Seksueel misbruikt door een vrouw

  • Dit onderwerp bevat 30 reacties, 3 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 03/08/2020 om 13:07 door Mark.
6 berichten aan het bekijken - 26 tot 31 (van in totaal 31)
  • Auteur
    Berichten
  • #246176
    Luka
    Moderator

    Op z’n Duits | Als zij je dwingt

    Seksueel geweld draait om macht. Doorgaans zijn mannen machtiger dan vrouwen. Doorgaans zijn mannen de plegers van seksueel geweld. Maar doorgaans is niet altijd. Het wordt tijd dat we het gaan hebben over vrouwen als daders.

    Stereotypen over gender raken iedereen, het patriarchaat naait ons allemaal. Sommige stereotypen worden ingezet om genderongelijkheid te vergoelijken. Als vrouwen beter zijn in zorgen, is het vanzelfsprekend dat zij thuis blijven. Als mannen van nature agressief zijn is het logisch dat zij aan de top staan. Als feminist zie ik het daarom als mijn taak om genderaannames in twijfel te trekken, ook als dat voor vrouwen niet zo gunstig uitpakt.

    Seksueel geweld door vrouwen is een moeilijk thema, omdat mannen in de dominante manier van denken over mannelijkheid geen slachtoffers zijn. Het idee is dat als zoiets mannen al overkomt, andere mannen de schuldigen zijn. Recent Amerikaans onderzoek laat echter zien dat vrouwelijke daders minder zeldzaam zijn dan gedacht.

    De onderzoekers baseren zich op grote surveystudies, uitgevoerd door de Centers for Disease Control and Prevention en het Bureau of Justice Statistics. Bijzonder opmerkelijk is dat een even hoog aantal mannen als vrouwen in het laatste jaar seks tegen zijn of haar zin heeft gehad. Bij mannen gaat het dan om ‘gedwongen zijn te penetreren’. In bijna tachtig procent van deze gevallen was de pleger vrouw. Vrouwelijke daders komen meer voor bij heteroseksuele mannen én bij lesbische slachtoffers. Een andere survey laat zien dat daar ook vaak fysiek geweld bij wordt gebruikt: bij meer dan de helft van de mannelijke en 41 procent van de vrouwelijke slachtoffers.

    Meer dan twee miljoen Amerikanen zitten achter de tralies en het is common knowledge dat mannen daar anaal verkracht worden door andere gevangenen. Het blijkt echter dat vrouwelijke gedetineerden vaker misbruikt worden. De daders: andere vrouwelijke gevangenen. Het gaat om 13,7 procent van de vrouwen versus 4,2 procent onder mannen. Misbruik door bewakers is wel degelijk een probleem. Van alle volwassen gedetineerden die seksueel misbruik door de leiding rapporteerden, ging het bij 80 procent om alleen vrouwelijke daders. Dat komt niet omdat er zoveel vrouwen in de gevangenis werken: er werken juist drie keer meer mannen.

    Je hebt geen piemel nodig om iemand tot seks te dwingen. Het kan op vele manieren, van verbale druk tot slaan en bijten. Extra eng is dat (ander) onderzoek laat zien dat mensen een ‘nee’ van mannen minder serieus nemen: ongewenste seks wordt minder schadelijk gevonden als het slachtoffer man is. Hij zal het toch wel lekker vinden. Aangifte doen wordt daarom bemoeilijkt door schaamte. In het geval van vrouw-op-vrouw-geweld speelt stigma een andere rol: het doorbreekt het vermeend lesbisch Utopia.

    Vrouwen zijn daders van seksueel geweld. Dat druist zo in tegen onze ideeën over genderrollen dat we het er nauwelijks over hebben. Maar verkrachting is geen mannenzaak, het is een machtszaak. Dat mannen doorgaans meer macht hebben doet geen enkele afbreuk aan de ellende die sommige vrouwen de mensheid aandoen.

    Bron: Folia.nl

    #247793
    Mark
    Moderator

    Spreek ook vrouwelijke geweldsplegers aan

    ‘Ook na #MeToo blijven we halsstarrig blind voor de mannelijke slachtoffers en de vrouwe­lijke plegers van seksueel geweld. Al sinds de jaren 90 weten we dat mannen – net als vrouwen – slachtoffer worden, maar we doen er niets mee. Ze zijn weliswaar met minder, maar het gaat wel om veel mensen. Nederlands onderzoek geeft aan dat een op de vijf mannen tegen zijn wil gezoend of betast werd. Een op de zestien werd ooit gedwongen tot manuele, orale, vaginale of anale seks. Net als bij vrouwen dragen ze daar, bijna altijd in stilte, de gevolgen van.’

    Lees dit premium artikel verder op standaard.be of als lid van LSG in het ledendeel.

    #251887
    Mark
    Moderator

    Vrouwelijke zedendelinquenten bestaan, maar opereren vaak anders dan mannen


    Rechtbank in Rotterdam, foto ter illustratie Beeld © ANP

    Bij seksueel misbruik denken we vaak aan een oudere man met een jong meisje, maar dat beeld klopt lang niet altijd. Vrouwelijke daders bestaan wel degelijk, maar ze gedragen zich vaak anders dan mannen. “Het lijkt bij vrouwen minder vaak om lust of seksuele bevrediging te gaan, eerder over een gevoel van controle of macht.”

    In Den Haag staat vandaag een 49-jarige vrouw voor de rechter die wordt verdacht van jarenlang seksueel misbruik van een tiener. De jongen zou nog maar 13 zijn geweest toen het begon.

    5 procent
    Dit soort zaken zijn zeldzaam, als je kijkt naar de officiële cijfers. “Bij de zedenzaken die bij de politie en de rechter terechtkomen, is bij vijf procent een vrouw betrokken”, zegt criminoloog Miriam Wijkman van de VU. Zij deed het eerste grootschalige onderzoek naar vrouwelijke zedendelinquenten in Nederland.

    Niet alleen zijn vrouwen een stuk minder vaak dader, ook hun manier van doen is anders. Vrouwen zijn veel vaker medeplichtige dan initiatiefnemer.

    Wijkman kwam er in haar onderzoek achter dat twee derde van de vrouwen een of meerdere mannelijke medeplegers heeft. Mannen handelen juist meestal alleen.

    Bekende daders
    Hier zijn bekende voorbeelden van te noemen, zoals Michelle Martin, de vrouw van Marc Dutroux en meer recent Ghislaine Maxwell. Die laatste wordt ervan verdacht jarenlang minderjarige meisjes te hebben geronseld voor Jeffrey Epstein.

    Ook in Nederland speelt er dit jaar een zaak waarbij een vrouw elf jaar lang haar twee dochters en een vriendinnetje van hen liet misbruiken door haar vriend. Ze verklaarde doodsbang te zijn voor haar man en volledig in zijn macht te zijn.

    Wijkman legt uit dat er mogelijk meer vrouwelijke daders zijn, dan de cijfers laten zien. De reden is dat het voor slachtoffers vaak erg lastig is om aangifte te doen bij de politie, omdat ze zich ervoor schamen. “Voor mannelijke slachtoffers van vrouwen is het helemaal lastig”, zegt Wijkman. “Die vragen zich vaak af of ze het niet zelf gewild hebben. Zeker als het in hun puberteit is gebeurd.”

    Een ander belangrijk verschil met mannen is dat seksuele lust vaak niet of nauwelijks een rol speelt. Vrouwen kunnen wel iemand verkrachten met bijvoorbeeld hun handen of voorwerpen, zegt Wijkman, maar dat gebeurt niet heel vaak.

    “Vrouwen geven veel minder vaak dan mannen aan dat ze het doen omdat ze het leuk vinden”, zegt Wijkman. “Soms weten ze niet waarom ze het doen, en soms doen ze het onder druk van een man. Een andere reden kan zijn dat ze zelf een keer controle willen uitoefenen.”

    Soorten daders
    Natuurlijk zijn niet alle daders hetzelfde. In haar onderzoek wist Wijkman vier verschillende types van vrouwelijke daders te onderscheiden (zie kader voor meer info). Zo zijn er moeders die een oogje dichtknijpen bij het misbruik door haar man, jonge vrouwen die ‘experimenteren’ met kinderen, vrouwen met psychische problemen die samen met anderen misbruik plegen, maar ook echt zelfstandig opererende verkrachters.

    Allemaal heel verschillende categorieën, maar ze hebben allemaal gemeen dat ze niet passen in het beeld dat er vaak is bij misbruik van kinderen. “Het standaardverhaal wat we horen en lezen is een oudere man met een jonger meisje. Op het moment dat het verhaal daarvan afwijkt, vinden we het lastig.”

    Toch denkt Wijkman dat er door de aandacht voor seksueel geweld van de afgelopen jaren meer ruimte is gekomen voor slachtoffers van vrouwen om hun verhaal te doen. “Ik hoop dat er door #metoo ook voor deze groep meer begrip is gekomen.”

    Vier types daders

    1. De jonge aanranders. Vrouwen van tussen de 18 en 24 jaar die zelfstandig opereren en geen persoonlijkheidsstoornissen hebben. Vaak misbruiken zij kinderen in oppassituaties en zit het gedrag in de sfeer van betasting en/of orale seks. Het gaat vaak om een jong mannelijk slachtoffer dat een familielid is van de dader. De dader maakt gebruik van fysiek geweld.
    2. De verkrachter. Dit prototype valt op door de ernst van het delict. Het gaat bij deze groep vaak om delicten als gemeenschap en binnendringen, vaak bij oudere slachtoffers die niet tot hun familie behoren. Daders zijn vaak in hun jeugd seksueel misbruikt door iemand buiten hun familie.
    3. Psychisch belaste medeplegers. Deze groep wordt gekenmerkt door psychologische en/of psychiatrische stoornissen. De vrouwen zijn gemiddeld tussen de 30 en 35, en plegen de delicten met één of meerdere anderen. Soms zijn ze zelf misbruikt in hun jeugd, maar dat hoeft niet.
    4. Passieve moeders. Deze groep zit vaak in de hoogste leeftijdscategorie (ouder dan 41 jaar). Dit zijn vrouwen die toekijken bij misbruik of de gelegenheid geven tot misbruik. Ze spelen volgens hun verklaringen geen actieve rol bij het misbruik. De slachtoffers zijn vaak hun kinderen of stiefkinderen.

    Bron: ‘Zoiets doet een vrouw‘ niet door Miriam Wijkman, Catrien Bijleveld en Elisa Hoving.

    Vron: rtlnieuws.nl

    #252070
    Luka
    Moderator

    ‘IK WERD MISBRUIKT, MAAR NIET DOOR EEN MAN’

    Als we denken aan seksueel misbruik, dan verwachten we een mannelijke dader. Maar wat als de dader een vrouw is? Charlotte Knoors kon haar verhaal nergens kwijt en worstelde om haar misbruik onder ogen te komen: ‘Ik kon het niet accepteren, omdat mijn ervaring niet paste in het bekende verhaal.’

    6 oktober 2017. Mijn tijdlijn stroomt vol met berichten met de hashtag MeToo. Ze gaan over seksueel overschrijdend gedrag van mannen bij vrouwen. Terwijl ik de berichten lees, begint mijn lichaam overal te tintelen. Een groot probleem wordt eindelijk blootgelegd, denk ik: hoe vaak heb ik wel niet van vriendinnen gehoord dat ze door mannen zijn lastiggevallen, of erger?

    Er ligt een zware steen in mijn maag en ik heb moeite mijn ademhaling onder controle te houden. Ik wil schreeuwen, uit mijn vel springen. Dit heb ik ook meegemaakt. Maar ik kan geen ‘me too’ zeggen. Mijn stem blijft steken in mijn keel. De ervaring die ik heb met seksueel misbruik past niet in het bekende plaatje: mijn dader was namelijk geen man of jongen, maar een meisje.

    EEN DRAAIKOLK VAN EMOTIES
    Zolang ik me kan herinneren heb ik bepaalde flashbacks. Die bestaan uit beelden, geluiden en aanrakingen. Lange tijd kon ik ze niet goed plaatsen. Ik wist alleen dat ik de flashbacks niet fijn vond en probeerde ze te negeren. Pas op mijn 21ste viel het kwartje: wat dat tienermeisje mij als kind in mijn slaap seksueel had aangedaan, was misbruik.

    Ik viel in een draaikolk van emoties, voelde afwisselend boosheid, verdriet, angst en walging. Maar er was ook een stemmetje dat zei: ‘Zo erg was het toch niet? Het was toch niet gewelddadig?’ Mijn lichaam vertelde me echter een ander verhaal: ik voelde aanrakingen die ik niet wilde voelen, alsof het allemaal weer opnieuw gebeurde.

    In de maanden daarna zocht ik online naar verhalen van mensen die ook seksueel waren misbruikt door vrouwen of meisjes. Ik hunkerde naar herkenning, wilde me minder alleen voelen in mijn ervaring. Ik probeerde boeken en artikelen te vinden die mijn ervaringen omschreven, maar wat ik vond was op twee handen te tellen. Hoe kan dit? vroeg ik me af. Als mij dit is overkomen zijn er vast meer mensen die dit hebben meegemaakt.

    DE ONBEKENDE MAN IN DE BOSJES
    Het antwoord: ze zijn er zeker, en we zijn niet met weinig. Jan Hendriks, psycholoog en hoofd van de jeugdafdeling in de forensische polikliniek de Waag in Den Haag, stelt in Trouw dat jaarlijks duizenden meisjes seksueel misbruik plegen, variërend van billenknijpen tot (medeplichtigheid aan) verkrachting. Hendriks’ schatting is gebaseerd op buitenlandse cijfers en is moeilijk te peilen, omdat er bijna geen onderzoek wordt gedaan naar seksueel misbruik door vrouwen en meisjes. Volgens het Nederlandse Centrum voor Seksueel Geweld gaat het om zo’n 6 procent van de gevallen van seksueel misbruik.

    We kennen allemaal de mythe van de gewelddadige, onbekende man die midden in de nacht uit de bosjes springt en het op vrouwen heeft voorzien. Ik noem het een mythe, want in de meeste gevallen is de dader een bekende (zoals in drie kwart van de gevallen waarbij een kind het slachtoffer is). Bovendien vindt in lang niet alle gevallen van misbruik ook geweld plaats: er zijn mensen die emotioneel mishandeld worden of zozeer worden gemanipuleerd dat ze ‘instemmen’ met gedwongen seksuele handelingen.

    De mythe van de onbekende man in de bosjes creëert een blinde vlek voor andere vormen van seksueel misbruik. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen stelt dat nog geen 3 procent van de veroordeelde daders van seksueel misbruik vrouw is. Door gebrek aan onderzoek en aangiftes is het onduidelijk hoe groot hun aandeel daadwerkelijk is. Wie weet hoeveel mensen de afgelopen maanden in hun thuisquarantaine seksueel zijn misbruikt door een vrouw of meisje.

    GENDERROLLEN MAKEN ONS BLIND VOOR MISBRUIK DOOR VROUWEN
    Zulke verhalen blijven grotendeels onder de radar en worden weinig onderzocht, ziet criminoloog Miriam Wijkman, verbonden aan de Vrije Universiteit. Wijkman denkt dat het gebrek aan onderzoek komt door de aanname dat vrouwen en meisjes zich niet schuldig zouden maken aan seksueel misbruik. Het past niet in de genderrol die we toeschrijven aan witte vrouwen: zachtaardig en niet-gewelddadig.

    Die beeldvorming wordt mede beïnvloed door onze terminologie: we spreken nog vaak van seksueel geweld. De Latijns-Amerikaanse filosoof Linda Alcoff stelt in haar boek Rape and Resistance dat we beter de term ‘seksueel misbruik’ kunnen gebruiken, omdat slachtoffers die op niet-gewelddadige wijze zijn misbruikt niet altijd inzien dat wat zij hebben meegemaakt seksueel misbruik is. Mannelijke daders gebruiken lang niet altijd geweld, maar vrouwelijke daders gebruiken in vergelijking met mannen nog minder geweld. Ook daders van seksueel misbruik bij kinderen gebruiken lang niet altijd geweld, waardoor het moeilijker wordt om het misbruik te ontdekken. Kinderen die slachtoffer zijn, begrijpen überhaupt niet altijd dat ze seksueel zijn misbruikt, of weten niet hoe ze het moeten rapporteren – misleidende terminologie maakt het hun niet makkelijker.

    Lange tijd kon ik niet accepteren dat ik seksueel misbruikt was, omdat mijn ervaring niet voldeed aan de stereotiepe mythe van de man in de bosjes. Het feit dat mijn dader geen man of jongen was, maar een tienermeisje, én het feit dat er geen geweld aan te pas was gekomen, veranderde de manier waarop ik mijn trauma beleefde. Mijn misbruik voelde minder ‘echt’ en ‘valide’: ik dacht dat ik me aanstelde. Bovendien voelde ik me verraden door de belofte die de vrouwelijke genderrol maakt: vrouwen en meisjes plegen geen seksueel misbruik.

    De genderrol van de witte vrouw

    De zachtaardige en niet-gewelddadige genderrol is er een die we vooral toeschrijven aan witte vrouwen. Vanuit een Europees, koloniaal gedachtegoed worden zwarte vrouwen eerder gezien als promiscue, tegendraads en boos. Dat heeft gevolgen voor zowel daders als slachtoffers: zwarte vrouwelijke daders worden zwaarder veroordeeld dan witte vrouwelijke daders. Tegelijkertijd worden zwarte, vooral vrouwelijke, slachtoffers minder snel serieus genomen in vergelijking met witte vrouwelijke slachtoffers.

    Genderstereotypen staan niet los van huidskleur. Als we het hebben over ‘de’ vrouwelijke genderrol, bedoelen we impliciet de witte vrouwelijke genderrol: die is lief, puur en voorkomend. Er is dus niet alleen een gebrek aan onderzoek over seksueel misbruik gepleegd door vrouwen, maar vooral een gebrek aan intersectioneel onderzoek over dit probleem en hoe verschillende groepen worden geraakt.

    HOE HET MISBRUIK MIJN SEKSUALITEIT IN DE WAR SCHOPTE
    Ik ben niet de enige die een gevoel van verraad ervoer, zo blijkt uit het weinige onderzoek dat wel beschikbaar is over seksueel misbruik door vrouwen en meisjes. De Amerikaanse socioloog Lori Girshik kwam er tijdens haar onderzoek naar seksueel misbruik onder lesbische en biseksuele vrouwen achter dat meerdere slachtoffers het misbruik in eerste instantie niet eens herkenden, vanwege hun verwachting dat vrouwen zulke dingen niet zouden doen.

    Met name mannelijke slachtoffers hebben bovendien het gevoel dat ze het misbruik hadden moeten kunnen tegenhouden. Er is niet alleen schaamte over wát er is gebeurd, maar vooral over het feit dat de dader een vrouw of meisje was, die zij fysiek gezien ‘aan hadden moeten kunnen’. Deze schaamte wordt nog eens extra versterkt wanneer het slachtoffer opwinding ervaart of zelfs een orgasme krijgt. Het lichaam kan namelijk reageren op angst en stress op een manier die we associëren met instemmen, zelfs wanneer dit allesbehalve het geval is.

    Ik weet dat ik mijn seksueel misbruik niet had kunnen tegenhouden, maar toch herken ik de schaamte over de reactie van mijn lichaam: ik bevroor. Die schaamte gaat gepaard met boosheid: waarom heb ik mij niet verzet? Waarom heb ik het toegelaten? Als ik zulke dingen denk, lijkt het bijna alsof het misbruik mijn eigen schuld is, en een bewijs dat ik een slecht slachtoffer ben. Ook die beeldvorming – dat alle slachtoffers zich verzetten en aan de wereld vertellen wat er is gebeurd – moet op de schop, want ze draagt bij aan de stilte over het onderwerp.

    Daarbovenop komt de verwarring die het misbruik veroorzaakte over mijn seksualiteit. Ongeveer anderhalf jaar nadat ik me volledig bewust was van wat de flashbacks betekenden, realiseerde ik me dat ik niet hetero ben zoals ik altijd had aangenomen. Het misbruik zorgde voor een stortvloed aan bi- en homomisische gedachtes1 waar ik niet trots op ben. Bizarre gedachtes gingen door mijn hoofd: viel ik soms op vrouwen doordat ik seksueel misbruikt was door een meisje? Was ik alleen met mannen geweest om mezelf te beschermen? Was ik niet gewoon in de war? En hoe moest ik nu intiem worden met vrouwen? Uit de kast komen is sowieso niet makkelijk, maar onder deze specifieke omstandigheden schaamde ik mezelf des te meer en was ik bovendien bang voor de toekomst.

    WAAROM IK GEEN AANGIFTE HEB GEDAAN (OF GA DOEN)
    Ik krijg wel eens de vraag of ik aangifte heb gedaan of ga doen en het antwoord op beide vragen is nee. Mijn dader is een bekende. Ik geloof niet dat ik er veel mee zou bereiken haar aan te geven. Mijn trauma verdwijnt niet als zij schuldig wordt bevonden en een taakstraf krijgt. Bovendien zorgt zo’n straf er niet per se voor dat ze ervan leert en zichzelf betert. En ik ben niet het enige slachtoffer dat er zo over denkt: ruim 80 procent van de vrouwelijke, en bijna 95 procent van de mannelijke slachtoffers van seksueel misbruik doet nooit aangifte.

    Factoren die daarbij meespelen zijn het feit dat in veel gevallen de dader – zoals in mijn geval – een bekende is, dat slachtoffers van seksueel misbruik ‘bewijs’ moeten aandragen dat seksueel misbruik heeft plaatsgevonden en dat slachtoffers weinig vertrouwen hebben in het handelen van de politie. De nadruk op de bewijslast maakt dat ons rechtssysteem niet goed is ingesteld op slachtoffers van seksueel misbruik (het wordt al snel het woord van de een tegen dat van de ander), laat staan als de dader niet binnen het bekende profiel valt.

    Mensen vragen me ook of ik mijn misbruik helemaal heb verwerkt, maar ik denk niet dat je zoiets ooit helemaal achter je kunt laten. Het is als een litteken: altijd aanwezig, vaak nog gevoelig, hoewel dat laatste met de tijd minder intens wordt. Wel ben ik me langzaam maar zeker meer gaan uitspreken over seksueel misbruik en de langdurige effecten ervan. Daarbij ervaar ik hoe diep ons beeld van een dader van seksueel misbruik is geworteld: me specifiek uitspreken over seksueel misbruik door vrouwen en meisjes voelt als het bespreken van een taboe.

    Ik geloof dat we slachtoffers onrecht aandoen als er niet meer bewustwording en intersectioneel onderzoek komt naar seksueel misbruik gepleegd door vrouwen en meisjes. Immers: preventie staat of valt met de juiste kennis. Ieder slachtoffer van seksueel misbruik moet zich gezien en gehoord voelen. Met het intact houden van stereotiepe genderrollen verliezen we verschillende vormen van seksueel misbruik uit het oog en daarmee ook hun slachtoffers. Seksueel misbruik is seksueel misbruik, ongeacht het gender van het slachtoffer en de dader.

    1. Ik gebruik liever het woord homomisie dan homofobie, omdat ‘misie’ is afgeleid van het Griekse woord voor afkeur of haat, zoals in het woord misogynie (vrouwenhaat). ‘Fobie’ beschrijft een mentale of psychische aandoening. Haat en discriminatie zijn echter geen mentale aandoeningen, maar aangeleerd. 

    Bron: One World >>

    #252284
    Luka
    Moderator

    Charlotte werd misbruikt door een vrouw

    Charlotte Knoors hoort in 2017 over de #MeToo. Het gaat over seksueel overschrijdend gedrag van mannen bij vrouwen. Knoors is dan blij dat er aandacht is voor dit probleem. Alleen kan ze zich er niet in herkennen. Haar dader was namelijk geen man, maar een vrouw. Ze besluit haar verhaal naar buiten te brengen en vertelt erover aan tafel bij Humberto Tan.

    Deze week schreef Knoors een artikel over wat ze heeft meegemaakt. “Een aantal jaar geleden begreep ik wat de flashbacks betekenden die ik altijd had en ik ging op zoek naar mensen die dit ook is overkomen. En als je dan zoekt zie je verhalen met mannelijke daders. Maar je ziet bijna nooit vrouwen die vrouwen slachtoffer hebben gemaakt.”

    Narratief in de media
    Toen ze 21 was, viel bij haar het kwartje. Een tienermeisje misbruikte Knoors in haar slaap. Dat vrouwen over de schreef gaan komt vaker voor dan we misschien denken. Jaarlijks gaan enkele duizenden meisjes tussen de twaalf en achttien jaar over de schreef, zei Jan Hendriks, psycholoog en hoofd behandeling Jeugd van de forensische polikliniek De Waag, in 2006. “Ik vind het nu wel heel spannend om hier te praten. Want ik ben me er heel erg van bewust dat ik me nu toevoeg aan een narratief in de media. Dat narratief is seksueel misbruik door mannen”, vertelt Knoors.

    “Het is überhaupt al heel moeilijk over seksueel misbruik te praten. Maar als je seksueel misbruikt bent op een manier die niet veel werd beschreven, dan vraag je je af of het wel klopt wat je voelt. Of je je niet aanstelt en of je het wel echt hebt meegemaakt. Maar je lichaam laat je niet in de steek. Die vertelt wat je hebt meegemaakt”, vertelt Knoors.

    Er iets aan doen
    Knoors ging in therapie. “Ik heb het weinig mensen vertelt, een aantal. Want op een moment dat je het zegt, is het echt. Dan is het er. Maar toen ik het artikel aan het schrijven was, voelde ik mij wel heel erg gesterkt.”

    Knoors hoopt dat vrouwen die hetzelfde als haar hebben meegemaakt, zich ook durven uit te spreken. “Wat voor mij rechtvaardigheid is dat wij als maatschappij, als collectie, de verantwoordelijkheid nemen omdat dit niet oké is en dat wij daar iets aan gaan doen.”

    Bron + aflevering terug luisteren of kijken: NPO Radio 1 >>

    #252412
    Mark
    Moderator

    Seksueel misbruik door vrouwen

    Als er nog één thema is dat bovenal taboe is om te bespreken is het seksueel misbruik door meisjes en vrouwen. De meesten zullen beweren dat het zelfs onmogelijk is en dat vrouwen altijd slachtoffer en nooit dader kunnen zijn. En in de gevallen waar het ging om misbruik door een vrouw van een man , had deze er wellicht met heel veel plezier mee ingestemd. Het is inderdaad waar dat het grootste aantal gevallen van seksueel misbruik van de kant van mannen komt en dat is nog steeds een spijtige en verschrikkelijke vaststelling. In heel wat landen worden dagelijks vrouwen tegen hun wil seksueel misbruikt en mishandeld en gedwongen tot de meest weerzinwekkende vormen van seks.

    Mannen zijn wat dat betreft potentaten die alleen maar uit zijn op seks en gaan daarbij wetende dat ze fysiek of materieel sterker zijn, vaak geweld niet schuwen. Als er hierna toch een taboe-onderwerp besproken wordt , willen we zeker nooit minimaliseren dat vrouwen inderdaad de grootste groep slachtoffers zijn en dat het aantal vrouwelijke misbruikers wellicht relatief klein zal zijn in vergelijking met het aantal mannelijke daders.

    Maar er de ogen voor sluiten zou ook niet getuigen van enig wetenschappelijke en sociologisch inzicht. ‘Daders van seksueel misbruik zijn niet alleen mannen, het stereotype, maar het is slechts de halve waarheid’ was de openingszin van de VRT Eén Koppen XL uitzending van 17/09/2013. Het is een kwestie die onderschat wordt, zeggen therapeuten, omdat we het niet weten of niet willen zien. Slachtoffers komen er maar heel zelden mee naar buiten.

    Een man getuigde ‘Ze geloven je niet als je zegt dat je moeder je misbruikt heeft. Dat is niet de normale moeder zoals ze in de maatschappij voor ogen staat’. Zijn moeder verplichtte hem haar seksueel te bevredigen. Een andere vrouw nam het haar dochter kwalijk dat haar man, de vader van het meisje, haar verlaten had en dwong haar tot verregaande seksuele handelingen. Op volwassen leeftijd is de vrouw nog steeds getekend door de perverse dingen die ze met haar moeder moest doen. Toen ze nog kind was, liet de moeder uitschijnen dat het hoorde bij normale seksuele opvoeding, maar toen de dochter wilde dat het stopte, dwong de moeder haar fysiek en psychisch.

    De Berlijnse hulporganisatie ‘Het kind centraal’ behandelt al jaren de jeugdige slachtoffers van seksueel misbruik door vrouwen. Therapeute Christa Brasch vertelt dat seksueel misbruik door vrouwen er in kan bestaan dat ze aan de geslachtsdelen van het kind zitten, met hun vinger binnendringen in de anus of de vagina, dat ze kinderen er toe aanzetten om met hun borsten te spelen, hun geslachtsorganen te strelen of te masseren of er voor te zorgen dat ze seksueel opgewonden geraken. Er kan ook oraal geslachtsverkeer zijn.

    Op grond van wat slachtoffers van misbruik door vrouwen aan haar vertelden, besluit ze dat de ervaringen van die slachtoffers tijdens het seksuele misbruik even afschuwelijk zijn als wanneer ze door een man misbruikt zijn. Je mag daar volgens haar geen verschil in zien.

    Empirische studies naar volwassen vrouwelijke zedendelinquenten zijn schaars, schrijft Hendriks (2004) in zijn overzichtsartikel in het Tijdschrift voor Seksuologie. Hij verwijst naar diverse auteurs maar merkt op dat er amper onderzoek naar werd gedaan naar voorkomen en beweegredenen. Alle studiewerk concentreert zich altijd op seksueel misbruik door mannen. Vrouwelijke zedendelinquenten en in het bijzonder meisjes die zedendelicten plegen vormen een groep die in veel criminologisch onderzoek wordt overgeslagen. Natuurlijk wordt minder vaak bij forensische instellingen een meisje aangemeld dat als dader bij een zedendelict betrokken is geweest.

    Een eerste oorzaak daarvan is het feit dat vrouwen en meisjes die zedendelicten plegen kwantitatief een (erg) kleine groep vormen. Ten tweede wordt vaak gemeld dat de problematiek bij en achtergrond van deze meisjes waarschijnlijk heel anders zijn dan van jongens die zedendelicten plegen. Van alle typen (jeugdige) zedendelinquenten is naar de vrouwelijke daders tot nu toe de minste aandacht uitgegaan. Met de diagnostiek en behandeling van deze meisjes werd ook nauwelijks ervaring opgebouwd. Meisjes die zedendelicten plegen, vormen daardoor een vrijwel onbekende groep.

    Hendriks (2004) verwijst naar Green (1999) die aangeeft dat 14 tot 24% van de jongens en 6 tot 14% van de meisjes misbruikt zou zijn door een vrouw. Allen (1991 in Hendriks, 2004) vergelijkt mannen met vrouwen die seksueel misbruik hebben gepleegd bij een kind. Uit deze studie blijkt onder meer dat de relatie tussen de ouders van de vrouwelijke daders slechter is dan die tussen de ouders van misbruikende mannen. Verder wordt opgemerkt dat deze vrouwelijke daders vaker in hun gezin van oorsprong slachtoffer zijn geweest van verwaarlozing, fysieke mishandeling en seksueel misbruik. Meer dan de helft van de slachtoffers van vrouwen blijken eigen, geadopteerde, stief- of pleegkinderen te zijn. Bumby en Bumby (in Hendriks, 2004) geven een overzicht van de belangrijkste bevindingen die vaak in de wetenschappelijke literatuur omtrent volwassen vrouwelijke daders vermeld worden :

    • het misbruik vindt bijna altijd plaats in verzorgingssituaties en kan onafhankelijk of onder druk van een mannelijke mededader plaatsvinden;
    • alcohol- en drugsmisbruik bij de dader dat vaak al in de adolescentie begint;
    • emotionele labiliteit en eerdere behandeling voor psychische/psychiatrische stoornissen;
    • langdurig matig presteren op school;
    • sociale isolatie;
    • seksueel misbruik in de kindertijd/adolescentie met daarnaast een hoog percentage slachtofferschap van fysiek misbruik.

    Hendriks(2004) refereert naar een typologie voor vrouwelijke daders van Matthews et al.
    Zij onderscheiden vijf typen vrouwelijke zedendelinquenten:

    • exploration/exploitation type: een teenager die een jonger kind op seksuele wijze streelt;
    • predisposed type: een vrouw met een zeer belaste voorgeschiedenis van fysiek en/of seksueel misbruik, die haar eigen of een haar bekend kind misbruikt;
    • teacher-lover type: een volwassen vrouw wordt ‘verliefd’ op een minderjarige jongeman;
    • psychologically disturbed type: een labiele vrouw met ernstige psychiatrische problemen en/of alcohol- of drugsproblemen die een kind misbruikt;
    • male coerced type: een afhankelijke vrouw die participeert in het misbruik van een kind of kinderen, geïnitieerd door haar man of vriend.

    In vergelijking met vrouwen die andere vormen van delicten plegen, valt vooral op dat de vrouwen die seksuele delicten plegen ongeveer twee maal zo vaak misbruikt waren en dat zij vaker zelf slachtoffer waren van een familielid. Een andere auteur namelijk Matravers (2002, in Hendriks 2004) presenteert een enigszins afwijkende typologie. Zij onderscheidt op de eerste plaats de moeder die (vaak onder dwang) haar eigen kinderen (mee) misbruikt, als tweede de crimineel actieve vrouw die seksueel geweld gebruikt als intimidatie of afstraffing, vaak van rivalen, en als laatste de prostituees exploiterende vrouw, die zelf de voor haar werkende vrouwen misbruikt. Opvallend is dat in beide typologieën telkenmale het element dwang prominent aanwezig is alsof het lijkt dat vrouwen nooit misbruiken omwille van lust of nastreven van seksueel genot, wat bij mannen bijna uitsluitend prominent aanwezig is.

    Mannen gebruiken seksuele aanranding meestal voor seksuele bevrediging, terwijl vrouwen seksueel misbruik eerder zien in het kader van een zoektocht naar intimiteit. Vrouwelijke daders zijn vaak eenlingen en hebben moeite met het vormen van relaties. De meesten komen zelf uit misbruiksituaties en hebben weinig normbesef. In tegenstelling tot mannen, gebruiken vrouwen over het algemeen veel minder geweld, tenminste geen fysiek geweld, maar eerder psychische dwang, chantage of doen ze het normoverschrijdend gedrag met heel kleine kinderen die amper beseffen dat het om seksueel misbruik gaat.

    Vrouwen die verkrachten?
    Het komt maar zelden voor, maar het bestaat blijkbaar wel degelijk. Vrouwen verkrachten echter om een andere reden dan mannen. Mannen verkrachten voor de seksuele lust of vanuit een pure machtssituatie. Vrouwen die een man verkrachten , doen dat vanuit haat of erge woede, uit wraak of om macht over een man te kunnen hebben uit reactie op onderdrukking door een man. Vrouwen zullen nooit genieten van de seks als ze verkrachten beweren auteurs. Het doet denken aan het verhaal vann Lisbeth Salander, die in het Milleniumboek ‘Vrouwen die mannen haten’ van Stieg Larsson eerst zwaar verkracht wordt door haar advocaat-toezichthouder en daarna de man aanpakt door hem eerst met een stroomstoot onschadelijk te maken en hem vervolgens verkracht door een staaf in zijn anus te duwen. De meeste vrouwen ervaren niet onmiddellijk seksueel genot bij de verkrachting, maar hebben gewoon plezier in het vernederen van hun slachtoffer.

    We zien echter ook een generatie vooral jonge zedenloze meisjes naar voor komen die verkrachten en seksueel misdrijf plegen voor de fun, als middel om zich uit te leven, om hun macht te tonen, om gewoonweg hun seksuele lusten bot te vieren bij een meestal zeer jong slachtoffer die zich niet kan verdedigen of niet ten volle de aard van dit gedrag beseft zoals bijvoorbeeld in babysitterssituaties. Hun slachtoffers zijn dan zowel jongens als meisjes. Het grote probleem bij misbruik door vrouwen is dat het vaak als niet strafbaar overkomt. Volgens de Belgische wetgeving kan iemand maar slachtoffer van verkrachting zijn als die gepenetreerd wordt.

    Dat verkrachting door een vrouw niet strafbaar is maar omgekeerd wel werd midden april 2011 door een uitspraak van het Antwerpse hof ironisch genoeg in realiteit vastgesteld. (HBvL 9/04/2011). Een vrouw verkrachtte een man met verstandelijke leeftijd van 7 jaar en werd toch vrijgesproken door de rechter. Bij het in beroep gaan midden oktober 2011 werd het vonnis bekrachtigd. Vrouwen kunnen niet verkrachten en kunnen ook geen seksueel misdrijf plegen. Door een lacune in onze wetgeving moest de Antwerpse strafrechter bijgevolg de 43-jarige vrouw vrijspreken voor de verkrachting van een 23-jarige jongeman. Het slachtoffer was bevriend met de dochter van de beklaagde. De vrouw wist dat de man een verstandelijke beperking had, maar maakte toch avances naar hem. Op 13 maart 2010 had ze hem verleid tot seks. Toen zijn moeder ontdekte wat er gebeurd was, diende ze klacht in. De vrouw bekende dat ze seks met hem had, maar aangezien het slachtoffer haar penetreerde, is er juridisch gezien geen sprake van verkrachting. Het moet immers de dader zijn die de daad van penetratie verricht op het slachtoffer. Ook voor aanranding van de eerbaarheid werd ze vrijgesproken. De vrouw had hem seksueel getinte sms’jes gestuurd, waardoor hij volgens de rechtbank wist wat er zou gebeuren als hij naar haar thuis ging. De rechtbank noemde het gedrag van de vrouw verwerpelijk maar meer kon ze niet doen. De wet in België voorziet immers niet dat een vrouw een man kan verkrachten.

    Gevolgen voor slachtoffers
    Seksueel misbruik door vrouwen kan zowel bij mannen als vrouwen op latere leeftijd leiden tot ernstige psychische letsels, zelfs posttraumatische stoornissen, depressie, slaap- en angststoornissen. Kenmerken daarvan zijn : vermijdingsdrang, herbeleven, blijvende waakzaamheid, depressie, onmacht om nog gezonde liefdesrelaties aan te gaan, minderwaardigheidsgevoelen, soms ook agressie en frustratie, geweld en vijandigheid. Mannen én vrouwen die als kind seksueel misbruikt werden gaan soms zelf als volwassene misbruiken Ze voelen zich gereduceerd tot een voorwerp en kunnen er maar heel moeilijk over praten. Bij de behandeling van door vrouwen verkrachte kinderen moet veel meer dan anders het zelfbeeld en de eigenwaarde weer worden hersteld.

    Verschil in beoordeling
    Het grootste probleem volgens Wakefield.H. & Underwager,R. (1991) is het komen tot een bruikbare omschrijving van wat seksueel misbruik door vrouwen eigenlijk is. Het kind liefdevol aanraken ook op zijn intieme delen door vrouwen wordt door de meesten niet echt als misbruik aanzien, terwijl als een man dit zou doen, het ontegensprekelijk als pedofilie wordt bestempeld. Het probleem zit vooral in de intentie. Als de moeder haar kind overal streelt, is het een blijk van liefde en genegenheid, niet de intentie om daar voor zichzelf seksuele gevoelens uit te puren. Dit is bij mannen meestal anders. Vrouwen kunnen het misbruik ook beter verdoezelen, omdat ze het integreren in het wassen van het kind, in het aankleden of medisch verzorgen. Zo is er het verhaal van de moeder die het plassertje van haar kindje continu met zalf insmeerde zodat het rood zag en zo weer een reden had om het plassertje van haar kind telkenmale opnieuw te kunnen aanraken. Verder is er discussie over naaktheid. Een moeder die haar kinderen mee in bad of bed neemt, is niets bijzonders, maar wanneer de vader zijn dochtertje mee in bad of bed neemt, wordt dit heel anders bezien.

    Bron: seksuologischehulp.be

6 berichten aan het bekijken - 26 tot 31 (van in totaal 31)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 16 ▪︎ leden online: 2
Whoami, Mark
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.269, reacties: 12.562, actieve leden: 1.075