Medicijnen

Tags: 

  • Dit onderwerp bevat 42 reacties, 3 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 15/06/2021 om 18:10 door Luka.
18 berichten aan het bekijken - 26 tot 43 (van in totaal 43)
  • Auteur
    Berichten
  • #244534
    Luka
    Moderator

    Speciale poli helpt bij bijwerkingen of niet goed genoeg werkende medicatie

    Op de speciale polikliniek farmacogenetica van PsyQ in Amsterdam krijgen mensen met een psychiatrische diagnose medicatie-advies op maat op basis van hun dna. Deze mensen krijgen dan een advies voor de best passende medicatie met de juiste dosering.
    Het genetisch profiel van iedereen verschilt. Door deze verschillen in dna kunnen sommige patiënten bijvoorbeeld meer last hebben van bijwerkingen van een bepaald geneesmiddel dan anderen. Of het middel werkt minder goed. Door de verschillen in dna is het vaak zoeken naar het juiste medicijn en de juiste dosering per individu. En dat terwijl we graag snel effectieve medicatie willen voorschrijven zodat de patiënt ook snel kan beginnen aan het herstel. Dat is nu mogelijk dankzij de farmacogenetica poli van PsyQ in Amsterdam. Deze poli kan, na onderzoek, een op de persoon toegespitst medicatie-advies geven. Hier vinden geen behandelingen plaats; de patiënt en behandelaar krijgen hier medicatie advies.

    Patiënten kunnen niet zelf rechtstreeks contact opnemen met de farmacogenetica poli. Overleg met je behandelaar of een dergelijk medicatie-advies in jouw geval ook wenselijk is.

    Bron: PsyQ.nl >>

    #245457
    Luka
    Moderator

    Antidepressiva werkt meestal niet, aldus deze oud-huisarts

    “Ongeveer twee procent van de gebruikers heeft echt baat bij antidepressiva. Dan gaat het om zeer zware depressies. Bij lichtere vormen is tijd vaak een betere heelmeester.”

    Antidepressiva-effect meestal verwaarloosbaar
    Ongeveer één miljoen Nederlanders maken gebruik van antidepressiva, maar slechts een klein percentage van dat aantal gebruikers heeft daadwerkelijk baat bij het medicijn. Dat zegt oud-huisarts en onderzoeker Dick Bijl tegenover Het Parool.

    Volgens Bijl wegen de voordelen lang niet op tegen de soms heftige bijwerkingen en wordt er door de farmaceutische industrie ook helemaal geen serieus en onomstootbaar onderzoek naar het zogenaamde gelukspilletje gedaan.

    Om te beginnen klopt er volgens Bijl niks van het onderzoek dat de farmaceutische bedrijven doen naar de werking van antidepressiva en wordt het medicijn daarom vaak onterecht verstrekt. Sterker nog: de meeste gebruikers zouden er helemaal geen effect bij hebben. Wat een antidepressivum nou eigenlijk precies voor nut heeft is helemaal niet bekend.

    Dat zou volgens de onderzoeker komen omdat tests “ondeugdelijk” zijn. Proefpersonen kunnen vaak al weten of ze het echte medicijn of een placebo hebben ontvangen. “Echte pillen geven een droge mond en placebo’s niet. Die kennis beïnvloedt het onderzoek.” En dus zijn veel tests omtrent antidepressiva verwaarloosbaar.

    “Als je ervoor zorgt dat patiënten van de neppil ook een droge mond krijgen, vind je geen verschil meer tussen de echte en de neppe pil. Maar zo’n zogenaamd actief placebo is niet verplicht. Dat deugt natuurlijk niet”, aldus Bijl.

    Ook zou de farmaceutische industrie tijdens deze onderzoeken vooral denken aan zakendoen en niet in de eerste plaats de werking van het medicijn of het belang van de patiënt.

    Patiënten vaak onterecht en te lang onder behandeling
    Dan gooit Bijl een schokkend percentage op tafel. Volgens hem zouden slechts twee procent van de één miljoen Nederlandse gebruikers, zo’n 20.000 mensen dus, echt baat bij hebben bij het gebruik van een antidepressivum. “En dan gaat het om zeer zware depressies. Bij lichtere vormen is tijd vaak een betere heelmeester.”

    Niet alleen mensen met de diagnose depressie slikken deze pillen, maar ook personen met angst- en dwangstoornissen of een andere psychische aandoening.

    Een derde van de patiënten die aan een lichte depressie lijden zijn vaak al na drie maanden over de ergste klachten heen, zonder behulp van antidepressiva. Na een half jaar is dit al twee derde van de patiënten, weet Bijl. Hij adviseert vooral actief te blijven en zoveel mogelijk leuke dingen te gaan doen om de gedachten te verzetten en de lichte somberheid zonder medicijnen te lijf te gaan.

    Te lang aan de antidepressiva
    Ondanks dat deze milde depressies vrij snel over zijn, krijgen veel van deze patiënten toch een antidepressivum voorgeschreven en worden ze ook nog eens te lang opgezadeld met het medicijn. Sterker nog: de officiële richtlijnen melden dat antidepressiva ongeveer negen maanden geslikt moeten worden, maar veel mensen lopen jaren met deze medicijnen rond.

    Dit kan volgens de onderzoeker omdat artsen niet ingrijpen of vaak zelfs helemaal niet op de behandelperiode letten, maar ook omdat ontwenningsverschijnselen of bijwerkingen hetzelfde kunnen zijn als de klacht zelf. Denk aan angst, somberheid of zelfs suïcidale gedachten.

    Ook zijn er bijwerkingen die psychische problemen kunnen versterken. Denk bijvoorbeeld aan seksuele stoornissen of gewichtstoename, wat iemand onzeker en somber kan maken. Daarnaast is slaaptekort een bekende bijwerking, wederom met mogelijk grote gevolgen.

    Zodoende komt een groot deel van de antidepressiva-slikkers in een vicieuze cirkel terecht, waardoor stoppen lastig is. Gebruikers voelen zich bijvoorbeeld angstig zonder het medicijn, terwijl ze de pillen slikken of wanneer ze proberen af te bouwen.

    “Ik denk dat één op de twee gebruikers moeite heeft met stoppen. Er zijn gevallen bekend waarbij stoppen kan leiden tot ziekenhuisopname en zelfdoding”, weet Bijl.

    Farmaceutische industrie en zorgverzekeraars werken niet mee
    Om ervoor te zorgen dat patiënten op een rustige en veilige manier kunnen afbouwen, zijn bepaalde methodes ontwikkeld. Maar veel instanties waar de patiënt direct of indirect mee te maken krijgt, willen helemaal niet meewerken.

    Taperingstrips zijn bijvoorbeeld een goed hulpmiddel om de dosis beetje bij beetje af te bouwen. In deze strips zitten pillen die steeds minder van de werkende stof bevatten. Maar sinds 2014 willen zorgverzekeraars deze niet meer vergoeden en de pillenfabrikanten gaan niet lager dan 37.5 milligram per pil.

    En dus zijn behandelden aangewezen op hun eigen portemonnee en de mazzel een instantie te vinden die hen wel wil helpen met afbouwen. “Dat begrijp ik niet”, concludeert Bijl. “De zorgverzekeraar kan mensen van de antidepressiva krijgen en voor een positieve verandering in het leven zorgen. Daarbij hoeft de zorgverzekeraar op den duur zelfs minder medicatie te vergoeden, maar toch gebeurt dat niet.”

    Bron: Commen >>

    #245458
    Luka
    Moderator

    Antidepressiva: funest voor je nachtrust

    “‘Mensen die medicijnen voor hun depressie nemen, zeggen tegen me: ‘Sinds ik met die medicijnen begonnen ben, herinner ik me mijn dromen niet meer.’” Over de link tussen antidepressiva en slapen.

    De link tussen antidepressiva en slapen
    Iedereen weet dat slapen belangrijk is. Sterker nog: je kunt het gewoon zelf voelen. We kennen allemaal het klotegevoel na een slechte nacht. Je bent moe, lusteloos, gaar, alles is teveel herrie, iedereen is irritant en je blijft het liefst de hele dag onder de koffieautomaat hangen. Maar slaaptekort heeft op lange termijn nog veel grotere impact. Zo heb je een groter risico op onder meer diabetes, hart- en vaatziekten, kanker én depressie.

    Over dat laatste gaan we het hebben. Om te begrijpen hoe dat komt moeten we eerst weten wat slaap is. Inmiddels mag bekend zijn dat slaap bestaat uit REM-slaap en non-REM-slaap. Dat laatste zorgt vooral dat je de volgende dag lichamelijk het mannetje of vrouwtje weer bent, terwijl de REM-slaap voor het geestelijke herstel zorgt.

    Tijdens de REM-slaap zijn je hersenen heel actief en zorgen ze ervoor dat gedachten, herinneringen en emoties op een juiste manier worden verwerkt en opgeslagen. Dat gebeurt vaak door middel van dromen. ‘De functie van dromen is dat ze je helpen de emoties te uiten die gewoon te heftig zijn. Dromen hijsen een rode vlag en zeggen: ‘hé, hier is een kwestie die nog niet afgehandeld is’, legt Clare Johnson, voorzitter van de International Association for the Study of Dreams, uit aan Reader’s Digest.

    Slaaptekort kan leiden tot depressie
    Als je te weinig slaapt, krijg je voornamelijk een tekort aan de REM-slaap, omdat deze met name richting het einde van je nachtrust een groot deel van de slaapcyclus omvat. Daardoor herstelt je lichaam wel, maar je brein heeft niet alle emoties en gedachten in de juiste vakjes kunnen plaatsen.

    Een chronisch slaaptekort heeft lichamelijk veel impact, maar gooit vooral je brein in de war, met alle gevolgen van dien. Je functioneert bijvoorbeeld slechter, je raakt verstrooid, je vergeet veel, bent lusteloos, rusteloos en je creativiteit loopt harder achteruit dan Usain Bolt vooruit. Dat laatste kan ik persoonlijk bevestigen. Lang verhaal kort: alle wegen leiden naar depressie, als je het lang genoeg volhoudt.

    Word je eenmaal gediagnosticeerd met depressie, dan krijg je vaak binnen no-time pillen voorgeschreven: antidepressiva. Klinkt als een goed plan, maar in ons eerdere stuk over antidepressiva werd al duidelijk dat deze pillen maar bij een klein deel van de patiënten werkt. Volgens een voormalig huisarts slechts bij twee procent van de gebruikers. Ook lichtten we in dat artikel uit dat je door antidepressiva juist in een vicieuze cirkel van bijvoorbeeld angst of suïcidale gedachten.

    Antidepressiva remt REM-slaap en daarbij geestelijk herstel
    Die vicieuze cirkel is bij slaap echter niet anders. Van depressie zelf kun je nachtenlang wakker liggen, maar ook als je de bijsluiter van antidepressiva voor de verandering eens wél leest, kom je snel ‘slapeloosheid’ tegen. Daarbij komt nog eens dat het medicijn de REM-slaap en het aantal dromen zwaar onderdrukt. Dat betekent dat je al die zware emoties en negatieve gedachten van de hele dag ’s nachts ook nog eens niet weet te verwerken. Of, om in de woorden van IASD-voorzitter Johnson te spreken: de rode vlag wordt niet meer gehesen.

    ‘Mensen die medicijnen voor hun depressie nemen, zeggen tegen me: ‘Sinds ik met die medicijnen begonnen ben, herinner ik me mijn dromen niet meer. Ik droomde vroeger heel levendig en die medicijnen onderdrukken mijn dromen’, zegt Johnson. Het herinneren van je dromen is niet belangrijk, het dromen zelf wel. Zonder dromen ga je je gedachten en gevoelens nooit een plekje kunnen geven.

    Piekeren
    En dus kun je je, als je deze feiten optelt bij het eerder genoemde artikel, afvragen of je wel aan de antidepressiva moet beginnen. Van antidepressiva zelf ga je overigens niet sneller slapen, denk aan de genoemde bijsluiter, maar hooguit pieker je een stuk minder voor het slapen gaan.

    Het is heel fijn om eindelijk in slaap te vallen en je niet meer kut te voelen, maar wat heeft het voor zin als je vervolgens de volgende dag in dezelfde mood wakker wordt, omdat je hersenen niks tot weinig hebben kunnen verwerken? Dan is het misschien beter om een paar uur minder te slapen, maar in die korte periode toch stiekem aan je herstel te werken.

    O, en slik je slaappillen? Daar kun je beter mee stoppen, want die verpesten je REM-slaap al helemaal. ‘Pillen brengen je in trance of een staat van verdoving’, aldus Johnson. ‘Je verruilt het ene probleem voor het andere: je vermindert de hoeveelheid REM-slaap en daarmee alles waar het dromende brein toe in staat is.’

    Bron: Commen >>

    #247191
    Luka
    Moderator

    Al je problemen over door een pilletje? Jongeren over hun ervaringen met antidepressiva

    Er wordt een hele hoop over antidepressiva geschreven. Experts zijn verdeeld en de wetenschappelijke basis is nog volop in ontwikkeling. In de praktijk slikken ontzettend veel mensen de medicijnen op dagelijkse basis. In dit artikel komen zij aan bod: 7 mensen over hun antidepressiva-ervaringen.

    Antidepressiva ervaringen
    “Ongeveer twee procent van de gebruikers heeft echt baat bij antidepressiva.” Het zijn de woorden van oud-huisarts en onderzoeker Dick Bijl. In ons artikel over het effect van antidepressiva zei hij dat enkel mensen met zware depressies baat hebben bij het medicijn. “Bij lichtere vormen is tijd vaak een betere heelmeester”, aldus Bijl. Bovendien zou antidepressiva een negatief effect op de nachtrust hebben. Mensen die het medicijn slikken kunnen sneller last hebben van slapeloosheid, dromen niet langer herinneren of andere bijwerkingen ervaren.

    In Nederland krijgen 1.1 miljoen mensen een recept voor antidepressiva, zo schrijft de Volkskrant. Dit betekent niet dat 1.1 miljoen mensen de pillen ook slikken. Geschat wordt dat slechts een kwart van de medicijnen wordt ingenomen. Jim van Os, psychiatriehoogleraar in Maastricht, zegt tegenover de Volkskrant dat veel mensen al na een paar dagen stoppen met de medicijnen, onder meer vanwege de bijwerkingen. “Of ze nemen soms wel een pil, en soms niet”, zegt Van Os.

    De mogelijke bijwerkingen van antidepressiva zijn dan ook niet mals. Je kunt onder meer last hebben van een afgezwakt gevoelsleven, een verstoord libido of een verminderde eetlust. De afgelopen jaren heeft Peter Gøtzsche, een Deense antidepressiva-onderzoeker, zich zich dan ook opgeworpen als uitgesproken criticus van de medicijnen. Hij stelt zelfs dat producenten van antidepressiva onderzoeksresultaten manipuleren, om zo de werking van hun medicijn aan te tonen.

    Als het lijkt alsof de video het niet doet doordat je een grijs plaatje te zien krijgt moet je er even op klikken. De video doet het dan wel!

    Maar, aan de andere kant is antidepressiva ontzettend ‘geliefd’ en wordt het massaal uitgeschreven door behandelaars. Hoe kun je dit verklaren? Er is niet één antwoord, maar waarschijnlijk heeft het met de ernstigheid van de problemen van een patiënt te maken.

    “Depressie is een afschuwelijke ziekte die groot lijden veroorzaakt”, zegt Pim Cuijpers, hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, tegenover de Volkskrant. “Mensen die ernstig depressief zijn proberen alles, dus ook een pil waarvan de arts zegt: we weten niet of het werkt. Dát is de praktijk”, geeft Cuijpers aan.

    Alles proberen
    Voor dit artikel sprak ik 8 jongeren die antidepressiva gebruiken voor de behandeling van hun depressie, of in het verleden hebben gebruikt. Uiteindelijk koos 1 van hen ervoor om de medewerking toch in te trekken – wat ik totaal respecteer – waardoor de antidepressiva-ervaringen van 7 mensen zijn verzameld.

    De persoonlijke omstandigheden, symptomen en oorzaken van hun mentale problemen lopen gigantisch uiteen, maar er zit wel een gemeenschappelijk thema in hun verhalen. Stuk voor stuk hebben ze er namelijk zo goed als alles voor over (gehad) om van hun klachten af te komen, ook wanneer ze hiervoor medicijnen moesten nemen waarvan de werking niet gegarandeerd is.

    ‘Ik gebruik al vijf jaar antidepressiva, vanaf mijn dertiende’, steekt Daphne van wal. ‘Ik heb meerdere SSRI’s gehad, die ik stuk voor heb uitgeprobeerd om te kijken wat werkte. Hierbij hoopte ik me vooral gelukkiger te voelen, en minder suïcidaal.’

    Of neem het verhaal van Cin als voorbeeld. Ze vertelt me dat ze op haar 19e antidepressiva voorgeschreven kreeg, nadat ze vanwege een heftige en eenzame jeugd in een behoorlijke depressie was vervallen. ‘De arts vond het voorschrijven van antidepressiva op dat moment nodig, en een logische stap. Ik kon op dat moment namelijk alleen nog maar huilen en liep al jaren met een doodswens rond’.

    Ook Anna’s ervaringen laten er geen gras over groeien. ‘Sinds mijn 12e heb ik antidepressiva gebruikt. Ik ben nu 23 en heb in de loop der jaren SSRI’s, SNRI’s, TCA’s en MAO-remmers gehad, in deze volgorde. Van elke groep heb ik ook vrijwel alle soorten uitgeprobeerd’, aldus Anna.

    Soorten antidepressiva
    In de volksmond wordt antidepressiva vaak als één soort medicijn behandeld, maar in werkelijkheid bestaan er vier soorten. De populairste subgroep zijn selectieve serotonine-heropnameremmers, ofwel SSRI’s. Plat gezegd remt dit middel de heropname van serotonine. Hierdoor houd je langer ‘geluksstofjes’ vast, en dat heeft een positief effect op je gemoedstoestand. Doet fluoxetine geen belletje rinkelen? Dan doet Prozac dat waarschijnlijk wel. Het werkzame middel in dit medicijn is fluoxetine en is daarmee een van de bekendste SSRI’s.

    Voor zover de scheikundeles. Veel interessanter zijn de ervaringen met antidepressiva van de mensen. Zelf heb ik deze medicijnen nooit genomen, dus met wat voor soort verwachtingen begin je aan zo’n traject?

    Daar waar de respondenten op één lijn zaten wat betreft strijdbaarheid, geldt dat niet voor de verwachtingen.

    Antidepressiva-ervaringen: de verwachtingen
    De verwachtingspatronen lopen namelijk ontzettend uiteen. Daar waar de een zijn of haar verwachtingen bewust laag hield, vestigde een ander juist alle hoop op de werking van antidepressiva. Een voorbeeld van de eerste gedachtegang is Elke. ‘Mijn verwachtingen waren niet heel hoog’, zegt ze. ‘Ik durfde niet mijn laatste beetje hoop op medicijnen te vestigen. Wel hoopte ik dat het scherpe randje van de alles doordringende somberheid af zou gaan.’

    Aan de andere kant van het spectrum kunnen we het verhaal van Anna plaatsen. Zij zag in antidepressiva dé oplossing voor haar mentale problemen. ‘Toen ik voor het eerst met antidepressiva begon waren mijn verwachtingen erg hoog’, geeft ze aan via mail. Deze hoopvolle gedachtegang verdween al snel naar de achtergrond. ‘Hoe meer verschillende soorten antidepressiva ik probeerde, hoe lager mijn verwachtingen werden.’ Ondanks de teleurstellingen bleef ze wel doorgaan met de medicatie: ‘Ik hoopte uiteraard nog wel dat het me zou helpen, maar nam hier wel langer de tijd voor.’

    Ook Lisa vertrouwde op de werking van fluoxetine, het middel dat ze in samenspraak met haar ouders en psychiater voorgeschreven kreeg. ‘Mijn verwachting was dat het medicijn snel ging werken’, zegt ze. ‘Ik hoopte dat ik van dit middel bij werd, dat mijn stemmingswisselingen over zouden gaan en ik mijn leven dankzij een pilletje weer op orde zou krijgen.’ Die wens zien we terug in de antidepressiva-ervaringen van Daphne, die vanaf haar 13e alle soorten SSRI’s stuk voor stuk uitprobeerde. ‘Ik hoopte me er vooral gelukkiger door te voelen, en minder suïcidaal’, zegt ze.

    De werking van antidepressiva
    Antidepressiva mag pas worden voorgeschreven als iemand de diagnose depressie heeft gekregen. Er is sprake van een depressieve stoornis wanneer iemand vrijwel continu somber of geïrriteerd is en daarbij interesse heeft verloren in dingen die men normaal gesproken wel leuk vindt. Bovendien moet er nog aan één van de aanvullende symptomen worden voldaan voordat we van een depressie mogen spreken.

    Vervolgens kan de behandeling beginnen, die meestal bestaat uit een vorm van therapie, zoals cognitieve gedragstherapie of groepstherapie. De afgelopen jaren wordt echter steeds vaker antidepressiva voorgeschreven. Zembla concludeerde in 2017 dat met name jongeren steeds vaker pillen kregen voorgeschreven. Tussen 2007 en 2017 is het aantal jongeren tot en met 21 jaar dat SSRI’s slikt met 40 procent gestegen.

    Dat is opvallend, omdat er eigenlijk nog vrij weinig bekend is over de werking van antidepressiva op lange termijn. De medicijnen kennen felle voor- en tegenstanders – en zo’n discussie verdient een genuanceerd podium dan dit artikel – maar de wetenschappelijke basis van meerdere soorten antidepressiva is wankel. Met name op het gebied van bijwerkingen, doseringen en werking moet er nog een hoop onderzoek gedaan worden. Het Radboud UMC is momenteel bijvoorbeeld bezig met een studie naar de invloed van genetica op de juiste dosering van de medicijnen.

    De werking
    Want dat er bijwerkingen kunnen opspelen blijkt wel uit het verhaal van Elke. ‘Ik heb extreem veel last gehad van bijwerkingen’, geeft ze aan. Het Radboud UMC doet momenteel ook onderzoek naar de manier waarop antidepressiva andere soorten medicijnen beïnvloedt, iets waar Elke ervaring mee heeft. ‘Op het moment dat ik fluoxetine slikte, gebruikte ik ook twee andere soorten medicijnen’ vertelt ze. ‘Het is dus best lastig aan te geven welke bijwerkingen precies door de antidepressiva kwamen.’

    Elke
    Elke ondervond uiteindelijk zoveel hinder van de bijwerkingen, dat ze besloot ermee te stoppen. Dat de medicijnen echter ook hun werk kunnen doen bewijst het verhaal van Cin. ‘Ik ben veel stabieler met antidepressiva’, geeft ze aan. ‘Mijn verwachtingen zijn dan ook meer dan uitgekomen. Zonder antidepressiva ben ik een zenuwachtige stuiterbal die niet kan slapen en kan het twee kanten op. Of ik loop continu rond met een doodswens, óf ik zet m’n eigen bedrijf op. Dankzij medicatie heb ik eindelijk een grijs gebied.’

    De respondenten geven dus aan dat antidepressiva kan werken, of niet, maar in andere situaties is het niet helemaal duidelijk of het medicijn werkt. Anna heeft zo’n ervaring. ‘Mijn verwachtingen zijn helaas nooit uitgekomen. Waarom het gewenste effect nooit behaald is, is onbekend’, zegt ze. Natasja herkent dit. ‘Ik vind het heel moeilijk om te zeggen of het echt hielp, of dat ik dacht dat het hielp’, zegt ze. ‘Soms voelde ik me alsnog intens slecht na gebruik van het middel, maar soms ook weer helemaal niet. Ik weet het niet.’

    Daarbij kan het nog zijn dat antidepressiva tijdelijk werkt, maar het effect daarna afzwakt, zoals Lisa meemaakte. Toch is ze blij dat ze destijds voor antidepressiva koos. ‘Waren al mijn problemen over door dat ene pilletje? Nee, dat niet. Maar, mijn stemming is maandenlang beter geweest dan ooit. Ik had weer zin om dingen te ondernemen, kwam uit mijn bed en kon weer plezier halen uit mijn hobby’, zegt Lisa.

    Antidepressiva-ervaringen en bijwerkingen
    Toch is haar kijk op antidepressiva de laatste jaren veranderd. ‘Ik slik nu een jaar en twee maanden antidepressiva’, verklaart Lisa. ‘Momenteel zit ik, terwijl ik het nog steeds slik, in een terugval qua depressie. Ik merk dat ik het moeilijk vind om elke avond anderhalve tablet fluoxetine in te nemen. Waarom zou ik het doen?’, vraagt Lisa zich af. ‘Antidepressiva maakte me oppervlakkig, als een persoon zonder emoties.’

    En daar komt een onvermijdelijk thema om de hoek kijken als het op antidepressiva aankomt: bijwerkingen. Het is iets waar Sanne genoeg ervaring mee heeft. Ze kreeg op zeer jonge leeftijd antidepressiva voorgeschreven en voelde zich hierdoor naar eigen zeggen een soort proefkonijn. ‘Ik weet bijvoorbeeld ook niet of mijn moeder eigenlijk wel op de hoogte was van het feit dat ik antidepressiva op jonge leeftijd kreeg voorgeschreven’, vertelt ze me.

    Emotioneel vlak
    In totaal heeft Sanne 13 jaar ervaring met antidepressiva, maar de bijwerkingen waren te heftig. Ze werd enkel meer suïcidaal en depressief door het middel. Dat is dan ook de reden dat ze momenteel is gestopt met de medicatie.

    Aan de andere kant kan het middel ook juist voor minder suïcidale gedachten zorgen, zoals Daphne aangeeft. ‘Na een lang proces van meerdere soorten uitproberen werkt citalopram voor mij, en kan ik nu meer van dingen genieten. Bovenal voel ik me minder suïcidaal.’

    Cin
    Ook Cin ervoer de nodige bijwerkingen, maar gebruikt het middel nu nog wel. ‘Ik ben emotioneel vlakker geworden, heb minder energie, ben minder creatief en ben dankzij de pillen zo’n 10 kg zwaarder.’ Dat klinkt allemaal behoorlijk negatief, maar toch blijft ze het middel gebruiken, dat ze als “noodgreep” beschrijft. ‘Ik slik het niet voor mijn lol, maar ik zie het als een levensredder. Dankzij antidepressiva kan ik goed slapen en heb ik een stabiel gezinsleven. Bovendien heb ik plezier bij het in stand houden van het gezin.’

    ‘Als antidepressiva je helpt, is het natuurlijk geweldig’
    Het is vooraf nooit duidelijk hoe, en in welke mate, je lichaam op antidepressiva gaat reageren. Wel is het zo dat de medicijnen bij de meeste mensen pas na enkele weken effect hebben. Ook hebben veel gebruikers tijdens deze ‘inwerkfase’ meer last van bijwerkingen. Het wordt echter een ander verhaal wanneer deze bijwerkingen permanent zijn, zoals bij Anna het geval was. ‘De bijwerkingen gingen helemaal niet weg. Daarom ben ik sinds juni van dit jaar gestopt met het gebruik.’

    Van de 7 mensen die aan dit artikel meewerkten, gebruiken 4 van hen momenteel nog steeds antidepressiva. Sommigen slikken het middel op dagelijkse basis, terwijl anderen zo nu en dan stoppen en dan later weer beginnen.

    Anna, Natasja en Sanne hebben de medicijnen volledig aan de kant geschoven. Ondanks deze keuze, staat Anna niet negatief tegenover het gebruik van antidepressiva. Integendeel zelfs. ‘Als antidepressiva je helpt, is het natuurlijk geweldig’, aldus Anna. ‘Ik zou het dan ook zeker niet afraden. Ik ken mensen bij wie het heel goed geholpen heeft, dus het is zeker het proberen waard.’

    Verwachtingen
    Het moge duidelijk zijn dat de wetenschappelijke basis van antidepressiva volop in ontwikkeling is. William Haüser, psychiatriehoogleraar aan de University of Massachusetts, schreef in 2012 daarom dat zorgprofessionals de verwachtingen van antidepressiva-gebruikers goed moeten managen. Het is vooral belangrijk om het pilletje niet als wondermiddel in de markt te zetten, adviseert Haüser. Ik was dan ook benieuwd wat de respondenten graag over het gebruik van antidepressiva wilden weten, vóórdat ze eraan begonnen.

    Vrijwel unaniem wordt hierbij het mogelijke effect van bijwerkingen en onverklaarbare effecten genoemd. ‘Het is heftig spul dat niet zomaar geslikt mag worden’, waarschuwt Cin. ‘Bij mij is pas na 19 jaar antidepressiva slikken duidelijk geworden dat de standaarddosering te hoog is voor mij. Hierdoor heb ik jarenlang rondgelopen als een zombie die alleen maar wilde slapen.’

    Deze onduidelijkheid rondom het gebruik van antidepressiva stipt ook Daphne aan. ‘De juiste antidepressiva vinden is vaak een lang proces van uitproberen vol ups en downs. Een lange adem is zeker nodig’, zegt ze.

    Daphne
    Iedereen die ervaring heeft met depressie, of mentale gezondheidsproblemen in het algemeen, weet dat het proces van herstel lang kan duren. Vrijwel alle antidepressiva-ervaringsdeskundigen gaven dan ook aan dat het medicijn onderdeel van de oplossing is, maar niet het hele plaatje. De meeste gesprekspartners geloven dan ook in een combinatie van antidepressiva enerzijds, en therapie volgen anderzijds.

    ‘Doe wat goed voelt, denk voor jezelf na en neem deel aan therapiesessies’, adviseert Lisa. ‘Op die manier kun je samen met een professional kijken naar de onderliggende problemen.’ Het is een advies waar ook Sanne, die inmiddels geen antidepressiva meer gebruikt, zich in kan vinden. Zij leerde uiteindelijk met haar problemen omgaan door middel van emdr-behandeling.

    Antidepressiva-ervaringen: de tweede rode draad
    In het begin van dit artikel zei ik dat er één gemeenschappelijke deler in de verhalen van de ervaringsdeskundigen zat. Ik loog, want er is nog een tweede rode draad aanwezig.

    Alle respondenten gaven namelijk aan dat het niet nodig om je te schamen voor het gebruik van antidepressiva. Uit de ervaringsverhalen is immers gebleken dat het echt kan helpen, maar niet bij iedereen. Bovendien zijn er duizend-en-een variabelen waar je rekening mee moet houden.

    Wat echter overeind blijft is dat het medicijn werkt voor sommigen. Of dit om een placebo-effect gaat is daarbij niet eens zo belangrijk, omdat de zwaarte van een heftige depressie ontzettend intens aanvoelt. Oftewel: Ieder beetje verlichting doet goed.

    ‘Het is niet nodig om je te schamen voor het gebruik van antidepressiva. Je hebt het op dat moment nodig om in leven te blijven, net zoals anderen bijvoorbeeld medicijnen voor hun hart nodig hebben’, besluit Elke.

    Bron: Commen >>

    #249690
    Luka
    Moderator

    Wel of geen vitaminen bijslikken? De feiten en fabels over voedingssupplementen

    Bij een bewust leven, hoort ook een gezond leven. En wie graag goed voor zijn lijf zorgt, heeft ongetwijfeld van voedingssupplementen gehoord of heeft zelfs al een paar potjes met vitaminen op z’n nachtkastje staan. Toch is er veel verwarring over of het nou wel of niet nodig is om vitaminen bij te slikken. Zo zou goedkoop duurkoop zijn en zou je ook een teveel aan vitaminen kunnen hebben. Wat is daar van waar?

    Als je je er eenmaal in verdiept, weet je dat er over weinig zoveel verwarring bestaat als over het bijblikken van vitaminen en andere voedingssupplementen.

    Niet lang geleden kopte het AD nog dat een teveel aan vitamine B12 de kans op sterfte vergroot, dat onderzochten wetenschappers van het UMCG in Groningen. Dat klinkt tegenstrijdig omdat de vitamine weer onmisbaar is als je plantaardig eet.

    Daarom deelt Mischa Kremer van PerfectHealth aan Prescan (dat preventief medisch onderzoek doet) een aantal fabels en feiten over vitaminen en andere voedingssupplementen.

    Feiten en fabels over voedingssupplementen
    Kremer legt uit welke verhalen fabel zijn en welke feit!

    Fabel: onderzoek bewijst verband tussen vitamine B12 en vroegtijdige sterfte
    Het viel Kremer op dat de groep die in Groningen werd onderzocht vooral uit oude mensen bestond die al dingen mankeerden.

    “Zij hadden al een hoge bloeddruk en een slechte nierfunctie bijvoorbeeld. De proefpersonen waren patiënten die een injectie met B12 kregen toegediend in een extreem hoge dosering, veel hoger dan die mensen via een tablet of capsule binnenkrijgen.”

    Het UMCG rectificeerde de berichtgeving overigens: een significant verband tussen vroegtijdige sterfte en de B12-hoeveelheid kon niet direct worden aangewezen. Small detail…

    Feit: je kan te veel vitaminen binnen krijgen
    Vaak genoeg hoor je ‘oh, die extra vitamine, die plas je wel weer uit.’ Maar klopt dat wel? Vitaminen kunnen in water of in vet worden opgelost. De vitaminen die in water worden opgelost, verlies je via zweet of urine, als je er te veel van hebt. Maar, de vitaminen die in vet worden opgelost, hopen zich op.

    Voor beiden geldt echter een maximale veilige waarde van inname. Toch is Kremer daar nuchter onder. “Meestal hoef je jezelf daar niet druk over te maken. Je ziet op potjes soms dat een dosering van een supplement 2000 procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid bevat. Er zit echter een verschil in de veilige ondergrens die de ADH is en wat het individu soms nodig heeft om optimaal gezond te zijn en blijven.”

    Fabel: supplementen zijn een alternatief voor een gezonde levensstijl
    Wie gezond wil leven, slikt toch gewoon alle mogelijke voedingssupplementen? Het is verleidelijk om je lichaam aan te sterken met vitaminen in pilvorm, want waarom niet? Zo simpel ligt het echter nier.

    Er zijn een aantal voedingssupplementen die je lichaam nodig heeft, maar die je moeilijk uit je voedingspatroon kan halen. Dán kan het optioneel en verstandig zijn om soms – in de juiste mate – een supplement te slikken.

    Maar je wilt oppassen dat je voedingssupplementen en aanvullende vitamines gaat zien als enige oplossing voor een nutriëntentekort.

    Kremer: “Gezond leven, genoeg beweging, slaap en de juiste voeding blijven allemaal even belangrijk om in de gaten te houden. Het is dan ook goed om je te laten adviseren door experts of eens door professionals een nulmeting te laten doen. Misschien moet je naast die extra vitamine C ook wel wat meer gaan bewegen? Een innovatieve health check doen, zoals een Total Body Scan of je bloed en ontlasting laten testen kan dan helpen. Het geeft in ieder geval accurater inzicht in je gezondheid dan het wereldwijde web dat kan.”

    Feit: goedkoop is duurkoop, ook in het supplementenschap
    Voedingssupplementen komen in alle vormen en maten, maar ook in allerlei verschillende prijsklassen. Klopt het dat duurder ook per se beter is?

    “Er zijn wat ik de supermarktsupplementen noem”, aldus Kremer. “Die zijn vaak samengesteld met synthetische ingrediënten, die het lichaam niet of nauwelijks opneemt.” Deze zijn veel goedkoper dan de organische vormen die experts en speciaalzaken vaak adviseren.

    “Bovendien hebben de goedkopere voedingssupplementen vaak te lage doseringen om een heilzaam effect te hebben”, zegt Kremer. Daarbij bevatten goedkope supplementen vaak allerlei onnodige toevoegingen die alleen maar commerciële belangen dienen en niets voor de gezondheid brengen. Koop daarom liever een kwaliteitssupplement, aldus Kremer.

    Laat je adviseren!
    De conclusie van deze feiten en fabels? Supplementen nemen in de vorm van vitaminen, mineralen, en andere soorten nutriënten kán helpen bij het voorkomen van kwalen. Maar, goed advies is altijd noodzakelijk.

    Experts kunnen aan de hand een gesprek (elke situatie en persoon verschilt!) inschatten of testen waar eventueel een tekort is en welke supplementen jouw gezondheid kunnen ondersteunen!

    Bron: Bedrock >>

    #251812
    Luka
    Moderator

    Niet meer lam van de oxazepam

    Niet kunnen slapen, niet willen eten, continu onrust en paniek in je lijf. Het gevoel dat het helemaal mis gaat, terwijl er geen directe dreiging is. Na een rustige periode van bijna een jaar raasde ik weer op een depressie af. Daar gaan we weer, dacht ik. Mijn familie sleepte me mee naar de dokter en die koos voor het volgende: oxazepam. Ik had er nog een probleem bij.

    Oxazepam is een pilletje van de familie benzodiazepinen. Het middel remt de hyperactiviteit in de hersenen. De flitsende piekergedachten worden lam gelegd. Daarnaast hebben ze een slaapverwekkend en angstremmend effect. ‘Prettig toch?’ hoor ik je denken.

    Zeg maar gerust heerlijk!

    Ik weet het nog goed, het moment dat ik mijn eerste oxazepam had genomen

    Ik lag op de bank en voelde alle stress en spanning uit mijn lijf wegvloeien. Nu komt het allemaal weer goed, dacht ik.
    Ik voelde me lekker wegdoezelen en viel in een diepe slaap. Twee uur later werd ik wakker en het besef dat de wereld onveranderd was kwam keihard aan. ‘Nee!’ dacht ik, ‘Ik wil niet terug naar dat klotegevoel!’
    Gelukkig had ik een strip met tien pillen gekregen.

    Bijwerkingen van oxazepam zijn sufheid en een afname van het concentratievermogen. Eigenlijk voel je je hetzelfde als met een paar biertjes achter de kiezen. Je mag dan ook niet autorijden. Iets wat door veel oxazepamgebruikers tóch word gedaan, onder het motto: tja wat is nou gevaarlijker: een hoofd vol afleidende gedachten of een roesje?

    Daarbij vlakt het middel je emoties af; gevoelens worden onderdrukt en je hebt eigenlijk het gevoel dat je niet meer helemaal deelneemt aan de wereld om je heen

    Een andere bijwerking van het middel is dat het verslavend kan werken en dat je steeds meer pillen nodig hebt om hetzelfde resultaat te bereiken.

    Soms lag ik dagen in bed. De meeste tijd sliep ik en wanneer ik wakker werd slikte ik een volgende oxazepam, zodat ik het gevoel vast bleef houden. Ik hoefde nergens meer aan te denken en niemand meer te zien. Ik had mijn oplossing gevonden.

    Mijn familie dacht daar anders over, en probeerde me te motiveren om ook zonder oxazepam dingen te ondernemen. Maar bij onthouding krijg je last van ontwenningsverschijnselen, in mijn geval gingen die gepaard met angstaanvallen.

    Ik heb mensen gesmeekt om nog een pilletje, wilde de pijn en negatieve gedachten niet verdragen

    Uiteindelijk ben ik bij een kliniek terecht gekomen waar ik bij binnenkomst direct moest afbouwen. Hun argument hiervoor was dat ze op dit moment niet de ware Kim zagen, en me zo ook niet goed konden behandelen.

    Ik zag enorm op tegen de slapeloze nachten en wilde eigenlijk liever naar huis. Lekker terug in bed en we zien wel. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om toch te blijven. Ik moest door alle pijn heen en er was geen makkelijke en verdovende uitweg meer. Gelukkig ben ik langzaamaan opgeknapt, en heb sindsdien geen pilletje meer aangeraakt.

    Als ik nu terug kijk besef ik me pas wat voor impact de oxazepam op mij had

    Bizar hoe ik in korte tijd zo afhankelijk was geworden van medicijnen. Pillen, die je van de dokter krijgt!
    Gelukkig kan ik inmiddels ook lachen om het gedrag van toen, maar aan de andere kant maakt het me verdrietig omdat ik weet dat er in behandelingen regelmatig teveel op medicatie wordt gestuurd.

    Wanneer medicatie niet wordt ondersteund door een vorm van therapie is het grote nadeel dat de echte problemen onaangeroerd blijven. De mogelijkheid om anders met je kwetsbaarheid om te gaan wordt je door alleen pillen slikken ontnomen. Terwijl naar mijn ervaring juist daarin de kern van echt herstel ligt.

    Na jaren van pieken en dalen heb ik het geluk gehad dat ik de juiste behandeling heb gevonden, waarin ik samen met professionals en mede-cliënten samen een nieuw begin hebben gemaakt.

    Ik heb me eenvoudige beginselen zoals rust en regelmaat weer eigen gemaakt. Gezond eten, bewegen en ritme in de dag gaven me het eerste houvast om op verder te bouwen.

    Geen pillen of verdoving meer, maar het doen met mijn eigen middelen.

    Een verschuiving van focus welke veel tijd en geduld heeft gekost, maar in mijn geval vele malen natuurlijker en houdbaarder is gebleken.

    Kim Vos is ervaringsdeskundige en ambassadrice van Samen Sterk Zonder Stigma. Kim schrijft op haar eigen website over haar ervaringen met de hulpverlening en de inzichten die ze op deed op haar weg naar herstel.

    Bron: Psychosenet.NL >>

    #251813
    Luka
    Moderator

    Benzodiazepinen

    Anxiolyse betekent angstreductie. Medicijnen die de angst kunnen verminderen worden anxiolytica genoemd. Een belangrijke groep medicijnen met een rustgevende en ontspannende werking zijn de benzodiazepines, met middelen zoals diazepam (valium) en oxazepam (seresta).

    Wat zijn benzodiazepines?
    Benzodiazepinen, in spreektaal benzo’s genoemd, zijn medicijnen met een rustgevende en ontspannende werking. Benzodiazepinen worden in de volksmond ook aangeduid als: slaappillen, kalmeringsmiddelen, pammetjes (de naam eindigt meestal op ‘pam’), of met de merknamen Seresta of Valium. Benzodiazepinen worden vaak voor een korte periode voorgeschreven wanneer je veel last hebt van angst of onrust, of wanneer je slaapproblemen hebt.

    De problematiek die schuilgaat achter deze symptomen wordt met medicatie niet opgelost. Het is van belang om hier aandacht aan te schenken en zicht te krijgen op de onderliggende oorzaken. Hiermee aan de slag gaan is meestal een langdurig en ingewikkeld persoonlijk proces, waarbij veel factoren in het leven een rol spelen. Tegelijkertijd is hiermee aan het werk gaan, al of niet met professionele ondersteuning, de sleutel in het omgaan met de spanningsklachten en het weer af kunnen bouwen van deze medicatie. Hierin is het steeds zoeken naar de balans tussen comfortabel voelen, uit de comfortzone durven stappen met nieuwe uitdagingen en daarna met het aangeleerde nieuwe gedrag weer comfortabel leren voelen.

    Verslavende werking
    Benzodiazepinen hebben een verslavende werking. Dat betekent dat het lichaam er afhankelijk van wordt, dat er steeds meer medicatie nodig is voor hetzelfde effect en/of dat bij het stoppen met de medicatie ontwenningsverschijnselen ontstaan. Gebruik deze medicijnen altijd in goed overleg met een arts en bouw zorgvuldig af. Lees de bijsluiter om de nadelige gevolgen en de bijwerkingen goed in beeld te hebben.

    Benzodiazepinen bij slaapproblemen
    Sommige benzodiazepinen werken versuffend en ontspannen de spieren. Deze kunnen in een kortdurende of langdurende variant voorgeschreven worden bij slaapproblemen. Door gewenning neemt de werking van de medicatie na verloop van tijd af. Het is belangrijk deze middelen niet langer dan 2 weken te gebruiken omdat er afhankelijkheid op kan treden.

    Kortwerkende benzodiazepinen
    Bij problemen met het in slaap komen worden kortdurende benzodiazepinen voorgeschreven. Ze beginnen meestal binnen een half uur te werken en werken zo’n 2 tot 6 uur door. Hieronder de meest voorkomende kortdurende benzodiazepinen, met tussen haakjes hun (soms oude) merknaam:

    • Brotizolam (Lendormin)
    • Loprazolam (Dormonoct)
    • Midazolam (Dormicum)
    • Nitrazepam (Mogadon)
    • Temazepam (Normison)
    • Zolpidem (Stilnoct)
    • Zopiclon (Imovane)

    Nota bene: Zolpidem (Stilnoct) en Zopiclon (Imovane) zijn wel slaapmiddelen maar geen benzodiazepinen.
    Het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) gaat hier ook anders mee om.
    Zopiclon en Zolpidem worden ook wel Z drugs genoemd en worden door het GVS vergoed.
    Benzodiazepinen worden niet door het GVS gedekt tenzij ze worden voorgeschreven met een zgn. B2 codering.

    Langwerkende benzodiazepinen
    Bij problemen met doorslapen worden langwerkende benzodiazepinen voorgeschreven. Deze medicijnen werken meestal na een uur en de werking houdt zo’n 8 tot 12 uur aan.
    Ze beginnen meestal na een uur te werken en de werking houdt 8 tot 12 uur aan.
    Hieronder de meest voorkomende langwerkende benzodiazepinen, met tussen haakjes hun merknaam:

    • Diazepam (Valium, Stesolid)
    • Flurazepam (Dalmadorm)
    • Lorazepam (Temesta)
    • Lormetazepam (Noctamid)
    • Nitrazepam (Mogadon)
    • Oxazepam (Seresta)

    Benzodiazepinen bij angst of onrust

    Benzodiazepinen werken kalmerend en vlakken emoties af. Ze werken vooral bij meer chronische angst of spanning. Bij paniekaanvallen werken ze minder goed. Ook hier geldt dat na verloop van tijd gewenning op treedt en afhankelijkheid kan ontstaan. Het is advies is om bij angst benzodiazepinen niet langer dan twee maanden te gebruiken en het afbouwen en stoppen met de medicatie in goed overleg met een arts te doen.

    Hieronder de meest voorkomende benzodiazepinen die bij angst en onrust worden voorgeschreven, met tussen haakjes hun merknaam:

    • Alprazolam (Xanax)
    • Bromazepam (Lexotanil)
    • Chloordiazepoxide (Librium)
    • Clobazepam (Frisium)
    • Clorazepinezuur (Tranxène)
    • Diazepam (Valium)
    • Lorazepam (Temesta)
    • Oxazepam (Seresta)
    • Prazepam (Reapam)

    Bijwerkingen van Bbenzodiazepinen
    Sommige mensen ervaren bijwerkingen door het gebruik van benzodiazepinen. Dit zijn de meest voorkomende bijwerkingen:

    • sufheid, slaperigheid
    • minder alert, concentratieproblemen
    • slappe spieren
    • somberheid
    • geen zin in contact
    • problemen met het geheugen
    • minder zin hebben in seks
    • een leeg gevoel
    • gevaarlijke situaties onderschatten
    • weinig zin hebben om iets te ondernemen
    • snel geïrriteerd zijn door de omgeving
    • benauwdheid
    • sneller struikelen, vallen
    • coördinatieproblemen

    Neem contact op met je arts/psychiater/apotheker als je veel last hebt van bijwerkingen en je je zorgen maakt.

    Afbouwen en stoppen
    Om afhankelijkheid te voorkomen is het belangrijk benzodiazepinen niet te lang te gebruiken. Overleg met je arts of psychiater hoe je het best kunt stoppen. Het is het veiligst om rustig af te bouwen, zodat je niet te veel last krijgt van onttrekkingsverschijnselen.

    Dit zijn een aantal veel voorkomende fysieke onttrekkingsverschijnselen:

    • stijfheid
    • maagproblemen
    • je grieperig voelen
    • visuele problemen
    • duizeligheid

    Dit zijn een aantal veel voorkomende psychische onttrekkingsverschijnselen:

    • angst
    • slapeloosheid
    • nachtmerries
    • geheugen- en concentratieproblemen
    • depressieve klachten
    • hallucinaties
    • overgevoeligheid voor licht, geluid of aanraking

    Onttrekkingsverschijnselen verdwijnen doorgaans na een aantal weken. Soms duurt het langer, soms krijg je er helemaal geen last van. Bespreek je klachten en zorgen altijd met je arts of apotheker. Levert afbouwen veel problemen op? Taperingstrips kunnen een uitkomt bieden. Lees er meer over op taperingstrip.nl.

    Hebben benzodiazepinen effect op andere medicatie?
    Bespreek altijd met je arts welke medicatie je allemaal slikt voor je start of stopt met een nieuw medicijn. Benoem ook eventuele supplementen die je slikt, of homeopathische middelen. Het kan gebeuren dat medicatie die je al slikt niet goed samen gaat met een nieuw middel. Benzodiazepinen kunnen je slaperig maken, andere medicatie kan dit verergeren, zoals:

    • sommige pijnstillers
    • antidepressiva
    • antipsychotica
    • valeriaan
    • antihistamine / anti-allergie tabletten
    • beta-blockers

    Heeft alcohol invloed op benzodiazepinen?
    Alcohol en benzodiazepines (ofwel slaap- en kalmeringsmiddelen) vormen geen goede combinatie. Ze versterken elkaars verdovende werking, met soms onvoorspelbare gevolgen. Naast enorme slaperigheid kan het ook agressie en vijandigheid bevorderen. Alcohol drinken als je benzo’s slikt wordt dus sterk afgeraden.

    Mag je autorijden als je benzodiazepinen slikt?
    Het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen leidt tot een verminderd reactie- en beoordelingsvermogen en kan er voor zorgen dat je slaperig wordt. Of je mag autorijden, hangt af van de dosering en van de tijd die is verstreken na de laatste inname. Kijk voor advies op de website Rij veilig met medicijnen.nl.

    Mag je benzodiazepinen gebruiken als je zwanger bent?
    Bespreek medicijngebruik altijd met een arts en/of verloskundige als je zwanger bent of wilt worden. Benzodiazepinen kunnen in principe worden gebruikt tijdens zwangerschap, bij een normale dosering zijn er geen speciale maatregelen nodig. Bij hoge doseringen, langdurig gebruik of in combinatie met andere medicijnen kan het ongeboren kindje gewend raken aan de medicatie. Na de geboorte kan het dan last krijgen van ontwenningsverschijnselen.
    In de folder Benzodiazepinen bij de zwangerschap en in het kraambed van het Radboud umc lees je meer informatie.

    Bron: Psychosenet.nl >>

    #251815
    Luka
    Moderator

    Stemmingsstabilisatoren

    Stemmingsstabilisatoren zijn een vorm van medicatie die ondersteuning kunnen bieden bij depressie, manie of snel veranderende stemmingswisselingen. De meest bekende stemmingsstabilisator is lithium en wordt vaak voorgeschreven in de behandeling van een bipolaire stemmingsstoornis of wel manisch-depressieve stoornis.

    Stemmingsstabilisatoren kunnen stemmingswisselingen helpen beheersen en soms doen afnemen. Mensen die last hebben van zowel depressieve als manische en/of psychotische klachten, zijn vaak aangewezen op deze vorm van medicatie. Vaak wordt deze medicatie preventief voorgeschreven na een eerste acute ontregeling of crisis. Om te voorkomen dat zo’n crisis nog een keer plaatsvindt, wordt aangeraden deze medicatie langdurig te gebruiken.

    Ter illustratie: mensen met psychosegevoeligheid in combinatie met stemmingsproblemen (bijvoorbeeld een diagnose bipolaire stemmingsstoornis of manisch-depressiviteit), kunnen baat hebben bij dergelijke medicatie. De euforie die kan ontstaan tijdens een (hypo)manie wordt geremd, waardoor een psychose wordt voorkomen. Stemmingsstabilisatoren werken als een soort ‘veiligheidsgordel’, zodat iemand in een manische fase niet doorschiet in een psychose.

    Typen stemmingsstabilisatoren [merknaam] (en de werkzame stof)

    • Lithium [Priadel, Camcolit, Litarex] (Lithiumcarbonaat)
    • Carbamazepine [Tegretol, Carbymal]
    • Valproaat [Depakine, Convulex, Propymal (Valproïnezuur)
    • Lamictal [Lamictal] (Lamotrigine)

    Lithiumvergiftiging
    Te veel lithium in je bloed kan een lithiumvergiftiging (ook wel lithiumintoxicatie) veroorzaken. Dit is een ernstige toestand waardoor blijvende schade op kan treden. Direct maatregelen nemen is dan ook noodzakelijk. Een lithiumvergiftiging kan geleidelijk ontstaan. Soms heeft de omgeving het eerder in de gaten dan de persoon die de medicatie slikt. Bij een gelijkblijvende dosering is de oorzaak meestal een vocht- en zouttekort (of te veel vocht- en zoutverlies). Een vergiftiging kan ook optreden als iemand te veel lithium inneemt. Een lithiumvergiftiging is goed te voorkomen door zorgvuldig gebruik en regelmatige controle van de lithiumspiegel.

    De kans op een lithiumvergiftiging neemt toe in de volgende situaties:

    • Diarree en/of braken
    • Overmatig vochtverlies door transpireren (bijvoorbeeld door intensief sporten, bezoek aan de sauna en warme weersomstandigheden) en onvoldoende drinken
    • Extreem dieet of zoutarm dieet
    • Eetlustverlies, bijvoorbeeld tijdens een acute ziekte of hoge koorts
    • Gebruik van bepaalde medicijnen zoals plastabletten, bepaalde pijnstillers (niet bij paracetamol!), bepaalde medicijnen tegen hoge bloeddruk en bepaalde antibiotica

    Wat zijn verschijnselen van een lithiumvergiftiging?
    Bij een lithiumvergiftiging zie je een toename van ‘gewone’ bijwerkingen zoals:

    • Beven, misselijkheid, braken, buikkramp en diarree
    • Concentratieverlies, sloomheid, sufheid en slaperigheid
    • Zwaar gevoel in armen en benen, spierzwakte
    • ‘Dronkemans ‘ gang en/of ‘dronkemans’ spraak
    • Verwardheid, spiertrekkingen en toevallen.

    Als één of meer van deze verschijnselen optreden moet de inname van lithium tenminste tijdelijk gestopt worden en moet je een psychiater en/of huisarts waarschuwen. Daarnaast kun je alvast extra zout en vocht innemen, bijvoorbeeld in de vorm van een of twee koppen bouillon.

    Controles bij lithiumgebruik
    Bij het gebruik van lithium moet regelmatig (in het begin wekelijks, later elke maand en op de lange termijn elke 3 tot maximaal 6 maanden) de hoeveelheid lithium in het bloed bepaald worden om te zien of deze niet te hoog of te laag is. Waardes tussen 0,6 – 0,8 mmol/l worden als normaal aangehouden. Verder worden in het bloed de nier-en schildklierfunctie gecontroleerd en wordt je gewicht in de gaten gehouden.

    Welke medicatie werkt het best?
    Elk lichaam is anders en elk persoon reageert anders op medicatie. Door goed samen te werken met je psychiater, behandelaar en/of sociaal psychiatrische verpleegkundigen kan een steeds betere behandeling worden gegeven. Aan de ene kant gaat het erom dat de medicatie goed werkt. Aan de andere kant is het van belang dat de werkzaamheid opweegt tegen de nadelige gevolgen zoals de bijwerkingen die door het gebruik van de medicatie kunnen optreden.

    Bijwerkingen
    Medicatie hebben het doel om symptomen te verminderen of weg te nemen. Tegelijkertijd kunnen door het gebruik van medicatie ook weer nieuwe symptomen en klachten ontstaan. Lees goed de bijsluiter om te weten welke mogelijke bijwerkingen er kunnen optreden. Voorbeelden van bijwerkingen bij stemmingsstabilisatoren zijn: gewichtstoename, misselijkheid, tremor (zoals trillende handen), irritaties aan de huid, problemen met lever en nieren, vermoeidheid, lusteloosheid, stijve spieren en soms zelfs depressiviteit en suicidaliteit.

    Stoppen met het gebruik van stemmingsstabilisatoren
    Wanneer je medicatie wilt afbouwen, is het van belang om dit in goed overleg te doen met de behandelaar die je medicatie voorschrijft. Om een terugval te voorkomen, dient er op een verantwoorde manier te worden afgebouwd. Ook is het belangrijk dat iemand (bijvoorbeeld je behandelaar) het afbouwproces volgt om risico’s op terugval te voorkomen. Bij plotseling stoppen, kunnen er ook ontwenningsverschijnselen optreden. Om zorgvuldig en nauwkeurig af te kunnen bouwen kan in overleg met de apotheek gezorgd worden voor aangepaste dosering van medicatie in de vorm van taperingstrip.

    Bron: Psychosenet.nl >>

    #251816
    Luka
    Moderator

    Antidepressiva

    Wanneer je last hebt van een sombere stemming of depressieve gevoelens en gedachtes, kan het zijn dat je een antidepressivum krijgt voorgeschreven. Antidepressiva hebben effect op bepaalde stoffen in de hersenen waardoor depressieve klachten vaak verminderen. Het duurt meestal twee tot zes weken voor de medicatie aanslaat.

    Wat zijn antidepressiva?
    Antidepressiva zijn medicijnen die worden ingezet om depressieve klachten te verminderen. Ze worden veelal toegediend in de vorm van tabletten en capsules, soms ook in vloeibare vorm. Dit type medicatie heeft effect op de neurotransmitters serotonine en noradrenaline, die betrokken zijn bij de regulatie van stemming en emoties. Uit onderzoek is bekend dat een tekort aan deze neurotransmitters kan leiden tot depressie- en angstklachten. Wat precies de oorzaak is van zo’n tekort is daarentegen een stuk complexer. Meerdere factoren, waaronder genetische-, sociale- én omgevingsfactoren, spelen hierbij een rol.

    Antidepressiva genezen niet
    Een antidepressivum is geen geneesmiddel in de zin dat het een depressie, of depressieve klachten, geneest. Dat kan ook niet, want een depressie heeft zelden maar één zuivere oorzaak, laat staan één biologische. Je kunt antidepressiva daarom beter beschouwen als een steuntje in de rug. Ze worden ingezet om je klachten te verminderen, zodat je weer meer energie hebt om met andere gebieden in je leven aan de slag te gaan. Vaak worden medicijnen daarom ook voorgeschreven in combinatie met therapie, waarin je kan werken aan de achterliggende oorzaken van jouw klachten.

    Lees verder over antidepressiva:

    Werking
    Verschillen soorten: SSRI, SNRI, MAO
    Medicijngebruik
    Medicatie afbouwen
    Bijwerkingen
    Invloed op andere medicatie
    Alcohol en drugs in combinatie met
    Zwangerschap en borstvoeding

    Bron: Psychosenet NL >>

    #251817
    Luka
    Moderator

    Antipsychotica

    Wanneer je psychotische ervaringen hebt waar je veel last van ondervindt, kan je arts of psychiater adviseren om hiervoor medicatie te gebruiken. Antipsychotica kan soms helpen om weer uit de psychose te komen, de achterliggende problemen lossen ze alleen niet op.

    Wanneer je een psychose hebt kan het zijn dat je dingen hoort of ziet die anderen niet zien (hallucinaties), of dat je ideeën of overtuigingen hebt die anderen om je heen niet hebben of niet lijken te begrijpen (wanen). Sommige mensen beschrijven het als een ‘breuk met de realiteit’. Artsen beschrijven het vaak als psychotische symptomen, een psychotische episode of een psychotische ervaring.

    Wat zijn antipsychotica?
    Je arts of psychiater kan adviseren om hiervoor medicatie, een antipsychoticum te gebruiken om je te helpen om weer uit de psychose te komen. Een antipsychoticum heeft geen genezende werking; het neemt de oorzaak van de psychose niet weg en lossen achterliggende problemen niet op. De medicatie zorgt ervoor dar angst en agitatie worden gedempt. Dit kan je helpen weer meer controle te krijgen op je leven, zeker als je merkt dat de psychotische symptomen voor veel stress en angst zorgen.

    Hoe werken antipsychotica?
    Je hersenen bevatten chemische boodschappers (neurotransmitters) die ervoor zorgen dat informatie van het ene deel van je hersenen naar het andere deel wordt gezonden. Eén van deze stoffen die hiervoor zorgt heet dopamine.

    Hoge concentraties dopamine maken dat de hersenen anders gaan werken en dat informatie anders wordt doorgegeven. Hierdoor kunnen symptomen van een psychose ontstaan. Antipsychotische medicatie verminderen de signalen van dopamine in je hersenen, waardoor er meer kans is dat de informatie op de goede manier wordt doorgegeven.

    Lees alles over antipsychotica:

    Verschillende soorten
    Toedieningsvormen: tabletten, druppels en injecties
    Hoe je medicatie het best kunt gebruiken
    Wat je moet weten over afbouwen
    Bijwerkingen
    Metabool syndroom
    Invloed op andere medicijnen
    Alcohol en drugs in combinatie met
    Autorijden
    Zwangerschap

    Op apotheek.nl vind je informatie over specifieke medicijnen en de bijsluiter.

    Bron: Psychosenet.nl >>

    #251818
    Luka
    Moderator

     Een initiatief van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik

    RIJ VEILIG MET MEDICIJNEN.nl

    Mag ik rijden met mijn medicijn? zoek op medicijn of werkbare stof

    Eén op de zes Nederlanders gebruikt één of meer medicijnen waardoor je minder goed kunt rijden.
    Op deze website kun je opzoeken of jouw medicijn invloed heeft op de rijvaardigheid. De adviezen zijn gemaakt door de beroepsorganisatie van apothekers KNMP.

    Je vindt op deze website alleen de medicijnen die invloed hebben op het rijden. Van nieuwe medicijnen is soms nog geen advies beschikbaar. Staat jouw medicijn niet op deze website? Lees dan de bijsluiter, of vraag het je arts of apotheker.

    #251819
    Luka
    Moderator

    http://www.taperingstrip.nl

    Taperingstrips
    Bij het afbouwen van antidepressiva, antipsychotica, slaap- en kalmeringsmiddelen en andere medicijnen kunnen zich allerlei problemen voordoen. Problemen waar patiënten zoveel last van kunnen hebben dat stoppen met de medicatie niet lukt, of alleen met heel veel moeite en klachten. In 2010 werd Project Tapering opgezet door Cinderella Therapeutics om een oplossing te bieden voor problemen die zich kunnen voordoen bij het afbouwen.

    Project Tapering
    Het doel van het project tapering is om een oplossing te bieden voor problemen die zich kunnen voordoen bij het afbouwen van antidepressiva, antipsychotica, slaap en kalmeringsmiddelen en andere medicijnen. Problemen waar patiënten zoveel last van kunnen hebben dat stoppen niet lukt of alleen met heel veel moeite en klachten.

    Wat
    Een taperingstrip is ‘medicatie op rol’ voor een periode van 28 dagen waarmee de dagelijkse dosis van een medicijn in 28 dagen geleidelijk een stuk wordt verlaagd.

    Hoe
    Door gebruik te maken van één of meer taperingstrips kan iemand de dagelijkse dosis van een medicijn geleidelijk een stuk verlagen (dosisoptimalisatie), of helemaal naar nul afbouwen.

    Voor wie
    Taperingstrips worden ontwikkeld voor medicijnen die bij te snelle dosisverlaging onttrekkingsverschijnselen kunnen veroorzaken. Bekijk hier voor welke medicijnen al strips bestaan.

    #251910
    Luka
    Moderator

    Antipsychotica afbouwen – Doe het samen met je afbouwmaatje

    Karin Groen is sinds september 2017 als Ypsilonvertegenwoordiger betrokken bij de HAMLETT studie naar het afbouwen van antipsychotica. Het idee voor het onderwerp ‘hulp bij afbouwen’ kwam van Ypsilon en is opgepakt door het HAMLETT-team.

    Met als resultaat de praktische gids ‘Afbouwen doe je zo’
    De gids ‘afbouwen doe je zo’ is toegankelijk geschreven en beschrijft de voor- en nadelen van doorgaan met of afbouwen van antipsychotica.

    Afbouwen is een proces dat zorgvuldig moet worden begeleid door behandelaars in de GGZ-instellingen.

    De gids is een nuttige leidraad voor mensen die meedoen aan de studie en hun familie- en naasten. Zij kennen de historie en kracht van de persoon en kunnen daarom samen met de deelnemer en behandelaar een plan maken voor ondersteuning tijdens afbouwen.

    Vanuit HAMLETT wordt de deelnemers aangeraden om een naaste te kiezen die hen kan ondersteunen in het afbouw-proces: een ‘afbouwmaatje’
    Een vragenlijst met mogelijke terugvalsignalen is opgenomen in de gids. Op tijd contact leggen met de behandelaar is belangrijk. In de afbouwgids zijn daarvoor handvatten gegeven onder het motto: ‘Afbouwen doe je samen’. Voor naasten is de gids een hulpmiddel om steun te geven en een vinger aan de pols te houden.

    Afbouwen is een specifiek traject dat verschilt per medicijn, daarom is er per type antipsychoticum een afbouwschema
    Dat geeft een beeld voor zowel de deelnemer als zijn maatje van wat men kan verwachten aan stappen in dosisvermindering. En ook voor het, in overleg met de behandelaar, stapsgewijs opbouwen als dat nodig is om de stabiliteit verbeteren. De studie gaat uit van wat het beste is voor een individuele persoon en is niet per se gericht op volledige afbouw. Door tijdens de studie een afbouwdagboek bij te houden is de deelnemer zelf actief betrokken bij het vastleggen van ervaringen om ze vervolgens te bespreken met de behandelaar.

    Op deze manier kan tijdens deze studie veel informatie verkregen worden uit de individuele afbouwprocessen afgezet tegen de andere groep deelnemers voor wie het standaardprotocol van toepassing is en die ook regelmatig vragenlijsten invullen.

    Speciaal voor naasten is een hoofdstuk opgenomen met praktische tips voor de steun aan degene die meedoet aan de HAMLETT-studie
    Als resultaat van deze studie kunnen we meer te weten komen over de ideale dosis voor een individuele persoon die besluit medicijnen te blijven gebruiken om stabiel te blijven met behoud van persoonlijk en sociaal functioneren. Dit kan aanleiding zijn om protocollen voor behandeling flexibeler te maken en de nadruk te leggen op een gezamenlijke zoektocht naar het juiste medicijn en de optimale dosis.

    Tijdens de HAMLETT-studie is er veel aandacht voor de groep deelnemers. Een heel team staat klaar om de deelnemers gedurende vier jaar regelmatig te zien, met hun naasten die als afbouwmaatje aan hun zijde staan.

    Maar wat gebeurt er als deze studie is afgelopen?
    Gaan er dan niet veel ongelukken gebeuren omdat dit team niet meer beschikbaar is? Gelukkig merken we tijdens de werving voor deze studie dat behandelaars open staan om hun cliënten te begeleiden bij geleidelijk afbouwen. De onderzoekers stimuleren nadrukkelijk om veranderingen in medicatie altijd te overleggen met de behandelaar.

    Door een recent ontvangen beurs, OPHELIA, kunnen de HAMLETT-deelnemers nu zelfs nog zes jaar langer gezien worden door het onderzoeksteam, dus in totaal tien jaar.

    De afbouwgids is voor iedereen die inzicht wil krijgen in het proces van afbouwen van medicijnen
    De gids bevat literatuurverwijzingen en websites van organisaties die steun bieden. Om de afbouwgids breed toegankelijk te maken is er een digitale versie beschikbaar op de HAMLETT-website. Op deze website is daar meer over te vinden.

    Bron: Psychosenet.nl >>

    #254518
    Luka
    Moderator

    Antidepressiva afbouwen: de een doet het fluitend, een ander krijgt terugval

    Nieuw onderzoek moet duidelijker maken hoe mensen kunnen stoppen met antidepressiva. Jaarlijks slikken ruim een miljoen Nederlanders die middelen en een deel van hen komt daar lastig vanaf. Wetenschappers van het Amsterdam UMC en het Radboudumc krijgen nu subsidie voor onderzoek om meer inzicht te krijgen in hoe patiënten het beste kunnen stoppen.

    De individuele verschillen zijn groot, zegt onderzoeker en psychiater Christiaan Vinkers van het Amsterdam UMC. “Sommige mensen stoppen fluitend, anderen doen meerdere stoppogingen maar krijgen het niet voor elkaar. Een deel valt tijdens het afbouwen terug in een depressie, anderen krijgen ontwenningsverschijnselen zoals een grieperig gevoel, duizeligheid of andere klachten.”

    Niets is meer goed

    Peter Oostelbos (66) heeft zijn hele leven al last van depressies en bouwt nu medicatie af. Negen jaar geleden deed hij dat ook, met vallen en opstaan. “Ik viel geregeld terug. Dan werd ik somberder en vulde mijn hoofd zich met negatieve gedachten waar ik geen controle over had. Die gedachten gaan over mezelf, over mijn vrouw, eigenlijk over alles. Niets is meer goed. Dat begint ‘s ochtends als ik wakker word en stopt pas als ik ‘s avonds in slaap val.”

    Oostelbos vindt het spannend om nu weer af te bouwen. “Niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn vrouw. Als ik weer terugval heb ik nergens zin, zonder ik me af, ben ik snel geïrriteerd en neem ik ook geen verantwoordelijkheid in het huishouden. Dan komt alles op mijn vrouw neer en dat levert spanning op. Daar lopen best wat relaties op stuk.”


    We willen weten of meer patiënten de eindstreep halen als ze langzamer afbouwen en met lagere doseringen dan nu beschikbaar zijn.

    Christiaan Vinkers, psychiater

    Psychiater Vinkers en zijn collega Eric Ruhe van het Radboudumc krijgen een subsidie van 1,5 miljoen euro van wetenschapsfinancier ZonMw voor hun onderzoek. “Wij willen weten hoeveel mensen moeite hebben met afbouwen, wie die mensen zijn en wanneer in het proces zij in de problemen komen”, zegt Vinkers. “Ook willen we weten of meer patiënten de eindstreep halen als ze langzamer afbouwen en met lagere doseringen dan nu standaard beschikbaar zijn.”

    Aan het zogeheten TAPER-AD onderzoek kunnen 200 mensen meedoen die de middelen paroxetine of venlafaxine slikken en ten minste zes maanden zijn hersteld van een depressie.

    Lagere dosering
    De helft bouwt de medicatie af volgens een protocol dat is gebaseerd op afbouwvoorbeelden van onder meer de verenigingen van huisartsen en psychiaters. De andere helft bouwt langzamer af, met kleinere stappen. Dat gebeurt met behulp van doseringen die nu niet regulier verkrijgbaar zijn.

    De hamvraag is vervolgens of het beide groepen even goed lukt om te stoppen en om het zonder medicatie vol te houden. Ook kijken de onderzoekers hoeveel moeite de twee groepen hadden met het stoppen en of deelnemers na het afbouwen opnieuw in een depressie belanden.

    Maatwerk
    Hoogleraar psychiatrie Jim van Os van het UMC Utrecht is kritisch over het onderzoek. “Afbouwen is maatwerk. De ene persoon stopt makkelijk, de andere niet. Het is trial and error en de patiënt en de behandelaar moeten samen beoordelen wat er nodig is. Dit onderzoek heeft een vaststaand protocol waarin je geen maatwerk kunt leveren. Daar help je patiënten niet mee.”

    Bovendien vindt hij het onderzoek overbodig. Hij deed zelf ook onderzoek naar het afbouwen van antidepressiva met zogeheten taperingstrips, die kleinere doseringen bevatten dan de pillen die regulier verkrijgbaar zijn. Zo’n twee derde van de deelnemers stopte minstens een jaar. “Wij hebben dus al laten zien dat die kleinere doseringen werken. Het probleem is alleen dat ze niet regulier verkrijgbaar zijn.”

    Houvast in de spreekkamer

    Vinkers beaamt dat Van Os liet zien dat patiënten succesvol kunnen stoppen met kleinere doseringen. “Het onderzoek vertelt ons echter niet of die kleinere doseringen beter werken dan de doseringen die nu bij de apotheek verkrijgbaar zijn. Ook weten we niet welk percentage van de patiënten een langzaam traject nodig heeft en hoe we hen kunnen herkennen. Die kennis willen we uit dit onderzoek halen om patiënten beter te helpen.”

    En ook Vinkers pleit voor maatwerk. “Als ons onderzoek aantoont dat een deel van de patiënten baat heeft bij langzamer afbouwen, dan geeft ons dat meer houvast in de spreekkamer. Maar dan nog moet je per patiënt kijken wat er nodig is. Je wilt mensen niet sneller laten afbouwen dan ze aankunnen, maar je wilt mensen ook niet onnodig langzaam laten afbouwen.”

    In 2019 hebben 1,1 miljoen Nederlanders antidepressiva gebruikt, stelt de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Tot en met september dit jaar verstrekten de apotheken antidepressiva aan zo’n 1 miljoen mensen, laat de stichting desgevraagd weten. Antidepressiva worden niet alleen voorgeschreven bij depressies, maar ook bijvoorbeeld tegen zenuwpijn, angststoornissen en dwangstoornissen.

    Bron: NOS.nl >>

    #258815
    Luka
    Moderator

    Zembla
    Af van antidepressiva

    Heel veel mensen slikken antidepressiva, maar ermee stoppen is vaak een lastig verhaal. Daarom blijven ze de pillen slikken, terwijl ze niet meer depressief zijn. Krijgt deze groep voldoende begeleiding?

    Ruim een miljoen mensen gebruikt in Nederland antidepressiva. In 2016 werden meer dan drie keer zoveel recepten voorgeschreven als in 1997, een enorme stijging en een groeiend probleem.

    Zembla onderzoekt of er de laatste jaren wel genoeg aandacht was voor deze patiënten, iets waar in 2018 door onder meer de Nederlandse verenigingen van huisartsen en psychiaters afspraken over werden gemaakt. Ze constateerden dat veel gebruikers van antidepressiva helemaal niet meer depressief waren, maar nog wel bleven doorslikken. Dat komt onder meer omdat het moeilijk is om ermee te stoppen. Om ontwenningsverschijnselen te voorkomen moet dit geleidelijk gebeuren. In hoeverre krijgen de gebruikers op dit moment de juiste begeleiding om ervan af te komen?

    Link naar uitzending >>

    #259347
    Luka
    Moderator

    Marianne kreeg een antipsychoticum als slaapmiddel: ‘Ik voelde me net een zombie’


    Huisartsen en psychiaters schrijven het antipsychoticum quetiapine voor bij mensen met slaapproblemen. En dat terwijl de richtlijnen vooral benadrukken dit niet te doen. Ook bij een lage dosering kan quetiapine voor flinke bijwerkingen zorgen. En gebruikers kunnen er moeilijk mee stoppen.

    Marianne Boerstra uit Sneek zat er helemaal doorheen. Ze kreeg door haar werk in de gehandicaptenzorg steeds meer last van burnout-klachten. “Op een gegeven moment sliep ik gewoon niet meer. Toen heb ik me ziekgemeld en ben ik naar mijn huisarts gegaan.” Die geeft haar een recept mee voor een slaapmiddel. Maar als Marianne bij de apotheker komt om het medicijn op te halen is ze verbaasd. “Ik kreeg quetiapine mee. Vanuit mijn werk ken ik dat als antipsychoticum. Dat is echt pittig spul.”

    Rare dromen
    Toch besluit Marianne op aanraden van de huisarts het middel te proberen. Na een aantal dagen krijgt ze al last van forse bijwerkingen. Ze krijgt nachtmerries en voelt zich enorm versuft. “Door al die rare dromen kwam ik echt geradbraakt uit bed. En in het verkeer wist ik niet hoe ver een auto nou weg was. Alles kwam heel vertraagd binnen. Ik voelde me echt net een zombie. Een heel onprettig gevoel.”

    Quetiapine is in 1997 op de markt gebracht onder de merknaam Seroquel. Het is een antipsychoticum ontwikkeld door AstraZeneca: het Zweeds-Britse farmaceutische bedrijf dat tegenwoordig vooral bekend is om zijn vaccins tegen corona. Seroquel is geregistreerd als medicijn voor schizofrenie, een bipolaire stoornis of zware depressies. Maar het wordt tegenwoordig ook in een lagere dosering door psychiaters en huisartsen voorgeschreven bij slapeloosheid.

    Olievlek
    Het gebruik van quetiapine zorgt ervoor dat je slaperig en suf wordt. En dat is volgens Arne Risselada, klinisch farmacoloog in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen, de reden dat het in een lage dosering ook voor slapeloosheid wordt voorgeschreven. “Als je goede ervaringen hebt bij het voorschrijven van quetiapine bij slaapproblemen ga je dat vaker doen. Zo is het vanuit de psychiatrie ook in de huisartsenpraktijk beland. En inmiddels heeft het zich als een olievlek verspreid.”

    Quetiapine moet het vooral hebben van mond-tot-mondreclame, want wetenschappelijk bewijs dat het bij slaapproblemen helpt ontbreekt. En ondanks dat huisartsen en psychiaters het in een lage dosering voorschrijven, is dat volgens de richtlijnen niet de bedoeling. Zo staat in de richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) te lezen: “Voor antipsychotica, zoals quetiapine, is geen plaats bij de behandeling van slapeloosheid; er is te weinig bewijs voor de effectiviteit, terwijl bijwerkingen veel voorkomen.”

    Bron: Pointer / KRO-NCRV >>

    #259348
    Luka
    Moderator

    Tollend over straat

    Pillen zijn uitgegroeid tot de meest voorkomende ‘oplossing’ voor psychische problemen. Ook angststoornissen. In hoeverre heeft de bange mens daar baat bij?

    Het was op een angstcongres dat ik hem voor het eerst zag. Op het laatste moment bleek er wat te zijn geschoven met de tijden. ‘Maar niet in paniek raken’, zei de cabaretier op het podium, ‘beneden liggen bergen oxazepam. Echt, het komt helemaal goed met ons.’

    In de weken en maanden die volgden raakte ik bevriend met de cabaretier, die Pepijn heet. In 2010 had de huisarts de diagnose ‘gegeneraliseerde angststoornis’ bij hem gesteld: een permanent verhoogd angstniveau, dat om de minste of geringste aanleiding kan exploderen. De diagnose was een opluchting geweest voor Pepijn, veel viel op zijn plaats. De angst die hij als kind ervoer in de zandbak, wanneer de andere jochies naar hem keken, de angst die hij als puber ervoer toen bleek dat zijn lichaam geen groeihormonen aanmaakte. Alle periodes van gepieker en angst hadden nu een plek gekregen in het simpele verhaal dat alleen een diagnose biedt: hij leed aan een stoornis. Lange tijd ging het goed met hem, totdat zijn vriendinnetje het met hem uitmaakte, en hij in een crisis belandde. Het was het startpunt van een eindeloze weg langs therapeuten, psychiaters, pillenhuizen en tabletloketten.

    Voor angst- en paniekstoornissen bestaan geen aparte medicijnen. Voor acute angst kun je angstremmers slikken (zoals oxazepam), die maar kort werken. Voor angst- en paniekstoornissen worden daarom antidepressiva voorgeschreven. Het eerste middel dat Pepijn slikte was citalopram, een antidepressivum dat vaak wordt voorgeschreven aan mensen die met veel angst kampen. Citalopram is een selectieve serotonine-heropnameremmer (SSRI), wat betekent dat het ervoor zorgt dat de lichaamseigen neurotransmitter serotonine vertraagd wordt heropgenomen door het lichaam, en dus langer werkzaam blijft in de hersenen. Van de miljoen antidepressiva die Nederlanders in 2017 slikten, waren meer dan de helft SSRI’s, ook wel ‘happy pills’ genoemd.

    De opmars van de SSRI begon in de jaren zeventig, nadat de Amerikaanse federale overheid grote financiële steun was begonnen te verlenen aan farmaceutische bedrijven, om grootschalige studies uit te voeren naar de invloed van neurotransmitters op geestelijke stoornissen. In 1965 formuleerde de Britse arts Alec Coppen het idee dat sommige medicijnen het serotonineniveau in de hersenen zouden verhogen. Serotonine heeft een positieve invloed op je geheugen, je emoties, je stemming, je seksuele activiteit en je eetlust, maar wat het precíes doet, lijkt niemand te weten. Niettemin werd Coppens idee overgenomen door artsen en onderzoekers, en iedere nieuwe aanhanger ervan was minder genuanceerd in zijn denken. Het idee, waarvan de validiteit nooit is bewezen of zelfs maar aannemelijk gemaakt, werd een geloofsartikel. Geleidelijk verdrongen SSRI’s de meeste andere middelen van de markt en vormen ze, naast antibiotica, de best verkochte medicijnen uit de wereldgeschiedenis.

    Psychiaters maken het zichzelf vaak gemakkelijk door tegen hun patiënten te zeggen dat ze last hebben van een ‘chemische disbalans’ in hun hersenen, die dan zou worden verholpen door een pilletje. Maar wat dan precies uit balans is, hoe een balans er überhaupt zou uitzien, en welke rol antidepressiva precies spelen in het herstellen ervan, dat weet niemand. ‘“Chemische disbalans” is een soort containerbegrip dat weer tijdwinst oplevert’, vatte Ronald Pies, voormalig redacteur van het vakblad Psychiatric Times, eens samen. Die tijdwinst is zonder meer voordelig voor psychiaters en farmaceuten. Voor patiënten ligt het gecompliceerder.

    Als eerste kreeg Pepijn, nadat hij verlaten was, oxazepam voorgeschreven, in combinatie met venlafaxine, een zogenaamde serotonine-en-noradrenaline-heropnameremmer, een SNRI. SNRI’s zorgen ervoor dat naast serotonine ook de neurotransmitter noradrenaline langer werkzaam blijft. (Noradrenaline heeft een opwekkend effect, en lijkt op adrenaline.) Hoewel venlafaxine Pepijn zo’n buikpijn bezorgde dat hij niet meer rechtop kon lopen, slikte hij het middel vier maanden.

    Tijd voor Pepijn om over te schakelen naar een nieuw medicijn, sertraline, een SSRI. Het middel sloeg niet aan, en Pepijn kreeg er een vervelende, bitter-chemische smaak van in zijn mond, en soms leek het of zijn tong in de fik stond. (Zes weken, het minimum om te kunnen bepalen of het middel aanslaat.)

    Op naar de volgende: fluvoxamine, opnieuw een SSRI. Dit sloeg überhaupt niet aan, en Pepijn zag zo wazig en was zo duf dat hij nauwelijks op de fiets durfde. (Zes weken.) Next. Mirtazapine, een tricyclisch (met een chemische structuur die bestaat uit drie koolstofringen) antidepressivum, werkte wel, maar niet op een manier die erg beviel: in drie weken tijd kwam Pepijn acht kilo aan. Zijn geheugen werkte minder goed, hij had een droge mond, gebeurtenissen beklijfden niet. En elke keer dat Pepijn van iets schrok, een onverwacht geluidje was genoeg, had hij het gevoel een elektrische schok te krijgen. (Weer zes weken.) Volgende: escilatopram, een relatief nieuw middel (2011) dat erg lijkt op citalopram (1989). Helaas deed het middel erg weinig voor Pepijn; hij bleef even angstig en zorgelijk. (Drie maanden.)

    Hij besloot er nortrilen bij te nemen, weer een tricyclisch antidepressivum. Het middel had een ongelukkige uitwerking op Pepijn, die het gevoel had knettergek te worden, warrig, intens nerveus, erg emotioneel. Hij had telkens het idee dat hij moest ontsnappen, zonder te weten waaruit. (Twee weken.) Daarna volgde een maand agomelatine, een middel dat lijkt op melatonine, het slaaphormoon. Hier werd Pepijn helaas kotsmisselijk van. Tollend liep hij over straat, en slapen ging ook belabberd. (Vier weken.)

    Uiteindelijk kwam Pepijn uit bij duloxetine, een SNRI. Dat middel slikt hij, maanden later, vandaag nog steeds. Het werkt, enigszins, en de bijwerkingen vallen mee. Nou ja, de eerste twee maanden had hij helemaal geen libido meer. Niks. Dan ging hij op een date, doken ze de koffer in, en voelde hij geen enkele prikkeling, het was alsof zijn lid niet meer bestond. Tegenwoordig gaat het beter. Tegenwoordig gaat het.

    Inmiddels zijn pillen uitgegroeid tot de meest voorkomende ‘oplossing’ voor psychische problemen. ‘De waarheid is dat patiënten vaak maar weinig geduld hebben’, legde Damian Denys, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) aan me uit, ‘en dat wij psychiaters maar weinig tijd hebben. Daarom is het, over het algemeen, zowel statistisch als sociaal wenselijker om eerst met pillen te beginnen, en dan daarna te kijken of er misschien aanvullende therapieën nodig zijn.’

    Psychofarmaca, ooit bedacht voor de echt zware gevallen, die niet konden functioneren, die dreigden ten onder te gaan, worden massaal geslikt, ook door mensen die het misschien wel zonder zouden kunnen, of die ten minste beter geïnformeerd zouden moeten worden over wat ze precies innemen.

    Werken die pillen eigenlijk? Niet echt, vindt oud-huisarts en gerenommeerd epidemioloog Dick Bijl. Aan veel van die studies waarmee de werkbaarheid van antidepressiva zou zijn aangetoond, mankeert volgens hem heel veel. Bijl, voorzitter van de International Society of Drug Bulletins en schrijver van Het pillenprobleem, is een van de zeldzame onafhankelijke medici ter wereld die zich heeft toegelegd op het uitpluizen van geneesmiddelenonderzoek. De laatste 22 jaar heeft hij zo’n dertigduizend publicaties gelezen en van commentaar voorzien. Veel studies zijn haastig en slecht uitgevoerd, meent hij, en dan is er ook nog de zogeheten ‘publicatiebias’, het fenomeen dat farmaceutische bedrijven decennialang slechts de onderzoeken met positieve resultaten hebben vrijgegeven, terwijl sommige van de pillen die iemand als Pepijn nog altijd slikt tot veel meer negatieve dan positieve onderzoeksresultaten hebben geleid. Van alle medicijnonderzoeken die farmaceutische bedrijven hebben uitgevoerd, is liefst veertig procent helemaal nooit vrijgegeven en de overige zestig procent vaak zeer selectief.

    Tegenwoordig hoeft een farmaceutisch bedrijf maar met twee positieve onderzoeken op de proppen te komen om een pil te laten goedkeuren. Het kan dus zomaar gebeuren dat een middel zeventig keer geen effect sorteert, en twee keer wel, en toch wordt goedgekeurd. Dit wordt geïllustreerd door de geschiedenis van het beroemdste antidepressivum ter wereld: Prozac. In de testperiode werd het middel aan 245 patiënten verstrekt. Maar van slechts 27 patiënten werden de resultaten door de farmaceut vrijgegeven: toevalligerwijs hadden allen positief gereageerd. De rest van de resultaten is altijd verborgen gehouden voor het publiek. En als een pil eenmaal op de markt is, wordt er zelden tot nooit aanvullend onderzoek gedaan.

    ‘Ik gebruik liever de term medicijnen dan geneesmiddelen’, zei Bijl in een interview met Knack in 2018. ‘De meeste pillen genezen namelijk helemaal niet.’ We zijn geobsedeerd door statistiek, die makkelijk te manipuleren valt, en we interesseren ons te weinig voor de band tussen statistiek en de echte wereld, vindt Bijl. ‘Een effect kan statistisch significant zijn, maar voor de patiënt geen enkel verschil maken.’ Hij wijst op de Hamilton-depressieschaal, die op basis van een vragenlijst een score toekent aan iemands gemoedstoestand. Die score loopt van nul tot 52, en hoe hoger je scoort, hoe ernstiger je toestand. Depressieve mensen halen gemiddeld een score van twintig. ‘Om te weten of een antidepressivum werkt, moet je het vergelijken met een neppil, een placebo. Een antidepressivum doet de score gemiddeld zakken van twintig naar twaalf. Maar, en nu wordt het interessant, een placebo verlaagt de score tot dertien: één punt verschil dus met de echte pil. Als je voldoende mensen in je studie opneemt, kun je dat ene punt significant noemen, maar wat betekent dat dan? Nou, niet bijster veel.’

    Het loon van de angst
    In De bange mens gaat Daan Heerma van Voss in op de angst-vragen die hem al jaren bezighouden: is angst erfelijk? Is het legitiem dat angst tegenwoordig een geestelijke aandoening heet te zijn? Zijn we metterjaren angstiger geworden of lijkt dat maar zo? De bange mens is onlangs verschenen bij uitgeverij Atlas Contact. In De Groene zet Heerma van Voss, onder het vaandel Het loon van de angst, zijn onderzoek maandelijks voort.

    Ook professor Irving Kirsch, verbonden aan de Harvard Medical School, aanvankelijk een groot voorstander van antidepressiva, moest na zijn grootschalige onderzoek naar het placebo-effect bij antidepressiva, in 1998 concluderen dat het antidepressivaslikkers maar een fractie beter verging dan placeboslikkers. Zijn onderzoek liet zien dat 25 procent van de effecten van antidepressiva te danken was aan natuurlijk herstel, vijftig procent aan het verhaal dat je was opgespeld over de effectiviteit van antidepressiva, en slechts 25 procent door de chemische stoffen in de pillen. (Let wel: in 25 procent werkten die stoffen dus wél. Er zijn ook tal van mensen te vinden die baat hebben gehad bij pillen.)

    Hoe vaak Irving de resultaten ook opnieuw bekeek en doorrekende, hij kon er niet onderuit: het was tijd om zijn eigen bouwwerk, bestaande uit tientallen artikelen die positief waren over de effectiviteit van antidepressiva, omver te halen. ‘Een ding waar ik trots op ben’, verklaarde hij later aan de Britse journalist Johann Hari, ‘is dat ik bij het bekijken van data van gedachten kan veranderen wanneer ze anders zijn dan ik had verwacht.’ Na een aanvullend onderzoek in 2008 stelde Kirsch vast dat pillen vooral werken bij patiënten met een zeer ernstige depressieve stoornis. Zijn toonaangevende onderzoeken zijn nooit ontkracht.

    Heel soms zegt Pepijn tegen zijn psychiater, zijn ‘mannetje’, dat hij helemaal wil stoppen met slikken. ‘Het is troep, mijn lichaam moet tot rust komen. Alles is best, therapie, training, maar geen pillen meer.’ Maar dan legt zijn psychiater uit dat therapie pas aanslaat als Pepijns angstniveau iets wordt verlaagd. Dus besluiten ze in goed overleg dat ze het nog even aanzien. Onlangs werd er een nieuw middeltje aan de mix toegevoegd: wellbutrin, een antidepressivum dat de opname van de neurotransmitters noradrenaline en dopamine vertraagt. Het middel zou ongeveer hetzelfde werken als duloxetine, pil nummer tien, maar dan zonder de castrerende uitwerking op het libido. Heeft Pepijn spijt van al die chemicaliën die hij in zijn lichaam heeft gestopt? ‘Om eerlijk te zijn kan ik het me moeilijk voorstellen dat ik, als ik had geweten wat me te wachten stond, was gaan slikken. Maar die gedachte moet ik maar niet toelaten. Wordt een mens maar angstig van.’

    P.s. Met Pepijn gaat het nu al maanden erg goed

    Bron: Groene.nl >>

    #259424
    Luka
    Moderator

    Cognitieve therapie kan helpen bij afbouwen antidepressiva

    Veel patiënten willen weten of ze hun gebruik van antidepressiva veilig kunnen afbouwen na herstel van een depressie. Volgens een nieuwe Amsterdamse studie is dat vaker mogelijk dan nu in de richtlijnen staat.

    Stoppen of doorslikken? Claudi Bockting weet hoe moeilijk die afweging voor patiënten en artsen kan zijn. Veel mensen die hersteld zijn van een depressie, willen ook graag van hun antidepressiva af. Maar het afbouwen van die pillen is niet altijd makkelijk. Want doorslikken verkleint het risico dat de donkere wolken van de depressie terugkeren.

    Bockting houdt zich als hoogleraar klinische psychologie in de psychiatrie al twintig jaar bezig met het voorkomen van terugval bij depressie. Daarnaast werkt ze als clinicus in het Amsterdam UMC met mensen die ernstige stemmingsstoornissen hebben. Als die ene grote vraag op tafel komt – kan ik stoppen met de antidepressiva? – is dat steeds weer een ingewikkeld besluit. “Ik zie, samen met de psychiaters op mijn afdeling, hoe moeilijk het is. Je voelt een grote verantwoordelijkheid, want je weet hoe ernstig die depressie kan zijn als het misgaat.”

    Ook huisartsen krijgen de vraag in de spreekkamer vaak voorgelegd, weet Bockting. Patiënten zijn bang te afhankelijk te raken van het middel, of ze hebben last van bijwerkingen, zoals slecht slapen, angst of hoofdpijn. Bovendien blijkt uit onderzoek dat zo’n driekwart van de mensen die het advies krijgen antidepressiva te blijven slikken om terugval te voorkomen, dit niet volgens recept doet. Sommigen stoppen voortijdig zelf, anderen slikken bijvoorbeeld een te lage dosis. Juist daarom is het belangrijk om een alternatieve manier te bedenken om terugval na depressie te voorkomen, zegt Bockting.

    Wat is het beste voor déze persoon met déze kenmerken
    Toch hadden artsen tot nu toe te weinig handvatten om vast te stellen welke patiënten veilig konden stoppen met antidepressiva. Het was wel bekend dat afbouwen van antidepressiva in combinatie met therapie een mogelijkheid is. Maar welke patiënten kunnen afbouwen zonder risico te lopen weer depressief te raken, bleef ongewis. Bockting: “Er waren wel studies naar ­gedaan, maar die leidden tot gemiddelden. Dokters willen weten: wat is nu het beste voor déze persoon met déze kenmerken die ik nu voor me heb.”

    Daar heeft Bocktings onderzoeksgroep de afgelopen jaren aan gewerkt. Onlangs ­publiceerden ze hun resultaten in vakblad Jama Psychiatry. Hun bevinding: het doorslikken van antidepressiva geeft geen betere bescherming tegen terugval dan bepaalde psychologische therapieën. Het gaat om Preventieve Cognitieve Therapie (PCT) en Mindfulness Based Cognitieve Therapie (MBCT). Deze korte therapieën kunnen een goed alternatief zijn voor mensen met ­terugkerende depressies die een sterke wens hebben antidepressiva af te bouwen. Bockting: “Artsen kunnen hen dit alternatief bieden”.

    Dat geldt óók voor hogerisicogroepen ­zoals mensen die al veel depressieve episodes hebben gehad of meer last hebben van restklachten. Dat is opvallend, omdat in richtlijnen zoals de ‘multidisciplinaire richtlijn depressie’ staat dat deze mensen beter hun antidepressiva kunnen blijven gebruiken om terugval te voorkomen.

    Geen verschil in terugval
    Preventieve Cognitieve Therapie is een training van acht sessies, verdeeld over acht weken, die erop gericht is terugval te voorkomen. In Nederland gebeurt dat soms ­onder begeleiding van een getrainde gezondheidszorg- of klinisch psycholoog. De andere ­onderzochte therapie is vergelijkbaar, maar bevat elementen van mindfulness. “Er is dus iets te kiezen”, zegt Bockting. “De een is wat meer geïnteresseerd in de variant met meditatie, de ander moet daar niets van ­weten.”

    Het Amsterdamse onderzoek is gebaseerd op een analyse van vier grote internationale studies naar het afbouwen van antidepressiva. Promovenda Josefien Breedvelt bracht die studies bij elkaar en kon zo de ­gegevens van 714 patiënten vergelijken. Ze vond geen verschil in terugval van depressieve klachten in de groep patiënten die ­antidepressiva bleef slikken, en de groep die afbouwde in combinatie met een psychologische therapie. Geheel tegen de verwachting in, vond ze ook geen karakteristieken die meer kans gaven op terugval bij het ­afbouwen van antidepressiva.

    Wel gaat deze studie over afbouwen na de meest voorkomende vorm van depressie, de zogeheten ‘unipolaire depressie’, vertelt Bockting. Dat is de grootste groep mensen met depressieve klachten in Nederland. Ze benadrukt dat nog te weinig bekend is over alternatieven voor medicatie bij manische depressiviteit of psychotische depressies.

    Meer aandacht nodig voor gespreks­therapieën
    In Nederland gebruiken een miljoen mensen antidepressiva. Geschat wordt dat zo’n 150.000 mensen dat langer dan een jaar doen. Ze worden niet alleen bij depressie voorgeschreven, maar ook bij andere klachten, zoals lage rugpijn. De afgelopen jaren was antidepressivagebruik veelvuldig in het nieuws. Critici vinden dat de middelen steeds vaker en te makkelijk voorgeschreven worden.

    “Als mensen beginnen met antidepressiva doen ze dat met een reden”, zegt Bockting stellig. Toch vindt ze het goed dat er meer aandacht komt voor deze gespreks­therapieën om terugval te voorkomen. Nog te vaak worden mensen met depressieklachten alleen met antidepressiva behandeld, vindt ze. “Die psychologische interventies gaan natuurlijk aan de slag met wat er in je omgaat. Ze geven je handvatten om meer zicht op jezelf te krijgen en meer grip. Dat gaat een stapje verder dan symptoombestrijding met medicatie.”

    Het deelnemen aan psychologische therapieën of trainingen werkt natuurlijk niet alleen tijdens het afbouwen van medicatie, voegt Bockting toe. Ook tijdens een behandeling met antidepressiva is het van grote waarde.

    Ze concludeerde in eerder onderzoek al dat het risico op terugval na een depressie het kleinste is als een patiënt antidepressiva na herstel doorslikt, en dat combineert met preventieve cognitieve therapie. Het risico op terugval wordt daarmee zelfs 41 procent kleiner dan bij het alleen blijven slikken van de pillen.

    Luister naar de patiënt
    Maar zelfs als patiënten dat weten, willen ze toch om uiteenlopende redenen nog graag stoppen met hun antidepressiva, zegt Bockting. En het allerbelangrijkste is volgens haar om te luisteren naar wat een patiënt zelf wil. Ze verwijst naar studies van psychiater ­Mascha ten Doesschate, die onderzocht waarom patiënten wilden stoppen met antidepressiva.

    De meest gehoorde redenen waren niet bijwerkingen, maar de behoefte ‘dat je het zelf kan aanpakken’. Juist die behoefte aan autonomie kunnen artsen nog vaker ondersteunen, zegt Bockting. En met de resultaten van de nieuwste studie in de hand, kunnen ze dus met een gerust hart afbouwen aanbevelen in combinatie met de onderzochte therapieën.

    Bron: Trouw >>

18 berichten aan het bekijken - 26 tot 43 (van in totaal 43)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 26 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.759, berichten: 14.841, leden: 1.609
Scroll Up