Relationele problemen

  • Dit onderwerp bevat 28 reacties, 3 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 18/11/2020 om 21:39 door Luka.
4 berichten aan het bekijken - 26 tot 29 (van in totaal 29)
  • Auteur
    Berichten
  • #249696
    Luka
    Moderator

    DAAN (33) MISHANDELDE HAAR VRIEND: ‘HIJ SLOEG NOOIT TERUG, WAT EEN WATJE’

    Dat Daan nooit zo’n slappeling als haar moeder zou worden wist ze altijd al. Maar dat ze net als haar vader haar partner zou gaan slaan, was ook niet de bedoeling.

    ‘Een vriendin zei eens: ‘Volgens mij heb je borderline, jij bent zo extreem”, vertelt Daan in LINDA.189 ‘MAMA IS DE BAAS’.

    DAAN EN DAVID
    Daan was een avond met collega’s bier aan het drinken en kwam rond half tien thuis. Haar vriend David had toen al drie keer geappt waar ze bleef. ‘De drank was niet goed gevallen op m’n nuchtere maag’, geeft ze toe. ‘We kregen een discussie, tot David op een gegeven moment naar bed wilde. Dat deed hij nou altijd: ruzie zoeken, en als hij me dan over de zeik had, weglopen.’

    Ze achtervolgde hem naar de badkamer, waar hij haar bleef negeren. ‘Toen hij weer wegliep, siste hij nog wel even ‘kutwijf’. Ik raakte hem net naast zijn slaap, met onze Google Home, die op het nachtkastje stond. Toen hij begon te bloeden, schrok ik daar net zo van als hij. Ik begon te huilen, David liep vloekend weg met zijn hand tegen zijn hoofd.’

    ‘WATJE’
    David vertrok kort daarna naar buiten en Daan kroop overstuur in bed. ‘Ik rolde me op en viel in slaap, maar schrok niet veel later wakker door de bel. Er stond politie voor de deur. Paniek kneep mijn keel dicht. David zou toch niet verongelukt zijn? Maar toen haalden ze handboeien tevoorschijn.’

    Daan viel David wel vaker aan. ‘Meestal wist hij me af te weren, maar ik had hem meerdere keren een dikke lip of blauw oog bezorgd, zeker toen ik ontdekte dat ik meer succes had als ik met dingen gooide.’ Na afloop had ze altijd spijt. ‘Nee, hij heeft nooit teruggeslagen, goddank; al vond ik hem daarom in mijn hart ook een beetje een watje.’

    Benieuwd naar het hele verhaal van Daan en David? LINDA.189 ‘MAMA IS DE BAAS’ ligt sinds woensdag 18 maart 2020 in de winkel.

    De namen in dit verhaal zijn gefingeerd.

    Verkeer je zelf in een situatie met huiselijk geweld of vermoed je huiselijk geweld bij een ander? Bel de hulplijn van Veilig Thuis (0800-2000). Heb je acuut hulp nodig, neem dan contact op met de politie (112).

    Bron: Linda.NL >>

    #252426
    Luka
    Moderator

    Een verwrongen beeld van de liefde: ‘Ik raakte steeds dieper in de ellende’

    Liefde en loyaliteit gaan hand in hand: ook als het even níet leuk is, blijf je. Toch? Juist dat weerbarstige beeld maakt dat slachtoffers van huiselijk geweld niet vertrekken na de eerste signalen dat het misgaat. Onderzoeker Nicole van Gelder en ervaringsdeskundige Aïssa Sow over wat er veranderen moet.

    Het begon, zoals altijd, mooi en romantisch. Aïssa Sow (31) was pas 18 toen ze haar ex leerde kennen. “Ik was verliefd en mijn vriend beloofde van alles.” Maar dat duurde niet lang: “Uiteindelijk ben ik jarenlang fysiek en mentaal mishandeld. En toch bleef ik. Elke keer als hij spijt betuigde, geloofde ik hem. Dan stond hij daar met tranen in z’n ogen en beloofde me dat het deze keer echt beter zou worden.”

    Er waren – natuurlijk – genoeg momenten waarop ze besloot te vertrekken. Om dan, op het laatste moment, toch weer voor hem te kiezen. “Ik ging steeds meer aan mezelf twijfelen. Het geweld werd erger, maar je verlegt je grenzen.” Dat heeft, zegt ze, te maken met haar verwachtingen van liefde, het klassieke geromantiseerde plaatje: “Als je van iemand houdt, dan ga je ervoor. Je werkt aan je problemen om er samen uit te komen.” Maar in een giftige relatie gelden hele andere regels. “Het wordt niet beter. Je raakt steeds dieper en dieper in de ellende.”

    “’Ik had geen realistisch beeld van hoe een relatie hoort te zijn’

    Aïssa en haar ex waren vijf jaar samen en in die periode werd ze steeds eenzamer. “Ik was jong en had geen realistisch beeld van hoe een relatie hoort te zijn. Dat werd alleen maar erger naarmate het langer duurde. Mijn ex probeerde me te isoleren van mijn omgeving, door mijn dierbaren af te vallen of te zeggen dat ze niet goed voor me waren.”

    Eén op de vier vrouwen slachtoffer
    “Eén op de vier vrouwen in Nederland wordt slachtoffer volgens de officiële cijfers. Wereldwijd is het één op de drie vrouwen, maar dat is het topje van de ijsberg”, stelt onderzoeker Nicole van Gelder, die promotieonderzoek doet naar partnergeweld bij het Radboudumc. Lang niet iedereen maakt melding van huiselijk geweld en niet iedereen herkent het. “We denken vaak alleen aan fysiek of seksueel geweld, maar je kan ook economisch of psychisch worden mishandeld. Denk bijvoorbeeld aan manipulatie en vernedering, niet mogen werken of geen eigen bankpas mogen hebben.”

    “Mannen vinden het vaak nog lastiger om ermee naar buiten te komen”, benadrukt Van Gelder. “Er ligt een enorm taboe op het feit dat je als man ook slachtoffer kan zijn.” Dat maakt het moeilijk om er officiële cijfers aan te verbinden. En hetzelfde geldt voor non-heteroseksuele relaties. Partnergeweld komt voor in allerlei soorten relaties, maar het wordt lang niet altijd serieus genomen.

    Geen liefde maar een illusie
    Toen Aïssa voor het eerst zwanger was, werd het geweld alleen maar erger. “Er waren drank en drugs in het spel. Dat was al heftig, maar ik had ook nog een lastige zwangerschap en mijn relatie zorgde alleen maar voor extra stress.” Toen ze 33 weken zwanger was, overleed haar dochtertje. “Als gevolg van alle stress.”

    “Ik was een emotioneel wrak, helemaal leeggezogen

    “Ik was zo geëmotioneerd en verward dat ik bij hem ben blijven wonen en drie maanden later werd ik opnieuw zwanger”, vertelt ze. “Toen ik zeven maanden zwanger was van mijn zoon, blokkeerde mijn ex de deur van het portiek van ons huis. Hij had gedronken en heeft mij geschopt en tegen de deur geduwd.” Ze kon zich niet meer verroeren en moest met een ambulance naar het ziekenhuis vanwege acute bekkeninstabiliteit. “Hij heeft zelfs het ambulancepersoneel aangevallen die avond.”

    Ontsnappen uit de situatie
    Nadat hun zoontje was geboren, duurde het niet lang voordat het weer misging. “Hij beschuldigde mij van dingen die hij zelf had gedaan, zoals vreemdgaan. Op een gegeven moment hield mijn ex een houten djembé dreigend boven mijn hoofd, terwijl hij een vork op m’n keel zette. Mijn baby lag vanaf de bank krijsend toe te kijken.” Op dat moment klikte het: “Zo wil ik niet eindigen, wist ik. Dus ik heb me losgerukt en mijn baby van de bank opgepakt en kon met hem en mijn telefoon naar de wc vluchten. Ik heb snel de deur dichtgedraaid en 112 gebeld.”

    Ze kon gewoon niet meer. “Ik was een emotioneel wrak, helemaal leeggezogen. Het was vaker duister dan licht.” Het heeft lang geduurd, maar Aïssa weet ook dat er mensen zijn die nog jaren in zo’n situatie blijven hangen. “Je moet heel sterk zijn om dat te overleven. Maar om er wél uit te stappen, is net zo moeilijk.” Als je partner erachter komt dat je hulp zoekt, kan hij of zij nóg bozer worden. Het kan ook zijn dat de schaamte zo groot voelt, dat erover praten onmogelijk lijkt. En zeker wanneer je door de jaren heen verwijderd bent geraakt van je dierbaren, voelt een vertrouwde situatie – hoe vreselijk die ook is – soms veiliger dan het onbekende.

    De hulpvraag is overigens complex voor alle betrokkenen, zegt Aïssa: “Ik had altijd wel contact met mijn moeder, maar ze wist niet hoe ze me kon helpen. Mijn ex zat altijd te stoken tussen ons en uiteindelijk heeft hij haar ook bedreigd.”

    Hulp moet toegankelijker worden
    Maar hoe moeilijk het ook is, hulp vragen is noodzakelijk. Met haar promotieonderzoek probeert Nicole van Gelder dat makkelijker te maken. “Met SAFE-women bieden we een online platform aan slachtoffers, met informatie over relaties en partnergeweld en welke soorten hulp er zijn.” Want er is meer dan alleen de politie of Veilig Thuis. Via de hulpdatabase op de site kun je erachter komen welke diensten er bij jou in de buurt zijn. Daarbij is het belangrijk dat je veilig naar informatie kan zoeken. “We hebben een noodknop ontwikkeld die je aanklikt zodra iemand binnenkomt, dan komt Google tevoorschijn op je scherm en ziet diegene niet waar je mee bezig was.”

    “We krijgen ook weleens berichten van vrienden of familieleden die zich zorgen maken”, vervolgt Van Gelder. Er zijn vaak genoeg signalen dat het niet goed gaat, maar niet iedereen weet waar je moet beginnen.

    Verloren tussen alle hulpinstanties
    Nadat Aïssa aangifte deed, kreeg haar ex een contact-, huis- en straatverbod. Dat werd maximaal verlengd, maar toen het dan toch afliep, dreigde hij naar huis te komen. “Dan zou onze veiligheid opnieuw in het geding komen. Ik heb toen nog een keer bij de noodopvang aangeklopt en gelukkig kreeg ik een plek.”

    Maar er valt zeker nog winst te behalen in hoe hulpverleners met dit soort zaken omgaan. Aïssa: “Als ik terugdenk aan mijn aangifte, heeft die agent het niet goed gedaan. Ik had in geuren en kleuren verteld wat er al die jaren was gebeurd. Maar in zijn samenvatting klonk het meer alsof mijn ex me één keer een klap had gegeven. ‘Hij had nooit oog voor je’, las hij voor en: ‘Je was alleen goed om even bovenop te zitten’. Alsof dát het probleem was in onze relatie. De maatschappelijk werker die ernaast zat, was geschokt.”

    Aïssa liet het op dat moment zitten, maar wil anderen wel meegeven dat je bij de verklaring goed moet opletten, hoe pijnlijk het ook is om daar te zitten. Want als die niet goed wordt opgeschreven, loop je de kans dat je daarna niet altijd meer serieus wordt genomen. “Dan blijven ze maar aandringen op contact tussen vader en zoon, terwijl dat gevaarlijk kan zijn.” En bij aangifte voor stalking, kan je gerust worden weggestuurd met het advies om een camera te kopen. “Alsof het daarmee is opgelost. Alle instanties lijken langs elkaar heen te werken waardoor er geen goede indicatie wordt gesteld.”

    Je moet sterk in je schoenen staan om je staande te houden tussen jeugdzorg, de politie en een gewelddadige ex. “Dat is niet makkelijk, zeker als je net aan die situatie bent ontsnapt. Door al die jaren met mijn ex ben ik aan mijn eigen realiteit gaan twijfelen. Als iemand zolang op je inpraat met een andere ‘waarheid’, ga je die bijna geloven. Als ik zei dat de muur groen was, bleef hij net zolang volhouden dat het oranje was tot ik erin meeging.”

    Geweld is geen vorm van liefde
    Dat manipulatieve gedrag wordt vaak geromantiseerd, waarschuwt Van Gelder. Films en series zoals ‘365 Days’ en ‘You’ op Netflix geven kijkers het idee dat stalken een ultieme blijk van liefde is. Heel kwalijk: ‘Ach het is maar een verzonnen verhaal, dat kan toch geen kwaad’, gaat niet op, volgens de pedagoog. Jongeren nemen het beeld over en verspreiden het verder via TikTok en andere sociale media. “Die beeldvorming bepaalt echt niet alles, maar helpt ook niet mee om partnergeweld tegen te gaan.”

    Jongeren zijn gevoelig voor die beeldvorming en kunnen net zo goed slachtoffer worden. “Uit een onderzoek van Atria en Rutgers blijkt dat 11 procent van de jongens vindt dat een vrouw vraagt om aangerand te worden als ze ‘s avonds alleen over straat loopt”, zegt Van Gelder. “En 5 procent van de Nederlanders onder de 25 jaar vindt de verkrachting van een vrouwelijke partner acceptabel in een relatie.”

    “We willen head over heels-liefde en vuurwerk, ook als het ongezond is

    “Als we het idee hebben dat dit normaal is en erbij hoort, gaat er iets mis”, legt Van Gelder uit. “Hebben we dan niets geleerd in de afgelopen jaren? Van de hele #MeToo-discussie?” Traditionele denkbeelden blijken hardnekkig. “We benaderen relaties en huiselijk geweld nog steeds op een stereotype en heteronormatieve manier, daar zit ook een probleem. Bijvoorbeeld in het herkennen van geweld dat buiten dat stereotype beeld valt. Maar ook wat betreft toxic masculinity. Zolang we als maatschappij verwachten dat mannen de leiding nemen en veroveren, zal het op die manier gaan.” In de liefde maakt dat het soms moeilijk om te zien of iets goed zit of niet. “We willen head over heels-liefde en vuurwerk, ook als het ongezond is. Als de focus daar ligt, hoe weten we dan of iemand respectvol met ons omgaat – en wij met hen?”

    Daarom moeten we – ook met jongeren – in gesprek blijven over hoe liefde eruitziet. Van Gelder: “Wat je in relaties mag verwachten van jezelf en de ander. Dat alleen ‘ja’ ook echt ‘ja’ betekent. En als de ander begint met zoenen, betekent dat nog niet dat hij of zij dan ook seks wil.”

    Wat zijn de signalen?
    Nog zo’n belangrijk onderwerp van gesprek: de red flags, de waarschuwingssignalen dat de relatie scheef gaat, leren herkennen. Aïssa: “Mijn ex spiegelde mijn gedrag bijvoorbeeld de hele tijd. Het duurde even voordat ik het doorhad, want ik dacht steeds: oh, we hebben dezelfde interesses, wat toevallig. Of: hij is onzeker over dezelfde dingen als ik ben, wat fijn. Maar door dat kopieergedrag van hem, had ik eigenlijk geen idee wie hij was.” Verder was haar ex altijd slachtoffer van iets, volgens Aïssa. “Ik was constant bezig met het oplossen van zijn problemen.”

    Ook kun je erop letten of iemand jouw grenzen respecteert, vervolgt Van Gelder. “Als iemand iets voor je wil doen en jij zegt (meerdere keren) dat het niet hoeft bijvoorbeeld, als hij of zij dan toch aandringt, kan het oprecht aardig zijn, maar ook een waarschuwingssignaal”, legt ze uit. “Want als iemand jouw ‘nee’ niet accepteert, probeert diegene eigenlijk jouw grenzen te verschuiven.” Een andere red flag is dominant of controlerend gedrag. “Ik herinner me een verhaal van een vrouw die met een date uiteten ging. Hij stelde zich nogal sturend op en besloot wat ze zouden eten. Dat is niet fijn als je eigenlijk zelf wilt kiezen. ‘Maar ik weet wel wat je lekker vindt’, het klinkt goedbedoeld, maar laat je weinig ruimte”, zegt Van Gelder. “Of erop aandringen dat je je haar los draagt omdat je dan ‘nog mooier’ bent.” Geen beste signalen als het jou beperkt in je doen en laten.

    “Het hoeft niet te betekenen dat iemand een creep is”, maar het zijn wel signalen die je serieus moet nemen om bij jezelf na te gaan of jij je er comfortabel bij voelt. Hetzelfde geldt voor jaloezie. “Sommige partners houden er niet van wanneer je als hetero vrouw bevriend bent met andere mannen. Dat kan, maar het mag geen reden zijn om te eisen je Whatsapp-berichten te lezen, want jouw recht op privacy mag niet het onderspit delven omdat je een relatie hebt. En je hoeft het gedrag van je partner niet goed te praten alleen omdat je een relatie hebt.”

    Zoek hulp
    Aïssa: “Als je voor iemand hebt gekozen, is het makkelijk om te geloven dat je ook alle negatieve dingen moet accepteren, omdat die erbij horen. En omdat het als jouw verantwoordelijkheid voelt om de liefde te laten slagen.” Ze heeft de film van haar relatie in gedachten al een miljoen keer afgespeeld om erachter te komen wat ze zelf had kunnen doen of moeten zien. “Daar kan ik het verleden niet mee veranderen, maar ik heb er wel iets aan voor de toekomst.”

    Over wat ze anderen zou adviseren in een soortgelijke situatie is Aïssa heel helder: “Zoek hulp. Kijk naar lotgenoten en als je nog niet durft te praten over jouw situatie: begin ergens. Lees de verhalen van anderen, dat geeft al veel steun. Het laat je inzien dat je niet gek bent – en zeker niet de enige.” Op die manier komt er steeds een puzzelstukje bij totdat je er klaar voor bent om hulp te zoeken.

    Er zijn verschillende organisaties waar je terecht kan als je hulp zoekt vanwege (ex-)partnergeweld. Je kan uiteraard naar de politie (0900-8844) en Veilig Thuis (0800-2000 en er is ook een chat). Er zijn huiselijk geweld organisaties zoals Fier, Blijf Groep en Moviera.

    En speciaal voor vrouwen in onveilige relaties is er SAFE-women. Wanneer je te maken hebt met seksueel geweld, kan je ook terecht bij het Centrum Seksueel Geweld (0800-0188).

    Bron: EvaJinek.nl >>

    #252507
    Luka
    Moderator

    In de praatgroep over huiselijk geweld gaat het niet over ‘daders’, maar ‘betrokkenen’

    https://images4.persgroep.net/rcs/p1A49IadtIkgLwkYFcvjU8gA2sI/diocontent/173341953/_fitwidth/1240?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.9&desiredformat=webp

    In Eindhoven komt een wisselend groepje mannen wekelijks bij elkaar. Onderwerp van discussie: hun aandeel in huiselijk geweld. De hulpgroep heeft al vijftien jaar succes met het doorbreken van negatieve patronen. De Volkskrant mocht een sessie bijwonen.

    ‘Waarom schreeuwen vrouwen altijd zo?’

    ‘Ja, waarom gaan vrouwen altijd zo tekeer?’

    ‘Ik kan daar ook niet tegen. Ik schreeuw zelf nooit. Ik zeg vier keer: schreeuw niet zo. En de vijfde keer… dan ontplof ik.’

    Het is dinsdagavond. In een grauw, sober zaaltje ergens in de gemeente Eindhoven komen zes mannen en twee trainers bij elkaar. Het is de Carrouselgroep, een unieke hulpgroep voor mannen die betrokken zijn bij huiselijk geweld. Bij hoge uitzondering en met ieders toestemming mag de Volkskrant eenmalig aanschuiven, mits de anonimiteit van de deelnemers wordt gegarandeerd.

    ‘Hoe vind je het hier?’, vraagt trainer Hanneke Geurts aan een nieuwkomer.

    ‘Heel lastig’, antwoordt hij. ‘Ik ben zelf hulpverlener, ik ben gewend andere mensen te begeleiden. En nou zit ik hier bij jullie.’

    ‘Kun jij bij familie, vrienden of collega’s je ei kwijt?, vraagt trainer Ruud Bexkens.

    ‘Nee, niet echt. Ik ben niet makkelijk als het heel persoonlijk wordt. Ik ben geen prater.’

    Neerwaartse spiraal
    Hanneke Geurts en Ruud Bexkens zijn conflictdeskundigen. Elke dinsdagavond leren ze mannen inzien wat hun eigen aandeel is in huiselijk geweld, en hoe ze dat negatieve patroon kunnen doorbreken. Want huiselijk geweld staat nooit op zichzelf, het is nooit één incident, maar een neerwaartse spiraal. En het gaat niet alleen om fysiek geweld; huiselijk geweld kan ook bestaan uit psychisch geweld (stelselmatig schelden, dreigen of vernederen), seksueel geweld, extreme controle, iemand van familie isoleren of bijvoorbeeld het afpakken van sleutels, paspoort of pinpas.

    ‘Mijn vriendin is verbaal heel erg sterk’, zegt deelnemer 5, die al een paar weken meedraait. ‘Maar ik laat me niet meer… – hij knipt vertwijfeld twee keer met zijn vingers – … het bloed onder m’n nagels vandaan halen. Ik heb me nu voorgenomen: tot hier en niet verder, en anders stopt de relatie.’

    Deelnemers aan de Carrouselgroep zijn doorgaans in aanraking met de politie geweest, maar niet strafrechtelijk veroordeeld. Zij komen hier vrijwillig, vaak na doorverwijzing door een hulpinstantie. ‘Wij spreken niet van daders’, benadrukt trainer Bexkens, ‘maar van betrokkenen. Want ruziemaken kun je niet alleen. Bij huiselijk geweld wisselen de rollen van dader en slachtoffer vaak. Het is niet zo zwart-wit als het misschien lijkt.’

    Uit onderzoek uit 2019 blijkt dat de afgelopen vijf jaar 6,2 procent van de vrouwen en 4,7 procent van de mannen slachtoffer is geweest van fysiek huiselijk geweld. Dat zijn ruim 747 duizend volwassenen. Het werkelijke aantal is vermoedelijk veel hoger, omdat niet iedereen aangifte durft te doen, en omdat psychisch geweld in dit onderzoek niet is meegenomen.

    Machteloosheid
    ‘Sorry dat ik laat ben, maar ik mocht niet weg’, zegt deelnemer 3. ‘Er is kort voor het weekend iets voorgevallen. Dus ik kreeg de autosleutel niet. Ik moest eerst sorry zeggen. Dan zeg ik sorry, want ik moet weg. Maar het klopt van geen kant.’

    ‘En waar denk jij dat het aan ligt?’, vraagt Hanneke Geurts.

    ‘Nou, niet aan mij’, antwoordt deelnemer 3. Hij struikelt over zijn woorden en schiet vol. ‘Ze vernedert me. Ik ben geen heilige hoor, maar het ligt echt niet alleen aan mij.’

    ‘Wat emotioneert jou nu zo?’

    ‘Ja, wat?’, stamelt hij. ‘De machteloosheid, denk ik. Het gaat steeds een poosje goed en dan… Ik vind het gewoon heel erg allemaal. Ook voor de kinderen. Er gebeuren dingen die ik totaal niet in de hand heb.’

    Acht weken
    De gemeente Eindhoven en de reclassering hebben de Carrouselgroep vijftien jaar geleden opgericht. Niet alleen omdat er weinig hulpaanbod is voor plegers van huiselijk geweld, maar ook omdat vooral mannen niet altijd makkelijk over zichzelf praten, laat staan over privéproblemen. Hier in Eindhoven komen wekelijks zo’n vijf tot acht deelnemers bijeen die ‘bereid zijn en de moed hebben om kritisch naar zichzelf te kijken’, zegt Geurts. Sommigen zijn hier voor het eerst, een ander voor het laatst.

    De naam ‘Carrousel’ slaat op het doorlopende karakter van de groep: de training is 45 weken per jaar op een vaste dag en tijdstip. Alleen de deelnemers rouleren – na de cursusduur van acht weken vertrekt een deelnemer weer, met advies op maat en eventueel een doorverwijzing naar aanvullende hulp. Bij de Carouselgroep zitten dus tegelijkertijd nieuwkomers en deelnemers die voor de derde, zesde of laatste keer zijn.

    ‘Wij gaan in acht bijeenkomsten je problemen niet oplossen’, benadrukt Ruud Bexkens, ‘maar we gaan met jullie kijken: waar zit je invloed, hoe kun je dingen voortaan anders doen?’ De groepstraining is een samenspel tussen de ervaringen van de deelnemers en de kennis en kunde van de trainers. Een probleem wordt besproken en heel praktisch geanalyseerd.

    ‘Je leert hier tegennatuurlijk gedrag’, zegt deelnemer 4, die hier zelfs al voor de negende keer is, omdat hij voor zijn gevoel nog niet klaar was. ‘Als mijn vrouw vraagt hoe mijn dag was, zei ik vroeger: goed. Als zij dan doorvroeg, raakte ik geïrriteerd – hup, ruzie. Tegenwoordig zeg ik: het is nu te druk met de kinderen. Als die straks op bed liggen, vertel ik je hoe mijn dag was, en dan zet ik er ook nog een kop thee bij. Ze merkt dat ik rustiger ben geworden, dat vindt ze heel prettig.’

    Een relatieve nieuwkomer ontdekte voor het eerst, na ‘jaren treiteren door mijn ex’, dat er zoiets als hulp bij het vastgeroeste patroon van huiselijk geweld bestaat. ‘Voor mijn gevoel zwem ik al jaren in de Atlantische Oceaan’, zegt hij, ‘en dit is het eerste eilandje dat ik tegenkom om op te klimmen en even te ademhalen. Ik heb geen verwachtingen van jullie, maar ik merk wel dat ik het fijn vind om te horen dat ik niet de enige ben.’

    Geen wachttijd
    Omdat de training doorlopend wordt gegeven, is er geen wachttijd. Als ergens op zondagavond een geweldsincident is waarvoor de politie wordt gebeld, ‘zit zo’n man hier al op dinsdagavond met een kras in zijn gezicht, een kapotte bril en een huisverbod’, zegt Geurts. ‘De helft van de groep zit in zo’n crisis. Zelfs bij de huisarts kun je niet zo snel terecht. Onze deur staat altijd open.’

    Niet iedereen is hier welkom. Voorafgaand aan de cursus worden de deelnemers gescreend. Reclassering Nederland verzamelt informatie zoals geweldsmeldingen, eventuele informatie van maatschappelijk werk, politie of andere hulpinstanties, en beoordeelt daarna in een persoonlijk gesprek of de kandidaat gemotiveerd is om zijn eigen gedrag onder ogen te zien, want dat is een vereiste. Dat is verrassend vaak het geval. Geurts en Bexkens herinneren zich een deelnemer die overal te boek stond als agressief, hij had meerdere locatieverboden en een fors strafblad. ‘Die meldde zich hier iedere week keurig en zei na afloop tegen ons: jullie zijn een godsgeschenk.’

    De training is niet voor mannen die hun eigen aandeel categorisch ontkennen, niet voor mannen met psychiatrische of verslavingsproblemen en niet voor mannen die de Nederlandse taal niet goed beheersen. Ook moeten ze in of dicht bij de gemeente Eindhoven wonen – die financiert en faciliteert de Carrouselgroep.

    Uit andere delen van Nederland komen vaak vragen over deze unieke mannenhulpgroep, ‘maar niemand heeft ons nog gekopieerd’, zegt Bexkens. Dat is opmerkelijk, omdat de resultaten erg goed zijn. Uit evaluatie van alle deelnemers – ruim vierhonderd sinds de oprichting, zo’n dertig à veertig mannen per jaar – blijkt dat de deelnemers na de cursus gemiddeld 35 procent minder kampen met klachten als agressie, hoofdpijn, stress, slecht slapen of een minderwaardigheidsgevoel. Ruim tweederde van de deelnemers voltooit de hele periode van acht weken. ‘Na drie maanden belt een van ons om te vragen hoe het gaat’, zegt Bexkens, ‘en om na te gaan of de adviezen zijn opgevolgd en of er iets nodig is om terugval te voorkomen. Ze kunnen ons ook altijd bellen – we laten je niet zomaar los.’

    Bron: de Volkskrant >>

    #255247
    Luka
    Moderator

    Erover praten, dat helpt tegen huiselijk geweld, weten deze ervaringsdeskundigen


    De persoonlijkheden van de ouders van Avinash (rechts) botsten voortdurend. Beeld Mounir Raji

    Hoe komen slachtoffers van huiselijk geweld – jaarlijks zo’n 300 duizend – uit hun isolement? Door een ander in vertrouwen te nemen bijvoorbeeld. Vijf portretten van mensen die met succes uit het web van schaamte en angst wisten te breken en daarover vertellen.

    Dankzij zijn neef Dinesh (28, niet zijn echte naam) kan Avinash ­(27, rechts) eindelijk met iemand praten over het geweld bij hem thuis.
    Avinash: ‘Mijn zussen gingen al vroeg uit huis, waardoor ik als tiener ­alleen woonde met mijn ouders. Hun persoonlijkheden botsten voortdurend. Eerst was er veel ruzie en geschreeuw, later gingen ze ook met dingen gooien, en ten slotte ging het over in fysiek geweld. Ik dacht altijd: papa is slecht, want hij slaat mijn moeder. Later merkte ik dat mijn moeder ook heel bot deed tegen m’n vader, terwijl hij juist heel liefdevol was. Hoe ouder ik werd, hoe meer mijn ouders mij gingen betrekken in hun ruzies. Van een druk en open kind werd ik zo steeds stiller. Ik sloot me op in mijn kamer en kon op school heel slecht vrienden maken. Ik wist niet goed wie ik was. Pas in mijn eindexamenjaar kwam ik erachter wat belangrijk was voor mij: ik wilde mijn rijbewijs halen en mijn schooldiploma. Ik was net begonnen aan het centraal schriftelijk, toen zich weer een incident voordeed. Mijn vader wilde zichzelf wat aandoen met een mes, en toen ik het probeerde af te pakken, heb ik mijn eigen vingers doorgesneden. Ik heb daarna lang moeten revalideren.

    Ik ben tot mijn 27ste thuis blijven wonen. In die jaren heb ik hard aan mezelf gewerkt, en me meer opengesteld voor vrienden. Ik realiseerde me dat ik veel te lang de verantwoordelijkheid voor de situatie thuis op me had genomen. Met mijn neef kon ik daar goed over praten. Hij had ongeveer hetzelfde meegemaakt, wij konden bij elkaar klagen, maar ook praten over onze toekomstdromen. Die gesprekken hebben me enorm geholpen om perspectief te zien.’

    Dinesh: ‘We waren rond de 20 toen mijn neef en ik elkaar in vertrouwen namen over onze thuissituatie. Best laat, maar voor mij voelde het als een taboe om erover te praten. Het deed mij goed te merken dat ik niet alleen was. Toen ik thuis woonde, had ik altijd het gevoel dat ik pas naar bed kon als mijn ouders waren gaan slapen, pas dan kon ik met een gerust hart mijn ogen dichtdoen. Dat is een situatie die geen enkel kind zou moeten meemaken. Dus: praat erover, je hoeft je niet schuldig te voelen. Je kunt de problemen juist doorbreken door een ander in vertrouwen te nemen.’

    Remco (39) leerde samen met zijn vrouw ­Rebecca (37) zijn woede te beteugelen.

    Remco met zijn vrouw Rebecca. Beeld Mounir Raji

    Remco: ‘Ik ben altijd driftig geweest. Mijn ouders hebben hulp voor me gezocht. Eerst was ik het daar niet mee eens, maar ik begreep het wel. Toen ik een jaar of 16 was, gebeurde er elke dag wel iets; ik was verbaal agressief en sloeg dingen kapot omdat ik me niet gehoord voelde.

    Ik ging naar een psycholoog, waar ik leerde hoe spanning zich opbouwt. Als je begrijpt hoe dat werkt, kun je er iets tegen doen. Ik heb toen vrij lang geen woedeaanvallen meer gehad. Ondertussen kreeg ik een relatie met ­Rebecca en kregen we kinderen. Op een gegeven moment had ik zoveel op m’n bord, dat ik terugviel in agressie. Ik had weer het idee dat niemand naar me luisterde, en begon me weer agressief te gedragen. Toen ben ik opnieuw bij de GGZ terechtgekomen.

    In de groepstherapie leerde ik dat je ermee bezig moet blijven. Het is iets waar ik altijd aandacht aan moet blijven besteden. Rebecca is gebleven, we hebben een goeie vorm gevonden om te dealen met dit probleem. Ik ben blij dat ze nog naast me staat en dat ik goede dingen heb kunnen laten zien. En dat zij het ook wílde zien.’

    Rebecca: ‘Remco is gewoon een boefje. Ik leerde hem kennen toen ik 21 was. In het begin ging het heel goed, Ik kon erg met hem lachen. Maar na verloop van tijd was ik blij als hij weg was, dat was ook beter voor de kinderen, want als hij thuiskwam wist je niet wat er ging gebeuren. Soms werd hij zo agressief dat de politie moest komen.

    Toen Remco hulp kreeg, kreeg ik het advies om naar een lotgenotengroep te gaan. In het begin dacht ik: van mij hoeft dat niet, al die hysterische wijven met dat gejank, maar het heeft me veel gebracht. Ik herkende dingen, ook uit mijn eigen jeugd. Als meisje was ik altijd bang, en nu bracht ik mijn kinderen in een vergelijkbare situatie.

    Uiteindelijk kreeg ik ook meer inzicht in Remco. Vroeger trok ik een muur op, maar nu doe ik een stapje naar hem en zet hij een stapje naar mij.

    Ik ben trots op Remco, hij moest over een hoge drempel om er überhaupt over te praten. Want hij is die man die zijn vrouw heeft geslagen, nou dan ben je een loser hoor. Dat is toch wat iedereen bij voorbaat denkt? Als ik zie hoe Remco zich inzet, ook voor anderen, dan vind ik dat heel knap van hem.’

    Door huiselijk geweld komt de moeder van Danny (28) om het leven. Hij komt in een liefdevol pleeggezin ­terecht bij Demi (30), Robin (27) en Mick (26).

    Danny werd liefdevol opgenomen in een pleeggezin. Beeld Mounir Raji

    Danny: ‘Mijn moeder was altijd op zoek naar de ware liefde. Die is ze meerdere keren tegengekomen, waarbij ze meerdere keren zwanger raakte en ook weer werd verlaten. Na de verliefdheid was er steeds meer ruzie, uiteindelijk dagelijks – vechten, schreeuwen, elkaar bedreigen. Als je niet beter weet voelt het niet onveilig, maar ik was soms wel bang. Op een nacht ­escaleerde het verschrikkelijk. Van het ene op het andere moment was ik als jochie van 11 alleen op de wereld.

    Ik ging bij mijn tante wonen. Dat leek even een oplossing, maar na verloop van tijd ging dat toch minder goed, omdat we allemaal met hetzelfde verdriet zaten. Een voogd van jeugdzorg zag dat ik steeds kleiner en stiller werd. Hij nam mij mee naar een familie in een dorpje op het platteland, het leek hem goed voor mij om er even uit te zijn. De stad was ik nog nooit uit geweest en ik weet nog precies hoe ik daar de tuin inliep en allemaal ­lachende en spelende kinderen hoorde. Dat waren Robin, Demi, Mick, Joyce, Yara en Richard. Ik voelde voor het eerst een gevoel van geluk, plezier, dat ik niet kende. Daarna heb ik mijn voogd gevraagd of ik niet een tijdje bij die ­familie mocht blijven. Zo kwam ik in een fantastisch gezin terecht, met geweldige, warme, liefdevolle mensen, die mij een nieuw perspectief gaven. Daar ben ik onwijs dankbaar voor. Ik voel nu wat voor impact je op anderen kunt hebben. Ik wil mezelf ook in dienst van anderen stellen; hoe meer waarde je aan anderen meegeeft, hoe waardevoller je wordt als mens.’

    Demi: ‘Onze ouders vertelden: Danny heeft moeilijke dingen meegemaakt, hij komt nu bij ons logeren. In het begin wisten wij niet wat zijn hele verhaal was. Dat kwam later pas.’

    Robin: ‘Ik denk dat wij daar ook niet mee bezig waren. Er kwamen bij ons wel meer kinderen die een tijdje bleven. In ons gezin keken we altijd naar de toekomst, niet naar het verleden.’

    Mick: ‘Natuurlijk boden onze ouders ook ruimte om gevoelens te delen, maar ik denk dat ze vooral de rol op zich namen om hun kinderen en pleegkinderen op te voeden, en ze te leren in het hier en nu te leven en te kijken naar de toekomst.’

    Als Angelique (43) aanklopt bij ­politieagent Eric (64), kan ze los­komen van haar gewelddadige ex.

    Angelique met politieagent Eric. Beeld Mounir Raji

    Angelique: ‘In het begin was hij heel lief en charmant. Ik was 19, het was mijn eerste echte relatie. Hij beloofde me gouden bergen. Ik was vrij beschermd opgevoed en wist niets over cocaïne of alcoholmisbruik. Vrienden waarschuwden me: kijk dan naar zijn ogen. Maar ik zag het niet.

    In de relatie raakte ik steeds verder geïsoleerd. Hij werd steeds dominanter, had allerlei trucjes om mij te laten denken dat ik gek was. Dan verstopte hij mijn ID-kaart bijvoorbeeld en was ik overal aan het zoeken en haalde hij ’m ineens uit mijn tas. Volgens mij ben je hartstikke gek, zei hij dan, hij was gewoon hier. Toen ik voor het eerst zwanger raakte, ging het van manipuleren naar slaan. Hij bleek ook betrokken bij criminele activiteiten, de ­politie viel geregeld bij ons binnen.

    Ik wilde wel weg, maar was bang dat hij de kinderen iets zou aandoen. Hij heeft weleens gedreigd mijn dochter te verdrinken als ik weg zou gaan. Op een dag stormde er weer een arrestatieteam binnen, één van die gemaskerde mannen kwam naar mij toe. ‘Wanneer ga je nou eens bij hem weg?’, vroeg hij. Maar ik durfde gewoon niet.

    Mijn ex bedreigde me ook met een ­pistool. Ik was op een gegeven moment zo moe dat ik dacht: schiet ook maar, dan ben ik overal van af. Het waren de ogen van mijn dochtertjes, die machteloos toekeken bij het geweld, die voor mij het keerpunt vormden. Ik heb lang getwijfeld of ik naar de politie moest gaan, maar uiteindelijk ben ik naar binnen gestapt. Zo leerde ik Eric kennen.

    Hij stelde me gerust en ik putte veel kracht uit zijn hulp. Hij stond van meet af aan voor me klaar. Het was voor mij belangrijk dat ik gehoord werd, en dat Eric erbij bleef in dat hele proces. Ik kon altijd bij hem terecht.’

    Eric: ‘Hij was een echte narcist. Ik heb geprobeerd gesprekken met hem te voeren, maar hij had niet het vermogen naar zichzelf te kijken. Toen zijn we een muur om Angelique heen gaan bouwen. We hebben een veilige plek voor haar geregeld en het contact verbroken. Angelique is een sterk voorbeeld van hoe iemand zich kan ontworstelen uit zo’n situatie; met vallen en opstaan en intens verdriet en angst, maar met veel kracht en doorzettingsvermogen. Ik ben trots op haar, en kom nog regelmatig polsen hoe het gaat.’

    Gebruik het podium om te praten over ­incest, leerde theatermaker Karin ­Bloemen (60) van ­collega Adelheid Roosen (62).

    Karin Bloemen en Adelheid Roosen. Beeld Mounir Raji

    Karin: ‘Mijn stiefvader heeft mij misbruikt van mijn 7de tot mijn 15de. Hij legde de schuld voor zijn gedrag neer bij mij en mijn zusje. Wij waren erop uit, en hij kon de verleiding niet weerstaan.

    In ons gezin was iedereen slachtoffer van die man. Er was psychologisch, ­lichamelijk en seksueel geweld. Het was de hel op aarde. En iedereen was in de ban van hem, mijn zusje is zelfs met hem getrouwd geweest. Toen ik het boek las van Natascha Kampusch (de Oostenrijkse die acht jaar werd opgesloten en misbruikt, red.), waarin zij schrijft over het stockholmsyndroom, waarbij de gegijzelde sympathie krijgt voor de dader, vielen veel dingen op zijn plek. Ik begon mijn moeder en zus te begrijpen. Ik dacht ook altijd dat wij de enigen waren die dit overkwam.

    Uiteindelijk is mijn stiefvader schuldig bevonden. ‘Dit had u niet mogen doen’, zei de rechter. ‘U heeft het fout gedaan.’ Dat zijn de belangrijkste zinnen uit mijn leven. Ik had geen schuld.’

    Adelheid was de eerste die zei: ‘Moet jij niet eens praten met een therapeut, over wat er is gebeurd?’ Zij was ook de eerste die mij een kans gaf om op de bühne, waar ik me sterk voel, één zinnetje te zeggen over kindermisbruik.

    Openheid is het sterkste wapen tegen seksueel misbruik. Praten is het enige wat je kunt doen. Je moet er net zolang over praten totdat het iedereen duidelijk is hoeveel schade misbruik aanricht. Als ik erover praat, laat ik zien dat je eroverheen kunt komen, dat er licht is aan het eind van de tunnel, dat jouw waarde niet wordt bepaald door degene die jou heeft verkracht.’

    Adelheid: ‘Mijn therapeut opende altijd met een ‘intune-moment’. Ze legde haar handen open en dan legde je daar je handen in en sloot je je ogen. Dat was voor mij zo iets liefs, die twee handen die me vasthielden, dat ik in het begin alleen maar huilde. Ik ben verkracht door een achterneef, en kon daar met mijn ouders niet over praten.

    Ik probeerde Karin te verleiden tot openbaarheid. Daar ís dat podium voor! Voor mij is dat bijna een heilige plek, omdat ik denk dat de openbaarheid de genezer is. Hoe moeilijk dat ook is. Toen zij erover begon te praten, ook in haar theatershows, realiseerde ze zich dat ze niet alleen was: er zijn heel veel mensen die deze pijn met zich mee dragen.’

    EXPOSITIE
    De beelden en teksten maken deel uit van de buitenexpositie ‘Wij doorbreken de cirkel van geweld’. Deze is tot 8 december 2020 te bezoeken op het ­Kruisplein in Rotterdam, en is daarna in andere steden te zien. stichtingopenmind.nl/wij

    Bron: de Volkskrant >>

4 berichten aan het bekijken - 26 tot 29 (van in totaal 29)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 12 ▪︎ leden online: 1
Colinda
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.425, reacties: 13.525, leden: 1.288
Scroll Up