Op zijn 14de belandde Robin in de prostitutie: ‘De eenzaamheid van dat leven is verschrikkelijk’

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Opinie & actualiteit Op zijn 14de belandde Robin in de prostitutie: ‘De eenzaamheid van dat leven is verschrikkelijk’

  • Dit onderwerp bevat 0 reacties, 1 deelnemer, en is laatst geüpdatet op 07/06/2026 om 13:15 door Mark.
1 bericht aan het bekijken (van in totaal 1)
  • Auteur
    Reacties
  • #283354
    Mark
    Moderator

      Wie Robin (41) tot zo’n vijf jaar geleden zag, zag succes. Iemand met een baan in het buitenland en een goed inkomen. Maar wat mensen niet zagen, was wat erachter zat: het verdriet, de pijn, de ellende. Robin werkte, zonder dat veel mensen het wisten, sinds zijn 14de in de prostitutie.


      Robin Visscher. © Josephine Drehmanns

      Zijn verhaal vertellen is ontzettend kwetsbaar, en toch wil Robin Visscher dat graag doen, zegt hij aan de eettafel bij vriendin Henny. Om anderen te vertellen: je bent niet de enige, en: er is een weg uit de prostitutie. “Ik wist dat niet, toen ik erin zat. Ik dacht dat er niemand was die mij begreep. Dat is een heel eenzaam gevoel. Terwijl ik nu weet: er zijn waarschijnlijk duizenden jongens in Nederland die sekswerk doen.”

      Later zal blijken hoe belangrijk Henny voor hem is, en is geweest. Maar we gaan eerst terug naar het begin: hoe komt iemand op zijn 14de in het sekswerk terecht? “Tot een jaar of 10 had ik een heel goede jeugd”, vertelt hij. “Ik ben hier opgegroeid, in het centrum van Haarlem, samen met mijn tweelingbroer. Ik herinner me vakanties, dagen aan het strand. Allemaal heel leuk. Mijn moeder had een kledingwinkel en mijn vader had ook een eigen zaak.”

      Hij herinnert zich zichzelf als ‘een slimme jongen’ “Ik was wel een uitblinker. En ik zat op judo, wat ook goed ging. Maar rond zijn tiende ging het mis, denkt hij achteraf. Details wil hij niet te veel vertellen, om zijn familie te beschermen. Maar hij heeft het over ‘veel ruzies’ tussen zijn ouders. “Vooral veel schreeuwen en huilen, veel emoties. Mijn broertje en ik renden altijd naar boven als het dreigde te ontploffen. Ik herinner me wel dat de politie bij ons thuis kwam, of dat we naar beneden kwamen en dat alle kastjes ingetrapt waren en het glaswerk allemaal kapot was.”

      In die periode raakten zijn ouders ook hun bedrijven kwijt. “Ik zag aan ze dat het minder goed ging, in hoe ze zich kleedden. Daarvoor zagen ze er verzorgder uit. En vriendjes kregen dan wel geld om een patatje te halen in de stad, en bij ons was dat er niet meer. Terwijl voorheen, ja. Ik was bijvoorbeeld altijd wel de jongen die een grote zak loempia’s kocht en die uitdeelde. Dus dat was ook wel een verschil dat ik merkte.”

      Maar het ergste vond hij de pijn en het verdriet van zijn moeder. “Zij is zo’n belangrijke persoon voor mij. Ik hou nog steeds heel veel van haar, zo’n lieve vrouw is ze. Dus dat zij zoveel pijn had, deed mij ook heel veel pijn.”

      Een jongen van de straat
      Hij werd, zoals hij dat zelf noemt, ‘een jongen van de straat’. Om de pijn te ontvluchten, al lukte dat niet. “Ik was dan wel buiten, maar in mijn hoofd was ik bij mijn moeder.” Thuis werd niet gepraat, dus hij kon voor zijn gevoel nergens heen met zijn verdriet. “Ik dacht ook dat wij de enigen waren bij wie het niet goed ging. Als ik binnen keek bij de buren, of bij vriendjes kwam, dan zag het er veel gezelliger uit dan bij ons.”

      “Ik werd echt een straatschoffie. Ik ging vechten, echt om niets met jongens die langsliepen. Stelen, sigaretjes roken. Ik ben in die tijd zelfs eens van school getrapt omdat ik een bommelding had gedaan. 13 was ik toen denk ik. Achteraf was dat een schreeuw om hulp, ‘zien jullie mij wel?’, maar wat ze zagen was een brutaal, onhandelbaar kind. Ik heb er zelfs nog een dag voor in de cel gezeten.”

      Niet lang daarna kwam hij er samen met een vriendje achter dat ze nachten thuis weg konden blijven door hun ouders te zeggen dat ze bij elkaar logeerden. “Hele weekenden konden we zo rondzwerven op straat. Soms sneakten we dan midden in de nacht bij een van ons naar binnen, sliepen we een paar uur en dan sneakten we weer weg. We gingen met de trein naar Utrecht, Leiden of Amsterdam. Ik denk dat iedereen te druk was met zijn eigen problemen om dat door te hebben.”

      Op zo’n avond, hij was 14, gingen ze naar Amsterdam. Het waren de jaren 90, de stad ‘bruiste’, zoals hij het zich herinnert. “Zo kwam ik langs een plek waar allemaal heel flamboyante jongens op het terras zaten. Met mannen. Ik kon zien dat er binnen een jongen op de bar aan het dansen was, en dat die allemaal geld toegestopt kreeg. Dus ik snapte wel dat het een go-go-bar was. Daar boven bleken ook kamers te zijn voor sekswerk.”

      28.000 gulden voor één keer
      “Ik vond die jongens leuk, we raakten bevriend. Die jongens haalden drinken voor mij, ik was te jong om naar binnen te mogen. Zo ging het vaker. Er waren ook klanten, die mij wel interessant vonden. Oudere mannen die naar mij toe kwamen van ‘hey, come to my hotel’. Maar ik zei altijd ‘Nee, dat ga ik niet doen’.”

      “Totdat er een man kwam, die mij zoveel geld bood. 28.000 gulden kreeg ik uiteindelijk van hem, voor één keer. Dat was zoveel geld, dat had ik nog nooit gezien. Ik heb gedaan wat hij van mij vroeg.”

      Het was zijn eerste seksuele ervaring. “Heel smerig vond ik het, maar ik dacht ook aan wat ik met dat geld kon doen. Dat ik weer dingen kon kopen. Toen ik buiten stond, voelde ik me vies. Het was mijn eerste seksuele ervaring. Maar ik voelde me ook dé man, met al dat geld. Dat het een oudere man was en ik nog maar 14, daar stond ik toen niet bij stil.”

      Zoals jongens van die leeftijd doen, besloot Robin het geld uit te geven. “Ik ging winkelen, dure kleren kopen. Mijn ouders confronteerden me daarmee en toen heb ik verteld hoe ik aan het geld kwam. Ze gaven me een maand huisarrest. Maar waar ik dat normaal vreselijk vond, wakkerde het nu een gevoel in mij aan van ‘kom maar op, straks ben ik hier weg en dan weet ik hoe ik aan mijn eigen geld moet komen’. En dan kan ik mijn eigen boontjes doppen. Ik was het helemaal aan het plannen in mijn hoofd.”

      In die tijd kwamen jonge, mannelijke sekswerkers met klanten in contact bij het meeting point op Amsterdam Centraal, vertelt hij. Of bij de tippelzone achter het station, naast de vrouwelijke sekswerkers. Na zijn huisarrest voegde Robin zich in de weekenden bij hen, en na het behalen van zijn middelbareschooldiploma, op zijn 15de, ook op andere dagen.

      Vieze gevoel verdoven met drugs
      Hij leerde ook al snel wat andere plekken waren waar geprostitueerd werd door mannen en jongens. Bepaalde cafés, websites. “Zo rolde ik erin, eigenlijk.” Maar waar het in eerste instantie leuk klonk, veel geld verdienen, was het al snel ontzettend eenzaam. “Tussen de jongens was er veel concurrentie, dus daar bouwde ik geen band mee op, en ik kon mijn vrienden en familie er niet over vertellen.”

      “Elke keer nadat ik een klant had gehad, verdoofde ik het vieze gevoel en het verdriet met alcohol of drugs. Eerst jointjes, daarna ook ghb, cocaïne en crack. Zoals anderen die hoofdpijn hebben een aspirientje nemen, zo automatisch ging dat. Nee, daar dacht ik niet goed over na. Het was het enige wat werkte, dus dat deed ik.”

      In Amsterdam leerde Robin een jongen kennen die op doorreis was naar Londen. Toen hij daar was, stuurde hij Robin een berichtje via MSN. “Net 16 was ik toen. Hij schreef: er is hier een club waar jij ook mag komen werken. Dus daar ging ik heen. Villa Gianni heette het, een soort goedkoop hotel.”

      Ouder dan opa
      “Het was mijn pittigste ervaring met sekswerk. Tot dan toe had ik altijd nog zelf de regie gehad over met wie ik wel en niet mee wilde, en over wat ik verdiende. Hier zaten we met allemaal jongens en mannen op een bankje, en eens in de zoveel tijd moesten we gaan staan. Er was zo’n deur met glas dat aan één kant – onze kant – een spiegel is, zodat je niet ziet wie aan de andere kant staat. Daarachter stonden de klanten.”

      “En dan kwam de eigenaar, en die wees ons aan. ‘Jij, jij en jij, meekomen.’ Dan kregen we een kamer toegewezen, waar een man lag. Mijn eerste klant was… het was nog net geen lijk, zo oud was hij. Nog ouder dan mijn opa. En hij wilde alles, van A tot Z. Lichamelijk, met tong, het hele plaatje. Dat vond ik zo vies, ik wilde het ook echt niet. Ik zei nee, maar daardoor kreeg ik de rest van de dag geen nieuwe klanten.”

      “In die club kreeg ik de vreselijkste klanten, allemaal oude mannen. Ik voelde me de hele tijd heel vies, wat ik dan weer ging verdoven. Maar tegelijkertijd voelde het goed om in Londen te zijn, en alles in Nederland achter me te laten. Het was heel dubbel, het is moeilijk uit te leggen.”

      Tegelijkertijd nam de eenzaamheid toe. Als Robin in Nederland was, kon hij met niemand praten over zijn werk en leven. Door het dubbelleven dat hij leidt, is het onmogelijk om langere liefdesrelaties te onderhouden.

      Op de vraag of zijn ouders niet vroegen waar hij mee bezig was, zegt hij: “Zo’n gezin waren we niet.” Wel herinnert hij zich dat iemand een aan hem vroeg wat hij deed. “Ik was toen 17. Het was een heel normale vraag, maar hij deed zoveel pijn. Want wat moest ik zeggen?”

      Pogingen om te stoppen
      Meerdere keren deed Robin een poging om eruit te stappen. Stoppen met drugs, een normale baan zoeken. Maar omgaan met autoriteit, met mensen die hem vertelden wat hij moest doen, lukte niet. “Dan dacht ik: jij geeft mij nu een grote mond? Voor die 12,50 euro per uur die ik hier krijg? Terwijl ik jouw jaarsalaris in een maand bij elkaar heb verdiend? Ja, dan was de vlucht naar Engeland weer snel gemaakt.”

      Hij probeerde therapie, maar zonder succes. Ze waren te veel gericht op het drugsgebruik, en te weinig op het trauma dat eronder zat, vindt hij.

      “Ik had in die tijd één goede vriend die alles van mij wist. Maar die overleed door een overdosis. 27 was ik toen. Hem kon ik altijd bellen, en hij wilde niets van me.” Na zijn overlijden ontstond – opnieuw – een periode van enorme eenzaamheid voor Robin.

      Robin had in die tijd een klantenbestand van rijke mensen over de hele wereld. Maar hoe leuk het ook klinkt, voor een week naar Los Angeles, New York of in een luxe villa elders, opnieuw was het de eenzaamheid die de boventoon voerde.

      “Ik voelde me zo smerig. Het enige moment dat ik kon opladen, was als ik in bad ging.”

      “Ik herinner me nog goed dat ik een keer in Palm Springs was, daar kwam de klant mij ophalen van het vliegtuig. Hij had alles betaald. Maar hij ging voor mij bepalen welke kleding ik mocht dragen, zo’n strak broekje, en dan liepen we op straat en wilde hij me ook vastpakken. Echt de boyfriend experience. Als ik wilde slapen, dan zat hij aan mijn naakte lichaam. Hij liet me echt niet los. Hij dacht: ik heb je betaald dus je bent deze week voor 100 procent van mij.”

      Badkamerdeur op slot
      “Ik voelde me zo smerig. Het enige moment dat ik kon opladen, was als ik in bad ging. Dan deed ik de badkamerdeur achter me op slot en maakte ik er een uitgebreid ritueel van, met maskertjes en andere producten, om zo lang mogelijk voor mezelf te hebben. Want ik wist: als die deur weer open gaat, dan heeft hij weer de macht over mijn lichaam.”

      Het is de eerste keer tijdens het gesprek dat Robin het te zwaar krijgt. “Ja, dat was echt zo moeilijk. Ik heb ook heel veel gehuild daar in bad, omdat mijn leven zo complex was geworden. Ik woon tegenwoordig alleen, maar nog steeds heb ik het nodig om de deur van de badkamer op slot te draaien. Dan voel ik me echt veilig.”

      Een jaar of 35 is Robin als hij vriendin Henny tegenkomt. Het is, zo blijkt later, het begin van de weg omhoog. “Ik had bedacht dat het misschien goed voor me zou zijn om wat vrijwilligerswerk te gaan doen, en zo uit die wereld te komen. Vlak bij mijn huis zat Woord en Daad, een kringloopwinkel. Die man die daar zat, wees me door naar het kantoortje waar Henny zat, zij had daar de leiding. En zo hebben we elkaar leren kennen.”

      “Die ontmoeting deed me al meteen zo veel. Ik werd met open armen ontvangen. Ze vroeg niet naar wie ik was of wat ik deed. ‘Ja natuurlijk, wat vind je leuk en wat zou je graag willen doen?’, vroeg ze. Wat ik wilde, die vraag had ik nog nooit gekregen.”

      “Een paar uur per week was ik daarna bezig met het mooi neerzetten van spullen in de winkel. Maar daarnaast had ik natuurlijk nog wel mijn lifestyle. Mijn klanten en het drugsgebruik.”

      “Een keer had ik een hele dag en nacht niet geslapen, te veel drugs gebruikt. Dus ik belde op dat ik niet kwam werken. Ik dacht: ik ben toch vrijwilliger, dus dat bepaal ik zelf. Maar toen ik terug op het werk kwam, zag ik dat ik met een schuin oog werd aangekeken door sommige collega’s. Dat triggerde meteen weer iets, dat ik het niet goed had gedaan.”

      “Daar kon ik niet mee omgaan. Het gevoel dat ik iemand anders teleurstelde. Ik ging naar Henny toe en die heeft toen echt haar best gedaan om mij erbij te houden. We spraken af dat ik zelf zou bepalen wanneer ik wel en niet kwam, zodat niemand mij op een bepaalde tijd verwachtte.”

      Vrolijke noot
      “En soms belde Henny. Gewoon, om te vragen hoe het ging. Of om me een compliment te geven. Dat kende ik niet. Dat iemand contact wilde met mij om mijn hart. Normaal belden mensen alleen als ze iets van mij wilden, mijn lichaam wilden. Ik was wel supersticious in het begin. Maar het was heel fijn. En ze wist niet wat ik deed hè? Ze kende mijn verhaal helemaal niet.”

      Het is het eerste moment dat Henny ingrijpt. “Maar je bracht ook een heel leuke energie hè? Een vrolijke noot, enthousiasme. We hadden natuurlijk allemaal 50-plussers verder. Al heel snel was iedereen gek met je.” “O ja?”, zegt Robin. “Nee, dat zag ik niet.”

      Na een tijdje besluit Robin om weer in therapie te gaan. Maar er komt meer pijn naar boven dan hij kan handelen. “Drie dagen lang ben ik wakker gebleven, heel veel geld jaagde ik erdoorheen. Dat gaf me zoveel paniek, dat ik op een ochtend naar de Brijder rende (een kliniek voor verslavingszorg, red.) Ik zei: ‘Ik móét nu met iemand praten.”

      “Die man zei: ‘Hoi Robin, ken je me nog?’ Het bleek een begeleider te zijn van een therapie die ik rond mijn 22ste had gevolgd. Hij kende mij nog, omdat ik volgens hem de enige was die erin slaagde drie maanden lang groepstherapie uit te zitten zonder een woord te zeggen. Elke keer als ik aan de beurt was, zei ik: ‘Ik sla deze over.’ Ja, dat was ook vluchtgedrag natuurlijk.”

      ‘Waarom heb je dat niet eerder gezegd?’
      “Maar nu zei hij: ‘Ik wil graag met jou praten.’ Dat raakte me. Hij adviseerde me ook om met iemand in mijn omgeving te praten, zodat ik niet meer helemaal alleen was met mijn verhaal. Dat werd een goede vriendin, Jody. Toen ik haar had verteld over de drugs en het sekswerk, moest ze huilen. ‘Waarom heb je dat niet eerder gezegd, dan had ik je kunnen helpen’, zei ze. Ze had wel gezien dat het niet goed met mij ging, maar niet begrepen waarom. Net als meer mensen, doordat ik er niet over sprak.”

      “Ook mijn collega’s bij Woord en Daad vertelde ik daarna wat meer. Supermensen waren dat, ze veroordeelden me niet maar adviseerden me om contact op te nemen met Henny. Zij werkte inmiddels bij Scharlaken Koord, een organisatie die sekswerkers ondersteunt. Daar was ik heel blij mee, want Henny betekende veel voor me. Ook al was ze mijn collega niet meer.”

      Toch duurde het nog een hele poos voordat Robin de hulp ook echt kon accepteren. “Ik was gewend iedereen die te dicht bij me kwam, weg te duwen. Dat deed ik nu ook. Dan kwam ik niet naar afspraken bijvoorbeeld. Nooit kwamen ze dan met een opgeheven vingertje achter me aan, maar als ik belde om een nieuwe afspraak te maken, dan veroordeelden ze me ook niet.”

      Uiteindelijk ging hij naar een kliniek in Dordrecht voor mannen met psychische problemen. Geen makkelijke tijd. “Andere mannen zaten daar natuurlijk voor heel andere problemen dan ik. Ik werd buitengesloten, gepest, dingen van mij werden stukgemaakt. Dat deed heel veel pijn, opnieuw voelde ik me heel eenzaam.”

      Op een ochtend besluit Robin, die dan niets heeft met het geloof, naar de kerk te gaan. “Ik had tijd nodig om alleen te zijn, en dat leek me een fijne plek daarvoor. Ik ben tijdens de dienst achterin gaan staan, zodat ik geen mensen om me heen had.”

      “Alles wat de voorganger zei kwam zo bij me binnen. Over verbinding ging het, weet ik nog. Ik heb zoveel staan huilen, en gebeden, ik denk dat het dat was. Ik wilde een oplossing. Daar weggaan wilde ik niet, want dan zou ik doen wat ik altijd deed en terugvallen in mijn oude leven, wat ik niet meer wilde. Maar ik wilde ook niet gepest worden.”

      Rouwen om het leven dat hij niet heeft gehad
      De dag erna gaat het ineens beter in de groep. Op een vrije avond gaan ze met zijn allen, inclusief Robin, koken en eten. “Het was niet alsof we ineens beste vrienden waren, maar er was wel wederzijds respect.” Vanaf dat moment gaat het ook met Robin beter. Hij gaat inzien wat zijn jeugd voor effect op hem heeft gehad, hij rouwt om het leven dat hij niet heeft gehad, begint te beseffen dat mensen tijdens het sekswerk continu over zijn grenzen heen zijn gegaan.

      “Die enorme eenzaamheid leidt ertoe dat mannen dit werk langer blijven doen, omdat ze niet weten waar ze terechtkunnen.”

      Robin rond het traject met succes af. En via een vriendin komt hij later opnieuw in aanraking met het geloof. Zij vertelt hem over de doop. “Hoe ik dat zie, is dat je verleden van je wordt afgespoeld en je als nieuw mens mag beginnen.” Een idee dat hem aanstaat. En: hij gaat als ervaringsdeskundige werken bij Scharlaken Koord, waar hij opnieuw Henny’s collega wordt. Midden op de Amsterdamse Wallen.

      Duizenden mannen
      “We helpen mannen en vrouwen die sekswerk doen of hebben gedaan, zowel achter het raam als online. We laten hen met elkaar in contact komen, om te zien dat ze niet alleen zijn en zich niet eenzaam hoeven te voelen in hun verhaal”, vertelt hij enthousiast.

      “Dat is zo belangrijk. Het zijn nu vooral vrouwen, maar ik wil ook graag meer mannen gaan helpen, maar die zijn minder zichtbaar. Er zijn ook geen cijfers over, daar wil ik mee aan de slag. Ik schat dat het er duizenden zijn in Nederland. Maar die blijven toch meer onder de radar. Mannen staan niet achter het raam en er zit zoveel taboe op bij mannen.”

      “Vrouwen kunnen nog het slachtoffer zijn van mensenhandelaren ofzo, maar mannen mogen niet kwetsbaar zijn. Daar moeten we vanaf, want het draagt bij aan die enorme eenzaamheid en zorgt ervoor dat mannen het werk langer blijven doen, omdat ze niet weten waar ze terechtkunnen.”

      ‘Helemaal op zijn plek’, zit hij nu. Qua werk gaat het goed. Hij heeft een vast inkomen. Gebruikt geen drugs meer. Vindt rust in zijn geloof. En ook met zijn familie gaat het goed. “Mijn ouders zijn inmiddels gescheiden. Toen ik hen mijn verhaal vertelde, zei mijn moeder dat ze het later wel geweten had, maar me niet kon helpen. Ik was al volwassen en deed toch wat ik zelf wilde. Daar heeft ze wel gelijk in. Ik stond niet open voor hulp.”

      “Met mijn vader heb ik goed contact. Ik zie hem niet heel vaak, maar als we elkaar zien is het goed. Mijn moeder spreek ik heel vaak. Ik heb haar zien vechten om haar leven weer op te bouwen, ben zo trots op haar.”

      Zo veel gelukkiger
      “Ik heb hen verteld dat ik met mijn verhaal naar buiten treed, en daarbij ook iets zal vertellen over hen. Niet dat ik vind dat het hun schuld is, mijn broer heeft heel anders gereageerd op de problemen thuis dan ik. Hij heeft een heel goede baan, een lieve vrouw, kinderen waar ik dol op ben. Ik ben zo trots op hen. Maar mijn verhaal is anders, en voor mij is het wel begonnen met de problemen thuis. Dat ik daarover praat, respecteren ze.”

      “Laatst was mijn broer bij mij thuis, met zijn kinderen. En toen zei hij: ‘Ik ben zo trots op hoe jij het allemaal doet.’ Ja, dat voelt heel goed. Tegenwoordig kan ik dat ook van hem aannemen. Ik heb nu een goede baan, ik verdien mijn geld op een eerlijke manier met respect voor mezelf. Wat ik doe wordt gewaardeerd. Dat is allemaal heel veel waard. Ik heb dan misschien niet meer het inkomen dat ik had, maar ik ben zo veel gelukkiger nu.”

      Bron: rtl.nl

    1 bericht aan het bekijken (van in totaal 1)
    • Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
    gasten online: 37 ▪︎ leden online: 3
    nijntje, Skye, Moderator
    FORUM STATISTIEKEN
    topics: 4.151, reacties: 23.917, leden: 3.486