Aangemaakte reacties

10 berichten aan het bekijken - 81 tot 90 (van in totaal 718)
  • Auteur
    Reacties
  • In reactie op: Aangifte doen & juridische hulp #257212
    Mark
    Moderator

      Aangifte na seksueel misbruik: ‘Slachtoffers zouden zich nooit ontmoedigd mogen voelen’

      Als je aangifte wilt doen van seksueel misbruik, hoe gaat dat dan precies in z’n werk? Wat kun je verwachten? En hoe komt het toch dat slachtoffers zich niet altijd serieus genomen voelen door de politie? Yet van Mastrigt, zedenexpert bij de politie, legt uit.

      De laatste jaren was er veel om te doen: het aangifteproces bij zedenzaken. In de media doken met regelmaat verhalen op van slachtoffers die zich door de politie niet serieus genomen voelden of zelfs ontmoedigd voelden om aangifte te doen. In De Volkskrant verscheen vorige week het verhaal van een jonge vrouw die al een jaar wacht tot haar zaak in behandeling wordt genomen. In 2017 was er veel media aandacht voor de zogenaamde Hoornse zedenzaak, waarbij het slachtoffer zich genoodzaakt had gevoeld om zelf haar belager op te sporen. Er volgde een kritisch rapport van de inspectie van Justitie en Veiligheid. Uiteindelijk was de zaak aanleiding voor Minister Grapperhaus om een grootschalig onderzoek in te stellen naar de bejegening van zedenslachtoffers door de politie.

      Uit dat onderzoek bleek deze zomer dat slachtoffers over het algemeen tevreden zijn over het contact met de politie, maar er zijn ook slachtoffers die negatieve ervaringen hebben. Het rapport concludeert dat zedenrechercheurs meer aandacht moeten hebben voor de behoeften en verwachtingen van zedenslachtoffers. Vooral het informatieve gesprek dat zedenrechercheurs met slachtoffers voeren voorafgaand aan een eventuele aangifte, kan door slachtoffers als ontmoedigend worden ervaren. Sommige slachtoffers gaven aan dat zij zich gestuurd voelden om geen aangifte te doen. De politie werkt sindsdien om het aangifteproces te verbeteren. Yet van Mastrigt, zedenexpert bij de politie, praat met ons over hoe het gaat en wat er beter kan.

      Het Centrum Seksueel Geweld ontving vorig jaar 4148 slachtoffers, een stijging van 28 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Ook bij de politie nam het aantal geregistreerde verkrachtingen toe, van 1245 in 2013 naar 2000 in 2019

      ‘Mensen komen steeds korter na de pleegdatum bij ons. Dat is een fantastische ontwikkeling’

      Is er een stijging van het aantal gevallen van seksueel geweld?
      “Nee, daar zijn geen aanwijzingen voor. Dat aantal is al een tijdje redelijk constant. Maar wat we wel zien is dat slachtoffers steeds vaker hun weg naar hulpverlening en politie weten te vinden. De samenwerking tussen instanties is verbeterd en er is de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor seksueel geweld, waardoor mensen zich misschien gesterkt voelen om een melding te doen. We zien namelijk ook dat mensen steeds korter na de pleegdatum bij ons komen. En dat is echt een fantastische ontwikkeling. Want hoe korter op de pleegdatum, hoe groter de kans dat we nog bewijs kunnen veiligstellen.”

      Als je slachtoffer bent van seksueel misbruik: wat is dan nu het proces? Waar kun je terecht?
      “Als er spoed bij is en je hebt acute hulp nodig, dan bel je altijd 112. Is er geen directe spoed, dan bel je de politie (via 0900-8844). Aan de telefoon word je in contact gebracht met iemand van de zedenpolitie. Die zedenrechercheur zal je vragen om kort uit te leggen wat er is gebeurd. Daarna zal de medewerker een afspraak maken voor een informatief gesprek met twee zedenrechercheurs op het bureau. Tijdens dat gesprek zullen de zedenrechercheurs je vragen stellen over wat er precies gebeurd is en proberen te achterhalen of er mogelijk sprake is geweest van een strafbaar feit. Ook zullen zij proberen te achterhalen of er sporen zijn die kunnen worden veiliggesteld. Sporen op het lichaam, maar ook digitale sporen, zoals appjes, mails en belgeschiedenis.

      De zedenrechercheurs zullen je vragen of je er iets voor voelt om met hen mee te gaan naar het Centrum Seksueel Geweld. Daar werkt de politie samen met artsen en psychologen om je zo goed mogelijk te kunnen helpen. Je kunt daar psychische en medische hulp krijgen en bijvoorbeeld getest worden op een ongewenste zwangerschap of seksueel overdraagbare aandoeningen. Is het minder dan zeven dagen geleden gebeurd? Dan kunnen forensisch artsen lichamelijk onderzoek doen en eventuele sporen op het lichaam veilig stellen.”

      “Belangrijk is hier dat het slachtoffer bepaalt. Je kunt naar het Centrum Seksueel Geweld voor hulp, ook als je geen aangifte wil doen. En je kunt medische hulp krijgen, ook als je geen sporenonderzoek wilt. Hetzelfde geldt voor het informatieve gesprek met de zedenrechercheurs: dat gesprek is nog niet de aangifte zelf. Het is bedoeld om helder te krijgen wat er is gebeurd en het slachtoffer alle informatie te geven om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen.”

      En als je wel aangifte wilt doen, hoe verloopt het dan?
      “Tijdens het informatieve gesprek zullen de zedenrechercheurs zo nauwkeurig mogelijk uitleggen hoe het proces van aangifte in z’n werk gaat en wat je daarna zoal kunt verwachten. Ook zullen ze je in de gelegenheid stellen om er een paar dagen over na te denken. Wil je aangifte doen, dan wordt daarvoor een afspraak gemaakt op het bureau. Tijdens het aangifte gesprek vragen zedenrechercheurs je om zo gedetailleerd mogelijk te vertellen wat er gebeurd is en leggen dit vast in de aangifte. Daarna zal de politie onderzoek gaan doen. Besluit je geen aangifte te doen, dan kan het zijn dat de Officier van Justitie op basis van jouw melding alsnog een onderzoek instelt. Bijvoorbeeld bij een groot risico op herhaling of gevaar.”

      Om die bedenktijd is de laatste jaren veel te doen geweest. Vrouwen zouden het als betuttelend ervaren of zich gedwongen voelen om te wachten, terwijl ze er al goed over na hebben gedacht. Waarom is die bedenktijd er eigenlijk?
      “Die bedenktijd is er omdat zedenzaken vaak erg gevoelig liggen. In het merendeel van de gevallen kent het slachtoffer de dader, is het een familielid of iemand anders van heel dichtbij. Slachtoffers maken zich vaak zorgen over wat een aangifte in de omgeving teweeg zal brengen. Soms zijn slachtoffers bang voor wraak of hebben ze last van een loyaliteitsconflict. Het komt voor dat iemand tegen ons zegt: ik wil aangifte doen van verkrachting, maar ik wil niet dat de dader in de gevangenis komt. Maar zo werkt het helaas niet. Als je aangifte doet, dan is dat onomkeerbaar.”

      ‘Hier wringt het soms: de politie is er in de eerste plaats voor waarheidsvinding’

      “Daarom krijgen slachtoffers na het informatieve gesprek de gelegenheid om alles nog even rustig te overwegen en eventueel juridisch advies in te winnen. Sommige slachtoffers besluiten daarna toch af te zien van aangifte. Bijvoorbeeld omdat ze het proces van vervolging en een eventuele rechtszaak psychisch toch te belastend vinden en zich liever op de verwerking willen richten. Veel slachtoffers zijn dan ook blij met deze mogelijkheid. Maar heel belangrijk om te benadrukken: de bedenktijd is een recht en nooit een plicht.”

      Maar er zijn ook slachtoffers die het wel als een verplichting hebben ervaren.
      “Dat klopt. Dat is in het verleden niet altijd goed gecommuniceerd. Zedenrechercheurs maakten niet altijd voldoende duidelijk dat de bedenktijd optioneel is en nooit een verplichting is. We letten er nu dan ook extra goed op dat dit helder wordt overgebracht. Heb je er goed over nagedacht en zit je helemaal startklaar om aangifte te doen? Overleg dan met de zedenrechercheur of dat kan. Een aangifte duurt veelal een paar uur of zelfs langer, dus meestal moet dan wel een nieuwe afspraak worden gemaakt. Het kan zijn dat er een paar dagen of zelfs weken zit tussen het informatieve gesprek en de aangifte zelf. Dat vinden slachtoffers soms vervelend. Dat is ook heel begrijpelijk, want het vergt vaak al heel veel moed om naar het politiebureau te komen. Het informatieve gesprek duurt ongeveer een uur, kan intensief emotioneel zijn. Daarbij krijg je veel informatie te verwerken. Vaak vinden slachtoffers het prettig om alles even op zich in te kunnen laten werken.”

      Uit het rapport blijkt dat vooral het informatieve gesprek door slachtoffers soms als ontmoedigend wordt ervaren. Hoe komt dat?
      “Allereerst: het mag natuurlijk nooit de bedoeling zijn dat een slachtoffer zich door de politie ontmoedigd voelt om aangifte te doen van seksueel misbruik. Maar we weten ook dat het helaas wel voorkomt dat slachtoffers dit zo ervaren. Dat heeft met verschillende dingen te maken. We zien nog wel eens dat slachtoffers iets anders van de politie verwachten of verlangen dan dat de politie kan bieden. Omdat zedenzaken vaak heel ingrijpend zijn, is het belangrijk dat zedenrechercheurs alle gesprekken met een slachtoffer empathisch en zorgvuldig voeren. Maar, en hier wringt het soms: de politie is er in de eerste plaats voor waarheidsvinding. Zij moeten er in zo’n informatief gesprek achter zien te komen: wat is er gebeurd? Was er sprake van een strafbaar feit? Waren er getuigen? Is er bewijs? De zedenrechercheurs zijn namelijk bezig om een zo compleet mogelijk beeld van de situatie te krijgen, terwijl het slachtoffer misschien wil horen: ik hoor je, geloof je, we gaan de dader morgen oppakken. Maar hoe begrijpelijk ook, het is op dat moment niet aan de zedenrechercheur om dat te zeggen.”

      Maar sommige slachtoffers krijgen tijdens zo’n informatief gesprek wel te horen dat er weinig bewijs is of dat de kans op vervolging klein is, wat ontmoedigend kan overkomen.
      “Dat is ook één van de belangrijkste punten van verbetering die we uit het rapport hebben meegenomen. We zagen dat zedenrechercheurs soms te veel inzetten op het managen van verwachtingen en voorkomen van teleurstellingen bij slachtoffers. Het punt is: zedenrechercheurs weten wat er allemaal bij een aangifte komt kijken. En ze weten helaas ook dat het maar in een klein percentage tot een rechtszaak komt en in een nog kleiner percentage tot een daadwerkelijke veroordeling.

      Dat komt doordat zedenzaken vaak heel moeilijk te bewijzen zijn. Vaak zijn er geen getuigen en ontbreekt direct bewijs. Als een slachtoffer dan na zo’n heel zwaar proces te horen krijgt dat de dader toch vrijuit gaat, dan kan dat een enorme klap zijn. Soms zeggen slachtoffers: als ik dit van tevoren had geweten, dan had ik nooit aangifte gedaan. Dat is vreselijk, dus als je dat als zedenrechercheur een paar keer hebt meegemaakt, krijg je de neiging om slachtoffers tegen die teleurstelling in bescherming te nemen. Daardoor zijn zedenrechercheurs gaandeweg steeds meer nadruk gaan leggen op het managen van de verwachtingen om latere teleurstelling te voorkomen.”

      Te veel?
      “Ja. Want als het effect is dat slachtoffers zich ontmoedigd voelen, dan gaat er dus iets fout. Ook al is de intentie vanuit zedenrechercheurs misschien niet kwaadwillend, het effect is nog steeds onwenselijk. We zijn na het rapport dan ook hard aan de slag gegaan om die informatieve gesprekken te verbeteren.”

      Hoe doen jullie dat?
      “Onder leiding van een intervisiebegeleider reflecteren de zedenrechercheurs op gesprekken die ze gevoerd hebben. Zij luisteren opnamemateriaal van informatieve gesprekken terug en analyseren het gevoerde gesprek. Wat gaat goed? Wat niet? Welke informatie geef je wanneer? Hoe reageer je op een uitspraak van het slachtoffer? Welke vraag stel je? Hoe beantwoord je een vraag van het slachtoffer? Beantwoord je die vraag eigenlijk wel goed genoeg? Op die manier zijn we bezig om de gesprekstechnieken bij te schaven en te verbeteren.”

      ‘Op dit moment zijn er meer zaken dan de zedenrechercheurs aankunnen’

      Wat moest er anders?
      “Wij moeten als politie wegblijven van uitspraken over de hoeveelheid bewijs of de kans op vervolging of veroordeling. Dat is niet aan ons. Het komt regelmatig voor dat een slachtoffer rechtstreeks aan een zedenrechercheur vraagt: hoe groot schat jij de kans in dat de dader vervolgd of veroordeeld wordt? Maar ook dan moet je als zedenrechercheur de verleiding weerstaan om daarop te antwoorden. Beperk je tot: daar kan ik niks over zeggen, hoe moeilijk dat misschien ook is.”

      Als er eenmaal aangifte is gedaan, moeten slachtoffers vaak lang wachten tot ze weer iets horen. In De Volkskrant verscheen deze maand het verhaal van een jonge vrouw die verkracht werd en al een jaar wacht tot er onderzoek gedaan wordt. Hoe kan dat?

      “Dat zijn hele schrijnende verhalen. En we zijn ons bewust van dit probleem. De zedenpolitie krijgt op dit moment heel veel zaken te verwerken. Meer dan de zedenrechercheurs aankunnen. De werkdruk is enorm. En met uitzondering van zaken met spoed, werken we op volgorde van binnenkomst. Ofwel: de oudste zaak heeft voorrang. Dat is wel zo eerlijk, want anders zou het betekenen dat oudere zaken door nieuwere zaken worden verdrongen. Maar het maakt ook dat slachtoffers soms inderdaad lang moeten wachten tot hun zaak kan worden opgepakt.’

      Uit het stuk in de Volkskrant bleek ook dat de communicatie met het slachtoffer te wensen over liet. Ze kreeg een paar keer te horen dat ze zou worden gebeld, waarna dit niet gebeurde.
      “Dat klopt. En als dat zo is gegaan, dan is dat kwalijk. De pech was dat het begin van deze zaak in maart speelde, precies in de periode dat de politie nog erg aan het zoeken was hoe om te gaan met de coronacrisis. Maar dan nog zou een belofte om terug te bellen moeten worden nagekomen. We zijn ons ervan bewust dat het voor slachtoffers heel frustrerend is als ze niet weten waar ze aan toe zijn. Dat was ook een van de verbeterpunten uit het rapport: de communicatie over het proces moet beter. Het is dan ook de bedoeling dat slachtoffers in het vervolg weten welke contactmomenten ze kunnen verwachten en wanneer. En dat deze contactmomenten ook worden vastgelegd en gecommuniceerd. Maar dat er soms veel tijd tussen zit, kunnen we helaas niet altijd voorkomen.”

      Als zaken zo lang blijven liggen voordat ze worden onderzocht, gaat er dan niet waardevol bewijsmateriaal verloren?
      “Bij iedere aangifte is het gebruikelijk dat de politie eerst al het bewijsmateriaal veilig stelt waar mogelijk een houdbaarheidsdatum op zit. Ook als het geen spoedzaak is en ook als het onderzoek pas later wordt opgepakt. Is het pas net gebeurd, dan kan het slachtoffer ervoor kiezen om een sporenonderzoek te laten doen. Is er eventueel videomateriaal of zijn er digitale gegevens die misschien verwijderd kunnen worden, dan wordt dat allemaal verzameld. En zijn er belangrijke getuigen, dan worden die gehoord.”

      In het verhaal uit de Volkskrant stond dat dit niet was gebeurd.
      “Dat viel mij ook op. Omdat het slachtoffer in het artikel anoniem is opgevoerd, weet ik zelf niet over welke zaak het gaat, dus ik kan niet controleren wat wel of niet gedaan is. Maar laat ik in elk geval dit zeggen: als er bewijsmateriaal is dat mogelijk verloren zou kunnen gaan, dan wordt dat normaal gesproken veilig gesteld.”

      Wat wordt er op dit moment gedaan om te zorgen dat zedenzaken in de toekomst sneller opgepakt kunnen worden?
      “Allereerst: de zedenrechercheurs willen zelf ook heel graag dat zaken sneller kunnen worden opgepakt. Ze krijgen op dit moment alleen gewoonweg meer zaken te verwerken dan ze aankunnen. Om te zorgen dat hier meer schot in komt, heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid 15 miljoen euro beschikbaar gesteld voor 60 extra zedenrechercheurs en onder meer digitale, forensische- en opleidingscapaciteit. Daar zijn we heel blij mee maar het effect is er nog niet meteen. Zedenrechercheur is een complex vak. Voordat we genoeg geschikte zedenrechercheurs hebben aangetrokken, opgeleid en ingewerkt, zijn we alweer even verder.”

      ‘De dader veroordeeld krijgen, is niet de enige doel van een aangifte’

      “Wat ook meespeelt is dat de waarheidsvinding bij zedenzaken vaak moeilijk is en veel tijd kost. Zeker nu er ook allerlei digitale sporen zijn die mogelijk als bewijs kunnen dienen. Appjes, mails, video- en fotomateriaal, locatiegegevens. Dat moet allemaal verzameld en geanalyseerd worden. Dat heeft het proces vele malen tijdrovender gemaakt. Straks hebben we ook nog te maken met de nieuwe zedenwet, waardoor in het vervolg niet meer alleen seks onder dwang, maar alle onvrijwillige seks strafbaar is. Het positieve daaraan is dat er straks meer zaken zullen zijn waar we als politie iets mee kunnen. Maar het stelt ons ook voor nieuwe uitdagingen. Want het zal het aantal zaken alleen maar doen toenemen. En dat de seks voor het slachtoffer niet vrijwillig was, dat moet je wel zien te bewijzen.”

      Veel slachtoffers zullen misschien denken: als de kans op veroordeling van de dader zo klein is, heeft het dan eigenlijk wel zin om aangifte te doen?
      “Ja, dat is ook een hele begrijpelijke gedachte. En het is een afweging die ieder slachtoffer voor zichzelf zal moeten maken. Maar het is wel goed om daarbij in gedachten te houden dat de dader veroordeeld krijgen niet het enige doel van een aangifte is. Ook als een dader uiteindelijk niet veroordeeld wordt, kan een aangifte ontzettend waardevol zijn. Alleen al het feit dat je gehoord bent, dat wat jou is overkomen ergens zwart op wit staat, dat de dader op de radar van politie en justitie staat, dat er serieus onderzoek is gedaan, dat getuigen zijn gehoord, dat er eventueel een gesprek met de Officier van Justitie is geweest. Al die dingen kunnen al heel veel betekenen.

      Onder leiding van het ministerie van Justitie loopt op dit moment een pilot in de politiedistricten Kennemerland en Gelderland Midden, waarbij slachtoffers van zeden- en ernstige geweldsmisdrijven kosteloze rechtsbijstand krijgen. Een slachtofferadvocaat die hen kan bijstaan en adviseren. Na doorverwijzing overleggen slachtofferadvocaat en Slachtofferhulp NL met elkaar over de juiste ondersteuning aan slachtoffers. Ik vind dat een hele goede ontwikkeling en de eerste resultaten zijn erg positief. Want ook als er te weinig bewijs ligt voor een strafrechtelijke vervolging kan een advocaat eventueel wel andere dingen voor elkaar krijgen. Een straatverbod bijvoorbeeld of een schadevergoeding. Ook als er uiteindelijk nooit een veroordeling komt, kan een slachtoffer zo wel een gevoel van gerechtigheid krijgen. Feit blijft dat zedenzaken strafrechtelijk soms moeilijk bewijsbaar zijn. Maar als een slachtoffer op wat voor manier dan ook een vorm van erkenning kan krijgen, dan is dat heel veel waard.

      Bron: evajinek.nl

      In reactie op: Aangifte doen & juridische hulp #256965
      Mark
      Moderator

        Bij zedenzaken is het vaak het ene woord tegen het andere: ‘Voor slachtoffers is het onbestaanbaar als hun zaak niet voor de rechter komt’


        Officier van Justitie Geerte Burgers © Marc Bolsius

        Kippenvel, kwaadheid. Nee, haar werk als zedenofficier van justitie gaat Geerte Burgers niet altijd in de koude kleren zitten. ,,Soms denk ik: dit had mij óók kunnen gebeuren.”
        Bereid je er op voor dat jouw verkrachter gaat zeggen dat jij óók seks wilde. Dat het er in de rechtbank behoorlijk technisch aan toe kan gaan. Dat de rechter op pijnlijke details zal doorvragen. Het zijn van die dingen die officier van justitie Geerte Burgers zichzelf regelmatig hoort zeggen tegen een slachtoffer van seksueel geweld. Zoals ze ook altijd waarschuwt dat een straf alléén nooit alle wonden zal helen. ,,Al kan een rechtszaak natuurlijk wel bijdragen aan het afsluiten van een heel lastige periode.”

        Geerte Burgers neemt ook graag de tijd om in gesprek te gaan met slachtoffers die hun verkrachter of misbruiker nooit in de rechtszaal in de ogen zullen kijken, omdat er onvoldoende bewijs is en hun zaak de rechtbank niet eens haalt.
        Altijd slachtofferbrieven op maat
        En dat is vaak heel moeilijk te verteren. ,,Maar een aangifte, al is die nog zo betrouwbaar, is niet voldoende om iemand te veroordelen. Daar is meer voor nodig. Die juridische werkelijkheid is soms frustrerend voor slachtoffers.”

        Bij zedenzaken maakt het Openbaar Ministerie dan ook altijd slachtofferbrieven op maat. ,,Bij andere zaken werken we veel vaker met standaardbrieven. En we bieden bij zedenzaken ook altijd een persoonlijk gesprek aan, waarin we kunnen vertellen wat we geprobeerd hebben om het bewijs rond te krijgen. Dat het feit dat dit niet gelukt is, niets afdoet aan hun pijn en verdriet. Dat ik hun frustraties begrijp. Ik snáp ook dat het voor slachtoffers onbestaanbaar is als een zaak niet voor de rechter komt.”

        Ben een vent, geef toe wat je deed. Alleen zo kun je je nichtje nog een beetje helpen, na wat je haar hebt aangedaan
        Geerte Burgers

        Ja, dat zijn vaak lastige gesprekken. Maar haar menselijke kant laten zien, in een wereld waarin het nu eenmaal draait om keihard strafrechtelijk bewijs, is voor Burgers belangrijk. ,,Voor een beetje begrip en acceptatie over hoe dat zo gelopen is.”

        Zeker omdat het in dit soort zaken dus altijd om heftige emoties gaat. Dat gaat haar trouwens ook zelf niet altijd in de koude kleren zitten. ,,Bijvoorbeeld als het om kinderen gaat. En soms denk je: dit had jou of mij óók kunnen gebeuren.”

        Kippenvel
        Geerte Burgers dus. 41 jaar, geboren in de regio Tilburg en inmiddels al een kleine tien jaar een van de acht officieren van justitie in Oost-Brabant die gespecialiseerd is in zedenzaken. Mooi werk, zegt ze, al klinkt dat vast raar. ,,Maar het gaat écht ergens over.”

        Of het nou gaat om die zaak vorig jaar waarin een Boxtelaar een kind wilde ontvoeren voor seks en sadisme. Kippenvel, kreeg Burgers van die zaak. De rechtbank vonniste achttien maanden celstraf én tbs. Of die zaak van een meisje dat van haar achtste tot haar zeventiende werd misbruikt door haar oom en daarna niet meer wilde leven. Zichzelf verwondde en opsloot in een donkere kamer. Die de schuld van het misbruik bij zichzelf zocht. Onzin, zei Burgers tijdens de zitting tegen de verdachte: ,,Er is hier maar één schuldige. Ben een vent, geef toe wat je deed. Alleen zo kun je je nichtje nog een beetje helpen, na wat je haar hebt aangedaan.”

        De een een zegt: er was wel dwang, de ander zegt: het was vrijwillig. Dat maakt het zo lastig
        Geerte Burgers

        Het ene woord tegen het andere
        Een recent moment waarop het recht zegevierde? ,,Er was een jonge man die veelvuldig contact zocht met kwetsbare meisjes die zelf seksueel makkelijk over hun grenzen lieten gaan. Die zaak was bewijstechnisch gezien heel lastig, want je moet wel kúnnen bewijzen dat er sprake was van dwang en dat die man opzettelijk aan hun niet-willen voorbij ging. Uiteindelijk is die man veroordeeld tot een gedwongen behandeling in een forensisch psychiatrische kliniek. ,,Nodig ook, want die jongen bleef maar doorgaan.”

        Het lastigste aan zedenzaken is natuurlijk dat het vaak neerkomt op het ene woord tegen het andere. ,,Vaak waren er maar twee mensen bij van wie de één zegt dat iets wel is gebeurd waar de ander zegt van niet. De een zegt: er was wel seks, de ander zegt van niet. De een een zegt: er was wel dwang, de ander zegt: het was vrijwillig. Dat maakt het zo lastig.”

        Vaak zit het OM dan ook tegen het ‘bewijsminimum’ aan. ,,In aanvulling op een aangifte kunnen bijvoorbeeld waargenomen emoties bij een slachtoffer, of bewijs dat de verdachte op de plaats delict is geweest, voldoende steunbewijs zijn om tóch tot het wettig bewijs te komen. Maar of dat zo is hangt sterk af van de omstandigheden.”

        WET VAN GRAPPERHAUS
        Voor verkrachting moet onder de huidige wet worden bewezen dat er sprake was van dwang. Als het aan minister Grapperhaus ligt, wordt dat binnenkort anders: dan wordt alle onvrijwillige seks strafbaar. Met andere woorden: een verdachte kan dan veroordeeld worden als hij wist of had moeten weten dat het slachtoffer geen seks wilde. Ook als er geen sprake is van dwanghandelingen. 

        Of dat gaat helpen in de strijd die bewijs verzamelen heet? Burgers houdt zich op de vlakte: ,,Het is niet aan mij me uit te laten over nieuwe wetgeving in wording. En hoe het in de praktijk zal uitpakken, is afwachten. Wat ik wel herken, is dat slachtoffers heel verschillend op seksueel overschrijdend gedrag kunnen reageren. En sommige reacties zijn bewijstechnisch makkelijker dan andere, laat ik het zo zeggen. Andere – heel natuurlijke – reacties zijn veel moeilijker binnen de huidige strafrechtelijke bepalingen te vangen.”

        We hoeven niet per se iemand veroor­deeld te krijgen, we zijn op zoek naar de waarheid
        Geerte Burgers

        Sommige dingen kúnnen niet wachten
        Er zijn dan ook heel veel zedenzaken die uitmonden in sepot: het Openbaar Ministerie besluit dan een strafbaar feit niet te vervolgen. Volgens landelijke cijfers wordt bijna 60 procent van de verkrachtingsdossiers niet verder in behandeling genomen. En uiteindelijk leidt ongeveer een op de vijf aangiftes tot een veroordeling bij de rechter.

        Burgers bestrijdt dat dit te maken heeft met gebrek aan capaciteit bij politie en het OM. In Oost-Brabant is de werkdruk bij de recherche zó hoog, dat de helft van de dossiers langer dan wenselijk op de plank blijft liggen. Nee, natuurlijk komt dat een zaak niet altijd ten goede, geeft ze wel toe ,,Bijvoorbeeld bij het horen van getuigen. Daar geldt natuurlijk hoe sneller, hoe beter.” Maar dat het OM het daardoor soms laat lopen? Nee! ,,Aangiften worden wél allemaal opgepakt. En we bepalen natuurlijk wel welke handelingen prioriteit hebben, bijvoorbeeld sporenonderzoek op een lichaam. Dat kan níet wachten.”

        Op zoek naar de waarheid
        Samen met de politie maakt het OM voor elke zaak een apart plan. ,,Hoe steek je de zaak in? Waar zitten de bewijstechnisch lastige punten en hoe kunnen we daar iets aan doen? Dat kan van alles zijn: tactische opsporing zoals het horen van getuigen, bijvoorbeeld de eerste tegen wie het slachtoffer haar verhaal heeft gedaan. Technisch onderzoek kan, zoals een forensisch-medisch onderzoek bij het slachtoffer. Dna- en spermasporen kunnen daarbij belangrijke bewijstechnische waarde hebben. Maar je kunt een rapport laten maken over het slachtoffer, bijvoorbeeld om te kijken of iemand wel in staat is om zijn seksuele wil te bepalen.”

        Soms worden ook telefoons afgetapt om bewijs te vergaren. ,,Dat kan natuurlijk ook in ontlastende zin zijn: we hoeven niet per se iemand veroordeeld te krijgen, we zijn op zoek naar de waarheid.”

        Het gebeurt ook wel eens dat een slachtoffer zélf afziet van aangifte, maar dat het OM de zaak toch doorzet. Bijvoorbeeld als het gaat om een verdachte die al vaker in beeld is geweest, maar toen niet gepakt kon worden. ,,Als de zaak zich daar nu wel voor leent, gaan we die toch vervolgen omdat het maatschappelijk belang dat vraagt. Dat proberen we dan natuurlijk wel goed uit te leggen aan het slachtoffer.”

        Bron: BN deStem >>

        In reactie op: Aangifte doen & juridische hulp #256964
        Mark
        Moderator

          Als zedenrechercheur is het continu balanceren: ‘Ben maar eens empathisch én kritisch tegelijk’


          Een zedenrechercheur houdt een intakegesprek met een aangeefster (niet de geïnterviewde) © ANP

          Al dik twintig jaar krijgt zedenrechercheur Anne-Marie Brekelmans de verdrietigste en meest vreselijke zaken op haar bureau. ,,Ik heb nog nóóit iemand ontmoedigd om aangifte te doen.”

          ,,Afgelopen jaar heb ik nog een tijdje als rechercheur in de synthetische drugs gezeten. Ook heel belangrijk werk, maar wat ik hier op zeden doe, mensen direct helpen, dat voelt voor mij zo veel relevanter”, vertelt zedenrechercheur Anne-Marie Brekelmans van de politie Oost-Brabant.

          Als zedenrechercheur is het continu balanceren. Want ga er maar aanstaan: je moet empathisch zijn richting een slachtoffer maar tegelijkertijd ook kritische vragen stellen. ,,Wij moeten natuurlijk wel aan waarheidsvinding doen. Dat is soms een lastige balans.”

          Wij zijn geen CSI, hè, dat zaken binnen vijf minuten worden opgelost. Dat denken mensen wel, maar zo werkt het helaas niet
          Anne-Marie Brekelmans

          Hele hoge werkdruk
          Brekelmans probeert altijd zo neutraal mogelijk te blijven. ,,Natuurlijk grijpen sommige zaken me wel aan. Maar dat laat ik niet merken. Ik ben daar als professional. Een slachtoffer heeft er niks aan als ik ook naar de zakdoekjes grijp.” Wat ze wel doet: benadrukken dat een slachtoffer zich prettig moet voelen bij haar. ,,Ik zeg áltijd: geef het aan als dat niet zo is. Dan neemt een collega de zaak over.” Dan: ,,Nee, dat is in al die twintig jaren één keer gebeurd.”

          De werkdruk bij de politie is hoog. Te weinig mensen, te veel werk, het aloude liedje. Maar, zegt ze, wij pakken álles op. En ja, ze snapt dat slachtoffers soms vinden dat het allemaal maar lang duurt. ,,Maar als ik een dna-spoedprocedure aanvraag, ik noem maar wat, kan het alsnog wel anderhalve maand duren. Wij zijn geen CSI, hè, dat zaken binnen vijf minuten worden opgelost. Dat denken mensen wel, maar zo werkt het helaas niet.”

          Gewoon eerlijk zijn
          Afgelopen zomer verscheen er ook nog eens een kritisch rapport waarin stond dat de politie slachtoffers van zedenmisdrijven onbewust zou ontmoedigen om aangifte te doen.

          Ik vertel slachtof­fers ook dat een verdachte tegen de politie mag liegen
          Anne-Marie Brekelmans

          Brekelmans snapt best dat slachtoffers dat zo kunnen vóelen. ,,Maar dat is iets anders dan dat het zo ís. Ik heb zelf nog nóóit iemand willen ontmoedigen. Maar ik vertel wél wat hij of zij kan verwachten als er aangifte gedaan wordt. Daar hebben ze recht op. Ik ben gewoon eerlijk.”

          Dus dan vertelt ze dat er media-aandacht kan komen en dat dat niet altijd fijn is. En dat als de bal aan het rollen is, er geen weg terug is. Aangifte gedaan is aangifte gedaan en vanaf dat punt bepaalt de politie bijvoorbeeld welke getuigen gehoord dienen te worden. Oók als het slachtoffer dat liever niet heeft. ,,En ik vertel ze ook dat een verdachte tegen de politie mag liegen. En in de rechtbank ook. Maar een slachtoffer móet de waarheid spreken.”

          Sexting en wraakporno
          Had Brekelmans dik twintig jaar geleden toen ze begon als zedenrechercheur slechts één collega met dezelfde functie, inmiddels zijn dat er ruim vijftig. Want ja, constateert ze, gelukkig melden steeds meer slachtoffers van seksueel geweld zich.

          Wat daarbij zeker helpt, is de rol van de Centra Seksueel Geweld, waarbij de politie samenwerkt met de GGD en de ziekenhuizen, maar er ook oog is voor nazorg. ,,De zorg voor slachtoffers is over de hele linie nu zo veel beter.” Het werk verandert ook inhoudelijk. ,,Tegenwoordig gebeurt er steeds meer online. Sexting-zaken, wraakporno. En ook digitaal wordt in andere zaken meer bewijs verzameld. Dat maakt het werk anders en arbeidsintensiever.”

          Bron: BN deStem >>

          In reactie op: Seksueel geweld en seksueel misbruik (algemeen) #256874
          Mark
          Moderator

            Angela had seks tegen haar wil: ‘Hij was een ander type dan hij zich op de datingsite voordeed’


            Anno 2021 heerst er nog altijd een levensgroot taboe op seksueel geweld. Dat moet anders en daarom doen vijf slachtoffers hun verhaal aan deze krant. Deel 5: Angela (41) uit Breda liet uit angst dingen toe die niet oké waren.

            ,,Ik bleef hem van mij afduwen. Toen hij voor de zoveelste keer probeerde, heb ik toegegeven. Ik verstijfde en liet toe dat hij seks met mij had. Ik wil weg, dat is het enige waaraan ik dacht. Ik was zo boos op mezelf. Toen hij klaar was, vertrok ik meteen. Onderweg stopte ik op een parkeerplaats, omdat ik zo overstuur was. Ik dacht echt dat hij anders was. Hij kon mij uitdagen op intellectueel vlak.

            Waarom heb ik na de derde keer niet mijn tas gepakt?
            We hadden vier weken intensief gepraat via de chat van de datingsite. Toen we wilden afspreken, stelde ik voor om buiten af te spreken. Maar door corona konden we niet in een restaurant afspreken, het was ook slecht weer. Uiteindelijk heb ik voorgesteld om samen te koken, bij hem thuis. Want het voelde goed.

            Ik verstijfde, was bang voor een escalatie. Dus liet ik het maar gebeuren.
            Angela

            Eenmaal bij hem voor de deur stuurde ik toch mijn locatie naar mijn zus. Ik voelde dat ik dat moest doen. Toen hij de deur opendeed met een flesje bier in zijn handen, merkte ik al dat het een ander type was dan hij zich op de datingsite voordeed.

            Al snel ontstond wrijving in het gesprek. Hij was heel dominant, dronk veel. Ik paste mezelf aan en dacht: misschien is hij zenuwachtig. Hij wilde me zoenen, maar ik wilde dat niet en zei dat ook. Daarna probeerde hij het weer. Waarom heb ik na de derde keer niet mijn tas gepakt? Ik verstijfde, was bang voor een escalatie. Dus liet ik het maar gebeuren.

            Uiteindelijk heb ik het toch laten gebeuren
            Eigenlijk doe ik dat heel mijn leven al. Ik heb nooit geleerd om nee te zeggen als iets niet goed voelt. Op mijn 11de ging mijn vader apart wonen, waardoor een familiecrisis ontstond. Thuis werd niet gepraat en dus ging ik de straat op. Toen ik 12 was, ging ik al met oudere jongens om. Ik liet dingen gebeuren, uit angst om er anders niet meer bij te horen. Sindsdien is dat de basis voor meerdere situaties in mijn leven.

            Op mijn 15de raakte ik verslaafd aan alcohol en drugs. Tijdens mijn studie liep ik stage in het buitenland. Drugs had ik daar niet, dus compenseerde ik dat met alcohol. Ik kreeg een relatie, hij was ook alcoholverslaafd. Na een avond stappen kon zijn beste vriend geen bus meer pakken. Of hij bij ons mocht blijven slapen in het appartement. Ik wilde dat niet en zei dat tot wel drie keer toe.

            Uiteindelijk heb ik het toch laten gebeuren. Ik sliep toen ik voelde dat iemand mijn kleren uittrok. Ik dacht dat het mijn vriend was en sliep nog half. Toen ik merkte dat het iemand anders was, die beste vriend, was het al te laat. Hij had seks met mij. Ik schrok me rot, was in één klap nuchter en duwde hem van mij af. Waarom overkwam mij dit? Van tevoren zei ik dat ik niet wilde dat hij bleef slapen. Toch is het mijn eigen schuld. Mijn vriend heeft twee weken niet tegen mij gepraat, want hij wist niet wie hij moest geloven.

            Toen ik merkte dat het iemand anders was, die beste vriend, was het al te laat. Hij had seks met mij
            Angela

            Kun je die mensen vertrouwen?
            Op mijn 31ste ben ik in een afkickkliniek opgenomen. Sindsdien ben ik clean en ben ik patronen in mijn leven gaan ontdekken. Ik werd altijd snel afhankelijk van mensen en was bang om te worden verlaten waardoor ik dingen toeliet die niet oké waren.

            Nu heb ik geleerd wat zelfliefde en -acceptatie is. Inmiddels heb ik twee lange, gezonde relaties achter de rug. Ik was een jaar vrijgezel toen ik dit jaar voor het eerst naar een datingsite ging.

            Ik was een beetje bang. Kun je die mensen vertrouwen? Na wat dates met mannen met wie ik geen klik had – én dat tegen ze durfde te vertellen – had ik het vertrouwen dat ik het wel kon. Ondanks de vele therapiesessies lukte het me opnieuw niet om te voorkomen dat mijn grenzen werden overschreden en gebeurde er iets wat ik niet wilde.

            Ondanks de vele therapie­ses­sies lukte het me opnieuw niet om te voorkomen dat mijn grenzen werden overschre­den en gebeurde er iets wat ik niet wilde
            Angela

            Wel heb ik deze keer meteen met mensen erover gesproken en ben ik milder naar mezelf toe. Daarna heb ik nog wat dates gehad, gingen we op zaterdagmiddag wandelen in het bos of door de binnenstad. Inmiddels date ik met iemand die wel serieus is.”

            Bron: bndestem.nl

            In reactie op: Loverboys & seksuele uitbuiting van meisjes en vrouwen #256873
            Mark
            Moderator

              Iris werd gedwongen om als prostituee te werken: ‘Hij zette seksadvertenties en bepaalde wie mijn klanten waren’

              ,,Hij had me gebrandmerkt. In mijn lies stond zijn naam. De naam die ik nooit meer wil uitspreken. Ik noem hem nu de pooier, die flikker of de klootzak. Ik zág zijn naam dus wel elke dag in de spiegel. En elke keer voelde het dan alsof hij had gewonnen.” © John Back

              Anno 2021 heerst er nog altijd een levensgroot taboe op seksueel geweld. Dat moet anders en daarom doen vijf slachtoffers hun verhaal aan deze krant. Deel 1: Iris* (28) uit Den Bosch werd gedwongen om als prostituee te werken. Haar pooier kreeg vier jaar cel.

              ,,Hij had me gebrandmerkt. In mijn lies stond zijn naam. De naam die ik nooit meer wil uitspreken. Ik noem hem nu de pooier, die flikker of de klootzak. Maar ik zág zijn naam dus wel elke dag in de spiegel. En elke keer voelde het dan alsof hij had gewonnen.

              Wat moest ik?
              Twee jaar lang heeft hij me gedwongen als prostituee te werken. Elke dag. Met meerdere mannen. Al het verdiende geld pakte hij af. Hij sloeg me, maar nooit op plekken die in het zicht zaten. Ja, een paar keer. Ik had me opgesloten in de badkamer na een ruzie. Ik was bang, zo bang. En ineens: bam, zo de deur tegen mijn wenkbrauw. Het litteken zie je nog. Hij bedreigde me zo dat ik in het ziekenhuis niks durfde te zeggen.

              Hij kon me wel helpen aan een huis, zei hij. En hij hield woord
              Iris*

              Ik leerde hem kennen op een feestje. Ik was begin 20 en wanhopig. Na een lastige jeugd – ik werd gepest en mijn ouders belandden in een vreselijke vechtscheiding – was ik een opstandige puber. Op mijn 18de werd ik moeder. De vader bleek nóg een liefje te hebben. We hebben het nog wel geprobeerd samen, maar het ging niet. Mijn dochter ging bij mijn moeder wonen. Ik had geen werk, geen huis, wel schulden.

              Wat moest ik? Een paar dagen heb ik toen als escort gewerkt, maar ik kon het niet. Al die mannen … Op dat feestje was het leuk. Het klikte. Dacht ik. Hij kon me wel helpen aan een huis, zei hij. En hij hield woord. Niet veel later had ik een eigen plek, hier in Brabant. Wat naïef van mij om te denken dat hij dit zomaar deed. Ik stond bij hem in het krijt.

              Met of zonder condoom? Hij bepaalde het
              Hij regelde alles, heeft me meerdere keren door het land verplaatst. Hij zette seksadvertenties en bepaalde wie mijn klanten waren. Zelfs of het met of zonder condoom was. Met mannen van wie ik walgde. Hij isoleerde me van iedereen, zorgde dat ik nooit kans had om te ontsnappen. Ik moest hem ‘meester’ noemen en hem smeken om wat geld voor boodschappen. Om overeind te blijven, begon ik drugs te gebruiken. Ik raakte verslaafd, alleen zo kon ik het volhouden. Maar hij bepaalde wanneer en hoeveel ik mocht gebruiken. Dat was zijn tactiek: zo maakte hij mij nog meer afhankelijk.

              Op het einde kon ik alleen nog maar huilen, ik had kale plekken, woog nog maar 45 kilo. De meeste klanten trokken zich er weinig van aan. Ze hadden toch betaald? Ik herinner me één klant die heel aardig was. Ik hoefde geen seks met hem te hebben. Ik heb gehoopt dat hij een melding zou doen bij de politie. Maar dat deed hij niet.

              Weet je hoe pijnlijk het is om alles tot in detail te moeten vertellen aan een vreemde?
              Uiteindelijk heb ik mijn vader kunnen bellen. De politie heeft me toen, twee weken later pas, weggehaald. Ik wilde alleen maar rust, maar ze bleven erop hameren dat ik aangifte moest doen. Bij de rechtszaak was ik niet aanwezig. Het idee om hem weer te zien, ik werd al misselijk als ik eraan dacht. Maar hij is veroordeeld en heeft vier jaar gekregen. In de krant stond dat ik een ton schadevergoeding van hem kreeg, haha! In werkelijkheid was het 7500 euro, meneer mocht het in maandelijkse termijnen van 20 euro terugbetalen.

              Ik vind ook dat de politie en het OM steken hebben laten vallen. Dagenlang ben ik verhoord, terwijl het overduidelijk niet goed met me ging. Er had niemand oog voor mij, het ging ze er alleen om hém op te pakken. Weet je hoe pijnlijk het is om alles tot in detail te moeten vertellen aan een vreemde? Ik heb daarom niet eens alles verteld. De schaamte was toen nog te groot. Als ik nu mijn verhaal zou mogen doen, draaide hij veel langer de bak in.

              Ik heb niet eens alles tegen de politie verteld. De schaamte was toen nog te groot.
              Iris

              Ik ben schuldenvrij, afgekickt, heb een huisje, een fijne relatie, heb mijn rijbewijs gehaald en het belangrijkste: ik zie mijn kind elke dag. Ik ben aan het studeren, want ik wil als ervaringsdeskundige meiden gaan helpen die in hetzelfde schuitje zitten. Ik krijg zelf nog hulp via de maatschappelijke opvang. Daar hebben ze geregeld dat zijn naam van mijn lijf is verwijderd. Als ik nu in de spiegel kijk, zie ik hém niet meer. Uiteindelijk heb ík gewonnen.”

              *De naam Iris is gefingeerd uit privacyoverwegingen. De echte naam is bekend bij de redactie.

              Bron: bndestem.nl

              Mark
              Moderator

                Peter werd meer dan vijfhonderd keer misbruikt door familievriend: ‘Hij is zelfs op mijn bruiloft geweest’


                De moeder van Peter* dacht oprecht dat zijn zoon iets leuks ging doen met die vriend van de familie. In werkelijkheid reed hij naar het bos en verkrachtte daar Peter, elf jaar lang. © John Back

                Anno 2021 heerst er nog altijd een levensgroot taboe op seksueel geweld. Dat moet anders en daarom doen vijf slachtoffers hun verhaal aan deze krant. Deel 4: Peter* (48) uit Etten-Leur werd elf jaar lang misbruikt door een vriend van de familie.

                ,,Meer dan vijfhonderd keer heeft hij mij misbruikt. Ik kwam er pas achter toen ik het moest tellen voor mijn aangifte. Ik schrok er zelf van. Ik dacht dat het bij het leven hoorde. Dat mijn broer hetzelfde meemaakte, maar dat was niet zo.

                Mijn moeder dacht oprecht dat hij iets leuks met mij ging doen
                Peter

                <b>Verder lezen</b>: bndestem.nl

                Mark
                Moderator

                  Victor werd misbruikt door een neef en een hulpverlener: ‘Hij zei dat ik het vast ook lekker vond’


                  De neef van Victor was keurig getrouwd en heel gelovig. Maar ook stiekem homoseksueel. © John Back

                  Anno 2021 heerst er nog altijd een levensgroot taboe op seksueel geweld. Dat moet anders en daarom doen vijf slachtoffers hun verhaal aan deze krant. Deel 3: Victor (58) uit Den Bosch werd misbruikt door een neef en een hulpverlener.

                  ,,Hij was keurig getrouwd en heel gelovig. Maar ook stiekem homoseksueel. Ik was nog een aapje, 16 jaar pas. Hij 33 en mijn grote neef. Als hij klaar met me was, dan ging hij bidden. Boete doen. Want hij wist natuurlijk donders goed dat het verkeerd was wat hij deed. Tegenover mij probeerde hij het echter goed te praten. ‘Zie je wel, jij vindt het óók lekker’, zei hij bijvoorbeeld als ik een erectie kreeg. Dat vond ik erg. Dat mijn lijf zo reageerde op iets wat ik helemaal niet wilde.

                  Vier keer ben ik op de eerste hulp beland
                  Maar ik onderging het. Voor wat hoort wat, voor niets gaat de zon op. Zoiets zat er in mijn hoofd, want ik mocht dus wel met hem mee naar Colorado, waar hij woonde. En ik wilde dolgraag weg uit Nederland. Weg van alles, want mijn jeugd was een hel.

                  De kinderbe­scher­ming, hè? Nou ammehoela. Ik was 14 en door hem werd ik voor het eerst misbruikt
                  Victor

                  Ik groeide op met een psychopathische, sadistische vader. Soms dronk hij wel drie liter jenever per dag. Ik sloop door het huis, altijd bang dat de situatie weer zou ontploffen en hij zou gaan schreeuwen en slaan. Vier keer ben ik op de eerste hulp beland door hem. Hij zei dingen als dat ik dom was, niks kon. Dat doet wat met je zelfvertrouwen, hoor.

                  Uiteindelijk zijn mijn ouders gescheiden, ik moest naar een internaat. Daar is mij niks gebeurd, maar ik wist dat er onderling veel werd gerotzooid, dat leiders misbruik maakten van jonge jongens. Ik vluchtte met een vriendje.

                  Drie weken hebben we ondergedoken gezeten, tot we werden opgevangen door een man van de kinderbescherming. De kinderbescherming, hè? Nou ammehoela. Ik was 14 en door hem werd ik voor het eerst misbruikt. Ik moest hem aftrekken en pijpen. Soms wilde hij ook nog neuken ook. Nu zie ik pas hoe kwetsbaar ik was.

                  Hij was zo aardig, ik kreeg eindelijk aandacht
                  Na zeven pleeggezinnen kwam die oudere neef dus als geroepen. Wist ik veel. Hij was zo aardig, ik kreeg eindelijk aandacht. Hij nam me mee naar Parijs, we deden leuke dingen. Zo palmen ze je in, hè? Ze zijn zo gevat. Maar dat weet ik nu pas. Ik klampte me aan hem vast. Dit soort gasten weet precies wie ze kunnen slachtofferen. Bij mijn tante thuis gebeurde het voor het eerst. Eenmaal in Colorado ging het door.

                  Als ik niet was misbruikt, was het nooit zover gekomen, dat denk ik echt
                  Victor

                  Na een paar jaar ben ik terug naar Nederland gegaan. Ik heb mezelf enkele jaren geprostitueerd. Aan mannen, aan echtparen, aan vrouwen. Zelfs sm. Waarom? Met seks kreeg ik aandacht, zo voelde dat. Maar je moet echt fucked up zijn om dat werk te kunnen doen. Als ik niet was misbruikt, was het nooit zover gekomen, dat denk ik echt.

                  Later ben ik getrouwd, twee keer nog wel. Ik heb 25 jaar gewerkt, altijd gesport, toch kreeg ik last van vreselijke nachtmerries en herbelevingen. PTSS zei de psychiater, door mijn ellendige jeugd en het misbruik. Ik ben inmiddels afgekeurd. Bij een huiskamerproject heb ik mijn vriendin leren kennen. We zijn nu al tien jaar, acht maanden en twee dagen samen. Ja, dat weet ik precies. Ik heb me altijd eenzaam gevoeld, zo vreselijk eenzaam, maar eindelijk hoef ik niet meer te overleven. Wraakgevoelens heb ik niet meer. Ik voel me eindelijk gelukkig.”

                  Bron: bndestem.nl

                  Mark
                  Moderator

                    ‘Als hij mij aanrandde, deed ik alsof ik sliep’


                    Jan Van Aken: ‘Slachtoffers kunnen op verschillende momenten nood hebben aan erkenning, niet enkel bij het uitbrengen van hun verhaal. Erkenning is een sleutelbegrip.’ © KOEN BAUTERS

                    Als jong voetballertje botste Jan Van Aken op een pedoseksuele trainer. Van zijn achtste tot zijn twaalfde werd hij regelmatig misbruikt. ‘Sindsdien ben ik nooit meer onvoorwaardelijk gelukkig.’

                    Jan Van Aken (41): ‘Op mijn zevende begon ik te voetballen bij de lokale vierdeprovincialer in Opdorp, een deelgemeente van Buggenhout. Hij was de trainer van ons team, Jozef A., een alleenstaande dertiger die samenwoonde met zijn moeder. Achteraf bekeken beschouw ik het eerste jaar als zijn inwerkperiode. Mijn ouders waren niet echt voetbalminded, maar hij kreeg hen toch zo ver dat ze zich almaar meer gingen engageren voor de club. Vrij snel werkte hij zich binnen in het sociale weefsel van mijn ouders. In geen tijd was hij aanwezig op de wekelijkse tennisbijeenkomsten waar mijn vader ook naartoe ging. Mijn ouders spraken altijd vol lof over hem. Hij werd een vriend aan huis. A. was kinderpsycholoog, verbonden aan een medisch-pedagogisch instituut in de buurt. Daar werkte hij met kinderen die de jeugdrechter er plaatste, voornamelijk jongens met ernstige gedrags- en karakterstoornissen.

                    Op diegene die dit had kunnen vermijden, ben ik lange tijd bijna kwader geweest dan op de dader zelf.
                    Jan Van Aken

                    ‘Ook in de rest van het dorp genoot A. veel aanzien. Hij slaagde erin ons team te laten deelnemen aan gerenommeerde buitenlandse toernooien. Op die manier zagen wij als kleine pagadders een groot deel van Europa en kwamen we zelfs in Amerika. In Finland stonden we tijdens de Kokkola Cup tussen teams van Manchester United en Chelsea. Telkens we terugkeerden van zo’n toernooi, barstte er een waar dorpsfeest los met zang en dans. A. kreeg bij zo’n thuiskomst steevast een bloemenkrans rond zijn nek en werd letterlijk op een piëdestal gezet.

                    ‘De moeder van één van mijn teamgenoten was in die tijd aan de slag in de wijkschool in Opdorp. Zo slaagde A. erin om ook jaarlijks mee op bosklassen te gaan. Hij deed dat vrijwillig, volledig onbezoldigd. Heel het dorp dacht: kijk eens wat die man allemaal doet voor onze kinderen. Maar er zat een duistere kant aan zijn engagement.’

                    Niemand iets zeggen
                    ‘Het misbruik sloop binnen. Het begon met aanrakingen die ongemakkelijk aanvoelden. Nadien kwamen er momenten waarop ik apart gehouden werd van de groep, bijvoorbeeld om te trainen op hoek- en strafschoppen. Bij het douchegebeuren was hij meestal aanwezig. Stap voor stap ging het verder. Uiteindelijk maakte ik het ganse scala mee, van onaangename aanrakingen tot en met verkrachting.

                    ‘A. liet mij vaak verstaan dat ik tegen niemand iets mocht zeggen, omdat er anders van alles zou gebeuren met mijn ouders. Dat hakt erin bij een kind. Soms gaf hij me het valse gevoel dat ik speciaal was. De aanvoerdersband droeg ik dankzij hem, gaf hij te kennen. Maar regelmatig kreeg ik ook de wind van voren. Mijn één jaar oudere broer, die in hetzelfde team speelde, werd vaak door hem verheven. Dat heeft de relatie met mijn broer lange tijd getroebleerd.

                    ‘In die eerste periode kwam het nooit in mij op om iets over het misbruik te zeggen tegen wie dan ook. Ik kreeg nochtans een goede opvoeding, met ouders die me veel vertrouwen gaven en mij omringden met de beste zorg. Ik had ook superlieve grootouders; mijn grootvader was een prachtmens. Toch heb ik er zelfs bij hem nooit aan gedacht het te vertellen. In die tijd, midden de jaren tachtig, kwamen zulke zaken nergens aan bod. Misschien zou het anders geweest zijn mocht er rondom mij over het thema gepraat zijn, maar dat weet ik niet zeker.

                    ‘Net zoals al mijn vrienden voetbalde ik graag. Ik wilde mijn hobby en vrienden niet zomaar opgeven. Ik was ook goed en had de drang om altijd de beste te zijn, zowel naast als op het veld. Zo herinner ik mij een spel tijdens een zomerkamp. De winnaar zou een zak snoep krijgen. Ik won. Maar die zogenaamde prijs moest ik bij hem op de ontspanningskamer in ontvangst gaan nemen. Uiteraard randde hij me daar toen ook aan. Had ik vooraf geweten dat ik die prijs apart zou moeten ophalen, dan was ik zonder twijfel als laatste geëindigd.

                    ‘Op den duur kon ik goed inschatten wanneer de kans bestond dat hij me zou aanvallen. Bij trainingen zat hij op zijn vertrouwde terrein. En de gevaarlijkste momenten waren natuurlijk de zomerkampen en buitenlandse toernooien, wanneer alle controle en ouderlijk gezag weg waren. Door het vertrouwen dat hij bij mijn vader en moeder had gewonnen, slaagde A. er ook in mij te laten overnachten bij hem thuis. Dat gebeurde als mijn ouders eens weg moesten en voor hun vier zonen een onderkomen zochten. A. bood hen dan een slaapplaats voor mij aan. Op zulke momenten werd ik echt ziek. Ik kreeg last van psychosomatische klachten, buikpijn en hoofdpijn. Mijn ouders gingen in die tijd met mij naar verschillende kinderartsen, maar nooit werd in de juiste richting gezocht naar de oorzaak van mijn klachten. Men ging ervan uit dat ik een zwakke gezondheid had.

                    ‘Het misbruik duurde van mijn achtste tot mijn twaalfde. Daarna krijgen jongens lichaamskenmerken die niet langer tot de verbeelding spreken van pedoseksuelen. Dus hield het op, althans voor mij. Over de vraag of er ook andere slachtoffers waren, dacht ik toen niet na, zelfs niet toen mijn vijf jaar jongere broer bij de club kwam. Je zit zo ver weg dat je daar op dat moment geen oog voor hebt. Gelukkig bleven mijn broers gespaard van misbruik.’

                    Geen identiteit meer
                    ‘Sommige mensen in onze club, in onze school en in de werkomgeving van A. wisten dat hij pedoseksuele neigingen had. Begin de jaren tachtig was er een voorval geweest met de hoofdschool, op bosklassen. Enkele leerlingen hadden er gepraat over ongepast gedrag van A. tegenover twee jongens. Na een gesprek met die twee jongens had de hoofdschool besloten om A. niet meer mee te nemen op bosklassen. Maar mijn school, de wijkafdeling van die hoofdschool, besliste wat later om hem toch weer te laten meegaan. Zo kwam het dat A. erbij was toen ik met het vijfde leerjaar op bosklassen ging. Daar deed zich iets voor waar ik nog altijd zeer kwaad om ben. We moesten er in kleine groepjes een wandeling maken zonder begeleiding. Na een tijdje kwamen de groepjes terug op het terrein, ook het mijne. Maar één groepje bleef achter. A. stond bij ons te wachten, samen met een leerkracht die op de hoogte was van het incident met de hoofdschool. A. zei dat hij dat ene groepje wel zou gaan zoeken. ‘Ik zal Jan meenemen’, hing hij erachter. Tot mijn grote verbazing ging die leerkracht akkoord. Beeld je dat in: een juffrouw die een jongen van tien laat meegaan met een man van wie ze weet dat hij zulke dingen gedaan heeft. Die keer ben ik heel zwaar aangerand en heb ik echt doodsangsten uitgestaan. Die momenten staan in mijn geheugen gebrand. Ook de dagen nadien misbruikte hij mij. Hij deed de nachtronde en geneerde zich niet om de slaapzaal binnen te stappen en zijn ding te doen. Op die leerkracht, diegene die dit had kunnen vermijden, ben ik lange tijd bijna kwader geweest dan op de dader zelf. Dankzij de therapie die ik vandaag volg, leer ik die ervaringen intussen te verwerken en een plaats te geven. Maar dat volwassenen het weten, garandeert dus niet dat er iets ondernomen wordt. Misschien wilden mensen gewoon niet geloven dat A. zulke dingen deed.

                    ‘Na mijn twaalfde ging ik almaar beter beseffen wat er gebeurd was. Vaak ging ik letterlijk voor de spiegel staan en vroeg ik: ‘Wie zijt gij?’ Ik had geen eigen identiteit meer, geen mening, geen enkele houvast. Op school gingen mijn punten zienderogen achteruit. Mijn ouders dachten dat ik een moeilijke jongen was die het zich allemaal niet erg aantrok. Maar als ze kwaad op me werden, kwam dat bij mij heel hard binnen. Ik voelde me altijd onrecht aangedaan. Vaak dacht ik: jullie moesten eens weten waar ik mee zit. Ik overwoog weg te lopen van huis. Ik begon veel alcohol te drinken en te experimenteren met softdrugs. Ik ging ook almaar vaker aan de dood denken. Eén keer heb ik in Malderen op het perron gestaan, maar ik durfde niet te springen. Het haar op mijn armen komt recht als ik aan dat moment terugdenk. Het werd me duidelijk dat ik zou moeten kiezen: eruit stappen of iets ondernemen.’

                    Jan Van Aken: ‘Wij, volwassenen, moeten ons ervan bewust zijn dat we een verpletterende verantwoordelijkheid dragen naar onze kinderen toe.’ 

                    Toch waardevol zijn
                    ‘In de eerste graad van de middelbare school leerde ik een lerares kennen met wie het contact heel goed verliep. Er ontstond een hechte vriendschapsband tussen ons, in die mate dat ze regelmatig bij ons thuis kwam. Ook nadat ik geen les meer van haar kreeg, hielden we contact, tot in het zesde middelbaar. Toen, op mijn zeventiende, vond ik het tijd om mijn geheim met iemand te delen. Liefst wou ik het eerst aan iemand anders vertellen dan mijn ouders; ik wist dat zij met een gigantisch schuldgevoel zouden zitten. Dus nam ik die lerares in vertrouwen. Het werd het begin van verscheidene gesprekken met haar waarin ze me overtuigde om samen naar het PMS te stappen ( psycho-medisch-sociaal centrum, nu centrum voor leerlingenbegeleiding, nvdr).

                    ‘Na een wekenlange voorbereiding brak het moment aan om mijn ouders en de omgeving in te lichten. Het PMS nodigde mijn moeder en vader uit, zogezegd om over mijn mindere schoolresultaten te praten. Zelf wachtte ik thuis af, samen met die lerares. Ik voelde een gigantische stress. Ik wist dat de reactie van mijn ouders wel oké zou zijn, maar ik was bang voor hun enorme verdriet. Toen ze thuiskwamen, bleek die vrees terecht. Niemand wil zijn ouders op die manier zien. Ze zeiden: ‘We hebben je bij hem laten logeren en meegegeven op reis, terwijl jij probeerde aan te geven dat je dat niet wou.’ Er is die dag vooral veel geweend. Ook mijn broers kwamen erbij. Met hen had ik een relatie zoals de meeste broers op die leeftijd: een eerder oppervlakkige band. Als je broers je in zo’n context dan stevig vastpakken, doet dat iets met een mens. Die onmiddellijke erkenning van mijn directe omgeving was op dat ogenblik heel belangrijk voor mij. Mijn ouders, broers en familie lieten direct voelen hoe waardevol ik was. Voor het eerst bleek dat ik wél iemand was, dat ik wél iets gepresteerd had.

                    ‘In de dagen na mijn getuigenis werd A. aangehouden. Dat gebeurde tijdens de bosklassen met de wijkschool van Opdorp. Het nieuws ontplofte in Buggenhout als een bom: dé man van het dorp opgepakt. Plots stonden er journalisten aan onze deur, ook van een rioolblad als Blik. Verscheidene mensen in het dorp werd gevraagd wat ze vonden van de zaak; elke dag stond er wel iets in de krant. Wekenlang kwam ik niet buiten. Naar school ging ik niet meer.

                    ‘Als een zeventienjarige zo’n held van zijn voetstuk haalt, ontstaan er snel twee kampen. Dat van de non-believers was tot mijn verbazing behoorlijk groot. Sommige ouders vonden dat de zaak opgeblazen werd. De vader van één van de spelers sprak van een fait divers. Ik had heel wat vrienden in het dorp, maar uiteindelijk hield ik er daar maar enkele van over. Ook mijn ouders verloren veel mensen uit hun entourage. Het hele gebeuren had een enorme impact op mij en mijn familie. Toch was ik opgelucht, want ik kreeg ook veel hartverwarmende reacties. Dat is cruciaal voor mensen die met hun verhaal naar buiten komen. Erkenning is een sleutelbegrip. En die erkenning kan in heel veel zitten. Een club die een aanspreekpunt installeert, zorgt ook voor een stuk erkenning van slachtoffers.

                    ‘Mijn ouders namen een advocaat onder de arm en stelden zich burgerlijke partij. De ouders van twee andere slachtoffers sloten zich daarbij aan. A. kreeg in 1995 zeven jaar gevangenisstraf. Dat gaf weer een stuk erkenning. Ook kwam er een beperkte schadevergoeding. Toen die werd uitgekeerd, zei ik tegen mijn ouders: ‘Doe ermee wat je wil.’ In mijn ogen was dat bloedgeld.’

                    Dubbel gevoel
                    ‘Rekening houdend met wat er gebeurd was, delibereerde mijn middelbare school mij op het eind van het zesde middelbaar. Na het proces ging ik vastbesloten criminologie studeren, grotendeels ingegeven door wat ik had meegemaakt. Maar achteraf bekeken was ik daar mentaal absoluut niet klaar voor. Na twee jaar stopte ik ermee. Ook toen ik nadien voor maatschappelijk assistent ging studeren, lukte het niet. Ik zat nog altijd niet goed in mijn vel. En ik volgde wel wat therapie, maar dat waren losse flodders. Op dat moment stond ik daar ook nog niet voor open. Ik besloot mijn studies stop te zetten en op zoek te gaan naar werk. Dat ik ten gevolge van het misbruik geen diploma hoger onderwijs heb, is nog altijd een enorm gemis voor mij.

                    Het verbaast mij dat er heel weinig mannelijke sporters getuigen.
                    Jan Van Aken

                    ‘Intussen kwam er wel een positief vervolg aan het verhaal. De lerares met wie ik mijn geheim voor het eerst deelde, werd uiteindelijk mijn partner. Wij zijn intussen twintig jaar samen en hebben twee dochters. Als ik daar nu over nadenk, brengt dat wel een dubbel gevoel naar boven. Uiteraard had ik dat misbruik nooit willen meemaken, maar dan had ik ook mijn echtgenote niet op dezelfde manier leren kennen en zou ik vandaag mijn dochters niet hebben.

                    ‘Eind 1999 of begin 2000 kwam A. vrij. Zo’n vier jaar later vroeg ik mij op een dag eens af wat er van die man zou geworden zijn. Nietsvermoedend tikte ik zijn naam in op Google. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Hij was naar India vertrokken en werkte daar weer met minderjarige voetballertjes, hoewel hem dat ten strengste verboden was. Ik legde een volledig dossier aan en toen ik al mijn informatie verzameld had, schreef ik verscheidene organisaties en personen aan. Maar ik kreeg het gevoel dat ik nergens ernstig genomen werd en dat niemand iets ondernam met mijn informatie. Na mijn getuigenis en het proces had ik mijn erkenning als slachtoffer gekregen, maar op dit moment miste ik een vorm van erkenning. Slachtoffers kunnen op verschillende momenten nood hebben aan erkenning, niet enkel bij het uitbrengen van hun verhaal. Dat ik die erkenning toen niet voelde, zorgde ervoor dat ik heel ver ging in mijn zoektocht. Ik ben mezelf toen compleet verloren.

                    Jan Van Aken: ‘Ik hoop dat ik met mijn verhaal anderen ertoe kan bewegen om ook met hun verhaal naar buiten te komen.’ 

                    ‘Uiteindelijk begon ik te communiceren met een journalist in India. Die besloot in 2008 om A. te confronteren met de informatie die ik hem had bezorgd. De zaak ontplofte ginder. A. ontvluchtte het land en keerde terug naar België. Maar hier kon hem niks meer gemaakt worden; zijn vrijlating onder voorwaarden was intussen afgelopen en van misbruik in India was er geen bewijs. Tot in 2012. Toen werd in de kluizenzaal van een Leuvens bankfiliaal een blanco enveloppe gevonden met kinderpornografisch materiaal uit India. Onderzoek wees uit dat A. die enveloppe daar had laten vallen. Toen is hij opnieuw veroordeeld. Waar hij nu zit, in de gevangenis of niet, weet ik niet.’

                    Terugval na terugval
                    ‘Enkele maanden geleden beleefde ik een ernstige terugval. Zulke terugvallen hangen samen met mijn posttraumatische stressstoornis. Als ik in bepaalde situaties te veel stress ervaar en daardoor de controle dreig te verliezen, word ik letterlijk ziek. Ik krijg dan griep, diarree, koorts en ik moet braken. Er doemen sombere gedachten in mij op en ik krijg vaak black-outs. Die zijn een verschijningsvorm van dissociatie, een verdedigingstechniek van de geest die ik ook al onderging tijdens het misbruik. Als A. me aanrandde, deed ik bijvoorbeeld alsof ik sliep. Het was dan alsof mijn geest me er probeerde van te overtuigen dat iemand anders het misbruik meemaakte, dat ik enkel toeschouwer was.

                    ‘Tussen mijn recentste en mijn vorige terugval zat maar vier jaar. Onlangs stond ik stil bij de gedachte dat ik intussen de veertig voorbij ben en dat ik nog altijd met mijn verleden worstel. Ik wil niet op het eind van mijn dagen moeten terugkijken en vaststellen dat het verleden heel mijn leven beheerst heeft. Dus ben ik heel bewust op zoek gegaan naar passende therapieën. Zo kwam ik onder andere terecht bij EMDR ( Eye Movement Desensitization and Reprocessing, nvdr), een vorm van traumatherapie.

                    ‘Ik ondervind hoe moeilijk de verwerking voor mij is terwijl ik erover praat. Dus mag je niet onderschatten welke impact misbruik heeft op iemand die niet durft te praten. Ik hoop dat ik met mijn verhaal anderen ertoe kan bewegen om ook met hun verhaal naar buiten te komen, desnoods anoniem, en om hulp te zoeken. Hoe sneller je praat, hoe beter. Het verbaast mij dat er heel weinig mannelijke sporters getuigen. Als ik niet had gesproken, liep ik hier niet meer.

                    ‘Als samenleving moeten wij ervoor zorgen dat slachtoffers ergens terechtkunnen. Er moet binnen jeugdverenigingen proactief over gepraat en rond gewerkt worden. Het is een slecht idee om te wachten tot een melding binnenkomt. En meldpunten bij federaties kunnen wel hun nut hebben voor het bredere plaatje, maar de vertrouwenspersonen binnen de vertrouwde omgeving, binnen de club, zijn cruciaal. Daarbij volstaat het niet om te zeggen: je kunt terecht bij trainer x of voorzitter y. Wie weet vraag je slachtoffers op die manier om te gaan biechten bij de duivel. Anderzijds zijn die vertrouwenspersonen best ook geen complete buitenstaanders, maar wel mensen die eventuele slachtoffers kennen, mensen die ze vertrouwen. Persoonlijk vind ik het ook belangrijk dat zo’n vertrouwenspersoon een vrouw is, zeker in een jongensmilieu. Ik zou met mijn verhaal nooit naar een man gestapt zijn.

                    ‘Er moeten ook maatregelen komen om te garanderen dat de medewerkers binnen jeugdverenigingen koosjer zijn. Dan spreken we bijvoorbeeld over een bewijs van goed gedrag en zeden, model twee. Volledige zekerheid geeft dat niet, maar zo bouw je ten minste al een middel in dat mensen weert die zo’n bewijs niet kunnen voorleggen. De minister van Sport ( Philippe Muyters, N-VA, nvdr) is blijkbaar niet happig om dat te verplichten. Hij denkt dat veel vrijwilligers daardoor zullen afhaken. Maar ik heb liever dat het een volwassene wat hindert in zijn vrijheid om zomaar ergens aan de slag te gaan dan dat één kind gruwelijkheden moet meemaken. Trouwens: tegenwoordig vraag je zo’n bewijs bij wijze van spreken in een vingerknip aan. En men heeft speciaal zo’n model twee in het leven geroepen voor contexten met minderjarigen. Wel, dit zíjn contexten met minderjarigen. Hiervoor dient dit document, toch? Waarvoor anders? Wij, volwassenen, moeten ons ervan bewust zijn dat we een verpletterende verantwoordelijkheid dragen naar onze kinderen toe.’

                    Verder dan ooit
                    ‘Mijn kindertijd is mij volledig ontnomen; dat vind ik het ergste. Ook vind ik het verschrikkelijk dat dit tot nu toe gans mijn leven beïnvloed heeft. Sinds het misbruik ben ik nooit meer onvoorwaardelijk gelukkig; altijd is er die donkere rand. Maar ik voel nu wel dat ik in mijn herstel verder sta dan ooit. De fase waarin ik zit, is er een van afronden. Ik besef dat ik een stuk altijd zal moeten meedragen, maar het zwaarste gewicht wil ik uit mijn rugzak gooien. Met deze getuigenis wil ik nog één positief ding doen en dan afsluiten.’

                    Bron: sportmagazine.knack.be

                    In reactie op: Sexting, sextortion & shaming #256644
                    Mark
                    Moderator

                      ZO PRAAT JE MET JE KIND OVER ONLINE SHAMING: ‘WEES OPEN, OORDEEL NIET’

                      Een dertienjarig meisje uit Amsterdam maakte 13 januari een einde aan haar leven nadat expliciete foto’s van haar online verspreid werden. Online shaming komt helaas nog vaak voor: hoe ga je daarmee om als ouder?

                      Nikki Lee Janssen (30) is voorlichtingscoördinator bij HelpWanted.nl, een platform dat advies biedt bij online seksueel misbruik.

                      AFPERSING
                      In 2018 sprak LINDA.nl met Janssen over haar eigen ervaringen met sextortion. Zij werd afgeperst nadat een hacker toegang kreeg tot haar Dropbox, waar pikante beelden in stonden. Van een onbekende afzender kreeg ze dreigementen: als ze niet zou betalen, zou een video van haar in lingerie gepubliceerd worden. Dat gebeurde: haar video verscheen online en werd binnen een dag meer dan een miljoen keer bekeken.

                      De hacker bleek een ervaren cybercrimineel en zat een celstraf van tweeënhalf jaar uit, wegens afpersing en het oplichten van o.a. postorderbedrijven. Janssen: “Ik was enorm blij dat hij werd gevonden. Daardoor waren de andere Dropbox-beelden veilig en bleef het bij die ene video. Het was de heftigste ervaring van mijn leven, maar ik ben blij dat ik nu anderen kan helpen met mijn ervaringen. Het is hard nodig om hier aandacht aan te blijven besteden, dat blijkt maar weer als je leest over dat dertienjarige meisje.”

                      ONLINE SHAMING
                      Als coördinator houdt Janssen zich vooral bezig met voorlichting op scholen en aan professionals. Ze spreekt veel slachtoffers en begeleidt families bij het verwerken van online shaming en misbruik. Die ondersteuning is essentieel, vindt ze: “Ouders denken nog te vaak dat ze problemen met hun kinderen zelf op moeten lossen, maar daar sta je nooit alleen in. Er is zoveel expertise waar je gebruik van kunt maken, dus zoek dat op. Het kan heel fijn zijn om te praten met iemand die snapt waar jij als (ouder van een) slachtoffer doorheen gaat.”

                      Volgens Janssen is er op maatschappijniveau nog wel wat ruimte voor verbetering op het gebied van online shaming. “Het is goed dat er steeds meer bewustwording over is, maar de reactie van veel mensen is nog steeds ‘had je maar niet zulke foto’s moeten maken’. Van die ‘eigen schuld, dikke bult’-houding moeten we écht af.” Daarin ligt ook een rol voor scholen, aldus Janssen. “Docenten moeten met seksuele voorlichting beter gaan inspelen op de online wereld. Het is anno 2021 meer dan ‘wat is sex’ en een condoom om een banaan rollen. Jongeren en kinderen experimenteren met alles, helemáál op online gebied.”

                      ADVIES
                      Een groot deel van die bewustwording vindt volgens Janssen ook thuis plaats. Ouders vragen steevast of hun oogappeltjes nog iets hebben meegemaakt op school, maar laten de digitale wereld nog te vaak links liggen. “Riskant, juist als ze een eigen telefoon hebben. We gaan er te makkelijk vanuit dat ze daarop alleen contact hebben met mensen die ze uit het echte leven kennen. Wees je bewust van de risico’s die apps als TikTok met zich meebrengen.”

                      Janssen adviseert om regelmatig naar het social media-gebruik van je kind te vragen, juist als alles goed gaat. “Hebben ze nog een grappige meme gezien, of zijn ze juist wat raars tegengekomen? Zo wennen ze aan jouw interesse in dat grote gedeelte van hun leefwereld. Dat kan het voor een kind makkelijker maken om naar je toe te komen als er wél iets mis is.”

                      OPENHEID
                      Het belangrijkste, in zowel voorlichting over als nazorg bij online shaming, is openheid. Janssen: “Praat open en oordeel niet. Wees daarin ook bewust van je eigen gedrag. Hoe reageerde jij bijvoorbeeld op het nieuws rondom de video van Fred van Leer? Als je tegen je kind zegt ‘jij doet dat gelukkig niet’, zet je al de verkeerde toon. Je plaatst mensen in een hokje. Dat is geen goede basis voor een gesprek.”

                      Praten over sex is iets dat veel ouders moeilijk vinden, maar Janssen adviseert om daar toch even doorheen te bijten. “Onze kinderen leren hier op een andere manier over dan wij vroeger, maar dan kun je het er nog wél over hebben. Bied hen een veilige omgeving waarin ze met je kunnen praten over sex, en laat weten dat je er altijd bent om eventuele narigheden samen op te lossen.”

                      Bron: linda.nl

                      In reactie op: Therapieën, behandelingen & traumaverwerking #256638
                      Mark
                      Moderator

                        Is EMDR echt een wondermiddel?
                        Psychologische hulp bij trauma’s

                        Wie voor het eerst van EMDR hoort, kan haast niet geloven dat het werkt. Je denkt aan een traumatische ervaring, kijkt ondertussen naar wat bewegende lampjes en luistert naar tikjes en voilà: je hebt ineens een stuk minder last. Is EMDR echt een wondermiddel?

                        Wie psychologische hulp zoekt voor de gevolgen van traumatische ervaringen, zoals herbelevingen of een posttraumatische stressstoornis, krijgt al snel te maken met Eye Movement Desensitization and Reprocessing, ofwel: EMDR. Een aantal sessies helpt je om nare ervaringen en herinneringen te neutraliseren. Je weet nog wat je hebt meegemaakt, maar die ervaring hindert je niet langer in je dagelijks functioneren. Waarom het werkt? Niemand weet het precies. Maar dat het werkt, dat is duidelijk. Verbazingwekkend goed zelfs. En niet alleen voor de directe gevolgen van ontwrichtende ervaringen, ook bij de behandeling van onbegrepen lichamelijke klachten, eetstoornissen, angsten en depressie, biedt EMDR mogelijkheden.

                        Verleden laten rusten
                        Voor je het weet krijgt EMDR daardoor al gauw het imago van een soort Haarlemmerolie. Een wondermiddel dat bij alle kwalen kan worden ingezet. Een beeld wat klinisch psycholoog en EMDR-opleider Erik ten Broeke uit Deventer graag wat nuanceert. Want hoe uiteenlopend deze aandoeningen ook lijken, ze hebben één ding gemeen: één of meer vroegere ontwrichtende ervaringen. “Denk aan een pestverleden of mishandeling, maar ook verwaarlozing of ouders die nooit emotioneel oog voor je hadden. Zoiets kan je leven ontzettend beïnvloeden.”

                        Opgroeien zonder nare gebeurtenissen: dat is onmogelijk. Moet dan iedereen die ooit iets vervelends heeft meegemaakt EMDR gaan volgen? Nee, dat zeker niet, meent Ten Broeke: “Het meegemaakt hebben van een trauma is op zichzelf geen reden om in therapie te gaan. Als je geen klachten hebt die daarmee samenhangen, is er alle reden om het verleden te laten rusten. Het feit dat je ellende hebt meegemaakt, hoeft immers niet te leiden tot klachten.”

                        Vaak verwerken mensen een trauma zelf, maar er kunnen ook flashbacks, herbelevingen, nachtmerries of schrikreacties en vermijding uit voortkomen. Dan is er reden voor gerichte behandeling.

                        Realistischer denken
                        Met EMDR verander je de herinneringen die klachten in stand houden op twee manieren: ze worden minder helder en ze verliezen hun emotionele lading. Iets wat met erover praten erg lastig blijkt te zijn, weet Ten Broeke. “Mensen worden niet zozeer minder angstig als ze realistischer gaan denken. Het werkt eerder andersom: pas als ze minder angstig zijn, kunnen ze realistischer gaan denken.”

                        Want we kunnen verstandelijk wel wéten dat onze gevoelens niet passend zijn, toch ervaren we ze zo. “Ik zag eens een film van een man die voortdurend hyperalert was. Hij zei: ‘Ik weet dat ik veilig ben, maar het voelt niet zo.’ Na EMDR zag je hem helemaal ontspannen zijn en zeggen: ‘Ik ben veilig, het is klaar.’”

                        Bang voor honden
                        Een sessie met EMDR is niet iets wat je even doet tussen boodschappen en de kapper door. Het is onderdeel van een compleet behandeltraject bij een psychotherapeut en bovendien een soort emotionele topsport, meent Ten Broeke: “Je moet bereid zijn om herinneringen onder ogen te zien. Het is niet zo dat je jezelf inlevert en na een uurtje weer komt ophalen en het is gedaan. Het is keihard werken. Mensen zijn vaak helemaal op na anderhalf uur.”

                        Samen met de therapeut ga je op zoek naar een concrete herinnering waar je aan kunt werken. Soms ligt die voor de hand, omdat mensen er veel aan terugdenken. Soms is het niet helemaal duidelijk welke herinnering heeft gezorgd voor de klachten: “Mensen zijn misschien heel bang in het verkeer of bang voor honden. Dan weet je niet meteen dat er iets gebeurd is. Dan willen we weten hoe dat is begonnen. Ergens moet die angst voor honden in werking zijn gezet en we zoeken herinneringen aan ervaringen die dat hebben aangewakkerd. Daarmee kun je vervolgens EMDR doen.”

                        Werkgeheugen
                        Tijdens een sessie denk je aan de naarste details van de herinnering, zo levendig mogelijk. Hoe voel je je, wat zie je? Tegelijkertijd wordt het werkgeheugen belast met zintuigelijke taakjes. Je krijgt een koptelefoon met geluidtikjes van links naar rechts en kijkt naar lampjes die van links naar rechts gaan of de therapeut beweegt een vinger voor je neus die je met je ogen moet volgen. Hierdoor is de ene helft van je werkgeheugen bezig met de akelige herinnering, de andere helft met de taak. Dit wordt een aantal keer herhaald, net zolang tot je de herinnering kunt oproepen zonder dat je daar overstuur van raakt.

                        Ten Broeke: “De gebeurtenis kunnen we niet veranderen, maar de herinnering eraan wel. Herinneringen liggen helemaal niet zo vast als mensen denken, ze zijn altijd in beweging. Met EMDR herschrijf je als het ware je herinnering.”

                        Rijden op de snelweg
                        Maar niet alleen herinneringen blijken geschikt voor EMDR. Ook gebeurtenissen die je vreest in de toekomst kunnen behandeld worden. Voorstellingen waarvan je heus wel begrijpt dat ze niet gaan gebeuren, maar je gevoel zegt: het is aanstaande, het kan op ieder moment gebeuren. Ten Broeke geeft een voorbeeld: “Wanneer iemand niet over de snelweg durft te rijden, kun je uitzoeken wat hem of haar eerder overkomen is. Maar je kunt ook vragen wat hij of zij het meest vreest. En dan kan iemand bijvoorbeeld zeggen: een dodelijk auto-ongeval. Dat beeld roept veel spanning en angst op. We vragen mensen in een EMDR-sessie dan om een plaatje te maken van dat beeld.”

                        Neerstorten met een vliegtuig, publiekelijk vernederd worden, het zijn allemaal zogeheten anticipatie-angsten. Als je die beelden niet meer zo heftig ervaart, ben je ook minder bang dat ze je overkomen en hoef je allerlei situaties niet meer te vermijden.

                        Oorlogsverleden
                        Het grote voordeel van EMDR is dat het een techniek is die weliswaar zwaar is, maar uit onderzoek blijkt dat mensen het goed verdragen. Ten Broeke: “Van oudsher was traumabehandeling iets wat we liever niet gaven. We waren bang dat patiënten zouden bezwijken onder de behandeling, dat de behandeling erger was dan de kwaal. Er moest dan ook aan een heleboel voorwaarden worden voldaan, waardoor therapeuten het vaak maar niet inzetten.”

                        Ook van 70-plussers werd gedacht dat het weinig zin meer had om trauma’s te verwerken. Maar dat idee is helemaal losgelaten, ziet Ten Broeke. Zelfs een man van 90 jaar met oorlogservaringen kreeg nog een EMDR-behandeling. “Hij zei: ik heb vannacht voor het eerst goed geslapen. Daar krijg ik tranen van in de ogen, zo bijzonder om te zien.”

                        Het is geen trucje
                        Ondanks zijn enthousiasme is Ten Broeke ook voorzichtig. Hij worstelt met de stelligheid waarmee het succes van EMDR wordt verkondigd. Want wat voor de ene patiënt werkt, is misschien voor de ander niet zo geweldig, meent hij. En wanneer het slecht wordt uitgevoerd, kan het bovendien meer kwaad dan goed. “Het lijkt een gemakkelijk te leren trucje, maar dat is het geenszins.” Hij is dus niet zo enthousiast over behandelaars die geen gedegen opleiding hebben gehad. “Gelukkig is EMDR een vergevingsgezinde procedure. Je kan het best slordig doen; dan gaat het wat betreft resultaat toch vaak redelijk goed.”

                        Toch zijn er genoeg verhalen van behandelingen waar het mis ging. Mensen raken soms zo uit hun evenwicht dat ze overspoeld worden door heftige emoties. Ten Broeke: “Als een behandelaar zomaar begint, kun je een heidebrand krijgen: de ene herinnering buitelt over de andere en iemand raakt helemaal over zijn toeren. Dat kan soms leiden tot voortijdig staken van de behandeling, grijpen naar alcohol of zelfs zelfbeschadigend gedrag of suïcidaliteit. Dat ligt alleen niet aan EMDR, maar hoe het wordt toegepast. Wanneer EMDR deskundig wordt toegepast is het een veilige en effectieve methode.”

                        Daarom vindt Ten Broeke het verstandig om een therapeut te zoeken via Vereniging EMDR Nederland. Deze therapeuten zijn zich bewust van de mogelijkheden én van de beperkingen; ze kunnen ernstige problematiek herkennen en laten niet op iedereen zomaar EMDR los.

                        Voltooid verleden tijd
                        Wanneer je gewend bent om nare herinneringen weg te duwen, kan de stap naar EMDR groot zijn. Ten Broeke raadt daarom mensen aan om eerst een gesprek met een therapeut te voeren en te kijken wat die voor je kan betekenen. Daarvoor hoef je niet meteen alles te vertellen. En een behandeling is altijd in overleg en samenwerking. “Het is niet een achtbaan waar je instapt en pas kan uitstappen als hij stilstaat.”

                        Bang zijn dat je een deel van je herinneringen kwijtraakt, is niet nodig. Je kan eraan denken, je kan ernaar kijken, het is niet weg of gewist, maar het is voltooid verleden tijd, verduidelijkt hij. “Het kan nog steeds gebeuren dat je in de auto zit en er een liedje voorbijkomt met een herinnering waardoor de tranen je in de ogen schieten. Maar je raakt niet gelijk een week van de kaart. Met EMDR ben je baas over je geschiedenis, in plaats dat de geschiedenis de baas is over jou.”

                        Bron: gezondheidsnet.nl

                      10 berichten aan het bekijken - 81 tot 90 (van in totaal 718)