Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

  • Dit onderwerp bevat 107 reacties, 7 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 14/07/2022 om 21:19 door Luka.
10 berichten aan het bekijken - 91 tot 100 (van in totaal 108)
  • Auteur
    Reacties
  • #256638
    Mark
    Moderator

    Is EMDR echt een wondermiddel?
    Psychologische hulp bij trauma’s

    Wie voor het eerst van EMDR hoort, kan haast niet geloven dat het werkt. Je denkt aan een traumatische ervaring, kijkt ondertussen naar wat bewegende lampjes en luistert naar tikjes en voilà: je hebt ineens een stuk minder last. Is EMDR echt een wondermiddel?

    Wie psychologische hulp zoekt voor de gevolgen van traumatische ervaringen, zoals herbelevingen of een posttraumatische stressstoornis, krijgt al snel te maken met Eye Movement Desensitization and Reprocessing, ofwel: EMDR. Een aantal sessies helpt je om nare ervaringen en herinneringen te neutraliseren. Je weet nog wat je hebt meegemaakt, maar die ervaring hindert je niet langer in je dagelijks functioneren. Waarom het werkt? Niemand weet het precies. Maar dat het werkt, dat is duidelijk. Verbazingwekkend goed zelfs. En niet alleen voor de directe gevolgen van ontwrichtende ervaringen, ook bij de behandeling van onbegrepen lichamelijke klachten, eetstoornissen, angsten en depressie, biedt EMDR mogelijkheden.

    Verleden laten rusten
    Voor je het weet krijgt EMDR daardoor al gauw het imago van een soort Haarlemmerolie. Een wondermiddel dat bij alle kwalen kan worden ingezet. Een beeld wat klinisch psycholoog en EMDR-opleider Erik ten Broeke uit Deventer graag wat nuanceert. Want hoe uiteenlopend deze aandoeningen ook lijken, ze hebben één ding gemeen: één of meer vroegere ontwrichtende ervaringen. “Denk aan een pestverleden of mishandeling, maar ook verwaarlozing of ouders die nooit emotioneel oog voor je hadden. Zoiets kan je leven ontzettend beïnvloeden.”

    Opgroeien zonder nare gebeurtenissen: dat is onmogelijk. Moet dan iedereen die ooit iets vervelends heeft meegemaakt EMDR gaan volgen? Nee, dat zeker niet, meent Ten Broeke: “Het meegemaakt hebben van een trauma is op zichzelf geen reden om in therapie te gaan. Als je geen klachten hebt die daarmee samenhangen, is er alle reden om het verleden te laten rusten. Het feit dat je ellende hebt meegemaakt, hoeft immers niet te leiden tot klachten.”

    Vaak verwerken mensen een trauma zelf, maar er kunnen ook flashbacks, herbelevingen, nachtmerries of schrikreacties en vermijding uit voortkomen. Dan is er reden voor gerichte behandeling.

    Realistischer denken
    Met EMDR verander je de herinneringen die klachten in stand houden op twee manieren: ze worden minder helder en ze verliezen hun emotionele lading. Iets wat met erover praten erg lastig blijkt te zijn, weet Ten Broeke. “Mensen worden niet zozeer minder angstig als ze realistischer gaan denken. Het werkt eerder andersom: pas als ze minder angstig zijn, kunnen ze realistischer gaan denken.”

    Want we kunnen verstandelijk wel wéten dat onze gevoelens niet passend zijn, toch ervaren we ze zo. “Ik zag eens een film van een man die voortdurend hyperalert was. Hij zei: ‘Ik weet dat ik veilig ben, maar het voelt niet zo.’ Na EMDR zag je hem helemaal ontspannen zijn en zeggen: ‘Ik ben veilig, het is klaar.’”

    Bang voor honden
    Een sessie met EMDR is niet iets wat je even doet tussen boodschappen en de kapper door. Het is onderdeel van een compleet behandeltraject bij een psychotherapeut en bovendien een soort emotionele topsport, meent Ten Broeke: “Je moet bereid zijn om herinneringen onder ogen te zien. Het is niet zo dat je jezelf inlevert en na een uurtje weer komt ophalen en het is gedaan. Het is keihard werken. Mensen zijn vaak helemaal op na anderhalf uur.”

    Samen met de therapeut ga je op zoek naar een concrete herinnering waar je aan kunt werken. Soms ligt die voor de hand, omdat mensen er veel aan terugdenken. Soms is het niet helemaal duidelijk welke herinnering heeft gezorgd voor de klachten: “Mensen zijn misschien heel bang in het verkeer of bang voor honden. Dan weet je niet meteen dat er iets gebeurd is. Dan willen we weten hoe dat is begonnen. Ergens moet die angst voor honden in werking zijn gezet en we zoeken herinneringen aan ervaringen die dat hebben aangewakkerd. Daarmee kun je vervolgens EMDR doen.”

    Werkgeheugen
    Tijdens een sessie denk je aan de naarste details van de herinnering, zo levendig mogelijk. Hoe voel je je, wat zie je? Tegelijkertijd wordt het werkgeheugen belast met zintuigelijke taakjes. Je krijgt een koptelefoon met geluidtikjes van links naar rechts en kijkt naar lampjes die van links naar rechts gaan of de therapeut beweegt een vinger voor je neus die je met je ogen moet volgen. Hierdoor is de ene helft van je werkgeheugen bezig met de akelige herinnering, de andere helft met de taak. Dit wordt een aantal keer herhaald, net zolang tot je de herinnering kunt oproepen zonder dat je daar overstuur van raakt.

    Ten Broeke: “De gebeurtenis kunnen we niet veranderen, maar de herinnering eraan wel. Herinneringen liggen helemaal niet zo vast als mensen denken, ze zijn altijd in beweging. Met EMDR herschrijf je als het ware je herinnering.”

    Rijden op de snelweg
    Maar niet alleen herinneringen blijken geschikt voor EMDR. Ook gebeurtenissen die je vreest in de toekomst kunnen behandeld worden. Voorstellingen waarvan je heus wel begrijpt dat ze niet gaan gebeuren, maar je gevoel zegt: het is aanstaande, het kan op ieder moment gebeuren. Ten Broeke geeft een voorbeeld: “Wanneer iemand niet over de snelweg durft te rijden, kun je uitzoeken wat hem of haar eerder overkomen is. Maar je kunt ook vragen wat hij of zij het meest vreest. En dan kan iemand bijvoorbeeld zeggen: een dodelijk auto-ongeval. Dat beeld roept veel spanning en angst op. We vragen mensen in een EMDR-sessie dan om een plaatje te maken van dat beeld.”

    Neerstorten met een vliegtuig, publiekelijk vernederd worden, het zijn allemaal zogeheten anticipatie-angsten. Als je die beelden niet meer zo heftig ervaart, ben je ook minder bang dat ze je overkomen en hoef je allerlei situaties niet meer te vermijden.

    Oorlogsverleden
    Het grote voordeel van EMDR is dat het een techniek is die weliswaar zwaar is, maar uit onderzoek blijkt dat mensen het goed verdragen. Ten Broeke: “Van oudsher was traumabehandeling iets wat we liever niet gaven. We waren bang dat patiënten zouden bezwijken onder de behandeling, dat de behandeling erger was dan de kwaal. Er moest dan ook aan een heleboel voorwaarden worden voldaan, waardoor therapeuten het vaak maar niet inzetten.”

    Ook van 70-plussers werd gedacht dat het weinig zin meer had om trauma’s te verwerken. Maar dat idee is helemaal losgelaten, ziet Ten Broeke. Zelfs een man van 90 jaar met oorlogservaringen kreeg nog een EMDR-behandeling. “Hij zei: ik heb vannacht voor het eerst goed geslapen. Daar krijg ik tranen van in de ogen, zo bijzonder om te zien.”

    Het is geen trucje
    Ondanks zijn enthousiasme is Ten Broeke ook voorzichtig. Hij worstelt met de stelligheid waarmee het succes van EMDR wordt verkondigd. Want wat voor de ene patiënt werkt, is misschien voor de ander niet zo geweldig, meent hij. En wanneer het slecht wordt uitgevoerd, kan het bovendien meer kwaad dan goed. “Het lijkt een gemakkelijk te leren trucje, maar dat is het geenszins.” Hij is dus niet zo enthousiast over behandelaars die geen gedegen opleiding hebben gehad. “Gelukkig is EMDR een vergevingsgezinde procedure. Je kan het best slordig doen; dan gaat het wat betreft resultaat toch vaak redelijk goed.”

    Toch zijn er genoeg verhalen van behandelingen waar het mis ging. Mensen raken soms zo uit hun evenwicht dat ze overspoeld worden door heftige emoties. Ten Broeke: “Als een behandelaar zomaar begint, kun je een heidebrand krijgen: de ene herinnering buitelt over de andere en iemand raakt helemaal over zijn toeren. Dat kan soms leiden tot voortijdig staken van de behandeling, grijpen naar alcohol of zelfs zelfbeschadigend gedrag of suïcidaliteit. Dat ligt alleen niet aan EMDR, maar hoe het wordt toegepast. Wanneer EMDR deskundig wordt toegepast is het een veilige en effectieve methode.”

    Daarom vindt Ten Broeke het verstandig om een therapeut te zoeken via Vereniging EMDR Nederland. Deze therapeuten zijn zich bewust van de mogelijkheden én van de beperkingen; ze kunnen ernstige problematiek herkennen en laten niet op iedereen zomaar EMDR los.

    Voltooid verleden tijd
    Wanneer je gewend bent om nare herinneringen weg te duwen, kan de stap naar EMDR groot zijn. Ten Broeke raadt daarom mensen aan om eerst een gesprek met een therapeut te voeren en te kijken wat die voor je kan betekenen. Daarvoor hoef je niet meteen alles te vertellen. En een behandeling is altijd in overleg en samenwerking. “Het is niet een achtbaan waar je instapt en pas kan uitstappen als hij stilstaat.”

    Bang zijn dat je een deel van je herinneringen kwijtraakt, is niet nodig. Je kan eraan denken, je kan ernaar kijken, het is niet weg of gewist, maar het is voltooid verleden tijd, verduidelijkt hij. “Het kan nog steeds gebeuren dat je in de auto zit en er een liedje voorbijkomt met een herinnering waardoor de tranen je in de ogen schieten. Maar je raakt niet gelijk een week van de kaart. Met EMDR ben je baas over je geschiedenis, in plaats dat de geschiedenis de baas is over jou.”

    Bron: gezondheidsnet.nl

    #256715
    Luka
    Moderator

    ACHTERGRONDHOKJESDENKEN IN DE PSYCHIATRIE
    Last van het verkeerde label: waarom er in de ggz veel foute diagnosen zijn

    U heeft een depressie. Of nee, een eetstoornis. Of toch een trauma. Hoe komt het dat er in de psychiatrie zo vaak foute diagnosen worden gesteld, en wat betekenen die voor patiënten?

    Michiel (41) had dwanggedachten, als klein kind al. Zijn hoofd zat vol ideeën over het vermoorden van de mensen die hij liefhad, met de angst om homo te zijn, met de mogelijkheid om voor de trein te springen. Hij moffelde zijn gedachten uit schaamte zo diep mogelijk weg. Hij raakte gedeprimeerd, geïsoleerd, suïcidaal. ‘Ik werd er gek van.’

    Op zijn 25ste zoekt hij hulp in de ggz. Daar krijgt hij achtereenvolgens vier etiketten: adhd, verslaving, depressie en een persoonlijkheidsstoornis. Pas in 2010, zeven jaar later en vijf psychiaters verder, wordt een dwangstoornis vastgesteld – en kan de zoektocht naar de juiste behandeling beginnen.

    Opnieuw onderzoeken
    Verkeerde diagnosen in de psychiatrie zijn aan de orde van de dag. Naar schatting een kwart van de langdurig psychiatrische patiënten heeft een verkeerd label. Dat bleek toen de Gelderse ggz-instelling GGNet in 2018 ruim duizend patiënten opnieuw ging onderzoeken omdat er zo weinig mensen opknapten. Bij een kwart bleek zo’n diagnose verouderd of onjuist en bleek bijvoorbeeld dat er een vroegkinderlijk trauma over het hoofd was gezien of een verstandelijke beperking. Bij de helft van de patiënten kwamen nieuwe inzichten naar boven die belangrijk waren voor de behandeling. Ook andere ggz-instellingen als Arkin en GGZ Rivierduinen zijn begonnen met herdiagnostiek van patiënten.

    Hoe kan dit? De ggz werkt toch met het befaamde handboek, de DSM, waarin staat omschreven wanneer iemand getraumatiseerd of depressief is, schizofrenie heeft of aan autisme lijdt? ‘De DSM-classificaties zijn onvoldoende betrouwbaar’, zegt klinisch psycholoog, psychotherapeut en wetenschappelijk onderzoeker Paul van der Heijden van Reinier van Arkel in Den Bosch. ‘En daar komt gelukkig steeds meer aandacht voor.’

    ‘De stoornissen die de DSM beschrijft bestaan niet echt. Vandaar die onbetrouwbaarheid’, benadrukt hij. ‘Het zijn bogsat-diagnosen.’ Bogsat staat voor: een Bunch Of Guys Sitting At a Table. Oftewel een stel mannen die aan een tafel zitten en het eens worden over de kenmerken van borderline, depressie of een dwang- of angststoornis. Deze ‘hokjes’ ontstaan dus niet op basis van wetenschappelijk onderzoek, zoals vaak wordt gedacht, maar op basis van overeenstemming tussen experts. Experts die vaak banden hebben met de farmaceutische industrie.

    Meerdere etiketten
    Veel kenmerken van de ene stoornis (druk gedrag, slecht slapen, piekeren) doen zich bij de andere stoornis ook voor. Met als gevolg dat patiënten vaak meerdere etiketten krijgen: een depressie én een angststoornis. Als de behandelaar er niet helemaal uitkomt, kan hij terugvallen op het door psychologen veelgebruikte etiket: ‘niet anderszins omschreven’ persoonlijkheidsstoornis.

    De behandelaar moet ook wel, trouwens. Want het DSM-etiket is (in Nederland althans) een soort kassabon. Zonder de kassabon vergoedt de verzekeraar niets.

    Maar inhoudelijk zegt de kassabon weinig. ‘Als ik een cliënt zie, kan ik tot een andere DSM-classificatie komen dan mijn collega’, vertelt Van der Heijden. ‘Gewoon omdat ik andere vragen stel. Je zou in een gestructureerd interview alle denkbare vragen moeten stellen. Als ik een depressie vermoed, moet ik eigenlijk ook vragen naar dwanggedrag en seksuele problemen. Maar dat ervaren patiënten als heel vervelend. En je hebt maar drie kwartier. Dan ontstaat er makkelijk een tunnelvisie.’

    En zo kan het gebeuren dat Michiels angst om homo te zijn niet wordt herkend als dwanggedachte, maar wordt gelabeld als een ‘ontwikkelingsstoornis’. Als de behandeling niet aanslaat, volgt het etiket ‘seksverslaving’ en bezoekt Michiel twee jaar een verslavingskliniek. Vergeefs. ‘Dat van die depressie klopte wel’, zegt Michiel achteraf. ‘Maar die depressie was het gevolg van die dwanggedachten. Zolang die niet behandeld werden, bleef ik depressief.’

    Als behandelaar in de ggz ziet Paul van der Heijden het vaak gebeuren. ‘Neem een jonge vrouw met autistische kenmerken die in haar jeugd veel is gepest. Eén van haar klachten is het horen van stemmen. Zijn dat psychotische stemmen of zijn dat de stemmen van de pesters die ze nu nog hoort? Ze wordt als een hete aardappel doorgeschoven van het autismeprogramma naar het borderline-team en de experts van de VIP-groep (Vroege Interventie Psychose). Soms is er zoveel gesteggel over het juiste hokje dat er helemaal geen behandeling komt. Het is verschrikkelijk, maar het gebeurt.’

    Louter symptomen
    Een ander zwak punt van de DSM is dat het louter over symptomen gaat. En niet over de patiënt zelf, de omstandigheden waaronder hij leeft of de mogelijke oorzaken van de aandoening. Zo draagt Joost Rompa (43) sinds 1999 het etiket bipolaire stoornis. Met zo’n stoornis laveren patiënten tussen zware depressies en extreme opgewektheid waarin ze vaak dingen doen waarvan ze enorme spijt krijgen: te veel geld uitgeven of hun relatie onder druk zetten.

    ‘Ik heb nooit in dat hokje gepast’, zegt Rompa. ‘De depressieve klachten waren er wel, maar extreme opgewektheid heb ik maar één keer gehad. En dat was toen ik het antidepressivum Seroxat kreeg. Daar reageerde ik heel vreemd op. Uit onderzoek is gebleken dat mijn lichaam bepaalde psychofarmaca zeer traag afbreekt, ik mis een bepaald enzym. Die bipolaire stoornis was dus heel kortdurend en is waarschijnlijk uitgelokt door medicatie. Maar ik kreeg te horen dat ik een chronische ziekte had. Dat ik mijn leven lang pillen moest slikken. Men heeft mij twintig jaar lang medicijnen voorgeschreven in grote hoeveelheden en verschillende door elkaar. Ik heb vijf psychiaters gehad, niemand heeft aan herdiagnostiek gedacht. Helaas. Was ik maar eigenwijzer geweest.’

    Drie maanden geleden kreeg Joost, bij een andere ggz-instelling, een nieuwe diagnose: post-traumatische stress stoornis (ptss), begonnen in de vroege kindertijd. Dat er zoiets speelde, was iets dat hij zelf al langere tijd besefte. Het nieuwe etiket past hem ‘als een jas’. ‘Ik had een onveilige jeugd met een verslaafde vader en een getraumatiseerde moeder die psychiatrisch patiënt was. Dat ik door die onveilige jeugd een trauma heb opgelopen is wel herkend, toen ik mij als 21-jarige aanmeldde bij het Riagg. Maar nadat de behandeling door psychologen werd overgenomen door psychiaters, verdween dat naar de achtergrond. Alles werd gereduceerd tot een bipolaire stoornis waarvan de symptomen bestreden werden met medicatie. Uiteindelijk is het mij gelukt te stoppen met al die medicijnen en verdwenen de depressieve klachten. Ik kon daardoor ook weer voelen. En voelen is nodig om te kunnen herstellen van trauma’s.’

    De psychiatrie is te veel bezig geweest met het ‘hokje’ waar de patiënt in past, vindt Van der Heijden. ‘Terwijl het er natuurlijk om gaat wat iemand nodig heeft.’ Als voorbeeld noemt hij paniekklachten. ‘Een hartinfarct kan tot zo’n hevige angst en paniek leiden dat de patiënt niet meer durft te sporten of te fietsen. Zo iemand geef je een andere behandeling dan die jonge, pasgetrouwde vrouw uit een gereformeerd dorp die paniekklachten heeft sinds ze beseft dat ze op vrouwen valt. Volgens de DSM vallen ze in dezelfde categorie, maar daar staat niks over de context. Het gaat alleen over symptomen. En symptomen bestrijden helpt soms, maar het is zeker niet altijd de beste behandeling.’

    De Hoge Gezondheidsraad in België waarschuwde vorig jaar zomer zelfs dat DSM-categorieën niet centraal moeten staan in de zorg voor patiënten, omdat ze niet betrouwbaar zijn en geen voorspellende waarde hebben. Het is volgens de Gezondheidsraad nuttiger om te kijken welke factoren de klachten veroorzaken en ze in stand houden – dan naar de juiste DSM-labels te zoeken. Die werken bovendien ook nog eens stigmatiserend, aldus de Raad.

    ‘Je voelt je dan niet gehoord’
    Zo heeft Noortje van Ballegooij (21) geregeld last van het label ‘autisme’. ‘Ik weet nog dat die diagnose werd gesteld, op mijn 15de. Niemand was er echt van overtuigd, het was meer dat het beestje een naam moest hebben. En omdat de oude diagnose, die ik op mijn 8ste kreeg: een dysthyme stoornis (een lichte, chronische depressie) de lading niet helemaal dekte. Ik betwijfel of ik autisme heb, omdat ik verbaal en sociaal best sterk ben. Hoe dan ook, je merkt dat hulpverleners niet meer naar jou kijken, maar naar het etiket en dan – over jouw hoofd heen – zeggen: oké, je bent autistisch dus we gaan dit en dat doen. Je voelt je dan niet gehoord, niet serieus genomen. Een klein voorbeeld: Ik regel altijd zelf mijn medicatie met de apotheek, waar ze mij al jaren kennen. Maar toen ze onlangs het stempel autisme zagen, wilden ze opeens een begeleider spreken. Dat doet echt pijn.’

    De eerste uitgave van de DSM was bedoeld om orde in de chaos te scheppen. In de jaren zestig van de vorige eeuw had elk land, elke universiteit zelfs, zijn eigen systeem om diagnosen te stellen. Met als gevolg een grote internationale spraakverwarring over begrippen als depressie en psychose. In eerste instantie beschreef de DSM alleen de grote syndromen. In de loop van de tijd is dat uitgegroeid tot een woud aan stoornissen: 350 stuks.

    De spraakverwarring is in zekere zin gebleven. In die zin dat er geen twee patiënten zijn met precies dezelfde depressie of dezelfde borderline-problematiek. Juist de heterogeniteit bínnen de stoornissen is opmerkelijk. Een psychische stoornis vormt zelden precies één vakje: iemand met een depressie of eetstoornis heeft vrijwel altijd ook kenmerken die passen bij een andere stoornis. Vandaar dat er vaak meerdere labels nodig zijn, tot onbegrip van de patiënt en zijn omgeving. Dat ligt dus niet aan de patiënt, maar is nu eenmaal een kenmerk van psychische problemen: ze staan zelden op zichzelf.

    Om de zaak nog complexer te maken: mensen zijn niet stabiel in de tijd. Mensen veranderen en hoe ze met hun problemen omgaan is ook veranderlijk. Een patiënt kan genezen. Soms raken depressieve symptomen op de achtergrond. Een nieuwe diagnose wil dus niet altijd zeggen dat de oorspronkelijke diagnose niet klopte.

    In wetenschappelijk kringen wordt steeds vaker afstand genomen van de manier waarop de DSM stoornissen in verschillende hokjes stopt, schreef Van der Heijden in het vakblad De Psycholoog van september vorig jaar. Omdat patiënten zelden in één van die hokjes passen, maar ook omdat er twijfel is of er wel een absoluut onderscheid mogelijk is tussen ‘psychisch ziek’ of ‘psychisch gezond’.

    Want in de praktijk hebben veel patiënten op wie geen DSM-label past toch hulp nodig. Terwijl anderen met een veelvoud aan DSM-etiketten het goed redden zonder de ggz. Het hangt er maar vanaf hoezeer ze onder hun ‘afwijking’ lijden, of ze een goed sociaal vangnet hebben, wat hun opvattingen zijn over ziek en gezond en of er geen bijkomende problemen zijn als schulden of ernstige lichamelijke ziekte.

    Minder strikt onderscheid
    Van der Heijden: ‘We weten al heel lang dat ieder mens in meerdere of mindere mate dingen denkt en voelt die tot een psychische stoornis kunnen leiden. Maar of het zover komt, hangt er maar vanaf. De neiging tot piekeren kennen we allemaal wel. Dat maakt je nog niet ziek. Maar als je je baan verliest en je huur niet meer kan betalen, kan dat piekeren ziekelijke vormen aannemen waardoor iemand onderuit gaat. Is dat dan ineens gestoord?’

    Omgekeerd rapporteren nogal wat ‘gezonde’ mensen psychotische ervaringen, zoals het horen van stemmen of het idee dat hun gedachten van buitenaf worden aangestuurd. ‘Zo’n 16 procent van de Nederlanders heeft dit soort ervaringen weleens zónder dat ze een psychische stoornis hebben. Ze lijden er niet of weinig onder. Ze hebben geen hulp nodig, ze functioneren prima’, aldus Van der Heijden.

    In de wetenschap wordt gewerkt aan nieuwe modellen voor psychische ziekten waarbij het strikte onderscheid tussen ‘normaal’ en ‘gestoord’ wordt losgelaten.

    Sommige ggz-instellingen proberen de hulpverlening op nieuwe leest te schoeien. Ze kijken minder naar het DSM-label en ‘genezing’, maar meer naar wat de patiënt nodig heeft om zo goed mogelijk te functioneren met zo min mogelijk professionele hulp. Dat gebeurt in bestaande instellingen, maar ook in nieuwe organisaties zoals BuurtzorgT: de ggz-variant op de thuiszorgorganisatie Buurtzorg van Jos de Blok en de zogenoemde Herstelacademies die vooral met ervaringsdeskundigen werken.

    Ervaringsdeskundige
    Van Ballegooij werkt inmiddels tweeënhalf jaar als ervaringsdeskundige bij de Reinier van Arkel-groep. Ze is enthousiast over de nieuwe aanpak. ‘Wij kijken veel meer naar wat de individuele patiënt nodig heeft. De DSM is zwart-wit. Daarmee help je mensen niet, want mensen zijn niet zwart-wit.’

    Toen Verheul in 2010 de diagnose dwangstoornis kreeg, ging hij op zoek naar de juiste behandeling. Het was hard werken, benadrukt hij, maar hij kreeg zijn stoornis onder controle. Het label ‘dwangstoornis’ heeft hij nog steeds. Dat boeit hem niet. ‘Ik heb een fijn leven met een lieve vrouw en twee kinderen. Wie had dat, met mijn agressieve dwanggedachten, ooit kunnen denken?’

    Voor Joost Rompa heeft het veel langer geduurd om de weg naar herstel te vinden. Eerst is hij, vanwege alle bijwerkingen, op eigen initiatief en tegen het advies van zijn psychiater in, gestopt met de medicijnen. Hij vroeg advies aan zijn apotheker en zocht steun bij zijn huisarts. De verwijsbrief voor traumatherapie kreeg hij van zijn huisarts, niet van zijn psychiater. Drie maanden geleden kreeg hij een nieuwe diagnose: complexe ptss. Hij is net begonnen aan een therapie in een kleinschalige ggz-instelling die is gespecialiseerd in vroegkinderlijk trauma. ‘Ik kijk nu anders naar mijn ontregeling van twintig jaar geleden. Ik was getraumatiseerd, ja. Maar dat was een normale reactie op een abnormale jeugd.’

    DIAGNOSE OF CLASSIFICATIE?
    Een ‘etiket’ als schizofrenie, autisme of eetstoornis op basis van de DSM heet een classificatie. Het is een rubricering van klachten die zich tegelijkertijd voordoen. Een pakketje symptomen dus. Zoals slapeloosheid, handenwringen, trager spreken, lusteloosheid, ernstig gewichtsverlies of juist gewichtstoename. Veel van dit soort symptomen komen bij verschillende psychische aandoeningen voor: er is dus veel overlap.

    Een classificatie is dus geen diagnose. Dat is een veel uitgebreidere beschrijving van de patiënt waarin de arts ingaat op vragen als: zijn er aangeboren kwetsbaarheden, wat heeft de patiënt in zijn jeugd meegemaakt en zijn er omstandigheden die de psychische klachten misschien verklaren? Denk aan: schulden of een echtscheiding. De DSM houdt er geen rekening mee dat psychische problemen ook door dit soort ingrijpende ervaringen kunnen ontstaan.

    DSM ONDER VUUR
    De DSM is het Amerikaanse handboek voor de psychiatrie om psychische stoornissen te classificeren. Ook psychologen maken er vaak gebruik van. In de opleiding tot klinisch psycholoog speelt de DSM zelfs een centrale rol. Dat neemt niet weg dat de DSM – al sinds het ontstaan – onder vuur ligt. Ook van psychiaters zelf, nationaal en internationaal. Onder meer omdat er steeds meer stoornissen bijkomen. Omdat zoveel experts die aan het handboek meewerken banden hebben met de farmaceutische industrie. Omdat een DSM-classificatie voor veel patiënten voelt als een vonnis of een stigma. Omdat een DSM-classificatie geen opstap is naar de beste behandeling.

    Bron: de Volkskrant >>

    #256794
    Lyn
    Lid LSG

    dogmavrij.nl/hoe-luister-je-naar-je-innerlijke-kind-coach-voor-kerkverlaters

    Heldere uitleg van Inge Bosscha over het luisteren naar je innerlijke kind. De vraagsteller komt met de vraag vanuit de strenge opvoeding binnen de kerk, maar ook vanuit de pijn en misvorming van misbruik en geweld geeft dit een praktisch handvat om je innerlijk kind de ruimte te leren geven.

    #256996
    Luka
    Moderator

    Wat je kan doen terwijl je op de wachtlijst van een psycholoog staat

    Of als je gewoon meer aan je mental health wilt werken tijdens de lockdown.

    Laten we het hebben over die andere pandemie: depressie. Ik ken niemand in mijn omgeving die gelukkiger is geworden van de coronacrisis. Het verbaast me daarom niet dat steeds meer mensen aankloppen bij de psycholoog. Helaas kan het lang duren voordat je überhaupt geholpen wordt: de lange wachttijden binnen de GGZ zijn al jaren een bekend probleem.

    Dus wat doe je dan in de tussentijd? Het kan soms voelen alsof elke dag “nutteloos” is, maar juist nu is het belangrijker dan ooit dat je lief voor jezelf bent en zo min mogelijk druk op jezelf legt. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, dus hieronder heb ik laagdrempelige tips verzameld die mij en mijn vrienden het meeste hebben geholpen toen we diep in de shit zaten (sinds corona wisselen we self-care tips uit alsof het Pokémon-kaarten zijn).

    Dit artikel is niet een vervanging voor therapie, maar het helpt je om ergens te beginnen. Zie het maar als een wachtkamer met een stapel hele goeie tijdschriften.

    Werkboek: Feeling Good: The New Mood Therapy door David Burns
    Online wordt dit boek overal aangeraden door Amerikanen die geen geld hebben voor een therapeut of momenteel op een lange wachtlijst staan. Je kan het zien als schriftelijke therapie: je leert technieken uit cognitieve gedragstherapie (CGT) en doet oefeningen om zicht te krijgen op je (negatieve) denkpatronen. Zelfhulpboeken krijgen soms een slechte naam, maar dit boek doet moeite om uit te leggen waarom CGT werkt, hoe het werkt en hoe je het zelf kan toepassen op bepaalde problemen. Ook bevat het boek gesprekken tussen Burns en zijn (anonieme) patiënten, zodat je kan zien hoe een gemiddelde sessie met een therapeut eruitziet.

    Een vriendin van mij klaagde laatst dat ze meer aan dit boek heeft gehad dan aan de wekelijkse sessies met haar psycholoog (tip: je kan áltijd van therapeut veranderen als het niet klikt – dit gaat om jóuw gezondheid).

    Alle kleine beetjes helpen
    Depressie slurpt vaak je energie en motivatie op, waardoor je geen fut heb om de dingen te doen die je wil doen. Nu we de hele dag thuis zitten, word je dagelijks geconfronteerd met rommel (hiervoor konden we het huis nog ontvluchten). De beste tip die ik heb gekregen is om alle taken zo laagdrempelig en halfslachtig mogelijk te maken. Bijvoorbeeld: het liefst negeer ik de berg afwas die elke dag groter wordt. In plaats van tegen mezelf te zeggen dat ik die berg nu in één keer moet doen, ga ik nu alléén de borden en kommen stapelen. Dat is alles. Zodra ik dat heb gedaan, krijg ik een voldaan gevoel en kan ik het van mijn to-do lijstje afstrepen. Maar wat vaak gebeurt, is dat ik na het stapelen denk: “Oké, eigenlijk kan ik net zo goed écht beginnen met de afwas. Ik ben toch al bezig.”

    In plaats van jezelf dwingen om elke dag een (corona-vriendelijke) wandeling te maken, ga je 5 minuten thuis stretchen. Alles is beter dan niks. Ga met een washandje over je gezicht en hals, als je geen energie hebt om te douchen. Sorteer je was, in plaats van meteen die berg vuile was te tackelen. Raap je kleren van de grond, in plaats van je hele kamer meteen te Marie Kondo’en (al moet ik wel zeggen dat ik de was doen minder haat sinds ik haar methode voor kleding vouwen gebruik).

    Zorg ervoor dat je eet en genoeg water drinkt
    Ook hier: maak het laagdrempelig. Het is makkelijk om naar kant-en-klare maaltijden of afhaal te grijpen – doe dat vooral, want het is beter dan niks eten. Op sommige dagen voelt het onmogelijk om jezelf naar de supermarkt te slepen, maar als je er bent (yay!), sla dan zoveel mogelijk noten, gedroogd fruit, volkoren crackers en andere gezonde snacks in die je lang kan bewaren. Leg deze snacks in de buurt van je bed, zodat je op dagen waarop je niet je bed uitkomt altijd iets te eten hebt (ook fijn voor als je net ontwaakt uit je depressiedutje).

    En dan water. Omdat ik zelf vaak vergeet om genoeg water te drinken, kocht ik een waterkan van 3 liter. Ik hoef dit megading alleen ‘s ochtends bij te vullen en ervoor te zorgen dat het aan het einde van de dag leeg is.

    Wil je zelf koken, maar geeft de gedachte van afwassen je nachtmerries: hier is een lijst van maaltijden die je in één pan kan bereiden (soep is nog altijd een klassieker onder de depressie-maaltijden). Of als je het budget ervoor hebt: koop een instant pot. Gooi ingrediënten erin, zet het aan, wacht en boem – een Volledige Maaltijd.

    Podcasts over mental health luisteren
    Oké, ik ben hopelijk niet de enige die graag naar podcasts luistert omdat het voelt alsof ik met een groepje vrienden ben. Eh… hoe dan ook, podcasts zijn een hele makkelijke manier om verhalen van herkenning te vinden. Mental Illness Happy Hour interviewt mensen (patiënten, experts, beroemdheden) over depressie, trauma, verslaving, eetstoornissen en meer. Er wordt gelachen, gehuild, zo hard gelachen dat er wordt gehuild.

    Een probleem die ik vaak hoor van mensen van kleur die in therapie gaan, is dat ze geen psycholoog kunnen vinden die hen begrijpt wanneer het gaat over cultureel stigma, racisme en je leven navigeren met een duale identiteit. Daarom zijn deze mental health podcasts van mensen van kleur belangrijk: Therapy For Black Girls, Melanin & Mental Health, Erasing Shame (voor de Aziatische diaspora) en The Mindful Muslim.

    Vul je Instagram feed met mental health-positiviteit
    Eindeloos scrollen op Instagram is onvermijdelijk. Social media kan je zelfbeeld kapot maken als je continu perfect gecureerde levens door je strot geduwd krijgt, maar tegelijkertijd geeft social media je toegang tot ontzettend veel communities die je kunnen helpen met helen. Dus als je toch in een rabbit hole zit, raad ik je aan om mental health accounts te volgen (en de accounts die je een slecht gevoel te geven te muten of ontvolgen). De Amerikaanse therapeut Meghan Watson maakt korte, heldere slides die psychische symptomen uitlegt. Ze geeft affirmations (mantra’s), en tips en oefeningen die je meteen kan doen.

    Kunstenaar Hannah Daisy maakt illustraties over “saaie self-care”, zoals boodschappen doen, bed opmaken en een kop thee zetten – dingen die klein lijken, maar belangrijk zijn en waar je trots op moet zijn. Dit betekent het om lief voor jezelf te zijn. Nogmaals: alle kleine beetjes helpen.

    Tabitha Brown is een vegan chef op TikTok die viral ging met haar video’s waar ze in de camera praat over self-love. Het klinkt simpel, maar het is moeilijk om niet ontroerd te raken door een vrouw die waanzinnig veel positiviteit uitstraalt.

    Andere goede IG accounts zijn Crazy Head Comics en The Holistic Psychologist.

    Tot slot
    2020 was een heftig jaar. Het feit dat je het hebt overleefd is al een applaus waard. Het tweede en het derde punt in deze lijst gaan over het veranderen van je gedrag en gedachtegang. Dit gaat niet in één keer. Soms ga je vijf dagen achter elkaar lekker en krijg je het voor elkaar om eindelijk je kamer op te ruimen, maar valt alles op de zesde dag weer uit elkaar en heb je nergens zin meer in. Dit is normaal. Het enige wat ik je vraag is om te proberen niet boos op jezelf te zijn. Geef jezelf na een tijdje de ruimte om het nog een keer te proberen.

    Bron: NPO 3 / Brandpunt + >>

    #257825
    Mark
    Moderator

    Fleur (24) werd jarenlang misbruikt, maar vond steeds niet de juiste hulp: ‘Ik blijf doorvechten tot ik van het verleden heb gewonnen’


    De Bredase Fleur (24) kreeg in haar jeugd verschillende diagnoses als labels opgeplakt. Nu is ze op zoek naar zichzelf, wat haar mening is, haar geaardheid, maar vooral naar de persoon die ze is zónder misbruik.<span class=”figcaption__credit”> © John Back</span>

    Je zult het maar te horen krijgen, als je aan de belt trekt over seksueel geweld. Posttraumatisch stresssyndroom (PTSS), anorexia, depressie, ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, dwangmatige persoonlijkheidsstoornis, angststoornis. Volgens Fleur* (24) uit Breda kijken psychologen al jarenlang enkel naar het label dat ze op haar plakken en kan geen van allen haar écht helpen. Een mentor is degene die haar aan het praten krijgt, en nu spreekt ze er zelfs in Tweede Kamer over.

    Het begon op 8-jarige leeftijd toen een familielid haar misbruikte. ,,Ik voelde dat het niet klopte wat er gebeurde, maar ik durfde er tegen niemand iets over te zeggen. Uit angst om niet geloofd te worden en dat mensen boos op me zou worden.” Het misbruik duurde twee jaar, tot degene overleed.

    Ik ging van de ene afdeling naar de andere, en van behande­laar naar behande­laar. Vaak met maanden wachttijd
    Fleur

    Binnen één uur vijf labels opgeplakt
    Ze stopte haar gevoelens weg door veel te sporten, te focussen op school, maar ook door af te vallen. Dit alles om maar controle te hebben en niets te hoeven voelen. Toen ze twaalf was, merkten haar ouders dat er iets speelde. De huisarts constateerde PTSS en verwees Fleur door naar GGz Breburg. ,,Binnen een uur had ik vijf diagnoses opgeplakt gekregen. Over het vermoeden van PTSS werd geen woord gezegd. Vanaf dat moment begon het getouwtrek binnen de ggz. Ik ging van de ene afdeling naar de andere, en van behandelaar naar behandelaar. Vaak met maanden wachttijd.”

    Als er een klik was tussen een behandelaar en Fleur, klikte de behandeling niet. En andersom. Ze voelde zich nooit genoeg op haar gemak om te vertellen wat de oorzaak van haar gedrag was. Volgens de twintiger werd er té veel in hokjes gedacht en niet naar haar gekeken. Wanneer met haar werd gefocust op het overmatig sporten, ging Fleur nog meer letten op haar eten. ,,Ik zat in een vicieuze cirkel van focussen op eten, sporten en presteren op school. Totdat ik neerviel van vermoeidheid.”

    Wederom misbruikt
    Ze gaf het vertrouwen in de hulpverlening op toen ze op haar zeventiende opnieuw werd misbruikt. Dit keer geen familielid, maar wel iemand uit haar directe omgeving. ,,Hij wist als enige van mijn verleden, maakte misbruik van de situatie. Hij claimde me, begon met stalken. Toen heb ik aan de bel getrokken, het tegen anderen verteld en daarna stopte het. Maar ik ging mijn verleden nog meer vermijden, ik praatte er met niemand over.” Ze maakte wederom bij de politie melding van het misbruik. Aangifte doen durfde ze niet.

    Haar ouders vonden het verschrikkelijk om Fleur zo te zien. Ze wilden haar helpen, gingen minder werken, maar het hielp niet. Toen Fleur voor haar studie fysiotherapie lichamelijk contact met andere studenten moest hebben, kon ze haar verleden niet langer vermijden. Flashbacks, nachtmerries en lichamelijke reacties zorgde voor slapeloze nachten.

    Ik had voor het eerst het gevoel dat iemand me écht serieus nam
    Fleur*

    Hij keek niet naar haar diagnoses
    Ze zocht toch weer hulp, dit keer bij specialist de Viersprong. Het verleden wilde Fleur achter zich laten, ze wilde verder met haar leven. ,,Ik had me voorgenomen om vanaf minuut één eerlijk te zijn en te vertellen over het misbruik. Dit keer werd wél PTSS vastgesteld, maar ook opnieuw een depressie, eetstoornis, persoonlijkheidsstoornis en zelfs een vermoeden van autisme. Ik had gehoopt de juiste behandeling te krijgen en te kunnen praten over wat er allemaal was gebeurd, maar er werd weer op andere diagnoses gefocust.”

    Wat de ene na de andere psycholoog niet lukte, kreeg uiteindelijk een mentor op school wel voor elkaar. De twintiger vertelde haar verhaal aan hem. Soms zei ze maar vijf zinnen in een half uur, maar dat maakte hem niet uit. ,,Ik had voor het eerst het gevoel dat iemand me écht serieus nam. Hij keek niet naar mijn diagnoses, maar naar mij. Daar ben ik hem zo dankbaar voor.”


    Wat de ene na de andere psycholoog niet lukte, kreeg uiteindelijk een mentor op school wel voor elkaar. Fleur (niet het meisje op de foto) vertelde haar verhaal aan hem. © Blauwe Maan

    Niet meteen labels plakken
    Daarna durfde Fleur haar verhaal te vertellen aan haar ouders en de huisarts. Zelfs in de Tweede Kamer sprak ze erover. De Bredase reageerde op een oproep van Lisa Westerveld. De GroenLinks-politica zocht jongeren die wilden vertellen over hun lange zoektocht naar de juiste behandeling. Uit de honderden inzendingen mocht Fleur samen met zo’n twintig anderen haar verhaal vertellen. Aan politici gaf ze het advies om niet meteen diagnoses te stellen die als een label op de cliënt worden geplakt. Voer eerst gesprekken op een centrale locatie en kijk vervolgens naar de beste behandeling en praktijk.

    Zelf vond Fleur uiteindelijk via het internet de therapie die het beste bij haar paste. Ze onderging een behandeling bij Psychotrauma Expertise Centrum Psytrec in Bilthoven. Naar eigen zeggen bereikte ze daar in acht dagen meer dan in tien jaar therapie. In de ochtend kreeg de Bredase exposure therapie, waarin haar herinneringen tot in detail werden opgehaald. Doordat ze die gebeurtenissen continu herhaalde, werd het trauma steeds meer iets uit het verleden. In de middag kreeg ze EMDR, een therapie waarbij Fleur aan haar trauma’s moest denken terwijl haar hersenen werden afgeleid. Na een aantal herhalingen verloor de herinnering kracht en emotionele lading.

    Ik wil niets liever dan weer gelukkig zijn, van mezelf durven houden, in de toekomst willen geloven
    Fleur

    Nog twaalf afspraken met een traumapsycholoog
    Helemaal beter is Fleur nog niet. Ze is op zoek naar zichzelf, wil weten wat haar mening is, haar geaardheid, maar vooral naar de persoon die ze is zónder misbruik. Ze ontwijkt nog steeds alle jongens en mannen. Sociale contacten beperkt ze, want overprikkeling ligt nog op de loer.

    Er staan nog twaalf afspraken op de planning met een traumapsycholoog uit Den Dolder. ,,Daarna hoop ik voorgoed PTSS-vrij te zijn en het achter me te kunnen laten. In de afgelopen twaalf jaar therapie begon ik mezelf steeds meer als een complex persoon te zien. Ik twijfelde aan mezelf, werd ongelukkig, voelde me eenzaam. Ik dacht dat het nooit meer goed zou komen. Maar nu weet ik dat ik door blijf vechten tot ik van het verleden heb gewonnen. Ik wil niets liever dan weer gelukkig zijn, van mezelf durven houden, in de toekomst willen geloven. Ik ben nog niet waar ik wil zijn, maar ik ben verder dan ooit.”

    GGz Breburg gaat niet in op deze specifieke kwestie.

    *De naam Fleur is gefingeerd uit privacyoverwegingen. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

    Bron: bndestem.nl

    #258946
    Mark
    Moderator

    EMDR-therapie bij angsten en trauma’s wint aan populariteit: hoe werkt het precies?

    Heb je grote angst voor een auto-ongeluk, een hondenbeet of om te stikken? Ga je gebukt onder een traumatische ervaring? In zo’n geval kan EMDR een oplossing zijn. De therapie wint aan populariteit. ,,Dankzij deze therapie heb ik geen paniekaanvallen meer.”

    De eerste paniekaanval weet de 28-jarige Linda* uit Breda nog als de dag van gisteren. Na een drukke werkweek reed ze naar Amsterdam voor een verjaardagsfeestje. Ze was al een beetje gestrest, moest opschieten en kwam ook nog eens in een file terecht. ,,Toen ik eenmaal op die verjaardag was, voelde ik ineens heel veel emotie opkomen. Het was een kleine ruimte met veel mensen. Een gevoel van angst en paniek overviel me.”

    Trigger
    Haar ademhaling was hoog, alle gesprekken gingen langs Linda heen. Ondanks de drukke ruimte voelde ze zich alleen. Niemand had iets door. ,,Eenmaal thuis werd ik wel weer rustig, maar ik kreeg het gevoel steeds vaker. Zodra ik op een drukke plek kwam, bijvoorbeeld in een restaurant, kreeg ik zo’n heftige lichamelijke reactie. Daarvoor ging ik twee keer per week uiteten en stond mijn agenda vol met borrels. Vanaf dat moment voelde het letterlijk als overleven. Drukte, veel mensen om me heen en alleen al de gedachte daaraan was voor mij een trigger om een paniekaanval te krijgen.”

    Tijdens zingen of neuriën heb je een bepaalde ademhaling die je niet kunt beïnvloe­den. Dat hielp mij
    Linda*

    Ze kende verhalen van mensen om haar heen die al eens EMDR-therapie hadden gehad voor bijvoorbeeld vliegangst. Linda hoopte dat het haar ook zou helpen en ging naar de dokter. Die verwees haar door naar een psycholoog en gaf voor de tussentijd de tip om op een moeilijk moment een liedje te neuriën of zingen. ,,Omdat je dan een bepaalde ademhaling hebt die je niet kunt beïnvloeden. Dat hielp mij. Net als het naar iemand uitspreken dat je een paniekgevoel hebt.”

    Last van schouders
    Ze kon snel bij de psycholoog terecht waar ze een sessie EMDR-therapie kreeg. ,,Ik had er zin in, want ik wist dat ik dit nodig had om een vervelende periode af te sluiten. Ook was ik benieuwd wat het met me zou doen. Na de sessie viel al meteen een last van mijn schouders.”

    De herinnering aan bijvoorbeeld die verjaardag is er bij Linda nog wel, maar ze voelt er geen emotie meer bij. Het voelt ‘neutraal’, zonder angst, paniek of onzekerheid. ,,Ik zie mezelf nu op die verjaardag zitten zonder dat ik er iets bij voel. Daarvoor moest ik huilen bij die gedachte en dacht ik: help me. Sindsdien heb ik geen paniekaanvallen meer gehad en ook niet de angst om ze te krijgen. Ik zou het iedereen aanraden.”

    Hoe werkt EMDR in de hersenen?
    EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is ruim dertig jaar geleden ontdekt door de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. Sinds een jaar of twintig wordt de behandeling in Nederland toegepast. Volgens Annemieke Driessen, voorzitter van de Vereniging EMDR Nederland, wordt bij een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) EMDR-therapie als eerste keuzebehandeling uitgevoerd. Maar inmiddels is aangetoond dat de therapie ook effectief kan zijn bij andere klachten die het gevolg zijn van het meemaken van nare gebeurtenissen, zoals een ernstige ziekte, mishandeling, brand of verlies van een dierbare.

    Na zo’n gebeurtenis kunnen klachten als herbelevingen, vermijdingsgedrag, schaamte en somberheid ontstaan. Als Driessen EMDR toepast, vraagt ze de nare herinnering op te halen. Daardoor komt die in het werkgeheugen, het actieve deel van het brein terecht. ,,Tegelijkertijd laat je de cliënt taken uitvoeren, zoals het volgen van een lampje of de vingers van de therapeut. In sommige gevallen werken we ook met geluiden of het oplossen van rekensommen. Die taken gaan als het ware de concurrentiestrijd aan met de herinnering. Het werkgeheugen heeft maar bepaalde capaciteit. De herinnering delft het onderspit en verliest daardoor de emotionele lading en spanning.”

    Alle typen angsten en trauma’s
    In principe kunnen alle problemen die samenhangen met een beangstigende herinnering worden behandeld met EMDR. Zo heeft Bridget van Zundert, GZ-psycholoog bij Impegno in Breda en Rotterdam, onlangs een Syrische vluchteling kunnen helpen met EMDR. Hij had op zijn vluchtroute nare ervaringen gehad en droeg die als een last met zich mee. Maar ze heeft ook cliënten kunnen helpen na een ongeluk, langdurig huiselijk geweld en seksueel misbruik. ,,Eigenlijk alle kleuren en typen aan angsten en trauma’s zie ik voorbij komen. Ook mensen met specifieke fobieën.”

    Ik zie alle kleuren en typen aan angsten en trauma’s voorbijko­men
    Bridget van Zundert, GZ-psycholoog

    Steeds vaker komen mensen op haar afdeling met de specifieke vraag om EMDR-therapie. ,,Ze horen van anderen hoe effectief het is en dat het goed en snel werkt.” Ze vertelt dat de behandeling vooral wordt ingezet bij de gevolgen van enkelvoudige trauma’s die vasthangen aan een bepaald beeld van een nare gebeurtenis. De herinnering aan het trauma breekt ze in brokjes waarmee Van Zundert aan de gang gaat.

    Spanning
    Ze vraagt de cliënt om aan de gebeurtenis te denken. ,,Iedere scène van de film die spanning geeft, wordt op stilgezet. Dan vraag ik hoe hoog de spanning is op een schaal van een tot tien. Dat beeld houden we vast en tegelijkertijd komt de afleiding in vorm van piepjes of het volgen van een lichtbalk. Na een tijdje vraag ik weer hoe hoog de spanning is. We gaan net zolang door tot we op nul uitkomen en het af kunnen sluiten. Dat gebeurt meestal in een tot vijf sessies.”

    In sommige gevallen is het trauma te complex om het bij Impegno te behandelen. Doordat het bijvoorbeeld verschillende ervaringen zijn geweest die jarenlang hebben plaatsgevonden, zoals bij seksueel misbruik of pesten. Van Zundert vergelijkt het met een volle boekenkast waarin ieder boek staat voor een traumatische gebeurtenis. Op zo’n moment verwijst Impegno de cliënt soms door naar bijvoorbeeld het Psychotrauma Expertise Centrum Psytrec in Bilthoven en Weert. Dat centrum is gespecialiseerd in de behandeling van Posttraumatische Stressstoornis na traumatische ervaringen.

    *De naam Linda is gefingeerd uit privacyoverwegingen. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

    Bron: bndestem.nl

    #259161
    Luka
    Moderator

    Een onaangeraakt lichaam is een ongelukkig lichaam

    Voelen De westerse cultuur is extreem ‘ontlichaamd’, zegt psychiater Bessel van der Kolk (77), die de wereldwijde bestseller The body keeps the score schreef. Hoofd en lichaam zijn veel meer met elkaar verbonden dan we denken.

    De afgelopen maanden waren de McDonald’s en de slijterij gewoon open, maar de sportschool, yogaschool en het zwembad waren dicht. De lockdowns zijn niet écht lekker geweest voor het lijf.

    En dat lichaam was de laatste jaren al behoorlijk ondergesneeuwd geraakt, volgens psychiater Bessel van der Kolk. „De westerse cultuur is extreem ‘ontlichaamd’”, zegt hij aan de telefoon vanuit Boston, waar de in Nederland geboren onderzoeker al decennia woont en werkt, onder meer aan Harvard en Boston University.

    Van der Kolk (77) schreef het boek The Body Keeps the Score, over hoe psychologische trauma’s zich manifesteren en ophopen in het lijf – en hoe vreemd het is dat daar niet meer mee wordt gedaan in de geestelijke gezondheidszorg.

    De westerse cultuur is sterk gericht op het hoofd en op denken, en heel weinig op het lichaam en op voelen, zegt hij. En dat terwijl het bewijs groeit dat het lichaam een cruciale rol speelt bij psychologische gezondheid. „Hoofd en lichaam zijn veel meer met elkaar verbonden dan in de standaard geestelijke gezondheid wordt geaccepteerd.”

    Zijn boek verscheen al acht jaar geleden, maar staat nu ineens op nummer één in de bestsellerlijst van The New York Times. Er zijn al drie miljoen exemplaren van verkocht. Blijkbaar zorgt de pandemie ervoor dat meer mensen met dit onderwerp bezig zijn, al is hijzelf ook wat verrast door het plotse succes. „Ik zou echt niet weten hoe het komt”, zegt hij.

    Zijn onderzoek gaat over de lichamelijke gevolgen van heftig misbruik en mishandelingen, dat is wel andere koek dan wat de meeste mensen nu tijdens de lockdowns doormaken, waarschuwt hij. Maar de gevolgen van de lockdown zijn voor sommige mensen wel een ‘pre-traumatische conditie’, zegt hij. „Op zichzelf is thuiszitten geen trauma. Het is bepaald niet hetzelfde als een groepsverkrachting doormaken of je kind vermoord zien worden. Het begrip trauma moet niet te lichtzinnig worden gebruikt. Maar wat deze pandemie wél doet, is mensen immobiliseren. De maatregelen maken het mensen onmogelijk om te bewegen, om weg te komen uit vervelende situaties. En dat is wel een omstandigheid die trauma’s kan veroorzaken.”

    Het ‘geleefde lijf’
    Als Van der Kolk het over lichamelijkheid heeft, gaat het niet per se over dat we massaal naar de sportschool zouden moeten gaan om grotere spieren te kweken. Hij beschouwt het lichaam als cruciaal voor het beleven en verwerken van emoties.

    Zijn inzichten bouwen voort op het werk van de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty. Die stelt dat we ons lijf niet zozeer ‘hebben’ maar ‘bewonen’. Hij maakt onderscheid tussen het ‘objectieve lijf’ en het ‘geleefde lijf’, waarbij het eerste iets is wat net als alle andere objecten om ons heen een gewicht heeft, een massa, drijfvermogen, enzovoort.

    Het is het lijf dat je weegt op een weegschaal, dat je strak probeert te maken door te sporten, het lijf dat je met een selfie op de foto zet en net iets mooier maakt met een filtertje, om het vervolgens op Instagram te zetten. Maar veel belangrijker dan het objectieve lichaam is volgens hem ‘het geleefde lijf’: het lichaam dat we gebruiken om te bewegen, om in contact te komen met anderen, om te voelen, te proeven en om te ervaren.

    Het lijf dat we ervaren is geen object. Je hoeft nooit op zoek naar je rechterarm, op dezelfde manier als je soms een schaar zoekt tussen de rotzooi op je bureau. Het lichaam kun je eigenlijk niet los zien van je ervaringen in het leven, en toch zitten mensen vaak alleen maar in hun hoofd.

    Het is volgens Merleau-Ponty dan ook heel belangrijk om je ervan bewust te zijn dat het lijf niet alleen maar het ding is waar je hoofd op rust, maar ook iets dat in zichzelf essentieel is om te beleven.

    Van der Kolk: „Je lichamelijk onderdeel voelen van een gemeenschap, een netwerk – dat is cruciaal om met vervelende omstandigheden om te kunnen gaan.” Hij beschrijft in zijn boek hoe, naar zijn smaak véél te langzaam, het lichaam wordt herontdekt in de psychiatrie. Het lichaam houdt de mentale score bij van je leven, en het lijf is dan ook een belangrijke sleutel bij het oplossen van trauma’s en stress, benadrukt hij.

    Eten, poepen, plassen, ademen: dat is de basis van alles, zegt hij. En juist die lichamelijke processen gaan daarom vaak fout na een trauma. De meest basale lichaamsfuncties lopen in de soep als je getraumatiseerd bent, van seksuele opwinding die het laat afweten tot maagklachten of rugpijn.

    „Het is toch fascinerend dat het belang van aanraking vrijwel compleet wordt genegeerd in de psychologie? Psychologen en therapeuten wordt geleerd: raak vooral niemand aan, maar stel vragen en praat. En dat terwijl mensen, als ze te maken krijgen met een tragedie, het liefst fysiek bij elkaar komen, elkaar omhelzen, elkaar aanraken.”

    Post-alcoholische cultuur
    Hoe kan het dat veel westerse culturen, en de geestelijke gezondheidszorg, zo losgezongen zijn geraakt van het lichaam? Van der Kolk noemt de Europese en Amerikaanse samenleving „post-alcoholische culturen”. Noord-Europeanen hadden één manier om stress te behandelen: een fles alcohol. En in de Amerikaanse cultuur zit ook ingebakken: als je je slecht voelt, neem je een slok of een pil. Door die neiging om te verdoven, vergeten mensen te luisteren naar de signalen van hun lijf.

    Ook dat klinkt trouwens weer behoorlijk actueel in een met wijn doordrenkte pandemie. Maar is het wel juist om te spreken van post-alcoholisch, of is de cultuur nog steeds hartstikke alcoholisch?

    Van der Kolk: „Het is altijd al alcohol geweest: het helpt je om je zintuigen af te stompen. Er is een enorme correlatie tussen trauma en alcohol- en drugsverslavingen. Het is vrijwel onmogelijk om drugsverslaafd te worden als je geen traumatisch verleden hebt.”

    Maar de vervreemding van het lichaam komt niet alleen door het gemakkelijke en cultureel diep ingebakken grijpen naar de fles, denkt hij. Het belang van emoties in het lichaam is niet iets waar wij thuis, op school, of in onze religieuze en filosofische tradities veel over horen. En dat terwijl andere wereldreligies bol staan van de rituele dans, beweging, fysieke ervaringen, meditatie, extase.

    „Toen ik naar school ging in de jaren vijftig was er veel aandacht voor bijvoorbeeld harmonische samenzang.” Ook dat is een manier om meer in contact te komen met het lichaam: samen zingen, muziek maken, dansen. „Dat gebeurt nu volgens mij veel minder op scholen.” De massale verslaving aan smartphones heeft dat alleen maar erger gemaakt, denkt hij.

    Yoga en qi gong
    Van der Kolk heeft niet zo snel vijf tips om uit je hoofd en in je lijf te komen. Een betere connectie met het lichaam vergt volgens hem vooral meer structurele aandacht voor het beleven van het lijf: op individueel niveau, in de geestelijke gezondheidszorg én in de westerse cultuur in bredere zin.

    Hij kijkt ook nadrukkelijk naar lichaamsoefeningen die zijn ontstaan in andere culturen. Hij is bijvoorbeeld een grote voorstander van yoga, omdat er veel bewijs is dat die lichaamsoefeningen trauma’s kunnen helen. Of neem qi gong, een meditatieve Chinese bewegingstraditie. „De Chinese cultuur is veel ‘belichaamder’. Je ziet het daar aan groepen mensen die elke dag in parken meditatief staan te bewegen.”

    Er zijn allerlei activiteiten die je weer beter in contact kunnen brengen met je lijf, zegt Van der Kolk. Van kunst en muziek maken, tot bewegen en alternatieve lichaamsbehandelingen of massage-achtige therapieën als Rolfing en craniosacraaltherapie. Dat zijn methodes die nu nog vaak een zweem van alternatieve geneeskunde om zich heen hebben, maar waar volgens Van der Kolk stevig bewijs voor is dat ze helpen.

    En, zodra het weer kan, benadrukt Van der Kolk het immense belang van elkaar fysiek opzoeken en omhelzen. „Heel basaal kun je stellen dat een onaangeraakt lichaam, een ongelukkig lichaam is.”

    Bron: NRC.nl >>

    #260448
    Luka
    Moderator

    Binnen een paar dagen van je nachtmerries af; flitsbehandelingen zijn populair. Maar helpen ze ook?

    Een gewapende overval, een auto-ongeluk of seksueel misbruik als kind – duurde een traumabehandeling vroeger maanden of jaren, nu beloven GGZ-instellingen dat patiënten in een paar dagen van hun nachtmerries af kunnen zijn.

    Het is 5.00 uur ’s nachts als Erik onder de douche stapt. Hij is net terug van de kroeg en heeft een jongeman mee naar huis genomen. Maar ineens ziet hij vanuit de badkamer hoe zijn bezoek er met zijn laptop vandoor dreigt te gaan. Hij duikt op de man, grijpt naar de laptop en valt op de grond. “Dan voel ik de ene na de andere harde klap op mijn hoofd en raak buiten bewustzijn.”

    Als hij even later bij komt, heeft hij dikke, blauwe ogen en een bebloed hoofd. De man is er nog steeds en wil geld. “Het is inmiddels 8.00 uur ’s ochtends en we lopen naar Albert Heijn, waar ik in de winkel zal pinnen. Ik koop eerst sigaretten aan de balie, mijn haar zit onder het bloed, maar de Albert Heijn-mevrouw die ik van gezicht ken, doet alsof ze niets aan me ziet. Daarna pin ik geld en raar maar waar neemt de man genoegen met twintig euro en een pakje sigaretten, en verdwijnt.”

    Aan de mishandeling, negen jaar geleden, heeft hij geen nachtmerries overgehouden. Toch, in combinatie met andere traumatische ervaringen, ontspoorde toen zijn leven. Nu, na jaren van drugs, wanhoop en doodswensen heeft hij besloten om in therapie te gaan. Die start over een paar weken. “Het is erop of eronder”, zegt hij. “Als deze behandeling niet werkt, is het einde oefening.”

    Turbo-behandelingen
    Erik die vanuit privacy-overwegingen niet met zijn hele naam in de krant wil, heeft zich ingeschreven voor de achtdaagse traumatherapie van zorgaanbieder Psytrec, een pionier op dit terrein. Het is een van de vele ‘turbo-behandelingen’ zoals die de laatste jaren door steeds meer instellingen worden aangeboden. Vóór de zomer nog kwam het Amsterdamse GGZinGeest met een vijfdaags traject. Bij andere aanbieders duurt het twee keer drie dagen, of twee ochtenden gecombineerd met vier therapiesessies. Er is voor ieder wat wils.

    Vooral in Nederland schieten de flitsbehandelingen als paddenstoelen uit de grond. Het lijkt op een hype, aangewakkerd door patiënten die zoeken naar een quick fix. Voor sommige zorgaanbieders kan het een welkome inkomstenbron zijn; een achtdaagse behandeling levert per patiënt meer dan 10 duizend euro op. Of is dit allemaal te cynisch gedacht? Hebben deze therapieën meer om het lijf?

    Anne Marsman volgde vorig jaar een achtdaags programma inclusief overnachtingen bij het Trauma Centrum Nederland. Zes therapieblokken per dag, twaalf uur lang. Met onder andere EMDR, beeldende therapie, lichaamswerk, en exposure, waarbij patiënten zich de traumatische momenten tot in detail voor de geest halen.

    Pijnlijk
    Op dag vijf raakte Marsman ineens behoorlijk van slag. “In korte tijd werd er zoveel aangeraakt, kwam er zoveel angst en verdriet bovendrijven dat ik bijna niet meer kon lopen. Ook praten ging moeizaam, alles voelde zwaar en traag. Er werd heel goed voor me gezorgd, maar op dag acht moet je hoe dan ook naar huis. En daarna, nadat je je hele ziel en zaligheid op tafel hebt gelegd, is er geen contact meer. Dat weet je van tevoren, maar toch is het pijnlijk.”

    Professionele nazorg moeten patiënten meestal zelf regelen. “Maar als je in de kreukels thuiskomt, is dat ene uurtje therapie in de week nogal mager. Je behandelaar moet liefst geschoold zijn in EMDR, maar wat als dat niet het geval is? De wachtlijsten zijn lang tegenwoordig. Zelf had ik het goed geregeld, dacht ik. Maar na de behandeling werd mijn therapeut ziek en viel langdurig uit.”

    Ze is zelf psycholoog en kent verhalen van mensen bij wie kortdurende traumabehandelingen averechts hebben uitgepakt. “Wie in een leeg huis terugkeert, geen netwerk heeft en op dat moment niet in staat is om met de pijn om te gaan, kan zomaar ontregelen of in het ergste geval suïcidaal worden. Je weet van tevoren niet hoeveel er wordt losgemaakt en wat dat met je doet.”

    Doordringen tot de kern
    Zelf kijkt Marsman terug op een geslaagde behandeling. Ze heeft grotendeels afgerekend met herbelevingen en nare, terugkerende beelden. “In een omgeving waarin je 24 uur bent omringd door behandelaren, kun je jezelf niet ontvluchten. Ik ben daar veel dieper tot de kern doorgedrongen dan in de wekelijkse sessies die ik jarenlang heb gehad. Een uur is vaak te kort om echte stappen te zetten. Bovendien wist ik dan de pijn vaak handig te omzeilen.”

    Een traumatherapie kan lang duren, en dan is het slopend om naast je baan en je gezinsleven elke week de confrontatie met de pijn aan te gaan, zegt Mayaris Zepeda Mendez, klinisch psycholoog en onderzoeker bij ARQ Centrum ’45. “Veel behandelingen lopen daardoor vast. Een derde van de patiënten boekt geen vooruitgang en een kwart haakt af.”

    Zepeda Mendez is een van de eerste behandelaren die experimenteerde met een kortdurende traumatherapie. “Het kwam voort uit frustratie. In 2014 had ik een militair in behandeling, die er slecht aan toe was. Forse herbelevingen en zelfs uitvalsverschijnselen, waarbij zijn geheugen en aandacht hem in de steek lieten. Er moest iets gebeuren, maar het was zomer, we waren onderbemand. Ik heb hem toen een week lang elke dag EMDR gegeven, en het werkte als een trein.”

    Gunstige effecten
    Een jaar later zette ze een pilotstudie op poten, maar patiënten en behandelaren zagen het experiment aanvankelijk niet zitten. Te gevaarlijk. Van de elf patiënten die uiteindelijk overstag gingen en vijf dagen lang EMDR (en yoga) kregen, knapten er negen op. “Inmiddels hebben drie omvangrijke studies met honderden patiënten uitgewezen dat de intensieve behandelingen net zo goed werken als de wekelijkse sessies. Bij tweederde van de proefpersonen zijn de gunstige effecten een jaar later nog zichtbaar.”

    Dat geldt niet alleen voor patiënten die eenmalig iets ingrijpends hebben meegemaakt, maar ook voor slachtoffers van seksueel misbruik of emotionele verwaarlozing als kind. Voor deze complexe trauma’s heeft Zepeda Mendez de vijfdaagse HITT ontworpen, de hoog intensieve trauma therapie. Voorwaarde is wel dat deelnemers al in behandeling zijn. “Het zijn patiënten met een ingewikkeld ziektebeeld, die in de GGZ vaak als een hete aardappel worden doorgeschoven.”

    Treurig, zegt Marsman, die weet dat mensen met complexe trauma’s ook bij de kortdurende programma’s regelmatig achter het net vissen. “Dan draait het expliciet om ‘die ene levensbedreigende gebeurtenis’ en de herbelevingen en nachtmerries die daar het gevolg van zijn.”

    Beschadigd fundament
    Heel naar, maar de impact van een trauma reikt vaak veel verder, zegt Marsman. Ze is behalve psycholoog ook onderzoeker en promoveert in november op de langdurige gevolgen van jeugdtrauma’s. “Wie als kind jarenlang is mishandeld of verwaarloosd, is in zijn fundament beschadigd. Dat heeft z’n weerslag op meerdere levensgebieden, op je persoonlijke en emotionele ontwikkeling. Het tast in veel gevallen je eigenwaarde aan en bemoeilijkt de omgang met anderen, het vertrouwen is vaak weg.”

    Denk dan ook niet dat een kortdurende therapie je overal van afhelpt, zegt Marsman. “Herbelevingen zijn doorgaans goed te behandelen, maar je beschadigde zelfvertrouwen is na een paar dagen niet hersteld. Ook het verdriet om alles wat je in het leven bent misgelopen, verdwijnt niet plotsklaps. In het gunstigste geval maak je een flinke sprong vooruit, maar daarna nog heb je een lange weg te gaan.”

    Helemaal mee eens, zegt professor Ad de Jongh, een van de oprichters en wetenschappelijk directeur van Psytrec. “Veel patiënten komen zwaar beschadigd bij ons binnen, zeker als ze als kind langdurig seksueel zijn misbruikt. Maar let wel: wij beperken ons tot één aandoening: PTSS, de posttraumatische stresstoornis. En met resultaat, want driekwart van onze patiënten herstelt daarvan. Ook zie je dat ze na acht dagen minder angstig en depressief zijn.”

    Nog slechter over jezelf denken
    Dat betekent echter niet dat ze nergens meer last van hebben, zegt De Jongh. “Wie het seksuele misbruik voor het eerst diep tot zich laat doordringen tijdens de therapie, vraagt zich daarna af: heeft vader eigenlijk wel van me gehouden? En waarom deed moeder niets? Daar kun je ernstig depressief van worden, en nog slechter over jezelf denken. We bereiden patiënten hierop voor met psycho-educatie, drie uur per dag, heel belangrijk. Hoe houd ik mezelf straks staande?”

    Psytrec biedt twee therapieblokken per dag: EMDR en exposure. “We overwegen om de behandeling nog verder te intensiveren. We verwachten dat we met meer sessies per dag de resultaten voor patiënten verder kunnen verbeteren.”

    Zepeda Mendez ziet de opmars van de kortdurende therapieën als een goede en tegelijk gevaarlijke trend. “Goed is dat steeds meer mensen de zorg krijgen die hen vooruit helpt. Ik denk dat deze therapieën de toekomst hebben en op termijn als eerste keus in de officiële richtlijnen worden opgenomen. . Tegelijk kan ik me voorstellen dat kleine aanbieders er brood in zien en overhaast een meerdaags programma in elkaar knutselen dat geen recht doet aan de unieke worsteling van de afzonderlijke patiënt. Dat vind ik gevaarlijk, want one size fits all werkt echt niet.”

    EMDR op de laptop
    De behandeling van Erik zit erop. Vanwege zijn autisme en prikkelgevoeligheid heeft hij het programma bij hoge uitzondering volledig online afgewerkt. Elke ochtend exposuretherapie via beeldbellen, en ’s middags EMDR, waarbij hij op zijn eigen laptop een balletje volgde met zijn ogen. Andere deelnemers zaten de eerste week op locatie en de tweede achter hun pc.

    Als hij de telefoon opneemt, klinkt op de achtergrond opgewekte muziek. “Ik ben een nieuw mens”, zegt hij. “Ik voel me met de dag lichter. Gisteravond in bed besefte ik ineens dat ik weer een toekomst heb om aan te denken. Dat heb ik lang niet gehad.”

    Op andere momenten is hij afwachtender: eerst zien dan geloven. Maar de levenskwaliteit is onmiskenbaar toegenomen. “Ik schrik niet meer als de deurbel gaat, voel me niet langer opgejaagd maar ontspannen. Ik ben blijer met mezelf, mijn seksdrive is terug en ik blijf van de drugs af. Ik voel ook meer en heb aandacht voor de emoties van anderen.”

    Tijdens EMDR, zegt hij, praten patiënten over hun ervaringen in de derde persoon, alsof het een ander is overkomen. “Het is een manier om compassie voor jezelf op te wekken. En ik dacht: ‘Jongen toch, wat heb je jezelf al die jaren veel geweld aangedaan.’”

    Bron: Trouw >>

    #260460
    Marcel
    Lid LSG

    ik ben nu een aantal jaren bezig als ervaringsdeskundige therapeut en zie ook om me heen de instituten als paddestoelen uit de grond schieten. Mijn eerste vraag is hoe dat komt? nou .. simpel.. een lucratief gat in de markt. Er valt heel veel aan te verdienen. Zo is bv Psytrec een aandeelhouders gestuurd bedrijf. laat dat even tot je doordringen. Een bedrijf wat (veel) verdiend aan trauma’s van ander mensen en ‘zwaardere’ gevallen bovendien buitensluit omdat dat negatief overkomt op hun ‘trackrecord’ richting verzekeraars. Op dat trackrecord valt overigens veel aan te merken. Ik zie dat veel mensen die daar geweest zijn binnen een half jaar tot een jaar weer terugvallen.  En laat dat nou net buiten de scope van de metingen vallen van de zorgverzekeraars..

    Kortom.. ik heb zwaar mijn bedenkingen over de intenties en motivaties van dit soort clubs. Ze zijn m.i. ingegeven door onze fixatie op quick-fixes. Mijn visie is dat quick-fixes niet werken. Geen pressure-cookers.. maar langzaam ontdooien.; dat is wat ik denk dat werkt en wat dus ook mijn aanpak is.Totdat zich toont wat er getoond moet worden. In het tempo en met totaal respect voor de cliënt en zijn/haar pad. Nergens aan trekken… geen exposure maar slechts bedding biedend voor alles wat er is. Hier ben ik zelf door schade en schande ook achtergekomen – ik heb zelf ook genoeg van dat soort ‘pressurecookers’ ondergaan en wat het mij heeft gebracht was slechts tijdelijk verlichting. Anyway… iedereen moet doen wat ie zelf goed acht. .

    liefs,

    Marcel

     

    #261219
    Luka
    Moderator

    Bessel van der Kolk schreef een bestseller over zijn onorthodoxe behandeling van trauma’s. Controversieel? ‘Er is niets controversieels aan!’

    Met zijn lijvige boek over de behandeling van posttraumatische stress staat de Nederlander Bessel van der Kolk al 153 weken in de New York Times-bestsellerlijst. Wat is er zo bijzonder aan zijn werk?


    Beeld Aisha Zeijpveld, make-up Noortje Braam.

    Opeens was hij terug in de Hongerwinter. Een jochie was-ie, van 2 jaar oud, dat het koud had, bang was, een rammelende maag had. Psychiater Bessel van der Kolk (78) had er nooit bewuste herinneringen aan gehad, maar onder invloed van de psychedelische drug mdma voelde hij alsnog de pijn van toen.

    De terugkeer van trauma’s – het is het grote thema van zijn boek The Body Keeps the Score, dat al 153 weken aaneengesloten in de hoogste regionen van de New York Times-bestsellerlijst staat. Een ongekend aantal, zeker voor een boek over zo’n zwaar onderwerp als posttraumatische stress. Niet gek voor een Nederlander. Van der Kolk groeide op in Den Haag.

    Wie is hij? Wat behelst zijn standaardwerk over de behandeling van trauma’s, dat al in 2014 verscheen, en hoe komt het dat het nu weer zo aanslaat? Om met dat laatste te beginnen: hij vindt het zelf ook lastig te verklaren, zegt Van der Kolk via Zoom. ‘Het is niet alleen een Amerikaans fenomeen, het boek is in 39 talen vertaald en ook in Italië, Spanje, Australië, Engeland en Canada een bestseller. Ik denk niet dat het met de pandemie te maken heeft, want hoe ingrijpend ook, die heeft niet tot een aanzienlijke toename van posttraumatische stress geleid voor zover we weten. Het heeft eerder te maken met de bedroevende staat van de psychiatrie, denk ik, die vooral pillen voorschrijft en fictieve diagnoses stelt.’

    Fictieve diagnoses?
    ‘Allerlei psychiatrische aandoeningen in het handboek DSM zijn niets anders dan een cluster van symptomen. Maar wat zegt het wérkelijk over iemand als hij het etiket ‘schizofreen’ krijgt? Ik denk dat mijn boek zo aanslaat omdat mensen zich erin herkennen: dit gaat niet over stoornissen, dit gaat over onszelf, over de problemen waar we echt mee kampen.’

    Van der Kolk spreekt een paar zinnen mooi, verzorgd Nederlands aan het begin van het gesprek, maar schakelt al gauw over op Engels. Hij woont al sinds zijn 18de in Amerika tenslotte, waar hij, na een jeugd in een streng religieus gezin in Den Haag, geneeskunde studeerde in Chicago. Hij specialiseerde zich tot psychiater, was ziekenhuisdirecteur in Boston en begon daar in 1982 zijn Trauma Center voor onderzoek naar en de behandeling van posttraumatische stress. Zijn boek The Body Keeps the Score, waarvan drie miljoen exemplaren zijn verkocht, werd in 2016 in het Nederlands vertaald met de titel Traumasporen. De boodschap, onder veel meer: de geest mag trauma’s als kindermishandeling, seksueel misbruik of oorlogservaringen diep wegstoppen, het lichaam vergeet niet wat er is gebeurd. Dat leidt doorgaans tot allerlei klachten, van depressies tot alcoholisme. Door (lange tijd onconventionele) behandelmethoden als yoga, EMDR, neurofeedback – inzicht krijgen in de eigen hersenactiviteit – en psychedelische drugs kan een traumaslachtoffer daarvan worden bevrijd, stelt Van der Kolk.

    ‘Baanbrekend’, noemt collega-psychiater en vriend Eric Vermetten, zelf ook gespecialiseerd in de behandeling van (oorlogs)trauma’s, onder meer bij Defensie, en hoogleraar in Leiden, de ideeën van Van der Kolk. ‘Het inzicht dat het lichaam zich trauma’s herinnert en niet het brein was totaal nieuw in de jaren negentig, toen Bessel ermee kwam. Hij werd erom weggehoond. Maar sindsdien wordt door veel behandelaars ook het lichaam, dat lang verwaarloosd is, betrokken bij de behandeling van trauma’s.’

    Vermetten benoemt ook dat de ideeën van Van der Kolk controversieel zijn; hij noemt het ‘welles-nietesdebat’ over verdrongen (en later hervonden) herinneringen. Een van de spelers daarin in Nederland is rechtspsycholoog Harald Merckelbach, hoogleraar in Maastricht. Hij noemt het wetenschappelijk bewijs voor het verdringen van herinneringen ‘wankel’: ‘Voor de aanname dat trauma’s op een andere manier worden opgeslagen dan gewone herinneringen, ontbreekt overtuigend bewijs. Traumatische herinneringen worden doorgaans niet vergeten. Het probleem voor slachtoffers is juist dat ze zo prominent zijn.’

    De ‘geheugenmythe’ noemt onderzoeker en hoogleraar rechtspsychologie Henry Otgaar het idee van verdrongen herinneringen die pas tijdens therapie naar boven komen. ‘Het kan gevaarlijk zijn als therapeuten daarin meegaan, want het kan tot valse getuigenissen leiden in de rechtszaal en daarmee worden levens verwoest.’ Eind jaren negentig, zegt Otgaar, was er consensus dat traumatische herinneringen niet in een soort afgesloten compartiment van het brein worden gestopt. ‘Maar, het verbaast me: dat idee is weer helemaal terug.’


    Beeld Aisha Zeijpveld

    Daar is niets verbazingwekkends aan, zegt Van der Kolk in Boston in zijn werkkamer tegen de achtergrond van een beschilderd wanddoek uit de Zuid-Pacific. ‘Iedere psychiater met verstand van zaken weet dat traumatische herinneringen anders worden opgeslagen dan herinneringen aan alledaagse zaken. Stel, je bent op vakantie naar Griekenland geweest en je vertelt iemand over het lekkere eten, het strand, dan voelt het niet alsof je daar nog bent. Bij een trauma is dat anders. Dat wordt herbeleefd door je lichaam, alsof het op dát moment weer gebeurt. Gewone herinneringen worden een verhaal dat voortdurend verandert: je verzint dingen, je vergeet details, onbelangrijke dingen hoef je niet te onthouden. Maar traumatische herinneringen zetten zich vast in je lichaam, ook al herinner je je ze niet eens bewust.’

    Dat is op zijn minst controversieel in de wetenschap.
    ‘Er is niets controversieels aan! Iedereen die iets van trauma weet, weet dat je herinneringen kunt verdringen. Dat je ze móét verdringen vaak, om verder te kunnen leven. En onder invloed van mdma bijvoorbeeld komen ze eruit, dat hebben we in ons lab al vaak gezien bij patiënten. Ik heb het zelf ook meegemaakt toen ik mdma had gebruikt. Ik had zo’n medelijden met dat kleine, hongerige joch dat ik was in de oorlog. Ik herinner het me niet letterlijk, maar ik voelde hoe het was.’

    Het is, zeggen de deskundigen die ik heb gesproken, vrij makkelijk om mensen herinneringen aan te praten aan dingen die nooit zijn gebeurd.
    ‘Was dat maar zo makkelijk, ik probeer het de hele tijd in therapie als ik patiënten vertel: het is goed, het is voorbij, het is lang geleden, je bent veilig nu. Kón ik die gedachten maar in hun hoofd implanteren – dat is heus zo makkelijk niet.

    ‘Wie heeft er belang bij om valse herinneringen te verzinnen? Ja, kinderen die het slachtoffer zijn van een vechtscheiding misschien, omdat hun moeder zegt: je moet de rechter vertellen dat papa je molesteert, anders houd ik niet meer van je. Dat gebeurt. Maar verder: waarom zouden mensen valse herinneringen creëren?’

    In een New York Times-podcast zei u: gewone herinneringen zijn in feite onbetrouwbaarder dan traumatische herinneringen, omdat die veranderen in de loop der tijd en traumatische herinneringen niet.
    ‘Precies. Praat je met mensen met ptss, dan zien ze exact nog alles voor zich zoals het was: de spijltjes van het kinderbed waarin ze lagen, de ventilator aan het plafond, ze horen weer dezelfde geluiden van vroeger, voelen dezelfde sensaties in hun lijf. Therapie moet ervoor zorgen dat het een verhaal wordt. Geen herbeleving, maar een herinnering aan iets wat lang geleden is gebeurd.’

    Niemand komt ongeschonden het leven door, we maken bijna allemaal nare dingen mee. Draagt iedereen een trauma met zich mee?
    ‘Iedereen krijgt te maken met verlies, rouw en pijn, ja, maar een mens is veerkrachtig en kan daar meestal van herstellen. Bij een trauma gebeurt dat niet. Mensen met een trauma, door seksueel misbruik in hun jeugd bijvoorbeeld, of door verschrikkelijke oorlogservaringen, zitten daar in vast. Een van de oorzaken is dat het leed niet wordt erkend. Er is bijvoorbeeld een groot verschil met een gebeurtenis als 9/11; na de terreuraanslag is er opmerkelijk weinig posttraumatisch stresssyndroom gemeten in New York. Mijn verklaring is dat er steun kwam vanuit de hele wereld, er kwam geld voor hulpverlening, dat zijn allemaal belangrijke helpende factoren. Daarbij konden nabestaanden de pijn met hun familie en vrienden delen.

    ‘Iemand die in zijn jeugd seksueel misbruikt is, heeft die steun doorgaans niet. Die zwijgt erover. Bovendien: als je iets wordt aangedaan door iemand bij wie je veilig hoort te zijn, je vader of je moeder bijvoorbeeld, dan raakt je identiteit verstoord. Die sporen draag je veel langer met je mee.’

    Wat doet een dergelijk trauma met een mens?
    ‘Getraumatiseerde mensen voelen continu spanning, chronische stress. Ze voelen zich nooit veilig, al is dat onbewust. In het kakkerlakkenbrein, zoals ik het noem, een primitief deel van het brein, blijven stresshormonen waarschuwen: kijk uit, kijk uit, er is gevaar. Ook al is de gebeurtenis allang voorbij, in het lichaam blijft dat gealarmeerde gevoel aanwezig, op een basaal, niet-cognitief niveau. Dat kan lichamelijke klachten tot gevolg hebben, van hartklachten tot maagpijn en chronische spierpijn, fibromyalgie.’

    ‘Je kent waarschijnlijk wel het ACE-onderzoek (een groot onderzoek in de jaren negentig dat de schadelijke gevolgen van verwaarlozing, mishandeling en misbruik in de kindertijd in kaart bracht, red.). Daaruit blijkt dat een jeugdtrauma geheid tot fysieke klachten leidt later, maar ook tot veel roken, zelfbeschadiging, anorexia, drugsgebruik, alcoholisme; alles om dat onveilige, gealarmeerde gevoel maar te dempen, op een ongezonde manier. Want waarom zou je goed voor je lichaam zorgen als je zoveel zelfhaat voelt? Veel slachtoffers vinden zichzelf een slecht persoon, zij houden een levenslang gevoel van schaamte.’

    Ook nog op volwassen leeftijd? Terwijl ze rationeel weten: ik kon er niets aan doen?
    ‘Ja, een mens wil controle houden, dus we zijn geneigd te denken dat we zelf verantwoordelijk zijn voor wat er in ons leven gebeurt. Een kind dat geslagen wordt heeft geen schuld, maar toch denkt het: het ligt aan mij, ik ben slecht, ik verdien slaag. Dus ik moet me beter gedragen, dan gebeurt het niet weer – dat is het gevoel van controle dat ook een kind wil hebben. Net zoals een vrouw die verkracht is misschien denkt dat het aan háár ligt: ik droeg een te korte rok, ik heb me niet fel genoeg verzet, et cetera. We zijn altijd geneigd te denken: ik liet het gebeuren. Dat is ook logisch, vooral als het kinderen betreft, want als je je ouders niet kunt vertrouwen, als je moet inzien dat zij niet deugen, dan heb je een verschrikkelijk loyaliteitsprobleem. Je ouders moeten voor je zorgen. En als ze verzaken, in wat voor wereld leef je dan? Pas rond je 9de, 10de kun je als kind gaan beseffen dat het misschien niet normaal is wat er thuis gebeurt.’

    U bent zelf geslagen vroeger, heeft u in een interview verteld, door uw vader. Die op zijn beurt weer getraumatiseerd was doordat hij in een werkkamp had gezeten in de Tweede Wereldoorlog.
    Van der Kolk knikt. Tussen het Engels door vallen in het Nederlands de woorden ‘een pak slaag’ – daar was zijn vader gul mee, ja.

    Hoe oud was u toen u besefte: het is niet mijn schuld?
    ‘O, dat duurde lang, hoor. Heel lang.’

    Hoelang?
    ‘Daar doe ik mijn hele leven over. Het verandert ook voortdurend, hoe ik terugkijk op mijn jeugd. Nu zit ik in de fase dat ik vooral medelijden heb met mijn ouders omdat ze niet konden zien wat een leuk jochie ik was, dat ze zo weinig genoten hebben van onze kindertijd.’

    Wat typeert een getraumatiseerd mens? Welk gedrag kun je verwachten?
    ‘Heftige emotionele reacties, ook bij gewone gebeurtenissen. Woede-uitbarstingen om iets kleins, moeite hebben met zelfbeheersing. Maar ook paniekaanvallen, bevriezen bij aanrakingen, geen seks willen, of het wel willen maar niet kunnen, als iemand seksueel is misbruikt. Het is niet makkelijk om te leven met iemand met een trauma, want juist in intieme relaties openbaart het zich. Voor de buitenwereld kun je vaak nog wel de schijn ophouden, maar thuis niet. Daar staat vader te schreeuwen als een kind een kleinigheid verkeerd doet.’

    Vader is een klootzak.
    ‘Vader lijkt een klootzak, ja, maar vader heeft hulp nodig, en liefde en steun en erkenning. De hulpverlening trekt vaak zijn handen af van zulke mensen, terwijl ze juist zo hard begrip nodig hebben. En artsen, bij wie ze vaak terechtkomen met al hun lichamelijke klachten, zijn doorgaans niet de meest empathische mensen. Dus er wordt veel te weinig gevraagd in de spreekkamer: wat heb je meegemaakt? Terwijl kindermishandeling in Amerika een enorm volksgezondheidsprobleem is dat de maatschappij veel geld kost. Maar er wordt nog steeds veel te weinig over gepraat. Nu willen en kunnen slachtoffers er zelf vaak ook niet over praten. Wat begrijpelijk is: ze willen niet terugkeren naar dat machteloze gevoel.’


    Bess
    el van der Kolk

    Welke therapie is daar het meest geschikt voor? Pillen of praten?
    ‘De psychiatrie is verslaafd aan pillen. Ik heb vroeger zelf veel onderzoek gedaan naar medicatie en het ook vaak voorgeschreven, maar mijn ervaring is: voor trauma’s werken ze niet zo goed. Praten is belangrijk. Als je woorden kunt geven aan wat zo lang een geheim is geweest, kun je erop reflecteren. Maar weten waaróm je in de knoop zit, haalt je nog niet uit de knoop. Je lichaam en geest moeten ervaren dat het trauma voorbij is. Pas dan komt er rust.’

    Dat doet u met lichaamswerk, yoga – deels onconventionele behandelmethoden in de psychiatrie. U behandelt zelfs patiënten met psychedelica als mdma, het werkende bestanddeel van ecstacy. Drugs tegen trauma, waarom?
    ‘Ik probeer altijd wetenschappelijk onderzoek te doen naar zulke methoden om te zien hoe goed ze werken en voor wie. Met mdma zien we verbluffende resultaten.’

    Misschien niet gek dat mensen zich beter voelen met een partydrug?
    ‘Ik heb twee keer mdma genomen voor wetenschappelijk onderzoek en ik kan je vertellen: het voelt helemaal niet als een partydrug als je je ogen sluit en teruggaat naar je verleden. Ik kwam een paar dingen tegen, de Hongerwinter noemde ik al, die flink pijn hebben gedaan. Maar het goede aan mdma is dat je die pijn aankunt. En het brengt je zelfcompassie, waardoor je eindelijk echt gaat inzien: het is verleden tijd, ik was maar een kind, zo klein, ik kon er niks aan doen. Het maakt je ook aardiger tegen anderen.’ Grijns: ‘Nergens heb ik met aardiger mensen gewerkt dan in ons psychedelicalab.’

    U schrijft ook over de kracht van samen zingen en dansen om trauma’s te verhelpen.
    ‘Zeker, wij mensen zijn groepsdieren, het is helend om samen in hetzelfde ritme te zijn. Ga maar na: mensen hebben altijd samen gezongen in zware tijden, bij begrafenissen bijvoorbeeld.’ Opeens weer in het Nederlands: ‘Wilt heden nu treden voor God onze Here’ – ik voel nog de warmte van met de hele klas zingen. Getraumatiseerde mensen hebben vaak het gevoel er niet bij te horen, niet wezenlijk contact te hebben met anderen. Door samen te bewegen, te dansen, te spelen, ervaar je: ik hoor bij de groep. Ik zou graag nog eens onderzoeken hoe goed tangodansen werkt tegen ptss.’

    In 2018 werd u ontslagen bij het Justice Research Institute in Boston, waar u uw Trauma Centre had opgezet. Er zou een vijandige sfeer heersen en u zou een bully, een bullebak, zijn.
    ‘Daar is niets van waar. Het is zo gegaan: ik was met sabbatical om een boek te schrijven en degene die mij verving was ontslagen wegens grensoverschrijdend gedrag. Toen ik terugkwam, werd ik als leidinggevende ervan beschuldigd dat grensoverschrijdende gedrag te hebben laten gebeuren, een sfeer te creëren waarin dat kon voortbestaan. Maar ik was er niet eens toen het gebeurde. De leidinggevende die er wél was, ontsloeg mij om zo zelf de dans te ontspringen.

    ‘Er is een rechtszaak gevoerd en een schikking getroffen, waardoor ik een flinke som geld kreeg. Daarmee heb ik met hulp van mijn oude collega’s een nieuwe organisatie opgezet, The Trauma Research Foundation, en die groeit en bloeit. Niemand is ooit naar voren gestapt om mij te beschuldigen van bullying.’

    Uw vriend en collega-psychiater hier in Nederland, Eric Vermetten, zegt dat u best een bullebak kunt zijn.
    ‘Ik weet niet precies waarom Eric, die ik zeer waardeer, dat zegt. Maar ik blijf een Nederlander, en wij Nederlanders kunnen bot uit de hoek komen en nogal direct zijn. Ik heb een duidelijke mening en ben gepassioneerd over mijn vak, maar ik heb nooit iemand gebullied. Nooit. Al mijn oude medewerkers zijn met me meegegaan naar de nieuwe organisatie, zegt dat niet genoeg?’

    Bron: de Volkskrant >>

10 berichten aan het bekijken - 91 tot 100 (van in totaal 108)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 21 ▪︎ leden online: 2
Gloria, Dina
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.309, reacties: 17.990, leden: 2.172