Ritueel misbruik

  • Dit onderwerp bevat 13 reacties, 5 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 05/10/2020 om 13:42 door mara.
14 berichten aan het bekijken - 1 tot 14 (van in totaal 14)
  • Auteur
    Berichten
  • #218728
    LSG
    Beheer
    Topic starter

    In dit topic vind je websites en online artikelen met informatie over:

    Ritueel misbruik

    Wil je zelf een website of online artikel toevoegen? Plaats dan eerst de url en daaronder eventueel een korte beschrijving.

    #218987
    Luka
    Moderator

    EO Visie – Ritueel misbruik ook in christelijke kring

    Afgelopen zomer plaatste Visie het getuigenis van een vrouw die opgroeide in de satanskerk in Amerika. De reacties stroomden binnen. Is dit afschuwelijke rituele misbruik ook mogelijk in Nederland? Wat zijn de bewijzen en wat moeten we hier als christenen mee? Uit verklaringen van diverse betrokkenen, zowel psychologen als slachtoffers, blijkt dat ritueel misbruik de christelijke deur niet voorbijgaat. Feiten en meningen op een rij.

    Sylvia groeit op in een christelijke omgeving in Nederland. Thuis lezen ze niet uit de Bijbel, maar wel zit de familie regelmatig in de kerk. Als Sylvia ouder wordt, merkt ze dat ze geen liefde kan geven. Na haar bekering en doop krijgt ze last van angstaanvallen en flashbacks. Ze heeft zelfmoordneigingen en vertrouwt geen mens. Na diepgaand psychologisch onderzoek wordt een ernstige vorm van DIS, een meervoudige persoonlijkheidstoornis, geconstateerd. Opname in een psychiatrisch ziekenhuis wordt niet uitgesloten en men verwacht geen genezing. De verschillende persoonlijkheden in Sylvia vertellen een gruwelijk verhaal. “Al op jonge leeftijd werd ik misbruikt. Vanaf mijn vijfde verjaardag begonnen de satanische rituelen. Op diverse plekken, meestal in een schuur, werd er aan satan geofferd. Er waren inwijdingen, bloedoffers en dierenoffers. Hierbij hoorde ook het drinken van bloed en het eten van ingewanden of uitwerpselen van dieren en mensen. Een groep van vijf volwassenen, onder wie mijn vader en een beginnend dominee, was bij deze rituelen betrokken.”

    Sylvia vertelt het verhaal met de grootste voorzichtigheid, wetende dat veel mensen haar niet zullen geloven. Over satanisch ritueel misbruik zijn de meningen ernstig verdeeld

    Lees verder op de site van Visie.EO >>

    #218988
    Luka
    Moderator

    Verhalen over satanisch en ritueel misbruik:
    Hoe moeten we er mee omgaan?

    In 2009 schreef journaliste Ditty Eimers een artikel in het tijdschrift Psy getiteld ‘Zwijgen over ritueel misbruik’. Het ging over volwassen patiënten die zeggen zich te herinneren ooit te zijn misbruikt door satanische sektes. Zij vertelden over baby’s die bij hen waren verwekt, geaborteerd of zelfs opgegeten. Hoe gruwelijk ook, op zich was dit geen nieuw verschijnsel, want twintig jaar daarvoor waren er al berichten in de media verschenen over vrouwen met vergelijkbare, opzienbarende verhalen: de zaak Oude Pekela, Yolanda uit Epe en de Bolderkaraffaire. Met dit artikel willen we opnieuw de balans ten aanzien van dit onderwerp opmaken en het antwoord vinden op de vraag hoe wij als behandelaar het beste kunnen omgaan met patiënten die ons in de spreekkamer deze verhalen vertellen.

    Lees verder op de site van EMDR.nl >>

    #222703
    Mark
    Moderator

    Tom Cruise en de sekte van Sipke Vrieswijk

    Films met Tom Cruise: je kunt er niet omheen. Met de films zelf is meestal niet eens zoveel mis, maar ik heb het niet zo op zijn scientology-gedoe. Zo is er recent een biografie over hem verschenen, van Andrew Morton, waarin staat dat aanhangers van de scientology-beweging geloven dat Suri, het 22 maanden oude dochtertje van Cruise, een kind is van oprichter L. Ron Hubbard. De man is al ruim twintig jaar dood, maar Katie zou met nagelaten sperma van hem zijn bevrucht. Cruise zou de op één na machtigste man binnen de beweging zijn.

    Nu lijkt dit mij iets om met een flinke korrel zout te nemen, als het echt waar is (van dat kind) is de familie Cruise volkomen geschift en moet die hele beweging op de mestvaalt. Als het niet waar is, hoor je dit soort vuige roddels niet de wereld in te helpen om je boekje te promoten.

    De beweging heeft liever niet dat je het een sekte noemt. Dat heeft ze gemeen met min of meer vergelijkbare groepen. Een aantal jaren geleden was er in Nederland de sekte van Sipke Vrieswijk. Ik heb toen een verhaal gemaakt dat gebaseerd was op het boek van Bram Krol: ‘Als het zoete bitter wordt’. “Hij had de mond vol van de Heilige Geest en de Heere der Heerscharen, maar hij dacht maar aan één ding: hoe krijg ik die goedgelovige vrouwtjes in mijn bed? In het boek wordt pijnlijk duidelijk op wat voor ongelooflijk doortrapte manier Broeder Sipke Vrieswijk in zijn opzet slaagt. Maar aan de vrouwen heeft de Broeder nog niet genoeg: met tenminste acht minderjarige meisjes (‘Jij wil toch ook graag een bruidje van Christus zijn?’) pleegt hij ontucht.

    Lees verder op misdaadjournalist.nl >>

     

    #226124
    mara
    Lid LSG

    Wat is geritualiseerd misbruik?

    Er is een verschuiving gaande in de manier waarop we naar geritualiseerd misbruik kijken. Steeds duidelijker ontstaat er een beeld waarin er meer sprake is van transgenerationele, georganiseerde kinderprostitutie als core business, dan dat er sprake is van een ideologie. Er zijn groepen waarin satan een grote rol lijkt te hebben en vrijwel identieke groepen waarin satan geen enkele rol speelt, maar waarin men het bijvoorbeeld alleen over “de meester” heeft. In die zin lijken een satan en de door cliënten beschreven rituelen vooral middelen te zijn om macht te kunnen uitoefenen.
    Cliënten maken vaak onderscheid tussen de groep van de cult waar ze in opgegroeid zijn en de verschillende groepen waarin ze geprostitueerd werden en waar van rituelen geen sprake was.

    Lees meer over ritueel misbruik op kenniscentrumtgg.org >>

    #252852
    Mark
    Moderator

    Fragile Wing
    Informatie over ritueel misbruik en hulp aan overlevenden

    Deze site is allereerst bedoeld voor overlevenden van ritueel misbruik en voor hulpverleners en counselors die zich bezighouden met de hulpverlening aan overlevenden van ritueel misbruik, maar ook voor overlevenden van elke andere vorm van seksueel misbruik en mishandeling die zich hierin herkennen en voor iedereen die zich hierdoor aangesproken voelt.

    Het doel van deze site is het taboe te doorbreken dat helaas nog steeds bestaat rondom ritueel misbruik. In mijn werk als psychologe kom ik veel mensen tegen die slachtoffer zijn geworden van ritueel misbruik en ik wil dit onderwerp bespreekbaar maken en goede informatie geven. Verder hoop ik echt dat overlevenden hier herkenning en erkenning vinden voor wat hen is overkomen en misschien een eerste stap durven zetten om over hun ervaringen te gaan praten. Er zijn ook bijdragen van overlevenden te vinden op deze website.

    Als jij een overlevende bent van ritueel misbruik, wil ik je zeggen dat sommige dingen op deze site triggers kunnen zijn, d.w.z. dat ze herinneringen en emoties van het misbruik bij je kunnen losmaken. Daarom wil ik je aanraden om voorzichtig te zijn en misschien is het dan beter als je deze site bekijkt met een vertrouwd iemand en niet als je alleen bent. Wanneer ik verwacht dat bepaalde dingen triggers bevatten, zal ik dat aangeven met dit tekentje:

    Er zal heel veel informatie te vinden zijn op deze website en mijn wens is dat veel mensen er wat aan zullen hebben en meer begrip zullen krijgen voor overlevenden, want uiteindelijk is deze website opgedragen aan hen. Ik realiseer me ook dat ik hier nooit alles kan vertellen en uitleggen. Voor overlevenden zal sommige informatie misschien helemaal niet belangrijk zijn. Als overlevende verlang je misschien veel meer naar herkenning, begrip, steun en erkenning. Mijn hoop is dat je dat hier ook zult vinden.

    Deze site is gemaakt vanuit een christelijke visie om het kwaad aan het licht te brengen en steun en troost te geven aan hen die slachtoffer geworden zijn van ritueel misbruik.

    Carla Hamoen, psychologe

    Bron: fragilewing.com

    #233328
    Mark
    Moderator

    Dit interview bevat details die voor de meeste mensen schokkend zijn. We hebben desondanks be- sloten om niet selectief te zijn en geen censuur toe te passen op het verhaal van Yvonne die het in alle puurheid wilde delen. Dit omdat we de lezer zelf een oordeel willen laten vellen. Niet alleen over de geloofwaardigheid, maar ook over de impact van de beelden bij diegenen die er dag en nacht mee moeten leven. Dat geldt net zo goed voor de therapeut die met dergelijke verhalen geconfronteerd kan worden in de therapiekamer, wanneer deze zich ontvouwen tijdens de intake of tijdens therapie. Het is aan de therapeut na het lezen van de artikelen over dit onderwerp om te besluiten patiënten met deze pathologie te behandelen, of niet. De argumenten kun je vinden in het tweede artikel over dit onderwerp in dit nummer van EMDR Magazine. Je kunt op grond daarvan besluiten om de vol- gende tekst niet te lezen.

    Iva Bicanic en Ad de Jongh

    Yvonne van Riemsdijk vertelt over satanisch ritueel misbruik

    Wat heb je meegemaakt?
    “Mijn hel begon op zesjarige leeftijd en duurde tot mijn dertiende jaar. Het startte toen ik meegenomen werd door mijn buren die een sleutel hadden van ons huis. Mijn ouders waren vaak lange avonden bij vrienden in de flat tegenover ons en kwamen geregeld pas diep in de nacht thuis. Een andere buurvrouw fungeerde als een soort op- pas op afstand, wat inhield dat ze af en toe even luisterde bij de deur of in de gang. Later, toen ik en mijn broers ouder waren, deed de telefoon dienst als babyfoon. Dat was ideaal voor de daders. Ze hoefden alleen nog maar de stekker uit de telefoon te trekken, waardoor het voor mijn ouders leek of alles in orde was (dode lijn) en ze hadden vrij spel. Ik werd meegenomen naar het huis van de buren en naar samenkomsten en seksfeesten waar de elite hun bizarre fantasieën uitleefden op weerloze kinderen.

    Lees het hele interview op psycho-trauma.nl >>

    #233330
    Mark
    Moderator

    In reactie op de artikelen over satanisch ritueel misbruik in EMDR Magazine #12 spraken wij met een ‘retractor’: iemand die tijdens therapie is gaan geloven in het verleden te zijn misbruikt, maar later tot de ontdekking kwam dat dit in werkelijkheid niet was gebeurd. Zij was bereid haar ervaringen te delen.

    Tekst: Nicole Nierop en Paul van den Eshof

    Voorbij ritueel misbruik
    De ervaringen van een ‘retractor’

    Jeugd en psychische problemen
    “Ik was een leeskind. Altijd in een boek. Vrij terugge- trokken, stilletjes. Ik voelde me niet in het gezin horen. Ik kon heel goed leren en werd daarmee gepest. Mijn ouders waren om beurten langdurig ziek en werden regelmatig in het ziekenhuis opgenomen. We hadden continu gezinsverzorging over de vloer, telkens andere mensen. In mijn puberteit was ik angstig, depressief en suïcidaal. Vanaf mijn zeventiende ging het beter, maar als twintiger ontwikkelde ik een ernstige vorm van anorexia.”

    Pastorale hulpverlening en Pinkstergemeente
    “Voor de aanpak van mijn psychische problemen kwam ik via de huisarts in het christelijke circuit van pastoraal werk terecht. Veel mensen daar verlenen hulp zonder enige opleiding. In die tijd begon het al dat mensen vroegen: ‘Heeft je vader niet iets met je gedaan? Je klachten zijn zo heftig, er moet meer zijn.’

    Lees verder op psycho-trauma.nl

    #251756
    Mark
    Moderator

    Oud-advocaat generaal pleit voor onderzoek naar ritueel misbruik

    Er moet nieuw onderzoek komen naar ritueel misbruik in Nederland. Dat zegt de voormalig voorzitter van de werkgroep Ritueel Misbruik, oud-advocaat generaal Joost Hulsenbek in het NPO Radio1-programma Argos. “Vaststaat dat mensen die met deze verhalen komen ernstig geleden hebben en geholpen dienen te worden.”

    Vorig jaar april startte Argos een onderzoek onder slachtoffers van georganiseerd seksueel misbruik. Meer dan tweehonderd mensen deelden hun verhaal via een online vragenlijst, die met behulp van verschillende experts is opgesteld. Deelnemers spreken openhartig over misbruik op sportclubs en internaten, over loverboys en sekten.

    Argos heeft ook honderdveertig verklaringen ontvangen over georganiseerd misbruik met rituele kenmerken. Bij verdere analyse stuitte Argos op opvallende overeenkomsten in tijd, plaats en personen in de verhalen van de respondenten.

    “Het lijkt mij van belang dat daaraan aandacht moet worden besteed en dat het goed zou zijn opnieuw een onderzoek te starten door de overheid”, zegt oud-advocaat generaal Joost Hulsenbek die in de jaren negentig namens de Nederlandse overheid al onderzoek deed naar ritueel misbruik.

    Bloed en symbolen
    In de uitzending komen ook buitenlandse experts aan het woord. “Ik geloof de slachtoffers dat ritueel georganiseerd seksueel geweld bestaat”, zegt Johannes Rörig, die door de Duitse regering is benoemd als nationaal commissaris tegen kindermisbruik.

    Criminoloog Michael Salter die de Australische politie adviseert bevestigt het bestaan van dergelijke vormen van misbruik. “Ik heb zelf crime-scenes gezien waar dierenbloed over de muren was gespoten en er overal symbolen getekend waren. In sommige gevallen waren dezelfde symbolen op de lichamen van de slachtoffers gebrand.”

    Hulpverleners zijn kritisch over de houding van Nederlandse opsporingsinstanties. Aangiftes van misbruik met ‘rituele kenmerken’ komen terecht bij de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken, LEBZ. Die wil vooral ‘onjuiste beschuldigingen van seksueel misbruik herkennen om onterecht beschuldigden te beschermen tegen vervolging’ en neemt daarmee volgens critici de slachtoffers niet serieus.

    De afgelopen zeven jaar heeft de LEBZ maar drie zaken met mogelijk ritueel misbruik beoordeeld. Sinds de oprichting van de expertisegroep in 1999 heeft niet een aangifte geleid tot een strafzaak. De LEBZ laat weten zich niet in het beeld te herkennen en aangiften met aspecten van ritueel misbruik wel degelijk serieus te nemen. ‘Wel wijzen we erop dat het in opsporingsonderzoeken, en zodoende ook in het werk van de LEBZ, gaat om waarheidsvinding, feiten en bewijzen. De focus ligt op het onderzoeken van de objectieve werkelijkheid’.

    Kamervragen
    “Deze verhalen zijn te gruwelijk voor woorden. Verschrikkelijk ook dat slachtoffers niet worden geloofd”, zegt Tweede Kamerlid Attje Kuiken (PvdA) in reactie op de Argos-uitzending. “Er is nieuw en grondig onderzoek nodig naar Ritueel misbruik in Nederland. We moeten niet wegkijken maar onderkennen dat dit ook in ons land gebeurt. Wij zullen dit ook aan minister Grapperhaus vragen. Hij moet in actie komen om slachtoffers een stem te geven en daders op te sporen.”

    Bron: nporadio1.nl

    #251929
    mara
    Lid LSG

    ‘Rituelen zijn een middel om kinderen onder controle te houden’

    Bas Kremer bestuurslid van het Kenniscentrum Transgenerationeel Georganiseerd Geweld over ritueel misbruik

    Geritualiseerd misbruik is de zwaarste criminaliteit die we in Nederland hebben, waarbij daders en slachtoffers opgroeien in het belang van de criminele organisatie. Dat zegt Bas Kremer, bestuurslid van het Kenniscentrum Transgenerationeel Georganiseerd Geweld. ‘Er is nauwelijks erkenning en ondersteuning voor hulpverleners die hiermee te maken krijgen.’

    ‘Transgenerationeel Georganiseerd Geweld’, wat is dat?
    ‘Geweld dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Ouders uit beschadigde gezinssystemen dwingen hun eigen kinderen tot prostitutie. Criminele netwerken maken gebruik van deze gezinssystemen. Dat zien we negen op de tien keer ook bij geritualiseerd misbruik. Logisch, want we hebben het bij ritueel misbruik over georganiseerd misbruik dat al van kleins af aan begint: misbruik van baby’s en peuters. Dat kan haast alleen als de ouders daar een (faciliterende) rol in hebben.’

    Bas Kremer is bestuurslid van het Kenniscentrum Transgenerationeel Georganiseerd Geweld, een onderzoeksbureau naar georganiseerd misbruik opgericht door hulpverleners met verschillende achtergronden. Daarnaast heeft hij een eigen praktijk in Groningen.

    Hoe zou zo’n netwerk er volgens cliënten dan uitzien?
    ‘Het lijkt alsof er een kleinere, gesloten groep is waar kinderen worden gedresseerd om zo goed mogelijk te kunnen functioneren binnen het misbruik. Dat betekent dat kinderen leren om stil te zijn als ze heel erg bezeerd worden. Blijven lachen, terwijl ze bezeerd worden. Nooit iets zullen zeggen, zodat ze door een buitenstaander veilig misbruikt kunnen worden. Daarnaast is er een netwerk van pedoseksuelen. Kinderen worden verhandeld voor seks en er wordt kinderporno gemaakt. Dit is het verdienmodel.’

    Gelooft u iedereen die zich als slachtoffer bij het Kenniscentrum meldt?
    ‘Dat vind ik een lastige vraag. Er melden zich bij het Kenniscentrum wel eens mensen die willen getuigen, en die duidelijk paranoïde en psychiatrisch zijn. Dat maakt waarheidsvinding lastig. Tegelijkertijd kan het zijn dat iemand iets heeft meegemaakt, waardoor hij of zij zo verward is geworden. Van slachtoffers horen we dat de netwerken gebruik maken van manipulatie. Daders dragen duivelskostuums of politie-uniformen. Kinderen krijgen LSD of andere drugs waarvan ze gaan hallucineren, waardoor hun waarneming verandert en de zintuigen niet meer te vertrouwen zijn.’

    Hoe bent u zich hiermee bezig gaan houden?
    ‘Ik werkte in de psychiatrie, op de behandelafdeling. Daar werden begin jaren negentig twee vrouwen opgenomen die begonnen te vertellen over ritueel misbruik. Er kwamen allerlei ‘alters’ (alternatieve persoonlijkheden, red.) naar voren, en ze hadden herbelevingen. Dan zag je dus een kind-alter van vier of zes jaar, die voor je ogen herbeleefde dat ze werd verkracht. Het is alsof iemand dat volledig opnieuw beleeft. Het was de eerste keer dat ik zoiets zag. Ik had nooit van ritueel misbruik gehoord.’

    Hel
    Nachten zijn oorlog
    Vertrouwen verraad
    Vaders daders
    Moeders kwaad

    Er zijn geen woorden
    voor wat normaal te boven gaat
    Wij zijn niet ziek, gewond
    niet gek, gevaar
    en veiligheid is iets
    dat niet bestaat

    Wat doet het Kenniscentrum?
    ‘Het Kenniscentrum TGG doet onderzoek naar georganiseerd seksueel geweld in Nederland. Daarnaast probeert het kenniscentrum de expertise binnen de hulpverlening te vergroten door voorlichting te geven, symposia te organiseren en supervisie te bieden aan hulpverleners die hiermee te maken krijgen.’

    Het Kenniscentrum TGG heette eerst ‘Alternatief Beraad’. Waar kwam die naam vandaan?
    ‘Dat heeft te maken met de reden waarom we ons Kenniscentrum hebben opgericht. ‘Alternatief Beraad’ was een geuzennaam. In 1994 was er een Werkgroep die onderzoek deed naar het voorkomen van Ritueel Misbruik in Nederland. Zij adviseerden dat ‘gegeven de ernst en de gevoelde problematiek […[ aanleiding bestaat om een Beraad in het leven te roepen. Dit is [..] van belang om de ontwikkelingen nauwlettend te volgen – in de literatuur, maar vooral ook in de praktijk.’

    Dat Beraad is er niet gekomen. Wij waren als hulpverleners geschokt door de ervaringen die we hadden met cliënten met Ritueel Misbruik-ervaringen. We zochten steun bij elkaar en wilden ook onderzoek hiernaar doen. Dus vormden we een Alternatief Beraad.’

    Waarom hebben jullie de naam veranderd?
    ‘We zijn inmiddels vijfentwintig jaar verder. Wij zijn geen ‘alternatieve’ groep meer. We volgen deze problematiek nu meer dan vijfentwintig jaar en houden ook de ontwikkelingen in binnen- en buitenland bij.’

    Waarom gebruiken jullie niet de term ‘Ritueel Misbruik?’
    ‘Hoe meer onderzoek we doen, hoe meer we de rituelen als een middel zien om kinderen onder controle te houden. We zien bijvoorbeeld dat vergelijkbare rituelen worden gebruikt bij Christelijke en Satanische groeperingen. Het gaat maar beperkt om de ideologie, en veel meer om de macht die ze ermee krijgen.’

    ‘Als we het over de rituelen hebben, noemen we het geritualiseerd misbruik. We zien echter dat kinderen naast het geritualiseerde misbruik ook gebruikt worden voor kinderporno of kinderprostitutie. Vandaar dat we de nadruk willen leggen op álles wat er met de kinderen gebeurt. De basis daarvoor ligt bij het geweld dat van generatie op generatie wordt doorgegeven: transgenerationeel georganiseerd geweld, dus.’

    Is het riskant om je als therapeut bezig te houden met geritualiseerd geweld?
    ‘Ja. In eerste instantie is er het risico op secundaire traumatisering. Je krijgt – zeker als mensen een herbeleving krijgen – het misbruik eigenlijk in directe lijn te zien. Heel gruwelijk, alsof je moet toezien hoe een peuter wordt misbruikt. Dat heeft mijn leven ook wel gekleurd, ik was dat liever niet tegengekomen.’

    ‘Daarnaast hebben we mogelijk te maken met een zware vorm van criminaliteit. En dat terwijl daar nauwelijks erkenning voor is, of beleid, of ondersteuning van buiten. In die zin vind ik het ook wel eng om dit interview te geven.’

    Bent u daar bang voor? Of bent u bang om voor gek te worden verklaard?
    ‘Daar ben ik ook bang voor. Het gebeurt ongetwijfeld en deels snap ik dat. Als ik mezelf soms dingen hoor zeggen denk ik ook: het is nauwelijks voor te stellen.’

    Krijgen therapeuten wel eens bedreigingen?
    ‘Ja, ik weet bijvoorbeeld dat een therapeut een stervende duif voor de praktijkdeur vond, toen hij naar buiten liep aan het einde van de therapiesessie. Die duif was aangeprikt, bloedend. Met de veren eromheen gedrapeerd.’

    Uit recent wetenschappelijk onderzoek in Duitsland komt naar voren dat hulpverleners die te maken hebben met ritueel misbruik in een isolement zitten en verhoogde kans op een burn-out hebben. Herkent u dit?
    ‘Dat verbaast me helemaal niets. Ik denk dat bijna iedereen die hiermee wordt geconfronteerd wel zo’n periode heeft. Het is belastend en confronterend. Als dit klopt hebben we te maken met de zwaarste criminaliteit die we in Nederland hebben. En als we dat proberen aan te kaarten gebeurt er niks. Ik noem het wel eens een les in machteloosheid. Het is één van de redenen waarom ik voor het Kenniscentrum werk. Wij proberen de kennis te vergroten door symposia, we nodigen mensen uit om intervisie te hebben met elkaar. Juist om het isolement zo klein mogelijk te houden.’

    Heeft u wel eens overwogen om dit onderwerp de rug toe te keren?
    ‘Ja, dat heb ik ook een tijdje gedaan. Ik ben er zo’n vijf jaar uit geweest. Maar ik zie het wel als georganiseerd misbruik van kleine kinderen dat hier in Nederland plaatsvindt, waarvan ik bang ben dat het echt bestaat. Dan heb ik zoiets van: dit is wel mijn vak. Ik kom dit tegen. Daar doe ik nu toch mijn verhaal.’

    Veel therapeuten die zich bezighouden met geritualiseerd misbruik zijn Christelijk. Hoe komt dat?
    ‘Ik ben zelf niet opgevoed met God of de duivel. Ik geloof eigenlijk ook steeds minder dat alle daders in die ideologie geloven. Volgens mij gebruiken ze die ideologie om macht te krijgen.

    Binnen ons kenniscentrum is de helft christelijk, en de helft niet. We zien allemaal dat het om een kwaadaardig netwerk gaat dat aan mensenhandel doet. Misschien dat therapeuten die in God geloven eerder openstaan voor verhalen over Satanisme. Of andersom: als je gevangen zit in een netwerk van Satan, dan hoop je misschien op een oplossing van God.’

    Mensen die stellen dat ritueel geweld in Nederland niet bestaat, zeggen vaak dat de herinneringen kunnen zijn aangepraat in therapie. Gebeurt dat inderdaad?
    ‘Mijn ervaring en die van collega’s is juist tegenovergesteld. Hulpverleners melden zich bij ons omdat ze met iets worden geconfronteerd waar ze geen weet van hadden, en wat ze nauwelijks kunnen of willen geloven. Uiteraard komt het voor dat sommige hulpverleners onvoldoende op de hoogte zijn hoe je deze groep behandelt, en dus dingen doen die niet goed zijn. Daardoor kan het gebeuren dat iemand dingen gaat geloven die niet kloppen, maar dat is een minderheid. Dat moet je niet gebruiken als bewijs dat dit soort verhalen altijd worden aangepraat.’

    Reacties uit enquête
    ‘Ik vind het belangrijk dat er over “georganiseerd misbruik” wordt gesproken en niet over “ritueel misbruik”, omdat ik denk dat ‘georganiseerd misbruik’ meer recht doet aan wat ik heb ervaren. Naar mijn idee waren de situaties die op ‘rituelen’ leken (ik noemde ze ceremonies) vooral bedoeld om kinderen heel erg bang te maken en onderdeel van de conditionering en misleiding. Het is enorm doortrapt hoe daders te werk gaan.’

    ‘Ik werd bedreigd als ik naar therapie ging. Openheid in therapie had hele nare consequenties, ook al heb ik nooit durven spreken. Ik werd altijd gevolgd door auto’s en busjes als ik naar de GGZ ging, en constant gebeld tijdens therapie. Dat deden ze om me te laten weten dat ze wisten waar ik was. Ik voelde mij gevangen, alsof ik stikte. Ook na therapie stonden ze op me te wachten, of ik werd onderweg gevolgd als ik op de fiets zat. Soms pikten ze me op en volgde fysieke straf.’

    ‘Ik hoop dat zoveel mensen onafhankelijk van elkaar met hetzelfde verhaal komen, dat we er niet meer omheen kunnen. Hoe pijnlijk het ook is. Ik denk dat de reactie om het weg te wuiven ook ermee te maken heeft dat het pijn doet, maar die reactie draagt eraan bij dat dit blijft doorgaan. Ze zorgen er juist voor dat het zo extreem is dat de slachtoffers niet geloofd worden.’
    Hoeveel mensen heeft u zelf behandeld die door ritueel misbruik getraumatiseerd zijn?
    ‘In de afgelopen 25 jaar heb ik vier mensen behandeld die vertelden geritualiseerd misbruikt te zijn.’

    Was daarbij sprake van herinneringen die uit het geheugen verdwenen waren en die in de therapie of anderszins ‘hervonden’ werden?
    ‘Het waren mensen met de diagnose DIS en die veel wisselden tussen verschillende deelpersonen. Vaak was het zo dat de ene deelpersoon / alter zeer goed op de hoogte was van bijvoorbeeld actueel misbruik, terwijl een andere deelpersoon daar geen toegang toe had en soms geen idee had dat er nog sprake was van bijvoorbeeld doorgaand misbruik. De herinneringen waren in die zin nooit weg, of hervonden. Er was in de cliënt sprake van een groep alters die het dagelijks leven deden en sprake van een groep die het traumaleven deden en bijvoorbeeld nog actief waren in de prostitutie.’

    ‘Bij de vier DIS-cliënten die ik behandeld heb, gaven er twee cliënten expliciet aan dat het misbruik en het contact met het netwerk nog actueel was en het misbruik doorgaand tijdens het therapietraject. Voor mij was dit ook zichtbaar in de zin dat cliënten soms bont en blauw op de therapiesessies verschenen.’

    Past u hypnosetherapie toe?
    ‘Ik heb nooit hypnose toegepast om herinneringen naar boven te halen bij deze cliënten. Heb 30 jaar geleden wel ooit een hypnose opleiding gedaan, maar dit al snel losgelaten. Deze opleiding heeft me echter wel geholpen de technieken te begrijpen die de door cliënten beschreven netwerken hanteren om hun slachtoffers te manipuleren. Deze door cliënt beschreven netwerken lijken zeer uitgebreid hypnosetechnieken toe te passen.’

    Heeft u dit bij deze cliënten hypnose toegepast?
    ‘Nee, ik werk überhaupt niet met hypnose.’

    Onderzoek alternatief beraad en waarheidsvinding

    Het Kenniscentrum – toen nog Alternatief Beraad – heeft ook ooit een onderzoek uitgevoerd. Wat was dat voor een onderzoek?
    ‘Ton Marinkelle heeft middels uitgebreide vragenlijsten en interviews de ervaringen van ongeveer dertig hulpverleners verzameld. Ik heb aan dat onderzoek meegewerkt. We hebben vooral gekeken of we overlap konden vinden in de getuigenissen van slachtoffers en hulpverleners.’

    En, vonden jullie die overlap?
    ‘Ja, er zijn een paar hele heldere overeenkomsten. Bepaalde locaties kwamen overeen. Ook bepaalde namen van daders die specifiek terugkwamen bij verschillende slachtoffers. En we kwamen overlap tegen in de mind control die uitgeoefend was. Slachtoffers kenden dezelfde, aangepaste versies van kinderliedjes.’

    Daar was laatst een meisje loos
    Hier is nu een meisje dood,
    want ze ging praten,
    want ze ging praten.
    Hier is nu een meisje dood,
    want ze ging praten,
    Daarom moest ze dood.

    Ik moet zwijgen als het graf,
    Anders ga ik dood,
    Anders ga ik dood.
    Ik moet zwijgen als het graf.
    Anders ga ik dood,
    Dat is mijn straf.

    Wat vond u het meest opvallend?
    ‘De kinderliedjes. Ik was in eerste instantie alleen maar heel geschokt, überhaupt, dat mensen dat doen. Dat je iemand zo’n pervers kinderliedje laat zingen. Dat komt door de gedachte erachter: zodra iemand begint te praten is het de meest eenvoudige manier om iets te leren. Zo doen we dat eigenlijk allemaal met onze kinderen. Als een kind begint te praten laten we het liedjes zingen. Dat gebeurde daar ook – alleen laten ze daar peuters zingen dat pijn fijn is, en dat je als meisje maar over één ding goed bent. Dat is heel walgelijk en verdrietig.’

    Een kinderliedje verklaart toch niet dat iemand jarenlang loyaal blijft aan zo’n netwerk?
    ‘Nee, het liedje is een voorbeeld van hoe het netwerk eigenaar probeert te worden van de persoonlijkheid van het slachtoffer. Ze doen dat ook door iemand te fragmenteren (DIS te creëren) en te traumatiseren. En door mensen te isoleren: denk maar een cult, daar doen ze dat ook. En het is voor volwassenen al lastig om zich los te maken van een cult. Hier hebben we het over kinderen die in netwerken worden geboren. Het is altijd hun wereld geweest.’

    ‘Daarnaast worden slachtoffers ook nog eens medeplichtig gemaakt. Ze worden gedwongen om kinderen of dieren pijn te doen. De onderliggende boodschap: zie je wel, je wilt dit zelf ook. Je bent zelf net zo slecht. Wij hebben hier beelden van, als mensen dit zien dan ga je de gevangenis in.’

    Zijn er indicaties dat Mind Control echt mogelijk is?
    ‘Het is bekend dat de CIA in de jaren ’50 en ’60 in het geheim heeft geëxperimenteerd met hersenspoeling, ook onder invloed van hallucinerende drugs, elektroshocks, onthouding van slaap, martelingen en seksueel misbruik. MK Ultra was de codenaam. Het klinkt haast als een complottheorie, maar de interne documenten van de CIA erover zijn vrijgegeven na een FOIA-request (de Amerikaanse versie van een WOB-verzoek) in 1977.’

    Verschillende vrouwen hebben ons verteld dat er glas in hun vagina is gestopt, als onderdeel van een reinigingsritueel of als strafmaatregel. Is dat ook iets wat u hoort?
    ‘Ik heb dat een aantal keer gehoord, en ik heb het ook zelf een keer bij een cliënt van mij meegemaakt. Het gebeurde toen ze zich probeerde los te maken van het netwerk. Dat was een periode met heel veel geweld. Er werd heel erg getrokken om haar vooral binnen te houden.’

    Hoort u ook dat hooggeplaatsten onderdeel zouden zijn van het netwerk?
    ‘Ja, dat is wel iets dat ik veel hoor. Ik denk dat het ook iets is dat heel veel verteld wordt, binnen die netwerken, aan de kinderen. Alsof ze iedereen in de macht hebben en de hele wereld beheersen.’

    Nieuw onderzoek onder hulpverleners
    ‘Het kenniscentrum TGG is dit voorjaar gestart met een nieuw onderzoek onder hulpverleners. Het onderzoek van destijds is als uitgangspunt genomen en aangevuld. Het kenniscentrum hoopt ook een nieuwe generatie hulpverleners te bereiken, om te horen hoe de situatie nu is.’

    Zijn er al reacties binnen?
    ‘Ja, we hebben de eerste reacties inmiddels binnen. We hebben het onderzoek pas net opgestart, dus ik kan er nog niet zoveel over vertellen.’

    Zou u het ook naar buiten brengen als er allerlei aanwijzingen zijn dat ritueel misbruik toch niet bestaat?
    ‘Ja, natuurlijk. Ik hoop van ganser harte dat we daarop uitkomen. Dat zou mijn leven een stuk prettiger maken. Maar ik vrees dat dat niet de uitkomst zal zijn.’

    Hoe is er op jullie onderzoek gereageerd?
    ‘We kregen nauwelijks een reactie. In ieder geval niet van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken van de politie. Later schreven de coördinatoren van de LEBZ een reactie in het Tijdschrift voor Psychotherapie:’

    Wij citeren de conclusie van dat artikel:
    Kennelijk kan Marinkelle (de auteur, red.) worden geschaard onder de groep hulpverleners die – louter op grond van verhalen van cliënten – overtuigd zijn van het bestaan van ritueel misbruik; alle opsporingsonderzoeken, onderzoeksrapporten, empirische studies en nuanceringen over ‘de therapeutische waarheid’ ten spijt. […] De vraag is echter of een andere therapeut niet wellicht tot een heel andere diagnose, behandeling, behandelduur en verbetering van de leefsituatie van een cliënt komt. Iemand ten onrechte in de veronderstelling laten of brengen een verleden van seksueel dan wel ritueel misbruik te hebben, vinden wij pas echt traumatiserend

    Wat vond u van die reactie?
    ‘Nou, wij zijn het er natuurlijk volmondig mee eens dat het traumatisch is als iemand misbruik krijgt aangepraat, of als iemand vals wordt beschuldigd. Maar er is ook een andere kant: er blijven mensen komen die getuigen dat zij slachtoffer zijn van een pedoseksueel netwerk waar ook rituelen worden ingezet. Ik vind het een kwetsende reactie voor de therapeuten die zo goed mogelijk hun werk proberen te doen. Zij steken hun nek uit vanwege de zorgen die zij hebben over cliënten, omdat zij denken dat het kan gaan om een reëel gevaar. En dan wordt daar niet eens naar gekeken.’

    Reacties uit enquête
    ‘Er is een commissie geweest die na “rijp beraad” besloten heeft dat satanisme niet bestaat. Wat dat indertijd voor mij betekend heeft is onbeschrijflijk. Stel je voor dat wat u heeft meegemaakt door een commissie verklaard wordt niet te bestaan. Dat was echt erg.’

    ‘Georganiseerd misbruik bestaat. Het is niet zo, wat ik hoorde bij de ‘overheid’ dat het niet bestaat omdat ‘mensen het dan allang bewezen hadden. Zelfs nu nog, ruim dertig jaar na dato, ben ik als de dood dat het mijn leven kan kosten om erover te praten.’

    ‘Het is door alle mindfuck al zo moeilijk om jezelf te geloven. Je wilt het zelf – liever – niet geloven dat het waar is wat is gebeurd. Maar als deskundigen dan ook nog aangeven dat het ‘in Nederland niet bestaat’ en daar artikelen over publiceren, dat doet pijn! Ik denk dat dit mede komt omdat er ook behandelaren zijn die niet bevoegd zijn, die problematiek ‘zoeken’ bij mensen die er misschien geen last van hebben? Zoiets? Zouden mensen geen onderzoek kunnen doen naar bijvoorbeeld “lichamelijke reacties” bij herbelevingen ofzo. Kun je die faken? Ik weet het niet hoor, maar het zou zo fijn zijn als deskundigen hun best zouden doen om het te onderzoeken, in plaats van proberen “weg te maken”.’

    Heeft u contact gehad met de LEBZ?
    ‘Ja, ik heb deze mensen ontmoet, ik denk dat ze hun taak – het beschermen van de burger tegen valse aangiftes – heel hoog hebben, maar dat ze het kind wel met het badwater weggooien. Op dit moment komen er helemaal geen aangiftes meer.’

    Als zij experts zijn op het gebied van ritueel misbruik, en jullie ook. Hoe kan het dan dat de visies zo ontzettend uit elkaar liggen?
    ‘De LEBZ is best een grote werkgroep, maar ze hebben veel deskundigen om zich heen verzameld met dezelfde visie. Daardoor worden ze bevestigd in wat ze eigenlijk al denken. Ze houden erg vast aan het idee dat therapeuten alles kunnen aanpraten.’

    Wat heeft de oprichting van de LEBZ betekent voor het onderzoek naar Ritueel Misbruik?
    ‘De LEBZ heeft een sleutelpositie, want alle aangiftes van ritueel misbruik moeten verplicht worden voorgelegd aan de LEBZ. Alles wat ruikt naar satanisch ritueel misbruik wordt geseponeerd. Als cliënten ons advies vragen, ontmoedigen wij op dit moment om aangifte te doen. Het is dichtgetimmerd.’

    ‘Ik weet van collega’s die ernstig teleurgesteld zijn dat een aangifte van een cliënt op voorhand geseponeerd werd. Het gaat dan om collega’s die zelf heel overtuigd waren dat er een reëel netwerk actief was.’

    Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.

    Bron: vpro.nl

    #251940
    mara
    Lid LSG

    ‘We moeten onze ogen openen voor ritueel misbruik’
    Criminoloog Michael Salter over georganiseerd seksueel misbruik

    Criminoloog Michael Salter deed de afgelopen vijftien jaar in Australië wetenschappelijk onderzoek naar georganiseerd seksueel misbruik. Hiervoor interviewde hij vijftig (inmiddels) volwassen slachtoffers en zestig deskundigen die met hen werken, waaronder psychologen, psychiaters en medewerkers van de kinderbescherming.

    Wat waren de voornaamste uitkomsten van dit onderzoek?
    ‘Georganiseerd seksueel misbruik van kinderen komt veelvuldig voor, zowel in Australië als in andere landen. Dit misbruik is op te delen in drie categorieën. Allereerst komt het voor binnen families, waar in de meeste gevallen de vader – en soms de moeder – de kinderen exploiteert. Bij deze families komt seksueel misbruik vaak al generaties lang voor. Vaak worden slachtoffers zowel door de ouders als door grootouders misbruikt. Ten tweede vindt het plaats binnen gemeenschappen, waarbij een netwerk van (veelal) mannen zich richt op kwetsbare kinderen, die bijvoorbeeld in de pleegzorg zitten. Ze proberen deze kinderen de prostitutie, kinderporno of kinderhandel in te lokken. Tot slot komt georganiseerd misbruik voor binnen instituties die de (tijdelijke) voogdij over kinderen hebben gekregen. En naturlijk is de laatste twintig, dertig jaar het internet een steeds belangrijkere rol gaan spelen. We zien daders in online netwerken. Maar we zien ook dat groepen, die elkaar fysiek ontmoeten, gebruik maken van digitale technologie om kinderporno te produceren en te verspreiden, en ook om hun slachtoffers te stalken en te terroriseren.’

    Michael Salter
    Voor een grootschalig onderzoek naar georganiseerd seksueel misbruik van kinderen, sprak Argos met een aantal internationale experts. Michael Salter is als criminoloog verbonden aan de Universiteit van New South Wales in Australië en is expert op het gebied criminele netwerken en seksueel kindermisbruik. De website organisedabuse.com is door hem ontwikkeld.

    Is er een duidelijk beeld van hoe groot dit soort netwerken zijn?
    ‘Dit is lastig te onderzoeken. Je kan dit soort netwerken bijna vergelijken met een subcultuur. Net als dat er geen overkoepelend online netwerk is voor drugshandel, geldt dit ook voor kindermisbruik. Wanneer ergens genoeg vraag naar is, zie je dat er netwerken ontstaan om hierin tegemoet te komen. In de vroege jaren negentig is er onderzoek gedaan waaruit bleek dat het bij zo’n twee tot drie procent van de zaken om georganiseerd kindermisbruik ging. We verwachten dat deze aantallen inmiddels zijn toegenomen, aangezien het internet het voor misbruikers relatief makkelijk heeft gemaakt om elkaar te ontmoeten. We hebben in ieder geval genoeg bewijs dat georganiseerd kindermisbruik voorkomt. Zo gebeurt het regelmatig dat zo’n zestig à zeventig misbruikers worden opgepakt binnen hetzelfde onderzoek.’

    Hoorde u van de slachtoffers ook over rituelen die uitgevoerd werden tijdens het misbruik?
    ‘Ja, ongeveer één op de drie slachtoffers vertelde hierover, alhoewel de verhalen vaak heel verschillend zijn. Sommige slachtoffers zijn een paar keer naar groepen gebracht die gebruik maakten van rituelen, terwijl het bij anderen een vast onderdeel was van het misbruik. Ritueel misbruik komt over het algemeen vaker voor binnen families, waarbinnen een ongelofelijk destructieve cultuur van seksueel geweld is ontstaan. Alle familieleden worden als het ware in de val gelokt om mee te doen aan heel sinistere en ziekelijke gedragingen. Deze worden vervolgens gerechtvaardigd door verschillende geloofspatronen. Zo vertelde één slachtoffer in een hippie-gemeenschap te zijn opgegroeid in de jaren zeventig, waar ritueel seksueel misbruik regelmatig voorkwam. Tijdens dit misbruik werd niet gesproken over Satan, wat je vaker ziet binnen christelijke gemeenschappen, maar werd juist het Boeddhistisch gedachtegoed ingezet. Zo werd het slachtoffer gedwongen om vloeiend Sanskrit te leren, een oude schrijftaal van het Boeddhisme.’

    Hoe weet je zeker dat dit soort verhalen kloppen?
    ‘Slachtoffers van georganiseerd misbruik vertellen vaak over heel verschillend soorten ervaringen. Als je iemand vier uur interviewt, in één geval duurde het interview zelfs twintig uur, krijg je een heel rijk en diep begrip van de geschiedenis en achtergrond van het slachtoffer. In feite is er niks ongeloofwaardigs aan ritueel seksueel misbruik. Het is misbruik dat heeft plaatsgevonden binnen families, gemeenschappen of instituten. De slachtoffers beschrijven geen dingen die ongeloofwaardig zijn. Door de media heerst er een stereotype dat verhalen over ritueel misbruik ronduit idioot zijn, of zelfs vergelijkbaar met ontvoeringen door buitenaardse wezens. Dit is absoluut niet het geval. Ik ben persoonlijk betrokken geweest bij onderzoeken waarin er op basis van forensisch bewijs onomstotelijk kon worden vastgesteld dat het om ritueel misbruik ging. Zo heb ik zelf crime-scenes gezien waar dierenbloed over de muren was gespoten en er overal symbolen getekend waren. In sommige gevallen waren dezelfde symbolen op de lichamen van de slachtoffers gebrand.’

    Het is tijd dat we de claims van de ‘valse herinnering-beweging’ achter ons laten.

    In verschillende landen bestaat al langere tijd een ‘tegenbeweging’ van wetenschappers die aan dit soort getuigenissen twijfelen. Zo werd in de Verenigde Staten de False Memory Syndrome Foundation (FMSF) opgericht. Wat denkt u over de argumenten van deze groep?
    ‘Wanneer wij bewijsmateriaal van seksueel misbruik onderzoeken, doen we dat met een groep van experts op het gebied van kindermisbruik. De FMSF is niet door wetenschappers opgericht, maar door leken. Ironisch genoeg is de FMSF opgericht door de ouders van een wetenschapster in de psychologie, Jennifer Freyd. Zij is expert op het gebied van trauma en geheugen. Toen haar ouders begin jaren negentig ontdekten dat Freyd aan haar man had verteld seksueel misbruikt te zijn door haar vader, ontstond bij hen het idee voor de FMSF. De beweringen van de FMSF hebben specifiek betrekking op de vraag of het mogelijk is om valse herinneringen van autobiografische gebeurtenissen op te wekken. De claims van de stichting zijn niet relevant bij het beoordelen van beschuldigingen van kindermisbruik. De oprichters zijn geen experts op het gebied van kindermisbruik, en zullen dit ook niet worden. Nog een belangrijk feit is dat in de periode waarin de stichting werd opgericht, beschuldigingen van ritueel misbruik vooral van kinderen kwamen. Dit had dus niks te maken met zogenaamde “hervonden herinneringen”. De FMSF heeft helaas vooral verwarrende argumenten de wereld in geholpen, die de getuigenissen van ritueel misbruik in een verkeerd daglicht hebben gezet.’

    Heeft deze groep invloed in Australië? Bijvoorbeeld bij rechtszaken?
    ‘In Australië wordt het idee van valse herinneringen gelukkig niet heel serieus genomen. In 2003 is er door een gezondheidszorg-ombudsman in Australië onderzoek gedaan naar therapieën waarbij cliënten zouden worden aangemoedigd om valse herinneringen te vormen. De conclusie van dit onderzoek was dat dit soort therapieën helemaal niet voorkomen in Australië. Dit was het einde van de “valse herinneringen-beweging” in ons land, die inmiddels dan ook al zo’n vijftien jaar inactief is. Bovendien worden “expert-getuigenissen” op dit terrein niet als bewijs erkend in de Australische rechtszaal. In Australië valt er voor dit soort “experts” niet veel geld te verdienen. Hierdoor getuigen aanhangers van deze beweging, vaak tegen forse vergoedingen, voor mannen die in andere landen worden beschuldigd van kindermisbruik.’

    Veel slachtoffers van vroegkinderlijk georganiseerd misbruik ontwikkelen een dissociatieve identiteitsstoornissen (DIS), waarbij de persoonlijkheid van het slachtoffer wordt opgesplitst in verschillende alters. Hoe zit dat?
    ‘DIS is een ernstige stoornis die ontstaat om pijnlijke herinneringen uit het verleden te kunnen verdringen. Georganiseerd misbruik, vooral wanneer dit binnen de familie plaatsvindt, begint vaak wanneer kinderen nog heel klein zijn, wat de kans op DIS in het latere leven vergroot. In de rechtszaal is de grootste barrière voor slachtoffers met DIS niet zozeer dat ze verschillende persoonlijkheden hebben, maar het feit dat zij oog in oog komen te staan met hun dader(s) en aan een kruisverhoor worden onderworpen. Vorig jaar was er een zaak in Australië waarbij een met DIS gediagnosticeerde vrouw een rechtszaak voerde tegen haar vader, die haar in haar jeugd had misbruikt. Haar vader ontkende in eerste instantie. Uitzonderlijk aan de zaak was niet alleen dat de vrouw ondanks de verschillende persoonlijkheden mocht getuigen, maar vooral de intensieve samenwerking die was ontstaan met politie en aanklager. Vaak zijn politie en aanklagers terughoudend bij de inzet van zulke getuigenissen, omdat zij weinig hoop hebben dat dit zal bijdragen aan een veroordeling. In dit geval vonden zij haar getuigenis overtuigend genoeg. Uiteindelijk hoefde de vrouw niet in de rechtszaal te getuigen, omdat haar vader vóór de rechtszaak toch nog bekende.’

    ‘Er is wel degelijk bewijs dat dit bestaat, ook forensisch bewijs.’

    Houden kindermisbruik-netwerken zich ook bezig met andere vormen van criminaliteit, zoals drugshandel?
    ‘Ja, dit soort netwerken zijn ook bij de drugshandel betrokken. Het is zelfs een belangrijk onderdeel van hun business-model. We horen vaak verhalen dat slachtoffers gedrogeerd worden met psychedelische of dissociatieve drugs. De daders moeten dus toegang hebben tot zulke drugs om het misbruik te kunnen plegen. Ook gebeurt het dat kinderen verslaafd worden gemaakt aan een bepaalde drug, bijvoorbeeld heroïne, zodat ze makkelijker te controleren zijn. Daarbij maakt het de kinderen ook nog ongeloofwaardiger. Het kind, of de tiener, wordt een junkie, en daarmee iemand waar waarschijnlijk niet naar geluisterd wordt.’

    Hoe zouden autoriteiten het best met dit probleem om kunnen gaan?
    ‘Ik werk samen met politie en de autoriteiten hier in Australië. Het is belangrijk dat de politie beter wordt opgeleid om adequaat om te kunnen gaan met complexe trauma’s, met name trauma’s die binnen families ontstaan. Politiemensen weten dat seksueel misbruik binnen families bestaat, ze weten dat ritueel misbruik bestaat, ze weten dat de meest sadistische vormen van seksueel geweld bestaan en hoe obsessief en bizar pedofiele kindermisbruikers kunnen zijn. Maar politiemensen moeten beter getraind worden om signalen van kindermisbruik vroegtijdig te herkennen en om op de juiste manier om te kunnen gaan met de getraumatiseerde slachtoffers.’

    ‘Juist binnen families vinden soms de meest ernstige vormen van kindermisbruik plaats. Het zijn immers juist familieleden die toegang hebben tot heel jonge kinderen en pornografisch materiaal van hen kunnen maken. Tegelijkertijd kan misbruik binnen de familie het makkelijkst weggemoffeld worden. Het kind is volstrekt afhankelijk van hen en valt onder hun controle. Ik denk dat het belangrijk is dat er wereldwijd gewerkt wordt aan methoden waarmee misbruik binnen families zo snel mogelijk opgespoord kan worden. Het is tijd dat we de claims van de “valse herinnering-beweging” achter ons laten en onze ogen openen voor deze vormen van geweld. We moeten ons niet laten misleiden door de propaganda van mensen die zelf zijn beschuldigd kinderen te misbruiken. Er is wel degelijk bewijs dat dit bestaat, ook forensisch bewijs.’

    Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.

    Bron: vpro.nl

    #251942
    mara
    Lid LSG

    ‘Geen twijfel over dat ritueel, georganiseerd misbruik bestaat’
    Duits Nationaal Commissaris tegen Kindermisbruik Johannes-Wilhelm Rörig over kindermisbruik

    Is seksueel misbruik een groot probleem in Duitsland?
    ‘Seksueel geweld tegen meisjes en jongens is een groot probleem, in Duitsland en in de hele wereld. Seksueel misbruik is een pandemie. Het vindt op een gigantische schaal plaats en het veroorzaakt oneindig veel leed in Duitsland en wereldwijd. En dat al sinds vele jaren.’

    Johannes-Wilhelm Rörig (60)
    werd in 2011 door de Duitse regering benoemd tot Nationaal Commissaris tegen Kindermisbruik, in het Duits: Unabhängiger Beauftragter für Fragen des Sexuellen Kindesmissbrauchs. Hij is jurist en was voorheen topambtenaar op het Ministerie van Gezinszaken en rechter.

    Wij willen met u spreken over georganiseerd ritueel seksueel geweld. Is dat niet een onderwerp waarbij u zich ongemakkelijk voelt?
    ‘In het begin was dit een heel ongemakkelijk onderwerp voor mij, omdat ik me voordat ik deze functie kreeg, nog nooit met dit onderwerp had beziggehouden. Maar al snel leerde ik mensen kennen die georganiseerd ritueel geweld in hun kindertijd hebben meegemaakt. Ik kon uitgebreid met hen spreken over het leed dat hen was aangedaan. En hierdoor voel ik geen terughoudendheid meer om hierover te spreken. Ik zie ook de enorme relevantie van dit onderwerp. Ik vind het heel belangrijk om – ook als vertegenwoordiger van de Duitse regering – heel duidelijk te zeggen: ik geloof de slachtoffers dat er sprake is van ritueel, georganiseerd, seksueel misbruik. Ik heb dit eerder ook in een televisie-uitzending van de publieke omroep in Duitsland, de ARD, gezegd. Dit heeft er mede voor gezorgd dat dit onderwerp in Duitsland op de agenda is gezet en dat we inmiddels ook structuren hebben gecreëerd om dit probleem aan te pakken. Het Ministerie van Gezinszaken heeft een werkgroep specifiek voor dit onderwerp in het leven geroepen. En er zijn ook opdrachten verstrekt voor wetenschappelijk onderzoek.

    Overheidsorganisatie tegen kindermisbruik
    De door de Duitse regering ingestelde UBSKM heeft een staf van 15 medewerkers. Daarnaast heeft hij een Betroffenenrat, een adviesraad van 11 mensen, die zelf in hun kindheid seksueel zijn misbruikt. Zij noemen zich zelf niet slachtoffers maar ‘overlevers’ van seksueel geweld. In 2015 heeft de UBSKM een onderzoekscommissie (‘Aufarbeitungskommission’) in het leven geroepen, bestaande uit 7 leden (gerenommeerde wetenschappers op diverse vakgebieden), die ook nog eens een staf van 10 medewerkers hebben. Verder heeft elke deelstaat regionale ‘Anhörungsbeauftragte’, functionarissen bij wie slachtoffers van seksueel kindermisbruik hun verhaal kwijt kunnen.

    Tot nu toe heeft de Aufarbeitungskommission 1.200 slachtoffers van seksueel kindermisbruik gehoord en daarbovenop nog eens 400 gedetailleerde schriftelijke getuigenissen binnen gekregen.

    Wat zijn uw taken als nationaal commissaris?
    ‘Als chef van dit instituut heb ik de taak om me voor de volle honderd procent te concentreren op de tekortkomingen in de strijd tegen seksueel misbruik en de gevolgen daarvan. Ik heb de taakt om de belangen van mensen die seksueel geweld in hun kindertijd of jeugd hebben ondergaan naar voren te brengen. Ik heb de taak om de publieke opinie over dit complexe onderwerp te informeren. Ik heb de taak om slachtoffers bij mijn ambt te betrekken. Ik moet ervoor zorgen dat seksueel misbruik in het verleden wordt onderzocht. Ik heb de taak om de maatschappij – bijvoorbeeld kerken, sport en welzijnsinstellingen – te ondersteunen bij de bestrijding van kindermisbruik en om preventiebeleid op te zetten en beschermende maatregelen te nemen. Ik geef leiding aan de Nationale Raad waarin ook de minister zitting heeft.’

    Begin mei zag ik u nog op de Duitse televisie, samen met de president van het Bundeskriminalamt, de Nationale Recherche.
    ‘Ja. Wij gaven op 11 mei samen een persconferentie, waarbij we de nieuwe geweldcijfers bekendmaakten, onder meer hoeveel kinderen in 2019 in Duitsland door moord of doodslag om het leven werden gebracht. Dat waren er meer dan 100. Maar het ging ook om mishandelingen en wat mijn rol betreft vooral om seksueel misbruik en om de afbeelding daarvan, dus de productie van zogenoemde kinderpornographie.’

    Is het ook uw taak om aan waarheidsvinding te doen?
    ‘Ja, dat is een belangrijke taak die bij de functie hoort. Maar ik moet er wel bij zeggen dat het niet onze taak is individuele gevallen te onderzoeken. Wij zijn geen opsporingsinstantie naast het Openbaar Ministerie. Natuurlijk worden individuele gevallen aan ons gerapporteerd en wij kunnen slachtoffers ondersteunen om hulp te vinden. Maar onze rol bij de waarheidsvinding is om de omvang van misbruik te onderzoeken en de structuren bloot te leggen die tot misbruik leiden. En wij verwijzen slachtoffers ook door naar de gespecialiseerde zedenafdelingen van de Landeskriminalämter, de centrale recherchediensten van de deelstaten.’

    ‘Het zwaartepunt ligt op misbruik binnen of in de directe omgeving van de familie. Dat is de belangrijkste plaats delict van misbruik.’

    Er bestaat ook een zogeheten Aufarbeitungskommission. Wat heeft u daarmee te maken?
    ‘Ik heb die commissie in het leven geroepen. Dat was een lang proces totdat ik het politieke establishment ervan kon overtuigen dat het noodzakelijk was om een onderzoekscommissie in te stellen die het kindermisbruik in het verleden op alle mogelijke terreinen onderzoekt. In 2015 hebben de regering en het parlement eindelijk het groene licht daartoe gegeven en sinds 2016 is de commissie aan het werk. Ze kunnen geen getuigen onder ede horen of documenten opeisen – de opsporing blijft de taak van het Openbaar Ministerie. Maar ze kunnen wel alle contexten van seksueel geweld, ook van georganiseerd ritueel geweld, onderzoeken.

    ‘Het zwaartepunt ligt op misbruik binnen of in de directe omgeving van de familie. Dat is de belangrijkste plaats delict van misbruik. De commissie heeft als belangrijkste instrumenten de vertrouwelijke hoorzittingen van de getroffenen en daarover aan het publiek te rapporteren. Tot nu toe heeft ze 1.200 slachtoffers mondeling gehoord en van 400 schriftelijke getuigenissen ontvangen.’

    De term ‘slachtoffers’ is een term die deze mensen zelf eigenlijk liever niet gebruiken.
    Nee, dat klopt. Daarom noem ik ze ook liever ‘getroffenen’. Zelf noemen ze zich vaak survivors, overlevenden. Ik begrijp dit heel goed. Ze hebben in hun leven met veel kracht en energie de tijd van het misbruik overleefd. Men moet begrijpen wat het betekent als een meisje als kind zulk verschrikkelijk geweld heeft ondergaan, vaak binnen het eigen gezin, en het dan toch voor elkaar heeft gekregen om de school succesvol af te ronden en ervoor te zorgen dat het leven doorgaat. Dat is een waanzinnige krachtsinspanning. Het gaat om sterke persoonlijkheden. Ze willen niet als slachtoffer betiteld worden. Ze zijn veel meer dan dat.’

    Hoeveel getuigenissen over ritueel geweld heeft de onderzoekscommissie tot nu toe te horen of te zien gekregen?
    ‘Ik zit niet zelf in de commissie, maar ik heb toestemming gekregen om u te vertellen dat tot nu toe 60 slachtoffers, die seksueel geweld in georganiseerd ritueel verband hebben ondergaan, contact met de commissie hebben gezocht.’

    En u gaat er van uit dat wat deze mensen vertellen ook echt is gebeurd?
    ‘Dat staat voor mij buiten kijf. De commissie die dit onderzoekt bestaat uit zeer ervaren experts, vrijwel allen hoogleraar. Het zijn medici, seksuologen, pedagogen, maar ook een voormalige minister uit de Bondsregering. Mensen die veel onderzoekservaring hebben. Als je dan ziet hoe aangedaan en geschokt ze zijn van wat aan hun gerapporteerd wordt. Het kost hun veel moeite om te verwerken wat ze te horen krijgen.’

    ‘Daarnaast ken ik persoonlijk vijf overlevers van ritueel geweld heel goed. Ik ken deze mensen al meer dan vijf jaar. Wij voeren regelmatig intensieve gesprekken hierover. Daarom ben ik zeer standvastig op dit punt. Ik hoop op nog iets meer politieke steun bij dit onderwerp, maar ik ben blij dat de minister van Gezinszaken Franziska Giffey nu een werkgroep bij het ministerie heeft ingesteld, dat de Aufarbeitunsgkommission dit onderwerp hoog op de agenda heeft geplaatst en een onderzoeksopdracht heeft verstrekt aan de universiteit Hamburg-Eppendorf.

    Wat zegt u tegen sceptici die niet geloven dat ritueel geweld bestaat en dat getuigenissen daarover fantasieverhalen zijn?
    ‘Ik zou deze mensen willen aanraden te spreken met overlevers en hun schriftelijke getuigenissen aandachtig te lezen. Ik zou ze ook willen aanraden om deze mensen te geloven en te helpen dat ze de ondersteuning krijgen die ze verdienen.’

    Dit expertinterview is onderdeel van het dossier georganiseerd seksueel misbruik. Het afgelopen jaar verzamelde Argos de ervaringen van meer dan tweehonderd slachtoffers. Honderdveertig van hen vertelden over geritualiseerd geweld.

    Bron: vpro.nl

    #252154
    Skye
    Moderator
    #253387
    mara
    Lid LSG

    Jullie vragen (en onze antwoorden) over ons onderzoek naar ritueel misbruik

    Onze uitzending over Ritueel Misbruik maakt veel los. Nog dagelijks komen er berichten binnen op de redactie, die we niet allemaal individueel kunnen beantwoorden. In deze Q&A geven de makers antwoord op de meest gestelde vragen en opmerkingen.

    Waarom zijn jullie onderzoek gaan doen naar Ritueel Misbruik?
    Wij waren aanvankelijk niet van plan om onderzoek te doen naar ritueel misbruik. We kregen in reactie op een vragenlijst over georganiseerd seksueel misbruik echter 140 reacties binnen waarbij ‘rituele kenmerken’ werden genoemd, zoals: het offeren van dieren of baby’s, verkracht worden aan een kruis, het dragen van gewaden, of andere macabere aspecten.

    Tegelijkertijd lazen we allerhande publicaties waarin werd gesteld dat ritueel misbruik nooit is bewezen, en dat herinneringen zouden zijn aangepraat door therapeuten. Dit riep bij ons de vraag op: als dit niet bestaat, hoe kan het dan dat zoveel mensen hier melding van maken? Hebben zij soms dezelfde therapeut? Zo niet, wat hebben ze dan gemeenschappelijk?

    Jullie hebben geen hard bewijs gevonden van ritueel misbruik. Waarom hebben jullie er dan toch een uitzending over gemaakt?
    Tijdens ons onderzoek merkten we dat aangiftes met rituele kenmerken in Nederland vaak niet serieus worden onderzocht. Wij merkten ook dat daar allerlei aannames over ritueel misbruik aan ten grondslag liggen, die in veel gevallen helemaal niet kloppen. De basis voor die aannames zijn verschillende boeken en rapporten die in de jaren negentig verschenen.

    Hervonden herinneringen en andere misverstanden

    Een van die boeken is ‘Hervonden herinneringen en andere misverstanden’ van (rechts)psychologen Hans Crombag en Harald Merckelbach. Zij schrijven: ‘Na onder hypnose te zijn gebracht, raakt men er in toenemende mate van overtuigd misbruikt te zijn in de jeugd. Pijnlijke rechtszaken zijn daarvan het gevolg, waarbij ouders van ritueel misbruik en erger worden beschuldigd en hun toch al zo verwarde kinderen niet meer mogen zien.’

    En: ‘Voor het moment willen wij opnieuw benadrukken dat wie beweert dat het bij gevallen van satanisch ritueel misbruik om authentieke herinneringen gaat, nogal wat veronderstellingen tot de zijne moet maken.’

    In een interview met Crombag in de Groene Amsterdammer (1996) zegt hij dat ze het boek hebben geschreven, omdat ze ‘de opmars van de Meervoudige Persoonlijkheidsstoornis-therapeuten niet langer kunnen aanzien’. Ze willen de wereld waarschuwen voor deze: ‘Slordige denkers die in vage netwerken hun gevaarlijke psychologische theorieën verspreiden’.

    Hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen en professor klinische psychologie Tom Smeets schrijven in het voorwoord van het boek ‘Vaag Verleden; Hoe ik ging geloven in fictieve herinneringen’ dat de discussie in Nederland werd gestart door Hans Crombag en Harald Merckelbach met hun boek ‘Hervonden Herinneringen en andere misverstanden’. Hij schrijft: ‘Het boek leek aanvankelijk weinig gevolgen te hebben, want meldingen van seksueel misbruik door vrouwen die hervonden herinneringen claimden, bleven bij de politie binnenkomen, zo bleek uit een rapport van Van Koppen. Als gevolg van dat rapport kreeg de toenmalige Zwolse hoofdofficier van justitie Hulsenbek de opdracht richtlijnen voor dit soort zaken te ontwerpen. De richtlijnen van Hulsenbek introduceerden een nieuwigheid in het strafproces. In drie soorten gevallen is de politie verplicht om advies te vragen aan een Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken. Het gaat dan om meldingen die bij de politie zijn gedaan van (1) seksueel misbruik dat plaatsvond voor het derde levensjaar, (2) ritueel misbruik en (3) seksueel misbruik waarbij sprake is van hervonden herinneringen.’

    ‘De richtlijnen zijn niet alleen uniek in de wereld, maar ook direct afgeleid van rechtspsychologisch onderzoek dat in Nederland is gebeurd.’

    Uit een analyse van de antwoorden die binnenkwamen via onze vragenlijst, bleek dat de veronderstellingen over hypnose, hervonden herinneringen en aanpraten van een Dissociatieve stoornis (DIS, voorheen MPS) niet van toepassing waren. Herinneringen zijn niet opgewekt onder hypnose. (Hypnose is in het gros van de gevallen niet eens toegepast.) In sommige gevallen is zelfs sprake van ‘doorgaand misbruik’, waarbij degenen die daarover vertellen zich duidelijk niet baseren op ’hervonden herinneringen’.

    Nieuwe onderzoeken: DIS hangt samen met trauma in de jeugd

    Er zijn sinds de jaren negentig ook verschillende nieuwe onderzoeken gedaan naar DIS. Zo concludeerde het onderzoeksteam van het UMCG dat er een verband bestaat tussen trauma in de kindertijd en DIS. ‘Mensen met DIS blijken ernstiger trauma’s te rapporteren en een kleiner volume van de hippocampus te hebben (een hersengebied dat belangrijk is voor het het opslaan van herinneringen) dan mensen met een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) of gezonde controlepersonen.’

    Constance J. Dalenberg, Bethany Brand en collega’s publiceerden in 2012 een review van bijna 1500 studies naar DIS met de titel Evaluation of the Evidence for the Trauma and Fantasy Models of Dissociation. Zij concluderen dat er sterke empirische aanwijzingen zijn voor de hypothese dat trauma de oorzaak is van dissociatie, voor de hypothese dat DIS wordt veroorzaakt door fantasie of confabuleren is nauwelijks ondersteuning,.

    Studies die ingaan op het zogenaamde sociocognitieve model (het idee dat DIS is aangepraat) zijn niet uitgevoerd op een klinische populatie. (Zie ook ‘Separating fact from fiction’: An empirical examniation of six myhts about dissociative identity disorder’)

    Een lang verhaal kort: de argumenten om aangiftes van ritueel misbruik niet serieus te onderzoeken blijken niet te kloppen. Inmiddels komen er nauwelijks aangiften met rituele kenmerken meer binnen. In een brief aan minister Grapperhaus heeft het Kenniscentrum Transgenerationeel Geweld geschreven dat ‘naar aanleiding van de vele negatieve ervaringen die men ons meldde, zijn wij er op een gegeven moment toe over gegaan cliënten af te raden aangifte te doen. Immers, deze negatieve ervaringen versterken slechts de complexe problematiek waar deze mensen toch al onder lijden. Wij weten dat meerdere behandelaars dezelfde houding hebben aangenomen.’

    Wij vonden in ons onderzoek sterke aanwijzingen dat onze bronnen wel degelijk slachtoffer zijn van georganiseerd seksueel misbruik. Ze noemen deels dezelfde daders en locaties, zijn door mensen om hen heen gezien met verwondingen, en ontvangen dreigementen die zij niet zelf in scène kunnen hebben gezet.

    In andere landen is – na uitvoerig onderzoek – besloten om ritueel misbruik wél serieus te nemen.

    NPO Ombudsman: Argos heeft zeker niet ‘zomaar onzin’ op de zender gegooid

    De NPO Ombudsman heeft in een reactie op een klacht geoordeeld dat Argos de vraag waarom geen onderzoek wordt gedaan terecht stelt:

    Een journalist zal een onderzoeksverhaal altijd voldoende aannemelijk moeten maken. Maar hij of zij hoeft geen bewijs te leveren op het niveau dat zou standhouden in een rechtszaak (het zogenoemd wettig en overtuigend bewijs). Een journalistieke productie is geen juridisch dossier, er mogen onzekerheden en open vragen in zitten maar het mag niet ongefundeerd of een gatenkaas zijn.

    In de uitzending worden de verhalen van bronnen verteld om te illustreren, een indruk te geven van de aard en detaillering en ook van de vele overeenkomsten die er tussen de verschillende verhalen bestaan. De redactie levert zo een complex aan onafhankelijk verkregen maar samenhangende verhalen over mogelijk strafbare feiten en de redactie vraagt of dat niet op zijn minst tot nader onderzoek naar het waarheidsgehalte zou moeten leiden. Je kunt het wat cynisch een slimme methode noemen, want als je de focus daarop legt, hoef je zelf al die verhalen niet helemaal te bewijzen. Maar als je voldoende aannemelijk materiaal levert, hoeft dat journalistiek gezien ook niet. En de vraag waarom geen onderzoek wordt gedaan is hier mijns inziens terecht gesteld.

    De ombudsman geeft ook aan dat we zorgvuldig en uitgebreid onderzoek hebben gedaan:

    Voor een groot aantal van die stappen is onafhankelijke bevestiging. Zo zoekt de redactie uit of het kan dat bronnen elkaar napraten, dat ze hun informatie uit fictie of van derden (inclusief besloten webfora) hebben en filtert die eventuele ‘vervuiling’ uit hun onderzoeksresultaten. Ze schakelt experts in om naar enquête- en interviewvragen te kijken, om te voorkomen dat bronnen door de vragen van de journalisten een bepaalde kant op gestuurd worden. Het onderzoeksteam zoekt tegenspraak bij politiemensen, wetenschappers en hulpverleners in binnen- en buitenland, zodat het zelf niet te veel in één richting gaat denken en zaken zelf gaat invullen.

    Een van de programmamakers krijgt in 2019, als het onderzoek naar seksueel misbruik al loopt, een beurs van dé organisatie die journalisten traint in het werken met getraumatiseerde bronnen en onder stressvolle omstandigheden, het Dart Center for Journalism and Trauma in New York. Ze legt haar onderzoeksmethodieken en aanpak van bronnen ook voor aan de experts daar. In onderstaande podcast legt ze uit hoe het onderzoek uiteindelijk is gedaan.

    Veel grote misbruikzaken zijn aan het rollen gebracht door journalisten. Daarbij speelde zogenaamd schakelbewijs (overlappende verklaringen van slachtoffers) een voorname rol. Denk aan misbruik in de Katholieke Kerk, misbruik in de turnwereld, de aanklachten tegen Harvey Weinstein en Jeffrey Epstein. Ook daar baseerden journalisten zich niet op ‘hard bewijs’ in de vorm van foto’s of video’s waarop het misbruik daadwerkelijk te zien is.

    Is zo’n uitzending wel verantwoord in tijden van complottheorieën?
    We zouden belabberde journalisten zijn als we geen gefundeerde kritische vragen meer zouden stellen, of misstanden niet naar buiten zouden brengen uit angst dat anderen ermee aan de haal gaan. Tegelijkertijd hebben we hier ook op onze redactie discussie over. De laatste weken is veel in het nieuws dat “aanhangers van complottheorie QAnon” demonstreren tegen Satanisch kindermisbruik door de elite. Wij merken dat ons onderzoek wordt gebruikt om complottheorieën kracht bij te zetten. Daar maken wij ons zorgen over. Dit ook omdat de uitingen van QAnon allerlei beschuldigingen bevatten waar wij geen bewijs voor hebben, of waarvan ons door deelnemers aan ons onderzoek is gezegd dat die niet kloppen.

    Ook veel deelnemers aan ons onderzoek maken zich hier zorgen over

    Zo schrijft een van de deelnemers aan ons onderzoek: ‘De stromingen die tijdens de (Corona)pandemie zijn ontstaan hebben veel extreem gedachtengoed en ook fictie over Satanisch Ritueel Misbruik in zich. Zulk gedachtengoed kan leiden tot vormen van geweld waar je juist op het nippertje aan bent ontsnapt als je in sektarische groepen bent opgegroeid. […] Bovendien is het voor overlevers gewoonweg verschrikkelijk dat QAnonners, Viruswaanzinnigen en anderen gruwelijke beelden delen en ondertussen niet luisteren naar wat er echt gebeurt in de sekten waar zij opgroeien. Ik weet dat QAnonners en Viruswaanzinvolgers meer zijn dan alleen complotdenkers. Ze willen vechten voor een nieuw en beter systeem, daar waar overheid en politiek helaas falen. Maar sensatieverhalen helpen ons niet.’

    Er is nog een andere kant: veel deelnemers aan ons onderzoek zijn ook boos en bang door alle media-aandacht voor QAnon. Media verbinden Satanisch Ritueel Misbruik in hun berichtgeving veelvuldig aan deze complottheorie, waardoor zij het gevoel hebben dat ook hun ervaringen als ongeloofwaardig worden neergezet. Dit maakt het nog moeilijker om erover te praten.

    Wat is er sinds jullie uitzending gebeurd?
    Er zijn Kamervragen gesteld door de PvdA, de SP en ook door GroenLinks. Minister Grapperhaus heeft in antwoord op die Kamervragen laten weten dat hij contact zal opnemen met Duitsland om te vragen hoe ze daar een onderzoek hebben opgestart. Hij ziet echter geen reden om een soortgelijk onderzoek in Nederland op te starten. De Kamerleden zijn niet tevreden met zijn antwoorden, daarom hebben ze het onderwerp Ritueel Misbruik geagendeerd voor het Algemeen Overleg Zeden op dinsdag 6 oktober. Deze week werd bekend dat het debat vanwege Corona-maatregelen is geannuleerd, en omgezet naar een schriftelijk overleg.

    In Rotterdam heeft wethouder Bokhoven aangegeven dat Rotterdam minister Grapperhaus zal vragen om een landelijk onderzoek te doen naar ritueel misbruik. Komt dat er niet, dan zal Rotterdam zelf een onderzoek starten.

    Eerst nog even terug naar het begin. Waarom hebben jullie de vragenlijst over georganiseerd seksueel misbruik gemaakt?

    In december 2018 maakten we ‘het verhaal van Lisa’. Lisa was 15 jaar toen ze in 2013 aangifte deed van verkrachting door haar vader en andere mannen, onder wie verschillende advocaten en de CIO van een groot bedrijf. Ze vertelde dat ze was bevallen van een baby, en dat die zou zijn vermoord.

    Na die uitzending kregen wij veel mailtjes van mensen die ook hun verhaal wilden doen, en we werden benaderd door klinisch psycholoog Christel Kraaij van TRTC Altrecht. Zij vertelde dat bij alle TRTC’s (Topreferent Traumacentra van de GGZ) zo’n veertig cliënten in behandeling zijn met vergelijkbare verhalen.

    Wij wilden graag in contact komen met deze mensen. Onder andere omdat ‘Lisa’ ons had verteld dat zij had gezien dat ook andere kinderen werden misbruikt. Zouden we die op de een of andere manier kunnen bereiken?

    Een meisje dat ‘zich herkende in het verhaal van Lisa’, kwam met het idee van de vragenlijst. Ze schreef: ‘Heb je al nagedacht hoe je de doelgroep van ongeveer veertig personen te bereiken? […] Voor mij is het moeilijk om te praten. Misschien kun je een (online) vragenformulier maken met daarin de vragen over specifieke kenmerken van bijvoorbeeld daders, werkwijze, specifieke plekken of ruimtes. Je kunt dan nog vragen of iemand wil doorpraten. Zelf vind ik het net iets makkelijk om na al dingen geschreven te hebben aan te geven dat ik wel verder in gesprek wil.’

    In samenwerking met Christel Kraaij, verschillende slachtoffers van georganiseerd seksueel misbruik en andere experts hebben we vervolgens een vragenlijst opgesteld. De vragenlijst is verspreid via de TRTC’s en een aantal lotgenotenorganisaties voor slachtoffers van kindermisbruik.

    Wat voor vragen stonden er in de vragenlijst?
    De vragenlijst bestaat uit 53 vragen. Daar zitten feitelijke vragen bij, om de verhalen te kunnen ordenen, zoals: Wanneer vond het georganiseerd misbruik plaats? Op wat voor locatie(s)? Waren de plegers bekenden van u? Zo ja, kunt u daar uitleg over geven? Zijn er bijzonderheden op te merken over de kleding van de plegers? Waren er ook andere kinderen aanwezig? Is er sprake geweest van het prostitueren van u?

    Er zaten ook vragen tussen om de ontstaansgeschiedenis van een verklaring te kunnen inschatten, en of iemand mogelijk bewijs had. Zoals: Hoe kwam u erachter dat het misbruik georganiseerd was? Zijn er opnames gemaakt? Heeft u contact gehad met de politie? Zijn er psychische/ psychiatrische diagnoses bij u gesteld? Weet u nog wie u voor het eerst heeft verteld over het georganiseerd misbruik?

    Ook hebben we vragen gesteld zoals: Hoe heeft u het contact met de politie ervaren? Indien u niet naar de politie bent gegaan, waarom was dat? Loopt u ergens tegenaan bij het vinden van psychische behandeling? Kunt u onder woorden brengen welke gevolgen het georganiseerd seksueel misbruik heeft gehad voor uw leven? Ook nu nog? Wat vindt u belangrijk dat in de media naar voren wordt gebracht?

    Hoewel we experts hebben laten meekijken bij het opstellen van de vragenlijst, is het geen wetenschappelijke vragenlijst. We hebben de antwoorden gebruikt voor journalistiek onderzoek, en om een beeld te krijgen van wat er speelt bij deze doelgroep.

    Wisten jullie meteen dat jullie onderzoek wilden doen naar ritueel misbruik?
    Nee. Sterker nog, ook wij startten dit onderzoek met het idee dat verhalen over ritueel misbruik niet geloofwaardig zijn. Dat we er toch zijn ingerold, komt door de samenwerking met een Duitse onderzoeksjournalist. Hij werkt al jaren aan een documentaire over een veroordeelde dader. Deze man was als kind slachtoffer in een kinderpornonetwerk. Daar zijn ook foto’s van. Toen hij ouder werd, ging hij voor de organisatie werken. Hij bracht kinderen naar locaties in België en Nederland.

    Een van de invullers van onze vragenlijst noemde een plek die mogelijk overlapte met de locaties uit dit onderzoek. We zijn toen naar die invuller toegegaan met foto’s van tien gebouwen (van het genoemde type) in de omgeving van de genoemde plaats. Deze invuller wees een specifieke foto aan en vertelde wat er op die locatie gebeurde. De Duitse journalist is met dezelfde foto’s naar zijn dader gegaan. Die wees hetzelfde gebouw aan, en zijn verhaal over wat daar gebeurde overlapte met dat van onze invuller.

    Al snel meldde zich een tweede invuller die ook deze locatie noemde, en nog zes andere locaties die ook door de eerste invuller waren genoemd. Vanaf dat moment zijn we gaan opletten of zich nog meer mensen meldden van wie het verhaal mogelijk overlap vertoonde met de verhalen van de andere twee invullers. Al deze verhalen hadden rituele kenmerken. Zo zijn we erin gerold.

    We hebben met alle deelnemers afgesproken dat zij anoniem blijven. Wij weten echter wel wie deze personen zijn, en hebben belangrijke onderdelen van hun verhalen kunnen verifiëren.

    Waarom verbinden jullie dit onderzoek aan ‘het verhaal van Lisa’?
    Lisa had ons verteld dat zij niet het enige kind was dat door haar vader en andere mannen werd misbruikt. Daarbij noemde ze ook de namen van sommige van die kinderen. Ook meldden zich na de uitzending over Lisa verschillende mensen die ‘zich in Lisa’s verhaal herkenden’. We hoopten hier middels de vragenlijst meer zicht op te krijgen.

    We hebben uiteindelijk ook verklaringen ontvangen over mensen die ook door Lisa als dader zijn aangewezen. Dit gaat ook om namen van relatief onbekende mensen, waarvan wij zijn nagegaan of die niet op internet circuleren.

    Met de kennis van nu weten we dat Lisa’s aangifte ook gecategoriseerd is als Ritueel Misbruik. Ook zij vertelde over misbruik door meerdere personen, met soms rituele kenmerken (zoals een ronddraaiend rad, seks met dieren, en haar baby die zou zijn vermoord). ‘Hoewel er nog onderzoekshandelingen kunnen worden verricht, zoals het horen van getuigen of het opvragen van medische informatie zal dit naar verwachting geen onderbouwing bieden van de beschuldigingen’, aldus het LEBZ-rapport. ‘De Expertisegroep adviseert dan ook om het onderzoek te stoppen.’

    Waarom brengen jullie de namen en plaatsen niet naar buiten?
    Daar zijn meerdere redenen voor. Een voorname reden is: bronbescherming. Niet alle bronnen die zich bij ons gemeld hebben kwamen even vaak op dezelfde plekken. Door locaties of namen te noemen, kan achterhaald worden wie er (mogelijk) met ons hebben gesproken.

    Een tweede reden is dat wij geen hard bewijs hebben, en dat slachtoffers ons ook vertellen dat er ‘veel gemanipuleerd wordt’. Zij geven aan dat het ook is voorgekomen dat er bewust politie-uniformen werden aangetrokken om de suggestie te wekken dat de politie erbij hoort, of dat hen werd wijsgemaakt dat iemand ook bij ‘het netwerk’ hoorde, van wie ze later ontdekten dat het verhaal geënsceneerd was. Wij willen niemand ten onrechte beschuldigen. We willen ook niet dat er een online heksenjacht ontstaat als we locaties noemen – dat de eigenaren of de huurders van die locaties ineens van ritueel misbruik worden beschuldigd.

    Wij denken wel dat er dusdanige overlap in de verhalen zit, dat een onderzoek gerechtvaardigd zou zijn. Op het moment dat locaties en namen van vermeende daders op internet circuleren, valt voor de politie (of voor ons) niet meer te achterhalen of een verklaring van een slachtoffer authentiek is, of dat hij/zij de informatie van internet kan hebben gehaald. En juist in zedenzaken hangt enorm veel af van de getuigenissen.

    Gaat het om 140 mensen die zeggen slachtoffers te zijn van hetzelfde netwerk?
    Zo wordt ons onderzoek door sommigen geïnterpreteerd. Dit willen we nadrukkelijk rechtzetten. Het is niet zo dat we contact hebben met honderdveertig mensen die allemaal dezelfde daders aanwijzen. Hoe zit het dan wel? Er hebben zich tweehonderd mensen bij ons gemeld met verklaringen over georganiseerd seksueel misbruik, 140 verklaringen bevatten rituele kenmerken. Sommige verklaringen waren anoniem, en konden wij dus niet verder onderzoeken. Er zaten ook heftige verhalen tussen van mensen die tot hun achtste zijn misbruikt, en die inmiddels ouder dan zestig zijn. Zulke verhalen zijn haast onmogelijk om nu nog te verifiëren.

    We zijn gaan werken met een kleinere groep personen die voor ons niet anoniem waren, en van wie de verhalen opmerkelijke overlap vertoonden. De meeste van deze personen vertelden dat ze ook als volwassene nog in een misbruiksituatie zaten, en dat het meest recente misbruik minder dan tien jaar geleden plaatsvond

    Waarom is Marinke jullie hoofdpersoon?
    Dat Marinke uiteindelijk onze hoofdpersoon is geworden, is niet omdat haar verhaal speciaal is. Het is juist omdat haar verhaal vergelijkbaar was met het verhaal van vele anderen die wij hebben gesproken. Marinke had het lef, en de steun om het verhaal op de radio te vertellen. Zij heeft een schoonfamilie en vrienden om haar heen die haar hierbij steunen. En ze is (meestal) veilig. Dit geldt niet voor veel andere bronnen die ons geholpen hebben. Die hadden bijvoorbeeld niet op hun werk, of aan huisgenoten verteld wat hen is overkomen – en dat ‘normale leven’ willen ze graag behouden. Van andere bronnen konden we de veiligheid niet garanderen, anderen vonden het psychisch te zwaar om deze stap te zetten.

    Waarom hebben jullie Marinke niet achtervolgd?
    Marinke was ‘veilig’ toen wij met haar in contact kwamen. Wij hadden dus ook niet zien aankomen dat haar iets zou overkomen. De NPO Ombudsman heeft in reactie op onze uitzending ook uitgelegd dat achtervolgen (of een privédetective inzetten), ook niet zomaar kan.

    De klagende luisteraar vraagt waarom er geen privédetectives zijn ingezet om bewijs te verzamelen, waarom betrokkenen niet geschaduwd zijn of telefoons ‘uitgelezen’. Hij meent dat dit soort zaken eenvoudig kan, maar zo simpel ligt het niet. Juristen raden het redacties stellig af, want je begeeft je al snel richting de rand van wat mag (en dan hebben we het nog niet eens over de kosten van zo’n Magnum PI). De journalist heeft geen opsporingsbevoegdheid en moet zich als burger gewoon aan de wet houden. Net zoals een privédetective overigens, want die is ook maar een burger en daar wordt een journalistiek onderzoek dus niet per definitie beter van.

    De vraag is ook: wat doe je als iemand verkracht dreigt te worden en je hebt daar weet van? Ga je dan volgen? Of probeer je diegene dan tegen te (laten) houden?

    Hebben jullie onderzocht of Marinke het glas zelf in haar vagina kan hebben gedaan?
    We hebben niet gezien wie het glas erin heeft gedaan. Hypothetisch gezien kunnen we dus niet uitsluiten dat dat Marinke zelf was. Wel hebben we met hulp van Marinke en haar omgeving de bewuste dag zo gedetailleerd mogelijk in kaart gebracht. Zo weten wij dat Marinke ’s ochtends een afspraak had met een vriendin (laten we haar vriendin A noemen) in een middelgrote stad. Ze ontmoet vriendin A in een café in het centrum. Vriendin A heeft ons verteld dat zij omstreeks 13.30 weg moest, en dat Marinke toen werd opgehaald door Jessie (fictieve naam), die zei dat ze wat met Marinke ging drinken. Vanaf 13.25 uur reageerde Marinke niet meer op Whatsapp-berichten. Uit gegevens in Marinkes telefoon blijkt dat Marinke in de tussentijd is afgereisd naar een loods in dezelfde stad. Toen wij andere deelnemers aan ons onderzoek vroegen naar misbruiklocaties in deze stad, omschreven zij exact dezelfde loods.

    Tussen 15.30 en 16 uur arriveert Marinke bij Vriendin B in diezelfde stad. Ze had een afspraak met deze vriendin, maar arriveert daar twee uur te laat. Bij deze vriendin gedraagt Marinke zich zo vreemd, dat zij contact opneemt met de schoonfamilie van Marinke. Ze regelen dat ze naar huis wordt gebracht.

    Om 18 uur zegt een ‘alter’ (een alternatieve persoonlijkheid) dat Marinke bij ‘de cult’ is geweest, en vertelt ze over de loods. Ze noemt ook de namen van vijf personen die in die loods aanwezig zouden zijn geweest. De dochter van één van die mannen was al eerder tegenover ons aangewezen als ‘slachtoffer’. Uit social media-research bleek dat zij veel omgaat met Jessie, het meisje dat Marinke ophaalde voor ze ‘verdween’. Nog dezelfde avond neemt Marinke contact op met het Centrum Seksueel Geweld. Ze geeft aan dat ze glas in haar vagina heeft. Op verzoek van Argos is een vriendin meegegaan naar deze afspraak. Deze vriendin heeft gefilmd hoe het glas uit Marinke’s vagina is gehaald. De (vrouwelijke) gynaecologen gebruikten een tang en hadden handschoenen aan. Het glas is direct in een potje gedaan, dat wij hebben opgestuurd naar een forensisch laboratorium. Daar vonden ze mannelijke DNA-sporen op het glas.

    Hypothetisch gezien kan het zo zijn dat ze thuis snel een glas kapot heeft gemaakt dat eerder is vastgehouden door haar partner en dat op de wc in haar vagina heeft gestopt, of dat ze dit bijvoorbeeld bij Vriendin B thuis zou hebben gedaan (al werd daar geen glas vermist). Dit verklaart echter niet dat zij is opgehaald door ‘Jessie’ en naar een loods is gegaan waarover door meerdere deelnemers aan ons onderzoek is verteld.

    We ontvingen ook het rapport van de gynaecologen: Glas na vaginaal geweld, verwijderd, oppervlakkige laceraties. Verslag: Zeer angstig, gynaecologisch onderzoek niet te doen. Angst +++. Onder sedatie op de spoedeisende hulp inspectie vagina: veel scherpe glasscherven vaginaal.

    Zijn jullie bedreigd?
    Niet na de uitzending. Wel tijdens het onderzoek. Daar hebben we aangifte van gedaan.

    Hoe gaat het nu met Marinke?
    Ze wil laten weten dat ze ‘enorm veel bijzonder mooie reacties heeft gehad. Rechtstreeks, en via Sanne (Argos).’ Ze schrijft: ‘Enorm dank daarvoor! Want makkelijk was het echt niet om mee te werken aan het programma. Ik sta er nog steeds volledig achter. De belangrijkste reden voor mij om mee te werken, is dat ik andere slachtoffers/overlevers duidelijk wil maken dat er echt hoop is en een leven buiten dit alles! Als er ook maar iets is dat ze je ‘daar’ wijs proberen te maken, is het wel: ga niet proberen om dit te vertellen aan anderen, zet geen stap buiten onze groep. Maar dat kan dus wel. Ik kan eerlijk zeggen: het gaat echt goed met mij!

    Natuurlijk blijft ‘dit onderwerp’ mij diep raken en hoop ik ook intens dat o.a. deze uitzending inclusief alle extra informatie, gaat leiden tot waardevolle, helpende acties (niet goede woord!?) in NL en wie weet wereldwijd. En vooral hoop ik op ‘veiligheid, vrijheid en gerechtigheid’. Voor elk mens in wat voor soort nood dan ook, maar in dit geval zeker voor al die mensen die nog zó gevangen zitten in dit soort ‘systemen/netwerken’.’

    Wat kan ik doen?
    Deze vraag krijgen we heel vaak. Daar hebben wij ook geen antwoord op. Wat in ieder geval niet helpt is pedojagen, mensen zonder bewijs beschuldigen of zoveel herrie maken dat niemand nog naar de slachtoffers wil luisteren.

14 berichten aan het bekijken - 1 tot 14 (van in totaal 14)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 12 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.437, reacties: 13.309, leden: 1.210
Scroll Up