› Forum Lotgenoten Seksueel Geweld › Achtergrond & Informatie › Opinie & actualiteit › Proefschrift Traumasensitief Pastoraat
- Dit onderwerp bevat 2 reacties, 1 deelnemer, en is laatst geüpdatet op 01/04/2026 om 11:40 door Lyn.
-
AuteurReacties
-
1 april 2026 om 11:27 #282954LynModerator
Interview: Beter omgaan met trauma, dat zou de kerk niet misstaan. Dominee onderzoekt nieuwe theologie rondom misbruiktrauma.
Maandag 23 maart 2026, Nederlands Dagblad
Marie Hansen-Couturier verdedigt haar onderzoek rondom trauma na seksueel misbruik.
‘We zijn hoofden op pootjes in de protestantse kerk, maar daartussenin zit een heel lijf. In de kerk is het lichaam grotendeels afwezig, terwijl het ook door God gegeven is’, zegt Marie Hansen-Couturier. Dit is een principieel probleem, vindt zij, maar ook praktisch: juist dat zwijgen over het lichaam maakt het zo moeilijk om over seksueel misbruik te praten.Theoloog Marie Hansen-Couturier promoveert op een nieuwe theologie die de gevoeligheden van trauma en de gevolgen serieus neemt. Ze pleit voor een kerk die niet wegkijkt van misbruik en lijden – en ook niet van het eigen lichaam. Hansen-Couturier is predikant in Tiel en naast theoloog en onderzoeker is zij ervaringsdeskundige wat betreft misbruik. Ze verdedigt dinsdag bij de Protestantse Theologische Universiteit haar proefschrift met de titel ‘Getuigen van wonden: richting een trauma-sensitieve theologie na geseksualiseerd misbruik’.
Haar deelname aan een cursus over ‘God en ik…? Hoe verder met God na seksueel misbruik’ georganiseerd door stichting VPSG, werd de aanzet voor haar onderzoek. Deze stichting ondersteunt bij vragen en gevolgen rondom seksueel geweld. ‘Ik wil dat deze verhalen meer naar voren komen. Dus mag ik er zelf ook voor gaan staan.’
U begint bij de ervaring, het lichaam, terwijl theologie toch vaak rationeel is. Hoe bent u daartoe gekomen?
‘In de cursus die ik deed werd niet alleen gepraat maar ook getekend, gedanst en gemediteerd. En ik merkte: er gebeurt hier iets. De combinatie van theologie en lijfelijkheid, van geloof en wat je lichamelijk ervaart, die bleek zo krachtig. Dat werd mijn focus. Ons lichaam doet nauwelijks mee in de zondagse liturgie. En dat is een probleem, zeker als het gaat om seksueel misbruik. Want dat gaat over het lichaam. Als het lijf al een taboe is,
wordt misbruik bespreekbaar maken nóg moeilijker.’ ‘De opgestane Jezus draagt zijn wonden nog. Thomas herkent hem daarin.’
‘Traumadeskundige Bessel van der Kolk schrijft er een prachtig boek over: in het Engels The Body Keeps the Score (In het Nederlands uitgegeven onder de titel Traumasporen, red.). Al onze ervaringen – mooie en minder mooie – dragen we lichamelijk met ons mee. Het heeft ons zoveel te vertellen, in dat lichaam zit kennis en wijsheid die niet direct te maken hebben met ons verstand.’U werkt met een eigen definitie van trauma. Kunt u die uitleggen?
‘Er is binnen trauma-studies geen consensus over een eenduidige definitie van trauma. Trauma is voor mij een combinatie van wat ons overkomt én wat we niet volledig mogen of kunnen uiten en daardoor dus in het lichaam en de hersenen blijft.’ Hansen-Couturier verwijst naar de uitleg van traumaexpert Peter Levine: een gazelle begint na een aanval van een leeuw hevig te trillen als ze veilig is. Zo schudt het lichaam de stress er letterlijk uit.
‘Bij mensen werkt dat soms anders. Als iets ergs gebeurt, is er vaak geen ruimte om instinctief te reageren, zoals bijvoorbeeld te vluchten, te gillen of te vechten. Die reacties slaan naar binnen en dan blijft de onafgemaakte beweging in het lijf zitten. Je hebt geen kans om op jouw instinctieve manier te reageren.’Dat verklaart ook waarom slachtoffers zo lang zwijgen?
‘Zeker. En daarom is de vraag “Waarom heb je toen niets gedaan?” zo misplaatst. Een kind dat misbruikt wordt, heeft talloze redenen om niet weg te lopen of te gillen. Je bevriеst of je dissocieert. Maar dat zwijgen wordt van buitenaf – ook in kerken – nog te vaak uitgelegd als twijfel aan de waarheid van het verhaal.’Het theologische hart van uw proefschrift gaat over wonden en opstanding. Wat wilt u daarmee zeggen?
‘Geïnspireerd door het boek Resurrecting Wounds (Shelly Rambo) en de cursus die ik eerst als deelnemer en later nog een keer als onderzoeker deed, concentreer ik me op het verhaal van Thomas en Jezus uit Johannes 20. De opgestane Jezus draagt zijn wonden nog. Thomas herkent hem daarin. Twee dingen zijn tegelijk waar in dat verhaal: er is opstanding én er zijn nog steeds die wonden. Deze zijn niet verdwenen. Dat heeft grote gevolgen voor hoe je naar herstel kijkt.’Hoe werkt dat dan?
‘Hoop hoeft niet alleen iets te zijn voor later, voor een verre toekomst zonder pijn. Opstanding is ook nu al mogelijk – zelfs als wonden of littekens blijven. Verwonding is niet het tegendeel van nieuw leven.’ In de samenvatting van haar proefschrift verwoordt Hansen-Couturier het zo: Een traumasensitieve lezing van de opstanding kiest niet voor de verheerlijking van lijden, maar erkent wél de aanwezigheid van dood te midden van het leven en andersom: leven te midden van dood en traumatische verliezen. Een dergelijke theologie is ook niet verenigbaar met een triomfalistische lezing van het kruis, oftewel dat alles aan het kruis is overwonnen en er geen lijden en pijn meer is. Hansen-Couturier benoemt dat deze theologie Jezus’ terugkeer als een vleselijk wezen bevestigt – met echte wonden op een echt lichaam. ‘Die lichamelijkheid is niet triviaal. Als we ervan uitgaan dat een opstandingslichaam per definitie perfect en ongeschonden is, zegt dat ook iets over hoe we aankijken tegen lichamen met littekens of beperkingen – en dat oordeel klopt niet altijd.’Uit uw onderzoek blijkt dat de kerk zelden een veilige plek is voor wie misbruik heeft meegemaakt. Wat gaat er mis?
‘Andere onderzoeken laten zien dat het bijna altijd het slachtoffer is dat de kerk verlaat, niet de dader. Ontkenning door gemeenteleden, victimblaming, de oproep om – vanuit bijbelse gronden – snel te vergeven dragen daaraan bij. Zo vertelde één van de personen die ik interviewde ook dat zij naar de predikant ging met de vraag: Waar was God? Waarom heeft God niets gedaan? Ze kreeg te horen dat het al zondig was om dat te vragen.’Wat kunnen predikanten en pastoraal medewerkers dan wél doen?
‘Beginnen met luisteren. Echt luisteren, zonder meteen aan te sturen op gebed of vergeving. En getuige zijn zonder oordeel. Bij trauma is er vaak geen absolute waarheid te achterhalen. Het is een aarzelend zoeken, een blijven bij de onzekerheid. Een goede getuige is present, staat open en zoekt samen, op gelijk niveau, mee. Die rol kunnen predikanten vervullen, mits ze basiskennis hebben over trauma. En ze kunnen ruimte scheppen door het onderwerp gewoon te benoemen: in een preek, in de voorbede of het thematisch aan de orde te stellen. Dat alleen al geeft mensen de opening om met hun verhaal te komen.’1 april 2026 om 11:35 #282955LynModeratorTopic starterMarie Hansen-Couturier promoveert op 24 maart op haar proefschrift ‘Witnessing Wounds: Towards a Trauma-Sensitive Theology After Sexualized Abuse’. In haar onderzoek onderzoekt Marie Hansen-Couturier hoe een trauma-sensitieve theologie eruit zou kunnen zien als deze is geïnspireerd door de verhalen van overlevenden van seksueel misbruik.
1 april 2026 om 11:40 #282956LynModeratorTopic starterSeksueel Trauma? “Kerken, praat erover?”
De kerk worstelt met de omgang met seksueel trauma. Daarom is er een fundamentele verschuiving nodig in hoe de kerk omgaat met slachtoffers van seksueel misbruik. Dat zegt theologe, predikante en ervaringsdeskundige Marie Hansen-Couturier. “De kerk spreekt snel van vergeving, maar er moet eerst ruimte zijn om over het trauma te spreken.” Zij pleit vandaag tijdens de verdediging van haar proefschrift voor een nieuwe, trauma-sensitieve theologie.
“Vergeving moet niet van buitenaf worden opgelegd”
In haar onderzoek keek Marie Hansen-Couturier naar situaties van seksueel misbruik in christelijke contexten: in de kerk, maar ook in gezinnen waarin geloof een belangrijke rol speelt. Haar proefschrift komt voort uit een vraag die haar al langer bezighoudt. Tijdens haar masteronderzoek bij de PThU verdiepte Hansen-Couturier zich in de mogelijkheid – en onmogelijkheid – van vergeving na seksueel misbruik. Die vraag bleek complexer dan zij aanvankelijk dacht. “Het onderwerp vergeving komt in kerkelijke context vaak heel snel naar voren,” vertelt ze. “Maar voor mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt kan dat juist heel moeilijk zijn. Vergeving kan iets moois zijn, maar het moet wel van binnenuit komen – niet van buitenaf worden opgelegd.”
Het lichaam ontbreekt in de theologie
Die ontdekking vormde het begin van een bredere zoektocht. Gaandeweg verschoof haar aandacht van vergeving naar trauma zelf. Trauma-sensitieve theologie betekent volgens haar dat theologisch denken zich laat vormen en hervormen door de verhalen en ervaringen van slachtoffers. “Het vraagt dat theologie bereid is om eigen denkbeelden en kaders te herzien,” zegt ze. “Bereid is ruimte te scheppen voor mensen met ervaring van seksueel misbruik. Voor wat hun verhalen betekenen voor bijvoorbeeld ons spreken over God.” Een belangrijk inzicht uit haar onderzoek is dat lichamelijkheid daarin een sleutelrol speelt. Trauma wordt niet alleen herinnerd in woorden, maar ook in het lichaam. “In de kerk komen we vaak binnen als een soort hoofd op pootjes,” zegt Hansen-Couturier. “Maar tussen dat hoofd en die voeten zit een heel lichaam. Als we het niet over lichamelijkheid kunnen hebben – en dus ook niet over seksualiteit – wordt het heel moeilijk om over seksueel misbruik te spreken. Dat gaat in eerste instantie over macht en machtsmisbruik, maar het gaat óók over seks en je lijf en wat daarmee gebeurt.”
Slachtoffers worden niet gezien
Dat gebrek aan ruimte heeft gevolgen voor mensen die trauma meedragen. In gesprekken met slachtoffers hoorde zij regelmatig dat zij zich binnen kerkelijke context niet gezien of erkend voelen. “Als een voorganger zegt: ‘vergeef zeventig maal zeven’, kan dat voelen als een opdracht,” legt ze uit. “Eerst moet er erkenning zijn. Eerst moet iemand zijn of haar verhaal kunnen vertellen – met alles wat daarbij hoort: verdriet, boosheid, kritiek.” Dat vraagt volgens haar om een andere manier van luisteren in kerkelijke gemeenschappen. Niet snel naar oplossingen of verzoening zoeken, maar ruimte maken voor wat er werkelijk is gebeurd. “Wanneer vergeving van buitenaf wordt opgelegd, kan dat betekenen dat dingen onder het tapijt worden geveegd.”
Lichaam en taal
Voor haar onderzoek nam Hansen-Couturier met andere vrouwen deel aan een cursus voor mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt en worstelen met hun relatie tot God. In die bijeenkomsten werd niet alleen gesproken en gelezen, maar ook getekend, gemediteerd en gedanst. Die lichamelijke en creatieve vormen bleken verrassend betekenisvol. “Tekenen doe je met je handen, dansen met je hele lichaam,” zegt ze. “Dat opent andere manieren om met zingeving en geloof om te gaan. Het lost trauma niet op, maar het kan wel ruimte geven voor gevoelens en inzichten die eerder geen plek hadden.” Ook taal speelt een belangrijke rol. Woorden schieten soms tekort wanneer mensen proberen te verwoorden wat zij hebben meegemaakt. Tegelijk kan het vinden van woorden ook helend zijn. Daarbij komt nog een andere dimensie: het spreken over God. Godsbeelden kunnen voor mensen met traumatische ervaringen verschillend uitwerken. Sommige beelden bieden troost, andere kunnen juist pijn oproepen. Daarom pleit Hansen-Couturier voor meer variatie en zorgvuldigheid in de manier waarop kerken over God spreken.
Ruimte maken in kerk en liturgie
In haar proefschrift presenteert Hansen-Couturier geen afgerond model voor trauma-sensitieve theologie. Wel biedt zij een aantal concrete aanzetten voor kerkelijke praktijk en theologisch denken. Een eerste stap is eenvoudig maar ingrijpend: “Bespreek trauma eens in een kerkdienst! Er zijn genoeg Bijbelverhalen waarin geweld en trauma voorkomen,” zegt ze. “Het kan al veel betekenen wanneer een voorganger laat merken dat er in de gemeente ruimte is om daarover te spreken. Je bent geen psycholoog, je hoeft je ook niet voor te doen alsof je dat allemaal kan behandelen op zondagochtend, maar je staat er open voor.” Daarnaast pleit zij voor meer aandacht voor lichamelijkheid in liturgie en kerkelijk leven. Denk aan vieringen waarin mensen bewegen, gebaren maken of op andere manieren hun lichaam betrekken bij geloofspraktijken. Een derde punt betreft rituelen. Sommige respondenten vertelden haar dat zij in de kerk een plek missen om hun verlies te markeren. Niet het verlies van een persoon, maar van vertrouwen, veiligheid of onschuld. “Een van de vrouwen zei: ‘Er is niemand overleden bij mij, maar ik heb wel iets verloren in mijn leven. En daarvoor mis ik een ritueel.’ Dat zette mij aan het denken,” vertelt Hansen-Couturier.
Een kritische én hoopvolle stem
Hansen-Couturier weet dat haar onderzoek kritische vragen stelt aan kerk en theologie. Toch hoopt ze dat het vooral een uitnodiging is. “Mijn hoop is dat het slachtoffers een stem geeft,” zegt ze. “En dat mensen in kerkelijke context bereid zijn om daarvan te leren.” Juist daarin ligt volgens haar een belangrijke opdracht: de kerk kan het zich niet veroorloven om trauma onbesproken te laten.
24 maart 2026
-
AuteurReacties
- Je moet ingelogd zijn om een antwoord op dit onderwerp te kunnen geven.
