Reageer op: Aangifte doen & juridische hulp

#273308
Luka
Moderator

Na het misbruik nóg een trauma: in zedenzaken zijn de strafeisen tegen daders vaak veel te laag

Seksueel misbruik van kinderen moet ernstig worden veroordeeld, vinden we in Nederland. Toch worden hier vaak opmerkelijk lage straffen geëist. Daisy, destijds 13, confronteerde de dader, kreeg een bekentenis – en voelt zich door het strafproces dat volgde erger beschadigd dan voorheen.

Met bonkend hart kijkt Daisy naar haar telefoon.
Ze denkt terug aan die keer dat Marcel L., een bekende van haar ouders, haar meenam op zijn motor. Vandaag zal ze hem confronteren. Ze was 13 toen hij haar voor het eerst seksueel misbruikte. Ze zat op de basisschool, in groep 8. Hij was 34.

Het is 15 december 2020, half een ’s middags en ruim zeventien jaar later. Al een paar minuten zijn ze nu aan het appen. Onlangs heeft hij haar per WhatsApp gefeliciteerd met haar verjaardag. Ze moet voorzichtig zijn vandaag: grapjes maken, geen argwaan wekken.

‘Mag ik je een persoonlijke vraag stellen?’, appt ze hem.

‘Go ahead’, reageert hij.

‘Het is nu 17 jaar geleden dat we seks hebben gehad’, schrijft ze. ‘Jij was natuurlijk toen al… 36 ofzo?’

‘Ik weet wel dat jij nog piepjong en onervaren was’, schrijft hij. ‘Maar je wilde zo graag volwassen zijn.’

Op luchtige toon whatsappen ze door.

‘Ouwe!’, appt ze. ‘Waarom heb je toen op die leeftijd seks met me gehad?’

‘Het staat me bij dat ik 36 was en jij 15’, appt hij. ‘Anyway, ik voelde me enorm tot je aangetrokken.’

Ze weet dat ze door moet gaan, alsof dit een doodnormale conversatie is. Het is haar laatste kans om bewijs te verzamelen, morgen gaat ze aangifte doen. Dat ze in werkelijkheid 13 was, laat ze onbenoemd. Ze vraagt waarom hij destijds anaal bij haar binnendrong.

‘Dat kan ik me niet meer herinneren’, appt hij.

‘Ik wel’, schrijft ze terug. ‘Onder de douche bij jou thuis. Weet je dat echt niet meer?’

‘Douche wel’, appt hij. ‘Na het motorrijden… en dat het moeizaam ging… vandaar.’

‘Weet je ook nog een jaar later bij je moeder thuis…?’, vraagt Daisy even later.

‘Yep. Met de carnaval’, appt hij.

Structureel lage strafeisen
De Volkskrant verdiepte zich de afgelopen maanden in de zaak van Daisy, een intelligente, ambitieuze vrouw van 31 die na het vwo meerdere studies moest staken vanwege psychische problemen die ze opliep door de gebeurtenissen van zeventien jaar geleden. Om privacyredenen wil ze alleen met haar voornaam in de krant.

De eerste keer dat ze haar verhaal doet, op de redactie van de krant, maakt ze indruk. Urenlang vertelt ze wat haar overkwam. Ze laat de bandopname horen waarop ze L. confronteert. Tijdens het luisteren huilt ze meermaals. Het beschrijven van details doet pijn. Ze vertelt haar verhaal, zegt ze, om te voorkomen dat mannen zoals hij meer slachtoffers maken. Maar ook om te laten zien hoe onrechtvaardig en ongepast de omgang van justitie met zedenslachtoffers voelt.

Want haar verhaal is meer dan een opmerkelijke confrontatie met de man die haar op meerdere manieren seksueel misbruikte. Het is ook een aanklacht tegen de manier waarop het Openbaar Ministerie (OM) en de rechterlijke macht omgaan met zedenzaken met minderjarige slachtoffers. Het OM eiste uiteindelijk negen maanden celstraf tegen Marcel L. uit Eindhoven, waarvan zeven voorwaardelijk. Dat is ruim onder de eigen richtlijn van 15 tot 48 maanden gevangenisstraf voor de ernstigste categorie van misbruik: het met een geslachtsdeel binnendringen bij een minderjarige.

De eis voelde als een klap in haar gezicht.

Maar haar zaak vormt geen uitzondering. In bijna de helft van de zedenzaken met minderjarige slachtoffers, ook die van de zwaarste categorie, eist het OM een straf die lager ligt dan de eigen richtlijnen die in 2015 werden opgesteld. Dat blijkt uit recent onderzoek van het WODC, het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Een precieze verklaring voor de structureel lage strafeisen ontbreekt. In een reactie houdt het OM het op ‘maatwerk’.

De Tweede Kamer gaf onlangs aan geen genoegen te nemen met deze lage eisen. Via een motie gaf de Kamer minister Yesilgöz van Justitie (VVD) de opdracht het OM om opheldering te vragen. ‘Ik vind maatwerk echt een onvoldoende verklaring’, stelde indiener van de motie Kees van der Staaij (SGP) eerder tegenover de Volkskrant. ‘Deze richtlijnen zijn niet vrijblijvend.’

Samen naar Antwerpen op de motor
Het is begin 2004 als Marcel L. Daisy ophaalt bij haar ouders.

Ze kennen elkaar van de harmonie in een Brabants dorp, waar ze elke maandagavond muziek maken. Daisy is een klein, springerig meisje van 13. Een extravert, vrolijk kind dat van dansen houdt. Leren gaat moeiteloos; over een half jaar gaat ze naar het gymnasium. L. is meer dan twee keer zo oud, en vraagt vaak aan Daisy hoe het met haar gaat. Hij is een van de weinige volwassenen die haar serieus nemen. Ze spreken over muziek, over motoren en over haar vader, die net een ernstig hartinfarct heeft gehad.

Als L. voorstelt om met Daisy een motorrit te maken, reageert haar vader enthousiast. Hij gunt het zijn dochter, die gek is op motoren. Argwaan heeft hij niet – hij gaat uit van goede bedoelingen bij de man die hij al jaren kent van de harmonie. ‘Ik zal goed op haar passen’, zegt L. tegen hem.

Het is ijskoud als hij haar die winterdag ophaalt. Ze rijden naar Antwerpen en drinken wat bij een motorcafé. Bibberend zit Daisy tegenover hem. Ze vraagt zich af waarom ze zo ver weg zijn gegaan.

Op de terugweg neemt hij haar mee naar zijn huis in Eindhoven. Verkleumd komt Daisy van de motor af en wacht binnen, terwijl hij thee haalt. ‘Toen hij terugkwam, begon hij me te zoenen’, vertelt ze. ‘Hij kleedde me uit en begon me overal te betasten. Hij was heel doelgericht. Ondertussen kleedde hij zichzelf uit.’

Ze herinnert zich hoe ze op de bank ligt en nauwelijks weet wat haar overkomt. Ze is net 13 en heeft nog nooit met een jongen gekust. L. – vele koppen groter – ligt over haar heen gebogen. ‘Ik verstijfde. Ik kon niets, zei niets.’ Volgens haar begint hij daar met orale seks, en probeert hij ook bij haar binnen te dringen. Dat lukt niet. ‘Hij zei dat ik te klein was.’

De beelden staan nog altijd op haar netvlies. Van L. die naakt bij haar wegloopt, even later terugkomt en haar meeneemt naar zijn stoomdouche.

Daar misbruikt hij haar. Voor haar gevoel duurt het uren. De rechter zal later bewezen achten dat hij die dag op meerdere manieren seksueel bij haar binnendrong.

Ze herinnert zich hoe ze wilde protesteren. ‘Ik zei continu tegen mezelf: nú zeg ik stop, nú zeg ik nee. Maar ik was verlamd.’ Als het voorbij is, brengt hij haar naar huis alsof er niets is gebeurd. Tegen haar ouders durft ze niets te zeggen.

‘Toen wist ik: ik kan geen kant meer op’
Carnaval, een jaar later. Daisy is 14 als L. haar uitnodigt in het huis van zijn moeder. Een beetje angstig stapt ze op de fiets, al staat ze er niet bij stil dat ze in een soortgelijke situatie kan belanden. Maar dat verandert zodra hij haar fiets in de gang zet en de deur achter haar op slot draait. ‘In de huiskamer deed hij de gordijnen dicht’, vertelt Daisy. ‘Toen wist ik: ik kan geen kant meer op.’

Ze herinnert zich hoe hij haar uitkleedt, masseert en haar borsten betast – en hoe zij bevriest. Dan dringt hij bij haar binnen, stelt ze. ‘Als ik nu terugkijk, denk ik dat die tweede keer bijna enger was dan de eerste keer. Hij heeft me gewoon opgesloten.’

Daisy praat er met niemand over. Ze verdringt wat er is gebeurd, maar ontwikkelt ernstige klachten: ze zondert zich af, heeft nachtmerries, slaapt nauwelijks en krijgt depressieve gevoelens. Haar ouders begrijpen niet wat er aan de hand is. Hun dochter is ‘duidelijk in het hoofd voortdurend bezig met iets, ook gedurende de nachten’, schrijft haar vader later aan de rechtbank. Machteloos kijken ze toe hoe hun dochter het vertrouwen in het leven kwijtraakt.

Het wordt zo erg dat ze op haar 15de vrijwel niks meer kan. Naar school gaan lukt jarenlang niet of nauwelijks; ze mist veel en moet twee keer een klas overdoen. ‘Ik hoop van harte dat het slapen beter gaat worden en dat je steeds meer van het leven gaat genieten’, schrijft haar mentor op haar rapport van 4 gymnasium.

Vaak gedraagt ze zich stoer, zegt ze. Ze maakt zichzelf jarenlang wijs dat het seksueel misbruik op jonge leeftijd geen trauma bij haar heeft veroorzaakt.

Nooit legt ze de link met haar klachten.

Tot de dag in 2020 waarop ze het wél aan een vriend vertelt en hij doorvraagt. ‘Als dit een ander was overkomen’, zegt hij, ‘hoe had je dán gereageerd?’ Na indringende gesprekken gebeurt het. Ze staat in haar keuken als het tot haar doordringt. Voor het eerst, na al die jaren, realiseert ze zich dat dit niet normaal was. Dat dít is waar ze al die tijd mee heeft geworsteld. ‘Ineens dacht ik: dit was gewoon verkrachting. Hij heeft jarenlang geprobeerd mijn vertrouwen te winnen, om daar later misbruik van te kunnen maken. Dit was een pedofiel.’

Daisy’s route naar die conclusie vertoont veel parallellen met die van anderen die op jonge leeftijd worden misbruikt, vertelt klinisch psycholoog Iva Bicanic, oprichter van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld. ‘Jonge slachtoffers maken zichzelf vaak wijs dat het misbruik niet is gebeurd, ze stoppen het weg om er mee om te kunnen gaan’, zegt Bicanic. ‘Dat kunnen mensen heel lang volhouden. Maar op termijn komt het besef van wat er eigenlijk is gebeurd, en met die realisatie kunnen klachten ontstaan. In de psychologie noemen we dit een herevaluatie.’

In haar huiskamer staart Daisy voor zich uit. Het whatsappgesprek met Marcel L. is net afgerond, maar ze twijfelt. Is dit voldoende bewijs? Ze weet dat een aangifte weinig kans maakt. Bewijs in zedenzaken komt vaak niet rond, en het OM besluit geregeld om niet te vervolgen. In 2019 gebeurde dat bij meer dan de helft (58 procent) van de aangiften van zedenzaken.

Volgens mij moet ik hem bellen, denkt ze, en het gesprek opnemen. Voor zichzelf schrijft ze punten op waarmee ze hem wil confronteren. Dan toetst ze het nummer in.

‘Hé Marcel’, zegt ze.

‘Hé Dais’, zegt hij.

‘Ik merk dat het toch wel fijn voor mij is om er even over te praten’, zegt ze.

‘Dat dat zo lang bij jou gespeeld heeft’, zegt L., ‘dat eh… dat zit me best wel dwars.’

In het gesprek zegt hij zich niet alle details te herinneren van wat er gebeurde na de motorrit, maar ontkent hij niet. Dan begint Daisy over het misbruik onder de douche. ‘Ik vind het jammer dat je me toen niet hebt tegengehouden op de een of andere manier’, zegt hij.

‘Ik was 13’, zegt Daisy. ‘Ik had ook gewild dat ik je tegen had kunnen houden.’

‘Het is gewoon fijn dat je dat in ieder geval wel kunt erkennen dat het is gebeurd’, zegt Daisy. ‘Want het heeft wel een impact op mij gehad.’

‘Ik weet zeker dat wij het toen geprobeerd hebben’, zegt hij.

Daisy: ‘Wat bedoel je, geprobeerd?’

L.: ‘Nou, dat we toen seks hebben gehad, dat weet ik zeker.’

Als ze de gebeurtenissen tijdens carnaval aanhaalt, begint hij te stamelen. ‘Misschien is dat mijn aandringen geweest’, zegt hij na een hoop gehakkel. ‘In de jaren daarna heb ik toch altijd gevoelens voor jou gehouden.’

‘Ik was natuurlijk gewoon 13’, zegt Daisy. ‘Ik vertrouwde jou heel erg. En toen is dat gebeurd. Het heeft me heel erg overrompeld. En daarom heb ik ook geen nee kunnen zeggen.’

Als ze ophangt, voelt ze zich bijna ziek.

Bekentenis bij de politie
De volgende dag doet ze aangifte. De whatsppgesprekken en de geluidsopname neemt ze mee. ‘De politie zei: ‘Meestal belanden deze zaken op de plank, maar nu heb je bewijs.’ De aangifte valt haar zwaar. ‘Ik heb mezelf zo lang voorgehouden dat hij wél een goed persoon was’, vertelt Daisy de zedenrechercheurs.

Twee maanden later bekent L. bij de politie dat hij op verschillende manieren bij haar is binnengedrongen, al ontkent hij meerdere seksuele handelingen, waaronder het binnendringen tijdens carnaval. Hij vertelt de rechercheurs dat hij op zijn 14de al het huis uit is gegaan en ‘anders geëvolueerd’ is dan de meesten. Daarmee bedoelt hij naar eigen zeggen dat hij ‘heel veel wisselende seksuele contacten’ heeft gehad. ‘Dat kwam met name omdat ik in een popband zat’, stelt hij.

Ook probeert L. de verantwoordelijkheid bij Daisy te leggen. Zo beweert hij dat het beide keren haar initiatief is geweest. Ook stelt hij dat hij tijdens de rit maar Antwerpen dacht dat ze ‘een jaar of 16 was’.

In de rechtszaal, waar hij wordt beschuldigd van het meermaals seksueel binnendringen van een minderjarige, bepleit de advocaat van L. dat hij ten tijde van het telefoongesprek met Daisy in een ‘zware periode’ verkeerde en daardoor ‘weinig verbale weerstand’ had. Volgens de advocaat heeft L. een goede baan en is hij nooit eerder met justitie in aanraking geweest.

Ook beweert de advocaat dat het seksuele contact in de beleving van zijn cliënt ‘op basis van wederzijdse gevoelens voor elkaar’ was. Volgens hem zouden de twee naderhand nog jarenlang een ‘fijne vriendschappelijke relatie’ hebben onderhouden. De advocaat komt ook met een nieuwe bewering over de leeftijd van Daisy. ‘Mijn cliënt was in de veronderstelling dat zij 18 was’, stelt hij in de rechtszaal.

Daarmee komt Daisy in de rechtbank terecht in een situatie die veel zedenslachtoffers meemaken: ze moet aantijgingen aanhoren die de ernst van de beschuldigingen proberen af te zwakken en haar geloofwaardigheid in twijfel moeten trekken. Verbijsterd zit ze naast haar advocaat.

‘Dit steekt, op heel veel niveaus’, zegt ze later. Van een vriendschapsrelatie was nooit sprake, zegt ze. In het gesprek met de Volkskrant noemt ze het een dader-slachtofferrelatie. ‘Het leek een vriendschappelijk contact, maar dat was het niet’, zegt ze tegen de zedenrechercheurs tijdens het verhoor. ‘Het contact was voor mij steeds om te checken dat hij niet echt slecht was, een soort van zelfbeschermingsmechanisme.’

‘De eerste geslachtsgemeenschap in mijn leven was een brute verkrachting’, zegt Daisy in haar slachtofferverklaring in de rechtbank. ‘Daardoor heb ik van hem geleerd dat ik geen enkele waarde heb als persoon. Dat ik naast mijn lichaam eigenlijk niks waard ben. Mijn zelfvertrouwen is op jonge leeftijd vernietigd door het misbruik van Marcel L.’

Vernederende strafmaat
Mede op basis van het whatsapp- en telefoongesprek verwijt het OM Marcel L. dat hij meermaals binnendrong bij een minderjarige. Het OM eist negen maanden celstraf, waarvan zeven voorwaardelijk.

Als Daisy de strafeis hoort, voelt ze zich vernederd. ‘Ik voelde me niet serieus genomen. Alsof het allemaal blijkbaar niet zo erg is, en niet zo zwaar weegt.’

De richtlijn die het OM zelf in 2015 opstelde voor het éénmalig plegen van de ernstigste vorm van ontucht is hoger: een onvoorwaardelijke celstraf van 15 tot 48 maanden. Binnen de bandbreedte kan de hoogte van de straf worden beïnvloed door bijvoorbeeld de frequentie van het misbruik of de lichamelijke gevolgen voor het slachtoffer. Afwijken van deze bandbreedte mag alleen ‘in uitzonderlijke omstandigheden’, zo stelt het OM in haar eigen strafvorderingsrichtlijnen. Voorbeelden van zulke omstandigheden geeft de richtlijn niet.

De Volkskrant vroeg het OM waarom de eis tegen Marcel L. onder de richtlijn lag. ‘Bij het bepalen van een strafeis laten wij ons niet uitsluitend leiden door onze strafvorderingsrichtlijnen’, schrijft het OM Oost-Brabant. ‘Wij kijken goed naar de context van een zaak en naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd’. Het OM noemt het ‘relevant’ voor de strafeis dat er tijdens en na het misbruik een ‘relatie tussen verdachte en slachtoffer’ bestond, al was dat volgens het OM ‘geen romantische relatie’.

Daisy’s advocaat Brechtje Vossenberg noemt dit een vreemde redenering. ‘Ze kenden elkaar – dat klopt. Maar dat doet helemaal geen recht aan hoe het zat, het was een slachtoffer-daderrelatie.’ Bovendien is het irrelevant voor de beoordeling van strafbaarheid, zegt Vossenberg. ‘Seks met kinderen onder de 16 is gewoon strafbaar. Punt. ’

Het is wat Daisy het meest kwetst tijdens de rechtszaak: de houding van de officier van justitie. ‘Toen hij zei dat er een vriendschapsrelatie tussen ons was in de tijd van het misbruik, dacht ik: waar héb je het over? Ik was een kínd.’

Lange tijd tussen ontucht en aangifte
In vrijwel alle gevallen wordt seksueel misbruik bij minderjarigen gepleegd door bekenden van het slachtoffer. Het contact tussen slachtoffers en plegers blijft ook na het misbruik vaak bestaan, vertelt klinisch psycholoog Iva Bicanic, die dagelijks met slachtoffers werkt. ‘Voor de buitenwereld is zoiets moeilijk voor te stellen. Het is deels te verklaren door de afhankelijkheid die de pleger creëert, waardoor het slachtoffer blijft komen. Daarbij is bekend dat mensen met een misbruikverleden veel wegstoppen – ook hun gevoel – en daardoor gevaar minder goed aanvoelen.’

Ook het feit dat er veel tijd tussen de ontucht en de aangifte zat, leidde volgens het OM tot een lagere eis.

Klinisch psycholoog Bicanic zegt het ‘heel ernstig’ te vinden dat het OM het tijdsverloop in dergelijke zaken laat meewegen. ‘De meeste misbruikslachtoffers komen hier pas op volwassen leeftijd mee naar buiten, dat blijkt ook uit vele studies. De maatschappij onderschat het moeizame proces dat mensen doorlopen van eerst beseffen en er woorden voor vinden voordat ze het aan anderen kunnen onthullen.’

Dat het OM in bijna de helft van de ontuchtzaken lager eist dan de eigen richtlijn, zoals blijkt uit het WODC-onderzoek, is opmerkelijk. De richtlijnen werden in 2015 juist opgesteld omdat de aanpak van zaken van seksueel misbruik van minderjarigen ‘uit de pas’ liep met de verzwaring van straffen voor andere ernstige delicten. ‘Die richtlijnen zijn er niet voor niks, dus als er systematisch lager wordt geëist, dan zit er ergens iets niet goed’, concludeert hoogleraar strafrecht en oud-strafrechtadvocaat Theo de Roos, die niet betrokken was bij het WODC-onderzoek.

Waarom het OM zo vaak afwijkt van de eigen richtlijn, konden de onderzoekers niet achterhalen; de motivering voor de strafeis wordt niet op papier gezet. De resultaten roepen volgens De Roos vragen op die nader onderzoek verdienen. Maar het OM zegt daartoe in een eerste reactie aan de Volkskrant geen reden te zien. Ook voor een evaluatie van de richtlijnen, die al in 2017 had moeten plaatsvinden, zegt justitie tegen de Volkskrant ‘geen aanleiding’ te zien. Die houding leidt in april dit jaar tot verontwaardiging bij Kamerleden, waarop het OM aankondigt de evaluatie alsnog te zullen uitvoeren.

Vol ongeloof na het vonnis
In september 2021 doet de rechter uitspraak in de zaak van Marcel L. Anders dan het OM, beschouwt de rechtbank de app- en telefoongesprekken niet als bewijs. Volgens de rechter praat L. op de geluidsopname en in het whatsappgesprek mee met Daisy, maar is dat nog geen bekentenis. De rechtbank besluit alleen de overeenkomsten tussen de verklaringen bij de politie van Daisy en L. als bewezen te beschouwen. L. wordt veroordeeld voor meerdere vormen van penetratie, maar wordt vrijgesproken van anaal binnendringen.

De rechter vindt dat het misbruik in principe moet leiden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar vindt strafvermindering gepast; het is lang geleden, L. is in de tussentijd niet veroordeeld en hij heeft volledig meegewerkt. Bovendien is zijn reputatie ‘mogelijk’ beschadigd door een pamflet dat kort voor de zitting door een man werd verspreid in zijn straat, waarop hij in verband wordt gebracht met ontucht. Daisy zegt dat ze er niets mee te maken had. De identiteit van de verspreider wordt nooit opgehelderd, laat de politie de Volkskrant weten.

De rechter veroordeelt de Eindhovense Marcel L. uiteindelijk tot duizend euro schadevergoeding en drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf – de straf is nog weer fors lager dan de tegen hem geëiste negen maanden celstraf waarvan zeven voorwaardelijk. Als Daisy het vonnis leest, is ze vol ongeloof: L. hoeft geen dag de cel in. Is dit alles? Ze vraagt de officier van justitie in beroep te gaan, maar die ziet daar geen heil in: een hogere straf is volgens hem onwaarschijnlijk.

Sinds Daisy zich eind 2020 realiseerde dat ze is misbruikt, zijn haar klachten in hevigheid toegenomen. Ze heeft last van herbelevingen, ernstige slapeloosheid en komt soms dagenlang haar bed niet uit. ‘Ik zou mezelf nooit iets aandoen’, zegt ze nu. ‘Maar ik heb nog steeds momenten waarop ik denk: ik zou het niet erg vinden als het afgelopen was.’

Door het strafproces voelt Daisy zich nog verder beschadigd, net als veel andere zedenslachtoffers. ‘Het kleine beetje vertrouwen dat ik had in de staat en het OM, is compleet weg’, zegt ze. Ruim anderhalf jaar zit ze nu al thuis, niet in staat om te werken of te studeren, en wacht ze op adequate ggz-hulp voor de complexe posttraumatische stressstoornis waar ze mee worstelt.

Ze wil dat het OM en de rechterlijke macht doordrongen raken van de pijn die hun opstelling bij misbruikslachtoffers kan veroorzaken. ‘Dit voelt als groot onrecht’, zegt Daisy. ‘Vinden we kindermisbruik nou echt belangrijk of niet?’

VERANTWOORDING
De volledige namen van Daisy en Marcel L. zijn bij de redactie bekend. De Volkskrant had inzage in delen van het proces-verbaal, de communicatie tussen dader en slachtoffer en de slachtofferverklaringen van Daisy en haar vader. De dader wilde geen interview geven. Zijn advocaat gaf inzage in de pleitnota.

ONTUCHT OF VERKRACHTING?
In de volksmond wordt seksueel binnendringen bij minderjarigen ook wel verkrachting genoemd. Volgens de wet moet voor verkrachting dwang aanwezig zijn. Ontuchtplegers maken vaak misbruik van de weerloosheid van een minderjarige, waardoor ‘dwang’ niet bewezen kan worden. Formeel-juridisch wordt in dat geval over ontucht gesproken.

REACTIE ADVOCAAT DADER
De Volkskrant stuurde de advocaat van Marcel L. een conceptversie van het artikel. Hij is van mening dat het artikel een eenzijdig beeld van de zaak schetst. ‘Juist in deze casus was er alle aanleiding om van de richtlijnen af te wijken’, schrijft de advocaat. ‘Dat zagen het OM en de rechtbank wel.’

Bron: de Volkskrant >>