‘Ik verlang naar een veilige plek’ (Amsterdam)

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Opinie & actualiteit ‘Ik verlang naar een veilige plek’ (Amsterdam)

  • Dit onderwerp bevat 0 reacties, 1 deelnemer, en is laatst bijgewerkt op 08/02/2020 om 10:56 door Mark.
1 bericht aan het bekijken (van in totaal 1)
  • Auteur
    Berichten
  • #248718
    Mark
    Moderator

    Gealarmeerd door hulpverleners start de gemeente Amsterdam een campagne gericht op vaak nog minderjarige meisjes die slachtoffer zijn van uitbuiting en seksueel geweld. Margalith Kleijwegt sprak met meisjes en hun ouders. ‘Ik heb acht hulpverleners. Dat is echt te veel.’

    Geconcentreerd fietst de straatcoach op zijn zwarte, sportieve dienstfiets langs de Sloterplas via de Johan Huizingalaan naar station Lelylaan, een favoriete ontmoetingsplek voor jongeren uit Nieuw-West en andere delen van Amsterdam. Onderweg speurt hij de omgeving af, niets lijkt hem te ontgaan.

    Vlak voor de bloemenstal bij het metrostation is een parkeerhaventje waar auto’s regelmatig stoppen om de via Facebook of Snapchat of Instagram gemaakte afspraakjes op te pikken.

    Er passeert een meisje op een scooter, de straatcoach heeft aanwijzingen dat zij andere meisjes zou aansporen om betaalde seks te hebben. Via haar krijgen mannen tientallen foto’s onder ogen. Eenmaal gekozen wordt er een hotelkamer geboekt, het liefst eentje waar geen receptionist zit, zodat er niet naar de leeftijd van het meisje kan worden gevraagd, al leert de ervaring dat hotels nauwelijks controleren. Bovendien zien de meisjes er, met veel make-up, vaak ouder uit dan ze in werkelijkheid zijn.

    Hotelkamers worden steeds vaker gebruikt om feestjes in te geven. Via Snapchat, de app waarmee foto’s en filmpjes worden rondgestuurd die binnen 24 uur weer verdwijnen, spreekt het nieuws zich snel rond. De straatcoach laat een foto zien, een meisje in een hotelkamer kijkt ondeugend in de camera, ze heeft een ballon met lachgas in haar mond, een vriendin ligt in een uitdagende pose op het bed achter haar. Daarna toont hij een filmpje waarin heel jonge mannen en vrouwen met elkaar in een jacuzzi zitten in een bekend hotel. Minstens één van de meisjes in de tobbe is minderjarig, weet de straatcoach. Haar doodongeruste ouders schakelden wanhopig de politie in. Want waar was ze? En met wie?

    Even verderop, in de buurt van de Callandlaan, zijn bosschages waar volgens mopperende buurtbewoners regelmatig seksuele handelingen worden verricht. In het struikgewas liggen condooms als stille getuigen. Dit is niet de enige ‘afwerkplek’ waar jonge meisjes met oudere mannen worden gesignaleerd. Rechtdoor en dan rechtsaf, in de buurt van de Plesmanlaan, zijn tussen de keurige flats nog meer bosjes waar zich van alles afspeelt dat door buurtbewoners als ‘storend’ wordt ervaren. Seks tegen betaling, vermoedt de straatcoach.

    Iets voorbij de hoek ziet de straatcoach een meisje lopen waar grote zorgen over zijn, ze is minderjarig, loopt vaak weg van huis en is het afgelopen jaar in verschillende hotels gesignaleerd. De laatste tijd lijkt het dankzij intensieve begeleiding beter te gaan, ze heeft een baantje waardoor ze niet meer 24 uur per dag op de sociale media kan zijn. Die tijdelijke onbereikbaarheid lijkt haar redding. Haar moeder, die haar stiekem via een nepaccount volgt, zag dat ze zelfs afstand nam van haar vriendenkring. Op de vraag of ze mee ging chillen in een hotel antwoordde ze deze keer: ‘Hey man, ik ben tegenwoordig bezig met betere dingen, werken en zo.’

    Ongeveer anderhalf jaar geleden zag de straatcoach dat meisjes in zijn rayon vaker een gedaantewisseling ondergingen. Van de ene op de andere dag droegen ze peperdure kleding en liepen ze op schoenen van Louboutin (te koop vanaf ongeveer zeshonderd euro per paar). Hij vroeg zich af hoe dat kon, waar haalden ze het geld vandaan? De straatcoach vermoedt dat er een intensieve drugs- en seksindustrie is waar jonge meisjes een rol in spelen.

    Hij laat zijn telefoon zien met een paar advertenties die hij opspoorde: ‘Premium en sexdates, zeer afgeprijsd! Ik kan komen en heb zelf vervoer.’ Het account is van ene Yasmine. ‘Wie wil nu premium! De eerste tien krijgen gratis half uurtje neuken. Betalen kan via tikkie. Wel vooraf’, bedingt een andere aanbieder. Bij de prijslijst is ook een vrouwenstem te horen, waarschijnlijk om de klant gerust te stellen. Zachtjes zegt ze: ‘Ik ben gewoon echt.’ De straatcoach toont nog een recente advertentie: ‘Onbeperkt neuken € 200.- Half uurtje neuken € 50,- Alles via pay safe.’

    De straatcoach was niet de enige die zich zorgen maakte. Ook politieagenten, de officier van justitie en hulpverleners sloegen in die periode alarm. Een politieagente van het team vermissingen viel het op dat minderjarige meisjes steeds vaker van huis wegliepen. Toen ze ging turven bleken het er in West alleen al tien per maand te zijn. De politie was voor die tijd niet doordrongen van de ernst van de problematiek. Vanwege de wisselende diensten was niet duidelijk dat het er eigenlijk best veel waren. ‘Als we ze bij toeval in een huis met anderen aantroffen, brachten we ze terug naar huis. En dan zeiden we streng: “Niet meer doen.”’

    Een hulpverleenster in Nieuw-West kreeg met grote regelmaat bezorgde moeders op de stoep die niet wisten wat ze met hun dochters aanmoesten. De meisjes waren rebels, ze liepen van huis weg, kregen verkeerde vrienden, gebruikten lachgas en xtc. Bovendien waren ze de hele dag met hun telefoon bezig, via Snapchat en Instagram werd hun leven 24/7 met iedereen gedeeld. Moeders zaten met de handen in het haar.

    Meisjes lieten zich tot alles verleiden, in ruil voor drugs, of een mooie tas. Zelfs voor alleen aandacht gingen ze een grens over. Een meisje dat een jongen op zijn verzoek had gepijpt wist niet dat ze gefilmd was. Ze dreigde zelfmoord te plegen als de beelden zouden worden rondgestuurd. Want exposen, belastend materiaal naar buiten brengen, is een veelgebruikt middel om een ander onder druk te zetten. ‘Als jij niet meewerkt, stuur ik die naaktfoto’s rond…’

    Jongeren zitten de godganse dag op de sociale media. De telefoon is een verlengstuk van hun hand, ze kunnen geen moment zonder. Het lijkt of het steeds moeilijker is om offline te zijn, in het echte leven contact te maken en vriendschappen te onderhouden. Want het online leven gaat dag en nacht door, inclusief de donkere kanten ervan als pesten, chanteren en intimideren. Meisjes dromen ervan influencer te worden, ze kijken op tegen degenen voor wie het leven op de sociale media een goed verdienmodel is geworden. Influencers delen hun leven op de sociale media, geven regelmatig een update over wat ze bezighoudt en prijzen en passant artikelen aan. Zodra ze genoeg – meer dan tienduizend – volgers op Instagram hebben, komen de bedrijven vanzelf naar hen toe.

    In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Margalith Kleijwegt over haar onderzoek naar kwetsbare meisjes. Beluister de podcast hier >>

    Vanwege de toenemende zorg liet de gemeente in Amsterdam-Zuidoost en Amsterdam-West rapportages maken over ‘kwetsbare meisjes’. Was er iets meer en algemeners te zeggen over slachtoffers van sexting, het versturen van seksueel getinte berichten of beelden via het mobieltje, en _grooming, het online benaderen van minderjarigen voor seksueel contact?

    Precieze getallen kwamen er niet uit het onderzoek, wel leidde het tot grote bezorgdheid. Ondanks de geringe meldingsbereidheid lijkt het aantal voorvallen alleen maar toe te nemen: meisjes die zichzelf via de sociale media aanbieden, elkaar steeds vaker afpersen, gevallen van ruilseks en seksuele intimidatie, er zijn gevallen bekend waarbij meisjes jongens ‘inhuren’ om een door hen aangewezen slachtoffer te verkrachten.

    Regelmatig zijn er problemen in de gezinnen van de meisjes. Er ontbreekt een vader of vader heeft bijvoorbeeld geen werk. Of er is financiële nood. Soms was er in het gezin zelf eerder sprake van seksueel geweld. In Amsterdam-West gaat het veelal om meisjes uit gezinnen met een islamitische achtergrond waar de schaamtecultuur, en dus het ontkennen dat er problemen zijn, een grote en belemmerende rol kan spelen.

    Meer aandacht voor preventie en een intensievere samenwerking tussen de verschillende instanties zijn een paar van de aanbevelingen uit de genoemde rapportages. De professionals die ik sprak hameren vooral op het belang van ‘maatwerk’. Als je echt iets voor deze meisjes wilt betekenen, is hulpverlening die op ieder individueel geval is toegespitst de enige manier, zeggen ze met klem. Want wat volwassenen als een risicovolle situatie zien, beschouwen de meisjes niet altijd zo. Weglopen betekent voor sommigen een stap naar de vrijheid waar ze zo naar verlangen, ontsnappen aan een benauwende of traumatische situatie thuis. Nieuwsgierigheid naar wat de grote wereld te bieden heeft. ‘Ik wilde een spannend leven’, legde een meisje uit. ‘Ik was op zoek naar avontuur. En voor ik het wist, zat ik in een verkeerde wereld en kon ik niet meer terug.’ Bij een ander was de situatie thuis onhoudbaar: ‘Mijn vader mishandelde me, het was vreselijk, ik moest wel weg.’

    Een meisje uit Amsterdam-West, ze is zeventien jaar, vertelt hoe makkelijk het is om af te glijden. ‘Het gaat vanzelf, wat voor anderen normaal is, wordt dat ook voor jou. Je bent buiten met je vrienden die iets verkeerds willen gaan doen, je kikt op de adrenaline.’ Is dat dan niet een goed moment om te kappen? ‘Brave meisjes denken na’, legt ze uit, ‘en doen geen gekke dingen. Ik ben, net als mijn vriendinnen, impulsief. Gaandeweg merk je dat je vrienden crimineel zijn, ze verkopen drugs, ze stelen scooters. Je denkt dat je er makkelijk weer uit kunt komen, maar dat is niet zo.’

    Meisjes gaan heel makkelijk met jongens mee, vertelt ze, helemaal als ze verliefd zijn. ‘In mijn omgeving zijn ze bijna altijd moslim en moeten ze maagd zijn tot aan hun huwelijk. Als ze met een jongen zijn geweest, zijn ze daarna niets meer waard. Dat weet die jongen en die gaat je gebruiken. Meisjes die geen nee zeggen, worden niet meer serieus genomen. Dat maakt ze onzeker, ze zijn beïnvloedbaar en ze hebben behoefte aan aandacht. Omdat ze hun eigen geld willen verdienen worden ze een hoer of een dief.’

    Ze legt uit dat veel meisjes aan de drugs zijn, en die gewoonte kost een paar centen. ‘Met het verrichten van seksuele handelingen verdienen ze tenminste geld.’ Sommige jongens in het circuit zijn net zo goed kwetsbaar, is haar stellige indruk: ‘Ze weten totaal niet wat ze met hun leven willen.’

    Veel van haar vriendinnen hebben ouders waarvan er ten minste één een migratieachtergrond heeft. In sommige gezinnen levert de vrijheid waar de meisjes naar snakken daardoor extra spanningen op. ‘Voor ons is het moeilijk om onze gevoelens te uiten, daar is thuis geen plek voor.’ Steeds meer meisjes worden opstandig, vertelt ze, en ze zijn allemaal op zoek. ‘We vragen ons af wie we zijn, waar we in geloven. Ik wil bijvoorbeeld geloven, maar hoe doe ik dat precies? De regels binnen de islam zijn zo streng, vooral voor ons meisjes. We zien dat leeftijdgenoten met een Nederlandse achtergrond vrijer worden opgevoed, dat is verwarrend. Ik heb een Marokkaanse vader en een Nederlandse moeder en ik vraag me voortdurend af voor welke cultuur ik nu moet kiezen.’

    Toen ze nog jong was wilde ze graag naar buiten, maar dat mocht niet van haar vader. Ze moest thuisblijven bij haar moeder en helpen in de keuken. ‘Dat gebrek aan vrijheid maakte me dwars, dat negatieve gevoel ging ik op anderen afreageren. Dat ging mis. Een tijdje geleden kwam ik met de politie in aanraking, ik kreeg een veroordeling.’ En, verzucht ze, ‘nu heb ik acht hulpverleners. Dat is echt te veel. Ze willen je helpen, maar ze luisteren niet goed. Er zit één hulpverlener bij die ik vertrouw, van wie ik denk dat ze me kan helpen. Waarom mag ik niet alleen met haar doorgaan?’

    Isabelle, zeventien, zwaait als ze aan komt lopen in haar zwarte ripped jeans met daarop een kort, zwart, leren jasje. Ze is een uur te laat en glimlachend verontschuldigt ze zich. ‘Ik had een afspraak op het politiebureau, maar ik moest lang wachten voor ik aan de beurt was.’ Politiebureau?

    Als ze haar zonnebril afzet worden haar verwondingen zichtbaar. Haar rechteroog is bont en blauw als gevolg van de klappen die ze van haar vriend, inmiddels ex, kreeg, zegt ze. De blauwe plekken in haar nek heeft ze met een coltruitje bedekt. ‘Hij heeft me wel vaker geslagen’, zegt ze aarzelend. Dan: ‘Eigenlijk gebeurde het regelmatig, maar na afloop had hij altijd spijt. Deze keer kon het hem niet schelen, hij trok zich niets van me aan. Ik bloedde behoorlijk, maar hij wilde zelfs geen ambulance voor me bellen.’ Met een zucht, maar niet helemaal overtuigend: ‘Ik ga niet meer naar hem terug.’ Later blijkt dat ze wel een melding heeft gemaakt van de mishandeling, maar dat ze toch geen aangifte heeft gedaan, ze durfde het niet aan.

    De afgelopen jaren woonde Isabelle met haar vader Angelo op een kamertje in Amsterdam-West. ‘We zaten in onderhuur bij een nogal vieze man’, vertelt vader Angelo, die ik een paar dagen later spreek. ‘Voor 750 euro hadden we een klein kamertje waar we leefden en sliepen. Ik voelde me schuldig, maar ook machteloos, ik kon niets doen.’ Vader Angelo liet Isabelle toen ze twaalf was voorgoed naar Nederland komen. Isabelle was een groot huis bij haar grootouders in Italië gewend, haar moeder had haar en Angelo verlaten, en plotseling moest ze met haar vader in één kamer leven en slapen. ‘Ik schrok toen ik zag waar ik moest wonen’, vertelt ze.

    Ze maakte makkelijk vrienden, leerde in korte tijd Nederlands maar durfde niemand mee naar huis te nemen. ‘Ik vertelde niet hoe ik woonde, ik loog en zei dat we een normaal huis hadden, ik schaamde me voor die armoedige plek. Ik kwam wel bij vrienden waar alles gewoon was, waar een vader en een moeder woonden, waar een televisie in de huiskamer stond en waar de kinderen ieder een eigen slaapkamer hadden. Zo wilde ik het ook. Maar zo was het niet.’

    Isabelle kwam steeds minder thuis, ze bleef regelmatig één of meer nachten weg, haar vader was doodongerust. Hulpverleners die inmiddels via school waren ingeschakeld, begrepen dat vader en dochter vooral behoefte hadden aan een fatsoenlijk onderkomen, maar ze konden weinig doen, want vader Angelo stond pas een paar jaar ingeschreven bij Woningnet en hij verdiende te weinig voor een huis in de vrije sector.

    Hij zag dat het niet goed ging met zijn dochter. ‘Het was alsof ik een mooie plant in de verkeerde aarde had gezet, langzaam kwijnde Isabelle weg’, vertelt Angelo met tranen in zijn ogen. ‘We hebben zo geleden, we huilden om de nachtmerrie waar we in waren beland. U moet begrijpen dat ik in een goede familie ben grootgebracht. Ik had lieve ouders, een aardige broer, we woonden in een rustig dorp.’ Maar, verzucht hij, ‘daar was geen werk’.

    Angelo werkte hier eerst als technicus bij grote tv-shows, maar vanwege de onregelmatige werktijden – hij wilde ’s avonds bij zijn dochter zijn – stapte hij over naar een technische functie in een groot hotel. Hij probeerde zijn dochter thuis te houden, praatte vergeefs op haar in. Steeds meer hulpverleners gingen zich met vader en dochter bemoeien. In totaal waren er tien organisaties die zich met Isabelle bezighielden en afgelopen augustus was na een groots opgezet overleg wederom de conclusie dat een stabiele woonsituatie de belangrijkste voorwaarde was voor Isabelle’s veiligheid. Maar niemand kon in dat opzicht iets voor Angelo en Isabelle betekenen.

    Een agente van het team vermissingen was uit frustratie zelf in de pen geklommen en had alle woningbouwverenigingen aangeschreven, of ze alsjeblieft iets voor deze vader en dochter konden doen, uit angst dat dit kwetsbare meisje anders verkeerd terecht zou komen. Haar smeekbede haalde niets uit.

    Vader Angelo zag dat Isabelle verkeerde vrienden kreeg, waaronder een tot op het bot verwend meisje wier kapitaalkrachtige vader in de cocaïnehandel zat. ‘Mijn dochter vond het steeds stompzinniger dat ik met hard werken mijn geld verdiende’, zegt hij verdrietig. Op een dag ontmoette Isabelle een man die een aantal jaren ouder was en die in een crimineel (drugs)wereldje zat. Angelo, met afschuw in zijn stem: ‘Ik wilde niet dat hij bij ons over de vloer kwam.’

    Isabelle koos voor haar vriend: ‘Ik hoopte dat hij me een veilige plek kon bieden, ik had me heel lang alleen gevoeld. Hij behandelde me als een vrouw en daar genoot ik van, ook al was ik net zestien. Ik wist zeker dat hij om me gaf.’

    De politieagente zag met lede ogen aan hoe Isabelle afgleed en in een totaal verkeerd circuit belandde. ‘Isabelle is een pientere meid die misvormd raakte door deze onwenselijke situatie. Ze kwam in een soort loverboyachtige situatie terecht, kreeg vaak klappen van die man, maar ging iedere keer toch weer naar hem terug. Diep tragisch. We zouden creatiever moeten zijn bij het oplossen van dit soort toestanden. Waarom konden we geen tweekamerwoning regelen zodat Angelo en Isabelle een veilig leven hadden kunnen opbouwen.’

    Isabelle ontdekte gaandeweg hoe bezitterig deze man was en ze merkte dat hij haar op allerlei manieren gebruikte. Ze was bang. Maar waar moest ze heen als ze bij hem weg zou gaan? Haar vader was inmiddels dakloos geworden en zat tijdelijk in een noodvoorziening buiten Amsterdam. Heel rustig zegt ze: ‘Vaak stond ik op het punt een eind aan mijn leven te maken. Dat wil ik nu niet meer, ik ga terug naar school en ik zoek een baan, al heb ik geen idee waar ik de komende tijd moet wonen.’

    Vader Angelo maakt een verslagen indruk, we zitten in een café vlak bij de noodvoorziening waar hij zes maanden mag blijven: ‘Ik wilde het goede voor mijn dochter, ik was ooit een succesvol man, ik wil geen loser zijn, maar dat ben ik nu wel.’ Hij laat een recente foto zien van Isabelle met blauwe plekken onder haar ogen, resultaat van een eerdere mishandeling door haar vriend. Intens bedroefd: ‘Wie zou haar kunnen helpen?’

    De hulpverlener: ‘Deze meisjes zijn vaak zo beschadigd. Ze vinden het normaal dat ze worden mishandeld, ze hebben het verdiend, denken ze, dus moet je niet zeuren. De mannen verwachten van ze dat zij weer andere meisjes in het netwerk betrekken, anders krijgen ze opnieuw slaag.

    Het milieu wordt steeds harder. Een cliënte van mij zag een automatisch vuurwapen op de achterbank van de auto van haar vriend. Mensen beseffen niet hoe meedogenloos dat wereldje is, het gaat er zo grof aan toe. Er is een nieuwe manier om druk uit te oefenen, namelijk meisjes met een groep mannen verkrachten, dat filmen, en ze daarna onder druk zetten. Ik heb drie cliënten waarbij dat is gebeurd en zo’n gebeurtenis is ongelooflijk traumatiserend.

    Slachtoffers durven geen aangifte te doen omdat ze bang zijn voor de consequenties. Een proces tegen de daders is niet alleen zwaar maar ook riskant. Het politiesysteem kan deze slachtoffers op dit ogenblik onvoldoende bescherming bieden. Het is nu alles of niets, als je aangifte doet, volgt er een proces en dat is enorm zwaar. Doe je het niet, dan geef je het meisje eigenlijk op.

    We zouden moeten praten over andere oplossingen zodat ze wél ruggesteun kunnen krijgen. In Rotterdam gebeurt dat al. Daar sprak de politie, afdeling mensenhandel, uitgebreid met deze meisjes en bood ze ondersteuning aan.’

    In alle gesprekken kwam naar voren dat hotels beter zouden moeten opletten wie er bij hen in de kamers verblijven, er lijkt nu nauwelijks controle op. Een meerderjarige man boekt via internet, checkt in, en de meisjes lopen achter hem aan naar binnen, zo simpel gaat het. Een tijdje terug waren drie vijftienjarige meisjes van een school in Amsterdam-Zuid vermist, vertelde een politieagente. Ze waren verdwenen maar ze hielden via Snapchat wel contact met hun klasgenootjes en die lieten de beelden aan hun mentor zien. Foto’s gemaakt in de PC Hooftstraat, in gezelschap van mannen met dure auto’s, maar ook foto’s van het hotel waar ze kennelijk verbleven. De politie vroeg in het hotel de camerabeelden op en zag de meisjes met de mannen naar boven gaan.

    De receptioniste had wel opgemerkt dat het hier niet om verliefde stelletjes ging en zelfs gezien dat er steeds nieuwe mannen naar boven gingen, maar had zich niet geroepen gevoeld dit met haar baas te bespreken. De mannen zijn nooit gepakt en de ouders van de meisjes waren niet erg coöperatief toen de meisjes weer boven water waren. De politie vermoedt dat ze bang waren voor een mogelijke uithuisplaatsing en hielden de hulpverlening om die reden zo ver mogelijk buiten de deur.

    Als je als vrouw achttien of ouder bent en geen onderdak hebt omdat je van huis bent weggelopen vanwege ruzie met je ouders of omdat je mishandeld wordt, is er lang niet altijd een opvangplek waar je veilig kunt overnachten. In Amsterdam-West staan een paar Pak je Kans-huizen waar jonge vrouwen die op straat staan in ieder geval een jaar terechtkunnen. Overdag – is de bedoeling – zijn ze aan het werk of zitten ze op school.

    Ik bezoek een vrijstaand huisje dat naast een grote flat staat. Jaren-zestigbouw, gelijkvloers. De keuken ziet er opgeruimd uit. In de zitkamer, die voor de helft als slaapkamer dient, met een kast als scheiding, zitten vier jonge vrouwen naast elkaar op een uitgezakte bank, de vijfde heeft een stoel gepakt. Deze jonge vrouwen kwamen hier allemaal terecht na een conflict met hun familie. De negentienjarige Latifa is uit huis gezet. Nadia werd geterroriseerd door haar criminele, gewelddadige, nog thuis wonende broer: ‘Ik voelde me nergens veilig.’ Sheila kwam op haar negende uit Suriname om eindelijk met haar ouders te worden herenigd, maar dat weerzien liep stroever dan verwacht, er waren nog vijf andere kinderen die aandacht nodig hadden en Sheila voelde zich te veel, ‘er was geen warm gevoel’. Inmiddels gaat het wel iets beter tussen haar en haar ouders en is ze iets optimistischer. Overdag werkt ze bij een zorginstelling en dat bevalt haar wel. ‘Ik moet oudere mensen wassen en ze helpen met opstaan en eten.’ Met een glimlach: ‘Ik vind het fijn werk.’

    De andere vrouwen zitten er gespannen bij, hun verhalen zijn intens, ze stralen allemaal een diepe eenzaamheid uit. ‘Ik ging van hakje naar takje’, zegt de twintigjarige Alya. Als ze vertelt waar ze allemaal heeft gewoond in de voorbijgaande jaren, lacht ze iets te stoer. Een paar minuten later stromen de tranen haar over de wangen.

    De herinneringen aan de problemen met haar moeder die haar geen liefde kon geven, aan de moeilijke jaren die achter haar liggen, maken haar zo verdrietig. ‘Ik leefde overal en nergens, bij vrienden, kennissen, ten slotte zat ik op een kamertje bij een vieze oude man’, vertelt ze en trekt haar neus op. Hij verwachtte een cadeau in natura voor de opvang die hij bood, dus besloot ze zo snel mogelijk te vertrekken.

    Miriam van negentien heeft een tijdje op straat geslapen voor ze in dit opvanghuis terechtkwam. Haar leven lijkt een aaneenschakeling van ellende. ‘Er heeft nooit iemand van me gehouden’, zegt ze en bijt op haar lip. Een paar keer werd het gebrek aan perspectief haar te zwaar en probeerde ze zich van het leven te beroven. ‘Ik ben zo wreed behandeld’, snikt Miriam als ze vertelt hoe slecht haar beide ouders met haar omgingen. Ze was hun enige kind, maar ze heeft zich nooit gewenst gevoeld.

    Nadat ze thuis was weggelopen, kreeg ze liefdevolle aandacht van een wat oudere man die ze toevallig had leren kennen. ‘Ik liet me meeslepen, deed wat hij van me wilde. Ik hoopte dat het serieus was, maar toen ik hem weer wilde zien, antwoordde hij niet. Na aandringen begreep ik dat ik een speeltje voor hem was geweest, want hij was getrouwd.’ Snikkend: ‘Ik voelde me zo gebruikt.’

    Deze vrouwen hebben geen grote dromen of verwachtingen. Alle vijf verlangen ze naar rust en stabiliteit, een toekomst. Sommigen proberen heel voorzichtig de relatie met hun ouders te normaliseren. Bij Nadia is dat moeilijk vanwege haar broer. Ze is doodsbang om naar huis te gaan, ze loopt sowieso angstig door de stad, want die broer van haar, ‘hij spoort niet’, is tot alles in staat. Nadia, die over twee maanden hier weg moet omdat ze hier dan een jaar zit, formuleert wat de anderen denken: ‘Het enige waar ik naar verlang is een veilige plek, pas als ik dat heb kan ik mijn leven gaan opbouwen.’

    De meest beïnvloedbare periode, zeggen zowel ouders als professionals, is wanneer meisjes de overstap maken van groep 8 naar de middelbare school. Het moment dat ze in de puberteit komen en een eigen telefoon hebben. Als meisjes naar de middelbare school gaan, verliezen ouders eenvoudigweg hun greep.

    In de gezinnen waar meisjes weglopen is regelmatig sprake van een kloof tussen ouders en dochters. Vaak zijn het gezinnen met een Marokkaanse of een andere migratieachtergrond, ouders die zich vasthouden aan de regels van hun ouders en grootouders, die niet weten wat ze aanmoeten met hun rebellerende dochters, meisjes die hun grenzen opzoeken en eroverheen tuimelen. Want de meisjes die vijftien jaar geleden nog keurig thuis bleven om hun moeder te helpen en daarna trouwden en kinderen kregen, willen nu hun vrijheid, hun onafhankelijkheid. Ze breken los.

    Ouders roepen ze vergeefs tot de orde, weten niet hoe om te gaan met de sterke wil van hun dochters en voelen zich machteloos als ze zien hoe groot de invloed van de sociale media is. Schaamte en gebrek aan vertrouwen in reguliere instanties weerhoudt ze er vaak van om op tijd hulp in te roepen, en voor ze het doorhebben is het te laat. Ouders staan vaak ambivalent tegenover hulpverlening, ingrijpen van buitenaf, zeker als het om in hun ogen vijandige – ‘straks pakken ze m’n kind af’ – instituties gaat zoals jeugdzorg. Hulpverlening wordt vooral als een inbreuk op hun privacy ervaren en al bedoelen de hulpverleners het goed, hun inmenging confronteert ouders met het eigen falen.

    De officier van justitie belast met mensenhandel: ‘Ik heb veel zorgen over meisjes die weglopen, ze willen helaas niet altijd hun verhaal vertellen, althans niet op papier. In welke auto stappen ze? Met wie gaan ze mee? Een mooie auto geeft status, een goed gevoel. Vaak gaat het om meisjes met een gecompliceerde achtergrond. Ze hebben al heel wat meegemaakt. We merken dat ze bang zijn om te praten, uit angst voor isolement of ze zijn bang bedreigd te worden door de mannen die niet willen dat hun praktijken bekend worden. Vaak zien ze weinig perspectief.

    Meisjes die weglopen vallen meestal in handen van foute mannen. Sommigen voelen zich niet echt slachtoffer, ze denken dat wat ze meemaken normaal is. Ik vind dat we daartegen moeten optreden. De meisjes om wie het gaat vertrouwen de overheid vaak niet, ze willen hun verhaal niet kwijt. Laat staan aangifte doen.

    We zijn in discussie met de zedenpolitie, zij komen alleen in actie als de meisjes dat echt zelf willen, ook wanneer ze pas dertien of veertien jaar zijn. We willen onderzoeken of er een andere manier is om door te pakken. Wij, de teams van mensenhandel, zeden en vermissingen, moeten met elkaar om de tafel gaan zitten om te zien wat er mogelijk is om deze meisjes te beschermen.’

    ‘Ik geef een deel van de schuld aan mijn ex-man’, vertelt de moeder van Zakia in haar met zorg ingerichte eengezinswoning. Zij en haar man komen oorspronkelijk uit Marokko, zij is daar geboren en kwam op haar tiende hier. Haar man vond het lastig toen zijn dochter zich ging opmaken en strakke broeken met scheuren begon te dragen. Hij wilde bepalen hoe ze zich kleedde en werd steeds strenger.

    ‘Op de middelbare school ging het mis’, zegt moeder. ‘Ze kreeg vriendinnen die precies deden waar ze zelf zin in hadden. Die meisjes hadden grote invloed op mijn dochter. Als haar vriendinnen haar ’s avonds of ’s nachts belden, stapte Zakia uit bed, verliet het huis en ging gewoon met ze mee.’ Vader probeerde uit alle macht zijn dochter in toom te houden, maar dat pikte Zakia niet. Hun confrontaties liepen regelmatig uit op een handgemeen. Moeder: ‘Soms gaf ik hem gelijk, al vond ik ook wel eens dat hij te ver ging, haar niets gunde. Zolang ze er netjes uitziet mag ze toch leuke kleren dragen?’

    De ruzies namen alleen maar toe, Zakia had het gevoel dat ze in een gevangenis leefde. Haar moeder hoopte dat het beter zou gaan als ze eenmaal was gescheiden, dat haar herwonnen vrijheid ook op haar dochter zou afstralen. Dat er eindelijk een ontspannen situatie zou ontstaan. Maar met het vertrek van de echtgenoot en vader viel het gezag en op een bepaalde manier ook de bescherming weg binnen het gezin. Met als gevolg dat de dochter zich zo mogelijk nog minder van haar moeder aantrok. Al wordt er in Marokkaanse kring steeds vaker gescheiden, het wordt nog steeds niet als ‘iets gewoons’ gezien. Een vrouw hoort niet alleenstaand te zijn.

    Dochter Zakia bleef steeds vaker weg en kwam soms de volgende dag terug met spullen van Primark die waarschijnlijk waren gestolen. Bij wie zat ze ’s nachts? Was ze met mannen? Dat laatste was een onverdraaglijke gedachte die Zakia’s moeder meteen verdrong. De mogelijkheid dat haar dochter met onbekende mannen was, vervulde haar met schaamte.

    Toen Zakia weer eens van de aardbodem leek te zijn verdwenen, stapte haar moeder ongerust naar de politie, maar die kon niet meteen iets voor haar doen. Toen ze de volgende dag weer opdook, ging haar moeder opnieuw naar het bureau, haar verwachtingen waren onverminderd groot: ‘Mijn dochter is een nacht weggebleven, ze is minderjarig en jullie moeten onderzoeken waar ze is geweest. Ik wil dat jullie met haar praten en haar zo bang maken dat ze voortaan niet meer wegloopt.’

    Maar de politie voelde er tot teleurstelling van moeder niet voor de rol van opvoeder op zich te nemen. Voor moeder was de gang naar de politie een grote stap, ze deed een beroep op een instituut waar ze eigenlijk geen vertrouwen in had en nu lieten ze haar in de kou staan.

    Zakia zou in de periode die volgde – inmiddels was de politie iets meer geïnteresseerd – nachtenlang in hotels of op andere plekken zitten, volgens anderen in gezelschap van vreemde mannen. ‘Had ik haar maar kunnen tegenhouden’, verzucht haar moeder. Er raakten allerlei hulpverleners bij het gezin betrokken. Misschien dat zij haar dochter dan konden redden, hoopte moeder in al haar onmacht. Uiteindelijk ging het niet langer en werd Zakia uit huis geplaatst. ‘Dat was de donkerste dag van mijn leven’, vertelt moeder bijna toonloos. ‘Mijn huis was leeg zonder haar. Ik had haar zestien jaar gekoesterd, haar twee jaar borstvoeding gegeven. Dat ik haar op die manier moest laten gaan, was zo pijnlijk.’

    Kwetsbare meisjes
    Dit is een deel van het journalistieke onderzoek dat Margalith Kleijwegt in opdracht van de gemeente Amsterdam heeft verricht. Aanleiding waren de zorgen die professionals deelden met burgemeester Femke Halsema en de wethouder Jeugd Simone Kukenheim over intimidatie van en seksueel geweld tegen jonge vrouwen. Kleijwegt heeft de afgelopen tijd gesprekken gevoerd met meisjes en jonge vrouwen die te maken hebben met seksueel geweld, uitbuiting en sociaal isolement. Daarnaast heeft zij uitvoerig met verschillende hulpverleners en ouders gesproken. Zij kreeg alle vrijheid bij het doen van haar onderzoek.

    Halsema vindt het onacceptabel dat veel Amsterdamse vrouwen zich weleens onveilig voelen. Of ze nu op straat worden lastiggevallen of door exposure op sociale media. Soms is er zelfs sprake van uitbuiting en seksueel geweld. Er zijn sterke signalen dat kwetsbare meisjes en jonge vrouwen hiervan in toenemende mate slachtoffer zijn.

    Daarom start de gemeente een campagne gericht op jonge vrouwen en meisjes. Voor diegenen die behoefte hebben aan steun staat een ‘vriendin’ klaar, een sterke Amsterdamse vrouw die praktisch kan helpen. Voor kwetsbare vrouwen met complexe problemen kondigt de burgemeester een integrale persoonsgerichte aanpak aan, vergelijkbaar met de Top600-aanpak voor criminelen. Door deze en andere maatregelen die de gemeente treft, hoopt Halsema dat de hulp aan kwetsbare meisjes en jonge vrouwen in de toekomst effectiever zal worden.

    De volledige publicatie is te lezen op amsterdam.nl/jijstaatnietalleen.

    Bron: groene.nl

1 bericht aan het bekijken (van in totaal 1)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 30 ▪︎ leden online: 6
Luka, annet, Anna92, Turnster, Nick, Mark
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.421, reacties: 13.196, actieve leden: 1.194
Scroll Up