Dissociatie en dissociatieve identiteitsstoornissen

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Dissociatie en dissociatieve identiteitsstoornissen

  • Dit onderwerp bevat 22 reacties, 6 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 10/07/2020 om 20:21 door mara.
23 berichten aan het bekijken - 1 tot 23 (van in totaal 23)
  • Auteur
    Berichten
  • #216051
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    In dit topic vind je websites en online artikelen met informatie over:

    Dissociatie en dissociatieve identiteitsstoornissen

    Wil je zelf een website of online artikel toevoegen? Plaats dan eerst de url en daaronder eventueel een korte beschrijving.

    #216242
    Mark
    Moderator

    De psycholoog: dissociatieve stoornis

    depsycholoog.nl/dissociatieve-stoornis

    Op de site van De psycholoog vind je informatie over dissociatieve identiteitsstoornis, dissociatieve amnesie, dissociatieve fugue, depersonalisatie en andere vormen van dissociatieve stoornissen.

    #218641
    Mark
    Moderator

    Dissociatieve Identiteitsstoornis: Als je meerdere persoonlijkheden hebt

    Vooral in de jaren ’90 was de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) volop in de media. Het aantal gemelde gevallen steeg toen ook explosief. Niet alleen door de toegenomen kennis, maar ook omdat er de nodige fakers tussen zaten. Terwijl het hebben van een meervoudige persoonlijkheidsstoornis (zoals dat toen heette) echt niets ‘interessants’ is. En meestal ook nog eens het gevolg van ernstige traumatisering in de kindertijd.

    Hoe is het om ermee te leven? Mirte – die er ook over schrijft op Ikbenwijzijn.nl – vertelt. Maar voordat we naar haar ervaringsverhaal gaan, eerst nog wat achtergrondinformatie over DIS.

    Wat is een dissociatieve identiteitsstoornis?

    Normaal gesproken is een groot deel van je manier van denken en doen stabiel: zowel in verschillende situaties als met het ouder worden (vanaf 20-30 jaar). Dat is je persoonlijkheid (of karakter). Je kunt je persoonlijkheid zelfs in maar vijf termen samenvatten: de Big Five. Denk aan termen als intro- en extravert, (on)vriendelijk en (on)nauwkeurig.

    Als je aan een dissociatieve persoonlijkheidsstoornis lijdt, heb je niet één, maar twee of meer verschillende persoonlijkheidstoestanden. Die nemen de controle over je denken en doen afwisselend van elkaar over. Ze leiden als het ware hun eigen leven, met eigen herinneringen, een eigen zelfbeeld en soms ook een eigen naam.

    Lees verder op passievoorpsychologie.nl >>

    #218642
    Mark
    Moderator

     

    ikbenwijzijn.nl

    Website van Mirte & Co waarop zij schrijven over hun leven met DIS. Je vindt hier informatie over DIS en wat het voor  Mirte’s betekent om met DIS te leven.

    “Doordat ik vanaf mijn geboorte ernstig getraumatiseerd werd, creëerde ik onbewust, mijn eigen binnenwereld die bestond uit meerdere persoonlijkheden. Voor de buitenwereld leek het alsof ik met fantasievriendjes speelde maar in werkelijkheid speelde ik met verschillende persoonlijkheden uit mijn eigen binnenwereld.”

    #218842
    Anouk
    Lid LSG
    #218986
    Luka
    Moderator

    De vraag van Michel: Hoe maak je contact met iemand die dissocieert?
    Deze vraag stelt Michel als partner van iemand die seksueel misbruikt is, maar ook hulpverleners kunnen met deze vraag worstelen. Maar al te vaak wordt dissociatie niet tijdig gezien of weten hulpverleners niet hoe ze met iemand die dissocieert om moeten gaan.

    Informeer jezelf over Trauma
    Door te weten hoe trauma werkt en dat het er is, kun je er rekening mee houden. De Amerikanen noemen dit ‘Trauma Informed Practice’ oftewel TIP. TIP betekent weten dat het trauma bestaat en hoe dat er uitziet. Zorg dat je een algemeen begrip krijgt van waar je mee te maken hebt, als iemand seksueel misbruikt is. Het gedrag dat het resultaat is van seksueel misbruik is heel divers. Dissociatie is maar één van de verschijnselen waar je mee te maken kunt hebben. In mijn boek ‘Helen van seksueel misbruik. Het trauma voorbij’ geef ik onder andere een aantal afweermechanismes weer, met wat voorbeelden van hoe dat er uit kan zien.

    Lees verder op de site ‘Helen van misbruik’ >>

    #220716
    Luka
    Moderator

    Dissociatieve fugue: ’s nachts dwalen over straat

    Gemiddeld een nacht in de week verlaat Angel (42) haar bed om doelloos te dwalen over straat. Ze heeft last van dissociatieve fugue.

     

    Een keer stond ze midden in het kanaal. Een andere keer moest het treinverkeer rond haar woonplaats in Brabant worden stilgelegd, omdat ze over het spoor liep. Maar meestal doolt Angel, in haar pyjama en met een knuffelbeer onder haar oksel, door de straten van haar eigen wijk. Tot ze gevonden wordt en haar man haar weer bij haar positieven brengt.

    Dissociatieve fugue
    Angel van der Vecht (het pseudoniem waaronder ze actief is op internet) is een van de circa 30.000 Nederlanders die last hebben van dissociatieve fugue. Inderdaad, de stoornis waar volgens een psychiater de verdachte van de moord op Marianne Vaatstra mogelijk ook mee kampt.

    Drie jaar geleden werd bij Angel zowel de diagnose dissociatieve fugue als een posttraumatische stressstoornis (ptss) vastgesteld. Dissociatieve stoornissen gaan vrijwel altijd samen met ptss of een beschadiging van de hersenen. Angel vlucht voor de herinneringen uit haar jeugd, waarin ze seksueel werd misbruikt door meerdere familieleden.

    Lees verder op Gezondheid & Co >>

    #221355
    Luka
    Moderator

    Dissociatie: Leven in een film

    Mijn Film. Dat stond er altijd op de voorkant van mijn dagboekjes. Het ging nooit over mijn leven, het ging altijd over mijn film. Het voelde regelmatig alsof ik op de set van mijn eigen film rondliep. Ik was wel de hoofdrolspeelster, maar had niet de regie. Het voelde niet werkelijk, niet echt, net als een film. Als kind dacht ik dat ieder ander kind ook een film had waar hij of zij in speelde. Pas veel later kwam ik erachter dat dit niet zo was, maar voor mij was dit de normaalste zaak van de wereld.

    Ik schoot er soms ineens in. Of uit. Ik schoot uit mijn leven en in mijn film. Soms zag ik mijzelf dan van bovenaf of vanaf de overkant van de straat. Nooit letterlijk. Ik zag mijzelf niet letterlijk lopen, maar tijdens het lopen raakte ik wel de realiteit kwijt. Ik was het, die daar liep, en tegelijkertijd was ik het niet. Alles voelde onwerkelijk, de geluiden van de stad, de wind op mijn gezicht, de gedachtes in mijn hoofd. Alles werd verdoofd en dof. Het was of ik alles wat ik kende voor de eerste keer zag. Alles wat ik voelde voor de eerste keer voelde. Er bestaat geen tijd en er bestaat geen pijn.

    Lees verder op Proud2bme.nl >>

    #221356
    Luka
    Moderator

    Nooit Alleen: Dissociatieve Identiteitsstoornis

    “Voordat ik kon accepteren dat in mijn lichaam niet één persoon woonde, maar dat ik het lichaam moest delen met ook heel veel anderen was ik heel veel tijd kwijt. Na 3 jaar zeer intensieve gespecialiseerde therapie kon ik op mijn 22e zeggen dat ik het wel accepteerde.”

    Soms krijg ik de vraag van mensen “Wat houdt het leven met een Dissociatieve Identiteits Stoornis in?”. Op die vraag ga ik proberen antwoord te geven.

    De beste manier om dit uit te leggen is door te beginnen bij de term dissociatie. Dissociëren is jezelf psychisch gedeeltelijk afscheiden van wat er met jou of om je heen gebeurt. Zo kun je dissociëren van wat je aan het doen bent (gedrag); wat je voelt (emoties); wat je in je lichaam ervaart (zintuigen); je besef van wat er gebeurt (tijd of kennis). Dissociëren kan variëren van enigszins tot volledig, dus van het missen van een paar kleine details tot zo weinig weten dat het lijkt alsof je er niet bij bent geweest. Dissociatie is niet hetzelfde als dromerig zijn of selectieve aandacht.

    De meest ernstige vorm van dissociatie is de Dissociatieve Identiteits Stoornis, afgekort DIS, vroeger ook wel de Meervoudige Persoonlijkheids Stoornis (MPS) genoemd. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het niet zo dat mensen met DIS stemmen die van buitenaf komen horen, zoals het geval is bij schizofrenie.

    Het komt vaak voor dat men naast Dis ook persoonlijkheidsproblematiek heeft. Naar schatting heeft 1 procent van de volwassenen Dis. 90% is vrouw en in 90% van de gevallen is er sprake van een verleden met ernstig fysiek of seksueel geweld.

    Lees verder op de site van
    Proud2bme >>

    #234396
    lexa444
    Lid LSG

    Uitleg over dissociatie

    “Soms voel ik mee heel wazig en suf en weet ik nog maar heel vaag hoe ik hier gekomen ben. Ik voel dan pijn ook heel anders.”

    Dissociatie is een toestand van verlaagd bewustzijn. Als je last hebt van dissociatie kan het voelen alsof je gedachten, gevoelens, herinneringen en lichamelijke gewaarwordingen niet van jezelf zijn (depersonalisatie). Ook kunnen de wereld en de mensen om je heen kunnen heel vreemd aanvoelen (derealisatie). Je tijdsbeleving kan anders zijn dan normaal. De tijd lijkt bijvoorbeeld veel te snel of te langzaam te gaan. Het kan ook voorkomen dat je wat je meemaakt niet goed opslaat. Je bent bijvoorbeeld ergens maar weet niet of maar heel vaag hoe je daar gekomen bent. Het kan zijn dat je geen pijn meer voelt of je heel wazig en suf voelt.

    Lees verder op gedachtenuitpluizen.nl/zozitdat/dissociatie >>

    #234397
    lexa444
    Lid LSG

    Uitleg over depersonalisatie en derealisatie

    “Ik heb van die momenten dat ik me ineens heel vreemd voel, alsof het allemaal niet echt is. Soms lijkt het wel of ik zelf ook niet echt meer ben.”

    Dit heet depersonalisatie (DP). Je ervaart jezelf of je eigen lichaam als vreemd, niet vertrouwd of onecht. Ook kun je het idee hebben dat je niet echt leeft. Dat je levend dood bent. Of dat je een automaat of robot bent in plaats van een mens, je voelt je vervreemd van je eigen lichaam en je gevoelens. Je voelt eigenlijk niet zoveel meer, of helemaal niets meer. Bij DP kun je ook het idee krijgen dat iemand of iets anders dit alles veroorzaakt en je laat bewegen. Je voelt je niet meer de baas over jezelf en je omgeving. Wat veel voorkomt is dat je jezelf hoort praten alsof je iemand anders bent. Sommige herkennen zichzelf met moeite in de spiegel.

    Derealisatie (DR) is de ervaring waarin je de vertrouwde omgeving als vreemd, niet vertrouwd of onecht ervaart. Het lijkt alsof je leeft in een film of een glazen kooi. De wereld lijkt plat geworden en slechts twee dimensies te hebben. De hele buitenwereld komt raar of onwerkelijk over.

    Lees verder op gedachtenuitpluizen.nl/zozitdat/derealisatie >>

    #236204
    Mark
    Moderator
    #236550
    Mark
    Moderator

    WIJ ZIJN MIRTE

    “Ik vind het belangrijk om bewust humor in te zetten!” zegt Mirte lachend als ze uitlegt waarom ze ervoor heeft gekozen om zichzelf op Facebook Wij zijn Mirte te noemen.

    Mirte heeft DIS; Dissociatieve Identiteit Stoornis. Vroeger stond dit bekend als MPS: Meervoudige Persoonlijkheid Stoornis. Een dissociatie stoornis is een verdedigingsmechanisme van de menselijke geest om zich te beschermen tegen overweldigende traumatische ervaringen. Het is een erkende psychische aandoening vastgelegd in de DSM IV. Iemand die DIS heeft neemt afwisselend minimaal twee (maar vaker meer) van elkaar te onderscheiden persoonlijkheidstoestanden aan welke het gedrag volledig overnemen. De oorspronkelijke persoonlijkheid (Mirte in dit geval) weet soms niet wanneer een ander persoonlijkheidsdeel het heeft overgenomen. Mensen met DIS ervaren daarom vaak problemen met geheugen, de zogenaamde zwarte gaten gedurende de dag.

    Al op jonge leeftijd komt Mirte in contact met Jeugdzorg. Er waren zorgen ontstaan omdat Mirte weinig tot geen contact had met andere mensen, zowel volwassen als kinderen. Mirte verklaart dat door haar gevoel dat haar buitenwereld niet veilig was. “Mijn binnenwereld wel, daar voelde ik me prettig. Ik had dus helemaal geen behoefte aan contact met anderen.”

    Als ze 18 is volgt de diagnose MPS (nu: DIS). “Alleen wist niemand precies wat ze hiermee aan moesten.” Mirte lacht zachtjes. “Wat eigenlijk diep triest is.” Er volgt een opname van 9 maanden. “Ik ging er medicatie-loos in, en toen ik daarna naar buiten liep slikte ik 17 medicijnen per dag. Ik durf wel te stellen dat ik er slechter uitkwam dan dat ik erin ging.” Tijdens haar opname blijkt hoe weinig er bekend is over DIS en de behandeling ervan. “De persoonlijkheidsdelen die ik toen bij me had, waren ontstaan door trauma. Dat kun je alleen aanpakken als dat specifieke persoonlijkheidsdeel er is, anders heeft trauma verwerking geen enkele zin.” In plaats van per persoonlijkheidsdeel aan de slag te gaan werd er tegen mij gezegd dat ik de stemmen maar moest wegsturen.”

    Hier ontstaat voor Mirte het gevecht tegen haar persoonlijkheidsdelen. Ze mochten er niet zijn. “Ik wilde gewoon normaal zijn, net als ieder ander.” In die tijd was er veel scepsis over de diagnose en dat heeft Mirte en haar behandeling geen goed gedaan. “Laatst sprak ik iemand die de opleiding Psychologie had gedaan, en die vertelde mij dat er in al die jaren met geen woord gerept wordt over DIS. Dat kan toch niet?”

    Na haar opname gaat Mirte aan de slag bij de Kindertelefoon. Ze wil haar eigen ervaringen uit haar verleden een positieve wending geven en kinderen ondersteunen. Daar ontmoet ze haar huidige partner, Ingrid. In eerste instantie houdt ze haar stoornis verborgen voor Ingrid. “Ik ben wel van de één op de andere dag gestopt met alle medicatie.” Ze lacht. “Ik was het zo zat, en ik wilde niet dat Ingrid vragen over de medicatie ging stellen.”

    Het stel trouwt en krijgt 2 dochters. “Dat was een hele zware tijd.” Als Ingrid aan het werk was, en Mirte de zorg over hun dochters had, gebeurde het wel eens dat een persoonlijkheidsdeel het overnam. Mirte was zich hier niet altijd bewust van. “Dan ben je dus ineens een half uur of uur kwijt. Wat heb ik gedaan in die tijd? Heb ik de kinderen wel te eten gegeven, heb ik ze wel goed verzorgd, heb ik ze wel genoeg liefde gegeven?” Vragen waar ze zelf geen antwoord op kan geven. Het zorgt voor een enorme deuk in het zelfvertrouwen van Mirte.

    Mirte realiseert zich dat ze eerlijk moet zijn tegen Ingrid en besluit haar een stuk te laten lezen over DIS. Voor Ingrid, een slimme en hartelijke vrouw, vallen de stukjes op hun plek. “Ze wist wel dat er iets was, maar wilde mij niet pushen.” Ingrid is blij dat Mirte open is geweest en accepteert de situatie voor wat deze is. “Ik hou alleen maar meer van je, nu je zo open bent geweest!” Die woorden van Ingrid waren de bevestiging die Mirte gezocht had.

    Hoewel Mirte in eerste instantie niet wil weten wat er tijdens haar zwarte gaten gebeurt, vraagt ze uiteindelijk toch aan Ingrid om deze in te vullen. De schaamte maakt langzaam plaats voor acceptatie. “En heel eerlijk”, zegt Mirte, “de onzekerheid van niet weten wat je doet of zegt, is erger dan wat er dan ook gezegd en gedaan is.”

    Die 10 jaar die Mirte heeft gevochten tegen haar persoonlijkheidsdelen hebben volgens haar zelf geen enkele zin gehad. “Je vecht alleen maar tegen jezelf, en je komt er geen stap verder mee.” De acceptatie bij haarzelf van al haar persoonlijkheidsdelen was er niet overnight, dit was een proces, wat in eerste instantie lastiger werd omdat haar stoornis nu zichtbaarder was voor de buitenwereld. Ook met betrekking tot de kinderen vond Mirte het in eerste instantie nog lastig. “Je wilt ze het beste geven wat je kan, en ik kon niet weten of dat altijd gebeurde.” Samen met Ingrid besluiten ze de gezinssituatie voor te leggen bij het KOP-project. Een project voor gezinnen waarvan een ouder psychische problemen heeft. Onderzoek wees uit dat de dochters van Mirte en Ingrid opgroeide in een warm, liefdevol en stabiel gezin. “Er viel zo’n enorm gewicht van mijn schouders!”

    Op de vraag of ze al haar persoonlijkheidsdelen kent schiet ze in de lach. “Nee, niet allemaal. Maar het zijn er dan ook 22.” Ze lacht verschrikkelijk hard. “Dat zijn 2 elftallen!” Ingrid heeft op een bepaald moment een mail gekregen van één van de persoonlijkheidsdelen van Mirte met daarin alle namen, leeftijden en kleine gebruiksaanwijzingen. Mirte kon zich niet herinneren deze mail verstuurd te hebben. Uiteindelijk blijkt dit verschrikkelijk waardevol te zijn. “En,” zegt Mirte “het geeft ook aan dat mijn persoonlijkheidsdelen vertrouwen hebben in Ingrid. En vertrouwen is nogal eens een uitdaging.”

    Mirte geeft aan dat al haar persoonlijkheidsdelen er zijn om haar te beschermen, zo ontstaat DIS ook. “De intentie van mijn delen is altijd goed, de uitvoering kan nog wel eens beter.” Ze lacht.

    Op dit moment gaat het goed met Mirte, wat ze als een enorme winst ziet. Ze is begonnen om meer aandacht te vragen voor DIS en zet zich in voor lotgenoten. Ze zoekt bewust publiciteit omdat ze zich ernstige zorgen maakt over de behandeling van DIS binnen de zorg waarin zo ontzettend bezuinigd is en nog steeds wordt. Mirte start met bloggen en wordt door haar lezers gestimuleerd om te gaan publiceren over DIS, omdat ze naast haar persoonlijke ervaring ook veel informatie deelt.

    Ze besluit een Facebookgroep op te zetten voor lotgenoten. “En dat is best wel eens hangen en wurgen,” zegt ze, “je hebt kort door de bocht 2 soorten lotgenoten. De groep die er wat van wil maken, en de groep die alleen maar schreeuwt om aandacht, daar kan ik niet zo goed tegen.” Het typeert de houding van Mirte. Haar lach en haar positiviteit gedurende het gesprek.

    Op dit moment maakt Mirte zich hard om toegepaste zorg weer terug te krijgen voor de behandeling van DIS. Gemiddeld genomen duurt zo’n behandeling tussen de 8 en 10 jaar. “Het duurt gewoon heel lang om het vertrouwen te winnen van een persoonlijkheidsdeel, en zonder de aanwezigheid van zo’n deel kun je niet beginnen met traumaverwerking. Dus nu krijg je in een sessie van 50 minuten de situatie dat een deel zich de laatste 10 minuten laat zien, maar ja, dan is de tijd op.” Mirte zucht. “Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”

    Mirte heeft een missie en stelt zichzelf en haar stoornis hiermee zeer kwetsbaar op, voor het grotere geheel. “Van 100% geheim is mijn DIS 100% publieke kennis geworden, daar ben ik vreselijk trots op!”

    Bron: hetisomtejanke.nl

     

    Wil je meer lezen van Mirte, dat kan hier.

    #236960
    Mark
    Moderator

    Het verschil tussen ‘gewone’ en traumatische dissociatie

    Tot op zekere hoogte is iedereen bekend met dissociatie. Je kent vast wel de ervaring dat je naar huis rijdt in je auto en ineens ben je al bijna thuis. Eigenlijk heb je niet op de weg zitten letten en ben je op routine, op de automatische piloot naar huis gereden. Alsof je een stukje hebt overgeslagen. Dat is dissociatie. We doen het ook als we dagdromen of als we in gesprek zijn en ineens aan de bloemkool denken. Of je gaat op vakantie en halverwege Frankrijk vraag je je af: ‘Heb ik het gas wel uitgezet?’ Dan was je gedissocieerd toen je het gas uitdraaide. Voor de meeste mensen levert dit geen noemenswaardige problemen op. Het wordt anders als je seksueel misbruikt bent.

    Het ontstaan van traumatische dissociatie
    Wat bij seksueel misbruik vaak gebeurt is dat het kind, in een poging om zichzelf leed te besparen, zorgt dat hij of zij er niet helemaal bij is als het gebeurt. Sommigen omschrijven dit als zich heel klein maken en zich helemaal in zichzelf terugtrekken tot daar waar de misbruiker er niet bij kan. Anderen voelen het meer alsof ze uit hun lichaam stappen en van een afstandje kijken naar wat er gebeurt. Al mijn herinneringen aan het seksueel misbruik zie ik voor me als een film: alsof ik er van een afstandje naar kijk. Doordat je er niet helemaal bij bent, ervaar je de bedreigende situatie minder scherp.

    Dissociatie is goed!
    Mensen denken vaak dat dissociatie een ziekte is, of een probleem, maar in feite is dissociatie een heel handig fenomeen. Je kunt als je iets ergs meemaakt soms beter handelen als je er met wat meer afstand naar kijkt. Voor een kind is de dissociatie niet echt een bewuste keuze, maar een overlevingsmechanisme dat door de bedreigende en pijnlijke omstandigheden wordt geactiveerd. Maar net dat automatische ervan, leidt soms tot grote problemen in de volwassenheid.

    Triggers en dissociatie
    Wat gebeurt er als een volwassene een dissociatieve stoornis heeft? In feite gebeurt er niets anders dan wanneer je ‘gewoon’ dissocieert en op de automatische piloot naar huis rijdt. Het grote verschil is dat de oorzaak van de dissociatie ingewikkelder ligt. Het kind heeft allerlei omstandigheden meegemaakt die gevaarlijk waren, waarin het misbruik plaatsvond. Een kind begrijpt vaak niet goed wat er aan de hand is en in een poging om overeind te blijven in dat soort bedreigende toestanden wordt het kind heel bedreven in het zoeken naar signalen die aan het misbruik vooraf gaan. Die signalen voorziet het kind van het label ‘Gevaarlijk’ en uit voorzorg treed het dissociatieve mechanisme in werking. Vanaf dat moment is wat het kind als een signaal ziet een trigger.

    Wanneer triggers afgaan bij volwassenen
    De dingen die het kind als gevaarlijk is gaan beleven worden meegenomen de volwassenheid in. Die dingen worden dan triggers voor de dissociatie. Een trigger hoeft objectief gezien helemaal niets met het misbruik van doen te hebben gehad. Als het misbruik bijvoorbeeld twee keer achter elkaar gebeurd is toen het kind spruitjes had gegeten dan kan het kind die link leggen. Eenmaal gelinkt roept de geur van spruitjes dan spanning op en volgens de logica van het kind betekent dat: Uitstappen! Dissociëren. Die reactie is automatisch en zet zich dan ook door in de volwassenheid. Vaak weet de volwassene overigens helemaal niet meer, waarom hij of zij zo gespannen wordt van de geur van spruitjes.

    Problemen door dissociatie
    Als je seksueel misbruik hebt meegemaakt, is het dus mogelijk dat je heel veel triggers hebt. Als je daarnaast nog eens heel goed bent in dissocieren (omdat je het op zo’n jonge leeftijd hebt geleerd), dan kun je wel eens in grote problemen komen. Immers, als je dissocieert ben je er niet helemaal bij. Als je er heel goed in bent, dan ben je het (bijna) helemaal niet meer bij. Je dissocieert op een trigger die je als kind hebt geinstalleerd en die mogelijk wel, maar soms ook niet direct terug te leiden is op het seksueel misbruik. Vervolgens wordt je drie uur (of soms dagen) later wakker en hebt geen enkele herinnering van wat er in de tussentijd gebeurd is. Intussen heb je wel van alles gedaan, zelfs al weet je er het fijne niet van.

    Maar het kan nog erger: DIS
    Omdat je persoonlijkheid als kind nog niet helemaal ontwikkeld is, kan het zijn dat de restjes bewustzijn, die als het ware achterblijven in het lichaam, een eigen bewustzijn/karakter ontwikkelen. Als dat gebeurt noemen ze dat een dissociatieve identiteits stoornis of DIS. Wanneer het misbruik op hele jonge leeftijd (<5) begint is het ontwikkelen van een DIS waarschijnlijker dan wanneer je al wat ouder bent. Een klein kind heeft nog niet zo’n stevige ‘ik’ en ontwikkelt in zo’n geval ikken. En als je misbruikt wordt dan reageren al die ikken op een andere manier. Sommige ikken dragen de pijn, anderen dragen de woede, weer anderen zijn sterke beschermers, sommigen willen dood, anderen willen de misbruiker vermoorden. Alle menselijke emoties en verlangens krijgen een soort eigen ik. Je kunt je voorstellen dat het leven met een DIS soms heel ingewikkeld kan zijn.

    Lees verder op inspirerendleven.nl >>

    #236961
    Mark
    Moderator

    Wat is (geen) dissociatie?

    Van oorsprong slaat het begrip dissociatie op het uiteenvallen van de psyche van een persoon. Het breekpunt wat hieraan vooraf gaat is de herinnering aan een traumatiserende gebeurtenis. Emeritus hoogleraar Onno van der Hart deelt zijn expertise op het gebied van dissociatie en de stoornissen die eruit voortkomen. Hierbij ligt in dit interview de nadruk op de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS), voorheen de meervoudige persoonlijkheidsstoornis genoemd.

    Wanneer spreekt men van dissociatie?
    “Bij dissociatie is er sprake van een opdeling van de persoonlijkheid of het bewustzijn. Vaak bestaat er tenminste één deel van de persoonlijkheid dat de herinnering aan een traumatiserende gebeurtenis bewaart en dat vast zit in traumatijd, Een dergelijk deel kan het bewustzijn van een of meer delen die in het dagelijkse leven fungeren binnen dringen overnemen. Trauma is vaak al op jonge leeftijd ervaren. Wanneer de persoon in kwestie in het dagelijks functioneren getriggerd wordt door iets wat lijkt op de traumatische ervaring, dan zorgt de herbeleving van deze ervaring ervoor dat het bewustzijn van die persoon deels of volledig wordt overgenomen door zo’n deel dat vast zit in traumatijd. Hierdoor herinnert de persoon zich achteraf niet altijd meer wat er heeft plaatsgevonden. “

    “Het begrip dissociatie is door de jaren heen op allerlei manieren gebruikt, wat voor verwarring zorgt. Om twee voorbeelden te noemen; als ik een willekeurig gesprek met iemand zou voeren en ik val even weg, of wanneer ik helemaal zou op gaan in een televisieprogramma waarnaar ik kijk, dan zou dit al dissociatie zijn. Dat zou kunnen, maar hier is er eerder sprake van tijdelijk in gedachten verzonken zijn en ergens door geïntrigeerd zijn. “

    Wat moet ik voorstellen bij een dissociatieve episode? En wanneer spreekt men van een stoornis?
    “Als tenminste één deel van de persoonlijkheid dat vastzit in traumatijd tijdelijk het deel dat probeert te functioneren overneemt. Dan spreek je van een dissociatieve episode. Als dit vaker voorkomt en gepaard gaat met lijden, dan is er sprake van een stoornis.”

    Als je spreekt van een dissociatieve stoornis, houdt dit altijd verband tot trauma?
    “In de regel is dit inderdaad het geval. Zeker als het gaat om de dissociatieve identiteitsstoornis (DIS). Hiervan zijn geen gevallen bekend die niet verband houden met traumatiserende gebeurtenissen. Onderzoek toont aan dat het bij DIS gaat om chronische traumatisering die in de vroege jeugd is begonnen. Het gaat dus niet om één enkele gebeurtenis.
    Als er bijvoorbeeld wordt gekeken naar het begrip ‘depersonalisatie’ binnen de dissociatieve stoornissen, dan hoeft dit niet per se verband te houden met een trauma. Deze personen kunnen het contact met hun eigen lichaam kwijt zijn of voelen bijvoorbeeld tijdelijk geen emoties meer.”

    Hoe wordt de diagnose vastgesteld?
    “Bij dissociatieve amnesie moet er sprake zijn van een bepaalde mate van amnesie of geheugenverlies, vaak voor een traumatiserende gebeurtenis, waarbij het ene deel van het bewustzijn niet weet wat het andere deel (in het verleden) heeft ervaren.
    Bij DIS moet er ook er ook duidelijk sprake zijn van een wisseling van de wacht. Dit houdt in dat de verschillende delen van de persoonlijkheid zich afwisselen in aanwezigheid. De diagnostiek is geen eenvoudige zaak. Hij dient plaats te vinden door ervaren clinici aan de hand van een gestructureerd diagnostisch interview.”

    Waarom is met name de onderdiagnose van DIS bij mannen zo groot?
    “Het is niet precies bekend hoe de prevalentie verdeeld is tussen mannen en vrouwen. Wat je bij mannen vaak ziet is dat zij geen hulp zoeken in de GGZ (Geestelijke Gezondheids Zorg) of psychiatrie. In tegenstelling belanden ze nogal eens in een penitentiaire instelling. Dit kan te dan te maken hebben met de agressie of woede die gepaard gaat met de opgelopen trauma’s.”

    Welke factoren spelen een rol bij de mindere bekendheid van dissociatieve stoornissen?
    “Om te beginnen is er zowel bij mannen als vrouwen sprake van onderdiagnose. Met name DIS wordt vaak niet gesignaleerd. Dit komt deels omdat behandelaars niet de kennis hebben om de stoornis te herkennen. In sommige gevallen willen ze niet eens erkennen dat deze stoornis bestaat. In Nederland zijn traumatische ervaringen als factor voor het ontwikkelen van een psychische en ook lichamelijke stoornis lange tijd onderbelicht geweest in de GGZ en psychiatrie. Dit heeft te maken met het willen zoeken naar een biologische of lichamelijke oorsprong voor geestelijke toestanden. Lange tijd is er weggekeken van de ernst en de beschadigingen die een traumatiserende gebeurtenis met zich meebrengt. Het feit dat met name DIS gepaard gaat met kwalijke zaken als (kinder)mishandeling, seksueel misbruik, emotionele verwaarlozing, wordt hiervoor door de GGZ en de maatschappij vaak nog steeds de ogen voor gesloten. We willen er niet aan, omdat het te naar is. Je toevlucht nemen tot het geloof van dit kan niet, het is fantasie, of het is iets wat zich afspeelt in een film, speelt hierin mee.”

    Als er geen biologische of lichamelijke oorzaak valt aan te wijzen, wat gebeurt er dan bij een persoon?
    “Hier worden veel onderzoeken naar gedaan, die genoeg bewijs leveren dat er echt sprake is van DIS. Een voorbeeld hiervan is een onderzoek, waarbij op hersenscans van patiënten te zien is dat er hersenactiviteit plaatsvindt in verschillende gebieden, op het moment dat een persoon geconfronteerd wordt met een neutrale herinnering en een herinnering aan een traumatiserende gebeurtenis. Om te laten zien dat er geen sprake kan zijn van louter fantasie, is dezelfde procedure ook gedaan bij mensen met een fantasierijk en sterk inlevend vermogen (gecategoriseerd als acteur/toneelspeler). Maar zij waren niet in staat om dezelfde resultaten te produceren als zichtbaar op de scans bij DIS patiënten.”

    Welke behandelmogelijkheden zijn er?
    “Voor mensen met DIS wordt er een fasegerichte behandeling ingezet. De 3 fasen die onderscheiden worden zijn:

    • Stabilisatie, symptoomreductie en het aanleren van vaardigheden. Hierbij leert men crisis te vermijden, zichzelf gerust te stellen en beter voor zichzelf te zorgen, verbeteren van affectregulatie. Hiermee wordt bedoeld het vermogen emoties zoals verdriet, woede en angst te reguleren. En ook het leren aanvaarden van de onderscheiden delen van de persoonlijkheid en daarmee een samenwerkingsrelatie te ontwikkelen
    • Het integreren van traumatische herinneringen
    • Integratie van de persoonlijkheid en leren het leven te leiden als één geïntegreerd persoon; hierbij leert men om de delen van de persoonlijkheid (die voorheen in strijd met elkaar waren) met elkaar te laten verenigen

    Door de complexiteit van DIS is het niet zo dat de ene fase overloopt in de andere, maar er is juist sprake van een cyclus waarin de fasen steeds worden herhaald.”

    Welke rol is weggelegd voor verschillende beroepsgroepen of instanties om in een vroeg stadium de ontwikkeling van een dissociatieve stoornis tegen te kunnen gaan?
    “Het beeld dat je bij patiënten ziet is dat zij vaak al op jonge leeftijd getraumatiseerd zijn geraakt. Het gaat om het voorkomen van dergelijke traumatisering, vaak in de vorm van mishandeling. Maar de signalen van mishandeling, misbruik of verwaarlozing zijn niet herkend. Een specifieke groep of instantie noemen is moeilijk. Er is een rol voor de huisarts weg gelegd, voor het consultatiebureau, de leerkrachten. Het is belangrijk dat de ogen niet worden gesloten voor het feit dat deze gebeurtenissen plaatsvinden en een enorme impact hebben. Meer kennis en inzicht om signalen te herkennen dragen hier aan bij.”

    Bron: mijngezondheidsgids.nl/wat-is-dissociatie

    #244496
    Mark
    Moderator

    Dissociatieve identiteitsstoornis door een traumatische ervaring

    Geen idee meer hebben hoe de magnetron werkt, hele dagen kwijt zijn, je eigen kinderen niet meer herkennen. Het overkomt mensen met DIS ( dissociatieve identiteitsstoornis), waarbij patiënten door langdurige traumatische ervaringen in hun jeugd meerdere identiteiten ontwikkelen. Het trauma wordt zo verdrongen: niet de patiënt maar zijn andere identiteit heeft vreselijke dingen meegemaakt.

    Wat is DIS (dissociatieve identiteitsstoornis)
    Weinig mensen lijden aan de stoornis, slechts twee procent van de Nederlandse bevolking. Maar sinds in de jaren zeventig het boek en de film Sybil verschenen, het verslag van een jonge vrouw met zestien verschillende persoonlijkheden, spreekt DIS tot de verbeelding. Ook was op de televisie nog een documentaire te zien van Jessica Villerius die daarin Patricia volgde, een Nederlandse jonge vrouw met tien mensen in haar hoofd.

    Weinig onderzoek naar DIS
    Ondanks die belangstelling is er betrekkelijk weinig wetenschappelijk onderzoek naar de stoornis gedaan, ontdekte klinisch psychologe Rafaele Huntjens toen ze in 1998 aan de Rijksuniversiteit Groningen begon aan een promotie over DIS. Huntjens: “Er zijn heel veel theorieën maar er zijn heel weinig data. Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen.”

    Behandeling DIS
    In Nederland zijn zelfs geen duidelijke richtlijnen voor behandeling. Onder psychologen en psychiaters heerst verdeeldheid: sommigen gaan zover te stellen dat de stoornis helemaal niet bestaat en patiënten hun identiteiten verzinnen. Huntjens: “Maar hoe je het went of keert, het zijn wel mensen met ernstige problemen. Die zelfmoordpogingen doen en zichzelf verminken. Die moet je helpen.”

    Met haar onderzoek wil Huntjens de behandeling van mensen met DIS verbeteren. Huntjes: “Het gaat nu om één van de langste therapieën die er zijn. De gemiddelde behandelduur is vijftien jaar, en dan nog zijn veel patiënten niet geholpen.”

    Doorbraak DIS
    Huntjens denkt een doorbraak te hebben bereikt. De behandeling van DIS gaat er nu vanuit dat verschillende identiteiten over verschillende geheugensystemen beschikken waarbij de een niet weet wat de ander zich herinnert. Behandelaars zijn jaren bezig met het in kaart brengen en contact zoeken met al die identiteiten. Maar die stap kan volgens nieuw onderzoek van Huntjens, dat deze maand werd gepubliceerd, mogelijk worden overgeslagen.

    Bij DIS niets mis met geheugen
    “Uit geheugentests die ik heb afgenomen bij patiënten blijkt er niets mis te zijn met hun geheugen. Ze zijn ervan overtuigd niet te weten van hun andere identiteiten, maar dat blijkt in werkelijkheid niet zo te zijn. Vergelijk het met anorexia: patiënten vinden zichzelf dik, maar dat beeld klopt ook niet met de werkelijkheid.”

    Als patiënten wel over kennis van hun andere identiteiten beschikken, kunnen behandelaars eerder met traumabehandeling aan de slag. “Daarvoor zijn goed werkende behandelingen bekend, bijvoorbeeld voor post traumatische stress stoornissen. Daar kunnen patiënten in korte tijd veel baat bij hebben, in plaats van soms tientallen jaren in therapie te zitten.”

    Bron: gezondheidenco.nl

    #246009
    Luka
    Moderator

    Leven met een dissociatieve stoornis: ‘Wie ben ik zélf?’

    Robin Plücken (26) getuigt over haar dissociatieve stoornis en PTSS.

    Ik was vastgelopen in het middelbaar onderwijs. Daarom ben ik hulp gaan zoeken. Ik was heel instabiel, blowde en dronk te veel, raakte depressief. Op mijn twintigste rookte ik overdag minstens drie joints, en ’s avonds dronk ik drie flinke glazen whisky. Aanvankelijk dacht de psycholoog aan borderline. Maar ik had en heb veel last van stemmingswisselingen. Mijn gemoed schommelt van de ene op de andere maand. En dat past niet echt bij borderline, dan heb je stemmingswisselingen gedurende de dag. Omdat ik niet goed wist wie ik was, is er ook gedacht aan een identiteitsstoornis. Pas is uit tests gebleken dat ik een dissociatieve stoornis heb. We zijn aan het zoeken welke precies. Daar kan mijn therapie dan op worden afgestemd, want medicatie tegen dissociaties is er niet.

    Bij een dissociatie raak je in een ander soort bewustzijnstoestand. Bij mijn lichtere dissociaties heb ik het idee dat ik van een afstandje naar mezelf kijk. Ik weet niet meer wat echt is en wat niet. Na mijn heftigste dissociaties herinner ik me echt niet meer wat ik heb gedaan. Ik verlies de controle. Dan regeert het boze deel van mijn persoonlijkheid en snijd ik mezelf ook in mijn armen en benen. Die zelfbeschadiging voel ik op het moment zelf niet. De vrijkomende adrenaline tijdens de dissociaties werkt verdovend. Pijn voel ik pas als ik bijkom in het ziekenhuis en het resultaat zie. Dan komt er ook veel verdriet naar boven.

    Waar die boosheid vandaan komt? Als kind ben ik emotioneel het een en ander tekort gekomen. Emoties duwde ik weg, ik moest altijd het goede voorbeeld geven. Ik kan of mag nooit boos op iemand zijn. Dat vind ik nog steeds moeilijk. Ik ben sterk geneigd mezelf weg te cijferen. Op mijn vijftiende, zeventiende, eenentwintigste en vijfentwintigste ben ik seksueel misbruikt, de laatste keer onder bedreiging. Door het misbruik heb ik een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkeld. Voor mijn trauma’s ben ik behandeld met EMDR (een therapie waarbij je trauma’s verwerkt door ze opnieuw te beleven terwijl je met je ogen focust op de vinger van de therapeut, die van links naar rechts beweegt, red.). De angstige gevoelens zijn daardoor wat gedempt, maar het laatste trauma is te heftig om alleen met EMDR te behandelen. Tegen mijn klachten slik ik al jaren een antipsychoticum en een stemmingsstabilisator. Die helpen goed tegen herbelevingen. Maar van het antidepressivum dat ik slik, wil ik graag af, vooral vanwege bijwerkingen als gewichtstoename en droge mond.

    Mijn vat met emoties is vol. Er hoeft niet veel te gebeuren of het loopt over en ik schiet in een dissociatie. Voorheen voelde ik mijn dissociaties aankomen, sinds vorig jaar niet meer. Ik accepteer inmiddels dat dissociaties bij mijn leven horen. Maar niet de zelfbeschadiging. Dat moet echt ophouden! Ik zou mijn littekens kunnen bedekken, maar daar heb ik vooral mezelf mee. Natuurlijk vragen mensen ernaar. Soms vertel ik er iets over, soms zeg ik dat ik het er niet over wil hebben. Ze moeten een plek krijgen, daar werk ik hard aan.

    Dat ik aanvankelijk de diagnose borderline kreeg, vond ik heel frustrerend. Het enige positieve was dat ik daardoor een huis heb gekregen in een begeleid-wonen-project. De diagnoses PTSS en dissociatieve stoornis ervaar ik als een opluchting. Die geven me veel meer duidelijkheid. Het is bekend dat PTSS een dissociatieve stoornis kan veroorzaken. Dissociaties verschillen nogal qua heftigheid en beleving. Ze kunnen zich onverwacht aandienen. Dat maakt ze beangstigend: je hebt er geen controle over. In jezelf snijden doe je niet omdat je dat zelf echt wilt. Het is al gebeurd dat ik in een dissociatie met de auto naar een tankstation reed voor scheermesjes en paracetamol. Dan reageer ik dus normaal op situaties op de weg, terwijl ik in een totaal andere bewustzijnstoestand verkeer omdat ik mezelf wil snijden of een overdosis wil nemen. Ja, wie ben ik zélf? Die vraag is heel lastig te beantwoorden.

    Bron: EOS Wetensvhap >>

    #246958
    Mark
    Moderator

    Omgaan met traumagerelateerde dissociatie

    Er zijn mensen met een ziektebeeld, waar geen enkele specialist raad mee weet. Zoals bij Tineke, die regelmatig pseudo epileptische aanvallen heeft, hevige angsten en stemmingswisselingen en tijdens haar verblijf in een gespecialiseerde kliniek (cib) een levensgevaarlijke eetstoornis ontwikkelde.

    Ze kreeg een voedings-neussonde en werd naar huis gestuurd. Haar man wist geen raad en haar kerk evenmin. Wel omringde men haar met zorg, steun, gebed en alles wat liefdevolle mensen kunnen bieden, ze lazen zelfs een van mijn boeken (“Het doet pijn van binnen”, 1993), waarin de gevolgen van (seksuele) trauma’s beschreven worden. Dit gaf veel herkenning en inzicht. Een oudste van de kerk belde mij voor een afspraak, maar Tineke weigerde aanvankelijk een nieuwe hulpverlener, moe van de vele hulpverleners die ze al had gehad. Toch ontstond er mailcontact tussen haar en mij en op den duur spraken we elkaar face to face, wat heeft geleid tot langzaam verlopend genezingsproces.

    Exposure
    Het blootleggen van de trauma’s vond voornamelijk plaats via de mail. Zo kon zij bepalen wat ze wel en niet wilde zeggen, wanneer en hoe. Deze controle voorkwam, dat ze zich overspoeld voelde, hoewel dit zo nu en dan toch gebeurde vanwege de enorme emotionele lading. Ze wilde erg veel vertellen, uitleggen wat er van binnen bij haar gebeurt en waarover ze in verwarring is en wilde van mij uitleg en feedback. In vaktaal heet het: cognitieve herstructurering en psycho educatie. De methode is een vorm van exposure, die haar vermijdingsgedrag doorbrak met de bedoeling tot een betere coping (aanpassing) te komen.

    Extreme traumatische ervaringen
    Tineke had in haar jeugd gruwelijke dingen meegemaakt in het huis van een buurman (rat eten, bloed drinken en extreme seks e.a.). Hoogstwaarschijnlijk ligt daar de oorzaak van haar dissociatieve stoornis vanwege de extreme angsten waaraan ze was blootgesteld. Het psychisch beschadigde kind werd vervolgens seksueel misbruikt door haar vader, die het leven ontvluchtte in de drank en de liefde zocht bij zijn dochtertje op een manier, die ze fijn vond, want zijn seksuele aandacht betekende voor haar koestering, warmte, zelfs genot. Zo raakte ze verstrikt in een web, waaruit ze veertig jaar later, na ruim 13 jaar hulpverlening, niet bevrijd was. Ik bewonder haar moed om de strijd met haar dissociatieve verschijnselen toch weer aan te gaan. Het is door haar geloof in Jezus Christus en de hulp van christenen, waaronder haar man, dat ze dit kan opbrengen. Maar wat is een dissociatieve stoornis?

    Complexe dissociatieve stoornis
    Tineke schrijft in een mail: “Wat is er toch met mij. Ene moment voel ik me sterk, kan ik de hele wereld aan, weet ik wie ik ben en wat ik wil om vervolgens een minuut later uit contact te zijn met anderen maar ook mezelf, besluiteloos, gevoelloos. Angst, maar geen idee waarom en waarvoor…. Is dit dis? Alleen zoooooo bang dat ‘jullie’ me alleen laten… En tegelijk verdraag ik niemand.
    Wie ben ik toch?”
    Complexe dissociatieve stoornissen zijn het gevolg van chronische traumatisering in de kindertijd. Het kind overkomt iets vreselijks, waarop het van binnenuit reageert met dissociatie, een overlevingsmechanisme, dat tijdelijk het slachtoffer beschermt tegen overweldigende emoties. Dissociatieve delen nemen soms de controle over het gedrag of de ervaring van het slachtoffer over, waardoor de angst verdwijnt, maar soms ook de herinnering.

    Herstelproces
    Om te herstellen moet het slachtoffer zich eerst bewust worden van de dissociaties en leren ermee om te gaan. Het is belangrijk om de dissociatieve delen die men in zichzelf ervaart te begrijpen en daardoor meer controle te krijgen over de manier waarop men omgaat met de eigen binnenwereld en de wereld daarbuiten. Het kan een lange intensieve weg zijn van oefenen en nog eens oefenen in het hier en nu. Lees het boek “Omgaan met traumagerelateerde dissociatie” van Boon, Steele en van der Hart, 2012, uitgeverij Pearson.

    Leugens en niet helpende gedachten
    Het is belangrijk in het herstelproces dat niet helpende gedachten en leugens ontmaskerd worden met behulp van cognitieve therapeutische methoden. Tineke denkt bijvoorbeeld, dat zijzelf de seksuele relatie met haar vader wilde. Zij nam alle “schuld” op zich, want haar lichaam had het immers fijn gevonden. Als kind besefte ze niet, dat haar vader haar grens gruwelijk overschreed. Hij was een dronkaard en gaf zijn dochter geen aandacht, behalve als hij seks had met haar. Het leidde tot een ongezonde verwevenheid, waaruit ze zichzelf nooit had kunnen bevrijden. Toen hij plotseling overleed stortte ze mentaal in. Haar gevoelens overspoelden haar en ze kon niet meer functioneren. Zo raakte ze in crisis, wat haar binnen de psychiatrie bracht. Met het medicijn haldol keerde de rust enigszins terug, maar desondanks bleven de dissociatieve episodes, wat uiteindelijk leidde tot een opname in een cib. In die tijd was ze zich weinig of niet bewust van haar traumatische jeugdervaringen, zodat ze voortdurend getriggerd werd door het pathologische gedrag, zoals automutilatie en suïcidaliteit van haar mede cliënten. De nekslag was de zelfmoord van haar cib-vriendin. Dat leidde tot een periode van uithongering, die eindigde toen ze een voedings-neussonde kreeg.

    De feiten onder ogen zien
    Mijn contact met Tineke begint als ze (met neussonde) hulp zoekt voor haar problemen. De meeste mensen met een dissociatieve stoornis komen niet in therapie met identiteitsproblemen, maar met klachten zoals: depressie, angst, slaap- of relatieproblemen. Ze hebben vaak geen woorden voor de verschijnselen en vinden zichzelf gek of gestoord en schamen zich. Daarom praten ze er niet over. Het begrijpen en accepteren van de dissociatieve symptomen (b.v. het gevoel geen controle te hebben en wegvallen) is een belangrijk therapiedoel. Elk dissociatief deel van de persoonlijkheid heeft het vermogen een eigen zelfbeeld te ontwikkelen en eigen ideeën rondom de wereld en andere mensen, die sterk van elkaar kunnen verschillen en (nog) niet in samenwerking met elkaar op een gecoördineerde en flexibele manier kunnen functioneren, wat deze mensen erg onzeker maakt. Bij een complexe dissociatieve stoornis is de persoonlijkheid opgedeeld in twee of meer dissociatieve delen, waarbij delen van het systeem met elkaar in aanraking komen, op elkaar reageren en elkaar beïnvloeden, zonder overeenstemming, wat veel geharrewar geeft.

    Sommige dissociatieve symptomen gaan gepaard met het ogenschijnlijke verlies van bepaalde functies, zoals geheugenverlies en/of ze missen soms gevoel in een bepaald lichaamsdeel of voelen zich emotioneel dood, terwijl er geen neurologische aandoening aan ten grondslag ligt. Een ander deel kan weer te veel voelen. Tineke tekende zichzelf tijdens ons psychologische onderzoek zonder onderlichaam. Ze wilde of kon haar onderlichaam niet voelen; in het cib sneed ze in haar vagina en tenslotte hongerde ze zich uit als het ultieme teken van zelfverwerping.

    Ook in het heden kunnen dissociatieve mensen “tijd kwijt” zijn, dan voert een deel van de persoonlijkheid handelingen uit waar een ander deel zich slechts beperkt of in het geheel niet van bewust is. Het je vervreemd voelen van jezelf (depersonalisatie) heeft te maken met dissociatieve delen van de persoonlijkheid. Het is een overlevingsmechanisme om te heftige gevoelens buiten jezelf te houden. Het je vervreemd voelen van je omgeving (derealisatie) kan gebeuren als een deel van de persoonlijkheid nog in traumatijd vertoeft. Slachtoffers kunnen ook last hebben van intrusies. Soms zijn dat flashbacks van traumatiserende gebeurtenissen in het verleden of is het in de vorm van onverklaarbare pijn of andere gewaarwordingen die geen duidelijke medische of fysieke oorzaak hebben of stemmen in het hoofd die commentaar geven, ruzie maken, kritiek leveren, huilen, of op de achtergrond aan het praten zijn. Tineke mailde: “Ik voel me soms zooo rustig, onvoorstelbaar en dan voor mijn idee uit het niets zo’n foute nacht. Vanmiddag ook kortsluiting in hoofd, stemmen, geschreeuw, beelden, veel flitsen in m’n hoofd…., wisselende stemmingen.”

    Ankers om in hier en nu te blijven
    Het is van belang om er de tijd voor te nemen om te begrijpen waar de symptomen vandaan komen en wat ze zouden kunnen betekenen. Een therapeut kan helpen om woorden te vinden voor de intrusies. Niet alle bewustzijnsveranderingen (zoals dagdromen, rijden op de automatische piloot) zijn dissociatief, maar kunnen normale verschijnselen zijn bij b.v. vermoeidheid, stress, ziekte e.d.
    Voor het onder controle krijgen van dissociatie kan men oefeningen doen, zoals het leren gebruiken van ankers. Dat zijn objecten, geuren en smaken die helpen om in het hier en nu te blijven, vooral om je vertrouwd en veilig te voelen.

    Splitsing in het bewustzijn
    Globaal kun je de delen verdelen in delen, die in het hier en nu overleven en delen, die nog steeds in traumatijd verblijven. De delen in traumatijd zijn vaak niet voor rede vatbaar en erg emotioneel. Ze gedragen zich stereotiep, zijn niet in het heden georiënteerd en voelen zich vaak overweldigd.
    De mate waarin dissociatieve delen zich van elkaar bewust zijn kan variëren van geen besef, een gedeeltelijk besef tot volledig besef van elkaar. Het is nodig om het wederzijdse besef van de delen te vergroten om tot overeenstemming te komen.

    Sommige delen hebben een passieve invloed of gedeeltelijke intrusie. Bij mensen met een dissociatieve stoornis kan het zijn alsof er bij hem of haar compleet verschillende denkwerelden naast elkaar bestaan die elkaar niet begrijpen of die zich met totaal verschillende dingen bezighouden, die gek lijken. Hoe meer je leert begrijpen van de unieke eigenschappen van elk deel, hoe beter je zult kunnen omgaan met de invloed die zij uitoefenen. Je moet begrip leren opbrengen om tot herstel te komen.

    Als een deel de volledige controle overneemt noemt men dat switchen. Dan ervaart men dikwijls “tijd kwijt te zijn”. De aanleiding voor het switchen is vaak stress. Voor Tineke kunnen woorden het effect hebben als een donderslag bij heldere hemel. Toen ik het woord deugdzaam gebruikte, switchte zij naar traumatijd en kon zichzelf alleen nog maar zien als het wellustige kind, dat de incest met vader zelf had gewild.

    De delen hebben een beperkt repertoire van gedrag en emoties, maar kunnen uitbreiden naar de mate dat zij in het hier en nu functioneren. Soms handelt een deel zeer autonoom en bewaart een ander deel de traumatische herinneringen, waardoor hij/zij alleen maar kan huilen. Tineke had periodes dat ze alleen kon huilen, overspoeld door verdriet. Hoe complexer de opdeling van de persoonlijkheid blijkt te zijn, hoe beperkter het integratieve vermogen van de persoon. Bij Tineke ziet dit er gunstig uit, gezien het beperkte aantal delen. Er zijn jonge delen: deze delen zijn in traumatijd in verschillende vroegere ontwikkelingsfasen blijven steken. Ze hebben vaak onopgeloste gevoelens van verlangen, eenzaamheid, afhankelijkheid, wantrouwen, behoefte aan troost, angst voor afwijzing of de vrees in de steek gelaten te worden. Soms ontkennen ze deze behoeften juist en wijzen die af. Tineke is zich bewust van haar grote angst in de steek gelaten te worden.

    • Helpende delen. Helpen de andere delen voor het welzijn en kunnen heftige gevoelens reguleren, vaak als gevolg van een rolmodel in de buurt of uit een boek. Deze delen kunnen een hulpbron zijn voor de persoon als geheel bij het aanleren van de vaardigheden die noodzakelijk zijn om emoties te kunnen reguleren en empathie voor de andere meer interne delen te leren. Tinekes begeleiders, man en therapeut zijn belangrijke rolmodellen voor haar, waar ze zich voortdurend aan spiegelt.
    • Delen die oorspronkelijke daders imiteren. Zij namen pijnlijke ervaringen van boosheid, hulpeloosheid, soms van schuld en schaamte op zich. Het zijn “daderdelen”, die beschadigend kunnen zijn. Een enkele keer manifesteert zich zo’n deel. Dan wordt Tineke grof in de mond en/of steekt haar middelvinger op naar anderen om haar gevoelens van afhankelijkheid en kwetsbaarheid te overschreeuwen.
    • Vechtdelen. Nauw verwant aan de daderdelen zijn de vechtdelen, die ruziën en /of vechten en veel last kunnen veroorzaken. Ze overschreeuwen gevoelens van onmacht en onzekerheid (overcompensatie).
    • Delen die met schaamte beladen zijn. Die moeten ook via de weg van empathie geïntegreerd worden ook al schaamt ze zich ervoor. Het waren overlevers in zware tijden, maar nu moet Tineke de juiste context bezien.
      Delen vermijden elkaar onderling vaak, dat heet: de fobie voor de dissociatieve delen. Daardoor is er veel interne strijd, die energie kost.

    Herstel
    Alleen door erkenning en acceptatie is het mogelijk jezelf op een positieve manier te veranderen en op een zo goed mogelijke, volwassen manier te functioneren. In de schematherapie leren we, dat de gezonde volwassene sterker moet worden ten koste van de kinderen e.a. Het is een moeizaam en tijdrovend proces.

    Tineke doorzoekt haar heden en verleden door erover te schrijven en naar mij te mailen. Meestal heb ik een antwoord, dat cognitief helder is en haar meer in de realiteit brengt. Zo groeit de gezonde volwassene. Ook de gelovige Tineke groeit in haar vertrouwen op God en Jezus. We erkennen dat God ons vormt naar het beeld van zijn zoon Jezus. Dus is Jezus ons rolmodel. Hij adviseert de gelovigen om zonder zorgen te leven en alle zorgen bij God te brengen onder dankzegging, daarbij te vertrouwen dat God alle problemen voor ons oplost. Zo’n zorgeloze houding is het omgekeerde van het bange kind, dat zich overgeleverd voelt aan de barbarij en alleen maar ellende verwacht. Natuurlijk empathie voor dat kind, maar beseffen dat de werkelijkheid nu totaal anders is, omdat er verbinding is met de Allerhoogste. Maar vroeger dan? Zorgt God dan niet voor de kinderen? Oei, wat een moeilijke vraag. Als ik de Bijbel lees, dan leer ik, dat God de mensen de verantwoordelijkheid toekent voor hun eigen kinderen te zorgen en ook een opdracht geeft om voor elk kind, dat op zijn of haar pad komt en het nodig heeft, zo mogelijk te zorgen.

    Dit artikel is geschreven door de christelijke psychologe drs. Marrie van der Feen. Zij heeft een eigen praktijk: stichting Petra in Middelburg voor een grote verscheidenheid aan problematiek. Van relatieproblemen, angsten, burn-out, depressie tot ernstige traumatisering.

    Bron: uitdaging.nl

    #248994
    mara
    Lid LSG

    Melissa heeft DIS: ‘Het is best lastig om het alle delen naar de zin te maken’

    Dat ze vaak ‘weg’ was, wist Melissa (28) wel. Maar niet dat andere identiteiten haar gedrag en gedachten overnamen. Ze heeft een dissociatieveidentiteitsstoornis en draagt zo’n vijftig delen in zich.

    ‘Vanaf mijn zevende weet ik niet beter dan dat ik best vaak tijd ‘kwijt’ was. Ik dacht dat iedereen dat weleens had. Ook was er veel chaos in mijn hoofd, in de zin dat ik veel verschillende interne stemmen hoorde. Maar ook dat was voor mij normaal. Ik zag het als ‘met mezelf overleggen’ over wat ik wel of niet ging doen. Op de basisschool sprak ik er niet over. Ik had niet veel vriendinnen en in de tweede klas van de middelbare school werd ik opgenomen in een kliniek vanwege een eetstoornis. Ik was ‘dat meisje met problemen’. Ik hoorde er niet bij. Zelfs met de twee vriendinnen die ik wel had, ging het tijdens gesprekken nooit over emotionele dingen. Het enige wat we deden, was samen winkelen. Ik denk omdat ik bang was om echt contact aan te gaan. Ik wilde zo graag normaal zijn. Niet opvallen.’

    Tropische zwemhel
    ‘Ik ben misbruikt door drie verschillende mannen. De eerste keer toen ik zeven was. Samen met mijn ouders was ik in een bungalowpark. Ik was een echt waterratje, daarom maakten mijn ouders zich geen zorgen toen ik een stukje alleen ging zwemmen in het tropische zwemparadijs. Ik was bij een beschut stukje, tussen allemaal palmbomen, toen een onbekende man me insloot. Hij zei dat ik stil moest zijn. Zat aan me. En ik moest aan hem zitten. Ik vond het heel eng en vies. Toen hij me uiteindelijk liet gaan, dacht ik: ik ga gewoon een stuk onder water zwemmen, dan spoel ik het van me af. Ik heb geen broers of zussen, en aan mijn ouders durfde ik het niet te vertellen. Ze hadden in korte tijd veel te verstouwen gehad door een aantal sterfgevallen in de familie, en ik wilde ze niet lastigvallen of laten schrikken.

    Ik was altijd was gek op zwemmen, maar na die dag lukte dat niet meer zonder misselijk te worden. Ook kreeg ik geen lasagne meer door mijn keel: het eten dat mijn moeder meestal maakte als ik naar het zwembad was geweest. In mijn hoofd was die traumatische gebeurtenis gelinkt aan het zwemmen, en aan dat specifieke eten. Ik denk ook dat daar de kiem is gelegd voor mijn eetprobleem: door de associatie met het misbruik, en doordat ik de controle over mijn lichaam terug wilde krijgen.

    Helaas bleef het niet bij die ene keer, van mijn zevende tot mijn vijftiende ben ik misbruikt door een oom. We hadden vaak familiefeestjes met veel mensen waarvoor een zaaltje werd afgehuurd. Mijn oom volgde me op die gelegenheden naar het toilet en zat dan aan me. Het viel niemand op, mijn ouders dachten dat ik aan het spelen was met mijn neefjes en nichtjes. Weer durfde ik niets te zeggen. Mijn oom bedreigde me. Hij zou ervoor zorgen dat iedereen om wie ik gaf kapot zou gaan. Ik was doodsbang. Hij zei: ‘Wie denk je dat ze zouden geloven: mij of zo’n labiel meisje als jij, met een eetstoornis?’ Ook wist ik dat er veel zou veranderen als ik het zou vertellen. Mijn moeder zou zich verscheurd voelen tussen haar familie en mij.’

    Seksueel roofdier
    ‘Op mijn dertiende werd ik voor mijn eetstoornis opgenomen in een kliniek. Ik kwam tijdens de behandeling iets aan en tijdens de eerste de beste familiebruiloft sloot mijn oom me op in het toilet. ‘Nu heb ik eindelijk weer iets om vast te pakken,’ zei hij. Ik wist niet hoe snel ik de kilo’s er weer af moest krijgen. Uiteindelijk ging het zo slecht met me dat ik op een gesloten afdeling terechtkwam. Ik denk dat als je eenmaal bent misbruikt, seksuele roof-dieren je kwetsbaarheid kunnen ‘ruiken’.

    Je wordt een soort magneet voor foute mannen. Zelfs in de kliniek. Ik werd misbruikt door een sociotherapeut, de man die elke dag sondevoeding bij me in moest brengen. Verzetten was geen optie. Wie zouden ze geloven, mij of hem? Na een aantal maanden kwam ik terecht op een reguliere afdeling. Daar zaten mensen met ook heel andere problemen, zoals psychoses, die soms vanuit het niets heel heftig konden reageren, bijvoorbeeld door keihard met deuren te slaan of tegen de muur te bonken. ’s Nachts werd ik vaak wakker van geschreeuw. Dan kroop ik in elkaar van angst. Ik voelde me totaal niet veilig en heb aan die periode een posttraumatische stressstoornis (PTSS) overgehouden.

    Lees dit premiumartikel uit de Viva verder via Blendle.com of als lid van LSG in het ledendeel. Ben je nog geen lid van LSG, dan kun je je hier registreren.

    #250876
    Mark
    Moderator

    Dagdroomsyndroom

    Wat is het dagdroomsyndroom precies?
    Het dagdroomsyndroom is een heel bijzonder syndroom. Iemand die eraan lijdt brengt veel van zijn tijd door in zijn fantasieën en is volledig losgekoppeld van de werkelijkheid. Hoewel we allemaal dagdromen, zijn er mensen die het overmatig doen. Hierdoor raken ze geïsoleerd, en ze beginnen dingen als voedsel, verantwoordelijkheden en relaties te verwaarlozen.

    Als we het hebben over een syndroom, maak je je misschien zorgen, omdat je denkt dat we in ogenschijnlijk normale dingen pathologieën beginnen te zien. Laten we dus eerst duidelijk maken dat al het gedrag dat het dagelijks leven van iemand verstoort vanuit een klinisch oogpunt wordt geanalyseerd.

    Als iemand zijn fantasie of dagdromen gebruikt om zichzelf te urenlang te isoleren van de werkelijkheid of om te vluchten van een emotioneel conflict of trauma, waarbij hij zichzelf verwaarloosd, spreken we van pathologisch gedrag.

    Dagdromen op zichzelf is dus geen probleem. Zolang we onze taken nog uit kunnen voeren en kunnen functioneren, in ieder geval. Zo’n 95% van de bevolking valt in deze categorie. Bovendien dagdromen we allemaal, en daardoor activeren we ontelbare gebieden in de hersenen.

    Structuren zoals de prefrontale cortex, het limbisch systeem en verschillende corticale gebieden die betrekking hebben op sensorische informatie helpen ons te reflecteren over bepaalde gebieden van ons leven, nieuwe projecten te voeden en onze stemming te verbeteren.

    Dagdromen zijn kleine momenten in de dag waarop onze hersenen de resetknop indrukken. Zo kunnen we even uitrusten, en dat is goed voor ons welzijn. Het is echter een probleem als we deze fantasiewereld vaker opzoeken dan ons echte leven.

    Achter het dagdroomsyndroom schuilen vaak andere problemen. Dit kan gaan om diverse trauma’s, een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis, achterliggende conflicten, en nog veel meer.

    Laten we eens naar wat meer gegevens kijken.

    De kenmerken van het dagdroomsyndroom
    Het dagdroomsyndroom staat (nog) niet in het the Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-V). We verwachten wel dat het in de toekomst vermeld zal worden, nu er meer onderzoek naar wordt gedaan. Het kreeg al in 2002 een naam, toen psychiater Eliezer Somer van de Universiteit van Haifa in Israël erover sprak. Hij gaf het zijn naam en beschreef de symptomen die ermee worden geassocieerd.

    De symptomen omvatten:

    • Deze patiënten zijn dagdromers. Ze creëren hun eigen personages en dompelen zichzelf onder in complexe, gedetailleerde en levendige verhalen.
    • De fantasieën hinderen hun ware leven. Iedere dagelijkse stimulus kan leiden tot een nieuw verhaal, een nieuw plot waar ze zich in kunnen verliezen zonder acht te slaan op wat ze op dat moment aan het doen zijn.
    • Ze verwaarlozen hun verantwoordelijkheden, inclusief voedsel en hygiene.
    • Ze lijden aan slaapproblemen.
    • Als ze wakker zijn, zie je vaak repetitieve en stereotype bewegingen, waaronder gezichtsuitdrukkingen.
    • Ze mompelen met een zachte stem tijdens de fantasieën, waarbij ze hun eigen dromen regiseren.
    • Deze fantasieën kunnen uren aanhouden. Ze worden angstig als ze hiermee moeten stoppen en terug moeten keren naar de werkelijkheid, vergelijkbaar met een verslaving.

    Wat schuilt er achter het dagdroomsyndroom?
    Zoals we al hebben aangegeven, is deze stoornis nog volop in de onderzoeksfase. Er zijn echter veel psychiaters en psychologen die dagelijks patiënten met het dagdroomsyndroom behandelen. We kunnen ook zien dat er steeds meer artikelen worden gepubliceerd, zodat we meer gegevens en behandelopties krijgen. Daardoor wordt deze aandoening steeds meer afgebakend en praktijkervaring bevestigt de informatie waarover we beschikken.

    Het dagdroomsyndroom gaat vaak gepaard met andere problemen, zoals andere stoornissen. Dit zijn de volgende:

    • Mensen die mishandeld zijn of andere traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt.
    • Patiënten met depressie kunnen ook aan het dagdroomsyndroom komen te lijden.
    • Mensen met een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis.
    • Borderline persoonlijkheidsstoornis of associatieve stoornissen.
    • Mensen met autisme hebben ook de neiging tot het ontwikkelen van dit syndroom.

    Behandelingen voor het dagdroomsyndroom
    De deskundige die werkt met patiënten die lijden aan het dagdroomsyndroom willen er eerst achter komen wat de achterliggende oorzaak van de stoornis is. De therapeutische strategie is daarom niet hetzelfde voor iemand met een depressie als voor iemand met een compulsief-obsessieve stoornis. Dat is de uitdaging en het beginpunt van waar we deze stoornis moeten benaderen.

    Het is ook interessant om te weten dat psychiater Eliezer Somer een schaal heeft ontwikkeld waarmee we deze aandoening kunnen diagnosticeren. Deze schaal bestaat uit veertien meetpunten waarmee we de stoornis definiëren. Het is erin geslaagd om deze stoornis van andere stoornissen te onderscheiden, zoals schizofrenie of psychose.

    Aan de andere kant is er een psychotherapeutische techniek genaamd EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) die een hele efficiënte behandeling biedt. Het is een interessante benadering waarmee we emotionele problemen die veroorzaakt worden door traumatische gebeurtenissen op kunnen lossen. Francine Shapiro heeft deze techniek in 1987 ontwikkeld.

    “Soms krijgt de geest zo’n klap dat hij zich verstopt in zijn eigen eenzaamheid. Soms is de werkelijkheid alleen maar pijnlijk, en om aan die pijn te ontsnappen, moet de geest de werkelijkheid achter zich laten.”

    –Patrick Rothfuss–

    Op diezelfde manier is cognitieve gedragstherapie ook een effectieve behandeling. De doelstellingen van deze therapie zijn als volgt:

    • De persoon weer terugkrijgen in de werkelijkheid.
    • Het bevorderen van gereguleerde activiteiten en tijdsmanagement.
    • Stimuli identificeren die dagdromen genereren.
    • Het verbeteren van de aandacht.
    • Gezonde leefgewoontes aanleren.
    • Het bevorderen van interesses die de patiënt bij dagelijkse dynamiek betrekken.

    Conclusie
    Tot slot is het belangrijk om te weten wanneer bepaald gedrag in de weg staat van onze dagelijkse verantwoordelijkheden en de mogelijkheid op een vol, gelukkig en verantwoord leven. Het dagdroomsyndroom kan een drug zijn die we gebruiken om ons te isoleren van een werkelijkheid die ons pijn doet of waar we geen nut in zien.

    Bron: verkenjegeest.com

    #251318
    Luka
    Moderator

    Het verschil tussen ‘gewone’ en traumatische dissociatie

    Op de automatische piloot
    Tot op zekere hoogte is iedereen bekend met dissociatie. Je kent vast wel de ervaring dat je naar huis rijdt in je auto en ineens ben je al bijna thuis. Eigenlijk heb je niet op de weg zitten letten en ben je op routine, op de automatische piloot naar huis gereden. Alsof je een stukje hebt overgeslagen. Dat is dissociatie. We doen het ook als we dagdromen of als we in gesprek zijn en ineens aan de bloemkool denken. Of je gaat op vakantie en halverwege Frankrijk vraag je je af: ‘Heb ik het gas wel uitgezet?’ Dan was je gedissocieerd toen je het gas uitdraaide. Voor de meeste mensen levert dit geen noemenswaardige problemen op. Het wordt anders als je seksueel misbruikt bent.

    Het ontstaan van traumatische dissociatie
    Wat bij seksueel misbruik vaak gebeurt is dat het kind, in een poging om zichzelf leed te besparen, zorgt dat hij of zij er niet helemaal bij is als het gebeurt. Sommigen omschrijven dit als zich heel klein maken en zich helemaal in zichzelf terugtrekken tot daar waar de misbruiker er niet bij kan. Anderen voelen het meer alsof ze uit hun lichaam stappen en van een afstandje kijken naar wat er gebeurt. Al mijn herinneringen aan het seksueel misbruik zie ik voor me als een film: alsof ik er van een afstandje naar kijk. Doordat je er niet helemaal bij bent, ervaar je de bedreigende situatie minder scherp.

    Dissociatie is goed!
    Mensen denken vaak dat dissociatie een ziekte is, of een probleem, maar in feite is dissociatie een heel handig fenomeen. Je kunt als je iets ergs meemaakt soms beter handelen als je er met wat meer afstand naar kijkt. Voor een kind is de dissociatie niet echt een bewuste keuze, maar een overlevingsmechanisme dat door de bedreigende en pijnlijke omstandigheden wordt geactiveerd. Maar net dat automatische ervan, leidt soms tot grote problemen in de volwassenheid.

    Triggers en dissociatie
    Wat gebeurt er als een volwassene een dissociatieve stoornis heeft? In feite gebeurt er niets anders dan wanneer je ‘gewoon’ dissocieert en op de automatische piloot naar huis rijdt. Het grote verschil is dat de oorzaak van de dissociatie ingewikkelder ligt. Het kind heeft allerlei omstandigheden meegemaakt die gevaarlijk waren, waarin het misbruik plaatsvond. Een kind begrijpt vaak niet goed wat er aan de hand is en in een poging om overeind te blijven in dat soort bedreigende toestanden wordt het kind heel bedreven in het zoeken naar signalen die aan het misbruik vooraf gaan. Die signalen voorziet het kind van het label ‘Gevaarlijk’ en uit voorzorg treed het dissociatieve mechanisme in werking. Vanaf dat moment is wat het kind als een signaal ziet een trigger.

    Wanneer triggers afgaan bij volwassenen
    De dingen die het kind als gevaarlijk is gaan beleven worden meegenomen de volwassenheid in. Die dingen worden dan triggers voor de dissociatie. Een trigger hoeft objectief gezien helemaal niets met het misbruik van doen te hebben gehad. Als het misbruik bijvoorbeeld twee keer achter elkaar gebeurd is toen het kind spruitjes had gegeten dan kan het kind die link leggen. Eenmaal gelinkt roept de geur van spruitjes dan spanning op en volgens de logica van het kind betekent dat: Uitstappen! Dissociëren. Die reactie is automatisch en zet zich dan ook door in de volwassenheid. Vaak weet de volwassene overigens helemaal niet meer, waarom hij of zij zo gespannen wordt van de geur van spruitjes.

    Problemen door dissociatie
    Als je seksueel misbruik hebt meegemaakt, is het dus mogelijk dat je heel veel triggers hebt. Als je daarnaast nog eens heel goed bent in dissocieren (omdat je het op zo’n jonge leeftijd hebt geleerd), dan kun je wel eens in grote problemen komen. Immers, als je dissocieert ben je er niet helemaal bij. Als je er heel goed in bent, dan ben je het (bijna) helemaal niet meer bij. Je dissocieert op een trigger die je als kind hebt geinstalleerd en die mogelijk wel, maar soms ook niet direct terug te leiden is op het seksueel misbruik. Vervolgens wordt je drie uur (of soms dagen) later wakker en hebt geen enkele herinnering van wat er in de tussentijd gebeurd is. Intussen heb je wel van alles gedaan, zelfs al weet je er het fijne niet van.

    Maar het kan nog erger: DIS
    Omdat je persoonlijkheid als kind nog niet helemaal ontwikkeld is, kan het zijn dat de restjes bewustzijn, die als het ware achterblijven in het lichaam, een eigen bewustzijn/karakter ontwikkelen. Als dat gebeurt noemen ze dat een dissociatieve identiteits stoornis of DIS. Wanneer het misbruik op hele jonge leeftijd (<5) begint is het ontwikkelen van een DIS waarschijnlijker dan wanneer je al wat ouder bent. Een klein kind heeft nog niet zo’n stevige ‘ik’ en ontwikkelt in zo’n geval ikken. En als je misbruikt wordt dan reageren al die ikken op een andere manier. Sommige ikken dragen de pijn, anderen dragen de woede, weer anderen zijn sterke beschermers, sommigen willen dood, anderen willen de misbruiker vermoorden. Alle menselijke emoties en verlangens krijgen een soort eigen ik. Je kunt je voorstellen dat het leven met een DIS soms heel ingewikkeld kan zijn.

    De risico’s van dissociatie en DIS
    De risico’s van dissociatie zijn relatief eenvoudig: doordat je er niet helemaal bij bent loop je het risico dat er dingen misgaan. Je let niet op in gesprekken met anderen en krijgt bevreemdde blikken. Meestal kan een ander je dan bij de les halen en vraag je gewoon: ‘Wat heb ik gemist?’ Maar een volledig ontwikkelde DIS is ingewikkelder. De personen die samen in één lichaam wonen zijn vaak erg divers en een aantal daarvan zijn ook nog eens zelf-destructief of agressief. Als je erg veel getriggerd wordt ben je dan een gevaar voor jezelf of je omgeving.

    Helen van DIS
    Er zijn bij mijn weten twee manieren om een DIS aan te pakken. De ene is om alle persoonlijkheden te integreren, zodat er één persoonlijkheid wordt gesmeed. Dat is een heel proces maar zeker de moeite waard gezien de risico’s die kleven aan een onbehandelde DIS. De andere manier is om in gesprek te komen met alle individuele persoonlijkheden en tot werkafspraken te komen met hen allemaal. Een voorbeeld van zo’n afspraak is dan dat je het lichaam niet in gevaar mag brengen. Of dat je zo snel mogelijk naar huis gaat. Beide manieren helpen om een min of meer normaal leven te leiden. Van mensen de ‘geïntegreerd’ zijn begrijp ik dat ze soms de veelheid van persoonlijkheden missen, maar ook dat ze alle talenten van de diverse persoonlijkheden kunnen inzetten, waardoor het doorgaans heel veelzijdige mensen zijn. Van mensen die gekozen hebben voor werkafspraken begrijp ik dat ze regelmatig die werkafspraken moeten herzien, maar dat ze daar wel een weg in hebben gevonden.

    Heb jij een Dissociatieve Identiteits Stoornis?
    Vraag je je na dit verhaal af of je DIS hebt, hier is een korte checklist van symptomen. Een van de belangrijkste kenmerken is het kwijt raken van tijd. Als dat je regelmatig overkomt en je hebt nog andere symptomen van de lijst, dan zou ik zeker eens officieel laten onderzoeken of je DIS hebt. Er zijn goede manieren om te leren omgaan met DIS, niet alleen in het reguliere medische circuit, maar zeker ook in de alternatieve sector. Mocht je DIS hebben, onderzoek dan vooral de mogelijkheden van alle verschillende therapieën om die methode te vinden die bij jou past.

    • Geheugenverlies: je bent stukken verleden kwijt en kan je soms dingen die net gebeurd zijn niet herinneren
    • Depersonalisatie: het gevoel dat je vanaf een afstand naar jezelf kijkt (of diep in jezelf weggedoken zit
    • Het gevoel hebben dat dingen niet ‘echt’ gebeuren
    • Je omgeving niet meer herkennen
    • Soms hoor je de stemmen van je andere persoonlijkheden
    • Identiteitswisselingen, waardoor je alleen de dingen herinnert die dat deel van je persoon heeft meegemaakt

    Soms kun je ook merken dat er iets mis is aan de reacties van anderen. Als je tijd kwijt bent geraakt en mensen die je niet denkt te kennen groeten je ineens alsof ze je goed kennen bijvoorbeeld.

    Voordelen van DIS?
    Een ongeheelde DIS is knap lastig, maar toch heeft het ook voordelen. Van mensen die DIS (gehad) hebben hoor ik onder andere de volgende voordelen:

    • Je bent heel veelzijdig
    • Je bent nooit alleen (sommige mensen die geheel zijn van DIS geven aan hun alters te missen)
    • Je kunt goed acteren/typetjes neerzetten (denk bijvoorbeeld aan Karin Bloemen)
    • Je kunt bij ‘gewone’ moeilijke situaties even ‘uitstappen’ (denk tandarts)
    • Soms kennen je alters andere talen, bij integratie ken jij die dan ook
    • Sommige mensen met DIS zijn super energiek (omdat delen van hen kunnen uitrusten terwijl de andere delen actief zijn)
    • Je hebt een onvoorspelbaar en avontuurlijk leven.

    Waarschijnlijk wegen de voordelen niet op tegen bovengenoemde nadelen. Toch is het ook belangrijk om ze te noemen, want als je gaat helen zul je vaak de voordelen op moeten geven. Gelukkig krijg je er veel voor in de plaats.

    Bron: Inspirend Leven >>

    #251754
    Mark
    Moderator

    Lezing Arianne Struik over Dissociatieve stoornissen bij kinderen onder 14 jaar tijdens het symposium van Kenniscentrum TGG in November 2019.

     

    Er is nog weinig bekend over dissociatieve stoornissen bij kinderen. In deze presentatie wordt een overzicht gegeven van de huidige kennis en stand van zake in het veld gecombineerd met klinische ervaringen.

    Deze lezing werd gegeven door Arianne Struik tijdens het symposium “Vroegtijdige herkenning en behandeling van dissociatieve stoornissen bij kinderen en adolescenten” op zaterdag 23 november van Stichting Kenniscentrum TGG.

    Vanwege privacyredenen zijn fragmenten uit de presentatie geknipt.

    Bron: kenniscentrumtgg.org

    #251951
    mara
    Lid LSG

    ‘Ineens praat iemand als een meisje van zes’
    Psycholoog Christel Kraaij over het behandelen van cliënten met DIS

    Hoe kan het dat de politie zegt dat er nooit ergens bewijs is gevonden voor Ritueel misbruik, en dat traumatherapeuten tientallen slachtoffers in behandeling hebben? Met die vraag klopte klinisch psycholoog Christel Kraaij anderhalf jaar geleden aan bij Argos.

    We zijn met elkaar in contact gekomen na de Argos-uitzending over Lisa. Zij was vijftien jaar oud toen ze bij de politie aangifte deed van seksueel misbruik door haar vader en andere mannen. Ze zou ook in het bos zijn bevallen van een baby, die vervolgens door de mannen werd vermoord.

    Kraaij: ‘Ik hoorde die uitzending, en herkende daarin elementen die cliënten van mij ook vertellen. Ook bij andere TRTC’s (traumacentra) in Nederland zijn mensen in behandeling die vertellen dat ze zoiets hebben meegemaakt. Dat gaat om zo’n veertig cliënten in totaal. Ik vind het belangrijk en zou het mooi vinden als daar eens goed onderzoek naar wordt gedaan.’

    Dat gebeurt nu niet?
    ‘Als deze cliënten aangifte doen komen ze automatisch terecht bij een aparte afdeling van de politie: de LEBZ (de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken, red.). Dat is een vereiste als een aangifte rituele kenmerken bevat. De LEBZ is opgericht om valse aangiftes te voorkomen. Dat geeft mijn cliënten geen vertrouwen dat hun verhaal echt goed en grondig wordt onderzocht.’

    ‘Daarnaast ervaren mijn cliënten sowieso een hoge drempel als het gaat om aangifte doen. Ze raken bijvoorbeeld getriggerd door een politieuniform, of door de manier waarop ze verhoord worden. Ik snap dat de politie dat moet doen, maar voor mijn cliënten is het ingewikkeld. Zeker als ze geen vertrouwensband met iemand hebben.’

    Noemen uw cliënten het ook ritueel misbruik?
    ‘Nee, zij hebben het meestal over “de mensen daar”, of “de groep”. Soms zeggen ze “het netwerk” of “de cult”.’

    Waarom neemt u de verhalen van uw cliënten serieus?
    ‘Mijn cliënten zijn hele normale mensen met hele normale banen. Ik zie geen enkele meerwaarde voor hen om dit te gaan vertellen. Dat wil niet zeggen dat ik tot op detail aanneem dat alles zo gegaan is – zij kunnen als kind ook voor de gek gehouden zijn, of zich iets verkeerd herinneren. Maar dat is iets anders dan dat hun verhalen compleet verzonnen zouden zijn.’

    Christel Kraaij
    Christel Kraaij is klinisch psycholoog bij Transit, GGZ Centraal. Ze is gespecialiseerd in DIS – dissociatieve identiteitsstoornis. Hiervoor werkte ze bij het Top Referent Trauma Centrum van Altrecht. Ze heeft ongeveer 15 cliënten behandeld die getuigden over Ritueel misbruik.

    Heeft het maatschappelijk ongeloof impact op uw cliënten?
    ‘Cliënten vertellen dat het ongeloof het moeilijk maakt om los te komen van het netwerk. Het is precies wat ze voorgehouden wordt; dat ze niet geloofd zullen worden. En als juist de mensen van wie je ’t zou moeten hebben jou niet geloven, en jou niet oké vinden. Dan voelt het soms zelfs beter om ‘daar’ te blijven, waar je wel een plek hebt. Hoe naar die plek ook is.’

    ‘mijn cliënten beleven zichzelf als verdeeld. Het kan zo zijn dat zo’n deel ook controle neemt over het gedrag.’

    U bent een van de experts die ons heeft geholpen bij het opstellen van een vragenlijst voor slachtoffers van georganiseerd seksueel misbruik. Er hebben meer dan tweehonderd mensen gereageerd, meer dan honderd melden ook rituele kenmerken. Had u dat verwacht?
    ‘Nee, Ik ben heel blij dat zoveel mensen gereageerd hebben, maar dat had ik zeker niet verwacht. Veel mensen vinden het doodeng om hun verhaal te delen. Zo’n onderzoek onder slachtoffers is naar mijn weten ook nooit eerder geprobeerd. Een aantal jaar geleden is er wel een onderzoek geweest onder hulpverleners.’

    Hebben uw eigen cliënten de vragenlijst ingevuld?
    ‘Wij hebben in de wachtkamer een affiche opgehangen. Sommige cliënten heb ik er specifiek op gewezen. Ik heb wel benadrukt dat het hun eigen keuze is of ze het willen doen. Ik denk dat sommige cliënten hun verhaal hebben gedeeld en andere niet.’

    Wij kregen toen wij met dit onderzoek begonnen meerdere waarschuwingsmails. Door aandacht hieraan te besteden zouden vrouwen die niet gelukkig zijn met hun leven gaan geloven dat zij misschien ook zijn misbruikt, en zelfs ritueel misbruik hebben meegemaakt.
    ‘Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat aangeeft dat aandacht voor georganiseerd misbruik ertoe leidt dat mensen ineens gaan geloven dat dat hen is overkomen. En ik vind het voor zowel de slachtoffers van ritueel misbruik als voor vrouwen die niet gelukkig zijn met hun leven nogal beledigend om dit te suggereren.’

    Het taboe op ritueel misbruik heeft er in ieder geval niet toe geleid dat minder mensen onze vragenlijst hebben ingevuld.
    ‘Precies. Als het gaat over georganiseerde misdaad en seksueel misbruik is het risico eerder dat mensen er niet over praten, terwijl het wel gebeurt; dan dat mensen daarover gaan vertellen terwijl het niet gebeurt. Als dat gebeurt is het natuurlijk heel ernstig, net als wanneer een valse aangifte wordt gedaan.’

    Enquete: Diagnoses
    66% van de personen die onze vragenlijst heeft ingevuld is gediagnosticeerd met DIS. Bij de mensen die aangeven dat er sprake was van ritueel misbruik is dat nog iets hoger: 77%.

    Van de totale groep heeft iets meer dan de helft (58%) zowel een diagnose DIS als PTSS, post-traumatisch stress syndroom. Vier procent heeft geen van beide, maar kampt met een depressie, borderline of een psychose. Veertien procent heeft alleen PTTS als diagnose.

    Wat is DIS?
    Kraaij: ‘DIS staat voor Dissociatieve Identiteitsstoornis. Het is een gevolg van ernstig trauma in de vroege kindertijd. Vroeger werd het ook wel Meervoudige Persoonlijkheidsstoornis genoemd. Een van de redenen waarom dat veranderd is, is omdat iemand gewoon een lijf heeft en een stel hersenen. Maar mijn cliënten beleven zichzelf als verdeeld. Het kan zo zijn dat zo’n deel ook controle neemt over het gedrag. Dan merk je bijvoorbeeld dat een volwassene ineens kinderlijk praat, of kinderlijke dingen doet. Of iemand wordt heel boos – wat niet past bij die persoon.’

    ‘Ik denk dat het goed is om te benadrukken dat als je een Dissociatieve Identiteitsstoornis hebt, dat niet per se betekent dat je ook een achtergrond met georganiseerd Ritueel misbruik hebt. Je kunt ook DIS ontwikkelen door heel ernstig misbruik en mishandeling binnen een gezin of door iemand die nabij stond.’

    Hoe uit DIS zich?
    ‘Het begint vaak dat mensen aangeven dat ze zich verdeeld voelen, al dan niet in andere woorden. Dat ze tijd kwijt zijn, dat ze enerzijds eigenlijk goed functioneren, bepaalde dingen in het dagelijks leven heel goed kunnen, een baan hebben, gezin runnen, sociaal netwerk hebben. En aan de andere kant, en dat is vaak als ze alleen zijn, in de nachten, maar ook in therapie, hele forse psychische klachten laten zien, en enorm lijden. Dat is atypisch voor andere psychische stoornissen.’

    Er zijn rechtspsychologen die zeggen dat DIS een iatrogene stoornis is. Kortom: dat het een stoornis is die door therapeuten wordt aangepraat.
    ‘Ik vind dat heel schadelijk voor de cliënten die DIS hebben en een flinke beschuldiging aan ons adres, die niet gegrond is. Ik volg de DSM (de wereldwijde classificatie voor psychische stoornissen, red.) en daar is de classificatie in opgenomen. Ik snap eerlijk gezegd niet waarom daar nog steeds zo’n discussie over is.’

    Een van die dingen die zo typerend is aan DIS, is dat het vaak in therapie naar boven komt. Alleen al daarom concluderen de rechtspsychologen dat DIS moet zijn aangepraat, Zonder therapie geen DIS-diagnose.
    ‘Elke diagnose wordt door een psycholoog of psychiater gesteld. Mensen met DIS komen binnen met typerende klachten die ik ze echt niet aanpraat. Bijvoorbeeld: Ik ben tijd kwijt. Ik vind mezelf terug in een hoekje heel angstig. Ik heb allemaal kleding in mijn kast die ik niet pas en die niet mijn smaak is. Het is wel belangrijk dat je er naar vraagt, want de meeste klachten zijn zeer schaamtevol om te vertellen.’

    Even voor de duidelijkheid: u brengt uw cliënten niet onder hypnose om ze aan het praten te krijgen?
    ‘Nee, ik zou niet eens weten hoe dat zou moeten. Wat er bijvoorbeeld gebeurt, is dat buiten een hond blaft, en dat iemand daar zo heftig op reageert dat er een ander deel van de persoonlijkheid naar voren komt. Ineens praat iemand als een meisje van zes, met het taalgebruik van een meisje van zes, en de mimiek van een kind. Zo’n deelpersoonlijkheid weet soms niet wie ik ben, of dat-ie nu therapie volgt. Soms gaat ze vertellen dat zij heel bang is voor honden, omdat ze daar nare dingen mee moest doen. Dan is ’t overigens nog steeds niet zo dat ik dan meteen denk: hier is sprake van ritueel misbruik.’

    ‘Kenmerkend is dat in bepaald perioden – rondom specifieke feestdagen – meer symptomen zijn.’

    Wat is het verschil tussen cliënten met DIS, en cliënten die ook nog ritueel misbruik rapporteren?
    ‘Er zijn veel overeenkomsten in klachten, vandaar ook dat de diagnose bij beiden gesteld kan worden. Maar kenmerkend voor mensen die ook over ritueel misbruik vertellen, is dat er vaak in bepaald perioden – rondom specifieke feestdagen – meer symptomen zijn. Dat gaat om feestdagen die we kennen vanuit het Christendom, zoals Pasen, Pinksteren en Kerst. Een omgekeerd kruis kan daar bijvoorbeeld een rol bij spelen. Er zijn ook andere feestdagen, zoals verjaardagen van leden van de groep, Volle Maan en seizoenswisselingen. Het is opvallend dat verschillende cliënten die verder niets met elkaar te maken daaraan refereren.’

    ‘Alle Christelijke, Keltische en Paganistische feestdagen. Denk aan Pasen, Kerst, maar ook het begin van de lente, zomer, herfst of winter, volle maan, verjaardagen van personen in de groep. De rituelen waren vaak ’s avonds of ’s nachts. Overdag werd ik vaak gebruikt om in de prostitutie te werken.’

    anonieme deelnemer

    ‘Ik merk rondom die dagen een enorme angst bij mijn cliënten. Degenen die nog in het netwerk zitten moeten op die dagen ergens zijn, of ze worden opgehaald om ergens naartoe te gaan. Degenen die eruit zijn die blijven bang dat ze toch weer opgehaald zullen worden. Of ze hebben herbelevingen aan wat er op die feestdag is gebeurd.’

    Wat is nog meer typerend voor ritueel misbruik?
    ‘Er is sprake van hersenspoelingen. Mind Control noemen we dat. De cliënten noemen het zelf soms ook wel ‘programma’s die aan kunnen gaan’. Het voelt alsof van buitenaf op een soort knopje wordt gedrukt, waardoor iemand gaat handelen zonder dat-ie daar nog regie over heeft. Ze vertellen dat ze het gevoel krijgen dat ze draaien, of zich psychotisch moeten gedragen, of zichzelf pijn moeten doen.’

    Wat ziet u daarvan?
    ‘Soms kan een cliënte deze gedachtes, drang of sensaties benoemen. Soms zie ik vooral non-verbale onrust toenemen. Als ik er vragen over stel, gebeurt het soms dat een cliënte vlak wordt en op een monotone manier reageert. Het is misschien een rare associatie, maar ik zou het ‘soldaterig’ noemen. Iemand geeft staccato antwoorden, alsof-ie niet meer bij mij is maar in een drill-achtige situatie is terechtgekomen.’

    Hoe vertellen zij dat die programma’s zijn ontstaan?
    ‘Zij vertellen dat er sprake is van een soort training. Het is eigenlijk een vorm van conditioneren dat als ‘A’ gezegd wordt, B moet worden gedaan. Als iemand bijvoorbeeld op het punt staat iets te vertellen over het netwerk, dan komen beelden naar boven van een hele nare ervaring, waardoor iemand nauwelijks meer in staat is door te vertellen.’

    Wij hebben tijdens dit onderzoek gemerkt dat mensen soms heel heftig reageerden als ze probeerden om ons meer te vertellen over locaties of over daders. Soms begon iemand een kinderliedje te zingen: ‘daar was laatst een meisje dood, die was geen praten’. Iemand anders mailde de avond na het gesprek: “Ik heb alles gelogen, je moet me niet geloven. Ik mag dit niet zeggen.” Is dat een programma? Of hebben we dan te maken met een onbetrouwbare bron?

    ‘Als ik dit in therapie meemaak, dan leg ik dat uit als een conflict in de binnenwereld– tussen verschillende delen, of door een programma. Dat wil dus niet zeggen dat het niet waar is wat iemand vertelt, maar ook niet dat het wel waar is. Het zegt dat er een conflict is van binnen over wat er is verteld. Daar kun je al therapeut mee werken door te vragen wat iemand dwars zit.
    Ik kan me voorstellen dat het voor een journalist lastiger is. Dit is dus ook een probleem als iemand aangifte bij de politie wil doen.’

    Eén van de andere ‘vaste’ onderdelen van verhalen over ritueel misbruik, is dat vrouwen vertellen dat ze zwanger zijn geweest en dat er iets ergs met hun kind is gebeurd. Ziet u dat ook bij uw cliënten?
    ‘Veel cliënten geven aan dat zij zwanger zijn geweest, vaak zelfs meer dan één keer. Dat is vreselijk, als ik daarbij stil sta. En zij hebben daar beelden bij van hoe hun baby misbruikt wordt, of wordt vermoord. Tegelijkertijd vind ik het lastig om in te schatten of alles wat cliënten mij hierover vertellen klopt.’

    Hoe bedoelt u dat? Kun je iemand wijsmaken dat zij een baby heeft gekregen?
    ‘Ik merk dat er heel veel wordt gedaan om te zorgen dat slachtoffers ongeloofwaardig worden. Er zijn voorbeelden van slachtoffers die zeggen: “ik dacht dat ik gezien had hoe iemand werd vermoord, maar later was diegene er toch weer.” En bij DIS is het dus zo dat – omdat je uit verschillende delen bestaat – die informatie gescheiden kan blijven. Iemand kan dus een deel hebben dat nog steeds denkt dat die persoon echt dood is, terwijl de ander zegt: nee joh, daar is niks mee gebeurd. Dat maakt iemand dus heel ongeschikt om aangifte te doen.’

    ‘Ik bedoel niet dat ik denk dat geen van mijn cliënten zwanger is geweest. Ik bedoel dat ik het voor mogelijk houd dat iemand eerst echt zwanger is geweest, en daarna bewust is wijsgemaakt dat dat nog een keer is gebeurd. Het krijgen van een kind dat vervolgens wordt vermoord is een enorm groot trauma. Als je iemand opnieuw in een vergelijkbare situatie plaatst, schiet diegene heel snel in een herbeleving. Helemaal als je er iemand ook nog drogeert of hallucinerende drugs geeft. Je kunt iemand een middeltje geven dat buikpijn geeft, en dan ernaast gaan roepen dat diegene weeën heeft. Je kunt het van binnen beschadigen, zodat iemand ziet dat ze bloed van onderen. Om een lang verhaal kort te maken: ik vind het aannemelijk dat er allerlei methoden zijn om een iemand die getraumatiseerd en in paniek is te laten geloven dat ze nóg een baby heeft gekregen. “Nou’, denk je misschien. “Waarom zou een netwerk dat allemaal doen?” Maar dit is dus heel effectief om te zorgen dat iemand ongeloofwaardig wordt.’

    ‘Ik denk dus dat het een combinatie is van dingen die echt gebeuren, en gebeurtenissen die worden geënsceneerd – maar dat zeg ik op basis van wat ik hierover van cliënten heb gehoord.’

    Kan iemand met DIS ooit een betrouwbare getuigenis afleggen?
    ‘Dat is een Catch-22. Aan de start van de therapie is iemand nog teveel verdeeld. Dan hebben verschillende delen een eigen visie op een gebeurtenis, en zijn de puzzelstukjes nog niet bij elkaar gelegd. Als iemand co-bewustzijn heeft is diegene beter in staat die puzzelstukjes bij elkaar te brengen en consistent vertellen. Maar dat lijkt me voer voor de advocaat van de verdachte, want iemand is in therapie geweest – waarbij er sprake is van beïnvloeding – dan wordt de verklaring mogelijk niet meer betrouwbaar geacht.’

    ‘Het gaat eigenlijk over macht en de ander volledig in de war maken over zichzelf.’

    Als dat soort dingen echt gebeuren: dat meisjes een kind krijgen en dat dat vervolgens wordt vermoord of afgepakt – wat is daar dan het doel van?
    ‘Ik zie dat als de ultieme manier om te zorgen dat iemand z’n mond houdt. Het begint er bijvoorbeeld mee dat kinderen op jonge leeftijd een dier moeten doden, vaak een dier waar ze aan gehecht zijn. Later gaat ‘t om het pijn doen van andere kinderen. En uiteindelijk om het krijgen van eigen kinderen, waar iets ergs mee gebeurt.’

    ‘Als ik naar mijn cliënten kijk, zie ik dat dat op twee manieren werkt. Enerzijds is er een enorm schuldgevoel: degenen die iemand pijn moesten doen of moesten doden geloven dat zij net zo zijn als de daders. Ze durven het aan niemand te vertellen. Soms zijn er beelden van gemaakt en worden ze daarmee gechanteerd.’

    ‘Daarnaast: Als je ervan overtuigd bent dat je daar een kind hebt gebaard, en dat dat kindje nog leeft – dan blijf je terugkomen en alles doen wat er van je gevraagd wordt, in de hoop dat kindje veilig te houden.’

    Het is iets wat wij ook horen van de deelnemers aan ons onderzoek. Ze vertellen: “als je nu de hele nacht goed seks hebt met meerdere mannen, dan mag je je kind zien. Als je niet laat merken dat je pijn hebt, mag je je kind zien. Je moet terugkomen voor het aankomende feest, anders pakken we je kind…” En vervolgens wordt gezegd: “je komt zelf terug. Je vindt dit lekker. Je hoort bij ons.”

    ‘Voor mijn cliënten is dit heel emotioneel. Hier zitten vaak de grootste trauma’s. Ik denk dat het vanuit het netwerk gezien heel functioneel is. Het gaat eigenlijk over macht en de ander volledig in de war maken over zichzelf, het eigen aandeel en de verantwoordelijkheid die ze hiervoor draagt. Ook dat maakt het heel moeilijk om aangifte te doen.’

    ‘Soms moest ik andere kinderen straffen en op die manier laten zien dat ik één van hen was (daders). Dat ik bij hen hoorde en dat ieder die een misstap maakt of een verrader is gestraft moet worden. Soms moest ik andere kinderen om het leven brengen. Soms gebeurde dit door spelletjes ‘wie het eerst is blijft leven’ of ‘je hebt zoveel tijd om diegene te vermoorden anders doen wij het bij jou’. Dat soort zieke spellen.’
    anonieme deelnemer

    ‘Moesten vaak keuzes maken over wie welke straf kreeg of wie misbruikt moest worden. Anderen schokken geven (elektrisch) tot bewusteloos. Moesten anderen ‘vastzetten’, dus vastbinden met touwen of klemmen vastzetten op de borst.’
    anonieme deelnemer

    ‘Vaak had ik een ketting om mijn nek. Vaak werd er geslagen, gepijnigd, gemarteld, vernederd. Soms werd je in het bos naakt in de nacht aan een boom gebonden. Of ze lieten honden los om op je te jagen, of ze maakten je vast zodat honden in jou gingen. Dan was jij de teef. Foto’s werden gemaakt Je werd gedwongen kleintjes pijn te doen en klaar te maken voor de anderen. Foto’s en filmopnames werden getoond aan anderen om je te vernederen.’
    anonieme deelnemer

    Als er inderdaad sprake is van een netwerk, wat voor een netwerk is dat dan volgens u?
    ‘Daar denk ik natuurlijk over na. Het beeld dat ik krijg op basis van gesprekken met cliënten, is dat er sprake is van een crimineel netwerk waarbij geld wordt verdiend middels kinderporno en kinderprostitutie, en waar soms ook sprake is van drugshandel en wapenhandel. Daarnaast, of daar half overheen, zijn kleinere groepen waarbij ideologie een grotere rol speelt, en waar (Satanische) rituelen worden uitgevoerd. Soms lijken die netwerken samen te komen. Soms vertelt een cliënt alleen over één van die twee elementen. Wat ik voor mezelf nog niet helder heb, is of de daders ook echt in Satan geloven, of dat de ideologie gebruikt wordt om kinderen in bedwang te houden.’

    Hebben uw cliënten wel eens namen genoemd?
    ‘Ik vind dit een lastige vraag. Of ik hier nou ‘ja’ of ‘nee’ zeg, in beide gevallen zeg ik iets over mijn cliënten. Ik wil dat mijn cliënten vrij met mij kunnen praten, ook al werk ik hieraan mee. Daarom geef ik hier geen antwoord op.’

    Laat ik het dan zo vragen: krijgt u wel eens concrete aanwijzingen waardoor u het idee heeft dat uw cliënt echt iets is overkomen?
    ‘Soms krijg ik vanuit de omgeving van een cliënt bevestigd dat er sprake is geweest van een mishandeling vanuit het netwerk. Nou was ik natuurlijk niet bij die mishandeling, maar het is wel duidelijk dat die cliënt echt iets is overkomen. Waarbij er geen goede alternatieve verklaring voor is.’

    ‘Binnen sektes en geloofsgemeenschappen gebeuren nog steeds vreselijke dingen, die maar weinig leiden tot aangifte, laat staan tot vervolging en veroordeling.’

    Houdt u het voor mogelijk dat cliënten hun verhalen baseren op verklaringen die zij op internet hebben gelezen?
    ‘Ik houd het voor mogelijk dat dat gebeurt. Tegelijkertijd: als ik iemand in behandeling zou hebben bij wie ik dat zou vermoeden, dan zou ik dat ter sprake brengen.’

    Heeft u dat wel eens moeten doen?
    ‘Nee. Ik heb wel eens cliënten gezegd dat ik denk dat er geen sprake van DIS is, met enige regelmaat zelfs. Dan is iemand daar zelf bijvoorbeeld van overtuigd geraakt, of diegene had een behandelaar die DIS vermoedde. Als ik diegene onderzocht zag ik een andere classificatie, die meer paste bij de klachten. Dat bespreek ik dan.

    Volgens degenen die onze vragenlijst invulden wordt het netwerk niet opgerold, omdat allerlei personen op machtige posities betrokken zijn bij het afdekken ervan. Ze hebben het dan over artsen, politiemensen, en zelfs over rechters en politici. Is dat iets dat u ook hoort?

    ‘Ja, dat hoor ik ook. Ik vind dat ingewikkeld, want ik zie ook dat er expres wantrouwen wordt gecreëerd ten opzichte van mensen die juist zouden kunnen helpen, bijvoorbeeld therapeuten. Als ik er helemaal in mee zou gaan, dan zou ik zelf onderdeel van het netwerk zijn in de ogen van sommige cliënten. En ik weet toch echt zeker dat ik er niet bij hoor.’

    ‘Ik hoor dat daders een politieuniform aantrekken, zodat een slachtoffer niet naar de politie durft. Dat betekent dus niet dat die daders van de politie zijn. Aan de andere kant hoor ik ook dat mensen, als ze aangifte doen, soms iemand zien die ook bij het netwerk hoort, en dan uit angst hun aangifte intrekken.’

    Er is een school van wetenschappers die claimt dat ritueel misbruik niet bestaat. Rechtspsychologen Crombag en Merckelbach stellen bijvoorbeeld de vraag of het ‘aannemelijk is dat een misdaadorganisatie erin zou slagen om jarenlang op grote school de meest groteske misdaden te begaan, zonder enig spoor achter te laten’.

    ‘De vraag is of het daadwerkelijk zo is dat ze geen sporen achter laten. Er is heel veel wel ontdekt. Als we bijvoorbeeld op het Dark Web kijken, dan wordt daar continu nieuwe kinderporno aangevoerd, waar Nederlandse kinderen bij betrokken zijn, die niet in beeld zijn bij politie of hulpverlening. Een ander voorbeeld is misbruik in de Katholieke Kerk. Dat is jarenlang in de doofpot gestopt. En binnen sektes en geloofsgemeenschappen gebeuren nog steeds vreselijke dingen, die maar weinig leiden tot aangifte, laat staan tot vervolging en veroordeling. Volgens mij is inmiddels voldoende aangetoond dat het aannemelijk is dat dit soort praktijken voorkomen, in het buitenland en in Nederland. Misschien is dat niet zozeer door de politie aangetoond, maar wel door de journalistiek.’

    Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.

    Bron: vpro.nl

23 berichten aan het bekijken - 1 tot 23 (van in totaal 23)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 8 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.424, reacties: 13.217, leden: 1.198
Scroll Up