Ritueel misbruik

  • Dit onderwerp bevat 19 reacties, 7 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 06/04/2024 om 22:12 door Moderator.
10 berichten aan het bekijken - 1 tot 10 (van in totaal 20)
  • Auteur
    Reacties
  • #218728
    LSG
    Beheer
    Topic starter

      In dit topic vind je websites en online artikelen met informatie over:

      Ritueel misbruik

      Wil je zelf een website of online artikel toevoegen? Plaats dan eerst de url en daaronder eventueel een korte beschrijving.

      #218987
      Luka
      Moderator

        EO Visie – Ritueel misbruik ook in christelijke kring

        Afgelopen zomer plaatste Visie het getuigenis van een vrouw die opgroeide in de satanskerk in Amerika. De reacties stroomden binnen. Is dit afschuwelijke rituele misbruik ook mogelijk in Nederland? Wat zijn de bewijzen en wat moeten we hier als christenen mee? Uit verklaringen van diverse betrokkenen, zowel psychologen als slachtoffers, blijkt dat ritueel misbruik de christelijke deur niet voorbijgaat. Feiten en meningen op een rij.

        Sylvia groeit op in een christelijke omgeving in Nederland. Thuis lezen ze niet uit de Bijbel, maar wel zit de familie regelmatig in de kerk. Als Sylvia ouder wordt, merkt ze dat ze geen liefde kan geven. Na haar bekering en doop krijgt ze last van angstaanvallen en flashbacks. Ze heeft zelfmoordneigingen en vertrouwt geen mens. Na diepgaand psychologisch onderzoek wordt een ernstige vorm van DIS, een meervoudige persoonlijkheidstoornis, geconstateerd. Opname in een psychiatrisch ziekenhuis wordt niet uitgesloten en men verwacht geen genezing. De verschillende persoonlijkheden in Sylvia vertellen een gruwelijk verhaal. “Al op jonge leeftijd werd ik misbruikt. Vanaf mijn vijfde verjaardag begonnen de satanische rituelen. Op diverse plekken, meestal in een schuur, werd er aan satan geofferd. Er waren inwijdingen, bloedoffers en dierenoffers. Hierbij hoorde ook het drinken van bloed en het eten van ingewanden of uitwerpselen van dieren en mensen. Een groep van vijf volwassenen, onder wie mijn vader en een beginnend dominee, was bij deze rituelen betrokken.”

        Sylvia vertelt het verhaal met de grootste voorzichtigheid, wetende dat veel mensen haar niet zullen geloven. Over satanisch ritueel misbruik zijn de meningen ernstig verdeeld.

        Missen
        Volgens W.J. Hanegraaff, hoogleraar op de afdeling religiestudies van de Universiteit Amsterdam, is de eerste traceerbare beschuldiging van ritueel misbruik zo’n 200 na Christus te dateren. Minicius Felix, een tot het christendom bekeerde Romein, vermeldt in de bron Octavius dat christenen van dit misbruik verdacht werden. “Sinds die tijd zijn het steeds de minderheidsgroeperingen in de samenleving die de verdenking op zich kregen. De heksenjacht in de Middeleeuwen was daar een duidelijk voorbeeld van. Ook heksen zouden ondergrondse netwerken hebben en allerlei rituelen uitvoeren. Ritueel misbruik is dus niet direct te koppelen aan het satanisme.”
        Hanegraaff geeft aan dat het geloof in satan al eeuwen bestaat. “Maar het satanisme als organisatie bestaat historisch gezien pas vanaf de 17e eeuw. De eerste satansmissen werden georganiseerd door de hofdame La Voisin aan het hof van Louis XIV. Het is historisch aantoonbaar dat deze gruwelijke missen inderdaad hebben plaatsgevonden. Er was seks tussen priesters en priesteressen er werden babyoffers gebracht. Leden van de hoge adel deden mee aan deze gruwelijkheden. Uiteindelijk is het netwerk opgepakt en zijn de betrokkenen ter dood veroordeeld.”
        Joris-Karl Huysmans beschreef dit concept van de satansmis in 1891 zijn roman La-bas. Hanegraaff: “De satansmis werd een gewild onderwerp tot schrijven en tot het maken van films. De beelden zijn zo in het collectieve geheugen geglipt.”
        Volgens hem is het zeker dat er vandaag de dag nog steeds satanistische groeperingen bestaan, ook in Nederland. “Maar er is ondanks alle pogingen nog nooit bewezen dat zij dingen doen die bij wet verboden zijn! Daarom moeten we uiterst voorzichtig zijn met welke beschuldiging dan ook.”

        Schuld
        In Amerika begon in de jaren tachtig en negentig een hele hype rondom het onderwerp.
        Bekend uit die tijd is het MacMartin Preschool-proces. Tegen de staf van deze school werden ruim tweehonderd aanklachten ingediend wegen seksueel ritueel misbruik. Veertig kinderen zouden ritueel zijn misbruikt in ondergrondse gangen. De archeoloog Gary Stickel schreef een gedetailleerd rapport over de tunnels die gevonden werden onder de school. Er werd echter niemand op heterdaad betrapt. Na een proces van zeven jaar werd de zaak begin jaren negentig uiteindelijk afgerond: de beschuldigden werden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
        Ook in Nederland kwam het onderwerp begin jaren negentig op de agenda. In twee uitzendingen van Nova vertelden verschillende hulpverleners over cliënten met herinneringen aan ritueel misbruik. Er werden Kamervragen gesteld en Justitie stelde een speciale Werkgroep Ritueel Misbruik samen, die de situatie in Nederland ging onderzoeken. In 1994 concludeerde zij dat ritueel misbruik in Nederland niet te bewijzen valt. Wel deed ze een aanbeveling voor een speciaal Beraad dat dit verder zou moeten onderzoeken.

        Alternatief
        Mensen die op jonge leeftijd zeer ernstig misbruik hebben meegemaakt, ontwikkelen soms een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, ook wel DIS of voorheen MPS genoemd. Onder psychologen en psychiaters is er steeds opnieuw discussie over deze diagnose en het waarheidsgehalte van de herinneringen die naar boven komen. De ‘believers’ geloven dat de herinneringen van de cliënten werkelijk waar kunnen zijn, of in ieder geval ten dele. ‘Non-believers’ nemen daar afstand van.
        Sylvia, het voorbeeld uit het begin van dit verhaal, ervaarde haar verschillende persoonlijkheden, die in de psychiatrie ook wel alters worden genoemd, als een zegen van God. “Zonder hen had ik het lichamelijk en geestelijk niet aangekund. Na mijn bekering waren deze alters niet zomaar verdwenen. Een aantal van hen was echt christen, maar door andere werd ik behoorlijk gekweld omdat zij satanistisch geprogrammeerd waren. Zij zorgden ervoor dat ik tijdens bidstonden of bijzondere samenkomsten alleen nog maar aan allerlei vervloekingen kon denken.”
        Baptistenvoorganger Anne de Vries verzamelt getuigenissen als die van Sylvia. In 2000 vormde hij samen met een klinisch psycholoog en een integratief therapeut een Alternatief Beraad. De Vries: “In 1994 deed de Werkgroep Ritueel Misbruik een aanbeveling voor een Beraad, maar dat is er nooit gekomen. Daarom hebben wij het Alternatief Beraad opgericht.” De Vries is de enige christen in het beraad, wat aangeeft dat er ook ‘believers’ onder niet-christenen zijn. “Binnen de hulpverlening is dit onderwerp taboe na het rapport in 1994. Wij hebben als doel om therapeuten en pastores die dit meemaken uit hun isolement te halen. Er moet meer openheid over dit onderwerp komen, pas dan kunnen we dingen daadwerkelijk onderzoeken. Verder willen we helpen in het ontwikkelen van zorgprotocollen voor slachtoffers. Uiteindelijk moet het lijden van deze mensen verminderen. Via psychologen en pastores verzamelen we getuigenissen van slachtoffers. Deze bekijken we kritisch en we zoeken naar overeenkomsten. Zo zijn er bepaalde patronen te ontdekken. Persoonlijk zie ik een belangrijke pastorale rol voor de kerk in deze problematiek weggelegd; zij heeft de opdracht om een rechtvaardige samenleving na te streven. Laten we met elkaar over dit onderwerp in gesprek gaan, in plaats van het dood te zwijgen.”

        Wonderlijk
        Psychologe dr. Suzette Boon, die begin jaren negentig meewerkte aan de programma’s van Nova, denkt niet dat een nieuw ‘Beraad’ werkelijk zal helpen voor betrokken slachtoffers. “De wereld is er nog niet aan toe om deze gruwelijkheden te geloven. Bovendien zijn sommige verhalen ook niet waar of zijn er maar gedeelten waar. Het is niet de taak van een psychotherapeut om verhalen in de openbaarheid te brengen. Belangrijker is om deze mensen goed te behandelen, daar is nog te weinig aandacht voor!”
        Het Alternatief Beraad kan zich de terughoudendheid van Boon goed voorstellen: “Veel hulpverleners spreken zich hier in het openbaar niet over uit, omdat dit hen kan schaden in hun beroepsreputatie. Maar als er ook maar een geringe kans bestaat dat ritueel misbruik werkelijk plaatsvindt, hebben we het wel over zeer ernstig en structureel georganiseerd geweld. Dat is reden genoeg dit verschijnsel te onderzoeken. We onderstrepen de noodzaak om meer aandacht aan de behandeling van slachtoffers te besteden. Inmiddels is een eerste aanzet tot een conceptprotocol voor behandeling terug te vinden op onze website. We nodigen hulpverleners uit daarop te reageren.”

        Boon geeft aan dat ritueel misbruik wordt gerapporteerd door mensen uit alle lagen van de maatschappij, ook door cliënten met een christelijke achtergrond. Ook de christelijke psychologe Carla Hamoen heeft veel cliënten uit christelijke kring.
        Zij richtte een speciale website voor overlevenden op. “Kerken hebben inderdaad een belangrijke verantwoordelijkheid en daarbij hoort ook het inschakelen van professionele hulpverleners die bekend zijn met ritueel misbruik en DIS. De werkelijke genezing komt van God, maar het is niet ‘één keer bidden en dan is het over’. Deze mensen hebben langdurige steun en professionele begeleiding nodig. Mensen die naast hen durven blijven staan in hun pijn.”
        Waar of niet waar, wat moeten christenen nu met al deze verhalen? Hoogleraar Hanegraaff is duidelijk: “Neem deze verhalen volstrekt serieus als uiting van een heftig trauma en bied vervolgens hulp op alle mogelijke manieren. Maar kijk uit met het beschuldigen van allerlei mensen. Dit is één van de meest zware beschuldigingen die je kunt doen.”

        Sylvia, die de diagnose kreeg dat ze waarschijnlijk nooit meer beter zou worden, ervaarde in 1996 een begin van bevrijding. “De alters die in mij aanwezig waren, mochten met hun pijn naar Jezus gaan. Ik zag voor mijn ogen dat enkele alters witte klederen mochten aantrekken die ze van Jezus zelf kregen. Dit gebeurde na jaren van gebed. Ik mocht van God een hele nieuwe persoonlijkheid ontvangen en begeleid nu zelf mensen met deze problematiek. ‘Er is geen put zo diep, dat Jezus er niet bij kan,’ is een uitspraak van Corrie ten Boom, die me altijd veel heeft gedaan. Hij kan werkelijke bevrijding geven. Van welke pijn dan ook.”

        Aangifte
        Als iemand aangifte doet van ritueel misbruik, moet de politie deze zaak voorleggen aan de Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken. Deze groep werd in 1999 opgericht omdat er in het strafrecht weinig aandacht was voor slachtoffers van zedendelicten in een afhankelijkheidrelatie. Alleen zaken met hervonden herinneringen, ritueel misbruik en herinneringen van seksueel misbruik voor de derde verjaardag, worden door de expertisegroep behandeld. In 2001/2002 werden er in totaal 30 zaken beoordeeld, drie daarvan gingen over ritueel misbruik. Het jaarverslag 2003/2004 is in voorbereiding. Duidelijk is dat er niet vaak aangifte wordt gedaan van ritueel misbruik. Navraag bij de zedenpolitie in Utrecht leert dat in de afgelopen tien jaar de aangiften over ritueel misbruik op één hand de tellen zijn. Zedenrechercheur Willem Kolkman: “Als er zo iemand bij ons komt, is het duidelijk dat er iéts aan de hand is. We nemen de verhalen dus altijd serieus. We hebben alleen nog nooit een bewijs kunnen vinden.” Uit het jaarverslag van de expertisegroep blijkt dat niet ieder politiedistrict trouw melding maakt van dit soort aangiften. Een rechercheur verwoordt het als volgt: “Vroeger zochten we zaken als ritueel misbruik tot op het bot uit: bouwtekeningen opvragen, buurtonderzoek, etc. Nooit met enig resultaat. Nu trachten we in dit soort zaken de bewijslast enigszins om te draaien. Laat de aangever maar met concrete aanknopingspunten komen.”

        Suzette Boon adviseert haar cliënten nooit om aangifte te doen. “Door de ernst van het misbruik zijn mensen meestal niet in staat tot een betrouwbaar getuigenis. Vaak is er ook een enorm loyaliteitsgevoel naar de daders, vooral als die uit familiekring komen.”
        Carla Hamoen is niet tegen aangifte, maar begrijpt dat overlevenden daar niet altijd voor kiezen: “Besef dat deze mensen al vanaf hun babytijd systematisch kapot gemaakt zijn. Ze zijn met de dood bedreigd en hebben voor hun ogen mensen vermoord zien worden. Ze worden geïndoctrineerd en medeplichtig gemaakt.” Uit de verhalen die Visie hoorde voor dit artikel blijkt dat veel zaken verjaard zijn. Doordat sommigen zich pas op latere leeftijd herinneren wat er gebeurd is, zijn er bovendien weinig details voor onderzoek beschikbaar. Ook geven overlevenden aan dat de daders hun sporen zo goed wissen, dat er geen bewijs terug te vinden is.

        Betrouwbaarheid
        Om Sylvia’s verhaal te staven, was er inzage in haar medisch dossier, evenals in dagboekfragmenten die zij heeft bijgehouden. Naast gesprekken met een professioneel psycholoog, is zij begeleid door het voorgangersechtpaar Pasterkamp. Pasterkamp geeft aan dat er in zijn praktijk van bevrijding ook verhalen voorkomen die zijn verzonnen. Hij is ten volle overtuigd van de betrouwbaarheid van Sylvia’s verhaal. “We zijn zelfs op zoek geweest naar aanknopingspunten uit haar verleden. Tijdens deze zoektocht werd duidelijk dat haar beweringen klopten met wat andere getuigen beweerden over diezelfde periode.”

        Bron: Visie.EO >>

        #218988
        Luka
        Moderator

          Verhalen over satanisch en ritueel misbruik:
          Hoe moeten we er mee omgaan?

          In 2009 schreef journaliste Ditty Eimers een artikel in het tijdschrift Psy getiteld ‘Zwijgen over ritueel misbruik’. Het ging over volwassen patiënten die zeggen zich te herinneren ooit te zijn misbruikt door satanische sektes. Zij vertelden over baby’s die bij hen waren verwekt, geaborteerd of zelfs opgegeten. Hoe gruwelijk ook, op zich was dit geen nieuw verschijnsel, want twintig jaar daarvoor waren er al berichten in de media verschenen over vrouwen met vergelijkbare, opzienbarende verhalen: de zaak Oude Pekela, Yolanda uit Epe en de Bolderkaraffaire. Met dit artikel willen we opnieuw de balans ten aanzien van dit onderwerp opmaken en het antwoord vinden op de vraag hoe wij als behandelaar het beste kunnen omgaan met patiënten die ons in de spreekkamer deze verhalen vertellen.

          Lees verder op de site van EMDR.nl >>

          #222703
          Mark
          Moderator

            Tom Cruise en de sekte van Sipke Vrieswijk

            Films met Tom Cruise: je kunt er niet omheen. Met de films zelf is meestal niet eens zoveel mis, maar ik heb het niet zo op zijn scientology-gedoe. Zo is er recent een biografie over hem verschenen, van Andrew Morton, waarin staat dat aanhangers van de scientology-beweging geloven dat Suri, het 22 maanden oude dochtertje van Cruise, een kind is van oprichter L. Ron Hubbard. De man is al ruim twintig jaar dood, maar Katie zou met nagelaten sperma van hem zijn bevrucht. Cruise zou de op één na machtigste man binnen de beweging zijn.

            Nu lijkt dit mij iets om met een flinke korrel zout te nemen, als het echt waar is (van dat kind) is de familie Cruise volkomen geschift en moet die hele beweging op de mestvaalt. Als het niet waar is, hoor je dit soort vuige roddels niet de wereld in te helpen om je boekje te promoten.

            De beweging heeft liever niet dat je het een sekte noemt. Dat heeft ze gemeen met min of meer vergelijkbare groepen. Een aantal jaren geleden was er in Nederland de sekte van Sipke Vrieswijk. Ik heb toen een verhaal gemaakt dat gebaseerd was op het boek van Bram Krol: ‘Als het zoete bitter wordt’. “Hij had de mond vol van de Heilige Geest en de Heere der Heerscharen, maar hij dacht maar aan één ding: hoe krijg ik die goedgelovige vrouwtjes in mijn bed? In het boek wordt pijnlijk duidelijk op wat voor ongelooflijk doortrapte manier Broeder Sipke Vrieswijk in zijn opzet slaagt. Maar aan de vrouwen heeft de Broeder nog niet genoeg: met tenminste acht minderjarige meisjes (‘Jij wil toch ook graag een bruidje van Christus zijn?’) pleegt hij ontucht.

            Lees verder op misdaadjournalist.nl >>

             

            #226124
            mara
            Lid LSG

              Transgenerationeel Georganiseerd Geweld
              De term TGG staat voor Transgenerationeel Georganiseerd Geweld en deze term is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met professionals vanuit verschillende Top Referente Trauma Centra (TRTC), Veilig Thuis, GGD, Fier en anderen. Er zijn verschillende vormen van georganiseerd misbruik.

              Transgenerationeel Georganiseerd Geweld (TGG) houdt in:

              Het herhaaldelijk, georganiseerd, systematisch en sadistisch misbruiken van mensen -variërend van zeer jonge kinderen tot en met volwassenen- op fysiek, psychisch, seksueel en emotioneel vlak, meestal in groepsverband.

              Hierbij kan gebruik gemaakt worden van rituelen, leerprogramma’s, mindcontrol, desinformatie, isolatie en het medeplichtig maken van slachtoffers. Dit veroorzaakt ernstige dissociatieve problematiek bij slachtoffers, met als doel totale controle over de slachtoffers/daders. Soms lijkt dit het enige doel binnen een pseudoreligieuze setting, maar vaak speelt dit zich ook af binnen een groepssamenstelling waarbij religie geen enkele rol heeft.
              Vanwege de dissociatieve persoonlijkheidsstructuur van de individuele slachtoffers kunnen deze mensen functioneren en opgaan in onze maatschappij, ondanks de veelal beschreven banden met (zware) criminaliteit, porno, (kinder)prostitutie, mensenhandel en andere vormen van uitbuiting.
              De netwerken zijn veelal transgenerationeel en lijken te bestaan uit een aantal gesloten systemen. Deze wijze van functioneren blijft buiten beeld van onze samenleving, waarbinnen de betreffende gezinnen daarnaast ook een gewaardeerde rol kunnen spelen.
              Vaak lijkt het doel te zijn dat kinderen verhuurd of verkocht kunnen worden aan besloten groepen, parallelle netwerken waar de kinderen geprostitueerd worden, of een rol moeten spelen in de productie van (kinder)porno.
              Naast mensenhandel, uitbuiting en (kinder)prostitutie, lijken drugshandel en persoonlijke motieven zoals machtsuitoefening over kwetsbare groepen en individuen middels (quasi)religieuze rituelen een rol te spelen.
              Historie van TGG in Nederland

              In de jaren 80 komen er in toenemende mate meldingen binnen in Nederland van overlevers van ritueel misbruik. Na een eerste golf van meldingen in de USA, die veel in de media werden belicht, kwam er vooral aan het eind van jaren 80 veel media aandacht voor het thema. In Nederland zijn in die tijd ook enkele tv uitzendingen gewijd aan het fenomeen ritueel misbruik en er kwamen overlevers aan het woord die over hun ervaringen vertelden.

              In 1993 werd in opdracht van het Ministerie van Justitie, de Inspectie Jeugdhulpverlening en de Geneeskundige Inspectie voor de Geestelijke Volksgezondheid de ‘Werkgroep Ritueel Misbruik’ (de werkgroep Hulsenbek) in het leven geroepen. Zij kreeg als opdracht het definiëren en in kaart brengen van de problematiek en het zo nodig formuleren van voorstellen voor nader onderzoek en/of een meldingsprocedure. Deze Werkgroep Ritueel Misbruik definieerde ritueel misbruik als volgt: ‘Met rituelen omgeven en in groepsverband uitgevoerd seksueel sadisme jegens meerdere kinderen in combinatie met extreme vormen van fysiek geweld en bedreiging.’

              In 1994 deed de Werkgroep verslag van haar bevindingen: ze concludeerde geen bewijs van het bestaan van ritueel misbruik te kunnen aantonen, maar ook niet dat het niet zou bestaan, en gaf daarom een aantal aanbevelingen aan haar opdrachtgevers, zoals het oprichten van een Beraad, om op langere termijn signalen en rapportages rond geritualiseerd misbruik te blijven volgen. Tien jaar later bleek dat er met de aanbevelingen naar het Ministerie en de Inspectie niets is gedaan, behalve dat de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) werd opgericht. De volledige rapportage van de ‘Werkgroep Ritueel Misbruik’ kunt u hier lezen of downloaden: Rapport van de Werkgroep (1994). Dit alles leidde er wel toe dat drs. Ton Marinkelle een vragenlijst ontwierp waarmee hij hulpverleners benaderde die mensen behandelden die binnen de categorie ‘ritueel geweld’ vielen. Op zijn beurt leidde dit tot de oprichting van het ‘Alternatief Beraad’, de voorloper van het KTGG.

              Begin jaren 90 ontstond er tevens een tweedeling rondom de geloofwaardigheid van getuigenverklaringen van overlevers. Bij de eerste golf van meldingen leek iedereen te accepteren dat de herinneringen van slachtoffers waren ‘verdrongen’ als overlevingsmechanisme van het brein: het trauma was simpelweg te groot om zich staande te kunnen houden met behoud van de afschuwelijke herinneringen. In de USA werd de ‘False Memory Syndrome Foundation’ opgericht, die de overtuiging verspreidde dat de overlevers van ritueel misbruik mogelijk ‘valse’, onware herinneringen hadden aangenomen voor ware herinneringen. Er werd gesuggereerd dat er tijdens therapiesessies herinneringen konden ontstaan die niet gebaseerd waren op ervaringen die werkelijk hadden plaatsgevonden.

              Veel slachtoffers hebben, als gevolg van het ernstige en herhaaldelijk vroegkinderlijk trauma dat zij ondergingen, een dissociatieve identiteitsstoornis ontwikkeld. Omdat DIS ervoor zorgt dat zij (vaak door triggers) kunnen switchen tussen verschillende alters, komen zijzelf en hun getuigenverklaringen soms niet volledig duidelijk en samenhangend over. Dit gegeven in combinatie met de afwezigheid van ‘harde bewijzen’ voor het bestaan van georganiseerde pedocriminele netwerken en de geweldplegingen, leek ervoor te zorgen dat er minder aandacht kwam voor het thema van ritueel misbruik in Nederland. Na het verschijnen van het rapport van de werkgroep in 1994 is het (vrij plotseling) erg stil geworden in de media rondom het onderwerp.

              Recente ontwikkelingen in Nederland

              Het Kenniscentrum TGG bleef zich op de achtergrond inzetten voor overlevers van georganiseerd misbruik en hun hulpverleners. Ondanks de stilte in de media, bleven er meldingen binnenkomen van TGG. Gaandeweg heeft er een verschuiving plaatsgevonden in de manier waarop we naar georganiseerd en geritualiseerd misbruik kijken. Steeds duidelijker ontstaat een beeld waarin er meer sprake is van transgenerationele, georganiseerde kinderprostitutie als core business, dan dat een ideologie de hoofdrol speelt. Er zijn groepen waarin Satan een grote rol lijkt te hebben en vrijwel identieke groepen waarin Satan geen enkele rol speelt, maar waarin men het bijvoorbeeld alleen over ‘de meester’ heeft of vanuit de naam van God kinderen geprostitueerd worden. In die zin lijken een Satan en de door cliënten beschreven rituelen vooral middelen te zijn om macht te kunnen uitoefenen. Cliënten maken vaak onderscheid tussen de groep van de cult waar ze in opgegroeid zijn en de verschillende groepen waarin ze geprostitueerd werden en waar van rituelen geen sprake was.

              Het beeld waar we het nu over hebben is georganiseerde mensenhandel en (kinder)prostitutie. De rituelen lijken in die zin meer een dekmantel, maar vooral ook een systematiek om DIS te creëren en geheimhouding te waarborgen en totale macht uit te oefenen over de kinderen die geprostitueerd en gedresseerd en getraind worden tot seksslaven.

              De afgelopen jaren is er in de media weer aandacht gekomen voor het thema. Eind 2018 verschijnt bij Argos ‘Het verhaal van Lisa’, dat schokkende details en expliciete beschrijvingen van seksuele handelingen en geweld bevat. Er kwamen veel reacties op deze uitzending, en Argos besloot een onderzoek te starten. Honderdveertig van de verhalen die via een online vragenlijst zijn ingevuld vertoonden ‘rituele kenmerken’. Sanne Terlingen en Huub Jaspers deden onderzoek naar de verhalen van deze slachtoffers, analyseerden de soms schokkende overlap in hun verhalen en toetsten aan de hand van deskundigen in binnen- en buitenland de aannames over ritueel misbruik. Ze delen hun bevindingen in 2020 in de uitzending ‘Glasscherven en duistere rituelen’.

              Mede naar aanleiding van deze uitzendingen zijn Kamervragen gesteld over de aard van georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen in Nederland. Er is een commissie aangesteld (Commissie Hendriks) die ervaringen van overlevenden van georganiseerd sadistisch misbruik en die van hun therapeuten onderzoeken. Dit onderzoek zou in november 2022 het eindrapport aan de Kamer aanbieden, maar heeft uitstel gekregen tot januari 2023.

              TGG steeds duidelijker in beeld

              Er zijn verschillende redenen waardoor het bestaan van TGG zo weinig aandacht heeft gekregen. De daders willen dat hun activiteiten geheim blijven. Ze intimideren en terroriseren hun slachtoffers waardoor deze blijven zwijgen. Het is moeilijk om te begrijpen dat menselijke normen en waarden op zo’n extreme manier overschreden worden en om aan te nemen dat een dergelijke vorm van misbruik werkelijk voorkomt. Door het onbegrip en de ontkenning in de samenleving én door het (geprogrammeerde) zwijgen van de slachtoffers en overlevers is het buitengewoon lastig om het bestaan van deze vorm van misbruik aan te tonen.

              In andere landen wordt het thema inmiddels serieuzer genomen. Michael Salter is een criminoloog verbonden aan de Universiteit van New South Wales in Australië die is gepromoveerd op het onderwerp van georganiseerd geweld. Hij wordt erkend als expert op het gebied criminele netwerken en seksueel kindermisbruik en publiceert veel academisch werk. In Duitsland is Johannes-Wilhelm Rörig in 2011 door de Duitse regering benoemd tot Nationaal Commissaris tegen Kindermisbruik en hij spreekt er openlijk over dat het bestaan van ritueel kindermisbruik volgens hem een realiteit is.

              Er zijn steeds meer wetenschappelijke onderzoeken die de het bestaan van ‘false memories’ onderuithalen (zie ‘Verdiepende literatuur’). Daarbij voelen overlevers zich door de toenemende aandacht steeds vrijer en meer welkom om ook hun ervaringen te delen. Ook zijn er in toenemende mate audiovisuele ‘bewijsmaterialen’ in de vorm van opnames van georganiseerd geweld die vanuit het dark web naar de oppervlakte komen. Ook komen berichten naar voren over hoe medewerkers van politie en justitie (wiens taak het is om dit materiaal te bekijken en beoordelen) ernstig geshockeerd raken door wat zij hebben gezien.

              Psychische gevolgen van (het ervaren van) TGG

              Bij ernstige traumatische gebeurtenissen is een kind soms niet in staat om deze te verwerken. De gebeurtenis wordt als zó erg ervaren (totale machteloosheid) dat het kind één of meerdere nieuwe persoonlijkheden creëert die wél met het trauma kunnen omgaan. DIS is voor hem of haar een soort overlevingsstrategie. Deze persoonlijkheden worden alters genoemd. Via de Informatiewijzer hebben we verschillende informatiebronnen samengebracht met betrekking tot DIS en dissociatie.

              Bron: TGG.nl >>

              #252852
              Mark
              Moderator

                Fragile Wing
                Informatie over ritueel misbruik en hulp aan overlevenden

                Deze site is allereerst bedoeld voor overlevenden van ritueel misbruik en voor hulpverleners en counselors die zich bezighouden met de hulpverlening aan overlevenden van ritueel misbruik, maar ook voor overlevenden van elke andere vorm van seksueel misbruik en mishandeling die zich hierin herkennen en voor iedereen die zich hierdoor aangesproken voelt.

                Het doel van deze site is het taboe te doorbreken dat helaas nog steeds bestaat rondom ritueel misbruik. In mijn werk als psychologe kom ik veel mensen tegen die slachtoffer zijn geworden van ritueel misbruik en ik wil dit onderwerp bespreekbaar maken en goede informatie geven. Verder hoop ik echt dat overlevenden hier herkenning en erkenning vinden voor wat hen is overkomen en misschien een eerste stap durven zetten om over hun ervaringen te gaan praten. Er zijn ook bijdragen van overlevenden te vinden op deze website.

                Als jij een overlevende bent van ritueel misbruik, wil ik je zeggen dat sommige dingen op deze site triggers kunnen zijn, d.w.z. dat ze herinneringen en emoties van het misbruik bij je kunnen losmaken. Daarom wil ik je aanraden om voorzichtig te zijn en misschien is het dan beter als je deze site bekijkt met een vertrouwd iemand en niet als je alleen bent. Wanneer ik verwacht dat bepaalde dingen triggers bevatten, zal ik dat aangeven met dit tekentje:

                Er zal heel veel informatie te vinden zijn op deze website en mijn wens is dat veel mensen er wat aan zullen hebben en meer begrip zullen krijgen voor overlevenden, want uiteindelijk is deze website opgedragen aan hen. Ik realiseer me ook dat ik hier nooit alles kan vertellen en uitleggen. Voor overlevenden zal sommige informatie misschien helemaal niet belangrijk zijn. Als overlevende verlang je misschien veel meer naar herkenning, begrip, steun en erkenning. Mijn hoop is dat je dat hier ook zult vinden.

                Deze site is gemaakt vanuit een christelijke visie om het kwaad aan het licht te brengen en steun en troost te geven aan hen die slachtoffer geworden zijn van ritueel misbruik.

                Carla Hamoen, psychologe

                Bron: fragilewing.com

                #233328
                Mark
                Moderator

                  Dit interview bevat details die voor de meeste mensen schokkend zijn. We hebben desondanks be- sloten om niet selectief te zijn en geen censuur toe te passen op het verhaal van Yvonne die het in alle puurheid wilde delen. Dit omdat we de lezer zelf een oordeel willen laten vellen. Niet alleen over de geloofwaardigheid, maar ook over de impact van de beelden bij diegenen die er dag en nacht mee moeten leven. Dat geldt net zo goed voor de therapeut die met dergelijke verhalen geconfronteerd kan worden in de therapiekamer, wanneer deze zich ontvouwen tijdens de intake of tijdens therapie. Het is aan de therapeut na het lezen van de artikelen over dit onderwerp om te besluiten patiënten met deze pathologie te behandelen, of niet. De argumenten kun je vinden in het tweede artikel over dit onderwerp in dit nummer van EMDR Magazine. Je kunt op grond daarvan besluiten om de vol- gende tekst niet te lezen.

                  Iva Bicanic en Ad de Jongh

                  Yvonne van Riemsdijk vertelt over satanisch ritueel misbruik

                  Wat heb je meegemaakt?
                  “Mijn hel begon op zesjarige leeftijd en duurde tot mijn dertiende jaar. Het startte toen ik meegenomen werd door mijn buren die een sleutel hadden van ons huis. Mijn ouders waren vaak lange avonden bij vrienden in de flat tegenover ons en kwamen geregeld pas diep in de nacht thuis. Een andere buurvrouw fungeerde als een soort op- pas op afstand, wat inhield dat ze af en toe even luisterde bij de deur of in de gang. Later, toen ik en mijn broers ouder waren, deed de telefoon dienst als babyfoon. Dat was ideaal voor de daders. Ze hoefden alleen nog maar de stekker uit de telefoon te trekken, waardoor het voor mijn ouders leek of alles in orde was (dode lijn) en ze hadden vrij spel. Ik werd meegenomen naar het huis van de buren en naar samenkomsten en seksfeesten waar de elite hun bizarre fantasieën uitleefden op weerloze kinderen.

                  Lees het hele interview op psycho-trauma.nl >>

                  #233330
                  Mark
                  Moderator

                    In reactie op de artikelen over satanisch ritueel misbruik in EMDR Magazine #12 spraken wij met een ‘retractor’: iemand die tijdens therapie is gaan geloven in het verleden te zijn misbruikt, maar later tot de ontdekking kwam dat dit in werkelijkheid niet was gebeurd. Zij was bereid haar ervaringen te delen.

                    Tekst: Nicole Nierop en Paul van den Eshof

                    Voorbij ritueel misbruik
                    De ervaringen van een ‘retractor’

                    Jeugd en psychische problemen
                    “Ik was een leeskind. Altijd in een boek. Vrij terugge- trokken, stilletjes. Ik voelde me niet in het gezin horen. Ik kon heel goed leren en werd daarmee gepest. Mijn ouders waren om beurten langdurig ziek en werden regelmatig in het ziekenhuis opgenomen. We hadden continu gezinsverzorging over de vloer, telkens andere mensen. In mijn puberteit was ik angstig, depressief en suïcidaal. Vanaf mijn zeventiende ging het beter, maar als twintiger ontwikkelde ik een ernstige vorm van anorexia.”

                    Pastorale hulpverlening en Pinkstergemeente
                    “Voor de aanpak van mijn psychische problemen kwam ik via de huisarts in het christelijke circuit van pastoraal werk terecht. Veel mensen daar verlenen hulp zonder enige opleiding. In die tijd begon het al dat mensen vroegen: ‘Heeft je vader niet iets met je gedaan? Je klachten zijn zo heftig, er moet meer zijn.’

                    Lees verder op psycho-trauma.nl

                    #251756
                    Mark
                    Moderator

                      Oud-advocaat generaal pleit voor onderzoek naar ritueel misbruik

                      Er moet nieuw onderzoek komen naar ritueel misbruik in Nederland. Dat zegt de voormalig voorzitter van de werkgroep Ritueel Misbruik, oud-advocaat generaal Joost Hulsenbek in het NPO Radio1-programma Argos. “Vaststaat dat mensen die met deze verhalen komen ernstig geleden hebben en geholpen dienen te worden.”

                      Vorig jaar april startte Argos een onderzoek onder slachtoffers van georganiseerd seksueel misbruik. Meer dan tweehonderd mensen deelden hun verhaal via een online vragenlijst, die met behulp van verschillende experts is opgesteld. Deelnemers spreken openhartig over misbruik op sportclubs en internaten, over loverboys en sekten.

                      Argos heeft ook honderdveertig verklaringen ontvangen over georganiseerd misbruik met rituele kenmerken. Bij verdere analyse stuitte Argos op opvallende overeenkomsten in tijd, plaats en personen in de verhalen van de respondenten.

                      “Het lijkt mij van belang dat daaraan aandacht moet worden besteed en dat het goed zou zijn opnieuw een onderzoek te starten door de overheid”, zegt oud-advocaat generaal Joost Hulsenbek die in de jaren negentig namens de Nederlandse overheid al onderzoek deed naar ritueel misbruik.

                      Bloed en symbolen
                      In de uitzending komen ook buitenlandse experts aan het woord. “Ik geloof de slachtoffers dat ritueel georganiseerd seksueel geweld bestaat”, zegt Johannes Rörig, die door de Duitse regering is benoemd als nationaal commissaris tegen kindermisbruik.

                      Criminoloog Michael Salter die de Australische politie adviseert bevestigt het bestaan van dergelijke vormen van misbruik. “Ik heb zelf crime-scenes gezien waar dierenbloed over de muren was gespoten en er overal symbolen getekend waren. In sommige gevallen waren dezelfde symbolen op de lichamen van de slachtoffers gebrand.”

                      Hulpverleners zijn kritisch over de houding van Nederlandse opsporingsinstanties. Aangiftes van misbruik met ‘rituele kenmerken’ komen terecht bij de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken, LEBZ. Die wil vooral ‘onjuiste beschuldigingen van seksueel misbruik herkennen om onterecht beschuldigden te beschermen tegen vervolging’ en neemt daarmee volgens critici de slachtoffers niet serieus.

                      De afgelopen zeven jaar heeft de LEBZ maar drie zaken met mogelijk ritueel misbruik beoordeeld. Sinds de oprichting van de expertisegroep in 1999 heeft niet een aangifte geleid tot een strafzaak. De LEBZ laat weten zich niet in het beeld te herkennen en aangiften met aspecten van ritueel misbruik wel degelijk serieus te nemen. ‘Wel wijzen we erop dat het in opsporingsonderzoeken, en zodoende ook in het werk van de LEBZ, gaat om waarheidsvinding, feiten en bewijzen. De focus ligt op het onderzoeken van de objectieve werkelijkheid’.

                      Kamervragen
                      “Deze verhalen zijn te gruwelijk voor woorden. Verschrikkelijk ook dat slachtoffers niet worden geloofd”, zegt Tweede Kamerlid Attje Kuiken (PvdA) in reactie op de Argos-uitzending. “Er is nieuw en grondig onderzoek nodig naar Ritueel misbruik in Nederland. We moeten niet wegkijken maar onderkennen dat dit ook in ons land gebeurt. Wij zullen dit ook aan minister Grapperhaus vragen. Hij moet in actie komen om slachtoffers een stem te geven en daders op te sporen.”

                      Bron: nporadio1.nl

                      #251929
                      mara
                      Lid LSG

                        ‘Rituelen zijn een middel om kinderen onder controle te houden’

                        Bas Kremer bestuurslid van het Kenniscentrum Transgenerationeel Georganiseerd Geweld over ritueel misbruik

                        Geritualiseerd misbruik is de zwaarste criminaliteit die we in Nederland hebben, waarbij daders en slachtoffers opgroeien in het belang van de criminele organisatie. Dat zegt Bas Kremer, bestuurslid van het Kenniscentrum Transgenerationeel Georganiseerd Geweld. ‘Er is nauwelijks erkenning en ondersteuning voor hulpverleners die hiermee te maken krijgen.’

                        ‘Transgenerationeel Georganiseerd Geweld’, wat is dat?
                        ‘Geweld dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Ouders uit beschadigde gezinssystemen dwingen hun eigen kinderen tot prostitutie. Criminele netwerken maken gebruik van deze gezinssystemen. Dat zien we negen op de tien keer ook bij geritualiseerd misbruik. Logisch, want we hebben het bij ritueel misbruik over georganiseerd misbruik dat al van kleins af aan begint: misbruik van baby’s en peuters. Dat kan haast alleen als de ouders daar een (faciliterende) rol in hebben.’

                        Bas Kremer is bestuurslid van het Kenniscentrum Transgenerationeel Georganiseerd Geweld, een onderzoeksbureau naar georganiseerd misbruik opgericht door hulpverleners met verschillende achtergronden. Daarnaast heeft hij een eigen praktijk in Groningen.

                        Hoe zou zo’n netwerk er volgens cliënten dan uitzien?
                        ‘Het lijkt alsof er een kleinere, gesloten groep is waar kinderen worden gedresseerd om zo goed mogelijk te kunnen functioneren binnen het misbruik. Dat betekent dat kinderen leren om stil te zijn als ze heel erg bezeerd worden. Blijven lachen, terwijl ze bezeerd worden. Nooit iets zullen zeggen, zodat ze door een buitenstaander veilig misbruikt kunnen worden. Daarnaast is er een netwerk van pedoseksuelen. Kinderen worden verhandeld voor seks en er wordt kinderporno gemaakt. Dit is het verdienmodel.’

                        Gelooft u iedereen die zich als slachtoffer bij het Kenniscentrum meldt?
                        ‘Dat vind ik een lastige vraag. Er melden zich bij het Kenniscentrum wel eens mensen die willen getuigen, en die duidelijk paranoïde en psychiatrisch zijn. Dat maakt waarheidsvinding lastig. Tegelijkertijd kan het zijn dat iemand iets heeft meegemaakt, waardoor hij of zij zo verward is geworden. Van slachtoffers horen we dat de netwerken gebruik maken van manipulatie. Daders dragen duivelskostuums of politie-uniformen. Kinderen krijgen LSD of andere drugs waarvan ze gaan hallucineren, waardoor hun waarneming verandert en de zintuigen niet meer te vertrouwen zijn.’

                        Hoe bent u zich hiermee bezig gaan houden?
                        ‘Ik werkte in de psychiatrie, op de behandelafdeling. Daar werden begin jaren negentig twee vrouwen opgenomen die begonnen te vertellen over ritueel misbruik. Er kwamen allerlei ‘alters’ (alternatieve persoonlijkheden, red.) naar voren, en ze hadden herbelevingen. Dan zag je dus een kind-alter van vier of zes jaar, die voor je ogen herbeleefde dat ze werd verkracht. Het is alsof iemand dat volledig opnieuw beleeft. Het was de eerste keer dat ik zoiets zag. Ik had nooit van ritueel misbruik gehoord.’

                        Hel
                        Nachten zijn oorlog
                        Vertrouwen verraad
                        Vaders daders
                        Moeders kwaad

                        Er zijn geen woorden
                        voor wat normaal te boven gaat
                        Wij zijn niet ziek, gewond
                        niet gek, gevaar
                        en veiligheid is iets
                        dat niet bestaat

                        Wat doet het Kenniscentrum?
                        ‘Het Kenniscentrum TGG doet onderzoek naar georganiseerd seksueel geweld in Nederland. Daarnaast probeert het kenniscentrum de expertise binnen de hulpverlening te vergroten door voorlichting te geven, symposia te organiseren en supervisie te bieden aan hulpverleners die hiermee te maken krijgen.’

                        Het Kenniscentrum TGG heette eerst ‘Alternatief Beraad’. Waar kwam die naam vandaan?
                        ‘Dat heeft te maken met de reden waarom we ons Kenniscentrum hebben opgericht. ‘Alternatief Beraad’ was een geuzennaam. In 1994 was er een Werkgroep die onderzoek deed naar het voorkomen van Ritueel Misbruik in Nederland. Zij adviseerden dat ‘gegeven de ernst en de gevoelde problematiek […[ aanleiding bestaat om een Beraad in het leven te roepen. Dit is [..] van belang om de ontwikkelingen nauwlettend te volgen – in de literatuur, maar vooral ook in de praktijk.’

                        Dat Beraad is er niet gekomen. Wij waren als hulpverleners geschokt door de ervaringen die we hadden met cliënten met Ritueel Misbruik-ervaringen. We zochten steun bij elkaar en wilden ook onderzoek hiernaar doen. Dus vormden we een Alternatief Beraad.’

                        Waarom hebben jullie de naam veranderd?
                        ‘We zijn inmiddels vijfentwintig jaar verder. Wij zijn geen ‘alternatieve’ groep meer. We volgen deze problematiek nu meer dan vijfentwintig jaar en houden ook de ontwikkelingen in binnen- en buitenland bij.’

                        Waarom gebruiken jullie niet de term ‘Ritueel Misbruik?’
                        ‘Hoe meer onderzoek we doen, hoe meer we de rituelen als een middel zien om kinderen onder controle te houden. We zien bijvoorbeeld dat vergelijkbare rituelen worden gebruikt bij Christelijke en Satanische groeperingen. Het gaat maar beperkt om de ideologie, en veel meer om de macht die ze ermee krijgen.’

                        ‘Als we het over de rituelen hebben, noemen we het geritualiseerd misbruik. We zien echter dat kinderen naast het geritualiseerde misbruik ook gebruikt worden voor kinderporno of kinderprostitutie. Vandaar dat we de nadruk willen leggen op álles wat er met de kinderen gebeurt. De basis daarvoor ligt bij het geweld dat van generatie op generatie wordt doorgegeven: transgenerationeel georganiseerd geweld, dus.’

                        Is het riskant om je als therapeut bezig te houden met geritualiseerd geweld?
                        ‘Ja. In eerste instantie is er het risico op secundaire traumatisering. Je krijgt – zeker als mensen een herbeleving krijgen – het misbruik eigenlijk in directe lijn te zien. Heel gruwelijk, alsof je moet toezien hoe een peuter wordt misbruikt. Dat heeft mijn leven ook wel gekleurd, ik was dat liever niet tegengekomen.’

                        ‘Daarnaast hebben we mogelijk te maken met een zware vorm van criminaliteit. En dat terwijl daar nauwelijks erkenning voor is, of beleid, of ondersteuning van buiten. In die zin vind ik het ook wel eng om dit interview te geven.’

                        Bent u daar bang voor? Of bent u bang om voor gek te worden verklaard?
                        ‘Daar ben ik ook bang voor. Het gebeurt ongetwijfeld en deels snap ik dat. Als ik mezelf soms dingen hoor zeggen denk ik ook: het is nauwelijks voor te stellen.’

                        Krijgen therapeuten wel eens bedreigingen?
                        ‘Ja, ik weet bijvoorbeeld dat een therapeut een stervende duif voor de praktijkdeur vond, toen hij naar buiten liep aan het einde van de therapiesessie. Die duif was aangeprikt, bloedend. Met de veren eromheen gedrapeerd.’

                        Uit recent wetenschappelijk onderzoek in Duitsland komt naar voren dat hulpverleners die te maken hebben met ritueel misbruik in een isolement zitten en verhoogde kans op een burn-out hebben. Herkent u dit?
                        ‘Dat verbaast me helemaal niets. Ik denk dat bijna iedereen die hiermee wordt geconfronteerd wel zo’n periode heeft. Het is belastend en confronterend. Als dit klopt hebben we te maken met de zwaarste criminaliteit die we in Nederland hebben. En als we dat proberen aan te kaarten gebeurt er niks. Ik noem het wel eens een les in machteloosheid. Het is één van de redenen waarom ik voor het Kenniscentrum werk. Wij proberen de kennis te vergroten door symposia, we nodigen mensen uit om intervisie te hebben met elkaar. Juist om het isolement zo klein mogelijk te houden.’

                        Heeft u wel eens overwogen om dit onderwerp de rug toe te keren?
                        ‘Ja, dat heb ik ook een tijdje gedaan. Ik ben er zo’n vijf jaar uit geweest. Maar ik zie het wel als georganiseerd misbruik van kleine kinderen dat hier in Nederland plaatsvindt, waarvan ik bang ben dat het echt bestaat. Dan heb ik zoiets van: dit is wel mijn vak. Ik kom dit tegen. Daar doe ik nu toch mijn verhaal.’

                        Veel therapeuten die zich bezighouden met geritualiseerd misbruik zijn Christelijk. Hoe komt dat?
                        ‘Ik ben zelf niet opgevoed met God of de duivel. Ik geloof eigenlijk ook steeds minder dat alle daders in die ideologie geloven. Volgens mij gebruiken ze die ideologie om macht te krijgen.

                        Binnen ons kenniscentrum is de helft christelijk, en de helft niet. We zien allemaal dat het om een kwaadaardig netwerk gaat dat aan mensenhandel doet. Misschien dat therapeuten die in God geloven eerder openstaan voor verhalen over Satanisme. Of andersom: als je gevangen zit in een netwerk van Satan, dan hoop je misschien op een oplossing van God.’

                        Mensen die stellen dat ritueel geweld in Nederland niet bestaat, zeggen vaak dat de herinneringen kunnen zijn aangepraat in therapie. Gebeurt dat inderdaad?
                        ‘Mijn ervaring en die van collega’s is juist tegenovergesteld. Hulpverleners melden zich bij ons omdat ze met iets worden geconfronteerd waar ze geen weet van hadden, en wat ze nauwelijks kunnen of willen geloven. Uiteraard komt het voor dat sommige hulpverleners onvoldoende op de hoogte zijn hoe je deze groep behandelt, en dus dingen doen die niet goed zijn. Daardoor kan het gebeuren dat iemand dingen gaat geloven die niet kloppen, maar dat is een minderheid. Dat moet je niet gebruiken als bewijs dat dit soort verhalen altijd worden aangepraat.’

                        Reacties uit enquête
                        ‘Ik vind het belangrijk dat er over “georganiseerd misbruik” wordt gesproken en niet over “ritueel misbruik”, omdat ik denk dat ‘georganiseerd misbruik’ meer recht doet aan wat ik heb ervaren. Naar mijn idee waren de situaties die op ‘rituelen’ leken (ik noemde ze ceremonies) vooral bedoeld om kinderen heel erg bang te maken en onderdeel van de conditionering en misleiding. Het is enorm doortrapt hoe daders te werk gaan.’

                        ‘Ik werd bedreigd als ik naar therapie ging. Openheid in therapie had hele nare consequenties, ook al heb ik nooit durven spreken. Ik werd altijd gevolgd door auto’s en busjes als ik naar de GGZ ging, en constant gebeld tijdens therapie. Dat deden ze om me te laten weten dat ze wisten waar ik was. Ik voelde mij gevangen, alsof ik stikte. Ook na therapie stonden ze op me te wachten, of ik werd onderweg gevolgd als ik op de fiets zat. Soms pikten ze me op en volgde fysieke straf.’

                        ‘Ik hoop dat zoveel mensen onafhankelijk van elkaar met hetzelfde verhaal komen, dat we er niet meer omheen kunnen. Hoe pijnlijk het ook is. Ik denk dat de reactie om het weg te wuiven ook ermee te maken heeft dat het pijn doet, maar die reactie draagt eraan bij dat dit blijft doorgaan. Ze zorgen er juist voor dat het zo extreem is dat de slachtoffers niet geloofd worden.’
                        Hoeveel mensen heeft u zelf behandeld die door ritueel misbruik getraumatiseerd zijn?
                        ‘In de afgelopen 25 jaar heb ik vier mensen behandeld die vertelden geritualiseerd misbruikt te zijn.’

                        Was daarbij sprake van herinneringen die uit het geheugen verdwenen waren en die in de therapie of anderszins ‘hervonden’ werden?
                        ‘Het waren mensen met de diagnose DIS en die veel wisselden tussen verschillende deelpersonen. Vaak was het zo dat de ene deelpersoon / alter zeer goed op de hoogte was van bijvoorbeeld actueel misbruik, terwijl een andere deelpersoon daar geen toegang toe had en soms geen idee had dat er nog sprake was van bijvoorbeeld doorgaand misbruik. De herinneringen waren in die zin nooit weg, of hervonden. Er was in de cliënt sprake van een groep alters die het dagelijks leven deden en sprake van een groep die het traumaleven deden en bijvoorbeeld nog actief waren in de prostitutie.’

                        ‘Bij de vier DIS-cliënten die ik behandeld heb, gaven er twee cliënten expliciet aan dat het misbruik en het contact met het netwerk nog actueel was en het misbruik doorgaand tijdens het therapietraject. Voor mij was dit ook zichtbaar in de zin dat cliënten soms bont en blauw op de therapiesessies verschenen.’

                        Past u hypnosetherapie toe?
                        ‘Ik heb nooit hypnose toegepast om herinneringen naar boven te halen bij deze cliënten. Heb 30 jaar geleden wel ooit een hypnose opleiding gedaan, maar dit al snel losgelaten. Deze opleiding heeft me echter wel geholpen de technieken te begrijpen die de door cliënten beschreven netwerken hanteren om hun slachtoffers te manipuleren. Deze door cliënt beschreven netwerken lijken zeer uitgebreid hypnosetechnieken toe te passen.’

                        Heeft u dit bij deze cliënten hypnose toegepast?
                        ‘Nee, ik werk überhaupt niet met hypnose.’

                        Onderzoek alternatief beraad en waarheidsvinding

                        Het Kenniscentrum – toen nog Alternatief Beraad – heeft ook ooit een onderzoek uitgevoerd. Wat was dat voor een onderzoek?
                        ‘Ton Marinkelle heeft middels uitgebreide vragenlijsten en interviews de ervaringen van ongeveer dertig hulpverleners verzameld. Ik heb aan dat onderzoek meegewerkt. We hebben vooral gekeken of we overlap konden vinden in de getuigenissen van slachtoffers en hulpverleners.’

                        En, vonden jullie die overlap?
                        ‘Ja, er zijn een paar hele heldere overeenkomsten. Bepaalde locaties kwamen overeen. Ook bepaalde namen van daders die specifiek terugkwamen bij verschillende slachtoffers. En we kwamen overlap tegen in de mind control die uitgeoefend was. Slachtoffers kenden dezelfde, aangepaste versies van kinderliedjes.’

                        Daar was laatst een meisje loos
                        Hier is nu een meisje dood,
                        want ze ging praten,
                        want ze ging praten.
                        Hier is nu een meisje dood,
                        want ze ging praten,
                        Daarom moest ze dood.

                        Ik moet zwijgen als het graf,
                        Anders ga ik dood,
                        Anders ga ik dood.
                        Ik moet zwijgen als het graf.
                        Anders ga ik dood,
                        Dat is mijn straf.

                        Wat vond u het meest opvallend?
                        ‘De kinderliedjes. Ik was in eerste instantie alleen maar heel geschokt, überhaupt, dat mensen dat doen. Dat je iemand zo’n pervers kinderliedje laat zingen. Dat komt door de gedachte erachter: zodra iemand begint te praten is het de meest eenvoudige manier om iets te leren. Zo doen we dat eigenlijk allemaal met onze kinderen. Als een kind begint te praten laten we het liedjes zingen. Dat gebeurde daar ook – alleen laten ze daar peuters zingen dat pijn fijn is, en dat je als meisje maar over één ding goed bent. Dat is heel walgelijk en verdrietig.’

                        Een kinderliedje verklaart toch niet dat iemand jarenlang loyaal blijft aan zo’n netwerk?
                        ‘Nee, het liedje is een voorbeeld van hoe het netwerk eigenaar probeert te worden van de persoonlijkheid van het slachtoffer. Ze doen dat ook door iemand te fragmenteren (DIS te creëren) en te traumatiseren. En door mensen te isoleren: denk maar een cult, daar doen ze dat ook. En het is voor volwassenen al lastig om zich los te maken van een cult. Hier hebben we het over kinderen die in netwerken worden geboren. Het is altijd hun wereld geweest.’

                        ‘Daarnaast worden slachtoffers ook nog eens medeplichtig gemaakt. Ze worden gedwongen om kinderen of dieren pijn te doen. De onderliggende boodschap: zie je wel, je wilt dit zelf ook. Je bent zelf net zo slecht. Wij hebben hier beelden van, als mensen dit zien dan ga je de gevangenis in.’

                        Zijn er indicaties dat Mind Control echt mogelijk is?
                        ‘Het is bekend dat de CIA in de jaren ’50 en ’60 in het geheim heeft geëxperimenteerd met hersenspoeling, ook onder invloed van hallucinerende drugs, elektroshocks, onthouding van slaap, martelingen en seksueel misbruik. MK Ultra was de codenaam. Het klinkt haast als een complottheorie, maar de interne documenten van de CIA erover zijn vrijgegeven na een FOIA-request (de Amerikaanse versie van een WOB-verzoek) in 1977.’

                        Verschillende vrouwen hebben ons verteld dat er glas in hun vagina is gestopt, als onderdeel van een reinigingsritueel of als strafmaatregel. Is dat ook iets wat u hoort?
                        ‘Ik heb dat een aantal keer gehoord, en ik heb het ook zelf een keer bij een cliënt van mij meegemaakt. Het gebeurde toen ze zich probeerde los te maken van het netwerk. Dat was een periode met heel veel geweld. Er werd heel erg getrokken om haar vooral binnen te houden.’

                        Hoort u ook dat hooggeplaatsten onderdeel zouden zijn van het netwerk?
                        ‘Ja, dat is wel iets dat ik veel hoor. Ik denk dat het ook iets is dat heel veel verteld wordt, binnen die netwerken, aan de kinderen. Alsof ze iedereen in de macht hebben en de hele wereld beheersen.’

                        Nieuw onderzoek onder hulpverleners
                        ‘Het kenniscentrum TGG is dit voorjaar gestart met een nieuw onderzoek onder hulpverleners. Het onderzoek van destijds is als uitgangspunt genomen en aangevuld. Het kenniscentrum hoopt ook een nieuwe generatie hulpverleners te bereiken, om te horen hoe de situatie nu is.’

                        Zijn er al reacties binnen?
                        ‘Ja, we hebben de eerste reacties inmiddels binnen. We hebben het onderzoek pas net opgestart, dus ik kan er nog niet zoveel over vertellen.’

                        Zou u het ook naar buiten brengen als er allerlei aanwijzingen zijn dat ritueel misbruik toch niet bestaat?
                        ‘Ja, natuurlijk. Ik hoop van ganser harte dat we daarop uitkomen. Dat zou mijn leven een stuk prettiger maken. Maar ik vrees dat dat niet de uitkomst zal zijn.’

                        Hoe is er op jullie onderzoek gereageerd?
                        ‘We kregen nauwelijks een reactie. In ieder geval niet van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken van de politie. Later schreven de coördinatoren van de LEBZ een reactie in het Tijdschrift voor Psychotherapie:’

                        Wij citeren de conclusie van dat artikel:
                        Kennelijk kan Marinkelle (de auteur, red.) worden geschaard onder de groep hulpverleners die – louter op grond van verhalen van cliënten – overtuigd zijn van het bestaan van ritueel misbruik; alle opsporingsonderzoeken, onderzoeksrapporten, empirische studies en nuanceringen over ‘de therapeutische waarheid’ ten spijt. […] De vraag is echter of een andere therapeut niet wellicht tot een heel andere diagnose, behandeling, behandelduur en verbetering van de leefsituatie van een cliënt komt. Iemand ten onrechte in de veronderstelling laten of brengen een verleden van seksueel dan wel ritueel misbruik te hebben, vinden wij pas echt traumatiserend

                        Wat vond u van die reactie?
                        ‘Nou, wij zijn het er natuurlijk volmondig mee eens dat het traumatisch is als iemand misbruik krijgt aangepraat, of als iemand vals wordt beschuldigd. Maar er is ook een andere kant: er blijven mensen komen die getuigen dat zij slachtoffer zijn van een pedoseksueel netwerk waar ook rituelen worden ingezet. Ik vind het een kwetsende reactie voor de therapeuten die zo goed mogelijk hun werk proberen te doen. Zij steken hun nek uit vanwege de zorgen die zij hebben over cliënten, omdat zij denken dat het kan gaan om een reëel gevaar. En dan wordt daar niet eens naar gekeken.’

                        Reacties uit enquête
                        ‘Er is een commissie geweest die na “rijp beraad” besloten heeft dat satanisme niet bestaat. Wat dat indertijd voor mij betekend heeft is onbeschrijflijk. Stel je voor dat wat u heeft meegemaakt door een commissie verklaard wordt niet te bestaan. Dat was echt erg.’

                        ‘Georganiseerd misbruik bestaat. Het is niet zo, wat ik hoorde bij de ‘overheid’ dat het niet bestaat omdat ‘mensen het dan allang bewezen hadden. Zelfs nu nog, ruim dertig jaar na dato, ben ik als de dood dat het mijn leven kan kosten om erover te praten.’

                        ‘Het is door alle mindfuck al zo moeilijk om jezelf te geloven. Je wilt het zelf – liever – niet geloven dat het waar is wat is gebeurd. Maar als deskundigen dan ook nog aangeven dat het ‘in Nederland niet bestaat’ en daar artikelen over publiceren, dat doet pijn! Ik denk dat dit mede komt omdat er ook behandelaren zijn die niet bevoegd zijn, die problematiek ‘zoeken’ bij mensen die er misschien geen last van hebben? Zoiets? Zouden mensen geen onderzoek kunnen doen naar bijvoorbeeld “lichamelijke reacties” bij herbelevingen ofzo. Kun je die faken? Ik weet het niet hoor, maar het zou zo fijn zijn als deskundigen hun best zouden doen om het te onderzoeken, in plaats van proberen “weg te maken”.’

                        Heeft u contact gehad met de LEBZ?
                        ‘Ja, ik heb deze mensen ontmoet, ik denk dat ze hun taak – het beschermen van de burger tegen valse aangiftes – heel hoog hebben, maar dat ze het kind wel met het badwater weggooien. Op dit moment komen er helemaal geen aangiftes meer.’

                        Als zij experts zijn op het gebied van ritueel misbruik, en jullie ook. Hoe kan het dan dat de visies zo ontzettend uit elkaar liggen?
                        ‘De LEBZ is best een grote werkgroep, maar ze hebben veel deskundigen om zich heen verzameld met dezelfde visie. Daardoor worden ze bevestigd in wat ze eigenlijk al denken. Ze houden erg vast aan het idee dat therapeuten alles kunnen aanpraten.’

                        Wat heeft de oprichting van de LEBZ betekent voor het onderzoek naar Ritueel Misbruik?
                        ‘De LEBZ heeft een sleutelpositie, want alle aangiftes van ritueel misbruik moeten verplicht worden voorgelegd aan de LEBZ. Alles wat ruikt naar satanisch ritueel misbruik wordt geseponeerd. Als cliënten ons advies vragen, ontmoedigen wij op dit moment om aangifte te doen. Het is dichtgetimmerd.’

                        ‘Ik weet van collega’s die ernstig teleurgesteld zijn dat een aangifte van een cliënt op voorhand geseponeerd werd. Het gaat dan om collega’s die zelf heel overtuigd waren dat er een reëel netwerk actief was.’

                        Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.

                        Bron: vpro.nl

                      10 berichten aan het bekijken - 1 tot 10 (van in totaal 20)
                      • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
                      gasten online: 22 ▪︎ leden online: 0
                      No users are currently active
                      FORUM STATISTIEKEN
                      topics: 3.776, reacties: 21.210, leden: 2.840