Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

  • Dit onderwerp bevat 95 reacties, 6 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 12/05/2021 om 08:17 door Mark.
21 berichten aan het bekijken - 76 tot 96 (van in totaal 96)
  • Auteur
    Berichten
  • #242212
    Luka
    Moderator

    Hoe het schrijven van brieven kan bijdragen aan je mentale gezondheid

    Steeds meer mensen beseffen dat het opschrijven van je gedachtes op papier kan helpen om ze beter te begrijpen.”Het dwingt ons om na te denken over de nuances en logica van onze gedachten en emoties.”

    Toen Diana Chao dertien jaar oud was werd er een bipolaire stoornis bij haar vastgesteld. Ze groeide op net buiten Los Angeles, als Amerikaanse met Chinese ouders. Binnen haar gemeenschap rustte toentertijd veel stigma op mentale gezondheidsproblemen. Haar familie had niet veel ervaring met de Amerikaanse gezondheidszorg, en dat maakte dat haar diagnose voor vervreemding zorgde. Ze wilde niemand met haar problemen opzadelen, dus keerde ze in zichzelf en begon ze met het schrijven van brieven. “Brieven schrijven aan niemand in het bijzonder, en daarom eigenlijk aan iedereen, werd mijn enige manier om tot rust te komen. Door te schrijven ontdekte ik mijn eigen stem; het werd een manier om kracht op te bouwen, stilletjes maar gestaag,” vertelt de twintigjarige Princeton-student, die zich inmiddels ontpopt heeft tot een voorvechter van mentale gezondheid.

    Haar geloof in de kracht van brieven schrijven groeide zo sterk dat ze in 2013 de organisatie Letters To Strangers oprichtte, een non-profitorganisatie voor en door jongeren. Het idee was simpel: een eenmalige, anonieme briefwisseling onder leeftijdsgenoten. “50 procent van alle levenslange gevallen van psychische aandoeningen ontstaan rond het 14de levensjaar, en 75 procent rond het 24ste,” zegt ze. “Maar er was, en is, een groot gebrek aan plekken waar jongeren elkaar helpen met geestelijke gezondheidskwesties. Waar ze op een diepgaand niveau met elkaar kunnen praten, zonder de angst ervoor veroordeeld te worden, of dat er niet naar ze geluisterd zal worden door volwassenen.”

    Letters to Strangers moedigt jongeren aan om groepjes te vormen op scholen en universiteiten, om daar brieven aan elkaar te schrijven waarin ze hun kwetsbaarheden uitspreken of steun bieden. Vandaag de dag heeft de organisatie naar eigen zeggen de levens van zo’n 30.000 mensen beïnvloed, via briefwisselingen, educatie en het proberen te beïnvloeden van beleidsvorming. Wat misschien een geïsoleerde bezigheid leek te zijn – Diana die in haar eentje brieven aan niemand schrijft – past binnen een grotere trend.

    Mensen halen vaak de Amerikaanse sociaal psycholoog James W. Pennebaker aan als de pionier van schrijftherapie, dankzij zijn academische paper over dit onderwerp uit 1986. Met de hand schrijven wordt steeds meer gezien als bevorderlijk voor mentale gezondheid – zelfhulpboeken en internetartikelen prijzen vaak dagboeken bijhouden en lijstjes maken als effectieve middelen om depressie en angstgevoelens te verlichten. De voordelen van ouderwets brieven schrijven krijgen echter nog niet dezelfde mate van publiciteit, zeggen David Barton en Nigel Hall, die verantwoordelijk zijn voor het boek Letter Writing as a Social Practice: “Hoewel de inhoud van brieven altijd onder de loep genomen is, en bibliotheken uitpuilen van de verzamelingen van brieven van beroemde schrijvers, politici, ontdekkingsreizigers, enzovoort, wordt er maar weinig aandacht besteed aan de activiteit van het brieven schrijven zelf.” Dat is in de afgelopen twee decennia iets veranderd, maar het is nog steeds een veel minder besproken therapievorm dan andere vormen van schrijven.

    Barton en Hall betogen dat van alle soorten schrijven, brieven wellicht het meeste weg hebben van een echte menselijke connectie. “De brief kan een enorm scala aan menselijke interacties omvatten. In brieven kan je ervaringen navertellen, discussiëren, situaties beschrijven, verklaringen of instructies geven,” zeggen ze. Ik schrijf zelf al sinds mijn jeugd enthousiast brieven, omdat ik toen vaak voor langere tijd mijn moeder niet kon zien. In mijn ervaring is het inderdaad zo dat een brief gevoelens van intimiteit behoudt, terwijl deze in een sms of telefoongesprek verloren gaan. Iemands handschrift, het soort papier dat ze gebruiken, zelfs de ruimte die iemand tussen de woorden laat – het brengt allemaal zoveel meer over dan woorden op een scherm. Het heeft een bepaalde tastbaarheid, als een omhelzing of een kus.

    Diana wijst op hoe brieven een gesprek kunnen nabootsen, en de kracht die daarin ligt voor je mentale gezondheid. “Soms moeten we dingen met iemand anders bespreken om op het punt te komen waar we willen zijn – dat is waarom psychotherapie bestaat. In mijn ervaring is brieven schrijven, zelfs naar een wildvreemde, een versimpelde en meer flexibele versie van dezelfde aanpak. Het helpt om onze innerlijke, niet-lineaire dialoog tot een conversatie te maken, en dwingt ons om na te denken over de nuances en logica van onze gedachten en emoties.”

    De liefdadigheidsorganisatie Letters Against Depression werft ook vrijwilligers om brieven te schrijven aan mensen die lijden aan psychische problemen, maar vraagt de mensen die de brieven willen ontvangen eerst een paragraaf aan persoonlijke informatie in te leveren. Een vrijwilliger kan hen dan een brief schrijven gebaseerd op hun persoonlijke situatie. Het hele proces is erop ingesteld om langerdurende interacties tussen de deelnemers in gang te zetten. Robert Mason, de oprichter van de organisatie, vertelt dat het zeker moeilijker is om met biografische informatie te werken, ook vanuit het oogpunt belangrijke gegevens te willen beschermen. “Toch wilde ik manieren vinden waarop we gedeelde ervaringen kunnen gebruiken, om mensen duidelijk te maken dat ze niet alleen zijn. De impact van een generieke brief komt niet in de buurt van een eerlijke, oprechte brief die specifiek voor jou bedoeld is.” Letters Against Depression krijgt maandelijks tot 75 verzoeken voor brieven binnen, en sinds hun oprichting in 2014 hebben ze meer dan 11.000 brieven en kaarten verstuurd.

    Lees verder op de site van Vice >>

    #242760
    Luka
    Moderator

    Breken met je familie

    Seksueel misbruik leidt maar al te vaak tot een breuk binnen de familie. Voor buitenstaanders is het moeilijk te vatten, hoe het is om zonder je familie verder te moeten. Of als het beter is om afstand te hebben tot je familie, terwijl je tegelijk ook verlangt naar dat warme nest. Het nest dat je nooit gehad hebt.

    Heeft niemand dan iets gezien?
    Maar al te vaak denk je als kind dat je ouders of de rest van de familie wel weten wat er gebeurt. Zeker als het gaat om langdurig, herhaald seksueel misbruik, is het voor een kind niet te bevatten dat anderen daar niks van weten. Ook de volwassen overlever vindt het vaak heel moeilijk om te geloven dat niemand iets heeft gezien.

    Ongemakkelijke boodschap
    Wanneer het seksueel misbruik naar buiten gebracht wordt, vaak op latere leeftijd, is dat voor de familie een ongemakkelijke boodschap. Meestal volgt er een periode waarin ontkenning, vertwijfeling en schuldgevoelens de boventoon voeren. Dit is voor de overlever een hele lastige, want die heeft juist behoefte aan erkenning.

    Voor de familie is het nieuw
    Wanneer je de familie vertelt wat er is gebeurd, kunnen ze er niet meer omheen. Ze zullen iets moeten met deze ongemakkelijke boodschap. Helaas is de eerste neiging vaak ‘Het is niet waar’. Want als het niet waar is, hoeven ze er niets mee.

    Zwijgen doe je niet voor jezelf
    Wanneer je na de ontkenning van je familie weer ‘braaf’ meeloopt in het oude straatje, dan lijkt de orde der dingen hersteld. Alleen: jij bent nog verder beschadigd geraakt door de ontkenning. Soms denk je dat je beter je mond kunt houden, maar daarmee gaat het probleem alleen maar ondergronds. In feite is breken met je familie op zo’n moment een erkenning van hoe het is: zij zijn er niet voor jou.

    Wat laat jouw familie jou zien?
    Als jouw familie jouw verhaal niet erkent, wat is dan de boodschap die je krijgt van je familie? Zou je vrijwillig omgaan met andere mensen die je een leugenaar en erger noemen? Wat maakt dat je dit van je familie wel pikt?

    Valse loyaliteit
    Een kind is loyaal aan zijn of haar ouders, bijna per definitie. Er moet heel wat gebeuren voordat die loyaliteit gebroken wordt. Maar je bent geen kind meer. Jouw loyaliteit mag je geven aan mensen die jou respecteren. Die je geloven en erkenning geven.

    Valse verplichting
    Naast loyaliteit wil ‘plichtsgevoel’ nog wel eens de reden zijn om je familie dan maar te accepteren, ondanks dat ze jou niet respecteren en erkennen. Je ouders hebben je immers het leven geschonken? Maar als dat geschenk met weerhaakjes komt, is het dan wel een gift? Of meer een vergif?

    Ik zal altijd van je houden, maar ik verbreek het contact
    Wat mij heel erg heeft geholpen, is om de begrippen liefde en relatie te scheiden. Je kunt, onvoorwaardelijk, van iemand houden en op een zeker niveau zul je wellicht van je familie blijven houden. Maar dat betekent niet dat je jezelf niet mag beschermen door het contact te verbreken.

    Zij maken hun relatie met jou ook voorwaardelijk
    Wanneer je je afvraagt of je het recht hebt om voorwaarden te verbinden aan het al dan niet contact hebben met je familie, bedenk je dan het volgende: Door jouw verhaal niet te geloven en van jou te verwachten dat je je mond houdt, stellen zij ook voorwaarden aan jouw relatie met hen.

    En ja, dat doet pijn
    Wanneer je familie je niet erkent, doet dat pijn. Daar kun en hoef je niet omheen. Maar misschien is het beter om die pijn te voelen en daarvan te helen, zonder steeds weer datzelfde mes in diezelfde wonde om te draaien. Zonder dat je contact hebt met je familie. En van daaruit, met alle pijn die daarbij hoort, je leven verder op te bouwen.

    Bron: Helen van seksueel misbruik >>

    #243670
    Mark
    Moderator

    Jeannette werd verkracht op de camping
    Van slachtoffer naar therapeut…

    Jeannette Dijkstra (55) was nog maar een kind toen ze bruut werd verkracht tijdens de vakantie. Inmiddels begeleidt ze zelf slachtoffers van seksueel geweld. Daarbij maakt ze gebruik van een unieke methode. „Want er zijn veel te veel mensen met dit soort ervaringen. Reguliere therapie helpt niet voldoende. We moeten het kwaad met wortel en al uitroeien.”

    Lees dit premium artikel verder op telegraaf.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    Meer informatie over de praktijk van Jeanette Dijkstra >>

    #244167
    Luka
    Moderator

    Waarom mensen die huilen eigenlijk heel sterk zijn

    Waarschijnlijk sta je niet te springen om midden op straat (of waar dan ook) in tranen uit te barsten. Sterker nog, veel mensen zien huilen als een teken van zwakte en doen het liever helemaal niet. Maar wist je dat huilen juist heel goed voor je is?

    Er wordt al eeuwenlang onderzoek gedaan naar de positieve gezondheidseffecten van huilen, zowel fysiek als mentaal. Laten we voorop stellen dat de effecten niet op iedereen hetzelfde zijn; de sociale omgeving is van grote invloed. Een omgeving met mensen die steun bieden, zorgt voor meer gevoelens van opluchting, net als een situatie waarin de oorzaak van de huilbui al opgelost is. Mensen die snel schaamte voelen, ervaren ook minder opluchting als ze huilen, zeggen onderzoekers van de University of South Florida en de Universiteit van Tilburg. Bovendien ondervind je minder voordelen van huilen als je moeite hebt met het begrijpen van emoties, of als je depressief bent.

    Toch kan huilen voor de meeste mensen heel goed zijn. Het zorgt ervoor dat de spanning uit je lichaam verdwijnt, wat zou zorgen voor minder hoofdpijn en slapeloosheid. Ook wekken tranen natuurlijke opioïden en oxytocinen op, hormonen die kalmerend werken. Maar naast de fysieke voordelen, is huilen natuurlijk vooral mentaal heel voordelig. Deze goede eigenschappen heb je als je vaak huilt:

    Je durft je kwetsbaar op te stellen
    Kwetsbaarheid is de (hoofd)reden dat mensen het ongemakkelijk vinden om te huilen. Helaas leven we nog steeds in een maatschappij waarin kwetsbaarheid niet de norm is, en de vraag is of het dat snel zal worden. Toch is het heel goed om kwetsbaarheid te omarmen. Dr. Brené Brown, onderzoeker aan de Universiteit van Houston, schreef er zelfs een heel boek over: ‘The gifts of imperfection’, vertaald ‘De kracht van kwetsbaarheid’. Daarin schrijft ze onder andere dat kwetsbaarheid nodig is voor een liefdevol leven met diepe connecties met anderen. Huilen als je daar zin in hebt, toont bovendien ook aan dat je je er niets van aantrekt wat andere mensen denken, een eigenschap die voor veel mensen buiten handbereik ligt.

    Je kunt stress sneller loslaten
    Hoewel het opluchtende effect van een huilbui niet in elke situatie kan worden aangetoond (in het laboratorium schijn je zelfs verdrietiger te worden van huilen), ervaren veel mensen dat gevoel wel. Al in 1983 beweerde de American Psychological Association dat een meerderheid van de mensen zich opgelucht voelt na een huilbui die het gevolg was van een ruzie of van verdrietige gedachten. Huilen helpt om die emoties los te laten en daarna verder te gaan; je kunt het zelfs zien als een teken van je lichaam dat het dat nodig heeft. Laat die tranen dus lekker de vrije loop!

    Je bent niet bang voor je gevoelens
    Veel mensen zijn niet alleen bang om zich kwetsbaar op te stellen tegenover anderen, maar willen hun gevoelens ook naar zichzelf toe niet erkennen. Het is gemakkelijker om jezelf voor te houden dat het allemaal prima gaat, dan toe te geven dat het je eigenlijk iets te veel wordt. Maar ook al doen we het nog regelmatig, het is algemeen bekend dat het niet goed is om je emoties op te kroppen. Het onderdrukken van gevoelens verhoogt zelfs het risico om te overlijden aan hartziekten, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Rochester en de Harvard School of Public Health. Het getuigt dus van moed om je gevoelens niet te ontwijken, maar ze gewoon onder ogen te zien en er iets mee te doen.

    Bron: Bedrock >>

    #244699
    Luka
    Moderator

    SBS6 Feiten & Fabels: CGT bij angststoornissen werkt

    Cognitief gedragstherapeut Yvette van der Pas, onder meer bekend van het boek Duizend Angsten en het tv programma Fear Fighter, zegt dat het klopt dat meer dan 1 miljoen Nederlanders lijdt aan een angststoornis.

    En zij vertelt dat je met cognitieve gedragstherapie kunt herstellen. Zij laat presentatrice Aukje van Ginneken zien hoe de therapie werkt. Heb je last van paniekaanvallen als je naar een verjaardag moet of je collega’s toe moet spreken? Ben je bang voor spinnen, naalden, bloed, of ben je bang dat je een ziekte krijgt? Kijk dit filmpje om te zien en horen wat je eraan kunt doen.

    #244751
    Luka
    Moderator

    Yucelmethode

    De Yucelmethode houdt in dat de hulpvrager (een persoon, gezin of familie) met gekleurde blokken een kleurrijke, visuele weergave van de eigen levenssituatie bouwt. Hiermee wordt steeds de huidige én de gewenste situatie zichtbaar gemaakt.

    Inzichtgevend
    Met de Yucelmethode bouwt de hulpvrager letterlijk aan herstel. Aan de hand van blokken worden draaglast en draagkracht zichtbaar gemaakt. Al bouwend wordt inzicht gekregen in de eigen persoon en de eigen positie.

    Richting meer eigen regie
    De Yucelmethode werkt vanuit de eigen kracht, eigen kennis en eigen wensen van de hulpvrager. Deze methode nodigt uit om zelf weer de regie te voeren. In elk gesprek bespreekt de ondersteuner samen met de hulpvrager de inzichten die ontstaan.

    Deze eenvoudige manier van werken, maakt problemen en oplossingen tastbaar, zichtbaar en concreet. Wanneer taal niet toereikend is, kan deze methode een uitkomst zijn, omdat het een visuele en praktische benadering is.

    De opstelling toont:

    – De hulpvrager zelf (een horizontale balk);

    – Steunende factoren (T-vormige, gekleurde blokken, waar de horizontale balk op leunt);

    – Belastende factoren (rechthoekige, gekleurde blokken, op de horizontale balk).

    Verloop van de behandeling
    Het gaat steeds om het zichtbaar maken van de huidige situatie en de gewenste situatie van de hulpvrager. Hierdoor bouwt de hulpvrager een eigen verhaal op, dat steeds verandert. Dat leidt weer tot een nieuwe opstelling en nieuwe inzichten. Na elke sessie wordt er van de opstelling een foto gemaakt. Na een aantal vervolgafspraken is er een evaluatiegesprek. Wanneer er voldoende verbetering is opgetreden, wordt het traject afgesloten.

    Bron: Psychosenet.nl >>

    De Yucelmethode: het keerpunt voor Klazine

    yucelmethode.nl

    #245456
    Luka
    Moderator

    Vragen, emoties en lichamelijke reacties na een nare seksuele ervaring

    Als je een nare seksuele ervaring hebt meegemaakt, ga je mogelijk een heftige tijd tegemoet. Je krijgt waarschijnlijk te maken met veel verschillende emoties, gedachten en lichamelijke reacties. Het kan zijn dat je jezelf de schuld geeft van wat je hebt meegemaakt of dat je vragen hebt over hoe het kan dat je op een bepaalde manier hebt gereageerd tijdens het misbruik. Op deze pagina hopen we zoveel mogelijk van je vragen te beantwoorden. Heb je na het lezen van deze tekst nog vragen? Neem dan gerust contact op met het Centrum Seksueel Geweld via 0800-0188. Chatten met ons mag ook.

    Praten en hulp zoeken na een nare seksuele ervaring

    Praten over seksueel geweld
    Praten over wat jou is overkomen, is voor jou als slachtoffer waarschijnlijk lastig. Daarin ben je niet de enige. Veel slachtoffers zwijgen jarenlang over wat hen is overkomen of praten er zelfs helemaal nooit over. Voor je herstel is het belangrijk dat je hulp zoekt als je klachten hebt. Bij het Centrum Seksueel Geweld werken speciaal opgeleide professionals die jou hierin goed kunnen begeleiden.

    Zoek binnen 7 dagen hulp
    Als je een nare seksuele ervaring hebt meegemaakt wil je dat het liefst zo snel mogelijk vergeten. Je voelt je vies en in de war, verdrietig, bang of boos. Je schaamt je en geeft jezelf misschien wel de schuld van wat er is gebeurd. Het kan daarom heel lastig zijn om professionele hulp te zoeken. Toch willen we je vragen om binnen een week na het meemaken van seksueel geweld hulp te zoeken. Want binnen die tijd liggen er belangrijke mogelijkheden op medisch, psychologisch en forensisch vlak. Denk bijvoorbeeld aan het veiligstellen van DNA-sporen van de dader, het voorkomen van een zwangerschap en besmetting en het voorkomen van een posttraumatische stressstoornis. Het Centrum Seksueel Geweld is specialist in het bieden van deze hulp.

    Lichamelijke reactie tijdens het misbruik

    Freeze reactie tijdens het misbruik
    Zeventig procent van de slachtoffers verstijft of werkt mee tijdens seksueel misbruik. Dit wordt ook wel de freeze-reactie genoemd. Je lichaam bevriest, waardoor je niet meer in staat bent om iets te doen of te zeggen. Je voelt je als het ware verlamd. Dit is een automatische reactie van het lichaam waar je zelf geen controle op hebt. Het lichaam schiet in deze overlevingsmodus om jou te beschermen. Als je deze freeze-reactie hebt meegemaakt tijdens het misbruik, kan het zijn dat je achteraf boos op jezelf bent omdat je je niet hebt verzet. Het is daarom belangrijk om te weten dat je lijf bij extreme stress de controle van je overneemt en dat je er dus niets aan had kunnen doen.

    Seksuele opwinding tijdens het misbruik
    Veel slachtoffers merken een lichamelijke reactie bij zichzelf tijdens het misbruik. Jongens en mannen kunnen een erectie of een zaadlozing krijgen en meisjes en vrouwen kunnen een vochtige vagina krijgen. Dit is een automatische reactie van je lichaam om jou te beschermen. Je lichaam reageert automatisch op seksuele prikkels, ook wanneer die prikkels bedreigend zijn. Angst en stress doen alle bloedvaten in het lichaam verwijden, ook rondom het geslachtsdeel. Op die manier kan een erectie of vochtigheid ontstaan. Het krijgen van een lichamelijke respons zegt dus niets over opwinding of toestemming.

    Klachten na een nare seksuele ervaring

    Klachten die kunnen ontstaan na seksueel geweld
    Na het meemaken van een nare seksuele ervaring, kunnen er verschillende klachten ontstaan. Die klachten kunnen voor iedereen anders zijn. We noemen hieronder een aantal van de meest voorkomende klachten:

    Herbelevingen. Oftewel: de beelden van het misbruik blijven zich in je hoofd herhalen. Sommige slachtoffers hebben dit de hele dag, anderen vooral ’s avonds als ze gaan slapen, of in de vorm van nachtmerries. Het kan helpen om overdag te praten over wat je hebt meegemaakt. Ook kun je kort voor het slapen gaan jezelf afleiden met iets waardoor je niet aan de gebeurtenis hoeft te denken. Sommige slachtoffers denken dat ze gek worden van de herbelevingen. Maar het is een normale reactie. Als het goed is, worden de herbelevingen steeds minder.

    Vermijding. Je vermijdt gedachten, gevoelens en activiteiten die aan het misbruik doen denken. Dat is direct na het meemaken van seksueel geweld heel normaal. Als het goed is nemen vermijdingen na een tijdje af. Als dat niet zo is, probeer dan een verschil te maken tussen die dingen die je vermijdt omdat ze gevaarlijk kunnen zijn (bijvoorbeeld in je eentje naar een donker bos gaan) en de dingen die gevaarlijk ‘voelen’ (bijvoorbeeld naar buiten gaan). Probeer de dingen die gevaarlijk voelen toch te doen. Je brein leert zo dat de dingen waarvoor je bang bent, niet uitkomen. Het helpt ook om je normale leven zoveel mogelijk op te pakken, door naar school of werk te gaan.

    Waakzaamheid. Veel mensen hebben direct na een heftige gebeurtenis het gevoel dat ze continu moeten oppassen, omdat alles gevaarlijk is. Door de nare gebeurtenis blijft je lichaam meestal nog een tijdje in staat van opperste paraatheid. Dit zorgt ervoor dat je moeilijker in slaap valt, je minder goed kunt concentreren, sneller boos bent en eerder schrikt. Dit wordt vaak vanzelf minder. Het oppakken van je normale leven helpt ook.

    Negatief denken en sombere gevoelens. Je kunt last krijgen van een somber gevoel of negatieve gedachten. Over jezelf, anderen of de hele wereld. Je hebt het gevoel dat je niemand meer kunt vertrouwen. De sombere gevoelens kunnen ervoor zorgen dat je minder zin hebt om dingen te doen of minder met mensen gaat praten. Zoek daarom steun bij de mensen om je heen. Praat met mensen die jij vertrouwt, zodat zij je kunnen helpen om positief te blijven in een voor jou lastige situatie.

    Schuld- en schaamtegevoelens. Als slachtoffer van een nare seksuele ervaring kan het zijn dat jij jezelf de schuld geeft van wat er is gebeurd en/of dat je boos bent op jezelf omdat je vindt dat je niet genoeg hebt gedaan om de dader te stoppen. Daarin ben je niet de enige. Veel slachtoffers van een aanranding of verkrachting hebben die gevoelens. Het is belangrijk om verschil te maken tussen schuldig zijn en je schuldig voelen. Ook al voel je je schuldig, je bent het niet. Niemand mag jou zonder jouw toestemming aanraken.

    Twijfelen aan je seksuele geaardheid. Het meemaken van seksueel geweld kan voor veel verwarring bij jezelf zorgen. Als je als jongen of man bent misbruikt door een andere man, kun je bijvoorbeeld gaan twijfelen of je homoseksueel bent of niet, zeker als je tijdens het misbruik een erectie en/of een zaadlozing kreeg. Dat je lichaam reageerde met een erectie, zegt niets over opwinding of toestemming en ook niet over jouw seksuele geaardheid.

    Gevolgen van seksueel geweld op lange termijn

    Stressreacties na seksueel geweld
    Als je een nare seksuele ervaring hebt meegemaakt, dan krijg je waarschijnlijk direct na het misbruik stressreacties. Zoals: een verdoofd gevoel, slapeloosheid, angst en boosheid. Dit zijn heel normale reacties. Belangrijk om te weten is dat deze stressreacties in meestal na een tijdje minder worden. Zijn de stressreacties na vier weken nog niet minder geworden, dan is de kans groot dat je een posttraumatische stressstoornis hebt.

    Posttraumatische stressstoornis (PTSS) na seksueel geweld
    Een posttraumatische stressstoornis betekent dat het niet lukt om de nare gebeurtenis(sen) te verwerken. Je blijft eraan denken, terwijl je je best doet om er niet aan te denken. Je bent snel boos en denkt negatief over jezelf en anderen. Het is heel vervelend om een PTSS te hebben. Vaak gaat een PTSS samen met somberheid of een andere stoornis. Het is belangrijk om van die PTSS af te komen met een traumabehandeling. Ook omdat je met een PTSS een groter risico loopt om opnieuw slachtoffer te worden van seksueel geweld.

    Herinneringen die blijven terugkomen na seksueel geweld
    Ook als je professionele hulp hebt gehad om misbruik te verwerken, en ook als het misbruik lang geleden is gebeurd, kunnen de vervelende emoties terugkomen. Het kan zijn dat bepaalde gebeurtenissen in je leven het trauma weer oproepen. Bijvoorbeeld bij de start van een nieuwe relatie of het krijgen van kinderen. Ook kan het zijn dat je als volwassene pas begrijpt wat er in de kindertijd allemaal met je is gebeurd. Als je opnieuw klachten krijgt van het seksueel geweld dat jij hebt meegemaakt, dan mag je altijd het Centrum Seksueel Geweld bellen voor informatie en advies. Wij verwijzen je dan door naar de juiste hulp bij jou in de buurt.

    Reacties vanuit je omgeving na seksueel geweld

    Steun vanuit je omgeving na seksueel geweld
    Na het meemaken van een nare seksuele ervaring is het heel belangrijk dat je steun krijgt van de mensen om je heen. Mensen die je vertrouwt, met wie je kunt praten en er voor je zijn. Slachtoffers die steun krijgen van hun omgeving herstellen sneller dan slachtoffers die dat niet krijgen. Het Centrum Seksueel Geweld geeft een aantal tips die jij aan anderen kunt laten zien.

    Victim blaming na seksueel geweld
    Veel mensen die seksueel geweld hebben meegemaakt krijgen negatieve reacties uit de omgeving. Ze worden niet geloofd of worden als schuldige gezien. Voorbeelden hiervan zijn: ’Had je daar ook maar niet alleen naartoe moeten gaan’, ‘Had je maar niet dronken moeten worden’ of: ‘Had je maar niet zo’n kort rokje aan moeten trekken’. Het kan ook zijn dat anderen je vragen gaan stellen: ‘Waarom ben je niet gewoon weggegaan?’. ‘Waarom heb je je niet verzet?’. Ook dit soort vragen kunnen ervoor zorgen dat jij je schuldig voelt. We noemen deze reacties van je omgeving ‘victim blaming’: jij krijgt de schuld van wat er is gebeurd, terwijl je niet schuldig bent. Victim blaming kan negatieve gevolgen hebben voor jou als slachtoffer. Het kan ervoor zorgen dat jij je schuldig voelt en dat je je schaamt. En het kan een negatieve invloed hebben op hoe jij de nare gebeurtenis verwerkt.

    Bron: CSG.NL >>

    #247794
    Luka
    Moderator

    ‘Helen van seksueel misbruik is een hele klus’

    Ivonne Meeuwsen, hulpverlener en associate member van Movisie, weet dat ook mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt uiteindelijk kunnen helen. Ze is er zelf een voorbeeld van. Maar voor één ding heeft ze geen geduld: ‘Een cliënt “uitbehandeld” of therapieresistent verklaren, vind ik een vorm van victim blaming. Alsof het hun schuld is dat hun probleem niet aansluit bij jouw behandeling.’

    In haar boek Kostbaar As vertelt schrijver Theresia Stiller over het seksueel misbruik dat ze als kind meemaakte. Jaren later ontdekte zij tot haar ontsteltenis haar kinderen ook. Gezinnen waarin misbruik voorkomt, hebben soms een blinde vlek daarvoor. ‘Dan zie je niet dat je man of je vader met jouw eigen kinderen doet wat hij vroeger met jou deed’, vertelt Ivonne Meeuwsen, naast associate member ook auteur en opleider op het gebied van seksueel misbruik.

    Brok in je keel
    Het zijn verhalen waar veel mensen een brok van in hun keel krijgen en een steen op hun maag. Ook hulpverleners hebben zo’n traumareactie, weet Meeuwsen. ‘Het raakt je en je instinct zegt: ik wil het er niet over hebben. Om slachtoffers van seksueel misbruik te kunnen helpen moet je dit soort verhalen aan kunnen horen, en dat is niet iedereen gegeven.’

    Onbehandelbaar
    ‘Veel hulpverleners hebben de neiging om het weg te stoppen of te negeren’, vervolgt Meeuwsen. ‘Dan krijg je reacties als “wij kunnen u niet helpen” of “u bent therapieresistent”. Het kan dat jij niet geschikt bent als hulpverlener voor deze cliënt, maar het is een vorm van victim blaming om de cliënt daarom de deur te wijzen. Als je er als hulpverlener niet naar kunt luisteren, moet je samen met je cliënt zoeken naar een plek waar ze wel naartoe kunnen.’

    Lacune in opleiding
    Die plekken zijn schaars. Helemaal omdat het niet in de opleidingen wordt behandeld. Wat Meeuwsen tot haar verbazing ontdekte tijdens een college aan vierdejaars psychologie studenten. Seksueel misbruik is geen DSM-diagnose. Maar juist seksueel misbruik bespreken is een belangrijke factor om ervoor te zorgen dat cliënten tevreden terugkijken op hun behandeling, bleek uit onderzoek van Janneke Bredeveld.

    Netwerk
    Meeuwsen heeft op haar website veertig hulpverleners verzameld die wel deze verhalen aankunnen en ervaring hebben met behandelingen van dit soort problemen. Met zulke hulpverleners kunnen slachtoffers van seksueel geweld echt tot heling komen. ‘Daarbij is trauma-verwerking slechts een stap. Helen is een hele klus. Het is niet levenslang, maar wel levensbreed’, aldus Meeuwsen.

    Verweven in heel het leven
    Effecten van misbruik raken verweven in allerlei levensaspecten. Meeuwsen: ‘Gemiddeld gaan mensen pas vijftien jaar na volwassenheid over hun misbruik praten. Ik heb gelukkig ook twintigers in mijn praktijk, maar ook mensen van zestig of zeventig. Dan is er al een heel volwassen leven overheen gegaan, waarop ze voortgebouwd hebben op wat ze hebben meegemaakt. Overlevingsmechanismen die ze door dat misbruik ontwikkelden zijn verweven in alle aspecten in hun leven: hun seksualiteit natuurlijk, maar vergeet ook niet fysieke reacties (symptomen waar stress aan ten grondslag ligt, vaginisme, burn-out klachten), de relatie met hun spiritualiteit, en praktisch alle emotionele relaties die ze aangaan, tot en met hun houding met hun baas toe.

    Tien jaar therapie
    Zelf meent Meeuwsen geheeld te zijn. ‘Het kostte zo’n tien jaar en meer dan zeven therapeuten, maar ik ben echt geheeld. Ik kan mijn problemen zelf aan. Het is niet zo dat ik niet meer getriggerd word, maar het is veel minder vaak dan voorheen en ik weet hoe ik ermee moet omgaan. Ik raak er niet meer van uit het lood.’

    Bespreek het
    Om daar te komen zodat meer mensen kunnen helen is één ding heel belangrijk volgens Meeuwsen: ‘Om te kunnen helen van seksueel misbruik moet er gepraat kunnen worden over seksueel misbruik. Dat klinkt heel vanzelfsprekend, maar het wordt niet gedaan. Er wordt aan gewerkt, met de #metoo-beweging, maar we zijn er nog lang niet. Het onderwerp op zijn minst behandelen in opleidingen voor hulpverleners zou een goede eerste stap zijn.’

    Bron: Zorg + Welzijn >>

    #251804
    mara
    Lid LSG

    In therapie? Grote kans dat je EMDR krijgt. Deze traumabehandeling is simpel, efficiënt en geliefd bij psychologen. Die aandacht voor trauma is goed nieuws: het ligt ten grondslag aan veel psychische problemen. Maar een wondermiddel is EMDR niet.

    Dit is de behandeling die de wereld belooft te verlossen van trauma (misschien wel het grootste probleem voor de volksgezondheid)

    ‘Dit is wereldnieuws.’

    Het is mei, midden in de lockdown, en ik bel met klinisch psycholoog en wetenschapper Suzy Matthijssen. Ze krijgt net de resultaten onder ogen van de behandeling van een bijzondere patiënt. Wat ze ziet emotioneert haar. ‘Wacht even hoor, ik ben hier stil van…’

    De patiënt is een van de eersten die online een intensieve, zesdaagse traumabehandeling heeft gevolgd bij het Altrecht Academisch Angstcentrum, waar Matthijssen aan het hoofd staat. Dat de behandeling succes had, wist ze al, maar nu leest ze dat de cliënt ook na vier weken volledig klachtenvrij is.

    ‘Je realiseert je misschien niet wat dit betekent’, zegt Matthijssen, ‘maar dit is het bewijs dat het kán.’

    Er moet een grote studie komen, maar het stemt haar hoopvol over een mijlpaal: EMDR, de traumabehandeling waarvan Matthijssen een van de boegbeelden is, kan in principe ook op afstand, online.

    Traumabehandeling als de Coca-Cola van de ggz
    EMDR staat voor eye movement desensitization and reprocessing. Het is een eenvoudige methode, die effectief blijkt bij posttraumatische stressstoornis ( PTSS). Het werkt, naar verluidt, door mensen te laten denken aan een traumatische herinnering, terwijl je tegelijkertijd het ‘werkgeheugen’ belast met zintuiglijke taakjes – een heen en weer bewegend object volgen met je ogen, of meetellen met piepjes. Hierdoor verliest de herinnering haar scherpte en emotionele beladenheid.

    Ik onderga het zelf een keer, bij wijze van voorbeeld, door aan mijn laatste ontbijt te denken, terwijl een therapeut zijn hand voor mijn ogen heen en weer beweegt. En welja, de twee eieren die ik me voor de geest haal, vervagen.

    En dit kan blijkbaar ook met dingen die erger zijn dan ei. Akelige gebeurtenissen waarbij je machteloos was en die je het liefst vergeet: een ongeluk, de dood van een geliefde, een verkrachting, oorlog. Noem het trauma, herinneringen die je gegijzeld houden.

    Suzy Matthijssen zie ik voor het eerst op Nederlands grootste psychologencongres. Ze spreekt een ramvolle zaal toe, samen met haar partner in crime, bijzonder hoogleraar angst- en gedragsstoornissen en tandarts Ad de Jongh. Hij is het die EMDR vanuit Amerika naar Nederland haalde in 1993. Het is een wervelend duo, ze weten hoe je een show moet neerzetten – er is muziek, er is een quiz, er zijn grapjes. Hier in het land der psychologen genieten de twee een zekere rocksterrenstatus, de hallelujasfeer is voelbaar.

    Dit is de toekomst, dat is de toon.

    De Vereniging EMDR Nederland is de afgelopen jaren gegroeid tot bijna vijfduizend leden – dat is enorm. De methode staat hier bekend als evidencebased, efficiënt en is laaiend populair onder Nederlandse behandelaren.

    ‘De Coca-Cola van de ggz’, noemt een van hen die ik spreek het schertsend: een ijzersterk merk. En logisch: EMDR is concreet, iedereen kan het leren en het geeft patiënten het gevoel dat er écht iets gebeurt.

    Hoewel er niet genoeg bewijs voor is, leeft het idee dat EMDR, behalve bij PTSS, ook effect kan hebben bij depressies en angsten. De methode wordt ook al vaak toegepast bij dit soort klachten. Ook mij valt op: veel bekenden die in therapie gaan, vertellen dat ze op een goed moment EMDR krijgen aangeboden – ook als van PTSS geen sprake is.

    EMDR bij borderline, EMDR bij adolescenten, EMDR bij tinnitus, EMDR bij zwangerschap. Het YouTube-kanaal van de Vereniging EMDR Nederland staat vol met filmpjes van enthousiaste leden die vertellen wat EMDR allemaal kan betekenen bij allerhande kwalen.

    Niet voor alles de oplossing
    De Coca-Cola van de ggz werkt hard aan zijn invloedssfeer. EMDR is niet voor alles de oplossing, zegt Matthijssen, maar als je haar en De Jongh mag geloven, zou het best kunnen dat het een sleutelrol gaat vervullen in de behandeling van vele psychische klachten.

    Aan die belofte gaat een veronderstelling vooraf: trauma speelt een enorme rol bij allerlei kwesties van geestelijke volksgezondheid, van anorexia tot zelfdoding.

    Dat is nauwelijks nieuws. Freud en zijn tijdgenoten zagen het belang van trauma al meer dan honderd jaar geleden, toen ze met hypnose probeerden de verdrongen herinneringen bloot te leggen die volgens hen hysterie veroorzaakten.

    Sindsdien is trauma wat op de achtergrond geraakt in behandelingen. Mede door de grote invloed van de hersenwetenschap – die zich meer richt op het neurologische aspect van stoornissen en minder op de gebeurtenissen erachter.

    Maar met EMDR is het op grote schaal terug in de spreekkamer van de therapeut.

    Waar je bij Freud jarenlang vijf dagen per week op de sofa moest om pratend tot je trauma te komen, beloven De Jongh en Matthijssen je met EMDR in acht dagen een heel eind op weg te helpen met de verwerking ervan.

    Het EMDR-evangelie belichaamt de oprechte hoop van ambitieuze wetenschappers dat mensen beter te maken zijn, ook als ze de meest vreselijke dingen hebben meegemaakt. En dat het ook nog eens relatief simpel is. Maar de wetenschap laat ook zien dat ‘simpel’ en ‘trauma’ eigenlijk niet zijn te rijmen.

    Wat trauma met je kan doen
    Wat trauma doet met je lijf en leven, en hoe ingewikkeld het ondanks al die moderne therapieën kan zijn om ervan af te komen, wordt me uitgelegd door Melissa. In de paar maanden dat ik haar volg, zal zij beginnen aan EMDR. Want ondanks haar slechte ervaringen in de geestelijke gezondheidszorg hoopt ze nog steeds dat ze daar vindt wat ze nodig heeft.

    Melissa is 27, studeert psychologie, maar loopt ook al jaren als cliënt in de ggz. Ik ontmoet haar en haar onafscheidelijke hulphondje Bhodi voor het eerst in januari, op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Samen met anderen met complexe psychische problemen demonstreert Melissa wacht al jaren op de juiste behandeling.

    Ze heeft anorexia, PTSS en een dissociatieve stoornis. Voor de eetstoornis is ze van jongs af aan al in behandeling, maar tijdens haar eerste opname in een kliniek werd ze misbruikt door een hulpverlener. Ze was dertien.

    Aan het misbruik hield ze een trauma over, zegt Melissa. Maar in de verdere behandeling werd dat nauwelijks geadresseerd. Eerst op gewicht komen, is het devies van de eetkliniek, dan pas kun je aan je trauma beginnen.

    Maar wat, vraagt ze me retorisch, als het trauma normaal eetgedrag onmogelijk maakt?

    Melissa slaapt slecht. Ze heeft nachtmerries en herbelevingen, waarbij het is alsof het verleden zich herhaalt. Daarnaast heeft ze last van dissociatie, een veelvoorkomend symptoom na trauma, dat al in de de tijd van Freud werd beschreven door diens collega Pierre Janet. ‘Uiteenvallen’, betekent het letterlijk, en het verwijst naar een staat van zijn waarin emoties, gedachten of herinneringen ‘buiten het bewustzijn’ vallen, niet toegankelijk meer zijn of onsamenhangend.

    ‘Trauma is per definitie ondraaglijk’, zo wordt het omschreven door Bessel van der Kolk, een even beroemde als controversiële Nederlands-Amerikaanse psychiater en traumaprofessor. In zijn standaardwerk Traumasporen (2016) schrijft hij: ‘De meeste slachtoffers van verkrachting, oorlogsveteranen en kinderen die zijn misbruikt raken zo van streek als ze denken aan wat ze overkwam, dat ze proberen het uit hun hoofd te bannen.’

    Trauma heeft echte fysiologische veranderingen tot gevolg, laat Bessel van der Kolk zien in Traumasporen. Het tast het waarschuwingssysteem van het brein aan, zorgt voor een verhoogde aanmaak van stresshormonen en maakt dat je relevante en irrelevante informatie moeilijk kunt onderscheiden.

    Door een trauma kan het heden voelen als een voortdurende bedreiging. Dat is niet alleen iets wat je je inbeeldt, maar iets wat je lichaam je vertelt. Het maakt je hyperwaakzaam, klaar om elk moment te worden aangevallen.

    Waarover we praten als we praten over trauma
    Even voor de duidelijkheid: er is overlap maar ook verschil tussen trauma en PTSS. Trauma is een parapluterm: de stoornis PTSS komt altijd door een trauma, maar lang niet iedereen die iets traumatisch meemaakt, ontwikkelt PTSS.

    In Nederland krijgt ongeveer 7 procent van de bevolking ooit in het leven de classificatie PTSS. Terwijl recent onderzoek uitwijst dat meer dan 71 procent van die bevolking te maken krijgt met minstens één ‘potentieel traumatische gebeurtenis’ , waaronder ernstige verkeersongevallen, seksueel misbruik en mishandeling.

    Die cijfers laten de veerkracht zien van onze soort, maar ook de ongelijkheid in de samenleving: verschillende factoren bepalen je weerbaarheid tegen of juist kwetsbaarheid voor PTSS. Niet verrassend spelen gender, etniciteit en klasse daarbij een rol.

    PTSS is dus de naam voor de groep stresssymptomen die je, als je pech hebt, krijgt na een trauma. De termen worden vaak door elkaar heen gebruikt, zelfs door clinici, maar zijn niet per se inwisselbaar. En om het nog complexer te maken: volgens sommigen – onder wie Van der Kolk – is er een belangrijk verschil tussen PTSS en chronische traumatisering, met name als die zich heeft voorgedaan in de kindertijd (waarover later meer).

    Het is dus niet zo dat PTSS per se erger is dan een trauma dat daarin niet resulteert. Voor mensen zoals Melissa wordt vaak de term ‘complex trauma’ gebruikt, om aan te geven dat het niet om een afgekaderde gebeurtenis gaat – een verkeersongeluk of een gevechtssituatie – maar om een opeenstapeling van trauma’s of de gevolgen daarvan, die zich minder goed van elkaar laten onderscheiden.

    Trauma als rommelig begrip
    Tel daarbij op dat trauma, in de dagelijkse betekenis, op z’n zachtst gezegd een containerbegrip is, en de rommeligheid rond de definitie is compleet. Het woord trauma – letterlijk ‘wond’ – is net zo toepasbaar op iets concreets als een verkrachting, als op een diffuse culturele herinnering als de Tweede Wereldoorlog of de slavernij. En in het publiek debat lopen die betekenissen geregeld door elkaar heen.

    Bovendien is het begrip volgens sommigen aan inflatie onderhevig – alsof je tegenwoordig al aan een klapband een trauma kunt overhouden, dat soort retoriek. Iets wat bijvoorbeeld vaak aan het licht komt rond het racismedebat en de #MeToo-discussie, waarin het ene kamp het andere steevast overgevoeligheid en slachtoffergedrag verwijt.

    En ja, met dat enorme woord, in al zijn subjectiviteit, kun je makkelijk aan de haal. In de regionen van het internet die ervoor gemaakt zijn om elkaar de maat te nemen, klinkt de roep om trauma te erkennen even hard als de waarschuwing voor ‘huiliehuilie’.

    Maar vraag het de mensen die ervoor hebben geleerd en de meesten zullen het erover eens zijn dat trauma, in de directe betekenis – de mens die iets gruwelijks meemaakt en dat niet goed verwerkt – een gigantisch probleem is, dat we serieuzer moeten nemen.

    Trauma als onderliggend probleem bij veel klachten
    Ad de Jongh – die van het wervelende EMDR-duo – heeft het blonde, piekerige kapsel van een newwave-zanger uit de jaren tachtig en ook wel wat van het anarchistische temperament. Hij is genereus met grote uitspraken en niet bang om te benoemen waar zijn collega’s het volgens hem mis hebben.

    Ik ontmoet hem een paar maanden pre-corona in de bossen bij Bilthoven, waar PSYTREC gevestigd is, het door hem in 2014 opgerichte traumabehandelcentrum, dat cliënten in acht dagen van PTSS belooft af te helpen, door onder andere EMDR. De Jongh leidt me er rond en doet zijn filosofie uit de doeken.

    ‘De premisse van EMDR’, zegt hij, ‘is dat je met de meeste psychische klachten niet geboren wordt.’

    Daarmee bedoelt hij dat PTSS en trauma (ook hij gebruikt de termen door elkaar) aan de basis liggen van, of tenminste sterk samenhangen met veel psychische klachten. Meer dan de behandelprotocollen nu impliceren. ‘PTSS beïnvloedt alles’, zegt hij. ‘Voordat je een diagnose stelt, zou je eerst moeten nagaan of er sprake is van een trauma. Behandel je dat niet, dan blijven andere klachten aanhouden.’

    Ik heb dat de laatste tijd vaker gehoord. Zo publiceerde psycholoog David van den Berg recent een proefschrift over de effectiviteit van traumabehandeling bij psychosen en meldde zich bij mij een groep therapeuten die vinden dat er te weinig oog is voor trauma bij de behandeling van eetstoornissen.

    Veel persoonlijkheidsstoornissen, zegt Ad de Jongh bovendien, zijn terug te voeren op trauma. Dat is op zich bekend, maar in de behandelrichtlijnen zie je het niet terug. Onterecht, denkt De Jongh. Kort geleden publiceerde hij een artikel dat suggereerde dat traumabehandeling met EMDR bij patiënten met zowel borderline als PTSS ook de symptomen van die persoonlijkheidsstoornis deed afnemen. Terwijl zo’n behandeling niet de voorkeur heeft bij borderline.

    Ook de Vlaamse psycholoog Paul Verhaeghe wijdt in zijn laatste boek Intimiteit (2018) opvallend veel aandacht aan trauma, volgens hem een van de grootste ziekmakers door chronische stress.

    EMDR schaart hij met onder meer yoga en mindfulness bij het type holistische traumabehandeling voor lichaam én geest dat de toekomst heeft.

    In navolging van Bessel van der Kolk betoogt Verhaeghe dat we ‘dringend [moeten] beseffen dat de oorzaken van ziekte en gezondheid in het merendeel van de gevallen niet zozeer in het lichaam zelf liggen, maar eerst en vooral in het psychologische veld’.

    De drempel om je trauma te confronteren is hoog
    Voor Melissa zijn het open deuren. Zij weet wat ze wil: traumabehandeling. Als haar trauma niet wordt aangepakt, denkt ze, is de rest vooral symptoombestrijding.

    Veel van de demonstranten die ik die dag in januari ontmoet op het ministerie hebben een vergelijkbaar verhaal. Meerdere diagnoses, veel behandelingen geprobeerd, maar bijna allemaal zijn ze getraumatiseerd en zoeken juist daar erkenning en behandeling voor.

    Die behandelingen zijn er in Nederland. PSYTREC van De Jongh is er een van. Maar de wachtlijsten zijn lang en voor mensen met complexe klachten zoals Melissa is er vaak nog een ander probleem: bij veel classificaties
    Eerder schreef ik over het verschil tussen een classificatie en een diagnose.wordt gedacht dat je voor aanvang van een traumabehandeling eerst stabiel moet zijn.

    Het idee dat het aangaan van je trauma’s je ernstig kan ontregelen, leeft bij zowel behandelaars als patiënten. Ook bij Melissa. Als ik haar een tweede keer ontmoet, in haar flat in Utrecht, is ze bij haar eigen therapeut begonnen met EMDR. Het valt haar zwaar om terug te moeten naar die nare tijd. Na sessies is ze fysiek uitgeput, kan soms zelfs moeilijk lopen.

    Haar therapeut, een vrouw die ze al jaren kent, helpt haar dan met opstaan. Soms is Melissa na afloop van een sessie zo suïcidaal, dat haar therapeut haar tegen de regels in naar huis brengt. Die veiligheid is wat ze nodig heeft om het trauma aan te kunnen, zegt Melissa. En dan nog is één sessie in de week de max, daarna moet ze bijkomen.

    De uitvalsverschijnselen, het dissociëren, de suïcidaliteit: allemaal gebruikelijk bij mensen met een trauma. Vandaar dat vaak verondersteld wordt dat er momenten van kalmering en stabilisatie moeten worden ingebouwd in de behandeling, waarbij je bijvoorbeeld de eerste weken groepstherapie krijgt en niet over het trauma mag praten.

    Trauma, dat is de implicatie, vraagt om fluwelen handschoentjes. Alsof de kern van het probleem een gevaarlijk explosief is, dat je met grote voorzichtigheid moet benaderen.

    Een bootcamp voor je trauma
    Bij PSYTREC denken ze daar heel anders over.

    Traumabehandeling heeft hier, net als bij Altrecht, de vorm van een bootcamp: acht dagen lang, van ’s ochtends tot ’s avonds EMDR, exposure-therapie en sport. Nauwelijks tijd om bij te komen.

    Als je het een naam moest geven: tough love.

    Zo kunnen per maand ongeveer 140 mensen een behandeling afronden. Tot 70 procent van hen heeft baat bij deze methode, volgens De Jongh, en verliest de diagnose PTSS.

    Naast het centrum, een laag gebouw tussen hoge dennenbomen, is een hindernisbaan, aangelegd door het korps mariniers. Terwijl De Jongh me rondleidt, start er een groep deelnemers aan de sporttraining onder leiding van een coach in modderig trainingspak. ‘Boogschieten, mountainbiken, wandelen, ze doen van alles’, zegt De Jongh, ‘weer of geen weer.’ Het idee is dat fysiek bezig zijn het proces helpt.

    Tussen het sporten door vinden individuele therapiesessies plaats in kamertjes, waar EMDR-kits staan: lichtbalken, koptelefoons en schermen om de visuele en auditieve taken te produceren.

    Sessies krijg je hier van een roulerend team van therapeuten. Wie je behandelt zou namelijk niet veel moeten uitmaken, denkt De Jongh. ‘Als je naar een academisch ziekenhuis gaat, lopen er ook verschillende mensen rond je bed, met verschillende expertises, dat is juist fijn.’

    Psycholoog Marije Verhagen, die als behandelaar werkt bij PSYTREC, noemt als belangrijkste voordeel van het roulatiesysteem dat patiënten leren op hun eigen kracht te vertrouwen, zonder op een therapeut te leunen. ‘Je bent als persoon niet de redder, in dit systeem. Dat is wennen voor hulpverleners, want die zijn gevoelig voor die rol. Maar ik zeg tegen cliënten: ik gun je dat je mij ziet als instrument.’

    Dat je eerst zou moeten stabiliseren is volgens De Jongh een onbewezen aanname. ‘Mensen denken dat het loodzwaar is, maar zodra je dingen verwerkt wordt het lichter. De vrees om te ontregelen is vaak aangepraat door therapeuten. Ja, bijna iedereen met een trauma dissocieert, om maar niet bij die herinnering te zijn. Wij zien dat als vermijdingsgedrag, angst. En angst is makkelijk te behandelen. Voordat we met het trauma beginnen, voeren we daarom vaak eerst EMDR uit op die angst om te ontregelen.’

    Het Nederlandse EMDR-protocol (beschreven in een handboek door onder anderen Ad de Jongh zelf) bevat dan ook geen kalmerende oefeningen meer. Je hoeft niet meer te denken aan een parelwit strand of een andere happy place, zoals in Amerika (waar de methode sowieso veel controversiëler is).

    Terwijl De Jongh me de eetzaal laat zien, wijst hij op het linoleum: ‘Vroeger hadden we hier nog weleens iemand die lag te dissociëren op de grond. Als therapeut ben je geneigd erbij te gaan zitten met een kussentje en de hand vast te houden. De rest van de groep leert dan dat je zo de aandacht kunt trekken. Dat doen we dus niet meer. Beter stap je er bij wijze van spreken overheen, alsof er niets aan de hand is. Iedere psycholoog weet: als je gedrag niet beloont, wordt het minder.’

    Het ene trauma is het andere niet
    Bij PSYTREC komt van alles, vertelt De Jongh, van getraumatiseerde politieagenten tot seksueel misbruikte vrouwen en zelfs psychotische cliënten met een trauma. Voor de behandeling maakt het niet uit, denkt hij.

    Maar ook dat is een controversieel standpunt. Volgens velen verschillen trauma’s wel degelijk van elkaar in de aanpak die ze vereisen. EMDR is geen panacee, denken zij.

    Zo ontmoet ik tijdens het protest op het ministerie een activiste die rondloopt met een stuk papier in haar handen geklemd. Het is een brandbrief, die al twee jaar geleden bij de staatssecretaris werd bezorgd. 50 tot 70 procent van de volwassenen in de ggz, citeert de brief een Trimbos-onderzoek, heeft een achtergrond van mishandeling, verwaarlozing of seksueel misbruik. Dat zijn 400.000 mensen.

    De boodschap: met name jeugdtrauma is een onderschat probleem, dat een status aparte verdient in de behandeling.

    Wie als kind chronisch getraumatiseerd is, denkt ook Bessel Van der Kolk, ondervindt daarvan effecten op neurofysiologisch niveau, die de ontwikkeling aantasten. Bij deze kinderen, legt hij in een video uit, zien we later in het leven andere problemen dan bij PTSS. Zo hebben ze vaak moeite met aandacht, het filteren van de omgeving, emotieregulatie (wat tot middelengebruik, automutilatie en eetstoornissen kan leiden) en het aangaan van relaties.

    ‘Het gaat hier minder om herinneringen dan om de hele ontwikkeling van het zelf, het brein, de geest’, aldus Van der Kolk. Het gaat om hechtingsproblemen, een beschadigd zelfbeeld, chronische stressklachten en nog veel meer algemene gezondheidskwalen.

    Dit verschil, denken velen met hem, vraagt om een andere benadering. EMDR kan erbij helpen, maar is niet genoeg. Veel patiënten die ik spreek zijn ervan overtuigd dat ze een langer traject nodig hebben. EMDR is te simpel, te mechanisch, dat klinkt door in deze verhalen, om het op te nemen tegen de duizelingwekkende diepte van hun trauma’s.

    ‘EMDR werkt, zoals veel vormen van therapie werken’
    Zulke scepsis hoor ik vaker. Hoogleraar psychiatrische epidemiologie Jim van Os, die ik onlangs portretteerde,
    Hij zegt: ‘Een belangrijk aspect van helen is een heler met een overtuigend verklaringsmodel, dat jou beter belooft te maken. En EMDR wérkt, zoals veel vormen van therapie werken.’

    ‘Maar dat geldt niet’, waarschuwt ook Van Os, ‘voor mensen die in hun jeugd getraumatiseerd zijn. Die hebben simpelweg eerst twintig sessies nodig voordat er vertrouwen is.’

    Ook een recente meta-analyse van het vele onderzoek naar EMDR is minder positief. Uit veel studies die EMDR vergeleken met andere therapie bij PTSS kwam EMDR als winnaar – maar dat gold niet voor de studies die voldeden aan de strengste kwaliteitseisen. Dat waren er maar weinig, en daaruit bleek EMDR niet effectiever dan andere therapieën.

    Er wordt dus veel onderzoek gedaan naar EMDR, maar veel daarvan is van onvoldoende kwaliteit en riskeert onopzettelijk partijdigheid. Niet in de minste plaats in de vorm van ‘researcher allegiance’, de overtuiging van de onderzoeker dat zijn methode werkt. Iets wat overigens geldt voor veel onderzoek naar behandelingen in de ggz.

    Ook zijn de effecten op lange termijn nog niet goed onderzocht. De conclusie van Van Os: het is het overtuigende ritueel dat effect heeft, niet zozeer de specifieke behandeling zelf – placebo speelt zoals bij alle therapieën een grote rol.

    Ad de Jongh laat in reactie hierop weten dat deze meta-analyse nogal een belangrijk punt over het hoofd ziet: EMDR doet het wat betreft kosteneffectiviteit beter dan andere methoden.

    Volgens hem doet bovendien het verschil tussen verschillende soorten trauma’s pertinent niet ter zake: ‘Het is een van de vele mythes’, zegt hij, terwijl hij een grafiek op zijn scherm tovert, waarin te lezen valt dat zijn behandeling bij seksueel misbruik in de kindertijd en bij een enkelvoudig trauma in dezelfde vermindering van PTSS-symptomen resulteert.

    ‘Soms zijn er weliswaar meer trauma’s dan je in acht dagen kunt behandelen’, geeft hij toe, ‘maar in theorie zou je iemand gewoon een tweede keer door het systeem kunnen halen.’

    Gaat EMDR de wereld beter maken?
    Als het aan De Jongh ligt, beginnen we in de toekomst wel al veel jonger met het behandelen van trauma. ‘Dat zou een hoop ellende besparen.’

    We zitten na de rondleiding op zijn kantoor, waar een collega hem een grote envelop geeft. ‘Ah, fanmail!’ grapt De Jongh. Maar het is waar. Hij leest de kaart voor: ‘We loved our trip to your clinic’, schrijven de bewonderende collega’s uit Engeland. Het concept van PSYTREC wordt op verschillende plekken in de wereld gekopieerd.

    ‘We hebben de ambitie’, gaat De Jongh verder, om nog meer centra te openen, vooral op het gebied van jongeren. Want daar zit de bron van het probleem. De meeste mensen hebben trauma’s in hun jeugd meegemaakt, maar de gemiddelde leeftijd hier is veertig. Stel je voor! Die levens zijn al jarenlang verwoest. Geen wonder dat mensen ook vaak boos zijn: waarom nu pas?’

    ‘Natuurlijk, het begint bij een veilig thuis. Maar voor wie dat er niet is, zegt Jeugdzorg nu nog te vaak dat het kind eerst in een veilige situatie moet zijn voor het aan traumabehandeling kan beginnen. Ik vind dat de grootste bullshit ever. Zo’n kind raakt vaak helemaal niet stabiel, het gaat van kwaad tot erger. Je moet het zo snel mogelijk helpen.’

    Met steeds meer EMDR-therapeuten lijkt het een mogelijkheid om dat op grote schaal te doen. Helemaal als door de coronacrisis en de data van Suzy Matthijssen zal blijken dat de behandeling ook online kan worden uitgevoerd – nog een loot aan de succesvolle branding van EMDR.

    Ook bij PSYTREC komen in deze tijd minder cliënten intern, maar wordt er een online programma aangeboden, met dezelfde formule: exposure, EMDR, sport.

    Je ziet het al op zo’n motiverende Instagramtegel staan, met sleep, repeat erachter.

    Als video-EMDR geen optie is
    Melissa, die staat voor een grote groep mensen die het hoopvolle verhaal van EMDR compliceren, moet er niet aan denken. Niet aan een bootcamp en niet aan online EMDR.

    Ze wacht met smart tot ze haar therapeut weer kan zien, vertelt ze me, als ik haar midden in de crisis aan de telefoon heb. Video-EMDR is gewoon geen optie, ze voelt de verbinding niet online, heeft het fysieke contact nodig, de veiligheid van de nabijheid.

    Of EMDR haar van haar trauma gaat afhelpen weet ze niet. Het heeft onmiskenbaar een lichamelijk effect, zegt ze, dat alleen al merkbaar is door de vermoeidheid na afloop. Maar het is een onaangename exercitie en soms raakt ze al in paniek bij het idee. Het zal een kwestie van volhouden worden.

    Uiteindelijk blijft het een belangrijke vraag hoe je het succes van een behandeling meet, herinnert Jim van Os me. Ja, de PTSS-symptomen kunnen verdwijnen, maar wat als je daarna eenzaam achterblijft en het met wonen, werken en relaties nog steeds slecht gaat?

    Voor de nabijheid die Melissa zo mist, zal ze het voorlopig moeten doen met haar bijna gepensioneerde hulphondje Bhodi, dat zelf ironisch genoeg ook getraumatiseerd is geraakt door een vuurpijl. Bij de pluizige Sheltie vindt Melissa wat ze lang geleden is kwijtgeraakt en wat ze tot nog toe niet in de ggz heeft gevonden: een gevoel van onvoorwaardelijkheid.

    Bron: de Correspondent >>

    #252276
    Luka
    Moderator

    Wat is de beste timing voor de start van EMDR als er een rechtszaak loopt?

    Deze supervisievraag gaat over het starten van een traumabehandeling bij een minderjarige tijdens een lopende rechtszaak tegen de verdachte. De vragensteller is orthopedagoog en wenst anoniem te blijven in verband met herleidbaarheid naar haar werkplaats en de betrokkenen. Dit artikel is met toestemming overgenomen van het NtVP-katern van COGISCOPE (0416), omdat de informatie relevant is voor VEN leden.

    “Bij een kind was sprake van misbruik. Dat is nu gestopt. Er loopt een rechtszaak tegen de verdachte (al een jaar). Wat is een juiste timing voor de start van behandeling van de klachten van het kind? Naar mijn idee zou traumabehandeling snel gestart moeten worden. Is het gebruikelijk dat een traumabehandeling pas start als de zaak afgerond is?”

    Iva Bicanic
    “Het is niet wenselijk om pas met traumabehandeling te beginnen als een zaak helemaal is afgelopen, omdat het strafproces rondom een zedendelict al gauw twee jaar kan duren. Om in deze periode traumagerelateerde klachten niet te behandelen is, zeker bij kinderen, ethisch niet verantwoord, omdat deze klachten de ontwikkeling negatief beïnvloeden en het kind kwetsbaar maken voor herhaling van seksueel misbruik, met name bij PTSS.”

    “Overigens kan het gebeuren dat iemand tijdens de rechtszaak opnieuw als getuige wordt gehoord door de advocaat van de tegenpartij of door de rechter-commissaris, waarbij kritische vragen kunnen worden gesteld over eventuele beïnvloeding van herinneringen door een traumagerichte behandeling. De mogelijkheid van beïnvloeding is altijd aanwezig: niet alleen door therapie, maar ook door nieuwe informatie op school, berichten op (sociale) media of in films of boeken en verhalen van andere slachtoffers. In die zin is het een illusie te denken dat herinneringen onveranderd blijven. Als iemand nog aangifte moet doen, heeft het de voorkeur om pas na het verhoor te starten met traumabehandeling. Op die manier kan de politie onder de beste omstandigheden, dus zonder eventuele beïnvloeding of contaminatie, een kind verhoren.”

    Richard Korver
    “Een rechtszaak kan inderdaad erg lang duren. Je zou wel kunnen betogen dat er bij bepaalde zaken, bijvoorbeeld ernstig trauma van kinderen, een ‘speedy trial’ beschikbaar zou moeten zijn. Verder is de verslaglegging die advocaten nodig hebben van behandelaars belangrijk. In hun verslaglegging dienen therapeuten voorzichtig te zijn. Huisartsen gebruiken hiervoor de SOEP-methode: Subjectief Objectief Evaluatie Plan. Eerst schrijf je: ‘Subjectief vertelt de cliënt mij dit en dat’, daarna komt wat je feitelijk hebt vastgesteld en vervolgens de evaluatie: ‘Wat vind ik hiervan?’ Je kunt zeggen: ‘Cliënt vertelt ons dat zij is misbruikt. Het klachtenpatroon van cliënt past bij seksueel misbruik, maar is daarvoor niet bewijzend.’ Dan ben je objectief bezig en win je aan waarde. Dan denkt de rechter: ‘Dit is een gebalanceerde verklaring.’ Er staat niet dat de persoon is misbruikt, maar wel dat dit mogelijk passend is bij het klachtenbeeld.”

    Lotte Hendriks
    “Dit is een interessante vraag die vanuit verschillende invalshoeken bekeken kan worden. Enerzijds kan worden afgevraagd of het starten van een traumagerichte behandeling invloed heeft op het juridisch proces. Daarnaast kan worden afgevraagd of bij een lopend juridisch proces wel aan de randvoorwaarden wordt voldaan om aan een traumagerichte behandeling te beginnen. Tijdens een traumagerichte behandeling, of dit nu traumagerichte cognitieve gedragstherapie (CGT) of Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) is, haalt het kind de traumatische herinneringen opnieuw op. Het geheugen is echter reconstructief: iedere keer dat een herinnering wordt opgehaald, wordt deze weer net wat anders opnieuw opgeslagen, bijvoorbeeld door de interpretatie die er op dat moment aan wordt gegeven (Conway & Pleydell-Pearce, 2000; Ehlers & Clark, 2000). Door het ophalen van de herinneringen tijdens de traumagerichte behandeling, kunnen er dus extra ‘fouten’ in de herinnering komen. Dit hoeft voor (het resultaat van) de therapie geen probleem te zijn, de verwerking van de traumatische ervaring komt hierdoor niet in gevaar. Echter, het doel van justitie, de waarheid aan het licht brengen, wordt hierdoor mogelijk wel beïnvloed. Als therapeut is het belangrijk om transparant te zijn hierover tegen kind en ouders. Zij kunnen met elkaar de afweging maken of zij de risico’s die dit mogelijk met zich meebrengt binnen het juridisch proces accepteren. De keuze hierin kan ook afhangen van hoe ver het juridisch proces gevorderd is (in hoeverre zijn de herinneringen van het kind al volledig opgetekend).”

    “Maar hoe zit het andersom? Kan een juridisch proces een traumagerichte behandeling in de weg staan? Is het niet te zwaar voor het kind, wanneer hij of zij tijdens de behandeling ook nog geconfronteerd wordt met de (mogelijke) dader. En heeft de behandeling dan wel een kans van slagen? Vanzelfsprekend is het belangrijk om in eerste instantie het kind in veiligheid te brengen en er voor te zorgen dat het misbruik niet voortduurt, zoals in bovenstaande casus reeds is gebeurd. Wanneer een kind vervolgens blijvende klachten ontwikkelt in de vorm van herbelevingen aan het misbruik, vermijding van situaties die hem of haar aan het misbruik doen denken (zoals bijvoorbeeld het zien van de dader) en hyperarousal symptomen als schrikachtigheid en waakzaamheid, passende bij een PTSS, is behandeling noodzakelijk. PTSS-klachten veroorzaken een enorme belasting in het dagelijks leven en hebben daarnaast een negatieve invloed op de verdere ontwikkeling van het kind (Risser, Hetzel-Riggin, Thomsen, & McCanne, 2006; Wilcox, Storr, & Breslau, 2009). Kinderen geven in de klinische praktijk aan dat zij bovengenoemde PTSS-klachten en de gevolgen hiervan zwaarder vinden dan een traumagerichte behandeling zelf. Het vóórkomen van situaties waarin het kind geconfronteerd wordt met trauma triggers, zoals tijdens een juridisch proces, maakt de belasting voor het kind alleen maar groter. Dit is dus juist een reden om snel met een traumagerichte behandeling te starten, met als doel de angst in dergelijke situaties te verminderen en het kind weerbaarder te maken op de momenten dat hij of zij met het misbruik wordt geconfronteerd, al dan niet in de rechtszaal.

    Een traumagerichte behandeling is dus mogelijk, maar is deze ook effectief? Binnen traumagericht CGT staat het kind in detail stil bij het misbruik (exposure) en leert dat angstige verwachtingen (‘Ik word gek als ik bij het misbruik stilsta.’, ‘Ik kan het niet aan om er aan terug te denken.’) niet uitkomen. Hierdoor zal het kind uiteindelijk minder angstig worden. Het ontkrachten van deze angstige verwachtingen, het veronderstelde werkingsmechanisme van exposure (Craske, Treanor, Conway, Zbozinek, & Vervliet, 2014), staat los van een mogelijke confrontatie in de rechtszaal. Ergo, de leerervaringen kunnen alsnog worden opgedaan.

    Op dit moment wordt er vanuit gegaan dat het werkingsmechanisme bij EMDR samenhangt met de beperkte capaciteit van ons werkgeheugen (Van den Hout & Engelhard, 2011). Wanneer je tijdens het ophalen van een herinnering het werkgeheugen voldoende belast (met een andere taak, zoals bijvoorbeeld het volgen van een vinger), gaan de twee taken de strijd aan, wat er voor kan zorgen dat de traumatische ervaring minder levendig en emotioneel wordt. Wederom is dit een proces waar een confrontatie in de rechtszaal geen invloed op heeft. Het werkingsmechanisme van zowel traumagerichte CGT als EMDR wordt niet verstoord en de behandelingen hebben dus zeker een kans van slagen, ook tijdens een lopend juridisch proces.

    Vanzelfsprekend is er wel een andere voorwaarde voor behandeling: heeft het kind zelf een hulpvraag met betrekking tot zijn of haar traumaklachten? Zo ja, dan is er in bovenstaande casus geen reden om een traumagerichte behandeling uit te stellen. Het antwoord ligt dus volledig in lijn met wat de vraagsteller zelf dacht. Waarbij het wel belangrijk is om kind en ouders te informeren over de mogelijke invloed van behandeling op het juridisch proces.”

    De nieuwste versie van de EMDR kit
    Al enige jaren heb ik positieve ervaringen met de eerste EMDR Kit. Het voordeel van deze apparatuur is dat je niet te dicht bij de patiënt hoeft te zitten en tegelijkertijd je handen vrij hebt om notities te maken. Ondertussen hebben de makers van de EMDR Kit bij Psy-zo! niet stilgezeten en de EMDR Kit 2 ontwikkeld. De reacties van patiënten over de EMDR Kit zijn positief. Kinderen kunnen er een discolamp van maken en volwassenen vinden het fijn om te kunnen kiezen tussen de verschillende mogelijkheden die het apparaat biedt.

    De EMDR Kit 2 wordt met recht de moderne versie van de Kit genoemd: het apparaat werkt met een moderne app die zeer gemakkelijk te bedienen is. Hierdoor is de gehele Kit draadloos. Ook is de werkgeheugenbelasting zowel voor de visuele, de auditieve en de fysieke stimulatie, geoptimaliseerd. Daarnaast is het design gemoderniseerd. De EMDR Kit 2 heeft ook grotere buzzers die beter in de hand liggen en een sterkere pulsering hebben.

    Het voordeel van een EMDR Kit is de mogelijkheid om te werken met visuele stimulatie in allerlei kleuren. Met name de wisselende kleuren bevatten de mogelijkheid om het werkgeheugen nog meer te belasten. De auditieve stimulatie heeft zowel de optie om de tikjes ‘at random’ (onregelmatig en om en om) af te spelen, wat meer werkgeheugenbelasting biedt dan wanneer de tikjes regelmatig en voorspelbaar worden aangeboden.

    Patiënten geven verder aan dat de nieuwe Kit er professioneel uitziet. Vooral de draadloosheid zien ze als grote verbetering.

    Bron: PsychoTrauma.nl >>

    #252449
    Mark
    Moderator

    Denk niet: snel vergeven. Gedwongen vergeving kan zorgen voor nieuw onrecht

    Niet willen vergeven hoort ook bij herstelproces, bijvoorbeeld na seksueel misbruik.


    Dat de dader berouw heeft getoond, wordt soms gezien als teken dat het nu dus ook goed moet zijn voor het slachtoffer. (beeld Getty Images)

    Als coach voor kerkverlaters (en/of hun kerkblijvende geliefden) spreek ik regelmatig personen die worstelen met het thema vergeving. Wat daarbij opvalt, is dat men vaak vanuit de kerk en het geloof extra druk ervaart om te vergeven, het liefst zo snel mogelijk. Ook naar aanleiding van het stuk over seksueel misbruik (Nederlands Dagblad 4 juli), ontving ik enkele schrijnende mails waarin het thema ‘gedwongen vergeving’ terugkeert. Zo schreef iemand door de kerkenraad verplicht te zijn tot zwijgen en het onrecht ‘te bedekken met de mantel der liefde’. Ook ervaart men soms angst naar aanleiding van teksten als: ‘maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven’ (Matteüs 6:15).

    In de praktijk blijkt echter dat wanneer iemand druk of noodzaak ervaart om te vergeven, dit ten koste kan gaan van een gezond rouwproces. Hierdoor wordt geen recht gedaan, maar ontstaat er juist nieuw onrecht.

    Lees dit premium artikel verder op nd.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

     

    #252805
    Luka
    Moderator

    De Morgen-journalist over zijn moeizame zoektocht naar de juiste psycholoog
    Fernand Van Damme is journalist bij ‘De Morgen’.


    ‘Een psychologisch traject kan er een zijn met veel omwegen.’ ©Elise Vandeplancke

    Het taboe op mentale welzijnsproblemen lijkt doorbroken. Terwijl het vroeger ‘not done’ was om te zeggen dat je naar een psycholoog gaat, wordt daar nu in een groot deel van de samenleving normaal op gereageerd. Mede dankzij getuigenissen van Bekende Vlamingen en initiatieven als Rode Neuzen Dag beslissen mensen die zich niet goed in hun vel voelen om de stap naar een therapeut te zetten – ik ook.

    Tot daar het goede nieuws. Het probleem is dat je al die BV’s nooit hoort zeggen welke complexe weg je moet afleggen om beter met je ‘innerlijke demonen’ te leren omgaan. Vaak is de teneur van hun getuigenis: “Ik voelde me slecht, maar ben in therapie gegaan en nu voel ik me stukken beter. Halleluja!”

    Ik heb daar moeite mee. Ik worstel met zulke getuigenissen omdat het mensen een veel te simplistische kijk op therapie geeft. Veel liever zou ik eens van iemand horen dat de juiste psychologische hulpverlening vinden soms als een zoektocht in de woestijn aanvoelt.

    Op mijn 24ste, vier jaar geleden, had ik nood om een psycholoog te zien. Ik googelde ‘psycholoog Gent’ en belandde op de website vind-een-psycholoog.be. Voor de regio rond de Arteveldestad kreeg ik tientallen hits. Ik kon de zoekopdracht nog verfijnen door mijn klacht en/of gewenste therapievorm te specifiëren. Maar ik was 24 en had geen idee wat er met mij scheelde. Ik wist alleen dat ik in het verleden wat onaangename zaken had meegemaakt en dat ik me bij momenten vaak angstig en neerslachtig voelde. Welke klacht werd ik dan verondersteld aan te geven? Geen idee, ik kon er wel tien selecteren die misschien op mij van toepassing waren. Laat staan dat ik wist welke therapievorm ik moest selecteren. Ik had pol en soc gestudeerd, geen psychologie, wist ik veel of ik nood had aan ACT, cliëntgerichte therapie, EMDR, gedragstherapie, gestalttherapie, psychoanalyse, traumatherapie of één van de dertig andere therapievormen.

    Lukraak koos ik voor EMDR (Eye movement desensitization and reprocessing, een techniek die vaak gebruikt wordt bij het verwerken van traumatische ervaringen, red.) omdat ik me vaag herinnerde dat een vriend daar eens over had gesproken en er wel positief over was. Bon, ik kreeg dan een waslijst met EMDR-therapeuten en daar moest ik dan maar iemand weten uit te kiezen. Een man of een vrouw? Een ouder iemand of een jonger persoon? Belangrijke keuzes, maar opnieuw: geen idee. Ik was in mijn tienerjaren al eens door een vrouw geholpen, maar nu stak ik in mijn hoofd dat een man mij beter zou kunnen helpen. Louter op basis van zijn profielfoto ging ik voor een mannelijke psycholoog van in de dertig. Even dacht ik dat ik op Tinder en niet op vind-een-psycholoog.be zat.

    De eerste kennismakende gesprekken verliepen vlot, ik ging met een goed gevoel naar huis, maar tijdens het ‘behandelgedeelte’ knapte ik af. Blijkbaar hield EMDR in dat de therapeut op bepaalde momenten op mijn knieën moest tikken en ik voelde me daar niet comfortabel bij, ik vond het ook een beetje ridicuul. Ik had dat aan die psycholoog kunnen zeggen en hij had kunnen bijsturen, maar ik wist niet of dat ‘mocht’, het psychologische proces bevragen, dus ik zette de sessies zonder veel boe of bah stop.

    Zelfverzekerder
    Anderhalf jaar lang probeerde ik mijn mentale welzijnsproblemen te negeren. Dat mislukte uiteraard faliekant en ik besloot om opnieuw een beroep te doen op een psycholoog. Ik begreep nu beter dat ‘de psycholoog’ niet bestaat en dat de juiste therapievorm kiezen niet een bijkomstigheid, maar een must is. Ik had er gesprekken over met een vriend die gelijkaardige problemen had en hij raadde me ACT-therapie aan (acceptance and commitment therapy). Ik kon me in die filosofie vinden dus ik ging nu zelfverzekerder naar vind-een-psycholoog.be en zocht alle ACT-therapeuten op. Wel koos ik opnieuw iemand op basis van zijn fotootje, want hoe selecteer je anders iemand uit een reeks van twintig identiek lijkende profielen? Er was een klik, de gesprekken deden me deugd, ik was helemaal gewonnen voor de ACT-filosofie. Maanden verstreken, maar na verloop van tijd maakte ik geen verbetering meer. Door mijn vorige psychologische ervaring had ik nu het zelfvertrouwen om wat meer inzicht in zijn manier van werken te vragen, even hielp dat, maar we geraakten er niet meer uit.

    De psycholoog zei dat hij mij wilde doorverwijzen naar een psychiater van het UZ Gent omdat hij dacht dat medicatie mij beter zou helpen. Dat was even een zware dobber: ik had een therapievorm gekozen waarvan ik overtuigd was dat ze bij mij paste, ik had er intussen al honderden euro’s aan gespendeerd en nu moest ik weer iemand nieuw zoeken? Pff. Tegelijkertijd was ik ook hoopvol. Ik dacht: dit is geen afwijzing, dit is gewoon weer een nieuwe stap in je proces om beter te worden, ga naar die psychiater, misschien zal medicatie je effectief helpen.

    Het eerste gesprek met de psychiater van het UZ was een openbaring. Ze vroeg me wat mijn klachten waren en ik kon heel specifiek zeggen wat er schortte. Daar kon ik op mijn 24ste alleen maar van dromen. Alleen al daarvoor moet ik mijn twee vorige psychologen erg dankbaar zijn. Ook al voelde het na het stopzetten wel zo, het waren dus zeker geen ‘mislukte’ ervaringen. De psychiater zei dat ik van medicatie waarschijnlijk geen heil moest verwachten, maar dat schematherapie mij zou helpen. Allez vooruit, weer een nieuwe vorm.

    Nu ga ik al een paar maanden naar een schematherapeut. Een vrouw. Ik heb nog een lange weg te gaan, maar op sommige vlakken heb ik al vooruitgang geboekt en dat koester ik heel erg. Ik kan met haar ook transparant zijn over mijn verwachtingen naar haar toe. Als ik het gevoel heb dat de structuur in onze sessies wat zoek is, dan zeg ik dat gewoon. Na drie psychologen te zien begrijp je dat de relatie psycholoog-cliënt veel minder top-down is, maar echt wel een wisselwerking.

    Even nam ik ook medicatie, maar door bijwerkingen heb ik dat stopgezet. Maar net als het vinden van een psycholoog die bij je past is uitvissen of antidepressiva je al dan niet liggen echt geen evidentie. Psycholoog A zegt wel medicatie, psychiater B zegt toch maar niet, huisarts C zegt misschien wel, psycholoog D zegt neen, echt niet. Opnieuw: tijdens het zoeken van de juiste psychologische hulpverlening waan je je bij momenten in de Sahara.

    Terugbetaling
    Het is goed dat we van alle kanten worden aangemoedigd om de stap naar ‘de psycholoog’ te zetten, maar we moeten inzien dat ‘de psycholoog’ niet bestaat. Heel wat mensen hebben wellicht chance en worden meteen goed geholpen, anderen moeten dan weer een paar psychologen proberen vooraleer ze iet of wat effect ervaren.

    Ik bevind me in een geprivilegieerde positie dat ik die queeste naar de juiste hulp kan betalen, maar zelfs met een fulltimejob is 60 euro per week geen evidentie. Sinds dit jaar krijgen volwassenen acht sessies per jaar terugbetaald, mits doorverwijzing van de huisarts of psychiater. Maar acht gesprekken, wat is dat? Daarmee kom je amper toe om je verhaal te vertellen en een band met je psycholoog op te bouwen, laat staan dat er tijd is om te behandelen. Voor mensen die het financieel moeilijker hebben, zijn er gelukkig nog de Vlaamse Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) maar die poule aan psychologen is beperkt; als het met hen niet klikt, zit je in de jus. Daarom: de politiek moet eindelijk therapeutische hulp beschikbaar maken voor iedereen, zolang hij of zij dat nodig acht.

    Ook de mentaliteit van menig huisarts moet nog worden gewijzigd. Ik heb de indruk dat jonge huisdokters hun best doen om hun patiënt naar een psycholoog door te verwijzen, maar veel oudere huisartsen lijken toch nog altijd geneigd om snel naar antidepressiva te grijpen – mede op vraag van de patiënt. Onlogisch is dat niet, want een voorschrift voor een pilletje neemt veel minder in tijd beslag dan samen op zoek te gaan naar een helpend psychologisch traject en het is, zoals gezegd, ook veel goedkoper.

    Het is wel jammer, want de meeste psychiaters en psychologen die ik heb gesproken raden medicatie bij het merendeel van hun cliënten sterk af. Die geneesmiddelen ‘dempen’ de klachten waardoor het voor psychologen soms moeilijker is om ze te behandelen, want de cliënt wordt minder met zijn of haar problemen geconfronteerd. Psychiaters wijzen ook op de vele neveneffecten: maagproblemen, constipatie, invloed op je bloeddruk en dat zijn er maar enkele.

    Daarom: blijf in huisartsopleidingen hameren op de voorkeur van therapie boven medicatie en schroef de kennis van de verschillende therapievormen bij dokters bij. Als die kennis ontbreekt, verwijs dan als huisarts door naar een psychiater die de patiënt op weg kan helpen. We associëren psychiaters nog te veel met medicatie, maar sommigen geven ook advies welk therapeutisch pad je best bewandelt. Dat heeft mij erg geholpen.

    En wat ons, de cliënten, betreft: onthou dat een psychologisch traject er een kan zijn met veel omwegen. Misschien ontdek je pas na een half jaar dat een bepaalde psycholoog je toch niet ligt en dat is geen schande. Ook de ‘mislukte’ ervaringen hebben je dingen geleerd en doen je aan jezelf werken. En is dat uiteindelijk niet wat telt?

    Bron: De Morgen.be >>

    #253059
    Luka
    Moderator

    Animatie ‘Laat trauma je niet verscheuren’

    #253458
    Luka
    Moderator

    Misstanden EMDR
    Twee dagen les, geen toetsing en je kan complexe trauma’s behandelen

    EMDR is een bewezen traumatherapie, maar ook onvoldoende opgeleide therapeuten en beunhazen mogen zich behandelaar noemen. Getraumatiseerde patiënten kunnen daar de dupe van zijn, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant.

    Niet eerder kampte Hans (61) met mentale klachten. Niet als chef-kok en horecadataspecialist, niet als echtgenoot en vader van twee kinderen. Dat verandert als hij twee dagen na een operatie – ‘98 procent slagingskans’ – thuis enorme maagkramp krijgt en bloed verliest op het toilet. Later blijkt dat een klemmetje op zijn darm is losgeraakt, maar op het toilet heeft Hans geen idee wat er aan de hand is. In de auto naar de eerste hulp heeft hij kramp en doodsangsten. Hij herinnert zich in een waas wat er in het ziekenhuis gebeurt, dat hij in de gangen flauwvalt op de grond, terwijl bloed en ontlasting uit hem stromen. Hij is eenderde van al zijn bloed kwijtgeraakt, hoort hij later van een ziekenhuisarts.

    De weken na het ongeval probeert Hans weer aan het werk te gaan, maar zijn hoofd werkt niet meer zoals daarvoor. Drukte in de trein maakt hem onrustig, bij het zien van een felrode auto slaat de paniek toe. Al 39 jaar werkt hij voor hetzelfde bedrijf, maar voor het eerst merkt zijn baas dat hij niet goed functioneert. De huisarts diagnosticeert Hans met posttraumatische stressstoornis (ptss). ‘Ik wist niet dat mensen zoals ik dat konden krijgen. Ik dacht dat het alleen voor militairen was.’

    Niet veel later zit Hans tegenover een psycholoog die een stokje van links naar rechts beweegt. Ze heeft één beeld gekozen uit zijn traumatische verhaal, waarvan zij denkt dat daar de kern van de pijn zit – het moment waarop hij flauwvalt, maar zichzelf vanuit een ander perspectief ziet liggen. Hans moet het beeld oproepen en het stokje met zijn ogen volgen. Deze ‘oogbewegingstherapie’ heet EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing), klinkt zweverig, maar is inmiddels door tientallen wetenschappelijke (meta)studies bewezen. De techniek kan mensen zoals Hans soms al in een paar sessies van hun klachten afhelpen. Volgens Nederlands onderzoek werken de oogbewegingen omdat ze het werkgeheugen van het brein ‘overbelasten’, waardoor er geen ruimte is voor de gebruikelijke paniekreactie bij traumatische herinneringen. Hans kan amper terugdenken aan zijn ziekenhuiservaring, EMDR-sessies moeten de herinneringen ‘kraken’ en het paniekgevoel afzwakken.

    Maar het werkt niet. Tijdens die eerste sessie niet, en ook niet tijdens de vijf sessies erna – steeds met de focus op datzelfde beeld. Hans’ psycholoog gaat op vakantie en draagt hem over aan haar collega ‘met meer ervaring in EMDR’. Tegen Hans vertelt die dat ze EMDR toepaste bij slachtoffers van een grote Nederlandse ramp. Ze kan hem ptss-vrij maken in een paar sessies, verzekert ze. Maar ook dat lukt niet. Voor het eerst in zijn leven huilt hij thuis. ‘Wat is er mis met mij?’, denkt Hans. Of is er niks afwijkends aan Hans, maar deugde de behandeling niet?

    EMDR-therapie is razend populair in Nederland. De Vereniging EMDR Nederland (VEN) telt bijna vijfduizend leden. Alleen al daarmee telt Nederland het grootste aantal EMDR-behandelaars per hoofd van de bevolking wereldwijd – veel meer bijvoorbeeld dan in de VS, waar de therapie werd bedacht.

    De therapie waarbij patiënten door oogbewegingen, tikjes, geluiden, of andere ‘werkgeheugenbelastingen’ zoals het maken van sommen hun trauma’s kunnen verhelpen, wordt steeds meer als ‘wondermiddel’ gezien, signaleert bijzonder hoogleraar psychologie en praktiserend klinisch psycholoog Jos de Keijser (Rijksuniversiteit Groningen), in plaats van als onderdeel van een goed doordachte traumabehandeling. De door de EMDR-vereniging goedgekeurde opleidingen duren vier tot acht dagen en zitten vol met supervisie. Nieuwe behandelaars moeten laten zien dat ze de techniek goed kunnen toepassen voordat ze aan de slag kunnen. Maar er bestaat een schaduwmarkt van goedkopere opleidingen die soms slechts twee dagen duren, met geen of nauwelijks toelatingseisen, waar behandelaars niet worden getoetst en vervolgens wel complexe trauma’s behandelen. Alternatieve behandelaars en coaches prijzen zich online aan als EMDR-therapeut, maar ook psychologen en grotere ggz-instellingen kiezen soms voor de goedkopere weg.

    Getraumatiseerde patiënten – met blind vertrouwen in de deskundigheid van hun therapeut – kunnen daar de dupe van zijn, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. De 61-jarige Hans beleefde zijn dieptepunt nadat zijn psycholoog hem praktisch onbehandelbaar had verklaard en had doorverwezen. Hans legde de schuld van de mislukte therapie in eerste instantie bij zichzelf.

    De Volkskrant sprak tientallen behandelaars, patiënten en opleiders in EMDR-therapie. ‘Schoenmaker, blijf bij je leest’, waarschuwt bijzonder hoogleraar angst- en gedragsstoornissen Ad de Jongh (Universiteit van Amsterdam) vooral de maatschappelijk werkers, therapeuten en coaches uit het alternatieve circuit. De Jongh haalde EMDR-therapie twintig jaar geleden naar Nederland en waarschuwt voor de mogelijk ‘ontwrichtende’ werking van traumatherapiebeunhazen, die soms dubieuze claims op hun website doen. Bijvoorbeeld dat oogbewegingen ‘je ziel weerspiegelen’ of dat hun EMDR ‘efficiënter’ werkt dan ‘hoe het standaard wordt aangeboden’.

    Bijzonder hoogleraar De Keijser is kritisch over zorgverzekeraars: die vergoeden de alternatieve en volgens hem misleidende EMDR-behandelingen ‘gewoon uit de aanvullende verzekering’. ‘Levensgevaarlijk’, aldus de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (NVP). Maar de alternatieve behandelaren zelf, en de opleiders met lagere toelatingseisen, halen juist uit naar de ‘elitaire’ of ‘monopolistische’ EMDR-vereniging en bijzonder hoogleraar De Jongh. Wat geeft hun het recht om deze ‘revolutionaire behandeling’ te claimen? Zeker aangezien de inmiddels overleden bedenker van de techniek haar ‘aan de hele wereld’ wilde schenken?

    In tien minuten een trauma kraken

    Zoals Nietzsche zijn geniale ingevingen kreeg tijdens het wandelen, zo ontsproot bij de Amerikaanse psycholoog Francine Shapiro (1948-2019) het eerste zaadje van EMDR ook tijdens een ommetje door het park. Ze had die dag in 1987 last van negatieve gedachten, zou ze later vertellen op conferenties, maar voelde zich na de wandeling lichter. Kon het iets met haar oogbewegingen te maken hebben? Een paar jaar later stuit tandarts en promoverend psycholoog Ad de Jongh (dan begin dertig) op Shapiro’s eerste onderzoek. Zou deze therapie zijn patiënten met tandartsangst kunnen helpen? Hij vertrekt als eerste Nederlander naar de Stanford Universiteit voor een training van Shapiro. Later, bij een tweede cursus, neemt ze De Jongh apart. ‘Of ik wilde helpen de eerste Europese cursussen te organiseren.’

    Nu, dik twintig jaar na de eerste cursussen in Amsterdam, wordt de behandelmethode niet alleen bejubeld door een clubje fanatieke wetenschappers, ook beroepsverenigingen van psychiaters en psychologen beschouwen haar als erkend en bewezen. Werd de oogbewegingentherapie ooit nog met wetenschappelijke argusogen bekeken, in 2003 verscheen EMDR-therapie op de lijst van voorkeursbehandelingen van het Trimbos-instituut en inmiddels adviseert Zorginstituut Nederland de techniek samen met cognitieve gedragstherapie zelfs als voorkeursbehandeling bij ptss. De Jongh en andere onderzoekers ontwikkelen nu het ‘snellere en flitsendere’ EMDR 2.0, met nog intensere belasting van het brein. ‘Eerst hadden we drie sessies nodig om één herinnering te kraken.’ Straks moeten geaccrediteerde therapeuten dat ‘in tien minuten’ kunnen.

    De toelatingseisen om geaccrediteerd EMDR-behandelaar te worden, zijn hoog. De instapeis van de opleidingen die worden erkend door de VEN is gz-psycholoog. Dat zijn psychologen die na strenge toelatingseisen een tweejarige postdoctorale beroepsopleiding hebben gevolgd. Basispsychologen worden op een paar uitzonderingen na niet toegelaten, alternatieve behandelaars al helemaal niet. Zij kunnen wel terecht bij mensen zoals René Veraar: onder meer sjamaan, reikimaster en ‘EMDR master therapist’, een titel die hij zelf heeft bedacht en die op cliënten net zo professioneel en wetenschappelijk moet overkomen als de wettelijk beschermde titel EMDR Europe practitioner. Honderden door hem getrainde EMDR-therapeuten zijn te vinden op zijn website emdr-therapeuten.nl – bijna niet te onderscheiden van het officiële emdrtherapeuten.nl (zonder streepje). Veraar, die op zijn website niet vermeldt waar of hoe hij EMDR heeft geleerd, claimt dat hij zelf ‘onderzoek doet’ naar EMDR en sinds 2004 zijn ‘eigen methodiek’ heeft ontwikkeld, die ‘zeer effectief’ is. Kortom: hij onderwijst zijn interpretatie van een wetenschappelijke behandeling aan alternatieve behandelaars, die vervolgens op hun website prijken met de ‘wetenschappelijk bewezen techniek’.

    ‘Misleidend’, aldus De Jongh. ‘Gevaarlijk’, zegt De Keijser. Want: kwetsbare patiënten op zoek naar een goede traumabehandeling raken verzeild in een onlinespinnenweb van therapieaanbieders. Zeker wanneer alternatieve behandelaars door de gemeente worden vergoed of wanneer cliënten er via reguliere instanties naar worden doorverwezen. Zo las de Volkskrant mails waarin Jeugdbescherming Gelderland een leerling van Veraar bestempelt als ‘gekwalificeerd’ voor de EMDR-therapie van een meisje van 10. De betreffende behandelaar prijst zichzelf op haar website aan met ‘psychotherapie’, maar is psychiatrisch verpleegkundige. De vader van het meisje spant nu een rechtszaak aan tegen de verpleegkundige – de therapie zou mogelijk valse misbruikherinneringen bij het meisje versterkt of zelfs veroorzaakt hebben, waardoor hij haar nu ‘al maanden’ niet mag zien. De verpleegkundige wil niet reageren, ook niet na meerdere pogingen. Jeugdbescherming wijst ondertussen naar de gemeente voor ‘de kwaliteitstoets’ van behandelaars, terwijl de gemeente zegt dat ‘de inhoudelijke check’ juist voor Jeugdbescherming is.

    Een extremer voorbeeld van uit zijn verband gerukte EMDR-therapie is binnen de dubieuze CREF-methode, bedacht door een oud-politieagent en beoefend door minstens zeventig behandelaars in Nederland. Autisme, adhd maar ook allergieën en kanker hebben hun oorzaak in prenatale trauma’s, zo is het idee. Door hypnose, het liefst liggend op een paard, wordt de patiënt teruggebracht naar de tijd in de baarmoeder – die ervaringen zouden opgeslagen zitten in ‘het celgeheugen’. In hypnose wordt het trauma opgespoord, waarna het met EMDR kan worden behandeld. Weg allergie, weg autisme. Ad de Jongh bestudeerde het EMDR-protocol dat de methode zelf onderwijst en noemt het ‘geen EMDR’, zo zeer wijkt het af van de wetenschappelijk bewezen techniek. Het verwijt: alternatieve behandelaars ‘profiteren van het wetenschappelijke imago en misleiden cliënten, die zo goede zorg mislopen.’ Een cliënt met misbruikverleden bevestigt de afwijkende toepassing tegen de Volkskrant.

    Meervoudig trauma

    De 61-jarige Hans, die na massaal bloedverlies op het toilet en in het ziekenhuis denkt dat hij doodgaat en daarna met ptss kampt, wendt zich niet tot een alternatieve behandelaar. De huisarts raadt hem aan twee plaatselijke psychologen te bellen. Maar hun EMDR-sessies halen niets uit. Hij denkt dat het aan hem ligt, tot hij wordt doorverwezen naar een nieuwe, gespecialiseerde psycholoog. Die analyseert zijn verhaal opnieuw, ziet dat zijn trauma niet enkelvoudig maar meervoudig is, en begint met het ‘targetten’ van een heel ander beeld: namelijk dat van Hans bloedend op de wc. Na die sessies lukt het Hans ineens om terug te denken aan het moment dat het bloed uit hem stroomde, zonder in paniek te raken. Dan pas begint hij te twijfelen aan de eerste psycholoog die hem daarvoor behandelde. Ook de specialist is kritisch over de eerste therapeut, vertelt ze telefonisch. Waarom bleef ze dezelfde herinnering behandelen als het duidelijk was dat daar niet zijn grootste pijn zat?

    Wat vaststaat: Hans’ eerste psycholoog volgde niet de officiële opleiding, maar een goedkopere die slechts twee dagen duurt. De 69-jarige gz-psycholoog Peter Baldé is de grootste aanbieder van zulke opleidingen, in zijn eigen ACT – EMDR Centrum Nederland, waar hij ‘ruim vierduizend’ therapeuten opleidde voor de reguliere zorg. Volgens De Jongh begon hij daarmee omdat hij was afgewezen als supervisor voor de toenmalige EMDR-vereniging. Zelf zegt Baldé dat hij liever ‘eigen baas’ wilde zijn. In een vast supervisortraject gelooft Baldé niet, hij vertrouwt op de expertise van zijn academisch geschoolde cursisten en het zou, kijkend naar de kosten, ‘te weinig opleveren’ om iedereen te toetsen. Alsof je een kind leert schaatsen door alleen uit te leggen hoe het werkt, bekritiseert De Keijser, in plaats van samen het ijs op te gaan.

    De hoogleraar vreest dat Baldés cursisten de traumatherapie minder goed beheersen, de therapie daardoor al snel zien als een kunstje en patiënten ermee kunnen schaden. Voor het behandelen van eenvoudige, enkelvoudige trauma’s is de opleiding van Baldé prima, denkt psycholoog en gedragstherapeut Petra van Alphen uit Veldhoven, die zowel de opleiding bij hem als bij de VEN volgde. Maar voor complexe gevallen miste ze bij Baldé ‘diepgang’. Bij Hans viel de schade mee, vooral omdat hij meteen na zijn mislukte behandeling terechtkon bij een specialist. Veel patiënten hebben dat geluk niet en belanden op een maandenlange wachtlijst, soms met verergerende klachten.

    In zijn verweer zegt Baldé dat ‘niet te concluderen valt’ dat de behandeling van Hans mislukte omdat zijn psycholoog alleen een basiscursus bij hem had gevolgd. Plus: voor het behandelen van complex trauma had de psychologe zelf bij hem kunnen aankloppen voor de tweedaagse verdieping, zegt hij. De VEN mag zijn centrum afkeuren, maar volgens Baldé is er ‘geen bewijs’ dat er iets mis is met zijn opleiding. Andere beroepsverenigingen erkennen die namelijk wel, zegt hij, zoals het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP), de Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie (NVGzP) en de Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie (VGCt).

    Het NIP zegt ‘geen oordeel’ te kunnen geven over Baldés opleiding, terwijl het aangeeft wel ‘volledig achter’ de standpunten van de VEN te staan. Later corrigeert het instituut zich: het staat inderdaad achter Baldé, ‘anders hadden we hem niet geaccrediteerd’. De NVGzP laat weten ‘alleen in te stemmen’ met de VEN-opleidingen. ‘We accrediteren niet, dus de opleiding van Peter Baldé kan niet door ons zijn geaccrediteerd.’ Het VGCt zegt Baldés opleiding geaccrediteerd te hebben als ‘nascholing’, maar voegt toe dat patiënten ‘de grootste kans’ hebben op ‘een goede EMDR-therapeut’ bij iemand die een VEN-geaccrediteerde opleiding heeft gevolgd.

    ‘Therapie is geen wiskunde’

    Vanuit de alternatieve behandelaars klinkt een tegengeluid. Het idee van traumatherapiebeunhazen zou zwaar overtrokken zijn. Sterker nog: veel cliënten kiezen voor een coach of therapeut in het alternatieve circuit uit onvrede met reguliere zorginstellingen. Wachtlijsten van maanden, behandelingen van exact 45 minuten, het gevoel dat je een nummer bent. Plus: bij wel geaccrediteerde EMDR-therapeuten slaagt ook niet elke behandeling. Zo werden Ingrids (40) wonden van haar jeugdtrauma’s geopend bij een EMDR-behandelaar met de ‘juiste’ papieren van de VEN, maar die wist er vervolgens ook geen raad mee. Ze belandde een jaar op de wachtlijst van een ggz-instelling. Een jaar waarin ze noodgedwongen tijdelijk stopte met haar studie rechten. ‘De therapie had mijn klachten erger gemaakt.’

    Orthopedagoog Vanessa Vos vindt daarnaast dat sommige alternatieve opleidingen zo slecht niet zijn. Ze wilde EMDR toepassen op jonge slachtoffers van huiselijk geweld, maar voldeed niet aan de toelatingseisen van de geaccrediteerde opleiding. Dus volgde ze de uitgebreide cursus van René Veraar, door De Jongh als charlatan neergezet. Later volgde ze alsnog ook de VEN-opleiding. ‘Ik vond niet per se dat die veel beter was. Ja, bij de alternatieve liepen mensen rond door wie ik me niet zou laten behandelen, maar ook mensen die bekwaam overkwamen. Net zoals bij de reguliere opleiding eigenlijk.’ Haar punt: de therapeut als persoon en de klik met cliënt zijn ook doorslaggevend voor een succesvolle behandeling. ‘Therapie is geen wiskunde.’ Zelf wijst Veraar naar de ‘professionalisering’ van de complementaire zorg de afgelopen tien jaar, bijvoorbeeld door de hogere eis van medische en psychosociale basiskennis voor alternatieve behandelaars.

    Daarbij: zelfs de bedenker van EMDR vond niet dat de techniek voorbehouden moest zijn aan een elite van gespecialiseerde psychologen en psychiaters. Zij vond dat de techniek zelfs aan maatschappelijk werkers moest worden onderwezen.

    Toch lijkt de ‘wildgroei’ aan EMDR-therapeuten en -opleidingen enigszins aan banden te worden gelegd. Zo werken de psychologische beroepsverenigingen samen aan een online kwaliteitsregister van behandelaars, dat uiterlijk in 2030 af moet zijn. Ten slotte pleiten de beroepsgroepen bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor meer opleidingsplekken tot gz-psycholoog. Het doel: het niveau verhogen van de psychologen die nu vaak bij zorginstellingen werken. Soms hebben die alleen in de boeken gezeten bij hun bacheloropleiding psychologie en missen ze behandelervaring. Ze kunnen starten met werken met niet veel anders dan een korte EMDR-training op zak.

    Peter Baldé heeft intussen zijn pensioen aangekondigd. Hij draagt zijn EMDR Centrum volgend jaar over aan zijn twee docenten. ‘Als het bestaansrecht blijft hebben, dan bestaat het. Zo niet, dan gaat het vanzelf weg.’ Hans is inmiddels ptss-vrij. Maar hij vreest voor zijn lotgenoten. ‘Sommige mensen halen zich na een mislukte behandeling gekke dingen in het hoofd, denk ik. Grijpen naar de drank, of willen er een eind aan maken.’ Als ex-patiënt ziet hij één oplossing: hogere eisen aan de traumatherapieopleidingen. ‘Als ik in twee dagen kon leren autorijden, zou ik het ook doen. Maar dat kan natuurlijk niet.’

    Met medewerking van Serena Frijters. De namen van patiënten Hans en Ingrid zijn gefingeerd, echte namen zijn bij de redactie bekend. Deze publicatie kwam mede tot stand met financiële steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

    Bron: de Volkskrant >>

    #255761
    Luka
    Moderator

    Klaas den Tek en Joost Rompa over wat er gebeurt als je als patiënt een verkeerd psychiatrisch label krijgt

    Mensen die een verkeerde psychiatrische diagnose krijgen komen daar vaak maar moeilijk van af. Evaluaties van vastgestelde stoornissen schieten er vaak bij in en behandelaren laten zich te veel leiden door het opgeplakte label. Hierdoor krijgen patiënten soms jarenlang verkeerde of onnodige medicatie, blijkt uit onderzoek van Reporter Radio. Met journalist Klaas den Tek en ervaringsdeskundige Joost Rompa bespreken we hoe dit probleem moet worden opgelost.

    Kijk & luister hier: NPO Radio 1 >>

    #256638
    Mark
    Moderator

    Is EMDR echt een wondermiddel?
    Psychologische hulp bij trauma’s

    Wie voor het eerst van EMDR hoort, kan haast niet geloven dat het werkt. Je denkt aan een traumatische ervaring, kijkt ondertussen naar wat bewegende lampjes en luistert naar tikjes en voilà: je hebt ineens een stuk minder last. Is EMDR echt een wondermiddel?

    Wie psychologische hulp zoekt voor de gevolgen van traumatische ervaringen, zoals herbelevingen of een posttraumatische stressstoornis, krijgt al snel te maken met Eye Movement Desensitization and Reprocessing, ofwel: EMDR. Een aantal sessies helpt je om nare ervaringen en herinneringen te neutraliseren. Je weet nog wat je hebt meegemaakt, maar die ervaring hindert je niet langer in je dagelijks functioneren. Waarom het werkt? Niemand weet het precies. Maar dat het werkt, dat is duidelijk. Verbazingwekkend goed zelfs. En niet alleen voor de directe gevolgen van ontwrichtende ervaringen, ook bij de behandeling van onbegrepen lichamelijke klachten, eetstoornissen, angsten en depressie, biedt EMDR mogelijkheden.

    Verleden laten rusten
    Voor je het weet krijgt EMDR daardoor al gauw het imago van een soort Haarlemmerolie. Een wondermiddel dat bij alle kwalen kan worden ingezet. Een beeld wat klinisch psycholoog en EMDR-opleider Erik ten Broeke uit Deventer graag wat nuanceert. Want hoe uiteenlopend deze aandoeningen ook lijken, ze hebben één ding gemeen: één of meer vroegere ontwrichtende ervaringen. “Denk aan een pestverleden of mishandeling, maar ook verwaarlozing of ouders die nooit emotioneel oog voor je hadden. Zoiets kan je leven ontzettend beïnvloeden.”

    Opgroeien zonder nare gebeurtenissen: dat is onmogelijk. Moet dan iedereen die ooit iets vervelends heeft meegemaakt EMDR gaan volgen? Nee, dat zeker niet, meent Ten Broeke: “Het meegemaakt hebben van een trauma is op zichzelf geen reden om in therapie te gaan. Als je geen klachten hebt die daarmee samenhangen, is er alle reden om het verleden te laten rusten. Het feit dat je ellende hebt meegemaakt, hoeft immers niet te leiden tot klachten.”

    Vaak verwerken mensen een trauma zelf, maar er kunnen ook flashbacks, herbelevingen, nachtmerries of schrikreacties en vermijding uit voortkomen. Dan is er reden voor gerichte behandeling.

    Realistischer denken
    Met EMDR verander je de herinneringen die klachten in stand houden op twee manieren: ze worden minder helder en ze verliezen hun emotionele lading. Iets wat met erover praten erg lastig blijkt te zijn, weet Ten Broeke. “Mensen worden niet zozeer minder angstig als ze realistischer gaan denken. Het werkt eerder andersom: pas als ze minder angstig zijn, kunnen ze realistischer gaan denken.”

    Want we kunnen verstandelijk wel wéten dat onze gevoelens niet passend zijn, toch ervaren we ze zo. “Ik zag eens een film van een man die voortdurend hyperalert was. Hij zei: ‘Ik weet dat ik veilig ben, maar het voelt niet zo.’ Na EMDR zag je hem helemaal ontspannen zijn en zeggen: ‘Ik ben veilig, het is klaar.’”

    Bang voor honden
    Een sessie met EMDR is niet iets wat je even doet tussen boodschappen en de kapper door. Het is onderdeel van een compleet behandeltraject bij een psychotherapeut en bovendien een soort emotionele topsport, meent Ten Broeke: “Je moet bereid zijn om herinneringen onder ogen te zien. Het is niet zo dat je jezelf inlevert en na een uurtje weer komt ophalen en het is gedaan. Het is keihard werken. Mensen zijn vaak helemaal op na anderhalf uur.”

    Samen met de therapeut ga je op zoek naar een concrete herinnering waar je aan kunt werken. Soms ligt die voor de hand, omdat mensen er veel aan terugdenken. Soms is het niet helemaal duidelijk welke herinnering heeft gezorgd voor de klachten: “Mensen zijn misschien heel bang in het verkeer of bang voor honden. Dan weet je niet meteen dat er iets gebeurd is. Dan willen we weten hoe dat is begonnen. Ergens moet die angst voor honden in werking zijn gezet en we zoeken herinneringen aan ervaringen die dat hebben aangewakkerd. Daarmee kun je vervolgens EMDR doen.”

    Werkgeheugen
    Tijdens een sessie denk je aan de naarste details van de herinnering, zo levendig mogelijk. Hoe voel je je, wat zie je? Tegelijkertijd wordt het werkgeheugen belast met zintuigelijke taakjes. Je krijgt een koptelefoon met geluidtikjes van links naar rechts en kijkt naar lampjes die van links naar rechts gaan of de therapeut beweegt een vinger voor je neus die je met je ogen moet volgen. Hierdoor is de ene helft van je werkgeheugen bezig met de akelige herinnering, de andere helft met de taak. Dit wordt een aantal keer herhaald, net zolang tot je de herinnering kunt oproepen zonder dat je daar overstuur van raakt.

    Ten Broeke: “De gebeurtenis kunnen we niet veranderen, maar de herinnering eraan wel. Herinneringen liggen helemaal niet zo vast als mensen denken, ze zijn altijd in beweging. Met EMDR herschrijf je als het ware je herinnering.”

    Rijden op de snelweg
    Maar niet alleen herinneringen blijken geschikt voor EMDR. Ook gebeurtenissen die je vreest in de toekomst kunnen behandeld worden. Voorstellingen waarvan je heus wel begrijpt dat ze niet gaan gebeuren, maar je gevoel zegt: het is aanstaande, het kan op ieder moment gebeuren. Ten Broeke geeft een voorbeeld: “Wanneer iemand niet over de snelweg durft te rijden, kun je uitzoeken wat hem of haar eerder overkomen is. Maar je kunt ook vragen wat hij of zij het meest vreest. En dan kan iemand bijvoorbeeld zeggen: een dodelijk auto-ongeval. Dat beeld roept veel spanning en angst op. We vragen mensen in een EMDR-sessie dan om een plaatje te maken van dat beeld.”

    Neerstorten met een vliegtuig, publiekelijk vernederd worden, het zijn allemaal zogeheten anticipatie-angsten. Als je die beelden niet meer zo heftig ervaart, ben je ook minder bang dat ze je overkomen en hoef je allerlei situaties niet meer te vermijden.

    Oorlogsverleden
    Het grote voordeel van EMDR is dat het een techniek is die weliswaar zwaar is, maar uit onderzoek blijkt dat mensen het goed verdragen. Ten Broeke: “Van oudsher was traumabehandeling iets wat we liever niet gaven. We waren bang dat patiënten zouden bezwijken onder de behandeling, dat de behandeling erger was dan de kwaal. Er moest dan ook aan een heleboel voorwaarden worden voldaan, waardoor therapeuten het vaak maar niet inzetten.”

    Ook van 70-plussers werd gedacht dat het weinig zin meer had om trauma’s te verwerken. Maar dat idee is helemaal losgelaten, ziet Ten Broeke. Zelfs een man van 90 jaar met oorlogservaringen kreeg nog een EMDR-behandeling. “Hij zei: ik heb vannacht voor het eerst goed geslapen. Daar krijg ik tranen van in de ogen, zo bijzonder om te zien.”

    Het is geen trucje
    Ondanks zijn enthousiasme is Ten Broeke ook voorzichtig. Hij worstelt met de stelligheid waarmee het succes van EMDR wordt verkondigd. Want wat voor de ene patiënt werkt, is misschien voor de ander niet zo geweldig, meent hij. En wanneer het slecht wordt uitgevoerd, kan het bovendien meer kwaad dan goed. “Het lijkt een gemakkelijk te leren trucje, maar dat is het geenszins.” Hij is dus niet zo enthousiast over behandelaars die geen gedegen opleiding hebben gehad. “Gelukkig is EMDR een vergevingsgezinde procedure. Je kan het best slordig doen; dan gaat het wat betreft resultaat toch vaak redelijk goed.”

    Toch zijn er genoeg verhalen van behandelingen waar het mis ging. Mensen raken soms zo uit hun evenwicht dat ze overspoeld worden door heftige emoties. Ten Broeke: “Als een behandelaar zomaar begint, kun je een heidebrand krijgen: de ene herinnering buitelt over de andere en iemand raakt helemaal over zijn toeren. Dat kan soms leiden tot voortijdig staken van de behandeling, grijpen naar alcohol of zelfs zelfbeschadigend gedrag of suïcidaliteit. Dat ligt alleen niet aan EMDR, maar hoe het wordt toegepast. Wanneer EMDR deskundig wordt toegepast is het een veilige en effectieve methode.”

    Daarom vindt Ten Broeke het verstandig om een therapeut te zoeken via Vereniging EMDR Nederland. Deze therapeuten zijn zich bewust van de mogelijkheden én van de beperkingen; ze kunnen ernstige problematiek herkennen en laten niet op iedereen zomaar EMDR los.

    Voltooid verleden tijd
    Wanneer je gewend bent om nare herinneringen weg te duwen, kan de stap naar EMDR groot zijn. Ten Broeke raadt daarom mensen aan om eerst een gesprek met een therapeut te voeren en te kijken wat die voor je kan betekenen. Daarvoor hoef je niet meteen alles te vertellen. En een behandeling is altijd in overleg en samenwerking. “Het is niet een achtbaan waar je instapt en pas kan uitstappen als hij stilstaat.”

    Bang zijn dat je een deel van je herinneringen kwijtraakt, is niet nodig. Je kan eraan denken, je kan ernaar kijken, het is niet weg of gewist, maar het is voltooid verleden tijd, verduidelijkt hij. “Het kan nog steeds gebeuren dat je in de auto zit en er een liedje voorbijkomt met een herinnering waardoor de tranen je in de ogen schieten. Maar je raakt niet gelijk een week van de kaart. Met EMDR ben je baas over je geschiedenis, in plaats dat de geschiedenis de baas is over jou.”

    Bron: gezondheidsnet.nl

    #256715
    Luka
    Moderator

    ACHTERGRONDHOKJESDENKEN IN DE PSYCHIATRIE
    Last van het verkeerde label: waarom er in de ggz veel foute diagnosen zijn

    U heeft een depressie. Of nee, een eetstoornis. Of toch een trauma. Hoe komt het dat er in de psychiatrie zo vaak foute diagnosen worden gesteld, en wat betekenen die voor patiënten?

    Michiel (41) had dwanggedachten, als klein kind al. Zijn hoofd zat vol ideeën over het vermoorden van de mensen die hij liefhad, met de angst om homo te zijn, met de mogelijkheid om voor de trein te springen. Hij moffelde zijn gedachten uit schaamte zo diep mogelijk weg. Hij raakte gedeprimeerd, geïsoleerd, suïcidaal. ‘Ik werd er gek van.’

    Op zijn 25ste zoekt hij hulp in de ggz. Daar krijgt hij achtereenvolgens vier etiketten: adhd, verslaving, depressie en een persoonlijkheidsstoornis. Pas in 2010, zeven jaar later en vijf psychiaters verder, wordt een dwangstoornis vastgesteld – en kan de zoektocht naar de juiste behandeling beginnen.

    Opnieuw onderzoeken
    Verkeerde diagnosen in de psychiatrie zijn aan de orde van de dag. Naar schatting een kwart van de langdurig psychiatrische patiënten heeft een verkeerd label. Dat bleek toen de Gelderse ggz-instelling GGNet in 2018 ruim duizend patiënten opnieuw ging onderzoeken omdat er zo weinig mensen opknapten. Bij een kwart bleek zo’n diagnose verouderd of onjuist en bleek bijvoorbeeld dat er een vroegkinderlijk trauma over het hoofd was gezien of een verstandelijke beperking. Bij de helft van de patiënten kwamen nieuwe inzichten naar boven die belangrijk waren voor de behandeling. Ook andere ggz-instellingen als Arkin en GGZ Rivierduinen zijn begonnen met herdiagnostiek van patiënten.

    Hoe kan dit? De ggz werkt toch met het befaamde handboek, de DSM, waarin staat omschreven wanneer iemand getraumatiseerd of depressief is, schizofrenie heeft of aan autisme lijdt? ‘De DSM-classificaties zijn onvoldoende betrouwbaar’, zegt klinisch psycholoog, psychotherapeut en wetenschappelijk onderzoeker Paul van der Heijden van Reinier van Arkel in Den Bosch. ‘En daar komt gelukkig steeds meer aandacht voor.’

    ‘De stoornissen die de DSM beschrijft bestaan niet echt. Vandaar die onbetrouwbaarheid’, benadrukt hij. ‘Het zijn bogsat-diagnosen.’ Bogsat staat voor: een Bunch Of Guys Sitting At a Table. Oftewel een stel mannen die aan een tafel zitten en het eens worden over de kenmerken van borderline, depressie of een dwang- of angststoornis. Deze ‘hokjes’ ontstaan dus niet op basis van wetenschappelijk onderzoek, zoals vaak wordt gedacht, maar op basis van overeenstemming tussen experts. Experts die vaak banden hebben met de farmaceutische industrie.

    Meerdere etiketten
    Veel kenmerken van de ene stoornis (druk gedrag, slecht slapen, piekeren) doen zich bij de andere stoornis ook voor. Met als gevolg dat patiënten vaak meerdere etiketten krijgen: een depressie én een angststoornis. Als de behandelaar er niet helemaal uitkomt, kan hij terugvallen op het door psychologen veelgebruikte etiket: ‘niet anderszins omschreven’ persoonlijkheidsstoornis.

    De behandelaar moet ook wel, trouwens. Want het DSM-etiket is (in Nederland althans) een soort kassabon. Zonder de kassabon vergoedt de verzekeraar niets.

    Maar inhoudelijk zegt de kassabon weinig. ‘Als ik een cliënt zie, kan ik tot een andere DSM-classificatie komen dan mijn collega’, vertelt Van der Heijden. ‘Gewoon omdat ik andere vragen stel. Je zou in een gestructureerd interview alle denkbare vragen moeten stellen. Als ik een depressie vermoed, moet ik eigenlijk ook vragen naar dwanggedrag en seksuele problemen. Maar dat ervaren patiënten als heel vervelend. En je hebt maar drie kwartier. Dan ontstaat er makkelijk een tunnelvisie.’

    En zo kan het gebeuren dat Michiels angst om homo te zijn niet wordt herkend als dwanggedachte, maar wordt gelabeld als een ‘ontwikkelingsstoornis’. Als de behandeling niet aanslaat, volgt het etiket ‘seksverslaving’ en bezoekt Michiel twee jaar een verslavingskliniek. Vergeefs. ‘Dat van die depressie klopte wel’, zegt Michiel achteraf. ‘Maar die depressie was het gevolg van die dwanggedachten. Zolang die niet behandeld werden, bleef ik depressief.’

    Als behandelaar in de ggz ziet Paul van der Heijden het vaak gebeuren. ‘Neem een jonge vrouw met autistische kenmerken die in haar jeugd veel is gepest. Eén van haar klachten is het horen van stemmen. Zijn dat psychotische stemmen of zijn dat de stemmen van de pesters die ze nu nog hoort? Ze wordt als een hete aardappel doorgeschoven van het autismeprogramma naar het borderline-team en de experts van de VIP-groep (Vroege Interventie Psychose). Soms is er zoveel gesteggel over het juiste hokje dat er helemaal geen behandeling komt. Het is verschrikkelijk, maar het gebeurt.’

    Louter symptomen
    Een ander zwak punt van de DSM is dat het louter over symptomen gaat. En niet over de patiënt zelf, de omstandigheden waaronder hij leeft of de mogelijke oorzaken van de aandoening. Zo draagt Joost Rompa (43) sinds 1999 het etiket bipolaire stoornis. Met zo’n stoornis laveren patiënten tussen zware depressies en extreme opgewektheid waarin ze vaak dingen doen waarvan ze enorme spijt krijgen: te veel geld uitgeven of hun relatie onder druk zetten.

    ‘Ik heb nooit in dat hokje gepast’, zegt Rompa. ‘De depressieve klachten waren er wel, maar extreme opgewektheid heb ik maar één keer gehad. En dat was toen ik het antidepressivum Seroxat kreeg. Daar reageerde ik heel vreemd op. Uit onderzoek is gebleken dat mijn lichaam bepaalde psychofarmaca zeer traag afbreekt, ik mis een bepaald enzym. Die bipolaire stoornis was dus heel kortdurend en is waarschijnlijk uitgelokt door medicatie. Maar ik kreeg te horen dat ik een chronische ziekte had. Dat ik mijn leven lang pillen moest slikken. Men heeft mij twintig jaar lang medicijnen voorgeschreven in grote hoeveelheden en verschillende door elkaar. Ik heb vijf psychiaters gehad, niemand heeft aan herdiagnostiek gedacht. Helaas. Was ik maar eigenwijzer geweest.’

    Drie maanden geleden kreeg Joost, bij een andere ggz-instelling, een nieuwe diagnose: post-traumatische stress stoornis (ptss), begonnen in de vroege kindertijd. Dat er zoiets speelde, was iets dat hij zelf al langere tijd besefte. Het nieuwe etiket past hem ‘als een jas’. ‘Ik had een onveilige jeugd met een verslaafde vader en een getraumatiseerde moeder die psychiatrisch patiënt was. Dat ik door die onveilige jeugd een trauma heb opgelopen is wel herkend, toen ik mij als 21-jarige aanmeldde bij het Riagg. Maar nadat de behandeling door psychologen werd overgenomen door psychiaters, verdween dat naar de achtergrond. Alles werd gereduceerd tot een bipolaire stoornis waarvan de symptomen bestreden werden met medicatie. Uiteindelijk is het mij gelukt te stoppen met al die medicijnen en verdwenen de depressieve klachten. Ik kon daardoor ook weer voelen. En voelen is nodig om te kunnen herstellen van trauma’s.’

    De psychiatrie is te veel bezig geweest met het ‘hokje’ waar de patiënt in past, vindt Van der Heijden. ‘Terwijl het er natuurlijk om gaat wat iemand nodig heeft.’ Als voorbeeld noemt hij paniekklachten. ‘Een hartinfarct kan tot zo’n hevige angst en paniek leiden dat de patiënt niet meer durft te sporten of te fietsen. Zo iemand geef je een andere behandeling dan die jonge, pasgetrouwde vrouw uit een gereformeerd dorp die paniekklachten heeft sinds ze beseft dat ze op vrouwen valt. Volgens de DSM vallen ze in dezelfde categorie, maar daar staat niks over de context. Het gaat alleen over symptomen. En symptomen bestrijden helpt soms, maar het is zeker niet altijd de beste behandeling.’

    De Hoge Gezondheidsraad in België waarschuwde vorig jaar zomer zelfs dat DSM-categorieën niet centraal moeten staan in de zorg voor patiënten, omdat ze niet betrouwbaar zijn en geen voorspellende waarde hebben. Het is volgens de Gezondheidsraad nuttiger om te kijken welke factoren de klachten veroorzaken en ze in stand houden – dan naar de juiste DSM-labels te zoeken. Die werken bovendien ook nog eens stigmatiserend, aldus de Raad.

    ‘Je voelt je dan niet gehoord’
    Zo heeft Noortje van Ballegooij (21) geregeld last van het label ‘autisme’. ‘Ik weet nog dat die diagnose werd gesteld, op mijn 15de. Niemand was er echt van overtuigd, het was meer dat het beestje een naam moest hebben. En omdat de oude diagnose, die ik op mijn 8ste kreeg: een dysthyme stoornis (een lichte, chronische depressie) de lading niet helemaal dekte. Ik betwijfel of ik autisme heb, omdat ik verbaal en sociaal best sterk ben. Hoe dan ook, je merkt dat hulpverleners niet meer naar jou kijken, maar naar het etiket en dan – over jouw hoofd heen – zeggen: oké, je bent autistisch dus we gaan dit en dat doen. Je voelt je dan niet gehoord, niet serieus genomen. Een klein voorbeeld: Ik regel altijd zelf mijn medicatie met de apotheek, waar ze mij al jaren kennen. Maar toen ze onlangs het stempel autisme zagen, wilden ze opeens een begeleider spreken. Dat doet echt pijn.’

    De eerste uitgave van de DSM was bedoeld om orde in de chaos te scheppen. In de jaren zestig van de vorige eeuw had elk land, elke universiteit zelfs, zijn eigen systeem om diagnosen te stellen. Met als gevolg een grote internationale spraakverwarring over begrippen als depressie en psychose. In eerste instantie beschreef de DSM alleen de grote syndromen. In de loop van de tijd is dat uitgegroeid tot een woud aan stoornissen: 350 stuks.

    De spraakverwarring is in zekere zin gebleven. In die zin dat er geen twee patiënten zijn met precies dezelfde depressie of dezelfde borderline-problematiek. Juist de heterogeniteit bínnen de stoornissen is opmerkelijk. Een psychische stoornis vormt zelden precies één vakje: iemand met een depressie of eetstoornis heeft vrijwel altijd ook kenmerken die passen bij een andere stoornis. Vandaar dat er vaak meerdere labels nodig zijn, tot onbegrip van de patiënt en zijn omgeving. Dat ligt dus niet aan de patiënt, maar is nu eenmaal een kenmerk van psychische problemen: ze staan zelden op zichzelf.

    Om de zaak nog complexer te maken: mensen zijn niet stabiel in de tijd. Mensen veranderen en hoe ze met hun problemen omgaan is ook veranderlijk. Een patiënt kan genezen. Soms raken depressieve symptomen op de achtergrond. Een nieuwe diagnose wil dus niet altijd zeggen dat de oorspronkelijke diagnose niet klopte.

    In wetenschappelijk kringen wordt steeds vaker afstand genomen van de manier waarop de DSM stoornissen in verschillende hokjes stopt, schreef Van der Heijden in het vakblad De Psycholoog van september vorig jaar. Omdat patiënten zelden in één van die hokjes passen, maar ook omdat er twijfel is of er wel een absoluut onderscheid mogelijk is tussen ‘psychisch ziek’ of ‘psychisch gezond’.

    Want in de praktijk hebben veel patiënten op wie geen DSM-label past toch hulp nodig. Terwijl anderen met een veelvoud aan DSM-etiketten het goed redden zonder de ggz. Het hangt er maar vanaf hoezeer ze onder hun ‘afwijking’ lijden, of ze een goed sociaal vangnet hebben, wat hun opvattingen zijn over ziek en gezond en of er geen bijkomende problemen zijn als schulden of ernstige lichamelijke ziekte.

    Minder strikt onderscheid
    Van der Heijden: ‘We weten al heel lang dat ieder mens in meerdere of mindere mate dingen denkt en voelt die tot een psychische stoornis kunnen leiden. Maar of het zover komt, hangt er maar vanaf. De neiging tot piekeren kennen we allemaal wel. Dat maakt je nog niet ziek. Maar als je je baan verliest en je huur niet meer kan betalen, kan dat piekeren ziekelijke vormen aannemen waardoor iemand onderuit gaat. Is dat dan ineens gestoord?’

    Omgekeerd rapporteren nogal wat ‘gezonde’ mensen psychotische ervaringen, zoals het horen van stemmen of het idee dat hun gedachten van buitenaf worden aangestuurd. ‘Zo’n 16 procent van de Nederlanders heeft dit soort ervaringen weleens zónder dat ze een psychische stoornis hebben. Ze lijden er niet of weinig onder. Ze hebben geen hulp nodig, ze functioneren prima’, aldus Van der Heijden.

    In de wetenschap wordt gewerkt aan nieuwe modellen voor psychische ziekten waarbij het strikte onderscheid tussen ‘normaal’ en ‘gestoord’ wordt losgelaten.

    Sommige ggz-instellingen proberen de hulpverlening op nieuwe leest te schoeien. Ze kijken minder naar het DSM-label en ‘genezing’, maar meer naar wat de patiënt nodig heeft om zo goed mogelijk te functioneren met zo min mogelijk professionele hulp. Dat gebeurt in bestaande instellingen, maar ook in nieuwe organisaties zoals BuurtzorgT: de ggz-variant op de thuiszorgorganisatie Buurtzorg van Jos de Blok en de zogenoemde Herstelacademies die vooral met ervaringsdeskundigen werken.

    Ervaringsdeskundige
    Van Ballegooij werkt inmiddels tweeënhalf jaar als ervaringsdeskundige bij de Reinier van Arkel-groep. Ze is enthousiast over de nieuwe aanpak. ‘Wij kijken veel meer naar wat de individuele patiënt nodig heeft. De DSM is zwart-wit. Daarmee help je mensen niet, want mensen zijn niet zwart-wit.’

    Toen Verheul in 2010 de diagnose dwangstoornis kreeg, ging hij op zoek naar de juiste behandeling. Het was hard werken, benadrukt hij, maar hij kreeg zijn stoornis onder controle. Het label ‘dwangstoornis’ heeft hij nog steeds. Dat boeit hem niet. ‘Ik heb een fijn leven met een lieve vrouw en twee kinderen. Wie had dat, met mijn agressieve dwanggedachten, ooit kunnen denken?’

    Voor Joost Rompa heeft het veel langer geduurd om de weg naar herstel te vinden. Eerst is hij, vanwege alle bijwerkingen, op eigen initiatief en tegen het advies van zijn psychiater in, gestopt met de medicijnen. Hij vroeg advies aan zijn apotheker en zocht steun bij zijn huisarts. De verwijsbrief voor traumatherapie kreeg hij van zijn huisarts, niet van zijn psychiater. Drie maanden geleden kreeg hij een nieuwe diagnose: complexe ptss. Hij is net begonnen aan een therapie in een kleinschalige ggz-instelling die is gespecialiseerd in vroegkinderlijk trauma. ‘Ik kijk nu anders naar mijn ontregeling van twintig jaar geleden. Ik was getraumatiseerd, ja. Maar dat was een normale reactie op een abnormale jeugd.’

    DIAGNOSE OF CLASSIFICATIE?
    Een ‘etiket’ als schizofrenie, autisme of eetstoornis op basis van de DSM heet een classificatie. Het is een rubricering van klachten die zich tegelijkertijd voordoen. Een pakketje symptomen dus. Zoals slapeloosheid, handenwringen, trager spreken, lusteloosheid, ernstig gewichtsverlies of juist gewichtstoename. Veel van dit soort symptomen komen bij verschillende psychische aandoeningen voor: er is dus veel overlap.

    Een classificatie is dus geen diagnose. Dat is een veel uitgebreidere beschrijving van de patiënt waarin de arts ingaat op vragen als: zijn er aangeboren kwetsbaarheden, wat heeft de patiënt in zijn jeugd meegemaakt en zijn er omstandigheden die de psychische klachten misschien verklaren? Denk aan: schulden of een echtscheiding. De DSM houdt er geen rekening mee dat psychische problemen ook door dit soort ingrijpende ervaringen kunnen ontstaan.

    DSM ONDER VUUR
    De DSM is het Amerikaanse handboek voor de psychiatrie om psychische stoornissen te classificeren. Ook psychologen maken er vaak gebruik van. In de opleiding tot klinisch psycholoog speelt de DSM zelfs een centrale rol. Dat neemt niet weg dat de DSM – al sinds het ontstaan – onder vuur ligt. Ook van psychiaters zelf, nationaal en internationaal. Onder meer omdat er steeds meer stoornissen bijkomen. Omdat zoveel experts die aan het handboek meewerken banden hebben met de farmaceutische industrie. Omdat een DSM-classificatie voor veel patiënten voelt als een vonnis of een stigma. Omdat een DSM-classificatie geen opstap is naar de beste behandeling.

    Bron: de Volkskrant >>

    #256794
    Lyn
    Lid LSG

    dogmavrij.nl/hoe-luister-je-naar-je-innerlijke-kind-coach-voor-kerkverlaters

    Heldere uitleg van Inge Bosscha over het luisteren naar je innerlijke kind. De vraagsteller komt met de vraag vanuit de strenge opvoeding binnen de kerk, maar ook vanuit de pijn en misvorming van misbruik en geweld geeft dit een praktisch handvat om je innerlijk kind de ruimte te leren geven.

    #256996
    Luka
    Moderator

    Wat je kan doen terwijl je op de wachtlijst van een psycholoog staat

    Of als je gewoon meer aan je mental health wilt werken tijdens de lockdown.

    Laten we het hebben over die andere pandemie: depressie. Ik ken niemand in mijn omgeving die gelukkiger is geworden van de coronacrisis. Het verbaast me daarom niet dat steeds meer mensen aankloppen bij de psycholoog. Helaas kan het lang duren voordat je überhaupt geholpen wordt: de lange wachttijden binnen de GGZ zijn al jaren een bekend probleem.

    Dus wat doe je dan in de tussentijd? Het kan soms voelen alsof elke dag “nutteloos” is, maar juist nu is het belangrijker dan ooit dat je lief voor jezelf bent en zo min mogelijk druk op jezelf legt. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, dus hieronder heb ik laagdrempelige tips verzameld die mij en mijn vrienden het meeste hebben geholpen toen we diep in de shit zaten (sinds corona wisselen we self-care tips uit alsof het Pokémon-kaarten zijn).

    Dit artikel is niet een vervanging voor therapie, maar het helpt je om ergens te beginnen. Zie het maar als een wachtkamer met een stapel hele goeie tijdschriften.

    Werkboek: Feeling Good: The New Mood Therapy door David Burns
    Online wordt dit boek overal aangeraden door Amerikanen die geen geld hebben voor een therapeut of momenteel op een lange wachtlijst staan. Je kan het zien als schriftelijke therapie: je leert technieken uit cognitieve gedragstherapie (CGT) en doet oefeningen om zicht te krijgen op je (negatieve) denkpatronen. Zelfhulpboeken krijgen soms een slechte naam, maar dit boek doet moeite om uit te leggen waarom CGT werkt, hoe het werkt en hoe je het zelf kan toepassen op bepaalde problemen. Ook bevat het boek gesprekken tussen Burns en zijn (anonieme) patiënten, zodat je kan zien hoe een gemiddelde sessie met een therapeut eruitziet.

    Een vriendin van mij klaagde laatst dat ze meer aan dit boek heeft gehad dan aan de wekelijkse sessies met haar psycholoog (tip: je kan áltijd van therapeut veranderen als het niet klikt – dit gaat om jóuw gezondheid).

    Alle kleine beetjes helpen
    Depressie slurpt vaak je energie en motivatie op, waardoor je geen fut heb om de dingen te doen die je wil doen. Nu we de hele dag thuis zitten, word je dagelijks geconfronteerd met rommel (hiervoor konden we het huis nog ontvluchten). De beste tip die ik heb gekregen is om alle taken zo laagdrempelig en halfslachtig mogelijk te maken. Bijvoorbeeld: het liefst negeer ik de berg afwas die elke dag groter wordt. In plaats van tegen mezelf te zeggen dat ik die berg nu in één keer moet doen, ga ik nu alléén de borden en kommen stapelen. Dat is alles. Zodra ik dat heb gedaan, krijg ik een voldaan gevoel en kan ik het van mijn to-do lijstje afstrepen. Maar wat vaak gebeurt, is dat ik na het stapelen denk: “Oké, eigenlijk kan ik net zo goed écht beginnen met de afwas. Ik ben toch al bezig.”

    In plaats van jezelf dwingen om elke dag een (corona-vriendelijke) wandeling te maken, ga je 5 minuten thuis stretchen. Alles is beter dan niks. Ga met een washandje over je gezicht en hals, als je geen energie hebt om te douchen. Sorteer je was, in plaats van meteen die berg vuile was te tackelen. Raap je kleren van de grond, in plaats van je hele kamer meteen te Marie Kondo’en (al moet ik wel zeggen dat ik de was doen minder haat sinds ik haar methode voor kleding vouwen gebruik).

    Zorg ervoor dat je eet en genoeg water drinkt
    Ook hier: maak het laagdrempelig. Het is makkelijk om naar kant-en-klare maaltijden of afhaal te grijpen – doe dat vooral, want het is beter dan niks eten. Op sommige dagen voelt het onmogelijk om jezelf naar de supermarkt te slepen, maar als je er bent (yay!), sla dan zoveel mogelijk noten, gedroogd fruit, volkoren crackers en andere gezonde snacks in die je lang kan bewaren. Leg deze snacks in de buurt van je bed, zodat je op dagen waarop je niet je bed uitkomt altijd iets te eten hebt (ook fijn voor als je net ontwaakt uit je depressiedutje).

    En dan water. Omdat ik zelf vaak vergeet om genoeg water te drinken, kocht ik een waterkan van 3 liter. Ik hoef dit megading alleen ‘s ochtends bij te vullen en ervoor te zorgen dat het aan het einde van de dag leeg is.

    Wil je zelf koken, maar geeft de gedachte van afwassen je nachtmerries: hier is een lijst van maaltijden die je in één pan kan bereiden (soep is nog altijd een klassieker onder de depressie-maaltijden). Of als je het budget ervoor hebt: koop een instant pot. Gooi ingrediënten erin, zet het aan, wacht en boem – een Volledige Maaltijd.

    Podcasts over mental health luisteren
    Oké, ik ben hopelijk niet de enige die graag naar podcasts luistert omdat het voelt alsof ik met een groepje vrienden ben. Eh… hoe dan ook, podcasts zijn een hele makkelijke manier om verhalen van herkenning te vinden. Mental Illness Happy Hour interviewt mensen (patiënten, experts, beroemdheden) over depressie, trauma, verslaving, eetstoornissen en meer. Er wordt gelachen, gehuild, zo hard gelachen dat er wordt gehuild.

    Een probleem die ik vaak hoor van mensen van kleur die in therapie gaan, is dat ze geen psycholoog kunnen vinden die hen begrijpt wanneer het gaat over cultureel stigma, racisme en je leven navigeren met een duale identiteit. Daarom zijn deze mental health podcasts van mensen van kleur belangrijk: Therapy For Black Girls, Melanin & Mental Health, Erasing Shame (voor de Aziatische diaspora) en The Mindful Muslim.

    Vul je Instagram feed met mental health-positiviteit
    Eindeloos scrollen op Instagram is onvermijdelijk. Social media kan je zelfbeeld kapot maken als je continu perfect gecureerde levens door je strot geduwd krijgt, maar tegelijkertijd geeft social media je toegang tot ontzettend veel communities die je kunnen helpen met helen. Dus als je toch in een rabbit hole zit, raad ik je aan om mental health accounts te volgen (en de accounts die je een slecht gevoel te geven te muten of ontvolgen). De Amerikaanse therapeut Meghan Watson maakt korte, heldere slides die psychische symptomen uitlegt. Ze geeft affirmations (mantra’s), en tips en oefeningen die je meteen kan doen.

    Kunstenaar Hannah Daisy maakt illustraties over “saaie self-care”, zoals boodschappen doen, bed opmaken en een kop thee zetten – dingen die klein lijken, maar belangrijk zijn en waar je trots op moet zijn. Dit betekent het om lief voor jezelf te zijn. Nogmaals: alle kleine beetjes helpen.

    Tabitha Brown is een vegan chef op TikTok die viral ging met haar video’s waar ze in de camera praat over self-love. Het klinkt simpel, maar het is moeilijk om niet ontroerd te raken door een vrouw die waanzinnig veel positiviteit uitstraalt.

    Andere goede IG accounts zijn Crazy Head Comics en The Holistic Psychologist.

    Tot slot
    2020 was een heftig jaar. Het feit dat je het hebt overleefd is al een applaus waard. Het tweede en het derde punt in deze lijst gaan over het veranderen van je gedrag en gedachtegang. Dit gaat niet in één keer. Soms ga je vijf dagen achter elkaar lekker en krijg je het voor elkaar om eindelijk je kamer op te ruimen, maar valt alles op de zesde dag weer uit elkaar en heb je nergens zin meer in. Dit is normaal. Het enige wat ik je vraag is om te proberen niet boos op jezelf te zijn. Geef jezelf na een tijdje de ruimte om het nog een keer te proberen.

    Bron: NPO 3 / Brandpunt + >>

    #257825
    Mark
    Moderator

    Fleur (24) werd jarenlang misbruikt, maar vond steeds niet de juiste hulp: ‘Ik blijf doorvechten tot ik van het verleden heb gewonnen’


    De Bredase Fleur (24) kreeg in haar jeugd verschillende diagnoses als labels opgeplakt. Nu is ze op zoek naar zichzelf, wat haar mening is, haar geaardheid, maar vooral naar de persoon die ze is zónder misbruik.<span class=”figcaption__credit”> © John Back</span>

    Je zult het maar te horen krijgen, als je aan de belt trekt over seksueel geweld. Posttraumatisch stresssyndroom (PTSS), anorexia, depressie, ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, dwangmatige persoonlijkheidsstoornis, angststoornis. Volgens Fleur* (24) uit Breda kijken psychologen al jarenlang enkel naar het label dat ze op haar plakken en kan geen van allen haar écht helpen. Een mentor is degene die haar aan het praten krijgt, en nu spreekt ze er zelfs in Tweede Kamer over.

    Het begon op 8-jarige leeftijd toen een familielid haar misbruikte. ,,Ik voelde dat het niet klopte wat er gebeurde, maar ik durfde er tegen niemand iets over te zeggen. Uit angst om niet geloofd te worden en dat mensen boos op me zou worden.” Het misbruik duurde twee jaar, tot degene overleed.

    Ik ging van de ene afdeling naar de andere, en van behande­laar naar behande­laar. Vaak met maanden wachttijd
    Fleur

    Binnen één uur vijf labels opgeplakt
    Ze stopte haar gevoelens weg door veel te sporten, te focussen op school, maar ook door af te vallen. Dit alles om maar controle te hebben en niets te hoeven voelen. Toen ze twaalf was, merkten haar ouders dat er iets speelde. De huisarts constateerde PTSS en verwees Fleur door naar GGz Breburg. ,,Binnen een uur had ik vijf diagnoses opgeplakt gekregen. Over het vermoeden van PTSS werd geen woord gezegd. Vanaf dat moment begon het getouwtrek binnen de ggz. Ik ging van de ene afdeling naar de andere, en van behandelaar naar behandelaar. Vaak met maanden wachttijd.”

    Als er een klik was tussen een behandelaar en Fleur, klikte de behandeling niet. En andersom. Ze voelde zich nooit genoeg op haar gemak om te vertellen wat de oorzaak van haar gedrag was. Volgens de twintiger werd er té veel in hokjes gedacht en niet naar haar gekeken. Wanneer met haar werd gefocust op het overmatig sporten, ging Fleur nog meer letten op haar eten. ,,Ik zat in een vicieuze cirkel van focussen op eten, sporten en presteren op school. Totdat ik neerviel van vermoeidheid.”

    Wederom misbruikt
    Ze gaf het vertrouwen in de hulpverlening op toen ze op haar zeventiende opnieuw werd misbruikt. Dit keer geen familielid, maar wel iemand uit haar directe omgeving. ,,Hij wist als enige van mijn verleden, maakte misbruik van de situatie. Hij claimde me, begon met stalken. Toen heb ik aan de bel getrokken, het tegen anderen verteld en daarna stopte het. Maar ik ging mijn verleden nog meer vermijden, ik praatte er met niemand over.” Ze maakte wederom bij de politie melding van het misbruik. Aangifte doen durfde ze niet.

    Haar ouders vonden het verschrikkelijk om Fleur zo te zien. Ze wilden haar helpen, gingen minder werken, maar het hielp niet. Toen Fleur voor haar studie fysiotherapie lichamelijk contact met andere studenten moest hebben, kon ze haar verleden niet langer vermijden. Flashbacks, nachtmerries en lichamelijke reacties zorgde voor slapeloze nachten.

    Ik had voor het eerst het gevoel dat iemand me écht serieus nam
    Fleur*

    Hij keek niet naar haar diagnoses
    Ze zocht toch weer hulp, dit keer bij specialist de Viersprong. Het verleden wilde Fleur achter zich laten, ze wilde verder met haar leven. ,,Ik had me voorgenomen om vanaf minuut één eerlijk te zijn en te vertellen over het misbruik. Dit keer werd wél PTSS vastgesteld, maar ook opnieuw een depressie, eetstoornis, persoonlijkheidsstoornis en zelfs een vermoeden van autisme. Ik had gehoopt de juiste behandeling te krijgen en te kunnen praten over wat er allemaal was gebeurd, maar er werd weer op andere diagnoses gefocust.”

    Wat de ene na de andere psycholoog niet lukte, kreeg uiteindelijk een mentor op school wel voor elkaar. De twintiger vertelde haar verhaal aan hem. Soms zei ze maar vijf zinnen in een half uur, maar dat maakte hem niet uit. ,,Ik had voor het eerst het gevoel dat iemand me écht serieus nam. Hij keek niet naar mijn diagnoses, maar naar mij. Daar ben ik hem zo dankbaar voor.”


    Wat de ene na de andere psycholoog niet lukte, kreeg uiteindelijk een mentor op school wel voor elkaar. Fleur (niet het meisje op de foto) vertelde haar verhaal aan hem. © Blauwe Maan

    Niet meteen labels plakken
    Daarna durfde Fleur haar verhaal te vertellen aan haar ouders en de huisarts. Zelfs in de Tweede Kamer sprak ze erover. De Bredase reageerde op een oproep van Lisa Westerveld. De GroenLinks-politica zocht jongeren die wilden vertellen over hun lange zoektocht naar de juiste behandeling. Uit de honderden inzendingen mocht Fleur samen met zo’n twintig anderen haar verhaal vertellen. Aan politici gaf ze het advies om niet meteen diagnoses te stellen die als een label op de cliënt worden geplakt. Voer eerst gesprekken op een centrale locatie en kijk vervolgens naar de beste behandeling en praktijk.

    Zelf vond Fleur uiteindelijk via het internet de therapie die het beste bij haar paste. Ze onderging een behandeling bij Psychotrauma Expertise Centrum Psytrec in Bilthoven. Naar eigen zeggen bereikte ze daar in acht dagen meer dan in tien jaar therapie. In de ochtend kreeg de Bredase exposure therapie, waarin haar herinneringen tot in detail werden opgehaald. Doordat ze die gebeurtenissen continu herhaalde, werd het trauma steeds meer iets uit het verleden. In de middag kreeg ze EMDR, een therapie waarbij Fleur aan haar trauma’s moest denken terwijl haar hersenen werden afgeleid. Na een aantal herhalingen verloor de herinnering kracht en emotionele lading.

    Ik wil niets liever dan weer gelukkig zijn, van mezelf durven houden, in de toekomst willen geloven
    Fleur

    Nog twaalf afspraken met een traumapsycholoog
    Helemaal beter is Fleur nog niet. Ze is op zoek naar zichzelf, wil weten wat haar mening is, haar geaardheid, maar vooral naar de persoon die ze is zónder misbruik. Ze ontwijkt nog steeds alle jongens en mannen. Sociale contacten beperkt ze, want overprikkeling ligt nog op de loer.

    Er staan nog twaalf afspraken op de planning met een traumapsycholoog uit Den Dolder. ,,Daarna hoop ik voorgoed PTSS-vrij te zijn en het achter me te kunnen laten. In de afgelopen twaalf jaar therapie begon ik mezelf steeds meer als een complex persoon te zien. Ik twijfelde aan mezelf, werd ongelukkig, voelde me eenzaam. Ik dacht dat het nooit meer goed zou komen. Maar nu weet ik dat ik door blijf vechten tot ik van het verleden heb gewonnen. Ik wil niets liever dan weer gelukkig zijn, van mezelf durven houden, in de toekomst willen geloven. Ik ben nog niet waar ik wil zijn, maar ik ben verder dan ooit.”

    GGz Breburg gaat niet in op deze specifieke kwestie.

    *De naam Fleur is gefingeerd uit privacyoverwegingen. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

    Bron: bndestem.nl

    #258946
    Mark
    Moderator

    EMDR-therapie bij angsten en trauma’s wint aan populariteit: hoe werkt het precies?

    Heb je grote angst voor een auto-ongeluk, een hondenbeet of om te stikken? Ga je gebukt onder een traumatische ervaring? In zo’n geval kan EMDR een oplossing zijn. De therapie wint aan populariteit. ,,Dankzij deze therapie heb ik geen paniekaanvallen meer.”

    De eerste paniekaanval weet de 28-jarige Linda* uit Breda nog als de dag van gisteren. Na een drukke werkweek reed ze naar Amsterdam voor een verjaardagsfeestje. Ze was al een beetje gestrest, moest opschieten en kwam ook nog eens in een file terecht. ,,Toen ik eenmaal op die verjaardag was, voelde ik ineens heel veel emotie opkomen. Het was een kleine ruimte met veel mensen. Een gevoel van angst en paniek overviel me.”

    Trigger
    Haar ademhaling was hoog, alle gesprekken gingen langs Linda heen. Ondanks de drukke ruimte voelde ze zich alleen. Niemand had iets door. ,,Eenmaal thuis werd ik wel weer rustig, maar ik kreeg het gevoel steeds vaker. Zodra ik op een drukke plek kwam, bijvoorbeeld in een restaurant, kreeg ik zo’n heftige lichamelijke reactie. Daarvoor ging ik twee keer per week uiteten en stond mijn agenda vol met borrels. Vanaf dat moment voelde het letterlijk als overleven. Drukte, veel mensen om me heen en alleen al de gedachte daaraan was voor mij een trigger om een paniekaanval te krijgen.”

    Tijdens zingen of neuriën heb je een bepaalde ademhaling die je niet kunt beïnvloe­den. Dat hielp mij
    Linda*

    Ze kende verhalen van mensen om haar heen die al eens EMDR-therapie hadden gehad voor bijvoorbeeld vliegangst. Linda hoopte dat het haar ook zou helpen en ging naar de dokter. Die verwees haar door naar een psycholoog en gaf voor de tussentijd de tip om op een moeilijk moment een liedje te neuriën of zingen. ,,Omdat je dan een bepaalde ademhaling hebt die je niet kunt beïnvloeden. Dat hielp mij. Net als het naar iemand uitspreken dat je een paniekgevoel hebt.”

    Last van schouders
    Ze kon snel bij de psycholoog terecht waar ze een sessie EMDR-therapie kreeg. ,,Ik had er zin in, want ik wist dat ik dit nodig had om een vervelende periode af te sluiten. Ook was ik benieuwd wat het met me zou doen. Na de sessie viel al meteen een last van mijn schouders.”

    De herinnering aan bijvoorbeeld die verjaardag is er bij Linda nog wel, maar ze voelt er geen emotie meer bij. Het voelt ‘neutraal’, zonder angst, paniek of onzekerheid. ,,Ik zie mezelf nu op die verjaardag zitten zonder dat ik er iets bij voel. Daarvoor moest ik huilen bij die gedachte en dacht ik: help me. Sindsdien heb ik geen paniekaanvallen meer gehad en ook niet de angst om ze te krijgen. Ik zou het iedereen aanraden.”

    Hoe werkt EMDR in de hersenen?
    EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is ruim dertig jaar geleden ontdekt door de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. Sinds een jaar of twintig wordt de behandeling in Nederland toegepast. Volgens Annemieke Driessen, voorzitter van de Vereniging EMDR Nederland, wordt bij een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) EMDR-therapie als eerste keuzebehandeling uitgevoerd. Maar inmiddels is aangetoond dat de therapie ook effectief kan zijn bij andere klachten die het gevolg zijn van het meemaken van nare gebeurtenissen, zoals een ernstige ziekte, mishandeling, brand of verlies van een dierbare.

    Na zo’n gebeurtenis kunnen klachten als herbelevingen, vermijdingsgedrag, schaamte en somberheid ontstaan. Als Driessen EMDR toepast, vraagt ze de nare herinnering op te halen. Daardoor komt die in het werkgeheugen, het actieve deel van het brein terecht. ,,Tegelijkertijd laat je de cliënt taken uitvoeren, zoals het volgen van een lampje of de vingers van de therapeut. In sommige gevallen werken we ook met geluiden of het oplossen van rekensommen. Die taken gaan als het ware de concurrentiestrijd aan met de herinnering. Het werkgeheugen heeft maar bepaalde capaciteit. De herinnering delft het onderspit en verliest daardoor de emotionele lading en spanning.”

    Alle typen angsten en trauma’s
    In principe kunnen alle problemen die samenhangen met een beangstigende herinnering worden behandeld met EMDR. Zo heeft Bridget van Zundert, GZ-psycholoog bij Impegno in Breda en Rotterdam, onlangs een Syrische vluchteling kunnen helpen met EMDR. Hij had op zijn vluchtroute nare ervaringen gehad en droeg die als een last met zich mee. Maar ze heeft ook cliënten kunnen helpen na een ongeluk, langdurig huiselijk geweld en seksueel misbruik. ,,Eigenlijk alle kleuren en typen aan angsten en trauma’s zie ik voorbij komen. Ook mensen met specifieke fobieën.”

    Ik zie alle kleuren en typen aan angsten en trauma’s voorbijko­men
    Bridget van Zundert, GZ-psycholoog

    Steeds vaker komen mensen op haar afdeling met de specifieke vraag om EMDR-therapie. ,,Ze horen van anderen hoe effectief het is en dat het goed en snel werkt.” Ze vertelt dat de behandeling vooral wordt ingezet bij de gevolgen van enkelvoudige trauma’s die vasthangen aan een bepaald beeld van een nare gebeurtenis. De herinnering aan het trauma breekt ze in brokjes waarmee Van Zundert aan de gang gaat.

    Spanning
    Ze vraagt de cliënt om aan de gebeurtenis te denken. ,,Iedere scène van de film die spanning geeft, wordt op stilgezet. Dan vraag ik hoe hoog de spanning is op een schaal van een tot tien. Dat beeld houden we vast en tegelijkertijd komt de afleiding in vorm van piepjes of het volgen van een lichtbalk. Na een tijdje vraag ik weer hoe hoog de spanning is. We gaan net zolang door tot we op nul uitkomen en het af kunnen sluiten. Dat gebeurt meestal in een tot vijf sessies.”

    In sommige gevallen is het trauma te complex om het bij Impegno te behandelen. Doordat het bijvoorbeeld verschillende ervaringen zijn geweest die jarenlang hebben plaatsgevonden, zoals bij seksueel misbruik of pesten. Van Zundert vergelijkt het met een volle boekenkast waarin ieder boek staat voor een traumatische gebeurtenis. Op zo’n moment verwijst Impegno de cliënt soms door naar bijvoorbeeld het Psychotrauma Expertise Centrum Psytrec in Bilthoven en Weert. Dat centrum is gespecialiseerd in de behandeling van Posttraumatische Stressstoornis na traumatische ervaringen.

    *De naam Linda is gefingeerd uit privacyoverwegingen. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

    Bron: bndestem.nl

21 berichten aan het bekijken - 76 tot 96 (van in totaal 96)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 17 ▪︎ leden online: 1
LSG
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.706, berichten: 14.620, leden: 1.549
Scroll Up