Ouders, partners, familie en vrienden van misbruikslachtoffers

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Ouders, partners, familie en vrienden van misbruikslachtoffers

  • Dit onderwerp bevat 95 reacties, 5 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 18/07/2022 om 22:26 door Luka.
10 berichten aan het bekijken - 21 tot 30 (van in totaal 96)
  • Auteur
    Reacties
  • #236865
    Mark
    Moderator

    Slachtofferhulp Nederland – Seksueel kindermisbruik

    Als ouder of verzorger doet u wat u kunt om uw kind te beschermen tegen misbruik. De omgeving van een kind hoort veilig en betrouwbaar te zijn. Wanneer uw kind is misbruikt of u vermoedt dat uw kind misbruikt wordt, voelt u verdriet, boosheid en misschien angst. Het is niet altijd eenvoudig om te weten wat u kunt doen in deze moeilijke situatie. Wij helpen u verder.

    10 signalen dat er misschien sprake is van seksueel misbruik
    Bij seksueel misbruik gedragen kinderen zich soms anders of krijgen ze last van lichamelijke klachten. De onderstaande signalen kunnen erop wijzen dat het kind mogelijk seksueel wordt misbruikt. Herkent u veel signalen bij uw kind? Bespreek het met uw huisarts of met Veilig Thuis om te bepalen wat u kunt doen.

    • Slaapproblemen, bang in het donker, nachtmerries, extreme angst voor ‘monsters’.
    • Verlies van eetlust, eetproblemen, voortdurend buikpijn zonder duidelijke reden.
    • Plotselinge wisselingen in de stemming van het kind: boos of teruggetrokken gedrag bij een kind dat meestal vrolijk is.
    • Angst voor bepaalde mensen: het kind wil niet alleen gelaten worden met een oppas, kennis of familielid.
    • Angst voor bepaalde plekken.
    • Een ouder kind dat zich gedraagt alsof het jonger is en bijvoorbeeld weer gaat bedplassen, duimzuigen of heel eenkennig wordt.
    • Niet willen praten over een ‘geheimpje’ dat het kind met een volwassene heeft.
    • Praten over een nieuwe, oudere vriend en daar vaak op bezoek gaan.
    • Plotseling veel zakgeld hebben.
    • Seksueel gedrag dat niet bij de leeftijd past.

    Praten met een kind bij misbruik
    Heeft u redenen om aan te nemen dat uw kind slachtoffer is van seksueel misbruik? Praten over wat er gebeurd is kan een belangrijke stap zijn naar hulp.

    Ieder kind, iedere ouder en iedere situatie is anders. Algemene adviezen kunnen we daarom niet geven. De onderstaande suggesties kunnen helpen om het gesprek met uw kind makkelijker te maken.

    Stel open vragen en stuur het gesprek niet

    • Houd de mogelijkheid open dat er iets anders aan de hand is. Vraag eerst of er iets is gebeurd en niet gelijk wat er is gebeurd.
    • Stel open (vervolg)vragen, zoals ‘Hoe was het logeren bij Wim? Wat was er leuk? Waren er ook dingen niet zo leuk? En wat dan?
    • Als een kind zelf aangeeft dat er iets is gebeurd, nodig het kind dan uit om meer te vertellen: ‘Je zei dat Wim aan je had gezeten, vertel daar eens over? Vertel eens wat is er gebeurd.’
    • Geef geen sturende informatie en stel geen sturende en beïnvloedende vragen, zoals ‘Heeft hij dit…? Heb jij….? Zei hij…? Deed het pijn?’
    • Geef het kind de ruimte om te vertellen, maar overlaad het kind niet met vragen. Laat een verhoor over aan de experts.
    • Blijf concreet en probeer antwoord te geven op de vragen van het kind. Dit betekent dat u bijvoorbeeld eenvoudige seksuele voorlichting geeft op een manier die het kind begrijpt.
    • Geef het kind de ruimte te praten over wat hij of zij wil vertellen. Forceer niet als het kind niet verder wil praten.

    Laat uw eigen emoties en oordelen zoveel mogelijk buiten het gesprek

    • Probeer om uw bezorgdheid, boosheid of oordeel niet te laten doorklinken. Zo voelt het kind zich vrijer om te vertellen. Als dit lastig is, vraag dan hulp van een expert zoals Veilig Thuis.
    • Het is belangrijk dat u uw eigen gevoelens kunt delen. Bespreek dit bijvoorbeeld met een familielid, een vriend of vriendin, of uw huisarts.

    Steun het kind volledig

    • Een kind moet het gevoel krijgen dat hij of zij geen schuld heeft. Word dus niet boos als het kind niet meteen vertelt wat er is gebeurd.
    • Zorg dat het kind zich veilig en gesteund voelt.
    • Maak duidelijk dat alleen de pleger, de volwassene, verantwoordelijk is voor wat er is gebeurd.

    Meer informatie en mogelijkheden voor lotgenotencontact vind je op slachtofferhulp.nl >>

    #236866
    Mark
    Moderator

    ‘Mijn dochter (5) werd op school misbruikt DOOR EEN JONGEN UIT GROEP ACHT’

     

    Het aantal meldingen van seksueel misbruik en seksuele intimidatie op scholen neemt toe. Moeder Heleen * kan daar – helaas – over meepraten. Haar vijfjarige dochter werd op de basisschool seksueel misbruikt door een leerling uit groep acht.

    Tijdens een druilerige herfstvakantie, nu vier jaar geleden, kwam het seksueel misbruik van de toen 5-jarige dochter van Heleen aan het licht. “Mijn dochter kwam met een voorovergebogen gezichtje naar mij toe. Ze was heel stil en durfde mij niet aan te kijken. Zachtjes fluisterde ze: ‘Mam, ik heb pijn aan mijn plassertje.’

    In eerste instantie zocht ik niets achter haar onthulling. Wellicht had ze iets te ruw afgeveegd of was het geïrriteerd. Pas op het moment dat ik haar ontblote onderlichaam zag, sloeg de schrik mij om het hart. Dit had ze niet zelf veroorzaakt, dit was haar aangedaan. Mijn dochter was misbruikt.”

    Lees verder op vrouw.nl >>

    #236868
    Mark
    Moderator

    Saskia’s zoontjes werden misbruikt door haar ex

    Seksueel misbruik bij minderjarigen wordt in het overgrote deel van de gevallen gepleegd door bekenden van het slachtoffer, blijkt uit onderzoek. Saskia (36) kan daar helaas over meepraten.

    “Als ik wakker word, ben ik misselijk. In de hoop mijn maag tot rust te brengen, ga ik rechtop zitten. Dan hoor ik ze weer, de woorden die mijn vijfjarige zoontje gisteren zei toen ik hem hielp op de wc. ‘Mama, niemand mag toch aan mijn piemeltje komen?’ Mijn hart sloeg over. Terwijl ik zijn broek dichtmaakte, zei ik dat dat inderdaad niet mocht. ‘Bij ons wel’, zei hij. ‘Nee, bij jullie ook niet.’ ‘Jawel’, zei hij, ‘ook bij Daan.’ Ik weet niet hoe, maar ik bleef kalm. ‘Hoe bedoel je, wie was dat dan Tom? Bij mij is je verhaal veilig’, zei ik. Zijn wangetjes kleurden rood. ‘Het was papa. En nu wil ik beneden spelen.’”

    Lees verder op libelle.nl >>

    #236994
    Mark
    Moderator

    De betrokken partner

    Wanneer een overlever van seksueel misbruik in therapie komt, is het goed om de partnercheck te doen. Heeft die persoon een partner? Heeft hij of zij een wens met betrekking tot die partner én gaat het wel goed in hun relatie? Wanneer er sprake is van een positief betrokken partner, is het dan verstandig om ook met de partner te spreken?

    Praten met de betrokken partner
    De overlever is in dit geval de primaire klant en zijn of haar wensen richting de partner zijn natuurlijk richtinggevend. Toch is er wat voor te zeggen om aan te dringen op een ontmoeting met de partner. Er zijn namelijk hele goede redenen aan te voeren om de partner te willen spreken.

    Drie redenen om de betrokken partner te spreken:

    • De betrokken partner is deelgenoot van het probleem
    • De betrokken partner heeft invloed op het al dan niet slagen van de therapie
    • De betrokken partner kan een eigen hulpvraag hebben, die voortvloeit uit het betrokken zijn bij een getraumatiseerde geliefde

    Lees verder op hulpverleningnaseksueelmisbruik.nl >>

    #237412
    Luka
    Moderator

    Ondersteunen van familieleden, elke dag weer een uitdaging

    Sinds september vorig jaar is Christiaan Verweij werkzaam als familievertrouwenspersoon Midden-Nederland. In deze blog schrijft hij over het belang van het ondersteunen van familieleden.

    Hoe ik bij deze functie van familievertrouwenspersoon (fvp) terecht ben gekomen, is misschien wel een interessant verhaal. Want eigenlijk, misschien wel net als u, had ik nog nooit van het bestaan van een fvp binnen de GGZ gehoord.

    Als we even teruggaan in de tijd. Op de kop af twintig jaar geleden begon ik als leerling-verpleegkundige mijn loopbaan binnen de GGZ. Na mijn diplomering in 2002 ben ik bij heel veel verschillende instellingen werkzaam geweest. Wat al deze instellingen met elkaar gemeen hadden?

    Voor het ondersteunen van familieleden en naasten werd te weinig tijd ingepland of er werd simpelweg geen prioriteit aan gegeven
    En ik liep dan ook al een lange tijd rond met het idee om zelf iets op te gaan zetten: onafhankelijke familieondersteuning en coaching binnen de GGZ. En toen ik op LinkedIn de vacature langs zag komen was ik heel verbaasd. Zo’n organisatie is er dus al. Bingo!

    De Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen (LSFVP) bestaat al sinds 2010. Opgericht op initiatief van de koepel van cliënten- en familieorganisaties in de geestelijke gezondheidszorg en de Stichting Patiëntenvertrouwenspersonen (PVP).

    Ik ben heel blij onderdeel van de organisatie uit te mogen maken. Naastenbeleid is iets wat op websites van heel veel zorgaanbieders prachtig omschreven staat, de praktijk pakt helaas zeer regelmatig anders uit. En ik begrijp ook wel dat het betrekken van naasten niet altijd even makkelijk is; maar nodig is het wel.

    Te vaak komt het voor dat familieleden zich ernstige zorgen maken over een geliefde
    Laten we even uitgaan van een moeder die meer en meer het contact met haar zoon verliest en hem steeds vreemder gedrag ziet vertonen. Logisch dat je dan zorgen maakt toch? En is het niet vreemd dat je dan bij allerlei instanties aan gaat kloppen voor hulp. Maar als je je dan niet gehoord voelt en het idee hebt dat je van het kastje naar de muur gestuurd wordt, dan komt wanhoop al snel om de hoek kijken.

    Na meerdere keren de crisisdienst ingeschakeld te hebben – waar gezegd wordt dat er net niet genoeg reden zijn voor een opname – wordt zoonlief in een winkel door de politie meegenomen omdat hij nu onder het kopje ‘verwarde personen’ valt. Uiteindelijk volgt er een opname.

    Voor moeder volgt er een explosie van gevoelens en emoties. “Waarom hebben zorginstanties niet naar mij geluisterd? Heb ik gefaald als moeder?”

    Maar ook is er een gevoel van opluchting
    “Eindelijk krijgt mijn zoon de hulp die hij nodig heeft.” Maar vooral overheerst de schaamte.“Wat zal mijn omgeving wel niet denken dat mijn zoon als ‘verward persoon’ gezien wordt?”

    Vanwege moeders wanhopige pogingen om zoon tot een opname te dwingen heeft hij al een tijdlang geen contact meer met haar gezocht. En dat heeft hij ook kenbaar gemaakt bij de hulpverleners.

    “Ik wil geen contact met mijn moeder, zij is de schuldige van al mijn problemen.”

    Ondanks dat haar zoon nu eindelijk opgenomen is, heeft ze nog altijd een probleem
    De gesloten afdeling houdt ook voor haar de deur in het slot. Het enige wat haar wordt verteld, is dat haar zoon niet wil dat zij informatie krijgt of bij de behandeling wordt betrokken. En dat dit vanwege de patiënten vertrouwensrelatie en de wet op de privacy gerespecteerd wordt. Wat doe je dan? Kosteloos ondersteuning vragen van een fvp’er is een mogelijkheid.

    Als ik met zo’n vraagstuk te maken krijg probeer ik altijd eerst goed te luisteren om het hele verhaal goed duidelijk te krijgen. Vervolgens ga ik met de moeder op zoek naar een legitieme reden voor de instelling om de familie toch te betrekken of op z’n minst te woord te staan.

    Tijdens zo’n proces is het belangrijk om haar draagkracht goed in de gaten te houden. Want dat zoiets je zoon overkomt – en jou als moeder ­- heeft een invloed op het hele gezin.

    Het leven staat dan ook op z’n kop
    Soms zijn er lichtpuntjes. Laatst belde ik een psychiater van een instelling in het midden van het land. Toen ik mijn verhaal verteld had antwoordde hij direct: “Ja natuurlijk Christiaan, jij en de moeder zijn van harte welkom om langs te komen voor een gesprek. Wij hebben de familie nodig voor een geslaagde behandeling.”

    Dat de communicatie ondanks de goede intenties toch niet helemaal vlekkeloos verliep, houd me alleen maar scherp. Om op een goede manier het ondersteunen van familieleden binnen de GGZ, te bewerkstelligen, daar valt nog heel veel strijd te leveren. En daar zet ik me graag voor in.

    Een goed familie- of naastenbeleid werkt preventief en voorkomt overbelasting van het netwerk rondom de patiënt en het is ook nog eens gericht op herstel. En daar kan geen instelling iets op tegen hebben toch?

    Bron: Psychosenet.nl

    #237699
    Mark
    Moderator

    De verborgen signalen van een misbruikt kind

    Uit de Amsterdamse zedenzaak rond Robert M. worden nog steeds lessen getrokken. De nieuwste bevinding is schrijnend: seksueel misbruik van jonge kinderen is heel moeilijk vast te stellen.

    Volwassenen voelen ook een hoge drempel om na seksueel misbruik hulp te zoeken. Maar jonge kinderen hebben er zelfs de woorden nog niet voor.

    “Ze vertellen bijna nooit direct, uit zichzelf over het misbruik. Dus dan moet je op hele andere signalen letten,” zegt Thekla Bosschaart, arts-onderzoeker van Amsterdam UMC, locatie AMC.

    Maar wat zijn dan precies alarmerende woorden? Of zorgwekkende gedragingen? Hoe geeft een jongetje van drie jaar prijs dat hij seksueel is misbruikt? Dat is bij jonge kinderen bijna codetaal. Bosschaart wil die codetaal ontrafelen, zodat kinderartsen, psychologen en orthopedagogen weten hoe ze seksueel misbruik kunnen herkennen en vaststellen.

    In eerste instantie om de kinderen een juiste behandeling te kunnen geven. Al kan dat wat slachtoffers tegen hulpverleners zeggen ook in een strafzaak worden opgevraagd. In de meerderheid van de gevallen is er helemaal geen hard bewijs van seksueel misbruik; dan rest het verhaal van het kind.

    Bosschaart dook voor haar onderzoek in de dossiers van de slachtoffers van Robert M. in de hoop daaruit te leren. Half oktober promoveert ze op dit onderzoek.

    De bestudeerde dossiers zijn opgesteld in de spoedpoli die in 2010 en 2011 in het AMC werd opengesteld voor de slachtoffers van de Amsterdamse zedenzaak.

    In korte tijd kregen daar 130 kinderen een lichamelijk onderzoek. Ze werden gecheckt op soa’s en eventuele verwondingen. Ook kregen ze allemaal een gesprek met de psycholoog of de orthopedagoog.

    Lichamelijk onderzoek
    Het ging om kinderen die via het pornografisch materiaal van M. waren gevonden, kinderen van wie hij had bekend dat hij ze seksueel had misbruikt, maar ook kinderen met wie hij recent contact had gehad – bij het kind thuis of in het kinderdagverblijf waar hij werkte.

    De ouders van 125 kinderen gaven toestemming voor gebruik van de geanonimiseerde dossiers voor wetenschappelijk onderzoek.

    Een bron van belangrijke informatie, zegt Bosschaart.

    “Dat er zoveel jonge kinderen misbruikt zijn door één pleger, die ook veroordeeld is met een hele hoge bewijslast, dat is heel zeldzaam. Het bood ons een unieke kans om te kijken: wat voor symptomen werden er bij deze kinderen gevonden?”

    Het ging indertijd om 71 vermoedelijke en 54 bewezen slachtoffers.

    Met toestemming van de ouders liet Bosschaart de geanonimiseerde dossiers aan vijf deskundigen zien: kinderartsen, psychiaters, een psycholoog en een orthopedagoog, allemaal deskundigen op het gebied van kindermishandeling en trauma.

    De hamvraag: lukte het hen, op basis van die dossiers, om de slachtoffers aan te wijzen? “Nee, dat bleek ontzettend moeilijk.”

    Van 32 kinderen bij wie seksueel misbruik en zelfs penetratie was bewezen, hadden de experts bij 15 van hen, bijna de helft, het beeld dat het goed zat: namelijk geen tot een lage verdenking van misbruik.

    Dat is geen onkunde van de experts, benadrukt Bosschaart. “Als een kind geen problemen aangeeft, er komt niks afwijkends uit het lichamelijk onderzoek en ouders merken ook geen lichamelijke of psychische klachten bij hun kind, is het ook voor een expert moeilijk om te zeggen: dít kind is seksueel misbruikt.”

    Door het gebrek aan formuleringen, schaamte of schuldgevoel zit de boodschap in hele subtiele gedragingen. En in de finesses van uitspraken, heeft Bosschaart geleerd.

    Vooral tijdens het lichamelijk onderzoek aan de geslachtsdelen liet een derde van de bewezen slachtoffers opvallend gedrag zien.

    “Op het moment dat bijvoorbeeld het onderbroekje uit gaat en de arts daar gaat kijken, raakt het kind in zichzelf gekeerd. De een wordt angstig, de ander afwerend. Sommige kinderen duiken met hun hoofd in hun knuffel en keren zich compleet van de wereld af.”

    Anatomische poppen
    Wat ‘normaal’ gedrag is tijdens zo’n genitaal onderzoek is volgens de onderzoeker onvoldoende wetenschappelijk onderzocht, omdat daar medisch-ethische bezwaren aan kleven.

    “Maar mijn eigen ervaring is dat zeker de jonge, niet misbruikte kinderen het geen probleem vinden. Onderzoek aan de oren vinden ze vaak vervelender. Het wordt pas beladen als kinderen richting de puberteit gaan.”

    Bosschaart pleit ervoor dat er bij het lichamelijk onderzoek een deskundige is die het kind in het gedrag kan observeren.

    Een ander signaal dat opvalt als je alle dossiers naast elkaar legt, is dat de kinderen seksuele kennis hebben die niet bij de leeftijd past. Overigens herkennen de artsen dat ook bij kinderen buiten de Amsterdamse zedenzaak.

    “Als je een niet-misbruikt kind vraagt naar de functie van een piemel of een vagina, zeggen ze doorgaans: ‘Dat is om mee te plassen.’ Terwijl een misbruikt kind opeens kan vertellen dat een piemel ook heel groot kan worden.”

    Of kinderen zeggen: ‘De plas is wit. En het kleeft.’ “Dan vragen we door: ‘Wat bedoel je dan met ‘wit’?’ Sommige kinderen vinden water ook wit, maar als ze dan zeggen: ‘Zoals yoghurt’, wijst dat meer op iets anders.”

    “Als je drie of vier jaar bent, weet je dat niet,” zegt Rian Teeuw, kinderarts sociale pediatrie, die destijds bij de spoedpoli betrokken was en nu bij het onderzoek.

    Teeuw legt uit dat de anatomische poppen die in het verleden bij het forensisch interviewen werden gebruikt, zijn afgeschaft. “Ze bleken te suggestief.”

    Programma’s op school
    Het AMC doet nu onderzoek naar een methode waarbij kinderen, samen met de psycholoog of de orthopedagoog, een plaatjesboek met prenten van alledaagse dingen bekijken.

    “Zo kun je op een makkelijke manier het gesprek aangaan, maar ook vragen stellen als: ‘Waar is je mond voor?’ ‘Waar zijn je handen voor?’ ‘Waar is je piemel voor?’ Kinderen vinden dat leuk.

    Maar een seksueel misbruikt kind kan het helemaal niet prettig vinden om daarover te praten. Die kan zich afwenden of afleiding zoeken.”

    Dat zijn signalen. Ook een uitgangspunt voor meer onderzoek, vinden de artsen. Maar dat is de wetenschappelijke kant; maatschappelijk moet er ook wat gebeuren, vindt Teeuw. Ze denkt aan bijvoorbeeld speciale programma’s voor kinderen uit groep 1 en 2 van de basisschool.

    “We moeten kinderen op heel jonge leeftijd leren dat hun lichaam van hen is. En dat niemand daar aan mag komen.”

    Wat kunnen ouders hun kinderen meegeven? “Heel vaak herhalen dat je leuke geheimpjes mag hebben, maar niet leuke geheimpjes niet. Daar moet je met pappa of mamma over praten.”

    Hoe sneller, hoe beter
    Slachtoffers van aanranding en verkrachting, ook kinderen, kunnen sinds 2016 terecht bij het Centrum Seksueel Geweld (CSG) van de GGD Amsterdam.

    Er zijn centra in het hele land. Artsen, verpleegkundigen, politie, psychologen, maatschappelijk werkers en seksuologen werken er samen.

    Slachtoffers die in de afgelopen zeven dagen seksueel zijn misbruikt, kunnen dag en nacht bellen met 0800-0188. Hoe sneller, hoe beter, stellen ze bij het CSG, want dan zijn er mogelijk nog sporen, bijvoorbeeld dna van de dader of lichamelijk letsel.

    Voor kinderen zijn de gespecialiseerde artsen van het Amsterdam UMC daar ook bij betrokken.

    “Als er een vermoeden is van seksueel misbruik langer dan zeven dagen geleden, heeft forensisch onderzoek geen zin meer. Wij doen dan nog wel lichamelijk en psychologisch onderzoek,” zegt kinderarts Rian Teeuw.

    “Als een kind een soa, psychische problemen of letsel heeft, moet het natuurlijk worden behandeld. In het ziekenhuis kijken we naar: wat heeft dit kind nodig?”

    “Mochten we op bewijs stuiten, dan kan het met toestemming van de ouders aan de politie worden overgedragen. Maar dan moet er wel aangifte zijn gedaan, bijvoorbeeld door de ouders of Veilig Thuis. Het ligt natuurlijk altijd gevoelig, omdat je met beroepsgeheim werkt.”

    87 slachtoffers Robert M.

    In december 2010 komt de grootste bevestigde zedenzaak in de Nederlandse geschiedenis naar buiten.

    Een groot aantal baby’s en peuters, voornamelijk jongens, bleek ernstig en langdurig seksueel te zijn misbruikt. De toen 27-jarige Robert M., medewerker bij kinderdagverblijf ‘t Hofnarretje en oppas aan huis, bekende tientallen kinderen seksueel te hebben misbruikt. M. maakte daar vaak beelden van en verspreidde die via internet.

    Uit het politie-onderzoek bleek dat er 87 slachtoffers waren. M. kreeg 19 jaar cel en tbs.

    Bron: Parool.nl >>

    #237850
    Luka
    Moderator

    Als je vader je dochter misbruikt

    Henny Keizer vermoedde al dat er iets was met haar dochter, maar toen ze gebeld werd door school en hoorde dat haar eigen vader haar dochter al jaren seksueel misbruikte, brak niet alleen haar hart. Haar hele leven zag er vanaf die dag anders uit.

    Vandaag wordt het boek De draad weer oppakken van Jeroen Kleijne gepresenteerd. Hoe pak je je leven weer op nadat je geconfronteerd bent met een schokkende gebeurtenis? In de rubriek Persoonlijk Verhaal van Radio EenVandaag vertelt Henny Keizer hoe zij dat deed.

    Hoe maak je het leven weer dragelijk na zo’n heftige gebeurtenis? Kleijne tekent niet alleen het verhaal van Henny Keizer op, ook dertien andere mensen vertellen in het boek hoe hun leven van de ene op de andere dag ingrijpend is veranderd.

    Een korporaal die in Afghanistan zijn beide benen verloor, een ooggetuige van de schietpartij in het winkelcentrum in Alphen aan de Rijn, iemand die haar zoontje verliest doordat ze even niet goed oplet. Elke schokkende gebeurtenis is anders.

    Hulp
    Kleijne beschrijft ook de verschillende vormen van psychologische hulp die mensen na zo’n dramatische dag kunnen krijgen. Vier deskundigen leggen uit hoe je met complexe rouw en verlies om kan gaan.

    Wat de verhalen gemeen hebben is dat de hoofdpersonen allemaal de draad weer oppakken. “Je bent veel sterker dan je denkt”, zegt Henny Keizer tegen EenVandaag. Er is altijd een weg omhoog, dat beeld komt uit alle verhalen naar voren. Een weg vol obstakels, die op verschillende manieren genomen worden.

    Bron: EenVandaag – Avro Tros >>

    #238698
    Luka
    Moderator


    naasteninkracht.nl

    Over Naasten in Kracht
    Staan blijven en steun bieden

    Naasten in Kracht is er voor naasten van mensen met een psychische kwetsbaarheid (partners, kinderen, ouders, broers, zussen en goede vrienden).

    Via deze website krijg je informatie, tips, inspiratie en steun. Vooral van elkaar.
    De informatie is zo algemeen mogelijk zodat zoveel mogelijk naasten er van kunnen profiteren.
    Je kunt door middel van filters de informatie en persoonlijke verhalen lezen die voor jouw van toepassing zijn.

    Naasten in Kracht is een initiatief van 9 cliënten- en familieorganisaties in de ggz.

    #238718
    Luka
    Moderator

    KO(A)PP kinderen België

    De gevolgen van psychische problemen beperken zich niet tot één persoon, maar strekken zich ook uit naar de mensen die dicht bij deze persoon staan. Eén op vier krijgt ooit in zijn leven te maken met psychische gezondheidsproblemen, een veelvoud van mensen voelt er de impact van.

    Familieplatform stimuleert een evenwaardige en actieve deelname van familiebetrokkenen aan de vermaatschappelijking van zorg. Dit vraagt een open en dynamische houding van zorgverstrekkers, familiebetrokkenen en beleid.

    Familieplatform is het platform waarop families, familieorganisaties, zorgverstrekkers en beleid elkaar ontmoeten rond het familieperspectief.

    #238911
    Mark
    Moderator

    De vragen die je me wel en niet moet stellen over mijn verkrachting

    Ik heb gemerkt dat praten over mijn verkrachting niet alleen voor mij ingewikkeld kan zijn, maar ook voor de persoon die tegenover me zit.

    Ik ben een dertigjarige vrouw, heb een goede carrière, een liefdevolle vriend en een gezond, leuk en actief seksleven. Dat is best bijzonder, want ik ben als jong meisje verkracht. Dat ik er zonder al te veel schade vanaf ben gekomen, komt door een heleboel verschillende dingen: ik heb therapie gehad die goed werkte, ik kom uit een warm en liefdevol gezin en heb altijd meer spullen en vakanties gehad dan ik nodig had. Ik heb bijzonder veel privileges, dus.

    Toch kan ik, ook nu het al meer dan twintig jaar geleden is, nog steeds erg geraakt worden door verhalen over seksueel misbruik. Als een verhaal echt binnenkomt dan verkramp ik een beetje, maar dat betekent niet dat de verteller of iemand anders er iets van zal merken. Ik heb geleerd om op dat soort momenten even in mezelf te keren.

    Op seksueel gebied heb ik nooit te veel last gehad van mijn verkrachting. Ik weet niet waarom, maar dat is me op de een of andere manier bespaard gebleven. Maar een klein gedeelte van de mensen met wie ik het bed heb gedeeld weten van de verkrachting. Ook bij degenen die het niet wisten, ging het nagenoeg altijd goed; een simpele “blijf van mijn keel af” was voldoende.

    (Naast het feit dat het gewoon chill is om te weten wat je bedpartner lekker vindt, is dit dus nog een goede reden om duidelijk te communiceren tijdens de seks. En vooral goed te luisteren – dat is bij mij een keer ‘misgegaan’, en dan is de lol er wel snel af.)

    Er zijn dus niet veel mensen die weten van mijn ervaring. Soms ontmoet ik een nieuwe vriend of vriendin, en neem ik hem of haar in vertrouwen. Door de jaren heen heb ik gemerkt dat praten over mijn verkrachting niet alleen voor mij ingewikkeld kan zijn, maar ook voor de persoon die tegenover me zit. Er zijn een aantal reacties die ik bijna altijd krijg, maar die helemaal niet helpen – en die het gesprek bovendien stokken.

    Omdat ik vermoed dat ik niet de enige ben die dit soort vragen en opmerkingen te horen krijg – en ik ook denk dat deze ‘verkeerde’ reacties eerder voortkomen uit ongemak of onwetendheid – vertel ik hieronder wat deze reacties bij mij losmaken, en waarom ze dat doen. Ook doe ik nog een aantal suggesties voor vragen waardoor ik me juist wel gehoord en gesteund voel.

    (Voor ik begin met het lijstje, wil ik nog zeggen dat iedereen anders is en dat dit is wat voor mij wel en niet goed werkt. Daarnaast ga ik ervan uit dat de lezer beheerst over basiskennis van ‘hoe om te gaan met iemand die zegt verkracht te zijn’: geloof de persoon die tegenover je zit, altijd. Vragen als: was je dronken/schaarsgekleed/etc. zijn nooit oké. Als dit de vragen zijn die in je opkomen, raad ik je aan naar dit filmpje te kijken, waarin het begrip ‘consent’ wordt uitgelegd met hulp van een kopje thee.)

    Heb je aangifte gedaan?
    Dit is bijna altijd de eerste reactie die ik krijg. Ik heb zelf geen aangifte gedaan – ik was een kind dat niet begreep wat er in godsnaam gebeurd was. Bovendien is een verkrachter iemand die vooral geilt op de touwtjes in handen hebben, en helemaal in mijn situatie was dat zo. Hij wilde me het gevoel geven dat het aan mij lag, en dat is hem de eerste vijf jaar na de verkrachting gelukt. Er begon me pas iets te dagen toen ik aan het puberen was en de bladzijdes over seks in de Fancy begon te lezen.

    De eerste persoon die ik als 15-jarige in vertrouwen nam was mijn beste vriendinnetje. Pas toen had ik echt door dat er iets verschrikkelijks was gebeurd en dat het niet mijn schuld was. In die periode durfde ik niet naar de politie te gaan, want, vroeg ik me toen af, wat als het toch een beetje mijn eigen schuld was geweest? En ook: wat als de agent me niet gelooft?

    De vraag of ik aangifte heb gedaan is voor mij vervelend omdat ik me er schuldig door voel: ik krijg daardoor het gevoel dat ik onjuist heb gehandeld. Bovendien denk ik door die vraag altijd aan wat er voor of na mijn verkrachting gebeurd kan zijn: heeft hij het vaker gedaan? Heeft hij meer kinderen verkracht? En had ik het kunnen voorkomen door aangifte te doen? Is alles wat daarna gebeurde dus indirect mijn schuld? Kun je wel spreken van indirecte schuld? Komt het niet gewoon door mij?

    Weten je ouders het?
    Ik denk dat ik deze vraag relatief vaak krijg omdat ik zo jong was. Mijn ouders wisten het toen niet en weten het nog steeds niet. Dat is nooit een bewuste keuze geweest, maar het is zo gelopen en ik heb daar vrede mee. Sommige mensen reageren goed op mijn antwoord. Ze tonen met empathie dat ik dit als kind zelf heb moeten verwerken, en dat ze dat heel vervelend voor me vinden.

    Toch zijn er te veel mensen geweest die hebben geprobeerd me te overtuigen dat ik alsnog met mijn ouders moest praten over wat er gebeurd is. Dat is niet waarom ik mijn verhaal met iemand deel. Je kunt ervan uitgaan dat ik over deze dingen heb nagedacht.

    Bedenk, als je deze vraag stelt, waarom je het antwoord wilt weten en wat voor mening je over het antwoord hebt. En weet ook dat jouw mening over wie ik dit wel of niet zou moeten vertellen me niet echt interesseert. Als ik me kwetsbaar opstel door een traumatisch verhaal met je te delen, hoef ik je mening daarover gewoon niet te horen.

    Was het een bekende?
    Ik heb deze vraag nooit goed begrepen. Het komt op mij over als een soort check op hoe traumatisch het precies was. In mijn geval was het een kennis van mijn buren die ik weleens op verjaardagsfeestjes zag. Op een dag racete ik op mijn fietsje door het bos achter mijn huis toen hij daar opeens stond, met zijn broek en onderbroek op zijn hielen. Ik stopte om te vragen of hij oké was, of hij hulp nodig had. Of ik bij een onbekende zou zijn doorgefietst weet ik niet, maar ik wil er eerlijk gezegd ook niet over nadenken. Ik kan me niet eens voorstellen hoe afgrijselijk het zou zijn als dit een familielid is – iets wat je veel te vaak hoort.

    Tijdens mijn therapie is een aantal keer de vraag naar voren gekomen of ik de gebeurtenis bagatelliseerde, doordat ik dingen zei als: “Het is maar één keer gebeurd.” “Er zijn kinderen die jarenlang door een ouder verkracht worden.” “Ik ben blij dat het mij is gebeurd en niet iemand anders, ik ben sterk.” Dit zijn allemaal mantra’s die ik mezelf heb aangeleerd om te kunnen omgaan met een nogal onoverkomelijke gebeurtenis. Dat onnodig relativeren heb ik moeten afleren: dat het erger had gekund betekent niet dat het niet verschrikkelijk is. Als je me dit vraagt, schiet ik in een uitleg over dat het inderdaad veel erger had gekund, en dat ik misschien zelfs ‘geluk heb gehad’. Daar heb jij niets aan, en ik al helemaal niet.

    De reactie: oh, nu snap ik zo veel beter waarom je zo fel kan zijn!
    Ik heb al vanaf dat ik een peuter ben een sterk karakter. Ik heb een uitgesproken mening, kan defensief zijn en kom altijd op voor dingen waar ik in geloof. Ik streef altijd al naar een eerlijke wereld.

    In het verwerken van de verkrachting heb ik moeten scheiden wat ‘van mij’ is, en wat het resultaat van de verkrachting is. Het is een angst van me geweest dat iets wat ik in mezelf bewonder, namelijk mijn sterke karakter, het resultaat van de verkrachting is geweest. Ben ik een beter mens dankzij dat varken?

    Tijdens en na een verkrachting moet je vechten. Die krachtige houding is altijd al onderdeel van mij geweest. Therapie heeft me vooral helpen inzien dat, alhoewel de verkrachting dat wellicht meer in me heeft losgemaakt, die kracht van mij is dankzij mij, niet dankzij hem. Mijn sterke karakter koppelen aan de verkrachting gaat snoeihard in tegen de therapie die me juist zo heeft geholpen.

    Nu ik je heb uitgelegd welke vragen niet werken en waarom, wil ik je ook vertellen wat mij heeft geholpen om een goed en veilig gesprek te voeren over dit trauma. Het belangrijkste: stel open vragen!

    Hoe heb je het kunnen verwerken?
    Met deze vraag help je me: de erkenning die je me indirect geeft, heb ik nodig om trots te durven zijn op mezelf. Deze vraag gaat over iets wat ik zelf in de hand heb gehad, en nog steeds heb. Een van de verschrikkelijke dingen van een verkrachting is de machteloosheid die je ervaart. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment fysiek gewoon opgaf, dat ik stopte met vechten en in gedachten verzonk en mezelf vertelde dat alhoewel hij mijn lichaam had, hij niet wist wat ik dacht.

    Hoe ik dit als negenjarig kind heb kunnen denken, verrast me nog steeds weleens. Dat ik op de een of andere manier sterker was dan hij op dat moment, dat ik sterk ben, daar heb ik tijdens mijn therapie meer en meer op moeten leren durven bouwen. En dat mij dat gelukt is, daar ben ik trots op.

    Wat kan of wil je me vertellen over hoe/waar/wanneer het gebeurd is?
    Natuurlijk begrijp ik dat je hier benieuwd naar bent. En natuurlijk mag je hiernaar vragen. Maar snap ook dat het inbouwen van een keuze voor mij (wat wil jij hierover vertellen) enorm positief werkt. Verkrachting is machtsmisbruik in een afgrijselijke vorm – als je me vraagt naar welke details ik wel en niet met je wil delen, geef je me die macht terug.

    Ik weet niet wat ik moet zeggen. Wat wil je me er verder over vertellen?
    Dit is zo een verfrissende opmerking. Mensen willen vaak niet toegeven dat ze even met hun mond vol tanden zitten. Maar ik zie het aan je, ik zie dat jij even verdwaald bent omdat ik dit tegen je zeg. Met deze opmerking, gevolgd door een vraag, moedig je me aan om meer te vertellen, maar ook om bij mijn eigen gevoel te blijven. Je geeft mij de macht over het gesprek. Dit klinkt wellicht wat zwaar, maar dat is seksueel misbruik ook.

    Hoe kan ik je helpen?
    Dit is een typisch geval van: je kunt niet weten wat de ander nodig heeft. De mensen tegen wie ik dit zeg zijn altijd mensen om wie ik geef, en omdat het prachtige mensen zijn willen ze me altijd helpen. Maar let op, behulpzaam willen zijn kan ook verkeerd vallen. Bijvoorbeeld als je me probeert te overtuigen om het wel met mijn ouders te delen, omdat mij dat zou helpen. Ik weet dat dit met de allerbeste bedoeling word gezegd, dus ik neem het mijn vrienden die dit hebben gezegd niet kwalijk. Maar als je me echt wilt helpen, en echt wilt weten waar ik mee geholpen ben, kun je me dat het beste gewoon vragen.

    Ik heb veel nagedacht over wat je me onlangs hebt verteld, en…
    Een van de dingen die me het meest heeft verrast, is dat er veel mensen zijn die nooit meer terugkomen op wat ik met ze heb gedeeld. Ik weet niet of het ongemak is, onzekerheid, of de angst dat je iets aanboort waar ik niet mee om zal kunnen gaan. Of iets anders. Maar ik heb het je verteld en me kwetsbaar opgesteld, ik kan het aan, en als je er niet op terugkomt geef je me het gevoel dat het geen indruk op je heeft gemaakt. Of erger, dat je het niet belangrijk vindt.

    Er opnieuw over beginnen en me een van deze laatste vier vragen stellen, is iets waar ik sowieso mee geholpen ben. En ik ben vast niet de enige.

    Bron: vice.com

10 berichten aan het bekijken - 21 tot 30 (van in totaal 96)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 18 ▪︎ leden online: 4
Gloria, Dina, Sonja82, Moderator
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.309, reacties: 17.990, leden: 2.172