Depressie

  • Dit onderwerp bevat 79 reacties, 3 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 23/08/2020 om 21:34 door Luka.
5 berichten aan het bekijken - 76 tot 80 (van in totaal 80)
  • Auteur
    Berichten
  • #251321
    Luka
    Moderator

    Jaarlijks overwegen naar schatting zeker 400.000 Nederlanders om een einde aan hun leven te maken. Toch rust op het hebben van doodsgedachten een groot taboe, we praten er liever niet over. Dat gebeurt juist wél in Verstrikt, een persoonlijke podcast van Maarten Dallinga (Anoniem Intiem) voor Omroep Gelderland. Reageren? Mail naar verstrikt@gld.nl.

    Alle afleveringen staan hier, maar luisteren kan ook via onder meer Apple Podcasts, Spotify, Stitcher en Player FM.

    Omroep Gelderland wint journalistieke prijs De Tegel met ‘Verstrikt’

    #251524
    Luka
    Moderator

    M/V op de divan; waarom de psychiatrie te weinig oog heeft voor sekseverschillen

    In de psychiatrie is opvallend weinig aandacht voor verschillen tussen vrouwen en mannen, zegt psychiater Thérèse van Amelsvoort. Daardoor krijgen niet alleen vrouwen, maar ook mannen niet altijd de hulp die het beste voor hen is.

    In de somatische geneeskunde dringt langzaam maar zeker het besef door dat vrouwen en mannen weliswaar aan dezelfde aandoeningen kunnen lijden, maar dat die met heel verschillende klachten gepaard kunnen gaan. Hart- en vaatziekten zijn er een goed voorbeeld van. Maar in de psychiatrie is nog maar weinig oog voor verschillen tussen vrouwen en mannen, zegt psychiater Thérèse van Amelsvoort (Maastricht University). Ze is een van de redacteuren van het ‘Handboek Psychopathologie bij vrouwen en mannen’ waarin 32 hoofdstukken zijn opgenomen over sekse en genderverschillen bij psychische aandoeningen. Dat handboek is geen overbodige luxe, legt ze uit: “De klinische richtlijnen besteden opvallend weinig aandacht aan diversiteit binnen de psychiatrie. De psychiatrie loopt echt achter.”

    Het vóórkomen van psychische ziektes, de kans dat je ze kunt krijgen, en de manier waarop de ziekte zich uit en verloopt, verschilt bij vrouwen en mannen. Dat heeft te maken met biologische verschillen (de sekseverschillen), maar ook met beelden, ideeën en verwachtingen die we hebben van vrouwen en vrouwelijk gedrag, en mannen en mannelijk gedrag (genderstereotiepe verschillen: de eigenschappen die we aan mannen en vrouwen toedichten). Die ideeën en verwachtingen zijn de gekleurde bril waardoor we naar hun gedrag kijken en wat we daarbij vinden ‘passen’, legt van Amelsvoort uit.

    Frustratie en woede
    Dat vrouwen vaker piekeren, angstig en depressief­­ zijn dan mannen, en dat mannen er sneller op los slaan en vaker naar drank en drugs grijpen dan vrouwen, past goed bij genderstereotiepe ideeën waarin vrouwen (als biologische sekse) de zwakke, zieke en zeurende partij zijn (de culturele opvatting over hun sekse), en mannen (als biologische sekse) sterk, stoer en autonoom zijn (de culturele opvatting over hun sekse). Talloze onderzoeken bevestigen dat mannen hun frustratie en woede veel vaker op de buitenwereld botvieren dan vrouwen, die zulke emoties meestal op zichzelf richten. Ook het cliché dat mannen vooral doeners en geen praters zijn, terwijl vrouwen het wel graag over hun gevoelens hebben, is vaak waar. Maar genderstereotiepe ideeën sluiten mannen en vrouwen op in een keurslijf dat vaak ook niet past, blijkt uit het Handboek Psychopathologie bij vrouwen en mannen.

    Iedereen kent sterke, autonome vrouwen, en ook iedereen kent depressieve, piekerende mannen; alleen wéét je in dat laatste geval lang niet altijd dat je ze kent. Want een ‘zwakke’ man geldt als een onmannelijke man, en daarmee als een diskwalificatie van zichzelf. Vrouwen doen meer suïcidepogingen, maar mannen maken twee keer vaker een einde aan hun leven, schrijft psychiater Anja Lok in het Handboek. Waarom zijn die mannen niet in beeld? Vermoedelijk omdat depressie bij mannen met (deels) andere symptomen gepaard gaat dan bij vrouwen en daardoor slechter wordt herkend (zie kader ‘Depressies‘).

    Slaapstoornissen
    Ysbrand van der Werf, neurowetenschapper gespecialiseerd in slaap en cognitie (Amsterdam­­ UMC)

    “Vanaf ongeveer twaalf jaar zien we verschillen in slaap tussen meisjes en jongens. Meisjes hebben een jaar eerder dan jongens een forse afname van de diepe slaap. Slapeloosheid (moeilijk inslapen, slecht doorslapen of te vroeg wakker worden) neemt bij meisjes toe als ze gaan menstrueren. Jongvolwassen vrouwen liggen langer in bed dan jongvolwassen mannen, ze slapen langer en ze zijn minder lang wakker. Dat betekent niet dat zij ook beter slapen dan mannen. Misschien hebben ze meer behoefte aan slaap, en is wat ze méér slapen voor hen nog steeds niet voldoende.

    “Zwangerschap heeft een negatieve invloed op slaap en ook de menopauze, met zijn opvliegers, nachtzweten en stemmingsschommelingen, kan de slaap behoorlijk verstoren. Hetzelfde geldt voor rusteloze benen, iets waar vrouwen twee keer vaker last van hebben dan mannen. Mannen op hun beurt kampen twee tot drie keer vaker met luid snurken en ademstops, en hebben dat bovendien ernstiger dan vrouwen.

    “Slecht slapen kan zowel het gevolg zijn van andere psychische aandoeningen als een (mede)veroorzaker. Wie voortdurend piekert, slaapt slecht, maar als je slecht slaapt, kan het in je hoofd ook gaan malen. Slaapproblemen zijn, vooral bij vrouwen, vaak een goede voorspeller voor het ontwikkelen van depressie en PTSS.

    “Vrouwen komen met slaapklachten meestal bij de huisarts terecht, mannen vaker bij een slaapspecialist. Waarschijnlijk is dat omdat de eerste klacht van vrouwen meestal extreme vermoeidheid is. Daar kan een slaapspecialist minder aan doen dan aan snurken en adem­stops.”

    Excessief sporten
    Hoe kan het dat daar weinig oog voor is? Om te beginnen gaan vragenlijsten die worden gebruikt om een bepaalde aandoening op het spoor te komen, impliciet uit van een ‘typisch mannelijke’ of ‘typisch vrouwelijke’ stoornis door het type vragen dat wordt gesteld. Met een vraag naar het uitblijven van hun menstruatie kunnen jongens met eetproblemen niets. Wellicht levert een vraag naar excessief sporten in hun geval meer op, want het lijkt erop dat mannen met anorexia een grotere ­obsessie hebben voor spiermassa dan anorectische vrouwen, aldus de site http://www.anorexiajongens.nl.

    Daarnaast moeten hulpverleners, om hun behandeling door zorgverzekeraars betaald te krijgen, de psychische klachten van patiënten labelen met een code uit de DSM-5, het Handboek voor de psychiatrie, legt van Amelsvoort uit. Daarin zijn talloze psychische klachten ondergebracht in ruim 350 zogeheten classificaties. Bekende classificaties – in het populaire taalgebruik ook wel ‘etiketten’ genoemd – zijn depressie, ADHD, borderlinepersoonlijkheidsstoornis, ASS (autismespectrumstoornissen), schizofrenie en angst. Psychische klachten worden dus als het ware ingepast in een van deze classificaties, en dat kan de blik van hulpverleners behoorlijk sturen.

    Autistisch spectrum
    Els Blijd-Hoogewys, klinisch ­psycholoog­ en voorzitter van Female­­ Autism Network of the Netherlands

    “Het duurt vaak een poos voordat vrouwen met ASS – autismespectrumstoornissen – weten dat ze autisme hebben. Dat komt omdat ze ontzettend goed zijn in camoufleren, compenseren en assimi­leren. Je kunt dan denken: dat is toch prima? Maar continu mensen observeren en hun gedrag nabootsen, steeds op je tenen lopen en intussen voortdurend aan jezelf twijfelen of je het wel goed doet, kost bakken energie. Zulke vrouwen zijn aan het einde van de dag bekaf. Ze worden constant overvraagd en ze hebben geen hersteltijd. Stress, vermoeidheid, burn-out, depressie en angst zijn dan ook vaak hun vaste kompanen.

    “Waarom overkomt vrouwen dit vaker dan mannen? Omdat meisjes al jong gesocialiseerd worden om aardig te zijn, zich in een ander te verplaatsen en zich aan te passen. Die ‘training’ maakt ASS helaas niet draaglijker of gemakkelijker. Het leidt er vooral toe dat vrouwen pas veel later gediagnosticeerd worden dan mannen, en dus langer met hun problemen rondlopen. Door open en goed te luisteren naar patiënten en niet te proberen hun verhaal in een ­afvinklijstje te gieten, kunnen ­behandelaars voorkomen dat ze het echte probleem niet zien.

    “Overigens zijn er ook mannen met deze vrouwelijke vorm van ASS. Zij zijn er eigenlijk nog slechter aan toe want ja, ze maken contact­­ en ze lijken zich sociaal te gedragen. Dus wat is het probleem?, zegt hun omgeving. Nou, die omgeving heeft waarschijnlijk ook geen probleem. Maar die man wel!”

    Stille meisjes
    Ook genderstereotiepe denkbeelden van hulpverleners kunnen een open en luisterende houding in de weg zitten. Als hulpverleners verwachten dat bepaald gedrag of een bepaalde aandoening ‘typisch mannelijk’ of typisch vrouwelijk’ is, kan dat ertoe leiden dat een verkeerde diagnose wordt gesteld en ook een verkeerde behandeling wordt ingezet. Van Amelsvoort: “Bij stille meisjes die voortdurend wegdromen wordt sneller gedacht aan een aanhoudende, lichte depressie, dan aan ADD (ADHD zonder hyperactiviteit en zonder impulsiviteit, mvh). En vrouwen met ADHD-symptomen – hyperactief, impulsief en verbaal agressief – krijgen vaker de diagnose borderlinepersoonlijkheidsstoornis dan ADHD.”

    Ook wat de behandeling met medicatie betreft, is er onderzoek nodig waarin oog is voor sekseverschillen, zegt van Amelsvoort: “De richtlijnen in het Farmaceutisch Kompas zijn gebaseerd op onderzoek dat vooral is uitgevoerd bij mannen, terwijl we in de praktijk meer vrouwen behandelen. Vrouwen hebben veel vaker last van bijwerkingen dan mannen. Inmiddels is het wel verplicht aandacht te besteden aan sekse en gender bij het aanvragen van onderzoekssubsidie.”

    Gendersensitiever
    Of vrouwen en mannen evenveel last hebben van psychische aandoeningen, is onduidelijk. Vrouwen zoeken in de regel wel vaker hulp dan mannen, maar dat is geen bewijs dat ze een grotere psychische last met zich meedragen. Van Amelsvoort: “Mannen willen niet altijd over emotionele problemen praten. Daarom moet de hulpverlening in de psychiatrie gendersensitiever worden en beter aansluiten bij de behoeften van vrouwen en mannen.” Dat betekent dat er meer oog moet zijn voor genderspecifieke aspecten bij de behandeling: “Nu zijn veel ggz-hulpverleners vrouw, zij hebben­­ vaak een-op-eencontact met een vrouwelijke patiënt. Misschien hebben mannen meer behoefte aan supportgroepen om samen dingen te doen en zo problemen aan te pakken.”

    Daarnaast is er aandacht nodig voor alle genders, dus ook voor transgenders, interseksen, genderfluïde mensen, enzovoorts, vindt van Amelsvoort: “Om iedereen passende hulp te kunnen geven, is een geïntegreerde biologische, psychologische en sociaal-maatschappelijke benadering van vrouw- en man-zijn belangrijk. Dat betekent dat de verhouding tussen feminiene en masculiene aspecten op die drie gebieden bij elk individu anders kan zijn. Van zo’n benadering, die op dit moment volop in ontwikkeling is, kan iederéén profijt hebben.’

    Depressies
    Anja Lok, psychiater gespecialiseerd in complexe stemmingsstoornissen bij jongvolwassenen (Amsterdam UMC)

    “Bijna een op de vijf Nederlanders krijgt een keer in het leven een depressie­­, vrouwen twee keer vaker­­ dan mannen. Maar klopt dat laatste wel? Misschien zoeken depressieve mannen minder vaak hulp, dempen ze hun somberheid met alcohol, vinden ze het onmannelijk om hun pijn en verdriet te laten zien. Waarom zou het verschil zo groot zijn? Want hoewel vrouwen vaker een suïcidepoging doen, plegen mannen twee keer vaker dan vrouwen suïcide. En er is een verband tussen depressie en zelfdoding.

    “De DSM-5, het handboek voor de psychiatrie, noemt voor depressie symptomen zoals sombere stemming, verlies van interesse of plezier, verminderde eetlust, weinig libido, slecht slapen, verlies van energie. Maar bij mannen kan depressie er weleens heel anders uitzien: irritatie, woede, middelenmisbruik, verminderde impulscontrole en risicozoekend gedrag. Uitingsvormen die corresponderen met externaliserend en vermijdend gedrag van mannen. In de Verenigde Staten is in onderzoek het diagnostisch instrumentarium met inbegrip van deze ‘mannelijke’ symptomen gebruikt, en toen verdween het depressie-genderverschil als sneeuw voor de zon.

    “Het is sowieso lastig dat het bij depressie om zoveel verschillende symptomen gaat. Onderzoekers vonden bij ruim 3700 depressieve patiënten meer dan 1000 unieke symptoomprofielen. Bedenk ook dat depressie vaak samengaat met andere psychische aandoeningen, omdat ze daarmee nogal wat risicofactoren deelt.

    “Gelukkig kan de netwerkbenadering helpen om deze kluwen te ontwarren en patronen op het spoor te komen. Mogelijk komen we er op deze manier ook achter of er bij mannen inderdaad sprake is van onderdiagnostiek.”

    Bron: Trouw >>

    #251846
    Luka
    Moderator

    Vijf jaar lang worstelde schrijver en journalist Nowelle Barnhoorn met een depressie en een burn-out. Ze vertelt hoe ze besloot te accepteren hoe ongelukkig ze zich voelde.

    Als je valt als je klein bent, proberen je ouders je af te leiden van de pijn. En ook als we ouder worden proberen we op allerlei manieren onze negatieve emoties te onderdrukken, zegt schrijver Nowelle Barnhoorn. En dat zit ons alleen maar in de weg.

    Bron: human.nl

    #252511
    Luka
    Moderator

    Angst en somberheid verklaard vanuit de evolutie: ‘Natuurlijke selectie geeft geen snars om ons geluk’

    Angst en somberheid zijn nuttig, zegt de Amerikaanse psychiater Randolph Nesse. In zijn nieuwe boek zoekt hij de verklaring voor mentale pijn in de evolutie. ‘Natuurlijke selectie geeft geen snars om ons geluk.’

    Komt een 35-jarige vrouw bij de Amerikaanse psychiater Randolph Nesse met ernstige angstklachten waarvoor ze al jaren naar een behandeling zoekt. Haar huisarts gaf haar pillen voor haar maag, omdat ze zo vaak misselijk is van de angst. Die pillen hielpen niet. Ze ging naar een therapeut die suggereerde dat ze seksuele gevoelens voor haar vader had, iets wat ze niet herkende. Vervolgens kwam ze bij een psychiater die een chemische onbalans in de hersenen vermoedde en antidepressiva voorschreef. Toen ze in de bijsluiter las dat die medicatie tot zelfmoord kon leiden, gooide ze de pillen weg. ‘Drie verschillende experts en drie verschillende diagnoses’, moppert ze tegen Nesse. ‘Jullie vakgebied is in verwarring, dat weet je toch hè?’

    Dertig jaar later galmt deze opmerking nog na, in het hoofd van Nesse. Want de psychiatrie zit op een dood spoor. Er zitten geen nieuwe medicijnen in de pijplijn. En u mag dan in de krant het ene na het andere nieuwtje lezen over interessante inzichten in het brein, de patiënt heeft er vooralsnog weinig aan. Ook de speurtocht naar de genetische oorzaak van psychische aandoeningen brengt niet de helderheid waarop werd gehoopt.

    Daarom gooit de Amerikaanse psycholoog en psychiater Nesse het over een andere boeg. Hij zoekt naar evolutionaire verklaringen voor het ontstaan van depressies, schizofrenie en angststoornissen. ‘Mentale pijn moet zijn geëvolueerd zijn omdat het onze genen hielp te overleven.’

    In zijn nieuwste boek Het nut van angst & somberheid schrijft Nesse dat emoties onze soort helpen om situaties zo goed mogelijk uit te buiten. Als er veel vis in de rivier zit, helpt een uitbundige stemming ons om daar zo goed mogelijk van te profiteren. Als de natuur even niks te bieden heeft, dempt dat de stemming en zijn we geneigd ons terug te trekken om energie te sparen. Net als dieren die in winterslaap gaan.

    ‘Ook angst is een nuttige emotie. Het helpt ons niet in zeven sloten tegelijk te lopen. Maar angstregulatie is een kwetsbaar systeem en het staat te scherp afgesteld. Net als een brandmelder die al gaat piepen als de toast aanbrandt, krijgen wij ook vaak vals alarm. Want evolutionair gezien kun je beter een paar keer onnodig in paniek raken dan dat je te laat onderkent dat er een leeuw in de bosjes zit. Dat vergroot je overlevingskans.’

    Wat betekent uw zienswijze voor de behandeling van angst en depressie?
    ‘Ik wil vooral nieuwe vragen stellen om ons inzicht te vergroten. Er is geen snelle oplossing voor depressie en angststoornissen. Ik stel bijvoorbeeld de vraag waarom in de algemene geneeskunde symptomen als pijn of hoesten worden beschouwd als nuttige reacties die op een probleem attenderen. Zij sporen aan tot het zoeken naar een oorzaak. In de psychiatrie worden symptomen als angst en somberheid vaak beschouwd als het probleem zelf. Ik herinner mij een gesprek met een jonge vrouw die was opgenomen met een zware depressie. Halverwege het gesprek zei ze: ‘Het is allemaal begonnen nadat ik was verkracht.’ In haar dossier stond geen woord over de verkrachting. Toen ik haar huisarts vroeg of hij ervan wist, zei hij: ‘Ja, maar niet iedereen die wordt verkracht, raakt depressief’. Dat is hetzelfde als zeggen dat niet iedereen die rookt longkanker krijgt.’

    Hoe kijkt u naar antidepressiva?
    ‘Die kunnen nuttig zijn om de vicieuze cirkel te doorbreken waarin mensen met angst en somberheid vaak terechtkomen. Net zoals gedragstherapie zo’n negatieve spiraal kan doorbreken. Pijnstillers doen iets soortgelijks: die doorbreken het pijnsysteem. Maar dat betekent niet dat de arts niet meer hoeft te zoeken naar de oorzaak van angst en somberheid. Net zoals de arts bij maagpijn niet alleen de pijn stilt, maar ook de oorzaak zoekt.’

    Waarom hebben vrouwen twee keer vaker angststoornissen dan mannen?
    ‘Dat wordt vaak gezien als een teken dat er iets mis is met vrouwen. Maar een evolutionair perspectief draait het om. Mannen en vrouwen hebben de juiste hoeveelheid angst. Vrouwen zijn meer bezig met hun welzijn en dat gaat gepaard met een bepaalde hoeveelheid angst; mannen willen zo veel mogelijk genen doorgeven, lopen daardoor meer risico’s en dan is het handig wat minder angst te hebben.’

    Waarom benadrukt u in uw boek dat een depressie geen kwestie is van een ziek of abnormaal brein?
    ‘Omdat het suggereert dat bepaalde mensen een depressie krijgen. Terwijl we allemáál kwetsbaar zijn voor psychische aandoeningen. En ik probeer te verklaren waarom de evolutie ons daarmee heeft opgezadeld. Zo zijn sommige stemmingsveranderingen goed voor onze genen, maar ze gaan ten koste van onszelf. Ons verlangen naar een perfecte partner, geweldige seks, rijkdom en status zijn fijn wanneer ze worden vervuld, maar als het niet lukt, ligt frustratie op de loer en die verpest vele levens. Onze voorouders die dit soort verlangens konden negeren, kregen minder kinderen en daarom hebben we hersenen die ons aanzetten om alsmaar te blijven streven. Depressieve symptomen ontstaan als damp tussen wensen en verwachtingen. Neerslachtigheid heeft dus een functie. Het helpt ons te stoppen met het najagen van onbereikbare doelen.’

    Veel depressies hebben toch geen oorzaak?
    ‘Voor ongeveer de helft van de depressies is geen oorzaak aan te wijzen. Voor de rest kunnen we dat wel. Ik heb veel directeuren van grote bedrijven behandeld. Het kernprobleem was een overweldigende ambitie waardoor ze ondanks hun aanzienlijke prestaties voortdurend onbevredigd waren. Behandelaars richten zich vaak op persoonskenmerken en negeren leefsituaties. Ik heb zoveel mensen gezien die klem zaten in een slecht huwelijk waar ze niet uit durfden stappen of zich gevangen voelden in een doodlopende baan. De oorzaken kunnen zo divers zijn: ook fysiek. Tijdens het Minnesota Starvation Experiment gingen gezonde, emotioneel stabiele proefpersonen akkoord met een dieet waardoor ze een kwart van hun lichaamsgewicht kwijtraakten. Tegen de tijd dat ze op dat gewicht kwamen, waren de meesten moe, depressief, wanhopig en dachten ze het grootste deel van de dag aan eten.’

    Dan heeft depressie dus toch een functie?
    ‘Nee, de somberheid heeft een functie. Het stimuleert ons om te kijken of onze doelen wel haalbaar zijn. Maar net als bij angst is de regulatie van de emotie somberheid een kwetsbaar systeem. Het lukt niet altijd weer terug te keren naar de normaalstand, zoals de bedoeling is. Soms ontspoort het systeem en krijgen we een depressie. Of worden we ziekelijk opgewekt en gevaarlijk optimistisch. Of zijn we nergens bang voor. Maar met deze klachten komen mensen meestal niet naar de dokter. Ik sprak ooit een autocoureur die nooit angst had gekend. Dat kwam goed uit, dus die zocht geen hulp. Pas toen hij opeens angstig werd nadat een bevriende coureur een dodelijk ongeluk had gehad, zocht hij hulp. Maar ja. Zijn angst was natuurlijk volkomen normaal.’

    We zijn allemaal kwetsbaar voor psychische aandoeningen. Waarom benadrukt u dat steeds?
    ‘In de VS is depressie voor de meeste mensen een breinafwijking. Alsof er een normaal ontwerp is en alles wat daarvan afwijkt, abnormaal is. Er is niet zoiets als een normaal genoom of een normaal brein of een normale persoonlijkheid. Er zijn veel variaties. En wat normaal is, hangt ook af van de situatie. Een bloeddruk van 170/110 is abnormaal in rust, maar tijdens inspanning normaal en nuttig. Of opgewektheid en somberheid normaal zijn, hangt ook vaak af van de situatie. Maar de kwetsbaarheid voor psychische stoornissen hebben we allemaal. En als ik stoornissen behandel, merk ik dat veel patiënten zich krachtiger voelen als ik ze uitleg dat hun stoornis een nuttige respons is die makkelijk uit de hand loopt. Je somber voelen kan een heel nuttige respons zijn, tot die ontspoort. Net als angst.’

    Waarom ontspoort dat bij de een wel en bij de ander niet?
    ‘Het gaat vaak om een combinatie van vele factoren. Ervaringen in de vroege jeugd, een genetische aanleg, de leefsituatie, middelenmisbruik en ga zo maar door.’

    Waarom leidt natuurlijke selectie niet tot minder depressie, autisme en schizofrenie?
    ‘Het lichaam is niet gemaakt voor maximale gezondheid of geluk, maar voor een maximale overdracht van genen. Natuurlijke selectie geeft geen snars om ons geluk. Het lichaam zou natuurlijk veel perfecter kunnen, maar wel tegen een prijs. Je zou een groter brein kunnen hebben, maar met het risico tijdens de bevalling te overlijden. Je bloeddruk kan lager, maar dan ga je zwakker en trager bewegen. De beste verhouding tussen kosten en baten ligt in het midden. Te gevoelig voor angst is niet goed, te weinig ook niet. Natuurlijke selectie wil dingen niet zozeer veranderen, maar ze hetzelfde houden op een gemiddeld niveau. Een leven zonder angst lijkt fijn, maar dat zou maar een kort leven zijn. Als we geen verdriet konden voelen en het ons niet zou interesseren wat anderen van ons vinden, zouden we geen diepgaande relaties kunnen ontwikkelen. Ook hier een uitwisseling van kosten en baten.’

    Het nut van angst & somberheid is vooral het relaas van een psychiater die vragen stelt en op onderzoek uitgaat. Soms geeft Nesse antwoorden op basis van onderzoek. Soms is het bewijs dat hij aanlevert vooral anekdotisch. Geregeld vertelt hij over zijn ervaringen in de spreekkamer. Aan het slot oppert hij de mogelijkheid dat onze gevoeligheid voor psychische stoornissen de prijs is die we moeten betalen voor onze mentale vermogens. ‘We hebben enorme mentale capaciteiten ontwikkeld. De menselijke geest is snel, efficiënt, creatief en kan geweldige dingen doen. Maar er is altijd een prijs die betaald moet worden. Elke nieuwe generatie renpaarden heeft langere, dunnere en snellere benen. Daar worden ze op gefokt: op snelheid. De keerzijde van de medaille is dat ze veel vaker een been breken.’

    Nesse wil het interview via Zoom beëindigen met een optimistische noot. ‘We zijn vaak ontzet over het lijden in het leven. Maar eigenlijk zouden we verbaasd moeten zijn en ontzag moeten voelen voor het feit dat zoveel mensen psychisch gezond zijn. Vier op de vijf mensen zijn het grootste deel van de tijd gelukkig. Dat is best een wonder.’

    Bron: de Volkskrant >>

    #252690
    Luka
    Moderator

    Een omgekeerde depressie: over atypische depressie

    In het kort. Atypische depressie is een vorm van depressieve stoornis. Patiënten moeten aan de kenmerken van een ‘gewone’ depressie voldoen, en aan twee specifieke symptomen van atypische depressie: overgevoeligheid voor afwijzing, gewichtstoename, teveel slapen en een zwaar gevoel in armen en benen. De oorzaken liggen vaak in een moeilijke jeugd en de behandeling is meestal een combinatie van medicijnen, therapie en van levensstijl veranderen.

    Niet altijd somber: alles over atypische depressie
    Depressie is een ontzettend vaag begrip. Je moet voor langere tijd somber zijn en minder interesse tonen in activiteiten die je normaal wel leuk vindt, zoals een hobby. Naast deze twee zogenoemde kernsymptompen moet je ook minstens voldoen aan drie aanvullende symptompen. Hieronder vallen een verminderde eetlust, slapeloosheid, vermoeidheid en rusteloosheid. “Ook hebben veel mensen met een depressie moeite met concentreren of gedachten aan de dood”, vult Nancy Schimelpfening, een masterstudent in psychologie aan.

    Dit geldt ook voor atypische depressie, maar dan net wat anders. Mensen die met deze vorm van depressie gediagnosticeerd zijn kunnen namelijk wél genieten van bepaalde dingen – of het nu om een een promotie op werk, goed boek of leuke film gaat – en zijn niet continu down. Verder onderscheidt deze vorm van depressie zich van de ‘gewone’ variant door een hoop symptomen om te draaien. Het wordt dan ook wel ‘omgekeerde depressie’ genoemd.

    Mensen met een atypische depressie moeten minstens aan twee van de volgende symptomen voldoen – naast de algemene kenmerken van depressie: bovengemiddeld veel slapen, een vergrote eetlust en zwaar aanvoelende benen en armen, alsof je met lood in je schoenen loopt. “Je ziet toch weleens mensen in de sportschool optrekken met extra gewicht? Zo voelde ik me dus altijd”, vertelt voormalig cliënt Nancy Wachter in gesprek met de Amerikaanse website Psychiatric News.

    De symptomen: allesbehalve gevoelloos
    Ook hebben mensen met atypische depressie last van overgevoeligheid voor afwijzing. De gemoedstoestand wordt beïnvloedt daar externe gebeurtenissen. Het staat dan ook lijnrecht tegenover de meer melancholische vorm van de ziekte, waarbij iemand alles kut vindt, of het nu positief of negatief is. “Melancholische depressie is als een grote steen. Er is geen beweging in te krijgen en de somberheid blijft”, legt Jonathan Stewart uit, professor in de klinische psychiatrie.

    Bij atypische depressie ben je allesbehalve gevoelloos, maar reageer je sterk op je omgeving. Je vindt het bijvoorbeeld leuk als je zusje geslaagd is, maar beleeft haar verdriet net zo intens wanneer ze gezakt is. Stewart: “Als er iets leuks gebeurt voel je je voor eventjes beter.” Maar andersom geldt hetzelfde. “Patiënten met deze vorm reageren sterk op negatieve gebeurtenissen, zoals persoonlijke afwijzing.”

    Atypische depressie is een ontzettend ongelukkig gekozen naam, omdat het juist heel vaak voorkomt. “De term doet het lijken alsof het zeldzaam is”, verklaart Frederick Miller, die een promotieonderzoek naar de vorm van depressie deed. Het wordt in de DSM V omschreven als een depressieve stoornis met a-typische kenmerken, net zoals een winterdepressie.

    Opvallend is dat vooral meisjes en vrouwen gevoelig zijn voor dit soort seizoensgebonden depressies. Volgens Andrew Nierenberg, directeur van Massachusetts General Hospital, heeft 42 procent van de met depressie gediagnosticeerde mensen last van de atypische-variant. “Het komt veel vaker voor dan we denken. Het lukt simpelweg vaak niet om het te herkennen”, verklaart Nierenberg.

    De oorzaak en behandeling van atypische depressie
    Waarom de ene persoon een atypische depressie krijgt en de ander niet is nog grotendeels onduidelijk. “Wel zijn er factoren die de kans erop vergroten”, zegt Nierenberg. Algemene risicofactoren zijn traumatische ervaringen uit het verleden – zoals misbruik, sterfgevallen of een scheiding -, alcohol- en drugsmisbruik en andere psychische klachten. Ook genen spelen een rol, aangezien mensen met een familiegeschiedenis van atypische depressie er later ook mee gediagnosticeerd worden.

    De behandeling van atypische depressie is meestal een combinatie van medicijngebruik, therapie en een verandering in levensstijl. Er wordt bijvoorbeeld antidepressiva voorgeschreven. Ook kun je in therapie gaan om denkpatronen te analyseren en trauma’s uit je jeugd te verwerken. Ook is het vaak belangrijk om je leven enigszins aan te passen. Vermijd drugs, neem een gebalanceerd dieet en sport minstens drie keer per week.

    Bron: Commen >>

5 berichten aan het bekijken - 76 tot 80 (van in totaal 80)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 11 ▪︎ leden online: 1
Jill
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.363, reacties: 12.928, actieve leden: 1.149
Scroll Up