› Forum Lotgenoten Seksueel Geweld › Achtergrond & Informatie › Informatieve websites & mediaberichten › Kindermisbruik (algemeen) › Reageer op: Kindermisbruik (algemeen)
De strijd tegen kinderporno
‘Wij zijn óók van slag’
Internet heeft de wereld van kinderporno radicaal veranderd. Terwijl het aantal meldingen jaarlijks fors stijgt, richten politie en OM zich vooral op excessen. De overheid wil nu dat internetbedrijven en de samenleving hun verantwoordelijkheid nemen. ‘Het is tijd voor een Bob-achtige campagne.’

Michelle Spoormaker zag de kinderpornowereld onder haar ogen veranderen. Als ze vroeger huiszoeking deed, zocht ze met haar team naar videobanden die een verdachte in een schimmige seksshop in Amsterdam had gekocht. Om kinderporno te kunnen bemachtigen had zo’n verdachte grote moeite gedaan. Hij had buitenshuis duistere contacten gelegd, zich in een illegale wereld begeven en was uiteindelijk naar die seksshop gegaan. ‘Mensen die dat deden waren echt pedofiel geaard of hadden ten minste uit zichzelf al die belangstelling’, zegt Spoormaker, die sinds 1999 zedenzaken doet en sinds 2009 landelijk officier van justitie kinderporno is. ‘Dat doe je niet even uit nieuwsgierigheid.’
Juist dat is wat er nu volgens haar vaak gebeurt. De drempel is door het internet verlaagd. Kinderporno is verschoven van videobanden en boekjes naar het internet. Je hoeft thuis maar een paar zoektermen in te tikken en je bent er. Snellere verbindingen en de vergroting van opslagmogelijkheden zorgen ervoor dat mensen eenvoudiger dan ooit beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik kunnen zoeken, uitwisselen en verspreiden. Daarnaast bieden webcams en live streaming oneindig veel mogelijkheden voor het maken van nieuwe beelden. Zelfs het dark web is toegankelijker. Vroeger konden alleen grote nerds daarin hun weg vinden, tegenwoordig kan iedereen anoniem surfen via het Tor-netwerk. ‘Je wilt wel eens weten wat het is, het is toch wel spannend’, zegt Spoormaker. ‘Het is zo makkelijk. In de trein log je even in, even wat kijken tijdens je werk, in de pauze, of thuis. Niemand die het merkt.’
Het beleid om kinderporno aan te pakken is het laatste decennium verscherpt. Negen jaar geleden werd een landelijk officier van justitie kinderporno aangesteld, zes jaar geleden kwamen er teams Kinderpornografie en Kindersekstoerisme met 150 gespecialiseerde politiekrachten, drie jaar geleden benoemde de minister van Justitie voor het eerst de bestrijding van kinderporno tot een van de landelijke topprioriteiten. Maar het aantal meldingen groeit justitie en politie boven het hoofd. Voor 2018 wordt zelfs bijna een verdubbeling van vorig jaar verwacht. Dit jaar organiseerde de minister van Justitie en Veiligheid twee rondetafelgesprekken met het veld en private partijen om bij de aanpak van kinderporno een nieuwe stap te zetten. Kinderporno lijkt ver af te staan van de ‘gewone’ burger, als iets van misdadigers, maar het vindt juist plaats in de ‘gewone’ samenleving.
Het aantal mensen dat naar kinderporno kijkt en downloadt, is groter geworden. ‘We hebben zoveel meldingen, dat kunnen niet allemaal pedoseksuelen zijn’, denkt Spoormaker. Vaak gaat het om mannen die afglijden in hun fantasie. Als Spoormaker en haar team iemand met kinderporno ‘vangen’, staan er op de computer vaak ook andere porno- of geweldsbeelden. Maar, waarschuwt de officier, niemand komt zomaar op een site met kinderporno terecht. ‘Het is welbewust op de computer surfen en aanklikken.’ En het is strafbaar. Het is een delict. ‘Je kijkt naar kindermisbruik’, zegt ze nog maar eens. Daarom vindt ze ‘online kindermisbruik’ een betere term dan kinderporno. Het gaat om foto’s, video’s, chatsessies maar ook webstreaming. ‘Alle zedenartikelen waar een online component in zit.’
De aard van het internet ‘maakt het veel groter en ongrijpbaarder’, zegt Spoormaker. ‘Bij een aanranding achter het fietsenhok heb je een plaats, een dader en een slachtoffer, meestal zijn ze ook nog bekend. Maar in de online wereld van kinderporno verschuilen mensen zich achter een accountnaam, een avatar of wat dan ook. Je weet niet in welk land deze persoon zit, of wie het is. Je weet niet in welke richting je het moet zoeken. Iedereen kan zeggen dat hij vijftien jaar is, terwijl het een man van zestig kan zijn. Hij kan in Shanghai wonen terwijl hij zegt dat hij Amerikaan is. De opsporing is dus erg veranderd. Die is veel moeilijker geworden. Er is een heel nieuwe wereld bij gekomen.’
De lawine van meldingen die de instanties krijgen groeit jaarlijks. De meeste gaan over websites op het gewone openbare internet. Mensen die al surfend beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik tegenkomen, kunnen dit online en anoniem melden bij het Meldpunt Kinderporno, onderdeel van het Expertisebureau Online Kindermisbruik (EOKM). In 2017 bekeek het meldpunt 154.897 afbeeldingen, video’s en websites met vermoedelijk seksueel kindermisbruik, een stijging van 35 procent in vergelijking met het jaar daarvoor. Dit jaar is dat aantal al lang gepasseerd en verwacht EOKM-directeur Arda Gerkens op bijna een verdubbeling uit te komen van 225.000 meldingen. Gaat het om een URL die in Nederland wordt gehost, dan geeft het meldpunt het door aan de internet hosting provider zodat de afbeeldingen en video’s verwijderd worden – de Notice and Takedown-procedure. Staat het op een buitenlandse site, dan wordt het doorgegeven via INHOPE, de internationale organisatie van meldpunten.
Wereldwijd neemt het online aanbod toe. Nederland is een grote spil. Uit de statistieken van INHOPE bleek in 2017 dat een vijfde van alle door de meldpunten geïdentificeerde beelden van kindermisbruik gehost stond in Nederland. Daarmee staat Nederland op de tweede plaats in de top-tien van landen ter wereld waar de meeste kinderporno gehost staat, en binnen Europa zelfs op de eerste plaats, aldus het EOKM. ‘We hebben snelle netwerken’, verduidelijkt Gerkens in haar kantoor in het centrum van Amsterdam. ‘Maar dat hebben wel meer landen.’ De politie zou volgens haar meer kunnen doen. ‘Er is weinig geld voor digitale opleidingen bij de politie. En te weinig capaciteit. Laaghangend fruit laten ze vaak lopen. Ze gaan vooral achter zware en ernstige gevallen aan.’
Het Meldpunt Kinderporno richt zich op het schoonmaken van het openbare internet. ‘Hoe moeilijker het is om kinderporno te vinden, hoe beter’, zegt Gerkens. Dan is er minder kans dat mensen er eventueel toevallig op stuiten. Volgens Gerkens is vijftig procent van de downloaders niet per se pedofiel of pedoseksueel. Ze hebben, zoals ze zegt, ‘ergens een verkeerde afslag genomen’. Mensen willen het vaak niet doen, zegt ze, ze voelen zich er niet goed over. Dat is ook de kern van hun campagne. Wie naar de website Stop it now! surft en op het vakje ‘Ik kijk kinderporno’ klikt, krijgt een filmpje te zien. Een man kijkt naar een beeldscherm. ‘Voel ik me nu schuldig?’ zegt een stem. ‘Dit is toch geen kindermisbruik? Alle afbeeldingen bestaan al. Kijk die kinderen eens lachen. Gelukkig ziet niemand me, want als dit… dan raak ik echt alles kwijt… mijn baan, huis, relatie, kinderen… Ik moet hiermee stoppen, maar hoe…?’
Het expertisecentrum heeft voor deze ‘lichte gevallen’ een anonieme hulplijn. ‘We willen dat ze ons gaan bellen’, zegt Arda Gerkens. ‘Mensen hebben zoveel porno gekeken, dat gaat om dopamine, je hebt steeds meer nodig.’ Sommigen willen steeds gewelddadiger, of steeds jonger. Afgelopen jaar had het expertisecentrum 580 ‘contactmomenten’. Gerkens: ‘Praat erover, ga hulp zoeken. Een internetverslaving is vrij makkelijk te stoppen.’
Politie en justitie richten zich minder op dergelijke openbare websites – waar alleen ‘oud materiaal’ op wordt gedeeld. Zij houden zich vooral bezig met alles wat te koppelen is aan individuele personen. ‘Dat is een heel andere wereld’, zegt Michelle Spoormaker ter verduidelijking. ‘Wij proberen te kijken naar dingen die onder water blijven.’ Dus: mensen die onderling chatten en mailen, down- en uploaden en uitwisselen. Het gaat daarbij vooral om het opsporen van ‘nieuw materiaal’, de mensen die kinderen daartoe misbruiken, de figuren die deze misdrijven faciliteren en dark-webfora beheren.
Bij het landelijk team Bestrijding Kinderporno (TBKK) in Zoetermeer komen de meldingen centraal voor het hele land binnen. Beeldspecialisten onderzoeken 24 uur per dag, zeven dagen in de week of het om nieuw materiaal gaat, vergelijken de beelden met nationale en internationale databases. ‘In een stuk of tien grote en kleine zalen zitten heel veel mensen achter heel veel computers en die voeren allemaal delen uit van de selectie en voorbewerking van alle informatie die binnenkomt’, zegt Spoormaker, die eindverantwoordelijk is voor de beslissing welke zaken verder te onderzoeken. Ook hier is sprake van een gigantische toename. Kwamen er in 2012 zo’n tweeduizend meldingen van up- en downloaden van kinderporno door (vermoedelijk) Nederlandse gebruikers binnen, in 2016 zat men op twaalfduizend en in 2017 waren het er achttienduizend. ‘Dit jaar koersen we af op dertigduizend meldingen’, zegt officier van justitie Spoormaker. Bijna een verdubbeling.
Lees verder op de site van de Groene Amsterdammer >>
