Aangemaakte reacties
-
AuteurReacties
-
Mandy werd misbruikt door haar opa en helpt nu andere slachtoffers: ‘Er zijn vaak weinig signalen te herkennen’

Mandy Sleijpen | Foto: Stichting Wij zijn MMandy werd van haar achtste tot haar veertiende misbruikt door haar opa. Nu heeft ze de stichting Wij zijn M opgericht. Dat staat voor ‘Wij zijn Misbruikt, We zijn Mooi, Wij zij Moedig en We waren Machteloos’. Wij zijn M helpt slachtoffers die te maken hebben gehad met seksueel geweld. Daarnaast probeert de stichting het taboe rondom seksueel geweld te doorbreken en awareness te creëren, om ervoor te zorgen dat dit niemand meer overkomt in de toekomst.
Mandy vertelt: “Als je misbruikt wordt, ben je zelf het slachtoffer. Het voelt misschien anders, maar het is nooit, maar dan ook nooit jouw schuld.”
Opa had twee kanten
Toen het misbruik begon, wist Mandy meteen dat het fout was. “Opa had het vaak over ons geheimpje en als iemand erachter zou komen, dat we dan in de gevangenis zouden belanden. Het misbruik is jaren door gegaan. Ik was heel bang: bang voor de gevolgen als iemand het zou weten, maar ook bang voor mijn opa. Onze band is altijd goed geweest. Hij had echt twee kanten: de leuke, lieve opa en de kant van misbruik.”Ik moet je iets vertellen
Geheimen kunnen zwaar zijn om te dragen, maar bijna geen enkel geheim is zo zwaar als deze. Toen Mandy haar ouders gingen scheiden, brak er iets bij Mandy. Ze was toen 14 jaar. “Mijn veilige haven viel weg. Ik heb het lang geheim kunnen houden, maar het lukte me niet meer.”Ze besloot het aan een vriendin in de klas te vertellen. “Nadat ik het aan mijn vriendin had verteld, heeft zij meteen de vertrouwenspersoon van onze school ingeschakeld.” De ouders van Mandy zijn toen meteen ingelicht. “Mijn moeder wist meteen dat het haar vader was.”
Vermoedens
Misbruikers zijn niet alleen de enge mannen of vrouwen in de bosjes; het gebeurt veel vaker in de familiekringen. Heeft de moeder van Mandy niks door gehad? “Mijn moeder en ik hebben daarna natuurlijk gepraat. Als ze mij en opa samen zag, had ze er vaak geen goed gevoel bij. Ze durfde alleen niet aan te nemen dat het om misbruik zou gaan. Het was wel haar vader”, legt Mandy uit. “Ze durfde het niet te denken over haar eigen verder.”Zijn er dan geen andere signalen geweest? “Dat is het moeilijke aan slachtoffers van seksueel geweld. Ze zijn zo goed geworden in verbloemen en iets geheim houden dat je weinig aan ze merkt. Slachtoffers denken als het uitkomt dat ze dan vies, raar en lelijk gevonden worden. En bovenal: niet geloofd.”
Wij zijn M
Om meer bewustwording te creëren en klaar te staan voor slachtoffers, is Mandy haar stichting begonnen. Ze geeft lezingen aan volwassenen, geeft les op middelbare scholen met Qpido (lesprogramma voor middelbare scholieren over relaties en seksualiteit) en had een eigen theaterstuk met haar verhaal.“We richten ons met de stichting vooral op preventie. Het is natuurlijk het allerbeste als het gewoon niet meer gebeurt. Met als speerpunten: ‘Hoe zorgen we ervoor dat het gezien wordt en dat slachtoffers gaan praten?’ Daarmee komen we stap voor stap verder.”
Week tegen kindermishandeling
14 november startte de week tegen kindermishandeling. De stichting heeft voor die week een campagne gelanceerd voor kinderen en ouders. Daarover vertelt Mandy: “We hebben daarvoor met kinderen gezeten en gepraat. Daaruit kwam dat kinderen geheimen vooral met met hun knuffels delen in plaats van met een volwassene – goed en slecht. Ik herkende het ook bij mezelf: ik praatte wel met mijn knuffels en deelde daarmee mijn geheimen.”Durven doorvragen
Hoe kun je het gesprek met je kind aangaan over dit soort zaken? Daarvoor geeft Stichting Wij zijn M tips:- Vraag aan je kind of hij/zij wel eens met zijn knuffel praat. En zo ja, wat hij/zij dan vertelt;
- Geef bij je kind aan dat het heel belangrijk is dat alles wat hij niet durft te vertellen, juist wel verteld mag worden;
- Laat weten dat er niets is dat het kind kan zeggen, dat ervoor kan zorgen dat jij niet meer van hem/haar houdt;

Campagne voor de Week van Kindermishandeling | Foto: Stichting Wij zijn M“Doorvragen en zeggen dat je er voor iemand bent, kan helpen. Daarmee zetten we in ieder geval een stap in de goede richting. Om het taboe te doorbreken en dat alles bespreekbaar is.”
Buikgevoel
Jonge kinderen bespreken veel met hun knuffel, maar oudere kinderen kunnen al meer uitgaan van hun buikgevoel. Dat is ook wat Mandy tieners probeert te leren op middelbare scholen. Waar ligt jouw grens en hoe voel je dat aan? Ook hiervoor hebben ze tips:- Leg een paar keer per dag je hand op je buik, om je ervan bewust te blijven, dat je van daaruit dingen voelt;
- Haal diep adem, vanuit je buik naar boven en weer terug;
- Wees je ervan bewust dat jij unieke gevoelens hebt, die niemand anders heeft én dat die mogen bestaan;
- Test elke dag een aantal keer, wat jouw buik je adviseert. Maak eens keuzes op basis van dat gevoel. Wat gebeurt er dan?
Daarnaast heeft de stichting hiervoor een speciaal een kwartet ontwikkeld: het grenzen-kwartet. Dit kun je spelen met oudere kinderen. Het zorgt ervoor dat kinderen over grenzen gaan praten. Wanneer is gedrag nou grensoverschrijdend?

Vertrouw op jouw buikgevoel | Foto: Stichting Wij zijn MStap voor stap
Met deze campagne en alle andere dingen die de stichting doet, probeert Mandy stap voor stap het taboe te doorbreken en de bewustwording te vergroten. Wanneer is de missie geslaagd? “De missie is al geslaagd als ouders het gesprek aan durven te gaan. “Natuurlijk is het pas echt geslaagd als de cijfers omlaag zouden gaan, maar dat is nog te groot. We doen het stap voor stap”, vertelt Mandy.Vertel het door
Seksueel geweld kan echt overal voorkomen. Vertel deze informatie daarom door. Zou je graag meer willen weten over de stichting en wat zij nog meer doen? Neem dan contact op met de stichting. Je kunt de stichting ook benaderen voor lessen op school of een lezing voor volwassenen. Ga daarvoor naar de site.Volg hun Instagram voor verhalen van slachtoffers en andere verhalen van de stichting. De verhalen van slachtoffers worden door henzelf gedeeld. Dat mag ook anoniem.
Bron: In de buurt >>
Liselotte (25) werd misbruikt: ‘Ik zag mijn vader langslopen terwijl het gebeurde, maar kon niet gillen’

Liselotte (25) is dertien jaar als ze voor het eerst wordt misbruikt. Daarna gebeurt het nogmaals op vakantie. Ze spreekt zich nu uit over haar verleden, in de hoop andere vrouwen hiermee te helpen.
“Er wordt gedaan alsof er geen probleem is, maar het probleem is echt heel groot“, vertelt Liselotte, beter bekend als zangeres Lotte-Lizz.
MISBRUIKT EN EENZAAM
Lotte-Lizz heeft jarenlang moeite met het praten over haar verleden. In haar leven wordt ze meerdere keren seksueel misbruikt en mishandeld. Om het taboe rondom vrouwengeweld te doorbreken, vertelt ze haar verhaal in de hoop andere vrouwen te helpen. “Als ik eenzelfde soort verhaal had gelezen, had ik mij destijds minder alleen gevoeld. Ik had dan niet het idee gehad dat ik de enige was die dit meemaakte”, vertelt de zangeres.BLOWEN
Lotte-Lizz groeit op in een gezin met een vader en moeder. “Mijn moeder was altijd heel liefdevol. Mijn vader heeft daarentegen zelf een moeilijke jeugd gehad, dus hij vond het heel lastig om mij liefde te geven. Omdat ik die liefde miste, zocht ik dat ergens anders, denk ik”, vertelt ze.De zangeres is dertien jaar als ze wel eens afspreekt met een paar jongens in Apeldoorn. “Ze zeiden dat ze achttien en negentien waren, maar achteraf waren ze veel ouder.” De zangeres blowt op dat moment wel eens met hen, wanneer een van de jongens haar uitnodigt om bij hem thuis te gaan blowen.
“Toen ik daar was wist ik meteen dat het mis was. Ik moest namelijk ineens naar een andere kamer.” Als dertienjarig meisje komt ze daarna terecht in een groepsverkrachting. “In het begin heb ik mij geprobeerd te verzetten, maar op een gegeven moment geef je jezelf over.”
SCHAAMTE
De schaamte rondom de gebeurtenis is voor haar te groot om er direct met iemand over te praten. Ze loopt daarom een tijdje rond met haar verhaal. Omdat ze veel met haar buurjongen omgaat, besluit ze het hem te vertellen. “Hij heeft mijn verhaal aan mijn ouders verteld en daarna zijn mijn ouders meteen naar de politie gegaan. Ze waren echt ontzettend geschrokken.”De periode na de verkrachting heeft Lotte-Lizz het erg moeilijk. “Ik ben een hele periode heel angstig geweest. Ik had veel last van nachtmerries, dan kwam mijn moeder mij kalmeren. Het is echt heel heftig geweest.”
JAMAICA
Als Lotte-Lizz veertien jaar is, gaat ze met haar familie op vakantie naar Jamaica. “Het was in een all-inclusive hotel waar ik een paar meisjes had leren kennen met wie ik aan het spelen was. Mijn ouders zaten om de hoek en ik moest naar de wc.” Als Lotte-Lizz naar de wc loopt, wordt ze door een oudere man een verlaten bar ingetrokken. Hij verkracht haar.“Ik weet nog dat hij in het Engels tegen mij zei: ‘Ik ga je een herinnering geven die je nooit meer zal vergeten’.” Lotte-Lizz vindt het moment dat ze haar vader voorbij zag lopen tijdens de verkrachting, achteraf het ergste moment. “Toen ik mijn vader voorbij zag lopen, wilde ik hem roepen. Maar ik kon het niet meer, gillen. Het was de schaamte.”
Lotte-Lizz houdt de verkrachting lange tijd voor zich, ze durft het niemand te vertellen. “Ik heb gedaan alsof er niks aan de hand was. Mijn ouders hadden al zoveel shit meegemaakt, ik wilde hen niet nog meer pijn doen. Ik heb er nooit wat over verteld.”
HUIDIGE VRIEND
Als de zangeres haar huidige vriend leert kennen, betekent dat een omslag in haar leven. “Lang liep ik met de vragen: ‘Is dit dan sex? Is dit het?’ rond. Hij leerde mij wat liefde is en dat sex leuk kan zijn.” Lotte-Lizz raakt al snel zwanger van haar eerste kindje. “Ik wilde vanaf dat moment echt wat van mijn leven maken. Ik wilde een goede moeder zijn voor mijn kinderen.” De zangeres gaat een paar maanden geleden opnieuw in therapie, ook rondt ze haar opleiding toegepaste psychologie af.Als artiest wil Lotte-Lizz liedjes schrijven over haar verleden en haar verhaal vertellen om het taboe rondom vrouwengeweld te doorbreken. “Er wordt gedaan alsof er geen probleem is, maar het probleem is echt heel groot”, vertelt ze.
Bron: Linda >>
‘Soms roepen collega’s: ‘Nu hou je op!’, terwijl die persoon misschien niet anders kán’
Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak ingrijpend heeft veranderd. Ingrid Tensen (47) leert haar collega’s dat ze bij mensen met psychische problemen altijd kalm moeten blijven. ‘Schreeuw nooit terug.’
Beeld Anne Stooker‘Ik werkte vijf jaar bij de politie toen ik zwanger werd van mijn eerste kind, een zoontje. Al snel merkte ik dat er iets met hem aan de hand was. Hij hing erg aan mij, kon niet tegen verandering en huilde veel.
‘Op zijn 7de kreeg hij de diagnose die ik al vermoedde: autisme. Omdat ik mijn zoon wilde begrijpen ging ik daar veel over lezen, bekeek documentaires, werd lid van de Nederlandse Vereniging voor Autisme en bezocht congressen. Daar leerde ik veel van. En ik dacht: daardoor doe ik privé dingen die goed werken bij mijn zoon, maar bij de politie doen we niet altijd het juiste bij mensen met psychische problemen. Soms roepen collega’s: ‘Nu hou je op!’, of ‘Doe eens normaal!’, terwijl de persoon in kwestie misschien niet anders kán.
‘Ik volgde – heel toevallig – een cursus ‘presenteren en profileren’. We kregen de opdracht: maak een presentatie die voor je collega’s bruikbaar zou kunnen zijn, dus ik fabriceerde iets over autisme. Na mijn voordracht werd gezegd: ‘Dit zou iederéén moeten horen.’ Mijn chef zei: ga maar doen.
‘Ik begon op ons bureau, hier in Hoofddorp. Ik hield een powerpointpresentatie en vertelde dat je iemand met autisme moet benaderen met zo min mogelijk prikkels. Laat één collega het woord doen, praat er niet doorheen. Blijf altijd rustig, ook als diegene schreeuwt. Ga nooit terugschreeuwen. Wees duidelijk over elk stapje dat je gaat doen, en dóé dat vervolgens ook. Die aanpak werkt meestal ook bij mensen met psychische problemen of zwakbegaafden.
‘Kort daarna kwam de melding van een moeder die in paniek 112 had gebeld: haar zoon had tegenover haar staan schreeuwen met een mes, waarna hij het huis uit was gevlucht.
‘Met twee auto’s reden we die kant op. Mijn collega en ik herkenden de jongen aan het signalement op een parkeerplaats. Over de mobilofoon zei ik tegen de collega’s in de tweede auto: ‘Rijden jullie naar die moeder, kom hier niet langs.’
‘We stapten uit en liepen in V-formatie naar hem toe, zodat je nooit tegelijk kunt worden aangevallen. Op een paar meter afstand stopte ik en zei: ‘Ik ben van de politie, ik wil je handen zien.’ De jongen spreidde zijn armen. ‘We kregen de melding dat jij je moeder met een mes hebt bedreigd’, zei ik, en hij antwoordde dat het niet goed met hem ging, maar dat hij nu wat rustiger was en naar huis wilde.
‘‘We gaan eerst kijken of je echt geen scherpe spullen bij je hebt’, vervolgde ik. ‘Dus we komen dichterbij en dan gaat mijn collega je aanraken. Hij gaat voelen bij je broekzakken, over je benen, overal.’ De jongen knikte.
‘Mijn collega was al die tijd stil. Na mijn uitleg fouilleerde hij die jongen en zei: ‘Hij is schoon.’ Vervolgens liepen we met hem naar zijn moeder. Onze collega’s hadden de voordeur – zoals altijd in onzekere situaties – op een kier laten staan. ‘Politie!’, riep ik, ‘We zijn hier met uw zoon.’ Ik vroeg zijn moeder waar de jongen op een rustige, veilige plek kon wachten totdat de crisisdienst kwam. Dat was boven, ik liep met hem mee naar zijn slaapkamer. Hij ging op bed liggen en ik vroeg waar ik mocht gaan zitten. Hij wees zijn bureaustoel aan. Ik legde uit dat er een hulpverlener zou komen die met hem wilde praten, en dat ik tot die tijd in die stoel bleef zitten vanwege ieders veiligheid. ‘Ik ga niks zeggen’, zei ik, ‘maar als je vragen hebt, mag je die gewoon stellen.’ Hij bleef stil liggen en ik heb daar zo’n halfuur zwijgzaam gezeten totdat de crisisdienst het van ons overnam.
‘Buiten praatte ik na met mijn drie collega’s. Toen zei de collega met wie ik op de auto zat: ‘Wat goed dat ik laatst jouw presentatie heb bijgewoond. Daardoor wist ik precies wat ik wel en niet moest doen.’
‘Daarna heb ik veel meer presentaties gegeven. Aan andere eenheden, maar ook aan officieren van justitie, leden van de cellenwacht en straatcoaches van de gemeente. Ik heb mijn zoon netjes gevraagd of ik voorbeelden van hem in mijn presentaties mag gebruiken, zoals zijn problemen met de avondklok tijdens corona, door zijn vaste structuren. Hij zei: ‘Mama, van mij mag je dit aan de hele wereld vertellen, want als mensen mij beter begrijpen, gaat het ook beter met mij.’
‘Voor de moeder van de jongen met het mes hebben we een Afspraak Op Locatie in ons systeem gezet, een AOL. Dan weet de politie meteen wat er aan de hand is als zij 112 belt. En dat is nodig. ‘Hij wordt steeds groter en sterker’, vertelde ze, terugkijkend. ‘Ik was altijd al bang voor de dag dat ik hem niet meer aankan. Nu is het zover.’
Bron: de Volkskrant >>
3 dingen die je herkent als je als kind altijd ‘op eieren moest lopen’
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.bedrock.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2022%2F10%2Fpexels-photo-7118791-e1666275093226.jpeg)
Met ‘op eieren lopen’ bedoelen we dat je als persoon steeds bezig bent om een uitbarsting van iemand anders te voorkomen. Dit komt overal voor maar als je in een huis opgroeit waar je als kind altijd op eieren moest lopen, kan dit impact hebben op de rest van je leven.
Opgevoed worden in een omgeving waar je altijd op je hoede moet zijn, is niet makkelijk maar je vind vaak maniertjes om hiermee om te gaan.
Op eieren lopen in je jeugd
Altijd maar op eieren lopen zorgt ervoor dat je je eigen gevoelens onderdrukt en die van een ander angstvallig in de gaten houdt. Dit kan gebeuren als ouders opvliegerig zijn, snel boos worden of altijd teleurgesteld zijn.Als kind wil je het graag goed doen en als je aldoor kritiek en wrede opmerkingen naar je hoofd geslingerd krijgt, is dit moeilijk om te verdragen.
Je komt in een modus waarbij je je zintuigen altijd op scherp hebt staan en conflicten probeert te vermijden. Het liefst kruip je weg maar dit kan niet altijd.
Je vertelt alleen nog maar wat je ouders willen horen, verzwijgt dingen waarvan je denkt dat het voor opschudding zorgt en verwacht vooral niet veel. Als deze patronen zich jarenlang voordoen, kan dit iets doen met hoe je je als volwassene gedraagt.
1. Verontschuldigen wanneer het niet nodig is
Wanneer je in je jeugd altijd op je hoede was, heb je de neiging om je te over-verontschuldigen. Dit gebeurt vooral als je een situatie lastig vindt, een antwoord niet weet of wanneer je je schaamt. Vaak is het nergens voor nodig om je te excuseren.2. Andermans behoefte voor die van jezelf plaatsen
Als je als kind jouw behoeften wegstopt, verbind je daar de conclusie aan dat wat jij wilde er niet toe deed en dat je dus niets te willen had. Om je veilig en gewaardeerd te voelen, heb je geleerd om eigen behoeften en verlangens weg te stoppen.In plaats daarvan ging je vooral doen wat er van je verwacht werd. Je wilde niemand tot last zijn en leerde al vroeg om behoeften van anderen aan te voelen en erin te voorzien. Ook al betekende dit dat je jezelf weg moest cijferen. Al vroeg werd de pleaser in jou geboren.
3. Conflicten vermijden
Je wilt het liefst geen ruzie met anderen. De sfeer op je werk moet altijd gemoedelijk zijn. Je zegt niet wat je voelt of vindt. Kortom: je wilt conflicten vermijden en altijd de lieve goede vrede bewaren.Nu is het vermijden van een conflict menselijk want een conflict kost energie, maar wanneer het je leven gaat beïnvloeden, zou je er iets aan kunnen doen.
Wanneer je begrijpt waarom je conflicten vermijdt, is het al makkelijker om hiermee om te gaan. Probeer de volgende keer als je in een conflictsituatie terecht komt, rustig te blijven en op te komen voor jezelf.
Tijd voor verandering
Op een gegeven moment kom je op een punt dat je denkt: vanaf nu ga ik alleen maar doen wat ik zelf wil. Maar wat wil je eigenlijk? Soms raak je zo verwijderd van jouw eigen behoeften dat je het even niet meer weet.Dit komt doordat je je hele jeugd lang, dag in dag uit, getraind bent om aan de behoefte van een ander te voldoen. Gevoelens van eenzaamheid, stress en mislukking komen dan om de hoek kijken. (EMDR) therapie kan je helpen om jouw eigen pad weer te bewandelen en om trauma’s uit je jeugd te verwerken.
Bron: Bedrock >>

DIS is me
Online project over de ervaringen van mensen met een dissociatieve identiteitsstoornisOver de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) doen sterke verhalen de ronde, maar hoe is het om het zelf te hebben?
DIS is een psychische stoornis die ontstaat door vroegkinderlijk trauma, die je leven flink overhoop kan halen en waarvoor je vaak therapie nodig hebt.
DIS is me is een online project waarin we met een team van ervaringsdeskundigen de anonieme ervaringen van mensen met DIS en naasten verzamelen en delen.
Het project DIS is me
In de media wordt regelmatig een stereotiep of negatief beeld geschetst van DIS en voor veel mensen is dat het enige wat ze erover weten.
Met het online project DIS is me willen we aan de hand van een aantal thema’s een realistischer beeld schetsen van het leven met DIS. Dit doen we op basis van de anonieme ervaringen van een grote groep mensen met DIS en naasten: hun inbreng is het goud van dit project. Voor elk thema doorlopen we dezelfde stappen (zie hieronder).
Aan het einde van het project hopen we door het uitbrengen van een digitale publicatie op basis van het projectmateriaal een zinvolle bijdrage te leveren aan voorlichting, psycho-educatie en onderwijs over DIS vanuit cliëntperspectief.
Onze wens is dat veel mensen met DIS en naasten zich door het project gezien, gehoord, erkend en/of minder alleen zullen voelen.

Over DIS (Deel III): “Met juiste behandeling uitzicht op beter leven”
“Als ik als kind geen DIS had ontwikkeld, had ik nu niet meer geleefd”, vertelt Mirte Romih (48). “Dat is gewoon zo, het is een feit. Nu kan ik het over het algemeen ook zien als iets positiefs. Het acceptatieproces is een proces van jaren geweest. Soms denk ik nog wel: ‘Ik wil dit niet hebben’ en verzet is er altijd, maar over het algemeen heb ik het voor 90 procent geaccepteerd.”
Mirte leert in therapie om met haar persoonlijkheden te leven in plaats van alleen te overleven. De 43-jarige Katie* is na een lang therapieproces genezen van DIS: de dissociatieve identiteitsstoornis hoeft niet chronisch te zijn. De stoornis wordt in de maatschappij echter wel vaak als chronisch gezien.
COMMEN. vindt het hoog tijd dat er meer bekend wordt over de dissociatieve identiteitsstoornis en publiceert drie artikelen over dit onderwerp. Dit is het laatste deel van het drieluik ‘Over DIS’.
In het eerste deel van dit drieluik is uitgelegd wat dissociatie is en wat de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) inhoudt. Over de discussie over het ontstaan van DIS en de verschillen en overeenkomsten tussen DIS en schizofrenie ging het in deel twee van dit drieluik. Nu is het in dit derde deel tijd om erachter te komen hoe het is om te leven met DIS en hoe behandeling het leven draaglijker kan maken.
Tijdens de zoektocht naar de antwoorden op deze vragen spreek ik namens COMMEN. met vier deskundigen. Mirte en Katie* hebben zelf ervaring met DIS. Een van de deskundigen is klinisch psycholoog en psychotherapeut, een andere deskundige is gezondheidszorgpsycholoog gespecialiseerd in DIS. Op verzoek blijven beide psychologen uit privacyoverwegingen anoniem.
Het dagelijks leven met DIS
Katie omschrijft de momenten dat ze dissocieerde als psychisch flauwvallen. “Ik voelde dat ik ‘vaag’ werd, maar ik weet niet in hoeverre ik dan echt in een andere persoonlijkheid schoot. Het gevoel van psychisch flauwvallen voelde ik sinds de behandeling wel aankomen, dan dacht ik: ‘Nou, daar gaan we weer’. Daar kreeg ik tijdens de behandeling steeds meer zicht op, maar toen ik het allemaal nog niet zo goed herkende, had ik ontzettend veel briefjes in mijn huis hangen en herinneringen in mijn agenda.”Ook vanuit haar omgeving ontvangt Katie veel steun. “Als ik dissocieerde, zeiden mijn vriendinnen: ‘Hey, daar ga je weer, kom eens even terug’. Ze hielpen mij ook met de dingen die ik geleerd had in therapie, zoals mijn energiebalans op peil houden. Als ik te veel op een dag wilde doen, waarschuwden zij mij: ‘Daar word je te moe van en dan raakt je energiebalans uit balans, waardoor het slechter gaat. Drie afspraken op één dag? Dat lijkt me niet zo slim’. Dat hielp mij heel erg om dan even opnieuw naar mijn agenda te kijken. Ze keken eigenlijk de hele tijd een beetje mee.”

Foto door Scott Graham via UnsplashDe omgeving van Mirte merkt het als er een wisseling van persoonlijkheid plaatsvindt. “Ik merk het zelf vaak niet. Ik kan ’s avonds op de bank zitten en denken: ‘Bah, ik heb geen zin in de afwas’. Op het moment dat ik dan naar de keuken loop en zie dat de afwas gedaan is, vraag ik aan mijn partner wie de afwas heeft gedaan. Dan lacht ze dat ze met de eer kan strijken, maar dat ik het toch echt zelf heb gedaan. Dat kan ik mij alleen niet meer herinneren.”
“Iemand met DIS heeft vaak Ogenschijnlijk Normale Persoonlijkheden (ONP) en Emotionele Persoonlijkheden (EP)”, legt de GZ-psycholoog uit aan de hand van het traumamodel. De ONP’s nemen het dagelijks functioneren op zich en worden soms ‘host’ genoemd. De EP’s zijn de delen die trauma’s hebben meegemaakt. De ONP’s en EP’s worden ook wel alters of delen genoemd. Welke term wordt gebruikt, hangt af van wat de persoon zelf fijn vindt. Alle ONP’s en EP’s samen heet het systeem.
Primaire, secundaire en tertiaire structurele dissociatie
De Ogenschijnlijk Normale Persoonlijkheden worden weggehouden van de traumatische ervaringen die iemand heeft ondergaan en kunnen daardoor ook de trauma’s vergeten zijn of niet herinneren. De ONP’s zijn meestal erg rationeel of emotioneel vervlakt en functioneren los van andere alters. De EP’s blijven in het dagelijks leven veelal op de achtergrond en lijken vast te blijven zitten in het trauma zelf: alsof de tijd heeft stilgestaan. Reacties als vechten, vluchten of verstijven komen voor, met de gevoelens en afweermechanismen van het traumatische moment.Hoe extremer en langduriger de traumatische geschiedenis van iemand is, hoe complexer meestal de dissociatieve stoornis. De Franse psychiater en filosoof Pierre Janet heeft in 1887 het fenomeen dissociatie uitgebreid onderzocht, daarvoor werd de term wel genoemd, maar was er nog weinig onderzoek naar gedaan. Onder dissociatie verstaat Janet het ontsnappen van denkbeelden en functies aan controle en kennis van het persoonlijk bewustzijn; een splitsing tussen verschillende bewustzijnsinhouden als gevoelens, zintuigelijke sensaties, herinneringen en cognities.
De herinnering aan onverdraaglijke, schokkende gebeurtenissen die zowel eenmalig als langdurig plaats hebben kunnen vinden, wordt volgens de theorie van structurele dissociatie door dit splitsen uit het bewustzijn geweerd. Het bewustzijn zou je kunnen zien als de Ogenschijnlijk Normale Persoonlijkheid en de herinneringen als Emotionele Persoonlijkheden. Als er sprake is van een ONP en een EP die elkaar afwisselen, wordt dat primaire structurele dissociatie genoemd. Als er meerdere EP’s “gesplitst” zijn, maar de ONP niet, is dat secundaire structurele dissociatie. Het kan ook zijn dat er meerdere ONP’s zijn en sommige EP’s extreem verborgen zitten achter een andere EP of ONP. Dat heet tertiaire structurele dissociatie.
Behandeling van DIS via het drie-fasemodel
“De getraumatiseerde delen hebben bij DIS een fobie voor herbelevingen en dat heeft effect op de emotieregulatie. Bij de behandeling van DIS is het belangrijk dat er zicht gekregen wordt op de interne wereld”, vertelt de GZ-psycholoog. “Er is niet één juiste behandeling voor DIS, omdat er zoveel discussie over het ontstaan is. Wij behandelen DIS vanuit het fasemodel,” legt de klinisch psycholoog en psychotherapeut uit.Het fasemodel van Pierre Janet wordt wereldwijd erkend en wordt het meest gebruikt voor behandeling van trauma, waaronder ook voor behandeling van de dissociatieve identiteitsstoornis. Dit model gaat uit van drie fasen. De eerste fase gaat over stabilisatie en klachtenvermindering. De behandeling van traumatische herinneringen is de tweede fase, ook wel de verwerkingsfase genoemd. De derde fase zorgt voor re-integratie en rehabilitatie, het ondersteunen van een cliënt bij zijn eigen herstelproces.
“Het is afhankelijk van de persoon en het trauma welke fasen diegene doorloopt. Tijdens de stabilisatiefase wordt er aan de basale vaardigheden gewerkt: emoties, veiligheid, het dagelijks leven, eten, slapen, dagstructuur en meer contact. Je kunt nooit beginnen met de verwerkingsfase zonder eerst de stabilisatiefase doorlopen te hebben”, zegt de klinisch psycholoog en psychotherapeut.
“Er is met behandeling uitzicht op een beter leven met DIS!”
“Veel cliënten met DIS hebben nachtmerries en slapen slecht. Dan is je energieniveau niet op peil en dan kun je niet beginnen met verwerken, dat kost te veel energie. Automutilatie en suïcidaliteit komen ook vaak voor, dat moet je stabiliseren! Daarnaast is steun vanuit de omgeving ook belangrijk. De herbelevingen willen we verminderen, maar trauma’s oprakelen is net als aan een boom schudden: je hebt heel veel veerkracht nodig.”De behandeling kost veel tijd, onder andere door het voorwerk wat er gedaan moet worden. “Als je traumadelen aanraakt met traumabehandeling, wordt het systeem ontregeld. Bij andere stoornissen kan ontregeling helpen, maar bij DIS moet je nooit zomaar traumabehandeling doen. De behandeling is lang en intensief, maar met de juiste behandeling kun je heel ver komen! Er is hoop op héél veel verbetering! Er is uitzicht op een beter leven: misschien lukt het wel weer om te werken. Crises komen door behandeling uiteindelijk ook minder vaak voor. Hoe dan ook: met behandeling is er altijd winst te behalen!”
Een proces van acceptatie
Dat de behandeling van DIS lang kan duren, heeft Katie ervaren. “Ik heb 8 jaar lang therapie gehad. Dat is misschien wel heftig om te lezen, maar ik ben van DIS genezen. Ik kan bijna alles weer doen! De DIS is weg, de delen zijn er niet meer. Tijdens de intensieve behandeling kijk je wat er vanbinnen eigenlijk leeft, en daarmee ga je aan de slag. Dat is enorm moeilijk: het hele systeem is ontworpen omdat er dingen zijn gebeurd waarmee je niet om kon gaan. Het is een grote, paradoxale strijd die je te voeren hebt. Je kon ergens niet mee omgaan, dus je hebt het weggestopt, maar voor de behandeling moet je dat weer naar boven halen.”Mirte ziet DIS inmiddels als iets onmisbaars voor haar leven. “Als ik geen DIS had ontwikkeld, had ik hier nu niet gestaan. Ik kan het nu over het algemeen zien als iets positiefs. Toen mijn dochters nog kind waren, konden zij met mijn jongere persoonlijkheden spelen die vanuit mijn trauma’s zijn ontstaan. Die persoonlijkheden hebben nooit kind mogen zijn en dat is met onze kinderen wel ingehaald. Dat geeft mij zelf ook een beter gevoel: de kindsdelen voelen zich vrij genoeg om leuke dingen te doen en daardoor verdwijnt het trauma wat meer naar de achtergrond. Eerst schaamde ik mij daar heel erg voor, inmiddels heb ik dat voor 90 procent geaccepteerd.”
“Wat ik wel jammer vind, is dat er een boel psychologen zeggen: ‘Oh, ja, hier kom je wel vanaf als we een goede behandeling hebben.’ Ik focuste me dan heel erg op: ‘Oké, dit moet weg, dit moet weg’. Toen ik van mijn huidige psycholoog hoorde dat het in mijn geval niet te genezen is, gaf dat mij rust. Door het kunnen loslaten van het idee dat mijn DIS te genezen is, nam de constante teleurstelling dat het bij mij maar niet genas af.”
Het leven oppakken met een hulphond
Mirte is niet jaloers op mensen die wél genezen van DIS. “Het is heel mooi om te horen of lezen dat er mensen zijn waarbij de delen geïntrigeerd zijn. Dan denk ik niet: ‘Nou, nu wil ik dat ook’. Ik kan daar een soort berusting in vinden. Ik krijg heel veel handvatten hoe ik met mijn DIS kan omgaan.”Sinds een aantal maanden heeft Mirte een puppy in huis die ze wil opleiden tot PTSS-hulphond. “Ik hoop dat ik dat vergoed krijg van de WMO. De opleiding kost 20.000 euro, ik heb een WAO-uitkering. Waar moet ik 20.000 euro vandaan halen? Met hulphonden zijn veel goede resultaten behaald en ik merk nu al dat ik met mijn hond wél alleen naar buiten ga en daar veel minder snel dissocieer omdat ik constant met de hond bezig ben en de hond is met mij bezig.”

Foto door Ralph (Ravi) Kayden via UnsplashEen hulphond wordt echter niet zomaar vergoed. Door de Nederlandse zorgverzekeraars worden drie soorten hulphonden vergoed: de blindengeleidehond, de alle dagelijkse levensbehoeften (ADL) hulphond en de signaalhond voor mensen met een auditieve beperking. De zorgverzekeraar vergoedt alleen de aanschafs- en opleidingskosten voor deze drie hulphonden voor mensen vanaf 12 jaar. Soms is er ook een kleine vergoeding voor verzorging, eten en een ziektekostenverzekering voor de hond, maar alleen op medische indicatie van de zorgverzekeraar en een praktische indicatie van de hondenschool.
Meedoen in de maatschappij met DIS
In sommige situaties wordt de PTSS-hulphond vergoed vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) van een gemeente. Een autismehulphond wordt in sommige situaties vergoed vanuit het persoonsgebonden budget (PGB) van een gemeente. Wanneer een hulphond vergoed wordt, verschilt per gemeente.Bij een lotgenootje ziet Mirte hoeveel waarde een hulphond heeft. “Toen dacht ik: ‘Dat wil ik ook!’ Ik ben al sinds m’n 18e arbeidsongeschikt, ik heb geen reden om buiten te komen. Vroeger zorgde ik voor de kinderen, maar zij zijn nu 18 en 21 en hebben dus de leeftijd bereikt dat ze binnenkort uit huis zullen gaan.”
Haar hond geeft haar de zelfstandigheid die ze nooit gehad heeft. “Door de hond heb ik weer een reden om naar buiten te gaan én hij kan mij helpen op de momenten dat ik dissocieer. Hij kan met zijn snuit tegen mij aan duwen tot ik reageer en mij naar een veilige plaats leiden. Het leven heeft dan weer zin, want ik kan dingen gaan doen. Dat wens ik ook voor de toekomst: dat ik de opleiding samen met de hond vergoed krijg en dan weer enigszins kan deelnemen aan de maatschappij.” Mirte heeft echter te horen gekregen van de gemeente dat ze de opleiding van haar hond tot hulphond niet vergoed krijgt.
Bron: Commen >>

“Zolang er gevaar is, ontwikkelen kinderen op jonge leeftijd DIS om het gevaar te ontwijken. Het is een kop-in-het-zand-strategie om gewoon te kunnen functioneren. Het is voor een kind te heftig om het allemaal te verwerken.” Beeld: Vincie van KerkhofOver DIS (Deel II): een modeziekte of het gevolg van trauma?
“Ik ben wel iemand die mazzel heeft gehad”, zucht Katie* (43) opgelucht. “Ik heb in de drie jaar voordat ik de diagnose dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) kreeg wel andere vormen van therapie gehad, maar dat valt nog heel erg mee. Andere mensen hebben voorafgaand aan hun diagnose veel langere trajecten gehad.”
Gemiddeld duurt het 8 jaar voordat iemand met DIS de juiste diagnose krijgt. Dit komt vooral doordat de stoornis onbekend is – zowel in de maatschappij als in delen van de geestelijke gezondheidszorg. COMMEN. vindt het hoog tijd dat er meer bekend wordt over deze stoornis en publiceert drie artikelen over dit onderwerp.
In het vorige deel van dit drieluik is duidelijk geworden wat dissociatie is en wat de dissociatieve identiteitsstoornis inhoudt. In dit tweede deel lees je meer over het ontstaan van DIS. Waarom is er zoveel discussie over deze stoornis en hoe komt het dat de weg naar de juiste diagnose zo lang is?
Tijdens de zoektocht naar de antwoorden op deze vragen spreek ik namens COMMEN. met vier deskundigen. Mirte en Katie* hebben zelf ervaring met DIS. Een van de deskundigen is klinisch psycholoog en psychotherapeut, een andere deskundige is gezondheidszorgpsycholoog gespecialiseerd in DIS. Op verzoek blijven beide psychologen uit privacyoverwegingen anoniem.
DIS: Trauma of fantasie?
Waar bij sommige psychische stoornissen bekend is dat de genen een rol kunnen spelen bij het ontwikkelen van de stoornis, wordt er bij DIS vanuit gegaan dat de stoornis volledig onder invloed van omgevingsfactoren ontstaat. “Er is geen genetisch component bekend dat het krijgen dan DIS kan beïnvloeden, maar er is ook nog maar weinig onderzoek gedaan. Het kan zijn dat er naast de omgevingsfactoren een kwetsbaarheid meespeelt, maar dat is onbekend”, vertelt de GZ-psycholoog.Over welke omgevingsfactoren een rol spelen, zijn deskundigen het nog niet met elkaar eens. “Je hebt het traumamodel en het fantasiemodel”, zegt de GZ-psycholoog. “Bij het fantasiemodel wordt ervan uitgegaan dat DIS ontstaat door interactie tussen de cliënt en de behandelaar. De behandelaar stelt volgens dit model suggestieve vragen, waardoor de teruggevonden herinneringen beïnvloed kunnen zijn.”
Een voorbeeld van een casus waarin suggestieve vragen zijn gesteld, is in 1996 gepubliceerd in het Tijdschrift voor Psychiatrie. Een vrouw waarvan bekend is dat ze 12 alters of deelpersoonlijkheden heeft, moet tijdens een sessie bij een therapeut huilen. De therapeut reageert daarop: “Wie ben je? Je kijkt zo droevig, wat is jouw naam? Ik denk dat ik jou nog niet eerder heb gesproken.” De therapeut suggereerde met deze vragen dat de vrouw nóg een andere deelpersoonlijkheid heeft: ze wordt gesuggereerd iemand anders te zijn met een andere naam. De alters of deelpersoonlijkheden zijn onderdeel van de identiteit, DIS is geen persoonlijkheidsstoornis.
De psychologen die voor dit drieluik gesproken zijn, kijken beiden vanuit het traumamodel. Daarbij wordt gekeken hoe een persoonlijkheid zich van de kindertijd tot de volwassenheid ontwikkelt. Dit wordt ook wel de theorie van structurele dissociatie genoemd. “Er zijn afsplitsingen van de persoonlijkheid ontstaan. Bij heel heftige ervaringen worden de emoties en herinneringen afsplitst in een andere persoonlijkheid. Zo kan een kind na een traumatische gebeurtenis de herinnering wegstoppen en doorgaan alsof er niets is gebeurd”, legt de klinisch psycholoog en psychotherapeut uit.
Dat er veel discussie is over het ontstaan van DIS, is deels ook een reden dat het lang duurt voordat het gediagnosticeerd wordt. Dat is bij Mirte het geval. “DIS is onbekend en psychologen willen er gewoon niet aan. Tijdens een opname toen ik 18 was, hebben ze de term MPS – zo heette dat toen – wel gebruikt, maar er verder niets mee gedaan. De diagnose werd gesteld en meteen weer van tafel geveegd. Zeven jaar geleden gebeurde dat weer, volgens de psycholoog kon ik geen DIS hebben”, vertelt ze.
Het boek Sybil
In de jaren ’80 gaan veel mensen met klachten over het hebben van meerdere deelpersoonlijkheden naar de dokter, als gevolg van het boek Sybil dat in 1973 uitkomt. Sybil gaat over Shirley Mason, een vrouw met meerdere deelpersoonlijkheden. Cornelia Wilbur, de psycholoog van Shirley, pleit voor internationale erkenning van de multiple persoonlijkheidsstoornis en met succes: de multiple persoonlijkheidsstoornis (MPS) wordt in 1980 opgenomen in de DSM. In 1994 verandert de term multiple persoonlijkheidsstoornis in de term dissociatieve identiteitsstoornis.Het boek ‘Sybil’ is een bestseller, maar zorgde ook in een keer voor heel veel nieuwe patiënten met DIS. Tienduizenden mensen in Noord-Amerika en Europa meldden zich met de boodschap: “Dat heb ik ook!”. Vóórdat Sybil uitkomt, zijn er maar een paar mensen met DIS in de psychiatrie. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat de tienduizenden mensen die zich ineens meldden altijd al DIS hadden, maar dat ze pas na het lezen van Sybil hulp zochten.
In 2011 onthult schrijfster Debbie Nathan in het boek Sybil Exposed dat het verhaal van Shirley Mason compleet verzonnen is. Shirley heeft geen meerdere persoonlijkheden. Na jaren van behandeling voelde zij zich eerder slechter dan beter en schrijft haar psychiater Wilbur een brief waarin ze zegt dat ze gelogen heeft. Wilbur kan dat niet accepteren omdat haar internationale bekendheid als psychiater van Shirley en haar stoornis afhangt. Ze vertelt Shirley dat de bekentenis een onbewuste poging is om haar genezing te saboteren.
Wilbur waarschuwt Shirley dat ze zonder haar alter ego’s niet meer in behandeling mag blijven. Shirley is na jarenlang fulltime therapie zowel emotioneel als financieel afhankelijk van Wilbur en als gevolg daarvan begint ze steeds ergere misbruikherinneringen naar boven te halen. Deze trauma’s bleken later verzonnen te zijn. Het verhaal van Shirley ondersteunt het fantasiemodel.
DIS als modeziekte
Sommige wetenschappers en artsen zien de dissociatieve identiteitsstoornis als een modeziekte. Dat komt mede door de boeken Sybil en Sybil Exposed. Nadat bekend wordt dat Shirley Mason haar ziekte volledig verzonnen heeft, daalt het aantal mensen dat zich met DIS-klachten meldt. De wetenschappers vergelijken dit met de koro-uitbraak in Singapore in 1967.Singaporese kranten waarschuwden toen voor koro nadat verschillende mensen varkensvlees hadden gegeten. Koro is een psychische aandoening waarbij degene die daaraan lijdt denkt dat zijn penis zich zal terugtrekken in het lichaam. Dit gaat gepaard met paniek en angst om dood te gaan. Nadat het in de krant stond, kregen honderden Singaporezen koro. De epidemie stopte nadat de kranten artsen uitgebreid aan het woord lieten die zeiden dat koro het gevolg is van angst en niet van varkensvlees.
De koro-uitbraak is een vorm van massahysterie en sommige wetenschappers en artsen zien DIS ook als een vorm van massahysterie. Debbie Nathan schrijft in Sybil Exposed dat er hersenonderzoeken zijn die deze stelling steunen: het brein van iemand met DIS is op dezelfde plekken ‘abnormaal’ als het brein van een Londense taxichauffeur en een geoefende muzikant. De laatste twee zijn supergetraind in het onthouden van grote hoeveelheden ingewikkelde informatie. Dat het brein van iemand met DIS er net zo uit ziet, zou kunnen betekenen dat ze experts zijn in het onthouden van de meerdere persoonlijkheden.
Meerdere wetenschappers hebben geconcludeerd dat mensen die het op psychisch gebied moeilijk hebben, onbewust de neiging hebben om hun problemen in een vorm te gieten die ervoor zorgt dat ze zeker te weten hulp krijgen. Journalist Ethan Watters schrijft in Crazy Like Us dat elke cultuur een ‘symptom pool’ heeft: een collectie stoornissen die als echt en ernstig gezien worden en dus garanderen dat degene die eraan lijdt aandacht en hulp krijgt.
Maar als DIS een modeziekte is en mensen het zouden hebben zodat ze aandacht en hulp zouden krijgen: waarom duurt het dan gemiddeld 8 jaar voordat de juiste diagnose gesteld wordt?
Vroegkinderlijke traumatisering
Een andere theorie voor het ontstaan van DIS is het trauma-gerelateerde model, ook wel het traumamodel of het posttraumatisch model genoemd. Volgens dit model hangt DIS af van een combinatie van factoren, waaronder emotionele verwaarlozing en emotionele, fysieke of seksuele mishandeling tijdens de vroege kindertijd.De psychologen die ik sprak, kijken naar DIS vanuit dit traumamodel. “Wij zien dat DIS oorzakelijk verbonden is met trauma. Er is een fragmentatie van de persoonlijkheid: er is niet één persoonlijkheid, maar door traumatische gebeurtenissen in het verleden is er een noodzaak tot fragmentatie ontstaan”, licht de GZ-psycholoog toe. “Deze traumatische gebeurtenissen moeten vóór het achtste levensjaar hebben plaatsgevonden om DIS te kunnen ontwikkelen”, vult de klinisch psycholoog en psychotherapeut aan.
Tijdens een levensbedreigende situatie, zoals een ongeluk of overval, kan iemand vluchten, vechten of verstijven. Dissociatie kan dan helpen om iets te tolereren wat anders te zwaar zou zijn om ermee om te gaan. Als het ware vlucht iemand tijdens een dissociatie mentaal weg van de angst en de pijn. Dissociatie kan het ook moeilijker maken om de details van een gebeurtenis te herinneren.
“Zolang er gevaar is, ontwikkelen kinderen op jonge leeftijd DIS om het gevaar te ontwijken. Het is een kop-in-het-zand-strategie om gewoon te kunnen functioneren. Het is voor een kind te heftig om het allemaal te verwerken”, vertelt de klinisch psycholoog en psychotherapeut.
Mirte maakt als kind veel traumatische ervaringen mee. Daardoor is ze als kind al erg op zichzelf, want het vertrouwen in andere mensen is ze verloren. “Ik had geen interesse in andere kinderen of volwassenen. Ik speelde liever urenlang aan een tafeltje, met wat toen fantasievriendjes genoemd werden. Achteraf gezien waren dat gewoon persoonlijkheden die toen al ontwikkeld waren.”
Katie is inmiddels genezen van DIS, maar ze blijft het een pijnlijke diagnose vinden. “De diagnose mag er van een deel van de samenleving eigenlijk niet zijn. Op misbruik zit een enorm taboe, op de gevolgen daarvan ook. Omdat er getwijfeld wordt of DIS bestaat, voelt het alsof er ook getwijfeld wordt aan mijn integriteit. Het voelt alsof ik de schuld toegeschoven krijg van iets waar ik niets aan kan doen, dat zorgt voor schaamte. Die schaamte is een belemmering geweest bij het verwerken en het genezen van DIS. Zolang er discussie is over het bestaan van DIS, wordt er eigenlijk weggekeken van wat er écht aan de hand is.”
De zichtbaarheid van DIS in de hersenen
In 2016 is een proefschrift over DIS gepubliceerd, waarin de structuur van de hippocampus onderzocht is. De hippocampus is een belangrijk hersengebied dat betrokken is bij geheugenvorming. Het langetermijngeheugen wordt hierin opgeslagen en de hippocampus is ook verantwoordelijk voor de volgorde van je herinneringen. Het is bekend dat afname van weefsel – ook wel atrofie genoemd – in de hippocampus in verband gebracht kan worden met de ziekte van Alzheimer, depressies, bipolaire stoornissen en schizofrenie.In het onderzoek zijn de hersenen van mensen met DIS vergeleken met de hersenen van mensen met PTSS en een controlegroep. “Uit het onderzoek mogen we geen conclusie trekken, maar de hypothese is dat er een verband is tussen de ernst en de duur van traumatisering en de grootte van de hippocampus. Het onderzoek ondersteunt deze hypothese: de hippocampus van mensen met DIS is meer aangedaan dan die van mensen met PTSS”, vertelt de onderzoeker.

Afbeelding: Natasha Connell via UnsplashUit een ander onderzoek komt ook naar voren dat de hippocampus bij mensen met DIS kleiner is dan bij mensen zonder DIS. Daarnaast is gevonden dat de hersenen van mensen met DIS veel minder grijze stof bevatten dan de hersenen van leeftijdsgenoten met hetzelfde geslacht en dezelfde opleiding. De grijze stof in de hersenen bestaat uit zenuwcellen en verwerkt informatie.
De hersenen van mensen met DIS en mensen met PTSS bevatten ook minder witte stof, dat ervoor zorgt dat signalen van het ene hersengebied wordt overgebracht naar een ander hersengebied. Dit komt overeen met eerdere onderzoeken bij mensen met een voorgeschiedenis van stress en trauma’s in de kindertijd. Er is echter nog niet genoeg onderzoek naar DIS gedaan om alle discussies over het ontstaan weg te kunnen nemen.
Het verschil tussen DIS en schizofrenie
De dissociatieve identiteitsstoornis heeft veel overeenkomsten met andere problematiek, waaronder depressieve stoornissen, angststoornissen en verslavingsproblematiek. “Bij DIS is er sprake van een gefragmentariseerde identiteitsbeleving. Dat is niet alleen bij DIS zo, dat is ook bij bijvoorbeeld persoonlijkheidsstoornissen als borderline. Het is moeilijk om onderscheid te maken tussen de fragmentatie bij een persoonlijkheidsstoornis en bij DIS”, legt de klinisch psycholoog en psychotherapeut uit.“Als iemand zegt dat hij of zij stemmen hoort, wordt er vaak meteen aan schizofrenie gedacht. DIS is een depersonalisatie- en derealisatiestoornis, waardoor dingen niet als echt ervaren worden. Het is net het afspelen van een film van het verleden, maar dan in het nu. Mensen met DIS kunnen ook psychotisch zijn, dat maakt het diagnosticeren zo lastig”, vertelt de GZ-psycholoog.
Wanneer de diagnose schizofrenie gesteld wordt, wordt er uitgegaan van een levenslange stoornis. “Dat wordt behandeld met pillen en met therapie als cognitieve gedragstherapie en traumawerk. Er wordt gewerkt met het blijvende handicapmodel. Op symptoomniveau lijken DIS en schizofrenie op elkaar, maar het onderliggende mechanisme is heel anders. Bij schizofrenie zijn dat psychoses en wanen, bij DIS is het dissociatie”, verklaart de klinisch psycholoog en psychotherapeut.
Mirte en Katie ervaren ook dat DIS vaak met schizofrenie vergeleken wordt. “Mensen met schizofrenie of psychoses horen stemmen die van buitenaf komen. De stemmen die ik hoor, zijn van mijzelf en komen van binnenuit. Het is een gesprek met mijzelf. Mensen zonder DIS horen alleen hun eigen stem, zonder verschil in stemgeluid en woordkeuze, tenminste, dat neem ik aan. Bij mij zijn het wel stemmen van verschillende personen”, vertelt Mirte.
Katie heeft niet zozeer stemmen ervaren: “Ik heb dat ook nooit zo genoemd. Het zijn voor mij meer gedachten die ik niet ervaarde als mijn gedachten en veel verschillende meningen over één onderwerp.”
Bron: Commen >>

Mirte Romih: “DIS hebben is leven in én met een hele groep mensen. Je hoort het vanbinnen én vanbuiten”. Beeld: Vincie van KerkhofOver DIS (Deel I): “Ik kan me niet voorstellen dat je maar één ‘ik’ in je hoofd hebt”
“Eén keer heeft mijn partner mij in Utrecht op moeten halen. Ik ben in paniektoestand vanuit Limburg naar Utrecht gereden. Ik kan me niet meer herinneren hoe ik auto heb gereden en hoe ik daar gekomen ben”, vertelt Mirte Romih (48). De angst klinkt door in haar stem. “Ineens was ik in Utrecht!”
Mirte heeft een dissociatieve identiteitsstoornis, ook wel bekend als DIS. Heel kort samengevat: in haar lichaam leven meerdere persoonlijkheden, die haar over kunnen nemen en dingen kunnen doen zonder dat Mirte het zelf door heeft.
Misschien heb je hier ooit iets over gehoord, maar de kans is groter dat je nog onbekend bent met deze stoornis. Dat is niet vreemd: zelfs binnen delen van de geestelijke gezondheidszorg is DIS een onbekende stoornis. COMMEN. vindt het hoog tijd dat er meer bekend wordt over deze stoornis en publiceert de komende tijd drie artikelen over dit onderwerp.
In dit eerste deel van het drieluik lees je meer over dissociatie en de dissociatieve identiteitsstoornis. Wat is dissociatie eigenlijk? Hoe vaak komt de dissociatieve identiteitsstoornis voor en hoe voelt het om DIS te hebben?
Tijdens de zoektocht naar de antwoorden op deze vragen spreek ik namens COMMEN. met vier deskundigen. Mirte en Katie* hebben zelf ervaring met DIS. Een van de deskundigen is klinisch psycholoog en psychotherapeut, een andere deskundige is gezondheidszorgpsycholoog gespecialiseerd in DIS. Op verzoek blijven beide psychologen uit privacyoverwegingen anoniem.
Zijn mensen met DIS monsters? Absoluut niet!
In spannende boeken en films worden personages met DIS veelal geportretteerd als iemand met slechte bedoelingen. In de film Split (2016) lijdt de hoofdpersoon aan DIS: hij heeft meerdere persoonlijkheden en één van die persoonlijkheden wil heel graag drie tienermeisjes kidnappen. Doordat er weinig over DIS bekend is, zorgen dit soort films voor een vertekend beeld.“Films over dissociatieve stoornissen gaan áltijd over moord en doodslag”, zegt Katie (43) gefrustreerd. “Dan is het ook nog altijd: ‘Oh, hij heeft DIS, wat zielig, je wordt vrijgesproken.’ Daarmee staat DIS eigenlijk drie keer in een kwaad daglicht, dat is heel naar.”
Als je voor het eerst iets hoort of ziet over DIS in een film en het personage met deze stoornis heeft slechte bedoelingen, is de kans groot dat je DIS blijft associëren met kwaadwillende mensen. Mirte vertelt: “Mensen hebben vanwege die beelden van TV vaak tegen mij gezegd: ‘Ik snap niet dat jij met jouw achtergrond kinderen hebt. Ze hadden ze meteen moeten afnemen.’”
Niet alleen bij het publiek zorgen de films voor een verkeerd beeld. Ook mensen die zelf DIS hebben, raken ervan in de war. “Door de dingen die ik zag en die ik las, dacht ik: help, straks ben ik ook een monster op het moment dat ik dissocieer”, legt Mirte uit.
Iemand met DIS is niet gevaarlijker dan iemand zonder DIS. Zo legt YouTuber Chloe Wilkinson in een van haar video’s uit: “Mensen met DIS hebben net zoveel kans om agressief of crimineel te zijn als ieder ander lid van de samenleving. Het is niet zo dat mensen met DIS méér kans hebben om agressief of crimineel te zijn.”
DIS betekent niet dat je erop uit bent om anderen te ontvoerden of te vermoorden. Nu we weten wat DIS niet is, wat is het dan wel?
Dissociatie, derealisatie en depersonalisatie
De dissociatieve identiteitsstoornis valt onder de dissociatieve stoornissen. Het spectrum van dissociatieve stoornissen kent drie typen: de derealisatie- of depersonalisatiestoornis, dissociatieve amnesie (ook wel dissociatief geheugenverlies) en de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS).Het bovenstaande klinkt heel ingewikkeld als je niet weet wat dissociatie inhoudt. Dissociëren (dis-associëren) is het tegenovergestelde van associëren. Waar je bij associëren iets aan elkaar koppelt, zoals je bij het zien van een grijze slurf meteen aan een olifant denkt, wordt bij dissociëren juist iets ontkoppeld.
Het Sidran Instituut omschrijft dissociatie als een mislukte koppeling tussen iemands gedachten, gevoelens, acties en het gevoel van wie hij of zij is. Dissociatie is eigenlijk het even wegraken van de gebeurtenissen in de omgeving. Dat komt ook voor als je bijvoorbeeld aandachtig een boek leest of een film kijkt en vervolgens de tijd compleet vergeet. Het komt meestal voor als je moe bent of onder spanning staat.

Dissociatie is eigenlijk een toestand van verlaagd bewustzijn. Het is een mechanisme dat je beschermt tegen te veel indrukken. De hersenen schakelen een stuk van het bewustzijn uit, zoals je emotie, omdat het even teveel is. Tijdens een dissociatie kan het voelen alsof je lichaam, gevoelens, gedachten en herinneringen niet van jouzelf zijn. Dit heet depersonalisatie. Als de wereld en de mensen om je heen vreemd aanvoelen, is er sprake van derealisatie. Het kan dan voelen alsof je in een film leeft: je vertrouwde omgeving voelt niet meer echt.
Iemand die dissocieert, heeft dat zelf niet altijd door. “Het was al wel de hele tijd duidelijk dat ik dissocieerde, of dat ik ‘wegviel’, want zo noemde ik dat zelf. Ik had dat zelf niet zo in de gaten, maar de behandelaren zeiden dat ik heel erg dissocieerde”, vertelt Katie.
DIS volgens de DSM
De dissociatieve identiteitsstoornis staat sinds 1980 vermeld in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders(DSM), al heette het in de derde versie van de DSM nog de multiple persoonlijkheidsstoornis (MPS). Met de verschijning van de vierde editie in 1994 is de multiple persoonlijkheidsstoornis omgedoopt in de dissociatieve identiteitsstoornis en ook in de laatste versie, de DSM-V, heet het DIS.“De term ‘multiple persoonlijkheidsstoornis’ zou geen recht doen aan het kernmechanisme van DIS”, legt de GZ-psycholoog uit. “Het kernmechanisme van DIS is dissociatie, het ontwikkelen van DIS vindt plaats tijdens de ontwikkeling van de persoonlijkheid, maar is onafhankelijk van de persoonlijkheid. Het is dus geen persoonlijkheidsstoornis.”
De DSM hanteert vijf kenmerken om een dissociatieve identiteitsstoornis te kunnen beschrijven. Kort samengevat zijn dat de volgende criteria:
- De identiteit is gefragmentariseerd door twee of meer afzonderlijke persoonlijkheidstoestanden. Deze persoonlijkheidstoestanden kunnen de persoon overnemen, waardoor de zelfbeleving en het gevoel van zelfcontrole niet met elkaar overeenkomen. Hierbij komen ook veranderingen in onder andere het gedrag, bewustzijn en geheugen voor.
- Er zijn gaten in het geheugen bij het herinneren van dagelijkse gebeurtenissen, belangrijke persoonlijke informatie en/of traumatische gebeurtenissen. Dit is anders dan bij gewone vergeetachtigheid.
- De symptomen veroorzaken lijden of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke vlakken.
- Deze symptomen zijn geen onderdeel van een culturele of religieuze traditie en bij kinderen kan het niet verklaard worden door denkbeeldige vriendjes of fantasiespelletjes.
- De symptomen komen niet door een lichamelijke aandoening of effecten van bijvoorbeeld alcohol en drugs.
–
Mirte Romih bij het programma Dokters vs Internet. Beeld: KRO-NCRVHoe voelt het om DIS te hebben?
Volgens de International Society for the Study of Trauma and Dissociation (ISSTD) komt DIS voor bij 0,01 tot 1 procent van de mensen in de samenleving. In psychiatrische instellingen komt DIS naar schatting voor bij 0,5 tot 1 procent van de mensen. Naar DIS is nog weinig onderzoek gedaan. “Er is niet een heel grote populatie met DIS, dus het is minder voor de hand liggend om daar onderzoek naar te doen”, verklaart de klinisch psycholoog en psychotherapeut.Als je niet bekend bent met DIS, is het haast niet voor te stellen hoe het is om te leven met meerdere persoonlijkheden. Voor Mirte is het juist andersom niet voor te stellen: “Ik was er oprecht van overtuigd dat iedereen meerdere persoonlijkheden heeft. Ik kan me niet voorstellen dat je als mens maar één ‘ik’ in je hoofd hebt.”

Leven met DIS, je hebt meerdere persoonlijkheden in je. Bijvoorbeeld een baby, een peuter, een kind en een tiener. De tekens zijn een eigen taal, die niemand begrijpt, maar toch uitgesproken aanwezig is – net als DIS. Beeld: Mirte RomihMaar hoe voelt het dan om meerdere persoonlijkheden hebben? “Een keer zat ik met Ingrid, mijn partner, een kopje koffie te drinken in een restaurant. Het was heel rumoerig: er waren mensen aan het lachen en er waren kinderen aan het huilen. Ik zei tegen haar: ‘Op het moment dat je dit niet meer wilt horen, ga je naar buiten en doe je de deur achter je dicht. Ik hoor dit van binnen én van buiten.’ DIS hebben is leven in én met een hele groep mensen”, omschrijft Mirte.
Katie is inmiddels genezen van DIS en ziet DIS als het onbewust doen van dingen, de hele dag door. “Als ik boodschappen moet doen en het regent, denk ik: ‘bah, het regent’. Ga ik nu? Wacht ik tot het droog is? Heb ik wel boodschappen nodig? Ik wil gewoon chocola! Je realiseert je alleen niet dat je dat denkt en zo kan het voorkomen dat één van die delen denkt: ‘ik trek mijn jas aan en ik ga’. Als ik dan een uur later thuis ben en de koelkast gevuld is, kan ik me helemaal niet herinneren dat ik naar de supermarkt ben geweest”, zegt ze.
Bron: Commen >>
Je afgesneden voelen van jezelf (depersonalisatie)

Ken je het gevoel dat je in de spiegel kijkt en je wordt overvallen door een vreemd gevoel, alsof je de persoon aan de andere kant niet (her)kent? Of jezelf hoort praten maar het voelt alsof het een vreemde is? Dit noemen we ook wel depersonalisatie. Dit is een staat waarin je je eigen lichaam (en soms ook je eigen gedachten en gevoelens) ervaart als vreemd, niet vertrouwd of onecht.
Wat is depersonalisatie?
Je kunt depersonalisatie zien als een verdedigingsmechanisme van het brein bij overprikkeling of langdurige stress. Het komt vaker voor bij mensen die in hun jeugd traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt. Ook bij mensen die drugs gebruiken, een middel dat het brein vermoeit. En bij paniek kan het ook voorkomen. Je brein neemt als het ware afstand bij deze stressvolle prikkels. Ook is het iets wat iedereen herkent als je langer dan 5 minuten in de spiegel kijkt, je merkt een afstand tot jezelf.Is depersonalisatie gevaarlijk?
Depersonisatie is onschuldig en niet gevaarlijk. Het komt ook vaak voor. Een brede schatting is dat 34-70% van de bevolking wel eens deze ervaringen heeft gehad. Een kleine groep hiervan heeft er last van. Als je weet dat het door omstandigheden kan gebeuren en de ervaring ‘uitzit’ heb je er minder last van.Het wordt vervelender als je er gedachten bij hebt die je angstig maken. Bijvoorbeeld dat het een teken zou zijn van hersenschade. Of dat je de controle verliest, of iemand anders (een persoon, djinn, duivel of wat dan ook) jou overneemt. Je kunt dan de neiging hebben om de plekken waar je het eerder hebt ervaren te vermijden. Je durft misschien niet meer tussen de mensen te zijn, of juist niet meer alleen te zijn. Zo kan het je leven dwars gaan zitten.
Wat kan ik doen?
Belangrijk is om te weten dat het niet gevaarlijk is. Je kunt de ervaring het beste gewoon laten opkomen en uitzitten. Blijf vooral rustig, het gaat namelijk altijd vanzelf over. Blijf ook doen wat je normaal gesproken doet. Probeer goed te slapen, maar niet te veel. Sport voldoende en eet gezond. Vermijd drugs en alcohol. Praat er ook eens over met iemand anders, wie weet herkennen anderen er zich ook wel in.
Meer hulp nodig bij depersonalisatie?
- Chat, bel, app of mail met iemand van MIND Korrelatie.
- Praat met je vrienden of familie. Lees meer over hoe je dit aan kunt pakken.
- Praat met iemand in je omgeving of op school.
- Er zijn in Nederland speciale teams (EDI-teams) die helpen bij bijzondere ervaringen. Vind een EDI-team bij jou in de buurt.
- Of zoek contact met je huisarts.
Bron: Mind Korrelatie >>
Documentaire ‘Vrouw slaat man’ moet groot taboe doorbreken
Wat bezielt mannen die door hun vrouw mishandeld worden om dit geweld te accepteren? Waarom gaat ze niet weg, waarom slaan ze niet terug? Met haar documentaire ‘Vrouw slaat man’, uitgezonden op NPO2, doet documentairemaakster Elena Lindemans een poging het taboe op mannenmishandeling te doorbreken. De documentaire laat tevens zien hoe moeilijk slachtoffers van huiselijk geweld los kunnen komen van daders.
Momenteel is er op zes locaties in Nederland mannenopvang voor mannen die door hun partner mishandeld worden. Lindemans sprak met 35 bewoners voordat ze twee mannen bereid vond om – herkenbaar in beeld- hun verhaal te doen. “De schaamte is zo groot”, aldus Lindemans. Het taboe op het onderwerp was volgens haar nog veel groter dan dat ze van te voren had gedacht.
Voor Louis was het ‘totale onbegrip’ – ook van de hulpverlening – dat hij heeft ondervonden, reden om zijn medewerking te verlenen. Hij zou het mooi vinden als anderen niet tegen het onbegrip zouden aanlopen waar hij tegen aan liep. “Als er maar een persoon geholpen zou zijn door deze film, vind ik het al goed.”
Bron: HuiselijkGeweld.nl >>
De documentaire kan je hier terugkijken.
Interview:
-
AuteurReacties
