Dissociatie en dissociatieve identiteitsstoornissen

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Dissociatie en dissociatieve identiteitsstoornissen

  • Dit onderwerp bevat 23 reacties, 6 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 13/08/2021 om 16:39 door Mark.
4 berichten aan het bekijken - 21 tot 24 (van in totaal 24)
  • Auteur
    Berichten
  • #251318
    Luka
    Moderator

    Het verschil tussen ‘gewone’ en traumatische dissociatie

    Op de automatische piloot
    Tot op zekere hoogte is iedereen bekend met dissociatie. Je kent vast wel de ervaring dat je naar huis rijdt in je auto en ineens ben je al bijna thuis. Eigenlijk heb je niet op de weg zitten letten en ben je op routine, op de automatische piloot naar huis gereden. Alsof je een stukje hebt overgeslagen. Dat is dissociatie. We doen het ook als we dagdromen of als we in gesprek zijn en ineens aan de bloemkool denken. Of je gaat op vakantie en halverwege Frankrijk vraag je je af: ‘Heb ik het gas wel uitgezet?’ Dan was je gedissocieerd toen je het gas uitdraaide. Voor de meeste mensen levert dit geen noemenswaardige problemen op. Het wordt anders als je seksueel misbruikt bent.

    Het ontstaan van traumatische dissociatie
    Wat bij seksueel misbruik vaak gebeurt is dat het kind, in een poging om zichzelf leed te besparen, zorgt dat hij of zij er niet helemaal bij is als het gebeurt. Sommigen omschrijven dit als zich heel klein maken en zich helemaal in zichzelf terugtrekken tot daar waar de misbruiker er niet bij kan. Anderen voelen het meer alsof ze uit hun lichaam stappen en van een afstandje kijken naar wat er gebeurt. Al mijn herinneringen aan het seksueel misbruik zie ik voor me als een film: alsof ik er van een afstandje naar kijk. Doordat je er niet helemaal bij bent, ervaar je de bedreigende situatie minder scherp.

    Dissociatie is goed!
    Mensen denken vaak dat dissociatie een ziekte is, of een probleem, maar in feite is dissociatie een heel handig fenomeen. Je kunt als je iets ergs meemaakt soms beter handelen als je er met wat meer afstand naar kijkt. Voor een kind is de dissociatie niet echt een bewuste keuze, maar een overlevingsmechanisme dat door de bedreigende en pijnlijke omstandigheden wordt geactiveerd. Maar net dat automatische ervan, leidt soms tot grote problemen in de volwassenheid.

    Triggers en dissociatie
    Wat gebeurt er als een volwassene een dissociatieve stoornis heeft? In feite gebeurt er niets anders dan wanneer je ‘gewoon’ dissocieert en op de automatische piloot naar huis rijdt. Het grote verschil is dat de oorzaak van de dissociatie ingewikkelder ligt. Het kind heeft allerlei omstandigheden meegemaakt die gevaarlijk waren, waarin het misbruik plaatsvond. Een kind begrijpt vaak niet goed wat er aan de hand is en in een poging om overeind te blijven in dat soort bedreigende toestanden wordt het kind heel bedreven in het zoeken naar signalen die aan het misbruik vooraf gaan. Die signalen voorziet het kind van het label ‘Gevaarlijk’ en uit voorzorg treed het dissociatieve mechanisme in werking. Vanaf dat moment is wat het kind als een signaal ziet een trigger.

    Wanneer triggers afgaan bij volwassenen
    De dingen die het kind als gevaarlijk is gaan beleven worden meegenomen de volwassenheid in. Die dingen worden dan triggers voor de dissociatie. Een trigger hoeft objectief gezien helemaal niets met het misbruik van doen te hebben gehad. Als het misbruik bijvoorbeeld twee keer achter elkaar gebeurd is toen het kind spruitjes had gegeten dan kan het kind die link leggen. Eenmaal gelinkt roept de geur van spruitjes dan spanning op en volgens de logica van het kind betekent dat: Uitstappen! Dissociëren. Die reactie is automatisch en zet zich dan ook door in de volwassenheid. Vaak weet de volwassene overigens helemaal niet meer, waarom hij of zij zo gespannen wordt van de geur van spruitjes.

    Problemen door dissociatie
    Als je seksueel misbruik hebt meegemaakt, is het dus mogelijk dat je heel veel triggers hebt. Als je daarnaast nog eens heel goed bent in dissocieren (omdat je het op zo’n jonge leeftijd hebt geleerd), dan kun je wel eens in grote problemen komen. Immers, als je dissocieert ben je er niet helemaal bij. Als je er heel goed in bent, dan ben je het (bijna) helemaal niet meer bij. Je dissocieert op een trigger die je als kind hebt geinstalleerd en die mogelijk wel, maar soms ook niet direct terug te leiden is op het seksueel misbruik. Vervolgens wordt je drie uur (of soms dagen) later wakker en hebt geen enkele herinnering van wat er in de tussentijd gebeurd is. Intussen heb je wel van alles gedaan, zelfs al weet je er het fijne niet van.

    Maar het kan nog erger: DIS
    Omdat je persoonlijkheid als kind nog niet helemaal ontwikkeld is, kan het zijn dat de restjes bewustzijn, die als het ware achterblijven in het lichaam, een eigen bewustzijn/karakter ontwikkelen. Als dat gebeurt noemen ze dat een dissociatieve identiteits stoornis of DIS. Wanneer het misbruik op hele jonge leeftijd (<5) begint is het ontwikkelen van een DIS waarschijnlijker dan wanneer je al wat ouder bent. Een klein kind heeft nog niet zo’n stevige ‘ik’ en ontwikkelt in zo’n geval ikken. En als je misbruikt wordt dan reageren al die ikken op een andere manier. Sommige ikken dragen de pijn, anderen dragen de woede, weer anderen zijn sterke beschermers, sommigen willen dood, anderen willen de misbruiker vermoorden. Alle menselijke emoties en verlangens krijgen een soort eigen ik. Je kunt je voorstellen dat het leven met een DIS soms heel ingewikkeld kan zijn.

    De risico’s van dissociatie en DIS
    De risico’s van dissociatie zijn relatief eenvoudig: doordat je er niet helemaal bij bent loop je het risico dat er dingen misgaan. Je let niet op in gesprekken met anderen en krijgt bevreemdde blikken. Meestal kan een ander je dan bij de les halen en vraag je gewoon: ‘Wat heb ik gemist?’ Maar een volledig ontwikkelde DIS is ingewikkelder. De personen die samen in één lichaam wonen zijn vaak erg divers en een aantal daarvan zijn ook nog eens zelf-destructief of agressief. Als je erg veel getriggerd wordt ben je dan een gevaar voor jezelf of je omgeving.

    Helen van DIS
    Er zijn bij mijn weten twee manieren om een DIS aan te pakken. De ene is om alle persoonlijkheden te integreren, zodat er één persoonlijkheid wordt gesmeed. Dat is een heel proces maar zeker de moeite waard gezien de risico’s die kleven aan een onbehandelde DIS. De andere manier is om in gesprek te komen met alle individuele persoonlijkheden en tot werkafspraken te komen met hen allemaal. Een voorbeeld van zo’n afspraak is dan dat je het lichaam niet in gevaar mag brengen. Of dat je zo snel mogelijk naar huis gaat. Beide manieren helpen om een min of meer normaal leven te leiden. Van mensen de ‘geïntegreerd’ zijn begrijp ik dat ze soms de veelheid van persoonlijkheden missen, maar ook dat ze alle talenten van de diverse persoonlijkheden kunnen inzetten, waardoor het doorgaans heel veelzijdige mensen zijn. Van mensen die gekozen hebben voor werkafspraken begrijp ik dat ze regelmatig die werkafspraken moeten herzien, maar dat ze daar wel een weg in hebben gevonden.

    Heb jij een Dissociatieve Identiteits Stoornis?
    Vraag je je na dit verhaal af of je DIS hebt, hier is een korte checklist van symptomen. Een van de belangrijkste kenmerken is het kwijt raken van tijd. Als dat je regelmatig overkomt en je hebt nog andere symptomen van de lijst, dan zou ik zeker eens officieel laten onderzoeken of je DIS hebt. Er zijn goede manieren om te leren omgaan met DIS, niet alleen in het reguliere medische circuit, maar zeker ook in de alternatieve sector. Mocht je DIS hebben, onderzoek dan vooral de mogelijkheden van alle verschillende therapieën om die methode te vinden die bij jou past.

    • Geheugenverlies: je bent stukken verleden kwijt en kan je soms dingen die net gebeurd zijn niet herinneren
    • Depersonalisatie: het gevoel dat je vanaf een afstand naar jezelf kijkt (of diep in jezelf weggedoken zit
    • Het gevoel hebben dat dingen niet ‘echt’ gebeuren
    • Je omgeving niet meer herkennen
    • Soms hoor je de stemmen van je andere persoonlijkheden
    • Identiteitswisselingen, waardoor je alleen de dingen herinnert die dat deel van je persoon heeft meegemaakt

    Soms kun je ook merken dat er iets mis is aan de reacties van anderen. Als je tijd kwijt bent geraakt en mensen die je niet denkt te kennen groeten je ineens alsof ze je goed kennen bijvoorbeeld.

    Voordelen van DIS?
    Een ongeheelde DIS is knap lastig, maar toch heeft het ook voordelen. Van mensen die DIS (gehad) hebben hoor ik onder andere de volgende voordelen:

    • Je bent heel veelzijdig
    • Je bent nooit alleen (sommige mensen die geheel zijn van DIS geven aan hun alters te missen)
    • Je kunt goed acteren/typetjes neerzetten (denk bijvoorbeeld aan Karin Bloemen)
    • Je kunt bij ‘gewone’ moeilijke situaties even ‘uitstappen’ (denk tandarts)
    • Soms kennen je alters andere talen, bij integratie ken jij die dan ook
    • Sommige mensen met DIS zijn super energiek (omdat delen van hen kunnen uitrusten terwijl de andere delen actief zijn)
    • Je hebt een onvoorspelbaar en avontuurlijk leven.

    Waarschijnlijk wegen de voordelen niet op tegen bovengenoemde nadelen. Toch is het ook belangrijk om ze te noemen, want als je gaat helen zul je vaak de voordelen op moeten geven. Gelukkig krijg je er veel voor in de plaats.

    Bron: Inspirend Leven >>

    #251754
    Mark
    Moderator

    Lezing Arianne Struik over Dissociatieve stoornissen bij kinderen onder 14 jaar tijdens het symposium van Kenniscentrum TGG in November 2019.

     

    Er is nog weinig bekend over dissociatieve stoornissen bij kinderen. In deze presentatie wordt een overzicht gegeven van de huidige kennis en stand van zake in het veld gecombineerd met klinische ervaringen.

    Deze lezing werd gegeven door Arianne Struik tijdens het symposium “Vroegtijdige herkenning en behandeling van dissociatieve stoornissen bij kinderen en adolescenten” op zaterdag 23 november van Stichting Kenniscentrum TGG.

    Vanwege privacyredenen zijn fragmenten uit de presentatie geknipt.

    Bron: kenniscentrumtgg.org

    #251951
    mara
    Lid LSG

    ‘Ineens praat iemand als een meisje van zes’
    Psycholoog Christel Kraaij over het behandelen van cliënten met DIS

    Hoe kan het dat de politie zegt dat er nooit ergens bewijs is gevonden voor Ritueel misbruik, en dat traumatherapeuten tientallen slachtoffers in behandeling hebben? Met die vraag klopte klinisch psycholoog Christel Kraaij anderhalf jaar geleden aan bij Argos.

    We zijn met elkaar in contact gekomen na de Argos-uitzending over Lisa. Zij was vijftien jaar oud toen ze bij de politie aangifte deed van seksueel misbruik door haar vader en andere mannen. Ze zou ook in het bos zijn bevallen van een baby, die vervolgens door de mannen werd vermoord.

    Kraaij: ‘Ik hoorde die uitzending, en herkende daarin elementen die cliënten van mij ook vertellen. Ook bij andere TRTC’s (traumacentra) in Nederland zijn mensen in behandeling die vertellen dat ze zoiets hebben meegemaakt. Dat gaat om zo’n veertig cliënten in totaal. Ik vind het belangrijk en zou het mooi vinden als daar eens goed onderzoek naar wordt gedaan.’

    Dat gebeurt nu niet?
    ‘Als deze cliënten aangifte doen komen ze automatisch terecht bij een aparte afdeling van de politie: de LEBZ (de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken, red.). Dat is een vereiste als een aangifte rituele kenmerken bevat. De LEBZ is opgericht om valse aangiftes te voorkomen. Dat geeft mijn cliënten geen vertrouwen dat hun verhaal echt goed en grondig wordt onderzocht.’

    ‘Daarnaast ervaren mijn cliënten sowieso een hoge drempel als het gaat om aangifte doen. Ze raken bijvoorbeeld getriggerd door een politieuniform, of door de manier waarop ze verhoord worden. Ik snap dat de politie dat moet doen, maar voor mijn cliënten is het ingewikkeld. Zeker als ze geen vertrouwensband met iemand hebben.’

    Noemen uw cliënten het ook ritueel misbruik?
    ‘Nee, zij hebben het meestal over “de mensen daar”, of “de groep”. Soms zeggen ze “het netwerk” of “de cult”.’

    Waarom neemt u de verhalen van uw cliënten serieus?
    ‘Mijn cliënten zijn hele normale mensen met hele normale banen. Ik zie geen enkele meerwaarde voor hen om dit te gaan vertellen. Dat wil niet zeggen dat ik tot op detail aanneem dat alles zo gegaan is – zij kunnen als kind ook voor de gek gehouden zijn, of zich iets verkeerd herinneren. Maar dat is iets anders dan dat hun verhalen compleet verzonnen zouden zijn.’

    Christel Kraaij
    Christel Kraaij is klinisch psycholoog bij Transit, GGZ Centraal. Ze is gespecialiseerd in DIS – dissociatieve identiteitsstoornis. Hiervoor werkte ze bij het Top Referent Trauma Centrum van Altrecht. Ze heeft ongeveer 15 cliënten behandeld die getuigden over Ritueel misbruik.

    Heeft het maatschappelijk ongeloof impact op uw cliënten?
    ‘Cliënten vertellen dat het ongeloof het moeilijk maakt om los te komen van het netwerk. Het is precies wat ze voorgehouden wordt; dat ze niet geloofd zullen worden. En als juist de mensen van wie je ’t zou moeten hebben jou niet geloven, en jou niet oké vinden. Dan voelt het soms zelfs beter om ‘daar’ te blijven, waar je wel een plek hebt. Hoe naar die plek ook is.’

    ‘mijn cliënten beleven zichzelf als verdeeld. Het kan zo zijn dat zo’n deel ook controle neemt over het gedrag.’

    U bent een van de experts die ons heeft geholpen bij het opstellen van een vragenlijst voor slachtoffers van georganiseerd seksueel misbruik. Er hebben meer dan tweehonderd mensen gereageerd, meer dan honderd melden ook rituele kenmerken. Had u dat verwacht?
    ‘Nee, Ik ben heel blij dat zoveel mensen gereageerd hebben, maar dat had ik zeker niet verwacht. Veel mensen vinden het doodeng om hun verhaal te delen. Zo’n onderzoek onder slachtoffers is naar mijn weten ook nooit eerder geprobeerd. Een aantal jaar geleden is er wel een onderzoek geweest onder hulpverleners.’

    Hebben uw eigen cliënten de vragenlijst ingevuld?
    ‘Wij hebben in de wachtkamer een affiche opgehangen. Sommige cliënten heb ik er specifiek op gewezen. Ik heb wel benadrukt dat het hun eigen keuze is of ze het willen doen. Ik denk dat sommige cliënten hun verhaal hebben gedeeld en andere niet.’

    Wij kregen toen wij met dit onderzoek begonnen meerdere waarschuwingsmails. Door aandacht hieraan te besteden zouden vrouwen die niet gelukkig zijn met hun leven gaan geloven dat zij misschien ook zijn misbruikt, en zelfs ritueel misbruik hebben meegemaakt.
    ‘Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat aangeeft dat aandacht voor georganiseerd misbruik ertoe leidt dat mensen ineens gaan geloven dat dat hen is overkomen. En ik vind het voor zowel de slachtoffers van ritueel misbruik als voor vrouwen die niet gelukkig zijn met hun leven nogal beledigend om dit te suggereren.’

    Het taboe op ritueel misbruik heeft er in ieder geval niet toe geleid dat minder mensen onze vragenlijst hebben ingevuld.
    ‘Precies. Als het gaat over georganiseerde misdaad en seksueel misbruik is het risico eerder dat mensen er niet over praten, terwijl het wel gebeurt; dan dat mensen daarover gaan vertellen terwijl het niet gebeurt. Als dat gebeurt is het natuurlijk heel ernstig, net als wanneer een valse aangifte wordt gedaan.’

    Enquete: Diagnoses
    66% van de personen die onze vragenlijst heeft ingevuld is gediagnosticeerd met DIS. Bij de mensen die aangeven dat er sprake was van ritueel misbruik is dat nog iets hoger: 77%.

    Van de totale groep heeft iets meer dan de helft (58%) zowel een diagnose DIS als PTSS, post-traumatisch stress syndroom. Vier procent heeft geen van beide, maar kampt met een depressie, borderline of een psychose. Veertien procent heeft alleen PTTS als diagnose.

    Wat is DIS?
    Kraaij: ‘DIS staat voor Dissociatieve Identiteitsstoornis. Het is een gevolg van ernstig trauma in de vroege kindertijd. Vroeger werd het ook wel Meervoudige Persoonlijkheidsstoornis genoemd. Een van de redenen waarom dat veranderd is, is omdat iemand gewoon een lijf heeft en een stel hersenen. Maar mijn cliënten beleven zichzelf als verdeeld. Het kan zo zijn dat zo’n deel ook controle neemt over het gedrag. Dan merk je bijvoorbeeld dat een volwassene ineens kinderlijk praat, of kinderlijke dingen doet. Of iemand wordt heel boos – wat niet past bij die persoon.’

    ‘Ik denk dat het goed is om te benadrukken dat als je een Dissociatieve Identiteitsstoornis hebt, dat niet per se betekent dat je ook een achtergrond met georganiseerd Ritueel misbruik hebt. Je kunt ook DIS ontwikkelen door heel ernstig misbruik en mishandeling binnen een gezin of door iemand die nabij stond.’

    Hoe uit DIS zich?
    ‘Het begint vaak dat mensen aangeven dat ze zich verdeeld voelen, al dan niet in andere woorden. Dat ze tijd kwijt zijn, dat ze enerzijds eigenlijk goed functioneren, bepaalde dingen in het dagelijks leven heel goed kunnen, een baan hebben, gezin runnen, sociaal netwerk hebben. En aan de andere kant, en dat is vaak als ze alleen zijn, in de nachten, maar ook in therapie, hele forse psychische klachten laten zien, en enorm lijden. Dat is atypisch voor andere psychische stoornissen.’

    Er zijn rechtspsychologen die zeggen dat DIS een iatrogene stoornis is. Kortom: dat het een stoornis is die door therapeuten wordt aangepraat.
    ‘Ik vind dat heel schadelijk voor de cliënten die DIS hebben en een flinke beschuldiging aan ons adres, die niet gegrond is. Ik volg de DSM (de wereldwijde classificatie voor psychische stoornissen, red.) en daar is de classificatie in opgenomen. Ik snap eerlijk gezegd niet waarom daar nog steeds zo’n discussie over is.’

    Een van die dingen die zo typerend is aan DIS, is dat het vaak in therapie naar boven komt. Alleen al daarom concluderen de rechtspsychologen dat DIS moet zijn aangepraat, Zonder therapie geen DIS-diagnose.
    ‘Elke diagnose wordt door een psycholoog of psychiater gesteld. Mensen met DIS komen binnen met typerende klachten die ik ze echt niet aanpraat. Bijvoorbeeld: Ik ben tijd kwijt. Ik vind mezelf terug in een hoekje heel angstig. Ik heb allemaal kleding in mijn kast die ik niet pas en die niet mijn smaak is. Het is wel belangrijk dat je er naar vraagt, want de meeste klachten zijn zeer schaamtevol om te vertellen.’

    Even voor de duidelijkheid: u brengt uw cliënten niet onder hypnose om ze aan het praten te krijgen?
    ‘Nee, ik zou niet eens weten hoe dat zou moeten. Wat er bijvoorbeeld gebeurt, is dat buiten een hond blaft, en dat iemand daar zo heftig op reageert dat er een ander deel van de persoonlijkheid naar voren komt. Ineens praat iemand als een meisje van zes, met het taalgebruik van een meisje van zes, en de mimiek van een kind. Zo’n deelpersoonlijkheid weet soms niet wie ik ben, of dat-ie nu therapie volgt. Soms gaat ze vertellen dat zij heel bang is voor honden, omdat ze daar nare dingen mee moest doen. Dan is ’t overigens nog steeds niet zo dat ik dan meteen denk: hier is sprake van ritueel misbruik.’

    ‘Kenmerkend is dat in bepaald perioden – rondom specifieke feestdagen – meer symptomen zijn.’

    Wat is het verschil tussen cliënten met DIS, en cliënten die ook nog ritueel misbruik rapporteren?
    ‘Er zijn veel overeenkomsten in klachten, vandaar ook dat de diagnose bij beiden gesteld kan worden. Maar kenmerkend voor mensen die ook over ritueel misbruik vertellen, is dat er vaak in bepaald perioden – rondom specifieke feestdagen – meer symptomen zijn. Dat gaat om feestdagen die we kennen vanuit het Christendom, zoals Pasen, Pinksteren en Kerst. Een omgekeerd kruis kan daar bijvoorbeeld een rol bij spelen. Er zijn ook andere feestdagen, zoals verjaardagen van leden van de groep, Volle Maan en seizoenswisselingen. Het is opvallend dat verschillende cliënten die verder niets met elkaar te maken daaraan refereren.’

    ‘Alle Christelijke, Keltische en Paganistische feestdagen. Denk aan Pasen, Kerst, maar ook het begin van de lente, zomer, herfst of winter, volle maan, verjaardagen van personen in de groep. De rituelen waren vaak ’s avonds of ’s nachts. Overdag werd ik vaak gebruikt om in de prostitutie te werken.’

    anonieme deelnemer

    ‘Ik merk rondom die dagen een enorme angst bij mijn cliënten. Degenen die nog in het netwerk zitten moeten op die dagen ergens zijn, of ze worden opgehaald om ergens naartoe te gaan. Degenen die eruit zijn die blijven bang dat ze toch weer opgehaald zullen worden. Of ze hebben herbelevingen aan wat er op die feestdag is gebeurd.’

    Wat is nog meer typerend voor ritueel misbruik?
    ‘Er is sprake van hersenspoelingen. Mind Control noemen we dat. De cliënten noemen het zelf soms ook wel ‘programma’s die aan kunnen gaan’. Het voelt alsof van buitenaf op een soort knopje wordt gedrukt, waardoor iemand gaat handelen zonder dat-ie daar nog regie over heeft. Ze vertellen dat ze het gevoel krijgen dat ze draaien, of zich psychotisch moeten gedragen, of zichzelf pijn moeten doen.’

    Wat ziet u daarvan?
    ‘Soms kan een cliënte deze gedachtes, drang of sensaties benoemen. Soms zie ik vooral non-verbale onrust toenemen. Als ik er vragen over stel, gebeurt het soms dat een cliënte vlak wordt en op een monotone manier reageert. Het is misschien een rare associatie, maar ik zou het ‘soldaterig’ noemen. Iemand geeft staccato antwoorden, alsof-ie niet meer bij mij is maar in een drill-achtige situatie is terechtgekomen.’

    Hoe vertellen zij dat die programma’s zijn ontstaan?
    ‘Zij vertellen dat er sprake is van een soort training. Het is eigenlijk een vorm van conditioneren dat als ‘A’ gezegd wordt, B moet worden gedaan. Als iemand bijvoorbeeld op het punt staat iets te vertellen over het netwerk, dan komen beelden naar boven van een hele nare ervaring, waardoor iemand nauwelijks meer in staat is door te vertellen.’

    Wij hebben tijdens dit onderzoek gemerkt dat mensen soms heel heftig reageerden als ze probeerden om ons meer te vertellen over locaties of over daders. Soms begon iemand een kinderliedje te zingen: ‘daar was laatst een meisje dood, die was geen praten’. Iemand anders mailde de avond na het gesprek: “Ik heb alles gelogen, je moet me niet geloven. Ik mag dit niet zeggen.” Is dat een programma? Of hebben we dan te maken met een onbetrouwbare bron?

    ‘Als ik dit in therapie meemaak, dan leg ik dat uit als een conflict in de binnenwereld– tussen verschillende delen, of door een programma. Dat wil dus niet zeggen dat het niet waar is wat iemand vertelt, maar ook niet dat het wel waar is. Het zegt dat er een conflict is van binnen over wat er is verteld. Daar kun je al therapeut mee werken door te vragen wat iemand dwars zit.
    Ik kan me voorstellen dat het voor een journalist lastiger is. Dit is dus ook een probleem als iemand aangifte bij de politie wil doen.’

    Eén van de andere ‘vaste’ onderdelen van verhalen over ritueel misbruik, is dat vrouwen vertellen dat ze zwanger zijn geweest en dat er iets ergs met hun kind is gebeurd. Ziet u dat ook bij uw cliënten?
    ‘Veel cliënten geven aan dat zij zwanger zijn geweest, vaak zelfs meer dan één keer. Dat is vreselijk, als ik daarbij stil sta. En zij hebben daar beelden bij van hoe hun baby misbruikt wordt, of wordt vermoord. Tegelijkertijd vind ik het lastig om in te schatten of alles wat cliënten mij hierover vertellen klopt.’

    Hoe bedoelt u dat? Kun je iemand wijsmaken dat zij een baby heeft gekregen?
    ‘Ik merk dat er heel veel wordt gedaan om te zorgen dat slachtoffers ongeloofwaardig worden. Er zijn voorbeelden van slachtoffers die zeggen: “ik dacht dat ik gezien had hoe iemand werd vermoord, maar later was diegene er toch weer.” En bij DIS is het dus zo dat – omdat je uit verschillende delen bestaat – die informatie gescheiden kan blijven. Iemand kan dus een deel hebben dat nog steeds denkt dat die persoon echt dood is, terwijl de ander zegt: nee joh, daar is niks mee gebeurd. Dat maakt iemand dus heel ongeschikt om aangifte te doen.’

    ‘Ik bedoel niet dat ik denk dat geen van mijn cliënten zwanger is geweest. Ik bedoel dat ik het voor mogelijk houd dat iemand eerst echt zwanger is geweest, en daarna bewust is wijsgemaakt dat dat nog een keer is gebeurd. Het krijgen van een kind dat vervolgens wordt vermoord is een enorm groot trauma. Als je iemand opnieuw in een vergelijkbare situatie plaatst, schiet diegene heel snel in een herbeleving. Helemaal als je er iemand ook nog drogeert of hallucinerende drugs geeft. Je kunt iemand een middeltje geven dat buikpijn geeft, en dan ernaast gaan roepen dat diegene weeën heeft. Je kunt het van binnen beschadigen, zodat iemand ziet dat ze bloed van onderen. Om een lang verhaal kort te maken: ik vind het aannemelijk dat er allerlei methoden zijn om een iemand die getraumatiseerd en in paniek is te laten geloven dat ze nóg een baby heeft gekregen. “Nou’, denk je misschien. “Waarom zou een netwerk dat allemaal doen?” Maar dit is dus heel effectief om te zorgen dat iemand ongeloofwaardig wordt.’

    ‘Ik denk dus dat het een combinatie is van dingen die echt gebeuren, en gebeurtenissen die worden geënsceneerd – maar dat zeg ik op basis van wat ik hierover van cliënten heb gehoord.’

    Kan iemand met DIS ooit een betrouwbare getuigenis afleggen?
    ‘Dat is een Catch-22. Aan de start van de therapie is iemand nog teveel verdeeld. Dan hebben verschillende delen een eigen visie op een gebeurtenis, en zijn de puzzelstukjes nog niet bij elkaar gelegd. Als iemand co-bewustzijn heeft is diegene beter in staat die puzzelstukjes bij elkaar te brengen en consistent vertellen. Maar dat lijkt me voer voor de advocaat van de verdachte, want iemand is in therapie geweest – waarbij er sprake is van beïnvloeding – dan wordt de verklaring mogelijk niet meer betrouwbaar geacht.’

    ‘Het gaat eigenlijk over macht en de ander volledig in de war maken over zichzelf.’

    Als dat soort dingen echt gebeuren: dat meisjes een kind krijgen en dat dat vervolgens wordt vermoord of afgepakt – wat is daar dan het doel van?
    ‘Ik zie dat als de ultieme manier om te zorgen dat iemand z’n mond houdt. Het begint er bijvoorbeeld mee dat kinderen op jonge leeftijd een dier moeten doden, vaak een dier waar ze aan gehecht zijn. Later gaat ‘t om het pijn doen van andere kinderen. En uiteindelijk om het krijgen van eigen kinderen, waar iets ergs mee gebeurt.’

    ‘Als ik naar mijn cliënten kijk, zie ik dat dat op twee manieren werkt. Enerzijds is er een enorm schuldgevoel: degenen die iemand pijn moesten doen of moesten doden geloven dat zij net zo zijn als de daders. Ze durven het aan niemand te vertellen. Soms zijn er beelden van gemaakt en worden ze daarmee gechanteerd.’

    ‘Daarnaast: Als je ervan overtuigd bent dat je daar een kind hebt gebaard, en dat dat kindje nog leeft – dan blijf je terugkomen en alles doen wat er van je gevraagd wordt, in de hoop dat kindje veilig te houden.’

    Het is iets wat wij ook horen van de deelnemers aan ons onderzoek. Ze vertellen: “als je nu de hele nacht goed seks hebt met meerdere mannen, dan mag je je kind zien. Als je niet laat merken dat je pijn hebt, mag je je kind zien. Je moet terugkomen voor het aankomende feest, anders pakken we je kind…” En vervolgens wordt gezegd: “je komt zelf terug. Je vindt dit lekker. Je hoort bij ons.”

    ‘Voor mijn cliënten is dit heel emotioneel. Hier zitten vaak de grootste trauma’s. Ik denk dat het vanuit het netwerk gezien heel functioneel is. Het gaat eigenlijk over macht en de ander volledig in de war maken over zichzelf, het eigen aandeel en de verantwoordelijkheid die ze hiervoor draagt. Ook dat maakt het heel moeilijk om aangifte te doen.’

    ‘Soms moest ik andere kinderen straffen en op die manier laten zien dat ik één van hen was (daders). Dat ik bij hen hoorde en dat ieder die een misstap maakt of een verrader is gestraft moet worden. Soms moest ik andere kinderen om het leven brengen. Soms gebeurde dit door spelletjes ‘wie het eerst is blijft leven’ of ‘je hebt zoveel tijd om diegene te vermoorden anders doen wij het bij jou’. Dat soort zieke spellen.’
    anonieme deelnemer

    ‘Moesten vaak keuzes maken over wie welke straf kreeg of wie misbruikt moest worden. Anderen schokken geven (elektrisch) tot bewusteloos. Moesten anderen ‘vastzetten’, dus vastbinden met touwen of klemmen vastzetten op de borst.’
    anonieme deelnemer

    ‘Vaak had ik een ketting om mijn nek. Vaak werd er geslagen, gepijnigd, gemarteld, vernederd. Soms werd je in het bos naakt in de nacht aan een boom gebonden. Of ze lieten honden los om op je te jagen, of ze maakten je vast zodat honden in jou gingen. Dan was jij de teef. Foto’s werden gemaakt Je werd gedwongen kleintjes pijn te doen en klaar te maken voor de anderen. Foto’s en filmopnames werden getoond aan anderen om je te vernederen.’
    anonieme deelnemer

    Als er inderdaad sprake is van een netwerk, wat voor een netwerk is dat dan volgens u?
    ‘Daar denk ik natuurlijk over na. Het beeld dat ik krijg op basis van gesprekken met cliënten, is dat er sprake is van een crimineel netwerk waarbij geld wordt verdiend middels kinderporno en kinderprostitutie, en waar soms ook sprake is van drugshandel en wapenhandel. Daarnaast, of daar half overheen, zijn kleinere groepen waarbij ideologie een grotere rol speelt, en waar (Satanische) rituelen worden uitgevoerd. Soms lijken die netwerken samen te komen. Soms vertelt een cliënt alleen over één van die twee elementen. Wat ik voor mezelf nog niet helder heb, is of de daders ook echt in Satan geloven, of dat de ideologie gebruikt wordt om kinderen in bedwang te houden.’

    Hebben uw cliënten wel eens namen genoemd?
    ‘Ik vind dit een lastige vraag. Of ik hier nou ‘ja’ of ‘nee’ zeg, in beide gevallen zeg ik iets over mijn cliënten. Ik wil dat mijn cliënten vrij met mij kunnen praten, ook al werk ik hieraan mee. Daarom geef ik hier geen antwoord op.’

    Laat ik het dan zo vragen: krijgt u wel eens concrete aanwijzingen waardoor u het idee heeft dat uw cliënt echt iets is overkomen?
    ‘Soms krijg ik vanuit de omgeving van een cliënt bevestigd dat er sprake is geweest van een mishandeling vanuit het netwerk. Nou was ik natuurlijk niet bij die mishandeling, maar het is wel duidelijk dat die cliënt echt iets is overkomen. Waarbij er geen goede alternatieve verklaring voor is.’

    ‘Binnen sektes en geloofsgemeenschappen gebeuren nog steeds vreselijke dingen, die maar weinig leiden tot aangifte, laat staan tot vervolging en veroordeling.’

    Houdt u het voor mogelijk dat cliënten hun verhalen baseren op verklaringen die zij op internet hebben gelezen?
    ‘Ik houd het voor mogelijk dat dat gebeurt. Tegelijkertijd: als ik iemand in behandeling zou hebben bij wie ik dat zou vermoeden, dan zou ik dat ter sprake brengen.’

    Heeft u dat wel eens moeten doen?
    ‘Nee. Ik heb wel eens cliënten gezegd dat ik denk dat er geen sprake van DIS is, met enige regelmaat zelfs. Dan is iemand daar zelf bijvoorbeeld van overtuigd geraakt, of diegene had een behandelaar die DIS vermoedde. Als ik diegene onderzocht zag ik een andere classificatie, die meer paste bij de klachten. Dat bespreek ik dan.

    Volgens degenen die onze vragenlijst invulden wordt het netwerk niet opgerold, omdat allerlei personen op machtige posities betrokken zijn bij het afdekken ervan. Ze hebben het dan over artsen, politiemensen, en zelfs over rechters en politici. Is dat iets dat u ook hoort?

    ‘Ja, dat hoor ik ook. Ik vind dat ingewikkeld, want ik zie ook dat er expres wantrouwen wordt gecreëerd ten opzichte van mensen die juist zouden kunnen helpen, bijvoorbeeld therapeuten. Als ik er helemaal in mee zou gaan, dan zou ik zelf onderdeel van het netwerk zijn in de ogen van sommige cliënten. En ik weet toch echt zeker dat ik er niet bij hoor.’

    ‘Ik hoor dat daders een politieuniform aantrekken, zodat een slachtoffer niet naar de politie durft. Dat betekent dus niet dat die daders van de politie zijn. Aan de andere kant hoor ik ook dat mensen, als ze aangifte doen, soms iemand zien die ook bij het netwerk hoort, en dan uit angst hun aangifte intrekken.’

    Er is een school van wetenschappers die claimt dat ritueel misbruik niet bestaat. Rechtspsychologen Crombag en Merckelbach stellen bijvoorbeeld de vraag of het ‘aannemelijk is dat een misdaadorganisatie erin zou slagen om jarenlang op grote school de meest groteske misdaden te begaan, zonder enig spoor achter te laten’.

    ‘De vraag is of het daadwerkelijk zo is dat ze geen sporen achter laten. Er is heel veel wel ontdekt. Als we bijvoorbeeld op het Dark Web kijken, dan wordt daar continu nieuwe kinderporno aangevoerd, waar Nederlandse kinderen bij betrokken zijn, die niet in beeld zijn bij politie of hulpverlening. Een ander voorbeeld is misbruik in de Katholieke Kerk. Dat is jarenlang in de doofpot gestopt. En binnen sektes en geloofsgemeenschappen gebeuren nog steeds vreselijke dingen, die maar weinig leiden tot aangifte, laat staan tot vervolging en veroordeling. Volgens mij is inmiddels voldoende aangetoond dat het aannemelijk is dat dit soort praktijken voorkomen, in het buitenland en in Nederland. Misschien is dat niet zozeer door de politie aangetoond, maar wel door de journalistiek.’

    Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.

    Bron: vpro.nl

    #260099
    Mark
    Moderator

    ‘Een blauwe plek, die geneest. Maar woorden zijn een soort vergifinfuus, waar je continu aan ligt’

    Zo’n 1 miljoen Nederlanders hebben een zeldzame aandoening. Daardoor is het vaak ingewikkeld om de juiste diagnose te stellen en de goede behandeling te vinden. In deze serie vertellen ervaringsdeskundigen over de impact daarvan. Vandaag Mirre (39) over dissociatieve identiteitsstoornis (DIS): ,,Het is alsof een hart in stukjes is gebroken.”

    Je zit in de bus, je gedachten dwalen af en ineens besef je dat je je halte hebt gemist. Of je staart voor je uit en hebt even niet door dat iemand al een paar keer je naam heeft geroepen. Zulke momenten van dissociatie, een soort bewustzijnsverandering, zijn normaal.

    ,,Het wordt niet normaal als je het idee hebt dat je buiten jezelf treedt, dat je even iemand anders bent en dat later niet meer weet”, vertelt Mirre, die een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) heeft. Dissociatieve stoornissen ontstaan vaak in de nasleep van een trauma, ook bij haar.

    Poppetjes
    Van jongs af aan had ze te maken met emotioneel, fysiek en seksueel geweld. ,,DIS is eigenlijk geen ziekte, maar een afweermechanisme dat volledig is ontspoord. Het is een reactie op levensbedreigende situaties, waar je geen woorden aan kon geven.”

    Wat is Dissociatieve Identiteitsstoornis?
    Dissociatie is een verstoring en/of onderbreking in de normale integratie van bewustzijn, geheugen, emotie, perceptie, lichaamsbeleving, motorische controle en gedrag. Dissociatie is het belangrijkste kenmerk van een dissociatieve stoornis, dat vaak ontstaat na een trauma. Er worden vijf typen onderscheiden, waaronder dissociatieve identiteitsstoornis. Daarbij ervaart iemand fragmentatie van de identiteit in de vorm van twee of meer afzonderlijke persoonlijkheidstoestanden. Ongeveer 1 tot 3 procent van de bevolking heeft DIS.

    Die reactie bestaat uit het ontstaan van verschillende ‘ikken’ of ‘alter-personen’, Mirre noemt het zelf poppetjes. Die ervaart ze echt als stemmen van binnenuit. ,,Ik heb een keer mijn boterham in heel veel stukjes gesneden, en op elk stukje iets anders gesmeerd naargelang wie wat wilde om duidelijk te maken aan mijn partner hoe het is hiermee te leven.”

    Ze beschrijft haar identiteit als een soort bloem, met een hart. ,,Aan de buitenkant zie je mooie bloemblaadjes, maar als je inzoomt zie je een hart dat in stukjes is gebroken. Die moeten weer verbonden worden.”

    Lange weg
    Eerst was ze teruggetrokken, en heel angstig voor veel dingen. Nu durft ze zich meer uit te spreken voor wat ze nodig heeft. En is ze minder schrikkerig, ook voor al die stemmen van binnenuit. ,,Doordat ik nu meer voor ze zorg en ze meer aanstuur als een soort moeder, geniet ik meer van het leven. En ik kan beter inschatten wat gevaarlijk of ongezond is.”

    Ik ben er niet trots op, maar ook ik ben als ‘verward’ persoon bij de politie te boeken komen te staan
    Mirre

    In therapie leert Mirre de poppetjes kennen, en hun – en dus haar – trauma’s onder ogen te zien en verwerken. Wat willen al die stukjes vertellen over wat ze hebben meegemaakt? Daar ging wel een lange weg aan vooraf.

    Al rond 2003 stelde een therapeut vast dat ze met een trauma kampte. Maar bijna tien jaar later kwam alles pas echt samen: ze werd zwanger, besefte dat haar trauma nog steeds gaande was door voortdurend geweld en verbrak het contact met de mensen die haar geweld aandeden.

    Nog meer jaren en diepe crises verder werd duidelijk welke zorg nodig is. ,,Ik ben er niet trots op, maar ook ik ben als ‘verward persoon’ bij de politie te boeken komen te staan door ernstige dissociatie en suïcidaliteit. Daar schaam ik mij erg voor ondanks de aanleiding: voortdurend destructief gedrag zoals staking en huiselijk geweld. Gelukkig kan er nu stapje voor stapje gewerkt worden aan herstel.”

    Beter worden
    Het is iets dat Mirre wil benadrukken: je kunt echt beter worden. Daarbij moet er ook meer aandacht zijn voor de gevolgen van emotionele mishandeling. ,,Een blauwe plek, die geneest. Maar woorden zijn een soort vergifinfuus, waar je continu aan ligt.”

    De basis van een dissociatieve stoornis is net als PTSS een getraumatiseerd brein en zenuwstelsel. Mirre: “Dat hebben artsen zichtbaar kunnen maken op een MRI-scan: hersenschade als gevolg van mishandeling. Daarmee toon je ook iets aan dat te genezen is.”

    Mensen met DIS die goed begrepen worden, kunnen prima deelnemen aan de maatschap­pij
    Mirre

    Des te pijnlijker vindt ze het dat veel mensen met DIS niet de juiste behandeling krijgen. Een lange, intensieve behandeling is nodig, dat staat haaks op de druk om zo kort en efficiënt mogelijk behandelen in de GGZ.

    ,,En omdat het bijna altijd samengaat met andere beelden als PTSS, suïcidaliteit en hechtingsproblemen, krijgen veel mensen verkeerde labeltjes zoals enkelvoudig PTSS, depressie, psychose of persoonlijkheidsproblematiek. Dat is jammer, want mensen met DIS die goed begrepen worden, kunnen prima deelnemen aan de maatschappij. Het zijn vaak mensen die op hoog niveau kunnen functioneren, maar wat niet lukt door wat ze hebben meegemaakt.”

    Ongeloof en scepsis
    Er heerst veel ongeloof als het gaat om dissociatieve stoornissen, ook bij behandelaren ziet Mirre veel scepsis. ,,Dan wordt bijvoorbeeld gedacht dat specifieke aspecten van de aandoening overdreven zijn. Ook dat is pijnlijk, want je hebt er wel last van.”

    Daarom is er nog iets dat ze absoluut wil benadrukken: neem jezelf serieus in je klachten. ,,En dat geldt ook voor anderen. Mensen met DIS laten niet altijd zomaar dingen blijken, terwijl ze er achteraf last van hebben. Accepteer het dus als iemand een grenst aangeeft.”

    De naam Mirre is gefingeerd en op de foto is zij uit veiligheidsoverwegingen onherkenbaar. Haar echte naam is bij de redactie bekend.

    Bron: ad.nl

4 berichten aan het bekijken - 21 tot 24 (van in totaal 24)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 19 ▪︎ leden online: 2
Lily, Leentje
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.250, berichten: 17.550, leden: 2.084