Overige websites

  • Dit onderwerp bevat 67 reacties, 5 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 14/02/2022 om 23:02 door Luka.
10 berichten aan het bekijken - 11 tot 20 (van in totaal 68)
  • Auteur
    Berichten
  • #222597
    Luka
    Moderator

    Waarom het oké is om niet te weten wat je wil in het leven

    “Wat is jouw passie?” Geen enkele vraag jaagt me meer angst aan, want ik heb geen idee wat ik met mijn leven wil. De wanhopige pogingen om mijn passie te vinden leverden niets op en maakten me alleen maar onrustiger. Maar moeten we allemaal een passie vinden? Is het echt zo erg om niet te weten wat je wil? En hoe vind je rust in die onwetendheid?

    Zoeken en niet vinden is een rode draad in mijn leven. Ik startte met de studie toegepaste taalkunde en begon enthousiast met Spaans. Tegen het einde van het eerste trimester besefte ik dat het niets voor mij was en ik besloot om met journalistiek te starten. Ik begon in Gent, maar was niet tevreden en wilde meer video maken, dus stapte ik over naar Mechelen. Daar studeerde ik af als televisiejournaliste. En toch was dit het ook niet helemaal, ik miste nog iets. Ik zocht dat gemis in theater. Ik startte met een 7de jaar woord in Brussel, met het plan om daarna een bachelor spel te volgen. Het liep echter helemaal anders dan ik had verwacht. Mijn goesting voor theater verdween, ik botste op duizend (eigen) muren en tegen het einde van dat jaar was ik een hoopje verloren. Het was het dieptepunt van mijn zoektocht naar mijn passie.

    Ik stortte mijn wanhopig hart uit bij iemand dicht bij mij, die toevallig ook therapeute is. Om een urenlang gesprek samen te vatten: ik moest ‘het niet weten’ aanvaarden en de zoektocht even loslaten. Zij was de eerste die tegen mij zei dat het oké was dat ik het niet wist. Opgelucht dat ik mijn verlorenheid met iemand gedeeld had, probeerde ik dat ‘loslaten’. Het lichtere gevoel dat ik had na dat gesprek bleef even duren en ik besloot mezelf tijd te geven om het niet te weten. Totdat ik toch weer ongeduldig werd en mijn frustratie met mezelf toenam.

    Juist toen kwam ik een Ted Talk van marketeer Terri Trespicio tegen, met de titel ‘Stop met het zoeken naar je passie’. Trespicio vertelt dat ze – net als ik – geen idee had wat ze met haar leven wilde en dat dat haar heel ongelukkig maakte. Ze durfde aan niets te beginnen, want wat als zou blijken dat het toch niet was wat ze echt wilde? In haar talk vertelt ze hoe de vraag “Wat is jouw passie?” veel druk legt op mensen, terwijl passie maar een emotie is – en dus ook kan veranderen. Je hoeft niet die ene passie te vinden die je je hele leven nastreeft.

    En daarnaast: waarom kun je maar één passie hebben? Van kinds af aan leren we dat we een keuze moeten maken. Hoewel er inderdaad mensen zijn met één grote passie, zijn er ook veel mensen met meerdere interesses. Emilie Wapnick, schrijver, coach, ondernemer en nog veel meer, introduceerde de term ‘multipotentialites’. Een overkoepelend woord voor mensen met meerdere interesses, passies en jobs in hun leven. Haar punt is dat je niet moét kiezen. Je kan meerdere passies combineren en je kan altijd van passie veranderen als de huidige je begint te vervelen.

    Lees verder op Charliemag.be >>

    #224467
    Luka
    Moderator

    Hoe vertel je je baas dat je psychische problemen hebt?

    Een gesprek aan moeten knopen met je baas en hem of haar vertellen dat het op geestelijk vlak niet zo goed met je gaat, kan doodeng zijn. Wat als diegene afkeurend reageert? Helemaal niet begrijpt waarom je met jezelf in de knoop zit, omdat er van de buitenkant niets mis lijkt te zijn? Of (mijn persoonlijke, grootste angst – al is deze vrij irrationeel) er heimelijk een beetje om moet lachen, en je naderhand belachelijk maakt bij je collega’s, terwijl ze tijdens de lunchpauze anekdotes aanhalen die stuk voor stuk uitwijzen hoe koekoek jij wel niet bent? Precies niemand heeft er behoefte aan op de werkvloer te boek te staan als ‘die ene depressieveling’.

    Ik heb dit gesprek in het verleden zelf verschillende keren aan moeten gaan; mijn psychische problemen maken al zo’n vijftien jaar deel van me uit. Inmiddels gaat het een stuk beter, maar nog steeds is het lang niet altijd koek en ei: ook nu nog maak ik depressieve episodes door en moet ik mezelf regelmatig streng toespreken, om te voorkomen dat ik volledig terugval in mijn eetgestoorde, antisociale en depressieve gedrag. Die ongezonde neigingen worden voornamelijk getriggerd wanneer ik in mijn werk- en privéleven een hoop stress ervaar. Op zulke momenten is het van groot belang mijn leidinggevende in te lichten over mijn situatie, zodat ik aan kan geven dat het op sommige dagen essentieel is dat ik vanuit huis werk en er begrip getoond wordt voor mijn situatie. De keren dat ik het gesprek met toenmalige leidinggevenden ben aangegaan, lag ik van tevoren altijd minstens twee nachten wakker van de zenuwen en liep ik alle mogelijke uitkomsten na in mijn hoofd. In de praktijk bleek het overigens altijd reuze mee te vallen; vrijwel al mijn voormalige leidinggevenden probeerden zo goed mogelijk met de situatie om te gaan – ook al begrepen ze natuurlijk lang niet altijd wat er precies in mijn hoofd omging. En dat is ook niet nodig.

    Op de momenten dat ik dergelijke gesprekken aanga, improviseer ik eigenlijk altijd maar een eind weg. Ik probeer de ernst van de situatie zo goed als ik kan uit te leggen, en geef aan waar ik behoefte aan heb. Omdat het me waardevol lijkt de kennis van een professional erop na te slaan, neem ik contact op met Tosca Gort. Tosca is organisatie- en arbeidspsycholoog en staat aan het hoofd van haar eigen coachingbureau. Ik bel Tosca op, en ze steekt meteen van wal over hoe belangrijk het is om de juiste setting te creëren: “Een setting waarin je rustig met elkaar gaat zitten, waarin je niet gebeld kan worden en niet gestoord zal worden door collega’s. Maak je leidinggevende duidelijk dat je een afspraak wil inplannen omdat je hem of haar iets belangrijks gaat vertellen. Benadruk dat je je verhaal in vertrouwen wil doen. Zo creëer je een situatie waarin iemand begrijpt dat hij of zij aandachtig moet luisteren.” Vlak voordat het gesprek daadwerkelijk plaats gaat vinden, is het zaak dit nog eens te herhalen: “Door het onderwerp nog eens extra in te leiden, weet de ontvanger dat er iets belangrijks aankomt.”

    “Probeer erop te vertrouwen dat mensen om je geven, en je om die reden ook willen helpen. De kans is groot dat ze vanuit hun bezorgdheid reageren.”

    Volgens Tosca gaan veel mensen met psychische problemen ervan uit dat een ander, in dit geval de baas, heel negatief op hun verhaal zal reageren. Aan de andere kant van de lijn knik ik bevestigend. “Maar probeer dat niet te doen. Probeer er in plaats daarvan op te vertrouwen dat mensen om je geven, en je om die reden ook willen helpen. De kans is veel groter dat ze vanuit hun bezorgdheid reageren.” Als je leidinggevende in het ergste geval toch negatief of niet op de gewenste manier reageert, geef diegene dan even te tijd om een nieuwe reactie te formuleren. Tosca legt uit: “Meestal volgt zo’n ongewenste reactie vanuit iemands onwetendheid, maar dat betekent niet dat diegene ook daadwerkelijk die intentie had.”

    Als je je directe baas echt niet vertrouwt, is het volgens Tosca de beste oplossing een andere leidinggevende op de werkvloer in te lichten over je situatie, in wie je meer vertrouwen hebt. Daarna is het van belang je baas de tijd te geven adequaat te reageren. “Op zo’n moment ben je natuurlijk erg met jezelf en de spanning van de hele situatie bezig, en kun je blind worden voor hoe de ander reageert. Misschien was de eerste reactie nogal hard, maar geef de ander de tijd daar nuance in aan te brengen,” vertelt Tosca. Ze raadt ook ten zeerste aan een dergelijk gesprek met je baas niet te lang uit te stellen. “Als je er tegenaan zit te hikken, wordt het vooruitzicht alleen maar vervelender. En als jouw psychische problemen van grote invloed zijn op je functioneren, zullen mensen na een tijdje toch wel doorhebben dat er iets niet helemaal goed zit. Dan word je misschien wel gedwongen je verhaal te doen, en dat wil je voorkomen.” Want wanneer je met je rug tegen de muur staat, heb je veel minder controle over de situatie dan wanneer je zelf je verhaal kunt doen.

    “Als je psychische problemen geen invloed hebben op je functioneren, ben je echt niet verplicht iemand op je werk in te lichten.”

    Ook is het belangrijk, voor jezelf af te wegen of je psychische problemen überhaupt wel consequenties hebben voor hoe goed je functioneert. “Als ze geen invloed hebben op je functioneren, ben je echt niet verplicht iemand op je werk in te lichten. Als we de DSM erop naslaan, zit veertig procent van de mensheid op het stoornisspectrum. Dat is een erg grove schattig, en puur een kwestie van definiëren. Het betekent weinig meer dan dat de mensheid op psychisch vlak veel diverser is dan je op het eerste gezicht misschien zou denken, en dat hoeft niet van invloed te zijn op hoe goed of slecht jij je werk doet.”

    Ten slotte raadt Tosca aan om van tevoren zelf met een plan van aanpak te komen. “Als je je afhankelijk opstelt naar je leidinggevende toe, gaat die waarschijnlijk voor jou bepalen wat de volgende stap gaat zijn.” Terwijl hij of zij (waarschijnlijk) geen ervaringsdeskundige, psycholoog of arts is – en dus ook niet in kan schatten wat jij de komende tijd nodig hebt. Tosca vertelt: “Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat je twee weken de tijd voor jezelf moet nemen, en je daarna weer aan de slag gaat. Of geef aan dat je twee maanden met een psychotherapeut aan jezelf gaat werken, en daarna naar verwachting weer gemotiveerd bent weer aan de slag te gaan. Denk na over waar jíj behoefte aan hebt.”

    Jaap van den Broek, die als arbeidspsycholoog werkzaam is voor Arbeids Psychologie Amsterdam, vult Tosca aan: “Vaak spreken wij mensen pas nadat ze hebben aangegeven ziek te zijn, of rust nodig te hebben. In eerste instantie gaan de werkgever en werknemer met elkaar in gesprek en bespreek je met elkaar wat wijsheid is. Jouw directe leidinggevende moet je eventuele gedeeltelijke afwezigheid namelijk ook weer kunnen verantwoorden naar degene die boven hem of haar staat.” Jaap zegt dat er bij hoger gekwalificeerde beroepen vaak meer begrip is vanuit de werkgever. “Mensen zeggen dan makkelijker tegen elkaar: ‘Ik heb teveel hooi op de vork genomen en nu wat rust of ruimte nodig.’ Dan wordt de kwestie intern opgelost en hoeft er geen externe bedrijfsarts of arbeidspsycholoog aan te pas te komen.” Jaap is, net als Tosca, van mening dat je er als werknemer goed aan doet van tevoren een stappenplan op te stellen, zodat jij degene bent die de touwtjes in handen heeft.

    Maar natuurlijk komt het ook voor dat je mentaal helemaal geen ruimte of energie hebt om zo’n plan voor jezelf in elkaar te zetten. “Dat kan voorkomen wanneer je bijvoorbeeld al middenin een burn-out zit,” zegt Jaap. “Geef dit dan ook aan bij je leidinggevende, en die zal jou waarschijnlijk doorverwijzen naar de bedrijfsarts. Die kan dan bijvoorbeeld bepalen om je zes weken uit de running te halen, zodat je weer op krachten kunt komen.” Volgens Jaap kan het dan nog wel even duren voordat alles geregeld is, en je ook daadwerkelijk thuis je rust kunt nemen. “Dan zijn er trucjes die we als arbeidspsycholoog toe kunnen passen, waardoor het autonome zenuwstelsel van de werknemer minder heftig reageert op prikkels vanuit de omgeving. Denk bijvoorbeeld aan ademhalingsoefeningen. Voor sommige mensen helpt het ook om meditatietechnieken toe te passen, al zal dat minder snel werken wanneer je bijvoorbeeld middenin een zware burn-out zit.”

    “Werk kan ook heel veel afleiding bieden, en deel uitmaken van de oplossing.”

    En wat nou als jouw werkgever, ondanks jouw herhaaldelijke uitleg, je situatie echt niet serieus lijkt te nemen? Jaap: “Dan is het wijsheid om een bedrijfsarts in te schakelen. Onthoud ook dat je, wanneer je heel moe gestreden bent, vaak overmatig gevoelig bent voor dat soort signalen uit je omgeving – signalen dat je niet serieus genomen zou worden. Samen met de bedrijfsarts en mogelijk een arbeidspsycholoog ga je dan een proces in waarin je je geleidelijk aan meer serieus genomen voelt.” Tosca voegt hieraan toe dat het slim kan zijn een andere leidinggevende in te lichten: “Het is zeker een optie iemand anders bij de situatie te betrekken. Blijf te allen tijde rustig, probeer je situatie nog eens uit te leggen en bedenk dat de reactie van je baas voortkomt uit onwetendheid.”

    Tosca benadrukt dat het lang niet altijd een goed idee is om je werk op een lager pitje te zetten. Ze legt uit: “Werk kan ook heel veel afleiding bieden, en deel uitmaken van de oplossing. Als je bijvoorbeeld een angststoornis hebt, kan werk ervoor zorgen dat je toch de deur uitgaat, en wanneer je depressief bent kan werk je de motivatie geven toch uit bed te komen. Dat is voor iedereen anders.” Dit geldt ook wanneer je een burn-out hebt, geeft Tosca aan: “Vóór het burn-outtijdperk werden we ook niet supergelukkig van alleen maar thuis zitten – het tegenovergestelde zelfs, veel mensen worden daar juist heel gedeprimeerd of zelfs depressief van.”

    En stel je voor dat je baas uiteindelijk wel goed reageert, maar daar zakelijk gezien toch niet helemaal naar handelt? Je contract wordt bijvoorbeeld uiteindelijk niet verlengd, je beoordelingsgesprek is negatief, of er is geen begrip voor het feit dat je niet snel genoeg beter wordt. Tosca vertelt: “Het gaat uiteindelijk allemaal om het normaliseren van menszijn, en het is kwalijk als je baas daar niet goed op reageert. Ik kan me voorstellen dat je door zulke reacties de volgende keer toch je mond maar niet opentrekt.” Toch is het zaak om te bedenken, vervolgt ze, dat het echt het beste is om al je professionele onzekerheden tijdens dat gesprek met je leidinggevende bespreekbaar te maken. “Dan weten beide partijen waar ze aan toe zijn. Mocht de uitkomst uiteindelijk toch negatief zijn, dan is dat natuurlijk heel jammer – maar dan heb jij in ieder geval gedaan wat je kon.” En, zegt Tosca, in bepaalde gevallen kán een leidinggevende ook gewoon weinig anders dan je contract niet verlengen: “Als je echt langere tijd totaal niet meer functioneert en er is geen verbetering zichtbaar, is dat natuurlijk een logisch gevolg. De werkgever moet uiteindelijk in het belang van het bedrijf denken.” Zorg er dus voor dat je tijdens het gesprek – voor zover dat mogelijk is – de touwtjes in handen hebt, en kom beslagen ten ijs. De kans dat jouw leidinggevende positief op het nieuws reageert, is veel groter dan een negatieve reactie. Of zoals Tosca concludeert: “Bedenk zelf ook: als je van mens tot mens met elkaar in gesprek gaat en de ontvanger reageert negatief op zo’n mededeling, heeft diegene weinig empathisch vermogen – en dat is niet iets waar je jezelf de schuld van moet geven.”

    Bron: Tonic.Vice >>

    #224704
    Luka
    Moderator

    Genen geven nieuw inzicht in verbanden tussen psychiatrische stoornissen

    Er is een grote variatie aan psychiatrische stoornissen, zoals ADHD, schizofrenie, depressie en het syndroom van Tourette. Ze werden onlangs onder de loep genomen in een zeer grootschalige studie.

    Het is reeds langer bekend dat het risico op een psychiatrische stoornis mee afhankelijk is van onze genen. Het huidige onderzoek ging na hoe verschillende stoornissen beïnvloedt kunnen worden door dezelfde genen. Hieruit bleek dat verschillende psychiatrische stoornissen genetisch erg overlappen. Er werden sterke verbanden gevonden tussen ADHD, bipolaire stoornis, depressie en schizofrenie. Er was eveneens grote overlap tussen anorexia nervosa en de obsessief-compulsieve stoornis, en tussen de obsessief-compulsieve stoornis en het syndroom van Tourette.

    Het ontdekken van een gezamenlijke biologische basis voor verschillende psychiatrische stoornissen, kan helpen om hun diagnostiek en behandeling verder te verfijnen.

    De onderzoekers gingen nog een stap verder. Ze onderzochten de genetische basis voor sommige algemene kenmerken en gedragingen, zoals bijvoorbeeld een algemene neiging tot zenuwachtigheid, maar ook het behalen van een universitair diploma. De genen die de aanleg voor deze persoonlijkheidskenmerken en gedragingen beïnvloeden, werden vergeleken met de genen die mee aan de grondslag liggen van psychiatrische stoornissen.

    Hieruit bleek dat een genetische aanleg tot zenuwachtigheid gecorreleerd is met de genetische aanleg tot bijna elke psychiatrische stoornis. Dit toont aan dat dezelfde hersengebieden en processen die verantwoordelijk zijn voor zenuwachtigheid in het algemeen, eveneens betrokken zijn bij vele psychiatrische stoornissen. Onderzoek naar zenuwachtigheid in het algemeen, kan dus leiden tot doorbraken in het onderzoek naar psychiatrische stoornissen. En vice versa.

    Het aantal jaren dat iemand studeert, heeft een genetische basis. Sommige mensen hebben meer aanleg om te studeren dan anderen. Echter, diezelfde genen die het behalen van een universitair diploma bevorderen, kunnen ook mee verantwoordelijkheid zijn voor psychiatrische stoornissen zoals anorexia nervosa, bipolaire stoornis en autisme. Dit maakt dat er geen “ideale” genen bestaan. Mocht het technisch mogelijk zijn om het genoom van iemand zodanig te veranderen dat zij meer kans maakt op het voltooien van haar studies, dan zou zij misschien eveneens meer kans maken op een bipolaire stoornis. En het veranderen van iemands genen om zijn kans te verminderen op autisme, zou hem minder intelligent kunnen maken.

    Bron: eoswetenschap.eu

    #225974
    Luka
    Moderator

    5 tips over omgaan met stalking

    Op 31 juli 2018 werd de 40-jarige Ragna op het Sint-Jansplein in Antwerpen aangevallen met zwavelzuur. De dader bleek haar ex-partner die haar stalkte. Onze dienst slachtofferhulp geeft je tips over hoe je moet omgaan met een stalker.

    Elke situatie is natuurlijk anders en er staan verschillende vormen van stalking. Meest voorkomend is de afgewezen partner die een relatie wil herstellen na een breuk. Maar er bestaan ook obsessieve waanstalkers, die bijvoorbeeld beroemdheden stalken. Elke vorm en elke situatie vraagt uiteraard een andere aanpak. Maar belangrijk is dat je er niet alleen mee blijft zitten!

    “Slachtoffers van stalking zijn vaak bang om niet geloofd of niet serieus genomen te worden.” vertelt Ann Castrel, beleidscoördinator bij CAW Antwerpen. “Het is dan niet evident een klacht in te dienen, maar toch is dat belangrijk. Het komt vaak voor dat slachtoffers te laat of zelfs helemaal geen klacht indienen. Ze denken dat ze niet geloofd worden of ze zijn bang dat ze nog meer gestalkt zullen worden. Maar het kan natuurlijk evengoed zijn dat het stalken juist erger wordt als ze niets doen.”

    Onze dienst Slachtofferhulp ondersteunt slachtoffers zo goed mogelijk. Om te beginnen door te luisteren naar het verhaal en nadien door samen te bekijken welke stappen gezet kunnen worden. Zowel op juridisch als op emotioneel vlak.

    Tips

    1. Zeg duidelijk ‘nee’. Hoe moeilijk dat soms ook is. En krabbel zéker niet terug wanneer je nee hebt gezegd. Dat kan voor de stalker een signaal zijn dat zijn aanpak werkt.
    2. Ga niet in op de communicatie van de stalker.
    3. Houdt een logboek bij. Zo heb je een duidelijk overzicht van de feiten wanneer je een klacht gaat neerleggen bij de politie.
    4. Verzamel voldoende bewijzen. Elk berichtje of briefje houd je best bij. Het zijn allemaal nuttige bewijzen.
    5. Blijf er niet alleen mee zitten! Zoek hulp. In je eigen omgeving, bij Slachtofferhulp of bij de politie.

    Bron: CAW.be

    #225985
    Luka
    Moderator

    Stalking: vijf vragen en antwoorden

    Wat houdt stalking in? Hoe vaak komt het voor? Wat weten we over stalkers? Wat zijn gevolgen? En wat kun je als hulpverlener doen? Naast antwoorden op deze vragen biedt dit artikel je handige adressen en leestips voor als je je verder in dit thema wilt verdiepen.

    (…)

    Tien tips en aandachtspunten

    1. Werk samen met andere betrokken professionals, zodat je een zo compleet mogelijk beeld krijgt van de hele situatie en het patroon. Leg incidenten en signalen bij elkaar. Deel zo mogelijk informatie of haal informatie bij anderen op. En volg de stappen van de meldcode.
    2. Lees de folder ‘Als u wordt gestalkt’ (Voerman & Brandt, Movisie, 2018) en geef deze aan het slachtoffer. Daarin staan verschillende praktische tips, uitleg over wat de politie kan doen en waarop je kunt letten in het contact met de politie.
    3. Is een slachtoffer zelf erg bang voor geweld? Heeft de stalker laten weten dat hij/zij ten einde raad is, geen andere uitweg meer ziet dan geweld? Of heeft hij/zij gedreigd met (zelf)moord? Heeft de stalker eerder geweld gebruikt of wordt het gedrag erger? Dit zijn enkele signalen om extra alert op te zijn. Het kan wijzen op een groter risico op geweld. Meer hierover is ook te lezen in de folder ‘Als u wordt gestalkt’, in het boek ‘Eerste hulp bij stalking’ (Voerman & Brandt, 2016). Of lees dit hoofdstuk van Groenen, Uzieblo & Michaux (2014) waarin ingegaan wordt op ‘rode vlaggen’, algemene risicofactoren en risicofactoren bij afgewezen minnaars.
    4. De politie en De Waag hebben het risicotaxatieinstrument ‘Stalking Risk Profile’ in het Nederlands vertaald. Trainingen in het gebruik ervan zijn online te vinden, bijvoorbeeld bij RINO Groep.
    5. Is er bij de stalker sprake van psychopathologie of middelengebruik dat ook aangepakt moet worden?
    6. Zijn er kinderen in het gezin, en is de stalker een van de ouders? Wat betekent dit voor de eventuele omgang? Hoe gaat het met de kinderen, laten ze bijvoorbeeld op school ander gedrag zien?
    7. Kijk of de inzet van AWARE van toepassing is in jouw gemeente en hoe en onder welke voorwaarden iemand hiervoor in aanmerking komt.
    8. Je kunt een slachtoffer helpen haar of zijn gedachten te ordenen, overzicht te krijgen/bewaren van de situatie en de situatie te duiden, helpen een logboek van incidenten bij te houden, en eventueel oefenen met betrekking hoe consequent (niet!) te reageren op een stalker. Raadpleeg voor tips en informatie de folder ‘Als u wordt gestalkt’ of het boek ‘Eerste hulp bij stalking’.
    9. Voor informatie over hoe je de online veiligheid van slachtoffers helpt bevorderen: neem contact op met SafetyNed.
    10. Wijs het slachtoffer op meer informatie, hulpverleningsorganisaties. Kijk voor een overzicht in de folder ‘Als u wordt gestalkt’. Of wijs bijvoorbeeld op organisaties of projecten die werken met vrijwilligers die zelf ervaring hebben met (ex-)partnergeweld zoals Stichting Zijweg of het project ‘Maatje achter de voordeur’.

    Lees verder op de site van Movisie.nl >>

    #226474
    Luka
    Moderator

    Waarom mensen die huilen eigenlijk heel sterk zijn

    Waarschijnlijk sta je niet te springen om midden op straat (of waar dan ook) in tranen uit te barsten. Sterker nog, veel mensen zien huilen als een teken van zwakte en doen het liever helemaal niet. Maar wist je dat huilen juist heel goed voor je is?

    Er wordt al eeuwenlang onderzoek gedaan naar de positieve gezondheidseffecten van huilen, zowel fysiek als mentaal. Laten we voorop stellen dat de effecten niet op iedereen hetzelfde zijn; de sociale omgeving is van grote invloed. Een omgeving met mensen die steun bieden, zorgt voor meer gevoelens van opluchting, net als een situatie waarin de oorzaak van de huilbui al opgelost is. Mensen die snel schaamte voelen, ervaren ook minder opluchting als ze huilen, zeggen onderzoekers van de University of South Florida en de Universiteit van Tilburg. Bovendien ondervind je minder voordelen van huilen als je moeite hebt met het begrijpen van emoties, of als je depressief bent.

    Toch kan huilen voor de meeste mensen heel goed zijn. Het zorgt ervoor dat de spanning uit je lichaam verdwijnt, wat zou zorgen voor minder hoofdpijn en slapeloosheid. Ook wekken tranen natuurlijke opioïden en oxytocinen op, hormonen die kalmerend werken. Maar naast de fysieke voordelen, is huilen natuurlijk vooral mentaal heel voordelig. Deze goede eigenschappen heb je als je vaak huilt:

    Je durft je kwetsbaar op te stellen
    Kwetsbaarheid is de (hoofd)reden dat mensen het ongemakkelijk vinden om te huilen. Helaas leven we nog steeds in een maatschappij waarin kwetsbaarheid niet de norm is, en de vraag is of het dat snel zal worden. Toch is het heel goed om kwetsbaarheid te omarmen. Dr. Brené Brown, onderzoeker aan de Universiteit van Houston, schreef er zelfs een heel boek over: ‘The gifts of imperfection’, vertaald ‘De kracht van kwetsbaarheid’. Daarin schrijft ze onder andere dat kwetsbaarheid nodig is voor een liefdevol leven met diepe connecties met anderen. Huilen als je daar zin in hebt, toont bovendien ook aan dat je je er niets van aantrekt wat andere mensen denken, een eigenschap die voor veel mensen buiten handbereik ligt.

    Je kunt stress sneller loslaten
    Hoewel het opluchtende effect van een huilbui niet in elke situatie kan worden aangetoond (in het laboratorium schijn je zelfs verdrietiger te worden van huilen), ervaren veel mensen dat gevoel wel. Al in 1983 beweerde de American Psychological Association dat een meerderheid van de mensen zich opgelucht voelt na een huilbui die het gevolg was van een ruzie of van verdrietige gedachten. Huilen helpt om die emoties los te laten en daarna verder te gaan; je kunt het zelfs zien als een teken van je lichaam dat het dat nodig heeft. Laat die tranen dus lekker de vrije loop!

    Je bent niet bang voor je gevoelens
    Veel mensen zijn niet alleen bang om zich kwetsbaar op te stellen tegenover anderen, maar willen hun gevoelens ook naar zichzelf toe niet erkennen. Het is gemakkelijker om jezelf voor te houden dat het allemaal prima gaat, dan toe te geven dat het je eigenlijk iets te veel wordt. Maar ook al doen we het nog regelmatig, het is algemeen bekend dat het niet goed is om je emoties op te kroppen. Het onderdrukken van gevoelens verhoogt zelfs het risico om te overlijden aan hartziekten, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Rochester en de Harvard School of Public Health. Het getuigt dus van moed om je gevoelens niet te ontwijken, maar ze gewoon onder ogen te zien en er iets mee te doen.

    Bron: Bedrock.nl >>

    #226480
    Luka
    Moderator
    #228707
    Luka
    Moderator

    De oplossing voor eenzaamheid

    In de Whatsapp groep waar ik met wat vrienden in zit zie ik hoe drie van die vrienden met elkaar afspreken om samen iets te gaan eten. “Zullen we dan zo en zo laat doen? Wel op deze dag, want anders kan ik niet.” Vanaf m’n bank lees ik mee, zonder te reageren. Wel vraag ik me af waarom ze mij niet uitnodigen. Misschien had ik het ook wel leuk gevonden om mee te gaan eten, maar nee, het blijft bij hun drie. Ik trek een deken over me heen en wil het liefst verdwijnen hier op de bank. Is er een oplossing voor deze eenzaamheid?

    Niet alleen, toch eenzaam
    Meer dan duizend facebookvrienden, een telefoon vol met contacten, lieve teamgenootjes op m’n sportclub, leuke mensen op m’n studie en toch voelde ik me zo eenzaam. Ik ben iemand die makkelijk contact maakt met anderen. Ik ben niet altijd even goed in small talk, maar ik ben zeker niet verlegen. Toch kon ik me soms ontzettend eenzaam voelen.

    Het leek soms een beetje alsof ik er wel bij mocht zijn, maar dat het ook niet uit zou maken als ik er niet was. De wereld zou wel door gaan zonder mij. In zekere zin is dat ook zo, maar zo wil je het niet voelen. Op de momenten dat ik dit gevoel ook maar een beetje opmerkte kon ik er helemaal in wegzinken tot ik mezelf niets meer waard vond. Iedereen deed leuke dingen met elkaar, maar mij vergaten ze gewoon!

    Je eenzaam voelen is een ontzettend naar gevoel. Voor mij voelde het alsof ik niet leuk of goed genoeg was. Hoe kon ik mezelf dan nog leuk en goed genoeg vinden? Nu kan ik zeggen dat een gevoel slechts een gevoel is en dat dat niet is wie je werkelijk bent. Dat je je eenzaam voelt, wil dus niet zeggen dat je daadwerkelijk eenzaam bent. Ja, lekker makkelijk gezegd, maar ik kwam er niet uit voor mezelf. Mijn gedachten gingen met me op de loop. Hoezo spraken mensen niet met me af?

    Alleen het negatieve zien
    Toen ik dit in therapie vertelde vroeg m’n therapeut of het echt zo was dat dit de hele tijd gebeurde. “Nou, ja, zo voelt het wel!” Zei ik. “Je komt op mij over als een hele leuke en interessante meid. Ik kan me niet voorstellen dat mensen jou stom vinden. Laten we de proef op de som nemen.” Meten is weten. Om uit te zoeken of dat gevoel wel klopte moest ik de komende tijd bij gaan houden hoe vaak mensen contact met mij opzochten of op een andere manier een blijk van waardering lieten merken. Van een glimlach op straat tot een Whatsappje om af te spreken en wat bleek…?

    De volgende dag al had ik drie berichtjes gekregen van mensen die uit zichzelf contact met mij hadden opgenomen. Was dit altijd zo? Nee, dat nou ook weer niet. Toevallig waren het er ineens drie, maar het was ook niet zo dat niemand me ooit een berichtje stuurde. Ook de kleinere gebaren zoals die glimlach op straat of een winkeldeur die wordt opengehouden kwamen plotseling beter binnen nu ik er open voor stond. Mensen vonden mij blijkbaar helemaal niet stom en afschuwelijk. Toen ik dit vol verbazing bij de volgende therapiesessie vertelde keek m’n therapeut tevreden. “Zie je wel. Jij dacht zo negatief over jezelf. Je was alleen maar opzoek naar bevestiging waardoor er geen ruimte meer was voor het positieve.” Het was waar. Keer op keer zocht ik naar bevesting. Bij elke tegenvaller dacht ik: “Zie je wel, ik ben gewoon stom.”

    Natuurlijk is het niet zo dat iedereen altijd naar je lacht op straat. Natuurlijk is niet iedereen de hele dag bezig jou te bereiken. Mensen hebben hun eigen leven. Hun eigen gedachten en gevoelens. Mensen hebben óók andere vrienden waar ze graag tijd mee doorbrengen. Het is dus niet zo moeilijk om die bevestigingen te zoeken over dat jij niks waard zou zijn, maar het is niet de waarheid. Ik ben toch ook niet heel erg gericht op één persoon? Ik heb ook niet altijd zin of tijd om overal op in te gaan? Ik lach niet naar iedereen op straat als ik geen goede bui heb, maar dat ligt dan helemaal niet aan de andere persoon. Zou dit dan ook voor mij gelden? Het moest wel.

    Interesse in anderen tonen
    Aan de andere kant was de wens dat mensen uit zichzelf contact met mij op zouden zoeken ook een grote valkuil. Waarom zouden zij contact met mij op nemen als ik dat zelf ook niet met hun deed? Misschien niet leuk voor mezelf om te beseffen, maar dat is toch behoorlijk egoïstisch. Tenzij het natuurlijk altijd éénrichtingsverkeer is.

    Het is eigenlijk best een logisch gevolg dat als je veel met jezelf bezig bent je ook letterlijk veel met jezelf bent en minder open staan voor anderen. Het was voor mij belangrijk om te beseffen dat ik zelf ook contact moest maken met anderen en dat mijn gesloten, afwachtende en soms zelfs vijandige houding niet heel erg uitnodigde voor een gesprek. Ja, ik kon namelijk best wel eens een boze houding aannemen. Een soort van zelfverdediging die eigenlijk helemaal niet leidt tot waar je naar verlangt.

    Het was zelfs zo dat ik op die momenten juist extra veel leuke dingen op social media ging posten. Ze zullen wel zien hoe leuk ik het heb zonder hun, maar ja, het was allemaal schijn en intussen dachten m’n vrienden misschien ook: “Ach, zij doet allemaal leuke dingen zonder ons.” Ik heb zelfs een keer te horen gekregen dat iemand dacht dat ik het vast ontzettend druk had en nooit tijd zou hebben om af te spreken. Dit, terwijl ik juist naar contact verlangde.

    Je bent niet alleen
    Praten helpt. Je gevoel delen helpt. Vul geen gedachten voor een ander in, maar vraag ernaar als iets je onzeker maakt. We schrijven er hier op Proud over, maar ook ik heb dit telkens weer naar m’n hoofd geslingerd gekregen in therapie. “Maar wat als ik teleurgesteld word?” Teleurstellingen horen bij het leven. Betrek het niet teveel op jezelf en/of probeer het te relativeren. Je weet dan in ieder geval waar je aan toe bent, maar de kans is veel groter dat je het in je hoofd veel erger maakt dan dat het werkelijk is.

    Om het Whatsapp gesprek uit het intro maar weer even als voorbeeld te nemen: Het is niet zo dat we met z’n viertjes in die groep zaten en dat ik werd buitengesloten. We zaten wel met z’n vijftienen in die chat! Daar dacht ik ‘voor het gemak’ even niet aan toen ik zo gefrustreerd op de bank zat. Toen ik een paar dagen later aan één van die drie vrienden vertelde waar ik mee zat was het antwoord dat ik terug kreeg niet wat ik verwachtte:

    “Oh ja heel herkenbaar hoor! Dat heb ik soms ook als mensen onderling in de groep wat afspreken! Ik moet me daar echt overheen leren zetten en proberen om het niet persoonlijk op te vatten, maar ik vind het lastig soms. Dit, terwijl ik zelf ook wel eens behoefte heb om mensen één op één of een bepaald groepje te zien, maar dan vind ik de rest niet stommer ofzo… Is toch ook wel logisch? Natuurlijk ben je ontzettend welkom. Als je had aangegeven dat je ook kon had ons dat alleen maar leuk geleken. Ik bedoel, we bespreken het niet voor niks in de groep… Dan kunnen mensen aanhaken!”

    Huuuhhhh wat? Die had ik niet zien aankomen. Een gevoel van herkenning, maar ook een volkomen logische verklaring. Als ik met twee vrienden ga lunchen (of iets anders ga doen) betrek ik daar ook niet altijd mijn hele contactenlijst bij terwijl ik helemaal niet minder over andere mensen denk. Het is even oefenen geweest, maar door anders te leren kijken en denken en me zelf ook wat assertiever op te stellen kwam dat gevoel van eenzaamheid helemaal niet meer zo hard binnen. Natuurlijk heb ik nog steeds wel eens mijn mindere dagen, ik ben ook maar een mens, maar m’n zelfvertrouwen is al een heel stuk toegenomen.

    Heel veel mensen worstelen met gevoelens van eenzaamheid. Het is dus niet zo dat je gek of raar bent als jij dit ook ervaart. Natuurlijk is de situatie voor iedereen anders, maar deze blog verteld mijn ervaring met dit gevoel. Ik hoop dat je er iets aan hebt.

    Wat doe jij als je je eenzaam voelt?

    Bron: Proud2bme.nl

    #229003
    Stijn
    Lid LSG

    Hai Luka,
    Ik vind het een eerlijk, verhelderend maar ook herkenbaar stukje.

    Bedankt, Stijn

    #229034
    Luka
    Moderator

    Als je als kind niet werd gezien: gevolgen en stappen naar heling

    Het besef dat je als kind niet werd gezien is pijnlijk. Zo pijnlijk, dat we het meestal verdringen en ons er pas veel later bewust van worden. Omdat onze kindertijd al lang achter ons ligt, is het lastig om duidelijk zicht te krijgen op de gevolgen. En soms relateer je problemen in je huidige leven niet aan het feit dat je als kind geen erkenning hebt gekregen.Toch zijn de gevolgen meeromvattend dan we in eerste instantie denken.

    Gevolgen in de kindertijd
    Hoe is het wanneer je als kind niet wordt gezien? Door je ouders, maar vaak ook door anderen. En wat is dat eigenlijk, niet gezien worden?
    Wat mensen het meest bij is gebleven, is het feit dat er geen plaats was voor hun emoties. Als kind ervoer je verdriet en boosheid, maar dat mocht er niet zijn. Wanneer je verdrietig was, kreeg je als reactie vaak “dat je je niet aan moest stellen”. Je veegde je tranen snel weg om geen negatieve reacties teweeg te brengen. Na verloop van tijd leerde je steeds beter je verdriet te onderdrukken en kwamen er geen tranen meer. De poort van het verdriet was gesloten.
    Ook voor boosheid was er geen ruimte. Wanneer je boos was, stuitte je op onbegrip en afkeuring. En misschien zelfs geweld. De onmacht van je ouders om op een gezonde manier met gevoelens om te gaan, maakte dat ze niet in staat waren om jouw gevoelens toe te laten. Deze moesten zo snel mogelijk onderdrukt worden.
    Maar ook positieve bevestiging vanuit je ouders bleef uit. Een knuffel, lieve woorden of bemoediging waren jou vreemd. Soms werd het wel gezegd, maar ontbrak de bijbehorende emotie. Waardoor de woorden leeg waren, ze hadden geen betekenis. Uit angst voor toekomstige teleurstelling zonderde je je in emotioneel opzicht af van je ouder(s). En misschien ook wel voor anderen.

    Je hooggevoeligheid mocht er niet zijn
    Misschien heb je wel liefde en aandacht ontvangen, maar niet onvoorwaardelijk. Een deel van jou werd niet erkend: je hooggevoeligheid. Zolang je je ‘binnen de lijntjes’ gedroeg, was er niets aan de hand. Maar wanneer je gedrag voortkwam uit je hooggevoeligheid, werd je afgewezen: vragen over het leven, emoties die intenser waren dan gebruikelijk, het dromerige, de wens om je buiten de gebaande paden te begeven en meer. Dit voelde voor jou als een onzichtbare, maar voelbare grens die niet overschreden mocht worden. Je kon niet ten volle jezelf zijn.
    Wanneer je als kind niet wordt gezien, wordt je bestaan niet erkend. Je hoort er niet bij. Daarom paste je je zo veel mogelijk aan en je deed je best om niet op te vallen.
    Sommige kinderen lukt dit niet en ze worden vanuit hun onmacht en niet begrepen worden juist heel opstandig. Wat leidt tot nog meer afkeuring en afwijzing.

    Gevolgen op latere leeftijd
    Wanneer je de erkenning als kind niet hebt gekregen, zoek je hem op latere leeftijd onbewust bij anderen. Bij een partner, vrienden of in het werk.
    In een liefdesrelatie kan dit leiden tot afhankelijkheid, jaloezie en voortdurende onzekerheid. Omdat het als kind niet veilig was om jezelf te zijn, is dat op latere leeftijd ook moeilijk.
    Ook een patroon in de andere richting komt vaak voor. Omdat je als kind in emotioneel opzicht grotendeels op jezelf was aangewezen, heb je een gevoel ontwikkeld dat je het wel alleen doet: ‘Ik heb niemand nodig’. Dit leidt tot andere problemen binnen de relatie. Je verbindt je op emotioneel niveau maar tot op zekere hoogte met je partner. Je kwetsbare kant ligt deels verborgen en je laat jezelf niet helemaal zien. Wanneer er een moment komt dat je leven wat stroever verloopt, laat je de ander niet toe. Je bent immers gewend om het zelf wel te rooien.

    Je wordt niet gezien door anderen
    Door de ervaringen in onze jeugd hebben we geleerd ons onzichtbaar te maken. Dit patroon wordt vaak buitenshuis voortgezet. Op school en later op het werk of in andere situaties waarin we met meerdere mensen te maken hebben. Deze situaties zijn moeilijk te overzien en voelen onveilig. Door je op de achtergrond te houden, creëer je je veilige cocon.
    Het gevolg is, dat ook anderen ons daadwerkelijk niet ‘zien’. En onbewust interpreteren we dit vervolgens als bevestiging dat we niet goed zijn zoals we zijn.

    Stappen naar het erkennen van jezelf
    Je bewust worden dat je als kind deze erkenning hebt gemist, is een belangrijke eerste stap. Sta stil bij je kindertijd. Hoe was het contact met je ouders nu écht? Neem de tijd om herinneringen en gevoelens in je bewustzijn te laten komen, ook als ze pijnlijk zijn.
    Het is belangrijk om de pijn die je voelt, het verdriet en de boosheid, toe te laten. In stukjes, in het tempo dat bij je past. Loslaten begint met toelaten: door je emoties toe te laten en uit je te laten stromen, kun je ze los laten. Laat je tranen de vrije loop en geef ruimte aan je boosheid. Ook al begrijp je waarom je ouders je niet konden bieden wat je nodig had, je gevoelens willen erkend worden. Wanneer jij je gevoelens erkent uit je kindertijd, erken je het kind in jou. Het mag er zijn, met al zijn boosheid, verdriet en onbegrip.
    Maak contact met het kleine meisje of de kleine jongen die nog steeds deel uit maakt van jou. Troost hem of haar en zeg de woorden die jij destijds had willen horen van je ouder(s).

    Loslaten door toelaten
    Het toelaten van verdriet is eng. Het gevoel overheerst dat als je nu je tranen toelaat, je niet meer stopt met huilen. Als een stuwmeer dat veilig dicht is. Deze angst is onterecht.
    Open beetje bij beetje de poort naar je emoties die je in je kindertijd hebt gesloten. Vraag hulp aan het universum om te helpen je verdriet draaglijk te maken. Wanneer je ruimte geeft aan je weggestopte emoties, zul je achteraf opluchting ervaren. Je voelt je lichter, je hebt ruimte in jezelf gecreëerd.
    Op onbewust niveau zijn we huiverig voor deze leegte. Deze angst is de angst van het ego. Omdat het ego gewend en gehecht is aan de pijn, is het moeilijk om deze los te laten. Het ego heeft geen idee wat ervoor in de plaats zal komen. Deze angst is ongegrond. Je zult ervaren dat je ruimte schept voor andere gevoelens: rust, vertrouwen, kracht en liefde. Liefde voor anderen maar vooral ook voor jezelf. Door deze zelfliefde toe te laten, erken je jezelf.

    De functie van boosheid
    Ook het toelaten van boosheid helpt je helen. Door boosheid toe te laten, word je je bewust van je eigen grens. En hoe deze in het verleden overschreden is. Omdat je niet mocht zijn wie je was. Ik merk dat veel hooggevoelige mensen moeite hebben met boosheid. Het mag er niet zijn. Toch is deze emotie waardevol en functioneel. Het kan het vuurtje laten ontbranden om dichter bij jezelf te komen. En voor jezelf te gaan staan: ‘ik laat de oordelen en afkeuring van mijn ouders niet verder mijn leven bepalen’.
    Als je de boosheid steeds meer toelaat en loslaat, schep je ook ruimte in jezelf. Voor zelfliefde en wellicht in een later stadium voor een andere kijk op je ouders. Doordat er ruimte in jou vrij komt, kunnen diepe inzichten naar boven drijven over jouw ouders. Je begrijpt en voelt waarom het moeilijk voor ze was om jou volledig erkenning te geven.

    Je ouders los laten
    Onbewust snakken velen nog op volwassen leeftijd naar erkenning van hun ouders. Daarmee maak je jezelf afhankelijk. Want wat als die erkenning nooit komt? Het gebeurt weinig dat ouders uit eigen beweging alsnog de erkenning geven. Ook zij zitten al jaren in dit patroon, ze zijn zich er waarschijnlijk niet eens van bewust. Wanneer je het toch bespreekbaar maakt, is de kans groot dat je op weerstand stuit en ze het weg wuiven.
    Pijnlijk, maar het kan je helpen in je proces. Door de afwijzing bewust te ervaren en de gevoelens die het teweeg brengt bewust toe te laten. Doorvoel de boosheid en het verdriet en laat het los. Dit helpt je om je ouders meer los te laten.
    Wanneer je je ouders energetisch loslaat op zielsniveau, neemt je behoefte aan erkenning af. Door energetisch contact te maken verkrijg je inzicht in hun motieven en wordt hun onvermogen voelbaar. Dit helpt om te aanvaarden wat er gebeurd is en het los te laten.

    Niet thuis voelen op aarde
    Het gevoel dat je niet bij het gezin hoorde, kan als gevolg hebben dat je ook niet thuis voelt op aarde. Je bent zoekende, vraagt je af wat je bestemming is en vindt moeilijk aansluiting bij anderen.
    In sessies ontdekken mensen regelmatig dat dit thema al langer speelt dan dit huidige leven. Al lang geleden zijn ze verstoten door hun omgeving, terechtgesteld door het gezag en afgewezen door dierbaren. Vaak vanwege hun gaven. Nu is het tijd om dit thema definitief los te laten. Je gaven mag je ontdekken, erkennen en gebruiken.

    Herinner jezelf
    De sleutel tot erkenning vind je in jezelf. In deze tijd van een groeiend collectief bewustzijn maken we de ontwikkeling om onze erkenning en bevestiging niet meer van anderen te verkrijgen, maar onszelf hierin te voorzien. Het is een behoorlijke transformatie, waar we allemaal onze weg in zoeken. Het zijn processen van jaren, steeds een stapje verder. Wanneer we ons verlangen naar erkenning door anderen loslaten, kunnen wij ons zelf gaan zien. En als we ons zelf zien, zien anderen ons ook.
    Het is het herinneren van jezelf, je ziel. Dit is ook de betekenis van gnosis: herinner jezelf.

    Bron: nieuwetijdskind.com

10 berichten aan het bekijken - 11 tot 20 (van in totaal 68)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 14 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.249, berichten: 17.538, leden: 2.083