Relationele problemen

  • Dit onderwerp bevat 31 reacties, 3 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 20/07/2021 om 09:54 door Mark.
7 berichten aan het bekijken - 26 tot 32 (van in totaal 32)
  • Auteur
    Berichten
  • #249696
    Luka
    Moderator

    DAAN (33) MISHANDELDE HAAR VRIEND: ‘HIJ SLOEG NOOIT TERUG, WAT EEN WATJE’

    Dat Daan nooit zo’n slappeling als haar moeder zou worden wist ze altijd al. Maar dat ze net als haar vader haar partner zou gaan slaan, was ook niet de bedoeling.

    ‘Een vriendin zei eens: ‘Volgens mij heb je borderline, jij bent zo extreem”, vertelt Daan in LINDA.189 ‘MAMA IS DE BAAS’.

    DAAN EN DAVID
    Daan was een avond met collega’s bier aan het drinken en kwam rond half tien thuis. Haar vriend David had toen al drie keer geappt waar ze bleef. ‘De drank was niet goed gevallen op m’n nuchtere maag’, geeft ze toe. ‘We kregen een discussie, tot David op een gegeven moment naar bed wilde. Dat deed hij nou altijd: ruzie zoeken, en als hij me dan over de zeik had, weglopen.’

    Ze achtervolgde hem naar de badkamer, waar hij haar bleef negeren. ‘Toen hij weer wegliep, siste hij nog wel even ‘kutwijf’. Ik raakte hem net naast zijn slaap, met onze Google Home, die op het nachtkastje stond. Toen hij begon te bloeden, schrok ik daar net zo van als hij. Ik begon te huilen, David liep vloekend weg met zijn hand tegen zijn hoofd.’

    ‘WATJE’
    David vertrok kort daarna naar buiten en Daan kroop overstuur in bed. ‘Ik rolde me op en viel in slaap, maar schrok niet veel later wakker door de bel. Er stond politie voor de deur. Paniek kneep mijn keel dicht. David zou toch niet verongelukt zijn? Maar toen haalden ze handboeien tevoorschijn.’

    Daan viel David wel vaker aan. ‘Meestal wist hij me af te weren, maar ik had hem meerdere keren een dikke lip of blauw oog bezorgd, zeker toen ik ontdekte dat ik meer succes had als ik met dingen gooide.’ Na afloop had ze altijd spijt. ‘Nee, hij heeft nooit teruggeslagen, goddank; al vond ik hem daarom in mijn hart ook een beetje een watje.’

    Benieuwd naar het hele verhaal van Daan en David? LINDA.189 ‘MAMA IS DE BAAS’ ligt sinds woensdag 18 maart 2020 in de winkel.

    De namen in dit verhaal zijn gefingeerd.

    Verkeer je zelf in een situatie met huiselijk geweld of vermoed je huiselijk geweld bij een ander? Bel de hulplijn van Veilig Thuis (0800-2000). Heb je acuut hulp nodig, neem dan contact op met de politie (112).

    Bron: Linda.NL >>

    #252426
    Luka
    Moderator

    Een verwrongen beeld van de liefde: ‘Ik raakte steeds dieper in de ellende’

    Liefde en loyaliteit gaan hand in hand: ook als het even níet leuk is, blijf je. Toch? Juist dat weerbarstige beeld maakt dat slachtoffers van huiselijk geweld niet vertrekken na de eerste signalen dat het misgaat. Onderzoeker Nicole van Gelder en ervaringsdeskundige Aïssa Sow over wat er veranderen moet.

    Het begon, zoals altijd, mooi en romantisch. Aïssa Sow (31) was pas 18 toen ze haar ex leerde kennen. “Ik was verliefd en mijn vriend beloofde van alles.” Maar dat duurde niet lang: “Uiteindelijk ben ik jarenlang fysiek en mentaal mishandeld. En toch bleef ik. Elke keer als hij spijt betuigde, geloofde ik hem. Dan stond hij daar met tranen in z’n ogen en beloofde me dat het deze keer echt beter zou worden.”

    Er waren – natuurlijk – genoeg momenten waarop ze besloot te vertrekken. Om dan, op het laatste moment, toch weer voor hem te kiezen. “Ik ging steeds meer aan mezelf twijfelen. Het geweld werd erger, maar je verlegt je grenzen.” Dat heeft, zegt ze, te maken met haar verwachtingen van liefde, het klassieke geromantiseerde plaatje: “Als je van iemand houdt, dan ga je ervoor. Je werkt aan je problemen om er samen uit te komen.” Maar in een giftige relatie gelden hele andere regels. “Het wordt niet beter. Je raakt steeds dieper en dieper in de ellende.”

    “’Ik had geen realistisch beeld van hoe een relatie hoort te zijn’

    Aïssa en haar ex waren vijf jaar samen en in die periode werd ze steeds eenzamer. “Ik was jong en had geen realistisch beeld van hoe een relatie hoort te zijn. Dat werd alleen maar erger naarmate het langer duurde. Mijn ex probeerde me te isoleren van mijn omgeving, door mijn dierbaren af te vallen of te zeggen dat ze niet goed voor me waren.”

    Eén op de vier vrouwen slachtoffer
    “Eén op de vier vrouwen in Nederland wordt slachtoffer volgens de officiële cijfers. Wereldwijd is het één op de drie vrouwen, maar dat is het topje van de ijsberg”, stelt onderzoeker Nicole van Gelder, die promotieonderzoek doet naar partnergeweld bij het Radboudumc. Lang niet iedereen maakt melding van huiselijk geweld en niet iedereen herkent het. “We denken vaak alleen aan fysiek of seksueel geweld, maar je kan ook economisch of psychisch worden mishandeld. Denk bijvoorbeeld aan manipulatie en vernedering, niet mogen werken of geen eigen bankpas mogen hebben.”

    “Mannen vinden het vaak nog lastiger om ermee naar buiten te komen”, benadrukt Van Gelder. “Er ligt een enorm taboe op het feit dat je als man ook slachtoffer kan zijn.” Dat maakt het moeilijk om er officiële cijfers aan te verbinden. En hetzelfde geldt voor non-heteroseksuele relaties. Partnergeweld komt voor in allerlei soorten relaties, maar het wordt lang niet altijd serieus genomen.

    Geen liefde maar een illusie
    Toen Aïssa voor het eerst zwanger was, werd het geweld alleen maar erger. “Er waren drank en drugs in het spel. Dat was al heftig, maar ik had ook nog een lastige zwangerschap en mijn relatie zorgde alleen maar voor extra stress.” Toen ze 33 weken zwanger was, overleed haar dochtertje. “Als gevolg van alle stress.”

    “Ik was een emotioneel wrak, helemaal leeggezogen

    “Ik was zo geëmotioneerd en verward dat ik bij hem ben blijven wonen en drie maanden later werd ik opnieuw zwanger”, vertelt ze. “Toen ik zeven maanden zwanger was van mijn zoon, blokkeerde mijn ex de deur van het portiek van ons huis. Hij had gedronken en heeft mij geschopt en tegen de deur geduwd.” Ze kon zich niet meer verroeren en moest met een ambulance naar het ziekenhuis vanwege acute bekkeninstabiliteit. “Hij heeft zelfs het ambulancepersoneel aangevallen die avond.”

    Ontsnappen uit de situatie
    Nadat hun zoontje was geboren, duurde het niet lang voordat het weer misging. “Hij beschuldigde mij van dingen die hij zelf had gedaan, zoals vreemdgaan. Op een gegeven moment hield mijn ex een houten djembé dreigend boven mijn hoofd, terwijl hij een vork op m’n keel zette. Mijn baby lag vanaf de bank krijsend toe te kijken.” Op dat moment klikte het: “Zo wil ik niet eindigen, wist ik. Dus ik heb me losgerukt en mijn baby van de bank opgepakt en kon met hem en mijn telefoon naar de wc vluchten. Ik heb snel de deur dichtgedraaid en 112 gebeld.”

    Ze kon gewoon niet meer. “Ik was een emotioneel wrak, helemaal leeggezogen. Het was vaker duister dan licht.” Het heeft lang geduurd, maar Aïssa weet ook dat er mensen zijn die nog jaren in zo’n situatie blijven hangen. “Je moet heel sterk zijn om dat te overleven. Maar om er wél uit te stappen, is net zo moeilijk.” Als je partner erachter komt dat je hulp zoekt, kan hij of zij nóg bozer worden. Het kan ook zijn dat de schaamte zo groot voelt, dat erover praten onmogelijk lijkt. En zeker wanneer je door de jaren heen verwijderd bent geraakt van je dierbaren, voelt een vertrouwde situatie – hoe vreselijk die ook is – soms veiliger dan het onbekende.

    De hulpvraag is overigens complex voor alle betrokkenen, zegt Aïssa: “Ik had altijd wel contact met mijn moeder, maar ze wist niet hoe ze me kon helpen. Mijn ex zat altijd te stoken tussen ons en uiteindelijk heeft hij haar ook bedreigd.”

    Hulp moet toegankelijker worden
    Maar hoe moeilijk het ook is, hulp vragen is noodzakelijk. Met haar promotieonderzoek probeert Nicole van Gelder dat makkelijker te maken. “Met SAFE-women bieden we een online platform aan slachtoffers, met informatie over relaties en partnergeweld en welke soorten hulp er zijn.” Want er is meer dan alleen de politie of Veilig Thuis. Via de hulpdatabase op de site kun je erachter komen welke diensten er bij jou in de buurt zijn. Daarbij is het belangrijk dat je veilig naar informatie kan zoeken. “We hebben een noodknop ontwikkeld die je aanklikt zodra iemand binnenkomt, dan komt Google tevoorschijn op je scherm en ziet diegene niet waar je mee bezig was.”

    “We krijgen ook weleens berichten van vrienden of familieleden die zich zorgen maken”, vervolgt Van Gelder. Er zijn vaak genoeg signalen dat het niet goed gaat, maar niet iedereen weet waar je moet beginnen.

    Verloren tussen alle hulpinstanties
    Nadat Aïssa aangifte deed, kreeg haar ex een contact-, huis- en straatverbod. Dat werd maximaal verlengd, maar toen het dan toch afliep, dreigde hij naar huis te komen. “Dan zou onze veiligheid opnieuw in het geding komen. Ik heb toen nog een keer bij de noodopvang aangeklopt en gelukkig kreeg ik een plek.”

    Maar er valt zeker nog winst te behalen in hoe hulpverleners met dit soort zaken omgaan. Aïssa: “Als ik terugdenk aan mijn aangifte, heeft die agent het niet goed gedaan. Ik had in geuren en kleuren verteld wat er al die jaren was gebeurd. Maar in zijn samenvatting klonk het meer alsof mijn ex me één keer een klap had gegeven. ‘Hij had nooit oog voor je’, las hij voor en: ‘Je was alleen goed om even bovenop te zitten’. Alsof dát het probleem was in onze relatie. De maatschappelijk werker die ernaast zat, was geschokt.”

    Aïssa liet het op dat moment zitten, maar wil anderen wel meegeven dat je bij de verklaring goed moet opletten, hoe pijnlijk het ook is om daar te zitten. Want als die niet goed wordt opgeschreven, loop je de kans dat je daarna niet altijd meer serieus wordt genomen. “Dan blijven ze maar aandringen op contact tussen vader en zoon, terwijl dat gevaarlijk kan zijn.” En bij aangifte voor stalking, kan je gerust worden weggestuurd met het advies om een camera te kopen. “Alsof het daarmee is opgelost. Alle instanties lijken langs elkaar heen te werken waardoor er geen goede indicatie wordt gesteld.”

    Je moet sterk in je schoenen staan om je staande te houden tussen jeugdzorg, de politie en een gewelddadige ex. “Dat is niet makkelijk, zeker als je net aan die situatie bent ontsnapt. Door al die jaren met mijn ex ben ik aan mijn eigen realiteit gaan twijfelen. Als iemand zolang op je inpraat met een andere ‘waarheid’, ga je die bijna geloven. Als ik zei dat de muur groen was, bleef hij net zolang volhouden dat het oranje was tot ik erin meeging.”

    Geweld is geen vorm van liefde
    Dat manipulatieve gedrag wordt vaak geromantiseerd, waarschuwt Van Gelder. Films en series zoals ‘365 Days’ en ‘You’ op Netflix geven kijkers het idee dat stalken een ultieme blijk van liefde is. Heel kwalijk: ‘Ach het is maar een verzonnen verhaal, dat kan toch geen kwaad’, gaat niet op, volgens de pedagoog. Jongeren nemen het beeld over en verspreiden het verder via TikTok en andere sociale media. “Die beeldvorming bepaalt echt niet alles, maar helpt ook niet mee om partnergeweld tegen te gaan.”

    Jongeren zijn gevoelig voor die beeldvorming en kunnen net zo goed slachtoffer worden. “Uit een onderzoek van Atria en Rutgers blijkt dat 11 procent van de jongens vindt dat een vrouw vraagt om aangerand te worden als ze ‘s avonds alleen over straat loopt”, zegt Van Gelder. “En 5 procent van de Nederlanders onder de 25 jaar vindt de verkrachting van een vrouwelijke partner acceptabel in een relatie.”

    “We willen head over heels-liefde en vuurwerk, ook als het ongezond is

    “Als we het idee hebben dat dit normaal is en erbij hoort, gaat er iets mis”, legt Van Gelder uit. “Hebben we dan niets geleerd in de afgelopen jaren? Van de hele #MeToo-discussie?” Traditionele denkbeelden blijken hardnekkig. “We benaderen relaties en huiselijk geweld nog steeds op een stereotype en heteronormatieve manier, daar zit ook een probleem. Bijvoorbeeld in het herkennen van geweld dat buiten dat stereotype beeld valt. Maar ook wat betreft toxic masculinity. Zolang we als maatschappij verwachten dat mannen de leiding nemen en veroveren, zal het op die manier gaan.” In de liefde maakt dat het soms moeilijk om te zien of iets goed zit of niet. “We willen head over heels-liefde en vuurwerk, ook als het ongezond is. Als de focus daar ligt, hoe weten we dan of iemand respectvol met ons omgaat – en wij met hen?”

    Daarom moeten we – ook met jongeren – in gesprek blijven over hoe liefde eruitziet. Van Gelder: “Wat je in relaties mag verwachten van jezelf en de ander. Dat alleen ‘ja’ ook echt ‘ja’ betekent. En als de ander begint met zoenen, betekent dat nog niet dat hij of zij dan ook seks wil.”

    Wat zijn de signalen?
    Nog zo’n belangrijk onderwerp van gesprek: de red flags, de waarschuwingssignalen dat de relatie scheef gaat, leren herkennen. Aïssa: “Mijn ex spiegelde mijn gedrag bijvoorbeeld de hele tijd. Het duurde even voordat ik het doorhad, want ik dacht steeds: oh, we hebben dezelfde interesses, wat toevallig. Of: hij is onzeker over dezelfde dingen als ik ben, wat fijn. Maar door dat kopieergedrag van hem, had ik eigenlijk geen idee wie hij was.” Verder was haar ex altijd slachtoffer van iets, volgens Aïssa. “Ik was constant bezig met het oplossen van zijn problemen.”

    Ook kun je erop letten of iemand jouw grenzen respecteert, vervolgt Van Gelder. “Als iemand iets voor je wil doen en jij zegt (meerdere keren) dat het niet hoeft bijvoorbeeld, als hij of zij dan toch aandringt, kan het oprecht aardig zijn, maar ook een waarschuwingssignaal”, legt ze uit. “Want als iemand jouw ‘nee’ niet accepteert, probeert diegene eigenlijk jouw grenzen te verschuiven.” Een andere red flag is dominant of controlerend gedrag. “Ik herinner me een verhaal van een vrouw die met een date uiteten ging. Hij stelde zich nogal sturend op en besloot wat ze zouden eten. Dat is niet fijn als je eigenlijk zelf wilt kiezen. ‘Maar ik weet wel wat je lekker vindt’, het klinkt goedbedoeld, maar laat je weinig ruimte”, zegt Van Gelder. “Of erop aandringen dat je je haar los draagt omdat je dan ‘nog mooier’ bent.” Geen beste signalen als het jou beperkt in je doen en laten.

    “Het hoeft niet te betekenen dat iemand een creep is”, maar het zijn wel signalen die je serieus moet nemen om bij jezelf na te gaan of jij je er comfortabel bij voelt. Hetzelfde geldt voor jaloezie. “Sommige partners houden er niet van wanneer je als hetero vrouw bevriend bent met andere mannen. Dat kan, maar het mag geen reden zijn om te eisen je Whatsapp-berichten te lezen, want jouw recht op privacy mag niet het onderspit delven omdat je een relatie hebt. En je hoeft het gedrag van je partner niet goed te praten alleen omdat je een relatie hebt.”

    Zoek hulp
    Aïssa: “Als je voor iemand hebt gekozen, is het makkelijk om te geloven dat je ook alle negatieve dingen moet accepteren, omdat die erbij horen. En omdat het als jouw verantwoordelijkheid voelt om de liefde te laten slagen.” Ze heeft de film van haar relatie in gedachten al een miljoen keer afgespeeld om erachter te komen wat ze zelf had kunnen doen of moeten zien. “Daar kan ik het verleden niet mee veranderen, maar ik heb er wel iets aan voor de toekomst.”

    Over wat ze anderen zou adviseren in een soortgelijke situatie is Aïssa heel helder: “Zoek hulp. Kijk naar lotgenoten en als je nog niet durft te praten over jouw situatie: begin ergens. Lees de verhalen van anderen, dat geeft al veel steun. Het laat je inzien dat je niet gek bent – en zeker niet de enige.” Op die manier komt er steeds een puzzelstukje bij totdat je er klaar voor bent om hulp te zoeken.

    Er zijn verschillende organisaties waar je terecht kan als je hulp zoekt vanwege (ex-)partnergeweld. Je kan uiteraard naar de politie (0900-8844) en Veilig Thuis (0800-2000 en er is ook een chat). Er zijn huiselijk geweld organisaties zoals Fier, Blijf Groep en Moviera.

    En speciaal voor vrouwen in onveilige relaties is er SAFE-women. Wanneer je te maken hebt met seksueel geweld, kan je ook terecht bij het Centrum Seksueel Geweld (0800-0188).

    Bron: EvaJinek.nl >>

    #252507
    Luka
    Moderator

    In de praatgroep over huiselijk geweld gaat het niet over ‘daders’, maar ‘betrokkenen’

    In Eindhoven komt een wisselend groepje mannen wekelijks bij elkaar. Onderwerp van discussie: hun aandeel in huiselijk geweld. De hulpgroep heeft al vijftien jaar succes met het doorbreken van negatieve patronen. De Volkskrant mocht een sessie bijwonen.

    ‘Waarom schreeuwen vrouwen altijd zo?’

    ‘Ja, waarom gaan vrouwen altijd zo tekeer?’

    ‘Ik kan daar ook niet tegen. Ik schreeuw zelf nooit. Ik zeg vier keer: schreeuw niet zo. En de vijfde keer… dan ontplof ik.’

    Het is dinsdagavond. In een grauw, sober zaaltje ergens in de gemeente Eindhoven komen zes mannen en twee trainers bij elkaar. Het is de Carrouselgroep, een unieke hulpgroep voor mannen die betrokken zijn bij huiselijk geweld. Bij hoge uitzondering en met ieders toestemming mag de Volkskrant eenmalig aanschuiven, mits de anonimiteit van de deelnemers wordt gegarandeerd.

    ‘Hoe vind je het hier?’, vraagt trainer Hanneke Geurts aan een nieuwkomer.

    ‘Heel lastig’, antwoordt hij. ‘Ik ben zelf hulpverlener, ik ben gewend andere mensen te begeleiden. En nou zit ik hier bij jullie.’

    ‘Kun jij bij familie, vrienden of collega’s je ei kwijt?, vraagt trainer Ruud Bexkens.

    ‘Nee, niet echt. Ik ben niet makkelijk als het heel persoonlijk wordt. Ik ben geen prater.’

    Neerwaartse spiraal
    Hanneke Geurts en Ruud Bexkens zijn conflictdeskundigen. Elke dinsdagavond leren ze mannen inzien wat hun eigen aandeel is in huiselijk geweld, en hoe ze dat negatieve patroon kunnen doorbreken. Want huiselijk geweld staat nooit op zichzelf, het is nooit één incident, maar een neerwaartse spiraal. En het gaat niet alleen om fysiek geweld; huiselijk geweld kan ook bestaan uit psychisch geweld (stelselmatig schelden, dreigen of vernederen), seksueel geweld, extreme controle, iemand van familie isoleren of bijvoorbeeld het afpakken van sleutels, paspoort of pinpas.

    ‘Mijn vriendin is verbaal heel erg sterk’, zegt deelnemer 5, die al een paar weken meedraait. ‘Maar ik laat me niet meer… – hij knipt vertwijfeld twee keer met zijn vingers – … het bloed onder m’n nagels vandaan halen. Ik heb me nu voorgenomen: tot hier en niet verder, en anders stopt de relatie.’

    Deelnemers aan de Carrouselgroep zijn doorgaans in aanraking met de politie geweest, maar niet strafrechtelijk veroordeeld. Zij komen hier vrijwillig, vaak na doorverwijzing door een hulpinstantie. ‘Wij spreken niet van daders’, benadrukt trainer Bexkens, ‘maar van betrokkenen. Want ruziemaken kun je niet alleen. Bij huiselijk geweld wisselen de rollen van dader en slachtoffer vaak. Het is niet zo zwart-wit als het misschien lijkt.’

    Uit onderzoek uit 2019 blijkt dat de afgelopen vijf jaar 6,2 procent van de vrouwen en 4,7 procent van de mannen slachtoffer is geweest van fysiek huiselijk geweld. Dat zijn ruim 747 duizend volwassenen. Het werkelijke aantal is vermoedelijk veel hoger, omdat niet iedereen aangifte durft te doen, en omdat psychisch geweld in dit onderzoek niet is meegenomen.

    Machteloosheid
    ‘Sorry dat ik laat ben, maar ik mocht niet weg’, zegt deelnemer 3. ‘Er is kort voor het weekend iets voorgevallen. Dus ik kreeg de autosleutel niet. Ik moest eerst sorry zeggen. Dan zeg ik sorry, want ik moet weg. Maar het klopt van geen kant.’

    ‘En waar denk jij dat het aan ligt?’, vraagt Hanneke Geurts.

    ‘Nou, niet aan mij’, antwoordt deelnemer 3. Hij struikelt over zijn woorden en schiet vol. ‘Ze vernedert me. Ik ben geen heilige hoor, maar het ligt echt niet alleen aan mij.’

    ‘Wat emotioneert jou nu zo?’

    ‘Ja, wat?’, stamelt hij. ‘De machteloosheid, denk ik. Het gaat steeds een poosje goed en dan… Ik vind het gewoon heel erg allemaal. Ook voor de kinderen. Er gebeuren dingen die ik totaal niet in de hand heb.’

    Acht weken
    De gemeente Eindhoven en de reclassering hebben de Carrouselgroep vijftien jaar geleden opgericht. Niet alleen omdat er weinig hulpaanbod is voor plegers van huiselijk geweld, maar ook omdat vooral mannen niet altijd makkelijk over zichzelf praten, laat staan over privéproblemen. Hier in Eindhoven komen wekelijks zo’n vijf tot acht deelnemers bijeen die ‘bereid zijn en de moed hebben om kritisch naar zichzelf te kijken’, zegt Geurts. Sommigen zijn hier voor het eerst, een ander voor het laatst.

    De naam ‘Carrousel’ slaat op het doorlopende karakter van de groep: de training is 45 weken per jaar op een vaste dag en tijdstip. Alleen de deelnemers rouleren – na de cursusduur van acht weken vertrekt een deelnemer weer, met advies op maat en eventueel een doorverwijzing naar aanvullende hulp. Bij de Carouselgroep zitten dus tegelijkertijd nieuwkomers en deelnemers die voor de derde, zesde of laatste keer zijn.

    ‘Wij gaan in acht bijeenkomsten je problemen niet oplossen’, benadrukt Ruud Bexkens, ‘maar we gaan met jullie kijken: waar zit je invloed, hoe kun je dingen voortaan anders doen?’ De groepstraining is een samenspel tussen de ervaringen van de deelnemers en de kennis en kunde van de trainers. Een probleem wordt besproken en heel praktisch geanalyseerd.

    ‘Je leert hier tegennatuurlijk gedrag’, zegt deelnemer 4, die hier zelfs al voor de negende keer is, omdat hij voor zijn gevoel nog niet klaar was. ‘Als mijn vrouw vraagt hoe mijn dag was, zei ik vroeger: goed. Als zij dan doorvroeg, raakte ik geïrriteerd – hup, ruzie. Tegenwoordig zeg ik: het is nu te druk met de kinderen. Als die straks op bed liggen, vertel ik je hoe mijn dag was, en dan zet ik er ook nog een kop thee bij. Ze merkt dat ik rustiger ben geworden, dat vindt ze heel prettig.’

    Een relatieve nieuwkomer ontdekte voor het eerst, na ‘jaren treiteren door mijn ex’, dat er zoiets als hulp bij het vastgeroeste patroon van huiselijk geweld bestaat. ‘Voor mijn gevoel zwem ik al jaren in de Atlantische Oceaan’, zegt hij, ‘en dit is het eerste eilandje dat ik tegenkom om op te klimmen en even te ademhalen. Ik heb geen verwachtingen van jullie, maar ik merk wel dat ik het fijn vind om te horen dat ik niet de enige ben.’

    Geen wachttijd
    Omdat de training doorlopend wordt gegeven, is er geen wachttijd. Als ergens op zondagavond een geweldsincident is waarvoor de politie wordt gebeld, ‘zit zo’n man hier al op dinsdagavond met een kras in zijn gezicht, een kapotte bril en een huisverbod’, zegt Geurts. ‘De helft van de groep zit in zo’n crisis. Zelfs bij de huisarts kun je niet zo snel terecht. Onze deur staat altijd open.’

    Niet iedereen is hier welkom. Voorafgaand aan de cursus worden de deelnemers gescreend. Reclassering Nederland verzamelt informatie zoals geweldsmeldingen, eventuele informatie van maatschappelijk werk, politie of andere hulpinstanties, en beoordeelt daarna in een persoonlijk gesprek of de kandidaat gemotiveerd is om zijn eigen gedrag onder ogen te zien, want dat is een vereiste. Dat is verrassend vaak het geval. Geurts en Bexkens herinneren zich een deelnemer die overal te boek stond als agressief, hij had meerdere locatieverboden en een fors strafblad. ‘Die meldde zich hier iedere week keurig en zei na afloop tegen ons: jullie zijn een godsgeschenk.’

    De training is niet voor mannen die hun eigen aandeel categorisch ontkennen, niet voor mannen met psychiatrische of verslavingsproblemen en niet voor mannen die de Nederlandse taal niet goed beheersen. Ook moeten ze in of dicht bij de gemeente Eindhoven wonen – die financiert en faciliteert de Carrouselgroep.

    Uit andere delen van Nederland komen vaak vragen over deze unieke mannenhulpgroep, ‘maar niemand heeft ons nog gekopieerd’, zegt Bexkens. Dat is opmerkelijk, omdat de resultaten erg goed zijn. Uit evaluatie van alle deelnemers – ruim vierhonderd sinds de oprichting, zo’n dertig à veertig mannen per jaar – blijkt dat de deelnemers na de cursus gemiddeld 35 procent minder kampen met klachten als agressie, hoofdpijn, stress, slecht slapen of een minderwaardigheidsgevoel. Ruim tweederde van de deelnemers voltooit de hele periode van acht weken. ‘Na drie maanden belt een van ons om te vragen hoe het gaat’, zegt Bexkens, ‘en om na te gaan of de adviezen zijn opgevolgd en of er iets nodig is om terugval te voorkomen. Ze kunnen ons ook altijd bellen – we laten je niet zomaar los.’

    Bron: de Volkskrant >>

    #255247
    Luka
    Moderator

    Erover praten, dat helpt tegen huiselijk geweld, weten deze ervaringsdeskundigen


    De persoonlijkheden van de ouders van Avinash (rechts) botsten voortdurend. Beeld Mounir Raji

    Hoe komen slachtoffers van huiselijk geweld – jaarlijks zo’n 300 duizend – uit hun isolement? Door een ander in vertrouwen te nemen bijvoorbeeld. Vijf portretten van mensen die met succes uit het web van schaamte en angst wisten te breken en daarover vertellen.

    Dankzij zijn neef Dinesh (28, niet zijn echte naam) kan Avinash ­(27, rechts) eindelijk met iemand praten over het geweld bij hem thuis.
    Avinash: ‘Mijn zussen gingen al vroeg uit huis, waardoor ik als tiener ­alleen woonde met mijn ouders. Hun persoonlijkheden botsten voortdurend. Eerst was er veel ruzie en geschreeuw, later gingen ze ook met dingen gooien, en ten slotte ging het over in fysiek geweld. Ik dacht altijd: papa is slecht, want hij slaat mijn moeder. Later merkte ik dat mijn moeder ook heel bot deed tegen m’n vader, terwijl hij juist heel liefdevol was. Hoe ouder ik werd, hoe meer mijn ouders mij gingen betrekken in hun ruzies. Van een druk en open kind werd ik zo steeds stiller. Ik sloot me op in mijn kamer en kon op school heel slecht vrienden maken. Ik wist niet goed wie ik was. Pas in mijn eindexamenjaar kwam ik erachter wat belangrijk was voor mij: ik wilde mijn rijbewijs halen en mijn schooldiploma. Ik was net begonnen aan het centraal schriftelijk, toen zich weer een incident voordeed. Mijn vader wilde zichzelf wat aandoen met een mes, en toen ik het probeerde af te pakken, heb ik mijn eigen vingers doorgesneden. Ik heb daarna lang moeten revalideren.

    Ik ben tot mijn 27ste thuis blijven wonen. In die jaren heb ik hard aan mezelf gewerkt, en me meer opengesteld voor vrienden. Ik realiseerde me dat ik veel te lang de verantwoordelijkheid voor de situatie thuis op me had genomen. Met mijn neef kon ik daar goed over praten. Hij had ongeveer hetzelfde meegemaakt, wij konden bij elkaar klagen, maar ook praten over onze toekomstdromen. Die gesprekken hebben me enorm geholpen om perspectief te zien.’

    Dinesh: ‘We waren rond de 20 toen mijn neef en ik elkaar in vertrouwen namen over onze thuissituatie. Best laat, maar voor mij voelde het als een taboe om erover te praten. Het deed mij goed te merken dat ik niet alleen was. Toen ik thuis woonde, had ik altijd het gevoel dat ik pas naar bed kon als mijn ouders waren gaan slapen, pas dan kon ik met een gerust hart mijn ogen dichtdoen. Dat is een situatie die geen enkel kind zou moeten meemaken. Dus: praat erover, je hoeft je niet schuldig te voelen. Je kunt de problemen juist doorbreken door een ander in vertrouwen te nemen.’

    Remco (39) leerde samen met zijn vrouw ­Rebecca (37) zijn woede te beteugelen.

    Remco met zijn vrouw Rebecca. Beeld Mounir Raji

    Remco: ‘Ik ben altijd driftig geweest. Mijn ouders hebben hulp voor me gezocht. Eerst was ik het daar niet mee eens, maar ik begreep het wel. Toen ik een jaar of 16 was, gebeurde er elke dag wel iets; ik was verbaal agressief en sloeg dingen kapot omdat ik me niet gehoord voelde.

    Ik ging naar een psycholoog, waar ik leerde hoe spanning zich opbouwt. Als je begrijpt hoe dat werkt, kun je er iets tegen doen. Ik heb toen vrij lang geen woedeaanvallen meer gehad. Ondertussen kreeg ik een relatie met ­Rebecca en kregen we kinderen. Op een gegeven moment had ik zoveel op m’n bord, dat ik terugviel in agressie. Ik had weer het idee dat niemand naar me luisterde, en begon me weer agressief te gedragen. Toen ben ik opnieuw bij de GGZ terechtgekomen.

    In de groepstherapie leerde ik dat je ermee bezig moet blijven. Het is iets waar ik altijd aandacht aan moet blijven besteden. Rebecca is gebleven, we hebben een goeie vorm gevonden om te dealen met dit probleem. Ik ben blij dat ze nog naast me staat en dat ik goede dingen heb kunnen laten zien. En dat zij het ook wílde zien.’

    Rebecca: ‘Remco is gewoon een boefje. Ik leerde hem kennen toen ik 21 was. In het begin ging het heel goed, Ik kon erg met hem lachen. Maar na verloop van tijd was ik blij als hij weg was, dat was ook beter voor de kinderen, want als hij thuiskwam wist je niet wat er ging gebeuren. Soms werd hij zo agressief dat de politie moest komen.

    Toen Remco hulp kreeg, kreeg ik het advies om naar een lotgenotengroep te gaan. In het begin dacht ik: van mij hoeft dat niet, al die hysterische wijven met dat gejank, maar het heeft me veel gebracht. Ik herkende dingen, ook uit mijn eigen jeugd. Als meisje was ik altijd bang, en nu bracht ik mijn kinderen in een vergelijkbare situatie.

    Uiteindelijk kreeg ik ook meer inzicht in Remco. Vroeger trok ik een muur op, maar nu doe ik een stapje naar hem en zet hij een stapje naar mij.

    Ik ben trots op Remco, hij moest over een hoge drempel om er überhaupt over te praten. Want hij is die man die zijn vrouw heeft geslagen, nou dan ben je een loser hoor. Dat is toch wat iedereen bij voorbaat denkt? Als ik zie hoe Remco zich inzet, ook voor anderen, dan vind ik dat heel knap van hem.’

    Door huiselijk geweld komt de moeder van Danny (28) om het leven. Hij komt in een liefdevol pleeggezin ­terecht bij Demi (30), Robin (27) en Mick (26).

    Danny werd liefdevol opgenomen in een pleeggezin. Beeld Mounir Raji

    Danny: ‘Mijn moeder was altijd op zoek naar de ware liefde. Die is ze meerdere keren tegengekomen, waarbij ze meerdere keren zwanger raakte en ook weer werd verlaten. Na de verliefdheid was er steeds meer ruzie, uiteindelijk dagelijks – vechten, schreeuwen, elkaar bedreigen. Als je niet beter weet voelt het niet onveilig, maar ik was soms wel bang. Op een nacht ­escaleerde het verschrikkelijk. Van het ene op het andere moment was ik als jochie van 11 alleen op de wereld.

    Ik ging bij mijn tante wonen. Dat leek even een oplossing, maar na verloop van tijd ging dat toch minder goed, omdat we allemaal met hetzelfde verdriet zaten. Een voogd van jeugdzorg zag dat ik steeds kleiner en stiller werd. Hij nam mij mee naar een familie in een dorpje op het platteland, het leek hem goed voor mij om er even uit te zijn. De stad was ik nog nooit uit geweest en ik weet nog precies hoe ik daar de tuin inliep en allemaal ­lachende en spelende kinderen hoorde. Dat waren Robin, Demi, Mick, Joyce, Yara en Richard. Ik voelde voor het eerst een gevoel van geluk, plezier, dat ik niet kende. Daarna heb ik mijn voogd gevraagd of ik niet een tijdje bij die ­familie mocht blijven. Zo kwam ik in een fantastisch gezin terecht, met geweldige, warme, liefdevolle mensen, die mij een nieuw perspectief gaven. Daar ben ik onwijs dankbaar voor. Ik voel nu wat voor impact je op anderen kunt hebben. Ik wil mezelf ook in dienst van anderen stellen; hoe meer waarde je aan anderen meegeeft, hoe waardevoller je wordt als mens.’

    Demi: ‘Onze ouders vertelden: Danny heeft moeilijke dingen meegemaakt, hij komt nu bij ons logeren. In het begin wisten wij niet wat zijn hele verhaal was. Dat kwam later pas.’

    Robin: ‘Ik denk dat wij daar ook niet mee bezig waren. Er kwamen bij ons wel meer kinderen die een tijdje bleven. In ons gezin keken we altijd naar de toekomst, niet naar het verleden.’

    Mick: ‘Natuurlijk boden onze ouders ook ruimte om gevoelens te delen, maar ik denk dat ze vooral de rol op zich namen om hun kinderen en pleegkinderen op te voeden, en ze te leren in het hier en nu te leven en te kijken naar de toekomst.’

    Als Angelique (43) aanklopt bij ­politieagent Eric (64), kan ze los­komen van haar gewelddadige ex.

    Angelique met politieagent Eric. Beeld Mounir Raji

    Angelique: ‘In het begin was hij heel lief en charmant. Ik was 19, het was mijn eerste echte relatie. Hij beloofde me gouden bergen. Ik was vrij beschermd opgevoed en wist niets over cocaïne of alcoholmisbruik. Vrienden waarschuwden me: kijk dan naar zijn ogen. Maar ik zag het niet.

    In de relatie raakte ik steeds verder geïsoleerd. Hij werd steeds dominanter, had allerlei trucjes om mij te laten denken dat ik gek was. Dan verstopte hij mijn ID-kaart bijvoorbeeld en was ik overal aan het zoeken en haalde hij ’m ineens uit mijn tas. Volgens mij ben je hartstikke gek, zei hij dan, hij was gewoon hier. Toen ik voor het eerst zwanger raakte, ging het van manipuleren naar slaan. Hij bleek ook betrokken bij criminele activiteiten, de ­politie viel geregeld bij ons binnen.

    Ik wilde wel weg, maar was bang dat hij de kinderen iets zou aandoen. Hij heeft weleens gedreigd mijn dochter te verdrinken als ik weg zou gaan. Op een dag stormde er weer een arrestatieteam binnen, één van die gemaskerde mannen kwam naar mij toe. ‘Wanneer ga je nou eens bij hem weg?’, vroeg hij. Maar ik durfde gewoon niet.

    Mijn ex bedreigde me ook met een ­pistool. Ik was op een gegeven moment zo moe dat ik dacht: schiet ook maar, dan ben ik overal van af. Het waren de ogen van mijn dochtertjes, die machteloos toekeken bij het geweld, die voor mij het keerpunt vormden. Ik heb lang getwijfeld of ik naar de politie moest gaan, maar uiteindelijk ben ik naar binnen gestapt. Zo leerde ik Eric kennen.

    Hij stelde me gerust en ik putte veel kracht uit zijn hulp. Hij stond van meet af aan voor me klaar. Het was voor mij belangrijk dat ik gehoord werd, en dat Eric erbij bleef in dat hele proces. Ik kon altijd bij hem terecht.’

    Eric: ‘Hij was een echte narcist. Ik heb geprobeerd gesprekken met hem te voeren, maar hij had niet het vermogen naar zichzelf te kijken. Toen zijn we een muur om Angelique heen gaan bouwen. We hebben een veilige plek voor haar geregeld en het contact verbroken. Angelique is een sterk voorbeeld van hoe iemand zich kan ontworstelen uit zo’n situatie; met vallen en opstaan en intens verdriet en angst, maar met veel kracht en doorzettingsvermogen. Ik ben trots op haar, en kom nog regelmatig polsen hoe het gaat.’

    Gebruik het podium om te praten over ­incest, leerde theatermaker Karin ­Bloemen (60) van ­collega Adelheid Roosen (62).

    Karin Bloemen en Adelheid Roosen. Beeld Mounir Raji

    Karin: ‘Mijn stiefvader heeft mij misbruikt van mijn 7de tot mijn 15de. Hij legde de schuld voor zijn gedrag neer bij mij en mijn zusje. Wij waren erop uit, en hij kon de verleiding niet weerstaan.

    In ons gezin was iedereen slachtoffer van die man. Er was psychologisch, ­lichamelijk en seksueel geweld. Het was de hel op aarde. En iedereen was in de ban van hem, mijn zusje is zelfs met hem getrouwd geweest. Toen ik het boek las van Natascha Kampusch (de Oostenrijkse die acht jaar werd opgesloten en misbruikt, red.), waarin zij schrijft over het stockholmsyndroom, waarbij de gegijzelde sympathie krijgt voor de dader, vielen veel dingen op zijn plek. Ik begon mijn moeder en zus te begrijpen. Ik dacht ook altijd dat wij de enigen waren die dit overkwam.

    Uiteindelijk is mijn stiefvader schuldig bevonden. ‘Dit had u niet mogen doen’, zei de rechter. ‘U heeft het fout gedaan.’ Dat zijn de belangrijkste zinnen uit mijn leven. Ik had geen schuld.’

    Adelheid was de eerste die zei: ‘Moet jij niet eens praten met een therapeut, over wat er is gebeurd?’ Zij was ook de eerste die mij een kans gaf om op de bühne, waar ik me sterk voel, één zinnetje te zeggen over kindermisbruik.

    Openheid is het sterkste wapen tegen seksueel misbruik. Praten is het enige wat je kunt doen. Je moet er net zolang over praten totdat het iedereen duidelijk is hoeveel schade misbruik aanricht. Als ik erover praat, laat ik zien dat je eroverheen kunt komen, dat er licht is aan het eind van de tunnel, dat jouw waarde niet wordt bepaald door degene die jou heeft verkracht.’

    Adelheid: ‘Mijn therapeut opende altijd met een ‘intune-moment’. Ze legde haar handen open en dan legde je daar je handen in en sloot je je ogen. Dat was voor mij zo iets liefs, die twee handen die me vasthielden, dat ik in het begin alleen maar huilde. Ik ben verkracht door een achterneef, en kon daar met mijn ouders niet over praten.

    Ik probeerde Karin te verleiden tot openbaarheid. Daar ís dat podium voor! Voor mij is dat bijna een heilige plek, omdat ik denk dat de openbaarheid de genezer is. Hoe moeilijk dat ook is. Toen zij erover begon te praten, ook in haar theatershows, realiseerde ze zich dat ze niet alleen was: er zijn heel veel mensen die deze pijn met zich mee dragen.’

    EXPOSITIE
    De beelden en teksten maken deel uit van de buitenexpositie ‘Wij doorbreken de cirkel van geweld’. Deze is tot 8 december 2020 te bezoeken op het ­Kruisplein in Rotterdam, en is daarna in andere steden te zien. stichtingopenmind.nl/wij

    Bron: de Volkskrant >>

    #258846
    Luka
    Moderator

    Geweld in de relatie; na de eerste klap vertrek je toch meteen?
    Zou je denken. Het kostte journalist Olivia (pseudoniem) jaren om zich uit een gewelddadige relatie te worstelen.

    – Juni 2017

    Amber Heard, Rihanna, Kate Moss, Pamela Anderson, Whitney Houston, Tina Turner en ga zo maar door. Stuk voor stuk vrouwen die slachtoffer werden van geweld binnen een relatie. Ver-van-je-bedshow? Integendeel. In Nederland registreert de politie jaarlijks ruim 65.000 incidenten van huiselijk geweld.

    Movisie, een kenniscentrum dat zich bezighoudt met de aanpak van sociale vraagstukken, schat dat er jaarlijks in Nederland minstens 200.000 personen slachtoffer worden van huiselijk geweld. Ruim 60 procent daarvan betreft geweld tegen partner- of ex-partner, de overige 40 procent is tegen ouderen en kinderen. Dat zijn 120.000 mensen die zich in gewelddadige relaties bevinden, waarvan het overgrote deel vrouwen. Waaronder ik, 31 jaar, hoogopgeleid, sociaal vaardig, succesvol – niet iemand van wie je het zou verwachten.

    Elke maand sterft er een kind of volwassene aan huiselijk geweld

    Ondanks dat ik in groot en beroemd gezelschap ben, schrijf ik dit stuk niet onder mijn eigen naam. Ik durf niet. Uit loyaliteit, want het zou toch wel rot zijn als vroegere kennissen dit over mijn ex zouden weten. Uit schaamte, want ik wil niet dat mijn opdrachtgevers weten dat dit mijn verhaal is. Nog steeds bagatelliseer ik wat mij is overkomen liever dan dat ik ervoor uitkom dat ik slachtoffer van huiselijk geweld ben geweest.

    In een tijd waarin we overdreven over ons imago waken – om Andy Warhol te quoten: ‘It’s not what you are that counts, it’s what they think you are’ – is het logisch dat we huiselijk geweld vanwege het stigma dat erop rust, liever stilhouden. ‘Hoezo ging je niet gewoon bij hem weg?’ ‘Je zal ook wel niet zo’n makkelijke vrouw zijn om mee samen te leven.’ Ik heb het vaak genoeg naar mijn hoofd geslingerd gekregen als ik wel ooit vertelde over dat deel van mijn geschiedenis. Net als de eerder genoemde beroemde vrouwen in talloze roddelbladen en op gossipsites.

    Crazy love
    Wat voor soort vrouwen belandt in een gewelddadige relatie? Volgens Margreet Krottje, psychologe gespecialiseerd in de behandeling van de gevolgen van huiselijk geweld en schrijfster van het boekje Een adem loos leven, is er niet één type vrouw dat slachtoffer wordt van huiselijk geweld; het komt in alle lagen van de bevolking voor.

    Krottje: ‘Wat ze wel met elkaar gemeen hebben is dat ze allemaal een kwetsbare plek hebben. Ze hebben misschien in hun jeugd weinig liefde gehad, zijn onzeker over hun uiterlijk of hebben bijvoorbeeld een pestgeschiedenis. Ze zoeken naar liefde, hebben wellicht een kinderwens, waardoor ze die relatie heel graag willen, ondanks dat ze ergens aanvoelen dat het niet goed zit. Er wordt gezegd dat vrouwen op foute mannen vallen, maar je kunt beter zeggen dat bepaalde mannen een neus hebben voor vrouwen waar “speelruimte” is.’

    Het is niet altijd makkelijk aan te geven wanneer een partner een grens over gaat. Huiselijk geweld kent drie vormen. Een fysieke, financiële en een psychologische vorm, waarbij er altijd sprake is van een constante dreiging. Het gaat verder dan slaan en schoppen. Margreet Krottje: ‘Bij mij op de praktijk is een cliënte wier man overal rondbazuinde dat ze niet spoorde. Zij begreep niet waarom de mensen in haar omgeving haar zo meewarig aankeken. Ook dat is huiselijk geweld. Vrouwen gaan twijfelen aan zichzelf: ben ik nou gek of is hij nou gek?’ Crazy Love noemt auteur Leslie Morgan Steiner het in haar TEDx Talk Why domestic violence victims don’t leave. Ze vertelt hoe ze als jonge redacteur bij tienermagazine Seventeen verliefd werd op een aantrekkelijke New Yorkse bankier die haar aanbad. De relatie eindigde in een dorp in New England, waar haar ‘liefde’ haar dagelijks bedreigde met een geladen pistool tegen haar hoofd.

    Hij zette zijn handen om mijn keel en klapte mijn hoofd herhaaldelijk tegen de muur

    Als je nooit te maken hebt gehad met huiselijk geweld klinkt dit als een gedramatiseerd verhaal, maar elke maand sterft er in Nederland een kind of volwassene door huiselijk geweld. En zo heb ook ik vaak in doodsangst gezeten, met de cijfers 112 op mijn telefoonscherm, omdat ik dacht dat hij nu echt daad bij woord zou voegen.

    Hersenschudding
    Mijn ex en ik, we leken gemaakt voor elkaar. We deelden dezelfde interesses, komen allebei uit een creatief milieu, vonden elkaar mateloos aantrekkelijk. We waren net gaan samenwonen en hoewel hij mij adoreerde – ik was nog nooit zo op een voetstuk geplaatst – waren er in onze prille liefde misschien al wat scheuren zichtbaar. Hij was zorgzaam en vrijgevig, maar ook heel afhankelijk van mijn liefde, ziekelijk jaloers en bezitterig. Zo vond hij het niet nodig dat ik me mooi aankleedde voor anderen, wijn dronk als hij er niet bij was, of met vriendinnen afsprak. ‘Want had ik aan hem niet genoeg?’

    De eerste keer dat hij mij mishandelde was na een avond uit met een vriendin. Hij stond me buiten bij het café op te wachten en slingerde onrealistische beschuldigingen naar mijn hoofd, duwde me tegen de muur, zette zijn handen om mijn keel en klapte mijn hoofd herhaaldelijk tegen de muur. Meteen kreeg hij spijt. Hij zou het nooit meer doen. In de war (ik) en geschrokken (hij) liepen we naar ons appartement. Maar de voordeur was nog niet achter ons dichtgevallen of zijn woede laaide weer op. Ik had hem verraden, zei hij. Hij sleurde me mee naar de badkamer, draaide de deur op slot, greep mijn haren en sloeg mijn gezicht net zo vaak tegen de tegelvloer tot ik stil bleef liggen. Met een gehavend gezicht en een hersenschudding belde ik de dag erna mijn werk: ‘Ik heb griep.’

    Verdraagstand
    Waarom ik bleef? Ik wilde heel erg geloven in het idee van ons, dat we voldeden aan het romantische beeld dat ik voor ogen had, hoezeer dit ook niet strookte met de werkelijkheid. Dat de ring om mijn vinger meer betekende dan zijn agressieve uitspattingen. En als hij zo veel woede kon voelen, dan moest zijn liefde ook wel echt zijn, toch? Ik ging nog harder werken, nog meer studeren, nog meer aandacht aan mijn uiterlijk besteden, in de hoop op zijn goedkeuring. Acht jaar lang bleef ik hopen. Acht jaar, waarin er frequent licht geweld was – spugen, schelden, duwen, schoppen – tot sporadisch zwaar geweld – van de trap af gooien, slaan, met objecten mishandelen.

    Ik stond in wat ‘de verdraagstand’ genoemd wordt. ‘Vrouwen in gewelddadige relaties bedenken overlevingsstructuren, manieren waarop zij wél met de relatie om kunnen blijven gaan. Bijvoorbeeld door veel te werken en de focus op hun uiterlijk te leggen, zodat de buitenwereld niets door heeft. Hierdoor stop je met voelen. Je laat het geweld steeds gebeuren en je raapt jezelf weer bij elkaar,’ zegt Margreet Krottje hierover. De politie weet vaak niet goed om te gaan met huiselijkgeweldsituaties; mishandelde vrouwen vertonen onlogisch gedrag. Ze begrijpen de complexe dynamiek van de afhankelijkheidsrelatie niet: de vrouw doet een melding van geweld, de man wordt uit huis geplaatst en een paar weken later zit hij weer op de bank en hebben ze geweldige seks.

    Als hij zoveel woede kon voelen, dan moest zijn liefde ook wel echt zijn

    Dat vrouwen steeds terugkeren naar de gewelddadige partner is voor de politie onbegrijpelijk. Aangifte doen is heel ingewikkeld: de politie heeft concreet bewijs nodig om actie te kunnen ondernemen. Iemand is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Maar dat tegendeel is moeilijk aan te tonen: er zijn bijna nooit getuigen, het is zijn woord tegen het jouwe. De politie probeert met je mee te werken, maar als de partner ontkent de veroorzaker van de blauwe plekken te zijn en beweert dat ze door eigen toedoen (van het slachtoffer) zijn ontstaan, kunnen zij ook niets.

    Er werd mij geadviseerd om het geweld met een camera of telefoon vast te leggen, zodat er een dossier kon worden gevormd. Dat is mij nooit gelukt. Hoewel het niet de intentie van de politie is je weg te sturen, voelt het wel of je met een kluitje in het riet wordt gestuurd. Als je door hen al niet wordt beschermd, als zij al niets kunnen doen, wie dan nog wel? De geweldpleger gaat, zolang er geen bewijs is, vrijuit. Ik zag het doen van aangifte uiteindelijk als verspilde tijd en energie – en daar had ik al zo weinig van.

    Schelden doet geen pijn
    ‘Sommige vrouwen gaan eerst een paar keer weg bij hun man voordat ze de relatie echt beëindigen,’ zegt een onderzoeker bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Hij wil uit angst voor repercussies liever anoniem blijven. ‘Het is nogal een stap om weg te gaan. Het klinkt gek, maar de relatie is een vertrouwde situatie. Veel vrouwen zijn niet (geheel) financieel zelfstandig, zijn gewend aan het leven dat zij leiden, hebben vaak geen netwerk meer en zien geen uitweg. Vrouwen die de stap naar de vrouwenopvang zetten, hebben ons vaak al eerder gebeld.’ En hoe gek het ook klinkt, de situatie went. Je stompt af, legt je erbij neer. Uitschelden? Doet geen pijn. Een klap? Dat ken ik nou wel.

    Pas de dag waarop ik echt dacht dat het mijn laatste zou zijn, ging ik voorgoed weg. Met hulp en op aandringen van vrienden en familie (ik hoefde godzijdank niet naar de vrouwenopvang) wist ik de relatie te verbreken, al duurde het nog minstens een jaar voordat we echt los van elkaar waren, voordat de praktische zaken – huis, huisraad, financiën – waren geregeld, én ik niet meer terugviel in de (schijn)veiligheid van ons leven samen.

    En zelfs nu heb ik, hoe onbegrijpelijk ook, nog steeds een zwak voor hem en voor onze destructieve, allesbeheersende ‘liefde’. Mijn grote geluk is dat hij een nieuwe vriendin heeft en dat weerhoudt mij en hem ervan nog in een ‘ons’ te geloven.

    Valkuilen
    Hoe raap je jezelf op na jaren van mishandeling? Hoe zorg ik ervoor dat ik niet weer in zo’n relatie terechtkom? Stichting Arosa, Blijf Groep en talloze andere stichtingen in Nederland, bieden cursussen aan gericht op het verbreken van de patronen waardoor je huiselijk geweld in de toekomst voorkomt. Partijen aangesloten bij GGZ Nederland hebben als protocol eerst te stabiliseren en dan pas te behandelen. In dit traject komt de vrouw veel verschillende behandelaren tegen, iemand voor de intake, iemand die de medicijnen voorschrijft, wat door vrouwen niet altijd als prettig wordt ervaren. De traumaverwerking die veel zelfstandige praktijken volgen, legt de nadruk op het afleren van aangeleerde overlevingsstructuren en gaat daardoor gepaard met veel verdriet en lichamelijke klachten als vermoeidheid. Behandeling is effectief, en intensief. De kans dat je als slachtoffer van huiselijk geweld zonder behandeling weer in dezelfde valkuilen trapt, wederom over je grenzen laat gaan, is zeker aanwezig. Een behandeling lijkt me dus noodzakelijk. Ik ben nog niet begonnen.

    EN MANNEN DAN? Huiselijk geweld treft niet alleen vrouwen. Veertig procent van de slachtoffers van huiselijk geweld is man en dat betreft kinderen, ouderen die door hun kinderen worden geslagen en geweld in partnerrelaties. Om de complexiteit van partnergeweld aan te geven: een derde van de slachtoffers is ook dader. (Bron: Movisie, Het landelijk kennis instituut en adviesbureau voor het sociaal domein.

    Bron: Elle >>

    #259337
    Luka
    Moderator

    We moeten stoppen met slachtoffers van huiselijk geweld de schuld te geven

    “Mensen hebben soms het idee dat het geweld hun eigen schuld is, of ze weten niet waar ze terecht kunnen voor hulp.” Wij geven samen met onderzoeker Nicole van Gelder tips voor mensen die willen helpen.

    Nicole van Gelder promoveert aan het Radboud UMC op het thema partnergeweld. Ze doet onderzoek naar vrouwelijke slachtoffers van (ex-)partnergeweld en hoe de online interventie SAFE (http://www.safewomen.nl) hen mogelijk kan helpen. Komende 27 november 2020 geeft ze een lezing op het Atria-congres over victim blaming, een congres dat wordt gehouden in het kader van de 16-daagse campagne van de Verenigde Naties over geweld tegen vrouwen. Nicole licht in haar lezing onder meer toe hoe dit ‘victim blaming’ bij partnergeweld werkt. We spraken haar over wat partnergeweld precies is, hoe victim blaming in die context werkt en meer.

    Wat is partnergeweld precies?
    “Dat zijn alle vormen van geweld tussen huidige partners en ex-partners. Mensen zijn vaak het bekendst met fysiek en seksueel geweld, maar mijn onderzoek richt zich ook op psychisch en economisch geweld. Bij psychisch geweld kan je denken aan zaken als bedreiging, vernedering, manipulatie. Mensen die dingen zeggen als ‘Als je bij me weggaat doe ik mezelf wat aan.’ Controlerend gedrag en extreme jaloezie vallen daaronder.”

    Wat zijn andere vormen van controlerend gedrag?
    “Dat kan op allerlei vlakken spelen. Een partner die bepaalt met wie je wel en niet omgaat, een partner die je telefoon laat tracken, partners die eisen dat ze je apps willen lezen.”

    En dat economisch geweld dat je noemde?
    “Dat is eigenlijk de minst bekende variant. Het wordt vaak geschaard onder psychisch geweld, maar is een op zichzelf staande vorm van geweld, waarbij je kan denken aan dat je niet mag werken of studeren van je partner, of dat je juist heel veel moet werken en je loon moet inleveren bij je partner. Sommige mensen mogen bijvoorbeeld geen eigen bankpas hebben, of gezamenlijke bezittingen en geld worden voor hen achtergehouden.”

    Wat voor rol speelt de verhouding tussen mannen en vrouwen daarin?
    “Genderinvloeden spelen zeker een rol bij partnergeweld. Traditionele en stereotype rolpatronen kunnen daarbij van invloed zijn. Bij vrouwen kan het bijvoorbeeld voorkomen dat ze niet meer mogen werken of studeren van hun partner als ze eenmaal getrouwd zijn, of dat hun mening niet serieus wordt genomen bij belangrijke beslissingen die beide partners raken. Op mannen kan de druk worden gelegd dat ze geld moeten verdienen om de partner en het gezin te onderhouden, omdat dat de traditionele verwachting is. Als ze dat dan niet lukt, worden ze soms onder zware psychische druk gezet. Het is een stereotype, maar deze gevallen zien we soms in de praktijk. Overigens hebben we het nu over heterostellen, maar bij niet-heterostellen komen deze zaken ook voor. Het beïnvloedt ook onze kijk op slachtoffers en geweld, bijvoorbeeld dat men vaak vergeet dat mannen ook slachtoffer kunnen zijn van partnergeweld en dat vrouwen ook geweld kunne plegen. Of dat men het idee heeft dat partnergeweld bij lesbische of homoseksuele koppels bijvoorbeeld minder ernstig zou zijn.”

    Het Atria-congres waarop je spreekt gaat over victim blaming. Hoe moeten we victim blaming zien in de context van partnergeweld?
    “Wat mensen heel vaak te horen krijgen is: ‘Waarom ga je niet gewoon bij diegene weg?’ Maar er zijn ontzettend veel obstakels die anderen niet direct zien. Het is een gevoelig onderwerp, er zit een taboe op, slachtoffers schamen zich voor wat er gebeurt. Ook de angst van, wat nou als de situatie juist erger wordt als je hulp probeert te zoeken. Hoe ziet de situatie eruit als er instanties bij komen te kijken?”

    Zijn er nog andere voorbeelden?
    “Mensen maken zich ook zorgen om wat er met de kinderen gebeurt, of hoe ze het financieel zouden redden. Soms hebben mensen ook niet door wat voor situatie ze eigenlijk zitten, soms zien ze niet meer in dat wat er gebeurt niet oké is. Mensen hebben soms zelfs het idee dat het hun eigen schuld is, of ze weten niet waar ze terecht kunnen voor hulp. Ook het idee van ‘Waar er twee vechten, hebben er twee schuld’ , maar dat is lang niet altijd zo en kan ervoor zorgen dat het slachtoffer op onrechtvaardige wijze een deel van de schuld krijgt van het partnergeweld. En dan zie je soms ook nog eens dat geweldslachtoffers in zo’n situatie zich een beetje moeten bewijzen. Ze moeten voor de omgeving aantonen dat ze wel genoeg hebben gedaan om uit hun situatie te komen voor ze serieus worden genomen en gesteund worden.”

    Zit hier een verschil in voor mannen en vrouwen of mensen die zich anders identificeren?
    “Mannen die slachtoffer zijn worden vaker niet serieus genomen, al helemaal als ze in een heterorelatie zitten en slachtoffer zijn van een vrouw. Mensen in non-hetero-relaties worden al helemaal snel niet serieus genomen. Vrouw-vrouw-relaties, daarvan denkt men: ‘catfight’. Bij man-man-relaties krijg je ook stereotype reacties, van: ‘Dan moet je maar geen kerels bij elkaar zetten, dat wordt altijd knokken.’ Ook het idee dat het bij niet-hetero-relaties ‘minder erg’ is en dat die mensen eerder uit een relatie zouden kunnen stappen omdat men denkt dat zij minder financieel afhankelijk zijn en er vast geen kinderen in het spel zijn, zien we terug vanuit onderzoeken.”

    In april publiceerde je nog een wetenschappelijk artikel over de vraag of lockdowns voor meer partnergeweld zorgen. Is er inderdaad meer geweld doordat mensen binnen zitten?
    “In heel veel andere landen zien we een flinke stijging in kindermishandeling en huiselijk geweld, in landen als Italië, Spanje, China zijn de cijfers flink gestegen, in Duitsland ook, maar in Nederland nog niet. Althans: de politie en Veilig Thuis, het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, geven aan nog geen stijging te zien. Dit betekent niet dat het er niet is, het kan zijn dat dit door andere oorzaken nog niet bij hen binnenkomt. Een aantal organisaties zien wel signalen van een stijging van kindermishandeling. Van een paar professionals die met slachtoffers van huiselijk geweld werken hebben we gehoord dat zij geen toename gezien in het aantal meldingen, maar wel in de ernst van het geweld. Maar voor het gehele plaatje geldt: we weten het gewoon niet zeker en doen er onderzoek naar.”

    Wat kunnen mensen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld en die dit lezen doen, wat voor advies heb je voor deze mensen?
    “Als je hulp zoekt, neem dan iemand in vertrouwen, zodat je er niet helemaal alleen voor staat. Het is ook goed om te bedenken wat voor jou de beste uitkomst zou zijn als je hulp in zou schakelen. Soms willen mensen bijvoorbeeld dat het geweld ophoudt, maar niet per se dat de relatie stopt. Mensen willen niet altijd alleen maar weg uit huis of aangifte doen; soms willen ze starten met een gesprek met een ervaringsdeskundige, bijvoorbeeld. Er zijn verder verschillende organisaties in het hele land die hulp bieden bij huiselijk geweld. Met Veilig Thuis kan je bijvoorbeeld gewoon chatten, dat kan een prettig alternatief zijn voor bellen. Ook Fier is een organisatie waar je kan chatten. Het is in ieder geval belangrijk om ook professionele hulp te zoeken. Dat kan in het begin spannend zijn, maar het is echt goed om te doen. De huisarts kan soms ook al een hele goede eerste stap zijn, als je je prettig voelt bij die persoon. Uiteraard kunnen vrouwen ook terecht op http://www.safewomen.nl.”

    Wat kan je als buitenstaander doen om victim blaming te voorkomen en te helpen?
    “Het gaat deels om een mentaliteitsverandering. Uit het onderzoek ‘Welk geweld telt?’en recent onderzoek door Act4Respect blijkt dat een deel van de Nederlanders, waaronder jongeren, partnergeweld in sommige situaties toch wel acceptabel vindt. Denk aan een voorbeeld dat bijvoorbeeld 12 procent van de ondervraagde mannen fysiek geweld tegen een vriendin acceptabel zou vinden als die was vreemdgegaan. Denk aan slaan om respect af te dwingen. Denk aan toch seks hebben, al wil je partner het niet. Dit soort zaken moet niet acceptabel zijn, en daarvoor helpt het denk ik als we het er met z’n allen vaker over hebben en ook jongeren al leren wat wel en niet oké is in een relatie, hoe je je grenzen aangeeft en de grenzen van de ander respecteert.”

    “Wat betreft victim blaming is het goed om zelf meer te leren over hoe moeilijk het soms is om weg te gaan uit situaties waarin mensen partnergeweld ervaren. Mensen zitten met gevoelens van onveiligheid, schaamte, schuld en angst en maken zich druk om de kinderen, de woning, de financiën, en nog zoveel meer. Maar als we er met z’n allen meer over kunnen praten, dan helpt dat al.”

    Bron: NPO 3 / Brandpunt Plus >>

    #259786
    Mark
    Moderator

    Relatietherapie: ‘Ik had altijd het gevoel dat ik haar dwong tot seks’

    Deze week in Relatietherapie de ervaringen van van Carolien (54) en Rein (56), getrouwd en ouders van drie volwassen kinderen, waarvan alleen de jongste weer tijdelijk thuis woont in verband met zijn afstuderen. Door de heftige jeugd van Carolien heeft ze momenteel erg weinig zin in seks en intimiteit, tot frustratie van Rein. Hij had daardoor juist het gevoel dat hij haar dwong tot seks.

    Uit de praktijk van psycholoog en relatietherapeut Annette Heffels

    “Ik heb tegen Rein gezegd dat het klaar is,” zegt Carolien. “Sinds de overgang heb ik totaal geen behoefte meer aan seks. Ik vind het vervelend voor hem en ik snap het ook als hij zou zeggen dat hij daarvoor iemand anders zoekt, maar ik breng het niet meer op. Het is altijd zo geweest dat Rein meer behoefte had aan seks dan ik, dus dat heeft ons hele huwelijk spanning gegeven. We zijn daarvoor al eerder in therapie geweest, eerst bij een seksuoloog omdat Rein dacht dat er echt iets mis was met mij, wat ik trouwens zelf ook dacht.”

    Misbruik
    “Ik ben als kind misbruikt door een oudere neef. Hij heeft me niet echt verkracht, maar wel overal gevoeld en ik moest dingen bij hem doen. Ik vond het akelig, vooral omdat hij zei dat ik er met niemand over mocht praten omdat mijn ouders dan heel kwaad zouden worden en me naar een tehuis zouden sturen. Ik heb er dus nooit iets over gezegd, ik probeerde ervoor te zorgen dat ik niet met hem alleen was. Voor Rein had ik een andere vriend en met hem vond ik de seks helemaal niet prettig. Hij wilde allemaal aparte dingen van mij en dat wilde ik niet. Met Rein was het in het begin wel fijn.”

    Geen begrip
    “Ik was erg verliefd en hij was zacht en geduldig. Maar na de kinderen had ik minder behoefte. Hij begreep dat niet, dacht dat ik hem niet meer nodig had. Ik vond dat hij zich als een kind gedroeg en aandacht eiste, alsof hij jaloers was op de aandacht die ik de kinderen gaf. Ik denk dat we daardoor meer uit elkaar groeiden. Dus ík was druk met het gezin en hij stortte zich op zijn werk. Ik nam hem kwalijk dat hij er zo weinig was en alles op mij afschoof wat het gezin betrof, terwijl ik ook werkte. Hij kon niet zoals andere mannen een dag vrij maken voor de kinderen, want zijn werk liet dat niet toe.”

    “Hij nam mij kwalijk dat er zo weinig intimiteit was tussen ons. Alsof ik daar zin in had, terwijl er verder nauwelijks contact was tussen ons. Doordat de sfeer zo geirriteerd was had ik al helemaal geen zin om te vrijen. Dus toen zijn we naar een relatietherapeut gegaan om te kijken of onze relatie beter zou worden, en ik hopelijk daardoor ook vaker zin zou hebben om te vrijen. Die therapie heeft wel geholpen voor onze band met elkaar, maar niet voor onze seksuele relatie. Ik heb wel mijn best gedaan het af en toe dan toch maar te doen, omdat ik ook wel snapte dat het voor hem telkens voelt als een afwijzing wanneer ik geen zin heb. Maar dat werkte ook niet. Voor Rein is er niet veel aan als ik het doe terwijl ik eigenlijk geen zin heb.”

    ‘Carolien gebruikt de overgang als excuus’
    “Het is waar dat ik heel graag zou willen dat Caroline ook zou kunnen genieten van seks”, vertelt Rein, “maar als ik eerlijk ben vond ik de seks zonder dat zij daar iets bij voelde nog altijd beter dan niks. Dus af en toe deden we het dan toch, maar daar voelde ik me achteraf vervelend over omdat ik dan het gevoel had dat ik haar had gedwongen. Ik heb het idee dat Carloline de overgang gebruikt om nu helemaal niks meer te willen. Ze zegt dat het pijn doet en natuurlijk wil ik dat niet, dus doe ik ook geen pogingen meer.”

    “Ik heb wel voorgesteld om vaseline of een gel te gebruiken maar zij wil dat niet. Ze vindt dat ze zich lang genoeg heeft aangepast aan mij, op ieder gebied, zegt ze en ze heeft daar geen zin meer in. Ik vind dat moeilijk. Ik begrijp het ook niet echt. In het begin van onze relatie was het wel fijn, volgens mij ook voor haar al lukte het nooit om haar een orgasme te laten krijgen. Natuurlijk heb ik er begrip voor dat de verliefdheid minder wordt als je langer bij elkaar bent, maar voor mij is zij nog altijd een heel aantrekkelijke vrouw en ik heb de behoefte wel om haar aan te raken en om te vrijen.”

    Uit elkaar gegroeid
    “Ik wil ook helemaal niet iemand anders alleen voor de seks. Zo zit ik niet in elkaar. Ik hou van Caroline en voor mij horen seks en liefde bij elkaar. En daarbij gaat het me echt niet alleen om gemeenschap. Ik vind het gewoon prettig om haar vast te houden en aan te halen, maar het is net alsof ze dan verstijft of terugdeinst. Terwijl ze helemaal geen kille of afstandelijke vrouw is. Met de kinderen is ze altijd heel aanhankelijk geweest. Ik mis die warmte en die aanhankelijkheid naar mij. Het is waar dat ik, zeker toen de kinderen klein waren, veel tijd aan mijn werk heb besteed.”

    “Caroline heeft daar natuurlijk wel vaker opmerkingen overgemaakt, maar ik had niet de indruk dat ze daar zo heel erg onder leed. Zij wilde graag drie kinderen, had er eigenlijk wel vier gewild en ze wilde zelf ook tijd hebben voor de kinderen, dus niet meer dan 20 uur per week werken. Dat was echt haar keuze en ik herinner me eerlijk gezegd ook niet dat we daar ruzie over hebben gehad. Wel dat we uit elkaar groeiden, omdat we het allebei druk hadden met onze eigen bezigheden. Ik heb wel geprobeerd om daarover te praten, maar dan kreeg ik al snel te horen, dat ik alleen maar dat ene wilde, seks dus, en dat alles wat mij betreft dan goed was. Dat was niet zo, is nooit zo geweest, maar ik miste het wel. Volgens mij is het toch een belangrijk onderdeel van een relatie.”

    ‘Heeft ze ooit wél plezier beleefd aan seks?’
    Relatietherapeute Annette Heffels: “Ik vraag me bij Carolien en bij meer vrouwen regelmatig af als ik hun verhaal hoor: hoe is het mogelijk dat ze nog ooit enig plezier hebben beleefd aan vrijen en seks? Carolien groeide op in een streng godsdienstig gezin. Qua seksuele voorlichting kreeg ze vooral waarschuwingen over de omgang met jongens en wat technische informatie over menstrueren en kinderen krijgen. Het misbruik door een oudere neef was voor haar een nare ervaring waarbij ze bovendien het gevoel kreeg dat ze iets deed wat slecht en verboden was. Anders zouden haar ouders haar toch niet in een tehuis stoppen als ze ervan hoorden.”

    “Het aanraken van haar eigen geslachtsdelen voelde schuldbeladen. Masturberen heeft ze nooit gedaan. Zoals zoveel meisjes kende ze haar eigen lichaam slecht en had ze niet onderzocht wat prettig voelde. Voordat ze haar eerste serieuze vriend ontmoette, had ze een paar ervaringen met jongens die handtastelijk werden en waarbij ze vooral bezig was dat af te houden. Daarna kreeg ze een relatie met een vriend die zich op seksueel gebied liet inspireren door pornofilms waarnaar hij samen met Caroline wilde kijken. De relatie met Rein begon goed. Ze voelde zich veilig bij hem, genoot ervan dat hij haar mooi vond en vond het fijn als hij haar streelde en aanraakte. Daarbij was hij degene die het initiatief nam en zij volgde, omdat ze verliefd was en niets liever wilde dan het hem naar de zin maken.”

    Aandacht
    “Hij vroeg vaak wat ze fijn vond, maar ze had geen idee. Het feit dat ze graag kinderen wilde gaf haar een belangrijke reden om te willen vrijen en het voelde intiem om te weten dat ze dit samen wilden. Daarna werd ze overvallen door het moederschap. Ze genoot ervan, maar het was ook heel druk. Ze voelde dat ze Rein teleurstelde, omdat ze minder aandacht voor hem had.”

    “In die tijd ging ze meer zijn minder aardige kanten te zien. Ze nam hem kwalijk dat hij niet meer betrokken was bij haar en de kinderen, terwijl hij wel verwachtte dat ze aan het eind van een lange dag seks met hem had, waar haar hoofd niet naar stond en waar ze veel te moe voor was. Seks werd een verplichting tegenover een man waar ze verder inmiddels niet meer zoveel mee had omdat hij zijn eigen leven leidde en haar het gevoel gaf dat ze ernstig te kort schoot als partner. Zij wilde daarover praten en weer voelen dat ze belangrijk was voor hem.”

    Meer experimenteren
    “Hij wilde hetzelfde, ze zochten beiden verbinding met elkaar maar beiden op een andere manier. Zij door te zeggen dat ze hem miste en zich alleen voelde, hij door te proberen haar letterlijk naar zich toe te trekken. Door elkaars eenzaamheid te begrijpen ontstond er ruimte voor meer intimiteit. Ze spraken af om meer aandacht te hebben voor elkaar en om elkaar vaker even aan te raken of een kus te geven overdag of iets liefs te zeggen.”

    “Voor Caroline was dit eigenlijk al genoeg. Rein vond het beter dan niks maar verlangde naar meer. Hij moest daarvoor het idee loslaten dat seks alleen mogelijk is als je daar beiden naar verlangt. Er is ook niks mis mee als je seks soms (en dan natuurlijk wel vrijwillig) geeft als cadeau voor de ander. Caroline bleek daartoe bereid en ze merkte zelfs dat ze wat meer opwinding voelde als ze daar niet toe verplicht was. Wat voorlichting en oefeningen om te ervaren wat ze prettig vond als ze zichzelf streelde of gestreeld werd, hielp haar om voorzichtig weer wat meer te experimenteren op seksueel gebied.”

    Annette Heffels is psychologe. Ze is getrouwd en heeft een zoon, twee dochters en een kleinkind. De namen in deze tekst zijn vanwege privacyredenen gefingeerd en de afbeelding bovenaan is ter illustratie.

    Bron: margriet.nl

7 berichten aan het bekijken - 26 tot 32 (van in totaal 32)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 15 ▪︎ leden online: 3
ikkkke, LSG, Rubsje
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.799, berichten: 14.975, leden: 1.643
Scroll Up