Incest

  • Dit onderwerp bevat 26 reacties, 4 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 16/06/2021 om 21:38 door Mark.
7 berichten aan het bekijken - 21 tot 27 (van in totaal 27)
  • Auteur
    Berichten
  • #249874
    Luka
    Moderator

    BN’er aan het woord
    ‘Op mijn 50e vertelde ik voor het eerst dat ik mishandeld was’

    Historica Jorien Meerdink (60) hield decennialang voor zichzelf dat ze vroeger thuis mishandeld en misbruikt werd. Totdat tijdens een reünie bleek dat haar vroegere buurtgenoten ervan wisten én zelf mishandeld werden. ‘Hoogopgeleiden zijn erg goed in mensen om de tuin leiden.’

    ‘Ik ben opgegroeid met het beeld dat ik moeilijke ouders had én dat ik een moeilijk kind was. Mijn vader heeft in een jappenkamp gezeten en mijn moeder is misbruikt. Het was heel gewoon voor mij dat ik ruw werd beetgepakt, aangerand of vernederd. Ik dacht dat het gewoon aan mij lag. Daarom sprak ik er nooit met iemand over, ook niet met mijn beste vriendinnetjes.

    Toen ik tien jaar geleden, op mijn 50e, een reünie van de buurt bezocht, vertelde ik voor het eerst dat ik mishandeld was. Wat bleek? Vrijwel al mijn buurtgenoten wisten ervan of hadden het in hun eigen gezin ook meegemaakt. Ik was verbijsterd.

    ‘We woonden in een ingenieursbuurtje, afgezonderd van de rest van het dorp’

    Hoe had dit geheim kunnen blijven? Steeds bleek ik mezelf die vraag stellen. We woonden in een ingenieursbuurtje, afgezonderd van de rest van het dorp. Onze vaders waren met hun gezinnen vanuit alle hoeken van Nederland naar Delfgauw gekomen om te werken aan de TU Delft. Iedereen was ontworteld, er was ook geen sociale controle vanuit opa’s en oma’s. Twee derde van de buurt was gereformeerd en niet erg open. De vuile was hielden ze netjes binnen, net zoals de rest van de buurt.’

    Tijd om de boel open te breken

    ‘Na de ontdekking dat ik niet de enige was, besloot ik een boek te schrijven over onze buurt: De omstanders. Ik heb vijftig plegers en slachtoffers van kindermishandeling geïnterviewd.

    Het was opvallend dat iedereen wilde meewerken. Blijkbaar was het tijd om de boel open te breken. Sommigen vertelden voor het eerst van hun leven over de mishandelingen.

    Ik heb hun natuurlijk ook gevraagd waarom niemand ooit ingegrepen heeft in ons gezin. De antwoorden waren divers: wat er zich afspeelde ging het voorstellingsvermogen te boven, de gereformeerden wilden zich niet bemoeien met de vrijzinnigen, iemand was verliefd op mijn vader, een ander had een geheime relatie met mijn moeder. Of men had simpelweg al genoeg ellende in het eigen gezin. Eén buurvrouw is eens naar de maatschappelijke dienst gegaan om te melden dat ik geslagen werd. Maar dat moest ze kunnen bewijzen, en dat lukte niet.’

    ‘Mijn moeder zette me zo vaak weg als leugenaar dat ik het zelf ging geloven’

    Flauwgevallen

    ‘Op mijn 9e kwam ik in het ziekenhuis terecht. Ik was me in die tijd iets meer bewust van wat er gebeurde. Verpleegkundigen stelden vragen over mijn verwondingen en vroegen door. Ik viel flauw, en werd opgenomen.

    Toen mijn ouders me kwamen ophalen, spraken ze tegen elkaar in het Frans. Ik mocht het niet horen. Ze waren ontzettend boos op mij. Wat heb je allemaal verteld? Je bent een fantast! Dat hadden ze ook tegen de artsen gezegd. Mijn moeder zette me zo vaak weg als leugenaar dat ik het zelf ging geloven.

    Na die opname heb ik nooit meer iets gehoord van de artsen.

    Wel stopte het seksueel misbruik – ik was er zogenaamd te oud voor – de fysieke mishandelingen en de vernederingen gingen gewoon door.’

    Goed in manipuleren

    ‘Ook mijn ouders waren hoogopgeleid. Ik ben ervan overtuigd dat hoogopgeleiden geraffineerder zijn. Ze zijn heel goed in het manipuleren, in mensen om de tuin leiden. Net zoals mijn ouders deden richting bijvoorbeeld de artsen in het ziekenhuis. Het is ook bekend dat hoogopgeleiden mishandeling vaker geheimhouden. In kansarme milieus ligt mishandeling open en bloot op straat. Ik hoorde eens het verhaal van iemand die in de Amsterdamse Jordaan is opgegroeid, toen nog een volkswijk. Ook daar kwam mishandeling voor. Maar daar hing de buurvrouw uit het raam en riep: “Och kind, is het weer zo ver? Kom bij mij een bakje theedrinken.”’

    In mijn buurt zochten de kinderen elkaar wél op. Ze schuilden bij elkaar, kropen bij elkaar onder de dekens. Een blik was vaak genoeg. Verder werd er niet over gesproken. Zelf heb ik dat niet gedaan, ik hield alles voor mezelf. Hoe ik overleefde? Door alles te bagatelliseren.

    ‘De kinderen uit de buurt schuilden bij elkaar, kropen bij elkaar onder de dekens. Ik deed dat niet’

    Het valt wel mee. Ik ben zelf ook een moeilijk kind en een fantast. Dat soort gedachten. Ik heb geleerd om te dissociëren. Dit stuk van mijn leven – de mishandeling – hoort niet bij mij.’

    Rots in de branding

    ‘Toen ik 11 was, gingen mijn ouders uit elkaar. Drie jaar lang woonde ik bij mijn moeder, die verslaafd raakte aan alcohol. Toen zij werd opgenomen in een psychiatrische inrichting, heb ik besloten dat ik niet meer bij haar wilde wonen als ze weer thuis zou komen.

    Ik verhuisde naar mijn vader, die inmiddels een nieuw gezin had gesticht. Daar herhaalde de geschiedenis zich. Twee jaar later ben ik weggelopen. Ik heb een paar maanden in een crisisgezin gewoond en zwierf een half jaar door Amsterdam. Dat was heftig.

    ‘Mijn vader had inmiddels een nieuw gezin gesticht. Daar herhaalde de geschiedenis zich’

    Al snel kwam ik de man tegen met wie ik ruim dertig jaar samen ben geweest. Hij was een rots in de branding. Rustig, burgerlijk, alles wat ik niet kende. Na twee maanden ben ik bij hem ingetrokken. We kregen twee zonen en ik dacht dat mijn verleden afgerond was. Therapie wilde ik daarom niet. Ik heb het contact met mijn ouders verbroken. Achteraf gezien ben ik het gesprek met mijn ouders op die manier uit de weg gegaan. Zo hield ik het geheim nog jaren in stand. Alleen mijn man wist ervan.’

    Aan de oppervlakte

    ‘Alles veranderde in 2009. Ik maakte een heftig ongeluk mee, kwam daardoor thuis te zitten en in diezelfde periode scheidde ik van mijn man. Ik voelde me ellendig. Dat was het moment dat alle jeugdtrauma’s naar boven kwamen. Ook de reünie met mijn oude buurtgenoten was de aanleiding om het verleden op te rakelen. We bespraken dat er misschien een boek over geschreven moest worden, en volgens de anderen was ik de aangewezen persoon om dat te doen.

    In eerste instantie vond ik dat veilig. Als interviewer hoef je niet over jezelf te praten. Pas toen mijn uitgever vroeg waar ik zélf was in het verhaal, besefte ik dat ik onderdeel was van deze geschiedenis. Toen ben ik dieper gaan graven en kwam het proces los. Met het publiceren van De omstanders is mijn jeugd eindelijk geïntegreerd. Dit ben ik óók!’

    ‘Pas toen mijn uitgever vroeg waar ik zélf was in het verhaal, besefte ik dat ik er onderdeel van was’

    Nooit een link gelegd

    ‘Als kind was ik eenzaam en niet zorgeloos. Op oude foto’s of filmpjes zie ik een gespannen kind met tics. Ik dacht dat ik stoer en ondernemend was, maar dat was maar een deel van mij. Mijn jeugd heeft veel impact gehad op mijn verdere leven. Ik vind het moeilijk om hulp te vragen, los het liefst alles zelf op. Ik wantrouw mensen ten diepste en zal niet snel voor mezelf kiezen. Eerst kijk ik wat anderen nodig hebben.

    ‘Uit compassie ben ik dit werk gaan doen. Ik weet hoe het is als er niet naar je geluisterd wordt’

    In 1983 heb ik stichting WESP opgericht om kinderen in de jeugdzorg en het speciaal onderwijs een stem te geven. Ik interviewde duizenden kinderen over hun ervaringen. Gek genoeg heb ik nooit een link gelegd met mijn eigen geschiedenis. Ik begrijp zelf ook niet helemaal hoe dat kan. Waarschijnlijk omdat ik dissocieerde? Natuurlijk wist ik als geen ander hoe verschrikkelijk het is als er niet naar je geluisterd wordt als kind, dus uit compassie voor die kinderen ben ik dit werk gaan doen.

    Sinds tien jaar ben ik weekendpleegouder. Ik kan veel hebben van deze kinderen omdat ik snap hoe ze zich voelen. Maar uitspreken dat ik een van hen ben geweest, heb ik nooit gedaan. Totdat ik in maart van dit jaar gevraagd werd een lezing te geven over kinderen met een jeugdbeschermingsverleden. Ik hoorde het mezelf zeggen: “Ik ben ook mishandeld.”’

    Bron: Augeo Magazine >>

    #251871
    Mark
    Moderator

    MAAK INCEST BESPREEKBAAR

    DERTIG JAAR LANG VERZWEEG HÉLÈNE HAVINGA (51) DAT ZE MISBRUIKT IS DOOR HAAR OUDSTE BROER. HAAR ONTHULLING WAS EEN VERADEMING. ‘INEENS VOELDE IK ME EEN STUK VRIJER.’

    ‘Jaren geleden gaf ik een meisje van 11 twee keer per week extra rekenles. Het lukte haar niet om het niveau van haar klasgenoten bij te benen. Wekenlang boekte ze geen vooruitgang, totdat ik met haar in gesprek ging. Ze vertelde dat ze uit Kaapverdië komt en dat haar moeder in de gevangenis zit. Ik voelde haar verdriet en zag dat ze behoefte had aan een luisterend oor. Sindsdien praatte ik eerst vijftien minuten met haar om vervolgens vijftien minuten keihard met de rekensommen aan de slag te gaan. Na een half jaar zat ze weer op het niveau van haar klasgenoten. De moraal van dit verhaal? Dat je met openheid en verbinding heel ver komt. Sinds ik eerlijk durf te zijn over mijn verleden komen er allemaal mooie dingen en mensen op mijn pad.’

    Lees verder op fier.nl >>

    #251873
    Mark
    Moderator

    Inzicht in incest

    Van mijn vijfde tot mijn twaalfde ben ik misbruikt door mijn oudste broer. Na 30 jaar durfde ik daarover te praten.
    Op heel veel vragen kreeg ik geen antwoord, ik ben ernaar op zoek gegaan. Ik heb 50 vragen gemaakt die door 160 incestslachtoffers zijn beantwoord. Ook heb ik verhalen, gedichten en spreuken verzameld.

    Ik denk dat dit alles mijn therapie is geweest. Het heeft mij veel inzichten opgeleverd, waardoor ik me nog veel beter ben gaan voelen. Ik voel mij nu zo vrij als een vogel. Ik hoop dat ik andere mensen hiermee kan inspireren en helpen om hun incestverleden bespreekbaar te maken, waardoor ze ook meer plezier in hun leven krijgen, net als ik.

    Vandaar dit blad met verhalen van slachtoffers die niet in de goot zijn beland. Ook kun je lezen wat mensen geholpen heeft hiermee om te gaan en antwoorden op de vragen en nog veel meer.
    Ik ben trots op het eindresultaat en dank iedereen die daarbij geholpen heeft.

    Hélène Havinga

    Ga naar inzicht in incest >>

    #251888
    Mark
    Moderator

    Incest tussen siblings
    Een analyse vanuit de theorie en de praktijk

    Over geweld tussen broers en zussen wordt weinig gesproken; meer nog, er leeft nog steeds een taboe over dit onderwerp. Denken we maar hoe er in de media met ongeloof gereageerd werd toen een meisje uit Rotse- laar haar jongere zus het hoofd had ingeslagen. Wanneer een pleger en slachtoffer twee minderjarigen uit hetzelfde gezin zijn, gaan ongeloof en onbegrip doorwegen. Hoe moet je daarmee verder leven? Hoe verscheu- rend moet dit voor ouders zijn? Naar wie gaat hun loyaliteit uit?

    Het woord kindermishandeling roept al te gemakkelijk het beeld op van een volwassene die een kind mis(be)handelt.

    In dit artikel leggen we de focus op siblingincest als specifieke vorm van geweld tussen siblings. We bespreken de dynamieken die eigen zijn aan deze vorm van mishandeling. Vervolgens stellen we een plan van aanpak voor bij situaties van siblingincest. Begrippen als veiligheid, gezinsgericht werken, verantwoordelijkheid en krachtgerichte dialoog zijn hierbij cruciaal. Het artikel wordt afgesloten met een analyse van een casus, aan de hand waarvan enkele discussiepunten worden geformuleerd.

    Lees het artikel op kennisplein.be >>

    #258785
    Mark
    Moderator

    Angélique (50) werd mishandeld en misbruikt: ‘Iedereen vond me vast een slecht kind’

    Een duivelskind werd ze genoemd, en zo behandelden haar ouders haar ook. Angélique van Deursen (50) werd jarenlang mishandeld en misbruikt. Het kreeg haar niet kapot, al had dat weinig gescheeld. ‘Mijn man leerde me dat ik geen slaag kreeg als ik iets liet vallen.’

    ‘Als kind had ik voor mijn gevoel twee vaders. Overdag was mijn vader een boze man die me al slaag gaf als ik de deur iets te hard dichtdeed. Meestal wist ik niet eens wat ik verkeerd had gedaan. “Rotkind” of “duivelskind” noemde hij me. En dan was er de nachtvader, die naar mijn kamertje kwam, me uitkleedde en met zijn vingers overal aan en in zat. Dan was ik zijn ‘kleine poppedijntje’, zijn ‘lieve blonde meisje’.

    Toen ik naar de basisschool ging, was mijn vader alleen nog maar boos en agressief; lieve woordjes waren er niet meer. Verschillende keren per week verkrachtte hij me, om de haverklap kreeg ik straf. Dan werd ik urenlang in de gangkast opgesloten, soms zelfs dagen. In de ochtend kreeg ik geen ontbijt, en regelmatig kreeg ik twee of drie dagen achter elkaar geen avondeten.

    Alleen
    We woonden met z’n drieën in een rijtjeshuis in Helmond. Ik had een mooie kamer, in de kleuren van die tijd: bruin met oranje. Mijn ouders gaven me Playmobil, barbies en Lego. Omdat ik niet met andere kinderen mocht omgaan, speelde ik altijd alleen. Een gelukkig gezinnetje met Barbie en Ken en hun kindje. Als ik door het raam keek en andere kinderen buiten zag spelen, voelde ik me heel eenzaam.

    Zo gespannen als een veer lag ik ’s nachts met het dekbed over me heen te luisteren naar de geluiden in huis

    Op school was ik een stil kind. Behalve op de dagen dat ik thuis werd doodgezwegen; dan ratelde ik juist aan één stuk door, alsof ik mezelf ervan moest overtuigen dat ik nog bestond. Ik was doodsbang voor mijn vader en leefde 24 uur per dag in angst. Hij was maar 1.63 meter, maar in mijn beleving was hij een reus. Zo gespannen als een veer lag ik ’s nachts met het dekbed over me heen te luisteren naar de geluiden in huis. Ik kende elke kraak van de trap, hoorde aan de voetstappen of het mijn vader of moeder was die naar boven kwam.

    Mijn moeder, die vanaf mijn 13de meedeed aan het seksueel misbruik, was een grijze muis en een timide vrouw, vooral op de achtergrond aanwezig. Als ik uit school kwam, zat ze klaar met thee en koekjes, en vroeg ze hoe het was geweest. Daardoor heb ik lang in de veronderstelling geleefd dat zij wél lief voor me was. Pas later besefte ik dat dat beeld niet klopte. Want zij vertelde mijn vader wat ik allemaal verkeerd had gedaan en ze wist dat hij me daarvoor zou straffen. Ik denk dat ze het wel handig vond als ik de klos was, want dan bleef zij zelf buiten schot. Zíj was het ook die mij op mijn knieën met een schuursponsje de vloer liet schrobben en me met een tandenborstel de wc en badkamer liet schoonmaken.

    Fantasiewereld
    In die tijd begon het dissociëren: als ik werd geslagen of verkracht, raakten mijn geest en lichaam van elkaar losgekoppeld. In mijn hoofd vluchtte ik naar een fantasiewereld van elfjes. Als het voorbij was en ik weer terugkeerde in mijn lichaam, borg ik wat er was gebeurd op in een laatje in mijn hoofd, om de volgende dag op school weer ‘normaal’ te kunnen functioneren. Als kind leerde ik die laatjes dicht te houden en te doen alsof er niets aan de hand was.

    Omdat mijn ouders me voortdurend vertelden dat ik niets waard was, dacht ik dat mijn straf terecht was – ik was een duivelskind en had dit verdiend. Dat gevoel werd bevestigd doordat andere volwassenen in onze omgeving niet ingrepen. Ik herinner me nog dat mijn vader me in het bijzijn van mijn moeders familie zó hard sloeg dat mijn oma uitriep: je slaat haar nog dood! Ook in de supermarkt sloeg hij me een keer tegen de grond terwijl er bekenden in de buurt waren. Maar niemand deed iets. En ik schaamde me kapot; iedereen vond me vast een slecht kind.

    Hoewel mijn cijfers goed genoeg waren om naar het vwo te gaan, stuurden mijn ouders me naar de dichterbij gelegen mavo. Nog steeds was het verboden om te gaan met mijn klasgenoten. Het huishouden doen, huiswerk maken, mishandeld en vernederd worden, ’s nachts het misbruik – op een gegeven moment hield ik het niet meer vol. De laatjes in mijn hoofd liepen over. Mijn cijfers kelderden enorm. Soms dissocieerde ik ook in de klas, dan zat ik voor me uit te staren en was ik volkomen onbereikbaar. En om mijn blauwe plekken te verbergen, meldde ik me vier keer per maand ongesteld om onder de gymles uit te komen. Dat viel mijn docenten op, en een van hen nam me apart. Huilend bekende ik dat ik werd mishandeld, maar over het misbruik durfde ik nog niet te vertellen. De directeur nam me tijdelijk in huis en schakelde Jeugdzorg in. Maar de gezinsvoogd, die vooral contact had met mijn ouders, besloot dat ik terug naar huis moest. Ik was 15 en had geen keuze. Ook na een tweede ontsnappingspoging werd ik teruggestuurd. Wat voelde ik me in de steek gelaten. Het geweld en misbruik gingen gewoon door.

    Afscheidsbrief
    Ik was inmiddels 17 toen mijn vader mij na een avond trompet spelen bij de harmonie – het enige wat ik buitenshuis mocht doen – bedreigde met een mes en me dwong een afscheidsbrief te schrijven. Hij had zijn reumapillen opgespaard en wilde dat ik zelfmoord pleegde. Misschien kreeg mijn moeder spijt, want ze riep mijn vader naar beneden, en op dat moment rende ik op mijn sokken het huis uit. Wat er verder is gebeurd die nacht of de dagen erna, weet ik niet meer. Geen enkel gevoel of beeld is me bijgebleven.

    Ik werd in een internaat geplaatst. Psychische hulp kreeg ik daar niet. In hun methode stond contact tussen dader en slachtoffer centraal, dus werd er contact onderhouden met mijn ouders. De politieagent bij wie ik aangifte deed, kende mijn ouders ook en kwam bij ze op de koffie. Hij deed niets met mijn verhaal. Geen onderzoek, geen verhoor. Mijn vader leek onschendbaar, en dat zéí hij ook tegen me: “Niemand kan mij pakken.”

    Ik kreeg twintig jaar ‘therapie’ zonder te kunnen praten over wat ik had meegemaakt

    Toen ik na anderhalf jaar uit het internaat kwam, regelden mijn ouders een appartement voor mij in Helmond, waarvan ze zelf een sleutel hielden. Mijn vader wachtte me na sluitingstijd op bij de supermarkt waar ik werkte of bezocht me ’s nachts.

    Zo ging het door tot mijn 25ste, tot 4 september 1995 om precies te zijn. Op die dag maakte hij de fout mij met een mes in mijn gezicht en mijn arm te snijden. De dag erna op mijn werk geloofde mijn baas me niet toen ik zei dat ik was gevallen. Ook de wijkagent trapte er niet in. Ik brak en vertelde hen alles. De politie bracht me naar de crisisopvang. Eindelijk, éíndelijk hield het op.

    Er volgden jaren van therapie voor mijn posttraumatisch stresssyndroom. Eerst mocht ik niet over mijn ervaringen praten van de hulpverleners omdat ik moest ‘stabiliseren’. Later zeiden ze dat erover praten te veel zou oprakelen. Kortom, ik kreeg twintig jaar ‘therapie’ zonder te kunnen praten over wat ik had meegemaakt.

    Vertrouwen
    Alleen met Tonnie, mijn man, sprak ik erover. We ontmoetten elkaar een jaar nadat het misbruik ophield. Al snel vertelde ik hem in grote lijnen wat mij was overkomen, maar hij liet zich daar niet door afschrikken. “Wat doe jij nou,” vroeg hij toen we net samenwoonden en hij mij onder de douche mezelf zag schrobben met een schuursponsje, zoals ik thuis had moeten doen. Hij leerde me dat er washandjes bestaan en dat er geen slaag volgde als ik iets kapot liet vallen. Door zijn liefde en begrip groeide langzaam mijn vertrouwen.

    Omdat de therapie me niet verder hielp, kreeg ik steeds meer last van nachtmerries, herbelevingen en dissociaties. Door een geur of een herinnering veranderde ik geestelijk soms ineens in een angstig meisje van 8, en zwierf ik verward over straat. In sommige periodes werd ik wel een paar keer per week door de politie thuisgebracht. Dat was zwaar, ook voor Tonnie. Ik raakte mijn baan kwijt en werd volledig afgekeurd. Ik kwam nergens meer. Ik wilde niet dood, maar dit onmenselijke leven wilde ik ook niet meer. Ik liet een brief en een cd achter met muziek voor mijn begrafenis en ging op weg naar het spoor, op een kwartiertje lopen van ons huis. Als de wijkagent me niet op tijd had onderschept, was ik hier niet meer geweest.

    Toen ik Dirk kreeg, was ik al twintig jaar niet meer alleen ergens naartoe geweest. Nu ga ik, samen met hem, bijna elke dag alleen op pad

    Mijn vechtlust keerde terug toen ik via sociale media contact kreeg met lotgenoten. Sommigen zaten net zo diep als ik, maar er waren ook slachtoffers die wél in staat waren geweest weer een leven op te bouwen. Zie je wel, dacht ik, het kán.

    Iemand bracht me in contact met een goede therapeut – eindelijk iemand die wel naar me luisterde. Ook kreeg ik een hulphond, een koningspoedel die werd getraind om te herkennen wanneer ik begon te dissociëren. Zodra ik als een angstig meisje in mijn stoel begin te wiegen, legt Dirk zijn kop op mijn schoot en krabbelt hij met zijn poot. Door contact met me te maken brengt hij me terug naar het hier en nu. Toen ik Dirk kreeg, was ik al twintig jaar niet meer alleen ergens naartoe geweest. Nu ga ik, samen met hem, bijna elke dag alleen op pad. Hij merkt het eerder dan ik als de situatie me te spannend wordt, en geeft me dan een seintje dat we de rust moeten opzoeken.

    Boos
    Wat me ook heeft geholpen is het schrijven van mijn eerste boek, Het duivelskind, samen met journalist Maria Genova. Na dat boek heb ik veel steunbetuigingen gekregen. Een tante schreef me een brief van drie kantjes. Ze zei dat de familie wel wist dat er van alles aan de hand was, maar dat je je, zeker in die tijd, niet bemoeide met andermans opvoeding. Ook andere ooms en tantes hebben toegegeven dat ze ervan wisten en dat ze achter mijn boek stonden. Het is moedig om dat na zo’n lange tijd toe te geven, maar tegelijk kan ik er ook boos over worden dat nooit iemand iets heeft gedaan. Had die agent destijds doorgepakt met mijn aangifte en mijn familie verhoord, dan was mijn vader waarschijnlijk wél veroordeeld geweest.

    De berichtjes van lotgenoten en hulpverle­ners die iets aan mijn verhaal hebben gehad, geven betekenis aan mijn bestaan
    Een goede vriendin vroeg me of ik mijn vader niet nog eens wilde spreken. Omdat ik dat niet aandurfde, zocht zij hem op. Op haar vraag hoe het was om te leven met het feit dat hij zijn dochter 25 jaar lang had misbruikt, antwoordde hij: “Dat wilde ze zelf!” Voor mij was dat heel dubbel; ik was blij dat hij eindelijk aan iemand bekende dat hij dat heeft gedaan, maar hij gaf mij dus de schuld.

    Mijn posttraumatische stressstoornis gaat nooit meer weg en ik heb er ook veel lichamelijke klachten aan overgehouden, onder meer een rughernia, waardoor ik een scootmobiel nodig heb. Maar ik kan er nu beter mee leven en zelfs weer plezier hebben en genieten van kleine dingen. Zoals vanochtend, toen ik met Dirk door het park vlak bij mijn huis reed en de bloesembomen in bloei zag staan.

    Tonnie en ik hebben geen kinderen gekregen, maar samen zijn we gelukkig. Geslachtsgemeenschap hebben we niet, dat kan ik niet, nog steeds niet. Gelukkig zijn er meer manieren om intiem te zijn. We hebben daar samen een ontdekkingstocht in doorgemaakt en een manier gevonden die ons past.

    Ik doe weer vrijwilligerswerk, zit in het bestuur van de wijkraad en geef lezingen over wat ik heb meegemaakt. De berichtjes van lotgenoten en hulpverleners die iets aan mijn verhaal hebben gehad, geven betekenis aan mijn bestaan. Daarom zou ik tegen iedereen die iets soortgelijks heeft meegemaakt willen zeggen: geef de moed niet op. Er is écht weer leven mogelijk.’

    Over Ik was het duivelskind

    Het verhaal over de jeugd van Angélique van Deursen is in 2013 opgetekend in Het duivelskind. Eind vorige maand verscheen opvolger Ik was het duivelskind, over haar volwassen leven. De twee boeken zijn geschreven onder het pseudoniem Angel van der Vecht, samen met journalist Maria Genova, en verschenen bij Just Publishers. Bij getuigenisverhalen van slachtoffers wordt de waarheidsgetrouwheid nog weleens in twijfel getrokken. Hoe gaat Maria Genova te werk? ‘Als het te gruwelijk wordt, geloven mensen het soms niet. Voor mijn boeken zoek ik altijd naar schriftelijke bewijzen, rechtszaken en bronnen die ik kan spreken. Bij Angélique was dat er allemaal. Voor het tweede boek zijn nog meer bewijzen verzameld, omdat meer mensen zich hebben gemeld en de vader van Angelique heeft bekend. Het menselijk geheugen is nooit onfeilbaar. Ik heb met Angelique afgesproken: alles wat je niet zeker weet, schrijven we niet op.’

    Bron: gelderlander.nl

     

    #259257
    Mark
    Moderator

    LYNELLE WERD JARENLANG MISBRUIKT DOOR HAAR STIEFVADER: “IK KAMPTE MET VEEL WOEDE”

    Elk jaar worden er zo’n 100.000 Nederlanders slachtoffer van seksueel geweld. Hoe belangrijk het is om na een nare seksuele ervaring hulp te zoeken, weet ook Lynelle. Zij werd van haar elfde tot haar vijftiende misbruikt door haar stiefvader. Ze kampte met veel schuld- en schaamtegevoelens, maar weet nu inmiddels dat zijn gedrag niet oké was. Door therapie heeft ze geleerd om veel meer naar haar eigen gevoel te luisteren.

    GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG
    Toen Lynelle zo’n tien jaar was, kreeg haar moeder een nieuwe relatie. “Het zat eigenlijk vanaf het begin al niet goed tussen ons, want hij was heel bazig”, vertelt Lynelle. “Pas wat later begon het grensoverschrijdend gedrag.” Haar stiefvader raakte dan bijvoorbeeld haar kont of borsten aan. Als Lynelle daar dan wat van zei, werd hij heel boos. “In het begin durfde ik nog boos te worden, maar dan werd ik heel erg gestraft door hem. Waardoor ik op een gegeven moment zoiets had van: het heeft toch geen zin om er iets tegenin te brengen.”

    Het gedrag van haar stiefvader ging van kwaad tot erger. Zo werd Lynelle gedwongen seksuele handelingen bij hem te verrichten en werd ze uiteindelijk verkracht.

    BANG
    Tegen haar moeder durfde Lynelle een lange tijd niks te zeggen. Haar stiefvader had haar namelijk een schuldgevoel aangepraat. Omdat de relatie tussen haar moeder en biologische vader ook helemaal niet fijn was, speelde haar stiefvader – met wie haar moeder twee kinderen had gekregen- daarop in. “Hij zei: ‘Als jij iets zegt dan zullen jouw zusjes geen vader meer hebben en dan maak je je moeder ongelukkig.”

    Tegelijkertijd maakte hij Lynelle ook heel erg bang. “Hij zei dat hij me altijd zou weten te vinden. Of als hij vast zou komen te zitten dat zijn vrienden me altijd zouden vinden.”‘

    POLITIE
    Op haar vijftiende kon Lynelle het misbruik niet meer voor zichzelf houden en besloot ze haar moeder in te lichten. Die nam het meteen heel serieus. “Zij heeft eigenlijk meteen de politie gebeld en vanaf daar is alles automatisch verder gegaan.” Wat volgde was forensisch onderzoek en een rechtszaak.

    Lynelle kampte destijds met veel verwarrende gevoelens. “Ik kampte met veel woede en boosheid waar ik niet echt ergens mee terecht kon.” Ze ging wel naar verschillende therapeuten, maar omdat ze zich bij hen niet fijn voelde, kwam ze daar niet veel verder mee. “Eigenlijk ben ik in de jaren daarna zelf hulp gaan zoeken.”

    Het heeft even geduurd maar uiteindelijk vond Lynelle de hulp waarbij ze zich echt fijn voelde. Dat heeft haar heel erg geholpen. “Uiteindelijk ben ik via via bij die therapeut terechtgekomen. Zij nam echt de tijd voor mij. Het draaide echt om mij en waar ik op dat moment behoefte aan had.” Lynelle heeft in therapie onder andere geleerd om naar haar eigen gevoel te luisteren en weer fijne associaties te hebben met seks, zodat ze niet wéér over haar grenzen heen hoeft te gaan. Ze wil anderen graag helpen en inspireren om óók hulp te zoeken.

    SLACHTOFFERS
    Omdat haar stiefvader slechts anderhalf jaar vast heeft gezeten, is hij alweer op vrije voeten. Lynelle is niet per se bang dat hij nu achter haar aan gaat komen, maar wel dat hij nieuwe slachtoffers maakt. Ze kwam er namelijk achteraf achter dat ze niet zijn enige slachtoffer is geweest.

    Door het jarenlange misbruik vindt Lynelle het nog steeds lastig om mensen te vertrouwen. Haar stiefvader was iemand die door veel mensen als een ‘leuke, sociale man’ werd gezien. “Iedereen mocht mijn stiefvader, dus ik hou altijd in mijn achterhoofd dat iedereen zoiets kan doen.”

    Lynelle weet nu hoe belangrijk het is om hulp te zoeken en hoopt met haar verhaal anderen te kunnen inspireren om dat ook te doen: “Je kunt het niet alleen”

    HULP ZOEKEN
    Klinisch psycholoog Iva Bicanic, initiatiefnemer en landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld, legt uit waarom het zo belangrijk is om hulp te zoeken als je te maken hebt gehad met seksueel geweld. Hoe sneller je hulp zoekt, hoe beter. In die situatie liggen er voor jou als slachtoffer namelijk nog veel kansen op medisch gebied en forensisch vlak. “Maar ook vanuit psychologisch oogpunt biedt het voordelen om je snel te melden om problemen later te voorkomen.”

    Helaas is dat in veel gevallen makkelijker gezegd dan gedaan, bijvoorbeeld omdat je wel hulp wil zoeken, maar het niet durft. Maar ook als het langer geleden is gebeurd en je merkt dat je vastloopt als gevolg van het misbruik, moet je hulp zoeken. “Bijvoorbeeld als je slecht slaapt of angstig, somber of suïcidaal bent. Of als je gaat rommelen met eten of grijpt naar middelen.”

    Volgens Bicanic moet je vooral niet denken dat je je aanstelt. “Elke vorm van seksuele grensoverschrijding kan problemen geven. En de helft van de mensen loopt vast. Dus het is helemaal niet raar als je daarvoor hulp zoekt. Of het nou één keer is gebeurd of 10 keer, toen je klein was of kortgeleden. Het is juist heel goed dat je hulp zoekt en krijgt als je dat nodig hebt na een nare seksuele ervaring.”

    HULP VINDEN
    Gelukkig hoef je nare seksuele ervaringen niet in je eentje te verwerken. Op watkanmijhelpen.nl kun je lezen welke vormen van hulp er zijn, wat anderen hebben meegemaakt en heeft geholpen, en wat jij kunt doen als je recent of langer geleden een nare seksuele ervaring hebt meegemaakt.

    De eerste stap in het hulpproces is dat er duidelijk moet worden waar je last van hebt. Dat kan bijvoorbeeld een medisch, psychisch of seksueel probleem zijn. “Je huisarts of het Centrum Seksueel Geweld kan je hierbij helpen. Je kunt ook chatten met een medewerker van het Centrum Seksueel Geweld om jouw probleem te beschrijven. Als je weet wat je grootste probleem is, kan er gerichte hulp worden gezocht.”

    Bicanic begrijpt dat het spannend is om de stap naar hulp te zetten. “Soms lukt het niet omdat het moment te vroeg is in je leven. Of je denkt dat je het nu echt niet kan. Dat geeft niet. Dan kijk je over een tijdje gewoon of het moment dan wel goed is. Soms kan je ook je naasten of je vrienden vragen om samen met jou naar de huisarts te gaan. Of samen bellen of chatten met het Centrum Seksueel Geweld. Je hoeft het niet alleen te doen.”

    Bron: funx.nl

    Op de website kun je ook een interview met Lynelle beluisteren.

    #259435
    Mark
    Moderator

    MANDY (33) WERD MISBRUIKT DOOR HAAR OPA: ‘DAT MONSTER WAS ÓÓK MIJN GROTE VRIEND’

    Mandy Sleijpen (33) werd van haar achtste tot haar veertiende seksueel misbruikt door haar opa. Soms zelfs terwijl haar oma naast hen lag te slapen. Toen het misbruik uitkwam, viel de familie uiteen.

    “Mijn oma zei: ‘Ik kan hem als mens toch niet laten vallen. Zo erg was het toch niet?’”

    MANDY
    Toen Mandy op de musicalacademie zat, maakte ze eens een voorstelling over een meisje dat seksueel werd misbruikt. Na de voorstelling kwamen regelmatig vrouwen naar haar toe, die vertelden dat ze hetzelfde hadden meegemaakt. “Daardoor dacht ik: zie je, ik ben niet de enige, seksueel misbruik komt veel vaker voor dan we denken.”

    Om duidelijk te maken wat de impact van seksueel misbruik bij kinderen is, zette ze tijdens de coronacrisis een stichting op: ‘Wij zijn M’, waarin ‘M’ zowel staat voor ‘misbruikt’ als ‘machteloos’, ‘moedig en mooi’. Die laatste twee zijn eigenschappen waar Mandy zelf nog jaren na het misbruik mee heeft geworsteld.

    OPA
    “Als jong meisje kwam ik wekelijks over de vloer bij mijn opa en oma”, vertelt ze. “Als mijn oma weg was om dansles te geven, vroeg hij vaak wanneer ik weer langskwam. Dat vonden mijn ouders op dat moment niet gek. We hadden een goede band. Hij was mijn grote vriend.”

    De eerste keer dat Mandy seksueel werd misbruikt herinnert ze zich nog goed. “We keken tv. Ik was een jaar of acht en lag bij hem op schoot. Hij was over mijn rug aan het wrijven en stak op een gegeven moment zijn hand in mijn onderbroek. ‘Mandy’, zei hij toen, ‘dit mag niet van de politie. Als dit uitkomt gaan we samen de gevangenis in’. Daar schrok ik enorm van. De gevangenis zag ik als een eng iets, dus besloot ik ter plekke: wat er ook gebeurt, ik ga nooit iets vertellen.”

    WC
    De jaren daarna ging haar opa steeds verder. Mandy: “Als het dan weer gebeurd was, sloeg zijn stemming vaak om. Alsof hij dan ineens besefte dat hij iets ergs deed. Ik sloot me dan op in de wc, dat was mijn veilige plek. Ondertussen stond hij voor de deur te tieren: ‘Jij bent een hoer, jij hebt dit zelf uitgelokt’.”

    Het misbruik gebeurde voornamelijk als ze alleen waren. Een enkele keer was haar nichtje erbij. En soms zat hij aan haar als ze ’s ochtends bij haar opa en oma in bed kwam liggen tijdens een logeerpartijtje. “Ik ging bewust tussen hen in liggen”, zegt Mandy. “Zo wist ik zeker dat het bij aanraken bleef en voorkwam ik dat hij kans zag om mijn kamer in te glippen en mij weer te verkrachten.”

    EEN MONSTER, EEN VRIEND
    Al die jaren sprak ze met niemand over het misbruik. “Het was mijn grootste angst dat het uit zou komen. Ik was bang dat ik mijn familie kwijt zou raken, maar ook om opa kwijt te raken. Als puber maakte ik mezelf wijs dat hij was ingehuurd, dat hij dit moést doen van iemand anders. Ik wilde hem gewoon echt niet zien als dader. Hij was mijn vriend, maar ook een monster.”

    Toen Mandy veertien was, verbrak ze het stilzwijgen. “Mijn ouders lagen op dat moment in scheiding. Daar had ik het heel moeilijk mee, omdat daardoor mijn enige veilige plek uit elkaar viel. Tijdens een les geschiedenis heb ik toen tegen een vriendinnetje verteld wat er was gebeurd. Het gekke is dat ik op dat moment zelfs nog even dacht, is dit wel echt zo?. Al die tijd had ik het bij me gedragen. Door het uit te spreken werd het ineens realiteit.”

    ‘HET IS MIJN VADER’
    Het vriendinnetje schakelde direct de vertrouwensdocent in en een leraar Duits bij wie Mandy zich op haar gemak voelde. Ze voerden wekelijks gesprekken, totdat Mandy liet vallen dat het misbruik niet iets was uit het verleden, maar nog steeds plaatsvond. Daarop werden – ondanks hevig protest van Mandy – direct haar ouders opgebeld en gevraagd naar school te komen.

    “Toen mijn ouders te horen kregen dat ik werd misbruikt, zei mijn moeder meteen: ‘Het is mijn vader hè?’ Voor haar vielen ineens de puzzelstukjes in elkaar. Ze had misschien wel aangevoeld dat er iets niet klopte, maar heeft nooit toegegeven aan die gedachte.”

    PROSTAATKANKER
    “Na het gesprek belde mijn moeder haar drie zussen op en zijn we samen naar mijn opa en oma gegaan. Hij gaf direct alles toe, maar verdedigde zich ook. ‘Ze kwam zelf bij mij op schoot zitten, hè’. Mijn tante vroeg of hij ook aan haar dochter had gezeten. ‘Ja, ja, een paar keer geloof ik’, antwoordde hij.”

    “Oma zette hem vervolgens het huis uit, maar toen hij later prostaatkanker bleek te hebben, nam ze hem terug. ‘Ik kan hem als mens niet laten vallen’, zei ze. ‘Zo erg was het toch niet?’.”

    LIEFDE
    Zo erg was het natuurlijk wél. Mandy leerde afgelopen jaren – mede dankzij verschillende vormen van therapie en coaching – dat ze niet ‘onwijs vies en smerig was’, zoals ze zelf geloofde. “Ik heb jarenlang gewalgd van mezelf en was overtuigd dat iedereen dat deed. Ik mocht bijvoorbeeld ook geen jurkjes aan van mezelf, want daarmee gaf ik mannen eigenlijk ‘toestemming’ om mij te verkrachten als zij dat wilden. Zo voelde dat echt.”

    Hoewel het inmiddels wat beter gaat en Mandy ook heeft geleerd dat ze mag, én kan genieten van intimiteit, blijft dat een moeilijk iets. “Ik heb nog nooit een relatie gehad, op dat gebied heb ik nog veel te winnen. Al weet ik nu dat dat ook oké is. Het belangrijkste is dat ik mijn innerlijke kind – dus wie ik vroeger was – leer omarmen. Dat ik dat kind de liefde kan geven die ik in mijn jeugd zo heb gemist.”

    FAMILIE
    Mandy heeft aangifte gedaan en haar opa is veroordeeld. Hij zat een tijdje in de gevangenis en woont inmiddels weer thuis. Mandy’s ouders, broers en zijzelf hebben het contact verbroken. Eén andere tante spreekt Mandy’s oma nog af en toe op neutraal terrein, maar de rest van de familie komt nog altijd ‘gewoon’ over de vloer. “Dat vind ik schrijnend. Vooral voor m’n nichtje dat ook door hem is misbruikt. Ze hebben zoiets van ‘we moeten door, hij doet het vast niet meer’. Maar ja”, zegt Mandy, “Dat zei hij tegen mij ook altijd.”

    Door het opzetten van de stichting komen er weer veel emoties bovendrijven, maar behoefte om haar opa daarmee te confronteren heeft Mandy niet. “Ik kan geen boosheid voelen richting hem. De enige reden om hem ooit nog te zien zou zijn om te laten zien dat de machtsverhoudingen zijn omgedraaid”, besluit ze. “Ik ben niet meer het kind van toen. Ik ben nu de sterkste.”

    Ben of ken je iemand die te maken heeft gehad met (seksueel) misbruik en ben je op zoek naar informatie, steun of lotgenoten, kijk dan op wijzijnm.nl.

    Bron: linda.nl

7 berichten aan het bekijken - 21 tot 27 (van in totaal 27)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 21 ▪︎ leden online: 11
Luka, Juul, Sonya20, Marianne, Joannepark, Vinnie, Mark, Diana, Peerke, Ollybolly, Wendelsx
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.071, berichten: 16.410, leden: 1.914