Ouders, partners, familie en vrienden van misbruikslachtoffers

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Ouders, partners, familie en vrienden van misbruikslachtoffers

  • Dit onderwerp bevat 63 reacties, 3 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 19/03/2020 om 18:32 door Luka.
14 berichten aan het bekijken - 51 tot 64 (van in totaal 64)
  • Auteur
    Berichten
  • #245454
    Luka
    Moderator

    Heb je een vriend(in) met mentale problemen? Zo steun je hem of haar

    Vorige week luisterde ik naar de podcast Praten over depressie, waarin Maarten en Anneleen – surprise – praten over depressie. Dat is op zich al interessant, maar het frappante is vooral dat de hosts al jarenlang goede vrienden zijn, maar toch niets wisten van elkaars depressie. Mensen met psychische problemen vinden het vaak nog moeilijk om er open over te zijn, en dat terwijl je een partner of vriend(in) met mentale problemen juist heel goed kunt helpen als je het goed aanpakt.

    Toegegeven, dat goed aanpakken is zo gemakkelijk nog niet. We zijn vaak geneigd om mensen op te beuren of juist praktische tips te geven – “misschien wordt het beter als je yoga doet!” – maar door dat soort dingen kan de vriend(in) met mentale problemen zich juist alleen maar onbegrepen gaan voelen.

    Hieronder delen we een lijstje met strategieën die waarschijnlijk helpender zijn, maar we moeten er wel bij zeggen dat het per situatie verschilt. Psychische problemen zijn enorm complex en als buitenstaander voel je je soms machteloos als je iemand niet zo veel kunt helpen als je dat zou willen. Maar onthoud: alleen al door er te zijn en te blijven, maak je een positieve impact.

    Zo steun je een vriend(in) met mentale problemen

    Vraag hoe het met iemand gaat
    Voor mensen met psychische klachten is het vaak enorm lastig hulp te zoeken, omdat ze heel erg geneigd zijn hun problemen te bagatelliseren. Nee joh, ik ben niet depressief, ik ben gewoon somber. Een eetstoornis? Ik? Daar ben ik helemaal niet dun genoeg voor. Juist daarom is het belangrijk om zelf te letten op signalen dat het niet goed met iemand gaat.

    Als je merkt dat je partner of vriend(in) afweziger is dan normaal of niet goed voor zichzelf zorgt, wees dan ook niet bang om te vragen hoe het gaat. Op die manier hoeft diegene niet zelf de stap te zetten om hulp te vragen. Belangrijk is natuurlijk wel dat hij of zij ook eerlijk antwoord moet durven geven, maar in vriendschappen en relaties zit dat als het goed is wel snor.

    Neem het serieus
    Mensen met psychische problemen mogen hun klachten dan bagatelliseren, de omgeving kan er ook wat van. Tegen mensen die op het randje van een burn-out zitten, worden dingen als “ja, herkenbaar, ik heb het ook zó druk” gezegd. Mensen met een depressie krijgen te horen dat het “wel aan het weer zal liggen – je moet gewoon eens een rondje gaan hardlopen joh, dat doet wonderen!”

    Het belangrijkste wat je echter kunt doen is om niet te oordelen en niet te zeggen dat hun gevoelens niet kloppen of er niet mogen zijn. Het is logisch om iemand te willen opbeuren, maar het is veel beter om hun gevoel te respecteren. Je hoeft het niet te begrijpen – liever niet zelfs – maar neem het wel serieus.

    Ga niet meteen over op praktische zaken
    Het is logisch dat je meteen met oplossingen wilt komen en tips geeft als buiten wandelen, vaker mindfulness doen en noem zo maar op. Als we niet weten wat we met de situatie aan moeten, is oplossingen verzinnen immers datgene wat ons het gevoel geeft dat we wel van nut kunnen zijn.

    Toch is het veel beter om gewoon te luisteren naar je vriend(in) met mentale problemen, zonder meteen oplossingen aan te dragen. Dat voelt misschien nutteloos, maar als je depressief bent of andere klachten hebt, is het enorm waardevol om je bij iemand te kunnen uiten als je daar behoefte aan hebt.

    Laat weten dat je er bent
    Ik hoor je denken: maar als ik niet kan helpen met oplossen, hoe kan ik dan met de situatie omgaan? Nou, dat is eigenlijk heel simpel: je hoeft helemaal niets te doen of te zeggen. Het helpt al om iemand simpelweg te laten weten dat je er gewoon bent, dus benadruk dat ook.

    Ga vaak op bezoek
    Je kunt er figuurlijk zijn voor iemand, maar het kan natuurlijk ook letterlijk. Psychische klachten kunnen enorm eenzaam voelen en gaan vaak samen met de neiging je te isoleren, maar mensen met mentale problemen hebben er juist baat bij om wel onder de mensen te blijven. En als zij niet de deur uit willen, ga jij wel naar hen!

    Voor mensen met een depressie wordt het soms gemakkelijker om naar buiten te gaan als ze het samen met iemand kunnen doen, of bijvoorbeeld gebracht kunnen worden naar afspraken als stok achter de deur. Zitten ze echt alleen thuis, dan kun jij bijvoorbeeld aanbieden om boodschappen te doen en ze verder gewoon gezelschap houden.

    Help met het hulp zoeken
    Een vriend(in) met mentale problemen steunen ligt niet alleen in jouw handen; als het nodig is, is het belangrijk dat er ook professionele hulp bij komt kijken. Je kunt iemand bijvoorbeeld aanmoedigen om een psycholoog te bellen en daar eventueel zelfs bij helpen.

    In echt extreme gevallen, bijvoorbeeld als iemand actief suïcidaal is en een gevaar voor zichzelf, kan het nodig zijn om zelf extra hulp in te schakelen. Dan hoef je niet meteen zelf een psycholoog te bellen, maar je kunt bijvoorbeeld wel iemands ouders inlichten. Je partner of vriend(in) met mentale problemen hoeft dit niet alleen te doen, maar dat geldt net zo goed voor jou.

    Bron: Bedrock.nl >>

    #245742
    Luka
    Moderator

    Hoe het is om je ouders te vertellen dat je seksueel bent misbruikt

    “Ik verstijfde, bang om een beerput van heb ik jou daar open te trekken. Mijn ademhaling werd steeds sneller en ik drukte mijn kaken stijf op elkaar.”

    Wanneer je slachtoffer bent geweest van seksueel geweld is de drempel om aangifte te doen, naar je huisarts of psycholoog te gaan of om het überhaupt aan iemand te vertellen vaak hoog. Maar om het aan mensen te vertellen die dichtbij je staan, zoals je ouders, familie, je partner of beste vriend(in) is misschien nog wel het allermoeilijkst. Veel slachtoffers ervaren na het geweld schaamte, schuldgevoelens en angst, en houden wat er met ze is gebeurd liever voor zichzelf.

    Wanneer en waarom besluit je om het te vertellen aan je ouders en vrienden en wat gaat er op dat moment door je heen? We spraken Eva, Daan en Franka* die vertellen hoe dat bij hen ging.

    Daan (22)
    Ik werd misbruikt door een collega toen ik twintig was, na een diner bij hem thuis. Ik voelde me veilig en vertrouwd bij hem, en daarom was ik nadat het gebeurde erg in de war. Het klinkt misschien gek, maar de volgende dag, op zondagavond, besefte ik pas echt wat er was gebeurd, en dat dat heel erg was.

    Maanden later durfde ik het pas mijn ouders te vertellen. Ik voelde dat ik dit moest doen: het was namelijk zo’n heftige gebeurtenis in mijn leven en ik moest het delen.

    Toen ik bij ze in de woonkamer zat was ik ontzettend zenuwachtig. Dat hoorde je ook aan mijn stem. “Ik wil jullie iets vertellen,” stamelde ik. En dat trok hun aandacht. Ze wisten direct dat er iets ergs aan de hand was. Toen het woord ‘misbruik’ viel, barstte mijn moeder in tranen uit. Ze was in paniek, totaal overmand door emoties, en had geen idee hoe ze moest reageren.

    Mijn vader werd woedend. Niet op mij, maar op de situatie. Hij schreeuwde dat ik aangifte moest doen, en dat ik het er echt niet zomaar bij kon laten zitten. Het leek wel alsof hij op het punt stond om naar mijn collega toe te rijden, en hem te confronteren of in elkaar te slaan. En dat terwijl ik helemaal geen aangifte wilde doen. Daar had ik de energie echt niet voor. Ik wilde het achter me laten, en verder gaan met mijn leven.

    Maar hoe langer ik daar zat, hoe meer ik me afzonderde. Ik klapte totaal dicht, en voelde walging door mijn lijf stromen, terwijl de beelden van het misbruik continu door mijn hoofd flitsten.

    Dat opnieuw beleven van het misbruik vond ik denk ik nog het moeilijkst. Daarnaast schaamde ik me zo ontzettend tegenover mijn ouders, ook al heb ik helemaal niet zo’n fantastische band met ze. Ik had het gevoel dat ik beter had moeten weten, of dat ik het misschien had kunnen voorkomen.

    Een paar van mijn vrienden die ervan afweten stellen soms goedbedoelde, maar lastige vragen. Aan mijn toenmalige vriendin vertelde ik pas anderhalve maand later wat er was gebeurd. Het lastige is alleen dat mensen vaak precies willen weten wat er is gebeurd, misschien voor hun eigen beeldvorming of zo. Maar elke keer dat ik erover vertel, beleef ik het opnieuw, net zoals toen ik het vertelde aan mijn ouders.

    Ik ging daarom op zoek naar professionele hulp om die herbelevingen te verminderen. Ik heb op geestelijk en fysiek gebied therapie gevolgd. Door EMDR-therapie, een gespecialiseerde therapievorm om traumatische gebeurtenissen te verwerken, heb ik leren omgaan met de beelden die continu door mijn hoofd spookten. Daarnaast heb ik tantra- en bodyworktherapie gedaan, om opnieuw te leren omgaan met mijn seksualiteit. Het heeft me echt heel erg geholpen, maar het misbruik zal altijd een onderdeel van mijn leven blijven. Daarom vertel ik het toch wel eens aan nieuwe mensen. Maar alleen als ik me echt veilig bij ze voel.

    Dat is ook wat ik wil meegeven aan mensen die hetzelfde hebben meegemaakt: het is belangrijk om je verhaal te delen met mensen die je liefhebt, en waar je je oké bij voelt. Door erover te praten blijft het misbruik niet zo’n groot geheim dat je in je eentje moet meedragen, maar kun je het ook op een bepaalde manier verwerken.

    Hoewel mijn ouders en ik het er nooit meer over hebben gehad, vraagt mijn vader sinds dat ene gesprek standaard: “Let je wel goed op?” Er wordt toch anders naar me gekeken, alsof ik mijn eigen veiligheid niet meer kan waarborgen. Dat is nog steeds een flinke dreun. Zulke reacties helpen ook niet. Maar met mijn toenmalige partner luchtte het juist wel heel erg op. Daarom is het ook belangrijk om kieskeurig te zijn met wie je het deelt. Sommige mensen zullen het niet aankunnen, of het begrijpen, maar een professional kan dat bijvoorbeeld wel.

    Franka* (27)
    Toen ik 7 jaar was moest ik seksuele handelingen verrichten bij mijn oudste halfbroer. Ik moest hem bijvoorbeeld aftrekken met rubberen handschoenen. ‘Doktertje spelen’ noemde hij dat.

    Hoewel hij nooit heeft gezegd dat ik er niet over mocht vertellen, wist ik dat het iets was waar ik met niemand over wilde praten. Het misbruik was mijn geheim. Ik beloofde mezelf om dat mee te nemen in mijn graf, want erover praten zou onze familie verwoesten.

    Maar terwijl ik dacht dat mijn ouders het misbruik nooit hadden opgemerkt, dachten zij dat ik het vergeten was. Al die jaren hebben we in die bizarre veronderstelling om elkaar heen gedraaid. Voorheen durfde niemand die stilte te doorbreken, behalve mijn moeder. Ze vroeg een keer op een vage manier aan mijn partner: “Weet jij eigenlijk over Franka en haar halfbroer?” Dat was voor haar een manier om te ontdekken of ik er nog iets over wist. Nadat ik hoorde dat ze die vraag had laten vallen, wist ik dat ik mijn geheim niet langer onder controle kon houden en was ik elke keer bang dat mijn moeder erover zou beginnen.

    Nadat ik een dag met mijn moeder had gewinkeld, zette ze mij met de auto thuis af. Hoewel ze mij voor de deur had kunnen afzetten, zette ze de auto vastberaden neer op de parkeerplek. We staarden de bosjes in, die in het donker langzaam nat werden door een vieze miezerregen. Ze zette de motor uit en zei: “Ik heb nooit geweten dat je nog iets wist van vroeger.”

    Dat was definitief het einde van mijn geheim. Ik verstijfde, nog steeds bang om een beerput van heb ik jou daar open te trekken. Mijn ademhaling werd steeds sneller en ik drukte mijn kaken stijf op elkaar.

    “Dat klopt, ik weet het nog,” antwoordde ik koeltjes en keek strak voor me uit. Ondertussen vroeg ik mij af hoe concreet ik moest zijn over de details van het misbruik. Maar mijn moeder liet geen ruimte voor raadsels over, en vroeg mij rechtstreeks wat er was gebeurd, hoe vaak, wanneer, en of mijn halfbroer het deed als zij thuis waren, of juist niet. Ik denk dat het voor haar een manier was om te weten of ze het had kunnen voorkomen. Hoewel alles in mijn lijf tegenstribbelde, gaf ik antwoord op al haar vragen, terwijl ze stil zat en luisterde.

    “Hebben we iets verkeerd gedaan?” vroeg ze voorzichtig. Ik hoorde een kleine bibbering in haar stem. Voor het eerst durfde ik haar aan te kijken. Ik zag in het vage licht van de straatlantaarns de tranen over haar wangen stromen. Ik zag hoeveel het met haar deed. Ik zag in haar ogen dat ze zich schuldig voelde, maar ook ontzettend kwaad was op haar stiefzoon.

    Na een half uur in de bedompte auto te hebben gezeten, zat ik vol. Ik rondde het gesprek af met: “Ik wil niet dat jij jezelf iets kwalijk neemt.” Ik twijfel er nog steeds over of ze zich daarin kan vinden. “Groetjes thuis, en slaap lekker,” zei ik. Mijn moeder gaf me een ongemakkelijke autoknuffel, zo eentje waarbij je allebei half over de versnellingspook heen hangt. Zodra ik een voet over de drempel zette en mijn partner aankeek, brak ik. Wat was dat kut, dacht ik bij mezelf.

    Hoewel mijn moeder eigenlijk heel lief en begripvol was in het gesprek, kreeg ik daarna steeds vaker last van flashbacks, doordat alles weer zo dichtbij kwam. Als ik rubber rook, of een kind bij een volwassene op schoot zag zitten, schoot die ervaring weer door mijn hoofd heen. Die onmacht die ik voelde tijdens de flashbacks wilde ik tegengaan, of beter gezegd, aangaan. Ik besloot daarom om mijn halfbroer te confronteren met het misbruik, om de controle over mijn leven terug te krijgen.

    Hoewel zijn reactie niet was wat ik had gehoopt (hij reageerde vrij onverschillig en leek niet veel spijt te hebben) voelde het alsof er een gewicht van me afgleed. Ik ben blij dat ik nu zonder geheimen door het leven kan gaan.

    Eva (26)
    Ik was negentien en door Australië aan het backpacken. Nadat ik mijn beste vriendin tijdens het uitgaan in Sydney kwijtraakte, was er een dj in de kroeg die aanbood om me naar huis te brengen. Toen ik in de auto zat en hij de deuren op slot deed, wist ik dat het foute boel was. Anderhalf uur later stapte ik totaal verward de auto uit.

    In een impuls belde ik mijn moeder op, maar het lukte me niet om haar te vertellen wat er precies was gebeurd. Ze hoorde wel dat ik van streek was. Iemand uit de familie woont ook in Sydney, en mijn moeder stelde voor dat ik daar naartoe zou gaan. Een dag later kwam ik weer in contact met mijn verdwenen vriendin.

    Ik was nog steeds in shock en ik kon eigenlijk alleen als een soort bang vogeltje blijven herhalen: “Hij heeft me iets aangedaan.” Tegelijkertijd was ik nog steeds ontzettend boos op haar omdat ze was weggegaan. Ik riep dat ik haar nooit meer wilde zien. Daar meende ik niks van, want ik wilde juist dat ze bij me bleef.

    Een paar dagen later begon ik langzaamaan te beseffen wat er precies was gebeurd. Ik besloot mijn zus een mail te sturen. In die mail was ik ontzettend emotioneel, en vertelde tot in detail wat er gebeurd was. Omdat ik haar gerust wilde stellen eindigde ik met: “Alles komt goed, maak je maar geen zorgen over mij.” Toen mijn zus de e-mail had ontvangen, belde ze direct mijn ouders, die mij weer probeerden te bellen. Maar ik wilde er echt liever niet over praten. De maanden daarna heb ik me zo eenzaam gevoeld in Australië, en ik hoopte dat ik in Nederland weer met een schone lei kon beginnen.

    De verkrachting heeft mijn ouders veel verdriet gedaan. Dat hoor ik nog steeds weleens van familieleden, maar ik merk het ook doordat mijn ouders er nooit echt over durven te praten. We hebben het af en toe wel over het thema, maar nooit écht over wat mij specifiek is overkomen. Als je een dochter hebt, is dit denk ik je grootste nachtmerrie. Daarom vertelde ik het ook niet meteen: de mensen van wie je houdt worden net zo hard geraakt door wat jou is aangedaan, en ik wilde ze die pijn niet laten voelen.

    Hoewel het onderwerp onbespreekbaar lijkt, hebben ze me goed geholpen op een hele rationele manier, bijvoorbeeld met het vinden van een psycholoog. Maar het liefst zou ik willen dat ze gewoon een keer een fles wijn op tafel zetten en dat we er écht over kunnen praten. We zien elkaar veel en we zijn heel close met elkaar. Daarom vraag ik me nog steeds wel eens af: waarom wordt er nooit echt over gesproken? Maar ik denk dat dat komt doordat het gewoon te pijnlijk is voor mijn ouders.

    Toch ben ik blij dat ik erover heb verteld. Het misbruik is een veel te grote rugzak die ik niet in mijn eentje kan dragen. Ik ben erdoor veranderd. Dat merk ik bijvoorbeeld hoe ik nu over dingen denk, of op de manier waarop ik naar mannen kijk. Ik vertrouw ze minder snel. Het is onderdeel geworden van wie ik ben geworden, en dat kan ik niet blijven verzwijgen.

    *Franka’s echte naam is bekend bij de redactie

    Bron: Vice >>

    #245892
    Mark
    Moderator

    Facebookgroep ‘Partners in Beeld’

    Partners in beeld is een initiatief van Ivonne Meeuwsen, schrijfster van het boek ‘Partners in beeld’. De groep is speciaal voor partners van mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt, om ervaringen met elkaar uit te wisselen. OM mee te kunnen praten, moet je wel lid van de groep worden.

    #246277
    Luka
    Moderator

    Wendy’s ex misbruikte hun dochter: ‘Dat ik niet gemerkt heb wat hij met mijn dochter deed, doet intens veel pijn’

    Wendy (32) had nóóit kunnen denken dat haar ex hun kind iets zou aandoen. Tot hij, naast het kindje van vrienden, ook zijn eigen dochter bleek te hebben aangerand.

    Op de Dag van de Rechten van het Kind worden we er elk jaar aan herinnerd dat kinderen speciale rechten hebben, zoals het recht op een gezond en veilig leven en het recht op bescherming tegen mishandeling en geweld. Het dochtertje van Wendy (32) werd maandenlang die rechten ontnomen, en wel door haar eigen vader…

    ‘Een makkelijk man is mijn ex nooit geweest en het stormde dan ook regelmatig in onze relatie. Toch was ik in het begin heel gelukkig. Ik was jong, smoorverliefd en ik droomde van een gezin. Hij deelde die kinderwens en toen we drie jaar samen waren, werd onze dochter Julie geboren. Mijn langgekoesterde droom ging in vervulling en ook hij was apetrots op zijn kleine meid.’

    ‘Maar ons meisje had het niet makkelijk. Ze gaf vaak haar eten terug en de dokters vonden niet wat er met haar aan de hand was. De relatie met mijn ex kwam al snel ernstig onder druk te staan. Zo erg zelfs dat ik het niet meer zag zitten met hem. Kort voor Julies eerste verjaardag gingen we uit elkaar. Hij had de breuk niet zien aankomen en al snel werd het een bittere vechtscheiding. De rechter sprak een regeling van co-ouderschap uit. De ene week ging Julie naar haar vader, de andere week bleef ze bij mij. Mijn ex en ik communiceerden met elkaar via zijn ouders. Het was zeker geen ideale situatie.’

    ‘Omdat Julie erg onder de scheiding leed, schakelde ik de hulp van een kinderpsychiater in. Zo gingen er jaren voorbij, ik pikte de draad van mijn leven weer op en probeerde er het beste van te maken. Omdat mijn ex vaak de hulp van zijn ouders inriep, was ik er gerust in dat onze dochter bij hem in goede handen was. Ik werkte hard in mijn kinderdagverblijf en werd opnieuw gelukkig met mijn huidige partner. Met onze twee kinderen en een derde kindje van ons samen vormden we een gelukkig nieuw samengesteld gezin.’

    Was dit een grap?
    ‘Alles veranderde toen ik drie jaar geleden plots telefoon kreeg op mijn werk. Een vrouw die anoniem wilde blijven vertelde me dat de papa van mijn dochter een minderjarig meisje had misbruikt. Ze vond dat ik dat moest weten. Het slachtoffertje was het kindje van een vriendin van haar. Ze was amper zeven jaar oud. De grond zakte onder mijn voeten weg. Was dit een grap? Gebeurde dit echt? Ik belde mijn man op en vertelde hem al huilend wat die vrouw over mijn ex had verteld. Mijn man kwam onmiddellijk naar huis en samen gingen we naar de politie. Diep vanbinnen hoopte ik dat dit een misverstand of een flauwe grap was. Maar op het politiekantoor kregen we te horen dat de ouders van het meisje effectief een klacht hadden ingediend tegen mijn ex.’

    ‘Hoe moest ik dit in hemelsnaam aan mijn dochter uitleggen? Hoe zou zij hierop reageren? Ik was ten einde raad. Vooral omdat Julie op dat moment door een moeilijke periode ging. Enkele maanden eerder had haar juf me er tijdens het oudercontact attent op gemaakt dat ze de laatste maanden heel down was, dat ze niet meer meedeed aan activiteiten in de klas, nauwelijks lachte en soms heel brutaal tegen andere kindjes was. Een gevolg van de aanhoudende vechtscheiding van haar ouders, dacht ik. Maar volgens de juf was er meer aan de hand.’

    Papa moet gestraft worden
    ‘Wie mijn dochter iets aandoet, krijgt met mij te maken, liet mijn ex zich dikwijls ontvallen. Dat hij haar zélf kwaad zou kunnen berokkenen, had ik nooit kunnen vermoeden. Maar omdat ik mijn kind wilde beschermen, probeerde ik haar – zodra ik weet had van de klacht tegen hem – halsstarrig bij haar vader weg te houden. Op aanraden van de politie hield ik haar zelfs thuis van school, uit schrik dat hij haar daar op een dag zou komen ophalen. Op school vertelde ik niet wat er aan de hand was, maar ze hadden hun vermoedens. Tegen mijn dochter zei ik dat papa iets heel erg fouts had gedaan en dat hij daarvoor gestraft moest worden, voor ze hem terug kon zien.’

    ‘Een maand lang hield ik haar bij mij in de kinderopvang en maakten we zware weken door. Ik ging door een hel en ook zij had het heel moeilijk. Ze barstte regelmatig in tranen uit, kreeg woedeaanvallen en zette zich af tegen mij. Ze begon zich almaar vreemder te gedragen en was bang van alles en iedereen. Aan tafel, in de zetel, in de winkel, overal zat ze voortdurend met haar handen in haar broek. Toen de school de bevestiging kreeg van de klacht die was ingediend tegen de papa van mijn dochter, kwam er iemand van het CLB met mij praten. Ze vroeg me op de man af of ik me al eens had afgevraagd of mijn ex met ons kind misschien hetzelfde had uitgespookt als met dat andere meisje.’

    ‘Papa komt aan mijn muisje’
    ‘Ik hoorde het in Keulen donderen. Dit kon niet waar zijn, toch niet met zijn eigen kind! Volgens de vrouw van het CLB waren er voldoende signalen die wezen op incest, en ze raadde me aan dat nauw op te volgen. Hoe gruwelijk ik het ook vond wat mijn ex had uitgespookt met dat andere meisje, ik wilde niet geloven dat hij in staat was om ook zijn eigen kind aan te randen. Tot we op een doordeweekse avond thuis in de zetel zaten en Julie zich enkele woorden liet ontvallen die mij deden huiveren. In flarden vertelde ze wat er zich al een hele tijd tussen haar en haar papa afspeelde. “Als ik in bed lig, komt papa aan mijn muisje en doet mij daar pijn”, zei ze ineens. “En wanneer ik papa vraag om daarmee op te houden, wil hij dat niet.”‘

    ‘Alles werd zwart voor mijn ogen en ik kreeg het ijskoud vanbinnen. Dit kon gewoon niet waar zijn, niet met mijn kind! En wat moest ik met deze informatie? Over mijn toeren zocht ik pen en papier en probeerde ik woord voor woord, zo letterlijk mogelijk neer te schrijven wat mijn dochter me had verteld, zodat ik het zo correct mogelijk kon overbrengen aan de juiste personen. Ik nam eerst contact op met haar psychiater, maar zij stuurde me meteen door naar het vertrouwenscentrum. Zij haalden er onmiddellijk de politie bij om mijn verklaring te noteren. Ook de juf van Julie, de dame van het CLB en de directie van de school werden ondervraagd.’

    Mijn moederhart brak
    ‘Nadat ook ik een officiële klacht had ingediend tegen mijn ex, werd hij opgepakt, in voorhechtenis opgesloten en werd een omgangsverbod tegen hem uitgevaardigd voor ons kind. Ze was toen amper vijf jaar oud. Wat ging er toch allemaal in haar hoofdje om? Ik piekerde me kapot. Via het CLB kregen we thuisbegeleiding voor haar, maar bij momenten waren haar huilbuien en woedeaanvallen nauwelijks onder controle te houden.’

    ‘Naarmate het onderzoek vorderde, werd uiteindelijk ook Julie opgeroepen om een videoverhoor te ondergaan. Ik was bang, heel bang, omdat ik wist dat ze geen sociaal kind was. Ze praatte niet snel met vreemde mensen. Tegenover mij liet ze af en toe iets los over wat er met haar gebeurd was en het leek alsof ze daarmee de bal in mijn kamp legde. Verder was ze een gesloten boek. Ik had dus geen goed gevoel bij dat videoverhoor. De agente die haar ondervroeg probeerde haar uit te leggen wat er ging gebeuren. Maar ze kroop weg, de angst stond in haar oogjes te lezen en ze wilde niet van mijn zijde wijken. Mijn moederhart brak, maar ik kon alleen maar denken: kleine meid, je moet hier doorheen. Ze wou niet met de agente alleen zijn in de verhoorkamer, dus ik mocht mee naar binnen. Tijdens het verhoor mocht ik geen oogcontact met Julie hebben en ik moest achter haar zitten. De agente stelde vragen, maar er kwam geen antwoord.’

    Van kwaad naar erger
    ‘Pas toen de agente de verhoorkamer had verlaten en ik Julie op het hart drukte dat het belangrijk was dat ze datgene wat ze mij had toevertrouwd ook aan de agente vertelde, ontdooide ze een beetje. Ze zei dat ze niet durfde, omdat ze bang was dat papa het dan nóg zou doen. Toen ik haar vroeg wat hij nog zou doen, wees ze tussen haar benen en antwoordde ze: “Mij daar pijn doen. Ik wil niet meer naar papa.” De agente kwam de verhoorkamer binnen en zei dat ze voldoende gehoord had. Ze probeerde Julie op een tekening te laten aanwijzen waar haar papa haar pijn had gedaan, maar mijn dochter klapte opnieuw dicht en negeerde de vraag. Het verhoor werd afgerond en we mochten naar huis.’

    ‘De weken gingen voorbij, het onderzoek naar mijn ex liep verder en mijn man en ik probeerden ons dagelijkse leven z’n normale gang te laten gaan. De laatste weken van het schooljaar ging Julie zelfs terug naar school. Maar ik bracht haar ’s morgens pas wanneer de lessen al bezig waren en haalde haar weer op nog voor de school uit was, om te voorkomen dat haar vader haar zou staan opwachten aan de poort.’

    ‘In de zomervakantie ging het met ons kind van kwaad naar erger. De woedeaanvallen volgden elkaar op en duurden minstens een uur. Ze begon opnieuw in bed te plassen en wilde niet luisteren. Ondertussen zaten we thuis volop in de verbouwingen, was ons gezin uitgebreid met een vierde kindje, probeerde ik mijn kinderdagverblijf draaiende te houden en er elke dag voor mijn klanten te staan.’

    Hartverscheurende keuze
    ‘Voor de buitenwereld hield ik de schijn op, maar zodra het laatste kindje naar huis was, barstte ik in tranen uit en bleef ik huilen tot ik helemaal leeg was. De stress hoopte zich op en ook Julie leek volledig te ontsporen. Op een nacht troffen we haar in bed aan – ze had zichzelf en de muren vol met haar uitwerpselen gesmeerd – en zagen we geen uitweg meer. Mijn man en ik besloten toen om haar te laten opnemen in de kinderpsychiatrie. Het was een hartverscheurende keuze, maar ik kende mijn eigen kind niet meer.’

    ‘Ze werd opgenomen en kwam enkel op woensdagnamiddag en van zaterdag tot zondagavond naar huis. Die regeling was een verademing voor de rest van ons gezin. Onze drie andere kinderen waren immers bang geworden van haar. Wanneer Julie een woedeaanval kreeg, begonnen zij te huilen van schrik. Maanden verstreken, tot het proces eindelijk voor de rechtbank kwam. De tegenpartij insinueerde de meest hallucinante dingen. Zo zou ik mijn dochter opgestookt hebben om wraak te nemen op mijn ex, vanwege de vechtscheiding waarin we waren beland. Ik had de school meegesleurd in mijn verhaal, terwijl Julie misschien gewoon haar geaardheid in vraag aan het stellen was. Alsof een kind van vijf jaar zou liegen over zulke gruwelijke feiten en zulke fantasieën zou verzinnen! Ik bleef halsstarrig in mijn kind geloven en aanhoorde moedig alles wat in de rechtbank werd gezegd. Maar vanbinnen ging ik kapot.’

    ‘Ik zal het nooit meer doen’
    ‘Na zeven maanden op de kinderpsychiatrie was mijn dochter aan de beterende hand en mocht ze naar huis. Ik was blij, maar ook bang, want ze had nog een hele weg af te leggen. Mijn zaak bleef al die tijd draaien en ik slaagde erin om voor zo goed als al mijn klanten verborgen te houden wat er zich al die tijd had afgespeeld in ons gezin.’

    ‘En toen kwam eindelijk de dag waarop de rechtbank uitspraak zou doen. Mijn ex stond daar gelaten, hij gaf geen enkele blijk van schuldbesef. Snapte hij dan niet wat hij dat meisje en zijn kind, míjn dochter had aangedaan? Wat voor pijn en ellende hij ons gezin had berokkend? Dat hij ook zijn eigen dochter had aangerand, ontkende hij halsstarrig. Over het andere meisje zei hij: “Ik weet niet wat me bezielde en ga dit nooit meer doen.” Ik kookte vanbinnen en kon alleen maar denken: jij had dit gewoon nooit mogen doen! Niet met je eigen kind, maar ook niet met dat van een ander. Je bent ziek in je hoofd! Toen de rechter mij vroeg of ik dit had kunnen zien aankomen, wist ik even niet waar ik het had. Nee, natuurlijk had ik dit nooit verwacht! Anders was ik toch nooit met hem een relatie begonnen en had ik al zeker geen kind met hem gekregen!’

    Twee jaar naar de gevangenis
    ‘De rechter bevond hem uiteindelijk schuldig en legde hem een celstraf van zes jaar op, waarvan twee jaar met uitstel. Wat Julie mentaal en fysiek had moeten doorstaan was hiermee niet geheeld, maar ze had nu wel officieel erkenning gekregen voor wat haar papa haar had aangedaan. Huilend van opluchting verliet ik de zaal. Maar mijn advocaat zette me meteen met beide benen op de grond. Mijn ex kon nog in beroep gaan en dan zou alles van voren af aan beginnen.’

    ‘Weken gingen voorbij. En toen werd er inderdaad beroep aangetekend. De grond zakte weg onder mijn voeten. Begon alles echt opnieuw? Terug naar de rechtbank, opnieuw al die argumenten van onze advocaat en de leugens van zijn advocaat moeten aanhoren. Ik kon het niet meer aan en zag geen andere oplossing dan ook voor mezelf professionele hulp te zoeken. Ik sliep nauwelijks, had voortdurend nachtmerries en kreeg de hele affaire geen seconde uit mijn hoofd. Maar dankzij mijn psychologe en de onvoorwaardelijke steun van mijn man, vond ik de kracht om toch te blijven vechten. De rechter in hoger beroep bevestigde zijn schuld. Maar omdat hij een blanco strafregister had, werd zijn straf verminderd naar vier jaar gevangenisstraf, waarvan twee jaar effectief.’

    Een kind met een rugzak
    ‘Ik was zo boos en teleurgesteld. Hoe konden ze hem nu een strafvermindering toekennen! Maar mijn advocaat bracht me uiteindelijk tot inzicht. Zijn straf mag dan wel verminderd zijn, hij werd nog steeds schuldig bevonden aan kindermisbruik, een stempel waar hij de rest van zijn leven mee verder moet. Tot begin 2019 zit hij in de gevangenis. Daarna blijft hij nog tien jaar ter beschikking van de strafrechtbank.’

    ‘In het begin vroeg Julie soms of ik wist waar haar papa was. Maar dat leek ze vooral te doen om de bevestiging te krijgen dat ze gerust kon zijn. Verder komt hij nauwelijks ter sprake. Als je bedenkt wat ze allemaal heeft meegemaakt, doet ze het vandaag redelijk goed. Haar woedeaanvallen zijn fel verminderd en ze vindt opnieuw haar draai in ons gezin. We kunnen haar psychologische begeleiding zelfs langzaamaan afbouwen. Al heeft ze nog moeilijke momenten. Ze is een kind met een rugzak en dat zal altijd zo blijven. Ons hele gezin heeft zwaar geleden onder wat er de voorbije jaren gebeurd is. Maar de ellende die we hebben doorstaan, heeft ons ook dichter bij elkaar gebracht. Mijn man en ik zijn elkaar altijd blijven steunen.’

    Nog een lange weg te gaan
    ‘Het besef dat ik nooit gemerkt heb – of heb willen merken – wat er met mijn kind gebeurde, doet intens veel pijn en laat me niet meer los. Maar ik probeer het verleden te aanvaarden. Of ik daarmee nu ook dit hoofdstuk kan afsluiten? Nee, dat lukt me niet. Wat mijn ex ons kind heeft aangedaan, dat kán ik niet zomaar loslaten. Ik ben nog elke dag bang voor het moment waarop hij weer vrij zal zijn en zijn dochter zal proberen op te zoeken. Het liefst zou ik hem zo snel mogelijk voorgoed uit mijn leven en gedachten verbannen. Maar dat is heel lastig. Mijn meisje lijkt sprekend op haar vader. Telkens als ik naar haar kijk, zie ik een stuk van hem en word ik herinnerd aan wat hij ons allemaal heeft aangedaan. En daar heb ik het heel moeilijk mee.’

    ‘Mijn dochter heeft nog een hele weg af te leggen en zelf heb ik het ook nog geen plaats kunnen geven. Maar we gaan de goede kant op. Na drie jaar van pijn, vechten en verdriet, is er eindelijk weer wat meer rust gekomen in ons leven. Samen met ons gezin hebben mijn man en ik een nieuwe start genomen en doen we er nu alles aan om opnieuw het geluk te vinden.’

    Bron: Flair >>

    #246930
    Mark
    Moderator

    Mijn opa heeft mijn zusje misbruikt

    Seksueel misbruik is een monster dat zich behalve aan het slachtoffer ook aan de naasten vergrijpt. Levi van Dam maakte mee hoe zijn familie ontwricht werd, nadat zijn zusje had verteld wat haar was overkomen.

    Toen ik zes jaar geleden mijn huidige vriendin ontmoette, wist ik dat ik het haar een keer moest vertellen. Ik zag er tegen op, maar tijdens een druilerige namiddag deelde ik met haar wat slechts enkele van mijn vrienden weten: dat mijn opa mijn zusje heeft misbruikt. Tijdens het vertellen voelde ik de angst omhoog kruipen. Wat zou ze nu van mij en mijn familie denken?

    Een op de vijf
    Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld (CSG), vertelt dat volgens de recentste schatting een op de vijf kinderen (online) seksueel misbruikt wordt. Dat zijn er gemiddeld vijf in iedere klas op een basisschool. In 85 procent komt de pleger uit de eigen kring. Dat zijn bekenden, familieleden en soms zelfs gezinsleden zoals een (stief)ouder, een broer of zus. Iemand die je vertrouwt. Net deze week begon het ministerie van Justitie en Veiligheid een campagne om slachtoffers te motiveren professionele hulp te zoeken. Dat gebeurt nog erg weinig.

    Een op de vijf is ontzettend veel, maar seksueel misbruik treft nog veel meer mensen als je bedenkt dat ouders, broers en zussen van de slachtoffers indirect ook geraakt worden. Seksueel misbruik, zeker wanneer de pleger uit eigen kring komt, is een monster dat zich behalve aan het slachtoffer ook aan de naasten vergrijpt.

    Toch zwijgen literatuur en wetenschap over mijn perspectief als ‘broer van’. Sander van Arum bevestigt dit. Hij is als psychotherapeut en expert betrokken bij het project ‘niksaandehand.nl’ dat gaat over de gevolgen van seksueel misbruik. “Er is veel te weinig aandacht voor familieleden. Je moet mensen helpen zich niet van elkaar te isoleren in een situatie waarbij ze elkaar zo hard nodig hebben. Familie, buren en vrienden weten vaak niet wat te doen en willen het gebeurde uit machteloosheid zo gauw mogelijk achter zich laten.”

    Dat herken ik, dit is namelijk een verhaal dat ik vaak uit schaamte niet vertel. En die schaamte voelt vervreemdend, want schaamte voel je als je verkeerd handelt. Precies daar voel ik de benauwende familieband: ik hoef mij niet te schamen voor mijn daden, maar in dit geval wel voor de daden van mijn familie. Mijn afkomst.

    Lees dit premium artikel verder op trouw.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #247006
    Luka
    Moderator

    INTERVIEW OUDER VAN MISBRUIKTE DOCHTER
    Wat doet het je als moeder als je dochter is verkracht – en hoe kom je er weer bovenop?

    Het is een nachtmerrie voor kinderen en hun ouders, een (groeps)verkrachting zoals de schokkende zaak die deze week in Den Bosch in het nieuws kwam. Hoe herken je signalen bij de kind? Wat doet het jezelf als ouder? En hoe kom je er als moeder weer bovenop? Janine vond steun bij een praatgroep voor lotgenoten.


    Janine met haar dochter, die als 12-jarige werd misbruikt door de buurman. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

    ‘Het moet voor die tienermeisjes in Den Bosch die het slachtoffer zijn geworden van groepsverkrachtingen misschien nog wel moeilijker zijn geweest om het aan hun ouders en de politie te vertellen dan mijn eigen dochter die is misbruikt door de buurman’, zegt Janine (47). ‘Het is zo moedig en dapper. Maar het is te groot om dit helemaal alleen te dragen. Toen ik het nieuws hoorde, kwam meteen weer dat gevoel van eenzaamheid bij me op. En de woede: zo’n grote groep, in een garage, dat ze de brutaliteit hebben om zoiets te doen. Dat heeft me ook destijds verbijsterd bij mijn eigen buurman: dat hij dit durft te doen. Staan ze er niet bij stil dat ze andermans leven kapotmaken? Gaat het dan alleen maar om hun eigen plezier?’

    Janine, die vooral in het belang van haar 14-jarige dochter anoniem wil blijven, weet als ervaringsdeskundige wel ongeveer wat de drie Bossche meisjes en hun ouders meemaken, in wat voor nachtmerrie ze zijn beland. Maar ook hoe belangrijk het is als misbruikslachtoffer om erover te praten, je niet schuldig te voelen of het weg te stoppen.

    Volgens het Centrum Seksueel Geweld (CSG) blijkt uit onderzoek dat slechts 15 procent van de vrouwelijke slachtoffers direct na een verkrachting erover durft te vertellen aan hun omgeving of de politie. De meesten durven pas veel later – soms zelfs wel 30 of 40 jaar later – met hun verhaal naar buiten te komen. En een kwart vertelt het nooit, uit een gevoel van schaamte, schuld of angst.

    ‘Maar ook voor ouders is het belangrijk om erover te praten’, onderstreept Janine. Ze sprak met de maatschappelijk werker en met de psycholoog. En ook met familie en vrienden had ze het erover. Maar de meeste baat had ze van de zes bijeenkomsten met een lotgenotengroep, georganiseerd door Slachtofferhulp Nederland, die ze samen met haar man bezocht.

    ‘We zijn best eenzaam in ons verdriet’
    ‘Familie en vrienden zijn ontzettend begripvol en betrokken, maar ze vinden het ook vaak te walgelijk en te pijnlijk om zo’n gevoelig onderwerp aan te kaarten – daar lag toch ook wel een soort taboe op. En écht begrijpen wat je precies doormaakt doen ze niet’, zegt ze. ‘Pas in de lotgenotengroep besef je: we zijn best eenzaam in ons verdriet. En het helpt enorm dat je merkt dat je niet de enige bent die zoiets verschrikkelijks is overkomen. Je hoeft dus geen schuldgevoelens te hebben: heb ik als moeder iets gemist? Het overkomt ook andere, liefhebbende ouders.’

    Haar dochter Hanna (niet haar echte naam, red.) was 12 toen ze op een zondagavond in juni 2017 ‘na veel horten en stoten’ haar grote geheim durfde te vertellen: ‘Ik heb seks met de buurman gehad.’ Ze zei nadrukkelijk niet dat ze was misbruikt door de buurman, vertelt moeder Janine. ‘Ze voelde zich schuldig en was bang dat ik boos zou worden omdat ze slechte dingen had gedaan. Ze besefte niet dat híj de dader was, niet zíj.’

    De buurman was een jonge militair en vormde met zijn vrouw een stel waarmee Janine en haar man het altijd goed hadden kunnen vinden. Hanna kwam er vaak en graag over de vloer, om met de jonge katjes te spelen, te gamen of een taart te bakken. De buren waren een soort tweede thuis voor haar. Het misbruik door de buurman was mogelijk al drie jaar eerder begonnen en ging van kwaad tot erger: eerst stoeien en spelen, daarna zoenen en hand in de broek, tot uiteindelijk verkrachting.

    ‘De wereld stopte met draaien’
    ‘Je denkt dat je mensen kunt vertrouwen’, blikt Janine terug. ‘Maar toen Hanna me dat tussen de huilbuien door vertelde, stopte de wereld even met draaien. Ik wist meteen dat het waar was. Maar tegelijk wil je het niet geloven – dat is heel tegenstrijdig.’

    Opeens vielen voor Janine ook de puzzelstukjes van het ietwat vreemde gedrag van Hanna de laatste tijd op hun plek – haar opstandigheid, het in bed plassen, haar uitspraak: ‘Ik wil geen meisje meer zijn.’ Haar man heeft nog diezelfde avond de politie gebeld. Twee agenten kwamen langs – de vrouwelijke agent sprak zelfs nog even met Hanna. Daarna werden de specialisten van de zedenpolitie ingeschakeld. Die zeiden ook meteen: ‘Jij kan er niets aan doen, het is zijn schuld.’

    De volgende dag werd ze lichamelijk onderzocht in het Centrum Seksueel Geweld, gevestigd in het ziekenhuis. Niet alleen op een mogelijke zwangerschap of ziekte, maar ook door een specialist van het NFI op sporen die van belang konden zijn voor het strafrechtelijk onderzoek. Maandagnacht werd de buurman van zijn bed gelicht door de marechaussee. De rechtbank veroordeelde hem dit jaar tot drie jaar celstraf – het hoger beroep loopt nog.

    Hanna ging in behandeling bij het landelijk Psychotraumacentrum. ‘De eerste behandeling was erop gericht om wat orde in de chaos in dat hoofdje te scheppen’, zegt Janine. ‘Zij zag de buurman als een vriend. Ze zat ook in een loyaliteitsconflict, wilde hem geen kwaad doen.’ Daarna volgde de behandeling om haar seksuele ontwikkeling te ‘resetten’. Want dat was door het misbruik ‘veel te vroeg en helemaal verkeerd begonnen’.

    Het leven gaat door, denk je
    Janine dacht al aan het eind van die zomer ‘heel pragmatisch’: afschuwelijk wat er is gebeurd, maar het leven gaat door. Driekwart jaar later kwam ze zichzelf alsnog tegen: huilbuien, somberte, ellende. Ze bezocht een psycholoog, maar vooral de gesprekken in de lotgenotengroep werkten bevrijdend.

    ‘Ik begreep dat nooit zo: je zit zelf met je eigen ellende en dan ga je ook nog eens naar anderen luisteren die misschien wel nog meer ellende hebben meegemaakt’, zegt ze. ‘Maar het werkt echt – ik kan het alle ouders of familieleden van misbruikslachtoffers aanraden. Mensen met dezelfde ervaringen kunnen je het beste helpen – zij weten wat je hebt doorgemaakt. Het was een feest van herkenning en erkenning.’

    Bron: de Volkskrant >>

    #247194
    Luka
    Moderator

    Hoe het is om je ouders te vertellen dat je seksueel bent misbruikt

    Drie mensen vertellen hoe dat bij hen ging: “Ik verstijfde, bang om een beerput van jewelste open te trekken. Mijn ademhaling werd steeds sneller en ik drukte mijn kaken stijf op elkaar.”

    Wanneer je slachtoffer bent geweest van seksueel geweld is de drempel om aangifte te doen, naar je huisarts of psycholoog te gaan of om het überhaupt aan iemand te vertellen vaak hoog. Maar om het aan mensen te vertellen die dichtbij je staan, zoals je ouders, familie, je partner of beste vriend(in) is misschien nog wel het allermoeilijkst. Veel slachtoffers ervaren na het geweld schaamte, schuldgevoelens en angst, en houden wat er met ze is gebeurd liever voor zichzelf.

    Wanneer en waarom besluit je om het te vertellen aan je ouders en vrienden en wat gaat er op dat moment door je heen? We spraken Eva, Daan en Franka* die vertellen hoe dat bij hen ging.

    Daan (22)
    Ik werd misbruikt door een collega toen ik twintig was, na een diner bij hem thuis. Ik voelde me veilig en vertrouwd bij hem, en daarom was ik nadat het gebeurde erg in de war. Het klinkt misschien gek, maar de volgende dag, op zondagavond, besefte ik pas echt wat er was gebeurd, en dat dat heel erg was.

    Maanden later durfde ik het pas mijn ouders te vertellen. Ik voelde dat ik dit moest doen: het was namelijk zo’n heftige gebeurtenis in mijn leven en ik moest het delen.

    “Toen het woord ‘misbruik’ viel, barstte mijn moeder in tranen uit.”

    Toen ik bij ze in de woonkamer zat was ik ontzettend zenuwachtig. Dat hoorde je ook aan mijn stem. “Ik wil jullie iets vertellen,” stamelde ik. En dat trok hun aandacht. Ze wisten direct dat er iets ergs aan de hand was. Toen het woord ‘misbruik’ viel, barstte mijn moeder in tranen uit. Ze was in paniek, totaal overmand door emoties, en had geen idee hoe ze moest reageren.

    Mijn vader werd woedend. Niet op mij, maar op de situatie. Hij schreeuwde dat ik aangifte moest doen, en dat ik het er echt niet zomaar bij kon laten zitten. Het leek wel alsof hij op het punt stond om naar mijn collega toe te rijden, en hem te confronteren of in elkaar te slaan. En dat terwijl ik helemaal geen aangifte wilde doen. Daar had ik de energie echt niet voor. Ik wilde het achter me laten, en verder gaan met mijn leven.

    Maar hoe langer ik daar zat, hoe meer ik me afzonderde. Ik klapte totaal dicht, en voelde walging door mijn lijf stromen, terwijl de beelden van het misbruik continu door mijn hoofd flitsten.

    Dat opnieuw beleven van het misbruik vond ik denk ik nog het moeilijkst. Daarnaast schaamde ik me zo ontzettend tegenover mijn ouders, ook al heb ik helemaal niet zo’n fantastische band met ze. Ik had het gevoel dat ik beter had moeten weten, of dat ik het misschien had kunnen voorkomen.

    Een paar van mijn vrienden die ervan afweten stellen soms goedbedoelde, maar lastige vragen. Aan mijn toenmalige vriendin vertelde ik pas anderhalve maand later wat er was gebeurd. Het lastige is alleen dat mensen vaak precies willen weten wat er is gebeurd, misschien voor hun eigen beeldvorming of zo. Maar elke keer dat ik erover vertel, beleef ik het opnieuw, net zoals toen ik het vertelde aan mijn ouders.

    Ik ging daarom op zoek naar professionele hulp om die herbelevingen te verminderen. Ik heb op geestelijk en fysiek gebied therapie gevolgd. Door EMDR-therapie, een gespecialiseerde therapievorm om traumatische gebeurtenissen te verwerken, heb ik leren omgaan met de beelden die continu door mijn hoofd spookten. Daarnaast heb ik tantra- en bodyworktherapie gedaan, om opnieuw te leren omgaan met mijn seksualiteit. Het heeft me echt heel erg geholpen, maar het misbruik zal altijd een onderdeel van mijn leven blijven. Daarom vertel ik het toch wel eens aan nieuwe mensen. Maar alleen als ik me echt veilig bij ze voel.

    Dat is ook wat ik wil meegeven aan mensen die hetzelfde hebben meegemaakt: het is belangrijk om je verhaal te delen met mensen die je liefhebt, en waar je je oké bij voelt. Door erover te praten blijft het misbruik niet zo’n groot geheim dat je in je eentje moet meedragen, maar kun je het ook op een bepaalde manier verwerken.

    Hoewel mijn ouders en ik het er nooit meer over hebben gehad, vraagt mijn vader sinds dat ene gesprek standaard: “Let je wel goed op?” Er wordt toch anders naar me gekeken, alsof ik mijn eigen veiligheid niet meer kan waarborgen. Dat is nog steeds een flinke dreun. Zulke reacties helpen ook niet. Maar met mijn toenmalige partner luchtte het juist wel heel erg op. Daarom is het ook belangrijk om kieskeurig te zijn met wie je het deelt. Sommige mensen zullen het niet aankunnen, of het begrijpen, maar een professional kan dat bijvoorbeeld wel.

    Franka* (27)
    Toen ik 7 jaar was moest ik seksuele handelingen verrichten bij mijn oudste halfbroer. Ik moest hem bijvoorbeeld aftrekken met rubberen handschoenen. ‘Doktertje spelen’ noemde hij dat.

    Hoewel hij nooit heeft gezegd dat ik er niet over mocht vertellen, wist ik dat het iets was waar ik met niemand over wilde praten. Het misbruik was mijn geheim. Ik beloofde mezelf om dat mee te nemen in mijn graf, want erover praten zou onze familie verwoesten.

    Maar terwijl ik dacht dat mijn ouders het misbruik nooit hadden opgemerkt, dachten zij dat ik het vergeten was. Al die jaren hebben we in die bizarre veronderstelling om elkaar heen gedraaid. Voorheen durfde niemand die stilte te doorbreken, behalve mijn moeder. Ze vroeg een keer op een vage manier aan mijn partner: “Weet jij eigenlijk over Franka en haar halfbroer?” Dat was voor haar een manier om te ontdekken of ik er nog iets over wist. Nadat ik hoorde dat ze die vraag had laten vallen, wist ik dat ik mijn geheim niet langer onder controle kon houden en was ik elke keer bang dat mijn moeder erover zou beginnen.

    Nadat ik een dag met mijn moeder had gewinkeld, zette ze mij met de auto thuis af. Hoewel ze mij voor de deur had kunnen afzetten, zette ze de auto vastberaden neer op de parkeerplek. We staarden de bosjes in, die in het donker langzaam nat werden door een vieze miezerregen. Ze zette de motor uit en zei: “Ik heb nooit geweten dat je nog iets wist van vroeger.”

    Dat was definitief het einde van mijn geheim. Ik verstijfde, nog steeds bang om een beerput van jewelste open te trekken. Mijn ademhaling werd steeds sneller en ik drukte mijn kaken stijf op elkaar.

    “Dat klopt, ik weet het nog,” antwoordde ik koeltjes en keek strak voor me uit. Ondertussen vroeg ik mij af hoe concreet ik moest zijn over de details van het misbruik. Maar mijn moeder liet geen ruimte voor raadsels over, en vroeg mij rechtstreeks wat er was gebeurd, hoe vaak, wanneer, en of mijn halfbroer het deed als zij thuis waren, of juist niet. Ik denk dat het voor haar een manier was om te weten of ze het had kunnen voorkomen. Hoewel alles in mijn lijf tegenstribbelde, gaf ik antwoord op al haar vragen, terwijl ze stil zat en luisterde.

    “Hebben we iets verkeerd gedaan?” vroeg ze voorzichtig. Ik hoorde een kleine bibbering in haar stem. Voor het eerst durfde ik haar aan te kijken. Ik zag in het vage licht van de straatlantaarns de tranen over haar wangen stromen. Ik zag hoeveel het met haar deed. Ik zag in haar ogen dat ze zich schuldig voelde, maar ook ontzettend kwaad was op haar stiefzoon.

    Na een half uur in de bedompte auto te hebben gezeten, zat ik vol. Ik rondde het gesprek af met: “Ik wil niet dat jij jezelf iets kwalijk neemt.” Ik twijfel er nog steeds over of ze zich daarin kan vinden. “Groetjes thuis, en slaap lekker,” zei ik. Mijn moeder gaf me een ongemakkelijke autoknuffel, zo eentje waarbij je allebei half over de versnellingspook heen hangt. Zodra ik een voet over de drempel zette en mijn partner aankeek, brak ik. Wat was dat kut, dacht ik bij mezelf.

    Hoewel mijn moeder eigenlijk heel lief en begripvol was in het gesprek, kreeg ik daarna steeds vaker last van flashbacks, doordat alles weer zo dichtbij kwam. Als ik rubber rook, of een kind bij een volwassene op schoot zag zitten, schoot die ervaring weer door mijn hoofd heen. Die onmacht die ik voelde tijdens de flashbacks wilde ik tegengaan, of beter gezegd, aangaan. Ik besloot daarom om mijn halfbroer te confronteren met het misbruik, om de controle over mijn leven terug te krijgen.

    Hoewel zijn reactie niet was wat ik had gehoopt (hij reageerde vrij onverschillig en leek niet veel spijt te hebben) voelde het alsof er een gewicht van me afgleed. Ik ben blij dat ik nu zonder geheimen door het leven kan gaan.

    Eva (26)
    Ik was negentien en door Australië aan het backpacken. Nadat ik mijn beste vriendin tijdens het uitgaan in Sydney kwijtraakte, was er een dj in de kroeg die aanbood om me naar huis te brengen. Toen ik in de auto zat en hij de deuren op slot deed, wist ik dat het foute boel was. Anderhalf uur later stapte ik totaal verward de auto uit.

    In een impuls belde ik mijn moeder op, maar het lukte me niet om haar te vertellen wat er precies was gebeurd. Ze hoorde wel dat ik van streek was. Iemand uit de familie woont ook in Sydney, en mijn moeder stelde voor dat ik daar naartoe zou gaan. Een dag later kwam ik weer in contact met mijn verdwenen vriendin.

    Ik was nog steeds in shock en ik kon eigenlijk alleen als een soort bang vogeltje blijven herhalen: “Hij heeft me iets aangedaan.” Tegelijkertijd was ik nog steeds ontzettend boos op haar omdat ze was weggegaan. Ik riep dat ik haar nooit meer wilde zien. Daar meende ik niks van, want ik wilde juist dat ze bij me bleef.

    Een paar dagen later begon ik langzaamaan te beseffen wat er precies was gebeurd. Ik besloot mijn zus een mail te sturen. In die mail was ik ontzettend emotioneel, en vertelde tot in detail wat er gebeurd was. Omdat ik haar gerust wilde stellen eindigde ik met: “Alles komt goed, maak je maar geen zorgen over mij.” Toen mijn zus de e-mail had ontvangen, belde ze direct mijn ouders, die mij weer probeerden te bellen. Maar ik wilde er echt liever niet over praten. De maanden daarna heb ik me zo eenzaam gevoeld in Australië, en ik hoopte dat ik in Nederland weer met een schone lei kon beginnen.

    De verkrachting heeft mijn ouders veel verdriet gedaan. Dat hoor ik nog steeds weleens van familieleden, maar ik merk het ook doordat mijn ouders er nooit echt over durven te praten. We hebben het af en toe wel over het thema, maar nooit écht over wat mij specifiek is overkomen. Als je een dochter hebt, is dit denk ik je grootste nachtmerrie. Daarom vertelde ik het ook niet meteen: de mensen van wie je houdt worden net zo hard geraakt door wat jou is aangedaan, en ik wilde ze die pijn niet laten voelen.

    Hoewel het onderwerp onbespreekbaar lijkt, hebben ze me goed geholpen op een hele rationele manier, bijvoorbeeld met het vinden van een psycholoog. Maar het liefst zou ik willen dat ze gewoon een keer een fles wijn op tafel zetten en dat we er écht over kunnen praten. We zien elkaar veel en we zijn heel close met elkaar. Daarom vraag ik me nog steeds wel eens af: waarom wordt er nooit echt over gesproken? Maar ik denk dat dat komt doordat het gewoon te pijnlijk is voor mijn ouders.

    Toch ben ik blij dat ik erover heb verteld. Het misbruik is een veel te grote rugzak die ik niet in mijn eentje kan dragen. Ik ben erdoor veranderd. Dat merk ik bijvoorbeeld hoe ik nu over dingen denk, of op de manier waarop ik naar mannen kijk. Ik vertrouw ze minder snel. Het is onderdeel geworden van wie ik ben geworden, en dat kan ik niet blijven verzwijgen.

    *Franka’s echte naam is bekend bij de redactie

    Bron: Vice.com >>

    #247225
    Luka
    Moderator

    LISETTE POTHOVEN VERTELT OVER ZELFGEKOZEN DOOD DOCHTER NOA (17): ‘HAAR LEVEN WAS GEEN LEVEN MEER’

    Noa Pothoven (17) overleed afgelopen zomer doordat ze stopte met eten en drinken. Ze wilde niet meer leven. Haar moeder Lisette doet maandag voor het eerst haar verhaal in ‘Pauw’.
    “Ze was zo rustig. Zo rustig hadden we haar in 3,5 jaar niet gezien. We zagen ook dat haar leven geen leven meer was”, vertelt Lisette.

    MISBRUIKT
    Noa Pothoven leed aan depressies, anorexia en een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Ze schreef een boek, Winnen of leren, waarin ze beschreef dat ze als jong meisje seksueel is misbruikt tijdens het sporten. Dit hield ze lang geheim, uit schaamte en angst.

    Lisette vertelt dat de familie erbij was toen Noa overleed. “We hebben haar 3,5 jaar geprobeerd op andere gedachten te brengen”, zegt ze. Na een opname met dwangvoeding beloofde ze haar dochter: dit nooit meer. Niet wetende dat Noa een jaar later opnieuw stopte met eten en drinken.

    THERAPIE
    “Ze heeft 21 keer elektroshocktherapie ondergaan, intensieve trauma-behandelingen en opnames in de crisisopvang. Zij heeft heel veel meegemaakt. Wij zagen haar lijden, elke dag.” zegt Lisette. Ze vertelt dat ze zich nog iedere dag afvraagt of ze niet had moeten ingrijpen. “We hebben nog gesmeekt. Maar als ouders heb je niets te zeggen als je dochter zeventien is.”

    Bron + filmpje: Linda.nl >>

    #247993
    Mark
    Moderator

    Online Seksueel Misbruik: Hoe bescherm je je kind?

    Seksueel misbruik is een serieus onderwerp en de grootste nachtmerrie van iedere ouder. Toch komt dit helaas nog veel voor – met name online. Het internet is een gigantische open markt van informatie. Het geeft een grote mate van vrijheid, wat helaas ook de mogelijkheid geeft aan criminelen, child groomers en andere ongewenste figuren om te doen wat ze willen. Het is belangrijk dat we kinderen zo ver mogelijk van zulke praktijken weghouden. Vandaar dat we in dit artikel aandacht besteden aan online seksueel misbruik van kinderen en hoe dit zo goed mogelijk voorkomen kan worden.

    Wat is online seksueel misbruik?
    Laptop met huilend gezichtjeSeksueel misbruik in al zijn vormen is een serieuze zaak. Hoe onprettig het ook is om over na te denken, het feit blijft dat ook kinderen hier de dupe van kunnen worden. Bij seksueel misbruik wordt een persoon gedwongen seksuele handelingen te verrichten of ondergaan. Ook bedreiging en geestelijke mishandeling kunnen hieronder vallen. Volgens het Openbaar Ministerie is er sprake van seksueel misbruik wanneer er een leeftijds- of machtsverschil tussen de personen is. Dit is dus altijd het geval als het gaat om een kind en een volwassene.

    Net als vele andere vormen van criminaliteit, is ook seksueel misbruik een online leven gaan leiden. Het internet biedt een vrij platform waarop mensen gemakkelijk met elkaar in contact kunnen komen. Dit is in veel gevallen een groot voordeel, maar zorgt er ook voor dat we minder controle hebben over de mensen waar onze kinderen mee praten. Ook online kunnen kinderen overgehaald worden tot seksueel contact. Dit gaat op verschillende manieren: een vreemde kan een kind online proberen te bevrienden en ze daarna overhalen tot een fysieke ontmoeting. Ook kan een vreemde vragen om foto’s van het kind. Vaak zijn ook deze seksueel getint, waardoor ze officieel een vorm van kinderporno zijn.

    Hoe vaak komt online seksueel misbruik voor?
    Gelukkig is online seksueel misbruik van kinderen niet iets dat je zomaar op de eerste zoekpagina van Google tegenkomt. Alsnog is het een gigantisch probleem. Brits onderzoek wees in 2017 uit dat de hoeveelheid websites met beelden van misbruikte kinderen erop in één jaar met 37% was gestegen tot bijna 80.000 websites. Dit is een forse stijging. Het grootste probleem is dat veel van de eigenaren van deze websites ongestraft blijven, omdat ze steeds beter weten hoe ze online anoniem moeten blijven. De online anonimiteit en privacy die veel mensen vandaag de dag willen hebben, wordt dus in dit geval misbruikt om misdaden te plegen. Uit het onderzoek bleek eveneens dat 65% van de websites met beelden van misbruikte kinderen erop uit Europa afkomstig was, met Nederland als de grootste aanbieder.

    Dit is niet de enige manier waarop seksueel misbruik plaatsvindt. Kinderen kunnen op allerlei manieren worden gemanipuleerd via het internet. Het is niet bekend hoeveel kinderen er precies slachtoffer zijn van zulk misbruik, zoals bijvoorbeeld loverboypraktijken en grooming. Veel van dergelijk misbruik vindt namelijk plaats zonder dat ouders zich daar bewust van zijn en zonder dat er melding van wordt gemaakt. Ook de kinderen zelf hebben niet altijd door wat er precies speelt: die geloven dat ze met leeftijdsgenootjes aan het praten zijn in plaats van met volwassenen die bijvoorbeeld heimelijk opnames maken.

    De grootste online risico’s voor kinderen
    Om voorbereid te zijn en je kind op een effectieve manier te beschermen, is het het best om jezelf allereerst goed te informeren. We leggen hier kort de meest voorkomende online gevaren uit die raakvlakken hebben met online seksueel misbruik.

    Online loverboys

    De term ‘loverboys’ is bij velen al bekend. Een loverboy is een jongen of man die achter meisjes aanzit om ze de prostitutie in te lokken. Vaak doen ze dit door het meisje verliefd op hen te laten worden en ze te verwennen. Ze geven haar dan veel aandacht en liefde en kopen bijvoorbeeld dure cadeautjes voor ze. Vervolgens proberen ze het meisje over te halen seks te hebben met anderen, vaak in ruil voor geld. In feite zijn loverboys dus eigenlijk mensenhandelaren. Overigens zijn er ook zogenaamde lovergirls: meisjes en vrouwen die anderen tot prostitutie proberen over te halen.

    Vroeger zochten loverboys (en girls) vaak hun slachtoffers in het echte leven, maar tegenwoordig gebeurt dit steeds vaker online. Ze vinden iemand via een chat of via social media, praten een tijdje met het toekomstige slachtoffer, flirten wat en vragen uiteindelijk om een naaktfoto. Als het slachtoffer deze foto stuurt, kan de loverboy beginnen met chanteren. Doordat dit nu vaak online gebeurt, gaat alles ook veel sneller: binnen een dag kan een loverboy een meisje al tot prostitutie gedwongen hebben.

    Verspreiden van naaktfoto’s
    Alhoewel loverboys naaktfoto’s vaak puur als chantagemiddel gebruiken, komt het ook vaak voor dat naaktfoto’s zonder toestemming verspreid worden. Als de naaktfoto een minderjarig kind laat zien, is dit automatisch kinderporno, wat verboden is. In principe zijn zelfs tieners van onder de achttien die naaktfoto’s van zichzelf naar een vriend of vriendin sturen dus in feite strafbaar voor het verspreiden van kinderporno.

    Dit sturen van naaktfoto’s, ookwel sexting genoemd, gebeurt onder jongeren vrij veel. Sommige specialisten vinden dat dit tegengehouden zou moeten worden, terwijl anderen van mening zijn dat het juist gezond is dat jongeren op zo’n manier hun seksualiteit leren ontdekken. Hoe dan ook, het risico dat naaktfoto’s verder worden verspreid, bestaat altijd. Als iets eenmaal online staat, kan het lastig zijn om het er weer volledig af te halen. Het is dan ook belangrijk dat jij en je kinderen je hiervan bewust zijn.

    Het verspreiden van naaktfoto’s van je kind kan verschrikkelijke gevolgen hebben. Het kind kan zich ontzettend alleen en kwetsbaar voelen. Wellicht beloven ze allerlei dingen te doen die ze niet willen doen om de foto weg te krijgen, zoals vaak het geval is bij loverboys. In sommige gevallen ziet het kind zelfs geen uitweg meer behalve zelfmoord.

    Online chatrooms
    Op chatwebsites als Chatroulette en Omegle kun je als gebruiker chatten met vreemden van over de hele wereld. Daarbij wordt doorgaans ook een video- en audioverbinding tot stand gebracht, zodat je elkaar kan zien en horen. Helaas zitten er de nodige onzedelijke figuren op deze chatsites. Zo zijn er mensen die aan zelfbevrediging doen en dit ook duidelijk in beeld brengen tijdens de chat. Jongeren worden veelal verleid om hierin mee te gaan, en vaak lukt dit. Helpwanted.nl benadrukt dat er ontzettend veel ongepast beeldmateriaal van jongeren wordt verzameld op sites als Chatroulette en Omegle. Dit beeldmateriaal belandt vaak op pornosites en op het dark web.

    Grooming op het internet
    Volwassen man en jong meisje met telefoonsNaast loverboys en het onbedoeld verspreiden van naaktfoto’s is ook grooming een risico om voor uit te kijken. Grooming, ook ‘cybergrooming’ of ‘child grooming’ genoemd, is een vorm van kinderlokken die online plaatsvindt. Volwassenen maken via het internet contact met kinderen (vaak onder de zestien jaar) en proberen die kinderen langzaam over te halen tot seksuele handelingen. Groomers zijn te vinden op bijna elke site waar veel kinderen zijn. Denk hierbij aan spelletjesplatformen zoals Habbo en Minecraft, maar ook aan populaire social media zoals Instagram en Twitter.

    Veel slachtoffers van grooming zijn tussen de elf en vijftien jaar. Groomers zoeken de kinderen op die kwetsbaar lijken. Vaak onderzoeken ze eerst de social media-kanalen van het kind om een idee te krijgen van zijn of haar hobbies en interesses. Deze informatie gebruiken ze dan vervolgens om contact te leggen. Een belangrijk onderdeel van grooming is het opbouwen van een relatie met het kind. In eerste instantie is dit een vriendschap. Soms doen de groomers zich dan ook voor als leeftijdsgenootjes. Ze vertellen verhalen en luisteren naar het kind. Zodra er een band van vertrouwen is opgebouwd, slaat de groomer zijn slag.

    Er zijn twee manieren waarop groomers misbruik van een kind maken. De eerste is beperkt tot online contact en gaat over het uitwisselen van seksueel getinte berichten, foto’s of filmpjes. Bij de tweede manier is het doel om een daadwerkelijke ontmoeting te plannen om het kind fysiek seksueel uit te buiten. In veel opzichten lijkt grooming op het gedrag van loverboys. Het doel van groomers is vaak echter seksueel contact met het kind, terwijl een loverboy aan het kind wil verdienen door hem of haar de prostitutie in te trekken.

    Hoe weet je of je kind online seksueel misbruikt wordt?
    Het kan erg lastig zijn om online seksueel misbruik te detecteren. Kinderen kunnen zich schamen of bang zijn dat ouders kwaad zullen worden. Wellicht hebben ze zelf (nog) niet eens door dat ze zich in een erg gevaarlijke situatie bevinden. Dit kan voor ouders erg lastig zijn. Er is geen zekere manier waarop je erachter kan komen of je kind ergens mee zit. Toch zijn er een aantal tekenen die veel kinderen die (online) seksueel misbruikt worden tonen. We sommen ze hier voor je op.

    • Niet willen praten/geheimzinnig doen: Als je kind zich erg gesloten opstelt, kan het zijn dat een misbruiker tot ze is doorgedrongen en ze heeft laten beloven dat ze niemand over hun contact vertellen.
    • Snel afgeleid: Wanneer je kind constant is afgeleid, kan dit verschillende redenen hebben. Eén mogelijke verklaring is dat ze niet goed in hun vel zitten omdat er online iets onprettigs gebeurt. Vooral als je kind andere tekenen uit dit rijtje vertoont, is het belangrijk dit serieus te nemen.
    • Gekluisterd aan hun telefoon of social media: Dit is weliswaar voor veel kinderen, tieners en volwassenen het geval. Alsnog kan dit meer betekenen: als je kind erg gestrest wordt zodra hij of zij geen toegang tot het internet meer heeft, kan dit een teken zijn van online manipulatie.
    • Plannen om iemand online te ontmoeten: Zodra een kind plannen heeft om iemand die ze online hebben ontmoet, ook in het echt te ontmoeten, loopt het kind een groot risico. Zeker als dit op locaties is waar ze normaal gesproken niet naartoe zouden gaan.
    • Nieuwe spullen: Heeft je kind allerlei nieuwe spullen zoals kleren, spellen of zelfs een smartphone en kan of wil ze niet uitleggen hoe ze dat heeft betaald? Dan kan het zijn dat ze onder invloed is van een groomer of loverboy.

    Dit zijn slechts een paar veelvoorkomende gedragingen die ouders op kunnen vallen bij kinderen die online misbruikt worden. Nog altijd kan het ontzettend lastig zijn om gevallen van seksueel misbruik te herkennen. Het best is om constant met je kind te blijven praten en de communicatie open te houden. Bovendien is het altijd beter om dit van tevoren zo goed mogelijk te proberen te voorkomen.

    Hoe voorkom je online seksueel misbruik?
    Online seksueel misbruik van kinderen is verschrikkelijk. We moeten er alles aan te doen om het te voorkomen. 96% van de scholieren tussen de 12 en 16 jaar is actief op social media en is dus erg vatbaar voor dit soort criminelen. Bovendien zijn gratis chatrooms zoals bij spelletjes en apps zoals WhatsApp haast onmogelijk te controleren en reguleren. Deze messaging apps en social media zijn haast niet meer weg te denken zijn uit ons dagelijks leven. Ook kinderen komen hier al vroeg mee in aanraking, en dat is niet per se slecht. Niet deelnemen kan zelfs leiden tot sociale uitsluiting. Daarom is het niet slim om je kind helemaal te verbieden gebruik te maken van deze services.

    Wat je wél kunt doen, is jezelf en je kind zo goed mogelijk voorbereiden. Met bescherming kan je kind dan alsnog genieten van alle voordelen van het internet en social media. Hier volgen een aantal tips die je wellicht kunnen helpen.

    Informeer je kind over loverboys en groomers
    Kennis is het beste wapen dat je je kind mee kunt geven. Geef ze de juiste informatie, zodat ze zich bewust zijn van de positieve én negatieve kanten van social media en messaging apps. Vertel ze dat mensen zich online gemakkelijk als iemand anders voor kunnen doen. Laat ze weten dat er gevaarlijke figuren op al hun favoriete websites loeren. Afhankelijk van hun leeftijd hoef je uiteraard niet in detail te gaan over wat loverboys en groomers precies doen. Alsnog is het belangrijk je kind te leren dat er slechte mensen zijn die online eerst misschien heel aardig lijken, maar hem of haar daarna op verschillende manieren pijn proberen te doen. Vertel ze bovendien dat ze online nóóit verplicht zijn om dingen te doen die ze niet willen, zoals een foto van zichzelf sturen.

    Praat over online vrienden
    Kinderen vinden het vaak fijn om hun belevingen te delen met hun ouders. Moedig dit ook zeker aan. Hebben ze een nieuw spelletje ontdekt? Vraag daar dan naar. Hebben ze nieuwe vrienden gemaakt? Ga hier op in. Door een open gesprek aan te gaan en regelmatig te vragen hoe je kind het internet ervaart en wat voor dingen hij of zij allemaal meemaakt, is de kans groter dat je het merkt als er iets niet pluis is. Sommige kinderen, vooral als ze wat ouder worden, willen steeds meer informatie voor zich houden. Dit is normaal, dus vecht hier niet te veel tegen. Vandaar dat het belangrijk is om een gewoonte te maken van het delen van informatie en verhalen over ervaringen, zodat ze op latere leeftijd misschien niet meer alles, maar toch een deel van hun online leven met je delen.

    Laat ze niet zomaar (naakt)foto’s sturen
    Vrijheid op het internet kan heel goed zijn: het geeft ons vrijheid van meningsuiting en toegang tot ontzettend veel informatie. Toch zijn een aantal strengere regels voor je kind vaak geen slecht idee. Een belangrijke regel die in vele gevallen het beste nageleefd kan worden, gaat over het versturen van foto’s. Loverboys kunnen seksueel getinte foto’s gebruiken als chantagemiddel. Groomers vragen ook vaak om foto’s. Dit proces kan een tijdje duren: eerst wordt er misschien een foto gevraagd om te ‘checken of je wel echt bent wie je zegt dat je bent’. Langzaamaan worden deze foto’s dan steeds erger. Bovendien kunnen zelfs onschuldige foto’s verspreid en misbruikt worden.

    Om dit te voorkomen, is het verstandig om met je kind af te spreken dat ze nooit zomaar foto’s van zichzelf naar anderen versturen. Dit geldt voor zowel vreemden als bekenden. Laat ze bijvoorbeeld eerst even naar jou komen om te vragen of het oké is dat ze een bepaalde foto versturen. Opnieuw wordt dit op oudere leeftijd wat lastiger. Voor meer informatie verwijzen we je naar ons artikel over sexting.

    Laat je kind weten dat ze altijd met je kunnen praten
    Het contact met je kind moet niet alleen vanuit jou komen. Idealiter zou een open gesprek tussen ouder en kind het best zijn. Zo kun jij hen informeren over de risico’s van het online leven en kunnen zij jou vertellen over alles wat ze op het internet tegenkomen. Om dit zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen, is het belangrijk je kind te laten weten dat ze altijd bij jou terecht kunnen. Vertel ze dat je ze niet zult veroordelen. Maak ook duidelijk dat je uiteindelijke doel is dat zij op een goede, plezierige en veilige manier online kunnen zijn. Dit werkt niet bij ieder kind en wordt waarschijnlijk steeds lastiger naarmate ze ouder worden, maar toch is het de moeite waard om open gesprekken in ieder geval te stimuleren.

    Geef je kind nuttige contactinformatie
    Het kan zijn dat je kind zich schaamt en het daardoor ontzettend moeilijk vindt met jou of andere bekenden over hun problemen te praten. In dit geval is het belangrijk dat zij andere netwerken hebben om op terug te kunnen vallen. Geef ze de contactinformatie van de politie en van handige platformen zoals Meldknop.nl en Helpwanted.nl, waar ze zelf kunnen zien wat ze het beste kunnen doen in hun situatie. Het liefst heb je waarschijnlijk dat je kind gelijk naar jou toekomt, maar dit is niet altijd even realistisch. Een (online) vangnet van officiële instanties die te hulp kunnen schieten is dan ontzettend belangrijk. De stap die je kind moet zetten om hulp te krijgen lijkt op die manier wellicht een stuk kleiner, waardoor het makkelijker wordt om die te nemen.

    Gebruik digitaal ouderlijk toezicht
    Vooral bij jongere kinderen kan het handig zijn wat meer controle te hebben over hun internetgebruik. Hier is digitaal ouderlijk toezicht een goede oplossing voor. Met veel programma’s die ouderlijk toezicht bieden, kun je zien welke websites je kind bezoekt, hoe lang ze op het internet zitten en wie ze online ontmoeten. Soms kun je tijdslimieten instellen en zelfs toegang tot bepaalde apps toestaan of weigeren. Door de berichten die je kind uitwisselt met vreemden goed in de gaten te houden, ben je beter voorbereid op mogelijke problemen die zich voordoen. Naarmate je kinderen opgroeien en gaan puberen, zullen ze steeds minder ouderlijk toezicht nodig hebben en willen. Het is verstandig om dit ook te accepteren.

    Meld online seksueel misbruik onmiddellijk
    Laptop met UitroeptekenVermoed je dat iemand seksueel misbruik probeert te maken van je kind? Twijfel dan vooral niet en neem onmiddellijk contact op met officiële instanties die je verder kunnen helpen. Hierbij is het ook belangrijk dat je enige informatie die je hebt, veilig opslaat. Voert iemand een ongepast gesprek met je kind in een chat op een website? Laat de computer dan aanstaan en sluit de pagina niet. Zo heb je meer bewijs.

    Vaak is het verstandig om de politie in te schakelen en mogelijk aangifte te doen. Vraag hierbij dan vooral naar een digitaal expert. Deze weet vaak beter hoe ze zo’n zaak aan moeten pakken zodat het proces sneller gaat. Aangifte doen betekent in de praktijk helaas niet altijd dat er onmiddellijk actie wordt ondernomen. Toch is het beter om professionele hulp in te schakelen zodat er melding is gemaakt van de misbruiker in kwestie. Wellicht is jouw kind niet het enige slachtoffer dat hij benaderd heeft.

    In het kort: Hoe bescherm je je kind tegen online seksueel misbruik?
    Slachtoffer worden van online seksueel misbruik is iets waar je niet aan wilt denken, zeker niet als het slachtoffer mogelijk je eigen kind is. Alsnog is het belangrijk dat je je bewust bent van de gevaren die je kind op het internet tegen kan komen. Loverboys en groomers proberen het vertrouwen van kinderen te winnen om dat vervolgens te misbruiken en ze aan te zetten tot seksuele handelingen. Ook kunnen naaktfoto’s onbedoeld worden verspreid en een grote impact op het leven van je kind hebben. Om je kind hiertegen te beschermen, kun je het best goed met ze in gesprek gaan, ze goede contactinformatie van instanties bieden en mogelijk ouderlijk toezicht gebruiken. Vermoed je dat je kind seksueel misbruikt wordt? Twijfel dan niet en neem meteen contact op met de politie. Check ook op Meldknop.nl wat het beste plan van aanpak is.

    Bron: vpngids.nl

    #248292
    Luka
    Moderator

    André (31): ‘De beelden van wat haar was overkomen lieten me niet meer los’

    Aan haar vorige relatie heeft de vrouw van André een posttraumatisch stresssyndroom opgelopen. Dat liet ook hem niet onberoerd.

    André, 31: ‘Mijn vrouw is in een vorige relatie langdurig mishandeld en misbruikt, ze heeft daardoor een angststoornis en ptss. We zijn nu drie jaar samen en vooral de eerste jaren was het of we op een dubbel spoor zaten. Aan de ene kant was er die overweldigende liefde die razendsnel nieuwe loten kreeg, verrassende inzichten meebracht en vooral heel veel plezier en lichtheid. En aan de andere kant was er het verdriet dat er zomaar van het ene op het andere moment voor kon zorgen dat ze teruggetrokken was en angstig. Een pakketbezorger aan de deur was soms al reden voor een paniekaanval. Aanvankelijk haakte ze na onze allereerste date af. Om een paar weken later weer aarzelend contact met me op te nemen. Oké, zei ze, als je zeker weet dat je me leuk vindt, weet dan wel waar je aan begint. Vanaf dat moment hebben we eindeloos gepraat. Ik stelde de ene vraag na de andere. Ik wilde alles weten over wat ze had meegemaakt, tot in de meest gruwelijke details – in de veronderstelling dat als ik maar lang genoeg doorvroeg, er een moment zou komen dat ik alles wist. En dat als ik de bodem zou zien van haar verdriet, dat het ideale vertrekpunt zou zijn voor ons leven samen. Ik probeerde zekerheid te creëren over iets wat helemaal niet te bevatten viel. Want hoe meer ik vroeg, hoe gruwelijker haar ervaringen bleken. Dan bedacht ik nog maar een vraag en nog een, want op een keer moest er toch het antwoord komen: ‘Nee, wat je nu vraagt, zo ver ging het niet.’ Ze was zo leuk, ik merkte aan alles dat ik met haar verder wilde: we konden onbedaarlijk lachen, ontwikkelden binnen de kortste keren eigen woorden en grapjes. Maar dat tweede spoor moest ik me net zo eigen maken als dat andere, vond ik, anders hield ik niet echt van haar. Ik moest die gruwelijke diepte in.

    En toen gebeurde er iets raars. In mijn diepe wens haar pijn te doorgronden, ontwikkelde ik een wat ‘secundair posttraumatisch stresssyndroom’ blijkt te heten. De beelden van wat haar was overkomen lieten me niet meer los. Ik zag ze steeds voor me, aangevuld met beelden van wat haar had kunnen overkomen, dwanggedachten, grenzeloos in hun wreedheid. Ik kreeg last van slapeloosheid en paniekaanvallen. Een liedje uit die periode van haar leven, was zonder dat er een directe aanleiding voor was, al genoeg om me totaal in de war te brengen. In het begin had ik niet meteen door dat mijn stress met die van haar te maken had. Maar door het vele praten wat wij van begin af aan deden, door de intense en atypische start van onze relatie zag zij onmiddellijk wat er scheelde. Ze herkende haar eigen paniek in die van mij, en stuurde me niet alleen naar een goede psycholoog, maar ving me ook op. Als ik midden in de nacht de akelige beelden niet van me kon afzetten, en dingen wilde weten waar ze zelf niet eens meer antwoord op had, zei ze: kom we gaan naar buiten, trek je schoenen aan, even eruit. Dan liepen we hand in hand door de nacht over straat, net zo lang tot de gewoonheid van de dingen het won van de verbeelding. Gedurende die nachten spraken we niet over wat ons dwarszat, maar over kleine gebeurtenissen op dat andere, gelukkige spoor die ons ook bezighielden of over helemaal niks. Het was eng hoe ik zo steeds verder wegdreef van mezelf. Het kwam mij voor dat ik tegelijk met dat secundaire stresssyndroom een gekke jaloezie aan het ontwikkelen was. Dan besefte ik dat het geluk wat ik haar in een heel leven zou kunnen geven in hevigheid nooit die twee jaar ellende zou kunnen overtreffen. Voor twee mensen die elkaar zo kort kennen en alleen maar blij willen zijn, hebben we het onvoorstelbaar zwaar gehad. Zij voelde zich schuldig omdat ze mij opzadelde met haar lijden, en ik omdat ik me zo vereenzelvigde met dat lijden door steeds vragen te blijven stellen. We hebben heel veel wandelingen gemaakt in wat we al snel ‘ons bos’ begonnen te noemen, om onze hoofden op te schudden. En langzaam ging het beter. Eerst met mij en nu ook met haar. Vorig jaar zijn we getrouwd. Haar trauma en mijn afgeleide trauma waren een derde persoon in onze relatie die extreme lelijkheid en extreme schoonheid met elkaar verbond. Zonder die lelijkheid waren we een ander stel geweest. Als die iets positiefs heeft opgeleverd dan is het dat we met nog meer mededogen en openheid naar elkaar kijken. Er zijn geen nevelen in deze relatie, nog niet als ik zou willen, want als er iets niet goed is, zie ik dat onmiddellijk in haar ogen en zij in de mijne.

    Laatst lagen we in bed toen er ineens iets ongemakkelijks in onze omhelzing sloop. Het leek of we allebei elders waren met onze gedachten. In vorige relaties zou ik het erbij hebben laten zitten. Want zo gaat het, je bent moe, wilt slapen, aarzelt of je elkaars afwezigheid wel juist interpreteert. Misschien zegt de ander wel: nee, hoezo afwezig, en dan ben je nog verder van huis. Hoeveel makkelijker is het dan om gewoon je ogen te sluiten. Maar nu vroeg ik wat er aan de hand was. Er ontstond een kort gesprekje over hoe druk we het allebei hadden en die avond besloten we wat rustiger aan te doen en nog maar één afspraak in het weekend te maken, en daarnaast elke maand een weekend vrij voor ons samen. De pijn heeft ons alerter gemaakt, niet gelukkiger, maar wel veel meer betrokken. En betrokkenheid is misschien wel de belangrijkste factor voor een gelukkige toekomst. Ja, dat moet het zijn: er is bij ons niet langer ruimte voor bullshit.’

    Bron: de Volkskrant >>

    #249549
    Luka
    Moderator

    SANDRA’S (25) MOEDER HEEFT BORDERLINE: ‘ALS 10-JARIGE VOND IK HAAR IN DE WOONKAMER’

    Bij Sandra (25) was de situatie thuis soms onveilig. Er waren veel conflicten. Dat komt omdat ze kind is van ouders met psychische problemen. Haar moeder heeft een borderline persoonlijkheidsstoornis en haar vader stapte uit het leven toen ze zes jaar oud was. “Als tienjarige vond ik mijn moeder ‘s ochtends in de woonkamer. Ze had geprobeerd een einde aan haar leven te maken.”

    Als kind was Sandra vaak alleen thuis als ze terugkwam van school. Wanneer ze de auto van haar moeder hoorde, schrok ze. “Ik maakte vluchtig het aanrecht schoon en ruimde de gymspullen op de trap op.” Haar moeder ontplofte om de kleinste dingen, vertelt ze. Ze leerde als jong meisje al dat het beter was om dat voor te zijn.

    THEEDRINKEN MET JE MOEDER
    Sandra had niet echt in de gaten dat er bij haar thuis dingen anders gingen dan bij leeftijdsgenoten. Daar kwam ze pas achter toen ze haar tienerjaren inging en veel bij vriendinnetjes over de vloer kwam. “Daar aten ze ‘s avonds samen en bespraken ze de dag of ging een moeder wel eens met haar dochter naar de stad om gezellig een theetje te drinken.”

    Bij Sandra thuis was het niet zo gezellig. Er werd veel ruzie gemaakt. “Ik had nooit het gevoel dat er oog was voor mijn ontwikkeling en behoeften. Alsof ik er niet toe deed. Mijn moeder zette zichzelf op de eerste plaats. Ze is impulsief. Zo verhuisden we heel vaak, waardoor we veel van school wisselden. Dat was voor mijn broertje, zusje en mij helemaal niet fijn. Als we uit school kwamen, vroeg ze nooit hoe het was. Ze toonde geen interesse.”

    SUÏCIDALE GEDACHTEN
    Sandra’s moeder heeft veel last van depressies en suïcidale gedachten. “Het komt geregeld voor dat ze pogingen onderneemt om een einde aan haar leven te maken.”

    “Toen ik tien was, ging ik ’s ochtends een keer vroeg naar beneden. Ik zag mijn moeder op de grond zitten, met in haar hand de grote fles whisky die bij ons altijd aan de muur hing. Ze probeerde het te vullen, maar dat lukte niet. Het was ochtend en mijn moeder dronk niet, dus ik wist dat er iets niet klopte.”

    “Ze vroeg of ik haar wilde helpen het glas te vullen, ze was dronken. Ik wilde dat niet. Ze liep naar de gang en pakte haar autosleutels. Ik raakte in paniek, ik wist dat ze van plan was om een einde aan haar leven te maken. Ze kon niet rijden! Ik vroeg: ‘Waar ga je heen?’ ‘Mama gaat misschien wel naar de hemel,’ zei ze.”

    Die woorden vergeet Sandra nooit meer. “Ik heb toen heel snel mijn stiefvader gehaald, die heeft 112 gebeld. Hij is met haar mee gegaan naar het ziekenhuis en ik hield ondertussen mijn broertje en zusje bezig. Toen ze terugkwamen werd er niet over gepraat. Alsof er niets was gebeurd.”

    OPSTANDIG
    Toen Sandra in de puberteit kwam werd ze opstandig tegenover haar moeder. “Het deed me pijn dat ze geen interesse toonde. Ik stelde haar vragen als: ‘Waarom eten wij nooit samen?’ En: ‘Waarom vraag je nooit naar hoe het op school gaat?’ We hadden vaak ruzie. Toen ik bijna achttien werd en in mijn examenjaar vwo zat, zei mijn moeder dat het wel tijd werd dat ik uit huis zou gaan. Daar was ik zo boos over. Wie eist dat nou van een scholier?!”

    Sandra vond een kamer in de buurt en het beviel haar eigenlijk wel om op zichzelf te wonen. In die tijd ging ze heel af en toe langs bij haar moeder, maar ze kwam elke keer gefrustreerd terug. “Ik wil met haar praten over alles wat er in mijn jeugd gebeurde. Ik wil dat ze inziet wat ze mij heeft aangedaan en wat voor invloed het op mijn leven nu heeft. Maar als ik begin over vroeger, wordt ze boos. Daarom heb ik op mijn 21ste besloten om geen contact meer met haar te hebben. Het doet te veel pijn.”

    SOCIALE ANGSTEN
    Door haar jeugd heeft Sandra zelf ook psychische problemen ontwikkeld. “Tussen mijn bachelor en master ben ik op reis gegaan. Tijdens die reis merkte ik al dat ik af en toe last had van donkere gedachten en ik sociaal angstig was. Ik vond het bijvoorbeeld niet fijn om in grote groepen te eten. Toen ik thuis kwam had ik een half jaar niets. Ik stond in één keer stil. De angsten werden erger, ik kreeg huilbuien en werd depressief. Alle afspraken die ik had, zei ik af en ik werd al zenuwachtig van een rij in de supermarkt.”

    Maar tijdens die reis door Azië ontstond er ook wat moois. Sandra begon met het schrijven over haar eigen ervaringen als kind van ouders met psychische problemen (KOPP). Door haar studie psychologie weet ze veel van de ontwikkeling van kinderen en het is een thema waar ze zelf van alles in meemaakt. “Alles viel eigenlijk op z’n plaats. Toen ben ik mijn eigen online platform begonnen: Met Zonder Ouders.”

    Tijdens haar reis zette ze het platform online. “Dat voelde veilig, omdat ik daar niemand zou tegenkomen die het zou lezen. Eenmaal terug in Nederland kreeg ik alleen maar positieve reacties.”

    ENG OM ERVARINGEN TE DELEN
    “Ik vond het doodeng om mijn ervaringen online te zetten. Ik schaamde me altijd heel erg voor mijn thuissituatie, omdat ik zelf helemaal niet zoals mijn moeder ben. Ik was altijd bang dat als ik er open over zou zijn, mensen een vooroordeel over me zouden hebben.”

    Nu zet ze zich in voor kinderen die met dezelfde problemen te maken krijgen. Ze geeft workshops, lezingen en is bezig om een project op te zetten voor KOPP-jongvolwassenen, zodat zij meer handvatten krijgen bij hoe ze om kunnen gaan met situaties. “Nu deel ik mijn verhaal vaker dan voorheen. Met professionals, maar ook met lotgenoten. Ik merk dat hierdoor mijn psychische klachten verminderen. Hetgeen wat ik voel, mag er zijn.”

    Maar haar psychische klachten zijn niet over. Omdat ze als kind zoveel stress en spanning ervoer thuis, heeft ze nu last regelmatig last van hartkloppingen, spanning en nare dromen. “Omdat ik thuis niet gesteund ben door mijn ouders, ben ik snel onzeker over bijvoorbeeld mijn werk. Ik heb nooit dat schouderklopje gehad.”

    Af en toe ziet Sandra haar moeder, bijvoorbeeld als het met haar zusje of broertje te maken heeft, die wel nog contact hebben. Dan wil ze er voor haar zijn en dan maakt ze maar een koetjes-en-kalfjes-praatje met haar moeder. Een van de laatste keren dat Sandra haar moeder zag, was toen ze aan het wachten waren op de examenuitslag van haar zusje.

    “Mijn moeder vroeg toen naar mijn werk. Ik vertelde dat ik net mijn website heb opgezet. Ze reageerde toen positief. Een tijdje later vertelde ik haar via WhatsApp dat ik ook artikelen over haar schrijf. Daar reageerde ze positief op: ‘Ik ben trots op je!’”

    Sandra hecht niet zo veel waarde aan de woorden van haar moeder. “Ze kan heel lief reageren, maar een uur later barsten als een bom. Ik heb de website daarom ook niet naar haar doorgestuurd. Ze weet zelf niet welke invloed haar ziekte op ons heeft, ze heeft geen idee wat ik over haar zou kunnen schrijven.”

    TWEESTRIJD
    Het is voor Sandra niet altijd makkelijk om te schrijven over haar verleden. “Aan de ene kant wil ik loyaal zijn naar mijn moeder. Het is heel lastig om ‘slechte’ dingen over haar te zeggen. Ik voel me daar altijd meteen weer schuldig over, want ze heeft toch een psychische stoornis? Ik blijf me zorgen over haar maken, ook al heb ik het contact verbroken.”

    “Maar aan de andere kant wil ik dit onderwerp bespreekbaar maken, dus vind ik dat ik open moet zijn over wat ik heb meegemaakt. Dus ook over de negatieve dingen over haar. Ik weet hoe kwetsbaar ze is, dus dat is moeilijk. Het blijft een tweestrijd.”

    Bron: NPO / 3FM >>

    #249550
    Luka
    Moderator

    metzonderouders.nl

    IK, EEN KIND VAN OUDERS MET PSYCHISCHE PROBLEMEN

    Hoi! Mijn naam is Sandra en ik ben 25 jaar. Ik ben een KOPP-kind (Kind van Ouder met Psychische Problemen), mijn moeder heeft namelijk een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ook kampte mijn vader met psychische problemen en maakte hij toen ik 6 jaar was een einde aan zijn leven. Mijn jeugd was moeilijk want ik had nooit het gevoel dat er oog was voor mijn ontwikkeling en behoeften. Thuis was het soms onveilig door conflicten en er werd weinig naar mij omgekeken. Ondanks dat ze er fysiek waren miste ik beschikbare en liefdevolle ouders, vandaar ook de naam ‘Met zonder ouders’. Dit is altijd een aanwezig en pijnlijk thema voor mij geweest. Als gevolg van mijn jeugd heb ik zelf ook psychische klachten ontwikkeld die mij het volwassen leven soms wat lastig maken.Toch heeft het me ook sterk gemaakt en wijze levenslessen gebracht. Het hoort nu bij wie ik ben.

    Werkzaamheden voor ‘Met zonder ouders’
    Door mijn eigen ervaringen heb ik een enorme interesse ontwikkeld voor kinderen die opgroeien in een moeilijke thuissituatie. Niet alleen het opgroeien zelf, maar ook wat de gevolgen hiervan zijn en hoe je hiermee omgaat in je volwassen leven. Na een bachelor kinder- en jeugdpsychologie en een master maatschappelijke opvoedingsvraagstukken studeerde ik af in 2017. Sindsdien voelde ik een soort van ‘drang’ om mij te inzetten voor anderen in een soortgelijke situatie en daarom heb ik ‘Met zonder ouders’ opgezet.

    Op http://www.metzonderouders.nl heb ik een blog waar ik schrijf over wat ik vroeger heb meegemaakt. Ook deel ik verhalen over de impact van mijn jeugd op mijn leven nu. Het gemis van ouders bijvoorbeeld, triggers, fysieke klachten of mijn eindeloze verantwoordelijkheidsgevoel… het heeft allemaal te maken met vroeger.

    Daarnaast bied ik als ervaringsdeskundige en pedagoog presentaties en workshops aan, en werk ik mee aan projecten en events rondom het ‘opgroeien met ouders met psychische en/of verslavingsproblemen’. Op dit moment doe ik mijn werkzaamheden voor ‘met zonder ouders’ nog naast mijn andere werkzaamheden. Echter hoop ik binnenkort, na de toekenning van een subsidie, veel meer tijd en energie te steken in dit onderwerp! Dan kan ik mijn geluk niet op. 😉

    ‘Met zonder ouders’ is ook actief op sociale media (zie kolom rechts), waar ik feiten/inzichten, events, boeken en blogs deel. Eigenlijk van alles dus om anderen te informeren, herkenning te brengen en zich gesteund te laten voelen.

    De omvang, levenslange impact en complexiteit
    Het aantal KOPP/KOV kinderen is enorm, bijna 580.000. Toch zal dat in aantal in werkelijkheid nog veel en veel hoger uitvallen geloof ik. Niet alle ouderlijke stoornissen zijn namelijk meegenomen en veel gezinnen bevinden zich nog in de anonimiteit. Of misschien heeft jouw ouder nooit een officiële diagnose gehad? Dan kun je alsnog een KOPP kind zijn.

    Opvoeden wanneer je als ouder een psychisch en/of verslavingsprobleem kan een uitdaging zijn. De ouder kan vanwege de eigen problematiek het kind niet altijd de aandacht geven die het verdient. Kinderen vinden het lastig om de ouder te zien struggelen. Zij nemen dan bijvoorbeeld de ouderrol over, cijferen zichzelf weg en maken zich constant zorgen over de ouder. Deze kinderen hebben 65% kans om later zelf ook een psychische stoornis te ontwikkelen, denk bijvoorbeeld aan een depressie of angststoornis. Zo wordt het van generatie op generatie doorgegeven.

    Ook je dagelijks functioneren als volwassene kan belemmerd worden door wat je hebt meegemaakt. Misschien vind je het lastig om grenzen te stellen, relaties aan te gaan, voel je verantwoordelijkheid voor zaken die eigenlijk niet bij jou horen of heb je last van fysieke klachten. Je emotionele trauma’s liggen hieraan ten grondslag, maar die zijn vaak niet zichtbaar voor anderen wat kan leiden tot onbegrip.

    Daarnaast is het een heel complex onderwerp, vanwege de loyaliteit van deze kinderen naar de ouders en de schaamte waarmee het gepaard gaat. Je wilt niet de ‘vuile was buiten hangen’ want het is lastig om slecht te spreken over je ouder. Of je schaamt je voor wat er zich thuis bij jou afspeelt.

    Bespreekbaar maken en bewustzijn creëren
    Met al mijn activiteiten voor ‘Met zonder ouders’ wil ik daarom het opgroeien met ouders met psychische- en of verslavingsproblemen bespreekbaar maken en bewustzijn creëren over de impact en complexiteit van het onderwerp. Ik hoop dat dit professional, beleidsmakers, hulpverleners – en ieder ander – meer inzicht zal geven in KOPP en hen zal inspireren om de ondersteuning voor deze kinderen (en volwassenen!) te verbeteren.

    #249685
    Luka
    Moderator

    Zo reageer je het best op iemand die een negatieve emotie deelt

    Een heersende medialogica is dat als je je slecht over iets voelt, je erover moet praten, je je gevoel moet delen. Maar waar we het minder over hebben, is hoe je op zulke berichten moet reageren. Wat is de beste manier om mensen die aangeven zich slecht te voelen te steunen?

    Mijn tijdlijn staat vaak zat vol met berichten van mensen die heel open zijn over hun verdriet, depressie, rouw en andere zaken die duiden op emotioneel leed. Soms voelt dat delen ongemakkelijk: hoe reageer je als iemand deelt in de rouw te zijn? Een hartje dan maar.

    In het echte leven ervaar ik dat ongemak soms ook. Bijvoorbeeld wanneer iemand aan wie ik net ben voorgesteld binnen twee minuten elke nare wetenswaardigheid over diens liefdesleven al heeft gedeeld. “Vervelend”, zeg ik dan maar.

    Dat kan beter. Dr. Lisanne Pauw gaf met haar proefschrift een deel van het antwoord op de vraag hoe je mensen die emotioneel leed delen het beste steunt. Mensen vertellen dat soort dingen over het algemeen zodat ze ‘sociaal-affectieve steun’ krijgen, legt Lisanne uit. Waar ze eigenlijk naar op zoek zouden moeten is ‘cognitieve steun’.

    Wat is sociaal-affectieve steun?
    “Stel dat ik teleurgesteld ben over het niet krijgen van een baan waarop ik solliciteerde, en die teleurstelling met jou deel, dan is sociaal-affectieve steun het aangeven dat je begrijpt dat ik tijd en moeite in die sollicitatie heb geïnvesteerd, dat het begrijpelijk is dat ik me rot voel. Je zou het ook ‘emotionele steun’ kunnen noemen. Ik heb het gedefinieerd als het valideren of bevestigen van andermans emoties, als het aangeven dat je begrijpt dát de ander zich zo voelt.”

    En wat is cognitieve steun?
    “Dat is proberen een ander perspectief te bieden, je gesprekspartner anders naar haar leven en emoties te laten kijken. De manier waarop je naar de situatie kijkt verandert, waardoor de emoties die ermee gepaard gaan eveneens veranderen. Om bij het voorbeeld van de baan te blijven: als jij mij vertelt dat het goed is dat ik mezelf op de banenmarkt heb gegooid, of dat ik mijn cv nu tenminste op orde heb gemaakt, en dat afwijzingen erbij horen, dan helpt mij dat je te relativeren. Het is een aanmoediging om er anders tegenaan te kijken. Uit onderzoek blijkt dat mensen die zulke cognitieve steun ontvingen later aangaven zich nog altijd beter te voelen over wat er gebeurde dan zij die alleen sociaal affectieve steun ontvingen.”

    Waarom werkt cognitieve steun beter op de lange termijn?
    “Ik denk dat het verwant is aan iets als cognitieve gedragstherapie. Daarin is het idee patiënten anders te laten nadenken over hun situatie, om negatieve emoties te verlichten. Mijn verwachting voor het onderzoek was dat het daarmee raakvlakken had, en dat bleek zo te zijn. Als je emoties ziet als het gevolg van een inschatting van een situatie, dan is de verwachting dat het anders inschatten van een situatie dus ook tot een andere emotie zou moeten leiden. Als ik die negatieve situatie – het niet krijgen van een baan – anders interpreteer, dan zou het ook andere gevoelens moeten oproepen. Als ik het zie als ‘dappere poging’ in plaats van ‘ik ben niets waard’, dan zou ik minder teleurstelling moeten ervaren en val ik niet terug in negatieve gedachten. Hoe ik de situatie van de afwijzing dus kleur geef, vormt mijn emoties. En als ik deze heel negatief invul ervaar ik negatieve emoties (schaamte, verdriet, bezorgdheid). Als ik dit deel met een ander en de ander helpt mij om de situatie anders te zien, anders kleur te geven, dan zal ik hoogstwaarschijnlijk ook minder schaamte, verdriet en bezorgdheid voelen – ook op de lange termijn.”

    Mediawetenschapper Linda Duits heeft het niet zo op het delen van persoonlijk leed online. ‘Stop de onzinnige confessiecultuur!’, schreef ze laatst nog. Hoe reflecteer jij daar vanuit je praktijk en onderzoek op?
    “Kijk, ik heb dit niet precies onderzocht, dus wat ik zeg is deels speculatie. Maar ik moet denken aan het onderzoek van Bernard Rimé, de wetenschapper die als een van de grondleggers geldt van het onderzoek naar het delen van emoties. Volgens Rimé hoort het bij intense emoties dat mensen die willen delen. Hoe heftiger de emotie, hoe groter het verlangen om te delen. Digitale, nieuwe media, inclusief sociale media, bieden een nieuw forum om emoties te delen. Dát emoties daar gedeeld worden is dus helemaal niet vreemd, alleen komt het in dat geval bij een veel groter publiek terecht dan als je dat ‘gewoon’ in gesprek zou doen. Daar komen nieuwe vragen bij kijken: is het gepast om het te delen? Zitten anderen erop te wachten? En wat krijg je terug van de mensen met wie je die emoties deelt? Ook vermoed ik dat mensen online vooral gevalideerd zullen worden in hun emoties, maar niet zo snel worden uitgedaagd om anders tegen de aard van hun problemen aan te kijken. Je moet je afvragen wat je daar op de lange termijn aan hebt.”

    Wat kan je doen als je je vrienden beter wil ondersteunen en helpen?
    “Ik denk dat het helpt als je beseft waarom mensen ‘emotionele’ steun als prettig ervaren: ze zoeken naar bevestiging en erkenning, en voelen zich verbondener met anderen als ze die steun krijgen. Die ander is er voor je, als je die nodig hebt. Maar daarom is het belangrijk de ander zich gehoord en begrepen te laten voelen voor je die cognitieve steun biedt, die dus op de langere termijn beter helpt.”

    Ten slotte: op wat voor manier kan je je emotionele leed zelf zó delen dat je betere ondersteuning krijgt van anderen?
    “Mensen zoeken vaak mensen waarvan ze verwachten dat die de reactie geven die ze hopen te krijgen. Daarom is het verstandig om je emotionele leed met verschillende mensen te delen, zodat je verschillende reacties krijgt, en meer perspectieven op de situatie. Die helpen je er weer anders tegenaan te kijken.”

    Bron: NPO3 – BrandpuntPlus >>

    #249688
    Luka
    Moderator

    Hoe steun je een kind na seksueel misbruik?

    Hoe steun je een kind na seksueel misbruik? Met die vraag houden Iva Bicanic en Richard Korver zich allebei dagelijks bezig. Hij als advocaat, gespecialiseerd in zedenzaken. Zij als psycholoog en landelijk coördinator van het Centrum voor Seksueel Geweld. En hoewel ze verschillen in werkwijze, zijn ze het over een belangrijk gegeven eens: de ouders kunnen het verschil maken.

    Daarom schreven zij samen het boek Dicht bij huis, dat zowel ingaat op de emotionele gevolgen van misbruik als de juridische kant.

    Waarom richten jullie je op de ouders/verzorgers, in plaats van op de slachtoffers?
    Korver: „Omdat we iedere dag in onze spreekkamers zien dat de wijze waarop een ouder probeert te helpen, bepalend is voor het herstel van het kind. Als de ouders het hoofd koel houden, zal dit zorgen voor kalmte bij het kind. En kalmte bij het kind zal uiteindelijk leiden tot zo veel mogelijk normale doorontwikkeling van het leven van dat kind.”

    Bicanic: „We zien veel ouders die de weg kwijtraken als ze horen dat hun kind is misbruikt. Dat is ook niet zo gek, er breekt iets van binnen. Aan de andere kant weten we ook dat de aanwezigheid van stress bij de ouders voorspelt of en in welke mate een kind later last krijgt van PTSS. Je krijgt dus als ouder de bijna onmogelijke taak om zo snel mogelijk weer terug te veren in je rol van sterke ouder.”

    Hoe doe je dat, sterk blijven, als je wereld instort?
    Bicanic: „Dat zit ’m in de eerste plaats al in de reactie als je kind jou in vertrouwen neemt. Idealiter zeg je iets als: ’Wat goed dat je me dit hebt toevertrouwd, dit had nooit mogen gebeuren, het is niet jouw schuld, ik ben er voor je, wat kan ik voor je doen?’. Alleen, de meeste ouders reageren niet zo. Ze zijn veel bezig met hun eigen emoties: verdriet, woede, angst… Heel begrijpelijk, mij zou je ook kunnen opvegen als het mijn kind overkwam.

    Veel ouders weten niet wat ze moeten doen en handelen uit een reflex: deuren en ramen dicht, kind thuis houden en zelf meld je je ziek. Dat voelt veilig. Maar van de kinderen die dit meemaken horen wij vaak dat ze het liefst willen dat alles weer normaal wordt. Dat jij gewoon naar je werk gaat en zij gewoon naar school.

    Ze willen niet thuiskomen bij een overbezorgde, huilende moeder en een vader die bij wijze van spreken al met zijn honkbalknuppel klaarstaat om wraak te nemen. Ik bedoel niet dat je niet mag huilen, maar het helpt als je zegt: ’Mama is verdrietig, maar dat is niet jouw schuld’. Die ondertiteling heeft een kind nodig.”

    Korver: „Ik probeer altijd een moment alleen te creëren met het kind, zonder de ouders erbij. Soms komen er dan dingen boven tafel die het kind nog niet aan de ouders heeft durven vertellen. Zo zei een meisje bijvoorbeeld tegen mij dat de dader haar ook had gefilmd, maar dat ze bang was voor de reactie van haar moeder als ze dit hoorde.

    Kinderen hebben sterk de neiging hun ouders te beschermen. De eerste keer dat ik de vraag kreeg of ik de familie wilde inlichten over wat er precies was gebeurd, zodat ze niet pas tijdens de zitting met alle details geconfronteerd werden, voelde ik me best een beetje dom. Terwijl het voor Iva heel vanzelfsprekend was. Sindsdien let ik daar wel meer op.”

    Merken jullie dat jullie beroepsgroepen schuren?
    Bicanic: „Dat is iets wat ik me pas tijdens onze samenwerking heb gerealiseerd: Richard gaat over de feiten, ik niet. Politie en het OM houden zich bezig met details als: ’is het één of twee keer gebeurd’ en: ’was het in zijn bed of in dat van jou.’

    Bij mij in de spreekkamer is het eigenlijk niet zo van belang wat er precies is gebeurd. Het gaat om hoe het in iemands hoofd zit, want dáár hebben ze last van. Vaak loopt iemand niet zozeer psychisch vast op de daad zelf, maar op het schuldgevoel dat eraan kleeft: ’Waarom ben ik niet gewoon weggelopen?’”

    Korver: „Iva is een keer meegegaan naar een zitting, waar ze helemaal verbijsterd uit kwam. Ze zei: ’Ik doe zo mijn best om voorzichtig mijn woorden te kiezen en jullie rammen daar gewoon overheen’. Zij is bezig met wat steunend is, ik moet gewoon zorgen dat iets bewezen wordt verklaard. Daarin zijn die details belangrijk, omdat je daarmee bijvoorbeeld kunt aantonen dat er sprake was van dwang.

    Als er een pistool op het nachtkastje lag, snapt iedereen dat je niet weg durfde te lopen. Maar dat moet het slachtoffer wél letterlijk zo vertellen, anders is het een aanname. Dat zelfs een professional als Iva hier geschokt op reageerde, gaf voor mij wel aan hoe belangrijk het is om uit te leggen waaróm die manier van ondervragen er is, waaróm een politieverhoor als kritisch kan worden ervaren.

    Ik denk dat het voor alle mensen die werken met misbruikslachtoffers goed is om eens een zedenzaak bij te wonen. Andersom was het voor mij interessant om een dag mee te lopen in een traumacentrum. Het leert je op een andere manier naar je discipline te kijken.”

    Wel of geen aangifte doen: wat zouden jullie ouders aanraden?
    Bicanic: „Als samenleving denken wij al snel: ’Strafbaar feit? Pakken die gast!’ Ik kijk juist altijd vanuit het perspectief van het slachtoffer: wat heeft hij of zij nodig? Er spelen gevoelens van loyaliteit en schuld, sommige kinderen krijgen juist klachten als de dader naar de gevangenis moet.”

    Korver: „Het is wel vaak zo dat slachtoffers geholpen zijn wanneer een onafhankelijke rechter zegt: ’Meneer, u had dit niet mogen doen’. Ik heb weleens meegemaakt dat een meisje van 15 door Jeugdzorg naar een weerbaarheidstraining werd gestuurd. Walgelijk vond ik dat.

    Niet dat zo’n training per definitie slecht is, maar wél als ze daardoor het idee krijgt dat zij het misbruik had kunnen voorkomen. Een rechter die zegt dat de dader fout zat, kan soms belangrijker zijn voor de verwerking dan de eventuele straf die daaruit voortkomt.”

    Maar wordt de samenleving niet veiliger als daders gestraft worden?
    Korver: „Dat hangt helemaal van de situatie af. Er zijn veel misverstanden over kindermisbruikers, bijvoorbeeld dat het allemaal pedofielen zijn. In 87% van de gevallen is de dader een bekende en veelal zijn het geen psychopaten, maar ’gewone’ mannen. Wat wil je met een aangifte bereiken? Als het opa is, maak je misschien een andere afweging dan als het om de gymleraar gaat.

    We geven in het boek dus ook geen advies, maar we vertellen wél waar je allemaal mee te maken krijgt, wat de opties zijn en de mogelijke gevolgen, zowel juridisch als psychisch. We geloven overigens niet dat de maatschappij per se veiliger wordt door aangifte te doen. De maatschappij wordt veiliger als mensen rustig reageren als ze horen dat iemand slachtoffer is van misbruik, in plaats van dat je behandeld wordt alsof je het coronavirus hebt. Het is helaas meer regel dan uitzondering dat vriendjes opeens niet meer mogen komen spelen, als ze horen wat er is gebeurd.”

    Bicanic: „Ik denk dat ouders zich best alleen voelen. De pan soep die de buren voor je maken, is er vaak niet na een geval van misbruik. Terwijl die er wel is als er iets anders heftigs is gebeurd, zoals bij het overlijden van een familielid of een inbraak. Als er in je huis is ingebroken, staat iedereen klaar om je te steunen. Maar als er in je lichaam is ingebroken, blijft iedereen weg.

    Want seksueel misbruik of incest? Iew! Dat wil je liever niet dichtbij laten komen, want dat maakt je kwetsbaar: het kan jouw kind óók gebeuren. Dan komen mensen met reacties als: ’Ja, maar welke ouder laat zijn kind dan ook alleen met de oppas?’, of ’Ik had dat echt wel gemerkt, als het mijn kind was’. Dat is victim blaming, en dat is bewezen schadelijk voor de verwerking.”

    Wat moet er volgens jullie veranderen in de samenleving?
    Korver: „Het onderwerp moet beter bespreekbaar worden. Dat leidt er namelijk ook toe dat het kind sneller iemand in vertrouwen durft te nemen, of dat nu een ouder is, een leraar of de moeder van een vriendje. De oplossing ligt denk ik wel altijd dicht bij huis. En daar hoort wat mij betreft ook bij dat het verschoningsrecht wordt afgeschaft. Je kunt je nu nog te makkelijk daarachter verschuilen om niet te hoeven getuigen tegen een familielid, terwijl de dader vaak binnen de familie te vinden is.”

    Bicanic: „Wat ik graag zou zien, is dat mensen die te maken krijgen met misbruik, heel snel toegang krijgen tot de GGZ. De wachtlijsten zijn nu nog te lang, dat werkt demotiverend. Dat terwijl we weten dat mensen die hun ervaringen goed hebben verwerkt, minder kans hebben om opnieuw slachtoffer te worden.

    Zo lang die wachtlijsten er toch nog zijn, willen we met dit boek een poging doen om ouders in ieder geval in te fluisteren waar ze hun kind direct mee kunnen helpen. Niemand verwacht dat je een superouder bent die alles perfect doet. Maar de boodschap die we proberen over te brengen is: ja, het is heel erg wat je overkomt. Maar er is ook wat aan te doen, en daarin is jouw rol als ouder cruciaal.”

    ’Ze willen niet thuiskomen bij een huilende moeder’

    Bron: Telegraaf >>

14 berichten aan het bekijken - 51 tot 64 (van in totaal 64)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 9 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.128, reacties: 11.924, actieve leden: 946