Victim blaming

  • Dit onderwerp bevat 34 reacties, 5 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 29/04/2022 om 15:10 door Peerke.
5 berichten aan het bekijken - 31 tot 35 (van in totaal 35)
  • Auteur
    Reacties
  • #269777
    Luka
    Moderator

    ‘Je hersens denken: liever verkracht dan dood’

    Nee zeggen tegen ongewenst seksueel gedrag is onverwacht moeilijk. Psycholoog Agnes van Minnen legt uit waarom veel slachtoffers zich niet verzetten, en soms zelfs meewerken.

    Al 25 jaar lang spreekt psycholoog en trauma-expert Agnes van Minnen wekelijks mensen die seksueel zijn misbruikt. De meesten vertellen zonder aarzeling over het misbruik zelf. Het horten en stoten begint pas als Van Minnen vraagt naar hun eigen reactie.

    Vaak durven ze daarover pas na vele gesprekken iets los te laten. ‘Ik deed net alsof ik het prettig vond, door te kreunen en te hijgen.’ ‘Ik vond het verschrikkelijk, maar mijn lichaam werd toch opgewonden.’ De schaamte is vaak zo groot, dat veel slachtoffers die pijnlijkste ervaringen verzwijgen, en dat helpt niet bij hun herstel.

    Omdat ze in de spreekkamer steeds min of meer dezelfde verhalen hoorde, besloot ze uitgebreid onderzoek te doen naar hoe mensen reageren in bedreigende situaties als seksueel geweld. Het antwoord op de vraag ‘waarom heb ik me niet verzet?’ is tamelijk eenvoudig, ontdekte ze: om te overleven.

    In haar boek Verlamd van angst legt ze uit waarom mensen meestal niets doen en verlammen als iemand hen ongewild betast, bij de borsten grijpt of het bed in lokt. En waarom ze vaak zelfs meewerken met de dader.

    ‘Je instinctieve overlevingsreacties hebben je gered,’ vertelt ze haar patiënten tegenwoordig. ‘Het is je gelukt, je leeft nog! Het is dus niets om je voor te schamen.’

    Hoe reageren uw patiënten als u dat zegt?
    ‘Met grote opluchting. Vaak zeggen ze: “Ik heb voor het eerst het gevoel dat ik normaal ben.” De meesten denken dat ze de enige zijn die zo “raar” heeft gereageerd.

    Als ze al iets aan vrienden of familie durven te vertellen, krijgen ze reacties als “Ik zou hem keihard tegen zijn ballen hebben getrapt, of direct zijn weggerend.” Dat maakt de schaamte nog groter. Want slachtoffers maken zichzelf daar ook constant verwijten over.

    Velen hebben ook het gevoel dat hun lichaam ze in de steek heeft gelaten. Ze wilden wel schreeuwen, maar er kwam geen geluid uit hun mond. Ze kónden gewoon niet wegrennen, omdat ze verstijfden: een beangstigende ervaring.

    Je lichaam heeft je juist beschermd, vertel ik ze. Niet tegen de verkrachting of het vastgrijpen van je borsten, maar tegen de dood.’

    Overdrijft u niet? Een aanranding of verkrachting kun je toch niet vergelijken met iemand die een pistool op je hoofd zet? Laat staan als het gaat om een beschonken collega die bij een borrel in je decolleté graait.
    ‘Het gaat om de perceptie in de hersenen: dat het dodelijk zou kúnnen zijn. Seksueel geweld, zelfs het begin daarvan, kan door je hersenen worden waargenomen als doodsbedreiging.

    Als iemand je ongewenst aanraakt, is die persoon per definitie al heel dichtbij. Hoe dichterbij de dreiging is, hoe meer kans op instinctieve reacties als verlamming. Het emotionele deel van het brein zet dan in op overleven. Cru gezegd: liever verkracht dan dood, denken je hersens. ’

    In uw boek beschrijft u ook andere reacties op – seksuele – dreiging, zoals ‘de vrede bewaren’ of ‘verzoeningsgedrag’.
    ‘Dat zijn subtielere reacties op gevaar, die minder bekend zijn. Toch denk ik dat iedereen ze herkent: bij dreigende familieruzies is er altijd wel een zus of een oom die de boel probeert te sussen, die gaat slijmen met die agressieve broer of die vervelende, dronken tante.

    Bij seksueel geweld is dat niet anders. Instinctief voel je dat het uit de hand kan lopen. Dan ga je automatisch dingen doen om de agressie bij de ander te verminderen. Bijvoorbeeld door je zo klein mogelijk te maken of te doen wat de dader vraagt.

    “Als ik me nou maar vast uitkleed, dan wordt hij vast rustiger.” Je doet van alles om de dader gunstig te stemmen. En later denk je: jezusmina, ik ben vrijwillig uit de kleren gegaan. Of: ik heb gekreund, terwijl ik het verschrikkelijk vond.’

    Meewerken om erger te voorkomen, bedoelt u?
    ‘Het woord meewerken probeer ik te vermijden. Dan lijkt het alsof je dat vrijwillig doet. Eigenlijk zijn het trucs die je hersenen onbewust uithalen, om te overleven. Dat kan ver gaan.

    Dat je zegt: kom maar!, gaat klaarliggen en daar verleidelijk bij kijkt. Of hijgt. Als je daar door de bril van overlevingsreacties naar kijkt, zit er ook iets moois in: die instinctieve reacties beschermen je tegen nog meer agressie.

    Het woord mooi gebruik ik natuurlijk niet tegen mijn patiënten. Dat staat veel te ver af van hoe ze het zelf hebben beleefd.’

    Valt seksuele opwinding bij misbruik – misschien een nog groter taboe dan meewerken – ook in dat licht te plaatsen?
    ‘Dat is ook een natuurlijke reactie van het lichaam, om je te beschermen. Als je vagina vochtig wordt, loop je minder schade op bij een ruwe penetratie. De seksuele doorbloeding van de vagina komt automatisch op gang.

    Uit recent onderzoek blijkt dat dat ook gebeurt wanneer vrouwen naar porno kijken terwijl ze er eigenlijk geen klap aan vinden.’

    Een andere vaak voorkomende reactie die u beschrijft, vind ik moeilijker te begrijpen: verzoening met de dader, na het misbruik.
    ‘Na het misbruik is de dader vaak nog in de buurt. Je hersenen ervaren de situatie dus nog steeds als gevaarlijk. Daardoor blijven instinctieve overlevingsreacties actief.

    Je moet zorgen dat de relatie met de dader goed blijft. Daar komt dat verzoeningsgedrag vandaan: vriendelijk en lief blijven! Of soms zelfs de dader omhelzen.

    Daar komt bij dat veel daders, zeker als ze al langer in je leven zijn, ook aardige dingen doen. De dader is bijvoorbeeld een huisvriend, die het voor je opneemt als je moeder vit dat je je huiswerk weer niet hebt gemaakt. Hij vertelt hoe mooi je bent, koopt cadeaus voor je.

    Uit onderzoek weten we dat er meestal een sterke band ontstaat wanneer iemand die je iets akeligs heeft aangedaan, daarna iets positiefs doet. Stel dat de dader je heeft vastgebonden en ziet dat het pijn doet: “Schatje, speciaal voor jou maak ik de touwen wat losser.” Dat geeft een band. Datzelfde effect treedt op bij ontgroeningen van studenten.

    Het is ook een misvatting dat daders hun slachtoffers altijd bruut verkrachten of aanranden. Ze kussen je soms heel lief, zeggen dat je aantrekkelijk bent. Aan dat soort pseudo-intiem gedrag denken we niet zo snel als het over seksueel misbruik gaat. Maar dat komt wel heel vaak voor.’

    Vooral het ‘meewerken’ roept in het MeToo-debat veel vragen op. Hoe moet de ander in hemelsnaam weten dat je eigenlijk toch niet wilt?
    ‘Het debat wordt vertroebeld doordat veel mensen nog steeds denken dat je zelf kunt kiezen hoe je reageert als je in zo’n situatie terechtkomt. De realiteit is dat we zonder nadenken, reflexmatig, reageren op gevaar.

    In milliseconden wegen onze hersenen alle opties af. De eerste overlevingsreactie is vluchten: daarmee voorkom je dat je wordt aangevallen. De laatste is verlammen. Die komt als alle andere opties niet mogelijk zijn.

    Daartussenin zitten andere reacties: de vrede bewaren, of verzoenen. Persoonlijke verschillen zijn er nauwelijks, tenzij je vooraf uitvoerig bent voorbereid om tegen die primitieve reflexen in te gaan en te blijven vechten in bedreigende situaties.

    Zoals militairen – maar zelfs zij kunnen compleet verlammen als ze eenmaal op het slagveld staan, ondanks jarenlange trainingen.’

    Toch wordt verzet nog steeds gezien als de moedigste reactie.
    ‘Ja, maar veel vrouwen die zich hebben verzet tegen verkrachting raken gewond, blijkt uit onderzoek. Dus verzet is lang niet altijd verstandig. De laatste jaren worden winkelbediendes getraind door de politie, wat ze het beste kunnen doen bij een overval. De politie raadt aan om mee te werken. Aan die mensen zal nooit iemand ooit vragen: “O, dus jij wilde je geld afgeven? En heb je wel gezegd dat je dat niet wilde?” Bij seksueel geweld is dat nog steeds schering en inslag. Daar kan ik vreselijk boos om worden.’

    In uw boek vraagt u ook aandacht voor seksueel geweld dat door vrouwen wordt gepleegd, tegen mannen.
    ‘Dat is misschien wel het grootste taboe. Mannelijke daders zijn nog steeds in de meerderheid, maar seksueel misbruik van mannen boven de 16 wordt meestal gepleegd door een vrouw, blijkt uit recent onderzoek.

    Ik denk dat de schaamte bij mannelijke slachtoffers nog groter is, daarom horen we daar nog zo weinig over. Het is goed om te bedenken dat het bij seksuele intimidatie en misbruik vaak niet over fysieke overmacht gaat. Het gaat om de gevoelde macht die mensen over je hebben.

    Vrouwen in een hogere, machtiger positie kunnen net zo intimiderend zijn als mannen. En ze gebruiken dezelfde subtiele, manipulerende methodes om ondergeschikten te dwingen tot seks.’

    U hoort dagelijks verhalen over seksueel misbruik. U bent ook moeder van twee pubers. Gebruikt u uw kennis om hen daartegen te wapenen?
    ‘Ik probeer niet tegen ze te zeggen: wees voorzichtig, doe niets tegen je zin! Dat is te vaag. Mijn dochter had pas een afspraak met een jongen die ze nauwelijks kende. Toen heb ik met haar een paar scenario’s doorgesproken. “Stel nou dat hij iets doet wat jij niet wilt, wat kun je dan het beste doen?”

    Ik denk dat het helpt als je kinderen van tevoren laat nadenken over wat ze in concrete situaties zouden kunnen doen. Als ze van tevoren weten hoe een onschuldig afspraakje soms heel sluipend kan leiden tot dingen ze misschien niet willen, voelen ze zich minder overvallen. Dat helpt ze om bij elke nadere toenadering te bedenken: wil ik dit eigenlijk wel? En zo nee: wat kan ik doen of zeggen om dat duidelijk te maken?

    Verder heb ik mijn kinderen verteld dat ze beter geen seks kunnen hebben als ze veel hebben gedronken. Als er alcohol in het spel is, kunnen beide partijen niet meer inschatten wat de ander wel of niet wil. Tegelijkertijd weet ik ook dat je als ouder nooit kunt voorkomen dat je kind zoiets overkomt. Het gebeurt overal, in elke rang of stand.’

    En als ouders zoiets meemaken, welke adviezen geeft u dan?
    ‘Ik leg ze uit dat ze moeten proberen om niet te emotioneel te reageren: spui je eigen boosheid en pijn bij iemand anders, niet bij je kind. Als je gaat huilen, gaat je zoon of dochter proberen om je te sparen. Laat ze zelf bepalen wat ze willen vertellen.

    Vertel dat je ervoor ze bent als ze iets kwijt willen. Dat je het heel naar vindt wat ze hebben meegemaakt. En dat het niet erg is als ze het liever aan iemand anders willen vertellen. Richt je op wat je kind nodig heeft. Dat is niet makkelijk.

    Nog moeilijker is het om de schuld weg te halen bij je kind. Terwijl dat volgens mij het allerbelangrijkste is wat je als ouder voor je kind kunt doen. “Het is niet jouw schuld dat het zo is gelopen. Jij hebt het goed gedaan.”’

    Bron: Psychologie Magazine >>

    #269944
    Luka
    Moderator

    Victim blaming: waarom een ‘ja maar’-reactie nooit een goede reactie is

    Slachtoffers van seksueel geweld krijgen vaak – per ongeluk of expres – de schuld van wat hen is aangedaan. Sinds het nieuws over de misstanden bij The voice of Holland valt op sociale media vaak de term victim blaming. Wat is dat precies? En waarom is het zo schadelijk?

    “Wat deed je daar zo laat?”
    “Waarom heb je je niet verzet?”
    “Je had minder moeten drinken.”
    “Als er twee in bed belanden, zijn er twee verantwoordelijk.”
    “Wie trapt er nou ook in zijn gladde praatjes?”
    “Je bent ook veel te lief en meegaand.”
    “Je had geen rokje aan moeten trekken. Daarmee lok je het bij zo’n mafketel nou eenmaal uit.”

    Slachtoffers van seksueel geweld krijgen dit soort vragen en reacties aan de lopende band. Dit wordt ook wel victim blaming genoemd en is volgens hulpverleners en psychologen een groot probleem.

    Op ons reactieplatform NUjij en op de sociale media van NU.nl reageerden lezers van The Voice-nieuws vaak kritisch op de rol van de slachtoffers en de legitimiteit van hun verhalen. Zo vroeg een lezer zich af: “Waarom zou je die mensen ook je nummer geven en met ze op WhatsApp zitten?” Iemand anders schreef: “Waarom zou je meegaan als Ali B je ‘s nachts belt?”

    De schuld neerleggen bij het slachtoffer
    Gerda de Groot is regiocoördinator van Centrum Seksueel Geweld (CSG), dat acute en langdurige hulp biedt aan slachtoffers van seksueel misbruik. Ze noemt zulke reacties duidelijke voorbeelden van victim blaming. “Victim blaming is wanneer de verantwoordelijkheid bij het slachtoffer wordt gelegd. Maar wij kunnen helemaal niet weten wat er in het hoofd van een slachtoffer om is gegaan. Het enige wat we daadwerkelijk weten, is dat niemand dit wil meemaken.”

    Iedere indirecte vraag of opmerking over wat een slachtoffer anders had kunnen doen om dit te voorkomen, is in feite ongepast en ook onterecht. Want hoe zij (of hij) zich gedroeg, doet er eigenlijk helemaal niet toe. Lichamelijke integriteit is een mensenrecht: zonder toestemming of goede reden mag er niemand aan je lichaam komen. Het gedrag van een slachtoffer is nooit een ‘goede reden’ om aangerand of zelfs verkracht te worden.

    Let wel: achter de victim blaming-opmerkingen zit niet altijd een verkeerde intentie. De Groot: “De mens wil alles rationeel verklaren. Zo werkt ons brein nu eenmaal. Maar zaken als seksueel geweld zijn simpelweg verwarrend en moeilijk te begrijpen.” Het is volgens haar dan ook niet aan een ander om deze situaties te willen verklaren.

    Gevolg: een opmerking als “je had ook wel een erg kort rokje aan” voelt vaak als een klap in het gezicht van het slachtoffer. Diegene wordt onbedoeld tot een schuldige verklaard door de omgeving. De Groot: “Niemand mag aan jou zitten. Het gaat dus niet om ‘bescherm je dochters’, maar om ‘voed je zonen op’.”

    Slachtoffers lopen risico op PTSS
    Victim blaming kan tot gevolg hebben dat diegene zichzelf als verantwoordelijk gaat zien, of denkt dat hij of zij het incident had kunnen voorkomen. Dat is onterecht en heeft ernstige gevolgen. “Dit akelige gevoel kan ertoe leiden dat iemand uit schaamte in zichzelf keert en geen hulp zoekt.”

    “Mensen die geen hulp zoeken zijn vaak kwetsbaar, en we weten helaas dat kwetsbare mensen meer risico lopen om nogmaals hetzelfde te overkomen.” Hulp is volgens De Groot juist essentieel. “Zonder traumahulp kan dit leiden tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS).”

    Daarnaast is de overgrote meerderheid van de daders van seksueel geweld ook nog eens een bekende van het slachtoffer, wat de drempel om een melding te maken alleen maar vergroot. “Dat is hartstikke moeilijk.”

    Naar een veilige cultuur
    De oplossing vergt een omslag, zowel op de werkvloer als daarbuiten. “We moeten naar een veilige cultuur waarin we respectvol met elkaar omgaan: waarin we zaken benoemen en serieus nemen, en elkaar aanspreken wanneer we verkeerde dingen zien of horen gebeuren.”

    Volgens De Groot is bewustwording van het probleem een goede start. “Ga bij jezelf na wat je zegt of doet. Help elkaar en creëer de ruimte om dit soort zaken bespreekbaar te maken. En onthoud altijd: in welke staat, op welk tijdstip dan ook: het is nooit de schuld van het slachtoffer.”

    Bron: NU.NL >>

    #269945
    Luka
    Moderator

    “Waarom heb je het niet gelijk verteld?”, is een van de veelgehoorde reacties die slachtoffers krijgen als ze vertellen over seksueel misbruik of seksueel overschrijdend gedrag. John de Mol adviseerde vrouwen in de aflevering van BOOS om te gaan praten, maar slachtoffers hebben genoeg redenen om stil te blijven.

    Een op de vier vrouwelijke slachtoffers en een op de drie mannelijke slachtoffers heeft aan niemand verteld dat zij ooit misbruikt zijn. “Zij hebben goede redenen om niet te vertellen over hun ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld”, zegt directeur van het Centrum Seksueel Geweld Iva Bicanic.

    Ze noemt de vijf belangrijkste redenen waarom slachtoffers zwijgen.

    1. Slachtoffers krijgen zelf de schuld
    Driekwart van de mensen die over hun ervaringen met seksueel geweld vertellen, krijgt in een reactie de verantwoordelijkheid in zijn of haar schoenen geschoven. Dat heet victim blaming, aldus Bicanic. Ze vroeg slachtoffers naar de reacties uit hun omgeving op de onthulling, en deelde deze op in categorieën.

    Een greep uit de categorieën van Bicanic
    Waarom-vragers: ‘Waarom ben je niet weggegaan?’ ‘Waarom heb je niet geschreeuwd?’
    Betweters: ‘Je weet toch dat dat kan gebeuren als je meegaat?’ ‘Dat zal mij nooit overkomen.’
    Scherpschutters: ‘Jij hebt ook altijd van die rare dingen.’ ‘Met jou is het ook altijd wat.’
    De ongelovigen: ‘Weet je het wel zeker?’ ‘Heb je het je niet ingebeeld?’
    Afzwakkers: ‘Is het wel echt zo erg?’ ‘Hij heeft je toch niet verkracht?’ ‘Overdrijf je niet een beetje?’
    De ruimdenkers: ‘Weet je wel wat dit voor hem/haar (de pleger) betekent?’

    2. De dader is geen ‘monster’, maar een bekende
    Iedereen kent de verhalen over een man die ‘s nachts in de struiken een meisje als een roofdier van haar fiets trekt. Maar in 85 procent van de gevallen is de pleger een bekende van het slachtoffer, vertelt Bicanic. Dat kan een collega, een familielid of een buurman zijn. Niet zelden voelt het slachtoffer zich loyaal naar de dader.

    Bicanic: “Er is altijd sprake van een verschil in macht. Degene die het doet is groter, sterker, slimmer of rijker. En daar wordt misbruik van gemaakt.” Het feit dat slachtoffers dus over bekenden moeten praten die ook nog machtiger zijn dan zij, maakt het ingewikkeld om uit de school te klappen.

    3. Slachtoffers schamen zich voor wat er is gebeurd
    Mensen denken vaak dat ze het gewoon hebben laten gebeuren omdat ze niet in verweer zijn gegaan. “Maar nietsdoen of meewerken is normaal slachtoffergedrag”, zegt Bicanic. “Het is een automatische reactie van je lichaam om te kunnen overleven.” Uit onderzoek blijkt dat dit in 70 procent van de gevallen gebeurt. Dat zegt dus niets over instemming van het slachtoffer.

    Ook is het heel gewoon dat een lichaam een erectie krijgt of vochtig wordt in een stressvolle situatie. Bicanic: “Veel mensen raken hiervan in de war en twijfelen eraan of ze het misschien toch wel lekker vonden. Ook vinden veel mensen het überhaupt al gênant om over seks te praten, laat staan over grensoverschrijdende seks.”

    4. Angst voor dreigementen van de pleger
    Plegers van seksueel wangedrag en misbruik hebben een arsenaal aan dreigementen waardoor slachtoffers zwijgen. Bicanic heeft verschillende voorbeelden: “Als je het vertelt…”

    “Maak ik je leven kapot”
    “Gaan je ouders uit elkaar”
    “Krijgt je oma een hartaanval”
    “Moet ik of jij de gevangenis in”

    Maar dreigementen kunnen ook subtieler zijn, zoals:

    “Niemand zal je geloven”
    “Iedereen lacht je uit”
    “Jij kwam op mij af”
    “Doe niet zo preuts”

    5. ‘Het is niet gebeurd’
    “Heel veel mensen proberen gewoon te vergeten wat er is gebeurd en maken zichzelf wijs dat er niets is gebeurd”, zegt Bicanic. “Ook kunnen slachtoffers er pas op latere leeftijd achter komen dat ze bijvoorbeeld verkracht zijn, omdat ze dan meer weten over het leven en over seksualiteit. Dan komt pas het besef.” Vooral jonge slachtoffers kunnen deze inschatting zelf nog minder goed maken.

    Het blijft een risico voor mensen om te praten over hun ervaringen omdat toehoorders er iets van vinden. “Als je vertelt wat jou is overkomen, verlies je het alleenrecht op je herinneringen en gaan mensen zich ermee bemoeien. En het kan verkeerd aflopen, bijvoorbeeld wanneer de familie iemand uitsluit.” Bicanic zegt daarom: “Mensen gaan het alleen vertellen als het niet anders kan.”

    Tot slot moeten slachtoffers zelf beslissen of ze iets willen vertellen, wanneer en aan wie, vindt Bicanic. “Omstanders moeten ophouden met victim blaming. En de plegers zijn verantwoordelijk, maar hebben zelf ook een probleem. Ik hoop dat we een klimaat scheppen waarin zij zich veilig voelen om hulp te vragen en hun kwetsbaarheid op tafel te leggen.”

    Heb je hier zelf mee te maken gehad of ken je iemand die hiermee te maken heeft gehad en wil je hier met iemand over praten? Je kan terecht bij Slachtofferhulp Nederland via 0900-0101 of bij het Centrum Seksueel Geweld via 0800-0188 en de chat.

    Bron: Nu.NL >>

    #270231
    Luka
    Moderator

    Thysia (48) werd verkracht: ‘Door victim blaming durfde ik 28 jaar lang niet mijn verhaal te delen’

    Thysia Huisman (48) werd op haar achttiende gedrogeerd en verkracht. Een traumatische gebeurtenis, met een eveneens traumatische victim blaming daarbovenop. “Die eerste reactie op mijn verhaal is cruciaal geweest.”

    Drie op de vier mensen die slachtoffer zijn van seksueel geweld krijgen tenminste één beschuldigende reactie als ze anderen in vertrouwen nemen. Victim blaming, wordt dit genoemd. Sunny Bergman maakte de nieuwe documentaire Victim blaming voor de campagne Wat kan mij helpen?. Hierin doet onder anderen Thysia kort haar verhaal. En aan Margriet vertelt ze uitgebreid over wat deze beschuldigende reacties met slachtoffers doen. “Ze maakte me belachelijk en gaf me het gevoel dat de verkrachting mijn eigen schuld was.”

    De hotshot van Parijs
    “Het was 1991. Ik werkte op mijn achttiende als model en woonde in Brussel”, begint Thysia. “Ik werd door mijn modellenagent naar Parijs gestuurd. Jean-Luc Brunel, de hotshot van de Parijse modewereld, was namelijk heel enthousiast over mij. Hij zei dat hij mijn carrière een ontzettende boost kon geven en dat ik zelfs bij hem in huis mocht komen logeren om kosten te besparen. Mijn agent in België, dat was een vrouw, zei: ‘Dat is een eer, dat is alleen voor meisjes waarin hij veel potentie ziet’. Dus ik dacht: dan zal het wel goed zijn. Tuurlijk vond ik het ergens raar en twijfelde ik. Maar ik wilde het ook wel maken als model.”

    Thysia heeft daar in totaal een week gewoond. “Overdag was hij heel professioneel, maar ’s avonds veranderde hij. Er waren continu feestjes met al zijn oude, rijke vrienden en jonge modellen. Hij maakte veel seksueel overschrijdende opmerkingen en probeerde me eerder al aan te randen, maar iedere keer dacht ik: ik kan het wel handelen. Ik maakte grapjes, want ik dacht: ik ben in Parijs, ik wil het hier maken. Daarbij was hij fysiek kleiner dan ik, waardoor ik naïef dacht dat ik hem fysiek ook wel aankon.”

    Die ene nacht
    Aan het eind van die week ging het mis. “We gingen uit en bij thuiskomst hij gaf me een drankje. Een kwartier later begon ik me heel raar, zweterig en draaierig te voelen. Geluiden kwamen van heel ver. Ik zei dat ik me ziek voelde. Toen heeft hij me naar zijn slaapkamer gebracht, op zijn bed geduwd en verkracht. Het is fragmentarisch, maar ik kan me genoeg herinneren om te weten wat er gebeurd is. De volgende ochtend werd ik naakt wakker in zijn bed met zijn kimono over mijn schouders geslagen. Mijn hele lichaam deed pijn. Toen ik me realiseerde wat er die nacht gebeurd was, heb ik mijn spullen gepakt en ben ik zo snel mogelijk uit dat huis gevlucht.”

    ‘Ze maakte me belachelijk’
    Aan aangifte doen bij de politie dacht Thysia niet. Ze was zo bang en in paniek. “En ik was waarschijnlijk ook nog onder invloed van wat hij mij gegeven had. Ik wilde daar gewoon zo snel mogelijk weg, weg uit Parijs. Ik heb de eerste trein naar Brussel gepakt, daar had ik nog een studiootje. Toen werd ik gebeld door mijn bureau in België, want wat flikte ik nou, zomaar weggaan? Dus ik werd op het matje geroepen. Op het modellenbureau probeerde ik haar uit te leggen wat er gebeurd was, maar ik heb niet het woord verkrachting gebruikt. Ik zei dat hij allemaal seksuele dingen wilde die ik niet wilde. Dat ik daarom ben weggegaan en nooit meer terug wil.”

    De reactie van Thysia’s modellenagente was op z’n zachtst gezegd opmerkelijk. “Zij maakte me eigenlijk belachelijk. Dat was de eerste vorm van victim blaming die ik meemaakte. Ze gaf me het gevoel dat het mijn eigen schuld was. Wat voor amateur ik wel niet was. Ik voelde schuld en schaamte. Ik dacht: het ligt aan mij. En toen besloot ik het maar te proberen te vergeten. Dat heb ik jarenlang geprobeerd: als ik er niet aan denk, dan is het er ook niet. Maar dat werkt natuurlijk niet zo.”

    Drank, drugs en depressie
    Vlak na die traumatische gebeurtenis, besloot Thysia te stoppen met modellenwerk. Ze ging HBO communicatie studeren en ging voor tv achter de schermen aan de slag als regisseur en eindredacteur. Ze redde zich dus wel, maar goed ging het niet. “Ik heb tijdenlang niet goed voor mezelf gezorgd. Ik had veel last van depressie en excessief drank- en drugsgebruik, alles om maar proberen te vergeten wat ik had meegemaakt. En ik liet mensen maar moeilijk toe in mijn leven.”

    Ze deelde haar verhaal weleens met vrienden, “maar dan de light versie. Ik zei dan: ‘In de modellenwereld konden mensen hun poten niet thuishouden, daarom ben ik gestopt’. Ze durfden dan ook niet echt verder te vragen.” En haar ouders? Thysia was vijf jaar toen haar moeder overleed. En ze schaamde zich ook te veel om het aan haar vader te vertellen. Haar huidige partner vertelde ze ook niet het hele verhaal. Tot vier jaar geleden. Want op haar 44e besloot Thysia haar verhaal naar buiten te brengen.

    Aangifte en nog meer victim blaming
    “Eigenlijk heb ik mijn hele verhaal in 2017 pas tot in detail verteld aan mijn vriend, met wie ik toen zeven jaar samen was. Ik wilde er voor die tijd helemaal niet aan denken, laat staan over praten”, legt Thysia uit. “Hij was heel erg geschrokken en verdrietig, maar reageerde heel lief en begripvol.” Door de #MeToo-zaak besloot Thysia nog een stap verder te zetten. “De verhalen van de slachtoffers van Harvey Weinstein raakten me heel erg. Daarna ontdekte ik dat er een link was tussen Brunel en Jeffrey Epstein, die toen al een veroordeelde zedendelinquent was. Ze waren zakenpartners. En ik dacht shit, dit is wat mij is overkomen, dit is gewoon machtsmisbruik. Ik ging erover praten in therapie en besloot erover te schrijven.” Het resulteerde in 2019 in haar aangifte tegen Brunel en later in haar boek Close-up, dat in 2020 uitkwam.

    Er brak een angstige tijd voor Thysia aan. Haar advocaat, de politie en journalisten waarschuwden haar namelijk dat ze het opnam tegen een machtige man met veel connecties. Gelukkig weerhield dit haar niet en ondernam Brunel geen stappen specifiek tegen haar. Maar ook nu kreeg ze wel weer met victim blaming te maken. “Ik kreeg na mijn aangifte heel veel shit over me heen. Ik werd uitgescholden voor hoer, ik was een golddigger, ik had het zelf uitgelokt, ik was een naïef, dom modelletje en loog aangezien ik er ‘nu pas’ mee kwam.”

    ‘Waarom nu pas?’
    Vooral met dat laatste heeft Thysia moeite, ‘nu pas’. “Waarom toen pas? Nou, je wilt zo’n gebeurtenis het liefst vergeten. Het stomme met seksueel misbruik is dat je je als slachtoffer schaamt en schuldig voelt, wat in het voordeel is van de dader. Er zijn zo veel verhalen van mensen die het pas op hun sterfbed vertellen, omdat ze zich er zo voor schaamden. Slachtoffers voelen zich vaak onbegrepen, omdat veel mensen niet snappen hoe het werkt met dat gevoel van schuld en schaamte en dat je daarom helemaal niet ermee naar voren wilt komen. Dat komt ook doordat mensen er altijd wel een oordeel over hebben.”

    Thysia vervolgt: “Het is bovendien nogal wat om naar voren te komen met zoiets. Om een indruk te geven van zo’n aangifte: ik heb vijfeneenhalf uur lang met de Franse politie in een kamertje gezeten, waar ik alles wat ik me nog herinnerde tot in detail moest beschrijven. Dat is heel heftig. En vervolgens gebeurde er een hele poos niks. Omdat ik 28 jaar na dato pas aangifte deed, was mijn zaak verjaard. Dat voelde zo frustrerend.”

    In de gevangenis
    Maar gelukkig was het niet voor niks. Met het verhaal en de aangifte van Thysia was het hek van de dam. Zij was de klokkenluider waardoor meer slachtoffers aangifte deden en er een onderzoek naar Brunel werd gestart. In december 2020 werd hij opgepakt. “Hij wilde een vliegtuig pakken naar Senegal, waar ze heel toevallig geen uitleveringsverdrag met Frankrijk hebben. Toen ik hoorde dat hij op tijd op het vliegveld was opgepakt, heb ik heel hard gehuild. Het was zo’n opluchting. Hij zit nu vast voor twee verkrachtingszaken met minderjarigen die niet verjaard waren.”

    Thysia is enorm dankbaar voor hoe het uiteindelijk heeft uitgepakt. “Ik weet namelijk hoe weinig daders ook daadwerkelijk berecht en bestraft worden voor seksueel geweld. In heel veel gevallen van verkrachting gebeurt dat niet en krijg je als slachtoffer nooit gerechtigheid. Ik had dat ook niet meer verwacht, het heeft na mijn aangifte nog zestien maanden geduurd voordat hij opgepakt werd. Dat heeft echt aan me gevreten. Ook al telde mijn verhaal juridisch niet mee in de zaak, ik heb wel mijn steentje bijgedragen aan dat hij nu eindelijk vastzit. Maar je voelt je een heel klein poppetje tegenover een heel hoge muur.”

    Op de stoel van de rechter
    Ze voelt dan ook voor het meisje dat een rechtszaak tegen Marco Borsato heeft aangespannen. “Dat meisje, dat toen vijftien was, wordt met de grond gelijkgemaakt door sommigen. ‘Ze wil gewoon geld’, ‘ze liegt’, ‘wat erg voor Marco’… Je moet natuurlijk wel afwachten wat een rechtszaak uitwijst, maar je moet niet zelf op de stoel van de politie of rechter gaan zitten. Het aantal valse beschuldigingen en aangiften is echt verwaarloosbaar. Dat komt echt niet zo vaak voor. Dus waarom zou je iemand met zo’n verhaal in eerste instantie níet geloven?”

    Ze vervolgt: “Die eerste reactie maakt alles uit. Dat heb ik bij mezelf ook gezien. Die reactie van die modellenagent is cruciaal geweest in mijn gedachte dat het mijn eigen schuld was en dat ik er maar beter niet meer aan kon denken. Ik denk dat als zij had gezegd: ‘Jeetje, wat heftig, we gaan nu naar de politie want dit kan echt niet’, dat mijn leven wel anders gelopen was. Zij was een vrouw die mij moest beschermen, waar ik tegen op keek.”

    Dunne lijn tussen victim blaming en vragen stellen
    De vragen die sommige mensen aan slachtoffers stellen zijn niet altijd met kwade intenties, weet Thysia. “Het is een dunne lijn tussen wat nou victim blaming en uit oprechte interesse iets vragen is. Mag je dan niks meer vragen, vroeg mijn vriend ook eens. Dat is ook niet zo, maar bij een inbraak bij jou thuis gaan mensen je toch ook niet aan een soort kruisverhoor onderwerpen? Bij seksueel misbruik vinden veel mensen het heel normaal om het slachtoffer te ondervragen over wat er nou gebeurd is, omdat ze het anders niet geloven. Dat vond ik ook heftig om te horen in de documentaire (onderaan dit artikel, red.). Die vragen zouden niet veroordelend moeten zijn. Als iemand jou erover in vertrouwen neemt, is jouw eerste reactie heel belangrijk. Luister naar iemands verhaal en vraag liever: ‘Wat wil je dat ik voor je doe?’”

    Hulp zoeken
    Sinds haar boek is uitgekomen, krijgt Thysia veel ervaringsverhalen van andere slachtoffers te horen, ook over victim blaming. “Ik was overweldigd door hoeveel reacties ik kreeg van mensen die het ook is overkomen, wat maar weer aangeeft hoe vaak het voorkomt. En ook hoeveel mensen erover zwijgen en de schuld bij zichzelf leggen en daarom maar hun mond houden.” Wat Thysia tegen die mensen zegt? “Ik kan ze een luisterend oor bieden, maar ik ben geen therapeut. Ik adviseer ze altijd om professionele hulp te zoeken via Centrum Seksueel Geweld of Slachtofferhulp Nederland, want dit kun je niet alleen.”

    Thysia heeft nog een belangrijke boodschap voor mensen die ook slachtoffer van seksueel misbruik zijn. “Het is nooit je eigen schuld. Je hoeft je er dus niet voor te schamen, hoe oud je ook bent. Zoek hulp, neem iemand in vertrouwen. In therapie gaan heeft mij zo geholpen om in te zien dat het niet mijn schuld was, maar volledig die van de dader. Dat is zo venijnig, dat stemmetje in je hoofd. Dat maakt zo veel kapot, dat je jezelf daar jarenlang voor afstraft. Erover schrijven heeft mij ook heel erg goed gedaan. Zet je trauma om in iets krachtigs. Sta op. Blijf niet langer in een hoekje zitten, maar pak je kracht terug.”

    Gelukkiger
    Het gaat nu goed met Thysia. Van haar boek wordt een serie gemaakt, die ze begin 2023 verwacht. “Alles heeft zo moeten zijn, maar ik had niet verwacht dat het zo goed zou uitpakken”, zegt ze. “Sinds ik mijn boek uitbracht en aangifte deed, is er een last van mijn schouders gevallen. Ik ben gelukkiger en meer in balans.” Als de tijd rijp is, wil ze haar verhaal ook zeker met haar nu bijna 9-jarige zoon delen. “Hij weet wel dat er iets ergs gebeurd is, maar details weet hij niet. Wel mocht hij mijn boek in de klas laten zien, want er staan ook foto’s van mij van vroeger in.” Maar alles daaromheen is dus een gesprek voor later. “Hij zit nu in het stadium dat hij meisjes heel stom vindt”, lacht ze.

    Bron: Margriet.NL >>

    #271545
    Peerke
    Lid LSG

    Het taalgedraai van Johan Derksen bevestigt zijn positie: buitenspel


    Studio Vandaag Inside met vlnr: Wilfred Genee, Johan Derksen en René van der Gijp. Beeld Brunopress

    Plaatste Johan Derksen met zijn ‘kaarsverhaal’ op tv zijn seksueel grensoverschrijdend gedrag in een historische context, of maakte het programma een cabaretvoorstelling ervan, met een vrouw als slachtoffer-op-herhaling?

    Door Jacqueline Kleijer

    Onlangs (12/2) mocht ik aanschuiven bij radioprogramma De Taalstaat om de vraag te beantwoorden of seksueel grensoverschrijdend gedrag begint met taal. Dinsdagavond 26 april overtrof Johan Derksen mijn uitleg daar, want hij gaf er bij Vandaag Inside een glashelder voorbeeld van: hoe over seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt gesproken, is soms bijna nog schadelijker en verachtelijker dan de daad zelf. Vooral in een populaire talkshow, waar niet wordt ingegrepen.

    Een analyse van het taalgebruik bij Vandaag Inside. Eerst geef ik het fragment, daarna mijn duiding:

    Het zou best kunnen dat Johnny de Mol zich daadwerkelijk misdragen heeft, maar eigenlijk heeft ‘iedereen’ wel eens zo’n ‘jeugdzonde’ begaan, zegt Johan Derksen in zijn talkshow Vandaag Inside. Zelf bekent hij zich ook wel eens te hebben misdragen. ‘Als ik eraan terugdenk, Wilfred: je schaamt je kapot.’

    > Derksen maakt het eventuele daderschap van De Mol minder erg door De Mol samen te trekken met ‘iedereen’ en misstappen van ‘iedereen’ gelijk te trekken met die van De Mol. Dan neemt hij zichzelf als voorbeeld. Het wordt hiermee een ‘we-gebeuren’.

    > Derksen noemt zijn daad een ‘jeugdzonde’. Dat betekent ‘misstap uit de jeugd’. Met het woord ‘iedereen’ in combinatie met het woord ‘jeugdzonde’ anonimiseert hij zichzelf en maakt hij zichzelf onderdeel van ‘ons’. Hij doet alsof het een normale gang van zaken was om ernstig seksueel grensoverschrijdend te vertonen.

    Dan begint Johan met zijn verhaal. ‘Kijk, een heel smerig verhaal hoor, maar dat soort dingen gebeuren: ik was met de keeper van Veendam met twee juffrouwen op stap en we werden liederlijk. We zijn op stap en dronken en we gaan mee naar die woning en die juffrouwen zijn zo dronken, die kotsen ons helemaal onder.’

    > Derksen: ‘Kijk, een heel smerig verhaal hoor, maar dat soort dingen gebeuren.’ Hier neemt hij de kijker in vertrouwen, bijna alsof je in een onderonsje met hem zit. Ouwe-jongenskrentenbrood, je weet toch?

    > ‘We werden liederlijk.’ Dat klinkt heel gezellig. ‘Die juffrouwen zijn zo dronken, die kotsen ons onder.’ Dat klinkt niet zo gezellig, hier wordt het zaadje voor victim blaming geplant. Zíj werden dronken. Wíj liederlijk.

    En toen? ‘Toen weet ik nog wel – en ik ben er niet trots op, maar dat soort dingen gebeuren als je jong bent: we zijn weggegaan en die juffrouw lag bewusteloos op zo’n bank en er stond zo’n grote kaars en die hebben we erin gestopt en toen zijn we weggegaan.’

    > ‘Ik ben er niet trots op.’ Hij lijkt het zichzelf aan te rekenen, maar doet dat totaal niet. ‘Maar dat soort dingen gebeuren.’ Door dit zinnetje pleit hij zichzelf vrij.

    > ‘Die juffrouw lag bewusteloos op zo’n bank en er stond zo’n grote kaars en die hebben we erin gestopt.’ Door het woord ‘die’ voor ‘juffrouw’ te plaatsen wordt de vrouw in kwestie tot iets abjects gemaakt. Het klinkt verwijtend zoals: ‘Die daar’.

    > Met het woord ‘erin’ objectiveert Derksen de vrouw. Ze wordt een bewusteloos ding.

    Tafelgast Steven Brunswijk kan het eerst niet geloven. ‘Nee, nee!’

    > De tafelgast roept ‘nee’. Maar stopt het verhaal niet. De tafelgast maakt zijn afgrijzen niet af, loopt niet van tafel. De tafelgast zit vast in het omstandereffect en stapt niet op.

    Collega René van der Gijp: ‘Heb je hem nog wel aangedaan?’

    > Van der Gijp maakt met deze opmerking één grote grap van de bekentenis. Van wat mogelijk een verkrachting was.

    Johan: ‘Daar zou je nu gevangenisstraf voor krijgen.’

    Wilfred: ‘Het is in jouw geval allang verjaard, maar het is wel een beetje een apart verhaal dit.’

    > Door het woord ‘nu’ te gebruiken wordt stemming gemaakt over de huidige tijd.

    > Genee noemt het een apart verhaal, hiermee bagatelliseert hij de ernst ervan. Hij bevestigt het normaliseren van Derksen en Van der Gijp.

    Johan: ‘Maar dat soort dingen zijn gebeurd en we hebben allemaal onze jeugdzonden, hè? Ik vind nu ook met dit soort beschuldigingen dat het wel ver teruggaat hoor. Er is een groot verschil of je 73 bent of 22.’

    > ‘Maar dat soort dingen zijn gebeurd en we hebben allemaal onze jeugdzonden, hè?’ Derksen pleit zichzelf nogmaals vrij. Hij wil met deze opmerking ‘dit soort beschuldigingen’ ridiculiseren en een statement maken naar Johnny de Mol, die wordt beschuldigd. ‘We hebben allemaal wel onze jeugdzonden, hè?’

    René lachend: ‘Ze heeft nog geluk gehad, hè? Voor hetzelfde geld staat er een honkbalknuppel in de hoek. Dan is ze verder van huis, hahaha.’

    > Van der Gijp zegt hiermee dat het slachtoffer zich gelukkig mag prijzen. Ze mag blij zijn. Met andere woorden: Ze moet niet zeuren. Van der Gijp maakt een cabaretvoorstelling van seksueel geweld.

    Steven: ‘Ik vraag me af: hoe groot was die kaars?’

    > Omstander Brunswijk is zijn verbazing voorbij. Door deze vraag wordt hij onderdeel van het verhaal. Na de lollige opmerking van ‘Van der Gijp’, wil hij een lollig punt maken. Boys will be boys. Het verhaal wordt gevisualiseerd. We zijn erbij. De penetratie lijkt opnieuw plaats te vinden.

    Johan: ‘Het was een flinke kaars.’

    > Eerder zei hij niet trots te zijn. Dit antwoord doet anders vermoeden.

    Wilfred: ‘Maar goed, jij hebt er nog steeds het gevoel bij gehad dat het met wederzijdse instemming was. Jullie hadden allemaal gedronken. Van die kaars afgezien.’

    Johan: ‘Ja, maar technisch gezien zal een officier van Justitie het als verkrachting kunnen uitleggen.’

    Wilfred: ‘Ja.’

    > Wilfred Genee: bevestigt met zijn constatering de wederzijdse instemming bij het gebeuren door het woord ‘allemaal’. ‘Jullie hadden allemaal gedronken.’

    > Derksen maakt de officier van Justitie dader. Die zal dit als verkrachting uit kunnen leggen. Maar wij zien het als wederzijdse toestemming. Genee bevestigt dit met een ‘ja’.

    Johan: ‘Maar ik denk dat iedereen dat soort avonturen beleefd heeft, waar je later van zegt: nou.’

    Hij wijst erop te zijn opgegroeid in de jaren ’60 en ’70. ‘Toen waren we met z’n allen ook veel ruimdenkender. Toen was er heel veel toegestaan, hè? Dan lachte je iemand uit als iemand er aangifte van deed.’

    > Derksen vat het nogmaals samen met het bagatelliserende ‘Maar ik denk dat iedereen dat soort avonturen beleefd heeft’. Door de woorden ‘iedereen’ en ‘dat soort avonturen’ veralgemeniseert hij zichzelf en noemt het voorval een ‘avontuur’.

    > Door deze gebeurtenis in een andere tijdgeest te plaatsen en daarmee te vergoelijken, plaatst hij zichzelf buiten de realiteit en pleit zichzelf vrij.

    > Door te zeggen dat je vroeger iemand uitlachte als die aangifte deed en daarbij op te merken dat ‘we met zijn allen’ veel ruimdenkender waren, zet hij aangiftes in de huidige tijd neer als iets preuts en iets negatiefs.

    De reacties daags na de uitzending zijn niet mild, op sociale media wordt met afgrijzen gereageerd. Johan Derksen zegt tegen de NOS zich niet druk te maken over de commotie die is ontstaan: ‘Ik zie het allemaal wel. Ik ben er niet trots op. Maar ik zei het in een bepaalde context, om duidelijk te maken hoe er tegenwoordig op dit soort dingen wordt gereageerd. Dat heb ik blijkbaar goed ingeschat.’

    Na de veelbesproken uitzending zegt Derksen een dag later in de nabeschouwing bij Vandaag Inside dat het penetreren, zoals het AD intussen heeft geschreven, allemaal ‘gelul’ is. Hij zegt dat hij iets totaal anders heeft gezegd.

    Interessant aan deze wending is, dat hij hiermee de schuld bij anderen legt voor wat hij zelf exact zo heeft gezegd en pleit zichzelf wederom vrij. De woorden ‘erin gestopt’ illustreerde hij eerder met een duwend handgebaar. ‘Een kaars met een sokkel tussen haar benen gedaan’ een dag later met optillende handgebaren.

    Maar beste Johan, de tijden zijn veranderd. Zo kon je in de jaren ’70 met hard roepen en draaikonten nog wel eens gelijk krijgen van het publiek. Tegenwoordig is in de herhaling direct duidelijk dat je al die tijd al buitenspel stond.

    Jacqueline Kleijer is mediapedagoog, was zestien jaar therapeutisch hulpverlener voor slachtoffers van seksueel geweld, geeft nu les, training en advies over (online) seksualiteit, identiteit en beïnvloeding.

    Bron: volkskrant.nl

5 berichten aan het bekijken - 31 tot 35 (van in totaal 35)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 21 ▪︎ leden online: 3
Gloria, Dina, Zonnetje
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.309, reacties: 17.990, leden: 2.172