Seksueel geweld en seksueel misbruik van mannen en jongens

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Seksueel geweld en seksueel misbruik van mannen en jongens

  • Dit onderwerp bevat 96 reacties, 6 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 02/10/2023 om 23:01 door Luka.
10 berichten aan het bekijken - 61 tot 70 (van in totaal 97)
  • Auteur
    Reacties
  • #245192
    Mark
    Moderator

      Slachtoffer Paul Visser wil seksueel misbruik muziekleraar Hilsley uit doofpot trekken

      Veel mensen kennen kasteel Beverweerd als een prachtig monument aan de Kromme Rijn – je loopt het tegemoet tijdens een wandeling over het Jaagpad, of je vaart er kabbelend met een kano langs. Zo op het oog een schitterende locatie. Echter, voor Paul Visser (52) is het de duistere plek waar hij begin jaren 80 seksueel werd misbruikt. Visser vertelt een pijnlijk verhaal dat in zijn ziel getekend staat – ook een verhaal van getuigen die stelselmatig de andere kant op keken.

      Afgelopen voorjaar erkende de onderzoekscommissie Castrum Peregrini van mr. Bauduin het seksueel misbruik van Wolfgang Frommel en van muziekleraar Billy Hilsley. Dat vond niet alleen plaats aan de Herengracht in Amsterdam, maar ook hier in de omgeving. Gedurende een lange periode maakte Hilsley zich op de Internationale kostschool Beverweerd schuldig aan seksueel misbruik van minderjarigen. Deze verkrachtingen kregen het verheven predicaat ‘pedagogische eros’ en hadden tot doel deze jongens erotisch te vormen. Gevoelige jongens werden uitverkoren en onder strikte geheimhouding ingewijd. Dit alles in navolging van de dichter Stefan George. Het rapport stelt: ,,Met name Billy Hilsley en Ian Gulliford lieten zich daar (op de IS Beverweerd, red.) kennen als leraren die seksuele contacten met leerlingen niet uit de weg gingen. Daarbij nauwelijks gehinderd door de leiding en het bestuur van de school.” Uit het onderzoek komt naar voren dat er ook sprake was van bedwelming – dat lijkt toch meer op bewuste verkrachting dan op opvoeding.

      Na een oproep meldde Paul Visser, een van de slachtoffers, zich bij BunniksNieuws.nl. Hij nam ook deel aan het onderzoek van Bauduin en wil dit verhaal heel graag uit de doofpot trekken.

      Weggedoken onder een pet, baard, lang haar en in duisterzwart gekleed, praat BunniksNieuws.nl met Paul. Hij spreekt met een sympathieke zachte stem en drukt zich goed en zorgvuldig uit. Zachte ogen. Paul komt rustig over. Diep in het trauma duiken over hoe hij als jongetje gedurende twee jaar werd gedwongen tot seks, en dat verhaal aan journalisten vertellen, vraagt echter veel – zoveel dat een bètablokker Paul moet helpen het trillen tegen te gaan.

      MUZIEKLERAAR PIKTE PAUL ER DIRECT UIT Het seksueel misbruik begon vrijwel meteen. Al tijdens de introductieperiode pikte muziekleraar Hilsley de jonge mooie Paul, toen 13 jaar, er direct uit. De muziekleraar woonde sinds 1959, het jaar van de vestiging van de kostschool op Beverweerd, in het kasteelgebouw en verbleef daar tot aan zijn dood in 2003. Hilsley had beneden achter de voordeur een eigen keukentje, en bovenin de toren een woonkamer, waar ook een spinet stond. Een vlizotrap gaf toegang tot een slaapkamer onder het torendak. De internaatsleerlingen – zo’n 100 in aantal – woonden in bijgebouwen op het terrein. Meisjes en jongens leefden gescheiden in aparte gebouwen en stonden daar onder leiding van ‘huisvaders’ en ‘huismoeders’.

      GERAFFINEERDE AANPAK Alles staat Paul diep in het geheugen gegrift: ,,Ik herinner me dat ik in het keukentje van Hilsley werd uitgenodigd en dat hij me drambuie (likeur, red.) te drinken gaf. Er stond een bankje waar we op gingen liggen. Hilsley begon tegen mijn bovenbenen aan te rijden en wild met me te zoenen. Toen kwam hij klaar en mocht ik oprotten.” Paul weet nog hoe alleen hij zich voelde, en hoe bang hij was om het iemand te vertellen.

      De leraar, toen 70 jaar, speelde een geraffineerd spel. ,,Hilsley probeerde mij het gevoel te geven dat ik heel speciaal was, en ook uitzonderlijk muzikaal.”

      Het bleef niet bij die ene keer op het bankje in het keukentje. Het eerste schooljaar wordt Paul zo’n drie keer per week bij Hilsley geroepen. In het souterrain van het kasteel was een eetzaal voor de internaatsleerlingen. Na het avondeten stond Hilsley vaak bovenaan de trap. ,,Dan gebaarde hij mij met hem mee naar zijn torenkamer te komen.”

      MOOI DROMERIG JONGETJE Paul heeft een hekel aan een foto uit die tijd. Het toont een dromerig jongetje met wat langer blond haar. ,,Aan deze foto kun je precies zien wat voor jongetjes Hilsley uitkoos; zacht van karakter, dromerig en willig.” Deze foto van Paul werd gemaakt door Ian op de kamer van Hilsley. Op deze kamer zag Paul andere daders en slachtoffers komen en gaan.

      Paul zegt dat hij door Hilsley flink is bewerkt. ,,Hij gaf me oogkleppen op. Ik raakte helemaal gefocust op hem. Als je 13 jaar bent, dan hoor je met je vriendjes tegen een bal aan te trappen, in plaats van gericht te zijn op een oude man van 70.” Paul raakte ‘gedissocieerd’, zo noemt hij dat. ,,Een keer in bed bij Hilsley zag ik een dikke glazen muur om me heen worden opgetrokken. Toen dacht ik: ‘iedereen kan met mijn lijf doen wat ze willen, maar aan mijn geest komen ze niet’. Een beschermingsmechanisme. Ik was niet meer in het moment en alles vervaagde. Ik zag niet meer scherp en details verdwenen.” Paul herkent deze blik op de her en der verspreide foto’s van een schare jongens rondom Frommel: ,,Ook bij hen druipt de dissociatie ervan af.”

      STERN DES BUNDES Toch lukte het Paul om zich af en toe te verzetten, al is het subtiel. ,,Hilsley wilde zijn slachtoffers hersenspoelen en helemaal laten focussen op ‘der meister’ Stefan George. Hij probeerde me een soort namaak persoonlijkheid aan te meten door me te indoctrineren met de denkwijze van zijn meester.” Paul lacht schamper als hij de woorden ‘der meister’ uitspreekt. Het cynisme over de adoratie van Hilsley voor de dichter Stefan George druipt ervan af. Paul moest die gedichten voorlezen en daarin liet hij zijn verzet doorklinken: ,,Hilsley wilde dat ik gedichten uit Der Stern des Bundes in Hoogduits aan hem voorlas, maar ik had er plezier in om dat in plat Beiers te doen. Ik deed er echt alles aan om de gedichten van George zo goed mogelijk te verpesten.”

      HUISVADER IN BEELD Gedurende het eerste jaar wordt Paul door Hilsley gemasseerd richting een jongere man. ,,Hilsley vertelde me een jaar lang lyrisch over Martijn, die was begin 20 en een oud leerling van Beverweerd. Daardoor ging ik me een ideaalbeeld van Martijn vormen.” Het lukte Hilsley om deze jongeman naar Beverweerd te halen, in het tweede jaar werd Martijn huisvader van het B-huis, waar Paul verbleef.

      Paul had inmiddels een flinke afkeer van Hilsley ontwikkeld. ,,Zeker vanwege zijn enorme vrouwenhaat was ik hem spuugzat.” Paul werd door Hilsley overgedragen aan de veel jongere Martijn. Het is een bekend onderdeel van het pedagogische eros systeem dat er meerdere ‘inwijders’ zijn – vaak een oudere en een jongere man. Ook deze man koos een gewiekste aanpak. Paul: ,,Martijn zei mij regelmatig net te doen alsof ik aan het keten was, dan zette hij me voor straf in het washok, waar hij me vervolgens urenlang liet zitten. Als iedereen sliep haalde Martijn me eruit en nam hij me mee naar zijn kamer.”

      OMGEVING WERD BEWERKT Ook de moeder van Paul werd door Hilsley betrokken in het systeem en ook zij kreeg oogkleppen voorgehouden. De vader van Paul is nooit in beeld geweest, dus als moeder stond zij alleen voor de opvoeding. ,,Hilsley zei mijn moeder dat ik zeer muzikaal was. Als zij mij onder zijn vleugels zou laten, dan zou ik mijn diploma wel krijgen. Ook twee vrienden van mijn moeder ontmoetten Hilsley – zo bewerkte hij ook mijn omgeving.”

      Het bolwerk van Frommel, Castrum Peregrini geheten en gelegen aan de Herengracht 401 in Amsterdam, werd ook bezocht: ,,Mijn moeder en ik zijn door Hilsley meegenomen naar Wolfgang Frommel, en daar ben ik als een soort trofee naar binnengebracht.” Paul werd door Hilsley meegesleurd in diens adoratie voor Frommel: ,,Tijdens handenarbeid maakte ik als verjaardagscadeau een klein donkerblauw vitrinekastje voor Frommel, met twee deurtjes. Met goud schilderde ik zijn initialen, een W op de ene deur, en een F op de andere deur.”

      OP VAKANTIE VRIJ SPEL Het systeem werkte zo goed dat Pauls moeder na het eerste jaar toestemming gaf om met Hilsley en Martijn gedurende vijf weken op vakantie te gaan naar Italië, naar een huis van vrienden van Hilsley aan het Lago di Bracciano – een omgeving waar meer Castrum Peregrini leden de zomer doorbrachten. Daar hadden de heren vrij spel. Dit geeft bij Paul beroerde herinneringen: ,,Onderweg in Duitsland sliep ik met Martijn op een hotelkamer en toen ben ik in één nacht zo vaak klaargekomen dat het pijn ging doen. Hierna bezochten we vrienden van Hilsley in Zwitserland. Daar wilde Hilsley een triootje, maar Martijn liep in walging weg en zo is er niks van gekomen.”

      Paul ging steeds meer naar Martijn toetrekken. ,,Met hem ging ik zeilen en tijdens deze vakantie leerde Martijn me auto rijden.” Voor Paul voelde de omgang met een man van 23 jaar minder vreemd dan met een oude kerel van (inmiddels) 71. Toch noemt Paul ook Martijn geen vriend. ,,Daarvoor was het contact teveel opgelegd”. Hilsley zei ooit bezitterig en jaloers tegen Paul: ,Du bist mein freund’. Voor zijn 14e verjaardag kreeg Paul van Hilsley het Gilgamesj epos, een van de oudste literaire werken, cadeau. Als opdracht schreef Hilsley hierin: aan u schenk ik het zaad des levens.

      WEGLOPEN VAN INTERNAAT Het jaar daarop probeerde Paul de situatie regelmatig te ontvluchten door van school weg te lopen. ,,De eerste keer dat ik wegliep heeft Martijn mij ‘s nachts opgehaald. Gek genoeg had ik toen sterk het idee dat alleen Martijn en Hilsley om mij gaven. Achteraf begrijp ik dat dit het stockholmsyndroom heet.” (Dit syndroom houdt in dat het slachtoffer sympathie krijgt voor de dader, om het vol te kunnen houden, red.)

      Volgens Paul moet ook Martijn zich slachtoffer hebben gevoeld. En Hilsley in feite ook, omdat hij op 12 jarige leeftijd op zijn beurt door Frommel was ‘ingewijd’.

      COMPLEXE RELATIE MOEDER Paul raakte ondertussen steeds meer geïsoleerd van andere leerlingen. Zijn moeder voelde vanalles aan, zegt Paul, maar keek toch weg. Voor Paul is het buitengewoon pijnlijk dat ze terugblikkend zegt, dat ze bij een opvoering van een musical op Beverweerd, een sterk voorgevoel had gehad dat er iets mis was. ,,Dit vind ik heel pijnlijk. Als ze iets door had, waarom heeft ze dan niks gezegd en ernaar gehandeld?”

      Het maakt hun relatie tot op de dag van vandaag uitermate complex: ,,De dingen die ik heb meegemaakt doen mijn moeder enorm pijn, dus voor mijn gevoel wil ze mij van zich afhouden. Toen ik 15 of 16 jaar was heb ik met haar gepraat en toen zei mijn moeder op een gegeven moment dat ze er niks meer over wilde horen, omdat ze het als haar fout zag wat mij was overkomen.”

      PAUL VERWIJT HET OOK DE SAMENLEVING De verwijten van Paul treffen niet alleen hemzelf en zijn moeder: ,,Ik voel verwijten naar de daders Hilsley en Martijn. Maar zeker ook naar de samenleving. ‘Enablers’ maken dit mogelijk en jarenlang hebben mensen van dit misbruik weggekeken.” Paul wist in zijn hart altijd dat het fout was wat hem werd aangedaan. Daarom heeft hij, in tegenstelling tot andere kinderen die op Beverweerd zijn misbruikt, altijd openlijk over het seksueel misbruik gesproken.

      Inderdaad, het is een geschiedenis van oogkleppen en veelvuldig wegkijken. Paul werd op de internationale kostschool Beverweerd twee jaar lang seksueel misbruikt. Het eerste jaar door muziekleraar Hilsley en vervolgens door de huisvader. Dat Paul bij Martijn sliep moet door de drie leerlingen waarmee hij een slaapzaal deelde, toch zijn opgemerkt. Waarom greep niemand in?

      VEEL WEGKIJKERS Wie keken er nog meer weg? Er was nog een crisissituatie waarbij Paul in het keukentje van het B-huis zijn pols probeerde door te snijden. De dienstdoende huisvader sprak Paul boos en vermanend toe, maar vroeg niet wat hem tot deze hopeloze daad had gebracht.

      ,,In korte tijd ben ik negen keer weggelopen en mijn cijfers kelderden. Dat was reden voor mijn leraar Nederlands om te vragen wat er aan de hand was. De volgende dag heb ik hem van het misbruik verteld. Ik weet niet wat hij ermee gedaan heeft, maar er gebeurde in elk geval niks. Het werd in de doofpot gestoken.”

      De directeur sprak Paul wel aan op het veelvuldige weglopen van school: ,,Als je dit nog één keer doet, dan licht ik je moeder in, zei hij. Maar hij belde mijn moeder niet. Dat is toch raar?”

      Uiteindelijk ensceneerde Paul een blindedarmontsteking om weg te kunnen komen van dit internaat. Eenmaal thuis vertelde hij zijn moeder het hele verhaal en samen gingen ze naar de politie. Maar de politie adviseerde het te laten rusten.

      MEER STAFLEDEN GINGEN OVER GRENZEN Welke redenen kunnen leraren hebben gehad dat ze niet voor hem zijn opgekomen? Paul: ,,Leraren en huisvaders hadden elkaar in de tang. Er waren er meer die over grenzen gingen, en dat wisten ze van elkaar.”

      Er zijn inderdaad meer incidenten bekend. Bij BunniksNieuws.nl melden zich meer slachtoffers die we in latere artikelen aan het woord laten. Het blijkt bijvoorbeeld ook uit een reactie op een site voor oud-leerlingen, waar een leerling meldt dat hij urenlang in de kofferkamer werd opgesloten en dat een staflid vervolgens, in kamerjas en sloffen, kwam vragen of hij wel seksuele voorlichting had gehad. Op dit platform wordt ook gezegd dat er door de staf geholpen is met douchen.

      IEDEREEN KON HET WETEN De hele school wist het in feite. Medeleerlingen zagen Hilsley Paul na het eten mee naar zijn torenkamer nemen. Een oud-leerling zegt op Facebook dat iedereen het van Hilsley wist en dat er om werd gelachen: ,,Inmiddels 30 jaar later kijk je toch heel anders tegen dit soort dingen aan.”

      Hilsley kreeg alle gelegenheid, zegt Paul. ,,Hij kon dingen flikken die je normaal niet kunt flikken. Hij werd beschermd en kon ongestraft zijn gang gaan. Tot aan zijn dood.” (Hilsley ligt begraven op de begraafplaats aan de Leemkolkweg in Werkhoven, red.)

      MENSEN WILLEN FRANJE Ervaringsdeskundige en hulpverlener in seksueel misbruik Paul M. van Dam, die door BunniksNieuws.nl is geraadpleegd, zegt dat het in onze samenleving zit dat we massaal van seksueel misbruik wegkijken. Zijn bittere conclusie luidt: ,,Mensen willen franje.” Slachtoffer Paul Visser herkent dit als geen ander. ,,Mensen ruilen de werkelijkheid graag in voor fantasie.”

      Bron: houtensnieuws.nl

      WEGGEZET ALS HOMO De stellige mening van Paul is dat het seksueel misbruik kon doorgaan, omdat zowel leraren als leerlingen hem als homo wegzetten – iets wat in die jaren echt een scheldwoord was. ,,Dat was de legitimatie. De algemene gedachte was dat ik homo was en daarmee werd het misbruik goed gepraat en zelfs gerechtvaardigd. Ik heb het zo ervaren, dat homo zijn erger was, dan misbruikt te worden.” Dit voedde een situatie waarbij Paul buiten de groep werd geplaatst en Paul denkt dat mensen het daarom minder erg vonden.

      Het wrange aan de hele situatie is, is dat Paul geen homo is. Hij heeft een relatie met een vrouw en is vader van vijf kinderen. ,,Hilsley en Martijn wisten heel goed dat ik geen homo was. Ze gaven me niet voor niets heteroporno om opgewonden te raken.”

      MISBRUIK MET LEVENSLANGE GEVOLGEN Na deze jaren krijgt Paul zijn leven niet goed meer op de rails. Ook al zijn zijn krachtsinspanningen indrukwekkend. Zijn mavo maakte hij niet af. In de complexe jaren die volgen wuiven talrijke hulpverleners het misbruik keer op keer weg. Paul heeft geen werk en zijn vijf kinderen wonen in pleegzorgsituaties. ,,Wat mij in het verleden gebeurd is, heeft de macht en kracht om elke relatie kapot te maken.” Woede speelde hem lang parten. Mensen kunnen hem flink triggeren en vreselijke herinneringen zijn hem soms de baas. Paul gaat dit jaar met traumaverwerking door middel van EMDR beginnen, in de hoop dit drieste tij te keren.

      Soms moet hij zichzelf verdoven, dat geeft een bepaalde rust en balans. ,,Een blowtje op zijn tijd doet me goed. Toch heb ik het liever niet nodig. Het blowen geeft me het gevoel dat Hilsley nog een bepaalde grip op me heeft, alsof ik nog met een onzichtbaar draadje aan hem verbonden ben.”

      HILSLEY KWAM TUSSEN PLEZIER IN MUZIEK Ook de relatie met muziek blijft lastig. Paul speelt heel graag gitaar, maar dat gaat hem niet vanzelfsprekend af, omdat er zoveel nare associaties aan zijn verbonden. ,,In mij woedt een strijd tussen mij en mijn gitaar. Hilsley is er als het ware tussen gekomen, en ik wil Hilsley mijn plezier voor muziek niet laten verzieken.”

      Zijn uiterlijk is ook een direct gevolg van de periode op Beverweerd. ,,Hilsley koos mij vanwege mijn uiterlijk. Daarom heb ik soms zo’n hekel aan mezelf. Ik heb er dan ook genoeg aan gedaan om mijn uiterlijk te verzieken zodat ik niet aantrekkelijk wordt gevonden.” Het is de reden dat BunniksNieuws.nl geen recente foto van Paul Visser heeft kunnen maken. Een foto op Beverweerd zit er al helemaal niet in. Paul moet er niet aan denken daar weer uit de bus te moeten stappen.

      MENSEN FAKEN DE BOEL Door wat Paul heeft meegemaakt zoekt hij voor zichzelf naar authenticiteit.,,Mijn verblijf op Beverweerd heeft mijn wereldbeeld flink op de kop gezet – dat er zoveel mensen zijn die een maskertje voorhouden, de schone schijn ophouden, en de boel lopen te ‘faken’. Hierdoor ben ik de andere kant opgegaan. Op een gegeven moment heb ik mezelf proberen te strippen van alle stickertjes die ik op mezelf geplakt had, om te zorgen dat de essentie zou overblijven. Het is één van de grote strijden in mijn leven: ‘wie ben ik echt, zonder een fake identiteit aan te nemen?’.” Het is een zware en moedige opdracht die Paul zichzelf heeft gesteld.

      Paul ervaart het Bauduin onderzoek wel als erkenning van het vreselijke misbruik dat hem en anderen is overkomen. ,,Mensen kunnen nu niet meer zeggen dat ik het uit mijn duim heb gezogen. Als ik de enige was geweest had ik heel zwak gestaan, maar nu zijn er meer getuigen en zo schragen we elkaar met onze verhalen.”

      #245450
      Luka
      Moderator

        Hoe het is om je als man uit te spreken over je verkrachting

        “Het was nooit bij me opgekomen dat een man ook verkracht kan worden. Ik had nooit gedacht dat zoiets ons ook kan overkomen.”

        Voordat hij werd verkracht door twee mannen die hij in 2016 tijdens het uitgaan ontmoette, dacht de 23-jarige Sam Thompson dat seksueel geweld iets was dat alleen vrouwen overkwam.

        “Het was nooit bij me opgekomen dat een man verkracht kan worden,” zegt Thompson. “De focus ligt altijd op vrouwen. Het enige waar je je als man zorgen om maakt, is of je sleutels en portemonnee nog wel in je zak zitten. Je denkt er nooit aan dat deze dingen ook bij mannen kunnen gebeuren.”

        Hoewel de overgrote meerderheid van slachtoffers van seksueel geweld vrouw is, worden mannen ook misbruikt. In Engeland en Wales worden jaarlijks 12.000 mannen verkracht, in Nederland is volgens Rutgers 16 procent van de slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag man. Volgens RAINN, de grootste Amerikaanse organisatie tegen seksueel geweld, krijgen veel mannen die over hun ervaring spreken te maken met extra schaamte en twijfel – ze hadden moeten terugvechten, het misbruik is een aanslag op hun mannelijkheid – vanwege de maatschappelijke verwachtingen rondom gender.

        In september 2016 was Thompson samen met een vriend aan het stappen in Manchester, toen hij werd aangevallen. Na een aantal cafés en clubs verloor de dj uit Newark in Nottinghamshire zijn telefoon, waardoor hij zijn vriend kwijtraakte. “Ik raakte aan de praat met een paar onbekenden – zoals je dat doet als je iets hebt gedronken. Ze nodigden me uit voor een drankje met een paar andere mensen en we belandden met z’n allen in een hotelkamer.”

        Op een gegeven moment verliet de groep de hotelkamer, waardoor hij alleen achterbleef met de twee mannen die hem vervolgens aanvielen. “Iedereen ging weg, maar ik had niet het gevoel dat ik in gevaar was,” zegt Thompson. “Dus bleef ik voor nog een drankje en vanaf toen werd alles heel wazig. Ken je dat gevoel dat je een nachtmerrie hebt en je ineens wakker wordt?”

        Beide mannen verkrachtten Thompson, hoewel hij zich alleen versnipperde fragmenten van de aanval kan herinneren – zoals vaker het geval is bij slachtoffers van seksueel geweld. “Ik herinner me kleine stukjes, niet alles. Ik herinner me dat iemand me een beetje bewoog, en ik herinner me de pijn van de daadwerkelijke penetratie, en dat ze om de beurt gingen. Ik was in shock; ik probeerde me op iets anders te concentreren.”

        Na de aanval zwierf Thompson verward en in extreme shock door de straten van Manchester. Op een gegeven moment ging hij een winkel binnen en kocht een drankje. “Het klinkt bizar, maar pas toen ik bij een brug aankwam, in de buurt van waar ik woonde, werd ik me bewust van alles. Ik was vlakbij mijn huis en ik wist dat ik terug zou moeten om mijn vriendin en vriend onder ogen te komen. Toen pas besefte ik wat me zojuist was overkomen. Ik had pijn en wilde gewoon dood.”

        Thompson stond even stil op de brug en overwoog zelfmoord. “Ik was met mezelf in conflict, maar besloot uiteindelijk toch terug te lopen naar mijn appartement.”

        Het besluit om zijn vriendin over de verkrachting te vertellen ziet hij als de belangrijkste beslissing van zijn leven. “Ik liep naar binnen en barstte in tranen uit. Het kwam er gewoon allemaal uit. Ik denk dat als er die ochtend niemand anders in mijn appartement was geweest, ik het nooit tegen iemand had verteld. Ik zou het allemaal gewoon voor mezelf hebben gehouden.”

        Onderzoekers schatten dat mannen minder snel een melding maken van seksueel geweld dan vrouwen: uit een onderzoek uit 1999 blijkt dat mannen geen verkrachting melden, omdat het hun mannelijke identiteit in gevaar brengt. Ander onderzoek heeft aangetoond dat de voornaamste reden waarom mannen het niet rapporteren is vanwege de angst om als homoseksueel te worden gezien.

        “Ik kan nu het woord ‘verkrachting’ gebruiken, maar het is niet gemakkelijk om te zeggen,” zegt Thompson. “Je vraagt je af of iemand je zal geloven. Bovendien voel je je vies en schaam je je en wil je gewoon douchen. Al deze gevoelens gaan door je hoofd. Het laatste dat je op dat moment wilt doen, is de telefoon pakken en uitleggen wat er met je is gebeurd.”

        Thompson is een van de weinige slachtoffers van verkrachting, en specifiek van de mannelijke slachtoffers, die zijn misbruik heeft aangegeven bij de politie. Hierbij ondervond hij ook uitdagingen: “De politie was niet gewend om met mannelijke slachtoffers van verkrachting om te gaan. Door sommige vragen die ze stelden, ging ik nog meer twijfelen. Het voelde alsof ze me niet geloofden en alsof ze er geen werk van gingen maken.”

        Thompsons aanvallers werden nooit veroordeeld. In oktober 2016 vertelde de politie hem dat ze geen aanklacht zouden indienen tegen de twee mannen die ze hadden gearresteerd in verband met zijn zaak. Er was een gebrek aan bewijs, maar Thompson ontdekte dit pas een jaar later, toen hij de gelegenheid kreeg om met de opsporingsambtenaar over zijn zaak te praten.

        “Ik voelde me er vreselijk over,” zegt Thompson openhartig. “Ik geloofde echt dat er iets zou gaan gebeuren. Ik had gelijk aangifte gedaan, ik gaf ze al het forensisch bewijs en ik kreeg geen goede verklaring waarom ze de beslissing pas in april of mei van dit jaar hadden genomen. Ik heb nog steeds het gevoel dat ze me niet geloofden, door de manier waarop ik ondervraagd werd.”

        Het gebeurt bijna nooit dat slachtoffers van verkrachting het stigma rondom verkracht zijn overwinnen en er in het openbaar over spreken. Maar Thompson voelde dat hij de plicht had om zijn verhaal te delen met zijn familie, vrienden en het grote publiek. Eerder deze week verscheen hij in de Britse documentaire Raped: My Story, die werd uitgezonden op Channel 5.

        “Ik wilde de negatieve ervaring omzetten in iets positiefs,” legt hij uit. “In het begin deed ik wat heel veel mannen doen – weigeren in therapie te gaan, weigeren medicatie te nemen, gewoon datgene doen waarvan je denkt dat een typische man het zou moeten doen. Maar toen ik begon met therapie en mijn gedachten en gevoelens ging uitdrukken, voelde ik me al snel veel beter. Toen dacht ik: als ik nou uitspreek wat er in mijn hoofd omgaat, voelen andere mannen, die hetzelfde hebben meegemaakt, zich misschien niet zo alleen.”

        Nu voelt hij het als zijn plicht om de giftige verwachtingen rondom mannelijkheid te doorbreken, door uit te leggen dat iedereen een slachtoffer van seksueel geweld kan zijn. “Voor mij betekende masculiniteit vroeger dat je sterk en dapper was. Zo van: je wordt niet verdrietig, je huilt niet, je gaat gewoon door. Maar dat is een belachelijke, ouderwetse manier van denken. Een goede man zijn gaat over een zo goed mogelijk persoon zijn.”

        Hij pauzeert. “Wat mij is overkomen maakt me niet een mindere man. Ik hoop dat andere mannen dit ook beseffen. Het hele idee van mannelijkheid is een ouderwets gebeuren. Mannen moeten hun gevoelens en emoties kunnen uiten, zeker als hen iets overkomt dat niet hun schuld is.”

        Bron: Vice.com >>

        #245455
        Luka
        Moderator

          Jasper (23): “Ik had seks in ruil voor aandacht”

          Jasper miste aansluiting op school en in de kerk. Bovendien was er thuis weinig ruimte om emoties te delen. Om die leegte op te vullen, dook hij als 17-jarige jongen het internet op. Daar kwam hij in contact met Mark (33)…

          “Ik ben streng christelijk opgevoed. Er was weinig ruimte voor wat ik vond of wilde. Alles moest. Ik moest naar een bepaalde kerk, moest naar bepaalde scholen. Op die plekken zaten niet de mensen waarbij ik mij thuis voelde, met wie ik goed kon praten. Ik vond het totaal niet leuk en had het gevoel dat ik anders was. Daarnaast vond ik het moeilijk dat ik steeds mensen leerde kennen die ver weg woonde, omdat de scholen en kerken niet in mijn dorp lagen. Uiteindelijk bleef ik alleen over.

          Ik was eenzaam. Mijn twee oudere broers hadden wel vrienden, maar ik voelde mij alleen. Ook in de kerk van mijn ouders vond ik geen aansluiting. Mensen praten wel over je, maar niet met je. Ik heb heel vaak gedacht: “Als dit de kerk is, dan wil ik geen christen zijn.” In het begin was ik boos op God en op een gegeven moment bestond Hij helemaal niet meer voor mij.”

          Als dit de kerk is, dan wil ik geen christen zijn.

          Homofilie
          “Omdat ik in het werkelijke leven mijn gevoelens niet kwijt kon, zocht ik mijn heil op internet. Daar ontdekte ik wat ik ergens al wist: ik val op mannen. Na regelmatig online rond te zwerven kwam ik in een gaychatgroep terecht. Met mannen die naar mij wilden luisteren en mij aandacht gaven. Als 17-jarige jongen had ik daar behoefte aan. Eindelijk voelde ik mij begrepen.

          Tijdens één van de chatsessies kreeg ik contact met Mark* uit Schiedam. Mark gaf mij de aandacht die ik al die tijd gemist had. Hij nam mij mee naar feestjes. En stelde mij voor aan allemaal nieuwe mensen, die ook heel aardig waren. Ook mocht ik geregeld in zijn huis slapen als hij er niet was.”

          Plots werd ik een paar uur later naakt wakker. We hadden seks gehad, ik had er door de drugs alleen weinig van meegekregen.

          Ruilseks
          “Ik was 17 en daar maakte Mark gebruik van. Hij manipuleerde mij op een zachte, vriendelijke manier. Ik mocht en kreeg veel van hem. Kleding, mobieltje, een thuis. Hij was de vriend die ik al een lange tijd zocht. Daar was ik zo blij mee, dat ik in veel ideeën van hem meeging. Op een avond bood Mark mij een drankje aan. “Moet je proberen, is leuk” zei hij.

          Achteraf zat er GHB in dat drankje. Plots werd ik een paar uur later naakt wakker. We hadden seks gehad, ik had er door de drugs alleen weinig van meegekregen. Dit herhaalde zich sindsdien regelmatig. Ik vond het niet fijn, maar sloeg het drankje ook niet af. Mark zorgde immers goed voor mij. En als dit het enige was wat hij af en toe terug verwachtte, dan kon ik ermee leven… Seks in ruil voor aandacht en tijd.”

          Ik bleef vaak ‘bij vrienden’ slapen, terwijl ik eigenlijk naar Mark ging.

          Ouders
          “Tegenover mijn ouders werd ik een masterleugenaar. Ik verdraaide van alles. Ze hadden wel wat door, maar waren ook bang om mij te verliezen. Bovendien had ik een bijbaantje in Rotterdam gevonden: bier tappen bij een studentencafé. Zo had ik een goed excuus om weinig thuis te komen. Ik bleef vaak ‘bij vrienden’ slapen, terwijl ik eigenlijk naar Mark ging.

          Mijn ouders hadden veel zorgen en voelde zich machteloos. Na een jaar kwamen ze er alsnog achter. Ik mocht Mark niet meer zien of spreken. Dat was een hele heftige tijd. Voor mij, maar ook voor mijn ouders. We hebben heel veel gepraat. Aan de ene kant was ik blij dat het voorbij was, maar aan de andere kant miste ik wel de aandacht die Mark mij altijd gaf.”

          Ik zat middenin een wereld waar ik mij thuis voelde en die ik tegelijkertijd verafschuwde.

          God
          “Om bij te komen, gingen we met het gezin op vakantie naar Frankrijk. Daar las ik in een homoblad een interview met een psychiater. Hij had onderzoek gedaan naar hoe je leven er over tien jaar uitziet als je blijft doen wat ik al die tijd gedaan heb. Dan is de kans groot dat ik net zo word als Mark. Via internet zelf ga jagen op jonge jongens. Ik schrok heel erg. Dit wilde ik echt niet. Ik moest voor het eerst sinds lange tijd huilen. Tijdens dat moment kwam God in mijn leven terug. Ik ervoer Hem plots heel sterk.

          Tijdens die vakantie in Frankrijk besloot ik om een opleiding te gaan volgen en mijn oude leven langzaam los te laten. Dat laatste is niet altijd even makkelijk. Ik zat middenin een wereld waar ik mij thuis voelde, waar ik de aandacht kreeg die ik verlangde, maar het was ook een wereld die ik tegelijkertijd verafschuwde. Het kostte tijd om mijzelf ervan los te maken. Natuurlijk zal ik het verleden altijd met mij meedragen, maar ik kan in ieder geval weer vooruitkijken.

          Nu zijn we zes jaar verder en ben ik bezig met het laatste jaar van mijn hbo-studie MWD. Maar wat belangrijker is: ik heb heel veel mooie, lieve mensen leren kennen. Het contact met mijn ouders is weer goed en ik ben ze dankbaar dat ze mij nooit helemaal hebben losgelaten. Daarnaast leer ik zelf keuzes te maken en tijd voor mezelf te nemen. Ook op geloofsgebied gaat het stukken beter. Na dat moment in Frankrijk ben ik steeds meer naar God gaan zoeken en heeft hij mij vaak geraakt. Ik probeer Hem overal bij te betrekken. God maakt vrij.”

          Met Mark heb ik vooral medelijden. Wat hij deed is illegaal – ik was minderjarig – maar hij heeft mij ook veel gegeven…

          Toekomst
          “Tijdens mijn onderzoek naar jongensprostitutie voor mijn studie kwam ik erachter dat er veel meer jongeren in dezelfde situatie zitten. Jongeren die thuis niet over gevoelens of twijfels kunnen praten en die in hun kerk niet gezien of aangesproken worden. Zij lopen het grootste gevaar om in een verkeerde omgeving te belanden. Dit was een confronterende ontdekking.

          Met Mark heb ik vooral medelijden. Hij heeft mij ook veel gegeven. Daarom ga ik hem nooit aangeven. Wel wil ik voorkomen dat er andere jonge mensen het slachtoffer worden van deze schimmige wereld. Daarom deel ik mijn verhaal. Ik hoop dat er meer gepraat wordt. Dat er in de kerk of op school een plek is waar jongeren altijd langs kunnen komen, zodat ze niet het gevoel hebben alleen te zijn. Daar wil ik zelf in mijn werk later een deel aan bijdragen, want mijn verleden kan helpen om deze specifieke groep jongeren voor foute keuzes te behoeden.

          Ik bid hier iedere dag voor.

          *In verband met hun privacy zijn de namen Jasper en Mark gefingeerd en de jongen op de foto is niet Jasper.

          Bron: Beam / EO.nl >>

          #245717
          Luka
          Moderator

            Misbruik in de Kerk: ‘Dat voortdurende misbruik door broeder V. putte me echt uit’

            Tien jaar na zijn pensioen schrijft Rik Devillé zijn jarenlange gevecht tegen het misbruik in de Kerk van zich af in het boek ‘In naam van de Vader’ waarin hij niet alleen terugkijkt, maar ook honderd en een slachtoffers aan het woord laat. Knack laat Devillé en een slachtoffer aan het woord in een voorpublicatie.

            Wie een kwarteeuw geleden beweerde dat eerbiedwaardige instellingen in alle stilte lieten gebeuren dat hun ambtenaren kinderen verkrachtten, kreeg per kerende post een aanmaning tot inkeer in de brievenbus. Of je kon het voor de rechter gaan uitleggen. Desnoods met een bestraffing tot gevolg. Collega’s liepen in een bocht om je heen. Voor altijd!

            Hoe gemakkelijk is het nu! Zijn er nog mensen die eraan twijfelen dat kinderen door geliefde vertrouwenspersonen mishandeld kunnen worden? Overal ter wereld komen geheime archieven boven water waarin te lezen staat dat de oversten databanken beheerden die opvolgden hoe daders van kindermisbruik van de ene naar een andere parochie, school of zelfs een ander continent werden versast om alles in het verborgene te stockeren.

            Wordt het geen tijd dat ook de namen van al diegenen die slachtoffer werden van het grootste kerkelijke misdrijf uit de recente geschiedenis op de muren van de kathedralen worden vereeuwigd in gouden letters?

            Journalisten hadden een nieuwe kluif. In verhalen met een hoekje af konden smeuïge details worden geserveerd, overgoten met een sausje pauselijke of bisschoppelijke hypocrisie en gerechtelijke blindheid. Maar ook na dat stukje krant of wazig gemaakt tv-gezicht bleef het slachtoffer onbegrepen en onherkenbaar achter.

            Maar zoals dat in alle grote en kleine oorlogen gaat, zijn er points of no return. Zelfs de verloren gewaande helden uit de loopgraven van de Groote Oorlog krijgen honderd jaar na dato nog een ingekleurd gezicht. Prominenten en ministers steken verloren gewaande foto’s van vergeten soldaten in de loopgraven respectvol in de lucht. Zij worden niet langer weggefilosofeerd als het noodzakelijke kanonnenvlees. Aandenkens worden schoongespoten. In gouden letters blinken de namen van de gesneuvelde soldaten op de oorlogsmomenten. Wordt het geen tijd dat ook de namen van al diegenen die slachtoffer werden van het grootste kerkelijke misdrijf uit de recente geschiedenis op de muren van de kathedralen worden vereeuwigd in gouden letters, net zoals de kleine helden uit het verleden?

            De mensen die hier getuigen, zijn de helden en heldinnen die het hebben aangedurfd. Ook al was het voor velen een loopgravenoorlog die soms meer dan vijftig jaar duurde. Zij zijn uit hun tombes opgestaan en getuigen van hun strijd, hoewel nog niet iedereen dit zomaar met naam en toenaam kan, ook na het kantelmoment van april 2010.

            Zoals België met Dutroux en Hollywood met Weinstein, zo kreeg het katholieke kerkelijke kleine Vlaanderen zijn Vangheluwe-affaire. Of hoe relatietje spelen met een neefje een stevige kerk in puin kan doen vallen. Daarbij vraag ik me af: bestonden op 24 april 2010 de meer dan duizend dossiers met aanklachten tegen pedofiele priesters en paters toen nog niet voor de kerkelijke oversten? En vanaf 2010 ineens wel? Of was het gewoon dat ene relatietje te veel dat deze oorlog deed kantelen?

            Slachtoffers werden overlevers. Voor het eerst lijkt erkenning in zicht. Ongenaakbare clerici werden aangeklaagd, gestraft en geschorst maar de onderste steen is nog niet bovengehaald. Ondertussen zijn er veel degelijke boeken van het geleerde geschreven om al deze menselijke gruwel in kaart te brengen, te onderbouwen en om wegen naar genezing en herstel aan te reiken. Systemen, therapieën, zelfs arbitrages en opvangpunten werden gecreëerd en noodlijnen voor kinderen en jongeren geïnstalleerd. Beelden en herdenkingsdiensten voor of met slachtoffers vulden zelfs hier en daar kerken. De verhalen van de slachtoffers werden intussen keurig beluisterd, daarna weer opgeborgen of vakkundig gesystematiseerd en in tabellen neergelegd. Theorieën werden herschreven en grafieken bijgesteld.

            Maar hoe moet het nu verder met het getraumatiseerde slachtoffer zelf, eens alle verklaringen zijn afgelegd, alle therapieën doorlopen, alle partners, ouders en kinderen op de hoogte zijn gebracht en alle dossiers weer zijn gesloten? Was het enkele decennia geleden nog normaal te zwijgen over dergelijke ervaringen uit je kindertijd, dan is het nu evenzeer not done er te blijven over doorgaan. ‘Ja, ja, we weten het wel. Het kan iedereen overkomen. Focus op andere dingen in het leven. Dat moet nu toch stilaan over zijn.’ Krantenartikels zijn geschreven en opinies scherpgesteld. Roddelblaadjes hebben hun pleziertje gehad. Parlementaire commissies hebben degelijk hun werk gedaan. De meeste bisschoppen en zelfs hier en daar een overste ontlopen niet langer hun verantwoordelijkheid. Het Arbitragehof heeft historische slachtoffers in ere hersteld. Ten dele toch. Mensen uit de kerk die de opvangpunten bemannen, hebben respectvol werk geleverd. Maar nu is iedereen naar huis. Via de nieuwe media uitkijkend naar nieuwe kindertrauma’s. Deze keer in de sportwereld, de politiek, de kunstensector of de vluchtelingenstroom.

            Hoe zou het dus ondertussen met de slachtoffers van toen zijn? Concrete mensen, concrete namen, concrete verhalen lopen vaak niet gelijk met wetenschappelijke benaderingen. Op basis van onderzoek, vergelijking, analyse en studie komen wetenschappers tot algemene bevindingen, wat voor de toekomst heel waardevol is, te vergelijken met alle mogelijke studies die over de Groote Oorlog zijn verschenen. Elke studie belicht de grote lijnen en belangrijke elementen die zo’n gebeurtenis kenmerken. Zo ook het kindermisbruik. Maar zoals een oorlogsveteraan aangaf: ‘Leg al de verhalen van alle soldaten samen, dan lijkt het wel of het om een heel andere oorlog ging dan die welke beschreven staat in de wetenschappelijke werken hierover.’

            Het individuele verhaal is een ander verhaal. Het gaat om concrete stemmen. Elk met een eigen timbre, eigen ervaringen. Die getuigenissen dienen ook bewaard te worden voor het nageslacht. Dat is het opzet van dit boek. Hier gaat het niet om theorieën maar over ervaringen. Beide invalshoeken zijn belangrijk en vullen elkaar aan. De concrete verhalen dreigen in het verborgene opgeslagen en vergeten te worden, toegedekt onder een overaanbod van theorieën en therapieën van proffen allerhande. Ook vanuit kerkelijke kringen worden meer en meer genezende en wijze woorden aangeboden. Mooi, maar onze vraag blijft hangen: ‘Hoe gaat het nu met jou Krista, Piet, Theo, Dora … jij die als kind seksueel werd mishandeld door een priester of broeder?’

            ***

            Getuigenis Bart: ‘Dat voortdurende misbruik door broeder V. putte me echt uit’
            Ik ben Bart, geboren in 1969, ik heb drie kinderen, twee uit een vorig huwelijk en één uit mijn huidige relatie. Volgens mij is mijn eerste huwelijk mislukt omdat ik misbruikt werd als kind en ik dat nooit heb durven vertellen. Al lang wou ik spreken maar durfde niet. Ik was beschaamd en angstig.

            Toen ik acht jaar was, in 1977, staken mijn ouders me in een instelling van de broeders van liefde (sorry voor de lezer, maar de naam van die broedercongregatie kan ik nooit meer met hoofdletters schrijven) omdat ze wat ziekelijk waren en het niet breed hadden. In ieder geval begon daar voor mij vanaf de eerste dag de hel.

            Zo moest ik op een dag bij broeder A. van de ziekenzaal voor de medische controle. Die onderzocht meer dan uitvoerig mijn penis en stak zelfs zijn vinger in mijn anus terwijl hij met zijn eigen penis bezig was om zich te bevredigen, denk ik. Na dit pijnlijke gebeuren werd ik voorgesteld in de leefgroep, waar ik begon te wenen. De hoofdopvoeder werd erbij geroepen en vroeg me waarom ik weende. Ik durfde toen niets te zeggen, ontzet als ik was.

            Enkele dagen later moest ik brood gaan halen voor de leefgroep bij broeder E. Wij noemden hem altijd met zijn bijnaam, broeder V. omdat hij vaak dat muziekinstrument bespeelde. Hij vroeg me: ‘Weet je wat sperma is?’ Ik wist het niet. Hij zei: ‘Ik ga je iets tonen.’ Hij trok mijn broek naar beneden en begon mij en zichzelf te masturberen. Bij mij lukte dat niet. ‘Dat is sperma’, zei hij. Ik kreeg dan koekebrood mee.

            Door die ervaringen werd ik onrustiger en gewelddadiger in de leefgroep. Ik was zeer beschaamd. Ik moest naar boven naar een mooi bureau. Ik moest naar een broeder die ik niet kende: de overste. Hij vroeg me wat er was en ik onthield vooral dat hij zei: ‘Ge moet niet bang zijn.’ Daarom vertelde ik wat er gebeurd was bij die twee broeders. Hij werd brutaal en zei: ‘Zoiets doe je niet, mijn broeders betichten.’ Hij gaf me met zijn volle hand slagen in mijn gezicht. Dat was voor mij ook echt misbruik, lichamelijk maar ook misbruik van het beetje vertrouwen dat ik toen nog had.

            Als straf moest ik helpen de kapel kuisen, voor de kaarsen zorgen, kijken of er genoeg wijwater was, stoelen afstoffen en goed zetten, enz. Ik ervoer dat niet als een straf want daar voelde ik mij veilig. Ik probeerde niet naar de ziekenzaal te moeten. Maar soms was ik toch ziek. Dat voortdurende misbruik door broeder V. putte me ook echt uit. Ik herinner mij, ik was toe negen jaar, hoe ik eens naar de ziekenzaal moest en broeder A. zijn penis in mijn mond stak, op en neer bewoog en mij dwong te zuigen tot hij klaarkwam. Ik herinner me nog levendig hoe mijn beste maat het zaad van broeder A. moest inslikken en hoe hij zijn polsen daarna had overgesneden. Hij overleefde het maar is ondertussen toch overleden door zelfmoord.

            Ik herinner me nog levendig hoe mijn beste maat het zaad van broeder A. moest inslikken en hoe hij zijn polsen daarna had overgesneden.

            De broeder-overste kwam toen zelfs uit het mooie salon van zijn bureau om naar mij te luisteren op mijn kamer. Ik vertelde weer wat er was gebeurd. Hij zette zijn knie boven op mij in mijn bed. En dan heeft hij echt op mij gebeukt met zijn vuisten op mijn hoofd, op mijn armen, overal, hij leek woest. Hij zei: ‘Dat is niet waar. Jij bent het die die jongen zijn kop zot hebt gemaakt. Het zijn mijn medebroeders, hoor je dat?’ Als straf moest ik op mijn blote knieën op een regelstok zitten, met mijn handen in de lucht waarop hij telefoonboeken legde. Ik moest daar zo een half uur blijven zitten. Die regel stond zo in mijn knieën gedrukt dat ik mijn benen niet meer kon bewegen. S., een medewerker van de broeders, is zelfs met mij naar het stedelijk ziekenhuis gereden. Daar hebben verplegers en de dokter foto’s genomen van mijn knieën. Daarop kon je duidelijk de regel zien. S. heeft daar niet lang gewerkt. Ook broeder H. wist van al die misbruiken maar deed niets.

            Ik ben ten tijde van mijn communie ook misbruikt door broeder E. die vaak op bezoek kwam bij broeder V. in de keuken. Hij vroeg me naar zijn kamer te gaan waar een geschenk voor mijn communie op mij zou wachten. Toen ik aanklopte en binnenging, lag hij naakt op zijn bed. Ik moest ook mijn kleren uitdoen. Toen moesten we elkaar masturberen. Met mij lukte dat niet. Hij kneep dan hard in mijn penis tot hij klaarkwam. Dit is maar één keer gebeurd want ik zorgde ervoor dat ik daar niet meer naartoe moest.

            Maar aan broeder V. en broeder ziekenzaal kon ik niet ontsnappen en ik wist dat ik niets mocht zeggen bij de baas want die zou mij nog harder aanpakken. Maar ook die rust in de kapel zou niet blijven duren. Er was daar een priester die daar missen deed. Hij deed ook al de communies. Priester J.G. woonde apart van het gebouw in een huis dat wat verder stond op een hoek, ook een huis van de broeders. We werkten altijd met een drietal in de kapel. Ik was vijftien jaar denk ik, toen de priester mij eens naar zijn huis riep om te helpen schilderen. Plots stond hij naast mij met zijn blote penis. Hij wou me langs achter nemen. Ik wou dat echter niet en kon weglopen. Blijkbaar moet hij heel kwaad zijn geweest. Hij stond ook bekend als een gewelddadig iemand die er graag op klopte. In de periode daarna heeft hij mij met bruut geweld meerdere malen verkracht in anderhalf jaar. Zelfs één keer voor het kruisbeeld in de kapel en één keer in de kapel toen ik moest gaan biechten en alleen was met hem.

            Meestal waren we met meerderen voor die biecht. Die keer was ik alleen. Ik durfde aan niemand iets zeggen want het was geweten dat je daar veel slaag voor kreeg. Ik ben toen weggelopen. Ik zag geen enkele uitweg meer. Daarna werd ik definitief verplaatst naar een tehuis van de broeders in Diksmuide, bij een gezin.

            Op achttien jaar ben ik alleen gaan wonen maar had een goed contact met Tony, die verder nog ter sprake komt. Op negentien jaar leerde ik mijn eerste vrouw kennen. Dat huwelijk is mislukt. Ik heb mijn vrouw seksueel alles ontzegd en was ook een ontregelde man. Ik heb enkel gemeenschap gehad in de tijd die nodig was om kinderen te krijgen. Het was voor mij een gruwelijke periode. Altijd weer speelden die beelden zich voor mij af als een film. Ik nam toen ook al speciale medicatie om erecties te kunnen hebben.

            In 2011 ben ik nog eens teruggegaan naar dat internaat van mijn verwoeste kindertijd. Ik wilde een reünie organiseren voor de jongens van 1985. Ik kreeg er enkel nog drie adressen, de rest was gestorven.

            Zoals uit mijn medische attesten blijkt, heb ik veel klachten door wat is gebeurd: nachtmerries, zweten, angst, depressiviteit, impotentie en noem maar op. Daarom heeft mijn huidige vrouw zo aangedrongen om de stap te zetten naar Norbert Bethune. Ze zei: ‘Het is inderdaad nu of nooit, of wil je ons allemaal meesleuren en ten onder gaan?’ Ik heb ook zo lang gewacht omdat ik met een constant schaamtegevoel leef. Ik sta ermee op en ga ermee slapen, al die jaren.

            Er zijn ongetwijfeld ook veel zelfmoorden gebeurd door mensen zoals ik. In 2011 ben ik nog eens teruggegaan naar dat internaat van mijn verwoeste kindertijd. Ik wilde een reünie organiseren voor de jongens van 1985. Ik kreeg er enkel nog drie adressen, de rest was gestorven. Ik heb aan de receptie gezegd: ‘Er moet toch een reden zijn dat er zoveel dood zijn.’ Daarop zeiden ze mij: ‘Hou je kalm.’

            Ik ben van één iemand heel zeker dat dit misbruik ook met hem gebeurd is. Het gaat om Tony. Hij was een vriend. Zijn vrouw heeft me opgebeld om te zeggen dat hij zelfmoord had gepleegd. Zijn twee kinderen van vijf en zes hadden hem gevonden. Ik heb hem zelf van het touw gehaald en kreeg nadien van de politie nog op mijn donder dat ik hem had moeten laten hangen. Er lag een brief bij waarin stond: ‘Eindelijk af van dat misbruik.’ De politie heeft niets met die brief gedaan. Ze zeiden dat ze daar niets konden mee aanvangen.

            Ook Alain heeft zelfmoord gepleegd. Hij was een slachtoffer van broeder E. Hij is nooit gehuwd want hij kon geen relatie aan. Zijn ouders, bij wie hij inwoonde, hebben me dat verteld. Hij ging naar een psychiater in Roeselare. De man is intussen overleden.

            Ikzelf heb tweemaal geprobeerd zelfmoord te plegen in 1988, voor mijn huwelijk. Ik heb me de polsen overgesneden. Je kan het litteken nog zien dat ik ervan overhoud. In 1996 heb ik een overdosis medicatie genomen om uit het leven te stappen. Ik weet ook van twee broers, F. en P., uit die tijd van het internaat die momenteel allebei in de psychiatrie zitten. Ook zij zijn misbruikt door broeder A. en broeder E. Ook J. is misbruikt door diezelfde broeder A. Er was een dossier ingediend bij het gerecht maar de klacht is geseponeerd. Drie maanden geleden heeft J. thuis zelfmoord gepleegd.

            Bron: Knack >>

            Meer informatie over het boek ‘In naam van de vader’  >>

            #246100
            Mark
            Moderator

              Podcast De Dag: waarom seksueel misbruik bij jongens vaak verborgen blijft

              Jongens die seksueel worden misbruikt moeten beter worden geholpen. Dat zeggen organisaties die zich inzetten voor kinderen die seksueel misbruik hebben meegemaakt tegen het Jeugdjournaal. In De Dag gaan we het hebben over de impact die misbruik kan hebben op mannen.

              De focus ligt namelijk vaak op seksueel misbruik van meisjes. Verslaggever Bart Tuinman sprak met Mark. Toen hij 15 was, is hij door een oudere man misbruikt. En Obed Brinkman maakte in zijn jeugd misbruik mee. Pas sinds deze zomer durft hij zijn verhaal te vertellen.

              Beluister de podcast op nporadio1.nl >>

              #246119
              Luka
              Moderator

                ‘Er is te weinig aandacht voor seksueel misbruik bij jongens’

                Jongens die seksueel zijn misbruikt moeten beter geholpen worden. Dat zeggen organisaties die zich inzetten voor kinderen die seksueel misbruik hebben meegemaakt. Goede hulp is natuurlijk voor alle kinderen belangrijk, maar ze vinden dat het vooral voor jongens beter kan.

                Mark is zo’n jongen. Toen hij 15 was, is hij door een oudere man misbruikt. Hij had nooit gedacht dat hem zoiets zou overkomen. Verslaggever Bart sprak met hem. Mark wil graag anoniem blijven. Daarom is hij niet herkenbaar gefilmd en is zijn stem vervormd.

                #246177
                Luka
                Moderator

                  Ongewenste seks minder erg als slachtoffer man is

                  Mannen zijn daders, vrouwen zijn slachtoffers. In alle discussies over seksuele grensoverschrijding, of het nu gaat om shame sexting of date rape, zien we deze aannames terug. Achter die aannames zit essentialistisch en generalistisch denken: het zit nu eenmaal in de aard van mannen, alle mannen zijn zo. Dit wordt soms kracht bijgezet met biologische argumenten: de hersenen van mannen zijn anders en daarom doen ze zo. Vooral op de generalisatie is kritiek, maar het essentialisme blijft onbenoemd. Waar feministen steeds vechten tegen essentialistische opvattingen over vrouwen, zijn er sommige die essentialistische opvattingen over mannen wel prima vinden.

                  Dit gaat voorbij aan het feit dat ook mannen slachtoffer zijn van ongewenst seksueel gedrag en dat ook vrouwen daders zijn. Het bestaan hiervan ontkracht de basale tegenstelling. Het is dan ook zaak om verder te kijken dan biologie en essentialisme te bestrijden.

                  Perceptie van schade
                  In een recent artikel [abstract] onderzoekt communicatiewetenschapper Tara Emmers-Sommer de perceptie van de schade van seksuele agressie. Ze kijkt daarbij naar genderverschillen in dader: vinden mensen seksuele agressie erger als mannen de dader zijn dan wanneer vrouwen de dader zijn?

                  Haar theoretisch kader wordt gevormd door seksuele scripttheorie: dit zijn – kort gezegd – scenario’s voor acceptabel en stereotiep seksueel gedrag. We leren hoe we ons seksueel moeten gedragen door seksuele scripts uit de media, persoonlijke overwegingen en contact met anderen. Zo is het in de VS, waar Emmers-Sommer zich op richt, gebruikelijk dat de man het eten betaalt bij een date en dat de man seks initieert. Dat is een voorbeeld van een seksueel script.

                  Emmers-Sommer legde verschillende seksuele scenario’s voor aan 777 Amerikaanse bachelorstudenten, waarvan 342 mannen, 375 vrouwen en 60 respondenten die hun gender niet noemden. Het artikel geeft niet weer hoe hoog het percentage hetero’s was. In deze scenario’s werd een situatie beschreven waarin een heteroman (‘Michael’) en heterovrouw (‘Emily’) daten en waarin er sprake is van grensoverschrijding: er wordt gezoend, dan geeft iemand aan geen seks te willen, waarop de ander dat toch doet. In de scenario’s varieerde het geslacht van de dader. Daarnaast werd er gevarieerd met wel of niet seks willen: in sommige scenario’s wilde het slachtoffer wel, maar gaf geen consent.

                  Resultaten
                  De respondenten vonden de psychologische schade voor het slachtoffer het allerergst wanneer de man dader is. Dat geldt ook wanneer de man dader is en de vrouw wel wilde, maar geen toestemming gaf. Ze vonden de schade minder erg wanneer de vrouw dader is, en het minst erg is wanneer de vrouw dader is en de man wel wilde maar geen toestemming gaf.

                  De respondenten werd ook gevraagd in te schatten hoezeer zij vonden dat het slachtoffer seks wilde. Bij het scenario waar Michael de dader was en Emily geen toestemming gaf, was deze inschatting het laagst: Emily wilde geen seks. Maar bij het scenario waar Michael slachtoffer was, geen seks wilde en geen toestemming gaf is die inschatting significant anders: de respondenten dachten hier vaker dat Michael toch wel wilde. Zelfs in de scenario’s waarin expliciet stond dat Michael geen consent gaf, vond iets minder dan de helft van de respondenten dat Michael wél toestemming had gegeven. Misschien wel het meest opmerkelijk: de respondenten vonden het scenario waarin Emily wel seks wilde maar geen toestemming gaf meer schadelijk dan het scenario waarin Michael niet wilde en dat aangaf.

                  Implicaties
                  Deze respondenten vinden het dus minder erg (in de zin van: perceptie van psychologische schade voor het slachtoffer) wanneer de man het slachtoffer is van ongewenste seks, zelfs als hij expliciet heeft aangegeven geen seks te willen. De resultaten laten dus genderverschillen zien in hoe over daders gedacht wordt: als een vrouw dader is vinden de respondenten dat minder erg dan wanneer een man dader is. Ze nemen non-consent van mannen niet serieus. ‘Nee betekent nee’ geldt dan alleen voor vrouwen. Dit sluit aan bij de geldende seksuele scripts: vrouwen worden daarin niet gezien als daders, en mannen die seks ‘krijgen’ terwijl ze dat niet willen worden gezien als geluksvogels in plaats van slachtoffers.

                  Volgens Emmers-Sommer zijn haar resultaten van belang voor het rechtssysteem. In de VS, met haar juryrechtspraak, zal een man sneller voor aanranding of verkrachting worden veroordeeld dan een vrouw.

                  Het gaat hier om een relatief kleine studie onder bachelorstudenten en we moeten dus voorzichtig zijn met generaliseren, maar de resultaten zijn belangrijk voor bovengenoemde discussies. Er is de laatste tijd weer meer aandacht voor seksueel geweld, ook in Nederland, maar de rol die gender daarin speelt blijft onbenoemd. Het wordt tijd dat we dat wel doen. Te stellen dat het voor een man minder erg is om verkracht te worden door een vrouw is seksistisch, kwetsend en bovenal onjuist.

                  Bron: Dieponderzoek.nl >>

                  #246232
                  Luka
                  Moderator

                    Renald Majoor wordt als 12-jarige jongen misbruikt door de elftalleider van het selectieteam waarvan hij deel uitmaakt. Dit is zijn verhaal.

                    #248544
                    Mark
                    Moderator

                      Bas Remmers verteld over de gevolgen van het seksuele geweld uit zijn jeugd op de rest van zijn leven.

                      #250667
                      Luka
                      Moderator

                        Na 35 jaar oog in oog met de dader: ‘Ik heb het beest in de bek gekeken’

                        Zedendelict Slachtoffers en daders van zedenmisdrijven hebben vaker contact. E., die als kind seksueel misbruikt werd door een familievriend, gaat 35 jaar later met hem in gesprek. „Ik ben hier om iets af te sluiten.”

                        Het misbruik was al meer dan 35 jaar geleden abrupt gestopt toen ze in april vorig jaar tegenover elkaar zaten in een zijkamer van de tbs-kliniek. „Ik wil dat je me aankijkt”, zei E., het slachtoffer, tegen A., de dader, die schuldbewust zijn hoofd liet hangen. In zijn handen had E. een vel papier, waar hij vanaf las wat hij al die tijd al tegen A. had willen zeggen. Nu, terugkijkend: „Ik wilde een punt zetten in plaats van een komma.”

                        Lees verder: NRC.nl >>

                      10 berichten aan het bekijken - 61 tot 70 (van in totaal 97)
                      • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
                      gasten online: 14 ▪︎ leden online: 4
                      Lotteeh, Trees50, Leentje, Chris
                      FORUM STATISTIEKEN
                      topics: 3.766, reacties: 21.156, leden: 2.812