Kindermisbruik (algemeen)

  • Dit onderwerp bevat 96 reacties, 7 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 15/09/2020 om 20:54 door Luka.
22 berichten aan het bekijken - 76 tot 97 (van in totaal 97)
  • Auteur
    Berichten
  • #238231
    Mark
    Moderator

    ‘Meisjes worden niet een kelderbox ingesleurd. Ze gaan zelf mee’

    Hoogleraar Jan Hendriks doet meer dan twintig jaar onderzoek naar jeugdige zedendelinquenten. „De jongens doen van alles samen, een verkrachting ook.”

    Een groepsverkrachting klinkt misschien uitzonderlijk, maar is dat niet, zegt Jan Hendriks, hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij doet meer dan twintig jaar onderzoek naar jeugdige zedendelinquenten. Hendriks schat dat bij eenderde van alle strafzaken waarbij een jongere wordt verdacht van een zedendelict, het om een groepsdelict gaat.

    Hoe komen jongens tot een groepsverkrachting?
    „De jongens delen meisjes in in bad girls en good girls. De laatsten, dat zijn de zussen van je vrienden, daar blijf je van af. De eersten, dat zijn meisjes waarover het verhaal gaat dat ze wel zin hebben in een verzetje. Dat zijn de meisjes over wie wordt gefluisterd dat ze al eens seks hebben gehad. Ze hebben in de ogen van de jongens geen status.”

    Lees dit premium artikel verder op nrc.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #239151
    Mark
    Moderator

    Roep om meer aandacht voor seksueel misbruik

    Bespreek het onderwerp seksueel misbruik met élk kind dat in aanraking komt met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), vinden gedragsdeskundigen Arianne Geuze en Aafke Scharloo. Beiden zijn expert op het gebied van kindermishandeling en seksueel misbruik.

    ‘Elk kind dat in aanraking komt met de RvdK kan slachtoffer misbruik zijn’

    Arianne Geuze, gedragsdeskundige bij de Raad voor de Kinderbescherming, auteur van de Handreiking Seksueel misbruik van de Raad voor de Kinderbescherming en taxateur.

    Als expert op het gebied van seksueel misbruik, kindermishandeling en trauma was Aafke Scharloo lid van de Taskforce Kindermishandeling onder leiding van Eberhard van der Laan. Aafke is een van de ontwikkelaars van de methodiek taxatiegesprekken en traint de gedragsdeskundigen van de Raad in het voeren van taxatiegesprekken.

    Jaarlijks zijn 62.000 kinderen voor het eerst slachtoffer van seksueel misbruik. Jullie vinden dat dit onderwerp vaak een ondergeschoven kindje is bij hulpverleners. Kunnen jullie dit uitleggen?

    Geuze: ‘Vaak wordt seksueel misbruik onder het bredere thema kindermishandeling geschaard. Daarmee krijgt het niet de aandacht die nodig is. Kindermishandeling gaat namelijk vaak over schoppen en schreeuwen van de ouders door onmacht. Daar horen andere maatregelen en hulp bij dan bij seksueel misbruik, dat niet “per ongeluk” gaat. Misschien is het daarom moeilijk hulp te bieden of het onderwerp bespreekbaar te maken; hulpverleners hebben eerder de neiging om hulp te bieden voor gedrag dat meer zichtbaar en makkelijker bespreekbaar is.’

    Scharloo: ‘We hebben een natuurlijke afweer voor slecht nieuws. Onbewust kijken we de andere kant op, want dan bestaat het niet en hoeven we er niks mee. Ook gaan we twijfelen, zoals dat gebeurde bij de schrijfster Griet Op de Beeck, die op televisie vertelde dat ze in haar jeugd was misbruikt. Is het wel waar, vroegen veel mensen zich af. In plaats van medeleven en steun, ontmoeten slachtoffers nogal eens een reactie van wantrouwen.’

    Een dader is bijna nooit een vreemde man uit de bosjes, meestal gaat het om bekenden van de familie. Maakt dat het extra ingewikkeld?

    Scharloo: ‘Plegers van seksueel misbruik zijn bijna altijd bekenden van de familie. Stap voor stap proberen ze uit hoe ver ze kunnen gaan. Zoals je in Leaving Neverland, de documentaire over Michael Jackson zag, pakken daders eerst de ouders in met cadeaus en reizen. Maar het kan ook subtieler. “Zal ik je kind even naar hockey brengen?” Soms knopen daders een vriendschappelijke of liefdesrelatie aan met de moeder, om vervolgens het kind te kunnen misbruiken. Dat het bekenden van de familie zijn, is ingrijpend, want naast het beschadigde vertrouwen gaat ook het zelfbeeld van de ouders wankelen. Ze vragen zich af of ze eigenlijk wel in staat zijn om mensen goed te beoordelen.’

    Geuze: ‘Uit onderzoek weten we dat plegers kwetsbare kinderen opzoeken. Een dader wil een kind isoleren. Hij slaagt daarin als hij dit geleidelijk aanpakt, daar de tijd voor neemt en precies weet wat hij daarvoor moet doen. Dat lukt het beste als hij het kind en het gezin kent. Dat is een hele nare werkelijkheid. Net zo naar als dat we uit onderzoek weten dat juist de kinderen die we wilden beschermen in instellingen (opnieuw) slachtoffer zijn geworden. Dit is moeilijk om te accepteren.’

    ‘Seksueel misbruik is moeilijk juridisch te bewijzen. Maar een klein percentage van de daders wordt veroordeeld’

    Waarom is het voor hulpverleners zo moeilijk om er iets aan te doen?

    Geuze: ‘Bij vermoedens van seksueel misbruik weten hulpverleners vaak niet goed wat ze moeten doen. Ze hopen dan dat een ander hulp biedt. Seksueel misbruik is moeilijk juridisch te bewijzen. Maar een klein percentage van de daders wordt veroordeeld. Dat er onvoldoende juridisch bewijs is, betekent niet dat iemand onschuldig is en dat je het kind niet hoeft te helpen.’

    Scharloo: ‘Daarnaast vinden we praten over seks de verantwoordelijkheid van de ouders. Professionals weten vaak niet hoe ze zo’n gesprek moeten voeren. Toch moet je dit onderwerp ter sprake brengen, want kinderen gaan er niet uit zichzelf over beginnen. Zoals de Amerikaanse psychiater Judith Hermans zegt: zwijgen is de kant van de dader kiezen. De kant van het slachtoffer kiezen is moeilijker, want dan ga je de confrontatie aan met de pijn en moet je actie ondernemen.’

    Wat doet de RvdK om signalen van seksueel misbruik eerder te zien?

    Geuze: ‘De kinderen die in aanraking komen met de RvdK behoren tot de risicogroep. De kans op seksueel misbruik is groter wanneer er sprake is van verwaarlozing of huiselijk geweld. Daarom moeten we dit echt met alle ouders en alle kinderen bespreken. Sinds 2017 gebruiken we protocollen met werkafspraken. Dit geeft houvast om actie te ondernemen. In samenwerking met de politie hebben we taxatiegesprekken ingevoerd. Laatst werd dankzij een taxatiegesprek voorkomen dat een kind werd teruggestuurd naar zijn vader. Verder is er een kwaliteitsgroep seksueel misbruik opgericht. Op persoonlijk, team-, organisatie- en maatschappelijk niveau gebeurt er iets.’

    ‘Zwijgen is de kant van de dader kiezen. De kant van het slachtoffer kiezen is moeilijker, want dan ga je de confrontatie aan met de pijn’

    Wat kan beter?

    Scharloo: ‘Seksueel misbruik binnen families is nogal eens transgenerationeel en ligt vaak breder dan alleen dit ene kind met deze ene volwassenen. Werkprocessen zijn daar echter nog niet op ingericht. Als er een veroordeling van een familielid is geweest, moeten we oppassen dat informatie daarover na verloop van tijd niet uit dossiers verdwijnt, want dan kan de dader weer langskomen bij het kind en kan het opnieuw beginnen. En zorg dat de hulpverlening daadwerkelijk van de grond komt. Controleer of de dader ook echt de behandeling krijgt. Bedenk dat een ouder die zijn kind uit onmacht slaat zich eerder wil laten behandelen, dan iemand die kinderen seksueel misbruikt.’

    Geuze: ‘Verder hoop ik niet dat dit onderwerp een hype is. Ik hoop dat we hier blijvend aandacht voor hebben. Het onderwerp seksualiteit en seksueel misbruik bespreken met kinderen is een kwestie van oefening en blijven doen.’

    Na taxatiegesprek een duidelijkere zaak voor politie
    Bij een vermoeden van seksueel misbruik kwam er vroeger vaak een carrousel van gesprekken op gang. Van moeder, tante, oma, tot de schooljuf. Tegen de tijd dat de politie met het kind praatte, kon het al geen helder, eigen verhaal meer doen omdat zijn herinnering was vertroebeld. In afstemming met de politie voerde de RvdK de methodiek van taxatiegesprekken in, in de hoop mogelijk seksueel misbruik te ontdekken en daders eerder te kunnen veroordelen. Gedragsdeskundige Aafke Scharloo ontwikkelde in afstemming met de politie de methodiek en traint gedragsdeskundigen van de RvdK.

    Hoe gaat een taxatiegesprek in zijn werk?
    Bij vage uitspraken van een kind die zouden kunnen wijzen op seksueel misbruik, kan na overleg met de politie ervoor gekozen worden een taxatiegesprek in te zetten. Dit is een gesprek tussen een daarvoor opgeleide gedragsdeskundige en het kind. De bedoeling van een taxatiegesprek is om via een gestructureerde manier van gespreksvoering een vage uitspraak of een signaal te verhelderen om daarna te beoordelen wat nodig is. Als er aanwijzingen zijn dat er mogelijk strafbare feiten zijn gepleegd, dan rondt de gedragsdeskundige het gesprek af. Doorvragen over het wat, wanneer en hoe is dan aan de politie. Op deze manier draagt de RvdK bij aan het doen van zorgvuldig en effectief feitenonderzoek.

    Bron: kinderbescherming.nl

    #239400
    Luka
    Moderator

    Niet geïnteresseerd in het kind, wel in de porno


    De rechter besluit dinsdag of Sander B. de cel in moet omdat hij kinderporno keek. Naar schatting is hij een van de 30.000 Nederlanders die dat doen. Niet allemaal vanwege pedofiele gevoelens. ‘Het is niet altijd die vieze man op zolder, het is je buurman, je vader, je broer.’

    ‘Wordt hij ook seksueel opgewonden van kinderen of was het vooral de spanning van nieuwe dingen opzoeken, wil de rechter weten. “Voor de spanning en nieuwe dingen”, zegt B. “Maar u trok zich wel eens af tijdens het kijken?” “Af en toe ja.”

    B. is niet de enige. Volgens schattingen kijken minimaal 30.000 Nederlanders naar afbeeldingen van seksueel misbruik van minderjarigen. Daarmee kun je gerust stellen dat Nederland een kinderpornoprobleem heeft.’

    Lees verder op Trouw.nl

    Lees ook: ‘Misbruikfilmpjes met honderden Nederlandse kinderen gedeeld op darkweb’

    #239565
    Luka
    Moderator

    Zo ging RTL Nieuws undercover in de ondergrondse kinderporno-netwerken

    RTL Nieuws heeft de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar ondergrondse kinderpornonetwerken op het dark web. In dit artikel legt journalist Daniël Verlaan uit hoe hij te werk is gegaan.

    1. Strafbaarheid en protocol
    Het strafrecht maakt geen onderscheid tussen journalisten en andere burgers: iedereen moet zich aan de wet houden. De journalist die strafbare feiten pleegt, zoals het betreden van kinderpornonetwerken en het bekijken van misbruikbeelden, zal dan ook als een gewone verdachte worden behandeld. Een belangrijke taak van de pers is het aan de kaak stellen van misstanden. En soms is het daarbij nodig om strafbare feiten te plegen, omdat de misstand anders niet kan worden aangetoond. In het verleden werden journalisten om die reden vrijgesproken.

    Daarom heb ik in samenwerking met de juridische afdeling van RTL een protocol opgesteld om het onderzoek uit te voeren. Daarin staat onder meer dat ik mijn strafbare handelingen die ik in het kader van het onderzoek verricht, vastleg in een logboek. Daarnaast gebruikte ik alleen de computer die op de redactie van RTL Nieuws staat om mijn onderzoek uit te voeren. De verzamelde informatie wordt veilig bewaard op een versleutelde externe harde schijf, waar ook de hoofdredactie het wachtwoord van heeft.

    2. Undercoveractie
    Ik ben met verschillende profielen undercover gegaan en heb mij voor enkele maanden in de netwerken gemengd. Ik heb geen beelden gedeeld of anderen aangemoedigd om iets te delen, maar vooral vertrouwen gewonnen om zo veel mogelijk informatie over de netwerken te verzamelen. Zodra ik vragen stelde aan de leden van het netwerk, heb ik mijzelf geïdentificeerd als journalist van RTL Nieuws. Op de tientallen interviewverzoeken die ik stuurde, heeft één persoon gereageerd.

    3. Beelden
    Van de 421 beelden van Nederlandse slachtoffers heb ik er een kleine honderd bekeken en geanalyseerd om te bevestigen dat het inderdaad om Nederlandse kinderen gaat. Ik heb daarvoor de beelden eerst in een klein scherm en zonder geluid bekeken, zo kon ik weten wat mij te wachten stond. Daarna ben ik de beelden gaan analyseren om te kijken of ik Nederlandse objecten of aanwijzingen kon spotten, zoals een krant, merk of kledingstuk. Ook luisterde ik naar het geluid, om bijvoorbeeld Nederlandse spraak of een Nederlands tv-kanaal te herkennen. Na analyse zijn de beelden direct op een veilige manier van de computer verwijderd.

    4. Psychologische hulp
    Het bekijken van de beelden deed mij meer dan ik aanvankelijk had ingeschat. Nadat ik er twee nachten slecht van had geslapen, verplichtte de hoofdredactie mij om professionele hulp te zoeken. Samen met een psycholoog die gespecialiseerd is in traumaverwerking heb ik gesprekken gevoerd om de beelden om een goede manier te verwerken. Hij merkte op dat het voor journalisten lastig is om deze beelden te zien, omdat je er niet echt over kunt praten – het onderwerp is zo heftig dat je de gruwelijke details niet even met je collega’s bespreekt. Daarnaast heeft de psycholoog tips gegeven om mijn onderzoek voort te zetten met minimale impact op mijn geestelijke gezondheid. De gesprekken hebben mij erg geholpen bij het kunnen uitvoeren van mijn onderzoek.

    5. Politie
    De hoofdredactie van RTL Nieuws heeft de politie voor publicatie geïnformeerd over het onderzoek, om zo eventuele verstoring van politieonderzoek zo veel mogelijk te voorkomen.

    Bron: rtlnieuws.nl

    #240112
    Mark
    Moderator

    Seksueel geweld in de sport: ‘Ik dacht: dit hoort erbij’

    Tineke Sonck: ‘Nu mijn eigen kinderen staan te trappelen om naar de sportclub te gaan, is zwijgen geen optie meer.’ © Franky Verdickt

    De vzw Voices in Sport geeft slachtoffers van seksueel geweld binnen de sport een gezicht en een stem. ‘Mijn ouders maken zichzelf verwijten nu ze het weten, maar zij hadden dit echt niet kunnen zien’, vertelt Tineke Sonck, die werd misbruikt door haar turncoach.

    Tineke Sonck heeft lang gezwegen. Er waren zo veel redenen om niet te praten. ‘Eerst hield ik het geheim omdat ik niet begreep wat er gebeurde. Nadien omdat ik geen ophef wilde maken. Nog later omdat ik mijn ouders geen schuldgevoel wilde bezorgen. Maar nu mijn eigen kinderen staan te trappelen om naar de sportclub te gaan, is zwijgen geen optie meer. Het kan niet zijn dat ik mijn kinderen afzet op een plek waar het met mij zo misgelopen is en ik niks onderneem om het voor hen veiliger te maken’, vertelt ze. Van haar zevende tot haar dertiende werd Sonck seksueel misbruikt door haar turncoach. Met drie lotgenoten richtte ze de vzw Voices in Sport op, die streeft naar een veilig klimaat voor sportende kinderen.

    Lees dit premium artikel verder op knack.be of als lid van LSG in het ledendeel.

    #240171
    Luka
    Moderator

    Lore werd op haar vijftiende verkracht: ‘Er breekt iets. Je lichaam, je tederheid, je onschuld, je hart’

    Lore Baeten werd op haar vijftiende verkracht. Drie dagen voor de stille mars tegen seksueel geweld spreekt ze voor het eerst met De Morgen, om andere slachtoffers te steunen. ‘Wanneer je verkracht wordt, breekt er iets.’

    Wat haar overkomen is, heeft ze lang verdrongen. “Met vriendinnen of klasgenoten erover praten ging moeilijk. Voor de verkrachting zeiden sommige jongens op de speelplaats: ‘Amai, die Lore zou ik weleens in een steeg willen bespringen, mijn paal rijdt haar kapot.’ Die stoere mannenpraat, dat soort ‘humor’ gaf een tienerjongen misschien wel de idee: misbruik is oké.”

    Lees verder op de site van De Morgen >>

    #240246
    Luka
    Moderator

    ‘Pro-anorexia-coach’ blijkt vaak man met seksuele bedoelingen

    Meisjes met anorexia kunnen op zogenoemde pro-anorexiasites tips uitwisselen om te vermageren. Een gevaarlijk fenomeen, waar nu nog een risico bij komt. Op die sites zijn ook ‘coaches’ actief, die meisjes aansturen en zelfs straffen of uitschelden als ze niet streng genoeg voor zichzelf zijn. Die ‘pro-ana-coaches’ zijn vaak geen lotgenoten, maar mannen die doelbewust meisjes met een eetstoornis opzoeken om naaktfoto’s of zelfs seks van hen te krijgen.

    Dat blijkt uit de eerste resultaten van een onderzoek van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM), GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula en Proud2Bme, waar NOSop3 inzage in kreeg.

    De onderzoekers schrokken van de bevindingen en daarom komen ze nu al met de eerste conclusies naar buiten. Ze willen meisjes, hun ouders, opsporingsdiensten en andere betrokkenen waarschuwen voor de risico’s.

    Intimideren, manipuleren en vragen om naaktfoto’s. In deze video leggen we je uit hoe die pro-ana-coaches te werk gaan:

    Om te weten te komen wie die pro-anorexiacoaches zijn, plaatsten de onderzoekers twee nepprofielen op openbare fora van meisjes met anorexia die hulp zochten bij het afvallen: Jisse van 14 en Sarina van 15. Ze kregen binnen korte tijd 45 reacties van pro-ana-coaches. Dat bleken vrijwel allemaal mannen. Meer dan de helft vroeg vrijwel direct om foto’s, liefst in ondergoed of naakt, als ‘bodycheck’. Een aantal bood afvalhulp aan in ruil voor fysieke seks.

    De onderzoekers schrokken vooral van het dwingende karakter van de vragen naar foto’s. Shamir Ceuleers van het CKM: “De pro-ana-coaches waren heel direct en zeiden dingen als ‘ik wil je helpen, maar dan moet je wel nu naaktfoto’s leveren’. Of: ‘Ik ga je helpen, maar dan moet je wel seks met me hebben’. Ze spelen duidelijk in op de kwetsbaarheden en onzekerheden van het meisje.”

    Als meisjes niet meewerkten, waren de coaches fel. “Met reacties als: ‘Wil je soms een dik vet varken blijven?’ Het gaat hier om jonge meisjes, vaak met een laag zelfbeeld, die ook nog eens extra kwetsbaar zijn omdat ze een eetstoornis hebben.” Ook dreigden coaches met het publiceren van gedeeld fotomateriaal of zeiden ze langs hun huis te komen, als de meisjes niet deden wat ze vroegen.

    Hoogleraar Eric van Furth, ook betrokken bij het onderzoek, legt uit dat de mannen geraffineerd gebruikmaken van de ziekte van de meisjes. “Pro-ana sluit aan bij de strenge gedachten die meisjes hebben over uiterlijk, eten en gewicht. Die beschrijven zelf dat ze zo overgenomen worden door die gedachten, dat ze op zoek gaan naar dit soort hulp. Coaches nemen als het ware die strenge gedachten over en worden de strenge meester op het gebied van hun eetstoornis.”

    Seks als dank

    De onderzoekers hebben tot nu ook 60 meisjes gevraagd naar hun ervaringen. Het gaat dan om meisjes die op pro-ana sites of in pro-ana-groepen actief zijn. Ongeveer 70 procent was minderjarig. Van die groep gaf 96 procent aan dat ze gevraagd zijn om foto’s te sturen, vrijwel altijd in ondergoed of naakt. Meer dan de helft van de coaches wilde fysiek afspreken en in zo’n 20 procent van de gevallen vroeg de coach ook seks als bedankje voor het helpen afvallen. Dat leidde in enkele gevallen ook echt tot gedwongen seks tussen een coach en een meisje.

    Naaktfoto’s van minderjarige meisjes vragen en delen is kinderporno en dus strafbaar. Maar geen van de meisjes deed aangifte. Sterker nog: veel meisjes spraken in dit onderzoek nu voor het eerst over hun ervaringen. Ze schamen zich voor wat hen is overkomen.

    Doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van het probleem, niet het opsporen van daders, benadrukken de onderzoekers. In één zaak maakten ze een uitzondering. Dat ging om een online groep waar hun ‘lokmeisje’ aan werd toegevoegd en waarin mannen kinderporno deelden. Daarvan hebben ze meteen melding gemaakt bij justitie.

    Meer onderzoek

    Het onderzoek naar de pro-ana-coaches gaat nog door tot de zomer, net als de interviews met meisjes, die zich nog kunnen melden als ze hun ervaringen willen delen. Maar de onderzoekers verwachten niet dat hun bevindingen nog veranderen. “Er zit nauwelijks verschil in onze ervaring met de nepprofielen en de verhalen die we horen van meisjes. We hopen vooral meer te weten te komen over de wijze waarop deze mannen precies te werk gaan.”

    Aanleiding voor dit onderzoek was een rechtszaak in 2013 tegen Bob J., een man die zes meisjes met een eetstoornis naar zijn huis lokte om hen te verkrachten. Uit het buitenland kwamen ook signalen over mannen die meisjes met anorexia online benaderden. Betrokken deskundigen wilden toen weten of er in Nederland een breder probleem was met pro-ana-coaches.

    En dat blijkt dus het geval. Na de zomer wordt het onderzoek afgerond en volgen er aanbevelingen, bijvoorbeeld over wat politie en justitie kunnen doen om deze meisjes beter te beschermen.

    Bron: nos.nl

    #240358
    Mark
    Moderator

    IDENTIFICATIE EN AANPAK VAN SEKSUEEL MISBRUIK BIJ KINDEREN (België)

    WAT IS HET?
    Er is sprake van seksueel misbruik als een kind wordt betrokken in seksuele activiteiten die het niet volledig begrijpt, niet wil, of waar het geen toestemming voor geeft. Seksueel contact met iemand jonger dan 16 jaar valt volgens de Belgische wet onder seksueel misbruik. Onder die leeftijd wordt een kind onbekwaam geacht om zijn toestemming te geven voor seksuele activiteiten.
    Kinderen kunnen seksueel misbruikt worden door volwassenen, maar ook door andere kinderen die, door hun leeftijd of ontwikkelingsstadium, een machts- of vertrouwenspositie hebben tegenover het slachtoffer.
    De wet onderscheidt 2 vormen van seksueel misbruik: verkrachting en aanranding van de eerbaarheid. Bij verkrachting is er altijd penetratie met de penis, vinger of om het even welk voorwerp. Dit kan vaginaal, anaal of oraal zijn. Ander seksueel ongewild gedrag valt dan onder aanranding van de eerbaarheid. Het kan gaan om ongewenste aanrakingen op intieme plaatsen, het tonen van de geslachtsdelen, het kind dwingen tot seksuele handelingen. Maar ook samen naar porno kijken of seksueel getinte foto’s of filmpjes maken is seksueel misbruik.
    Kinderen die seksueel misbruikt worden, zijn vaak ook slachtoffer van een andere vorm van geweld. Zo kan de dader emotionele chantage gebruiken om het kind stil te houden, of fysiek geweld gebruiken.

    HOE VAAK KOMT HET VOOR?
    Kindermishandeling komt vaker voor dan je zou denken. In 2016 kreeg het Vertrouwenscentrum voor Kindermishandeling 7.080 meldingen binnen van verwaarlozing of mishandeling. Dat zijn 20 meldingen per dag.
    Wereldwijd zijn er grote verschillen in het voorkomen van seksueel misbruik bij kinderen. Dit heeft te maken met cultuur, maar ook de definitie van seksueel misbruik bij kinderen verschilt sterk van land tot land.

    HOE KUN JE HET HERKENNEN?
    Seksueel misbruik bij een kind is niet altijd gemakkelijk te herkennen. Sommige kinderen doen erg hun best om normaal te doen en het misbruik te verbergen, uit schrik of uit schaamte. Je kan seksueel misbruik vermoeden als:

    • het kind het zelf vertelt;
    • het kind lichamelijke tekenen vertoont;
    • het kind gedragsveranderingen vertoont;
    • er bij een gewoon medisch onderzoek letsels worden vastgesteld waar geen goede verklaring voor bestaat;
    • er pedofiele handelingen ontdekt worden in de omgeving en het kind een mogelijk slachtoffer is.

    Kinderen die seksueel misbruik moeten ondergaan, gedragen zich vaak anders dan hun leeftijdsgenootjes. Ze kunnen volwassen seksueel gedrag vertonen, zoals zich verleidelijk kleden of uitdagend gedragen. Ook kennis van seksualiteit die niet overeenstemt met de leeftijd wordt vaak gezien. Veel kinderen worden meer en meer teruggetrokken en angstig, en ze vermijden fysiek contact. Sommigen worden agressief en slaan in het rond, omdat ze nergens heen kunnen met hun probleem. Jongere kinderen keren soms terug naar vroegere gedragspatronen: ze herbeginnen met duimzuigen of plassen weer in hun bed. Ook slaapstoornissen en nachtmerries zijn een frequent probleem. Oudere kinderen kunnen eetstoornissen ontwikkelen of risicovol gedrag vertonen, zoals ongepast alcoholgebruik of experimenteren met drugs.
    Seksueel misbruik is een gruwel die bij veel kinderen na verloop van tijd kan leiden tot depressieve gevoelens en depressie. Zwarte gedachten en zelfmoordpogingen kunnen voorkomen.

    Naast gedragsveranderingen van het kind zijn er lichamelijke tekenen die seksueel misbruik kunnen doen vermoeden. Blauwe plekken, schrammen of verwondingen op ongewone plaatsen (armen, binnenkant van de dijen) zijn verdacht. Het kind kan pijn aangeven ter hoogte van de geslachtsdelen of je kan er wondjes, kneuzingen of een vreemde afscheiding opmerken. Als kinderen of tieners zwanger blijken te zijn of een seksueel overdraagbare aandoening hebben, moet je altijd aan de mogelijkheid van misbruik denken.

    WAT KUN JE ZELF DOEN?
    Als je vermoedt dat een kind slachtoffer is van seksueel misbruik, probeer het dan bespreekbaar te maken. Praat met een arts, vriend, partner of collega en vraag of zij ook iets hebben opgemerkt. Je kan ook steeds 1712 bellen of advies vragen aan het vertrouwenscentrum voor kindermishandeling. Zij helpen je om de situatie goed aan te pakken en eventueel zelf al stappen te zetten.

    Probeer met het kind zelf te praten, maar zonder druk uit te oefenen. Sommige kinderen durven niets zeggen uit angst of omdat ze geen volwassenen meer vertrouwen. Laat je bezorgdheid blijken. Dit kan een eerste aanleiding zijn om te laten horen dat er iets mis gaat. Omdat zo’n gesprek beginnen niet eenvoudig is, zijn er verschillende websites die stap vor stap uitleggen hoe je dat best doet, en hoe je de conversatie in de goede richting kan sturen.
    Als een kind je toevertrouwt dat hij of zij seksueel misbruikt wordt, beloof dan niet om dit geheim te houden. Hierdoor verliest het kind nog meer vertrouwen in volwassenen. Voor een goede aanpak van kindermisbruik is overleg met anderen noodzakelijk.

    Leg het kind uit dat het nodig is om naar de arts te gaan voor het vaststellen en verzorgen van verwondingen, en het nemen van stalen, wat tot een veroordeling van de dader(s) kan leiden.Je kan best aangifte doen via het vertrouwenscentrum kindermishandeling of het gratis nummer 1712. Zij openen een dossier en onderzoeken de zaak.

    Luisteren naar kinderen die misbruikt zijn kan erg confronterend zijn. Praat erover met je arts, partner, vrienden of collega’s. Soms kan het helpen om met een therapeut of psycholoog te praten, of naar een praatgroep te gaan.

    WAT KAN JE ARTS DOEN?
    De benadering van een seksueel misbruikt kind moet via een aantal stappen verlopen:

    • een gesprek over de feiten;
    • een lichamelijk onderzoek met vaststelling van eventuele letsels en het nemen van stalen;
    • een psychische evaluatie;
    • zo nodig het inschakelen van de bevoegde autoriteiten.

    Seksueel misbruik bij kinderen is een ernstig misdrijf dat met de nodige expertise moet worden aangepakt. Daarom wordt dikwijls beroep gedaan op specialistische hulp van bijv. een kinderarts, psycholoog of psychiater, begeleiding door kind-en-gezin, ….
    Seksueel misbruik kan een ernstige impact hebben op een kind. Daarom probeert de arts altijd eerst een gesprek aan te gaan om een vertrouwensrelatie op te bouwen. Hij zal het verhaal en de klachten van het kind zorgvuldig noteren.
    Als het misbruik minder dan 24 uur geleden heeft plaatsgevonden, dan verwijst de arts het kind door naar een spoeddienst waar een seksuele agressie set (SAS) aanwezig is. Daar wordt een klinisch onderzoek uitgevoerd en worden stalen genomen die kunnen leiden tot een veroordeling van de daders. Het kan hierbij gaan om lichaamsvloeistoffen zoals sperma, speeksel en haren waarop DNA-onderzoek kan gebeuren, maar ook om bijv. kledingvezels van de dader.

    Tot 2 weken na het misbruik kan een ervaringsdeskundige nog tekenen van mishandeling vinden en documenteren. In dit geval wordt een afspraak geregeld bij een arts met ervaring in het herkennen van de symptomen van seksueel misbruik.
    Bij (een vermoeden van) kindermishandeling heeft een arts het recht dit te melden aan het vertrouwenscentrum kindermishandeling, ook als de ouders het hier niet mee eens zijn.

    De arts zal een dossier opmaken en meewerken in een multidisciplinair team om het kind zo goed mogelijk te ondersteunen. In dat team zit ook altijd een psycholoog of psychiater die instaat voor de psychische begeleiding.

    Bron: gezondheidenwetenschap.be

    #242196
    Luka
    Moderator

    Wendy (48) werd als kind seksueel misbruikt door een Jehovah’s Getuige

    Wendy groeide op als Jehovah’s Getuige. Als kind werd zij zes jaar lang seksueel misbruikt door een ouderling van de geloofsgemeenschap. “Het zou mijn schuld zijn. Hoe kon dat? Ik was pas vijf.”

    Jarenlang hield Wendy haar mond over wat haar tussen haar vijfde en elfde jaar is overkomen. Ze werd in de jaren zeventig seksueel misbruikt door een ouderling van de Jehovah’s Getuigen. Het maakte haar jeugd kapot. Nog dagelijks ondervindt ze de gevolgen van die traumatische gebeurtenis. “Doordat ik ben geboren als Jehovah’s Getuige, stond mijn jeugd in het teken van het geloof. Al is het in mijn ogen eigenlijk geen geloof. Je kunt het beter een sekte noemen. Drie keer per week gingen we als gezin naar bijeenkomsten waar bijbelverhalen werden voorgelezen. Altijd moesten mijn broer, zus en ik mee. We mochten bijna niets. Geen Sinterklaas en Kerstmis vieren, geen verjaardagen. Op zondag mochten onze kleren niet vies worden en bepaalde programma’s op tv mochten we niet kijken. Ook moeten vrouwen en kinderen altijd gehoorzaam en volgzaam zijn. Ik had soms rode striemen op mijn rug van de slaag, als ik een keer níet goed had geluisterd. Mijn moeder kon ook hard knijpen. Er was weinig liefde in ons gezin en praten deden we weinig. Achteraf gezien werden we gekleineerd en geestelijk mishandeld in naam van dat geloof. Het doel van al die regels was dat je in het paradijs zou komen. Ik groeide op met heel andere waarden en normen dan andere kinderen van mijn leeftijd. Op school werd ik gepest, omdat mijn ouders bij de Jehovah’s zaten. Maar helaas was dat nog niet het ergste…”

    Stilzwijgend ondergaan
    Wendy’s ouders gingen regelmatig op bezoek bij een ouderling van de Jehovah’s Getuigen. Ouderlingen leiden de gemeente, zorgen voor de gelovigen door persoonlijke gesprekken met ze te voeren en begeleiden ze in hun geloof. “Mijn ouders vonden het belangrijk deze ouderling vaak te ontmoeten. Terwijl zij daar op zondag koffie gingen drinken, nam de ouderling mij mee naar zijn varkensstal. Zogenaamd om naar de varkens te kijken en te helpen met voeren. Maar van voeren kwam niets terecht. Hij misbruikte mij, terwijl mijn ouders met zijn vrouw zaten te praten. Mijn ouders brachten mijn broer, zus en mij ook geregeld naar hem toe om te logeren. Zodra ik in bed lag, kwam hij naar mij toe en dan gebeurde het weer. Soms sliep ik alleen op een kamer, maar vaker samen met mijn zusje. Ook zij werd misbruikt. Het was al een oude, grijze man. Opa van verschillende kleinkinderen. Volgens mij heeft zijn vrouw ervan geweten, want ik hoorde haar vaak iets naar boven roepen. Het was keer op keer afschuwelijk. Ik was zo bang, maar durfde niemand iets te vertellen. Ik onderging alles stilzwijgend, omdat hij me bedreigde. Als ik iets zou vertellen, zouden er vreselijke dingen gebeuren. Bovendien liet hij me merken dat het mijn schuld was, dat ik het zélf had veroorzaakt. Alleen mijn zusje wist ervan. Met haar sprak ik er af en toe over, maar tegenover onze ouders zwegen we.

    ‘IK WILDE NIETS MEER MET HET GELOOF TE MAKEN HEBBEN. DAN MAAR ALLES KWIJT.’
    Mijn ouders zijn in mijn tienerjaren enkele jaren uit de gemeenschap van Jehovah’s Getuigen gestapt. Ze hebben nooit verteld wat de reden was, maar ik denk dat het iets te maken had met die ouderling. Mogelijk wisten ze dat hij dingen deed die niet deugden. Toch gingen mijn ouders terug naar de Jehovah’s, omdat ze in de gewone maatschappij geen aansluiting konden vinden. Als je uit de gemeenschap stapt, betekent dat dat je verstoten wordt en meteen al je kennissen en vrienden verliest. Kennelijk wilden zij die toch niet kwijt.”

    Alles kwijt
    Toen Wendy zestien jaar was, vertelde haar moeder haar dat de ouderling dood was. “‘Mooi, ik zal de aarde goed aanstampen’, heb ik toen geantwoord. ‘Oh, jij dus ook’, zei ze doodleuk. Ze vertelde dat hij meer dan vijftig kinderen seksueel misbruikt had, onder wie ook zijn eigen kinderen, kleinkinderen en mijn zus. Het voelde als een klap in mijn gezicht. Mijn moeder had dus al die tijd al onraad geroken, maar bracht mij tóch naar die man om er te logeren. Daar begreep ik niets van. Hoe kon ze zoiets doen? Ik ben het huis uit gevlucht en wilde niets meer met het geloof te maken hebben. Dan maar alles kwijt. Voor mij was de maat vol. Overstuur ging ik naar een kennis. Die bood mij een kamer aan, zodat ik niet terug hoefde naar mijn ouders.”

    Nadat Wendy zich had losgemaakt van de Jehovah’s, sprak ze met niemand over haar jeugd. “Ik schaamde me. Jehovah’s staan bekend als ‘die mensen met die voet tussen de deur’. Ik wilde niet dat iemand zou weten dat ik daar ook ooit toe behoorde. Met weerzin keek ik op die tijd terug. Tegenover de buitenwereld verkondigden Jehovah’s vrede en liefde, maar ik wist dat er niets van waar was.”

    Na een half jaar zocht Wendy weer contact met haar ouders. “Dat deed ik vanuit een soort loyaliteit. Uiteindelijk bleven ze toch mijn ouders. Ik heb gezegd dat ze me niet moesten lastigvallen met hun geloof, dat we het nooit eens zouden worden, maar dat ik het toch wilde bijleggen. Daar stemden zij mee in. Mijn broer en zus dachten daar anders over. Zij hebben tot op de dag van vandaag elk contact met mijn ouders verbroken en zijn vertrokken toen zij meerderjarig waren.”

    Bron: Vriendin.nl >>

    #242198
    Luka
    Moderator

    Misbruik in het tehuis: ‘Als je je mond opendoet, kom je er nooit meer uit’

    “Ik zat vanaf vanaf 1989 in een tehuis omdat niemand me wilde. Er was een groepsleider die de meisjes probeerde te betasten, bijvoorbeeld mijn vriendinnetje. Hij had ook seks met haar, tegen haar zin. Ik heb toen gezegd dat ik daarover een briefje had geschreven en die zou geven aan een groepsleider die ik wél vertrouwde. Maar hij vond dat briefje en bedreigde me vervolgens: ‘als je je mond opendoet, kom je in een gesloten inrichting en kom je er nooit meer uit’.”

    Danni Leona zat van haar 12e tot haar 16e in een tehuis in Limburg. Ze werd er door jeugdzorg ‘gedumpt’ omdat haar ouders niet in staat waren voor haar te zorgen. Ze schreef een boek over haar ervaringen. Dat boek is gebruikt in het onderzoek van de Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg.

    De commissie presenteerde vandaag haar eindconclusies: driekwart van de kinderen die sinds 1945 in de jeugdzorg hebben gezeten, heeft daar te maken gehad met fysiek, seksueel of psychisch geweld of is er getuige van geweest. Het geweld werd gepleegd door leiders en pleegouders, maar ook door andere kinderen. Toezichthouders en de instellingen boden de kinderen te weinig bescherming.

    Weglopen
    Voor Leona zijn de bevindingen maar al te herkenbaar. Na de bedreiging door de groepsleider probeerde ze samen weg te lopen met haar vriendin, maar ze werden weer gepakt. “De groepsleider ging toen door met mij molesteren en bedreigen. Hij bleef dreigen met opsluiting, hij heeft alle groepsleiders ervan overtuigd dat ik niet goed snik was.”

    “Jeugdzorg heeft mij hierin nooit gehoord. Ze zeiden dat ik aandacht trok, dat ik jaloers was op de aandacht die mijn vriendinnetje kreeg van de groepsleider.”

    7 jaar seksueel misbruikt
    Ook de nu 79-jarige Wil Vissers heeft haar verhaal gedaan voor de onderzoekscommissie. Ze werd in 1943 na een bombardement in Den Haag samen met haar zes broertjes en zusjes door de Kinderbescherming in een tehuis geplaatst. Hun vader was ziek en opgenomen, hun moeder was tijdens het bombardement niet thuis en werd uit de ouderlijke macht ontzet.

    In het tehuis had Vissers het goed, maar in 1947 werd zij geplaatst bij een pleeggezin op het platteland in Noord-Brabant. “Dat was een hel, eerlijk gezegd. De vrouw was zo gefrustreerd, ze sloeg er op los. Dan ging ze door tot ze zelf buiten adem was. De heer des huizes bemoeide zich er nauwelijks mee. Intussen waren hun eigen kinderen de deur uit, en toen ben ik zeven jaar door hem seksueel misbruikt, van mijn 14e tot mijn 21e.”

    “Je kon nergens naartoe in die tijd, er was niks in dat gehucht. De voogdes van de Kinderbescherming kwam eens in de drie maanden. En die zei: ‘stil nou maar, en wees vooral dankbaar’. Toen ik op de lagere school zat sprak die voogdes überhaupt niet met mij.”

    Toen Vissers op haar 21e op zichzelf ging wonen, is ze haar ervaringen gaan opschrijven in dagboeken. Via de Kinderbescherming probeerde ze haar moeder te vinden, maar die wilde niet meewerken, zegt Vissers. Ze vond haar moeder ‘op eigen kracht’ toen ze 51 was. “Het verhaal van mijn tijd in de pleegzorg heeft haar nachtelijke huilbuien gekost.”

    Zelf heeft Vissers na haar jeugd altijd moeite gehad om zich te binden aan anderen, vertelt ze. “Het heeft invloed gehad op mijn huwelijk. Ik heb een dochter, die vindt het fijn dat ik het kenbaar heb gemaakt, maar ik heb ook het gevoel dat ik voor haar nooit de moeder heb kunnen zijn die ik had willen zijn.”

    Later zocht ze hulp van een psycholoog. Toen heeft ze net als Leona een boek geschreven en is ze meer over haar ervaringen gaan praten. Ook dit boek is gebruikt bij het onderzoek over geweld in de jeugdzorg. “Ik wilde met mijn boek proberen anderen over te halen om hun verhaal te vertellen, om er niet mee te blijven zitten.”

    Bron: NOS.NL >> + filmpje

    #245736
    Luka
    Moderator

    ‘Trauma’s laten in het lichaam diepe sporen na’
    Interview met Bessel van der Kolk in Augeo Magazine

    Praten met getraumatiseerde kinderen? ‘Ja, maar leer ze eerst hoe ze hun lichaam kunnen kalmeren’, zegt de Nederlands-Amerikaanse psychiater Bessel van der Kolk in een interview met Augeomagazine. Hij vindt het onbegrijpelijk dat aanraking, beweging en verbeeldingskracht uit de meeste therapieën zijn verbannen. ‘Het zijn precies die elementen die getraumatiseerde kinderen helpen om zich weer veilig te voelen.’

    Hij is al meer dan veertig jaar bezig met onderzoek naar trauma’s en wordt wereldwijd beschouwd als een van de belangrijkste experts op dat gebied. In het Trauma Centre in Brookline, Massachusetts, dat hij dertig jaar geleden oprichtte, ziet hij ook nog elke week patiënten. Volwassenen én kinderen. ‘Als een behandeling bij mijn patiënten onvoldoende werkt, ga ik verder zoeken. Ik heb altijd nieuwe dingen willen uitproberen.’

    Als jonge psychiater geloofde Bessel van der Kolk (73) in de werking van medicijnen. Maar al snel kwam hij erachter dat zijn patiënten daar meestal niet genoeg van opknapten. Ook het effect van praten bleek beperkt. Dus ging hij op zoek naar nieuwe methodes: EMDR (herbeleving van het trauma met behulp van afleidende stimulansen zoals handbewegingen), neurofeedback (het brein belonen als de hersengolven het gewenste patroon laten zien), mindfulness, yoga, bewegingstherapie, theater.

    In zijn boek ‘The body keeps the score’ – in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’ − doet hij verslag van zijn decennialange zoektocht. Na al die jaren weet hij dat er niet één beste manier is om getraumatiseerde kinderen en volwassenen te helpen. Zijn wetenschappelijke onderzoek en praktijkervaring hebben hem er wel van overtuigd dat trauma’s vooral in het lichaam diepe sporen nalaten. Daar ligt volgens hem ook de sleutel om kinderen met trauma’s te behandelen. ‘Leer ze eerst om zich weer veilig te voelen in hun lichaam.’

    U schrijft dat trauma’s de structuur en de bedrading van de hersenen kunnen veranderen. Kunt u dat uitleggen?
    ‘Uit hersenonderzoek weten we dat trauma’s kunnen leiden tot veranderingen in de hersenen. Als we schokkende gebeurtenissen meemaken of ons bedreigd voelen, zenden we instinctief signalen uit naar anderen om ons te hulp te schieten. Maar als niemand te hulp schiet of gevaar blijft dreigen, treden oudere hersengebieden in werking: de emotionele hersenen, die uit de zoogdierhersenen en de reptielenhersenen bestaan. Dan blokkeert het talige deel van het brein en schakelen we over op primitievere manieren van overleven: vechten, vluchten of verstijven. Stresshormonen zijn de motor van die reacties. Bij getraumatiseerde kinderen en volwassenen is de stressreactie chronisch geworden. Daardoor raakt het alarmsysteem in de hersenen verkeerd afgesteld.’

    Wat heeft dat voor effect op getraumatiseerde kinderen?
    ‘Zij kunnen geen onderscheid maken tussen reëel en denkbeeldig gevaar en leven dus in een staat van constante waakzaamheid. Ze zijn bijvoorbeeld hypergevoelig voor de kleinste aanwijzingen van boosheid en reageren heel sterk op agressie van leeftijdgenoten. Een van de moeilijkste dingen is dat ze dingen hebben meegemaakt waarover ze niet kunnen praten. Omdat ze geen woorden hebben voor wat hen is overkomen, leeft het trauma zich uit in hun lichaam. Hun emotionele hersenen geven steeds signalen af dat de wereld onveilig is.’

    Hoe merk je dat?
    Het verbale deel van hun hersenen is als het ware afgeknepen. In tegensteling tot het rationele brein, dat zich uit via gedachtes, drukken de emotionele hersenen zich uit in lichamelijke reacties. Je krijgt plotseling hevige buikpijn, wordt misselijk, of krijgt een paniekaanval. Het lijf van getraumatiseerde kinderen is net een pingpongbal, waarover ze geen controle hebben. Ze hebben vaak geen idee waar hun heftige emoties en de spanning die ze voelen vandaan komen. Vaak weten ze ook helemaal niet wat ze voelen. Op een heel elementair niveau is hun gevoel van veiligheid geschaad.’

    Is dat permanente gevoel van onveiligheid en gevaar nog wel te herstellen?
    Het brein is een plastisch orgaan, de hersenen kunnen veranderen door nieuwe ervaringen op te doen, zeker als je jong bent. Dat is hoopvol. Het belangrijkste is om eerst het evenwicht op het diepste niveau te herstellen: door het lichaam te kalmeren. In ons traumacentrum laten we kinderen op een trampoline springen, schommelen, en balanceren op een evenwichtsbalk. We raken ze voorzichtig aan of slaan een deken om hen heen. Wat je dan ziet is wonderbaarlijk. Ze raken vertrouwd met hun lichaam. En als hun lichaam kalmeert, gaat ook hun taalgebruik vooruit. Lichamelijk contact, het elementairste hulpmiddel om te troosten en te kalmeren, is uit de meeste therapieën verbannen. Terwijl juist dat enorm kan helpen om je weer veilig te voelen in je lichaam, om te ervaren dat het gevaar geweken is. Als dat gebeurt, en het stresssysteem van de emotionele hersenen kalmeert, kunnen andere delen van het brein ook weer gezonder functioneren.’

    Kunnen medicijnen ook helpen om traumaklachten van kinderen te verminderen?
    ‘Op dit moment slikken ongeveer een half miljoen kinderen in de Verenigde Staten antipsychotica. Die geneesmiddelen worden vaak gebruikt om mishandelde en verwaarloosde kinderen handelbaarder te maken. Daarover maak ik me grote zorgen. Met pillen kunnen ze zich beter beheersen en worden ze minder agressief. Maar die middelen belemmeren ook hun lust tot spelen en hun nieuwsgierigheid. Juist die drives hebben ze nodig om zich te ontwikkelen tot goed functionerende volwassenen.’

    En praten over traumatische ervaringen, helpt dat volgens u?
    ‘Ja en nee. Het is heel belangrijk om te weten wat je voelt. Veel therapeuten proberen met kinderen en jongeren te praten over de vreselijke dingen die hen zijn overkomen. Het is fijn als iemand je verhaal aanhoort, maar dat neemt doorgaans de inprenting van angst en onveiligheid niet weg. Die heeft zich vastgezet in niet-talige delen van het brein en uit zich via het lichaam. Daarom moet de aandacht vooral gericht zijn op wat er in het lichaam gebeurt. Weet je wat je voelt? En waardoor worden die nare gevoelens getriggerd? Voor getraumatiseerde kinderen is het heel moeilijk om dat te benoemen. Wat ze voelen is zo angstwekkend, dat ze liever proberen om niet te voelen.’

    Hoe kun je kinderen leren om die gevoelens te hanteren?
    Vechtsporten als karate en judo leren kinderen dat ze controle kunnen hebben over hun lijf en zichzelf kunnen verdedigen. Daar worden ze minder angstig van. Yoga, mindfulness en sensomotorische therapie (waarbij de zintuigen door allerlei spelletjes en beweging worden geactiveerd, DE) zijn andere manieren om in een veilige omgeving te voelen wat er gebeurt in hun lijf. Ook tekenen helpt kinderen om het verlammende effect van traumatische ervaringen tegen te gaan. Ik werkte met kinderen die de aanslag op de Twin Towers van dichtbij meemaakten. Ik vroeg ze om een tekening te maken van die dag. Er waren kinderen die alleen naargeestige beelden op papier kregen, van rook, vuur, pijn en doden. Maar er was ook een jongetje dat een trampoline onder de torens tekende, voor een zachte landing van de mensen die moesten springen. Zijn verbeelding had de vreselijke waarheid een andere draai gegeven. Kinderen die hun verbeelding op zo’n manier kunnen laten spreken, hebben minder last van traumatische gebeurtenissen.’

    Maar dat is dus niet elk kind gegeven.
    ‘Nee, maar je kunt kinderen wel leren zich op een veilige manier te uiten. In projecten die we op scholen doen, leren we leerkrachten om ervaringen van getraumatiseerde kinderen te benoemen. In plaats van driftbuien, dagdromen of agressief gedrag te bestraffen, moedigen we ze aan contact te maken. “Ik zie dat je van streek bent. Wil je misschien dit dekentje om je heen slaan, zodat je wat kalmer wordt? Wil je even bij mij op schoot zitten of zullen we samen heel diep ademhalen?” Als het kind gekalmeerd is, helpt de leerkracht om zijn gevoelens te beschrijven. “Wat maakte je zo verdrietig of boos?’ ‘Wat denk je dat er gebeurt als je na school thuiskomt?” Op die manier kunnen scholen functioneren als veilige eilandjes in een chaotische wereld. Beweging, spel, gymnastiek, samen muziek maken of zingen: ook dat helpt getraumatiseerde kinderen om uit hun vlucht- of vechtmodus te komen, positieve emoties te ervaren en op een plezierige manier met anderen om te gaan. Ik vind het onbegrijpelijk dat er steeds meer beknibbeld wordt op dat soort activiteiten.’

    Sommige vakgenoten vinden dat er te weinig wetenschappelijk bewijs is voor de nadruk die u legt op traumabehandeling via het lichaam.
    ‘Voor mij is het belangrijkste dat mijn patiënten opknappen. Ik was een van de eersten die vanaf het begin van deze eeuw onderzoek deed naar EMDR. Dat is nu een geaccepteerde traumabehandeling, maar was in die tijd nog zeer omstreden. Nu denken sommigen dat ik een yoga-fanaticus ben, omdat ik daar veel onderzoek naar heb gedaan. Maar ik zie yoga vooral als een techniek die andere deuren kan openen bij getraumatiseerde mensen. Net als theater. Daar heb ik me afgelopen jaren in verdiept. Ik vind het jammer dat daar nog zo weinig wetenschappelijk onderzoek naar wordt gedaan.’

    Hoe kwam u daarmee in aanraking?
    ‘Via mijn zoon. Die bracht de eerste twee jaar van de middelbare school grotendeels door in bed, ernstig vermoeid en opgezwollen door allergieën. Mijn vrouw en ik waren wanhopig op zoek naar iets dat hem kon helpen. Gesprekstherapie haalde weinig uit, maar toen hij ging meespelen in een theatergroep, zagen we hem opknappen. Hij ervoer hoe het is om iemand anders te zijn en een bijdrage te leveren aan een groep. Dat gaf hem een gevoel van controle, bekwaamheid en eigenwaarde. Zo raakte ik geïnteresseerd in het therapeutische potentieel van theater.

    Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat theater getraumatiseerde jongeren een unieke manier biedt om toegang te krijgen tot hun emoties en lichamelijke gewaarwordingen. Ze leren verschillende rollen aan te nemen en te zoeken naar manieren om diepe emoties over te brengen aan het publiek. Liefde en haat, agressie en overgave, loyaliteit en verraad: dat is waar het bij zowel trauma’s als theater om draait. Spelenderwijs verkennen en onderzoeken jongeren zo hun eigen ervaringen, zonder het woord trauma ooit uit te spreken.’

    Bron: Rinogroep >>

    #245737
    Luka
    Moderator

    Geheimen doorbreken
    Kindermishandeling is omgeven door geheimen. Zowel ouders als kinderen praten er meestal niet uit zichzelf over en doen hun best om wat er thuis gebeurt voor de buitenwereld te verbergen. Dat maakt het voor professionals lastig om kindermishandeling te herkennen en bespreekbaar te maken. In dit nummer: zo herken je geheimen en maak je ze bespreekbaar.

    Inhoud

    • Wat thuis gebeurt is geheim
    • Waarom kinderen geheimen hebben
    • Praten over wat thuis misgaat, is voor ouders moeilijk
    • Zal ik wel of niet vertellen over wat thuis gebeurt?
    • Interview ‘Informatie over een gezin delen mag vaker dan je denkt’
    • Brief aan… ‘Over het misbruik durfde ik u niet te vertellen’
    • Als een kind om geheimhouding vraagt
    • BN’er aan het woord ‘Op mijn 50e vertelde ik voor het eerst dat ik mishandeld was’

    Bron: Augeo magazine >>

    #246377
    Luka
    Moderator

    ‘Ik dacht dat ik geboren was om misbruikt te worden’
    Het verhaal van een kinderpornoslachtoffer

    “Er woonde een meisje bij ons aan de overkant van de straat. Ik speelde graag met haar. Op een gegeven moment riep haar moeder ons: ‘wie het eerst hier is, krijgt een snoepje!’. Ik was als eerste dus ik kreeg een snoepje. Het buurmeisje mocht vast de kelder in en ik kreeg een prinsessenjurk aan. Beneden in de kelder was de vader van het meisje en nog een man, ze stonden achter de camera. We mochten op bed gaan springen. De prinsessenjurk mocht niet vies worden, dus die moest uit. De rest van de kleren op een gegeven moment ook..”

    Zo begint het verhaal van Vicky Bergman (48). Ze is drie jaar als ze voor het eerst met seksueel misbruik te maken krijgt. Ze snapt niet wat er aan de hand is, maar de gebeurtenis zal haar leven veranderen, ervoor zorgen dat ze vaker misbruikt zal worden en haar met een schuldgevoel opzadelen. Zij wilde dat snoepje toch? En het gebeurde afsluiten is moeilijk, want waar zijn de foto’s en videobeelden die toen van haar gemaakt zijn? Wie heeft haar allemaal gezien? Circuleren die beelden nog steeds? “Daar denk ik altijd nog aan,” aldus Vicky.

    Nationale dreiging
    In het Nationaal Dreigingsbeeld dat in mei 2017 verscheen sloeg de politie alarm over de explosieve toename van kinderporno. In het Nationaal Dreigingsbeeld dat elke vier jaar verschijnt, beschrijft de politie elke vier jaar de dreigingen op het gebied van georganiseerde criminaliteit. De politie verwacht dit jaar 20 000 meldingen van kinderporno met een Nederlandse link. Vorig jaar waren er nog 12 000 meldingen en werden er 200 kinderen in Nederland gered uit de handen van misbruikers. Over wat dat misbruik, en met name het feit dat het misbruik ook op foto en film is vastgelegd, op de lange termijn met slachtoffers doet is nog weinig bekend. Het Canadian Centre for Child Protection deed dit jaar voor het eerst grootschalig internationaal onderzoek onder slachtoffers van kinderporno. EenVandaag brengt de uitkomsten daarvan als eerste.

    Iva Bicanic is klinisch psycholoog en hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Ze vindt het onbegrijpelijk dat er nog maar zo weinig onderzoek is gedaan naar de gevolgen voor de slachtoffers van kinderporno. “Er is ontzettend veel onderzoek gedaan naar de gevolgen van seksueel misbruik. Maar de onderzoeken die zich specifiek concentreren op de gevolgen voor het slachtoffer als er foto’s of video’s worden gemaakt van het misbruik zijn op één hand te tellen. Er is één Duits onderzoek, daarvan weten we dat de effecten van het misbruik groter zijn als er ook foto’s en filmpjes zijn gemaakt. Dat is omdat het slachtoffer achtervolgd wordt door de blijvende beschikbaarheid van het beeldmateriaal.”

    De buurman
    Vicky wandelt nu veel met haar hond Abby. Een voormalige zwerfhond uit Portugal waar ze een bijzondere band mee heeft. “Soms als ik psychotisch word, dan voelt ze het aan en helpt ze om in het hier en nu te komen. Dan zak ik niet te ver weg in het verleden.” Het misbruik beperkte zich namelijk niet tot het incident op haar derde.

    Een aantal jaren later verhuisde Vicky met haar ouders naar een andere stad. Een straat verderop woonde een man die zich ook aan Vicky vergreep. “Hij gaf mij aandacht. Mijn vader was weg, mijn moeder had geen tijd voor mij. Toen ik acht was achtervolgde hij mij. Hij nam me mee de bosjes in. Ik wist nog niet dat het zo heette, maar hij kwam dus klaar. Ik rende naar huis en zei tegen mijn moeder: de buurman heeft op me geplast. Mijn moeder zei dat ik een vies kind was en niet zo moest zeuren.”

    Vicky heeft zich altijd schuldig gevoeld, maar ze bleef ook naar de buurman gaan.

    Revictimisatie
    Dat slachtoffers van seksueel misbruik later nog eens misbruikt worden komt volgens Bicanic heel vaak voor. “Het is echt heel treurig, maar de meest robuuste risicofactor om misbruikt te worden is: eerder misbruikt zijn. Er zijn verschillende hypotheses die dit verband proberen te verklaren. Precies weten we het nog niet. Maar dat er een verband is, dat staat als een huis.”

    Bicanic denkt zelf dat het te maken heeft met de problemen die kinderen krijgen na het eerste misbruik: “kinderen worden bijvoorbeeld hyperalert of juist emotioneel verdoofd waardoor ze niet adequaat reageren op prikkels uit hun omgeving en opnieuw misbruikt kunnen worden. Er zijn zelfs kinderen waar het misbruik keer op keer bij plaats blijft vinden. ‘revictimisatie’ noemen we dat. Dan ga je geloven dat mensen dat steeds maar met jou doen.”

    Hetzelfde gebeurde bij Vicky. Het misbruik door de buurman duurde tot haar twaalfde, tot ze ontdekte dat ze ook ‘nee’ mocht zeggen en dat ook deed. Maar ook daarna hebben zich nog incidenten voorgedaan. “Ik heb altijd gedacht dat ik geboren ben om misbruikt te worden. En dat het mijn eigen schuld was. Dat ik er niet had moeten zijn.”

    Dreigementen
    Slachtoffers denken dus vaak dat het hun eigen schuld is. En daarnaast houden ze zich stil, omdat de dader hen vaak bedreigd. Over angst van slachtoffers voor de dreigementen van de dader is minder bekend in de literatuur. Daarom vroeg Iva Bicanic op Twitter aan mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt welke woorden de dader gebruikte om er voor te zorgen dat de feiten het daglicht niet zouden bereiken. Het resultaat is een duizelingwekkend lange lijst met uitspraken van het type: “Als je het vertelt, dan…..! Lees het artikel hier.

    Camera’s
    Op haar dertigste komt Vicky in een blijf-van-mijn-lijfhuis terecht. Ze deed aangifte tegen de buurman maar de zaak was inmiddels verjaard. Tot op de dag van vandaag heeft ze therapie om met de gevolgen van het misbruik te kunnen leven. “Ik heb chronische PTSS, paniekaanvallen, ik ben psychotisch, ik durf ’s avonds niet naar buiten,” zo somt ze de gevolgen van het misbruik op.

    Ook het interview dat Vicky voor onze camera gaf was moeilijk voor haar, omdat er ook camera’s aanwezig zijn in haar jongste traumatische herinnering.

    Taboe doorbreken
    Inmiddels wil Vicky het negatieve van haar misbruikverleden omzetten in iets positiefs. Ze schreef haar levensverhaal eerder op onder de pseudoniem Lana B en ze leid een gespreksgroep van slachtoffers van seksueel misbruik bij Project Speak Now. Nu vertelt ze haar verhaal voor het eerst onder haar eigen naam. Ze wil met haar verhaal naar buiten omdat ze ziet dat misbruik een repeterend effect heeft. Slachtoffers van seksueel misbruik, misbruiken soms op hun beurt weer andere kinderen.

    Vicky wil dat het taboe om erover te praten, zoals zij dat als kind ervoer, doorbroken wordt. “Als slachtoffer heb je twee keuzes: slachtoffer blijven of dader worden. Vaak zijn daders eerder slachtoffer geweest. Dus wij creëren daders als wij niet zorgen dat kinderen erover gaan praten. Ik vind dat er op school les gegeven moet worden over misbruik, dat het je kan gebeuren. En er moet een persoon zijn op elke school waar kinderen anoniem hun verhaal bij kunnen doen,” aldus Vicky.

    Psycholoog Bicanic is pessimistisch over het voorkomen van seksueel misbruik. “Het is heel goed als ouders van jongs af aan al praten met hun kinderen over seksualiteit. Er moeten woorden aan gegeven worden. Veel kinderen die misbruikt worden voor kinderporno worden op zo’n jonge leeftijd misbruikt dat ze er nog geen woorden voor hebben. Maar ook in gezinnen waar veel warmte en cohesie is, en openheid om over dit soort thema’s te praten kunnen kinderen misbruikt worden. Seksueel misbruik voorkomen is een illusie. Er is wereldwijd nog geen aanpak gevonden waarmee we de cijfers van seksueel geweld structureel naar beneden kunnen brengen.”

    Bron + filmpjes: 1vandaag >>

    #246561
    Luka
    Moderator

    Mariëtte werd op haar 13de verkracht door haar gynaecoloog: ‘Hij zei: Zo, nu ben je geen maagd meer’

    Schrijver, die sinds elf jaar in Amersfoort woont, groeide in de jaren 60 op in Raalte, een dorp in Overijssel. Als ontluikende puber had ze last van ernstige menstruatieklachten. De huisarts verwees haar door naar een gynaecoloog in het Deventer Ziekenhuis. Daar werd ze behandeld door een jonge dokter, die haar seksueel misbruikte. ,,Hij zei dat hij een inwendig onderzoek ging uitvoeren. Ik moest alles uittrekken, ook mijn bovenkleding. Dat voelde al meteen niet prettig, maar ik was 13 en naïef. Ik moest op een bed gaan liggen, met mijn benen uit elkaar in stijgbeugels.’’

    ,,Toen zei de dokter dat het even pijn zou doen. Hij knoopte zijn broek naar beneden en deed zijn hele handel naar binnen. Ik lag daar als een plank en was helemaal verstijfd. Ik hield mijn ogen stijf dicht omdat het zo’n zeer deed. Hij betastte ook mijn borsten. Er leek geen einde aan te komen. Nadat hij klaar was, zei hij: ‘Zo, nu ben je geen maagd meer.’ Toen ik mocht vertrekken, ben ik zo’n beetje het ziekenhuis uitgehold. Onderweg naar huis dacht ik alleen maar: ‘Als ik maar niet zwanger word’. Ik schaamde me dood.’’’

    Lees het hele artikel op het AD >>

    #246625
    Mark
    Moderator

    Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2017-2018

    ‘Mijn kind-zijn, mijn onschuld, mijn vrijheid, mijn plezier, het kunnen genieten, vertrouwen en een gezond normaal functionerend mens zijn, is me door jou ontnomen.’ Dit schrijft Johan aan de begelei- der op voetbalkamp die hem op zijn elfde misbruikte. Hij is een van de mannen die Fiet van Beek inter- viewde voor het boek ‘Het is niet stoer’, over mannen die slachtoffer zijn van kindermishandeling of seksueel misbruik. Het eerste exemplaar van het boek mocht ik in ontvangst nemen en met een aantal van deze mannen had ik een indrukwekkend gesprek. Johan is inmiddels 57 en vertelde mij dat hij zich vaak afvraagt hoe zijn leven was gelopen als hem dit niet als 11-jarige was overkomen. Beter, denkt hij zelf. Hij worstelt, door die ervaring, zijn hele leven al met zichzelf. Het verhaal van Johan maakte des te meer indruk omdat hij mijn generatiegenoot is. Het misbruik ligt ver, tientallen jaren, achter hem. En toch zag ik de emotie in zijn ogen toen hij erover vertelde. Het laat zien dat de gevolgen van seksueel misbruik langdurig en ontwrichtend kunnen zijn voor slachtoffers.

    Het zijn verhalen zoals die van Johan die laten zien dat er grote urgentie is om vast te stellen wat de mechanismen zijn achter seksueel geweld tegen kinderen. En waar onze maatschappij gebreken ver- toont waardoor kinderen slachtoffer worden. Het is onze plicht om die mechanismen te ontmantelen en gebreken op te sporen. Om ervoor te zorgen dat ieder kind de kans krijgt om iets van zijn of haar le- ven te maken.

    In deze slachtoffermonitor tekenen we op wat de aard en omvang is van seksueel geweld tegen kinderen in Nederland. We komen erachter dat dit nog heel moeilijk in kaart te brengen is. Toch past het ons om grote vragen te stellen. Hoe vaak komt het voor? Welke kinderen worden slachtoffer? Worden zij ade- quaat geholpen? Hoe ziet de aanpak eruit? Is de aanpak effectief? En uiteindelijk: zijn we als samenle- ving in staat om seksueel geweld tegen kinderen in al zijn facetten te voorkomen, te signaleren en te bestrijden? Deze vragen moeten we blijven stellen, ook als er nog geen antwoord op is. En naar de antwoorden moeten we blijven zoeken.

    Want Johan is niet alleen. Op zo veel verschillende manieren maken zo veel kinderen seksueel geweld mee. Hun verhalen vertellen en doorvertellen is nodig om ervan te kunnen leren. Daarom heb ik in dit rapport ook de verhalen opgenomen van vijf kinderen die na seksueel misbruik met hulpverlening te maken kregen. Het zijn er slechts vijf, maar zij staan voor velen. Het gaat alleen al om naar schatting ruim 20.000 kinderen tussen de twaalf en zestien die jaarlijks ernstig seksueel geweld meemaken, als we online seksueel grensoverschrijdend gedrag niet meetellen. En dan te bedenken dat ieder kind te- genwoordig online is. Deze kinderen moeten worden beschermd. Die bescherming is onze taak, als overheid en samenleving.
    Slachtoffermonitor SekSueel geweld tegen kinderen 2017-2018

    Ik wil de medewerkers van mijn bureau bedanken voor al hun werk in de totstandkoming van dit rap- port. Tot slot wil ik mijn bewondering uitspreken voor de professionals die zich elke dag bezighouden met het voorkomen en bestrijden van seksueel geweld tegen kinderen. Ik hoop met dit rapport te kun- nen bijdragen aan verdere verbetering van de aanpak van die problematiek.

    Herman Bolhaar
    Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen

    Naar de slachtoffermonitor >>

    Naar de factsheet >>

    #248155
    Luka
    Moderator

    Stil leed: misbruik van kinderen blijft meestal verborgen voor hun omgeving


    Niemand weet precies hoeveel kinderen en tieners in Nederland slachtoffer worden van seksueel geweld. Wat wel zeker is: het merendeel krijgt geen hulp, in West-Brabant net zo min als elders in het land. Niet omdat hulpverlenende instanties tekortschieten, maar omdat de meeste gevallen volwassenen nooit ter ore komen.

    De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen brengt met regelmaat rapportages uit die een beeld schetsen van seksueel geweld tegen minderjarigen. Eind 2019 kwam weer zo’n rapport uit. Iets dat daarin opvalt, is hoeveel onderzoekers en hulpverleners níet weten. Want de meeste slachtoffers zwijgen – in elk geval tegen volwassenen.

    Ongeveer een derde van de minderjarige slachtoffers vertelt helemaal niemand wat er gebeurd is. Ouders horen volgens onderzoek maar in een vijfde tot een kwart van de gevallen over seksueel misbruik van hun kinderen; politie, artsen en/of leraren horen in minder dan 10 procent van de gevallen wat er gebeurt of gebeurd is. Het merendeel van de gevallen komt volwassenen dus niet – of pas veel later – ter ore.

    Leeftijdsgenoten
    Van de kinderen en tieners die wél iemand in vertrouwen nemen, kiest het merendeel voor een leeftijdsgenoot. ,,En er bestaat nog geen onderzoek naar wat minderjarigen eigenlijk doen, als een vriend of vriendin zoiets vertelt.”

    Aan het woord is Femke Eisma van het bureau van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. ,,Slachtoffers geven in onderzoek aan dat ze meestal leeftijdsgenoten in vertrouwen nemen. Maar wat die daarmee doen, daar hebben we dus geen zicht op.”

    Dat ik het tegen haar moeder of de politie zou kunnen zeggen, kwam niet eens in me op

    Het komt een Oosterhoutse (36), die anoniem wil blijven, bekend voor. ,,In de brugklas vertelde een vriendin dat een oudere neef regelmatig aan haar zat. Ik heb haar getroost en volgens mij ook duidelijk gezegd dat het niet deugde. Maar dat ik het tegen haar moeder of de politie kon zeggen, kwam niet eens in me op.”

    Andersom gebeurde hetzelfde, toen deze Oosterhoutse op haar 14de ook zelf slachtoffer werd van een handtastelijk familielid. Zij nam eveneens een vriendin in vertrouwen; die vertelde het óók niet aan volwassenen. ,,Dat was vanzelfsprekend. Ik heb het uiteindelijk pas 18 jaar later aan familie verteld. Ik had lang het gevoel dat ik iets verkeerd had gedaan, beter mijn mond kon houden. Ik wist zeker dat mensen boos op míj zouden worden.”

    Ik had lang het gevoel dat ik zelf iets verkeerd had gedaan en beter mijn mond kon houden

    Dat gevoel ziet Lotte Huijben van Veilig Thuis West-Brabant vaker. Zij is bij die organisatie procesregisseur seksueel geweld. Als seksueel misbruik – of signalen daarvan – naar buiten komen, kijkt zij mee wat voor onderzoek en zorg nodig zijn.

    Is sprake van een duidelijke ‘onthulling’, dan hebben de instanties voldoende instrumenten om te zorgen dat misbruik stopt en er hulp komt. Maar in de meeste gevallen kómt die onthulling er dus niet. Huijben: ,,Daar is daarom het meeste te winnen: zorgen dat kinderen weten wat wel en niet hoort als het gaat om aanraken, en dat ze zich veilig genoeg voelen om hun verhaal te delen.”

    Angst en schaamte
    Seksueel misbruik gebeurt meestal door bekenden. De meeste kinderen vertellen uit zichzelf niets omdat ze zich schamen, zich schuldig voelen en bang zijn wat er gebeurt als ze het vertellen. Zullen mensen ze wel geloven? Hoe reageren ze? Wordt mama verdrietig, gaat de pleger de gevangenis in?

    Volwassenen kunnen kinderen wel helpen om ondanks angst en schaamte over seksueel geweld te vertellen. Lastig blijft het. Maar je kunt zorgen dat het iets makkelijker wordt, door van jongs af aan aandacht te besteden aan seksualiteit.

    Benoem welke lichaamsde­len je hebt, zodat ook jonge kinderen er al woorden voor hebben als er iets gebeurt

    Lotte Huijben, Veilig Thuis West-Brabant

    ,,Door te benoemen welke lichaamsdelen je hebt, zodat ook jonge kinderen er woorden voor hebben als iets gebeurt. Door uit te leggen welke lichaamsdelen anderen niet zomaar mogen aanraken.” Je kunt misbruik zo niet voorkomen, zegt Huijben, maar kinderen wel helpen er eerder over te vertellen.

    Net zo belangrijk is het om te zorgen dat kinderen zich gehoord voelen. Probeer er dus op te letten dat je echt luistert als een kind dingen vertelt – ook naar kleine dingen. Zo bouwen ze het vertrouwen op dat je er ook zult zijn als ze iets groots willen delen.

    ,,We weten dat kinderen die wél de stap zetten om een volwassene over seksueel geweld te vertellen, dat pas doen als ze het vertrouwen hebben dat diegene ze zal geloven, zal luisteren.” Het helpt als kinderen die zekerheid in een stabiele gezinssituatie voelen, zegt Huijben, maar het is geen vereiste. ,,Als jij de voetbaltrainer bent die een kind elke week ziet, kun je een jongetje óók het vertrouwen geven dat ie met alles bij je terecht kan.”

    Onzichtbaar
    En om meer kinderen in deze situatie te kunnen helpen, moeten we het echt vooral van hun eigen verhalen hebben, zeggen zowel Eisma als Huijben. Want uit het rapport van de Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen blijkt vrij helder: als een kind zelf niets vertelt, zijn er meestal ook geen volwassenen die de puntjes verbinden.

    Uit enquêtes onder professionals als leraren, hulpverleners en artsen blijkt dat zij veel minder vaak vermoedens van seksueel geweld tegen kinderen hebben, dan de werkelijke cijfers rechtvaardigen.

    Jaarlijks wordt 1,5 procent van de jongens tussen de 12 en 16 slachtoffer van ernstig seksueel geweld, en 2,5 procent van de meisjes in die groep: ongeveer 1 op de 50 kinderen dus. Maar professionals die met kinderen werken, melden in enquêtes zelf dat ze bij ongeveer één op de duizend kinderen (0,1 procent) seksueel misbruik vermoeden.

    ,,Er worden veel kinderen ‘gemist’, dat is duidelijk”, zegt Eisma. ,,Maar: het is dan ook ontzettend moeilijk om seksueel geweld te signaleren. Al was het maar omdat signalen die kunnen wijzen op misbruik, zoals buikpijn en slaapproblemen, ook passen bij andere problemen.”

    Hoge drempel
    Als volwassenen al iets opmerken, is er ook nog een hoge drempel om actie te ondernemen. Veilig Thuis in West-Brabant besteedt daarom bewust extra aandacht aan dit onderwerp in contacten met bijvoorbeeld scholen. Bijna elk jaar organiseert Veilig Thuis een symposium rond seksueel geweld; daarbij is altijd specifieke aandacht voor signalering.

    Advies vragen bij Veilig Thuis kan anoniem en hoeft niet altijd uit te monden in een melding. Huijben: ,,Wij kunnen ook meedenken om te bepalen hoe mensen meer helderheid kunnen krijgen over wat er speelt. Er zit een taboe op, ook bij professionals. Het is zo’n zwaar en beladen onderwerp; mensen hebben een bepaalde angst om schade aan te richten als het tóch niet zo is.”

    Maar: wat als het wel zo is?

    Blinde vlekken
    De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen zette in een recent rapport cijfers op een rij. Bijvoorbeeld dat elk jaar ongeveer 1,5 procent van de jongens en 2,5 procent van de meisjes tussen de 12 en 16 jaar te maken krijgt met fysiek seksueel geweld. De groep die te maken krijgt met verbale of online seksuele intimidatie is volgens de Rapporteur groter, maar is niet helder in beeld.

    Soortgelijk onderzoek naar kinderen onder de 12 ontbreekt. Tieners kun je anoniem naar deze ervaringen vragen, jonge kinderen niet. ,,Daar zit een blinde vlek”, zegt Femke Eisma van de Rapporteur.

    In ongeveer de helft van de gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen is de dader zelf ook minderjarig. Van de kinderen en tieners die iemand in vertrouwen nemen, vertelt het merendeel alleen tegen een leeftijdsgenoot wat er speelt.

    Veilig Thuis West-Brabant kreeg in 2018 218 meldingen van seksueel geweld. De grootste categorie betrof seksueel geweld tegen minderjarigen of personen met een verstandelijke beperking (88 meldingen, in 41 van die gevallen was de dader een familielid).

    Het Jeugdjournaal besteedde onlangs ook aandacht aan seksueel geweld tegen kinderen en tieners. Op deze webpagina van het Jeugdjournaal vind je onderaan een filmpje met uitleg en voorbeelden, die het gemakkelijker kunnen maken deze thema’s met kinderen en tieners te bespreken. Ook onderstaand filmpje biedt aanknopingspunten om een gesprek met jongeren aan te gaan.

    Bron: BN /de Stem >>

    #249723
    Luka
    Moderator

    Nationaal Rapporteur spreekt in Tweede Kamer over seksueel geweld tegen kinderen
    Nieuwsbericht | 12-3-2020

    Het beschermen van slachtoffers van seksueel geweld tegen kinderen en het stoppen van daders vergt voortdurende alertheid en brede samenwerking. Dat benadrukte Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Herman Bolhaar in een technische briefing voor Kamerleden van de commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de Tweede Kamer.

    Bolhaar lichtte toe wat de bevindingen zijn uit zijn meest recente slachtoffermonitors over seksueel geweld. Daarin constateerde hij dat in de aanpak van seksueel geweld veel goede initiatieven lopen, maar dat de samenhang daartussen ontbreekt op zowel landelijk, regionaal als lokaal niveau. Ook uitte hij zijn zorgen over de zorg die slachtoffers van seksueel geweld krijgen. Zo kwam hij tot de conclusie dat bijna de helft van de kinderen die hulp ontvangt na het meemaken van seksueel geweld, deze hulp residentieel krijgt, en dus uit huis wordt geplaatst. Ook bleek dat maar liefst 85 procent van alle meisjes in de gesloten opvang in Nederland daar zit mede naar aanleiding van het meemaken van seksueel geweld. Zelfs voor de meest kwetsbare kinderen is volgens Bolhaar niet altijd snel hulp beschikbaar: ‘In de Slachtoffermonitor die in 2019 verscheen kwam naar voren dat 15 procent van de kinderen die de rechter onder toezicht stelde wegens seksueel geweld, niet binnen zes maanden hulp kreeg. Dat voor deze kinderen niet snel de goede hulp wordt geboden is onaanvaardbaar.’

    Samenwerking tussen bestuurslagen
    De Kamerleden stelden de Nationaal Rapporteur vragen over waar hij kansen zag voor verbetering. Daarop gaf Bolhaar aan dat gemeenten, regio’s en de nationale overheid moeten samenwerken om zicht krijgen op de aard en omvang van de problematiek. Daar moeten gemeenten ook toe in staat gesteld worden. ‘Om ieder kind de juiste hulp te kunnen bieden is zowel kennis dichtbij het kind nodig, als zeer specialistische zorg op bovenregionaal of landelijk niveau en moeten we daar ook goed tussen kunnen schakelen.’

    Spreektekst technische briefing commissie

    Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2016

    Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2017-2018

    Bron: Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen

     

    #249874
    Luka
    Moderator

    BN’er aan het woord
    ‘Op mijn 50e vertelde ik voor het eerst dat ik mishandeld was’

    Historica Jorien Meerdink (60) hield decennialang voor zichzelf dat ze vroeger thuis mishandeld en misbruikt werd. Totdat tijdens een reünie bleek dat haar vroegere buurtgenoten ervan wisten én zelf mishandeld werden. ‘Hoogopgeleiden zijn erg goed in mensen om de tuin leiden.’

    ‘Ik ben opgegroeid met het beeld dat ik moeilijke ouders had én dat ik een moeilijk kind was. Mijn vader heeft in een jappenkamp gezeten en mijn moeder is misbruikt. Het was heel gewoon voor mij dat ik ruw werd beetgepakt, aangerand of vernederd. Ik dacht dat het gewoon aan mij lag. Daarom sprak ik er nooit met iemand over, ook niet met mijn beste vriendinnetjes.

    Toen ik tien jaar geleden, op mijn 50e, een reünie van de buurt bezocht, vertelde ik voor het eerst dat ik mishandeld was. Wat bleek? Vrijwel al mijn buurtgenoten wisten ervan of hadden het in hun eigen gezin ook meegemaakt. Ik was verbijsterd.

    ‘We woonden in een ingenieursbuurtje, afgezonderd van de rest van het dorp’

    Hoe had dit geheim kunnen blijven? Steeds bleek ik mezelf die vraag stellen. We woonden in een ingenieursbuurtje, afgezonderd van de rest van het dorp. Onze vaders waren met hun gezinnen vanuit alle hoeken van Nederland naar Delfgauw gekomen om te werken aan de TU Delft. Iedereen was ontworteld, er was ook geen sociale controle vanuit opa’s en oma’s. Twee derde van de buurt was gereformeerd en niet erg open. De vuile was hielden ze netjes binnen, net zoals de rest van de buurt.’

    Tijd om de boel open te breken

    ‘Na de ontdekking dat ik niet de enige was, besloot ik een boek te schrijven over onze buurt: De omstanders. Ik heb vijftig plegers en slachtoffers van kindermishandeling geïnterviewd.

    Het was opvallend dat iedereen wilde meewerken. Blijkbaar was het tijd om de boel open te breken. Sommigen vertelden voor het eerst van hun leven over de mishandelingen.

    Ik heb hun natuurlijk ook gevraagd waarom niemand ooit ingegrepen heeft in ons gezin. De antwoorden waren divers: wat er zich afspeelde ging het voorstellingsvermogen te boven, de gereformeerden wilden zich niet bemoeien met de vrijzinnigen, iemand was verliefd op mijn vader, een ander had een geheime relatie met mijn moeder. Of men had simpelweg al genoeg ellende in het eigen gezin. Eén buurvrouw is eens naar de maatschappelijke dienst gegaan om te melden dat ik geslagen werd. Maar dat moest ze kunnen bewijzen, en dat lukte niet.’

    ‘Mijn moeder zette me zo vaak weg als leugenaar dat ik het zelf ging geloven’

    Flauwgevallen

    ‘Op mijn 9e kwam ik in het ziekenhuis terecht. Ik was me in die tijd iets meer bewust van wat er gebeurde. Verpleegkundigen stelden vragen over mijn verwondingen en vroegen door. Ik viel flauw, en werd opgenomen.

    Toen mijn ouders me kwamen ophalen, spraken ze tegen elkaar in het Frans. Ik mocht het niet horen. Ze waren ontzettend boos op mij. Wat heb je allemaal verteld? Je bent een fantast! Dat hadden ze ook tegen de artsen gezegd. Mijn moeder zette me zo vaak weg als leugenaar dat ik het zelf ging geloven.

    Na die opname heb ik nooit meer iets gehoord van de artsen.

    Wel stopte het seksueel misbruik – ik was er zogenaamd te oud voor – de fysieke mishandelingen en de vernederingen gingen gewoon door.’

    Goed in manipuleren

    ‘Ook mijn ouders waren hoogopgeleid. Ik ben ervan overtuigd dat hoogopgeleiden geraffineerder zijn. Ze zijn heel goed in het manipuleren, in mensen om de tuin leiden. Net zoals mijn ouders deden richting bijvoorbeeld de artsen in het ziekenhuis. Het is ook bekend dat hoogopgeleiden mishandeling vaker geheimhouden. In kansarme milieus ligt mishandeling open en bloot op straat. Ik hoorde eens het verhaal van iemand die in de Amsterdamse Jordaan is opgegroeid, toen nog een volkswijk. Ook daar kwam mishandeling voor. Maar daar hing de buurvrouw uit het raam en riep: “Och kind, is het weer zo ver? Kom bij mij een bakje theedrinken.”’

    In mijn buurt zochten de kinderen elkaar wél op. Ze schuilden bij elkaar, kropen bij elkaar onder de dekens. Een blik was vaak genoeg. Verder werd er niet over gesproken. Zelf heb ik dat niet gedaan, ik hield alles voor mezelf. Hoe ik overleefde? Door alles te bagatelliseren.

    ‘De kinderen uit de buurt schuilden bij elkaar, kropen bij elkaar onder de dekens. Ik deed dat niet’

    Het valt wel mee. Ik ben zelf ook een moeilijk kind en een fantast. Dat soort gedachten. Ik heb geleerd om te dissociëren. Dit stuk van mijn leven – de mishandeling – hoort niet bij mij.’

    Rots in de branding

    ‘Toen ik 11 was, gingen mijn ouders uit elkaar. Drie jaar lang woonde ik bij mijn moeder, die verslaafd raakte aan alcohol. Toen zij werd opgenomen in een psychiatrische inrichting, heb ik besloten dat ik niet meer bij haar wilde wonen als ze weer thuis zou komen.

    Ik verhuisde naar mijn vader, die inmiddels een nieuw gezin had gesticht. Daar herhaalde de geschiedenis zich. Twee jaar later ben ik weggelopen. Ik heb een paar maanden in een crisisgezin gewoond en zwierf een half jaar door Amsterdam. Dat was heftig.

    ‘Mijn vader had inmiddels een nieuw gezin gesticht. Daar herhaalde de geschiedenis zich’

    Al snel kwam ik de man tegen met wie ik ruim dertig jaar samen ben geweest. Hij was een rots in de branding. Rustig, burgerlijk, alles wat ik niet kende. Na twee maanden ben ik bij hem ingetrokken. We kregen twee zonen en ik dacht dat mijn verleden afgerond was. Therapie wilde ik daarom niet. Ik heb het contact met mijn ouders verbroken. Achteraf gezien ben ik het gesprek met mijn ouders op die manier uit de weg gegaan. Zo hield ik het geheim nog jaren in stand. Alleen mijn man wist ervan.’

    Aan de oppervlakte

    ‘Alles veranderde in 2009. Ik maakte een heftig ongeluk mee, kwam daardoor thuis te zitten en in diezelfde periode scheidde ik van mijn man. Ik voelde me ellendig. Dat was het moment dat alle jeugdtrauma’s naar boven kwamen. Ook de reünie met mijn oude buurtgenoten was de aanleiding om het verleden op te rakelen. We bespraken dat er misschien een boek over geschreven moest worden, en volgens de anderen was ik de aangewezen persoon om dat te doen.

    In eerste instantie vond ik dat veilig. Als interviewer hoef je niet over jezelf te praten. Pas toen mijn uitgever vroeg waar ik zélf was in het verhaal, besefte ik dat ik onderdeel was van deze geschiedenis. Toen ben ik dieper gaan graven en kwam het proces los. Met het publiceren van De omstanders is mijn jeugd eindelijk geïntegreerd. Dit ben ik óók!’

    ‘Pas toen mijn uitgever vroeg waar ik zélf was in het verhaal, besefte ik dat ik er onderdeel van was’

    Nooit een link gelegd

    ‘Als kind was ik eenzaam en niet zorgeloos. Op oude foto’s of filmpjes zie ik een gespannen kind met tics. Ik dacht dat ik stoer en ondernemend was, maar dat was maar een deel van mij. Mijn jeugd heeft veel impact gehad op mijn verdere leven. Ik vind het moeilijk om hulp te vragen, los het liefst alles zelf op. Ik wantrouw mensen ten diepste en zal niet snel voor mezelf kiezen. Eerst kijk ik wat anderen nodig hebben.

    ‘Uit compassie ben ik dit werk gaan doen. Ik weet hoe het is als er niet naar je geluisterd wordt’

    In 1983 heb ik stichting WESP opgericht om kinderen in de jeugdzorg en het speciaal onderwijs een stem te geven. Ik interviewde duizenden kinderen over hun ervaringen. Gek genoeg heb ik nooit een link gelegd met mijn eigen geschiedenis. Ik begrijp zelf ook niet helemaal hoe dat kan. Waarschijnlijk omdat ik dissocieerde? Natuurlijk wist ik als geen ander hoe verschrikkelijk het is als er niet naar je geluisterd wordt als kind, dus uit compassie voor die kinderen ben ik dit werk gaan doen.

    Sinds tien jaar ben ik weekendpleegouder. Ik kan veel hebben van deze kinderen omdat ik snap hoe ze zich voelen. Maar uitspreken dat ik een van hen ben geweest, heb ik nooit gedaan. Totdat ik in maart van dit jaar gevraagd werd een lezing te geven over kinderen met een jeugdbeschermingsverleden. Ik hoorde het mezelf zeggen: “Ik ben ook mishandeld.”’

    Bron: Augeo Magazine >>

    #250668
    Luka
    Moderator

    Deskundigen aan het woord: Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering
    1 mei 2020

    Ernstige en aanhoudende vroege traumatisering leidt tot kwetsbaarheid op volwassen leeftijd

    Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering (VCT) kan tot in de late volwassenheid leiden tot diverse psychische, fysieke en maatschappelijke problemen met een hoge negatieve impact op persoonlijke levens, de directe omgeving en de maatschappij. De aard en ernst variëren met de leeftijd waarop de traumatisering begon, en hangen tevens af van de relatie met de agressor, de duur en ernst van de traumatisering en de emotionele en sociale ondersteuning uit de omgeving.

    Grootschalige epidemiologische onderzoeken tonen aan dat in de jeugd chronisch getraumatiseerde volwassenen te maken hebben met een algemene psychische, somatische en maatschappelijke kwetsbaarheid. De traumatisering staat in lineaire relatie tot een complexiteit van vaak samenhangende psychische stoornissen, variërend van problemen met hechting, Complexe Posttraumatische Stressstoornis (CPTSS), dissociatieve stoornissen en angststoornissen tot alcohol- en drugsverslaving, depressie, eetstoornissen, somatisatiestoornissen, schizofrenie – of psychotische episoden – en persoonlijkheidsstoornissen.

    Meer klachten
    Er is tevens een aantoonbaar verband met een scala aan fysieke problemen, waaronder cardiovasculaire problemen, diabetes mellitus, longziekten, gynaecologische problemen, problemen aan het bewegingsapparaat en neurofysiologische problemen. Daarnaast hebben veel mensen die in de kinderjaren chronisch getraumatiseerd zijn geraakt maatschappelijke problemen, zoals een achterstand in opleiding en carrière, arbeidsuitval door ziekte en werkloosheid, en is er regelmatig sprake van sociaal isolement, dakloosheid, criminaliteit of herhaald (huiselijk) geweld.

    Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering is dan ook een maatschappelijk probleem met ingrijpende, vaak levenslange gevolgen voor de getroffenen. Jaarlijks zijn volgens de laatste MPI Studie 118.000 kinderen en jongeren tussen 0 en 18 jaar slachtoffer (ruim drie procent van de Nederlandse bevolking).

    Hoge maatschappelijke kosten
    In de kinderjaren chronisch getraumatiseerde volwassenen maken meer gebruik van alle vormen van zorg: psychologen, psychiaters en andere hulpverleners zoals huisartsen, medisch specialisten, maatschappelijk werkers en fysiotherapeuten. De zorgconsumptie is ongeveer driemaal hoger dan gemiddeld. Er is hierbij geen verschil tussen mannen en vrouwen. Het zorggebruik blijkt hoger te zijn bij mensen bij wie er sprake is van meerdere vormen van traumatisering dan bij mensen die zijn blootgesteld aan een enkele vorm hiervan.

    Multidisciplinair en fasegericht behandelen
    Ernstig en aanhoudend vroeg getraumatiseerde ggz-cliënten hebben vanwege de veelal samenhangende psychische en fysieke klachten een multidisciplinaire fasegerichte behandeling nodig (Multidisciplinaire Integrale Traumabehandeling). Een integrale behandeling voor het geheel van reacties, klachten en symptomen waarbij zowel de aanhoudende traumatisering als de meervoudige psychische, somatische en maatschappelijke gevolgen een rol spelen. Hierbij zouden alle dimensies van het bestaan (psychische, lichamelijke, maatschappelijke, mentale en spirituele) in de behandeling moeten worden betrokken. Een dergelijke multidisciplinaire en integrale behandeling sluit aan bij een wereldwijde ontwikkeling waarbij reguliere en complementaire behandelingen, waarvan wetenschappelijk onderzoek de effectiviteit en veiligheid heeft aangetoond, gecombineerd worden.

    Vanwege de complexe trauma-gerelateerde problematiek heeft de doelgroep meerdere jaren traumabehandeling nodig. Longitudinaal onderzoek van Amerikaanse collega’s onder een ernstig vroeg getraumatiseerde cliëntengroep met een steekproef onder 292 clinici en 280 cliënten wees uit dat de psychische problematiek na een eerste behandelfase fors afnam en sterker daalde naarmate de behandeling werd afgerond. De zorgkosten daalden navenant en in toenemende mate. De behandelingen zijn dus veelbelovend, maar een uitgebreide en langdurige aanpak is nodig om tot goede resultaten te komen.

    Bron: GGZ.nl >> 

    #250669
    Luka
    Moderator

    VCT deel 2: Blijvende impact van jeugdtrauma’s op de gezondheid
    22 mei 2020

    De ACE Study: hoe jeugdtrauma’s iemands geestelijke en lichamelijke gezondheid blijvend kunnen beïnvloeden

    Prof. Dr. Vincent Felitti, Onderzoeker ACE Studies (2010): ‘Adverce childhood experiences are the most basic and longlasting determinants of health riskbehaviors, mental ilness, social disfunction, disease, disability, death and health costs’.

    Kwetsbaarheid na vroege traumatisering
    Uit grootschalige epidemiologische onderzoeken blijkt dat volwassenen die in hun kinderjaren chronisch getraumatiseerd zijn een algemene psychische, somatische en maatschappelijke kwetsbaarheid hebben. De relatie tussen chronische traumatisering in de kinderjaren en gezondheids- en maatschappelijke problemen in de volwassenheid is het sterkst bij een combinatie van meerdere vormen van traumatisering. De aard en ernst varieert met de leeftijd waarop de traumatisering begon, de relatie met de agressor, de duur en ernst van de traumatisering en de emotionele en sociale ondersteuning uit de omgeving. De levensverwachting van mensen met jeugdtrauma’s blijkt zelfs twintig jaar korter te zijn ten opzichte van diegenen die opgroeien in een veilige omgeving.

    De ‘Adverse Childhood Experience Study’ (ACE Study)
    In de Adverse Childhood Experience Study (ACE Study), een retroperspectief cohortonderzoek (grootschalig internationaal onderzoek onder ruim 17.000 personen van middelbare leeftijd in de sociale middenklasse), onderzochten Felitti e.a. het opdoen van negatieve ervaringen in de kindertijd (ACE’s) en de relatie met psychische, lichamelijke en sociale problemen op volwassen leeftijd. Als negatieve ervaringen noemden zij herhaalde lichamelijke en/of emotionele mishandeling, seksueel misbruik en disfunctionerende gezinssituaties. Zij constateerden dat de kans op psychiatrische, somatische en sociale problematiek rechtstreeks verband houdt met het aantal negatieve ervaringen in de kindertijd – wat ze de ACE-score noemen. Bijna 40% van de 17.000 personen scoorde twee of meer negatieve jeugdervaringen, en ruim 12,5% (een op de acht) scoorde vier of meer negatieve jeugdervaringen.

    Bron: GGZ.nl >>

    #251917
    Luka
    Moderator

    Seksueel misbruik, strafregels of plezier met de meiden: herinnering aan de kostschool


    Ellen van Remmen haalt herinneringen op in Veldhoven (foto: Omroep Brabant).

    Voor de één was de kostschool een ware hel, bij de ander roept het juist de mooiste herinneringen op. Het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) riep op om ervaringen te delen over de ruim honderd voormalige internaten in onze provincie. Het leverde ruim 2200 reacties en 800 foto’s op. We blikken terug met oud-leerlingen Conny en Ellen.

    “Het was echt verschrikkelijk.” De 73-jarige Conny Smulders uit Berkel-Enschot heeft geen goed woord over voor haar tijd op twee kostscholen. “Het was zo’n rottijd, dat ik er nu nog last van heb.” Op haar achtste vertrok ze naar Sint-Jozefzorg in Berkel-Enschot. Van haar tiende tot en met dertiende woonde ze bij St. Joseph in Dongen. Op beide internaten hebben nonnen haar vernederd en seksueel misbruikt.

    Zo kon ze een keer niet zo snel uit bed, nadat ze op haar stuitje was gevallen. “De nonnen trokken me uit bed en sloegen me. Ook moest ik heel de dag een bordje om mijn nek dragen met daarop de woorden ‘Ik ben een luilak’”, zegt ze, zichtbaar geëmotioneerd. Bovendien werd ze verschillende keren betast tijdens het douchen. “Ik gilde alles bij elkaar en vervolgens kreeg ik klappen.”

    Zo heeft ze tal van voorbeelden. “Ik moest een keer duizend strafregels schrijven, omdat ik één keer mijn mond open deed in de slaapzaal.” Ook andere kinderen werden zwaar gestraft. Wanneer ze hun eten niet opaten, werd het er letterlijk ingestampt, totdat ze overgaven.


    Conny (links) en haar zusjes in het internaat in Berkel-Enschot in 1957. (foto: BHIC)

    Het gaat nu goed met haar, maar nog altijd merkt ze de gevolgen van haar jeugd. “Een relatie gaat altijd mis.” Ook heeft ze moeite met een bezoekje aan de huisarts. “Als ik me uit moet kleden bij een vrouw, dan krijg ik het Spaans benauwd.”

    Conny heeft een excuusbrief gehad van het internaat en een schadevergoeding. Nog altijd vindt ze het belangrijk om haar verhaal te delen, zeker ook na de oproep van het BHIC. “Ik hoop dat mijn verhaal andere slachtoffers helpt om uit de school te klappen. Ik denk dat veel mensen het nog altijd niet durven te vertellen.”

    Hoe anders is dat voor Ellen van Remmen (68) uit Veghel. “Ik heb hier echt de tijd van mijn leven gehad.” Met twinkelende oogjes, loopt ze door het voormalige meisjesinternaat Koningshof in Veldhoven. Nu is het een hotel, maar veel details van vroeger zijn nog terug te zien.

    Van 1963 tot 1968 woonde ze in het internaat. “Het was een grote logeerpartij, met al die meiden onder elkaar! Ik had een heel goede band met de zusters”, herinnert ze zich. “Het was een heerlijke tijd! Soms zou ik willen dat ik nog terug kon.”

    In de jaren ’50 stuurden ouders hun kinderen massaal naar een internaat. Veel Brabantse 55-plussers hebben dan ook op een kostschool gezeten. In heel onze provincie waren ruim honderd katholieke internaten, die voor meisjes en jongens vaak strikt gescheiden waren.

    Sinds vorig jaar heeft het BHIC de internaten in onze provincie online in kaart gebracht met foto’s en verhalen. Op een interactieve kaart zijn alle verhalen en foto’s terug te vinden.

    Bron: Omroep Brabant >>

    #253057
    Luka
    Moderator

    Voorwoord
    20 jaar voortschrijdend inzicht

    Feiten en cijfers
    Wat verstaan we onder seksueel geweld en uitbuiting bij kinderen?

    Rondetafelgesprek
    ‘We drukken alle partijen met de neus op de feiten’

    In de praktijk
    ‘Aandacht voor de leuke kant van seks werkt preventief’

    Tips
    Zo praat je met een kind over seksueel misbruik

    Interview
    Ineens blijkt die leuke leeftijdsgenoot een online afperser

    Achtergrond
    ‘Een meisje voor je laten werken geeft geld en status’

    Ervaringsverhaal
    ‘Het gekke was: ik hield toch ergens ook van die man’

    Dubbelinterview
    Hoe werken zorg en justitie beter samen?

    Uitgelicht
    Documentaires, films, boeken en artikelen

    Bron: Augeo Magazine >>

22 berichten aan het bekijken - 76 tot 97 (van in totaal 97)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 11 ▪︎ leden online: 3
Roena, Paul1970, DagDromer
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.357, reacties: 12.915, actieve leden: 1.142
Scroll Up