort problemen is heel mooi om te doen. Voor ons is er niets mooiers dan als je door middel van de juiste vraagstelling het vertrouwen van het kind kunt winnen zodat hij of zij in volledige vrijheid kan vertellen.”
“Natuurlijk is het wel zwaar werk”, vult Melsen aan. “En het zijn ook zeker schrijnende zaken die je tegenkomt. Maar als ik een kindje heb kunnen helpen dat een heel zwaar geheim bij zich draagt, dan is dat prachtig.”
MONSTER
Kinderen denken in andere scenario’s dan volwassenen, gaat Melsen verder. “Voor kinderen is geheimen delen niet zo vanzelfsprekend. Ze denken al snel: als ik dit niet-leuke geheim vertel, wordt mama boos of verdrietig. Soms kan dat ook ingefluisterd zijn.” De agenten wilden hun kennis over dit soort moeilijke gesprekken graag met meer kinderen én hun ouders delen. Vaessen: “We zijn allebei wel creatieve geesten. Op een dag reden we naar huis, en zeiden we tegen elkaar: ‘Kunnen we hier niet meer mee doen?’”Na zestien jaar geen penseel aangeraakt te hebben, pakt Melsen zijn oude hobby weer op. Hij begint te tekenen, en het idee voor hun kinderboek is geboren. Het geheim van hoofdpersoon Sam neemt hierin de vorm aan van een groen monstertje. “Eerst was hij paars en heel gemeen”, vertelt Vaessen. “In onze gesprekken met klinisch psycholoog Iva Bicanic legde ze ons uit dat geheimen niet gemeen zijn, en je niet bijten. Ze zijn vervelend: hangen aan je been, zorgen dat je buikpijn krijgt en niet meer kunt slapen.”
Het monster wordt steeds groter. Vaessen: “Net als geheimen voert hij met de tijd steeds meer druk op het kind uit. Iva vertelde ons dat kinderen vaak nare ervaringen wegstoppen als coping mechanisme. Zo van: ik denk er niet meer aan, en dan gaat het vanzelf weg. Dat lukt niet, want een geheim komt altijd terug. De enige remedie is dat je iemand uitkiest aan wie je het vertelt.”
Sam en het groene monstertje. Illustratie: Pieter Melsen.

SIGNALEN
In het boek wordt niet duidelijk wat voor geheim Sam bij zich draagt. Een bewuste keuze. Melsen: “Kijk, het is geschreven door twee zedenrechercheurs. Maar we wilden een boek maken dat zoveel mogelijk kinderen kan helpen. Ja, het kan over seksueel misbruik gaan, maar ook over heel veel andere dingen. Daarnaast moet het vooral leuk zijn om te lezen.”Hoe herken je dat je kind met een geheim rondloopt? Melsen: “Je ziet bijvoorbeeld dat kinderen boos worden om niets, veel huilen, slecht slapen en minder presteren op school. Natuurlijk kan dat ook op iets anders duiden, maar je ziet dat soort gedag ook terug in het boek. Sam gooit met zijn lego als zijn moeder hem ergens op aanspreekt, en hij slaapt steeds slechter.”
Uiteindelijk lucht de jongen zijn hart bij de meester. “We willen daarmee laten zien dat kinderen het dus niet altijd aan papa of mama hoeven te vertellen”, zegt Vaessen. “Het mag ook aan een ander die je vertrouwt.”
REAGEREN
Als je een kind wilt uitnodigen tot gesprek, moet je eerst vertrouwen winnen. Vaessen: “Ook als studioverhoorder maken we duidelijk dat het kind alles kan vertellen, en dat we niet boos worden of lachen. En daar moet je jezelf ook aan houden.” Laat het kind vertellen, en doe zelf geen suggesties, vult Melsen aan. “Vergeet niet dat de verwerkingstijd van een kind langzamer is: wacht als je een vraag hebt gesteld gerust tien seconden.”Als ouder is het belangrijk om kalm te reageren, benadrukt hij. “Natuurlijk is dat heel moeilijk. Als je kind in de auto ineens een uitspraak doet over een geheim, kun je daar enorm van schrikken. Je kunt er dan voor kiezen om het gesprek even te pauzeren, van: ‘Ik wil het hier graag met je over hebben, maar vind je het goed als we dat doen als we thuis zijn?’ Dan geef je jezelf de tijd om even te bekomen en eventueel professioneel advies in te winnen.”
Wanneer het gaat over seksueel misbruik, blijven kinderen vaak bij het beschrijven van handelingen. “We zien vaak dat de kleinsten daar zonder schaamte over vertellen”, legt Vaessen uit. “Alleen komt het wel voor dat de pleger heeft gezegd dat als je dit aan je moeder vertelt, dat ze dan heel verdrietig wordt of dat iedereen dan boos wordt. Een kind durft dan niets meer te vertellen.” Ook als er een emotionele reactie van een ouder volgt, zijn kinderen geneigd het verhaal af te zwakken. “Dat betekent niet dat je niet mag huilen, maar je moet je goed realiseren wat je rol als ouder is.”
Illustratie: Pieter Melsen.

EERSTE STAP
Het geheim delen is de eerste stap, zegt Melsen. “In het boek zie je dat er dan nog allemaal andere lieve mensen zijn die Sam willen helpen – zo hebben we ook Iva getekend, die als therapeut met hem in gesprek gaat. Natuurlijk is het niet ineens allemaal goed, maar er is wel opluchting: Sam heeft weer zin in leuke dingen. We wilden wel graag eindigen met hoop, want die is er.”Bron: Linda.nl >>
1 mei 2023 om 22:44 In reactie op: Seksueel geweld en seksueel misbruik van mannen en jongens #276944Seksueel misbruik van mannen blijft moeilijk bespreekbaar
Mannelijke slachtoffers van seksueel geweld worden slecht herkend door zorgverleners. Ook durven ze er zelf vaak niet over te beginnen. „Er hangt meer schuld en schaamte omheen dan bij vrouwen.”
:format(webp)/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data99931785-d8c10c.jpg)
De man die hem later zou verkrachten stond achter de bar. H. herkende hem meteen toen hij het café in stapte. „Hij zocht al langer contact om met me af te spreken”, vertelt H. (26). „Dat had ik afgehouden, ik weet niet waarom.”
Gaybars had H. lang vermeden; daar had hij een soort sociale angst voor. Maar vorig jaar besloot hij er weer eens eentje binnen te stappen, na een dagje op een boot met een vriendin. Ze dronken cocktails, de barman gaf hen shotjes, na sluitingstijd fietsten ze met z’n drieën naar huis. Halverwege nam de vriendin afscheid, en ging H. met de man mee.
Thuis zette de man de tv aan. „Ironisch genoeg stond er een documentaire op van misbruik in de kerk”, weet H. negen maanden later nog. Hij doet zijn verhaal in kleermakerszit, thuis op de bank. Hij wil niet met naam in de krant, omdat hij niet wil dat de man hem herkent. De vriendin en zijn moeder bevestigen delen van zijn verhaal.
Hij herinnert zich nog dat hij op het bed zit, de man naar de keuken loopt, terugkomt, bij de vensterbank gaat zitten en hem een drankje geeft. Ze beginnen te zoenen. Als H. voorover buigt, wordt alles zwart. Hij heeft nog maar één beeld op zijn netvlies, van zijn been over de schouder van de man, die hem penetreert. Het volgende moment is hij wakker, moet hij naar de wc, spugen. „En het enige wat ik denk is: ik moet hier weg, ik moet hier weg, ik moet hier weg.”
Als het over seksueel geweld gaat, gaat het vaak over mannen die vrouwen iets aandoen. Niet onterecht: vrouwen zijn vaker slachtoffer dan mannen, mannen vaker dader. Maar de werkelijkheid is genuanceerder. Zo krijgen homoseksuele mannen vaker te maken met seksueel geweld dan heteroseksuele vrouwen. Van de heteroseksuele mannen is nog steeds 3 procent de afgelopen vijf jaar slachtoffer geworden van fysiek seksueel geweld, volgens cijfers van het CBS. (Biseksuele vrouwen spannen overigens de kroon met 34 procent.)
Dat er ook mannelijke slachtoffers bestaan, is „een heel groot taboe”, ziet Iva Bicanic, directeur van het Centrum Seksueel Geweld. „In beleidsstukken en in kranten gaat het de hele tijd over meisjes en vrouwen.” Ze heeft het gevoel, maar dat kan ze niet bewijzen, dat grote schandalen als dat rond The Voice of Holland het stereotype ‘man met macht overmeestert vrouw’ vergroten. „Ik heb het gevoel dat we de jongens en mannen uit het oog verliezen.”
Niet herkend
Het niet herkennen van mannen als slachtoffers is een groot probleem. Niet alleen worden zij slecht herkend door de samenleving, maar ook door zorgverleners én door slachtoffers zelf. „Mannen die slachtoffer zijn van seksueel geweld zullen niet snel zeggen: ik ben misbruikt”, zegt therapeut Jeremy Heshof, oprichter van ‘Praktijk voor mannen’. „Ze komen bij mij met algemenere hulpvragen als ‘niet kunnen genieten van seks’, ‘relaties vermijden’, ‘te veel in het hoofd zitten’.” Sommige mannen kunnen helemaal in ontkenning zijn, zegt Bicanic: „Ik heb jongens meegemaakt die zelfs als ze worden geconfronteerd met beeldmateriaal, omdat de pleger foto’s maakte, zeiden: dat ben ik niet.”Het is voor mannen ingewikkelder dan voor vrouwen om toe te geven dat ze misbruikt zijn, zegt Heshof. „Van hen wordt veel verwacht: stoer zijn, controle hebben, emoties voor zich houden, praten over successen, niet over teleurstellingen.” Bij sommige heteromannen spelen na misbruik door een man twijfels over hun geaardheid.
Ook het vooroordeel dat mannen altijd zin hebben in seks bemoeilijkt hulpverlening. Bicanic noemt dat het „lucky-boy-fenomeen”: „Daarbij gaat men ervan uit dat mannen geen negatieve ervaringen aan seks kunnen overhouden. Als een man wordt misbruikt door een vrouw, wordt daar door vrienden vaak een beetje lacherig over gedaan.” Een op de drie mannelijke slachtoffers van boven de zestien geeft aan door een vrouw te zijn aangerand, volgens kenniscentrum Rutgers.
Waarschijnlijk liggen de misbruikcijfers onder mannen dan ook een stuk hoger. Waar een kwart van de vrouwen nooit vertelt over een misbruikervaring, is dat een derde bij de mannen, aldus Rutgers. Bicanic: „Er hangt meer schuld en schaamte omheen dan bij vrouwen. Mannen rekenen het zichzelf aan dat ze niet hebben teruggevochten. Dat wordt ook van ze verwacht. Maar in de praktijk reageert bijna iedereen hetzelfde als ze misbruikt worden, namelijk door niks te doen (freeze) of mee te werken.”
Misbruik door een vrouw
Hoe gaat dat misbruik door een vrouw vaak in z’n werk? Heshof geeft een voorbeeld uit zijn praktijk, van een knappe man die veel vrouwen achter zich aan heeft. „Een vrouw verleidde hem eens op een opdringerige, best agressieve manier. Toen kreeg hij een freeze-reactie en kreeg hij een slappe. Toen zei zij: ben je homo of zo? Daar heeft hij nu zo veel last van, dat het contact met andere vrouwen in de weg staat.”Wat verwarrend kan zijn, is dat mannen, net als vrouwen, automatisch een ‘genitale respons’ kunnen krijgen tijdens het misbruik, zoals een erectie of zelfs klaarkomen. Daardoor is ‘gedwongen penetratie’ mogelijk. Op dit moment valt dat nog onder aanranding, maar volgens de nieuwe zedenwet, die waarschijnlijk per 2024 ingaat, zal ook gedwongen penetratie onder verkrachting kunnen vallen, volgens Bicanic. „Het mannelijke slachtoffer wordt dan gezien. De huidige ongelijkheid wordt hiermee rechtgetrokken.”
Homoseksuele mannen ‘mogen’ wat kwetsbaarder zijn dan hetero’s, zegt Heshof. Hij denkt dat zij daarom eerder over misbruik zullen beginnen. Maar daar speelt weer wat anders, zegt Thomas Garrod-Pullar, oprichter van MenAsWell, een organisatie die aandacht vraagt voor mannelijke slachtoffers van seksueel geweld. Volgens hem zijn er weinig seksuele grenzen in de gayscene. „Het is volstrekt normaal om een bar binnen te lopen en te worden betast.”
Hij spreekt zelfs van een „cultuur van verkrachting”, waarin vaak geen toestemming voor seks wordt gevraagd of gegeven tijdens seksfeesten, of seks onder invloed van drugs. „Maar ergens aanwezig zijn, betekent nog niet consent.” Ook begeeft zich vaak een kwetsbare groep in de gayscene: die van jonge jongens die online op zoek gaan naar hun eerste ervaringen, of de trein pakken voor een date.
Onderdeel van de „cultuur van verkrachting” is volgens Garrod-Pullar ook: lauwe reacties van omstanders. Nare seksuele ervaringen worden onder homo’s makkelijk gerelativeerd, zegt hij. Hij ervoer dat zelf toen hij zeven jaar geleden werd gedrogeerd en verkracht in Amsterdam. „Iemand zei daarna: ‘Welkom in de gay scene.’ Een ander: ‘Het was vast niet zijn opzet om je te verkrachten.’ Maar hij had letterlijk ghb in m’n keel gegoten! Ik was buiten bewustzijn. Ook de politie zei dat die man waarschijnlijk dacht dat ik seks wilde. Maar ik had hem drie keer gezegd dat ik dat niet wilde.” Dit soort reacties bemoeilijkten zijn herstel, zegt Garrod-Pullar.
Het was ook de aanleiding om MenAsWell op te richten. Afgelopen jaren ging hij om tafel met organisaties als Rutgers, Movisie en het COC om bewustwording te creëren voor mannelijke slachtoffers van seksueel geweld. In mei gaat MenAsWell samen met andere lhbtiq-organisaties in gesprek met Mariëtte Hamer, die een jaar geleden werd aangesteld als regeringscommissaris voor seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld. De commissaris laat weten de aanpak van seksuele intimidatie tegen lhbtiq’ers te willen „versterken en ondersteunen”.
MenAsWell wil vooral een gesprek op gang brengen bínnen de homogemeenschap, die nog ten onrechte zou denken dat het gevaar vooral van buiten komt, zoals in de vorm van homofobie. Maar volgens Garrod-Pullar is de scene zelf ook geen safe space. „We hebben lang gestreden voor seksuele vrijheid. Maar daar hoort ook seksuele verantwoordelijkheid bij.”
Blauwe plekken
Bij H. duurde het even voor hij besefte dat hij was verkracht. Misschien had hij toch toestemming gegeven, maar kon hij zich dat gewoon niet meer herinneren? Misschien had hij gewoon te veel gedronken? Maar toen bedacht hij dat hij nooit anale seks wil op de eerste date. „Dat was voor mij een signaal: ik was buiten bewustzijn. Ik heb hier geen toestemming voor kunnen geven.” Hij had bovendien blauwe plekken op zijn armen die hij niet kon verklaren. Zijn anus deed een week pijn.Als hij een dag later bij zijn ouders is, krijgt hij paniek: hij realiseert zich dat hij PEP-medicatie moet nemen, tegen een mogelijke hiv-infectie. Hij komt overstuur naar beneden en vertelt het verhaal aan zijn moeder. Zij is de eerste die het woord misbruik oppert. „Dat kwam zo hard binnen”, zegt H., die breekt als hij zich het moment weer voor de geest haalt. „Je hebt het eerst niet in de gaten dat het jou is overkomen. Pas twee dagen later denk je: fuck, dit heb ik niet gewild.”
H. doet ook een melding bij de politie, maar geen aangifte. „Ze vertelden me: er is geen hard bewijs.” Sterker nog, hij was er zélf amper bij. „Ik weet niet precies wat er gebeurd is. Dat heeft hij me eigenlijk ook ontnomen.” Maar dat het heftig moet zijn geweest, vóélt hij. In de eerste weken loopt hij onbewust om vreemde mannen heen. „Mijn lichaam probeerde me te beschermen.” Nog steeds trekt hij het slecht als mensen achter hem lopen, fysiek contact met een man is nog uit den boze.
Regelmatig wisselt hij met vriendinnen ervaringen uit, maar verhalen van mannen komt hij nauwelijks tegen. „Daardoor heb ik me zo eenzaam gevoeld. Ik miste het mannelijk perspectief. Wat betekent het bijvoorbeeld om gay te zijn en dit mee te maken? Wat doet het met je mannelijkheid?”
Een GGD-medewerker wijst hem op MenAsWell, die yogalessen aanbiedt om zo mannelijke slachtoffers bijeen te brengen. „Dat was alles waar ik naar op zoek was”, zegt H. „Ik herinner me nog van die eerste les dat ik daar lag en dacht: we dragen dit samen.” De yoga helpt hem om door spanningen heen te ademen, en achteraf praten ze na.
MenAsWell wil nu beginnen met het aanbieden van groepstherapie voor misbruikte mannen. Dat zou de eerste in Nederland zijn, volgens de organisatie, en na rondvraag bij zo’n tien organisaties lijkt dat te kloppen. Eerdere pogingen om groepstherapieën voor mannen te beginnen strandden door te weinig aanmeldingen. Lotgenotencontact is her en der wel mogelijk, zoals via het forum van Lotgenoten Seksueel Geweld. Uiteindelijk viel ook bij MenAsWell het aantal aanmeldingen tegen, waardoor de groepstherapie is aangepast in een online spreekuur.
Het is niet dat mannen geen behoefte hebben aan therapie. Uit onderzoek blijkt dat mannen en vrouwen ongeveer even vaak klachten of problemen krijgen na seksueel geweld. Bij mannen komt vaak verslaving voor, agressie, slaapproblemen of angst- en stemmingsklachten. Ook hebben zij relatief vaak last van erectiestoornissen. 40 procent van de misbruikte mannen heeft PTSS-klachten, net als vrouwen.
Bekkenbodemklachten
Een „miskend probleem” bij misbruikte mannen zijn bekkenbodem- of urologische klachten, schreven onderzoekers in Huisarts en wetenschap in 2021. Fysieke en psychische schade na seksueel geweld verhogen de spanning in de bekkenbodemspieren, met pijnklachten tot gevolg. Bij 30 procent van de patiënten met een overactieve blaas bleek sprake van een seksueel trauma, aldus de onderzoekers. Maar huisartsen vragen niet naar een misbruikverleden bij mannen, schrijven ze.Als je wel naar misbruik vraagt, maakt het uit welke woorden je gebruikt. „Vraag je: ben je verkracht, dan zeggen weinig mannen ja”, zegt Bicanic. „Maar vraag je: heb je weleens gedwongen seks gehad, dan stijgen die cijfers.” Therapeut Jeremy Heshof vraagt bijvoorbeeld: ‘Op welk moment in jouw leven is er over jouw grens heen gegaan?’ of ‘Ben je weleens gepusht?’ „Ook dat is seksueel misbruik.”
Via het Centrum Seksueel Geweld kon H. snel bij een psycholoog terecht. Daar was hij blij mee, al miste hij ook wat: „Ik wilde graag met haar praten over jong en gay zijn, maar daarover kon ik minder aansluiting bij haar vinden. Ik miste de erkenning dat mijn ervaring anders is dan die van een vrouw.”
Die erkenning krijgt hij bij de yogalessen van MenAsWell. „Ik vind het heel leerzaam om te zien hoe andere mannen dit een plek geven.” De lessen beginnen binnenkort weer. Hij kijkt ernaar uit. „Ik vind het nog moeilijk om met mannen te zijn. Bij deze groep kan ik weer vertrouwen opbouwen. Dat er ook gewoon goede jongens in de wereld zijn die niets kwaads in de zin hebben.”
Bron: NRC.nl >>

Je naaktfoto of sextape, die je in vertrouwen naar iemand hebt gestuurd, staat ineens op internet. Wat kan je dan doen?
‘Al vrij snel kreeg ik een appje van iemand met: “Fem, wat heb je gedaan?”’, vertelt Femke (20) in Jurre’s Date. Op haar veertiende stuurde ze een foto van haar borsten naar een jongen die ze al een tijdje leuk vond. Ze wilde haar nude opslaan, maar plaatste hem per ongeluk in haar verhaal. Destijds kwam er nog geen waarschuwingsmelding vooraf. Ze verwijderde hem na vijf seconden, maar tevergeefs. ‘Mensen hadden er al screenshots van gemaakt. (…) je zag mijn hele gezicht: ik was hartstikke herkenbaar!’
De periode nadat haar foto was uitgelekt was ‘hartstikke kut’. ‘Je weet dat je wordt aangekeken, dat ze over je praten. Elke dag ging ik met een shit gevoel naar school.’ Haar vriendinnen maakten haar zelfs uit voor ‘slet’. ‘Ze waren gewoon royaal aan het roddelen.’
–
Ook Zuellen Rodrigues werd uitgemaakt voor ‘hoer’, nadat haar toenmalige vriendje op haar achttiende een filmpje van haar ontmaagding – dat hij stiekem had gemaakt – online zette, vertelt ze in Op1.
Is het strafbaar?
‘Vaak is er nooit toestemming verleend om die naaktfoto’s verder te verspreiden’, vertelt seksuoloog Simone Belt in Vroeg!. Hoe voorkom je dat dit gebeurt en wat kan je doen als je naaktfoto of -filmpje al online staat?‘Wat je vaak ziet is dat beelden in eerste instantie in de privésfeer zijn gemaakt, maar dat er nooit toestemming is verleend om die foto’s verder te verspreiden’, vertelt Belt. ‘Maar daar kan natuurlijk misbruik van gemaakt worden als de andere persoon zo’n foto of video doorstuurt naar anderen. Het kan ook zijn dat er een hack heeft plaatsgevonden of dat mensen stiekem gefilmd worden.’
Het gaat dus niet altijd om wraakporno: online seksuele intimidatie en doorgestuurde naaktfoto’s. Dat is namelijk al wel strafbaar. ‘Sinds januari 2020 is het openbaar maken, het verspreiden en het ter beschikking stellen van naaktfoto’s of -video’s strafbaar en dat is een hele vooruitgang’, vertelt advocaat Diwi Rademakers in De Nieuws BV. Zij staat slachtoffers van publiekelijke, online seksuele vernedering bij.
Rodrigues was slachtoffer van sextortion, waarbij gedreigd wordt seksueel getinte foto’s of video’s online te plaatsen wanneer het slachtoffer niet doet wat door diegene wordt gevraagd. ‘Hij wilde dat ik een naaktfoto stuurde en in ruil daarvoor zou hij de video niet online zetten.’ Dat gebeurde uiteindelijk toch. Rodrigues werd zelfs een half jaar lang gestalkt. ‘Het leven draait van positief naar negatief; niemand wilde meer met mij praten, ook mijn vrienden niet.’
–
‘Had je maar niet zo’n video moeten maken’
‘De paniek en schaamte om om hulp te vragen is groot’, aldus Belt. ‘Mensen krijgen er over het algemeen negatieve reacties op.’ Er wordt veel aan victim blaming gedaan, waardoor het slachtoffer met opmerkingen als “had je maar niet zo’n video moeten maken” de schuld in de schoenen krijgt geschoven. Het Centrum Seksueel Geweld spreekt in De Nieuws BV zelfs van second rape, omdat victim blaming schadelijker kan zijn dan de gebeurtenis zelf.‘De focus moet liggen op de daders en niet op de slachtoffers’, vindt journalist Milou Deelen in hetzelfde programma. ‘Want de daders zijn de kern; zij sturen zo’n foto door en zijn verantwoordelijk voor al het leed dat vervolgens wordt veroorzaakt.’
Zo begon Rodrigues door angst en opmerkingen stemmen in haar hoofd te horen die dezelfde nare opmerkingen maakten, waardoor ze een einde aan haar leven wilde maken.
Denk jij aan zelfdoding?
Je bent niet alleen. Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via http://www.113.nl of bel 0800-0113 (gratis).Bij wie ligt de verantwoordelijkheid?
‘Je staat er niet alleen voor’, is de boodschap die Belt mee wil geven aan iedereen die slachtoffer is geworden van het verspreiden van diens naaktbeelden. ‘De verantwoordelijkheid ligt bij een heleboel partijen, maar in ieder geval niet bij het slachtoffer. De mensen die die beelden ongewenst en zonder instemming verspreiden, zijn de primaire groep die daar de verantwoordelijkheid voor draagt. Dat moet natuurlijk stoppen.’Daarnaast moeten online platforms volgens haar de verantwoordelijkheid nemen om te bewijzen dat er consent is voor het publiceren van amateurbeelden. Vagina.nl en xhamster.com werden daarom al voor de rechter gesleept, omdat ze naaktbeelden zouden tonen zonder toestemming van de mensen die erop staan.
‘Iedereen kan video’s uploaden en daar is niet echt controle op’, aldus Belt. ‘Pas op het moment dat iemand bezwaar maakt om een video offline te halen, wordt er misschien actie ondernomen, maar dan is het natuurlijk vaak al te laat en bovendien kan het heel moeilijk zijn om die beelden te laten verwijderen.’
Daar kan presentatrice Welmoed Sijtsma over meepraten. Zij werd slachtoffer van deepfake-porno: een video met seksuele handelingen die zij zelf niet uitvoerde. ‘Er zijn hulporganisaties (zoals Helpwanted, red.) die je kunnen helpen bij het offline halen van de video’s, maar in mijn geval zijn er negenhonderd pagina’s aan Google-hits waar die video nog op staat’, vertelt ze in Khalid & Sophie.
3 tips voor het verantwoord maken van nudes:
‘Ik denk dat je ervan bewust moet zijn dat die pikante naaktfoto of -video eventueel doorgestuurd kan worden’, vertelt Spuiten en Slikken-presentatrice Emma Wortelboer. Ze deelt daarom drie tips in Emma’s Peepshow over het verantwoord maken van nudes:#geenhoofd
‘Als je iets deelt, hoofd buiten beeld’, riep Spuiten en Slikken een aantal jaar geleden al op in de campagne #geenhoofd. ‘Zo blijf je onherkenbaar en houd je de gevolgen in de hand.’
Verberg herkenbare plekken
Heb je herkenbare plekken op je lichaam, zoals tatoeages of moedervlekken? Camoufleer deze dan met concealer. Zo is niet te achterhalen dat jij het bent.
Bewaar je naaktfoto’s op een veilige plek
Download bijvoorbeeld een fotoalbum met het icoontje van een rekenmachine, waarin je een code moet invullen om bij je nudes te komen. ‘Je wil niet dat je vrienden of je ouders door je galerij heen gaan en ineens de lekkere naaktfoto’s van je scharrel of jezelf zien staan.’Bron: BNN VARA >>
Schokkende jeugd van moeders negatief voor ontwikkeling kinderen
Schokkende jeugdervaringen (ACE’s) bij moeders kunnen de mentale en fysieke gezondheid van hun kinderen beïnvloeden, zo melden onderzoekers. De nieuwe studie toont aan dat er een associatie kan worden gevonden tussen (emotionele) mishandeling tijdens de kindertijd van een moeder en een hoger risico op gezondheidsproblemen zoals astma, autisme en depressie bij de volgende generatie.
De studie, gepubliceerd in The Lancet Public Health en uitgevoerd door Universitätsmedizin Berlin, toont aan dat gezondheidsproblemen vaker voorkomen bij kinderen van moeders die zelf mishandeling hebben meegemaakt als kind. De onderzoekers definiëren mishandeling als fysiek, emotioneel of seksueel misbruik of verwaarlozing door een ouder of voogd, wat leidt tot fysieke of emotionele schade of de dreiging van schade aan een kind. Dit zijn de zogenaamde Adversity Childhood Experiences (ACE’s), die kunnen leiden tot trauma.
De onderzoekers ontdekten dat kinderen van moeders die nadelige ervaringen rapporteerden een hoger risico hadden op astma, aandachtstekort-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) en autisme. Deze kinderen hebben ook een hogere aanwezigheid van symptomen en gedragingen die verband houden met depressie- en angststoornissen, die bekend staan als ‘internaliserende’ stoornissen. Dochters van moeders in deze groep lopen ook een hoger risico op obesitas dan hun zonen.
Vroegsignalering en ondersteuning
‘Al deze verbanden zijn onafhankelijk van de vraag of de moeder dezelfde diagnose heeft’, aldus dr. Claudia Buss, hoogleraar aan het Instituut voor Medische Psychologie aan de Charité en hoofdauteur van de studie. ‘Dat suggereert dat het risico op dat specifieke gezondheidsproblemen niet genetisch wordt overgedragen.’ Buss gaat ervan uit dat passende ondersteuning van moeders die lijden onder de gevolgen van kindermishandeling een positief effect kan hebben op hun gezondheid en welzijn en dat van hun kinderen. “Het is heel belangrijk om deze moeders en kinderen in een vroeg stadium te identificeren”, benadrukt Buss. Een manier om dit te doen, is door artsen tijdens prenatale of pediatrische controles de eigen ervaringen uit de kindertijd van ouders te laten bespreken. Plus hen informatie te geven over hoe ze contact kunnen opnemen met verschillende ondersteuningsprogramma’s of adviesdiensten.Twee generaties helpen
Dit soort vroege interventie kan twee generaties helpen:de ouder, die mishandeling heeft meegemaakt en mogelijk gezondheidsgevolgen heeft;
het kind, omdat mogelijk kan worden voorkomen dat het gezondheidsproblemen krijgt.Het ontwikkelen van nieuwe, gerichte therapeutische maatregelen zal afhangen van een beter begrip van de exacte mechanismen waarmee het verhoogde risico op gezondheidsproblemen wordt doorgegeven aan de volgende generatie. Daar werkt het onderzoeksteam momenteel aan. De onderzoekers zijn ook van plan om vervolgstudies uit te voeren om te onderzoeken welke kinderen veerkrachtig blijven, zodat ze na één generatie geen gevolgen ondervinden. Afgezien daarvan zijn er aanwijzingen dat ook de ervaringen van vaders kunnen worden doorgegeven aan de volgende generatie. Wel gebeurt dit in sommige gevallen via andere mechanismen dan die bij de overdracht van moeder op kind.
Bron: VakbladVroeg >>
-
AuteurReacties
