Angst & paniek

  • Dit onderwerp bevat 41 reacties, 4 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 14/05/2022 om 20:33 door Luka.
10 berichten aan het bekijken - 21 tot 30 (van in totaal 42)
  • Auteur
    Reacties
  • #239988
    Luka
    Moderator

      Dit is de beste manier om te ademen als je in paniek bent

      Hoewel de jonge generatie van nu meer stress en angst ervaart wie dan ook in de geschiedenis, hebben ze nauwelijks handvaten om hier op een gezonde manier mee om te gaan. Gelukkig kan de juiste ademhaling je enigszins helpen.

      Als je last heb van angst of paniek, is het goed om je te realiseren dat de reden negen van de tien keer iets irrationeels is. Het helpt dus vaak niet om tijdens een paniekmoment op zoek te gaan naar de logische oorzaak hiervan. De kans is nogal klein dat je helder kunt denken. Dat maakt het niet aanstellerig of overdreven, maar wel een heel fysieke reactie. Je kunt je dus beter je focussen op je lichaam, en daar kan ademhaling je goed bij helpen.

      Minder paniek
      Volgens expert Stephen Porges kan ademhaling je helpen om op een makkelijke manier een ontspannen staat te bereiken. Door alleen al bewust te ademhalen, kun je je beter gaan voelen. Verder helpt het om langer uit dan in te ademen. In je lichaam wordt dan een signaal gegeven aan het parasympatische systeem, een systeem binnen je zenuwstelsel, dat we rust mogen en kunnen nemen en dat we veilig zijn.

      Ademhalingsoefening
      Maar hoe doe je dat precies? Om te beginnen kun je naar een plek gaan waar je je rustig en veilig voelt. Hier ga je even zitten of liggen, op een manier die bij jou past. Het kan ook fijn zijn om je voeten stevig op de grond te zetten bij deze oefening.

      Je handen leg je op je buik. Dan adem je diep in door je neus, waarbij je handen voelen hoe je buik zich uitzet. Bij je uitademing voel je je buik weer intrekken. Probeer om je uitademing twee keer zo lang te maken als je inademing. Vier seconden inademen, vier seconden je adem vasthouden en acht seconden uitademen is bijvoorbeeld een fijne techniek.

      Dagelijks oefenen
      Natuurlijk kun je deze ademhalingsoefening doen op momenten dat je enorm veel paniek ervaart. Maar door bewuste ademhaling vaker te oefenenen, bijvoorbeeld elke dag of elke week, kun je nog beter omgaan met gevoelens van paniek.

      Er zijn allerlei verschillende technieken op dit gebied – zoek vooral uit wat goed bij jou past. Soms kan het ook fijn zijn om een rustige plek te visualiseren of juist een bepaalde spreuk in gedachte te nemen. Het is vooral heel belangrijk om te doen wat goed voelt voor jou. Luisteren naar je lichaam is hierbij heel belangrijk, want in momenten van paniek helpen je gedachten je waarschijnlijk niet.

      Bron: Bedrock.nl

      #240638
      Luka
      Moderator
        #242197
        Luka
        Moderator

          Angélica heeft een paniekstoornis: ‘Kon ik maar nieuwe hersenen kopen’

          Iedereen is weleens bang, maar wat als je constant in angst leeft? Angélica (28) lijdt aan een paniekstoornis en heeft meerdere paniekaanvallen per dag.

          Angélica: “Anderhalf jaar geleden werd ik vanuit het niets opeens heel ziek. Ik was met een vriendin naar een feest geweest, maar had geen druppel alcohol gedronken. Toch stond ik op de weg terug opeens in de berm over te geven. Ik snapte er niets van, het was toch gewoon een gezellige avond geweest? Eenmaal thuis strompelde ik de trap op en ging in bed liggen in de hoop dat het dan beter zou gaan. Maar ik bleef overgeven, kreeg diarree en was zeiknat van het zweet. Ik voelde de druk op mijn borst toenemen en snakte naar adem. Mijn hart klopte keihard en alles duizelde. De benauwdheid werd zelfs zo erg, dat ik ervan overtuigd was dat ik ter plekke dood zou gaan.”

          Paniekaanval
          “Toen ik huilend de huisartsenpost belde, stelde de vrouw aan de andere kant van de lijn me al snel gerust. Ze zei dat het klonk alsof ik een paniekaanval had, en dat ik beter wat rust kon nemen. Dan zou het vanzelf weer overgaan. Ze had gelijk, na ongeveer een half uurtje werd mijn ademhaling weer rustig en trok de misselijkheid weg. Mijn beste vriend heeft me naar de huisartsenpost gebracht, waar bleek dat ik inderdaad een zware paniekaanval had gehad. Ze vroegen me of dit vaker was gebeurd, waarop ik moest toegeven dat dit me inderdaad regelmatig overkwam. Al was het nog nooit zo erg geweest als nu. De volgende dag heb ik een afspraak gemaakt met mijn eigen huisarts, om te onderzoeken waar die aanvallen vandaan kwamen. Ik bleek te lijden aan een paniekstoornis, wat inhoudt dat je voortdurend bang bent, zonder dat daar een aanleiding voor is.”

          Gescheiden ouders
          “Hoe en wanneer het precies begonnen is, weet ik niet. Vermoedelijk ligt de oorzaak in mijn jeugd, die was niet bepaald prettig. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik vier was, waarna ik een tijdje met mijn moeder en broertje in een opvanghuis heb gezeten. Daarna heb ik tot mijn twaalfde bij mijn moeder gewoond, maar zij was drukker met uitgaan en mannen dan met mij. Op een dag zaten we aan de eettafel, toen ze zei: ‘Pak je spullen maar, ik ben het zat’. Ze gaf als reden dat ze geen geld meer had om voor me te zorgen, maar dat geloof ik nog steeds niet. Een paar dagen later is ze namelijk bij haar nieuwe vriend ingetrokken, en de honden mochten wel mee… Ik heb daarna een aantal jaar bij mijn vader gewoond, maar daar was het nog veel erger. Hij dronk veel, liet mij het huishouden doen en was agressief. Eén keer heeft hij zelfs mijn keel dichtgeknepen.”

          Blauwe plekken
          “Toen de gymleraar mijn blauwe plekken opmerkte, verzon ik een smoes. Mijn vrienden wisten ervan, maar mochten van mij niet ingrijpen. Uiteindelijk durfde ik pas op mijn 17e weg te gaan. Ik heb nog even bij een tante gewoond, daarna heb ik een kamer gehuurd bij een heel lief stel in huis. Zij hebben me in hun gezin opgenomen alsof ik hun eigen kind was. En hoewel ik nu alweer jaren op mezelf woon, voelen zij nog steeds als familie voor me. Kerst vier ik met hen, hun dochtertje van 8 is als een zusje voor me. Met mijn echte familie heb ik al het contact verbroken. Als ik ze op straat tegenkom, loop ik snel de andere kant uit.”

          Leven opgebouwd
          “Eigenlijk dacht ik dat ik mijn jeugd wel had verwerkt. Ik had een eigen leven opgebouwd: ik heb mijn koksdiploma gehaald en een baan in een leuk restaurant gevonden. Ook ging ik graag naar feestjes en concerten met vrienden. Toch ging het na verloop van tijd steeds slechter. Ik voelde me steeds zó intens moe. Ik dacht dat het misschien aan mijn ijzergehalte lag, aangezien ik vegetariër ben, maar de huisarts kon niets vinden. Toch bleef ik me maar beroerd voelen. ’s Nachts sliep ik slecht en had ik vaak nachtmerries, meestal over de dood.”

          Auto-ongeluk
          “Het ging helemaal mis toen ik vier jaar geleden een auto-ongeluk kreeg. Ik had net drie weken mijn rijbewijs toen het op een kruising voelde alsof mijn remmen blokkeerden. Ik stuurde nog opzij, maar kon niet meer voorkomen dat ik de auto voor me schampte. Niemand raakte gewond, maar de hele zijkant van mijn motorkap lag in puin. Ik heb nog heel stoer zelf de auto naar huis gereden, maar in de periode erna werd ik steeds angstiger achter het stuur. Zo gauw ik in een drukke verkeerssituatie of op de snelweg terechtkwam, raakte ik in paniek. Dan voelde het alsof mijn armen verlamden. Ik kon niet meer sturen of schakelen, moest keihard huilen. Op zo’n moment dacht ik echt dat ik dood zou gaan. Meestal stopte ik even langs de kant van de weg en wachtte tot de aanval voorbij ging. Het was ook weleens zo erg dat ik mijn toenmalige vriendje moest vragen of hij me een paar honderd meter van huis wilde komen halen. Dan durfde ik zelf echt niet meer verder.”

          Bron: Vriendin.nl >>

          #243209
          Mark
          Moderator

            Bij mannen ziet angst er vaak anders uit

            Wanneer een man boos uit zijn dak gaat over iets dat onbeduidend lijkt, lijkt hij misschien gewoon een eikel. Maar hij kan bang zijn.

            Angstproblemen kunnen er bij mannen anders uitzien dan bij vrouwen. Er is een toenemende erkenning onder psychologen dat mannen vaker klagen over hoofdpijn, slaapproblemen en spierpijn met angst als bron. Ze gebruiken vaker alcohol en drugs om met angst om te gaan, dus wat op een drankprobleem lijkt, kan eigenlijk een angststoornis zijn. En angst bij mannen manifesteert zich vaak als woede.

            Bange “mannen kunnen razend lijken, maar eigenlijk zijn ze bang”, zegt Kevin Chapman, klinisch psycholoog in Louisville, tegen de Wall Street Journal. “Agressie is sociaal aanvaardbaar voor veel mannen, angst niet.”

            Studies hebben aangetoond dat ongeveer een op de vijf mannen (en ongeveer een op de drie vrouwen) tijdens hun leven een angststoornis heeft. Maar psychologen denken dat angst bij mannen wordt onderschat.

            Dit is zorgwekkend vanwege het verband tussen angst en zelfmoord. Depressie wordt het sterkst geassocieerd met suïcidale gedachten, maar depressie leidt feitelijk niet vaak tot suïcidale handelingen, volgens een onderzoek van de Harvard Medical School. Angststoornissen, middelenmisbruik en gedragsstoornissen leiden veel vaker tot zelfdoding. In Nederland zijn twee van de drie doden door zelfdoding man. Angst zou daar de verklaring voor kunnen zijn.

            “Mensen die in paniek zijn en een verlangen hebben om te ontsnappen aan een situatie die zij als onverdraaglijk ervaren, kunnen kiezen voor de dood” zegt Matthew K. Nock, een professor psychologie aan Harvard en een auteur van de studie.

            Bron: welingelichtekringen.nl

            #244483
            Luka
            Moderator

              NTR

              DOE EVEN NORMAAL – Aflevering angst

              Deze aflevering kan je hier bekijken

              #244522
              Luka
              Moderator

                Leven met een paniekstoornis

                Kan ik weg? Hoe? Waar? Ik wil dit niet. Ik kan dit niet. Allemaal gedachten die door je hoofd gaan als je met een paniekstoornis op bijvoorbeeld de metro staat te wachten.

                #244523
                Luka
                Moderator

                  Hoe voelt een paniekaanval?

                  Sommige mensen hebben last van paniekaanvallen of hebben ooit wel eens een paniekaanval gehad. In deze video laat Fleur zien hoe een paniekaanval voelt en wat de symptomen zijn.

                  #244524
                  Luka
                  Moderator

                    Hyperventilatie

                    Een ervaringsdeskundige vertelt wat hyperventilatie met haar doet en wat ze eraan gedaan heeft om de klachten te verminderen. Een deskundige, klinisch psycholoog en psychotherapeut Ed Berretty, vertelt over het mechanisme waardoor een hyperventilatie-aanval wordt uitgelokt.

                    #244658
                    Luka
                    Moderator

                      TELEFOONANGST? LOS ‘M OP MET 1 PSYCHOLOGISCHE TRUC

                      Je zou het bijna vergeten, maar onze telefoon is ooit bedoeld om mee te bellen. Een handeling waar verrassend veel mensen moeite mee hebben. Telefoonangst, noemen psychologen het. De oplossing voor telefoonangst heeft ook een naam: ‘cognitieve herstructurering’ – een simpele breintruc.

                      We hoeven steeds minder te bellen. Dat is zeker. Contact met vrienden en familie onderhouden we via WhatsApp in plaats van bellen, tandarts- en kappersafspraken maken we online – in plaats van bellen, restaurants boeken we via Couverts – in plaats van bellen, vakanties via Skyscanner – in plaats van bellen of een reisbureau bezoeken. Onze smartphones zijn zulke geweldig uitgebreide apparaten geworden dat we bijna altijd wel een alternatief kunnen bedenken voor bellen.

                      Toch komen we er niet helemaal onderuit. Voor je werk moet je waarschijnlijk regelmatig bellen met collega’s of klanten. En dat belletje naar een verre vriend of oude oma, daar zul je toch aan moeten geloven om die relaties gezond te houden.

                      Het slechte nieuws voor alle belbangeriken is daarom helaas: bellen (of Skypen) blijft.

                      Het goede nieuws daarentegen is mooi: je telefoonangst valt af te leren. En dat kun je in de meeste gevallen prima zelf doen. Hoeft normaal gesproken geen angststoornis gespecialiseerde psycholoog aan te pas te komen. Toch halen we er even een paar van die breinkenners bij. Want om tot de oplossing te komen, moeten we ons probleem eerst even iets beter begrijpen. De kenners leggen uit.

                      HET PROBLEEM MET TELEFONEREN
                      Onze telefoonangst komt niet uit het niks. Er zitten wel degelijk bepaalde verklaarbare angsten achter het telefoneren. Want wat is het precies dat ons zo de stuipen op het lijf jaagt wanneer we een telefoon oppakken om te bellen of moeten opnemen wanneer we gebeld worden? Belangrijk om dat eerst even helder te hebben.

                      Het antwoord is 5-ledig.

                      1. Het gebrek aan lichaamstaal beperkt je
                      Een face-to-face gesprek werkt intuïtief. Je ziet het wanneer iemand aandachtig luistert doordat de ander je aankijkt, je ziet het wanneer iemand is afgeleid doordat zijn blik in het rond schiet, je ziet het wanneer iemand oordeelt door zijn wenkbrauwen samen te trekken, je ziet het wanneer iemand je aanspoort om verder te praten met zo’n klein knikje.

                      Aan de telefoon zie je niks, zoals je weet. En dat is precies een van de belangrijke aspecten die zorgen voor dat bang en onzeker gevoel, bevestigt Alison Papadakis – klinisch psycholoog en professor die stress onderzoekt aan de Johns Hopkins Universiteit:

                      “Alles wat we hebben is de stem. Dat kan behoorlijk zenuwslopend zijn voor mensen die telefoonangst hebben ontwikkelt.”

                      2. De tijds- en prestatiedruk is groot
                      ‘Als gebrek aan lichaamstaal zo’n groot probleem is, waarom heb ik dan geen probleem met berichtjes versturen – waarbij precies hetzelfde aan de hand is?’, zul je denken. Goede vraag. Goed antwoord: dat komt doordat je bij berichtjes sturen zelf de tijd in handen hebt. Jij kunt tikken en typen zoveel en zo lang als je wil. En je kunt corrigeren zoveel je wil, voordat je communiceert.

                      Dat is precies wat bij telefoneren niet kan. Prof. Papadakis:

                      “Je kunt aan de telefoon wel soort van corrigeren en iets terugnemen wat je zei, maar niet écht. Wat is gezegd, is gezegd.”

                      Voor altijd.

                      3. Het is opdringerig
                      Iemand opbellen of gebeld worden gaat niet even tussendoor. Je moet andere taken echt neerleggen en je focus volop het bellen storten. Dat maakt het een redelijk grote opdracht, die daardoor best ingrijpend is in jouw tijdschema. Ten opzichte van een berichtje sturen, tenminste.

                      Waar de meeste bellers niet voldoende bij stilstaan: bij degene die je belt is dat precies hetzelfde. Bel je op, dan is de kans behoorlijk groot dat je stoort. Tenzij je hebt afgesproken om te bellen op een bepaald tijdstip, is hij of zij niet toevallig net aan het wachten op jouw telefoontje.

                      “Mensen met belangst maken zich zorgen zoals; ‘ga ik deze persoon storen?’ of ‘Ben ik een lastpost als ik nu bel?’”, zegt Jeremy Jamieson – professor in de psychologie aan de Universiteit van Rochester, gespecialiseerd in sociale stress en emotieregulering.

                      4. Iedereen luistert mee
                      Werk je in zo’n vreselijke kantoortuin, dan ben je helemaal de sjaak. Iedereen hoort je namelijk. En iedereen luistert mee. Nee, dat is niet iets dat jij je in je hoofd hebt gehaald. Het is waar.

                      Dit onderzoek van de Cornell Universiteit toonde aan dat zogenaamde ‘halvologen’ (dialogen waar je maar de ene helft van mee krijgt, doordat iemand telefoneert) ontzettend afleidend werken. Je kunt er bijna niet niet naar luisteren. Er valt je collega’s dus weinig kwalijk te nemen, maar vervelend is het wel – dat alle aandacht naar jouw telefoongesprek gaat.

                      En dat komt juist door het gebrek aan aanwezigheid van die ander, legt klinisch psycholoog met een specialisatie in angststoornissen Alexander Queen uit:

                      “Wanneer je aan de telefoon zit, is de andere persoon niet aanwezig om de aandacht van jou weg te nemen. Jij gaat de volle focus krijgen, omdat jij de enige persoon in dit gesprek bent die fysiek aanwezig is in de ruimte.”

                      5. Iedereen oordeelt
                      Doordat er volop naar jou geluisterd wordt, door je gesprekspartner en als je pech hebt ook nog alle mensen om je heen in de ruimte, wordt wat je zegt ook vanzelf volop beoordeeld. En dat is iets waar ons van nature het zweet van uitbreekt.

                      Dr. Jamieson:

                      “We houden er niet van om geëvalueerd te worden door andere mensen. Onze hele overlevingsdrang hangt af van andere mensen – we zijn erg sociale wezens – waardoor het ons telkens veel stress oplevert wanneer we open en bloot staan voor oordelen en evaluaties. Het is dezelfde angst als bij spreken in het openbaar of in een sollicitatiegesprek.

                      Een angst die iedereen al eens meegemaakt heeft, geef toe.

                      Alleen sommigen onder ons maken het continu mee wanneer er een telefoontje gepleegd moet worden. Komen we daar ooit van af? Jawel, zegt dr. Selena Snow – psychologe die stress en angsten behandelt:

                      “Telefoonangst is een aandoening die vatbaar is voor behandeling. Hulp is beschikbaar. Soms denken mensen ‘ik kom hier nooit meer vanaf’, maar dat is niet het geval.”

                      Ik zei toch dat er goed nieuws was!

                      DE OPLOSSING VOOR TELEFOONANGST
                      De combinatie van 5 bovenstaande dingen leveren jou de kriebels (of misschien wel gutsend angstzweet) van je telefoonangst op. Het zijn de oorzaken van je telefoonangst. Nu over naar de oplossing.

                      En die komt van dezelfde psychologen die je bovenstaande oorzaken hebben uitgelegd. Zij hebben ervaring met dit soort zaken: angststoornissen. Want het is er één, in welke mate hij bij jou ook van toepassing is.

                      Wat we volgens dr. Papadakis altijd doen wanneer we te maken hebben met angsten, is heel typisch. En helemaal verkeerd.

                      “Mensen die neigen naar een sociale angst hebben de neiging om erg te focussen op zichzelf en wat ze doen, om er zeker van te zijn dat ze niet iets doen dat verkeerd of genânt is. Dat maakt het alleen maar moeilijker om een gesprek te voeren. Wanneer ik vooral let op wat ik zeg en niet op wat jij vraagt, dan is het heel moeilijk om te reageren en communiceren.”

                      Kortom: doordat je zo bezig bent met ‘het goed doen’, stop je met het belangrijkste gedeelte van elk (telefoon)gesprek. Luisteren. Daardoor bak je er juist niks van en raak je verder verzeild in je telefoonangst.

                      De truc
                      Je helpt jezelf de penarie in, doordat je brein allerlei alarmerende denkpatronen in het wilde weg strooit: “Ik bak hier niks van”, “Ik mag niet per ongeluk iets fout zeggen”, “Ik val de ander waarschijnlijk hartstikke lastig als ik nu bel”. Het zijn allemaal aannames die je angst voeden.

                      Precies daar zit ‘m de oplossing voor je probleem. Door te beginnen met erkennen dat het aannames zijn, en geen feiten. Of zoals dr. Scharfstein het zegt:

                      “Onze gevoelens zijn geen feiten, en onze gedachten zijn geen bewijs dat iets waar is.”

                      Wat je vervolgens doet, is die aannames in een nieuw perspectief zetten. Deze techniek heet ‘cognitieve herstructurering’ en helpt je je angstige denkpatronen weer op het rechte pad te krijgen.

                      Zodra één van de 5 genoemde zorgen naar boven komt, relativeer je hem met ‘cognitieve herstructurering’:

                      • ‘Ik stoor de ander waarschijnlijk verschrikkelijk’ wordt ‘Als hij of zij geen tijd voor me heeft, pakt ze de telefoon niet op’.
                      • ‘Ik moet niks doms zeggen waar ik om veroordeeld kan worden’ wordt ‘Als ik iets doms zeg, is de ander dat 2 minuten nadat ik ophang waarschijnlijk alweer vergeten.’
                      • ‘Ik bak hier niks van’ wordt ‘Wie is er nu supergoed in telefoneren? Misschien zit de ander wel net zo in de zenuwen als ik.’Met behulp van deze cognitieve gedragstherapie zwak je je angstige gedachten zo af door een tegengedachte te presenteren. De laatste zal winnen, omdat deze nu eenmaal realistischer is.

                      En dan oefenen!

                      Zodra je je telefoonangst onder controle hebt, is het een kwestie van je ervaring opbouwen, zegt dr. Papadakis. Want feit is dat we tegenwoordig nu eenmaal steeds minder ervaring hebben met telefoneren, doordat het ons zo gemakkelijk wordt gemaakt om alternatieven te kiezen met onze smartphone. Daardoor zie je dat vooral veel jongere mensen last hebben van telefoonangst.

                      Dr. Jamieson:

                      “Het is ongemakkelijk voor jongere mensen, zoals het voor oudere mensen ongemakkelijk is om Facebook te gebruiken. Je kent de regels niet helemaal en eigenlijk weet je niet precies wat je aan het doen bent.”

                      Andersom zullen ouderen eerder bellen dan uitvogelen hoe WhatsApp werkt. Allemaal een kwestie van wat je gewend bent en wat voor jou de meeste gemakkelijke en veilige optie is.

                      Om telefoneren voor jou gemakkelijker te maken, heb je dus meer ervaring nodig. En daar is maar één oplossing voor; vaker bellen.

                      Bel naar het restaurant waar je van het weekend wil eten, om te reserveren. Als je zover bent, gooi je er misschien nog wat vragen bij. “Tot hoelaat is de keuken open?”, “Serveren jullie ook vegetarische gerechten?”, “Kunnen we een plek bij het raam krijgen?” – allemaal opties om je telefoon-skills te oefenen. Je kunt ze zelfs noteren van tevoren, als dat je telefoonangst wat indamt.

                      Oefen, oefen, oefen, in elk geval.

                      Gewoon door je telefoon wat vaker te zien als het bakelieten apparaat dat het ooit was – en even te vergeten dat je kunt berichten via WhatsApp en vragen stellen via Siri. En onthoud: juist door te bellen bereik je vaak veel sneller de resultaten die voor jou (en je werk) van belang zijn.

                      Bron: Assertief.nl >>

                      #244706
                      Luka
                      Moderator

                        ALS JE EEN HYPOCHONDER BENT (EN DR GOOGLE HET ALLEEN MAAR ERGER MAAKT)

                        Met de komst van internet werd Abby Sluijter (34) een hypochonder. Websites als ‘dokterdokter.nl’ of ‘gezondheidsplein’, verpesten haar enorm. Zeker, het is handig om op Google te zoeken waar bepaalde symptomen op kunnen duiden. Maar bij Abby komt er altijd het ergste uit. Bij haarzelf én bij anderen.

                        Laatst moest mijn moeder, die keer op keer blaasontsteking kreeg, wel blaaskanker hebben. Dat had ik bij elkaar gegoogeld. Zij liet zich door mij niet op de kast jagen met blaaskanker. Ikzelf kon er niet van slapen dat ze dat vermoedelijk had. Dat de klacht ook overganggerelateerd kon zijn, werd mij via internet helaas niet duidelijk.

                        Internet vertelt je lang niet alles, met een dokter kom je nog altijd veel verder. Dat werd me duidelijk toen ik bij mezelf kinkhoest diagnosticeerde. Al wekenlang was ik aan het hoesten, tot kotsen toe. Hoesten en overgeven, dat is onomstotelijk bewijs voor kinkhoest, las ik online. “Verminderde weerstand”, zei mijn dokter, nadat ze zorgvuldig had onderzocht. Natuurlijk twijfelde ik aan haar diagnose, want dat doen mensen met hypochondrie. Doodvermoeiend moet dat zijn voor al die artsen die jarenlang gestudeerd hebben om mensen die echt wat mankeren beter te maken. In plaats daarvan kampen ze met wachtkamers vol met hypochonders. Want hypochondrie: dat is nog eens een veel voorkomende aandoening! Honderdduizenden mensen in Nederland hebben hier last van. Hypochondrie is geen ziekte maar een angststoornis. We maken onszelf bang, en pillen om daar vanaf te komen zijn er helaas niet.

                        En waar zijn we nou precies zo bang voor? Hypochonders denken dat ze kanker hebben, een hartaandoeningen, een chronische ziekte of een dodelijke zoals ALS of aids. En ja, ik heb me weleens afgevraagd of ik de dodelijke spierziekte ALS te pakken had toen ik geregeld iets uit mijn handen liet vallen. En mijn huisarts verzoeken om een aids test komt mij ook bekend voor: aids zou weleens de oorzaak kunnen zijn voor al die vage symptomen. Wat blijkt keer op keer? Ik ben kerngezond. Maar in mijn hoofd blijven alle mogelijke ernstige aandoeningen hun ronde doen.

                        Dat komt doordat hypochonders last hebben van tunnelvisie. Ze zijn te sterk gericht op elk bultje, krampje, pijntje of ander ongemak. Wat ze niet beseffen is dat bultjes, pijntjes en krampjes ook onschuldig kunnen zijn. Gelukkig is Hypochondrie geen terminale aandoening. Als het je echt in je functioneren belemmert omdat het je hoofdpijn bezorgt of hyperventilatie, dan is cognitieve gedragstherapie iets wat goed kan werken. Ben je niet zo’n zwaar geval, dan helpt het om er op los te relativeren. Uiteindelijk sterven er meer mensen aan ouderdom dan aan kanker. Gelukkig kwam ik een heel goed recept tegen, wederom op internet, iets wat bijzonder goed werkt bij hypochonders. En dat recept luidt: The best cure for hypochondria is to forget about your body and get interested in someone else’s.

                        Bron: Mynd >>

                      10 berichten aan het bekijken - 21 tot 30 (van in totaal 42)
                      • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
                      gasten online: 22 ▪︎ leden online: 6
                      Chris, Yvette, Lieza, Vinnie, Pascal-1975, Paul1966
                      FORUM STATISTIEKEN
                      topics: 3.768, reacties: 21.162, leden: 2.813