Therapieën & behandelingen

Dit onderwerp bevat 70 reacties, heeft 4 stemmen, en is het laatst gewijzigd door Luka 22/04/2019 om 10:59.

21 berichten aan het bekijken - 51 tot 71 (van in totaal 71)
  • Auteur
    Berichten
  • #228521

    Luka
    Moderator

    Waarom je jongeren niet in een separeercel moet stoppen

    Jongeren die zes weken lang opgesloten worden in een separeercel: komt dat echt voor in Nederland? Ja dus. Jeugdzorg-expert Peer van der Helm wil dat daar zo snel mogelijk een eind aan komt.

    Peer van der Helm zag het onlangs nog gebeuren. Het meisje in kwestie kwam als een kasplantje de cel uit. “Separeren,” zegt de Lector Residentiele Jeugdzorg, “laat diepe wonden in de geest achter en verergert het probleemgedrag.” Hij werkte mee aan het actieplan dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opstelde om het separeren te stoppen. In 2021 moet het aantal separaties van enkele duizenden keren per jaar terug gedrongen zijn naar nul.

    De poort op het terrein van gesloten jeugdzorginrichting Schakenbosch schuift langzaam open om een bezoeker binnen te laten. Een van de jongeren maakt van de gelegenheid gebruik en zet het op een lopen. Een aantal medewerkers ziet het gebeuren en gaat erachteraan. Ze proberen het meisje over te halen weer mee naar binnen te komen, maar ze wil niet. Opnieuw trekt ze een sprintje en opnieuw gooien de medewerkers hun woorden in de strijd. Met succes: na een tijdje keert ze dan toch uit zichzelf om en lopen ze samen terug het terrein op.

    De methode die de medewerkers hier toepasten heet ‘geweldloos verzet’. Zonder vastpakken of vechten proberen door te dringen tot de cliënt, is een alternatief voor de inzet van separeercellen. Dat zijn kale ruimtes die van de buitenkant op slot gaan. De enige voorzieningen zijn een matras, een deken, en een toilet in een van de hoeken. Schakenbosch had ooit vier van die cellen, waar er nu nog een van over is.

    Lees verder op Brandplunt Plus >>

    #229035

    Luka
    Moderator

    WRAP

    WRAP staat voor: Wellness Recovery Action Plan en komt uit Amerika. Het is een herstelmethode die je helpt om weer grip te krijgen op je leven, als dat door ingrijpende gebeurtenissen is ontregeld. Je kunt het alleen doen, met andere peers, met een herstelcoach of in een groep.

    Wat is WRAP – Wellness Recovery Action Plan?
    Sinds 1997 passen mensen met een psychiatrische geschiedenis hem in de VS met succes toe. Ook in Nederland kun je tegenwoordig WRAP-werkgroepen doen, als een veelbelovende manier om te werken aan een stabiel en gelukkig leven in eigen regie.

    Onderdelen van WRAP zijn:
    Gereedschapskoffer voor een goed gevoel
    Dagelijks onderhoud
    Triggers en Actieplan
    Vroege Waarschuwingstekenen en Actieplan
    Signalen van Ontsporing en Actieplan
    Crisisplan
    Postcrisis Plan

    In Nederland werk je vaak in een groep van 8-10 mensen aan je plan, die 10 keer elke week bij elkaar komen. Twee groepsleiders met ervaring staan je bij.

    Gereedschapskoffer
    De basis van WRAP is de gereedschapskoffer voor een goed gevoel. Je beschrijft wat je nodig hebt om je gelukkig te voelen. Dat kan over alle facetten van je dagelijks leven gaan. Vervolgens werk je in zes stappen uit wat je zelf kunt inzetten om dat te bereiken en om te voorkomen dat je uit balans raakt.

    Actieplan
    In punt één: ‘dagelijks onderhoud’, staat bijvoorbeeld hoe je bent als je je goed voelt en welke dingen je moet doen om die prettige toestand te bereiken en te houden. Punt twee gaat over triggers van buiten, die je uit balans kunnen brengen. Je maakt een actieplan waarin staat hoe je die triggers het hoofd kunt bieden. Dat geldt ook voor punt 3: vroege waarschuwingstekens van onbalans en nummer vier: signalen van ontsporing. Nummer vijf behelst een crisisplan en bij nummer zes is het postcrisisplan: hoe keer je weer terug naar een evenwichtige situatie.

    Perspectief
    De methode heeft niks magisch en het is ook geen kant-en-klaar recept. Het is een praktisch instrument dat je ruimte, vertrouwen en perspectief kan bieden. De sleutelbegrippen van WRAP zijn hoop, persoonlijke verantwoordelijkheid, eigen ontwikkeling, opkomen voor jezelf, steun geven en steun krijgen.

    Facilitators
    Er komen geen professionele hulpverleners te pas aan WRAP. Twee speciaal getrainde mensen met ervaringskennis of ervaringsdeskundigheid staan de groep bij. Er zijn nu zo’n 75 opgeleide facilitators in Nederland. Een aantal ggz-instellingen is bezig om WRAPgroepen op te zetten. Je kunt het zien als een hoopvolle tegenhanger van de pessimistische psychiatrie.

    Controle over je leven
    De founding mother van WRAP is Mary Ellen Copeland. Als kind zag ze hoe haar moeder kampte met ernstige psychiatrische problemen. Later belandde ze zelf ook in de psychiatrie. Haar behandelaars gaven haar geen hoop en schreven medicijnen voor ter bestrijding van symptomen. Copeland legde zich er niet bij neer en probeerde zelf weer controle over haar leven te krijgen. Samen met medepatiënten ontwikkelde ze de zelfhulpmethode WRAP en stichtte ze het Copeland Center.

    WRAP cursus
    WRAP kun je volgen in de vorm van een cursus, samen met anderen cursisten ga je dan stap voor stap aan de slag. Bij elke stap wordt stilgestaan, en ideeën uitgewisseld. Deze stappen worden in een eerste versie vastgelegd, waar de cursist verder mee aan de slag kan.

    Kracht
    De cursus richt zich op kracht in plaats van klacht door uit te gaan van hoop, persoonlijke verantwoordelijkheid, persoonlijke ontwikkeling, opkomen voor uzelf en steun geven en krijgen. Dit zijn kernbegrippen van herstel. Het plan is dus gebaseerd op wat een cursist goed doet.

    Groepsgevoel
    Werken aan de WRAP in groepsverband heeft een grote meerwaarde. Samen met elkaar stel je regels op en zo creëer je samen een veilige omgeving. Door in groepsverband ervaringen uit te wisselen, leer je van elkaar. Samen kom je tot prachtige ideeën, die inpasbaar zijn in je leven. Ook kunnen ervaringen van anderen steunend en inspirerend zijn.

    WRAP cursussen worden onder andere aangeboden door:
    • Enik Recovery College
    • Pameijer
    • GGZ Noord-Holland-Noord
    • HEE
    • Kenniscentrum Phrenos

    Zelf aan de slag met WRAP
    Je kunt WRAP ook zelf verkennen met de Engelstalige WRAP App voor op je smartphone ($5).

    Een goed Engelstalig boek om zelf door te werken is: Pathways to Recovery. A Strengths Recovery Self-Help Workbook. Dit boek is echter ook vertaald in het Nederlands en heet: ‘De weg naar herstel’. Het is niet te koop in de winkel, maar wel te bestellen via http://www.ggz-nhn.nl.

    Bron: Psychosenet NL >>

    #229208

    Luka
    Moderator

    Mijn diagnose: herkenning of vooroordeel?

    Jij hebt een eetstoornis. Jij hebt autisme. Jij hebt een persoonlijkheidsstoornis. Jij hebt een depressie. Jij hebt ADHD en jij hebt een angststoornis. Zo, een diagnose voor iedereen. Een hokje waar je in past. Opheldering of stereotypering? Herkenning of vooroordeel? Duidelijkheid of beperkend?

    In hokjes denken
    Eigenlijk stoppen we allemaal de hele dag door dingen in hokjes. Dat is logisch en iets dat we doen vanuit ons instinct. Denk bijvoorbeeld aan dat elk huis een huis is en dat je niet bij elk rijtjeshuis, elke villa of elke boomhut die je ziet helemaal opnieuw moet bedenken wat het nou eigenlijk is of wat je er mee kan. Op die manier zijn we niet dag in dag uit onnodig veel tijd kwijt om telkens weer het wiel opnieuw uit te vinden.

    In sommige grappige gevallen wil dit nog wel eens in ons nadeel werken. Zoals wanneer je een glas met water gekleurt door waterverf vergist voor een glas limonade. Been there done that, maar in de meeste gevallen is het dus hartstikke praktisch en handig. Zo hebben we collectief besloten dat de kleur rood ‘gevaar’ of ‘stop’ of ‘verboden’ betekent en schrikken we allemaal van geel/zwart gekleurde vliegen of het nou een wesp of een onschuldige zweefvlieg is. Het zekere voor het onzekere, denkt ons brein.

    Heel handig dus, maar wanneer je dit op mensen betrekt lijkt het toch een heel ander verhaal. In hokjes gestopt worden voelt soms heel benauwend en verstikkend. Mijn afkomst, huidskleur, geloof, haarkleur of bijvoorbeeld kledingstijl zegt helemaal niets over hoe ik ben als persoon. Het zegt niets over mijn karakter, niets over wat ik wel of niet leuk vind, niets over mijn intelligentie en nog veel meer. Het enige waar (bijvoorbeeld) mijn geloof iets over zou zeggen, is over mijn geloof en de normen en waarden die daar bij horen.

    Vooroordelen en misvattingen
    Helaas zit de wereld wel vol met voordelen en misvattingen als gevolg van het in oh zo handige hokjes denken. Het zit in onze natuur, we doen het haast automatisch. Zo was er op mijn vakantie in Nepal een jongen die plots naast me kwam lopen en met me kwam praten. Hij vroeg waar ik naartoe ging en hij zou me wel de weg wijzen. Ik wilde niet onbeleefd zijn, maar ik vond het ook wel een beetje eng. Het was opzich een aardige, slimme jongen van mijn leeftijd. Hij maakte maakte grapjes en flirtte wat. Toen ik opmerkte dat we al 20 minuten aan het lopen waren, terwijl ik wist dat mijn bestemming 10 minuten lopen was, zei ik: “Hey, maar hallo, dit klopt volgens mij niet?” Waarop hij antwoordde dat ik echt totaal de verkeerde kant op was gelopen en het daarom extra tijd kostte.

    Ik was sceptisch, maar volgde hem toch maar. Ondertussen was ik druk bezig met om me heen kijken tot ik een punt zou zien dat ik herkende. Plotseling stonden we op de hoek van de straat en hij zei: “Nou, hier is het! Asjeblieft en een fijne dag. Heel leuk om je te ontmoeten en blijf lachen.” Hij liep gewoon weg en ik was op mijn plaats van bestemming. Hij wilde verder niks van me. Een schuldgevoel overviel me, omdat ik had gedacht dat hij wel iets van me wilde zoals m’n tijd of m’n geld. Ik was immers een (toen) blond meisje uit Europa in een land als Nepal, maar het was gewoon een oprecht aardige jongen.

    Vooroordelen? Ja. Ja, die had ik zeker gehad in dit geval. Aan de ene kant klopten die dus totaal niet, maar aan de andere kant was het denk ik ook wel goed om daar waakzaam over te blijven. Stel je voor dat het wel zo zou zijn dat het niet helemaal in de haak was. Ik gaf deze jongen het voordeel van de twijfel, maar veel mensen heb ik ook gewoon genegeerd als ze naar me toe kwamen. Al met al besefte ik al best snel dat Nepal een heel veilig land is en dat de mensen gewoon geboeid waren door mijn westerse verschijning, maar toch is logisch dat mijn instinct altijd opzoek is naar gevaar om mezelf daarvan te beschermen. Het oermens in mij wil immers overleven en dat gevoel is soms sterker dan rationele gedachten.

    Oke, het is denk ik wel duidelijk nu dat we in hokjes denken en dat dat zowel positief als negatief kan uitpakken. Dat we er vaak niet zo veel aan kunnen doen, behalve er bewust van zijn en open staan voor wat er nog meer mogelijk is. Dat probeer ik altijd wel te doen. Ik word immers zelf ook vaak in hokjes gestopt. Dat is soms best lastig. Zo zouden mensen met tattoos en geverfd haar dom en asociaal zijn of alle mensen die roller derby spelen agressieve rauwdouwers. Dit, terwijl ik juist een behoorlijk bescheiden en vrolijke meid ben. Natuurlijk is het vaak een bepaald type mensen dat een bepaald soort dingen doet, maar het zijn geen regels.

    Wat betekent mijn diagnose?
    Zo is het ook met psychische stoornissen. Aan de ene kant heeft het hebben van een diagnose een heel belangrijke functie. Door bepaalde kenmerken te categoriseren en een algemeen naampje te geven kan je ook een algemeen behandelplan bedenken voor veel verschillende patiënten tegelijkertijd. Dat is handig, efficient en effectief. Daarnaast kan een diagnose veel rust, erkenning en herkenning bieden. Zo vond ik het bijvoorbeeld heel prettig om de diagnose ADHD te krijgen. Eindelijk begreep ik waarom ik sommige dingen zo lastig vond en dat ik niet gewoon dom was. Ik had een soort handleiding voor mezelf gekregen waar ik ontzettend veel houvast aan had.

    Toch is het niet voor iedereen zo positief. Naast erkenning en herkenning komen er ook veel vooroordelen kijken bij diagnoses door anderen, maar soms ook door jezelf! Vandaar dat wij ook de bekentenissen en misvattingen blogs hier op Proud plaatsen. Op deze manier hopen we dat we elkaar wat beter kunnen begrijpen en beter kunnen helpen en misverstanden zo veel mogelijk de wereld uit kunnen werken.

    Een ander nadeel is de tunnelvisie die soms ontstaat wanneer je een diagnose hebt gekregen. Plotseling heeft voor je gevoel alles te maken met je diagnose. Al die dingen die je nog meer bent lijken als sneeuw voor de zon te verdwijnen. Zo liep ik een tijdje terug bijna onder een tram en dacht ik meteen: “Zie je wel, ADHD!”. Onzin. Zo is het ook niet zo dat je wanneer je bijvoorbeeld borderline hebt, je geen recht meer hebt om boos te worden of je verongelijkt te voelen. Zo is het ook niet zo dat je naast je eetstoornis niks anders meer bent. Het is juist belangrijk om niet in gevecht te zijn met je diagnose, maar er rekening mee te houden door het te accepteren en te leren hoe je ermee om kan gaan. Het zou geen negatieve stempel hoeven zijn, maar een hulpmiddel om jezelf beter te begrijpen.

    Wat betekent een diagnose voor jou?

    Bron: Proud2bme >>

    #230305

    Mark
    Moderator

    kiezenindeggz.nl

    Kiezen in de ggz is een website voor volwassenen van 18 jaar en ouder die op zoek zijn naar een zorgaanbieder voor hun psychische klachten. Op Kiezen in de ggz vind je handige informatie over aandoeningen en over ggz-instellingen, praktijken en behandelaren, wachttijden, vergoedingen en afstand tot de behandelaar.

    Je huisarts helpt je mee op weg
    Je kunt je door Kiezen in de ggz goed laten informeren over welke behandelingen en behandelaars er zijn. Je kunt dan zelf nagaan wat het beste past bij jouw situatie en aansluit op jouw behoeften en wensen. Dit kun je doen wanneer het jou uitkomt en de resultaten uitprinten en meenemen naar de huisarts. Je kunt Kiezen in de ggz ook samen met de huisarts invullen. Kiezen in de ggz geeft jou en je huisarts zo de juiste informatie en helpt om behandelaars te zoeken en te vergelijken. Dit geeft meer houvast om uiteindelijk de best passende keuze te kunnen maken.

    #230635

    Luka
    Moderator

    Even snel trauma’s wissen

    EMDR is sinds 2003 één van de twee aanbevolen psychologische behandelingen bij PTSS. Dat staat in de multidisciplinaire richtlijn voor de behandeling van angststoornissen die gebruikt wordt in de geestelijke gezondheidszorg.

    Toch zijn er ook behandelaars die vinden dat EMDR niet gebruikt zou moeten worden, zoals de eigenzinnige Utrechtse psychologe en auteur Martine Delfos.

    „EMDR is symptoombestrijding” stelt ze. „Het haalt alleen de bovenste laag weg, het angstige gevoel, en niet het onderliggende trauma. Dat kan schadelijk zijn: soms komt een jeugdtrauma los en verergeren de problemen. Of je raakt de angst wel kwijt, maar verliest daardoor de aanleiding om het dieperliggende en zeer vormende jeugdtrauma aan te pakken.” Er wordt veel te makkelijk over gedacht, vindt ze. „Op schoolpleinen raden ouders elkaar aan om problemen snel even ‘weg te EMDR’en’. Het past in de tijdgeest waarin iedereen alle vervelende dingen snel weg wil werken.”

    Lees dit premium artikel op NCR of als lid van LSG in het ledendeel.

    #231197

    Luka
    Moderator

    “Je wilt toch niet dat mensen denken dat je gek bent”
    Het masker van mentale gezondheid

    Mentale gezondheid is een complex gegeven. Wie ermee in de knoop ligt, voelt zich vaak eenzaam en onbegrepen. Survivors begrijpen je worsteling, maar heel wat anderen bestempelen je al snel als ‘gek’. Ik wil dit taboe doorbreken en zo mijn angsten en schaamte ditchen. Dit is het eerste deel van het verhaal van mijn opname.

    We zijn allemaal ijsbergen. Grotendeels verborgen. Verstopt in de massa, bedolven onder golven. Ik ben niet bijzonder in mijn verdriet. Maar in tegenstelling tot veel anderen voelde ik dat het te groot was voor mij om het alleen te dragen. Ik zette mijn trots opzij en liet me opnemen. Sommige dingen los je niet in je eentje op. En dat is gênant, toch? Toegeven dat je zwak bent, dat je niet perfect bent, dat je naar een ‘zothuis’ gaat. Weinigen vinden de moed om eerlijk te zijn over een opname. Maskers zijn makkelijker, net als leugens. Want je wilt toch niet dat mensen denken dat je gek bent?

    De start van een opname is overweldigend. Mijn kamer is klein, oud en naast de verpleegpost waar patiënten hun medicatie krijgen. Ik heb een eenpersoonskamer, iets waar je alleen maar recht op hebt met een goede (en helaas ook dure) verzekering. Nadat ik al mijn spullen een plek heb gegeven, haal ik m’n eigen hoofdkussen boven en ga ik op het bed liggen. Dag één, een dag waarop ik grandioos veel zou moeten voelen maar vooral leeg lijk te lopen.

    Lees verder op de site van Charlie >>

    #231811

    Mark
    Moderator

    Nieuwe oogbewegingstherapie tegen trauma’s

    Voor mensen die een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt is er een nieuwe behandelmethode: de oogbewegingstherapie.

    We hebben al EMDR, een methode om nare herinnering te verzachten of helemaal kwijt te raken. Onderzoekers menen nu een nog betere therapie te hebben gevonden: de oogbewegingsmethode.

    Dolenthousiast
    VSDT, heet deze nieuwe therapie uit Groot-Brittannië, en klinisch psycholoog en onderzoeker Suzy Matthijssen is dolenthousiast. “Ik krijg er nog steeds een beetje kippenvel van.” Als enige in Nederland onderzoekt zij nu de werking van de behandeling die voluit Visual Schema Displacement Therapy, ofwel Oogbewegingstherapie heet. Hoewel de therapie overeenkomsten vertoont met EMDR, spreekt Matthijssen van een aanzienlijke stap in de behandeling van de post-traumatische stressstoornis (PTSS).

    Het trauma verplaatsen
    In Engeland is het echtpaar Nik en Eva Speakman er bekend mee geworden. Deze ontwikkelaars van de nieuwe therapie zijn geen psychologen, maar lijken desondanks zeer goede resultaten te boeken. “De Speakmans behandelen patiënten met trauma’s door ze te laten kijken naar een bewegend object”, vertelt Matthijssen. “Tegelijkertijd laten ze hen de nare gedachten die bij een trauma horen voelen.”

    Door een onverwachte beweging weten ze de traumatische gedachten van de patiënt te ‘verplaatsen’. De behandelaar maakt tijdens deze beweging een ‘woesj’ geluid. “Zo raakt de patiënt van zijn posttraumatische stressstoornis af.”

    ‘Niet beperkt in hun denken’
    Matthijssen en haar bevriende collega professor en traumadeskundige Ad de Jongh, zagen het voor het eerst op YouTube, waar het Britse echtpaar via een eigen kanaal vertelt hoe het mensen behandelt. Het feit dat ze niet als psychologen zijn opgeleid, brengt het echtpaar als een voordeel.

    “Ze behandelen al jaren mensen met fobieën en posttraumatische stress”, zegt Matthijssen. “En zoals Eva Speakman het samenvat: ‘We hebben geen training gehad en zijn dus ook niet beperkt in ons denken’.”

    Wetenschappelijk testen
    Matthijssen en De Jongh reisden naar Engeland om zelf een show van de Speakmans bij te wonen. Op hun vraag om de techniek in Nederland wetenschappelijk te testen, reageerde het echtpaar enthousiast. “Hun onderzoek geeft ons wetenschappelijk bewijs dat deze behandeling werkt en dat VSDT kan worden onderwezen aan psychologen”, zegt Nik Speakman. “Wij hopen dat het overal gaat worden toegepast, zodat we meer mensen kunnen helpen.”

    Sneller dan EMDR
    Matthijssen wil nu nog weinig kwijt over de details van VSDT, om te voorkomen dat mensen het zelf op een verkeerde manier gaan proberen en omdat ze het nog nader wil onderzoeken. Wel zegt ze al zeker te weten dat ook een aantal van haar patiënten baat heeft gehad bij de nieuwe methode.

    “EMDR is een erkende trauma-therapie die ik gebruik en die ook werkt met oogbewegingen”, zegt ze. “Maar deze nieuwe oogbewegingstherapie gaat nog sneller en werkt mogelijk nog beter.”

    Zij probeerde de gangbare EMDR en de nieuwe methode op tientallen studenten om ze met elkaar te kunnen vergelijken, en noemt het resultaat van VSDT ‘overweldigend’. “Ik deed al onderzoek naar het verbeteren van traumabehandeling en ik wilde de kans dit te onderzoeken niet laten liggen. Als ik eraan terugdenk krijg ik nog steeds een beetje kippenvel.”

    INFO

    Wat is de bestaande behandelmethode EMDR?
    EMDR is een therapie voor mensen die last houden van een traumatische ervaring, ook wel posttraumatische stressstoornis (PTSS) genoemd. Het is een afkorting van: Eye Movement Desensitization and Reprocessing.
    Een therapeut zal je vragen om aan de nare gebeurtenis te denken. Die ligt opgeslagen in het langetermijngeheugen, de harde schijf in je hoofd. Actief denken aan je trauma haalt de herinnering van de gebeurtenis naar je kortetermijn- of werkgeheugen. De therapeut beweegt nu zijn vingers snel voor je ogen en laat je die vingers volgen. Soms krijg je daarnaast via een koptelefoon tikjes te horen, afwisselend in beide oren.
    Je werkgeheugen krijgt het hierdoor heel druk waardoor de nare gebeurtenis vervaagt en de emotionele lading verdwijnt, waardoor je bijvoorbeeld geen herbelevingen van je trauma krijgt. De herinnering wordt als het ware naar de achtergrond gedrongen en zal dan je leven niet langer beheersen.

    Bron: eenvandaag.avrotros.nl

    #231816

    Mark
    Moderator
    #231886

    Mark
    Moderator

    Onderzoek ook volwassenen op trauma’s

    Zorgverleners moeten bij jongeren én volwassenen alert zijn op eerdere psychische trauma’s.

    “In mijn werk tref ik al tientallen jaren mensen met ingewikkelde problematiek door hersenletsel in combinatie met psychiatrische problemen, zoals depressie, angst, zelfbeschadigend gedrag, of persoonlijkheidsproblematiek. Talloze keren vermoed ik dat een (vroeg) trauma zoals verwaarlozing, mishandeling, misbruik of pesten, een rol speelt en vraag ik betrokken hulpverleners of dit in beeld is. Onthutsend vaak is het antwoord nee. Als er dan omzichtig naar wordt gevraagd, aan de persoon zelf of via naasten, blijkt gelukkig niet altijd sprake van narigheid maar alarmerend vaak wel. De mogelijkheid van verwaarlozing en mishandeling lijkt binnen de hulpverlening vaak niet in beeld. Ook niet bij collega’s en artsen, psychiaters die zeer consciëntieus hun werk doen.”

    Agnes van Minnen, hoogleraar klinische psychologie aan de Radbouduniversiteit Nijmegen

    Lees dit premium artikel op trouw.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #231985

    Luka
    Moderator

    Snel herstellen van een psychische ziekte is een illusie

    Voordat ik psychisch ziek werd zag mijn leven er vrij normaal uit. Ik had vrienden, ging naar school, haalde goede cijfers, beoefende een sport en deed leuke dingen in mijn vrije tijd. Toen ik op mijn zestiende compleet instortte, belandde ik in de hulpverlening. Ik dacht er met wat therapie en een pilletje binnen een aantal maanden wel vanaf te zijn en weer mijn normale leven te leiden. Dit was een verkeerde gedachte.

    Snel herstellen is een illusie
    Eerst probeerde ik nog school vol te houden, maar dit lukte al snel niet meer. De GGZ stelde toen een dagbehandeling voor die zes tot negen maanden zou duren. Ik ging hiermee akkoord met de gedachte dat ik er daarna van af zou zijn. Het liep echter anders. Het ging namelijk alleen maar slechter met mij, en niet beter.

    Dit was niet volgens planning: ik wilde beter worden. Na een jaar therapie werd ik opgenomen in een kliniek. Hier ontving ik ook de diagnose autisme. Dit was het moment waarop ik besefte dat herstellen niet ‘zomaar’ gaat. Herstellen van en leren omgaan met een psychische ziekte gaat niet 1, 2, 3.

    Dit botste met mijn verwachtingen, omdat mijn psychische ineenstorting uit het niets leek te komen. Iets dat in een paar weken gebeurd is zou toch makkelijk ‘op te lossen’ moeten zijn? Niet dus. Een been breek je ook in een paar seconden, maar het herstel duurt vaak toch minimaal zes weken. Ditzelfde geldt voor psychische ziekten, al ligt het daarbij meestal nog wat complexer.

    De psychische ineenstorting kwam namelijk niet zomaar opzetten. In werkelijkheid werkte ik er al jaren naartoe. Aangezien ik autisme heb liep (en loop ik nog steeds) tegen een hoop dingen aan. Het verschil is dat ik vroeger hier niet bewust van was, waardoor ik op mijn tenen liep om het vol te kunnen houden.

    Hierdoor ging ik voor de buitenwereld binnen een paar weken van gezonde tiener naar nauwelijks functionerend psychiatrisch patiënt. De jaren opbouw heb ik zelf echter niet bewust meegemaakt. Ik was het gewend dat alles moeizaam liep: ik wist niet anders.

    Het heeft tijd nodig
    Inmiddels realiseer ik dat jaren ‘overwerk’ niet op te lossen is met wat therapie en pilletjes. Ook de gedachte dat het binnen één jaar wel opgelost zou zijn blijkt achterhaald. We zijn inmiddels zes jaar verder en er is nog steeds geen concrete einddatum in het vooruitzicht. Sterker nog, misschien moet ik zelfs mijn hele leven begeleiding krijgen om te functioneren en kan ik nooit meer mijn oude leven van voorheen oppakken. Hier heb ik vrede mee. Ik heb geen haast om beter te worden: dat werkt alleen maar tegen in mijn herstel.

    Hetzelfde kan ik jou adviseren, neem de tijd om beter te leren omgaan met je problemen en jezelf, en verwacht vooral niet dat je binnen een jaar weer op de been bent. Je hebt de tijd nodig om alles weer opnieuw op te bouwen, jezelf te accepteren en te herontdekken. Dat gebeurt niet zomaar, en al helemaal niet in een paar dagen. Accepteer dat jouw herstel nu prioriteit heeft, en kijk wat je daarnaast nog aan kan. Als je wel naar school gaat of werkt is dat prima, maar vraag niet teveel van jezelf. Beter worden is het belangrijkste, hoe lang dat ook mag duren.

    Bron: Commen.nl >>

    #233479

    Luka
    Moderator

    Ik had nooit vijf maanden mogen blijven
    Onderzoeker blikt terug op opname psychiatrisch ziekenhuis

    Elke Plovie is docent en onderzoeker sociaal werk aan de UCLL in Leuven. Twee jaar geleden viel ze uit met een burn-out. Er volgde een opname van vijf maanden. Vanuit haar onderzoek rond burgerschap en participatie blikt ze terug: “Ik kijk erg kritisch naar mijn opname maar er zijn ook mooie dingen gebeurd.”

    Plots zat ik in de psychiatrie
    Iedereen rondom mij zag het gebeuren. Alleen ik niet. De dynamiek van elke dag heeft voor mij veel aantrekkingskracht. Ik zie overal mogelijkheden. Ik zat in een flow.

    Tot ik tijdens een vorming rond groepsdynamica geen kennismakingsspel meer kende. Dat klopte niet. Ik kon ook geen mails meer lezen. Een aantal maanden thuis rusten bracht geen verandering.

    Opname
    Op een bepaald moment zag ik geen andere oplossing meer dan een opname. Ik dacht dat die me snel weer op de been zou krijgen. Mijn eerste opname was in het crisisinterventiecentrum. Vandaar ben ik naar een diagnose-afdeling gegaan.

    Het voorstel was om daar zes weken te verblijven. Daar kon ik mee leven. Die geplande zes weken werden er uiteindelijk achttien. Om te testen en een diagnose te krijgen.

    Alleen gebeurde er de eerste maanden bijna niets. Samen met de andere patiënten ging ik knutselen, sporten of schilderen. Dat bracht rust, was met momenten heel fijn, hier en daar zelfs betekenisvol. Maar al te vaak voelde het aan als bezigheidstherapie in de wachtkamer van het testen. Het was een lange periode van wachten, zonder enig behandelplan. Het kost de samenleving veel geld om vijf maanden in een ziekenhuis te verblijven zonder dat er iets fundamenteels gebeurt.

    Dagboek
    Ik hield tijdens mijn ziek-zijn een dagboek bij. Ik moest dingen opschrijven. Schrijven helpt om mijn gedachten te ordenen. Ik ben iemand die veel nadenkt. In mijn hoofd gebeuren veel dingen tegelijk. Het dagboek was een houvast.

    Er staan veel observaties in het dagboek. Over wat ik voelde en over wat ik rondom mij zag gebeuren. Ik ben gewend om te observeren. Pas nu ben ik in staat om taal te geven aan deze observaties en ze te verbinden.

    Diagnose
    Ik werk als onderzoeker rond kracht- en herstelgericht werken maar dat kwam niet aan bod. Integendeel, het medisch jargon heeft de bovenhand en er wordt vooral gekeken naar wat fout zit. Het is natuurlijk een diagnose-afdeling maar ik weet niet of ik het opnieuw zou doen. Ik vond het belastend om vijf maanden alleen maar te kijken naar wat ik niet meer kon.

    Uiteindelijk krijg je dan je diagnose. Het grote moment. Daarvoor was ik gekomen. Het zijn assistenten die de boodschap brengen. Toevallig was mijn vaste assistent die dag afwezig, dus was het iemand die ik nog nooit eerder zag. Die vrouw zei als opener: ‘We hebben je intelligentie getest. Ik kan je alvast zeggen dat daar niets mis mee is.’

    Ik viel achterover. Ik maakte mij om veel zorgen, maar niet over mijn IQ. Toen had ik door dat ze geen idee had wie er tegenover haar zat. De rest van de diagnose heb ik amper nog gehoord. Later kreeg ik ze op papier mee. En kwam er nog een gesprek met de psycholoog. Hier had ik dus al die maanden op gewacht.

    Zorgcontinuïteit
    Je diagnose vernemen van iemand die je niet kent en niets over je weet, is niet meteen een pareltje van zorgcontinuïteit.

    Die zorgcontinuïteit is een echt zorgenkind. Gedurende een opname heb je als patiënt onwaarschijnlijk veel gesprekken. Met de psychiater, met zijn assistenten, met de verpleegkundigen en allerhande therapeuten. Aan de afdeling is er ook een sociaal werker verbonden. Je doet nog een keer je verhaal. En bij de psycholoog nog een keer. Stap je over naar een andere afdeling of wordt er iemand vervangen, dan begint alles opnieuw.

    Uiteindelijk heb je je verhaal aan twintig mensen verteld, maar daar stopt het dan ook. Enkel de psychiatrisch verpleegkundige zorgt voor een rode draad, maar de beschikbare tijd is beperkt. De verdere opvolging of verbinding is te beperkt.

    Doorheen het hele traject heb ik een vaste aanspreekfiguur gemist. Een verpleegkundige die het hele traject volgt. Die niet wegvalt als de opname voorbij is. Iemand die twee keer per week belt om te vragen hoe het gaat. Zo’n figuur had voor mij het verschil kunnen maken.

    Geen traject, nog meer wachten
    Na mijn diagnose werd ik niet verwezen naar een centrum voor geestelijke gezondheidszorg of een andere afdeling in het ziekenhuis. Dat laatste werd even overwogen, maar ik paste nergens in het juiste vakje. Omdat ook die diagnose niet in één vakje zat. Ik wilde houvast en duidelijkheid maar kreeg die niet. Ik was terug bij af.

    Uiteindelijk schoven ze een lijst met privé-therapeuten naar voor. Die kosten veel geld, maandelijks tot 480 euro. Ik moest zelf bellen voor een afspraak, maar bij die therapeut kon ik pas terecht na drie maanden. Voor een kennismakingsgesprek. Bij een andere duurde het zelfs vier maanden. Opnieuw wachten.

    Ondertussen ging ik wel aan het werk, zonder echte behandeling van een therapeut. Na meer dan een jaar in ziekteverlof, had ik nog altijd niet de juiste hulp. En terwijl ik wachtte op hulp, schreeuwde minister van Volksgezondheid Maggie De Block in de krant dat we allemaal zo snel als mogelijk terug aan de slag moeten. Tja.

    Fenomenaal
    Ik kijk erg kritisch naar onze geestelijke gezondheidszorg. Maar ik voeg er altijd aan toe dat er ook mooie dingen gebeurd zijn.

    Dan gaat het over mensen die ik ontmoette, patiënten en professionals. Ik maakte er vrienden, allemaal mensen die aanwezig en nabij waren. Mensen waarmee het klikte. Zij hebben mijn herstel in de hand gewerkt. Zij zijn altijd blijven luisteren en mee nadenken. Op belangrijke momenten hebben die iets cruciaals gedaan.

    Een verpleegster pakte soms mijn hand vast. Zeker als ik veel stress had. Ze keek me dan aan en zei: ‘Ik denk dat je in bad moet.’ En ze liet het bad vollopen. Zij voelde wat nodig was, doorbrak de afstand, zonder zich op te dringen. Dat is voor mij echte zorg.

    Het zijn mensen die aan mijn kant stonden, die me aanvoelden en met me in overleg gingen. Eigenlijk deden ze de job zoals ze moet gedaan worden: van mens tot mens. En toch voelde dat fenomenaal aan. Misschien omdat het zo uitzonderlijk was?

    Wij tegen zij
    Waarom dat ‘gewone’ zo moeilijk is voor professionals? Ik vind het vreselijk om te zeggen maar sommige artsen en verpleegkundigen waren bang van ons. Ze durfden geen koffiedrinken als we met te veel rond de koffiemachine stonden. Alsof ze schrik hadden dat we iets zouden vragen.

    Verpleegkundigen eten apart. Ze vergaderen met de deur toe. Ze zitten in de gang achter glas. Sommigen kunnen vanachter het glas toch verbinding maken. Maar anderen verschuilen zich erachter.

    Zorggevers eigenen zich soms een expertrol toe, zeker tegenover zorgvragers. Ik geef zorg, jij hebt zorg nodig. Het is bijna wij tegen zij.

    Nochtans weten ze niet allemaal hoe het voelt. Ik had vaak het gevoel dat ik helemaal leeg was. Alle houvast is dan weg. Je weet niet meer wie je bent. En dan zegt zo’n verpleegkundige: ‘Ja Elke, je moet gewoon iets doen’. Maar gewoon iets doen, is niet gewoon. Dat lukt op dat moment niet. Zij begreep echt niet wat ik voelde.

    Regelneverij
    Tijdens je opname mag je maar één avond in de week het avondeten skippen. Elke dag om zes uur ’s avonds aten we boterhammen. Je kan dus maar één keer per week met iemand afspreken om buiten het ziekenhuis te eten. Hoe onnozel is dat? Ik heb me daartegen verzet en nu is het veranderd. Dankzij de participatie van patiënten dus.

    Ik voelde hoe ik de verbinding met buiten verloor. De bezoekuren zijn totaal niet aangepast aan werkende volwassenen met kinderen. Familie en vrienden hebben het moeilijk om over de drempel van de psychiatrie te stappen. Er is ook weinig ruimte voor fijne activiteiten buiten het ziekenhuis.

    Ik voelde me steeds verder vervreemden. Vervreemden van mijn drie kleine kinderen en mijn man, familie, vrienden en collega’s. Ik wist niet meer waar ze mee bezig waren. En als ze al kwamen, dan wilden ze vooral horen hoe het met mij ging. Terwijl ik snakte naar gewone verhalen over het gewone leven.

    Vermaatschappelijking
    Ook tijdens de schoolvakanties moest ik in het ziekenhuis blijven. Het was herfstvakantie, mijn kinderen waren in verlof en in het ziekenhuis gebeurde niets. Bijna alle therapeuten hadden vakantie. Ik zat daar dus te niksen maar mocht niet naar huis.

    Op een ander moment mocht ik niet deelnemen aan een grote stratenloop omdat ik dan therapie zou missen. Toen die dag de therapie toch wegviel, ben ik maar alleen in het bos gaan lopen.

    Het belang van vermaatschappelijking, van verbinding maken met ‘buiten’ moet je dus met een korrel zout nemen. Ik voelde dat hulpverleners op de rem gingen staan. Misschien primeerde de bezettingsgraad?

    Nabijheid
    Gelukkig zijn er ook sociale professionals die het systeem doorbreken. Zij hebben een andere basishouding, een andere manier van zijn.

    Zij maken het verschil. Dat heb ik op een positieve manier laten merken toen ik vertrok. Op mijn laatste dag schreef ik een brief voor de zorgverleners op mijn afdeling, over hoe mijn verblijf was geweest en hoe ze mij het meest ondersteund hebben op de momenten waarop ze zich gewoon als mens opstelden. Ik gaf aan een verpleegkundige een boekje over hoopverlening met de boodschap: ‘Jij doet dat echt, en laat het licht maar schijnen over de rest van de afdeling.’

    Mijn psychiater heeft dat ook. Hij maakt verbinding en ruimte, is authentiek en weet wat het hersteldenken inhoudt. De eerste keer dat ik hem aan de telefoon had was er al een klik. Hij zal geen beslissing nemen in mijn plaats. Hij geeft zijn mening maar ik moet beslissen. En dat is moeilijk. Het zou gemakkelijker zijn als hij beslist. Maar zo werkt het niet. Hij zegt duidelijk: jouw beslissing is de juiste beslissing.

    Netwerk
    Ik begrijp dat het niet evident is om binnen zo’n afdeling netwerkgericht te werken. Door met het netwerk te werken, worden ook de onderlinge verschillen tussen patiënten groter. Wie heeft een netwerk? Wie niet? Wie krijgt veel bezoek? Hoe betrokken zijn je familie en vrienden? Dat ligt gevoelig.

    Toch moeten ziekenhuizen meer met het netwerk van een patiënt aan de slag. Tijdens en na een opname is dat netwerk uiterst belangrijk. Je moet daarop kunnen rekenen.

    Tijdens mijn eerste opname, werd mijn man betrokken en zochten we samen naar oplossingen. In de maanden nadien had mijn echtgenoot enkel contact met de afdeling om te horen wat er mis was met mij.

    Ze hebben mijn netwerk nooit in kaart gebracht of samen nagedacht wie iets kon betekenen voor mij. Die verantwoordelijkheid ligt volledig bij de patiënt. En ik doe beroep op mijn netwerk, maar het is telkens een gigantische stap die ik moet zetten. Het zou gemakkelijker zijn als men dat netwerk onder begeleiding zou activeren.

    Minder mondig
    Ze gaven kalmeermiddelen als snoepjes. Je wordt daar echt slecht van, maar sommige patiënten zegden daarover niets. We bleven vaak stil, over wat we voelden, hoe we het vonden op de afdeling, wat we nodig hadden. Maar zo verandert er ook niets.

    Mijn ervaringen met patiëntenparticipatie waren wisselend. In een teamoverleg beslissen de ‘experts’ wat er met jou gaat gebeuren. Je weet dat ze op zo’n moment met het hele team over jou aan het vergaderen zijn. En daar werd ik gewoon hypernerveus van. Omdat ik geen idee had wat ze over mij vertelden en wat ze voor mij zouden beslissen. Mijn stem als patiënt kreeg geen ruimte.

    Ik werd in de rol van onwetende patiënt geplaatst terwijl de psycholoog en psychiater zich de rol van expert toebedeelden. Van een overlegmodel, waarbij beide partijen participeren, informatie uitwisselen en samen tot een beslissing komen, is nog lang geen sprake. Terwijl ik sterk geloof in het inbrengen van de ervaringkennis van patiënten, van bij het stellen van de diagnose tot het opstellen en uitvoeren van het behandelplan.

    Op niveau van de afdeling en het ziekenhuisbeleid zag ik wel voorzichtige pogingen tot participatie. Maar je voelt dat niet iedereen overtuigd is van het belang daarvan. Het is zoeken om dit in de praktijk van elke dag waar te maken.

    Cocon
    Mijn verhaal is genuanceerd. De vijf maanden in opname vormden soms een warme, veilige cocon maar waren tegelijkertijd bron van frustratie en verdriet. Al die tijd zag ik een psychiatrie die worstelt: tussen afstand en nabijheid, tussen normaliseren en problematiseren, tussen vertrouwen geven en controle uitoefenen.

    Ik zag een psychiatrie die veel te traag in beweging komt als het gaat om het ruimte geven aan de stem van de patiënt, het herstelgericht werken en het betrekken van het netwerk. En een psychiatrie die psychische kwetsbaarheid louter als een individueel probleem benadert en niet kadert als een maatschappelijke kwestie.

    Bron: Sociaal.Net >>

    #233704

    Mark
    Moderator

    Schrijf je herstelverhaal en ontdek je eigen kracht (online cursus)

    Deze online cursus is een steuntje in de rug om je herstelverhaal te gaan schrijven. Onder begeleiding van een schrijfcoach en aan de hand van 7 bouwstenen beschrijf je wat je is overkomen en over de kracht om hiervan te herstellen. Veel mensen helpt het verder om hun verhaal op te schrijven. Het is een soort zelfhulp waarmee je kunt grip krijgen op je eigen geschiedenis en het kan je inzicht geven in wat jou steunt om met je kwetsbaarheid om te gaan. Bedoeld als empowerment voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, verslavingsproblemen en/of die na een moeilijke periode weer aan het roer willen komen te staan.

    werkwijze/methodiek
    Met ondersteuning van een digitale coach ga je je eigen herstelverhaal schrijven. De coach van het Steunpunt GGZ begeleidt je bij de 7 bouwstenen van het verhaal en zal feedback geven op datgene wat je per mail hebt toegestuurd. Ook zal de ervaringsdeskundige coach d.m.v. aanvullende vragen samen met jou op zoek gaan naar verdieping en kun je je kracht en zelfvertrouwen hervinden.

    omschrijving van kosten
    Dit project is gratis voor mensen die wonen in het westen van de provincie Utrecht. Voor mensen uit andere delen van het land zijn er wel kosten aan verbonden.

    Meer informatie vind je op utrecht.jekuntmeer.nl >>

    #235524

    Luka
    Moderator

    Ervaringskennis professionals helpt in GGZ

    Het inzetten van ervaringsdeskundigheid van professionals in de zorg kan een belangrijke bijdrage leveren aan het herstel van mensen met psychische problemen. Dat blijkt uit een SIA RAAK-onderzoek dat deze maand werd afgesloten met een symposium. Simona Karbouniaris, onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht, was erbij betrokken samen met de Hogeschool Windesheim. Karbouniaris start in maart met een vervolgonderzoek. “We moeten af van het stigma op psychische problemen.”

    Het inzetten van ervaringsdeskundigheid in zorg en welzijn staat sinds enkele jaren sterk in de belangstelling. Ervaringsdeskundigen staan dichtbij de cliënt en begrijpen wat het is om een diagnose te krijgen. Zij hebben hierdoor vaker creatieve oplossingen, kunnen vanuit eigen ervaring steun bieden en verminderen de vooroordelen of negatieve vibe die rondom een bepaalde diagnose heerst. Ervaringsdeskundigen kunnen het bewijs zijn dat er ook na een nare levensgebeurtenis of met een stoornis een plek in de maatschappij is. Dat herstel in veel situaties mogelijk is.

    Taboe
    Het inzetten van ervaringsdeskundigheid is helaas niet vanzelfsprekend, zeker niet voor professionals in zorg en welzijn. “Veel professionals ontkoppelen hun ervaringskennis als ze aan het werk gaan”, zegt Simona Karbouniaris. “Zij houden dat geheim.” Als onderzoeker van het lectoraat Participatie Zorg en Ondersteuning van Hogeschool Utrecht was zij betrokken bij het onderzoek ‘Ervaringsdeskundigheid van zorgprofessionals’.

    “Het is de cultuur binnen de GGZ en binnen het welzijnswerk: je praat er niet over als je zelf te maken hebt of hebt gehad met psychische problemen. Er rust een taboe op.”

    Intentieverklaring
    De onderzoekers bekeken de inzet van ervaringskennis van professionals in vijf zorgorganisaties in de provincies Drenthe, Overijssel en Gelderland, waar cliënten met complexe problematiek (verslaving, psychiatrie, beperkingen) worden behandeld en begeleid. “Alle organisaties wilden méér ruimte geven aan ervaringsdeskundigheid onder professionals”, zegt Karbouniaris. Dat bleek niet zo gemakkelijk te gaan. Het gaat in tegen de gebruikelijke werkwijze van deze professionals en soms ook tegen van kracht zijnde beroepscodes. Maar nu, aan het eind van het project, zijn alle instellingen enthousiast; alle willen ermee door. Deze maand tekenden alle partijen een intentieverklaring. De inzet van ervaringsdeskundigheid spreidt zich (hopelijk!) uit als een olievlek.

    Rolbeschrijvingen
    Een belangrijke les uit het onderzoek is, dat professionals een leertraject nodig hebben om zich tot competente ervaringsdeskundige professional te ontwikkelen. “Een coming-out maakt je niet meteen deskundig”, zegt hoofdonderzoeker Weerman.

    “Als je open bent over eigen ervaringen gebeurt er iets met jezelf en met je omgeving. Het zet een heel proces in gang. Het duurt ongeveer een jaar voor de professional heeft geleerd om zijn persoonlijke ervaringen op een deskundige manier in zijn professionele rol te benutten. De organisaties hebben voor deze nieuwe deskundigheid rolbeschrijvingen gemaakt, de deskundigheid is erkend zoals alle andere deskundigheden.”

    Open communicatie
    Karbouniaris hoopt niet alleen te promoveren op dit onderzoek, maar ook….

    “Minder taboe en zelfstigma onder hulpverleners zou prachtig zijn. Het zou goed zijn als professionals en cliënten openlijker met elkaar kunnen praten over de moeilijkheden van het leven. Zonder stempel of negatief beeld.”

    Bron: Proud2bMe >>

    #237219

    Luka
    Moderator

    Traumabehandeling heeft levenslang effect

    Langdurige onveiligheid of chronische stress kan tot traumatische stressklachten leiden, met grote gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen. Traumabehandeling, psycho-educatie en sociale steun helpen hen om te herstellen, te kunnen functioneren en op te groeien tot stabiele volwassenen.

    Traumatische ervaringen
    Niet alle kinderen die ingrijpende gebeurtenissen meemaken, hebben professionele behandeling nodig. Een betrouwbare, steunende volwassene kan de impact van een traumatische ervaring zoals een verkeersongeluk of misdrijf minder groot maken. Anders is het wanneer ingrijpende gebeurtenissen zich herhalen en langdurige onveiligheid veroorzaken, zoals bij mishandeling, verwaarlozing of misbruik. Een deel van deze kinderen ontwikkelt traumatische stressklachten. Zij hebben professionele traumabehandeling nodig om te kunnen herstellen.

    ‘Hoe jonger kinderen zijn, hoe vaker de mishandeling thuis plaatsvindt’, aldus Margreet Visser, klinisch psycholoog bij het Kinder- en Jeugdtraumacentrum van Kenter Jeugdhulp en gepromoveerd binnen de Academische Werkplaats aanpak Kindermishandeling. ‘De impact is dan extra groot. Er gebeurt niet alleen iets ingrijpends, maar ook nog in een relatie die een voorbeeld is voor alle relaties in de toekomst. Het kind is getraumatiseerd doordat iemand hem iets aandoet, die ook nog eens iemand is die hij juist zou moeten kunnen vertrouwen en nodig heeft om een gezond mens- en wereldbeeld te ontwikkelen.’

    ‘Chronische onveiligheid leidt tot een ongezonde leefstijl’

    Een onveilige thuissituatie kan tot posttraumatische stressklachten leiden: negatieve gedachten en gevoelens, herbelevingen (nachtmerries, filmpjes die zich afspelen in het hoofd), stress in het lijf (alertheid, snel schrikken, slechte concentratie, slecht slapen) en vermijding (situaties of gevoelens uit de weg gaan). Deze klachten zijn niet alleen naar op het moment zelf, maar zorgen ook dat de ontwikkeling stagneert. Daarnaast heeft chronische onveiligheid grote gevolgen op de lange termijn. Visser: ‘Deze kinderen nemen als volwassenen een ongezonde leefstijl aan. Dat uit zich in drank, drugs, depressie, overgewicht en zelfmoord. Ze hebben ook relatief vaak een lager opleidingsniveau en vinden moeilijk werk.’

    Traumabehandeling
    Een deel van de kinderen die opgroeien in langdurig onveilige omstandigheden, heeft professionele hulp nodig. In de praktijk krijgen ze die lang niet altijd. Visser: ‘Bij verschillende psychotraumacentra voor jeugd in Nederland komen aanmeldingen binnen van kinderen die al langere tijd zorg krijgen, maar ondanks traumatische ervaringen geen traumabehandeling hebben gehad. Vaak wordt er alleen gewerkt aan de acute veiligheid van het kind, terwijl er veel meer nodig is.’

    Diagnose
    Een belangrijke oorzaak van het uitblijven van traumabehandeling komt volgens Visser voort uit de opvatting ‘geen diagnose, geen behandeling’ binnen de ggz. ‘Kindermishandeling of chronische stress zijn geen officiële diagnoses. Het is hoog tijd dat ze dat wel worden, of dat we mogen behandelen zonder diagnose.

    ‘Niet ieder mishandeld kind laat traumaklachten zien’

    Traumabehandeling wordt wel ingezet wanneer een kind gediagnosticeerd is met een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS). Maar niet ieder mishandeld kind laat typische traumaklachten zien. Visser: ‘Vaak is het geweld of de verwaarlozing al zo onderdeel van het gewone leven, dat een kind hier niet meer op reageert als op een ingrijpende gebeurtenis. En dus wordt het niet als een trauma herkend.’

    Vooral bij jonge kinderen is sprake van onzorgvuldige diagnostiek, meent Visser. ‘Dat komt doordat zij atypische symptomen hebben. Kinderen onder de zeven jaar reageren vaak op een trauma met een terugval in de ontwikkeling. Omdat zo’n terugval van alles kan betekenen, wordt er niet snel aan trauma gedacht. Tegelijk zien we bij jonge kinderen vaak een fysieke reactie: veel bewegingsonrust, snel boos worden en slecht kunnen luisteren. Dit wordt makkelijk verward met ADHD. Andere kinderen hebben juist een vermijdingsreactie: ze trekken zich terug en maken moeilijk contact. En dat kan leiden tot de diagnose autisme. Deze diagnoses zijn vaak onterecht. Dat blijkt als de klachten verdwijnen op het moment dat we het trauma behandelen.’

    Goede hulp
    Beter nieuws is dat er wel degelijk goede hulp is voor kinderen bij wie posttraumatische stressklachten zijn vastgesteld. Bij de diagnose PTSS of bij PTSS-klachten zonder volledige diagnose zijn er twee bewezen effectieve behandelingen: EMDR en Exposure.

    Visser werkt met beide behandelingen. ‘De PTSS-klachten zijn heel goed te verhelpen. Wat betreft de effecten op de lange termijn is nog niet zoveel bekend, maar wat we weten is veelbelovend.’ Parallel aan het proces met het kind werkt zij altijd ook met ouders, om te kijken wat zij nodig hebben en hoe zij het kind kunnen ondersteunen.

    Visser vindt dat traumahulp ook beschikbaar zou moeten zijn voor kinderen die niet gediagnosticeerd zijn met PTSS, maar wel te maken hebben (gehad) met mishandeling, verwaarlozing of misbruik. Daarbij doelt ze niet specifiek op EMDR of Exposure, maar op traumahulp in het algemeen. ‘Juist omdat niet alle kinderen op een trauma reageren met specifieke PTSS-klachten, is het belangrijk om verder te kijken. Een kind dat langdurig geweld in het gezin meemaakt, kan bijvoorbeeld geen herbelevingen hebben, maar wel problemen ontwikkelen op het gebied van emotieregulatie. Dus is het belangrijk dat ieder kind in langdurige onveilige omstandigheden hulp krijgt om na te gaan of er behandeling nodig is, en zo ja welke.’

    Stabiel
    Wat een kind minimaal nodig heeft in een situatie van chronische stress, is veiligheid en herstel. In welke volgorde is onderwerp van discussie. Moet de situatie eerst veilig en stabiel zijn voor behandeling kan worden ingezet? Of is traumabehandeling ook effectief als kinderen nog in een instabiele of onzekere opvoedsituatie zitten?

    Rik Knipschild, Psychotraumatherapeut bij Karakter en promovendus op het gebied van traumabehandeling bij kinderen, pleit voor een tweesporenbeleid: behandelen en tegelijk werken aan de veiligheid. Knipschild legt uit: ‘Het ‘stabiliseren’ van de gezinssituatie kan soms jaren duren. Intussen heeft een kind het nodig om de posttraumatische stress te verwerken, zodat hij weer toekomt aan zijn ontwikkeling.’

    Knipschild verwijst naar de beroepscode en de rechten van het kind: ‘Als een kind lijdt onder psychische of medische klachten, heeft hij simpelweg recht op de best beschikbare behandeling. Wanneer er sprake is van een ‘instabiele’ leefsituatie, heeft een kind er tevens recht op dat er gewerkt wordt aan het vergroten van de veiligheid.’ Knipschild vindt dus dat je de kindbehandeling niet uit moet stellen, mits er afspraken te maken zijn met ouders en er gewerkt wordt aan verbetering van de situatie. ‘Het verminderen van klachten vergroot de stabiliteit en draagkracht van de omgeving. Wanneer een kind bijvoorbeeld minder last heeft van prikkelbaarheid en herbelevingen, zal de moeder zich minder machteloos voelen en meer in staat zijn rust, structuur en voorspelbaarheid te bieden. Dit zorgt er vervolgens weer voor dat het kind meer ruimte heeft voor ontwikkeling.’

    Ook Visser is voorstander van een tweesporenbeleid: ‘We hebben lang gedacht dat de situatie eerst helemaal veilig moet zijn, maar tegelijk zagen we dat door de heftige klachten kinderen in een negatieve situatie blijven. Door hun moeilijke gedrag kunnen ze bijvoorbeeld niet functioneren in een pleeggezin en gaan ze van plek naar plek. Uit een recent onderzoek van de Vrije Universiteit blijkt dat je bij vroegkinderlijk trauma het beste zo snel mogelijk kunt beginnen met de behandeling, zodat in ieder geval de klachten kunnen afnemen. Hoe langer je wacht, hoe groter de schade. Temeer omdat een kind steeds verder achterop raakt in zijn ontwikkeling.’

    Psycho-educatie
    Voor alle kinderen die het slachtoffer zijn van mishandeling, verwaarlozing of geweld is psycho-educatie belangrijk: informatie aan kinderen en ouders over wat mishandeling of chronische stress is en wat het met je doet. Onder psycho-educatie verstaan we verschillende vormen van voorlichting en begeleiding voor kinderen en ouders, met als doel kennis en begrip te vergroten en daardoor te leren omgaan met de mishandeling. Visser: ‘Het helpt om de mishandeling in het juiste perspectief te plaatsen. Als je met je hoofd kunt begrijpen wat er aan de hand is, geeft dat houvast en structuur. Daarnaast is je verstand een belangrijk middel om je gevoel te reguleren.’ Als voorbeeld noemt ze een kind dat op school vaak ruzie heeft. ‘Hij leert dat zijn heftige reacties het gevolg zijn van wat hij heeft meegemaakt. In plaats van te denken “Ik ben een rotkind”, kan hij denken: “Ik ben een leuk kind, en ik heb nare dingen meegemaakt. Daardoor word ik snel boos”. Daarnaast voelen kinderen die mishandeld zijn, zich vaak onterecht schuldig. Psycho-educatie helpt hen in te zien dat zij niks kunnen doen aan wat er gebeurd is. En dat ze niet de enige zijn.’

    ‘Een kind leert dat zijn boosheid een gevolg is van wat hij heeft meegemaakt’

    Controle
    De Gezondheidsraad adviseerde in 2011 om alle mishandelde kinderen en hun ouders psycho-educatie te geven. Knipschild en Visser staan hier volledig achter. In Nederland bestaat er vrijwel geen specifieke psycho-educatie na kindermishandeling, maar het komt wel aan bod in reguliere hulpverleningscontacten. Iedere professional die met kinderen in aanraking komt, kan hier iets in betekenen.

    Hoeveel van de mishandelde kinderen in Nederland daadwerkelijk psycho-educatie krijgen, is Visser en Knipschild onbekend, maar het is in elk geval onderdeel van iedere traumagerichte interventie. Visser: ‘In de traumabehandeling die wij bieden, is psycho-educatie de eerste fase, zodat kinderen weten wat we gaan doen en waarom. Trauma overkomt je en is onverwachts. Met psycho-educatie geven we kinderen controle, een beter zelfbeeld en motivatie voor de behandeling.’ Ouders maakt Visser bewust van de gevolgen van mishandeling voor het kind. Ze biedt ook kennis over opvoedkundige zaken en de ontwikkeling van kinderen in het algemeen.

    Sociale steun
    Naast traumahulp en psycho-educatie speelt sociale steun een belangrijke rol in de zorg voor kinderen met een chronisch trauma. Bram Tuk, senior adviseur bij expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos en ontwikkelaar van methoden om vluchtelingenkinderen te ondersteunen: ‘Allesbepalend voor het omgaan met onveiligheid of langdurige stress is de mate waarin kinderen het gevoel hebben dat ze gesteund worden. Ouders kunnen die steun het beste bieden. Maar als zij juist de oorzaak van de onveiligheid zijn, kunnen ook andere volwassenen een belangrijke ondersteunde rol spelen, zoals een betrokken buurvrouw, oppas of leerkracht.’

    Weegschaal
    Sociale steun kan op drie niveaus worden gegeven: praktische, informatieve en emotionele steun. Voor alle drie geldt dat het een kind het onmisbare gevoel geeft dat er iemand om hem geeft en naar hem omkijkt. Tuk illustreert het effect van sociale steun met een weegschaal: ‘Aan de ene kant van de weegschaal is er het nare dat een kind overkomt. Aan de andere kant is er de oprechte belangstelling en het gevoel dat hij gezien wordt. Bij ieder mens is de sociale omgeving heel bepalend voor het welzijn. Voor beschadigde kinderen geldt dat des te meer. Zich gehoord en gezien voelen is essentieel voor behoud van hun eigenwaarde en veerkracht.’

    ‘Kinderen moeten het gevoel hebben dat ze gesteund worden’

    Visser onderstreept het belang van sociale steun. ‘Bij een traumabehandeling letten we er altijd op dat er iemand is die met een kind meeloopt. Het draagt bij aan de effectiviteit van de behandeling als een kind een vertrouwensfiguur heeft, waar hij terecht kan en die weet heeft van de behandeling en de mogelijk confronterende gevolgen daarvan. Mijn ervaring is dat kinderen vooral veel ontlenen aan een juf of meester die aandacht voor hen heeft.’

    Meer onderzoek
    Volgens Visser en Knipschild is het hoog tijd om meer te gaan investeren in effectieve traumabehandeling voor kinderen. ‘De laatste jaren is er veel aandacht geweest voor signalering van kindermishandeling’, aldus Visser. ‘Daar zijn we blij mee. Daarnaast moet er meer bekendheid komen over mogelijkheden voor behandeling.’

    ‘Er moet meer onderzoek komen naar de effectiviteit van behandelingen’

    Veronderstellingen
    Knipschild pleit voor meer onderzoek. Zelf coördineert hij diverse wetenschappelijke onderzoeken naar de effectiviteit van diagnostiek en behandeling van PTSS bij kinderen en adolescenten. ‘Er circuleren veronderstellingen over hoe we deze doelgroep het beste kunnen begeleiden en behandelen, maar deze zijn vaak nog te weinig getoetst.’

    Ook Visser blijft onderzoek doen naar de effectiviteit van behandeling. ‘De uitdaging is vervolgens de verbinding tussen wetenschap en praktijk te leggen, zodat meer kinderen de behandeling krijgen die ze zo nodig hebben.’ Dat is ongelofelijk belangrijk, vindt ook Knipschild. ‘Kinderen hebben er simpelweg recht op! Door het inzetten van effectieve behandeling kunnen we onnodig langer lijden voorkomen én leggen we een basis voor gezonde leefpatronen waar kinderen hun leven lang mee verder kunnen.’

    Praktische tips
    – Advies voor leerkrachten en wijkteams: geef opvallend gedrag beschrijvend en objectief door aan hulpverleners, zonder ‘diagnostische’ conclusies te trekken. Het risico is anders het ontstaan van een kokervisie, waardoor onderliggende traumagerelateerde problemen over het hoofd kunnen worden gezien.

    – Wees als volwassene in het leven van een kind niet bang om een steunfiguur te zijn. Je kunt al een groot verschil maken door er ‘gewoon’ voor een kind te zijn. Zet je antennes open, straal geduld uit en stel je beschikbaar op.

    – Geef sociale steun niet al te publiekelijk. Kinderen willen het liefst zo gewoon mogelijk meedoen zonder het ‘zielige kind van de klas’ te zijn.

    Bron: Augeo Magazine >>

    #237222

    Luka
    Moderator

    OP DE ZEEPKIST  – JEROEN ZWAAL
    ‘Stop met streven naar genezing. Mensen zoals ik maak je niet beter en moet je niet willen redden’


    Jeroen Zwaal: ‘Ik heb een netwerk om me heen nodig, zodat ik stevig op eigen benen sta.’ Beeld Rebecca Fertinel

    Wie: Jeroen Zwaal (44) uit Arnhem.
    Het probleem: Hulpverlenende instanties kunnen het aantal verwarde personen niet aan.
    De oplossing: Investeer ook buiten de ggz in het ondersteunen van psychiatrische patiënten vóór ze echt ziek worden.

    ‘Ik was 18 jaar oud toen ik mijn eerste psychose kreeg. De dag dat het misging, veroorzaakte ik overdag op straat al veel gedoe. Nadat ik een politiepaard had staan aaien en het dier vervolgens op mijn voet ging staan, was ik door de pijn heel even helder. Ik haalde het net naar huis, maar daar werd ik woedend.

    ‘In een soort ontlading ben ik gaan rennen. Bij een boerderij, waar ik na 15 kilometer drijfnat probeerde te schuilen, hebben ze de politie gebeld. ‘We brengen je naar de paaz’, zei een van de agenten. Dat bleek de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis te zijn. Ik heb er vier maanden doorgebracht.

    ‘Ik weet dat het nooit meer overgaat, maar inmiddels weet ik ook dat ik na een psychose – ik heb er nu vijf gehad – weer herstel. Ook met mijn psychosegevoeligheid heb ik beter leren omgaan. Ik kan een psychose nu voelen aankomen, ik ken mijn valkuilen en dan trek ik op tijd aan de bel.

    Lees verder op de site van de Volkskrant >>

    #237411

    Luka
    Moderator

    Werken aan een meer gepersonaliseerde zorg

    Jeroen Weermeijer is onderzoeker binnen het Centrum voor Contextuele Psychiatrie en werkt aan de klinische implementatie van de Experience Sample Methode. Met zijn onderzoek hoopt hij de behandeling van patiënten binnen de geestelijke gezondheidszorg verder te kunnen individualiseren.

    Het verhaal van de cliënt
    Psychische klachten ontstaan niet in isolatie maar in de interactie met een cliënt zijn of haar omgeving. Om ze te begrijpen (en te behandelen) moet een clinicus dus een goed beeld krijgen van de gedachten, gevoelens en ervaringen die voorkomen in het dagdagelijkse leven van zijn of haar cliënt. Tijdens een consultatie kan een clinicus hiervoor gebruik maken van klinische interviewmethodes. Echter, wat een cliënt vertelt is slechts een onnauwkeurige samenvatting van het volledige beeld. Dit komt omdat het menselijk geheugen niet perfect is, mensen zijn geen computers en vergeten dan ook weleens wat. Bovendien wordt datgene wat cliënten zich herinneren gekleurd door hoe ze zich voelen op het moment dat ze vertellen. Zo weten we dat mensen in een negatieve stemming vooral negatieve gebeurtenissen vermelden als hen gevraagd wordt om over het verleden te spreken. Door vroegere ervaringen van onbegrip kan een cliënt bovendien ook nog eens terughoudend zijn in het delen van zijn of haar verhaal.

    Om een beter en vollediger zicht te krijgen op gedachten, gevoelens en ervaringen in het dagdagelijkse leven zou de clinicus dus eigenlijk meer moeten hebben dan enkel het verhaal dat wordt verteld achter de gesloten deuren van de therapiekamer. De ‘experience sampling methode (ESM)’ kan hierbij helpen. De ESM is een intensieve dataverzamelingstechniek waarbij deelnemers meermaals per dag via een signaal, bijvoorbeeld via een smartphone-notificatie, gevraagd worden om een vragenlijst in te vullen en dit gedurende meerdere dagen na elkaar. In deze vragenlijsten wordt gepeild naar gedachten, gevoelens en ervaringen op het moment dat ze voorkomen. Op die manier kan de clinicus informatie krijgen over de ervaringen en gevoelens van zijn cliënt zonder dat die informatie vervormd wordt door het geheugen of de actuele (gemoed)toestand van de cliënt. Data verzameld met de ESM worden binnen onderzoek dan ook gretig gebruikt voor het bestuderen van emoties, gedachten, gedrag, symptomen en effecten van medicatie.

    ESM voor klinisch gebruik
    Ondanks de voordelen, wordt de ESM nog niet op grote schaal gebruikt binnen de klinische praktijk. Een reden hiervoor is dat clinici vaak niet de tijd of middelen hebben om zinvolle informatie uit de grote hoeveelheid complexe ESM-data te halen. Zo bestaan er tot op de dag van vandaag nog geen richtlijnen voor clinici om op een ‘juiste’ manier met ESM-data om te gaan. Het is ook nog niet duidelijk welke gegevens nu juist relevant kunnen zijn voor een individuele cliënt. Daarnaast zijn er ook nog technische en juridische kwesties die het moeilijk of ‘eng’ maken om met ESM-data te werken. Een smartphone-app die persoonlijke data verzamelt dient bijvoorbeeld uitermate goed te zijn beveiligd.

    Binnen mijn doctoraat probeer ik, samen met een team van experts, de ESM klinisch bruikbaar te maken. Hiervoor hebben wij het ‘Building Bridges’ project opgestart. Met dit project willen wij een ESM-feedback platform ontwikkelen waarop clinici de mogelijkheid krijgen om ESM-data te visualiseren op een gemakkelijke en gebruiksvriendelijke manier, zonder dat ze daarvoor zelf complexe statistische berekeningen moeten uitvoeren of zich zorgen moeten maken over zaken zoals privacy en databeveiliging. Wij hopen vervolgens dat clinici deze visualisaties gaan gebruiken om behandelingen meer te personaliseren. Voor een cliënt met wanen zou een clinicus bijvoorbeeld de waan-frequentie kunnen visualiseren in functie van een medicatieschema. In combinatie met wat de cliënt vertelt kan de clinicus dan evalueren of voorgeschreven medicatie al dan niet werkt voor zijn cliënt.

    Gepersonaliseerde zorg
    In ieder geval, en alvorens we overgaan tot ontwikkeling en implementatie van het feedback platform, moet er eerst duidelijkheid komen over wat technologisch mogelijk is, wat de wetgeving toelaat, en wat nuttig zal zijn in de praktijk. Voor deze kwesties organiseren we focusgroepen met clinici, bevragen we onderzoekers binnen en buiten Europa en voeren we complexe statistische analyses uit op al verzamelde ESM-data. Momenteel zijn we hier nog wel eventjes zoet mee, maar het zwoegen is het zeker waard als het kan bijdragen tot meer gepersonaliseerde en hopelijk betere zorg.

    Bron: Psychosenet.be >>

    #237674

    Mark
    Moderator

    Vroegkinderlijk trauma. Een misbruikt kind past niet in één hokje

    Vroegkinderlijk trauma en emotionele verwaarlozing kunnen dodelijke gevolgen hebben, zo ervoer klinisch psycholoog Marleen Wildschut. Gedurende haar promotie-onderzoek stapten zes van haar ondervraagde patiënten uit het leven. ,,Dit toont de noodzaak van adequate hulp aan.”

    Iemand die als kind is misbruikt, mishandeld of verwaarloosd heeft baat bij één regiebehandelaar in de geestelijke gezondheidszorg. Dat is een belangrijke uitkomst van het promotie-onderzoek van klinisch psycholoog Marleen Wildschut.

    “Als je een posttraumatische stressstoornis hebt kun je dat rustig aan je buren vertellen. Maar een persoonlijkheidsstoornis? Zoiets houden de meeste mensen liever voor zichzelf.” Het verschil in acceptatie verbaast Wildschut. Het was een van haar drijfveren voor het promotie-onderzoek naar slachtoffers van vroegkinderlijk trauma en emotionele verwaarlozing. “Als gedrag traumagerelateerd is, dan is dat vaak een verontschuldiging. Dan is het je overkomen. Maar als je een persoonlijkheidsstoornis hebt, dan word je al gauw gezien als lastig. Ook in de zorg. De kans op stigmatisering is een stuk groter. Terwijl je er maar weinig aan kunt doen als je bijvoorbeeld borderline hebt.”

    Trauma
    Wildschut (39), afkomstig uit Appingedam en met man en twee dochters woonachtig in Groningen, ging na haar studie psychologie aan de slag bij GGZ Friesland. In eerste instantie binnen het toenmalige Centrum Specialistische Behandelingen in Leeuwarden. Daar viel het haar op dat patiënten met een traumatische voorgeschiedenis in verschillende programma’s werden behandeld. “Al die verschillende afdelingen, al die hokjes, dat vond ik gek.” Haar onderzoek als zogeheten buitenpromovendus bevestigde haar vermoedens. Patiënten met een vroegkinderlijk trauma werden of voor een trauma behandeld, of voor een persoonlijkheidsstoornis. Terwijl ze dezelfde problemen hadden.

    Geen totaalbehandeling
    Volgens Marleen Wildschut mankeert het niet aan de behandelingen op zich, die zijn prima. Het probleem is dat deze patiënten niet een totaalbehandeling krijgen die het hele spectrum van hun klachten bestrijkt, maar dat ze vaak van de ene naar de andere afdeling gaan. “Eigenlijk zou je zo’n slachtoffer van een vroegkinderlijk trauma integraal moeten behandelen, dat is ook mijn aanbeveling. Deze mensen zijn over het algemeen heel wantrouwend. Hun vertrouwen in mensen is beschadigd doordat ze op jonge leeftijd in de steek zijn gelaten door hun belangrijkste verzorgers. Dus je moet deze mensen onder één regiebehandelaar laten behandelen, zodat ze niet steeds een andere behandelaar tegenkomen.”

    Problemen door vroegkinderlijk trauma
    De groep mensen die op latere leeftijd problemen krijgt met vroegkinderlijk trauma is relatief groot. Toen Wildschut haar onderzoek in 2011 begon waren er bij GGZ Friesland zo’n 1600 mensen in behandeling voor een persoonlijkheidsstoornis. Van die groep interviewde ze honderd patiënten en nog eens vijftig mensen die op dat moment voor een vroegkinderlijk trauma werden behandeld. Er bleek een grote overlap in problematiek. “Het is maar net wat bij je intake op de voorgrond staat, bij welke behandeling je terechtkomt. Heb je bijvoorbeeld last van herbelevingen, dan past dat bij een traumagerelateerde behandeling. Jezelf snijden wordt veel geassocieerd met borderline.”

    Dat een groot deel van beide groepen eigenlijk dezelfde klachten had kwam aan het licht doordat Wildschut de patiënten aanzienlijk intensiever interviewde dan bij een intakegesprek. “Ik sprak ze zes tot acht uur. Dan zie je vaak hoe het hele plaatje zich vormt.”

    Drie groepen
    Wildschut onderscheidt de klachten van haar ondervraagde patiënten in drie groepen, ongeveer gelijk verdeeld: mild, matig en ernstig. De laatste groep heeft over de hele linie forse klachten. Ze hebben meerdere persoonlijkheidsstoornissen, kampen met een complexe posttraumatische stressstoornis en hebben vaak een dissociatieve stoornis – een stoornis die zich kenmerkt door gaten in het geheugen. “Ze hebben ernstige depressieve klachten, ernstige angstklachten, zijn zeer wantrouwend, hebben een heel negatief mensbeeld en een heel negatief zelfbeeld. Ze hebben veel problemen in sociale relaties, eigenlijk op alle levensgebieden. Financieel, qua huisvesting, geen werk, problemen binnen de familie, forse gedragsproblemen en zijn vaak ergens aan verslaafd, drinken of blowen”, somt Wildschut op.

    Hoe ontstaan vroegkinderlijke trauma’s
    Ze benadrukt dat dit soort ernstige vroegkinderlijke trauma’s ontstaat door misbruik, mishandeling of verwaarlozing. “Er gebeuren heftige dingen achter de voordeur. Kinderen die aan hun lot worden overgelaten omdat moeder bijvoorbeeld verslaafd is. Er was echt wat aan de hand in deze gezinnen, het komt in alle lagen van de bevolking voor.”

    Wat hier vaak bijkomt zijn pesterijen, zo moet Wildschut toch even kwijt. ,,Dat is me opgevallen. Ontzettend veel pestervaringen. Mensen die vanaf 5-, 6-jarige leeftijd dag in dag uit zijn gepest of geterroriseerd. Dat blijkt zeer ernstig voor de ontwikkeling. Ja, vaak zie je aan welke kinderen gepest worden dat er ook een relatie is met thuis, maar dan nog: dat gepest zijn schaar ik zeker onder een vroegkinderlijk trauma. Gelukkig is daarvoor tegenwoordig meer aandacht, doordat een paar jaar geleden bekend werd dat enkele kinderen zich van het leven hadden beroofd vanwege pesten.”

    Dodelijk
    Heftig was het onderzoek ook voor Wildschut. Tijdens haar 6-jarig onderzoek overleden 6 van de 150 patiënten. De jongste was 20, de oudste 38. Drie pleegden suïcide, twee kozen voor euthanasie, de zesde doodsoorzaak blijft onduidelijk. In alle gevallen betrof het vrouwelijke patiënten, die een of meer traumagerelateerde stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen hadden en in de helft van de gevallen een dissociatieve stoornis. “4 procent sterfgevallen in een periode van zes jaar. Jonge mensen die zijn overleden”, zegt ze. “Dit geeft de dodelijkheid weer van blootstelling aan vroegkinderlijk trauma en emotionele verwaarlozing, alsook de noodzaak om overlevenden adequate zorg te bieden”, schrijft ze in de conclusie van haar promotie-onderzoek bij het UMC in Amsterdam.

    Vervolgonderzoek
    Een collega is een vervolgonderzoek begonnen naar de patiënten die Wildschut heeft geïnterviewd. Daaruit moet blijken of een integrale aanpak van de problemen van deze groep patiënten inderdaad van meerwaarde kan zijn. Dit onderzoek, uitgevoerd door Sanne Swart, wordt naar verwachting over twee jaar afgerond.

    Wildschut hoeft er niet over in te zitten of haar aanbevelingen worden overgenomen. Ze heeft de tijdgeest mee. Een integrale aanpak heeft een paar jaar geleden al zijn intrede gedaan bij GGZ Friesland. Zo maakt Wildschut tegenwoordig deel uit van het FACT-team in Drachten. Vanuit verschillende disciplines worden in dat team problemen van patiënten bekeken en indien mogelijk worden ze zoveel mogelijk thuis geholpen in plaats van in een instelling. Deze trend speelt zich niet alleen in de geestelijke gezondheidszorg af, maar over de gehele linie. “Zorg is heel gefragmenteerd. De specialist in het ziekenhuis behandelt je darm, maar kijkt niet naar je blaas. Dat is aan het veranderen. Er wordt meer naar de mens als geheel gekeken, het gaat de goede kant op.”

    Bron: gezondheidenco.nl

    #237909

    Mark
    Moderator

    EMDR als klinische behandeling is een geweldige uitvinding
    Interview met Annemieke Driessen, klinisch psycholoog, psychotherapeut en voorzitter van de Vereniging EMDR Nederland (VEN)

    Annemieke Driessen is klinisch psycholoog en psychotherapeut en sinds vorig jaar voorzit-ter van de Vereniging EMDR Nederland (VEN). Driessen is als klinisch psycholoog-psychotherapeut werkzaam bij PsyQ Psychotrauma in Den Haag, waar zij mensen behandelt met (complexe) traumaproblematiek. Ze werkt graag met EMDR (eye movement desensitization reprocessing, red.) en schematherapie, maar ook met cognitieve gedragstherapie. Kosse Jonker, klinisch psycholoog en redactielid van PsyXpert, ging in gesprek met Driessen. Onderstaand vindt u een samenvatting van dit interview, verschenen in PsyXpert 2019-01.

    EMDR is booming
    Annemieke Driessen mag zich sinds september 2018 voorzitter van de VEN noemen. Een vereniging die de laatste jaren flink gegroeid is en inmiddels 4.500 leden telt. Dat EMDR in Nederland zo booming is, komt volgens Driessen door een combinatie aan factoren. “Ik denk dat de opleidingen erg goed in elkaar zitten. Die zijn heel enthousiasmerend.”

    Een andere belangrijke factor is volgens Driessen dat je overal in Nederland de opleiding kunt vol-gen en het vak heel toegankelijk is, mits je over de vooropleidingseisen beschikt. Daarnaast wordt er in Nederland veel onderzoek gedaan. “EMDR is iets wat veel interesse heeft van onderzoekers, vooral in de klinische-psychologieopleiding, waarin mensen onderzoek moeten doen. We zien dat EMDR daar heel vaak als onderwerp wordt gekozen. Het maakt deel uit van de wetenschappelijke vorming.”

    Klinische behandeling
    EMDR wordt ook aangeboden als klinische behandeling, samen met de exposurebehandeling. Een geweldige uitvinding, vindt Driessen. “Eerst dachten we dat je na een EMDR-sessie altijd een paar dagen moest wachten en dat het moest inwerken. Inmiddels zien we op basis van de resultaten van de klinische behandeling dat het ook veel sneller kan. Ik heb hier persoonlijk met een aantal patiënten goede ervaringen mee. In korte tijd zijn zij er enorm door opgeknapt. Daarna is er nog wel heel wat werk te verzetten, maar de heftige PTSS is in veel gevallen wel verdwenen. Heel bijzonder.”

    Lichaamsgericht interventies
    Jonker is benieuwd hoe Driessen denkt over het integreren van lichaamsgerichte interventies, de sensorimotor therapie, in EMDR. Volgens Driessen is dat een gebied dat nog niet zo is onderzocht. “Het is een beetje een ondergeschoven kindje. Ik hoop van harte dat, zeker die sensorimotor thera-pie, goed wordt onderzocht. De manier waarop wij in Nederland EMDR toepassen is toch vrij cogni-tief, dus dat lichaamsaspect mag wel wat meer aandacht krijgen. Voor veel mensen is dat waarde-vol en nodig. Soms ook niet, soms verandert het lichaam gewoon mee. Als de stress uit het brein verdwijnt, dan verdwijnt die op een gegeven moment ook wel uit het lijf. Maar soms is er meer no-dig. In dat geval juich ik de aanvulling van de sensorimotor therapie toe. Maar dan moet het wel goed worden onderzocht.”

    EMDR nog toegankelijker
    Als Driessen een miljoen euro zou mogen besteden en zelf zou mogen kiezen wat daarmee te doen, zou ze EMDR nog toegankelijker maken. En bovendien de toegang tot de zorg verbeteren. Driessen: “Dat is misschien niet eens iets specifiek van EMDR, maar ik vind dat mensen te lang op goede zorg moeten wachten. Dat vind ik echt heel schrijnend. Dus ik zou het daaraan besteden, zodat mensen sneller geholpen kunnen worden.”

    Bron: psyxpert.nl

    #238344

    Mark
    Moderator

    De huidige zorg voor trauma’s schiet tekort. Hoe kan deze stille ramp plaatsvinden?

    Trauma’s blijven in de ggz geregeld onopgemerkt en (bewust) onbehandeld. En dat terwijl bekend is welke twee therapiëen de beste resultaten boeken – al vragen die het uiterste van de patiënt.

    Als ze uit school kwam en zijn auto voor het huis zag staan, zakte de moed haar in de schoenen. Andrea Hulst was zeven toen haar moeder hertrouwde. Kort daarna begon het. De klappen kwamen uit het niets. ‘Wil je een reden om te huilen’, vroeg hij. Pèts. ‘Hier heb je er één.’ Ze toont het litteken van het porseleinen bord dat hij naar haar hoofd heeft gesmeten.

    Ook haar zusje en haar moeder moesten het ontgelden. Hij terroriseerde het hele gezin. Andrea was het liefst op school, thuis trok ze zich terug op haar kamer. Op haar achtste begon het seksueel misbruik, al dan niet gecombineerd met geweld. Tot haar dertiende. Had ze maar hulp gezocht, zegt ze nu, of aangifte gedaan.

    Hulst doet haar verhaal in de spreekkamer van een van haar behandelaren, een ervaringsdeskundige. Die steekt haar af en toe een hart onder riem als ze stilvalt.

    Na haar dertigste eisen de traumatische gebeurtenissen hun tol. Ze raakt overspannen, verliest haar baan in het verzorgingshuis, gebruikt steeds meer drugs en leeft zelfs een tijd op straat. Ze wordt meer dan tien keer opgenomen in een psychiatrische instelling.

    Haar trauma wordt eerst niet opgemerkt en blijft daarna een tijdlang onbehandeld. Eerst stabiel worden, hoort ze steeds van haar therapeuten. Zelf wil ze er meteen mee aan de slag, want het beheerst haar leven. De terugkerende nachtmerries, de herbelevingen, ze putten haar uit.

    Lees verder op Volkskrant.nl >>

    #238387

    Luka
    Moderator

    Vrijwillige en gedwongen opname (België)

    Mensen die veel psychische klachten ervaren kunnen ernstig ontregeld raken. Wanneer het in de thuissituatie echt niet meer gaat en er sprake is van een crisissituatie, kan worden besloten om iemand vrijwillig of gedwongen te laten opnemen.

    Als de keuze voor een opname zelf wordt gemaakt dan noemen we dat een vrijwillige opname. Wanneer het nodig is dat deze beslissing wordt genomen tegen de eigen wil in, dan spreken we van een gedwongen opname.

    Crisisopname
    Bij een crisisopname wordt iemand opgenomen vanwege zeer ernstige psychiatrische klachten. Dat gebeurt bijvoorbeeld als iemand bedreigende psychotische klachten heeft, als iemand zelfmoord wilt plegen, of net een zelfmoordpoging heeft gedaan. Een crisisopname kan een aantal uren tot een paar weken duren. Crisisopname kan zowel gedwongen als vrijwillig zijn.

    Vrijwillige opname
    Wanneer mensen opgenomen worden in een psychiatrisch ziekenhuis of op een PAAZ (psychiatrisch afdeling algemeen ziekenhuis), gebeurt dat meestal vrijwillig. Vrijwillige opname gebeurt met toestemming van de persoon zelf; met de betrokkenen en in overleg met hulpverleners of huisarts. Een dergelijke opname zorgt ervoor dat mensen worden opgevangen wanneer ze in crisis zijn.

    In de eerste plaats heeft een vrijwillige opname het doel om een verergering van de crisis te voorkomen. Een vrijwillige opname kan ook plaatsvinden als de naaste omgeving aangeeft niet genoeg draagkracht te hebben tijdens een crisis. Om de thuissituatie tijdelijk te ontlasten, wordt iemand dan opgenomen.

    Gedwongen opname
    Een gedwongen opname is een heftige gebeurtenis, voor de persoon zelf maar vaak ook voor de omgeving. Een gedwongen opname gebeurt alleen in het uiterste geval en is alleen toegestaan als iemand aan de volgende criteria voldoet:

    Iemand heeft een geestesziekte.
    Iemand is een gevaar voor zichzelf of voor anderen door een psychiatrische aandoening. Bijvoorbeeld in het geval van ernstige verwaarlozing, bij een zelfmoordpoging, of als de omgeving bang is dat de kans op ongelukken heel groot is.
    Er is geen andere geschikte behandeling mogelijk.

    Procedure bij gedwongen opname
    Een gedwongen opname in België kan via twee prodecures verlopen.

    de gewone procedure: belanghebbenden (zoals familieleden of een huisarts) kunnen een verzoek indienen bij een vrederechter, samen met een medisch verslag om iemand gedwongen te laten opnemen. Vervolgens verschijn je voor een vrederechter die hier verder over beslist. Dit gebeurt in een minderheid van de gevallen. Het merendeel van de gedwongen opnames in België gebeurt via de spoedprocedure.

    de spoedprocedure: Als er sprake is van hoogdringendheid of een acute situatie neemt de politie contact op met de Procureur des Konings, die, op basis van een medisch verslag door een gerechtsarts (bv: een psychiater van wacht) al dan niet overgaat tot onmiddellijke opname.

    In beide gevallen is er een maximum observatieperiode van 10 dagen waarna je voor een vrederechter moet verschijnen. Daarbij krijg je een pro deo advocaat toegewezen. De vrederechter beslist of de gedwongen opname al dan niet bevestigd wordt. In eerste instantie kan die met 40 dagen bevestigd worden. Om de gedwongen opname te verlengen zendt de directeur van de instelling waar je verblijft, minstens 15 dagen voor het verstrijken van de observatieperiode, aan de vrederechter een medisch verslag dat de noodzaak van een verder verblijf attesteert. Vervolgens moet je opnieuw voor een vrederechter verschijnen.

    Meer dan 80% van de gedwongen opnames in België gebeuren via een spoedprocedure. Het aantal gedwongen opnames in België is de laatste jaren ook drastisch toegenomen.

    Bron: psychosenet.be

    #238388

    Luka
    Moderator

    Klachten over je behandeling (België)

    Soms ben je niet tevreden met je behandeling, of heb je het gevoel dat je niet correct bejegend bent. Sinds 2002 zijn er in België duidelijk geformuleerde patiëntenrechten, zoals ook het recht om klacht neer te leggen wanneer die rechten geschonden zijn.

    Patiëntenrechten
    We geven je een overzicht van de patiëntenrechten. Binnen de context van de GGZ zijn er een aantal kanttekeningen bij te maken. Vooral bij een gedwongen opname kom je vaak in een juridisch grijze zone terecht.

    Klachtenprocedure
    Je kan klacht neerleggen bij een ombudsdienst. Daarna kan je ook verdere stappen nemen. We wijzen je de weg naar de beschikbare kanalen.

    Bron: psychosenet.be

21 berichten aan het bekijken - 51 tot 71 (van in totaal 71)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.

Gasten op de site: 11 - Leden op de site: 0
No users are currently active
Forum Statistieken
Aantal topics: 1.155, Gegeven reacties: 5.462, Actieve leden: 297