Kindermisbruik (algemeen)

  • Dit onderwerp bevat 107 reacties, 9 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 13/12/2023 om 23:00 door Moderator.
10 berichten aan het bekijken - 81 tot 90 (van in totaal 108)
  • Auteur
    Reacties
  • #245736
    Luka
    Moderator

      ‘Trauma’s laten in het lichaam diepe sporen na’
      Interview met Bessel van der Kolk in Augeo Magazine

      Praten met getraumatiseerde kinderen? ‘Ja, maar leer ze eerst hoe ze hun lichaam kunnen kalmeren’, zegt de Nederlands-Amerikaanse psychiater Bessel van der Kolk in een interview met Augeomagazine. Hij vindt het onbegrijpelijk dat aanraking, beweging en verbeeldingskracht uit de meeste therapieën zijn verbannen. ‘Het zijn precies die elementen die getraumatiseerde kinderen helpen om zich weer veilig te voelen.’

      Hij is al meer dan veertig jaar bezig met onderzoek naar trauma’s en wordt wereldwijd beschouwd als een van de belangrijkste experts op dat gebied. In het Trauma Centre in Brookline, Massachusetts, dat hij dertig jaar geleden oprichtte, ziet hij ook nog elke week patiënten. Volwassenen én kinderen. ‘Als een behandeling bij mijn patiënten onvoldoende werkt, ga ik verder zoeken. Ik heb altijd nieuwe dingen willen uitproberen.’

      Als jonge psychiater geloofde Bessel van der Kolk (73) in de werking van medicijnen. Maar al snel kwam hij erachter dat zijn patiënten daar meestal niet genoeg van opknapten. Ook het effect van praten bleek beperkt. Dus ging hij op zoek naar nieuwe methodes: EMDR (herbeleving van het trauma met behulp van afleidende stimulansen zoals handbewegingen), neurofeedback (het brein belonen als de hersengolven het gewenste patroon laten zien), mindfulness, yoga, bewegingstherapie, theater.

      In zijn boek ‘The body keeps the score’ – in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’ − doet hij verslag van zijn decennialange zoektocht. Na al die jaren weet hij dat er niet één beste manier is om getraumatiseerde kinderen en volwassenen te helpen. Zijn wetenschappelijke onderzoek en praktijkervaring hebben hem er wel van overtuigd dat trauma’s vooral in het lichaam diepe sporen nalaten. Daar ligt volgens hem ook de sleutel om kinderen met trauma’s te behandelen. ‘Leer ze eerst om zich weer veilig te voelen in hun lichaam.’

      U schrijft dat trauma’s de structuur en de bedrading van de hersenen kunnen veranderen. Kunt u dat uitleggen?
      ‘Uit hersenonderzoek weten we dat trauma’s kunnen leiden tot veranderingen in de hersenen. Als we schokkende gebeurtenissen meemaken of ons bedreigd voelen, zenden we instinctief signalen uit naar anderen om ons te hulp te schieten. Maar als niemand te hulp schiet of gevaar blijft dreigen, treden oudere hersengebieden in werking: de emotionele hersenen, die uit de zoogdierhersenen en de reptielenhersenen bestaan. Dan blokkeert het talige deel van het brein en schakelen we over op primitievere manieren van overleven: vechten, vluchten of verstijven. Stresshormonen zijn de motor van die reacties. Bij getraumatiseerde kinderen en volwassenen is de stressreactie chronisch geworden. Daardoor raakt het alarmsysteem in de hersenen verkeerd afgesteld.’

      Wat heeft dat voor effect op getraumatiseerde kinderen?
      ‘Zij kunnen geen onderscheid maken tussen reëel en denkbeeldig gevaar en leven dus in een staat van constante waakzaamheid. Ze zijn bijvoorbeeld hypergevoelig voor de kleinste aanwijzingen van boosheid en reageren heel sterk op agressie van leeftijdgenoten. Een van de moeilijkste dingen is dat ze dingen hebben meegemaakt waarover ze niet kunnen praten. Omdat ze geen woorden hebben voor wat hen is overkomen, leeft het trauma zich uit in hun lichaam. Hun emotionele hersenen geven steeds signalen af dat de wereld onveilig is.’

      Hoe merk je dat?
      Het verbale deel van hun hersenen is als het ware afgeknepen. In tegensteling tot het rationele brein, dat zich uit via gedachtes, drukken de emotionele hersenen zich uit in lichamelijke reacties. Je krijgt plotseling hevige buikpijn, wordt misselijk, of krijgt een paniekaanval. Het lijf van getraumatiseerde kinderen is net een pingpongbal, waarover ze geen controle hebben. Ze hebben vaak geen idee waar hun heftige emoties en de spanning die ze voelen vandaan komen. Vaak weten ze ook helemaal niet wat ze voelen. Op een heel elementair niveau is hun gevoel van veiligheid geschaad.’

      Is dat permanente gevoel van onveiligheid en gevaar nog wel te herstellen?
      Het brein is een plastisch orgaan, de hersenen kunnen veranderen door nieuwe ervaringen op te doen, zeker als je jong bent. Dat is hoopvol. Het belangrijkste is om eerst het evenwicht op het diepste niveau te herstellen: door het lichaam te kalmeren. In ons traumacentrum laten we kinderen op een trampoline springen, schommelen, en balanceren op een evenwichtsbalk. We raken ze voorzichtig aan of slaan een deken om hen heen. Wat je dan ziet is wonderbaarlijk. Ze raken vertrouwd met hun lichaam. En als hun lichaam kalmeert, gaat ook hun taalgebruik vooruit. Lichamelijk contact, het elementairste hulpmiddel om te troosten en te kalmeren, is uit de meeste therapieën verbannen. Terwijl juist dat enorm kan helpen om je weer veilig te voelen in je lichaam, om te ervaren dat het gevaar geweken is. Als dat gebeurt, en het stresssysteem van de emotionele hersenen kalmeert, kunnen andere delen van het brein ook weer gezonder functioneren.’

      Kunnen medicijnen ook helpen om traumaklachten van kinderen te verminderen?
      ‘Op dit moment slikken ongeveer een half miljoen kinderen in de Verenigde Staten antipsychotica. Die geneesmiddelen worden vaak gebruikt om mishandelde en verwaarloosde kinderen handelbaarder te maken. Daarover maak ik me grote zorgen. Met pillen kunnen ze zich beter beheersen en worden ze minder agressief. Maar die middelen belemmeren ook hun lust tot spelen en hun nieuwsgierigheid. Juist die drives hebben ze nodig om zich te ontwikkelen tot goed functionerende volwassenen.’

      En praten over traumatische ervaringen, helpt dat volgens u?
      ‘Ja en nee. Het is heel belangrijk om te weten wat je voelt. Veel therapeuten proberen met kinderen en jongeren te praten over de vreselijke dingen die hen zijn overkomen. Het is fijn als iemand je verhaal aanhoort, maar dat neemt doorgaans de inprenting van angst en onveiligheid niet weg. Die heeft zich vastgezet in niet-talige delen van het brein en uit zich via het lichaam. Daarom moet de aandacht vooral gericht zijn op wat er in het lichaam gebeurt. Weet je wat je voelt? En waardoor worden die nare gevoelens getriggerd? Voor getraumatiseerde kinderen is het heel moeilijk om dat te benoemen. Wat ze voelen is zo angstwekkend, dat ze liever proberen om niet te voelen.’

      Hoe kun je kinderen leren om die gevoelens te hanteren?
      Vechtsporten als karate en judo leren kinderen dat ze controle kunnen hebben over hun lijf en zichzelf kunnen verdedigen. Daar worden ze minder angstig van. Yoga, mindfulness en sensomotorische therapie (waarbij de zintuigen door allerlei spelletjes en beweging worden geactiveerd, DE) zijn andere manieren om in een veilige omgeving te voelen wat er gebeurt in hun lijf. Ook tekenen helpt kinderen om het verlammende effect van traumatische ervaringen tegen te gaan. Ik werkte met kinderen die de aanslag op de Twin Towers van dichtbij meemaakten. Ik vroeg ze om een tekening te maken van die dag. Er waren kinderen die alleen naargeestige beelden op papier kregen, van rook, vuur, pijn en doden. Maar er was ook een jongetje dat een trampoline onder de torens tekende, voor een zachte landing van de mensen die moesten springen. Zijn verbeelding had de vreselijke waarheid een andere draai gegeven. Kinderen die hun verbeelding op zo’n manier kunnen laten spreken, hebben minder last van traumatische gebeurtenissen.’

      Maar dat is dus niet elk kind gegeven.
      ‘Nee, maar je kunt kinderen wel leren zich op een veilige manier te uiten. In projecten die we op scholen doen, leren we leerkrachten om ervaringen van getraumatiseerde kinderen te benoemen. In plaats van driftbuien, dagdromen of agressief gedrag te bestraffen, moedigen we ze aan contact te maken. “Ik zie dat je van streek bent. Wil je misschien dit dekentje om je heen slaan, zodat je wat kalmer wordt? Wil je even bij mij op schoot zitten of zullen we samen heel diep ademhalen?” Als het kind gekalmeerd is, helpt de leerkracht om zijn gevoelens te beschrijven. “Wat maakte je zo verdrietig of boos?’ ‘Wat denk je dat er gebeurt als je na school thuiskomt?” Op die manier kunnen scholen functioneren als veilige eilandjes in een chaotische wereld. Beweging, spel, gymnastiek, samen muziek maken of zingen: ook dat helpt getraumatiseerde kinderen om uit hun vlucht- of vechtmodus te komen, positieve emoties te ervaren en op een plezierige manier met anderen om te gaan. Ik vind het onbegrijpelijk dat er steeds meer beknibbeld wordt op dat soort activiteiten.’

      Sommige vakgenoten vinden dat er te weinig wetenschappelijk bewijs is voor de nadruk die u legt op traumabehandeling via het lichaam.
      ‘Voor mij is het belangrijkste dat mijn patiënten opknappen. Ik was een van de eersten die vanaf het begin van deze eeuw onderzoek deed naar EMDR. Dat is nu een geaccepteerde traumabehandeling, maar was in die tijd nog zeer omstreden. Nu denken sommigen dat ik een yoga-fanaticus ben, omdat ik daar veel onderzoek naar heb gedaan. Maar ik zie yoga vooral als een techniek die andere deuren kan openen bij getraumatiseerde mensen. Net als theater. Daar heb ik me afgelopen jaren in verdiept. Ik vind het jammer dat daar nog zo weinig wetenschappelijk onderzoek naar wordt gedaan.’

      Hoe kwam u daarmee in aanraking?
      ‘Via mijn zoon. Die bracht de eerste twee jaar van de middelbare school grotendeels door in bed, ernstig vermoeid en opgezwollen door allergieën. Mijn vrouw en ik waren wanhopig op zoek naar iets dat hem kon helpen. Gesprekstherapie haalde weinig uit, maar toen hij ging meespelen in een theatergroep, zagen we hem opknappen. Hij ervoer hoe het is om iemand anders te zijn en een bijdrage te leveren aan een groep. Dat gaf hem een gevoel van controle, bekwaamheid en eigenwaarde. Zo raakte ik geïnteresseerd in het therapeutische potentieel van theater.

      Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat theater getraumatiseerde jongeren een unieke manier biedt om toegang te krijgen tot hun emoties en lichamelijke gewaarwordingen. Ze leren verschillende rollen aan te nemen en te zoeken naar manieren om diepe emoties over te brengen aan het publiek. Liefde en haat, agressie en overgave, loyaliteit en verraad: dat is waar het bij zowel trauma’s als theater om draait. Spelenderwijs verkennen en onderzoeken jongeren zo hun eigen ervaringen, zonder het woord trauma ooit uit te spreken.’

      Bron: Rinogroep >>

      #245737
      Luka
      Moderator

        Geheimen doorbreken
        Kindermishandeling is omgeven door geheimen. Zowel ouders als kinderen praten er meestal niet uit zichzelf over en doen hun best om wat er thuis gebeurt voor de buitenwereld te verbergen. Dat maakt het voor professionals lastig om kindermishandeling te herkennen en bespreekbaar te maken. In dit nummer: zo herken je geheimen en maak je ze bespreekbaar.

        Inhoud

        • Wat thuis gebeurt is geheim
        • Waarom kinderen geheimen hebben
        • Praten over wat thuis misgaat, is voor ouders moeilijk
        • Zal ik wel of niet vertellen over wat thuis gebeurt?
        • Interview ‘Informatie over een gezin delen mag vaker dan je denkt’
        • Brief aan… ‘Over het misbruik durfde ik u niet te vertellen’
        • Als een kind om geheimhouding vraagt
        • BN’er aan het woord ‘Op mijn 50e vertelde ik voor het eerst dat ik mishandeld was’

        Bron: Augeo magazine >>

        #246377
        Luka
        Moderator

          ‘Ik dacht dat ik geboren was om misbruikt te worden’
          Het verhaal van een kinderpornoslachtoffer

          “Er woonde een meisje bij ons aan de overkant van de straat. Ik speelde graag met haar. Op een gegeven moment riep haar moeder ons: ‘wie het eerst hier is, krijgt een snoepje!’. Ik was als eerste dus ik kreeg een snoepje. Het buurmeisje mocht vast de kelder in en ik kreeg een prinsessenjurk aan. Beneden in de kelder was de vader van het meisje en nog een man, ze stonden achter de camera. We mochten op bed gaan springen. De prinsessenjurk mocht niet vies worden, dus die moest uit. De rest van de kleren op een gegeven moment ook..”

          Zo begint het verhaal van Vicky Bergman (48). Ze is drie jaar als ze voor het eerst met seksueel misbruik te maken krijgt. Ze snapt niet wat er aan de hand is, maar de gebeurtenis zal haar leven veranderen, ervoor zorgen dat ze vaker misbruikt zal worden en haar met een schuldgevoel opzadelen. Zij wilde dat snoepje toch? En het gebeurde afsluiten is moeilijk, want waar zijn de foto’s en videobeelden die toen van haar gemaakt zijn? Wie heeft haar allemaal gezien? Circuleren die beelden nog steeds? “Daar denk ik altijd nog aan,” aldus Vicky.

          Nationale dreiging
          In het Nationaal Dreigingsbeeld dat in mei 2017 verscheen sloeg de politie alarm over de explosieve toename van kinderporno. In het Nationaal Dreigingsbeeld dat elke vier jaar verschijnt, beschrijft de politie elke vier jaar de dreigingen op het gebied van georganiseerde criminaliteit. De politie verwacht dit jaar 20 000 meldingen van kinderporno met een Nederlandse link. Vorig jaar waren er nog 12 000 meldingen en werden er 200 kinderen in Nederland gered uit de handen van misbruikers. Over wat dat misbruik, en met name het feit dat het misbruik ook op foto en film is vastgelegd, op de lange termijn met slachtoffers doet is nog weinig bekend. Het Canadian Centre for Child Protection deed dit jaar voor het eerst grootschalig internationaal onderzoek onder slachtoffers van kinderporno. EenVandaag brengt de uitkomsten daarvan als eerste.

          Iva Bicanic is klinisch psycholoog en hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Ze vindt het onbegrijpelijk dat er nog maar zo weinig onderzoek is gedaan naar de gevolgen voor de slachtoffers van kinderporno. “Er is ontzettend veel onderzoek gedaan naar de gevolgen van seksueel misbruik. Maar de onderzoeken die zich specifiek concentreren op de gevolgen voor het slachtoffer als er foto’s of video’s worden gemaakt van het misbruik zijn op één hand te tellen. Er is één Duits onderzoek, daarvan weten we dat de effecten van het misbruik groter zijn als er ook foto’s en filmpjes zijn gemaakt. Dat is omdat het slachtoffer achtervolgd wordt door de blijvende beschikbaarheid van het beeldmateriaal.”

          De buurman
          Vicky wandelt nu veel met haar hond Abby. Een voormalige zwerfhond uit Portugal waar ze een bijzondere band mee heeft. “Soms als ik psychotisch word, dan voelt ze het aan en helpt ze om in het hier en nu te komen. Dan zak ik niet te ver weg in het verleden.” Het misbruik beperkte zich namelijk niet tot het incident op haar derde.

          Een aantal jaren later verhuisde Vicky met haar ouders naar een andere stad. Een straat verderop woonde een man die zich ook aan Vicky vergreep. “Hij gaf mij aandacht. Mijn vader was weg, mijn moeder had geen tijd voor mij. Toen ik acht was achtervolgde hij mij. Hij nam me mee de bosjes in. Ik wist nog niet dat het zo heette, maar hij kwam dus klaar. Ik rende naar huis en zei tegen mijn moeder: de buurman heeft op me geplast. Mijn moeder zei dat ik een vies kind was en niet zo moest zeuren.”

          Vicky heeft zich altijd schuldig gevoeld, maar ze bleef ook naar de buurman gaan.

          Revictimisatie
          Dat slachtoffers van seksueel misbruik later nog eens misbruikt worden komt volgens Bicanic heel vaak voor. “Het is echt heel treurig, maar de meest robuuste risicofactor om misbruikt te worden is: eerder misbruikt zijn. Er zijn verschillende hypotheses die dit verband proberen te verklaren. Precies weten we het nog niet. Maar dat er een verband is, dat staat als een huis.”

          Bicanic denkt zelf dat het te maken heeft met de problemen die kinderen krijgen na het eerste misbruik: “kinderen worden bijvoorbeeld hyperalert of juist emotioneel verdoofd waardoor ze niet adequaat reageren op prikkels uit hun omgeving en opnieuw misbruikt kunnen worden. Er zijn zelfs kinderen waar het misbruik keer op keer bij plaats blijft vinden. ‘revictimisatie’ noemen we dat. Dan ga je geloven dat mensen dat steeds maar met jou doen.”

          Hetzelfde gebeurde bij Vicky. Het misbruik door de buurman duurde tot haar twaalfde, tot ze ontdekte dat ze ook ‘nee’ mocht zeggen en dat ook deed. Maar ook daarna hebben zich nog incidenten voorgedaan. “Ik heb altijd gedacht dat ik geboren ben om misbruikt te worden. En dat het mijn eigen schuld was. Dat ik er niet had moeten zijn.”

          Dreigementen
          Slachtoffers denken dus vaak dat het hun eigen schuld is. En daarnaast houden ze zich stil, omdat de dader hen vaak bedreigd. Over angst van slachtoffers voor de dreigementen van de dader is minder bekend in de literatuur. Daarom vroeg Iva Bicanic op Twitter aan mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt welke woorden de dader gebruikte om er voor te zorgen dat de feiten het daglicht niet zouden bereiken. Het resultaat is een duizelingwekkend lange lijst met uitspraken van het type: “Als je het vertelt, dan…..! Lees het artikel hier.

          Camera’s
          Op haar dertigste komt Vicky in een blijf-van-mijn-lijfhuis terecht. Ze deed aangifte tegen de buurman maar de zaak was inmiddels verjaard. Tot op de dag van vandaag heeft ze therapie om met de gevolgen van het misbruik te kunnen leven. “Ik heb chronische PTSS, paniekaanvallen, ik ben psychotisch, ik durf ’s avonds niet naar buiten,” zo somt ze de gevolgen van het misbruik op.

          Ook het interview dat Vicky voor onze camera gaf was moeilijk voor haar, omdat er ook camera’s aanwezig zijn in haar jongste traumatische herinnering.

          Taboe doorbreken
          Inmiddels wil Vicky het negatieve van haar misbruikverleden omzetten in iets positiefs. Ze schreef haar levensverhaal eerder op onder de pseudoniem Lana B en ze leid een gespreksgroep van slachtoffers van seksueel misbruik bij Project Speak Now. Nu vertelt ze haar verhaal voor het eerst onder haar eigen naam. Ze wil met haar verhaal naar buiten omdat ze ziet dat misbruik een repeterend effect heeft. Slachtoffers van seksueel misbruik, misbruiken soms op hun beurt weer andere kinderen.

          Vicky wil dat het taboe om erover te praten, zoals zij dat als kind ervoer, doorbroken wordt. “Als slachtoffer heb je twee keuzes: slachtoffer blijven of dader worden. Vaak zijn daders eerder slachtoffer geweest. Dus wij creëren daders als wij niet zorgen dat kinderen erover gaan praten. Ik vind dat er op school les gegeven moet worden over misbruik, dat het je kan gebeuren. En er moet een persoon zijn op elke school waar kinderen anoniem hun verhaal bij kunnen doen,” aldus Vicky.

          Psycholoog Bicanic is pessimistisch over het voorkomen van seksueel misbruik. “Het is heel goed als ouders van jongs af aan al praten met hun kinderen over seksualiteit. Er moeten woorden aan gegeven worden. Veel kinderen die misbruikt worden voor kinderporno worden op zo’n jonge leeftijd misbruikt dat ze er nog geen woorden voor hebben. Maar ook in gezinnen waar veel warmte en cohesie is, en openheid om over dit soort thema’s te praten kunnen kinderen misbruikt worden. Seksueel misbruik voorkomen is een illusie. Er is wereldwijd nog geen aanpak gevonden waarmee we de cijfers van seksueel geweld structureel naar beneden kunnen brengen.”

          Bron + filmpjes: 1vandaag >>

          #246561
          Luka
          Moderator

            Mariëtte werd op haar 13de verkracht door haar gynaecoloog: ‘Hij zei: Zo, nu ben je geen maagd meer’

            Schrijver, die sinds elf jaar in Amersfoort woont, groeide in de jaren 60 op in Raalte, een dorp in Overijssel. Als ontluikende puber had ze last van ernstige menstruatieklachten. De huisarts verwees haar door naar een gynaecoloog in het Deventer Ziekenhuis. Daar werd ze behandeld door een jonge dokter, die haar seksueel misbruikte. ,,Hij zei dat hij een inwendig onderzoek ging uitvoeren. Ik moest alles uittrekken, ook mijn bovenkleding. Dat voelde al meteen niet prettig, maar ik was 13 en naïef. Ik moest op een bed gaan liggen, met mijn benen uit elkaar in stijgbeugels.’’

            ,,Toen zei de dokter dat het even pijn zou doen. Hij knoopte zijn broek naar beneden en deed zijn hele handel naar binnen. Ik lag daar als een plank en was helemaal verstijfd. Ik hield mijn ogen stijf dicht omdat het zo’n zeer deed. Hij betastte ook mijn borsten. Er leek geen einde aan te komen. Nadat hij klaar was, zei hij: ‘Zo, nu ben je geen maagd meer.’ Toen ik mocht vertrekken, ben ik zo’n beetje het ziekenhuis uitgehold. Onderweg naar huis dacht ik alleen maar: ‘Als ik maar niet zwanger word’. Ik schaamde me dood.’’’

            Lees het hele artikel op het AD >>

            #246625
            Mark
            Moderator

              Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2017-2018

              ‘Mijn kind-zijn, mijn onschuld, mijn vrijheid, mijn plezier, het kunnen genieten, vertrouwen en een gezond normaal functionerend mens zijn, is me door jou ontnomen.’ Dit schrijft Johan aan de begelei- der op voetbalkamp die hem op zijn elfde misbruikte. Hij is een van de mannen die Fiet van Beek inter- viewde voor het boek ‘Het is niet stoer’, over mannen die slachtoffer zijn van kindermishandeling of seksueel misbruik. Het eerste exemplaar van het boek mocht ik in ontvangst nemen en met een aantal van deze mannen had ik een indrukwekkend gesprek. Johan is inmiddels 57 en vertelde mij dat hij zich vaak afvraagt hoe zijn leven was gelopen als hem dit niet als 11-jarige was overkomen. Beter, denkt hij zelf. Hij worstelt, door die ervaring, zijn hele leven al met zichzelf. Het verhaal van Johan maakte des te meer indruk omdat hij mijn generatiegenoot is. Het misbruik ligt ver, tientallen jaren, achter hem. En toch zag ik de emotie in zijn ogen toen hij erover vertelde. Het laat zien dat de gevolgen van seksueel misbruik langdurig en ontwrichtend kunnen zijn voor slachtoffers.

              Het zijn verhalen zoals die van Johan die laten zien dat er grote urgentie is om vast te stellen wat de mechanismen zijn achter seksueel geweld tegen kinderen. En waar onze maatschappij gebreken ver- toont waardoor kinderen slachtoffer worden. Het is onze plicht om die mechanismen te ontmantelen en gebreken op te sporen. Om ervoor te zorgen dat ieder kind de kans krijgt om iets van zijn of haar le- ven te maken.

              In deze slachtoffermonitor tekenen we op wat de aard en omvang is van seksueel geweld tegen kinderen in Nederland. We komen erachter dat dit nog heel moeilijk in kaart te brengen is. Toch past het ons om grote vragen te stellen. Hoe vaak komt het voor? Welke kinderen worden slachtoffer? Worden zij ade- quaat geholpen? Hoe ziet de aanpak eruit? Is de aanpak effectief? En uiteindelijk: zijn we als samenle- ving in staat om seksueel geweld tegen kinderen in al zijn facetten te voorkomen, te signaleren en te bestrijden? Deze vragen moeten we blijven stellen, ook als er nog geen antwoord op is. En naar de antwoorden moeten we blijven zoeken.

              Want Johan is niet alleen. Op zo veel verschillende manieren maken zo veel kinderen seksueel geweld mee. Hun verhalen vertellen en doorvertellen is nodig om ervan te kunnen leren. Daarom heb ik in dit rapport ook de verhalen opgenomen van vijf kinderen die na seksueel misbruik met hulpverlening te maken kregen. Het zijn er slechts vijf, maar zij staan voor velen. Het gaat alleen al om naar schatting ruim 20.000 kinderen tussen de twaalf en zestien die jaarlijks ernstig seksueel geweld meemaken, als we online seksueel grensoverschrijdend gedrag niet meetellen. En dan te bedenken dat ieder kind te- genwoordig online is. Deze kinderen moeten worden beschermd. Die bescherming is onze taak, als overheid en samenleving.

              Ik wil de medewerkers van mijn bureau bedanken voor al hun werk in de totstandkoming van dit rapport. Tot slot wil ik mijn bewondering uitspreken voor de professionals die zich elke dag bezighouden met het voorkomen en bestrijden van seksueel geweld tegen kinderen. Ik hoop met dit rapport te kun- nen bijdragen aan verdere verbetering van de aanpak van die problematiek.

              Herman Bolhaar
              Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen

              Naar de slachtoffermonitor >>

              Naar de factsheet >>

              #248155
              Luka
              Moderator

                Stil leed: misbruik van kinderen blijft meestal verborgen voor hun omgeving


                Niemand weet precies hoeveel kinderen en tieners in Nederland slachtoffer worden van seksueel geweld. Wat wel zeker is: het merendeel krijgt geen hulp, in West-Brabant net zo min als elders in het land. Niet omdat hulpverlenende instanties tekortschieten, maar omdat de meeste gevallen volwassenen nooit ter ore komen.

                De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen brengt met regelmaat rapportages uit die een beeld schetsen van seksueel geweld tegen minderjarigen. Eind 2019 kwam weer zo’n rapport uit. Iets dat daarin opvalt, is hoeveel onderzoekers en hulpverleners níet weten. Want de meeste slachtoffers zwijgen – in elk geval tegen volwassenen.

                Ongeveer een derde van de minderjarige slachtoffers vertelt helemaal niemand wat er gebeurd is. Ouders horen volgens onderzoek maar in een vijfde tot een kwart van de gevallen over seksueel misbruik van hun kinderen; politie, artsen en/of leraren horen in minder dan 10 procent van de gevallen wat er gebeurt of gebeurd is. Het merendeel van de gevallen komt volwassenen dus niet – of pas veel later – ter ore.

                Leeftijdsgenoten
                Van de kinderen en tieners die wél iemand in vertrouwen nemen, kiest het merendeel voor een leeftijdsgenoot. ,,En er bestaat nog geen onderzoek naar wat minderjarigen eigenlijk doen, als een vriend of vriendin zoiets vertelt.”

                Aan het woord is Femke Eisma van het bureau van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. ,,Slachtoffers geven in onderzoek aan dat ze meestal leeftijdsgenoten in vertrouwen nemen. Maar wat die daarmee doen, daar hebben we dus geen zicht op.”

                Dat ik het tegen haar moeder of de politie zou kunnen zeggen, kwam niet eens in me op

                Het komt een Oosterhoutse (36), die anoniem wil blijven, bekend voor. ,,In de brugklas vertelde een vriendin dat een oudere neef regelmatig aan haar zat. Ik heb haar getroost en volgens mij ook duidelijk gezegd dat het niet deugde. Maar dat ik het tegen haar moeder of de politie kon zeggen, kwam niet eens in me op.”

                Andersom gebeurde hetzelfde, toen deze Oosterhoutse op haar 14de ook zelf slachtoffer werd van een handtastelijk familielid. Zij nam eveneens een vriendin in vertrouwen; die vertelde het óók niet aan volwassenen. ,,Dat was vanzelfsprekend. Ik heb het uiteindelijk pas 18 jaar later aan familie verteld. Ik had lang het gevoel dat ik iets verkeerd had gedaan, beter mijn mond kon houden. Ik wist zeker dat mensen boos op míj zouden worden.”

                Ik had lang het gevoel dat ik zelf iets verkeerd had gedaan en beter mijn mond kon houden

                Dat gevoel ziet Lotte Huijben van Veilig Thuis West-Brabant vaker. Zij is bij die organisatie procesregisseur seksueel geweld. Als seksueel misbruik – of signalen daarvan – naar buiten komen, kijkt zij mee wat voor onderzoek en zorg nodig zijn.

                Is sprake van een duidelijke ‘onthulling’, dan hebben de instanties voldoende instrumenten om te zorgen dat misbruik stopt en er hulp komt. Maar in de meeste gevallen kómt die onthulling er dus niet. Huijben: ,,Daar is daarom het meeste te winnen: zorgen dat kinderen weten wat wel en niet hoort als het gaat om aanraken, en dat ze zich veilig genoeg voelen om hun verhaal te delen.”

                Angst en schaamte
                Seksueel misbruik gebeurt meestal door bekenden. De meeste kinderen vertellen uit zichzelf niets omdat ze zich schamen, zich schuldig voelen en bang zijn wat er gebeurt als ze het vertellen. Zullen mensen ze wel geloven? Hoe reageren ze? Wordt mama verdrietig, gaat de pleger de gevangenis in?

                Volwassenen kunnen kinderen wel helpen om ondanks angst en schaamte over seksueel geweld te vertellen. Lastig blijft het. Maar je kunt zorgen dat het iets makkelijker wordt, door van jongs af aan aandacht te besteden aan seksualiteit.

                Benoem welke lichaamsde­len je hebt, zodat ook jonge kinderen er al woorden voor hebben als er iets gebeurt

                Lotte Huijben, Veilig Thuis West-Brabant

                ,,Door te benoemen welke lichaamsdelen je hebt, zodat ook jonge kinderen er woorden voor hebben als iets gebeurt. Door uit te leggen welke lichaamsdelen anderen niet zomaar mogen aanraken.” Je kunt misbruik zo niet voorkomen, zegt Huijben, maar kinderen wel helpen er eerder over te vertellen.

                Net zo belangrijk is het om te zorgen dat kinderen zich gehoord voelen. Probeer er dus op te letten dat je echt luistert als een kind dingen vertelt – ook naar kleine dingen. Zo bouwen ze het vertrouwen op dat je er ook zult zijn als ze iets groots willen delen.

                ,,We weten dat kinderen die wél de stap zetten om een volwassene over seksueel geweld te vertellen, dat pas doen als ze het vertrouwen hebben dat diegene ze zal geloven, zal luisteren.” Het helpt als kinderen die zekerheid in een stabiele gezinssituatie voelen, zegt Huijben, maar het is geen vereiste. ,,Als jij de voetbaltrainer bent die een kind elke week ziet, kun je een jongetje óók het vertrouwen geven dat ie met alles bij je terecht kan.”

                Onzichtbaar
                En om meer kinderen in deze situatie te kunnen helpen, moeten we het echt vooral van hun eigen verhalen hebben, zeggen zowel Eisma als Huijben. Want uit het rapport van de Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen blijkt vrij helder: als een kind zelf niets vertelt, zijn er meestal ook geen volwassenen die de puntjes verbinden.

                Uit enquêtes onder professionals als leraren, hulpverleners en artsen blijkt dat zij veel minder vaak vermoedens van seksueel geweld tegen kinderen hebben, dan de werkelijke cijfers rechtvaardigen.

                Jaarlijks wordt 1,5 procent van de jongens tussen de 12 en 16 slachtoffer van ernstig seksueel geweld, en 2,5 procent van de meisjes in die groep: ongeveer 1 op de 50 kinderen dus. Maar professionals die met kinderen werken, melden in enquêtes zelf dat ze bij ongeveer één op de duizend kinderen (0,1 procent) seksueel misbruik vermoeden.

                ,,Er worden veel kinderen ‘gemist’, dat is duidelijk”, zegt Eisma. ,,Maar: het is dan ook ontzettend moeilijk om seksueel geweld te signaleren. Al was het maar omdat signalen die kunnen wijzen op misbruik, zoals buikpijn en slaapproblemen, ook passen bij andere problemen.”

                Hoge drempel
                Als volwassenen al iets opmerken, is er ook nog een hoge drempel om actie te ondernemen. Veilig Thuis in West-Brabant besteedt daarom bewust extra aandacht aan dit onderwerp in contacten met bijvoorbeeld scholen. Bijna elk jaar organiseert Veilig Thuis een symposium rond seksueel geweld; daarbij is altijd specifieke aandacht voor signalering.

                Advies vragen bij Veilig Thuis kan anoniem en hoeft niet altijd uit te monden in een melding. Huijben: ,,Wij kunnen ook meedenken om te bepalen hoe mensen meer helderheid kunnen krijgen over wat er speelt. Er zit een taboe op, ook bij professionals. Het is zo’n zwaar en beladen onderwerp; mensen hebben een bepaalde angst om schade aan te richten als het tóch niet zo is.”

                Maar: wat als het wel zo is?

                Blinde vlekken
                De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen zette in een recent rapport cijfers op een rij. Bijvoorbeeld dat elk jaar ongeveer 1,5 procent van de jongens en 2,5 procent van de meisjes tussen de 12 en 16 jaar te maken krijgt met fysiek seksueel geweld. De groep die te maken krijgt met verbale of online seksuele intimidatie is volgens de Rapporteur groter, maar is niet helder in beeld.

                Soortgelijk onderzoek naar kinderen onder de 12 ontbreekt. Tieners kun je anoniem naar deze ervaringen vragen, jonge kinderen niet. ,,Daar zit een blinde vlek”, zegt Femke Eisma van de Rapporteur.

                In ongeveer de helft van de gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen is de dader zelf ook minderjarig. Van de kinderen en tieners die iemand in vertrouwen nemen, vertelt het merendeel alleen tegen een leeftijdsgenoot wat er speelt.

                Veilig Thuis West-Brabant kreeg in 2018 218 meldingen van seksueel geweld. De grootste categorie betrof seksueel geweld tegen minderjarigen of personen met een verstandelijke beperking (88 meldingen, in 41 van die gevallen was de dader een familielid).

                Het Jeugdjournaal besteedde onlangs ook aandacht aan seksueel geweld tegen kinderen en tieners. Op deze webpagina van het Jeugdjournaal vind je onderaan een filmpje met uitleg en voorbeelden, die het gemakkelijker kunnen maken deze thema’s met kinderen en tieners te bespreken. Ook onderstaand filmpje biedt aanknopingspunten om een gesprek met jongeren aan te gaan.

                Bron: BN /de Stem >>

                #249723
                Luka
                Moderator

                  Nationaal Rapporteur spreekt in Tweede Kamer over seksueel geweld tegen kinderen
                  Nieuwsbericht | 12-3-2020

                  Het beschermen van slachtoffers van seksueel geweld tegen kinderen en het stoppen van daders vergt voortdurende alertheid en brede samenwerking. Dat benadrukte Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Herman Bolhaar in een technische briefing voor Kamerleden van de commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de Tweede Kamer.

                  Bolhaar lichtte toe wat de bevindingen zijn uit zijn meest recente slachtoffermonitors over seksueel geweld. Daarin constateerde hij dat in de aanpak van seksueel geweld veel goede initiatieven lopen, maar dat de samenhang daartussen ontbreekt op zowel landelijk, regionaal als lokaal niveau. Ook uitte hij zijn zorgen over de zorg die slachtoffers van seksueel geweld krijgen. Zo kwam hij tot de conclusie dat bijna de helft van de kinderen die hulp ontvangt na het meemaken van seksueel geweld, deze hulp residentieel krijgt, en dus uit huis wordt geplaatst. Ook bleek dat maar liefst 85 procent van alle meisjes in de gesloten opvang in Nederland daar zit mede naar aanleiding van het meemaken van seksueel geweld. Zelfs voor de meest kwetsbare kinderen is volgens Bolhaar niet altijd snel hulp beschikbaar: ‘In de Slachtoffermonitor die in 2019 verscheen kwam naar voren dat 15 procent van de kinderen die de rechter onder toezicht stelde wegens seksueel geweld, niet binnen zes maanden hulp kreeg. Dat voor deze kinderen niet snel de goede hulp wordt geboden is onaanvaardbaar.’

                  Samenwerking tussen bestuurslagen
                  De Kamerleden stelden de Nationaal Rapporteur vragen over waar hij kansen zag voor verbetering. Daarop gaf Bolhaar aan dat gemeenten, regio’s en de nationale overheid moeten samenwerken om zicht krijgen op de aard en omvang van de problematiek. Daar moeten gemeenten ook toe in staat gesteld worden. ‘Om ieder kind de juiste hulp te kunnen bieden is zowel kennis dichtbij het kind nodig, als zeer specialistische zorg op bovenregionaal of landelijk niveau en moeten we daar ook goed tussen kunnen schakelen.’

                  Spreektekst technische briefing commissie

                  Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2016

                  Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2017-2018

                  Bron: Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen

                   

                  #250668
                  Luka
                  Moderator

                    Deskundigen aan het woord: Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering
                    1 mei 2020

                    Ernstige en aanhoudende vroege traumatisering leidt tot kwetsbaarheid op volwassen leeftijd

                    Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering (VCT) kan tot in de late volwassenheid leiden tot diverse psychische, fysieke en maatschappelijke problemen met een hoge negatieve impact op persoonlijke levens, de directe omgeving en de maatschappij. De aard en ernst variëren met de leeftijd waarop de traumatisering begon, en hangen tevens af van de relatie met de agressor, de duur en ernst van de traumatisering en de emotionele en sociale ondersteuning uit de omgeving.

                    Grootschalige epidemiologische onderzoeken tonen aan dat in de jeugd chronisch getraumatiseerde volwassenen te maken hebben met een algemene psychische, somatische en maatschappelijke kwetsbaarheid. De traumatisering staat in lineaire relatie tot een complexiteit van vaak samenhangende psychische stoornissen, variërend van problemen met hechting, Complexe Posttraumatische Stressstoornis (CPTSS), dissociatieve stoornissen en angststoornissen tot alcohol- en drugsverslaving, depressie, eetstoornissen, somatisatiestoornissen, schizofrenie – of psychotische episoden – en persoonlijkheidsstoornissen.

                    Meer klachten
                    Er is tevens een aantoonbaar verband met een scala aan fysieke problemen, waaronder cardiovasculaire problemen, diabetes mellitus, longziekten, gynaecologische problemen, problemen aan het bewegingsapparaat en neurofysiologische problemen. Daarnaast hebben veel mensen die in de kinderjaren chronisch getraumatiseerd zijn geraakt maatschappelijke problemen, zoals een achterstand in opleiding en carrière, arbeidsuitval door ziekte en werkloosheid, en is er regelmatig sprake van sociaal isolement, dakloosheid, criminaliteit of herhaald (huiselijk) geweld.

                    Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering is dan ook een maatschappelijk probleem met ingrijpende, vaak levenslange gevolgen voor de getroffenen. Jaarlijks zijn volgens de laatste MPI Studie 118.000 kinderen en jongeren tussen 0 en 18 jaar slachtoffer (ruim drie procent van de Nederlandse bevolking).

                    Hoge maatschappelijke kosten
                    In de kinderjaren chronisch getraumatiseerde volwassenen maken meer gebruik van alle vormen van zorg: psychologen, psychiaters en andere hulpverleners zoals huisartsen, medisch specialisten, maatschappelijk werkers en fysiotherapeuten. De zorgconsumptie is ongeveer driemaal hoger dan gemiddeld. Er is hierbij geen verschil tussen mannen en vrouwen. Het zorggebruik blijkt hoger te zijn bij mensen bij wie er sprake is van meerdere vormen van traumatisering dan bij mensen die zijn blootgesteld aan een enkele vorm hiervan.

                    Multidisciplinair en fasegericht behandelen
                    Ernstig en aanhoudend vroeg getraumatiseerde ggz-cliënten hebben vanwege de veelal samenhangende psychische en fysieke klachten een multidisciplinaire fasegerichte behandeling nodig (Multidisciplinaire Integrale Traumabehandeling). Een integrale behandeling voor het geheel van reacties, klachten en symptomen waarbij zowel de aanhoudende traumatisering als de meervoudige psychische, somatische en maatschappelijke gevolgen een rol spelen. Hierbij zouden alle dimensies van het bestaan (psychische, lichamelijke, maatschappelijke, mentale en spirituele) in de behandeling moeten worden betrokken. Een dergelijke multidisciplinaire en integrale behandeling sluit aan bij een wereldwijde ontwikkeling waarbij reguliere en complementaire behandelingen, waarvan wetenschappelijk onderzoek de effectiviteit en veiligheid heeft aangetoond, gecombineerd worden.

                    Vanwege de complexe trauma-gerelateerde problematiek heeft de doelgroep meerdere jaren traumabehandeling nodig. Longitudinaal onderzoek van Amerikaanse collega’s onder een ernstig vroeg getraumatiseerde cliëntengroep met een steekproef onder 292 clinici en 280 cliënten wees uit dat de psychische problematiek na een eerste behandelfase fors afnam en sterker daalde naarmate de behandeling werd afgerond. De zorgkosten daalden navenant en in toenemende mate. De behandelingen zijn dus veelbelovend, maar een uitgebreide en langdurige aanpak is nodig om tot goede resultaten te komen.

                    Bron: GGZ.nl >> 

                    #250669
                    Luka
                    Moderator

                      VCT deel 2: Blijvende impact van jeugdtrauma’s op de gezondheid
                      22 mei 2020

                      De ACE Study: hoe jeugdtrauma’s iemands geestelijke en lichamelijke gezondheid blijvend kunnen beïnvloeden

                      Prof. Dr. Vincent Felitti, Onderzoeker ACE Studies (2010): ‘Adverce childhood experiences are the most basic and longlasting determinants of health riskbehaviors, mental ilness, social disfunction, disease, disability, death and health costs’.

                      Kwetsbaarheid na vroege traumatisering
                      Uit grootschalige epidemiologische onderzoeken blijkt dat volwassenen die in hun kinderjaren chronisch getraumatiseerd zijn een algemene psychische, somatische en maatschappelijke kwetsbaarheid hebben. De relatie tussen chronische traumatisering in de kinderjaren en gezondheids- en maatschappelijke problemen in de volwassenheid is het sterkst bij een combinatie van meerdere vormen van traumatisering. De aard en ernst varieert met de leeftijd waarop de traumatisering begon, de relatie met de agressor, de duur en ernst van de traumatisering en de emotionele en sociale ondersteuning uit de omgeving. De levensverwachting van mensen met jeugdtrauma’s blijkt zelfs twintig jaar korter te zijn ten opzichte van diegenen die opgroeien in een veilige omgeving.

                      De ‘Adverse Childhood Experience Study’ (ACE Study)
                      In de Adverse Childhood Experience Study (ACE Study), een retroperspectief cohortonderzoek (grootschalig internationaal onderzoek onder ruim 17.000 personen van middelbare leeftijd in de sociale middenklasse), onderzochten Felitti e.a. het opdoen van negatieve ervaringen in de kindertijd (ACE’s) en de relatie met psychische, lichamelijke en sociale problemen op volwassen leeftijd. Als negatieve ervaringen noemden zij herhaalde lichamelijke en/of emotionele mishandeling, seksueel misbruik en disfunctionerende gezinssituaties. Zij constateerden dat de kans op psychiatrische, somatische en sociale problematiek rechtstreeks verband houdt met het aantal negatieve ervaringen in de kindertijd – wat ze de ACE-score noemen. Bijna 40% van de 17.000 personen scoorde twee of meer negatieve jeugdervaringen, en ruim 12,5% (een op de acht) scoorde vier of meer negatieve jeugdervaringen.

                      Bron: GGZ.nl >>

                      #251917
                      Luka
                      Moderator

                        Seksueel misbruik, strafregels of plezier met de meiden: herinnering aan de kostschool


                        Ellen van Remmen haalt herinneringen op in Veldhoven (foto: Omroep Brabant).

                        Voor de één was de kostschool een ware hel, bij de ander roept het juist de mooiste herinneringen op. Het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) riep op om ervaringen te delen over de ruim honderd voormalige internaten in onze provincie. Het leverde ruim 2200 reacties en 800 foto’s op. We blikken terug met oud-leerlingen Conny en Ellen.

                        “Het was echt verschrikkelijk.” De 73-jarige Conny Smulders uit Berkel-Enschot heeft geen goed woord over voor haar tijd op twee kostscholen. “Het was zo’n rottijd, dat ik er nu nog last van heb.” Op haar achtste vertrok ze naar Sint-Jozefzorg in Berkel-Enschot. Van haar tiende tot en met dertiende woonde ze bij St. Joseph in Dongen. Op beide internaten hebben nonnen haar vernederd en seksueel misbruikt.

                        Zo kon ze een keer niet zo snel uit bed, nadat ze op haar stuitje was gevallen. “De nonnen trokken me uit bed en sloegen me. Ook moest ik heel de dag een bordje om mijn nek dragen met daarop de woorden ‘Ik ben een luilak’”, zegt ze, zichtbaar geëmotioneerd. Bovendien werd ze verschillende keren betast tijdens het douchen. “Ik gilde alles bij elkaar en vervolgens kreeg ik klappen.”

                        Zo heeft ze tal van voorbeelden. “Ik moest een keer duizend strafregels schrijven, omdat ik één keer mijn mond open deed in de slaapzaal.” Ook andere kinderen werden zwaar gestraft. Wanneer ze hun eten niet opaten, werd het er letterlijk ingestampt, totdat ze overgaven.


                        Conny (links) en haar zusjes in het internaat in Berkel-Enschot in 1957. (foto: BHIC)

                        Het gaat nu goed met haar, maar nog altijd merkt ze de gevolgen van haar jeugd. “Een relatie gaat altijd mis.” Ook heeft ze moeite met een bezoekje aan de huisarts. “Als ik me uit moet kleden bij een vrouw, dan krijg ik het Spaans benauwd.”

                        Conny heeft een excuusbrief gehad van het internaat en een schadevergoeding. Nog altijd vindt ze het belangrijk om haar verhaal te delen, zeker ook na de oproep van het BHIC. “Ik hoop dat mijn verhaal andere slachtoffers helpt om uit de school te klappen. Ik denk dat veel mensen het nog altijd niet durven te vertellen.”

                        Hoe anders is dat voor Ellen van Remmen (68) uit Veghel. “Ik heb hier echt de tijd van mijn leven gehad.” Met twinkelende oogjes, loopt ze door het voormalige meisjesinternaat Koningshof in Veldhoven. Nu is het een hotel, maar veel details van vroeger zijn nog terug te zien.

                        Van 1963 tot 1968 woonde ze in het internaat. “Het was een grote logeerpartij, met al die meiden onder elkaar! Ik had een heel goede band met de zusters”, herinnert ze zich. “Het was een heerlijke tijd! Soms zou ik willen dat ik nog terug kon.”

                        In de jaren ’50 stuurden ouders hun kinderen massaal naar een internaat. Veel Brabantse 55-plussers hebben dan ook op een kostschool gezeten. In heel onze provincie waren ruim honderd katholieke internaten, die voor meisjes en jongens vaak strikt gescheiden waren.

                        Sinds vorig jaar heeft het BHIC de internaten in onze provincie online in kaart gebracht met foto’s en verhalen. Op een interactieve kaart zijn alle verhalen en foto’s terug te vinden.

                        Bron: Omroep Brabant >>

                      10 berichten aan het bekijken - 81 tot 90 (van in totaal 108)
                      • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
                      gasten online: 14 ▪︎ leden online: 0
                      No users are currently active
                      FORUM STATISTIEKEN
                      topics: 3.760, reacties: 21.126, leden: 2.799