Eetstoornissen

  • Dit onderwerp bevat 30 reacties, 3 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 25/07/2020 om 17:59 door Luka.
6 berichten aan het bekijken - 26 tot 31 (van in totaal 31)
  • Auteur
    Berichten
  • #244529
    Luka
    Moderator

    Vivian heeft al tien jaar lang Boulimia Nervosa | Het Voedselgevecht

    In het KRO-NCRV programma ‘Het Voedselgevecht’ op NPO 3 volgen we verschillende mensen die vechten tegen een eet- en voedselstoornis. Samen met presentatrice Marlijn Weerdenburg portretteren we mensen die langzaam uit het dal komen, maar nog wel een lange weg te gaan hebben.

    In aflevering 3 ontmoet presentatrice Marlijn Weerdenburg de 26-jarige Vivian. Vivian heeft al tien jaar lang Boulimia Nervosa, terugkerende onbedwingbare eetbuien die ze naderhand compenseert door over te geven.

    #244530
    Luka
    Moderator

    Straf Verhaal: Yana worstelt al jaren met een eetstoornis

    Yana is bijna 21 en werd in de lagere school vaak gepest. Ze kampt ook al bijna acht jaar met een eetstoornis. Daarover vertelt ze openhartig.

    #245334
    Luka
    Moderator

    Het Volkskrantgeluid #126: Herstellen van een eetstoornis kan wél

    Jarenlang leefde ze met een eetstoornis. Nu wijdt Dorien van Linge er een hoofdstuk aan in haar nieuwe boek Feminist Fataal. Dat voelt voor haar als een soort coming-out. Je hoort haar erover in een nieuwe aflevering van het Volkskrantgeluid.

    #245448
    Luka
    Moderator

    ‘Mijn leven vliegt voorbij zonder dat ik echt lééf’: ook jongens kunnen een eetstoornis ontwikkelen

    Niet alleen tienermeisjes worstelen met boulimie of anorexia: een op de vier patiënten die gebukt gaan onder een eetstoornis, is man. Nathan, Bram, Nico en Simon vertellen over hun gevecht tegen de ziekte. ‘Ik keek heel veel kookvideo’s om toch nog een beetje met eten in contact te komen.’

    SIMON HENDRICKX (23): ‘IK HAD VOORTDUREND BLAUWE PLEKKEN EN MIJN HAAR VIEL UIT’

    BRAM (13): ‘‘ALS DIT IS HOE IEMAND MET ANOREXIA ZICH GEDRAAGT, DAN DENK IK DAT IK DAT HEB’

    NATHAN (18): ‘IK AT ALLEEN NOG MAAR VENKEL’

    NICO (27): ‘HET BRAKEN IS EVEN ONCONTROLEERBAAR GEWORDEN ALS DE EETBUIEN ZELF’

    Lees hier verder (met een account of in Incognito mode): De Morgen.be >>

    #246672
    Luka
    Moderator

    Anorexia is geen vrouwenziekte

    De volledige redactie van Proud2Bme bestaat uit vrouwen, maar dat betekent natuurlijk niet dat mannen geen problemen hebben. Mannen en vrouwen kunnen anders met dingen omgaan, maar worstelen veelal met dezelfde thema’s. We laten graag ander geluid horen, dus pakken we onze interviewreeks Mankracht weer op! In deze reeks delen verschillende mannen hun verhaal. Vandaag het verhaal van Jim.

    Jim is 17 jaar oud en woont in een klein dorpje genaamd Liempde. Hij heeft een broertje en zijn ouders zijn sinds 2,5 jaar gescheiden. Hij houdt ontzettend van hockeyen en andere sporten. Van kinds af aan al was hij een beweeglijk mannetje. In de grote vakanties werkt hij in een boomkwekerij en doordeweeks brengt hij een avond de krant rond. Jim is vorig schooljaar geslaagd voor zijn HAVO-examen en doet nu het VWO. Het is een bewuste keuze geweest om eerst nog het VWO te doen, in plaats van meteen te gaan studeren. Zo heeft hij wat meer ruimte om tijd en aandacht te steken in zijn eetstoornisherstel.

    Hoe en wanneer heeft jouw eetstoornis zich ontwikkeld?

    “Dat is een heel lastige vraag. Ik kan niet precies een punt aanwijzen wanneer de eetstoornis er ineens was. Het is er langzaam ingeslopen. Het begon allemaal een beetje aan het einde van de brugklas. Ik begon me onzeker te voelen en werd steeds minder tevreden met mijn lichaam. Ik legde de lat in de vroege jaren op de middelbare school veel te hoog voor mezelf qua cijfers. Ik had het gevoel dat ik altijd beter moest moest presteren dan een ander. Eerst op gebied van school, daarna verschoof dit naar het sporten.

    Hockey deed ik met plezier, alleen de prestatiedrang werd steeds groter. Als ik een foutje maakte, werd ik boos op mezelf. Maar als iemand anders een foutje maakte, dan maakte het ‘natuurlijk’ niets uit. Ik realiseerde me toen niet dat ik die eetstoornis al aan het creëren was. Doordat die prestatiedrang zo hoog was, had ik altijd het gevoel dat de ander beter was dan ik; ik had het gevoel nergens goed in te zijn. Iedereen had zo’n fijn leven en ik had een rotleven met rotgevoelens die alleen ík had en deze wilde ik niet voelen.

    In de derde/vierde klas was ik al veel bezig met gezonder en minder eten. Dit werd beetje bij beetje wat erger. Naast alleen hockey en begon ik ook met hardlopen. Toen werd het sporten écht een obsessie. Ik deed het niet meer voor mijn plezier, ik móest er heen. Dat moest van de eetstoornis, alleen dit had ik helemaal niet door. Ik had het gevoel dat ik goed bezig was. Dat ik eindelijk ergens goed in was. Het gaf me op die momenten een fijn en sterk gevoel. Daarnaast kwam de scheiding van mijn ouders ook om de hoek kijken. Ik denk dat ik in die tijd verdrietig was, maar ik wilde dit niet laten zien aan mijn ouders en aan de omgeving. Ik wilde andere mensen niet lastigvallen met mijn verdriet. Ik wilde deze gevoelens ook wegdrukken, net als die onzekerheid.

    Ik ging steeds minder eten. Ik merkte dat er veranderingen optraden, maar toch bleef ik mezelf te dik vinden. Ik had regelmatig buikpijn, maar wist niet waarom. We gingen hier een aantal keer voor naar de huisarts, die keek wat er aan de hand zou kunnen zijn. Bij een afspraak met de huisarts ging het over dat ik mezelf te dik vond. De huisarts schrok hier ontzettend van en vertelde ons dat ik ernstig ondergewicht had. Dat er misschien een heel ander probleem aan de hand zou kunnen zijn dan alleen buikpijn. Die avond had ik mijn BMI laten bereken in een sportschool. Die dag hoorde ik dus 2x dat ik ernstig ondergewicht had. Toen begon het balletje te rollen.”

    Wat voor hulp heb je tot nu toe gekregen?

    “Toen we er achter waren dat er echt iets anders speelde dan buikpijn, werd ik door de huisarts doorverwezen naar de jeugdarts. Na een paar gesprekken had de jeugdarts mij doorverwezen naar een diëtiste en een kinderpsycholoog. Met hen had ik wekelijks individuele gesprekken. Ook werd ik elke week gewogen. Normaal gesproken woog ik mijzelf nooit. Ik raakte hierdoor steeds meer geobsedeerd door mijn gewicht. De eetstoornis had nu een heel sterk middel om mij in zijn macht houden.

    Ik zag steeds beter in wat er speelde, alleen het hielp niet. Ik bleef maar in de eetstoornis-cirkel hangen. Omdat deze hulp niet hielp, hadden we met de jeugdarts afgesproken om mij aan te melden bij een GGZ-instantie die gespecialiseerd is in eetstoornissen. Na een intakegesprek was de diagnose anorexia. Gelukkig was de wachttijd niet heel lang en kon ik snel terecht bij de pre-therapie, één keer per week. Spannend! Ook had ik afspraken met de kinderarts, zodat hij mijn gezondheid in de gaten kon houden.

    De pre-therapie was een soort voorbereiding op de deeltijdbehandeling. Ik kreeg informatie over wat de deeltijdbehandeling inhield en werkte aan motivatie. We hadden veel gesprekken en hadden het grotendeels over hoe onze week was. Ik werd een soort van losgekoppeld van de eetstoornis. Ze zorgden ervoor dat ik er bewust van werd dat ik de eetstoornis niet bén. Ik vond dat wel fijn. Toen mocht ik door naar de deeltijdbehandeling, dit vond ik heel spannend. Nu zit ik zo’n drie maanden in de deeltijdbehandeling. Dit is twee dagdelen in de week, met een groep.

    Ook leerde ik een jongen kennen op hockeyclub die met hetzelfde probleem heeft gekampt en helemaal hersteld is. Een jongen, ja! We spreken regelmatig af en houden veel app-contact. Ik vind het heel fijn dat ik altijd met mijn vragen ook bij hem terecht kan. Dat helpt mij echt, ook om te zien dat het allemaal gewoon goed kan komen. Ik kijk op dit moment erg tegen hem op, hij is echt een voorbeeld voor me geworden. Ik heb ook heel veel hulp van mijn mentor, die vader is van een dochter met anorexia. Daardoor is hij ook bekend is met het probleem en wat er allemaal speelt.”

    Wat voor invloed heeft de eetstoornis nu in jouw leven?

    “Nog veel, denk ik. Veel minder dan eerst, maar nog wel veel. Het is anders. Eerst was ik bang om nieuwe dingen te eten en om de hoeveelheden aan te passen. Ik mocht van de behandelaar ook niet meer sporten, wat ik echt heel lastig vond in het begin. Ik had veel last van bewegingsdrang. Naarmate ik steeds meer kleine stapjes zette, ging het heel langzaam beter met de gedachtes. Ik had steeds meer dagen dat ik meer motivatie had om er echt voor te gaan. Al gaat het met ups en downs. Soms val ik ook terug.

    Nu zit ik in een goede periode. Het gaat de een hele goede kant op, al ik denk nog wel het grootste gedeelte van de dag aan eten en heb ik ontzettend veel honger. Eerst durfde ik hier niet aan toe te geven, maar ik weet dat ik nu goed moet zijn voor mijn lichaam na die lange tijd dat ik er slecht voor was. Ik vind sommige producten nog wel lastig om te eten. En als we met een vriendengroep ergens gaan eten, heb ik het gevoel dat iedereen me aankijkt. Als iemand me iets aanbiedt, vind ik dat lastig. Het voelt niet ‘veilig’, omdat ik niet weet wat en hoeveel er precies in zit. Ook vergelijk me nog veel met anderen. Ik voel me anders dan de rest.

    Deze gedachtes worden wel minder. Wel denk ik dus de hele dag aan eten. Ik heb de hele tijd tijd zin in de volgende maaltijd. Dit wordt ook al minder, maar is nog sterk aanwezig. Ik merk dat de gedachtes ook verminderen als je lichaam weer gezonder wordt. Je kunt dan ook makkelijker tegen die eetstoornis vechten. Ik wil goed voor mijn lichaam zorgen, maar ik heb nog een lange weg te gaan. Ik ben er nog lang niet, maar ik bewandel het goede pad en als ik deze rustig blijf bewandelen kom ik er wel; daar heb ik vertrouwen in.”

    Voel jij je een jongen met ‘vrouwenziekte’?

    “Toen ik begon met gesprekken met de jeugdarts, psycholoog en diëtiste wist ik dat heel veel meiden dit probleem hadden en niet zoveel jongens, maar ik had er niet echt last van dat ik een jongen was. Toen ik eenmaal in groepsbehandeling ging, merkte ik dit wel goed. Er waren alleen maar meiden. “We hebben hier wel een aantal jongens en mannen gehad, maar die zijn er gewoon niet veel”, werd me gezegd. Ik moest daar erg aan wennen.

    Maar toen we begonnen met praten, zag ik wel in dat we elkaar wel begrepen. Er zijn wel echt mensen die mij dus ook begrijpen, al zijn het voor het grootste gedeelte wel meiden. Ik merk dat de behandeling echt gericht is op meiden eigenlijk, het is allemaal gewoon een beetje meisjesachtig. Ik voel me soms de ‘enige’ tijdens de behandeling. Alle therapeuten zijn ook vrouwen en ik waan me daar een beetje in een vrouwenwereld. Soms denk ik er wel bij na, maar eigenlijk heb ik er niet echt problemen mee. Al die meiden en vrouwen zijn ook heel gezellig!

    De kinderarts was wel een man, wat ik fijn vond. Ik vind het ook waardevol dat die jongen die ook hetzelfde probleem heeft gehad op mijn pad is gekomen. Mannen hebben toch andere gedachtes dan vrouwen, denk ik. Hierdoor ben ik er wel bewust van geworden dat er ook jongens en mannen zijn die deze ziekte kunnen hebben. Doordat ik hem beter heb leren kennen, voel ik me minder een jongen met een vrouwenziekte. In de behandeling heb ik dat gevoel wat meer, al weet ik dat dat echt niet zo is.”

    Hoe reageerden mensen in jouw omgeving toen je het vertelde? Waren er vooroordelen?

    “Mijn ouders en familie wisten het eerst wat het was. Zij gaven alle hulp van de wereld en van hen kwamen geen vooroordelen. Hetzelfde gold eigenlijk ook voor mijn beste vrienden; zij kregen het als tweede te horen en ze vertelden mij ook al dat ze echt wel wisten dat er iets speelde. Zij wilden mij al meteen helpen, ook al wisten ze nog niet zo goed wat een eetstoornis nu eigenlijk was. Ze proberen het wel te begrijpen, maar dat is soms heel lastig. De ene kan er beter mee omgaan dan de ander.

    Toen ik het aan mijn hockeyteam vertelde, kreeg ik ook meteen ontzettend fijne steun. Ze vonden het fijn dat ik het vertelde, zodat het voor hen ook duidelijk is wat er speelt. Geen verdere reacties meer. Het was meer van belang dat ze wisten wat er speelde. Kortom, ik kreeg alleen maar positieve reacties van mensen die alleen maar wilden helpen. Er waren eigenlijk geen mensen met vooroordelen. Alleen snapt niet iedereen het even goed en kan de ene vriend er beter mee omgaan dan de andere.”

    In hoeverre voel jij nu de druk om er goed uit te zien of maak jij je zorgen om je gewicht?

    “In het begin van mijn eetstoornis was ik hier helemaal niet mee bezig. Ik was meer bezig met prestatiedrang en beter zijn dan alle anderen. Ik wilde er wel beter uitzien, met een sportlichaam in gedachten. Ook wilde ik beter presteren. Toen ik werd gewogen, werd het gewicht wel belangrijk voor mij, omdat ik nu een nieuw instrument had waar de eetstoornis zich aan vast kon houden. Nu lukt het me best goed om me niet zo vast te klemmen aan dat gewicht. Ik word één keer per week gewogen, ik kijk gewoon even naar dat getalletje en dat was hem weer, klaar. Ik blijf mezelf herinneren dat je gewicht niet is wie je bent!

    Nu het goed gaat, verandert mijn lichaam ook en dit vind ik wel lastig. Ik leer het wel accepteren. Ik wil er nog wel goed uitzien. Ik sta niet elke ochtend een half uur mijn haar te doen. Sterker nog, ik doe mijn haar bijna nooit. Ik wil er eigenlijk wel gewoon gezond en mannelijk uit (gaan) zien.”

    Wat zou je aan andere jongens willen meegeven?

    “Veel mensen verwachten van jongens en mannen dat ze sterk blijven en zich niet zwak moeten opstellen, maar het is zo ontzettend belangrijk om ook je gevoelige kant te laten zien. Je kropt zoveel op als je al je verdrietige emoties binnenhoudt. Je mag als jongen of man echt wel huilen als je ergens mee zit.

    Als je zelf ook kampt met een eetstoornis, schaam je hier alsjeblieft niet voor. Je bent echt niet de enige jongen. De meeste jongens durven dit niet uit te spreken omdat ze denken dat jongens geen eetstoornis kunnen hebben of omdat ze zich dan zwak opstellen. Je stelt jezelf dan juist NIET zwak op, je stelt jezelf ontzettend sterk op door je zwakke kant te durven laten zien en hierover te praten.

    Ik was ook heel bang dat ik in mijn behandeling helemaal tussen de meiden zou komen te zitten. Ja, dat zit ik ook en vind ik het echt heel erg? Niet echt. Deze meiden en vrouwen begrijpen mij het beste. Als er meer jongens over hun gevoelens durven te praten, zal hier ook verandering in komen. Want dit is zeker niet iets wat alleen maar bij meiden en vrouwen speelt. Ook jongens en mannen kunnen zich heel onzeker voelen.”

    Wil je verder nog iets kwijt?

    “In mijn herstelperiode (nu nog) ben ik veel opzoek gegaan naar recovery video’s op het internet, ook via Proud2Bme. Ik heb hier erg veel aan, alleen ik loop er wel tegenaan dat het alleen maar meiden waren. Dus ik ben een paar maanden geleden gestart met video’s maken op YouTube, om gewoon puur te praten over mijn herstel. Om mijzelf te helpen, maar ook om andere jongens te helpen die met hetzelfde probleem worstelen.”

    Bron: Proud2bme >>

    #252275
    Luka
    Moderator

    ONBEKENDERE EETSTOORNIS: PICA

    Een eetstoornis waar niet vaak over gepraat wordt, is de eetstoornis (of beter gezegd: voedingsstoornis) pica. Het is een eetstoornis die niet vaak voorkomt. Dat betekent niet dat wij er geen aandacht aan willen geven. Daarom kun je vandaag meer lezen over pica.

    Note: ik heb zelf geen pica gehad. Ik kan me dus ook niet voorstellen hoe het is om hiermee te leven. Maar omdat er weinig over wordt gepraat, vind ik het wel belangrijk om hier over te schrijven. Om zo meer begrip en openheid te creëren.

    Pica is afkomstig van het woord ekster (pica pica). De ekster staat erom bekend alles op te eten. Dat is wel heel kort door de bocht, maar mensen die leiden aan de eetstoornis pica hebben een dwangmatige behoefte om dingen die niet als eetbaar worden gezien op te eten. Dit kan één specifiek iets zijn, maar kan ook een variatie aan dingen. De dingen die worden genuttigd zijn dus niet bedoeld voor menselijke consumptie en dit kan de nodige (gezondheids)risico’s met zich meebrengen. De oorzaak kan zowel een psychische onderliggende stoornis zijn, als een mineralen- of ijzertekort. Hierdoor zijn vrouwen tijdens een zwangerschap extra gevoelig voor het ontwikkelen van pica en ook kinderen in ontwikkelingslanden ontwikkelen eerder pica door specifieke tekorten.

    Het eten van ‘vreemde’ voorwerpen betekent echter niet dat de ‘gezonde’ eetlust uitblijft. Mensen met pica hebben meestal een gezond eetpatroon, op de niet-eetbare voorwerpen na. Hierdoor kan het ongezonde gedrag vaak een lange tijd onzichtbaar zijn voor omstanders.

    Ik vond deze video over pica. In deze video vertelt (let op: Engels gesproken) een vrouw die zelf pica heeft gehad hoe dit er voor haar uitzag.

    Het gaat niet om gewichtsverlies
    Gewichtsverlies of vermageren zijn woorden die je vaak linkt aan eetstoornissen als anorexia nervosa, boulimia nervosa en NAO. Hier valt iets voor te zeggen, maar dat is een andere discussie. pica kenmerkt zich echter door hier niets mee te maken te hebben. Mensen die leiden aan pica hebben een drang naar ‘eten dat niet eetbaar’ is. Denk hierbij aan het eten van klei, stenen, wol, batterijen, matrasvullingen of wc-papier. Ook kan het zijn dat er bijvoorbeeld veel rauwe producten worden genuttigd zoals rauwe eieren, rauwe aardappelen, vis, zout en ongekookte rijst of pasta. Misschien heb je, toen je zelf jonger was, ook wel eens soortgelijk gedrag vertoond. Dat is op een manier ook best kind-eigen. Veel jonge kinderen gaan door een fase heen waarin ze van alles in hun mond stoppen en dit ook voor een korte periode blijven proberen. Mensen die leiden aan pica eten dit echter op (meestal) dagelijkse basis en kunnen hier niet mee stoppen, ook al zijn ze zich bewust van de gevaren. Er wordt van pica gesproken wanneer dit gedrag langer dan drie maanden standhoudt en de persoon in kwestie ouder is dan 3 jaar.

    Het is geen keuze
    Net als andere eetstoornissen is pica geen keuze. Het is vaak een drang naar een bepaald soort eten dat lastig is te weerstaan. PsyQ vertelt op hun website dat veel mensen die de diagnose pica hebben, daarnaast vaak ook gediagnostiseerd zijn met een ontwikkelingsstoornis of een psychische stoornis.

    Pica is als volgt te herkennen:

    • Het gaat om mensen die ouder zijn dan drie jaar (dus ook volwassenen) die niet-consumeerbare voorwerpen eten of de drang hebben dit te willen eten;
    • Deze personen hebben vaak last van verstoppingen als gevolg van het eten van niet-consumeerbare voorwerpen;
    • Hierdoor moeten zij regelmatig een arts bezoeken (vanwege het eten van vreemde voorwerpen);
    • Er kan sprake zijn van een ontwikkelingsstoornis of een psychische stoornis, dit hoeft echter niet zo te zijn).

    De behandeling
    Behandeling is mogelijk als je hier zelf voor openstaat. Ook al wordt er niet veel over pica gepraat, toch is het niks om je voor te schamen. Verschillende behandelcentra’s (zoals PsyQ) bieden behandelingen aan.

    Mocht je je herkennen in de symptomen en de bovenstaande tekst, dan hoop ik dat het je lukt om hier hulp bij te vinden. Het eten van niet-eetbare producten kan een gevaar zijn voor je gezondheid. Denk hierbij aan vergiftiging, verstoppingen en infecties. Het is echt belangrijk om hier hulp bij te zoeken.

    Bron: Proud2bme >>

6 berichten aan het bekijken - 26 tot 31 (van in totaal 31)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 23 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.759, berichten: 14.841, leden: 1.609
Scroll Up