Kindermisbruik (algemeen)

  • Dit onderwerp bevat 98 reacties, 8 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 19/01/2022 om 11:15 door Mark.
19 berichten aan het bekijken - 81 tot 99 (van in totaal 99)
  • Auteur
    Berichten
  • #245736
    Luka
    Moderator

    ‘Trauma’s laten in het lichaam diepe sporen na’
    Interview met Bessel van der Kolk in Augeo Magazine

    Praten met getraumatiseerde kinderen? ‘Ja, maar leer ze eerst hoe ze hun lichaam kunnen kalmeren’, zegt de Nederlands-Amerikaanse psychiater Bessel van der Kolk in een interview met Augeomagazine. Hij vindt het onbegrijpelijk dat aanraking, beweging en verbeeldingskracht uit de meeste therapieën zijn verbannen. ‘Het zijn precies die elementen die getraumatiseerde kinderen helpen om zich weer veilig te voelen.’

    Hij is al meer dan veertig jaar bezig met onderzoek naar trauma’s en wordt wereldwijd beschouwd als een van de belangrijkste experts op dat gebied. In het Trauma Centre in Brookline, Massachusetts, dat hij dertig jaar geleden oprichtte, ziet hij ook nog elke week patiënten. Volwassenen én kinderen. ‘Als een behandeling bij mijn patiënten onvoldoende werkt, ga ik verder zoeken. Ik heb altijd nieuwe dingen willen uitproberen.’

    Als jonge psychiater geloofde Bessel van der Kolk (73) in de werking van medicijnen. Maar al snel kwam hij erachter dat zijn patiënten daar meestal niet genoeg van opknapten. Ook het effect van praten bleek beperkt. Dus ging hij op zoek naar nieuwe methodes: EMDR (herbeleving van het trauma met behulp van afleidende stimulansen zoals handbewegingen), neurofeedback (het brein belonen als de hersengolven het gewenste patroon laten zien), mindfulness, yoga, bewegingstherapie, theater.

    In zijn boek ‘The body keeps the score’ – in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’ − doet hij verslag van zijn decennialange zoektocht. Na al die jaren weet hij dat er niet één beste manier is om getraumatiseerde kinderen en volwassenen te helpen. Zijn wetenschappelijke onderzoek en praktijkervaring hebben hem er wel van overtuigd dat trauma’s vooral in het lichaam diepe sporen nalaten. Daar ligt volgens hem ook de sleutel om kinderen met trauma’s te behandelen. ‘Leer ze eerst om zich weer veilig te voelen in hun lichaam.’

    U schrijft dat trauma’s de structuur en de bedrading van de hersenen kunnen veranderen. Kunt u dat uitleggen?
    ‘Uit hersenonderzoek weten we dat trauma’s kunnen leiden tot veranderingen in de hersenen. Als we schokkende gebeurtenissen meemaken of ons bedreigd voelen, zenden we instinctief signalen uit naar anderen om ons te hulp te schieten. Maar als niemand te hulp schiet of gevaar blijft dreigen, treden oudere hersengebieden in werking: de emotionele hersenen, die uit de zoogdierhersenen en de reptielenhersenen bestaan. Dan blokkeert het talige deel van het brein en schakelen we over op primitievere manieren van overleven: vechten, vluchten of verstijven. Stresshormonen zijn de motor van die reacties. Bij getraumatiseerde kinderen en volwassenen is de stressreactie chronisch geworden. Daardoor raakt het alarmsysteem in de hersenen verkeerd afgesteld.’

    Wat heeft dat voor effect op getraumatiseerde kinderen?
    ‘Zij kunnen geen onderscheid maken tussen reëel en denkbeeldig gevaar en leven dus in een staat van constante waakzaamheid. Ze zijn bijvoorbeeld hypergevoelig voor de kleinste aanwijzingen van boosheid en reageren heel sterk op agressie van leeftijdgenoten. Een van de moeilijkste dingen is dat ze dingen hebben meegemaakt waarover ze niet kunnen praten. Omdat ze geen woorden hebben voor wat hen is overkomen, leeft het trauma zich uit in hun lichaam. Hun emotionele hersenen geven steeds signalen af dat de wereld onveilig is.’

    Hoe merk je dat?
    Het verbale deel van hun hersenen is als het ware afgeknepen. In tegensteling tot het rationele brein, dat zich uit via gedachtes, drukken de emotionele hersenen zich uit in lichamelijke reacties. Je krijgt plotseling hevige buikpijn, wordt misselijk, of krijgt een paniekaanval. Het lijf van getraumatiseerde kinderen is net een pingpongbal, waarover ze geen controle hebben. Ze hebben vaak geen idee waar hun heftige emoties en de spanning die ze voelen vandaan komen. Vaak weten ze ook helemaal niet wat ze voelen. Op een heel elementair niveau is hun gevoel van veiligheid geschaad.’

    Is dat permanente gevoel van onveiligheid en gevaar nog wel te herstellen?
    Het brein is een plastisch orgaan, de hersenen kunnen veranderen door nieuwe ervaringen op te doen, zeker als je jong bent. Dat is hoopvol. Het belangrijkste is om eerst het evenwicht op het diepste niveau te herstellen: door het lichaam te kalmeren. In ons traumacentrum laten we kinderen op een trampoline springen, schommelen, en balanceren op een evenwichtsbalk. We raken ze voorzichtig aan of slaan een deken om hen heen. Wat je dan ziet is wonderbaarlijk. Ze raken vertrouwd met hun lichaam. En als hun lichaam kalmeert, gaat ook hun taalgebruik vooruit. Lichamelijk contact, het elementairste hulpmiddel om te troosten en te kalmeren, is uit de meeste therapieën verbannen. Terwijl juist dat enorm kan helpen om je weer veilig te voelen in je lichaam, om te ervaren dat het gevaar geweken is. Als dat gebeurt, en het stresssysteem van de emotionele hersenen kalmeert, kunnen andere delen van het brein ook weer gezonder functioneren.’

    Kunnen medicijnen ook helpen om traumaklachten van kinderen te verminderen?
    ‘Op dit moment slikken ongeveer een half miljoen kinderen in de Verenigde Staten antipsychotica. Die geneesmiddelen worden vaak gebruikt om mishandelde en verwaarloosde kinderen handelbaarder te maken. Daarover maak ik me grote zorgen. Met pillen kunnen ze zich beter beheersen en worden ze minder agressief. Maar die middelen belemmeren ook hun lust tot spelen en hun nieuwsgierigheid. Juist die drives hebben ze nodig om zich te ontwikkelen tot goed functionerende volwassenen.’

    En praten over traumatische ervaringen, helpt dat volgens u?
    ‘Ja en nee. Het is heel belangrijk om te weten wat je voelt. Veel therapeuten proberen met kinderen en jongeren te praten over de vreselijke dingen die hen zijn overkomen. Het is fijn als iemand je verhaal aanhoort, maar dat neemt doorgaans de inprenting van angst en onveiligheid niet weg. Die heeft zich vastgezet in niet-talige delen van het brein en uit zich via het lichaam. Daarom moet de aandacht vooral gericht zijn op wat er in het lichaam gebeurt. Weet je wat je voelt? En waardoor worden die nare gevoelens getriggerd? Voor getraumatiseerde kinderen is het heel moeilijk om dat te benoemen. Wat ze voelen is zo angstwekkend, dat ze liever proberen om niet te voelen.’

    Hoe kun je kinderen leren om die gevoelens te hanteren?
    Vechtsporten als karate en judo leren kinderen dat ze controle kunnen hebben over hun lijf en zichzelf kunnen verdedigen. Daar worden ze minder angstig van. Yoga, mindfulness en sensomotorische therapie (waarbij de zintuigen door allerlei spelletjes en beweging worden geactiveerd, DE) zijn andere manieren om in een veilige omgeving te voelen wat er gebeurt in hun lijf. Ook tekenen helpt kinderen om het verlammende effect van traumatische ervaringen tegen te gaan. Ik werkte met kinderen die de aanslag op de Twin Towers van dichtbij meemaakten. Ik vroeg ze om een tekening te maken van die dag. Er waren kinderen die alleen naargeestige beelden op papier kregen, van rook, vuur, pijn en doden. Maar er was ook een jongetje dat een trampoline onder de torens tekende, voor een zachte landing van de mensen die moesten springen. Zijn verbeelding had de vreselijke waarheid een andere draai gegeven. Kinderen die hun verbeelding op zo’n manier kunnen laten spreken, hebben minder last van traumatische gebeurtenissen.’

    Maar dat is dus niet elk kind gegeven.
    ‘Nee, maar je kunt kinderen wel leren zich op een veilige manier te uiten. In projecten die we op scholen doen, leren we leerkrachten om ervaringen van getraumatiseerde kinderen te benoemen. In plaats van driftbuien, dagdromen of agressief gedrag te bestraffen, moedigen we ze aan contact te maken. “Ik zie dat je van streek bent. Wil je misschien dit dekentje om je heen slaan, zodat je wat kalmer wordt? Wil je even bij mij op schoot zitten of zullen we samen heel diep ademhalen?” Als het kind gekalmeerd is, helpt de leerkracht om zijn gevoelens te beschrijven. “Wat maakte je zo verdrietig of boos?’ ‘Wat denk je dat er gebeurt als je na school thuiskomt?” Op die manier kunnen scholen functioneren als veilige eilandjes in een chaotische wereld. Beweging, spel, gymnastiek, samen muziek maken of zingen: ook dat helpt getraumatiseerde kinderen om uit hun vlucht- of vechtmodus te komen, positieve emoties te ervaren en op een plezierige manier met anderen om te gaan. Ik vind het onbegrijpelijk dat er steeds meer beknibbeld wordt op dat soort activiteiten.’

    Sommige vakgenoten vinden dat er te weinig wetenschappelijk bewijs is voor de nadruk die u legt op traumabehandeling via het lichaam.
    ‘Voor mij is het belangrijkste dat mijn patiënten opknappen. Ik was een van de eersten die vanaf het begin van deze eeuw onderzoek deed naar EMDR. Dat is nu een geaccepteerde traumabehandeling, maar was in die tijd nog zeer omstreden. Nu denken sommigen dat ik een yoga-fanaticus ben, omdat ik daar veel onderzoek naar heb gedaan. Maar ik zie yoga vooral als een techniek die andere deuren kan openen bij getraumatiseerde mensen. Net als theater. Daar heb ik me afgelopen jaren in verdiept. Ik vind het jammer dat daar nog zo weinig wetenschappelijk onderzoek naar wordt gedaan.’

    Hoe kwam u daarmee in aanraking?
    ‘Via mijn zoon. Die bracht de eerste twee jaar van de middelbare school grotendeels door in bed, ernstig vermoeid en opgezwollen door allergieën. Mijn vrouw en ik waren wanhopig op zoek naar iets dat hem kon helpen. Gesprekstherapie haalde weinig uit, maar toen hij ging meespelen in een theatergroep, zagen we hem opknappen. Hij ervoer hoe het is om iemand anders te zijn en een bijdrage te leveren aan een groep. Dat gaf hem een gevoel van controle, bekwaamheid en eigenwaarde. Zo raakte ik geïnteresseerd in het therapeutische potentieel van theater.

    Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat theater getraumatiseerde jongeren een unieke manier biedt om toegang te krijgen tot hun emoties en lichamelijke gewaarwordingen. Ze leren verschillende rollen aan te nemen en te zoeken naar manieren om diepe emoties over te brengen aan het publiek. Liefde en haat, agressie en overgave, loyaliteit en verraad: dat is waar het bij zowel trauma’s als theater om draait. Spelenderwijs verkennen en onderzoeken jongeren zo hun eigen ervaringen, zonder het woord trauma ooit uit te spreken.’

    Bron: Rinogroep >>

    #245737
    Luka
    Moderator

    Geheimen doorbreken
    Kindermishandeling is omgeven door geheimen. Zowel ouders als kinderen praten er meestal niet uit zichzelf over en doen hun best om wat er thuis gebeurt voor de buitenwereld te verbergen. Dat maakt het voor professionals lastig om kindermishandeling te herkennen en bespreekbaar te maken. In dit nummer: zo herken je geheimen en maak je ze bespreekbaar.

    Inhoud

    • Wat thuis gebeurt is geheim
    • Waarom kinderen geheimen hebben
    • Praten over wat thuis misgaat, is voor ouders moeilijk
    • Zal ik wel of niet vertellen over wat thuis gebeurt?
    • Interview ‘Informatie over een gezin delen mag vaker dan je denkt’
    • Brief aan… ‘Over het misbruik durfde ik u niet te vertellen’
    • Als een kind om geheimhouding vraagt
    • BN’er aan het woord ‘Op mijn 50e vertelde ik voor het eerst dat ik mishandeld was’

    Bron: Augeo magazine >>

    #246377
    Luka
    Moderator

    ‘Ik dacht dat ik geboren was om misbruikt te worden’
    Het verhaal van een kinderpornoslachtoffer

    “Er woonde een meisje bij ons aan de overkant van de straat. Ik speelde graag met haar. Op een gegeven moment riep haar moeder ons: ‘wie het eerst hier is, krijgt een snoepje!’. Ik was als eerste dus ik kreeg een snoepje. Het buurmeisje mocht vast de kelder in en ik kreeg een prinsessenjurk aan. Beneden in de kelder was de vader van het meisje en nog een man, ze stonden achter de camera. We mochten op bed gaan springen. De prinsessenjurk mocht niet vies worden, dus die moest uit. De rest van de kleren op een gegeven moment ook..”

    Zo begint het verhaal van Vicky Bergman (48). Ze is drie jaar als ze voor het eerst met seksueel misbruik te maken krijgt. Ze snapt niet wat er aan de hand is, maar de gebeurtenis zal haar leven veranderen, ervoor zorgen dat ze vaker misbruikt zal worden en haar met een schuldgevoel opzadelen. Zij wilde dat snoepje toch? En het gebeurde afsluiten is moeilijk, want waar zijn de foto’s en videobeelden die toen van haar gemaakt zijn? Wie heeft haar allemaal gezien? Circuleren die beelden nog steeds? “Daar denk ik altijd nog aan,” aldus Vicky.

    Nationale dreiging
    In het Nationaal Dreigingsbeeld dat in mei 2017 verscheen sloeg de politie alarm over de explosieve toename van kinderporno. In het Nationaal Dreigingsbeeld dat elke vier jaar verschijnt, beschrijft de politie elke vier jaar de dreigingen op het gebied van georganiseerde criminaliteit. De politie verwacht dit jaar 20 000 meldingen van kinderporno met een Nederlandse link. Vorig jaar waren er nog 12 000 meldingen en werden er 200 kinderen in Nederland gered uit de handen van misbruikers. Over wat dat misbruik, en met name het feit dat het misbruik ook op foto en film is vastgelegd, op de lange termijn met slachtoffers doet is nog weinig bekend. Het Canadian Centre for Child Protection deed dit jaar voor het eerst grootschalig internationaal onderzoek onder slachtoffers van kinderporno. EenVandaag brengt de uitkomsten daarvan als eerste.

    Iva Bicanic is klinisch psycholoog en hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Ze vindt het onbegrijpelijk dat er nog maar zo weinig onderzoek is gedaan naar de gevolgen voor de slachtoffers van kinderporno. “Er is ontzettend veel onderzoek gedaan naar de gevolgen van seksueel misbruik. Maar de onderzoeken die zich specifiek concentreren op de gevolgen voor het slachtoffer als er foto’s of video’s worden gemaakt van het misbruik zijn op één hand te tellen. Er is één Duits onderzoek, daarvan weten we dat de effecten van het misbruik groter zijn als er ook foto’s en filmpjes zijn gemaakt. Dat is omdat het slachtoffer achtervolgd wordt door de blijvende beschikbaarheid van het beeldmateriaal.”

    De buurman
    Vicky wandelt nu veel met haar hond Abby. Een voormalige zwerfhond uit Portugal waar ze een bijzondere band mee heeft. “Soms als ik psychotisch word, dan voelt ze het aan en helpt ze om in het hier en nu te komen. Dan zak ik niet te ver weg in het verleden.” Het misbruik beperkte zich namelijk niet tot het incident op haar derde.

    Een aantal jaren later verhuisde Vicky met haar ouders naar een andere stad. Een straat verderop woonde een man die zich ook aan Vicky vergreep. “Hij gaf mij aandacht. Mijn vader was weg, mijn moeder had geen tijd voor mij. Toen ik acht was achtervolgde hij mij. Hij nam me mee de bosjes in. Ik wist nog niet dat het zo heette, maar hij kwam dus klaar. Ik rende naar huis en zei tegen mijn moeder: de buurman heeft op me geplast. Mijn moeder zei dat ik een vies kind was en niet zo moest zeuren.”

    Vicky heeft zich altijd schuldig gevoeld, maar ze bleef ook naar de buurman gaan.

    Revictimisatie
    Dat slachtoffers van seksueel misbruik later nog eens misbruikt worden komt volgens Bicanic heel vaak voor. “Het is echt heel treurig, maar de meest robuuste risicofactor om misbruikt te worden is: eerder misbruikt zijn. Er zijn verschillende hypotheses die dit verband proberen te verklaren. Precies weten we het nog niet. Maar dat er een verband is, dat staat als een huis.”

    Bicanic denkt zelf dat het te maken heeft met de problemen die kinderen krijgen na het eerste misbruik: “kinderen worden bijvoorbeeld hyperalert of juist emotioneel verdoofd waardoor ze niet adequaat reageren op prikkels uit hun omgeving en opnieuw misbruikt kunnen worden. Er zijn zelfs kinderen waar het misbruik keer op keer bij plaats blijft vinden. ‘revictimisatie’ noemen we dat. Dan ga je geloven dat mensen dat steeds maar met jou doen.”

    Hetzelfde gebeurde bij Vicky. Het misbruik door de buurman duurde tot haar twaalfde, tot ze ontdekte dat ze ook ‘nee’ mocht zeggen en dat ook deed. Maar ook daarna hebben zich nog incidenten voorgedaan. “Ik heb altijd gedacht dat ik geboren ben om misbruikt te worden. En dat het mijn eigen schuld was. Dat ik er niet had moeten zijn.”

    Dreigementen
    Slachtoffers denken dus vaak dat het hun eigen schuld is. En daarnaast houden ze zich stil, omdat de dader hen vaak bedreigd. Over angst van slachtoffers voor de dreigementen van de dader is minder bekend in de literatuur. Daarom vroeg Iva Bicanic op Twitter aan mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt welke woorden de dader gebruikte om er voor te zorgen dat de feiten het daglicht niet zouden bereiken. Het resultaat is een duizelingwekkend lange lijst met uitspraken van het type: “Als je het vertelt, dan…..! Lees het artikel hier.

    Camera’s
    Op haar dertigste komt Vicky in een blijf-van-mijn-lijfhuis terecht. Ze deed aangifte tegen de buurman maar de zaak was inmiddels verjaard. Tot op de dag van vandaag heeft ze therapie om met de gevolgen van het misbruik te kunnen leven. “Ik heb chronische PTSS, paniekaanvallen, ik ben psychotisch, ik durf ’s avonds niet naar buiten,” zo somt ze de gevolgen van het misbruik op.

    Ook het interview dat Vicky voor onze camera gaf was moeilijk voor haar, omdat er ook camera’s aanwezig zijn in haar jongste traumatische herinnering.

    Taboe doorbreken
    Inmiddels wil Vicky het negatieve van haar misbruikverleden omzetten in iets positiefs. Ze schreef haar levensverhaal eerder op onder de pseudoniem Lana B en ze leid een gespreksgroep van slachtoffers van seksueel misbruik bij Project Speak Now. Nu vertelt ze haar verhaal voor het eerst onder haar eigen naam. Ze wil met haar verhaal naar buiten omdat ze ziet dat misbruik een repeterend effect heeft. Slachtoffers van seksueel misbruik, misbruiken soms op hun beurt weer andere kinderen.

    Vicky wil dat het taboe om erover te praten, zoals zij dat als kind ervoer, doorbroken wordt. “Als slachtoffer heb je twee keuzes: slachtoffer blijven of dader worden. Vaak zijn daders eerder slachtoffer geweest. Dus wij creëren daders als wij niet zorgen dat kinderen erover gaan praten. Ik vind dat er op school les gegeven moet worden over misbruik, dat het je kan gebeuren. En er moet een persoon zijn op elke school waar kinderen anoniem hun verhaal bij kunnen doen,” aldus Vicky.

    Psycholoog Bicanic is pessimistisch over het voorkomen van seksueel misbruik. “Het is heel goed als ouders van jongs af aan al praten met hun kinderen over seksualiteit. Er moeten woorden aan gegeven worden. Veel kinderen die misbruikt worden voor kinderporno worden op zo’n jonge leeftijd misbruikt dat ze er nog geen woorden voor hebben. Maar ook in gezinnen waar veel warmte en cohesie is, en openheid om over dit soort thema’s te praten kunnen kinderen misbruikt worden. Seksueel misbruik voorkomen is een illusie. Er is wereldwijd nog geen aanpak gevonden waarmee we de cijfers van seksueel geweld structureel naar beneden kunnen brengen.”

    Bron + filmpjes: 1vandaag >>

    #246561
    Luka
    Moderator

    Mariëtte werd op haar 13de verkracht door haar gynaecoloog: ‘Hij zei: Zo, nu ben je geen maagd meer’

    Schrijver, die sinds elf jaar in Amersfoort woont, groeide in de jaren 60 op in Raalte, een dorp in Overijssel. Als ontluikende puber had ze last van ernstige menstruatieklachten. De huisarts verwees haar door naar een gynaecoloog in het Deventer Ziekenhuis. Daar werd ze behandeld door een jonge dokter, die haar seksueel misbruikte. ,,Hij zei dat hij een inwendig onderzoek ging uitvoeren. Ik moest alles uittrekken, ook mijn bovenkleding. Dat voelde al meteen niet prettig, maar ik was 13 en naïef. Ik moest op een bed gaan liggen, met mijn benen uit elkaar in stijgbeugels.’’

    ,,Toen zei de dokter dat het even pijn zou doen. Hij knoopte zijn broek naar beneden en deed zijn hele handel naar binnen. Ik lag daar als een plank en was helemaal verstijfd. Ik hield mijn ogen stijf dicht omdat het zo’n zeer deed. Hij betastte ook mijn borsten. Er leek geen einde aan te komen. Nadat hij klaar was, zei hij: ‘Zo, nu ben je geen maagd meer.’ Toen ik mocht vertrekken, ben ik zo’n beetje het ziekenhuis uitgehold. Onderweg naar huis dacht ik alleen maar: ‘Als ik maar niet zwanger word’. Ik schaamde me dood.’’’

    Lees het hele artikel op het AD >>

    #246625
    Mark
    Moderator

    Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2017-2018

    ‘Mijn kind-zijn, mijn onschuld, mijn vrijheid, mijn plezier, het kunnen genieten, vertrouwen en een gezond normaal functionerend mens zijn, is me door jou ontnomen.’ Dit schrijft Johan aan de begelei- der op voetbalkamp die hem op zijn elfde misbruikte. Hij is een van de mannen die Fiet van Beek inter- viewde voor het boek ‘Het is niet stoer’, over mannen die slachtoffer zijn van kindermishandeling of seksueel misbruik. Het eerste exemplaar van het boek mocht ik in ontvangst nemen en met een aantal van deze mannen had ik een indrukwekkend gesprek. Johan is inmiddels 57 en vertelde mij dat hij zich vaak afvraagt hoe zijn leven was gelopen als hem dit niet als 11-jarige was overkomen. Beter, denkt hij zelf. Hij worstelt, door die ervaring, zijn hele leven al met zichzelf. Het verhaal van Johan maakte des te meer indruk omdat hij mijn generatiegenoot is. Het misbruik ligt ver, tientallen jaren, achter hem. En toch zag ik de emotie in zijn ogen toen hij erover vertelde. Het laat zien dat de gevolgen van seksueel misbruik langdurig en ontwrichtend kunnen zijn voor slachtoffers.

    Het zijn verhalen zoals die van Johan die laten zien dat er grote urgentie is om vast te stellen wat de mechanismen zijn achter seksueel geweld tegen kinderen. En waar onze maatschappij gebreken ver- toont waardoor kinderen slachtoffer worden. Het is onze plicht om die mechanismen te ontmantelen en gebreken op te sporen. Om ervoor te zorgen dat ieder kind de kans krijgt om iets van zijn of haar le- ven te maken.

    In deze slachtoffermonitor tekenen we op wat de aard en omvang is van seksueel geweld tegen kinderen in Nederland. We komen erachter dat dit nog heel moeilijk in kaart te brengen is. Toch past het ons om grote vragen te stellen. Hoe vaak komt het voor? Welke kinderen worden slachtoffer? Worden zij ade- quaat geholpen? Hoe ziet de aanpak eruit? Is de aanpak effectief? En uiteindelijk: zijn we als samenle- ving in staat om seksueel geweld tegen kinderen in al zijn facetten te voorkomen, te signaleren en te bestrijden? Deze vragen moeten we blijven stellen, ook als er nog geen antwoord op is. En naar de antwoorden moeten we blijven zoeken.

    Want Johan is niet alleen. Op zo veel verschillende manieren maken zo veel kinderen seksueel geweld mee. Hun verhalen vertellen en doorvertellen is nodig om ervan te kunnen leren. Daarom heb ik in dit rapport ook de verhalen opgenomen van vijf kinderen die na seksueel misbruik met hulpverlening te maken kregen. Het zijn er slechts vijf, maar zij staan voor velen. Het gaat alleen al om naar schatting ruim 20.000 kinderen tussen de twaalf en zestien die jaarlijks ernstig seksueel geweld meemaken, als we online seksueel grensoverschrijdend gedrag niet meetellen. En dan te bedenken dat ieder kind te- genwoordig online is. Deze kinderen moeten worden beschermd. Die bescherming is onze taak, als overheid en samenleving.

    Ik wil de medewerkers van mijn bureau bedanken voor al hun werk in de totstandkoming van dit rapport. Tot slot wil ik mijn bewondering uitspreken voor de professionals die zich elke dag bezighouden met het voorkomen en bestrijden van seksueel geweld tegen kinderen. Ik hoop met dit rapport te kun- nen bijdragen aan verdere verbetering van de aanpak van die problematiek.

    Herman Bolhaar
    Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen

    Naar de slachtoffermonitor >>

    Naar de factsheet >>

    #248155
    Luka
    Moderator

    Stil leed: misbruik van kinderen blijft meestal verborgen voor hun omgeving


    Niemand weet precies hoeveel kinderen en tieners in Nederland slachtoffer worden van seksueel geweld. Wat wel zeker is: het merendeel krijgt geen hulp, in West-Brabant net zo min als elders in het land. Niet omdat hulpverlenende instanties tekortschieten, maar omdat de meeste gevallen volwassenen nooit ter ore komen.

    De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen brengt met regelmaat rapportages uit die een beeld schetsen van seksueel geweld tegen minderjarigen. Eind 2019 kwam weer zo’n rapport uit. Iets dat daarin opvalt, is hoeveel onderzoekers en hulpverleners níet weten. Want de meeste slachtoffers zwijgen – in elk geval tegen volwassenen.

    Ongeveer een derde van de minderjarige slachtoffers vertelt helemaal niemand wat er gebeurd is. Ouders horen volgens onderzoek maar in een vijfde tot een kwart van de gevallen over seksueel misbruik van hun kinderen; politie, artsen en/of leraren horen in minder dan 10 procent van de gevallen wat er gebeurt of gebeurd is. Het merendeel van de gevallen komt volwassenen dus niet – of pas veel later – ter ore.

    Leeftijdsgenoten
    Van de kinderen en tieners die wél iemand in vertrouwen nemen, kiest het merendeel voor een leeftijdsgenoot. ,,En er bestaat nog geen onderzoek naar wat minderjarigen eigenlijk doen, als een vriend of vriendin zoiets vertelt.”

    Aan het woord is Femke Eisma van het bureau van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. ,,Slachtoffers geven in onderzoek aan dat ze meestal leeftijdsgenoten in vertrouwen nemen. Maar wat die daarmee doen, daar hebben we dus geen zicht op.”

    Dat ik het tegen haar moeder of de politie zou kunnen zeggen, kwam niet eens in me op

    Het komt een Oosterhoutse (36), die anoniem wil blijven, bekend voor. ,,In de brugklas vertelde een vriendin dat een oudere neef regelmatig aan haar zat. Ik heb haar getroost en volgens mij ook duidelijk gezegd dat het niet deugde. Maar dat ik het tegen haar moeder of de politie kon zeggen, kwam niet eens in me op.”

    Andersom gebeurde hetzelfde, toen deze Oosterhoutse op haar 14de ook zelf slachtoffer werd van een handtastelijk familielid. Zij nam eveneens een vriendin in vertrouwen; die vertelde het óók niet aan volwassenen. ,,Dat was vanzelfsprekend. Ik heb het uiteindelijk pas 18 jaar later aan familie verteld. Ik had lang het gevoel dat ik iets verkeerd had gedaan, beter mijn mond kon houden. Ik wist zeker dat mensen boos op míj zouden worden.”

    Ik had lang het gevoel dat ik zelf iets verkeerd had gedaan en beter mijn mond kon houden

    Dat gevoel ziet Lotte Huijben van Veilig Thuis West-Brabant vaker. Zij is bij die organisatie procesregisseur seksueel geweld. Als seksueel misbruik – of signalen daarvan – naar buiten komen, kijkt zij mee wat voor onderzoek en zorg nodig zijn.

    Is sprake van een duidelijke ‘onthulling’, dan hebben de instanties voldoende instrumenten om te zorgen dat misbruik stopt en er hulp komt. Maar in de meeste gevallen kómt die onthulling er dus niet. Huijben: ,,Daar is daarom het meeste te winnen: zorgen dat kinderen weten wat wel en niet hoort als het gaat om aanraken, en dat ze zich veilig genoeg voelen om hun verhaal te delen.”

    Angst en schaamte
    Seksueel misbruik gebeurt meestal door bekenden. De meeste kinderen vertellen uit zichzelf niets omdat ze zich schamen, zich schuldig voelen en bang zijn wat er gebeurt als ze het vertellen. Zullen mensen ze wel geloven? Hoe reageren ze? Wordt mama verdrietig, gaat de pleger de gevangenis in?

    Volwassenen kunnen kinderen wel helpen om ondanks angst en schaamte over seksueel geweld te vertellen. Lastig blijft het. Maar je kunt zorgen dat het iets makkelijker wordt, door van jongs af aan aandacht te besteden aan seksualiteit.

    Benoem welke lichaamsde­len je hebt, zodat ook jonge kinderen er al woorden voor hebben als er iets gebeurt

    Lotte Huijben, Veilig Thuis West-Brabant

    ,,Door te benoemen welke lichaamsdelen je hebt, zodat ook jonge kinderen er woorden voor hebben als iets gebeurt. Door uit te leggen welke lichaamsdelen anderen niet zomaar mogen aanraken.” Je kunt misbruik zo niet voorkomen, zegt Huijben, maar kinderen wel helpen er eerder over te vertellen.

    Net zo belangrijk is het om te zorgen dat kinderen zich gehoord voelen. Probeer er dus op te letten dat je echt luistert als een kind dingen vertelt – ook naar kleine dingen. Zo bouwen ze het vertrouwen op dat je er ook zult zijn als ze iets groots willen delen.

    ,,We weten dat kinderen die wél de stap zetten om een volwassene over seksueel geweld te vertellen, dat pas doen als ze het vertrouwen hebben dat diegene ze zal geloven, zal luisteren.” Het helpt als kinderen die zekerheid in een stabiele gezinssituatie voelen, zegt Huijben, maar het is geen vereiste. ,,Als jij de voetbaltrainer bent die een kind elke week ziet, kun je een jongetje óók het vertrouwen geven dat ie met alles bij je terecht kan.”

    Onzichtbaar
    En om meer kinderen in deze situatie te kunnen helpen, moeten we het echt vooral van hun eigen verhalen hebben, zeggen zowel Eisma als Huijben. Want uit het rapport van de Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen blijkt vrij helder: als een kind zelf niets vertelt, zijn er meestal ook geen volwassenen die de puntjes verbinden.

    Uit enquêtes onder professionals als leraren, hulpverleners en artsen blijkt dat zij veel minder vaak vermoedens van seksueel geweld tegen kinderen hebben, dan de werkelijke cijfers rechtvaardigen.

    Jaarlijks wordt 1,5 procent van de jongens tussen de 12 en 16 slachtoffer van ernstig seksueel geweld, en 2,5 procent van de meisjes in die groep: ongeveer 1 op de 50 kinderen dus. Maar professionals die met kinderen werken, melden in enquêtes zelf dat ze bij ongeveer één op de duizend kinderen (0,1 procent) seksueel misbruik vermoeden.

    ,,Er worden veel kinderen ‘gemist’, dat is duidelijk”, zegt Eisma. ,,Maar: het is dan ook ontzettend moeilijk om seksueel geweld te signaleren. Al was het maar omdat signalen die kunnen wijzen op misbruik, zoals buikpijn en slaapproblemen, ook passen bij andere problemen.”

    Hoge drempel
    Als volwassenen al iets opmerken, is er ook nog een hoge drempel om actie te ondernemen. Veilig Thuis in West-Brabant besteedt daarom bewust extra aandacht aan dit onderwerp in contacten met bijvoorbeeld scholen. Bijna elk jaar organiseert Veilig Thuis een symposium rond seksueel geweld; daarbij is altijd specifieke aandacht voor signalering.

    Advies vragen bij Veilig Thuis kan anoniem en hoeft niet altijd uit te monden in een melding. Huijben: ,,Wij kunnen ook meedenken om te bepalen hoe mensen meer helderheid kunnen krijgen over wat er speelt. Er zit een taboe op, ook bij professionals. Het is zo’n zwaar en beladen onderwerp; mensen hebben een bepaalde angst om schade aan te richten als het tóch niet zo is.”

    Maar: wat als het wel zo is?

    Blinde vlekken
    De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen zette in een recent rapport cijfers op een rij. Bijvoorbeeld dat elk jaar ongeveer 1,5 procent van de jongens en 2,5 procent van de meisjes tussen de 12 en 16 jaar te maken krijgt met fysiek seksueel geweld. De groep die te maken krijgt met verbale of online seksuele intimidatie is volgens de Rapporteur groter, maar is niet helder in beeld.

    Soortgelijk onderzoek naar kinderen onder de 12 ontbreekt. Tieners kun je anoniem naar deze ervaringen vragen, jonge kinderen niet. ,,Daar zit een blinde vlek”, zegt Femke Eisma van de Rapporteur.

    In ongeveer de helft van de gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen is de dader zelf ook minderjarig. Van de kinderen en tieners die iemand in vertrouwen nemen, vertelt het merendeel alleen tegen een leeftijdsgenoot wat er speelt.

    Veilig Thuis West-Brabant kreeg in 2018 218 meldingen van seksueel geweld. De grootste categorie betrof seksueel geweld tegen minderjarigen of personen met een verstandelijke beperking (88 meldingen, in 41 van die gevallen was de dader een familielid).

    Het Jeugdjournaal besteedde onlangs ook aandacht aan seksueel geweld tegen kinderen en tieners. Op deze webpagina van het Jeugdjournaal vind je onderaan een filmpje met uitleg en voorbeelden, die het gemakkelijker kunnen maken deze thema’s met kinderen en tieners te bespreken. Ook onderstaand filmpje biedt aanknopingspunten om een gesprek met jongeren aan te gaan.

    Bron: BN /de Stem >>

    #249723
    Luka
    Moderator

    Nationaal Rapporteur spreekt in Tweede Kamer over seksueel geweld tegen kinderen
    Nieuwsbericht | 12-3-2020

    Het beschermen van slachtoffers van seksueel geweld tegen kinderen en het stoppen van daders vergt voortdurende alertheid en brede samenwerking. Dat benadrukte Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Herman Bolhaar in een technische briefing voor Kamerleden van de commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de Tweede Kamer.

    Bolhaar lichtte toe wat de bevindingen zijn uit zijn meest recente slachtoffermonitors over seksueel geweld. Daarin constateerde hij dat in de aanpak van seksueel geweld veel goede initiatieven lopen, maar dat de samenhang daartussen ontbreekt op zowel landelijk, regionaal als lokaal niveau. Ook uitte hij zijn zorgen over de zorg die slachtoffers van seksueel geweld krijgen. Zo kwam hij tot de conclusie dat bijna de helft van de kinderen die hulp ontvangt na het meemaken van seksueel geweld, deze hulp residentieel krijgt, en dus uit huis wordt geplaatst. Ook bleek dat maar liefst 85 procent van alle meisjes in de gesloten opvang in Nederland daar zit mede naar aanleiding van het meemaken van seksueel geweld. Zelfs voor de meest kwetsbare kinderen is volgens Bolhaar niet altijd snel hulp beschikbaar: ‘In de Slachtoffermonitor die in 2019 verscheen kwam naar voren dat 15 procent van de kinderen die de rechter onder toezicht stelde wegens seksueel geweld, niet binnen zes maanden hulp kreeg. Dat voor deze kinderen niet snel de goede hulp wordt geboden is onaanvaardbaar.’

    Samenwerking tussen bestuurslagen
    De Kamerleden stelden de Nationaal Rapporteur vragen over waar hij kansen zag voor verbetering. Daarop gaf Bolhaar aan dat gemeenten, regio’s en de nationale overheid moeten samenwerken om zicht krijgen op de aard en omvang van de problematiek. Daar moeten gemeenten ook toe in staat gesteld worden. ‘Om ieder kind de juiste hulp te kunnen bieden is zowel kennis dichtbij het kind nodig, als zeer specialistische zorg op bovenregionaal of landelijk niveau en moeten we daar ook goed tussen kunnen schakelen.’

    Spreektekst technische briefing commissie

    Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2016

    Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2017-2018

    Bron: Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen

     

    #250668
    Luka
    Moderator

    Deskundigen aan het woord: Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering
    1 mei 2020

    Ernstige en aanhoudende vroege traumatisering leidt tot kwetsbaarheid op volwassen leeftijd

    Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering (VCT) kan tot in de late volwassenheid leiden tot diverse psychische, fysieke en maatschappelijke problemen met een hoge negatieve impact op persoonlijke levens, de directe omgeving en de maatschappij. De aard en ernst variëren met de leeftijd waarop de traumatisering begon, en hangen tevens af van de relatie met de agressor, de duur en ernst van de traumatisering en de emotionele en sociale ondersteuning uit de omgeving.

    Grootschalige epidemiologische onderzoeken tonen aan dat in de jeugd chronisch getraumatiseerde volwassenen te maken hebben met een algemene psychische, somatische en maatschappelijke kwetsbaarheid. De traumatisering staat in lineaire relatie tot een complexiteit van vaak samenhangende psychische stoornissen, variërend van problemen met hechting, Complexe Posttraumatische Stressstoornis (CPTSS), dissociatieve stoornissen en angststoornissen tot alcohol- en drugsverslaving, depressie, eetstoornissen, somatisatiestoornissen, schizofrenie – of psychotische episoden – en persoonlijkheidsstoornissen.

    Meer klachten
    Er is tevens een aantoonbaar verband met een scala aan fysieke problemen, waaronder cardiovasculaire problemen, diabetes mellitus, longziekten, gynaecologische problemen, problemen aan het bewegingsapparaat en neurofysiologische problemen. Daarnaast hebben veel mensen die in de kinderjaren chronisch getraumatiseerd zijn geraakt maatschappelijke problemen, zoals een achterstand in opleiding en carrière, arbeidsuitval door ziekte en werkloosheid, en is er regelmatig sprake van sociaal isolement, dakloosheid, criminaliteit of herhaald (huiselijk) geweld.

    Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering is dan ook een maatschappelijk probleem met ingrijpende, vaak levenslange gevolgen voor de getroffenen. Jaarlijks zijn volgens de laatste MPI Studie 118.000 kinderen en jongeren tussen 0 en 18 jaar slachtoffer (ruim drie procent van de Nederlandse bevolking).

    Hoge maatschappelijke kosten
    In de kinderjaren chronisch getraumatiseerde volwassenen maken meer gebruik van alle vormen van zorg: psychologen, psychiaters en andere hulpverleners zoals huisartsen, medisch specialisten, maatschappelijk werkers en fysiotherapeuten. De zorgconsumptie is ongeveer driemaal hoger dan gemiddeld. Er is hierbij geen verschil tussen mannen en vrouwen. Het zorggebruik blijkt hoger te zijn bij mensen bij wie er sprake is van meerdere vormen van traumatisering dan bij mensen die zijn blootgesteld aan een enkele vorm hiervan.

    Multidisciplinair en fasegericht behandelen
    Ernstig en aanhoudend vroeg getraumatiseerde ggz-cliënten hebben vanwege de veelal samenhangende psychische en fysieke klachten een multidisciplinaire fasegerichte behandeling nodig (Multidisciplinaire Integrale Traumabehandeling). Een integrale behandeling voor het geheel van reacties, klachten en symptomen waarbij zowel de aanhoudende traumatisering als de meervoudige psychische, somatische en maatschappelijke gevolgen een rol spelen. Hierbij zouden alle dimensies van het bestaan (psychische, lichamelijke, maatschappelijke, mentale en spirituele) in de behandeling moeten worden betrokken. Een dergelijke multidisciplinaire en integrale behandeling sluit aan bij een wereldwijde ontwikkeling waarbij reguliere en complementaire behandelingen, waarvan wetenschappelijk onderzoek de effectiviteit en veiligheid heeft aangetoond, gecombineerd worden.

    Vanwege de complexe trauma-gerelateerde problematiek heeft de doelgroep meerdere jaren traumabehandeling nodig. Longitudinaal onderzoek van Amerikaanse collega’s onder een ernstig vroeg getraumatiseerde cliëntengroep met een steekproef onder 292 clinici en 280 cliënten wees uit dat de psychische problematiek na een eerste behandelfase fors afnam en sterker daalde naarmate de behandeling werd afgerond. De zorgkosten daalden navenant en in toenemende mate. De behandelingen zijn dus veelbelovend, maar een uitgebreide en langdurige aanpak is nodig om tot goede resultaten te komen.

    Bron: GGZ.nl >> 

    #250669
    Luka
    Moderator

    VCT deel 2: Blijvende impact van jeugdtrauma’s op de gezondheid
    22 mei 2020

    De ACE Study: hoe jeugdtrauma’s iemands geestelijke en lichamelijke gezondheid blijvend kunnen beïnvloeden

    Prof. Dr. Vincent Felitti, Onderzoeker ACE Studies (2010): ‘Adverce childhood experiences are the most basic and longlasting determinants of health riskbehaviors, mental ilness, social disfunction, disease, disability, death and health costs’.

    Kwetsbaarheid na vroege traumatisering
    Uit grootschalige epidemiologische onderzoeken blijkt dat volwassenen die in hun kinderjaren chronisch getraumatiseerd zijn een algemene psychische, somatische en maatschappelijke kwetsbaarheid hebben. De relatie tussen chronische traumatisering in de kinderjaren en gezondheids- en maatschappelijke problemen in de volwassenheid is het sterkst bij een combinatie van meerdere vormen van traumatisering. De aard en ernst varieert met de leeftijd waarop de traumatisering begon, de relatie met de agressor, de duur en ernst van de traumatisering en de emotionele en sociale ondersteuning uit de omgeving. De levensverwachting van mensen met jeugdtrauma’s blijkt zelfs twintig jaar korter te zijn ten opzichte van diegenen die opgroeien in een veilige omgeving.

    De ‘Adverse Childhood Experience Study’ (ACE Study)
    In de Adverse Childhood Experience Study (ACE Study), een retroperspectief cohortonderzoek (grootschalig internationaal onderzoek onder ruim 17.000 personen van middelbare leeftijd in de sociale middenklasse), onderzochten Felitti e.a. het opdoen van negatieve ervaringen in de kindertijd (ACE’s) en de relatie met psychische, lichamelijke en sociale problemen op volwassen leeftijd. Als negatieve ervaringen noemden zij herhaalde lichamelijke en/of emotionele mishandeling, seksueel misbruik en disfunctionerende gezinssituaties. Zij constateerden dat de kans op psychiatrische, somatische en sociale problematiek rechtstreeks verband houdt met het aantal negatieve ervaringen in de kindertijd – wat ze de ACE-score noemen. Bijna 40% van de 17.000 personen scoorde twee of meer negatieve jeugdervaringen, en ruim 12,5% (een op de acht) scoorde vier of meer negatieve jeugdervaringen.

    Bron: GGZ.nl >>

    #251917
    Luka
    Moderator

    Seksueel misbruik, strafregels of plezier met de meiden: herinnering aan de kostschool


    Ellen van Remmen haalt herinneringen op in Veldhoven (foto: Omroep Brabant).

    Voor de één was de kostschool een ware hel, bij de ander roept het juist de mooiste herinneringen op. Het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) riep op om ervaringen te delen over de ruim honderd voormalige internaten in onze provincie. Het leverde ruim 2200 reacties en 800 foto’s op. We blikken terug met oud-leerlingen Conny en Ellen.

    “Het was echt verschrikkelijk.” De 73-jarige Conny Smulders uit Berkel-Enschot heeft geen goed woord over voor haar tijd op twee kostscholen. “Het was zo’n rottijd, dat ik er nu nog last van heb.” Op haar achtste vertrok ze naar Sint-Jozefzorg in Berkel-Enschot. Van haar tiende tot en met dertiende woonde ze bij St. Joseph in Dongen. Op beide internaten hebben nonnen haar vernederd en seksueel misbruikt.

    Zo kon ze een keer niet zo snel uit bed, nadat ze op haar stuitje was gevallen. “De nonnen trokken me uit bed en sloegen me. Ook moest ik heel de dag een bordje om mijn nek dragen met daarop de woorden ‘Ik ben een luilak’”, zegt ze, zichtbaar geëmotioneerd. Bovendien werd ze verschillende keren betast tijdens het douchen. “Ik gilde alles bij elkaar en vervolgens kreeg ik klappen.”

    Zo heeft ze tal van voorbeelden. “Ik moest een keer duizend strafregels schrijven, omdat ik één keer mijn mond open deed in de slaapzaal.” Ook andere kinderen werden zwaar gestraft. Wanneer ze hun eten niet opaten, werd het er letterlijk ingestampt, totdat ze overgaven.


    Conny (links) en haar zusjes in het internaat in Berkel-Enschot in 1957. (foto: BHIC)

    Het gaat nu goed met haar, maar nog altijd merkt ze de gevolgen van haar jeugd. “Een relatie gaat altijd mis.” Ook heeft ze moeite met een bezoekje aan de huisarts. “Als ik me uit moet kleden bij een vrouw, dan krijg ik het Spaans benauwd.”

    Conny heeft een excuusbrief gehad van het internaat en een schadevergoeding. Nog altijd vindt ze het belangrijk om haar verhaal te delen, zeker ook na de oproep van het BHIC. “Ik hoop dat mijn verhaal andere slachtoffers helpt om uit de school te klappen. Ik denk dat veel mensen het nog altijd niet durven te vertellen.”

    Hoe anders is dat voor Ellen van Remmen (68) uit Veghel. “Ik heb hier echt de tijd van mijn leven gehad.” Met twinkelende oogjes, loopt ze door het voormalige meisjesinternaat Koningshof in Veldhoven. Nu is het een hotel, maar veel details van vroeger zijn nog terug te zien.

    Van 1963 tot 1968 woonde ze in het internaat. “Het was een grote logeerpartij, met al die meiden onder elkaar! Ik had een heel goede band met de zusters”, herinnert ze zich. “Het was een heerlijke tijd! Soms zou ik willen dat ik nog terug kon.”

    In de jaren ’50 stuurden ouders hun kinderen massaal naar een internaat. Veel Brabantse 55-plussers hebben dan ook op een kostschool gezeten. In heel onze provincie waren ruim honderd katholieke internaten, die voor meisjes en jongens vaak strikt gescheiden waren.

    Sinds vorig jaar heeft het BHIC de internaten in onze provincie online in kaart gebracht met foto’s en verhalen. Op een interactieve kaart zijn alle verhalen en foto’s terug te vinden.

    Bron: Omroep Brabant >>

    #253057
    Luka
    Moderator

    Voorwoord
    20 jaar voortschrijdend inzicht

    Feiten en cijfers
    Wat verstaan we onder seksueel geweld en uitbuiting bij kinderen?

    Rondetafelgesprek
    ‘We drukken alle partijen met de neus op de feiten’

    In de praktijk
    ‘Aandacht voor de leuke kant van seks werkt preventief’

    Tips
    Zo praat je met een kind over seksueel misbruik

    Interview
    Ineens blijkt die leuke leeftijdsgenoot een online afperser

    Achtergrond
    ‘Een meisje voor je laten werken geeft geld en status’

    Ervaringsverhaal
    ‘Het gekke was: ik hield toch ergens ook van die man’

    Dubbelinterview
    Hoe werken zorg en justitie beter samen?

    Uitgelicht
    Documentaires, films, boeken en artikelen

    Bron: Augeo Magazine >>

    #256425
    Skye
    Moderator

    Iva Bicanic over kinderen die langdurig seksueel zijn misbruikt: ‘Ze zijn oersterk’

    Als hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum in Utrecht behandelt Iva Bicanic kinderen die langdurig seksueel zijn misbruikt. En hun ouders. Ze pleit voor minder schroom bij pedagogen om naar misbruik te vragen en sneller traumabehandeling in te zetten.

    Iva Bicanic (Nijmegen, 1972) is net terug van een Balkanreis als we elkaar spreken. Voor BNNVARA maakt ze een serie over het Joegoslavië na Tito, dat eind jaren tachtig uit elkaar begon te vallen. Ze heeft er een sabbatical voor genomen. “Het is een heel persoonlijke reis. Mijn ouders komen oorspronkelijk uit Kroatië en zijn in 1968 vertrokken. Vooral mijn vader, een natuurkundige, was een avonturier en wilde meer van de wereld zien. Hoewel ik in Nederland ben geboren, hebben ze me tweetalig opgevoed. Dus ik spreek de taal. Mijn herinneringen aan Kroatië zijn vooral lange zomervakanties, bezoekjes aan familie, de kust en vrije tijd. Toen ik zestien was kreeg ik er een vakantievriendje en naar hem gaan we in de serie ook op zoek.”

    Wij-termen
    Begin volgend jaar gaat ze nog naar Macedonië, het zevende en laatste land. Dan wordt de serie gemonteerd en in het najaar van 2021 uitgezonden. “Eigenlijk een wonder dat die reizen ondanks corona door konden gaan”, zegt ze. Op de Balkan gaat ze op zoek naar persoonlijke verhalen. Hoe was het leven onder president Tito, in de socialistische tijd? Wat gebeurde er tijdens de oorlog? Hoe kan het dat zo’n land van eenheid en broederschap toch uit elkaar is gevallen? En wat zijn de dromen van jongeren, die de oorlog niet hebben meegemaakt?

    “De leukste ontdekking van de hele reis is dat ik nu beter begrijp waar ik vandaan kom. Vooral in gesprekken met ouderen was het vaak net of ik mijn vader en moeder hoorde praten. Alle oude mensen zijn lyrisch over de periode onder Tito: elkaar helpen en vertrouwen, samen vooruit en samen sterk. Die waarden hebben mijn ouders me ook bijgebracht en in die wij-termen spreek ik ook altijd over het bestrijden van seksueel geweld. Dat doe ik niet alleen.”

    Holy man!
    Eigenlijk wilde ze medicijnen studeren en kinderarts worden. Maar toen ze een paar keer werd uitgeloot, koos ze voor bewegingswetenschappen en later psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De colleges van Francien Lamers, hoogleraar kindermishandeling, inspireerden haar om zich te specialiseren in seksueel misbruik van kinderen.

    “Toen zij vertelde wat de effecten zijn bij kinderen, hoe het hun leven beschadigt en de relatie met zichzelf en anderen, dacht ik: ‘holy man!’. Die kinderen overkomt iets waar ze niks aan kunnen doen en vervolgens zijn ze hun leven kwijt. Dat is een groot verlies. Hoe ga je dan verder? Ik ben bij Francien stage gaan lopen en mocht daarom mee naar een groot congres in San Diego. Met sessies van acht uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds. Ik heb alle informatie op zitten vréten. Mijn schrift met aantekeningen, uit 1998, heb ik nog steeds.”

    Clichébeeld
    In 2006 begon Iva Bicanic als therapeut bij het Landelijk Psychotraumacentrum in Utrecht en inmiddels is ze er hoofd. Ze is ook de drijvende kracht achter het landelijk Centrum Seksueel Geweld, met zestien locaties in het land, waar slachtoffers van aanranding en verkrachting terecht kunnen.

    “Daar focussen we vooral op mensen die het net hebben meegemaakt. Die hoeven niet meer allerlei loketten af en kunnen meteen terecht bij een multidisciplinair team van experts. Ik vind zo’n centrum ook belangrijk omdat men in Nederland nog steeds geen idee heeft hoe vaak misbruik voorkomt.

    In Nederland geven 6% van de mannen en 22% van de vrouwen tussen de vijftien en zeventig jaar aan dat ze misbruik hebben meegemaakt (manuele, orale, vaginale of anale seks tegen de wil). Dat zijn 380.000 mannen en 1,4 miljoen vrouwen.

    Het clichébeeld van de enge man in de bosjes klopt ook niet. 87% van seksueel misbruik vindt dicht bij huis plaats, door een bekende. De impact op kinderen en volwassenen is enorm. Slachtoffers van misbruik hebben een verhoogde kans op suïcide, automutilatie, psychose of verslaving, doordat ze het in hun eentje moeten dragen. Dat is een groot verschil met andere trauma’s. Daar praten we over met dierbaren, daar zoeken we steun. Maar bij misbruik gebeurt dat niet.”

    Steun van ouders
    Dit jaar verscheen het boek ‘Dicht bij huis. Hoe steun je een kind na seksueel misbruik?‘. Speciaal bedoeld voor ouders. Hun reacties kunnen, onbedoeld, soms meer kwaad doen dan het misbruik zelf. Iva Bicanic maakte het samen met advocaat Richard Korver, specialist in zedenzaken. “We kennen elkaar al lang en strijden voor hetzelfde. Hij vanuit de juridische invalshoek en ik vanuit de emotionele. We zien allebei in onze spreekkamer wat misbruik veroorzaakt aan schade en wat je eraan kan doen. Die ervaringen delen we in het boek.”

    Waarom is de steun van ouders zo belangrijk?

    ‘Ouders zijn belangrijker dan honderd therapeuten zoals ik’

    “Ik weet uit de praktijk, en dat wordt ondersteund vanuit de wetenschap, dat ouders een belangrijke rol hebben in het herstelproces. Ze zijn belangrijker dan honderd therapeuten zoals ik. Als het misbruik uitkomt, kun je ouders wel opvegen. Sommige nemen zelfs ontslag omdat ze niet meer kunnen functioneren. Het is ook verschrikkelijk als je erachter komt dat je kind van twaalf drie jaar lang misbruikt is door de buurman. Maar ik probeer hen duidelijk te maken dat ze hun kind geen groter cadeau kunnen geven dan rustig te blijven en vertrouwen uit te stralen: mama moet soms huilen, maar het komt wel goed en papa is soms boos, maar niet op jou. Voor een kind is het heel beangstigend als ouders zich zo verliezen in emoties. Een kind voelt zich daar schuldig over en gaat verder met wat het altijd al deed: net doen alsof er niks aan de hand is.”

    Zwijgen
    Typerend voor seksueel misbruik is dat kinderen erover zwijgen. Ze vertellen het vaak pas als ze al lang op eigen benen staan. Volgens Iva Bicanic zwijgen kinderen vooral omdat ze doodsbang zijn voor de consequenties als het uitkomt. En terecht.

    “Er zijn zelfs kinderen die er spijt van hebben dat ze het verteld hebben. Soms vallen hele families uit elkaar, dus een onthulling is niet zonder gevolgen. Je weet als kind dat er iets gaat gebeuren, je weet alleen niet precies wat. De meest toegepaste strategie is dan: er niet meer aan denken en er niet over praten. Dan is het een soort van ‘weg’. Daar worden ze heel goed in en dat wreekt zich in de volwassenheid.”

    Waarom-vragen
    Wie op latere leeftijd wel de moed heeft om het te vertellen, kan helaas ook niet rekenen op honderd procent support van de omgeving, zegt ze. “Wanneer je vertelt dat er in je auto is ingebroken, leeft iedereen mee. Maar als je vertelt dat je als kind bent misbruikt, krijg je vragen als: Waarom zeg je het nu pas? Waarom heb je er zo lang mee rondgelopen? Waarom heb je niets laten merken?”

    Het zijn eigenlijk dezelfde waarom-vragen die slachtoffers van misbruik zichzelf stellen als ze eenmaal volwassen zijn. “Ze verwijten zichzelf dat ze het allemaal maar hebben laten gebeuren. En juist daar lopen ze later op vast. Nooit op wat er precies is gebeurd, hoe lang en hoe erg, maar op hoe ze achteraf hun eigen reacties op het misbruik beoordelen. Ze geven zichzelf de schuld dat ze geen ‘nee’ gezegd hebben. Zo steken ze een dolk in hun eigen rug. Mijn werk is om die dolk wat stomper te maken.

    ”In haar therapie legt ze uit hoe daders te werk gaan, hoe de machtsverhoudingen liggen en dat ‘niks doen’ normaal slachtoffergedrag is. “Maar het zijn heel hardnekkige gedachten en overtuigingen. Je komt er echt niet met een gesprekje van ‘nee joh, het is niet jouw schuld’.

    Als dat maar een beetje doordringt, heb je al winst. Dan gaat iemand zich misschien één keer per dag mutileren in plaats van drie keer. Het is ieniemienie, maar wel verbetering.”

    Signalering
    Kinderen houden seksueel misbruik niet alleen geheim, de helft van de bewezen misbruikte kinderen laat ook helemaal geen gedragssignalen zien die erop wijzen. En wat ze wél laten zien, wijst niet specifiek op seksueel misbruik. Dus signaleren is moeilijk. “De stresssignalen die kinderen wel laten zien, zoals slecht slapen, in hun broek plassen, angstig of somber zijn, kunnen overal op wijzen. SOA en zwangerschap zijn de enige signalen die specifiek duiden op seksueel misbruik. Dat maakt het moeilijk.”

    Ook dat gebrek aan gedragssignalen komt omdat een kind zo z’n best doet om mensen te laten geloven dat er niks aan de hand is. “Daar is een mooie documentaire over gemaakt, Niks aan de hand, en een website die daar bij hoort. Over een vrouw van mijn leeftijd die in gesprek gaat met de dader, haar neef van acht jaar ouder. Ze spreekt ook met haar moeder, een leerkracht van vroeger en buren. Iedereen zegt achteraf: we hadden niks door. Op foto’s en filmpjes zie je ook een heel vrolijk kind. Terwijl ze regelmatig werd misbruikt door die neef. Heel leerzaam om naar te kijken en te zien hoe het werkt.”

    Schroom bij pedagogen
    Als het aan Iva Bicanic ligt, zou er bij de intake van ouders en kinderen in de jeugdzorg en jeugd-ggz standaard aan kinderen gevraagd moeten worden of ze negatieve ervaringen met hun lichaam hebben meegemaakt en of er dingen zijn die ze geheim moeten houden. Niet dat kinderen daar meteen open over zullen zijn, maar er is wel een zaadje geplant. En niet vragen is sowieso een gemiste kans.

    “Ik hoop dat pedagogen daar naar durven vragen, maar ik denk dat er te veel voorzichtigheid is. Terwijl het verband tussen die traumatische ervaring en het welzijn van een kind bekend is. We hebben ook heel mooie screeningsinstrumenten voor PTSS, die makkelijk toe te passen zijn. Maar ook daar is schroom. Dan krijg je een combinatie van een kind dat niet praat en een behandelaar die niet durft. Zo kun je eindeloos bezig blijven met non-directieve speltherapie, terwijl er onderliggend iets heel belangrijks bedekt blijft. Je moet juist doorpakken! Je weet wat de richtlijnen zeggen. Er is geen tijd te verliezen.”

    Traumaparadox

    Iva Bicanic noemt het de traumaparadox van de jeugdzorg: de kinderen die het meest hebben meegemaakt, krijgen het minst vaak therapie.

    “Het begint wel een beetje te schuiven, ook onder pedagogen. Maar er leven nog steeds mythes als dat een kind eerst stabiel moet zijn, terwijl je juist als de wiedeweerga moet beginnen met behandelen.

    Nogal wiedes dat ze instabiel zijn. Maar het zijn ook oersterke kinderen, echte krachtpatsers, die best iets aankunnen. Ga jij maar eens wekelijks een half uur onder iemand liggen waar je niet onder wil liggen en jarenlang met dat geheim rondlopen. Dan zouden ze een EMDR-behandeling niet aankunnen?

    Jaarlijkse check-up
    Haar nieuwste missie is een pleidooi voor een jaarlijkse check-up bij kinderen die zijn misbruikt. In haar praktijk merkt ze dat klachten, ook na een succesvolle behandeling, een paar jaar later toch weer op kunnen treden. Maar dan in een andere vorm.

    “Afhankelijk van de ontwikkelingsfase kunnen problemen van misbruik zich op een andere manier presenteren. Zo zie je een achtjarige die gaat bedplassen. Een twaalfjarige die bij haar ouders in bed wil slapen omdat ze bang is dat de dader haar komt halen als hij uit de gevangenis komt. Een zestienjarige die contact met jongens mijdt. En een twintigjarige die geen seksualiteit kan beleven. Ik ben er erg voor om niet te wachten tot ouders of een kind zelf terugkomen, maar dat wij dat monitoren. Net zoals we dat doen bij chronisch zieke kinderen.

    Er is een eerste aanzet geweest bij VWS en ik hoop dat we erover door gaan praten.”

    Tekst: Annemiek Haalboom

    Kijktip: Niks aan de hand, een documentaire en project over seksueel misbruik: http://www.niksaandehand.com

    Bron: NVO-magazine De Pedagoog, december 2020

    #257317
    Luka
    Moderator

    Het effect dat trauma’s in je kindertijd kunnen hebben op je volwassen leven

    De ervaringen die je als kind oploopt zijn tekenend voor je leven als volwassene. Extra tekenend zijn daarom trauma’s in je kindertijd. Benieuwd naar wat het effect daarvan is? Lees even mee.

    Psychologen doen veel onderzoek naar de effecten van trauma’s in de kindertijd op een volwassen leven. We doken de literatuur in en haalden er een psychologe bij om uit te zoeken wat het effect is van trauma’s in je kindertijd op je volwassen leven.

    Trauma’s in je kindertijd
    Als kind zijn je hersenen volop in ontwikkeling. Door het oplopen van een trauma kan die ontwikkeling ernstig verstoord worden. Trauma’s kunnen heel uiteenlopend zijn: van een moeder die depressief is tot seksueel misbruik of geweld binnen het gezin.

    “Zelfs nog vóór het kind geboren wordt, kunnen trauma’s – zoals een moeder met een depressie of familiaal geweld in het gezin – negatieve psychologische effecten hebben op de ontwikkeling van het kind”, vertelt klinisch psychologe Veronique Huget aan Bedrock.

    Daarnaast is het belangrijk om te weten dat niet iedereen een post traumatische stressstoornis ontwikkelt – veel kinderen zijn immers in staat om een traumatische gebeurtenis succesvol te verwerken. Dat een trauma automatisch leidt tot de ontwikkeling van een psychische stoornis, is dus een fabeltje.

    Trauma’s in je kindertijd: psychologische effecten
    Door het verstoren van de ontwikkeling van de hersenen, kunnen allerlei psychologische klachten optreden. Deze symptomen zijn hardnekkig en hebben effect op het aangaan van relaties en op het functioneren als volwassene.

    “Veelvoorkomend bij mensen met een seksueel trauma is moeite hebben met het vinden van de connectie met het eigen lichaam op volwassen leeftijd. Dat uit zich bijvoorbeeld in de ontwikkeling van eetstoornissen of losbandige seks. Mensen die als kind veel agressie hebben gezien of gevoeld, krijgen dan weer vaker te maken met moeilijke impulscontrole, overgevoeligheid en emoties die ze niet kunnen verklaren,” aldus Huget.

    Ook blijkt er een duidelijke link te zijn tussen traumatische gebeurtenissen in de kindertijd en depressie op latere leeftijd, en ook angst- en dwangklachten zijn veelvoorkomend, vult Huget aan.

    Trauma’s in je kindertijd en je gezondheid
    Naast psychologische effecten, blijken trauma’s in je kindertijd ook heel wat invloed te hebben op de gezondheid van volwassenen, zo lezen we in de conclusie van recent wetenschappelijk onderzoek:

    “Trauma’s in de kindertijd zijn significant gelinkt aan een zwakkere gezondheid en het stellen van risicovol gedrag voor de gezondheid (zoals problematische alcoholconsumptie en roken). Het is daarom van groot belang om veilige en stabiele relaties en omgevingen aan te bieden om trauma’s in de kindertijd te voorkomen.”

    Hoe pak je dat aan?
    Is er sprake van een trauma tijdens de kindertijd bij jezelf of in je omgeving? Dan is het aan te raden om contact op te nemen met een psycholoog. Psychologen kunnen inschatten of er sprake is van een post traumatisch stress syndroom en kunnen helpen bij de behandeling van psychologische klachten.

    Daarnaast geldt: hoe vroeger een trauma in de kindertijd aangepakt wordt, hoe beter negatieve psychologische effecten verholpen kunnen worden. Voor wie meer wil lezen over het onderwerp, tipt psychologe Huget ook het boek Slapende honden? Wakker maken! over chronisch getraumatiseerde kinderen en de behandeling ervan.

    Bron: Bedrock >>

    #257729
    Mark
    Moderator

    “Durf je ook bloot te dansen?”
    Grootste toename kinderporno door grooming via sociale media

    Het aantal meldingen van online kindermisbruik dreigt dit jaar opnieuw te verdubbelen. Volgens het Meldpunt Kinderporno is veel nieuw materiaal gemaakt door kinderen zelf. Ze worden verleid om voor de webcam naaktbeelden van zichzelf te maken. Maaike Hoffstedde keek mee op het Instagram-account van haar 10-jarige dochter en zag hoe gewiekst mannen te werk gaan.

    ‘Hoi’, zegt Kaboeja_fan, een instagrammer zonder profielfoto. ‘Goeie kaboeja dans. Echt heel goed. Dans je hem vaak?’

    Het berichtje komt ineens binnen in de privéberichten van Maaike’s 10-jarige dochter. Ze heeft pas net een Instagramaccount. Al haar vriendinnen hebben ook accounts. Ze wil kunnen volgen wat zij daar delen. Zelf plaatst ze soms, onder toeziend ook van Maaike, foto’s van hun poezen en haar nieuwste turnkunsten. Maar het allerliefste doet ze mee aan challenges, uitdagingen van andere Instagrammers die vervolgens gesponsorde prijzen uitdelen of jouw dansje ‘sharen’ op hun eigen superpopulaire account.
    Zo kwam het dus dat Maaike’s dochter de Kaboeja-dans deed, een danschallenge van haar favoriete vlogster (10 jaar, meer dan 200.000 volgers). Een paar uur nadat ze haar dansje had gepost, meldde Kaboeja_fan zich.

    ‘Durf je hem ook bloot te dansen?’
    ‘Ik geef je er een cijfer voor’
    ‘Durf je?’
    ‘Ik sla niks op.’

    Volg het gesprek

    ‘Zelfgeproduceerd materiaal’
    Het gaat echt om een trend, zegt Arda Gerkens, directeur van het Expertisebureau online kindermisbruik (EOKM) en het bijbehorende Meldpunt Kinderporno. ‘Naast materiaal dat voortkwam uit ‘hands on’-misbruik, zien we dat mensen nu veel vaker materiaal krijgen door kinderen te verleiden voor de webcam.’ De beelden zijn te classificeren als kinderporno, maar worden gemaakt door kinderen zelf. ‘Zelfgeproduceerd materiaal’, is de term die ze er bij het Meldpunt Kinderporno voor gebruiken.
    Het zijn geposeerde foto’s, met nadruk op de genitaliën. ‘Of ze verrichten solo-activiteiten’, zegt Arda Gerkens. ‘Dan zie je dat kinderen seksuele handelingen verrichten bij zichzelf op aanzet van iemand aan de andere kant. Het grootste gedeelte van wat wij zien is eigenlijk pre-puberaal, dus kinderen die vlak voor de puberteit zitten. Maar er zitten ook 6-, 7-jarige kinderen bij.’ Die webcambeelden worden dan aan de andere kant opgenomen.

    ‘Dit is schering en inslag’, zegt Ben van Mierlo, hoofd van het Team Kinderporno en Kindersekstoerisme van de politie. ‘Zodra je je op internet kenbaar maakt als jongere, en zeker als meisje van 12 of 13 jaar, duurt het niet lang tot je contact hebt met iemand die graag wat meer foto’s van jou wil zien dan je zelf bereid bent om te delen. We noemen dat officieel grooming. Ik noem het liever manipulatie of misleiding van kinderen.’
    De toename van dit soort materiaal heeft volgens Van Mierlo deels te maken met de opkomst van smartphones. ‘Een afbeelding in seksuele pose is zo gemaakt.’ Als die eenmaal naar iemand is verstuurd, is het kind de controle kwijt. ‘Wat we helaas veel zien is dat het beeldmateriaal niet blijft bij diegene naar wie het is toegestuurd. Je ziet het opduiken op alle plekken waar je het maar tegen kunt komen.’

    ‘Wat we helaas veel zien is dat het beeldmateriaal niet blijft bij diegene naar wie het is toegestuurd. Je ziet het opduiken op alle plekken waar je het maar tegen kunt komen.’

    Ben van Mierlo, hoofd team kinderporno en kindersekstoerisme

    In 2017 werd kinderporno toegevoegd aan het Nationaal Dreigingsbeeld, opgesteld door de politie in opdracht van het College van procureurs-generaal. Kinderporno werd benoemd als een van de criminele activiteiten met de grootste toename van de ernst van de gevolgen. Ook hier werd al gewezen op de enorme toename van sexting, waarbij beelden van kinderen en jongeren worden verspreid die zij soms zelf hebben geproduceerd. Soms worden de beelden ook weer gebruikt om kinderen te chanteren om nog meer beelden van zichzelf te leveren, of voor andere vormen van afpersing. Ook kan het materiaal worden gebruikt door pedofielen die toegang willen tot bepaalde delen van het Dark Web, waarvoor zij eigen materiaal moeten aanleveren om toegelaten te worden.

    Lees hier meer over grooming & sexting
    Grooming is digitaal kinderlokken. Het is sinds 2010 strafbaar onder artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht. Voor de strafbaarheid van grooming (maximale gevangenisstraf 2 jaar) is het geen vereiste dat er in de ‘echte’ wereld ook contact is geweest tussen volwassene en kind. Wel dat de groomer een voorstel tot een ontmoeting heeft gedaan.
    Webcamseks met een minderjarige is ook strafbaar, maar valt onder artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht. Het gaat dan om het bewegen van een minderjarige (beneden de leeftijd van zestien jaar) tot het plegen van ontuchtige handelingen. Het komt zelden tot een veroordeling, omdat in de kinderpornofilmpjes die worden geupload alleen het kind zichtbaar is, en niet degene die het kind heeft verleid tot het maken van de beelden.
    Sexting (sex + texting) is het versturen van seksueel getinte foto’s of video’s of berichten. Dit kan gebeuren tussen jongeren onderling, maar ook naar een volwassene (die zich voordoet als jongere). Dit kan gebeuren in het kader van ‘grooming’. Het komt ook voor dat jongeren zelf foto’s doorsturen en die via via online belanden.

    ‘1x, dan maak je me weer blij’
    Kaboeja_fan bleef druk uitoefenen op Maaike’s dochter. Ook toen ze duidelijk en herhaaldelijk ‘nee’ zei. Hij stopte pas toen ze zei dat haar vader bij de politie werkte. Hij wiste zijn account voordat Maaike hem bij Instagram kon rapporteren.
    Maaike stuurde ook een bericht naar de ouders van de vlogster, omdat Kaboeja_fan duidelijk zocht op meisjes die de Kaboeja-dans imiteren en de hashtag #kaboeja gebruiken. De ouders zagen Maaike’s waarschuwing over het hoofd tussen alle instagram-berichten van fans.

    Dit gebeurde allemaal in een week dat Kaboeja razend populair was onder basisschoolmeisjes. Achter accounts als Kaboeja_fan gaan meestal mannen schuil. Ze weten hoe ze via hashtags moeten zoeken. Een week later zoeken ze op de trending tag van dat moment, variërend van #kinderenvoorkinderen, #jrsongfestival en #zappsinterklaasfeest tot #turnen, #glitter, #slijm of #challenge. Met de achterliggende artiesten of vloggers heeft zo’n zoektocht niets te maken.

    In de inbox van Maaike’s dochter meldt zich een nieuwe man, Mikehsv3, (1 bericht, 847 personen volgend) met een vergelijkbare manier van werken. ‘Jij danst echt cute. Dans je ook weleens in de douche?’ Als Maaike’s dochter niet toehapt, probeert hij het opnieuw: ‘Doe het voor mij, 1x, dan maak je me weer blij. Ik ben heel verdrietig.’ Als reden noemt hij dat zijn tante een paar jaar geleden is overleden.

    Deze keer is Maaike er wel op tijd bij. Ze probeert Mikehsv3 te rapporteren bij Instagram. Maar iemand rapporteren wegens ‘grooming’ of ‘aanzetten tot kinderpornografie’ is geen optie. Wie bij een account op ‘rapporteren’ klikt, kan kiezen tussen ‘het is spam’ of ‘dit is ongepast’. Vervolgens is de optie met de meeste overlap ‘Naaktfoto’s of pornografie’. Daar kan Instagram vervolgens niets mee, want deze personen plaatsen zelf geen naaktfoto’s, maar willen een kind daartoe aanzetten.

    Instagram doet niks
    Op het oog lijken de meeste social media platformen de zaken voor elkaar te hebben. Er zijn duidelijke richtlijnen voor welke content niet is toegestaan en ze bieden de mogelijkheid om de inhoud of het gedrag van een bepaald account te melden. Snapchat zegt groomers zelfs aan te geven bij de autoriteiten.

    Bedrijven zoals Facebook, Instagram en YouTube zijn bij wet verplicht de kinderpornografische afbeeldingen die ze aantreffen te melden bij het NCMEC in Amerika, het National Center for Missing and Exploited Children. Het Team Kinderporno van de Nederlandse politie ontving dit jaar meer dan 30.000 meldingen met een Nederlandse link van het NCMEC. Dat zijn bijvoorbeeld beelden die vanaf een Nederlands IP-adres zijn geüpload, of die op een andere manier naar Nederland herleidbaar zijn.

    Maar tegen het verleiden van kinderen tot het maken van seksuele afbeeldingen, beginnen de social media-platforms weinig. Maaike krijgt snel nadat ze Mikehsv3 heeft gerapporteerd een berichtje terug van Instagram. Omdat er geen kinderporno op zijn account is gevonden, is zijn gedrag ‘niet in strijd met de community-richtlijnen’.

    Platformen onder vuur
    En dit is geen incident. The Sunday Times onthulde vorige week hoe het algoritme van Instagram ‘sexual predators’ richting de profielen van gewone kinderen stuurt. Wie namelijk bekende modelletjes en turnsters volgt, krijgt ‘suggesties’ van andere kinderen om te volgen. Zelfs als die kinderen op geen enkele anderen manier te vinden zijn dan via hun precieze gebruikersnaam.

    The New York Times plaatste dit weekend een onthullende longread over grooming voor kinderporno via online games – van Fortnite en Roblox tot Musical.ly. Een coalitie van de techindustrie beloofde drie jaar geleden al met richtlijnen te komen om online pesten, haat zaaien en uitbuiting van kinderen te bestrijden. Die zijn nog altijd niet gepubliceerd.
    Uit documenten van de politie in Engeland, opgevraagd door het National Society for the Prevention of Cruelty to Children, bleek dat in een half jaar tijd 4373 gevallen van seksuele online communicatie met kinderen waren gerapporteerd. In zeventig procent van de gevallen werd er gebruik gemaakt van apps die vallen onder Facebook (Messenger, Whatsapp, Instagram en Facebook zelf) en Snapchat.
    In Nederland waarschuwden Helpwanted.nl en Watch afgelopen week voor de groeiende populariteit van het videoplatform TikTok. De app wordt veel gebruikt door jongeren om hun eigen dansjes te filmen. ‘Nu de app steeds groter wordt, krijgen we tientallen meldingen per dag’, zegt de voorlichtingscoördinator van Helpwanted.nl tegen NOSop3.

    Niet onschuldig
    Kinderen versturen de foto’s zelf, of gaan zelf voor de webcam zitten. Er is geen sprake van verkrachting. Toch is kinderporno die op deze manier wordt gemaakt zeker niet onschuldig, benadrukt Arda Gerkens van het Expertisebureau Online Kindermisbruik. ‘We weten dat kinderen die gedwongen sekswerk verrichten, vaak worden afgeperst met foto’s die ze ooit van zichzelf hebben verstuurd.’
    Het gaat steeds vaker in een enorm tempo. Gerkens: ‘Zo’n meisje van veertien verstuurt dan een foto, en een jongen aan de andere kant zegt: “Als je een keer seks met me hebt praten we er niet meer over”. Vervolgens is ze volgens zo’n jongen dan ‘klaar voor zijn vrienden’ en voor je het weet zit ze middenin zo’n misbruiksituatie. We weten dat dit gebeurt.’

    ‘We weten dat kinderen die gedwongen sekswerk verrichten, vaak worden afgeperst met foto’s die ze ooit van zichzelf hebben verstuurd.’

    Ada Gerkens, expertisecentrum online kindermisbruik

    Bij jongere kinderen bestaat er volgens Gerkens iets minder direct gevaar dat zo’n kind in een hands on misbruiksituatie belandt. Zij kunnen niet zo snel een afspraak maken met een ‘vreemde’. Toch benadrukt ze dat deze manier van kindermisbruik verregaande gevolgen kan hebben voor hun latere leven. ‘We weten dat kinderen die dit soort misbruik hebben meegemaakt, veel gevoeliger zijn voor verder seksueel misbruik.’ Bij Help Wanted, onderdeel van EOKM, kunnen kinderen en jongeren terecht voor hulp in het geval van grooming, sexting en andere vormen van online kindermisbruik. ‘Wij maken hier echt mee dat kinderen ons jaren later bellen bij Help Wanted en vertellen op welke site ze ooit dingen hebben gedaan.’ Deze kinderen zijn bang dat het materiaal dat ze ooit zelf maakten nog ergens online staat. ‘Dan zie je toch dat die kinderen zich ongerust gaan maken. En zich dan gaan beseffen dat daar iets is gebeurd wat eigenlijk niet had gemoeten.’

    Ben van Mierlo, hoofd van het Team Kinderporno ziet dit ook. Kinderen zijn bang om herkend worden. ‘Of het nou gaat om een kans van één op honderd, of één op een miljoen, dat is niet zo wezenlijk. Het gaat erom dat een kind zich daardoor terugtrekt, angstgevoelens heeft of zelfs de straat niet op durft. Naarmate de leeftijd toeneemt zien we een negatief effect op het welbevinden van slachtoffers. Ze komen niet tot volle bloei, hebben last in het werk en last bij seksuele relaties.’

    ‘Ben jij ook 11?’
    Ondertussen blijven op de Instagram van Maaike’s dochter nog steeds de berichtjes binnenstromen. Deze keer is het een knappe puberjongen, alias Soepkieke2020belgium. ‘Hoi, ben jij ook 11?’ Soepkieke heeft gelikte foto’s van zichzelf op zijn profiel staan. In hoodie met koptelefoon op. Met een smartphone voor de spiegel. ‘Hé, wacht even… Waarom maakt hij niet gewoon een selfie?’, denkt Maaike.
    Als ze zijn foto’s door een ‘reverse image search’ haalt, een tool waarmee je kunt zien of foto’s eerder ergens zijn gepubliceerd, komt ze op het account van de 20-jarige Benjamin Lasnier. Een in Denemarken woonachtige zanger. De foto’s zijn een aantal jaren oud. Vandaar die telefoon zonder selfie-camera.

    Zelf aan de slag met reverse image search?

    Zoekmachines als Google (maar ook Yandex en Bing) bieden de mogelijkheid om omgekeerd te zoeken op foto’s. Zelfs met een screenshot is het mogelijk om de originele foto en dus ook de identiteit van deze 11-jarige ‘Lars’ te achterhalen.

    Het account van Soepkieke is inmiddels verdwenen. Maaike ontdekte de foto’s van Benjamin Lasnier op een nieuw account, van iemand die zich ‘Lars’ noemt. Ten tijde van publicatie instagramt hij alweer onder een nieuwe naam: ‘hey_soepkiekens_tis_halloween.’

    Instagram heeft niet gereageerd op onze bevindingen.

    Bron: vpro.nl

     

    #257731
    Mark
    Moderator

    Waarom Stefanie en Beatrix hun eigen kinderporno willen vinden

    Het aantal meldingen van kinderporno neemt explosief toe. De politie heeft te weinig capaciteit om alle zaken op te pakken.

    Het Team Kinderporno (TBKK) draaide vorig jaar 800 zaken, maar kreeg ruim 31.000 meldingen binnen. Het Meldpunt Kinderporno kreeg zelfs 220.000 tips, die ieder voor zich weer duizenden foto’s kunnen bevatten. Wat betekent dit voor de slachtoffers?

    Argos gaat met de tweelingzussen Stefanie en Beatrix op zoek naar de beelden die begin jaren ’80 van hen zijn gemaakt. Beatrix: ‘Het bewijs is zo belangrijk omdat je altijd tegen muren oploopt. Niemand kan begrijpen dat dit niet gezien werd, niet gehoord werd, dat dit kan bestaan. Dat is ook de reden dat ik die beelden wil vinden.’
    Is het mogelijk om met moderne technieken als gezichtsherkenning de beelden die toen zijn gemaakt op te sporen? Met het fotoalbum van de zussen onder de arm maakt Argos een rondgang langs de teams die belast zijn met het vinden en het verwijderen van kinderporno.

    Stefanie: ’Mijn grootste twijfel om hieraan mee te werken is dat je dadelijk een gezicht wordt van kinderporno. Dat is het laatste wat ik zou willen. Ik doe dit voor de lotgenoten. Ik wil laten horen dat zij niet de enigen zijn die ertegenaan lopen dat er niks mogelijk is.’

    ‘We moeten alles op alles zetten om die beelden van internet te halen’, zegt Herman Bolhaar, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. ‘Het trauma van het misbruik wordt nog eens versterkt door de gedachten dat er beelden zijn die eigenlijk overal aanwezig kunnen zijn.’

    Deze uitzending is onderdeel van de serie die Argos maakt over georganiseerd seksueel geweld.

    Bron: vpro.nl

    #259533
    Luka
    Moderator

    En dan staat er ineens kinderporno op de telefoon van je kind: ‘Ik ben er onpasselijk van’

    Suus Ruis (44) zag dat haar 11-jarige zoon een heftige kinderpornografische afbeelding via Whatsapp ontving. Van een leeftijdsgenootje. “Ik was in shock en wist niet wat ik moest doen.”

    Ruis is er ‘fysiek echt onpasselijk van’. En het zal nog wel even duren voordat het van haar netvlies is. “Ik ga niet in detail treden, maar het was te walgelijk voor woorden. Ik ben 44, en hoopte 100 te worden zonder zoiets te hoeven zien. Ik was echt in shock toen ik het zag en sta ermee op en ga ermee naar bed.”

    Emotie
    Afgelopen zondag stond ze in de gang om zich klaar te maken om weg te gaan. Toen hoorde Suus haar zoon roepen dat iemand allemaal naaktfoto’s stuurde. “Ik draaide me om, rukte de telefoon uit de handen van mijn zoon en keek waar het over ging.” Ze zag een paar ‘relatief seksueel getinte plaatjes’. En die ene sticker – een klein formaat foto. In dit geval van een zeer expliciete en schokkende kinderpornografische foto van een meisje van een jaar of 6..

    “Ik handelde puur vanuit mijn emotie en heb het jongetje dat deze foto naar mijn zoon had gestuurd, opgebeld. Of hij wel helemaal goed bij zijn hoofd was.” Ze geeft toe: misschien was het niet de beste reactie. “Daarna zijn we weggegaan, maar toen ik op het terras zat brandde die telefoon gewoon in mijn jaszak. Ik heb nog een keer gecheckt, ik dacht, of nee, ik hóópte dat ik het verkeerd zag.” Niet dus.

    Wat moet je doen als ouder?

    • Controleer je telefoon. Robbert Salome van de politie snapt dat ouders de privacy van hun kind niet willen schenden, maar: “Vertrouwen is mooi, maar controle nog beter. Leg ook gewoon uit aan je kind waarom je zijn of haar telefoon checkt.”
    • Ga naar de politie. “We nemen elke melding serieus”, stelt Salome. Nikki Lee Janssen voorlichter bij HelpWanted.nl zegt hetzelfde. “Alleen dan kunnen we het aanpakken.”
    • Verwijder de foto niet meteen. Salome: “Ik snap dat mensen die neiging hebben, maar dan kan de politie er geen onderzoek meer naar doen.”
    • Praat erover met je kind. “Het is een lastig gesprek om aan je kind uit te leggen wat kinderporno is”, zegt Janssen. “Maar het is wel het best om met je kind te bespreken wat er te zien was op de video of de afbeelding.” Leg uit dat het niet normaal is, wat er te zien was, en vraag aan je kind wat het met hem of haar doet. “Het is wel per kind verschillend hoe je ermee om moet gaan”, geeft Janssen toe. “Het ene kind heeft heel veel behoefte aan een uitgebreid gesprek, het andere niet. Dat kan de ouder het best zelf aanvoelen.”

    Snel in groepen
    Er zijn geen precieze cijfers, maar het komt steeds vaker voor dat minderjarigen ongewild en ongevraagd kinderporno te zien krijgen, weet Nikki Lee Janssen, voorlichter van HelpWanted.nl, onderdeel van het Expertisecentrum Online Kindermisbruik. Kinderen komen het per ongeluk tegen op internet of ze krijgen het doorgestuurd via bijvoorbeeld Whatsapp. “Vooral in die groepen gaat het snel.”

    “Soms is het heel expliciet een foto of een video die meteen met misbruik begint”, vervolgt Janssen. Maar het kan ook een filmpje zijn dat begint met een grappig shot van iets onschuldigs zoals een kerstboom of een kat. “En dan eindigt het in heel heftig seksueel misbruik van iemand die net zo oud, of misschien wel jonger is.”

    ‘Heel heftig’
    Kinderen kunnen het materiaal sturen uit stoerdoenerij of gewoon omdat ze het willen delen. “Er zijn in elke klas wel wat haantjes de voorsten die graag shockeren. Maar we leven ook heel erg in een deelmaatschappij. Kinderen zijn gewend om dingen snel door te sturen. Dus dat kunnen ze dan ook doen met dit soort heftig materiaal. Zo van: ‘Check wat ik nou voor iets ergs heb gekregen!’. Het is een automatisme.”

    Sommigen klikken weg, net zoals met heftige onthoofdingsfilmpjes van IS, anderen kijken toch uit een bepaalde nieuwsgierigheid. Kinderen die dit doorsturen, hebben volgens Janssen geen flauw benul van de impact ervan.

    “Het is heel heftig om de beelden te zien en het kan de manier waarop ze naar seks kijken of over seks nadenken, veranderen. We zien af en toe kinderen die dan drie jaar geleden zoiets hebben gezien, en daar dan nu ineens last van krijgen. Bijvoorbeeld als ze een vriendje of vriendinnetje krijgen. Wij verwijzen hen door naar een psycholoog.”

    Slecht geslapen
    Suus Ruis is blij dat haar zoon de beelden niet heeft gezien. “Als ik er, als 44-jarige, al slecht van slaap, hoe moet dat dan wel niet voor een 11-jarige zijn?” Ze besloot om naar de politie te gaan. “Ik moest wát.” De zedenrechercheur nam het volgens haar goed op. “Ik ben blij dat we gegaan zijn. Bovendien waren mijn zoon en ik in feite strafbaar: hij had kinderporno op zijn telefoon en ik had het naar mijn eigen telefoon doorgestuurd.”

    Wie kinderporno bezit of doorstuurt, is inderdaad strafbaar, stelt Robbert Salome, woordvoerder van de (zeden)politie. “Behalve als je, zoals in dit geval, kunt aantonen dat je het per ongeluk hebt ontvangen.”

    Naar politie toe
    Salome adviseert om altijd naar de politie te stappen om een melding te maken, of naar Meldpunt Kinderporno, die de meldingen weer doorspelen naar de politie. De politie krijgt 30.000 meldingen per jaar binnen van mensen die online, via welk medium dan ook, kinderporno hebben gezien. “We proberen eerst te achterhalen: is dit oud beeld of niet? Als er kans is dat het kind in kwestie zich nog in een misbruiksituatie bevindt, dan proberen we te achterhalen aan de hand van kenmerken op de video, waar dat misbruik zich afspeelt.”

    Daarom raadt de politie ouders ook altijd aan om de beelden niet meteen weg te gooien. “Ik snap dat mensen die neiging hebben, maar dan kunnen we geen onderzoek meer doen.”

    @suusruis
    Mijn 11-jarige zoon kreeg vanmiddag een hard, hard hardcore kinderporno-foto geappt door een joch van 13 dat hij vaag kent. Godzijdank griste ik zijn telefoon uit z’n hand voordat hij het echt kon zien. Ik ben er fysiek onpasselijk van.

    Stijging
    Het Meldpunt Kinderporno bekeek vorig jaar in totaal meer dan 224.000 links naar mogelijk misbruik van kinderen. Dat is een stijging van 45 procent ten opzichte van 2017. Daarvan bleek 73 procent strafbaar materiaal te bevatten. Van het strafbare materiaal in 2018 werd 69 procent (112.331) via een Nederlandse computer in de lucht gehouden.

    Minderjarig
    Bijna één derde van het aantal slachtoffers dat contact opneemt met Helpwanted.nl, onderdeel van Expertisebureau Online Kindermisbruik, is minderjarig. “Het kan zijn dat dat percentage nog hoger ligt”, stelt voorlichter Nikki Lee Janssen. “Omdat het bij ons ook mogelijk is om anoniem melding te doen, is van 30 procent van de slachtoffers geen leeftijd bekend.”

    Veruit de meeste jongeren die contact opnemen met HelpWanted zijn zelf slachtoffer, maar jongeren maken er ook melding van kinderporno die ze tegenkomen.

    Verwijderen
    Suus Ruis heeft de beelden na het politiebezoek snel verwijderd. “En ik heb de jongen van wie mijn zoon het appje kreeg, een berichtje gestuurd. ‘We zijn naar de politie gestapt, je ouders kunnen mij bellen’.” En nee, dat gesprek was niet ‘heel prettig’. “Maar ik wilde wel dat die ouders wisten wat hun zoon had gedaan. De jongen zegt de afbeeldingen van een vriendje – ook bekend bij Suus – gekregen te hebben

    Er zijn heel veel verschillende redenen voor volwassenen om online misbruikbeelden van kinderen te downloaden. Dat kan zijn omdat ze een seksuele voorkeur hebben voor kinderen maar ook bijvoorbeeld omdat ze anderen willen shockeren.

    Het best
    Ook Janssen zegt: er melding van doen is het beste. “Wij werken samen met het ministerie en de politie om via andere wegen kinderporno tegen te gaan, maar dat is niet makkelijk.”

    Bron: RTL Nieuws >>

    #264430
    Luka
    Moderator

    Sanne werd op 8-jarige leeftijd seksueel misbruikt en deelt haar heftige verhaal

    Sanne kan vandaag na dertien jaar eindelijk de man in de ogen kijken die haar op 8-jarige leeftijd seksueel heeft misbruikt. De 62-jarige dader staat vandaag voor de rechter om te worden veroordeeld.

    De dader slaat op 21 juni in 2008 toe, als de toen 8-jarige Sanne op de fiets zit in Amsterdam-Noord. Ze is op weg naar een high tea, die verderop in de buurt plaatsvindt.

    “Mijn ouders waren boodschappen gaan doen en ik ben naar het buurthuis gefietst, waar de high tea werd georganiseerd. Maar toen ik daar aankwam, stond er nog niets. Ik ben toen naar huis gefietst en heb mijn ouders gebeld. Ik zou nog een keer gaan kijken. Als er nog steeds niks was, zou ik opnieuw naar huis gaan”, vertelt de inmiddels 22-jarige Sanne aan Hart van Nederland.

    Broek naar beneden
    Ze fietst daarop voor de tweede keer richting het buurthuis, maar nog steeds: geen high tea. Onderweg naar huis wordt ze aangesproken door een vreemde man. “De man vroeg aan mij of ik wist waar de speeltuin was. Ik vertelde hem waar en zei dat ik naar huis zou gaan.” De man fietst niet naar de speeltuin, maar gaat achter Sanne aan. Hij pakt haar en sleurt haar de bosjes in.

    “Hij deed zijn broek naar beneden en vroeg of ik een foto van hem wilde maken. Ik was bang en deed alsof ik een foto maakte.” Hij pakt haar handen en plaatst die vervolgens op zijn geslachtsdeel, om zichzelf te bevredigen. “Tussendoor stopte hij en vroeg mij of ik ook heb wat hij heeft. Ik durfde niet te antwoorden. Hij deed mijn broek naar beneden en begon daar te voelen.”

    Meteen handen gewassen
    Sanne is angstig en geeft geen kick, tot haar telefoon ineens gaat. “Mijn vader belde mij op mijn mobiele telefoon en daardoor schrok hij. Hij deed zijn broek omhoog en fietste weg. Ik bleef achter met mijn broek op de enkels. Ik was in shock.”

    Ze trekt uiteindelijk haar broek omhoog, pakt de fiets en gaat naar huis. “Zonder na te denken heb ik bij thuiskomst meteen mijn handen gewassen”, aldus Sanne. Ze vertelt meteen aan haar ouders wat er is gebeurd. De politie wordt erbij gehaald. “Binnen vijf minuten stond de hele buurt vol politie.”

    Gebrek aan bewijs
    Tijdens het onderzoek worden er veel DNA-testen bij Sanne afgenomen op de plekken waar de man haar heeft betast. Volgens Sanne heeft de politie een klein stukje DNA, maar blijkt dat niet voldoende bewijs.

    De dader is in 2009 al betrokken geweest bij andere zedenzaken waarvoor hij wordt opgepakt en veroordeeld. Daar krijgt hij drie jaar celstraf voor en één jaar voorwaardelijk. Hoewel hij ook verdacht wordt van het seksueel misbruiken van Sanne, wordt hij vanwege gebrek aan bewijs vrijgesproken.

    De zaak van Sanne blijft al die jaren onopgelost en heeft veel impact op haar. Zo wordt ze in de buurt regelmatig gepest en gezien als het meisje dat werd aangerand. “Af en toe zei ik tegen mijn ouders: ‘Goh zouden ze hem vinden?’ Ik had het uiteindelijk een beetje afgesloten. Met veel moeite.”

    Door nieuwe DNA-technieken is het de politie alsnog gelukt om zijn betrokkenheid bij de zaak van Sanne te bewijzen.

    Bron: HvNL >>

    #267164
    Luka
    Moderator

    ‘Aan de buitenkant had ik de beste jeugd die je je maar kon voorstellen’

    Als kind werd Fieke Opdam (33) jarenlang misbruikt. En dat heeft tot op de dag van vandaag invloed op de keuzes die ze maakt. “Ik raak die rugzak niet kwijt, maar door de rechtszaak kan ik nu eindelijk vrij gaan leven.”

    “Op het podium kan ik keiharde grappen maken. Als cabaretier probeer ik taboes te doorbreken met heftige humor. Zo speel ik in een scène over het jeugdzorgbeleid mijn eigen kinderpsycholoog. ‘Goh Fieke, dit vind ik wel heel heftig, hoor,’ onderbrak ze me toen ik haar als kind eindelijk durfde te vertellen wat er speelde.‘Even theepauze,’ voegde ze eraan toe. Om vervolgens niet meer terug te komen. Op het podium antwoord ik dan: ‘O meid, dat begrijp ik, hoor. Dan lig ik daar met mijn benen wijd en zeg ik ook: hé man, heftig dit. Kom, even een theepauze!’ Voor mij is het maken van zo’n scène helend. Cabaret is een vak, geen therapie. Maar het voelt goed om met een soort afstand grapjes te maken over mijn eigen situatie. En om die enigszins met mensen te delen. Ik zeg enigszins, want ik vertel nooit het hele verhaal. Ik dacht dat ik daarmee een goede middenweg had gevonden. Dat het mijn eigen keuze was om niet te benoemen wie de dader is. Het is immers zo privé. Totdat Karin Bloemen te gast was in mijn podcast verKRACHTe VROUWEN. Haar woorden kwamen binnen als een schok.‘Het is belangrijk om het héle verhaal te vertellen,’ zei ze. ‘Pas dan ben je écht vrij.’Waar ben ik mee bezig, dacht ik. Ik bescherm de dader na al die jaren gewoon nog steeds!

    Als je vanaf je zevende geregeld verkracht wordt, heeft dat impact op de rest van je leven. Niet dat ik er continu mee bezig ben – ik heb mijn leven goed op de rit, voel me ook gelukkig – maar je draagt het altijd met je mee. Als een rugzak. Dat heeft, al dan niet bewust, invloed op de keuzes die ik maak. Als kind stond ik voortdurend in de overlevingsstand. Misbruik splitst je ziel in stukjes. Er is de ervaring – het moment zelf – en de herinnering aan die ervaring. Aan die herinnering twijfelde ik altijd. Zelfs kort daarna. Ik wist dat het gebeurd was, maar verzon excuses.

    ‘MISBRUIK SPLITST JE ZIEL. ER IS HET MOMENT ZELF EN DE HERINNERING ERAAN. AAN DIE LAATSTE TWIJFELDE IK ALTIJD’

    Ik was een vrij druk en aanwezig kind, ik zat vol vragen en kletste honderduit. Omdat de dader – iemand in mijn naaste omgeving, ik kan niet zeggen wie precies want ik ben bezig met een rechtszaak – vaak dingen zei als: ‘Jij trekt al de hele dag mijn aandacht met je gepiep,’ of me eerst sloeg voordat hij me verkrachtte, dacht ik lange tijd dat het misbruik onderdeel was van een straf. Een straf voor wie ik was en hoe ik me gedroeg. De verkrachting deed ongelooflijk pijn, maar ik werd niet boos op hem. Ik vond het vooral heel erg dat het me maar niet lukte om een rustiger, minder aandachttrekkend kind te zijn. Als kind weet je niet dat wat er gebeurt niet oké is. Je voelt het wel, maar kunt het niet plaatsen. Door het voor mezelf ‘goed te praten’ kon ik er enigszins mee omgaan. En door een masker op te zetten. Ik was altijd de vrolijke Fieke, in de weer met verkleedpartijen en toneelstukjes. Dat creatieve zit in mij. Ik ben expressief. Maar die karaktertrek kwam ook goed van pas. Niemand kon aan me zien wat ik doormaakte. Ondertussen schaamde ik me en twijfelde ik aan mezelf. Waarom lukte het me maar niet een normaal kind te zijn? Mensen vonden dat ik te aanwezig was. In de klas stelde ik altijd vragen over onderwerpen die volgens de docent niets met de stof te maken hadden. Als er een miniplaybackshow was, bereidde ik vijf optredens voor in plaats van één. Ik was in alles té, hoorde ik vaak. Ik schaamde me ervoor dat het me maar niet lukte in te schatten wat normale mensen denken. De verkrachtingen ervaarde ik dan ook als een reactie op mijn gedrag. Ik was zo aanwezig dat hij niet anders kon dan zich aan mij ergeren. Ik daagde hem uit, zonder te weten hoe ik dat dan precies deed. Ik deed enorm mijn best om dat ‘normale’ kind te worden, maar dat is me nooit gelukt.”

    ‘LANG DACHT IK DAT HET MISBRUIK ONDERDEEL WAS VAN EEN STRAF. EEN STRAF voor wie ik was en voor hoe ik me gedroeg’

    Mindfuck
    “Mijn eerste herinnering aan het misbruik was toen ik heel jong was. Ik zat in groep vier, bij meester Jan. Ik herinner me dat ik voor het eerst een penis in mijn hand voelde en dat ik daarvan in paniek raakte. Ik snapte er niets van. Het misbruik werd frequenter toen ik naar groep zes ging en de dingen die ik moest doen werden steeds pijnlijker. In mijn jeugd kende ik ook liefde, dat was denk ik de mindfuck. Want aan de buitenkant had ik de beste jeugd die je je maar kon voorstellen: ik had vriendinnen, een eigen paard en kwebbelde heel wat af. Misschien was ik daarom ook altijd zo verdrietig als ik weer misbruikt werd. Het voelde alsof ik had gefaald.

    Ik had in die tijd een heel goede band met Christien, mijn overbuurvrouw. Ik kwam vaak bij haar over de vloer, voelde me bij haar op mijn gemak. Ook met Christien sprak ik niet over het misbruik, maar haar huis was een veilige plek waar ik mezelf kon zijn. Toen ik dertien jaar was, pleegde ze zelfmoord. Voor mij kwam dat als een totale verrassing. Tijdens haar begrafenis realiseerde ik me: ik móét iets doen. Ik kan dit masker niet langer ophouden. Als ik niets doe, eindig ik straks net als Christien. Haar dood maakte me intens verdrietig, het voelde alsof ze me had afgewezen. Nu weet ik dat een kind in de overlevingsstand qua gedrag niet te vergelijken is met een kind dat veilig opgroeit. Ik kon mijn verdriet niet uiten, daar was geen ruimte voor. Ik ben de eerste jaren na haar dood bevroren geweest, voelde zo veel door elkaar dat ik uiteindelijk niets voelde. Toen ik ouder werd, besefte ik dat ze me niet had willen afwijzen, maar gewoon echt niet anders kon. Pas toen kon ik om haar rouwen.

    Twee jaar na haar dood verzamelde ik al mijn moed en sprak met mijn mentor. Het duurde nog zo lang omdat je, als je zo jong bent, niet een-twee-drie weet waar je hulp moet zoeken. Daarbij was ik er ten diepste van overtuigd dat ik fout zat en schaamde ik me. Ik sprak met mijn mentor, zij sprak met de schoolarts en het balletje ging rollen. Ik werd op kamertraining geplaatst (begeleid zelfstandig wonen, red.). Dat was een heftige tijd, want ik ging naar de middelbare school en kreeg eigenlijk te weinig hulp. Ik was veel te jong om dat traject in te gaan, de anderen waren allemaal boven de achttien. ‘Je hebt nog steeds geen snuffelstage,’ zei de leraar maatschappijleer kort daarna tegen me. Ik zat in de vierde klas van de middelbare school en als ik niets regelde, zat ik een hele week op school in m’n eentje huiswerk te maken. Die avond keek ik met een vriendin naar Sister act.‘Ik weet het!’ zei ik.‘Ik ga een week lang zusters in het klooster volgen.’ Ik schreef een brief naar een stuk of vijf kloosters en bij eentje mocht ik stage lopen. Die stage triggerde iets. Ik ging me verdiepen in het katholieke geloof en stapje voor stapje ging het steeds meer voor me leven. Hoe meer ik leerde, hoe gelukkiger ik werd. In de kerk vond ik antwoorden. Uiteindelijk ging ik elk weekend naar het klooster en op mijn achttiende besloot ik in te treden. Ik voelde me écht geroepen om zuster te worden. Nu denk ik: ik was op zoek naar een veilige plek. Een onderkomen. Ook in het klooster kon ik een masker opzetten. Sterker nog, dat werd van me verwacht. Was ik verdrietig, dan zette ik een glimlach op. Was ik boos, dan bleef ik zo vriendelijk als ik kon. Dat hoorde zo, want wij waren getuigenissen van Christus. Als we te veel zouden huilen, zou dat slechte ‘reclame’ voor Hem zijn.

    Ik had een zuster met wie ik goed kon praten, ook over het misbruik. Uiteindelijk moest ik het echter wel met God oplossen. Door alles wat er was gebeurd, zat ik in een soort rouwproces. De priester zei: ‘Zuster, je moet meer bidden, God lost dit voor je op.’ Maar God leek steeds verder weg. Achteraf bezien heb ik denk ik ook voor het klooster gekozen omdat ik dan het fysieke uit de weg kon gaan. In het klooster is seks natuurlijk uit den boze.”

    Zelf hulpverlener
    “Ik heb geen spijt van mijn leven als non, ik heb veel geleerd in die tijd. Discipline bijvoorbeeld, leven met regelmaat. Ik had een ontwikkeling in te halen en er waren plotseling dertig moeders die me daarbij hielpen. Sommigen leerden me praktische dingen zoals koken, anderen leerden me over de kracht van stilte.

    Vanuit het klooster werd ik op mijn 21ste naar Chicago gestuurd. Daar heb ik jarenlang gewerkt als begeleider van kinderen die misbruikt waren. In het begin wilde ik daar niet blijven, té confronterend. Maar ik had geen keuze. Als zuster leg je de gelofte van gehoorzaamheid af. Toen een van de kinderen door haar vader werd vermoord, dacht ik bij mezelf: lafbek, als jij nu weggaat omdat je dit te moeilijk vindt, doe je hetzelfde als de therapeuten in je eigen jeugd. Door mijn eigen verleden begreep ik veel. Toen we een jongetje met een verminkt geslachtsdeel binnenkregen, belde de arts mij. Zij wist niet wat ze met hem aan moest. Hij was zo boos dat hij zelfs een spiegel naar me gooide, maar ik bleef net zo lang zitten tot hij begreep dat ik bleef.

    ‘ALS KIND WEET JE NIET DAT WAT ER GEBEURT NIET OKÉ IS. JE VOELT HET WEL, MAAR JE KUNT HET NIET PLAATSEN’

    Op m’n 27ste kreeg ik erge buikpijn en huilbuien. Een maagzweer, zei de huisarts, het leek erop dat ik overspannen was. ‘Overspannen?’ riep ik.‘Daar doet Jezus niet aan! Dan moet ik nóg harder bidden.’ Ook toen maakte ik al grapjes over mijn situatie. Maar bidden hielp niet meer, het werd me allemaal te veel. Het feit dat ik amper kon praten over wat er was gebeurd, maar ook de hypocrisie in het klooster, het gemanipuleer. Zo mag de overste bijvoorbeeld over je roddelen. Dat is toegestaan. Dan kwam ik ergens binnen en zag ik dat ze het over me hadden. Maar ik wist niet wat er werd gezegd. Het vrat aan me. De zusters waren aan de ene kant heel lief voor me, maar er was ook een andere kant. Toen ik uiteindelijk een paar weken werd opgenomen in een kliniek om bij te komen, kreeg ik het bericht dat ik niet terug hoefde te komen. Zonder pardon en zonder opgaaf van redenen werd ik uit het klooster gezet. Ik voelde me zo verraden. Al weer. Als je constant met die rugzak loopt, zijn er veel momenten van eenzaamheid. Zoals in de periode na het klooster, waarin ik mijn leven helemaal opnieuw moest opbouwen. Ik stond voor het eerst echt op eigen benen. Via via kwam ik in contact met kleinkunst-duo De Andersons. Ik wilde graag vrij leren zingen, dus ik ging bij hen op zangles. Na een tijdje ontdekten zij mijn talent en zorgden ze ervoor dat ik naar de Theater Academie kon gaan. Ik mocht bij hen in huis komen wonen en ze hielpen me om me voor te bereiden op de auditie van de academie. Ondanks dat ik nu gelukkig ben, kan ik me nog steeds heel eenzaam voelen als ik over vroeger praat. ‘Heb je daar nu nog steeds last van?’ zeggen mensen dan. Of er worden allerlei conclusies getrokken. In het klooster ontdekte ik bijvoorbeeld dat ik op vrouwen val. ‘Dat komt vast door het misbruik,’zeggen mensen dan. Alsof je lesbisch‘wordt’. Het vervelendst vond ik het getwijfel aan mijn verhaal. Ik zeg vond, want inmiddels heb ik er minder last van. Ik ben mijn eigen getuige, weet wat er is gebeurd en het zal me worst wezen of mensen me geloven of niet. Maar als je zo jong bent en niet geloofd wordt door de mensen die je liefhebt, vreet dat aan je. Ik had het gevoel dat ik me altijd moest bewijzen. Uiteindelijk nam ik me voor: ik ga niet verbitterd raken of de teleurstellingen uit mijn jeugd aan me laten knagen. Daarvoor is het leven te mooi. Iemand heeft me eens gevraagd wat mensen wél kunnen zeggen, wat de juiste reactie is.‘Wat naar dat je dit hebt meegemaakt.’ Heel simpel. Dat is genoeg. Op het podium kan ik de onzekerheid die ik soms voel goed verbloemen door juist die keiharde grappen te maken. Niet alle keuzes zijn een gevolg van mijn verleden. Ik was waarschijnlijk ook wel cabaretier geworden als ik een andere jeugd had gehad. Maar de keuze voor bepaalde thema’s zijn daar wel een gevolg van. Door middel van humor kun je zeggen wat mensen in de gewone wereld niet aankunnen. Als je dat goed doet, geef je mensen een inkijkje in een wereld die ze niet kennen, zonder ze daar volledig in mee te slepen.”

    ‘ONDANKS DAT IK NU GELUKKIG BEN, KAN IK ME NOG STEEDS HEEL EENZAAM VOELEN ALS IK OVER VROEGER PRAAT’

    Rechtszaak
    “De enigen met wie ik er de afgelopen jaren écht over kon praten, waren vrouwen die hetzelfde hebben meegemaakt. Daarom besloot ik begin dit jaar een podcast op te nemen: verKRACHTeVROUWEN. Door vrouwen hun verhaal te laten vertellen, maar ook deskundigen zoals een psycholoog en iemand van de zedenpolitie te ondervragen, help ik mensen die met hetzelfde worstelen als ik. Maar het bleek vooral helend te zijn voor mezelf. Door alle interviews die ik deed, begon ik steeds meer het inzicht te krijgen dat mijn gevoelens en struggles heel normaal waren. Vooral Karin Bloemen heeft diepe indruk op me gemaakt. Toen ze tegen me zei dat ik erover mocht praten tot ik er zelf genoeg van had, besefte ik pas hoe zwaar ik het vond om de waarheid als een geheim bij me te dragen. Terwijl het niet mijn, maar zíjn geheim is. De dader zei vaak: ‘En je bek houden, hè…’

    Ik heb een rechtszaak aangespannen. Iets wat ik al langer wilde, maar niet doorzette omdat het me door de politie werd afgeraden wegens te weinig bewijsmateriaal. Hetzelfde wat vroeger als kind tegen me werd gezegd door instanties: er is geen bewijs en we willen niet riskeren dat we een valse beschuldiging doen. Zoiets zeg je niet tegen een kind. Iemand vals beschuldigen is erg, maar een kind aan haar lot overlaten, is erger. Nu heb ik er genoeg van. De kans is inderdaad groot dat de rechtszaak wordt geseponeerd en dat is – hoe pijnlijk ook – prima. Ik heb dan in elk geval de juiste weg bewandeld. Vanaf het moment dat de rechtszaak is afgerond, kan niemand mij nog tegenhouden de hele waarheid uit te spreken. Karin heeft mij de ogen geopend. Ik kan niet wachten tot ik ‘ons geheimpje van toen’ officieel bij hem terug kan leggen. Ik raak die rugzak niet kwijt, ook niet nu ik deze rechtszaak begin, maar ik geef mezelf daarmee wel een vrijbrief om eindelijk vrij te gaan leven.”

    Bron: Tijdschrift.nl >>

    #269632
    Mark
    Moderator

    Het gezicht van het Centrum Seksueel Geweld: Iva Bicanic over de gevolgen van kindermisbruik. Iva Bicanic zet zich in voor jongeren die misbruikt zijn. Bicanic is klinisch psycholoog en geboren Nijmegen uit Kroatische ouders. Zij is Hoofd Landelijk Psychotraumacentrum & Seksueel Geweld. In 2018 werd zij uitgeroepen tot de meest invloedrijke persoon in de Publieke Gezondheid 2018.

19 berichten aan het bekijken - 81 tot 99 (van in totaal 99)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 18 ▪︎ leden online: 11
Mark, Luka, Colinda, Peerke, Ollybolly, Diana, Sonya20, Wendelsx, Mies, Moderator, Joy29
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.071, berichten: 16.408, leden: 1.913