Ouders, partners, familie en vrienden van misbruikslachtoffers

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Ouders, partners, familie en vrienden van misbruikslachtoffers

  • Dit onderwerp bevat 77 reacties, 4 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 20/06/2021 om 21:46 door Mark.
25 berichten aan het bekijken - 26 tot 50 (van in totaal 78)
  • Auteur
    Berichten
  • #237699
    Mark
    Moderator

    De verborgen signalen van een misbruikt kind

    Uit de Amsterdamse zedenzaak rond Robert M. worden nog steeds lessen getrokken. De nieuwste bevinding is schrijnend: seksueel misbruik van jonge kinderen is heel moeilijk vast te stellen.

    Volwassenen voelen ook een hoge drempel om na seksueel misbruik hulp te zoeken. Maar jonge kinderen hebben er zelfs de woorden nog niet voor.

    “Ze vertellen bijna nooit direct, uit zichzelf over het misbruik. Dus dan moet je op hele andere signalen letten,” zegt Thekla Bosschaart, arts-onderzoeker van Amsterdam UMC, locatie AMC.

    Maar wat zijn dan precies alarmerende woorden? Of zorgwekkende gedragingen? Hoe geeft een jongetje van drie jaar prijs dat hij seksueel is misbruikt? Dat is bij jonge kinderen bijna codetaal. Bosschaart wil die codetaal ontrafelen, zodat kinderartsen, psychologen en orthopedagogen weten hoe ze seksueel misbruik kunnen herkennen en vaststellen.

    In eerste instantie om de kinderen een juiste behandeling te kunnen geven. Al kan dat wat slachtoffers tegen hulpverleners zeggen ook in een strafzaak worden opgevraagd. In de meerderheid van de gevallen is er helemaal geen hard bewijs van seksueel misbruik; dan rest het verhaal van het kind.

    Bosschaart dook voor haar onderzoek in de dossiers van de slachtoffers van Robert M. in de hoop daaruit te leren. Half oktober promoveert ze op dit onderzoek.

    De bestudeerde dossiers zijn opgesteld in de spoedpoli die in 2010 en 2011 in het AMC werd opengesteld voor de slachtoffers van de Amsterdamse zedenzaak.

    In korte tijd kregen daar 130 kinderen een lichamelijk onderzoek. Ze werden gecheckt op soa’s en eventuele verwondingen. Ook kregen ze allemaal een gesprek met de psycholoog of de orthopedagoog.

    Lichamelijk onderzoek
    Het ging om kinderen die via het pornografisch materiaal van M. waren gevonden, kinderen van wie hij had bekend dat hij ze seksueel had misbruikt, maar ook kinderen met wie hij recent contact had gehad – bij het kind thuis of in het kinderdagverblijf waar hij werkte.

    De ouders van 125 kinderen gaven toestemming voor gebruik van de geanonimiseerde dossiers voor wetenschappelijk onderzoek.

    Een bron van belangrijke informatie, zegt Bosschaart.

    “Dat er zoveel jonge kinderen misbruikt zijn door één pleger, die ook veroordeeld is met een hele hoge bewijslast, dat is heel zeldzaam. Het bood ons een unieke kans om te kijken: wat voor symptomen werden er bij deze kinderen gevonden?”

    Het ging indertijd om 71 vermoedelijke en 54 bewezen slachtoffers.

    Met toestemming van de ouders liet Bosschaart de geanonimiseerde dossiers aan vijf deskundigen zien: kinderartsen, psychiaters, een psycholoog en een orthopedagoog, allemaal deskundigen op het gebied van kindermishandeling en trauma.

    De hamvraag: lukte het hen, op basis van die dossiers, om de slachtoffers aan te wijzen? “Nee, dat bleek ontzettend moeilijk.”

    Van 32 kinderen bij wie seksueel misbruik en zelfs penetratie was bewezen, hadden de experts bij 15 van hen, bijna de helft, het beeld dat het goed zat: namelijk geen tot een lage verdenking van misbruik.

    Dat is geen onkunde van de experts, benadrukt Bosschaart. “Als een kind geen problemen aangeeft, er komt niks afwijkends uit het lichamelijk onderzoek en ouders merken ook geen lichamelijke of psychische klachten bij hun kind, is het ook voor een expert moeilijk om te zeggen: dít kind is seksueel misbruikt.”

    Door het gebrek aan formuleringen, schaamte of schuldgevoel zit de boodschap in hele subtiele gedragingen. En in de finesses van uitspraken, heeft Bosschaart geleerd.

    Vooral tijdens het lichamelijk onderzoek aan de geslachtsdelen liet een derde van de bewezen slachtoffers opvallend gedrag zien.

    “Op het moment dat bijvoorbeeld het onderbroekje uit gaat en de arts daar gaat kijken, raakt het kind in zichzelf gekeerd. De een wordt angstig, de ander afwerend. Sommige kinderen duiken met hun hoofd in hun knuffel en keren zich compleet van de wereld af.”

    Anatomische poppen
    Wat ‘normaal’ gedrag is tijdens zo’n genitaal onderzoek is volgens de onderzoeker onvoldoende wetenschappelijk onderzocht, omdat daar medisch-ethische bezwaren aan kleven.

    “Maar mijn eigen ervaring is dat zeker de jonge, niet misbruikte kinderen het geen probleem vinden. Onderzoek aan de oren vinden ze vaak vervelender. Het wordt pas beladen als kinderen richting de puberteit gaan.”

    Bosschaart pleit ervoor dat er bij het lichamelijk onderzoek een deskundige is die het kind in het gedrag kan observeren.

    Een ander signaal dat opvalt als je alle dossiers naast elkaar legt, is dat de kinderen seksuele kennis hebben die niet bij de leeftijd past. Overigens herkennen de artsen dat ook bij kinderen buiten de Amsterdamse zedenzaak.

    “Als je een niet-misbruikt kind vraagt naar de functie van een piemel of een vagina, zeggen ze doorgaans: ‘Dat is om mee te plassen.’ Terwijl een misbruikt kind opeens kan vertellen dat een piemel ook heel groot kan worden.”

    Of kinderen zeggen: ‘De plas is wit. En het kleeft.’ “Dan vragen we door: ‘Wat bedoel je dan met ‘wit’?’ Sommige kinderen vinden water ook wit, maar als ze dan zeggen: ‘Zoals yoghurt’, wijst dat meer op iets anders.”

    “Als je drie of vier jaar bent, weet je dat niet,” zegt Rian Teeuw, kinderarts sociale pediatrie, die destijds bij de spoedpoli betrokken was en nu bij het onderzoek.

    Teeuw legt uit dat de anatomische poppen die in het verleden bij het forensisch interviewen werden gebruikt, zijn afgeschaft. “Ze bleken te suggestief.”

    Programma’s op school
    Het AMC doet nu onderzoek naar een methode waarbij kinderen, samen met de psycholoog of de orthopedagoog, een plaatjesboek met prenten van alledaagse dingen bekijken.

    “Zo kun je op een makkelijke manier het gesprek aangaan, maar ook vragen stellen als: ‘Waar is je mond voor?’ ‘Waar zijn je handen voor?’ ‘Waar is je piemel voor?’ Kinderen vinden dat leuk.

    Maar een seksueel misbruikt kind kan het helemaal niet prettig vinden om daarover te praten. Die kan zich afwenden of afleiding zoeken.”

    Dat zijn signalen. Ook een uitgangspunt voor meer onderzoek, vinden de artsen. Maar dat is de wetenschappelijke kant; maatschappelijk moet er ook wat gebeuren, vindt Teeuw. Ze denkt aan bijvoorbeeld speciale programma’s voor kinderen uit groep 1 en 2 van de basisschool.

    “We moeten kinderen op heel jonge leeftijd leren dat hun lichaam van hen is. En dat niemand daar aan mag komen.”

    Wat kunnen ouders hun kinderen meegeven? “Heel vaak herhalen dat je leuke geheimpjes mag hebben, maar niet leuke geheimpjes niet. Daar moet je met pappa of mamma over praten.”

    Hoe sneller, hoe beter
    Slachtoffers van aanranding en verkrachting, ook kinderen, kunnen sinds 2016 terecht bij het Centrum Seksueel Geweld (CSG) van de GGD Amsterdam.

    Er zijn centra in het hele land. Artsen, verpleegkundigen, politie, psychologen, maatschappelijk werkers en seksuologen werken er samen.

    Slachtoffers die in de afgelopen zeven dagen seksueel zijn misbruikt, kunnen dag en nacht bellen met 0800-0188. Hoe sneller, hoe beter, stellen ze bij het CSG, want dan zijn er mogelijk nog sporen, bijvoorbeeld dna van de dader of lichamelijk letsel.

    Voor kinderen zijn de gespecialiseerde artsen van het Amsterdam UMC daar ook bij betrokken.

    “Als er een vermoeden is van seksueel misbruik langer dan zeven dagen geleden, heeft forensisch onderzoek geen zin meer. Wij doen dan nog wel lichamelijk en psychologisch onderzoek,” zegt kinderarts Rian Teeuw.

    “Als een kind een soa, psychische problemen of letsel heeft, moet het natuurlijk worden behandeld. In het ziekenhuis kijken we naar: wat heeft dit kind nodig?”

    “Mochten we op bewijs stuiten, dan kan het met toestemming van de ouders aan de politie worden overgedragen. Maar dan moet er wel aangifte zijn gedaan, bijvoorbeeld door de ouders of Veilig Thuis. Het ligt natuurlijk altijd gevoelig, omdat je met beroepsgeheim werkt.”

    87 slachtoffers Robert M.

    In december 2010 komt de grootste bevestigde zedenzaak in de Nederlandse geschiedenis naar buiten.

    Een groot aantal baby’s en peuters, voornamelijk jongens, bleek ernstig en langdurig seksueel te zijn misbruikt. De toen 27-jarige Robert M., medewerker bij kinderdagverblijf ‘t Hofnarretje en oppas aan huis, bekende tientallen kinderen seksueel te hebben misbruikt. M. maakte daar vaak beelden van en verspreidde die via internet.

    Uit het politie-onderzoek bleek dat er 87 slachtoffers waren. M. kreeg 19 jaar cel en tbs.

    Bron: Parool.nl >>

    #237850
    Luka
    Moderator

    Als je vader je dochter misbruikt

    Henny Keizer vermoedde al dat er iets was met haar dochter, maar toen ze gebeld werd door school en hoorde dat haar eigen vader haar dochter al jaren seksueel misbruikte, brak niet alleen haar hart. Haar hele leven zag er vanaf die dag anders uit.

    Vandaag wordt het boek De draad weer oppakken van Jeroen Kleijne gepresenteerd. Hoe pak je je leven weer op nadat je geconfronteerd bent met een schokkende gebeurtenis? In de rubriek Persoonlijk Verhaal van Radio EenVandaag vertelt Henny Keizer hoe zij dat deed.

    Hoe maak je het leven weer dragelijk na zo’n heftige gebeurtenis? Kleijne tekent niet alleen het verhaal van Henny Keizer op, ook dertien andere mensen vertellen in het boek hoe hun leven van de ene op de andere dag ingrijpend is veranderd.

    Een korporaal die in Afghanistan zijn beide benen verloor, een ooggetuige van de schietpartij in het winkelcentrum in Alphen aan de Rijn, iemand die haar zoontje verliest doordat ze even niet goed oplet. Elke schokkende gebeurtenis is anders.

    Hulp
    Kleijne beschrijft ook de verschillende vormen van psychologische hulp die mensen na zo’n dramatische dag kunnen krijgen. Vier deskundigen leggen uit hoe je met complexe rouw en verlies om kan gaan.

    Wat de verhalen gemeen hebben is dat de hoofdpersonen allemaal de draad weer oppakken. “Je bent veel sterker dan je denkt”, zegt Henny Keizer tegen EenVandaag. Er is altijd een weg omhoog, dat beeld komt uit alle verhalen naar voren. Een weg vol obstakels, die op verschillende manieren genomen worden.

    Bron: EenVandaag – Avro Tros >>

    #238698
    Luka
    Moderator


    naasteninkracht.nl

    Over Naasten in Kracht
    Staan blijven en steun bieden

    Naasten in Kracht is er voor naasten van mensen met een psychische kwetsbaarheid (partners, kinderen, ouders, broers, zussen en goede vrienden).

    Via deze website krijg je informatie, tips, inspiratie en steun. Vooral van elkaar.
    De informatie is zo algemeen mogelijk zodat zoveel mogelijk naasten er van kunnen profiteren.
    Je kunt door middel van filters de informatie en persoonlijke verhalen lezen die voor jouw van toepassing zijn.

    Naasten in Kracht is een initiatief van 9 cliënten- en familieorganisaties in de ggz.

    #238718
    Luka
    Moderator

    KO(A)PP kinderen België

    De gevolgen van psychische problemen beperken zich niet tot één persoon, maar strekken zich ook uit naar de mensen die dicht bij deze persoon staan. Eén op vier krijgt ooit in zijn leven te maken met psychische gezondheidsproblemen, een veelvoud van mensen voelt er de impact van.

    Familieplatform stimuleert een evenwaardige en actieve deelname van familiebetrokkenen aan de vermaatschappelijking van zorg. Dit vraagt een open en dynamische houding van zorgverstrekkers, familiebetrokkenen en beleid.

    Familieplatform is het platform waarop families, familieorganisaties, zorgverstrekkers en beleid elkaar ontmoeten rond het familieperspectief.

    #238911
    Mark
    Moderator

    De vragen die je me wel en niet moet stellen over mijn verkrachting

    Ik heb gemerkt dat praten over mijn verkrachting niet alleen voor mij ingewikkeld kan zijn, maar ook voor de persoon die tegenover me zit.

    Ik ben een dertigjarige vrouw, heb een goede carrière, een liefdevolle vriend en een gezond, leuk en actief seksleven. Dat is best bijzonder, want ik ben als jong meisje verkracht. Dat ik er zonder al te veel schade vanaf ben gekomen, komt door een heleboel verschillende dingen: ik heb therapie gehad die goed werkte, ik kom uit een warm en liefdevol gezin en heb altijd meer spullen en vakanties gehad dan ik nodig had. Ik heb bijzonder veel privileges, dus.

    Toch kan ik, ook nu het al meer dan twintig jaar geleden is, nog steeds erg geraakt worden door verhalen over seksueel misbruik. Als een verhaal echt binnenkomt dan verkramp ik een beetje, maar dat betekent niet dat de verteller of iemand anders er iets van zal merken. Ik heb geleerd om op dat soort momenten even in mezelf te keren.

    Op seksueel gebied heb ik nooit te veel last gehad van mijn verkrachting. Ik weet niet waarom, maar dat is me op de een of andere manier bespaard gebleven. Maar een klein gedeelte van de mensen met wie ik het bed heb gedeeld weten van de verkrachting. Ook bij degenen die het niet wisten, ging het nagenoeg altijd goed; een simpele “blijf van mijn keel af” was voldoende.

    (Naast het feit dat het gewoon chill is om te weten wat je bedpartner lekker vindt, is dit dus nog een goede reden om duidelijk te communiceren tijdens de seks. En vooral goed te luisteren – dat is bij mij een keer ‘misgegaan’, en dan is de lol er wel snel af.)

    Er zijn dus niet veel mensen die weten van mijn ervaring. Soms ontmoet ik een nieuwe vriend of vriendin, en neem ik hem of haar in vertrouwen. Door de jaren heen heb ik gemerkt dat praten over mijn verkrachting niet alleen voor mij ingewikkeld kan zijn, maar ook voor de persoon die tegenover me zit. Er zijn een aantal reacties die ik bijna altijd krijg, maar die helemaal niet helpen – en die het gesprek bovendien stokken.

    Omdat ik vermoed dat ik niet de enige ben die dit soort vragen en opmerkingen te horen krijg – en ik ook denk dat deze ‘verkeerde’ reacties eerder voortkomen uit ongemak of onwetendheid – vertel ik hieronder wat deze reacties bij mij losmaken, en waarom ze dat doen. Ook doe ik nog een aantal suggesties voor vragen waardoor ik me juist wel gehoord en gesteund voel.

    (Voor ik begin met het lijstje, wil ik nog zeggen dat iedereen anders is en dat dit is wat voor mij wel en niet goed werkt. Daarnaast ga ik ervan uit dat de lezer beheerst over basiskennis van ‘hoe om te gaan met iemand die zegt verkracht te zijn’: geloof de persoon die tegenover je zit, altijd. Vragen als: was je dronken/schaarsgekleed/etc. zijn nooit oké. Als dit de vragen zijn die in je opkomen, raad ik je aan naar dit filmpje te kijken, waarin het begrip ‘consent’ wordt uitgelegd met hulp van een kopje thee.)

    Heb je aangifte gedaan?
    Dit is bijna altijd de eerste reactie die ik krijg. Ik heb zelf geen aangifte gedaan – ik was een kind dat niet begreep wat er in godsnaam gebeurd was. Bovendien is een verkrachter iemand die vooral geilt op de touwtjes in handen hebben, en helemaal in mijn situatie was dat zo. Hij wilde me het gevoel geven dat het aan mij lag, en dat is hem de eerste vijf jaar na de verkrachting gelukt. Er begon me pas iets te dagen toen ik aan het puberen was en de bladzijdes over seks in de Fancy begon te lezen.

    De eerste persoon die ik als 15-jarige in vertrouwen nam was mijn beste vriendinnetje. Pas toen had ik echt door dat er iets verschrikkelijks was gebeurd en dat het niet mijn schuld was. In die periode durfde ik niet naar de politie te gaan, want, vroeg ik me toen af, wat als het toch een beetje mijn eigen schuld was geweest? En ook: wat als de agent me niet gelooft?

    De vraag of ik aangifte heb gedaan is voor mij vervelend omdat ik me er schuldig door voel: ik krijg daardoor het gevoel dat ik onjuist heb gehandeld. Bovendien denk ik door die vraag altijd aan wat er voor of na mijn verkrachting gebeurd kan zijn: heeft hij het vaker gedaan? Heeft hij meer kinderen verkracht? En had ik het kunnen voorkomen door aangifte te doen? Is alles wat daarna gebeurde dus indirect mijn schuld? Kun je wel spreken van indirecte schuld? Komt het niet gewoon door mij?

    Weten je ouders het?
    Ik denk dat ik deze vraag relatief vaak krijg omdat ik zo jong was. Mijn ouders wisten het toen niet en weten het nog steeds niet. Dat is nooit een bewuste keuze geweest, maar het is zo gelopen en ik heb daar vrede mee. Sommige mensen reageren goed op mijn antwoord. Ze tonen met empathie dat ik dit als kind zelf heb moeten verwerken, en dat ze dat heel vervelend voor me vinden.

    Toch zijn er te veel mensen geweest die hebben geprobeerd me te overtuigen dat ik alsnog met mijn ouders moest praten over wat er gebeurd is. Dat is niet waarom ik mijn verhaal met iemand deel. Je kunt ervan uitgaan dat ik over deze dingen heb nagedacht.

    Bedenk, als je deze vraag stelt, waarom je het antwoord wilt weten en wat voor mening je over het antwoord hebt. En weet ook dat jouw mening over wie ik dit wel of niet zou moeten vertellen me niet echt interesseert. Als ik me kwetsbaar opstel door een traumatisch verhaal met je te delen, hoef ik je mening daarover gewoon niet te horen.

    Was het een bekende?
    Ik heb deze vraag nooit goed begrepen. Het komt op mij over als een soort check op hoe traumatisch het precies was. In mijn geval was het een kennis van mijn buren die ik weleens op verjaardagsfeestjes zag. Op een dag racete ik op mijn fietsje door het bos achter mijn huis toen hij daar opeens stond, met zijn broek en onderbroek op zijn hielen. Ik stopte om te vragen of hij oké was, of hij hulp nodig had. Of ik bij een onbekende zou zijn doorgefietst weet ik niet, maar ik wil er eerlijk gezegd ook niet over nadenken. Ik kan me niet eens voorstellen hoe afgrijselijk het zou zijn als dit een familielid is – iets wat je veel te vaak hoort.

    Tijdens mijn therapie is een aantal keer de vraag naar voren gekomen of ik de gebeurtenis bagatelliseerde, doordat ik dingen zei als: “Het is maar één keer gebeurd.” “Er zijn kinderen die jarenlang door een ouder verkracht worden.” “Ik ben blij dat het mij is gebeurd en niet iemand anders, ik ben sterk.” Dit zijn allemaal mantra’s die ik mezelf heb aangeleerd om te kunnen omgaan met een nogal onoverkomelijke gebeurtenis. Dat onnodig relativeren heb ik moeten afleren: dat het erger had gekund betekent niet dat het niet verschrikkelijk is. Als je me dit vraagt, schiet ik in een uitleg over dat het inderdaad veel erger had gekund, en dat ik misschien zelfs ‘geluk heb gehad’. Daar heb jij niets aan, en ik al helemaal niet.

    De reactie: oh, nu snap ik zo veel beter waarom je zo fel kan zijn!
    Ik heb al vanaf dat ik een peuter ben een sterk karakter. Ik heb een uitgesproken mening, kan defensief zijn en kom altijd op voor dingen waar ik in geloof. Ik streef altijd al naar een eerlijke wereld.

    In het verwerken van de verkrachting heb ik moeten scheiden wat ‘van mij’ is, en wat het resultaat van de verkrachting is. Het is een angst van me geweest dat iets wat ik in mezelf bewonder, namelijk mijn sterke karakter, het resultaat van de verkrachting is geweest. Ben ik een beter mens dankzij dat varken?

    Tijdens en na een verkrachting moet je vechten. Die krachtige houding is altijd al onderdeel van mij geweest. Therapie heeft me vooral helpen inzien dat, alhoewel de verkrachting dat wellicht meer in me heeft losgemaakt, die kracht van mij is dankzij mij, niet dankzij hem. Mijn sterke karakter koppelen aan de verkrachting gaat snoeihard in tegen de therapie die me juist zo heeft geholpen.

    Nu ik je heb uitgelegd welke vragen niet werken en waarom, wil ik je ook vertellen wat mij heeft geholpen om een goed en veilig gesprek te voeren over dit trauma. Het belangrijkste: stel open vragen!

    Hoe heb je het kunnen verwerken?
    Met deze vraag help je me: de erkenning die je me indirect geeft, heb ik nodig om trots te durven zijn op mezelf. Deze vraag gaat over iets wat ik zelf in de hand heb gehad, en nog steeds heb. Een van de verschrikkelijke dingen van een verkrachting is de machteloosheid die je ervaart. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment fysiek gewoon opgaf, dat ik stopte met vechten en in gedachten verzonk en mezelf vertelde dat alhoewel hij mijn lichaam had, hij niet wist wat ik dacht.

    Hoe ik dit als negenjarig kind heb kunnen denken, verrast me nog steeds weleens. Dat ik op de een of andere manier sterker was dan hij op dat moment, dat ik sterk ben, daar heb ik tijdens mijn therapie meer en meer op moeten leren durven bouwen. En dat mij dat gelukt is, daar ben ik trots op.

    Wat kan of wil je me vertellen over hoe/waar/wanneer het gebeurd is?
    Natuurlijk begrijp ik dat je hier benieuwd naar bent. En natuurlijk mag je hiernaar vragen. Maar snap ook dat het inbouwen van een keuze voor mij (wat wil jij hierover vertellen) enorm positief werkt. Verkrachting is machtsmisbruik in een afgrijselijke vorm – als je me vraagt naar welke details ik wel en niet met je wil delen, geef je me die macht terug.

    Ik weet niet wat ik moet zeggen. Wat wil je me er verder over vertellen?
    Dit is zo een verfrissende opmerking. Mensen willen vaak niet toegeven dat ze even met hun mond vol tanden zitten. Maar ik zie het aan je, ik zie dat jij even verdwaald bent omdat ik dit tegen je zeg. Met deze opmerking, gevolgd door een vraag, moedig je me aan om meer te vertellen, maar ook om bij mijn eigen gevoel te blijven. Je geeft mij de macht over het gesprek. Dit klinkt wellicht wat zwaar, maar dat is seksueel misbruik ook.

    Hoe kan ik je helpen?
    Dit is een typisch geval van: je kunt niet weten wat de ander nodig heeft. De mensen tegen wie ik dit zeg zijn altijd mensen om wie ik geef, en omdat het prachtige mensen zijn willen ze me altijd helpen. Maar let op, behulpzaam willen zijn kan ook verkeerd vallen. Bijvoorbeeld als je me probeert te overtuigen om het wel met mijn ouders te delen, omdat mij dat zou helpen. Ik weet dat dit met de allerbeste bedoeling word gezegd, dus ik neem het mijn vrienden die dit hebben gezegd niet kwalijk. Maar als je me echt wilt helpen, en echt wilt weten waar ik mee geholpen ben, kun je me dat het beste gewoon vragen.

    Ik heb veel nagedacht over wat je me onlangs hebt verteld, en…
    Een van de dingen die me het meest heeft verrast, is dat er veel mensen zijn die nooit meer terugkomen op wat ik met ze heb gedeeld. Ik weet niet of het ongemak is, onzekerheid, of de angst dat je iets aanboort waar ik niet mee om zal kunnen gaan. Of iets anders. Maar ik heb het je verteld en me kwetsbaar opgesteld, ik kan het aan, en als je er niet op terugkomt geef je me het gevoel dat het geen indruk op je heeft gemaakt. Of erger, dat je het niet belangrijk vindt.

    Er opnieuw over beginnen en me een van deze laatste vier vragen stellen, is iets waar ik sowieso mee geholpen ben. En ik ben vast niet de enige.

    Bron: vice.com

    #239409
    Luka
    Moderator

    Moeder van misbruikte jongen: ‘Vreselijk dat het nog online staat’

    De zoon van Thea* werd vijf jaar lang seksueel misbruikt door een oudere man. Beelden daarvan zwerven nog steeds rond op internet. “Het is onverteerbaar dat mensen zich daaraan blijven verlekkeren.”

    Soms is ze boos, vaker is ze heel verdrietig. Thea weet sinds anderhalf jaar dat haar zoon tussen zijn tiende en vijftiende is misbruikt. Nooit heeft hij een woord gezegd. Als de politie die video’s niet had gevonden, dan had haar zoon waarschijnlijk zijn hele leven over het misbruik gezwegen, denkt ze.

    In shock
    De politie kwam een kindermisbruiker op het spoor en trof op zijn computer beelden aan van de zoon van Thea. Hij werd geïdentificeerd en de politie vroeg Thea naar het bureau te komen. Daar zag ze een screenshot van het misbruik, waarbij alleen het hoofd van haar zoon herkenbaar was. Of dat haar zoon was, vroeger de rechercheurs. Ze was in shock en zei: ja, dat is mijn zoon.

    Het misbruik heeft jaren kunnen plaatsvinden omdat haar zoon loyaal was aan zijn misbruiker. Hij keek naar hem op: de dader was ouder, had macht over het kind en was en een soort rolmodel. Haar zoon koos ervoor om niets te zeggen, om zo geen problemen te veroorzaken voor de misbruiker én zijn ouders. Nooit heeft Thea gedacht dat er iets mis was, of ook maar iets gemerkt. “De dader manipuleert en strooit zand in je ogen”, vertelt ze.

    Angstig
    Omdat de misbruikbeelden online zijn gedeeld, is de zoon van Thea angstig. Wat als iemand hem op straat van de beelden herkent? Hem daarop aanspreekt? Vervelende opmerkingen maakt? Of soms verder gaat? Alles spookt door zijn hoofd. Hij heeft het erover met zijn psycholoog, en soms met zijn familie, maar verder probeert hij zo gewoon mogelijk door het leven te gaan.

    “Ogenschijnlijk gaat het heel goed met hem”, vertelt Thea. “Hij doet zijn best op school, gaat vaak sporten en met vrienden stappen. Het is echt een ongelooflijk heerlijk kind als je hem ziet. Op het eerste gezicht zie je dan ook niet dat hij beschadigd is. Maar dat is hij wel, voor zijn hele leven. Hij wil er nu gewoon helemaal niets mee te maken hebben, maar hij zal nog op punten in zijn leven komen waarop hij weer met het misbruik wordt geconfronteerd.”

    Verdwijnen
    De situatie heeft een enorme weerslag op het gezin, zegt Thea. “Je probeert te overleven. Dat doe je als gezin met elkaar. De ene dag ben je heel boos, de andere dag denk je er niet eens aan. Het zijn soms heel kleine dingen waardoor je er weer mee wordt geconfronteerd, zoals een herinnering, foto of reportage op tv.”

    Er zijn meer misbruikbeelden van haar zoon, maar die hoefde Thea gelukkig niet op het politiebureau te zien. Deze video’s zijn online gedeeld en zwerven nog ergens rond, bijvoorbeeld in de netwerken waar deze mannen samenkomen. “Het is onverteerbaar dat mensen zich daaraan blijven verlekkeren.”

    En die beelden zijn niet zomaar offline te halen, waardoor het voor Thea, haar zoon en de rest van de familie lastiger is om deze vreselijke gebeurtenis achter zich te laten. “Ergens hoop ik dat het op een gegeven moment geen bruikbaar materiaal meer is, dat ze de interesse verliezen, en dat de beelden langzaam naar de achtergrond verdwijnen.”

    * De echte naam van Thea is bekend bij de redactie. ​​​​​​

    Bron: rtlnieuws.nl

    #239559
    Luka
    Moderator

    Niet zeggen na seksueel misbruik

    Als je seksueel misbruikt bent, dan is het een behoorlijke stap om dit aan mensen in je omgeving te vertellen. Misschien schaam je je behoorlijk, ben je bang niet geloofd te worden of heb je geen idee hoe mensen zullen reageren. Ik kan me in ieder geval goed herinneren dat ik lang heb gewacht met het vertellen aan een aantal mensen in mijn omgeving. Die drempel was behoorlijk hoog. Veel mensen zullen waarschijnlijk liefdevol reageren en je steunen, maar helaas zijn er ook genoeg mensen die net de verkeerde vragen stellen of opmerkingen maken. Wat dat betreft rust er nog steeds wel een taboe op seksueel misbruik en is er veel onduidelijkheid over. In deze blog lees je tien dingen je in ieder geval niet moet zeggen tegen iemand die seksueel misbruikt is.

    Wat had je aan?
    Dit wordt weleens gevraagd met de achterliggende gedachte dat het slachtoffer van misbruik misschien wel erg blote of uitdagende kleding aanhad. Diegene zou dan zelf iets uitgelokt kunnen hebben. Het maakt echter helemaal niet uit wat voor kleding degene die misbruikt is aanhad. Niemand heeft het recht een ander aan te raken tegen zijn/haar wil in, al loop je in je blootje op straat rond.

    Mannen kunnen niet misbruikt worden
    Ook genoeg jongens en mannen worden misbruikt maar hier rust een nog erger taboe op dan bij vrouwen. Als een jongen of man dan eindelijk de moed bij elkaar geraapt heeft om je te vertellen dat hij misbruikt is, dan is deze opmerking echt not done. Natuurlijk kan een man ook misbruikt worden, zowel door een ander man als door een vrouw.

    Wat heb je vlak daarvoor gezegd of gedaan?
    Deze opmerking sluit aan bij de eerste vraag en gaat er eigenlijk vanuit dat je mogelijk iets gedaan of gezegd hebt waarmee je het misbruik uit zou hebben gelokt. Ook hiervoor geldt dat dit nooit zo is. Het maakt niet uit wat iemand zegt of doet, dat geeft een ander nog niet het recht om iemand zomaar aan te raken.

    Je moet aangifte doen
    Toen ik naar de huisarts ging, zei hij vrij snel dat het belangrijk was om aangifte te doen. Dat wist ik ook wel, maar tegelijkertijd vond ik dat heel eng. Het is niet prettig als mensen je pushen om aangifte te doen. Aangifte doen van misbruik is geen makkelijk traject en niet te vergelijken met bijvoorbeeld een aangifte van diefstal. Je moet een aantal keer tot in detail vertellen wat er gebeurd is en dat moet je mentaal wel aankunnen. Bovendien zijn er nu eenmaal mensen die om allerlei redenen besluiten geen aangifte te willen doen en dat is nu eenmaal een persoonlijke keuze.

    Waarom heb je het niet eerder verteld?
    Het is bekend dat er mensen zijn die liegen over seksueel misbruik. Als je na een verkrachting direct contact opneemt met de politie, kan er lichamelijk onderzoek gedaan worden waardoor er meer bewijsmateriaal is voor een eventuele rechtszaak. Als je echter wacht met vertellen, dan is er geen bewijs meer, enkel jouw verhaal.

    Zelf heb ik lang gewacht met vertellen omdat ik me ontzettend schaamde. Ik wilde het vooral gewoon vergeten en doen alsof het allemaal niet gebeurd was. Ook was ik bang niet geloofd te worden. Dit had echter inderdaad ook tot gevolg dat er bij de politie werd getwijfeld aan mijn verhaal en mij werd gevraagd waarom ik het niet eerder had verteld. Die vraag is echter enorm pijnlijk. Op dat moment dacht ik helemaal niet na over bewijs of rechtszaken, ik wilde het gewoon vergeten.

    Heb je daar nu nog last van?
    Misbruik heeft een enorme impact op iemands leven. Je kunt er voor de rest van je leven last van houden, ook als je het aardig verwerkt hebt. Het is daarom niet helpend om na verloop van tijd je af te vragen of en waarom iemand er nog steeds last van heeft. Al is het een aantal jaar geleden, dat betekent niet dat een slachtoffer van seksueel misbruik deze traumatische gebeurtenis vergeten is. Ik denk er zelf bijvoorbeeld nog meerdere keren per week aan.

    Gelukkig ben je niet verkracht
    Er zijn verschillende vormen van misbruik en er wordt weleens gedacht dat aanranding een stuk minder erg is, omdat je dan alleen maar aangeraakt zou worden terwijl je dat eigenlijk niet wil. Toch kan dit net zo erg zijn voor het slachtoffer als een verkrachting. Er zijn geen gradaties in wat erg of minder erg is als het gaat om seksueel misbruik. Misbruik is per definitie ernstig, in welke vorm dan ook en voor heel veel slachtoffers is een dergelijke gebeurtenis traumatisch. Het maakt dan niet uit wat er precies gebeurd is, het gaat erom dat iemand een grens is over gegaan.

    Waarom heb je niet geschreeuwd of van je afgeslagen?
    Iedereen denkt waarschijnlijk weleens na over wat je zou doen als je in een hele nare situatie terecht zou komen. Ik heb vroeger bijvoorbeeld zelfverdedigingscursussen gedaan waarbij je leerde hoe je iemand van je af kon slaan als diegene bovenop je lag. De theorie wist ik heel goed, de realiteit was echter dat ik niet eens geluid meer kon maken en me verlamd voelde. Als je zelf niet zoiets mee hebt gemaakt kun je niet beoordelen wat een ander had moeten doen in een bepaalde situatie. Zoiets weet je pas als je er zelf in hebt gezeten.

    Je moet het maar zien als een compliment
    Gewoon nee. Misbruik is op geen enkele manier een compliment of iets om trots op te zijn. Met deze opmerking maak je het slachtoffer van seksueel misbruik belachelijk en laat je zien dat je hem of haar totaal niet serieus neemt.

    Dat gebeurt tegenwoordig zo vaak
    Dat er heel veel vrouwen en mannen misbruikt worden, betekent niet dat het voor een individu minder erg is. Ja, het komt vaak voor maar dat maakt het probleem niet minder groot voor degene die het op dat moment heeft meegemaakt en dat betekent niet dat we er maar aan moeten wennen of we maar moeten accepteren dat mensen nu eenmaal misbruikt kunnen worden.

    Bron: proud2bme.nl

    #239976
    Luka
    Moderator

    ‘Gezondheid student lijdt onder verslaving gezinslid’

    Ruim 15 procent van de studenten aan de Hogeschool Rotterdam heeft een gezinslid of partner met verslavingsproblemen, blijkt uit onderzoek van hogeschoolblad Profielen. Dat heeft zijn weerslag op de eigen gezondheid en studieprestaties.

    Profielen en het Kenniscentrum Zorginnovatie ondervroegen 5.662 studenten van de Hogeschool Rotterdam over hun drank- en drugsgebruik en dat van hun gezin. Wat blijkt: 15,6 procent heeft een ouder, broer, zus of partner die problemen heeft met alcohol, drugs of medicijnen.

    En daar lijden deze studenten zelf ook onder. Zij hebben vaker lichamelijke (19,2 procent) en psychische (32,6 procent) klachten dan studenten zonder dit soort problemen thuis (respectievelijk 11 en 16,9 procent). Ook roken ze zelf vaker, gebruiken meer drank en drugs en lopen vaker studievertraging op.

    Gevolgen
    Volgens de onderzoekers zijn de gevolgen van een verslaving voor naasten nauwelijks bekend. Ruim honderd studenten vertelden de onderzoekers desgevraagd dat ze thuis te maken hebben met agressie, (seksueel) geweld en vernedering en dat dit tot faalangst leidt. Profielen interviewde een van hen. Kenniscentrum Zorginnovatie gaat vervolgonderzoek doen en hoopt dat andere scholen zullen volgen.

    Bron: Avans Hogeschool

    #240474
    Mark
    Moderator

    Hoe kun jij een slachtoffer van seksueel geweld steunen?

    Slachtoffers van een aanranding of verkrachting, gaan een heftige tijd tegemoet. Het is dan fijn als er iemand voor je is. Iemand die naar je luistert, iemand die je steunt. Je begrijpt het al: jij als naaste bent hierin heel belangrijk. Als ouder, docent, vriend of vriendin, broer of zus, geliefde of kennis kun jij ondersteunen tijdens het herstelproces.

    Hieronder vind je tien tips over hoe je een slachtoffer van aanranding of verkrachting kunt steunen:

    1. Luister met aandacht
    Laat weten dat je er voor iemand bent en luister met aandacht. Veel slachtoffers zijn bang om niet geloofd te worden en vinden het daarom moeilijk om hun verhaal te delen. Weet je even niet wat je moet zeggen? Zeg dit dan gewoon.

    2. Steun je naaste
    Je hebt waarschijnlijk heel veel vragen aan je naaste. Hoe kan het zijn dat hij of zij is aangerand of verkracht? Waarom heeft hij of zij de dader niet kunnen stoppen? Wat is er precies gebeurd? Vragen die bij het slachtoffer nare gevoelens kunnen oproepen en soms beschuldigend kunnen overkomen. Het is het fijnst als jij er gewoon voor hem of haar bent en steun biedt. Accepteer het als hij of zij niet alles (gelijk) wil vertellen.

    3. Wees je bewust van emoties
    Sommige slachtoffers zijn boos of juist heel verdrietig, anderen gaan door alsof er niets is gebeurd. Bij iedereen is het anders. Welke emoties je naaste ook voelt, ze mogen er zijn. Ook wanneer je daar zelf moeite mee hebt.

    4. Stel vragen over aanraking
    Mensen die seksueel geweld hebben meegemaakt willen soms een tijdje liever niet aangeraakt worden. Een goedbedoelde kus of knuffel kan de eerste tijd veel nare herinneringen oproepen. Vraag of het oké is dat je iemand aanraakt of laat de ander het initiatief nemen.

    5. Vraag naar de wensen van je partner
    Seks hebben kort na een aanranding of verkrachting kan moeilijk zijn. Hebben jullie een liefdesrelatie, zet je geliefde dan niet onder druk om te vrijen. Vraag je partner wat zijn of haar wensen zijn op het gebied van seksualiteit en intimiteit.

    6. Bied praktische hulp
    Kan ik een boodschap voor je halen? Zal ik met je meegaan naar die afspraak? Praktische hulp kan heel fijn zijn voor een slachtoffer. Vraag daarom of je iets voor hem of haar kunt doen.

    7. Respecteer keuzes
    Iemand die slachtoffer is geworden van seksueel geweld moet ineens een heleboel keuzes maken. Wel of geen aangifte doen? Psychologische hulp of niet? Het is belangrijk dat hij of zij goede informatie krijgt en vervolgens zelf keuzes maakt in zijn of haar eigen tempo.

    8. Vertel het verhaal niet zomaar door
    Laat je naaste zelf bepalen wie mag weten wat er is gebeurd en wie niet. Vertel zijn of haar verhaal alleen met toestemming door aan anderen.

    9. Heb geduld
    Het verwerken van een aanranding of verkrachting kan veel tijd kosten. Jij kan helpen door geduldig te zijn en te blijven luisteren.

    10. Vergeet jezelf niet!
    Misschien ben je ontzettend boos op de pleger of voel je je schuldig dat je de aanranding of verkrachting niet hebt kunnen voorkomen. Ook jij moet je emoties kwijt kunnen. Het is hierbij belangrijk dat je iemand anders zoekt met wie je kunt praten. Vertel je naaste wel dat je hulp zoekt bij anderen.

    Hulp of advies nodig? Bel het Centrum Seksueel Geweld
    Het ondersteunen van iemand die is aangerand of verkracht, kan heel zwaar zijn. Blijf goed voor jezelf zorgen en vraag hulp als dat nodig is. Vraag je huisarts voor advies of bel met het Centrum Seksueel Geweld. Onze professionals denken graag met je mee en proberen al je vragen te beantwoorden. Als naaste kun je tijdens kantooruren bellen met het Centrum Seksueel Geweld via 0800 – 0188. Dit is gratis.

    Bron: centrumseksueelgeweld.nl

    #240622
    Luka
    Moderator

    Zo help je iemand die zichzelf beschadigt

    Eerder schreef ik over hoe je kunt praten over zelfbeschadiging, vanuit de persoon die zichzelf beschadigt. Vandaag geef ik daar een vervolg aan: want hoe help je iemand? En hoe begin je over zelfbeschadiging als ‘toeschouwer’? Dit is wat je moet doen.

    1. Luisteren
    Het allerbelangrijkste is dat je zonder oordeel luistert naar het verhaal van de ander. Hiermee bedoelen we niet af en toe “ja” en “okee” zeggen, maar echt luisteren. Probeer empathisch en zorgzaam te zijn en vergeet ook niet te vragen naar wat jij voor hen kan betekenen. De een vindt het fijn dat je af en toe checkt hoe het gaat, terwijl de ander liever zelf naar je toestapt.

    2. Wat is zelfbeschadiging voor jou?
    Daarnaast is het belangrijk om te peilen wat zelfbeschadiging voor hen inhoudt. Hoe vaak gebeurt het? Wat zorgt ervoor dat ze zichzelf beschadigen? Door deze vragen te stellen krijg niet alleen jij inzicht en het hoe en waarom, maar ook de persoon zelf. Bovendien krijg jij als luisteraar hiermee meer feeling met de oorzaken van zelfbeschadiging. Hierbij geldt: hoe meer je weet, hoe beter je de ander kunt helpen.

    3. Stel grenzen
    Vergeet ook niet om grenzen te stellen. Het is goed om naar iemand te luisteren en er altijd voor iemand te zijn, zolang je er zelf niet aan onder door gaat. Geef daarom aan waarbij je wel en niet gaat helpen. Vertel ook dat je af en toe tijd voor jezelf nodig hebt en dat dit geen afwijzing is naar ander, maar dat je ook voor jezelf moet zorgen. Duidelijkheid is key.

    4. Ken je plek
    Je kunt de zelfbeschadigende persoon niet ‘beter’ maken, maar wel helpen om een stap naar professionele hulpverlening te zetten. Bied aan om samen een afspraak te maken bij de huisarts en benadruk het belang van professionele hulp. Wees daarin niet overdreven pusherig, maar een stok achter de deur is wel zo fijn. Het is enorm lastig om de stap naar professionele hulp te zetten, helemaal als niemand je helpt.

    5. We zijn allemaal mensen
    Je bent meer dan je diagnose. Blijf de ander daarom altijd behandelen als mens: hij of zij is meer dan een ‘zelfbeschadigingsprobleem’. Ga daarom op normale voet met hen verder en laat weten dat er voor jou niets veranderd is aan de vriendschap.

    Niemand wil als fragiel gezien worden, dus heeft het geen zin om de ander de hele tijd bezorgd aan te kijken. Probeer in plaats daarvan liefdevol te zijn en te benadrukken dat er mensen zijn die om hem of haar geven. Uit eigen ervaring kan ik niet goed genoeg benadrukken hoe belangrijk een liefdevol supportnetwerk is.

    Een moeizaam gesprek
    Het is goed om te onthouden dat het gesprek voor beide kanten waarschijnlijk moeilijk en oncomfortabel is. Vaak wordt zelfbeschadiging zo zorgvuldig verborgen omdat het iets waar gevoelens van schaamte en schuld bij komen kijken. Als je denkt dat iemand die dichtbij je staat zichzelf beschadigt, is het goed om ze even apart te nemen.

    Ga op een rustige plek zitten waar je niet afgeleid kunt worden. Zorg er dan voor dat je niet om de problemen heen draait en dat jij degene bent die het gesprek begint. Vermeld hierbij wat je hebt gezien en deel je vermoedens: ga er niet vanuit dat de zelfbeschadigende persoon er zelf over begint.

    Het is het beste om direct te zeggen wat je denk. Zo geef je een signaal aan de ander dat het oké is om met jou te praten over zelfbeschadiging en dat je daar open voor staat. Blijf niet doordrammen als de ander er niet klaar voor is om het gesprek te gaan. Laat in plaats daarvan weten altijd beschikbaar te zijn, mocht de tijd rijp zijn.

    Bron: Commen.nl

    #241742
    Luka
    Moderator

    Als je partner PTSS heeft

    Mijn hele lichaam trilt. Met mijn ogen dicht lig ik in bed en het voelt alsof ik me niet kan bewegen. Mijn vriendin ligt naast me, ook stil. Ze weet niet wat ze moet doen. Ik wil het haar vertellen, maar ik krijg geen woord over mijn lippen. Ik voel me schuldig; ik kan haar aanraking niet verdragen. Wanneer ik voel dat er een seksuele lading zit bij de liefde die ze mij geeft, belandt er vrijwel direct een steen in mijn maag. Een gevoel van zelf-walging verspreidt zich langzaam door mijn lichaam. In plaats van haar nabijheid, wil ik afstand. Er woedt een strijd in mij; ik wil haar warmte voelen, maar hoe meer ik dat voel, hoe groter de weerstand wordt. Des te langer de aanraking duurt, des te meer spanning in mij opbouwt. Tot ik niet meer kan ontkennen dat het er is en ik me eraan over moet geven. Mijn lichaam voelt als verlamd. Een groot verdriet maakt zich van me meester en het enige dat ik kan, is huilen…

    Iets dat fijn zou moeten zijn, roept in mij ontzettend veel negatieve gevoelens op. Al eerder schreef ik over wat mijn eerste ervaringen op seksueel gebied met mij deden en nog steeds voel ik hier de gevolgen van. Een gevoel waar ik geen controle over lijk te hebben, een lichamelijke reactie die in mij wordt opgeroepen zonder dat ik het wil, extreme schuldgevoelens en schaamte die ik niet zou hoeven voelen. Lange tijd kon ik deze gevoelens niet onder ogen komen, niet écht. Ik wist wel dat ik er last van had, maar wist niet hoe ik erbij moest komen. Ik dissocieerde zonder dat ik het doorhad en ging verder. Tot ik ik dichter bij mijzelf kwam te staan (onder andere door therapie) en op een punt kwam dat ik de gevoelens van het trauma wel moest erkennen.

    Ergens wilde ik ze ook erkennen, hoe lastig het ook was. Ik merkte dat mijn gedrag en mijn gevoelens effect hadden op mijn vriendin. Zij werd er onzeker van en wist niet hoe ze met mijn verdriet en pijn om moest gaan. Soms werd ze boos uit frustratie en onmacht. Mijn trauma drukte op onze relatie. De enige manier waarop ik hier iets aan kon doen, was door mijn gevoelens met haar te delen. We hebben samen moeten zoeken naar een manier die voor ons allebei fijn en veilig was, maar uiteindelijk heeft het ons veel dichter bij elkaar gebracht. Haar rol hierin en hoe zij met mij omging, was bepalend voor hoe ik mij naar haar open durfde te stellen.

    Laat merken dat het er mag zijn
    Gevoelens, gedachtes of gedragingen die voortkomen vanuit trauma zijn niet altijd even reëel, maar zijn voor de persoon die ze ervaart wel de waarheid. Als partner kun je al veel steun bieden door enkel te laten merken dat al die gevoelens, gedachtes en gedragingen er mogen zijn. Laat jouw partner merken dat hij of zij zich niet hoeft te schamen en dat het oké is dat hij of zij bepaalde dingen misschien anders voelt of ervaart. Dit betekent natuurlijk niet dat je alles zomaar over je heen hoeft te laten komen.

    Zelf was ik er bijvoorbeeld heel goed in om mijn vriendin buiten te sluiten van alles wat ik voelde. Ik kon zelfs erg onaardig of boos worden op momenten dat ze te dicht bij mijn pijnlijke gevoelens en gedachtes kwam. Dit deed ik uit angst om al die gevoelens te moeten toelaten, omdat ik het lastig vond me kwetsbaar op te stellen en uit schaamte. Mijn vriendin liet zich echter niet zomaar buitensluiten. In het begin vond ze het lastig als ik haar niet toeliet en werd ze soms boos. Dit werkte voor mij averechts; ik sloot me nog meer af. In de loop van de tijd merkte ik dat ze steeds minder snel boos werd. Ze bleef vragen naar wat er in me omging, zonder me te forceren er over te praten. Ze vertelde me dat het niet uitmaakte, dat ze niet boos was en dat ze graag wilde weten wat ik voelde. Dit zorgde ervoor dat ik haar langzaam steeds meer ging vertrouwen. Hierdoor werd ik steeds een beetje meer open en durfde ik haar steeds meer te vertellen.

    Probeer het te begrijpen
    Het is ontzettend moeilijk, misschien wel onmogelijk om écht te voelen wat er in jouw partner omgaat. Maar er zijn wel dingen die je kunt doen om daar dichterbij te komen. Zo kun je je inlezen over trauma’s of documentaires kijken over het onderwerp dat bij jouw partner speelt. Je kunt jouw partner er ook naar vragen. Het kan voor jouw partner lastig zijn om over het trauma te praten. Wanneer dit inderdaad niet lukt, zie dit dan niet als afwijzing. Het feit dat je interesse toont, kan al veel voor jouw partner betekenen, ook al kan hij of zij dat in het moment niet laten blijken.

    Toen mijn vriendin me vertelde dat zij zich had ingelezen over trauma’s na seksueel misbruik, raakte mij dat heel erg. Op een positieve manier wel te verstaan. Het gaf me extra bevestiging dat ze er écht voor mij wilde zijn en dat ze niet zomaar weg zou gaan vanwege mijn problemen. Laat weten dat je ermee bezig bent, dat je erover wilt leren en dat je je best wilt doen om jouw partner te helpen. Als jouw partner in therapie is, zou je ook kunnen bespreken of je een keer mee naar therapie kunt. Het bijzijn van een therapeut kan helpen om een gesprek over een lastig onderwerp soepeler te laten verlopen. Ook kan hij of zij inzichten geven of antwoorden op vragen die je hebt. Doe dit wel alleen wanneer jouw partner zich daar goed bij voelt; therapie is zijn of haar een veilige plek en dat moet het ook blijven.

    Vraag hoe je kunt helpen
    Dat helpen kan lastig zijn. Zelf heb ik ervaren dat ik ook niet wist hoe mijn vriendin mij kon helpen. Ik vond ik het ontzettend lastig om dit uit te spreken. Vooral wanneer zij in het moment waarop ik alle negatieve gevoelens ervoer aan mij vroeg wat ze moest doen. Er ging al zo veel in mij om dat ik geen ruimte had om na te denken over waar ik behoefte aan had. Ik merkte dat ik daar veel beter over na kon denken op een ander, rustiger moment. Een moment waarop al die heftige gevoelens niet aanwezig waren. Alleen durfde ik er dan niet meer over te beginnen. Ik wilde niet weer over mijn problemen praten, niet weer de aandacht opeisen. Ook was ik bang dat er weer zo’n hevige reactie of herbeleving zou komen. Gelukkig deed mijn vriendin erg haar best en vroeg zij er zelf naar op een rustig moment. Het was voor mij spannend, maar vooral heel prettig dat zij mij die ingang bood. Hierdoor konden we er écht over praten, met minder heftige emoties op de achtergrond. Ook kon ik haar ook beter vertellen waar ik dacht behoefte aan te hebben op het moment dat die emoties wél aanwezig zijn.

    Vertel wat het met jou doet
    Het is niet gek dat het jou iets doet wanneer je ziet dat jouw partner pijn en verdriet heeft, wanneer je bepaalde dingen moet laten, of wanneer dingen lastig zijn door het trauma van jouw partner. Die gevoelens mogen er zijn en dit mag je delen. Het mooiste is als je dit kun delen met jouw partner zelf. Probeer, wanneer jij jouw partner vertelt wat zijn/haar trauma met jou doet, daar geen oordeel of veroordeling in te leggen. Ook al is het voor jou ontzettend lastig om met het gedrag, de gevoelens en de gedachtes van jouw partner om te gaan; hij of zij heeft er niet voor gekozen om zich zo te voelen.

    Als het (nog) niet lukt om met betrekking tot het trauma samen met jouw partner te praten over wat het met jou doet, praat er dan over met anderen. Bijvoorbeeld vrienden of een therapeut. Het is niet gek dat jij last en zorgen ervaart van het trauma van jouw partner en alles wat dat met zich meebrengt. Wanneer je deze gevoelens opkropt, worden ze enkel groter en bestaat de kans dat dit tussen jou en jouw partner in komt te staan. Jij mag jezelf de ruimte geven om over jouw gevoelens en gedachten te praten.

    Accepteer dat het niet zomaar over gaat
    Een trauma is niet zomaar opgelost, hoe graag je het ook zou willen. Het kost tijd. Tijd om te accepteren dat er hulp nodig is, tijd om hulp te zoeken, de hulp zelf kost tijd en ook na afronding van de hulp kan er nog tijd nodig zijn om op een nieuwe manier met dingen om te leren gaan. Het kan ook nog zo zijn dat een bepaalde behandeling niet aanslaat. Het zou ontzettend fijn zijn als een posttraumatische stressstoornis van de een op de andere dag over gaat, maar zo werkt het nu eenmaal niet. Het is voor jouw partner fijn om te voelen dat het oké is dat het tijd kost om aan het trauma te werken. Dat jij dat niet erg vindt. Ook al duurt het langer dan verwacht of gaat het misschien nooit helemaal over, het belangrijkste is dat je hem of haar blijft steunen.

    Jouw veiligheid is soms het enige dat nodig is
    Als je partner PTSS heeft zullen er momenten zijn waarop hij of zij het moeilijk heeft. Waarop er misschien paniek of nachtmerries zijn, angsten, verdriet, boosheid of juist stilte en het gevoel niks meer te kunnen doen of zeggen. Het kan zijn dat jouw partner therapie heeft of juist niet, dat hij of zij het fijn vindt om er met jou over te praten of dat hij of zij er liever met anderen over praat. Er is van alles mogelijk, maar er zullen momenten zijn dat alles gewoon even echt heel moeilijk is. Als partners sta je erg dicht bij elkaar en voor iemand met PTSS kan het heel belangrijk zijn dat jij dan degene bent bij wie hij/zij veiligheid kan vinden. Steun en liefde, onvoorwaardelijk. Dat er niet gepraat hoeft te worden, geen uitleg nodig is; dat hij of zij gewoon bij jou kan zijn. In de vorm van een knuffel of door gewoon naast elkaar te zitten of samen te wandelen; net wat jouw partner prettig vindt. Dat jij er bent en blijft, door mooie en moeilijke tijden, is dan het enige wat telt.

    Zorg voor jezelf
    Hoeveel steun jouw partner ook nodig heeft, het is ontzettend belangrijk om goed voor jezelf te blijven zorgen. PTSS en het herstellen ervan kan veel tijd en ruimte innemen in iemands leven. Als partner is het logisch dat dat ook invloed heeft op jouw leven. Als je veel van iemand houdt, wil je waarschijnlijk graag voor die persoon zorgen. Maar het blijft bovenal belangrijk dat jij goed voor jezelf zorgt. Neem tijd voor jezelf, doe leuke dingen met vrienden, ontspan. Ook als jouw partner het moeilijk heeft, mag jij nog steeds genieten van de leuke dingen die je graag doet.

    Natuurlijk houd je rekening met elkaar. Het is ook niet gek dat in bepaalde periodes de één meer voor de ander zorgt en dat dat een andere periode weer andersom is. Ondanks alles is het leven net als in een vliegtuig; eerst zuurstof geven aan jezelf voordat je iemand anders helpt. Als jij onderdoor gaat aan de zorg voor jouw partner, is hij of zij jou ook kwijt. Daar schiet geen van beiden iets mee op. Begrip tonen voor de problematiek die uit de PTSS van jouw partner voortkomt, is belangrijk. Maar er volledig in meegaan en jouzelf verliezen, werkt averechts. Juist jij kan met jouw andere kijk op dingen helpen om te relativeren, helpen om tot rust te komen, helpen om de positieve kanten van het leven in te zien. Juist jouw niet-getraumatiseerde gevoelens en gedachtes kunnen jouw partner inspireren en kracht geven om door te gaan.

    Hoe steunen jij en je partner elkaar?

    Bron: Proud2bme

    #241746
    Luka
    Moderator

    abi-helpt.nl

    Het product dat je helpt bij de omgang met
    depressieve vrienden of vriendinnen.

    Abi is nu gestart als pilot
    en is nu voor iedereen te gebruiken!

    Abi is een app speciaal gemaakt voor de omgeving van iemand met een depressie. De app zit vol met tips en informatie om depressie bespreekbaar te maken en om ervoor te zorgen dat iemand met een depressie zich gehoord en gezien voelt. Ook kan je zelf tips toevoegen en meldingen instellen. Naast de app is er ook een kaartenset met op elke kaart een tip en op de achterkant de mogelijkheid om op te schrijven hoe het uitvoeren van de tip is gegaan.

    1. Kies een tip
    Lees de dertig tips en vind een activiteit die bij jou, je vriend(in) en de situatie past.
    2. Voer de tip uit
    Heb je de perfecte tip gevonden? Voer hem dan direct uit. Samen met je vriend(in) of alleen.
    3. Help, steun en leer
    Leer hoe je je depressieve vriend(in) kunt steunen en hoe je beter met hem of haar kunt communiceren.

    Kaartenset
    Ben je niet zo digitaal of hou je gewoon meer van papier?
    Koop dan alle tips als kaartenset.

    #242758
    Mark
    Moderator

    Opmerking vooraf: Deze informatie is gericht op België. In principe is de de informatie algemeen, alleen daar waar wordt gesproken over de Zorgcentra Seksueel Geweld, geldt dat mensen in Nederland zich kunnen wenden tot het Centrum Seksueel Geweld (CSG). Het CSG is 24/7 te bereiken op het centrale nummer: 0800-0188.

    Zorg voor slachtoffers van seksueel geweld Gids voor steunfiguren

    Noot: Deze gids is ontwikkeld binnen het kader van de pilotering van Belgische Zorgcentra na Seksueel Geweld en is in grote mate gebaseerd op de gids voor steunfiguren van het Sexual Assault Referral Centre The Havens in Londen, Verenigd Koninkrijk.

    Wat is seksueel geweld? Hoe vaak komt het voor? Hoe reageer je erop als slachtoffer of als overlever? Hoe kan je steun bieden als ouder, partner, vriend of familielid?

    Wanneer iemand om wie je geeft slachtoffer is geworden van seksueel geweld, heeft dat ook een invloed op jou en is de kans is groot dat je veel vragen hebt. Je kan het herstelproces bevorderen door het slachtoffer goed te ondersteunen en te zorgen dat zij/hij ook verdere hulp weet te vinden.

    Deze gids geeft uitleg over de typische reacties bij slachtoffers na seksueel geweld, zodat je wie die dit meegemaakt heeft, beter kan begrijpen. Deze gids geeft je ook praktische tips om deze persoon te ondersteunen doorheen het herstelproces. Tenslotte krijg je enkele tips om met je eigen gevoelens en noden, die ook belangrijk zijn, te kunnen omgaan.

    Download de gids voor steunfiguren >>

    #243778
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    Hulp voor partners, ouders en familie
    Heeft jouw partner, kind of een familielid te maken gehad met seksueel misbruik? Zowel op het slachtoffer zelf als op jou kan dit een enorme impact hebben. Partners, ouders en familie weten vaak niet hoe ze de beste ondersteuning kunnen bieden en/of worstelen met gevoelens van machteloosheid, woede en schuld. Blauwe Maan helpt je hiermee omgaan door het bieden van hulp voor ouders, partners en familie.

    Informatieve avonden voor partners en familie
    Blauwe Maan organiseert informatieve avonden voor ouders, partners, broers, zussen en (volwassen) kinderen van mensen die met seksueel misbruik te maken hebben (gehad). Het accent ligt hierbij op het uitwisselen van ervaringen en steun vinden bij elkaar. Erkenning en herkenning, daar gaat het om.

    Inhoud informatieve avonden
    Tijdens de informatieve avonden komen verschillende onderwerpen aan bod:

    • Welke gevolgen heeft het misbruik (gehad) en hoe reageer je daarop?
    • Wanneer moet ik professionele hulp zoeken?
    • Bij wie kan ik terecht om te praten over wat er is gebeurd?
    • Hoe om te gaan met geheimhouding en privacy?
    • Wat komt er zoal kijken bij het doen van aangifte?

    De bijeenkomsten worden begeleid door minimaal twee hulpverleners van Blauwe Maan. Vaak nodigen we ook partners, ouders of familieleden uit die al ervaring hebben met de hulp die Blauwe Maan biedt.

    Praktische informatie

    • 1 bijeenkomst van 2 uur (’s avonds)
    • Tussen de 6 en 12 deelnemers
    • De bijeenkomsten worden twee keer per jaar georganiseerd
    • Er zijn geen kosten verbonden aan deze bijeenkomsten

    Wil je je aanmelden voor onze hulp voor ouders, partners en familie of meer informatie? Neem dan contact op.

    Bron: blauwemaan.nl

    #244169
    Luka
    Moderator

    10x iemand helpen met paniekaanvallen

    “Ik voelde de paniek en angst steeds erger worden en ik besefte dat ik elk moment in een intense paniekaanval terecht zou kunnen komen. Die gedachte maakte het alleen maar erger, want dat was juist waar ik zo bang voor was. Ondertussen versnelde mijn hartslag, begonnen mijn armen te tintelen en voor dat ik het wist stroomde ik over van paniek. Ik wilde wegrennen, vluchten, maar het lukte niet. Ik was verlamd van angst en kon geen kant op. Daar zat ik dan, in mijn eentje in totale paniek en ik kon mijzelf niet rustig krijgen. Op zulke momenten had ik zo graag gewild dat er iemand was die mij eruit kon halen, iemand die mij kon steunen en kon begeleiden naar het moment dat de paniek zou afnemen en ik weer meer tot mijzelf zou komen. Ondanks dat ik wist dat ik het uiteindelijk zelf moest doen, zou het mij vertrouwen en steun geven op die momenten en zou ik me dan niet zo vreselijk alleen gevoeld hebben.” – Anoniem

    Voor iemand die nog nooit een paniekaanval heeft gehad, is het soms moeilijk te begrijpen hoe het echt voelt en dat maakt het soms nog lastiger om diegene te helpen. Paniekaanvallen kunnen ontzettend eng en angstaanjagend zijn. Je kunt het gevoel hebben dat het nooit meer overgaat en dat je voor altijd leeft met die angst. De meest onrealistische gedachten lijken zo echt en in je lichaam gebeurt van alles wat die angst alleen maar versterkt en in stand houdt. Hoe onrealistisch een bepaalde angst voor jou als buitenstaander ook kan zijn, voor de ander is het echt. Wat kun je doen voor iemand die kampt met paniekaanvallen? Hieronder een aantal tips.

    1. Laat zien dat je het wil begrijpen
    Als je een angststoornis hebt of regelmatig last hebt van paniekaanvallen, kun je je behoorlijk alleen voelen. Zelf weet je dan waarschijnlijk ook wel dat jouw angst niet een angst is die iedereen heeft en het kan lastig zijn om te merken dat anderen je niet begrijpen. Als buitenstaander is dit soms ook lastig, omdat je die angst zelf niet hebt en het in ander daglicht kan plaatsen. Je kan een ander al helpen door te laten zien dat je diegene wel wil begrijpen. Stel vragen als je iets niet begrijpt, erken het gevoel van de ander en toon betrokkenheid.

    “In de tijd dat ik veel paniekaanvallen had, voelde ik me enorm alleen en eenzaam. Ik was alleen met mijn gevoel en had het idee dat niemand me begreep. Toen ik er over ging praten, merkte ik dat mensen het niet altijd begrepen, maar wel wilde begrijpen. Dit betekende voor mij al enorm veel. Het gaf mij het gevoel er toch niet helemaal alleen voor te staan en dat sommige mensen wel zagen dat ik elke dag weer een enorme worsteling doormaakte. Ik heb geleerd dat mensen me niet altijd volledig hoeven te begrijpen om er voor mij te kunnen zijn.” – Anoniem

    2. Vraag hoe je diegene het beste kan helpen
    Met al je goede bedoelingen iemand helpen en ondersteunen, kan soms ook helemaal verkeerd aankomen. Wanneer je zo in paniek bent, ben je ook gevoeliger voor de dingen die om je heen gebeuren en dingen die tegen je gezegd worden. Het gevoel van niet begrepen worden kan enorm versterkt worden en dit is waarschijnlijk niet wat je wil bereiken als je iemand juist steun wil geven en wil helpen. Het helpt mij in ieder geval heel erg als iemand vraagt hoe hij/zij mij kan helpen op momenten dat ik het zelf ergens moeilijk mee heb. Je hoeft niet alles te weten en de gebruiksaanwijzing van een ander door en door te kennen. Als je vraagt hoe je iemand het beste kan helpen, heeft diegene de mogelijkheid dit zelf in te vullen en aan te geven. Ik zou echter wel aanraden dit te doen op een moment dat er geen paniekaanval is. In een paniekaanval is er niet altijd ruimte voor om dit aan te geven.

    3. Blijf zelf rustig
    Paniek kan zorgen voor een paniekreactie bij een ander terwijl het juist belangrijk is om op die momenten rustig te blijven. Dat is soms heel lastig omdat je de paniek dan van dichtbij meemaakt. Rustig blijven kan een goede tegenhanger bieden voor iemand die in paniek is.

    4. Neem de angst serieus
    Het gevoel niet serieus genomen te worden kan het gevoel van eenzaamheid en je aanstellen soms alleen maar versterken. Iemand met een angststoornis of paniek weet vaak zelf ook dat de angst niet realistisch is, omdat niet iedereen hier zo mee worstelt, maar het voelt op die momenten wel heel echt en het is er dan ook. Ondanks dat je die angst zelf ook niet hebt, is het belangrijk dat je de angst van de ander wel serieus neemt, probeert te begrijpen en er voor diegene bent als je graag wilt helpen. Het bagatelliseren heeft soms een dunne grens met het relativeren.

    5. Help met relativeren en geruststellen
    Wanneer je in paniek bent, is relativeren soms heel lastig. Je overziet het niet meer en de angst neemt de overhand waardoor je niet altijd meer realistisch kunt nadenken. Het kan dan enorm helpen als iemand anders er van een afstandje naar kan kijken en je serieus neemt, je gevoel erkent en tegelijkertijd helpt om het in ander daglicht te plaatsen. Dat is soms een enorme opgave voor een buitenstaander maar het kan wel enorm helpen.

    “Ik heb op gegeven moment veel gepraat over mijn angst en paniek en daardoor ging mijn moeder mij bijvoorbeeld steeds beter begrijpen. Ze zag sneller aan mij als ik weer angstige momenten doormaakte en in een paniekaanval zat. Ze hielp me met relativeren en hoewel ze soms de plank volledig missloeg, heeft ze me op heel veel momenten ook geholpen. Zij herinnerde mij aan het feit dat dit tijdelijk was en over ging, terwijl ik het gevoel had dat het eeuwig zou duren. Ze hielp me ook rustig te worden door te zeggen dat ik me zo mocht voelen en dat ik me niet daar ook nog rot over hoefde te voelen. Ik voelde me namelijk vaak schuldig en was bang dat de paniekaanvallen alles voor iedereen verpestten.” – Anoniem

    6. Zorg voor afleiding
    Afleiding kan veel doen als het gaat om paniek en angst. Het is belangrijk om uit dat moment en die cirkel van paniek te komen alleen is het ontzettend lastig als je er midden in zit. Soms helpt het om afleiding te zoeken en je ergens anders op te richten, maar dit lukt niet altijd alleen. Het kan dan fijn zijn als een ander je probeert af te leiden door bijvoorbeeld een leuk verhaal te vertellen of iets te laten zien. Dit is echter wel heel afhankelijk per persoon of dit een manier is die als fijn ervaren is. Het is goed om hier naar te vragen.

    7. Hij/zij is meer dan die angst
    Soms kun je een ander alleen al helpen door diegene te zien als meer dan de problemen waar hij/zij mee worstelt. Een leven kan beheerst worden door angst en paniekaanvallen, maar er is meer dan dat. Zie de persoon als volwaardig, met alle kwaliteiten en leuke eigenschappen en laat dat ook zien. Wanneer je zo met jezelf en problemen worstelt, zie je dit soms zelf niet meer en het kan dan heel fijn zijn als een ander dit nog wel doet.

    Daarnaast kan het heel fijn zijn om iemand te helpen zijn/haar zelfvertrouwen te vergroten. Geef complimentjes als het gaat om doorzetten en proberen te relativeren. Het is niet niks om je door die angst heen te worstelen en mensen met angst en paniek twijfelen nog weleens aan hun eigen kracht om hier uit te komen. Door dit te versterken kunnen ze soms wat meer vertrouwen in zichzelf krijgen en kan die angst ook afnemen.

    8. Kijk terug op momenten dat het over ging
    Die paniek is er niet altijd, maar het kan wel zo voelen. Iemand met een paniekaanval kan het gevoel hebben dat het een eeuwigheid duurt terwijl het misschien maar 10 minuten is. Het gevoel is zo intens en kan aanvoelen alsof het nooit meer over gaat. Gebrek aan vertrouwen in zichzelf en dat die nare momenten weer overgaan spelen vaak een rol hierin. Soms is het niet meer te overzien en kan diegene zich ook niet meer vasthouden aan de eerdere momenten en ervaringen waarin het wel voorbij ging. Help hem/haar herinneren aan die momenten, het kan enorm helpen op het moment dat hier wel aan gedacht wordt.

    9. Doe mee met ademhalings- en ontspanningsoefeningen
    Bij veel mensen helpen ademhalings- en ontspanningsoefeningen bij een paniekaanval. Het is belangrijk weer tot rust te komen en normaal adem te halen. In combinatie met paniek kan het heel lastig zijn jezelf weer te herpakken. Help diegene erbij door zelf ook mee te doen.

    10. Wees beschikbaar
    Een van de belangrijkste dingen is denk ik wel het laten merken dat je er bent, en niet weggaat als diegene dat niet wil. Dat kan veel vertrouwen geven en laten zien dat je er niet alleen voor staat.

    Bron: Proud2bme >>

    #244517
    Luka
    Moderator

    Hoe is het om een relatie te hebben als je depressief bent? | #Jesuisdepri

    Maaike is bijna aan het einde van haar langdurige therapie en mag gelukkig in de weekenden naar huis om bij haar vriend Jelle te zijn. Ze vertellen heel eerlijk hoe het is om een relatie te hebben in zo’n heftige tijd. Hoe houd je het dan samen vol? En kan je dan naar de toekomst kijken?

    #244518
    Luka
    Moderator

    Eleanor wilde niet meer leven | #Jesuisdepri

    Eleanor had haar heftigste depressie twee jaar geleden. Haar vriendinnen maakten zich op een gegeven moment zo’n zorgen om haar dat ze aan de bel trokken en haar lieten opnemen. Jan heeft een gesprek met Eleanor en haar vriendinnen over deze heftige periode.

    #244528
    Luka
    Moderator

    Ouders Jynthe over haar zelfmoordgedachtes | #Jesuisdepri

    Jynthe zit nog midden in haar depressie, is moe van het vechten en ziet het leven eigenlijk niet meer zitten. Ze wacht op bericht of ze kan starten met een langdurige, interne therapie. Jan heeft een gesprek met haar ouders, hoe het is om een suïcidale dochter te hebben. Haar moeder vertelt dat ze Jynthe in alles wil bijstaan, zelfs als ze er voor zou kiezen echt niet meer te willen leven.

    En dan is het een spannend moment voor Jynthe. Het moment waar ze al zo lang op heeft gewacht; het adviesgesprek bij de kliniek waar ze te horen krijgt of ze daar wel of niet kan starten aan de therapie…

    #244532
    Luka
    Moderator

    5 vragen over NARCISME | Psychologie Magazine

    #244533
    Luka
    Moderator

    Hoe steun je iemand in een depressie

    Je beste vriendin heeft een depressie. Je wil haar helpen, maar hoe geef je hulp bij depressie? Natuurlijk is het lastig om iemand van wie je houdt met depressie symptomen te zien kampen zoals sociale fobie en andere depressie kenmerken. Maria loopt hier tegenaan en stelde David & Arjan deze vraag. David heeft dit zelf van dichtbij meegemaakt en geeft advies. Herken jij dit situatie van Maria ook of ben je zelf depressief (geweest)? Deel dan jouw verhaal, advies of opmerking hier beneden.

     

    #244682
    Luka
    Moderator

    Man vertelt over manisch-depressieve episodes van zijn vrouw en de gevolgen voor hun gezin

    #244683
    Luka
    Moderator

    Leven met een bipolaire moeder (25/06/2014)

    #244705
    Luka
    Moderator

    Een manisch-depressieve partner

    Een man beschrijft hoe hij heeft leren omgaan met de depressies van zijn vriendin. Een helder voorbeeld van de impact die een psychische ziekte heeft op de mensen in de direct omgeving van de cliënt. Gemaakt in opdracht van het Fonds Psychische Gezondheid (tegenwoordig MIND), samen met Jaap Stahlie.

     

    #245335
    Luka
    Moderator

    We weten dat het helpt om te praten over psychische problemen, toch doen we het niet

    Bijna een op de vier Vlamingen met psychische problemen praat er niet over met vrienden of familie. Nochtans is zowat iedereen het erover eens dat praten helpt. ‘Het publieke stigma valt als een onweersbui over ons.’

    Sven (44) was 21, nog een student, toen hij voor het eerst te maken kreeg met een psychose. Zijn achternaam ziet hij liever niet in de krant, hij noemt zich tegenwoordig Sven (unik-id). Dat is niet omdat hij anoniem wil blijven, maar omdat hij misselijk wordt als hij zijn achternaam ziet. “De psychose heeft mijn hele identiteit weggevaagd”, zegt hij. “Dat is een groot verschil met een lichamelijke ziekte. Je brein wordt aangetast en je bent jezelf niet meer.”

    Sven kwam terecht in een psychiatrisch ziekenhuis, waar hij ook zijn vrouw leerde kennen, omdat ze er een andere patiënt kwam bezoeken. Toch duurde het veertien jaar, tot 2010, voor hij zijn vriendenkring inlichtte.

    “Toen moest ik opbiechten dat ik mijn vrouw niet heb leren kennen in een gewoon ziekenhuis”, zegt Sven. “Mijn ouders hadden een familiebedrijf en iedereen in het dorp kende ons. Ik voelde mij de dorpsgek.”

    Van alle deelnemers aan een nieuw onderzoek van CM en UGent met mentale problemen nu of in het verleden zegt 24 procent daar niet over gepraat te hebben met mensen uit hun nabije omgeving. Ze doen dat meestal omdat ze hun problemen liever zelf oplossen (49 procent) of omdat ze hun omgeving niet willen belasten (48 procent). Maar ook schaamte (32 procent) en angst voor reacties (26 procent) spelen een rol. Bij mannen, 65-plussers en mensen met een lagere opleiding is de schroom nog iets groter. Nochtans is 93 procent van de bevraagden in deze studie van mening dat praten over psychisch lijden helpt.

    Lees verder op De Morgen >>

    #245454
    Luka
    Moderator

    Heb je een vriend(in) met mentale problemen? Zo steun je hem of haar

    Vorige week luisterde ik naar de podcast Praten over depressie, waarin Maarten en Anneleen – surprise – praten over depressie. Dat is op zich al interessant, maar het frappante is vooral dat de hosts al jarenlang goede vrienden zijn, maar toch niets wisten van elkaars depressie. Mensen met psychische problemen vinden het vaak nog moeilijk om er open over te zijn, en dat terwijl je een partner of vriend(in) met mentale problemen juist heel goed kunt helpen als je het goed aanpakt.

    Toegegeven, dat goed aanpakken is zo gemakkelijk nog niet. We zijn vaak geneigd om mensen op te beuren of juist praktische tips te geven – “misschien wordt het beter als je yoga doet!” – maar door dat soort dingen kan de vriend(in) met mentale problemen zich juist alleen maar onbegrepen gaan voelen.

    Hieronder delen we een lijstje met strategieën die waarschijnlijk helpender zijn, maar we moeten er wel bij zeggen dat het per situatie verschilt. Psychische problemen zijn enorm complex en als buitenstaander voel je je soms machteloos als je iemand niet zo veel kunt helpen als je dat zou willen. Maar onthoud: alleen al door er te zijn en te blijven, maak je een positieve impact.

    Zo steun je een vriend(in) met mentale problemen

    Vraag hoe het met iemand gaat
    Voor mensen met psychische klachten is het vaak enorm lastig hulp te zoeken, omdat ze heel erg geneigd zijn hun problemen te bagatelliseren. Nee joh, ik ben niet depressief, ik ben gewoon somber. Een eetstoornis? Ik? Daar ben ik helemaal niet dun genoeg voor. Juist daarom is het belangrijk om zelf te letten op signalen dat het niet goed met iemand gaat.

    Als je merkt dat je partner of vriend(in) afweziger is dan normaal of niet goed voor zichzelf zorgt, wees dan ook niet bang om te vragen hoe het gaat. Op die manier hoeft diegene niet zelf de stap te zetten om hulp te vragen. Belangrijk is natuurlijk wel dat hij of zij ook eerlijk antwoord moet durven geven, maar in vriendschappen en relaties zit dat als het goed is wel snor.

    Neem het serieus
    Mensen met psychische problemen mogen hun klachten dan bagatelliseren, de omgeving kan er ook wat van. Tegen mensen die op het randje van een burn-out zitten, worden dingen als “ja, herkenbaar, ik heb het ook zó druk” gezegd. Mensen met een depressie krijgen te horen dat het “wel aan het weer zal liggen – je moet gewoon eens een rondje gaan hardlopen joh, dat doet wonderen!”

    Het belangrijkste wat je echter kunt doen is om niet te oordelen en niet te zeggen dat hun gevoelens niet kloppen of er niet mogen zijn. Het is logisch om iemand te willen opbeuren, maar het is veel beter om hun gevoel te respecteren. Je hoeft het niet te begrijpen – liever niet zelfs – maar neem het wel serieus.

    Ga niet meteen over op praktische zaken
    Het is logisch dat je meteen met oplossingen wilt komen en tips geeft als buiten wandelen, vaker mindfulness doen en noem zo maar op. Als we niet weten wat we met de situatie aan moeten, is oplossingen verzinnen immers datgene wat ons het gevoel geeft dat we wel van nut kunnen zijn.

    Toch is het veel beter om gewoon te luisteren naar je vriend(in) met mentale problemen, zonder meteen oplossingen aan te dragen. Dat voelt misschien nutteloos, maar als je depressief bent of andere klachten hebt, is het enorm waardevol om je bij iemand te kunnen uiten als je daar behoefte aan hebt.

    Laat weten dat je er bent
    Ik hoor je denken: maar als ik niet kan helpen met oplossen, hoe kan ik dan met de situatie omgaan? Nou, dat is eigenlijk heel simpel: je hoeft helemaal niets te doen of te zeggen. Het helpt al om iemand simpelweg te laten weten dat je er gewoon bent, dus benadruk dat ook.

    Ga vaak op bezoek
    Je kunt er figuurlijk zijn voor iemand, maar het kan natuurlijk ook letterlijk. Psychische klachten kunnen enorm eenzaam voelen en gaan vaak samen met de neiging je te isoleren, maar mensen met mentale problemen hebben er juist baat bij om wel onder de mensen te blijven. En als zij niet de deur uit willen, ga jij wel naar hen!

    Voor mensen met een depressie wordt het soms gemakkelijker om naar buiten te gaan als ze het samen met iemand kunnen doen, of bijvoorbeeld gebracht kunnen worden naar afspraken als stok achter de deur. Zitten ze echt alleen thuis, dan kun jij bijvoorbeeld aanbieden om boodschappen te doen en ze verder gewoon gezelschap houden.

    Help met het hulp zoeken
    Een vriend(in) met mentale problemen steunen ligt niet alleen in jouw handen; als het nodig is, is het belangrijk dat er ook professionele hulp bij komt kijken. Je kunt iemand bijvoorbeeld aanmoedigen om een psycholoog te bellen en daar eventueel zelfs bij helpen.

    In echt extreme gevallen, bijvoorbeeld als iemand actief suïcidaal is en een gevaar voor zichzelf, kan het nodig zijn om zelf extra hulp in te schakelen. Dan hoef je niet meteen zelf een psycholoog te bellen, maar je kunt bijvoorbeeld wel iemands ouders inlichten. Je partner of vriend(in) met mentale problemen hoeft dit niet alleen te doen, maar dat geldt net zo goed voor jou.

    Bron: Bedrock.nl >>

25 berichten aan het bekijken - 26 tot 50 (van in totaal 78)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 19 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.759, berichten: 14.841, leden: 1.609
Scroll Up