PTSS & CPTSS

  • Dit onderwerp bevat 37 reacties, 5 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 13/05/2021 om 12:24 door Mark.
13 berichten aan het bekijken - 26 tot 38 (van in totaal 38)
  • Auteur
    Berichten
  • #238385
    Luka
    Moderator

    Traumabehandeling bij psychose wél effectief

    Circa 12% van de mensen met een psychose heeft een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Uit groot onderzoek blijkt dat het behandelen van trauma bij patiënten met een psychose zowel veilig, effectief als kosteneffectief is. Dat spreekt richtlijnen tegen die stellen dat het beter is om trauma bij een psychose niet te behandelen.

    Collega’s van de Parnassia Groep initieerde een gerandomiseerd effectonderzoek naar de veiligheid, werkzaamheid en doelmatigheid van behandeling van mensen met zowel een psychose als een posttraumatische stressstoornis (PTSS). In die studie werd gangbare zorg voor psychose (volgens de richtlijnen en dus gericht op psychose, maar niet op een naastliggend trauma) vergeleken met diezelfde zorg plus (1) “Eye Movement Desensitization and Reprocessing” (EMDR), of, (2) cognitieve gedragstherapeutische traumabehandeling met exposure (CGT-E). De klinische trial laat zien dat beide vormen van additionele traumatherapie veilig en werkzaam zijn bij mensen met een psychose (David van den Berg e.a. in JAMA Psychiatry 2015; 72:259-267).

    Meer gezondheid, minder zorgkosten en maatschappelijke kosten
    Op de data van de klinische trial werd een economische evaluatie uitgevoerd in samenwerking met het Centrum Economische Evaluatie en Machine Learning van het Trimbos-instituut. De economische evaluatie laat zien dat toegevoegde traumabehandeling niet alleen leidt tot meer gezondheid, maar ook tot een afname van zorgkosten en maatschappelijke kosten (Paul de Bont e.a. European J Psychotraumatology 2019;10:1565032). Voor de economische evaluatie werd de Wetenschapsprijs van de Vereniging EMDR Nederland ontvangen.

    Bron: trimbos.nl

    #239476
    Luka
    Moderator

    Het kantoorleven kan een hel zijn als je hersenen net wat anders werken

    Gedeelde bureaus, weinig stilte en een oneindige hoeveelheid e-mails die op je wachten: voor neurodivergente mensen is werken op kantoor vaak een grote uitdaging.

    Lilith* werkte een tijd op een klein kantoor, waar ze een groot bureau deelde met zes collega’s. Ze zat alleen niet altijd aan dat bureau te werken – een paar keer per week zat ze eronder, op de grond met haar laptop op schoot.

    “Als ik veel geluid of mensen om me heen heb, kan ik nogal overprikkeld raken,” vertelt ze. “Mijn collega’s vonden het vooral grappig, en ook wel een beetje gek, maar gingen er verder wel respectvol mee om.”

    Lilith heeft een depressieve stoornis, een paniekstoornis en een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS). Hoewel ze regelmatig therapie heeft en medicatie gebruikt, kunnen haar symptomen soms plots weer opduiken. Toen ze in 2017 als schrijver werkte voor een mediabedrijf, kon het alleen al een opgave zijn om op het werk te verschijnen.

    Stel je even een typisch modern kantoor voor: een grote, open ruimte met gedeelde bureaus, zonder wandjes ertussen. Stilteruimtes zijn er amper, en er is weinig plek om te lunchen – als die er überhaupt al is. Wel zijn er irritante geluiden, felle lichten en geroezemoes. Je moet constant aanspreekbaar zijn voor je collega’s, op tijd op e-mails en chatberichtjes reageren en talloze vergaderingen bijwonen.

    Niet iedereen die op een kantoor werkt zal het kantoorleven zo ervaren, maar voor neurodivergente mensen kan het een grote uitdaging zijn. Neurodiversiteit is een term om de verschillende manieren waarop het brein functioneert te beschrijven. Mensen met een autismespectrumstoornis, ADHD of dyslexie vallen hier bijvoorbeeld onder, en de term wordt ook gebruikt om mensen aan te duiden die een angststoornis, depressie, PTSS of OCS hebben. Kort samengevat: alles waardoor iemands brein net wat anders werkt dan gemiddeld.

    Voorstanders van meer neurodiversiteit op het werk, vinden dat werkplekken moeten worden aangepast op de behoeftes van deze mensen, in plaats van andersom. Zoals dat ze hun eigen rooster mogen bepalen, of niet met zes collega’s aan hetzelfde krappe bureautje hoeven te werken. En hoewel techbedrijven als Microsoft en HP hun werkomstandigheden en personeelsbeleid wel degelijk aanpassen op dit soort wensen, blijft het in de praktijk vaak moeilijk voor neurodivergente mensen om een baan te vinden en die te houden.

    Lilith, die nu 25 is, vertelt dat ze gelukkig meerdere keren een baas heeft gehad die rekening met haar hield. Als ze een paniekaanval had op kantoor, mocht ze bijvoorbeeld even buiten zitten om op adem te komen, en als ze het te zwaar vond om naar werk te komen, mocht ze thuiswerken.

    Vandaag de dag werkt Lilith als freelancer. “Ik vind het moeilijk om met vaste routines om te gaan. Ik hou het meestal zo’n zes tot acht maanden vol voordat ik het compleet zat ben, en mijn geestelijke gesteldheid eraan onderdoor gaat,” zegt ze. “Daarom vind ik het altijd lastig om een nieuwe baan te vinden, omdat ik toch wel weet dat ik weer paniekaanvallen ga krijgen en teleurgesteld raak.”

    Twee weken nadat ze aan haar eerste fulltime baan was begonnen, als redactieassistent bij een medisch tijdschrift, werd Sara Luterman (29) ontslagen omdat ze “niet bij de cultuur paste”. Wat dat precies betekende wist ze niet. “Waarschijnlijk had ik iets sociaal ongepasts gedaan, maar niemand wilde me vertellen wat.”

    Luterman heeft autisme, en hoewel haar cv uitstekend is, heeft ze toch moeite met het vinden van een baan. “Mijn sollicitatiegesprekken gaan vaak niet goed,” vertelt ze. “Dat komt waarschijnlijk door mijn gebrek aan sociale vaardigheden, en het feit dat ik moeite heb om non-verbale signalen op te pikken.” Ze heeft vaak gehoord dat ze bot of neerbuigend kan overkomen.

    “Dat hebben mensen met autisme wel vaker,” zegt ze. “Ik ben er weleens op aangesproken door de personeelsafdeling, wat heel ongemakkelijk was. Al was ik wel blij dat ze het gewoon zeiden, en ik niet gelijk werd ontslagen.”

    Dit soort sociale interacties zijn ook moeilijk voor de 32-jarige Sonny Hallett, die autisme heeft en als illustrator en kunstenaar werkt in Edinburgh, maar nooit ergens langer dan negen maanden heeft kunnen blijven. “Dagelijks naar kantoor gaan is erg uitdagend voor mijn zintuigen. Het geluid, het licht, constant rond andere mensen zijn – na een tijd ben ik gewoon uitgeput en sta ik helemaal op scherp.”

    Als Hallett aan het werk is, richt hij zich specifiek op één ding, en vindt hij het lastig om zijn werkzaamheden te onderbreken om bijvoorbeeld een collega te woord te staan. Ook maakt hij zijn taak liever in één keer af, waardoor hij vaak eerder klaar is met werken dan zijn collega’s. En daardoor denkt zijn leidinggevende weleens dat hij niks uitvoert.

    De 27-jarige Carly* heeft een angststoornis, depressie en PTSS, en werkt als art director bij een creatief bureau. Ze merkt dat ze lang niet altijd op begrip kan rekenen bij haar werk. “Mijn leidinggevende zei een keer dat ik meer initiatief moest tonen en beter mijn best moest doen om geïnteresseerd over te komen,” zegt ze. “Maar dat zijn nou eenmaal dingen die erg moeilijk voor me zijn. Ik ben vaak oprecht geïnteresseerd, maar ook vaak overweldigd en afgeleid. Dat betekent niet dat ik ergens niet om geef.”

    De term neurodiversiteit verraadt al dat er veel verschillende mensen onder vallen, maar er zijn wel degelijk overeenkomsten in hun behoeftes. Rob Austin, een docent aan de Ivey Business School in Canada die de voortgang van programma’s voor neurodivergente werknemers heeft bijgehouden, zegt dat veranderingen in de omgeving al veel verschil kunnen maken. Zachtere kleuren bijvoorbeeld, meer natuurlijk licht, meer planten en stillere ruimtes.

    David Ballard, hoofd toegepaste psychologie bij de American Psychological Association, zegt dat neurodivergente mensen het prettig vinden om thuis te werken. Dan kunnen ze hun eigen begin- en eindtijd bepalen, en doen wat er nodig is om met het lawaai en andere omgevingsfactoren om te gaan – zonder te worden veroordeeld.

    Dat werkte inderdaad voor Tyler*, een 32-jarige ex-marinier die twee keer naar Irak ging en nu duurzaamheidsexpert is. Hij werkte tijdens de Ebola-uitbraak in West-Afrika, was op Haïti in de nasleep van de orkaan en ontwikkelde afvalvoorzieningen in Sierra Leone. Nu heeft hij last van PTSS en slaapproblemen. “Als ik één nacht niet geslapen heb kan ik best productief zijn, maar na drie of vier nachten ben ik echt niks meer waard,” zegt hij. Op dat punt heeft hij in principe al rond de dertig uur gewerkt, dus als hij tijd voor zichzelf nodig heeft om zijn slaapritme te herstellen, en het prettig vindt om bij zijn hulphond in de buurt te zijn, dan moeten zijn bazen er vertrouwen in hebben dat hij alsnog zijn werk afkrijgt, maar dan in zijn eigen tijd.

    De veertigjarige Daniel Gritzer heeft last van misofonie, wat inhoudt dat bepaalde geluiden gevoelens van woede, haat of walging bij hem oproepen. Het gaat in zijn geval vooral om luid getyp en geluiden die uit de mond komen, zoals smakken en luid kauwen. Wat dat betreft is het vrij ironisch dat hij culinair directeur is van de kookwebsite Serious Eats.

    Als Gritzer in de testkeuken werkt of een video maakt, is er genoeg achtergrondgeluid om de meeste aanstootgevende geluiden te blokkeren. De rest van de tijd draagt hij een koptelefoon en luistert hij muziek. Een simpele ingreep dus, die hem in staat stelt om zijn werkdag zonder problemen door te komen. “Ik heb ook weleens gehad dat mensen dachten dat ik niet sociaal was, of niet in staat ben om mijn werk goed uit te voeren. Ze vroegen zich vast ook af waar ik in vredesnaam naar luisterde.”

    In het laatste kantoor waar Luterman werkte had ze een eigen bureau, en kwamen er regelmatig collega’s naar haar toe om een praatje te maken. Om ze tegemoet te komen hing ze na een tijd een bordje bij haar bureau met verschillende kleuren: rood betekende dat ze geconcentreerd was en niet gestoord wilde worden, bij geel was ze wel aan het werk maar stond ze open voor een praatje, en groen hield in dat ze niet zoveel te doen had. Daardoor was ze een stuk beter in staat om haar werk af te krijgen.

    “Ik denk dat mijn autisme me een goede eindredacteur maakt: ik kan goed patronen herkennen en regels volgen, en ik merk snel tegenstrijdigheden op. En ik vind het ook niet erg om saai, repetitief werk te doen,” zegt ze.

    Als werkruimtes beter uitgerust worden, flexibeler zouden zijn en er meer over behoeftes van individuele werknemers wordt gepraat, kan volgens Austin uiteindelijk iedereen daarvan profiteren – zo blijkt uit zijn eigen onderzoek. Al staat zeker niet iedere werkgever ervoor open. “Soms denken ze dat ‘mensen tegemoetkomen’ betekent dat je ze minder laat doen of de standaard verlaagt,” zegt hij.

    Bedrijven als IBM en Yahoo probeerden al eens hun personeelsbestand voor een groot deel op afstand te laten werken. IBM zei in 2017 tegen The Atlantic dat zo’n 40 procent van hun 386.000 werknemers wereldwijd “niet eens een kantoor hebben”, maar die beslissing werd al snel teruggedraaid toen bleek dat de productiviteit en de winst lager uitvielen.

    Ballard heeft het idee dat dit soort verhalen tot misverstanden leiden. Een betere werkplek creëren en werknemers daarin tegemoetkomen is immers iets heel anders dan de werkplek volledig elimineren. Uit een onderzoek van Gallup uit 2017, waarvoor meer dan 7000 Amerikanen naar hun werkervaringen werden gevraagd, bleek bovendien dat de mensen die zich het meest betrokken bij hun werk voelden vaak drie tot vier dagen niet op een externe locatie werkten – en dus niet de mensen waren die vooral thuis of op kantoor zaten.

    “Ik denk dat er een misverstand bestaat dat wanneer je dit doet, je mensen ermee weg laat komen dat ze minder doen, of dat de kwaliteit eraan onderdoor gaat – en dat is gewoon niet waar,” aldus Baillard. “Toen de prestaties bij Yahoo en IBM tegenvielen, kwam dat niet doordat meer mensen op afstand gingen werkten, maar omdat hun leidinggevenden niet wisten hoe ze daarmee om moesten gaan.”

    Wel geeft hij toe dat het ook weer niet de andere kant op moet slaan. Als iemand bijvoorbeeld een sociale-angststoornis heeft, kun je beter voorkomen dat diegene overprikkeld raakt. “Maar als je een omgeving creëert waarin diegene zichzelf volledig afzondert en geen sociale interactie heeft, worden ze daar ook niet beter van,” zegt Ballard.

    De oplossing ligt waarschijnlijk ergens in het midden: een workflow waar nog wel wat sociale interactie bij kan komen kijken, maar waarbij onnodige communicatie beperkt blijft. Daarom is het volgens Ballard belangrijk dat managers kunnen omgaan met allerlei soorten neurodiversiteit, zodat ze het merken als iemand ergens mee worstelt. Daar worden ze zelf uiteindelijk ook beter van. “Uit ons onderzoek is gebleken dat veel van dit soort aanpassingen ook nuttig zijn voor andere werknemers,” bevestigt Austin.

    Bij het softwarebedrijf SAP zien ze werknemers op een kantoor als verschillende puzzelstukjes, die ieder een net iets andere vorm hebben, vertelt hij. “Bedrijven die efficiënt en productief te werk willen gaan, hebben in feite altijd van werknemers verwacht dat ze geen afwijkingen hebben, en iedereen lekker hetzelfde is.”

    Tegenwoordig begrijpen we volgens Austin wel steeds meer dat, als je originele ideeën wilt bedenken, je soms juist die afwijkende puzzelstukjes nodig hebt. “En dat je je personeel dus niet als last ziet, maar als deur naar nieuwe kansen, een manier om nieuwe dingen te creëren.”

    *Sommige namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

    Bron: vice.com

    #239561
    Luka
    Moderator

    Hoe PTSS Geesje haar leven afnam, en hoe Olivier geen oog dichtdeed met al die doden in z’n bed

    Geesje zat in een relatie waarin ze seksueel werd misbruikt, bedreigd, belogen en bedrogen. Ze kreeg er PTSS van, het post traumatische stress syndroom. Akelige jaren waarin ze eigenlijk gewoon dood wilde. Tot ze bij het psychotraumacentrum Zuid Nederland van Reinier van Arkel in Vught werd behandeld met de nieuwe therapie SITT. Binnen twee weken voelde ze zich beter dan de tien jaar daarvoor.

    Geesje van de Crommert uit Den Bosch is 28. Ze heeft akelige jaren achter de rug. Zat in een relatie waarin ze seksueel werd misbruikt. Ze werd ook bedreigd, o wee, als ze daar met iemand over zou praten. ,,Dan zouden ze mijn lichaam nooit meer vinden, zei hij.” Hij liet Geesje geloven dat haar ouders niet deugden, maakte haar vrienden zwart. Zo weekte hij haar los van iedereen, totdat ze alleen nog van hem was. Ze vertrouwde niemand anders meer. En ze werd ziek. Een post traumatische stress stoornis (PTSS), zo zou uiteindelijk blijken.

    Lees hier verder: Brabants Dagblad >>

    #245032
    Mark
    Moderator
    #247336
    Luka
    Moderator

    KARIN (37) HEEFT PTSS: ‘PROBEER TE LUISTEREN EN NIET METEEN TE OORDELEN’

    Karin Maassen (37) heeft een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en ging de confrontatie aan met een geneeskundestudent die haar negatieve ervaringen deelde over psychiatrische patiënten.

    ‘De woorden gekkies en mafkees stapelden zich op’, schrijft ze in een persoonlijk verhaal op LinkedIn. We spraken haar over wat deze ervaring met haar deed.

    POSTTRAUMATISCHE STRESSSTOORNIS
    PTSS is een stressstoornis die ontstaat nadat iemand een schokkende gebeurtenis meemaakt die zó heftig, is dat de gebeurtenis niet goed wordt verwerkt. Dit komt bijvoorbeeld voor na een ernstig ongeluk, mishandeling, seksueel misbruik of oorlogsgeweld. De gevolgen van PTSS kunnen je leven ontregelen en kosten tijd om te herstellen.

    PTSS
    “Ik heb PTSS omdat ik in mijn jeugd meer dan tien jaar ben misbruikt door mijn vader. Dat heeft hele grote gevolgen voor eigenlijk mijn hele leven. Ik kan op het moment niet werken, heb veel nachtmerries en val snel terug in de herbeleving.” PTSS beperkt Karin in wat ze kan, vertelt ze.

    Ook begrijpen weinig mensen wat PTSS is, zegt ze. “Sommigen weten überhaupt niet wat het is. Ze zeggen: ‘Je moet het gewoon een plaatsje geven’, maar daar kan ik niets mee. Je bent niet aantrekkelijk genoeg om te helpen en dat is heel moeilijk voor mensen om je heen.”

    LUNCH
    Toen Karin zaterdag ging lunchen, zat er een groep studenten naast haar. Een geneeskundestudent vertelde over haar co-schappen op een psychiatrische afdeling. ‘Man ik keek mijn ogen uit, wat een hoop gekkies’, ving Karin onder meer op. In het bericht op LinkedIn omschrijft ze dat ze bijna van haar stoel viel van het hele gesprek.

    “Je wordt getriggerd in je verdriet en het gevoel van onbegrepen worden. Ik schoot gewoon in de emotie en kon niet meer bij het gesprek met m’n vriend zijn. Die dacht, we moeten gelijk de rekening vragen.”

    CONFRONTATIE
    Nadat de rekening was betaald, confronteerde Karin de student. “Ik weet niet waar ik het vandaan haalde, maar op het laatste moment heb ik haar aangesproken. ‘Ik ben zelf psychiatrisch patiënt vanwege PTSS. Ik stel voor dat je eens heel hard reflecteert op hoe je respectvol met patiënten omgaat’, vertelde ze de student.

    “Ik zag in een vlaag dat ze zich kapot schrok. Ik heb de reactie verder niet afgewacht, dat kostte me te veel kracht op dat moment. Toen we thuis kwamen, heb ik bijna overgegeven en gelijk het stuk geschreven als verwerking. Ik was er letterlijk ziek van.”

    REACTIES
    “Toen ben ik gaan slapen en twee uur later was m’n LinkedIn ontploft. Ik sta versteld. Één reactie was van een psychiater die vertelde dat co-assistenten bang zijn voor de dingen die ze meemaken. Ik kan me voorstellen hoe het is om bang te zijn.” Na de geboorte van haar dochter is Karin opgenomen geweest. “Ik was toen heel bang.”

    De positieve reacties op het bericht doen haar goed. “Het voelt alsof ik jarig ben en meer dan honderdduizend cadeaus krijg. Ik ben jarenlang aan het zwoegen, heb me onbegrepen gevoeld en dan krijg ik zo in één keer al deze reacties in m’n schoot geworpen.”

    HELPEN
    Karin vertelt dat ze graag in gesprek wil met anderen en haar verhaal wil doen tijdens gastcolleges en voorlichtingen. “Het zou mooi zijn als zoiets kan worden omgezet in iets positiefs. Dat we met z’n allen kunnen zorgen voor mensen met PTSS. Ik denk dat als ik eerder begrip had gehad voor mijn PTSS, dat ik dan minder had hoeven lijden.”

    Als laatste geeft ze mee: “Probeer te luisteren en niet meteen te oordelen als iemand praat over stemmingsproblemen of psychische problemen. Je hoeft het niet op te lossen, je moet luisteren. En zeg het als je het heftig vindt, daar heb je ook iets aan als iemand met PTSS.”

    Bron: Linda >>

    #248150
    Luka
    Moderator

    Fawning: The Fourth Trauma Response We Don’t Talk About

    Whether we realize it or not, most of us are familiar with three classic responses to fear — fight, flight and freeze.

    When our brains perceive a threat in our environment, we automatically go into one of these stress response modes. From an evolutionary standpoint, these responses have served us well by allowing us to respond quickly to threats and get to safety. But for folks who have lived through prolonged exposure to abuse or trauma (often referred to as complex trauma), the threat never feels like it went away, leaving many individuals “stuck” in different stress response modes.

    Think of the person who seems to lash out in anger at the slightest provocation (fight). Or the perpetually anxious person who avoids interpersonal conflict by immersing herself in work or school (flight). Or the individual who constantly feels defeated by their inability to make decisions (freeze).

    These are classic examples of fight, flight and freeze due to trauma, but did you know there’s actually a fourth response? It’s called “fawn” and is a term coined by Pete Walker, a C-PTSD survivor and licensed marriage and family therapist who specializes in helping adults who were traumatized in childhood.

    Before we get too deep into the fawn trauma response, let’s make sure we have a good grasp on the other three commonly-recognized trauma responses: fight, flight and freeze. With the help of trauma-informed treatment specialist, Patrick Walden, LICSW, we’ve defined each below.

    As a note, most trauma survivors tend to lean toward one stress response. It’s important to remember no one response is “better” or “worse” than the others. If you find yourself “stuck” in one of the stress responses, and it’s affecting your quality of life, we encourage you to seek the help of a trauma-informed specialist.

    Fight
    Survivors who tend toward the fight response innately believe power will guarantee the security and control they lacked in childhood.

    “Fight looks like self-preservation at all costs,” Walden told The Mighty, adding that this trauma response can manifest in explosive outbursts of temper, aggressive behavior, demanding perfection from others or being “unfair” in interpersonal confrontations.

    He also noted that while we typically associate the fight response with men, women can also struggle with anger, though in many cases they direct their anger inward at themselves instead of toward others.

    Flight
    Survivors who tend toward the flight response are usually chronically busy and perfectionistic. They may believe “being perfect” is a surefire way to receive love and prevent abandonment by important people in their lives.

    “Flight can look like obsessive thinking or compulsive behavior, feelings of panic or anxiety, rushing around, being a workaholic or over-worrying, [and being] unable to sit still or feel relaxed,” Walden said.

    Freeze
    Survivors who tend toward the freeze response are often mistrustful of others and generally find comfort in solitude. The freeze response may also refer to feeling physically or mentally “frozen” as a result of trauma, which people may experience as dissociation.

    “Freeze looks like spacing out or feeling unreal, isolating [yourself] from the outside world, being a couch potato … [and having] difficulty making and acting on decisions,” Walden said.

    What Is the Fawn Response?
    Fawning is perhaps best understood as “people-pleasing.” According to Walker, who coined the term “fawn” as it relates to trauma, people with the fawn response are so accommodating of others’ needs that they often find themselves in codependent relationships. On his website he wrote:

    Fawn types seek safety by merging with the wishes, needs and demands of others. They act as if they unconsciously believe that the price of admission to any relationship is the forfeiture of all their needs, rights, preferences and boundaries.

    Below we’ve listed some classic signs of fawning. These behaviors may be especially prevalent when a survivor feels triggered or fearful:

    • People-pleasing
    • Being unable to say how you really think or feel
    • Caring for others to your own detriment
    • Always saying “yes” to requests
    • Flattering others
    • Struggling with low self-esteem
    • Avoiding conflict
    • Feeling taken advantage of
    • Being very concerned about fitting in with others

    Because fawn types struggle to take up space and express their needs, they are more vulnerable to emotional abuse and exploitation. In abusive circumstances (for example childhood abuse or intimate partner violence), abusers may suppress a survivor’s fight or flight responses by threatening punishment, leading to the the survivor’s reliance on the fawn or freeze response.

    “When we lack the power or ability to fight or flee, which occurs commonly with complex trauma, we will freeze, ‘appease’ or dissociate,” Dr. Cathy Kezelman, AM, president of Blue Knot Foundation: National Centre of Excellence for Complex Trauma, told The Mighty. “The appease response, which is also known as ‘please’ or ‘fawn’ is another survival response which occurs [when] survivors read danger signals and aim to comply and minimize the confrontation in an attempt to protect themselves.”

    What It’s Like to Experience Fawning
    As humans, we tend to seek out relationships that feel comfortable and familiar. For fawn-type trauma survivors who are used to working hard to please in relationships, this can unfortunately mean attracting abusive relationships that feel familiar or “deserved.”

    This is something mental health advocate Sam Dylan Finch wrote about on his blog, “Let’s Queer Things Up“:

    The more invested I was in an emotional connection, the less likely I was to criticize that person, vocalize when my boundaries were crossed, express unhappiness with their behavior, or share anything that I felt might damage that relationship…

    It took stepping away from a friendship that had so thoroughly gaslit and demolished me — while plummeting into the deep depths of anorexia — before I realized that chasing controlling, emotionally unavailable, even abusive people was crushing my spirit.

    I sought out the most emotionally inaccessible people, and I threw myself into the pursuit, somehow believing that if I could secure the love and affection of the most unattainable person, it would indisputably prove my worthiness.

    If you are a trauma survivor and can relate to his words, you’re not alone. There is no shame in struggling with fawning. Fawning, like the other stress responses, is like self-protective armor. It has helped many trauma survivors live through abusive and sometimes dangerous circumstances.

    As we mentioned above, there is no stress response that is “better” or “worse” than the others, but getting stuck in one of them can be harmful. Though fawning tends to assuage anxiety and make you feel “safer” in the moment, it can actually silence your voice and prevent you from healing or surrounding yourself with people that truly care about your well-being.

    How to Find Help
    The good news is it’s never too late to heal from trauma. With the help of a trauma-informed therapist, you can work to change your deeply ingrained responses to fear.

    “People who have experienced complex trauma often struggle to feel safe and regulate their often strong emotions,” Kezelman told The Mighty. “Learning to find a sense of safety can be a slow and gradual process, but one which is absolutely achievable.”

    One of the most important parts of your healing journey will be learning to develop and assert healthy boundaries with people in your life. (For a crash course on boundary-setting, check out our guide here). In times of stress and fear, instead of compromising your needs, a therapist can teach you self-soothing and self-care strategies, as well as grounding techniques if you struggle with dissociation.

    As you begin (or continue) your healing journey, there are a few things we need you to know:

    • You deserve to take up space.
    • You are enough just as you are.
    • Your thoughts, feelings, opinions and boundaries matter.

    Bron: The Mighty >>

    #248519
    Mark
    Moderator

    Interview met kinderpsychiater Eva Kestens in ‘Interne keuken’. Zij legt uit hoe jeugdtrauma’s je ontwikkeling beïnvloeden en waarom jeugdtrauma’s verschillen van volwassen trauma’s.

    Lees meer en beluister het interview op radio1.be >>

    #249306
    Luka
    Moderator

    Animatie Stress window of tolerance

    Deze animatie geeft uitleg over de impact van stress op het kinderbrein. Hoe wij, als volwassenen, kinderen kunnen helpen met deze stress om te gaan.

    #251810
    Luka
    Moderator

    Psycholoog Gijs Coppens geeft uitleg over PTSS

    In de maand juni wordt er extra aandacht besteed aan PTSS, wat de afkorting is van posttraumatische stressstoornis. Dit is een psychische aandoening die kan ontstaan na het meemaken van schokkende of traumatische ervaringen. Patiënten ervaren hier langdurig psychische gevolgen van. PTSS beïnvloedt ook het dagelijks functioneren. Psycholoog Gijs Coppens van iPractice.nl geeft uitleg en beantwoord vragen van luisteraars.

    Luister terug: NPO Radio 1 >>

    #252265
    Luka
    Moderator

    Biologische verstoring door trauma
    Inleiding

    Mensen denken tegenwoordig vaak dat als je hele nare en beangstigende ervaringen meemaakt, je het moet leren te ‘verwerken’. Dat betekent dat iedereen het heel begrijpelijk vindt, dat mensen door ingrijpende ervaringen, zoals de oorlogen in voormalig Joegoslavië en in delen van Afrika, tijdelijk uit hun evenwicht raken. De confrontatie met dood en verwoesting en de doorstane bedreigingen van iemands leven raken iemand diep. Met Verwerken wordt dan bedoeld wanneer je er maar over praat en wanneer je je emoties kunt laten gaan, dat het wel slijt en overgaat. Vandaar dat wanneer iemand nog vele jaren last heeft van oorlogservaringen, anderen vaak verrast zijn. ‘Heb je het nog steeds niet verwerkt?’, zo lijken anderen zich af te vragen. Vaak hebben de anderen niet in de gaten hoe diep en verstorend oorlogsgeweld kan zijn voor mensen. De getroffenen zelf zijn vaak niet in staat of bang om de groteske ervaringen aan anderen te vertellen. Zo vertelde iemand, die bij ons in behandeling is hoe zijn maatje werd doodgeschoten in een plotseling onverdacht moment. Echter wat heel moeilijk te vertellen was het feit dat de resten van de hersenen van zijn maatje nu terechtgekomen waren op het gezicht en de kleren van onze patiënt. Het meemaken van de dood van een ander in de oorlog is al gruwelijk en onvoorstelbaar. Echter dat diens resten vervolgens uiteenspatten en op omstanders terecht komen, is iets wat mensen niet durven te vertellen.

    Iedereen die dit verhaal hoort, gruwt, maar voelt ook aan zijn eigen lichaam reacties van een dichtknijpende keel, de neiging om te huilen, koude rillingen over de huid en misschien een licht verlamd gevoel in de benen. Hieruit blijkt al dat traumatische ervaringen, zelfs het horen ervan, leidt tot sterk lichamelijke reacties. Dat is het onderwerp waarover deze bijdrage zal gaan. In de eerste wereldoorlog werd wel gesproken over ‘shell-shock’. Soldaten die de verschrikkingen van de loopgraven hadden meegemaakt, vertoonden verschijnselen die aan hysterie deden denken. Berucht was het ‘zitteren’, het trillen over het hele lichaam dat niet meer ophield. Ook waren sommigen hun stem kwijt geraakt of hun benen waren verlamd. Aanvankelijk werden die verschijnselen toegeschreven aan brokstukjes van granaten, die op een onzichtbare wijze in de hersenen waren doorgedrongen. Die veronderstelling bleek onjuist te zijn. Onze schedel maakt het niet mogelijk dat kleine brokstukjes zomaar de hersenen binnen dringen. Er moest dus een andere verklaring bestaan voor de verschijnselen, die toch op de een of andere manier aan de hersenen moeten worden toegeschreven. Daar weten we tegenwoordig veel meer van. In het vervolg zal op een aantal van die verschijnselen en verklaringen worden ingegaan.

    Angst en trauma

    Om iets te begrijpen van de lichamelijke, en in het bijzonder de her-senverschijnselen, na traumatische ervaringen, gaan we in op het thema ‘angst-reactie’. Angst is een heel nuttig gevoel omdat het ons als signaal aangeeft, dat er sprake is van gevaar. Ons lichaam en onze hersenen zijn zo ingesteld, dat we gevaar snel moeten herkennen om vervolgens te kunnen vluchten, ons in veiligheid te brengen, of het gevaar bestrijden. Het is duidelijk dat daarbij geen tijd verloren moet gaan. Onze hersenen zijn daar goed op ingericht. Alle binnenkomende informatie via onze ogen en oren wordt steeds gescreend op gevaarlijke elementen. Dat kan niet op een manier waarbij we er eens uitvoerig voor gaan zitten en gaan denken lIs dit wel gevaarlijk?’. We kunnen stellen dat we bij echt gevaar niet de tijd hebben om er uitvoerig over te denken. Er moet dus ergens een centrum zijn in de hersenen, dat snel gevaar kan herkennen en vervolgens het commando kan geven vechten of vluchten. Een hersenonderzoeker Le Doux heeft dat centrum ontdekt. Dat centrum bevindt zich aan beide zijden van de hersenen aan de onderkant, waar alle signalen van buiten als eerste binnenkomen.

    Deze twee gebieden lijken qua vorm en omvang op een amandel en ze worden daarom ‘amandelkern’ of ‘amygdala’ genoemd. Men zou de amandelkern kunnen noemen de doos waarin alle informatie over echt gevaar is opgeslagen. Zodra informatie binnenkomt waarin gevaar voorkomt, komt de amandelkern in actie. Le Doux heeft aangetoond, dat de amandelkern vervolgens niet de gevaarsinformatie doorstuurt naar de hersenschors. De hersenschors is ons denkcentrum en het is duidelijk dat we daar geen tijd voor hebben. De amandelkern zorgt ervoor door een aantal hersenhormonen direct te laten toenemen, dat onze aandachtsconcentratie zeg maar tien keer zo sterk wordt.

    Ter illustratie: Op een hersenscan (bijeengevoegde gegevens van 8 individuen) is duidelijk te zien dat bij getraumatiseerde personen de amandelkern (amygdala) geactiveerd wordt bij herinnering van traumatische ervaringen, (foto afkomstig uit: Rauch, S.L., B. van der Kolk e.a., ‘A symptom provocation study of posttraumatic stress disorder using positron emission tomography and script-driven imagery’. In: Archives of General Psychiatry vol. 53 (1996) 5, 385.)

    We zien dat bijvoorbeeld door de opengesperde ogen. Maar ook ons geheugen wordt direct opgevoerd om goed de informatie binnen te laten komen en het gevaar te kunnen lokaliseren. Het woord geheugen hier kan verwarring opwekken. Het is zo, dat we onze hersenen kunnen beschouwen als een opslagplaats van heel veel informatie, niet alleen om dingen te kunnen herinneren, maar vooral ook om iets te kunnen herkennen. Een derde actie is dat de spierspanning verhoogd wordt, het hart sneller gaat kloppen en dat het bloed vooral richting hersenen en spieren gestuurd wordt en bijvoorbeeld minder naar de buik.

    Samengevat kunnen we zeggen dat gevaar of een trauma door de amandelkern herkend wordt en dat deze acties onderneemt om te kunnen gaan vechten of vluchten. Als we eenmaal het gevaar hebben afgewend kunnen we gaan nadenken over wat we hebben meegemaakt, of het wel echt gevaarlijk was. Ook pas dan komen emoties als woede en verdriet los.

    Biologische verstoring door trauma

    Dat is allemaal goed te begrijpen. Het maakt echter nog niet duidelijk waarom iemand dan toch nog jaren lichamelijk last kan houden van een doorgemaakte traumatische ervaring. Eerst zal ik aangeven wat de blijvende lichamelijke hersenverschijnselen kunnen zijn:

    1. herbelevingen;

    2. moeite met inslapen of doorslapen;

    3. prikkelbaarheid of woedeuitbarstingen;

    4. moeite met concentreren;

    5. overmatige waakzaamheid;

    6. overdreven schrikreacties.

    Wanneer iemand na een traumatische ervaring een zogenoemd posttraumatische stress stoornis (ptss) ontwikkeld heeft, betekent dit dat hij steeds last heeft van onder meer de hierboven genoemde verschijnselen.

    De herbelevingen zijn een opmerkelijk verschijnsel. Op onbewaakte momenten of wanneer men iets ziet of hoort dat herinnert aan de gruwelijke ervaring komen herinneringen in de vorm van beelden en geluid en soms zelfs geuren levensecht terug. Mensen zeggen ook ‘Ik zie het als een film weer aan me voorbij trekken’. Dat is een hele andere manier van herinneren dan we gewoonlijk kennen. Vaak bestaat onze herinnering uit een verhaal met vage indrukken en beelden zoals van een vakantie. De terugkerende herinneringen aan de traumatische ervaring zijn echter niet in de vorm van een verhaal en in woorden maar alsof we het opnieuw meemaken. Dat heeft vermoedelijk te maken met het feit, dat iedere keer de amandelkern geactiveerd wordt en dat de ervaring nog steeds niet als een verhaal is opgeslagen. Daardoor kan het snel geactiveerd worden en treden ook iedere keer de lichamelijke angstverschijnselen daarbij op. We zeggen wel het blijft een actueel zintuiglijk geheugen of ook wel ‘we kunnen het maar niet vergeten’.

    De andere verschijnselen moeite met inslapen of doorslapen, prikkelbaarheid of woedeuitbarstingen, moeite met concentreren en overmatige waakzaamheid en schrikreacties hebben hier mee te maken. We kunnen ze als volgt begrijpen. De traumatische ervaring is een nieuwe, zeer heftige ervaring die we nog niet kenden en die geleid heeft tot een alarmreactie. De verschijnselen wijzen erop dat de alarmreactie niet is overgegaan. Het lijkt alsof we steeds weer bang zijn, dat het gevaar plotseling blijft toeslaan. We zeggen ook wel, dat die staat van alarm waarin iemand eigenlijk jaren lang kan blijven nuttig is, wanneer er feitelijk sprake is van gevaar. Ze is echter niet nuttig en zelfs ontregelend wanneer er geen gevaar meer is. Slapen kun je pas goed als er geen gevaar dreigt. Als je steeds op je hoede bent, wordt je gauw prikkelbaar wanneer ‘gewone zaken’ je aandacht opeisen. Concentratie zoals een boek of een krant lezen kan alleen wanneer je niet steeds hoeft op te letten op mogelijk gevaar. Men kan zeggen dat iemand met ptss almaar bezig blijft gevaar op te sporen. Het is goed te begrijpen dat dit mensen uitput en dat ze daardoor in werk en gezin slecht functioneren. Daarom is ptss een echte stoornis die behandeld moet worden. En dat is gelukkig heel goed mogelijk.

    Referentie:
    B.P.R. Gersons | 1999
    In: Trauma door oorlogsgeweld : twaalf inleidingen rond een thema/ red. Judith Schuyf

    Bron: Psychotraumanet.org >>

    #255950
    Skye
    Moderator

    PTSS-expert: ‘Traumabehandelingen zijn maatwerk’

    Praten met getraumatiseerde mensen? Totaal zinloos, stelt de Nederlands-Amerikaanse PTSS-deskundige Bessel van der Kolk. Laat ze eerst maar weer leren hun lichaam te kalmeren, bijvoorbeeld met yoga. Zijn aanpak is omstreden, maar hij boekt er veel succes mee.

    Er wordt tegenwoordig wat snel van een trauma gesproken, erkent Bessel van der Kolk, maar dan nog komt het veel voor. Naar schatting 8 tot 12 procent van de bevolking leeft met een echte posttraumatische stressstoornis (PTSS). Deze mensen hebben een ingrijpende ervaring doorgemaakt zoals een verkeersongeluk of verkrachting, of zijn langdurig blootgesteld aan bijvoorbeeld oorlogsgeweld of verwaarlozing in de kindertijd.

    Gebeurtenissen die nog lang diepe sporen kunnen trekken. In de geest en, volgens Bessel van der Kolk, vooral ook in het lichaam. Dat is soms over-alert: het staat als het ware nog altijd klaar om te vechten of te vluchten.

    ‘Heb je een trauma, dan is het probleem ten diepste dat je je niet veilig voelt in deze wereld, met name je lichaam niet,’

    zo formuleert Bessel van der Kolk het. Hij is auteur van de bestseller The Body Keeps the Score, in het Nederlands vertaald als Traumasporen.

    Trauma behandelen
    Na enige aarzeling vertelt de Amerikaanse psychiater met de Hollandse roots dat zijn interesse in PTSS geen toeval is. Hij groeide op in het Den Haag van vlak na de oorlog, als kind van getraumatiseerde ouders. ‘Zij hielden hun hele leven last van de oorlog en van de gruwelijke armoede vóór die tijd.

    Er waren geen sociale voorzieningen; was je arm, dan moest je maar zien hoe je overleefde. Vooral mijn moeder wist niet hoe ze moest ontspannen, of hoe ze moest omgaan met haar familie. Ik denk met droefheid terug aan het ongelukkige leven dat ze heeft geleid. Als men in haar tijd wist wat we nu allemaal weten, had iemand haar trauma kunnen behandelen.’

    Bessel van der Kolk is altijd geïnteresseerd geweest in zowel harde als sociale wetenschappen. Door te kiezen voor de psychiatrie kon hij zowel hersenwetenschapper als humanist zijn. ‘Ik heb allerlei behandelingen persoonlijk uitgeprobeerd, zoals psychoanalyse, lichaamsgerichte therapie en yoga, en ook uitvoerige wetenschappelijke studies gedaan naar het effect van medicijnen zoals Prozac, EMDR, neurofeedback en psychedelische drugs. Kortom, zo’n beetje alles wat ik nu mijn patiënten aanbied.’

    U bent steeds meer met het lichaam gaan werken, en praten steeds meer gaan relativeren. U waarschuwt zelfs tegen ‘de tirannie van taal’.
    Bessel van der Kolk: ‘Het is natuurlijk ontzettend belangrijk om na een trauma in een veilige omgeving te kunnen vertellen wat er met je gebeurd is. Vaak genoeg is een trauma een geheim dat eruit moet. Maar alleen praten en begrijpen waarom je pijn hebt, lost die pijn niet op. Het neemt de inprenting van angst en walging niet weg. Dat zijn primitieve lichamelijke reacties die uit een ander, niet-talig deel van het brein komen. Dus daar moet je je lichaam mee helpen.

    Een traumareactie is een dierlijke vecht- of-vluchtrespons, met stresshormonen als motor. Bij mensen met een PTSS is daar iets fout gegaan: ze maakten een schokkende gebeurtenis mee waar niet tegen te vechten of van weg te vluchten was. Hun stressreactie is chronisch geworden, waardoor zij overdreven heftige reacties blijven vertonen.

    Zij voelen de drang om te slaan of weg te rennen bij de kleinste voorvallen. Hun lichaam moet daarom eerst kalmeren. Als jouw baby ’s nachts huilend wakker wordt, ga je daar toch ook geen gesprek mee voeren? Nee, je houdt hem vast, wiegt en troost hem, en daarmee herstel je het evenwicht op een heel elementair niveau. Daar moet de behandeling van PTSS ook mee beginnen.’

    Dus de therapeuten in uw behandelcentrum wiegen en troosten de patiënten?
    ‘Nee, daar hebben we andere hulpverleners voor. Die geven onze patiënten massages, doen een zachte deken om hen heen, laten ze op een trampoline springen. Het is fascinerend om te zien wat dat laatste doet met kinderen met PTSS. Als die beginnen te springen of aanrakingen voelen, gaat hun taalgebruik vooruit. Ze ontwikkelen het vermogen om in complete en complexe zinnen te spreken.

    Zolang die kinderen vervuld zijn van angst, gedragen ze zich als angstige diertjes. Maar wanneer het regulatiesysteem achter in de hersenen gekalmeerd raakt, gaat ook het voorste deel van het brein gezonder functioneren. Er kan dan beter onderscheid gemaakt worden tussen verleden, heden en toekomst. En dan kan doordringen dat het gevaar in het heden is geweken.’

    Was er een bepaald moment waarop u dacht: al dat praten leidt nergens toe?
    ‘Ik werd heel váák bekropen door het gevoel: verdorie, de patiënt en ik praten volop en we geven om elkaar in deze therapeutische relatie, maar toch knapt hij niet op. Dus ging ik op zoek naar nieuwe manieren om PTSS en sporen van trauma te behandelen. Ik was dertig jaar geleden de eerste behandelaar die het effect van Prozac bij PTSS bestudeerde. Toen ik tot de conclusie was gekomen dat het middel onvoldoende verschil maakte, begon ik andere dingen te onderzoeken.’

    Dat was EMDR, indertijd nog zeer omstreden.
    Bessel van der Kolk: ‘Inderdaad. Maar EMDR is een fantastische behandeling gebleken voor trauma en PTSS. Sommige mensen denken dat ik een EMDR-fanaticus ben, maar ik zie het bovenal als een techniek die deuren heeft geopend. Het is zó anders dan op je kont zitten en praten. Je zegt eigenlijk heel weinig; de patiënt roept het traumatiserende beeld in zijn herinnering op en volgt daarbij met zijn ogen jouw vinger die heen en weer gaat. En de herinnering verandert!

    Maar er bleef een groep patiënten over bij wie EMDR niet werkte, dus moesten we weer verder zoeken. Zo kwam ik uit bij yoga. Ook dat helpt sommige mensen, maar evenmin iedereen. Je hebt gewoon een heel arsenaal aan trucs nodig, want niet één behandelingsmethode werkt altijd en bij iedereen.’

    Hoe kan yoga getraumatiseerde mensen helpen?
    ‘Dankzij yoga kun je meer accepterend worden over jezelf en je emoties; meer in het hier en nu komen. Yoga betekent mindful zijn, je adem reguleren en je lichaam voelen: drie wezenlijke componenten van beter worden. Het kan ook helpen om de triggers in je lichaam te accepteren. Neem de “happy baby-houding”. Je doet daarbij je benen in de lucht en spreidt die zo wijd mogelijk, je onderbuik naar boven gericht. Dat is géén fijne houding als je seksueel misbruikt bent.

    Maar je kunt niet echt in je lichaam wonen als je jezelf niet kunt openen. Dus vragen wij mensen met PTSS om het langzamerhand te proberen, heel voorzichtig: knieën omhoog, rustig ademend. Een patiënte vertelde hoe zij toen écht aan den lijve kon ervaren dat er niets vreselijks meer gebeurt. Zo’n nieuwe reële ervaring in het hier en nu overschrijft de oude, irreële angst dat ze weer verkracht wordt. En dan kan er iets helen.’

    Is praten nog wel nodig?
    ‘Zeker. Mensen met een trauma schamen zich vaak en begrip en zelfliefde is dan hard nodig. Praten helpt daarbij. Maar bij trauma is dé grote uitdaging om het lichamelijke gevoel van veiligheid te herstellen. Uit breinonderzoek blijkt dat wanneer mensen flashbacks hebben van hun traumatische ervaring, het hele verbale deel van hun brein blokkeert. Ze zijn dan weer helemaal dat angstige dier wiens leven in gevaar is.

    Het zijn dit soort onderzoeksuitkomsten die mij ertoe brachten dingen te gaan proberen waarbij het gesprek niet zo’n rol speelt. We wisten uit de praktijk al dat mensen die zijn verkracht door hun vader, een aanslag hebben meegemaakt of in een concentratiekamp hebben gezeten, daar vaak niet over kunnen praten. Je móét daarom wel een andere ingang dan de taal zien te vinden.

    Wat mij altijd weer diep raakt bij mijn patiënten, is dat ze hun lichaam nauwelijks voelen. Daardoor herkennen ze ook signalen als moeheid, pijn en blijheid niet. Al die emoties zijn lichaamsgebaseerde ervaringen. Dat verklaart waarom getraumatiseerde mensen vaak zo weinig betrokken overkomen: ze kúnnen zich niet echt levendig, betrokken of blij voelen.’

    Waarom is er zo veel controverse rond uw persoon geweest?
    Bessel van der Kolk: ‘We waren het eerste centrum ter wereld dat yoga toepaste bij een groep zeer chronische traumapatiënten die al jaren geen vooruitgang boekten. Hun symptomen verminderden met gemiddeld 30 procent. Ook neurofeedback onderzochten we bij zo’n resistente groep patiënten, en weer zagen we een afname van gemiddeld 30 procent van de klachten. Samen zingen, bewegen, ritmes aannemen, blijkt sommige patiënten ook te helpen. Maar mensen zijn bang voor nieuwe zaken. Als je komt met iets waaraan niemand nog gedacht heeft, ontmoet je scepsis.

    De eerste keus-traumabehandeling in de VS is nu cognitieve gedragstherapie – dat wordt het meest onderwezen. Maar in mijn kringen, die vrij groot zijn, doet niemand dat. PTSS-klachten nemen er gemiddeld met een derde mee af, ongeveer net zoveel als met een placebo. Dat is niet goed genoeg!

    EMDR doet het beter, maar dat vonden mensen in het begin maar raar. Daarbij wiebel je met je vingers, en respectabele mensen wiebelen niet met hun vingers. Nu werken we weer met psychedelische drugs: nog raarder! Maar een middel als MDMA leidt tot diepe lichamelijke ervaringen, waardoor mensen met PTSS eindelijk durven voelen wat ze altijd hebben tegengehouden. Onder veilige omstandigheden kunnen ze terug naar een gebeurtenis in het verleden om te ontdekken: ja het is gebeurd, maar het is nu weg. Trauma is niet wat er met je gebeurd is, maar wat er nog steeds met je gebeurt terwijl je een gevoel ervaart.’

    De vraag is dus vooral: wat werkt voor wie?
    ‘Precies. En dat is deels een kwestie van temperament van de cliënt; je moet samen zoeken naar de passendste behandeling. Gelukkig werk ik in een kliniek waar we het hele scala aan behandelingen bieden; daarom knappen bij ons gemiddeld meer mensen op.

    Op de universiteit krijgen behandelaars nog steeds vaak “formules” aangeleerd: dit werkt bij deze aandoening. Onze missie is dat therapeuten meerdere methodes kunnen gebruiken in hun werk. Zij moeten de patiënt helpen in het hier en nu te komen, en er is niet één “beste manier” om dat te bereiken.

    ‘Als je ooit iemand hoort beweren dat hij hét antwoord op trauma heeft, geloof hem dan vooral niet.’

    Bron: Psychologie Magazine >>

    #257318
    Luka
    Moderator

    Leven met 4 psychische stoornissen: Daniel (28) leert er nog steeds mee omgaan

    Een combinatie van 4 psychische stoornissen bestaande uit een depressie, OCD, sociale angst en een complex posttraumatisch stresssyndroom. Dat is wat werd gediagnosticeerd toen Daniel (28) in augustus aanklopte bij psychische hulpverleners. Inmiddels is hij begonnen aan zijn hersteltraject. “Het is een lange weg, ik zal geduld moeten hebben, maar ik geloof ook dat ik een goed leven kan hebben.”

    In deze serie over psychisch lijden willen we samen psychische klachten bespreekbaar maken en taboes over ‘gekkies’ doorbreken. Daniel (28) bijt de spits af.

    Was er een moment dat je dacht, er is iets met me aan de hand?
    “Het is lastig om een beginpunt aan te duiden,” vertelt Daniel. “Mijn hele leven had ik al een soort buitenstaandersgevoel. Ik voelde me volwassener dan vrienden en kon minder van het leven genieten.

    Inmiddels weet ik dat die gevoelens komen door mijn jeugd. Doordat mijn moeder kampte met depressie en OCD, kon ze me niet bieden wat ik nodig had om me emotioneel te ontwikkelen. Achteraf gezien leefde ik daardoor erg veel in eenzaamheid en angst. Die gevoelens droeg ik tot in de volwassenheid met me mee. Ook nu nog kan ik soms heel angstige gevoelens krijgen.

    Geen wonder dat ik op latere leeftijd te kampen kreeg met overspannenheid, een slechte concentratie en overmatige stress door kleine dingen. Toch nam ik de klachten niet serieus en ik wees mezelf de hele tijd af. “Kom op, doe niet zo raar”, zei ik tegen mezelf.”

    Wat voor impact had dit op jouw omgeving?
    “Ongeveer in die periode liep mijn vorige relatie stuk. Ik voelde wel dat die relatie niet goed in elkaar zat, want ik cijferde mezelf volledig weg voor haar en deed nooit iets voor mezelf. Dat was een patroon dat zich in al mijn relaties voordeed (ook in vriendschappen) maar bij liefdesrelaties kwam dat extra sterk naar voren.

    Tot ik mijn huidige vriendin leerde kennen. Zij wees me erop dat ik te veel voor haar deed en dat ze graag ook iets voor míj wilde doen. Voor mij was dat een heel nieuwe rol. Hoezo kookte en knuffelde ze mij zonder dat ik daar iets voor moest teruggeven? Ik kon dat niet accepteren. Ik raakte zo in de war dat ik mezelf kwijtgeraakte. Mijn vriendin maakte dat allemaal vanaf de zijlijn mee.”

    Hoe merkte je dat je jezelf kwijtraakte?
    “Ik kreeg bijvoorbeeld last van dissociatiemomenten. Dat zijn reacties op extreme stress of angst waarbij je lichaam in een soort nepslaap belandt. Je bent wel aanwezig maar er wordt niets opgeslagen.

    Zo gebeurde het eens dat ik ’s nachts 8 uur lang dissociaties had waarbij ik van persoonlijkheden wisselde en ging praten met een andere stem.

    Achteraf kan je je zulke dingen maar vaag herinneren.

    In het kort is mijn toestand toen volledig geëscaleerd, maar als ik er nu aan terugdenk, was dit iets wat zich jaren had opgebouwd.”

    Wat was het punt waarop je dacht, nu moet ik om hulp vragen?
    Toen ik last kreeg van deze dissociaties, ben ik gaan aankloppen bij een psycholoog om mijn verhaal te vertellen. Zij vertelde me dat mijn verhaal te heftig was om te kunnen verhelpen in de eerstelijnspsychologie. Daar schrok ik erg en dacht: hoezo dan?

    In de tweedelijnspsychologie belandde ik op een wachtlijst van 6 maanden. Dat heeft absoluut niet bijgedragen aan mijn herstelproces, want overal waar ik aanklopte, werd ik afgewezen. Ik heb in 3 maanden een stuk of 6 intakes gehad, maar overal hoorde ik hetzelfde:

    “jouw situatie is te complex, hier kan je niet terecht”.

    Wat was er zo complex aan jouw situatie dat je nergens terecht kon?
    “Mijn diagnose bestond uit een combinatie tussen een complex posttraumatisch stresssyndroom (omwille van de emotionele verwaarlozing tijdens mijn jeugd), sociale angststoornis, OCD en depressie. Die combinatie was te gecompliceerd voor specialistische zorg. Zo’n diagnose vereist zorg over de hele breedte en dat konden ze me bijna nergens bieden. Daardoor kreeg ik het idee dat ik me aanstelde en dat ik het allemaal verzon, hoe erg ik ook in gevecht was met mezelf.

    Ik ben toen in een zware depressie beland. Dat werd uiteindelijk zo’n crisissituatie waardoor ik ben terechtgekomen bij de crisishulpverlening. Daar werd ik meteen aangenomen. ”

    Hoe zag je behandeltraject er uiteindelijk uit?
    “Wat volgde was een traject bestaande uit therapie en medicatie. Tijdens de therapieën ontmoette ik voor het eerst anderen die gelijkaardige dingen hadden meegemaakt. Toen besefte ik pas: ik heb niet alles verzonnen, ik ben geen aansteller. Ik kon mezelf beter begrijpen en mijn depressie werd er een stuk minder door. Maar het was heel heftig en zwaar, zeker door mijn sociale angst die alles bemoeilijkte moeilijker maakte. ”

    Hoe zie je de toekomst voor je?
    “Door de therapie heb ik gemerkt dat de dingen in mijn jeugd zo heftig waren dat ze diepe sporen hebben nagelaten. Toch zie ik de toekomst positief, al is daar veel geduld voor nodig. Op sommige dagen is het nog steeds te veel gevraagd om de vaatwasser uit te laden. Het is een lange weg, maar ik geloof ook dat ik een goed leven kan hebben.

    Daarbij heb ik nog nooit zo dicht bij iemand gestaan als bij mijn huidige vriendin. Dat zal altijd zo blijven, want we hebben ons er samen doorheen geknokt. Ik heb nog nooit zo’n band met iemand gehad en dat zal ook nooit anders worden. Ik denk dat heel weinig relaties dit aan zouden kunnen want het is gewoon echt heel heftig.”

    Wat wil je dat mensen weten over psychisch lijden?
    “Ik zou graag willen dat er minder angst heerst rond dit onderwerp. Ik snap dat het eng is om te beginnen over zaken die wat vager en moeilijker zijn, maar bij iemand die worstelt met een psychische problematiek kan je haast geen wonden openhalen want pijn is voor deze mensen dagelijkse realiteit.

    Ik merk ook dat veel mensen geneigd zijn om een oplossing te verzinnen voor mijn problemen, maar niemand heeft een kant en klare oplossing, dus voel je daar ook niet verantwoordelijk voor. Door opmerkingen als “kom op, ff doorzetten, we gaan iets leuks doen” voel je je alleen nog maar minder begrepen en alleen.

    Het is gewoon heel fijn wanneer mensen interesse tonen in je verhaal. Niets voelt aangenamer dan mensen die me aandacht geven, die naar me luisteren, die erkennen dat het naar is en die me sterkte wensen. Ik hoop dat meer mensen dat gaan beseffen.”

    Bron: Bedrock >>

    #258965
    Mark
    Moderator

     

    Wie heeft er geen last van stress? Geen zorgen, een beetje stress is best gezond. Ons lichaam zit namelijk prachtig in elkaar. We hebben een bijzonder robuust stress-systeem dat wel een stootje kan hebben. Van een flinke adrenaline-rush herstel je dan ook tamelijk snel. Maar het wordt een ander verhaal als je last krijgt van langdurige stress. In plaats van dat je lichaam herstelt kan het blijven sudderen in de stresstoestand. Op lange termijn word je hierdoor kwetsbaarder voor ziektes, kwaaltjes en zelfs psychische stoornissen. Psychiater Christiaan Vinkers (Amsterdam UMC) ziet dit steeds vaker en wil dan ook graag het stress-systeem resetten.

    ► Wil je meer weten over de RESET-studie waar Christiaan over vertelt? Check dan deze website: http://www.jeugdtraumadepressie.nl

13 berichten aan het bekijken - 26 tot 38 (van in totaal 38)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 22 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.706, berichten: 14.620, leden: 1.549
Scroll Up