Aangifte doen & juridische hulp

  • Dit onderwerp bevat 33 reacties, 3 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 01/07/2022 om 23:15 door Luka.
4 berichten aan het bekijken - 31 tot 34 (van in totaal 34)
  • Auteur
    Reacties
  • #270230
    Luka
    Moderator

    NOG GEEN 10 PROCENT DOET AANGIFTE SEKSUEEL MISDRIJF: ‘WIE NEEMT MIJ SERIEUS?’

    ‘Als niemand wat zegt, kunnen wij ook niks doen.’ Met die woorden reageerde John de Mol op de verhalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag op zijn set. Maar de drempel om naar buiten te treden is erg hoog, zeggen experts en slachtoffers. ‘Ik had geen bewijs en ik bleef aan mezelf twijfelen.’


    Anne van Dijk (l) en Thysia Huisman (r).
    Foto: Anne van Dijk door Shamira Rayman, Thysia Huisman door Chantal Spieard

    Op een zomeravond in 2021 besluit Eline de Vries* eerder weg te gaan van een borrel met collega’s ter afsluiting van het theaterseizoen. Hoewel het gezellig is, moet ze de volgende dag vroeg op. In de deuropening houdt een mannelijke collega haar onverwachts tegen. Hij wilde niet dat ze al zou gaan. Enigszins ongemakkelijk weet ze zichzelf langs hem heen naar buiten te bewegen, maar ze gaat nog even onder het podium langs: ze mag wijnglazen meenemen die anders weggegooid zouden worden. In de donkere ruimte staat hij opeens weer achter haar. Hij begint haar ongevraagd te zoenen. De Vries verstijft van angst. Hij stopt pas als een vriendin van De Vries toevallig aan komt lopen.


    IS DIT MIJN SCHULD, HEB IK DIT MISSCHIEN UITGELOKT?

    Eenmaal thuis begint De Vries aan zichzelf te twijfelen: ‘Is dit mijn schuld, heb ik dit misschien uitgelokt?’ Twee weken later durft ze het incident bij haar baas te melden. Hij vraagt naar bewijs, en zegt daarna: ‘Je bent een superleuke meid, dit gebeurt jou toch wel vaker? Misschien moet je op assertiviteitscursus.’ De Vries besluit van het incident geen aangifte te doen. ‘Als mijn baas mij niet eens serieus neemt, wat gaat de politie er dan aan doen?’

    AANGIFTE IS (NOG) NIET VAAK KANSRIJK
    Het is de vraag of een aangifte in De Vries’ geval tot strafvervolging zou hebben geleid. Volgens de wet is er namelijk pas sprake van seksueel geweld als er, tegen de wil van een persoon in, fysieke seksuele handelingen zijn verricht. In dat geval spreekt de wet van verkrachting of aanranding1. Richard Korver, advocaat gespecialiseerd in zedendelicten, bevestigt dit per mail: “Als je iets hebt meegemaakt wat je als vervelend hebt ervaren, maar wat niet strafbaar is, dan kun je daar geen aangifte van doen.” Het feit dat De Vries verstijfde, kan door een rechter worden aangemerkt als bewijs dat er sprake van dwang was, net als de locatie: een donkere plek waar zij niet makkelijk weg kon.


    NOG GEEN TIEN PROCENT VAN DE SLACHTOFFERS DOET AANGIFTE

    Kenniscentrum Rutgers, gespecialiseerd in seksualiteit en seksuele gezondheid, schaart wat De Vries afgelopen zomer overkwam onder seksuele intimidatie of ongewenste intimiteiten. Daarmee bedoelt het centrum: ‘Verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag, met een seksuele betekenis, dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon aan te tasten.’ Daar kunnen ook ongewenste, seksueel getinte berichtjes onder vallen.

    Roy Heerkens, persvoorlichter van Slachtofferhulp Nederland, merkt dat er op dit moment veel discussie is over wat als een strafbaar feit gezien kan worden. Na aangifte van een verkrachting of aanranding, moet de rechter daarom oordelen of er sprake was van geweld, een dreiging van geweld, of dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van de situatie, waardoor iemand niet in staat was te weigeren (bijvoorbeeld door middelengebruik).

    Vanuit de samenleving klinkt de roep om betere bescherming tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Oud-minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA) diende daarom in maart vorig jaar een wetsvoorstel in, dat dit voorjaar door de Kamer zal worden behandeld. Wie seksueel contact initieert zou volgens het voorstel vooraf zeker moeten zijn dat de andere partij daarmee instemt. Dwang, geweld en bedreiging zouden daardoor geen vereiste meer zijn voor een veroordeling. Heerkens hoopt dat “door het omdraaien van de bewijslast, slachtoffers eerder bereid zijn om naar de politie te stappen”.

    DREMPEL VOOR AANGIFTE IS HOOG
    Naar aanleiding van de onthullingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag achter de schermen bij The Voice deed de nieuwe minister van Justitie en Veiligheid, Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), een oproep aan mensen die slachtoffer waren geworden. Als zij nog geen aangifte hadden gedaan, moesten ze dat alsnog doen, aldus de minister. Maar slachtoffers doen niet vaak aangifte. Volgens voorlopige cijfers van het Centraal Bureau Statistiek (CBS) deden in 2020 7850 mensen aangifte van een seksueel misdrijf, terwijl het Centrum voor Seksueel Geweld (CSG) voorrekende dat jaarlijks zo’n 100.000 mensen het slachtoffer zouden worden van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat zou betekenen dat nog geen 10 procent van de slachtoffers een aangifte doet.

    Hoe vaak wordt er aangifte gedaan?

    Het Centrum Seksueel Geweld schat (2020) dat zo’n 100.000 mensen per jaar slachtoffer worden van seksueel geweld. Van de slachtoffers is 90 procent vrouw.

    In 2017 concludeerde kenniscentrum Rutgers dat in totaal 22 procent van de vrouwen en 6 procent van de mannen manuele, orale, vaginale of anale seks tegen de wil heeft meegemaakt en/of is gedwongen om seksuele dingen te doen die ze niet wilden. Dat percentage ligt nog hoger wanneer je zoenen en seksueel aanraken tegen de wil meetelt. Dan betreft het 53 procent van de vrouwen en 19 procent van de mannen.

    Volgens het Centraal Bureau Statistiek (CBS) deden in 2019 8305 mensen aangifte van een seksueel Misdrijf. Als de schatting van CSG klopt, zou dat betekenen dat nog geen 10 procent van de slachtoffers aangifte doet.

    CSG, Rutgers en het CBS houden geen cijfers bij over hoe vaak non-binaire mensen het slachtoffer worden van seksueel grensoverschrijdend gedrag. In de praktijk lijken non-binaire mensen een groter risico te lopen om slachtoffer te worden van seksueel geweld (Transgender Netwerk Nederland, 2018).

    Wat wel stijgt is de meldingsbereidheid, blijkt uit recent onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico (2020). Dat blijkt uit cijfers van de Nationale Politie: ‘Verkrachtingen worden steeds vaker gemeld, maar het aantal aangiften stijgt niet even hard mee.’ Wanneer je aangifte doet bij de politie, verzoek je om strafvervolging. Dit is anders dan wanneer je een melding maakt bij de politie. In dat geval stel je de politie enkel op de hoogte van de situatie.


    IK GING KAPOT VAN DE ONZEKERHEID. WAT ALS ER NIKS MET MIJN AANGIFTE ZOU GEBEUREN?

    Rob Kelder werkt als zorgcoördinator bij stichting Fier, een landelijk expertise- en behandelcentrum voor geweld en afhankelijkheidsrelaties. Als begeleider van onder meer slachtoffers van mensenhandel, ziet hij dat dit onderscheid de praktijk een groot verschil maakt: “Bij een aangifte verzoek je de politie en justitie om iemand op te sporen. De vermeende dader krijgt dan ook te horen dat jij dat in werking hebt gezet. Bij een melding blijf je als slachtoffer meer op de achtergrond.”

    Kelder ziet daarnaast dat de duur van een aangifteproces een grote rol speelt bij de overweging om aangifte te doen. “Een rechtszaak in eerste aanleg kan zeker wel een jaar duren. Van tevoren vragen mensen zich daarom af, hoe lang nog voordat ik echt weer verder kan met mijn leven?”

    LANGE TIJD IN ONZEKERHEID
    Dat het leven niet gewoon verder gaat na het doen van aangifte weet ook Thysia Huisman (48). Zij deed in 2019 aangifte tegen de beroemde modellenscout Jean-Luc Brunel, die haar volgens Huisman in 1991 zou hebben gedrogeerd en verkracht. Toen ze destijds aan haar Belgische agent probeerde uit te leggen wat er was gebeurd, nam hij haar niet serieus: “Zij maakte mij belachelijk en stelde dat het nou eenmaal bij het modellenwerk hoorde. Ik dacht toen dat het mijn eigen schuld was en dat ik het maar gewoon moest vergeten.”

    En zo duurde het 28 jaar voordat Huisman daadwerkelijk aangifte tegen Brunel deed, in Frankrijk. Te laat, want in Frankrijk verjaren zedenzaken na twintig jaar. In Nederland verjaren misdrijven waarop een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat (zoals verkrachting) niet. Hoewel de zaak verjaard is, voelt de aangifte voor Huisman als een opluchting. Maar al snel breekt opnieuw een lastige tijd aan, het duurt namelijk meer dan een jaar voordat er twee zaken komen die níet verjaard zijn. Kort daarna kan Brunel worden gearresteerd. Huisman vertelt: “Ik ging een jaar lang kapot van de onzekerheid. Wat nou als er niks met mijn aangifte zou gebeuren?”


    DE POLITIEMAN AAN DE DEUR ZEI GELIJK: WELKOM IN DE VOLWASSEN WERELD

    Ook Anne van Dijk (18) weet dat een aangifte op emotioneel vlak veel met je doet. Op dertienjarige leeftijd betrapt Van Dijk haar volleybalcoach, terwijl hij haar tijdens het omkleden stiekem probeert te filmen. In shock belt ze haar moeder op, die direct de politie inschakelt. Van Dijk herinnert het zich nog goed: “De politieman aan de deur zei gelijk: welkom in de volwassen wereld Anne.”

    Wat het voor Van Dijk extra lastig maakt, is dat de volleybalcoach erg geliefd was in het dorp waar ze vandaan komt. Veel mensen twijfelden daarom in eerste instantie aan de geloofwaardigheid van haar verhaal. Ook tijdens het verhoor vragen de agenten haar meermaals of ze wel zeker weet dat ze het zich niet heeft ingebeeld. “Omdat ik geen bewijs had ging ik ook aan mijzelf twijfelen. Na de aangifte hoopte ik dat het klaar zou zijn, maar door de negatieve reacties uit mijn omgeving werd het toen eigenlijk pas echt zwaar.”

    Het traject van aangifte tot veroordeling duurt voor de jonge van Dijk nog zeker negen maanden. Uiteindelijk wordt de volleybalcoach veroordeeld voor heimelijk filmen – de politie nam maar liefst 11 gegevensdragers in beslag waarop filmmateriaal van meerdere slachtoffers werd aangetroffen. De veroordeling zorgt bij Van Dijk voor opluchting: “Het heeft mij geholpen met het totale verwerkingsproces. Ik kon eindelijk aan mijn omgeving bewijzen dat er wel echt iets gebeurd was.”

    DOE HET SAMEN


    ZOLANG WE WEG BLIJVEN KIJKEN GAAT ER NOOIT IETS VERANDEREN

    Zowel Huisman als Van Dijk zetten zich nu dagelijks actief in om andere slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag te helpen. Via haar bedrijf Adrises zet van Dijk zich in als ervaringsdeskundige. Op scholen en bij sportverenigingen en andere organisaties, geeft ze voorlichting over de gevolgen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Huisman heeft haar ervaringen opgeschreven in haar boek Close-Up (2021), in de hoop andere slachtoffers te overtuigen om ook aangifte te doen. Want hoewel beide vrouwen het aangiftetraject als zwaar hebben ervaren, zegt Huisman overtuigd: “Het is heel belangrijk om je verhaal te delen, want zolang we weg blijven kijken gaat er nooit iets veranderen.”

    Zorgcoördinator Kelder adviseert daarbij wel om het traject niet alleen aan te gaan. “De politie is er platgezegd om boeven te vangen, maar jouw belang in het strafproces is ook heel belangrijk. Dat kan botsen met het belang om de boef te vangen, dus het is heel belangrijk om een slachtofferadvocaat te hebben die jouw rechten in de gaten kan houden.”

    *De echte naam van de geïnterviewde is bij de redactie bekend. Zij wordt anoniem opgevoerd omdat er tot op heden niks met haar melding is gedaan. De vermeende dader is inmiddels gepromoveerd tot leidinggevende.

    Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen over gebeurtenissen die je zelf hebt meegemaakt? Je kunt anoniem terecht bij de hulpverleners van Fier via chatmetfier.nl of bel gratis (en anoniem) naar het Centrum Seksueel Geweld: 0800 – 0188.

    Het Openbaar Ministerie onderscheidt aanranding en verkrachting als volgt: ‘Bij aanranding gaat het om alle seksuele handelingen behalve seksueel binnendringen. Bij verkrachting is sprake van seksueel binnendringen.’ ↩︎

    Bron: One World >>

    #270538
    Luka
    Moderator

    Aangifte doen van seksueel misbruik: ‘rompslomp’ voor rechtvaardigheid

    Iedereen die seksueel misbruik of seksuele intimidatie heeft meegemaakt, kan daarmee naar de politie gaan. Het gaat in veel gevallen namelijk om strafbare feiten. Het juridische pad vraagt van slachtoffers dat zij details delen over vaak traumatische gebeurtenissen. De vervolgstappen kunnen vervolgens maandenlang duren.

    Wereldwijd doet slechts een kleine 10 procent van zedenslachtoffers aangifte, zegt directeur Iva Bicanic van het Centrum Seksueel Geweld. “Voor degenen die het is overkomen, is een aangifte niet per se de grootste prioriteit”, legt Bicanic uit. Een van de vele verklaringen daarvoor is dat niet iedereen zin heeft “in de rompslomp van een proces”.

    Degenen die de keuze maken om wel het pad van de rechtspraak te bewandelen, komt uit bij de zedenpolitie. Slachtoffers kunnen eerst in gesprek met een speciaal opgeleide rechercheur. In het gesprek vraagt de politie naar details, wordt de strafbaarheid ingeschat en krijgen slachtoffers uitleg over het doen van aangifte. Het is mogelijk om tijdens dezelfde afspraak meteen aangifte te doen, maar dat hoeft niet. Jaarlijks voert de politie bijna vijfduizend van dit soort gesprekken.

    Ruim 58 procent van de slachtoffers die in gesprek is gegaan, doet vervolgens aangifte. Dit leidt tot meer dan 2.900 aangiftes per jaar. Een politiewoordvoerder zegt over de motivatie om aangifte te doen: “Bijvoorbeeld omdat slachtoffers vinden dat de verdachte straf verdient, erkenning willen voor wat hen is overkomen of om meer slachtoffers te voorkomen.”

    Wanneer een slachtoffer besluit af te zien van een vervolging, bijvoorbeeld vanwege loyaliteit naar de dader, bekijkt de politie samen met het Openbaar Ministerie (OM) of de situatie veilig genoeg is. De zedenpolitie mag besluiten de zaak toch voor de rechter te brengen, bijvoorbeeld wanneer het slachtoffer in gevaar zou zijn.

    De zoektocht naar bewijs
    In de volgende fase volgt het opsporingsonderzoek van de politie. Sporen van het misbruik worden dan onderzocht. Dit kunnen ook digitale sporen zijn in bijvoorbeeld een telefoon. Daarnaast gaat de politie in gesprek met getuigen. “Dit hoeven niet altijd mensen te zijn die het strafbaar feit hebben zien gebeuren”, zegt een politiewoordvoerder. “Belangrijke getuigen kunnen ook de mensen zijn met wie een slachtoffer heeft gesproken.”

    Tot slot wordt de verdachte benaderd of aangehouden. “We kunnen iemand ophalen in de woning, maar we kunnen ook iemand uitnodigen om zich op het politiebureau te melden”, zegt de woordvoerder. Dit hangt ervan af of de verdachte bewijsmateriaal kan vernietigen en of er onderzoek nodig is in de woning. Ook houdt de politie er rekening mee of de dader en het slachtoffer elkaar kennen.

    Het OM bekijkt het dossier en oordeelt of het naar de rechtszaal gaat. Is het bewijs overtuigend genoeg voor een rechter? Zou de dader snel in herhaling kunnen vallen als hij niet vervolgd wordt? Zijn er dringendere zaken? Dat soort vragen stelt een officier van justitie. Slachtoffers kunnen maanden wachten op de vraag of hun zaak behandeld gaat worden door een rechter. Zo niet, dan is het proces afgerond. Het dossier rondom de pleger wordt wel bewaard.

    Het OM voegt aangiftes rondom één pleger samen in een strafzaak. In 2020 kwamen er 2.260 van dit soort zaken voorbij, waarvan het OM bijna de helft voorlegde aan een rechter. “Dat aandeel is al enkele jaren behoorlijk consistent. Ongeveer de helft van de zaken gaat naar de rechter”, zegt een woordvoerder van het OM.

    Forse straffen, maar onduidelijk hoe vaak die worden uitgedeeld
    Een inzichtelijk beeld van de uitgedeelde straffen is er niet, aldus de Rechtspraak. “Vragen over hoe vaak een bepaald delict tot een veroordeling leidt zijn niet goed te beantwoorden”, laat een woordvoerder desgevraagd weten. “We kunnen daarvoor geen voldoende betrouwbare cijfers uit ons registratiesysteem halen.”

    De maximale straf die op verkrachting staat, is twaalf jaar gevangenisstraf of een geldboete van 90.000 euro. Voor aanranding geldt een maximale straf van acht jaar cel of een geldboete van 90.000 euro.

    Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telt jaarlijks 100.000 slachtoffers van aanranding, verkrachting en misbruik. Als het begrip wordt uitgebreid naar “fysieke seksuele intimidatie” zoals ongewenste aanrakingen, dan is de groep slachtoffers nog veel groter. De politie registreert elk jaar bijna zesduizend zedenmisdrijven.

    Bron: NU.NL >>

    #271293
    Luka
    Moderator

    Kijk wat jij kunt doen op https://maakhetzichtbaar.nl

    #273308
    Luka
    Moderator

    Na het misbruik nóg een trauma: in zedenzaken zijn de strafeisen tegen daders vaak veel te laag

    Seksueel misbruik van kinderen moet ernstig worden veroordeeld, vinden we in Nederland. Toch worden hier vaak opmerkelijk lage straffen geëist. Daisy, destijds 13, confronteerde de dader, kreeg een bekentenis – en voelt zich door het strafproces dat volgde erger beschadigd dan voorheen.

    Met bonkend hart kijkt Daisy naar haar telefoon.
    Ze denkt terug aan die keer dat Marcel L., een bekende van haar ouders, haar meenam op zijn motor. Vandaag zal ze hem confronteren. Ze was 13 toen hij haar voor het eerst seksueel misbruikte. Ze zat op de basisschool, in groep 8. Hij was 34.

    Het is 15 december 2020, half een ’s middags en ruim zeventien jaar later. Al een paar minuten zijn ze nu aan het appen. Onlangs heeft hij haar per WhatsApp gefeliciteerd met haar verjaardag. Ze moet voorzichtig zijn vandaag: grapjes maken, geen argwaan wekken.

    ‘Mag ik je een persoonlijke vraag stellen?’, appt ze hem.

    ‘Go ahead’, reageert hij.

    ‘Het is nu 17 jaar geleden dat we seks hebben gehad’, schrijft ze. ‘Jij was natuurlijk toen al… 36 ofzo?’

    ‘Ik weet wel dat jij nog piepjong en onervaren was’, schrijft hij. ‘Maar je wilde zo graag volwassen zijn.’

    Op luchtige toon whatsappen ze door.

    ‘Ouwe!’, appt ze. ‘Waarom heb je toen op die leeftijd seks met me gehad?’

    ‘Het staat me bij dat ik 36 was en jij 15’, appt hij. ‘Anyway, ik voelde me enorm tot je aangetrokken.’

    Ze weet dat ze door moet gaan, alsof dit een doodnormale conversatie is. Het is haar laatste kans om bewijs te verzamelen, morgen gaat ze aangifte doen. Dat ze in werkelijkheid 13 was, laat ze onbenoemd. Ze vraagt waarom hij destijds anaal bij haar binnendrong.

    ‘Dat kan ik me niet meer herinneren’, appt hij.

    ‘Ik wel’, schrijft ze terug. ‘Onder de douche bij jou thuis. Weet je dat echt niet meer?’

    ‘Douche wel’, appt hij. ‘Na het motorrijden… en dat het moeizaam ging… vandaar.’

    ‘Weet je ook nog een jaar later bij je moeder thuis…?’, vraagt Daisy even later.

    ‘Yep. Met de carnaval’, appt hij.

    Structureel lage strafeisen
    De Volkskrant verdiepte zich de afgelopen maanden in de zaak van Daisy, een intelligente, ambitieuze vrouw van 31 die na het vwo meerdere studies moest staken vanwege psychische problemen die ze opliep door de gebeurtenissen van zeventien jaar geleden. Om privacyredenen wil ze alleen met haar voornaam in de krant.

    De eerste keer dat ze haar verhaal doet, op de redactie van de krant, maakt ze indruk. Urenlang vertelt ze wat haar overkwam. Ze laat de bandopname horen waarop ze L. confronteert. Tijdens het luisteren huilt ze meermaals. Het beschrijven van details doet pijn. Ze vertelt haar verhaal, zegt ze, om te voorkomen dat mannen zoals hij meer slachtoffers maken. Maar ook om te laten zien hoe onrechtvaardig en ongepast de omgang van justitie met zedenslachtoffers voelt.

    Want haar verhaal is meer dan een opmerkelijke confrontatie met de man die haar op meerdere manieren seksueel misbruikte. Het is ook een aanklacht tegen de manier waarop het Openbaar Ministerie (OM) en de rechterlijke macht omgaan met zedenzaken met minderjarige slachtoffers. Het OM eiste uiteindelijk negen maanden celstraf tegen Marcel L. uit Eindhoven, waarvan zeven voorwaardelijk. Dat is ruim onder de eigen richtlijn van 15 tot 48 maanden gevangenisstraf voor de ernstigste categorie van misbruik: het met een geslachtsdeel binnendringen bij een minderjarige.

    De eis voelde als een klap in haar gezicht.

    Maar haar zaak vormt geen uitzondering. In bijna de helft van de zedenzaken met minderjarige slachtoffers, ook die van de zwaarste categorie, eist het OM een straf die lager ligt dan de eigen richtlijnen die in 2015 werden opgesteld. Dat blijkt uit recent onderzoek van het WODC, het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Een precieze verklaring voor de structureel lage strafeisen ontbreekt. In een reactie houdt het OM het op ‘maatwerk’.

    De Tweede Kamer gaf onlangs aan geen genoegen te nemen met deze lage eisen. Via een motie gaf de Kamer minister Yesilgöz van Justitie (VVD) de opdracht het OM om opheldering te vragen. ‘Ik vind maatwerk echt een onvoldoende verklaring’, stelde indiener van de motie Kees van der Staaij (SGP) eerder tegenover de Volkskrant. ‘Deze richtlijnen zijn niet vrijblijvend.’

    Samen naar Antwerpen op de motor
    Het is begin 2004 als Marcel L. Daisy ophaalt bij haar ouders.

    Ze kennen elkaar van de harmonie in een Brabants dorp, waar ze elke maandagavond muziek maken. Daisy is een klein, springerig meisje van 13. Een extravert, vrolijk kind dat van dansen houdt. Leren gaat moeiteloos; over een half jaar gaat ze naar het gymnasium. L. is meer dan twee keer zo oud, en vraagt vaak aan Daisy hoe het met haar gaat. Hij is een van de weinige volwassenen die haar serieus nemen. Ze spreken over muziek, over motoren en over haar vader, die net een ernstig hartinfarct heeft gehad.

    Als L. voorstelt om met Daisy een motorrit te maken, reageert haar vader enthousiast. Hij gunt het zijn dochter, die gek is op motoren. Argwaan heeft hij niet – hij gaat uit van goede bedoelingen bij de man die hij al jaren kent van de harmonie. ‘Ik zal goed op haar passen’, zegt L. tegen hem.

    Het is ijskoud als hij haar die winterdag ophaalt. Ze rijden naar Antwerpen en drinken wat bij een motorcafé. Bibberend zit Daisy tegenover hem. Ze vraagt zich af waarom ze zo ver weg zijn gegaan.

    Op de terugweg neemt hij haar mee naar zijn huis in Eindhoven. Verkleumd komt Daisy van de motor af en wacht binnen, terwijl hij thee haalt. ‘Toen hij terugkwam, begon hij me te zoenen’, vertelt ze. ‘Hij kleedde me uit en begon me overal te betasten. Hij was heel doelgericht. Ondertussen kleedde hij zichzelf uit.’

    Ze herinnert zich hoe ze op de bank ligt en nauwelijks weet wat haar overkomt. Ze is net 13 en heeft nog nooit met een jongen gekust. L. – vele koppen groter – ligt over haar heen gebogen. ‘Ik verstijfde. Ik kon niets, zei niets.’ Volgens haar begint hij daar met orale seks, en probeert hij ook bij haar binnen te dringen. Dat lukt niet. ‘Hij zei dat ik te klein was.’

    De beelden staan nog altijd op haar netvlies. Van L. die naakt bij haar wegloopt, even later terugkomt en haar meeneemt naar zijn stoomdouche.

    Daar misbruikt hij haar. Voor haar gevoel duurt het uren. De rechter zal later bewezen achten dat hij die dag op meerdere manieren seksueel bij haar binnendrong.

    Ze herinnert zich hoe ze wilde protesteren. ‘Ik zei continu tegen mezelf: nú zeg ik stop, nú zeg ik nee. Maar ik was verlamd.’ Als het voorbij is, brengt hij haar naar huis alsof er niets is gebeurd. Tegen haar ouders durft ze niets te zeggen.

    ‘Toen wist ik: ik kan geen kant meer op’
    Carnaval, een jaar later. Daisy is 14 als L. haar uitnodigt in het huis van zijn moeder. Een beetje angstig stapt ze op de fiets, al staat ze er niet bij stil dat ze in een soortgelijke situatie kan belanden. Maar dat verandert zodra hij haar fiets in de gang zet en de deur achter haar op slot draait. ‘In de huiskamer deed hij de gordijnen dicht’, vertelt Daisy. ‘Toen wist ik: ik kan geen kant meer op.’

    Ze herinnert zich hoe hij haar uitkleedt, masseert en haar borsten betast – en hoe zij bevriest. Dan dringt hij bij haar binnen, stelt ze. ‘Als ik nu terugkijk, denk ik dat die tweede keer bijna enger was dan de eerste keer. Hij heeft me gewoon opgesloten.’

    Daisy praat er met niemand over. Ze verdringt wat er is gebeurd, maar ontwikkelt ernstige klachten: ze zondert zich af, heeft nachtmerries, slaapt nauwelijks en krijgt depressieve gevoelens. Haar ouders begrijpen niet wat er aan de hand is. Hun dochter is ‘duidelijk in het hoofd voortdurend bezig met iets, ook gedurende de nachten’, schrijft haar vader later aan de rechtbank. Machteloos kijken ze toe hoe hun dochter het vertrouwen in het leven kwijtraakt.

    Het wordt zo erg dat ze op haar 15de vrijwel niks meer kan. Naar school gaan lukt jarenlang niet of nauwelijks; ze mist veel en moet twee keer een klas overdoen. ‘Ik hoop van harte dat het slapen beter gaat worden en dat je steeds meer van het leven gaat genieten’, schrijft haar mentor op haar rapport van 4 gymnasium.

    Vaak gedraagt ze zich stoer, zegt ze. Ze maakt zichzelf jarenlang wijs dat het seksueel misbruik op jonge leeftijd geen trauma bij haar heeft veroorzaakt.

    Nooit legt ze de link met haar klachten.

    Tot de dag in 2020 waarop ze het wél aan een vriend vertelt en hij doorvraagt. ‘Als dit een ander was overkomen’, zegt hij, ‘hoe had je dán gereageerd?’ Na indringende gesprekken gebeurt het. Ze staat in haar keuken als het tot haar doordringt. Voor het eerst, na al die jaren, realiseert ze zich dat dit niet normaal was. Dat dít is waar ze al die tijd mee heeft geworsteld. ‘Ineens dacht ik: dit was gewoon verkrachting. Hij heeft jarenlang geprobeerd mijn vertrouwen te winnen, om daar later misbruik van te kunnen maken. Dit was een pedofiel.’

    Daisy’s route naar die conclusie vertoont veel parallellen met die van anderen die op jonge leeftijd worden misbruikt, vertelt klinisch psycholoog Iva Bicanic, oprichter van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld. ‘Jonge slachtoffers maken zichzelf vaak wijs dat het misbruik niet is gebeurd, ze stoppen het weg om er mee om te kunnen gaan’, zegt Bicanic. ‘Dat kunnen mensen heel lang volhouden. Maar op termijn komt het besef van wat er eigenlijk is gebeurd, en met die realisatie kunnen klachten ontstaan. In de psychologie noemen we dit een herevaluatie.’

    In haar huiskamer staart Daisy voor zich uit. Het whatsappgesprek met Marcel L. is net afgerond, maar ze twijfelt. Is dit voldoende bewijs? Ze weet dat een aangifte weinig kans maakt. Bewijs in zedenzaken komt vaak niet rond, en het OM besluit geregeld om niet te vervolgen. In 2019 gebeurde dat bij meer dan de helft (58 procent) van de aangiften van zedenzaken.

    Volgens mij moet ik hem bellen, denkt ze, en het gesprek opnemen. Voor zichzelf schrijft ze punten op waarmee ze hem wil confronteren. Dan toetst ze het nummer in.

    ‘Hé Marcel’, zegt ze.

    ‘Hé Dais’, zegt hij.

    ‘Ik merk dat het toch wel fijn voor mij is om er even over te praten’, zegt ze.

    ‘Dat dat zo lang bij jou gespeeld heeft’, zegt L., ‘dat eh… dat zit me best wel dwars.’

    In het gesprek zegt hij zich niet alle details te herinneren van wat er gebeurde na de motorrit, maar ontkent hij niet. Dan begint Daisy over het misbruik onder de douche. ‘Ik vind het jammer dat je me toen niet hebt tegengehouden op de een of andere manier’, zegt hij.

    ‘Ik was 13’, zegt Daisy. ‘Ik had ook gewild dat ik je tegen had kunnen houden.’

    ‘Het is gewoon fijn dat je dat in ieder geval wel kunt erkennen dat het is gebeurd’, zegt Daisy. ‘Want het heeft wel een impact op mij gehad.’

    ‘Ik weet zeker dat wij het toen geprobeerd hebben’, zegt hij.

    Daisy: ‘Wat bedoel je, geprobeerd?’

    L.: ‘Nou, dat we toen seks hebben gehad, dat weet ik zeker.’

    Als ze de gebeurtenissen tijdens carnaval aanhaalt, begint hij te stamelen. ‘Misschien is dat mijn aandringen geweest’, zegt hij na een hoop gehakkel. ‘In de jaren daarna heb ik toch altijd gevoelens voor jou gehouden.’

    ‘Ik was natuurlijk gewoon 13’, zegt Daisy. ‘Ik vertrouwde jou heel erg. En toen is dat gebeurd. Het heeft me heel erg overrompeld. En daarom heb ik ook geen nee kunnen zeggen.’

    Als ze ophangt, voelt ze zich bijna ziek.

    Bekentenis bij de politie
    De volgende dag doet ze aangifte. De whatsppgesprekken en de geluidsopname neemt ze mee. ‘De politie zei: ‘Meestal belanden deze zaken op de plank, maar nu heb je bewijs.’ De aangifte valt haar zwaar. ‘Ik heb mezelf zo lang voorgehouden dat hij wél een goed persoon was’, vertelt Daisy de zedenrechercheurs.

    Twee maanden later bekent L. bij de politie dat hij op verschillende manieren bij haar is binnengedrongen, al ontkent hij meerdere seksuele handelingen, waaronder het binnendringen tijdens carnaval. Hij vertelt de rechercheurs dat hij op zijn 14de al het huis uit is gegaan en ‘anders geëvolueerd’ is dan de meesten. Daarmee bedoelt hij naar eigen zeggen dat hij ‘heel veel wisselende seksuele contacten’ heeft gehad. ‘Dat kwam met name omdat ik in een popband zat’, stelt hij.

    Ook probeert L. de verantwoordelijkheid bij Daisy te leggen. Zo beweert hij dat het beide keren haar initiatief is geweest. Ook stelt hij dat hij tijdens de rit maar Antwerpen dacht dat ze ‘een jaar of 16 was’.

    In de rechtszaal, waar hij wordt beschuldigd van het meermaals seksueel binnendringen van een minderjarige, bepleit de advocaat van L. dat hij ten tijde van het telefoongesprek met Daisy in een ‘zware periode’ verkeerde en daardoor ‘weinig verbale weerstand’ had. Volgens de advocaat heeft L. een goede baan en is hij nooit eerder met justitie in aanraking geweest.

    Ook beweert de advocaat dat het seksuele contact in de beleving van zijn cliënt ‘op basis van wederzijdse gevoelens voor elkaar’ was. Volgens hem zouden de twee naderhand nog jarenlang een ‘fijne vriendschappelijke relatie’ hebben onderhouden. De advocaat komt ook met een nieuwe bewering over de leeftijd van Daisy. ‘Mijn cliënt was in de veronderstelling dat zij 18 was’, stelt hij in de rechtszaal.

    Daarmee komt Daisy in de rechtbank terecht in een situatie die veel zedenslachtoffers meemaken: ze moet aantijgingen aanhoren die de ernst van de beschuldigingen proberen af te zwakken en haar geloofwaardigheid in twijfel moeten trekken. Verbijsterd zit ze naast haar advocaat.

    ‘Dit steekt, op heel veel niveaus’, zegt ze later. Van een vriendschapsrelatie was nooit sprake, zegt ze. In het gesprek met de Volkskrant noemt ze het een dader-slachtofferrelatie. ‘Het leek een vriendschappelijk contact, maar dat was het niet’, zegt ze tegen de zedenrechercheurs tijdens het verhoor. ‘Het contact was voor mij steeds om te checken dat hij niet echt slecht was, een soort van zelfbeschermingsmechanisme.’

    ‘De eerste geslachtsgemeenschap in mijn leven was een brute verkrachting’, zegt Daisy in haar slachtofferverklaring in de rechtbank. ‘Daardoor heb ik van hem geleerd dat ik geen enkele waarde heb als persoon. Dat ik naast mijn lichaam eigenlijk niks waard ben. Mijn zelfvertrouwen is op jonge leeftijd vernietigd door het misbruik van Marcel L.’

    Vernederende strafmaat
    Mede op basis van het whatsapp- en telefoongesprek verwijt het OM Marcel L. dat hij meermaals binnendrong bij een minderjarige. Het OM eist negen maanden celstraf, waarvan zeven voorwaardelijk.

    Als Daisy de strafeis hoort, voelt ze zich vernederd. ‘Ik voelde me niet serieus genomen. Alsof het allemaal blijkbaar niet zo erg is, en niet zo zwaar weegt.’

    De richtlijn die het OM zelf in 2015 opstelde voor het éénmalig plegen van de ernstigste vorm van ontucht is hoger: een onvoorwaardelijke celstraf van 15 tot 48 maanden. Binnen de bandbreedte kan de hoogte van de straf worden beïnvloed door bijvoorbeeld de frequentie van het misbruik of de lichamelijke gevolgen voor het slachtoffer. Afwijken van deze bandbreedte mag alleen ‘in uitzonderlijke omstandigheden’, zo stelt het OM in haar eigen strafvorderingsrichtlijnen. Voorbeelden van zulke omstandigheden geeft de richtlijn niet.

    De Volkskrant vroeg het OM waarom de eis tegen Marcel L. onder de richtlijn lag. ‘Bij het bepalen van een strafeis laten wij ons niet uitsluitend leiden door onze strafvorderingsrichtlijnen’, schrijft het OM Oost-Brabant. ‘Wij kijken goed naar de context van een zaak en naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd’. Het OM noemt het ‘relevant’ voor de strafeis dat er tijdens en na het misbruik een ‘relatie tussen verdachte en slachtoffer’ bestond, al was dat volgens het OM ‘geen romantische relatie’.

    Daisy’s advocaat Brechtje Vossenberg noemt dit een vreemde redenering. ‘Ze kenden elkaar – dat klopt. Maar dat doet helemaal geen recht aan hoe het zat, het was een slachtoffer-daderrelatie.’ Bovendien is het irrelevant voor de beoordeling van strafbaarheid, zegt Vossenberg. ‘Seks met kinderen onder de 16 is gewoon strafbaar. Punt. ’

    Het is wat Daisy het meest kwetst tijdens de rechtszaak: de houding van de officier van justitie. ‘Toen hij zei dat er een vriendschapsrelatie tussen ons was in de tijd van het misbruik, dacht ik: waar héb je het over? Ik was een kínd.’

    Lange tijd tussen ontucht en aangifte
    In vrijwel alle gevallen wordt seksueel misbruik bij minderjarigen gepleegd door bekenden van het slachtoffer. Het contact tussen slachtoffers en plegers blijft ook na het misbruik vaak bestaan, vertelt klinisch psycholoog Iva Bicanic, die dagelijks met slachtoffers werkt. ‘Voor de buitenwereld is zoiets moeilijk voor te stellen. Het is deels te verklaren door de afhankelijkheid die de pleger creëert, waardoor het slachtoffer blijft komen. Daarbij is bekend dat mensen met een misbruikverleden veel wegstoppen – ook hun gevoel – en daardoor gevaar minder goed aanvoelen.’

    Ook het feit dat er veel tijd tussen de ontucht en de aangifte zat, leidde volgens het OM tot een lagere eis.

    Klinisch psycholoog Bicanic zegt het ‘heel ernstig’ te vinden dat het OM het tijdsverloop in dergelijke zaken laat meewegen. ‘De meeste misbruikslachtoffers komen hier pas op volwassen leeftijd mee naar buiten, dat blijkt ook uit vele studies. De maatschappij onderschat het moeizame proces dat mensen doorlopen van eerst beseffen en er woorden voor vinden voordat ze het aan anderen kunnen onthullen.’

    Dat het OM in bijna de helft van de ontuchtzaken lager eist dan de eigen richtlijn, zoals blijkt uit het WODC-onderzoek, is opmerkelijk. De richtlijnen werden in 2015 juist opgesteld omdat de aanpak van zaken van seksueel misbruik van minderjarigen ‘uit de pas’ liep met de verzwaring van straffen voor andere ernstige delicten. ‘Die richtlijnen zijn er niet voor niks, dus als er systematisch lager wordt geëist, dan zit er ergens iets niet goed’, concludeert hoogleraar strafrecht en oud-strafrechtadvocaat Theo de Roos, die niet betrokken was bij het WODC-onderzoek.

    Waarom het OM zo vaak afwijkt van de eigen richtlijn, konden de onderzoekers niet achterhalen; de motivering voor de strafeis wordt niet op papier gezet. De resultaten roepen volgens De Roos vragen op die nader onderzoek verdienen. Maar het OM zegt daartoe in een eerste reactie aan de Volkskrant geen reden te zien. Ook voor een evaluatie van de richtlijnen, die al in 2017 had moeten plaatsvinden, zegt justitie tegen de Volkskrant ‘geen aanleiding’ te zien. Die houding leidt in april dit jaar tot verontwaardiging bij Kamerleden, waarop het OM aankondigt de evaluatie alsnog te zullen uitvoeren.

    Vol ongeloof na het vonnis
    In september 2021 doet de rechter uitspraak in de zaak van Marcel L. Anders dan het OM, beschouwt de rechtbank de app- en telefoongesprekken niet als bewijs. Volgens de rechter praat L. op de geluidsopname en in het whatsappgesprek mee met Daisy, maar is dat nog geen bekentenis. De rechtbank besluit alleen de overeenkomsten tussen de verklaringen bij de politie van Daisy en L. als bewezen te beschouwen. L. wordt veroordeeld voor meerdere vormen van penetratie, maar wordt vrijgesproken van anaal binnendringen.

    De rechter vindt dat het misbruik in principe moet leiden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar vindt strafvermindering gepast; het is lang geleden, L. is in de tussentijd niet veroordeeld en hij heeft volledig meegewerkt. Bovendien is zijn reputatie ‘mogelijk’ beschadigd door een pamflet dat kort voor de zitting door een man werd verspreid in zijn straat, waarop hij in verband wordt gebracht met ontucht. Daisy zegt dat ze er niets mee te maken had. De identiteit van de verspreider wordt nooit opgehelderd, laat de politie de Volkskrant weten.

    De rechter veroordeelt de Eindhovense Marcel L. uiteindelijk tot duizend euro schadevergoeding en drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf – de straf is nog weer fors lager dan de tegen hem geëiste negen maanden celstraf waarvan zeven voorwaardelijk. Als Daisy het vonnis leest, is ze vol ongeloof: L. hoeft geen dag de cel in. Is dit alles? Ze vraagt de officier van justitie in beroep te gaan, maar die ziet daar geen heil in: een hogere straf is volgens hem onwaarschijnlijk.

    Sinds Daisy zich eind 2020 realiseerde dat ze is misbruikt, zijn haar klachten in hevigheid toegenomen. Ze heeft last van herbelevingen, ernstige slapeloosheid en komt soms dagenlang haar bed niet uit. ‘Ik zou mezelf nooit iets aandoen’, zegt ze nu. ‘Maar ik heb nog steeds momenten waarop ik denk: ik zou het niet erg vinden als het afgelopen was.’

    Door het strafproces voelt Daisy zich nog verder beschadigd, net als veel andere zedenslachtoffers. ‘Het kleine beetje vertrouwen dat ik had in de staat en het OM, is compleet weg’, zegt ze. Ruim anderhalf jaar zit ze nu al thuis, niet in staat om te werken of te studeren, en wacht ze op adequate ggz-hulp voor de complexe posttraumatische stressstoornis waar ze mee worstelt.

    Ze wil dat het OM en de rechterlijke macht doordrongen raken van de pijn die hun opstelling bij misbruikslachtoffers kan veroorzaken. ‘Dit voelt als groot onrecht’, zegt Daisy. ‘Vinden we kindermisbruik nou echt belangrijk of niet?’

    VERANTWOORDING
    De volledige namen van Daisy en Marcel L. zijn bij de redactie bekend. De Volkskrant had inzage in delen van het proces-verbaal, de communicatie tussen dader en slachtoffer en de slachtofferverklaringen van Daisy en haar vader. De dader wilde geen interview geven. Zijn advocaat gaf inzage in de pleitnota.

    ONTUCHT OF VERKRACHTING?
    In de volksmond wordt seksueel binnendringen bij minderjarigen ook wel verkrachting genoemd. Volgens de wet moet voor verkrachting dwang aanwezig zijn. Ontuchtplegers maken vaak misbruik van de weerloosheid van een minderjarige, waardoor ‘dwang’ niet bewezen kan worden. Formeel-juridisch wordt in dat geval over ontucht gesproken.

    REACTIE ADVOCAAT DADER
    De Volkskrant stuurde de advocaat van Marcel L. een conceptversie van het artikel. Hij is van mening dat het artikel een eenzijdig beeld van de zaak schetst. ‘Juist in deze casus was er alle aanleiding om van de richtlijnen af te wijken’, schrijft de advocaat. ‘Dat zagen het OM en de rechtbank wel.’

    Bron: de Volkskrant >>

4 berichten aan het bekijken - 31 tot 34 (van in totaal 34)
  • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 21 ▪︎ leden online: 2
Gloria, Dina
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.309, reacties: 17.990, leden: 2.172