Seksueel geweld en seksueel misbruik van mannen en jongens

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Seksueel geweld en seksueel misbruik van mannen en jongens

  • Dit onderwerp bevat 86 reacties, 6 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 10/10/2021 om 12:07 door mara.
12 berichten aan het bekijken - 76 tot 87 (van in totaal 87)
  • Auteur
    Berichten
  • #255320
    Luka
    Moderator

    RIK (20) WERD VANAF ZIJN TWAALFDE TWEE JAAR LANG MISBRUIKT DOOR BESTE VRIENDEN VAN ZIJN OUDERS

    De 20-jarige Rik werd vanaf zijn twaalfde twee jaar lang seksueel misbruikt door twee mannen. Dat waren niet twee random onbekenden, maar de beste vrienden van zijn ouders. Het is de Week tegen Kindermishandeling en daarom besloot Rik zijn verhaal te delen in Start met Fernando.

    VAAK OVER DE VLOER
    Rik vertelt dat hij vaak over de vloer kwam bij het homostel, omdat hun pleegzoon zijn beste vriend was. Op een dag ging het mis. “Een van de twee mannen begon aan me te zitten in de sauna. Na een week begon ook de andere man mij te betasten. Dat duurde uiteindelijk tot mijn veertiende.”

    SNEL BOOS
    Anderhalf jaar lang durfde Rik niemand te vertellen over het misbruik. Daarnaast begreep hij niet volledig wat er precies aan de hand was. Dat veranderde uiteindelijk toen Riks beste vriend op school merkte dat hij zich heel anders gedroeg dan voorheen. “Ik schrok veel sneller en was ook snel op mijn tenen getrapt. Uiteindelijk besloot ik het hem te vertellen en na een aantal maanden ook aan twee andere vrienden van me. Een van die vrienden vertelde dat uiteindelijk door aan anderen. Toen ik daar achterkwam, ben ik woest en schreeuwend de les uitgelopen.”

    Na de les liep Rik terug naar het lokaal om zijn spullen op te pakken en werd hij aangesproken door zijn docent. Ook die merkte dat hij al een tijdje niet zichzelf was. “Hij vroeg me of ik hem wilde vertellen wat er met mij aan de hand was. Dat deed ik, waarna hij me doorverwees naar de maatschappelijk werkster van onze school. Zij bleef heel rustig en vroeg me wat ik hiermee wilde doen. Ik antwoordde dat ik het heel graag aan mijn ouders wilde vertellen. Toen belde zij mijn vader op met het smoesje dat mijn cijfers ontzettend beroerd waren.”

    Ik heb mezelf gepijnigd, waardoor ik littekens heb op mijn lichaam die ik nooit had mogen hebben.

    Rik (20)

    REACTIE OUDERS
    Riks ouders geloofden zijn verhaal gelukkig meteen. “Maar ze konden het nog niet echt bevatten. Ik stelde het de hele dag uit om van school naar huis te gaan, omdat ik bang was voor hun reactie. Dat is complete onzin. Mijn ouders reageerden eigenlijk heel lief en rustig. Ik heb een ontzettend goed gesprek met ze gehad en we maakten samen een plan met wat de volgende stappen zouden worden.”

    ‘TROTS OP WIE IK NU BEN’
    De daders werden uiteindelijk, na een lang politieonderzoek, veroordeeld tot drie jaar gevangenis, waarvan een jaar voorwaardelijk. Een klein stukje gerechtigheid voor wat Rik meemaakte.

    “Deze ervaring heeft mijn leven in het begin in ontzettend negatieve zin beïnvloed. Ik heb mezelf gepijnigd, waardoor ik littekens heb op mijn lichaam die ik nooit had mogen hebben. Daarnaast heb ik heel erg met mezelf in de knoop gezeten en problemen gehad, zoals woedeaanvallen. Ik vertrouwde ook helemaal niemand meer. Nu sta ik gelukkig superpositief in het leven. Ik heb geen last meer van woede. Ik kan zeggen dat alles wat ik heb meegemaakt mij heeft gemaakt tot de persoon die ik nu ben. Ik ben er trots op dat ik andere mensen kan helpen door mijn verhaal te delen.”

    ADVIES
    Rik werkt nu samen met Team-Kim. Dit team geeft voorlichting over kindermishandeling aan kinderen, jongeren en professionals in Nederland. Aan de hand van persoonlijke verhalen van jongvolwassenen maken zij kindermishandeling bespreekbaar. Aan de slachtoffers die hetzelfde meemaakten als hij, wil Rik adviseren om er vooral met anderen over te praten. “Er is niets waar je je voor hoeft te schamen. Het is nooit jouw schuld. Het is nu eenmaal een deel van je leven en daar moet je mee leren omgaan. Dat zal je uiteindelijk ook lukken, maar je moet het echt de tijd geven.”

    Ook voor hulpverleners heeft Rik een belangrijke boodschap: “Luister altijd naar het slachtoffer. Probeer je concentratie er altijd bij te houden tijdens het gesprek. Voer zo’n gesprek ook in alle rust en kalmte. Zorg ervoor dat het slachtoffer even niet aan die nare situatie hoeft te denken, ga een balletje trappen of wandelen. Daarnaast kan je nooit vaak genoeg vragen hoe het met diegene gaat. Als het een keer minder goed gaat, wees er dan ook voor diegene.”

    HULP BIJ SEKSUEEL MISBRUIK
    Ben jij slachtoffer van seksueel misbruik en heb je hulp nodig? Neem contact op met Slachtofferhulp. Zij kunnen je emotionele ondersteuning bieden of helpen bij het doen van aangifte. Ook vind je hier een community waar je met lotgenoten kunt praten.

    Bron: Funx.nl >>

    #255756
    Luka
    Moderator

    Slachtoffer misbruikzaak Utrecht: ‘Het heeft me geruïneerd, ik heb PTSS’


    Een van de flatgebouwen waar het misbruik volgens het OM plaatsvond NOS

    “Ik schaam mij nog steeds diep, en vind het enorm moeilijk om mijn gevoel echt te voelen. Ik voel me vies. Het lukt nog steeds niet echt om een beetje een normaal leven op te pakken”. Met die woorden richtte één van de slachtoffers in de Utrechtse misbruikzaak zich tot de rechter, het Openbaar Ministerie en de verdachten.

    Het OM heeft acht en tien jaar cel geëist en tbs met dwangverpleging tegen de twee verdachten in de zaak: Romeo A. (65) en Nicolaus L. (60). Ze worden verdacht van het runnen van een illegaal bordeel, seksuele uitbuiting van minderjarige jongens, verkrachting, mensenhandel en het maken van kinderporno.

    Naar schatting maakten ze dertig slachtoffers van tussen de 15 en 20 jaar. De tenlastelegging gaat uit van elf slachtoffers, onder meer omdat niet iedereen met de politie mee wilde werken. Zeven van de slachtoffers op de tenlastelegging zijn minderjarig.

    De NOS sprak met een van de slachtoffers, die in de rechtbank een verklaring aflegde. In het half jaar dat de jongen, die anoniem wil blijven, als escort werkte, ontving hij tussen de 150 en 200 klanten. Dat ging er vaak dwingend aan toe, vertelt hij over de verdachten: “Ze werden ook boos op mij en ik moest vaak seks met ze hebben. Ik mocht niet weigeren.”

    Proefdate met verdachten
    De jongens werden geronseld via berichtenservices en datingapps, zoals Bullchat. Romeo A. en Nicolaus L. gingen vervolgens met de slachtoffers op ‘proefdate’. Als ze daarbij in de smaak vielen, zetten de verdachten een profiel voor de jongens op Boys4U, een site waar gay escorts zich aanbieden. Ook kregen ze een werktelefoon. Romeo A. en Nicolaus L. regelden condooms en namen het geld van de klanten in ontvangst.

    Van tijd tot tijd moesten de slachtoffers ook seks hebben met Nicolaus L. als dank voor het gebruik van zijn woning voor betaalde seksafspraken, schetst het OM. Van Romeo A. moesten ze dulden dat hij met hen tongzoende en hen in hun broek greep.

    De verdachten zouden het bordeel vanuit hun eigen woningen in Overvecht gerund hebben. Begin 2018 kwamen daar tips over binnen bij de politie. Het OM noemt wat de verdachten deden ontluisterend. Ze hadden de namen van honderden mannen in hun telefoons, met naaktfoto’s, lichaamskenmerken en advertentieteksten erbij.


    Ik weet niet meer wat grenzen aangeven is in bed.

    Slachtoffer misbruikzaak

    Bij alle slachtoffers zijn de gevolgen groot. De jongen met wie de NOS sprak zegt: “Het heeft me geruïneerd. Ik kon me niet goed concentreren. Ik weet niet meer wat grenzen aangeven is in bed. Ik heb een heel laag zelfbeeld gekregen, ik heb PTSS.” Daarvoor volgt hij nu therapie.

    Niet iedereen was minderjarig, maar de slachtoffers waren zonder uitzondering kwetsbaar, zegt het OM: “Ze zijn op zoek naar bevestiging en gevoelig voor geld.”

    Het waren jongens of mannen die drugs gebruikten, psychische problemen hadden of dakloos waren. Het OM gelooft er daarom niets van dat de slachtoffers zelf een bewuste keuze maakten om zich als escort te verhuren, zoals de verdachten stellen, ook niet als ze volwassen waren.

    Uit de slachtofferverklaring van de jongen die de NOS sprak: “Ik was totaal alleen. Ik was door mijn ouders verstoten toen ik via Bullchat op zoek ging. Die afspraken gingen nooit verder dan samen eten en een beetje aanraken. Ik heb nooit betaalde seks gehad voordat ik een van de twee verdachten leerde kennen.”

    Romeo A. en Nicolaus L. ontkennen
    Ja, L. had seks met de jongens, zo verklaarde hij. Maar hij zegt niet te hebben geweten dat ze minderjarig waren. Hij zei op jonge mannen te vallen en dat hij het vooral gezellig vond dat ze naar zijn flat kwamen.

    Romeo A. verklaarde ook dat hij dacht dat alle jongens meerderjarig waren. Hij zou ze hebben willen helpen. Volgens A. waren het de jongens zelf die zich als escort wilden verhuren. Hij zou slechts geholpen hebben om dat zo veilig mogelijk te doen, door ze te begeleiden en profielen op datingsites voor ze op te zetten.

    Beide mannen zijn eerder veroordeeld voor pedoseksuele misdrijven. Romeo A. kreeg ook al eens tbs opgelegd. Nicolaus L. is volgens het OM verminderd toerekeningsvatbaar: “Door zijn stoornis was hij op zoek naar erkenning en intimiteit.” A. wilde niet meewerken aan onderzoek van het Pieter Baan Centrum.

    Bron: NOS.nl >>

    #255760
    Luka
    Moderator

    Jakob werd in zijn jeugd misbruikt door zijn moeder. ‘Haar reactie? Jij kon geen meisje krijgen’

    In iedere Rotterdammer schuilt een uniek relaas. Wekelijks tekent verslaggever Marcel Wijnstekers zo’n levensverhaal op. Jakob Janssens (61) werd in zijn jeugd misbruikt door zijn moeder. Nu wil hij een luisterend oor zijn voor slachtoffers van seksueel geweld. ,,Mensen die in de kreukels liggen, sluit ik in mijn hart.”

    Een aantal jaren geleden raakte ik in gesprek met een vrouw met een diep decolleté. Normaal let ik daar niet op, maar toen twee andere ‘goed bedeelde’ dames zich in het gesprek mengden, brak het zweet mij uit. Ik voelde me enorm angstig en kwam niet meer uit mijn woorden.

    Nadat ik was afgekoeld, heb ik de vrouw verteld over mijn verleden. Over mijn heftige jeugd in Delfzijl, met twee alcoholisten als ouders. Mijn vader, een automonteur, dronk een krat bier per dag; mijn moeder een fles Martini. Ze hadden een slecht huwelijk.

    Afkicken
    Mijn twee broers en zus hebben weleens tegen onze vader gezegd: als je wilt afkicken van de drank, dan staan we achter je. Pas nadat hij op latere leeftijd werd opgenomen in het verpleeghuis, kreeg hij geen drank meer. Ik weet nog dat hij me daarover trots opbelde.

    Hij liet nog een briefje na, waarop stond dat we bij de bank geld konden opnemen. Wat bleek? Rekening leeg

    Maar het was al te laat. Hij heeft mijn moeder totaal verwaarloosd. Op een gegeven moment is hij er tijdelijk met een andere vrouw vandoor gegaan. Liet hij nog een briefje na, waarop stond dat we bij de bank geld konden opnemen. Ik naar de bank. Wat bleek? Rekening leeg.

    Mijn moeder zat er helemaal doorheen. Als oudste kind kreeg ik de vaderrol toebedeeld. Dat is uit de hand gelopen. Op een avond zei mijn moeder: ik weet wel wat jij wilt. Toen heeft ze me meegenomen naar haar slaapkamer en begon ze me te zoenen. Ik bevroor en ging helemaal stuk. Die avond is mijn persoonlijkheid aan gort geholpen.

    Angst voor vrouwen
    Als opgroeiende jongeman voelde ik me niets waard. Ik had nauwelijks vrienden en was angstig voor vrouwen. Op school kon ik me niet concentreren. Een leraar vroeg: waarom haal je zulke lage cijfers? Naar mijn verhaal luisterde hij niet. Je moet gewoon beter je best doen, klonk het. De huisarts, bij wie ik het misbruik meldde, zei: ‘Hier wil ik niks mee te maken hebben.’

    In een christelijk koffiecafé in Delfzijl, het onderkomen van de Youth for Christ, herpakte ik mezelf. Deze mensen hebben iets samen, dacht ik. Geloof, liefde, een ander leven. Ik snapte er eerst niets van, maar ik wilde wel een ander leven. Tijdens een gebed met koorleden in een kerk in Appingendam kwam het besef: Jezus en God houden van mij.

    Vrouw van mijn leven
    In het koffiecafé ontmoette ik ook de vrouw van mijn leven. Het was liefde op het eerste gezicht. Zij is de eerste die naar mijn verhaal luisterde. Voordat we trouwden, spraken we over onze toekomst. Wordt het bij ons ook zo’n puinhoop? Ik sloeg met mijn vuist op tafel. ‘Ik wil niet drinken, mijn vrouw manipuleren, mijn kinderen misbruiken. Hier stopt het!’

    Ik heb mijn ouders vergeven voor hun zonden. Zelfs mijn moeder

    Maar in de Bijbel staat wel geschreven: eer uw vader en uw moeder. Ik heb mijn ouders vergeven voor hun zonden. Zelfs mijn moeder. Twintig jaar na het misbruik, heb ik haar erop aangesproken. Ik zei: dat was fout, ik ben er kapot aan gegaan, ik heb er therapie voor gehad, maar ik vergeef het je. Haar reactie? Jij kon geen meisje krijgen. Daarom deed ik het. Victim blaming. We hebben er nooit meer over gesproken. Nu is ze dood.

    Broeder
    Door mijn ouders te vergeven, was ik in staat om mijn leven als echtgenoot en vader van twee zoons en een pleegdochter op te pakken. Via een project van arbeidsbureau, dat mensen stimuleerde om in de zorg te gaan werken, ben ik in Rotterdam aan de slag gegaan bij Stadzicht, een woonzorglocatie voor ouderen met dementie.

    Vervolgens werd ik broeder bij Psychiatrisch Centrum Joris in Delft. Ik wilde hogerop en besloot de deeltijdstudie HBO-V op te pakken. Maar net nadat ik mijn propedeuse had gehaald, kreeg ik de longziekte Sarcoïdose.


    Op het Kruisplein hangt het portret van Jakob en andere deelnemers van de expositie ‘Wij doorbreken de cirkel van geweld’. © Marcel Wijnstekers

    22 jaar heb ik thuis gezeten. Gelukkig is de ziekte zes jaar geleden uitgedoofd. Sindsdien heb ik het vrijwilligerswerk opgepakt. Ik ben een verbinder, dus breng ik mensen samen. Ik heb een kookgroep begeleid, klussers aangestuurd, die mensen in de wijk helpen.

    Lotgenoten
    Ook ben ik begonnen met de opleiding Howie the Harp, die mensen met een traumatisch verleden opleidt tot spreekbuis voor lotgenoten. Ik wil een luisterend oor zijn voor slachtoffers van seksueel geweld. Mijn eerste praatgroep begeleid ik al. Online, nu.

    Helaas heeft het coronavirus ook mij gegrepen. Met mijn slechte longen heb ik twaalf dagen in coma gelegen. Het was kantje boord. Nog altijd ben ik aan het revalideren, maar ik geef niet op. Ik wil door.

    Ik wil er zijn voor mensen, die in de kreukels liggen. Die sluit ik in mijn hart. Naar mijn verhaal werd niet geluisterd, maar ik luister wel naar de verhalen van anderen. Bij mij krijg je alle ruimte. Ik oordeel niet. Je mag er zijn. Ik heb afgerekend met mijn minderwaardigheidscomplex. Nu is het tijd om anderen daarbij te helpen.

    Bron: AD.NL >>

    #256829
    Mark
    Moderator

    ‘Als hij mij aanrandde, deed ik alsof ik sliep’


    Jan Van Aken: ‘Slachtoffers kunnen op verschillende momenten nood hebben aan erkenning, niet enkel bij het uitbrengen van hun verhaal. Erkenning is een sleutelbegrip.’ © KOEN BAUTERS

    Als jong voetballertje botste Jan Van Aken op een pedoseksuele trainer. Van zijn achtste tot zijn twaalfde werd hij regelmatig misbruikt. ‘Sindsdien ben ik nooit meer onvoorwaardelijk gelukkig.’

    Jan Van Aken (41): ‘Op mijn zevende begon ik te voetballen bij de lokale vierdeprovincialer in Opdorp, een deelgemeente van Buggenhout. Hij was de trainer van ons team, Jozef A., een alleenstaande dertiger die samenwoonde met zijn moeder. Achteraf bekeken beschouw ik het eerste jaar als zijn inwerkperiode. Mijn ouders waren niet echt voetbalminded, maar hij kreeg hen toch zo ver dat ze zich almaar meer gingen engageren voor de club. Vrij snel werkte hij zich binnen in het sociale weefsel van mijn ouders. In geen tijd was hij aanwezig op de wekelijkse tennisbijeenkomsten waar mijn vader ook naartoe ging. Mijn ouders spraken altijd vol lof over hem. Hij werd een vriend aan huis. A. was kinderpsycholoog, verbonden aan een medisch-pedagogisch instituut in de buurt. Daar werkte hij met kinderen die de jeugdrechter er plaatste, voornamelijk jongens met ernstige gedrags- en karakterstoornissen.

    Op diegene die dit had kunnen vermijden, ben ik lange tijd bijna kwader geweest dan op de dader zelf.
    Jan Van Aken

    ‘Ook in de rest van het dorp genoot A. veel aanzien. Hij slaagde erin ons team te laten deelnemen aan gerenommeerde buitenlandse toernooien. Op die manier zagen wij als kleine pagadders een groot deel van Europa en kwamen we zelfs in Amerika. In Finland stonden we tijdens de Kokkola Cup tussen teams van Manchester United en Chelsea. Telkens we terugkeerden van zo’n toernooi, barstte er een waar dorpsfeest los met zang en dans. A. kreeg bij zo’n thuiskomst steevast een bloemenkrans rond zijn nek en werd letterlijk op een piëdestal gezet.

    ‘De moeder van één van mijn teamgenoten was in die tijd aan de slag in de wijkschool in Opdorp. Zo slaagde A. erin om ook jaarlijks mee op bosklassen te gaan. Hij deed dat vrijwillig, volledig onbezoldigd. Heel het dorp dacht: kijk eens wat die man allemaal doet voor onze kinderen. Maar er zat een duistere kant aan zijn engagement.’

    Niemand iets zeggen
    ‘Het misbruik sloop binnen. Het begon met aanrakingen die ongemakkelijk aanvoelden. Nadien kwamen er momenten waarop ik apart gehouden werd van de groep, bijvoorbeeld om te trainen op hoek- en strafschoppen. Bij het douchegebeuren was hij meestal aanwezig. Stap voor stap ging het verder. Uiteindelijk maakte ik het ganse scala mee, van onaangename aanrakingen tot en met verkrachting.

    ‘A. liet mij vaak verstaan dat ik tegen niemand iets mocht zeggen, omdat er anders van alles zou gebeuren met mijn ouders. Dat hakt erin bij een kind. Soms gaf hij me het valse gevoel dat ik speciaal was. De aanvoerdersband droeg ik dankzij hem, gaf hij te kennen. Maar regelmatig kreeg ik ook de wind van voren. Mijn één jaar oudere broer, die in hetzelfde team speelde, werd vaak door hem verheven. Dat heeft de relatie met mijn broer lange tijd getroebleerd.

    ‘In die eerste periode kwam het nooit in mij op om iets over het misbruik te zeggen tegen wie dan ook. Ik kreeg nochtans een goede opvoeding, met ouders die me veel vertrouwen gaven en mij omringden met de beste zorg. Ik had ook superlieve grootouders; mijn grootvader was een prachtmens. Toch heb ik er zelfs bij hem nooit aan gedacht het te vertellen. In die tijd, midden de jaren tachtig, kwamen zulke zaken nergens aan bod. Misschien zou het anders geweest zijn mocht er rondom mij over het thema gepraat zijn, maar dat weet ik niet zeker.

    ‘Net zoals al mijn vrienden voetbalde ik graag. Ik wilde mijn hobby en vrienden niet zomaar opgeven. Ik was ook goed en had de drang om altijd de beste te zijn, zowel naast als op het veld. Zo herinner ik mij een spel tijdens een zomerkamp. De winnaar zou een zak snoep krijgen. Ik won. Maar die zogenaamde prijs moest ik bij hem op de ontspanningskamer in ontvangst gaan nemen. Uiteraard randde hij me daar toen ook aan. Had ik vooraf geweten dat ik die prijs apart zou moeten ophalen, dan was ik zonder twijfel als laatste geëindigd.

    ‘Op den duur kon ik goed inschatten wanneer de kans bestond dat hij me zou aanvallen. Bij trainingen zat hij op zijn vertrouwde terrein. En de gevaarlijkste momenten waren natuurlijk de zomerkampen en buitenlandse toernooien, wanneer alle controle en ouderlijk gezag weg waren. Door het vertrouwen dat hij bij mijn vader en moeder had gewonnen, slaagde A. er ook in mij te laten overnachten bij hem thuis. Dat gebeurde als mijn ouders eens weg moesten en voor hun vier zonen een onderkomen zochten. A. bood hen dan een slaapplaats voor mij aan. Op zulke momenten werd ik echt ziek. Ik kreeg last van psychosomatische klachten, buikpijn en hoofdpijn. Mijn ouders gingen in die tijd met mij naar verschillende kinderartsen, maar nooit werd in de juiste richting gezocht naar de oorzaak van mijn klachten. Men ging ervan uit dat ik een zwakke gezondheid had.

    ‘Het misbruik duurde van mijn achtste tot mijn twaalfde. Daarna krijgen jongens lichaamskenmerken die niet langer tot de verbeelding spreken van pedoseksuelen. Dus hield het op, althans voor mij. Over de vraag of er ook andere slachtoffers waren, dacht ik toen niet na, zelfs niet toen mijn vijf jaar jongere broer bij de club kwam. Je zit zo ver weg dat je daar op dat moment geen oog voor hebt. Gelukkig bleven mijn broers gespaard van misbruik.’

    Geen identiteit meer
    ‘Sommige mensen in onze club, in onze school en in de werkomgeving van A. wisten dat hij pedoseksuele neigingen had. Begin de jaren tachtig was er een voorval geweest met de hoofdschool, op bosklassen. Enkele leerlingen hadden er gepraat over ongepast gedrag van A. tegenover twee jongens. Na een gesprek met die twee jongens had de hoofdschool besloten om A. niet meer mee te nemen op bosklassen. Maar mijn school, de wijkafdeling van die hoofdschool, besliste wat later om hem toch weer te laten meegaan. Zo kwam het dat A. erbij was toen ik met het vijfde leerjaar op bosklassen ging. Daar deed zich iets voor waar ik nog altijd zeer kwaad om ben. We moesten er in kleine groepjes een wandeling maken zonder begeleiding. Na een tijdje kwamen de groepjes terug op het terrein, ook het mijne. Maar één groepje bleef achter. A. stond bij ons te wachten, samen met een leerkracht die op de hoogte was van het incident met de hoofdschool. A. zei dat hij dat ene groepje wel zou gaan zoeken. ‘Ik zal Jan meenemen’, hing hij erachter. Tot mijn grote verbazing ging die leerkracht akkoord. Beeld je dat in: een juffrouw die een jongen van tien laat meegaan met een man van wie ze weet dat hij zulke dingen gedaan heeft. Die keer ben ik heel zwaar aangerand en heb ik echt doodsangsten uitgestaan. Die momenten staan in mijn geheugen gebrand. Ook de dagen nadien misbruikte hij mij. Hij deed de nachtronde en geneerde zich niet om de slaapzaal binnen te stappen en zijn ding te doen. Op die leerkracht, diegene die dit had kunnen vermijden, ben ik lange tijd bijna kwader geweest dan op de dader zelf. Dankzij de therapie die ik vandaag volg, leer ik die ervaringen intussen te verwerken en een plaats te geven. Maar dat volwassenen het weten, garandeert dus niet dat er iets ondernomen wordt. Misschien wilden mensen gewoon niet geloven dat A. zulke dingen deed.

    ‘Na mijn twaalfde ging ik almaar beter beseffen wat er gebeurd was. Vaak ging ik letterlijk voor de spiegel staan en vroeg ik: ‘Wie zijt gij?’ Ik had geen eigen identiteit meer, geen mening, geen enkele houvast. Op school gingen mijn punten zienderogen achteruit. Mijn ouders dachten dat ik een moeilijke jongen was die het zich allemaal niet erg aantrok. Maar als ze kwaad op me werden, kwam dat bij mij heel hard binnen. Ik voelde me altijd onrecht aangedaan. Vaak dacht ik: jullie moesten eens weten waar ik mee zit. Ik overwoog weg te lopen van huis. Ik begon veel alcohol te drinken en te experimenteren met softdrugs. Ik ging ook almaar vaker aan de dood denken. Eén keer heb ik in Malderen op het perron gestaan, maar ik durfde niet te springen. Het haar op mijn armen komt recht als ik aan dat moment terugdenk. Het werd me duidelijk dat ik zou moeten kiezen: eruit stappen of iets ondernemen.’


    Jan Van Aken: ‘Wij, volwassenen, moeten ons ervan bewust zijn dat we een verpletterende verantwoordelijkheid dragen naar onze kinderen toe.’ © KOEN BAUTERS

    Toch waardevol zijn
    ‘In de eerste graad van de middelbare school leerde ik een lerares kennen met wie het contact heel goed verliep. Er ontstond een hechte vriendschapsband tussen ons, in die mate dat ze regelmatig bij ons thuis kwam. Ook nadat ik geen les meer van haar kreeg, hielden we contact, tot in het zesde middelbaar. Toen, op mijn zeventiende, vond ik het tijd om mijn geheim met iemand te delen. Liefst wou ik het eerst aan iemand anders vertellen dan mijn ouders; ik wist dat zij met een gigantisch schuldgevoel zouden zitten. Dus nam ik die lerares in vertrouwen. Het werd het begin van verscheidene gesprekken met haar waarin ze me overtuigde om samen naar het PMS te stappen ( psycho-medisch-sociaal centrum, nu centrum voor leerlingenbegeleiding, nvdr).

    ‘Na een wekenlange voorbereiding brak het moment aan om mijn ouders en de omgeving in te lichten. Het PMS nodigde mijn moeder en vader uit, zogezegd om over mijn mindere schoolresultaten te praten. Zelf wachtte ik thuis af, samen met die lerares. Ik voelde een gigantische stress. Ik wist dat de reactie van mijn ouders wel oké zou zijn, maar ik was bang voor hun enorme verdriet. Toen ze thuiskwamen, bleek die vrees terecht. Niemand wil zijn ouders op die manier zien. Ze zeiden: ‘We hebben je bij hem laten logeren en meegegeven op reis, terwijl jij probeerde aan te geven dat je dat niet wou.’ Er is die dag vooral veel geweend. Ook mijn broers kwamen erbij. Met hen had ik een relatie zoals de meeste broers op die leeftijd: een eerder oppervlakkige band. Als je broers je in zo’n context dan stevig vastpakken, doet dat iets met een mens. Die onmiddellijke erkenning van mijn directe omgeving was op dat ogenblik heel belangrijk voor mij. Mijn ouders, broers en familie lieten direct voelen hoe waardevol ik was. Voor het eerst bleek dat ik wél iemand was, dat ik wél iets gepresteerd had.

    ‘In de dagen na mijn getuigenis werd A. aangehouden. Dat gebeurde tijdens de bosklassen met de wijkschool van Opdorp. Het nieuws ontplofte in Buggenhout als een bom: dé man van het dorp opgepakt. Plots stonden er journalisten aan onze deur, ook van een rioolblad als Blik. Verscheidene mensen in het dorp werd gevraagd wat ze vonden van de zaak; elke dag stond er wel iets in de krant. Wekenlang kwam ik niet buiten. Naar school ging ik niet meer.

    ‘Als een zeventienjarige zo’n held van zijn voetstuk haalt, ontstaan er snel twee kampen. Dat van de non-believers was tot mijn verbazing behoorlijk groot. Sommige ouders vonden dat de zaak opgeblazen werd. De vader van één van de spelers sprak van een fait divers. Ik had heel wat vrienden in het dorp, maar uiteindelijk hield ik er daar maar enkele van over. Ook mijn ouders verloren veel mensen uit hun entourage. Het hele gebeuren had een enorme impact op mij en mijn familie. Toch was ik opgelucht, want ik kreeg ook veel hartverwarmende reacties. Dat is cruciaal voor mensen die met hun verhaal naar buiten komen. Erkenning is een sleutelbegrip. En die erkenning kan in heel veel zitten. Een club die een aanspreekpunt installeert, zorgt ook voor een stuk erkenning van slachtoffers.

    ‘Mijn ouders namen een advocaat onder de arm en stelden zich burgerlijke partij. De ouders van twee andere slachtoffers sloten zich daarbij aan. A. kreeg in 1995 zeven jaar gevangenisstraf. Dat gaf weer een stuk erkenning. Ook kwam er een beperkte schadevergoeding. Toen die werd uitgekeerd, zei ik tegen mijn ouders: ‘Doe ermee wat je wil.’ In mijn ogen was dat bloedgeld.’

    Dubbel gevoel
    ‘Rekening houdend met wat er gebeurd was, delibereerde mijn middelbare school mij op het eind van het zesde middelbaar. Na het proces ging ik vastbesloten criminologie studeren, grotendeels ingegeven door wat ik had meegemaakt. Maar achteraf bekeken was ik daar mentaal absoluut niet klaar voor. Na twee jaar stopte ik ermee. Ook toen ik nadien voor maatschappelijk assistent ging studeren, lukte het niet. Ik zat nog altijd niet goed in mijn vel. En ik volgde wel wat therapie, maar dat waren losse flodders. Op dat moment stond ik daar ook nog niet voor open. Ik besloot mijn studies stop te zetten en op zoek te gaan naar werk. Dat ik ten gevolge van het misbruik geen diploma hoger onderwijs heb, is nog altijd een enorm gemis voor mij.

    Het verbaast mij dat er heel weinig mannelijke sporters getuigen.
    Jan Van Aken

    ‘Intussen kwam er wel een positief vervolg aan het verhaal. De lerares met wie ik mijn geheim voor het eerst deelde, werd uiteindelijk mijn partner. Wij zijn intussen twintig jaar samen en hebben twee dochters. Als ik daar nu over nadenk, brengt dat wel een dubbel gevoel naar boven. Uiteraard had ik dat misbruik nooit willen meemaken, maar dan had ik ook mijn echtgenote niet op dezelfde manier leren kennen en zou ik vandaag mijn dochters niet hebben.

    ‘Eind 1999 of begin 2000 kwam A. vrij. Zo’n vier jaar later vroeg ik mij op een dag eens af wat er van die man zou geworden zijn. Nietsvermoedend tikte ik zijn naam in op Google. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Hij was naar India vertrokken en werkte daar weer met minderjarige voetballertjes, hoewel hem dat ten strengste verboden was. Ik legde een volledig dossier aan en toen ik al mijn informatie verzameld had, schreef ik verscheidene organisaties en personen aan. Maar ik kreeg het gevoel dat ik nergens ernstig genomen werd en dat niemand iets ondernam met mijn informatie. Na mijn getuigenis en het proces had ik mijn erkenning als slachtoffer gekregen, maar op dit moment miste ik een vorm van erkenning. Slachtoffers kunnen op verschillende momenten nood hebben aan erkenning, niet enkel bij het uitbrengen van hun verhaal. Dat ik die erkenning toen niet voelde, zorgde ervoor dat ik heel ver ging in mijn zoektocht. Ik ben mezelf toen compleet verloren.


    Jan Van Aken: ‘Ik hoop dat ik met mijn verhaal anderen ertoe kan bewegen om ook met hun verhaal naar buiten te komen.’ © KOEN BAUTER

    ‘Uiteindelijk begon ik te communiceren met een journalist in India. Die besloot in 2008 om A. te confronteren met de informatie die ik hem had bezorgd. De zaak ontplofte ginder. A. ontvluchtte het land en keerde terug naar België. Maar hier kon hem niks meer gemaakt worden; zijn vrijlating onder voorwaarden was intussen afgelopen en van misbruik in India was er geen bewijs. Tot in 2012. Toen werd in de kluizenzaal van een Leuvens bankfiliaal een blanco enveloppe gevonden met kinderpornografisch materiaal uit India. Onderzoek wees uit dat A. die enveloppe daar had laten vallen. Toen is hij opnieuw veroordeeld. Waar hij nu zit, in de gevangenis of niet, weet ik niet.’

    Terugval na terugval
    ‘Enkele maanden geleden beleefde ik een ernstige terugval. Zulke terugvallen hangen samen met mijn posttraumatische stressstoornis. Als ik in bepaalde situaties te veel stress ervaar en daardoor de controle dreig te verliezen, word ik letterlijk ziek. Ik krijg dan griep, diarree, koorts en ik moet braken. Er doemen sombere gedachten in mij op en ik krijg vaak black-outs. Die zijn een verschijningsvorm van dissociatie, een verdedigingstechniek van de geest die ik ook al onderging tijdens het misbruik. Als A. me aanrandde, deed ik bijvoorbeeld alsof ik sliep. Het was dan alsof mijn geest me er probeerde van te overtuigen dat iemand anders het misbruik meemaakte, dat ik enkel toeschouwer was.

    ‘Tussen mijn recentste en mijn vorige terugval zat maar vier jaar. Onlangs stond ik stil bij de gedachte dat ik intussen de veertig voorbij ben en dat ik nog altijd met mijn verleden worstel. Ik wil niet op het eind van mijn dagen moeten terugkijken en vaststellen dat het verleden heel mijn leven beheerst heeft. Dus ben ik heel bewust op zoek gegaan naar passende therapieën. Zo kwam ik onder andere terecht bij EMDR ( Eye Movement Desensitization and Reprocessing, nvdr), een vorm van traumatherapie.

    ‘Ik ondervind hoe moeilijk de verwerking voor mij is terwijl ik erover praat. Dus mag je niet onderschatten welke impact misbruik heeft op iemand die niet durft te praten. Ik hoop dat ik met mijn verhaal anderen ertoe kan bewegen om ook met hun verhaal naar buiten te komen, desnoods anoniem, en om hulp te zoeken. Hoe sneller je praat, hoe beter. Het verbaast mij dat er heel weinig mannelijke sporters getuigen. Als ik niet had gesproken, liep ik hier niet meer.

    ‘Als samenleving moeten wij ervoor zorgen dat slachtoffers ergens terechtkunnen. Er moet binnen jeugdverenigingen proactief over gepraat en rond gewerkt worden. Het is een slecht idee om te wachten tot een melding binnenkomt. En meldpunten bij federaties kunnen wel hun nut hebben voor het bredere plaatje, maar de vertrouwenspersonen binnen de vertrouwde omgeving, binnen de club, zijn cruciaal. Daarbij volstaat het niet om te zeggen: je kunt terecht bij trainer x of voorzitter y. Wie weet vraag je slachtoffers op die manier om te gaan biechten bij de duivel. Anderzijds zijn die vertrouwenspersonen best ook geen complete buitenstaanders, maar wel mensen die eventuele slachtoffers kennen, mensen die ze vertrouwen. Persoonlijk vind ik het ook belangrijk dat zo’n vertrouwenspersoon een vrouw is, zeker in een jongensmilieu. Ik zou met mijn verhaal nooit naar een man gestapt zijn.

    ‘Er moeten ook maatregelen komen om te garanderen dat de medewerkers binnen jeugdverenigingen koosjer zijn. Dan spreken we bijvoorbeeld over een bewijs van goed gedrag en zeden, model twee. Volledige zekerheid geeft dat niet, maar zo bouw je ten minste al een middel in dat mensen weert die zo’n bewijs niet kunnen voorleggen. De minister van Sport ( Philippe Muyters, N-VA, nvdr) is blijkbaar niet happig om dat te verplichten. Hij denkt dat veel vrijwilligers daardoor zullen afhaken. Maar ik heb liever dat het een volwassene wat hindert in zijn vrijheid om zomaar ergens aan de slag te gaan dan dat één kind gruwelijkheden moet meemaken. Trouwens: tegenwoordig vraag je zo’n bewijs bij wijze van spreken in een vingerknip aan. En men heeft speciaal zo’n model twee in het leven geroepen voor contexten met minderjarigen. Wel, dit zíjn contexten met minderjarigen. Hiervoor dient dit document, toch? Waarvoor anders? Wij, volwassenen, moeten ons ervan bewust zijn dat we een verpletterende verantwoordelijkheid dragen naar onze kinderen toe.’

    Verder dan ooit
    ‘Mijn kindertijd is mij volledig ontnomen; dat vind ik het ergste. Ook vind ik het verschrikkelijk dat dit tot nu toe gans mijn leven beïnvloed heeft. Sinds het misbruik ben ik nooit meer onvoorwaardelijk gelukkig; altijd is er die donkere rand. Maar ik voel nu wel dat ik in mijn herstel verder sta dan ooit. De fase waarin ik zit, is er een van afronden. Ik besef dat ik een stuk altijd zal moeten meedragen, maar het zwaarste gewicht wil ik uit mijn rugzak gooien. Met deze getuigenis wil ik nog één positief ding doen en dan afsluiten.’

    Bron: sportmagazine.knack.be

    #256871
    Mark
    Moderator

    Victor werd misbruikt door een neef en een hulpverlener: ‘Hij zei dat ik het vast ook lekker vond’


    De neef van Victor was keurig getrouwd en heel gelovig. Maar ook stiekem homoseksueel. © John Back

    Anno 2021 heerst er nog altijd een levensgroot taboe op seksueel geweld. Dat moet anders en daarom doen vijf slachtoffers hun verhaal aan deze krant. Deel 3: Victor (58) uit Den Bosch werd misbruikt door een neef en een hulpverlener.

    ,,Hij was keurig getrouwd en heel gelovig. Maar ook stiekem homoseksueel. Ik was nog een aapje, 16 jaar pas. Hij 33 en mijn grote neef. Als hij klaar met me was, dan ging hij bidden. Boete doen. Want hij wist natuurlijk donders goed dat het verkeerd was wat hij deed. Tegenover mij probeerde hij het echter goed te praten. ‘Zie je wel, jij vindt het óók lekker’, zei hij bijvoorbeeld als ik een erectie kreeg. Dat vond ik erg. Dat mijn lijf zo reageerde op iets wat ik helemaal niet wilde.

    Vier keer ben ik op de eerste hulp beland
    Maar ik onderging het. Voor wat hoort wat, voor niets gaat de zon op. Zoiets zat er in mijn hoofd, want ik mocht dus wel met hem mee naar Colorado, waar hij woonde. En ik wilde dolgraag weg uit Nederland. Weg van alles, want mijn jeugd was een hel.

    De kinderbe­scher­ming, hè? Nou ammehoela. Ik was 14 en door hem werd ik voor het eerst misbruikt
    Victor

    Ik groeide op met een psychopathische, sadistische vader. Soms dronk hij wel drie liter jenever per dag. Ik sloop door het huis, altijd bang dat de situatie weer zou ontploffen en hij zou gaan schreeuwen en slaan. Vier keer ben ik op de eerste hulp beland door hem. Hij zei dingen als dat ik dom was, niks kon. Dat doet wat met je zelfvertrouwen, hoor.

    Uiteindelijk zijn mijn ouders gescheiden, ik moest naar een internaat. Daar is mij niks gebeurd, maar ik wist dat er onderling veel werd gerotzooid, dat leiders misbruik maakten van jonge jongens. Ik vluchtte met een vriendje.

    Drie weken hebben we ondergedoken gezeten, tot we werden opgevangen door een man van de kinderbescherming. De kinderbescherming, hè? Nou ammehoela. Ik was 14 en door hem werd ik voor het eerst misbruikt. Ik moest hem aftrekken en pijpen. Soms wilde hij ook nog neuken ook. Nu zie ik pas hoe kwetsbaar ik was.

    Hij was zo aardig, ik kreeg eindelijk aandacht
    Na zeven pleeggezinnen kwam die oudere neef dus als geroepen. Wist ik veel. Hij was zo aardig, ik kreeg eindelijk aandacht. Hij nam me mee naar Parijs, we deden leuke dingen. Zo palmen ze je in, hè? Ze zijn zo gevat. Maar dat weet ik nu pas. Ik klampte me aan hem vast. Dit soort gasten weet precies wie ze kunnen slachtofferen. Bij mijn tante thuis gebeurde het voor het eerst. Eenmaal in Colorado ging het door.

    Als ik niet was misbruikt, was het nooit zover gekomen, dat denk ik echt
    Victor

    Na een paar jaar ben ik terug naar Nederland gegaan. Ik heb mezelf enkele jaren geprostitueerd. Aan mannen, aan echtparen, aan vrouwen. Zelfs sm. Waarom? Met seks kreeg ik aandacht, zo voelde dat. Maar je moet echt fucked up zijn om dat werk te kunnen doen. Als ik niet was misbruikt, was het nooit zover gekomen, dat denk ik echt.

    Later ben ik getrouwd, twee keer nog wel. Ik heb 25 jaar gewerkt, altijd gesport, toch kreeg ik last van vreselijke nachtmerries en herbelevingen. PTSS zei de psychiater, door mijn ellendige jeugd en het misbruik. Ik ben inmiddels afgekeurd. Bij een huiskamerproject heb ik mijn vriendin leren kennen. We zijn nu al tien jaar, acht maanden en twee dagen samen. Ja, dat weet ik precies. Ik heb me altijd eenzaam gevoeld, zo vreselijk eenzaam, maar eindelijk hoef ik niet meer te overleven. Wraakgevoelens heb ik niet meer. Ik voel me eindelijk gelukkig.”

    Bron: bndestem.nl

    #256872
    Mark
    Moderator

    Peter werd meer dan vijfhonderd keer misbruikt door familievriend: ‘Hij is zelfs op mijn bruiloft geweest’


    De moeder van Peter* dacht oprecht dat zijn zoon iets leuks ging doen met die vriend van de familie. In werkelijkheid reed hij naar het bos en verkrachtte daar Peter, elf jaar lang. © John Back

    Anno 2021 heerst er nog altijd een levensgroot taboe op seksueel geweld. Dat moet anders en daarom doen vijf slachtoffers hun verhaal aan deze krant. Deel 4: Peter* (48) uit Etten-Leur werd elf jaar lang misbruikt door een vriend van de familie.

    ,,Meer dan vijfhonderd keer heeft hij mij misbruikt. Ik kwam er pas achter toen ik het moest tellen voor mijn aangifte. Ik schrok er zelf van. Ik dacht dat het bij het leven hoorde. Dat mijn broer hetzelfde meemaakte, maar dat was niet zo.

    Mijn moeder dacht oprecht dat hij iets leuks met mij ging doen
    Peter

    Ik bevroor, iedere keer weer
    Het was een vriend van de familie. Hij werkte in het café van mijn ouders en maakte gebruik van de situatie. Na het werken zocht hij mij op of nam me mee, om iets leuks te doen. In zijn auto in het bos zat hij aan me, verkrachtte me. Ik bevroor, iedere keer weer.

    Hij drong mijn leven binnen. Ik was 12, hij een jaar of tien ouder. Mijn moeder dacht oprecht dat hij iets leuks met mij ging doen. Ze vertrouwde hem. Ik zei ook niets, want ik dacht dat dit bij het leven hoorde. Dat mijn broer dit ook meemaakte. Ik ging anders leven dan een normaal kind. Ik verdoofde mezelf om de dag door te komen en ‘s nachts te kunnen slapen. Ik was nog te jong, maar dronk al zo veel mogelijk alcohol. Dat was makkelijk als je boven een café woont.

    Hij wilde gewoon verdergaan
    Ik was opstandig, niet vriendelijk en had geen zelfvertrouwen meer. Nu nog steeds niet. In je jeugd ontwikkel je zelfvertrouwen, maar als iemand daar misbruik van maakt, komt dat niet meer goed. Elke keer als hij het café binnenkwam, wist ik al hoe laat het was.

    Dat heeft elf jaar geduurd, op wekelijkse basis. Totdat ik 23 jaar oud was en in het buitenland ging werken op een cruiseschip. Daar ben ik iemand anders geworden, heb ik geleerd om voor mezelf op te komen. En nog belangrijker: daar heb ik mijn vrouw ontmoet.

    Ik heb op school nooit geleerd over misbruik, wist niet wat het inhield
    Peter

    Na een half jaar kwam ik weer thuis. Die vriend van de familie was er nog steeds. Hij wilde weer. Ik weet nog precies de plek, daar in het bos. Hij wilde gewoon verdergaan, maar ik niet. Toen hij mij aanraakte, zei ik: ‘Nee, ik doet dit niet meer.’ Hij werd heel boos, vloekte en tierde.

    Het misbruik gebeurde niet meer, maar ik zag hem nog wel. Hij is altijd een vriend van ons gezin gebleven. Hij is zelfs op mijn bruiloft geweest. Ik heb op school nooit geleerd over misbruik, wist niet wat het inhield. Anders had ik misschien wel eerder aan de bel getrokken.

    Ik werd gek: dan stond ik onder de douche en voelde ik zijn handen over mijn lichaam
    Acht jaar geleden keek ik naar een documentaire waarin een jongetje vertelde over wat hij had meegemaakt. Ik dacht: dat is ook mijn verhaal. Een paar maanden heb ik het voor me gehouden, totdat het niet langer ging. Ik heb het mijn vrouw verteld en hulp gezocht. Vier jaar heb ik aangemodderd. Via de huisarts en de GGZ kreeg ik niet de juiste hulp.

    Totdat hij wéér in mijn leven probeerde te komen. Ik kwam hem tegen, hij deed heel vriendelijk tegen me. Vanaf dat moment kreeg ik dagelijks herbelevingen. Dan stond ik onder de douche en voelde zijn handen over mijn lichaam. Ik werd gek, sliep iedere nacht nog maar drie uur. Toen kwam alles eruit. Ik raakte mijn baan kwijt, bouwde schulden op.

    Mijn verleden moet niet aan de toekomst van mijn dochters knagen.
    Peter

    ‘Papa, je ogen staan anders’
    Dit jaar heb ik een uitkering gehad uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven waardoor ik kon worden geholpen. Twee weken lang zat ik intern en ben ik behandeld aan een posttraumatische stressstoornis. Toen ik daarna thuiskwam, zei mijn oudste dochter: ‘Papa, je ogen staan anders.’

    Sinds die behandeling voel ik me herboren. Ik heb geen herbelevingen meer. Ik ben een heel ander mens geworden, ook voor mijn gezin. Mijn dochters zijn nu 19 en 18, voor hen is het ook zwaar geweest. Zij mochten geen druppel drinken voor hun 18de. Je let meer op ze, ziet de gevaren. Ik zeg ook altijd dat ik ze kom halen, waar dan ook. Ik heb mijn jeugd verloren. Maar mijn verleden moet niet aan hun toekomst knagen.”

    *De naam Peter is gefingeerd uit privacyoverwegingen. De echte naam is bekend bij de redactie.

    Bron: bndestem.nl

    #256994
    Luka
    Moderator

    Rakim werd in Afrika geronseld en seksueel uitgebuit in een kelder in Amsterdam

    Vanwege de per 1 augustus 2019 aangepaste verblijfsregeling mensenhandel hebben dit soort in Nederland uitgebuite jongens geen recht meer op een verblijfsvergunning en zorg.

    Zit je zelf in een nare situatie of maak je je zorgen om iemand in je omgeving? Hier kun je anoniem chatten met een hulpverlener van Fier.

    Alhoewel de grootste groep slachtoffers van seksuele uitbuiting uit vrouwen en meisjes bestaat, worden ook mannen en met name jonge jongens gedwongen zich te prostitueren. Naar schatting in Nederland zo’n 250 per jaar. Via Lumens – Het Expertisecentrum Mensenhandel en (jeugd)Prostitutie in Eindhoven – kom ik in contact met zo’n jongen. De Ugandese Rakim (26) zat drie jaar en zes maanden opgesloten in een kelder in een buitenwijk van Amsterdam, waar hij seksueel werd uitgebuit.

    Als ik hem en zijn zorgcoördinator Danielle van Went opzoek in Eindhoven, vertelt hij me dat mannelijke slachtoffers als hij door de media vaak over het hoofd worden gezien. “Er zijn maar weinig jongens die aangifte doen, omdat ze vaak bedreigd en bang gemaakt zijn en door het taboe dat ze – eventueel in hun thuisland – ervaren op prostitutie en homoseksualiteit.” Onderzoek bevestigt dit. 85 procent van de mannelijke slachtoffers meldt zich niet bij politie en/of instanties en wordt dus nergens als slachtoffer geregistreerd.

    Nummer en videoclip
    Rakim ontsnapte uit zijn situatie omdat één van zijn klanten verliefd op hem werd. “Deze man heeft mijn pooier betaald om mij mee naar buiten te mogen nemen voor een uitstapje. Toen ben ik ontsnapt.” Hierna kwam hij in een vluchtelingenopvang in Eindhoven terecht. Daar ontmoette hij de 24-jarige Nigeriaanse Justice, die ruim twee jaar seksueel werd uitgebuit. Het tweetal maakte later samen een nummer en een videoclip over hun ervaring in de gedwongen prostitutie.

    Rakim en Justice werden allebei in hun thuisland geronseld door een Europeaan. “In Afrika zijn er Europeanen actief die tegen jongens als ons zeggen: kom naar Europa, je hebt daar een betere toekomst. Ik help je. En als je dan in Europa aankomt vertellen diezelfde mensen je dat je een schuld bij ze hebt. En dat je die schuld moet afbetalen door je te prostitueren.”

    Rakim vertelt dat hij samen met veel andere Afrikaanse jongens (waaronder ook minderjarigen) zat opgesloten en dat er, net als in een gevangenis, eten naar zijn kamer werd gebracht. “Iedere dag kwamen er klanten kijken om te zien hoe ik eruit zag. Als mijn uiterlijk hun beviel, werd ik uit mijn cel gehaald en naar een sekskamer gebracht. Daar had ik seks met klanten. Soms met vrouwen, maar meestal met mannen. Tussen de vijf en tien keer per dag.” Naar buiten mocht hij niet. Hij zat ruim drie jaar binnen.

    Aangepaste verblijfsregeling
    Gelukkig zijn Justice en Rakim inmiddels vrij. Rakim ontsnapte voor 1 augustus 2019, Justice daarna. Hierdoor heeft Rakim wel een verblijfsvergunning gekregen, heeft hij een eigen woning en werkt hij nu als ervaringsdeskundige, maar heeft Justice niets. Dit vanwege de per 1 augustus 2019 aangepaste verblijfsregeling mensenhandel. Voorheen kon de IND (de immigratie- en naturalisatiedienst), een verblijfsvergunning op humanitaire gronden, een zogenoemde B8-vergunning, verlenen aan slachtoffers van mensenhandel gedurende de looptijd van de strafzaak. Ook verviel dan de Dublin-claim, zodat de aangever niet terug hoefde naar het Europese land van binnenkomst en asiel kon aanvragen in het land waar ze op dat moment waren. “Waarschijnlijk ben ik één van de laatste in Nederland seksueel uitgebuite Afrikanen geweest die een verblijfsvergunning heeft gekregen,” zegt Rakim.

    Nu de verblijfsregeling mensenhandel is aangepast, wordt na een aangifte van een slachtoffer binnen vier weken besloten of die aangifte leidt tot een onderzoek, en alleen als dat zo is, wordt de B8-vergunning verleend. Bovendien blijft de Dublin-claim van kracht en kan de aangever geen regulier asiel in Nederland aanvragen als dit niet het eerste land van binnenkomst in Europa is.

    Deze wijziging heeft ingrijpende gevolgen voor de bescherming van slachtoffers en de opsporing van de daders. Rakim en Justice kwamen, zoals de meeste immigranten uit Afrika, niet aan in Nederland, maar in Italië. De nieuwe regeling betekent voor een slachtoffer als Justice dus dat hij na zijn ontsnapping uit de Nederlandse mensenhandel hier geen asiel kan aanvragen, maar terug moet naar Italië om het daar te proberen. “Een plek waar je niet heen wil,” zegt hij, “vanwege het racisme, het gebrek aan werk, de arbeidsuitbuiting en de afschuwelijke vluchtelingenkampen.”

    Therapie om trauma te verwerken
    Rakim en Justice zetten zich allebei in om jongens die hetzelfde hebben meegemaakt bij te staan. Ook proberen ze meer aandacht te genereren voor in Nederland seksueel uitgebuite jongens, bijvoorbeeld door middel van hun muziek.

    Hun pooiers zijn nooit gepakt. “Ik zou niet weten hoe ik terug moet komen op de plek waar ik vastzat,” zegt Rakim. Hij heeft veel gaten in zijn geheugen. “Ik ben in therapie om het trauma te verwerken en dat helpt gelukkig wel. Maar het is soms ook lastig omdat ik zoveel kwijt ben. Dat is een soort zelfbeschermingsrespons die in werking wordt gezet bij heftige trauma’s. Ik kan me van hele periodes niets herinneren. Maar ‘s nachts komen er beelden terug. Dan heb ik veel nachtmerries en angstaanvallen.”

    Het is zeer belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat mensenhandel en prostitutie twee verschillende dingen die niet met elkaar verward moeten worden. Brandpunt+ sprak hier eerder met sekswerker J. over.

    N.b.: de foto in de header is een model.

    Bron: NPO 3 / Brandpunt + >>

    #257658
    Mark
    Moderator

    Altijd op jacht: modeman Martijn N. beschuldigd van seksueel geweld


    Moam Collective onder het Rijksmuseum. De modeshows trokken veel aandacht. ©Hollandse Hoogte / ANP Kippa

    Martijn N. (32) maakte naam in de modewereld door jong talent te koppelen aan bekende ontwerpers en merken. Twintig mannen beschuldigen hem van verkrachting, geweld, aanranding en drogering.

    Martijn N. is bekend met de verhalen die over hem de ronde doen in de Amsterdamse gayscene. Dat blijkt uit een Facebook Messenger­correspondentie uit 2012. Aan een 17-­jarige jongen met wie hij had afgesproken, schreef hij dat in zijn liefdesleven ‘niets’ gaande was. Het was uit met zijn vaste vriend. Wat hem nog restte, schreef hij, was ‘elke week 5 minderjarige jongetjes, het liefst uit de polder, die dom zijn en overal intrappen, met van die makkelijke smoesjes, en dat ik ze dan neuk, en keihard dump, en niet meer van me laat horen, that’s me’.

    De scholier aan wie hij dit schreef, was door drie vrienden gewaarschuwd voor N.: blijf maar uit zijn buurt, een gevaarlijke gast. De jongen antwoordde N. op Facebook Messenger: ‘Fijn dat je jezelf zo goed kan beschrijven, hoef ik het niet meer te doen.’

    Nee, even serieus, reageerde N. Hij besefte een ‘fijn gespreksonderwerp’ te zijn. ‘En dat heb ik waarschynlyk goed over mezelf afgeroepen. Maar ik ben geen pedofiele kinderverkrachter. Punt.’

    Op dat moment was Martijn Daniël N. – Daniël is zijn eigen toevoeging – 23 jaar. Hij stond op het punt af te studeren aan het Amsterdam ­Fashion Institute (Amfi). Dat deed hij in de ­zomer van 2012 met een modetentoonstelling. Hij koppelde jong talent aan gevestigde namen als Viktor & Rolf en Frans Molenaar. Moam heette die expositie, een samentrekking van Mode en Amsterdam.

    Na enthousiaste reacties maakte N. van Moam zijn merknaam. De vier modeshows Moam ­Collective trokken veel aandacht. Groepen net afgestudeerde modeontwerpers en designers ontwierpen daarvoor collecties, gecoacht door bekende modeprofessionals. De wereldberoemde Nederlandse modefotografen Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin fotografeerden topmodel Doutzen Kroes in 2013 met een sjaal uit de eerste Moamcollectie.

    N. ontpopte zich als een cultureel aan­jager, vanaf 2018 ook buiten de mode, met projecten voor beeldend kunstenaars, schrijvers en fotografen. Vanaf maart 2014 deed hij dat met de Stichting Moam, waarvan hij directeur werd. ­Diverse culturele fondsen verleenden N. en ­Moam subsidie (vanaf 2013 in totaal 230.000 ­euro). Bedrijven en goede doelen stonden in de rij om met de ambitieuze modeman samen te werken, of om hem te sponsoren. Zoals Hema. In 2014 hingen in abri’s foto’s van N. met een rookworstshirt, uit de Moamcollectie die ­groepjes jonge ontwerpers voor het warenhuis hadden ontworpen.

    Ook onder meer Rabobank, KLM, Zalando, Post NL, Disney, het Rode Kruis en het Nationaal Comité 4 en 5 mei verbonden zich voor korte of langere tijd aan Moam. Het Rijksmuseum, Artis en het Concertgebouw ­fungeerden als podium en tientallen bekende cultuurmakers, van Gordon tot Adriaan van Dis, deden aan projecten mee.

    Ook internationaal trok het succes van Moamdirecteur N. de aandacht. In 2018 nam het Amerikaanse zakenblad Forbes hem op in de Europese ‘30 Under 30’, een jaarlijkse lijst met de succesvolste, jonge ondernemers van Europa. ‘Dankzij zijn enthousiasme, creativiteit en analytische vermogen heeft Martijn van Moam een bekend bedrijf gemaakt binnen de Nederlandse creatieve industrie,’ stond in het tijdschrift.

    Over dit artikel
    In dit artikel worden ernstige beschuldigingen geuit over gebeurtenissen tussen mensen waarbij in veel gevallen geen getuigen aanwezig waren. Naast direct betrokkenen spraken Het Parool en NRC daarom tientallen mensen die indirect getuige waren van beschreven gebeurtenissen, zoals vrienden en vriendinnen die de dag na een aanranding of verkrachting zijn gebeld, of die meegingen naar het politiebureau. Ook chatconversaties en berichten via sociale media, mails, (politie)foto’s, filmpjes en een proces-verbaal van de politie in Stockholm ondersteunen het artikel. In totaal werkten 146 mensen mee aan dit verhaal.

    Omdat Martijn N. eerder deze week als verdachte is aangemerkt, is ervoor gekozen in dit artikel niet zijn volledige naam te noemen. Vanzelfsprekend is met N. contact gezocht. Hij verkoos niet te reageren.

    Martijn N. had vanaf 2016 een vaste rubriek over jong talent in Het Parool. In 2018 verbrak de krant de banden met hem toen hij op plagiaat werd betrapt. N. gaf een stagiaire daarvan de schuld; zij zou de tekst hebben overgeschreven uit het modeblad Grazia.

    NRC-redacteur Milou van Rossum werkte in 2013 eenmalig onbezoldigd mee als coach aan een modeproject van N.

    Minderjarig
    Twintig mannen beschuldigen N. van gewelddadig en seksueel grensoverschrijdend gedrag, soms stelselmatig en over een langere periode. Dat is de uitkomst van een gezamenlijk onderzoek door Het Parool en NRC. Daarvoor is gesproken met 146 betrok­kenen en zijn tal van getuigenverklaringen en documenten verzameld, zoals Facebook- en Whats­Appgesprekken, foto’s en een politie­rapport.

    De beschuldigingen betreffen gewelddadige en onveilige seks, tot en met aanranding en verkrachting, in sommige gevallen na drogering. De beschuldigingen beslaan een periode van tien jaar, beginnend in 2010. In tien gevallen ging het om minderjarige slachtoffers, vertellen de betrokkenen, de drie jongsten van de twintig mannen waren destijds zestien jaar.

    Naar aanleiding van deze publicatie namen vier van de twintig mannen contact op met een zedenadvocaat, één man deed op 20 februari aangifte tegen N. wegens poging tot doodslag. De Amsterdamse politie heeft N. op 8 maart aangehouden, verhoord en daarna in vrijheid gesteld. Reden: een zedenzaak waarvan Het ­Parool en NRC niet op de hoogte zijn. N. geldt daarin nog steeds als verdachte, zegt het Openbaar Ministerie.

    N. benadert mannen vooral via Facebook en Instagram. Daar legt hij contact met hem ­onbekenden, meestal scholieren van buiten Amsterdam die iets met mode lijken te hebben. Dat vertellen bijna veertig mannen die met hem hebben gedatet aan Het Parool en NRC. “Heel jonge jongetjes, nieuw in de gayscene, die zijn naam nog niet kennen. Dat is waar hij voor gaat,” zegt een man die in 2014 op zijn acht­tiende een vriendschapsverzoek kreeg van N. Hij kent meer jonge jongens die dat is over­komen, zoals zijn jongere broer.

    Op sociale media zijn veel jonge homo’s op zoek, zegt een man die in 2015 op zijn zestiende via Instagram in contact kwam met N. “Vriendinnen werden verliefd op jongens op school. Als jonge homo zoek je je heil ergens anders, en dat is meestal internet. Je wilt je seksualiteit ontdekken en ontwikkelen.”

    Jongens die reageerden op het vriendschapsverzoek van N., zeggen dat ze al snel een uit­nodiging kregen om naar Amsterdam te komen, doorgaans voor een ontmoeting bij een Coffee Company of bij N. thuis. Hij was charmant, schepte op over zijn relaties in de modewereld en deed beloftes, vertellen de mannen. “Hij zei: ‘Ik kan je model maken, ik ken de goede mensen’.” Of: “Martijn zei dat hij me kon helpen bij de toelating tot een modeopleiding.”

    Neem de ervaring van de 16-jarige jongen die in 2010 door de toen 21-jarige N. werd benaderd. Hij was nog niet openlijk voor zijn homoseksu­aliteit uitgekomen en had nooit seks gehad. In zijn vriendschapsverzoek op Facebook vertelde N. hem hoe bijzonder hij was.

    Bijna een jaar later, vertelt de scholier, ging hij in op de uitnodiging om naar Amsterdam te ­komen – zijn eerste reis alleen naar de hoofdstad. Onderweg begon hij te twijfelen; hij had zijn vader niet verteld waar hij heen ging. “Ik dacht: als een vriendin van mij dit zou doen, zouden haar ouders dat willen weten.” Vanaf het perron waar hij moest overstappen, belde hij N. om af te zeggen. Maar die haalde hem over om toch te komen, zegt hij, onder meer met de belofte zijn treinkaartje te betalen.

    Ze spraken af in SPRMRKT, een toonaan­gevende modewinkel in Amsterdam waar N. werkte. Ze bezochten een café en daarna reed de jongen achter op de fiets mee naar N.’s woning. Op zijn bed keken ze een film, en kreeg hij een glas sinaasappelsap. Vanaf dat glas sap zit er een gat in zijn geheugen. Het volgende dat de jongen zich kan herinneren, zegt hij, is dat N. zijn stijve penis in de mond van de jongen duwde. “Ik had het gevoel me niet meer te kunnen bewegen, ik lag voor pampus.”

    Zodra het kon, vertrok hij en ging hij op zoek naar het station. Thuisgekomen vertelde hij zijn vader niets over het bezoek. Achteraf verdacht hij N. ervan iets in zijn drinken te hebben gedaan.

    Roze in Blauw
    Met vrienden praatte de jongen wel over wat hem was overkomen. Diverse vrienden bevestigen dat. Ook heeft hij Facebookcorrespondenties bewaard waarin hij vertelt over zijn ervaringen. In 2013 raakte hij bijvoorbeeld in gesprek met een Franse student die in Amsterdam een modeopleiding volgde en ook een nare ervaring had gehad met N. De scholier schreef de Fransman: ‘Hij drogeerde en ontmaagdde me, twee jaar geleden.’ De Franse student antwoordde: ‘Welkom. Op mijn eerste nacht in Amsterdam drogeerde hij mij ook.’

    Meteen na zijn bezoek aan Amsterdam blokkeerde de scholier N. op zijn telefoon en sociale media. In de maanden daarna belde N. hem nog vijf keer op, vertelt hij, steeds met andere telefoonnummers. Een jaar later, in 2012, stuurde N. via het Facebookaccount van iemand anders een bericht. ‘Hoop dat je weet, onthoudt en ­begrijpt dat ik je nooit pijn heb willen doen en zal doen,’ schreef hij. En: ‘Als we elkaar ooit ­tegen komen, hoop ik dat we normaal kunnen doen. Aan mij zal het niet liggen.’ Ook andere mannen die met N. braken, vertellen dat hij ­herhaaldelijk probeerde opnieuw contact met hen te maken.

    Twee jaar lang nam de scholier het zichzelf kwalijk naar Amsterdam te zijn gegaan. Na ­gesprekken met vrienden besloot hij in 2013 ­alsnog aangifte tegen N. te doen. Een vriendin vertelt hoe ze samen met hem naar de politie ging in Amsterdam, naar de afdeling Roze in Blauw, een meldpunt voor homoseksuelen. Aangifte werd hem ontraden, het bleef bij een melding; ‘creatieve mensen voelen zich aangetrokken tot andere creatieven’, hielden de politiemensen hem voor. Wel verwezen de agenten hem naar een traumaverwerkings­centrum.

    Van de twintig mannen die N. van grens­overschrijdend seksueel gedrag beschuldigen tegenover Het Parool en NRC, denken nog drie anderen dat ze door hem zijn gedrogeerd; ze vermoeden met de drug GHB. Ook zij vertellen dat ze een drankje aangeboden kregen en zich niet kunnen herinneren wat er kort daarna ­gebeurde. Het eerstvolgende dat twee van hen bijstaat, is dat N. seksuele handelingen met hen verrichtte. De derde, een tiener, die in 2011 een nacht met N. doorbracht, wist de volgende dag helemaal niet meer wat er was gebeurd. Hij schrok toen hij in de spiegel keek: “Beetafdrukken. Paarse cirkels op mijn billen. Beurse plekken.” Huilend laat hij een van de foto’s zien.

    Wat de 17-jarige scholier bij Roze in Blauw meemaakte, overkwam ook een man die in 2013 met de Aangiftelijn belde om N. aan te geven wegens herhaaldelijke verkrachting binnen hun vaste relatie. Hij had de indruk dat de politie hem niet serieus nam. “Ik vertelde dat Martijn in bed steeds doorzette, ondanks dat ik vaak ‘nee’ had gezegd. De agent zei: ‘Het is vervelend, maar als hij je niet heeft vastgebonden of gewurgd, wordt het jouw woord tegen het zijne’.”

    Slachtoffers van zedenmisdrijven klagen ­vaker dat politiemensen hen ontmoedigen aangifte te doen als bewijs ontbreekt of verzet niet evident is. Zedenmisdrijven leiden zelden tot veroordelingen. Elk jaar zijn er in Nederland naar schatting honderdduizend slachtoffers van seksueel geweld. In 2020 meldden 1868 mannen en vrouwen zich bij de politie met een verhaal over verkrachting. Dat resulteerde in 788 aangiftes en uiteindelijk in 123 veroorde­lingen. De politie liet eerder dit jaar weten dat de werkdruk bij de zedenpolitie te hoog is; er ­komen aanzienlijk meer klachten binnen dan kunnen worden verwerkt.

    Welbespraakt
    Martijn N. is geboren en opgegroeid in Papendrecht, een gemeente in de Alblasserwaard, dicht bij Rotterdam. Hij is zoon van een Iraanse vader en Nederlandse moeder, en heeft één jongere zus. In de eerste klassen van het Johan de Witt Gymnasium in Dordrecht kleedde hij zich als een skater: aan zijn oversized broeken hingen kettingen en door de vetergaten van zijn sneakers reeg hij ­rode linten. In de derde klas raakte hij in de ban van mode, vertellen klasgenoten. Met twee vriendinnen blowde en spijbelde hij veel en ging hij vaak op donderdag uit in Rotterdam.

    In 2006 verhuisde N. naar Amsterdam. Een studie communicatiewetenschappen aan de UvA brak hij al snel af. “Te theoretisch,” zei hij in 2015 in een interview met Het Parool. In 2008 ­begon hij aan de modeopleiding Amfi. De docent die hem aannam, raakte in het toelatingsgesprek onder de indruk van N.’s talenten, vertelt hij, maar schrok van de extreem negatieve wijze waarop N. over zijn afgebroken eerdere opleiding sprak. De docent zei aan het eind van het gesprek: “Je laat twee gezichten zien. Eén dat creatief en gemotiveerd is, maar ook een ­destructief gezicht. Als je je concentreert op het positieve kun je succesvol zijn.”

    N. kon een welbespraakte charmeur zijn, ­zeggen zijn oud-studiegenoten van het Amfi, een aanjager die de klas op sleeptouw nam. Maar ook ‘een kwelgeest voor sommigen’. Leerlingen die hem niet aanstonden, moesten het ontgelden. Eén studente diende een klacht in omdat N. haar steeds voor ‘vet varken’ uitschold. Een andere studente herinnert zich dat N. ruzie kreeg met een docent. “Hij nam som­mige leraren niet serieus en kon dan heel denigrerend zijn. Hij was met name één leraar heel erg uit de tent aan het lokken. Deze leraar is ook een keer geflipt.”

    In een interview met het AD in 2012 zei N. ‘meerdere keren’ van het Amfi te zijn afgestuurd. “Ik hou gewoon niet zo van in klasjes ­zitten.” Een woordvoerder van de opleiding zegt dat er ‘herinnering is aan een tweetal incidenten’ rond N.’s gedrag en dat het instituut onder leiding van directeur Liesbeth in ’t Hout toen maatregelen heeft genomen om ervoor te ­zorgen dat de leeromgeving voor iedereen veilig was. Een oud-docent vertelt dat N. na incidenten ‘altijd in staat was zijn goede gezicht te laten zien en bij de juiste mensen sorry te zeggen’.

    Verschillende Amfimedewerkers gingen na zijn studie met N. samenwerken. Directeur In ’t Hout werd in 2014 bestuurslid van de Stichting Moam. Docent Peter Leferink was als coach ­jarenlang nauw betrokken bij Moamprojecten, totdat hij daar in 2016 mee stopte. Gevraagd naar de reden, antwoordt hij in een mail: N.’s ‘toenemende onprofessionele en vaak emotionele houding’. Zodra bij het Amfi bekend werd dat Het Parool en NRC onderzoek deden naar hun oud-student, verbood de directie docenten nog met journalisten te praten.

    ‘Borderlinertje’
    In 2015 zei N. in een vraag­gesprek met Het Parool: “Er zit een klein border­linertje in mij.” In Facebookconversaties schrijft hij vaker over zijn borderline – een ­complexe persoonlijkheidsstoornis die zich kenmerkt door abrupte veranderingen in gevoelens, stemmingen, relaties en gedrag. Vrienden en studiegenoten noemen borderline als een van de verklaringen voor zijn vaak opvliegende en emotionele houding. N. lijkt zich ervan bewust dat zijn karakter ‘soms best lastig’ is, zo schrijft hij in 2011 aan een dan 16-jarige ­jongen. Volgens N. zorgt het ervoor dat hij zich moeilijk kan ‘inleven in andere mensen’ en dat hij ‘weinig empathie’ heeft.

    De circa zeventig vrienden, dates en mede­werkers aan Moamprojecten die Het Parool en NRC over N. spraken, noemen hem enerzijds lief, teder, aardig, behulpzaam, ambitieus en energiek. “Door hem voelde ik me heel bijzonder,” zegt een van zijn dates. Er rijst een beeld op van een charismatische persoonlijkheid, van wie velen zich maar moeilijk los konden maken. Anderzijds wordt N. ook regelmatig manipu­latief genoemd, dominant, kortaangebonden en niet in staat tot empathie. Dates die iets te laat op een eerste afspraak verschenen, bijvoorbeeld door een treinvertraging, herinneren zich zijn boosheid. Een jongen die als 18-jarige in 2017 een tijdje met N. datete, zegt: “Hij liet mij me altijd ergens schuldig over voelen. Dan moest ik het goedmaken, hem pijpen. Dat gebeurde zo intens, dat ik er misselijk van werd. Eén keer moest ik overgeven. Als dat nog eens zou gebeuren, zou hij me weer straffen en dwingen tot heel ruwe seks.”

    N. zou zijn sekspartners bovendien aan gezondheidsrisico’s blootstellen door geen condooms te gebruiken, ook niet nadat expliciet om een condoom was gevraagd. Drie mannen beschuldigen hem er verder van dat hij op datingsites nepaccounts aanmaakte met foto’s van derden. Een man vernam dat er foto’s van hem stonden bij een profiel op Grindr, een datingapp voor homoseksuele mannen. Dat waren foto’s die hij uitsluitend aan N. had gestuurd. Uit ­correspondentie uit 2012 blijkt dat hij N. op het gebruik van de foto’s attendeerde. Een man die indertijd bevriend was met N. zegt dat N. in zijn bijzijn Grindr-accounts maakte met foto’s van anderen.

    De tiener die na een nacht met N. wakker werd met beetafdrukken is niet de enige die foto’s aan Het Parool en NRC laat zien. Twee anderen ­tonen beelden van bijtwonden, verwondingen door krabben, blauwe plekken en/of sporen van verwurging. Ook mannen die vrijwillig seks met hem hadden, spreken over sadistisch gedrag. Zo herinnert een vaste relatie uit 2012 zich dat hij regelmatig werd gebeten. “Het bijten gebeurde soms ook gewoon uit het niks, bijvoorbeeld op straat.”

    Een man die rond 2010 als tiener een vaste ­relatie met de 21-jarige N. had, zegt dat hun ­verstandhouding zich bewoog tussen ‘het allerbeste’ en ‘het allerverwerpelijkste’. Hij zegt zeker vijfmaal anaal te zijn verkracht. “Als ik tegen Martijn zei dat het pijn deed en ik niet wilde, werd hij boos. ‘Even doorzetten, vijf minuten’, zei hij dan. ‘Bijt maar in het kussen.’ Dan wilde ik geen ‘nee’ meer zeggen en dacht ik: het is zo meteen voorbij en dan doet hij weer lief.”

    Andere mannen tonen chatcorrespondenties waarin ze zich bij N. beklaagden over zijn sek­suele gedrag. Zijn reactie: ‘kankermongool’, of: ‘jankwijf’. Drie mannen laten correspondenties zien waarin ze aan N. schreven dat hij ze tijdens seks had verwond, terwijl ze hadden aangegeven daarvan niet gediend te zijn. Aan een tiener die daarvoor excuses eiste, antwoordde de acht jaar oudere N. dat hij het een volgende keer weer zou doen, en dan steviger.

    Intussen maakte N. vanaf 2017 het video­programma Glamourtime met Martijn. Die uitzendingen maakte hij voor Linda.tv (van het gelijknamige tijdschrift). Als societyverslaggever bezocht hij feesten en partijen. Drank, drugs en seks zijn terugkerende onderwerpen. Aan bezoekers van de Museumnacht toont hij een afbeelding van Het joodse bruidje, het schilderij van Rembrandt waarop een man teder zijn ­rechterhand op de boezem van zijn vrouw houdt. Volgens N. een toonbeeld van ongewenst gedrag. Aan het eind kijkt hij in de camera en zegt: “#MeToo. Niet aan mensen zitten als ze ‘nee’ zeggen.”

    Lang gezwegen
    Van de twintig mannen die N. van ­ongewenst gedrag beschuldigen, zeggen er negen in therapie te zijn ­gegaan. Het misbruik, vertellen ze, was een ­belangrijke reden: ‘Ik heb er een minderwaardigheidscomplex aan overgehouden’, ‘het heeft me een depressie bezorgd’ en ‘na de ervaringen met Martijn verkrampte ik al bij een simpele knuffel. Zelfs bij vrienden en familie had ik ­totaal geen vertrouwen meer in aanraking.’

    Bijna allemaal hebben ze lang gezwegen over wat hen was overkomen. De meesten verweten zichzelf op de uitnodiging van N. te zijn in­gegaan. Een 17-jarige jongen die in 2017 met N. afsprak en zegt verkracht te zijn, durfde na de gebeurtenis uit schaamte niet naar huis. “Ik had tegen mijn vader gezegd dat ik bij een vriendin zou blijven slapen. Ik kon mijn eigen verhaal niet onderuithalen.”

    Als de mannen later, soms zelfs jaren later, tot het besef kwamen te zijn misbruikt, schaamden de meesten zich. Na zo lange tijd nog aangifte doen lag niet voor de hand, zeggen zij.

    Zedenrechercheurs in Amsterdam vertellen over een man die ongeveer een jaar geleden ­aangifte wilde doen tegen N. wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag. In zulke gevallen legt de zedenpolitie uit hoe dat in zijn werk gaat: het kan niet anoniem en kan lang duren. Vervolgens krijgen slachtoffers twee weken bedenktijd om te beslissen de aangifte wel of niet door te zetten. De Inspectie Justitie en Veiligheid concludeerde in 2020 dat de procedure door slachtoffers als negatief wordt ervaren en dat de politie die moet verbeteren. Deze man die aangifte tegen N. wilde doen, liet het bij een melding.

    In 2015 stapte een man naar de politie die ­tijdens een stedentrip met N. naar Stockholm door hem in elkaar werd geslagen. Volgens het acht A4’tjes tellende proces-verbaal werd N. op verdenking van mishandeling aangehouden. In het Zweedse politierapport valt te lezen: ‘De ­verdachte heeft het hoofd van het slachtoffer meermaals tegen de grond gebeukt en het slachtoffer in een wurggreep om de hals gehouden, wat pijn, een bloeding en rode vlekken op de huid tot gevolg had.’ Bij het document zitten veertien door de politie gemaakte foto’s van de verwondingen.

    Volgens het proces-verbaal ontstak N. in woede nadat het slachtoffer had gezegd zijn leugens moe te zijn en eerder naar Nederland te willen vertrekken. N. werd aangehouden en bracht de nacht door in een politiecel. Volgens een recente aantekening bij het proces-verbaal heeft de Zweedse politie de zaak gesloten, wegens het ontbreken van ooggetuigen en ‘overig bewijs’.

    Ruzie
    De afgelopen jaren leidde N.’s gedrag als directeur van Moam ook regel­matig tot problemen. Meerdere werkrelaties en sommige zakelijke samenwerkingen eindigden in ruzie en diverse betrokkenen haakten voortijdig af bij Moamprojecten om het manipulatieve en impulsieve gedrag van N. Het afdelingshoofd van de modeopleiding aan Artez in Arnhem waarschuwde vanaf 2015 studenten die door N. werden benaderd voor Moam Collec­tive. Hij stuurde hen een mail door waarin een deelnemer aan de eerste lichting van Moam ­Collective, Niels Tol, zijn ervaringen beschreef. Tol schreef nooit het gevoel te hebben gekregen dat het project om de jonge ontwerpers draaide. Zijn conclusie: ‘Uiteindelijk heb ik het idee gehad dat ik 6 maanden lang gratis en voor niks voor meneer N. en zijn ego heb lopen werken.’

    Het Amfi, de opleiding die N. zelf volgde, begon studenten drie jaar geleden te ontraden bij Moam stage te lopen. De reden, aldus een voorlichter: het gebrek aan professionaliteit en het feit dat eerdere stagiairs zich ‘daar niet senang voelden’. Zowel het eerste als het huidige ­bestuur van de Stichting Moam zegt N. te hebben aangesproken op zijn communicatiestijl. Die was zowel richting het personeel als richting ontwerpers en bestuurders ‘te emotioneel en te direct’, zegt bestuurslid Cees de Graaff.

    Sommige jonge modeprofessionals mijden N. al jaren vanwege de misbruikverhalen die ook in het modecircuit over hem rondgaan. Zoals Robin Burggraaf (25), manager bij het merk ­Ninamounah, die zegt vanwege N. uitnodigingen voor deelname aan Moamprojecten te hebben afgeslagen.

    Drie jongemannen die persoonlijk slacht­offers van N. kenden, besloten in augustus 2018 onder de naam No (Mo)am actie te ondernemen tegen de Moamdirecteur. Samen met de eigenaren van pr-bureau Schoon den Boer kwamen zij vijfmaal in vergadering bijeen. Besloten werd te proberen slachtoffers met hun verhaal naar buiten te laten treden en/of aangifte te laten doen. Toen dat mislukte, richtte No (Mo)am zich op een boek waarmee N. bezig was: een uitgave waaraan meer dan honderd Nederlandse modeprofessionals een bijdrage zouden leveren. No (Mo)am sprak met sommige ontwerpers, fotografen en stylisten over de geruchten over N. ­Zover bekend, haakten zeven medewerkers af.

    Match
    Ook Mendo, de betrokken uitgeverij, en het Stedelijk Museum Amsterdam, dat toestemming had verleend voor een fotosessie in het museum, lieten het bestuur van de Stichting Moam weten niet langer aan het boek te willen meewerken. De uitgeverij had van een anonieme man een klacht ontvangen over seksueel grensoverschrijdend gedrag daterend uit N.’s studententijd. Bij het museum had conservator Ingeborg de Roode een telefoontje over N. ontvangen. Zij wil niet zeggen van wie. De Roode: “De waarschuwing was zo serieus dat ik navraag heb gedaan bij mensen naar wie de beller ons had verwezen. Al snel sprak ik mensen die uit de eerste hand konden beamen dat N. in MeToo-zaken verwikkeld was.”

    Het bestuur van de Stichting Moam onder ­leiding van juriste Margot Span besloot daarop de geplande boekpublicatie met een half jaar uit te stellen en onderzoek te doen naar de geruchten over directeur N. Pogingen van uitgeverij Mendo en de Stichting Moam om in contact te komen met de man die anoniem over N. had geklaagd, mislukten. Een gesprek met ­N. leverde niets op, zegt Moamvoorzitter Span: “Martijn zei een wild studentenleven te hebben gehad. Maar één ding wist hij zeker: nooit was er sprake geweest van grensoverschrijdend gedrag.”

    In 2019 verscheen het Moamboek alsnog – zonder de in het Stedelijk gemaakte foto’s en met minder medewerkers. Rabobank nam een flink aantal exemplaren af als relatiegeschenk.

    De recentste beschuldiging die tegenover Het ­Parool en NRC is geuit over N. dateert van 2019 en komt van een jongen die destijds zeventien was. Op de datingapp Grindr, bedoeld voor homoseksuele mannen vanaf achttien jaar, kreeg hij een match met de toen 31-jarige N., die in zijn profiel schreef een man van ‘23-24 jaar’ te zijn. Ze spraken bij N. thuis af. “Achteraf natuurlijk niet slim, maar ik had geen idee, ik was zo jong.” N. had aangeboden hem ‘te helpen met huiswerk’. Daar kwam het niet van, vertelt de jongen: “Hij tilde me op en gooide me op bed. Hij trok mijn kleding uit en stopte zonder condoom en glijmiddel zijn piemel in me. Heel hard­handig. Hij vroeg nergens om en ik heb nergens toestemming voor gegeven. Het was mijn eerste bottomervaring. Een week lang bleef ik daar bloeden.”

    Pas na de seks vertelde N. hoe oud hij werkelijk was. Als hij dat had geweten, zegt de scholier, had hij hem genegeerd. Hij durft nu geen anale seks meer aan. En pas een jaar na de ontmoeting durfde hij te concluderen dat alleen N. schuld had.

    Bron: parool.nl

    #258266
    Mark
    Moderator

    Waarom mannen zwijgen over seksuele intimidatie

    “Ben je gay ofzo?”, “Wees blij dat je aandacht krijgt zeg!”, “Wat ben jij nou voor man?!”. Een kleine greep uit de opmerkingen die mannen krijgen als ze een opdringerige vrouw afwijzen. Na een rondje navragen op de redactie blijken bijna alle mannen weleens lastiggevallen te zijn tijdens het uitgaan, door zowel vrouwen als mannen. Mannen worden vaker seksueel geïntimideerd dan we denken, maar treden er minder vaak mee naar buiten. Hoe komt dat eigenlijk? En waarom is het taboe op seksueel misbruik van mannen door vrouwen zo groot? We spraken erover met wetenschapper Linda Duits, gespecialiseerd op het gebied van gender en seksualiteit.

    ‘Mannen hebben altijd zin’
    “Het zit zo diepgeworteld in onze cultuur dat mannen altijd maar zin moeten hebben. En omdat mannen dus altijd zoveel zin in seks hebben, maakt het ze toch ook niet uit met wie dat is? Dat zie je heel sterk bij zaken met leeftijdsverschil. Als een middelbare schoolleraar rommelt met een meisje van 15 is dat vreselijk en grote schande. Maar als een vrouwelijke docent van 40 iets met een jongen van 15 doet krijgt die jongen te horen dat hij het goed geregeld heeft. “Lucky you!”, dat zal datzelfde meisje niet te horen krijgen”, zegt Duits.

    ‘Mannen kunnen geen slachtoffer zijn’
    Naast het idee van mannen die altijd maar zin moeten hebben, is er ook nog een stereotype dat mannen eigenlijk geen slachtoffer kunnen zijn. “Die rol is voorbehouden aan vrouwen. Als een man door een mannelijke dader is misbruikt, dan kunnen we de man nog enigszins als slachtoffer zien. Maar als de man door een vrouwelijke dader seksueel is misbruikt, vinden we het heel moeilijk om de man als slachtoffer te zien. Vrouwen worden gezien als verzorgend en relatief onschuldig.” Terwijl uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat mannen veel vaker worden misbruikt door vrouwen dan over het algemeen wordt aangenomen. Zo zou misbruik bij twee derde van de mannen door een vrouw zijn gepleegd.

    Dat een vrouw fysiek zwakker is dan mannen en mannen daarom geen slachtoffer kunnen worden is bullshit. “Je wordt niet vaak ineens besprongen door een enge verkrachter uit de bosjes. Fysieke overmeestering speelt vaak geen rol. Het is vaker psychologische dwang”, volgens Duits. Denk aan zaken als chantage, afpersing of sextortion: iemand chanteren en afpersen met pikante foto’s en filmpjes. Maar denk ook aan scheve machtsverhoudingen, zoals een docent of een baas die tegen je zin dingen bij je doet. Als je hier iets van zegt verlies je misschien je baan of wordt het doorvertelt aan anderen. Hier komt dus helemaal geen fysieke kracht aan te pas. Chanteren kan iedereen, daar hoef je niet sterk voor te zijn.

    ‘Maar hij werd toch stijf?’
    Een penis reageert vaak ook op ongewenste aanraking. Je kan zelfs klaarkomen door ongewenste aanraking. Op dat moment heb je niet altijd fysieke controle over je lichaam. Maar dit geldt ook voor vrouwen. Ook vrouwen kunnen fysiek nat worden wanneer ze seksueel misbruikt worden. Maar dat is minder opvallend en heeft zelfs de vrouw zelf minder snel door. “Een man die verkracht wordt door een vrouw wordt vaak gezien als fysiek onmogelijk. Dit is dus niet waar. Je lichaam kan reageren op gedwongen seksuele handelingen, zonder dat jij daar controle over hebt. Wanneer een piemel stijf wordt, betekent het dus niet automatisch dat een man wil neuken. En als hij klaarkomt tegen zijn wil, betekent dat niet dat het geen seksueel misbruik was.”

    ‘Mannen zijn jagers en vrouwen kwetsbaar’
    We kennen het allemaal wel: vrouwen die hard to get spelen en mannen op zich laten jagen. De man moet maar zijn best doen, voor haar strijden. Dat draagt allemaal bij aan het (biologische) idee dat mannen een hogere seksdrive hebben dan vrouwen. “Wat wel grappig is, is dat dat idee pas zo’n 200 jaar bestaat”, merkt Linda Duits op. “Daarvoor werden vrouwen juist gezien als lustigen. Ze moesten in toom gehouden worden. Want zij waren de gevaarlijke verleidsters. Denk ook aan het klassieke voorbeeld van Adam en Eva en aan de mythische verhalen over sirenen die zeelui met hun stem betoveren en mee de diepte insleuren. Pas rond 1800 is dit beeld verschoven en werden mannen gezien als lustig en vrouwen als seksueel passief. Vrouwen moesten kuis en zedig zijn en zich beschermen tegen mannen. Hier valt niet gelijk één reden voor te noemen, maar is een gevolg van alle maatschappelijke en culturele ontwikkelingen in die tijd. Denk aan de opkomst van de middenklasse, de urbanisatie, vrouwen moesten thuisblijven en mannen gingen naar de fabriek. Er ontstond een manier van denken waarin mannen en vrouwen als tegengesteld werden gezien. Mannen waren sterk en machtig, vrouwen kwetsbaar en onderdanig. En juist deze manier van denken staat aan de voet van alle problemen waar deze genderpatronen voor zorgen.”

    ‘Stel je niet aan man, ze is toch lekker’
    Maar mannen doen dit elkaar ook aan. Vooral heteromannen jutten elkaar op en moedigen elkaar aan dat het allemaal maar moet kunnen. ‘Stel je niet aan man, ze is toch lekker En ze heeft dikke tieten!’ Volgens Linda Duits maakt dat het extra sneu. “Je kan er niet altijd mee bij je vrienden terecht, als je erover wil praten. Wat het nog meer in de taboesfeer stopt en de gedachte dat de man geen slachtoffer kan zijn nog meer bevestigt.” Die heteroseksuele mannencultuur waarin jongens elkaar opjutten stuurt ook naar opvattingen als ‘je moet porno kijken, je moet dit lekker vinden, je moet al zo ver zijn’. Dit is allemaal onderdeel van het seksueel opgroeien van jongens en heeft een enorme invloed op onze hele maatschappij.

    ‘Dat wordt later een echte casanova’
    Waar moeten we beginnen om dit te veranderen? Volgens Linda al in de wieg. “Daar begint het al. Dan hangt er iemand boven de kinderwagen waar een klein jongetje in ligt en zegt vervolgens: ‘Pas maar op hoor, dat wordt later een echte casanova!’. En dat soort genderpatronen zijn altijd aanwezig. Denk aan opvoeding en seksuele voorlichting. Meisjes worden gewaarschuwd voor enge mannen en gezegd dat ze nooit in hun eentje naar huis mogen gaan. Hen wordt vanaf het begin af aan geleerd dat ze bewakers van hun eigen seksualiteit zijn. Meisjes moeten grenzen aangeven, nee durven zeggen en niets doen waar ze niet klaar voor zijn. Hoe anders is dat bij jongens. Daar bestaat het idee van ‘neem je tijd’ en ‘je hoeft niet alles te willen’ helemaal niet. En dat is best kwalijk.”

    Dus…
    Al deze misvattingen dragen bij aan het stigma dat op mannelijke slachtoffers zit. We weten ook niet goed hoeveel mannelijke slachtoffers er precies zijn, omdat mannen veel minder vaak aangifte doen dan vrouwen. Om dit te doorbreken moeten we inzien dat vrouwen ook daders kunnen zijn, niet alleen vrouwen. Net als dat slachtofferschap niet alleen vrouwen overkomt. Voed jongens ook op met de gedachte dat zij net zo goed hun grenzen moeten aangeven. Niets tegen hun zin in moeten doen. En ‘nee’ mogen zeggen. En zeg er iets van als je getuige bent van iets dat niet kan. Dus ook als je een chick met haar zatte kop haar handen in het kruis van een jongen ziet duwen. Seksueel misbruik is nooit oké.er seksuele intimidatie

    Bron: bnnvara.nl

    #259878
    Luka
    Moderator

    SAGAR SCHAAMDE ZICH JARENLANG VOOR SEKSUEEL MISBRUIK: “JE MANNELIJKHEID WORDT AANGETAST”

    Ik heb het mezelf altijd kwalijk genomen, terwijl ik er niks aan kon doen. Het is zo gebeurd. Er heeft iemand misbruik gemaakt van de situatie en ik had het allemaal niet zien aankomen.

    Sagar (31)

    MASKER
    Sagar was dertien toen hij te maken kreeg met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hij vertelde aan niemand wat er toen was gebeurd. “Ik voelde me vooral… vies. Ik weet niet hoe ik het moet verwoorden”, vertelt hij over hoe hij zich toen voelde. “Ik vroeg me vooral af: waarom ik? Wat had ik er zelf tegen kunnen doen?”

    In plaats van zijn gevoelens te uiten, stortte hij zich op het helpen van andere mensen om hem heen. “Ik probeerde anderen blij te maken en dacht dat ik daarmee ook mezelf zou helpen. Maar ik was eigenlijk aan het weglopen voor mijn problemen.” Zijn omgeving had niks door. “Ik hing echt de clown uit. Ze zagen een vrolijk iemand, maar het stukje daarachter zagen ze niet. Ik verbloemde mijn pijn voor de buitenwereld. Het was als een masker dat ik opdeed.”

    MENTAL BREAKDOWN
    Jarenlang gaf Sagar zichzelf de schuld van wat er was gebeurd. Was hij te naïef geweest? Had hij iets kunnen doen om de situatie te voorkomen? “Ik ben heel netjes en respectvol opgevoed, daar ben ik mijn ouders dankbaar voor, maar ik snap nu ook wel waarom mensen hun kinderen ‘stoer’ opvoeden. Dan stoot je mensen misschien makkelijker af.”

    Na een lange tijd weg te hebben gelopen voor zijn problemen en gevoelens, kreeg Sagar op zijn 21e een mental breakdown. “Je komt jezelf een keer tegen. Ook al ga je door en loop je voor je problemen weg, de gebeurtenis blijft door je hoofd spoken. Het heeft zo’n grote impact op je leven. Het tast je mannelijkheid aan. Het tast jou als persoon aan.”

    Sagar nam na al die jaren een vriend in vertrouwen en zocht hulp. Dat heeft hem veel geholpen. “Ik heb het mezelf altijd kwalijk genomen, terwijl ik er niks aan kon doen. Het is zo gebeurd. Iemand heeft misbruik gemaakt van de situatie. Ik had het allemaal niet zien aankomen.” Ook de rust die de coronaperiode met zich mee heeft gebracht, heeft Sagar geholpen in zijn verwerkingsproces. “Als alles in één keer op je afkomt, omdat je thuiszit, dan ga je jezelf pas echt leren begrijpen. Iedereen kan van alles tegen je zeggen, maar je moet het zelf inzien. Toen pas besefte ik: het was niet mijn fout, het was niet mijn schuld.”

    MANNELIJKHEID
    Als man is het volgens Sagar misschien nóg moeilijker om om te gaan met schuld- en schaamtegevoelens na seksueel misbruik. “De maatschappij heeft de verwachting van jou als man dat je er wel mee dealt.” In de tijd dat Sagar nog in zijn eentje met al zijn problemen rondliep, kon hij helemaal geen informatie of verhalen vinden waarin hij zich herkende. “Dat maakte mij nog onzekerder, ik dacht: waarom overkomt mij dit alleen?”

    Sagar vindt het daarom extra belangrijk om dit onderwerp bespreekbaar te maken, ook onder mannen. “Seksueel misbruik onder mannen is zo’n slecht belicht onderwerp, daardoor wordt het probleem alleen nog maar groter. Ik wil de bewustwording creëren dat seksueel misbruik niet alleen vrouwen, maar ook mannen kan overkomen.”

    Er zijn helaas maar weinig mannen die hun ervaring met seksueel overschrijdend gedrag durven te delen. “Ik heb mijn hele trots opzij gezet, want als ik het niet doe, wordt het nooit beter.” Sagar begrijpt wel dat niet iedereen zo open wil zijn: “Mannen vinden dat lastig. Je hele mannelijkheid wordt aangetast en mensen oordelen al heel snel of stoppen je in een hokje.”

    De belangrijkste boodschap die Sagar aan lotgenoten wil meegeven is dat je er nooit alleen voor staat. “Je bent juist een held als je hulp zoekt.”

    Bron: Funx >>

    #260048
    Mark
    Moderator

    Jaap vocht door om de man die hem seksueel misbruikte achter de tralies te krijgen: ‘Ik zou met een buks naar zijn huis kunnen gaan’

    DEN BOSCH – Het is vaak te pijnlijk. Daarom blikken slachtoffers van seksueel misbruik ook jaren later niet terug. Dat gold jarenlang ook voor de 36-jarige Veghelaar Jaap van de Burgt. Tot nu. ,,Ik heb het te lang verzwegen. Ik wil mezelf niet meer verstoppen’’, begint hij zijn verhaal over jarenlang seksueel misbruik en de hulp die hij kreeg van Slachtofferhulp Nederland.

    Hij wil zijn verhaal vertellen met een fictieve voornaam (‘Ik wil niet dat dit artikel via Google is te vinden als je mijn naam intypt, maar de mensen mogen best weten wie ik ben’).

    ,,Ik voelde mij vies. En ik dacht dat het aan mij lag. Ik vluchtte in drugs en raakte verslaafd aan cocaïne’’, zegt hij over het zwijgen waarbij zijn broer Ben jarenlang zijn best deed om hem aan het praten te krijgen. Ben zei seksueel te zijn misbruikt door een man die werkte voor het bedrijf van hun vader.

    Deze man (destijds 44) werd in januari 2016 veroordeeld voor ontucht in 2001 en 2005 met minderjarige jongens die hij als werkgever onder zijn hoede had. Tegen de rechters zei hij dat het ging om ‘betreurenswaardige incidenten’, mede veroorzaakt door de slechte relatie die hij indertijd had met een vriend.

    ‘Deze man moet gestopt worden’
    Hij kreeg een taakstraf en reclasseringstoezicht. Amper een week na de veroordeling reed de man met een minderjarige jongen naar een klus in Amsterdam waar ze samen overnachtten in een hotel. Ben, de broer van Jaap, kon het niet verkroppen dat de man die zijn jonge leven verwoestte, mogelijk nog meer slachtoffers kon maken.

    ,,Deze man moet gestopt worden’’, zei hij begin 2016 in het Brabants Dagblad. Hij vertelde dat de medewerker probeerde zijn slachtoffers ervan te overtuigen dat ze ‘honderd procent homo’ waren. Bij een pornofilm kleedde hij zich thuis uit en begon te masturberen. Ook waren er ontuchtige handelingen die volgens de man ‘heel normaal en natuurlijk waren’.

    ,,Hij deed bij mij hetzelfde als bij mijn broer. Ik maakte mezelf wijs dat ik erom had gevraagd. Ergens vond ik het af en toe ook wel fijn en spannend. Maar later besefte ik pas dat hij had moeten beseffen dat een volwassen man dat niet doet bij een jongen die, zoals ik, 15 jaar was.’’

    Verslaafd aan cocaïne
    In april 2017 doorbrak Jaap het stilzwijgen. ,,Ik was psychisch helemaal vastgelopen. Het begon steeds meer aan mij te vreten. Mijn huwelijk liep op de klippen. En ik kon het niet langer opbrengen om het bedrijf met mijn vader te leiden. Ik was weer verslaafd aan cocaïne nadat ik er jaren vanaf was door een half jaar therapie bij Novadic-Kentron. Ik kreeg al een poosje ondersteuning van een maatschappelijk werker. En bij hem ben ik uiteindelijk gebroken.’’

    Daarna vertelde hij zijn broer wat er was gebeurd. Een poosje daarna kregen zijn ouders het te horen. ,,Ik had mijn broer een hele tijd geweerd. Ik wilde het er niet over hebben. Hij zei dat ik eerlijk moest zijn. Dat wilde ik uiteindelijk ook zijn. En dat was ik na al die jaren. Mijn broer zei dat hij het altijd al had gedacht.’’

    Jaap deed aangifte bij de politie van seksueel misbruik. Agenten kregen te horen wat hij thuis niet durfde te vertellen. ,,In onze gezinssituatie ontbrak het soms aan een veilige basis, wat op heel veel plekken het geval is. Bij ons thuis werd niet veel gepraat.’’

    Slachtofferverklaring
    Jaap zegt blij te zijn met de steun die hij kreeg aangeboden van een medewerker van Slachtofferhulp Nederland. ,,Ze kunnen je heel goed uitleggen hoe het er bij de rechtszaak aan kan toegaan. Wat de rol is van de officier van justitie en zo. Maar het interesseerde mij niet of ik nu tegenover één rechter zou zitten of drie. Henk van Slachtofferhulp was oprecht in mij geïnteresseerd. Hij gaf de steun die ik nodig had. Hij draaide geen ingestudeerd riedeltje uit zijn hoofd af.’’

    Jaap had geen hulp nodig bij het uitspreken van de slachtofferverklaring tijdens de rechtszaak in 2018 waarbij de verdachte terechtstond. In de slachtofferverklaring omschreef Jaap zichzelf als het ‘ideale slachtoffer, jong en heel erg onzeker over mezelf’. Ook vertelde hij de oorzaak van het drugsgebruik en psychische problemen steeds bij zichzelf te hebben gezocht. Het irriteerde hem dat de verdachte het misbruik ontkende. Daarom wenste hij hem ‘het slechtste toe’.

    Vonnis viel tegen
    Voor ontucht tussen begin 1990 en midden 2001 (of uiterlijk mei 2003) werd een half jaar celstraf geëist, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Ook werd 15.000 euro immateriële schadevergoeding gevraagd. Uiteindelijk werd de man veroordeeld tot betalen 500 euro. Hij was schuldig aan ‘aanranding van de eerbaarheid’. Maar volgens de rechtbank was geen sprake van ontuchtige handelingen die werden verricht tegen de wil van Jaap. Ook ontbrak het bewijs dat het gebeurde, terwijl het slachtoffer nog geen 16 jaar was.

    Het vonnis viel Jaap ‘enorm tegen’. ,,Ik dacht dat ik bewijzen had geleverd over mijn leeftijd. Maar ik geef toe dat ik het te klein had gemaakt. Elk verwijt dat ik hem had willen maken, betrok ik op mezelf. Alsof het allemaal mijn schuld was. Ik gaf de rechters de indruk dat het enkele keren was gebeurd. Precieze aantallen noemen is lastig, maar het was veelvuldig.’’

    ‘Met een buks naar zijn huis‘
    Na het vonnis van de rechtbank was Jaap van plan om ‘het zelf te vereffenen’ met de verdachte. ,,Ik zou met een buks naar zijn huis kunnen gaan om elke week een gaatje in zijn ruit te schieten. Ik had ook af en toe fantasieën dat ik hem een paar flinke klappen gaf. Want ik werd door hem neergezet als een leugenaar, terwijl ik met de gevolgen dealde die hij had veroorzaakt. Ergens vond ik het soms ook wel zielig voor hem. Maar ik heb het op de juiste manier aangepakt en de waarheid is boven gekomen.’’

    Met de juiste manier doelt hij op de beslissing om in hoger beroep te gaan. ,,De officier van justitie zag er eerst niks in, maar uiteindelijk is het toch doorgezet’’, zegt hij over het hoger beroep dat in 2019 diende bij het gerechtshof in Den Bosch.


    Slachtofferhulp Nederland biedt hulp aan. Er zijn allerlei brochures waarin de mogelijkheden worden genoemd. © Marc Brink/BD

    De aanklager eiste vier maanden celstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Daarnaast zou er een schadevergoeding van ruim 5000 euro moeten worden betaald. De verdachte werd veroordeeld tot een jaar celstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, plus de geëiste schadevergoeding.

    ‘Ik wist niet wat ik hoorde’
    In tegenstelling tot de rechtbank stond volgens het hof vast dat het slachtoffer jonger was dan 16 jaar toen hij werd gedwongen ‘tot het dulden van ontuchtige handelingen’. In het vonnis wordt het de verdachte ‘zwaar aangerekend dat hij als volwassene ten overstaan van een jeugdige heeft nagelaten de grenzen van het toelaatbare in acht te nemen’.

    Jaap was op de dag van de uitspraak te laat in de zittingszaal om het vonnis te horen. Hij kon weer rekenen op Slachtofferhulp Nederland, maar hij belde met een medewerker van het gerechtshof. ,,Ik wist niet wat ik hoorde en dacht dat zij zich vergiste. Dit was meer dan ik had gedacht. Ik ben blij dat ik voor de waarheid heb gevochten. Door uiteindelijk toch te gaan praten. Door aangifte te doen en in hoger beroep te gaan heb ik eruit gehaald wat erin zat. Ik heb het inmiddels een plekje gegeven en wil gaan kijken waar ik gelukkig van word.’’

    Klassieke kenmerken
    Hij is onlangs gestopt bij het bedrijf dat zijn vader inmiddels heeft verkocht. ,,Mijn keuzes hebben vaak afgehangen van anderen en de omstandigheden. Ik heb op latere leeftijd geleerd dat het klassieke kenmerken zijn van slachtoffers van seksueel misbruik om alles op jezelf te betrekken. Nu mag ik mijn eigen toekomst gaan uitstippelen. Mijn broer is bezig met een opleiding als ervaringsdeskundige. Ik denk ook in die richting. Ik zou best weleens iets kunnen doen voor Slachtofferhulp Nederland. Ik ga er binnenkort naar informeren.’’

    Bron: bd.nl

    #261161
    mara
    Lid LSG

    SEKSUEEL MISBRUIKT maar GEEN HAAT voelen

    Twee jaar lang werd Jan in zijn jeugd seksueel misbruikt door zijn stiefvader, zonder dat zijn moeder en broers/zussen ervan af wisten. Hij wist het geheim te houden maar vluchtgedrag, ongelukken en alcohol voerden de toon. Tot het moment dat hem ter oren kwam dat er weer kindjes bleven slapen: dit trauma mag hen ook niet overkomen. De confrontatie met zijn stiefvader en familie gaven hem kracht om juist dit verhaal te vertellen en het taboe te doorbreken. Hoe zet je zoiets verschrikkelijks of traumatisch om in een positieve mindset?

12 berichten aan het bekijken - 76 tot 87 (van in totaal 87)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 12 ▪︎ leden online: 2
Ivo. 85, LSG
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.927, berichten: 15.555, leden: 1.769