Reageer op: Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

#271780
Mark
Moderator

Ewout Kattouw raakte zwaar beschadigd door de psychiatrie


Als dierverzorger voelde Kattouw zich geaccepteerd en gewaardeerd. beeld Sjaak Verboom

Zijn 25-jarige trektocht door de psychiatrie leverde Ewout Kattouw 22 diagnoses op. Ze werden bestreden met veertig verschillende medicijnen, die hem alleen maar zieker maakten. In (zijn boek) ”Wie is er nou eigenlijk gek?” blikt de Fries terug met oud-behandelaars en onafhankelijke deskundigen.

Voor het oog mankeert Ewout Kattouw (46) niets meer. Rustig en trefzeker verwoordt hij zijn ervaring met psychiaters en psychotherapeuten. Op de woonkamertafel liggen enorme stapels boeken. Nu hij zich weer kan concentreren, wil hij de schade van de verloren jaren inhalen.

Het waren identiteitsproblemen en minderwaardigheidsgevoelens die de inwoner van Hardegarijp als adolescent bij de huisarts brachten. Hij verwachtte dat die met hem op zoek zou gaan naar de oorzaak. In plaats daarvan kreeg hij een recept mee voor het antidepressivum Efexor. Het eerste middel in een lange reeks. Vanwege bijwerkingen of gebrek aan effect werden ze weer afgebouwd of vervangen door iets anders.

De klachten namen alleen maar toe. Door zijn psychiatrische ziekte, zeiden de psychiaters. Door de pillen, zegt Kattouw met de kennis van nu. Hij weet zich daarin gesteund door deskundigen zoals Dick Bijl, een autoriteit op het gebied van medicijnen en hun bijwerkingen. Ook de hoogleraren Trudy Dehue en Jim van Os, strijders voor een nieuwe ggz, weet hij aan zijn zijde. Ze behoren tot de onafhankelijke deskundigen die hij voor zijn boek interviewde, naast oud-behandelaars die bereid waren hem te woord te staan.

Wat deed het schrijven van het boek met u?

„Het riep een rollercoaster aan emoties op, vooral de hoofdstukken waarvoor ik in mijn geschiedenis moest duiken. Traumatische opnames, suïcidepogingen, het verblijf van soms dagen in een separeercel, alles kwam weer langs. Het vroeg meerdere EMDR-sessies, een therapie voor een posttraumatische stressstoornis, om die delen te kúnnen schrijven. Als ik in mijn herinnering terugging naar die perioden, was het of mijn keel werd dichtgeknepen.

Toch heeft het uitspitten van mijn eigen dossier, het lezen van literatuur over psychiatrie en het spreken met oud-behandelaars en deskundigen me enorm geholpen bij het verwerken van mijn verleden. Vooral de erkenning van deskundigen zoals Trudy Dehue, Jim van Os, Paul Verhaeghe en Philippe Delespaul betekende veel voor me. Ze bevestigden dat de psychiatrie in mijn leven veel leed heeft veróórzaakt. De presentatie van het boek ervoer ik als het afsluiten van een zwart tijdperk en de start van een nieuw leven. Ik was geen psychiatrisch patiënt en ben het ook nooit geweest.”

Hoe zien uw oud-behandelaars dat?

„Wisselend. Aan twee gesprekken hield ik een minder goed gevoel over, omdat deze behandelaars totaal niet op hun eigen rol reflecteerden. Ze verscholen zich achter wetenschappelijke kennis, terwijl die op het terrein van de psychiatrie vaak flinterdun is. Dehue en Van Os zijn daar heel eerlijk in. Psychiaters pretenderen het te weten, terwijl we op het terrein van de psychiatrie vooral veel níét weten.

Een heel mooi gesprek had ik met Henk van der Pol, de enige psychiater die me van de pillen af wilde hebben. Destijds kon ik absoluut niet met hem door één deur. Ik was zo geïndoctrineerd door alles wat me was verteld, dat ook ik geloofde dat er iets mis was in mijn hersenen. Zonder medicatie zou ik het niet redden. De werkelijkheid is dat die pillen me steeds zieker maakten en zelfs een ernstig hartprobleem veroorzaakten. Ik stond al op de lijst voor een harttransplantatie. Sinds de afbouw van de pillen gaat de conditie van mijn hart met sprongen vooruit.”

Hoe breed leeft het besef dat psychofarmaca schadelijk kunnen zijn?

„Daar is weinig oog voor, door gebrek aan kennis. En onwil. Dick Bijl levert zeer gefundeerde kritiek op antidepressiva, maar die wordt hem door de meeste psychiaters niet in dank afgenomen. Ze voelen zich aangevallen. De psychiater is een medicus, die zijn identiteit en autoriteit ontleent aan het voorschrijven van pillen. Val je die aan, dan raakt dat zijn medische status. De Amerikaanse onderzoeksjournalist Robert Whitaker spreekt over gildebelang. Laten we ook de rol van de farmaceuten niet vergeten. Psychofarmaca zijn booming business.”

Wat is voor u de toegevoegde waarde van psychiaters binnen de psychiatrie?

„De Deense arts Peter Gøtzsche vindt het een overbodig specialisme. Zo ver ga ik niet. In sommige gevallen zijn psychofarmaca wel degelijk zinvol. Dan heb je mensen nodig die daarin gespecialiseerd zijn. Het probleem is dat de doorsnee psychiater nauwelijks kennis heeft van medicatie, laat staan van de combinatie van middelen. Hij benoemt stoornissen op basis van de DSM-5, het handboek voor de psychiatrie, en schrijft aan de hand daarvan pillen voor. Zonder zicht te hebben op de soms ernstige bijwerkingen en ontwenningsverschijnselen bij afbouw.”

Op Groot Lankum had u het meest aan de pastor en de activiteitenbegeleider dierverzorging. Waardoor kwam dat?

„Voor hen was ik geen patiënt die begrensd en gedisciplineerd moest worden, maar Ewout en een collega. Dat normale menselijke contact droeg het meest bij aan een stuk herstel. Op de afdeling werd alles wat we zeiden of deden bekeken en verklaard vanuit een aanvechtbaar ziektemodel.”

Wat moet er anders in de diagnostiek?

„De problematiek van de hulpvrager moet eerst zorgvuldig in kaart worden gebracht. Wie ben je? Wanneer en waardoor zijn de problemen ontstaan? Waar heb je op dit moment last van? Wat zijn factoren die deze situatie in stand houden? Hoe kunnen we die wegnemen? Dat is een totaal andere benadering dan het invullen van scorelijstjes waarmee wordt bepaald in welke DSM-categorie je past. Ik heb ruim twintig categorisaties toebedeeld gekregen. Dat zegt genoeg. De diagnostiek in de psychiatrie is heel subjectief en afhankelijk van de persoon van de hulpverlener. Tref je iemand die gespecialiseerd is in persoonlijkheidsstoornissen, dan is de kans groot dat hij bij jou de diagnose persoonlijkheidsstoornis stelt.”

Volgens u werken de DSM-categorisaties als een selffulfilling prophecy.

„Absoluut. Ik kwam met een identiteitscrisis in de psychiatrie. Ik wist niet goed wie ik was en wat ik moest. Als er dan wordt beweerd dat er iets mis is met je hersenen, en het heeft ook nog een naam, dan wordt dát je identiteit. Ik was niet meer in de eerste plaat Ewout, maar een psychiatrisch patiënt met borderline, ADHD en noem het allemaal maar op.

Vervolgens ga je daarnaar leven. Je kunt er niks aan doen dat dingen misgaan, want je hebt… Vul maar in. Voor ouders is dat ook prettig. Het ligt niet aan u, uw kind heeft een stoornis.”

Hoe moet het dan wel?

„De meeste psychiaters geven aan dat ze met het bio-psychosociale model werken. Dat bio zou ik naar achteren verplaatsen. In acute fases van ernstige psychische problematiek, waarin niet valt te ontkomen aan medicatie, is een psychiater van betekenis. Daarbuiten heb je meer aan een goede psychotherapeut. Sinds een jaar loop ik bij zo iemand. Deze vrouw had ik op mijn achttiende moeten hebben, dan was alle ellende door overbodige en schadelijke medicatie me bespaard gebleven.

In die 25 jaar heb ik weinig psychotherapie gehad en áls ik die kreeg was het effect beperkt door de pillen die ik slikte. Die maakten me heel onrustig en druk, of juist apathisch. De antipsychotica veroorzaakten depersonalisatie. Je hebt het idee voortdurend in een droom te leven. Volgens de Amerikaanse psychiater Peter Breggin is de grootste uitdaging voor de psychiatrie in de komende decennia mensen veilig van die pillen af te krijgen.”

Hoe verliep dat bij u?

„In 2018 stopte ik met het laatste antidepressivum; van de bijwerkingen van alle pillen ben ik nog steeds niet af. Ik ben snel moe en heb last van zenuwpijnen en een brandend gevoel in spieren en gewrichten. Psychisch ben ik vaak nog afgesneden van mijn emoties. Ook cognitief ben ik er nog niet. Concentreren en logisch nadenken kosten me heel veel moeite.

Ik word frequent benaderd door mensen met vergelijkbare ervaringen. De beweringen vanuit de academische wereld over psychofarmaca stroken vaak niet met de ervaringen van gebruikers, maar hun verhaal wordt genegeerd of gebagatelliseerd.”

Intussen volgde u de opleiding tot ervaringsdeskundige. Wat houdt die studie in?

„De naam is wat misleidend. Je wordt opgeleid in herstel ondersteunende zorg. Behandeling in de psychiatrie maakt je tot iemand met ervaring, niet meer dan dat. Als je die kunt koppelen aan andere ervaringen, wordt het ervaringskennis. Leer je die professioneel inzetten, dan kun je pas spreken over ervaringsdeskundigheid.

In september wil ik de hbo-opleiding social work gaan volgen. Als ervaringsdeskundige blijf je toch min of meer de ex-patiënt, die jas wordt me te krap. Ik wil me inzetten voor verbetering van de psychiatrie. Het effect van een behandeling is grotendeels afhankelijk van de relatie tussen hulpvrager en hulpverlener en de bereidheid van de hulpvrager om te investeren in het veranderen van de eigen situatie. Het belangrijkste is dus een vertrouwensband met mensen die je verder kunnen helpen. Dat kan een psychiater zijn, maar ook een psychotherapeut, een activiteitenbegeleider, een geestelijk verzorger, een ervaringsdeskundige, familieleden, een goede vriend…”

Hoe verloopt de door u opgestarte schadeprocedure tegen GGZ Friesland?

„Een onafhankelijke psychiater is bezig met het schrijven van een rapport op basis van een analyse van mijn dossier. Het belangrijkste is dat er een kentering komt in het denken over en voorschrijven van psychofarmaca, maar daarnaast vind ik een schadeclaim niet onredelijk. Door 25 jaar schadelijke behandeling in de psychiatrie heb ik geen carrière kunnen maken, geen pensioen kunnen opbouwen, geen huis kunnen kopen, noem maar op. Enige genoegdoening daarvoor lijkt me billijk.”

Bron: rd.nl