Overige websites

  • Dit onderwerp bevat 62 reacties, 5 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 07/05/2021 om 20:53 door Luka.
13 berichten aan het bekijken - 51 tot 63 (van in totaal 63)
  • Auteur
    Berichten
  • #251323
    Luka
    Moderator

    10 tekenen dat je emotioneel verdoofd bent

    Denk hier eens over na: Zou je liever een leven leiden vol met ups en downs, plezier en verdriet, frustraties en trots en verrassingen? Of een leven dat voortkabbelt, de ene dag na de andere, zonder onderbrekingen of veranderingen of schokken?

    Keuze nummer 1 kan griezelig lijken; een beetje als een ritje op een achtbaan. Maar aan de andere kant: keuze nummer 2 kan je ook wat teleurstellend voorkomen.

    Begrijp me niet verkeerd, beide keuzes hebben voor- en nadelen. De achtbaanrit kan je behoorlijke schokken bezorgen en het kan soms moeilijk zijn om te voelen dat je niet alles in je leven onder controle hebt. Wanneer je leeft zonder de emotionele ups en downs kun je je ‘veiliger’ en meer in controle voelen, maar je kunt je ook verveeld en niet gestimuleerd voelen.

    Als psycholoog ben ik me gaan realiseren dat mensen die in het ‘keuze 1 scenario’ leven over het algemeen gelukkiger zijn. Dat komt omdat je je leven krachtiger leeft op de achtbaan. Je bent meer verbonden met je emoties en daardoor voel je je waarschijnlijk meer vervuld.

    Keuze 2 is een teken dat je niet verbonden bent met je gevoelens. Je groeide waarschijnlijk op in een emotioneel verwaarlozende familie. Waarschijnlijk leerde je al heel jong dat jouw emoties niet relevant of zelfs lastig waren. Je hebt je gevoelens waarschijnlijk onderdrukt als een overlevingsmechanisme.

    Maar ongetwijfeld lijkt de manier waarop jij leeft normaal voor jou. Het is tenslotte de manier waarop je altijd geleefd hebt. Het is waarschijnlijk de manier waarop je opgevoed bent. Dus hoe kun je weten of je emotioneel verdoofd bent?

    10 tekenen dat je emotioneel verdoofd bent

    1. Je ervaart leuke of fijne gebeurtenissen als minder gelukkig dan anderen schijnen te zijn
    Je kunt blije gebeurtenissen ervaren zonder je zo gelukkig te voelen als anderen schijnen te zijn als ze iets vergelijkbaars doormaken. Veel cliënten hebben me hun gelukkige levensgebeurtenissen als ‘lauw’ beschreven. Sommige hebben trouwerijen, vakanties, diploma-ceremonies of prijs-uitreikingen meegemaakt alsof ze zichzelf van een afstandje bekeken, afgesloten van de ervaringen of zelfs wachtend tot het voorbij zou zijn. Ze voelen zich verdoofd.

    2. Je vraagt je soms af waarom je niet verdrietiger bent als je een verlies te verwerken krijgt
    Net als hierboven beschreven: je kunt een begrafenis van een geliefde meemaken of een ontslag krijgen en weinig voelen. Als je hersenen weten dat je verdrietig zou moeten zijn, maar je lichaam het niet voelt, ben je verdoofd.

    3. Je belangrijkste emotie is boosheid of irritatie
    Niet-gevoelde of onderdrukte emoties hebben de neiging om samen te vloeien tot één grote soep. Ontkent en weggedrukt mengen de individuele ingrediënten (je emoties) tot één grote. Deze grote emotie is waarschijnlijk boosheid. Boosheid is krachtig en kan makkelijker door je onderdrukking heen komen, daarom wordt het je primaire gevoel. Dus het komt er op neer dat je maar twee emotionele staten hebt: boos of verdoofd.

    4. Je vindt het moeilijk om je gevoelens te identificeren
    Een van de effecten van het onderdrukken van je emoties is dat je het contact ermee verliest. Als je geen verbinding voelt met je emoties denk je er niet aan en merk je ze niet op. Als je moet uitleggen hoe je je voelt begin je te stamelen of je klapt dicht. Je raakt verdoofd.

    5. Je kunt jezelf in sommige situaties observeren en je afvragen waarom je niet meer voelt
    Anderen om je heen huilen tranen van blijdschap of verdriet. Je kijkt naar ze en vraagt je af: “Waarom voel ik dat niet? Wat is er mis met mij?”. Je realiseert je dat je verdoofd bent.

    6. Je voelt je ongemakkelijk als anderen sterke emoties hebben
    Als je in een situatie bent waar anderen emoties ervaren, kun je er zelf ook een hebben: ongemak. Je wilt het liefste weg uit deze situatie die genânt en onnatuurlijk lijkt. In tegenstelling tot de anderen voel jij je verdoofd.

    7. Je bent soms jaloers als anderen sterke emoties hebben
    Je kunt helaas je negatieve gevoelens niet opgeven zonder ook de positieve gevoelens te verliezen. Als je pijn, boosheid en verdriet niet meer voelt, verdwijnen ook je liefde, warmte en blijdschap. Je ziet dat anderen die geweldige emoties ervaren, en je kan dan wensen om die ook te hebben. Maar verdrietig genoeg kun je dat niet. In plaats daarvan ben je verdoofd.

    8. Je hebt soms het gevoel dat je op de automatische piloot leeft
    De ene stap na de andere loop je door, je doet wat je veronderstelt wordt te doen en waarschijnlijk doe je dat ook goed. Als een tinnen soldaatje of een duracell-konijntje ga je maar door. Maar je merkt dat je je ook afvraagt waar het allemaal goed voor is. Zou er niet iets meer moeten zijn? Het antwoord is ja. Er zouden ups en downs, trots, vreugde en verdriet moeten zijn. Maar jij mist het omdat je verdoofd bent.

    9. Je voelt meer wanneer je een film kijkt of een boek leest dan in het echte leven
    Voor mensen die hun gevoelens onderdrukt hebben kan het makkelijker zijn om ze te bereiken wanneer het veilig is: wanneer het niet persoonlijk is, wanneer het niet om jou gaat. Je kunt de emoties voelen van een personage of van iemand op het nieuws, maar die van jezelf kun je niet voelen. Als het over je eigen leven gaat ben je verdoofd.

    10. Je voelt je soms leeg van binnen
    Dit is het belangrijkste teken. Je ‘lege’ gevoel kan in je buik of je keel zitten, of het kan een ongemakkelijk gevoel zijn dat je iets mist. Dat gevoel is je lijf dat je vertelt dat wat je zou moeten vervullen, verbinden en energie geven –je emoties- er niet is. Dit is je lichaam dat je vertelt dat je emotioneel verdoofd bent.

    Wanhoop niet als je jezelf herkent in een van deze tekenen. Er zijn antwoorden. Je gevoelens zijn niet weg. Ze zijn er nog steeds, van binnen, wachtend tot je ze weer eigen maakt.

    Je kunt je onderdrukking opheffen en ze weer in je leven toelaten. Beetje bij beetje, langzaam maar zeker, op een manier die veilig en gezond voelt, kun je je verdoving terugdraaien en leven vullen met kleur en energie.

    Als je emotioneel verwaarloosd bent opgegroeid heb je geleerd om je gevoelens te negeren en te bagatelliseren. Maar nu je volwassen bent hoef je daar niet mee door te gaan. Je kunt gevoelens weer toelaten in je leven en de vaardigheden leren om ermee om te gaan.

    (Dit artikel is een vertaling van een blog van Jonice Webb, de Amerikaanse psycholoog die onderzoek heeft gedaan en schrijft over emotionele verwaarlozing. Als je makkelijk Engels leest, kijk dan eens op haar website, waar je veel informatie over emotionele verwaarlozing kunt vinden.)

    Bron: Emotionele verwaarlozing >>

    #252270
    Luka
    Moderator

    Genen niet belangrijk bij psychisch lijden

    De laatste decennia heerste het idee dat ernstig psychisch lijden – zoals schizofrenie, autisme of depressie – biologisch werd veroorzaakt; door genetische varianten. Onderzoek van Jim van Os, ggz-hoogleraar in het UMC Utrecht, laat zien dat dit slechts in beperkte mate het geval is. “Omgevingsfactoren spelen een veel grotere rol. Met name sociale frustratie en jeugdtrauma’s vergroten het risico op ernstig psychisch lijden.”

    Omdat ernstig psychisch lijden in sommige families veel meer voorkomt dan in andere, leek een genetische betrokkenheid voor de hand liggend. Wereldwijd zijn er de laatste decennia dan ook honderden miljoenen euro’s gestoken in onderzoek hiernaar. En inderdaad, de ene na de andere betrokken genetische variant werd gevonden. “Er zijn duizenden varianten gevonden die allemaal een mini-effect hebben. In grote cohorten van honderdduizenden patiënten lijken die gevonden varianten al snel statistisch significant, wat het enthousiasme alleen maar verder aanwakkerde. Maar ieder mens heeft een flink deel van die duizenden genetische varianten – dus wat betekent dat dan precies?”, vroeg Jim zich af.

    Oorzaken gezocht
    “Om die vraag te beantwoorden hebben wij tien jaar lang een grote groep gewone Nederlanders gevolgd.” Van de deelnemers werden de genen in kaart gebracht in het UMC Utrecht neurogenetica lab en door de jaren heen werden ze meerdere keren geïnterviewd. Ze beantwoordden vragen over onder meer hun familie, wat ze meemaakten, opleidingsniveau, gezondheid, relaties, drugsgebruik, werkeloosheid en inkomen. Een flink deel van hen (meer dan 20%) ontwikkelde in de loop van het onderzoek significant psychisch lijden. Op basis van alle verzamelde data bekeken de onderzoekers of dat tot een oorzaak te herleiden was. Dat is voor ongeveer twintig procent gelukt. Jim: “Eigenlijk is twintig procent nog veel, want psychisch lijden heeft alles te maken met ons menszijn, ons gevoel, ons gedrag; dat is allemaal niet zo voorspelbaar.”

    Resultaten
    Een-vijfde van de variatie in ernstig psychisch lijden is dus herleidbaar tot een oorzakelijke factor. En van die een-vijfde was slechts een minieme fractie – drie procent – terug te voeren op genetische variatie. Ook cannabisgebruik – wat vaak als biologische trigger voor bijvoorbeeld psychoses wordt beschouwd – had een geringe impact. De twee grootste factoren bleken jeugdtrauma en sociale frustratie met respectievelijk ongeveer 30% en 20% procent. Sociale frustratie houdt in dat er bijvoorbeeld een groot verschil zit tussen de gewenste en de ervaren sociale status.

    Die uitkomst verbaast Jim niet. “We leven in een samenleving waarin alles uitstraalt: succes is een keuze. Alles wijst die richting op. Onze kinderen worden constant klaargestoomd voor dat individuele succes. Dat geeft een enorme druk. Als dat succes vervolgens uitblijft, ervaren veel mensen dat als falen. Daar kunnen we vaak moeilijk mee omgaan en dat blijkt een relatief veelvoorkomende reden voor psychisch lijden.”

    Informele kaste-systeem
    Psychisch lijden zit dus nauwelijks in de genetica zoals die nu bekend is, maar in omgevingsfactoren en sociale omstandigheden. Dat het in bepaalde families vaker voorkomt dan in andere is volgens Jim ook zonder genetica te verklaren. “Familieleden leven nu eenmaal vaker in vergelijkbare omstandigheden. Volwassenen met een jeugdtrauma dragen dat niet zelden ongewild over naar hun kinderen en onze sociale en etnische stratificatie, of eigenlijk ons informele kaste-systeem, is moeilijk te doorbreken.”

    In het onderzoek is ook naar de verschillende vormen van psychisch lijden gekeken. Eerder was al duidelijk dat de genetische varianten die op schizofrenie leken te wijzen, grotendeels overeenkomen met de varianten die bij depressies of autisme betrokken lijken. Ook dit onderzoek maakt geen duidelijke verschillen zichtbaar, daarom gebruikt Jim de overkoepelende term van psychisch lijden. “Het wordt steeds duidelijker dat wat wij psychiatrische aandoeningen of stoornissen noemen, eigenlijk geen aandoeningen of stoornissen zijn. Er is niks ‘kapot’. De menselijke soort heeft een breed scala aan eigenschappen met een grote reikwijdte. De meeste mensen hebben die eigenschappen in een mate die relatief dicht bij het midden zit. Maar er zijn ook mensen aan beide uiteinden van het spectrum. Conceptueel zou ik dat voorkomende variaties in menselijk gedrag willen noemen en geen aanlegfouten.”

    Preventie en weerbaarheid
    Dat er zoveel onderzoek is besteed aan de zoektocht naar genetische oorzaken, is geen weggegooid geld volgens Jim. “Het was een logische gedachte. Het heeft ook veel opgeleverd, maar vooral in de neurologie. We hoopten via de genetica ook tot behandelingen voor ernstig psychisch lijden te komen, dat is niet gelukt. We zijn niet dichter bij geneesmiddelen gekomen, we raken er eerder van af. Het laatste wat je wilt is sociale ongelijkheid medicaliseren.” Daarom vindt de hoogleraar dat er nu op een andere manier investeringen nodig zijn. “Onze geestelijke gezondheid is niet afhankelijk van het behalen van een hoog streefniveau, het is afhankelijk van verbondenheid, positieve emoties en dankbaarheid. We moeten psychiatrie zien als een vorm van public health. Dat bereik je als je je geld inzet op preventie en weerbaarheid.”

    Jim heeft een duidelijke visie op hoe we maatschappelijk gezien met ons geestelijk welbevinden moeten omgaan. “Aan de ene kant zouden we kinderen op school minder het beeld moeten geven van het belang van individueel succes, en juist meer van het belang van verbondenheid en weerbaarheid. Preventie dus. Daar op inzetten kan het verschil maken. Tegelijkertijd verschuiven we naar een andere manier van behandelen van ernstig psychisch lijden. Ook de therapeut moet primair investeren in de relatie, in de kunde om relaties aan te gaan. In plaats van mensen uit hun omgeving te halen voor een behandeling, dienen we meer uit de kast te halen om de zorg naar hen toe brengen. In hun eigen wijk. Nieuwe methoden gaan uit van een zorgnetwerk rondom een patiënt organiseren waarin niet alleen psychiaters, psychologen en verpleegkundigen, maar juist ook ervaringswerkers en naasten een belangrijke rol hebben. Juist in de crisissituatie. Het is belangrijk meer te investeren in het proces van weerbaarheidsbevordering. De relatie, in de zin van luisteren, empathie, authentiek zijn en – niet zelden – samen een conflict hebben en weer oplossen, is belangrijk. Als een patiënt voelt dat er echt naar hem wordt geluisterd, als hij empathie ervaart, als er een verbinding ontstaat, kan het effect van de behandeling – ook van medicatie – pas vorm krijgen.”

    Het onderzoek Do Current Measures of Polygenic Risk for Mental Disorders Contribute to Population Variance in Mental Health? is op 17 juli 2020 gepubliceerd in Schizophrenia Bulletin. Lees hier het hele onderzoek.

    Bron: UMC Utrecht >>

    #252505
    Luka
    Moderator

    De thermostaat afstellen

    Het lukte Lonneke vaak niet om de gewenste hulp te krijgen, tot haar grote frustratie. Tot ze ontdekte dat ze mededelingen deed in plaats van hulp vragen. Het was een belangrijk symptoom van haar persoonlijkheidsproblematiek.

    “Ik heb het koud,” vraag ik.
    “Oh, ik niet hoor,” zegt hij.
    “Oh, ik wel,” vraag ik nogmaals.
    “Vervelend,” zegt hij.

    “Leuk hè, dat schilderij.” Hij wijst me op de IKEA-roos die aan dezelfde wand hangt als de thermostaat waar ik met een lichte hint naar kijk. En hij begint vol overtuiging te vertellen over de schaduwwerking die de fotograaf treffend heeft neergezet.

    Voor ik het goed en wel besef heeft onze conversatie zich verplaatst naar de verhuiskwaliteiten van een Billy
    Ondertussen heb ik het nog steeds koud en zou ik willen dat die thermostaat wat hoger komt te staan. Hij begrijpt de hint totaal niet. En nu hij me duidelijk heeft gemaakt dat hij het toch echt niet koud heeft, durf ik ook geen trui meer te pakken. En al helemaal geen dekentje.

    Waarschijnlijk ben ik gewoon een aansteller, anders had hij wel wat gedaan met mijn vraag
    Ik ben toch echt duidelijk geweest dat ik graag de thermostaat wat hoger wilde hebben. Blijkbaar vindt hij dat helemaal niet belangrijk. Waarschijnlijk vindt hij mij überhaupt niet belangrijk, want hij is zo snel als hij kon overgestapt op Billy’s en Kallaxen. Het kan hem helemaal niet schelen dat ik het koud heb.

    Ik probeer zo goed als ik kan al mijn emoties te verdragen. Gelukkig heb ik mijn nagels nog niet geknipt. Ik zet ze in mijn onderarm, net zo lang en stevig tot het pijn begint te doen en ik weet dat ik straks een wondje heb.

    Als iemand mijn vraag niet begrijpt, voel ik me niet gezien
    En dan heb ik nog maar één manier over om mijn pijn weg te drukken. Ik hoop dat hij het niet door heeft.

    Op een dag, tijdens één van mijn sessies met mijn psycholoog, ging er een lampje branden.

    ‘Ik heb het koud’ is geen vraag, het is een opmerking
    Vrij logisch dat het ‘antwoord’ dus ook niet is wat ik zoek. Als ik wil dat de verwarming hoger gaat, moet ik zeggen:

    “Ik ga de verwarming wat hoger zetten, vind je dat vervelend?”

    Dan is de kans veel groter dat het me lukt om de thermostaat wat hoger te krijgen. Of, dat ik de hulpverlening krijg die ik wil. Want als iemand op mijn naar mijn mening ditmaal wel erg duidelijke vraag iets toezegt te gaan regelen, kun je naderhand bespreken waarom dat wel of niet is gebeurd. En tegenwoordig ligt dat meestal niet meer aan de manier waarop ik vragen stel.

    Bron: Psychosenet.nl >>

    #252681
    Luka
    Moderator

    Gaslighting: zo herken je deze vorm van manipulatie

    Als je kijkt naar de geschiedenis, dan is het extreem fascinerend om te zien hoe bepaalde figuren erin geslaagd zijn om een hele bevolkingsgroep op een negatieve manier te brainwashen. De Tweede Wereldoorlog is daar een goed voorbeeld van, maar ook sektes en malafide yogaguru’s (zoals we zagen in Netflixdocu Bikram). Hoe is het in hemelsnaam zover kunnen komen? Gaslighting, een manipulatietechniek, vormt mogelijk een groot deel van de verklaring.

    Er zijn verschillende manipulatietechnieken waarmee je mensen kan aanzetten tot een bepaald gedrag. Gaslighting is daar eentje van, en je kan jezelf er maar beter voor hoeden.

    Wat is gaslighting precies?
    Gaslighting is een manipulatietechniek om mensen te laten twijfelen aan hun realiteit. Filmkenners kennen dit fenomeen misschien wel vanuit de film Gaslighting, waarbij een man zijn vrouw zodanig manipuleert dat ze denkt dat ze gek aan het worden is.

    En denk je nu: dit overkomt mij niet? Think again: iedereen is vatbaar voor gaslighting. Denk maar aan alle verstandige mensen die uiteindelijk toch in een sekte belanden (wat bijvoorbeeld heel goed in beeld wordt gebracht in de docu Holy Hell op Netflix): ook zij hadden op voorhand nooit kunnen vermoeden dat ze zouden meestappen in het verhaal van een manipulator.

    Dat is misschien een extreem geval, maar ook in dagelijkse conversaties krijg je soms zonder dat je het beseft te maken met gaslighting.

    Zo herken je gaslighting
    Gaslighting gebeurt vaak heel subtiel, zonder dat je er erg in hebt. Toch kan je jezelf erin trainen om de signalen van gaslighting beter te gaan herkennen.

    1. Ze liegen flagrant
    Eén onbetwistbaar kenmerk van mensen die aan gaslighting doen, is dat ze overduidelijk leugens verkondigen. De kracht van liegen zit ‘m trouwens niet in de leugens zelf, maar in het feit dat je door één achterhaalde leugen nooit meer 100 procent zeker weet of die persoon de waarheid vertelt of niet. Immers: je weet dat hij of zij in staat is om te liegen.

    2. Ze ontkennen dat ze iets gezegd hebben
    Hoewel je 100 procent zeker bent van het feit dat de ander iets gezegd heeft, ontkent deze persoon dat in alle talen. Gevolg: je gaat aan jezelf twijfelen.

    3. Ze misbruiken dingen die je nauw aan het hart liggen
    Manipulators weten maar al te goed wat jou nauw aan het hart ligt: je kinderen, je identiteit, je partner. Dit zijn de eerste zaken die ze zullen misbruiken. Ofwel: ze misbruiken de fundamenten van je persoon aan.

    4. Ze halen je naar beneden
    Een typisch kenmerk van gaslighting is dat het geleidelijk aan gebeurt. Een leugentje hier, een leugentje daar, zo nu en dan een hatelijk opmerking. Dit heeft op termijn zo’n sterk effect dat je er mentaal naar beneden door wordt gehaald

    5. Hun acties komen niet overeen met hun woorden
    Heb jij te maken met iemand die aan gaslighting doet? Kijk dan naar wat ze doen in plaats van wat ze zeggen. Meestal matchen die twee namelijk niet. En always remember: wat ze zeggen zijn maar praatjes.

    6. Ze verwarren je met positieve bekrachtiging
    Door soms complimentjes te geven over gedrag dat zij goedkeuren, krijg je het gevoel dat de persoon in kwestie toch niet zo slecht is als je zou denken. Alleen: dit is een berekende stap om jou nog meer te verwarren en te doen twijfelen aan je realiteit.

    7. Ze weten dat verwarring mensen zwakker maakt
    Gaslighters weten dat mensen een gevoel van stabiliteit willen in hun leven. Hun doel bestaat er vooral in om die stabiliteit naar beneden te halen en zelf een schijnbaar stabiele factor te zijn (zoals een charismatische sekteleider).

    8. Ze projecteren hun eigen gedrag op jou
    Vaak tonen mensen die aan gaslighting doen een negatief gedrag, zoals bedrog, stelen of drugmisbruik. In plaats van dit toe te geven, beschuldigen ze jou echter van diezelfde gedragingen. Als gevolg ga je jezelf hiertegen verdedigen, waardoor de aandacht van de manipulator wordt weggehaald.

    9. Ze proberen mensen tegen je af te zetten
    Eén van de belangrijkste zaken waar gaslighters je aan doen twijfelen, zijn de mensen rondom jou die je altijd hebt vertrouwd. Sterker nog: ze zullen er alles aan doen om je af te zetten tegen je familie of beste vrienden.

    10. Ze beschuldigen anderen van leugens
    Door anderen (zoals je familie of de media) te beschuldigen van leugens ga je je eigen realiteit in vraag stellen. De kracht zit ‘m vooral in het feit dat ze de enige zijn met het lef om zoiets te verkondigen, waardoor je automatisch vermoedt dat er iets van waarheid inzit.

    Kortom: gaslighting is een langdurig proces dat mensen vaak onbewust brainwasht. Toch is het belangrijk om te weten dat dit soort zaken gebeuren, niet alleen in de films.

    Maar nog belangrijker is het om gaslighting te kunnen herkennen en om zeker te zijn van je eigen realiteit. Met dit artikel is dat hopelijk een beetje makkelijker geworden.

    Bron: Bedrock >>

    #252793
    Luka
    Moderator

    Niet in geluk of een groot levensdoel maar in je relaties met anderen schuilt de zin van het leven, aldus de Finse filosoof Frank Martela.

    Goed nieuws: de vraag naar de zin van het leven laat zich makkelijker beantwoorden dan we misschien denken. Het hangt er alleen wel vanaf hoe we de vraag stellen, meent de Finse filosoof Frank Martela (1981), werkzaam aan de Universiteit van Helsinki, waar hij onderzoek doet naar zingevingsvraagstukken. Deze zomer verscheen zijn boek Een prachtig leven waarin hij ons handvatten geeft voor een betekenisvol leven.

    ‘Eigenlijk is de mens pas relatief kort de zin van zijn eigen bestaan gaan betwijfelen’, vertelt Martela via een videoverbinding vanuit zijn vakantieadres in Estland. ‘Met de wetenschappelijke revolutie ontstond er voor het eerst een wereldbeeld waarin de mens niet langer een vanzelfsprekende plek in het universum had. In plaats van een sleutelrol in een goddelijk plan, bleek ons bestaan een toevalligheid te zijn in een universum dat verder niets om ons geeft.’

    Toch is dat geen reden om te wanhopen, vindt Martela. ‘We zouden niet moeten vragen naar de algemene zin ván het leven, maar naar de persoonlijke zin ín het leven.’

    Wat is dan die zin in het leven?
    ‘Als we normaal gesproken naar de zin van iets vragen, dan vragen we naar de relatie die het heeft tot andere dingen. Als we vragen naar de zin van ons leven is het niet anders: die is te vinden in onze relatie tot anderen. In verschillende psychologische studies werden mensen gevraagd een lijst te maken van dingen die het leven volgens hen betekenisvol maakt. De meeste mensen noemen dan familie en vrienden. Diepe menselijke relaties, dat is waar mensen over praten als ze over de zin van het leven praten.’

    Welke les zouden we daar uit moeten trekken?
    ‘In grootstedelijke samenlevingen zijn familieverbanden minder hecht geworden. We zijn verder van elkaar af gaan wonen, zelfs goede vrienden zien we niet zo vaak omdat we het altijd druk hebben met werk.

    ‘Vroeger waren we op elkaar aangewezen voor overleving, maar tegenwoordig, met de buurtsuper om de hoek en water uit de kraan, is het relatief makkelijk om geïsoleerd te leven. Daar moeten we voor waken. We zouden in steden bijvoorbeeld meer kunnen experimenteren met woongroepen, als alternatief voor eenkamerappartementen.’

    De mensen om je heen geven betekenis aan het leven. Dat inzicht zal niet als een complete verrassing komen. Toch zijn we de afgelopen decennia zingeving gaan zoeken in heel andere zaken, volgens Martela. Met name het idee dat je zoveel mogelijk geluk moet nastreven heeft in westerse maatschappijen het religieuze raamwerk als bron van zingeving vervangen. Maar geluk is maar een armzalig levensdoel, meent hij.

    Wat is er mis met het nastreven van geluk?
    ‘Ik heb niets tegen geluk op zichzelf. Het is natuurlijk fijner om gelukkig te zijn dan ongelukkig. Maar het najagen van geluk als centraal levensdoel, daar heb ik problemen mee.

    ‘Iedereen in zijn leven is wel eens een periode ongelukkig. Dat hoort nu eenmaal bij het leven. Maar gelukkig zijn is in onze maatschappij tot culturele norm verheven: je móét gelukkig zijn. Daardoor is er voor ongeluk nauwelijks plaats. Omdat je niet aan de culturele norm voldoet, wordt ongelukkig zijn een soort persoonlijk falen. Wat ongeluk weer twee keer zo erg maakt.

    ‘Daar komt bij dat mensen die actief geluk nastreven paradoxaal genoeg vaak ongelukkiger zijn. Wanneer je altijd bezig bent met het optimaliseren van je geluk, kijk je vooral naar wat je niet hebt. Kan ik een nóg leukere baan vinden? Loopt er ergens een nóg leukere partner rond? Daardoor vergeet je je te concentreren op wat je hebt.’

    Het leven als project
    Gelukkig zijn als doel sluit aan bij de moderne levensopvatting om je leven te beschouwen als een groot project, waarin je ontwikkeling doormaakt en bepaalde doelen verwezenlijkt zoals een succesvolle carrière, legt Martela uit.

    ‘Het probleem van het leven als project is dat je je eigen leven reduceert tot een instrument om een bepaald doel in de toekomst te behalen. Daardoor ga je te veel in die toekomst leven, en vergeet je de momenten van zingeving die zich juist nu afspelen.

    ‘Bovendien kan je leven op deze manier ook nog eens mislukken, namelijk als je je zelfopgelegde doelen niet haalt. Dat is een druk op het leven die je niet nodig hebt.

    ‘Uiteindelijk is het leven geen project dat opgepakt moet worden, maar gewoon iets dat gebeurt. Ik pleit er daarom ook voor om het leven meer te zien als een verhaal: iets waar je in zit, met alle goede en slechte gebeurtenissen, die tezamen jouw unieke leven vormgeven.’

    U gaf aan de Aalto Universiteit in Finland een cursus ‘Life design’. Wat leerde u studenten?
    ‘Dit was een vak voor businessstudenten. Welzijnsrapporten van de universiteit lieten toentertijd zien dat dit de groep studenten was met de meeste uitval en burnoutklachten. De cultuur in die studie was erg op competitie en succes gericht. Ik ontwikkelde dit vak om studenten te helpen om meer over zichzelf en hun eigen waardes en interesses te leren.

    ‘Een simpele opdracht die ik gaf, was om een lijst te maken van alle activiteiten die je leuk vindt om te doen puur omwille van de activiteit zelf – in mijn geval: schrijven, voetballen, naar de sauna gaan. Om vervolgens na te gaan hoeveel tijd je in je leven ook daadwerkelijk aan die activiteiten besteedt. En als dat niet zoveel is, wat bij veel studenten het geval was, hoe richt je dan je leven in om meer tijd voor deze activiteiten vrij te maken?

    ‘Van tijd tot tijd opschrijven wat belangrijk voor je is en waar je interesses liggen, kan je helpen om niet al te makkelijk in de mal van de samenleving gegoten te worden. Want voor je het weet leid je een leven dat helemaal niet bij je past.’

    Bron: de Volkskrant >>

    #253649
    Luka
    Moderator

    VIDEOSERIE DAKLOOS

    Op straat staan en geen eigen huis meer hebben: het kan iedereen gebeuren. Maar wat gaat er aan dit pijnlijke moment vooraf? Drie voormalig dak- en thuisloze mensen vertellen het in de indringende videoserie Niet thuis.

    Ellen
    Aflevering 1

    ‘Toen ik aankwam in de nachtopvang dacht ik: hoe ga ik dit aan mijn vrienden vertellen?’

    Rob
    Aflevering 2

    ‘Ik dacht gewoon: ik blijf fietsen tot ik doodga’

    Boris
    Aflevering 3

    ‘‘Ga maar weer op straat slapen’, zei mijn vader’

    Videoserie de Volkskrant >>

    #256045
    Luka
    Moderator

    Wat je kan doen terwijl je op de wachtlijst van een psycholoog staat

    Of als je gewoon meer aan je mental health wilt werken tijdens de lockdown.

    Laten we het hebben over die andere pandemie: depressie. Ik ken niemand in mijn omgeving die gelukkiger is geworden van de coronacrisis. Het verbaast me daarom niet dat steeds meer mensen aankloppen bij de psycholoog. Helaas kan het lang duren voordat je überhaupt geholpen wordt: de lange wachttijden binnen de GGZ zijn al jaren een bekend probleem.

    Dus wat doe je dan in de tussentijd? Het kan soms voelen alsof elke dag “nutteloos” is, maar juist nu is het belangrijker dan ooit dat je lief voor jezelf bent en zo min mogelijk druk op jezelf legt. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, dus hieronder heb ik laagdrempelige tips verzameld die mij en mijn vrienden het meeste hebben geholpen toen we diep in de shit zaten (sinds corona wisselen we self-care tips uit alsof het Pokémon-kaarten zijn).

    Dit artikel is niet een vervanging voor therapie, maar het helpt je om ergens te beginnen. Zie het maar als een wachtkamer met een stapel hele goeie tijdschriften.

    Werkboek: Feeling Good: The New Mood Therapy door David Burns
    Online wordt dit boek overal aangeraden door Amerikanen die geen geld hebben voor een therapeut of momenteel op een lange wachtlijst staan. Je kan het zien als schriftelijke therapie: je leert technieken uit cognitieve gedragstherapie (CGT) en doet oefeningen om zicht te krijgen op je (negatieve) denkpatronen. Zelfhulpboeken krijgen soms een slechte naam, maar dit boek doet moeite om uit te leggen waarom CGT werkt, hoe het werkt en hoe je het zelf kan toepassen op bepaalde problemen. Ook bevat het boek gesprekken tussen Burns en zijn (anonieme) patiënten, zodat je kan zien hoe een gemiddelde sessie met een therapeut eruitziet.

    Een vriendin van mij klaagde laatst dat ze meer aan dit boek heeft gehad dan aan de wekelijkse sessies met haar psycholoog (tip: je kan áltijd van therapeut veranderen als het niet klikt – dit gaat om jóuw gezondheid).

    Online wordt dit boek overal aangeraden door Amerikanen die geen geld hebben voor een therapeut of momenteel op een lange wachtlijst staan. Je kan het zien als schriftelijke therapie: je leert technieken uit cognitieve gedragstherapie (CGT) en doet oefeningen om zicht te krijgen op je (negatieve) denkpatronen. Zelfhulpboeken krijgen soms een slechte naam, maar dit boek doet moeite om uit te leggen waarom CGT werkt, hoe het werkt en hoe je het zelf kan toepassen op bepaalde problemen. Ook bevat het boek gesprekken tussen Burns en zijn (anonieme) patiënten, zodat je kan zien hoe een gemiddelde sessie met een therapeut eruitziet.

    Een vriendin van mij klaagde laatst dat ze meer aan dit boek heeft gehad dan aan de wekelijkse sessies met haar psycholoog (tip: je kan áltijd van therapeut veranderen als het niet klikt – dit gaat om jóuw gezondheid).

    Alle kleine beetjes helpen
    Depressie slurpt vaak je energie en motivatie op, waardoor je geen fut heb om de dingen te doen die je wil doen. Nu we de hele dag thuis zitten, word je dagelijks geconfronteerd met rommel (hiervoor konden we het huis nog ontvluchten). De beste tip die ik heb gekregen is om alle taken zo laagdrempelig en halfslachtig mogelijk te maken. Bijvoorbeeld: het liefst negeer ik de berg afwas die elke dag groter wordt. In plaats van tegen mezelf te zeggen dat ik die berg nu in één keer moet doen, ga ik nu alléén de borden en kommen stapelen. Dat is alles. Zodra ik dat heb gedaan, krijg ik een voldaan gevoel en kan ik het van mijn to-do lijstje afstrepen. Maar wat vaak gebeurt, is dat ik na het stapelen denk: “Oké, eigenlijk kan ik net zo goed écht beginnen met de afwas. Ik ben toch al bezig.”

    In plaats van jezelf dwingen om elke dag een (corona-vriendelijke) wandeling te maken, ga je 5 minuten thuis stretchen. Alles is beter dan niks. Ga met een washandje over je gezicht en hals, als je geen energie hebt om te douchen. Sorteer je was, in plaats van meteen die berg vuile was te tackelen. Raap je kleren van de grond, in plaats van je hele kamer meteen te Marie Kondo’en (al moet ik wel zeggen dat ik de was doen minder haat sinds ik haar methode voor kleding vouwen gebruik).

    Zorg ervoor dat je eet en genoeg water drinkt
    Ook hier: maak het laagdrempelig. Het is makkelijk om naar kant-en-klare maaltijden of afhaal te grijpen – doe dat vooral, want het is beter dan niks eten. Op sommige dagen voelt het onmogelijk om jezelf naar de supermarkt te slepen, maar als je er bent (yay!), sla dan zoveel mogelijk noten, gedroogd fruit, volkoren crackers en andere gezonde snacks in die je lang kan bewaren. Leg deze snacks in de buurt van je bed, zodat je op dagen waarop je niet je bed uitkomt altijd iets te eten hebt (ook fijn voor als je net ontwaakt uit je depressiedutje).

    En dan water. Omdat ik zelf vaak vergeet om genoeg water te drinken, kocht ik een waterkan van 3 liter. Ik hoef dit megading alleen ‘s ochtends bij te vullen en ervoor te zorgen dat het aan het einde van de dag leeg is.

    Wil je zelf koken, maar geeft de gedachte van afwassen je nachtmerries: hier is een lijst van maaltijden die je in één pan kan bereiden (soep is nog altijd een klassieker onder de depressie-maaltijden). Of als je het budget ervoor hebt: koop een instant pot. Gooi ingrediënten erin, zet het aan, wacht en boem – een Volledige Maaltijd.

    Podcasts over mental health luisteren
    Oké, ik ben hopelijk niet de enige die graag naar podcasts luistert omdat het voelt alsof ik met een groepje vrienden ben. Eh… hoe dan ook, podcasts zijn een hele makkelijke manier om verhalen van herkenning te vinden. Mental Illness Happy Hour interviewt mensen (patiënten, experts, beroemdheden) over depressie, trauma, verslaving, eetstoornissen en meer. Er wordt gelachen, gehuild, zo hard gelachen dat er wordt gehuild.

    Een probleem die ik vaak hoor van mensen van kleur die in therapie gaan, is dat ze geen psycholoog kunnen vinden die hen begrijpt wanneer het gaat over cultureel stigma, racisme en je leven navigeren met een duale identiteit. Daarom zijn deze mental health podcasts van mensen van kleur belangrijk: Therapy For Black Girls, Melanin & Mental Health, Erasing Shame (voor de Aziatische diaspora) en The Mindful Muslim.

    Vul je Instagram feed met mental health-positiviteit
    Eindeloos scrollen op Instagram is onvermijdelijk. Social media kan je zelfbeeld kapot maken als je continu perfect gecureerde levens door je strot geduwd krijgt, maar tegelijkertijd geeft social media je toegang tot ontzettend veel communities die je kunnen helpen met helen. Dus als je toch in een rabbit hole zit, raad ik je aan om mental health accounts te volgen (en de accounts die je een slecht gevoel te geven te muten of ontvolgen). De Amerikaanse therapeut Meghan Watson maakt korte, heldere slides die psychische symptomen uitlegt. Ze geeft affirmations (mantra’s), en tips en oefeningen die je meteen kan doen.

    Kunstenaar Hannah Daisy maakt illustraties over “saaie self-care”, zoals boodschappen doen, bed opmaken en een kop thee zetten – dingen die klein lijken, maar belangrijk zijn en waar je trots op moet zijn. Dit betekent het om lief voor jezelf te zijn. Nogmaals: alle kleine beetjes helpen.

    Tabitha Brown is een vegan chef op TikTok die viral ging met haar video’s waar ze in de camera praat over self-love. Het klinkt simpel, maar het is moeilijk om niet ontroerd te raken door een vrouw die waanzinnig veel positiviteit uitstraalt.

    Andere goede IG accounts zijn Crazy Head Comics en The Holistic Psychologist.

    Tot slot
    2020 was een heftig jaar. Het feit dat je het hebt overleefd is al een applaus waard. Het tweede en het derde punt in deze lijst gaan over het veranderen van je gedrag en gedachtegang. Dit gaat niet in één keer. Soms ga je vijf dagen achter elkaar lekker en krijg je het voor elkaar om eindelijk je kamer op te ruimen, maar valt alles op de zesde dag weer uit elkaar en heb je nergens zin meer in. Dit is normaal. Het enige wat ik je vraag is om te proberen niet boos op jezelf te zijn. Geef jezelf na een tijdje de ruimte om het nog een keer te proberen.

    Bron: NPO 3 >>

    #256051
    Luka
    Moderator

    Dit zijn de beste adviezen die mensen ooit van hun psycholoog hebben gekregen

    Vier op de tien Nederlandse jongeren met mentale problemen durft daar niet voor uit te komen. Tegelijkertijd blijkt ook dat bijna driekwart van de jongeren zich aangemoedigd voelt om er open over te zijn wanneer anderen dat ook doen. En dat is niet alleen in Nederland het geval: om anderen aan te moedigen te praten over hun problemen, vroeg Teen Vogue 50 Amerikanen naar beste advies dat zij ooit kregen van hun therapeut. Wij selecteerden de zes beste tips.

    12% Nederlandse jongeren heeft mentale problemen
    Volgens het CBS kampt 12% van de jongeren psychische problemen. Erover praten met vrienden, familie of een professional kan helpen, maar die stap is voor veel mensen te groot. Uit onderzoek van Stichting MIND en 3Vraagt bleek eerder dit jaar dat 43% van de jongeren met mentale problemen hier niet open over durft te zijn. Ook in Amerika is dit een probleem, mede doordat de zorgkosten daar vaak veel hoger zijn dan hier. Om het stigma rond mentale problemen weg te nemen vroeg Teen Vogue aan vijftig Amerikanen van verschillende leeftijden, achtergronden, geslachten en seksuele voorkeuren om het beste advies te delen dat ze ooit van hun therapeut hebben gekregen.

    #1. Sofia – Pas je verwachtingen aan

    Het advies van de therapeut: “Als je een 10 wil, moet je werken als een 10. Dat is prima als je het doet in één situatie, maar jij wil overal een 10 in zijn en dat kan gewoon niet. Dus wanneer je aan een taak begint, vraag jezelf eens af hoeveel van jezelf je wil geven en hoeveel gezond is om te geven.”

    Sofia’s opvatting: “Ik ben een perfectionist dus ik wil dat alles zo goed is als het maar kan zijn. Ik ben veeleisend naar mezelf en ik kan niet rusten totdat alles is zoals ik het wil. Dat is slopend. Maar nu vraag ik me inderdaad af hoeveel ik van mezelf wil geven als ik een taak uitvoer. Soms wil ik die prachtige 10, maar ben ik niet bereid om ervoor te werken. Dan pas ik mijn verwachtingen aan, aan mijn mentale gezondheid en weet ik wat het beste voor me is.”

    #2. Heather – Neem niet alles persoonlijk en blijf bij jezelf

    Het advies van de therapeut: “Blijf altijd bij jezelf. Wat anderen doen is niet persoonlijk bedoeld, zij kijken simpelweg door de bril van hun eigen verleden.”

    Heather’s opvatting: “We hebben het gevoel dat de wereld ONS overkomt. We realiseren ons niet dat we nog steeds geluk en vrede kunnen vinden in chaos. Die plek vinden betekent verbonden zijn met jezelf. Het heeft mijn leven veranderd om die power terug te pakken.”

    #3. Juan – Hou van jezelf

    Het advies van de therapeut: “Leer compassie voor jezelf te hebben.”

    Juans opvatting: “Het klinkt op papier niet als een baanbrekend idee, maar voor mij was het een ware openbaring. Als je je hele leven heel erg naar en kwetsend naar jezelf bent geweest, dan is het gevolg een laag zelfvertrouwen dat je permanent voelt. Als jij iemand hebt gekwetst, dan is je fout erkennen, excuses aanbieden en je gedrag aanpassen het juiste om te doen. De grootste doorbraak die ik had, was dat ik me realiseerde dat ik dat ook bij mezelf kon doen.”

    #4. Victoria – Leer nee zeggen

    Het advies van de therapeut: “Nee is een volledige zin.”

    Victoria’s opvatting: “Wie had gedacht dat een woord van drie letters zoveel gewicht had? Als iemand die altijd anderen wil pleasen ben ik continu bezig met anderen en ben ik bang voor wat zij van mij vinden. Hierdoor doe ik te veel tegelijk, tot het randje van een fysieke en mentale breakdown. Het voelde alsof ik nergens nee tegen kon zeggen zonder goede reden. Maar mijn therapeut zei me dat mijn tijd iets is waarover ik kan beslissen om het aan anderen te geven of niet. En ik ben niemand een verklaring verschuldigd.”

    Bron: #5. Imani – Je bent niet je mentale aandoening

    Het advies van de therapeut: “Je bent niet je mentale aandoening.”

    Imani’s opvatting: “Het maakt niet uit welke diagnose ik heb of krijg, ik ben wie ik ben en er zijn zoveel mooie kanten aan mij die staan te popelen om eruit te komen. Een mentale aandoening is iets waar je rekening mee moet houden, maar het is niet iets om je slecht over te voelen. Een zieke geest is net als een ziek lichaam.”

    #6. Briana – Ga dingen doen!

    Het advies van de therapeut: “Als je niks doe, dan gebeurt er ook niks. Maar als iets doet, dan kan er wel iets gebeuren.”

    Briana’s opvatting: “Niks doen, leidt tot niks en ik kan mijn depressie alleen verslaan door iets te doen. Dat zou alleen al een wandeling kunnen zijn in plaats van hersenloos te netflixen. Door mijn versie van ‘iets doen’ te doen, was ik binnen een paar weken in staat om stage te lopen bij een van mijn favoriete fotografen. Om je mentale problemen te verslaan, moet je altijd dingen blijven doen – hoe klein ook -, zelfs als je helemaal nergens zin in hebt.”

    Bron: KRO – NCRV >>

    #257316
    Luka
    Moderator

    Psychiater: ‘Autismespectrumstoornis verworden tot containerbegrip’

    “Autismespectrumstoornis en ADHD zijn oorspronkelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Tegenwoordig zijn het echter containerbegrippen waar vrijwel alle kinderen onder vallen die stagneren in hun ontwikkeling. Maar in feite zeggen deze labels maar heel weinig over de specifieke problemen van een individueel kind” Monique Verburg is kinder- en jeugdpsychiater bij GGZ Centrum Wageningen. We zijn bij haar op bezoek voor onze uitzending over de autismezorg.

    “Kinderen die verhoogd prikkelgevoelig zijn, krijgen al vrij snel de diagnose Autismespectrumstoornis (ASS). De diagnostische criteria zijn breder geworden in de loop der jaren. Met name het gevoeligheidsprofiel (sensorische over- en of ondergevoeligheid voor bijvoorbeeld licht en geluid, red.) is erbij getrokken als één van de basiskenmerken van autisme. Daardoor zijn veel meer kinderen in dat spectrum terechtgekomen. Dus veel meer kinderen krijgen de diagnose ASS.” In de jaren zestig werden twee en een half op de tienduizend kinderen gediagnosticeerd met autisme, vertelt Verburg ons. “Nu is dat wereldwijd één op de honderd en in Nederland is dat nog hoger. Dat heeft voor een deel te maken met de verruiming van de criteria en voor een deel met andere factoren.”

    Snelle psychiatrische labeling
    Eén van die andere factoren is dat er steeds meer prikkels in onze maatschappij zijn, ziet Verburg. “Dit is al van invloed tijdens de zwangerschap. Meer stress bij de moeder tijdens de zwangerschap levert meer kinderen op die basaal al meer prikkelgevoelig zijn. Dan kun je zeggen: dat is een stoornis, maar je kunt ook zeggen: dit is hoe dit kind gebakken is en laten we kijken wat dit kind nodig heeft om zich goed te ontwikkelen.” Verburg kan zich erg opwinden over de neiging tot snelle psychiatrische labeling. “Wat ik daar heel kwalijk aan vind, is dat we de problemen expliciet toeschrijven aan onze kinderen. We zeggen: dit kind heeft een psychiatrische stoornis, er is iets mis met dit kind. Terwijl ik denk: nee, er is iets mis met onze maatschappij, waardoor steeds meer mensen en steeds meer kinderen buiten de boot vallen.”

    Verburg wil kinderen liefst zo min mogelijk labels als ASS geven. Verzekeraars daarentegen vragen juist om deze labels, oftewel classificaties uit DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders): het handboek voor psychiatrische stoornissen dat wereldwijd wordt gebruikt. Zo’n DSM-classificatie is nodig om je behandeling vergoed te krijgen, zowel bij de verzekeraars als bij de Jeugdzorg waar de gemeentes over gaan. Maar in de regio centraal-Gelderland is inmiddels met de gemeentes afgesproken dat de hulpverleners geen DSM-classificaties hoeven te overleggen om behandelingen vanuit de Jeugdzorg vergoed te krijgen voor hun cliënten. Dus Verburg kan – zoals zij het liefst wil – puur focussen op de problemen die er spelen, zonder een label te plakken op het kind.

    Wat is nou eigenlijk het probleem?
    “Ouders komen bij mij binnen met de vraag: heeft mijn kind autisme? Dat vertroebelt de kernvraag. Want het gaat er niet om of hun kind autisme heeft. Het gaat erom: wat is hier nu eigenlijk het probleem? En dat zijn bijvoorbeeld driftbuien. En waardoor speelt dit probleem juist op dit moment in het leven van het kind?’ Verburg benadrukt dat het over interactie gaat. “Gedrag is altijd de combinatie van de aanleg van het kind met hoe de omgeving daarop reageert. Zowel bij het onderzoek naar de problemen, als bij de oplossing moet je dus kijken naar het kind èn naar de omgeving, dat wil zeggen ouders of gezin, school en andere omgevingsfactoren.”

    “We halen het label autisme er nu af.”

    Kinderpsychiater Verburg

    De diagnose ASS is te breed en wordt te vaak gesteld, herhaalt Verburg. “Ik denk dat het zou helpen om veel voorzichtiger te zijn met dat label. Ik zou het label liever helemaal aan het einde van het hulpverleningstraject willen plaatsen in plaats van vooraan. Ik heb heel lang in een landelijke behandelsetting voor autisme gewerkt, waar alleen maar kinderen en jongeren binnenkwamen als ze het label autisme hadden. Aan het beging van het traject besprak ik altijd hetzelfde, namelijk: we halen het label autisme er nu af. En als je hier vertrekt, dan kijken we nog wel eens wat er van dat label over is.”

    Bron: Pointer / KRO-NCRV >>

    #257799
    Luka
    Moderator

    Podcastreeks De Facto Trauma

    In deze reeks gaan Jerry Allon met experts op het gebied van trauma-behandeling in gesprek over een persoonlijk verhaal van iemand die te maken heeft met de gevolgen van trauma.

    Hoewel we in de afgelopen decennia heel veel hebben geleerd over de impact van trauma, is het gebrek aan kennis en de implementatie van deze kennis tegelijkertijd nog zo groot.

    Anno 2021 is de GGZ bijvoorbeeld nog altijd sterk DSM-gestuurd en kun je er allerlei exotische stoornissen vergaren terwijl klachten niet zelden vooral de gevolgen van trauma representeren. Een gegeven dat nog wel eens over het hoofd wordt gezien, of simpelweg genegeerd. Er is dus nog een hoop werk te doen, om ogen te openen, kennis te vergroten, als ook om begrip en inzicht te creëren. Bij hulpverleners, patiënten en naasten, maar zeker ook in de samenleving in haar geheel. Daarnaast zijn er nog maar weinig podcasts over dit thema.

    Vanuit dat perspectief is het idee ontstaan voor de vierdelige podcast-reeks: De Facto Trauma (Latijn voor: in feite trauma)

    In deze reeks wordt het onderwerp trauma onder leiding van Jerry Allon vanuit verschillende perspectieven belicht. Vaste gast in elke aflevering is Mathilde, die luisteraars op basis van haar eigen ervaring steeds op indringende wijze meeneemt in hoe groot maar vooral ook klein trauma kan zijn.

    Samen gaan Mathilde en Jerry ook in gesprek met een expert op het gebied van trauma-behandeling.

    In de eerste en tweede aflevering is klinisch psycholoog Janneke Ferwerda te gast, in aflevering drie schuift ervaringsdeskundige en promovendus Anne Marsman aan. In de vierde en laatste aflevering is David van den Berg te gast.

    De podcasts vind je hier: Psychosenet >>

    #258812
    Luka
    Moderator

    Zo luister je het best naar een ander (volgens de wetenschap)

    Zeg eens eerlijk: zijn er momenten dat je niet echt luistert naar de persoon die tegenover je zit? In sommige situaties overkomt mij dit vaker dan ik zou willen. Er zit dus maar één ding op: ik moet naar een school die mij leert om beter te luisteren.

    Vóór corona had ik eens een verjaardagsetentje in een restaurant met een groep mensen. Een tafelgenoot kletste ruim een uur over van alles en nog wat. Ondanks dat ik hem aankeek en braaf ja knikte, had ik eigenlijk niet door wat hij nou allemaal vertelde.

    Hetzelfde gebeurde standaard in de schoolbanken en soms gaat het ook langs me heen als mijn vriend me iets vertelt wat ik eigenlijk niet zo interessant vindt.

    Uit onderzoek blijkt dat ik niet de enige ben: liefst acht op de tien Nederlanders luistert niet altijd goed tijdens een gesprek. Helaas hoor ik dus daar ook bij. Het is niet zo dat ik nooit luister. Ik kan aandachtig luisteren naar die vriendin in nood en ik kan als journalist tot in detail terug vertellen wat mijn interview kandidaat vertelde. Niks aan de hand zou je denken, maar er zijn momenten dat er helemaal niks binnenkomt.

    Een irritante eigenschap, dus ik besluit een les te volgen bij de Luisterschool van Saskia Zwijnenburg (49). Ze is afgestudeerd psycholoog en werkt sinds 2015 als luistercoach. Ik haak aan bij de masterclass Holding Space, een cursus die mij moet leren hoe ik écht goed kan luisteren.

    Vertraging opzoeken
    Voorafgaand krijg ik een thuisoefening mee: probeer alledaagse dingen te vertragen. Trek langzaam je jas aan, poets langzaam je tanden en drink langzaam je kop thee leeg. Daar ga ik gelijk al de mist in. Ik doe alles in de derde versnelling, op de automatische piloot en het liefst alles tegelijkertijd.

    Tijdens mijn gesprek met Saskia kom ik al snel tot de conclusie dat dit een van de oorzaken is van mijn problemen. Hoe kan ik verwachten dat ik rustig naar iemand kan luisteren als alles in mijn leven snel en gehaast gaat? “Door gedurende de dag vertraging in de kleine dingen op te zoeken, kun je ook beter de tijd vinden om te luisteren,” drukt de luistercoach mij op het hart.

    Stiltes laten vallen
    Saskia legt me uit dat ze voorstander is van communiceren vanuit een ‘holding space’. Hierin is het belangrijk dat je de tijd maakt voor een gesprek, jezelf niet passief opstelt en je grens durft te bewaken. Dat laatste is iets dat we tegenwoordig te weinig doen.

    “We leven in een maatschappij met ontzettend veel kennisoverdracht en we communiceren heel erg horizontaal. De een vertelt en de ander reageert daar direct op. Het is vaak niet gewenst om een lange stilte te laten vallen of om tegen iemand te zeggen: ik heb even de tijd nodig om op je verhaal te reageren. Gek eigenlijk, want dit is heel belangrijk om goed te kunnen luisteren.”

    Ik weet van mezelf dat ik soms de tijd nodig heb om iets dat iemand vertelt een paar seconden te laten bezinken, maar tegelijkertijd vind ik stiltes ongemakkelijk aanvoelen. Daarin ben ik overigens niet de enige. Het internet staat vol met tips over hoe je een vervelende stilte’ kan voorkomen en ook in series en films vinden ze het heerlijk om een stilte zo ongemakkelijk mogelijk weg te zetten.

    Het perfecte antwoord
    In de masterclass leer ik over nog een groot obstakel dat optreedt tijdens het luisteren. Een hoop mensen zijn namelijk vooral bezig met hun eigen reactie voorbereiden wanneer iemand praat. Hier is in 2020 uitgebreid onderzoek naar gedaan door de Duitse psycholinguïst Mathias Barthel.

    Dit is een probleem waar ik zelf ook tegenaan loop wanneer mijn vriend over een hobby vertelt waar ik weinig van begrijp. Ik dacht dat het desinteresse was, maar als Saskia mij laat terugdenken, ging er tijdens die gesprekken alleen maar door mijn hoofd: ik snap het niet. Wat moet ik nu zeggen? Help!

    Tijdens de masterclass legt de luistercoach uit dat een perfect antwoord helemaal niet nodig is om te laten merken dat je luistert naar iemand. “Luister niet alleen naar de inhoud die iemand vertelt, maar ook naar de emotie die daar inzit. In plaats van dat je een slim antwoord wil geven, kun je ook zeggen: ‘Wat leuk dat je zo enthousiast bent’ of ‘Ik merk dat dit je raakt’.”

    Luistergrens
    Ik heb altijd geroepen dat ik slecht ben in lang naar iemand luisteren, maar nu besef ik me dat ik misschien niet altijd heb geweten hoe ik moet luisteren. De situaties waarin ik wél goed kan luisteren, een interview of iemand die dicht bij me staat met een probleem, daar creëerde ik eigenlijk al die holding space waar Saskia het over heeft. Ik maak tijd, doe mijn telefoon in mijn tas, ik merk de emoties van een ander op en geef het aan als het gesprek te snel gaat. Waarom pas ik dat eigenlijk niet nog meer in mijn dagelijkse leven toe?

    Een verandering in mijn gehaaste levenspatroon en het bewaken van mijn ‘luistergrens’ moeten me in de toekomst gaan helpen om nog beter te gaan luisteren. En die ongemakkelijke stiltes? Die wil en ga ik voortaan juist omarmen. Hallo? Ben je daar nog?

    Bron: NPO 3 / Brandpunt Plus >>

    #258860
    Luka
    Moderator

    Emotionele mishandeling – Je komt als slachtoffer vaak in een existentiële crisis terecht

    Psychiatrische problemen zijn vaak het gevolg van de emotionele mishandeling die cliënten hebben ondergaan in hun verleden. Ze worden soms zelfs vrij letterlijk gek gemáákt. Dat zegt Tako Engelfriet, voorzitter van stichting ‘Het verdwenen zelf’.

    Over hoe psychoses, depressie en bipolariteit ontstaan zijn boeken vol geschreven. Eén van de oorzaken als gevolg van emotionele mishandeling kan trauma zijn. Emotionele mishandeling komt veel voor en laat diepe traumasporen achter. Dat beschrijven we in dit artikel. Minder bekend is dat dit trauma meestal actief veroorzaakt is.

    Emotionele mishandeling is als koolmonoxide: onzichtbaar en giftig
    Iris Koops, auteur van twee boeken over de gevolgen van emotionele mishandeling, beschrijft hoe complex trauma ontstaat: niet door een ernstige gebeurtenis, maar door ‘een serie onzichtbare, ontwrichtende ervaringen’. Slachtoffers belanden zonder het te weten ‘in het land van duisternis’.

    “Mijn moeder liet mij nooit met rust toen ik klein was”
    Dit vertelt bijvoorbeeld Roos, slachtoffer van ernstige emotionele mishandeling in haar jeugd: “Mijn moeder liet mij nooit met rust toen ik klein was. Ze speelde in op mijn schuldgevoel. Altijd moest ik er voor haar zijn. Ze manipuleerde op verschillende manieren als ik ook maar iets van een grens aan gaf. Ze kon me nooit alleen laten, en zelfs als ik me op de wc had opgesloten om een paar minuten op mezelf te kunnen zijn, stond ze door de deur heen tegen me aan te praten. Dat ging met grote emoties gepaard, want hoe haalde ik het in mijn hoofd om me voor haar af te willen sluiten. Ik heb er nu, dertig jaar later, nog steeds last van. Het invasieve heeft me bijna gek gemaakt.”

    Slachtoffers denken vaak dat ze labiel zijn en dat hun ernstige symptomen aan henzelf liggen
    Ze twijfelen vaak aan zichzelf en hun ervaringen. Klopt het wel dat ze dit hebben meegemaakt? Overdrijven ze niet? Slachtoffers kregen vaak te horen dat ze ‘een zwak kind’ waren of ‘gestoord’ zijn. Als ze zich verweerden kregen ze reacties als “Jij haalt je ook altijd van alles in je hoofd” of “Stel je toch niet zo aan”. De moeder van Roos speelde juist in op haar schuldgevoelens, met opmerkingen als “Weet je wel hoe erg het voor mama is wat je nu doet”.

    Over plegers van emotionele mishandeling weten we steeds meer
    Het betreft vaak mensen met narcisme of psychopathie (van trekken tot stoornis). Plegers hebben weinig empathie of geweten, ze houden koste wat kost hun eigen opgeblazen zelfbeeld overeind en misbruiken anderen voor hun eigen behoeften. Kinderen of partners van lopen een groot risico op trauma.
    Plegers gebruiken vaak manipulatie om hun destructieve gedrag te maskeren en dit zet slachtoffers voortdurend op het verkeerde been. Plegers zeggen bijvoorbeeld met een glimlach de meest vreselijke dingen of uiten cryptisch geformuleerde bedreigingen. Dat is beangstigend, verwarrend en vernederend tegelijk.

    Manipulatie kent veel vormen
    Woorden zijn wapens. De meeste mensen weten bijvoorbeeld wel dat interpretaties en emoties rondom feiten per persoon verschillen. Bij mensen met narcistische trekken of een stoornis is dat anders. Iris zegt in haar boek ‘Herstellen van narcistische mishandeling’ hierover: “Simpel gezegd doet een narcist precies het tegenovergestelde: omdat hij de realiteit niet verdraagt, probeert hij zowel zijn eigen realiteit als die van anderen structureel te manipuleren.”

    Dubbelzinnig taalgebruik is vrijwel standaard. Iris: “De pleger gebruikt mooie woorden om zijn luchtkasteel mee te bouwen. Maar iets wordt pas waar als je het daadwerkelijk ervaart. Als hij dus woorden gebruikt als ‘met elkaar omgaan op basis van respect’, dan schreeuwen die woorden om toetsing. Hoe gaat hij met jou en anderen om? Narcistische mensen zetten dergelijke taal in om het gedrag van lastige mensen bij te sturen. Woorden zijn dus wapens.”

    Plegers zijn niet alleen maar destructief, dat is het verwarrende eraan
    Ze wisselen een leuke avond af met kleinerende opmerkingen, aperte leugens doen ze af met een charmante ontkenning of ze laten op een grapje een stiltebehandeling volgen. Slachtoffers ervaren zonder dat ze het door hebben een langdurig schadelijke mix van chaos, schaamte, angst en schuldgevoelens.
    Uit onderzoek blijkt dat emotionele mishandeling schade kan aanrichten in het zenuwstelsel en de hersenen van slachtoffers. Manipulatie en machtsmisbruik zorgt voor een verwrongen realiteitsbesef, een permanent gespannen lichaam en een verstoord zelfbeeld.

    Het gevolg?
    De authentieke kern van slachtoffers vervaagt of ontwikkelt zich nooit: het verdwenen zelf. Ernstig trauma bepaalt steeds meer hun leven. Iris: “Je komt als slachtoffer vaak in een existentiële crisis terecht, omdat je zo wordt uitgedaagd in je geloof in de wereld en de mensheid, dat je het op een gegeven moment echt niet meer weet.” Vaak ontstaat dan een psychiatrisch probleem als een psychose, depressie, angsten of andere ernstige traumasymptomen.

    Deze problemen zijn niet aan slachtoffers zelf te wijten
    Ze zijn vaak vrij letterlijk gek gemáákt. Een afstandelijke of alleen op symptoombestrijding gerichte behandeling werkt vaak niet: de oorzaak wordt immers niet aangepakt. Slachtoffers hebben empathische traumatherapeuten nodig die hen ondersteunen bij het ontschuldigen van hun problemen. Gekoppeld aan goede psycho-educatie helpt dit om van ‘de duisternis naar het licht’ te komen. Herstel is dan echt mogelijk.

    Bron: Psychosenet.nl >>

    #258861
    Luka
    Moderator

    Marloes kiest bewust voor openheid over psychische problemen: ‘Taboe is jammer en onnodig’

    Psychische klachten zijn doodnormaal. Maar je merkt er bijna nooit iets van, want velen verbergen ze, uit schaamte en angst voor onbegrip. In de Week van de Psychiatrie staat ‘meedoen’ van mensen met een psychische kwetsbaarheid centraal. Drie vertellen er hier over hun twijfels. ,,Moet ik nu eerlijk zijn over een opname of niet?’’

    ‘Bij drie borden op het aanrecht, schiet ik al in de stress’
    Nova van Wolfswinkel (55): ,,Twee keer per week krijg ik thuisbegeleiding. Eerlijk gezegd schaam ik me daar best een beetje voor. De hulpverlener helpt me mijn huishouden en administratie te ordenen. Want bij drie borden op het aanrecht en een stapel post op tafel, schiet ik al in de stress. Dus met deze ondersteuning ben ik vooral heel blij; het helpt me mijn leven onder controle te houden.

    Pas zes jaar geleden werd duidelijk dat ik ADD heb (Attention Deficit Disorder, een subtype van het bekendere ADHD, waarbij hyperactiviteit een belangrijke rol speelt). Dat verklaarde dus ook mijn chaotische hoofd. Mijn incestverleden leverde me al PTSS op (Post Traumatische Stress Stoornis).


    Nova van Wolfswinkel (55). © Manon van der Zwaal

    De combinatie van mijn verleden en de psychische aandoeningen trok al met al diepe sporen in mijn leven. Omdat ik zo snel mogelijk uit huis wilde, ging ik al op mijn 17de samenwonen. Na het afronden van mijn studie Mode en Kleding, werkte ik als model in Italië en runde ik een eigen lingeriezaak. Toen liep in korte tijd alles stuk: ik verloor mijn zaak, mijn relatie en mijn huis. Mentaal stortte ik compleet in. Ik werd opgenomen op de PAAZ-afdeling, de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Tijdens het intensieve traject dat volgde, kreeg ik het advies om naar de buitenwereld eerlijk te zijn over mijn opname. Weer opgekrabbeld begon ik na een paar maanden vol goede moed aan een opleiding tot grafisch vormgever. In sollicitatiegesprekken was ik, zoals geadviseerd, open over de PAAZ. Dat pakte niet goed uit. Werkgevers knapten er keihard op af.

    In die tijd rustte er nog een groot taboe op psychische kwetsbaarheid. Ik werd minder open en was tegenover de buitenwereld altijd bezig mijn verleden te omzeilen. Daardoor raakte ik in een isolement. Ik voelde me eenzaam en depressief. Na een tweede opname in een psychiatrische kliniek, begon ik mezelf wat beter te begrijpen. Heel langzaam is mijn zelfvertrouwen gegroeid en vind ik mezelf weer wat waard.

    Ik ben spontaan, voel me meestal blij en wek een zorgeloze indruk. Maar dat gaat niet vanzelf, met therapieën werk ik daar nog steeds hard aan

    Weinig mensen snappen iets van mentale worstelingen of nemen de moeite zich erin te verdiepen. Ik put veel kracht uit de onvoorwaardelijke liefde van dieren. Mijn hond heeft me destijds – zogezegd – boven de grond gehouden. Ik ben spontaan, voel me meestal blij en wek een zorgeloze indruk. Maar dat gaat niet vanzelf, met therapieën werk ik daar nog steeds hard aan.

    Laatst had ik weer te maken met vooroordelen. Door een ongelukkige val tijdens een dansworkshop liep ik een paar botbreuken op. De revalidatiearts bekeek mijn dossier en weet het trage herstel doodleuk aan psychische oorzaken. Wat voelde ik me afgeserveerd. Het maakt dat ik toch blijf twijfelen over eerlijk zijn. Laat ik voortaan mijn mond maar houden, denk ik nu. Terwijl ik eigenlijk wil pleiten voor openheid. Want met geheimen rondlopen; dat deed ik vroeger al te lang.’’

    ‘Aan elektrische schokjes herken ik de voortekenen’
    Martijn Voerman (47): ,,Met mijn angststoornis ben ik behoorlijk vertrouwd geraakt, dat kun je wel zeggen na 25 jaar. Mijn paniekaanvallen worden vooral uitgelokt door een combinatie van stress en vermoeidheid. De voortekenen herken ik inmiddels in mijn lichaam; een soort kleine elektrische schokjes. Als ik die voel, let ik op mijn ademhaling en probeer ik mijn gedachten om te buigen. Inmiddels krijg ik mezelf op deze manier weer rustig. Cognitieve gedragstherapie heeft me daar in de loop van de jaren goed bij geholpen. De hevigheid van de aanvallen is afgenomen maar het is een chronische aandoening, die gaat nooit over.


    Martijn Voerman (47). © Manon van der Zwaal

    Zo’n stoornis houdt natuurlijk geen rekening met je agenda dus ook op mijn werk, als manager in een grote organisatie, kan ik een paniekaanval krijgen. Daarmee kan ik nu beter omgaan dan vroeger. Gelukkig is er tegenwoordig in de hele samenleving veel meer aandacht voor psychische kwetsbaarheid. Voetballers die uitkomen voor hun angststoornis, zoals Gregory van der Wiel en Ricardo Kishna, zijn belangrijke rolmodellen. Dat werkt als breekijzer om het ook voor anderen bespreekbaar te maken. Ook goede voorbeelden: de Britse prins Harry die open is over zijn depressie. Dat is taboe doorbrekend. Hierdoor zie je dat niet alleen de psychische ziektebeelden verschillend zijn, maar de klachten ook.

    Ik adviseer mensen niet snel om open te zijn bij een sollicita­tie. Dan is de kans klein dat je wordt aangenomen

    Ik zet me sinds een paar jaar in om psychische kwetsbaarheid bespreekbaar te maken in organisaties, vooral tussen managers en medewerkers. Dat doe ik vrijwillig vanuit mijn rol als werkambassadeur bij Samen Sterk Zonder Stigma, een stichting die werkt aan een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig wordt behandeld, ook als je een psychische aandoening hebt. We geven trainingen aan managers. Die zitten vaak verlegen om handvatten: wat houdt een stoornis eigenlijk in en wat kun je als manager nou wel en niet doen? Sommige organisaties lijken er verkrampt mee om te gaan maar wij merken: vaak is het geen onwil maar weten ze gewoon niet hoe. Eigenlijk net als bij rouw, dan kun je met al je goeie bedoelingen soms bang zijn dat je het verkeerde zegt. Met voorlichting en trainingen helpen we bedrijven daarmee.

    Toch adviseer ik mensen niet snel om open te zijn bij een sollicitatie. Dan is de kans klein dat je wordt aangenomen. Ik ben dus niet in alle gevallen een voorstander van openheid. Wel van bespreekbaarheid, een groot verschil. Je hoeft echt niet te zeggen dat je depressief bent maar vertel wat je nodig hebt om je werk goed te kunnen blijven doen. Zelf ben ik net begonnen in een nieuwe baan als Teamleider bij de Rijksoverheid. In mijn cv ben ik open over mijn werk voor Samen Sterk zonder Stigma. Het blijft toch best een drempel om je psychische kwetsbaarheid steeds opnieuw bespreekbaar te maken. Maar bij deze sollicitatie was het geen onderwerp van gesprek.’’

    ‘Voor het slikken van die pillen heb ik me echt gegeneerd’
    Marloes Wesselink (45): ,,Een baan, twee jonge kinderen en een hoop twijfels aan m’n kop. Als een hamster in een rad bleef ik rondjes rennen terwijl ik eigenlijk maar één ding wilde: in het zaagsel liggen. Ik zat niet lekker in mijn baan en in mijn vel. Met een therapeut ben ik mijn problemen gaan ontleden, laagje voor laagje. Er volgden zes pittige maanden, werken lukte me niet meer. Ik ben in het zaagsel geploft en vanaf dat moment is het balletje gaan rollen.

    Ik voelde me onzeker, verward en mislukt. Het leek alsof ik in een donkere, diepe put zat met langs de wand zo’n ijzeren trapje. Het liefst wilde ik vooruit en weer richting het licht maar ik wist niet hoe. Dankzij psychotherapie ben ik toch gaan klimmen. Kleine stapjes omhoog en soms weer eentje terug. Ik leerde veel over mijn negatieve denkpatronen en hoe die in de toekomst te herkennen en te doorbreken. Toch bleef ik me zwaar en down voelen.


    Marloes Wesselink (45). © Manon van der Zwaal

    De psychiater – die het de ‘Piekerziekte’ noemde – schreef me antidepressiva voor. Niets voor mij, vond ik. Fijn als het anderen helpt, maar niet voor mij. Ik vind mezelf best ruimdenkend, ik vind niet gauw iets gek. Maar mijn zelfstigma, dat bleek enorm: de schaamte over het negatieve beeld dat nu op mijzelf sloeg. Voor het slikken van die pillen heb ik me echt gegeneerd. Onzinnig, want de combinatie therapie en medicijnen heeft goed gewerkt. Ik werd me bewust van mijn angsten, leerde mijn eigen gedachten weer te sturen en de ‘piekermodus’ te herkennen.

    Na zes maanden voelde ik me beter en ben ik op m’n werk gaan praten; mijn baan paste niet meer bij me. Toen ben ik voor mezelf begonnen als tekstschrijver en dat bevalt goed.

    Het taboe op psychische kwetsbaar­heid vind ik jammer en onnodig. Daarom kies ik bewust voor openheid

    Het taboe op psychische kwetsbaarheid vind ik jammer en onnodig. Daarom kies ik bewust voor openheid. Zo schreef ik vier jaar geleden een symbolische afscheidsbrief aan mijn antidepressiva en plaatste die op Facebook en LinkedIn. De reacties waren heel fijn. De herkenbaarheid leverde mooie gesprekken op. Verbazing was er ook, want: huh? die leuke vrouw? zo kennen we haar niet. Er zijn vast ook mensen weggedraaid, die hier niets mee kunnen, maar dat is helemaal niet erg.

    Een officiële diagnose heb ik nooit gehad. Destijds vond ik dat jammer want ik wilde graag concrete handvatten voor mijn probleem. Een ‘labeltje’ kan je duidelijkheid geven en helpen de juiste hulp te vinden. Maar inmiddels ben ik blij dat ik geen stempel heb. Dat had ik nu best vervelend gevonden. Idioot, he? En dat voor iemand die het taboe wil doorbreken en juist pleit voor openheid? Het geeft maar aan hoe hardnekkig het zelfstigma is. Hierin is echt nog een wereld te winnen. ‘Schaamte overleeft het niet door schaamte uit te spreken’; in deze uitspraak zit voor mij de kracht van openheid.’’

    Bron: AD.nl >>

13 berichten aan het bekijken - 51 tot 63 (van in totaal 63)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 22 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.759, berichten: 14.841, leden: 1.609
Scroll Up