Ouders, partners, familie en vrienden van misbruikslachtoffers

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Ouders, partners, familie en vrienden van misbruikslachtoffers

  • Dit onderwerp bevat 81 reacties, 4 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 08/01/2022 om 20:49 door Luka.
20 berichten aan het bekijken - 61 tot 80 (van in totaal 82)
  • Auteur
    Berichten
  • #249685
    Luka
    Moderator

    Zo reageer je het best op iemand die een negatieve emotie deelt

    Een heersende medialogica is dat als je je slecht over iets voelt, je erover moet praten, je je gevoel moet delen. Maar waar we het minder over hebben, is hoe je op zulke berichten moet reageren. Wat is de beste manier om mensen die aangeven zich slecht te voelen te steunen?

    Mijn tijdlijn staat vaak zat vol met berichten van mensen die heel open zijn over hun verdriet, depressie, rouw en andere zaken die duiden op emotioneel leed. Soms voelt dat delen ongemakkelijk: hoe reageer je als iemand deelt in de rouw te zijn? Een hartje dan maar.

    In het echte leven ervaar ik dat ongemak soms ook. Bijvoorbeeld wanneer iemand aan wie ik net ben voorgesteld binnen twee minuten elke nare wetenswaardigheid over diens liefdesleven al heeft gedeeld. “Vervelend”, zeg ik dan maar.

    Dat kan beter. Dr. Lisanne Pauw gaf met haar proefschrift een deel van het antwoord op de vraag hoe je mensen die emotioneel leed delen het beste steunt. Mensen vertellen dat soort dingen over het algemeen zodat ze ‘sociaal-affectieve steun’ krijgen, legt Lisanne uit. Waar ze eigenlijk naar op zoek zouden moeten is ‘cognitieve steun’.

    Wat is sociaal-affectieve steun?
    “Stel dat ik teleurgesteld ben over het niet krijgen van een baan waarop ik solliciteerde, en die teleurstelling met jou deel, dan is sociaal-affectieve steun het aangeven dat je begrijpt dat ik tijd en moeite in die sollicitatie heb geïnvesteerd, dat het begrijpelijk is dat ik me rot voel. Je zou het ook ‘emotionele steun’ kunnen noemen. Ik heb het gedefinieerd als het valideren of bevestigen van andermans emoties, als het aangeven dat je begrijpt dát de ander zich zo voelt.”

    En wat is cognitieve steun?
    “Dat is proberen een ander perspectief te bieden, je gesprekspartner anders naar haar leven en emoties te laten kijken. De manier waarop je naar de situatie kijkt verandert, waardoor de emoties die ermee gepaard gaan eveneens veranderen. Om bij het voorbeeld van de baan te blijven: als jij mij vertelt dat het goed is dat ik mezelf op de banenmarkt heb gegooid, of dat ik mijn cv nu tenminste op orde heb gemaakt, en dat afwijzingen erbij horen, dan helpt mij dat je te relativeren. Het is een aanmoediging om er anders tegenaan te kijken. Uit onderzoek blijkt dat mensen die zulke cognitieve steun ontvingen later aangaven zich nog altijd beter te voelen over wat er gebeurde dan zij die alleen sociaal affectieve steun ontvingen.”

    Waarom werkt cognitieve steun beter op de lange termijn?
    “Ik denk dat het verwant is aan iets als cognitieve gedragstherapie. Daarin is het idee patiënten anders te laten nadenken over hun situatie, om negatieve emoties te verlichten. Mijn verwachting voor het onderzoek was dat het daarmee raakvlakken had, en dat bleek zo te zijn. Als je emoties ziet als het gevolg van een inschatting van een situatie, dan is de verwachting dat het anders inschatten van een situatie dus ook tot een andere emotie zou moeten leiden. Als ik die negatieve situatie – het niet krijgen van een baan – anders interpreteer, dan zou het ook andere gevoelens moeten oproepen. Als ik het zie als ‘dappere poging’ in plaats van ‘ik ben niets waard’, dan zou ik minder teleurstelling moeten ervaren en val ik niet terug in negatieve gedachten. Hoe ik de situatie van de afwijzing dus kleur geef, vormt mijn emoties. En als ik deze heel negatief invul ervaar ik negatieve emoties (schaamte, verdriet, bezorgdheid). Als ik dit deel met een ander en de ander helpt mij om de situatie anders te zien, anders kleur te geven, dan zal ik hoogstwaarschijnlijk ook minder schaamte, verdriet en bezorgdheid voelen – ook op de lange termijn.”

    Mediawetenschapper Linda Duits heeft het niet zo op het delen van persoonlijk leed online. ‘Stop de onzinnige confessiecultuur!’, schreef ze laatst nog. Hoe reflecteer jij daar vanuit je praktijk en onderzoek op?
    “Kijk, ik heb dit niet precies onderzocht, dus wat ik zeg is deels speculatie. Maar ik moet denken aan het onderzoek van Bernard Rimé, de wetenschapper die als een van de grondleggers geldt van het onderzoek naar het delen van emoties. Volgens Rimé hoort het bij intense emoties dat mensen die willen delen. Hoe heftiger de emotie, hoe groter het verlangen om te delen. Digitale, nieuwe media, inclusief sociale media, bieden een nieuw forum om emoties te delen. Dát emoties daar gedeeld worden is dus helemaal niet vreemd, alleen komt het in dat geval bij een veel groter publiek terecht dan als je dat ‘gewoon’ in gesprek zou doen. Daar komen nieuwe vragen bij kijken: is het gepast om het te delen? Zitten anderen erop te wachten? En wat krijg je terug van de mensen met wie je die emoties deelt? Ook vermoed ik dat mensen online vooral gevalideerd zullen worden in hun emoties, maar niet zo snel worden uitgedaagd om anders tegen de aard van hun problemen aan te kijken. Je moet je afvragen wat je daar op de lange termijn aan hebt.”

    Wat kan je doen als je je vrienden beter wil ondersteunen en helpen?
    “Ik denk dat het helpt als je beseft waarom mensen ‘emotionele’ steun als prettig ervaren: ze zoeken naar bevestiging en erkenning, en voelen zich verbondener met anderen als ze die steun krijgen. Die ander is er voor je, als je die nodig hebt. Maar daarom is het belangrijk de ander zich gehoord en begrepen te laten voelen voor je die cognitieve steun biedt, die dus op de langere termijn beter helpt.”

    Ten slotte: op wat voor manier kan je je emotionele leed zelf zó delen dat je betere ondersteuning krijgt van anderen?
    “Mensen zoeken vaak mensen waarvan ze verwachten dat die de reactie geven die ze hopen te krijgen. Daarom is het verstandig om je emotionele leed met verschillende mensen te delen, zodat je verschillende reacties krijgt, en meer perspectieven op de situatie. Die helpen je er weer anders tegenaan te kijken.”

    Bron: NPO3 – BrandpuntPlus >>

    #249688
    Luka
    Moderator

    Hoe steun je een kind na seksueel misbruik?

    Hoe steun je een kind na seksueel misbruik? Met die vraag houden Iva Bicanic en Richard Korver zich allebei dagelijks bezig. Hij als advocaat, gespecialiseerd in zedenzaken. Zij als psycholoog en landelijk coördinator van het Centrum voor Seksueel Geweld. En hoewel ze verschillen in werkwijze, zijn ze het over een belangrijk gegeven eens: de ouders kunnen het verschil maken.

    Daarom schreven zij samen het boek Dicht bij huis, dat zowel ingaat op de emotionele gevolgen van misbruik als de juridische kant.

    Waarom richten jullie je op de ouders/verzorgers, in plaats van op de slachtoffers?
    Korver: „Omdat we iedere dag in onze spreekkamers zien dat de wijze waarop een ouder probeert te helpen, bepalend is voor het herstel van het kind. Als de ouders het hoofd koel houden, zal dit zorgen voor kalmte bij het kind. En kalmte bij het kind zal uiteindelijk leiden tot zo veel mogelijk normale doorontwikkeling van het leven van dat kind.”

    Bicanic: „We zien veel ouders die de weg kwijtraken als ze horen dat hun kind is misbruikt. Dat is ook niet zo gek, er breekt iets van binnen. Aan de andere kant weten we ook dat de aanwezigheid van stress bij de ouders voorspelt of en in welke mate een kind later last krijgt van PTSS. Je krijgt dus als ouder de bijna onmogelijke taak om zo snel mogelijk weer terug te veren in je rol van sterke ouder.”

    Hoe doe je dat, sterk blijven, als je wereld instort?
    Bicanic: „Dat zit ’m in de eerste plaats al in de reactie als je kind jou in vertrouwen neemt. Idealiter zeg je iets als: ’Wat goed dat je me dit hebt toevertrouwd, dit had nooit mogen gebeuren, het is niet jouw schuld, ik ben er voor je, wat kan ik voor je doen?’. Alleen, de meeste ouders reageren niet zo. Ze zijn veel bezig met hun eigen emoties: verdriet, woede, angst… Heel begrijpelijk, mij zou je ook kunnen opvegen als het mijn kind overkwam.

    Veel ouders weten niet wat ze moeten doen en handelen uit een reflex: deuren en ramen dicht, kind thuis houden en zelf meld je je ziek. Dat voelt veilig. Maar van de kinderen die dit meemaken horen wij vaak dat ze het liefst willen dat alles weer normaal wordt. Dat jij gewoon naar je werk gaat en zij gewoon naar school.

    Ze willen niet thuiskomen bij een overbezorgde, huilende moeder en een vader die bij wijze van spreken al met zijn honkbalknuppel klaarstaat om wraak te nemen. Ik bedoel niet dat je niet mag huilen, maar het helpt als je zegt: ’Mama is verdrietig, maar dat is niet jouw schuld’. Die ondertiteling heeft een kind nodig.”

    Korver: „Ik probeer altijd een moment alleen te creëren met het kind, zonder de ouders erbij. Soms komen er dan dingen boven tafel die het kind nog niet aan de ouders heeft durven vertellen. Zo zei een meisje bijvoorbeeld tegen mij dat de dader haar ook had gefilmd, maar dat ze bang was voor de reactie van haar moeder als ze dit hoorde.

    Kinderen hebben sterk de neiging hun ouders te beschermen. De eerste keer dat ik de vraag kreeg of ik de familie wilde inlichten over wat er precies was gebeurd, zodat ze niet pas tijdens de zitting met alle details geconfronteerd werden, voelde ik me best een beetje dom. Terwijl het voor Iva heel vanzelfsprekend was. Sindsdien let ik daar wel meer op.”

    Merken jullie dat jullie beroepsgroepen schuren?
    Bicanic: „Dat is iets wat ik me pas tijdens onze samenwerking heb gerealiseerd: Richard gaat over de feiten, ik niet. Politie en het OM houden zich bezig met details als: ’is het één of twee keer gebeurd’ en: ’was het in zijn bed of in dat van jou.’

    Bij mij in de spreekkamer is het eigenlijk niet zo van belang wat er precies is gebeurd. Het gaat om hoe het in iemands hoofd zit, want dáár hebben ze last van. Vaak loopt iemand niet zozeer psychisch vast op de daad zelf, maar op het schuldgevoel dat eraan kleeft: ’Waarom ben ik niet gewoon weggelopen?’”

    Korver: „Iva is een keer meegegaan naar een zitting, waar ze helemaal verbijsterd uit kwam. Ze zei: ’Ik doe zo mijn best om voorzichtig mijn woorden te kiezen en jullie rammen daar gewoon overheen’. Zij is bezig met wat steunend is, ik moet gewoon zorgen dat iets bewezen wordt verklaard. Daarin zijn die details belangrijk, omdat je daarmee bijvoorbeeld kunt aantonen dat er sprake was van dwang.

    Als er een pistool op het nachtkastje lag, snapt iedereen dat je niet weg durfde te lopen. Maar dat moet het slachtoffer wél letterlijk zo vertellen, anders is het een aanname. Dat zelfs een professional als Iva hier geschokt op reageerde, gaf voor mij wel aan hoe belangrijk het is om uit te leggen waaróm die manier van ondervragen er is, waaróm een politieverhoor als kritisch kan worden ervaren.

    Ik denk dat het voor alle mensen die werken met misbruikslachtoffers goed is om eens een zedenzaak bij te wonen. Andersom was het voor mij interessant om een dag mee te lopen in een traumacentrum. Het leert je op een andere manier naar je discipline te kijken.”

    Wel of geen aangifte doen: wat zouden jullie ouders aanraden?
    Bicanic: „Als samenleving denken wij al snel: ’Strafbaar feit? Pakken die gast!’ Ik kijk juist altijd vanuit het perspectief van het slachtoffer: wat heeft hij of zij nodig? Er spelen gevoelens van loyaliteit en schuld, sommige kinderen krijgen juist klachten als de dader naar de gevangenis moet.”

    Korver: „Het is wel vaak zo dat slachtoffers geholpen zijn wanneer een onafhankelijke rechter zegt: ’Meneer, u had dit niet mogen doen’. Ik heb weleens meegemaakt dat een meisje van 15 door Jeugdzorg naar een weerbaarheidstraining werd gestuurd. Walgelijk vond ik dat.

    Niet dat zo’n training per definitie slecht is, maar wél als ze daardoor het idee krijgt dat zij het misbruik had kunnen voorkomen. Een rechter die zegt dat de dader fout zat, kan soms belangrijker zijn voor de verwerking dan de eventuele straf die daaruit voortkomt.”

    Maar wordt de samenleving niet veiliger als daders gestraft worden?
    Korver: „Dat hangt helemaal van de situatie af. Er zijn veel misverstanden over kindermisbruikers, bijvoorbeeld dat het allemaal pedofielen zijn. In 87% van de gevallen is de dader een bekende en veelal zijn het geen psychopaten, maar ’gewone’ mannen. Wat wil je met een aangifte bereiken? Als het opa is, maak je misschien een andere afweging dan als het om de gymleraar gaat.

    We geven in het boek dus ook geen advies, maar we vertellen wél waar je allemaal mee te maken krijgt, wat de opties zijn en de mogelijke gevolgen, zowel juridisch als psychisch. We geloven overigens niet dat de maatschappij per se veiliger wordt door aangifte te doen. De maatschappij wordt veiliger als mensen rustig reageren als ze horen dat iemand slachtoffer is van misbruik, in plaats van dat je behandeld wordt alsof je het coronavirus hebt. Het is helaas meer regel dan uitzondering dat vriendjes opeens niet meer mogen komen spelen, als ze horen wat er is gebeurd.”

    Bicanic: „Ik denk dat ouders zich best alleen voelen. De pan soep die de buren voor je maken, is er vaak niet na een geval van misbruik. Terwijl die er wel is als er iets anders heftigs is gebeurd, zoals bij het overlijden van een familielid of een inbraak. Als er in je huis is ingebroken, staat iedereen klaar om je te steunen. Maar als er in je lichaam is ingebroken, blijft iedereen weg.

    Want seksueel misbruik of incest? Iew! Dat wil je liever niet dichtbij laten komen, want dat maakt je kwetsbaar: het kan jouw kind óók gebeuren. Dan komen mensen met reacties als: ’Ja, maar welke ouder laat zijn kind dan ook alleen met de oppas?’, of ’Ik had dat echt wel gemerkt, als het mijn kind was’. Dat is victim blaming, en dat is bewezen schadelijk voor de verwerking.”

    Wat moet er volgens jullie veranderen in de samenleving?
    Korver: „Het onderwerp moet beter bespreekbaar worden. Dat leidt er namelijk ook toe dat het kind sneller iemand in vertrouwen durft te nemen, of dat nu een ouder is, een leraar of de moeder van een vriendje. De oplossing ligt denk ik wel altijd dicht bij huis. En daar hoort wat mij betreft ook bij dat het verschoningsrecht wordt afgeschaft. Je kunt je nu nog te makkelijk daarachter verschuilen om niet te hoeven getuigen tegen een familielid, terwijl de dader vaak binnen de familie te vinden is.”

    Bicanic: „Wat ik graag zou zien, is dat mensen die te maken krijgen met misbruik, heel snel toegang krijgen tot de GGZ. De wachtlijsten zijn nu nog te lang, dat werkt demotiverend. Dat terwijl we weten dat mensen die hun ervaringen goed hebben verwerkt, minder kans hebben om opnieuw slachtoffer te worden.

    Zo lang die wachtlijsten er toch nog zijn, willen we met dit boek een poging doen om ouders in ieder geval in te fluisteren waar ze hun kind direct mee kunnen helpen. Niemand verwacht dat je een superouder bent die alles perfect doet. Maar de boodschap die we proberen over te brengen is: ja, het is heel erg wat je overkomt. Maar er is ook wat aan te doen, en daarin is jouw rol als ouder cruciaal.”

    ’Ze willen niet thuiskomen bij een huilende moeder’

    Bron: Telegraaf >>

    #251211
    Luka
    Moderator

    Hoe je met je kinderen over seksueel misbruik kunt praten
    Kinderen zijn erbij gebaat om vroeg te leren praten over seksueel misbruik, zeggen experts. „Ze moeten weten dat het nooit hun fout is.”

    Florine Schaap (35) uit Amsterdam werd 29 jaar geleden seksueel misbruikt door een man die ze niet kende. En hoeveel tijd er ook verstrijkt, ze blijft het moeilijk vinden om erover te praten. Dat ze het nu toch doet, is omdat ze de stilte rond misbruik wil doorbreken. „Het gebeurde in de bosjes bij mij in de buurt. Ik was pas zes, ik had geen idee wat seks was. Maar ik voelde in mijn buik dat het niet goed was wat deze man bij mij deed.”

    Ze vertelde het destijds meteen aan haar ouders. Er volgde een gesprek met de politie en met een maatschappelijk werkster. Maar na die eerste gesprekken werd er thuis niet meer over het misbruik gesproken. „Mijn ouders zijn er nooit meer over begonnen, waarschijnlijk uit ongemak. Of uit onmacht. Maar voor mij als kind was het heel raar: alsof ze negeerden dat het was gebeurd. Alsof wat mij was overkomen er niet toe deed. Daardoor heb ik me heel alleen gevoeld.”

    Met kinderen praten over seksueel misbruik: veel ouders zijn bang om het verkeerd te doen. Maar in veel gevallen zijn kinderen juist gebaat bij openheid, zeggen experts. „Oók als ze nog jong zijn”, zegt Thekla Vrolijk-Bosschaart, die bij het AMC promoveerde op het herkennen van seksueel misbruik bij kinderen tot zes jaar. „Veel ouders zijn huiverig om over het bestaan van misbruik te praten: ze willen hun kinderen geen angst aanjagen. En als er al iets is gebeurd, zijn ze vaak bang dat ze het erger maken door het verkeerde te zeggen. Dat ongemak kan ertoe leiden dat ze het onderwerp helemaal uit de weg gaan. Maar als volwassenen erover zwijgen, kan een kind het gevoel krijgen dat het niet over het misbruik mag praten.”

    Zweem van schaamte
    Experts pleiten voor meer openheid tegenover kinderen rond thema’s als seksualiteit, grenzen en misbruik. „Daar valt nog veel te winnen”, zegt Naomi Dessaur, deskundige op het gebied van kindermishandeling en huiselijk geweld. Zij is oprichter van een onlineplatform dat ouders ondersteunt bij het praten met hun kinderen over seksualiteit. „Door vanaf het begin op een open, ontspannen manier met kinderen over seks en grenzen te praten, geven ouders hun handvatten om met lastige situaties om te gaan. Zo helpen ze de stilte rond misbruik van kinderen te doorbreken.”

    Vrolijk-Bosschaart: „Kinderen voelen heel goed aan waar volwassenen ongemakkelijk van worden. Dus als seks een thema is waar een zweem van schaamte omheen hangt, maakt dat het voor een kind extra moeilijk om een volwassene in vertrouwen te nemen als er op seksueel gebied iets is gebeurd.”

    Florine Schaap denkt dat het haar had kunnen helpen als de volwassenen in haar leven niet hadden gezwegen. „Het was nu eenmaal gebeurd, daar doe je niets meer aan. Maar ik denk wel dat het mij als kind goed had gedaan als ik bij iemand terecht had gekund. Als iemand had gezegd: wat die persoon met jou heeft gedaan, is verkeerd. En knoop alsjeblieft in je oren: het is niet jouw schuld.”

    Ook had ze graag meer hulp gehad bij het wijs worden uit alle verwarrende gevoelens die ze had. „Dat je niets aan een kind merkt, betekent niet dat een kind niet onder de situatie lijdt. Toen ik het vertelde, deed ik bijvoorbeeld een beetje lacherig over wat me was overkomen. Maar dat was puur uit zelfbescherming, ik had gewoonweg geen idee hoe ik met de pijn en de schaamte om moest gaan.”

    Verbergen
    Dat een kind er niet uit zichzelf over begint, betekent dan ook niet altijd dat het er niet over wíl praten. Dessaur: „Het komt vaak voor dat kinderen letterlijk de taal niet hebben om woorden te geven aan misbruik. Vaak weten ze niet eens dat wat ze meemaken seksueel misbruik is. Sommige daders zijn ook enorm gewiekst in het manipuleren, bang maken of verleiden van een slachtoffer. En slachtoffers kunnen heel goed zijn in verbergen.”

    Voor Carolien (52) is dat laatste herkenbaar. Haar dochter werd op vijftienjarige leeftijd verkracht door haar toenmalige vriendje. Carolien kreeg het pas een jaar later te horen. „Ik heb altijd mijn best gedaan om mijn dochter de juiste boodschappen mee te geven. Dat nee ook echt nee is, dat ze nooit iets hoeft te doen dat ze niet wil. Maar dat heb ik met al mijn goede bedoelingen niet kunnen voorkomen. Dat vind ik heel erg.” Om de privacy van haar dochter te beschermen, wil ze niet met haar achternaam in NRC.

    Dat haar dochter haar pas een jaar later in vertrouwen nam, vond ze confronterend. „Wij hebben een hechte band, ik drukte haar altijd op het hart dat ze me alles kon vertellen. En ik had ook echt het gevoel dat ze dat deed. Maar toch liep ze een jaar lang met een vreselijk geheim rond.”

    Vrolijk-Bosschaart drukt ouders als Carolien op het hart niet te streng voor zichzelf te zijn. „Als je kind je vertelt dat er een tijd geleden iets is gebeurd, voel je dan niet schuldig dat je het niet gezien hebt. Wees vooral blij dat je kind je toch in vertrouwen heeft genomen. Ook al is dat pas na een tijd.”

    Dessaur: „Of een kind je wel of niet in vertrouwen neemt, heb je als volwassene niet altijd in de hand. Ook al doe je alles goed, dan nog kan een kind ervoor kiezen om te zwijgen. Wat je wél kunt doen: proberen het klimaat rond een kind zo optimaal mogelijk te maken, door bewustwording van lichaamsdelen, aanraken en grenzen. En een veilige, open sfeer bij het praten over seksualiteit. Het liefst van jongs af aan.”

    Hoe pak je dat aan? Dessaur: „Begin bij het begin, noem intieme lichaamsdelen bij de naam. Bespreek met je kind dat niemand die zomaar mag aanraken. Dwing kinderen niet om volwassenen te kussen of te knuffelen als ze dat niet willen. En als kinderen al jong vragen stellen over seks, lach die vragen dan niet weg en praat er niet overheen, maar geef een zo eerlijk mogelijk antwoord, passend bij de leeftijd van het kind.”

    Een concreet voorbeeld? Dessaur: „Kleine kinderen vinden het vaak heel interessant om in de badkamer de penis van hun vader vast te pakken. Daar kun je lacherig of beschaamd over doen. Maar je kunt ook rustig zeggen: doe maar niet, lieverd. Mijn penis is van mij. En ik vind het niet zo prettig als je daar zomaar aankomt.”

    Vervolgens kun je dat moment gebruiken om een gesprek te hebben over lichaamsdelen en grenzen. Dessaur: „Gebruik zo’n situatie om met een kind op een luchtige manier te bespreken wat intieme lichaamsdelen zijn, hoe die heten, wie daaraan mag komen en in welke context.”

    Twee soorten geheimen
    Houd het luchtig waar het kan, wees duidelijk waar het moet, adviseren beide experts. Vrolijk-Bosschaart: „Je hoeft een peuter niet te vertellen wat verkrachting is. Maar je kunt een kind al vóór de basisschool wel leren dat er leuke geheimen en vervelende geheimen bestaan – en dat ze een vervelend geheim altijd mogen vertellen aan een volwassene die ze vertrouwen. Dat kan ook de juf op school zijn of een leidster op het kinderdagverblijf. Want misbruik kan natuurlijk ook binnen het gezin zelf plaatsvinden.”

    Vrolijk-Bosschaart pleit dan ook voor voorlichting aan kinderen via meerdere kanalen. „Van ouders tot leraren en van de kinderopvang tot de sportclub. Iedereen die met kinderen werkt, kan helpen om meer bewustwording te creëren. Kinderen moeten weten dat misbruik bestaat, dat het niet mag, dat het nooit hun fout is en bij wie ze aan de bel kunnen trekken als er iets gebeurt.”

    Bron: NRC.nl >>

    #251305
    Luka
    Moderator

    Zo speel je het eerlijkheidsspel en leer je jezelf (en anderen) écht kennen

    Gemiddeld liegen we anderhalve keer per dag. We liegen tegen onszelf, tegen onze vrienden en collega’s. We liegen om onszelf beter te voelen, om straf te vermijden of uit gewoonte. Liegen maakt de wereld soms makkelijker of mooier. Het mag niet, maar de beloning is groot. Er wordt wat af gelogen, maar nergens wordt zoveel gelogen als in romantische relaties. Omdat partners denken dat ze elkaar altijd de waarheid vertellen kunnen ze moeilijk zien of de ander liegt. Bij andere relaties schijnt liegen veel makkelijker waar te nemen.

    Een vriend die er verschillende vrouwen op na hield deed op een dag een cursus waarin hij leerde dat het beter was om altijd de waarheid te vertellen. Hij kreeg zelfs een opdracht mee om die week alleen maar de waarheid te zeggen, hoe pijnlijk die ook was.

    Precies in die week zat zijn vriendin voor haar werk een paar maanden in het buitenland. In het weekend kwam ze vaak naar Nederland, maar niet altijd. ‘Misschien heeft hij stiekem wel een ander,’ zei een huisgenote van haar. Ze lachte. Ze vond het zelfs zo’n gekke gedachte dat ze ter plekke haar vriend belde en giechelend vroeg of hij misschien een minnares had. ‘Ja,’ zei hij eerlijk. Niet lang daarna gingen ze uit elkaar.

    Relatie gebaseerd op leugens
    Toen ik de vriendin – die in dat buitenland is blijven wonen en daar heel gelukkig is geworden met een andere man – jaren later sprak, moest ze er nog steeds om lachen. Ze vond zichzelf zo naïef dat ze toen had gebeld. En achteraf was ze ook zo blij dat het zo was gelopen.

    Zij en haar ex waren na al die jaren nog steeds goed bevriend. Hun vriendschap bestond uit allerlei leugentjes en onwaarheden, maar juist daardoor had die vriendschap zo lang stand gehouden, dachten ze.

    Het grote eerlijkheidsspel
    Omdat liegen in een relatie tot grote problemen kan leiden, is het verstandig om het liegen, jokken, verzwijgen of verdraaien van de waarheid eens te stoppen. Niet voor altijd, want relaties waarin af en toe gelogen wordt zijn vaak beter af dan waarin je elkaar ongepeperd de waarheid vertelt.

    Je kunt het waarheidsspel met z’n tweëen spelen, maar ook met vrienden. De opdrachten en vragen zijn uiteraard suggesties, want je kunt er zelf nog allerlei vragen bij verzinnen. De vraag: ‘Heb je een ander?’ zou ik in dit spel achterwege laten.

    1. Keer je tas/rugzak binnenstebuiten. Geen tas bij de hand? Leeg dan al je zakken. Laat de andere spelers zien wat er in je tas of zak zit en geef een korte toelichting waarom je dit met je meedraagt.
    2. Hoe lang ben je? Hoe veel weeg je?
    3. Vraag een van je medespelers (of allemaal) om een beschrijving van jou te geven. Hoe zien zij jou? Wat bewonderen ze aan je? Wat zouden ze je willen adviseren te veranderen? Wat vinden ze leuk aan je?
    5. Wanneer heb je voor het laatst gehuild? En waarom?
    6. Wat weten de andere spelers niet over jou?
    7. Waar ben je het meest bang voor?
    8. Op welke beroemdheid was je in je jeugd verliefd?
    9. Als er een film over je leven wordt gemaakt, welke filmster zou dan de hoofdrol spelen omdat de gelijkenis het grootst is? (Op welke filmster vinden de andere spelers jou lijken?)
    10. Welk beroep zou je het allerliefst uitoefenen als je een ander beroep moest kiezen?
    11. Noem je vier beste eigenschappen op.
    12. Noem je een-na-slechtste eigenschap op.
    13. Welke beslissing in je leven zou je nu anders doen?
    14. Op welk onderdeel van je lichaam ben je het meest trots?
    15. Op wie lijk je meer, op je moeder of je vader?
    16. Wat denk je dat andere mensen leuk aan je vinden?
    17. Welke eigenschap zou je graag bij jezelf willen veranderen?
    18. Wat is het raarste kledingstuk dat je ooit hebt gedragen?
    19. Als je nog een dag te leven had, hoe zou je die dan doorbrengen?
    20. Welke emotie speelt de grootste rol in je leven? Blijdschap, verdriet, woede, angst, afschuw, verbazing. Leg uit waarom je juist deze emotie hebt gekozen.
    21. Is dit het leven zoals je het zou willen leiden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
    22. Noem 6 dingen die je in je leven nog wilt meemaken. Reizen die je wilt maken, mensen die je wilt ontmoeten, plekken waar je wilt wonen. Wie weet wil je niet sterven voor je de perfecte chocoladecake hebt gebakken, een keer diepzee hebt gedoken of Chinees hebt leren spreken. Het maakt niet uit hoe groot of klein je wensen zijn, zo lang ze maar in de lijn liggen van ‘Eerst Rome zien dan sterven’.
    23. Wat is de raarste sport (of andere bezigheid) die je ooit hebt gedaan?
    24. Als je een dier zou zijn, welk dier zou dat zijn en waarom?
    25. Je mag een maand het leven van een van je medespelers leiden. Wiens leven zou je kiezen, en waarom?
    26. Wat vind je de twee mooiste eigenschappen van de persoon links van je?
    27. Wat vind je het mooiste lichamelijke kenmerk van de persoon rechts van je?
    28. Met wie heb je voor het eerst in je leven gezoend?
    29. Hoe ziet je ideale partner er uit (qua uiterlijk en karakter).
    30. Welke collega (of buurman/-vrouw) zou je het liefst in de sauna tegenkomen en welke liever niet?

    Bron: Bedrock.nl >>

    #251811
    Luka
    Moderator

    Tips om betere gesprekken te voeren. ‘Wees minder empathisch’

    Nu we elkaar weer vaker mogen bezoeken, wil je goede gesprekken voeren. Praktisch filosoof Elke Wiss vertelt wat we van Socrates kunnen leren over de kunst van een mooie woordenwisseling.

    ‘Ik weet alleen dat ik niets weet’, luidt het beroemde adagium van de Griekse filosoof Socrates. Met die houding wandelde hij 2.500 jaar geleden door Athene en vroeg hij iedereen het hemd van het lijf over thema’s als rechtvaardigheid, moed en de liefde.

    We zouden vaker een voorbeeld aan hem mogen nemen, meent praktisch filosoof en theatermaker Elke Wiss. Onlangs verscheen haar boek Socrates op sneakers over wat we van deze en andere filosofen kunnen leren als het op het stellen van goede vragen aankomt.

    Want goede vragen stellen, dat doen we tegenwoordig niet zo veel, zegt ze. ‘In onze cultuur wordt het hebben van een mening als iets hogers geacht dan het stellen van een vraag. Twijfel komt over als zwakte, terwijl zeker weten gezien wordt als daadkrachtig.’

    Het leidt volgens Wiss tot een gesprekscultuur waarin luisteren nauwelijks een rol speelt en het vooral draait om overtuigen en winnen. ‘Het is dat, óf veilige smalltalk waarbij elk ongemak gemeden wordt.’

    In haar filosofische praktijk traint Wiss mensen in het bewandelen van een middenweg: het socratische gesprek, waarin niet de mening maar het onderzoek centraal staat. Wat zijn haar tips om de Socrates in onszelf te vinden?

    Luister goed (écht goed)
    Over het algemeen zijn we niet goed in luisteren en vooral bezig met onszelf als iemand iets vertelt, volgens Wiss. Wat vind ík hiervan? Of: is er een vergelijkbare situatie waarin ik zelf heb gezeten? Wiss noemt dat ‘wat-vind-ik-ervan-luisteren’. ‘Vragen die je vanuit dat perspectief stelt, zijn vaak suggestief. Of het zijn helemaal geen vragen, maar opmerkingen of meningen met een vraagteken erachter.’

    Probeer je eigen gedachten op de achtergrond te plaatsen en met je aandacht bij het verhaal van de ander te blijven. Wiss noemt dat ‘zuiver luisteren’ of ‘wat-bedoel-jij-precies-luisteren’. Dat vraagt om concentratie maar levert veel op. De vragen die je stelt, staan dan in dienst van de verheldering en verdieping van wat een ander zegt: ‘Wat bedoel je daar precies mee? Kun je daar meer over vertellen?’ Wiss: ‘Het draait bij zuiver luisteren om het begrijpen van de ander, en niet slechts om het reageren op de ander.’

    Ongepaste vragen bestaan niet
    Wiss ziet veel vraagvrees om haar heen: de angst om domme of ongemakkelijke vragen te stellen. Ze beschrijft in haar boek hoe ze zelf eens niet naar iemands overleden vader durfde te vragen, in de veronderstelling dat de ander er niet over wilde praten. ‘Dat is eigenlijk egoïstisch: ik wil me niet ongemakkelijk voelen, dus vul ik voor de ander in dat diegene het er niet over wil hebben. Daardoor gaan we belangrijke gesprekken uit de weg.’

    Maar hoe weet je of jij de juiste persoon op het juiste moment bent om naar mogelijk gevoelige zaken te vragen? Wiss: ‘Vraag of je ergens naar mag vragen. In mijn geval: ‘Vind je het goed als ik naar je vader vraag?’ Daarmee geef je het stuur aan de ander en hoef jij niet te raden waar iemand het wel of niet over wil hebben.’

    VRAGEN OP HET WERK
    Vraagvrees komt ook voor op de werkvloer. Werknemers zijn bang dat het stellen van vragen iets zegt over hun competenties. Toch kun je die vraag beter wel stellen, want het levert veel voordelen op. Tip van organisatiepsycholoog Elianne van Steenbergen: ‘Zie een vraag stellen of erkennen dat je iets niet weet niet als jezelf kwetsbaar opstellen, maar als bewijs dat je krachtig bent.’

    Ook rondom het racismedebat dat nu speelt ziet Wiss veel vraagvrees. ‘Een gesprek over racisme kan aanvoelen als een mijnenveld. Als je iets zegt, zeg je misschien te veel. Als je niets zegt, zeg je misschien te weinig. En als je een vraag stelt, is het misschien een domme vraag. Toch is dat geen excuus om dat gesprek dan maar niet aan te gaan.’

    Het ongemak dat een gesprek over racisme kan opleveren, kun je het beste gewoon benoemen, zegt Wiss. ‘Realiseer en accepteer dat ongemak erbij hoort en spreek uit dat je op zoek bent naar wijsheid, dat je wil leren – niet dat je je mening wil verkondigen of iemand wil overtuigen.’ Als je dat doel voor ogen houdt en je eigen oordeel even weet uit te stellen, kun je door het ongemak heen een zinnig gesprek voeren over een thema als racisme

    Wees minder empathisch
    Anders dan je misschien zou verwachten staat empathie goede gesprekken vaak in de weg. ‘Empathie zorgt er meestal voor dat we stoppen met vragen stellen’, aldus Wiss.

    ‘Stel, jij vertelt mij over een ruzie met een vriend. Als ik daar empathisch op reageer dan sla ik een arm om je heen en zeg ‘wat klote voor je’. En soms is dat precies de goede reactie. Maar als je meer wilt begrijpen over die ruzie, dan heb je weinig aan empathie. Dan wil ik je kunnen bevragen: ‘Wat zei hij? Wat zei jij toen? Hoe komt het dat je daar zo boos door werd?’ Mijn empathie moet ik dan even parkeren.’

    Wiss beschrijft in haar boek hoe een vrouw haar praktijk bezoekt om de vraag ‘discrimineer ik?’ te onderzoeken. Een actuele vraag, maar geen gemakkelijke. En zeker geen gemakkelijke vraag om te onderzoeken in de filosofische praktijk van Wiss. Daar wordt niets verdoezeld of gesust, want dat helpt niet wanneer je zoiets als je eigen onbewuste racisme wil bevragen, zegt ze. Dan heb je meer baat bij een gesprekspartner die goed luistert naar wat je zegt en daarop doorvraagt – zonder te oordelen, maar ook zonder het mooier te maken dan het is. Alleen op die manier kun je onbewuste ideeën en aannames uit je eigen denken filteren, aldus de praktisch filosoof.

    ‘In de zoektocht naar wijsheid moet je soms vragen stellen die kunnen confronteren. Of vragen stellen die iemand zelf niet durft te stellen. Dat kan best pijnlijk zijn, maar het is wel de manier om verder te komen.’

    Train je verwonderingsspier
    Goede vragen staan of vallen bij oprechte nieuwsgierigheid. Dat betekent je gevoel voor verwondering trainen, aldus Wiss. Nooit aannemen dat iets vanzelfsprekend is en de wereld steeds met nieuwe ogen bekijken. Wiss: ‘Ik gebruik het voorbeeld van de wolken. Wolken zijn een volstrekt normaal natuurverschijnsel, niks om je over te verwonderen. Maar iedereen herkent wel dat je op de grond ligt en ineens allerlei vormen in de wolken ziet. Je bekijkt ze met een nieuwe blik.’

    Wiss pleit ervoor om met diezelfde onbevangenheid een gesprek in te gaan. ‘Zonder aannames te doen en zonder ervan uit te gaan dat je iets zeker weet. Want zodra je denkt iets te weten, stop je met vragen stellen.’

    PRAKTISCHE TIPS OM JE GESPREKKEN TE VERDIEPEN

    Houd even je mond

    Goede gesprekken gedijen bij vertraging. Probeer daarom tijdens een gesprek eens twintig seconden stil te blijven voor je iets zegt. Wiss: ‘Dan ga je bijna altijd andere vragen stellen dan je van plan was. Je wordt je bewust van je eigen ideeën en kunt deze eruit filteren, zodat je puur doorvraagt naar de ander.

    ‘Vertragen is moeilijk omdat we hebben geleerd dat er geen stiltes mogen vallen in gesprekken. Daarom zijn we die stiltes vaak aan het opvullen met gebrabbel en half afgemaakte ideeën. Dat komt het gesprek niet ten goede. Zie een vraag als een goed glas wijn, die klok je niet in een keer naar binnen, die laat je rondgaan in het glas, daar ruik je aan. Neem de tijd voor wat iemand heeft gezegd.’

    Stel echovragen
    Echovragen zijn vragen waarbij je woorden herhaalt uit iemands antwoord. Wiss: ‘Als ik bijvoorbeeld zeg ‘ik had ruzie met Matthijs, hij was weer eens te laat met een onzinexcuus’, dan is een echovraag: ‘Wat was zijn onzinexcuus?’ Je gebruikt letterlijk mijn woorden om te verdiepen. Door te herhalen voorkom je dat je het gesprek stiekem stuurt of overneemt. Je blijft dicht bij de belevingswereld van de ander.’

    Check het eerste woord van de vraag die je wilt stellen
    Is dat een werkwoord of een vervoeging daarvan (denk, weet, is)? Dan is je vraag waarschijnlijk suggestief. Begint je vraag met een vraagwoord (wie, wat, waar, waarom), dan stel je eerder een open vraag.

    Elke Wiss, Socrates op sneakers

    Bron: de Volkskrant >>

    #253123
    Luka
    Moderator

    Passend reageren op wat iemand doormaakt
    Iemand die dichtbij u staat heeft een ingrijpende gebeurtenis meegemaakt. Als partner, familielid of vriend wilt u er zijn voor de ander. Hoe sluit u het beste aan op wat iemand nodig heeft? Kijk en lees op deze pagina hoe u passend reageert.

    3 manieren om passend te reageren
    Hoe een boodschap overkomt, hangt af van de woorden die u kiest en hoe u het zegt. Ook als u de beste bedoelingen heeft, kunnen uw woorden soms verkeerd vallen bij een ander. Bekijk in het filmpje drie manieren om passend te reageren op een naaste die het moeilijk heeft.

    Durf te vragen hoe het gaat
    Het is niet altijd te zien hoe iemand zich voelt. U kunt uw belangstelling tonen door regelmatig te vragen hoe het gaat. Wees niet bang om direct te zijn. Zeggen waar het op staat kan ongemakkelijk zijn, maar het is soms nodig om de gebeurtenis te verwerken.

    Ga na wat het slachtoffer zelf wil
    Iedereen gaat anders om met de gevolgen van een ingrijpende gebeurtenis. Waar de een misschien veel wil praten, zoekt de ander liever afleiding. Probeer als naaste uit te zoeken waar iemand behoefte aan heeft. Ook als u denkt dat u wel weet wat iemand wil, is het goed om te vragen of dat echt zo is.

    Leg uit hoe u zich voelt
    Het kan lastig zijn om elkaar goed te begrijpen in de periode na een heftige gebeurtenis. Misschien reageert iemand niet zoals u had verwacht. Of neemt iemand uw goedbedoelde adviezen niet over. Accepteer het als iemand niet alles wil vertellen. Laat de ander weten waarover u zich zorgen maakt, maar maak geen verwijten. Vertel de ander hoe u zich voelt.

    Bron + meer: Slachtofferhulp Nederland

    #253325
    Mark
    Moderator

    ‘Is je kind misbruikt? Blijf vooral kalm’


    Advocaat Richard Korver (Foto: ANP)

    Het is begrijpelijk dat ouders verdrietig of boos reageren als ze horen dat hun kind is misbruikt, maar het is niet verstandig om die emoties aan je kind te tonen. Dat zegt de Amsterdamse advocaat Richard Korver, naar aanleiding van de misbruikzaak bij het Groningen Dance Center.

    Afgelopen weekend werd bekend dat de 37-jarige eigenaar van de dansschool verdacht wordt van misbruik van zijn leerlingen. Er zijn elf aangiftes tegen hem gedaan, waarvan tien door minderjarigen. Mogelijk loopt dat aantal nog op. Het voorarrest van de man is onlangs met negentig dagen verlengd.

    Verwerkingsproces
    ‘Het is voor de kinderen van het grootste belang dat hun ouders niet teveel emotie tonen bij dit nieuws. Die eerste dagen zijn vrij belangrijk in het verwerkingsproces. Het kind neemt de stress van de ouders over, dat geldt net zo goed voor pubers als voor kleine kinderen.’

    ‘Als moeder erg moet huilen, of vader heel boos wordt, kan het zijn dat hun kind niet meer over de zaak durft te beginnen. En het maakt het ook erger voor het kind. Ik hoor vaak van hulpverleners dat ze meer tijd bezig zijn met het herstellen van die schade, dan met de gevolgen van het misbruik,’ zegt Korver. ‘Als je niet kalm kunt blijven, doe dan in elk geval in aanwezigheid van het kind alsof.’

    Onbevangen het verhoor in
    Hij helpt al jaren slachtoffers van misbruikzaken en verdedigt als advocaat hun belangen. Hij wijst er dan ook op dat ouders terughoudend moeten zijn met het spreken over de zaak met hun kind, voordat dat door de politie verhoord is.

    ‘Het kind moet zo onbevangen mogelijk het verhoor in, anders krijg je later het probleem dat ze mogelijk beïnvloed zijn.’ Om dezelfde reden moet de politie ook altijd goed kijken naar het onderlinge WhatsApp-verkeer tussen misbruikslachtoffers, om te zien of ze elkaar geen dingen aanpraten: ‘We willen niet meer zo’n zaak als in Pekela, in de jaren tachtig.’

    Verhaal van het kind alleen is niet genoeg
    Daarom worden latere aangiften naar aanleiding van een zaak die al in de media is geweest, extra kritisch bezien. ‘Iedereen in een rechtsbedrijf is alert op het verhoogde risico van aangiftes die niet kloppen, daar zal de verdediging ook altijd naar vragen.’

    ‘En het verhaal van het kind alleen is ook niet genoeg. Je hebt in strafzaken minstens twee bewijsmiddelen nodig. Maar als er meerdere aangiftes zijn die allemaal dezelfde modus operandi beschrijven, kun je dat afzonderlijke bewijs inzetten.’

    Vaak zijn het de ouders zelf, die met hun emoties hulp nodig hebben, zeker omdat ze die in het bijzijn van hun kind niet kwijt kunnen

    Richard Korver – Advocaat

    Als het verhoor eenmaal achter de rug is, moeten ouders hun kind goed observeren en bij klachten naar de huisarts of professionele hulpverlening sturen. ‘Maar vaak zijn het de ouders zelf, die met hun emoties hulp nodig hebben, zeker omdat ze die in het bijzijn van hun kind niet kwijt kunnen.’

    Ook voor de jaren erna is het volgens Korver heel verstandig om een vinger aan de pols te houden: ‘Er kunnen ook klachten terugkomen en verergeren. Je hebt als het ware een chronische aandoening.’

    Helft slachtoffers vertoont geen klachten
    Opmerkelijk genoeg blijkt de helft van de slachtoffers van seksueel misbruik helemaal geen klachten te vertonen, ook niet op langere termijn. Daarbij spelen allerlei factoren een rol, waarvan de belangrijkste het sociaal netwerk om het kind is.

    ‘Dat klinkt misschien bagatelliserend, maar de klachten kunnen wel degelijk fors zijn, tot suïcide aan toe. En er zit dus ook de andere kant aan, dat je aan veel kinderen niet kunt zien dat ze seksueel misbruikt zijn. En het komt toch echt vaak voor: één op de zes vrouwen van 0 tot 25 heeft dat meegemaakt.’

    Aangifte kan een heel circus worden
    Korver is, met psychologe Iva Biganic co-auteur van het boek ‘Dicht bij huis’, dat geschreven is voor ouders die hun kind na seksueel misbruik willen steunen. Voor ouders die aarzelen of ze aangifte willen doen van misbruik van hun kind heeft Korver nog een advies.

    ‘Als ik ouder was, zou ik me goed laten voorlichten over de gevolgen van aangifte doen. Je kunt niet meer terug en het kan een heel circus worden. Bekijk dus met advocaat wat het je gaat brengen en pols in een informatief gesprek met de politie of aangifte zin heeft.’

    Bron: rtvnoord.nl

    #256997
    Luka
    Moderator

    Wanneer je moeder psychisch ziek is: KOPP-kinderen aan het woord

    KOPP-kind. Best kans dat je nog nooit van deze term hebt gehoord, terwijl je het misschien nog wel bent ook. KOPP staat voor Kind van Ouders met Psychische Problemen. Volgens het Trimbos-instituut zijn er jaarlijks 405.000 ouders met psychische of verslavingsproblemen in Nederland. Deze ouders hebben samen 577.000 kinderen onder de 18 jaar. Hoe is het om een KOPP-kind te zijn en wat voor invloed heeft dat op het kind? Ik sprak met KOPP-kinderen Nienke en Debbie.

    Pas vorig jaar maakte ik voor het eerst kennis met de term ‘KOPP-kind’ en kwam er direct achter dat ik er ook één was, omdat één van mijn ouders ervaring heeft met psychische problemen. Om een KOPP-kind te zijn, hoeven niet allebei je ouders problemen te hebben. Maar de term KOPP gaat verder dan ‘gewoon’ een ouder met een mentale ziekte hebben. De impact kan namelijk enorm zijn.

    Dat vertellen de Limburgse vriendinnen en huisgenoten Nienke (20) en Debbie (21) als ik met ze in gesprek ga over het KOPP-kind zijn. De moeder van Nienke heeft een angst- en paniekstoornis en een vermijdende persoonlijkheidsstoornis, wat resulteerde in depressies.

    Debbies moeder is gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis. “Dit houdt in dat ze het ene moment extreem vrolijk is en het andere moment heel erg down.” Ook komen er psychoses bij kijken. “Soms denk ik dat er ook sprake is van persoonlijkheidsproblematiek, omdat ze van het ene op het andere moment heel boos kan zijn en je dingen kan gaan verwijten”, vertelt Debbie.


    Debbie

    Hoe de psyche van een ouder een kind beïnvloedt
    Vanzelfsprekend wil een ouder met psychische problematiek niet bewust dat zijn of haar kind hierdoor problemen ondervindt, maar zelden raakt een KOPP-kind hier niet door beïnvloed. Het is bekend dat psychische aandoeningen als het ware erfelijk kunnen zijn. Door de plotselinge woede-uitbarstingen van haar moeder heeft Debbie faalangst ontwikkeld.

    “Als ik thuis iets fout doe, krijg ik vaak de volle laag van mijn moeder. Ik ben dan ook bang dat dit in andere situaties ook gebeurt als ik iets fout doe of zeg. Ik ben ook altijd bang dat mensen boos op me worden als ik aangeef dat ik iets niet prettig vind, of als ik ‘nee’ zeg. Daardoor heb ik moeite met mijn grenzen aangeven.”

    Voor Nienke kwamen de problemen toen ze op het punt stond naar het HBO te gaan. Mede door twee foute studiekeuzes ontwikkelde ze meer en meer angstklachten. “Zo erg dat ik op een gegeven moment niet meer zelf boodschappen durfde te doen en altijd binnen bleef. Hierdoor is het een tijd heel slecht met mij gegaan.”

    Nienke kreeg hulp voor haar angststoornis, zodat deze niet zou uitgroeien tot een vermijdende persoonlijkheidsstoornis, zoals bij haar moeder. Groepstherapie en later individuele therapie sleepten haar er doorheen. “Ik moet op mijn angstklachten blijven letten, alleen weet ik nu hoe ik er mee om moet gaan.”

    “Ik koos bewust voor mezelf. Een hele goede keuze”

    De invloeden van mentale problematiek zijn echter niet alleen maar kommer en kwel. Zo hielp het Nienke om uiteindelijk haar keuze te maken voor de studie Pedagogiek aan de HAN in Nijmegen. Debbie merkt op dat haar thuissituatie, “die lang niet altijd vervelend is”, haar heeft gevormd als mens. “Ik ben heel empathisch, kan zonder oordeel naar mensen luisteren en ik kan goed relativeren.” Ook voor de Social Work-studente hielp het bij haar studiekeuze. “Ik wil me graag inzetten voor andere mensen die het ook niet altijd even leuk hebben thuis.”

    KOPP-kind zijn gaat dus dieper dan de term misschien doet vermoeden. Niet alleen vanwege de gevolgen, maar vooral ook vanwege de zorg voor een ouder. Dit kan als een zware last op de schouders van het kind drukken. Het deed Nienke dan ook goed dat ze op kamers ging wonen en eerder drie maanden naar het buitenland ging.

    “Achteraf gezien waren dat hele goede keuzes. Ik koos bewust voor mezelf en te werken aan mijn eigen ontwikkeling. Zo kon ik ook de zorgen over mijn moeder loslaten en met meer afstand tegenover mijn ouders staan.”

    Schaamte van een KOPP-kind: “Ieder kind wil een ‘normale’ moeder”
    Ondanks dat de term KOPP-kind niet heel bekend is en de huisgenoten hier dan ook niet op worden aangesproken door buitenstaanders, heerste er toch ooit een schaamte voor een psychisch zieke moeder. “Nu schaam ik me er niet voor en ben ik er juist heel erg open over”, zegt Debbie, “maar voorheen wel, omdat je niet echt een normale thuissituatie hebt en mensen misschien gaan oordelen.”

    “Ik denk dat het een proces is”, zegt Nienke. “Bij mij in ieder geval wel. Ieder kind wil een ‘normale’ moeder en haar gelukkig zien. Hierdoor zat ik eerst in een ontkenningsfase, vooral ook omdat mijn moeder tegenover anderen deed alsof er niks aan de hand was. Toen mijn moeder vertelde aan mij over haar psychische klachten is dit wel veranderd. Voor die kwetsbaarheid ben ik dankbaar. Onze band werd anders en hierdoor heb ik van haar kunnen leren en werd ik empathischer.”


    Nienke

    KOPP-kind? Praat erover! “Je krijgt heel veel begrip en steun”
    Het er simpelweg over praten heeft dus bij Nienke voor veel verbetering gezorgd. Sterker nog, “ik heb het niet praten over dit onderwerp als last ervaren omdat ik het gevoel had dat het iets is dat niet hoort.” Ook bij Debbie heeft praten geholpen. Ze praat veel met huisgenoot Nienke, maar ook met andere vriendinnen, haar vader en haar broer. “Je krijgt heel veel begrip en steun terug en je komt er vaak achter dat je niet de enige bent. Met mijn vader praat ik vaak omdat hij zelf ook last heeft van de problematiek thuis.”

    De enige met wie Debbie niet over haar moeders toestand praat is haar moeder zelf. “Ze heeft geen idee wat voor invloed haar problemen op mij hebben gehad. Dit komt omdat ze zelf niet inziet dat ze een stoornis heeft. Haar opnames verwijt ze aan andere dingen. Het enige wat ze erkent is dat ze ooit een zware depressie heeft gehad. Psychoses heeft ze volgens haar nooit gehad en haar uitbarstingen horen bij haar karakter, zegt ze.”

    Instagram KOPP_zorgen: Platform voor steun, hulp en (h)erkenning
    Praten helpt dus. Vandaar dat de vriendinnen besloten een Instagram-account op te richten: KOPP_zorgen. “Met onze ervaring willen we graag anderen helpen”, legt Nienke uit. “Ik weet dat er veel KOPP-kinderen zijn die geen hulp krijgen. Ons platform is een laagdrempelige manier om steun en hulp te kunnen ervaren.”

    “Door het bespreekbaar te maken mag het er zijn. Zolang er niet over gesproken wordt kun je je erg eenzaam voelen, maar als je het bespreekbaar maakt zie je dat er veel meer mensen zijn die hetzelfde meemaken als jij. Waarom zouden we elkaar dan niet gewoon helpen?”

    Debbie vult aan: “We willen graag meer zichtbaarheid creëren voor deze groep en KOPP-kinderen een platform bieden waarin ze (h)erkenning kunnen vinden. We willen bijdragen aan het doorbreken van het taboe door heel erg open te zijn over onze ervaringen.”

    Boodschap voor een KOPP-kind
    We besluiten het openhartige interview met een boodschap voor de KOPP-kinderen die dit lezen. Debbie: “Je bent echt niet de enige. Je hoeft je niet schuldig te voelen voor de problematiek van je ouders. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag. Mocht je ooit met iemand die jouw situatie goed begrijpt willen praten, kun je altijd contact met ons opnemen.”

    Nienke: “Weet dat er altijd mensen zijn die je willen helpen en dat je er niet alleen voor staat. Je hoeft je niet schuldig te voelen, maar je kunt er wel mee leren omgaan om het voor jezelf zo dragelijk mogelijk te maken. Kies voor jezelf, want alleen als je zelf goed in je vel zit kun je je vader of moeder pas goed helpen. Als je meer steun en tips nodig hebt, kun je terecht op ons Instagram-account: KOPP_zorgen!

    Bron: Commen >>

    #256999
    Luka
    Moderator

    Ik verbrak al het contact met mijn vader: dit zijn de voor- en nadelen

    In de zomer van 2016 hakte ik de knoop door. Na jaren van geruzie, gedoe en getouwtrek tussen beide ouders besloot ik al het contact met mijn vader te stoppen. De keuze om het contact met een van mijn ouders te verbreken ging niet over een nacht ijs. Hoe is het leven na zo’n belangrijke beslissing. Dit zijn de belangrijkste voor- en nadelen.

    Contact met ouders verbreken
    “Het blijft toch familie”. Je hoort deze uitspraak regelmatig wanneer mensen het over hun broer, zus, moeder, vader of grootouder hebben. Het feit dat je samen onderdeel bent van een bloedlijn is belangrijk in onze samenleving en ook juridisch wordt hier waarde aan gehecht. Wanneer allebei je ouders komen te overlijden hebben kinderen bijvoorbeeld recht op een erfenis. Andersom gaat dit principe ook op. Wanneer een ouder met schulden zijn of haar graf ingaat blijven de incasso’s en deurwaarders boven de grond, waarna het aan de kinderen is om de portemonnee te trekken.

    Kortom: familie is belangrijk, of je wilt of niet.

    En dat is lastig wanneer je dit liever niet wil, zoals ik. De persoon waar ik namelijk het minste mee opheb is mijn vader. Onze band was op een gegeven moment zo slecht dat ik enkele jaren geleden al het contact verbrak. Na wederom een fikse ruzie keerde ik huiswaarts en schreef ik alles op wat ik ooit nog eens tegen hem wilde vertellen. Deze brief, gevuld met een uiteenzetting van jeugdtrauma’s, deed ik door zijn brievenbus samen met de sleutel van het huis. Sinds die dag in de zomer van 2016 heb ik nooit meer met hem gesproken.

    Contact met een (een van de) ouders verbreken: het is een ingrijpende beslissing. Ik kan een boek wijden aan de absurde relatie met mijn vader en de totstandkoming van dit besluit, maar dit is het internet. Beter is het daarom om de balans op te maken. Wat zijn de voor- en nadelen van het contact verbreken met een ouder?

    Voordeel 1: Rust
    Een verstoorde relatie met een ouder levert meestal een hoop gedoe op.

    Misschien kunnen je ouders niet samen in één ruimte zijn, wordt je moeder bedreigd door je vader (of vice versa), is er gedoe over geld of is een van beiden mentaal zo instabiel als Patty Brard tijdens haar klysma op tv. In mijn geval leverde de relatie tussen mij, mijn moeder (waar ik wel een goede band mee heb) en mijn vader een hoop stress op.

    Vooral de onzekerheid vond ik altijd tergend. Tijdens een openbare gelegenheid wist ik bijvoorbeeld nooit hoe ze op elkaar zouden reageren. Het is bijvoorbeeld voorgekomen dat mijn vader onbedoeld het middelpunt van een diploma-uitreiking werd, omdat hij zijn ex-partner publiekelijk voor hoer begon uit te schelden. En daar sta je dan met je havo-diplomaatje op het podium in de aula van je middelbare school.

    Of wat te denken van al die keren dat ik als puber hem verplicht moest bezoeken, vanwege de omgangsregeling. Vooraf wist ik nooit hoe zijn bui zou zijn. Soms was hij ontspannen en werd het zelfs een soort van leuk, maar andere keren totaal bezopen en stak hij een tirade van vier uur af met daarin de boodschap dat m’n moeder niks goed deed in hun huwelijk.

    Die tijden zijn voorbij. Tijdens een verjaardag, viering of andere happening hoef ik vooraf nooit meer na te denken over de samenstelling van het publiek. ‘Kan mijn vader wel met deze mensen in één ruimte zijn? Gaat hij dan geen gezeik opleveren?’. Nu is het simpel: hij is niet welkom.

    Voordeel 2: Afstand
    Het is tegenwoordig hip om tijdens sollicitatiegesprekken te spreken over een helikopterview. Je kunt dan zaken van een afstandje bekijken en krijgt zo overzicht in wat er goed, en fout gaat. Sinds ik het contact met m’n vader heb verbroken heb ik ook een helikopterview ontwikkeld, maar dan binnen ons gezin.

    In de loop der jaren ben ik tot de realisatie hoe bizar de gehele situatie was, en is. Wanneer mensen mij vragen om wat over het gezinsleven van vroeger te vertellen weet ik oprecht niet waar te beginnen. Zodra ik dan eenmaal op gang ben gekomen en wat vertel over de relatie tussen mij en m’n vader vragen mensen al snel waarom hij nooit is opgepakt, of in de gedwongen psychiatrie is terecht gekomen.

    Nog steeds heb ik daar geen goed antwoord op. Niemand had destijds door hoe vaag de hele situatie was. Ik vond het normaal dat m’n vader me soms niet naar huis liet gaan, en dat de politie er dan aan te pas moest komen. Ik vond het normaal dat hij slecht sprak over m’n moeder, en haar met de dood bedreigde. Pas nu zie ik in dat het allemaal niet normaal was.

    Voordeel 3: Menselijk
    Maar toch begrijp ik ‘m nu wel beter, en is zijn gedrag van vroeger zelfs enigszins herkenbaar. Vooral wanneer ik boos word ga ik namelijk op hem lijken. Ik word extreem agressief, bezitterig en ben bereid om alles te slopen wat los en vast zit. Het verschil is dat ik op een gegeven moment heb ingezien dat het zo niet langer kon, en ben toen aan mezelf gaan werken, op mentaal en fysiek vlak.

    Mijn vader heeft dit nooit gedaan. Hij had en heeft weinig sociale contacten, weinig tot geen hobby’s en waarschijnlijk hoeft hij zijn collega’s op de bouwplaats niet aan te tikken voor een goed gesprek over gevoelens. Volgens mij zit hij dan ook mentaal hartstikke vast in zijn belevingswereld, en weet hier geen uiting aan te geven. Dit is herkenbaar, want ik zit soms ook dagen tot weken in een tunnelvisie.

    Hartstikke sneu voor hem natuurlijk, maar hij heeft het wel zelf zo ver laten komen. Ik was tien jaar geleden een extreem agressieve puber met 25 kg overgewicht en een shitload aan mentale problemen, maar de harde realiteit is dat je er zelf iets aan moet doen. Nu ik meer afstand van hem heb genomen zie ik in dat hij een gekwelde geest is, en daar heb ik begrip voor, maar het is wel zijn probleem. Het gaf hem niet het recht om ons gezin te kwellen.

    Nadeel 1: Helemaal blocken is niet mogelijk
    Maar er kleven ook zeker nadelen aan het verbreken van contact. De meest in het oog springende is het feit dat mijn twee zussen en broer nog wel contact met hem onderhouden. Op die manier word ik indirect alsnog op de hoogte gehouden van zijn wel en wee. En dat is soms vervelend, want ik heb hier een duidelijk standpunt over ingenomen, maar kan die keuze niet voor de rest maken.

    Afgelopen kerst waren ze bijvoorbeeld met z’n allen uit eten geweest. Tijdens een gezinsborrel hoor ik dan van mijn zus dat hij tijdens het diner zei dat de avond voor hem verpest was, omdat ik er niet bij was. Wanneer je opgegroeid bent in een leuk gezin vindt je dit waarschijnlijk een lief gebaar, maar geloof me: het is niets meer dan psychologische oorlogsvoering. Hij heeft ons gezin altijd proberen te manipuleren.

    Ook ontvang ik nog weleens kaartjes van hem. Net nadat ik verhuisd was lag er bijvoorbeeld ineens een briefje op de deurmat met zijn handschrift. Ik voelde een rilling door hel mijn lijf. Het eerste waar ik aan dacht was dat hij blijkbaar wist waar ik nu woonde, en dat idee beangstigde me. Ironisch genoeg was deze gedachte een bevestiging van mijn eerder gemaakte keuze, want je zou niet bang moeten zijn voor je vader.

    Nadeel 2: Maar wat als?
    Ik voldoe aan alle symptomen van het fenomeen ‘overthinker’. Nooit maak ik belangrijke keuzes voordat ik alle mogelijke opties en implicaties minstens vijf keer heb doorgedacht. Dit is heel vermoeiend, want je hebt zo nooit rust in je hoofd. Heel af en toe schiet de gedachte weleens door m’n hoofd dat ik misschien weer contact met vaders moet opnemen.

    Hij nadert immers de pensioengerechtigde leeftijd en zijn werk als bouwvakker heeft een aanslag op z’n gezondheid gepleegd. Met andere woorden: misschien heeft hij niet heel lang meer te leven. Nu heb ik nog de kans om met hem te praten en eventuele vragen te stellen. Ook zou ik een poging kunnen doen om het goed te maken. En heel af en toe komt er dan een gevoel van schuld naar boven. Sommige mensen hebben geen vader meer, en ik kies er bewust voor om geen contact meer te hebben.

    Contact met ouders verbreken: een goede keuze, of niet?
    Toch weet ik aan het eind van de dag dat ik de juiste beslissing heb genomen. In mijn dagelijks leven denk ik nooit aan hem. Ook koester ik geen warme herinneringen aan hem. Zolang ik mij kan herinneren zie ik m’n vader als een enge, boze man. Vaak vertel ik anderen dan ook dat ik geen vader meer heb, want het scheelt gewoon een hoop uitleggen de hele tijd.

    Wanneer ik eerlijk ben krijg ik namelijk altijd een hoop vragen. De meest veelgevraagde is zonder meer of ik het mis om contact te hebben, en of het knaagt. Eigenlijk kan ik hier geen antwoord op geven.

    In mijn ogen ben ik namelijk zonder vader opgegroeid. Hij heeft er mede voor gezorgd dat ik op de wereld rondloop, maar is nooit mijn opvoeder geweest. Dus nee, ik mis hem niet. Ik weet immers niet wat ik zou moeten missen.

    Wel weet ik zeker dat het beter is om door twee liefdevolle ouders opgevoed te worden. Zo heeft de natuur het immers gewoon bedoeld. Ik voel echter geen afgunst jegens mensen die uit een liefdevol nest komt. Aan het eind van de dag heeft iedereen wel wat, en ik heb gelukkig nog de ‘beschikking’ over een sterke moeder, twee lieve zussen en een broer. Het mooie aan mensen is dat ze leren roeien met de riemen die ze hebben, en dat is wat ons verbindt.

    Bron: Commen >>

    #257032
    Luka
    Moderator


    Op het politiebureau in Eindhoven zijn speciale verhoorstudio’s voor zedenzaken uit Brabant, Zeeland en Limburg. Daar worden kinderen en kwetsbaren gehoord over seksueel misbruik. © Pix4Profs/ Ramon Mangold

    Verhoren van kinderen na seksueel misbruik is aangrijpend: ‘Ik vertel dat ik niks gek, raar of vies vind’

    Kindermisbruik, een onderwerp waar je maag van omdraait. Toch wil Marian Boon (58) ieder detail van het misbruik weten. Waar het kind is aangeraakt en hoe de aanrakingen hebben plaatsgevonden. Boon is zedenrechercheur bij de politie in Eindhoven. Ze verhoort kinderen en kwetsbaren in een speciale studio. ,,In deze baan moet je goed voor jezelf zorgen.”

    Ze werkt al meer dan veertig jaar bij de politie waarvan de laatste vijftien jaar als rechercheur gespecialiseerd in zedenzaken. Haar werk is belangrijk. Volgens onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld is bijna de helft van de meisjes slachtoffer van misbruik, en een op de zeven jongens. Het aantal kindermisbruikzaken dat daadwerkelijk voor de rechter komt, is daarmee vergeleken laag: 575 in 2020.

    Het begint met een aangifte. Bij volwassenen is dat een normaal verhoor. Voor kinderen in de leeftijd van ongeveer drie tot twaalf jaar en kwetsbaren zoals ouderen en gehandicapten is er een speciaal traject. In beide gevallen kan de getuigenverklaring worden gebruikt als bewijs.

    Het verhaal gaat verder onder het kader.

    Wat is seksueel misbruik?
    Onder seksueel misbruik verstaan we seksueel contact tegen de wil van het kind in. Of als het kind dit contact niet kan weigeren. Op de website van Rijksoverheid is te lezen dat daders het kind emotioneel onder druk zetten. Ze dwingen het kind tot seksuele handelingen. Of zorgen door hun overwicht dat het kind geen nee durft te zeggen tegen seksuele toenaderingen. Dit gaat om kinderen jonger dan twaalf jaar.

    Seksueel contact met een jongere tussen twaalf en zestien jaar is strafbaar als sprake is van dwang, geweld of een afhankelijkheidsrelatie.

    Een volwassene is ook strafbaar als er seksueel contact is met een minderjarige die afhankelijk van hem of haar is. Bijvoorbeeld een vader met een dochter of een leraar met een leerling.

    ‘Het doet wat met je’
    ,,Het kan weleens aangrijpend zijn”, vertelt Boon. Bijvoorbeeld als het een herkenbare situatie is die overeenkomsten vertoont met haar eigen leven. Of wanneer er naast het misbruik nog meer zaken spelen waardoor het slachtoffer geen uitweg meer ziet.

    Eén verhoor staat de rechercheur nog goed bij. ,,Dat was met een meisje met een verstandelijke beperking. Tijdens ieder verhoor verlaat ik de ruimte even. Om te overleggen met de andere rechercheur of ik genoeg informatie heb. Toen ik tijdens dat verhoor in de regiekamer stond, hoorden we het meisje tegen zichzelf praten. Dat ze het zo goed had gedaan en haar moeder trots op haar zal zijn. Op zo’n moment doet dat wat met je.”

    Om het werk behapbaar te houden, fietst ze iedere dag. Om haar hoofd leeg te maken. ,,Gelukkig heerst er een open sfeer in ons team. Als je ergens meezit, kun je je gevoelens delen.”

    Veilige omgeving
    In deze baan kan ze veel voor mensen betekenen. ,,Je probeert een zo veilig mogelijke omgeving te creëren zodat zij hun verhaal zo goed mogelijk kunnen vertellen.” Dat begint bij het eerste contactmoment. Als een slachtoffer of ouder van een kind aangifte wil doen van misbruik, volgt een informatief gesprek. Daarin wordt informatie uitgewisseld over wat het er is gebeurd en wat de politie daarmee kan.

    Ook wordt gesproken over de gevolgen van een aangifte. Daarna krijgen ze bedenktijd. ,,Als het slachtoffer of de ouder aangifte wil doen, komen ze altijd bij dezelfde rechercheur terug. Je bespreekt in het eerste gesprek al persoonlijke dingen op seksueel gebied. Dat kost veel moeite, zeker als je wisselt van rechercheur.”

    Je bespreekt in het eerste gesprek al persoonlij­ke dingen op seksueel gebied. Dat kost veel moeite

    Marian Boon
    Praatpolitie

    Als een kind wordt verhoord, gaat de rechercheur in burger een dag eerder op bezoek bij het kind thuis. Aan de hand van een boekje wordt informatie gegeven over de ‘praatpolitie’. ,,Veel kinderen vinden de politie spannend of eng. We willen de spanning weghalen en duidelijk maken wat er gaat gebeuren.”

    De volgende dag krijgen ze een rondleiding door de verhoorstudio (‘praatkamer’) en regiekamer. Er wordt benadrukt dat vijf camera’s en twee microfoons alles opnemen en dat op een dvd wordt gezet. ,,We laten zien dat die in een kluis gaat en er niet zomaar iemand bij kan.”

    In de regiekamer zit een andere rechercheur achter de knoppen van de camera’s en kijkt een opsporingsambtenaar mee. De ouders wachten in de familiekamer.

    Het verhaal gaat verder onder de foto.


    In de regiekamer zit een andere rechercheur achter de knoppen van de camera’s en kijkt een opsporingsambtenaar mee. De ouders wachten in de familiekamer. © Pix4Profs/ Ramon Mangold

    Waar ben je aangeraakt?
    Tijdens de studioverhoren wordt naar veel details gevraagd. Hoe een kind van vier dat vertelt? ,,Ik vertel dat ik niks gek, raar of vies vind. Vervolgens vraag ik waarover ze komen praten. De meesten vertellen dan hun verhaal. Een enkeling wil eerst nog een spelletje spelen. Dat kan, maar dan geef ik aan dat we dat tien minuten doen. Als ik daarna vragen stel, vertellen ze het vaak wel.”

    Voor Boon en haar collega’s zijn zo veel mogelijk feiten en details van belang. Zoals de locatie van het misbruik, waar het kind is aangeraakt en tot in detail hoe deze aanrakingen hebben plaatsgevonden.

    Tekenen
    Als een kind moeite heeft om de vragen te beantwoorden, mogen ze het ook tekenen. ,,Dan tekenen ze bijvoorbeeld een slaapkamer en in welke houding ze lagen. Vaak tekenen ze er nog veel andere dingen bij, zoals wolkjes. Dat is prima.”

    In het verleden werd gewerkt met tekeningen van naakte kinderen en met knuffels en poppen. De kinderen konden daarmee aangeven wat hen is overkomen, maar met die methode werkt de politie niet meer. Volgens onderzoekers zijn die resultaten niet altijd betrouwbaar. Het werkt het beste als kinderen zelf de situatie uitleggen of er een tekening van maken. ,,Voor ieder verhoor passen we de kamer aan. Afhankelijk van de situatie en de leeftijd van het kind, leggen we spelletjes en tekenspullen weg.”

    Afhanke­lijk van de situatie en de leeftijd van het kind, leggen we spelletjes en tekenspul­len weg

    ‘Alles verteld, nog meer dan tegen hun papa en mama’
    Het komt ook weleens voor dat een kind dichtslaat. Omdat er niks is gebeurd of het zichzelf heeft voorgenomen om niks te zeggen. ,,Als een kind huilt en niet meer wil praten, is het voor mij klaar. Dan is het niet goed voor het kind, hun belang staat altijd voorop.” Toch gebeurt dat zelden, zegt Boon. Vaak vinden de kinderen het vooral fijn om er met iemand over te praten. ,,Dan zeggen ze dat ze alles hebben verteld, nog meer dan tegen hun papa en mama. Omdat ze weten dat ik er niet verdrietig van word en ze de sfeer fijn genoeg vonden om er samen over te praten. Dat doet mij goed.”

    Bron: BN de Stem >>

    #257033
    Luka
    Moderator

    Hoe kon Anja nooit gemerkt hebben dat haar dochter misbruikt werd? ‘Ik hing kotsend boven de wc toen ik erachter kwam

    In het bed waar Anja sliep met haar vriend, misbruikte diezelfde man haar oudste dochter. ,,Toen het uitkwam, liep ik tegen van alles aan. Boos, ik was zó boos. Maar ik voelde me ook heel erg schuldig en verdrietig.”

    Het gebeurde als zij ’s avonds weg was. Dan draaide hij, de man op wie ze ooit zo verliefd was, de deur van de slaapkamer op slot en ging zijn gore gang met Anja’s oudste dochter. Kotsend hing Anja boven de wc toen ze dat voor het eerst hoorde. Alles kwam eruit toen ze wist dat haar kind twee weken naast hem in hún bed had moeten slapen – wás het maar slapen – toen zij zo aan het genieten was tijdens een rondreis in Turkije.

    Schuldgevoel, het dekte de lading nog niet misschíen toen de Tilburgse ontdekte wat zich 2,5 jaar lang in haar huis had afgespeeld tussen haar ex-vriend en haar kind. Een boomlange, flinke veertiger versus een minimeisje dat 13 jaar was toen het begon en 15 toen het stopte.

    Was ze echt zó naïef?
    Hoe kon ze in vredesnaam nooit iets gemerkt hebben? Wat ben je dan voor een moeder? Achteraf waren er tientallen signalen, was ze dan echt zó naïef geweest? Hoe moest dit ooit weer goedkomen? Niet alleen met haar oudste, maar ook met haarzelf, en haar twee jongste kinderen?

    Vier jaar later heeft Anja nog niet alle antwoorden. Maar ze weet inmiddels wel dat er maar één iemand verantwoordelijk is voor al het leed. Hij. En dat seksueel misbruik impact heeft op iederéén in een gezin.

    ,,Mijn oudste dochter natuurlijk voorop. Ze heeft pas over het misbruik durven praten toen mijn ex-vriend en ik uit elkaar waren. Ze had inmiddels zelf een vriend en die kwam er toevallig achter. Natuurlijk was mijn dochter heel verdrietig toen het uitkwam. Ze was in pure paniek , maar ook zíj voelde zich schuldig, omdat mama’s vriend op háár verliefd was geworden. En omdat ze al die jaren niets had gezegd.” Dan: ,,Dat durfde ze ook niet. Hij manipuleerde haar: er werd ingepeperd dat ze niks mocht zeggen. Ze werd bedreigd én beloond met dure spullen. Natuurlijk ben ik nóóit boos op haar geweest. Ze was een kind!”

    Het verhaal gaat verder onder de foto.

    Vreselijke nachtmerries
    Haar middelste dan, die wóest was op die klootzak maar ook op zichzelf want hij was vaak thuis geweest als zijn zus een verdieping hoger al die walgelijke dingen moest doen. ,,Mijn zoon is zichzelf gaan snijden. Is een lastige puber, en nog.” De jongste dan, ook zij worstelt. ,,Eens in de zoveel weken heeft ze vreselijke nachtmerries. Gelukkig kunnen we er goed over praten.”

    En Anja zelf natuurlijk, die na het ontdekken van de waarheid een poosje naar de alcohol en kalmeringstabletten greep en in therapie ging. ,,Ik liep tegen van alles aan, wilde iets met mijn boosheid doen én er voor mijn gezin zijn.” Bij Blauwe Maan in Tilburg kon ze meteen terecht. ,,Luisteren, dat kunnen ze daar goed. En ook de contacten met andere ouders hebben geholpen. Nu wéét ik ook dat het niet mijn schuld was.”

    Als gezin zijn ze hechter geworden, zeker. Met de vader van haar kinderen is het contact door dit alles verbeterd. Maar het onderwerp misbruik is er altijd, ergens. Samenwonen met haar nieuwe vriend bijvoorbeeld? ,,Niet zolang er kinderen onder mijn dak wonen!” Is haar oudste dochter chagrijnig? ,,Denk ik meteen: misschien komt het door…. Terwijl: misschien moet ze wel gewoon ongesteld worden.”

    De dader komt binnenkort vrij
    Het gaat ook goed, met haar dochter, die deze maand 20 wordt. ,,Ze studeert, heeft nog steeds dezelfde vriend. Al snel wilde ze er amper nog over praten, ze wilde dóór. Therapie wees ze af. Ze heeft alleen wat wandelsessies met de praktijkondersteuner van de huisarts gehad. Ze is gelukkig. Natuurlijk is dat fijn, maar als moeder denk ik ook: zij heeft dit boek dan wel dichtgeslagen, maar dat gaat natuurlijk een keer open, hè. En dan stort ze alsnog in. Daar maak ik me wel zorgen om, ja, maar dan zijn haar vader en ik er natuurlijk voor haar.”

    Als ik erbij was geweest tijdens de rechtszaak – heb ik dus bewust niet gedaan – dan was ik hem aangevlógen

    Anja

    En zo voelt het nu ook weer onrustig. Deze maand mag haar ex-vriend, die overigens meteen bekende nadat hij geconfronteerd werd met het misbruik, op proefverlof. En als hij straks in mei definitief vrijkomt, heeft hij zestien maanden in de gevangenis gezeten. ,,Dat hij straks weer rondloopt, is toch wel een ding.” Even vlamt de woede weer op: ,,Ik ben een slap wijf en ik mankeer echt altijd van alles, maar als ik erbij was geweest tijdens de rechtszaak – heb ik dus bewust niet gedaan – dan was ik hem aangevlógen.”

    Ach, hij is het niet waard. Háár gezin, dat telt. Altijd al, en nu nog meer dan ooit.

    Bron: BN de Stem >>

    #257171
    Peer
    Lid LSG

    Nieuw platform Slachtofferhulp is ‘voor de helpers’, want juiste steun is belangrijk

    Vrienden en familieleden van iemand die iets ernstigs heeft meegemaakt, vinden het vaak lastig om daar met diegene over te praten, zegt Slachtofferhulp Nederland. Daarom lanceert de organisatie vandaag, op de Europese dag van het Slachtoffer, een platform waarop naasten van slachtoffers tips krijgen over hoe ze de juiste steun kunnen bieden. Ook kunnen ze online ervaringen met elkaar delen, vragen stellen en checklists raadplegen.

    Op het platform ‘Voor de helpers‘ staan allerlei adviezen over praktische zaken zoals schadeafhandeling en aangifte doen. Maar ook tips over het geven van emotionele ondersteuning en het herkennen van angst- en stressklachten.

    Schuld en schaamte
    Slachtoffers willen wel hulp uit de omgeving, maar vragen daar niet snel om, vertelt bestuursvoorzitter Rosa Jansen in het NOS Radio 1 Journaal. “Schuld en schaamte spelen vaak een grote rol. Mensen zijn bang om vriendschappen en collegialiteit kwijt te raken. Daarom zwijgen ze.” Maar: “Hoe langer slachtoffers zwijgen, hoe groter het risico is op langdurige psychische klachten.”

    Sharmila Tuithof, die op jonge leeftijd seksueel werd misbruikt, beaamt dat: “Ik heb er ruim 20 jaar over gezwegen. Maar uiteindelijk werd ik zelf moeder en werd ik geconfronteerd met wat mij is aangedaan en hoe voorzichtig ik daarom met mijn kinderen was. Bij het luiers verschonen en samen douchen. Ik was altijd bang iets verkeerd te doen.”

    Uiteindelijk kwam ze bij een lotgenotengroep van Slachtofferhulp terecht. Daar kreeg ze de opdracht om vriendinnen te vertellen over het misbruik. “Ik vond het spannend: hoe reageert iemand? Ik wilde niet dat ze anders naar me gingen kijken, dat ze me als slachtoffer zien of zielig vinden.”

    Elk jaar worden vier miljoen mensen slachtoffer van een misdrijf, verkeersongeval of calamiteit. Niet elk slachtoffer wil of krijgt professionele hulp. Daarom is kennisoverdracht aan de omgeving van het slachtoffer zo belangrijk, benadrukt Slachtofferhulp.

    “De omgeving moet meegenomen worden in het geheel, want we vinden dat geen enkel slachtoffer buiten de boot kan vallen. Wij helpen de helpers bij het helpen. We verwachten niet dat ze professionele hulpverleners worden. Het platform is bedoeld om zoveel mogelijk drempels weg te nemen zodat de omgeving weet hoe zij slachtoffers kunnen steunen.”

    Hulpeloos
    Tuithof nam onder meer haar vriendin Joke Maas in vertrouwen. “Je schrikt natuurlijk en het is tegelijk spannend. Je wilt de goede vragen stellen, je wilt helpen. Het is heftig. Ik voelde me hulpeloos”, zegt Maas. “Maar ik ben er niet anders door naar Sharmila gaan kijken. Het was een openbaring dat zoiets als misbruik vaak gebeurt, ook dichtbij. Maar dat staat los van onze vriendschap.”

    “Soms loop je ermee rond en durf je er zelf niet over te praten. Dan hoop je dat de ander ernaar vraagt”, vertelt Tuithof. “Het is prettig als mensen vragen stellen. Ze mogen vragen wat ze willen, ik kan bepalen of ik daar wel of geen antwoord op geef. Hoe fijner de reacties die je terugkrijgt, hoe makkelijker het wordt om erover te praten.”

    Per telefoon steunen
    Bestuursvoorzitter Jansen van Slachtofferhulp onderkent dat de beperkingen door corona het momenteel moeilijker maken de ander te steunen. “De afstanden zijn groter, de sociale eenheden kleiner. Het zien van familie en vrienden is lastiger geworden. Slachtoffers kunnen daardoor minder vaak hun hart luchten. Maar je kunt de ander ook per telefoon steunen. Als je maar alert bent op stress-signalen en vragen stelt waarmee je verder kunt komen.”

    Naast het platform voor de sociale omgeving, lanceert Slachtofferhulp een platform voor professionals rondom het slachtoffer, zoals leraren, zorgmedewerkers en sportdocenten.

    Bron: nos.nl

    #258786
    Mark
    Moderator

    SANDRA’S DOCHTER WERD VERKRACHT: ‘MIJN WERELD STOND STIL’

    Uit cijfers van Amnesty International blijkt dat in Nederland één op de vijf vrouwen zegt dat er ooit iemand zonder toestemming haar lichaam binnendrong. Het overkwam ook Sandra’s veertienjarige dochter.

    De traumatische gebeurtenis vond tweeëneenhalf jaar geleden plaats. Sandra wil haar verhaal delen, om zo aandacht te vragen voor dit maatschappelijke probleem.

    LOVERBOY
    “Mijn dochter ging bij een vriendin logeren die in een loverboy-circuit bleek te zitten. Die avond gingen ze bij verschillende mensen langs. Een jongen vroeg mijn dochter of ze bij hem wilde komen zitten. Ze had door dat wat er om haar heen gebeurde niet in de haak was, maar hij gaf haar een veilig gevoel.”

    Maar wat een gezellige logeerpartij met een vriendin had moeten zijn, eindigde in een nachtmerrie. “Hij gaf haar de keuze: ‘Of je pijpt me of ik verkracht je’. Ze was nog maagd en ik had haar geleerd dat sex iets moois is, wat je alleen hebt als je daaraan toe bent.”

    MISBRUIKT EN VERKRACHT
    De jongen, later bleek dat hij achttien was, misbruikte en verkrachtte haar. “Ze heeft zich verzet en hem weggeduwd, maar uiteindelijk bevroor ze. Wat er toen gebeurd is, weet ze niet precies. Ze werd als het ware wakker en dacht: ‘Shit, wat is er gebeurd?’. Haar broek was naar beneden en ze zag bloed.”

    Haar dochter maakt zich zo snel mogelijk uit de voeten en neemt haar tante in vertrouwen. Samen vertellen ze haar moeder over de traumatische gebeurtenis.

    FOUTE FILM
    “Mijn wereld stond stil. Alsof je in een foute film belandt. Dit raakt je als moeder ten diepste. Ik zag hoe vies ze zich voelde. Ik ben hulpverlener en wist dat ze inhoudelijk niet meteen alles tegen mij uit de doeken moesten doen. Anders zou de politie misschien zeggen dat ze bepaalde dingen van mij had moeten zeggen. Ik heb haar vastgehouden en we hebben samen de politie gebeld.”

    De politie was binnen twintig minuten ter plaatse. Mijn dochter ging in gesprek met de zedenpolitie. Daar mochten wij niet bij zijn, maar de vragen die ze stelden vond ik schokkend. Wat had ze aan gehad? Een shirt, een blouse, een broek, een rok? Had ze haar haar los en droeg ze make-up? Alsof ze het aan zichzelf te danken had.”

    FORENSISCH ONDERZOEK
    Een forensisch onderzoek volgt. “Ze vond het vreselijk gênant. De zedenpolitie wilde dat ze aangaf wat hij met haar had gedaan. Ze moest het aanwijzen, maar ook verwoorden. Van top tot teen werd ze gefotografeerd. Benen wijd, billen wijd. Ze kreeg een morning after pil, hiv-medicatie en soa-controles.”

    Van januari tot oktober 2019 stapten in totaal 1224 mensen naar de politie vanwege verkrachting. Daarvan leidden 499 zaken tot een aangifte. 172 zaken leidden tot een rechtszaak en slechts 102 zaken leidden tot een veroordeling, zo is te lezen op de website van Amnesty International. “De politie schrikt in gesprekken enorm af waardoor veel slachtoffers van dit traject afzien.”

    THERAPIE
    De rechtszaak van Sandra’s dochter had niet de gewenste uitkomst. De rechter sprak de man vrij omdat er – ondanks de blauwe blekken en inwendige bloedingen – niet genoeg bewijs was van dwang. Het OM nam hier geen genoegen mee en ging in hoger beroep. Die zaak loopt nog.

    Haar dochter heeft het ondertussen zwaar. “Ze is gediagnosticeerd met PTSS, heeft paniekaanvallen en nachtmerries. Regelmatig dissocieert ze. Hiervoor heeft ze therapie gehad. Binnenkort gaat ze een intens traject in van exposure-therapie, EMDR en PMT. Ze heeft het er moeilijk mee, maar wil het graag aanpakken.”

    AMNESTY INTERNATIONAL
    Sandra is inmiddels actief als activist voor Amnesty International en maakt zich hard voor de Let’s Talk about YES-campagne, waarmee wordt gestreden voor verandering van de verkrachtingswet en betere bescherming van verkrachtingsslachtoffers.

    “Het verjaren van dit soort zaken moet worden afgeschaft. Veel slachtoffers schamen zich en stappen daarom niet meteen naar de politie. Daarnaast moet worden vastgelegd dat sex tegen je wil altijd verkrachting is. Niet alleen als er geweld in het spel is.”

    SLACHTOFFERBESCHERMING
    Nu is het volgens de wet zo dat er bewijs moet zijn van dwang. Terwijl zeventig procent van de slachtoffers bevriest, een natuurlijk overlevingsmechanisme. In plaats van dat een slachtoffer zou moeten bewijzen dat hij of zij zich heeft verzet tegen de sex, zou de vermeende dader moeten bewijzen dat hij of zij er alles aan heeft gedaan om zeker te weten dat de ander ook sex wilde.

    “In plaats van ‘nee’ moet de dader ‘ja’ te horen krijgen. Daarmee voorkom je waarschijnlijk geen verkrachtingen, maar daarmee verstevig je de positie van het slachtoffer.”

    Bron: linda.nl

    #258868
    Luka
    Moderator

    Interview: wat te doen bij seksueel geweld?

    Iva Bicanic geeft antwoord op vijf belangrijke vragen

    Lhbtq-jongeren zijn wereldwijd vaker slachtoffer van seksueel geweld dan hetero jongeren. In een interview legt Iva Bicanic, landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld uit hoe je hulp kunt zoeken of kunt bieden wanneer iemand over de grens is gegaan. “Geef iemand zelf de regie en leg keuzes voor.”

    Iva Bicanic is initiatiefnemer en landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld. Ze is klinisch psycholoog, gepromoveerd onderzoeker, EMDR-therapeut en hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum UMC Utrecht. Ze studeerde bewegingswetenschappen en psychologie. In 2014 promoveerde ze op het onderwerp verkrachting. Ze geeft antwoord op vijf belangrijke vragen die spelen op het gebied van seksueel geweld.

    Hoe vaak komt seksueel geweld voor onder lhbtq-jongeren?
    “Lhbtq-jongeren zijn wereldwijd vaker slachtoffer van seksueel geweld dan heteroseksuele jongeren. Uit onderzoek van Nikkelen et al., (2019) blijkt dat ongeveer de helft van de biseksuele vrouwen seksueel geweld heeft meegemaakt. Bij lesbische vrouwen is dit 27 procent, bij hetero vrouwen 21 procent. Van de hetero mannen zegt 5 procent minimaal een negatieve seksuele ervaring te hebben gehad, van de biseksuele en homoseksuele mannen is dit 25 procent.”

    Wat kun je doen als je weet dat een vriend of vriendin slachtoffer is van seksueel geweld?
    “Het is vooral belangrijk dat je luistert. Blijf kalm, luister echt en laat weten dat je er voor diegene bent. Niet alleen vandaag, maar ook morgen en overmorgen. Een eerste reactie kan zijn: ‘Wat dapper dat je dit deelt. Bedankt voor je vertrouwen. Wat verdrietig dat dit je is overkomen, wat zal je je eenzaam hebben gevoeld. Dit had nooit mogen gebeuren. Hij moet zich schamen, niet jij’.”

    Doe niet aan victim blaming, bijvoorbeeld door beschuldigende opmerkingen te maken

    “Ook als je niet weet hoe je moet reageren als een vriend of vriendin jou in vertrouwen neemt, kun je dat aangeven. Durf dan ook te vragen hoe je iemand kunt helpen: ‘Sorry ik weet even niet wat ik moest zeggen, maar ik wil er voor je zijn. Wat kan ik voor je doen of betekenen? Hoe kan ik je helpen? ‘ Dat is beter dan het onderwerp vermijden, omdat je niet weet wat je moet zeggen.

    Doe niet aan victim blaming. Bijvoorbeeld door beschuldigende opmerkingen te maken of vragen te stellen, zoals ‘Nou dat had je toch wel moeten weten?’, ‘Waarom ben je dan niet weggegaan?’ of ‘Waarom had je dan ook zoveel gedronken’. Daarmee leg je de schuld (onbewust) bij het slachtoffer neer. En geef je het slachtoffer het gevoel dat hij of zij niet gehoord of geloofd wordt. Terwijl diegene zelf vaak al met veel schuld- en schaamtegevoelens kampt.”

    Waarom is het van belang om zo snel mogelijk hulp te zoeken na seksueel geweld?
    “In de eerste zeven dagen zijn er op medisch, psychologisch en forensisch gebied belangrijke mogelijkheden. Je kunt biologische sporen van de verdachte veilig stellen, een zwangerschap voorkomen, een soa of HIV-besmetting uitsluiten of behandelen. Ook verklein je de kans op een posttraumatische stressstoornis als je snel psychische hulp krijgt. Maar weet dat het nooit te laat is om hulp te zoeken. Dus ook al was het misbruik 10 jaar geleden, zoek dan nog steeds hulp.”

    Ook al was het misbruik 10 jaar geleden, zoek dan nog steeds hulp

    Op welke verschillende manieren kan hulp worden aangeboden?
    “Professionele hulp is er in verschillende vormen. Je kunt bijvoorbeeld medische hulp krijgen van een arts, omdat je pijn hebt of spanning in je lichaam. Het kan ook dat je ernstige psychische klachten hebt ontwikkeld door het misbruik. Bijvoorbeeld een depressie, verslaving, eetstoornis of dat je jezelf pijn doet. Dan is traumabehandeling mogelijk.

    Misschien heb je problemen in je relatie, waardoor je hulp van een seksuoloog nodig hebt. Of heb je hulp nodig met je zelfbeeld, omdat je zo negatief over jezelf denkt en steeds weer in de problemen komt. Je kunt ook ondersteuning krijgen bij het doen van aangifte of een schadevergoeding. Kijk op watkanmijhelpen.nl om te lezen wat anderen heeft geholpen en de hulp te vinden die bij jou past.”

    Je hoort nogal eens dat er lange wachtlijsten zijn, voordat het tot concrete hulp komt, of dat het geen zin heeft om aangifte te doen (jouw woord tegen het zijne). dan is er nog de schaamte-kwestie. hoe overtuig je iemand dan toch om hulp te zoeken?
    “Als jij het gevoel hebt dat iemand bij jou over de grens is gegaan – ook als het juridisch niet strafbaar is – dan nog heb jij het recht om hulp te vragen. En te krijgen. Benadruk dat iemand het verdient om zich beter te voelen of een fijn seksleven te hebben. En dat hulp hierbij kan helpen.”

    Er zijn zoveel verschillende varianten van hulp

    “Maar geef iemand zelf de regie en leg keuzes voor. Er zijn zoveel verschillende varianten van hulp. Psycho-educatie kan bijvoorbeeld ook al helpend zijn. Sommige mensen reageren tijdens het misbruik met een genitale respons, bijvoorbeeld een erectie of vochtig worden. Dat zegt niks over toestemming of opwinding.

    Maar het kan wel dat je daarvan in de war raakt of gaat twijfelen over je geaardheid. Dan is het fijn dat je meer over dit onderwerp te weten komt. En dat je kunt lezen dat je niet de enige bent, dat het een normale reactie is van je lichaam en dat er iets aan te doen is. Dat kan al een interventie zijn die kan helpen.”

    Bron: Winq.nl >>

    #258879
    Luka
    Moderator

    Hoe je omgaat met seksueel grensoverschrijdend gedrag in je vriendengroep

    “Ik zei dat ik het ongelofelijk smerig vond, dat hij alle grenzen is overgegaan en dat hij geen idee had hoeveel impact zulke dingen op meisjes kunnen hebben.”


    Illustratie door Nanna de Jong

    Als het goed is heb je je vrienden hoog zitten. Je vindt ze lief, leuk en oprecht; je bent immers niet voor niets met ze bevriend. Maar wat als je ziet dat die hoogzittende vriend een ander ongewenst op de billen tikt, intimideert of grenzen overgaat? Of als je lievelingscollega misplaatste seksgrappen maakt tegen andere collega’s? Spreek je ze erop aan, zeg je de vriendschap op, of laat je het gaan, omdat je je vriend(in) of collega niet wil kwijtraken?

    Meer dan de helft van alle vrouwen en 19 procent van de mannen hebben ooit te maken gehad met seksuele grensoverschrijding in Nederland. Grote kans dus dat je iemand kent die weleens een grens is overgegaan bij een ander. Dat geldt in ieder geval wel voor Jeroen, Larissa, Dorien en Esther. Ik vroeg ze hoe en wanneer ze aan de bel trokken, welke invloed het had op hun vriendschap en hoe ze erop terugkijken.

    Esther (27)
    Ik zit al bijna tien jaar in een hechte vriendengroep. Mijn vriendin en ik zijn de enige vrouwen. Tijdens uitgaan viel me op hoe onze vrienden zich opdrongen bij wildvreemde meiden. Ze probeerden dan lichamelijk contact te maken door heel dichtbij ze te gaan staan. Aan de ongemakkelijke lichaamshouding van die meiden zag ik dat ze dat niet wilden. Vooral één vriend had er een handje van − vaak zag ik hoe hij meisjes in een hoekje dreef tegen de muur. Hij is groot en breed en kan erg intimiderend overkomen.

    Ik heb weleens na een avond stappen tegen hem gezegd: “Heb je wel door hoe je dat aanpakt met die meisjes?” Hij wist niet waar ik het over had. Ik denk dat hij het niet doorhad door de drank, maar ook omdat dat hij niet goed kan reflecteren op zijn eigen gedrag.

    Ik ben een tijd lang niet met hem op stap geweest, omdat ik het niet leuk vond om hem elke keer in de gaten te houden. Je zou kunnen denken: waarom ben je nog met hem bevriend? Maar het is echt een toffe jongen, afgezien van zijn gedrag naar vrouwen toe.

    Twee jaar geleden heb ik écht aan de bel getrokken. Hij slaapt vaker bij vrienden van ons na het uitgaan. Soms lukte het hem niet om een meisje mee naar huis te krijgen en die vrienden hadden dan wel iemand meegenomen. Hij ging dan op de gang staan, deed hun deur vervolgens op een kier en ging zich aftrekken op hun seks. Een van die meiden, die ik via via ken, had hem dat zien doen en is helemaal geflipt. Het kwam ter sprake in onze vrienden Whatsappgroep en hij gaf toe dat hij dit vaker deed. Niemand wist hier overigens iets van, ook de andere jongens niet. Zij hebben hem daar ook op aangesproken.

    Ik ben met hem gaan praten. Ik zei dat ik het ongelofelijk smerig vond, dat hij alle grenzen is overgegaan en dat hij geen idee had hoeveel impact zulke dingen op meisjes kunnen hebben. Hij was heel stil en probeerde me te begrijpen. Maar ik merkte dat hij soms echt niet snapte dat het verkeerd was. Hij zei uiteindelijk dat hij ermee zou stoppen. Hij is na ons gesprek gaan minderen met alcohol, en gelukkig heb ik hem sindsdien niks geks meer zien doen. We zijn nog steeds goed bevriend.

    Jeroen (33)
    Ik kende mijn beste vriend al sinds de kleuterklas. We hadden dezelfde vrienden en vriendinnen. Ik was begin twintig toen ik voor het eerst hoorde dat hij meisjes intimideerde en aanrandde. Een vriendin vertelde dat hij op een feestje een deur had geblokkeerd en zei: “Je moet me eerst pijpen voordat je weg mag”. Een andere vriendin vertelde dat ze naast hem sliep op een huisfeestje, en dat hij haar aan het vingeren was toen ze wakker werd. Nog een andere vriendin had hij op een opdringerige manier meermaals geprobeerd te zoenen.

    Toen ik dit hoorde, dacht ik: ik hoef jouw kop nooit meer te zien, de vriendschap is klaar. Ik had geen behoefte hem te confronteren − ik vond dat hij dat niet verdiende. Dan had hij waarschijnlijk ‘sorry’ gezegd en daar heb ik niks aan. Ik heb hem nooit meer gezien, en ik nam niet op als hij belde. Als hij appte stuurde ik weleens terug dat het niet chill was om bij hem in de buurt te zijn. Hij deed alsof-ie niet begreep waarom ik geen contact met hem wilde, en dat maakte me nog bozer. Inmiddels ging alles wat hij had gedaan rond in de vriendengroep, dus hij wist heus wel dat-ie fout zat. Zeven jaar later heeft hij naar een van m’n vriendinnen gestuurd: “Sorry, ik weet dat ik me vroeger raar heb gedragen”. Ik dacht: hoe kan het dat je zeven jaar nodig hebt voor zo weinig reflectie?

    Ik zie hem nog weleens op Insta voorbijkomen. Dat stemt me soms verdrietig; ik ben een vriend kwijt met wie ik een groot gedeeld verleden heb. Maar ik wil geen vrienden zijn met iemand die zijn fysieke macht misbruikt, vooral niet bij de mensen waarvan ik houd. Ik had mezelf een verschrikkelijk slecht mens gevonden als ik niet voor ze was opgekomen.

    In vriendschappen kan je over veel dingen praten. Bijvoorbeeld als iemand jou altijd laat betalen, of als jij meer in de vriendschap investeert dan je vriend. Maar dit soort gedrag? Dat zorgt wat mij betreft voor een onherstelbare vertrouwensbreuk.

    Dorien (26)
    Ik werk bij een grote tech-organisatie waar iedereen met elkaar bevriend is. We zijn een jong team en voor het coronavirus gingen we regelmatig met elkaar op stap. Op zo’n avond heeft een mannelijke collega een vrouwelijke collega aangerand. Ik was met allebei heel goed bevriend.

    De volgende ochtend stond ze huilend bij mij op de stoep. Die nacht had ze haar trein gemist en daarom bleef ze bij hem slapen. Hij heeft haar aangerand. Mijn eerste reactie – dat zei ik niet tegen haar – was dat ik het bijna niet durfde te geloven. Ik kende hem goed, en had een hoge pet van hem op: als collega, professional, en vriend. Iedereen was gek op hem. Even later besefte ik dat het haar niks zou opleveren om erover te liegen. Bovendien: ik wil ook serieus genomen worden als ik aanklop bij een vriendin met zo’n verhaal.

    We hebben veel gesproken over wat ze kon doen. Zij twijfelde enorm of ze aangifte moest doen en of ze dit moest vertellen op werk. In zo’n corporate omgeving aangifte doen, waar mensen bevriend zijn, is niet makkelijk. Het was immers op een vrijdagavond na werktijd, maar wel met collega’s.

    Ik moest me inhouden om hem niet boos op te bellen, maar zij wilde dat niet. Omdat ik me zorgen over haar maakte, heb ik de vertrouwenspersoon van werk gebeld. Het was fijn om advies te vragen. Ik vroeg wat mijn opties waren als zij geen aangifte zou durven doen. Het advies was haar aanmoedigen om door te gaan met de melding. Dat heeft ze gedaan. Er is een onderzoek gestart en hij is twee weken daarna ontslagen. Mijn firma heeft heel goed en snel gehandeld en haar uiterst serieus genomen.

    Ik heb hem op alle sociale media geblokkeerd en nooit meer gesproken. Uit loyaliteit naar mijn vriendin toe wilde ik hem niet meer in mijn leven. Als ik hem zou tegenkomen, zou ik hem negeren. Het is niet toegelicht aan het team waarom hij is ontslagen. Dat mocht officieel niet. Er zijn collega’s die niet begrijpen waarom hij wegging. Ze prijzen hem nog altijd de hemel in.

    Hij is niet per se een slecht persoon, maar heeft door te veel drank iets toegeëigend waar hij geen recht op had. De situatie is zonde voor hem, maar hij heeft het toch echt zelf aangericht. Ik vond het weleens moeilijk dat ik een vriend ben kwijtgeraakt, maar ik wil niet met iemand bevriend zijn die mijn vriendinnen zoiets aandoet.

    De situatie was lastig omdat het twee gemeenschappelijke vrienden waren. Blijkbaar kan je een vriend toch minder goed kennen dan je denkt. Ik moest leunen op mijn eigen morele kompas: wat is het juiste om te doen? Ik voelde sterk dat ik ook had gewild dat vriendinnen voor mij zouden opkomen als iemand mijn grenzen over zou gaan. Dat gevoel woog het zwaarst. Mijn vriendin heeft zich gesteund gevoeld. Hoe ik heb gehandeld, zou ik zo weer doen.

    Larissa (20)
    In november 2018 ben ik op een feestje aangerand door de beste vriend van mijn vriend, die inmiddels ook een vriend van mij was. Ik durfde het niet tegen mijn vriend te vertellen omdat ik bang was om hun vriendschap kapot te maken.

    Na een jaar vertelde ik het aan mijn schoonzusje. Ze zei dat hij iets soortgelijks bij haar en haar beste vriendin had gedaan. Ik was woest toen ik dat hoorde. Zij hadden niet zoveel last van de nasleep als ik, maar hadden het wel als grensoverschrijdend ervaren. Een van hen zei “dat hij gewoon zo is”. Toen dacht ik: ik moet er iets van zeggen, anders blijft hij doorgaan. Mijn schoonzusje en haar vriendin waren jonger dan ik. Ik voelde een beschermende rol naar ze toe.

    Overigens borrelde het al langer om met hem te praten over zijn gedrag: ik zag hoe dronken hij vaak werd en grensoverschrijdende opmerkingen over vrouwen maakte. Hij zei vaak dingen als: “Dat sletje zou ik wel doen”.

    Ik appte hem dat zijn gedrag niet door de beugel kon, dat ik wist over de andere meisjes en hoe ik me voelde over wat er was gebeurd. Hij reageerde dat hij “het vervelend vond dat ik het zo had ervaren, maar dat het volgens hem niet was gebeurd”. Hij belde, en vroeg of hij kon langskomen om het erover te hebben, maar daar zat ik beslist niet op te wachten. Ik wist dat hij geen berouw zou tonen. Tijdens het bellen zei hij dat hij gewoon te veel had gedronken en dat het niet op die manier was gebeurd.

    Daarna heeft hij me geblokkeerd. Mijn vriend was heel boos − zij hebben inmiddels ook geen contact meer. Ook al heeft hij het niet erkend, toch voelt het goed dat ik voor mezelf en de andere meisjes ben opgekomen.

    Bron: Vice >>

    #259396
    Luka
    Moderator

    ZÓ STEUN JE ALS PARTNER, FAMILIE OF VRIEND EEN SLACHTOFFER VAN SEKSUEEL GEWELD

    Als slachtoffer van seksueel geweld kun je veel steun halen uit hulp en support van je omgeving. Maar hoe zorg je ervoor dat je die steun als naaste zo goed mogelijk biedt?

    Psycholoog Gülsüm Öztürk (42), die binnenkort haar eigen praktijk genaamd Gül Psychology opent in Utrecht, geeft je de tools om er écht voor een slachtoffer van seksueel geweld te kunnen zijn.

    LUISTEREN MET AANDACHT
    Belangrijk is om te luisteren met aandacht. Ontdek samen wat iemands behoeftes en grenzen zijn. De grenzen van een slachtoffer van seksueel geweld zijn overschreden, dus het is nodig om hier rekening mee te houden. Het werkt goed om open vragen te stellen zoals ‘waar heb je behoefte aan?’ of ‘wat heb je op dit moment nodig?’. Vul niet teveel in, maar tune in op wat deze persoon nodig heeft.

    LET OP SIGNALEN
    Het is super belangrijk om bewust te zijn van bepaalde signalen. Plotselinge stemmingswisselingen, prikkelbaar zijn, zich terugtrekken, angst voor plekken of situaties ontwikkelen, slechter slapen en flashbacks zijn signalen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Wanneer je dit soort signalen opmerkt, vertel dan dat je je zorgen maakt, maar houd ten alle tijden iemands grenzen in je achterhoofd. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘dit is wat ik merk en zie, ik maak me daar zorgen om’.

    Mocht iemand geen hulp willen, dan moet je dat accepteren en respecteren. Wat je wel kan doen is aangeven dat je er voor iemand bent én blijft, mocht diegene er op den duur toch voor open staan. Ook kan het helpen om samen te bespreken wat hulp kan opleveren.

    PARTNER
    Wanneer je partner slachtoffer is geworden van seksueel geweld is het van belang om goed te communiceren over wat wel en niet prettig is op het gebied van sex. Maak dat bespreekbaar met elkaar en respecteer iemands grenzen. Geduld hebben is belangrijk, het kan tijd kosten voordat een slachtoffer zich veilig voelt binnen een relatie.

    ONDERZOEKEN
    Onderzoek samen wat er nodig is. Denk hierbij aan praktische hulp, juridische hulp of psychologische hulp. Probeer écht mee te kijken en denken met het slachtoffer.

    SECUNDAIR TRAUMA
    Als naaste is het belangrijk om je zelf niet te vergeten, want ook voor jou kan het heftig zijn. Soms is het fijn om de situatie (in overleg met het slachtoffer) met iemand uit je omgeving te spreken. Je voelt je machteloos, boos, en kan het nergens kwijt omdat je je loyaal voelt. Probeer je eigen grenzen aan te geven en kijk waar jij behoefte hebt, je kan in dergelijke situaties secundair getraumatiseerd worden.

    CENTRUM SEKSUEEL GEWELD
    Als naaste heb je niet de waarheid in pacht, dus is het in sommige gevallen fijn om centrum seksueel geweld in te schakelen. Zij adviseren om zo snel mogelijk in actie te komen. Door bijvoorbeeld sporen op te zoeken en aangifte te doen. Des te sneller je erbij bent, hoe beter je kunt herstellen. Je kunt bellen naar 0800-0188 en er is ook een mogelijkheid om te chatten, beide opties zijn gratis en anoniem.

    Bron: Linda >>

    #259410
    Mark
    Moderator

    De dochter (10) van Jan werd misbruikt door een kinderlokker: ‘Ze liep vier weken met dat geheim’


    Het begint vaak met een ogenschijnlijk onschuldige vraag… © Gezienus Bruining

    Ga nooit met vreemde mensen mee: daar waarschuwt elke ouder zijn kind voor. Maar wat doe je als ze wél bij een onbekende in de auto stappen en worden misbruikt? Het overkwam de dochter van Jan. ,,Het is geen schande, je mag erover praten.”

    Een zonnige dag, voorjaar 2020. Lisa, dan tien jaar, belt met de vader van een vriendinnetje aan bij haar ouderlijk huis in Zwolle. Haar moeder doet open. ,,Lisa wil jullie iets vertellen”, zegt de man tegen haar. Met die vijf woorden verandert het leven van de familie drastisch.

    Ze neemt Lisa mee naar de bank in de woonkamer. Het meisje vertelt over wat haar een paar weken eerder overkwam. Dat ze bij een meneer in de auto stapte, voor een lift naar huis. Dat hij haar meenam naar een stil plekje achter een school. Dat hij haar vroeg aan hem te zitten. Ze zei nee, maar hij dwong haar met zijn woorden.

    Ik haal haar bijna altijd op van sporten. Maar die dag was ik aan het klussen
    Jan, vader van Lisa

    Even later wandelt Lisa’s moeder ontdaan de werkkamer van vader Jan binnen. ,,Lisa is misbruikt”, vertelt ze geëmotioneerd. Niet alleen Lisa’s leven, ook dat van haar ouders, broer en zusje staat even stil. Hoe verder? Hun basisgevoel van veiligheid is in één klap weg.

    Niks gemerkt
    Medio maart 2020 worden Zwolle en Apeldoorn opgeschrikt door een man die meisjes van rond de 10 jaar zou lastigvallen. Met woorden als ‘wil je een lift’, ‘wil je geld’, ‘wil je een snoepje’ en ‘wil je mijn piemel zien voor 50 euro’ probeerde hij ze zijn auto in te lokken. Hoewel de politie de dader uiteindelijk pakt, maakt hij verschillende slachtoffers. Onder wie Lisa.

    Jan zit, ruim een jaar later, kalm aan de houten keukentafel in zijn huis. Voor hem staat een dampend kopje pas gezette koffie, zijn handen liggen in elkaar gevouwen op het tafelblad. ,,Ik haal haar bijna altijd op van sporten. Maar die dag was ik aan het klussen. Ik vroeg of ze het een keertje zelf kon. Dat lukte wel, dacht ze.”

    Vier weken lang liep ze met een geheim rond, ik denk dat ze het wilde wegstoppen. Of dat ze ons niet van slag wilde maken
    Jan, vader van Lisa

    Hij is even stil. ,,’s Middags kwam ze thuis, we hebben niks aan haar gemerkt. Ze begroette me en liep het huis in. Vier weken lang liep ze met een geheim rond.” Hij schraapt zijn keel. ,,Ik denk dat ze het wilde wegstoppen. Of dat ze ons niet van slag wilde maken.”

    Hij ademt diep in. ,,Je vertelt altijd aan je kinderen dat ze niet met vreemden mogen meegaan. Die waarschuwing is zo fel, maar wat gebeurt er als je wel instapt? Soms heeft iemand te veel macht. Durf je geen nee te zeggen. We moeten onze kinderen vertellen dat het soms overmacht kan zijn. Dat is geen schande, dat kan gebeuren. Je mag erover praten.”

    De rechtszaak van kinderlokker Tim van E.
    De man die Lisa seksueel misbruikte en verschillende andere meisjes aansprak, wordt op 19 april 2020 opgepakt. Tijdens de inhoudelijke zitting stelt Tim van E. ‘uit verveling’ jonge meisjes te benaderen, nadat hij werkloos thuis komt te zitten vanwege corona. Lisa’s moeder spreekt Van E. geëmotioneerd toe. ,,Je hebt je op een walgelijke manier aan haar opgedrongen en zo het vertrouwen van haar in de mens kapotgemaakt”, zegt ze. De verdachte ontkent dat hij Lisa heeft misbruikt.

    Van E. wordt veroordeeld tot 9 maanden celstraf, waarvan 6 voorwaardelijk. Het knaagt dat hij niet heeft bekend, vertelt Jan. ,,Het enige wat ik wil, is erkenning. Die gaf hij niet. Soms heb ik de neiging hem te schrijven: waarom heb je nooit bekend? Ik wil het verhaal afmaken, rondbreien in mijn hoofd. Maar het blijft kortsluiting. Ik denk wel eens: hadden ze het dan mis, was er nóg een kinderlokker actief? Het kan bijna niet. Toch ga je dat denken.”

    Slachtofferadvocaat Maartje Schaap, die Lisa’s ouders bijstond in de zaak, ziet vaak dat slachtoffers het liefst een bekentenis willen. ,,Liever nog dan dat de dader achter de tralies verdwijnt. Dan kunnen ze het verhaal afsluiten en verdergaan.” Jan: ,,Hij is geen monster, hij doet tegen zijn wil in slechte dingen. Maar ik wil wel van hem horen dát hij het heeft gedaan.”

    Van de kinderen die seksueel worden misbruikt, wordt ‘slechts’ 15 procent misbruikt door een onbekende. De rest wordt juist misbruikt door iemand die ze wél kennen, blijkt uit cijfers van het Centrum Seksueel Geweld (CSG), dat professionele hulp biedt aan slachtoffers van seksueel misbruik.

    Dat ziet ook Lidewijde van Lier, adviseur zeden bij de nationale politie. Al is volgens Van Lier het aantal kinderen dat door een totaal onbekende op straat wordt benaderd en misbruikt nog veel lager dan die 15 procent. ,,Gelukkig komt dat erg weinig voor. Wel zien we dat kinderen vaker via sociale media worden benaderd en slachtoffer worden van een online-kinderlokker.”

    Acute stressreactie
    Het gebeurt regelmatig dat kinderen seksueel misbruik niet onmiddellijk met hun ouders delen, vertelt Iva Bicanic, klinisch psycholoog en hoofd van het CSG. ,,Ze zijn zich er soms van bewust hoeveel stress zo’n gebeurtenis teweeg kan brengen in een gezin, zijn bang gemaakt door de pleger of willen het vergeten. Elk kind reageert anders. Wat ik wil benadrukken: het is niet de schuld van de ouders dat kinderen het niet vertellen.”

    Kinderen vertonen in de eerste paar weken na de gebeurtenis vaak acute stressreacties. Bicanic: ,,Ze slapen slecht, zijn prikkelbaar, kunnen zich niet concentreren, eten gaat moeizaam. Na verloop van tijd moet dat zich wel weer herstellen.”

    Ze zat in de tuin, in de boomhut. Vertelde dat er dingen waren gebeurd die ze niet wilde
    Jan, vader van Lisa

    Jan merkt dat Lisa de eerste paar weken na het voorval sneller geïrriteerd was. ,,En ze was meer in zichzelf gekeerd. Maar dat is achteraf. We dachten dat het door corona was: we zaten net in de lockdown, alles ging dicht. Ook dat doet wat met een kind.”

    Confronterend
    Lisa vertelt haar verhaal uiteindelijk aan de zus van een vriendinnetje, wanneer ze daar aan het spelen is. ,,En zij vertelde het gelijk aan haar ouders, die direct onze kant opkwamen.” Nadat zijn vrouw aangeslagen zijn kantoor binnenkomt, haast Jan zich richting zijn dochter. Hij slaakt een diepe zucht. ,,Ze zat in de tuin, in de boomhut. Vertelde dat er dingen waren gebeurd die ze niet wilde.” Hij laat een stilte vallen. ,,Het was bizar te beseffen dat dat kan gebeuren. In nog geen twintig minuten tijd, op een drukke zaterdagmiddag.”

    Zijn stem wordt schor. ,,Ik had gehoopt dat ik haar veilig door haar jeugd kon begeleiden en dat is niet gelukt. Ze heeft iets heftigs moeten meemaken en dat is confronterend.”

    Rust bewaren en niet pushen
    Hoewel het enorm heftig is als je kind vertelt seksueel misbruikt te zijn, benadrukt Bicanic dat het belangrijk is dat ouders rust bewaren. ,,Dat is héél moeilijk, maar wel wenselijk. Kinderen schrikken als ouders gestrest en geëmotioneerd reageren. Voor een kind ligt de lading van seks nog niet op zo’n ervaring, die snapt nog niet wat zo’n gebeurtenis betekent.”

    Ook onderstreept de klinisch psycholoog dat ouders hun kind niet constant moeten pushen om te vertellen wát er precies is gebeurd. ,,Ouders willen er vaak met hun kind over praten. Maar een jong kind wil dat niet, wil niet dat ouders de hele tijd verdrietig of gespannen raken als ze erover vertellen.”

    De kinderverhoorkamer
    De ouders van Lisa doen onmiddellijk aangifte bij de politie, nadat hun dochter vertelt over het misbruik in de auto. Lisa wordt verhoord in de speciale kinderverhoorkamer in Nijverdal. ,,Daar kwam veel uit. Ze is daar heel fijn begeleid.”

    Hoe werkt dat? Zedenspecialist Lidewijde van Lier: ,,De zedenrechercheur verzamelt de nodige informatie. We gaan met de ouders in gesprek: welke uitspraken heeft het kind gedaan? Als het kind ouder dan 4 en jonger dan 12 is, kunnen we in een speciaal studioverhoor voor kinderen meer informatie krijgen. Maar dat doen we alleen als het kind het zelf ook wil.”

    Als zo’n studioverhoor plaatsvindt, krijgen de ouders in de tussentijd de vraag het kind niet te ondervragen over het gebeurde. Van Lier: ,,Een bijna onmogelijke taak, maar de kans dat het kind onbedoeld wordt beïnvloed, is groot. Dat kan weer beïnvloeden wat het kind vertelt in het verhoor. We willen ze het verhaal zo zuiver mogelijk laten vertellen.”

    De speciale verhoorders stellen het kind eerst op het gemak, doen vaak eerst even een spelletje of een puzzel en praten daarna met het kind over wat er is gebeurd. ,,Als het kind aangeeft niet te willen praten, houdt het op.” Wil het kind wel praten, dan neemt de verhoorder een open houding aan: ,,Wat het kind spontaan vertelt, is meestal de betrouwbaarste informatie. We stellen heel open vragen, zo min mogelijk suggestief.”

    Jan neemt een slokje koffie. ,,Lisa vertelt wat ze wil vertellen. We willen niet te veel peuteren, het niet te veel oprakelen. Maar ik had wel behoefte het mee te beleven.” Daarom gaat Jan zelf op zoek naar antwoorden: wat is er die bewuste zaterdagmiddag precies gebeurd? Hij belt met de patatzaak in de buurt, waar Lisa met de man langsreed. Hij zoekt op plekken waar camera’s hangen, om zo de dader te achterhalen.

    Want de man is op dat moment nog niet opgepakt. ,,We lazen in de krant dat er een kinderlokker in de buurt actief was. Ik wilde het zó graag delen, benadrukken dat mensen moesten oppassen, omdat onze dochter er al slachtoffer van werd. Maar dan weet iedereen het. Dat is precies wat we willen voorkomen.”

    Alleen fietsen
    Want Lisa moet in de eerste plaats Lisa zijn, in plaats van ‘dat meisje dat is misbruikt’. Daarom zijn de namen van Jan en Lisa in dit artikel ook gefingeerd. ,,We willen graag dat Lisa eigenaar blijft van het verhaal, dat zij kan bepalen hoeveel anderen het weten. Dat is heel lastig. Soms raken we de controle over het verhaal even kwijt.”

    We zien een meisje met veerkracht. Ze fietste laatst voor het eerst weer alleen van school naar huis. Alweer een overwin­ning
    Jan, vader van Lisa

    Zoals laatst, als Lisa met een groepje meiden naar huis fietst. Het laatste stukje moet ze alleen. ,,Ga je alleen naar huis fietsen?”, vraagt een vriendin verbaasd. Lisa slaat dicht en moet huilen. Daarom vertelt haar vriendin aan de andere meisjes wat Lisa is overkomen. Jan: ,,Gelukkig konden we het snel oplossen: we zijn met die meiden gaan praten en daardoor werd het verhaal weer gesloten. Maar het zorgt wel voor spanning. Bij Lisa en bij ons.”

    Jan ziet in zijn dochter geen ‘zielig vogeltje’, ondanks het gebeurde. ,,We zien een meisje met veerkracht. Dingen groeien langzaam weer. Ze fietste laatst voor het eerst weer alleen van school naar huis. Alweer een overwinning. Het is allemaal op haar aangeven. Af en toe polsen we voorzichtig even waar ze zich goed bij voelt.”

    Volgens Bicanic is het belangrijk de kinderen niet te erg te beschermen, hoewel ze zich na seksueel misbruik onveilig kunnen voelen. ,,Je moet doen wat je vroeger ook deed. Het normale leven oppakken, hoe moeilijk ook. Laten ervaren dat er ook mooie dingen zijn, op onderzoek laten gaan. Best lastig, je kind loslaten in de wereld. Maar anders blijft hij of zij angstig.”

    Eerste vriendje
    Volgens de psycholoog speelt in de achterhoofden van ouders vaak nog lang mee dat het misbruik op latere leeftijd een rol kan spelen. ,,Ze denken: misschien dat het weer opkomt als ze puber of moeder is. Je wil dat het onderwerp bespreekbaar blijft, maar ook weer niet teveel. Dat is zoeken.”

    Jan tekent rondjes op een wit papiertje dat voor hem ligt. ,,Voor zover we weten, speelt het op dit moment geen rol meer. Maar misschien schiet het nog wel eens door haar hoofd. En je weet het niet hè, als Lisa straks haar eerste vriendje of vriendinnetje krijgt. Het kan dan weer opkomen. Daar peins je wel over.”

    Hij kijkt op. Glimlacht. ,,Maar als ik haar nu zie, zie ik mijn dromerige dochter weer, net als vroeger. Ze maakt weer plezier, durft weer stukjes alleen te fietsen. Het is stapje voor stapje.”

    EMDR-therapie
    Volgens klinisch psycholoog Iva Bicanic lopen kinderen na seksueel misbruik ‘een relatief groot risico’ op posttraumatische stressstoornis (PTSS). ,,Vooral als ze heel erg bang zijn geweest, bijvoorbeeld als ze het gevoel hadden écht niet weg te kunnen. Ook bepalend is hoe het met het kind ging voordat dit gebeurde en hoe de omgeving reageert op het verhaal.”

    Blijft het kind last houden van wat er is gebeurd, dan kan het baat hebben bij traumabehandeling bij de GGZ. ,,Sommige kinderen hebben nog beelden in hun hoofd van wat er is gebeurd, wat had kunnen gebeuren. Dat is goed te behandelen met de EMDR-therapie.” Lisa kreeg ook EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) vertelt haar vader. ,,Dat heeft enorm geholpen.”

    Bij die therapie wordt de cliënt gevraagd zich de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen, maar ondertussen wordt een ‘afleidende stimulus’ ingezet. Denk aan de hand van de therapeut, die heen en weer gaat. Of geluiden door een koptelefoon. De therapeut vraagt de cliënt wat er naar boven komt. Door de sessie te herhalen, kan de herinnering langzamerhand kracht en emotionele lading verliezen.

    Bron: ad.nl

    #259500
    Mark
    Moderator

    SEKSUEEL MISBRUIK KAN ELK KIND OVERKOMEN: ‘KINDEREN LATEN VAAK NIETS MERKEN’

    Wat doe je als je kind onthult dat hij of zij slachtoffer is van seksueel misbruik? Het allerbelangrijkste – en allermoeilijkste – is om de kalmte bewaren, zegt directeur-bestuurder van het landelijk Centrum Seksueel Geweld, Iva Bicanic.

    De klinisch psycholoog behandelt kinderen en ouders en noemt seksueel misbruik een epidemie. Want het gebeurt in elke stad, in elke wijk en sinds een paar jaar ook online.

    NIETS GEMERKT VAN SEKSUEEL MISBRUIK
    Iedere ouder die denkt: mij overkomt dat niet, ik heb mijn kind goed voorgelicht, think again. Het kan elk kind overkomen. Bicanic: “Ook in hechte gezinnen waar men praat over grenzen aangeven, kan het gebeuren dat een kind jarenlang wordt misbruikt door iemand zeer nabij. Zonder dat het kind ooit duidelijke signalen afgeeft.”

    Samen met advocaat Richard Korver, die zij beroepsmatig regelmatig tegenkwam, besluit ze het boek Dicht bij huis – hoe steun je een kind na seksueel misbruik? te schrijven. Om handvatten te bieden aan gezinnen die dit is overkomen.

    De meest prangende vraag bij ouders na misbruik, is waarom zij niets merkten. Bicanic: “Vooral na langdurig misbruik. Daar ga je zo niet vanuit. Meestal is het ook een bekende, wel bij 85 procent. Iemand die jij vertrouwde, heeft aan je kind gezeten, er seksuele dingen meegedaan en jouw kind vertelde er niets over. Ook al heb je altijd gezegd: ‘Wat er ook gebeurt, je kunt bij ons terecht en je kunt ons alles vertellen.’ Zie daar als ouders maar eens chocola van te maken.”

    MACHTELOOSHEID
    Ouders worstelen ieder op hun eigen manier. Uit machteloosheid kunnen ze elkaar de schuld geven. Bijvoorbeeld een ouder die een slecht gevoel bij de opvang had, terwijl de andere ouder er wilde blijven. Bicanic: “Ouders vinden dat ze niet goed hebben opgelet, ze hebben hun kind niet kunnen beschermen. Maar als jij wist dat de oppas jouw kind zou misbruiken, had je ‘m niet binnengelaten. En wat ik ouders op het hart wil drukken: kinderen laten vaak niets merken.”

    Want een kind weet: als het uitkomt, gebeurt er iets verschrikkelijks met mij of de buurman, opa, mijn vader of stiefvader. De pleger, meestal een man, is bang dat het kind gaat praten en geloofd wordt. Dus zorgt hij ervoor dat een kind zich verantwoordelijk voelt, zowel voor de sex als de gevolgen en als het geheim uitkomt.

    Bicanic: “Soms dreigen plegers: ‘Als je het vertelt, ga jij naar een kindertehuis of ga ik naar de gevangenis of pleeg ik zelfmoord of vermoord ik je ouders.’ Soms is het subtieler: ‘Dit doen mensen die van elkaar houden. Ja, jij kwam naar mij toe. Jij wordt zelf nat of hard, dus jij vond het ook lekker.’ Soms isoleren ze een kind: ‘Dit is ons geheimpje, niemand begrijpt dit. Niemand zal je geloven.’”

    DUBBELLEVEN
    Meer nog dan de pleger, doen kinderen hun best om de omgeving te laten geloven dat er niets aan de hand is. Bicanic drukt ouders op het hart: “’Het klopt niet dat je niet goed oplette, het was nooit de bedoeling dat je het zou zien. Vanuit het kinderperspectief bezien: je bent acht, je denkt er niet aan, je doet alsof het niet is gebeurd en je vertelt het niet, want anders loopt niet goed af voor jou en/of opa. Kinderen leiden een dubbelleven. En jongens zwijgen nog veel langer dan meisjes.”

    Als kinderen het misbruik onthullen, komen ouders in een emotionele achtbaan terecht. Boosheid, woede, angst, schaamte en schuldgevoelens overheersen. Maar ook: wat zullen anderen denken over hen als ouders? Bicanic: “Het is zo’n moeilijke taak als ouder om je kind op te vangen én parallel daaraan met je eigen gevoelens om te gaan. Een kind van vier of veertien jaar vibreert mee met de emoties van zijn ouders. Als je erg verdrietig bent of boos blijft, dan bestaat het risico dat een kind jou gaat troosten in plaats van andersom of doet ‘ie alsof het wel gaat, of kan het verhaal terugtrekken. Alles maar om papa en mama gerust te stellen. Ik heb ouders behandeld die letterlijk zijn flauwgevallen nadat een kind het vertelde, of ineens grijs zijn geworden.”

    OUDERLIJKE STRESS
    Hoe kun je dus als ouder het beste reageren als je kind zegt misbruikt te zijn? Bicanic: “Kalmte uitstralen. En ik weet dat dit erg moeilijk is. Als het mijn kind zou overkomen, kun je me ook opvegen. Maar ik hoop dat ik mijzelf snel weer bij elkaar kan rapen. Zeggen: ‘Goed dat je dit vertelde, we zijn trots op je. Wat heb je van ons nodig?’ Want we weten uit wetenschappelijk onderzoek dat stress van ouders zijn weerslag op het kind heeft. Ouderlijke stress is een belangrijke voorspeller voor PTSS bij kinderen. Het grootste cadeau dat je je kind kunt geven is rustig blijven en zeggen: ‘Niemand mag op die manier aan je zitten. Je mag erover vertellen, maar het hoeft niet.’”

    Ga vooral niet zelf graven naar het verhaal met de opnamefunctie van je telefoon erbij in de aanslag, want de kans bestaat dat je zo meer schade aanricht: “Je kunt onbewust suggestieve vragen gaan stellen en een kind een bepaalde kant op duwen die misschien wel niet strookt met wat er is gebeurd. Als je zoiets hoort van je kind, neem contact op met ons, het Centrum Seksueel Geweld. Wij werken samen met de zedenpolitie. Ze zijn getraind in het ondervragen van kinderen.”

    BEDPLASSEN
    Als je aangifte wil doen, kan er een rechtszaak volgen die ook weer effect heeft op de ouders. En dat werkt door op kinderen. Het kan zijn dat bijvoorbeeld bij een hoger beroep kinderen twee jaar na hun behandeling weer bij Bicanic in de spreekkamer zitten: “Dan is de stress in het gezin weer helemaal terug. Weer bedplassende kinderen, of kruipen tieners weer bij hun ouders in bed. Ouders hebben begrijpelijkerwijs grote moeite hun kind weer alleen de wereld in te laten gaan. Ze zouden hun kind het liefst in een doosje willen doen à la Annie M.G. Schmidt. Maar een 17-jarige die nergens alleen naartoe mag, wordt belemmerd in haar ontwikkeling. We begeleiden ouders in het weer gaan vertrouwen.”

    Tegenwoordig zijn er ook goede traumabehandelingen voor kinderen in vergelijking met dertig jaar geleden, zoals EMDR en cognitieve gedragstherapie. Maar alle therapie ten spijt, soms had een kind het allemaal liever niet willen vertellen, omdat de familie uit elkaar is gevallen: “Een meisje zei tegen me: ‘Ik ben nu wees. Ik heb geen familie meer.’ Haar stiefvader misbruikte haar en moeder koos zijn kant. En ik kan je vertellen: van je wees voelen, kun je behoorlijk somber worden.”

    KINDERLOKKER
    Waar Bicanic maar niet aan kan wennen, is hoe lelijk de samenleving soms reageert als het over seksueel misbruik gaat: “Steun vanuit de omgeving is zo belangrijk, maar regelmatig krijgen mensen de rug toegekeerd. Je krijgt meer steun na een inbraak dan als je vertelt dat je kind is misbruikt. Andere ouders op het schoolplein weten het ook allemaal beter en zeggen: ‘Hoe kun je dat niet doorhebben? Ik had het wel gezien, hoor. Mijn kind vertelt mij alles.’”

    “Ouders zitten met hun eigen emoties en een beschadigd kind en moeten ook dealen met de betweters. Die zogenaamd denken in een misbruikvrije wijk te wonen. Maar misbruik is dichterbij dan je denkt. Plegers zijn mensen uit onze eigen vrienden- en familiekring. We waarschuwen kinderen voor de kinderlokker of de man in de bosjes. Maar durf eens luchtig in gesprek te gaan met je kind over wat als je geen fijn gevoel krijgt als een bekende jou aanraakt. Daar kun je vroeg mee beginnen: jouw lijf is van jou, alles onder jouw ondergoed is van jou en anderen mogen daar niet zomaar aankomen.

    Praat over leuke en niet-leuke geheimen. Leg uit hoe een kind in een situatie terechtkomt waar ‘ie moeilijk uit kan. En als dat gebeurt, wat je dan kunt doen. Want de kans dat een kind wordt misbruikt door een bekende is vele malen groter dan door een onbekende.”

    Bron: linda.nl

    #263274
    Mark
    Moderator

    HOE HELP JE JOUW KIND NA MISBRUIK? ‘ONDERDRUK JOUW EIGEN EMOTIES’

    Hoe is het mogelijk dat seksueel misbruik bij minderjarigen in 2021 nog aan de orde van de dag is? Bij LINDA.nl gaan de alarmbellen rinkelen zodra er wéér een verhaal van grensoverschrijdend seksueel gedrag naar buiten komt.

    Er wordt over seksueel misbruik gesproken wanneer een volwassene seksuele handelingen pleegt met een kind.

    Wat kan je als ouder doen om jouw kind te steunen wanneer dit hem of haar is overkomen? En hoe zorg je dat zij bij jou terecht durven met hun verhaal? Wij vragen het Katja Nijland, psychosociaal adviseur bij Slachtofferhulp Nederland.

    SEKSUEEL MISBRUIK
    “Het begint bij het bieden van stabiliteit en veiligheid. Voor een kind is het heel spannend om dit gesprek aan te gaan, dus wees er vooral voor hen”, legt Nijland uit. “Bekrachtig dat je trots en blij bent dat ze bij je komen. Erken hun verdriet, maar probeer dat van jezelf enigszins te onderdrukken met hen in de buurt.”

    “Je kunt best emoties laten zien en aangeven dat je het heftig vindt, maar toon bijvoorbeeld niet dat je boos bent op de dader in kwestie. Dat helpt niet. Jouw kind gaat zich dan juist schuldig voelen over jouw woede en verdriet, en dan trekken ze zich terug.”

    LUISTER, VEROORDEEL NIET
    Nijland benadrukt dat je altijd goed moet laten merken dat je kind bij jou terecht kan, voor alles. “Laat weten dat je luistert en niet veroordeelt of boos wordt. En op het moment dat zij dan bij jou komen, houd je daar dan ook aan”, vertelt ze. “En bedenk je dat kinderen niet vaak in één keer hun hele verhaal vertellen, dus blijf beschikbaar op elk moment. Ook op onhandige momenten. Laat de boel de boel en geef meteen ruimte om het verhaal verder aan te horen.”

    De pijn van jouw kind na misbruik kan jij niet wegnemen, legt de psychosociaal adviseur uit, “maar je kunt wel jouw kind bevestiging geven en laten weten dat het nóóit hun schuld is. Een ander heeft hun persoonlijke grenzen en ruimte betreden. Laat dat ook heel duidelijk aan hen merken.”

    SIGNALEN
    Ben je bang dat er iets met jouw kind gebeurd is en weet je niet hoe je de signalen op kunt vangen zonder dat ze naar jou toekomen? Dit zijn een aantal signalen waar je volgens Slachtofferhulp Nederland op moet letten.

    • Slaapproblemen, angst in het donker en nachtmerries.
    • Verlies van eetlust, constante buikpijn en eetproblemen.
    • Plotselinge stemmingswisselingen.
    • Angst voor bepaalde mensen of plekken.
    • Een ouder kind dat zich gedraagt alsof het jonger is en bijvoorbeeld weer gaat bedplassen, duimzuigen of eenkennig wordt.
    • Seksueel gedrag dat niet bij de leeftijd past.
    • Plotseling veel zakgeld hebben.
    • Niet willen praten over een ‘geheimpje’ dat het kind met een volwassene heeft, of plots een nieuwe, oudere vriend die vaak over de vloer zou komen.

    NEEM CONTACT OP
    Heb jij zoiets meegemaakt of heb je het gevoel dat er iets aan de hand is? Ga dan naar de site van Slachtofferhulp Nederland en neem per mail, chat of telefonisch contact op. Op hun site vind je ook meer informatie over tips en wat te doen als slachtoffer én helper.

    Bron: linda.nl

    #264428
    Luka
    Moderator

    Het enorme taboe dat rust op seksueel geweld lijkt eindelijk iets af te brokkelen. Toch weten veel mensen niet hoe ze moeten reageren als een bekende een nare ervaring met ze deelt. Met deze tips helpen we je op weg.

    Wie de cijfers over seksueel geweld in Nederland goed tot zich door laat dringen, knippert waarschijnlijk even met de ogen. Volgens de laatste gegevens heeft 22 procent van de vrouwen en 6 procent van de mannen ooit tegen hun wil in een seksuele handeling uitgevoerd of ondergaan. Een op de acht Nederlandse vrouwen is in haar leven verkracht. Wordt ongewild zoenen of aanraken meegerekend, dan heeft zelfs meer dan de helft van de vrouwen en een op de vijf mannen een ervaring met seksueel geweld.

    Mede dankzij de #MeToo-beweging en het activisme dat zich de laatste jaren heeft georganiseerd rondom de rechten van vrouwen en seksuele minderheden, lijkt het enorme taboe dat al eeuwen rust op seksueel geweld eindelijk iets af te brokkelen. Toch blijft het praten over zo’n complex en gevoelig onderwerp in praktijk vaak ingewikkeld. Komt iemand ervoor uit dat hij, zij of hen is aangerand, misbruikt, verkracht, of een andere vorm van seksueel geweld heeft meegemaakt, dan kan het flink zoeken zijn naar de juiste houding en woorden.

    Met welke reactie biedt je steun, en wat werkt juist averechts? Om je op weg te helpen, doken we in de beschikbare literatuur en vroegen we Sara Dekker (32) om advies. Sara is bestuursvoorzitter van Together We Rise, een stichting die ondersteuning biedt aan slachtoffers van seksueel geweld die (nog) niet in behandeling zijn voor traumatherapie.

    Zie hier de belangrijkste tips.

    Laat de ander praten en luister
    “Met het bieden van een luisterend oor kun je al heel veel voor een slachtoffer betekenen”, zegt Sara. Alle medewerkers van haar stichting zijn ervaringsdeskundigen. Zelf werd Sara als kind misbruikt, een ervaring die ze ruim twintig jaar later na een lang proces leerde verwerken.

    “Als iemand ervoor uitkomt te zijn misbruikt, zijn toehoorders vaak geneigd om heel veel vragen te stellen. Over wie de dader is, waar en wanneer het gebeurde en wat er allemaal aan vooraf ging”, licht de voorzitter toe. “Maar die details hoef je helemaal niet te kennen om support te kunnen bieden. Laat de ander zelf kiezen wat ‘ie kwijt wil en zeg om te beginnen dat je blij bent dat diegene het met je deelt.”

    Vraag of het oké is om je naaste aan te raken
    Wanneer iemand vertelt over een ervaring met seksueel geweld, roept dat bij die persoon vaak de nodige emoties en herinneringen op. Intuïtief kun je dan misschien een knuffel willen geven of een arm om iemand heen willen slaan, maar een aanraking kan soms juist triggerend werken. “Ren niet meteen op iemand af voor een knuffel”, zegt Sara. “Stel eerst de vraag: ‘vind je het goed als ik je aanraak?’ Geef ook daarin de ander de regie.”

    Wees geen victim-blamer
    Voor een groot deel van de slachtoffers is het moeilijk te accepteren dat ze daadwerkelijk slachtoffer zijn (geweest) van een vorm van seksueel geweld. Veel van hen worden geplaagd door innerlijke twijfel over of ze het geweld hadden kunnen voorkomen, waarom ze zich niet hebben verweerd en waarom ze niet eerder om hulp hebben gevraagd. “Zelfbeschuldiging en schaamte komen ontzettend veel voor”, zegt Sara. “Juist daarom is het zo belangrijk dat je als naaste geen dingen zegt die dat gevoel opwekken of versterken.”

    Dat doe je allereerst door de ervaring die iemand met je deelt niet in twijfel te trekken. “Laat merken dat je de ander gelooft en wees terughoudend met waarom-vragen”, adviseert Sara. “Zoals waarom iemand met de dader mee naar huis is gegaan of waarom diegene niet in verzet kwam toen er een eerste grens werd overschreden. Die vragen kunnen ervoor zorgen dat een slachtoffer zich onbedoeld verantwoordelijk voelt voor iets waar hij of zij helemaal niets aan kan doen.” Ook het bagatelliseren of relativeren van een verhaal is een no-go, zelfs al denk je dat je iemand daarmee troost.

    Want als er iets is dat onderzoek keer op keer laat zien, dan is het wel hoe ongelooflijk schadelijk het psychische effect van victim-blaming is. Victim-blaming staat voor alle direct of indirect beschuldigende reacties die een slachtoffer van seksueel geweld krijgt nadat hij, zij of hen een ervaring deelt. In deze presentatie van Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld, maakt zij goed duidelijk welke beschuldigende reacties slachtoffers zoal krijgen en wat dat met ze doet.

    Begrijp dat het brein van iemand die seksueel geweld meemaakt meestal in een overlevingsmodus staat
    De welbekende fight-(vechten), flight-(vluchten) or freeze-(bevriezen) reactie die zich in onze hersenen voordoet wanneer acuut gevaar dreigt, speelt ook op bij seksueel geweld. In zeventig procent van de gevallen werkt een slachtoffer mee of is er sprake van ‘bevriezing’. De overlevingsstand die in het brein wordt aangewakkerd, maakt dat een lichaam verstijft of verslapt, iemand kan dissociëren (tijdelijk buiten zichzelf treedt) en een fysieke of verbale reactie überhaupt niet meer mogelijk is.

    “De gedachte dat je zelf ook in zo’n machteloze situatie terecht zou kunnen komen, is voor veel toehoorders beangstigend”, vertelt Sara. “De wereld waarvan je dacht dat het veilig is, blijkt ineens helemaal niet zo veilig. Daarom zijn mensen geneigd om al die waarom-vragen te stellen en soms onbedoeld aan victim-blaming te doen: zo blijft de illusie bestaan dat zij in dezelfde situatie anders hadden gehandeld. Dat ze geen slachtoffer waren geweest. Maar de realiteit is dat je nooit weet hoe jij je zou gedragen totdat je seksueel geweld zelf meemaakt.”

    Oordeel niet over de mentale impact
    De mentale impact of het trauma dat volgt op seksueel geweld kan lang niet altijd worden voorspeld op basis van de vorm, duur of de fysieke agressie. “Of je nou kort wordt betast op straat, aangerand in een club of bent verkracht binnen een relatie: de gevoelens van angst, schuld en schaamte zijn vaak hetzelfde”, zegt Sara. “Het verschil zit hem in de intensiteit waarmee de gevoelens worden ervaren en de tijd die nodig is om het te kunnen verwerken.”

    Ook is het goed mogelijk dat een trauma en bijbehorende gevoelens van angst, schaamte en somberte pas jaren na een gebeurtenis aan de oppervlakte komen. “Zelf kwam ik zo’n twintig jaar na het misbruik tot de realisatie dat het toch meer effect heeft gehad op mijn leven en persoon dan ik tot die tijd dacht”, vertelt Sara. Hou je oordeel dus achterwege als iemand zijn of haar psychische klachten met je deelt, en bagatelliseert ze niet.

    Zet de ander niet onder druk om actie te ondernemen
    Hoor je voor het eerst over het onrecht dat je vriend, vriendin, familielid of partner is aangedaan, dan kun je de neiging hebben om tot concrete actie over te gaan. “Informatie inwinnen bij organisaties, de contactgegevens van professionele hulpverleners noteren en je naaste aansporen om er iets mee te doen, is natuurlijk hartstikke goed bedoeld”, zegt Sara. “Maar lang niet iedereen is daar meteen aan toe. Het vertellen is al een enorme drempel, soms heeft iemand maanden of zelfs jaren nodig voor een volgende stap.”

    Dat geldt bijvoorbeeld ook voor traumatherapie. “Voor zo’n therapie moet je je emotioneel klaar voelen, dat kan soms even duren. En het blijft een onderdeel van een breder verwerkingsproces”, zegt de voorzitter. Vertelt iemand recent te zijn verkracht of misbruikt, dan doe je er volgens Sara wel goed aan om diegene te wijzen op de hulp die Centrum Seksueel Geweld in de eerste week kan bieden. “De eerste zeven dagen na het voorval kun je voorrang krijgen op psychische hulp. En binnen 72 uur kunnen ze je helpen met sporenonderzoek. Mocht je er later voor kiezen om aangifte te doen, dan kunnen de sporen van de dader die zijn veiliggesteld met jouw toestemming worden gebruikt.”

    Hier lees je meer informatie over aangifte en sporenonderzoek na seksueel geweld. En hier staat uitgelegd hoe een eventuele strafprocedure in zijn werk gaat.

    Voel je eigen grenzen aan en spreek ze uit
    Steun bieden aan een slachtoffer van seksueel geweld kan emotioneel belastend zijn. Misschien heb je zelf wel een nare ervaring waar je steeds aan wordt herinnerd of heb je wat tijd en ruimte nodig om een gesprek te verwerken. “Wees daar dan open en eerlijk over”, adviseert Sara. “Neem niet zomaar afstand zonder te vertellen waarom en probeer te bedenken op welke manier je er voor de ander kan en wilt zijn.”

    Probeer ook geen beloftes te maken waar je later op terug moet komen. Bied dus enkel hulp aan bij het nemen van een bepaalde stap, zoals het vinden van een hulpverlener of het doen van aangifte, als je zeker weet dat je het kan bieden. “Anders kan een slachtoffer zich echt in de steek gelaten voelen”, zegt Sara.

    Speciaal voor de omgeving van slachtoffers van seksueel geweld heeft Slachtofferhulp Nederland een online community opgericht.

    Ga je naaste niet ineens anders behandelen
    Er zijn talloze manieren om er te zijn voor iemand die seksueel geweld heeft meegemaakt. “Niet alles hoeft te draaien om het trauma of het slachtofferschap. Samen wandelen en leuke activiteiten ondernemen is óók waardevol”, licht Sara toe. “Je ziet soms dat mensen na zo’n eerste gesprek over een misbruikverleden of geweldsincident ineens heel voorzichtig met de ander omgaan. Terwijl het juist goed is om de fijne relatie die er bestaat, voort te zetten. Ben je gewend om samen iedere vrijdag een borrel te drinken? Blijf dat dan vooral doen.”

    Bron: NPO3 >>

20 berichten aan het bekijken - 61 tot 80 (van in totaal 82)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 17 ▪︎ leden online: 11
Sonya20, Colinda, Mark, Luka, Peerke, Ollybolly, Diana, Wendelsx, Mies, Moderator, Joy29
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.071, berichten: 16.408, leden: 1.913