Kindermisbruik (algemeen)

  • Dit onderwerp bevat 98 reacties, 8 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 19/01/2022 om 11:15 door Mark.
20 berichten aan het bekijken - 61 tot 80 (van in totaal 99)
  • Auteur
    Berichten
  • #236293
    Mark
    Moderator

    Door de schandalen in de kerk, de zaak rond atletiekcoach Jerry M. en alle commotie over de Michael Jackson-documentaire domineert kindermisbruik doorlopend de media. Het blijft echter, ook in Nederland, onmogelijk om een goed beeld van de omvang van het probleem te krijgen.

    Als het gaat om cijfers over kindermisbruik in Nederland, zijn de bevindingen van de Nationaal Rapporteur de betrouwbaarste graadmeter. De Nationaal Rapporteur brengt sinds 2012 in kaart hoeveel kinderen seksueel geweld ervaren en – tot op zekere hoogte – om wat voor vorm het gaat. Niet alleen aanranding of verkrachting vallen onder seksueel geweld, maar ook bijvoorbeeld misbruik via de webcam of het bezit (of vervaardigen) van kinderporno.

    De Nationaal Rapporteur meldde in 2014 dat één op de drie kinderen in Nederland ooit een vorm van seksueel geweld heeft meegemaakt; soortgelijke cijfers werden eerder ook genoemd in buitenlandse onderzoeken. Volgens de Nationaal Rapporteur worden elk jaar 62.000 kinderen voor het eerst slachtoffer van enige vorm van seksueel geweld.

    Helft van de kinderen houdt altijd problemen
    De gegronde schatting van één op de drie kinderen wordt bevestigd door Iva Bicanic, het hoofd van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld. Bicanic is in Nederland de wetenschappelijke autoriteit op het gebied van dit onderwerp. Ze is klinisch psycholoog en verricht al meer dan twee decennia onderzoek naar misbruik van kinderen.

    “De frequentie of de duur van het misbruik kan enorm variëren”, stelt ze. “Sommige kinderen worden eenmaal betast. Andere kinderen worden jarenlang door iemand gedwongen om met regelmaat seksuele handelingen te verrichten of te ondergaan. Als ik iets heb geleerd van mijn werk als therapeut, is dat alles mogelijk is bij seksueel misbruik, ook wat je je niet kunt of wilt voorstellen.”

    De helft van alle slachtoffers houdt er de rest van zijn of haar leven significante problemen aan over. “Wat omvang en impact betreft kun je spreken van een epidemie”, beklemtoont Bicanic. “Bij sommigen gaat het dan om het hebben van nachtmerries, angsten of depressies. Anderen ervaren tot op hoge leeftijd problemen met intimiteit en het vertrouwen in andere mensen, zeker op het gebied van seksualiteit.”

    “Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet.”
    Heleen Alders, De Kindertelefoon

    ‘Veel slachtoffers blijven hun hele leven zwijgen’
    Het blijft heel lastig om exacte cijfers boven tafel te krijgen, licht ook de woordvoerder van de Nationaal Rapporteur toe. “Zeer jonge kinderen die worden misbruikt, kunnen vaak zelf nog niet verbaal aangeven wat er is gebeurd”, legt ze uit. “En ook als ze wat ouder waren op het moment dat het heeft plaatsgevonden, treden veel kinderen niet naar voren uit schaamte of schuldgevoel.”

    Dit is ook de ervaring van De Kindertelefoon, die vorig jaar 8.450 gesprekken over seksueel misbruik voerde. Een kwart van de gesprekken ging over ongewenste intimiteiten en een kwart over verkrachtingen.

    “Veel jonge kinderen herkennen misbruik ook niet”, stelt woordvoerder Heleen Alders. “Ze hebben nog nooit van misbruik gehoord, ze weten simpelweg niet wat het is. En de dader presenteert wat er gebeurt als ‘normaal’.” Bij iets oudere kinderen en tieners is het vaak een combinatie van factoren. “Denk aan dreiging van of manipulatie door de dader, een gevoel van loyaliteit of afhankelijkheid en de angst dat je er zelf schuldig aan bent of dat je niet geloofd wordt.”

    Ouders zien af van aangifte omdat er geen bewijs is
    De Nationale Politie registreerde vorig jaar bijna achthonderd gevallen van mogelijk seksueel misbruik van kinderen. “Dan wordt er dus een slachtoffer of een verdachte in ons systeem gezet”, stelt woordvoerder Robbert Salome. “Maar er is dan nog niets onderzocht of aangetoond.”

    In 619 gevallen leidde dit tot een gesprek op het bureau. “Soms besluiten ouders daarna alsnog geen aangifte te doen, bijvoorbeeld omdat zij hun kind niet willen blootstellen aan de hele procedure die daarop volgt”, legt woordvoerder Salome uit.

    Het totaal aantal zaken waar daadwerkelijk aangifte van wordt gedaan, was vorig jaar 422. Hier vallen incest of misbruik van wilsonbekwamen (bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke beperking) overigens niet onder. Hier werd vorig jaar 312 keer melding van gemaakt.

    ‘Deze cijfers zijn helaas topje van de ijsberg’
    Salome erkent dat deze cijfers hoogstwaarschijnlijk niet meer dan het topje van de ijsberg zijn. “Niet zelden spreken slachtoffers pas na jaren überhaupt met een ander persoon over het misbruik”, legt hij uit.

    Een bekende trigger is ook het moment waarop slachtoffers zelf kinderen krijgen. Dit was ook het geval met de twee mannen die getuigen in de documentaire over Michael Jackson. “Wij kunnen als politie alleen maar actie ondernemen als wij kennis kunnen nemen van een strafbaar feit, zoals een aangifte of de ontdekking van een filmpje op internet”, beklemtoont Salome. “We weten simpelweg niet hoeveel mensen zich niet bij ons melden, bijvoorbeeld omdat ze het gevoel hebben dat er geen bewijs is of dat de politie toch niets kan beginnen.”

    Het Openbaar Ministerie (OM) laat weten in 2018 in totaal 1.193 kindermisbruikzaken in behandeling te hebben genomen. In 57 procent van de zaken werd ook een verdachte gedagvaard. “De overige zaken werden geseponeerd, vaak wegens gebrek aan bewijs”, aldus een woordvoerder. De Raad voor de Rechtspraak kon op korte termijn niet uitzoeken hoe vaak verdachten vorig jaar daadwerkelijk werden veroordeeld voor kindermisbruik.

    ‘Veel slachtoffers blijven negatief over zichzelf denken’
    Een groot misverstand onder niet-slachtoffers is dat praten over misbruik gemakkelijker wordt naarmate de tijd verstrijkt, stelt klinisch psycholoog Bicanic met klem. “De meeste slachtoffers vertellen er nooit over”, legt ze uit. “Zelfs voor hun partner houden ze het geheim.”

    Natuurlijk mogen mensen ervoor kiezen nare gebeurtenissen uit het verleden voor zichzelf te houden. “Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen. Veel kinderen en volwassenen blijven rondlopen met het gevoel dat het hun eigen schuld was, omdat ze niets deden om het te stoppen. Zulke gedachten voeden het idee dat je niets waard bent. Je kunt alleen nog maar negatief over jezelf denken.”

    Bicanic benadrukt dat er geen enkele situatie denkbaar is waarin dit verwijt terecht kan zijn. “Als kind kan jij niet op tegen een volwassene die jou ergens – subtiel of hardhandig – toe dwingt. Het verschil in leeftijd en macht is op geen enkele manier te overbruggen in zo’n situatie. Dat kinderen niets doen of meewerken is geen keuze, maar een manier om de situatie te overleven.”

    “Maar je merkt dat veel slachtoffers op een later moment in hun leven toch vastlopen door hun herinneringen.”
    Iva Bicanic, Landelijk Centrum Seksueel Geweld

    ‘Daders zijn juist géén enge mannen in bosjes’
    Orthopedagoog en psychotherapeut Sander van Arum van de Stichting Civil Care is gespecialiseerd in kindermishandeling en seksueel misbruik binnen het gezin. “De hardnekkigste mythe rond plegers van kindermisbruik is dat het enge mannen zijn die uit bosjes springen”, stelt hij. “Het merendeel van de daders zijn ‘gewone mensen’ van wie je het nooit zou verwachten: ooms, vaders, broers, buurjongens, artsen, sportdocenten, coaches.” Ruwe schattingen stellen dat in meer dan drie kwart van de zedendelicten de dader een bekende van het slachtoffer is.

    Volwassenen die kinderen misbruiken, kunnen door zeer diverse motieven worden gedreven tot hun acties. “Het zijn zeker niet alleen pedofielen, van wie de meesten overigens nooit tot seks met kinderen overgaan”, stelt Van Arum. “Vaak zijn het ook mannen die intimiteitsproblemen met leeftijdgenoten ervaren. Zij voelen zich veel meer op hun gemak bij kinderen en gaan in een relatie met een minderjarige gaandeweg de grens van sensualiteit of seksualiteit over.”

    Andere daders zijn bijvoorbeeld verslaafd aan seks, waardoor ze een steeds heftigere prikkel nodig hebben om hun verlangens te bevredigen. Ook kunnen het mensen met een antisociaal karakter zijn, die geen enkel schuldgevoel over welke handeling dan ook kennen. “Het helpt slachtoffers bij de verwerking van hun trauma vaak als zij beter snappen hoe een dader tot het misbruik is gekomen”, stelt Van Arum.

    ‘Breng misbruik meer in beeld, met een SIRE-reclame’
    De Nationaal Rapporteur pleitte er recent voor dat zedenrechercheurs intensiever gebruik gaan maken van digitale opsporing. Op bijvoorbeeld smartphones en laptops staat vaak veel informatie die zeer bruikbaar is in dit soort zaken.

    Therapeuten Van Arum en Bicanic denken dat het bestrijden van kindermisbruik vooral gebaat is bij meer openheid over het onderwerp, ook richting jonge kinderen. “Kinderen denken bij misbruik aan kinderlokkers, terwijl veruit de meeste daders bekenden zijn”, stellen zij. Alleen door misbruik meer in beeld te brengen en bespreekbaar te maken, kunnen kinderen herkennen wat er gebeurt als zij slachtoffer worden van dit soort praktijken, stellen de therapeuten. Dit kan bijvoorbeeld als onderdeel van de eerste lessen over verliefdheid en seksualiteit of met een SIRE-campagne die op kinderen is gericht.

    “De gevolgen van misbruik kun je zien als een chronische ziekte, die heel veel levens stuk maakt”, aldus Bicanic. “We zouden het daarom bovenaan de agenda van onze samenleving moeten plaatsen. Maar dat het zo vaak voorkomt, is voor veel mensen een ongemakkelijke realiteit. Als je erover begint, wenden mensen liever hun hoofd af. Ze willen er zo ver mogelijk vandaan blijven: ‘Dat gebeurt niet in mijn straat, in mijn familie of bij mijn voetbalclub.’ Je houdt jezelf met zulke gedachten voor de gek om de illusie van een veilige wereld vast te houden.”

    Bron: nu.nl

    #236631
    Luka
    Moderator

    Hoe praat je met kinderen over kindermishandeling?

    Evie Daniels is GZ-psycholoog en trainingsacteur. Ze werkte bij het Kinder- & Jeugdtraumacentrum (KJTC) in Haarlem en heeft nu haar eigen praktijk. In haar carrière sprak zij al veel kinderen die zijn mishandeld. Deze ervaring zet zij in als trainingsacteur. Bijvoorbeeld in Spits je oren!, een training die we vanuit TIMM Consultancy geven over praten met kinderen bij vermoedens van kindermishandeling. Hoe doe je dat? Evie geeft tips.

    1. Relax
    Kinderen voelen haarfijn aan hoe jij erbij zit. Als je bijvoorbeeld gespannen bent of met je hoofd ergens anders, dan werkt dat tegen je. Richt je aandacht volledig op het kind. Maak je hoofd vrij en neem de tijd. Dan geef je het kind de ruimte en vang je alle signalen op.

    2. Vertel wie je bent
    Maak duidelijk wie je bent en wat je komt doen. Vertel wie zich zorgen maken en waarom. Wees ook helder over wat je doet met de informatie die het kind geeft. In hoeverre er sprake is van geheimhouding en wat de uitzonderingen daarop zijn. En beloof niks dat je niet kunt waarmaken.

    3. Zet je mening uit
    Elk antwoord van het kind is oké. Zwijgen ook. Zorg dat je betrokken reageert, maar tegelijkertijd neutraal blijft. Zet je mening even uit. Het helpt niet als je van antwoorden schrikt of ze probeert te relativeren. En als het kind niet (verder) wil praten, respecteer je dat.

    4. Wees nieuwsgierig
    Moedig het kind aan om te vertellen door oprecht nieuwsgierig te zijn. Een eenvoudig ‘vertel eens?’ kan al genoeg zijn. Durf door te vragen en te checken of het klopt zoals jij het hebt begrepen. Hierbij vinden kinderen het vaak prima als je later nog eens terugkomt op iets dat al eerder is besproken.

    5. Vergeet niet te spelen
    Kinderen zijn niet gewend aan lange gesprekken, zeker niet over lastige onderwerpen. Dus zorg voor afleiding tussendoor. Dit verlaagt de spanning. Ga tekenen, gooi een balletje heen en weer, pak de Playmobil erbij, vertel iets leuks, ga een stuk lopen of laat je ergens mee helpen. Wees creatief!

    Bron: timmconsultancy.nl

    #236647
    Mark
    Moderator

    Toename misbruikmeldingen na documentaire Leaving Neverland

    Leaving Neverland over Michael Jackson is voor slachtoffers van seksueel misbruik herkenbaar. Bij hulpstanties kwamen veel meer meldingen binnen.

    Als ontucht lang duurt, kan er een hechte band ontstaan tussen de misbruiker en het kind. De minderjarige kan zich zelfs verliefd voelen. „Soms wordt die band gesmeed met cola, sigaretten of geld”, zegt Iva Bicanic, die als klinisch psycholoog slachtoffers van kindermisbruik behandelt. „Maar heel vaak ontstaat er een speciale connectie door de aandacht die het kind krijgt.” Als het misbruik stopt, wordt die belangstelling gemist. „Kinderen kunnen dan echt rouwen.”

    Lees dit premium artikel verder op nrc.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #236953
    Mark
    Moderator

    Psychische gevolgen op oudere leeftijd van seksueel misbruik in de jeugd

    De laatste jaren is veel gepubliceerd over het vóórkomen van seksueel misbruik en de gevolgen daarvan in het volwassen leven. Met name de onderzoeken van Draijer hebben in Nederland duidelijk gemaakt hoe frequent seksueel geweld voorkomt. Zij vond dat 248 (24) van 1054 vrouwelijke respondenten tussen de 20 en 40 jaar uit de algemene bevolking bepaalde seksueel ongewenste ervaringen hadden meegemaakt vóór hun 16e jaar; bij 164 (16) van hen ging het om incest.1 Van 160 volwassen patiënten die waren opgenomen in een psychiatrische instelling rapporteerde desgevraagd 34 ervaringen met seksueel misbruik vóór hun 16e; de helft van hen was als kind verkracht.2 In een vergelijkbare setting was 44 (17/39) van de vrouwelijke en 21 (8/38) van de mannelijke patiënten seksueel misbruikt.3 Bij slechts 9 van deze 25 slachtoffers was het misbruik bekend uit het medisch dossier.

    Lees het hele artikel op ntvg.nl >>

    #237386
    Mark
    Moderator

    Woord vooraf

    Dit artikel plaats ik hier niet om een lans te breken voor pedoseksualiteit, maar omdat ikzelf slachtoffer ben van deze breed gedragen opvattingen aan het einde van de vorige eeuw/begin deze eeuw. Met name omdat seks met kinderen zo genormaliseerd werd, heeft het bij mij lang geduurd voor ik besefte dat ik misbruikt werd. Ik vind ik het belangrijk om onderstaand artikel te plaatsen omdat het anderen die er, net als ik, slachtoffer van zijn geworden, mogelijk kan helpen begrijpen wat er met hen gebeurd is. Elders op het forum staat de aflevering ‘Ruimte voor de pedofiel‘ van de documentaire serie ‘Andere tijden’ over hetzelfde onderwerp.

    Mark

    ____________________________

    Toen was pedofilie nog heel gewoon
    Bron: volkskrant.nl, 11 april2014

    Het is nu nauwelijks voor te stellen, maar zo’n dertig jaar geleden werd er nog veelvuldig gepleit voor acceptatie van seks met kinderen. Zaterdag in Vonk een artikel over de omwenteling in het denken over pedofilie. Hier een greep uit artikelen uit de jaren ’70 en ’80 die nu nooit meer de krant zouden halen.

    Sytze van der V. stond in 1982 gewoon nog met zijn hele achternaam in de krant. Het artikel – met de kop ‘Beperkte kijk op pedofilie’ – illustreert perfect het grote verschil tussen de mediabehandeling van pedofielen vroeger en nu. De Eindhovense pedofiel leeft tegenwoordig een opgejaagd bestaan, na zijn vrijlating in 2009 kreeg hij door de burgemeester een gebiedsverbod opgelegd. Waar hij nu woont, is niet bekend.

    Begin jaren ’80 haalde hij de krant met zijn boek ‘Wat doe jij met mijn kind? Taboe-doorbrekend dagboek van een pedofiel over zijn ervaringen met kinderen, de rechterlijke macht en de maatschappij’. De journaliste die het gesprek met Van der V. is vrij mild in haar oordeel. Uit het artikel:

    ‘Het is prijzenswaardig dat Van der V. zich niet voortdurend mooier maakt dan hij is. Maar zijn beleving van affectie en seks komt op mij nogal traditioneel-mannelijk, dit wil zeggen op genitale lustbeleving gericht, over. Is dat slecht? Niet per se. Maar ik kan me juist daarom de paniek van de moeders (vrouwen tenslotte) wel voorstellen. Ik denk dat Van der V. hen dan ook te kort doet door hen te verwijten dat ze slechts gedreven worden door blinde woede omdat hun opvoedingsobject zich emotioneel en seksueel op een ander richt.’

    De afkeur wordt nogal zacht uitgedrukt, zeker vergeleken met de wijze waarop pedofielen nu aan de schandpaal worden genageld. Maar de vraag of seks met volwassenen schadelijk is voor kinderen, stond zo’n dertig jaar geleden nog volop ter discussie.

    • ‘Pedofiel: kind met de kinderen. ‘Ouders reageren uit angst en onvermogen” kopt de Volkskrant van 18 maart 1972.
    • ‘Het kind mag nog niet kiezen: “Seksuele gevoelens worden ontkend”‘ uit de Volkskrant van 2 mei 1978.
    • ‘Pedofiele ervaring kind vaak positief’, de Volkskrant op 9 april 1981.
    • ‘Onderzoeker ziet positief effect van seksuele contacten kinderen’, uit een krantenknipsel van 1 oktober 1988.
    • ‘Psycholoog onderzoekt relaties: Bij pedofilie niet altijd sprake van misbruik’, een bericht op 24 oktober 1986.

    Met de berichtgeving omtrent de veroordeelde pedofiel Benno L. nog vers op het netvlies is het moeilijk te geloven dat pedofielen een aantal jaar geleden een stuk genuanceerder werden neergezet. Zelfs pedofielen die toegaven seksuele relaties met kinderen te onderhouden. Diverse kranten en tijdschriften plaatsten interviews en artikelen waarin pedofielen uitgebreid aan het woord kwamen en hun ‘onconventionele’ relaties met minderjarigen mochten verdedigen.


    Een artikel uit De Tijd, 1981

    ‘Wat is er eigenlijk tégen het beminnen van kinderen?’ De Groene Amsterdammer gaat in de editie van 22 juli 1987 ‘op zoek naar de feiten achter de vooroordelen’. Een fragment:

    ‘Wat is, kun je je afvragen, het specifiek aantrekkelijke van pedofiel kontakt. Frank speelt de vraag geroutineerd terug: “Wat is het leuke aan de relatie tussen een man en een vrouw?” Het antwoord geeft hij ook: “Je zoekt genegenheid en daar komt seks bij.” Dat het bij pedofilie meestal gaat om minderen die het moeilijk hebben en die sociaal kwetsbaar zijn, lijkt hem alleen maar voor deze relatievorm te pleiten: “Dan is er tenminste nog iemand die van ze houdt.” En gezellig kan het ook zijn. Franks vriend Jan komt “gewoon op verjaardagsfeestjes bij mij thuis. En hij komt op visite bij mijn moeder.” Die staat dus achter de relatie? Alweer blijkt het pedofiele bestaan niet vrij van dubbelzinnigheden. “Ze heeft natuurlijk wel een idee wat er aan de hand is, ze is niet helemaal gek, maar zolang ze weet dat wij het naar onze zin hebben…”‘

    ‘Sluimerende Liefde’ is de titel van een stuk in de HP van 12 maart 1988. ‘Zijn pedofielen enge kinderlokkers of eigenlijk superpedagogen? Een omstreden minderheid geportretteerd.’ De 46-jarige Peter-Paul vertelt in detail over zijn relaties met minderjarige jongens en meisjes.

    ‘Peter-Paul woont in een uithoek van het land. In zijn behoudende omgeving weet iedereen dat hij pedofiel is, maar hij wordt niet nagejouwd en er is nog nooit een klacht tegen hem ingediend. Hij meent dat hij niet wordt uitgestoten omdat hij zorgvuldig omgaat met de kinderen en hun ouders en “niet op de sex focust”. “De kinderen komen hier ook om te kleien, te schilderen, te praten of huiswerk te maken. Sommigen raak ik met geen pink aan. Sex met een kind kan alleen als het dat zelf wil, eigenlijk als het er zelf om vraagt. Maar niet alle pedo’s zijn in staat hun seksualiteit te beheersen. Als je verliefd bent op een kind dat om drie uur komt, kun je er toch voor zorgen dat je om twee uur klaarkomt? Maar kinderen hebben ook hun erotische gevoelens waar ze uiting aan willen geven. Ze kunnen echte tongzoenen geven, heel lang. Het jongste kind waar ik mee getongzoend heb was drie jaar. Dat doen ze zelf, hoor. Ik herinner me een meisje van acht die kon heel lang, heel zacht, heel vochtig zoenen. Maar op één tongzoentje moet je als pedo drie maanden kunnen leven.”‘

    De kinderen komen hier ook om te kleien, te schilderen, te praten of huiswerk te maken. Sommigen raak ik met geen pink aan. Sex met een kind kan alleen als het dat zelf wil, eigenlijk als het er zelf om vraagt.
    Uit De Groene Amsterdammer, 1987

    In de meeste stukken wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen pedofielen die kinderen seksueel misbruiken door geweld of andere dwangtechnieken toe te passen, en pedofielen die alleen een seksuele relatie aangaan als het kind dat zelf wil.

    ‘Als je kind ook van een ander houdt’ is de titel van een stuk uit de Nieuwe Revu van 5 mei 1988. Aan het woord komen ouders wier kind een relatie heeft met een pedofiel. Ze zijn verrassend open-minded over de onconventionele ‘vriendschap’ tussen hun kind en een volwassen man.

    ‘Paula is moeder van drie zoons. Alledrie hadden een verhouding met een volwassen man die al snel als vriend in de familie werd opgenomen. Ook nu de kinderen volwassen zijn, is nog steeds sprake van een goede vriendschap.’

    Later in het stuk is vader John (50) van mening dat het vooral de buitenwereld is die zo’n relatie problematisch maakt.

    ‘”Ik maak me in zulke relaties altijd meer zorgen over de volwassen vriend of vriendin dan over het kind. Die mensen zijn chantabel! Ze zijn kwetsbaar en onzeker.”‘

    De seksuele gevoelens van kinderen werden aangehaald als argument voor een ruimere seksuele moraal. Sociaal psycholoog Theo Sandfort schreef in 1986 een boek over de beleving door jongeren van pedofiele contacten, ‘Jongens over vriendschap en seks met mannen’. Het boek en het bijbehorende onderzoek kwam Sandfort op veel media-aandacht te staan.

    ‘Bij sommige kinderen kan het geen kwaad. Ik zou niet weten waarom’ staat er boven een interview met Sandfort in het NRC van 23 oktober 1986. Uit het artikel:

    ‘Voor de goede orde, Sandfort beschouwt zichzelf niet als pedofiel. ‘Al is het geen onderwerp dat me koud laat. Het is wel zo dat ik me bij pedofiele gevoelens als zodanig wat kan voorstellen. Er zijn best jongens van een jaar of twaalf waarvan ik denk die doet me wat. Maar bij mij gaat er dan niet een trein lopen van, oh, daar wil ik seks mee hebben. Dat herken ik niet. Niet dat ik daar afkerig van ben maar zo speelt dat niet voor mij.’

    ‘Of hij ooit zelf seksuele contacten met jongeren heeft gehad, daar laat hij zich niet over uit. “Dat wil ik niet in de krant hebben.”‘

    #237675
    Mark
    Moderator

    Jeugdtrauma leidt tot emotionele littekens

     

    Mensen die in hun jeugd zijn misbruikt of verwaarloosd kampen later vaker met depressie en angst. Bovendien is het beloop van deze psychische stoornissen bij hen vaker ongunstig. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Jacqueline Hovens. Zij pleit voor meer bewustwording en preventie. “Emotionele verwaarlozing blijft nu te vaak onzichtbaar.”

    Jacqueline Hovens, psychiater in het LUMC, onderscheidde in haar onderzoek vier soorten jeugdtrauma’s: seksueel misbruik, fysieke mishandeling, emotioneel misbruik en emotionele verwaarlozing. Hoe vaker verwaarlozing en misbruik samen voorkwamen, des te sterker was het verband met angst en depressie, met name de combinatie daarvan. Opvallend: negatieve levensgebeurtenissen, zoals echtscheiding of overlijden van ouders en uithuisplaatsing verhogen de kans om angstig of depressief te worden niet. “Dat is alleen het geval als deze gebeurtenissen samengaan met langdurige mishandeling of verwaarlozing”, aldus Hovens.

    Emotionele verwaarlozing
    Vooral emotioneel misbruik (zoals kleineren en chanteren) en emotionele verwaarlozing (geen aandacht en liefde geven aan het kind) bleken de kans op angst en depressie te verhogen. Hovens pleit daarom voor meer aandacht voor deze vormen van mishandeling. “Seksueel misbruik en fysieke mishandeling zijn de afgelopen decennia enorm afgenomen, maar emotionele verwaarlozing niet. Naar schatting wordt ruim 10 procent van de kinderen emotioneel verwaarloosd. Probleem is dat het vaak niet zichtbaar is en patiënten, maar ook therapeuten, het lastig vinden om te bespreken.”

    Chronischer beloop
    Hovens pleit ervoor om jeugdtrauma’s wel bespreekbaar te maken, omdat het van belang kan zijn voor de behandeling van angst en depressie. Traumatische ervaringen blijken bijvoorbeeld voorspellers voor een chronisch beloop en ongunstig behandelresultaat. Uit eerder onderzoek blijkt dat mensen met een traumaverleden meer baat hebben bij psychotherapie dan bij medicijnen, terwijl dit voor patiënten zonder jeugdtrauma niet geldt. “Mensen met een jeugdtrauma hebben vaker moeite hun emoties goed te reguleren, wantrouwen hun omgeving meer en denken negatiever over zichzelf. Je moet niet alleen de depressie behandelen, maar ook daar iets aan doen.”

    Kwetsbaarder persoonlijkheidsprofiel
    De promovenda keek ook naar psychologische mechanismen die het verband tussen jeugdtrauma’s en psychische stoornissen kunnen verklaren. “Mensen met een jeugdtrauma hebben een kwetsbaarder persoonlijkheidsprofiel. Ze scoren bijvoorbeeld hoger op hopeloosheid en hulpeloosheid, zijn minder extravert en minder geneigd hulp te vragen. Ze zijn daarbij emotioneel instabieler en impulsiever, waardoor de kans op negatieve gebeurtenissen in het latere leven ook groter is.”

    Hovens pleit voor meer aandacht voor dit probleem, niet alleen bij behandelaren van patiënten met angst en depressie, maar ook – ter preventie – bij professionals die met kinderen werken, zoals leerkrachten, medewerkers van jeugdzorg en artsen. “Ouders verwaarlozen of mishandelen hun kind vaak uit onmacht of omdat ze zelf getraumatiseerd zijn. Zij hebben ondersteuning nodig om een positieve ouder-kindrelatie te bevorderen. Bovendien moet de vicieuze cirkel doorbroken worden.”

    Bron: gezondheidenco.nl

    #237676
    Mark
    Moderator

    Kindermisbruikers koppelen seks onbewust aan kinderen

     

    Als kinderen wordt geleerd nee te zeggen tegen ongewenst contact verkleint dat de kans op seksueel misbruik. Kindermisbruikers koppelen seks onbewust aan kinderen. Dit beïnvloedt de manier waarop zij het gedrag van kinderen interpreteren. Wanneer kinderen niet duidelijk afwijzend reageren, associëren zij deze reactie eerder met instemming. Deze combinatie vergroot de kans op een delict of herhaling van kindermisbruik. Dat blijkt uit onderzoek van Erasmus MC van psycholoog Inge Hempel.

    Kindermisbruikers onderscheiden zich van mannen zonder delictverleden in de manier waarop zij denken over seks met kinderen. Zo koppelen zij kinderen onbewust eerder aan seks dan dat zij volwassenen hiermee in verband brengen. Dit is bij mannen zonder delictverleden andersom. Kindermisbruikers denken bijvoorbeeld sneller dat een kind seks wil als het op schoot wil zitten of zegt: wil je mijn kamer zien? Ook hebben zij de neiging om delicten goed te praten, te rechtvaardigen. “Deze manier van denken vergroot de kans dat zij daadwerkelijk een delict plegen of in herhaling vallen”, zegt psycholoog en onderzoeker Inge Hempel.

    Pedofielen zien snel toestemming
    “Daar komt bij dat zowel kindermisbruikers als de mannen zonder delictverleden die meewerkten aan de studie, het moeilijker vonden om een onduidelijke reactie van een kind goed te begrijpen. Als een kind giechelde of niet reageerde, waren zij daardoor eerder geneigd om te denken dat het instemde met de situatie. Huilen of weigeren echter, werd begrepen als nee zeggen. Dit verkleint de kans op een delict of herhaling. Hempel: “Het is belangrijk dat ouders en verzorgers zich hiervan bewust zijn en hun kind leren om nee te zeggen, ook wanneer het niet precies begrijpt wat er gebeurt. Zeker als je bedenkt dat de dader meestal een bekende is van de familie van het slachtoffer. Ook al is het opa, die lieve buurman of leuke trainer, hij mag nooit aan je zitten als je dat niet prettig vindt. Echter, een kind is natuurlijk zelf nooit verantwoordelijk bij seksueel misbruik.”

    Misbruikers zelf misbruikt
    Hempel onderzocht ook de relaties tussen delict ondersteunende gedachten en eigen misbruikervaringen. Hieruit blijkt dat bijna de helft van de kindermisbruikers die kinderen fysiek seksueel misbruikt hebben, zelf ook op enige wijze seksueel misbruikt is in de kindertijd. Ook hebben zij vaker gedachten die seks met kinderen rechtvaardigen, dan mannen die kinderen niet fysiek seksueel misbruikt hebben, zoals downloaders van kinderporno. Toch vond zij geen relatie tussen deze twee uitkomsten. Onduidelijk is wanneer de delict ondersteunende gedachten precies ontstaan. Hempel: “Het kan zijn dat deze gedachten zijn gevormd na het delict en niet zijn ontwikkeld na de eigen misbruikervaring, maar dat is een aanname die verder onderzoek verdient.”

    Leren nee zeggen
    Promotor en hoogleraar forensische psychiatrie Hjalmar van Marle zegt over het onderzoek: “De uitkomsten benadrukken het hardnekkig karakter van gedachten die kindermisbruikers gebruiken om seks met kinderen te rechtvaardigen en de noodzaak van een intensieve behandeling om herhaling te voorkomen. Ook brengt het een hele praktische aanbeveling naar voren, namelijk dat de kans dat kinderen seksueel worden misbruikt kleiner is, wanneer zij leren hoe zij duidelijk moeten weigeren bij ongewenst lichamelijk contact.”

    Aan de studie deden 47 mannelijke misbruikers mee die fysiek seksueel contact hadden met een kind en 20 mannen die geen fysiek contact hadden, maar zichzelf lichamelijk toonden aan kinderen of kinderpornografie hadden gedownload of verspreid. Ook deden 40 mannen mee zonder delictverleden.

    Bron: gezondheidenco.nl

    #237848
    Luka
    Moderator

    Misbruikslachtoffers in de sport: ‘Het is zo moeilijk om je verhaal te vertellen’

    Er komen steeds meer schokkende details naar buiten in de misbruikzaak rond de Rotterdamse atletiektrainer Jerry M. Omdat niemand aangifte deed, kon hij jarenlang rond blijven lopen. Hij kreeg zelfs een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).

    Hoe kan het dat hij zo lang bleef rondlopen en hij door de jaren heen bij meerdere clubs kon toeslaan? Zwemster Ela Hutten, zelf slachtoffer van seksueel misbruik, heeft wel een idee waarom. “Er zijn heel veel voorvallen waar we niets van weten, en dat zijn er veel meer dan we denken.”

    ‘Het gaat heel sluipend’
    Hutten schreef een boek over het misbruik door haar zwemcoach, ‘Onder Water’. Tussen haar twaalfde en haar veertiende hield dat misbruik aan. “Het gaat heel sluipend, al had ik al vrij snel door dat het niet klopte. Maar je zit er al snel diep in, en hoe kom je daar dan weer uit?”

    Over het misbruik durfde ze lang niet te vertellen, onder andere door chantage van haar zwemcoach. Ook werden haar schreeuwen om hulp vaak niet gehoord. “Ik probeerde het een vriendinnetje te vertellen, dat hij me had gezoend, maar daar deed ze niets mee. Mensen hebben ook gezien dat hij bijvoorbeeld op mijn kont sloeg, maar volwassen mensen hebben dat niet als grensoverschrijdend gedrag opgevangen.”

    Koude rillingen
    Ook oud-Vitessespeler Renald Majoor herkende veel in de misbruikzaak rond Jerry M. “Je krijgt er koude rillingen van. Ik heb het hele verhaal doorgelezen en het is echt ongelooflijk dat dit gebeurt.” Als twaalfjarige jeugdspeler werd Majoor misbruikt door zijn teamleider. Vorig jaar vertelde hij uitgebreid zijn verhaal, wat op veel aandacht kon rekenen. “Ik schrok ervan hoe groot dat werd.”

    Majoor deed aangifte tegen zijn misbruiker, net als Vitesse. “Maar het is ontzettend moeilijk om je verhaal te vertellen. Het is een heel pijnlijk proces.”

    Taakstraf
    Het is begrijpelijk dat veel slachtoffers daar niet doorheen willen. Ook Ela Hutten wilde soms dat ze liever geen aangifte had gedaan. Toen zij uiteindelijk over haar misbruik vertelde, werd de KNZB ingelicht, maar een officiële aangifte bij de politie gedaan. “Mijn coach is strafrechtelijk vervolgd, maar dat komt niet bij de KNZB terecht. Hetzelfde speelt nu bij de atletiekbond, waar het misbruik bij de tuchtrechter is gemeld.”

    Doordat het proces zo lang duurde, kwam de dader er met een taakstraf vanaf. “Al heeft hij daar zelf voor gezorgd. Na mij zijn er nog meer slachtoffers van dezelfde man geweest. Soms denk ik: had ik maar geen aangifte gedaan.”

    Signaleringsborden
    Renald Majoor pleit voor signaleringsborden op elke sportclub, om misbruik bespreekbaar te maken. “Op die borden moet iedereen binnen een vereniging kunnen zien wat de weg is als grensoverschrijdend gedrag zich voordoet. Er zou een soort meldpunt moeten zijn waar je je verhaal kan vertellen.”

    Om slachtoffers hun verhaal te laten vertellen, begon hij ook een stichting: De Stilte Verbroken. Hier kunnen misbruikslachtoffers in de sport bij lotgenoten hun verhaal kwijt. Een deskundig vangnet daarachter kan helpen bij vervolgstappen. Ela Hutten benadrukt ook het belang van het verhaal van slachtoffers aanhoren. “Vaak worden ze niet serieus genomen en dan gaat het al fout. Meldingen raken kwijt, of aangifte doen wordt afgeraden. Slachtoffers móeten gehoord worden.”

    Bron: EenVandaag – Avro Tros >>

    #237849
    Luka
    Moderator

    Slachtoffers seksueel misbruik in de sport vertellen
    12-12-2017

    Honderden amateursporters hebben te maken met seksuele intimidatie binnen hun sportclub, zo blijkt uit onderzoek van EenVandaag. NOC/ NSF presenteert vandaag een onderzoek met vergelijkbare conclusies. EenVandaag sprak 642 sporters die slachtoffer zijn geworden, ongeveer even veel mannen als vrouwen. Wat maken zij mee en hoe veel invloed heeft deze ervaring op de rest van hun leven? Lees hier hun indrukwekkende persoonlijke verhalen, die ze soms voor de allereerste keer in hun leven vertellen.

    “Toen schaamde ik mij ervoor en had het gevoel dat niemand mij zou geloven. Dit had de assistent trainer mij ook bedreigend meegedeeld.”

    EenVandaag deed in juli 2017 uitgebreid onderzoek naar seksuele intimidatie binnen amateursport.
    Lees hier de resultaten

    Wat maken de slachtoffers mee?
    Het begint met verbale intimidatie, zoals opmerkingen over de borsten of een ‘onschuldige’ uitnodiging om seks te hebben. Echt onschuldig is dit nooit omdat de slachtoffers meestal minderjarig zijn en in een machtsverhouding staan tot de dader omdat het bijvoorbeeld om de trainer gaat. Voor veel slachtoffers blijft het niet bij opmerkingen en ze krijgen ook te maken met ongewenste aanraking. Vaak worden er bewust seksuele handelingen verricht, maar soms blijft de vraag hangen of je coach je nu bewust in in je kruis opving bij bij een oefening.

    “Hij was een man van 26, ik was 15 jaar. Opmerkingen als: heb je het wel eens gedaan? Ik vind je leuk. Ik wist niet goed hoe hier mee om te gaan, hij bracht mij met de auto wel eens thuis, parkeerde dan en begon met zoenen en strelen. Het was het niet goed, hij had beter moeten weten, ik was nog een kind, wel met het lichaam van een vrouw. Dit is kennis van nu, toen had ik dat allemaal niet zo in de gaten. Feit blijft dat ik het nooit ben vergeten, ik ben nu 57.”

    ‘Het begon met zoenen en strelen’
    “Als 10 jarige jongen werd ik door seniorlid meegelokt naar buiten alwaar deze man mij manipuleerde om mijn penis te laten zien. en hij mij verder probeerde te benaderen ben ik weggerend. Het was de trainer. In de eerste periode van mijn puberteit heb ik daar wel mee geworsteld.”

    “Een kliminstructeur die bovenop de rotsen, terwijl je aan touw vast zat en niet weg kon, probeerde steeds verder te gaan, van opmerkingen tot aanhalen tot intieme aanraking. Je durft in die situatie niet echt iets te doen. Ik was 14.”

    “Bij het opvangen bij ringen, paard, brug werd ik in m’n kruis gepakt. Ook andere meisjes hadden daar last van. Mijn ouders geloofden het niet. Andere meisjes gingen van gym af.”

    “Als we oefeningen aan de ringen deden, ving de turnleraar ons op om vallen te voorkomen. Hij raakte alle meisjes dan even aan bij de borsten. Hij is later veroordeeld tot gevangenisstraf .”

    “Een oudere speler probeerde meerdere keren mijn piemeltje te pakken, hetgeen niet altijd lukte omdat ik harder (weg) kon lopen. Jaren later hoorde ik dat de ‘dader’ strafrechtelijk was veroordeeld wegens zedendelicten.”

    “De echtgenoot van mijn turnlerares liep steeds vaker door de meisjeskleedkamer terwijl ik mij aankleedde. Hij maakte opmerkingen zoals: ” zo zo je begint al kleine borstjes te krijgen” en “zal ik die borstjes eens beter bekijken” of ” die zal ik eens goed pakken”.

    ‘U bent de eerste die mijn verhaal hoort’
    Veel sporters schamen zich over wat hen is overkomen. Vooral bij de jongste slachtoffers tot 15 jaar heeft het een enorme impact. Ze durven het niet tegen anderen te vertellen omdat ze denken dat het hun eigen schuld is of omdat ze bang zijn om niet geloofd te worden. Ook het argument dat ze dachten ‘dat het zo hoort’ wordt regelmatig gebruikt, zeker bij mensen waar het misbruik al tientallen jaren geleden plaatsvond.

    ‘Ik heb vroeger mijn moeder verteld over mijn aanranding, maar zij geloofde mij niet. Heb het nu maar voor me gehouden om nog meer negativiteit te vermijden.”

    Delen
    “Ik heb hier met niemand ooit eerder over gesproken, u bent NU de eerste die dat van mij hoort!!”

    “Ik heb me nooit geschaamd maar ik besefte wel dat ik niet op steun zou kunnen rekenen. Ik voelde me alleen en hulpeloos. Mijn ouders….? Die zouden het in de doofpot hebben gestopt want die wilden geen trammelant. Nu nog niet trouwens…. veel te moeilijk.”

    “Ik dacht dat het zo hoorde, bij je opvoeding en begeleiding, en zocht daar niets achter.”

    “Toen schaamde ik mij ervoor en had het gevoel dat niemand mij zou geloven. Dit had de assistent trainer mij ook bedreigend meegedeeld.”

    “Ruim 50 jaar geleden was ongewenste sexuele ervaring/intimidatie een levensgroot taboe, daar sprak je met niemand over.Op de hockeyclub werd ik continue lastig gevallen door een bestuurslid, die ik door mijn activiteiten voor de club/clubblad deed regelmatig tegenkwam, ook `s avonds, geen haar op mijn hoofd die er over dacht dat tegen mijn ouders te vertellen, ik was inmiddels 16, een aantrekkelijk meid, dus ze zouden mij de schuld wel geven, dacht ik toen.”

    De club: ‘stelt u zich niet zo aan’
    Omdat de drempel om er over te praten hoog is wordt er ook maar weinig bij de clubs gemeld. De clubs waar wel melding gemaakt wordt reageren heel wisselend. Soms wordt er meteen opgetreden en wordt de dader van de club verwijderd. Maar ook komt het regelmatig voor dat er helemaal niets gebeurt. Slachtoffers zien dan soms geen andere oplossing dan om zelf maar te stoppen met hun sport.

    “Ze zeiden dat ik me niet zo moest aanstellen en dat ik het verkeerd opvatte. Daarna heb ik er niet meer over gesproken maar ben bij de eerste gelegenheid gestopt met atletiek.”

    “De man is geschorst. Hij bleek het vaker te hebben gedaan, ook bij de scouting was hij eerder al geschorst.”

    “De meldingen zijn zonder gevolg gebleven. Het bestuur van de club was goede vriendjes met de betrokkene, allemaal lieden die elkaar van de commerciële club kenden. Ik heb de club verlaten (met enige walging).”

    “Mijn vader heeft de trainer (en zijn collega’s) erop aangesproken. Hij ontkende. Dat was natuurlijk niet zo bedoeld. Excuses. Ik ben gestopt met duiken.”

    Bron: EenVandaag – Avro Tros >>

    #238229
    Luka
    Moderator

    Ruim kwart meisjes op speciaal onderwijs slachtoffer van seksueel geweld

    Meisjes hebben op het voortgezet speciaal onderwijs (vso) een vier keer zo grote kans om seksueel grensoverschrijdend gedrag mee te maken dan op het regulier onderwijs, zo blijkt uit recent onderzoek van Rutgers en Soa Aids Nederland. 27% van de meisjes uit zogenoemde cluster 4-scholen melden ervaringen met seksueel geweld, tegenover 7% van de meisjes in regulier onderwijs. Naar cluster 4-scholen gaan jongeren met (ernstige) gedragsproblemen of psychische stoornissen. Niet alleen tussen het speciaal onderwijs en regulier onderwijs is een verschil op te merken, ook tussen jongens en meisjes. ‘Slechts’ 3% van de jongens, zowel op cluster 4-scholen als in regulier onderwijs, maken soortgelijk geweld mee. De relatieve kwetsbaarheid van scholieren in speciaal onderwijs is dus niet de enige factor in van het meemaken seksueel geweld: ook gender speelt een rol.

    Nieuw onderzoek
    Het onderzoek is een vervolg op eerder, grootschalig onderzoek van Rutgers en Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e. Hierin werden de seksuele ervaringen van jongeren tot 25 jaar oud onder de loep genomen. Maar scholieren en studenten van speciaal onderwijs waren toen niet meegenomen. Een van de redenen hiervoor is dat de doelgroep moeilijk te bereiken is. Uit de samenvatting van de resultaten van het nieuwe onderzoek blijkt dat een laag aantal respondenten beschikbaar was. Bovendien is het waarschijnlijk dat de werkelijke cijfers nog hoger liggen, omdat scholen en ouders scholieren van wie al bekend was dat zij seksueel misbruik hebben meegemaakt, of van wie het vermoed werd, niet mee hebben laten doen aan het onderzoek. Daarnaast kan het voor mensen met een verstandelijke beperking lastiger zijn om te bepalen wat wel en niet grensoverschrijdend is.

    Aanraking tot verkrachting
    De meeste gevallen van grensoverschrijdend gedrag dat de meisjes op het vso meemaken zijn tongzoenen en aanrakingen. Maar bij 13% van de meisjes –bijna de helft – is het zelfs tot verkrachting gekomen. Hanneke de Graaf, senior onderzoeker bij Rutgers, denkt dat een mogelijke verklaring is dat deze meisjes misschien impulsiever en naïever zijn, en het lastiger vinden om de bedoelingen van een ander in te schatten. Een onderzoek naar de plegers zou ook duidelijk kunnen maken waarom het de meisjes op het vso zijn die zoveel vaker met grensoverschrijdend gedrag te maken krijgen: daarover kwam uit dit onderzoek geen conclusie naar voren. Een dergelijk onderzoek is alleen waarschijnlijk nog lastiger uit te voeren dan het huidige onderzoek

    Preventie
    Het onderzoek laat goed zien waar jongeren op het voortgezet speciaal onderwijs extra kwetsbaar zijn en dat het enorm belangrijk is dat er extra voorlichting in het vso komt, zodat scholieren meer begrip hebben van wat grensoverschrijdend is en wat niet en zo weerbaarder worden. Rutgers biedt daartoe het lesmateriaal Lang Leve de Liefde: voortgezet speciaal onderwijs aan. Deze lesmethode bestond al langer en is op maat gemaakt voor het speciaal onderwijs, onderverdeeld in cluster-1 en -2-scholen enerzijds en cluster-3 en -4-scholen anderzijds. Op Act4Respect vindt u onder Best practices ook andere interventies waarmee u als professional jongeren met een verstandelijke beperking kunt ondersteunen ter preventie van geweld of nadat zij geweld hebben ervaren.

    Bron: Act4Respect

    #238231
    Mark
    Moderator

    ‘Meisjes worden niet een kelderbox ingesleurd. Ze gaan zelf mee’

    Hoogleraar Jan Hendriks doet meer dan twintig jaar onderzoek naar jeugdige zedendelinquenten. „De jongens doen van alles samen, een verkrachting ook.”

    Een groepsverkrachting klinkt misschien uitzonderlijk, maar is dat niet, zegt Jan Hendriks, hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij doet meer dan twintig jaar onderzoek naar jeugdige zedendelinquenten. Hendriks schat dat bij eenderde van alle strafzaken waarbij een jongere wordt verdacht van een zedendelict, het om een groepsdelict gaat.

    Hoe komen jongens tot een groepsverkrachting?
    „De jongens delen meisjes in in bad girls en good girls. De laatsten, dat zijn de zussen van je vrienden, daar blijf je van af. De eersten, dat zijn meisjes waarover het verhaal gaat dat ze wel zin hebben in een verzetje. Dat zijn de meisjes over wie wordt gefluisterd dat ze al eens seks hebben gehad. Ze hebben in de ogen van de jongens geen status.”

    Lees dit premium artikel verder op nrc.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #239151
    Mark
    Moderator

    Roep om meer aandacht voor seksueel misbruik

    Bespreek het onderwerp seksueel misbruik met élk kind dat in aanraking komt met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), vinden gedragsdeskundigen Arianne Geuze en Aafke Scharloo. Beiden zijn expert op het gebied van kindermishandeling en seksueel misbruik.

    ‘Elk kind dat in aanraking komt met de RvdK kan slachtoffer misbruik zijn’

    Arianne Geuze, gedragsdeskundige bij de Raad voor de Kinderbescherming, auteur van de Handreiking Seksueel misbruik van de Raad voor de Kinderbescherming en taxateur.

    Als expert op het gebied van seksueel misbruik, kindermishandeling en trauma was Aafke Scharloo lid van de Taskforce Kindermishandeling onder leiding van Eberhard van der Laan. Aafke is een van de ontwikkelaars van de methodiek taxatiegesprekken en traint de gedragsdeskundigen van de Raad in het voeren van taxatiegesprekken.

    Jaarlijks zijn 62.000 kinderen voor het eerst slachtoffer van seksueel misbruik. Jullie vinden dat dit onderwerp vaak een ondergeschoven kindje is bij hulpverleners. Kunnen jullie dit uitleggen?

    Geuze: ‘Vaak wordt seksueel misbruik onder het bredere thema kindermishandeling geschaard. Daarmee krijgt het niet de aandacht die nodig is. Kindermishandeling gaat namelijk vaak over schoppen en schreeuwen van de ouders door onmacht. Daar horen andere maatregelen en hulp bij dan bij seksueel misbruik, dat niet “per ongeluk” gaat. Misschien is het daarom moeilijk hulp te bieden of het onderwerp bespreekbaar te maken; hulpverleners hebben eerder de neiging om hulp te bieden voor gedrag dat meer zichtbaar en makkelijker bespreekbaar is.’

    Scharloo: ‘We hebben een natuurlijke afweer voor slecht nieuws. Onbewust kijken we de andere kant op, want dan bestaat het niet en hoeven we er niks mee. Ook gaan we twijfelen, zoals dat gebeurde bij de schrijfster Griet Op de Beeck, die op televisie vertelde dat ze in haar jeugd was misbruikt. Is het wel waar, vroegen veel mensen zich af. In plaats van medeleven en steun, ontmoeten slachtoffers nogal eens een reactie van wantrouwen.’

    Een dader is bijna nooit een vreemde man uit de bosjes, meestal gaat het om bekenden van de familie. Maakt dat het extra ingewikkeld?

    Scharloo: ‘Plegers van seksueel misbruik zijn bijna altijd bekenden van de familie. Stap voor stap proberen ze uit hoe ver ze kunnen gaan. Zoals je in Leaving Neverland, de documentaire over Michael Jackson zag, pakken daders eerst de ouders in met cadeaus en reizen. Maar het kan ook subtieler. “Zal ik je kind even naar hockey brengen?” Soms knopen daders een vriendschappelijke of liefdesrelatie aan met de moeder, om vervolgens het kind te kunnen misbruiken. Dat het bekenden van de familie zijn, is ingrijpend, want naast het beschadigde vertrouwen gaat ook het zelfbeeld van de ouders wankelen. Ze vragen zich af of ze eigenlijk wel in staat zijn om mensen goed te beoordelen.’

    Geuze: ‘Uit onderzoek weten we dat plegers kwetsbare kinderen opzoeken. Een dader wil een kind isoleren. Hij slaagt daarin als hij dit geleidelijk aanpakt, daar de tijd voor neemt en precies weet wat hij daarvoor moet doen. Dat lukt het beste als hij het kind en het gezin kent. Dat is een hele nare werkelijkheid. Net zo naar als dat we uit onderzoek weten dat juist de kinderen die we wilden beschermen in instellingen (opnieuw) slachtoffer zijn geworden. Dit is moeilijk om te accepteren.’

    ‘Seksueel misbruik is moeilijk juridisch te bewijzen. Maar een klein percentage van de daders wordt veroordeeld’

    Waarom is het voor hulpverleners zo moeilijk om er iets aan te doen?

    Geuze: ‘Bij vermoedens van seksueel misbruik weten hulpverleners vaak niet goed wat ze moeten doen. Ze hopen dan dat een ander hulp biedt. Seksueel misbruik is moeilijk juridisch te bewijzen. Maar een klein percentage van de daders wordt veroordeeld. Dat er onvoldoende juridisch bewijs is, betekent niet dat iemand onschuldig is en dat je het kind niet hoeft te helpen.’

    Scharloo: ‘Daarnaast vinden we praten over seks de verantwoordelijkheid van de ouders. Professionals weten vaak niet hoe ze zo’n gesprek moeten voeren. Toch moet je dit onderwerp ter sprake brengen, want kinderen gaan er niet uit zichzelf over beginnen. Zoals de Amerikaanse psychiater Judith Hermans zegt: zwijgen is de kant van de dader kiezen. De kant van het slachtoffer kiezen is moeilijker, want dan ga je de confrontatie aan met de pijn en moet je actie ondernemen.’

    Wat doet de RvdK om signalen van seksueel misbruik eerder te zien?

    Geuze: ‘De kinderen die in aanraking komen met de RvdK behoren tot de risicogroep. De kans op seksueel misbruik is groter wanneer er sprake is van verwaarlozing of huiselijk geweld. Daarom moeten we dit echt met alle ouders en alle kinderen bespreken. Sinds 2017 gebruiken we protocollen met werkafspraken. Dit geeft houvast om actie te ondernemen. In samenwerking met de politie hebben we taxatiegesprekken ingevoerd. Laatst werd dankzij een taxatiegesprek voorkomen dat een kind werd teruggestuurd naar zijn vader. Verder is er een kwaliteitsgroep seksueel misbruik opgericht. Op persoonlijk, team-, organisatie- en maatschappelijk niveau gebeurt er iets.’

    ‘Zwijgen is de kant van de dader kiezen. De kant van het slachtoffer kiezen is moeilijker, want dan ga je de confrontatie aan met de pijn’

    Wat kan beter?

    Scharloo: ‘Seksueel misbruik binnen families is nogal eens transgenerationeel en ligt vaak breder dan alleen dit ene kind met deze ene volwassenen. Werkprocessen zijn daar echter nog niet op ingericht. Als er een veroordeling van een familielid is geweest, moeten we oppassen dat informatie daarover na verloop van tijd niet uit dossiers verdwijnt, want dan kan de dader weer langskomen bij het kind en kan het opnieuw beginnen. En zorg dat de hulpverlening daadwerkelijk van de grond komt. Controleer of de dader ook echt de behandeling krijgt. Bedenk dat een ouder die zijn kind uit onmacht slaat zich eerder wil laten behandelen, dan iemand die kinderen seksueel misbruikt.’

    Geuze: ‘Verder hoop ik niet dat dit onderwerp een hype is. Ik hoop dat we hier blijvend aandacht voor hebben. Het onderwerp seksualiteit en seksueel misbruik bespreken met kinderen is een kwestie van oefening en blijven doen.’

    Na taxatiegesprek een duidelijkere zaak voor politie
    Bij een vermoeden van seksueel misbruik kwam er vroeger vaak een carrousel van gesprekken op gang. Van moeder, tante, oma, tot de schooljuf. Tegen de tijd dat de politie met het kind praatte, kon het al geen helder, eigen verhaal meer doen omdat zijn herinnering was vertroebeld. In afstemming met de politie voerde de RvdK de methodiek van taxatiegesprekken in, in de hoop mogelijk seksueel misbruik te ontdekken en daders eerder te kunnen veroordelen. Gedragsdeskundige Aafke Scharloo ontwikkelde in afstemming met de politie de methodiek en traint gedragsdeskundigen van de RvdK.

    Hoe gaat een taxatiegesprek in zijn werk?
    Bij vage uitspraken van een kind die zouden kunnen wijzen op seksueel misbruik, kan na overleg met de politie ervoor gekozen worden een taxatiegesprek in te zetten. Dit is een gesprek tussen een daarvoor opgeleide gedragsdeskundige en het kind. De bedoeling van een taxatiegesprek is om via een gestructureerde manier van gespreksvoering een vage uitspraak of een signaal te verhelderen om daarna te beoordelen wat nodig is. Als er aanwijzingen zijn dat er mogelijk strafbare feiten zijn gepleegd, dan rondt de gedragsdeskundige het gesprek af. Doorvragen over het wat, wanneer en hoe is dan aan de politie. Op deze manier draagt de RvdK bij aan het doen van zorgvuldig en effectief feitenonderzoek.

    Bron: kinderbescherming.nl

    #239400
    Luka
    Moderator

    Niet geïnteresseerd in het kind, wel in de porno


    De rechter besluit dinsdag of Sander B. de cel in moet omdat hij kinderporno keek. Naar schatting is hij een van de 30.000 Nederlanders die dat doen. Niet allemaal vanwege pedofiele gevoelens. ‘Het is niet altijd die vieze man op zolder, het is je buurman, je vader, je broer.’

    ‘Wordt hij ook seksueel opgewonden van kinderen of was het vooral de spanning van nieuwe dingen opzoeken, wil de rechter weten. “Voor de spanning en nieuwe dingen”, zegt B. “Maar u trok zich wel eens af tijdens het kijken?” “Af en toe ja.”

    B. is niet de enige. Volgens schattingen kijken minimaal 30.000 Nederlanders naar afbeeldingen van seksueel misbruik van minderjarigen. Daarmee kun je gerust stellen dat Nederland een kinderpornoprobleem heeft.’

    Lees verder op Trouw.nl

    Lees ook: ‘Misbruikfilmpjes met honderden Nederlandse kinderen gedeeld op darkweb’

    #239565
    Luka
    Moderator

    Undercover op dark web: misbruikbeelden honderden Nederlandse kinderen in online netwerken

    Op het dark web, het verborgen deel van internet, blijken mannen in besloten netwerken veelvuldig beelden te delen waarop specifiek Nederlandse kinderen worden misbruikt. Elke week komt daar nieuw materiaal bij, ook van kinderen die nog actief worden misbruikt.

    Dat blijkt uit onderzoek van RTL Nieuws, dat enkele maanden undercover ging in de verborgen netwerken waar kindermisbruikers samenkomen en beelden delen. Onze undercoveractie geeft een ontluisterend beeld van een wereld die voor de meeste mensen verborgen blijft.

    RTL Nieuws heeft de politie voor publicatie geïnformeerd over het onderzoek. Momenteel zijn de netwerken nog actief, en ze worden door de politie in de gaten gehouden. Het is door de anonimiteit van het dark web lastig om deze netwerken op te rollen.

    Ook de beelden die daar worden gedeeld, zijn moeilijk offline te krijgen – tot grote angst en ergernis van slachtoffers en hun families.

             Het nieuws in het kort:

    • In ondergrondse netwerken delen mannen misbruikbeelden van honderden Nederlandse kinderen. Elke week komen daar nieuwe beelden bij, ook van kinderen die nog actief worden misbruikt.
    • De netwerken zijn professioneel opgezet en leden wisselen tips uit om kinderen te misbruiken en daarvan beelden te maken.
      RTL Nieuws is undercover gegaan in deze netwerken. Lees hier meer over onze werkwijze.
    • Het is voor slachtoffers en hun familie vreselijk dat die beelden daar worden gedeeld, stelt de moeder van een jongen die jarenlang is misbruikt.
    • Kinderpornorechercheurs proberen slachtoffers en daders op te sporen, vertellen ze in dit interview.
    • Eén van de leden van het netwerk doet anoniem zijn verhaal: “Kinderen zijn ook seksuele wezens.”
    • In dit artikel beantwoorden we belangrijke vragen, zoals hoe je seksueel misbruik bij je kind kunt herkennen.

      Let op: dit artikel bevat schokkende passages.

    Ver-van-mijn-bedshow
    Binnen de netwerken is een grote groep Nederlandse leden specifiek op zoek naar Nederlandse kinderporno. Zij zeggen dat het gros van de aangeboden misbruikbeelden, veelal met Oost-Europese en Aziatische slachtoffertjes, te ver weg voelt. Nederlandse kinderen die worden misbruikt, vinden zij seksueel opwindender.

    De leden delen actief misbruikbeelden van Nederlandse kinderen. Op één van de video’s is te zien hoe een meisje van zo’n zes jaar oud op bed tv ligt te kijken. Het Nederlandstalige Disney-kanaal staat aan, zodat het kind wordt afgeleid. De man die achter haar op bed zit, betast haar enkele minuten lang op haar intieme plekken. Hij neemt de beelden op.

    Een ander slachtoffertje, een naakt meisje van een jaar of zes oud, houdt in haar hand een papier met daarop ‘Ik ben een sletje, xxx’, met de datum erbij. “Dit geeft net even wat extra”, reageert één van de leden. “Vaak denk je dat het een ver-van-mijn-bedshow is, maar het is dichterbij dan je denkt.”


    Het papier dat het meisje vasthoudt.

    4K-beelden
    RTL Nieuws heeft veertien online netwerken onderzocht. Elk platform draait om een seksuele voorkeur, zoals jonge meisjes, jonge jongetjes of baby’s. Vele duizenden Nederlanders zijn actief in deze netwerken. Ze bekijken, downloaden en wisselen de beelden daar vaak soms al jarenlang met elkaar uit. Wereldwijd hebben deze netwerken vele honderdduizenden leden.

    Elk van de veertien onderzochte netwerken heeft de beelden onderverdeeld in verschillende leeftijdscategorieën, bijvoorbeeld 0-2 jaar en 2-5 jaar. De maximumleeftijd is 17 jaar, en er zijn categorieën voor allerlei fetisjen. Nieuwe leden hebben toegang tot ‘starterspakketten’, met daarin een compilatie van beelden die aansluiten bij een seksuele voorkeur. Sommige kinderporno wordt zodanig professioneel gemaakt dat de beelden zelfs in een 4K-resolutie beschikbaar zijn.

    Bruine ogen en paardenstaartjes
    Het overgrote deel van de slachtoffers bestaat uit jonge meisjes. Daar lijkt de meeste vraag naar te zijn. Ook worden veel video’s gedeeld van tientallen naar verluidt Nederlandse baby’s die worden misbruikt. Sommige baby’s ogen alsof ze nog maar een paar maanden oud zijn.

    De namen van de slachtoffers worden niet genoemd, zodat de politie de kinderen lastiger kan opsporen. De slachtoffers worden vaak vernoemd naar uiterlijke kenmerken, zoals ‘mooie bruine ogen’ of ‘paardenstaartjes’.

    Naast misbruikbeelden delen de leden ook foto’s en video’s van blote kinderen, bijvoorbeeld vakantiefoto’s of stiekem opgenomen beelden uit kleedhokjes van Nederlandse zwembaden. Ook worden beelden uitgewisseld van jonge kinderen die zich uitkleden voor de webcam. Dat gebeurt onder andere op chatdienst Omegle, waar misbruikers de kinderen aanmoedigen om zich uit te kleden en lichaamsdelen te laten zien.

    Onaantastbaar
    De leden wanen zich onaantastbaar door het gebruik van de nieuwste technologie, waarmee ze hun digitale sporen wissen en misbruikbeelden in een digitale kluis plaatsen. Er worden veelvuldig handleidingen uitgewisseld hoe leden zichzelf kunnen beveiligen en op een veilige manier kinderporno kunnen kijken, maken en uitwisselen.

    Ook geven ze elkaar tips hoe ze in contact kunnen komen met kinderen, bijvoorbeeld door zich aan te sluiten bij een wijk- of sportvereniging. Sommigen stellen zelfs voor om vrijwilligerswerk te doen met ‘probleemkinderen’, die volgens hen kwetsbaarder zijn en daardoor makkelijker te misbruiken. Ook een handboek voor kindermisbruikers, waar RTL Nieuws een jaar geleden over berichtte, wordt binnen deze netwerken gedeeld.

    Vipkamers
    De netwerken zijn professioneel en met een vorm van hiërarchie opgezet. Een klein deel van de leden heeft een hogere functie binnen het netwerk en helpt anderen zichzelf te beschermen. Zij beheren de kanalen waar de misbruikbeelden worden gedeeld, en zorgen ervoor dat de foto’s en video’s op de juiste manier worden aangeboden. Het kopen en verkopen van materiaal is niet toegestaan: beelden worden vrij verspreid en soms geruild.

    Binnen de netwerken zijn er soms zogeheten vipkamers beschikbaar. Dit zijn extra besloten delen waar leden hun zelfgemaakte beelden met een select groepje medemisbruikers kunnen delen. In deze vipkamers voelen ze zich vrijer, omdat de leden onder andere zelfgemaakt materiaal moeten delen om toegang te krijgen. RTL Nieuws heeft geen manier gevonden om ethisch verantwoord toegang te krijgen tot dit besloten deel.

    Hurtcore
    Ook delen sommige leden ‘hurtcore’, de term voor kinderporno die gericht is op pijn en vernedering bij voornamelijk baby’s en peuters. De politie maakt zich grote zorgen om hurtcore, dat de laatste jaren aan populariteit aan het winnen is. Er zijn netwerken die zich volledig richten op deze extreme vorm van kinderporno.

    Nieuw materiaal
    Zo’n 10 tot 20 procent van de beelden die worden gedeeld is nieuw materiaal, stelt de politie. “In het algemeen zien we vaak oud materiaal waarvan de zaak al is opgelost”, vertelt Ben van Mierlo, hoofd van het kinderpornoteam. “Onze rechercheurs gaan op zoek naar nieuw materiaal dat actueel misbruik laat zien.” Volgens Van Mierlo is er een markt voor nieuw materiaal, en kunnen nieuwe beelden anderen ertoe aanzetten om zelf ook misbruik te plegen en daarvan beelden te maken.

    Volgens Van Mierlo zijn er in totaal misbruikbeelden van zo’n 1700 Nederlandse slachtoffers online verspreid. Dat gebeurt in dit soort netwerken, maar misbruikers delen de beelden ook direct met elkaar via bijvoorbeeld WhatsApp of e-mail.

    Het kinderpornoteam redt jaarlijks zo’n 170 kinderen uit allerlei soorten misbruiksituaties. Een deel van deze zaken draait om misbruikers die zelf beelden maken en deze met anderen delen. Ook hoofdrolspelers uit deze netwerken, zoals admins (beheerders) die anderen helpen om beelden te maken en te verspreiden, houdt de politie in de gaten.

    Opwindend
    Eén van de leden uit het netwerk zegt tegen RTL Nieuws dat hij vanaf zijn zestiende al op kinderen valt. Hij is naar eigen zeggen een man van rond de veertig die in het bedrijfsleven werkt. “Het was niet moeilijk te vinden”, vertelt hij over het netwerk. “Ik heb de droom om weer eens iets met een meisje te doen, maar tot die tijd kan ik alles vinden op [verwijderd door redactie].”

    Hij ziet kinderen die worden misbruikt niet als slachtoffer: “Veel meisjes vinden het ook gewoon leuk. Voor mij is het pas echt opwindend als een meisje echt geniet en dat zie je op foto’s en filmpjes.” Zijn partner weet niet van zijn seksuele voorkeur: “Ik ben graag op mijzelf, op die manier kan ik deze kant van mijzelf toelaten en uiten.”

    Pedofielen
    Een pedofiel is een persoon met seksuele gevoelens voor kinderen jonger dan 13 jaar. Pedofilie is een seksuele voorkeur, en in Nederland niet strafbaar.

    Seksueel misbruik van kinderen is, samen met het bekijken en downloaden van kinderporno, wel strafbaar. Dat gebeurt lang niet altijd door pedofielen: een meerderheid van de kindermisbruikers heeft geen pedofiele gevoelens, maar kampt met antisociale en seksuele stoornissen.

    Naar de achtergrond verdwijnen
    De beelden die binnen deze netwerken worden gedeeld, zijn zeer lastig offline te halen. Dat doet slachtoffers en hun families pijn, vertelt een moeder die anoniem wenst te blijven. Haar zoon is in zijn jonge puberjaren door een docent seksueel misbruikt, en daarvan zijn ook beelden opgenomen en online verspreid.

    “Het is onverteerbaar dat deze beelden nog altijd online staan. Mijn zoon is vijf jaar lang misbruikt en er zijn mensen die zich dagelijks aan deze beelden verlekkeren. Hij is heel bang dat hij op straat wordt herkend”, vertelt ze. “Ik ben boos en ontzettend verdrietig, en we proberen als gezin dit drama te overleven. Mijn kind is voor zijn hele leven beschadigd, en ik hoop dat de beelden uiteindelijk naar de achtergrond verdwijnen.”

    Bron: RTL >>

    #240112
    Mark
    Moderator

    Seksueel geweld in de sport: ‘Ik dacht: dit hoort erbij’

    Tineke Sonck: ‘Nu mijn eigen kinderen staan te trappelen om naar de sportclub te gaan, is zwijgen geen optie meer.’ © Franky Verdickt

    De vzw Voices in Sport geeft slachtoffers van seksueel geweld binnen de sport een gezicht en een stem. ‘Mijn ouders maken zichzelf verwijten nu ze het weten, maar zij hadden dit echt niet kunnen zien’, vertelt Tineke Sonck, die werd misbruikt door haar turncoach.

    Tineke Sonck heeft lang gezwegen. Er waren zo veel redenen om niet te praten. ‘Eerst hield ik het geheim omdat ik niet begreep wat er gebeurde. Nadien omdat ik geen ophef wilde maken. Nog later omdat ik mijn ouders geen schuldgevoel wilde bezorgen. Maar nu mijn eigen kinderen staan te trappelen om naar de sportclub te gaan, is zwijgen geen optie meer. Het kan niet zijn dat ik mijn kinderen afzet op een plek waar het met mij zo misgelopen is en ik niks onderneem om het voor hen veiliger te maken’, vertelt ze. Van haar zevende tot haar dertiende werd Sonck seksueel misbruikt door haar turncoach. Met drie lotgenoten richtte ze de vzw Voices in Sport op, die streeft naar een veilig klimaat voor sportende kinderen.

    Lees dit premium artikel verder op knack.be of als lid van LSG in het ledendeel.

    #240171
    Luka
    Moderator

    Lore werd op haar vijftiende verkracht: ‘Er breekt iets. Je lichaam, je tederheid, je onschuld, je hart’

    Lore Baeten werd op haar vijftiende verkracht. Drie dagen voor de stille mars tegen seksueel geweld spreekt ze voor het eerst met De Morgen, om andere slachtoffers te steunen. ‘Wanneer je verkracht wordt, breekt er iets.’

    Wat haar overkomen is, heeft ze lang verdrongen. “Met vriendinnen of klasgenoten erover praten ging moeilijk. Voor de verkrachting zeiden sommige jongens op de speelplaats: ‘Amai, die Lore zou ik weleens in een steeg willen bespringen, mijn paal rijdt haar kapot.’ Die stoere mannenpraat, dat soort ‘humor’ gaf een tienerjongen misschien wel de idee: misbruik is oké.”

    Lees verder op de site van De Morgen >>

    #240246
    Luka
    Moderator

    ‘Pro-anorexia-coach’ blijkt vaak man met seksuele bedoelingen

    Meisjes met anorexia kunnen op zogenoemde pro-anorexiasites tips uitwisselen om te vermageren. Een gevaarlijk fenomeen, waar nu nog een risico bij komt. Op die sites zijn ook ‘coaches’ actief, die meisjes aansturen en zelfs straffen of uitschelden als ze niet streng genoeg voor zichzelf zijn. Die ‘pro-ana-coaches’ zijn vaak geen lotgenoten, maar mannen die doelbewust meisjes met een eetstoornis opzoeken om naaktfoto’s of zelfs seks van hen te krijgen.

    Dat blijkt uit de eerste resultaten van een onderzoek van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM), GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula en Proud2Bme, waar NOSop3 inzage in kreeg.

    De onderzoekers schrokken van de bevindingen en daarom komen ze nu al met de eerste conclusies naar buiten. Ze willen meisjes, hun ouders, opsporingsdiensten en andere betrokkenen waarschuwen voor de risico’s.

    Intimideren, manipuleren en vragen om naaktfoto’s. In deze video leggen we je uit hoe die pro-ana-coaches te werk gaan:

    Om te weten te komen wie die pro-anorexiacoaches zijn, plaatsten de onderzoekers twee nepprofielen op openbare fora van meisjes met anorexia die hulp zochten bij het afvallen: Jisse van 14 en Sarina van 15. Ze kregen binnen korte tijd 45 reacties van pro-ana-coaches. Dat bleken vrijwel allemaal mannen. Meer dan de helft vroeg vrijwel direct om foto’s, liefst in ondergoed of naakt, als ‘bodycheck’. Een aantal bood afvalhulp aan in ruil voor fysieke seks.

    De onderzoekers schrokken vooral van het dwingende karakter van de vragen naar foto’s. Shamir Ceuleers van het CKM: “De pro-ana-coaches waren heel direct en zeiden dingen als ‘ik wil je helpen, maar dan moet je wel nu naaktfoto’s leveren’. Of: ‘Ik ga je helpen, maar dan moet je wel seks met me hebben’. Ze spelen duidelijk in op de kwetsbaarheden en onzekerheden van het meisje.”

    Als meisjes niet meewerkten, waren de coaches fel. “Met reacties als: ‘Wil je soms een dik vet varken blijven?’ Het gaat hier om jonge meisjes, vaak met een laag zelfbeeld, die ook nog eens extra kwetsbaar zijn omdat ze een eetstoornis hebben.” Ook dreigden coaches met het publiceren van gedeeld fotomateriaal of zeiden ze langs hun huis te komen, als de meisjes niet deden wat ze vroegen.

    Hoogleraar Eric van Furth, ook betrokken bij het onderzoek, legt uit dat de mannen geraffineerd gebruikmaken van de ziekte van de meisjes. “Pro-ana sluit aan bij de strenge gedachten die meisjes hebben over uiterlijk, eten en gewicht. Die beschrijven zelf dat ze zo overgenomen worden door die gedachten, dat ze op zoek gaan naar dit soort hulp. Coaches nemen als het ware die strenge gedachten over en worden de strenge meester op het gebied van hun eetstoornis.”

    Seks als dank

    De onderzoekers hebben tot nu ook 60 meisjes gevraagd naar hun ervaringen. Het gaat dan om meisjes die op pro-ana sites of in pro-ana-groepen actief zijn. Ongeveer 70 procent was minderjarig. Van die groep gaf 96 procent aan dat ze gevraagd zijn om foto’s te sturen, vrijwel altijd in ondergoed of naakt. Meer dan de helft van de coaches wilde fysiek afspreken en in zo’n 20 procent van de gevallen vroeg de coach ook seks als bedankje voor het helpen afvallen. Dat leidde in enkele gevallen ook echt tot gedwongen seks tussen een coach en een meisje.

    Naaktfoto’s van minderjarige meisjes vragen en delen is kinderporno en dus strafbaar. Maar geen van de meisjes deed aangifte. Sterker nog: veel meisjes spraken in dit onderzoek nu voor het eerst over hun ervaringen. Ze schamen zich voor wat hen is overkomen.

    Doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van het probleem, niet het opsporen van daders, benadrukken de onderzoekers. In één zaak maakten ze een uitzondering. Dat ging om een online groep waar hun ‘lokmeisje’ aan werd toegevoegd en waarin mannen kinderporno deelden. Daarvan hebben ze meteen melding gemaakt bij justitie.

    Meer onderzoek

    Het onderzoek naar de pro-ana-coaches gaat nog door tot de zomer, net als de interviews met meisjes, die zich nog kunnen melden als ze hun ervaringen willen delen. Maar de onderzoekers verwachten niet dat hun bevindingen nog veranderen. “Er zit nauwelijks verschil in onze ervaring met de nepprofielen en de verhalen die we horen van meisjes. We hopen vooral meer te weten te komen over de wijze waarop deze mannen precies te werk gaan.”

    Aanleiding voor dit onderzoek was een rechtszaak in 2013 tegen Bob J., een man die zes meisjes met een eetstoornis naar zijn huis lokte om hen te verkrachten. Uit het buitenland kwamen ook signalen over mannen die meisjes met anorexia online benaderden. Betrokken deskundigen wilden toen weten of er in Nederland een breder probleem was met pro-ana-coaches.

    En dat blijkt dus het geval. Na de zomer wordt het onderzoek afgerond en volgen er aanbevelingen, bijvoorbeeld over wat politie en justitie kunnen doen om deze meisjes beter te beschermen.

    Bron: nos.nl

    #240358
    Mark
    Moderator

    IDENTIFICATIE EN AANPAK VAN SEKSUEEL MISBRUIK BIJ KINDEREN (België)

    WAT IS HET?
    Er is sprake van seksueel misbruik als een kind wordt betrokken in seksuele activiteiten die het niet volledig begrijpt, niet wil, of waar het geen toestemming voor geeft. Seksueel contact met iemand jonger dan 16 jaar valt volgens de Belgische wet onder seksueel misbruik. Onder die leeftijd wordt een kind onbekwaam geacht om zijn toestemming te geven voor seksuele activiteiten.
    Kinderen kunnen seksueel misbruikt worden door volwassenen, maar ook door andere kinderen die, door hun leeftijd of ontwikkelingsstadium, een machts- of vertrouwenspositie hebben tegenover het slachtoffer.
    De wet onderscheidt 2 vormen van seksueel misbruik: verkrachting en aanranding van de eerbaarheid. Bij verkrachting is er altijd penetratie met de penis, vinger of om het even welk voorwerp. Dit kan vaginaal, anaal of oraal zijn. Ander seksueel ongewild gedrag valt dan onder aanranding van de eerbaarheid. Het kan gaan om ongewenste aanrakingen op intieme plaatsen, het tonen van de geslachtsdelen, het kind dwingen tot seksuele handelingen. Maar ook samen naar porno kijken of seksueel getinte foto’s of filmpjes maken is seksueel misbruik.
    Kinderen die seksueel misbruikt worden, zijn vaak ook slachtoffer van een andere vorm van geweld. Zo kan de dader emotionele chantage gebruiken om het kind stil te houden, of fysiek geweld gebruiken.

    HOE VAAK KOMT HET VOOR?
    Kindermishandeling komt vaker voor dan je zou denken. In 2016 kreeg het Vertrouwenscentrum voor Kindermishandeling 7.080 meldingen binnen van verwaarlozing of mishandeling. Dat zijn 20 meldingen per dag.
    Wereldwijd zijn er grote verschillen in het voorkomen van seksueel misbruik bij kinderen. Dit heeft te maken met cultuur, maar ook de definitie van seksueel misbruik bij kinderen verschilt sterk van land tot land.

    HOE KUN JE HET HERKENNEN?
    Seksueel misbruik bij een kind is niet altijd gemakkelijk te herkennen. Sommige kinderen doen erg hun best om normaal te doen en het misbruik te verbergen, uit schrik of uit schaamte. Je kan seksueel misbruik vermoeden als:

    • het kind het zelf vertelt;
    • het kind lichamelijke tekenen vertoont;
    • het kind gedragsveranderingen vertoont;
    • er bij een gewoon medisch onderzoek letsels worden vastgesteld waar geen goede verklaring voor bestaat;
    • er pedofiele handelingen ontdekt worden in de omgeving en het kind een mogelijk slachtoffer is.

    Kinderen die seksueel misbruik moeten ondergaan, gedragen zich vaak anders dan hun leeftijdsgenootjes. Ze kunnen volwassen seksueel gedrag vertonen, zoals zich verleidelijk kleden of uitdagend gedragen. Ook kennis van seksualiteit die niet overeenstemt met de leeftijd wordt vaak gezien. Veel kinderen worden meer en meer teruggetrokken en angstig, en ze vermijden fysiek contact. Sommigen worden agressief en slaan in het rond, omdat ze nergens heen kunnen met hun probleem. Jongere kinderen keren soms terug naar vroegere gedragspatronen: ze herbeginnen met duimzuigen of plassen weer in hun bed. Ook slaapstoornissen en nachtmerries zijn een frequent probleem. Oudere kinderen kunnen eetstoornissen ontwikkelen of risicovol gedrag vertonen, zoals ongepast alcoholgebruik of experimenteren met drugs.
    Seksueel misbruik is een gruwel die bij veel kinderen na verloop van tijd kan leiden tot depressieve gevoelens en depressie. Zwarte gedachten en zelfmoordpogingen kunnen voorkomen.

    Naast gedragsveranderingen van het kind zijn er lichamelijke tekenen die seksueel misbruik kunnen doen vermoeden. Blauwe plekken, schrammen of verwondingen op ongewone plaatsen (armen, binnenkant van de dijen) zijn verdacht. Het kind kan pijn aangeven ter hoogte van de geslachtsdelen of je kan er wondjes, kneuzingen of een vreemde afscheiding opmerken. Als kinderen of tieners zwanger blijken te zijn of een seksueel overdraagbare aandoening hebben, moet je altijd aan de mogelijkheid van misbruik denken.

    WAT KUN JE ZELF DOEN?
    Als je vermoedt dat een kind slachtoffer is van seksueel misbruik, probeer het dan bespreekbaar te maken. Praat met een arts, vriend, partner of collega en vraag of zij ook iets hebben opgemerkt. Je kan ook steeds 1712 bellen of advies vragen aan het vertrouwenscentrum voor kindermishandeling. Zij helpen je om de situatie goed aan te pakken en eventueel zelf al stappen te zetten.

    Probeer met het kind zelf te praten, maar zonder druk uit te oefenen. Sommige kinderen durven niets zeggen uit angst of omdat ze geen volwassenen meer vertrouwen. Laat je bezorgdheid blijken. Dit kan een eerste aanleiding zijn om te laten horen dat er iets mis gaat. Omdat zo’n gesprek beginnen niet eenvoudig is, zijn er verschillende websites die stap vor stap uitleggen hoe je dat best doet, en hoe je de conversatie in de goede richting kan sturen.
    Als een kind je toevertrouwt dat hij of zij seksueel misbruikt wordt, beloof dan niet om dit geheim te houden. Hierdoor verliest het kind nog meer vertrouwen in volwassenen. Voor een goede aanpak van kindermisbruik is overleg met anderen noodzakelijk.

    Leg het kind uit dat het nodig is om naar de arts te gaan voor het vaststellen en verzorgen van verwondingen, en het nemen van stalen, wat tot een veroordeling van de dader(s) kan leiden.Je kan best aangifte doen via het vertrouwenscentrum kindermishandeling of het gratis nummer 1712. Zij openen een dossier en onderzoeken de zaak.

    Luisteren naar kinderen die misbruikt zijn kan erg confronterend zijn. Praat erover met je arts, partner, vrienden of collega’s. Soms kan het helpen om met een therapeut of psycholoog te praten, of naar een praatgroep te gaan.

    WAT KAN JE ARTS DOEN?
    De benadering van een seksueel misbruikt kind moet via een aantal stappen verlopen:

    • een gesprek over de feiten;
    • een lichamelijk onderzoek met vaststelling van eventuele letsels en het nemen van stalen;
    • een psychische evaluatie;
    • zo nodig het inschakelen van de bevoegde autoriteiten.

    Seksueel misbruik bij kinderen is een ernstig misdrijf dat met de nodige expertise moet worden aangepakt. Daarom wordt dikwijls beroep gedaan op specialistische hulp van bijv. een kinderarts, psycholoog of psychiater, begeleiding door kind-en-gezin, ….
    Seksueel misbruik kan een ernstige impact hebben op een kind. Daarom probeert de arts altijd eerst een gesprek aan te gaan om een vertrouwensrelatie op te bouwen. Hij zal het verhaal en de klachten van het kind zorgvuldig noteren.
    Als het misbruik minder dan 24 uur geleden heeft plaatsgevonden, dan verwijst de arts het kind door naar een spoeddienst waar een seksuele agressie set (SAS) aanwezig is. Daar wordt een klinisch onderzoek uitgevoerd en worden stalen genomen die kunnen leiden tot een veroordeling van de daders. Het kan hierbij gaan om lichaamsvloeistoffen zoals sperma, speeksel en haren waarop DNA-onderzoek kan gebeuren, maar ook om bijv. kledingvezels van de dader.

    Tot 2 weken na het misbruik kan een ervaringsdeskundige nog tekenen van mishandeling vinden en documenteren. In dit geval wordt een afspraak geregeld bij een arts met ervaring in het herkennen van de symptomen van seksueel misbruik.
    Bij (een vermoeden van) kindermishandeling heeft een arts het recht dit te melden aan het vertrouwenscentrum kindermishandeling, ook als de ouders het hier niet mee eens zijn.

    De arts zal een dossier opmaken en meewerken in een multidisciplinair team om het kind zo goed mogelijk te ondersteunen. In dat team zit ook altijd een psycholoog of psychiater die instaat voor de psychische begeleiding.

    Bron: gezondheidenwetenschap.be

    #242196
    Luka
    Moderator

    Wendy (48) werd als kind seksueel misbruikt door een Jehovah’s Getuige

    Wendy groeide op als Jehovah’s Getuige. Als kind werd zij zes jaar lang seksueel misbruikt door een ouderling van de geloofsgemeenschap. “Het zou mijn schuld zijn. Hoe kon dat? Ik was pas vijf.”

    Jarenlang hield Wendy haar mond over wat haar tussen haar vijfde en elfde jaar is overkomen. Ze werd in de jaren zeventig seksueel misbruikt door een ouderling van de Jehovah’s Getuigen. Het maakte haar jeugd kapot. Nog dagelijks ondervindt ze de gevolgen van die traumatische gebeurtenis. “Doordat ik ben geboren als Jehovah’s Getuige, stond mijn jeugd in het teken van het geloof. Al is het in mijn ogen eigenlijk geen geloof. Je kunt het beter een sekte noemen. Drie keer per week gingen we als gezin naar bijeenkomsten waar bijbelverhalen werden voorgelezen. Altijd moesten mijn broer, zus en ik mee. We mochten bijna niets. Geen Sinterklaas en Kerstmis vieren, geen verjaardagen. Op zondag mochten onze kleren niet vies worden en bepaalde programma’s op tv mochten we niet kijken. Ook moeten vrouwen en kinderen altijd gehoorzaam en volgzaam zijn. Ik had soms rode striemen op mijn rug van de slaag, als ik een keer níet goed had geluisterd. Mijn moeder kon ook hard knijpen. Er was weinig liefde in ons gezin en praten deden we weinig. Achteraf gezien werden we gekleineerd en geestelijk mishandeld in naam van dat geloof. Het doel van al die regels was dat je in het paradijs zou komen. Ik groeide op met heel andere waarden en normen dan andere kinderen van mijn leeftijd. Op school werd ik gepest, omdat mijn ouders bij de Jehovah’s zaten. Maar helaas was dat nog niet het ergste…”

    Stilzwijgend ondergaan
    Wendy’s ouders gingen regelmatig op bezoek bij een ouderling van de Jehovah’s Getuigen. Ouderlingen leiden de gemeente, zorgen voor de gelovigen door persoonlijke gesprekken met ze te voeren en begeleiden ze in hun geloof. “Mijn ouders vonden het belangrijk deze ouderling vaak te ontmoeten. Terwijl zij daar op zondag koffie gingen drinken, nam de ouderling mij mee naar zijn varkensstal. Zogenaamd om naar de varkens te kijken en te helpen met voeren. Maar van voeren kwam niets terecht. Hij misbruikte mij, terwijl mijn ouders met zijn vrouw zaten te praten. Mijn ouders brachten mijn broer, zus en mij ook geregeld naar hem toe om te logeren. Zodra ik in bed lag, kwam hij naar mij toe en dan gebeurde het weer. Soms sliep ik alleen op een kamer, maar vaker samen met mijn zusje. Ook zij werd misbruikt. Het was al een oude, grijze man. Opa van verschillende kleinkinderen. Volgens mij heeft zijn vrouw ervan geweten, want ik hoorde haar vaak iets naar boven roepen. Het was keer op keer afschuwelijk. Ik was zo bang, maar durfde niemand iets te vertellen. Ik onderging alles stilzwijgend, omdat hij me bedreigde. Als ik iets zou vertellen, zouden er vreselijke dingen gebeuren. Bovendien liet hij me merken dat het mijn schuld was, dat ik het zélf had veroorzaakt. Alleen mijn zusje wist ervan. Met haar sprak ik er af en toe over, maar tegenover onze ouders zwegen we.

    ‘IK WILDE NIETS MEER MET HET GELOOF TE MAKEN HEBBEN. DAN MAAR ALLES KWIJT.’
    Mijn ouders zijn in mijn tienerjaren enkele jaren uit de gemeenschap van Jehovah’s Getuigen gestapt. Ze hebben nooit verteld wat de reden was, maar ik denk dat het iets te maken had met die ouderling. Mogelijk wisten ze dat hij dingen deed die niet deugden. Toch gingen mijn ouders terug naar de Jehovah’s, omdat ze in de gewone maatschappij geen aansluiting konden vinden. Als je uit de gemeenschap stapt, betekent dat dat je verstoten wordt en meteen al je kennissen en vrienden verliest. Kennelijk wilden zij die toch niet kwijt.”

    Alles kwijt
    Toen Wendy zestien jaar was, vertelde haar moeder haar dat de ouderling dood was. “‘Mooi, ik zal de aarde goed aanstampen’, heb ik toen geantwoord. ‘Oh, jij dus ook’, zei ze doodleuk. Ze vertelde dat hij meer dan vijftig kinderen seksueel misbruikt had, onder wie ook zijn eigen kinderen, kleinkinderen en mijn zus. Het voelde als een klap in mijn gezicht. Mijn moeder had dus al die tijd al onraad geroken, maar bracht mij tóch naar die man om er te logeren. Daar begreep ik niets van. Hoe kon ze zoiets doen? Ik ben het huis uit gevlucht en wilde niets meer met het geloof te maken hebben. Dan maar alles kwijt. Voor mij was de maat vol. Overstuur ging ik naar een kennis. Die bood mij een kamer aan, zodat ik niet terug hoefde naar mijn ouders.”

    Nadat Wendy zich had losgemaakt van de Jehovah’s, sprak ze met niemand over haar jeugd. “Ik schaamde me. Jehovah’s staan bekend als ‘die mensen met die voet tussen de deur’. Ik wilde niet dat iemand zou weten dat ik daar ook ooit toe behoorde. Met weerzin keek ik op die tijd terug. Tegenover de buitenwereld verkondigden Jehovah’s vrede en liefde, maar ik wist dat er niets van waar was.”

    Na een half jaar zocht Wendy weer contact met haar ouders. “Dat deed ik vanuit een soort loyaliteit. Uiteindelijk bleven ze toch mijn ouders. Ik heb gezegd dat ze me niet moesten lastigvallen met hun geloof, dat we het nooit eens zouden worden, maar dat ik het toch wilde bijleggen. Daar stemden zij mee in. Mijn broer en zus dachten daar anders over. Zij hebben tot op de dag van vandaag elk contact met mijn ouders verbroken en zijn vertrokken toen zij meerderjarig waren.”

    Bron: Vriendin.nl >>

    #242198
    Luka
    Moderator

    Misbruik in het tehuis: ‘Als je je mond opendoet, kom je er nooit meer uit’

    “Ik zat vanaf vanaf 1989 in een tehuis omdat niemand me wilde. Er was een groepsleider die de meisjes probeerde te betasten, bijvoorbeeld mijn vriendinnetje. Hij had ook seks met haar, tegen haar zin. Ik heb toen gezegd dat ik daarover een briefje had geschreven en die zou geven aan een groepsleider die ik wél vertrouwde. Maar hij vond dat briefje en bedreigde me vervolgens: ‘als je je mond opendoet, kom je in een gesloten inrichting en kom je er nooit meer uit’.”

    Danni Leona zat van haar 12e tot haar 16e in een tehuis in Limburg. Ze werd er door jeugdzorg ‘gedumpt’ omdat haar ouders niet in staat waren voor haar te zorgen. Ze schreef een boek over haar ervaringen. Dat boek is gebruikt in het onderzoek van de Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg.

    De commissie presenteerde vandaag haar eindconclusies: driekwart van de kinderen die sinds 1945 in de jeugdzorg hebben gezeten, heeft daar te maken gehad met fysiek, seksueel of psychisch geweld of is er getuige van geweest. Het geweld werd gepleegd door leiders en pleegouders, maar ook door andere kinderen. Toezichthouders en de instellingen boden de kinderen te weinig bescherming.

    Weglopen
    Voor Leona zijn de bevindingen maar al te herkenbaar. Na de bedreiging door de groepsleider probeerde ze samen weg te lopen met haar vriendin, maar ze werden weer gepakt. “De groepsleider ging toen door met mij molesteren en bedreigen. Hij bleef dreigen met opsluiting, hij heeft alle groepsleiders ervan overtuigd dat ik niet goed snik was.”

    “Jeugdzorg heeft mij hierin nooit gehoord. Ze zeiden dat ik aandacht trok, dat ik jaloers was op de aandacht die mijn vriendinnetje kreeg van de groepsleider.”

    7 jaar seksueel misbruikt
    Ook de nu 79-jarige Wil Vissers heeft haar verhaal gedaan voor de onderzoekscommissie. Ze werd in 1943 na een bombardement in Den Haag samen met haar zes broertjes en zusjes door de Kinderbescherming in een tehuis geplaatst. Hun vader was ziek en opgenomen, hun moeder was tijdens het bombardement niet thuis en werd uit de ouderlijke macht ontzet.

    In het tehuis had Vissers het goed, maar in 1947 werd zij geplaatst bij een pleeggezin op het platteland in Noord-Brabant. “Dat was een hel, eerlijk gezegd. De vrouw was zo gefrustreerd, ze sloeg er op los. Dan ging ze door tot ze zelf buiten adem was. De heer des huizes bemoeide zich er nauwelijks mee. Intussen waren hun eigen kinderen de deur uit, en toen ben ik zeven jaar door hem seksueel misbruikt, van mijn 14e tot mijn 21e.”

    “Je kon nergens naartoe in die tijd, er was niks in dat gehucht. De voogdes van de Kinderbescherming kwam eens in de drie maanden. En die zei: ‘stil nou maar, en wees vooral dankbaar’. Toen ik op de lagere school zat sprak die voogdes überhaupt niet met mij.”

    Toen Vissers op haar 21e op zichzelf ging wonen, is ze haar ervaringen gaan opschrijven in dagboeken. Via de Kinderbescherming probeerde ze haar moeder te vinden, maar die wilde niet meewerken, zegt Vissers. Ze vond haar moeder ‘op eigen kracht’ toen ze 51 was. “Het verhaal van mijn tijd in de pleegzorg heeft haar nachtelijke huilbuien gekost.”

    Zelf heeft Vissers na haar jeugd altijd moeite gehad om zich te binden aan anderen, vertelt ze. “Het heeft invloed gehad op mijn huwelijk. Ik heb een dochter, die vindt het fijn dat ik het kenbaar heb gemaakt, maar ik heb ook het gevoel dat ik voor haar nooit de moeder heb kunnen zijn die ik had willen zijn.”

    Later zocht ze hulp van een psycholoog. Toen heeft ze net als Leona een boek geschreven en is ze meer over haar ervaringen gaan praten. Ook dit boek is gebruikt bij het onderzoek over geweld in de jeugdzorg. “Ik wilde met mijn boek proberen anderen over te halen om hun verhaal te vertellen, om er niet mee te blijven zitten.”

    Bron: NOS.NL >> + filmpje

20 berichten aan het bekijken - 61 tot 80 (van in totaal 99)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 15 ▪︎ leden online: 1
Lucy
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.070, berichten: 16.406, leden: 1.912