Reageer op: Seksueel misbruik en seksueel geweld (algemeen)

#272947
Luka
Moderator

Milou werd jarenlang lastiggevallen door haar ex-therapeut

“Toen ik al lang geen therapie meer volgde bij hem, stuurde hij me een mailtje waarin hij me een diagnose gaf: autisme. Hiervoor baseerde hij zich op de enkele keren dat we seks hadden gehad.”

In 2009 gaat de twintiger Milou* in therapie bij de ruim vijfentwintig jaar oudere psychotherapeut Henk*. Ze heeft net een relatie van vier jaar achter de rug die onaangenaam geëindigd is en wil aan de hand van therapie ontdekken waar het mis is gegaan. Een half jaar later stopt Milou met de therapie. Voor haar gevoel heeft ze genoeg geleerd over zichzelf.

Enkele weken na haar laatste sessie krijgt ze een mailtje van Henk, met de vraag of ze eens wil afspreken. Milou gaat akkoord, en na het afspraakje hebben ze een kortstondige seksuele relatie, die ze na vijf weken weer verbreekt. Daarna blijft Henk nog bijna tien jaar Milou mailen, ook al vraagt ze hem keer op keer om hiermee te stoppen. In zijn berichten vraagt hij haar om af te spreken, verwijst hij naar intieme informatie die ze deelde tijdens therapiesessies, geeft hij haar – ongevraagd – een ingrijpende diagnose gebaseerd op de keren dat ze seks hebben gehad en rakelt hij details op over Milou’s privéleven die hij nooit geweten zou hebben als hij haar niet had opgezocht. Jarenlang blijft hij haar in mailtjes analyseren en doet hij pogingen om ‘de liefde te herstellen’. Pas wanneer Milou dreigt dat ze een klacht zal indienen, stoppen de berichten.

De situatie van Milou illustreert de complexiteit van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de geestelijke gezondheidszorg. Wanneer er sprake is van een strafbaar feit, zoals bij een aanranding of verkrachting, zijn de regels duidelijk: dat is bij wet verboden. De Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) stelt ook dat ‘je geen seksueel contact met een patiënt mag hebben tijdens de therapie’. In zulke gevallen kan er een inspectie plaatsvinden en kunnen er sancties volgen. Maar na de therapie is het in principe niet verboden om een (seksuele) relatie te beginnen met je ex-patiënt, ook al kan dat – zoals in het geval van Milou – schadelijke gevolgen hebben.

Onderzoeksjournalisten Jolanda van de Beld en Emy Koopman deden voor Investico onderzoek naar seksueel overschrijdend gedrag binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Hun onderzoek, waarvan het tweede deel deze week uitkomt, publiceerden ze in Trouw. Daarbij richtten zij zich op zowel gesloten instellingen als ambulante behandelingen. “Ik deed eerder voor Investico onderzoek naar hoe de politie omgaat met zaken van seksueel misbruik,” vertelt Van de Beld aan VICE. “Via dat onderzoek kwam ik in contact met iemand die slachtoffer was van seksueel misbruik binnen de ggz. Seksueel misbruik kan overal plaatsvinden, maar in die casus kon je goed zien hoe er bepaalde factoren binnen de ggz zijn die seksueel misbruik in de hand werken.” Van de Beld verwijst naar het feit dat ggz-patiënten vaak in een situatie zitten waarin ze geïsoleerd zijn van vrienden en familie, ofwel doordat ze in een gesloten instelling zitten, ofwel doordat ze door een emotioneel zware periode gaan. Daardoor kan je als patiënt snel in een afhankelijkheidsrelatie belanden met een therapeut, die daar op diens beurt weer misbruik van kan maken.

“Bij Rutgers zeggen ze: seksualiteit is een belangrijk onderdeel van wie we zijn, daarover praten is ook tijdens therapie van belang. Daarom is het in de ggz cruciaal om een onderscheid te maken tussen intimiteit binnen de therapiesessies en intimiteit die schadelijk kan zijn voor de patiënt.”

“Bovendien is goede therapie vaak gebaat bij intimiteit: je moet je op je gemak voelen bij je therapeut om je open te kunnen stellen,” vertelt Van de Beld. Voor het onderzoek maakte ze gebruik van de expertise van Rutgers, het Nederlandse kenniscentrum voor seksualiteit en seksuele gezondheid. “Bij Rutgers zeggen ze: seksualiteit is een belangrijk onderdeel van wie we zijn, daarover praten is ook tijdens therapie van belang. Daarom is het in de ggz cruciaal om een onderscheid te maken tussen intimiteit binnen de therapiesessies en intimiteit die schadelijk kan zijn voor de patiënt.”

In het geval van Milou maakte haar ex-therapeut vooral misbruik van het feit dat hij maandenlang een kijkje had gekregen in haar diepste onzekerheden. “Toen onze relatie al enkele maanden beëindigd was, ging ik ermee akkoord om nog een keertje met hem uit eten te gaan. Die avond heb ik aangegeven dat ik geen seks meer met hem wilde hebben,” vertelt Milou aan VICE. De volgende dag krijgt ze een boze mail van Henk, waarin hij haar verwijt dat ze koud en egoïstisch is, en dat ze totaal niet bezig is met de gevoelens van een ander. Hij verwijst hierbij naar de therapiesessies waarin zij twijfels had uitgesproken over haar behoefte om alleen te zijn.

Bijna een jaar na hun break-up ontvangt Milou een lange brief, die VICE heeft kunnen inzien, waarin Henk schrijft dat hij eindelijk doorheeft wat er met haar aan de hand is: ze heeft HFA, een vorm van autisme. “In de brief baseerde hij zich hierbij deels op ons seksleven,” vertelt Milou. “Tijdens onze therapiesessies hebben we amper over seks gepraat. Zijn diagnose stelde hij dus op uit wat hij later ‘leerde’ tijdens die enkele weken dat we samen sliepen.” Henk koppelt bijvoorbeeld het feit dat ze seks hebben gehad aan de autisme-diagnose – Milou zou hem een keertje verteld hebben dat seks haar erg vrij doet voelen, en volgens hem kwam dit dan doordat ze ‘zich op andere manieren moeilijk kan uiten’.

“Tijdens onze therapiesessies hebben we amper over seks gepraat. Zijn diagnose stelde hij dus op uit wat hij later ‘leerde’ tijdens die enkele weken dat we samen sliepen.”

“Ook baseerde Henk zich op het interieur van mijn huis: omdat mijn huis vol staat met gekke verzamelingen, zou ik autisme hebben. Ik had een keer grappend gezegd dat de inhoud van mijn mooi geordende keukenkast een kijkje in mijn ziel is. Daarover schreef hij later dat ik op dat moment ‘ontdaan was’ omdat ‘Henk mijn geheim had gezien’,” vertelt Milou. Milou heeft na Henk bij verschillende andere psychologen therapie gevolgd. Van die psychologen koppelde niemand haar klachten aan de diagnose ‘autisme’.

Milou vertelt dat ze de brief met daarin de diagnose kon relativeren, maar dat het haar ook kwaad maakte. “De eigenschappen die hij noemde in die brief – eigenschappen waar ik me soms onzeker, maar óók trots over kan voelen – moesten volgens hem gecorrigeerd worden en weken af van de norm. De inhoud van die brief voelde erg gewelddadig, vooral omdat het door een psychotherapeut was geschreven. Alsof mijn volledige identiteit ontkend werd,” vertelt ze. “Dat heeft me in sommige situaties erg onzeker gemaakt. Als ik in een lastige sociale situatie zat, dacht ik terug aan wat hij had geschreven en zocht ik de fout bij mezelf,” vertelt Milou. In dezelfde brief pleit Henk zichzelf volledig vrij van enige hofmakerij. Zo schrijft hij hoe Milou hem verleid heeft, hoe hij ‘volledig overvallen was’ door de signalen die Milou hem had gestuurd. “De brief en de diagnose waren heel erg manipulatief. Zijn bericht interpreteerde ik als: kom jij maar terug naar mij, meisje. Ik weet wie jij écht bent en ik kan jou daarom helpen.”

Ondanks het feit dat verschillende factoren binnen de ggz seksueel misbruik in de hand kunnen werken, zien Van de Beld en Koopman in hun onderzoek dat de cijfers van zulke meldingen erg laag zijn. “Wij zien dat er maar tientallen gevallen per jaar worden gemeld,” vertelt Van de Beld. “En hoewel ik dat graag wil geloven, vermoed ik dat het aantal gevallen veel hoger ligt. Er zijn jaarlijks een miljoen Nederlanders die gebruik maken van de ggz. Er werken ongeveer 100.000 mensen als hulpverlener, psycholoog en psychiater. We wilden vooral onderzoeken of het klopt dat er daadwerkelijk zo weinig gevallen zijn van seksueel misbruik binnen de ggz. Mocht er sprake zijn van onderreportage, dan wilden wij uitvinden waar dat aan zou kunnen liggen.”

“Zijn bericht interpreteerde ik als: kom jij maar terug naar mij, meisje. Ik weet wie jij écht bent en ik kan jou daarom helpen.”

Een onderzoek naar die cijfers bleek ingewikkeld. “We hebben op allerlei manieren geprobeerd om mensen te bereiken die slachtoffer zouden zijn van seksueel misbruik binnen de ggz, maar we kregen te weinig respons om een uitspraak te kunnen doen over de omvang. We denken dat dit vooral te maken heeft met de doelgroep: er is al een grote drempel om melding te maken van seksueel misbruik, en deze wordt nog hoger als je je mentaal niet goed voelt, of psychisch in de war bent.”

Milou heeft in 2020 contact opgenomen met de beroepsvereniging voor therapeuten die werkzaam zijn in de geestelijke gezondheidszorg (VIT), die haar doorverwezen naar de Stichting Complementaire en Alternatieve Gezondheidszorg (SCAG). Een klachtenfunctionaris heeft haar begeleid naar de Tuchtrecht Complementaire Zorg (TCZ), een apart tuchtcollege waar Henk als integratief therapeut onder valt. Hier diende ze uiteindelijk een klacht in – in de hoop dat Henk in de toekomst geen slachtoffers meer kan maken en om te voorkomen dat Henk haar nog langer ongewenst berichtjes zou blijven sturen. Anders dan bij tuchtrecht van reguliere gezondheidszorg, moet er bij TCZ een klacht ingediend worden binnen twee jaar na de vermeende schending van de beroepscodes om deze in behandeling genomen te krijgen. Dit betekende voor Milou dat er bij haar klacht enkel nog naar het laatste mailtje is gekeken dat zij ontving. Dat was volgens TCZ te mager, waardoor de klacht is afgewezen. Om te voorkomen dat Henk alsnog contact zou opnemen, vroeg Milou of TCZ hem niet kon inlichten wanneer er verder niets met de klacht gedaan werd.

“Mij werd verteld dat ze toch een gesprek met hem aan zouden gaan, en dat hij eventueel onder supervisie zou worden geplaatst. Ik heb uiteindelijk nooit meer gehoord hoe dat afgelopen is,” vertelt Milou. Wel liet de klachtenfunctionaris van de SCAG haar weten dat ze de korte verjaringstermijn die ze nu hanteren misschien willen aanpassen. Vooralsnog zijn klachten na twee jaar verjaard.

De situatie van Milou bevindt zich juridisch in een grijs gebied, maar laat duidelijk zien hoe de dynamiek tussen cliënt en therapeut kan zorgen voor een ongelijke relatie – de kennis die Henk opdeed in de therapiesessies met Milou zette hij later in om haar te manipuleren weer bij hem terug te komen. Bovendien zat Milou op het moment van haar contact met Henk in een mentaal moeilijke periode, waardoor ze veel steun haalde uit de aandacht van haar therapeut. “Ik begon met therapie omdat mijn vorige partner geen seks meer met mij wilde hebben. Mijn ex vertelde me bijvoorbeeld dat hij niet verder met me kon door mijn ‘lichamelijke gebreken’, bijvoorbeeld omdat mijn borsten te klein zouden zijn en omdat ik ‘geen lust bij hem opwek’,” vertelt Milou. “Ik voelde dat Henk geïnteresseerd was in me, en dat deed me – na die afwijzing van mijn ex– ontzettend goed. Na mijn therapie heb ik ook meer seksuele contacten gehad, juist om zelfvertrouwen op te bouwen.”

Van de Beld heeft een dergelijk verhaal verschillende keren gehoord. “Ik heb iemand gesproken die een relatie had met haar therapeut – en dacht dat ze dat ook wilde – maar toen ze er later op terugkeek, besefte ze dat ze op dat moment helemaal niet in staat was om haar eigen grenzen aan te geven. Dat is ook exact de reden waarom je tijdens je therapie geen relatie mag hebben met je patiënt,” vertelt ze. “Ik heb ook verhalen gehoord van zorgverleners die over de schreef zijn gegaan en het achteraf gooiden op het ziektebeeld van de patiënt. Zo van: zij lokte het uit, dat past nu eenmaal bij ‘borderline-gedrag’. Zo’n bewering is natuurlijk kwalijk en doet iemand heel erg twijfelen aan diens eigen ervaring.”

“Ik weet dat ik me hier niet schuldig om moet voelen, maar ik had lang het gevoel dat het mijn eigen schuld was, ook al heb ik duidelijk mijn grenzen aangegeven.”

Dat herkent Milou ook. “Ik ben een seksueel persoon, en ik hou van experimenteren. Daarom ben ik ook ingegaan op de avances van Henk. Ik weet dat ik me hier niet schuldig om moet voelen, maar ik had lang het gevoel dat het mijn eigen schuld was, ook al heb ik duidelijk mijn grenzen aangegeven.”

Van de Beld legt uit wat er concreet aan dergelijke situaties te doen is: “De inspectie wil meer aandacht voor preventie van seksuele grensoverschrijdingen binnen de ggz, bijvoorbeeld door het onderwerp meer bespreekbaar te maken. Ik ben benieuwd of dat in de praktijk gaat werken.” Uiteindelijk is het volgens Van de Beld belangrijk dat de organisaties zelf ook een oogje in het zeil houden. Voor het onderzoek van Investico sprak Van de Beld ook met andere therapeuten. In die gesprekken geeft iedereen hetzelfde aan: een relatie tussen therapeut en (ex-)patient mag simpelweg niet.

Maar volgens hulpverleners is die manier van spreken over relaties te rigide. “Omdat je meteen je baan kan verliezen als je een relatie krijgt met een patiënt, verzwijgen therapeuten dit sneller.” Volgens hulpverleners is het belangrijk dat er enerzijds duidelijke regels blijven, maar dat er anderzijds meer gepraat wordt over wat er gaande is binnen een praktijk. “Hulpverleners vragen allemaal om meer openheid,” legt Van de Beld uit. “Ze vragen bijvoorbeeld om elke week even bij elkaar te checken of er iets gaande is, en dat die momenten dan ook de mogelijkheid geven om als hulpverlener over die gevoelens te praten. En het allerbelangrijkste is dat er zo een onderscheid gemaakt kan worden tussen kwaadwillende hulpverleners, die moedwillig misbruik maken van hun macht, en hulpverleners die op een meer onschuldige manier ‘afglijden’ naar te intiem contact met een patiënt. Als je het gesprek over die ‘afglijding’ eerder open gooit, dan kan je een tuchtzaak misschien voorkomen.”

Normaal gesproken kun je vrij snel een klacht kan indienen bij het tuchtcollege, maar Milou viel net tussen de mazen van de wet. Voor haar is het daarom ook belangrijk dat ze gehoord wordt in haar klacht, ook al volgen er geen daadwerkelijke sancties voor Henk. “Ik had graag een andere uitspraak gezien van het tuchtcollege, maar ik ben wel blij dat Henk mij sinds hun waarschuwing niet meer heeft gecontacteerd,” vertelt Milou. “Hij heeft jarenlang onverstoord mijn grenzen overschreden, terwijl ik keer op keer aangaf dat het moest ophouden. Doordat hij onophoudelijk mijn identiteit bleef bevragen en zich bleef opdringen, hebben zijn woorden uiteindelijk wel impact op me gehad. Dat hij me bleef lastigvallen, gaf me een gevoel van machteloosheid,” vertelt ze.

“Ik ben nu in een andere stad gaan wonen, en ik ben erg opgelucht dat ik Henk niet meer zomaar op straat kan tegenkomen. In mijn voormalige stad ben ik constant op mijn hoede. Ik walg van de gedachte aan hem,” vertelt Milou. “Henk heeft als psychotherapeut gevaarlijk weinig inzicht in zijn eigen psyche. Al die tijd wilde hij heel graag mijn redder zijn, terwijl hij mij juist ontzettend nodig had.”

*De namen van Milou en Henk zijn gefingeerd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Bron: Vice.com >>