Psychose

Tags: 

  • Dit onderwerp bevat 30 reacties, 3 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 21/03/2021 om 13:40 door Luka.
10 berichten aan het bekijken - 21 tot 30 (van in totaal 31)
  • Auteur
    Reacties
  • #244700
    Luka
    Moderator

    We moeten af van het idee dat een psychose alleen maar eng en verdrietig is

    Psychoses vinden veel mensen eng. Jammer, vindt Linde van Schuppen. Zij onderzoekt de verhalen achter en taal van psychoses en vindt het zonde dat we niet meer prijs stellen op de creativiteit en poëzie die eraan verbonden zijn.

    Veel mensen houden schizofrenie graag op afstand, zowel figuurlijk als fysiek. Mensen met psychoses worden een beetje eng gevonden, die moeten maar worden opgenomen, uit het zicht, weg. We lopen meestal met een flinke boog heen om mensen die op straat wanen beleven, die schreeuwen over zaken die we niet begrijpen of willen begrijpen. Hun wanen zijn verhalen die angst inboezemen, omdat we ze niet begrijpen.

    Filosoof en taalkundige Linde van Schuppen doet het anders: voor haar proefschrift aan de Radboud universiteit in Nijmegen bezoekt en interviewt ze mensen die eens of vaker psychoses hebben gehad. Die verhalen schrijft ze uit en analyseert ze. En hoewel ze zeker erkent dat het een ernstig ziektebeeld kan zijn, ziet zij ook de creativiteit van mensen met wanen, de schoonheid van hun verhalen en het verdrietige feit dat er zoveel schaamte met het ziektebeeld gepaard gaat. We vroegen haar te vertellen wat zij van haar onderzoek leerde.

    Stigma
    “Een tijdje terug kwam ik een man tegen bij Westergasfabriek. Hij was in zijn eigen wereld en zei: ‘Moet je kijken hoe mooi die robots dansen’. Hij wees naar een paar metalen destilleervaten. Het is tragisch en prachtig als mensen een eigen wereld creëren.

    Mensen praten heel moeilijk over schizofrenie, het stigma zit in alle hoeken en kiertjes van de ziel. Er is veel schaamte. Mensen te spreken krijgen is dan ook niet makkelijk. De mensen die ik tot nu toe sprak vond ik onder meer via een forum voor mensen met schizofrenie. Je mag daar niet op als je zelf niet de diagnose hebt, dus iemand heeft daar voor mij een oproep geplaatst. Daar reageren sommige mensen dan op. Een groot deel gaat via-via.

    De mensen die ik voor mijn onderzoek heb gesproken zijn tussen de 20 en 70 jaar oud, mensen komen uit alle lagen van de bevolking, zijn van alle etniciteiten. Er zitten mensen tussen die aanhanger waren van de Bhagwan, er zaten extreem creatieve ondernemers tussen, een iemand was fotomodel. Ik heb de meest interessante verhalen gehoord, maar ik wil niet te specifiek zijn, omdat mensen dan te herkenbaar in beeld worden gebracht.

    De creatieve, betekenis genererende component van psychoses zien mensen vaak niet. Mensen die een psychose hebben gehad vergelijken zichzelf vaak met mensen in hun omgeving, broers of zussen bijvoorbeeld. ‘Mijn broer is wél succesvol’, zeggen ze dan. Het stigma zit op veel plekken, ook in het moeilijker kunnen meedraaien met de rest van de maatschappij. Het idee van klassieke succespad belemmert ze soms een verhaal te vertellen dat genuanceerder en soms ook mooier is dan één van vallen, overwinnen, overstijgen. Een meanderend verhaal met allerlei hobbels, afslagen, terugvallen en inzichten.

    Ik spreek de mensen thuis, stel ze vragen over hun levensloop en wat ze voelden en dachten in hun wanen. Soms praat ik een half uur met ze, soms 4 uur lang. Vervolgens schrijf ik de opnames van dat gesprek helemaal uit zodat ik heel specifiek kan kijken naar de woorden en grammaticale constructies die zijn gebruikt, om daaruit te destilleren wat voor perspectieven in hun verhalen terug komen.”

    Gedeelde ervaring
    “Als je een psychose doormaakt, heb je een ervaring die bijna per definitie niet gedeeld is met andere mensen. Je trekt je terug in een eigen wereld. Dat kan erg eenzaam zijn, want hoe praat je over dingen die anderen niet kennen of geloven, maar die voor jou echt zijn? Ervaringen die bovendien niet altijd in de perceptuele hokjes van ‘horen’, ‘ruiken’, ‘voelen’ of ‘zien’ passen. Hoe verwoord je bijvoorbeeld een gevoel van existentiële vervreemding?

    Mijn onderzoek gaat deels over de manier waarop je communiceert over dit soort extreem subjectieve ervaringen. Hoe neem je andermans perspectief mee in een verhaal als je refereert aan dingen die voor jou waarheid zijn, maar die de ander niet meemaakt of gelooft? Hoe wordt er dan bijvoorbeeld gebruik gemaakt van referenties?

    Dit kan je onderzoeken aan de hand van taal, omdat taal per definitie iets is wat alleen tussen mensen kan bestaan. Als ik met jou spreek, haal ik constant dingen aan waarvan ik weet dat die zich in onze gedeelde betekeniswereld bevinden. Als ik over iets wil vertellen waar jij nog niet zoveel vanaf weet, dan moet ik dat bijvoorbeeld eerst introduceren. Daarna kan ik er aan refereren. Op deze manier neem ik constant jouw kennis, vaardigheden en interesses mee in de manier waarop ik spreek.

    In het geval van psychose of schizofrenie ontwikkelen mensen soms een soort privé-taal, met nieuw bedachte woorden of een niet voor anderen te volgen grammatica. Vaak heeft deze taal veel betekenis voor de persoon die het spreekt, maar kunnen de anderen er niet meer bij. Woorden worden samengetrokken en er wordt geassocieerd op klank in plaats van betekenis. Dat interesseert mij enorm omdat het in lijkt te gaan tegen de basale functie van taal als communicatiemiddel. Het lijkt de taal poëtisch te transformeren tot een ‘object’ om naar te kijken: de nadruk ligt in sommige gevallen op de vorm in plaats van de inhoud van de woorden. Ze worden als het ware losgeweekt van de alledaagse praktijk, terwijl dat juist is waar ze normaal hun betekenis uit ontlenen. Het is een creatieve vorm van vervreemding.”

    Verhalen
    “Ik let niet alleen op de taal, maar ook op de verhalen zelf. Het is interessant dat die inhoudelijk gezien vaak thema’s uit de de technologie en cultuur overnemen. Dat is een bekend fenomeen in de psychiatrie: toen de filmprojector net uitgevonden was, gingen wanen over filmprojectors, die bijvoorbeeld beelden lieten zien uit het innerlijk leven van de mens. Mensen hebben het nu bijvoorbeeld over ‘stemmen uit de tv’, of afluisterapparatuur die in hun kies zit, of iPhones. Technologie vervreemd ons soms van ons lichaam, is in zichzelf vervreemdend, dus het is ergens logisch om dat te nemen als component van het narratief van je psychose. Aan een waan zit altijd een culturele component – een psychose wordt vormgegeven aan de hand van wat je kent, de verhalen om je heen. In wanen en psychoses komen ook veel religieuze verhalen en archetypes terug; God, engelen, hogere machten, allerlei spirituele componenten.

    Wat je ook merkt uit verhalen van mensen met psychose-gevoeligheid is dat de relatie met het zelf vaak verstoord is tijdens een psychose. Mensen hebben het gevoel alsof ze oplossen in de wereld, ze kunnen zichzelf niet meer onderscheiden van anderen – identiteiten lopen door elkaar heen en grenzen vervagen of verstarren. Iemand zei een keer tegen mij: ‘ik voel me minder waard dan anderen, omdat jullie in één oogopslag weten wie ik ben, wat ik denk en wat ik heb meegemaakt, maar ik dat niet bij jullie kan’. Je zou dit kunnen zien als een vorm van pathologische openheid – het idee dat je zo open bent dat je niks meer verborgen kunt houden. Dat iedereen je kan zien.

    Wittgenstein trok een parallel tussen de filosoof en de ‘gek’: dat is niet voor niets. Wat in een psychose gebeurt is een soort terugtrekken in abstractie. In veel gevallen, niet alle, is het een zeer theoretische, creatieve stoornis. Ik wil het niet romantiseren, maar ik koop of krijg vaak schilderijtjes, dichtbundels of boeken van de mensen die ik spreek. Als mensen me over hun psychoses vertellen pakken ze er vaak beeldend werk bij, tekeningen, schilderijen. Dan leggen ze uit: ‘deze boot is een symbool voor dit, die kat een symbool voor die emotie’. Deze abstracte, en toch ook beeldende, manier van vertellen raakt aan de kern van wat schizofrenie is: misschien een vreselijke vervreemding van de wereld om je heen, van je eigen lichaam en van anderen. Maar daarin is soms ook schoonheid te vinden.”

    Bron: NPO3 – Brandpunt Plus >>

    #245734
    Luka
    Moderator

    Feit of gelul: mensen met schizofrenie hebben meerdere persoonlijkheden

    Stelling: Mensen met schizofrenie hebben meerdere persoonlijkheden die continu het lichaam van de drager overnemen. Je weet daardoor niet met wie je te maken hebt. Feit, of gelul?

    De conclusie: gelul. En wel hierom.

    Toen Split een paar jaar geleden op het grote doek te zien was schreven meerdere bioscopen, filmkenners en bezoekers dat de film over schizofrenie ging. De hoofdrol, gespeeld door James McAvoy die je misschien kent van de X-Men-films, is namelijk gebaseerd op Billy Milligan (1955-2014). Milligan werd veroordeeld voor drie verkrachtingen en claimde dat zijn 24 persoonlijkheden hiervoor verantwoordelijk waren.

    Milligan had 10 ‘Desirable’-persoonlijkheden. Deze waren vredelievend. De overige persoonlijkheden waren van minder goede aard. Tijdens de rechtszaken wierp Milligan deze 14 ‘kwaadaardige’ persoonlijkheden op als verdediging. Hij claimde dat hij niet voor zichzelf instond wanneer deze personages het voor het zeggen hadden. Uiteindelijk werd Milligan veroordeeld tot meerdere behandelingen in psychiatrische ziekenhuizen in de Verenigde Staten. Hier werd uitgebreid onderzoek gedaan naar zijn 24 persoonlijkheden. Uiteindelijk overleed hij in 2014.

    Gespleten geest
    Wat ik hiermee wil zeggen? Dat schizofrenie vaak verward wordt met dissociatieve persoonlijkheidsstoornis, de diagnose die Milligan uiteindelijk kreeg. Schizofrenie werd voor het eerst gebruikt in 1908 door de Zwitserse psychiater Eugen Bleuler. Het woord is opgebouwd uit de Griekse woorden ‘schizein‘ (splijten) en ‘fren’ (geest). Samengevoegd staat schizofrenie daarom grofweg voor ‘gespleten geest’. In de loop der tijd is hierbij het beeld ontstaan dat mensen met de aandoening hun geest in meerdere typetjes/persoonlijkheden/karakters hebben opgedeeld, maar dat is onzin.

    Bleuler bedoelde namelijk dat er bij mensen met schizofrenie een scheiding is tussen verschillende functies van de geest, zoals het geheugen, denken en waarnemen. Je kunt bijvoorbeeld last hebben (visuele) hallucinaties, paranoïde gedachten en dissociatie. Bij het laatste kom je ‘los’ van jezelf te staan. In de DSM-V wordt schizofrenie dan ook omschreven als een aandoening waarbij psychotische episoden ervoor zorgen dat een patiënt het ‘vermogen om de realiteit te toetsen’ verliest.

    Schizofrenie is zeldzaam
    Oftewel: Bleuler zijn formulering heeft wellicht voor wat verwarring gezorgd. Feit blijft dat de Zwitserse psychiater bedoelde dat de geestelijke vermogens van iemand met schizofrenie gescheiden zijn, niet dat het karakter uit meerdere persoonlijkheden bestaat. Schizofrenie is overigens ontzettend zeldzaam. Slechts 0.5 procent van de Nederlandse bevolking is ermee gediagnosticeerd, of heeft het gehad.

    Bovendien is het belangrijk om te benadrukken dat de DSM-V een boek met richtlijnen is. Mensen denken vaak dat de DSM-V een soort afvinklijst voor psychiaters is om te kijken of iemand een bepaalde aandoening heeft, maar dat is niet waar. De DSM-V kun je beter zien als een bundeling van afspraken over bepaalde ziektebeelden, zodat psychologen, psychiaters en behandelaars enkele hulpmiddelen hebben bij de behandeling van een aandoening.

    Wat is schizofrenie?
    Schizofrenie is dus geen objectieve, vast omschreven ziekte. De criteria veranderen bij iedere editie van het handboek, dus dat kan ook niet. Zo werd schizofrenie tot 2013 omschreven aan de hand van onderdelen. Je had het gedesorganiseerde, katatone, chronische, paranoïde en ongedifferentieerde type. Inmiddels is deze onderverdeling geschrapt en spreken we over het schizofreniespectrum. De symptomen variëren dus in ernstigheid, aantal en/of duur. Of, in gewoon Nederlands, je kunt een beetje schizofreen zijn (op een bepaald moment), maar er ook veel meer last van hebben.

    Over feit of gelul
    In de serie feit of gelul bevestigen of ontkrachten we vooroordelen van mentale aandoeningen. Eerder legden we de veronderstelde relatie tussen borderline en liegen op de snijtafel.

    Bron: Commen >>

    #247644
    Luka
    Moderator

    Wat is de relatie tussen trauma en psychose? – Psycholoog David van den Berg

    ‘We moeten mensen met een psychose gaan vragen: wat is er met je gebeurd?’ zegt psycholoog David van den Berg. Zijn onderzoek toont aan dat wie een ernstig trauma meemaakt, drie keer zoveel kans heeft op een psychose.
    Voor die trauma’s kun je therapie toepassen, die de psychotische symptomen vaak drastisch vermindert.

    #249689
    Luka
    Moderator

    Nabij zijn tijdens crisis – niet bang zijn voor de botsing

    Nabij zijn tijdens een psychotische crisissituatie is een bijna onmogelijke opdracht voor naasten en professionals. Toch kan het wel! Jeroen Zwaal heeft zelf ervaren dat nabij zijn een krachtig middel is om iemand tijdens een psychose te ondersteunen.

    Wie in de war is, vertoont ingewikkeld gedrag. Zo was ik in mijn psychose niet te volgen en werd mijn grensoverschrijdend gedrag natuurlijk afgekeurd.

    Dat er rouw en trauma onder verborgen zat? Dat werd niet gezien. De spanning van angst en boosheid die ik met me meedroeg kwam er ongecontroleerd en explosief uit. Normaalgesproken is het verstandig om bij explosiegevaar afstand te houden.

    Tegelijkertijd heeft iemand tijdens een psychose juist het nabij zijn nodig
    Mensen om je heen betekent in het gunstigste geval: houvast, begrip, geruststelling. Maar ook: duidelijke sturing, regie overnemen en veiligheid bieden. Voor iemand met veel verwarring en onderliggende angst is dat zo nodig.

    In zo’n crisis is nabij zijn ontzettend lastig. Voor beide partijen: zowel voor de persoon in verwarring, als voor de mensen eromheen.

    Zo weigerde ik steevast medicatie in te nemen. Ik wilde niet meewerken, omdat ik mezelf meer vertrouwde dan alles om me heen. Dat die ‘zelf’ totaal van de kaart was, had diezelfde zelf niet in de gaten. Of voelde ik richting mij een gebrek aan vertrouwen en kaatste ik dat gedrag ook terug?

    In ieder geval was ik in mijn leven tijdelijk een bestuurder geworden die als het ware blind door het verkeer reed, zonder het stuur over te laten nemen. Het stuur zelf, was de enige houvast die ik nog had. Dat loslaten? No way!

    Hoe ga je daar als naaste mee om? Als bijrijder? Hoe kan je rustig meesturen, terwijl je zelf de ene botsing na de andere voor je ogen ziet gebeuren? Dat is bijna onmogelijk.

    Hoe ga je er als professional mee om? Wanneer de auto stilgevallen is tegen boom, sleur je dan pas zo’n psychotische chauffeur met veel geweld uit de auto? De weg versperren? Is dat de manier?

    Of laat je iemand gewoon links liggen in plaats van nabij zijn?
    De huidige manier van omgaan met verward gedrag is de wetgeving dat we een verward iemand (kort door de bocht gezegd) ‘zijn gang laten gaan’, in afwachting tot er een ernstige botsing dreigt met gevaar voor zichzelf of de samenleving. Dan pas is noodzakelijk ingrijpen toegestaan.

    Psychotisch gedrag is te sussen. Het is dichtbij de verwarde ander komen. Op een rustige en krachtige manier. Zodoende wordt er geen extra spanning toegevoegd aan de situatie, maar ruimte. Hoe eerder van deze verwarrende weg gehaald worden, hoe beter.

    Vervolgens kan er binnen deze nabijheid subtiel gewerkt worden aan een gedeelde werkelijkheid en wederzijds vertrouwen.

    Ga samen ervaren wat er te ervaren is. Sta voor elkaar open, ook voor het vreemde gedrag. Durf vertrouwen te geven en wees niet bang voor eventuele botsingen. En wie er wel bang voor is. Ook oké, dan is het goed om wat afstand te nemen.

    Stel dan iemand anders aan om deze ingewikkelde taak op zich te nemen
    Goed om te weten: de meegenomen spanning en energie van iemand die in de war is heeft in mijn optiek een belangrijke functie: De verwarring en de spanning heeft niet als doel om te botsen. Nee, de crisis heeft als functie om een opgebouwde beweging van wellicht vele jaren tot halt te brengen en te zorgen dat iemand ervoor kiest om een andere gezondere richting op te gaan in het leven.

    Frontale botsingen ontstaan pas als we met zijn allen geen raad weten met deze verhoogde spanning. Als verward en stuurloos gedrag er niet mag zijn.

    Ergens in dit proces is er een goede deal te sluiten. Dit kan in het moment dat de persoon in crisis voldoende vertrouwen heeft om te besluiten: ‘oké, ik geef mijn stuur weg en ik laat me leiden, voor zolang het nodig is’.

    We kunnen naar dit moment toewerken en deze gedeelde regie van ‘samen aan het stuur zitten’ bereiken
    Simpel gezegd: wanneer we met veel geduld en intuïtie door het ingewikkelde gedrag heen weten te kijken en de mens zien in nood.

    ‘Als de nood het hoogst is, is de redding nabij.’

    Een mooie spreuk waar redding de actie is en het laatste woord de rustige wijze waarop we er voor de ander kunnen zijn: ‘nabij’

    Bron: Psychosenet.NL >>

    #252274
    Luka
    Moderator

    Leren leven met de stemmen in je hoofd: ‘Stil worden ze toch niet’

    Stemmen in het hoofd worden van oudsher gedempt met medicatie. De laatste jaren ontstaat steeds meer ruimte voor behandelingen op die erop gericht zijn om met stemmen te leren leven. ‘Ik voelde me eindelijk begrepen.’

    Op een avond, toen ze tien jaar was, lag Manon net in bed toen er iets raars gebeurde. Ze hoorde tumult op straat, pal voor haar slaapkamerraam. Een groep mensen stond buiten te discussiëren. Wat ze precies zeiden, kon Manon niet verstaan. Ze schoof haar gordijnen open en keek uit het raam, maar ze zag niemand. Ze ging weer liggen, verward. Het gezelschap klonk steeds rumoeriger, ze schreeuwden zelfs. Manon keek nog eens, maar er was niemand te zien. ‘Ik werd bang. Ik dacht dat ik gek werd.’

    Ze ging niet naar haar ouders, die hadden het druk met haar broer, dacht ze. Er speelden dingen thuis die voor Manon (inmiddels 19 jaar) traumatisch zouden blijken en waar ze nu liever niet over praat. Ze bleef stil in bed liggen.

    STEMMENPOLIKLINIEK
    Manon staat niet alleen in deze ervaring. Zo’n zeven procent van de Nederlandse bevolking hoort stemmen die voor anderen niet hoorbaar zijn. Ruwweg de helft heeft daar weinig last van, maar voor anderen gaan de stemmen gepaard met angsten, somberheid en psychose.

    De laatste jaren is er een kentering te zien in de aanpak van stemmen horen. Meer dan op het laten verdwijnen van stemmen met ingrijpende medicatie, is de nadruk komen te liggen op leren leven met stemmen. Via apps en cursussen leren mensen hun stemmen te temmen. Met succes.

    ‘Veel patiënten slagen erin prettig en betekenisvol te leven met hun stemmen.’

    ‘Toen ik ruim twintig jaar geleden begon in de psychiatrie, was een eerste psychose een opmaat naar een leven binnen de muren van een instelling, waar behandeling vooral bestond uit het voorschrijven van antipsychotica,’ zegt Ingrid Tewelde, psycholoog bij de Stemmenpolikliniek van het Universitair Centrum Psychiatrie in Groningen. ‘Nu slagen veel patiënten erin prettig en betekenisvol te leven met hun stemmen.’

    Maar helaas bereikt die verbeterde zorg lang niet iedereen.

    PERSPECTIEF BIJ STEMMEN HOREN
    In 2014 interviewde antropoloog Tanya Luhrmann van Stanford University zestig mensen met een psychose over het horen van stemmen. Twintig van hen woonden in de VS, twintig in India en nog eens twintig in Ghana. Wat bleek: de aard van de stemmen hing samen met de plek waar de stemmenhoorder woonde. Mensen in de VS hoorden vaak vreselijke dingen. De opdracht ‘om mensen te martelen. Hun een oog uit te steken met een vork, of hun hoofd af te hakken en hun bloed te drinken, echt vieze dingen,’ zoals een Amerikaanse stemmenhoorder het verwoorde.

    In Ghana klonken stemmen vaak als goddelijke interventie. ‘Ze vertellen me om het goede te doen.’

    Mensen in India en Ghana daarentegen, kregen vriendelijker boodschappen te horen. In Ghana klonken stemmen vaak als goddelijke interventie. ‘Ze vertellen me om het goede te doen,’ aldus een Ghanese stemmenhoorder, ‘als ik deze stemmen niet had, was ik al lang dood geweest.’

    Mensen in India hoorden veelal stemmen van al dan niet overleden familieleden. ‘Ze spreken zoals oudere mensen die jongeren van advies voorzien,’ zei een Indiase deelnemer.

    Het onderzoek laat zien dat er ruimte zit in hoe mensen hun stemmen ervaren. ‘De manier waarop mensen aandacht aan hun stemmen besteden, bepaalt wat de stemmen zeggen,’ aldus Luhrmann in een bericht van Stanford University.

    Dat biedt perspectief voor zorg aan stemmenhoorders in het Westen, stelt Luhrmann: ‘De harde, gewelddadige stemmen die zo algemeen zijn in het Westen, zijn wellicht geen onontkoombaar kenmerk van schizofrenie.’

    CONTINU ONVEILIG
    Voor Manon was stemmen horen aanvankelijk vooral bevreemdend, vertelt ze op haar naar wasmiddel ruikende kamertje in een Groningse zorginstelling waar ze oefent met zelfstandig wonen. Spongebob siert het naambordje naast haar deur op de jeugdherbergachtige gang. ‘Als ik me verdrietig voel, kijk ik Spongebob. Dan vergeet ik verder alles.’

    Ze zit in een scoutinghoodie op haar eenpersoonsbed, een trits oorknopjes flankeert een vriendelijk, bedachtzaam gezicht. Naast haar staan een elektrische piano en gitaar, op een laag tafeltje slingeren rokersparafernalia. ‘De eerste jaren zeiden mijn stemmen ook weleens leuke dingen,’ vertelt Manon. ‘Als ik goed had geslapen en lekker in mijn vel zat. Ze hadden bijvoorbeeld commentaar op de aanbiedingen van de supermarkt.’

    ‘Kijk nou, die boter! Zo goedkoop, die kun je niet laten liggen,’ hoorde ze dan. ‘Nee joh, wat een flut-aanbieding.’

    In groep acht had ze een leraar die zich bekommerde om een klasgenootje dat werd gepest. Dat wekte Manons vertrouwen. Op een vrijdagmiddag treuzelde ze bij het opruimen van haar laatje, tot ze alleen met hem was. ‘Ik hoopte dat hij zou vragen: “Manon, gaat het wel?”’ Maar die vraag kwam nooit. Zelf begon ze er niet over, omdat de stemmen in haar hoofd haar verboden over hen te praten. Manon hield zich zes jaar aan dat pact.

    ‘Ik volgde de bevelen op in de hoop dat de stemmen zich koest zouden houden. Maar ze hielden nooit op.’

    Ze kwam tot weinig. Sinds haar zesde speelt ze piano. Het liefst Rachmaninov, Liszt en Chopin. Maar met het tumult in haar hoofd kon ze zich nog geen vijf minuten op haar oefeningen concentreren. Ook school ging steeds moeilijker. Voor Manon waren de stemmen in haar hoofd niet te onderscheiden van stemmen in de buitenwereld. ‘Aan de ene kant voelde ik me eenzaam omdat niemand wist van mijn stemmen. En tegelijk had ik geen privacy, geen geheimen. Mijn stemmen luisterden mee bij alles wat ik dacht en daarom voelde ik me continu onveilig.’

    Naarmate ze ouder werd, doorstond Manon meer ervaringen die zich als trauma’s in haar geest nestelden, veelal in relatie met opnames in de jeugd-ggz. Ze kwam hardhandig in contact met de politie nadat ze uit een instelling wegliep, werd seksueel misbruikt en kreeg onder dwang medicatie ingespoten in een separeercel. De vriendelijke stemmen verdwenen. Wat overbleef waren stemmen die zich dag in, dag uit lieten horen. Haar kleineerden, beledigden en haar verontrustende opdrachten gaven. Stemmen die haar opdroegen haar sleutels in het water te gooien, op de snelweg haar portier te openen en die haar instrueerden hoe ze een einde aan haar leven zou moeten maken. Manon sneed in haar polsen, verbrandde haar huid en deed meerdere pogingen tot zelfdoding. ‘Ik volgde de bevelen op in de hoop dat de stemmen zich koest zouden houden. Maar ze hielden nooit op.’

    De enige manier om de stemmen te kalmeren, was zichzelf te verdoven. Alcohol en wiet boden tijdelijk respijt van het gruwelijke commentaar in haar hoofd.

    INTERNATIONALE STEMMENBEWEGING
    Sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Peter Oud helpt mensen als Manon. Zelf hoorde hij zo’n vijftien jaar stemmen, maar die waren van geheel andere orde. ‘Pas op het kinderzitje,’ klonk het ineens toen hij jaren geleden een fietstochtje maakte met zijn dochter in het voorstoeltje. Het volgende moment schoot het stoeltje los, maar dankzij de waarschuwing wist Oud een val van zijn kind te voorkomen.

    ‘In de reguliere ggz zijn ze vooral gericht op het medicinaal doen verdwijnen van stemmen.’

    Oud is voorzitter van stemmenhoordersvereniging Stichting Weerklank, onderdeel van een wereldwijde beweging van stemmenhoorders die menen dat het horen van stemmen in de reguliere ggz gestigmatiseerd en geproblematiseerd wordt. ‘Daar zien ze stemmen als symptoom van een psychose. Ze kijken niet naar de karakteristieken, voorgeschiedenis en inhoud van die stemmen, maar zijn vooral gericht op het medicinaal doen verdwijnen ervan.’

    In lokale stemmenhoordersgroepen is een netwerk van lotgenotencontact ontstaan en stemmenhoorders laten van zich horen op wereldcongressen, waar ook naasten en wetenschappers komen.

    Oud coacht stemmenhoorders in het leren begrijpen van en leven met hun stemmen. Hij gebruikt daarbij het ‘Maastrichtse interview’, ontwikkeld door emeritus hoogleraar psychiatrie Marius Romme en journalist Sandra Escher, een stel dat op handen wordt gedragen door de internationale stemmenbeweging. Door stemmenhoorders via een vast stramien te bevragen over hun persoonlijke geschiedenis en het ontstaan en de aard van de stemmen, probeert Oud de betekenis van stemmen in iemands leven te construeren en inzichtelijk te maken voor zijn cliënt.

    VECHTSCHEIDING
    Oud schetst hoe dat kan werken aan de hand van een drieëndertigjarige cliënt, ‘Simon’. Simon hoorde continu een vervelende, scheldende mannenstem, een grillige vrouwenstem die de mannelijke stem vaak volgde en de stem van een jonge jongen, die soms ruziede met de vrouwenstem.

    Oud en Simon herleidden de oorsprong van de stemmen naar de vechtscheiding tussen Simons ouders toen hij een jaar of twaalf was. Oud: ‘Simon herinnerde zich daar weinig van en bestempelde zijn jeugd als “prettig, niets bijzonders”. Dat kon haast niet kloppen. Op zijn twaalfde werd hij bij zijn moeder weggehaald en het contact met haar herstelde pas toen hij zestien was.

    Door goed naar de stemmen en zijn levensgeschiedenis te kijken, constateerden we dat de dominante mannenstem die van zijn vader moest zijn, de vrouwenstem van zijn moeder en de jongensstem die van hemzelf, ten tijde van de scheiding. We kwamen tot het inzicht dat Simon nooit had geleerd met zijn emoties om te gaan op andere manieren dan met drank en drugs. Dat kan hij nu proberen te leren door met familie, in stemmenhoordersgroepen of in individuele therapie over zijn ervaringen en stemmen te praten.’

    DE EMANCIPATIE VAN STEMMENHOORDERS
    Parallel aan, of dankzij, de emancipatie van stemmenhoorders is ook in de reguliere ggz doorgedrongen dat het anders kan. In de afgelopen twintig jaar is het begrip van herstel voor mensen met psychose gekanteld, ziet Stynke Castelein, hoogleraar herstelbevordering bij ernstige psychische aandoeningen aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoofd onderzoek bij ggz-instelling Lentis. ‘Twintig jaar geleden kregen mensen de boodschap: je hebt schizofrenie, dat is een ernstige psychische aandoening, je krijgt medicatie en je moet het rustig aan doen, werk en andere activiteiten op een laag pitje zetten, niet te veel stress en emoties.’

    ‘Nu is de inzet van medicatie zo kort en laag mogelijk en helpen we de patiënt vanaf dag één actief te blijven.’

    Maar met het verminderen van stemmen of wanen kan de medicatie emoties afvlakken en leiden tot vermoeidheid, traagheid, gewichtstoename en seksuele problemen. ‘Nu is de inzet van medicatie zo kort en laag mogelijk en helpen we de patiënt vanaf dag één actief te blijven. Blijven studeren, werken, zelfstandig wonen, ondersteund waar nodig.’

    Die verandering werpt zijn vruchten af. Het percentage mensen dat een einde aan zijn leven maakt in de zeven jaar na een eerste psychotische ervaring, is de afgelopen vijfentwintig jaar spectaculair gedaald, van 11 naar 2,4 procent. En ook op positievere, zachtere maten als voldoening of levenskwaliteit ziet het er nu een stuk beter uit dan aan het eind van de vorige eeuw. Dat beeld spreekt althans uit een analyse van Castelein die momenteel bij vakbladen ligt voor kritische tegenlezing door collega-wetenschappers.

    DESTRUCTIEVE GEDACHTENPATRONEN
    Hand in hand met het terugdringen van medicijngebruik is er meer bewustzijn dat mensen die last hebben van hun stemmen baat kunnen hebben bij psychotherapie. Vooral cognitieve gedragstherapie en traumatherapie blijken zinvol.

    Na langdurige omzwervingen in de ggz belandde Manon bij de stemmenpoli van het UMCG voor cognitieve gedragstherapie. Daar sprak ze anderhalf jaar lang wekelijks met therapeut Ingrid Tewelde over haar stemmen. Wat zeggen ze? Hoe klinken ze? Wat doet het met je? ‘Ik voelde me daar eindelijk gehoord en begrepen.’

    ‘Ik kan nu denken: hé, ik hoor een nare stem, wat vervelend, in plaats van aan te nemen dat ik waardeloos ben.’

    Cognitieve gedragstherapie beoogt destructieve gedachtenpatronen rondom het stemmen horen te doorbreken, vanuit het idee dat daarmee de emotionele last afneemt. Manon leerde G-schema’s maken: gebeurtenis, gedachte, gevoel, gedrag en gevolg analyseren. ‘Bijvoorbeeld: een stem zegt dat ik mezelf moet doden. Dat roept bij mij de gedachte op dat ik niets waard ben. Daardoor voel ik me verdrietig en besluit ik inderdaad een poging tot zelfdoding te doen. Het gevolg is dat ik naar het ziekenhuis moet.’

    Manon kan niet meer precies reproduceren hoe ze deze treurige spiraal kan kantelen. ‘Gek, want het heeft me wel geholpen. Oh ja,’ schiet het haar te binnen. ‘Als een stem zegt dat ik mezelf moet doden of verwonden, kan ik denken: hé, ik hoor een nare stem, wat vervelend, in plaats van aan te nemen dat ik waardeloos ben.’

    TEMSTEM-APP
    In haar therapie leerde Manon dat stemmen horen samenhangt met activiteit van de spraakgebieden in het brein: Broca en Wernicke, ze wijst ze aan op een plaatje in een klapper die ze van Tewelde kreeg.

    Manon ervoer dat ze haar stemmen kan temmen door met talige dingen bezig te zijn. Ze pakt haar telefoon en opent de Temstem-app. Ze krijgt twee rijen woorden te zien en de opdracht die woorden aan elkaar te koppelen. Tanden-stoker, gala-jurk. ‘Het duurt een half uurtje om alle woorden te verbinden. Soms zijn de stemmen tot rust gekomen tegen de tijd dat ik klaar ben, maar op slechte dagen niet. Dan loop ik naar beneden en vraag ik een extra dosis antipsychotica.’

    ’s Avonds zijn Manons stemmen het heftigst. Om dan toch in slaap te komen, luistert ze naar muziek. Nederlandstalige liedjes waar ze de tekst van kent, zodat ze in haar hoofd mee kan zingen tot de slaap haar overmant.

    ‘Ik weet nu dat het niet uitmaakt of ik mijn stemmen gehoorzaam. Uiteindelijk kunnen ze me niets maken.’

    Naarmate Manon meer controle kreeg over haar stemmen, ging ze zich beter voelen. ‘Ik weet nu dat het niet uitmaakt of ik mijn stemmen gehoorzaam. Stil worden ze toch niet en uiteindelijk kunnen ze me niets maken.’ De trucjes die ze heeft ontwikkeld bieden vrijheid. ‘Ik ben de baas, ik kan de stemmen wegmaken als ik wil.’

    TRAUMATHERAPIE BIJ MENSEN MET PSYCHOSE
    Psycholoog Tewelde werkt op een specialistische poli en heeft zich toegelegd op cognitieve gedragstherapie voor mensen met psychoses. Ze merkt dat minder gespecialiseerde collega’s huiverig zijn om die groep te behandelen.

    Bij traumatherapie speelt iets vergelijkbaars. Zeventig procent van de stemmenhoorders blijkt een of meerdere traumatische ervaringen te hebben doorstaan: seksueel misbruik, pesten of emotionele verwaarlozing in het gezin. Traumatherapie bij mensen met psychose bleek ongekend effectief. Toch is er veel terughoudendheid, angst om met stemmenhoorders over die trauma’s te praten met het idee dat dat wanen kan versterken of mensen instabiel maakt. Driekwart van de in totaal bijna honderdduizend patiënten met een psychose krijgt geen trauma- of cognitieve gedragstherapie, zo bracht de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën vorig jaar in kaart. Zonde, stelt Castelein: ‘Als je mensen die therapieën onthoudt, onthoud je hen goede zorg.’

    MEDICATIE DIE AANSLAAT
    Nu Manon haar stemmen heeft leren hanteren, maakt ze zich klaar om drie maanden opgenomen te worden voor traumatherapie. Ze is gestopt met drinken, met snijden en met branden, heeft haar dosis van kalmeringsmiddel oxazepam terug weten te schroeven van 100 mg naar 2,5 en ruim een jaar geoefend met zelfstandig wonen. Ze staat stevig in haar schoenen, maar ze ziet er als een huis tegenop. ‘Traumatherapie betekent dat ik aan een vreemde tot in detail moet vertellen wat ik heb meegemaakt, ook over het seksueel misbruik. Dat lijkt me vreselijk.’

    Toen ze wakker werd, was het stil, voor het eerst in acht jaar. ‘Ik kon het niet geloven.’

    Toch wil ze het. ‘Ik ben tijdens de therapie gaan inzien dat mijn stemmen zijn ontstaan door trauma, dus als ik die trauma’s aanpak, denk ik ook dat ze weer zullen verdwijnen. Misschien kan ik dan zelfs zonder medicatie.’

    Maar voor nu is ze blij dat ze medicatie heeft die aanslaat. Vorig jaar kreeg ze een spuit in haar bil met een nieuw antipsychoticum. Toen ze de volgende ochtend wakker werd, was het stil, voor het eerst in acht jaar. ‘Ik kon het niet geloven. Ze zullen zo wel beginnen, dacht ik steeds. Maar ze begonnen niet. Ik ben naar buiten gegaan en heb twee uur lang gewandeld. In m’n eentje. Voor het eerst was er rust in mijn hoofd, ik kon de wereld ongestoord in me opnemen. Het was fantastisch.’

    FIJN OM IETS TE DOEN
    De stilte betekende dat er ruimte ontstond. Ze kreeg behoefte om iets te doen. Manon gaat nu twee keer per week naar dagbesteding. Op maandag poëzie en op donderdag creatief bezig zijn. ‘De een na jongste deelnemer is twee keer zo oud als ik, maar dat maakt me niet uit, ik vind het fijn om iets te doen te hebben.’

    Eens in de maand krijgt Manon het antipsychoticum toegediend. Het grootste deel van de maand zijn haar stemmen weg. Alleen de laatste paar dagen voor een nieuwe dosis steken ze de kop op. Manon kan zich weer concentreren op haar pianolessen. Eerder dit jaar speelde ze Chopin, ‘Nocturne opus 9 #2’, bij een uitvoering. ‘Voor ik begon trilden mijn handen van de zenuwen, maar toen ik klaar was, kreeg ik een groot applaus. Ik maakte een buiging, mijn docente gaf me een schouderklopje en ik voelde dat ze trots was.’

    Er borrelen ook plannen op voor de verdere toekomst. Over een jaar wil ze beginnen met een mbo-opleiding tot zorgverlener. ‘Ik ken de materie niet alleen uit een boekje, maar ook uit het echte leven. Ik weet wat het betekende toen verpleegkundige Brit bij mij op de kamer bleef toen ik een poging (tot zelfdoding, MB) had gedaan en iedereen in de instelling daar boos over was. We speelden de hele avond Skipbo en ze is bij me blijven zitten tot ik in slaap viel. Zij liet mij voelen dat ik niet alleen was en ik wil zoiets ook voor anderen kunnen betekenen.’

    Bron: VN.nl >>

    #252802
    Luka
    Moderator

    Vaak een psychose en opvallend veel buitenlanders: de feiten over gedwongen opnames

    Jaarlijks worden duizenden mensen met psychiatrische problemen voor korte tijd gedwongen opgenomen omdat ze een acuut gevaar voor zichzelf of anderen vormen. De politiek debatteert over hen, de media schrijven over deze mensen. Maar wie zijn het? De Volkskrant zocht het uit.

    Het is vrijdagavond half twaalf als bij burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen de telefoon naast zijn bed afgaat. ‘Ik lag op bed, nog even wat te lezen’, zegt Bruls. Hij hoort al aan de toon wie hij aan de lijn heeft. ‘Een psychiater van de crisisdienst. Die praten altijd heel gedragen. Nooit vrolijk. Dat is ook terecht.’ De burgemeester let goed op wat de psychiater hem vertelt over de patiënt over wie hij na dit gesprek moet beslissen. Met een simpele druk op de knop zal hij dan besluiten over diens vrijheid.

    De psychiater belt de burgervader uit zijn bed voor een inbewaringstelling (IBS). Met zo’n IBS – sinds 1 januari heet het een crisismaatregel – kunnen personen die door een stoornis een acuut gevaar voor zichzelf of anderen vormen, per direct voor drie dagen worden opgenomen in een psychiatrische instelling. Dat gaat zonder tussenkomst van de rechter. Het is een vergaand middel dat alleen in de ernstigste gevallen wordt ingezet.

    Flinke toename acuut gedwongen opnamen psychiatrie, expertswijzen naar ‘kapotte wet’ 
    Het aantal acute gedwongen opnamen in de ggz is in de eerste helft van 2020 flink gestegen. Dat komt niet door de coronacrisis maar door een ‘kapotte wet’, stellen psychiaters. Volgens hen wordt de noodmaatregel te vaak verkeerd ingezet.

    Als de psychiater is uitgesproken, opent Bruls zijn laptop om het dossier te bekijken. Het psychiatrische oordeel laat hij over aan de ‘witte jassen’, zoals hij de psychiaters van het crisisteam noemt. Maar uiteindelijk is hij het die op de knop drukt: ja/nee. Die taak neemt hij niet licht op. Daarom leest hij ook altijd het dossier van de patiënt. ‘Je moet besluiten dat er iemand nú – gedwongen – uit de samenleving wordt gehaald.’ Wie haalt de burgemeester eigenlijk van straat?

    Geregeld krijgen burgemeester Bruls of zijn collega’s elders in het land te maken met ernstige meldingen. Die krijgen veel media-aandacht. In Nederland wordt zo’n 9 duizend keer per jaar een gedwongen opname opgelegd. Dat aantal steeg de afgelopen jaren licht, in de eerste helft van 2020 werd zo’n 5000 keer iemand acuut opgenomen. Ongeveer eenderde van de inbewaringstellingen wordt uitgevoerd in de tien grootste gemeenten.

    Er is maar weinig bekend over de groep die een acute dwangmaatregel krijgt opgelegd. Wie zijn de personen op wie deze uiterste maatregel moet worden toegepast? De Volkskrant verzamelde gedetailleerde gegevens over inbewaringstellingen in de tien grootste gemeenten van Nederland, tussen 2013 en 2018. Op basis van die gegevens kunnen vier conclusies worden getrokken.

    1. Vaak al eerder gedwongen opgenomen
    Burgemeester Bruls ziet geregeld dezelfde namen terug als hij op de ja/nee-knop moet drukken. Hij kan het vaak niet laten een opmerking te schrijven. ‘Kan er voor die IBS’er niet een wat systematischer aanpak komen?’ Die terugkeerders staan ook wel bekend als ‘draaideur-IBS’ers’, zegt Niels Mulder, hoogleraar openbare geestelijke gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Als iemand eenmaal een inbewaringstelling heeft gehad, is het risico dat het opnieuw gebeurt groter. Heel cru gezegd besluiten ze dan sneller: laten we het maar weer doen.’

    Meer dan de helft van de mensen die een IBS krijgt opgelegd, bevindt zich zelfs al binnen de muren van de psychiatrische zorg. De maatregel is soms de enige manier om iemand onmiddellijk veilig binnen een instelling te houden. Zonder een rechterlijke machtiging staat het zelfs personen met een hevig ziektebeeld in principe vrij om te vertrekken. ‘Als er dan acuut gevaar is, zou het nalatig zijn het niet te doen’, zegt Harm Gijsman, programmadirecteur acute zorg van GGZ-organisatie Pro Persona in Nijmegen.

    Langdurig gedwongen opname zou soms beter zijn, maar daarvoor is rechterlijke toestemming nodig. Gijsman: ‘Het aanvragen van een rechterlijke machtiging duurt al gauw een paar weken.’ Zo’n opname geniet ook niet de voorkeur, zegt Bauke Koekkoek, lector onbegrepen gedrag aan onder meer de Politieacademie en zelf verpleegkundige in een crisisteam. ‘Iemand kan bijvoorbeeld een paar dagen per jaar heel slecht functioneren. Dan ben je met een tijdelijke maatregel een stuk beter af.

    2. Vooral psychose als diagnose
    In bijna dan de helft van de gevallen is een psychose de reden van directe opname. Dat is logisch, zegt Koekkoek. ‘Bij een psychose ervaar je dingen op een andere manier dan de rest van de wereld. Als zo’n wereldbeeld heel krachtig is, wil je niet gecorrigeerd worden.’ Patiënten kunnen stemmen horen die opdragen zelfmoord te plegen. Alleen dwangopvang helpt dan.

    De beoordeling van de patiënt vindt vaak plaats in een politiecel of een speciale crisisbeoordelingskamer. De verschillen tussen patiënten zijn groot. Soms kunnen de psychiaters alleen via het luikje van een celdeur met ze praten. Het komt voor dat er geen gesprek meer mogelijk is. ‘Dan komt er alleen maar spuug uit het luikje’, zegt Gijsman.

    De kunst voor de psychiater is dan om zo veel mogelijk contact te zoeken met de patiënt en vrienden of familie. Je moet proberen de mensen te spreken die de patiënt goed kennen, zegt Koekkoek. ‘Wat speelt hier nou precies? Moeten we misschien even wachten tot het over is?’ Belangrijke informatie, want het oordeel dat daarop volgt, is allesbepalend.

    Elke opname maakt indruk, maar soms blijft er een rondspoken in het geheugen van psychiaters. Zoals die ene keer dat Niels Mulder – naast hoogleraar ook psychiater van de crisisdienst van Parnassiagroep in Rotterdam – een net bevallen moeder van haar kind moest scheiden. Ze was in een psychose geraakt, wilde zich van het leven beroven. ‘Zoiets is heel heftig, en triest ook.’

    Naast psychoses worden ook ernstige stemmingstoornissen en dementie als diagnose gesteld. Bij een stemmingstoornis is vaak sprake van een manie. ‘Iemand kan zich dan bijvoorbeeld euforisch voelen’, zegt Bauke Koekkoek. In extreme vorm kan dat gevaarlijk zijn. ‘Maar van een stemmingsstoornis is ook sprake als iemand in een diepe depressie zit.’ In sommige gevallen is dan een IBS nodig, bijvoorbeeld als het risico op zelfmoord groot is.

    De schrijnendste situaties die psychiaters tegenkomen zijn gedwongen opnames vanwege dementie. Het merendeel daarvan gaat via een reguliere en minder ingrijpende procedure, maar soms gaat er ineens iets mis. ‘Iemand laat het gas aanstaan of bedreigt plotseling een ander’, zegt hoogleraar Mulder. Als er dan geen bedden voorhanden zijn in verpleeghuizen kan een demente oudere tijdelijk op een psychiatrische afdeling komen. Met zulke gevallen heeft Mulder vaak moeite. ‘Je haalt iemand uit huis, wetende dat diegene niet meer thuiskomt.’

    Slechts 7 procent van de diagnoses wordt toegeschreven aan middelengebruik. In de praktijk zijn drugs vaker in het spel, zegt Wilco Tuinebreijer, psychiater bij instelling Arkin en voormalig geneesheer-directeur van de Amsterdamse GGD. Dat heeft te maken met de wijze waarop de diagnose wordt gesteld. ‘Als iemand een psychotische stoornis heeft, is dat bijna altijd belangrijker dan middelenmisbruik’, zet Tuinebreijer. Drugs kunnen een versterkend effect hebben of zelfs de katalysator zijn van een psychose.

    Dat laatste ziet Tuinebreijer bij toeristen die door drugs in de war zijn geraakt. ‘Vaak blijken ze al een geschiedenis van psychiatrische problemen te hebben. Al zijn er ook personen die nooit een psychose hebben gehad en het dan toch ineens krijgen. Dat noemden we vroeger een drugspsychose.’ Die laatste groep is na drie dagen IBS vaak volledig opgeknapt. ‘Als ze weggaan zeg je: dat was heel gevaarlijk en echt nooit meer doen.’

    3. Vaker een gevaar voor zichzelf
    Een IBS kan alleen worden opgelegd als iemand een direct gevaar voor zichzelf of anderen vormt. Ook voor psychiaters is het lastig om dat te beoordelen. ‘Dat is de kunst van het vak’, zegt hoogleraar Mulder. ‘Je kijkt naar de psychiatrische voorgeschiedenis van iemand. Naar risico’s die daaruit naar voren komen.’

    Het beeld van de patiënt die anderen bedreigt, klopt vaak niet. Bij meer dan de helft van de gedwongen opnames blijkt de persoon een gevaar voor zichzelf. ‘In de meeste gevallen is iemand suïcidaal’, zegt Mulder. Dat soort incidenten krijgt zelden media-aandacht.

    Zelfs als iemand aan alle eisen voor een IBS voldoet, zijn er dilemma’s. ‘Ook een opname op een psychiatrische afdeling is niet zonder gevaar’, zegt psychiater Gijsman. ‘Het kan traumatisch zijn. En als iemand echt suïcidaal is, heb je geen 100 procent garantie dat een patiënt helemaal veilig is binnen een psychiatrische instelling.’

    Vrouwen blijken in de meeste gevallen een gevaar voor zichzelf. Mannen dreigen daarentegen juist vaker anderen iets aan te doen. ‘Bij een stoornis uiten mannen zich agressiever’, zegt Bauke Koekkoek. Over het algemeen komt het beeld dat mannen vaker gedwongen worden opgenomen niet overeen met de cijfers. De verdeling tussen mannen en vrouwen over het totaal van alle IBS’en blijkt nagenoeg gelijk.

    4. Buitenlanders vormen een relatief groot aandeel
    Een aanzienlijk deel – vier op de tien – van degenen aan wie een IBS wordt opgelegd in de tien grootste gemeenten, is in het buitenland geboren. Dat geldt voor toeristenhoofdstad Amsterdam – waar ruim de helft van de IBS’ers uit het buitenland komt – maar ook in andere steden zoals Breda en Eindhoven is ruim een kwart van de IBS’en voor personen die niet in Nederland zijn geboren.

    In Amsterdam hoort psychiater Wilco Tuinebreijer geregeld dat een toerist in psychotische toestand een hotelkamer heeft vernield. Er is geen eenvoudige verklaring voor de oververtegenwoordiging. Migranten die naar Nederland zijn gevlucht, kunnen een deel van de cijfers verklaren. ‘Een vluchteling kan een traumatisch verleden hebben’, zegt Tuinebreijer. ‘Dat kan een oorlog zijn, of de tocht hiernaartoe.’

    Ook als je in het buitenland bent geboren en hiernaartoe verhuist, is migratie een risicofactor. ‘Het gaat om sociale inclusie. In hoeverre je wordt opgenomen in de samenleving kan bepalend zijn.’

    Impact
    Natuurlijk keurt burgemeester Bruls het niet goed dat die man in zijn onderbroek langs de snelweg loopt. ‘Maar loopt hij lángs de snelweg of eróp?’ Zo concreet wil Bruls het hebben. Brengt hij anderen of zichzelf in gevaar? Komt dat door een psychose, of een andere stoornis? Als dat allemaal twijfelachtig is, drukt Bruls op ‘nee’. ‘Dan gaat het niet door, dan zorgen ze maar dat ze hem op een andere manier bij die snelweg wegkrijgen.’

    Bruls heeft veel vertrouwen in het oordeel van de psychiaters. In de vijftien jaar dat hij bestuurder was, kwam het slechts enkele keren voor dat hij op ‘nee’ drukte. Maar wat als hij een IBS afwijst en er tóch iets gebeurt? ‘Ik ben níét verantwoordelijk als iemand een ander doodsteekt, om het heel bot te zeggen’, zegt Bruls. ‘Ik kijk niet naar criminelen, ik bekijk of het in het belang van de persoon en de samenleving is dat iemand gedwongen wordt opgenomen.’

    In het overgrote deel van de gevallen dat hij wel op ‘ja’ drukt, hoort hij daarna nooit meer wat over de IBS die hij heeft uitgevaardigd. ‘Als burgemeester onderteken ik, en dan is het klaar.’ Dat steekt hem. Hij zou graag weten wat zijn besluit voor impact heeft gehad. ‘Wat is er met die mensen gebeurd? Daar hoor ik nooit wat van terug.’

    Van de tien grootste gemeenten leverden Nijmegen en Groningen geen gedetailleerde gegevens over alle jaren aan. Herkomstgegevens waren in Tilburg en Almere vaak onbekend en zijn daarom weggelaten uit het overzicht.

    NIEUWE WET VOOR GEDWONGEN OPNAMES
    Na invoering van de Wet verplichte ggz en de Wet zorg en dwang heet de IBS sinds 1 januari een crisismaatregel. De burgemeester moet de patiënt nu ook verplicht horen. Hij kan naast een gedwongen opname ook andere vormen van zorg, zoals verplichte inname van medicatie, opleggen.

    Bron: de Volkskrant >>

    #254516
    Luka
    Moderator

    Wie psychotisch is moet medicatie nemen, een andere behandeling is er niet. ‘Tijd om dat te veranderen’

    Meer dan vroeger kijken artsen, therapeuten en andere zorgverleners of een behandeling echt waarde aan iemands leven toevoegt. Die verandering in de geneeskunde moet ook in de psychiatrie bevochten worden, stelt hoogleraar psychiatrie Jim van Os.

    Wie psychotisch is, moet medicatie accepteren, terwijl een behandeling zonder medicijnen op langere termijn beter kan zijn. Elke patiënt heeft formeel het recht om medicatie te weigeren, zolang hij of zij maar wilsbekwaam is. Voor patiënten met een psychotische aandoening is dat zo makkelijk niet. “Je wordt snel afgeserveerd”, zegt Van Os. “Je bent psychotisch dus je moet aan de medicatie. Terwijl veel mensen met een psychose wilsbekwaam zijn en een oordeel kunnen hebben over medicatie.”

    In Noorwegen is nu bij wet vastgelegd dat mensen moeten kunnen kiezen voor een medicatievrije behandeling, aldus Van Os. “In Nederland wordt die keuze bij psychoses niet aangeboden. Een medicatievrije behandeling bestaat niet in de richtlijnen.”

    Bij angststoornissen en depressies zijn er wel medicijnvrije alternatieven. Maar psychiaters zien psychoses veelal als een breinziekte. Een biochemische aandoening waarvoor medicatie nodig is.

    “In Noorwegen hebben ze het wetenschappelijk bewijs voor de werking van medicatie nog eens kritisch bekeken”, zegt Van Os. “Hun conclusie is dat het bewijs niet zo sterk is als gedacht. In onderzoeken zie je dat gemiddeld 24 procent een goede respons heeft op antipsychotica. Iets van 13 procent reageert ook goed op een placebo. Er is dus een verschil, maar zo groot is dat nu ook weer niet. Maar wat moet je doen als je geen medicatie biedt? Nederland is niet toegerust om een andere, medicatievrije behandeling te geven.”

    Nationaal psychosedebat
    Op een congres dat volgende week van start gaat, het zogeheten Nationale Psychosedebat, zullen psychiaters uit Nederland en Noorwegen hun kennis en ervaringen delen met medicatievrije behandeling. Dat alles online uiteraard, vanwege corona. De hoop is dat hierdoor de discussie rond medicijnen bij psychoses kantelt.

    Van Os ziet dat debat als onderdeel van een beweging die in de hele geneeskunde gaande is. Zo heeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, een adviesraad voor de overheid, al geschreven dat artsen verder moeten kijken dan de medische richtlijnen. Niet de medische uitkomsten moeten centraal staan, maar de vraag of een behandeling de patiënt helpt een beter leven te kunnen leiden.

    Om een gesimplificeerd voorbeeld te geven: waarom iemand van tachtig een nieuwe knie geven terwijl hij of zij toch niet van wandelen houdt? “Geneeskunde is er om waarde toe te voegen aan het leven van mensen. Daar valt de discussie rond medicatie bij psychoses ook onder.”

    Kan dat, waarde toevoegen zonder medicatie? Psychiaters hebben de volgens Van Os bij psychose de neiging deze vraag ontkennend te beantwoorden. Zij zien dat medicijnen de psychoses onderdrukken. “Maar vraag je het aan de mensen zelf en hun familie, dan zullen ze over de bijwerkingen beginnen.”

    Mensen zijn makkelijk aan de medicatie te krijgen, maar je krijgt ze er moeilijk vanaf: “Je verandert ook wat in het brein met medicijnen. Het brein gaat zich verzetten, waardoor mensen weer gevoeliger worden voor psychosen. Als je dan stopt, krijg je enorme rebound en worden mensen weer psychotisch. Dan bestaat het risico dat de arts zegt: zie je wel, hij moet zijn medicatie blijven slikken.”

    Terwijl op lange termijn mensen juist heel goed met hun psychoses kunnen leren leven. “Er zijn natuurlijk mensen die er erg aan toe zijn en allerlei symptomen houden, stemmen horen en cognitief niet goed meegaan, maar toch het idee hebben dat zij zinvol bezig zijn, dat hun bestaan er toe doet. Dat soort herstel is een andere manier van kijken naar gezondheid dan we gewoon zijn in het medische model”, zegt aAn Os.

    “Natuurlijk blijft medicatie voor sommigen belangrijk. Maar omgaan met je kwetsbaarheden en beperkingen is ook een belangrijke behandeling. De ggz in Nederland is daar niet goed op ingericht. Daarom ook het debat over de medicatievrije behandelingen.”

    Bron: Trouw >>

    #255762
    Luka
    Moderator

    Als het middel soms erger is dan de kwaal – Psychosen worden behandeld met medicatie, kan dat anders?

    Psychosen worden vrijwel altijd behandeld met medicatie. Over de effectiviteit van die antipsychotica zijn twijfels, terwijl de bijwerkingen berucht zijn en afbouwen erg zwaar is. ‘Wat als de ggz mij een veilige plek had geboden, de gekte er even had laten zijn en met mij naar de oorzaak was gaan kijken?’

    Zijn eerste psychose kreeg Jeroen, niet zijn echte naam, op zijn 20ste. Achteraf snapt hij wel waarom. ‘Mijn moeder had psychische problemen. Mijn vader was alcoholist. Ik was de ouder van mijn ouders. Tot ik in een crisis raakte. Logisch: Ik zat vanaf mijn jongste jaren klem in een ziek gezin. Maar in de ggz keken ze niet naar de oorzaak. De witte jassen zeiden: jíj bent ziek. Jij moet aan de pillen.’ Jeroen, inmiddels 43, slikte ruim twintig jaar lang psychofarmaca, waaronder antipsychotica. Hij kijkt er verbitterd op terug. ‘Ik was, ook tijdens de psychose, totaal ongevaarlijk. Wat als de ggz mij een veilige plek had geboden, de gekte er even had laten zijn en met mij naar de oorzaak was gaan kijken? Nu ben ik twintig jaar gedrogeerd en stil blijven staan.’

    De gekte van een psychose er even laten zijn gebeurt vrijwel nooit. Wanen en hallucinaties worden steevast zo snel mogelijk de kop in gedrukt, met medicatie. Psychotische patiënten krijgen geen keuze tussen pillen of praten, zoals wel gebeurt bij een depressie of een angststoornis. Medicatie weigeren is natuurlijk mogelijk, zolang patiënten geen gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving. Maar de praktijk is anders, zegt Jim van Os, hoogleraar psychiatrie en voorzitter van de divisie Hersenen van het UMC Utrecht. ‘Psychiaters hebben het idee dat er maar één middel is tegen psychoses, namelijk antipsychotica en dat ze patiënten die niet mogen onthouden. Want ze denken ook dat antipsychotica probate middelen zijn. Terwijl onderzoek dat sterk relativeert. Slechts 23 procent van de patiënten reageert er echt goed op, terwijl de bijwerkingen enorm zijn.’

    Geen keus
    Jeroen had geen keus. ‘Er werd over mij beslist’, zegt hij. ‘Als je 20 bent en de psychiater zegt dat je aan de pillen moet, dat ze je anders gedwongen opsluiten – wat doe je dan?’ Monique Timmermans heeft dezelfde ervaring. ‘Als ik geen Zyprexa zou nemen, zou ik gedwongen worden opgenomen. Maar als je gedwongen wordt opgenomen, krijg je natuurlijk ook antipsychotica – weet ik inmiddels. Omdat ik thuis wilde zijn, bij mijn kinderen, koos ik voor medicatie. En ook omdat de psychiater zei dat het niet anders kon. Dat geloof je dan.’

    Terugblikkend denkt Timmermans dat haar psychose een volstrekt normale reactie was op abnormale omstandigheden. ‘Ik was bevallen van een niet levensvatbaar kindje en kon niet goed rouwen om het verlies. Als er tijdig was ingegrepen, had ik misschien nooit een psychose gekregen. Maar ik kon pas bij een psychiater terecht toen het uit de hand was gelopen. Ik was onder de invloed van zwangerschapshormonen, ik sliep niet meer en raakte steeds meer het contact met de werkelijkheid kwijt.’

    Antipsychotica zijn berucht vanwege de bijwerkingen. De stofwisseling kan bijvoorbeeld verstoord raken, met als gevolg enorme gewichtstoename. De weegschaal van Heleen Wadman ging in een half jaar tijd van 50 naar 100 kilo nadat ze was begonnen met Zyprexa en lithium, een stemmingsstabilisator. ‘Ik had geen gevoel van verzadiging meer. Ik had altijd honger.’ Ook het bewegingsapparaat gaat vaak kuren vertonen die sterk lijken op de bewegingsproblemen van de ziekte van Parkinson. Jeroen werd stram, ging houterig bewegen. ‘Ik ging krom lopen, mijn tong ging vast zitten. En van de lithium kreeg ik spierzwakte, zenuwpijn en beverige handen.’ Het denken raakt vaak aangetast. ‘Abstract denken lukte niet meer’, vertelt Wadman. ‘Ik kon nog wel praten, maar het was geen gesprek. Ik was mijn woorden kwijt. Het enige wat ik nog zei was: ik weet het niet.’

    Als een aardappel op de bank
    ‘Antipsychotica kunnen zoveel negatieve effecten hebben, dat je je soms af moet vragen of het middel niet erger is dan de kwaal.’ Dat zegt Marieke Begemann, biomedisch onderzoeker bij het UMC Groningen en coördinator van een grootschalig onderzoek naar het afbouwen van antipsychotica, Hamlett. ‘Als je door de medicatie alleen nog maar als een aardappel op de bank kunt hangen, geen gesprek meer kunt voeren en geen film meer kunt volgen, dan betaal je wel een erg hoge prijs om geen stemmen meer te horen of wanen de kop in te drukken.’

    ‘Dat herken ik wel’, zegt Timmermans. ‘Als je foto’s van mij ziet in die periode, heb ik overal dezelfde doodse blik. Of ik nou in de Python ondersteboven hing of thuis op de bank lag. Ik voelde me een zombie.’ Die mentale effecten zijn voor veel mensen de allerergste bijwerking van antipsychotica, is de ervaring van psychiater Van Os. ‘De middelen dempen de psychoses, maar ook je beleving van de wereld. Je beloningssysteem wordt erdoor uitgeschakeld. Terwijl je dat nodig hebt om de dag door te komen, om aan een activiteit te beginnen. Je wereld wordt heel bleek. Je voelt je volkomen onverschillig.’

    Antipsychotica genezen niet. Ze dempen symptomen zoals het horen van stemmen, waanvoorstellingen en het gevoel dat je wordt achtervolgd. Psychosen worden, zo luidt althans de theorie, veroorzaakt door te veel dopamine in de centrale breingebieden. Dopamine is een boodschapperstof in de hersenen die ons helpt te kiezen waar we wel en geen aandacht aan schenken. Te veel dopamine betekent dat het brein overal aandacht aan moet besteden en overbelast raakt. Antipsychotica zijn erop gericht de signalen van dopamine in het brein te blokkeren. Daardoor wordt niet alleen de psychose gedempt, maar het hele gevoelsleven.

    ‘Niks kon mij raken, zolang ik slikte’, zegt Heleen Wadman (34), die van haar 14de tot haar 26ste antipsychotica en stemmingsstabilisatoren nam. Zes medicijnen per dag. ‘Maar als je nergens meer boos of blij of verdrietig van wordt, raak je jezelf kwijt.’ Wadman, werkzaam als ervaringsdeskundige in de psychiatrie, is nu zes jaar ‘bevrijd’ van de medicijnen. ‘Ik ben een reis naar binnen gaan maken. Ik heb ontdekt wat mij uit balans haalt. Ik heb geleerd dat mijn psychoses om heel fundamentele zaken draaiden: verlatingsangst, het recht er te zijn. We noemen het een ziekte, maar het was eigenlijk een reactie op een heftige jeugd.’

    Toen ze was afgekickt, kwam de ‘echte’ Wadman weer tevoorschijn. ‘Dat was voor iedereen een grote verrassing. Vrienden zeiden: je hebt je humor terug. En: je beweegt weer als vroeger, toen je nog een meisje van 14 was. Ik realiseerde mij dat ik mentaal ook echt een kind van 14 was. Dat ik alles wat ik had meegemaakt nog moest gaan verwerken. Inclusief het trauma dat ik als kind opliep, en waar het allemaal mee is begonnen.’

    ‘Allemaal symptoombestrijding’
    Ook Jeroen, inmiddels 15 maanden clean, vindt dat hij door de medicatie heeft stilgestaan. ‘Het is allemaal symptoombestrijding. Twintig jaar lang. De pillen bedekken slechts de problemen, ze helen niets.’

    Veel patiënten krijgen na een psychose, of als ze de diagnose schizofrenie hebben, een ‘onderhoudsdosering’ om de psychotische verschijnselen op afstand te houden. Want uit onderzoek blijkt dat dat werkt. De looptijd van die studies is echter vaak beperkt tot twee jaar. Begin 2000 kwam de Friese psychiater Lex Wunderink op het idee om 124 patiënten maar liefst zeven jaar te volgen en niet alleen te kijken naar psychotische verschijnselen (terugval) maar ook naar sociaal functioneren. Na zeven jaar blijken patiënten die de eerste anderhalf jaar een zo laag mogelijke dosering of zelfs helemaal geen medicijnen meer kregen beter af dan patiënten die anderhalf jaar lang de gebruikelijke onderhoudsdosering hadden gekregen. De groep met de laagst mogelijke dosering was twee keer zo vaak hersteld wat betreft hun dagelijks functioneren in werk, studie en relaties. Voor het dempen van psychotische ervaringen maakte het allemaal niet uit.

    In Nederland zijn veel behandelaren, vooral in Friesland, beïnvloed door deze studie, met als gevolg dat patiënten vaker gestimuleerd worden om de antipsychotica binnen een jaar af te bouwen, ‘hoewel dit nog in geen enkele richtlijn wordt aangeraden’, aldus Begemann. De studie die zij coördineert, Hamlett, onderzoekt opnieuw, maar nu op grote schaal (met ruim vijfhonderd patiënten) wat de effecten zijn van zo snel mogelijk medicatie afbouwen in vergelijking met het slikken van de gebruikelijke onderhoudsdosering. ‘Ook wij kijken naar dagelijks functioneren, vooral in sociaal opzicht’, aldus Begemann. ‘We willen weten waar de patiënt zich het beste bij voelt.’

    Psychotherapie
    In Engeland onderzoeken wetenschappers wat het effect is van psychotherapie bij psychotische patiënten. Dat blijkt ook effectief te kunnen zijn. Wel gaat het dan om zeer intensieve therapie waarbij de patiënten kalmerende middelen krijgen en de gelegenheid krijgen om in een kliniek langzaam uit de psychose te komen. ‘Al met al doet psychotherapie in die vorm niet onder voor antipsychotica’, aldus Van Os. ‘Meestal werkt een combinatie van de twee het best, net als bij een depressie of angststoornissen.’ Helemaal uitbannen van antipsychotica is niet aan de orde, benadrukt hij. ‘In de acute fase de heftigste symptomen dempen, dan kunnen ze goed werken.’

    Ook de gebruikers van antipsychotica in dit verhaal zijn niet mordicus tegen medicatie. Jeroen: ‘Ik vind alleen dat de patiënt ermee moet instemmen. Dat hij goede voorlichting moet krijgen. Over de bijwerkingen. Dat medicatie je levensverwachting enorm verkort.’ Wadman: ‘Als ervaringsdeskundige zie ik dat de medicijnen te makkelijk worden voorgeschreven, te langdurig. Maar ik zeg absoluut niet dat iedereen moet afbouwen. Het belangrijkste doel lijkt me om samen te onderzoeken wat het meest helpt, waar je je het beste bij voelt, en de voors en tegens gezamenlijk af te blijven wegen.’

    In Noorwegen zetten ze onlangs de volgende stap. Daar hebben patiënten met een psychose het wettelijke recht om te kiezen voor een behandeling in een kliniek waar geen antipsychotica worden voorgeschreven. Het gaat om een experiment. Psychiater Van Os kijkt reikhalzend uit naar de evaluatie. ‘Ik ben benieuwd hoeveel patiënten alsnog antipsychotica gaan slikken. En of het uitmaakt als het een eigen keuze is om te gaan slikken.’ Overigens is het experiment in Noorwegen zeer omstreden. De meeste psychiaters zien psychoses als hun expertise en zien liever niet dat psychologen en ervaringsdeskundigen zich met de behandeling gaan bemoeien. Ze zien psychoses als een medisch probleem dat alleen met medicatie kan worden opgelost.

    Risicofactoren
    Het medische model, puur gericht op symptoombestrijding, ligt behoorlijk onder vuur, benadrukt Begemann. ‘Vroeger werd je voor knettergek versleten als je hallucinaties had of stemmen hoorde. Je was afwijkend, niet normaal. Nu weten we dat bijna iedereen weleens milde psychotische ervaringen kan hebben. Bijvoorbeeld dat je iemand hoort die je naam roept, terwijl er niemand in de buurt is. Of dat je iets over je arm voelt lopen, terwijl er niets is. We hebben het allemaal, het is onderdeel van de menselijke variatie. Alleen gaan sommige mensen over het randje en blijven de meesten daar ver van weg.’

    Risicofactoren voor een grote psychosegevoeligheid zijn onder andere: traumatische ervaringen in de kindertijd, wonen in een stedelijke omgeving, drugsgebruik. Ook naar een andere cultuur verhuizen kan ontvankelijker maken voor een psychose: het gevoel er niet bij te horen kan bedreigend zijn en een paranoïde reactie uitlokken.

    Het afbouwen van jarenlang antipsychoticagebruik is moeilijk. De fysieke onttrekkingsverschijnselen zijn heftig en het stoppen van de medicatie lokt vaak nieuwe psychoses uit. Zelfs met geleidelijk afbouwen mislukt 50 tot 67 procent van de stoppogingen.

    Wadman: ‘Het lastigst waren de Risperdal en de Zyprexa. Ik weet nog dat er, twee weken na mijn laatste pilletje, een bom barstte in mijn hoofd. Vergelijk het met maiskorreltjes in de pan die als popcorn alle kanten op springen, zoiets gebeurde in mijn hoofd. Het heeft twee jaar geduurd voordat ik stabiliseerde, ik ben tijdens het afkicken een paar keer behoorlijk psychotisch geworden, ik sliep slecht en verging van de stress. Maar het is gelukt, vooral omdat ik inmiddels wist dat het afbouwen psychoses kan uitlokken.’ Daarna kostte het nog twee jaar om ‘in een acceptabele balans’ te raken, vertelt ze.

    Dopaminesignalen
    Waarom lokt het afbouwen van antipsychotica psychoses uit? Helemaal zeker weet de psychiatrie het niet. Maar het lijkt erop dat het brein gevoeliger wordt voor psychoses door het gebruik van antipsychotica. Onderzoekers spreken van het ‘dopamine-overgevoeligheidssyndroom’. De pillen remmen weliswaar de dopaminesignalen in het brein, maar het brein past zich aan door nieuwe en/of gevoeliger dopaminereceptoren aan te maken. Dus als je dan stopt, krijg je opeens een enorme toename van dopaminesignalen in je brein.

    Timmermans deed verschillende mislukte pogingen om af te kicken. Ze kreeg angstaanvallen, vreemde beelden en sliep slecht. Afkickverschijnselen die veel leken op het opbouwen naar psychose. Ze wist uiteindelijk te stoppen met Zyprexa en later ook met het antipsychoticum Seroquel. De Abilify (ook een antipsychoticum) enkele jaren later kostte nog meer moeite. ‘Het was de hel. Opvliegers, hoofdpijn, misselijkheid, schokkende spieren, schrikreacties, bloed bij de ontlasting, chagrijn, vermoeidheid.’ Het kostte haar uiteindelijk haar baan. Na twaalf jaar slikken is ze nu één jaar vrij van de antipsychotica. ‘Maar tegen welke prijs?’, vraagt ze zich af. ‘Alles wat zeer kon doen, deed zeer. Ik was na het opstaan al meteen weer dodelijk vermoeid. Er zit zo’n onrust in mijn lichaam dat ik altijd moet bewegen. Ik kan nog geen minuut stilzitten. Dit is ondraaglijk.’

    Timmermans blijkt acathisie te hebben gekregen, een bewegingsstoornis die veroorzaakt kan worden door langdurig antipsychotica-gebruik maar ook door de afbouw ervan. Een bijwerking waar ze niet voor is gewaarschuwd. Omdat, zoals Van Os het uitdrukt, ‘er sowieso weinig aandacht is voor onttrekkingsverschijnselen bij afbouwen. Over haar vooruitzichten durft niemand voorspellingen te doen. Timmermans: ‘Het kan beter worden, zeggen ze. Maar ook slechter. Gelukkig ben ik wel uit de slachtofferrol gekomen. Ik durf na al die jaren weer op mijzelf te vertrouwen. Dat is hoe dan ook een grote vooruitgang.’

    De echte naam van Jeroen is bij de redactie bekend.

    ‘ANTIPSYCHOTICA ZIJN WEL DEGELIJK EFFECTIEF’
    ‘Tijdens een psychose – gesteld dat er ook echt wanen zijn – kunnen patiënten dingen doen waar ze na hun psychose veel spijt van hebben’, benadrukt Iris Sommer, hoogleraar psychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. In tegenstelling tot Jim van Os vindt Sommer antipsychotica wel degelijk effectief. ‘De studie waar Van Os zich op baseert laat zien dat 23 procent van de patiënten ‘echt goed reageert’ op antipsychotica. Maar er zijn ook patiënten die enigszins of minimaal baat hebben bij de medicatie. Alles bij elkaar opgeteld heeft 50 procent van de proefpersonen tenminste een minimale positieve respons. Dat is geen slechte uitkomst. Ook niet als je het vergelijkt met ‘gewone’ medicijnen zoals statines, bloeddrukverlagers of zelfs paracetamol.’ Wel vermoedt Sommer dat patiënten beter af zijn als ze slechts korte tijd antipsychotica slikken, in plaats van de gebruikelijke (langdurige) onderhoudsdosering. ‘Om dat zeker te weten doen we nu het Hamlett-onderzoek.’

    MEER INFORMATIE
    Bij PsychoseNet kun je antipsychotica met elkaar vergelijken op hun bijwerkingen.

    Meer informatie over Hamlett, de studie naar de effecten van snel afbouwen van antipsychotica, vindt u hier.

    Bron: de Volkskrant >>

    #256043
    Luka
    Moderator

    Als je stemmen in je hoofd hoort, maakt dat je niet meteen schizofreen

    De meeste mensen met auditieve hallucinaties hebben helemaal geen psychische aandoening. Wel hebben ze vaak een trauma opgelopen.

    De 54-jarige Cristina hoort al 35 jaar stemmen in haar hoofd. “Als het me wel lukt om ’s nachts te slapen, hoor ik ze direct als ik wakker word,” zegt ze. De stemmen die ze hoort zijn meestal van mensen die ze kent, zoals familieleden, alleen zeggen ze dan allemaal lelijke, kleinerende dingen.

    Cristina zegt dat het begon toen ze negentien was. Ze had net een operatie gehad, waardoor ze in een coma belandde. “Toen ik uiteindelijk wakker werd, was ik nog wel mezelf, maar had ik een paar vreemde, nieuwe klachten,” zegt ze. “Ik hoorde tientallen stemmen, waaronder die van mijn overleden grootmoeder, en ik begreep niet waar ze vandaan kwamen.”

    Auditieve hallucinaties worden vaak in verband gebracht met schizofrenie, maar Cristina voldoet niet aan de andere criteria voor deze psychische aandoening. En hetzelfde geldt voor veel andere mensen die weleens stemmen in hun hoofd horen. Na een tijdje was Cristina eigenlijk ook wel weer redelijk de oude. “Ik had een baan, een kind en ging anderen helpen, wat me hielp om met mijn eigen situatie om te gaan,” zegt ze.

    In 2005 richtte ze de vereniging Sentire le Voci (‘Het horen van stemmen’) op, geïnspireerd op Intervoice, een internationaal netwerk van liefdadigheidsinstellingen. Sentire le Voci brengt mensen die stemmen horen in contact met een multidisciplinair team van professionals en lotgenoten.

    “Dit fenomeen komt vaker voor dan je misschien zou denken,” zegt Francesco Bocci, een psychotherapeut die met de vereniging samenwerkt. “Ongeveer een op de tien mensen hoort stemmen of heeft dat weleens meegemaakt, maar slechts 15 tot 20 procent van hen wordt ook daadwerkelijk gediagnosticeerd met een psychische aandoening.” Andere onderzoeken komen uit op lagere schattingen, en stellen dat de hallucinaties in 80 procent van de gevallen na verloop van tijd weer verdwijnen.

    De manier waarop mensen stemmen horen verschilt volgens Bocci sterk per persoon, en er bestaat geen diagnose die voor iedereen opgaat. “Er komen ook kenmerken van depressies, paranoia en/of dissociatieve stoornissen bij kijken, maar in beperkte mate,” zegt hij. Het enige wat mensen die stemmen horen volgens Bocci wel allemaal met elkaar gemeen hebben, is een bepaalde vorm van een posttraumatische stressstoornis.

    De vereniging van Cristina helpt mensen met auditieve hallucinaties om hun ervaringen beter te begrijpen. “Het geeft ze rust als ze hun ervaringen kunnen delen met mensen die het begrijpen,” zegt ze. Er worden therapiesessies met patiënten, familieleden en professionals met verschillende achtergronden georganiseerd, zowel in groepjes als individueel.

    Mensen met auditieve hallucinaties kunnen tientallen of zelfs honderden stemmen tegelijkertijd horen

    De multidisciplinaire aanpak staat ver af van de traditionele psychiatrie, waarin elk symptoom wordt gekoppeld aan een specifieke diagnose en een bijbehorende behandeling. En volgens psychiater Paolo Cozzaglio, die ook met de vereniging samenwerkt, is hun aanpak een stuk beter. “Het is bij therapie erg belangrijk om zelf te begrijpen wat er met je aan de hand is, in plaats van dat je alleen medicijnen krijgt voorgeschreven,” zegt hij. Door mensen met auditieve hallucinaties alleen maar medicijnen te geven, worden ze vaak alleen maar passiever – dat is geen goede oplossing voor op de lange termijn. “De stemmen maken deel uit van een toestand die niet zomaar verdwijnt, en waar je mee moet leren leven,” zegt hij. “Ze horen erbij.”

    Mensen met auditieve hallucinaties kunnen tientallen of zelfs honderden stemmen tegelijkertijd horen. De ene is wellicht wat gedempt, de andere duidelijk herkenbaar. Soms zijn ze afkomstig van mensen uit hun leven, maar niet altijd. Het ontcijferen en uitpluizen van deze stemmen is een belangrijke stap om ermee om te leren gaan.

    Ook is het belangrijk om erachter te komen hoe de stemmen worden ervaren: lijkt het alsof ze van buitenaf komen of juist niet? “Als het om obsessieve gedachten gaat die vanbinnen lijken te komen, zijn mensen geneigd om zichzelf iets aan te doen, in een poging ze te laten stoppen,” zegt Cristina. Maar lijkt het alsof de stemmen vanbuiten komen, dan kan de hoorder zich op anderen afreageren. “Als je de hele tijd hoort dat je moeder je omlaag haalt, vind je het op een gegeven moment zelf normaal om boos op haar te worden. Zelfs als de reden erachter helemaal niet echt is.”

    Veel van de mensen met wie Cristina werkt zijn nog kind of tiener. “De stemmen komen vaak vier of vijf jaar na het trauma,” zegt ze. “Met volwassenen werken is nog een stuk ingewikkelder, want ze negeren hun symptomen en zijn geneigd om psychologische barrières op te bouwen, die moeilijk af te breken zijn.” Daarom is het ook belangrijk om hier bewustzijn voor te creëren. Vanwege de stigma’s rondom auditieve hallucinaties raken mensen vaak in zichzelf gekeerd, waardoor ze familieleden en therapeuten buitensluiten, ook al willen die alleen maar helpen.

    “Dit soort stemmen zijn niets meer dan een versterking van bepaalde delen van het zelf,” legt Bocci uit. Hoe ze tot uiting komen, hangt af van je eigen ervaringen, relaties, emoties en culturele context. Bocci noemt zijn eigen methode een ‘emotionele diagnose’, omdat-ie gericht is op het achterhalen van het trauma dat aan de basis staat van de hallucinaties, en het begrijpen van de gevoelens die eruit voortkomen en hoe de hoorder die interpreteert.

    Uiteindelijk wil Cristina vooral dat mensen weten dat je ook een heel rijk en fijn leven kan leiden als je stemmen in je hoofd hoort. En ze geeft zelf het goede voorbeeld.

    Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE Italië

    Bron: Vice >>

    #256044
    Luka
    Moderator

    Zo voelt het om schizofreen te worden

    Pas toen mijn moeder me in een plas urine en bloed vond werd duidelijk wat er aan de hand was.


    THE BRAIN, SHOWING THE CEREBRAL CORTEX. PHOTO VIA WELLCOME IMAGES

    Aankomende winter is het precies vier jaar geleden dat ik mezelf niet meer herkende.

    Mijn slaappatroon was het eerste dat veranderde. In een periode van twee weken begon ik mijn concentratie te verliezen. Als 24-jarige man met een hasjhobby, was dit nooit eerder een probleem geweest; dit was dus vreemd. Tot overmaat van ramp verloor ik ook de vaardigheid om ‘s avonds in bed mijn brein uit te schakelen. Mijn gedachtes dwaalden af naar andere gedachtes die vervolgens samenkwamen zoals klimop op een muur, waarna ik de lakens over mijn hoofd trok, mijn gezicht tussen mijn handen nam, en ‘Hou. Je. Fucking. Bek’ naar mezelf fluisterde.

    Uiteindelijk viel ik altijd wel in slaap, maar ik werd vervolgens wakker met een vreemd gevoel, alsof ik iets was vergeten, of iemand was vergeten iets te vertellen. Mijn eetlust nam af terwijl ik vroeger rond deze tijd juist zo’n honger had. Mijn ochtendritueel met cornflakes uit een koepelvormig kommetje maakte plaats voor een ziek en kruiperig gevoel in mijn maag. Ondanks alle heisa leefde ik gewoon door, met het idee dat ik het wat rustiger aan zou doen met de hasj. Dat zou het vast wel zijn. Ik raakte absoluut niet in paniek.

    Mijn werk bij de lokale wijnhandelaar ging gewoon door en ik probeerde de problematische nachten achter me te laten. Mijn dagen waren oké, wel wat suffig, en ik begon moeite te krijgen met simpele gesprekjes.

    Wanneer mijn werkgever me de taak gaf om een levering te controleren, duurde het een paar seconden voor ik überhaupt doorhad wat hij zei. Het was alsof drie mensen tegelijkertijd aan het praten waren. Het afstrepen van de leveringslijst, en deze proberen te begrijpen, was net als een boom proberen te zien in de mist – het is mogelijk, maar wel moeilijk.

    Alles voelde vaag. Ik begon te denken dat ik constant dingen bijna om zag vallen – ik staarde bijvoorbeeld naar een kast vol flessen, en dan leek het alsof er eentje bijna uitviel, en het volgende moment was alles weer normaal. Ook dacht ik te horen dat er constant telefoons op allerlei verschillende plekken rinkelden, al wist ik dat er geen telefoons in het magazijn waren. Nogmaals, ik raakte absoluut niet in paniek – ik vertelde mensen die aan me vroegen hoe het met me ging wel dat ik last had van slapeloosheid. Slapeloosheid doet rare dingen met je, dus een collega gaf me wat Amerikaanse slaappillen om uit te proberen. Ze hielpen voor een tijdje, al voelde het wel alsof mijn hoofd vol watten zat. Ik had geen zin meer om in het weekend te voetballen of uit te gaan; het enige wat ik wilde was slapen. Conversaties vergden te veel van mijn energie.

    Ik denk dat de slapeloosheid al ongeveer twee maanden aan de gang was voordat het in me opkwam dat er wellicht iets mis was. De klimopgedachtes – zoals ik ze noem – werden ‘s nachts steeds vreemder. Ik keek televisie en kon geen onderscheid meer maken tussen het geluid van de tv en dat van mezelf. Het was angstaanjagend. Op een avond terwijl ik Homeland keek, had ik een paniekaanval. Ik wist wat een paniekaanval inhield omdat één van mijn ex-vriendinnen ze vroeger had – ooit moest ze in een bioscoop op de grond gaan liggen om diep adem te kunnen halen, zodat ze niet zou gaan braken. Het was verschrikkelijk om te zien.

    Ikzelf begon die bewuste nacht in bed plotseling te trillen alsof ik het ijskoud had, terwijl mijn huid kokendheet aanvoelde. Mijn benen schudden tegen de lakens en een hard geluid knalde mijn hoofd binnen – alsof er een groep mensen direct naast mijn bed hard aan het praten was. Het was geen heftig geluid, maar wel aanhoudend en verwarrend. Het flikkerende licht van de televisie maakte me gek.

    Ik heb die hele nacht geen oog dichtgedaan. Ik voelde me verlamd. De deur van mijn slaapkamer was het einde van mijn wereld geworden – zoals het decor in de laatste scene van The Truman Show waar Jim Carrey tegenaan roeit. Het geluid kwam en ging in golven en het voelde alsof iemand, of iets, mijn lichaam en geest had overgenomen. Het was niet ik die te bang was om naar het toilet te gaan en dus besloot om in een fles te pissen. Het was niet ik die al mijn dekens van me af gooide omdat het alleen goed voelde als ik naakt op een kaal matras ging liggen. Het was niet ik die een stanleymes tegen mijn enkels aanhield in een poging om mezelf uit deze wanhoop te verlossen. In die kamer ging bij zonsopgang mijn wekker af – het was tijd om naar mijn werk te gaan, maar ik dacht alleen maar: ik heb mijn moeder nodig.

    Gelukkig was ze maar één trap van mij verwijderd. Het was me nog niet gelukt om uit huis te gaan, ik kon het gewoon niet betalen eigenlijk. Ik belde haar, want ik geloofde oprecht dat als ik mijn kamer zou verlaten mijn schedel en ingewanden zouden exploderen. Ze nam op en zei: “Jezus Daniel*, houd eens op met die geintjes!” of iets van die strekking. Ik barstte in snikken uit, blijkbaar met gierende uithalen zoals een klein kind zou doen, en ik hoorde hoe haar telefoon op de grond viel.

    Toen ze mijn deur opende, stokte haar adem in haar keel. Ik kan het me niet herinneren, maar blijkbaar had ik al mijn afstandsbedieningen – ik had er ongeveer vier – uit elkaar getrokken en mijn kale matras lag bezaaid met printplaatjes, urine en bloed (afkomstig uit mijn enkel). En daar zat ik dan, huilend en bang, roepend dat ik bezeten was. Ze belde een ambulance.

    Ook het volgende kan ik me niet goed herinneren, maar toen het ambulancepersoneel arriveerde, dacht ik dat ze foto’s van me aan het maken waren. Ik werd woedend en probeerde ze te slaan. Ik schreeuwde ze toe dat het illegaal was om foto’s van me te nemen en dat óók ik rechten had; dit gebeurde allemaal terwijl ik daar zat in een zeiknatte onderbroek en met bebloede benen.

    Het enige wat ik me kan herinneren van de rit naar het ziekenhuis is mijn moeder die mijn benen vasthield. Zelf zegt ze dat ik aan het schreeuwen was en dat ik niet naar het ziekenhuis gereden wilde worden, omdat ik bang was dat er mensen in de flitspalen zaten. Wat ik me nog herinner van de spoedeisende hulp van die nacht, zijn naalden, zachte stemmen en de banden waarmee mijn armen vastgebonden zaten.


    Een beeld van hersengebieden die meer actief zijn tijdens een geheugentaak dan die van iemand met schizofrenie. (Foto via)

    Alles wat ik zojuist heb beschreven noemen we ook wel een psychose, en dit is ongeveer wat er gebeurt bij acute schizofrenie – de aandoening waarmee ik gediagnostiseerd werd. Men spreekt van een psychose wanneer iemand al het contact met de realiteit is verloren. Het kan vrij plotseling ontstaan, of, zoals bij de meeste mensen die schizofrenie ontwikkelen, langzaam gaan, als een emmer die langzaam volloopt en uiteindelijk overloopt. Dat is wat mij dus overkwam. Ik lag anderhalve week in het ziekenhuis en begon aan mijn eerste kuur antipsychotica. Ik kan me er niet veel van herinneren behalve dat ik me heel vaak ziek voelde en moeite had om gesprekken te voeren. Oh, en ook nog dat mijn buurman in de kamer naast mij zichzelf constant expres onderscheet. De geur representeerde het dode gevoel dat ik in mijn hoofd had.

    Ik herinner me nog de dag dat ik het gevoel had dat ik de grip op de realiteit terugkreeg, alsof ik als het ware terugklikte. Mijn nieuwe medicijnen begonnen aan te slaan en ik wilde niet meer constant mijn hoofd onder de dekens verstoppen en alleen maar slapen. Mijn broer kwam samen met mijn moeder op bezoek – zoals ze bijna iedere dag deden, ook al praatten ze vooral met de zusters en dokters – en we keken drie achtereenvolgende afleveringen van Breaking Bad op de iPad. Mijn moeder hield de iPad met één hand tegen haar knieën, terwijl ze zo nu en dan over mijn nek wreef met de ander. Ik moest lachen om iets wat Saul zei, en het voelde alsof ik weer de goede kant op ging, alsof het gordijn waarachter mijn oude ik verscholen zat langzaamaan weer openging. Ik at die avond zelfs een hele maaltijd, en neem sindsdien aardappelpuree nooit meer voor lief.

    De weg naar herstel ging niet zonder slag of stoot. Ik had namelijk slopende paniekaanvallen wanneer ik flashbacks kreeg van wat er enkele weken eerder was gebeurd. Maar het team van geestelijke gezondheidsdeskundigen was top – behalve de zusters die me behandelden als een klein kind. Dat haatte ik. Toen ik eenmaal naar huis mocht, kwam er wekelijks een maatschappelijk werker langs die mijn medicijnen controleerde, me vroeg naar mijn dagelijkse bezigheden, en me aanmoedigde om te gaan wandelen met mijn moeder en het contact met mijn vrienden weer op te pakken. Ik schaamde me te erg om dat te doen, ik dacht dat ze het niet zouden begrijpen. Of erger, me zouden afschrijven als een geflipte gek. Ik had het gelukkig totaal bij het verkeerde eind.

    Mijn beste vriend Sam vertelde me dat hij zich zo’n zorgen had gemaakt dat hij er ‘s nachts niet van kon slapen, de domme klootzak. Eén voor één begonnen ze me weer berichten te sturen – ik denk dat ze eerder bang waren dat ze niet de juiste dingen zouden zeggen – en ze vertelden me dat ze niet konden wachten om weer met me te voetballen. Het was geweldig om te zien hoe volwassen iedereen leek.

    Via de geestelijke gezondheidszorg kon ik deelnemen aan poliklinische therapiesessies die geleid werden door Gregg, een man met een nuchtere recht-door-zee-mentaliteit. De antipsychotica maakte me in het begin wat suffig en vaak had ik het gevoel alsof ik door stroop probeerde te rennen, maar er kwam ook een vreemd soort kalmte over me heen die ik in maanden niet had gevoeld. Gregg hielp me om dat gevoel te begrijpen, leerde me technieken voor mijn paniekaanvallen – die ik kreeg wanneer ik terugdacht aan de nacht dat het misging – en hoe ik de angst voor een herhaling van die nacht van me af moest zetten. Hij raadde me aan om mijn vrienden weer te gaan zien en hij vertelde me dat een brein niet altijd hetzelfde blijft, dat het voor een brein mogelijk is om te herstellen en dat de medicijnen waren aangeslagen en dit dus ook zouden blijven doen. Wel moest ik realistisch zijn en leren accepteren dat ik ziek was geworden – het enige wat ik hiervoor nodig had was tijd.

    Het accepteren was in feite het moeilijkste deel van het proces. Ik heb geleerd dat frustratie in nauw verband staat met angst. Op de dagen dat ik naar buiten ging voor een wandeling – mijn moeder zorgde ervoor dat ik iedere middag minstens een uur wandelde, waarna ze me halverwege alleen liet en me een taakje gaf, zoals het kopen van melk of boter – dwaalden er allerlei gedachtes door mijn hoofd, zoals: godverdomme, waarom kan ik nou niet gewoon normaal zijn? Ik moest dan even stoppen, een paar keer diep ademhalen en hardop tegen mezelf zeggen: ik ben normaal, ik ben gewoon ziek geworden en heb nu even een pauze.

    Ongeveer zes weken nadat ik het ziekenhuis had verlaten, begon ik mijn vrienden weer op te zoeken. Ik voelde altijd wat ongemakkelijkheid als de televisie te hard aanstond of wanneer iedereen door elkaar heen sprak, maar dan zei ik gewoon dat ik dit vervelend vond, waarna niemand er raar over deed. Daarnaast vond niemand me zielig, wat echt heel fijn was. Als één van hen ziek was geworden zoals ik, dan had ik me denk ik gedragen als een overbezorgde moeder die continu zou vragen of alles wel goed ging.

    Binnen tien weken was ik weer parttime aan het werk. Mijn baas kon niet aardiger voor me zijn geweest dan hij was. Ik hoorde achteraf dat hij al tijdens mijn tijd in het ziekenhuis mijn moeder had opgebeld met de mededeling dat ik weer kon beginnen zodra ik me beter zou voelen, en mijn eigen tempo mocht bepalen. In het begin werd ik hier boos van, ik wilde namelijk niet terugkomen als een soort invalide. Ik was 25 (ik had mijn laatste verjaardag gevierd met een Friends-marathon, gehuld in een medicinale mist), niet 60, en op het moment dat ik terugkwam wilde ik ook dat mensen me zo zagen. Het duurde een tijdje voordat ik de sympathie en de zorg van mensen kon accepteren voor wat het was, en dit niet zag als een persoonlijke aanval.

    Terugkomen op mijn werk deed me goed. Het hebben van een routine, mensen met wie ik kon communiceren, en tastbare taken die ik kon doen werkte allemaal helend. Natuurlijk waren er dagen dat ik bang wakker werd en uren onder de douche stond voor ik het huis kon verlaten, maar niemand zette hier vraagtekens bij. Ik belde Gregg een paar keer op vanuit het magazijn – op de plek zijn waar ik mijn realiteit langzaam uit het oog was verloren, was af en toe best heftig – en soms nam hij niet op, maar hem een smsje sturen was dan al voldoende. Op een gegeven moment zei Gregg dat ik niet meer bij hem langs hoefde te komen, hij vertrouwde erop dat het mij nu zelf zou lukken, met de aangereikte technieken om mijn gedachten te ordenen.

    Het is nu een jaar geleden en ik heb geen terugval gehad. Ik denk dat ik deze medicijnen nog lang zal moeten slikken, maar ik heb daar vrede mee. Ik heb weinig zin in seks – al kan ik nog wel een stijve krijgen – en ik ben wat dikker geworden, maar dat zijn kleine offers voor een heldere geest.

    Ik wilde dit verhaal vertellen omdat ik de diagnose ‘schizofrenie’, tot ik het zelf kreeg, altijd associeerde met doem en verderf. Wanneer je hoort dat iemand schizofreen is, stel je je diegene voor in een gesloten ruimte met geïsoleerde muren, heen en weer schuddend tussen een tweedimensionale toekomstbeeld van zware medicijnen en ondergekwijlde kussens. Een toekomst met stemmen in je hoofd en waanbeelden. Dit staat echter ver af van de waarheid als je goed behandeld wordt. Met de juiste behandeling, en helemaal als het vroeg ontdekt wordt, kun je behoorlijk goed genezen van acute schizofrenie, net zoals dit kan van veel andere mentale ziektes.

    Ik ben realistisch over mijn voortgang: er is een kans dat ik in mijn oude patroon terugval – en dat is met vlagen een behoorlijk depressieve gedachte. Maar ik weet ook dat ik goed kan genezen en dat maakt het minder eng. Ik ben weer aan het werk, aan het socializen, en ik ben weer aan het voetballen. Ik ben er alleen nog niet helemaal klaar voor om mijn ouderlijk huis te verlaten – iets wat misschien wel meer ligt aan mijn luie aard dan aan mijn ziekte.

    Het grootste advies dat ik aan iedereen die ongewone, psychologische symptomen begint te ervaren, is om het aan iemand te vertellen. Aan wie dan ook. Heb het er met mensen over en krop het niet op. Mentale ziektes zijn niet anders dan fysieke kwalen – het enige verschil is het orgaan: je brein. Wees niet bang om een tijdje vrij te nemen van je werk of vertel net als ik aan je baas dat je je niet goed voelt. Achteraf gezien was het moment waarop ik onzichtbare telefoons hoorde afgaan, misschien wel de tijd geweest om om hulp te vragen. Schaamte hoort geen rol te spelen wanneer het gaat over je mentale welzijn, en we moeten net zo goed op onze geestelijke gezondheid passen als op onze fysieke gestel. Doen alsof er niks aan de hand is, zelfs tegenover je moeder, is niks om trots op te zijn.

    Voel je je vreemd, praat dan met je huisarts. Eis een spoedafspraak als je denkt dat dit nodig is. Ook al ben je bang dat je raar overkomt, of als je denkt dat het iets is wat wel overwaait, iemand over je problemen vertellen is het beste wat je kunt doen. Ik werd behandeld als een psychiatrisch noodgeval, en zoals we allemaal weten zijn ziekenhuizen gespecialiseerd in noodgevallen. Ik weet niet hoe het er precies aan toegaat bij mensen die niet zo acuut hulp kregen als ik (ik heb wel allerlei horrorverhalen gelezen van behandelingen die te laat kwamen), maar ik weet wel dat zwijgen over het feit dat je je niet goed voelt, het slechtste is wat je kunt doen. Mensen hebben altijd veel meer begrip dan je in eerste instantie zou denken.

    Mentale ziektes zouden tegenwoordig geen taboe meer moeten zijn, het zou niet meer iets moeten zijn dat ons voor altijd besmet. Het doorbreken van dit taboe begint bij jezelf.

    *Alle namen in het artikel zijn gefingeerd. Als jij of iemand in je omgeving worstelt met psychische problemen, neem dan contact op met Stichting Korrelatie op 0900 1450, of kijk op korrelatie.nl.

    Bron: Vice >>

10 berichten aan het bekijken - 21 tot 30 (van in totaal 31)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 18 ▪︎ leden online: 3
Dina, Gloria, Ivo
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.309, reacties: 17.990, leden: 2.172