Overige websites

  • Dit onderwerp bevat 56 reacties, 5 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 18/10/2020 om 21:07 door Luka.
7 berichten aan het bekijken - 51 tot 57 (van in totaal 57)
  • Auteur
    Berichten
  • #251320
    Luka
    Moderator

    WAAROM BANKHANGEN HEEL GOED VOOR JE IS

    Ben je ook zo druk, sta je altijd ‘aan’ en kijk je voortdurend op je telefoon? Have a break en ga bankhangen! Bankhangen heeft dan misschien minder status, het is veel belangrijker dan je denkt. Met deze tien tips houd je er genoeg tijd voor over.

    ‘Druk, druk, druk.’ Als we het niet relgematig hardop zeggen, dan dénken we het wel. We zíjn ook best druk, of niet dan? Ik ben zelf dagelijks aan het goochelen met mijn tijd, naarstig op zoek naar een haalbare balans tussen werk en moederschap, en mijn to-do-lijst lijkt nooit écht te slinken. Maar een groot deel van die drukte leggen we onszelf op, zo zegt Tony Crabbe in zijn bestseller ‘Nooit meer te druk’. We laten ons graag afleiden door alle e-mails en pings van onze telefoon, zodat we datgene wat écht belangrijk is nog even voor ons uit kunnen schuiven – omdat de dingen die er echt toe doen, die ons leven en carrière een andere wending kunnen geven, vaak nogal als een uitdaging kunnen voelen. Druk zijn is makkelijker. Bovendien is druk zijn tegenwoordig iets om trots op te zijn (waar het in de Middeleeuwen nog gold als een vorm van gemakzucht!) en werkt het verslavend: elke keer wanneer we onze mail checken, komt er een kleine hoeveelheid dopamine vrij.

    Druk zijn staat gelijk aan succesvol zijn, denken we. We geloven dat hard werken loont en ontspanning doen we er maar een beetje bij. Zonde van je tijd, denk je misschien als je op de bank zit te lanterfanten. Terwijl uit onderzoek blijkt dat dat relaxen hoognodig is om ons werk goed te kunnen doen. Sommige soorten rust stimuleren de creativiteit, andere herstellen onze creatieve energie. Topsporters, schrijvers en andere talentvolle mensen wisselen dagelijkse periodes van intens werk en concentratie af met lange pauzes, zo vertelt Alex Pang in zijn boek ‘Rust in uitvoering’. Rust is een essentieel onderdeel van goed werk. Voel je dus niet schuldig als je op de bank een dutje doet of een wandelingetje door de stad maakt terwijl er nog een stapel werk ligt te wachten. Onbewust is je geest juist hard aan het werk. Ontspanning is veel belangrijker dan we denken.

    En juist in deze tijd hebben we onze rust harder nodig dan ooit. We krijgen dagelijks zoveel informatie over ons uitgestort dat het gevoel van ‘te veel’ bij veel mensen overheerst. Met de hoeveelheid nieuws die er vandaag op je afkomt, zou je 174 kranten kunnen vullen (vijf keer zoveel als in 1986!). De hoeveelheid videomateriaal die in de afgelopen minuut op YouTube is geplaatst, beslaat een speelduur van in totaal drie dagen. Deze hoeveelheid informatie prikkelt én verveelt ons, zegt Tony Crabbe, verrijkt én verschraalt ons leven. En het ‘te veel’ zal alleen maar toenemen. Komend jaar krijg je waarschijnlijk nog meer e-mails dan het afgelopen jaar.

    Ho, stop! Tijd voor bezinning. Wijzelf zijn de enigen die kunnen besluiten dat we er niet meer aan meedoen. Dat we vaker aan de bel gaan trekken en meer gaan bankhangen. Dat we gaan opladen in plaats van onszelf blijven overladen met informatie, altijd maar ‘aan’ staan, voortdurend op onze telefoon kijken en hardnekkig blijven multitasken, terwijl we intussen van voren niet meer weten dat we van achteren leven. Omdat ik weet dat jullie allemaal minstens net zo druk zijn als ik, spoel ik snel door naar de tien tips van Tony Crabbe om meer tijd over te houden voor dat heilzame bankhangen – of een andere vorm van ontspanning. Waarbij je je telefoon, iPad en laptop dus laat voor wat ze zijn, hè? Maar dat spreekt voor zich.

    Gebruik het woord ‘omdat’. Verzoeken waarbij je het woord ‘omdat’ gebruikt, hebben twee keer zoveel kans om te worden ingewilligd als verzoeken zonder dat woord, ongeacht hoe je de zin afmaakt. Zeg dus gerust tegen je werkgever: ‘Ik ga vandaag eerder naar huis omdat ik mijn roze olifant nog moet wassen’, en de kans dat hij je om vier uur enthousiast uitzwaait, is aanzienlijk. Nee, maar echt.

    Vind de uitknop. Het altijd maar ‘aan’ staan, kan leiden tot IQ-verlies, wist je dat? En dat willen we natuurlijk niet. Gun je brein dus regelmatig een onderbreking: check je mail en berichten alleen op vaste tijdstippen en al helemaal niet vlak voor je naar bed gaat.
    Schakel de meldfunctie uit. Mensen switchen op kantoor gemiddeld elke drie minuten van taak, terwijl je door dat heen en weer schakelen zo’n veertig procent meer tijd nodig hebt om beide taken te voltooien. De grootste boosdoener hiervan is de e-mailnotificatie. Zet ’m uit! Bijvoorbeeld met de app Thinking Time.

    Schrap een vergadering. De waarde van vergaderingen is twijfelachtig, blijkt uit onderzoek. De meeste bedrijven leiden verlies door inefficiënt en te vaak vergaderen. Er bestaat zelfs zoiets als ‘het vergaderherstelsyndroom’: de tijd die je nodig hebt om na een vergadering weer gefocust aan de slag te kunnen. Dus: schrap een vergadering of kom gewoon niet opdagen. Scheelt jou energie en je schuldig voelen hoeft ook al niet, want het scheelt het bedrijf weer verlies. Win-win!

    Trek meer tijd voor iets uit. Wist je dat er ook zoiets bestaat als de ‘planning fallacy’? We schijnen stelselmatig te overschatten hoeveel werk we aankunnen en nemen daardoor geregeld te veel hooi op onze vork. Crabbe raadt aan om het volgende te doen als je een schatting maakt hoeveel tijd je nodig hebt voor een klus: reken uit hoeveel beschikbare tijd je denkt te hebben en halveer deze. Daarna ga je na hoeveel tijd je nódig hebt voor de taak, en die verdubbel je. En hopsekee, klaar is je planning.

    Houd de tijd in de gaten. Als je je bewuster bent van de tijd, zoals vlak vóór je op vakantie gaat, krijg je meer werk gedaan. Zet daarom een klok neer of laat als je aan het werk bent, elk half uur een wekker afgaan. Dan heb je voor je gevoel meer tijd, zegt Crabbe.
    Stop op tijd. Bedenk van tevoren wanneer je stopt met werken. Hierdoor ben je je ook bewuster van de tijd en heb je minder de neiging om de tijd onnodig op te vullen.

    Begin ruim van tevoren. Moeilijke of creatieve taken schuiven we vaak voor ons uit. Tip van Crabbe: denk een paar dagen van tevoren alvast zo’n twintig minuten na over de taak die voor je ligt. Als je er dan een paar dagen later mee aan de slag gaat, is je onderbewuste er allang mee bezig en zul je veel makkelijker op ideeën kunnen komen en gerichter kunnen werken.

    Ruim je hoofd op. Maak het brein regelmatig leeg alsof je een computer opschoont. Zorg dat je altijd een notitieboekje bij de hand hebt en noteer daar alle gedachten en ideetjes in waar je nog iets mee wilt (zonder ze uit te werken). Ga dit rijtje regelmatig langs, bijvoorbeeld één keer per week, en doe wat je moet doen.

    Lach! Dat gejakker en gejaag is een stuk beter vol te houden als we onszelf wat minder serieus nemen. Lach om jezelf. Lachen vermindert stress en je maakt er een betere indruk mee op andere mensen. Je schijnt zelfs langer te leven als je regelmatig lacht! Oftewel: als je vaker lacht, houd je meer tijd over om te bankhangen. Of om weer eens je roze olifant in de was te zetten.

    Bron: Mynd >>

    #251323
    Luka
    Moderator

    10 tekenen dat je emotioneel verdoofd bent

    Denk hier eens over na: Zou je liever een leven leiden vol met ups en downs, plezier en verdriet, frustraties en trots en verrassingen? Of een leven dat voortkabbelt, de ene dag na de andere, zonder onderbrekingen of veranderingen of schokken?

    Keuze nummer 1 kan griezelig lijken; een beetje als een ritje op een achtbaan. Maar aan de andere kant: keuze nummer 2 kan je ook wat teleurstellend voorkomen.

    Begrijp me niet verkeerd, beide keuzes hebben voor- en nadelen. De achtbaanrit kan je behoorlijke schokken bezorgen en het kan soms moeilijk zijn om te voelen dat je niet alles in je leven onder controle hebt. Wanneer je leeft zonder de emotionele ups en downs kun je je ‘veiliger’ en meer in controle voelen, maar je kunt je ook verveeld en niet gestimuleerd voelen.

    Als psycholoog ben ik me gaan realiseren dat mensen die in het ‘keuze 1 scenario’ leven over het algemeen gelukkiger zijn. Dat komt omdat je je leven krachtiger leeft op de achtbaan. Je bent meer verbonden met je emoties en daardoor voel je je waarschijnlijk meer vervuld.

    Keuze 2 is een teken dat je niet verbonden bent met je gevoelens. Je groeide waarschijnlijk op in een emotioneel verwaarlozende familie. Waarschijnlijk leerde je al heel jong dat jouw emoties niet relevant of zelfs lastig waren. Je hebt je gevoelens waarschijnlijk onderdrukt als een overlevingsmechanisme.

    Maar ongetwijfeld lijkt de manier waarop jij leeft normaal voor jou. Het is tenslotte de manier waarop je altijd geleefd hebt. Het is waarschijnlijk de manier waarop je opgevoed bent. Dus hoe kun je weten of je emotioneel verdoofd bent?

    10 tekenen dat je emotioneel verdoofd bent

    1. Je ervaart leuke of fijne gebeurtenissen als minder gelukkig dan anderen schijnen te zijn
    Je kunt blije gebeurtenissen ervaren zonder je zo gelukkig te voelen als anderen schijnen te zijn als ze iets vergelijkbaars doormaken. Veel cliënten hebben me hun gelukkige levensgebeurtenissen als ‘lauw’ beschreven. Sommige hebben trouwerijen, vakanties, diploma-ceremonies of prijs-uitreikingen meegemaakt alsof ze zichzelf van een afstandje bekeken, afgesloten van de ervaringen of zelfs wachtend tot het voorbij zou zijn. Ze voelen zich verdoofd.

    2. Je vraagt je soms af waarom je niet verdrietiger bent als je een verlies te verwerken krijgt
    Net als hierboven beschreven: je kunt een begrafenis van een geliefde meemaken of een ontslag krijgen en weinig voelen. Als je hersenen weten dat je verdrietig zou moeten zijn, maar je lichaam het niet voelt, ben je verdoofd.

    3. Je belangrijkste emotie is boosheid of irritatie
    Niet-gevoelde of onderdrukte emoties hebben de neiging om samen te vloeien tot één grote soep. Ontkent en weggedrukt mengen de individuele ingrediënten (je emoties) tot één grote. Deze grote emotie is waarschijnlijk boosheid. Boosheid is krachtig en kan makkelijker door je onderdrukking heen komen, daarom wordt het je primaire gevoel. Dus het komt er op neer dat je maar twee emotionele staten hebt: boos of verdoofd.

    4. Je vindt het moeilijk om je gevoelens te identificeren
    Een van de effecten van het onderdrukken van je emoties is dat je het contact ermee verliest. Als je geen verbinding voelt met je emoties denk je er niet aan en merk je ze niet op. Als je moet uitleggen hoe je je voelt begin je te stamelen of je klapt dicht. Je raakt verdoofd.

    5. Je kunt jezelf in sommige situaties observeren en je afvragen waarom je niet meer voelt
    Anderen om je heen huilen tranen van blijdschap of verdriet. Je kijkt naar ze en vraagt je af: “Waarom voel ik dat niet? Wat is er mis met mij?”. Je realiseert je dat je verdoofd bent.

    6. Je voelt je ongemakkelijk als anderen sterke emoties hebben
    Als je in een situatie bent waar anderen emoties ervaren, kun je er zelf ook een hebben: ongemak. Je wilt het liefste weg uit deze situatie die genânt en onnatuurlijk lijkt. In tegenstelling tot de anderen voel jij je verdoofd.

    7. Je bent soms jaloers als anderen sterke emoties hebben
    Je kunt helaas je negatieve gevoelens niet opgeven zonder ook de positieve gevoelens te verliezen. Als je pijn, boosheid en verdriet niet meer voelt, verdwijnen ook je liefde, warmte en blijdschap. Je ziet dat anderen die geweldige emoties ervaren, en je kan dan wensen om die ook te hebben. Maar verdrietig genoeg kun je dat niet. In plaats daarvan ben je verdoofd.

    8. Je hebt soms het gevoel dat je op de automatische piloot leeft
    De ene stap na de andere loop je door, je doet wat je veronderstelt wordt te doen en waarschijnlijk doe je dat ook goed. Als een tinnen soldaatje of een duracell-konijntje ga je maar door. Maar je merkt dat je je ook afvraagt waar het allemaal goed voor is. Zou er niet iets meer moeten zijn? Het antwoord is ja. Er zouden ups en downs, trots, vreugde en verdriet moeten zijn. Maar jij mist het omdat je verdoofd bent.

    9. Je voelt meer wanneer je een film kijkt of een boek leest dan in het echte leven
    Voor mensen die hun gevoelens onderdrukt hebben kan het makkelijker zijn om ze te bereiken wanneer het veilig is: wanneer het niet persoonlijk is, wanneer het niet om jou gaat. Je kunt de emoties voelen van een personage of van iemand op het nieuws, maar die van jezelf kun je niet voelen. Als het over je eigen leven gaat ben je verdoofd.

    10. Je voelt je soms leeg van binnen
    Dit is het belangrijkste teken. Je ‘lege’ gevoel kan in je buik of je keel zitten, of het kan een ongemakkelijk gevoel zijn dat je iets mist. Dat gevoel is je lijf dat je vertelt dat wat je zou moeten vervullen, verbinden en energie geven –je emoties- er niet is. Dit is je lichaam dat je vertelt dat je emotioneel verdoofd bent.

    Wanhoop niet als je jezelf herkent in een van deze tekenen. Er zijn antwoorden. Je gevoelens zijn niet weg. Ze zijn er nog steeds, van binnen, wachtend tot je ze weer eigen maakt.

    Je kunt je onderdrukking opheffen en ze weer in je leven toelaten. Beetje bij beetje, langzaam maar zeker, op een manier die veilig en gezond voelt, kun je je verdoving terugdraaien en leven vullen met kleur en energie.

    Als je emotioneel verwaarloosd bent opgegroeid heb je geleerd om je gevoelens te negeren en te bagatelliseren. Maar nu je volwassen bent hoef je daar niet mee door te gaan. Je kunt gevoelens weer toelaten in je leven en de vaardigheden leren om ermee om te gaan.

    (Dit artikel is een vertaling van een blog van Jonice Webb, de Amerikaanse psycholoog die onderzoek heeft gedaan en schrijft over emotionele verwaarlozing. Als je makkelijk Engels leest, kijk dan eens op haar website, waar je veel informatie over emotionele verwaarlozing kunt vinden.)

    Bron: Emotionele verwaarlozing >>

    #252270
    Luka
    Moderator

    Genen niet belangrijk bij psychisch lijden

    De laatste decennia heerste het idee dat ernstig psychisch lijden – zoals schizofrenie, autisme of depressie – biologisch werd veroorzaakt; door genetische varianten. Onderzoek van Jim van Os, ggz-hoogleraar in het UMC Utrecht, laat zien dat dit slechts in beperkte mate het geval is. “Omgevingsfactoren spelen een veel grotere rol. Met name sociale frustratie en jeugdtrauma’s vergroten het risico op ernstig psychisch lijden.”

    Omdat ernstig psychisch lijden in sommige families veel meer voorkomt dan in andere, leek een genetische betrokkenheid voor de hand liggend. Wereldwijd zijn er de laatste decennia dan ook honderden miljoenen euro’s gestoken in onderzoek hiernaar. En inderdaad, de ene na de andere betrokken genetische variant werd gevonden. “Er zijn duizenden varianten gevonden die allemaal een mini-effect hebben. In grote cohorten van honderdduizenden patiënten lijken die gevonden varianten al snel statistisch significant, wat het enthousiasme alleen maar verder aanwakkerde. Maar ieder mens heeft een flink deel van die duizenden genetische varianten – dus wat betekent dat dan precies?”, vroeg Jim zich af.

    Oorzaken gezocht
    “Om die vraag te beantwoorden hebben wij tien jaar lang een grote groep gewone Nederlanders gevolgd.” Van de deelnemers werden de genen in kaart gebracht in het UMC Utrecht neurogenetica lab en door de jaren heen werden ze meerdere keren geïnterviewd. Ze beantwoordden vragen over onder meer hun familie, wat ze meemaakten, opleidingsniveau, gezondheid, relaties, drugsgebruik, werkeloosheid en inkomen. Een flink deel van hen (meer dan 20%) ontwikkelde in de loop van het onderzoek significant psychisch lijden. Op basis van alle verzamelde data bekeken de onderzoekers of dat tot een oorzaak te herleiden was. Dat is voor ongeveer twintig procent gelukt. Jim: “Eigenlijk is twintig procent nog veel, want psychisch lijden heeft alles te maken met ons menszijn, ons gevoel, ons gedrag; dat is allemaal niet zo voorspelbaar.”

    Resultaten
    Een-vijfde van de variatie in ernstig psychisch lijden is dus herleidbaar tot een oorzakelijke factor. En van die een-vijfde was slechts een minieme fractie – drie procent – terug te voeren op genetische variatie. Ook cannabisgebruik – wat vaak als biologische trigger voor bijvoorbeeld psychoses wordt beschouwd – had een geringe impact. De twee grootste factoren bleken jeugdtrauma en sociale frustratie met respectievelijk ongeveer 30% en 20% procent. Sociale frustratie houdt in dat er bijvoorbeeld een groot verschil zit tussen de gewenste en de ervaren sociale status.

    Die uitkomst verbaast Jim niet. “We leven in een samenleving waarin alles uitstraalt: succes is een keuze. Alles wijst die richting op. Onze kinderen worden constant klaargestoomd voor dat individuele succes. Dat geeft een enorme druk. Als dat succes vervolgens uitblijft, ervaren veel mensen dat als falen. Daar kunnen we vaak moeilijk mee omgaan en dat blijkt een relatief veelvoorkomende reden voor psychisch lijden.”

    Informele kaste-systeem
    Psychisch lijden zit dus nauwelijks in de genetica zoals die nu bekend is, maar in omgevingsfactoren en sociale omstandigheden. Dat het in bepaalde families vaker voorkomt dan in andere is volgens Jim ook zonder genetica te verklaren. “Familieleden leven nu eenmaal vaker in vergelijkbare omstandigheden. Volwassenen met een jeugdtrauma dragen dat niet zelden ongewild over naar hun kinderen en onze sociale en etnische stratificatie, of eigenlijk ons informele kaste-systeem, is moeilijk te doorbreken.”

    In het onderzoek is ook naar de verschillende vormen van psychisch lijden gekeken. Eerder was al duidelijk dat de genetische varianten die op schizofrenie leken te wijzen, grotendeels overeenkomen met de varianten die bij depressies of autisme betrokken lijken. Ook dit onderzoek maakt geen duidelijke verschillen zichtbaar, daarom gebruikt Jim de overkoepelende term van psychisch lijden. “Het wordt steeds duidelijker dat wat wij psychiatrische aandoeningen of stoornissen noemen, eigenlijk geen aandoeningen of stoornissen zijn. Er is niks ‘kapot’. De menselijke soort heeft een breed scala aan eigenschappen met een grote reikwijdte. De meeste mensen hebben die eigenschappen in een mate die relatief dicht bij het midden zit. Maar er zijn ook mensen aan beide uiteinden van het spectrum. Conceptueel zou ik dat voorkomende variaties in menselijk gedrag willen noemen en geen aanlegfouten.”

    Preventie en weerbaarheid
    Dat er zoveel onderzoek is besteed aan de zoektocht naar genetische oorzaken, is geen weggegooid geld volgens Jim. “Het was een logische gedachte. Het heeft ook veel opgeleverd, maar vooral in de neurologie. We hoopten via de genetica ook tot behandelingen voor ernstig psychisch lijden te komen, dat is niet gelukt. We zijn niet dichter bij geneesmiddelen gekomen, we raken er eerder van af. Het laatste wat je wilt is sociale ongelijkheid medicaliseren.” Daarom vindt de hoogleraar dat er nu op een andere manier investeringen nodig zijn. “Onze geestelijke gezondheid is niet afhankelijk van het behalen van een hoog streefniveau, het is afhankelijk van verbondenheid, positieve emoties en dankbaarheid. We moeten psychiatrie zien als een vorm van public health. Dat bereik je als je je geld inzet op preventie en weerbaarheid.”

    Jim heeft een duidelijke visie op hoe we maatschappelijk gezien met ons geestelijk welbevinden moeten omgaan. “Aan de ene kant zouden we kinderen op school minder het beeld moeten geven van het belang van individueel succes, en juist meer van het belang van verbondenheid en weerbaarheid. Preventie dus. Daar op inzetten kan het verschil maken. Tegelijkertijd verschuiven we naar een andere manier van behandelen van ernstig psychisch lijden. Ook de therapeut moet primair investeren in de relatie, in de kunde om relaties aan te gaan. In plaats van mensen uit hun omgeving te halen voor een behandeling, dienen we meer uit de kast te halen om de zorg naar hen toe brengen. In hun eigen wijk. Nieuwe methoden gaan uit van een zorgnetwerk rondom een patiënt organiseren waarin niet alleen psychiaters, psychologen en verpleegkundigen, maar juist ook ervaringswerkers en naasten een belangrijke rol hebben. Juist in de crisissituatie. Het is belangrijk meer te investeren in het proces van weerbaarheidsbevordering. De relatie, in de zin van luisteren, empathie, authentiek zijn en – niet zelden – samen een conflict hebben en weer oplossen, is belangrijk. Als een patiënt voelt dat er echt naar hem wordt geluisterd, als hij empathie ervaart, als er een verbinding ontstaat, kan het effect van de behandeling – ook van medicatie – pas vorm krijgen.”

    Het onderzoek Do Current Measures of Polygenic Risk for Mental Disorders Contribute to Population Variance in Mental Health? is op 17 juli 2020 gepubliceerd in Schizophrenia Bulletin. Lees hier het hele onderzoek.

    Bron: UMC Utrecht >>

    #252505
    Luka
    Moderator

    De thermostaat afstellen

    Het lukte Lonneke vaak niet om de gewenste hulp te krijgen, tot haar grote frustratie. Tot ze ontdekte dat ze mededelingen deed in plaats van hulp vragen. Het was een belangrijk symptoom van haar persoonlijkheidsproblematiek.

    “Ik heb het koud,” vraag ik.
    “Oh, ik niet hoor,” zegt hij.
    “Oh, ik wel,” vraag ik nogmaals.
    “Vervelend,” zegt hij.

    “Leuk hè, dat schilderij.” Hij wijst me op de IKEA-roos die aan dezelfde wand hangt als de thermostaat waar ik met een lichte hint naar kijk. En hij begint vol overtuiging te vertellen over de schaduwwerking die de fotograaf treffend heeft neergezet.

    Voor ik het goed en wel besef heeft onze conversatie zich verplaatst naar de verhuiskwaliteiten van een Billy
    Ondertussen heb ik het nog steeds koud en zou ik willen dat die thermostaat wat hoger komt te staan. Hij begrijpt de hint totaal niet. En nu hij me duidelijk heeft gemaakt dat hij het toch echt niet koud heeft, durf ik ook geen trui meer te pakken. En al helemaal geen dekentje.

    Waarschijnlijk ben ik gewoon een aansteller, anders had hij wel wat gedaan met mijn vraag
    Ik ben toch echt duidelijk geweest dat ik graag de thermostaat wat hoger wilde hebben. Blijkbaar vindt hij dat helemaal niet belangrijk. Waarschijnlijk vindt hij mij überhaupt niet belangrijk, want hij is zo snel als hij kon overgestapt op Billy’s en Kallaxen. Het kan hem helemaal niet schelen dat ik het koud heb.

    Ik probeer zo goed als ik kan al mijn emoties te verdragen. Gelukkig heb ik mijn nagels nog niet geknipt. Ik zet ze in mijn onderarm, net zo lang en stevig tot het pijn begint te doen en ik weet dat ik straks een wondje heb.

    Als iemand mijn vraag niet begrijpt, voel ik me niet gezien
    En dan heb ik nog maar één manier over om mijn pijn weg te drukken. Ik hoop dat hij het niet door heeft.

    Op een dag, tijdens één van mijn sessies met mijn psycholoog, ging er een lampje branden.

    ‘Ik heb het koud’ is geen vraag, het is een opmerking
    Vrij logisch dat het ‘antwoord’ dus ook niet is wat ik zoek. Als ik wil dat de verwarming hoger gaat, moet ik zeggen:

    “Ik ga de verwarming wat hoger zetten, vind je dat vervelend?”

    Dan is de kans veel groter dat het me lukt om de thermostaat wat hoger te krijgen. Of, dat ik de hulpverlening krijg die ik wil. Want als iemand op mijn naar mijn mening ditmaal wel erg duidelijke vraag iets toezegt te gaan regelen, kun je naderhand bespreken waarom dat wel of niet is gebeurd. En tegenwoordig ligt dat meestal niet meer aan de manier waarop ik vragen stel.

    Bron: Psychosenet.nl >>

    #252681
    Luka
    Moderator

    Gaslighting: zo herken je deze vorm van manipulatie

    Als je kijkt naar de geschiedenis, dan is het extreem fascinerend om te zien hoe bepaalde figuren erin geslaagd zijn om een hele bevolkingsgroep op een negatieve manier te brainwashen. De Tweede Wereldoorlog is daar een goed voorbeeld van, maar ook sektes en malafide yogaguru’s (zoals we zagen in Netflixdocu Bikram). Hoe is het in hemelsnaam zover kunnen komen? Gaslighting, een manipulatietechniek, vormt mogelijk een groot deel van de verklaring.

    Er zijn verschillende manipulatietechnieken waarmee je mensen kan aanzetten tot een bepaald gedrag. Gaslighting is daar eentje van, en je kan jezelf er maar beter voor hoeden.

    Wat is gaslighting precies?
    Gaslighting is een manipulatietechniek om mensen te laten twijfelen aan hun realiteit. Filmkenners kennen dit fenomeen misschien wel vanuit de film Gaslighting, waarbij een man zijn vrouw zodanig manipuleert dat ze denkt dat ze gek aan het worden is.

    En denk je nu: dit overkomt mij niet? Think again: iedereen is vatbaar voor gaslighting. Denk maar aan alle verstandige mensen die uiteindelijk toch in een sekte belanden (wat bijvoorbeeld heel goed in beeld wordt gebracht in de docu Holy Hell op Netflix): ook zij hadden op voorhand nooit kunnen vermoeden dat ze zouden meestappen in het verhaal van een manipulator.

    Dat is misschien een extreem geval, maar ook in dagelijkse conversaties krijg je soms zonder dat je het beseft te maken met gaslighting.

    Zo herken je gaslighting
    Gaslighting gebeurt vaak heel subtiel, zonder dat je er erg in hebt. Toch kan je jezelf erin trainen om de signalen van gaslighting beter te gaan herkennen.

    1. Ze liegen flagrant
    Eén onbetwistbaar kenmerk van mensen die aan gaslighting doen, is dat ze overduidelijk leugens verkondigen. De kracht van liegen zit ‘m trouwens niet in de leugens zelf, maar in het feit dat je door één achterhaalde leugen nooit meer 100 procent zeker weet of die persoon de waarheid vertelt of niet. Immers: je weet dat hij of zij in staat is om te liegen.

    2. Ze ontkennen dat ze iets gezegd hebben
    Hoewel je 100 procent zeker bent van het feit dat de ander iets gezegd heeft, ontkent deze persoon dat in alle talen. Gevolg: je gaat aan jezelf twijfelen.

    3. Ze misbruiken dingen die je nauw aan het hart liggen
    Manipulators weten maar al te goed wat jou nauw aan het hart ligt: je kinderen, je identiteit, je partner. Dit zijn de eerste zaken die ze zullen misbruiken. Ofwel: ze misbruiken de fundamenten van je persoon aan.

    4. Ze halen je naar beneden
    Een typisch kenmerk van gaslighting is dat het geleidelijk aan gebeurt. Een leugentje hier, een leugentje daar, zo nu en dan een hatelijk opmerking. Dit heeft op termijn zo’n sterk effect dat je er mentaal naar beneden door wordt gehaald

    5. Hun acties komen niet overeen met hun woorden
    Heb jij te maken met iemand die aan gaslighting doet? Kijk dan naar wat ze doen in plaats van wat ze zeggen. Meestal matchen die twee namelijk niet. En always remember: wat ze zeggen zijn maar praatjes.

    6. Ze verwarren je met positieve bekrachtiging
    Door soms complimentjes te geven over gedrag dat zij goedkeuren, krijg je het gevoel dat de persoon in kwestie toch niet zo slecht is als je zou denken. Alleen: dit is een berekende stap om jou nog meer te verwarren en te doen twijfelen aan je realiteit.

    7. Ze weten dat verwarring mensen zwakker maakt
    Gaslighters weten dat mensen een gevoel van stabiliteit willen in hun leven. Hun doel bestaat er vooral in om die stabiliteit naar beneden te halen en zelf een schijnbaar stabiele factor te zijn (zoals een charismatische sekteleider).

    8. Ze projecteren hun eigen gedrag op jou
    Vaak tonen mensen die aan gaslighting doen een negatief gedrag, zoals bedrog, stelen of drugmisbruik. In plaats van dit toe te geven, beschuldigen ze jou echter van diezelfde gedragingen. Als gevolg ga je jezelf hiertegen verdedigen, waardoor de aandacht van de manipulator wordt weggehaald.

    9. Ze proberen mensen tegen je af te zetten
    Eén van de belangrijkste zaken waar gaslighters je aan doen twijfelen, zijn de mensen rondom jou die je altijd hebt vertrouwd. Sterker nog: ze zullen er alles aan doen om je af te zetten tegen je familie of beste vrienden.

    10. Ze beschuldigen anderen van leugens
    Door anderen (zoals je familie of de media) te beschuldigen van leugens ga je je eigen realiteit in vraag stellen. De kracht zit ‘m vooral in het feit dat ze de enige zijn met het lef om zoiets te verkondigen, waardoor je automatisch vermoedt dat er iets van waarheid inzit.

    Kortom: gaslighting is een langdurig proces dat mensen vaak onbewust brainwasht. Toch is het belangrijk om te weten dat dit soort zaken gebeuren, niet alleen in de films.

    Maar nog belangrijker is het om gaslighting te kunnen herkennen en om zeker te zijn van je eigen realiteit. Met dit artikel is dat hopelijk een beetje makkelijker geworden.

    Bron: Bedrock >>

    #252793
    Luka
    Moderator

    Niet in geluk of een groot levensdoel maar in je relaties met anderen schuilt de zin van het leven, aldus de Finse filosoof Frank Martela.

    Goed nieuws: de vraag naar de zin van het leven laat zich makkelijker beantwoorden dan we misschien denken. Het hangt er alleen wel vanaf hoe we de vraag stellen, meent de Finse filosoof Frank Martela (1981), werkzaam aan de Universiteit van Helsinki, waar hij onderzoek doet naar zingevingsvraagstukken. Deze zomer verscheen zijn boek Een prachtig leven waarin hij ons handvatten geeft voor een betekenisvol leven.

    ‘Eigenlijk is de mens pas relatief kort de zin van zijn eigen bestaan gaan betwijfelen’, vertelt Martela via een videoverbinding vanuit zijn vakantieadres in Estland. ‘Met de wetenschappelijke revolutie ontstond er voor het eerst een wereldbeeld waarin de mens niet langer een vanzelfsprekende plek in het universum had. In plaats van een sleutelrol in een goddelijk plan, bleek ons bestaan een toevalligheid te zijn in een universum dat verder niets om ons geeft.’

    Toch is dat geen reden om te wanhopen, vindt Martela. ‘We zouden niet moeten vragen naar de algemene zin ván het leven, maar naar de persoonlijke zin ín het leven.’

    Wat is dan die zin in het leven?
    ‘Als we normaal gesproken naar de zin van iets vragen, dan vragen we naar de relatie die het heeft tot andere dingen. Als we vragen naar de zin van ons leven is het niet anders: die is te vinden in onze relatie tot anderen. In verschillende psychologische studies werden mensen gevraagd een lijst te maken van dingen die het leven volgens hen betekenisvol maakt. De meeste mensen noemen dan familie en vrienden. Diepe menselijke relaties, dat is waar mensen over praten als ze over de zin van het leven praten.’

    Welke les zouden we daar uit moeten trekken?
    ‘In grootstedelijke samenlevingen zijn familieverbanden minder hecht geworden. We zijn verder van elkaar af gaan wonen, zelfs goede vrienden zien we niet zo vaak omdat we het altijd druk hebben met werk.

    ‘Vroeger waren we op elkaar aangewezen voor overleving, maar tegenwoordig, met de buurtsuper om de hoek en water uit de kraan, is het relatief makkelijk om geïsoleerd te leven. Daar moeten we voor waken. We zouden in steden bijvoorbeeld meer kunnen experimenteren met woongroepen, als alternatief voor eenkamerappartementen.’

    De mensen om je heen geven betekenis aan het leven. Dat inzicht zal niet als een complete verrassing komen. Toch zijn we de afgelopen decennia zingeving gaan zoeken in heel andere zaken, volgens Martela. Met name het idee dat je zoveel mogelijk geluk moet nastreven heeft in westerse maatschappijen het religieuze raamwerk als bron van zingeving vervangen. Maar geluk is maar een armzalig levensdoel, meent hij.

    Wat is er mis met het nastreven van geluk?
    ‘Ik heb niets tegen geluk op zichzelf. Het is natuurlijk fijner om gelukkig te zijn dan ongelukkig. Maar het najagen van geluk als centraal levensdoel, daar heb ik problemen mee.

    ‘Iedereen in zijn leven is wel eens een periode ongelukkig. Dat hoort nu eenmaal bij het leven. Maar gelukkig zijn is in onze maatschappij tot culturele norm verheven: je móét gelukkig zijn. Daardoor is er voor ongeluk nauwelijks plaats. Omdat je niet aan de culturele norm voldoet, wordt ongelukkig zijn een soort persoonlijk falen. Wat ongeluk weer twee keer zo erg maakt.

    ‘Daar komt bij dat mensen die actief geluk nastreven paradoxaal genoeg vaak ongelukkiger zijn. Wanneer je altijd bezig bent met het optimaliseren van je geluk, kijk je vooral naar wat je niet hebt. Kan ik een nóg leukere baan vinden? Loopt er ergens een nóg leukere partner rond? Daardoor vergeet je je te concentreren op wat je hebt.’

    Het leven als project
    Gelukkig zijn als doel sluit aan bij de moderne levensopvatting om je leven te beschouwen als een groot project, waarin je ontwikkeling doormaakt en bepaalde doelen verwezenlijkt zoals een succesvolle carrière, legt Martela uit.

    ‘Het probleem van het leven als project is dat je je eigen leven reduceert tot een instrument om een bepaald doel in de toekomst te behalen. Daardoor ga je te veel in die toekomst leven, en vergeet je de momenten van zingeving die zich juist nu afspelen.

    ‘Bovendien kan je leven op deze manier ook nog eens mislukken, namelijk als je je zelfopgelegde doelen niet haalt. Dat is een druk op het leven die je niet nodig hebt.

    ‘Uiteindelijk is het leven geen project dat opgepakt moet worden, maar gewoon iets dat gebeurt. Ik pleit er daarom ook voor om het leven meer te zien als een verhaal: iets waar je in zit, met alle goede en slechte gebeurtenissen, die tezamen jouw unieke leven vormgeven.’

    U gaf aan de Aalto Universiteit in Finland een cursus ‘Life design’. Wat leerde u studenten?
    ‘Dit was een vak voor businessstudenten. Welzijnsrapporten van de universiteit lieten toentertijd zien dat dit de groep studenten was met de meeste uitval en burnoutklachten. De cultuur in die studie was erg op competitie en succes gericht. Ik ontwikkelde dit vak om studenten te helpen om meer over zichzelf en hun eigen waardes en interesses te leren.

    ‘Een simpele opdracht die ik gaf, was om een lijst te maken van alle activiteiten die je leuk vindt om te doen puur omwille van de activiteit zelf – in mijn geval: schrijven, voetballen, naar de sauna gaan. Om vervolgens na te gaan hoeveel tijd je in je leven ook daadwerkelijk aan die activiteiten besteedt. En als dat niet zoveel is, wat bij veel studenten het geval was, hoe richt je dan je leven in om meer tijd voor deze activiteiten vrij te maken?

    ‘Van tijd tot tijd opschrijven wat belangrijk voor je is en waar je interesses liggen, kan je helpen om niet al te makkelijk in de mal van de samenleving gegoten te worden. Want voor je het weet leid je een leven dat helemaal niet bij je past.’

    Bron: de Volkskrant >>

    #253649
    Luka
    Moderator

    VIDEOSERIE DAKLOOS

    Op straat staan en geen eigen huis meer hebben: het kan iedereen gebeuren. Maar wat gaat er aan dit pijnlijke moment vooraf? Drie voormalig dak- en thuisloze mensen vertellen het in de indringende videoserie Niet thuis.

    Ellen
    Aflevering 1

    ‘Toen ik aankwam in de nachtopvang dacht ik: hoe ga ik dit aan mijn vrienden vertellen?’

    Rob
    Aflevering 2

    ‘Ik dacht gewoon: ik blijf fietsen tot ik doodga’

    Boris
    Aflevering 3

    ‘‘Ga maar weer op straat slapen’, zei mijn vader’

    Videoserie de Volkskrant >>

7 berichten aan het bekijken - 51 tot 57 (van in totaal 57)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 6 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.424, reacties: 13.217, leden: 1.198
Scroll Up