Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

Dit onderwerp bevat 81 reacties, heeft 5 stemmen, en is het laatst gewijzigd door Luka 06/10/2019 om 20:33.

25 berichten aan het bekijken - 51 tot 75 (van in totaal 82)
  • Auteur
    Berichten
  • #231816

    Mark
    Moderator
    #231886

    Mark
    Moderator

    Onderzoek ook volwassenen op trauma’s

    Zorgverleners moeten bij jongeren én volwassenen alert zijn op eerdere psychische trauma’s.

    “In mijn werk tref ik al tientallen jaren mensen met ingewikkelde problematiek door hersenletsel in combinatie met psychiatrische problemen, zoals depressie, angst, zelfbeschadigend gedrag, of persoonlijkheidsproblematiek. Talloze keren vermoed ik dat een (vroeg) trauma zoals verwaarlozing, mishandeling, misbruik of pesten, een rol speelt en vraag ik betrokken hulpverleners of dit in beeld is. Onthutsend vaak is het antwoord nee. Als er dan omzichtig naar wordt gevraagd, aan de persoon zelf of via naasten, blijkt gelukkig niet altijd sprake van narigheid maar alarmerend vaak wel. De mogelijkheid van verwaarlozing en mishandeling lijkt binnen de hulpverlening vaak niet in beeld. Ook niet bij collega’s en artsen, psychiaters die zeer consciëntieus hun werk doen.”

    Agnes van Minnen, hoogleraar klinische psychologie aan de Radbouduniversiteit Nijmegen

    Lees dit premium artikel op trouw.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #231985

    Luka
    Moderator

    Snel herstellen van een psychische ziekte is een illusie

    Voordat ik psychisch ziek werd zag mijn leven er vrij normaal uit. Ik had vrienden, ging naar school, haalde goede cijfers, beoefende een sport en deed leuke dingen in mijn vrije tijd. Toen ik op mijn zestiende compleet instortte, belandde ik in de hulpverlening. Ik dacht er met wat therapie en een pilletje binnen een aantal maanden wel vanaf te zijn en weer mijn normale leven te leiden. Dit was een verkeerde gedachte.

    Snel herstellen is een illusie
    Eerst probeerde ik nog school vol te houden, maar dit lukte al snel niet meer. De GGZ stelde toen een dagbehandeling voor die zes tot negen maanden zou duren. Ik ging hiermee akkoord met de gedachte dat ik er daarna van af zou zijn. Het liep echter anders. Het ging namelijk alleen maar slechter met mij, en niet beter.

    Dit was niet volgens planning: ik wilde beter worden. Na een jaar therapie werd ik opgenomen in een kliniek. Hier ontving ik ook de diagnose autisme. Dit was het moment waarop ik besefte dat herstellen niet ‘zomaar’ gaat. Herstellen van en leren omgaan met een psychische ziekte gaat niet 1, 2, 3.

    Dit botste met mijn verwachtingen, omdat mijn psychische ineenstorting uit het niets leek te komen. Iets dat in een paar weken gebeurd is zou toch makkelijk ‘op te lossen’ moeten zijn? Niet dus. Een been breek je ook in een paar seconden, maar het herstel duurt vaak toch minimaal zes weken. Ditzelfde geldt voor psychische ziekten, al ligt het daarbij meestal nog wat complexer.

    De psychische ineenstorting kwam namelijk niet zomaar opzetten. In werkelijkheid werkte ik er al jaren naartoe. Aangezien ik autisme heb liep (en loop ik nog steeds) tegen een hoop dingen aan. Het verschil is dat ik vroeger hier niet bewust van was, waardoor ik op mijn tenen liep om het vol te kunnen houden.

    Hierdoor ging ik voor de buitenwereld binnen een paar weken van gezonde tiener naar nauwelijks functionerend psychiatrisch patiënt. De jaren opbouw heb ik zelf echter niet bewust meegemaakt. Ik was het gewend dat alles moeizaam liep: ik wist niet anders.

    Het heeft tijd nodig
    Inmiddels realiseer ik dat jaren ‘overwerk’ niet op te lossen is met wat therapie en pilletjes. Ook de gedachte dat het binnen één jaar wel opgelost zou zijn blijkt achterhaald. We zijn inmiddels zes jaar verder en er is nog steeds geen concrete einddatum in het vooruitzicht. Sterker nog, misschien moet ik zelfs mijn hele leven begeleiding krijgen om te functioneren en kan ik nooit meer mijn oude leven van voorheen oppakken. Hier heb ik vrede mee. Ik heb geen haast om beter te worden: dat werkt alleen maar tegen in mijn herstel.

    Hetzelfde kan ik jou adviseren, neem de tijd om beter te leren omgaan met je problemen en jezelf, en verwacht vooral niet dat je binnen een jaar weer op de been bent. Je hebt de tijd nodig om alles weer opnieuw op te bouwen, jezelf te accepteren en te herontdekken. Dat gebeurt niet zomaar, en al helemaal niet in een paar dagen. Accepteer dat jouw herstel nu prioriteit heeft, en kijk wat je daarnaast nog aan kan. Als je wel naar school gaat of werkt is dat prima, maar vraag niet teveel van jezelf. Beter worden is het belangrijkste, hoe lang dat ook mag duren.

    Bron: Commen.nl >>

    #233479

    Luka
    Moderator

    Ik had nooit vijf maanden mogen blijven
    Onderzoeker blikt terug op opname psychiatrisch ziekenhuis

    Elke Plovie is docent en onderzoeker sociaal werk aan de UCLL in Leuven. Twee jaar geleden viel ze uit met een burn-out. Er volgde een opname van vijf maanden. Vanuit haar onderzoek rond burgerschap en participatie blikt ze terug: “Ik kijk erg kritisch naar mijn opname maar er zijn ook mooie dingen gebeurd.”

    Plots zat ik in de psychiatrie
    Iedereen rondom mij zag het gebeuren. Alleen ik niet. De dynamiek van elke dag heeft voor mij veel aantrekkingskracht. Ik zie overal mogelijkheden. Ik zat in een flow.

    Tot ik tijdens een vorming rond groepsdynamica geen kennismakingsspel meer kende. Dat klopte niet. Ik kon ook geen mails meer lezen. Een aantal maanden thuis rusten bracht geen verandering.

    Opname
    Op een bepaald moment zag ik geen andere oplossing meer dan een opname. Ik dacht dat die me snel weer op de been zou krijgen. Mijn eerste opname was in het crisisinterventiecentrum. Vandaar ben ik naar een diagnose-afdeling gegaan.

    Het voorstel was om daar zes weken te verblijven. Daar kon ik mee leven. Die geplande zes weken werden er uiteindelijk achttien. Om te testen en een diagnose te krijgen.

    Alleen gebeurde er de eerste maanden bijna niets. Samen met de andere patiënten ging ik knutselen, sporten of schilderen. Dat bracht rust, was met momenten heel fijn, hier en daar zelfs betekenisvol. Maar al te vaak voelde het aan als bezigheidstherapie in de wachtkamer van het testen. Het was een lange periode van wachten, zonder enig behandelplan. Het kost de samenleving veel geld om vijf maanden in een ziekenhuis te verblijven zonder dat er iets fundamenteels gebeurt.

    Dagboek
    Ik hield tijdens mijn ziek-zijn een dagboek bij. Ik moest dingen opschrijven. Schrijven helpt om mijn gedachten te ordenen. Ik ben iemand die veel nadenkt. In mijn hoofd gebeuren veel dingen tegelijk. Het dagboek was een houvast.

    Er staan veel observaties in het dagboek. Over wat ik voelde en over wat ik rondom mij zag gebeuren. Ik ben gewend om te observeren. Pas nu ben ik in staat om taal te geven aan deze observaties en ze te verbinden.

    Diagnose
    Ik werk als onderzoeker rond kracht- en herstelgericht werken maar dat kwam niet aan bod. Integendeel, het medisch jargon heeft de bovenhand en er wordt vooral gekeken naar wat fout zit. Het is natuurlijk een diagnose-afdeling maar ik weet niet of ik het opnieuw zou doen. Ik vond het belastend om vijf maanden alleen maar te kijken naar wat ik niet meer kon.

    Uiteindelijk krijg je dan je diagnose. Het grote moment. Daarvoor was ik gekomen. Het zijn assistenten die de boodschap brengen. Toevallig was mijn vaste assistent die dag afwezig, dus was het iemand die ik nog nooit eerder zag. Die vrouw zei als opener: ‘We hebben je intelligentie getest. Ik kan je alvast zeggen dat daar niets mis mee is.’

    Ik viel achterover. Ik maakte mij om veel zorgen, maar niet over mijn IQ. Toen had ik door dat ze geen idee had wie er tegenover haar zat. De rest van de diagnose heb ik amper nog gehoord. Later kreeg ik ze op papier mee. En kwam er nog een gesprek met de psycholoog. Hier had ik dus al die maanden op gewacht.

    Zorgcontinuïteit
    Je diagnose vernemen van iemand die je niet kent en niets over je weet, is niet meteen een pareltje van zorgcontinuïteit.

    Die zorgcontinuïteit is een echt zorgenkind. Gedurende een opname heb je als patiënt onwaarschijnlijk veel gesprekken. Met de psychiater, met zijn assistenten, met de verpleegkundigen en allerhande therapeuten. Aan de afdeling is er ook een sociaal werker verbonden. Je doet nog een keer je verhaal. En bij de psycholoog nog een keer. Stap je over naar een andere afdeling of wordt er iemand vervangen, dan begint alles opnieuw.

    Uiteindelijk heb je je verhaal aan twintig mensen verteld, maar daar stopt het dan ook. Enkel de psychiatrisch verpleegkundige zorgt voor een rode draad, maar de beschikbare tijd is beperkt. De verdere opvolging of verbinding is te beperkt.

    Doorheen het hele traject heb ik een vaste aanspreekfiguur gemist. Een verpleegkundige die het hele traject volgt. Die niet wegvalt als de opname voorbij is. Iemand die twee keer per week belt om te vragen hoe het gaat. Zo’n figuur had voor mij het verschil kunnen maken.

    Geen traject, nog meer wachten
    Na mijn diagnose werd ik niet verwezen naar een centrum voor geestelijke gezondheidszorg of een andere afdeling in het ziekenhuis. Dat laatste werd even overwogen, maar ik paste nergens in het juiste vakje. Omdat ook die diagnose niet in één vakje zat. Ik wilde houvast en duidelijkheid maar kreeg die niet. Ik was terug bij af.

    Uiteindelijk schoven ze een lijst met privé-therapeuten naar voor. Die kosten veel geld, maandelijks tot 480 euro. Ik moest zelf bellen voor een afspraak, maar bij die therapeut kon ik pas terecht na drie maanden. Voor een kennismakingsgesprek. Bij een andere duurde het zelfs vier maanden. Opnieuw wachten.

    Ondertussen ging ik wel aan het werk, zonder echte behandeling van een therapeut. Na meer dan een jaar in ziekteverlof, had ik nog altijd niet de juiste hulp. En terwijl ik wachtte op hulp, schreeuwde minister van Volksgezondheid Maggie De Block in de krant dat we allemaal zo snel als mogelijk terug aan de slag moeten. Tja.

    Fenomenaal
    Ik kijk erg kritisch naar onze geestelijke gezondheidszorg. Maar ik voeg er altijd aan toe dat er ook mooie dingen gebeurd zijn.

    Dan gaat het over mensen die ik ontmoette, patiënten en professionals. Ik maakte er vrienden, allemaal mensen die aanwezig en nabij waren. Mensen waarmee het klikte. Zij hebben mijn herstel in de hand gewerkt. Zij zijn altijd blijven luisteren en mee nadenken. Op belangrijke momenten hebben die iets cruciaals gedaan.

    Een verpleegster pakte soms mijn hand vast. Zeker als ik veel stress had. Ze keek me dan aan en zei: ‘Ik denk dat je in bad moet.’ En ze liet het bad vollopen. Zij voelde wat nodig was, doorbrak de afstand, zonder zich op te dringen. Dat is voor mij echte zorg.

    Het zijn mensen die aan mijn kant stonden, die me aanvoelden en met me in overleg gingen. Eigenlijk deden ze de job zoals ze moet gedaan worden: van mens tot mens. En toch voelde dat fenomenaal aan. Misschien omdat het zo uitzonderlijk was?

    Wij tegen zij
    Waarom dat ‘gewone’ zo moeilijk is voor professionals? Ik vind het vreselijk om te zeggen maar sommige artsen en verpleegkundigen waren bang van ons. Ze durfden geen koffiedrinken als we met te veel rond de koffiemachine stonden. Alsof ze schrik hadden dat we iets zouden vragen.

    Verpleegkundigen eten apart. Ze vergaderen met de deur toe. Ze zitten in de gang achter glas. Sommigen kunnen vanachter het glas toch verbinding maken. Maar anderen verschuilen zich erachter.

    Zorggevers eigenen zich soms een expertrol toe, zeker tegenover zorgvragers. Ik geef zorg, jij hebt zorg nodig. Het is bijna wij tegen zij.

    Nochtans weten ze niet allemaal hoe het voelt. Ik had vaak het gevoel dat ik helemaal leeg was. Alle houvast is dan weg. Je weet niet meer wie je bent. En dan zegt zo’n verpleegkundige: ‘Ja Elke, je moet gewoon iets doen’. Maar gewoon iets doen, is niet gewoon. Dat lukt op dat moment niet. Zij begreep echt niet wat ik voelde.

    Regelneverij
    Tijdens je opname mag je maar één avond in de week het avondeten skippen. Elke dag om zes uur ’s avonds aten we boterhammen. Je kan dus maar één keer per week met iemand afspreken om buiten het ziekenhuis te eten. Hoe onnozel is dat? Ik heb me daartegen verzet en nu is het veranderd. Dankzij de participatie van patiënten dus.

    Ik voelde hoe ik de verbinding met buiten verloor. De bezoekuren zijn totaal niet aangepast aan werkende volwassenen met kinderen. Familie en vrienden hebben het moeilijk om over de drempel van de psychiatrie te stappen. Er is ook weinig ruimte voor fijne activiteiten buiten het ziekenhuis.

    Ik voelde me steeds verder vervreemden. Vervreemden van mijn drie kleine kinderen en mijn man, familie, vrienden en collega’s. Ik wist niet meer waar ze mee bezig waren. En als ze al kwamen, dan wilden ze vooral horen hoe het met mij ging. Terwijl ik snakte naar gewone verhalen over het gewone leven.

    Vermaatschappelijking
    Ook tijdens de schoolvakanties moest ik in het ziekenhuis blijven. Het was herfstvakantie, mijn kinderen waren in verlof en in het ziekenhuis gebeurde niets. Bijna alle therapeuten hadden vakantie. Ik zat daar dus te niksen maar mocht niet naar huis.

    Op een ander moment mocht ik niet deelnemen aan een grote stratenloop omdat ik dan therapie zou missen. Toen die dag de therapie toch wegviel, ben ik maar alleen in het bos gaan lopen.

    Het belang van vermaatschappelijking, van verbinding maken met ‘buiten’ moet je dus met een korrel zout nemen. Ik voelde dat hulpverleners op de rem gingen staan. Misschien primeerde de bezettingsgraad?

    Nabijheid
    Gelukkig zijn er ook sociale professionals die het systeem doorbreken. Zij hebben een andere basishouding, een andere manier van zijn.

    Zij maken het verschil. Dat heb ik op een positieve manier laten merken toen ik vertrok. Op mijn laatste dag schreef ik een brief voor de zorgverleners op mijn afdeling, over hoe mijn verblijf was geweest en hoe ze mij het meest ondersteund hebben op de momenten waarop ze zich gewoon als mens opstelden. Ik gaf aan een verpleegkundige een boekje over hoopverlening met de boodschap: ‘Jij doet dat echt, en laat het licht maar schijnen over de rest van de afdeling.’

    Mijn psychiater heeft dat ook. Hij maakt verbinding en ruimte, is authentiek en weet wat het hersteldenken inhoudt. De eerste keer dat ik hem aan de telefoon had was er al een klik. Hij zal geen beslissing nemen in mijn plaats. Hij geeft zijn mening maar ik moet beslissen. En dat is moeilijk. Het zou gemakkelijker zijn als hij beslist. Maar zo werkt het niet. Hij zegt duidelijk: jouw beslissing is de juiste beslissing.

    Netwerk
    Ik begrijp dat het niet evident is om binnen zo’n afdeling netwerkgericht te werken. Door met het netwerk te werken, worden ook de onderlinge verschillen tussen patiënten groter. Wie heeft een netwerk? Wie niet? Wie krijgt veel bezoek? Hoe betrokken zijn je familie en vrienden? Dat ligt gevoelig.

    Toch moeten ziekenhuizen meer met het netwerk van een patiënt aan de slag. Tijdens en na een opname is dat netwerk uiterst belangrijk. Je moet daarop kunnen rekenen.

    Tijdens mijn eerste opname, werd mijn man betrokken en zochten we samen naar oplossingen. In de maanden nadien had mijn echtgenoot enkel contact met de afdeling om te horen wat er mis was met mij.

    Ze hebben mijn netwerk nooit in kaart gebracht of samen nagedacht wie iets kon betekenen voor mij. Die verantwoordelijkheid ligt volledig bij de patiënt. En ik doe beroep op mijn netwerk, maar het is telkens een gigantische stap die ik moet zetten. Het zou gemakkelijker zijn als men dat netwerk onder begeleiding zou activeren.

    Minder mondig
    Ze gaven kalmeermiddelen als snoepjes. Je wordt daar echt slecht van, maar sommige patiënten zegden daarover niets. We bleven vaak stil, over wat we voelden, hoe we het vonden op de afdeling, wat we nodig hadden. Maar zo verandert er ook niets.

    Mijn ervaringen met patiëntenparticipatie waren wisselend. In een teamoverleg beslissen de ‘experts’ wat er met jou gaat gebeuren. Je weet dat ze op zo’n moment met het hele team over jou aan het vergaderen zijn. En daar werd ik gewoon hypernerveus van. Omdat ik geen idee had wat ze over mij vertelden en wat ze voor mij zouden beslissen. Mijn stem als patiënt kreeg geen ruimte.

    Ik werd in de rol van onwetende patiënt geplaatst terwijl de psycholoog en psychiater zich de rol van expert toebedeelden. Van een overlegmodel, waarbij beide partijen participeren, informatie uitwisselen en samen tot een beslissing komen, is nog lang geen sprake. Terwijl ik sterk geloof in het inbrengen van de ervaringkennis van patiënten, van bij het stellen van de diagnose tot het opstellen en uitvoeren van het behandelplan.

    Op niveau van de afdeling en het ziekenhuisbeleid zag ik wel voorzichtige pogingen tot participatie. Maar je voelt dat niet iedereen overtuigd is van het belang daarvan. Het is zoeken om dit in de praktijk van elke dag waar te maken.

    Cocon
    Mijn verhaal is genuanceerd. De vijf maanden in opname vormden soms een warme, veilige cocon maar waren tegelijkertijd bron van frustratie en verdriet. Al die tijd zag ik een psychiatrie die worstelt: tussen afstand en nabijheid, tussen normaliseren en problematiseren, tussen vertrouwen geven en controle uitoefenen.

    Ik zag een psychiatrie die veel te traag in beweging komt als het gaat om het ruimte geven aan de stem van de patiënt, het herstelgericht werken en het betrekken van het netwerk. En een psychiatrie die psychische kwetsbaarheid louter als een individueel probleem benadert en niet kadert als een maatschappelijke kwestie.

    Bron: Sociaal.Net >>

    #235524

    Luka
    Moderator

    Ervaringskennis professionals helpt in GGZ

    Het inzetten van ervaringsdeskundigheid van professionals in de zorg kan een belangrijke bijdrage leveren aan het herstel van mensen met psychische problemen. Dat blijkt uit een SIA RAAK-onderzoek dat deze maand werd afgesloten met een symposium. Simona Karbouniaris, onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht, was erbij betrokken samen met de Hogeschool Windesheim. Karbouniaris start in maart met een vervolgonderzoek. “We moeten af van het stigma op psychische problemen.”

    Het inzetten van ervaringsdeskundigheid in zorg en welzijn staat sinds enkele jaren sterk in de belangstelling. Ervaringsdeskundigen staan dichtbij de cliënt en begrijpen wat het is om een diagnose te krijgen. Zij hebben hierdoor vaker creatieve oplossingen, kunnen vanuit eigen ervaring steun bieden en verminderen de vooroordelen of negatieve vibe die rondom een bepaalde diagnose heerst. Ervaringsdeskundigen kunnen het bewijs zijn dat er ook na een nare levensgebeurtenis of met een stoornis een plek in de maatschappij is. Dat herstel in veel situaties mogelijk is.

    Taboe
    Het inzetten van ervaringsdeskundigheid is helaas niet vanzelfsprekend, zeker niet voor professionals in zorg en welzijn. “Veel professionals ontkoppelen hun ervaringskennis als ze aan het werk gaan”, zegt Simona Karbouniaris. “Zij houden dat geheim.” Als onderzoeker van het lectoraat Participatie Zorg en Ondersteuning van Hogeschool Utrecht was zij betrokken bij het onderzoek ‘Ervaringsdeskundigheid van zorgprofessionals’.

    “Het is de cultuur binnen de GGZ en binnen het welzijnswerk: je praat er niet over als je zelf te maken hebt of hebt gehad met psychische problemen. Er rust een taboe op.”

    Intentieverklaring
    De onderzoekers bekeken de inzet van ervaringskennis van professionals in vijf zorgorganisaties in de provincies Drenthe, Overijssel en Gelderland, waar cliënten met complexe problematiek (verslaving, psychiatrie, beperkingen) worden behandeld en begeleid. “Alle organisaties wilden méér ruimte geven aan ervaringsdeskundigheid onder professionals”, zegt Karbouniaris. Dat bleek niet zo gemakkelijk te gaan. Het gaat in tegen de gebruikelijke werkwijze van deze professionals en soms ook tegen van kracht zijnde beroepscodes. Maar nu, aan het eind van het project, zijn alle instellingen enthousiast; alle willen ermee door. Deze maand tekenden alle partijen een intentieverklaring. De inzet van ervaringsdeskundigheid spreidt zich (hopelijk!) uit als een olievlek.

    Rolbeschrijvingen
    Een belangrijke les uit het onderzoek is, dat professionals een leertraject nodig hebben om zich tot competente ervaringsdeskundige professional te ontwikkelen. “Een coming-out maakt je niet meteen deskundig”, zegt hoofdonderzoeker Weerman.

    “Als je open bent over eigen ervaringen gebeurt er iets met jezelf en met je omgeving. Het zet een heel proces in gang. Het duurt ongeveer een jaar voor de professional heeft geleerd om zijn persoonlijke ervaringen op een deskundige manier in zijn professionele rol te benutten. De organisaties hebben voor deze nieuwe deskundigheid rolbeschrijvingen gemaakt, de deskundigheid is erkend zoals alle andere deskundigheden.”

    Open communicatie
    Karbouniaris hoopt niet alleen te promoveren op dit onderzoek, maar ook….

    “Minder taboe en zelfstigma onder hulpverleners zou prachtig zijn. Het zou goed zijn als professionals en cliënten openlijker met elkaar kunnen praten over de moeilijkheden van het leven. Zonder stempel of negatief beeld.”

    Bron: Proud2bMe >>

    #237219

    Luka
    Moderator

    Traumabehandeling heeft levenslang effect

    Langdurige onveiligheid of chronische stress kan tot traumatische stressklachten leiden, met grote gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen. Traumabehandeling, psycho-educatie en sociale steun helpen hen om te herstellen, te kunnen functioneren en op te groeien tot stabiele volwassenen.

    Traumatische ervaringen
    Niet alle kinderen die ingrijpende gebeurtenissen meemaken, hebben professionele behandeling nodig. Een betrouwbare, steunende volwassene kan de impact van een traumatische ervaring zoals een verkeersongeluk of misdrijf minder groot maken. Anders is het wanneer ingrijpende gebeurtenissen zich herhalen en langdurige onveiligheid veroorzaken, zoals bij mishandeling, verwaarlozing of misbruik. Een deel van deze kinderen ontwikkelt traumatische stressklachten. Zij hebben professionele traumabehandeling nodig om te kunnen herstellen.

    ‘Hoe jonger kinderen zijn, hoe vaker de mishandeling thuis plaatsvindt’, aldus Margreet Visser, klinisch psycholoog bij het Kinder- en Jeugdtraumacentrum van Kenter Jeugdhulp en gepromoveerd binnen de Academische Werkplaats aanpak Kindermishandeling. ‘De impact is dan extra groot. Er gebeurt niet alleen iets ingrijpends, maar ook nog in een relatie die een voorbeeld is voor alle relaties in de toekomst. Het kind is getraumatiseerd doordat iemand hem iets aandoet, die ook nog eens iemand is die hij juist zou moeten kunnen vertrouwen en nodig heeft om een gezond mens- en wereldbeeld te ontwikkelen.’

    ‘Chronische onveiligheid leidt tot een ongezonde leefstijl’

    Een onveilige thuissituatie kan tot posttraumatische stressklachten leiden: negatieve gedachten en gevoelens, herbelevingen (nachtmerries, filmpjes die zich afspelen in het hoofd), stress in het lijf (alertheid, snel schrikken, slechte concentratie, slecht slapen) en vermijding (situaties of gevoelens uit de weg gaan). Deze klachten zijn niet alleen naar op het moment zelf, maar zorgen ook dat de ontwikkeling stagneert. Daarnaast heeft chronische onveiligheid grote gevolgen op de lange termijn. Visser: ‘Deze kinderen nemen als volwassenen een ongezonde leefstijl aan. Dat uit zich in drank, drugs, depressie, overgewicht en zelfmoord. Ze hebben ook relatief vaak een lager opleidingsniveau en vinden moeilijk werk.’

    Traumabehandeling
    Een deel van de kinderen die opgroeien in langdurig onveilige omstandigheden, heeft professionele hulp nodig. In de praktijk krijgen ze die lang niet altijd. Visser: ‘Bij verschillende psychotraumacentra voor jeugd in Nederland komen aanmeldingen binnen van kinderen die al langere tijd zorg krijgen, maar ondanks traumatische ervaringen geen traumabehandeling hebben gehad. Vaak wordt er alleen gewerkt aan de acute veiligheid van het kind, terwijl er veel meer nodig is.’

    Diagnose
    Een belangrijke oorzaak van het uitblijven van traumabehandeling komt volgens Visser voort uit de opvatting ‘geen diagnose, geen behandeling’ binnen de ggz. ‘Kindermishandeling of chronische stress zijn geen officiële diagnoses. Het is hoog tijd dat ze dat wel worden, of dat we mogen behandelen zonder diagnose.

    ‘Niet ieder mishandeld kind laat traumaklachten zien’

    Traumabehandeling wordt wel ingezet wanneer een kind gediagnosticeerd is met een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS). Maar niet ieder mishandeld kind laat typische traumaklachten zien. Visser: ‘Vaak is het geweld of de verwaarlozing al zo onderdeel van het gewone leven, dat een kind hier niet meer op reageert als op een ingrijpende gebeurtenis. En dus wordt het niet als een trauma herkend.’

    Vooral bij jonge kinderen is sprake van onzorgvuldige diagnostiek, meent Visser. ‘Dat komt doordat zij atypische symptomen hebben. Kinderen onder de zeven jaar reageren vaak op een trauma met een terugval in de ontwikkeling. Omdat zo’n terugval van alles kan betekenen, wordt er niet snel aan trauma gedacht. Tegelijk zien we bij jonge kinderen vaak een fysieke reactie: veel bewegingsonrust, snel boos worden en slecht kunnen luisteren. Dit wordt makkelijk verward met ADHD. Andere kinderen hebben juist een vermijdingsreactie: ze trekken zich terug en maken moeilijk contact. En dat kan leiden tot de diagnose autisme. Deze diagnoses zijn vaak onterecht. Dat blijkt als de klachten verdwijnen op het moment dat we het trauma behandelen.’

    Goede hulp
    Beter nieuws is dat er wel degelijk goede hulp is voor kinderen bij wie posttraumatische stressklachten zijn vastgesteld. Bij de diagnose PTSS of bij PTSS-klachten zonder volledige diagnose zijn er twee bewezen effectieve behandelingen: EMDR en Exposure.

    Visser werkt met beide behandelingen. ‘De PTSS-klachten zijn heel goed te verhelpen. Wat betreft de effecten op de lange termijn is nog niet zoveel bekend, maar wat we weten is veelbelovend.’ Parallel aan het proces met het kind werkt zij altijd ook met ouders, om te kijken wat zij nodig hebben en hoe zij het kind kunnen ondersteunen.

    Visser vindt dat traumahulp ook beschikbaar zou moeten zijn voor kinderen die niet gediagnosticeerd zijn met PTSS, maar wel te maken hebben (gehad) met mishandeling, verwaarlozing of misbruik. Daarbij doelt ze niet specifiek op EMDR of Exposure, maar op traumahulp in het algemeen. ‘Juist omdat niet alle kinderen op een trauma reageren met specifieke PTSS-klachten, is het belangrijk om verder te kijken. Een kind dat langdurig geweld in het gezin meemaakt, kan bijvoorbeeld geen herbelevingen hebben, maar wel problemen ontwikkelen op het gebied van emotieregulatie. Dus is het belangrijk dat ieder kind in langdurige onveilige omstandigheden hulp krijgt om na te gaan of er behandeling nodig is, en zo ja welke.’

    Stabiel
    Wat een kind minimaal nodig heeft in een situatie van chronische stress, is veiligheid en herstel. In welke volgorde is onderwerp van discussie. Moet de situatie eerst veilig en stabiel zijn voor behandeling kan worden ingezet? Of is traumabehandeling ook effectief als kinderen nog in een instabiele of onzekere opvoedsituatie zitten?

    Rik Knipschild, Psychotraumatherapeut bij Karakter en promovendus op het gebied van traumabehandeling bij kinderen, pleit voor een tweesporenbeleid: behandelen en tegelijk werken aan de veiligheid. Knipschild legt uit: ‘Het ‘stabiliseren’ van de gezinssituatie kan soms jaren duren. Intussen heeft een kind het nodig om de posttraumatische stress te verwerken, zodat hij weer toekomt aan zijn ontwikkeling.’

    Knipschild verwijst naar de beroepscode en de rechten van het kind: ‘Als een kind lijdt onder psychische of medische klachten, heeft hij simpelweg recht op de best beschikbare behandeling. Wanneer er sprake is van een ‘instabiele’ leefsituatie, heeft een kind er tevens recht op dat er gewerkt wordt aan het vergroten van de veiligheid.’ Knipschild vindt dus dat je de kindbehandeling niet uit moet stellen, mits er afspraken te maken zijn met ouders en er gewerkt wordt aan verbetering van de situatie. ‘Het verminderen van klachten vergroot de stabiliteit en draagkracht van de omgeving. Wanneer een kind bijvoorbeeld minder last heeft van prikkelbaarheid en herbelevingen, zal de moeder zich minder machteloos voelen en meer in staat zijn rust, structuur en voorspelbaarheid te bieden. Dit zorgt er vervolgens weer voor dat het kind meer ruimte heeft voor ontwikkeling.’

    Ook Visser is voorstander van een tweesporenbeleid: ‘We hebben lang gedacht dat de situatie eerst helemaal veilig moet zijn, maar tegelijk zagen we dat door de heftige klachten kinderen in een negatieve situatie blijven. Door hun moeilijke gedrag kunnen ze bijvoorbeeld niet functioneren in een pleeggezin en gaan ze van plek naar plek. Uit een recent onderzoek van de Vrije Universiteit blijkt dat je bij vroegkinderlijk trauma het beste zo snel mogelijk kunt beginnen met de behandeling, zodat in ieder geval de klachten kunnen afnemen. Hoe langer je wacht, hoe groter de schade. Temeer omdat een kind steeds verder achterop raakt in zijn ontwikkeling.’

    Psycho-educatie
    Voor alle kinderen die het slachtoffer zijn van mishandeling, verwaarlozing of geweld is psycho-educatie belangrijk: informatie aan kinderen en ouders over wat mishandeling of chronische stress is en wat het met je doet. Onder psycho-educatie verstaan we verschillende vormen van voorlichting en begeleiding voor kinderen en ouders, met als doel kennis en begrip te vergroten en daardoor te leren omgaan met de mishandeling. Visser: ‘Het helpt om de mishandeling in het juiste perspectief te plaatsen. Als je met je hoofd kunt begrijpen wat er aan de hand is, geeft dat houvast en structuur. Daarnaast is je verstand een belangrijk middel om je gevoel te reguleren.’ Als voorbeeld noemt ze een kind dat op school vaak ruzie heeft. ‘Hij leert dat zijn heftige reacties het gevolg zijn van wat hij heeft meegemaakt. In plaats van te denken “Ik ben een rotkind”, kan hij denken: “Ik ben een leuk kind, en ik heb nare dingen meegemaakt. Daardoor word ik snel boos”. Daarnaast voelen kinderen die mishandeld zijn, zich vaak onterecht schuldig. Psycho-educatie helpt hen in te zien dat zij niks kunnen doen aan wat er gebeurd is. En dat ze niet de enige zijn.’

    ‘Een kind leert dat zijn boosheid een gevolg is van wat hij heeft meegemaakt’

    Controle
    De Gezondheidsraad adviseerde in 2011 om alle mishandelde kinderen en hun ouders psycho-educatie te geven. Knipschild en Visser staan hier volledig achter. In Nederland bestaat er vrijwel geen specifieke psycho-educatie na kindermishandeling, maar het komt wel aan bod in reguliere hulpverleningscontacten. Iedere professional die met kinderen in aanraking komt, kan hier iets in betekenen.

    Hoeveel van de mishandelde kinderen in Nederland daadwerkelijk psycho-educatie krijgen, is Visser en Knipschild onbekend, maar het is in elk geval onderdeel van iedere traumagerichte interventie. Visser: ‘In de traumabehandeling die wij bieden, is psycho-educatie de eerste fase, zodat kinderen weten wat we gaan doen en waarom. Trauma overkomt je en is onverwachts. Met psycho-educatie geven we kinderen controle, een beter zelfbeeld en motivatie voor de behandeling.’ Ouders maakt Visser bewust van de gevolgen van mishandeling voor het kind. Ze biedt ook kennis over opvoedkundige zaken en de ontwikkeling van kinderen in het algemeen.

    Sociale steun
    Naast traumahulp en psycho-educatie speelt sociale steun een belangrijke rol in de zorg voor kinderen met een chronisch trauma. Bram Tuk, senior adviseur bij expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos en ontwikkelaar van methoden om vluchtelingenkinderen te ondersteunen: ‘Allesbepalend voor het omgaan met onveiligheid of langdurige stress is de mate waarin kinderen het gevoel hebben dat ze gesteund worden. Ouders kunnen die steun het beste bieden. Maar als zij juist de oorzaak van de onveiligheid zijn, kunnen ook andere volwassenen een belangrijke ondersteunde rol spelen, zoals een betrokken buurvrouw, oppas of leerkracht.’

    Weegschaal
    Sociale steun kan op drie niveaus worden gegeven: praktische, informatieve en emotionele steun. Voor alle drie geldt dat het een kind het onmisbare gevoel geeft dat er iemand om hem geeft en naar hem omkijkt. Tuk illustreert het effect van sociale steun met een weegschaal: ‘Aan de ene kant van de weegschaal is er het nare dat een kind overkomt. Aan de andere kant is er de oprechte belangstelling en het gevoel dat hij gezien wordt. Bij ieder mens is de sociale omgeving heel bepalend voor het welzijn. Voor beschadigde kinderen geldt dat des te meer. Zich gehoord en gezien voelen is essentieel voor behoud van hun eigenwaarde en veerkracht.’

    ‘Kinderen moeten het gevoel hebben dat ze gesteund worden’

    Visser onderstreept het belang van sociale steun. ‘Bij een traumabehandeling letten we er altijd op dat er iemand is die met een kind meeloopt. Het draagt bij aan de effectiviteit van de behandeling als een kind een vertrouwensfiguur heeft, waar hij terecht kan en die weet heeft van de behandeling en de mogelijk confronterende gevolgen daarvan. Mijn ervaring is dat kinderen vooral veel ontlenen aan een juf of meester die aandacht voor hen heeft.’

    Meer onderzoek
    Volgens Visser en Knipschild is het hoog tijd om meer te gaan investeren in effectieve traumabehandeling voor kinderen. ‘De laatste jaren is er veel aandacht geweest voor signalering van kindermishandeling’, aldus Visser. ‘Daar zijn we blij mee. Daarnaast moet er meer bekendheid komen over mogelijkheden voor behandeling.’

    ‘Er moet meer onderzoek komen naar de effectiviteit van behandelingen’

    Veronderstellingen
    Knipschild pleit voor meer onderzoek. Zelf coördineert hij diverse wetenschappelijke onderzoeken naar de effectiviteit van diagnostiek en behandeling van PTSS bij kinderen en adolescenten. ‘Er circuleren veronderstellingen over hoe we deze doelgroep het beste kunnen begeleiden en behandelen, maar deze zijn vaak nog te weinig getoetst.’

    Ook Visser blijft onderzoek doen naar de effectiviteit van behandeling. ‘De uitdaging is vervolgens de verbinding tussen wetenschap en praktijk te leggen, zodat meer kinderen de behandeling krijgen die ze zo nodig hebben.’ Dat is ongelofelijk belangrijk, vindt ook Knipschild. ‘Kinderen hebben er simpelweg recht op! Door het inzetten van effectieve behandeling kunnen we onnodig langer lijden voorkomen én leggen we een basis voor gezonde leefpatronen waar kinderen hun leven lang mee verder kunnen.’

    Praktische tips
    – Advies voor leerkrachten en wijkteams: geef opvallend gedrag beschrijvend en objectief door aan hulpverleners, zonder ‘diagnostische’ conclusies te trekken. Het risico is anders het ontstaan van een kokervisie, waardoor onderliggende traumagerelateerde problemen over het hoofd kunnen worden gezien.

    – Wees als volwassene in het leven van een kind niet bang om een steunfiguur te zijn. Je kunt al een groot verschil maken door er ‘gewoon’ voor een kind te zijn. Zet je antennes open, straal geduld uit en stel je beschikbaar op.

    – Geef sociale steun niet al te publiekelijk. Kinderen willen het liefst zo gewoon mogelijk meedoen zonder het ‘zielige kind van de klas’ te zijn.

    Bron: Augeo Magazine >>

    #237411

    Luka
    Moderator

    Werken aan een meer gepersonaliseerde zorg

    Jeroen Weermeijer is onderzoeker binnen het Centrum voor Contextuele Psychiatrie en werkt aan de klinische implementatie van de Experience Sample Methode. Met zijn onderzoek hoopt hij de behandeling van patiënten binnen de geestelijke gezondheidszorg verder te kunnen individualiseren.

    Het verhaal van de cliënt
    Psychische klachten ontstaan niet in isolatie maar in de interactie met een cliënt zijn of haar omgeving. Om ze te begrijpen (en te behandelen) moet een clinicus dus een goed beeld krijgen van de gedachten, gevoelens en ervaringen die voorkomen in het dagdagelijkse leven van zijn of haar cliënt. Tijdens een consultatie kan een clinicus hiervoor gebruik maken van klinische interviewmethodes. Echter, wat een cliënt vertelt is slechts een onnauwkeurige samenvatting van het volledige beeld. Dit komt omdat het menselijk geheugen niet perfect is, mensen zijn geen computers en vergeten dan ook weleens wat. Bovendien wordt datgene wat cliënten zich herinneren gekleurd door hoe ze zich voelen op het moment dat ze vertellen. Zo weten we dat mensen in een negatieve stemming vooral negatieve gebeurtenissen vermelden als hen gevraagd wordt om over het verleden te spreken. Door vroegere ervaringen van onbegrip kan een cliënt bovendien ook nog eens terughoudend zijn in het delen van zijn of haar verhaal.

    Om een beter en vollediger zicht te krijgen op gedachten, gevoelens en ervaringen in het dagdagelijkse leven zou de clinicus dus eigenlijk meer moeten hebben dan enkel het verhaal dat wordt verteld achter de gesloten deuren van de therapiekamer. De ‘experience sampling methode (ESM)’ kan hierbij helpen. De ESM is een intensieve dataverzamelingstechniek waarbij deelnemers meermaals per dag via een signaal, bijvoorbeeld via een smartphone-notificatie, gevraagd worden om een vragenlijst in te vullen en dit gedurende meerdere dagen na elkaar. In deze vragenlijsten wordt gepeild naar gedachten, gevoelens en ervaringen op het moment dat ze voorkomen. Op die manier kan de clinicus informatie krijgen over de ervaringen en gevoelens van zijn cliënt zonder dat die informatie vervormd wordt door het geheugen of de actuele (gemoed)toestand van de cliënt. Data verzameld met de ESM worden binnen onderzoek dan ook gretig gebruikt voor het bestuderen van emoties, gedachten, gedrag, symptomen en effecten van medicatie.

    ESM voor klinisch gebruik
    Ondanks de voordelen, wordt de ESM nog niet op grote schaal gebruikt binnen de klinische praktijk. Een reden hiervoor is dat clinici vaak niet de tijd of middelen hebben om zinvolle informatie uit de grote hoeveelheid complexe ESM-data te halen. Zo bestaan er tot op de dag van vandaag nog geen richtlijnen voor clinici om op een ‘juiste’ manier met ESM-data om te gaan. Het is ook nog niet duidelijk welke gegevens nu juist relevant kunnen zijn voor een individuele cliënt. Daarnaast zijn er ook nog technische en juridische kwesties die het moeilijk of ‘eng’ maken om met ESM-data te werken. Een smartphone-app die persoonlijke data verzamelt dient bijvoorbeeld uitermate goed te zijn beveiligd.

    Binnen mijn doctoraat probeer ik, samen met een team van experts, de ESM klinisch bruikbaar te maken. Hiervoor hebben wij het ‘Building Bridges’ project opgestart. Met dit project willen wij een ESM-feedback platform ontwikkelen waarop clinici de mogelijkheid krijgen om ESM-data te visualiseren op een gemakkelijke en gebruiksvriendelijke manier, zonder dat ze daarvoor zelf complexe statistische berekeningen moeten uitvoeren of zich zorgen moeten maken over zaken zoals privacy en databeveiliging. Wij hopen vervolgens dat clinici deze visualisaties gaan gebruiken om behandelingen meer te personaliseren. Voor een cliënt met wanen zou een clinicus bijvoorbeeld de waan-frequentie kunnen visualiseren in functie van een medicatieschema. In combinatie met wat de cliënt vertelt kan de clinicus dan evalueren of voorgeschreven medicatie al dan niet werkt voor zijn cliënt.

    Gepersonaliseerde zorg
    In ieder geval, en alvorens we overgaan tot ontwikkeling en implementatie van het feedback platform, moet er eerst duidelijkheid komen over wat technologisch mogelijk is, wat de wetgeving toelaat, en wat nuttig zal zijn in de praktijk. Voor deze kwesties organiseren we focusgroepen met clinici, bevragen we onderzoekers binnen en buiten Europa en voeren we complexe statistische analyses uit op al verzamelde ESM-data. Momenteel zijn we hier nog wel eventjes zoet mee, maar het zwoegen is het zeker waard als het kan bijdragen tot meer gepersonaliseerde en hopelijk betere zorg.

    Bron: Psychosenet.be >>

    #237674

    Mark
    Moderator

    Vroegkinderlijk trauma. Een misbruikt kind past niet in één hokje

    Vroegkinderlijk trauma en emotionele verwaarlozing kunnen dodelijke gevolgen hebben, zo ervoer klinisch psycholoog Marleen Wildschut. Gedurende haar promotie-onderzoek stapten zes van haar ondervraagde patiënten uit het leven. ,,Dit toont de noodzaak van adequate hulp aan.”

    Iemand die als kind is misbruikt, mishandeld of verwaarloosd heeft baat bij één regiebehandelaar in de geestelijke gezondheidszorg. Dat is een belangrijke uitkomst van het promotie-onderzoek van klinisch psycholoog Marleen Wildschut.

    “Als je een posttraumatische stressstoornis hebt kun je dat rustig aan je buren vertellen. Maar een persoonlijkheidsstoornis? Zoiets houden de meeste mensen liever voor zichzelf.” Het verschil in acceptatie verbaast Wildschut. Het was een van haar drijfveren voor het promotie-onderzoek naar slachtoffers van vroegkinderlijk trauma en emotionele verwaarlozing. “Als gedrag traumagerelateerd is, dan is dat vaak een verontschuldiging. Dan is het je overkomen. Maar als je een persoonlijkheidsstoornis hebt, dan word je al gauw gezien als lastig. Ook in de zorg. De kans op stigmatisering is een stuk groter. Terwijl je er maar weinig aan kunt doen als je bijvoorbeeld borderline hebt.”

    Trauma
    Wildschut (39), afkomstig uit Appingedam en met man en twee dochters woonachtig in Groningen, ging na haar studie psychologie aan de slag bij GGZ Friesland. In eerste instantie binnen het toenmalige Centrum Specialistische Behandelingen in Leeuwarden. Daar viel het haar op dat patiënten met een traumatische voorgeschiedenis in verschillende programma’s werden behandeld. “Al die verschillende afdelingen, al die hokjes, dat vond ik gek.” Haar onderzoek als zogeheten buitenpromovendus bevestigde haar vermoedens. Patiënten met een vroegkinderlijk trauma werden of voor een trauma behandeld, of voor een persoonlijkheidsstoornis. Terwijl ze dezelfde problemen hadden.

    Geen totaalbehandeling
    Volgens Marleen Wildschut mankeert het niet aan de behandelingen op zich, die zijn prima. Het probleem is dat deze patiënten niet een totaalbehandeling krijgen die het hele spectrum van hun klachten bestrijkt, maar dat ze vaak van de ene naar de andere afdeling gaan. “Eigenlijk zou je zo’n slachtoffer van een vroegkinderlijk trauma integraal moeten behandelen, dat is ook mijn aanbeveling. Deze mensen zijn over het algemeen heel wantrouwend. Hun vertrouwen in mensen is beschadigd doordat ze op jonge leeftijd in de steek zijn gelaten door hun belangrijkste verzorgers. Dus je moet deze mensen onder één regiebehandelaar laten behandelen, zodat ze niet steeds een andere behandelaar tegenkomen.”

    Problemen door vroegkinderlijk trauma
    De groep mensen die op latere leeftijd problemen krijgt met vroegkinderlijk trauma is relatief groot. Toen Wildschut haar onderzoek in 2011 begon waren er bij GGZ Friesland zo’n 1600 mensen in behandeling voor een persoonlijkheidsstoornis. Van die groep interviewde ze honderd patiënten en nog eens vijftig mensen die op dat moment voor een vroegkinderlijk trauma werden behandeld. Er bleek een grote overlap in problematiek. “Het is maar net wat bij je intake op de voorgrond staat, bij welke behandeling je terechtkomt. Heb je bijvoorbeeld last van herbelevingen, dan past dat bij een traumagerelateerde behandeling. Jezelf snijden wordt veel geassocieerd met borderline.”

    Dat een groot deel van beide groepen eigenlijk dezelfde klachten had kwam aan het licht doordat Wildschut de patiënten aanzienlijk intensiever interviewde dan bij een intakegesprek. “Ik sprak ze zes tot acht uur. Dan zie je vaak hoe het hele plaatje zich vormt.”

    Drie groepen
    Wildschut onderscheidt de klachten van haar ondervraagde patiënten in drie groepen, ongeveer gelijk verdeeld: mild, matig en ernstig. De laatste groep heeft over de hele linie forse klachten. Ze hebben meerdere persoonlijkheidsstoornissen, kampen met een complexe posttraumatische stressstoornis en hebben vaak een dissociatieve stoornis – een stoornis die zich kenmerkt door gaten in het geheugen. “Ze hebben ernstige depressieve klachten, ernstige angstklachten, zijn zeer wantrouwend, hebben een heel negatief mensbeeld en een heel negatief zelfbeeld. Ze hebben veel problemen in sociale relaties, eigenlijk op alle levensgebieden. Financieel, qua huisvesting, geen werk, problemen binnen de familie, forse gedragsproblemen en zijn vaak ergens aan verslaafd, drinken of blowen”, somt Wildschut op.

    Hoe ontstaan vroegkinderlijke trauma’s
    Ze benadrukt dat dit soort ernstige vroegkinderlijke trauma’s ontstaat door misbruik, mishandeling of verwaarlozing. “Er gebeuren heftige dingen achter de voordeur. Kinderen die aan hun lot worden overgelaten omdat moeder bijvoorbeeld verslaafd is. Er was echt wat aan de hand in deze gezinnen, het komt in alle lagen van de bevolking voor.”

    Wat hier vaak bijkomt zijn pesterijen, zo moet Wildschut toch even kwijt. ,,Dat is me opgevallen. Ontzettend veel pestervaringen. Mensen die vanaf 5-, 6-jarige leeftijd dag in dag uit zijn gepest of geterroriseerd. Dat blijkt zeer ernstig voor de ontwikkeling. Ja, vaak zie je aan welke kinderen gepest worden dat er ook een relatie is met thuis, maar dan nog: dat gepest zijn schaar ik zeker onder een vroegkinderlijk trauma. Gelukkig is daarvoor tegenwoordig meer aandacht, doordat een paar jaar geleden bekend werd dat enkele kinderen zich van het leven hadden beroofd vanwege pesten.”

    Dodelijk
    Heftig was het onderzoek ook voor Wildschut. Tijdens haar 6-jarig onderzoek overleden 6 van de 150 patiënten. De jongste was 20, de oudste 38. Drie pleegden suïcide, twee kozen voor euthanasie, de zesde doodsoorzaak blijft onduidelijk. In alle gevallen betrof het vrouwelijke patiënten, die een of meer traumagerelateerde stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen hadden en in de helft van de gevallen een dissociatieve stoornis. “4 procent sterfgevallen in een periode van zes jaar. Jonge mensen die zijn overleden”, zegt ze. “Dit geeft de dodelijkheid weer van blootstelling aan vroegkinderlijk trauma en emotionele verwaarlozing, alsook de noodzaak om overlevenden adequate zorg te bieden”, schrijft ze in de conclusie van haar promotie-onderzoek bij het UMC in Amsterdam.

    Vervolgonderzoek
    Een collega is een vervolgonderzoek begonnen naar de patiënten die Wildschut heeft geïnterviewd. Daaruit moet blijken of een integrale aanpak van de problemen van deze groep patiënten inderdaad van meerwaarde kan zijn. Dit onderzoek, uitgevoerd door Sanne Swart, wordt naar verwachting over twee jaar afgerond.

    Wildschut hoeft er niet over in te zitten of haar aanbevelingen worden overgenomen. Ze heeft de tijdgeest mee. Een integrale aanpak heeft een paar jaar geleden al zijn intrede gedaan bij GGZ Friesland. Zo maakt Wildschut tegenwoordig deel uit van het FACT-team in Drachten. Vanuit verschillende disciplines worden in dat team problemen van patiënten bekeken en indien mogelijk worden ze zoveel mogelijk thuis geholpen in plaats van in een instelling. Deze trend speelt zich niet alleen in de geestelijke gezondheidszorg af, maar over de gehele linie. “Zorg is heel gefragmenteerd. De specialist in het ziekenhuis behandelt je darm, maar kijkt niet naar je blaas. Dat is aan het veranderen. Er wordt meer naar de mens als geheel gekeken, het gaat de goede kant op.”

    Bron: gezondheidenco.nl

    #237909

    Mark
    Moderator

    EMDR als klinische behandeling is een geweldige uitvinding
    Interview met Annemieke Driessen, klinisch psycholoog, psychotherapeut en voorzitter van de Vereniging EMDR Nederland (VEN)

    Annemieke Driessen is klinisch psycholoog en psychotherapeut en sinds vorig jaar voorzit-ter van de Vereniging EMDR Nederland (VEN). Driessen is als klinisch psycholoog-psychotherapeut werkzaam bij PsyQ Psychotrauma in Den Haag, waar zij mensen behandelt met (complexe) traumaproblematiek. Ze werkt graag met EMDR (eye movement desensitization reprocessing, red.) en schematherapie, maar ook met cognitieve gedragstherapie. Kosse Jonker, klinisch psycholoog en redactielid van PsyXpert, ging in gesprek met Driessen. Onderstaand vindt u een samenvatting van dit interview, verschenen in PsyXpert 2019-01.

    EMDR is booming
    Annemieke Driessen mag zich sinds september 2018 voorzitter van de VEN noemen. Een vereniging die de laatste jaren flink gegroeid is en inmiddels 4.500 leden telt. Dat EMDR in Nederland zo booming is, komt volgens Driessen door een combinatie aan factoren. “Ik denk dat de opleidingen erg goed in elkaar zitten. Die zijn heel enthousiasmerend.”

    Een andere belangrijke factor is volgens Driessen dat je overal in Nederland de opleiding kunt vol-gen en het vak heel toegankelijk is, mits je over de vooropleidingseisen beschikt. Daarnaast wordt er in Nederland veel onderzoek gedaan. “EMDR is iets wat veel interesse heeft van onderzoekers, vooral in de klinische-psychologieopleiding, waarin mensen onderzoek moeten doen. We zien dat EMDR daar heel vaak als onderwerp wordt gekozen. Het maakt deel uit van de wetenschappelijke vorming.”

    Klinische behandeling
    EMDR wordt ook aangeboden als klinische behandeling, samen met de exposurebehandeling. Een geweldige uitvinding, vindt Driessen. “Eerst dachten we dat je na een EMDR-sessie altijd een paar dagen moest wachten en dat het moest inwerken. Inmiddels zien we op basis van de resultaten van de klinische behandeling dat het ook veel sneller kan. Ik heb hier persoonlijk met een aantal patiënten goede ervaringen mee. In korte tijd zijn zij er enorm door opgeknapt. Daarna is er nog wel heel wat werk te verzetten, maar de heftige PTSS is in veel gevallen wel verdwenen. Heel bijzonder.”

    Lichaamsgericht interventies
    Jonker is benieuwd hoe Driessen denkt over het integreren van lichaamsgerichte interventies, de sensorimotor therapie, in EMDR. Volgens Driessen is dat een gebied dat nog niet zo is onderzocht. “Het is een beetje een ondergeschoven kindje. Ik hoop van harte dat, zeker die sensorimotor thera-pie, goed wordt onderzocht. De manier waarop wij in Nederland EMDR toepassen is toch vrij cogni-tief, dus dat lichaamsaspect mag wel wat meer aandacht krijgen. Voor veel mensen is dat waarde-vol en nodig. Soms ook niet, soms verandert het lichaam gewoon mee. Als de stress uit het brein verdwijnt, dan verdwijnt die op een gegeven moment ook wel uit het lijf. Maar soms is er meer no-dig. In dat geval juich ik de aanvulling van de sensorimotor therapie toe. Maar dan moet het wel goed worden onderzocht.”

    EMDR nog toegankelijker
    Als Driessen een miljoen euro zou mogen besteden en zelf zou mogen kiezen wat daarmee te doen, zou ze EMDR nog toegankelijker maken. En bovendien de toegang tot de zorg verbeteren. Driessen: “Dat is misschien niet eens iets specifiek van EMDR, maar ik vind dat mensen te lang op goede zorg moeten wachten. Dat vind ik echt heel schrijnend. Dus ik zou het daaraan besteden, zodat mensen sneller geholpen kunnen worden.”

    Bron: psyxpert.nl

    #238344

    Mark
    Moderator

    De huidige zorg voor trauma’s schiet tekort. Hoe kan deze stille ramp plaatsvinden?

    Trauma’s blijven in de ggz geregeld onopgemerkt en (bewust) onbehandeld. En dat terwijl bekend is welke twee therapiëen de beste resultaten boeken – al vragen die het uiterste van de patiënt.

    Als ze uit school kwam en zijn auto voor het huis zag staan, zakte de moed haar in de schoenen. Andrea Hulst was zeven toen haar moeder hertrouwde. Kort daarna begon het. De klappen kwamen uit het niets. ‘Wil je een reden om te huilen’, vroeg hij. Pèts. ‘Hier heb je er één.’ Ze toont het litteken van het porseleinen bord dat hij naar haar hoofd heeft gesmeten.

    Ook haar zusje en haar moeder moesten het ontgelden. Hij terroriseerde het hele gezin. Andrea was het liefst op school, thuis trok ze zich terug op haar kamer. Op haar achtste begon het seksueel misbruik, al dan niet gecombineerd met geweld. Tot haar dertiende. Had ze maar hulp gezocht, zegt ze nu, of aangifte gedaan.

    Hulst doet haar verhaal in de spreekkamer van een van haar behandelaren, een ervaringsdeskundige. Die steekt haar af en toe een hart onder riem als ze stilvalt.

    Na haar dertigste eisen de traumatische gebeurtenissen hun tol. Ze raakt overspannen, verliest haar baan in het verzorgingshuis, gebruikt steeds meer drugs en leeft zelfs een tijd op straat. Ze wordt meer dan tien keer opgenomen in een psychiatrische instelling.

    Haar trauma wordt eerst niet opgemerkt en blijft daarna een tijdlang onbehandeld. Eerst stabiel worden, hoort ze steeds van haar therapeuten. Zelf wil ze er meteen mee aan de slag, want het beheerst haar leven. De terugkerende nachtmerries, de herbelevingen, ze putten haar uit.

    Lees dit premium artikel verder op Volkskrant.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #238387

    Luka
    Moderator

    Vrijwillige en gedwongen opname (België)

    Mensen die veel psychische klachten ervaren kunnen ernstig ontregeld raken. Wanneer het in de thuissituatie echt niet meer gaat en er sprake is van een crisissituatie, kan worden besloten om iemand vrijwillig of gedwongen te laten opnemen.

    Als de keuze voor een opname zelf wordt gemaakt dan noemen we dat een vrijwillige opname. Wanneer het nodig is dat deze beslissing wordt genomen tegen de eigen wil in, dan spreken we van een gedwongen opname.

    Crisisopname
    Bij een crisisopname wordt iemand opgenomen vanwege zeer ernstige psychiatrische klachten. Dat gebeurt bijvoorbeeld als iemand bedreigende psychotische klachten heeft, als iemand zelfmoord wilt plegen, of net een zelfmoordpoging heeft gedaan. Een crisisopname kan een aantal uren tot een paar weken duren. Crisisopname kan zowel gedwongen als vrijwillig zijn.

    Vrijwillige opname
    Wanneer mensen opgenomen worden in een psychiatrisch ziekenhuis of op een PAAZ (psychiatrisch afdeling algemeen ziekenhuis), gebeurt dat meestal vrijwillig. Vrijwillige opname gebeurt met toestemming van de persoon zelf; met de betrokkenen en in overleg met hulpverleners of huisarts. Een dergelijke opname zorgt ervoor dat mensen worden opgevangen wanneer ze in crisis zijn.

    In de eerste plaats heeft een vrijwillige opname het doel om een verergering van de crisis te voorkomen. Een vrijwillige opname kan ook plaatsvinden als de naaste omgeving aangeeft niet genoeg draagkracht te hebben tijdens een crisis. Om de thuissituatie tijdelijk te ontlasten, wordt iemand dan opgenomen.

    Gedwongen opname
    Een gedwongen opname is een heftige gebeurtenis, voor de persoon zelf maar vaak ook voor de omgeving. Een gedwongen opname gebeurt alleen in het uiterste geval en is alleen toegestaan als iemand aan de volgende criteria voldoet:

    Iemand heeft een geestesziekte.
    Iemand is een gevaar voor zichzelf of voor anderen door een psychiatrische aandoening. Bijvoorbeeld in het geval van ernstige verwaarlozing, bij een zelfmoordpoging, of als de omgeving bang is dat de kans op ongelukken heel groot is.
    Er is geen andere geschikte behandeling mogelijk.

    Procedure bij gedwongen opname
    Een gedwongen opname in België kan via twee prodecures verlopen.

    de gewone procedure: belanghebbenden (zoals familieleden of een huisarts) kunnen een verzoek indienen bij een vrederechter, samen met een medisch verslag om iemand gedwongen te laten opnemen. Vervolgens verschijn je voor een vrederechter die hier verder over beslist. Dit gebeurt in een minderheid van de gevallen. Het merendeel van de gedwongen opnames in België gebeurt via de spoedprocedure.

    de spoedprocedure: Als er sprake is van hoogdringendheid of een acute situatie neemt de politie contact op met de Procureur des Konings, die, op basis van een medisch verslag door een gerechtsarts (bv: een psychiater van wacht) al dan niet overgaat tot onmiddellijke opname.

    In beide gevallen is er een maximum observatieperiode van 10 dagen waarna je voor een vrederechter moet verschijnen. Daarbij krijg je een pro deo advocaat toegewezen. De vrederechter beslist of de gedwongen opname al dan niet bevestigd wordt. In eerste instantie kan die met 40 dagen bevestigd worden. Om de gedwongen opname te verlengen zendt de directeur van de instelling waar je verblijft, minstens 15 dagen voor het verstrijken van de observatieperiode, aan de vrederechter een medisch verslag dat de noodzaak van een verder verblijf attesteert. Vervolgens moet je opnieuw voor een vrederechter verschijnen.

    Meer dan 80% van de gedwongen opnames in België gebeuren via een spoedprocedure. Het aantal gedwongen opnames in België is de laatste jaren ook drastisch toegenomen.

    Bron: psychosenet.be

    #238388

    Luka
    Moderator

    Klachten over je behandeling (België)

    Soms ben je niet tevreden met je behandeling, of heb je het gevoel dat je niet correct bejegend bent. Sinds 2002 zijn er in België duidelijk geformuleerde patiëntenrechten, zoals ook het recht om klacht neer te leggen wanneer die rechten geschonden zijn.

    Patiëntenrechten
    We geven je een overzicht van de patiëntenrechten. Binnen de context van de GGZ zijn er een aantal kanttekeningen bij te maken. Vooral bij een gedwongen opname kom je vaak in een juridisch grijze zone terecht.

    Klachtenprocedure
    Je kan klacht neerleggen bij een ombudsdienst. Daarna kan je ook verdere stappen nemen. We wijzen je de weg naar de beschikbare kanalen.

    Bron: psychosenet.be

    #238860

    Luka
    Moderator

    Hoe gaat een intakegesprek?

    Als je eenmaal beslist in behandeling te gaan voor je eetstoornis, breekt er meestal flink wat stress uit, naast hoop op verbetering. Ik weet nog goed hoe lang ik opgelucht was na het bellen voor een intakegesprek. Welgeteld vier hele seconden en toen sloeg de paniek toe. Want wat houdt zo’n gesprek in? Wat gaan ze mij vragen, moet ik me wegen, krijg ik meteen advies, hoe lang duurt het? En niet te vergeten alle angsten over het gevoel ‘niet erg genoeg’ te zijn. Wat een enorme stressvolle periode was dat.

    Ik wist niet precies wat je van zo’n intakegesprek kon verwachten en zat er daardoor uren over te piekeren. Ik bedacht allerlei antwoorden op vragen die ze mogelijk zouden kunnen stellen. Ik had geen idee wat ik kon verwachten. Ook was ik ermee bezig dat ik misschien niet dun genoeg zou zijn en bedacht ik me of het handig was om juist wel of juist niet nog even af te gaan vallen voor de datum die ik te horen had gekregen.

    Ik kan je helaas geen eenduidig verhaal vertellen van hoe een intakegesprek er precies uitziet, al zou ik dat natuurlijk graag aan je meegeven om je gerust te stellen. Ik heb zelf meerdere intakegesprekken gehad bij verschillende instanties, tijdens mijn herstel. Bij iedere instantie waren er verschillen. Ik heb dan ook hele fijne, maar ook zeker hele ongemakkelijke intakegesprekken gehad. Ik heb dus geen eenduidig antwoord op de vraag hoe een intakegesprek zal lopen, maar kan je wel mijn ervaring meegeven en enkele tips.

    Er zijn altijd minder fijne en fijnere gesprekken die je kunt hebben.Zo is dat ook met mensen die je nieuw leert kennen en zo kan dat ook zo zijn met een intakegesprek. Soms klikt het gewoon niet, maar toch moet de informatie verzameld worden. Onhandige vragen, stotterende antwoorden en lege stiltes horen er dan ook gewoon bij. Zie dat niet als fout of verkeerd. Soms loopt een intakegesprek gewoon niet zo lekker. Alleen al omdat het over problematiek, gevoel en weggestopte emoties gaat en gewoon heel erg spannend is.

    Maar een intakegesprek kan natuurlijk ook gewoon heel fijn verlopen. Je kunt je welkom voelen, begrepen of komt goed uit je woorden. Dat kun je van te voren niet weten en is ook helemaal niet belangrijk. Uiteindelijk weet een instantie dat ze het advies baseren op een momentopname en vragen ze daarom in zo’n gesprek zoveel mogelijk informatie van jou op om toch een compleet beeld te kunnen vormen.

    Meestal is het zo dat als je belt naar een instantie zoals een centrum voor eetstoornissen of als je doorverwezen bent door bijvoorbeeld je huisarts, je aan de telefoon al wat vragen moet beantwoorden. Zo zullen ze natuurlijk wat algemene gegevens nodig hebben om een intakeformulier, vragenlijst of bevestiging van een afspraak op te kunnen sturen. Vaak krijg je na het ontvangen, invullen en weer terugsturen van zo’n intakevragenlijst een bevestiging van de afspraak.

    In zo’n vragenlijst vind je heel veel verschillende vragen terug. Soms wordt zo’n lijst via de telefoon ingevuld samen met jou en soms krijg je hem thuis op de mat om zelf in te vullen. Er staan algemene, maar ook vragen over jouw achtergrond in. Soms moet je je gewicht, lengte en bmi invullen. Ik heb vragenlijsten gehad met vragen over mijn gezinssituatie, mijn schoolcarrière, werk, gezondheid, lichamelijke klachten of de vraag of ik een trauma had.

    Zo’n lijst kan behoorlijk lang zijn of e.e.a. bij je losmaken en ik raad je dan ook aan echt de tijd te nemen en de lijst eventueel in etappes in te vullen. Doe er echter niet te lang over en ga er ook geen uren over na zitten denken. Je hoeft er niet te perfect in te zijn, want voor uitleg is er alle ruimte in het intakegesprek zelf. Stel je het toch uit, spreek dan met iemand of bijvoorbeeld in de chat of het forum van Proud2Bme af dat je hem binnen een week invult en opstuurt. Dan kan het intakegesprek ook eerder plaatsvinden en de behandeling ook sneller starten.

    Soms bestaat een intakegesprek uit twee delen. Soms is dat omdat er in het eerste gesprek te weinig tijd was of twijfel is over welke behandeling passend is. Maar het kan ook zijn dat het standaard is of het tweede gesprek met of zonder je ouders is.

    Meestal hoor je nog niet meteen welke behandeling geadviseerd wordt, maar krijg je wel uitleg over behandelmogelijkheden van de instantie. Een intakegesprek is dan ook zeker niet alleen een gesprek waarbij de instantie dingen van jou wil weten, maar ook andersom kun jij al je vragen kwijt. Zeg wat je kwijt wilt en stel al je vragen. Zo kun jij ook zelf beslissen of jij staat achter de visie van de instelling of kun je ergens anders een intake gaan doen. Maar vergeet niet, behandeling is altijd eng en spannend.

    Bij de ene instantie word je na je gesprek binnen bepaalde tijd of op een bepaalde dag teruggebeld over het behandeladvies. Soms is er een gesprek waarin dit besproken wordt en je ook meteen informatie krijgt over je behandeling en wanneer deze kan starten. Ook dan is het belangrijk je eigen vragen ook lekker te stellen. Het is jouw behandeling, dus geef vooral in een intake en ook adviesgesprek goed aan wat jij wilt en denkt nodig te hebben of wat je wilt weten over waar je aan gaat beginnen.

    Soms gaat een intakeprocedure heel snel en kun je binnen een paar weken aan de slag. Andere instanties nodigen je pas uit voor een gesprek als er ook binnenkort plek voor je is. Het kan ook zijn dat je intakegesprek al maanden geleden is geweest en je op dit moment nog op een wachtlijst staat. Tips voor tijdens de wachtlijst kun je hier teruglezen.

    Vind je het intakegesprek spannend of durf je er niet naartoe, vraag dan iemand mee. Er zijn vast wel ouders, vriendinnen, tantes, neefjes of nichtjes die met jou mee willen gaan. Ze kunnen dan meestal gewoon in de wachtkamer wachten. Gaat een van je ouders mee tijdens het gesprek, maar durf je daardoor niet open te zijn. Vraag dan gerust of je de persoon die de intake doet ook nog even alleen kunt spreken of bel van te voren of dit ingepland kan worden tijdens jouw intakegesprek.

    Je hoeft het allemaal echt niet alleen te doen, dus vraag gerust iemand mee. En moet je nog wachten, vind je het eng, praat er dan ook vooral over met je omgeving of wissel gedachtes en herkenning uit op het forum of in de chat van Proud2Bme. Een intakegesprek is zeker spannend, maar het komt echt allemaal wel goed. Wees gerust, haal rustig adem en wees vooral eerlijk over alles wat er in jou omgaat en waar jij hulp bij wilt.

    Bron: Proud2bMe

    #239179

    Luka
    Moderator

    Psymate

    PsyMate is een app om je gedachten, gevoelens en gedrag in kaart te brengen. Uit onderzoek blijkt dat dat helpt om grip te krijgen op bepaalde lichamelijke en psychische klachten. Daardoor voel je je beter!

    PsyMate geeft gedurende een bepaalde periode 10 x per dag een seintje met het verzoek een aantal vragen in te vullen over hoe het op dat moment met je gaat. Waar ben je? Wat doe je? Hoe voel je je? Die gegevens worden verwerkt in heldere grafieken en schema’s. Na verloop van tijd kun je activiteiten en gevoelens met elkaar in verband brengen. Dan wordt bijvoorbeeld zichtbaar op welke momenten je je beter of slechter voelt. En hoe je daar zelf in kunt sturen. Je kunt PsyMate zelfstandig gebruiken of ervoor kiezen om je resultaten met anderen te bespreken.

    Je kunt PsyMate gebruiken voor verschillende psychische en lichamelijke klachten. Je kunt starten met de gratis basismodule. We vinden het belangrijk te vermelden dat individuele PsyMate gegevens strikt persoonlijk blijven. Je kunt er wel zelf voor kiezen om je resultaten te delen. Bijvoorbeeld met je huisarts of psycholoog.

    psymate.eu

    #239478

    Luka
    Moderator

    Zo praat je met je innerlijk kind

    Het klinkt misschien een beetje vaag; een gesprek aangaan met je innerlijk kind. Hoe dan? Een beetje in jezelf mompelen? Maar het zal je verbazen hoeveel van je ergernissen of emoties zijn ontstaan uit (soms kleine, soms grote) jeugdtrauma’s. Diepe overtuigingen die onze identiteit nu bepalen, ontstaan meestal in onze kindertijd. Door de dialoog aan te gaan met dat gekwetste kind kun je je gedrag en gevoel beter leren begrijpen en bovendien veranderen. We vroegen psycholoog en meditatiecoach Marnix van Rossum om uitleg.

    “Werken met je innerlijk kind heeft alles te maken met liefdevol, zorgzaam en vol compassie zijn voor jezelf. Zoals je dat ook zou doen voor een klein kindje. In de huidige prestatiecultuur, waarin we veel druk ervaren, lijkt dit meer nodig dan ooit. Als het je lukt, kun je bovendien ook zachter en milder met anderen omgaan. We oordelen snel over anderen, maar als we dieper kijken naar het innerlijk kind in die persoon kunnen we meer begrip voelen.” Marnix legt het belang van de methode uit.

    Voelen
    Als kind trekken we ons gebeurtenissen heel persoonlijk aan. “Toen mijn vader wegging was ik drie jaar. Als kind wordt een simpel bruggetje gemaakt: ‘Ik ben niet lief genoeg. Als ik nou liever ben, blijft hij wel.’ Dat was natuurlijk niet zo. Ik was niet de oorzaak. Ik was juist de reden dat het zo moeilijk was voor mijn ouders om uit elkaar te gaan. De Boeddha zou gezegd hebben: ‘Inzicht in oorzaak en gevolg bevrijdt’.

    Als we inzien dat niet onze ‘ik’ iets verkeerd doet, maar de omstandigheden, of een gedachte, intentie, gevoel, gewoonte of geloofsovertuiging, kunnen we het gemakkelijker loslaten en corrigeren. Het is dan ook belangrijk om een kind zo volledig mogelijk te informeren in een moeilijke situatie. Bij een ruzie, scheiding of een overlijden bijvoorbeeld. Het is belangrijk het altijd genoeg aandacht te geven en rekening te houden met de kinderlijke manier van denken, leren en conclusies trekken. Ergens, op een bepaald moment, zal bij het kind dan een kwartje vallen, ook al is het meer onbewust.”

    Aandacht geven aan je innerlijk kind
    Dat uitleggen en aandacht geven is ook belangrijk in het omgaan met je innerlijk kind. Een belangrijke reden dat we namelijk vaak last blijven houden van kinderlijke pijnen, is dat we dingen liever niet wíllen voelen. We zijn liever volwassen en sterk.

    Marnix: “Het is menseigen om gevoelens lang vast te houden. Eckhart Tolle gaf het voorbeeld van eenden: als ze ruzie hebben, slaan ze een paar keer met de vleugels om de spanning van zich af te schudden. Daarna zwemmen ze vredig verder. Wij creëren echter een identiteit met de gedachtes die we koppelen aan een ervaring of gevoel. Je identificeert je (vaak onbewust) met dingen die je als kind meemaakte. Dat willen we alleen liever niet. Als we bijvoorbeeld als kind zijn gebeten door een hond, blijven we levenslang bij die beesten uit de buurt. Maar bij onszelf uit de buurt blijven is een stuk lastiger. We reageren op anderen zoals we met onszelf omgaan. Zijn we streng voor onszelf? Dan stellen we ook hoge eisen aan anderen. Bovendien kan iedere enigszins gelijkende situatie – bijvoorbeeld een date die niet terugbelt – een beetje van de pijn van het verlaten gevoel als kind doen opborrelen.”

    Dialoog
    Het verleden kunnen we niet veranderen, maar interessant is dat we onze beleving ervan wél kunnen veranderen en daarmee ook onze levens nu. “Als eerste is het belangrijk de gevoelens van je innerlijk kind werkelijk te voelen. Het is te lang genegeerd. Onderzoek het en geef het daarna vriendelijke aandacht. Het is belangrijk om je gevoel écht goed te voelen en te uiten,” legt Marnix uit.

    “Dat is niet makkelijk. We hebben veel cultureel bijgeloof als het gaat om het uiten van gevoelens. In plaats van dat we het gebruiken, omdat het ons helpt spanningen los te laten en dichter bij ons hart te komen, denken we kwetsbaar of zwak te zijn én zijn we bang dat alles alleen maar erger wordt als we het toelaten. Helemaal voor mannen heerst er een taboe op het uiten van gevoel en dat is pijnlijk voor onze tere kinderzieltjes.”

    “Het vastgehouden gevoel is vaak ontstaan door incorrecte informatie, een ‘tunnelvisie’, of een te harde en onbegripvolle stem die we hebben geïnternaliseerd. De weg naar het loslaten, is dan ook vaak aansluiting bij het gevoel, nieuwe informatie en wijze en liefdevolle stem”, vertelt Marnix. “De kunst is dit besef zo diep te laten indalen dat ons innerlijke kind het ook begrijpt. Als je tegen je gevoel praat alsof het een kind is, verandert dat veel. De diepe identificatie laten we dan gemakkelijk los. Misschien wel makkelijker dan met mindfulness. We draaien de stem om. In plaats van een harde, wordt het een zorgzame, vriendelijke en begripvolle innerlijke stem. In het begin is dat misschien een beetje gek, maar al snel merk je dat dit verlichting in jezelf kan geven. Bovendien wordt het een nieuwe gewoonte, een soort nieuw maatje, die je op elk moment van de dag van dienst kan zijn.”

    7 stappen
    Klaar om de dialoog aan te gaan met je innerlijk kind? Iedere keer dat je een moeilijk gevoel ervaart, kun je zien als kans om dieper naar binnen te gaan. Ieder gevoel is een residu uit het verleden. Stel: je krijgt een mail van je baas. Dat je iets niet goed hebt gedaan. Voel je stress, onzekerheid, of schuld na het lezen van dat mailtje? Ga er dan eens lekker voor zitten. De volgende stappen kun je volgen als leidraad.

    Welke gedachtes maken de situatie zo moeilijk?
    Bijvoorbeeld: ‘Oh nee, ik heb het fout gedaan. Nu wijzen ze me af en verlies ik misschien mijn werk.’

    Welke geloofsovertuigingen raakt dit aan?
    Diepgeworteld zit een overtuiging, zoals: ‘Ik kan niks goed doen.’ Of: ‘Ik ben niet goed genoeg.’

    Uit je emoties
    Zorg dat je alleen bent en uit je emoties. Zo gek mogelijk. Spring, sla op een kussen, huil, schreeuw… Je mag het best een beetje erger maken dan het is, als het er maar uit komt.

    Welke ándere gedachtes of emoties kom je tegen?
    Tijdens het uiten van je emoties kan het zijn dat je andere dingen beseft. Zoals in dit geval: ‘Ik ben eigenlijk boos op mezelf’. Of dat je na uiting van boosheid opeens verdriet voelt opkomen. Wat het ook is, laat het toe. Kijk of je wat dieper in je gevoel kunt komen.

    Welke herinneringen voelen hetzelfde?
    Het kan helpen te denken aan eerdere ervaringen die dit zelfde gevoel opriepen, of dezelfde geloofsovertuigingen. Probeer dat ook te voelen én vervolgens ook te uiten. Wat voor soort expressie hoort er bij? Wat zou je het liefste doen?

    Stel jezelf voor als jong kind met dit gevoel
    Stel je met dit gevoel of in deze situatie voor als klein kind. Hoe zou je het toespreken? Wat heeft het nodig? Het kan zijn dat je een specifieke herinnering hebt aan wat dit gevoel voor het eerst veroorzaakt heeft. Een situatie uit je kindertijd. Dat kan helpen het meer specifiek toe te spreken.

    Start een dialoog
    Leg uit hoe het kind zich voelt en waarom. Zo maak je contact met het gevoel en begrip. Je kunt iets zeggen, iets uitleggen, over waarom het kind zich zo voelt, want dat begrijpt het vaak niet. Vraag je af wat je innerlijk kind nodig heeft. Steun? Een arm om de schouder? Aandacht? Liefde? En stel je voor dat je het geeft. Vraag het kind ook waarom het zich zo voelt. Deed je echt iets fout? En zo ja, wat was de reden dat je de fout maakte? Kun je je verplaatsen in de ander? Snap je waarom de ander boos op je is? Onderzoeken en oorzaken begrijpen brengt vaak op de diepste manier verlichting, maar je kunt ook advies geven, uitleggen waarom het nou eenmaal zo gebeurde.

    Sowieso is het een goed idee om je innerlijk kind af en toe eens op te zoeken. Wat kan je leren over je gedrag of je gevoel? Waar komen dingen vandaan? En wat kan jij hem of haar leren? Je kunt bovendien je eigen innerlijk kind vergeving vragen of geven. Sorry, zeggen dat je het hebt verwaarloosd en laat het ook sorry tegen jou zeggen dat het jou je leven lang pijn heeft gedaan. Vergeef elkaar, omdat jullie beiden niet beter wisten. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: we moeten samen verder, jij en ik, maar we zijn samen en ik zal je beschermen en goed voor je zorgen. Je bent niet alleen. Dit wordt een houding naar jezelf die kan maken dat je je de rest van je leven minder eenzaam, angstig of boos voelt.

    Bron: Bedrock.nl

    #239481

    Luka
    Moderator

    Beter omgaan met emoties? Behandel ze alsof het kinderen zijn

    Stel, er staat een klein meisje voor je deur. Een kindje. Ze is bang en vraagt of je even naar haar wil luisteren. Wat doe je dan? Laat je haar binnen? Of gooi je de deur dicht? Dat eerste, mogen we hopen. En als datzelfde kindje woedend is en bij jou wil uitrazen? Laat je haar dan buiten staan? Ook niet toch. Volgens spiritual teacher Jeff Foster is dít hoe je ook met je gedachten, emoties en gevoel zou moeten omgaan.

    Want gevoelens willen alleen maar gevoeld worden, gedachten willen gehoord worden en emoties willen ruimte krijgen. That’s all. Net als zo’n kindje willen ze ruimte krijgen om uit te razen, tot rust te komen, of antwoorden op hun vragen. Ze komen je misschien waarschuwen, wijze raad geven of nieuwe energie. Of zoals Jeff Foster het zo prachtig uitlegt: “All thoughts, however ‘negative’, however strange, however dark, are your children, parts of you that long for a home.”

    Dit kan allemaal een beetje zweverig overkomen, maar het is een fijne manier om in tijden van paniek of overthinking een beetje ruimte in je hoofd te creëren. Diepe overtuigingen die nu onze identiteit bepalen, zijn namelijk vaak in onze kindertijd ontstaan. En het zijn precies die overtuigingen die de basis zijn voor al je gedachten, emotionele reacties of gevoelens.

    Een voorbeeld. Je hebt een angstgedachte, zoals: ‘Ik ben niet goed genoeg’. Of concreter: ‘Ik geef maar geen feedback in deze meeting, want straks zeg ik iets verkeerds’. Vervolgens word je boos op jezelf, want: ‘Stel je niet zo aan!’ Je duwt de angstgedachte weg en negeert het gevoel. Door die angst af te wijzen, word je ten eerste alleen maar onzekerder. En bovendien heb je totaal geen oog voor een stuk van jezelf dat gewoon heel even aandacht van je vraagt.

    Stel je nou eens voor dat het een kindje was dat voor je deur stond en zei: ‘Ik ben bang om iets verkeerds te zeggen’. Wat zou je dan doen? Dan nodig je dat kindje toch even uit om naar haar te luisteren? Dat kind is alleen maar op zoek naar liefde, of een thuis zoals Jeff Foster omschrijft in zijn meditaties en teksten. Als je het zo benadert is het bijna onmenselijk om gedachten weg te duwen. De deur in hun gezicht dicht te gooien. Om gevoelens te negeren of emoties te blokkeren.

    Een kind dat bij je aanklopt, stuur je niet weg. Hoe het zich ook gedraagt. Dus waarom zou je dat wel doen met een emotie die is ontstaan uit een overtuiging vanuit je kindertijd? Waarom zou je wel je gevoel negeren? Of boos worden op jezelf als je bang bent? Gedachten, emoties en gevoelens kunnen hardnekkig zijn en je gedrag bepalen. Maar eigenlijk komen ze je alleen iets vertellen, iets liefs. Je hoeft ze alleen maar binnen te laten, een warm thuis te bieden en een luisterend oor. Dát is zelfliefde, empathie en goed zorgen voor jezelf.

    Betekent overigens niet dat je al die gedachten zomaar voor waar moet aannemen, of elke emotie te pas en te onpas moet uiten. Dat is niet wat Jeff Foster bedoelt. Een kind laat je ook spelen, fantasieën hebben en soms gewoon lekker uitrazen, zonder dat je ze de leiding of controle geeft over je leven. Net als kinderen geef je gedachten de ruimte, zonder dat ze alles bepalen. Je geeft ze guidance, zonder ze af te wijzen of te benauwen. Je geeft ze alle ruimte om er gewoon te zijn.

    Bron: Bedrock.nl

    #239560

    Luka
    Moderator

    Stresshormoon kan exposure-therapie bij PTSS misschien verbeteren

    Benno Roozendaal, neurowetenschapper bij het Radboudumc en het Donders Instituut, heeft een TOP-subsidie ontvangen van ZonMw. Hij gaat die gebruiken om met Erno Hermans, Robbert-Jan Verkes en Gert-Jan Hendriks de rol van het stresshormoon cortisol te onderzoeken bij de exposure-therapie die wordt toegepast bij patiënten met posttraumatisch stresssyndroom (PTSS). Exposure-therapie werkt bij ongeveer de helft van de patiënten. Mogelijk kan dat percentage omhoog door gericht gebruik van cortisol bij de juiste patiënten.

    Posttraumatische-stressstoornis (PTSS) is een ernstige psychiatrische aandoening, die wordt gekenmerkt door oncontroleerbare angstreacties. De stoornis kan het gevolg zijn van ingrijpende traumatische gebeurtenis eerder in het leven, zoals seksueel misbruik, fysieke mishandeling of oorlogservaringen. Exposure-therapie, ook wel blootstellingstherapie genoemd, zorgt ervoor dat patiënten zich in een veilige omgeving bevinden en roept dan het opgelopen trauma weer op. Op deze manier – het herbeleven van het trauma in een veilige omgeving – wordt geprobeerd de angst bij de patiënt blijvend te verminderen.

    Te weinig stresshormoon
    Exposure-therapie is een van de meest effectieve behandelingen voor PTSS. Toch werkt ze maar bij ongeveer de helft van de patiënten en bij de andere helft dus niet. Hoe dat komt is onbekend. Met de TOP-subsidie gaan Roozendaal en zijn collega’s onderzoeken of de exposure-therapie met name faalt bij patiënten bij wie de cortisol reactie bij stressvolle reacties niet goed meer werkt. Normaal komt cortisol vrij wanneer iemand in een stressvolle situatie terecht komt. Het hormoon speelt een rol bij het vermogen om goed met die situatie om te gaan.

    Angstvermindering
    Roozendaal: “Bij sommige patiënten zien we een zwakke cortisol respons, met name bij de patiënten die al in de vroege kindertijd traumatische ervaringen hebben meegemaakt. Kennelijk is er iets mis met hun stressreactie. Dat gaan we nu onderzoeken, allereerst in ratten. We bekijken of een verzwakte cortisol reactie in deze dieren inderdaad leidt tot een zwakkere uitdoving van de angstreactie. Zo ja, dan wordt het interessant om te onderzoeken of cortisol kan zorgen voor angstvermindering bij patiënten met PTSS. En nog specifieker: of dat vooral effect heeft bij patiënten met zo’n verstoorde, zwakkere cortisol respons.”
    Als dit experimenteel onderzoek voldoende bewijs oplevert voor de hypothese, dan kan het mogelijk bijdragen aan een meer gepersonaliseerde behandeling van PTSS.

    Bron: blikopnieuws.nl

    #239563

    Luka
    Moderator

    De kwaliteit van leven bij PTSS echt verbeteren

    Een grote groep mensen wordt dagelijks geconfronteerd met intense gevoelens van angst als gevolg van een traumatische ervaring. Wanneer deze klachten niet vanzelf verdwijnen, spreekt men van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Voor mensen met een ernstige PTSS is een specialistische behandeling noodzakelijk. Elisa van Ee, klinisch psycholoog, psychotherapeut en onderzoeker bij het Psychotraumacentrum Zuid Nederland, legt uit.

    Wat is de oorzaak van een psychotrauma en hoe uit zich dit?
    “Een psychotrauma ontstaat na een ingrijpende ervaring die levensbedreigend aanvoelt. Zo’n situatie moet je verwerken en het is een normale reactie dat je dan last hebt van klachten als nachtmerries. Als de klachten echter maanden blijven aanhouden, is de diagnose PTSS. Klachten bij PTSS zijn onder andere herbelevingen, nachtmerries, mensen en plaatsen vermijden, verhoogde prikkelbaarheid, overmatig op de hoede zijn en moeite met concentreren. De stemming en het zelfbeeld zijn veranderd, evenals de kijk op het leven.”

    Welke gevolgen heeft het hebben van PTSS voor de kwaliteit van leven?
    “Dit hangt af van de ernst van de traumatisering. Mensen die een enkelvoudig trauma, bijvoorbeeld een autoongeluk, meemaken, kunnen PTSS krijgen. Dit is meestal vrij makkelijk te behandelen en het effect op de kwaliteit van leven is dan kortdurend. Ernstige of meervoudige trauma’s kunnen echter het hele leven beïnvloeden. Zo kunnen problemen ontstaan op het werk en binnen het gezin of de relatie. Voor deze mensen heeft PTSS een grote invloed op de kwaliteit van leven.”

    Wie is jullie doelgroep?
    “In het Psychotraumacentrum Zuid Nederland behandelen wij alle mensen met trauma’s, maar vooral mensen met de ernstige en meervoudige trauma’s en mensen die door bijkomende problemen minder snel resultaten boeken. Wij zien bijvoorbeeld veteranen uit Srebrenica die worstelen met de maatschappelijke reactie of asielzoekers die mogelijk teruggestuurd worden naar de situatie waarin zij getraumatiseerd zijn. Dat maakt de behandeling complexer. Een andere groep waar wij ons op richten zijn kinderen geboren uit verkrachting. Dit is een vrij kleine groep, maar met zeer ernstige symptomen omdat deze kinderen verbonden zijn aan het trauma. Bij ernstige trauma’s met bijkomende problemen zijn de standaard evidence based-behandelingen veelal onvoldoende en is bijkomende therapie vereist. Zoals een behandeling voor depressie of zelfregulatie. Ook ontwikkelen en onderzoeken wij behandelingen om het herstel voor deze mensen te verbeteren.”

    Waarom is het betrekken van familie belangrijk bij het behandelen van PTSS?
    “In het verleden lag de focus vooral op het individu, en werd in de loop van de therapie pas gesproken over de gezinssituatie en kwam er eventueel gezinstherapie. De ervaring leert echter dat bij ernstige problematiek de situatie thuis vaak al langer is ontregeld, waardoor de partner of kinderen zelf problemen ontwikkelen. Als ouders zich constant in gevaar voelen, is het begrijpelijk dat kinderen ook anders gaan reageren. Daarom krijgt bij ons het hele gezin vanaf het begin aandacht, en waar nodig de juiste zorg.”

    Jullie werken ook met intensieve traumatherapie. Wat maakt deze behandeling uniek?
    “Intensieve traumatherapie wordt op meerdere plekken gedaan, maar waar wij ons in onderscheiden, is dat we therapie voor het functioneren in het gezin en de context integreren. Dit is belangrijk, want iemands symptomen kunnen verbeteren, maar dat betekent niet altijd dat hij of zij direct weer goed als gezinslid of als werknemer functioneert. Tijdens deze therapie kijken we hoe iemand functioneert in het dagelijks leven, bijvoorbeeld hoe het in het gezin gaat en wat het gezin nodig heeft. Als blijkt dat de intensieve behandeling niet voldoende is, vervolgen we de therapie gericht op dat functioneren, want we willen dat de kwaliteit van leven van onze cliënten echt beter wordt.”

    Bron: mijngezondheidsgids.nl

    #240480

    Luka
    Moderator

    Iemand die ook ziek is helpen

    Nog net lukt het mij om m’n hoofd boven water te houden. Rechts van me zie ik je spartelen en ploeteren om niet te verzuipen. Je roept om hulp, maar ik twijfel. Als ik jou nu ga helpen, verdrinken we misschien allebei, maar ik kan je toch ook niet zomaar laten vallen?

    Aan de ene kant is het zo dat je pas voor iemand anders kan zorgen als je ook voor jezelf kan zorgen. Aan de andere kant weet je hoe pijnlijk het is als iemand je laat vallen, net op het moment dat je diegene het hardst nodig hebt. Het kan best lastig zijn om een balans te vinden tussen die twee dingen, zeker wanneer jij worstelt met een eetstoornis of andere psychische problemen en iemand waar je om geeft ook. Natuurlijk wil je er graag voor de ander zijn, maar het is ook belangrijk om jezelf hierin niet voorbij te lopen. Hoe doe je dat?

    Selfcare isn’t selfish
    Er zijn een hoop bekende uitspraken op dit gebied, zoals: ‘Je moet eerst jezelf helpen voordat je een ander kan helpen’ of ‘je kan pas van iemand houden als je ook van jezelf kan houden’. Ik vond het altijd een beetje lastige uitspraken. Hoezo zou ik een ander niet kunnen bijstaan, al ging het met mij niet perfect? Hoezo zou ik niet van iemand kunnen houden, als ik een negatief zelfbeeld heb? Ik voel toch iets voor de mensen om me heen? Is dat dan niet echt? Mag ik dat niet voelen? Ik kan toch best iets missen? Ik hoef toch niet altijd zelf de volle aandacht te hebben. Het voelt toch ook wel goed om een ander te kunnen helpen en ik wil niet egoïstisch zijn.

    Hoewel het super lief van je is dat je aan een ander denkt, is wel belangrijk om jezelf daarmee niet voorbij te lopen. Natuurlijk kan je iemand steunen tot op een zekere hoogte. Natuurlijk kan je liefde voelen en om mensen geven, maar de verhoudingen moeten wel gezond blijven. Het is belangrijk om af en toe ‘nee’ te mogen zeggen en jezelf ook te geven wat jij nodig hebt. Door goed voor jezelf te zorgen, kan je er veel beter voor een ander zijn. Wanneer je echt van jezelf houdt, maakt dat de liefde voor een ander nog veel waardevoller. Als jij jezelf waardevol vindt, geef je iets heel moois aan een ander door jouw liefde te geven.

    Je bent niet egoïstisch als je voor jezelf zorgt. Een betere wereld, begint immers bij jezelf. Jij maakt tenslotte net zo veel uit van de wereld als ieder ander mens. Hoe kan je iemand vertellen goed voor zichzelf te zorgen als je dat ook niet voor jezelf doet? Als jij je fijn voelt bent je zo veel sterker en krachtiger. Als jij je fijn voelt is dat voor andere mensen zo veel prettiger. Voor jezelf zorgen is niet egoïstisch. Het is ook fijn voor de ander. Ook kan je door goed voor jezelf te zorgen en van jezelf te houden, met al je imperfecties, die er morgen zijn, inspiratie bieden en een voorbeeld zijn. Ik denk dat dat juist ontzettend waardevol is

    Samen zonder zuurstof
    Je moet eerst jezelf helpen voordat je een ander kan helpen. Een mooie vergelijking vind ik altijd die van het zuurstofmasker in het vliegtuig. Omdat die situatie veel sneller en duidelijker verloopt, kan je makkelijker zien wat de gevolgen zouden kunnen zijn. Als jij niet eerst jezelf helpt, maar eerst een ander gaat helpen, bestaat de kans dat je al zuurstoftekort hebt voordat je die ander goed en wel hebt kunnen helpen. In dat geval is niemand van jullie daadwerkelijk geholpen. Zitten jullie samen zonder zuurstof. Stikkend in de situatie.

    Omdat dit een kwestie van minuten is, kan je snel een beeld vormen van hoe dat in z’n werk zou gaan. Met een eetstoornis of ander psychisch probleem is het soms wat lastiger om te zien. Je overschat misschien sneller de ruimte, tijd of kracht die je wel of niet hebt, maar ook in dit geval is het belangrijk om eerst jezelf te helpen voordat je een ander kan helpen. Niemand heeft er iets aan als jullie er beiden aan onderdoor gaan. Dat wil overigens niet zeggen dat het meteen goed zal voelen om eerst jezelf te helpen. Het voelt als kiezen tussen twee kwaden. Het liefst had je het allemaal anders gewild.

    Niet kunnen betekent echter niet dat je het niet zou willen. Als het anders had gekund, had je dat vast wel gedaan. Dat het niet lukt of dat je, met je verstand in plaats van op gevoel, toch een andere keuze maakt, wil niet zeggen dat het je niets boeit. Dit is iets dat je tegen jezelf zou kunnen zeggen, voor je eigen gemoedstoestand, maar ook iets dat je kunt uitleggen aan de ander. Misschien dat je uiteindelijk of op andere gebieden wel iets van hulp of steun zou kunnen bieden, maar het is ook belangrijk om daarin je grenzen te trekken. Het moet uiteindelijk niet ten koste van jou gaan.

    Jezelf omringen met gezonde mensen
    Proud is een plek waar je steun, herkenning en erkenning kan vinden. Mijn groepsbehandeling is iets waar ik heel erg veel aan heb gehad en de recovery community op Instagram is enorm groot. Aan de ene kant is het natuurlijk heel erg fijn dat je elkaar kan steunen en herkenning vind, maar aan de andere kant is het denk ik ook belangrijk om daar niet je hele wereld van te maken. Zeker over Instagram hoor ik een hoop verhalen die mij doen twijfelen aan hoe goed het werkelijk is. Als ik daar dan over na ga denken begrijp ik dat eigenlijk wel. Ik denk dat een groot probleem van Instagram is dat er moeilijk zicht op is te houden, wat bij een groepsbehandeling of hier op Proud wel anders is.

    Zelf heb ik mijn groepsbehandeling bijvoorbeeld als heel prettig ervaren. Al kon ik ook wel getriggerd zijn door de mensen in mijn groep. Dit was gelukkig wel iets dat ik meteen bespreekbaar kon maken en waar ik uiteindelijk juist weer sterker van werd. Triggers zijn nu eenmaal niet altijd te vermijden, ook niet buiten groepstherapie. Op dat moment was ik op een veilige plek om er mee om te leren gaan en had ik veel aan de positieve aspecten van de groep, maar toch werd er altijd op aangestuurd om contact met vrienden en familie te blijven zoeken. Om zelf vangnetten en handvatten te creëren. Om je leven naast de eetstoornis weer op te bouwen en de (helpende) eetstoornis-omgeving uiteindelijk ook weer los te mogen laten.

    Mezelf omringen met gezonde mensen, zonder eetstoornis, was ontzettend belangrijk voor mij. Het hielp me om telkens weer een stapje weg uit eetstoornisland te zetten. Echter kan ik me voorstellen dat het heel ingewikkeld is om afstand te nemen van iemand met een eetstoornis die jij graag wilt helpen. Je kan toch niet zomaar iemand laten stikken? Ook hierop kan je al het bovenstaande toepassen. Jehoeft iemand niet te laten vallen, maar maak er niet heel je wereld van. Omring jezelf ook met gezonde mensen. Bovendien is het voor de ander misschien ook goed om wat meer mensen te spreken die zelf niet met een eetstoornis worstelen. Toch hoeft het helemaal niet zó zwart wit te zijn. Het is alleen belangrijk om je balans hierin te bewaken.

    Zoals ik al schreef had ik namelijk heel veel aan de groepsbehandeling, aan lotgenotencontact en aan het gevoel dat er mensen waren die mij begrepen. Dit is zeker iets dat je voor elkaar kan betekenen. Het is aan de andere kant natuurlijk ook weer niet goed om maar te doen alsof er niks aan de hand is en de eetstoornis geen aandacht te geven. Zoals ik al zei: Balans. Voor de ander, maar vooral ook voor jezelf.

    Je hoeft de wereld niet alleen te dragen
    Een sociaal vangnet is iets dat een grote meerwaarde kan zijn bij eetstoornisherstel. Echter betekent een sociaal vangnet niet, dat één iemand het helemaal in z’n eentje op moet vangen. Zeker niet als die gene zelf ook nog eens een hoop op z’n bordje heeft liggen. Als je merkt dat het helpen van een ander te zwaar is voor jou om te dragen, is het goed om aan te sturen op meer hulp. Zelfs als het (nog) niet als te zwaar wordt ervaren is dat denk ik iets heel waardevols om te doen. Meer hulp kan zijn in de vorm van meer mensen erbij betrekken bij wie je je goed voelt, zoals vrienden, familie, je mentor of een vertrouwenspersoon, maar ook het inschakelen van professionele hulp. Een goede behandeling is iets waar je onwijs veel baat aan kan hebben wanneer je worstelt met psychische problemen. Bovendien zijn hulpverleners er voor opgeleid in om iemand zo goed mogelijk te kunnen helpen.

    Jij hoeft de wereld niet in je eentje te dragen. Jij bent niet verantwoordelijk voor het geluk van een ander. Je kan er aan bijdragen, op ontzettend veel verschillende manieren, maar uiteindelijk is herstellen van een eetstoornis iets dat iemand niet alleen, maar wel zelf moet doen. Je kan niet iemand dwingen om zich beter te voelen. Je kan iemand wel steunen, maar als het dan niet lukt heeft dat niet enkel aan jou gelegen. Toch is het logisch dat het ontzettend veel met je doet als je iemand wilt helpen, maar je merkt dat het je niet zo goed lukt. Helemaal niet gek om daar zelf ook met iemand over te mogen praten. Zorg goed voor jezelf.

    Sterker dan je denkt
    We bewandelen allemaal ons eigen pad. Dat pad is soms ontzettend zwaar. De één heeft helaas wat meer pech dan de ander en de paden kunnen soms enorm van elkaar verschillen. Die verschillende routes lopen we allemaal in ons eigen tempo. Het is ontzettend rot om iemand te zien worstelen, maar je moet de ander ook niet onderschatten. De ander is misschien wel sterker dan je denkt. Onderschat ook niet je eigen kracht. Soms kan een lief berichtje, een klein gebaar, op een haast onzichtbare manier ontzettend veel betekenen.

    Hoe ga jij hier mee om?

    Bron: Proud2bMe.nl

    #240644

    Luka
    Moderator

    Persoonlijkheidstoornis “Ik ben gewoon moeilijk” PsyQ Geestelijke gezondheidszorg op maat

    #241683

    mara
    Bijdrager

    EMDR: DE OPLOSSING VOOR MENSEN MET EEN TRAUMA

    EMDR staat voor ‘Eye Movement Desensitization and Reprocessing’ en kan een doeltreffende therapie zijn voor mensen met een trauma. Het wordt steeds vaker gebruikt, zo ook door Nadine Baer, Alies van Herp en Luna de Waater. Zij zitten aan tafel met specialist Sjef Berendsen, psycholoog en bestuurslid van de EMDR-vereniging. Hoe werkt het en wat maakt het zo succesvol?

    Bron: pauw.bnnvara.nl

    #241711

    Angel
    Bijdrager

    Als je EMDR er hebt en je dissocieert erg, is het misschien verstandig dit artikel eens door te lezen en ook aan je therapeut te laten lezen.

    Groetjes, Angel

     

    Behandelsessie van een jonge vrouw met ernstige PTSS na langdurig en extreem seksueel geweld

    Ernstige dissociatie tijdens de behandeling van PTSS is voor veel behandelaars een doorn in het oog. Soms is dat de reden om te stoppen met een traumagerichte behandeling en wordt er gekozen voor een traject van voorbereiding en stabilisatie. Aangezien onderzoek laat zien dat dissociatieve klachten verminderen wanneer de emotionele lading van de traumatische herinneringen, verantwoordelijk voor de PTSS, afneemt, is er veel aan gelegen om manieren te vinden om de dissociatie onder controle te brengen. Aan de hand van een EMDR-behandeling bij een chronisch getraumatiseerde vrouw die veelvuldig dissocieert, beschrijven we een aantal technieken die haar hielpen om controle over de dissociaties te krijgen, waardoor de behandeling van de PTSS op gang kon komen.

    Bron: psycho-trauma.nl

    #241744

    Luka
    Moderator

    Mijn herstel werd een obsessie

    Mijn herstel is met vlagen heel tegenstrijdig geweest. Aan de ene kant wilde ik heel graag en veel, maar aan de andere kant werkte ik mijzelf ook erg tegen. Ik kwam hier pas achter toen mijn perfectionisme de boventoon voerde. Ik ben door een therapeut aangesproken op mijn manische herstelgedrag en toen pas kon ik de link leggen..

    Dit is voor mij een heftig, maar nodig besef geweest. Ik dacht oprecht dat ik er goed aan deed om mij te storten op mijn herstel. Ik was misschien wel een beetje beledigd dat hier weerstand op kwam. Ik had eindelijk die knop om gezet en nu was het wéér niet goed? Toch ervoer ik ook een sterke tegengedachte die wist dat de therapeut in kwestie gelijk had. Dat ik mijn herstel gebruikte als afleiding om niet te voelen. Dat ik een façade ophield omdat ik niet wilde falen. Dat mijn eetstoornis mijn herstel was geworden. Dit is denk ik een verband dat ik uit mijzelf nooit had gelegd. Ik had iemand nodig die dit voor mij zag en benoemde, zodat ik zelf dit patroon kon onderzoeken.

    Ook al voelde ik mij licht gekwetst door de betreffende opmerking, dit heeft mij wel aan het denken gezet. Wat maakt het dat ik mij zo liet opjutten door mijn perfectionisme? Waarom moest ik alleen in één keer goed doen? Waarom gunde ik mijzelf niet wat meer rust..?

    Te snel herstellen
    Hoe ga je tegen die heftige beweegdrang in? Hoe ga je om met de onrust na het eten? Zeker als er tegelijkertijd wordt verwacht dat je ook aan de slag gaat met het aanpakken van een eetpatroon. Gelukkig heb ik hier hulp bij gekregen. Ik vond het een hele uitdaging om het bewegen te moeten minderen terwijl ik ook meer moest gaan eten. In mijn hoofd vertaalde dit zich naar dubbel aankomen. Ik zou aankomen omdat ik meer moest eten en ook omdat ik minder zou sporten. Zou ik dan twee keer zo snel aankomen? Ik vond dit maar een beangstigende gedachte. Naast het bewegen en het eten moest ik ook nog aan de slag met mijn trauma’s en dwangmatige gedrag. Best veel werk aan de winkel dus. Al snel ervoer ik veel spanning rondom het hele herstellen. Ik deed braaf wat mij opgedragen werd, maar ik stond er niet echt helemaal achter. Ik twijfelde of herstel wel voor mij was weggelegd. Elke avond in bed kreeg ik meer vrede met een leven met een eetstoornis. Ik romantiseerde het beeld dat ik hierbij had gekregen en vergat de reden waarom ik in eerste instantie wilde herstellen. Ik vond het te moeilijk. Misschien was dit het allemaal toch niet waard.. Het ging toch best goed..? Ik had toch niet echt hulp nodig..?

    Wat mij hier vooral in tegenstond, is de snelheid waarmee er werd verwacht dat ik alles zou aanpakken. Aan de ene kant ben ik hier zeker een voorstander van. Maar ik weet nog hoe overrompeld ik mij gevoeld heb de eerste weken in therapie. Ik wilde herstellen, maar wel op mijn eigen manier. Op mijn tempo. Het leek mij nogal veel gevraagd om meteen alles aan te pakken. Ik vond alle losse onderdelen al een hele uitdaging an sich, laat staan alles tegelijk. In mijn hoofd begon het door elkaar te lopen, waardoor het voor mij onduidelijk werd wat er nu precies van mij verwacht werd.

    Toch durfde ik deze angsten niet uit te spreken. Ik vind het van jongs af aan al lastig om mijn grenzen aan te geven. Ik had het idee dat ik constant beoordeeld werd en ik wilde geen slechte rapportcijfers. Ik wilde alles zo goed mogelijk doen. De ‘ik wil niet echt herstellen’ gedachte zat mij in de weg, maar ik probeerde dit te negeren. Zolang ik hier maar geen aandacht aan schonk, groeide ik hier vanzelf vast wel overheen. Letterlijk en figuurlijk. Dit is echter niet gebeurd. Elke dag werd het moeilijker om dit vol te houden. Het werd een stevige strijd tussen mijn perfectionisme en de verloren hoop. Ik wilde alleen herstellen als ik de beste hierin zou zijn, maar ook was ik bang dat het me niet zou lukken. Dit was vooral heel verwarrend, want dit zijn twee uitersten die lastig te combineren zijn. Toch heb ik dit wel een tijd geprobeerd. De snelheid van mijn herstel triggerde mijn perfectionisme echter nog meer. Ik wilde meer en beter herstellen dan de kliniek dacht dat goed was voor mij. Ik wilde nog grotere uitdagingen. Achteraf zag ik in dat dit een manier is geweest om mij af te leiden van mijn herstel. Een gekke manier. Zodra ik die afleiding had, hoefde ik niet te denken aan de gevoelens die ik probeerde te onderdrukken met mijn eetstoornis.

    Mijn herstel had dus eigenlijk de functie van mijn eetstoornis vervangen..

    Ondanks mijn rommelige hoofd was het programma best duidelijk en helder. Ik had een eetlijst en een klapper vol met opdrachten gekregen. Ook kreeg ik tijdens de therapie oefeningen en was er ruimte om mijn verhaal te delen. Ik denk dat hier een deel van mijn weerstand uit voortkwam. Iedere eetstoornis is anders, net als ieders verhaal en achtergrond. Toch was het programma voor ons allemaal hetzelfde. Waar was mijn unieke ik in dit verhaal gebleven? Het voelde alsof ik terecht was gekomen in een soort herstelfabriek, waar ik een nummertje in de rij was geworden.

    Eetstoornis excuusjes
    Al eerder in deze blog vertelde ik dat ik ergens wel een voorstander ben van deze aanpak. Een deel van deze weerstand kwam namelijk voort uit mijn eetstoornis. Elk excuus dat ik aan kon pakken om mijn herstel uit te stellen of te vertragen, werd gretig aangenomen. Zo was ook dit een smoesje van mijn eetstoornis om nog maar even niet te herstellen. Het gaat niet op mijn tempo, ik vind het te moeilijk en te snel.. Allemaal redenen om nog maar wat langer vast te houden aan mijn veilige eetstoornis. Ik denk dat hier vooral duidelijk werd waarom ik mijn eetstoornis nodig had. Hoe sterk dit verlangen was geworden. Door de aanpak die in de kliniek gehanteerd werd, was er voor mijn eetstoornis weinig ruimte om te groeien. Ik moest herstellen en dat moest nu. Niet morgen, maar nu.

    Natuurlijk is dit een hele beangstigende gedachte. Mijn eetstoornis had ik jarenlang elke dag zorgvuldig aandacht gegeven, opgehemeld met een reden. Ik had jarenlang elke dag het zaadje wat meer water gegeven en zien groeien. Nu moest ik de boom die ik zo voorzichtig had gekoesterd af gaan breken. Hier was ik nog helemaal niet klaar voor.

    Een deel van deze weerstand kwam echter ook voort uit mijn gezonde kant. Wat nou als ik te snel ga…? Wat nou als ik hierdoor terug ga vallen? Wat ga ik doen om mijn spanning nu te reguleren? Mijn eetstoornis had ik een tijd ingezet om met spanning om te gaan, hoe zou ik dit nu gaan vervangen? Allemaal vragen waar ik maar lastig een antwoord op had. Dit had ik kunnen bespreken in therapie om hier advies of tips voor te krijgen, maar dat deed ik niet. In plaats daarvan liet ik mijn eetstoornis met deze gedachtes aan de haal gaan. Ik begon meer en meer te geloven dat ik niet zou slagen in het herstellen; dat ik mij maar moest neerleggen bij een leven met een eetstoornis. Mijn eetstoornis versterkte mijn gezonde angsten en zorgde ervoor dat deze angsten haast de nieuwe norm werden.

    Hoe lastig ik het ook vond, het werd mij duidelijk dat ik een stapje terug moest doen. Mijn eetstoornis heeft jarenlang kunnen sudderen. Toch wilde ik binnen een maand hersteld zijn. Natuurlijk is dat een mooi streven, maar voor mij was het niet haalbaar. Bewust heb ik, samen met dezelfde therapeut, ervoor gekozen om meer subdoelen op te stellen. Op deze manier kon ik wat gerichter naar de kleinere doelen toewerken zonder mijn eigen herstel te saboteren. Ik kon de grotere doelen wat meer loslaten en mij meer richten op wat ik op dat moment voelde en ervoer.

    Lukt het jou om jouw tempo aan te voelen en daar naar te luisteren?

    Bron: Proud2bme

    #241748

    Luka
    Moderator

    Voor als je bent aangeraakt

    We zitten samen op de bank. Mijn moeder, mijn zusje en ik. Het is al wat later op de avond en we kijken de Titanic. Alles gaat goed, tot de scene in de auto voorbij komt waarin Jack en Rose met elkaar zoenen. Ik voel me meteen ongemakkelijk worden en met een smoesje vlucht ik de badkamer in. Met mijn ogen dicht ga ik op de toiletbril zitten. Mezelf in de spiegel aankijken kan ik nu echt even niet aan. Alles is even teveel en ineens ben ik terug in de tijd. Ik sta weer met mijn rug naar hem toe. Zijn handen op mijn borsten, waar ze niet horen.

    Al eerder schreef ik ‘voor als je bent aangeraakt.’ Hierin vertelde ik over mijn verleden met misbruik. Ook al noemde ik het destijds geen misbruik, nu zou ik het wel zo noemen. Het is niet oké om op deze manier met, in dit geval, een kind om te gaan. Om op deze manier misbruik te maken van de situatie en de naïviteit van het kind in kwestie.

    In de jaren die volgden, groeide het trauma. Het zaadje was geplant en werd elke dag meer en meer gevoed. Zonder dat ik het zelf eigenlijk door had. Dit is zo’n specifiek moment geweest dat ik als signaal op had kunnen vatten, maar waar ik niks mee heb gedaan. De wonden leken nog te vers, waren misschien ook nog niet geheeld genoeg.

    Ongemakkelijk gevoel
    Gespannen zat ik even later weer netjes op de bank. Ik durfde niemand aan te kijken. Ik was als de dood dat anderen iets aan mij zouden zien. De film volgen lukte mij ook niet meer. Blind staarde ik een beetje naar de tv, de beelden kwamen voorbij, maar niet meer binnen. Ik voelde me ineens een beetje verdoofd. Alsof ik even mijn eigen lichaam uit was getreden.

    Deze momenten bleven zich herhalen. Gelukkig had ik niet veel herbelevingen meer, maar het onbehagelijke gevoel dat ik kreeg als ik terugdacht aan het misbruik, voelde ik des te meer. Seks werd in mijn hoofd hierdoor geassocieerd met schaamte en een ongemakkelijk gevoel dat ik niet goed kon plaatsen.

    Soms overviel het me. Als ik er niet op rekende, werd ik ineens geconfronteerd met het deel dat ik nog niet had verwerkt. Als ik bij een vriendin een film keek, lukte het me niet om rustig te blijven kijken. Het ongemakkelijke gevoel kroop weer omhoog en als vlucht bood ik dan maar aan om drinken te halen. In de keuken kon ik even ademen, rustig worden. Ik was hier ondertussen al een stuk ouder. De link naar het misbruik van vroeger legde ik zelf niet eens meer. Het ging puur om het gevoel dat ik niet kon plaatsen. Waar ik geen grip op leek te hebben.

    Dat het misbruik een enorme impact op mij had ontkende ik. Ik pakte mijn leven op waar ik het had stilgelegd en probeerde het te vergeten. Het viel allemaal wel mee en ik kon het toch niet ongedaan maken. Niemand had er wat aan als ik hier nu moeilijk over ging doen.

    Mijn probleem ontkennen
    Ik bleef seks echter zien als iets vreemds, iets groots. Ik begreep de big deal niet zo goed en ik snapte al helemaal niet waarom zoveel films het nodig vonden om dit te laten zien. Ik zat helemaal niet te wachten op die seksscènes. Helemaal geen films meer kijken, vond ik ook zo’n onzin. Vaak pakte ik tijdens deze momenten mijn telefoon om de tijd een beetje te doden. Doorspoelen deed ik niet. Dan erkende ik dat ik er toch wel mee zat en dat was niet de bedoeling.

    Thuis hadden we het eigenlijk nooit echt over seks. Toen mijn zusje en ik bijna in de puberteit raakten, vonden we ‘ineens’ een boek over seksuele voorlichting. Er zal vast nog een gesprekje zijn geweest, maar dat kan ik mij niet eens meer heugen. Seks was geen big deal en hierdoor misschien wel juist een big deal.

    Tijdens mijn eerste EMDR sessie over het moment in de gang, het moment van het misbruik, kwam het onbehagelijke gevoel weer terug. Ik herkende het meteen. Dit was wat ik altijd heb gevoeld. Ineens was het mij duidelijk. Ineens wist ik waar dit gevoel vandaan kwam. Mijn gevoel had een bron, een oorsprong. Ik wist nu ook wat deze bron was.

    EMDR heeft mij geholpen om deze gevoelens aan te gaan. Het heeft mij al erg geholpen om te weten waar dit allemaal vandaan kwam. Ineens werd er veel voor mij duidelijk. De naweeën die mijn trauma had achtergelaten. Langzaamaan durfde ik dit gevoel iets meer toe te laten. Gek genoeg hielp het aangaan mij juist om het te accepteren, waardoor ik er minder last van kreeg.

    Op dit moment kan ik op zich prima naar seks kijken op tv. Het gevoel is veel minder, misschien wel weg, evenals de confrontatie. Ik heb het er best lastig mee gehad dat dit moment mij op deze manier getekend heeft, maar ik weet dat dit niet mijn schuld is. Ik heb niks misdaan. Niks fout gedaan, maar ik ben wel de enige die in contact staat met dit gevoel. Ik ben de enige die dit kan veranderen en gek genoeg gaf mij dat wat rust.

    Mocht jij dit (deels) herkennen, is het denk ik raadzaam om te kijken wat jou precies triggert en wat hier aan ten grondslag ligt. Toen ik jonger was hielp het mij om deze trigger te vermijden. Mijzelf die rust te gunnen. Uiteindelijk heb ik de stap gezet om het probleem dat hier achter schuilging aan te gaan, maar het is aan jou wanneer jij hier klaar voor bent.

    Hoe ga jij om met triggers die herbelevingen opwekken?

    Bron: Proud2bMe

    #242202

    Luka
    Moderator

    Praat-therapie, wat heb ik er aan?

    Ben je al naar de dokter gegaan? Heb je hier al eens met een psycholoog over gesproken? Zou je dat niet willen? Nee. Therapie bedoel je? Ik weet het niet zo goed. Hoe zou mij dat kunnen helpen? Hoe werkt dat dan en wat heb ik er aan?

    Er zijn natuurlijk verschillende soorten therapie. Denk aan creatieve therapie, muziektherapie, EMDR, PMT en ga zo maar door, maar waar ik het voor nu even over wil hebben is psychotherapie ofwel: Praat-therapie. “Uhuuuu en wat gaat een beetje praten over mijn gevoel me helpen,” denk je misschien? “Ik kan het er ook met m’n vrienden of m’n ouders over hebben. Nou ja, ja, kan, want ik vind dat toch best wel lastig hoor. Ik wil ze ook niet kwetsen of lastig vallen.”

    Begrijpelijk dat dat het laatste is dat je wilt doen. Zelf heb ik daar ook wel mee geworsteld. Het was al een hele stap om voor de eerste keer open en eerlijk te zijn over m’n eetstoornis. Gelukkig viel dat uiteindelijk allemaal reuze mee. M’n omgeving reageerde begripvol en behulpzaam, al konden ze het niet altijd helemaal bevatten of begrijpen, maar hoe blijf je open en eerlijk als het na zoveel jaar nog steeds niet over is? Hoe blijf je iemand keer op keer teleurstellen? Jezelf teleurstellen? Ik wenste zo dat het allemaal voorbij was. Dat ik het gewoon kon negeren dat het dan vanzelf zou verdwijnen, maar dat gebeurde niet. Ik moest uit m’n therapie halen wat erin zat. Ik had hulp nodig.

    Mijn omgeving kon mij goed steunen, maar ergens hield hun steun natuurlijk op. Ze waren geen professionals op het gebied van psychologie of eetstoornissen. Bovendien konden ze niet objectief naar mijn situatie kijken. Daarmee wil ik niet zeggen dat je ze er dan maar niet bij moet blijven betrekken, nee, je omgeving, ofwel je sociale vangnet, is ontzettend waardevol en iets dat iedereen in mag zetten, eetstoornis of niet. We hebben immers allemaal wel eens wat. Niemand is perfect, maar je hoeft het niet alleen te doen. Heel gezond juist om dan in de eerste instantie hulp en steun bij je omgeving te zoeken.

    Toch kan therapie op zo’n moment iets extra’s bieden. Iets dat je omgeving je niet kan geven. Expertise op jouw probleemgebied en iemand die op een objectieve manier naar jouw verhaal luistert. Iemand die niks van jou verwacht en niet over je oordeelt. Gesprekken met een psycholoog leken mij in de eerste instantie vrij nutteloos. Wat gaat een beetje praten mij nou helpen? Ik moet juist concrete doelen en plannen hebben. Gewoon iemand die mij vertelt wat ik moet doen. Hoe ik dit op kan lossen. Iemand die me beter maakt. Was het maar zo simpel. Er is helaas geen wondermiddel dat je geneest van een eetstoornis.

    Wat belangrijk is bij psychotherapie is dat je eruit haalt wat je erin stopt. Als jij niet gemotiveerd bent is het voor de psycholoog heel lastig om met je te werken. Natuurlijk zal je de ene dag gemotiveerder zijn dan de andere dag, dat is oké, maar als jij niet wilt en niks doet dan gebeurt er ook niks. Therapie komt echt van twee kanten. Het is geen medicijn of operatie wat je z’n werk maar moet laten doen. Het is zelf werken. Samenwerken. Dit inzicht heeft even op zich moeten laten wachten, maar psychotherapie heeft me uiteindelijk wel echt geholpen. Psychotherapie valt op te delen in cognitieve gedragstherapie, systeemtherapie, groeps-psychotherapie, kinder-psychotherapie en individuele psychotherapie of een combinatie daarvan.

    Zelf heb ik zowel gezins-, groeps- als individuele psychotherapie gehad. Meer over mijn persoonlijke behandeling kan je hier lezen. Therapie was niet altijd even makkelijk. Op sommige momenten zat ik me in de wachtkamer af te vragen waar ik het nu in ‘s hemels naam over moest gaan hebben het komende uur en op andere momenten had ik juist ontzettend veel te vertellen. Op sommige momenten vielen de verwachtingen van een gesprek onwijs tegen en op andere momenten was ik toch maar weer verrast over hoe nuttig het afgelopen uur was. Elke keer was het anders, dus blijf ervoor open staan, ook na een wat mindere sessie. Ik was therapie soms zo beu, maar ik heb er wel heel veel geleerd:

    Hoe ben ik hier beland?
    Hoe komt het toch dat ik die eetstoornis heb ontwikkeld? Waarom is mijn zelfbeeld zo laag en voel ik me zo onzeker? Door middel van therapie kan je er achter komen wat er nou eigenlijk achter die eetstoornis zit. Je hebt hem immers niet voor een niets. Het heeft een reden. Pas als je weet wat er achter zit kan je leren om op een constructieve manier om te gaan met die gevoelens en het patroon te doorbreken. Je hoeft het niet allemaal in 1 keer te weten. Bij mij waren dit echt een soort van puzzelstukjes die langzaam maar zeker op z’n plek vielen. Bij elk puzzelstukje, al was het er 1 van de 1000, weer een stapje vooruit.

    Waar wil je naartoe?
    Ik wist helemaal niet meer waar ik nou heen wilde met m’n leven. Ik zat zo ontzettend verstrikt in m’n eetstoornis. Het voelde eigenlijk wel veilig en prima zo. Ik leefde in een bubbel. Kon me geen voorstelling maken van een toekomst. Waar moest ik beginnen? Therapie heeft me geholpen om doelen te stellen. Grote doelen, maar ook kleine doelen en die voor ogen te houden.

    Wat heb je daarvoor nodig?
    Oké, ik wil van alles. Ik wil herstellen. Me goed voelen. Me goed genoeg voelen, maar hoe dan? Ik zag soms door de bomen het boos niet meer . Door te praten over hoe ik me voelde en waar ik in vast liep kon ik er samen met mijn psycholoog achter komen wat ik nodig had om mijn doelen te bereiken.

    Wat houd je tegen?
    Naast te weten wat je wel moet doen is het vooral belangrijk om te herkennen wat je tegenhoudt. Onderzoek samen met je psycholoog de patronen waar je in verzeilt bent geraakt. Wanneer wordt dat eten moeilijk? Hoe ontstaat die eetbuidrang? Wanneer ben je weerbaar en wanneer juist niet? Welke gedachten gaan er in je om? Hoe kan je die weerleggen? Wat houdt je tegen en hoe kan je dat voor zijn?

    Welke tools kan je inzetten?
    Tijdens therapie stel je doelen en reflecteer je daar op. Soms lukt het goed en soms lukt het voor geen meter, maar je leert er hoe dan ook een heleboel van. Je leert wat werkt en wat niet werkt en je therapeut geeft je handige oefeningen mee. Stukje bij beetje vul je je denkbeeldige rugzak vool ervaring en tools. Tools die je op elk moment van je leven nog kan inzetten. Je komt hier echt uit als een sterker persoon.

    Je mag om hulp vragen
    Ik had het al eerder over dat sociale vangnet en hoewel je omgeving niet objectief of even ingelezen/ervaren is als je psycholoog zijn ze zeker niet onbelangrijk. Ook tijdens je therapiesessies zal je het hebben over je sociale vangnet. Misschien krijg je zelfs systeemtherapie met je omgeving of naasten. Het is echt oké om om hulp te vragen. Je hoeft het niet alleen te doen. Ook dit is iets dat ik heb mogen leren in therapie. Ik kreeg er als het ware een soort toestemming voor en dat stelde mij echt gerust.

    Fouten maken mag
    Je therapeut is er voor jou, niet andersom. Soms durfde ik het niet toe te geven als het allemaal niet zo goed was gelukt. Ik was bang dat m’n therapeut boos zou worden en me niet meer zou willen helpen. Daar sneed ik mezelf mee in de vingers. Je hebt je therapeut niet voor niks. Als het makkelijk was en je kon het allemaal zelf in één keer omgooien had je dat wel gedaan. Fouten maken mag. Het is oké. Niemand verwacht dat je meteen kan fietsen zonder zijwieltjes. Wees hierin echt eerlijk, want alleen als je eerlijk bent over je klachten kan je er mee geholpen worden.

    Je bent sterker dan je denkt
    Soms lijkt het allemaal voor geen ene meter te gaan en zou je het liefste willen opgeven, maar je psycholoog geeft niet op. Die is er voor jou en zal elk gesprek gewoon weer door gaan. Nou, dan moest ik misschien maar wel… Soms leek het alsof ik geen stap vooruit was gekomen, maar als ik dan samen met mijn psycholoog terugblikte op een jaar had ik toch wel stappen gezet. Je bent echt sterker dan je denkt. Je psycholoog zal deze krachten gemakkelijker in jou zien dan jijzelf doen en deze ook benoemen. Waarom zou ze er over liegen? Dat is nou weer het mooie aan het feit dat jullie geen vrienden of familie zijn.

    Jij hebt de regie in handen
    Misschien voelt het soms alsof alles maar gebeurt en jij er achteraan rent, maar in therapie leer je dat jij er meer over te zeggen hebt dan je nu misschien wel denkt. Oefening baart kunst, dat is wel zo, maar je zal zien dat jij kan leren om patronen te herkennen en doorbreken. Misschien met de hulp van je psycholoog. Niet alleen, nee, maar je doet het wel zelf. Jij zet die stappen. Jij hebt die kracht in je om te gaan met je leven waar jij dat wilt. Het pad is niet altijd een makkelijk pad, maar ook dat verandert van tijd tot tijd. Met ups en downs, met vallen en opstaan, bepaald jij de richting.

    Herken je dit en zou je nog iets toevoegen?

    Bron: Proud2bMe >>

25 berichten aan het bekijken - 51 tot 75 (van in totaal 82)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.

gasten online: 16 ▪︎ leden online: 3
Vero, Marjolein, Floortje
FORUM STATISTIEKEN
topics: 1.556, berichten: 8.956, actieve leden: 475