Overige websites

  • Dit onderwerp bevat 62 reacties, 5 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 07/05/2021 om 20:53 door Luka.
25 berichten aan het bekijken - 26 tot 50 (van in totaal 63)
  • Auteur
    Berichten
  • #238717
    Marjolein
    Lid LSG

    Vijf gevolgen van een slechte jeugd

    De kindertijd is een fase van het leven waarin we de wereld leren kennen, ontdekken en leren om de mensen en dingen om ons heen te controleren. Aan de andere kant is het een periode waarin we heel kwetsbaar en afhankelijk zijn. Wat er gebeurd in onze jeugd blijft deel van ons uitmaken en het is moeilijk om dat te veranderen.

    Dit geldt zowel voor een positieve als negatieve jeugd. Onze kindertijd kan een voordeel zijn of een handicap die we bij toeval ontvangen en, op een bepaalde manier, hebben we er zelf weinig over te zeggen.

    In tv-programma’s of films zien we vaak een moeilijk persoon die een jeugd vol tegenslagen heeft gehad, op een directe of indirecte manier.

    Maar wat zijn in werkelijkheid de meestvoorkomende gevolgen van een slechte jeugd?

    1. Wrok
    Deze periode zal, net als alle andere in ons leven, niet meer terugkomen als we er doorheen zijn gegaan. Een slechte jeugd vertaalt zich in een gewoonlijk verdrietige, ongelukkige of gecompliceerde kindertijd.

    Vaak leidt het niet doorbrengen van deze jaren op de manier waarop ze zouden moeten worden doorgebracht tot het voelen van wrok ten opzichte van die mensen die we toen om ons heen hadden. Met andere woorden: onze emotionele connecties uit onze jeugd overleven en manifesteren zich als een conflict van liefde en slechte gevoelens.

    Deze tegenovergestelde gevoelens zijn geen toeval, maar een latere evaluatie van de onrechtvaardigheden, wantrouwen, angst, verlating en vernedering waar we ooit onder hadden te lijden.

    2. Moeilijkheden om relaties met anderen te vormen
    De manier waarop we relaties aangaan begint zich te vormen gedurende de eerste jaren van ons leven. We leren hoe we onszelf moeten uitdrukken en hoe we onze stiltes kunnen beheersen om een effectieve communicatie te hebben.

    Tijdens de jeugd worden relatiepatronen zoals geweld en dwang makkelijk aangeleerd en gereproduceerd. Dit is moeilijk om af te leren, omdat we als kinderen hebben gezien hoe ze effectief kunnen worden gebruikt in relaties.

    Hoewel we weinig controle hebben over de manier waarop we leren over relaties, kunnen we de negatieve gevolgen van waar we als kinderen gewend aan zijn geraakt als volwassene zien. Op een bepaald moment betalen we er een hoge prijs voor.

    3. Scheefgetrokken zelfbeeld
    Een slechte jeugd betekent niet alleen maar een gebrek aan affectie, vaak gestraft worden of onverschilligheid. Het heeft ook te maken met het samenleven met mensen die de fouten van kinderen niet herkennen of die overbezorgd zijn, wat voorkomt dat kinderen geconfronteerd worden met de fouten die ze maken, en het beeld van onkwetsbaarheid en perfectie op hen projecteren, wat verre is van wat ze later in het leven tegen zullen komen.

    In die zin groeit de persoon op gelovend dat hij of zij iets is wat hij/zij niet is en daardoor ontstaat onwetendheid, waarvoor diegene later een hoge prijs zal betalen.

    4. Minder kans om emotionele intelligentie te ontwikkelen
    Wiskunde, taalkunde, vreemde talen… al deze onderwerpen maken deel uit van alle academische curricula. Echter, iets wat net zo nuttig is — het controleren van onze emoties — valt (of viel) buiten systematisch onderwijs.

    Het feit dat niemand de moeite heeft genomen om ons te leren hoe we onze emoties moeten beheersen, betekent niet dat we het niet hebben geleerd; wat er gebeurt is dat we het uiteindelijk zelf leren door het observeren van anderen.

    Bij een slechte jeugd hebben de mensen die dicht bij ons staan of die als referentiepunten dienen de neiging om een onderontwikkelde emotionele intelligentie te hebben. Dit kan zeer giftig zijn in onze kindertijd, het maakt ons kwetsbaar op de meest fundamentele manier.

    5. Kans om het patroon van de ouders te herhalen
    De opvoeding die wij krijgen als kinderen zal in de meeste gevallen dienen als basis voor het opvoeden van onze eigen kinderen als we volwassen zijn. Als het echt waar is dat we vaak onbewust bepaalde patronen of gedrag herhalen, moeten we een aanzienlijke inspanning leveren om ons leven op een gezonde manier te veranderen.

    Hoewel de mensen die een moeilijke jeugd hebben gehad het ingewikkelder vinden om zich verder te ontwikkelen, kunnen ze uiteindelijk een comeback maken en overwinnen wat ze nooit had mogen worden geweigerd.

    Op deze manier, en met de tijd, zullen ze meer worden bewonderd door wat ze hebben bereikt dan door wat hen heeft gekwetst. En deze mensen verdienen onze bewondering.

    Bron: verkenjegeest.com

    #239482
    Luka
    Moderator

    Hebben mannen nou écht altijd zin in seks?

    Japke-d. Bouma onderzoekt de verschillen tussen mannen en vrouwen. Zijn ze groter of kleiner dan we denken?
    Deze week: testosteron en zin in seks.

    Wat ik mijn hele leven al over seks hoor, is dat mannen altijd zin hebben en vrouwen vaak hoofdpijn. Mannen zijn net konijnen en vrouwen maar heel zelden bunnies – daar komt het in het kort op neer. „Dat is de natuur”, zeggen mensen er vaak bij.

    Nou nee hoor, zegt Ellen Laan aan de telefoon als ik vraag of dat klopt. Ze is hoogleraar seksuologie aan de UvA en in het AMC en werd onlangs op Lowlands uitgeroepen tot ‘godmother van de Nederlandse seksuologie’.

    Lees verder op nrc.nl >>

    #240503
    Luka
    Moderator

    Streng voor jezelf? Zo leer je omgaan met fouten maken (en 3 handige tips)

    Fouten maken is menselijk, en toch kunnen we er nog een hoop over te leren. Niet per se over hoe we die fouten niet meer maken, maar juist over het accepteren dat fouten maken oké is. Sterker nog: je wilt juist heel véél fouten maken in je leven. Grote kans dat je als perfectionist nu kortsluiting krijgt, maar toch zal je fouten moeten maken om tot je droomleven te ontdekken. Dus we kunnen er maar beter goed in worden!

    Of we het nu hebben over fouten maken op je werk of over verkeerde keuzes maken in de liefde of in vriendschappen: fouten zijn één van de beste leermomenten uit je leven. Dus die momenten kunnen we maar beter omarmen en meenemen in de toekomst.

    Zo ga je om met fouten maken
    Klinkt toch nog iets makkelijker dan het is? Met deze 3 manieren leer je beter omgaan met het maken van fouten:

    Erken je gevoelens
    Je kan nog zo sterk zijn en weten dat je zult leren van je fouten (‘dit ga ik volgende in elk geval nóóit meer doen’), het is en blijft gewoon k*t als iets faliekant misgaat. Zakken voor je rijbewijs, een sneer uithalen naar een vriendin of een fout op je werk of tijdens je studie. Als een situatie niet loopt zoals gepland, zijn we geneigd er op één van deze manieren op te reageren:

    • je geeft direct een ander de schuld
    • je geeft meteen jezelf de schuld
    • je probeert te verdringen wat er zojuist is gebeurd
    • je zoekt afleiding, bijvoorbeeld met binge eten, geld uitgeven of drinken.

    De beste manier om verder te komen in een situatie, is om het probleem recht in de ogen te kijken. Lastig, maar de meest effectieve manier om verder te kunnen. Wanneer je gevoelens of emoties negeert, zul je er uiteindelijk alleen maar meer last van gaan krijgen, omdat ze niet verwerkt worden. Zie het als een soort bal die je onder water probeert te houden.

    Af en toe afleiding zoeken kan best een goede manier zijn om goed voor jezelf te zorgen, maar uiteindelijk is de beste remedie na het maken van een fout, om je gevoelens te accepteren. Hoe confronterend dat ook is.

    Je maakt een fout, je bent geen fout
    Misschien wel het meestvoorkomende gevoel wanneer je een fout maakt: je voelt je zélf een fout. Onthoud goed dat je een fout hebt gemaakt (waarvan je leert), maar dat betekent niet dat jij die fout bent. Jij en je fout zijn 2 verschillende dingen.

    En guess what; fouten maken is onvermijdelijk. Sterker nog: fouten maken is leerzaam en hoognodig. Het is nodig om vooruit te kunnen in het leven. Probeer voor jezelf een actieplan op te zetten in plaats van te blijven malen over het feit dat je hebt gefaald in iets. Wat kan je hierna doen om je fout in de toekomst te voorkomen? Wat in elk geval níét helpt, is jezelf te vertellen dat jij een fout bent of niks kan. Life goes on.

    Iedereen maakt fouten
    Zelfs de slimste mensen weten niet alles. En dat hoeft gelukkig ook helemaal niet. Wedden dat jouw baas niet verwacht dat jij alle taken tot in de perfectie uitvoert? Als jij je fouten erkent en jezelf herpakt, getuigt dat van veel moed en zal het je vooral nieuwe kennis opleveren!

    Ze zeggen niet voor niets dat succesvolle mensen degenen zijn die de meeste fouten hebben gemaakt, maar steeds weer zijn opgestaan! In the end of the day, we’re all just human beings.

    Bron: Bedrock.nl

    #240505
    Luka
    Moderator

    Zo maak je je minder druk om je fouten (je moet er niet te lang in blijven hangen)

    Fouten maken is menselijk – maar ja, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. We kunnen onszelf dan wel wijsmaken dat het ons niet zo veel kan schelen, vaak zijn we toch de hele dag van ons apropos als we iets doms hebben gedaan (vooral als iemand ons nog op de vingers heeft getikt ook). Bij grote fouten is dat misschien logisch, maar we hebben er ook last van bij kleine foutjes, die andere mensen al na een paar minuten weer vergeten zijn. Hoe kom je daar vanaf?

    1. Reflecteren
    Waarschijnlijk heb je het idee dat je al de hele tijd reflecteert als je fouten in je hoofd blijven hangen. Immers: je denkt er constant aan. Maar eraan denken is iets anders dan echt reflecteren, en daarom is het goed om één of meerdere momenten op de dag te creëren waarop je echt reflecteert.

    Ga na wat je bezighoudt, wat je daarbij voelt en vooral ook waaróm je dat voelt. Heb je het idee dat iemand je nu niet meer aardig vindt? Denk je dat je fout je baankansen heeft verkleind? Als je dat eenmaal hebt geïdentificeerd, kun je het gaan rationaliseren. Probeer je bijvoorbeeld in te leven in andere mensen, die getuige dan wel ‘slachtoffer’ waren van jouw fouten. Als je écht realistisch bent, hoe zouden zij de situatie dan ervaren?

    En het is natuurlijk een cliché, maar bedenk ook welke lessen je kunt halen uit deze misstap. Je kunt er nu niks meer aan doen, maar dat betekent niet dat je het zomaar moet wegdrukken als je het een volgende keer ook kunt voorkomen (wat uiteraard niet het geval is als je koffie over belangrijke papieren hebt gemorst, maar wel als je onaardig tegen iemand bent geweest).

    2. Accepteren
    Nu je de situatie een beetje hebt gerationaliseerd, is de kans groot dat je hem ook al (deels) hebt geaccepteerd. Mocht dat niet zo zijn, dan kun je ook daar actief aan werken. Je kunt er nu niets meer aan doen, dus accepteren is eigenlijk ook je enige optie – dat zou je nieuwe mantra kunnen worden.

    Je kunt ook een aantal redenen opschrijven waarom je trots mag zijn op jezelf. Dat helpt weliswaar niet per se bij het accepteren van deze ene fout, maar je gaat er misschien wel door inzien dat je naast al die goede prestaties ook weleens iets minder mag doen – en dat helpt je weer met het accepteren van deze specifieke gebeurtenis. Ondanks (of dankzij) je imperfecties, mag je hartstikke blij zijn met jezelf.

    3. Verder gaan
    Time to move on! Als het goed is ben je nu weer helemaal blij, maar het kan zijn dat je emoties nog even door blijven razen, zelfs als je hoofd dat niet doet. Vooral negatieve emoties hebben altijd nog even een nasleep. In dat geval kun je actief kalme of positieve emoties ‘uitlokken’. Dat kan bijvoorbeeld door even te mediteren, maar ook door dingen op te zoeken waar je blij van wordt, zoals bepaalde muziek.

    Hoewel het normaal niet goed is om je schuldgevoel (en andere ‘echte emoties’) te vervangen door je nieuwe emoties, mag dat in dit geval best wel een keer. Te veel zorgen en zelfkritiek zijn immers ook niet goed voor je humeur. En als je je fouten echt geaccepteerd hebt, komt er vanzelf weer een balans.

    Bron: Bedrock.nl

    #240618
    Luka
    Moderator

    8 dingen die je herkent als je uit een gebroken gezin komt

    De term ‘gebroken gezin’ wordt te pas en te onpas gebruikt, maar waar staat het nou eigenlijk voor? De waarheid is dat er niet één definitie bestaat. Voor de een staat het voor huiselijk geweld, terwijl de ander juist denkt aan emotionele verwaarlozing.

    Gebroken gezin kenmerken
    Mijn mening is dat het ook helemaal niet uitmaakt wat de definitie precies is. Je gevoelens zijn namelijk terecht. Niemand kan in jouw hoofd kijken, dus is het voor anderen onmogelijk om aan te geven of jij uit een gebroken gezin komt. Er bestaat niet een soort Schaal van Richter waarbij 0 staat voor zonder knuffel naar bed, en een 10 voor zwaar fysiek misbruik.

    Hoe dan ook, er zijn wel een paar kenmerken die een hoop mensen uit gebroken gezinnen met zich meedragen. Deze 8 karaktertrekken herken ik bij mezelf, en bij anderen.

    1. Je bent een goede bemiddelaar
    Jij bent de Dalai Lama van het huishouden. Uit wat voor gebroken gezin je ook komt, er heerste altijd een bepaald soort spanning. Deze stress zweeft als een soort bedwelmende geur door het huis, en iedereen is ervan op de hoogte. Je weet dat de bom ieder moment kan barsten.

    Je ouders hebben vaak geen goed woord over voor elkaar, en je hoeft maar één ding te zeggen om deze stortvloed aan scheldwoorden te ontgrendelen. De hele situatie wordt nog een stuk complexer wanneer je broers of zussen hebt die bijvoorbeeld wel bij je moeder langsgaan, maar je vader niet meer spreken.

    En jij? Jij hangt er een beetje tussenin. Bij mijn vader wist ik dat nooit over mijn moeder moest beginnen, omdat hij dan gegarandeerd een tirade zou afsteken, en dat vond ik eng. Mijn moeder deed haar best om zich niet met deze relatie te bemoeien, maar ik merkte aan alles wat haar mening was.

    Als het dan toch zo ver is dat de olifant in de kamer op tafel komt te liggen is het aan jou de taak om te bemiddelen en de boel te sussen. Jij bent een soort advocaat die tussen je ouders instaat en hun verdediging voert, maar tegelijk ook de aanklager bent. Je leert hierdoor als geen ander het vuur uit situaties te halen en bent een echte mediator.

    2. Je bent vroeg volwassen geworden
    Wijsheid komt met de jaren, zeggen ze. Dit cliché gaat ook op voor mensen uit een gebroken gezin, maar dan met een voorsprong. Wanneer je vanaf jonge leeftijd te maken krijgt met volwassen problemen moet je namelijk wel opgroeien, of je nu wilt of niet.

    Het was daardoor moeilijk om een band op te bouwen met leeftijdsgenoten, omdat ze op een andere wereld leken te leven dan jij. Op maandagochtend waren zij blij met hun gewonnen voetbalpartij, terwijl jij opgelucht was dat er afgelopen weekend geen slaande ruzie was uitgebroken.

    3. Je bent een dromer
    Wanneer de realiteit heel kut is, is het fijn om weg te dromen. Volwassenen gebruiken hier allerlei middelen voor, maar als kind kon je compleet nuchter al ‘outzonen’. In plaats van elke avond luisteren naar ruzies, onderlinge verwijten en de continue spanning voelen, besloot jij om weg te dromen.

    Je had regelmatig last van ‘zone outs’, waarbij alles wat tegen je gezegd werd langs je heen ging. In je gedachten was je op een compleet andere plek en beeldde je allerlei situaties in die vaak totaal niet realistisch waren. Toch gaf enkel de visualisatie al een fijn gevoel. Totdat op je schoolrapport stond dat je beter moest opletten in de les.

    4. Je staat altijd ‘aan’
    Of je moeder nou bang is om op straat gezet te worden vanwege een huurachterstand, er geen geld is om de wasmachine te repareren of dat je vader in een dronken bui je raam heeft ingegooid: er heerst altijd spanning in een gebroken gezin. Om hiermee om te gaan moet je alert zijn.

    Telkens als je een ruimte instapt zoek je naar de kortst mogelijk ontsnappingsroute. Bij iedere persoon maak je een inschatting of je diegene aan zou kunnen, of niet. Je koffer houd je het liefst zo veel mogelijk ingepakt, omdat er altijd een kans bestaat dat je weer moet verhuizen. Je moet altijd ‘aan’ staan en zorgen dat je weg kunt komen.

    5. Je zet jezelf op de tweede plaats
    Een gezin is eigenlijk hetzelfde als een samenleving, maar dan in het klein. Je hebt bepaalde verplichtingen tegenover elkaar en moet roeien met de riemen de je hebt. Veel mensen uit gebroken gezinnen hebben daarom de neiging om eerst voor anderen te zorgen, en dan pas voor zichzelf. Als kind was je al bezig om jezelf nuttig te maken.

    Je zorgt er daarom eerst voor dat anderen te eten hebben en vindt het zelfs ongemakkelijk wanneer ze erop staan dat jij eerst moet opscheppen. Het zorgzame gedrag is af en toe op het irritante af, maar je krijgt een gelukkig gevoel wanneer je voor mensen kunt zorgen. Diep van binnen zit namelijk een verlangen dat er vroeger zo voor jou werd gezorgd. Het gevaar hiervan is dat je geluksgevoel afhangt van anderen, en je kunt nou eenmaal niet iedereen tevreden stellen.

    6. “Vertrouw me maar.” Nou nee, bedankt.
    Lange tijd kreeg ik de kriebels wanneer iemand over ‘bindingsangst’ begon. Het leek eerder een modewoord, dan een daadwerkelijke aandoening. Nu ik wat ouder ben zie ik hier echter wel de waarheid van in. Als je uit een gebroken gezin komt leer je namelijk al vroeg op jezelf bouwen, en je lot niet te laten afhangen van anderen.

    Je bent namelijk al heel vaak teleurgesteld, ook door mensen die plechtig beloofden dit nooit te doen. Van je moeder die zei nooit meer een druppel alcohol te drinken, je broer die je zou komen ophalen van schoolreisje tot aan je vader die zei altijd voor je klaar te staan. Mensen beloven een hoop, maar maken bun woorden zelden waar.

    Het is daarom ontzettend lastig om mensen op hun woord te geloven. Een intensieve (liefdes)relatie aangaan is dan ook niet zozeer een kwestie van op je gevoel afgaan, maar hele rationele beslissingen maken. Je weet dat die persoon je ooit gaat kwetsen, dus maak je een inschatting van hoe het gaat gebeuren, en of je hier trek in hebt. Je leert vertrouwen op je hersenen en raakt vervreemd van je gevoelens.

    7. Je leest mensen als een baas
    Ik merk alles op. Van de lichaamshouding van mensen, een mouw die nét iets anders is opgestroopt dan de ander, gespannenheid in schouders tot aan waar iemand heenkijkt tijdens een gesprek. De woorden die mensen gebruiken zijn een reflectie van zichzelf.

    Heeft iemand het vaak over anderen hun uiterlijk? Dan is diegene daar dus in geïnteresseerd, en mogelijk een beetje onzeker over zijn/haar eigen verschijning. Heeft iemand de neiging om anderen altijd naar beneden te halen? Dan is diegene waarschijnlijk jaloers.

    Deze techniek heb ik door de jaren heen ontwikkeld omdat mijn vader op ieder moment emotioneel kon uitbarsten. Op een gegeven moment begon ik de voortekenen van deze uitbarsting te herkennen. Hij begon kortere zinnen te maken, meer naar de rechterkant van z’n stoel te hangen en meer vanuit de borst te ademen. Tijd om weg te wezen.

    8. Je hebt een minderwaardigheidscomplex
    De eerste keer dat een meisje mij de liefde verklaarde was ik met stomheid geslagen. Tijdens de eerste tien afspraakjes had ik continu het idee dat ze misschien in de war was, en dat ik in een of andere hele leipe aflevering van Banana Split zat. Ik keek nog net niet achter iedere deur in de hoop Frans Bauer te treffen, maar het scheelde weinig.

    Het kwam gewoon niet in mij op dat iemand mij daadwerkelijk leuk zou kunnen vinden. Als jongste kind uit een gezin van vier voelde ik me namelijk altijd kansloos. Ik kon niet zo goed koken als mijn zussen, was niet zo handig als mijn broer en bracht ook geen geld in het laatje, zoals mijn moeder.

    Hierdoor ontwikkelde ik een geweldige bewijsdrang en liet ik mijn eigenwaarde afhangen van prestaties. Bovendien dacht ik dat ik hiermee vrouwen zou imponeren. Zo hoog mogelijke cijfers halen, veel geld verdienen en biceps oppompen. Wat bleek? Vrouwen worden op je verliefd omdat ze van je gezelschap genieten, en niet omdat 110 kilogram bankdrukt.

    Bron: Commen.nl

    #240630
    Luka
    Moderator

    11 stappen om je emoties te uiten

    Veel mensen vinden het moeilijk om hun emoties te uiten. Sommige mensen uiten overdreven veel wat ze voelen en anderen delen niet genoeg. Weten hoe je op de juiste en gematigde wijze je emoties kunt uiten zal je enorm helpen in je persoonlijke, sociale en professionele leven.

    Er bestaan vele theorieën en technieken die je leren hoe je je emoties ofwel kunt onderdrukken ofwel kunt controleren. Het is echter bewezen dat deze aanpak niet echt effectief is. Emoties en gevoelens zijn spontaan en automatisch en het is de bedoeling dat ze worden gevoeld en geuit.

    Het is wetenschappelijk bewezen dat het vermijden en onderdrukken van emoties negatieve psychologische gevolgen kan hebben. Moderne therapieën zoals acceptatie- en bindingstherapie en andere praktijken zoals mindfulness of meditatie kunnen je helpen je emoties te accepteren en leren hoe je ermee om kunt gaan. Je emoties zijn een deel van jou en moeten met zorg worden behandeld.

    Emoties Opkroppen
    Als jij bijvoorbeeld een persoon bent die veel emotionele angst ervaart, dan zou je misschien bepaalde dingen kunnen doen en je op een bepaalde manier kunnen gedragen om die angst te vermijden. Misschien weet je namelijk niet zeker hoe je de angst in goede banen kunt leiden of kunt uiten. Deze emotionele onderdrukking kan lichamelijke problemen, zoals een snelle hartslag, overmatig zweten, rillingen, of ademhalingsproblemen veroorzaken.

    Wanneer gevoelens niet worden geuit, ontstaat er spanning. Deze spanningen kunnen lichamelijk geconcentreerd zijn in gebieden zoals de nek, het gezicht, verschillende spieren en de ruggengraat.

    Als je aan deze emoties vast blijft houden zonder ze te uiten, kun je gevoelig zijn voor psychosomatische ziekten aan de aderen, hoofdpijn of maagproblemen. Het is een onbetwistbaar feit dat je emoties je lichamelijke gezondheid beïnvloeden. Weten hoe je je emoties kunt uiten kan lichamelijke problemen en emotionele pijn voorkomen.

    Weten hoe je je emoties kunt uiten in 11 stappen
    Met een beetje oefening en door deze simpele stappen te volgen, zul je in staat zijn om je emoties beter te identificeren en op gepaste wijze te uiten. Hieronder vind je deze 11 stappen, dus kun je ze in praktijk beginnen te brengen:

    1. Identificeer de emotie en het gevoel: Wanneer er in je lichaam iets verandert uit reactie ergens op, of dit nu iets externs is of iets dat zich in je gedachten voordoet, zou je jezelf moeten afvragen: Wat voel ik? Welke lichamelijke symptomen ervaar ik? Wat is de oorzaak? Waarom gebeurt dit nu?
    2. Leer om je gevoelens te herkennen: Zodra je je emoties en gevoelens opmerkt, zou je het gevoel dat ze bij je veroorzaken moeten analyseren. Probeer om een lijst te maken van al deze emoties en wat het precies is dat ze lichamelijk verraadt.
    3. Let op de reactie van je lichaam: Emoties worden gereguleerd door het limbisch systeem en het zenuwstelsel en zijn moeilijk te controleren wanneer ze zich voor het eerst voordoen. Laat de emotie die je voelt even bezinken, zodat je er helder over na kunt denken en kunt bedenken hoe je erop kunt reageren.
    4. Let meer op hoe je reageert op een gegeven situatie: Misschien voelt het zo alsof het de situatie is die je nerveus maakt, maar de kern van het probleem is je emotionele reactie op de situatie. Observeer jezelf en je zult je realiseren dat jouw reactie altijd hetzelfde is, of je nu een belangrijk papier niet kunt vinden of ten onrechte een boete krijg voor het overtreden van de verkeersregels. Het enige wat je kunt veranderen, is jouw reactie.
    5. Uit je emoties op juiste en gepaste wijze: Zodra je eenmaal de vorige stap volledig doorhebt, zul je in staat zijn je emoties op een gecontroleerde manier te uiten. Toch zijn er nog enkele stappen die je kunt leren om te begrijpen wat er bij je gebeurt, zodat je dit op de juiste manier kunt uiten.
    6. Communiceer met en ervaar je lichaam: Wanneer je die sterke emoties ervaart, stel dan vast uit welk deel van je lichaam ze voortkomen. Geef ze een kleur en een tastbare textuur. Plaats ze op een specifieke plek en probeer om een andere relatie met ze te vormen. Jij bent dat wat je lichaam en je emoties omvat; ze beheersen jou niet.
    7. Probeer om eerlijk te zijn over wat je voelt en wat je doet: Als je in werkelijkheid onverschillige gevoelens hebt over iets of iemand, waarom blijf je dan proberen om het te laten werken? Of als je geïrriteerd, geërgerd en boos bent, waarom zou je dat gesprek dat je zou kunnen helpen om jezelf beter te begrijpen dan vermijden?
    8. Kies de beste situatie om jezelf te uiten: Als je bijvoorbeeld een conflict hebt met je baas en een constructief gesprek met hem of haar wenst te voeren, zul je nergens komen als je dit op het verkeerde moment besluit te doen. Onderzoek daarom de situatie, de mensen om je heen en jezelf wanneer je besluit welk moment het beste zal zijn.
    9. Gebruik een positieve vorm van communicatie: Een vriendelijke toon, actief luisteren, oogcontact en het gebruiken van eenvoudige uitspraken zoals ‘ik voel me gestrest’ in plaats van ‘wat er vandaag op mijn werk gebeurde heeft me zo gestrest gemaakt’ zal je helpen een situatie te vermijden waarin je in gedachten terug moet gaan naar de situatie om te kunnen omschrijven wat er is gebeurd. De ander zal impliciet begrijpen dat jouw stress duidelijk door je werk veroorzaakt wordt.
    10. Gebruik je lichaam om je te helpen uiten wat je voelt: Tijdens het uitleggen dat je gestrest bent, leg je je hand op je hart, op je hoofd of op je buik. Dit insinueert dat je onplezierige gevoelens ervaart en dat het goed voor jou en je omgeving zou zijn om niet langer in deze staat te blijven verkeren.
    11. Het visualiseren en lokaliseren van je emoties is essentieel: Jij bent verantwoordelijk voor het beheren van je eigen emoties en gevoelens, zonder ze te onderdrukken of verstoppen. Je moet jezelf uiten om jezelf en je gedachten opluchting en rust te kunnen bieden en om de emoties zelf te kunnen begrijpen.

    Hoe kun je je emoties zelf kalmeren
    Soms heeft emotioneel ongemak niets te maken met een werkelijk concrete situatie. Je zou verdrietig kunnen zijn vanwege bepaalde herinneringen, omdat je je niet lekker voelt of vanwege willekeurig welke verdrietige gedachte die je in je hoofd zou kunnen hebben. In deze situaties kun je datgene toepassen wat we al eerder noemden: accepteer die gevoelens als een deel van jou. Voel het ongemak en accepteer dat je een levend persoon bent die deze gevoelens zou moeten koesteren.

    Jezelf accepteren als een emotioneel wezen is de sleutel tot het weten welke emoties je voor jezelf zou moeten houden en welke je naar anderen toe zou moeten uiten.

    Emoties zijn een deel van de menselijke ontwikkeling als soort en zijn tevens datgene dat ons onderscheidt van de rest van de dieren die de aarde bewonen. Emoties zijn natuurlijk, dus vecht niet keer op keer tegen ze. Laat ze zijn en probeer in de tussentijd te ontspannen. Ga op zoek naar iets anders om je gedachten bezig te houden. Praat bijvoorbeeld met iemand, ga schrijven of maak een wandeling.

    Als je overweldigend krachtige emoties zoals woede ervaart, probeer dan een intensieve sport te beoefenen. Dit zal je in staat stellen om je opgekropte woede en stress te ontladen.

    Bron: verkenjegeest.com

    #240631
    Luka
    Moderator

    Acht manieren om met wrok om te gaan

    Vasthouden aan wrok kan slecht zijn voor je geestelijke gezondheid. In dit artikel delen we daarom een paar effectieve en praktische manieren om met wrok om te gaan en verder te gaan met je leven.

    Wat zijn de beste manieren om met wrok om te gaan? Het Merriam-Webster woordenboek definieert wrok als “een gevoel van verontwaardigd ongenoegen of aanhoudende vijandigheid ten opzichte van iets dat als een fout, belediging of verwonding wordt beschouwd.”

    Het is een negatieve emotie die je voelt als iemand je opzettelijk kwaad doet of niet voldoende probeert dit te voorkomen. Wrok is vaak ook de motivatie achter wraak. De voornaamste reden waarom je moet leren om met wrok om te gaan is daarom niet alleen om te voorkomen dat je anderen kwetst, maar ook om voor je eigen mentale gezondheid te zorgen.

    Hee verleidelijk het soms ook is, vast blijven houden aan pijnlijke ervaringen is slecht voor je welzijn. Uiteindelijk heb je er alleen jezelf mee. We proberen het vaak te rechtvaardigen door te zeggen dat we simpelweg onze emoties uiten zodat we ons beter kunnen voelen.

    Acht manieren om met wrok om te gaan
    Het is handig om een ​​aantal hulpmiddelen te hebben om beter met wrok om te gaan. Daarom hebben we voor dit artikel wat advies verzameld om je te helpen dit soort situaties in het vervolg beter te beheersen.

    Als je deze richtlijnen volgt, kun je de oorzaak van het probleem identificeren en analyseren op een manier waardoor het niet erger wordt. Bijgevolg kun je voorkomen dat je je laat meeslepen door emoties die je gedrag negatief kunnen beïnvloeden. Man probeert hoofd leeg te maken

    Je moet wrok in de kiem smoren
    Als je wilt leren om met wrok om te gaan, moet je eerst leren om de oorzaak ervan op een objectieve manier te analyseren. Probeer een goed onderbouwde verklaring te vinden die je negatieve gevoelens tegengaat. Accepteer bijvoorbeeld dat niet elke persoonlijke of professionele situatie altijd aan jouw behoeften of wensen zal worden aangepast.

    Voed geen negatieve gedachten
    Alsmaar blijven nadenken over hetzelfde probleem, heeft geen zin. Wellicht wordt je er zelfs alleen maar geïrriteerd van, wat het moeilijk maakt om je wrok te beheersen. Probeer het probleem in plaats daarvan daarom liever te vergeten. Accepteer dat je niet kunt veranderen wat er is gebeurd en begin te zoeken naar oplossingen.

    Hecht waarde aan vergeving
    Dit kan een van de meest lastige adviezen zijn om toe te passen. Dit komt omdat het niet altijd even makkelijk is om een ander te vergeven. Een optie is daarom om te proberen jezelf te herinneren aan de gebeurtenissen die je motiveren de ander te vergeven. Dit kan lastig zijn omdat je hoofd meestal vol zit met gedachten aan dingen die vergeving juist moeilijk maken.

    Gelukkig bestaat er echter een eenvoudige oefening die je hierbij kan helpen. Maak op een vel papier twee kolommen en noteer in elk van deze kolommen de positieve en negatieve aspecten van je relatie met de persoon waar het omgaat.

    Je kunt er zelfs een numerieke waarde aan geven. Dit zal je helpen om de wrok die je voelt op een objectievere manier te beheersen. Zodoende zul je een beter perspectief krijgen op zowel het slechte als het goede aan de situatie.

    Trek de juiste conclusies
    Dit is een goede vervolgstap op de vorige stap. Nadat je de positieve en negatieve aspecten van je relatie met de persoon die je heeft gekwetst hebt geanalyseerd, kun je conclusies trekken over de waarde van de relatie. Op die manier kun je bepalen of je bereid bent verder te gaan dan vergeving en het waard vindt om de relatie nog te redden of niet.

    Uit je gevoelens
    Om goed met wrok om te gaan, is het belangrijk om het probleem niet voor jezelf te houden. Praat erover met iemand die je kan helpen dingen vanuit een andere hoek te bekijken. Andere mensen kunnen je namelijk ideeën of inzichten geven die je eerder niet had.

    Handel niet zonder na te denken
    Je laten meeslepen door je emoties is de antithese van het beheren van je wrok. Hoe moeilijk het ook lijkt, het beste is om een ​​stapje terug te doen en te proberen om niet in het heetst van de strijd discussies te voeren. Wacht tot je gekalmeerd bent en dingen rationeel kunt bekijken.

    Selectief geheugen
    Je hersenen beschikken over een overlevingsmechanisme dat je helpt dingen te vergeten die je pijn bezorgen. Dit is geen waterdichte oplossing. Het kan je echter wel helpen om op een gezondere manier met je wrok om te gaan.

    Als iemand je op de een of andere manier pijn doet, ga er dan niet van uit dat het geheid nog een keer zal gebeuren. Probeer jezelf er in plaats daarvan van te overtuigen dat het een geïsoleerd incident was.

    Dat gezegd hebbende, is het belangrijk om te weten hoe je iemands karakter kunt doorgronden. Je kunt proberen om bewust te zijn van welke mensen je in de toekomst weer kunnen kwetsen. Raak echter niet geobsedeerd door dat idee.

    Distantieer jezelf
    Tot slot kan het in situaties die je stress bezorgen soms het beste zijn om jezelf te distantiëren. Dit kan ook een goed advies zijn als het gaat om een relatiebreuk. Het helpt je namelijk om situaties te vermijden die oude wonden opnieuw kunnen openen. Uiteindelijk zullen tijd en ruimte je helpen om een duidelijker beeld van de situatie te krijgen en je wrok los te laten.

    Bron: verkenjegeest.com

    #240632
    Luka
    Moderator

    Experimenteren met hulp vragen

    Sinds een paar weken, ben ik in het bezit van een indrukwekkende brace om mijn onderbeen. Het ziet er wat robotachtig uit. Robots zijn geprogrammeerd om te doen wat ze moeten doen, volgens vaste patronen. Ik besluit dat ik de komende weken anders wil om gaan met mijn vaste patronen.

    Ik had mijn buurvrouw gevraagd of zij mij, na mijn enkeloperatie, aan het einde van de middag uit het ziekenhuis wilde ophalen. Dat wilde zij wel én ze bood me meteen aan mij vroeg in de ochtend (kwart voor zeven!) ook weg te brengen. Ikzelf had de buurvrouw zo min mogelijk ‘last’ willen bezorgen en was van plan gewoon zelf met de bus en metro naar het ziekenhuis te gaan. Op deze manier zou ik het mezelf onnodig lastig maken, dus ik besloot haar aanbod om mij die ochtend te brengen te accepteren.

    Eenmaal op de operatiekamer aangekomen, begonnen de voorbereidingen voor de ruggenprik. De verpleegkundige vroeg mij “wat doe je voor werk?” De robot in mij activeerde het gebruikelijke gedachtepatroon: wat zou ze willen horen? Ik besloot de robot uit te zetten. Ik schaamde me, ik werk al een tijdje niet meer. Ik wilde niet liegen. Ik wilde ook niet zeggen “vroeger werkte ik als accountant”. Ik besloot te zeggen “ik werk als ervaringsdeskundige depressie”. Ik vond dat ik vrijwilligerswerk wel kon classificeren als werk. Het voelde onwennig en awkward. Ik schoof zelf over op de operatietafel en kreeg mijn prik.

    Tijdens de operatie daalde mijn bloeddruk, hier was ik voor gewaarschuwd. Er was mij verzekerd dat ik gewoon kon zeggen dat ik me niet lekker voelde worden. “De meetapparatuur loopt altijd wat achter op de werkelijkheid”, had de anesthesist gezegd. De robot in mij registreerde dat mijn bloeddruk daalde en activeerde het programma ‘stel je niet aan’. Ik keek of de anesthesist naast me zat, maar zag hem niet. Natuurlijk was hij gewoon in de ruimte en hij had ook gezegd dat ik hem mocht roepen. Ik riep niet, ik wachtte af. De anesthesist kwam na de volgende bloeddrukmeting naar me toe en vroeg me hoe het ging. De robot in mij activeerde het programma ‘het gaat wel’. Ik besloot de robot te overrulen en vertelde de anesthesist dat ik me niet lekker voelde en wat misselijk. De anesthesist nam mijn klacht serieus en leek blij dat hij mij kon helpen met extra medicatie. Ik veranderde het programma in de robot en verving ‘het gaat wel’ door ‘zeg wat je voelt’.

    Nadat de chirurgen mijn enkel gerepareerd hadden, moest ik onvermijdelijk hulp aanvaarden. Het was door de verdoving onmogelijk om zelf van de operatietafel naar het bed over te schuiven. Drie paar handen draaiden mij op mijn zij, schoven een mat onder mij en schoven mij over in het bedje. Het voelde veilig en zorgzaam.

    Eenmaal terug op de kamer was het afwachten tot alle lichaamsfuncties weer terugkwamen, voordat ik naar huis mocht. De verpleegkundige kwam me regelmatig controleren, bood me drinken en eten aan. Toen kwam het moment dat ik moest plassen. Een heugelijk moment, want dat was het laatste wat ik moest doen om naar huis te kunnen. Echter, mijn krukken stonden in de hoek en ik lag bed… De robot in mij activeerde het programma ‘wacht af’. Ik voelde me wat bezwaard en hoefde nog niet heel nodig, maar ik besloot wederom de robot te overrulen en de verpleegkundige zelf te bellen. Met een glimlach op haar gezicht hielp de verpleegkundige mij en merkte op dat het wellicht prettig voor mij zou zijn om vast dat operatiejasje te verwisselen voor mijn eigen t-shirt. Ik voelde me opgelucht. Ik veranderde het programma ‘wacht af’ in ‘vraag wanneer je dat wilt’.

    Die middag haalde mijn buren me op, ik voelde me enigszins bezwaard dat we ook nog langs de apotheek moesten voor medicatie. Ik vond al dat ik veel van ze gevraagd had, maar er was geen andere optie. Ik had de trombosespuitjes en pijnstillers diezelfde avond nog nodig. Dus ik zette me over mijn bezwaren heen en deelde mee dat we nog even langs de apotheek moesten. Mijn buurvrouw stapte uit bij de apotheek, regelde de medicatie en vertelde mij dat ze slechts één spuitje op voorraad hadden maar dat de apotheek de rest morgen bij mij thuis zou afleveren. Het voelde heerlijk dat zij dat voor mij geregeld had.

    De volgende dag kwam de buurvrouw even een kopje thee doen om te vragen hoe ik erbij zat. Ik vertelde dat ik de dag daarna even naar de huisarts wilde om het drukverband onder mijn brace vandaan te laten halen en de wondjes te laten controleren. Op haar gebruikelijke nuchtere wijze vroeg ze me hoe ik gedacht had daar te komen. Mijn robot activeerde het programma ‘zelf doen’. Ik vertelde haar dat ik gewoon met de bus zou gaan. Het met krukken lopen ging me best goed af. Ze lachte me nog net niet uit, maar zei dat ze mij natuurlijk niet met de bus zou laten gaan en me ging brengen. Het voelde alsof ik al veel te veel credits gebruikt had. Ik herschreef het programma ‘zelf doen’, in ‘niet zelf doen als het niet hoeft’.

    In de week voor de operatie had ik al wat oude flexibele broeken met wijden pijpen opgezocht. Deze bleken echter alleen te passen als ik de zijkant open knipte. ‘Ach, ik ga er voorlopig toch niet ver op uit’, dacht ik. Een vriendin gaf me de tip om een broek met ritsen tot aan de heup te regelen. Ze had er nog één liggen die ik wel mocht lenen. Ze kwam er zelfs speciaal de volgende dag voor terug. Wederom voelde ik me bezwaard. Het robotprogramma ‘zelf doen’ was weer automatisch opgestart. Met haar tip zou ik gewoon even googlen en een soortgelijke broek op het wereldwijde web bestellen en een paar dagen wachten.

    Vandaag heb ik ‘haar’ broek aan. Hij zit heerlijk, ziet er beter uit dan die flubberbroeken én het aantrekken is een verademing. Ik herschreef het programma ‘zelf doen’ in ‘aanbod aannemen mag, ook al kan je het zelf’.

    Ik merk dat ik het fijn vind, even de afleiding van een bezoeker te hebben. Het is fijn om whatsappjes en kaartjes, van de postduif, te krijgen. De stilte, de vermoeidheid, de misselijkheid en het gebrek aan mobiliteit zijn best lastig te verdragen. Ergens op de achtergrond draait het programma ‘stel je niet aan’ op volle toeren. Normaal ben ik ook veel alleen (met mijn depressie) thuis op de bank voor de buis. Volgens mijn rationele ik is er geen verschil met de situatie nu, dus waarom zou ik nu wel aan mensen vragen of ze me komen oppeppen?

    Wederom besluit ik een regel toe te voegen aan mijn robotprogramma:
    Experimenteer met vragen en voel wat de experimenten opleveren.

    Bron: dsmmeisjes.nl

    #240646
    Luka
    Moderator

    Hoe moet je jezelf zijn wanneer je zelf niet eens weet wie je bent?

    Wanneer je voor een lastige beslissing staat krijg je vaak het advies om “je gevoel” te volgen, “jezelf te zijn” of de keuze “dichtbij jezelf te houden.” We geloven als samenleving maar al te graag dat je op je gevoel moet varen en dat het dan wel goed komt. Dit lijkt misschien iets van de laatste jaren, maar het is al decennia aan de gang. De wijze Aristoteles zei bijvoorbeeld al dat “jezelf kennen de bron van alle wijsheid is.” Je persoonlijke identiteit is dus blijkbaar heel belangrijk, maar wat doe je als je deze niet kent? En waarom is dit eigenlijk zo belangrijk? Over jezelf zijn en identiteit vinden wanneer je niet weet wie je bent.

    Jezelf zijn wanneer je jezelf niet kent
    “Zodra je weet wie je bent valt alles op z’n plek”, schrijft mentale gezondheidexpert Roo Harris. “Je ziet de wereld helderder, relaties lopen soepeler en ook beslissingen maken gaat je makkelijker af.” Bovenal zorgt een eigen identiteit voor sturing in het leven. “Je geeft duidelijk grenzen aan en dat straalt zelfverzekerdheid uit.”

    Klinkt top, toch? Jezelf ontdekken is niet enkel voorbehouden aan welgestelde meisjes die in hun tussenjaar naar Australië gaan, maar iedereen kan het. Sterker nog, je identiteit achterhalen is een stuk minder vaag dan het klinkt.

    “De persoonlijke identiteit is opgebouwd uit meerdere maskers uit het dagelijks leven, zoals het zijn van een ouder, broer, zus, partner of professional”, aldus Christine Yu. Volgens de gezondheidsexpert is ook het beeld dat anderen over ons hebben belangrijk. “Je identiteit kan worden ‘vertroebeld’ door het beeld dat anderen van je hebben. Zo staan sommigen bekend als de slimmerik of lomperik van de groep, terwijl dit in werkelijkheid wel meevalt.”

    Die sociale verwachtingen zorgen ervoor dat je soms het idee hebt de draad kwijt te zijn, en niet meer weet of je iets echt vindt, of dat je denkt dat je dat vindt. “Het is moeilijk om je eigen identiteit helder voor je te zien”, verklaart neurowetenschapper Nina Strohminger. “Op zoek gaan naar jezelf is daarom een proces van laag voor laag afdalen naar de kern, net zoals je een ui pelt.”

    Het is overigens helemaal niet verkeerd om soms het idee te hebben dat je ‘onnatuurlijk’ gedrag vertoont. “Ik pas mijn gedrag aan naar de context”, aldus Strohminger. “Ook verandert mijn gedrag met de jaren. Dit betekent echter niet ik geen sterke persoonlijke identiteit heb.” De hersendeskundige maakt hiervoor de vergelijking met een rups en een vlinder. Deze zijn technisch gezien hetzelfde beest, ongeacht de transformatie.

    Bestaat er zoiets als jezelf zijn?
    Boeken, adviezen en gezapige quotes van de Xenos moedigen ons aan te vertrouwen op ‘je water’, en op zoek te gaan naar onze innerlijke stem. Maar bestaat er wel zoiets als een daadwerkelijke identiteit? Nee, aldus Strohminger. “Het bestaan van een persoonlijke identiteit is vooral een volkswijsheid, maar er is wetenschappelijk gezien geen bewijs dat het ook echt bestaat.”

    Dit betekent echter niet dat persoonlijke identiteit, en het ontwikkelen hiervan, onbelangrijk zijn. Sterker nog, uit onderzoek van dezelfde Strohminger blijkt dat het gevoel van een persoonlijke identiteit belangrijk is voor mensen. We hebben een soort intern kompas nodig om de acties van anderen te beoordelen, en orde te scheppen in de chaotische wereld om ons heen.

    “We vinden het belangrijk om te weten of iemand ooit is vreemdgegaan, of iemand gehandicapt is, of iemand problemen heeft en of iemand bijvoorbeeld gul is. Wanneer je anderen hun acties niet beoordeelt is het niet mogelijk om moraliteitsgevoel te kweken.” Oftewel: dankzij een persoonlijke identiteit heb je altijd iets om op terug te vallen, en dat gevoel van een fundament hebben is belangrijk.

    Zo concludeert een onderzoek uit 2016 dat het gevoel van persoonlijke identiteit belangrijk is voor onze gemoedstoestand. Mensen die ‘zichzelf zijn’ hebben duidelijke normen en waarden en staan daarmee steviger in hun schoenen dan mensen die minder goed weten wie ze zijn. Ook is wetenschappelijk bewezen dat mensen die beslissing maken op basis van hun gevoel blijer zijn met de resultaten dan mensen die enkel op de harde feiten afgaan.

    Kortom: het is dus moeilijk om wetenschappelijk te bewijzen dat er zoiets bestaat als een persoonlijke identiteit, maar omdat we met subjectieve gevoelens en emoties te maken hebben is dat van ondergeschikt belang. Wanneer jij denkt dat iets belangrijk is, wordt het belangrijk. Dit kennen we van het placebo-effect. Bovendien denken we een persoonlijke identiteit nodig te hebben om anderen hun gedrag te beoordelen.

    Jezelf zijn: zo begin je
    Het is dus duidelijk dat jezelf zijn voordelen oplevert, maar hoe begin je? Alhoewel het proces jarenlang kan duren en je veel levenservaring nodig hebt om er achter te komen hoe je precies in elkaar steekt (en hoe dit in de loop der jaren verandert), kun je jezelf wel een handje helpen. Jezelf zijn doe je zo.

    Wie je bent tegenover wat je bent
    “Zeg je naam hardop: dat is wie je bent”, adviseert Harris. “Zeg vervolgens wat je bent en omschrijf dit. Voor mij geldt bijvoorbeeld dat ik een moeder ben, een vrouw, getrouwd, een dochter, een vriend en een advocaat. Ik ben ook een schrijver, een coach en ik hou van Aperol Spritz.”

    Dit is wat je bent, wie je bent is slechts je naam. Wat je bent is de rest, maar het is allemaal onderdeel van wie je bent. Harris: “Deze stap draait om dingen los van elkaar te kunnen zien. We zijn gewend om over onszelf na te denken als een soort samenhangend geheel, en in praktijk hebben veel dingen ook met elkaar te maken, maar het is belangrijk om alles op een rijtje te zetten.”

    Zet de tv uit
    Nu je weet wie en wat je bent is het tijd om te voelen wat je persoonlijke identiteit is. In onze samenleving zijn we gewend om continu rationele beslissingen te maken en zo min mogelijk op ons gevoel te vertrouwen. De kunst is om deze ervaring van ‘jezelf zijn’ weer aan te wakkeren, hoe zweverig dat ook klinkt.

    Volgens Harris kun je dit het beste in stilte doen. “Waarschijnlijk is je leven te druk en je hersenen overvol”, aldus de advocate/schrijfster. “Doe de tv uit en leg je telefoon aan de kant. Op een gegeven moment hoor je het stemmetje in je hoofd: “dit is saai, zullen we iets anders gaan doen?” Je moet proberen om vertrouwd te raken met dit stemmetje en het te herkennen. Door steeds meer bewust na te denken kom je erachter wat je leuk vindt, waar je plezier uithaalt en wat je absoluut niet aanstaat.”

    Vermijd negatieve zelfpraat
    Hoe meer media we consumeren, hoe slechter we ons voelen. We worden dagelijks overladen met beelden van schoonheid en krijgen zo het gevoel aan deze standaarden te moeten voldoen, of het nou om een mooi huis, lichaam, verre reis of auto gaat. Onbewust gaan we hierdoor slecht over onszelf denken, omdat ons wasbordje niet voldoet aan die van de tienduizenden modellen op Instagram.

    Tijd dus om dat innerlijke stemmetje op te voeden. De beste manier om dit te doen is door naar je gedachten te luisteren en een ‘mentale aantekening’ te maken wanneer je ‘zelfpraat’ negatief is. Zodra je denkt dat je lelijk bent zeg je in je hoofd “dit was een gedachte”. Niets meer, niets minder. “Het gaat erom dat je gedachten neutraal worden en onze emoties hier niet direct door beïnvloed worden”, aldus Yu.

    Draai de vraag om
    In plaats van op zoek te gaan naar wie je bent, kun je ook bepalen wie je wil zijn en daar je gedrag op aanpassen. Onze identiteit hangt zoals gezegd samen met de manier waarop anderen ons gedrag bestempelen dus wanneer je je leven gaat afstemmen op een bepaald ideaalbeeld wordt dit uiteindelijk je persoonlijke identiteit.

    “Net als veel anderen vond ik het moeilijk om mezelf te zijn, en te achterhalen wat dit betekent”, schrijft ervaringsdeskundige Diana Seserman. “Ik stond bekend als workaholic en behulpzaam. Op papier was ik lekker bezig, maar vanbinnen voelde dit niet zo. Ik besloot mezelf twee doelen te stellen.”

    “Ten eerste wilde ik zonder angst leven maar aan de andere kant wel balans houden, want een bepaalde routine vind ik fijn. Deze twee waarden werden mijn referentiepunten en elke actie of beslissing die ik maakte deed ik aan de hand van mijn eigen gemaakte normen.” Het gaat er dus om dat je je eigen lat maakt.

    Stel doelen
    Tot slot is het belangrijk om niet alleen vast te stellen wie je bent, maar ook waarom je zo bent. “Probeer de grote vragen in het leven te beantwoorden”, aldus Harris. “Waarom ben je hier en wat heeft je tot dusver hier gebracht? Ben je hier blij mee, of zou je het anders aanpakken? Als je hier geen antwoord op weet, waarom weet je dit niet?”

    Het gaat er dus om dat je zonder druk van anderen, of van jezelf misschien, antwoord probeert te geven op de grote vragen uit het leven. En inderdaad, dat is lastig. Bovendien is het heel eng om dingen uit te spreken of neer te pennen, want dan is het ineens werkelijkheid. Toch is het wel belangrijk om dit te doen, want zo creëer je handvatten en heb je iets om naar terug te grijpen wanneer het lastig wordt.

    Harris: “Stel vragen als: wat is belangrijk voor jou? Wat geeft je leven betekenis? Wanneer was de laatste keer dat je het gevoel had dat je leven er echt toe deed? Wanneer was de laatste keer dat je jezelf nuttig en voldaan voelde? Op welke momenten voel je je het best?”

    Bron: Commen.nl

    #244535
    Luka
    Moderator

    The Attachment Theory: How Childhood Affects Life

    The attachment theory argues that a strong emotional and physical bond to one primary caregiver in our first years of life is critical to our development. If our bonding is strong and we are securely attached, then we feel safe to explore the world. If our bond is weak, we feel insecurely attached. We are afraid to leave or explore a rather scary-looking world. Because we are not sure if we can return. Often we then don’t understand our own feelings.

    #245453
    Luka
    Moderator

    Zelfcompassie-expert Kristin Neff: ‘Er is niemand die we zo slecht behandelen als onszelf’

    We moeten slim én succesvol én knap én interessant zijn. Lukt dat niet, dan zijn we niet mals voor onszelf. Maar al die zelfkritiek maakt het leven niet vrolijker. Stop ermee en toon zelfcompassie, zegt de Amerikaanse psychologe Kristin Neff.

    Zelfverachting en schaamte, die gevoelens overheersten bij de Amerikaanse onderzoeker Kristin Neff (51) na de scheiding van haar eerste man. Om daarmee beter te kunnen omgaan, sloot ze zich aan bij een meditatiegroep. Daar leerde ze dat zelfcompassie – stoppen met jezelf te veroordelen en te bekritiseren – net zo belangrijk is als compassie voor anderen. Neff las alles wat los en vast zat over het onderwerp en sprak met een aantal boeddhistische leiders. Vervolgens introduceerde ze het begrip in de academische wereld. Nu is zelfcompassie, naast mindfulness, een van de veelbelovende nieuwe paden die de psychologie is ingeslagen om mensen met allerlei problemen te helpen.

    Steeds meer wetenschappers houden zich bezig met het onderwerp. Zo is bewezen dat zelfcompassie helpt tegen depressieve gevoelens en angsten. Haar onderzoek leverde Neff niet alleen een bloeiende wetenschappelijke carrière op, maar helpt ook in het dagelijkse leven met haar autistische zoon.

    Wat is zelfcompassie?
    ‘De meeste mensen, vooral vrouwen, zijn veel aardiger voor anderen dan voor zichzelf. Dikke koe, denken ze bijvoorbeeld, als ze in de spiegel kijken. Of als ze falen: kun je nou nooit eens iets goed doen? Dat zullen andere mensen niet snel tegen je zeggen, maar je zegt het wel tegen jezelf. Zelfcompassie houdt in dat je jezelf dezelfde zorg en steun geeft als je een goede vriend zou geven. Dus in plaats van zelfkritiek te hebben, heb je compassie voor het feit dat je niet perfect bent of een moeilijke tijd doormaakt.
    Het is toch opvallend dat het blijkbaar zo lastig is om te bedenken hoe je op een meer compassievolle manier tegen jezelf zou kunnen praten, terwijl het heel makkelijk is om te bedenken wat je tegen een ander zou zeggen die het moeilijk heeft? Dat laatste oefenen we ons hele leven al. Er is niemand die we zo slecht behandelen als onszelf.’

    Wat gebeurt er als je altijd zelfkritisch bent?
    ‘Er is een sterk verband tussen zelfkritiek en depressie. Het is zelfs een van de belangrijkste oorzaken van depressie. Jezelf beschadigen en – uiteindelijk – zelfmoord zijn de extreemste uitingsvormen van zelfkritiek. In een mildere vorm kan zelfkritiek leiden tot gevoelens van somberheid en verdriet en niet in jezelf geloven. Bovendien kun je verstrikt raken in een selffulfilling prophecy. Sommige mensen zijn zo gewend om negatief over zichzelf te denken, dat ze liever omgaan met mensen die hun negatieve zelfbeeld bevestigen dan met mensen die goed voor hen zijn. Dat herken ik ook wel: mijn vader is bij ons weggegaan toen ik drie jaar oud was om in een hippiecommune te gaan wonen. In mijn liefdesrelaties heb ik vervolgens een hele poos mannen uitgezocht die me steeds weer lieten zitten. Die mannen bevestigden het beeld dat ik van mezelf had; dat ik het niet waard was om bij mij te blijven.’

    Waar komt zelfkritiek vandaan?
    ‘Mensen met kritische ouders hebben er vaak last van. En in onze cultuur gaan we ervan uit dat het goed is om streng voor jezelf te zijn. Het is bijna zoals we kinderen vroeger behandelden: de enige manier waarop ze het zullen leren is als we ze streng straffen. Maar daarmee help je het kind niet; het wordt depressief en verdrietig.
    Wat kinderen betreft zijn we gelukkig veranderd, maar niet als het onszelf aangaat. Terwijl jezelf bestraffen net zo effectief is als een kind slaan.’

    Maar als je af en toe niet streng bent voor jezelf, wordt het nooit wat.
    ‘Veel mensen denken inderdaad dat zelfkritiek noodzakelijk is om iets te bereiken. Word je niet te gemakkelijk en te toegeeflijk voor jezelf als je veel zelfcompassie hebt? Maar weet je: ware zelfcompassie is nooit gemakzuchtig. Als je te veel alcohol drinkt of er zo de kantjes vanaf loopt op je werk dat het je carrière schaadt, dan zorg je niet goed voor jezelf. Dat noem ik geen zelfcompassie. Als je eens niet op je werk verschijnt omdat je vindt dat je die dag echt nodig hebt om bij te komen, ben jij de enige die kan zeggen of dat de ware reden is, of dat je gewoon gemakzuchtig bent. Uit onderzoek dat hier op de afdeling is gedaan, blijkt dat mensen die meer zelfcompassie hebben, juist méér pogingen doen als ze iets willen bereiken. Als studenten hun examen niet haalden, wilden degenen met meer zelfcompassie het vaker nog een keer proberen.’

    Zelfcompassie motiveert dus.
    ‘Ja, als je veel zelfcompassie hebt, streef je net zulke ambitieuze doelen na als andere mensen. Het verschil is alleen dat je minder van streek bent als het niet lukt, omdat je jezelf geen veeg uit de pan geeft. Mensen zullen daarom eerder een presentatie geven waar ze bang voor zijn, of een baan aannemen waarvan ze niet zeker weten of ze die wel aankunnen. Toen ik met mijn man en autistische zoon een tocht te paard door Mongolië maakte (zie kader) was ik erg bang voor wat er zou gaan gebeuren. Maar het fijne van zelfcompassie is: je kunt jezelf de mildheid geven die je nodig hebt. Dat betekent niet dat je niet zult falen of dat dingen niet zullen misgaan. Maar áls dat gebeurt, kun je ermee omgaan.’

    Waarom is het eigenlijk zo moeilijk om niet zelfkritisch te zijn?
    ‘Er is in de westerse wereld zoveel druk om speciaal en bovengemiddeld te zijn. De eisen zijn hoog. Als ik als psycholoog een onderzoek doe waarbij ik sommige proefpersonen het idee wil geven dat ze een bepaalde test slecht hebben gedaan, is het tegenwoordig not done om te zeggen dat ze benedengemiddeld hebben gepresteerd. Ik behoor dan te zeggen dat ze “gemiddeld” zijn. Gemiddeld zijn is blijkbaar al traumatisch genoeg.
    Maar denk eens aan al die dingen waar je eigenlijk heel gewoon in bent en die geweldig zijn: dat je leeft en kunt praten, dat je naar je werk gaat, een gezin hebt. Allemaal vrij doorsnee, maar ze geven ons het meeste levensgeluk. We zijn zo gewend om positieve aspecten van ons leven te zien als dingen waarin we béter zijn dan anderen. Dat is ook waar het begrip zelfvertrouwen op leunt.’

    Wat is dan het verschil tussen zelfvertrouwen en zelfcompassie?
    ‘Zelfcompassie gaat om de relatie die je met jezelf hebt, zelfvertrouwen om hoe je jezelf beoordeelt. Klassieke denkers als William James meten zelfvertrouwen af aan hoe positief je over jezelf denkt op terreinen die belangrijk voor je zijn, zoals je werk of de sport die je beoefent. Presteer je goed, dan voel je je goed. Maar schiet je tekort, dan voel je je slecht over jezelf. Zelfvertrouwen gaat dus over je goed voelen over de positieve aspecten van jezelf. Zelfcompassie gaat over begripvol zijn ten opzichte van je minder leuke kanten.’

    Te veel zelfvertrouwen is zelfs helemaal niet goed, volgens u.
    ‘Zelfcompassie lijkt dezelfde psychologische voordelen op te leveren als zelfvertrouwen, maar dan zonder de nare bijwerkingen, zoals narcistische trekjes of de neiging andere mensen de grond in te trappen om je beter te voelen. Zelfcompassie is meer gericht op wat je met anderen verbindt, op manieren waarop je hetzelfde bent als andere mensen, dan op wat je van hen onderscheidt, op welke manieren je beter bent. Dat aspect van zelfcompassie heet common humanity: we zijn met elkaar verbonden doordat we allemaal nare dingen meemaken en imperfect zijn.’

    Hoe past u zelfcompassie toe in uw eigen leven?
    ‘Er waren momenten dat ik me afvroeg waarom nu juist ónze zoon autisme moest hebben. Zelfcompassie zorgde ervoor dat ik niet verdronk in zelfmedelijden. Ik herinnerde mezelf eraan dat andere kinderen weer andere problemen hebben, en dat ik niet de enige ouder ben die het moeilijk heeft. Godzijdank was ik al in mijn persoonlijke leven en in mijn werk bezig met zelfcompassie toen ik hoorde dat mijn zoon autistisch was. Mensen gaan vaak direct in de probleemoplossingsmodus, voordat ze aandacht besteden aan hun emotionele behoeften. Ik had op dat moment plannen om een aantal dagen te gaan mediteren en ben dat evengoed gaan doen. Vóórdat ik het internet op ging om naar informatie en oplossingen te zoeken. Ik stond mezelf toe om te rouwen – omdat het leven van mijn kind er anders uit zou zien dan ik gedroomd had – en bang te zijn. Daardoor was ik er na thuiskomst veel beter tegen opgewassen dan als ik niet eerst voor mezelf had gezorgd.’

    Leert u zelfcompassie ook aan uw zoon?
    ‘Ik geloof oprecht in je excuses aanbieden aan je kind als je iets fout doet. Sommige ouders zeggen: dat moet je nooit doen, je moet altijd de touwtjes in handen hebben. Maar ik denk dat het goed is om je kinderen te leren dat iedereen fouten maakt. Dat het belangrijker is hoe je vervolgens met zo’n fout omgaat. Als je als ouder toegeeft dat je iets hebt verpest, als je bijvoorbeeld heel erg kwaad bent geworden en daarvoor je excuses aanbiedt, creëer je de verwachting van menselijkheid. Doe je dat niet, dan creëer je de verwachting van perfectie en dat zal je kind uiteindelijk schaden.
    Over mijn zoon is het misschien iets lastiger te zeggen omdat hij autistisch is, maar ik geloof dat hij best aardig voor zichzelf is. Ik hoorde hem een keer zeggen: “Het is oké als dingen soms kapotgaan, het is niet erg.”’

    Bron: Psychologie Magazine >>

    #245823
    Luka
    Moderator

    Waarom niemand een ster is in communiceren

    Mensen met autisme kunnen niet duidelijk communiceren, toch? Ik denk dat vrijwel niemand een ster is in communiceren, al willen de meesten dit niet toegeven. De schuld bij iemand anders leggen is zo gedaan.

    Autisme en communiceren
    Een bekend stereotype van mensen met autisme is dat ze niet kunnen communiceren. ‘Ze’ denken en praten op een andere manier, en begrijpen de ‘normale’ gang van zaken niet. Mensen met autisme zouden dingen te letterlijk nemen en hebben bijvoorbeeld oogkleppen op voor verborgen boodschappen. Hierdoor zijn communicatieproblemen slechts een kwestie van tijd. En de schuldige? Diegene met autisme natuurlijk!

    I beg to differ. Het probleem ligt namelijk niet bij diegene met autisme, maar aan het feit dat niemand goed kan communiceren. Ik niet (met autisme), jij niet, niemand niet. Misschien ben je het niet met me eens. Dat kan. Bovendien had ik het zien aankomen. Feit blijft dat communiceren vaak allesbehalve soepel gaat, autisme of niet. Bij deze vijf voorbeelden.

    1. Verborgen boodschappen
    Stel: Je zit net aan een lekkere reep chocolade naar binnen te schuiven. Op een gegeven moment komt er iemand naar binnen lopen die zegt: “Is dat chocolade? Wat lekker zeg!” Er is geen vraag gesteld, maar de meeste mensen bedoelen het wel zo. Ze proberen via een verborgen boodschap aan te geven dat zij chocolade ook waarderen, en eigenlijk wel een stukje van jouw reep willen.

    Ik begrijp dat niet. Zeg gewoon wat je wilt. Wees duidelijk. Wil je een stukje chocolade? Vraag het, maar draai er niet om heen. En wordt dan vervolgens al helemaal niet gefrustreerd wanneer ik het niet begrijp door mijn autisme, terwijl jij niet duidelijk genoeg communiceert.

    2. Geen antwoord op de vraag geven
    Regelmatig stel ik een vraag, maar krijg geen antwoord. Dit betekent niet dat ik genegeerd word, allesbehalve, maar de reactie is geen antwoord. Het is een mededeling. Als ik voor mijzelf duidelijkheid probeer te creëren door aan mijn moeder te vragen wat we morgen op onze vrije dag gaan doen, kan het volgende antwoord terugkrijgen: “Ik wilde morgenochtend gaan sporten en moet ook nog even boodschappen doen.”

    Ja, fijn voor je dat je dat gaat doen, maar nu heb ik nog geen antwoord op mijn vraag. Ik weet nu wel wat jouw planning is, maar niet wat we samen gaan doen en wat daardoor mijn daginvulling wordt. De oplossing: luister goed naar wat iemand daadwerkelijk vraagt, en geef daar antwoord op. Best simpel eigenlijk, dus stel ik voor om dat vaker te doen.

    3. Ja, nee. Maar toch eigenlijk ja
    Nog zo’n leuke is de ontkennende vraag. Menig mens zal het herkennen. Iemand stelt je een vraag met een ontkenning erin, waarop je met “Ja” antwoord met de bedoeling het te bevestigen, maar diegene vat het op alsof je met je antwoord het juist ontkent. Klinkt verwarrend? Is het ook.

    Laten we de volgende vraag nemen: “Had jij niet een nieuwe baan?” De meeste mensen zullen, als ze een nieuwe baan hebben, reageren met “Ja.”, maar eigenlijk ontken je hiermee dat je een nieuwe baan hebt. Als je antwoord met “Nee.”, zal je een dubbele ontkenning hebben en dus het bevestigen dat je een nieuwe baan hebt. Echter zal dit vaak door de ander weer opgevat worden dat je geen baan hebt.

    Dus moet je nou ja, nee of toch ja zeggen? Mijn tip: bevestig de vraag met antwoorden zoals “Inderdaad, ik heb een nieuwe baan.” en ontken met antwoorden als “Dat klopt niet, ik heb geen nieuwe baan.” Door geen ja of nee te gebruiken, en daarnaast de vraag in bevestigende of ontkennende vorm te herhalen, maak je het voor iedereen duidelijker.

    4. Leugentjes om bestwil
    Leugentjes om bestwil: iedereen doet het weleens. Oké, mensen met autisme zijn er vaak geen held in, maar dat terzijde. Je vriendin wilt graag weten of de jurk die ze past wel leuk staat, en vraagt dat aan jou. “Hij staat je super mooi!”, zeg jij terug, terwijl je hem eigenlijk niet zo mooi bij haar figuur vindt staan. Jij zegt het om haar niet te kwetsen, want zij was helemaal weg van de jurk. Hartstikke lief natuurlijk, dat je haar niet wilt beledigen, en daarom maar een leugentje om bestwil gebruikt.

    Totdat ze besluit de jurk te kopen, aangezien zij denkt dat jij hem ook mooi vindt staan. Geen enkele vrouw wilt in een jurk lopen die haar niet goed staat, hoe leuk de jurk ook is. Ze zou dus veel meer hebben aan jouw (subtiele) eerlijke mening. Die kan je overigens ook zo vormen dat je haar nog steeds niet kwetst (nogmaals, subtiel). Dat is veel duidelijker dan dat leugentje waarbij ze denkt dat je eerlijk bent, maar je dat eigenlijk niet bent.

    5. Informatie weglaten
    Het is lastig om een opdracht uit te voeren wanneer je niet alle informatie krijgt. Een puzzel kun je immers ook moeilijk maken zonder alle stukjes. Als mij gevraagd wordt om bij de supermarkt kaas te halen, sta ik vervolgens in de supermarkt voor ontzettend veel keuzes.

    Geraspte kaas, een blok kaas, plakjes kaas. Jong belegen, belegen of extra belegen. Parmezaanse kaas, of toch Gouda? Tja, dat had diegene nou niet gezegd. En kaas is nou eenmaal geen kaas meer tegenwoordig, met al die keuzes. Gewoon duidelijk zeggen wat je wilt en verwacht dus.

    Autisme en communiceren
    Ik daag je uit om er eens op te letten. Wie nauwlettend gesprekken in de gaten houdt zal merken dat vrijwel niemand duidelijk, helder en goed communiceert. Niemand. Jij niet. Ik niet. De buurman niet. Je werkgever niet. En de communicatieadviseur van een groot bedrijf ook niet. Oké, misschien zal deze persoon beter communiceren dan de gemiddelde persoon, maar waarschijnlijk niet altijd.

    Dit is ook helemaal niet raar, want communiceren is gigantisch lastig. Bovendien blijft inschatten hoe een ander gaat reageren op jouw bijdrage moeilijk. Het is daarom verstandiger om stap-voor-stap beter te babbelen, dan in één keer je hele manier van communiceren omgooien. Want, zeg nou zelf: zo erg is het toch ook niet als het misgaat? Communicatieproblemen leveren soms hele komische situaties op. Bovendien weet je zo in ieder geval hoe je het voortaan niet meer moet aanpakken. Weer wat geleerd.

    Bron: Commen >>

    #247331
    Luka
    Moderator

    ‘Laat mij slachtoffer zijn zonder schaamte of bewijsplicht’

    De wereld heeft een onrealistisch beeld van hoe een slachtoffer van huiselijk geweld eruitziet, weet Tessel ten Zweege uit eigen ervaring. Daardoor bleef ze lang stil toen haar vriend haar mishandelde. ‘De geloofwaardigheid van een slachtoffer moet niet afhangen van hoeveel tranen ze laat.’

    Sommige nachten lig ik wakker van herinneringen aan mijn ex-vriend. De blauwe plekken die hij mij bezorgde verklaarde ik met vergezochte leugens en langzaamaan raakte ik steeds verder verwijderd van de levens van mijn vriendinnen. Mijn ouders waren niet eens op de hoogte van het feit dat mijn vriend stiekem bij me was ingetrokken. Ik had vaker gehoord dat een op de vijf vrouwen met geweld binnen relaties te maken krijgt op een punt in haar leven, en verbaasde me er steeds over dat ik die ene vrouw niet kende. Toen werd ik haar zelf, die ene op de vijf. En de andere vier hadden geen idee van wat zich afspeelde in mijn studentenkamer. In februari 2018 zette ik hem mijn studentenwoning uit.

    Elke dag komen er nog fragmenten van herinneringen aan mijn ex-vriend naar boven

    Inmiddels kan ik er – selectief – over praten. Het liefst op een afstandelijke, praktische manier. Met nut, om een gesprek te openen; het thema in een artikel of een column aan te kaarten. Elke dag komen er nog fragmenten van herinneringen aan hem naar boven. Op sommige dagen laat ik het toe en schrijf ik het van me af, op andere dagen wuif ik de flarden zo snel mogelijk weg. Heel af en toe voel ik de behoefte om erover te praten. Ik zie de relatie graag als een levenloos lichaam, waar ik klinisch naar kan kijken, en dat ik naar wens kan ontleden om te kijken waar nog schade zit. Na gedane zaken naai ik het lichaam weer dicht, en moet iedereen er verder zijn mond over houden.

    Het is niet dat ik mijn verhaal nergens kwijt kon. Mijn vriendinnen zijn de meest begripvolle en lieve mensen van de wereld, mijn ouders zijn schatten, mijn latere (inmiddels ex-)vriend was lief en geduldig, en ik ben omringd door feministen die strijdbaar zijn en elkaar uit de brand willen helpen. Ook was ik financieel en juridisch gezien in staat om mijn ex-vriend eruit te trappen en uit de school te klappen, een privilege dat veel slachtoffers van geweld binnen relaties niet hebben.

    Toch bleef ik lang stil, zelfs nadat hij was vertrokken uit Nederland. Ik schaamde me dat ik hem niet eerder van me had afgeschud. Ik voelde me schuldig, omdat ik zoveel had gelogen en me agressief had verdedigd tegen vriendinnen die me simpelweg wilden zien, of die zich afvroegen wat er gebeurd was met mijn gehavende gezicht.

    Wat me er vooral van weerhield het te vertellen, gewoon eerlijk te zijn, was dat ik niet wist hoe ik een goed slachtoffer moest zijn. Welke woorden moest ik gebruiken? En kon ik zomaar zo’n bom op iedereen laten vallen zonder dit te moeten toelichten? En hoe kon ik op een beleefde manier alle blikken van medelijdende afwijzen?

    Ik schaamde me dat ik hem niet eerder van me had afgeschud

    Goedbedoeld advies
    Slachtofferschap is een soort stempel, die het woord ‘fragiel’ pontificaal op je voorhoofd drukt. Het is een ongemakkelijk onderwerp dat mensen achteruit doet deinzen, maar tegelijkertijd uitnodigt tot allerlei impertinente vragen. ‘Hij heeft me pijn gedaan’ klinkt als ‘ik ben gebroken’ voor menig gesprekspartner met wie ik hierover heb gepraat. Woorden als ‘trauma’ worden me in de mond gelegd. De eerste reactie is vaak dat ik in therapie zou moeten gaan. Goed bedoeld waarschijnlijk, maar mag ik dat zelf bepalen? De ander bekijkt me argwanend, zich afvragend hoe ik hier nog zit, zonder kleerscheuren of tranen. Ben je echt mishandeld of is dit aandachttrekkerij? Ben je slachtoffertje aan het spelen?

    Naast het ontwijken van pathologische stigmatisering, alsof alle slachtoffers voor altijd geestesziek en getraumatiseerd zijn, houdt slachtofferschap ook een soort bewijsplicht in. Ik ken het verhaal van Cece Dao, studente aan de Erasmus Universiteit, die na over haar verkrachting te vertellen colleges moest blijven volgen met de jongen die haar dat aandeed, omdat de universiteit de klacht niet serieus nam totdat de politie zich ermee zou bemoeien. Ook NRC meldde vorig jaar dat het aankaarten van #MeToo-praktijken vaak leidde tot het vertrek van de slachtoffers. Hoe navigeer je vanuit een identiteit die je tegelijkertijd moet ontkennen en bewijzen?

    Voor veel slachtoffers zullen beschuldigende vragen als ‘Waarom heb je dat nooit verteld?’ bekend in de oren klinken

    Ik herinner me dat een vriendin me op een avond vroeg of het wel goed met me ging. Ze had signalen opgepikt toen ze met mijn ex en mij samen was. Ze had zijn agressieve dronk gezien en vertrouwde het niet. Als ze niet beter zou weten, zou ze denken dat hij me mishandelde, vertelde ze. ‘Maar dat zou jij natuurlijk nooit toelaten.’ Toen heb ik me het meest onzeker gevoeld over hoe ik slachtoffer moest zijn.

    Had ik op dit moment moeten bekennen? Ik ben niet wie je denkt dat ik ben. Ik word mishandeld, ik laat het toe. Had ik van het voorzetje gebruik gemaakt, had ze me dan geloofd? Ik was blijkbaar geen plausibel slachtoffer, en als ik had toegelaten, was het dan ergens mijn eigen schuld? Ik antwoordde ontkennend, al weet ik nog steeds niet precies waarom. Ik durfde niet, en ik was bang om haar teleur te stellen.

    De Duitse cultuurwetenschapper en schrijver Mithu Sanyal spreekt over deze twee kanten van slachtofferschap: het slachtofferschap dat je wilt vermijden – het stereotype van een gebroken, weerloze vrouw – en het slachtofferschap dat wordt ontvangen als een beschuldiging en dus voorzien moet worden van bewijs. Dat betekent niet direct dat je blauwe plekken moet laten zien, maar voor veel slachtoffers zullen beschuldigende vragen als ‘Waarom heb je dat nooit eerder verteld?’ of ‘Weet je het zeker? Ik vind hem altijd zo vriendelijk’ bekend in de oren klinken. ‘De prijs voor erkenning, empathie en herstel is dat het leven van elk slachtoffer bewijs moet zijn voor wat ze hebben meegemaakt, dat ze hun psyche moeten conserveren als een soort crime scene die elk moment geïnspecteerd kon worden’, schrijft Sanyal in haar boek From Lucretia to #MeToo.

    Geen bewijsplicht
    Van mijn relatie heb ik losse flarden aan herinneringen, die als vervelende muggen om me heen zoemen. Ik voel er niets voor om mijn herinneringen in een chronologisch rijtje te zetten om op te dreunen wanneer iemand me iets vraagt. Ik vind het waardevol om hardop na te denken over hoe ik me voelde tijdens de relatie, maar wanneer iemand me vraagt of hij me heeft geslagen, en hoe vaak dan, word ik onmiddellijk teruggehaald naar die krappe kamer en sta ik daar weer, net zo weerloos als toen. Ik wil slachtoffer zijn op mijn eigen voorwaarden. Zónder de schaamte, de zwakte, of de bewijsplicht.

    Amber Heard werd niet geloofd omdat ze de dag na haar mishandeling een lachende foto op sociale media plaatste

    Het is tijd om nieuwe narratieven van slachtofferschap te erkennen. Het imperfecte slachtoffer dat niet dient als getuige of als baken van medelijden, maar gewoon als mens dat kan spreken over zijn/hun/haar ervaring en kan zeggen: ‘Sorry, op die vraag wil ik geen antwoord geven.’ Een slachtoffer wiens geloofwaardigheid niet afhangt van hoeveel tranen ze laat, of ze aangifte heeft gedaan, of hoe overtuigend ze kan vertellen. In 2016 deed Amber Heard aangifte tegen Johnny Depp omdat ze zei dat hij haar had geslagen. Ze werd veelal niet geloofd omdat ze de dag erna een lachende foto plaatste op sociale media.

    We zouden het juist moeten vieren als slachtoffers weer glimlachen en doorgaan met hun leven, in plaats van hun nieuwe geluk tegen ze te gebruiken. Ook al begrijp je niet hoe het voelt om geweld te ervaren van iemand die je liefhebt, of begrijp je niet hoe iemand daarna ooit weer kan glimlachen, de ervaring van het slachtoffer is legitiem.

    Momenteel voert de VN met #OrangeTheWorld een internationale campagne tegen geweld tegen vrouwen. Het is een project dat vooral preventie van intiem partnergeweld wil stimuleren. Laten we tijdens deze zestien dagen van activisme niet alleen potentiële slachtoffers behoeden, maar ook de ruimte bieden aan alle imperfecte slachtoffers die de wereld al rijk is. Laat ze hun verhaal delen, laat ze zwijgen, laat ze huilen en lachen, en onthoud dat het onbegrip dat jij misschien voelt, niets afdoet aan wat zij hebben meegemaakt.

    Bron: One World / Harlot >>

    #247356
    Luka
    Moderator

    Eerste hulp bij een stalker: ‘Wat je ook doet, zoek vooral geen contact’

    Jaarlijks hebben zo’n honderdduizend Nederlanders last van een stalker. In de meeste gevallen krijgen ze ongewenste berichten opgestuurd, maar mishandeling komt ook voor. Wat doe je als je wordt gestalkt?

    Stalking is strafbaar, het valt in de wet onder ‘belaging’. En toch blijkt het in de praktijk moeilijk om mensen ertegen te beschermen. Denk aan 16-jarige Humeyra Ergincanli uit Rotterdam, die vorig jaar op school door haar ex werd doodgeschoten na maandenlang lastig te zijn gevallen. Zo’n trieste wending komt gelukkig niet vaak voor. Maar evengoed houden veel slachtoffers vaak jarenlang last van de psychische en emotionele gevolgen.

    Wanneer is er sprake van stalking?
    Volgens de wet is belaging ‘het stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op je privacy’. Duidelijke voorbeelden zijn de ex die vervelende berichten stuurt of een aanbidder die ongevraagd bloemen laat bezorgen, maar de buurman die leugens over je vertelt of dreigt met geweld, valt er ook onder. En ja, het zijn meestal mannen. Stalkers willen wraak nemen of angst aanjagen, ze willen je dwingen iets te doen of te laten. Soms maken ze daarbij gebruik van fysiek geweld.

    ,,Iemand die, nadat het uit is gegaan, vaker berichtjes stuurt, is niet meteen een stalker’’, zegt recherchepsycholoog Bianca Voerman, stalkings-expert bij de Landelijke Eenheid van de politie. ,,Dat is het wel als hij je bedreigt, of als het zo heftig is dat je doodsbang bent. Angst voor een ex blijkt een goede indicator voor het risico dat een slachtoffer loopt. Als de overlast langer dan twee weken duurt, is de kans groot dat de stalker doorgaat.’’

    Kun je het in de kiem smoren?
    Vroeg ingrijpen heeft effect bij ongeveer de helft van de stalkers, zegt Voerman. Slachtofferhulp Nederland adviseert een aangetekende brief naar de stalker te sturen. ,,Geef daarin duidelijk aan dat je er niet van gediend bent’’, zegt woordvoerder Jytte Reichert. ,,Zo kun je aantonen dat je geprobeerd hebt het te stoppen.’’

    Volgens recherchepsycholoog Voerman kan de politie een ‘stopgesprek’ voeren als je er melding van maakt. ,,Vooral mensen die geen strafblad hebben, houden daarna vaak op.’’ Ook raadzaam: breng je omgeving op de hoogte. ,,En bewaar al die vervelende appjes en brieven, zodat je bewijs hebt.’’ Wat je ook doet, zoek vooral geen contact met je stalker. ,,Sommigen willen een vinger aan de pols houden, maar het is alsof je een shot geeft aan een verslaafde. Houd de stalker op afstand.’’

    Wat doet de politie?
    Belaging is een zogeheten klachtdelict: de politie kan pas vervolgen als je aangifte doet. Veel slachtoffers zijn te bang dat het escaleert. Voerman: ,,Bij onze aanpak staat veiligheid voorop. Zo nodig nemen we extra maatregelen: we kunnen mensen aansluiten op het alarmsysteem AWARE, dan kun je met één druk op de knop de politie waarschuwen als je stalker voor je staat.’’

    Om een stalkingsgeval te kunnen beoordelen, wordt het zogeheten screeningsinstrument SASH ingezet. ,,We kijken bijvoorbeeld of er sprake is van bedreiging, heftige jaloezie of conflicten over gezamenlijke bezittingen, allemaal zaken waardoor slachtoffers grotere risico’s lopen.’’

    Idealiter leidt aangifte tot een strafproces tegen de verdachte, maar het komt voor dat slachtoffers niet serieus worden genomen. Reichert van Slachtofferhulp Nederland: ,,Dat is frustrerend. Verzamel in elk geval zo veel mogelijk bewijzen.’’

    Wat zijn juridische mogelijkheden?
    Op belaging staat maximaal drie jaar gevangenisstraf, al kan de rechter hogere straffen opleggen. In de praktijk pakken vonnissen lager uit. Wel wordt steeds vaker een contactverbod opgelegd (in 2018 gold dit voor het gros van de 876 stalkers). Je kunt zelf via een kort geding een contact-, locatie- of gebiedsverbod aanvragen bij de civiele rechter. Je moet dan duidelijk maken dat je stalker zich misdraagt, en de noodzaak en spoedeisendheid onderbouwen.

    Anders dan bij een strafproces, kan de civiele rechter alleen een dwangsom opleggen, als de stalker zich niet houdt aan het verbod. Reichert: ,,De kosten zijn ook een nadeel, want een advocaat is verplicht. Maar het initiatief ligt wel bij jou. En je hebt binnen een paar weken een uitspraak.’’

    Hoe blijf je emotioneel overeind?
    Veel slachtoffers leven voortdurend in angst. Ze slapen niet meer of raken geïsoleerd. Een posttraumatische stressstoornis komt ook voor. ,,Sommigen schamen zich, vooral als de stalker een ex-partner is. Maar erover praten is belangrijk’’, zegt Reichert. ,,We hebben een onlineplatform waar lotgenoten ervaringen delen, de meesten vinden dat erg prettig.’’

    Slachtoffers krijgen met de vooroordelen van anderen te maken, weet Bianca Voerman, vooral als de belager een bekende is. ,,Zo van: waar twee kijven hebben er twee schuld. Een vrouw werd op straat aangevallen door haar belager, die haar probeerde te wurgen. Ze was vooral opgelucht dat nu eindelijk duidelijk was hoe erg het was.’’

    Herkenbaar, vindt een woordvoerder van de lotgenotengroep Beweging Stop Stalken, die vanwege haar stalker anoniem wil blijven: ,,Psychisch geweld is niet zichtbaar. Twijfel niet aan jezelf en zoek hulp.’’

    Houdt het ooit op?
    Het kan maanden of jaren doorgaan. Soms stopt de stalker, bijvoorbeeld omdat hij een nieuwe vriendin heeft. Een veroordeling is geen garantie: één op de vijf veroordeelde daders gaat opnieuw in de fout. Van de mensen die al een strafblad hadden, is dat zelfs 81 procent. Helaas vallen er jaarlijks 35 doden door huiselijke geweld: bij zes tot tien mensen is daar stalking aan voorafgegaan.

    Dwangvolgers stoppen is een kwestie van een lange adem, zegt Voerman. ,,Zoek in de tussentijd hulp en zorg dat je veilig blijft. Verander de sloten van je huis, zorg dat als je iets online zet, je stalker je locatie niet ziet. Door actief met je veiligheid bezig te zijn, neem je de controle over je leven weer terug.’’

    Kan stalking beter worden aangepakt?
    Politie en justitie treden steviger op tegen stalkers die een contactverbod overtreden. Aanleiding daarvoor zijn de (inschattings)fouten die zijn gemaakt na de aangiften van Humeyra Ergincanli.

    Advocaat Peter Schouten, gespecialiseerd in stalkingszaken, pleit voor een lik-op-stukbeleid. ,,Een winkeldief die een blikje bier steelt, mag in voorlopige hechtenis worden genomen, terwijl stalkers vrij rondlopen tot hun strafzaak maanden later voorkomt. Geef ze op zijn minst een enkelband tot die tijd.’’

    Volgens een woordvoerder van Beweging Stop Stalken herkennen instanties stalking niet altijd, bijvoorbeeld omdat de dader zelf aangifte doet tegen zijn slachtoffer. De organisatie houdt een petitie om meer bescherming te organiseren, zoals één loket waar slachtoffers terecht kunnen voor hulp.

    Recherchepsycholoog Bianca Voerman wil ook meer aandacht voor de behandeling van de daders. ,,Zodat ze na vrijlating niet opnieuw beginnen, want dat gebeurt nog te vaak.’’

    Bron + filmpje: ED.NL >>

    #248115
    Luka
    Moderator

    Tekenen dat het allemaal even too much is (en wat te doen)

    We hebben het allemaal weleens druk en we zijn allemaal weleens gespannen. Dat is ook niet erg, zolang het maar binnen de perken blijft. Maar hoe weet je nou of je ‘gewoon een beetje gestrest bent’ of dat je écht te veel hooi op je vork hebt genomen?

    Deze tekenen geven aan dat het allemaal even too much is.

    Je slaapt slecht en bent altijd moe
    De laatste tijd maak je lange dagen op je werk. Je zou denken dat je ’s avonds helemaal uitgeteld in bed ligt en binnen no time in slaap valt. Maar als je dan eindelijk op één oor ligt ben je klaarwakker. Waarom kun je verdomme nou niet slapen?

    Niet kunnen slapen kan erop duiden dat je te veel stress ervaart. Maar dat is niet het enige. Het kan ook zijn dat je prima slaapt maar alsnog iedere avond uitgeteld op de bank ligt. Je voelt je leeg en hebt nergens energie voor.

    Tip: een drukke geest maakt moe, zowel mentaal als lichamelijk. Probeer je geest daarom tot rust te brengen door middel van meditatie. Eet gezond (suiker zorgt voor wisselingen in je bloedsuikerspiegel) en probeer een paar keer per week te sporten.

    Spreek met jezelf af om op een bepaalde tijd naar bed te gaan en houd je ook aan deze afspraak. Een routine zorgt voor rust. Kijk voordat je gaat slapen geen tv meer maar probeer wat te lezen of drink een kop thee.

    Je hebt geen behoefte aan gezelligheid
    Normaal gesproken wil je niets missen en ben je bij elke sociale aangelegenheid present. Maar de laatste tijd ben je totaal niet in de stemming voor gezelligheid. Een koffiedate met een vriendin? Pff… daar heb je echt geen zin in. En morgen heb je ook nog een etentje bij je schoonouders gepland staan. Stiekem sluit je jezelf liever op in huis. En dat hoéft ook helemaal niet slecht te zijn.

    Wat me-time op z’n tijd kan je helpen om een nieuwe boost te krijgen. Maar als je al weken of zelfs maanden geen sociale contacten onderhoudt moet je er toch eens aan denken weer het gezelschap van anderen op te zoeken. Van een kluizenaarsbestaan wordt niemand gelukkig. En misschien is een goed gesprek met een vriendin of een ontspannen avond in de kroeg juist wel wat je nodig hebt op dit moment.

    Je kunt je niet goed concentreren
    Als je merkt dat je vergeetachtig wordt, de aandacht maar moeilijk kunt vasthouden en minder alert bent is dat een teken dat je te veel van jezelf hebt gevraagd. Doordat je lichaam de spanningen niet kan verwerken heb je nu last van een verminderde concentratie. Er spoken te veel gedachten door je hoofd die je niet kunt ordenen. En dat maakt concentreren op één ding natuurlijk knap lastig.

    Het kan ook zijn dat je last heb van uitstelgedrag. Je to-do-list is zo lang dat je eigenlijk geen idee hebt waar je moet beginnen. Het weerhoudt je ervan om ook écht te beginnen. Wat je kunt doen? Schrijf overzichtelijk op wat je allemaal nog moet dan. Zet de belangrijkste taak bovenaan en de minst belangrijke taak onderaan.

    Vervolgens begin je gestructureerd het lijstje af te werken. Kijk niet naar je to-do-list als een geheel, maar focus je op één taak en begin pas met de volgende als deze taak af is.

    Je bent onwijs emotioneel
    Zodra je een zielig liedje op de radio hoort ben je al snel tot tranen geroerd. En dat terwijl je helemaal geen emotioneel type bent. Heeft er iemand commentaar op je werk? Ook dan wil je het liefst in huilen uitbarsten. Situaties als dezen kunnen erop wijzen dat het allemaal even te veel is. Er heeft zich zoveel emotie opgebouwd dat je continu het gevoel hebt dat je instort.

    Tip: laat de tranen komen en huil één keer heel goed, zodat het uit je systeem is. Hierna is het de kunst om weer een balans te vinden. Holistisch therapeut Katy Batt deelt op Mindbodygreen een fijne oefening.

    Het gaat als volgt: ga op een stoel zitten en zet je voeten plat op de grond. Sluit je ogen en haal diep adem. Visualiseer nu dat je voeten naar de grond worden getrokken, met boomwortels die uit je voeten komen (vreemd maar waar) en diep in de aarde groeien. Houd deze visualisatie een aantal minuten vast en open dan langzaam je ogen weer.

    Je kunt je niet echt ontspannen
    Het lijkt zo simpel: een rustige wandeling maken door het bos of in je eentje koffie drinken op een terras. Maar op de een of andere manier lukt het je maar niet om te ontspannen. Je bent de laatste tijd erg onrustig en kunt maar moeilijk even alleen zijn met je eigen gedachten.

    Herken je jezelf in dit profiel? Dan moeten er bellen gaan rinkelen. Het kan erop wijzen dat je te veel stress ervaart. Tip: ga na waar de onrust vandaan komt en waar de blokkades zitten. Mindfulness-meditatie kan je hierbij helpen. In dit artikel lees je waarom het werkt (en niet zweverig is).

    Bron: Bedrock.nl >>

    #249544
    Luka
    Moderator

    Alles over hechtingsproblemen: wat te doen als een veilige basis ontbreekt

    Hechtingsstoornissen liggen aan de basis van veel problemen, van narcistisch gedrag tot verslavingen en vooral relatiegedoe. Sociaal psycholoog Pieternel Dijkstra en Martin Appelo, auteur van boek ‘Hecht niet’, leggen uit hoe je ermee kunt omgaan.

    Hoe belangrijk is veilige hechting?
    Pieternel Dijkstra: ,,Wie veilig gehecht is, kan goed intiem zijn. Maar ook prima op eigen benen staan.’’ De basis van een gezonde balans tussen verbondenheid en zelfstandigheid ligt in je jeugd, zegt de psycholoog en onderzoeker. ,,Van ouders en andere verzorgers krijg je wat je nodig hebt. Voedsel bijvoorbeeld, en liefde. Maar ook genoeg zelfvertrouwen om de wereld in te gaan.’’

    Helemaal veilig ben je nooit. ,,Als een vliegtuig op je huis stort of een naaste ongeneeslijk ziek wordt, weet je dat veiligheid relatief is’’, zegt GZ-psycholoog en auteur Martin Appelo. ,,Veilige hechting is daarom een illusie. In de psychologie zijn illusies belangrijk. Gezonde mensen gaan er niet vanuit dat hun huis morgen afbrandt of dat hun kind overlijdt. Zij onderschatten eigenlijk de risico’s van het leven, want op veel dingen heeft niemand invloed. Maar dat basisvertrouwen of eigenlijk nuttig zelfbedrog is nodig om normaal te functioneren.’’

    Angstig gehechte mensen slaan door naar de andere kant. Het zijn pleasers. Ze hunkeren naar intimiteit

    Vroeg of laat komt ook de desillusie. ,,Bij een onveilige basis is dat vaak te vroeg gebeurd. Bijvoorbeeld omdat ouders wegvielen, zelf getraumatiseerd waren of je niet genoeg konden beschermen. Soms was één verzorger liefdevol en de andere agressief. Ook biologische factoren zoals hormonen en stofjes in onze hersenen maken dat iemand eerder een stoornis ontwikkelt.’’

    Wat is het effect van onveilige hechting?
    Er zijn drie typen hechtingsstoornissen. Appelo: ,,Onveilige hechting uit zich meestal in óf vermijdend óf angstig gedrag. Het vermijdende type is zelfstandig, maar je moet emotioneel niet te dichtbij komen. Angstig gehechte mensen slaan door naar de andere kant. Het zijn pleasers. Ze hunkeren naar intimiteit, maar kunnen ook niet goed samen zijn, omdat onzekerheid en twijfel een rol spelen.

    De derde groep – ik reken mijzelf daartoe – heeft een hechtingshandicap: een ongeneeslijk onvermogen om zich te binden. Dit type stoornis wordt ook wel de gedesorganiseerde hechtingsstijl genoemd. Mensen kunnen niet met en niet zonder de ander. Ze zijn voortdurend in conflict met zichzelf en in de hoogste staat van paraatheid omdat basisvertrouwen ontbreekt. Vooral in liefdesrelaties levert dat problemen op.’’

    Onveilige hechting is niet altijd een probleem, benadrukt Dijkstra die zegt zelf vermijdend gehecht te zijn. ,,Sommige mensen zijn nu eenmaal liever op zichzelf terwijl anderen meer behoefte hebben aan emotionele verbinding. Je hechtingsstijl is de neiging die je hebt. Statisch is dat niet. Na een trauma kun je tijdelijk angstig zijn, maar dat kan zich herstellen. Problematisch wordt het pas als jij of je omgeving eronder lijden. Als je niet kunt functioneren, of doodongelukkig bent.’’

    Wat is de relatie met andere psychische stoornissen of problemen?
    Een hechtingshandicap vertoont kenmerken van andere stoornissen, zoals een narcistische persoonlijkheidsstoornis of borderline. Appelo: ,,Als je in een onveilige omgeving opgroeit levert dat voortdurende stress op. Dat heeft gevolgen voor de ontwikkeling van de hersenen. De productie van oxycotine raakt verstoord. Dat stofje, het knuffelhormoon, speelt een cruciale rol bij verbindingen aangaan. Mensen worden wel verliefd, maar dat gaat nooit over in duurzame liefde. Tegen de tijd dat de relatie in de Netflixfase zit, gaan ze weer op zoek naar andere prikkels. Mijn boek gaat met name over dit type stoornis. Het is een vervolg op mijn boeken over narcisme, maar dan van binnenuit gezien. Wat overigens niet wil zeggen dat alle mensen met een hechtingshandicap narcistisch zijn.’’

    Van de alcoholis­ten heeft 85 procent hechtings­pro­ble­men

    Grenzeloos gedrag en verslavingen komen ook voor, zegt Appelo. ,,Om de innerlijke pijn niet te voelen nemen mensen hun toevlucht tot verdovende middelen, als vervanging van liefdevolle intimiteit. Van de alcoholisten heeft 85 procent hechtingsproblemen. Of ze gaan volledig op in God, sport of werk. Soms leidt dat tot uitzonderlijke prestaties. Dit soort compensatiegedrag is eigenlijk een vorm van zelfherstel. Voor de hersenen maakt het niet uit waar die stofjes vandaan komen.’’

    Wat kun je eraan doen?
    Mensen met een vermijdende of angstige stijl kunnen volgens Appelo baat hebben bij psychotherapie. ,,Met hen kun je prima een relatie hebben. Voor de derde groep ligt dat ingewikkelder. Die hebben vaak ook geen hulpvraag. Soms komen ze wel bij een therapeut, maar meestal omdat iemand anders ze erheen sleept.’’

    In liefdesrelaties is de interactie net zo belangrijk: het maakt bijvoorbeeld uit of je partner wel of niet veilig is gehecht, zeggen de deskundigen. Appelo raadt partners van narcisten aan om liefdevolle maar duidelijke grenzen te stellen.

    Dijkstra: ,,Je hechtingsstijl is je blauwdruk. Die kun je niet veranderen. Je gedrag aanpassen kan wel. Begin eens met vijf minuten per dag aan je partner te vertellen wat je hebt gedaan en hoe je je daarbij voelde. Mensen die lang bij elkaar zijn zitten vast in gedragspatronen. Die kun je doorbreken door anders met elkaar te communiceren. Benoem je gevoelens. Zeg: ik voel me alleen. Als je je emoties zo kunt laten zien ben je al veel verder. Vaak volgt je hechtingshouding dan vanzelf.’’

    Kom je er ooit echt van af?
    De mens is een vat vol tegenstrijdige emoties. Denkers als Plato, Nietzsche en Sartre hebben zich daarover al gebogen, vertelt Appelo. ,,Een ernstige hechtingsstoornis kun je niet oplossen. Het enige wat je kunt doen is de innerlijke onrust managen.

    Een ernstige hechtings­stoor­nis kun je niet oplossen. Het enige wat je kunt doen is de innerlijke onrust managen

    Als je altijd prikkels nodig hebt, kun je besluiten geen vaste relaties aan te gaan. Of vind een passende manier om samen de relatie spannend te houden. Luister juist niet naar je gevoel, maar maak keuzes met je verstand. Installeer een ‘wagenmenner’ die jou daarbij helpt. Voor een van mijn cliënten is dat zijn opa met wie hij een goede relatie had. Bij problemen, roept hij hem aan voor advies. Die opa is zijn geweten.

    Zelf heb ik ook leefregels. Ik ben bewust vrijgezel. Als de onrust toeslaat, stel ik mijzelf twee vragen: ‘is dit goed voor mij?’ en ‘kan ik me hiermee bij mijn dochter vertonen?’. Mijn leven is minder spannend, maar ik heb meer rust en ben een aardiger mens voor mijn omgeving.’’

    Dijkstra: ,,Je hechtingsstijl hangt met veel factoren samen. Het heeft te maken met je jeugdervaringen, maar ook met je persoonlijkheid en omgeving. Het is iets dynamisch. Echo’s uit het verleden blijven altijd bij je. Die gedachten en gevoelens zijn niet goed of slecht. Het verleden kun je niet veranderen, maar hoe je in het nu staat wel. Met je verstand. En met vallen en opstaan.’’

    Bron: AD >>

    #249547
    Luka
    Moderator

    7 MANIEREN WAAROP MENTAAL STERKE MENSEN TERUGVEREN NA EEN MISLUKKING

    Veel mensen klappen compleet dicht nadat ze gefaald hebben. Mensen die mentaal iets steviger in hun schoenen staan, halen echter het beste uit hun mislukkingen.

    Of ze nou een blauwtje lopen of een promotie aan hun neus voorbij zien gaan; mentaal sterke mensen laten niet gebeuren dat ze eraan onderdoor gaan. Dit is hoe ze van die teleurstellingen terugveren en sterker dan ooit terugkomen.

    1. Ze plaatsen falen in perspectief
    De wereld vergaat niet als iets niet verloopt zoals je had gewild. Ze reguleren hun gedachtes en controleren hun emoties expres zodat ze productief blijven – wat voor teleurstellingen ze ook onder ogen komen.

    2. Ze doen aan zelfcompassie
    In plaats van jezelf hard aanpakken behouden mentaal sterke mensen liever een productieve innerlijke dialoog. Ze praten zichzelf zoals ze ook tegen een goede vriend zouden praten – met aardige, bemoedigende woorden.

    3. Ze kiezen ervoor dankbaar te zijn
    In plaats van overstuur te raken omdat de eerste poging is mislukt, kun je ook proberen dankbaar te zijn voor de kans. Op zoek gaan naar het gouden randje zorgt ervoor dat je positief blijft en in staat bent verder te gaan.

    3. Ze respecteren hun kwetsbaarheden
    Beschouw falen als een kans om je zwakheden op te sporen. In plaats van je tekortkomingen te verbergen of te verzwijgen, kun je er beter voor kiezen authentiek te zijn. Een bescheiden, zelfbewuste benadering helpt om een strategie te bedenken waarmee je jezelf beter maakt.

    4. Ze erkennen hun kracht
    Net als dat falen je kwetsbare punten blootlegt, laat het ook je sterke punten zien. Je kunt je kracht erkennen zonder arrogant te zijn en erover op te scheppen.

    5. Ze herkennen gewoon waar ze goed in zijn zodat ze daar op verder bouwen.

    6. Ze bedenken een plan om beter te worden
    Mentaal sterke mensen zien falen als onderdeel van de lange weg naar succes. Ze zien iedere mislukking als een kans om meer informatie te verzamelen. Bewapend met meer informatie, bedenken ze een plan om het nog een keer te proberen.

    7. Ze behouden een gezonde dosis eigenwaarde
    Iemand die sterk in z’n schoenen staat weet dat eigenwaarde draait om wie hij/zij is, niet om wat hij/zij doet. Zo lang ze zich gedragen naar hun waarden, voelen ze zich goed over zichzelf – ongeacht persoonlijke of professionele tegenslagen. Dankzij hun zelfvertrouwen hebben ze de moed weer op te krabbelen wanneer ze gevallen zijn.

    Bron: Mynd.nu >>

    #249593
    Luka
    Moderator

    De loyaliteitsvalkuil – Als je nooit geleerd hebt ‘nee’ te zeggen tegen je ouders

    Kinderen die zich verantwoordelijk voelen voor het geluk van hun ouders krijgen geen ruimte om zich te ontwikkelen tot zelfstandige volwassenen. Zo’n ongezonde rolwisseling kan identiteitsproblemen geven, weet journaliste Lisette Thooft uit eigen ervaring. Over parentificatie en het perfecte kind.

    Ergens rond mijn 24ste besefte ik: tot nog toe heb ik eigenlijk zo’n beetje alles in mijn leven gedaan om mijn moeder een plezier te doen. Goede cijfers halen op school, een taal studeren in de stad die zij voor me uitkoos. Haar altijd alles vertellen wat ze wilde horen en zorgvuldig verzwijgen wat ze niet wilde weten. Niets van haar verwachten wat ze niet kon geven, zoals troost, knuffels of begrip. De kritiek en wrede opmerkingen die ze naar mijn hoofd slingerde stoïcijns verdragen. En vooral: mijn eigen gevoelens onderdrukken en de hare angstvallig in de gaten houden. Want ze gedroeg zich wel stoer, maar wij kinderen wisten beter. Ze was een gespannen kettingrookster en vaak uit haar humeur; vermoedelijk zou ze nu gediagnosticeerd worden als depressief. Ze had in de oorlog in een jappenkamp gezeten en was daar op haar 16de haar moeder verloren, onder barre omstandigheden. Ze moest dus eindeloos ontzien worden.

    Weet je wat, dacht ik als jongvolwassene, vanaf nu ga ik alleen nog maar doen wat ik zelf wil. Maar wat wilde ik eigenlijk? Ik kon niets anders verzinnen dan het tegenovergestelde van wat mijn moeder mij openlijk en non-verbaal had opgedragen.

    Ik nam dus drugs, koos een man die ze verafschuwde, kreeg ongehuwd kinderen, stortte me in therapieën en zelfontwikkelingsgroepen waarop ze diep zou neerkijken. Intussen liep ik rond met een vaag maar permanent schuldgevoel. Het heeft nog vele, vele jaren gekost voordat ik me had losgemaakt en mijn eigen weg vond.
    Zoals ik zijn er tallozen. Eenmaal volwassen ontdekken we dat we niet weten wie we zijn, niet weten wat we willen, niet of nauwelijks contact hebben met onze eigen behoeften. Want we zijn onze hele jeugd lang, dag in dag uit, getraind om aan de verborgen of openlijke behoeften van onze ouders te voldoen. We zijn geparentificeerd.

    Altijd in een bijrol
    ‘Geparentificeerd raak je als je leert dat je zelf niet belangrijk bent, dat de behoeften van je ouders belangrijker zijn dan die van jou,’ zegt psychotherapeute Marinka Kamphuis. Ze schreef het boek Te vroeg volwassen, waarin ze het onderwerp van alle kanten bekijkt en een aantal risicogroepen benoemt, zoals kinderen van ouders met psychische problemen, kinderen die een vechtscheiding meemaakten, kinderen van verslaafde of gehandicapte ouders, chronisch zieke kinderen en kinderen van asielzoekers. Zij kunnen zich onder deze omstandigheden op verschillende manieren gaan gedragen. Kamphuis onderscheidt vier groepen.
    Zorgzame kinderen voorzien in de behoefte aan zorg van hun ouders. Ze redderen, steunen en bemoedigen, zijn meegaand en braaf. Ze krijgen geen kans om hun eigen behoeften te leren kennen, laat staan die te bespreken. Over zichzelf praten geeft hun het gevoel lastig of egoïstisch te zijn. Het tragische is bovendien dat ze meestal met al hun zorg en loyaliteit hun ouders niet gelukkig kunnen maken, wat depressies en gevoelens van incompetentie tot gevolg kan hebben.
    De tegenpool van deze rol is het kind dat kind moet blijven; dat voorziet in de behoefte van de ouder om te zorgen. Dit zijn vaak jongste kinderen, nakomertjes of gehandicapte kinderen, die klein en afhankelijk gehouden worden omdat de ouders zich vastklampen aan hun belangrijke zorgrol. Kamphuis noemt het passieve parentificatie en volgens sommige psychologen is dit de ergste vorm. Want als je geen autonomie mag ontwikkelen van je ouders, leer je niet om zelf verantwoordelijkheid of initiatief te nemen, je kunt niet met teleurstellingen omgaan. Daarvan heb je de rest van je leven zelf het meeste last.

    (On)besproken gedrag
    De derde groep die Kamphuis beschrijft, is die van het perfecte kind. Het heeft veel weg van het ‘narcistisch bezette’ kind waarover de Zwitserse psychiater Alice Miller schreef in haar beroemde boek Het drama van het begaafde kind: het probeert de verwachtingen en dromen van de ouder waar te maken. Zo’n kind doet het doorgaans heel goed en krijgt ook veel lof van de ouders. Dit patroon ontstaat al op heel jonge leeftijd, schrijft Kamphuis, en daardoor zijn deze kinderen zich vaak niet bewust van hun eigen verlangens. Ze denken dat ze zelf gekozen hebben, terwijl in werkelijkheid de wensen van de ouders grote invloed hadden.
    Een ander probleem is dat minder perfecte eigenschappen niet gewenst zijn en dat leidt vaak tot faalangst: ‘Als ze me echt zouden kennen, zouden ze niet van me houden.’ In extreme gevallen geeft het problemen met intimiteit, want ze durven zich niet kwetsbaar op te stellen. Ze zien zichzelf voortdurend door de ogen van een ander en veroordelen zichzelf streng. Stress en psychosomatische klachten liggen op de loer.
    Verrassend genoeg noemt Kamphuis ook de tegenhanger van het perfecte kind, het zwarte schaap, geparentificeerd. Zwarte schapen en zondebokken leiden namelijk de spanningen binnen een gezin af naar zichzelf. ‘Uit angst dat een van zijn ouders het gezin zal verlaten “kiest” het geparentificeerde kind ervoor om zich de zwartepiet te laten toespelen,’ schrijft Kamphuis. Dat ‘kiezen’ is uiteraard geen bewust proces. Het offer van het kind wordt slechts zelden herkend, integendeel: vaak worden de relatieproblemen tussen de ouders toegeschreven aan het probleemgedrag van het kind. Zondebokken nemen ogenschijnlijk afstand van hun ouders door precies het tegenovergestelde te doen als wat er van ze verwacht wordt. Noch zwarte schapen noch zondebokken hebben zich losgemaakt van de verlangens van hun ouders. Vaak blijven ze zich als volwassene een buitenstaander voelen, wantrouwig en angstig voor afwijzing.
    Er is natuurlijk overlap tussen de groepen; je kunt zorgzaam en perfect tegelijk zijn. En je kunt ook – in mijn ervaring – van de ene rol in de andere vallen: van ‘perfect kind’ werd ik eerst ‘zondebok’ voordat ik mezelf kon worden.

    Existentieel loyaal
    Aan de basis van het fenomeen ligt de onwrikbare loyaliteit waarover de bekende familietherapeut Böszörményi-Nagy veel schreef en waarop zijn indrukwekkende therapieën gebaseerd waren, legt Kamphuis uit. ‘Kinderen zijn existentieel loyaal aan hun ouders; ze kunnen niet anders, omdat ze hun leven danken aan hun ouders. Die loyaliteit, daar zit het in. Het lastige is dat veel van dit soort innerlijke processen onzichtbaar plaatsvinden. Ik denk dat er veel topsporters zijn, en mensen die de zaak van hun vader overnemen, die zich nooit hebben afgevraagd of ze dat zelf wel willen. En doet dat ene kind wel zo haar best bij paardrijles omdat ze het echt leuk vindt? Misschien had ze liever op straat gespeeld met andere kinderen en probeert ze een perfect kind te zijn.’
    Aan de andere kant benadrukt de psychotherapeute dat zelfs een problematische gezinssituatie niet hoeft te leiden tot destructieve parentificatie. Als kinderen gewaardeerd worden bijvoorbeeld, scheelt dat al enorm: ‘Kinderen die waardering krijgen voor hun inspanningen ontwikkelen een positief zelfgevoel en halen zelf meer voldoening uit wat ze doen. Bij kinderen die geen waardering krijgen, ontbreekt die voldoening. Hierdoor wordt parentificatie sneller destructief.’
    De meeste ouders die hun kinderen dit aandoen, kunnen niet anders of weten niet beter, zegt ze. ‘Ik zou mensen gunnen dat ze meer compassie krijgen met hun eigen situatie. Dat ze zich niet meer zo druk hoeven te maken over of hun ouders nou verkeerd waren of niet, dat ze kunnen denken: zo is het gewoon gelopen.’

    Pokon op je eigen wil
    Stel dat je jezelf herkent en beseft: ik heb niet geleerd zelf te voelen wat ik voel, ik durf geen nee te zeggen. Wat is er dan aan te doen? ‘De eerste stap is: je bewust worden van je gedrag en onbehagen daarbij,’ zegt Kamphuis. ‘Je kunt niet van zondag op maandag opeens uitsluitend je eigen wil gaan volgen, maar je kunt je wel realiseren: hee, ik doe altijd automatisch wat anderen van me willen. Je staat voor iemand anders de afwas te doen en vraagt je af: waarom doet ze het eigenlijk niet zelf? Dan juich ik als therapeut: Precies, belachelijk, daar ben jij niet voor! Dus je moet als het ware pokon doen op alles wat vaag in de verte riekt naar je eigen mening.’
    Zo heb ik zelf in de tijd dat ik in therapie was, maandenlang kleine briefjes op mijn voordeur en mijn telefoon geplakt: ‘Wil ik dit?’ Het herinnerde me eraan dat ik niet standaard ‘Ja natuurlijk’ hoefde te zeggen op elk verzoek. Laatst kwam ik een vriendin tegen die nog wist dat ze in die periode helemaal naar me toe was komen reizen om me te spreken en bij de deur door mij was afgewimpeld… Zij voelde zich nog steeds een beetje gekwetst.
    ‘Ja,’ zegt Kamphuis, ‘dat hoort bij het experimenteren: soms doe je iets waarbij je achteraf geen goed gevoel hebt, of je gaat te ver. Je kunt ook besluiten om een klein stapje te zetten: ik laat mijn vriendin wel binnen en luister naar haar, maar niet drie uur lang. En ik wil ook zelf een verhaal kunnen vertellen, belangrijk of niet. Als ze me onderbreekt, kom ik terug op mijn verhaal. Wie zich bewust is van het gedragspatroon dat hem dwarszit, kan dat gedrag aanpassen.’
    Geparentificeerden zijn vaak erg kritisch tegenover zichzelf. ‘Eigenlijk moet je je eigen beste vriendin worden,’ suggereert Kamphuis. ‘Als een vriendin op een sollicitatiegesprek een ladder in haar kous heeft, is je reactie waarschijnlijk sussend: dat kan toch gebeuren. Maar tegen jezelf zeg je: ik kan ook niks… Dat betekent dat je op moeilijke momenten nog beter bij een vriendin zou kunnen aankloppen dan bij jezelf! Reageer op jezelf zoals je bij een vriendin zou doen. Je mag best denken: dit is niet handig, dit moet ik anders doen. Als je jezelf maar heel laat.’

    Meer lezen over parentificatie?
    Marinka Kamphuis, Te vroeg volwassen. Over parentificatie

    Bron: Psychologie Magazine >>

    #249597
    Luka
    Moderator

    Met twee maten meten: waarom zijn we strenger voor onszelf dan voor een ander?

    Wanneer onze vrienden door een moeilijke periode gaan, leven we ontzettend mee. Hoe vaak zeg je wel niet dat zij ‘gewoon even rustig aan moeten doen’, want ze hebben het al zo druk? Ontelbaar vaak waarschijnlijk, want jij weet dat hun geluk belangrijker is dan hun werk.

    Maar als jij zelf bedolven wordt onder het werk, zul je jezelf veel minder snel zo’n momentje van rust gunnen. Waarschijnlijk ben je strenger, soms zelfs keihard voor jezelf. Er is ongetwijfeld een duiveltje op je schouder dat zeurt: ‘Wat doe je nou moeilijk, joh? Stel je niet zo aan, werk gewoon door! En hierna moet je ook nog sporten en even langs die borrel waar je geen zin in hebt’ Als je je hierin herkent, lees dan snel door.

    Meten met twee maten
    Op veel gebieden meten we met twee maten. Al ons werk moet perfect, we zeggen nauwelijks nee tegen nieuwe opdrachten uit angst iemand teleur te stellen en als we ons door een fikse verkoudheid niet zo lekker voelen, melden we ons vaak niet eens ziek.

    Tegen een collega zouden we daarentegen wél zeggen dat hij of zij ‘gewoon lekker naar huis moet gaan’. Als vrienden zeggen dat ze er ‘niet uitzien’ ontken je dat bij hoog en laag, maar zelf moet je altijd minder eten en meer sporten.

    Als jij jezelf herkent in meten met twee maten, is er een grote kans dat jij een verkeerd beeld hebt van je eigenwaarde. Dat wil niet zeggen dat jij jezelf niets waard vindt, maar dat je ergens in het verleden jezelf er (onbewust) van overtuigd hebt dat jij speciaal bent en daarom altijd maximaal hard moet werken, dat voor jou andere maatstaven en regels gelden en dat er iets niet klopt als jouw leven fijn, relaxed en in balans is.

    Angst voor kritiek
    Streng voor jezelf zijn heeft te maken met het feit dat we niet graag kritiek ontvangen. Door een eigen criticus in te schakelen die anderen vóór is, beschermen we onze kwetsbare eigenwaarde. We voorkomen hiermee dat andere mensen negatieve opmerkingen over ons maken, omdat we bang zijn dat die ons veel harder zullen raken.

    De onderbewuste logica hiervan is: liever mezelf pijnigen, maar dan wel op mijn voorwaarden, dan het risico lopen dat andere mensen mijn eigenwaarde echt pijn doen.

    Wat zo ontzettend zonde is aan deze ineffectieve overtuiging, is dat anderen vaak niet negatief zullen reageren. Het is slechts onze angst voor een negatieve reactie, die ervoor zorgt dat we het pad van zelf toegediende stress kiezen. Ongeluk dat we onszelf onnodig aandoen.

    Het leven is geen sprint
    De andere pay-off die met twee maten meten in stand houdt, is dat wanneer we keihard zijn voor onszelf en hoge verwachtingen hebben (én waarmaken), we het gevoel hebben dat we meer bereiken dan wanneer we regelmatig gewoon even lief zijn en rust nemen.

    Dit lijkt logisch – kijk namelijk eens wat je allemaal bereikt hebt doordat je zo streng voor jezelf bent geweest – maar het is niet duurzaam. Het leven is namelijk een marathon en geen sprint. Het feit dat je in de kracht van je leven zit en twijfelt of je er wel echt van aan het genieten bent of dat je het wel vol kunt houden op dit tempo, geeft aan dat het tijd is voor een nieuwe benadering.

    Je huidige benadering blijkt niet goed voor jou te werken en heeft een update nodig. Net zoals de software van je telefoon, heb je zelf ook baat bij een regelmatige software upgrade. Verschil is alleen dat je hiervoor geen push-notificatie krijgt dat het weer tijd is voor een update.

    Van autopilot naar keuzevrijheid
    Wanneer je naar de situatie van een ander kijkt, kun je vanaf een afstand rustig het gehele plaatje bekijken en ben je in staat alles helder waar te nemen. Als het om onszelf gaat, zijn we juist onbewust emotioneel. De gevaarlijke buitenwereld overdrijven en onszelf onderschatten zijn dingen die ons onderbewuste constant en volledig ‘automatisch’ doet.

    Hoe fijn zijn zou het zijn om hier volledige keuzevrijheid in te ervaren? Om streng voor jezelf te zijn wanneer je dat om de juiste redenen wil zijn (dus geen automatische piloot) en relaxed van het leven kunnen genieten als je daar behoefte aan hebt, zonder bang te zijn om de boot te missen.

    Maar hoe dan?
    De duurzame oplossing ligt in het meer bewust worden van jouw programmering. Wanneer je je bewust bent van de manier waarop je gedachtes, emoties en zelfbeeld leiden tot jouw gedrag, dan stopt de autopilot en zit je zelf weer aan het stuur. Resultaat: meer jezelf kunnen zijn en daar vooral meer van kunnen genieten.

    Bron: Bedrock >>

    #249686
    Luka
    Moderator

    Je stemming verbeteren? Doe elke dag iets creatiefs

    Na een lange werkdag is het verleidelijk om met een kant-en-klare salade op de bank te ploffen en gedachteloos naar een serie te kijken. Maar of je er ook echt vrolijk van wordt? Mwah. Voor even misschien. Van uitgebreid koken daarentegen…

    Volgens een studie gepubliceerd in het Journal of Positive Psychology kunnen kleine creatieve activiteiten zoals koken, breien en zelfs het maken van simpele schetsen van positieve invloed zijn op onze mood.

    Onderzoek naar creativiteit
    Voor de studie werden 658 mensen gevraagd om twee weken lang een dagboek bij te houden. Hierin schreven ze op wat hun stemming van die dag was én hoe creatief ze waren geweest.

    Aangezien de definitie van creativiteit nog wel eens kan verschillen hebben de onderzoekers verduidelijkt wat hiermee bedoeld werd. Onder creativiteit viel ‘het bedenken van nieuwe en originele ideeën’, ‘zichzelf uiten op een ongebruikelijke manier’ en ‘tijd spenderen aan artistieke activiteiten’.

    Energieker en enthousiaster
    Toen de onderzoekers de dagboeken analyseerden vonden ze dat mensen die crea bea waren geweest gedurende de dag (al waren het kleine activiteiten als koken) zich de volgende dag energieker en meer enthousiast voelden.

    Dat suggereert dus dat het vinden van creatieve uitlaatkleppen kan leiden tot een toegenomen gezondheid. Genoeg reden dus om vaker te gaan pottenbakken, borduren of een blanco canvas en olieverf.

    Bron: Bedrock >>

    #250120
    Luka
    Moderator

    Nagaan waar je kutleven vandaan komt kan je leven veranderen

    Waarom je af en een reflectiegesprek met jezelf moet hebben.

    Als je ergens goed in wilt worden, moet je oefenen. Vrijwel iedereen wil ergens in excelleren, maar slechts weinigen leveren ook daadwerkelijk de bijbehorende arbeid. Wie met mentale klachten worstelt, wilt niets liever dan rust. Voordat het zover is zul je eindeloos moeten oefenen. Leren omgaan met je gedachten vraagt daarom om gestructureerd nadenken. Wanneer je weet waar je gevoel vandaan komt, is het leven namelijk een stuk draaglijker.

    Waarom gestructureerd nadenken belangrijk is
    Mensen zijn gewoontedieren. Onze routines zijn niet uit zichzelf ontstaan, maar in de loop der jaren geslepen en geperfectioneerd. Hierdoor doen we de hele dag allemaal dingen zonder er bij na te denken, die eigenlijk best wel speciaal zijn. Zonder het door te hebben heb ook jij er al een hoop vergaard: douchen, fietsen, veters strikken en een schijthekel hebben aan Dotan – om maar wat op te noemen.

    De kracht van herhaling is enorm. Door elke dag bepaalde dingen te doen verbeteren we onze routine. We leren vaardigheden aan die essentieel zijn in ons leven. In ons geval is dat omgaan met mentale gezondheidsproblemen. In mijn specifieke geval is dat omgaan met chronische depressie.

    Ik ben hierin bij lange na niet de enige: half Nederland lijkt tegenwoordig depressief. Dit heeft gedeeltelijk te maken met het feit dat we van jongs af aan niet leren om te gaan met onze gedachten. We leren kinderen een hele hoop: van rekenen, spellen, wiskunde tot aan topografie – nadenken over gedachten echter niet.

    Dit is eigenlijk krankzinnig, omdat je gedachten de hele tijd aanwezig zijn. Je hoort van depressieve mensen vaak dat ze geen raad met zichzelf weten, gevoelloos zijn of nergens het nut van inzien. Dit vinden ze naar aanleiding van hun gedachten en de bijbehorende manier waarop ze in het leven staan.

    Het kan je allemaal geen reet schelen
    Hoe je over de wereld nadenkt, bepaalt hoe je diezelfde wereld ziet. Je kunt optimistisch in het leven staan, overal het slechte van inzien of het kan je gewoon allemaal geen reet schelen. Ik hoef jou niet te vertellen dat een hoop mensen met mentale klachten in de laatste categorie vallen. Je wereldbeeld heeft dus een grote invloed op je gemoedstoestand.

    Dat vind ik niet alleen, het is ook daadwerkelijk bewezen. Zo wees een onderzoek van de gerenommeerde psycholoog Nasreen Khatri uit dat de mogelijkheid om je gedachten te beïnvloeden en structureren, essentieel is voor het bereiken van gelukkig gevoel. Dit proces wordt gestructureerd nadenken genoemd. Khatri pleit dan ook voor een soort ‘denkles’ op school, waarin kinderen leren omgaan met hun gedachten.

    Iedereen heeft positieve en negatieve gedachten. Het liefst zijn deze twee in balans zodat je met een goed gevoel in het leven staat. Mensen met mentale problemen hangen vaak naar de negatieve kant, en schieten daarin soms door. Wie dit leest zou denken dat de oplossing heel simpel is: vermijd negatieve gedachten. Zoals we allemaal weten is dat echter niet mogelijk. Ook Khatri heeft dit ondervonden, en zegt dat leren omgaan met deze gedachten dé sleutel naar een beter leven is.

    Hoe iemand zich voelt heeft invloed op hoe diegene functioneert

    ‘Mensen met mentale klachten hebben baat bij het tijdig signaleren van negatieve gedachten, deze vervolgens gestructureerd uiteenzetten en pas daarna met een oplossing komen’, zo geeft Khatri aan. ‘Hoe iemand zich voelt heeft daadwerkelijk invloed op hoe diegene functioneert. Dit is bijvoorbeeld het geval bij diabetici. Mensen die zich slecht voelen zijn ook negatiever over hun ziekte, dan mensen die positiever in het leven staan.’

    Volgens de psycholoog is het daarom verstandig om mensen te leren op een gestructureerde en bewuste manier met hun gedachten om te gaan. ‘Wanneer mensen leren omgaan met ernstige problemen zoals chronische ziektes, passen ze die handelingswijze ook toe op andere facetten in hun leven. Wanneer het tegenzit, gaan deze mensen sporten, gezond eten of iets leuk doen met anderen in plaats van zwelgen in verdriet. Ze herstructureren eigenlijk hun gedrag door routinematig te analyseren hoe ze met hun ongelukkige gevoel om kunnen gaan’, zegt Khatri. ‘Vervolgens ondernemen ze een activiteit die hen hiermee helpt omgaan, zoals sporten.’

    Leef minder op de automatische piloot
    Volgens haar is het daarom belangrijk om heel bewust met je gedachten om te gaan, en minder op de automatische piloot te leven. Zo is het nuttig om af en toe je dagelijkse routine onder de loep te nemen, en na te gaan of er wellicht een verband zit tussen wat jij doet, en hoe je je daarbij voelt.

    ‘Helder nadenken helpt mensen bij het opbouwen van een samenhangend leven. Iedereen kan effectiever en meer gestructureerd leren denken. Dit zorgt niet alleen voor meer vertrouwen in je eigen kunnen, maar ook in een leven waaruit je meer voldoening haalt’, aldus Khatri.

    Veel mensen doen echter compleet het tegenovergestelde. We zijn druk, bezig en gehaast. Stilstaan bij ons gevoel doen we vaak niet. Mensen die dit wel doen, vergeten vaak hun acties te analyseren, waardoor ze teveel in de negatieve gedachten blijven hangen. Dit heeft ook geen zin, aangezien je wel daadwerkelijk actie moet ondernemen na het maken van een analyse.

    Een goede eerste stap is het onder de loep nemen van je dagelijkse reilen en zeilen, zegt Khatri. Je probeert hiermee een verband tussen je bezigheden en (negatieve) gedachten te herkennen.

    De meeste mensen staan op, voelen zich vermoeid, gaan douchen, doen wat kleren aan, bedenken dat ze zich eerst hadden moeten afdrogen en hun kleren nu zeiknat zijn, proppen een matige boterham van de AH-Basic lijn naar binnen en stappen in de auto of op de fiets, en gaan naar werk of school.

    Hier gaan ze de hele dag dingen intikken op een computer, doen alsof het opmaken van verzekeringspolissen of het schrijven van een werkstuk over de ontwikkeling van het Duitse Ruhrgebied ze iets boeit en om 17:00 uur weer naar huis. Nog even langs bij de Albert Heijn, te dure maaltijdsalade halen, halfuur zoeken naar een geschikte Netflix-serie, uiteindelijk toch op YouTube eindigen om vervolgens te gaan slapen. Eindstand: één grote routine, met een belabberd gevoel als uitkomst.

    (Als je je niet tot bovenstaande stappen kunt zetten, maar de hele dag in bed ligt, is de uitkomst waarschijnlijk hetzelfde.)

    Baal je van een broodje kaas?
    Door gedurende de dag bij te gaan houden op welke momenten je je goed voelt, en op welke momenten ook niet, herken je na verloop van tijd een patroon.

    Het is bijvoorbeeld interessant om de eerste tien minuten na het wakker worden stil te staan bij hoe je je voelt. Door de jaren heen zijn we gewend geraakt om direct uit bed te schieten en dingen te gaan doen, of juist te blijven liggen en door te snoozen. Door ’s ochtends stil te staan bij hoe je je voelt, en vooral ook hoe jij je die dag wilt voelen, maak je een wereld van verschil.

    Gedachten zijn er namelijk altijd en bepalen hoe we ons voelen. Wanneer je leeft zonder na te denken, bouw je een bestaan gebouwd op pilaren van raadsels. Je weet immers niet hoe je je echt voelt, waarom je doet wat je doet en hebt daarom geen idee wat het doel van dit alles is.

    Advies uit de Veluwe
    Het punt is dat wanneer jij depressief bent, gedachten aan zelfmoord hebt, eenzaamheid ervaart of op een andere manier ongelukkig bent, je gedachten niet in balans zijn. Je neigt teveel naar de negatieve kant en bent daardoor continu bezig met duistere zaken. Op een gegeven moment ga je je ook zo voelen.

    Dit is overigens niks om je voor te schamen: zonder negativiteit geen positiviteit in het leven. Wanneer je echter continu negatief in het leven staat, wordt het een heel zware last op je schouders.

    Door meer momenten van bezinning te hebben en gedachten te analyseren, kun je dit patroon doorbreken. Waar je in je hoofd mee bezig bent hoeft namelijk niet je gemoedstoestand te bepalen, of andersom. Vroeger noemden we dit ‘even rust aan je kop hebben’. Tegenwoordig heet dat ‘mindfulness’, want dat staat beter in een hashtag op Instagram.

    Gestructureerd nadenken
    Vrijwel alles in het leven vergt oefening. Van het strikken van je veters, lopen, je lenzen indoen, zwemmen, netjes eten tot aan fietsen: je hebt het ooit moeten leren. Juist daarom moet je ook je gedachten trainen. Uiteindelijk levert dit een hoop rust in je hoofd op.

    Hoe je begint met gedachten trainen
    Je zult er echter wel voor moeten werken. Gedachten structureren moet in je systeem geraken, zonder dat je het doel van bewuste omgang uit het oog verliest – anders heb je een routine van je routine gemaakt. Niet voor niets bestaan er dan ook mindfulness-coaches die je daarmee kunnen helpen.

    Probeer bijvoorbeeld een ochtendroutine uit– het tijdstip is van ondergeschikt belang. Neem de tijd om de dag voor te bereiden. Hoe voel je je? Wat ga je doen? Hoe wil je je die dag voelen? Wil je iets bereiken? Op Instagram noem je dit #visualiseren of #thesecret, in Nederland “even de dag doorlopen”.

    Wat je doet is namelijk dromen over de dag, terwijl je wakker bent. Dit is een krachtig hulpmiddel, zo onderschrijven ook onderzoekers Ranganathan en Siemionow. Zij vergeleken de prestaties van powerlifters die wél visualiseerden met die van strongmen die dit niet deden. Wat bleek? De eerste groep scoorde onder precies dezelfde omstandigheden gemiddeld tien procent beter dan de tweede groep. Niet dat je nu met boomstammen van 200 kg moet gaan gooien, maar je snapt het idee.

    Ook het verleden vraagt om structuur
    Daarnaast moet je ook gestructureerd met je verleden omgaan. Mensen met mentale klachten hebben de neiging teveel in het verleden te blijven hangen, en eindeloos te blijven malen. De analyse is hierbij dus niet probleem, de verdere verwerking wel. Ze vragen zich af hoe ‘het’ zo ver heeft kunnen komen, en voelen zich machteloos of angstig.

    Veel depressieve mensen zijn echte denkers en hebben daardoor de neiging om allerhande doemscenario’s in hun hoofd af te spelen. Niet dat ze ooit gaan gebeuren, maar goed.

    “Ik word nooit gelukkig, het is gewoon niet aan mij besteed”
    “Die opleiding afmaken gaat me nooit lukken, ik ben er niet slim genoeg voor”
    “Iedereen die ooit van me heeft gehouden, heeft me verlaten. Dat zal in de toekomst niet anders zijn”
    Waar we deze gedachten op baseren? Op onze eigen gedachten. Waarom? Routine.

    Hoe je niet in gedachten vast komt te zitten
    Als mens leef je de hele dag binnen je eigen gedachten, waardoor het risico op cirkelredeneringen ontstaat. Wanneer er nooit een nieuwe impuls of methode van bewustwording aan te pas komt, gaat het al snel van kwaad tot erger.

    Door inzichtelijk te maken waarom je vaak aan het verleden denkt, en welk gevoel dit bij je oproept, leer je patronen herkennen. Waarschijnlijk mis je iets uit dit verleden – een vriend, ouder, ex-geliefde of omstandigheid – en leert daardoor beter hoe jouw persoonlijkheid in elkaar steekt.

    Je komt erachter wat je nu mist en wat je in het ideale geval aan de huidige situatie zou veranderen. Bovenal leer je over jouw wereldbeeld. Iedereen heeft een unieke kijk op het leven, en jij dus ook. Niemand weet precies wat er in jouw hoofd omgaat, waardoor je routinematig zult moeten nadenken. Een psycholoog of andere professional kan je hierbij helpen, maar uiteindelijk zul je het zelf moeten doen.

    Je weet niet hoe anderen naar de wereld kijken: je kent alleen je eigen vizier

    Het lastige van dit begrijpen is echter dat je nooit de mogelijkheid hebt om de wereld vanuit een andere bril te bekijken: je weet niet hoe anderen met jouw problemen om zouden gaan. Hierdoor ga je er al snel vanuit dat iedereen meekrijgt wat jij ervaart, op dezelfde manier nadenkt en jouw verhaal begrijpt.

    Dit is echter niet waar. De rest kan zich proberen in te leven, maar we zullen het nooit echt begrijpen.

    Alleen door bewust bij jezelf na te gaan waarom jij de wereld ziet op jouw specifieke manier, en waar jouw gevoelens op gebaseerd zijn kun je proberen je leven te veranderen. Leren omgaan met gedachten vraagt daarom om routine: gestructureerd nadenken.

    Conclusie
    Er is een hoop besproken, maar het komt uiteindelijk op het volgende neer:

    • Ga bewust met je gedachten om. Ze zijn de hele dag aanwezig en bepalen hoe jij je voelt. Het is daarom niet meer dan logisch dat je ermee moet leren omgaan: veters strikken ging ook niet in één keer goed.
    • Gestructureerd nadenken: op een gestructureerde manier nadenken hoe je je voelt, waarom dit zo is en wat je zou kunnen doen om het te veranderen.
    • Wanneer je blijft malen over het verleden biedt gestructureerd nadenken ook uitkomst. Je kunt ermee analyseren en nagaan wat je tegenwoordig mist ten opzichte van toen.
    • Probeer zodra je wakker wordt na te denken over je dag, en te bepalen hoe jij je die dag wilt voelen. Onze generatie noemt dit #visualiseren, onze ouders “even de dag doorlopen”.

    Bron: Commen >>

    #250123
    Luka
    Moderator

    Gaslighting: deze vorm van manipulatie herkent iedereen

    De werkelijkheid zo overtuigend verdraaien dat iemand uiteindelijk aan zichzelf gaat twijfelen. Daar is een woord voor: gaslighten. De Amerikaanse psychoanalytica Robin Stern schreef er een aantal jaren geleden een boek over – en omdat het zo’n actueel onderwerp is (vanwege een zekere Amerikaanse president) verscheen er onlangs een herdruk.

    Ligt het nou aan mij?
    Gaslighten (er is geen echt Nederlandse term voor) is wat er gebeurt als iemand onjuiste informatie doorgeeft, waardoor je zelfvertrouwen en functioneren ondermijnd worden. Klein voorbeeldje: je partner zegt niet gewoon ‘de melk is op’, maar verkondigt geïrriteerd: ‘Je hebt de melk weer opgemaakt, zie ik.’ Als je vraagt of hij het misschien iets neutraler kan zeggen, krijg je een smalende opmerking over hoe overgevoelig je bent.

    ‘Ik hèb de melk volgens mij helemaal niet opgemaakt,’ zeg je even later, waarop hij nijdig zegt: ‘Nou, dat ben je dan zeker vergeten.’

    Ineens weet je het niet meer zeker. Heb je de melk opgemaakt? Maar hoe kan het dan dat je dat niet meer weet? Waarom überhaupt die irritatie, heb je iets verkeerd gedaan? Ben je echt overgevoelig?

    Overigens: de melk ís dus helemaal niet op, zie je als je zelf voor de koelkast staat om een boodschappenlijstje te maken. Er staat gewoon nog een vol pak naast de yoghurt.

    Je denkt waarschijnlijk eerst: ‘Waar gáát dit over?’ en daarna: ‘Ben ik nou gek?’

    Flikkerende lampen
    Robin Stern zou zeggen: klassiek gevalletje gaslighten. De term verwijst naar de film ‘Gaslight’ uit 1944. Een vrouw wordt daarin door haar man net zo lang gemanipuleerd tot ze denkt dat ze hallucineert als ze de gaslampen ziet flikkeren – terwijl het haar man is die dat geflikker veroorzaakt. Ze is zo aan het twijfelen gebracht, dat ze haar eigen waarnemingen niet meer vertrouwt. Het plot is nogal ingewikkeld (iets met een vermoorde tante en juwelen op zolder), maar vandaar de term.

    Robin Stern is een Amerikaanse psychoanalytica die bij cliënten in haar praktijk (en in haar eigen leven) dat patroon vaak zag opduiken. Ze schreef er een boek over, ‘Het Gaslight-effect’ dat intussen ineens volop actueel is. De Amerikaanse president Donald Trump is er namelijk een meester in, in dat gaslighten. Robin Stern haalt een voorbeeld aan: Trump verkondigde dat komiek John Oliver hem had uitgenodigd om te gast te zijn in zijn ‘oersaaie, slecht bekeken programma’ en dat hij dat had geweigerd, ‘Ik zei NEE BEDANKT, zonde van de tijd & energie.’

    ‘We hébben hem helemaal niet uitgenodigd!’ dacht John Oliver. Maar toen hij het recht probeerde te zetten, gooide Trump er nog een schep bovenop, net zo lang tot John Oliver aan zichzelf begon te twijfelen en ging opzoeken of misschien toch niet iemand van zijn team Trump had uitgenodigd. Dat was niet zo, maar die twijfel is kenmerkend: hij was gegaslight.

    Gaslight-tango
    Gaslighten komt niet alleen voor in de politiek, maar ook in relaties tussen partners, binnen families en in bedrijven. Het is vaak moeilijk om je vinger erop te leggen. Meestal schuilt er wel iets van waarheid in de opmerkingen (het zóu waar kunnen zijn) en als je niet heel stevig in je schoenen staat is het lastig om je eigen kijk op de werkelijkheid te behouden.

    Toch is dat laatste precies wat het beste helpt, laat Robin Stern zien. ‘Gaslighten is de creatie van twee mensen: een gaslighter die verwarring en twijfel zaait, en een gaslightee die bereid is om aan zijn of haar eigen manier van kijken te twijfelen om de relatie in stand te houden.’

    Nu klinkt dat als iets dat je in principe heel eenvoudig op kunt lossen. Als je je schouders ophaalt en iets zegt als ‘nou, dat is dan zeker jouw mening’, houdt het meteen op. Maar je eerste reactie (zie John Oliver) is om te ontkennen, en daarna wil je je gelijk halen, en laten zien dat je (bijvoorbeeld) níet dom en vergeetachtig bent. In feite doe je dan mee met het psychologische spelletje. Als je eenmaal in zo’n gaslight-tango zit, is het lastig om eruit te komen. Je moet daarvoor namelijk stevig in je schoenen staan, terwijl je als gaslightee juist steeds mínder stevig in je schoenen komt te staan. Twijfelen aan wat je waarneemt, is niet goed voor je zelfvertrouwen.

    Hoe herken je het gaslight-patroon?
    ‘Het zal wel aan mij liggen’ en ‘Ben ik nou gek?’ – als je die gedachten vaak hebt in een relatie (of het een partner, familielid of collega is) zou je dat kunnen zien als flikkerende lampen die waarschuwen voor een gaslight-patroon. Net als continu op vervelende toon te horen krijgen dat je te overgevoelig bent als je iets probeert aan te kaarten. En dan? Hoe zet je als het ware ‘het gas uit’?

    Het beste dat je kunt doen, laat Robin Stern zien, is accepteren dat je van een gaslighter nooit de bevestiging of goedkeuring zult krijgen die je graag wilt, wat je ook doet. Verder kun je jezelf oefenen om niet mee te gaan in de gaslighttango. Robin Stern geeft hiervoor praktische adviezen en voorbeeldzinnen. Waaronder deze:

    1 Onderscheid waarheid van verdraaiing

    Als je merkt dat de gaslighter pertinente onwaarheden vertelt, ga dan niet aan jezelf twijfelen (zoek als het nodig is bevestiging bij anderen). Merk je dat de discussie een machtsstrijd wordt, haak dan af. ’Ik vind dit geen prettig gesprek, zullen we het er later nog eens over hebben?’

    2 Focus op gevoelens, niet op ‘gelijk’ of ‘ongelijk’

    Het doet er niet toe wie er gelijk heeft, het gaat wel degelijk om de toon. ’Misschien is het niet je bedoeling om me te kleineren, maar zo voelt het voor mij wel en daarom stop ik nu met dit gesprek.’

    3 Accepteer: je kunt iemands mening niet bepalen, ook al heb je gelijk

    Als iemand vindt dat je onredelijk bent, of overgevoelig, of niet zo slim – tja, dan vindt hij of zij dat, wat je er ook tegen inbrengt. Als je dat accepteert (bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Dat is dan jouw mening. Ik vind wat anders’), hoef je ook niet meer je best te doen het te veranderen. Dat scheelt een hoop energie.

    Steek je energie in andere zaken
    En die energie kun je wel beter gebruiken. Want of het nu een partner, een collega of een familie-lid is, gaslighters zuigen je energie uit je weg en die energie kun je beter steken in de doelen en dromen die jij belangrijk vindt dan in het meedoen in psychologisch spelletje over een al dan niet leeg pak melk. Dat je daar onzeker van wordt, is vaak niet eens de bedoeling van de gaslighter. Dat gaslighten is namelijk vaak ook maar een reactie op onzekerheid en stress. Maar hoewel je voor dat laatste best begrip kunt opbrengen, kún je natuurlijk heroverwegen of deze relatie wel zo’n perfecte match is. Laten we wel wezen: relaties zijn er per slot van rekening niet om onzeker en ongelukkig van te worden.

    Nou ja, en soms moet je je hoop maar vestigen op de herverkiezingen.

    Bron: Happinez.nl >>

    #251304
    Luka
    Moderator

    Comfortabel worden met het onbekende? Een psychiater legt uit hoe je dat doet

    Als er iets een grote rol speelt de afgelopen tijd, is het wel het onbekende. Dat klinkt vaag, en grappig genoeg is dat het (natuurlijk) ook. Want als er één onderwerp bepalend is tijdens de quarantainetijd, is het wel dat het steeds weer spannend is wat ons te wachten staat. Emoties als angst en onzekerheid zijn ons dan ook zeker niet vreemd.

    Angst voor het onbekende is volkomen normaal en juist in deze tijd heel actueel. Maar het is natuurlijk niet fijn om je bezorgd, bang of onzeker te voelen.

    Psychiater Roxanna Namavar legt aan Mind Body Green uit hoe we ervoor kunnen zorgen dat we comfortabel worden met het onbekende en onze angsten kunnen laten varen.

    Zo word je comfortabel met het onbekende
    Gedurende de afgelopen weken is gebleken hoe belangrijk het is dat je je prettig en gemakkelijk kunt voelen bij het onbekende.

    Maar niet alleen in deze tijden speelt het een rol, eigenlijk is het hele leven één groot, onbekend vraagteken en zijn er talloze momenten waarop we niet weten wat ons te wachten staat.

    Weten we ooit écht het antwoord op vragen als ‘wie ben ik?‘ en ‘wat maakt gelukkig?‘? Precies. En daarom kan je er maar beter voor zorgen dat je die onwetendheid accepteert.

    Namavar deelt 4 manieren waarop je op een bewuste en spirituele manier met het onbekende kunt dealen.

    1. Focus op de dingen die je wél weet
    Er is veel wat je niet weet, maar er zijn ook dingen die wél bekend zijn bij je. Focus je daarom eerst op de zaken die je wel weet. Een simpele manier om je gedachtes snel van de paniek-modus terug te brengen naar een meer kalmerende staat van zijn, die uitgaat van de feiten. Het zorgt ervoor dat je sterk blijft en rechtop blijft staan.

    Ga dus bij jezelf na wat de dingen zijn waar je wel controle over hebt. Misschien is dit het creëeren van een fijne werkplek waar je je goed voelt, of het aanmeten van een gezond dieet of een kalmerende ochtendroutine. En vergeet niet het onderhouden van je sociale connecties, want ook dat is iets wat je zelf in de hand hebt.

    Hoe makkelijker het voor jou is om de dingen in te zien waar je wel controle over hebt, hoe makkelijker het is om ook het onbekende te accepteren en hier nieuwsgierig naar te zijn.

    2. Gebruik spiritualiteit
    Spiritualiteit en het geloven in een hogere kracht kan je helpen om je veilig en rustig te voelen. Door je hoop in de handen van die hogere kracht (wie of wat dat dan ook is) te leggen en hierop te vertrouwen, kan je onzekere gevoelens laten varen en accepteren dat je niet alles onder controle hebt.

    Dat klinkt misschien een beetje vaag, maar als je het eenmaal doorhebt, brengt het meer bewustzijn en innerlijke rust.

    3. Vertrouw op je intuïtie
    Volgens Namavar is het belangrijk om jezelf af te vragen: “Is dit waar of niet? Is dit de informatie die ik krijg vanwege m’n angsten of is dit echte informatie vanuit m’n intuïtie?”. Op deze manier leer je op je intuïtie af te gaan en het kaf van het koren te scheiden wat betreft informatie waar je wat mee moet.

    Vertrouwen op je eigen gevoelens, gedachtes en dingen waarin je gelooft, helpt je om erachter te komen welke gevoelens zijn gebaseerd op dingen die er zijn gebeurd en welke gevoelens je jezelf simpelweg hebt aangemeten.

    Leren vertrouwen op je intuïtie is niet iets wat je van de ene op de andere dag kan. Het duurt even voordat je doorhebt hoe het precies werkt – maar laten we daar precies nu juist de tijd voor hebben!

    En als je dan eenmaal voelt wat je intuïtie je te vertellen heeft, is het een sterke tool waar je op kan vertrouwen als je je angstig voelt of niet weet wat je precies moet doen.

    4. Accepteer het onbekende
    Als de bovenstaande manieren lastig zijn of niet voor jou zijn weggelegd, kun je altijd nog simpelweg accepteren dat je niet weet hoe dingen zullen lopen. Omarm het onbekende.

    Het accepteren van de situatie zoals die is, helpt om een gedeelte van je angsten te laten varen. Neem genoeg rust (als je lichaam en geest uitgerust zijn kan je stress en angsten beter aan, vertelt Namavar) en focus je bijvoorbeeld op je ademhaling. Je ademhaling is een natuurlijke remedie tegen o.a. spanning en stress.

    Al met al is het belangrijk dat je mindful met de onbekende situatie omgaat. Vertrouw op je onderbuikgevoel en intuïtie, accepteer de situatie en focus op hetgeen wat je wel hebt en weet. Wedden dat ook jij op deze manier nieuwsgierig wordt naar het onbekende?

    Bron: Bedrock >>

    #251306
    Luka
    Moderator

    Waarom bang zijn en een voorschot nemen op je ellende? Vijf stoïcijnse levenslessen van Seneca

    Wie de stoïcijnse filosofie van de Romein Seneca er vandaag de dag bij pakt, ziet hoe verrassend praktisch ingesteld deze tweeduizend jaar oude denker was. We trekken vijf levenslessen uit Seneca’s Brieven over het juiste leven.

    Het coronavirus ontregelt het land en Mark Rutte vraagt ons nog een paar weken langer binnen te blijven. Dat is nog geen reden om te wanhopen, leert de tweeduizend jaar oude filosofie van het stoïcisme. Want een goed getrainde geest kan elke crisis aan.

    Wie in deze tijden wel een stoïcijnse leermeester kan gebruiken, is in goede handen bij de Romeinse filosoof Seneca, wiens Brieven over het juiste leven (Boom Uitgevers, vertaald door Cornelis Verhoeven) binnenkort opnieuw wordt uitgegeven. ‘Seneca maakt filosofische theorie toepasbaar voor heel alledaagse situaties,’ vertelt Maarten van Houte, gepromoveerd op Seneca en als docent werkzaam bij de Universiteit Utrecht, waar hij onder meer klassieke filosofie doceert. ‘Er staan reflecties in Seneca’s werk over het menselijk leven die verrassend herkenbaar zijn. Hij dacht na over grote zaken als de dood en levensgeluk, maar schrijft net zo makkelijk over alledaagse kwesties als hoe je om moet gaan met rumoerige buren – in Seneca’s geval: de bezoekers van het badhuis waar hij recht boven woont.’

    Daarom trekken we voor iedereen die wel een dosis stoïcisme in zijn dagelijks leven kan gebruiken vijf lessen uit Seneca’s Brieven over het juiste leven.

    1. De toekomst is niet nu
    Veel van onze angsten en zorgen zijn gericht op de toekomst. We maken ons zorgen over zaken waarvan we denken dat ze te gebeuren staan. Of, zoals Seneca, het eloquent verwoordt: ‘Er zijn meer dingen die ons bang maken dan die ons eronder houden en vaker lijden wij aan een verwachting dan aan de werkelijkheid.’

    Dat is onnodig, meent de filosoof. Allereerst verloopt de toekomst bijna altijd anders dan we denken, dus goede kans dat je zorgen op helemaal niets gebaseerd zijn. ‘Hoeveel gebeurt er wat wij niet verwacht hadden; hoeveel wat wij verwacht hadden, is nergens komen opdagen!’

    En al gaat iets wel met zekerheid gebeuren, op dit moment gebeurt het niet. Dus waarom alvast een voorschot op je ellende nemen? ‘Wat voor zin heeft het je eigen leed tegemoet te lopen? Misschien zal het gebeuren, misschien zal het niet gebeuren, intussen gebeurt het op dit moment nog niet.’

    2. Geluk is een interne aangelegenheid
    ‘Te beklagen is hij, die zich niet als heel gelukkig beschouwt, zelfs al regeert hij over de wereld’, citeert Seneca met instemming de Griekse filosoof Epicurus. Telkens hamert Seneca er weer op dat geluk niet gezocht moet worden in externe zaken als gezondheid, rijkdom of maatschappelijk succes. Geluk is een interne aangelegenheid. En dat betekent dat je ook in de meest miserabele omstandigheden gelukkig kunt zijn.

    Want wat is een gelukkig leven? Dat is ‘vrijheid van onrust en een blijvend evenwicht’, oordeelt Seneca. Van Houte: ‘De stoïcijnen benadrukken keer op keer wij de omstandigheden die ons treffen niet in de hand hebben. Dat is ‘niet aan ons,’ zoals de stoïcijnen zeggen. Waar we wel controle over hebben is onze geest, dus hoe we vervolgens over die omstandigheden oordelen. En het is het oordeel dat iets slecht is, dat ons ongelukkig maakt.’

    Vertaald naar deze tijd betekent dit dat de stoïcijnen zouden zeggen dat de coronacrisis objectief niet goed of slecht is. Het is een gebeurtenis waar we niets over te zeggen hebben. Dus in plaats van te panikeren kunnen we beter onze kalmte bewaren en onze medemensen zoveel mogelijk helpen.

    3. Kies je vrienden zorgvuldig
    Seneca heeft hoge verwachtingen van een vriend. Dat is iemand met wie je al je zorgen en gedachten deelt. Je moet met een vriend ‘net zo vrijmoedig spreken als met jezelf’. Om die reden moet je volgens Seneca ook goed nadenken wie je eigenlijk als vriend wilt – niet iedereen leent zich voor die rol. Vriendschappen moeten daarom niet voortkomen uit toevallige ontmoetingen, maar het resultaat zijn van een weloverwogen en rationeel denkproces.

    Dat klinkt misschien berekenend, maar Seneca wantrouwt juist vriendschappen die uit opportunisme worden gesloten. Hij schrijft: ‘Wie aan een vriendschap begint omdat het hem gelegen komt, zal er ook een einde aan maken omdat het hem gelegen komt.’ Ware vriendschap, zo betoogt Seneca, is niet gebaseerd op wat jij uit een vriendschap kunt halen maar op wat jij een vriend te bieden hebt. En dus verlangt de stoïsche wijze niet ‘iemand te hebben die bij hem komt zitten als hij ziek is’ maar iemand ‘bij wij hij zelf kan gaan zitten, als die ziek is’.

    4. Houd het gezelschap klein
    Als Seneca ergens een hekel aan had, dan was het wel aan vermaak voor de massa. ‘Niets is zo schadelijk voor een goede instelling als een schouwspel in het amfitheater bijwonen’, meent de Romein nukkig. Hij beschrijft in een van zijn brieven hoe hij op een dag een middagvoorstelling in zo’n theater bezoekt in de hoop op ‘scherts, grappen en iets ontspannends’. Geschokt komt de filosoof even later weer naar buiten: hij heeft alleen maar moord en doodslag gezien. ‘Gieriger kom ik ervan thuis, ijdeler, verwender, ja zelfs wreder en minder mens, omdat ik onder de mensen ben geweest.’

    Tegenwoordig worden mensen weliswaar niet meer voor vermaak voor de leeuwen gegooid, maar het algemene punt dat Seneca wil maken gaat nog steeds op: slecht voorbeeld doet volgen. Wanneer we blootgesteld worden aan voorbeelden van decadentie of hebzucht, zo redeneert Seneca, dan worden we daar ook vatbaar voor. En het is een veilige aanname dat Seneca deze voorbeelden volop zou signaleren als hij vandaag de televisie zou aanzetten.

    Ook je op Facebook of Twitter begeven zou Seneca vermoedelijk afraden. ‘Omgang met de grote menigte heeft een kwaadaardige uitwerking: iedereen beveelt ons wel iets verkeerds aan, dringt het ons op of smeert het op ons zonder dat wij het beseffen. En in elk geval: hoe groter de volksmenigte is waartussen wij ons begeven, des te meer gevaar is er.’ Daarom raadt Seneca aan om zoveel mogelijk op jezelf terug te vallen en om te gaan met mensen die jou beter kunnen maken, en met mensen die jij beter kunt maken.

    5. Blijf kalm tot het einde
    Seneca neemt een tamelijk lichtzinnige houding aan ten opzichte van de dood. De dood is iets waar je je absoluut niet druk over hoeft te maken: ‘Geen ramp is groot als ze de laatste is’, verklaart hij opgeruimd.

    Deze opgewektheid komt voort uit het de stoïsche stelregel dat ook de dood uiteindelijk niets meer is dan een gebeurtenis. We hebben er geen invloed op, dus is het zinloos om er bang voor te zijn. Bovendien, schrijft Seneca, is de situatie na de dood niet wezenlijk anders dan die van voor de geboorte, en dat was prima toeven. ‘De dood betekent: er niet zijn. Hoe dat is, weet ik al: na mij zal er zijn wat er voor mij was. Als daar iets verschrikkelijks in ligt, moet dat er ook geweest zijn voordat wij het levenslicht aanschouwden. Welnu, toen hebben wij niets pijnlijks ervaren.’

    Gehele artikel: de Volkskrant

    #251320
    Luka
    Moderator

    WAAROM BANKHANGEN HEEL GOED VOOR JE IS

    Ben je ook zo druk, sta je altijd ‘aan’ en kijk je voortdurend op je telefoon? Have a break en ga bankhangen! Bankhangen heeft dan misschien minder status, het is veel belangrijker dan je denkt. Met deze tien tips houd je er genoeg tijd voor over.

    ‘Druk, druk, druk.’ Als we het niet relgematig hardop zeggen, dan dénken we het wel. We zíjn ook best druk, of niet dan? Ik ben zelf dagelijks aan het goochelen met mijn tijd, naarstig op zoek naar een haalbare balans tussen werk en moederschap, en mijn to-do-lijst lijkt nooit écht te slinken. Maar een groot deel van die drukte leggen we onszelf op, zo zegt Tony Crabbe in zijn bestseller ‘Nooit meer te druk’. We laten ons graag afleiden door alle e-mails en pings van onze telefoon, zodat we datgene wat écht belangrijk is nog even voor ons uit kunnen schuiven – omdat de dingen die er echt toe doen, die ons leven en carrière een andere wending kunnen geven, vaak nogal als een uitdaging kunnen voelen. Druk zijn is makkelijker. Bovendien is druk zijn tegenwoordig iets om trots op te zijn (waar het in de Middeleeuwen nog gold als een vorm van gemakzucht!) en werkt het verslavend: elke keer wanneer we onze mail checken, komt er een kleine hoeveelheid dopamine vrij.

    Druk zijn staat gelijk aan succesvol zijn, denken we. We geloven dat hard werken loont en ontspanning doen we er maar een beetje bij. Zonde van je tijd, denk je misschien als je op de bank zit te lanterfanten. Terwijl uit onderzoek blijkt dat dat relaxen hoognodig is om ons werk goed te kunnen doen. Sommige soorten rust stimuleren de creativiteit, andere herstellen onze creatieve energie. Topsporters, schrijvers en andere talentvolle mensen wisselen dagelijkse periodes van intens werk en concentratie af met lange pauzes, zo vertelt Alex Pang in zijn boek ‘Rust in uitvoering’. Rust is een essentieel onderdeel van goed werk. Voel je dus niet schuldig als je op de bank een dutje doet of een wandelingetje door de stad maakt terwijl er nog een stapel werk ligt te wachten. Onbewust is je geest juist hard aan het werk. Ontspanning is veel belangrijker dan we denken.

    En juist in deze tijd hebben we onze rust harder nodig dan ooit. We krijgen dagelijks zoveel informatie over ons uitgestort dat het gevoel van ‘te veel’ bij veel mensen overheerst. Met de hoeveelheid nieuws die er vandaag op je afkomt, zou je 174 kranten kunnen vullen (vijf keer zoveel als in 1986!). De hoeveelheid videomateriaal die in de afgelopen minuut op YouTube is geplaatst, beslaat een speelduur van in totaal drie dagen. Deze hoeveelheid informatie prikkelt én verveelt ons, zegt Tony Crabbe, verrijkt én verschraalt ons leven. En het ‘te veel’ zal alleen maar toenemen. Komend jaar krijg je waarschijnlijk nog meer e-mails dan het afgelopen jaar.

    Ho, stop! Tijd voor bezinning. Wijzelf zijn de enigen die kunnen besluiten dat we er niet meer aan meedoen. Dat we vaker aan de bel gaan trekken en meer gaan bankhangen. Dat we gaan opladen in plaats van onszelf blijven overladen met informatie, altijd maar ‘aan’ staan, voortdurend op onze telefoon kijken en hardnekkig blijven multitasken, terwijl we intussen van voren niet meer weten dat we van achteren leven. Omdat ik weet dat jullie allemaal minstens net zo druk zijn als ik, spoel ik snel door naar de tien tips van Tony Crabbe om meer tijd over te houden voor dat heilzame bankhangen – of een andere vorm van ontspanning. Waarbij je je telefoon, iPad en laptop dus laat voor wat ze zijn, hè? Maar dat spreekt voor zich.

    Gebruik het woord ‘omdat’. Verzoeken waarbij je het woord ‘omdat’ gebruikt, hebben twee keer zoveel kans om te worden ingewilligd als verzoeken zonder dat woord, ongeacht hoe je de zin afmaakt. Zeg dus gerust tegen je werkgever: ‘Ik ga vandaag eerder naar huis omdat ik mijn roze olifant nog moet wassen’, en de kans dat hij je om vier uur enthousiast uitzwaait, is aanzienlijk. Nee, maar echt.

    Vind de uitknop. Het altijd maar ‘aan’ staan, kan leiden tot IQ-verlies, wist je dat? En dat willen we natuurlijk niet. Gun je brein dus regelmatig een onderbreking: check je mail en berichten alleen op vaste tijdstippen en al helemaal niet vlak voor je naar bed gaat.
    Schakel de meldfunctie uit. Mensen switchen op kantoor gemiddeld elke drie minuten van taak, terwijl je door dat heen en weer schakelen zo’n veertig procent meer tijd nodig hebt om beide taken te voltooien. De grootste boosdoener hiervan is de e-mailnotificatie. Zet ’m uit! Bijvoorbeeld met de app Thinking Time.

    Schrap een vergadering. De waarde van vergaderingen is twijfelachtig, blijkt uit onderzoek. De meeste bedrijven leiden verlies door inefficiënt en te vaak vergaderen. Er bestaat zelfs zoiets als ‘het vergaderherstelsyndroom’: de tijd die je nodig hebt om na een vergadering weer gefocust aan de slag te kunnen. Dus: schrap een vergadering of kom gewoon niet opdagen. Scheelt jou energie en je schuldig voelen hoeft ook al niet, want het scheelt het bedrijf weer verlies. Win-win!

    Trek meer tijd voor iets uit. Wist je dat er ook zoiets bestaat als de ‘planning fallacy’? We schijnen stelselmatig te overschatten hoeveel werk we aankunnen en nemen daardoor geregeld te veel hooi op onze vork. Crabbe raadt aan om het volgende te doen als je een schatting maakt hoeveel tijd je nodig hebt voor een klus: reken uit hoeveel beschikbare tijd je denkt te hebben en halveer deze. Daarna ga je na hoeveel tijd je nódig hebt voor de taak, en die verdubbel je. En hopsekee, klaar is je planning.

    Houd de tijd in de gaten. Als je je bewuster bent van de tijd, zoals vlak vóór je op vakantie gaat, krijg je meer werk gedaan. Zet daarom een klok neer of laat als je aan het werk bent, elk half uur een wekker afgaan. Dan heb je voor je gevoel meer tijd, zegt Crabbe.
    Stop op tijd. Bedenk van tevoren wanneer je stopt met werken. Hierdoor ben je je ook bewuster van de tijd en heb je minder de neiging om de tijd onnodig op te vullen.

    Begin ruim van tevoren. Moeilijke of creatieve taken schuiven we vaak voor ons uit. Tip van Crabbe: denk een paar dagen van tevoren alvast zo’n twintig minuten na over de taak die voor je ligt. Als je er dan een paar dagen later mee aan de slag gaat, is je onderbewuste er allang mee bezig en zul je veel makkelijker op ideeën kunnen komen en gerichter kunnen werken.

    Ruim je hoofd op. Maak het brein regelmatig leeg alsof je een computer opschoont. Zorg dat je altijd een notitieboekje bij de hand hebt en noteer daar alle gedachten en ideetjes in waar je nog iets mee wilt (zonder ze uit te werken). Ga dit rijtje regelmatig langs, bijvoorbeeld één keer per week, en doe wat je moet doen.

    Lach! Dat gejakker en gejaag is een stuk beter vol te houden als we onszelf wat minder serieus nemen. Lach om jezelf. Lachen vermindert stress en je maakt er een betere indruk mee op andere mensen. Je schijnt zelfs langer te leven als je regelmatig lacht! Oftewel: als je vaker lacht, houd je meer tijd over om te bankhangen. Of om weer eens je roze olifant in de was te zetten.

    Bron: Mynd >>

25 berichten aan het bekijken - 26 tot 50 (van in totaal 63)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 28 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.759, berichten: 14.841, leden: 1.609
Scroll Up