Aangemaakte reacties

10 berichten aan het bekijken - 51 tot 60 (van in totaal 1,685)
  • Auteur
    Reacties
  • In reactie op: Zwangerschap en opvoeding na seksueel misbruik #276938
    Luka
    Moderator

      Schokkende jeugd van moeders negatief voor ontwikkeling kinderen

      Schokkende jeugdervaringen (ACE’s) bij moeders kunnen de mentale en fysieke gezondheid van hun kinderen beïnvloeden, zo melden onderzoekers. De nieuwe studie toont aan dat er een associatie kan worden gevonden tussen (emotionele) mishandeling tijdens de kindertijd van een moeder en een hoger risico op gezondheidsproblemen zoals astma, autisme en depressie bij de volgende generatie.

      De studie, gepubliceerd in The Lancet Public Health en uitgevoerd door Universitätsmedizin Berlin, toont aan dat gezondheidsproblemen vaker voorkomen bij kinderen van moeders die zelf mishandeling hebben meegemaakt als kind. De onderzoekers definiëren mishandeling als fysiek, emotioneel of seksueel misbruik of verwaarlozing door een ouder of voogd, wat leidt tot fysieke of emotionele schade of de dreiging van schade aan een kind. Dit zijn de zogenaamde Adversity Childhood Experiences (ACE’s), die kunnen leiden tot trauma.

      De onderzoekers ontdekten dat kinderen van moeders die nadelige ervaringen rapporteerden een hoger risico hadden op astma, aandachtstekort-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) en autisme. Deze kinderen hebben ook een hogere aanwezigheid van symptomen en gedragingen die verband houden met depressie- en angststoornissen, die bekend staan als ‘internaliserende’ stoornissen. Dochters van moeders in deze groep lopen ook een hoger risico op obesitas dan hun zonen.

      Vroegsignalering en ondersteuning
      ‘Al deze verbanden zijn onafhankelijk van de vraag of de moeder dezelfde diagnose heeft’, aldus dr. Claudia Buss, hoogleraar aan het Instituut voor Medische Psychologie aan de Charité en hoofdauteur van de studie. ‘Dat suggereert dat het risico op dat specifieke gezondheidsproblemen niet genetisch wordt overgedragen.’ Buss gaat ervan uit dat passende ondersteuning van moeders die lijden onder de gevolgen van kindermishandeling een positief effect kan hebben op hun gezondheid en welzijn en dat van hun kinderen. “Het is heel belangrijk om deze moeders en kinderen in een vroeg stadium te identificeren”, benadrukt Buss. Een manier om dit te doen, is door artsen tijdens prenatale of pediatrische controles de eigen ervaringen uit de kindertijd van ouders te laten bespreken. Plus hen informatie te geven over hoe ze contact kunnen opnemen met verschillende ondersteuningsprogramma’s of adviesdiensten.

      Twee generaties helpen
      Dit soort vroege interventie kan twee generaties helpen:

      de ouder, die mishandeling heeft meegemaakt en mogelijk gezondheidsgevolgen heeft;
      het kind, omdat mogelijk kan worden voorkomen dat het gezondheidsproblemen krijgt.

      Het ontwikkelen van nieuwe, gerichte therapeutische maatregelen zal afhangen van een beter begrip van de exacte mechanismen waarmee het verhoogde risico op gezondheidsproblemen wordt doorgegeven aan de volgende generatie. Daar werkt het onderzoeksteam momenteel aan. De onderzoekers zijn ook van plan om vervolgstudies uit te voeren om te onderzoeken welke kinderen veerkrachtig blijven, zodat ze na één generatie geen gevolgen ondervinden. Afgezien daarvan zijn er aanwijzingen dat ook de ervaringen van vaders kunnen worden doorgegeven aan de volgende generatie. Wel gebeurt dit in sommige gevallen via andere mechanismen dan die bij de overdracht van moeder op kind.

      Bron: VakbladVroeg >>

      In reactie op: Netflix – documentaire ‘Victim/Suspect’ #276937
      Luka
      Moderator
      Topic starter

        Netflix lost trailer voor nieuwe documentaire ‘Victim/Suspect’

        Netflix pakt volgende maand uit met een nieuwe documentaire. Het gaat om de film Victim/Suspect die het verhaal zal volgen dat journaliste Rae de Leon aan het licht bracht. Zij ontdekte dat er in de Verenigde Staten een opmerkelijk en schandalig patroon te bemerken was. Jonge vrouwen die bij de politie aangifte gingen doen van seksueel misbruik, werden uiteindelijk zelf gearresteerd en zelfs opgesloten in de gevangenis voor het geven van een valse verklaring.

        Netflix heeft de officiële trailer gedeeld voor de docufilm Victim/Suspect. Daarin zal dieper ingegaan worden op het fenomeen waarbij slachtoffers van seksueel misbruik niet geloofd worden en uiteindelijk zelf veroordeeld worden.

        Victim/Suspect
        Victim/Suspect brengt het shockerende verhaal dat door journaliste Rae de Leon werd ontdekt. Zij werkte als reporter bij het Center for Investigative Reporting. Maar daar merkte ze dat er iets niet pluis was. Heel wat jonge vrouwen kwamen aangifte doen van seksueel misbruik, maar in plaats van dat ze geholpen werden, werden zij uiteindelijk beschuldigd van het geven van valse verklaringen. Rae de Leon vond uiteindelijk meer dan 160 zaken waarbij vrouwen die aangifte kwamen doen uiteindelijk zelf gearresteerd werden.

        Bron: Newsmonkey.be

        In reactie op: Centrum Seksueel Geweld #276935
        Luka
        Moderator

          Aantal slachtoffers dat hulp zocht gestegen met 54 procent
          Centrum Seksueel Geweld ziet opnieuw sterke toename aantal slachtoffers seksueel misbruik
          25 april 2023

          Het aantal slachtoffers van seksueel misbruik dat hulp zocht bij het Centrum Seksueel Geweld (CSG) steeg in 2022 met 54 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit is te lezen in het jaarverslag dat het CSG vandaag publiceert. Het CSG ziet het aantal slachtoffers dat aanklopt voor hulp nog elk jaar stijgen. De forse stijging in 2022 wordt vooral toegekend aan de onthullingen van seksueel misbruik bij The Voice of Holland. Het CSG verwacht dat deze stijging de komende jaren doorzet, met alle extra aandacht voor het onderwerp en de nieuwe Wet Seksuele Misdrijven die er volgend jaar aan komt.

          Download hier het jaarverslag 2022

          ‘Niet eerder kreeg het onderwerp seksueel geweld zoveel belangstelling als in 2022’, zegt Iva Bicanic, bestuurder van het CSG. ‘Dit heeft alles te maken met de onthullingen over seksueel misbruik bij het tv-programma The Voice of Holland. Dat was niet zomaar een piek; de aandacht en gevoeligheid voor het onderwerp zijn gebleven. We zien dit onder andere terug in onze jaarcijfers.’

          Afweer in de samenleving
          Hoewel het een groot aantal lijkt, is het slechts een topje van de ijsberg, stelt Bicanic. ‘De meeste kinderen en volwassenen die seksueel misbruik hebben meegemaakt, komen er niet mee naar buiten. Dit houdt verband met afweer in onze samenleving. Het grootste probleem met betrekking tot seksueel misbruik is dat we niet willen of kunnen geloven dat seksueel misbruik bestaat. Onze eigen afweer kan onbewust de uitvoering belemmeren van alle goedbedoelde acties en plannen die nu ontwikkeld worden als reactie op The Voice of Holland/BOOS. Daarom is het belangrijk te onderzoeken hoe die afweer kan worden verminderd, zodat het niet langer doorwerkt in het leven van slachtoffers, plegers en naasten.’ Om die reden vervult het CSG naast het bieden van hulp aan slachtoffers ook een rol als landelijk expertisecentrum. Op basis van wetenschappelijk onderzoek en ervaring in de praktijk geeft het CSG duiding aan het onderwerp. Bicanic: ‘Er is nog zoveel onbekend over de dynamiek van seksueel misbruik, we werken daarom als CSG ook aan het genereren van kennis.’

          Specialistische zorg
          De impact van (online) seksueel misbruik op het leven van slachtoffers en hun naasten is fors, zeker wanneer het misbruik plaatsvindt binnen het gezin of familie. Met name eenzaamheid en schuldgevoelens zijn de bron van ernstige psychische klachten die jarenlang kunnen aanhouden, zoals depressie, PTSS, verslaving en suïcidaliteit. Slachtoffers van seksueel misbruik ondervinden vaak ook ernstige lichamelijke problemen en relationele schade. Daarnaast er is een reële kans dat zij opnieuw slachtoffer worden. En dan is er nog het fenomeen victim blaming als slachtoffers over hun ervaringen spreken: zij krijgen de schuld van het misbruik in de schoenen geschoven. Bicanic: ‘Deze problemen vragen om specialistische zorg voor slachtoffers. De (tijds)druk hierop neemt toe, omdat de nieuwe zedenwet in aantocht is, wat zal leiden tot een stijging van het aantal mensen dat hulp zoekt vanwege de gevolgen van misbruik. Ook is er een toename van online seksueel misbruik. Tegelijkertijd kampt de ggz met wachtlijsten.’

          Investeren in de toekomst van goede hulp
          Om deze slachtoffers de juiste hulp te kunnen bieden, is het van belang om te investeren in de toekomst stelt Bicanic. ‘Alleen gezamenlijk kunnen we slachtoffers helpen bij hun herstel: psychisch, sociaal, fysiek én juridisch. Daarvoor werken we in het land multidisciplinair samen met onder andere de politie, medische en psychologische zorg, Veilig Thuis, slachtofferadvocatuur en Slachtofferhulp Nederland. We zijn continu bezig met de verbetering van deze samenwerking en ons zorgaanbod.’ Dit gebeurt in nauwe afstemming met de gemeenten, de VNG en de ministeries. Het CSG doet de oproep om dit ook in de toekomst te borgen. Bicanic: ‘Het is heel goed dat ook de politiek aandacht heeft voor seksueel geweld. Als we wezenlijk iets willen verbeteren voor slachtoffers, dan móeten we investeren in de toekomst.’

          Over het Centrum Seksueel Geweld
          Het Centrum Seksueel Geweld is er voor iedereen die (online) seksueel geweld heeft meegemaakt. Slachtoffers kunnen op zestien plekken verspreid over het land bij het CSG terecht voor psychische, medische en forensische hulp. Bij het Centrum Seksueel Geweld werkt een team van artsen, verpleegkundigen, politie en andere hulpverleners samen om slachtoffers van seksueel geweld specialistische zorg te geven. Slachtoffers kunnen bij het CSG terecht door te bellen naar: 0800-0188 of te chatten via: http://www.centrumseksueelgeweld.nl.

          Bron: CSG.nl >>

          In reactie op: Overige websites #276934
          Luka
          Moderator

            ZIJ ROUWEN OM MENSEN DIE NOG LEVEN: “IK ROUW OM DE VADER DIE HIJ NIET MEER IS”

            Rouw wordt vaak gelinkt aan de dood. Maar wist je dat je ook kunt rouwen om mensen die nog leven? Bijvoorbeeld als je geen contact meer hebt met een familielid, of als een naaste door een ziekte niet meer zichzelf is. Merel en Joan-Anne hebben er beiden ervaring mee en vertellen ons erover. “Ik mis het vaderlijk advies dat hij mij vroeger kon geven.”

            Rouwen mág, ook als er niemand dood is gegaan, stelt verlies- en veerkrachtdeskundige Heidi van den Hout. “Diffuus verlies is verlies waarmee je niet wordt gecondoleerd, maar wat er wel is. Denk aan liefdesverdriet, verlies van gezondheid (bij jezelf of een ander), verlies van dromen of vriendschappen die uit elkaar gaan. Verlies is dus breder dan alleen maar overlijden en hoort ook bij het leven.”

            Terug thuiswonen
            Verlies is een terugkerend onderwerp in Joan-Annes (35) leven. Op haar 28ste sterft haar moeder aan longkanker. Haar vader heeft dan al de diagnose Alzheimer. Joan-Anne vertrekt uit haar studentenhuis, trekt bij haar vader in en wordt mantelzorger.

            Zes jaar zorgt ze voor hem. “Elke keer verlies ik een stukje van hem. Hij verandert in een ander persoon. Hij vergeet onze herinneringen, waar spullen staan. Nu weet hij mijn naam niet meer. Ik raak eraan gewend, en pas de zorg aan. Ik probeer niet vast te zitten in frustratie en verdriet, maar het doet veel pijn.”

            Mini-vlagen van herkenning
            Na een spierspasme door een slechte reactie op medicatie dat een delier veroorzaakt, moet haar vader eind 2021 met spoed opgenomen worden in het ziekenhuis. Daarna wordt hij overgeplaatst naar een verzorgingshuis.

            “Nu ga ik nog maar wekelijks met mijn broer en zijn kinderen langs. Vooral om zo met het schuldgevoel om te kunnen gaan. Ik heb zo lang voor hem gezorgd. Nu hij daar zit, voelt het soms toch of ik tekortschiet als dochter, als mantelzorger. Ik krijg nog steeds contact met hem, maar hij lijkt ver weg. Ik mis de fijne gesprekken van vroeger, waar ik mijn hart kon luchten en vaderlijk advies kreeg. Hij praat vaak onverstaanbaar en tikt op de tafel.”

            Joan-Anne strijkt een haarlok uit haar gezicht. “Soms zijn er mini-vlagen dat ik hem hervind. Dan voelt hij bijvoorbeeld dat ik verdrietig ben en legt hij ineens zijn hand op de mijne. Maar die momenten zijn kort. Daar word ik elke keer weer verdrietig van.”

            Zwaard van Damocles
            Nu haar vader in een verzorgingshuis woont, is er meer ruimte voor Joan-Anne om haar leven op te bouwen. Maar de rouw klopt nu ook makkelijker aan. “Ik rouw om de vader die hij niet meer is.”

            De anticiperende rouw zorgt ook voor stress. We zitten nu in het afscheidstraject. Het voelt echt als het zwaard van Damocles. Er staat iets onheilspellends te gebeuren, maar wanneer hij komt te overlijden, weten we niet. Door de lange tijd dat ik voor mijn vader heb gezorgd, blijf ik nog altijd alert. Ik heb de hele tijd het gevoel dat elk moment dat ik hem zie, de laatste kan zijn.”

            Boemerangeffect
            Om de rouw op afstand te houden, begraaft Joan-Anne zich soms te graag in haar werk en andere sociale activiteiten. “Maar wegduwen heeft geen zin want dan komt de rouw als een boemerang twee keer zo hard terug. Met hevige huilbuien tot gevolg.”

            Meestal als ze moe is komen de emoties los. “Een paar dagen geleden heb ik mezelf weer in slaap gehuild. De tranen gaan langs mijn ogen, mijn oren in. Er zit gewoon heel veel verdriet van binnen. Dit zijn de momenten dat ik weet dat ik door mijn pijn en verdriet heen moet. Als dat klepje open staat, kan je je verdriet in delen kwijtraken en ben je sneller kalmer.”

            Ongevraagd advies
            Veel mensen begrijpen Joan-Annes verdriet niet goed: je vader is er toch nog? “Veel mensen worden liever niet geconfronteerd met heftige emoties zoals verdriet en pijn, en gaan prompt oplossingsgericht denken.”

            Joan-Anne begint vertederd te lachen. “Mijn vriend zei laatst: ‘Schat, ik weet niet hoe ik je blij kan maken.’ Maar dat hoeft niet. Je hoeft er alleen maar te zijn. Het is fijn als iemand erkent dat het even zwaar is. Dan voelt het ook dat mijn pijn en verdriet er mag zijn. Ik weet vaak ook niet wat ik eigenlijk wil. Rouw komt op en zakt weer. Het wordt niet minder, je leert er alleen beter mee om te gaan.”

            Rouw = ultieme vorm van liefde
            “Ik ben uit dat zwarte gat gekomen en aan het heroriënteren waar ik sta. Eigenlijk lopen drie processen naast elkaar. Ik ga door, ben aan het rouwen én kan enthousiast zijn over dingen die op mijn pad komen. Mijn vriend en ik hebben het over kinderen. Maar ik wil niet te veel denken aan de toekomst, want een toekomst zonder Papi vind ik pijnlijk. Ik probeer een balans te vinden tussen ruimte, licht en verdriet.”

            Joan-Anne ziet rouw als de ultieme vorm van liefde. “Dat het pijnlijk is, bewijst dat je heel veel van iemand houdt. Dan voel ik ook hoe sterk onze band is. Want uiteindelijk, als je door al die lagen van rouw, verdriet en pijn heen bent, blijft de liefde altijd over. Het overstijgt alles. En dat is waar voor mij de troost ligt.”

            Geen veilige thuissituatie
            Ook Merel (31) heeft ervaring met rouwen om mensen die er nog zijn. Zij brak op negentienjarige leeftijd met haar vader en vorig jaar met haar moeder. “Ik vind het moeilijk om erover te praten, maar wil graag mijn verhaal delen. Misschien zijn er anderen die zich erin herkennen.”

            Merel haalt diep adem. “Ik heb een zware jeugd gehad. Mijn thuissituatie was onveilig, waardoor ook mijn moeder psychische klachten kreeg. Naast dat mijn thuissituatie niet veilig was voor een kind had ik ook het idee dat ik voor mijn moeder moest zorgen.”

            Merel deed er alles aan om de liefde van haar moeder te winnen. Ze zette zichzelf op de tweede plek. “Zo hielp ik mee in het huishouden en kocht ik van mijn zakgeld een roos om haar even blij te maken. Als ik negatieve gevoelens had, durfde ik ze niet uit te spreken. Ik liet mezelf geloven dat ik controle had op haar mentale gezondheid. Langzaam werd ik een schim van mezelf.”

            Loyaliteit en liefde
            Merel werd jarenlang psychisch verwaarloosd. Ze ervaarde vaak een gebrek aan aandacht en emotionele steun. “Het is niet zo dat ik nooit liefde kreeg van mijn ouders. Maar er was geen ruimte om mijn eigen stem te ontwikkelen en te laten horen. Mijn mentale gezondheid ging eraan onderdoor. Ik had veel negatieve gedachten die mijn leven inktzwart maakten. Dat vrat mij op van binnen. Op mijn dertigste trok ik het niet meer en verbrak voorgoed het contact.”

            Een onmenselijke keuze noemt Merel het. “Ik dacht: accepteer ik dat mijn grenzen alsmaar geschonden worden en ik herhaaldelijk teleurgesteld en gekwetst achterblijf? Of kies ik voor mijn geluk en psychische gezondheid? Ik zou zo graag mijn moeders pijn willen wegnemen, alles oplossen, maar ik kan dat niet. Ik moet haar loslaten en, hoe moeilijk ook, achterlaten.”

            Een thuis creëren
            Merel probeert het verlies van haar beide ouders te accepteren. “Ik had als kind recht op ouders die er voor mij waren, en dat is niet gebeurd. Ik rouw om dat gemis, dat ik niet een kind heb kunnen zijn en jarenlang geen vangnet heb gehad. En op de feestdagen mis ik mijn ouders nog steeds. Dat zijn toch de dagen dat je graag met familie bent.”

            Merel slikt en kijkt even weg. “Ik probeer bij mijn lieve vrienden een thuis te creëren. Sommige vriendinnen voelen als zussen. We doen spontaan even een theetje of wandelen met de hond. Samen lachen en huilen we. Ik kan mijn hart bij hen luchten. Als ik me alleen of verdrietig voel, weet ik dat ik bij hen kan schuilen. Dat verbindt en heelt mijn pijn.”

            Ongezonde liefde
            Fysiek heeft de rouw veel invloed op Merel. “Ik voel met fases een leegte in mijn lijf, en ook een knoop in mijn maag door de boosheid, schuld en het verdriet. Het kan ook getriggerd worden door een situatie waarin bijvoorbeeld een ouder zijn of haar kind steunt. Die gevoelens hopen zich op totdat het eruit moet, als een golf van emoties. Vaak trek ik me dan een paar dagen terug voordat het me lukt om contact te zoeken met vrienden.

            Voor mij is rouw ook: hoe meer je om iemand geeft, hoe meer pijn je om iemand kunt hebben. Ik weet zeker dat mijn ouders en ik nog van elkaar houden. Maar het is geen gezonde liefde waar iets op kan groeien. Dat leert rouwen mij. Ik probeer hen los te laten, maar ik ben daarin soms nog zoekende.”

            Erkenning
            Eén effectieve manier om verlies te verwerken, bestaat volgens Merel niet. “Wat voor mij het beste werkt, is mijn gevoelens onder ogen zien. Als je ze wegstopt, komen ze twee keer zo hard terug. Ik praat met dierbaren. Hun erkenning in mijn verdriet en boosheid geeft rust en kracht.

            Ik merk dat ook schrijven over wat ik voel en denk helpt. Al ben ik wel bang dat ik in die veelheid van gevoelens verstrikt raak. Ik wil niet dat de mooie momenten die ik meemaak, erdoor overschaduwd worden.”

            ‘Het is mijn tijd’
            Dan verschijnt een glimlach op Merels gezicht. “Ik stel mezelf vaker de vraag waar ik blij van word. Dat is wennen, want die vraag stelde ik mezelf nooit. Ik heb nu twee oppashondjes. Zij bieden mij vreugde en troost.

            Ik doe vrijwilligerswerk voor Dream4Kids waar ik ‘Droomdagen’ organiseer voor kinderen met traumatische ervaringen, en werk dagelijks met jongeren. Ik zie mezelf niet als een redder of hulpverlener. Dat ik naast iemand mag staan in zijn of haar reis door het leven, vind ik waardevol. En eigenlijk sta ik dan ook een beetje naast de kleine Merel van toen die het ook zwaar had. Mijn werk draagt bij aan mijn helingsproces en rouwverwerking.”

            Dat maakt het verlies van haar ouders draaglijk. “Mijn ouders hebben mij deels gevormd tot wie ik ben, maar nu neem ik het heft in eigen handen. Het is mijn tijd. Er zullen zeker tegenslagen komen, maar ik ben er minder bang voor. Ik weet dat ik zo krachtig ben dat ik erdoorheen kom.”

            Omgaan met verlies
            Hoe deal je met verlies en rouw? Heidi van den Hout heeft tips.

            1. Ben je bewust van het woord ‘rouwarbeid’. Als je een verliessituatie meemaakt, kan dat heel veel energie kosten. Je hebt er als het ware een extra baan bij. Ga bij jezelf na wat jouw zuigtabletten (waar loop je op leeg) en bruistabletten (waar krijg je energie van) zijn. Tip: visualiseer het voor jezelf en schrijf het op!
            2. Besef dat het normaal is dat je na lange tijd je nog regelmatig verdrietig voelt. Verlies heeft alles met liefde te maken. Als je om iets of iemand geeft, doet het pijn als je dit verliest.
            3. Verlies moet je wel zelf dragen, maar niet alleen. Vraag om hulp, hoe lastig dit dan ook kan zijn. Zoek iemand op die je vertrouwt en waarbij je je kwetsbaar kan opstellen. Veel (jong-)volwassenen hebben geleerd “om het allemaal maar alleen te doen”. Hulp vragen kan ook in kleine dingen zitten. Iemand kan voor je koken, boodschappen doen of met jou samen gaan sporten.
            4. Vind je het moeilijk hoe je moet reageren op het verlies van een ander? Zeg dan: “Ik weet niet wat ik moet zeggen, ik wil er gewoon voor je zijn.”

            Bron: NPO3FM >>

            In reactie op: Therapieën, behandelingen & traumaverwerking #276933
            Luka
            Moderator

              ‘De DSM duwt mensen in een hokje’
              Interview met psychiater Jim van Os

              Het is niet altijd eenvoudig om de juiste vorm van hulp te krijgen als je psychisch in de knoop zit. Dat komt doordat de DSM, het diagnostisch handboek voor de psychiatrie, nog steeds leidend is. Ten onrechte, vindt psychiater Jim van Os.

              Het Trimbos-instituut zegt dat een kwart van de Nederlanders zich meldt met een psychische stoornis. Hoe ziet u dat?
              “Dat is een probleem, absoluut. Er is veel psychisch lijden in onze maatschappij. Mensen worstelen­ met zingevingsvragen, met eenzaamheid, vechtscheidingen, armoede… Ieder jaar voldoet 20 procent van de patiënten aan de criteria voor een psychische stoornis. Hebben al die mensen dan werkelijk een psychische stoornis of is er iets anders aan de hand? Door de manier waarop psychologen en psychiaters de diagnose stellen, missen we het belangrijkste: wat is de context van dat lijden, wat zit erachter? Psychologen en psychiaters stellen een diagnose op basis van een boek, het handboek DSM oftewel de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, waarvan nu het vijfde deel wordt gebruikt. Voor elke psychische stoornis bestaat een lijst met critera. Voor een ‘depressie’ staan er op die lijst bijvoorbeeld klachten als: sombere stemming, verlies van interesse of plezier, verlies van energie en weinig of juist veel slapen. Heb je een bepaald aantal van die klachten, dan kan de psycholoog of psychiater de diagnose ‘depressie’ stellen en gaat hij je daarvoor behandelen.”

              En u bent het daar niet mee eens?
              “Klopt. We weten nu dat psychisch lijden een heel spectrum aan oorzaken heeft, en op basis daarvan moeten we behandelen. Maar de ggz werkt op basis van diagnoses uit de DSM. Iedereen is specialist op zijn eigen gebiedje en ook de zorg is inmiddels op die manier ­georganiseerd. Er is een zorglijn depressie, een zorglijn psychose, een zorglijn angst. De zorgverleners binnen die zorglijnen hebben nauwelijks of geen contact met elkaar. Heb je als patiënt angstklachten én depressieve klachten, en speelt daarbij ook autisme een rol? Dan kun je dus te maken krijgen met verschillende zorgverleners. Het heeft ook gevolgen voor de vergoeding. De psycholoog of psychiater bij wie je aanklopt, ontvangt slechts een vergoeding voor bijvoorbeeld 30 uur therapie voor de behandeling van één stoornis, dus alleen depressie of alleen angst. Vandaar dat patiënten steeds meer in een hokje worden geduwd. De patiënt met een breed scala aan klachten kan nergens meer terecht, die past niet langer in het systeem dat we met zijn allen hebben opgetuigd.”

              Wat gebeurt er dan met de mensen die ernstige psychische problemen hebben?
              “Die worden vaak niet meer geholpen. Om een voorbeeld te noemen: iemand met een verstandelijke ­beperking die daarnaast autistisch, suïcidaal, verslaafd en agressief is, en zwerfgedrag vertoont, kan nergens meer terecht. In Amerika belanden veel van deze mensen uiteindelijk in de gevangenis en in ons land staat hetzelfde te gebeuren. Waarom? Omdat mensen met dit soort ingewikkelde problematiek zonder hulp vaak op straat eindigen. En op straat is het risico op strafbaar handelen nu eenmaal groot.”

              Hoe kunnen mensen met psychische problemen beter worden geholpen?
              “Iemand die psychisch in de knoop zit, heeft op vier verschillende manieren hulp nodig. In de eerste plaats met het draaglijk maken van de psychische pijn, bijvoorbeeld met behulp van medicijnen zoals antidepressiva of angstremmers. Daarna ga je samen met de patiënt kijken naar wat er aan de hand is en wat de mogelijke oplossingen zijn, daarmee bied je hoop en perspectief. Ook help je de patiënt om weer in beweging te komen – vaak letterlijk. Dat betekent dat je de patiënt met een angststoornis ­uitdaagt om toch naar de supermarkt te gaan, of de depressieve patiënt vraagt een rondje te gaan wandelen. Het zijn concrete ­manieren om het psychisch ­lijden terug te brengen tot normale proporties, om het minder machtig en dwingend te laten zijn. Tot slot is het zaak om de context, oftewel de ­achtergrond van het psychisch lijden, aan te pakken. Psychisch lijden betekent altijd dat er werk aan de winkel is. Er moet iets veranderen in je leven, anders loop je vroeg of laat tegen dezelfde problemen aan. Voor de ene patiënt is het belangrijk om weerbaarheid te ontwikkelen tegen de druk van het perfecte leven, voor de ander gaat het om een gezondere leefstijl, en weer een ander moet de relaties met zijn naasten herwaarderen of meer zelfliefde ontwikkelen.”

              Maar wordt er niet al op deze manier behandeld?
              “Jawel, met één grote maar: de ­behandeling moet passen binnen de juiste categorie en classificatie van de DSM. En ik zeg: de behandeling moet passen bij de patiënt. De patiënt moet vertrouwen in de behandeling hebben én in de behandelaar. Alleen dan kan de ­patiënt zich eraan optrekken en genezen. Voor sommige patiënten werkt gesprekstherapie. Maar er zijn ook patiënten die meer aan yoga, acupunctuur of een sjamanistisch ritueel hebben. Laat mensen kiezen waar ze naartoe willen. Als het maar bonafide behandelaars zijn, die werken op basis van redelijke, wetenschappelijke inzichten.”

              Zorgverzekeraars zien u aankomen…
              “Zorgverzekeraars moeten beter opgevoed worden, dat klopt. Er is een onderzoek geweest: mensen met schulden komen heel vaak in de ggz terecht. Dat kost miljoenen. Miljoenen die we kunnen besparen als we die schulden oplossen en mensen weer perspectief bieden. We moeten echt af van het medicaliseren van problemen, we moeten focussen op de context.”

              U en een aantal van uw collega’s zijn al langer bezig met ‘De nieuwe ggz’. Wat is dat?
              “Dat is een onderdeel van ons project Ecosysteem Mentale ­Gezondheid (afgekort als GEM, red.). Binnen dit project werken we aan een nieuwe manier van denken over en behandelen van psychisch lijden. We weten dat slechts 14 ­procent van de contacten van ­mensen met psychische problemen via de reguliere ggz verlopen, denk hierbij aan de gebruikelijke ­gesprekken met een psycholoog. De overige 86 procent is hulp via andere formele en informele vormen van zorg, zoals alternatieve geneeswijzen, zelfzorgmiddelen, online hulp of mantelzorg. Het probleem is dat deze zorgvormen nauwelijks van elkaars bestaan weten, laat staan met elkaar ­samenwerken. Binnen het Eco­systeem Mentale Gezondheid ­werken al deze vormen van zorg wel met elkaar samen en leren ze ook van elkaar. Daarbij staat steeds de patiënt zelf centraal, in plaats van de DSM-diagnose. Meer informatie hierover staat op denieuweggz.nl.”

              U bent hier al heel lang mee bezig. Hoe ziet de toekomst van de psychiatrie eruit?
              “Ik denk dat er de komende tijd heel veel gaat veranderen. Nu al zijn er steeds meer ggz-instellingen die zeggen: ‘Help ons, wij willen het anders gaan doen.’ Veel ggz-instellingen staan open voor een nieuwe aanpak in de psychiatrie: denken vanuit de patiënt, meer samenwerking met andere vormen van zorg en ondersteuning door ervaringsdeskundigen. Veranderingen in de psychiatrie duren ­gemiddeld 25 jaar. En ik ben hier nu zo’n 25 jaar mee bezig. Dus ja, ik heb goede hoop.”

              Jim van Os (63) is hoogleraar ­psychiatrie en voorzitter van de Divisie Hersenen van het Universitair Medisch ­Centrum Utrecht. Daarnaast is hij Fellow en gasthoogleraar ­psychiatrische epidemiologie aan het Institute of Psychiatry van King’s College in Londen. Ook zette hij, samen met de Stichting PsychoseNet op. Dit platform richt zich op mensen met psychosegevoeligheid, hun naasten en zorgverleners.

              Bron: Plus Online >>

              In reactie op: Child Focus (België) #276873
              Luka
              Moderator
              Topic starter

                Child Focus, 25 jaar oud en relevanter dan ooit: “Nooit liepen meer kinderen weg, ook online seksueel misbruik blijft stijgen”

                Child Focus bestaat 25 jaar. De Stichting voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen ontstond in de nasleep van de Dutroux-affaire en ontpopte zich tot een spreekbuis voor vermiste en kwetsbare kinderen. De laatste jaren kwam de aandacht voor alle online vormen van seksueel misbruik op het voorplan. “Child Focus is mee geëvolueerd met zijn tijd”, zegt VRT NWS-justitiejournaliste Fatma Taspinar.

                “Nooit liepen er meer kinderen thuis weg dan in 2022. Nooit kregen we meer meldingen van seksuele uitbuiting. Het aantal dossiers van online seksueel misbruik van kinderen is alarmerend hoog.”

                Het beeld dat CEO Heidi De Pauw schetst aan de vooravond van de 25e verjaardag van Child Focus is somber. De precieze cijfers voor 2022 verschijnen binnenkort, maar sinds corona is het aantal dossiers dat ze behandelen sterk toegenomen.

                “Seksueel misbruik komt, anders dan veel mensen denken, meestal uit de directe omgeving van een kind”, verduidelijkt De Pauw. “Tijdens de coronacrisis zaten kinderen letterlijk thuis opgesloten, zonder sociale controle. Ze brachten bovendien veel tijd online door, net als mensen met slechte bedoelingen. Door corona zijn we ons meer dan ooit bewust geworden van die gevaren. En het feit dat daaraan werken een van onze prioriteiten moet zijn.”

                Posters van vermiste kinderen
                Even terug naar 20 oktober 1996. In de nasleep van de Dutroux-affaire komen in Brussel honderdduizenden mensen op straat voor de Witte Mars. Ze eisen een betere bescherming van kinderen. Dezelfde dag nog vraagt én krijgt Jean-Denis Lejeune, vader van de door Marc Dutroux vermoordde Julie (8), politieke steun voor een centrum dat helpt om vermiste en misbruikte kinderen te zoeken. Twee jaar later is Child Focus een feit.


                De Witte Mars zette de vraag naar een betere bescherming van kinderen kracht bij

                Child Focus groeit al snel uit tot een begrip. Het noodnummer 116 000 wordt in het leven geroepen. Dat staat zeven dagen op zeven en 24 uur op 24 open om verdwijningen of gevallen van seksueel misbruik te melden. Daarnaast biedt Child Focus ook emotionele ondersteuning aan ouders van vermiste kinderen. En ze springen in het oog door de opvallende rode posters van vermiste kinderen die ze verspreiden.

                “Bij Child Focus moet ik altijd spontaan aan die affiches denken”, zegt justitiejournaliste Fatma Taspinar. “Foto’s van kinderen, minderjarigen die worden gezocht. Het is altijd een droevig beeld, maar het illustreert wel de kracht van Child Focus. Toen Julie en Melissa in de jaren ’90 verdwenen was ik zelf 13 jaar. Hun foto staat in mijn geheugen gegrift. Dat gevoel van onmacht om die verdwenen kinderen, dat associeer ik met Child Focus.”

                De eerste ouders van vermiste kinderen stonden alleen in hun strijd, dat is vandaag niet meer het geval
                Heidi De Pauw, CEO van Child Focus

                Vandaag, 25 jaar later, behandelde Child Focus al zo’n 43.000 verdwijningsdossiers. Het aantal verdwijningen schommelt jaarlijks rond de 2.000, slechts een fractie daarvan zijn criminele ontvoeringen. “Dat aantal blijft redelijk stabiel, maar veel vaker dan vroeger kunnen we die ouders vroeg of laat toch een antwoord geven. De eerste ouders stonden alleen in hun strijd, dat is vandaag niet meer het geval”, zegt De Pauw.

                Online seksuele uitbuiting
                Het aantal verdwijningen blijft dan wel stabiel, een ander cijfer baart meer zorgen. Het aantal dossiers van seksuele uitbuiting is in de loop der jaren sterk toegenomen. Vandaag zijn dat er al 42.000. Vooral online vormen van seksuele uitbuiting stijgen explosief, zeker sinds de coronacrisis. “Er hebben nog nooit zoveel beelden van seksueel misbruik gecirculeerd als vandaag op het internet”, zegt De Pauw.

                “Seksueel misbruik was er vroeger allicht evenveel als vandaag, maar de technologie is vandaag een facilitator geworden. Je hoeft niet meer in je wagen te springen, je kan kinderen gewoon online benaderen. En voor beelden van kindermisbruik moet je niemand meer ontmoeten, je vindt het gewoon online. Bovendien is het makkelijker om onder de radar te blijven.”

                En dat is ook te zien in de cijfers. De fenomenen sexting (het versturen van seksueel getinte berichten en foto’s), sextortion (afpersing door het dreigement om compromitterende beelden online te verspreiden) en grooming (een volwassene die minderjarigen online contacteert en aanzet tot seksuele handelingen) zijn stuk voor stuk in opmars.

                Uitzondering op strafwet
                Het is tekenend voor de evolutie die ook Child Focus de laatste jaren heeft doorgemaakt. Meer en meer verschuift de focus naar preventie. “Wij willen vooral beantwoorden aan de noden van kinderen en jongeren in de maatschappij”, zegt De Pauw. “Vandaag zien we dat kinderen een smartphone hebben vanaf gemiddeld acht jaar. We willen hen leren omgaan met de risico’s daarvan, zodat ze die herkennen en weten wat ze moeten doen.”

                Maar ook beleidsmatig probeert Child Focus te wegen. In 2017 bekwam de organisatie een uitzondering op de strafwet waardoor medewerkers zelf meldingen van kinderporno kunnen bekijken die ze via het meldpunt binnenkrijgen. Zo kunnen ze de beelden sneller analyseren en laten verdwijnen. Bovendien zet Child Focus tegenwoordig ook artificiële intelligentie in om gekende beelden sneller van het internet te kunnen halen.

                Wat je Child Focus moet nageven, is dat ze de voorbije jaren als organisatie heel wendbaar en flexibel gebleken zijn
                VRT NWS-justitiejournaliste Fatma Taspinar

                “Wat je Child Focus moet nageven, is dat ze de voorbije jaren als organisatie heel wendbaar en flexibel gebleken zijn”, zegt Taspinar. “Ze waken vandaag mee over de online veiligheid van kinderen, en daar kan je denk ik in deze tijden niet genoeg aandacht voor hebben. Zelfs al zit je kind veilig thuis, dan nog loert het gevaar van die online wereld.”

                Stem van het kind
                Maar die strijd gaat niet altijd zonder slag of stoot. Misschien herinnert u zich nog wel de commotie over een campagne tegen seksueel kindermisbruik enkele jaren geleden. Child Focus lanceerde toen een filmpje met een expliciete reconstructie van seksueel misbruik, nagespeeld door volwassenen.

                De video leidde tot hevige reacties, onder meer van slachtoffers van seksueel misbruik. Voor hen waren de beelden confronterend. Al snel kwam CEO Heidi De Pauw met excuses. De campagne werd ingetrokken. Maar ze werkte wel: vanaf de eerste dag van de campagne verdubbelt het aantal meldingen van kinderporno.

                “Het is niet onze bedoeling om te choqueren, maar we willen wel op de barricades staan en het opnemen voor het kind. We willen onze stem laten horen”, zegt De Pauw daar vandaag over. “De beelden zijn misschien schokkend, maar de realiteit is zo mogelijk nog schokkender.”

                Wat Child Focus goed doet, is alle soorten kwetsbare kinderen een gezicht geven
                VRT NWS-justitiejournaliste Fatma Taspinar

                “Wat Child Focus goed doet, is alle soorten kinderen een gezicht geven”, besluit Taspinar. “Of een kind nu dakloos is of in een slechte omgeving opgroeit: Child Focus probeert hen te helpen. Ze denken elk jaar na over spraakmakende campagnes, om bijvoorbeeld ook kinderen die langdurig vermist zijn toch in leven te houden. Ik denk dat dat voor die families en ouders van onschatbare waarde is, dat hun kind niet vergeten wordt.”

                “Meer bewustwording nodig rond online fenomenen”

                Ter ere van de 25ste verjaardag organiseert Child Focus vandaag een plechtigheid in Brussel. Ook Sandra Spitaels zal daar getuigen. Sandra’s zoon, Glenn, werd enkele jaren geleden slachtoffer van grensoverschrijdende sexting. Hij stapte in 2017 uit het leven, nadat een naaktfoto van hem verspreid werd via sociale media.

                Sandra trok naar Child Focus voor steun en advies. “Ik heb als betrokken ouder mijn kinderen altijd meegegeven dat ze moeten opletten als ze Facebook of sociale media gebruiken”, zegt Sandra. “Maar over zaken als sexting, sextortion of grooming heb ik nooit gesproken omdat ik niet wist dat dat zich afspeelde. Achteraf heb ik vaak gedacht: had ik daar maar meer over geweten.”

                Sindsdien probeert Sandra mee aan de kar te trekken, onder meer door zelf in scholen te gaan spreken en andere ouders te waarschuwen voor de gevaren online. “De manier waarop gereageerd wordt, kan een wereld van verschil maken. Dat heb ik ondertussen wel geleerd. Daarom is het zo belangrijk om te werken aan de bewustwording rond die online fenomenen.”

                Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht op de Zelfmoordlijn, op het gratis nummer 1813, of op zelfmoordlijn1813.be.

                Nood aan een gesprek? Dan kan u 24/7 terecht bij Tele-Onthaal op het nummer 106. U kan ook chatten via http://www.tele-onthaal.be. Jongeren kunnen terecht bij Awel op telefoonnummer 102, of via chat op awel.be.

                Wie een verdwijning of seksuele uitbuiting wil melden, kan dat doen op het gratis noodnummer 116 000 van Child Focus.

                Bron: VRT.be >>

                In reactie op: Zwangerschap en opvoeding na seksueel misbruik #276764
                Luka
                Moderator

                  “‘Ik heb heel lang een verdrietig geheim gehad’, zei mijn zoon zacht”

                  Hoe Anke met haar kinderen bespreekt dat er geheimen zijn die je onmiddellijk moet verklappen. Gewoon, omdat ze haar kroost de ellende wil besparen die ze in haar eigen jeugd heeft meegemaakt.

                  Het is woensdagochtend en hoewel we eigenlijk moeten opstaan voor school, kruipen mijn kinderen nog even bij mij in bed. Sommige mensen zullen zeggen dat het ongepast is met kinderen van zeven en acht in bed te liggen. Wij weten wel beter. Het is een ideale plek om te knuffelen en te praten over dingen waar je het normaal niet zo snel over hebt. Zo half in de schemer met de gordijnen dicht en de slaap nog in je ogen, praat het net iets makkelijker dan normaal. Op deze plek hebben we al van alles besproken. Verliefdheden, waarom kittens met hun ogen dicht geboren worden, de zieke moeder van een klasgenootje en dat je lava heus wel aan kunt raken, maar dat het dan wel eerst moet stollen.

                  Geheimen bespreken
                  Vandaag bespreken we geheimen. Het is een gesprek dat ik al vaker heb gevoerd en zo nu en dan herhaal. “Lieverdjes”, zeg ik. “Weten jullie nog dat er twee soorten geheimen zijn? Er zijn vrolijke geheimen, zoals dat je een cadeautje voor iemand hebt, en verdrietige geheimen. Van verdrietige geheimen krijg je pijn in je buik. Word je boos of moet je huilen. Of je bent bang dat je ouders er verdrietig of boos van worden. Of dat je straf krijgt.”
                  Ze knikken.
                  “Weet een van jullie een voorbeeld van een vrolijk geheim?”
                  “Jaaa!” roept mijn dochter meteen. “Toen het bijna Moederdag was en we iets voor je geknutseld hadden, maar we van juf nog niet mochten zeggen wat het was. Dat was zo moeilijk. Ik kan helemaal geen geheimen bewaren. Dus toen had ik het toch verteld.”
                  “Sinterklaas”, gaat mijn zoon eroverheen. “Dat is ook een geheim. Een beetje wel en een beetje niet vrolijk. Want het was niet zo leuk dat jullie er niet eerlijk over waren, maar wel leuk dat we nog steeds cadeautjes krijgen.”
                  “Klopt. Dat zijn allemaal heel goede voorbeelden. En het geeft niks dat je het moederdagcadeautje verklapt had, hoor. Het was je eigen geheim, dus dan mag dat. Je hoeft alleen geheimen van anderen te bewaren als ze dat aan je vragen. Met je eigen geheimen mag je doen wat je wil. Ze vertellen of ze bewaren, dat maakt niet uit.”
                  Ze knikt opgelucht.
                  “Behalve bij verdrietige geheimen. Die moet je altijd aan iemand vertellen. Bijvoorbeeld aan mij of papa of juf.”
                  “Waarom moet dat?”
                  “Omdat verdrietige geheimen zwaar zijn en wij kunnen helpen dragen.”
                  “Maar wat als je echt boos wordt?”
                  “Ik beloof je dat als je zoiets aan mij vertelt, ik niet boos zal worden.”
                  “Heb jij weleens zo’n geheim gehad dan, toen jij klein was?”

                  Mijn grootste verdrietige geheim
                  Meteen begint mijn hoofd te razen. Het is natuurlijk niet voor niets dat ik dit al van zo jongs af aan met ze bespreek. Ik moet denken aan mijn grootste verdrietige geheim. Bijna dertig jaar hield ik het voor me.

                  Ik was acht toen het gebeurde. De puberbroer van een vriendinnetje paste vaak op ons als onze ouders aan het werk waren. Soms speelde hij met ons mee. Maar de spelletjes gingen steeds verder en werden steeds seksueler, al wist ik toen nog niet goed wat dat was. Ik wist wel dat ik er buikpijn van kreeg en moest huilen.

                  Toch vertelde ik mijn ouders dit pas vorig jaar. Toen het aan de hand was, durfde ik niet. Te bang dat ze me niet zouden geloven of straf zouden geven om het snoep dat we na afloop altijd aten. Ik wist heus wel dat ik dat niet mocht. Dus bedacht ik smoesjes: ze hebben het druk, ze hebben al veel zorgen, ik wil ze niet boos of verdrietig maken. En ik dacht dat ik misschien iets niet goed begrepen had. Dat ze zouden lachen als ik het zou vertellen. Omdat het heel gewoon was en hoorde bij grotere broers. Ik had niet zo’n broer en mijn vriendinnetje deed of het normaal was. Dus zei ik niks. En ging het door. Tot het vriendinnetje en ik ruzie kregen en ik er niet meer hoefde te spelen.

                  Met iemand over praten
                  Al deze dingen denk ik, maar net als toen zwijg ik. Ook mijn kinderen wil ik niet verdrietig maken. In plaats daarvan vertel ik ze een ander verhaal dat zich rond dezelfde tijd afspeelde.

                  “Vroeger, toen ik zo oud was als jullie, woonde ik natuurlijk nog bij opa en oma. Ik speelde vaak buiten en liep dan uren door de buurt. Opa, oma en ik hadden heel goede afspraken over waar ik wel en niet mocht komen. Op een dag was ik te ver gelopen, naar een straat waar ik niet heen mocht. Er was een klimrek en ik klom erop. Een groter meisje kwam erbij. Zij wilde ook op het klimrek. Ik ging een stukje opzij maar dat was niet genoeg. Ze duwde me eruit en schopte me toen ik op de grond lag ook nog in mijn buik.”
                  Hannahs ogen worden groot. “Deed het pijn? Moest je huilen?”
                  “Ja, het deed wel pijn, maar nog meer was ik gewoon heel erg geschrokken. Ik ben weggerend.”
                  “Ik zou ook heel erg schrikken!” zegt ze. “Heb je het tegen je moeder gezegd?”
                  “Nee, want ik was bang dat ik straf zou krijgen omdat ik te ver van huis was gegaan.”
                  Allebei knikken ze heftig. Geen straf willen snappen ze best.
                  “Wat zielig”, zegt Jakob. “En toen?”
                  “Toen ben ik heel lang bang geweest dat ik dat meisje weer tegen zou komen.”
                  Ze knikt. “Snap ik.”
                  “En je kon er met níemand over praten?” vraagt Jakob.
                  “Klopt”, zeg ik.
                  “Wel fijn dat je het nu aan ons kunt vertellen, hè mama?”
                  “Heel fijn, liefje.”
                  We zijn even stil en denken na. Dan vraag ik: “En jullie? Hebben jullie verdrietige geheimen?”
                  Nee, schudt mijn dochter meteen. “Ik ben heel slecht in geheimen, zei ik toch.”
                  Gelukkig maar, denk ik.
                  Jakob kijkt sip en blijft stil.
                  “En jij?” vraag ik.
                  “Ik heb heel lang een verdrietig geheim gehad”, zegt hij zacht.

                  ‘Wie heeft mijn kind pijn gedaan?’
                  Mijn hart slaat over. Mijn gedachten gaan als een razende langs alle potentieel gevaarlijke momenten. Dat stomme jongetje uit groep acht, zou die hem pesten? Is het de vader van dat ene vriendje, waarover die rare verhalen gaan? De oppas? Ik vertrouw hem volkomen, maar misschien zit ik ernaast? De verschrikkelijkste scenario’s vliegen door mijn hoofd. Wie heeft mijn kind pijn gedaan en kan ik het wel aan dat te horen? Ga ik niet heel hard huilen als hij eindelijk vertelt wat hij heeft meegemaakt? Kan ik er voor hem zijn zonder dat mijn eigen verdriet en verleden in de weg zitten? Dit was alleen maar een gesprek voor mocht het ooit een keer van pas komen. Om ze te laten weten dat ik er altijd voor ze ben. Ik had er niet op gerekend dat ze écht iets zouden hebben.

                  Onopvallend, maar diep opgelucht
                  “Wil je het vertellen?” vraag ik duizendmaal rustiger dan ik me voel.
                  “Ja.” Hij zucht diep. Zijn ogen staan vol tranen. Ik voel de mijne ook al prikken.
                  “Ik had een splinter. En het deed heel erg pijn. Hij zat in mijn vinger en ik voelde hem de hele dag. Maar ik was bang dat als ik er iets van zou zeggen, papa of jij hem eruit zou willen halen en dat wilde ik niet, want dat zou nog meer pijn doen. Of dat ik naar het ziekenhuis zou moeten en ik vind het ziekenhuis eng. Ik moet er nu nog van huilen.”
                  Ik adem uit. Onopvallend, maar diep opgelucht. Ik voel een lach opborrelen die ik wegslik.
                  Hij heeft hier een tijdje mee gelopen, dus zelfs nu ik het niks bijzonders vind, is het voor hem bloedserieus.
                  “Dat zie ik, lief. En dat mag. Het klinkt ook verdrietig. Heeft het lang geduurd?”
                  Hij knikt.
                  “Heb je er nog pijn van?”
                  Hij schudt zijn hoofd.
                  “Is de splinter er inmiddels uit?”
                  Weer knikt hij.
                  “Lukt het even niet om te praten?”
                  Weer schudt hij zijn hoofd.
                  “Wil je knuffelen?”
                  Hij knikt en kruipt tegen me aan. Aan mijn andere kant doet mijn dochter hetzelfde. Als een balletje mens liggen we in het grote bed. We knuffelen alsof ons leven ervan afhangt. En zo voelt het ook.

                  De grootte van een splinter
                  “Weet je wat?” zeg ik na een tijdje. “Ik beloof hierbij plechtig dat als jullie een verdrietig geheim hebben, wat dan ook, je het kan zeggen. En dat ik niets zal doen wat je niet wil. Ik luister naar je en dan gaan we samen bedenken wat we eraan kunnen doen. Deal?”
                  Ik steek mijn hand in de lucht. Twee kleine handjes slaan er tegelijkertijd keihard tegenaan.
                  “Deal!”
                  En terwijl ik ze uit bed en naar school jaag, denk ik: laten hun verdrietige geheimen alsjeblieft voor altijd de grootte van een splinter in hun wijsvinger blijven.

                  Bron: Kekmama >>

                  In reactie op: Sexting, sextortion & shaming #276763
                  Luka
                  Moderator

                    Je kinderen uitleggen hoe ze om moeten gaan met het versturen van naaktfoto’s? Deze pedagoge vertelt

                    Het blijft een lastig onderwerp, maar wel aan de orde van de dag. Je kind uitleggen hoe het om moet gaan met het versturen van naaktfoto’s? Pedagoge Krista Okma legt uit hoe je dat het beste kan doen.

                    Een derde van de kinderen onder de tien jaar heeft al een keer porno gekeken, aldus Okma.

                    FOTO’S
                    Het versturen van naaktfoto’s is volgens Okma “meer dan normaal” onder jongeren. Zeggen dat het niet mag, zou dan ook niet de oplossing zijn. “Tieners doen dat veel, en dat is gewoon. Het hoort bij het ontdekken van hun seksualiteit. Maar het is wel een belangrijk aandachtspunt: veel ouders denken dat hun kind het niet doet, of gaan het gesprek niet aan. En dat is een gemiste kans.”

                    “Denk je: dat gesprek komt nog wel wanneer het zover is, dan ben je eigenlijk al te laat. Een derde van de kinderen onder de tien jaar heeft al een keer porno gekeken, maar 85 procent van de ouders heeft het met kinderen onder de tien jaar nauwelijks over seksualiteit.”

                    “Bespreek het met je kinderen wanneer ze nog op de basisschool zitten. Dan zitten ze minder in het onderwerp en nemen ze uit nieuwsgierigheid veel meer van jou als ouder aan. In de puberteit gaan ze het er met jou niet over hebben. Dan gaan ze wel naar vrienden, of iemand anders.”

                    OPVOEDING
                    Seksuele opvoeding begint volgens Okma al als het kind wordt geboren. “Moet je als kind je tante – die je nooit ziet – verplicht drie zoenen op de wang geven, terwijl je aangeeft dit niet te willen, dan mag je daar als kind dus niet je eigen grenzen in aangeven. Terwijl het belangrijk is om je kind mee te geven, zeker bij dit onderwerp, dat je niets moet doen tegen je wil.”

                    Wil je het onderwerp sexting aansnijden, dan is het wel belangrijk om te kijken waar je kind op dat moment staat. “Heb je nog nooit over seksualiteit gesproken en begin je opeens over sexting, dan denkt je kind ook: wat gebeurt hier? Begin al op de basisschool met terloopse gesprekjes: ben je weleens verliefd geweest? Heb je al eens een kus gegeven? Heb je een vriendje of vriendinnetje? Ga je er met zijn tweeën op uit? Daar begint het mee.”

                    HAAKJE
                    Krijgt je kind vervolgens een eigen telefoon – en is hij of zij al met seksualiteit bezig – dan is het onderwerp sexting volgens Okma een logische volgende stap. “Leer je kind dat het niet zomaar berichten of foto’s van anderen mag doorsturen. Ook geen gewone foto’s. Die persoon heeft de foto naar jou gestuurd en niet naar andere mensen. Wil je iets doorsturen, dan moet je dit áltijd overleggen.”

                    Geen idee hoe je dit gesprek aanknoopt? Gebruik een haakje uit de media. “Je hoeft niet naar iemands foto te gaan kijken, maar je kunt het wel bespreken. ‘De foto’s gaan rond, wat vind jij hiervan?’ Dan merk je al snel genoeg of je kind daar wel of niet mee bezig is.”

                    Bron: Linda.nl >>

                    In reactie op: Over leven – Valerie Van Peel, Meredith van Overloop #276654
                    Luka
                    Moderator
                    Topic starter

                      Politica Valerie Van Peel brengt slachtoffers van kindermishandeling samen in boek: “Mensen kijken nog te vaak weg”

                      Kamerlid Valerie Van Peel (N-VA) is slachtoffer geweest van kindermisbruik. Over dat geweld heeft ze nu een boek geschreven. In “Over leven, moed en groei” doet ze haar verhaal samen met twaalf andere slachtoffers, omkaderd door kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens. “Blijf alert voor slachtoffers en kijk niet weg”, zeggen ze in “Laat”.

                      Gisteren raakte nieuwe cijfers bekend van de hulplijn 1712. In 2022 ontving de hulplijn een recordaantal aan meldingen, over 12.044 (mogelijke) slachtoffers van geweld, misbruik of mishandeling. Meer dan de helft van hen waren kinderen. Het zijn er meer dan ooit, en toch is het slechts het topje van de ijsberg. Volgens schattingen wordt één op de tien kinderen het slachtoffer van misbruik of mishandeling, vaak zelfs binnen het eigen gezin.

                      Net daarom wou politica en beleidsdeskundige kinderbescherming Valerie Van Peel dit boek schrijven, samen met Meredith Van Overloop, Anne Defossez en Peter Adriaenssens. “Er zijn zoveel mensen die met enorme littekens rondlopen, en dat verhaal alleen aan het dragen zijn. En dat maakt de stap naar herstel zo goed als onmogelijk.”

                      Volgens Van Peel zijn er meerdere redenen waarom slachtoffers het moeilijk vinden om te vertellen over hun ervaringen. Eén daarvan is de beeldvorming rond slachtoffers. “We worden altijd heel verkeerd voorgesteld. Of toch niet met de nodige nuance. We komen aan bod als het gaat over criminaliteit of psychiatrie. Terwijl het echt iedereen kan overkomen. Waarschijnlijk ook mensen die je kent, maar waar je het niet van weet. We zijn méér dan die rugzak die we meedragen. Maar die stempel van slachtoffer schrikt nog veel mensen af. Erover kunnen spreken zonder dat je daarna voor de rest van je leven iemand raar bent, dat is nog steeds een taboe.”

                      Dat het echt iedereen kan overkomen, bewijst ook de grote diversiteit aan getuigen in het boek. Ongeveer evenveel mannen als vrouwen, van alle leeftijden en achtergronden. Een bewuste keuze, volgens Van Peel. “Dat is het signaal dat we willen geven: het overkomt zovelen. Eén op de tien kinderen, dat is ongeveer twee kinderen per klas. 600.000 Vlamingen die het meemaken, en vaak weten we het niet eens.”

                      Dat mensen je plots enkel als slachtoffer gaan zien, schrikt veel mensen af, maar volgens Adriaenssens is jezelf als slachtoffer gaan zien soms nog de grootste drempel. “Veel slachtoffers willen gewoon zijn zoals een ander. Dus we moeten erover waken dat we hen ook zo blijven zien, en dat we hen geen nieuw etiket gaan opplakken. Want anders krijgen we mensen die zwijgen, omdat ze niet weten of wij wel verstandig gaan reageren.”

                      Collectieve verantwoordelijkheid
                      Dat praten wel degelijk loont, bewijzen de cijfers van 1712. Het aantal slachtoffers is met 6 procent gestegen tegenover 2021. Paradoxaal genoeg betekent dat dat het de goede richting uitgaat, bevestigt Adriaenssens. “Die cijfers hebben iets optimistisch, want eindelijk beginnen we erover te praten. Ook al weten we dat die cijfers maar een fractie zijn van de werkelijkheid.”

                      Die cijfers nog verder laten stijgen, dat is volgens Adriaenssens onze collectieve verantwoordelijkheid: “Het is onze eigen verantwoordelijkheid om mensen aan te moedigen om te praten, en mensen de ruimte te geven om erover te praten. We wachten ook nog te veel tot slachtoffers zelf gaan praten, terwijl we vaak al voelen dat er iets aan de hand is. Eigenlijk vragen we te veel moed van de slachtoffers.”

                      We vragen te veel moed van slachtoffers

                      Jeugdpsychiater Peter Adriaenssens

                      Ook Van Peel heeft lang gezwegen over wat haar overkwam, “want als kind kan je dat niet plaatsen, en bovendien is er dan nog de manipulatie van de dader”. In haar tienerjaren had ze opnieuw de moed om erover te vertellen, zonder dat daar gevolg aan werd gegeven.

                      Pas toen ze als twintiger opnieuw haar verhaal deed, besefte ze dat net dat een voorwaarde is voor de stap naar herstel. “En net daarom raakt het me dat er nog steeds zoveel mensen zwijgen. Alle getuigen uit het boek, die het nu aandurven om in het openbaar te spreken, doen dat om iets negatiefs om te buigen in iets positiefs. Ze willen de anderen een beter proces gunnen. Ik wil hen ook nog eens bedanken voor die moed.”

                      Maar voor veel getuigen is het boek meer dan enkel directe hulp aan slachtoffers. Het is ook een vraag aan de rest van de samenleving. “Ik denk dat alle getuigen het boek ook willen gebruiken als maatschappelijk pamflet. Een oproep aan de samenleving om wakker te blijven, om alert te blijven voor deze problematiek.”

                      Volgens Van Peel heeft de omgeving van slachtoffers vaak wel door dat er iets aan de hand is, maar kijken mensen nog te vaak weg. “Het is zo’n groot en zwaar probleem. Alle getuigen in het boek hebben mensen zien wegkijken, en daar hebben we allemaal veel schade door geleden. Maar we hebben ook allemaal mensen gehad die ons wél geholpen hebben, en dat zijn vandaag nog altijd onze helden.”

                      Bron: VRT.be >>

                      In reactie op: Medusa’s missie: Een podcast over seksueel misbruik #276652
                      Luka
                      Moderator
                      Topic starter

                        SIGRID’S DOCHTER FLEUR MAAKT PODCAST OVER SEKSUEEL GEWELD: ‘BLIJF LUISTEREN’

                        In 2018 is Fleur Aben (23) in Oxford voor een taalcursus als ze verkracht wordt. In de podcast ‘Medusa’s Missie’ vertelt ze haar eigen verhaal en gaat ze in gesprek met andere slachtoffers van seksueel geweld.

                        Fleur’s moeder Sigrid (55) stond haar dochter bij tijdens haar pijnlijke herstelproces, waarin ze ook haar eigen gevoelens tegenkwam: “Blijf altijd naar je kind luisteren, hoe moeilijk dat ook is.”

                        SEKSUEEL GEWELD
                        “Op mijn eerste dag in Engeland bleef ik bij een groepje Nederlanders plakken”, begint Fleur haar verhaal. “Met een jongen ging ik naar het park. Hij heeft mij daar verkracht.” Op weg naar huis belt ze in paniek alle nummers in haar ‘recent gebeld’-lijst. Het is midden in de nacht, maar een vriendin neemt op. “Ik vertelde wat er was gebeurd en zij vroeg vrijwel meteen: ‘Ben je verkracht’? Zelf had ik dat nog niet beseft.” De vriendin laat Fleur beloven dat ze iemand in Oxford in vertrouwen neemt. “Ik heb het aan mijn docent vertelt en zij zorgde ervoor dat ik naar de dokter ging voor een soa-test en morning after pil.”

                        Ook de directrice van de school wordt ingelicht en zij belt zonder overleg met Fleur’s ouders. “Het was heel raar”, herinnert Sigrid zich. “Ze zei: er is iets gebeurd met uw dochter, ze is nu oke, maar ze gaat u zelf bellen. Ik was in alle staten.” Als ze Fleur te pakken krijgt hoort ze eindelijk wat er gebeurd is. “We zijn meteen in de auto gesprongen en naar Oxford gereden.” Ze schakelt haar eigen emoties uit om er voor Fleur te kunnen zijn. “Een voorstelling maken van wat er gebeurd was kon ik niet, dat trok ik niet. Zij zou er niets aan hebben als ik heel erg emotioneel was.”

                        Als haar ouders in Oxford aankomen houdt Fleur afstand. “Ik vond het hartverscheurend om erover na te denken dat ik ze pijn deed. Destijds voelde ik me ook daar zo schuldig over.” Ze is prikkelbaar, bozig en heeft een dikke muur om zich heen. “Het was heel lastig voor ons. Het liefst wil je je kind knuffelen en haar pijn wegnemen. Ik wist niet hoe ik haar kon bereiken”, blikt Sigrid terug. “We worstelden met zoveel gevoelens. Ik had ook schuldgevoelens omdat ik haar niet heb kunnen beschermen.”

                        THERAPIE
                        “Het raakt ook aan je eigen seksualiteit”, legt Sigrid uit. Ook voor Ivo, Fleur’s vader, roept het misbruik vragen op. Hij stelt veel vragen over hoe het precies is verlopen. “Hij ging nadenken over zijn eigen gedrag als man naar vrouwen en reageerde daardoor minder behulpzaam dan hij had gewild.” Fleur heeft ook met haar vader een podcastaflevering opgenomen. “Hij vertelde daarin dat hij juist zoveel details wilde weten om te beoordelen wat de jongen precies had fout gedaan en of en hoe hij had moeten weten dat hij over Fleurs grens ging. Was hijzelf vroeger misschien niet ook wel eens over de grens van een meisje of vrouw gegaan?’ Maar door al die vragen ging ik wel aan mezelf twijfelen.”

                        In de periode erna gaat Fleur een therapietraject in, ook haar ouders zijn af en toe bij een sessie. “Ik had het gevoel dat ik door niemand begrepen werd, ook niet door mama en papa. Ik voelde me opgelaten als ze meekwamen, maar achteraf altijd opgelucht.” Voor Sigrid was het fijn om zo meer mee te krijgen van het proces van haar dochter. “Het duurde heel lang voordat we weer goed contact met haar konden krijgen. Ze had veel last van flashbacks en door onverwachte aanrakingen bevroor ze.” Ze wil haar getraumatiseerde kind het liefst de hele tijd vasthouden, maar dat kan op dat moment niet.

                        Als Sigrid een tekening vindt van Fleur tijdens het opruimen verandert er iets voor haar. “Ze had zichzelf getekend vlak na het moment dat het gebeurd was: een ineengedoken, klein meisje achter een struik. Dat raakte me zo diep in m’n hart. Ik vond het heel moeilijk om te zien, maar ik was ook blij dat ik door dat beeld eindelijk bij mijn eigen gevoel kwam.”

                        MEDUSA’S MISSIE
                        “Ik was al snel na het misbruik op zoek naar mensen die mij echt begrepen”, vertelt Fleur over het idee achter de podcast. Haar zus Merel brengt haar in contact met iemand die ook ervaringsdeskundige is. “Ik vond dat zo fijn en ik wilde me eigenlijk aansluiten bij een groep, maar die was er niet in onze regio.” Tijdens haar therapietraject ontmoet ze een groep vrouwen die vergelijkbare dingen heeft meegemaakt, een aantal van hen is ook te horen in de podcast. “We kunnen er echt voor elkaar zijn omdat we weten hoe het is. Ik vind dat er een platform moet zijn waar slachtoffers zich gedragen kunnen voelen en waar solidariteit centraal staat.” Voor Fleur zijn de gesprekken helend. “Ik hoop dat slachtoffers de podcast vinden, erop klikken en zich durven te laten raken.”

                        “Het trof mij als ouder heel erg om te horen dat Fleur zich zo alleen heeft gevoeld. Wij zijn hele betrokken ouders en dan maakt je kind zo’n trauma mee en voelt ze zich toch alleen”, vertelt Sigrid. “Als ouder kun je aanvankelijk niet meer doen dan luisteren en er voor je kind zijn. Het verdriet wegnemen gaat niet en dat doet pijn.” Door de kracht van haar dochter durft Sigrid zich nu ook meer bloot te geven. “Fleur doet in haar helingsproces met de podcast zoiets groots, dat ik me niet wil blijven verstoppen, ondanks de pijn die haar verhaal oproept.” In tranen kijkt ze haar kind liefdevol aan: “Ik ben zo trots op haar en waar ze nu staat. We kunnen allemaal wat van haar leren.”

                        HULP VRAGEN
                        Mocht er iemand met z’n verhaal naar je toekomen, dan is luisteren de eerste stap, legt Fleur uit. “Laat diegene vertellen, zeg dat je er bent en dat je diegene gelooft.” Naar details vragen werkt averechts en ook het verhaal in twijfel trekken is schadelijk. “Als iedereen meteen begripvol had gereageerd had me dat jaren therapie gescheeld.”

                        Fleur wil slachtoffers van seksueel misbruik op het hart drukken om hulp te vragen. “Je hoeft niet te twijfelen aan jezelf of aan wat er gebeurd is. Het is heel erg wat je hebt meegemaakt, geloof je zelf.” Voor haar was praten ook de eerste stap naar helen. “Je hebt geen schuld. Probeer iemand in vertrouwen te nemen om zo te beginnen aan het proces van herstellen. Het is het echt waard om erdoorheen te komen. Je bent niet alleen.”

                        Bron: Linda >>

                      10 berichten aan het bekijken - 51 tot 60 (van in totaal 1,685)